Rijk aan ontwerpkracht

Page 1

RIJK AAN ONTWERP KRachT DIGITALE EXPOSITIE

25 jaar rijksbeleid op het gebied van architectuur en ruimtelijk ontwerp


introductie rijk aan ontwerpkracht Eind 2016 vormt het verschijnen van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 20172020 - Samen werken aan ontwerpkracht de aanleiding voor Rijksbouwmeester Floris Alkemade om te kijken naar de resultaten van 25 jaar stimulering van architectuur en ruimtelijk ontwerp in Nederland. Dit heeft geresulteerd in de expositie RIJK AAN ONTWERPKRACHT. RIJK AAN ONTWERPKRACHT toonde de veelkleurige oogst van de afgelopen decennia. Deze door het Atelier Rijksbouwmeester samengestelde rondreizende tentoonstelling liet een groot aantal plannen zien die zijn voortgekomen uit het stimuleringsbeleid en het opdrachtgeverschap van het rijk. In de tentoonstelling was tevens ruim aandacht voor jong talent, internationalisering en ontwikkelingen in het architectuuronderwijs.

> Zeven beleidsdocumenten In dit document zijn de zeven verschillende beleidsdocumenten samengevat. Na de nota Ruimte voor Architectuur (1991) presenteert de rijksoverheid vanaf 1996 iedere vier jaar een nieuw beleidsdocument over architectuur en ruimtelijk ontwerp. De Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020 Samen werken aan ontwerpkracht is de meest recente.

Na in 2016 en 2017 op verschillende plekken te zijn neergestreken, is er ook een digitale versie van de expositie RIJK AAN ONTWERPKRACHT gemaakt. De inhoud van de tentoonstelling is als totaal (tekst en beeld) te doorlopen, maar het beleid is ook inzichtelijk gemaakt aan de hand van verschillende invalshoeken, waaronder de vier belangrijke thema’s uit de tentoonstelling: bouwen, stimuleren, opleiden en internationalisering.

> Bouwen Het document ’Bouwen’ gaat in op het opdrachtgeverschap van het rijk. Dit opdrachtgeverschap is onder te verdelen in het opdrachtgeverschap van de rijksoverheid zelf (de voorbeeldfunctie) en het opdrachtgeverschap in het veld (het inspireren van private partijen, gemeenten en provincies). De voorbeeldfunctie van het rijk krijgt onder meer gestalte door de Rijksbouwmeester. Om het belang van de rol van opdrachtgevers te onderstrepen wordt in 1989 onder meer een Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap geïntroduceerd.

De digitale expositie is te lezen als totaal of per onderwerp. > Totaal Via de ’eigen’ zoekfunctie in de pdf-reader kan worden gezocht op bijvoorbeeld naam, jaartal of plaats. De onderwerpen die worden onderscheiden zijn:

> Stimuleren De rijksoverheid ondersteunt een hoogwaardig aanbod van instellingen van (inter)nationale betekenis. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Het Nieuwe Instituut en Architectuur Lokaal

zijn voor de ontwerpende disciplines de belangrijkste instellingen. Zij zijn mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en zijn het onderwerp in de pdf ’Stimuleren’. > Opleiden Het onderwijs heeft een eigen plek in het architectuurbeleid en wordt in deze pdf als apart onderwerp weergegeven. In het document is aandacht voor de verschillende initiatieven voor jonge ontwerpers zoals Archiprix (de presentatie van de beste afstudeerplannen van de Nederlandse opleidingen voor architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur) en Europan (een internationale prijsvraag met reële bouwopdrachten). Daarnaast komt ook het in 1990 als culturele werkplaats opgerichte Berlage Instituut aan bod, evenals het

Architectenregister en de Wet op de Architectentitel (WAT). > Internationalisering Nederland manifesteert zich internationaal, ondersteund door ontwerpopleidingen en instellingen zoals het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Het Nieuwe Instituut, als proeftuin om kennis uit te wisselen en nieuwe ontwerpvaardigheden te ontwikkelen. In de pdf ’Internationalisering’ is er aandacht voor de diverse presentaties van Nederland in het buitenland en voor de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR). > Overzicht van de complete tentoonstelling > Engelse samenvatting In tegenstelling tot de andere documenten, bestaat deze pdf alleen uit tekst.

