Page 1

02

v a k b l a d v o o r R I OOLt e c h n o l o g i e • A P R / M E I / J U N I 2 0 1 3 • j a a r g a n g 1

ACO buffert oppervlaktewater rond Leeuwenheuvel van Waterloo De uitdaging groeit: omgaan met extreme neerslagen en klimaatverandering Impact van Water Blue Print en SGBP’s op gemeenten

Periodiciteit: driemaandelijks I Afgiftekantoor: Brussel X I P915318 I Verantwoordelijke uitgever: Filip Cossement I Boulevard des Canadiens 118 B-7711 Dottignies


Flygt’s revolutionaire zelfreinigende N-pompen blijven ontwikkelen. Met ruim 60 jaar ervaring zet Flygt nu stappen op het droge met intelligente innovaties die pompgebruikers het leven makkelijker maken, of er nu afvalwater verpompt of slib verwerkt moet worden. De verticaal of horizontaal droog opgestelde Flygt N-pompen garanderen een snelle nauwkeurige installatie, eenvoudig onderhoud en verbeterde werkomstandigheden door nieuwe gepatenteerde functies. Al úw wensen hebben wij in het ontwerp toegepast. Geïnspireerd door U, ontworpen door ons. Multi-inzetbare onderhoudsslede voor snel en veilig onderhoud

Gaat u ook een stap op het droge zetten? Wij adviseren u graag over de meest geschikte oplossing. xylemwatersolutions.com/be | salesbe@xyleminc.com | +32 2 720 90 10


RIORAMA Vakblad voor riooltechnologie. Gratis verspreid in Vlaanderen naar: aannemers rioolwerken & waterwerken, burgerlijke bouwkunde, technische diensten steden en gemeenten, intercommunales en studiebureaus. PERIODICITEIT

06

08

20

24

30

34

38

41

44

Driemaandelijks Redactie

Bart Vancauwenberghe Koen Vandepopuliere redactie@fcomedia.be Vormgeving

Lien Hoste E lien.hoste@fcomedia.be

INHOUD

Reclame-advies

Katja Wijffels T 0473/86 59 70 E katja.wijffels@fcomedia.be

• Inside news.........................................................................................................4 • AQ en TNAV verenigen workshop met netwerkevent..........................................6 • Impact van Water Blue Print en SGBP’s op gemeenten.........................................8

Verantwoordelijke uitgever

Filip Cossement Canadezenlaan 118 - B-7711 Dottenijs T 056/77 13 10 F 056/77 13 11 E filip.cossement@fcomedia.be I www.fcomedia.be

Niets uit deze uitgave mag worden verveel-voudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor de inhoud van de advertenties zijn enkel de adverteerders aansprakelijk

• VLARIO bundelt krachten met IKT en RIONED...................................................10 • De uitdaging groeit: omgaan met extreme neerslagen en klimaatverandering...12 • Partnerships verruimen mogelijkheden Rietland.................................................18 • QM Environmental zorgt voor biologische geurcontrole in rioleringen...............20 • Duurzame DWA-inspectieputten in thiocrete.....................................................22 • Jan De Nul werkt samen met VigotecAkatherm voor intertijdengebied Hedwige-Prosperpolder....................................................................................24 • Vooruitziende steden en organisaties: ‘FloodResilienCity’ en ‘BlueGreenDream’...........................................................27 • Torhouts slachthuis geholpen met Grundfos-systeem........................................28 • ACO buffert oppervlaktewater rond Leeuwenheuvel van Waterloo....................30 • Duurzaamheidsrevolutie in pompbesturing bij Xylem.........................................32 • Smet Tunnelling renoveert riolering in Tremelo..................................................34 • Innovatiedrang houdt Beton De Clercq jong......................................................36

LID VAN DE UNIE VAN DE UITGEVERS VAN DE PERIODIEKE PERS

• Funderingen voor riolering op het Eilandje vragen creatieve aanpak..................38 • TMVW specialiseert zich in sleufloze rioolrenovatie............................................41 • Nieuwe ULTRA KYMA-productielijn bij DYKA Plastics.........................................44 • Product news....................................................................................................46

RIORAMA

3


•• INSIDE NEWS

De Watergroep en Aquafin bundelen de krachten in RioPACT De Watergroep – de nieuwe naam van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening – heeft de voorbije jaren een stevige positie uitgebouwd op het vlak van afvalwaterbeheer. Recent ging binnen De Watergroep een nieuwe business unit van start, die de naam RioPACT kreeg. Binnen deze business unit worden alle bestaande rioleringsactiviteiten gebundeld tot één geheel en dit in samenwerking met kennispartner Aquafin. RioPACT heeft een breed gamma aan diensten voor gemeenten die zich bij hun rioleringsbeheer willen laten bijstaan door een partner met kennis en expertise. Het totaalpakket RioP is een formule die de gemeenten in staat moet stellen tijdig de Vlaamse afvalwaterdoelstellingen te halen. Wanneer een gemeente toetreedt, neemt RioP alle gemeentelijke rioleringstaken over. RioP staat ook in voor de financiering van de investeringsprojecten en vraagt de nodige subsidies aan. RioP werkt met individuele rekeningen per gemeente. Als vergoeding voor de inbreng van hun rioleringsstelsel krijgen de gemeenten de mogelijkheid tot 25% van de economische

Digitalisatie zorgt voor groei in crisistijden

4

waarde van hun riolering in cash te ontvangen, de rest wordt uitgekeerd in aandelen. Naast het totaalpakket RioP is er ook RioAct: een modulair concept voor rioleringsbeheer op korte termijn, met een jaarlijks herzienbare overeenkomst. Ten slotte kunnen gemeenten met De Watergroep een overeenkomst afsluiten voor specifieke taken op het vlak van afvalwaterbeheer. Het kan gaan om het maken van huisaansluitingen op de riolering of het onderhoud van gemeentelijke pompstations en rioolwaterzuiveringsinstallaties.

• www.riopact.be

Xylem neemt MultiTrode uit Australië over

Naar goede gewoonte vond onlangs het jaarlijkse Panasonic Toughbook Event plaats in Living Tomorrow. Met het Toughbook-gamma biedt Panasonic oplossingen voor de mensen op de werf. Ook dit jaar werden de Toughbook Hero Awards uitgereikt aan de meest opmerkelijke en succesvolle Toughbook-gebruikers. Naast grote organisaties als B-Rail en het Wit-Gele Kruis viel ook keuringsagentschap ACA in de prijzen, samen met zijn softwareleverancier Plenion. Tot voor kort was ACA een lokaal West-Vlaams keuringsorganisme voor elektrische installaties, gasinstallaties, water- en rioleringstelsels, mazouttanks, ... Via een verwant bedrijf kwam ACA eind 2011 in contact met softwareleverancier Plenion. Plenion is een Belgische ontwikkelaar van geïntegreerde softwareoplossingen voor projectmatige, service- en distributiebedrijven. De handige PlenionMobile-toepassingen kunnen perfect ingezet worden met het professionele Toughbookgamma van Panasonic. ACA heeft met PlenionMobile momenteel een twintigtal Panasonic Toughbooks CF-H2 in gebruik. Dit model werd verkozen omwille van een aantal features zoals 3G (ontvangen en versturen opdrachten), ingebouwde webcam (foto’s maken deel uit van attest), touchscreen (snel schema’s maken in attest), bluetooth (ter plaatse afdrukken van attesten),… Twintig keurders genieten zo dagelijks optimaal van alle functies die Dixie Dansercoer eerder al uittestte op zijn poolreizen.

Xylem heeft onlangs de niet-beursgenoteerde Australische onderneming MultiTrode overgenomen. Met zijn geavanceerde monitoring- en controltechnologie, helpt Multitrode de gemeentelijke en industriële water- en afvalwaterbranche aanzienlijke besparingen op de operationele kosten te realiseren. MultiTrode’s technologie en productportfolio omvat controllers voor pompstations en monitoring- en niveaumeetapparatuur en web based monitoring diensten. Het bedrijf zorgt bij toepassing hiervan voor vermindering van het energieverbruik en het voorkomen van storingen en overstorten. "Het is een essentieel onderdeel van Xylems groeistrategie om bedrijven te verwerven die onze eigen technologie en geografische aanwezigheid versterken, zodat we beter kunnen voldoen aan de veranderende behoeften van onze klanten", zegt Gretchen McClain, Xylems president en CEO. "MultiTrode’s state of the art en schaalbare productplatform vergroot de capaciteit van Xylems robuuste monitoring- en controlproductaanbod en stelt ons in staat toekomstige ontwikkelingen voor de water- en afvalwatermarkt sneller te ontwikkelen en op de markt te brengen." MultiTrode, gestart als onderneming in 1986, is gevestigd in Brisbane met kantoren in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Waterbedrijven in meer dan 20 landen passen MultiTrode’s oplossingen toe en hebben met de producten een aantal van de grootste pompstations ter wereld geoptimaliseerd.

• www.plenion.be

• www.xylemwatersolutions.com/be

RIORAMA


‘s Werelds meest toonaangevende vakbeurs voor proces-, drink- en afvalwater

AMSTERDAM • NL

EXHIBITION 5 - 8 NOVEMBRE 

2013

Ontmoet meer dan 800 exposanten, waaronder de internationale marktleiders Bekijk alle innovaties en winnaars van de Aquatech Innovation Award Kom netwerken met meer dan 21.500 collega’s van over de hele wereld Laat je inspireren en doe nieuwe kennis op bij de AquaStages Bezoek tegelijkertijd de International Water Week

Registreer online voor gratis toegang www.amsterdam.aquatechtrade.com Organised by

Part of

Supported by


•• BEURS

AQUARAMA TRADE FAIR FOR WATER TECHNOLOGY TNAV WORKSHOP

AQ en TNAV verenigen workshop met netwerkevent Donderdag 17 oktober 2013: als u die datum in uw agenda nog niet had gereserveerd voor de vakbeurs annex workshop van Aquarama en TNAV, aarzel dan niet langer en doe het meteen. Voor de achtste keer al slaan beide op watertechnologie gerichte organisaties de handen ineen voor dé jaarlijkse afspraak van de Belgische waterindustrie. Innovaties en concrete toepassingen uit het werkveld worden er harmonieus aan elkaar gelinkt op één dag: zo halen zowel exposanten, beursbezoekers als deelnemers aan de workshop maximaal rendement uit hun tijdsbesteding en blijven ze perfect op de hoogte van het reilen en zeilen binnen deze constant groeiende nichemarkt. TNAV schreef de eerste bladzijden van het huidige evenement, toen het vanaf 2003 jaarlijks een workshop voor haar leden organiseerde in Hotel Ter Elst in Edegem. Na gesprekken tussen TNAV-man Paul Ockier en Filip Cossement, uitgever van Aquarama, bleek de ideale formule in een kruisbestuiving tussen een workshop en een vakbeurs te liggen, waar ook industriële eindgebruikers de vinger aan de pols van dit marktsegment konden houden. De eerste gezamenlijke organisatie speelde zich af in 2006 en sindsdien groeide het evenement almaar aan belang. Anno 2013 is de TNAV workshop annex Aquarama vakbeurs geëvolueerd tot een niet te missen afspraak voor elke zichzelf respecterende Belgische waterprofessional.

6 RIORAMA

Praktijkvoorbeelden "De doelstelling van de workshop is altijd dezelfde gebleven," stipt Paul Ockier van TNAV (Thematisch Netwerk Afvalwaterzuiveringstechnologie) aan. "De sleutel van het succes ligt in het presenteren van marktrijpe innovaties, die hun effect al in één of meer praktijkcases hebben aangetoond. Door daarop te focussen en vooral sprekers aan bod te laten komen die vanuit hun ervaring de werking van een bepaalde globale oplossing kunnen uitleggen, komen eigenlijk alleen maar zaken aan bod waarin het publiek zich heel goed kan herkennen. Bewust beperken we het aantal sprekers uit kennisinstellingen, anders zou het te theoretisch en te weinig praktijkgericht worden."

Ockier, die de workshop coördineert, waakt er nauwgezet over dat het programma niet te zwaarwichtig wordt. "We laten maximaal acht tot negen sprekers aan het woord, zodat die mensen in een passend tijdbestek het totaalplaatje kunnen voorstellen en de deelnemers zich aan het eind van de dag niet overladen voelen met informatie. Door dat evenwicht te bewaren, kunnen de circa honderd deelnemers aan ons nationaal watersymposium ook nog voldoende de tijd nemen om op de beursvloer rond te struinen en de voor hen meest interessante stands te bezoeken." De workshop staat dit jaar in het teken van 'Duurzaam watermanagement in de industrie'. Onderwerpen zoals duurzaam herge-


bruik van water en winning van grondstoffen uit waterstromen, komen uitgebreid aan bod. Steeds meer ligt de klemtoon op efficiëntere systemen die een lager water-, energie- en chemicaliënverbruik vereisen, waardoor de kosten kunnen worden beperkt. Onderwerpen De krijtlijnen van het programma liggen grotendeels al vast. "We gaan de deelnemers zeker informeren over De Blauwe Cirkel, een VIS-traject dat nog tot 2016 loopt en zich op hergebruik van water en concentraatstromen richt. Het concept verwijst naar de vraagstelling vanuit watergebruikende ondernemingen en de watersector om het sluiten van industriële kringlopen op een geïntegreerde manier te benaderen, met specifieke aandacht voor de koppeling tussen water en grondstoffen. Dit project wordt uitgevoerd door TNAV, essenscia Vlaanderen, Centexbel, VITO, Universiteit Gent, Vlakwa en Kaho R&D." Een tweede thema is het E4Water-project, dat de performantie van de Europese chemische industrie wil verhogen door economisch en ecologisch efficiënt watermanagement. Namens KaHo Sint-Lieven komt Luc Pinoy het 'In To Bi Mem'-project toelichten, waarin de mogelijkheden van elektrodialyse in combinatie met bipolaire membranen worden onderzocht voor het behandelen van problematisch geconcentreerde afvalwaterstromen. Een specialist van Hach-Lange dompelt de aanwezigen onder in de WTOS-oplossing, een nieuw systeem om de waterzuivering te optimaliseren en de effluentnormen met minimale werkingskosten te respecteren. De valorisatie van thermische energie uit de waterketen komt aan bod in de lezing van een Tauw-expert. De werking van de nieuwe membraanbioreactor van Agfa-Gevaert wordt uit de doeken gedaan door Luc Brams. Daarnaast komt een medewerker van Waterschap Limburg uit Nederland een bovengronds modulair systeem voor grote, communale waterzuiveringen voorstellen.

productinnovaties van aanwezige exposanten. "De innovaties zullen al heel summier worden voorgesteld tijdens de workshop en in een tabel vooraan de catalogus met een ster worden aangeduid," verduidelijken Filip Cossement en Katja Wijffels, de drijvende krachten achter de vakbeurs. "Deze vernieuwende producten zullen vooraf al in ons vakblad worden bekendgemaakt en op de beursvloer zelf opvallend (via een sticker of pancarte) worden voorgesteld. Standhouders die hun innovatie op die manier in de spots willen zetten, moeten hun aanvraag vooraf aan TNAV richten. Cruciaal is dat het product zijn werking al bewezen heeft in minstens één project en nieuw is (maximaal twee jaar aanwezig) op de Belgische markt." Vertrouwd concept De Aquarama Vakbeurs is inmiddels aan de achtste editie toe. "Door de jaren heen heeft onze organisatie zich vooral tot een gedroomd netwerkevenement ontwikkeld," blikt Filip Cossement terug. "Wij danken de populariteit ervan aan het consistent vasthouden aan de formule: dit is nog altijd de enige beurs in België die zich uitsluitend op water focust. Meer dan ooit streeft de industrie naar een gesloten waterkringloop. Uiteraard spelen daarbij ecologische motieven een rol, maar de huidige

watertechnologie laat onze ondernemingen vooral toe forse besparingen te realiseren en het rendement van hun productieproces te verhogen. In tijden waarin de waterfactuur almaar grotere vormen aanneemt, is dat een belangrijk gegeven. Ons evenement biedt het ideale forum om de temperatuur van de sector te meten, nieuwe oplossingen te ontdekken en de banden met klanten en leveranciers te versterken." "Bewust houden wij deze vakbeurs relatief kleinschalig," vervolgt Katja Wijffels. "Met een duizendtal aanwezigen is de beursvloer van de Brabanthal goed gevuld. Wij wijken niet af van onze Leuvense locatie, aangezien die voor het merendeel van onze deelnemers een vlot bereikbare plaats met ruime parkeermogelijkheden vormt. Op één dag tijd in een aangenaam concept een representatief beeld van de Belgische watermarkt ontdekken: daarvoor staan wij borg. Het is een goed doordachte keuze om daarvoor met modulaire stands te werken, zodat iedereen een gelijkaardige behandeling krijgt. Oplossingen en systemen van grote omvang kunnen bovendien altijd op de parking worden voorgesteld."

• www.aquarama.be • www.tnav.be

Innovaties op de voorgrond Op de workshop en de beursvloer kunnen de bezoekers ook kennismaken met een aantal

RIORAMA 7


•• WATERBELEID

VLARIO-DAG 2013 Op dinsdag 26 maart vond de jaarlijkse VLARIO-dag plaats. Bijna 750 deelnemers werden getrakteerd op het laatste nieuws uit de sector en konden op de rioleringsbeurs informatie krijgen over de nieuwste productontwikkelingen en uiteraard was er voldoende mogelijkheid tot netwerking. Want dat hoort zo in een netwerkorganisatie, of beter gezet netwerkende organisatie. Een samenvatting van de verschillende lezingen wordt via de website van VLARIO ter beschikking gesteld. Er werd tijdens deze dag ook even teruggeblikt naar de studiedag Beleid en Overleg die op 14 februari in het Vlaams Parlement heeft plaatsgevonden. Alle gemeentelijke mandatarissen waren hiervoor uitgenodigd en wij hebben meer dan 100 deelnemers mogen verwelkomen. . Een teken dat de rioleringsproblematiek ook van dichtbij wordt opgevolgd bij deze mandatarissen.

