Page 1

Missionair: what’s in a name? In de Engelstalige wereld kent het begrip missional church (missionair gemeente-zijn) net als bij ons veel betekenissen. In een artikel in Christianity Today (2008) zet J. Todd Billings een aantal van die definities op een rij. Het is niet moeilijk de Nederlandse parallellen erbij te zoeken. De term missional church gaat volgens Todd Billings terug op een boek uit 1998. In dat boek betekende missionair gemeente-zijn dat de kerk in haar kern missionair is: door God in de wereld gezonden om getuige te zijn. Sommigen in de gemeentegroei-beweging praten over ‘missionair’ als het gaat om het vergroten van de efficiëntie en de effectiviteit van de bedieningen in de gemeente. Anderen verbinden missionair-zijn met de nadruk op de behoeften van mensen die op zoek zijn naar God. Het komt ook voor dat een missionaire focus gelijk wordt gesteld aan het Koninkrijk van God. Een missionaire gemeente predikt het Koninkrijk. En tenslotte wordt missionair verbonden met de eenheid van kerken. Als we ons samen bezig houden met missionaire activiteiten, dan kunnen we theologische verschillen achter ons laten.

Missionair gemeente-zijn 4I

Zending Nú december 2009

Over begripsverwarring en het doel van de gemeente


Maar als iemand deze term gebruikt, dan hoor je heel regelmatig een ander vragen:

thema

Het begrip 'missionair gemeente-zijn' komen we overal tegen in onze tijd. "Wat bedoel je daar eigenlijk mee?". Hoe weten we of een gemeente missionair is? Tellen we het aantal zendingswerkers dat ze ondersteunt? Is missionair gelijk aan één keer per maand een evangelisatiedienst houden? Of heeft missionair-zijn

Jaap Haasnoot EZA

vooral te maken met diaconale hulpverlening in de buurt, er zijn voor de ander? In dit artikel proberen we een aantal aspecten van wat een missionaire gemeente is te verhelderen.

Laten we beginnen met een bijbelse oriëntatie. Als we het over zending en evangelisatie hebben dan beginnen we meestal bij ‘de grote opdracht’ in Matteüs 28. Maar dit is een versmalling. Heel de Bijbel, elke bladzijde daarin, is zending! Want de Bijbel van Genesis tot Openbaring - is ontstaan vanuit het plan van God met de wereld. De mens werd geschapen om in een goede relatie tot zijn Maker te leven. Daarom sprak God tot de mens. Daarom zond Hij profeten. Daarom zond Hij zijn Zoon. Daarom kwam de Heilige Geest en daarom gaf Hij kracht aan zijn gemeente om het plan – de missie – uit te voeren. Missionair-zijn begint dus niet bij een opdracht, maar bij de Zender zélf. Pas als we dit beseffen, dan begrijpen we dat een getuigende levensstijl niet zomaar een hobby is van een paar aparte types in de gemeente. Het hoort bij de kern van het christenzijn en bij het wezen van de gemeente.

Zending Nú december 2009

Doel: God verheerlijken Als we met een paar grote stappen door de heilsgeschiedenis heen gaan, dan tekent zich deze lijn af. Na de zondeval wilde God dat Zijn vergeving en liefde elk mens zou bereiken en dat alle mensen Hem zouden dienen. God geeft Abraham een grote verantwoordelijkheid. Hij krijgt de belofte mee dat door hem ‘alle volken op de aarde gezegend zullen worden’ (Gen. 12:1-3). De volgende stap is dat het volk Israël de fakkel van Abraham overneemt. Israël moet de andere volken laten zien dat hun God alle eer en glorie verdient (Psalm 96:3). De missie van Israël mislukt en dan zendt de Vader zijn Zoon. In Hem zien we Gods grootheid (Hebr. 1:1) en door Hem worden we gered (Hand. 4:12). Voordat Jezus naar de Vader gaat, geeft Hij zijn leerlingen (en via hen de gemeente) de opdracht om alle volken te bereiken met het goede nieuws (Mat. 28:18-20). De gemeente ontvangt de kracht van de Heilige Geest om de wereld in te trekken (Hand. 1:8). Zo moeten alle volken bereikt worden. Hierbij moeten we het doel steeds helder hebben: het doel van zending en evangelisatie is dat God wordt grootgemaakt – door alles en iedereen (Psalm 67).