Colofon Samenstelling en redactie: Kirsten Schipper en Jeroen Kramer In samenwerking met: Guus Enning (Atelier Rijksbouwmeester) In opdracht van: Rijksbouwmeester Floris Alkemade en het College van Rijksadviseurs in samenwerking met de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Infrastructuur en Waterstaat Vormgeving: City Dust Studio Amsterdam Met dank aan: Marcel van Heck en Nicoline Kok (Atelier Rijksbouwmeester) en Freek Ingen Housz (ministerie OCW) Beeldmateriaal en informatie is ter beschikking gesteld door: Aldo van Eyck Archief, ArchiNed, Archiprix, Architectuur Lokaal, Atelier Rijksbouwmeester, Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Beeldbank Rijkswaterstaat, Duc Boorsma, Guus Enning, DUS, Albert Fien, Het Nieuwe Instituut, Katja Hilberg, Jord den Hollander, Anne Hoogewoning, Instituut voor Beeld en Geluid, KENK architecten, Koen van Velsen architecten, John Körmeling, Mecanoo, MVRDV, nai010 uitgevers, One Architecture, Projectbureau PEP, Rijksmuseum Amsterdam, SeARCH, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Pieter Stoutjesdijk, Studio Roosegaarde, The Berlage en TU Eindhoven en Van Nelle Fabriek. Het is toegestaan (delen van) de website over te nemen, mits deze worden voorzien van bronvermelding en zonder dat passages en citaten in een andere context worden geplaatst. Bronvermelding: Atelier Rijksbouwmeester, Rijk aan ontwerpkracht, een digitale tentoonstelling over 25 jaar rijksbeleid op het gebied van architectuur en ruimtelijk ontwerp, 2019. Bij het gebruik van foto’s en illustraties van derden is contact opgenomen met de auteurs. Dit sluit niet uit dat in enkele gevallen de exacte bron niet achterhaald kon worden, waarvoor verontschuldigingen.


1991: DE EERSTE RIJKSNOTA VOOR ARCHITECTUUR VERSCHIJNT.

2017: DE ‘ACTIEAGENDA RUIMTELIJK ONTWERP 2017-2020’ IS VAN KRACHT.

DEZE EERSTE ARCHITECTUURNOTA ’RUIMTE VOOR CULTUUR’ HEEFT ALS DOEL HET SCHEPPEN VAN GUNSTIGE VOORWAARDEN VOOR DE TOTSTANDKOMING VAN ARCHITECTONISCHE KWALITEIT EN IS EEN PRODUCT

HET MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP (OCW) EN HET MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU (IenM) RICHTEN ZICH IN DEZE AGENDA, MET DE TITEL ‘SAMEN WERKEN

VAN DE SAMENWERKING TUSSEN DE MINISTERIES VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR (WVC)

AAN ONTWERPKRACHT’ OP DE INZET VAN HET RUIMTELIJK ONTWERP BIJ DE AANPAK VAN URGENTE

EN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER (VROM). DE BEIDE MINISTERIES BUNDELEN DE KRACHTEN EN MIDDELEN. BOUWEN WORDT NIET MEER ALLEEN GEZIEN ALS CRUCIAAL VOOR ECONOMIE, HET BESEF DAT DE MANIER VAN BOUWEN BEPALEND IS VOOR DE KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING DRINGT DOOR IN DEN HAAG. BOUWEN WORDT GEZIEN ALS EEN CULTURELE DAAD.

MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN. DEZE AANPAK PAST IN DE LIJN VAN HET CULTUURBELEID VAN HET MINISTERIE VAN OCW DAT STAAT VOOR BEVORDERING VAN ARTISTIEKE KWALITEIT, TALENTONTWIKKELING, EXPERIMENT, VERNIEUWING EN INTERNATIONALISERING. BIJ HET MINISTERIE VAN IENM IS DE INZET, ZOALS SINDS 1991, GEKOPPELD AAN HET BELEID EN DE VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE FYSIEKE LEEFOMGEVING.