Impact van Water Blue Print en SGBP’s op gemeenten Welke gevolgen hebben de Water Blue Print en de volgende generatie stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) voor de gemeenten? Kor Van Hoof van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) lichtte dit toe op de jaarlijkse VLARIO-dag. De Water Blue Print, ook wel de 'Blueprint to Safeguard Europe's Water Resources' genoemd, is het Europese beleidsantwoord op de uitdagingen op het vlak van water. Het formuleert een cruciale langetermijndoelstelling, met name het zorgen voor voldoende water van goede kwaliteit voor duurzaam en evenwichtig gebruik in de Europese Unie. De Water Blue Print vertoont een nauwe link met de EU 2020 Strategy, meer bepaald met de 'Resource Efficiency Roadmap'. Algemeen beschouwd omvat de 'Blueprint for Water' drie doelstellingen. Ten eerste is het de intentie om de implementatie van de bestaande EU-regelgeving te verbeteren. Secundo moet water in andere beleidsdomeinen (onder meer landbouw, energie en andere EU-fondsen) worden geïntegreerd. Daarnaast moeten ook een aantal hiaten in het wettelijk kader inzake waterefficiëntie worden gedicht. Betrokkenheid aanzwengelen De Europese kaderrichtlijn Water uit 2000 telt vier belangrijke uitgangspunten. Het is een gecoördineerde actie om tegen 2015 oppervlaktewater en grondwater in een 'goede toestand' te krijgen. Het wil dit bereiken door per stroomgebied te werken en de actieve betrokkenheid van belanghebbenden en het publiek aan te zwengelen. Last but not least,

8 RIORAMA

mikt deze kaderrichtlijn ook op integraal waterbeleid, waarbij verschillende waterbeheerkwesties binnen een kader worden aangepakt. Hierbij wordt gewerkt in drie cycli van zes jaar (2009 tot 2015, 2015 tot 2021 en 2021 tot 2027). Het eerste stroomgebiedbeheerplan voor Vlaanderen werd in 2010 door de Vlaamse regering vastgesteld. In 2009 waren geen oppervlaktewaterlichamen in goede toestand. Die goede toestand gold wel voor 7 van de 42 grondwaterlichamen. Tegen 2015 moet voor 7 van de 202 oppervlaktewaterlichamen een goede toestand zijn bereikt. Voor de andere waterlichamen werd termijnverlenging ingeroepen. Een aantal geselecteerde lichamen werden omgedoopt tot speerpuntgebieden, waarvoor de inspanningen worden gebundeld. Sterktes en zwaktes Inmiddels vond al een analyse plaats door de Europese Commissie, die alle lidstaten beoordeelde. Vlaanderen scoorde goede punten omwille van de transparante publieke consultatie en de ontwikkeling van een goede methodologie voor de ecologische en chemische status van alle waterlichamen. Er is ook voldoende informatie beschikbaar over de maatregelen (inclusief kosteneffectiviteit). Daarnaast werd tevens het gebruik van testgebieden (om de effectiviteit van aanvullende maatregelen te testen) als positief beoordeeld. Helaas waren er ook een viertal zwakke punten, waaronder de coördinatie op nationaal niveau. Daarnaast konden het nitraatactieprogramma, het zeer hoog percentage aan uitzonderingen en de

terugwinning van kosten door het aanwijzen van waterdiensten niet op veel bijval rekenen. In totaal analyseerde de Europese Unie 126 stroomgebiedbeheerplannen. Uit de synthese die werd opgemaakt na een controle van deze plannen, is er voor de rioleringssector één specifieke aanbeveling: 'De beschikbaarheid van middelen voor de investeringen blijft een bottleneck in de naleving van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Daarom moeten kosteneffectieve en innovatieve technische oplossingen worden bevorderd.' Tweede Stroomgebiedbeheerplannen: proces en structuren Momenteel wordt volop gewerkt aan het voorbereidingsproces en de aanpassing van structuren voor de tweede stroomgebiedbeheerplannen. De aanpassingen aan het decreet ‘Integraal waterbeleid’ zijn lopend. Voor de timing in 2015 in werking treedt (eindigend in 2021), zal het ontwerp stroomgebiedbeheerplan in juni 2014 in openbaar onderzoek gaan. Dit wordt voorbereid door de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), specifieke delen over de saneringsinfrastructuur in de CIW-werkgroep Waterzuivering en de gebiedsspecifieke zaken in 11 bekkenstructuren. Het aantal plannen – 2 stroomgebiedbeheerplannen en de 11 bekkenbeheerplannen en 103 deelbekkenbeheerplannen – wordt fors gereduceerd tot het stroomgebiedbeheerplan voor de Schelde (inclusief 10 bekkenspecifieke delen) en het stroomgebiedbeheerplan voor de Maas (met inbegrip van 1 bekkenspecifiek deel). Er wordt ook voorgesteld om de bekken-


overlegstructuren te wijzigen. Momenteel zijn er 11 bekkenbesturen en 53 waterschappen (voor de deelbekkens). Dit zou evolueren naar 11 bekkenbesturen, die elk bestaan uit een algemene bekkenvergadering (een beslissingsorgaan met een brede vertegenwoordiging) en een bekkenbureau (voor het regulier bestuur). De voorzitter van het bekkenbestuur is de provinciegouverneur, terwijl de bekkencoördinator secretaris blijft. In die structuren zullen ook de gemeenten op gepaste wijze vertegenwoordigd worden. Tweede Stroomgebiedbeheerplannen: Inhoud Met het concept ‘meerlaagse waterveiligheid’ staat ook een nieuwe aanpak tegen overstromingen voorop bij de tweede stroomgebiedbeheerplannen. In dit kader passen de

aangepaste overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten, die eind 2013 ter beschikking van het publiek zullen worden gesteld. De meerlaagse veiligheid is erop gericht de risico’s en de schade van overstromingen zoveel mogelijk te beperken.. Deze aanpak rust op drie pijlers: preventie (via resiliënte (ver)bouwing en bouwstop met grondenruil), protectie (vasthouden, bergen en afvoeren) en paraatheid (via bewustwordingscampagnes, hulpverlening, voorspellingen en waarschuwingen). Ook voor de gemeenten is het maatregelenprogramma vrij breed: de scheiding, infiltratie en het vasthouden van hemelwater (vastgelegd in een hemelwaterplan); erosiebestrijding, inrichting van waterlopen, het aanpakken van de diffuse verontreiniging van de landbouw, grondwater, vergunningen voor bedrijven, sensibilisering, handhaving en toezicht, én de

integratie van de overstromingsrisicobeheerplannen. In de stroomgebiedbeheerplannen zullen ook de programma's van de waterzuiveringsinfrastructuur worden opgenomen, met name de verdere uitbouw van de bovengemeentelijke en de gemeentelijke saneringsinfrastructuur en de uitbouw van de IBA's in individueel te optimaliseren buitengebied(en). Daarnaast zullen ook de herziene zoneringsplannen en de GUP's in de stroomgebiedbeheerplannen worden geïntegreerd. De VMM ondersteunt de gemeenten in hun taken op dit vlak via subsidies voor gemeentelijke rioleringsprojecten en door middel van het leertraject ‘RIO-leren’ om het kostenefficiënt rioolbeheer te faciliteren.

• www.vmm.be

RIORAMA 9


•• REPORTAGE

VLARIO-DAG 2013 VLARIO bundelt krachten met IKT en RIONED Veertig miljoen inwoners op een oppervlakte van meer dan 100.000 vierkante kilometer in de regio's Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen hebben dezelfde belangen op vlak van water: leven met droge voeten, genieten van voldoende en schoon water in alle veiligheid, en daarnaast kunnen rekenen op betrouwbare en bruikbare informatie over water. Eén van de zaken die daar een belangrijke bijdrage toe leveren, zijn kwalitatieve rioleringen. Om te controleren of onze rioleringen in goede staat zijn, werd tussen 2003 en 2012 het linerrapport uitgevoerd en opgesteld. De testresultaten van de liners uit 2012 laten zien dat de kwaliteit een heel hoog niveau haalt, maar in vergelijking met 2011 laten twee van de vier proefcriteria toch een zwakker resultaat zien. Het gaat vooral om de parameter van de wanddikte. Deze blijft, met 94% van de testresultaten, achter op de drie andere criteria (respectievelijk de waterdichtheid, de E-modulus en de buigvastheid), die met bijna 99% de testen doorstaan. De resultaten van de wanddikte zijn gemiddeld met 2,2% verslechterd in vergelijking met 2011. Kwaliteitscriteria Daarom zouden opdrachtgevers het criterium 'wanddikte' met veel aandacht moeten volgen, en hun opdrachtnemers duidelijk moeten maken dat de streefwaarden in acht worden

genomen. De saneringsbedrijven krijgen het advies om hiernaar onderzoek uit te voeren. Als de wanddikte van de liner in de streng te dun is, zou dit van invloed kunnen zijn op het draagvermogen van de duurzaamheid. De wanddikte is een belangrijk onderdeel in de statica van de liner. Met andere woorden: als kwaliteitscriterium mag de wanddikte van een liner absoluut niet worden verwaarloosd. Uit bovenstaande gegevens blijkt dat een vergelijkende productentest, bijvoorbeeld de IKT-Warentest, erg nuttig kan zijn. Het IKT is het Instituut voor Ondergrondse Infrastructuur ('Institut für Unterirdische Infrastruktur', met vestigingen in Gelsenkirchen en Arnhem). Het IKT is een onafhankelijk, neutraal non-profit instituut voor de beheerders en voor de gemeenschap. Dr. Bert Bosseler, wetenschappelijk directeur van IKT Gelsenkirchen: "Wij hechten erg veel belang aan uitwisseling van ervaring en werken daarom onder meer samen met VLARIO. Zowel voor liners als voor putten voeren we kwaliteitscontroles uit." IKT werd in 1994 opgericht en merkt intussen ook vanuit België veel interesse voor haar activiteiten. De shareholders van het instituut bestaan voor tweederde uit gemeenten, rioolen netwerkbeheerders. Bert Bosseler: "Dat is meteen ook onze doelgroep, van wie wij weten wat zij willen. Op die manier krijgen de gemeenten waar voor hun geld."

Relining Relining zit stevig in de lift als renovatietechniek. Daardoor is die markt de voorbije jaren ook veel breder geworden. Bert Bosseler: "Er zijn tegenwoordig al veel bedrijven en aannemers die reliningswerkzaamheden uitvoeren of uitbesteden, maar het is niet het enige alternatief voor rioolvervanging. Het is niet aan ons om te beslissen of gemeenten daarvoor moeten opteren, maar we kunnen wel de kennis leveren opdat zij in eer en geweten de juiste keuze kunnen maken." Bosseler beschouwt Vlaanderen, Nederland en het Duitse gebied Noordrijn-Westfalen als één grote regio, waar de beheerders op één niveau aan kennisuitwisseling kunnen doen en een eigen identiteit ontwikkelen. De samenwerking tussen IKT, VLARIO en Stichting RIONED vindt hij daarom een uitstekende zaak. Bert Bosseler: "Het onderzoek dat naar het moerriool in Arnhem werd uitgevoerd, bewijst dat de uitwisseling van kennis nuttige resultaten kan opleveren. Voor het project in Arnhem werkten we samen met de gemeente en de Parijse professor Olivier Thépot, die een methode ontwikkelde waarmee de constructie van oude stelsels van binnenuit op stevigheid kan worden onderzocht zonder sloopwerkzaamheden. De methode werd in Nederland getest en door IKT doorontwikkeld, om de kennis nadien met andere deelnemende landen te delen. Daar is iedereen bij gebaat. Het zou zonde zijn om zomaar vast te houden aan bepaalde patronen, je moet ook openstaan voor nieuwe werkwijzen, zelfs al impliceert zoiets dat je even over de grenzen heen moet kijken. Het is niet onze bedoeling om bedrijven en stichtingen te gaan beconcurreren, we vormen alleen een bedreiging voor ondernemingen die minder kwaliteit leveren."

• www.vlario.be • www.ikt-nederland.be • www.rioned.com

10 RIORAMA


ACO. The future of drainage. Totaaloplossingen voor efficiënt waterbeheer

[WATER] is de bron van alle leven en van een wereld vol uitersten: droogte vs. overstromingen, waterplezier vs. waterellende, … De klimaatverandering zal de contrasten nog uitvergroten en ze in frequentie doen toenemen. Een efficiënt waterbeheer dringt zich meer en meer op. Wereldwijd leiden de totaaloplossingen van de Duitse ACO Groep water in goede banen.

Ga snel naar de gewenste producten via de 3D tekeningen

www.aco.be

ACO Passavant n.v., Preenakker 8, 1785 Merchtem, Tel. 052 38 17 70, Fax. 052 38 17 71, www.aco.be, info@aco.be

Incafin, uw partner en contractor

Betonbescherming Waterdichting Rioolrenovaties info@incafin.com • www.incafin.com T +32 56 77 59 81 • F +32 56 77 89 19 Iepersestraat 59 • B-8500 Kortrijk

Betonrenovaties Herstelmortels Cementgebonden Coatings


De uitdaging groeit: omgaan met extreme neerslagen en klimaatverandering Hoe het komt, daarover is nog niet iedereen het eens. Maar dรกt het klimaat verandert, staat intussen voor zowat elke wetenschapper als een paal boven water. Samen met de toenemende verharde oppervlakte in ons land leidt dit tot sterk toenemend gevaar op overstromingen van riolen. Hoe we daarmee kunnen omgaan, vertelt Prof. dr. ir. Patrick Willems, afdeling Hydraulica van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is ter zake een internationaal expert. - Door Koen Vandepopuliere -

12

RIORAMA


Adaptief werken Wat staat ons dan te doen? Zorgen dat we op alles zijn voorzien, dus de toekomstige afvoer- en bergingsystemen en waterbeheermaatregelen ontwerpen volgens de meest pessimistische scenario's? Toch niet. Ten eerste zou dat enorm veel tijd en geld kosten. Zo zou het dan bijvoorbeeld nodig kunnen blijken

de bestaande buizen te vervangen door 2 à 3 keer grotere types. Ten tweede is nog onzeker hoe de toekomstige klimaatverandering zich precies zal laten voelen. Zeker in Vlaanderen: dat ligt tussen Noord-Frankrijk, waar de klimaatverandering de evolutie naar verdroging versterkt, en Nederland, waar eerder een toename van het aantal overstromingen wordt verwacht. Patrick Willems: “We zien tendenzen. Maar of het nu gaat om 10, 20, 30,...% meer? Dat weten we niet. Daarom is het best adaptief te werken. Kies voor maatregelen die sowieso goed zijn, maar makkelijk zijn aan te passen naargelang wat de toekomst brengt. Als je bijvoorbeeld bufferbekkens plaatst, hoef je die niet meteen zo groot te maken dat ze soelaas kunnen bieden als het meest pessimistische scenario zich voltrekt. Beter is het een grootte ervoor te kiezen die hoe dan ook goed is, maar tegelijk voldoende ruimte errond vrij te houden - bijvoorbeeld door die te vrijwaren van bebouwing - zodat het plaatsen van een groter bekken vlot gaat als dit nodig zou blijken. Of nog: maak flexibele ontwerpen. Zoals door er bij het plaatsen van een pomp er van meet af aan voor te zorgen dat je vlot, zonder al te veel open te breken, een krachtiger pomp in de plaats kan installeren indien dit later nodig zou blijken.” Juiste prioriteiten Patrick Willems stelt dat de meest kosteneffectieve oplossing erin bestaat het water uit de riolering te houden. Streef pas nadat op dat vlak voldoende maatregelen zijn genomen naar oplossingen langs de rioleringen zelf: het kiezen voor grotere buizen, voorzien

van extra bufferbekkens,... Zodra dat is geregeld, komen voorspellingssystemen en intelligente sturing in het vizier. “In de toekomst zullen we steeds meer combinaties van die maatregelen zien opduiken. Maar zelfs als ze allemaal zijn genomen, is de kans groot dat er meer problemen met wateroverlast zijn dan vandaag. Dan zullen waarschuwingssystemen goede diensten kunnen bewijzen”, klinkt het. Lokale bronmaatregelen De maatregelen met hoogste prioriteit zijn dus deze die het water uit de rioleringen houden. Willems: “Zorg voor open ruimtes in de stad, en maak er gebruik van. Denk bijvoorbeeld aan parken, groene zones, speel- of sportterreinen zoals tennisterreinen en voetbalvelden. Als het hard regent, is er tóch niemand in het park; dan zijn er geen kinderen die buiten spelen of mensen die sporten. Die open ruimtes kan je gebruiken voor waterberging. Pas als die volledig zijn benut, zal het water naar de riolering lopen. Die werkwijze heeft trouwens niet alleen als gevolg dat de wateroverlast langs de riolering vermindert, maar ook dat het water beter in de grond dringt. Dergelijke infiltratie is heel belangrijk, want dat voedt de grondwatertafel en gaat zo verdroging tegen. Ook wordt bij de ruimtelijke planning best gezorgd voor voldoende 'depressies': lokale terreinverlagingen. Zo zou je een park glooiend kunnen aanleggen in plaats van horizontaal en plat: zo ontstaan er lager gelegen zones waar je, opnieuw, water kan stockeren. Overweeg ook een verhoging van de stoepranden of een verdieping van de straat. Dan krijgt die eveneens

Zorg voor lager gelegen zones waar je water kan stockeren.

Verdieping van de straat zorgt ervoor dat die extra bergingscapaciteit krijgt.

(Afbeelding: RIONED)

(Afbeelding: RIONED)

RIORAMA 13

•• REPORTAGE

De klimaatverandering en de toename van de verharde oppervlakte in ons land zullen, reeds de komende decennia, leiden tot een gestage toename van het aantal riooloverstromingen en –overstortingen. Volgens Prof. dr. ir. Patrick Willems kunnen de Vlaamse rioleringen daardoor zelfs, tegen 2100, in het slechtste geval tweemaal zo vaak overlopen, wat overigens ook een negatieve invloed zal hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. Tegelijk brengen de klimaatverandering en de verharding een tweede gevaar met zich mee: verdroging, wat het (eveneens) beter maakt het water niet meteen naar de riolen te laten lopen. Willems: “Neem de laagste rivierdebieten, dus de debieten op de droogste dag van het jaar. Zelfs de meest optimische scenario's voorspellen dat deze 20% zullen dalen. De pessimistische vrezen zelfs 70%. 's Zomers krijgen we dus bijna zeker problemen met de watervoorziening. En dat terwijl Vlaanderen nu al een opvallend lage beschikbaarheid aan zoetwater heeft, door zijn hoge bevolkingsdichtheid en versteningsgraad. Tegelijk neemt door het gedaalde waterdebiet de hoeveelheid zuurstof in het water af, met meer vissterfte als gevolg, en een verdere daling van oppervlaktewaterkwaliteit.”


•• REPORTAGE

extra bergingscapaciteit. In dat geval kan het nodig blijken ook de riolering dieper te leggen, maar dat kan niet altijd; als ze namelijk onder de grondwatertafel ligt, kan 'parasitair water' in de riolen terechtkomen. En ook voldoende groen zal ervoor zorgen dat het water minder snel naar de riolen vloeit. Kortom: waterbeheerders, ruimtelijke planners, groenbeheerders,... hebben allemaal een rol te spelen in dat verhaal. We merken dat er, internationaal, steeds meer wordt gehamerd op het grote belang dat zij meer zouden samenwerken.” Individuele bronmaatregelen Behalve deze lokale, zijn ook individuele maatregelen nodig. Opnieuw werpen ze vaak een dam tegen zowel wateroverlast als tegen verdroging. Willems: “Het is nodig mensen ter plaatse te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Maak hen bewust van zaken als: 'Indien je veel verhardingen, zoals klinkertjes, aanlegt rond je huis, ben je er mee voor verantwoordelijk dat water sneller in de riolen terechtkomt.' Het is overigens reeds met kleine bedragen dat mensen al een wezenlijk verschil kunnen maken. Wie het evenwel in de plaats daarvan enkel overlaat aan de overheid om de zaak op te lossen, zal daarvoor eveneens betalen, maar dan via belastingen. Bovendien vermogen technische oplossingen veel, maar ook zij hebben hun grenzen, zodat concrete bijdragen door de mensen zelf, zelfs zonder meer noodzakelijk kunnen blijken om teveel wateroverlast te vermijden.”

Water lokaal opslaan: markante voorbeelden Intussen zijn er al enkele opvallende voorbeelden van steden die inspanningen leveren om water lokaal op te slaan en zo uit het rioleringsstelsel te houden. In het stadspark van Turnhout, bijvoorbeeld, wordt het water op het dak van de sporthal opgevangen in twee poelen. In Nederland gaan ze nog wat verder. Zo worden in de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn, onder parkeer- en speelterreinen, waterdoorlaatbare verhardingen en ondergrondse bergingsruimtes gebruikt. Overtollig regenwater wordt er gescheiden van het afvalwater afgevoerd, en komt in 'infiltratieriolen' terecht van waaruit het via openingen alsnog in de bodem kan doordringen. En in Rotterdam zijn er zelfs plannen om 'waterpleinen' aan te leggen: bij mooi weer zijn het gewone, maar wel opvallend laaggelegen stadspleinen; bij hevige regenbuien doen ze dienst als tijdelijke wateropslagplaats.

14 RIORAMA

Nog een voorbeeld van individuele maatregelen is de afkoppeling van regenwater. “De overheid, en rioolbeheerders zoals Aquafin, kunnen trachten de bevolking van het nut ervan te overtuigen, door hun 'afkoppelingsdeskundigen' in te zetten. Zij kunnen mensen proberen te overreden het water van het dak van hun garage te laten lopen naar een infiltratievoorziening in hun gazon, via een open sleuf, vijvertje of iets dergelijks; waarbij enkel als die bestemmingen verzadigd zijn het water, via een overloop, in de riolering terechtkomt. Maar er gaan ook meer verplíchtingen voor afkoppeling van regenwater komen: bij nieuwbouw en grondige renovaties, bijvoorbeeld, is het intussen verplicht een regenwaterput te hebben, en dat water te gebruiken voor wasmachines, toiletten,..., ook verplicht is een infiltratievoorziening, zoals een die het water in de ondergrond laat sijpelen.” Dergelijke lokale en individuele maatregelen, benadrukt Willems, “kunnen cumulatief - wanneer op grote schaal uitgevoerd - meest efficiënt wateroverlast en verdroging tegengaan.”

Wateraudit en belastingen Naar analogie met de energieaudit zou een wateraudit moeten worden uitgevoerd, om na te gaan of het watergebruik efficiënt gebeurt. “En in Duitsland heft de regering een belasting op elke vierkante meter verhard oppervlak waarvan het water in de riolering terechtkomt. Ook dat kan helpen om de bevolking te sensibiliseren”, oppert Willems.

Bufferbekkens; intelligente sturing Na de bronmaatregelen komen de oplossingen langs de rioleringen zelf: bij nodige plaatsingen en vervangingen kiezen voor grotere buizen, extra pompen, extra bufferbekkens voorzien,... Een andere oplossing om bestaande rioolstelsels te verbeteren, is intelligente sturing. “Die bestaat uit verschillende componenten: een neerslagvoorspellingssysteem, impactresultaten - waar het water hoog staat en waar laag -, en tenslotte Real Time Control, dus RTC, die een beslissing neemt.” Voorspelling Er bestaan verschillende soorten voorspellingssystemen, legt Patrick Willems uit. “Het kan bijvoorbeeld gaan om een type met radar in

De radar geeft de ruimtelijke spreiding van de neerslag weer, hoe de bui de voorbije uren heeft bewogen, hoe de neerslag verandert in de tijd,...

