Page 1

Evaluatie 2013 Renkum


Voorwoord Graag bieden wij u het jaarverslag voor 2013 aan. Rijn IJssel Educatie & Integratie heeft dit jaarverslag voor u opgesteld in het kader de Wet Educatie & Volwasseneneducatie. Wij willen u op deze wijze laten zien dat Rijn IJssel Educatie & Integratie bezig is geweest, om participatie, integratie en volwasseneneducatie inhoud te geven.

R e n k u m 2 0 1 3 1

Het is goed om te constateren dat Rijn IJssel Educatie & Integratie, zeker als gevolg van de prettige en goede samenwerking met uw ambtenaren, wederom in staat is geweest om kwalitatief een goede invulling te geven aan de beschikbare middelen. Toekomst: 2013 is een jaar waarin steeds meer duidelijk is geworden over de wijze waarop het ministerie van OC&W de volwasseneneducatie wil positioneren en bekostigen. Eind 2013 is een concept-wetsvoorstel gepresenteerd waarin duidelijk werd dat: • De educatiemiddelen niet over gaan naar het deelfonds sociaal domein. In plaats daarvan verstrekt het Rijk de middelen geoormerkt als specifieke uitkering aan regiegemeenten. Hiervoor heeft de minister in eerste instantie de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s op het oog. • De huidige verplichte besteding van educatiemiddelen bij roc’s wordt geleidelijk afgebouwd. Deze afbouw vindt in onderling overleg tussen gemeenten en roc’s plaats. De minister faciliteert wettelijk de volgende stapsgewijze afbouw: 75% van de beschikbaar gestelde middelen in 2015, 50% in 2016, 25% in 2017 tot uiteindelijk nihil in 2018.

R i j n

I J s s e l

In 2012 kwam de VAVO onder rijksfinanciering en kreeg een meer directe aansturing van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W). Met ingang van 2013 mogen gemeenten hun Educatiebudget alleen nog maar inzetten voor taal en rekenen en NT2. De gemeenten kopen dit aanbod in op basis van groepscontacturen en zijn verantwoordelijk geworden voor de werving en toeleiding van de cursisten. Daarnaast werd 2013 gekenmerkt door een bezuinigingsmaatregel op het participatiebudget en de wijzingen in de Wet Inburgering (WI) en Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB).

E v a l u a t i e

Vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs voeren we in alle gemeenten in onze regio trajecten uit, waarbij maatwerk voorop staat. Dit maakt dat er diversiteit is in ons aanbod dat qua vorm, inhoud en proces aansluit bij de vraag van de betreffende gemeente. Middels dit jaarverslag willen we u informeren over de resultaten van uw gemeente.

Dit maakt dat er voor Rijn IJssel Educatie & Integratie en de gemeenten, als opdrachtgevers, voor 2014 en verder een uitdaging is ontstaan om de kwaliteit en kwantiteit van de inzet ten behoeve van participatie en volwasseneneducatie in gezamenlijkheid optimaal vorm te geven. Dit soort wijzigingen maakt dat het van groot belang is te bekijken wat de consequenties zijn voor het gemeentelijk aanbod en opnieuw bekeken wordt op welke manier budgetten efficiënt ingezet worden vanuit een integrale visie op participatie. Een goede relatie is daarbij van groot belang; we zullen vanuit Rijn IJssel er alles aan doen om de goede relatie te behouden en waar mogelijk nog te verstevigen. Als u zicht wil krijgen op wat we het afgelopen jaar hebben aangeboden bij andere gemeenten, kunt u bij het secretariaat van Rijn IJssel Educatie & Integratie ook de jaarverslagen van andere gemeenten opvragen. Ook in de komende jaren kunt u bij Rijn IJssel Educatie & Integratie terecht voor educatie, integratie èn participatie! Het management van Rijn IJssel Educatie & Integratie, Marjan van den Broek manager Dick Mol manager Wouter Groothedde directeur

2


1. Inleiding

2 0 1 3 1 E v a l u a t i e I J s s e l

Momenteel vindt in het onderwijs, van primair tot in het middelbaar beroepsonderwijs, een ontwikkeling plaats die er op gericht is het taal- en rekenniveau in het onderwijs te verhogen. Het betreft de basisvaardigheden die volwassenen nodig hebben om zich verder te ontwikkelen. Veel werkenden functioneren als het gaat om hun basisvaardigheden op het laagste niveau ( rond niveau 1F). Om kans te hebben op duurzaam geschoold werk, nu en in de toekomst, is echter niveau 2F vereist. 75% van de mensen die nu geen werk hebben zijn laagopgeleid en hebben dus ook behoefte aan scholing op het gebied van de bedoelde basisvaardigheden. Op 8 oktober 2013 verscheen het PIAAC-onderzoek 1 ; dit onderzoek meet via een test de taalvaardigheid, rekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen in digitale omgevingen en is uitgevoerd onder ruim 5.000 mensen tussen de 16 en 65 jaar. Uit dit onderzoek blijkt dat zowel het percentage laaggeletterden als excellenten in de afgelopen jaren is gegroeid. Het percentage laaggeletterden is gestegen van 9,4% naar 12%; het aandeel excellenten steeg van 16,2 % naar 18,6%. De grootste groepen laaggeletterden vinden we onder oudere autochtonen met een middelbaar scholingsniveau: zij maken 45% van de groep laaggeletterden uit. Het gaat dan om 540.000 mensen. Daarnaast vormen 120.000 autochtone en 108.000 allochtonen niet-werkende laaggeschoolden twee relatief grote groepen van laaggeletterden. In Nederland geldt MBO2 als het minimale onderwijsniveau dat nodig is om kans te maken op duurzaam geschoold werk. Uit het eerder aangehaalde PIAAConderzoek blijkt dat er forse verschillen zijn in het vaardigheidsniveau van mensen die dat niveau wel of niet beheersen. Ongeveer 15% van de mensen tot 35 jaar zonder een MBO2kwalificatie is laaggeletterd.