HET INITIATIEF VOOR DE NOTA ONTSTAAT IN EEN TIJD VAN BEZUINIGINGEN EN DEREGULERING, VANUIT HET IDEE OM HET BEGRIP ARCHITECTONISCHE KWALITEIT OP DE AGENDA TE KRIJGEN EN MEE TE LIFTEN OP DE BREDE BELANGSTELLING DIE ER IS VOOR ARCHITECTUUR. HET RIJK WIL MET ‘RUIMTE VOOR ARCHITECTUUR’ REEDS IN GANG GEZETTE ONTWIKKELINGEN VERSTERKEN. DE MINISTERS ELCO BRINKMAN (WVC) EN ED NIJPELS (VROM) BEREIDEN DE NOTA VOOR, MAAR DOOR DE VAL VAN HET KABINET LUBBERS II WORDT DE NOTA IN 1991 GEPRESENTEERD DOOR DE MINISTERS HEDY D’ANCONA (WVC) EN HANS ALDERS (VROM). HET STIMULEREN VAN GOED OPDRACHTGEVERSCHAP BIJ HET RIJK, MAAR OOK BIJ ANDERE OVERHEDEN EN PARTIJEN, PLUS HET BEVORDEREN VAN EEN VROEGE ROL VOOR HET ONTWERP STAAN CENTRAAL. INSTELLINGEN ZOALS HET STIMULERINGSFONDS VOOR ARCHITECTUUR, HET BERLAGE INSTITUUT, HET NEDERLANDS ARCHITECTUURINSTITUUT, EUROPAN EN ARCHITECTUUR LOKAAL WORDEN MEDE VERANTWOORDELIJK VOOR DE UITVOERING.

DE UITVOERING VAN HET PROGRAMMA IS BELEGD BIJ VERSCHILLENDE PARTNERS ZOALS HET COLLEGE VAN RIJKSADVISEURS, DE INTERNATIONALE ARCHITECTUUR BIENNALE ROTTERDAM, ARCHITECTUUR LOKAAL, HET STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE, HET NIEUWE INSTITUUT, HET O-TEAM, DE ACADEMIES VAN BOUWKUNST EN DE TECHNISCHE UNIVERSITEITEN.

RIJK AAN ONTWERPKRACHT TOONT DE ONTWIKKELING VAN HET RIJKSBELEID VOOR ARCHITECTUUR EN RUIMTELIJK ONTWERP IN DE PERIODE VANAF 1991. VIER ONDERWERPEN DIE VANAF ‘RUIMTE VOOR ARCHITECTUUR’ HET BELEID BEPALEN WORDEN PER BELEIDSPERIODE TOEGELICHT. DIT ZIJN: BOUWEN, STIMULEREN, OPLEIDEN EN INTERNATIONALISERING.

1986-1989: Lubbers II Minister VROM: Ed Nijpels Minister WVC: Elco Brinkman

De belangstelling voor de culturele dimensie van het bouwen is volgens Ton Idsinga, een van de auteurs van ‘Ruimte voor Architectuur’, het resultaat van elkaar versterkende factoren: een jonge, actieve generatie architecten, de aanwezigheid van enkele spraakmakende cultureel bevlogen wethouders en hun ambtenaren, veel publicerende architectuurhistorici en journalisten, manifestaties zoals ’What a Wonderful World’ en de eigentijdse stadspoorten in Groningen en het stimulerende werk van Stichting Wonen, het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst, de sectie architectuur van de Rotterdamse Kunststichting (AIR) en later ARCAM in Amsterdam en ABC in Haarlem. (Ton Idsinga, ’Tien jaar architectuurbeleid’, in Architectuur Lokaal, april 2002.)

1984: Introductie ruimtelijke kwaliteit als nieuw begrip in de ruimtelijke ordening door Pieter Winsemius, minister VROM 1982-1984, in een speech over de ontwikkeling van het nationaal ruimtelijk beleid. Ruimtelijke kwaliteit staat voor visie en inhoudelijke betrokkenheid. Een begrip dat ook in het bedrijfsleven en de kunst volop wordt gebruikt. 1988: Formele debuut ruimtelijke kwaliteit in Vierde Nota Ruimtelijke Ordening. In deze nota: ontwikkelen met inbreng van private partijen in plaats van toelaten. Decentralisatie van rijksbeleid en privatisering van overheidstaken.

15 september 1992: Troonrede: “De bereidheid en de wil om te investeren in de toekomst zal ook tot uitdrukking worden gebracht op het gebied van de cultuur: in de zorg voor het cultureel erfgoed en in de ondersteuning van de actuele kunst- en cultuurbeoefening. Bij alle aandacht voor de materiële aspecten van het bestaan, is het voor onze samenleving van vitaal belang ook oog te hebben voor de culturele waarden. (…) Binnen het budget voor cultuur zal extra aandacht worden geschonken aan architectuur, vormgeving en film: uitingen waarvan grote delen van de bevolking bijna dagelijks kennis nemen.”