Gemeentes en buurtcomités Prof. Willems stelt dat “lokale overheden, met name gemeentes, een belangrijkere rol moeten krijgen in de planning van de regenwaterafvoer. Zij kennen de lokale situatie namelijk veel beter, en zijn dan ook efficiënter wat plaatselijke beslissingen betreft. Gelukkig worden intussen stappen in die richting gezet: gemeenten zouden beroep kunnen doen voor het opmaken van hemelwaterplannen op de expertise van VMM. Het is wel nog niet bindend, en de gemeenten krijgen er geen budget voor. Trouwens, ook lokale buurtcomités kunnen een rol spelen: mensen die hun verantwoordelijkheid opnemen in bepaalde wijken en uitleggen aan de mensen wat ze best doen, en waarom.”

Patrick Willems »


combinatie met pluviografen. De pluviografen geven een nauwkeurig beeld van de neerslagintensiteiten, maar enkel op bepaalde plaatsen, en de radar geeft de ruimtelijke spreiding van de neerslag weer. Ook wijst het radarbeeld uit hoe de bui de voorbije uren heeft bewogen: in welke richting, aan welke snelheid, hoe de neerslag verandert in de tijd,... deze neerslagwaarnemingen worden dan door een processor geëxtrapoleerd. Op die manier kan je maximaal 1 à 2 uur vooruitkijken. Verder is niet betrouwbaar. Een tweede mogelijke type is 'numerieke weersvoorspelling': dat is een grofschaliger systeem. Je weet dan niet zo precies waar de regen zal vallen en hoeveel het zal zijn. Samen met het KMI werkt de K.U.Leuven aan een nieuw systeem dat de voordelen van beide typen voorspellingssystemen combineert. En dan is er nog een systeem in ontwikkeling dat voorspelt wat de waterstanden zullen zijn op diverse plaatsen. Zoiets bestaat al voor rivieren, maar nog niet voor riolen; maar we zijn aan de KU Leuven bezig het ook daarvoor realiteit te maken, dit in samenwerking met Aquafin. Op GIS-, dus Geografisch Informatie Systeem- kaartjes duidt dat systeem met kleurcodes aan waar wateroverlast is te verwachten, bijvoorbeeld: veilig is groen, minder veilig oranje, onveilig rood.”

RainGain De Katholieke Universiteit Leuven, afdeling Hydraulica, is een van de partners in het Europese project 'RainGain'. Doel is gedetailleerde informatie te bekomen over hevige onweren, om op basis daarvan vroeg te weten te komen wanneer wateroverlast in steden dreigt. Prof. dr. ir. Patrick Willems: “Tot vandaag worden vooral C-band regenradars gebruikt. In België staan er drie, en binnenkort vier; samen bestrijken ze het hele Belgische grondgebied. De overeenkomstige gridgrootte van zo'n type radar is wel te grofschalig om zeer intense zomeronweders, die vaak heel kleine gebiedjes bestrijken, goed te localiseren. Daarom begonnen wij in 2008 een experiment om de mogelijkheden van een type met ander frequentiedomein na te gaan. Samen met Aquafin hebben we toen een X-band radar op het dak van het Leuvens provinciehuis geplaatst. We stelden toen vast dat het systeem niet optimaal was, maar dat er zeker toekomst in zat. Sedertdien, echter, is een nieuwe generatie X-band radars op de markt gekomen. Dit, samen met onze hoopgevende resultaten, leidde tot het RainGain project.” De nieuwe X-band regenradars halen het vereiste detailniveau voor stedelijk gebied. Ze worden geplaatst in Rotterdam, Parijs en Londen. De radars leveren gedetailleerde informatie over piekneerslagen aan waterbeheerders, op tijd- en ruimteschalen die van groot belang zijn voor een snelle stedelijke waterafvoer. Een ander doel van het project is de ontwikkeling van effectieve maatregelen tegen wateroverlast, zoals waarschuwingssystemen en optimalisatie van bergingscapaciteit. Deze oplossingen worden dan getest met de gedetailleerde neerslagdata en wateroverlastmodellen. Tenslotte worden de deelnemers getraind in het gebruik van regendata en modellen, zodat ze deze na afloop van het project kunnen toepassen in hun praktijk.

RTC RTC maakt gebruik van de voorspellende (tot 1 à 2 uur later) resultaten om te beslissen hoe bijvoorbeeld pompen en kleppen moeten wor-

Als er toch wateroverlast is… Ondanks alle genomen maatregelen, zullen overstromingen mogelijk blijven. Om de gevolgen daarvan te beperken, zijn enkele ingrepen nodig. Prof. Willems geeft enkele voorbeelden. “Neem de dorpels. Als je ze bijvoorbeeld bij nieuwbouw 10, 20 of 30 centimeter hoger maakt dan de straat, verminder je heel sterk het risico op instroming van rioolwater in je woning als er, ondanks de vele genomen maatregelen, toch waterlast optreedt. Of de ondergrondse garages. Water kan er makkelijk binnenstromen. Het is dan ook beter ze te vermijden. Het zijn zaken die niet veel kosten, maar cumulatief een groot effect hebben, en zorgen dat minder schade optreedt. Ook gemeentes en wijken kunnen op dat vlak een belangrijke rol spelen: door te voorzien in verhoogde stoepranden, wegbermen en dergelijke. Zelfs kleine muurtjes van 20, 30 cm hoog, kunnen al veel schade voorkomen.”

RIORAMA 15


•• REPORTAGE den aangestuurd, zodat de volgende uren de wateroverlast maximaal zal worden beperkt. Willems: “Daarmee kan de intelligente sturing anticiperen op de regen die zal komen. Nu is langs het rioleringsstelsel nog op heel veel plaatsen berging beschikbaar, die nog niet optimaal wordt benut. Zo kan het gebeuren dat aan de oostelijke kant van een rioleringsstelsel veel regen valt, en aan de westelijke weinig, zodat daar nog veel berging beschikbaar is. De intelligente sturing zou dan bijvoorbeeld water kunnen pompen van de oostelijke naar de westelijke zijde. Of nog: je plaatst speciale hydraulische constructies zoals schuiven of kleppen die vanop afstand kunnen worden geopend of gesloten, afhankelijk van waar het water best wordt tegengehouden of doorgelaten. Hoe dan ook: dat RTC er komt, daar ben ik zeker van. Zo zijn wij nu reeds bezig, voor VMM, om RTC operationeel te maken langs rivier de Demer. Bij riolen wordt RTC operationeel binnen vijf jaar, schat ik.” Waarschuwing “Als je een voorspellingssysteem hebt, kan je een waarschuwingssysteem opzetten.”, legt Willems uit. “Het kan bijvoorbeeld gaan om een sms, automatisch gestuurd naar onder andere brandweerdiensten, of je kan zelfs de bevolking waarschuwen via de media of een website,... Zoiets bestaat trouwens al voor rivieren. Alleen, voor riolen is het moeilijker betrouwbaar te voorspellen. Zo zijn rivieren trager qua gedrag, en is het effect van de lokale zomeronweders moeilijker te voorspellen. Er zal dus sneller een foute inschatting worden gemaakt. En dat levert dilemma's op... Stel dat er 30% kans is dat een wijk onder water komt te staan, en dus 70% dat dit niet gebeurt. Wat doe je dan? Als je meldt dat er een gevaar is, en mensen merken dat er geen overlast is, zullen ze klagen; en als je het niet meldt en er is toch wateroverlast, zullen ze evenmin tevreden zijn...” Kortom: er staan ons boeiende tijden te wachten…

16 RIORAMA

Natuurlijke schommelingen versus klimaatverandering Belangrijk bij het interpreteren van meetgegevens is dat neerslagextremen van nature, en met enige regelmaat, schommelen over perioden van meerdere decennia. Zo werd in de periode 1990-2000 het effect van de klimaatverandering in grote mate versterkt door de schommelingspiek in deze periode. Op dit ogenblik bevindt de natuurlijke klimaatschommeling zich in haar dalende trend, maar het effect van de klimaatverandering zet zich gewoon door. De grafiek geeft de klimaatschommelingen en trends in extreme neerslag weer te Ukkel:

Minder gemiddeld, meer extremen Het kan, op het eerste zicht, wat verwarrend lijken. Prof. Patrick Willems, K.U. Leuven, meldt dat de meeste klimaatscenario’s wijzen op een geleidelijke dáling van de gemíddelde hoeveelheid zomerneerslag voor Vlaanderen. Er zijn modellen, zegt hij, die voorspellen dat dit tegen 2100 zelfs 70% minder zal zijn. Anders is het in de winter. Dan, blijkt uit de modellen, mogen we net rekenen op een geleidelijke tóename van de neerslaghoeveelheid, tot er, in 2100, zo'n 60% meer kan zijn dan vandaag. Maar hoewel in de zomer de totale hoeveelheid neerslag daalt, voorspellen de meeste klimaatmodellen ook een toename in aantal én omvang van de hevige zomeronweren, met een toename van het aantal overstromingen van riolen als gevolg. Ook 's winters nemen de neerslagextremen toe, maar dan minder uitgesproken. Bovendien is het mogelijk dat in de winter de intensere regenval wordt gecompenseerd door de toegenomen verdamping. Wat betreft het omgaan met neerslag, is trouwens niet alleen de klimaatverandering een evolutie waarmee we rekening moeten houden. Zo neemt de verharde oppervlakte in ons land alsmaar toe. Volgens het jongste rapport 'Milieuverkenning 2030' van VMM, de Vlaamse MilieuMaatschappij, nam die in Vlaanderen tussen 1990 en 2000 toe met 24%. Tegen 2030 zou daar nog eens 17% bijkomen. Gevolg is uiteraard dat water nog meer en nog sneller in riolen (en rivieren) terechtkomt.


s ti bo ero ati nov t-re terje De Wa

a kr

ch tig

HET GAAT HEM OM EFFICIËNTIE De SE en SL reeksen bieden de hoogste efficiëntie tot nu toe voor een afvalwaterpomp • De hoogste efficiëntie van de stekker tot het water : Het beste rendement, lagere gebruikskosten en gebruiksvriendelijkheid ten top • De beste hydraulische efficiëntie: Geen compromis ten nadele van vrije doorlaat, resulterend in betere verwerking van vaste delen en betere anti-blokkering prestaties

en

ex ac t. V erw ijde ct. rt ál inta le obs takels en laat het riool

Een beter riool begint bij VDV cleaning VDV cleaning maakt riolen weer als nieuw met de Waterjetrenovatierobot. Deze troubleshooter ‘schiet’ álle afzetting en obstakels weg die hij tegenkomt. Dus ook cementbrokken en boomwortels. De Waterjet pakt met een ultrakrachtige waterstraal alléén de probleemplekken aan. Dat maakt ‘m rioolvriendelijker dan wélke techniek dan

• Continuë werking: Een ongeziene betrouwbaarheid door de hoge motor- en mechanische efficiëntie waarbij alle aspecten van de pompwerking intelligent worden aangestuurd

ook. Het verrassend lage brandstof- én waterverbruik maken ‘m bovendien vriendelijk voor het milieu. Kortom, een beter riool begint bij VDV cleaning. Meer weten over de Waterjet of andere renovatiemogelijkheden? Bezoek onze website en bel snel voor een vrijblijvende afspraak.

Meer info op: www.grundfos.com/no-compromise

innovatief ondergronds Waaslandlaan 8 A5, 9160 Lokeren • tel. 09 367 83 80 • fax 09 367 83 79 www.vdvcleaning.be • info@vdvcleaning.be


•• PROJECT

Partnerships verruimen mogelijkheden Rietland Rietland is volop bezig met innovaties via samenwerkingsverbanden. De onderneming van zaakvoerder Dion van Oirschot, gespecialiseerd in biologische waterzuivering via rietvelden, slaat op diverse fronten de handen in elkaar met nationale en internationale bedrijven in deze nichemarkt, die de komende jaren stevig kan doorgroeien. Rietvelden zijn populair vanwege de eenvoud en de grote onderhoudsvriendelijkheid van het systeem.

Dion van Oirschot is volop in bespreking met de mensen van Innova Manure voor de oprichting van een nieuw bedrijf, dat zich helemaal zal concentreren op afvalwaterzuivering in de agrarische sector. "Voor de commercialisering van dit systeem, richten we binnenkort Rietland Agro op. Hierin zullen we de krachten van Innova Manure en Rietland bundelen. Innova Manure realiseerde al een paar keer een proof-of-concept, terwijl Rietland het systeem verder kan optimaliseren tot een efficiënte en betaalbare oplossing." "In dit partnership staan innovatie, projectrealisatie en internationalisering centraal," stipt Dion van Oirschot aan. "Hiervoor lopen al een tijdje onderhandelingen met Erik Meers en Ivan Tolpe van Innova Manure. Het is de bedoeling om via rietvelden onder meer mest, digestaat van vergistingsinstallaties, spoelwater van melkhuisjes en erfwater te gaan behandelen. Erfwater bevat diverse diffuse afvalwaterstromen."

18 RIORAMA

Mestoverschotten Door het enorme aantal varkens in ons land (België telt meer varkens dan mensen, nvdr), hebben we sowieso een netto mestoverschot. Behoorlijk wat varkenshouders hebben daarom van de nood een deugd gemaakt en zijn ook met mestverwerking gestart. "Door de mest te centrifugeren, worden de vaste en de vloeibare fractie van elkaar gescheiden. Het vaste deel kan worden geëxporteerd naar landen met een mesttekort, de vloeibare fractie wordt doorgaans biologisch behandeld. Mede dankzij de expertise van Innova Manure slagen we erin het stikstofgehalte drastisch te verlagen, zodat de behandelde mest probleemloos voldoet aan de strenge Europese stikstofnormen en een deel ervan op het land kan worden uitgestrooid. In de winter is dat natuurlijk een stuk moeilijker. Net dan kunnen rietvelden van enorme betekenis zijn door de vloeibare mest te behandelen tot loosbaar water." Project in Wortel In samenwerking met Innova Manure, is Rietland momenteel bezig met de realisatie van een project in Wortel (bij Hoogstraten), op een oppervlakte van 1,2 hectare. Hier wordt de vloeibare fractie van varkensmest tot een loosbaar effluent verwerkt. "Het systeem is grotendeels ontworpen door Innova Manure en als extra trap hebben we daar nu een belucht rietveld aan toegevoegd. De bouw is eind 2012 gestart, het project wordt binnenkort afgerond en de installatie in

gebruik genomen. Op dat moment start de monitoringsfase. We verwachten de komende jaren het systeem - via een combinatie van de ervaring van Innova Manure met mestverwerking en de expertise op het vlak van rietvelden van Rietland - nog verder te kunnen optimaliseren." Diffuse lozingen Een volledig nieuw concept in België vormen de zogenaamde 'integrated constructed wetlands' (ICW's). Bedenker is de Ier Rory Harington. ICW's zijn rietvelden die landelijk worden geïntegreerd en daar niet alleen een waterzuiveringsfunctie hebben, maar tegelijk ook een grote natuurlijke waarde etaleren. "Het is de bedoeling dit systeem ook met Rietland Agro te gaan toepassen, want het concept past uitstekend binnen ons bedrijfsprofiel. Voor de uitvoering zullen we een samenwerkingsverband aangaan met Pro Natura, een invoegbedrijf uit de sociale economie dat zich toelegt op natuurbeheer en -onderhoud en de inrichting van natuurlijke landschappen." De 'integrated constructed wetlands' betekenen voor Rietland Agro een belangrijke nieuwe markt. "Eerst zullen we nog een aantal proefprojecten uitvoeren, zodat we onze ervaring in deze materie nog kunnen verbreden. Nadien kunnen we de oplossing commercieel gaan exploiteren. Hopelijk zal ook het Vlaamse Gewest de hoge toegevoegde waarde van dit systeem inzien, zodat bedrijven die erin investeren eventueel ook op subsidies zullen kunnen rekenen."


Wat is Rietland? Dion van Oirschot richtte Rietland in 1994 op, nadat hij bij de Nederlandse milieustichting 'De Twaalf Ambachten' kennis had gemaakt met de technologie. Het bedrijf maakte eerst naam en faam in Nederland, door een volwaardig alternatief te bieden voor de afgelegen woningen die niet op de riolering waren aangesloten en in de agrarische sector voor het spoelwater van melkhuisjes. In 1998 verhuisde het bedrijf naar België. Met name het verticaal doorstroomde percolatierietveld werd door RietLand verder ontwikkeld tot een robuust, compact en efficiënt systeem voor afvalwaterzuivering. In 2009 kende deze ontwikkeling een mijlpaal in het verkrijgen van het BENOR-keurmerk. Hiermee was Rietland de eerste Europese firma met een CE-geattesteerd rietveld conform de Europese norm EN 12566/3. Ook werkte Rietland intensief mee aan een aantal educatieve projecten, onder meer bij scholen in Mechelen, Westmalle en Oudenbosch en in provinciedomein Huizingen. Vanuit het bedrijfsleven is de belangstelling voor zuivering van hun afvalwater met plantensystemen nog altijd groeiende. Opdrachtgevers waren onder meer Fluxys, Sibelco, Bebat, Havenbedrijf Antwerpen, Warsco Units en de Badboot in Antwerpen.

Global Wetland Technology Rietland is ook mede-oprichter van Global Wetland Technology, een internationale associatie van rietveldspecialisten uit onder meer de Verenigde Staten, Brazilië, Denemarken, Frankrijk, Italië, Engeland, Duitsland en Oostenrijk. Bedoeling is de uitgebreide expertise van de diverse partners te bundelen en toe te passen op internationale projecten. "Tot nu toe waren de verschillende bedrijven vooral op nationaal vlak actief," vervolgt Dion van Oirschot. "Orbicon, de partner uit Denemarken, heeft op zijn thuismarkt al een fors marktaandeel verworven. Onlangs brachten we een bedrijfsbezoek aan deze specialist op het gebied van slibontwatering met rietvelden.

Nu al wordt in Denemarken ongeveer 30 procent van al het zuiveringsslib van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) in hun rietvelden behandeld. De Vlaamse markt biedt op dat vlak ook heel wat potentieel. In vergelijking met Nederland zijn investeringen in rioleringen hier iets trager op gang gekomen, maar men is wel vrij snel gestart met een gescheiden rioleringsstelsel. Vlaanderen telt daardoor heel wat relatief kleinschalige installaties van enkele duizenden inwonerequivalenten, die mooie perspectieven bieden voor slibontwatering via rietvelden." Bovendien mag worden verwacht dat de komende jaren ook heel wat grotere projecten zullen worden uitbesteed vanuit Europa en de

Wereldbank. "De verschillende leden van Global Wetland Technology kunnen dan, in functie van hun specifieke expertise, joint-ventures gaan oprichten. Waar onze expertise eerder in de afwatering van agrarische stromen ligt, is het Amerikaanse Naturally Wallace vooral bekend om zijn techniek met beluchte rietvelden, terwijl de Franse partner een systeem zonder voorzuivering heeft bedacht, waardoor het legen van septische putten voltooid verleden tijd wordt. De Braziliaanse partner legt zich dan weer toe op de combinatie van anaerobe vergisters met rietvelden en heeft veel ervaring met toepassingen in een warm klimaat."