R i j n

Binnen educatie worden de volgende opleidingen onderscheiden: 1. Opleidingen Nederlandse taal en rekenen, gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs (1F en 2F); 2. Opleidingen Nederlands als tweede taal (NT2), die opleiden voor het Staatsexamen 1 en 2; 3. Opleidingen Nederlands als tweede taal (NT2), gericht op beheersing van het basisniveau NT2; 4. Opleidingen Nederlands als tweede taal (NT2), gericht op alfabetisering; 5. Bij ministeriële regeling aan te wijzen andere opleidingen. Dit betekent dat de opleidingen ‘sociale redzaamheid’ en ‘breed maatschappelijk functioneren’ vanaf 1 januari 2013 niet meer bekostigd worden vanuit de Educatiemiddelen. Prioriteit krijgen opleidingen die gericht zijn op de beheersing van fundamentele basisvaardigheden met het oog op de zelfredzaamheid van volwassenen in onze samenleving.

R e n k u m

Met ingang van 1 januari 2013 is er een wet- en regelgeving wijziging van Educatie in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Het VAVO wordt onderscheiden van Educatie; • Het VAVO komt onder rechtstreekse aansturing van het Rijk; • De opleidingen VAVO moeten gericht zijn op het behalen van het diploma; • De educatiemiddelen blijven in het participatiebudget.

.Kernvaardigheden voor werk en leven: Programma for the International Assessment of Adult Competencies, onderzoek van de

1

OECD, uitgevoerd in 2012 in 24 landen.

3


R e n k u m 2 0 1 3 2 E v a l u a t i e I J s s e l R i j n 4

Deze wetswijziging, met als doel de prioriteit te leggen bij de beheersing van fundamentele basisvaardigheden, met het oog op de zelfredzaamheid van mensen sluit goed aan bij de visie van de gemeente Renkum op participatie. De concept kadernota Sociaal Domein ‘de kunst van het samenleven in de gemeente Renkum’ gaat uit van een omslag van ‘zorgen voor naar zorgen dat’ en gaat uit van het principe dat er meer verantwoordelijkheid naar de burger gaat en er minder geregeld wordt vanuit de (centrale) overheid. Het is de ambitie in de gemeente Renkum, om inwoners zoveel mogelijk ruimte te geven om actief te bouwen aan hun eigen samenleving. De gemeente Renkum zet in op het vergroten van het zelfoplossend vermogen van mensen en de kracht van sociale verbanden. De gebiedsteams zullen een belangrijke taak gaan vervullen in het toeleiden naar algemene voorzieningen, zoals de Educatie. Om echt te kunnen participeren hebben mensen basisvaardigheden nodig, op het gebied van de taal, het rekenen (budgetteren) en digitale vaardigheden. De Participatiewet gaat er van uit dat alle mensen als volwaardige burgers mee doen aan onze samenleving. Bij voorkeur via een reguliere baan, maar als dat (nog) een brug te ver is, door op een andere manier te participeren in de samenleving. De beschikbare cursistplaatsen in de volwasseneneducatie worden benut voor mensen, met een participatieachterstand. De gemeente Renkum geeft voorrang aan: • Mensen in een uitkeringssituatie, die hoog op de trede van de participatieladder staan om via scholing de kortste weg naar werk te volgen. • Laaggeletterden met of zonder uitkering. • Niet-uitkeringsgerechtigden, die hun taal willen verbeteren (oudkomers en vrijwillige inburgeraars) • Arbeidsmigranten De gemeente is verantwoordelijk voor de werving en maakt een voorlichtingsplan. Gezien de prioriteit die ligt bij de uitkeringsgerechtigden begint de werving onder de klanten van sociale zaken. Jaarlijks brengt de gemeente Renkum in beeld welke educatieve behoeften bestaan bij grote groepen volwassenen met een laag tot zeer laag opleidingsniveau en maakt afspraken met Rijn IJssel om dit aanbod te realiseren.


2. Gerealiseerd aanbod 2013 Doorlopende trajecten W erkelijk aantal deelnemers 0 7 4 1

2 0 1 3 2

NT2 Alfabetiseringstrajecten Door de wetswijziging Educatie én de wijziging van de Inburgeringswet mogen vanaf 1 januari 2013 alleen alfabetiseringstrajecten onder de WEB aangeboden worden aan niet-inburgeringsplichtigen. Inburgeraars zijn zelf verantwoordelijk geworden voor het inkopen van een inburgeringstraject en mogen niet deelnemen aan het gesubsidieerde onderwijs. Inmiddels hebben we een grote expertise met betrekking tot de specifieke aanpak van deze doelgroep. Een alfabetiseringstraject moet meer zijn dan het leren lezen en schrijven, gericht op instroom in een inburgeringstraject. Alfabetiseringscursisten hebben jarenlang in een situatie geleefd dat ze zichzelf hier niet of nauwelijks konden redden, ze zijn als het ware gehospitaliseerd: ze moeten zelfvertrouwen opbouwen en het lef krijgen zaken zelf op te pakken en actief te gaan deelnemen aan de Nederlandse samenleving. We zien dat dit in de praktijk ook zo werkt: een aantal cursisten is op fietsles gegaan en komen nu op de fiets naar school. Ze kunnen nu de verkeersborden lezen en hoeven dus niet meer de bus te pakken. Empowerment en gespreksvaardigheid zijn, naast het leren lezen en schrijven, dan ook belangrijke onderdelen ter ondersteuning van het alfabetiseringstraject. Het aantal allochtonen dat een alfabetiseringstraject volgt is drastisch afgenomen ten gevolge van het gewijzigd beleid, in Renkum zijn er dit jaar geen cursisten ingestroomd. Deze ontwikkeling is gelijk aan de landelijke trend. De doelgroep Inburgeringsplichtigen bestaat alleen nog uit nieuwkomers, terwijl voorheen de doelgroep oudkomers ruim 50% van de doelgroep Inburgeringsplichtigen uitmaakten.