BOUWEN

STIMULEREN

OPLEIDEN

INTERNATIONALISERING

HET OPDRACHTGEVERSBELEID IS ONDER TE VERDELEN IN HET OPDRACHTGEVERSCHAP VAN DE RIJKSOVERHEID ZELF (VOORBEELDFUNCTIE) EN HET OPDRACHTGEVERSCHAP IN HET VELD (INSPIREREN PRIVATE PARTIJEN, GEMEENTEN EN PROVINCIES). DE VOORBEELDFUNCTIE VAN HET RIJK KRIJGT ONDER MEER GESTALTE DOOR

DE RIJKSOVERHEID ONDERSTEUNT EEN HOOGWAARDIG AANBOD VAN INSTELLINGEN VAN (INTER)NATIONALE BETEKENIS. DE GROEP INSTELLINGEN DIE HET RIJK RECHTSTREEKS SUBSIDIEERT, WORDT DE CULTURELE BASISINFRASTRUCTUUR (BIS) GENOEMD. HET RIJKSMUSEUM, HET KONINKLIJK CONCERTGEBOUW

HET ONDERWIJS HEEFT EEN EIGEN PLEK IN HET ARCHITECTUURBELEID. HET ONDERWIJS RICHT ZICH NIET ALLEEN OP DE VOORBEREIDING VOOR DE BEROEPSUITOEFENING, MAAR OOK OP DE PERSOONLIJKE VORMING VAN TOEKOMSTIGE GENERATIES ONTWERPERS EN OP DE ONTWIKKELING VAN DE BEROEPSPRAKTIJK. VOOR

NEDERLAND MANIFESTEERT ZICH INTERNATIONAAL, ONDERSTEUND DOOR ONTWERPOPLEIDINGEN EN INSTELLINGEN ZOALS HET STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE EN HET NIEUWE INSTITUUT, ALS PROEFTUIN OM KENNIS UIT TE WISSELEN EN NIEUWE ONTWERPVAARDIGHEDEN TE ONTWIKKELEN.

DE RIJKSBOUWMEESTER BIJ BOUWPROJECTEN VAN HET RIJKSVASTGOEDBEDRIJF. DE RIJKSBOUWMEESTER ADVISEERT DAARNAAST DE RIJKSOVERHEID BIJ MAATSCHAPPELIJK BREDERE DISCUSSIES OP HET GEBIED VAN STEDENBOUW, MONUMENTEN, ARCHITECTUUR, INFRASTRUCTUUR EN BEELDENDE KUNST. SINDS 2005 IS HET INSTITUUT VAN DE RIJKSBOUWMEESTER

EN HET NATIONAAL BALLET ZIJN BEKENDE VOORBEELDEN VAN INSTELLINGEN UIT DE BIS, MAAR OOK FILMFESTIVALS EN THEATERGEZELSCHAPPEN WORDEN ONDERSTEUND. DE SUBSIDIEPERIODE GELDT STEEDS VOOR VIER JAAR EN KOMT TOT STAND OP ADVIES VAN DE RAAD VOOR CULTUUR, HET WETTELIJKE ADVIESORGAAN VAN DE REGERING OP HET TERREIN VAN KUNST, CULTUUR EN MEDIA.

HET WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS GELDT BOVENDIEN DAT HET EEN VOORBEREIDING KAN ZIJN OP DE WETENSCHAPSBEOEFENING. NAAST INDIVIDUELE SUBSIDIES VAN HET RIJK - VANAF 1988 ONDERGEBRACHT BIJ HET FONDS VOOR BEELDENDE KUNSTEN, VORMGEVING EN BOUWKUNST EN VANAF 2013 BIJ HET STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE - ONTSTAAN ER IN DE JAREN TACHTIG

NAAST DE BEGELEIDING VAN DE NEDERLANDSE BIJDRAGEN VOOR DE ARCHITECTUURBIËNNALES VAN SÃO PAULO, SHENZHEN EN VENETIË STELT HET NIEUWE INSTITUUT IEDER JAAR EEN BEZOEKERSPROGRAMMA SAMEN DAT BUITENLANDSE ONTWERPERS (RUIMTELIJK ONTWERP, DESIGN, MODE EN E-CULTUUR) KENNIS LAAT MAKEN MET DE NEDERLANDSE

VERBREED MET RIJKSADVISEURS VOOR DE AANGRENZENDE DISCIPLINES. SAMEN VORMEN ZIJ HET COLLEGE VAN RIJKSADVISEURS. OM HET BELANG VAN DE ROL VAN OPDRACHTGEVERS