• www.rietland.com

RIORAMA 19


•• PROJECT

QM Environmental zorgt voor biologische geurcontrole in rioleringen Bij te hoge gehalten H2S (>800 ppm) is het gas dodelijk en omdat het vanaf een gehalte boven 100 à 150 ppm de geurreceptoren in de menselijke neus blokkeert, is het niet meer waarneembaar, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan voor medewerkers van rioleringsbedrijven. Technologieën Traditionele methoden om H2S te bestrijden zijn onder te verdelen in end off pipe-oplossingen (zoals filtersystemen die de rioollucht filteren) en vloeistoffasetechnologieën. Die doseren chemicaliën, zoals ijzerzouten of nitraten, om sulfiden respectievelijk in de vloeistoffase te binden of de vorming ervan te voorkomen door de ontwikkeling van sulfaatreducerende bacteriën (SRB’s) te onderdrukken, met behulp van nitraat. Filtratietechnieken doen weinig aan het H2Sgas in de rioolbuis zelf. Deze technieken voorkomen enkel dat het rioolgas voor stankoverlast in de omgeving van pompputten zorgt door het rioolgas te filteren, voordat het naar de atmosfeer ontsnapt. Vloeistoffasetechnologieën, zoals de dosering van ijzerzouten, binden het sulfide, waardoor H2S niet gevormd kan worden. Nadeel van deze ijzerzouten is de vorming van slib in het systeem en de grote hoeveelheden ijzerzout die nodig zijn om voldoende binding van de sulfiden te realiseren, zodat de vorming van H2S-gas voorkomen kan worden. Nitraatverbindingen Dosering van nitraatverbindingen is tegenwoordig wellicht de meest toegepaste methode om H2S-vorming in het riool onder controle te houden. Nitraat (NO3-) fungeert als elektronenacceptor voor denitrificerende bacteriën in het rioolwater, zodat deze organisch materiaal kunnen oxideren. Zolang denitrificerende bacteriën actief zijn, krijgen de SRB’s geen kans zich te ontwikkelen in het riool, waardoor

20 RIORAMA

vorming van sulfiden en uiteindelijk H2S voorkomen wordt. Net als met de dosering van ijzerzouten is een vrij grote hoeveelheid nitraat nodig om voldoende resultaat te verkrijgen. Zodra het nitraat verbruikt is door de denitrificerende bacteriën en er geen nieuwe aanvoer is, krijgen de SRB’s de kans zich te ontwikkelen en worden er sulfiden gevormd. Andere vloeistoffasetechnologieën maken gebruik van waterstofperoxide om de SRB’s te onderdrukken. Deze chemicaliën vereisen relatief grote voorraadcontainers op de doseerlocaties. Vetverwijdering Vetverwijdering in rioleringen draagt bij aan een verlaging van de H2S-gasproductie in rioleringen, omdat het vet het rioolwater niet langer van de rioolatmosfeer afsluit, zodat zuurstof in het rioolwater kan diffunderen. Helaas is dit niet voldoende om het H2S en geurprobleem volledig onder controle krijgen. Eenvoudig biologisch afbreekbaar organisch materiaal is ruimschoots aanwezig in het rioolwater en sulfaatreducerende bacteriën zullen dit oxideren met behulp van sulfaat. Dit zorgt voor de productie van sulfiden en uiteindelijk H2S. Daarnaast zorgen vluchtige vetzuren voor geur vanuit rioleringen. Om dit probleem op een biologische en duurzame wijze op te lossen, is gewerkt aan een vloeibare microbiële formule. Die maakt enerzijds gebruik van bacteriën die vluchtige vet-

Rioolgas is een mengsel van vluchtige vetzuren, mercaptanen en waterstofsulfide (H2S). Met name dit laatste vormt een groot probleem in rioolstelsels. H2Sgas is niet alleen hinderlijk door de rotteeierenlucht die het produceert, maar ook corrosief. Beton en metalen onderdelen in rioleringsnetwerken worden aangetast door H2S-gas. Overmatige H2S-vorming kan de levensduur van beton, metaal en elektrische circuits in controlekasten van pompstations serieus verkorten.

zuren afbreken. Anderzijds rekent die formule op foto-autotrofe en chemo-autotrofe bacteriën die gebruikmaken van anorganische vormen van koolstof (zoals CO2) om sulfiden te reduceren tot onoplosbaar elementair zwavel. Deze bacteriën koloniseren het rioolnetwerk en gaan onderdeel uitmaken van de microbiologische populatie in pompputten en rioolbuizen. Het gevormde elementair zwavel hoopt zich op in de bacteriecel of slaat neer in de rioolbuis en wordt afgevoerd met het rioolwater. Hierdoor kunnen de sulfiden niet reageren tot H2S en wordt corrosie en geur voorkomen. Engels proefproject Dit product, met de naam MicroCat-ANL, is een aantal jaren geleden ontwikkeld en is al bij diverse industriële bedrijven en rioolwaterzuiveringen met geurproblemen ingezet om H2S te voorkomen. Dit jaar heeft een proefproject in Engeland in de omgeving van Southampton aangetoond dat met deze microbiële formule H2S-vorming ook in een rioolstelsel goed onder controle te houden is. Het stelsel (bestaande uit 2 pompputten gevolgd door 2 rioolbuizen van respectievelijk 3,2 km en 4 km lang en 1 ontvangstput) was het laatste deel van het netwerk voor de rioolwaterzuivering en had vaak te kampen met hoge H2S-gehalten in de ontvangstput. De afgelopen jaren werd het probleem onder controle gehouden met chemicaliën op basis van nitraat. Hoewel dit goe-

Reactiepaden van zwavel in riolering


de resultaten gaf, bleek het in de praktijk een dure oplossing. Aangezien er veel chemisch product gedoseerd moest worden, stonden op de 2 doseerlocaties grote voorraadcontainers die een hoop ruimte in beslag namen. In de twee eerste pompputten werd de microbiële vloeistof via een programmeerbare slangenpomp gedoseerd. In de ontvangstput werd een H2S-logger geplaatst om de vorming van H2S gedurende de proef te kunnen volgen. Opstartdosis Bij de start van het proefproject werd tien dagen een opstartdosis gedoseerd, om ervoor te zorgen dat de bacteriën het systeem konden koloniseren. Daarna werd overgeschakeld op een lagere onderhoudsdosering. De proef werd gestart op 16 april en beëindigd op 20 oktober 2012. Gedurende deze periode is er in totaal 382 liter MicroCat-ANL gedoseerd. Tijdens de proefperiode is het gemiddelde H2Sgehalte per uur in de ontvangstput niet boven

de 20 ppm gestegen en zelfs onder de 10 ppm gebleven tijdens een groot deel van de proef. Op basis van historische meetgegevens zonder H2S-controle, zouden H2S-gehalten gestegen zijn tot boven de 80 ppm met pieken boven de 120 ppm in de zomermaanden. Tijdens de proef is de dosering een week lang gestaakt om te kunnen zien of de H2S-vorming direct zou terugkeren. Het bleek dat, ondanks de gestaakte dosering, het H2S-gehalte niet direct omhoog ging, maar zeer geleidelijk steeg. Dit duidt op een na-ijleffect in het systeem, waardoor eventuele doseerinterrupties geen direct negatief gevolg hebben. Op jaarbasis zouden de kosten van het MicroCat-ANL-gebruik circa € 12.500 lager uitvallen dan het gebruik van chemische producten op basis van nitraat. Op basis van deze gegevens blijkt dat biologische H2S-geurcontrole ook een betaalbaar alternatief is voor traditionele methoden om riolen te vrijwaren van corrosie en geur.

Ontwikkeling in de ontvangstput van de proeflocatie gedurende de proefperiode.

Conclusie Biologische H2S-geurcontrole in rioolnetwerken heeft zich bewezen als een betaalbaar en duurzaam alternatief voor traditionele geurcontroletechnieken. Het is toepasbaar in rioleringsnetwerken, maar ook in afvalwaterzuiveringsinstallaties met geurproblemen. QM Environmental Services brengt in Nederland en andere Europese landen verschillende oplossingen op de markt voor biologisch rioolonderhoud en geurcontrole. MicroCat-BioPOP is de naam van de producten voor biologische rioolreiniging. Met MicroCat-ANL biedt het bedrijf een performante oplossing voor biologische H2S-geurcontrole. De directeur, Robert Wagenveld, heeft een ruime ervaring op het gebied van biologische oplossingen in rioleringsnetwerken. Met dank aan ing. R. Wagenveld.

• www.qmes.nl

Kleine doseeropstelling op proeflocatie

Waarom is waterstofsulfide in rioleringen schadelijk? Het ontstaan van corrosie van rioolstelsels en hinderlijke geuren is een complex microbiologisch proces waarin een breed scala aan microorganismen, die van nature aanwezig zijn in het riool, deelnemen. De vorming van waterstofsulfide (H2S) in rioleringen is een microbieel proces dat begint met sulfaatreducerende bacteriën (SRB’s) die sulfaat (SO42-) als elektronenacceptor gebruiken om organisch materiaal te oxideren. Sulfaat is een veelvoorkomende verbinding in afvalwater van zowel huishoudelijke als industriële oorsprong. Veel organische verbindingen bevatten sulfaat en dit komt vrij wanneer deze verbindingen biologisch worden afgebroken. In rioolwater is dus geen tekort aan sulfaat. Onder bepaalde omstandigheden, wanneer moleculair en in nitraat gebonden zuurstof niet meer aanwezig is in het rioolwater, kunnen zich SRB’s ontwikkelen. De SRB’s maken gebruik van het sulfaation als elektronenacceptor om energie te winnen uit organisch materiaal. Met andere woorden: ze ademen sulfaat in plaats van zuurstof. Aangezien moleculair zuurstof en nitraat in rioolwater snel door aerobe en denitrificerende bacteriën worden geconsumeerd, ontstaan er anoxische zones in het riool waarin SRB’s zich kunnen ontwikkelen. Het gebruik van het sulfaat door de SRB’s resulteert in de vorming van sulfiden (S-, S2-). Er ontstaat een pH-afhankelijk evenwicht tussen deze sulfiden (HS-, S2-) en H2S. De sulfiden reageren met waterstofionen onder zuurstofloze en zure omstandigheden tot H2S. Zure omstandigheden zijn vaak aanwezig in rioolwater als gevolg van de microbiologische fermentatieprocessen die organische zuren vormen. Het gevormde H2S heeft een geringe oplosbaarheid in water en ontsnapt als gas naar de rioolatmosfeer in de rioolbuis of pompput. Wanneer het H2S-gas in de rioolatmosfeer oplost in bijvoorbeeld een vochtlaag of biofilm aan de bovenzijde van de buis of pompput, wordt het opgeloste H2S onder aerobe omstandigheden door bepaalde bacteriën geoxideerd tot zwavelzuur. Dit zwavelzuur zorgt voor corrosie van beton en metaal. In het geval van vetlagen die de buiswand afsluiten van de rioolatmosfeer ontstaat er aantasting van het beton, omdat H2S niet kan ontsnappen naar de rioolatmosfeer en in het beton dringt. H2S-gas is niet alleen corrosief, maar ook gevaarlijk voor de mens. Bij zeer lage concentraties is het gas al goed waarneembaar als rotteeierenlucht en schadelijk voor de gezondheid. Boven de 100 ppm blokkeert het de reukreceptoren in de neus, waardoor het gas niet meer waarneembaar is en vanaf 800 ppm is het gas dodelijk bij inademing.

RIORAMA 21


•• REPORTAGE

Duurzame DWA-inspectieputten in thiocrete

DWA-inspectieputten Het voorkomen van wateroverlast in onze straten en efficiënter zuiveren van afvalwater hebben ervoor gezorgd dat we de laatste jaren zijn overgeschakeld van een gemengd rioleringsstelsel naar een gescheiden stelsel. Het niet afgekoppelde regenwater wordt via de RWA1-leidingen zo veel mogelijk gebufferd om daarna te infiltreren in de ondergrond. De komende jaren zal het afvalwater in onze DWA2-leidingen agressiever worden. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend: • afkoppelingsbeleid (regenwater mag niet meer geloosd worden) • toename gescheiden stelsels • waterbesparende maatregelen (vb. spoeling WC, wasmachine, vaatwasmachine…) • vervanging van fosfaten in onze poetsproducten door sulfaten (= zuurder milieu) • hogere temperaturen (vaatwasmachine, wasmachine, persoonlijke hygiëne…) De link naar chemische bestendigheid en BZA3 is dan ook vlug gelegd. Vermits cementgebonden DWA-leidingen, ondanks het gebruik van cement met hoge bestandheid tegen sulfaten, niet bestand zijn tegen een pH < 4 worden hiervoor meestal gresbuizen gebruikt. Echter tot op vandaag was er geen degelijke oplossing voor de DWA-inspectieputten. Thiocrete Thiocrete4 is vergelijkbaar met cementbeton omdat beide bestaan uit granulaten, zand, vulstoffen en hulpstoffen. Het cement en water worden vervangen door zwavel. Het grote verschil is echter dat beton uithardt gedurende een langere tijd waarbij warmte wordt ontwikkeld. Bij thiocrete wordt de elementaire zwavel gesmolten, en gemengd met de overige bestanddelen en bij +/- 130°C in een mal

22 RIORAMA

gegoten. De uitharding gebeurt tijdens de afkoelingsperiode. De uiteindelijke sterkte wordt al bekomen na enkele uren. Omdat er geen water aan te pas komt, heeft het eindproduct in tegenstelling tot beton geen permeabele structuur. Dit in combinatie met de wetenschap dat vloeibare zwavel geen fractiegrootte heeft, maakt dat thiocrete vloeistofdicht is. Zwavel is uitermate zuurbestendig in tegenstelling tot kalk of cement. Bij toepassing in riolering kunnen bijgevolg de buizen en putten niet aangetast worden door de zure omgeving. Als je thiocrete terug smelt en in een mal giet, behoudt het volledig zijn eigenschappen. Hierdoor is het dus in tegenstelling tot andere materialen (beton, gres, kunststof…) 100% recycleerbaar voor dezelfde toepassing.

Elementair zwavel als bindmiddel Thiocrete4 is geen nieuw materiaal. Het gebruik van gesmolten zwavel als bindmiddel werd al in de 17e eeuw toegepast. Destijds werd het gebruikt om stalen onderdelen te verankeren in steen. Kade-ringen werden gebruikt om schepen aan te meren. Deze methode wordt nog steeds toegepast in Centraal- en Zuid-Amerika. Er zijn zelfs bewijzen uit archeologische sites en de klassieke literatuur van veel eerdere kennis en gebruik van zwavel als bindmiddel.In 1859 beschrijft Wright cementachtige eigenschappen van zwavel in een USpatent. Duecker toonde in 1934 aan dat de zwavelbeton, gevoelig was aan volumeschommelingen, wisselende temperaturen (vorst/ dooi) en waterimmersie. Deze onstabiele toestand wordt veroorzaakt doordat zwavel, na het stollen op 119°C van vloeibare naar vaste vorm, bij 95.3°C een transformatie ondergaat van een monokliene naar een orthorombische cristalstructuur5. Dit leidt tot een hogere dichtheid en daarmee gepaard gaande volumever-

mindering die vervolgens interne spanningen kunnen opbouwen in de zwavel. Door het gebruik van hulpstoffen werd vanaf de jaren 80 zwavelbeton succesvol toegepast in USA en Canada (http://www.starcrete.com/). In Polen wordt zwavelbeton op kleine schaal geproduceerd in de vorm van contragewichten voor de spoorwegen. In Japan is Fuji concrete producent van rioleringsbuizen en putten. http://www.recosul.jp/index.html. Omdat tot op vandaag de gebruikte hulpstoffen vrij duur zijn, bleef het gebruik van zwavelbeton vrij beperkt. De Bonte thiocrete In samenwerking met Shell, begin 2010, startte De Bonte zijn onderzoek naar de toepassing van thiocrete in de rioleringsbouw. De gebruikte hulpstoffen zijn ontwikkeld voor de rubberindustrie en hebben ondertussen hun degelijkheid bewezen. Rubber wordt immers gevulkaniseerd met behulp van zwavel. Om de duurzaamheid van autobanden te bevorderen wordt kwartsmeel toegevoegd. Deze siliciumdeeltjes worden chemisch gebonden met de zwavel en net hiervoor zijn die hulpstoffen nodig. Door toevoeging van modifier aan het mengsel, worden de kroonvormige S8 moleculen na stolling in een orthorhombische kristalstructuur gehouden en wordt de waterstabiliteit


merkelijk verbeterd. Vooral door toevoeging van een filler, zoals vliegas of kwartsmeel, wordt een deel van de krimpspanning opgenomen. Door de kristalgroei te vertragen is er meer tijd vrij voor de ontwikkeling van kernpunten (nucleation points), het startsein voor de vorming van kristallen. Een hoger aantal kernpunten leidt eveneens tot een structuur met kleinere kristallen, omdat deze kristallen, als ze willen groeien, meer obstakels tegenkomen die hen verhinderen om zich te ontwikkelen tot de grote typische lange naalden zoals bij pure zwavel. Bovendien wordt op deze manier een hogere graad van ordening bereikt. Dit feit samen met de kleinere kristalgrootte en de waterstabiliteit zorgt voor een compacte en dichte structuur met een betere bestandheid tegen mechanische en thermische invloeden. Een homogeen mengsel met aandacht voor een evenwichtige korrelopbouw is hierbij een must. Thiocrete inspectieputten Op 26 maart 2013 werd op de VlaRio-dag de monoliet zuurbestendige inspectieput voorgesteld. De problemen in verband met biogene zwavelzuuraantasting in onze rioleringsstelsels behoren vanaf nu tot het verleden. Het technisch voorschrift, die de basis zal vormen voor latere “Benor”-certificatie, zal eerstdaags door de rioolbeheerders en andere stakeholders goedgekeurd worden. De mechanische eigenschappen van deze inspectieput, zoals sterkte en slijtweerstand, zijn vergelijkbaar met die van onze betonnen tegenhanger. Daarenboven zijn de aansluitmoffen compatibel met alle in België verkrijgbare gresbuizen. - Guy Doumen (Beton De Bonte)

Allotropen en polymorfen van zwavel Zwavelmoleculen kunnen in verschillende verschijningsvormen (allotropen) met verschillende kristalstructuren (polymorfen) bestaan. De α (alfa) S8 kristalstructuur vormt orthorhombische kristallen. Het is de meest voorkomende en de meest stabiele structuur bij temperaturen onder 95,3 °C. De dichtheid van deze kristallen is 2,07 g/cm3. De kleur in pure vorm is groengeel. Het is onoplosbaar in water en is een goede elektrische isolator met een slecht thermisch geleidingsvermogen. De β (beta) S8 kristalstructuur vormt monokliene kristallen. Het is de meest stabiele structuur bij temperaturen boven 95,3 °C tot het ideaal smeltpunt dat ongeveer ligt bij 119,7 °. De dichtheid van deze kristallen is 1,96 g/cm3. De kleur in pure vorm is oranjegeel.

Voetnoot RWA: regenwaterafvoer DWA: droogweerafvoer 3 BZA: biogene zwavelzuuraantasting 4 Thiocrete: voorvoegsel “thio” komt van het Griekse “theion” wat zwavel betekent. 5 Meer uitleg vind je onder “Allotropen en polymorfen van zwavel." 1 2

• www.debonte.com RIORAMA 23


•• PROJECT

Jan De Nul werkt samen met VigotecAkatherm voor intertijdengebied Hedwige-Prosperpolder De inwoners van het integrale Zeescheldebekken beter beschermen: dat is de doelstelling van het door Vlaanderen opgestelde Sigmaplan. Om de rivieren opnieuw meer ruimte te geven en geleidelijk aan een robuust en natuurlijk systeem uit te bouwen, wordt daarom fors geïnvesteerd in de verhoging en de versteviging van de dijken en het creëren van overstromingsgebieden. In dat kader past ook het HedwigeProsperproject, waarvoor aannemer Jan De Nul beroep deed op VigotecAkatherm, voor de levering en het elektrolassen van drie persleidingen in diameter 500 mm. De Schelde en haar bijrijvieren creëren al jarenlang een dynamisch stromenland, dat naast een economische functie ook een prachtig natuurkader en een dankbare bron van ontspanning biedt. Om deze stroom toegankelijk, veilig en natuurlijk te houden, werd het Hedwige-Prosperproject uitgedokterd, een grensoverschrijdend project waarvoor Vlaanderen en Nederland de handen in elkaar slaan. Door dit project worden de Hertogin Hedwigepolder en het noordelijk deel van de Hertog Prosperpolder getransformeerd naar een getijdennatuurgebied, waar het water dus twee-

24 RIORAMA

maal daags zal binnenstromen en weer wegvloeien. Daardoor zal dit gebied straks een nieuwe thuis vormen voor schaars geworden fauna en flora. Sigmaplan Het Sigmaplan dateert van 1977 en werd door de Vlaamse overheid opgesteld om nieuwe overstromingen, zoals die in 1953 en 1976 waren gebeurd, te voorkomen. Drie decennia later krijgt het plan een duurzame en integrale update, met veel aandacht voor economie, recreatie, natuur en veiligheid. De update brengt onder meer ook de klimaatsverandering en de stijging van het waterpeil in rekening. Met de actualisering van het plan bereidt het Vlaamse gewest zich voor op stormen die met de jaren heviger kunnen worden, wat kan leiden tot grotere watermassa's en een hoger overstromingsgevaar. Het Sigmaplan geldt als een revolutionair en ambitieus project, dat het gevolg is van intense studies. Door de dijken te verhogen en te verstevigen en tegelijk gecontroleerde overstromingsgebieden aan te leggen, zal men in staat zijn om de inwoners van het Zeescheldebekken beter tegen overstromingen te beschermen. Het Sigmaplan wordt ook in andere streken

uitgevoerd. Ook aan de rechteroever van de Schelde in Dendermonde, de zogenaamde Vlassenbroekse polder, komt een gecontroleerd overstromingsgebied. Ook daar werkt Jan De Nul samen met VigotecAkatherm voor de polyethyleenbuizen met grote diameter. De aanpassingen aan de Hedwige-Prosperpolder dienen tot een soortgelijk effect van gecontroleerde overstroming. Het gaat om een gebied van 465 hectare, waarvan 170 gelegen op de Vlaamse poldergrond. Bedoeling is de rivier al dicht bij de monding meer ruimte te geven en op die manier de kracht van een vloedgolf te beperken. Zo krijgt het water de kans een groter stroomgebied te overspoelen en van een heus buffergebied bij storm- en springtij te genieten. Eenmaal de werken zullen zijn afgerond, zullen de schorren van de Wase Linkerscheldeoever (het schor Ouden Doel en het Paardenschor) bij het Verdronken Land van Saeftinghe aansluiten, waardoor een zich over 4000 hectare uitstrekkend natuurgebied van internationaal belang wordt gevormd.