E v a l u a t i e

De gemiddelde duur van een NT2 traject is 6-9 maanden. De alfabetiseringstrajecten en trajecten Taal & Rekenen voor laaggeletterden variëren van 6 maanden tot 2 jaar.

I J s s e l

*) Door flexibele in- en uitstroom van cursisten gedurende het hele jaar kunnen er meerdere cursisten gebruik maken van 1 cursistplaats op jaarbasis.

R e n k u m

23

R i j n

soort traject Gepland aantal cursistenplaatsen NT2 Alfabetisering 2 NT2 Basisniveau 10 NT2 Staatsexamen 2 Taal & rekenen 1F/2F 16 Overgangstrajecten 11 Totaal 30

NT2 Basisniveau Voor inburgeraars die het examen behaald hebben, is het mogelijk om via Educatie te werken aan taalniveauverhoging. Veel inburgeraars maken hier gebruik van: het niveau van het inburgeringsexamen is in veel gevallen nog onvoldoende. Een groot deel van de inburgeraars wil uiteindelijk het taalniveau (A2) behalen, dat nodig is voor naturalisatie. Voorheen werden vanuit de gemeente Renkum voornamelijk inburgeraars toegeleid voor een inburgeringstraject. Vanaf 2013 is de gemeente ook verantwoordelijk voor de werving en toeleiding van de WEB-cursisten. Het afgelopen jaar is hier in geïnvesteerd door samenwerkingsafspraken te maken met Sociale Zaken. Er is een productcatalogus opgesteld, zodat alle casemanagers goed op

5


R i j n

I J s s e l

E v a l u a t i e

2 0 1 3

R e n k u m

de hoogte zijn van de mogelijkheden. Gezamenlijk is er een studiemiddag geweest, waar aan de hand van casussen de samenwerkingsmogelijkheden besproken zijn. Uiteindelijk zijn er 12 mensen toegeleid door Sociale Zaken, deze mensen stromen in 2014 in in hun traject. NT2 Staatsexamen Voor (in het land van herkomst) hoger opgeleiden, die het inburgeringsexamen behaald hebben of niet inburgeringsplichtig zijn, is er een speciaal taaltraject gericht op het behalen van het diploma Staatsexamen 1 of 2. Met dit diploma is het mogelijk om verder te studeren binnen het mbo/hbo of op dat niveau aan het werk te gaan. Naast de vaardigheden lezen, luisteren, spreken en schrijven is er veel aandacht voor uitbreiding van de woordenschat en de grammatica. Taal en Rekenen 1F/2F Het gaat om de beheersing van fundamentele basisvaardigheden met het oog op zelfredzaamheid van volwassenen (niveau 1F) ĂŠn op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs (2F). Het leren omgaan met de computer of andere digitale hulpmiddelen vindt alleen nog plaats als onderdeel van een opleiding Nederlandse taal en rekenen. Een cursus Budgetteren mag onder een opleiding Rekenen geplaatst worden, indien voldaan wordt aan de standaarden en eindtermen die voor rekenen worden vastgesteld. Ook voor deze trajecten ligt de prioriteit bij deelnemers met een uitkering, die een grotere of kleinere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Er is nog weinig toeleiding van met name autochtonen vanuit het bestand van Sociale zaken. Het is voor de casemanagers moeilijk om de juiste doelgroep te herkennen, aangezien de mensen zelf hun problematiek goed verbergen en dit moeilijk bespreekbaar willen maken. We zijn de mogelijkheden aan het onderzoeken om de doelgroep op te sporen door gebruik te maken van een scan, die daar speciaal voor ontwikkeld is door de Stichting Lezen & schrijven. Overgangstrajecten Gezien het cruciale belang van geletterdheid is het brede aanbod van bekostigde educatieactiviteiten wettelijk beperkt tot opleidingen Nederlandse taal en rekenen (en NT2). Cursisten, die in 2012 gestart zijn met een traject Sociale redzaamheid of een traject gericht op participatie mogen die traject afmaken in 2013. Al deze trajecten vallen onder de noemer Overgangstrajecten. Aangezien de NT2-trajecten in 2012 nog niet uitgesplitst waren in enerzijds basisniveau en anderzijds Staatsexamen zijn deze trajecten ook als Overgangstraject afgerond in 2013. In totaal ging het om 11 NT2 cursisten.

3. Werving en toeleiding van laaggeletterden In Nederland zijn 1,3 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Dat staat gelijk aan zeker 1 op de 9 Nederlanders in deze leeftijdscategorie. 65% van de laaggeletterden zijn autochtoon en 43% is werkloos of inactief. “We leven in een digitale kennissamenleving. Het huidige kabinet streeft ernaar in 2017 alle overheidsdiensten digitaal aan te bieden. Veel mensen hebben beperkte (digitale) basisvaardigheden, die belemmeren hen om hier optimaal gebruik van te maken. Onderzoek toont aan dat het hier gaat om 3 tot 4 miljoen Nederlanders “(uit: Feiten & cijfers geletterdheid, 2013, Stichting Lezen & Schrijven in samenwerking met Universiteit van Maastricht, ECBO, PWC en SEO).