IN DE PERIODE 2017-2020 MAKEN IN TOTAAL 88 INSTELLINGEN EN 6 CULTUURFONDSEN DEEL UIT VAN DE BIS. HET STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE EN HET NIEUWE INSTITUUT ZIJN

VERSCHILLENDE INITIATIEVEN VOOR JONGE ONTWERPERS ZOALS ARCHIPRIX (PRESENTATIE BESTE AFSTUDEERPLANNEN VAN DE NEDERLANDSE OPLEIDINGEN VOOR ARCHITECTUUR, STEDENBOUW

(MULTIDISCIPLINAIRE) ONTWERPWERELD. DE PRESENTATIES VAN NEDERLAND IN HET BUITENLAND TIJDENS DE DIVERSE EXPO’S EN BIËNNALES WORDEN VANAF 2003 VERGEZELD

TE ONDERSTREPEN WORDT IN 1989 ONDER MEER EEN RIJKSPRIJS VOOR INSPIREREND OPDRACHTGEVERSCHAP GEÏNTRODUCEERD. LOKALE EN REGIONALE OPDRACHTGEVERS ZOALS GEMEENTEN, WATERSCHAPPEN, PROVINCIES, PROJECTONTWIKKELAARS, MAATSCHAPPELIJKE

HIERIN VOOR DE ONTWERPENDE DISCIPLINES DE BELANGRIJKSTE INSTELLINGEN. DEZE INSTELLINGEN HEBBEN DE TAAK OM OP HET TERREIN VAN ARCHITECTUUR, STEDENBOUW, VORMGEVING, MODE EN DIGITALE CULTUUR (INTER) NATIONALE ONTWIKKELINGEN TE SIGNALEREN

EN LANDSCHAPSARCHITECTUUR) EN EUROPAN (EEN INTERNATIONALE PRIJSVRAAG MET REËLE BOUWOPDRACHTEN). HET WINNEN VAN EUROPAN WAS VOOR VEEL ARCHITECTEN HÉT MOMENT OM EEN EIGEN BUREAU TE STARTEN. HET IN 1990 ALS CULTURELE WERKPLAATS OPGERICHTE

DOOR EEN INTERNATIONALE BIËNNALE OP EIGEN BODEM: DE INTERNATIONALE ARCHITECTUUR BIENNALE ROTTERDAM (IABR), GEORGANISEERD DOOR DE GELIJKNAMIGE STICHTING. HET STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE RICHT ZICH OP DE BEVORDERING VAN DE

ORGANISATIES EN (COLLECTIEVEN VAN) PARTICULIEREN KUNNEN VOOR DEZE PRIJS IN AANMERKING KOMEN. IN 1991 KRIJGT DE OPDRACHTGEVERS-PRIJS EEN PLEK IN ‘RUIMTE VOOR ARCHITECTUUR’ EN OOK ANNO 2017 IS DE GOUDEN PIRAMIDE NOG STEEDS EEN BELANGRIJK INSTRUMENT IN DE ’ACTIEAGENDA RUIMTELIJK ONTWERP 2017-2020’.

EN TE STIMULEREN. ZE ZIJN GERICHT OP DE ONTWIKKELING VAN TALENT, HET MOGELIJK MAKEN VAN EXPERIMENT EN (ONTWERPEND) ONDERZOEK, (INTER)NATIONALE PROMOTIE EN BEHOUD EN BEHEER VAN ERFGOED. VANUIT DE ‘ACTIEAGENDA RUIMTELIJK ONTWERP 2017-2020’ VOEREN HET NIEUWE INSTITUUT EN STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE OOK TAKEN UIT. ZO HEEFT HET FONDS PROGRAMMA’S GERICHT OP ZORG- EN SCHOLENBOUW EN STEDELIJKE ONTWIKKELING. EEN ANDERE INSTELLING DIE VANUIT DE AGENDA WERKT AAN RUIMTELIJKE VRAAGSTUKKEN IS ARCHITECTUUR LOKAAL.