Nieuwe ringdijk Een nagelnieuwe ringdijk rond het toekomstige intergetijdengebied vormt de grootste constructie van het Hedwige-Prosperproject.


Deze dijk van liefst 4700 meter lang en 9 meter hoog moet in de toekomst de dorpskernen tegen het wassende water beschermen. Naast die ringdijk komt een brede gracht, waarop verschillende grachten uitmonden die het overtollig regenwater van het achterland naar ginds transporteren en zo dus het water opvangen. Bij hevige regenval zal de ringgracht hulp krijgen van een pompstation om het water naar de Schelde af te voeren. Dit pompstation, dat ook een interessant uitkijkpunt zal vormen, wordt gebouwd op de grens van het projectgebied en de Hertog Prosperstraat. Op het moment dat de waterstand in de aangrenzende polder een bepaalde hoogte bereikt, zal de constructie het overtollige water naar het natuurgetijdengebied pompen. Bij de constructie van het pompstation werd ook aan het comfort van de vissen gedacht: zij zullen ongehinderd naar de zoete waters van het achterland kunnen zwemmen. Aanleg persleidingen onder de polder Bij de constructie van het pompstation, riep aannemer Jan De Nul de hulp in van VigotecAkatherm. De kunststofexpert leverde alle (buis)materialen, maar stond ook in voor de uitvoering door het elektrolassen van de pers-

leiding. Het werken met polyethyleen in diameters vanaf d315 heeft specifieke voordelen, maar vraagt ook een hele specifieke aanpak. "Voor dit project hebben we onder meer muurdoorvoeren geleverd," verduidelijkt Kim Van Huynegem van VigotecAkatherm. "Deze producten zorgen ervoor dat de opening tussen de wand van het pompstation en de buis perfect hermetisch wordt afgedicht. Onze muurdoorvoeringen hebben hun degelijkheid al bewezen bij de meest uiteenlopende toepassingen, onder meer bij tal van RWZIâ&#x20AC;&#x2122;s in opdracht van Aquafin. Daarnaast hebben we ook voor balgcompensatoren gezorgd, die het thermisch uitzetten en krimpen van polyethyleen compenseren en vibraties opvangen die afkomstig kunnen zijn van de werking van de pompen. Op die manier helpen ze schokken door het hele leidingsysteem te vermijden." VigotecAkatherm was ook verantwoordelijk voor de levering van elektromoffen. "Ons elektrolasgamma gaat nu al tot diameter 1200 mm, dus het leveren van diameter 500 mm was nog niet zo uitzonderlijk. Dankzij de grote insteekdiepte, die typisch is voor het werken met FRIALEN safety fittings, ging het lassen heel vlot. Hoewel de buizen al enkele maanden ervoor werden geleverd, kon er eind maart ook

meteen worden geschraapt en gelast. De specialist uit Puurs leverde ook de BENORgekeurde segmentbochten voor de leidingen. "Deze bochten waren absoluut noodzakelijk, gezien de twee pompstations uit het project niet in een rechte lijn met elkaar zijn verbonden en ook niet op dezelfde hoogte liggen. Door de barre weeromstandigheden werd ervoor gekozen de zogenaamde 'bajonetten' in ons atelier in Puurs te lassen." VigotecAkatherm leverde alle materialen begin januari 2013. "Ons gespecialiseerd team is in maart alles gaan aflassen op de werf. Ervaren medewerkers hebben alle buizen geschraapt, ontvet en vervolgens met de elektromoffen aaneen gelast. De werken zijn verlopen in opperbeste verstandhouding met hoofdaannemer De Nul, bij wie werfleider Jef Segerink zeer te spreken was over de samenwerking."

HDPE- en PP-maatwerk VigotecAkatherm ontpopt zich al langer tot een betrouwbare partner voor de levering van buizen en hulpstukken in polyethyleen. Bovendien beschikt het over een goed uitgerust atelier, waar allerlei producten probleemloos op maat kunnen worden gemaakt. "Zo prefabriceren we bijvoorbeeld toezicht-

RIORAMA 25


Deel van Aliaxis Vigotec Akatherm is een dochterbedrijf van Aliaxis, de grootste kunststofverwerker ter wereld. De groep ontstond na een aantal fusies en overnames in de kunststoffenbranche. Aliaxis groepeert tegenwoordig 150 ondernemingen in meer dan 100 landen en is op die manier de werkgever van ruim 15.000 mensen. Aliaxis kenmerkt zich onder meer door een sterke innovatiedrang voor het transport van vloeistoffen via kunststofleidingsystemen.

• www.vigotecakatherm.be

Mücher standaard- en adapterkoppelingen

EPDM MANCHETTEN

Manchet nodig op de werf? Bel naar : 03/860 01 90

Voor schadegevallen en buisovergangen: Mücher manchetten zijn een goedgekeurde, zelfs aanbevolen methode om overgangen van verschillende buismaterialen (pvc, gres, beton,...) te realiseren. Ook als adapterkoppeling met nog grotere toleranties. Soepele EPDM, staalharde spanband, supersnel leverbaar ! •

Unieke TOX-technologie: geen puntlassen = geen corrosie

Adapterkoppeling: voor elk type waterslikker/huisaansluiting

Goedgekeurd door de maatschappijen

Schoonmansveld 52, 2870 Puurs • Tel +32(0)0 860 01 90 • Fax +32(0)3 860 01 99 • E-mail info@VigotecAkatherm.be

26 RIORAMA

riorama.indd 1

8/05/2013 12:46:42

© VigotecAkatherm • RPR Brussel / RPM Bruxelles • B.T.W./T.V.A. BE 0421.497.662

•• PROJECT

kamers (BENOR-gekeurd) op maat volgens gedetailleerde uitvoeringsplannen. Alle onderdelen (putwanden, bodems, in- en uitlaten, ...) lassen we samen tot een homogeen en sterk geheel. Eén van onze grote sterktes is het leveren van grote diameters. De diameter van de toezichtkamers varieert van 250 tot 1200 mm, uit gewone buis en wikkelbuis voor grotere diameters. Uiteraard is alles voorzien van de nodige aansluitingen, opzetstukken, deksels of stroomprofiel." Het gamma aan grote diameters wordt aangeboden onder de merknaam FRIALEN XL. "Het gamma grote diameters polyethyleen is gericht op de rioolsector, wanneer bijvoorbeeld betoncollectoren moeten worden vervangen omdat ze te zwaar zijn aangetast door zwavelzuur. VigotecAkatherm biedt als enige Belgische kunststofleverancier een compleet elektrolasgamma voor riolering (FRIAFIT) in polyethyleen: buizen, instortmoffen, herstelzadels en aftakzadels om aftakkingen te maken voor huisaansluitingen." De firma verdeelt ook nog accessoires gericht op de overgang naar andere materialen zoals gres, pvc of pp zoals EPDM-manchetten (Mücher) of krimpmoffen.


•• REPORTAGE

Blue Green Dream: De 'Blue Green Wave site' van het Parijse 'École Nationale des Ponts et Chaussées' is een demonstratiesite binnen het Blue Green Dream-project. Het betreft een groot groendak waar diverse Blauw-Groene experimenten en metingen zullen worden uitgevoerd. (Foto: Srdjan Stankovic, Imperial College London)

Vooruitziende steden en organisaties: ‘FloodResilienCity’ en ‘BlueGreenDream’ Wereldwijd neemt het aantal projecten toe dat probeert te voorkomen dat de voortschrijdende verstening en klimaatverandering leiden tot verdroging en overstromingen. Twee Europese voorbeelden zijn ‘FloodResilienCity’ (met VMM), en het buitengewoon hoogstaande BlueGreenDream-project. Op 15 september 2009 werd het startschot gegeven voor het EIT (European Institute of Innovation and Technology). Dat nieuwe instituut is een zeer ambitieus en hoogstaand initiatief van de EU. De werking van dat EIT impliceert zogenaamde KIC's (Knowledge and Innovation Communities). Op dit moment zijn er drie. Eén ervan is de Climate-KIC; dat heeft intussen het 'BlueGreenDream'-project gelanceerd, dat van start ging op 17 oktober 2012 en minstens vier jaar zal duren. 'Blauwe' producten en diensten worden er gezien als, onder meer: drinkwatervoorziening, zuiveren van water en het handhaven van voldoende koele temperaturen in steden. De 'groene' zijn onder andere parken en recreatiedomeinen, tuinen, bossen, groene corridors, bomen en struiken, landbouwgewassen en diversiteit aan

wilde soorten. Vandaag worden de blauwe en groene systemen nog apart bekeken; in het project, echter, wordt onderzocht hoe stadsplanners, landschapsarchitecten en waterbeheerders kunnen samenwerken om te komen tot een synergie van beide om zo huizen en bedrijven te beschermen van schade door overstromingen, watertekorten te voorkomen en temperaturen in stedelijke gebieden (met name door vegetatie) te doen dalen. Sites Eén van de demonstratie- en onderzoekssites binnen dat BlueGreenDream-project is de voormalige Berlijnse luchthaven Tempelhof. Haar dak zou het op twee twee na grootste ter wereld zijn. Dat wordt een groendak; het hemelwater dat erop valt, zal worden opgevangen en herbruikt. Projectpartners zullen onderzoeken hoeveel water ze zo uit de riolen kunnen houden, en hoeveel energie uit het afvalwater dat alsnog in het rioolstelsel terechtkomt, kan worden gerecupereerd. Ook in de haven van Rotterdam en op enkele nieuwe, 'blauwgroene daken' te Parijs wordt gestreefd naar meer hergebruik van hemelwater, waardoor riooloverstorten zouden afnemen.

VMM en 'FloodResilienCity' Het EU-project FloodResilienCity heeft als doel iets te doen aan 'het probleem van het toenemende risico op overstromingen door de klimaatverandering en de voortschrijdende betonnering'. Het ging van start op 1 mei 2007 en duurt tot 31 december 2013. Elf Europese partners werken erin samen, waaronder VMM, de Vlaamse Milieumaatschappij. Ze werken strategieën uit die moeten leiden tot concrete acties in acht steden. Voor België zijn dat Brussel en Leuven. Onder meer stelt VMM voor die twee steden masterplannen op die moeten voorzien in een integrale aanpak van de overstromingsproblematiek. Ook rioolstelsels spelen daarbij, uiteraard, een rol. In 2011 reeds, trouwens, publiceerde VMM in het kader van dat project het 120 bladzijden tellende rapport 'How to deal with flooding: Preparations for drafting the flood risk management plans for the river basins of the River Dijle upstream of Leuven and the River Woluwe in Flanders.' Het is te downloaden op de site van VMM.

• www.vmm.be

RIORAMA 27


•• PROJECT

Torhouts slachthuis geholpen met Grundfos-systeem Grundfos pakte tot ieders tevredenheid een belangrijke uitdaging van een Torhouts slachtbedrijf aan. Sinds het systeem meer dan twee jaar geleden werd geïnstalleerd, functioneert het optimaal.

afvalwater, abrasieve delen in het water, enzovoort. Daardoor worden regelmatig storingen gemeld en is de levensduur van de pomp maximaal een jaar. Verbrande motoren en uitgesleten waaiers waren regelmatig aan de orde.

Het E.G. slachthuis Van Hoornweder Marcel en Zoon werd opgericht in 1986 en is gevestigd in de Vredelaan in Torhout. Het slacht momenteel wekelijks 11.000 varkens. Het afvalwater dat afkomstig is van de slachtlijnen wordt verzameld in een put vooraleer het naar de waterzuivering gaat. "We hadden regelmatig last van storingen op dit pompstation," vertelt Mark Van Hoornweder, die verantwoordelijk is voor de technische installatie. "Iedere keer als de pomp uitviel, gaf dit extra werk en kosten om de pompen te vervangen en te herstellen. Grundfos stelde een nieuw pomptype voor, dat werd uitgerust met de S-tube impeller. Sinds we deze pomp in dienst hebben genomen, is er nog geen enkele storing geweest. We hebben geen last meer van onderbrekingen, noch defecten aan de pomp. De SL100.150.75 zit er nu meer dan 2 jaar in. Deze omschakeling maakt ons erg tevreden."

Vuilwaterpompen Als het gaat om vuilwaterpompen, is de uitdaging voor de fabrikant niet gering. Afvalwater is de laatste jaren sterk gewijzigd qua samenstelling. Er is een continue stijging van zand, grind, huishoudelijk en gediversifieerd afval. Dat leidt onder meer tot een gevoelige groei van het aantal geblokkeerde en dichtgeslibde pompen.

Er zijn toenemende initiatieven om het waterverbruik te reduceren, zoals gescheiden rioleringsstelsels, waterzuinige closets, et cetera. Afvalwaterpompen dienen hiertegen bestand te zijn door te beschikken over een grote vrije doorlaat met verstoppingvrije werking en ze moeten daarnaast een hoog rendement te hebben. Dat klinkt contradictorisch, maar toch vraagt de markt om beide aspecten in dezelfde oplossing te integreren. "Met de Grundfos S-Tube Impeller hoeven op dit vlak geen compromissen meer te worden gesloten. Deze afvalwaterpompen zijn ontworpen voor de zwaarste jobs. De SuperVortex

Grundfos verminderde de waarde van de thermische stroombewaking, want deze pomp verbruikt meer dan 10% minder dan de oorspronkelijke pomp voor dezelfde prestaties. Grundfos Bellux koos speciaal om dit project in de verf te zetten, omdat pompen in slachthuizen zwaar op de proef worden gesteld. Ze worden blootgesteld aan temperatuurschommelingen, onregelmatige belasting van het S-Tube Impeller

28 RIORAMA

S-Tube Impeller na twee jaar werking in het slachthuis


Grundfos in het kort Grundfos werd in 1945 boven de doopvont gehouden door Poul Due Jensen in het Deense Bjerringbro. De onderneming staat tegenwoordig garant voor de jaarlijkse productie van 16 miljoen pompen. Vorig jaar overschreed de wereldwijde omzet van de pompendivisie de 3 miljard euro. Het bedrijf telt circa 18.000 werknemers wereldwijd en geldt als de grootste producent van pompen en pompsturingen. Er worden ook elektronische motoren gefabriceerd en verkocht. Grundfos hecht veel belang aan sociale verantwoordelijkheid en neemt nu al de handdoek op om energieverbruik zo veel mogelijk te beperken.

pompen (SLV en SEV) zijn bovendien uitgerust met hoogrendementsmotoren. De SL-pompen lenen zich voor ondergedompelde installaties, terwijl de SE-pompen zowel in ondergedompelde als droge installaties kunnen worden ingeschakeld. Deze oplossingen zijn beschikbaar in vijf materiaalvarianten." Controlesystemen Samen met de nieuwe pomptechnologie, beveelt Grundfos haar dedicated controls aan. Deze besturing werd specifiek ontworpen voor afvalwaterpompen. In combinatie met toerentalregeling, zorgen de dedicated controls voor de werking op het beste rendement van de

pomp. Ze stuurt dus het toerental aan in functie van het best te bereiken energieverbruik. Bovendien zorgt deze besturing voor een aansturing van maximaal zes pompen, al dan niet met een flush valve of mixer als optie om vuilophoping tegen te gaan. Geschatte impact op Vlaanderen Alle geïnstalleerde pompen vertegenwoordigen 10% van de totale elektriciteitsproductie. Minimum 60% van de geïnstalleerde afvalwaterpompen komen in aanmerking. De reductie op het opgenomen vermogen bedraagt ongeveer 8%, enkel met de waaiertechnologie (controls niet meegerekend). Op storingen

mag met een reductie van 40% rekening worden gehouden. Er dienen ook minder putten en installaties te worden geruimd, waardoor er minder blokkades van openbaar nut nodig zijn. De verplaatsings- en vervangingskosten verminderen met circa 40%, waardoor de mogelijke besparingen hoger liggen dan 1 miljoen euro per jaar. Bovendien is met deze pompen ook de verlaging van de CO2-uitstoot mogelijk, door het lager energieverbruik en het dalend aantal verplaatsingen (een reductie van meer dan 10% in vergelijking met de huidige kost).

• www.grundfos.be

Technische gegevens S-Tube Impeller Hmax:..................................................70 meter Qmax:. ............................. 270 l/s (1080 m3/h) Korrelgrootte:. ............. van 50 tot 160 mm Vloeistoftemperatuur:..... maximaal 40 °C Polen:................................................ van 2 to 6 Motor:. ............................................. tot 30 kW IP klasse:.................................................... IP 68

De afvalwaterput van het slachthuis Van Hoornweder

RIORAMA 29


•• PROJECT

ACO buffert oppervlaktewater rond Leeuwenheuvel van Waterloo De klimaatverandering heeft een invloed op de regenintensiteit. Overstromingen moeten voorkomen worden door de piekdebieten aan te pakken die de riolering gaan overbelasten. Verharde terreinen worden bijgevolg steeds vaker uitgerust met systemen die het oppervlaktewater gaan opvangen en bufferen. Het regenwater wordt vervolgens gedimensioneerd in de riolering, geloosd, of gaat lokaal in de ondergrond infiltreren. Bouwvergunningen krijgen alleen nog een positief advies mits het voorleggen van een efficiënt waterbeheer. Een project aan de voet van de Leeuw van Waterloo, waar bijna 200 jaar geleden Napoleon Bonaparte werd verslagen, is daar een goed voorbeeld van. Het lot van Napoleon De gemeente Waterloo ligt 20 km ten zuiden van Brussel. Op 18 juni 1815 werd Napoleon Bonaparte er defintief verslagen tijdens 'De slag bij Waterloo', aanzien als één van de belangrijkste veldslagen ooit. In 1814 was Na-

30 RIORAMA

poleon verbannen naar het eiland Elba. Hij ontsnapte in 1815 en wilde zijn keizerrijk snel heroveren. De 17de juni was een dag waarop het vrijwel voortdurend regende, de nacht erop regende het nog altijd. De zeer drassige grond maakte het verslepen van de artillerie zeer moeilijk en verminderde het effect van het bombardement. De kanonkogels stuiterden niet zoals op harde grond en scherven werden geabsorbeerd. Regenwater bepaalde mee zijn lot ... Waterloo vandaag Regenwater mag vandaag geen spelbreker meer worden, want het is de bedoeling om van de terreinen rondom de Leeuwenheuvel een echte toeristische trekpleister te maken. In 2015 moet het totale project klaar zijn om de tweehonderdste verjaardag van de slag in de verf te zetten. Men hoopt hiermee het jaarlijks aantal bezoekers op te drijven van 300.000 naar 500.000. De site is beschermd. Het Panorama (gebouwd in 1912) en het museum (daterend van 1857)

blijven bestaan. De infrastructuur wordt gemoderniseerd en uitgebreid met horecafaciliteiten. Een nieuwe verharde parking voor een 800-tal wagens en bussen is in aanleg. Onder de parking zit een bufferingstank van meer dan 1000 m³ die het oppervlaktewater van de parking zal opvangen. Het water wordt aldus gebufferd en nadien vertraagd afgevoerd naar de riolering van de naastliggende R0, de grote ringweg rond Brussel. De vertraagde afvoer zorgt ervoor dat de riolering niet zal komen te verzadigen, wat zou leiden tot wateroverlast op de autoweg. 'Brick-bonding' Het systeem van bufferingskratten dat werd toegepast is de Stormbrixx. De eerste lettergreep verwijst naar het Engelstalige (en Nederlandstalige) woord ‘Storm’, letterlijk te vertalen als een 'hevige verstoring in de lucht die veel regen, wind en donder met zich meebrengt'. Het tweede deel van de naam verwijst naar het Engelse 'brick-bonding'. De Stormbrixx kan immers in een uniek steen-/kruisverband geplaatst worden. "De ‘brick-bonding’-tech-


nologie, waar ACO een patent voor aangevraagd heeft, brengt bufferingskratten en infiltratiekratten van een nieuwe generatie met tal van stevige voordelen," legt Raphaël Van Overstraeten uit. "Transport en handling worden vereenvoudigd en aldus minder duur. Er kan op één dag al snel 300 m³ Stormbrixx geplaatst worden. De stevige structuuropbouw maakt het systeem duurzaam en geschikt voor zware verkeersbelasting. De oppervlakte boven het ingebouwde bekken is dus probleemloos berijdbaar." Omdat bij 'brick-bonding' wordt afgestapt van het eigenlijke krat-principe, waarbij kratten naast mekaar gezet worden, krijgt men één open bekken met een netto open ruimte van 95%. Door het ontbreken van binnenwanden is het complete bekken via een beperkt aantal inspectie-aansluitingen zeer vlot toegankelijk voor onderhoud en camera-inspectie. Buffering en geen infiltratie In Waterloo koos men voor buffering en niet voor infiltratie. De ondergrond bestaat er uit dichte, ondoordringbare kleigrond. Het bek-

ken, dat heel snel verzadigd zou raken bij een afvoer via infiltratie, werd aldus vloeistofdicht 'gesealed' door een gespecialiseerde firma. Volgens een berekend aantal liter per seconde wordt het behandeld en gebufferd water in de riolering van de autoweg geloosd. Hier komt het dan in contact met het vervuild water van de autoweg, elders wordt het opnieuw gezuiverd en van zware metalen ontdaan.