6


In 2012 heeft de gemeente Renkum de werkconferentie ‘laaggeletterdheid in beeld’ georganiseerd. Als follow-up is in 2013 de bijeenkomst ‘Laaggeletterden doen mee’ georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst zijn professionals en vrijwilligers samen met (vertegenwoordigers van) laaggeletterden en ambassadeurs in gesprek gegaan: wat kunnen zij zelf doen, wat verwachten zij van ons en wat betekent dit voor onze inzet en dienstverlening. In workshops zijn concrete acties benoemd op het gebied van toegankelijke en leesbare dienstverlening en het leren herkennen &doorverwijzen van laaggeletterden. Enkele cursisten zijn actief als ambassadeur voor laaggeletterden, zij zijn ervaringsdeskundige en hebben een speciale training gevolgd om als ambassadeur te kunnen optreden. Onze ambassadeurs worden ingezet ten behoeve van de werving: een eigen verhaal heeft immers de meeste impact.

2 0 1 3 E v a l u a t i e

Doel van de pilot is het verminderen en voorkomen van laaggeletterdheid in de regio via twee sporen: 1. Zorgen dat het regionale aanbod bekend is (ook het informele aanbod). 2. Zorgen dat op de vindplaatsen laaggeletterdheid wordt herkend en doorverwezen: • Er is een Bondgenootschap voor Geletterdheid opgericht, daarin werken 30 organisaties en bedrijven -, waaronder de negen gemeenten- samen om ieder hun eigen rol op te pakken in de aanpak van laaggeletterdheid. • Daarbij krijgen ze ondersteuning en scholing:ze worden geëquipeerd om laaggeletterden te herkennen en door te verwijzen naar de juiste instelling Potentiële deelnemers schamen zich voor hun laaggeletterdheid en houden hun ‘geheim’ angstvallig stil.

I J s s e l

Door de wetswijziging in de Educatie is de toeleiding en werving van laaggeletterden de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf geworden. De regio Arnhem heeft hier op ingespeeld door een ‘aanjager laaggeletterdheid’ aan te stellen, die afspraken kan maken over de toeleiding van Werk & Inkomen, sociale werkvoorziening, UWV en dergelijke. De landelijke Stichting Lezen & Schrijven heeft de regio Arnhem, op grond van haar expertise, uitgekozen als pilotregio.

R i j n

Tot nu toe heeft het accent in Nederland vooral gelegen op lezen en schrijven. De eisen om maatschappelijk volwaardig te kunnen functioneren worden echter steeds hoger. Dit heeft geleid tot vernieuwing van het begrip geletterdheid: Laaggeletterdheid omvat luisteren, spreken, lezen, schrijven, gecijferdheid en in dat kader het gebruiken van alledaagse technologie om te communiceren en om te gaan met informatie.

R e n k u m

Dat zelfde onderzoek toont aan dat een betere taalbeheersing er voor zorgt dat mensen zelfredzamer, sociaal actiever en gelukkiger zijn: • 60-80% heeft een betere taalbeheersing na het volgen van een taaltraject en krijgt een betere plek in de samenleving. • Investeren in vermindering van laaggeletterdheid leidt tot een betere economische situatie, waaronder een betere arbeidsmarktpositie en beter functioneren van werknemers. Of zoals één van de cursisten het verwoordde: “Vroeger mocht ik de computer alleen afstoffen, nu werk ik er lekker op als de kinderen op school zitten”.

7


4. Contractactiviteiten

Scholing taalvrijwilligers VWON Rijn IJssel verzorgt de scholing van de taalmaatjes van Vluchtelingenwerk Oost Nederland (VWON). In 2013 zijn er 2 scholingen uitgevoerd, de derde bijeenkomst is in 2014 ingepland. Thema 1ste bijeenkomst: Wat is…. Inburgering, alfabetisering, participatie? Wat is jouw rol als taalmaatje? Doelgroep: alle nieuw geworven vrijwilligers. Thema 2de bijeenkomst: Iedereen leert anders: hoe hebben verschillende leerstijlen invloed op onze manier van leren en het overbrengen van lesstof? Doelgroep: alle reeds gestarte vrijwilligers plus eventuele nieuwe instroom.

R i j n

E v a l u a t i e

Fietscursus voor allochtone vrouwen Werk & inkomen heeft de deelnemers geselecteerd en aangeleverd. De vrouwen zijn nieuwkomers die nog niet zo lang in de gemeente Renkum wonen. Velen zijn als vluchteling afkomstig uit landen waar fietsen niet zo gebruikelijk is als hier. De vrouwen komen uit Afghanistan, Irak, Guinee, Nigeria en Somalië. Het doel van de cursus is de deelnemers te leren de verschillende verkeerssituaties te herkennen en te beoordelen om daarna juist te kunnen handelen. Ze leren de basistheorie van het verkeer in Nederland. Er wordt aangesloten op het taalniveau van de cursisten en er is aandacht voor de instructietaal. De theorie in de les wordt ondersteund door de praktijklessen buiten, die verzorgd worden door VWON. Ze hadden een ‘oefenfiets’ tot hun beschikking. In totaal hebben 12 deelnemers enthousiast deelgenomen en hun examen behaald, ondanks hun zeer lage taalniveau dat het niet mogelijk maakte om bijvoorbeeld de betekenis van verkeersborden te trainen op de computer.

I J s s e l

2 0 1 3 2

R e n k u m

De gemeente Renkum heeft twee contractactiviteiten ingekocht in 2013: • Fietscursus voor allochtone vrouwen • Scholing taalvrijwilligers VWON

8

De scholingen zijn bezocht door 10 enthousiaste vrijwilligers. De scholingen voorzien duidelijk in een behoefte, men is zeer leergierig en wil graag het beste voor zijn/haar taalmaatje Het uitwisselen van ervaringen en vragen blijft een populair onderdeel van de bijeenkomsten. De behoefte daaraan onder de vrijwilligers is er groot. Daarvoor hebben we uiteraard ruimte gecreëerd en dit willen we ook in de vervolgbijeenkomst in 2014 doen in de vorm van kleine aan elkaar gekoppelde uitwisselingsgroepjes, die ieder een realistische casus gaan bespreken.