BERLAGE INSTITUUT BIEDT AFGESTUDEERDEN DE MOGELIJKHEID TOT EEN VERDERE ONTWIKKELING EN VERDIEPING. VOOR DE BEROEPSUITOEFENING IS HET ARCHITECTENREGISTER VAN BELANG. HET ARCHITECTENREGISTER BEVORDERT DAT NEDERLANDSE ONTWERPERS GEMAKKELIJK TOEGANG HEBBEN TOT WERK IN ANDERE EU-LANDEN. DE WET OP DE ARCHITECTENTITEL (WAT) BESCHERMT DE TITEL VAN ARCHITECT, STEDENBOUWKUNDIGE, LANDSCHAPSARCHITECT EN INTERIEURARCHITECT. SINDS 1 JANUARI 2015 ZIJN ARCHITECTEN, STEDENBOUWKUNDIGEN, INTERIEURARCHITECTEN EN LANDSCHAPSARCHITECTEN VERPLICHT OM

INTERNATIONALE POSITIE VAN DE NEDERLANDSE ONTWERPSECTOR. DE CREATIEVE INDUSTRIE IS EEN VAN DE NEGEN TOPSECTOREN DIE VOOR DE TOEKOMST VAN NEDERLAND VAN GROTE ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE WAARDE ZIJN. DE ONTWERPSECTOREN ZIJN ONDERDEEL VAN DE CREATIEVE INDUSTRIE.

NA HET AFRONDEN VAN HUN (MASTER)OPLEIDING EEN TWEEJARIGE BEROEPSERVARINGSPERIODE TE DOORLOPEN.


ARCHITECTUUR ALS CULTURELE DAAD RUIMTE VOOR ARCHITECTUUR De architectuurnota Ruimte voor Architectuur stamt uit 1991. Deze integrale visie van de rijksoverheid op de betekenis van de architectuur - het eerste nationale architectuurbeleid ter wereld - is ontstaan vanuit het idee dat de gebouwde omgeving voortdurend inspanning vraagt. Architectuur wordt beschouwd als een “culturele daad”. De eerste nota is het product van een nauwe samenwerking tussen het cultuur- en het bouwministerie; tussen de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Het hoofddoel is het scheppen van gunstige voorwaarden voor de totstandkoming van architectonische kwaliteit. Om dit begrip te duiden is gebruik gemaakt van de notitie over architectonische kwaliteit van Rijksbouwmeester Tjeerd Dijkstra (1985) en het kwaliteitsbegrip uit de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening (1988). Gebruiks- en toekomstwaarde worden verbonden met de culturele waarde. Architectonische kwaliteit = de culturele waarde, de gebruikswaarde en de toekomstwaarde; begrippen die teruggaan tot de drie pijlers van de architectuur van Vitruvius: utilitas, venustas, firmitas (functionaliteit, schoonheid en duurzaamheid). De ontwikkeling van de fysieke leefomgeving wordt niet meer uitsluitend gebaseerd

op economische afwegingen. Architectuur wordt een samenwerkingsproces tussen opdrachtgevers, ontwerpers en gebruikers. De nota onderscheidt een directe opdrachtgeversrol van het Rijk (de overheid wil het goede voorbeeld geven) en een stimulerende rol, waarbij de rijksoverheid niet direct bij het bouwproces is betrokken. De Rijksbouwmeester krijgt een centrale rol. Ruimte voor Architectuur legt de basis voor het rijksarchitectuurbeleid; bestaande uit de oprichting van verscheidende architectuurinstellingen en het brengen van meer samenhang in het rijksbeleid.

1991-1996 © Het Nieuwe Instituut


BOUWEN Ontwerpen met inzet van markt en buitenlandse expertise

1989-1994: Lubbers III

1994-1998: Kok I

Minister WVC: Hedy d’Ancona

Staatssecretaris OCW: Aad Nuis

Minister VROM: Hans Alders

Minister VROM: Margreeth de Boer

1991: De Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) van het ministerie van VROM verschijnt. Belangrijk uitgangspunt in de nota: de bouw van nieuwe woningbouwlocaties, die worden voorzien van een hoogwaardig openbaar vervoer. Het opdrachtgeverschap verschuift naar andere partijen; de rijksoverheid treedt terug en gemeenten nodigen ook marktpartijen uit.

1992: Nota Landschap (ministerie LNV): beleidsdocument met een expliciete visie op het landschap. Kwaliteit gedefinieerd op basis van identiteit en duurzaamheid.

Geld en aandacht voor bouwkunst

Het Parool, 18 april 1991.

Architectuurbeleid is enthousiasmeren NRC Handelsblad, 19 april 1991.

1993: Nota Volkshuisvesting ’Van bouwen naar wonen’ (1988) wordt aangenomen door Tweede Kamer: terugtredende overheid, decentralisatie van verantwoordelijkheden en verzelfstandiging woningcorporaties (’bruteringsoperatie’).