Getuigen Wanneer we dan inzoomen op de taak die navolgers van Jezus krijgen, dan kunnen we dat samenvatten met het woord ‘getuigen’ (Hand. 1:8). Daarbij denken we allereerst aan het onder woorden brengen van wat de hoop is die in ons is (1 Petrus 3:15). Daarnaast is het Nieuwe Testament duidelijk over de nauwe relatie tussen woorden en daden (vgl. Jakobus 2). Je bent een getuige van Jezus in wat je zegt en wat je doet. Die twee horen bij elkaar. Dr. A. Noordegraaf noemt in een artikel (februari 2007) twee andere kanten van het getuigenis over de opgestane Heer: het is een contextueel getuigenis en het is ook een aangevochten getuigenis. Het delen van het goede nieuws vindt altijd plaats in een specifieke situatie: “Het eeuwig evangelie is geen tijdloos bericht, maar wil mensen raken in hun concrete bestaan, zo verschillend als zij zijn in ras, taal, religie, sekse. […] De Geest spreekt alle talen en heeft vele pijlen op zijn boog. Wie taal zegt, zegt ook cultuur, leefwereld” (Noordegraaf, pag. 7). Ten tweede is het een aangevochten getuigenis. De boodschap over Jezus wordt niet automatisch met open armen ontvangen. Het Evangelie botst vaak met het ‘evangelie’ van tolerantie, consumentisme en eigen geluk. Maar is dit iets nieuws? “[De Vroege Kerk] ging de uitdaging niet uit de weg. Weerloos en tegelijk weerbaar heeft ze getuigd dat Jezus Christus alleen Heer is” (Noordegraaf, pag. 7). Veel christenen in de wereldkerk hebben aan den lijve ondervonden dat het Griekse woord martus, getuige én martelaar kan betekenen.

Een gemeente die niet missionair is, is demissionair (prof. G. Heitink)

I5


Twee vormen Maar hoe kreeg dat getuige-zijn van de gemeente en van christenen nu gestalte in de eerste eeuwen? De missioloog Wilbert Shenk ziet in het boek Handelingen twee vormen van missionair gemeente-zijn (ontleend aan een lezing van Dr. Anne-Marie Kool). Allereerst is er de standaardvorm (Engelse term: organic form, de gemeente als organisme): onder druk van vervolging trekt de gemeenschap van gelovigen het land door tot aan Antiochië, terwijl ze het Evangelie delen met joden en Grieken (Hand. 11). Dit is historisch gezien de normale wijze van de groei van de kerk. Daarnaast is er de complementaire (aanvullende) vorm: bepaalde individuen krijgen de taak om het Evangelie naar andere gebieden te brengen (Hand. 13). Zo kwam het goede nieuws van Jezus op belangrijke plaatsen in het Romeinse Rijk terecht. Deze tweede vorm is uitgegroeid tot de crossculturele zending zoals we die nu nog kennen. Ik denk dat dit onderscheid nuttig is. De ‘gewone’ manier van getuigen gebeurt door de lokale gemeente van Christus. Zij is zout, licht en gist in de eigen omgeving. Daarnaast zijn er individuele werkers en organisaties die nieuwe wegen inslaan en (culturele) grenzen doorbreken. Daarbij is het wel van belang dat we deze twee vormen bij elkaar houden, zodat ze elkaar kunnen aanvullen en corrigeren. Om het in meer hedendaagse termen te zeggen: zending dichtbij kan leren van zending ver weg en de christelijke gemeente vormt een gezonde bedding voor individuele uitgezonden werkers met een sterke visie. Dan moeten we ook nog iets zeggen over het veel gebruikte onderscheid tussen ‘evangelisatie’ en ‘zending’. In onze tijd is dat geen onderscheid meer tussen dichtbij en ver weg, want Nederland is ook een ‘zendingsgebied’ geworden. Het kan hooguit nog een praktisch onderscheid zijn, waarbij het begrip zending het crossculturele aspect van de communicatie van het Evangelie benadrukt.