Rendement • Aantal deelnemers contract Inburgering (2008 t/m 2013): 153 • Aantal uitgestroomde deelnemers contract Inburgering: 133 • Nog lopende trajecten: 11 inburgering en 9 voortrajecten alfabetisering. • Aantal geslaagden: 83% • Tevredenheid opdrachtgevers in 2013 volgens Keurmerk: rapportcijfer 7,8 (landelijk 7,4) • Tevredenheid cursisten in 2013 volgens Keurmerk: rapportcijfer 8,4 (landelijk 7,6)

2 0 1 3 2 E v a l u a t i e I J s s e l

Waarborg kwaliteit Rijn IJssel heeft een erkenning als exameninstituut voor het afnemen van praktijkexamens Inburgering; het examenbureau voert de praktijkexamens uit voor diverse aanbieders uit de regio. Vanaf 1 januari 2007 is Rijn IJssel in het bezit van het Keurmerk Inburgeren; hiervoor wordt jaarlijks een audit door KIWA uitgevoerd om de kwaliteit te meten op het gebied van deskundigheid personeel, slagingspercentage, tevredenheid cursisten en opdrachtgevers, afhandeling klachten en borging van het privacyreglement. Daarnaast valt Rijn IJssel onder het toezicht van de Onderwijsinspectie. De Inspectie van het Onderwijs is zeer te spreken over het betrekken van onafhankelijke deskundigen bij de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Men constateerde een hoge intensiteit van tevredenheidsonderzoeken onder belanghebbenden, met een prima respons, een goede analyse van de uitkomsten en een sterke relatie tussen de uitkomsten van de onderzoeken en de verbeteractiviteiten. De Inspectie stelde tevens vast dat er een sterke dialoog met de opdrachtgevers is over de beoogde en gerealiseerde onderwijsprestaties.

R i j n

Vanaf 1997 verzorgt Rijn IJssel de inburgering in de gemeente Renkum. In eerste instantie was er sprake van verplichte winkelnering bij de ROC’s; met ingang van de nieuwe Wet Inburgering (WI) is de markt vrijgegeven en is er via een aanbestedingsprocedure een contract afgesloten met de beste aanbieder. Bij de aanbestedingsprocedure is Rijn IJssel als beste aanbieder naar voren gekomen. Rijn IJssel voert alle inburgeringsprofielen uit (Werk, OGO, Maatschappelijke Participatie en Ondernemerschap en de Staatsexamentrajecten). Ook is er de mogelijkheid van combinatietrajecten met het MBO, zodat de inburgeraars een startkwalificatie behalen. De lessen worden gegeven vanuit onze locatie in Renkum (Groeneweg). In 2013 is de nieuwe Wet Inburgering van kracht geworden: verplichte inburgeraars krijgen geen aanbod meer via de gemeente, maar zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgeringstraject. Ze kunnen kiezen of en waar ze een inburgeringstraject gaan volgen en dienen dit zelf te betalen. Zo nodig kunnen ze hiervoor een lening aanvragen bij DUO. Het aantal inburgeraars dat in 2013 gestart is met een inburgeringstraject bij het Rijn IJssel is aanzienlijk lager dan in 2012.

R e n k u m

5. Inburgeren in Renkum

9


R e n k u m 2 0 1 3 E v a l u a t i e I J s s e l R i j n

• • •

Rijn IJssel heeft ruime ervaring in het werken met flexibele instroom van cursisten. Flexibiliteit vraagt om een sterke organisatie qua omvang, faciliteiten en ervaring. Cursisten zijn zeer betrokken bij hun ‘school’. De locaties zijn ingericht op volwassen cursisten en er is een Open Leer Centrum, voorzien van computers met alle relevante multimediale lesmethoden, waardoor de cursist zowel overdag als ’s avonds zelfstandig verder kan werken. Er zijn korte lijnen met de gemeenten: ieder kwartaal is er een voortgangsoverleg en wordt de kwartaalrapportage Inburgering besproken. De voortgang van de individuele cursist wordt bijgehouden in halfjaarlijkse rapportages en, indien nodig, is er direct contact tussen de docent en de casemanager. Op deze manier wordt voorkomen dat er veelvuldig verzuim is en kan voortijdige uitval uit het traject voorkomen worden. Voortijdige uitval Totaal aantal deelnemers Voortijdige uitval Reden: verhuisd 7 ziek 1 participatiedoel bereikt 1 emigratie 1 overig 3

153 13

6. VAVO Veranderingen in 2013 Voor Rijn IJssel VAVO betekende 2013 een jaar met grote veranderingen in de financiering. Tot 2013 werd Rijn IJssel VAVO gefinancierd via de educatiegelden van de gemeentes. Vanaf 1 januari 2013 wordt Rijn IJssel VAVO voor een belangrijk deel rechtstreeks door het Rijk gefinancierd. Daarbij zijn 2013 en 2014 overgangsjaren. Het VAVO ontvangt een budget op basis van eerdere jaren. Voor het VAVO van Rijn IJssel betekende dat een groei van het budget, helaas ten koste van de gelden voor de overige educatie. De teldatum van 1 oktober 2013 is, samen met een vergoeding op basis van het diplomarendement in 2013, bepalend voor de hoogte van de vergoeding in 2015. Deze verandering in de financiering betekent ook dat Rijn IJssel VAVO voor de laatste keer verantwoording aflegt in het jaarverslag; niet over 2013, maar over de leerlingen die op 1 oktober 2012 ingeschreven stonden. Het betreft dus een verantwoording over het schooljaar 2012-2013. Terwijl we, vanwege strengere exameneisen in het voortgezet onderwijs (VO), meer studenten verwachtten, nam het aantal studenten licht af. We kregen minder leerlingen via de ‘Rutte regeling’; de uitbesteding vanuit het Voortgezet Onderwijs. Het aantal WEB-leerlingen nam toe, van 118 in 2011 naar 159 in 2012. Zij realiseerden 95640 onderwijsuren. Ter informatie: op 1 oktober 2013 stonden 221 Leerlingen ingeschreven op Rijksfinanciering; de ingezette groei zet door. Rijn IJssel VAVO heeft daarmee in 2013 meer studenten bediend dan budgettair mogelijk was. We hadden becijferd dat we op basis van het budget zo’n 135 leerlingen konden inschrijven, die 73316 uur zouden realiseren. 256 studenten stonden op 1 oktober 2012 ingeschreven via de ‘Rutte regeling’. Op 1 oktober 2013 waren dat er 208, exclusief de ISK-leerlingen.