© Atelier Rijksbouwmeester

© Atelier Rijksbouwmeester

Presentatie Ruimte voor Architectuur door Minister d’Ancona en Alders in de skybox van het gebouw De Nieuwe Hoofdpoort aan het Weena in Rotterdam.

© Atelier Rijksbouwmeester

1989-1995: KEES RIJNBOUTT

Hedy d’Ancona: ”…iedere centimeter die architectonisch misbruikt wordt in Nederland is een schande.” NRC Handelsblad, 22 april 1991.

RIJKSBOUWMEESTER Volgens Rijnboutt is de functie van de Rijksbouwmeester

1994: Structuurschema Groene Ruimte; uitwerking van de nota Landschap waarin de differentiatie van het landschapsbeleid drastisch is teruggebracht tot de categorie Waardevolle Cultuurlandschappen. De landschappelijke verantwoordelijkheid van het Rijk voor het overige is gekoppeld aan de voorgenomen uitvoering van grote projecten zoals de Randstadgroenstructuur en de Ecologische Hoofdstructuur.

dankbaarder geworden door de verschijning van de architectuurnota: ”Die heeft veel mogelijk gemaakt, om te beginnen door de politieke wil die eruit sprak…Het Platform waar diverse ministeries deel van uit maken, stelt de Rijksbouwmeester in staat om als

Ministers: beter bouwen vraagt eerder een andere mentaliteit dan meer geld, NRC Handelsblad, 19 april 1991. Rijk streeft naar hogere kwaliteit architectuur, NRC Handelsblad, 18 april 1991.

1994: Cultuur overgeheveld naar Onderwijs en Wetenschappen, de naam wordt aangepast: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

De Van Nelle-fabriek is een voorbeeld van een omvangrijke herontwikkeling. De herbestemming van het fabriekscomplex is van de grond getild in een tijd dat een dergelijke operatie nog allerminst vanzelfsprekend was. De renovatie is uitgevoerd in de periode 1999-2006, op initiatief van een groep enthousiaste investeerders.

een belangrijke verbindende schakel te fungeren in beleid en financiering. Hij wordt niet zozeer meer opdrachtgever als wel kwaliteitsbegeleider. De functie krijgt meer gezichten. Ik heb erg mijn best gedaan om het werkterrein uit te breiden tot de stedebouw.” (Kees Rijnboutt in gesprek met Tracy Metz, in tijdschrift Architectuur Lokaal, december 1995.) Meer en meer wordt er samengewerkt met de markt en worden er buitenlandse architecten ingeschakeld. De

1995: Schokland en omgeving op Werelderfgoedlijst van de UNESCO, de natuur- en cultuurorganisatie van de Verenigde Naties. Andere plaatsen in Nederland die als werelderfgoed zijn aangewezen en het predicaat ’uniek en onvervangbaar’ hebben zijn: Stelling van Amsterdam (1996), De historische binnenstad van Willemstad op Curaçao (1997), Molencomplex KinderdijkElshout (1997), Ir. D.F. Woudagemaal bij Lemmer (1998), Droogmakerij De Beemster bij Purmerend (1999), Rietveld Schröderhuis in Utrecht (2000), Waddenzee (2009),


Tracy Metz, in tijdschrift Architectuur Lokaal, december 1995.) Meer en meer wordt er samengewerkt met de markt en worden er buitenlandse architecten ingeschakeld. De keuze van Rijnboutt voor de Amerikaanse architect Michael Graves voor de bouw

© Collectie Van Nelle-fabriek

van de nieuwbouw van het ministerie van

(1997), Molencomplex KinderdijkElshout (1997), Ir. D.F. Woudagemaal bij Lemmer (1998), Droogmakerij De Beemster bij Purmerend (1999), Rietveld Schröderhuis in Utrecht (2000), Waddenzee (2009), Grachtengordel van Amsterdam (2010), Van Nelle-fabriek Rotterdam (2014).

Rijk moet van ministers goede voorbeeld geven bij bouwen met kwaliteit, de Volkskrant, 19 april 1991.