Vanuit milieu-overwegingen was er geen obstakel om voor infiltratie te kiezen, want het oppervlaktewater van de parking gaat eerst door een Oleopass olie-afscheider. Vuildeeltjes en koolwaterstoffen, komend van de diesel, benzine en olie die wagens verliezen, worden uit het water gehaald in conformiteit met de Europese norm. Bij parkings is een afscheider sowieso verplicht, maar hier zorgt de afscheider er ook voor dat het binnenwerk van het bekken niet nodeloos vervuild wordt. Het bekken vraagt bijgevolg minder onderhoud. Wel dient vermeld te worden dat een eventuele keuze voor lokale infiltratie een ander type afscheider zou gevraagd hebben. De norm

vraagt dan terecht ook een systeem dat de zware metalen uit het water haalt. Elk project is dus uniek en vraagt een benadering op maat. Modern waterbeheer omsluit totaaloplossingen die, met respect voor het milieu, de strijd met de natuurkrachten aangaan. Totaaloplossingen Naast het Stormbrixx-bufferingsbekken en de Oleopass-afscheider leverde de firma ACO ook nog grasdallen, afvoergoten en tegeldeksels voor de duurzame inkleuring van dit project. "ACO is internationaal marktleider en is, via dochterfiliaal ACO Passavant NV, de enige fabrikant in België die totaaloplossingen voor waterbeheer aanreikt. Ze doet dit vanuit de systeemketen [COLLECT] [CLEAN] [HOLD] [RELEASE]," besluit Raphaël Van Overstraeten.

• www.aco.be

RIORAMA 31


•• REPORTAGE

Duurzaamheidsrevolutie in pompbesturing bij Xylem Gemeenten en intercommunales zoeken continu naar nieuwe wegen om de hen toevertrouwde publieke financiële middelen maatschappelijk verantwoord te besteden. Na 'milieuvriendelijk' en 'groen' moeten producten en projecten tegenwoordig ook 'duurzaam' zijn. In hun zoektocht naar duurzame en kostenefficiënte pompsystemen worden gemeenten en intercommunales gesteund door pompfabrikanten en installateurs wereldwijd. In 2012 bracht een van hen, Xylem Water Solutions, een pompbesturing op de markt die een aanzienlijke besparing in de energiekosten (van 30 tot 50 procent) belooft. Tijdens hun operationeel leven moeten machines een zo gering mogelijke CO2-footprint in de dampkring achterlaten. Daarbij worden alle fasen tussen wieg en graf bij de berekeningen betrokken. De prehistorie van ondergedompelde rioolpompen begint met machines die twee standen kennen: 'aan' en 'uit'. Daarbij betekende 'aan': volle kracht vooruit, zo snel mogelijk de pompput ledigen. En uit was uit. Daartussen was er niets. Business unit manager Tom Van Den Bosschelle: "In die pioniersjaren (de jaren vijftig, toen de Zweedse pompfabrikant Flygt de onderwaterpomp uitvond) werd het al als een waar wonder beschouwd dat een pomp überhaupt onder water kon werken. De gedachte dat olievoorraden eindig zouden kunnen zijn, bestond nog niet." Dat veranderde in de jaren zeventig, toen de OPEC-landen de oliekraan dichtdraaiden en een mondiale energiecrisis veroorzaakten. Olie kon tóch op en het kon ook ineens niet meer beschikbaar zijn. Zo werd energie duurder en onder druk van milieuactivisten moest iedereen en alles ineens milieubewust gedaan wor-

32 RIORAMA

den. Omdat iedereen destijds dacht dat alle pompen van de wereld bij elkaar verantwoordelijk waren voor 25 procent van het totale energieverbruik, ontstond een luide roep om energiezuinigere pompen. Tweede generatie Het antwoord van de markt was de frequentieregelaar. Die zorgde dat een pomp tussen aan en uit sneller of trager kon draaien. Michaël De Baets, technisch adviseur voor Xylem: "Dat was destijds al een enorme vooruitgang. Een pomp die namelijk afvalwater op volle toeren door een nauwe opening staat te persen, veroorzaakt daarmee zelf een grote leidingweerstand waarin, om die te overwinnen, veel energie verloren gaat. Een pomp die rustiger draait heeft weliswaar wat meer tijd nodig om de put te ledigen, maar het energieverbruik per verpompte kubieke meter is aanzienlijk lager." Afgezien van extreme situaties, zoals bij hevige regenval of massaal douchen, heeft een pomp meestal tijd genoeg. "Het devies was: 'hoe lager de frequentie, hoe beter.' Naast de grote winst kwamen in de loop der jaren toch ook wat nadelen aan het licht: door de lage stroomsnelheden ontstaat gemakkelijker sedimentatie in de leidingen en verstoppingen in de pomp."

Tom Van Den Bosschelle: "Als dat gebeurt, moet er een technicus ingrijpen. Naast de kosten die dat met zich brengt, telt in het moderne duurzaamheidsdenken ook de CO2-productie van de storingsdienst mee. Daarnaast leverden de frequentieregelaars regelmatig niet het theoretisch berekende voordeel op. De oorzaak: het programmatisch instellen van de frequentieregelaars op het juiste werkpunt is complex, vanwege de verschillende omstandigheden."

Duurzaamheidsrevolutie Omdat beide systemen voordelen en nadelen bieden, bestaan conventionele pompen en van frequentieregelaars voorziene pompsystemen vandaag de dag nog steeds naast elkaar. De toenemende dwingende duurzaamheidseisen dwongen tot verder zoeken en opnieuw was het een Zweeds researchteam van Flygt dat met de oplossing kwam: een geïntegreerde, intelligente besturing, die niet specifiek op een pompsysteem geprogrammeerd hoeft te worden. Het systeem stelt zichzelf doorlopend in op de veranderende omstandigheden, zoals de toevoer, een potentiële pompverstopping en sedimentatie in de leidingen. In de SmartRun zijn zowel besturing als frequentieregelaar opgenomen. Michaël De Baets: "Het aloude frequentieadagium 'hoe lager, hoe beter' wordt doorbroken, want dat is domweg niet waar. Er komt altijd een punt waar het stroomverbruik niet meer daalt als de pomp langzamer gaat draaien. De waterverplaatsing wordt dan minder, maar het energieverbruik blijft hetzelfde of wordt juist meer. De kostenefficiëntie daalt wel degelijk als de pomp te ver daalt in snelheid. Het zoeken is dus niet naar de minimale frequentie, maar naar de optimale. Daarom meet het systeem bij elke pompslag het stroomverbruik en zoekt op basis daarvan de energiezuinigste frequentie bij die actuele, specifieke situatie. Dat is dus nooit de laagste frequentie." Betrouwbaar Daarmee is de pompbesturing milieubewust en groen, maar duurzaamheid vraagt meer. Tom Van Den Bosschelle: "SmartRun verhoogt ook de duurzaamheid, want tot de meest niet-duurzame gebeurtenissen in het bestaan van een pompsysteem horen de pompstoringen. Voor een serieuze verstopping moet een


technicus op pad en dat is vanuit duurzaamheidsperspectief bezien een regelrechte ramp. De SmartRun voorkomt op twee manieren storingen: om de tien trage slagen draait hij één slag snel, waarop de hoge stroomsnelheid zorgt dat de kleine zwevende vaste deeltjes niet de kans krijgen om te sedimenteren in de leidingen." De tweede, zeker zo belangrijke functionaliteit, is het tijdig verwijderen van harde of taaie materialen die de pomp zouden kunnen doen verstoppen. Michaël De Baets: "Als zich materiaal begint op te hopen in de pomp, heeft dat gevolgen voor de efficiëntie. Het stroomverbruik verandert, stijgt en daalt. Die onregelmatigheid is voor het systeem de aanleiding om de pomp te stoppen en een backflush uit te voeren. Dat lost het probleem vrijwel altijd op, maar als binnen korte tijd vijf keer zo’n backflush nodig was, geeft de slimme besturing dat door, bijvoorbeeld naar de hoofdpost." Drijflaag verwijderen Een derde schoonheidsfout die kan optreden in een pompsysteem in een rioolstelsel, is de vorming van een drijflaag die op den duur tot

problemen gaat leiden. Die drijflaag ontstaat niet meer. De SmartRun biedt de (optionele) mogelijkheid om de pomp onder het afslagniveau te laten werken, waardoor hij de put helemaal leegtrekt, onder medevoering van de eerste aanzetten tot een drijflaag. Michaël De Baets: "In conventionele pompen en in pompen met een frequentieregelaar leidde dat leegtrekken tot 'snoring': de pomp zoog enkele seconden lucht aan en stopte dan. Doordat de stroomsterkte enorm verandert als er nog maar heel weinig water wordt verpompt, slaat een door SmartRun aangestuurde pomp al af voor er 'gesnurkt' wordt. Het drijfvuil wordt afgevoerd, zonder lucht in het leidingstelsel te pompen. Wie desondanks toch bevreesd blijft voor lucht in de leidingen, kan de putreinigingsoptie eenvoudig uitzetten. Tijdens onze pilot, die bijna een jaar duurde, hebben we niet één verstopping gehad, hoefde er niet tussentijds te worden gereinigd en kwam er geen lucht in de leidingen. Dat geldt ook voor de overige tests die in Zweden, Duitsland en Amerika zijn uitgevoerd. Regulier schoonmaken kan dankzij dit systeem achterwege blijven."

'Snoring' is geen nieuwe uitvinding. In de rest van de wereld wordt het al langer met succes toegepast. Toekomst Tom Van Den Bosschelle: "Wij denken dat deze slimme twee-in-een-oplossing het juiste antwoord is op de vraag van gemeenten en intercommunales die werkelijk naar maximale duurzaamheid in de hele keten streven. De SmartRun verhoogt de duurzaamheid in zowel kleine als grote pompen: niet het vermogen telt, maar de draaitijd en het aantal storingen. Hoe langer de draaitijd en hoe vaker er een storing optrad voor het systeem was geïnstalleerd, hoe groter de duurzaamheidswinst."

• www.xylemwatersolutions.com

RIORAMA 33


•• PROJECT

Smet Tunnelling renoveert riolering in Tremelo Rioolrenovatie met glasvezelkous door middel van UV-uitharding: sinds 2008 legt Smet Tunnelling uit Dessel zich intensief op die nichemarkt toe. De onderneming vergaarde de voorbije jaren heel wat kennis in deze branche en maakt deel uit van het select kransje specialisten dat ook op vlak van grotere diameters voor een kwalitatieve dienstverlening kan instaan. Dat bewijst het team van divisiemanager ing. Gert Van Gorp onder meer in Tremelo, waar het een project realiseert dat uniek is door de toepassing van de hoogwaardige techniek in een diameter 1200 mm. De Grote Bollostraat is zowat de kransslagader van Tremelo. In deze winkelstraat dienden zowel de wegenis als de riolering te worden vernieuwd. De gemeente werkt hiervoor samen met Aquafin en trok in totaal een budget van 4 miljoen euro uit voor deze realisatie. Studiebureau Grontmij fungeert als de architect van het geheel. Bij aanbesteding werd de opdracht gegund aan aannemer Heijmans. Die schakelde Smet Tunnelling in als onderaannemer voor de renovatie van de riolering. Het project werd eind 2012 opgestart en onlangs afgerond. "Een grondige analyse wees uit dat de riolering in het centrum in slechte staat was," verduidelijkt Gert Van Gorp. "Om het verkeer

34 RIORAMA

en de economische activiteit in het dorpscentrum zo weinig mogelijk te hinderen, werd niet geopteerd voor vernieuwing van de riolering door middel van graven, maar wel via kousrelining waarbij enkel lokaal (ter hoogte van de inspectieschachten) mobiele equipment wordt opgesteld om de renovatie uit te voeren." In totaal moest 520 meter riolering worden gerenoveerd. Bij het overgrote deel daarvan (460 meter) gaat het om buizen met een diameter 1200 mm. De diameter van de overige 60 meter bedraagt 900 mm. Expertise Sinds de opstart van de afdeling rioolrenovatie staat de onderneming in voor de vernieuwing van circa 7 tot 8 km riolering jaarlijks. Verder is de markt nog steeds groeiende. "Om de hinder naar omgeving en verkeer zo veel mogelijk te beperken, moet die sanering zo snel mogelijk kunnen gebeuren," vervolgt Gert Van Gorp. "Wij doen dat door middel van de UV-uithardingtechniek, die de omringende infrastructuur en de te renoveren riolering zo weinig mogelijk belast. Deze techniek, in combinatie met een glasvezelkous, staat borg voor een korte uitvoeringstijd per traject en een zeer hoge linerkwaliteit, zowel voor de afwerking, de buissterkte als de weerstand tegen agressieve vloeistoffen en tegen veroudering."

Procédé In de voorbereidende fase wordt de te renoveren buis volledig gereinigd met behulp van hogedruktechniek. Dankzij cameraonderzoek wordt duidelijk in welke zones zich wortels of andere hindernissen bevinden, zodat de arbeiders die vooraf kunnen uitfrezen door gebruik van een freesrobot. Na de eindreiniging controleert een inspectiecamera het buistraject en kunnen alle aftakkingen en huisaansluitingen worden ingemeten. "Voor we starten met de intrekoperatie, voorzien we eerst een beschermfolie op de bodem van de buis. Dat beschermt de GVK-liner tegen beschadiging en verlaagt ook de wrijving


tijdens de intrekoperatie. Vervolgens stellen we de geprefabriceerde GVK-liner, die volledig op maat is gemaakt, ter hoogte van de startschacht op en wordt hij door middel van een winch in de bestaande riolering getrokken." Nadat de uiteinden van de liner zijn afgedicht met een aan de diameter aangepaste eindplug (packer), worden de verbindingsleidingen tussen de GVK-liner en de installatie aangebracht en aangesloten op de vrachtwagenapparatuur. Deze vrachtwagen, voorzien van de nodige apparatuur, fungeert als het zenuwcentrum van waaruit het hele proces wordt gestuurd. In een volgende fase wordt de GVK-liner door perslucht tegen de wand van de oude buis gedrukt. Tijdens dit proces past de liner zich aan kleine veranderingen in het profiel van de riolering aan. "Eenmaal de 'kous' helemaal tegen de buiswand is gedrukt, brengen we een speciale UV-lichtketting via de packer in de opgeblazen GVK-liner in. Vervolgens schakelen we de UV-lichtketting in en trekken die met een vooraf bepaalde snelheid doorheen de kous. Door de bestraling met het UV-licht, gaat de liner onmiddellijk uitharden. De diameter en de wanddikte van de GVK-liner zijn bepalend voor de doorloopsnelheid, die tot 70 meter per uur kan oplopen." Nadat de volledige buislengte is doorlopen, schakelt men de UV-lichtketting uit, worden de lineruiteinden op maat afgesneden en ter

hoogte van de inspectiekamers afgewerkt. In functie van de bestekeisen, kan dan een waterdichtheidsproef worden uitgevoerd. Herstel huisaansluitingen De volgende stap is het inbrengen van de afstandbediende freesrobot in de gerenoveerde buis. Dat laat toe om de voor de renovatie ingemeten huisaansluitingen stuk voor stuk te lokaliseren, zodat de freesrobot de aansluitverbinding met succes kan openen. Het volledige uithardingsproces, inclusief het herstellen van de huisaansluitingen, wordt in één operatie uitgevoerd, zodat de leiding nog dezelfde dag opnieuw in gebruik kan worden genomen. Techniek in opmars De technologie die Smet Tunnelling voor rioolrenovatie inzet, is in volle opmars. "Het is een vrij recente techniek die nog volop in ontwikkeling is en aanvankelijk vooral voor kleine diameters aangewezen was, maar nu ook voor grotere diameters uitstekende diensten kan bewijzen. Rioolvernieuwing met UVuitharding voor diameter 1200 mm, is een heuse primeur voor België. Het werk valt overigens geenszins te onderschatten. Om maar een idee te geven: het gewicht van 136 meter kous bedraagt liefst 9 ton. De uitharding van een dergelijke streng neemt circa zes uur in beslag. De werken werden gerealiseerd door

een team van zes mensen." Smet Tunnelling verzorgde in Tremelo zowel de voorbereidende werkzaamheden, het afsluiten en oppompen, het frezen van de afzettingen, het openen van de huis- en kolkaansluitingen als het installeren van de GVK-liner en de afwerking, zowel in de schachten als de aansluitingen. "Het ging toch om een vrij delicate opdracht, waarbij we veel belang hechten aan kwaliteitscontrole en uiterst nauwkeurige berekeningen conform de regelgeving (de algemeen aanvaarde ATV-normen). De bepaling van de kousdikte gebeurt in functie van het grondwater en de bovenbelasting. Tijdens de uitharding volgen we zowel de drukken, de intreksnelheden, de temperaturen als de ligging nauwkeurig op. Na de uitharding nemen we ook verschillende monsters, die vervolgens in het lab aan uitvoerige controles worden onderworpen." De uitvoering van de werken verliep tot ieders tevredenheid. Zoals op zovele werven, was de lange winter de enige spelbreker. "Om de goede kwaliteit van het eindproduct te garanderen, dient de liner te worden geïnstalleerd bij een minimale temperatuur van 5°C. Gedurende een bepaalde periode was dat niet mogelijk, maar gelukkig hebben we intussen toch alles naar wens kunnen afronden."

• www.smetboring.be RIORAMA 35


•• PROJECT

Innovatiedrang houdt Beton De Clercq jong 115 lentes, en nog altijd toonaangevend in de markt: het moge duidelijk zijn dat de tand des tijds Beton De Clercq allerminst heeft aangetast. Het oudste betonbedrijf van België, opgericht in 1898, wordt in de persoon van Edouard Vancanneyt nu geleid door de vierde generatie en blijft elk jaar opnieuw met innovaties of verbeteringen van bestaande producten prominent aanwezig in de markt. Eind mei stelde het, tijdens een informatieve en informele dag, diverse innovaties voor die het potentieel hebben om zich de komende jaren tot felbegeerde producten te ontwikkelen. Beton De Clercq is de Belgische nummer drie op vlak van betonproductie in de rioleringssector. Beton De Clercq werd in 1898 gesticht door Henri De Clercq. Anno 2013 wordt het oudste Belgische betonbedrijf geleid door de vierde generatie, in de persoon van gedelegeerd bestuurder Edouard Vancanneyt. De onderneming telt vestigingen in Brugge (Steenkaai) en Gent (Wiedauwkaai) en is lid van zowel Febe (de federatie van de Belgische prefab betonindustrie) en haar deelfederaties Febelco (federatie van fabrikanten van betonnen rioleringssystemen en toebehoren), Febestral (federatie van fabrikanten van klinkers, betontegels en toebehoren) en Febeo (federatie van fabrikanten van betonproducten voor waterzuivering). "De voorbije jaren hebben wij regelmatig deelgenomen aan IWT-projecten, waardoor wij terecht het logo 'durf innoveren' mogen gebruiken. Daarnaast hebben wij meegedaan aan het West-Vlaams milieucharter, wat ons ecologisch karakter ten volle typeert. Op onze site blijkt dat niet alleen uit onze waterzuivering (die afvalwater tot productiewater opwaardeert), maar ook

36 RIORAMA

uit het intensief gebruik van zonne-energie." Als fabrikant van producten die voortdurend worden ingezet voor openbare werken, zijn alle referenties uit het assortiment CE- en BENOR-gekeurd. "In onze eigen R&D-afdeling wordt voortdurend gewerkt aan de ontwikkeling van innovaties en de verbetering van bestaande producten: jaarlijks pakken wij met één à twee vernieuwingen uit."