10


De groei van het aantal jongeren met (meerdere) problemen neemt de laatste jaren sterk toe. Rijn IJssel VAVO heeft aangetoond dat men, met de gekozen aanpak van traditioneel, klassikaal onderwijs, goede resultaten weet te behalen. De komende jaren zal Rijn IJssel VAVO nog meer uren inzetten op de begeleiding van de studenten. Examenresultaten Rijn IJssel VAVO kan terugkijken op een succesvol examenjaar. De (kleine) afdeling vmbo bleef wat achter wat resultaten betreft, maar havo en vwo scoorden naar verwachting. De norm voor dit examenjaar is door de inspectie op gemiddeld 5,9 gesteld voor het centraal examen (CE). Het VMBO scoort iets daaronder. Rijn IJssel VAVO als geheel zit boven de norm. afdeling HAVO VMBO VWO

Aantal vakken 517 166 409

2 0 1 3 E v a l u a t i e

De slaagkans ligt het hoogst bij studenten die instromen zonder voorgaand diploma (tweedekans havisten en vwo-ers) en die geen problemen hebben. Bij studenten die uitbesteed zijn door het VO ligt de slaagkans ook hoger. Het grote aantal jongeren met meervoudige problematiek heeft gevolgen voor het slagingspercentage in het vmbo. In die afdeling is het verzuim ook relatief groot. Omdat daar ook een deel van de studenten jonger dan 18 jaar is, is er voor die doelgroep een goed contact met het regionale meld en coördinatie centrum (RMC).

I J s s e l

Binnen de hele populatie van Rijn IJssel VAVO heeft een derde te maken met meervoudige problematiek. In de vwo-groep ligt dat percentage lager en in de vmbo-groep het hoogst. Een derde van de studenten is op geen enkel probleem geïndiceerd.

R i j n

Als indicator voor de zwaarte van de problematiek waarmee de studenten van Rijn IJssel VAVO te maken hebben, kijken we naar het aantal verschillende typen problemen dat zij hebben. Hoe meer verschillende soorten problemen, hoe zwaarder de totaalproblematiek. We onderscheiden daarbij gedragsproblemen, persoonlijke problemen (thuis, gezondheid) en leerproblemen.

R e n k u m

Probleemjongeren Of jongeren succesvol zijn op Rijn IJssel VAVO hangt, net als elders in het onderwijs, af van verschillende factoren. Voor een deel van hen verloopt de schoolloopbaan moeizaam, omdat zij te maken hebben met persoonlijke problemen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een moeilijke thuissituatie of gezondheidsproblemen. Een flinke groep jongeren heeft te maken met gedragsproblemen of gedragsstoornissen. Dat kan uiteenlopen van faalangst of autistische stoornissen tot agressief gedrag. De mate waarin studenten van een opleiding te maken hebben met dit soort problematiek is van invloed op het succes van de opleiding, in dit geval het slagingspercentage.

SE CE 6,04 6,43 6,12 5,76 6,32 6,04

Tussen haakjes staan telkens de cijfers van het schooljaar, 2011-2012: Rijn IJssel had in 2012 469 (495) ingeschreven studenten. In mei behaalden 218 (227) leerlingen rechtstreeks hun diploma. Na de herkansing behaalden nog eens 16 (16) leerlingen hun diploma. Totaal dus 234 (242) diploma’s. Dat is een rendement van 50 (49) %. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat niet alle ingeschreven kandidaten het doel hadden een diploma te behalen. 308 (335) kandidaten hadden het plan om een diploma te behalen. 265 (296) zijn er daadwerkelijk gestart met het examen. Van die leerlingen behaalden er dus 88 (82) % een diploma.

11


Het slagingspercentage is dus uitgaande van het aantal op 1 oktober 76 (73) %. Alle cijfers zijn overigens zonder de leerlingen die we hebben vanuit de Internationale Schakel Klas (ISK). Deze uitbestede leerlingen zitten formeel in een voorexamenklas. Op jaarbasis zijn het er zo’n 80.

R i j n

I J s s e l

E v a l u a t i e

2 0 1 3

R e n k u m

Aantal leerlingen die op 1 oktober diploma wilden halen VMBO (176) HAVO (40) VWO (119) Totaal (335)

12

Aantal diploma’s

Percentage

(121) (69) (24) (60) (97) (82) (242) (73)

Voor uitgebreidere informatie over de examens verwijzen we naar het examenverslag, op verzoek beschikbaar. Vanaf 1 januari 2013 wordt Rijn IJssel VAVO rechtstreeks uit de Rijkskas bekostigd. Dit is dus het laatste verslag van Rijn IJssel VAVO. Op 1 oktober 2012, de teldatum die gebruikt wordt voor het verslagjaar 2013, stonden er vanuit Renkum studenten 14 (12) op WEB-gelden ingeschreven bij Rijn IJssel VAVO. Samen realiseren ze 6800 (2012:6480) onderwijsuren. Drie leerlingen gingen voor een diploma en alle drie behaalden ze het diploma. Er werden ook nog acht certificaten behaald.