Zending Nú december 2009

De praktijk Hoe gaat dat dan in de praktijk? In onze tijd zijn er enorm veel programma's en methoden om de gemeente te ondersteunen in haar missionaire taak. Het is goed als een gemeente - vanuit haar eigen identiteit - zich oriënteert op zaken die ergens anders goed hebben gewerkt. Wanneer een gemeente dat weet in te passen in de eigen context, dan is dat alleen maar positief. Er zijn vrij veel onderzoeken beschikbaar over 'het geheim' van een missionaire gemeente. Ik noem er hier één. Een werkgroep van de Raad van Kerken in Nederland publiceerde in 2007 een verslag van een onderzoek naar 15 vindplaatsen van hoop. In een 'voorlopige balans' noemen de auteurs acht gemeenschappelijke kenmerken van die hoopvolle gemeenschappen: (1) ze hebben een duidelijk profiel, (2) er zijn veelkleurige diensten, (3) ze doen concrete activiteiten, (4) ze gaan de weerbarstige realiteit niet uit de weg, (5) er is inspirerend leiderschap, (6) gastvrijheid is belangrijk, (7) ze zijn

lokaal georiënteerd en mondiaal geïnspireerd, en (8) ze staan open voor verrassingen. Bij alle missionaire activiteiten is deze waarschuwing van Lesslie Newbigin (naar aanleiding van Handelingen 1:8) op zijn plaats: “We moeten erop letten dat het een belofte is en niet een gebod. Er staat niet: 'Je moet gaan en mijn getuigen zijn.' Er staat: 'De Heilige Geest zal komen en je zult mijn getuigen zijn.' Er is een wereld van verschil tussen die twee” (Zending in het voetspoor van Christus, 1989, p. 30).

Wat is het doel van de gemeente? “Iedere christelijke gemeente is een plaatselijke uitdrukking van het Lichaam van Christus en heeft dezelfde verantwoordelijkheden. Zij is zowel een ‘heilig priesterschap’ om God de geestelijke offeranden van aanbidding te brengen, als een ‘heilige natie’ om de grote daden van God te verkondigen (1 Petr. 2:5,9). […] Aanbidding en getuigenis horen bijeen. Wij geloven dat de plaatselijke kerk een primaire verantwoordelijkheid heeft voor de verspreiding van het Evangelie.”

Een missionaire gemeente is lokaal georiënteerd en mondiaal geïnspireerd

(The Manila Manifesto, paragraaf 8, Lausanne II, 1989)

“De plaatselijke gemeente is het kloppende hart van de kerk en de gemeenteleden zijn de ambassadeurs van het Woord. De gemeente is daarom missionair. Zij is er om het Woord over de grenzen van kerk en christendom heen te vertalen en vorm te geven.” (Visienota ‘Leren leven van de verwondering’, Protestantse Kerk in Nederland, 2005)

Conclusie Er blijven nog genoeg vragen over als het gaat om missionair gemeente-zijn. Laten die ons niet belemmeren om voluit getuige van Jezus te zijn, in woord en daad, dichtbij en ver weg. Ondanks alle verwarring rond de term missionair is hopelijk duidelijk geworden dat missionair-zijn niet zomaar een keuze is, maar een voorwaarde voor het kerk-zijn. Het is niet bedoeld als een overlevingsstrategie voor een gemeente die anders ophoudt te bestaan, maar het is dé strategie van het normale leven van een gemeente van Jezus. Tot Gods eer. Voor minder kan het niet. Gebruikte literatuur J. Todd Billings, ‘What Makes a Church Missional?’, Christianity Today (CT), 2008. Beschikbaar op de website van CT. Jaap Haasnoot, Mijn God is uniek, Uitg. Jes! 2009. Anne-Marie Kool, niet-gepubliceerde lezing tijdens EEMA-bijeenkomst in Boedapest, 2007. A. Noordegraaf, ‘Gezonden in de wereld’, Ouderlingenblad, pag. 5-8, februari 2007. Over een andere boeg, Handreiking voor missionair kerk zijn in een tijd van kentering, Raad van Kerken in Nederland, 2007.

I7

Missionair gemeente-zijn  
Missionair gemeente-zijn  

Het begrip ‘missionair gemeente-zijn’ komen we overal tegen in onze tijd. Maar als iemand deze term gebruikt, dan hoor je heel regelmatig ee...

Advertisement