Mijlpalen Binnen de rijke geschiedenis, springen drie mijlpalen extra in het oog. "Nadat we de eerste vijftig jaar mogen omschrijven als een experimentele periode, beleefden we in de jaren dertig onder impuls van mijn grootvader een grote doorbraak met de introductie van de triltechniek, specifiek voor kleinere betonproducten. Circa dertig jaar later kreeg het bedrijf een extra dimensie via de introductie van moderne Duitse machines, waardoor het productieproces meer kon worden geautomatiseerd. Ook de jaren negentig waren van groot belang: in die periode investeerde Aquafin fors in de bovenbouw van waterzuiverings- en waterbehandelingsinstallaties. Dat gaf ons een stevige boost," blikt Edouard Vancanneyt terug. Hij kwam in 1989 aan het roer van het bedrijf, nadat zijn vader op vrij jonge leeftijd overleed. Vijf pijlers Het leeuwendeel van de producten van Beton De Clercq wordt ingezet voor openbare werken (80%). Daarvan is 60 tot 70% gelinkt aan water. De onderneming steunt productmatig op vijf stevige pijlers. "Ten eerste hebben we een rijk assortiment aan opvangproducten. We mogen stellen dat we het meest uitgebreide gamma van België presenteren, van het kleinste putje tot bek-

kens met extreem hoge capaciteit. Op vlak van ontvangers (kleine slibvangputten) zijn we marktleider in eigen land, maar onze echte specialiteiten zijn inspectieputten (zowel trek-, pomp- als bufferputten, nuttig voor de opslag van allerhande vloeistoffen)." Watertransportartikelen vormen het tweede segment. "Hierin beschikken we onder meer over buizen in (on)gewapend beton voor regen- en afvalwater, variërend van diameter 30 tot 180 cm. De productie van extreem kleine (15 tot 25 cm) en grote diameters (200 tot 250 cm) hebben we stopgezet, omdat er geen vraag meer naar is. Daarnaast pakken we uit met kokerelementen, onder meer voor watertransport, met beschikbare uitvoeringen in mortelvoeg of met rubberring. Ook onze grachtelementen bieden talrijke oplossingen, zowel voor transport als voor infiltratie doeleinden, waarbij het water al dan niet rechtstreeks in de bodem kan sijpelen." Inzake waterbehandeling pakt Beton De Clercq onder meer uit met olie- en vetafscheiders, systemen voor waterrecuperatie en oplossingen voor kleinschalige waterzuivering. "Naar onze mening zouden er meer KWZI's dan IBA's


"De kracht van prefab" Edouard Vancanneyt was tot medio 2010 zeven jaar voorzitter van Febelco. Tot voor kort was hij ook lid van de raad van bestuur van VLARIO, waar hij nog altijd actief is binnen diverse werkgroepen. Hij is een stevig pleitbezorger van oplossingen in prefab beton. "Prefab beton is nu eenmaal het enige materiaal waarmee je een volledig systeem kan bouwen. Bovendien is het erg sterk en kunnen we met de huidige oplossingen een levensduur van ruim 100 jaar waarborgen."

mogen worden geplaatst, omwille van de betere beheersbaarheid en de grotere economische haalbaarheid." Naast een breed standaardassortiment kunnen klanten ook aankloppen voor maatwerk, zoals overstorten, pompputten, vleugelmuren, trekputten, uitstroomconstructies, enzovoort. Ook bij bovengrondse realisaties vind je producten van Beton De Clercq terug. Het is de enige producent van kabelbeschermers in beton, maar het bedrijf creëert onder meer ook rotondeen cyclopenblokken, veiligheidsstootbanden en keermuren (tot zes meter hoog). Recente vernieuwingen Enkele jaren geleden introduceerde de onderneming al de waterdoorlatende betonstraatstenen. "Hiermee bieden we een oplossing voor de grote toename van verharde oppervlakken, die het hemelwater niet meer toelaat op een natuurlijke wijze in de ondergrond te dringen. Met dit type betonstraatstenen kan het hemelwater ter plaatse in de ondergrond infiltreren. De fundering buffert het water eerst en geeft het dan vertraagd af aan de ondergrond. Hierdoor worden de riolen en wordt ook de steeds verder dalende grondwaterstand op peil gehouden. Ze worden het best

geplaatst op plaatsen met beperkt verkeer. Winplaatsen voor grondwater en zones waar veelvuldig dooizouten worden gebruikt, zijn hiervoor minder ideaal." Ook met de olie- en benzineafscheiders (een samenwerking met het Nederlandse Nering Bögel) met geïntegreerde bypass en slibvang kon het Brugse bedrijf heel wat klanten bekoren. "Dit is een goed systeem voor parkings, stelplaatsen en containerparken die vaak door onder meer koolwaterstoffen worden vervuild. Bij sporadisch voorkomende regenbuien met grote intensiteit, neemt de 'first flush' het meeste van de vuilvracht mee. Het grote volume water dat na deze first flush door de kws-afscheider zou moeten met een relatief kleine rest vuilvracht, werkt evenwel storend op het zuiveringsrendement en zou een groot en duur opvangvolume vereisen. De geïntegreerde bypass zorgt er nu voor dat het 'first flush'-volume doorheen de afscheider wordt gevoerd en gefilterd, en concentreert het slib in het bekken. Het meervolume wordt dus rechtstreeks naar het lozingspunt afgeleid." Extra innovaties Tijdens een 'opendeurdag' op 31 mei stelde Beton De Clercq nog enkele vernuftige oplossingen voor. De StormTech is een Amerikaans systeem voor regenwaterbuffering. Het systeem is in de eerste plaats ontworpen om te worden gebruikt

onder parkeerplaatsen, wegen en zware grondbelastingen. Deze oplossing, in kunststof, biedt een hoge opslagcapaciteit. Met de gepatenteerde IsolatorTMRow, die vlot inspecties en reinigingen toelaat, beschikt het bovendien over een kostenbesparende methode voor een verbeterde slibverwijdering. Dankzij de efficiënte stapeling blijven de opslag- en transportkosten beperkt. De snelle installatie en het eenvoudig koppelingsysteem houden ook de installatiekosten heel laag. "Bovendien zijn wij ook trots om, exclusief voor Vlaanderen, het EnviroSeptic-systeem te kunnen invoeren. Dit Canadees product geldt als een zuiveringssysteem met hoog rendement en heeft geen elektriciteit nodig om te functioneren. Het systeem, dat in de Verenigde Staten al meer dan 18 jaar bestaat en waar meer dan 100.000 mensen tevreden zijn over hun installatie, werkt sinds 2009 in het teststation Cebedeau van Verviers, met prima resultaten. Eigenlijk is dit een zuiveringssysteem op basis van het vastbedprincipe, met natuurlijke beluchting. Je zou het gerust kunnen vergelijken met een rietveldsysteem."

• www.declercq-beton.be

RIORAMA 37


•• PROJECT

Funderingen voor riolering op het Eilandje vragen creatieve aanpak In september 2010 startten de werken in het kader van het stadsvernieuwingsproject 't Eilandje, in het noorden van Antwerpen. De aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en de herinrichting van de bovenbouw op het 75 ha grote stadsdeel zullen nog tot dit najaar duren. Een wel erg onstabiele ondergrond en de aanwezigheid van historische elementen dwongen tot creatieve en innovatieve bouwtechnieken.

Het Eilandje is een oude havenbuurt die ontstond in de tweede helft van de zestiende eeuw. Dit Antwerpse stadsdeel, dat vandaag bestaat uit drie wijken, is omgeven door dokken en heeft een rijke geschiedenis. Nadat de havenactiviteiten in de twintigste eeuw meer noordelijk verschoven, bleef het Eilandje min of meer verlaten achter. De laatste jaren krijgt de buurt een nieuwe impuls door het stadsvernieuwingsproject, dat voor de bovenbouw kan rekenen op Europese subsidies. De stad wil vooral de openheid en de identiteit van de buurt bewaren en tegelijk het aanwezige water aantrekkelijk maken voor iedereen. De drie deelwijken Oude Dokken, Cadixwijk en Montevideowijk worden met elkaar verbonden door de centrale verkeersas Londen-Amsterdamstraat, die wordt omgebouwd tot een groene stadsboulevard. Onstabiele ondergrond Het Vlaamse waterzuiveringsbedrijf Aquafin is in vele opzichten betrokken bij dit omvangrijke project. Samen met drinkwaterbedrijf water-link staat het onder de naam rio-link in voor het rioolbeheer van de stad Antwerpen. Rio-link legt op het Eilandje een gescheiden rioleringsstelsel aan. De collector en twee pompstations bouwt Aquafin in het kader van zijn bovengemeentelijke opdracht en de stad rekende ook voor het werftoezicht van de bo-

38 RIORAMA

venbouw op de expertise van Aquafin. Rik Debusschere, projectmanager Aquafin: "De specifieke situering en de historische achtergrond van het Eilandje zorgden ervoor dat we alternatieven moesten zoeken voor de klassieke technieken voor de aanleg van riolering. Ten eerste was bemaling van het terrein niet mogelijk, omdat het de stabiliteit van de ondergrond in het gedrang zou brengen. Die ondergrond was sowieso niet stabiel, want de vaste grond bevond zich op maar liefst 13 meter diepte. Erboven zaten gelaagde veenlagen en opgehoopte grond. Dit was vroeger immers een oude Scheldearm." Studiebureau Arcadis voerde een uitgebreide stabiliteitsstudie uit in het gebied en legde verschillende scenario's op tafel om een stabiele ondergrond te creëren voor de aanleg van een RWA- en een DWA-leiding. Een bijkomende moeilijkheid was dat beide leidingen parallel, maar op een verschillende hoogte, moesten komen. Er werd uiteindelijk gekozen voor een constructie van geschrankte, gecementeerde grindpalen met daar bovenop een 'matras'. Een matras bestaat uit een onderste wapeningslaag in kunststof (Geogrid) met daarboven een ongebonden steenslagfundering van 30 cm dikte, die omhuld is met een Geotextiel. De bovenste laag, waarop de buizen rusten, is een klassieke fundering in zandcement. Op de plaatsen waar inspectieputten

voorzien waren, werden extra grindpalen geplaatst, zodat overal een volledig, niet te star draagvlak ontstond. Soilmix De techniek met de grindpalen is perfect toepasbaar op plaatsen waar de bebouwing op een zekere afstand van de werf ligt. In de Montevideowijk was dat niet het geval. De straten zijn er smal en er moest gewerkt worden nabij geklasseerde pakhuizen met karakteristieke gevels en daken. Omdat het plaatsen


Nieuwe technologie brengt gestuurde boring in kaart Om de RWA- en DWA-leidingen aan te leggen onder de Londenbrug, die het Kattendijkdok verbindt met het Willemdok, was een gestuurde boring nodig op 25 Ă 30 meter diepte. Bij 'directional drilling' is het voor grote boorafstanden vaak erg moeilijk om nadien een betrouwbaar as built plan op te maken. In dit project moest geboord worden over een afstand van 400 meter. Om de positie van de geplaatste HDPE-buizen te bepalen, deed rio-link een beroep op de DuctRunnerTM-technologie. Hierbij wordt een rijdende sensor met meetapparatuur aan boord, door de leiding getrokken. De opgemeten gegevens resulteren in een gedetailleerd liggingsplan van de leiding met een nauwkeurigheid tot op 15 cm.

van grindpalen te veel trillingen en druk op de ondergrond zou veroorzaken, werd hier gekozen voor de soilmix-techniek. Twee indrukwekkende frezen die in tegenovergestelde richting draaien, maken de aarde ter plekke los over een afstand van 2,40 meter met een breedte van 55 cm. Een hydraulische piston gebruikt hiervoor een druk van 120 bar en gaat met 35 cm per minuut de grond in. Bij het opnieuw bovenhalen van de frezen, wordt met 30 bar druk een mengsel van zand, cement en lucht ingepompt. De lucht zorgt voor een betere vermenging. "De soilmixwanden in de Montevideostraat zijn geschrankt aangelegd, net zoals de grindpalen, zodat ze een goede steun vormen om er eenzelfde 'matras' op te bouwen als fundering," legt Robert Van de Laar uit. Hij is in dit project werftoezichter voor rio-link. Projectleider Rik Debusschere vermoedt dat de soilmixtechniek in de toekomst veel frequenter zal gebruikt worden, zeker wanneer een risicoanalyse van een project uitwijst dat trillingen schade kunnen veroorzaken aan omliggende gebouwen. "Vandaag wordt deze techniek al geregeld gebruikt in de private bouwsector, maar binnenkort zal hij ook beschreven worden in het standaardbestek 250. Soilmix heeft dan ook veel voordelen. Het belangrijkste is uiteraard dat er geen spanning wordt uitgeoefend op

de ondergrond, waardoor trillingen vermeden worden. Daarnaast levert deze werkwijze maar een zeer beperkte restfractie van overtollige grond op, wat de afvoerkosten aanzienlijk vermindert." Waterdichte put Ook voor de bouw van het Aquafin-pompstation in de Montevideowijk is voor deze techniek gekozen, vanwege de onstabiele ondergrond. De soilmix-wanden vormen hier een waterdichte put voor de fundering van het pompstation. De eerste dag worden de soilmix-wanden van 2,40 meter lang geplaatst op een afstand van 2 meter van elkaar.

De dag nadien worden de open ruimtes opgevuld met soortgelijke wanden, die de vorige telkens een stukje overlappen om het risico op lekken te vermijden.

â&#x20AC;˘ www.aquafin.be

RIORAMA 39


BETONFABRIEK DE BONTE-VAN HECKE NV TOONAANGEVEND IN PREFAB BETONCONSTRUCTIES MET BENOR-KEURMERK !

DE SPECIALIST IN WATER-, WEGEN- EN SPOORWEGBOUW! Vanuit onze jarenlange ervaring beschikken wij over volgende troeven:

Gespecialiseerd in maatwerk;

3 duidelijke domeinen: water-, wegen- en spoorwegbouw;

Eigen studiedienst voor ontwerp, stabiliteit en uitvoeringsplannen;

Steeds maatvast door “wet-cast”-uitvoering in zelfverdichtend beton;

Hoge kwaliteitseisen: BENOR, ISO,…;

Innovatief en creatief;

Sterk gedreven in duurzaam ondernemen;

www.debonte.com ● tel: +32 (0) 52 47 33 20 ● fax: +32 (0) 52 47 26 98 ● e-mail: info@debonte.com

www.stradusaqua.be


•• PROJECT

TMVW specialiseert zich in sleufloze rioolrenovatie TMVW doet het beheer van de riolering voor tal van gemeenten. Een goed onderhoud van de riolering is noodzakelijk om blijvend een goede afwatering te kunnen voorzien. Bij calamiteiten of veroudering dringt vernieuwing zich onvermijdelijk op. Op vlak van rioolrenovatie levert TMVW een allroundpakket af aan zijn klanten, in casu de gemeenten. Dit omhelst het opzoekwerk tot het bekomen van een dergelijke renovatieopdracht, het analyseren, de volledige studie, de berekeningen en de opmaak van het lastenboek. Dit wordt aangevuld met de volledige coördinatie van alle renovatie-uitvoering, de controle, en de opvolging tot aan de opleveringen van de werken. Studie Bij een toplaagvernieuwing of bij vernieuwing van de wegeninrichting wordt steeds gevraagd aan de rioolbeheerder voorafgaand een studie te maken van de staat van het onderliggend rioolnetwerk. Gekoppeld met een knelpuntenrapport, wordt beslist of dit in aanmerking kan komen voor een renovatieopdracht. Eerst wordt een studie uitgevoerd naar

de hydraulische capaciteit van de riool. Daarna worden de mogelijkheden afgetast die zullen beslissen om al dan niet te renoveren. Een belangrijke factor zal het 'minder hinder'-aspect zijn. TMVW onderzoekt dan de mogelijkheid voor toepassing van de techniek met sleufloze renovatie, desnoods kan dit bekeken worden als een onderdeel van een totaalpakket. Voor Stad Gent heeft TMVW de laatste twee jaren al meer dan 15.000 meter rioolnetwerk gerenoveerd via de techniek van sleufloze rioolrenovatie. Daarnaast zijn deze toepassingen ook gerealiseerd in de gemeente Beersel (1.300 m) en op het bedrijventerrein in Gavere, goed voor een 4.500 meter gescheiden rioolstelsel. Verwaarloosbare geluidshinder De meeste relining-projecten voor Stad Gent situeren zich op de belangrijkste invalswegen van de binnenstad, de P-route, de winkelstraten en de historische binnenstad. Er wordt vruchtbaar gebruik gemaakt van deze techniek bij rioolrenovatie onder de trambedding. Hier telt iedere minuut. "Een team van acht man zorgt voor een perfecte uitvoering. De werken worden uitgevoerd in coördinatie met

de vervoersmaatschappij De Lijn. Deze werken vinden plaats gedurende de nacht. De geluidshinder is verwaarloosbaar. Na het uitharden van de liner, ongeveer 8 uur later, kan de volgende morgen de tram opnieuw zijn parcours afleggen," verduidelijkt Christian Simoens, ingenieur renovatietechnieken. Wat is kousrenovatie? TMVW kiest voor zijn rioolrenovaties bij manontoegankelijke riolen voor de techniek van een ter plaatse uitgeharde buis. Een nieuwe buis wordt ter plaatse aangebracht in de bestaande riolering, zodat deze achteraf weer zo goed als nieuw is. Deze aanpak is volledig sleufloos en wordt aangebracht via de technologie van robotica. Hierdoor is de hinder voor omwonenden en het verkeer in belangrijke mate beperkt. Voor de eigenlijke vernieuwing wordt een zogenaamde 'kousrenovatie of relining' toegepast. De kousdrager bestaat uit verschillende lagen glasvezel, geïmpregneerd met een polyesterhars. Na het uitharden van de kous verkrijgt men een hoogwaardige liner uit glasvezelversterkte kunststof. Zo krijg je een 100% waterdichte riool. In industriële omgevingen

RIORAMA 41


•• PROJECT wordt de polyesterharsen vervangen door vinylester, dat een betere chemische resistentie heeft. Vooraleer met de relining te kunnen beginnen, worden er eerst enkele interventies uitgevoerd die een beperkte hinder geven. De riool wordt volledig gereinigd, alle obstakels verwijderd en wortelgroei wordt met een robotfrees uit de weg geruimd. Met de concessiehouders van nutsleidingen wordt overleg gepleegd om eventueel verdwaalde leidingen te verwijderen uit de riool. De riool wordt dan geïnspecteerd en ingemeten. De afmetingen van de kous dienen zo te zijn dat de kous zich na het aanbrengen nauw aansluit tegen de wand van de bestaande leiding bij afwezigheid van inwendige druk. Hiervoor dienen, voorafgaandelijk aan de werkzaamheden, de inwendige afmetingen van de bestaande leiding per vak nauwkeurig te worden opgemeten. Bij de maatvoering van de kous zal rekening worden gehouden met de aanwezige afwijkingen van het lengteprofiel en/of sectiewijzigingen van de leiding. Relining In de te renoveren leiding wordt een pre-liner aangebracht. Die zorgt ervoor dat er geen contact mogelijk is tussen de ingebrachte kous en de wand van de te renoveren leiding, alsook tussen de kous en het eventueel aanwezig of infiltrerend water in de leiding. "Wij verkiezen steeds een gesloten preliner bij relining in

42 RIORAMA

gemetste riolen, over de volledige gerenoveerde lengte. Dit zorgt voor een beter resultaat," zegt Christian Simoens. Na het aanbrengen van de glij-folie wordt de kous ingetrokken in de te renoveren leiding. De kous wordt vanuit haar verpakking in de inspectieschacht geleid en in de leiding getrokken met behulp van een winch. De kous dient zonder torsie in de opening van de inspectieput te worden ingebracht. Het inbrengen van de kous dient te starten in een inspectieput en te eindigen in een andere inspectieput. Wanneer de kous op haar plaats zit, wordt ze van twee eindafsluiters (packers) voorzien, waarna ze geleidelijk op een lichte inwendige overdruk wordt gebracht door middel van een persluchtverdichter. De opbouw van de luchtdruk dient voldoende langzaam en trapsgewijs te gebeuren om de kous voldoende de kans te geven zich nauw tegen de leidingwand aan te sluiten.

gegeven en met de computer geregistreerde doorloopsnelheid naar het beginpunt terug getrokken. De camera blijft hierbij steeds ingeschakeld. De uitharding wordt online op video vastgelegd. Er dient gedurende het hele polymerisatieproces een continue registratie plaats te vinden van de doorloopsnelheid van de lichtbron, de temperatuur (zowel aan de binnenzijde als de buitenzijde van de kous) en de werkdruk in de liner. Het proces wordt in één beweging, zonder onderbreking, uitgevoerd. Na het beëindigen van de uitharding wordt een waterdichtheidsproef uitgevoerd. Direct na het uitharden wordt gestart met de aanboringen van al de huis-en kolkaansluitingen. Metingen tijdens het polymerisatieproces tonen aan dat er geen sterolen vrijkomen in de atmosfeer. Tijdens de volledige relining-fase wordt de continuïteit van het rioleringsnet verzekerd door overpompingen.