7. Kwaliteitszorg Visie op kwaliteitszorg Rijn IJssel gaat uit van een integrale visie op kwaliteit en kwaliteitszorg. Uitgangspunt hierbij is dat de verantwoordelijkheid voor kwaliteit een gedeelde verantwoordelijkheid is. Alle medewerkers van Rijn IJssel dragen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun eigen handelen. Het eigen handelen is hierbij afgestemd op de belangen van studenten, collega’s, de doelstellingen van Rijn IJssel en de daartoe behorende onderdelen. Kwaliteitszorg is bij Rijn IJssel dus meer dan alleen een kwaliteitszorgsysteem of een meetsysteem. Het gaat ook, of misschien juist, over gedrag en houding. Gedrag en houding waarbij ieder individu en ieder onderdeel van Rijn IJssel zich bewust is van de effecten van zijn of haar handelen, hier af en toe bij stil staat en op basis daarvan probeert zijn of haar handelen aan te passen. Kwaliteitszorg is voor Rijn IJssel ook het zichtbaar maken van de kwaliteit van het onderwijs en de organisatie. Systematische kwaliteitszorg en het systeem van kwaliteitszorg hebben daarbij niet alleen waarde voor Rijn IJssel zelf, maar is ook een verantwoordingsmiddel naar studenten, het beroepenveld, de opdrachtgevers, de medewerkers als ook de inspectie en de maatschappij. De integrale visie op kwaliteitszorg betekent dan ook dat gedrag en systeem op elkaar moeten worden afgestemd en elkaar dienen te versterken. Integraal betekent voor Rijn IJssel ook dat kwaliteitszorg betrekking heeft op al onze activiteiten. Kwaliteitszorg gaat dus zowel over onderwijskwaliteit, als over bedrijfsvoering. Het gaat over de mate waarin wij erin slagen onze (maatschappelijk relevante) doelen te realiseren. De kwaliteitscyclus (plan, do, check, act) is dan ook geïntegreerd met onze beleidscyclus. We doen de dingen die we doen (organisatie) om iets tot stand te brengen (resultaten).


De prestatie-indicatoren, onderverdeeld naar aandachtsgebied, zijn: Algemeen Cursuscontract Doorlooptijden 1. Doorlooptijd tot start cursus 2. Doorlooptijd cursus Resultaten 3. Eindresultaat cursus 4. Slagingspercentage 5. Contractprestatie collectieve contracten Begeleiders 6. Bekwaamheid begeleiders Organisatie 7. Privacyreglement 8. Klachtenmanagement Tevredenheid 9. Tevredenheid cursisten 10.Tevredenheid opdrachtgevers

2 0 1 3 E v a l u a t i e I J s s e l

Keurmerk Inburgering Het keurmerk wordt afgegeven door Stichting Blik op Werk. Elk jaar voert KIWA een audit uit en wordt het keurmerk al dan niet verlengd. Na de audit in 2013 constateerde KIWA dat Rijn IJssel voldoet aan alle criteria.

R i j n

Zelfevaluatie Om de kwaliteit en effectiviteit van het onderwijs te borgen worden cijfers geanalyseerd en wordt aan betrokkenen gevraagd wat hun mening is over het onderwijs. Deze gegevens worden gebruikt bij de tweejaarlijkse zelfevaluatie van de onderwijsteams. De criteria waarop de teams zich zelf beoordelen zijn: • Programma • Leerproces • Begeleiding • Omgang en Veiligheid • Kwaliteitszorg Deze monitoring van de onderwijskwaliteit vormt de basis voor kwaliteitsverbetering. Indien nodig worden verbeteracties opgenomen in het teamcontract.

R e n k u m

Resultaten zijn hierbij niet alleen beperkt tot onderwijsresultaten en/of financiële resultaten, maar hebben eveneens betrekking op de waardering (tevredenheid) van studenten, het beroepenveld, de opdrachtgevers, de medewerkers en bijvoorbeeld de onderwijsinspectie. Kortom we dienen ons continu af te vragen waarom we de dingen doen die we doen. Welke afspraken (plannen) hebben we onderling gemaakt? Hoe zijn die afspraken tot stand gekomen? Komen we die afspraken na (uitvoeren)? Evalueren (toetsen) we het effect van de gemaakte afspraken? Zijn afspraken ook vastgelegd? Is er voldoende draagvlak voor de gemaakte afspraken? Worden afspraken aangepast indien daar aanleiding toe is (bijstellen)?

13


R i j n

I J s s e l

E v a l u a t i e

2 0 1 3

R e n k u m

Toezichtskader Inspectie van Onderwijs Aan de hand van verantwoordingsdocumenten van de instelling maakt de Inspectie van Onderwijs jaarlijks een risico-inventarisatie. Indien er risico’s worden gesignaleerd, komt de Inspectie de school bezoeken en voert een nader onderzoek uit. Hieronder de criteria uit het waarderingskader:

14

1. Naleving wettelijke vereisten 2. Opbrengsten 3. Onderwijsproces: Samenhang Maatwerk Didactisch handelen Leertijd Leeromgeving Intake en plaatsing Studieloopbaanbegeleiding Zorg Beroepspraktijkvorming/Stage 4. Kwaliteit van het leraarschap: Didactisch handelen Betrokkenheid docenten Professionalisering van docenten 5. Examinering en diplomering: Exameninstrumentarium Afname en beoordeling Diplomering 6. Kwaliteitsborging: Sturing Beoordeling Verbetering en verankering Dialoog en verantwoording 7. Financiële continuïteit: Financiële positie Financiële beheersing Bij het laatste Inspectieonderzoek in 2013 constateerde de Inspectie geen risico’s voor Rijn IJssel Educatie & Integratie.


Medewerkers Iedere twee jaar wordt een tevredenheidonderzoek gehouden onder het personeel. In 2012 gaf het personeel van Educatie en Integratie Rijn IJssel een 7,6. Het volgende onderzoek wordt gehouden in het najaar van 2014.

2 0 1 3 E v a l u a t i e

Deelnemers Hetzelfde onafhankelijke bureau van Blik op Werk houdt ook ieder jaar een tevredenheidonderzoek onder de inburgeraars. In 2013 gaven de inburgeraars Rijn IJssel een 8,4. Naast dit externe tevredenheidonderzoek bevraagt Rijn IJssel ook zelf iedere twee jaar de deelnemers van Educatie en Integratie. In 2013 kwam uit dit onderzoek een gemiddeld tevredenheidpercentage van 86% voor VAVO en 93% voor de rest van Educatie.

I J s s e l

Tevredenheidonderzoeken Opdrachtgevers Een onafhankelijk bureau van Blik op Werk houdt ieder jaar een tevredenheidonderzoek onder opdrachtgevers. In 2013 gaven de opdrachtgevers Rijn IJssel een 7,8.

R i j n

Indien de exameninstelling voldoet aan alle aspecten, verlengt KCE de goedkeurende verklaring en daarmee de bevoegdheid tot het afnemen van praktijkexamens Inburgering. Na de jaarlijkse audit in 2013 constateerde KCE dat Rijn IJssel voldoet aan alle criteria.

R e n k u m

Exameninstelling (KCE) Sinds 2007 is Rijn IJssel exameninstelling voor het praktijkdeel van het Inburgeringsexamen. Jaarlijks voert KCE (KwaliteitsCentrum Examinering) een audit uit om de kwaliteit te borgen. Deze audit is gericht op een vijftal auditaspecten met bijbehorende beoordelingscriteria: • Registratie en identificatie • Afname en beoordeling • Resultaatverwerking • Verantwoording • Afhandeling klachten, beroepszaken en fraude

15


8. Bijlage: Cijfermatige gegevens Deze cijfers zijn de gegevens uit het cursistregistratiesysteem PeopleSoft. Sekse

I J s s e l

E v a l u a t i e

2 0 1 3

R e n k u m

Renkum VAVO educatie totaal

man 8 57% 9 39% 17 46%

vrouw 6 43% 14 61% 20 54%

Educatie

VAVO

man 57%

man 61% vrouw 39%

vrouw 43%

Achtergrond Renkum VAVO educatie totaal

autochtoon 12 86% 2 9% 14 38%

allochtoon 2 14% 21 91% 23 62%

R i j n

VAVO

Totaal 14 23 37

Educatie allochtoon 14%

autochtoon 86%

16

Totaal 14 23 37

autochtoon 9%

allochtoon 91%


Leeftijdsopbouw <20 20-30 30-40 40-50 50-60 >60 onb Totaal 11 3 0 0 0 0 0 14 0 4 15 4 0 0 0 23 11 7 15 4 0 0 0 37

R e n k u m

Renkum VAVO educatie totaal

Leeftijdsopbouw VAVO 11

2 0 1 3

10 8 6 4

3

2

0

0

20-30

30-40 40-50 50-60

0

0

>60

onb

I J s s e l

<20

0

0

Leeftijdsopbouw Educatie 15

15

E v a l u a t i e

12

R i j n

12 9 6

4

4

3 0

0 <20

0 20-30 30-40 40-50 50-60

0

0

>60

onb

17


VAVO deelnemers per 1-10-2012

VAVO aanbod per 1-10-2012

Renkum VAVO

VMBO HAVO VWO 1 12 1

VMBO HAVO VWO Totaal 160 6480 160 6800

totaal

1

12

Totaal 14

1

14

160 6480

160

6800

Urenaanbod VAVO 01-10-2012 8000

6480

R e n k u m

7000 6000 5000 4000 3000 2000

R i j n

I J s s e l

E v a l u a t i e

2 0 1 3

1000

160

0

160

VMBO

HAVO

Educatie deelnemers 2013

VWO

Renkum educatie

ALFA NT2 BASIS 0 7

totaal

0

NT2 STEX 4

7

T&R 1F T&R2F 0 1

4

0

1

11

(1) aantal gevolgde programmaâ&#x20AC;&#x2122;s, deelnemers kunnen dus meer dan 1 x geteld zijn.

Educatie deelnemers 2013 (Renkum) 12

11

10 8

7

6

4

4 2 0

0 ALFA NT2 BASIS

18

Overg. traject 11

0 NT2 STEX

1

T&R 1F T&R 2F OVERG. TRAJECT

(1) Totaal 23 23


Educatie deelnemersuren per traject

(1)

Renkum educatie

ALFA NT2 BASIS 0 1245

NT2 STEX 873

Totaal 4128

totaal

0

873

1245

T&R 1F T&R2F 0 63 0

63

Overg. traject 1947 1947

4128

Educatie gerealiseerd urenaanbod 2013 (Renkum) 1947

2000

1500

1245 1000

873

500

0

0 ALFA NT2 BASIS

0 NT2 STEX

63

T&R 1F T&R 2F OVERG. TRAJECT

Rendement VAVO 2013 Renkum diplomaâ&#x20AC;&#x2122;s certificaten rendement behaald opgegaan behaald studenten VAVO 100,00 3 3 5 8 totaal 100,00 3 3 5 8

19


Contactadres Utrechtsestraat 40/42, 6811 LZ Arnhem Postbus 5162, 6802 ED Arnhem 026 3129200 info@rijnijssel.nl www.rijnijssel.nl/educatie Uitvoeringslocaties Arnhem Utrechtsestraat 40/42, Arnhem 026 3129200 De Liemers Babberichseweg 23, Zevenaar 0316 524153 Overbetuwe/Lingewaard Pr. Irenestraat 49, Elst 0481 377492 Renkum Groeneweg 14, Renkum 0317 315474 Rheden e.o. Tellegenlaan 2, Dieren 0313 450500

Evaluatie gemeente Renkum 2013  

Verslag van de activiteiten op het gebied van educatie, inburgering en volwassenenonderwijs.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you