Uithardingsmethode Het uitharden van de glasvezelversterkte kunststof kous gebeurt door uitharding met een ultraviolet lichtbron. Deze techniek is milieuvriendelijker dan het gebruik van stoom of water. De uitharding met een lichtbron kan nauwkeurig worden opgevolgd en is beperkter in tijd. Eens aan de overkant gekomen, wordt de UVlichtbron aangeschakeld en met de vooraf op-

Bepaling wanddikte Voor het dimensioneren van de kous wordt via een rekennota de definitieve wanddikte bepaald. De berekeningen gebeuren volgens de richtlijnen van de ATV M127-2. De wanddikte van de kous is zodanig gedimensioneerd dat de kous kan weerstaan aan de optredende belastingen (zowel statische als dynamische lasten). Afhankelijk van de toestand van de te renoveren leiding (Toestandsklasse I, II of III),


dienen aan de hand van een rekennota, de verschillende belastingcombinaties (afkomstig van gronddrukken, grondwaterdrukken, verkeersbelasting, enz.…) met de hieruit resulterende spanningen en vervormingen te worden gecontroleerd. Deze studie wordt uitgevoerd door het engineeringteam van TMVW. Bij wanddikten groter dan 10 millimeter worden peroxides toegevoegd in overleg met de fabrikant, om een betere uitharding te bekomen. Toepassing Kousrenovatie kan aangewend worden in man-ontoegankelijke riolen gaande van DN400 tot DN1000. Relining wordt vooral toegepast bij het renoveren van leidingen die zandinloop of waterinfiltraties vertonen. Ook wordt deze techniek aangewend om de structurele eigenschappen van de te renoveren buis te verbeteren. Bovendien voorkomt deze liner wortelgroei in de buis, en door zijn gladde vorm verbetert het hydraulisch verloop van het rioolstelsel. Voordelen glasvezelversterkte kous Met deze renovatiemethode verleng je de levensduur van de riolering met circa 50 jaar. Direct na de uitharding (circa 8 uur na aanvang van de relining-werken), kan de riolering weer in gebruik worden gesteld. De glasvezelversterkte kunststofliner heeft een hoge resistentie tegen chemische invloeden. De uitvoering

van de werken heeft geen nadelige impact op het milieu, er dienen geen bomen te worden gerooid. Een van de belangrijkste voordelen is de beperkte hinder voor omgeving en verkeer. De bereikbaarheid voor de plaatselijke bewoners blijft gegarandeerd tijdens de werken. Aanpak Het is zeer belangrijk voor dergelijke werken om overleg te plegen met alle belanghebbenden. "De communicatie met de burger staat hierin centraal. Er is binnen TMVW een klantendienst 24 uur op 24 bereikbaar. Met behulp van infokaarten wordt de burger geïnformeerd om het lozen van afvalwaters te beperken gedurende de relining-fase, ongeveer de duur van een etmaal. Voor werkzaamheden in de binnenstad wordt voorafgaand overleg gepleegd met handelszaken, horeca en dekenij. Er wordt rekening gehouden met de sluitingsdagen van de horecasector. De werken dienen ook in overleg gecoördineerd te worden met manifestaties en stadsevenementen, alsook met de verkeerstechnische diensten van de politie en de brandweer. Gezien wij steeds opereren in drukke stadzones, is ook overleg met de vervoersmaatschappij 'De Lijn' aangewezen, voor de ingebruikname van trambedding of buszones." Om de werken in tijd te beperken en zo de hinder voor de omgeving minimaal te houden, wordt soms beroep gedaan op twee verschil-

lende contractors. In dit geval functioneert TMVW als pilootcoördinator. "TMVW hecht zeer veel belang aan de veiligheid tijdens de werken. Bevoegd personeel ziet nauwlettend toe op gebruik van signalisatie en metingen. Tijdens de werken worden alle metingen geregistreerd, zowel op styrool, H²S en andere gevaarlijke stoffen. Met dank aan Christian Simoens (TMVW)

• www.tmvw.be

RIORAMA 43


•• PRODUCT SPOT

Nieuwe ULTRA KYMA-productielijn bij DYKA Plastics Op woensdag 6 maart van dit jaar werd bij DYKA PLASTICS in Overpelt de nieuwe ULTRA KYMA-extrusielijn officieel geopend door Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse regering. Met ULTRA KYMA brengt DYKA een nieuw, innovatief leidingsysteem op de markt in een extra groot diameterbereik (tot en met 800 mm), waardoor dus grotere volumes kunnen afgevoerd worden. Deze nieuwe generatie PP-kunststofbuizen is uitwendig geribd en inwendig glad. Hiermee is DYKA de eerste producent die dergelijke buizen in de Benelux zal produceren. Met de investering is een bedrag van ruim 1,5 miljoen euro gemoeid. De onderneming bevestigt hiermee haar positie als vooraanstaand producent van kunststofleidingsystemen en wapent zich zo voor een duurzame toekomst.

"We brengen met ULTRA KYMA een nieuw en innovatief leidingsysteem op de markt dat geschikt is voor de afvoer van grote volumes water", zegt Peter Narinx, directeur 'productie en techniek'. "Het gaat om een tweelaagse HMPP polypropyleenleiding met gestructureerde wand, uitwendig geribd en inwendig glad. Door de aparte buisgeometrie combineren we een hoge sterkte (stijfheidsklasse SN 8) met een laag gewicht, wat zich vertaalt in eenvoudiger transport en groter installatiegemak. ULTRA KYMA is hierdoor ook duurzaam: de gewichtsbesparing bedraagt ruim vijftig procent ten opzichte van een vergelijkbare volwandbuis en de inzet van hoogwaardige PP-grondstoffen garandeert een lange levensduur. Het leidingsysteem is conform NBN EN-13476-3 en beschikbaar in de diameterrange 300 tot en met 800 mm. Voor alle diameters zijn ook gebruiksklare hulpstukken beschikbaar." ULTRA KYMA kan ook worden toegepast in ventilatieleidingen, aardwarmtecollectoren et cetera. Andere toepassingen zijn wegen-, spoor- en vliegveldinfrastructuur; landbouw, sportvelden en vrijetijdsparken; winkel- en kantoorparken; industriële bouwprojecten; putten en prefabconstructies.

44

RIORAMA

Acht filialen DYKA Plastics Overpelt produceert PVC-, PEen PP-leidingsystemen door extrusie. Daarnaast worden er in de afdeling Nabewerking diverse maatwerkproducten gemaakt, geheel volgens specificatie van de klant. Hierbij worden verschillende productietechnieken gebruikt zoals lassen, lijmen, thermovormen, enzovoort. De huidige totale bedrijfsoppervlakte bedraagt 10,3 ha. DYKA heeft 8 eigen filialen (in Brugge, Harelbeke, Temse, Zaventem, Hoogstraten, Overpelt, Charleroi en GrâceHollogne), strategisch verspreid over België. Daarnaast beschikt het bedrijf ook over een uitgebreid netwerk van professionele handelaars-verdelers. Zo kunnen de klanten altijd snel bevoorraad worden. Een uitgebreid productenpakket voor afvoer, toevoer, drukloos en/of drukhoudend en een grondige kennis van de diverse toepassingen, maakt dat DYKA Plastics in meerdere doelmarkten succesvol marktleider is. Een gemotiveerd verkoopteam adviseert klanten ook op de werf. Ook de studiedienst met specialisatie in integraal waterbeheer vormt een belangrijke extra troef. Het potentieel voor kunststofleidingsystemen groeit nog steeds, zowel op privaat als op openbaar domein.

• www.dyka.com

Wie is DYKA? DYKA produceert thermoplastische kunststofleidingsystemen in PVC, PE en PP, voor een breed scala aan toepassingen. Het bedrijf, opgericht in 1957, is uitgegroeid tot een onderneming met een sterke marktpositie en met vestigingen in een groot aantal Europese landen.

Producteigenschappen ULTRA KYMA is bestand tegen beschadiging bij -10°C. Het geribd ontwerp in tweelaags polypropyleen zorgt voor een hoge stabiliteit en voorkomt beschadiging tijdens de installatiewerkzaamheden, zelfs bij temperaturen onder nul. De leiding is eenvoudig en snel te installeren. Dit betekent dat de bouwput sneller dicht kan en er minder hinder en overlast is voor omwonenden en voor het verkeer. De afdichtingseigenschappen van de verbindingsstukken zijn getest bij een waterdruk van 0,5 bar en een luchtdruk van -0,3 bar. De leiding kan tot 30% van de diameter ingedrukt worden, zonder dat er schade ontstaat. Dankzij de grote vormvastheid en stijfheid van het materiaal is er bij deze leiding nauwelijks sprake van vervorming, zelfs bij zwaar verkeer over wegen waar deze leiding ligt ingegraven. Het gebruik van uitsluitend polypropyleen en kleurpigmenten zonder verdere toevoegingen draagt bij aan de hoge kwaliteit van deze leiding: de hoge chemische bestendigheid en weerstand tegen BZA (biogene zwavelzuuraantasting) garandeert een lange levensduur.


•• PRODUCT NEWS

Flygt N-pompen komen aan land Flygt blijft continu ontwikkelen. Dat bewijst de lange historie met revolutionaire innovaties. Voorbeelden daarvan zijn 's werelds eerste dompelpomp, de zelfreinigende N-technologie voor afvalwater- en slibtoepassingen en Flygt Experior voor optimale duurzame efficiëntie, kostenbesparing en probleemloos functioneren. Flygt heeft aandachtig geluisterd naar honderden gebruikers van droog opgestelde pompen. Als resultaat zet Flygt, met ruim 60 jaar ervaring, een eerste stap op het droge, met innovaties die pompgebruikers het leven makkelijker maken, of er nu slib verwerkt of afvalwater verpompt moet worden. Xylem presenteert de nieuwste oplossing van Flygt voor horizontaal droog opgestelde pompen (de Z-installatie) met de speciale onderhoudsslede. De gepatenteerde telescopische opening biedt snelle toegang tot de inlaat van de pomp. Met de speciale onderhoudsslede, die voor meer dan één pomp gebruikt kan worden, kan de motorunit eenvoudig van het pomphuis losgekoppeld worden. Tegelijkertijd verhoogt bewezen hijsapparatuur de veiligheid bij het werken aan de pomp. Bovendien is er een aftapvoorziening aangebracht om ervoor te zorgen dat het pomphuis leeg is voordat de pomp een onderhoudsbeurt krijgt, waardoor de werkomstandigheden aanzienlijk verbeteren. De pompen zijn ook voorzien van een manometeraansluiting, om de druk aan de zuigkant eenvoudig te kunnen meten voor een optimale werking.

• www.xylemwatersolutions.com/be

Nieuw afvangsysteem reinigt regenwater in riool Uit de onlangs verschenen onderzoeksresultaten naar de werking van de zogenoemde SediPipe in een rioleringsstelsel, is gebleken dat fijn zand in regenwater volledig kan worden afgevangen. Dit geldt grotendeels ook voor kleinere deeltjes. Bijzonder is dat naast vervuiling als lood, zink en koper, ook PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en oliedeeltjes hiermee worden afgevangen. SediPipe kan worden toegepast bij het opvangen van regenwater van meer vervuilde oppervlakten als industrieterreinen en parkeerterreinen. Het systeem speelt al in op de toekomstige Europese regelgeving omtrent vervuiling van oppervlaktewater na lozing van regenwater. Op dit moment wordt in rioleringssystemen, bij het afkoppelen van regenwaterafvoeren voor het afvangen van vuile delen van verharde oppervlakken, nog veelal gebruik gemaakt van

bergbezinkbassins. Om deze bassins te kunnen gebruiken, is veel ruimte onder het oppervlak nodig en zijn de aanlegkosten relatief hoog. Daarnaast hebben veel rioleringsstelsels te weinig capaciteit om grote hoeveelheden water goed te kunnen verwerken. Vooral ter plaatse van locaties met een grote verkeerscapaciteit zien gemeenten zich daar-

om nog steeds genoodzaakt om het (vervuilde) regenwater via het rioleringssysteem naar de rioolwaterzuivering af te voeren. Met de ontwikkeling van het nieuwe systeem is het mogelijk om meer en grotere verharde oppervlakken af te koppelen.

• www.indrabv.nl

RIORAMA

45


•• PRODUCT NEWS

Duurzame vloerplaten bij Eurodal Eurodal fabriceert sinds 1982 industriële vloerplaten. Sindsdien zijn die sterk geëvolueerd, zowel op esthetisch als op functioneel vlak. De platen worden gebruikt voor een permanente of tijdelijke verharding en lenen zich goed om zware lasten te dragen. Door de ontwikkeling van Hydrops, een waterbufferend funderingssysteem, bieden de vloerplaten van Eurodal een milieuvriendelijke en efficiënte oplossing voor waterbeheer op kleine tot grote terreinen. Eventueel in combinatie met Hydrops, bieden ze een esthetische en functionele oplossing voor de waterafvoer van ieder verhard terrein. De vloerplaten beperken zich niet tot het puur afvoeren van regenwater. De in de vloerplaten ingebouwde goten vormen een robuust geheel met hun omgeving, wat differentiële zettingen voorkomt en een blijvende garantie op hun functie - het afvoeren van water geeft. De gootplaten kunnen worden voorzien van een afvoerkolk die via een buis-in-buissysteem verbonden is met een onderbouw, die op het afvoersysteem wordt aangesloten. De afvoerkolk is zodanig ontworpen dat het systeem bij grote debieten in volvulling gaat. Dit laat toe om, mits beperkte buisdiameters, het water versneld af te voeren. De beperkte leidingdiameter maakt het systeem geschikt om bij hoge grondwaterstand en/of openbaar rioleringspeil te worden toegepast. De vloerplaten zijn beschikbaar in diverse standaardmaten: 200 x 100 cm, 200 x 150 cm en 200 x 200 cm. Op aanvraag zijn afwijkingen mogelijk. Om de buitenverharding optimaal aan te sluiten en af te werken, kunnen pasplaten worden voorzien of kan worden gekozen voor combinaties met andere materialen (klinkers, kiezels, asfalt, ...). De vloerplaten voldoen aan de Nederlandse productnorm BRL 1104 'Bedrijfsvloerplaten van constructief beton'. De mechanische sterkte beantwoordt aan C40/50 volgens NBN EN206-01 en NBN EN15001. Op verzoek kan ook een hogere sterkteklasse worden verkregen. Standaard zijn de platen voorzien van een niet-constructief wapeningsnet. Voor bepaalde situaties (slechte ondergrond, zwaardere belasting, ...) kan het element worden uitgerust met een constructieve onder- en/of bovenwapening.

46

RIORAMA

Hydrops Hydrops is een waterbufferende fundering die een aantal moderne technieken combineert om het water te bufferen met vrije keuze tot hergebruik, infiltratie of vertraagde afvoer. Het systeem is afgestemd op industriële vloerplaten, zodat de voordelen van vloerplaten mooi kunnen worden gecombineerd met een mooi afgewerkt geheel. Het Hydrops-systeem kan op iedere bodem worden toegepast. Het gepatenteerd concept werd overigens met succes geëvalueerd door het VITO. Het Hydrops-systeem slibt niet dicht, een probleem waar nogal wat andere toepassingen op lange termijn wel mee worden geconfronteerd. De gebruiker kan makkelijk voorzieningen implementeren om metingen uit te voeren en meetresultaten op te vragen. Daarnaast biedt Eurodal de optie van een professionele dienst na verkoop, die het concept regelmatig evalueert en het bewijs levert dat de waterhuishouding van de gebruiker efficiënt en blijvend werkt. Hydrops combineert diverse functies, waardoor de totale kostprijs lager ligt dan bij andere me-

thoden. Het systeem omvat zowel buffering, fundering, riolering, verharding, slibopvang als afwerking en vereist weinig onderhoudskosten.

Opbouw In de uitgegraven koffer wordt, afhankelijk van de infiltratiemogelijkheid, een ongeweven geotextiel of EPDM-folie geplaatst. Op de bodem van deze koffer worden de benodigde leidingen en de afvoerpunten geplaatst en aangesloten. Ook andere leidingen, zoals bijvoorbeeld vuilwaterafvoer of dakafvoeren, kunnen in deze koffer worden geplaatst. Doordat de afvoerpunten bestaan uit een buisin-buissysteem, is er voldoende plaatsingstolerantie voor het plaatsen van de kolkplaten achteraf. Daarna wordt de koffer opnieuw aangevuld met het funderingsmateriaal dat in verschillende lagen intensief wordt verdicht. Het 'ingepakte' geheel kan vervolgens als basis dienen voor de vloerplaten. Tijdens de graafwerken worden ook de verschillende putten (slib, KWS, regen, ...) geplaatst.

• www.eurodal.be


AQUARAMA TRADE FAIR FOR WATER TECHNOLOGY TNAV WORKSHOP

17/10/2013

HET ENIGE NETWERK-EVENT ROND WATERTECHNOLOGIE IN BELGIË

17 OKTOBER 2013 BRABANTHAL LEUVEN EXPOSANTEN AERZEN BELGIUM NV AIR PRODUCTS APT BV AQUAPLUS AQUASYSTEMS INTERNATIONAL AQUATHERM BELUX ATLAS COPCO AVECOM NV AVK BELGIUM NV BEDU POMPEN BV BELGAQUA BEST INSTRUMENTS BETON DE CLERCQ BIO-DYNAMICS BPI INSTRUMENTS BRENNTAG CARMEUSE CGK-GROUP BVBA CLARFLOK SA CONTROLLED SOFT WATER DE WATERGROEP DECKX ECO-BETON WATER TECHNOLOGIES NV ECO-VISION BVBA EDO PUMPS NV EKOPAK ENDRESS+HAUSER SA/NV ENPROTECH EUROWATER FESTO BELGIUM SA FILTER SERVICE FRANKE NV GE WATER & PROCESS TECHNOLOGIES GEA WESTFALIA BELGIUM GEFRAN GEMÜ VALVES BVBA/SPRL GEORG FISCHER NV/SA GH SYSTEMS GRÜNBECK BELGIUM BVBA GRUNDFOS BELLUX NV/SA HACH LANGE HANNA INSTRUMENTS BVBA HOBAS

HYDRIS ENGINEERING INDUSS NV 41 INDUSTRIAL STORAGE TANKS IWAKI BELGIUM NV JUMO AUTOMATION KAESER KOMPRESSOREN KROHNE BELGIUM NV KSB BELGIUM SA KURITA EUROPE GMBH KWT MILIEU BVBA MERCK MILLIPORE METIS NV GROUP BENVITEC NALCO BELGIUM BVBA NETZSCH PUMPS BELLUX NOVOTEC OVIVO HOLLAND B.V. PACKO PUMPS PENTAIR VALVES & CONTROLS PMT BENELUX PRAXAIR NV PROMINENT BELGIUM NV RIETLAND BVBA/GROUP W ROBUSCHI BENELUX BV SCHNEIDER ELECTRIC SEEPEX GMBH SIEMENS SMET-G.W.T. N.V./S.A. SOPURA SA SPIROTECH BELGIË BVBA SPX PROCESS EQUIPMENT TAUW BELGIË NV TNAV TREVI NV VEOLIA WATER SOLUTIONS & TECHNOLOGIES BELGIUM VIGOTEC AKATHERM VINK NV/SA VITO WATERLEAU-BIOTIM WATTS INDUSTRIES WEG BENELUX WEYN-LAUWERS XYLEM

registreer u nu als bezoeker op www.aquarama.be uw registratiecode RIOR02

RIORAMA

47


werken aan zuiver water

Voor een maximale levensduur van het rioolstelsel

GERICHTE INZET VAN FINANCIELE MIDDELEN Een goed werkende en goed onderhouden riolering is belangrijk voor het milieu, de volksgezondheid en voor een aangename leefomgeving. Natuurlijk zijn de financiële middelen van steden en gemeenten voor het onderhoud van de riolering beperkt. De uitvoering van camera-inspecties op de riolen die het meeste risico lopen, geeft een goede indicatie van waar die middelen het best kunnen worden ingezet. RIO-Image is een tool die de gemeente kan helpen om rioolverzakkingen en wateroverlast te voorkomen.

RIO-IMAGE – RISICO INDICATIEF ONDERZOEK OP BASIS VAN BEELDEN Aquafin NV, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar

e-mail: info@aquafin.be

www.aquafin.be

Riorama 02  

Vakblad voor riooltechnologie.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you