WVC stuit op commentaar van de Bond van Nederlandse Architecten. ”De bond acht de

Ministerie OCW en VWS (rechts)

toewijzing aan een buitenlandse architect

Architectuurnota moedig en ambitieus, Architectuur/Bouwen, 1991-6/7.

een vijandige miskenning van de kwaliteit van Nederlandse architecten. Daarom heeft

Goede bedoelingen, gebrekkig beleid, Architectuur/Bouwen, 1991-5.

de BNA zich bij monde van zijn voorzitter, Carel Weeber, gebrouilleerd verklaard met

Architectuurbeleid vergt kwaliteit van overheden, Cobouw, 19 april 1991.

de minister en met de Rijksbouwmeester Kees Rijnboutt.” (Max van Rooij, NRC

Een zak geld maakt nog geen beleid, de Architect, 1991-6.

Handelsblad, 1 juli 1993.)

Wordt Almelo straks ’Beverstad’?, Ruiten Drie, 6 november 1992.

En de winnaar is: De minister van VROM stelt in 1989 de Bronzen Bever in: de Rijksprijs voor Bouwen en Wonen voor opdrachtgevers van kwalitatief hoogwaardige projecten in de utiliteitsbouw, volkshuisvesting en ruimtelijke

Jury: “Opvallende prestatie die met veel creativiteit is geleverd”, Twentse Courant, 6 november 1992. Almelo ‘trots en vereerd’ met Bronzen Bever, Twentse Courant, 6 november 1992.

ordening, waarbij geïnspireerd opdrachtgeverschap en het samenspel van betrokkenen hebben geleid tot een hoge ruimtelijke kwaliteit. De prijs bestaat uit een bedrag van 50.000 gulden en een kunstvoorwerp ontworpen door Eric Claus. De jury staat onder voorzitterschap van de Rijksbouwmeester. In totaal wordt de prijs vijf keer uitgereikt. 1991: Merodeplein, Tilburg. 1992: Nieuwbouw in de binnenstad van Almelo. 1993: Gemeentehuis Wehl. 1994: Woningbouw Park Haagseweg, Amsterdam. 1995: Woningbouw en park op terrein van de voormalige Kromhoutkazerne, Tilburg.

Goed voorgevoel onderschreven in Den Haag: ’kleintje’ trots op grote prijs, Dagblad van het Oosten, 6 november 1992.


STIMULEREN AL BKVB Directeur Architectuur Lokaal 1993-…: Cilly Jansen

Directeur Fonds BKVB 1991-2000: Geert Dales

Beleidsplan 1993 - 1996: LOKAAL

HET FONDS VOOR BEELDENDE KUNSTEN, VORMGEVING

ARCHITECTUURBELEID.

1 MEI 1993 STICHTING ARCHITECTUUR LOKAAL wordt opgericht om het lokale architectuurbeleid en de kwaliteit van de gebouwde omgeving op het lokale niveau te bevorderen. Dat gebeurt door samenwerking te genereren tussen organisaties die zich bezighouden met ruimtelijke kwaliteit en architectuur. Dit Platform Architectuur Lokaal bestond uit: de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), de Bond van Nederlandse Stedebouwkundigen (BNSP), de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur (NVTL), het NAi, het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV), de Federatie Welstandstoezicht, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de stichting Archiprix. Architectuur Lokaal zet een informatie- en documentatiepunt over architectuurbeleid op voor lokale overheden, geeft voorlichting en advies en brengt een kwartaaltijdschrift uit (t/m 2013). Het werk is aanvankelijk gericht op publieke opdrachtgevers. Diverse activiteiten zijn erop gericht om opdrachtgevers concrete handvatten te bieden, zoals stimuleringsprogramma’s, symposia, studiereizen en cursussen voor wethouders. Ook worden instrumenten ontwikkeld in het kader van welstandsbeoordeling en architectenselecties.

NAi

Directeur NAi 1988-1994: Adri Duijvesteijn // Directeur NAi 1994-1996: Hein van Haaren

© Het Nieuwe Instituut

EN BOUWKUNST (FONDS BKVB) verleent sinds 1988 subsidies

SfA

Directeur Stimuleringsfonds voor Architectuur 1993-1997: Noud de Vreeze

1 JULI 1993: STIMULERINGSFONDS VOOR ARCHITECTUUR (SFA) OPGERICHT. Het fonds bevordert kennisontwikkeling en

aan individuele beeldend kunstenaars, vormgevers, ontwerpers (architecten, landschapsarchitecten, stedebouwkundigen en interieurarchitecten) en sinds 2001 ook aan bemiddelaars, zoals beschouwers, critici, theoretici en curatoren. Met de verstrekking van startstipendia, praktijksubsidies, werkbeurzen, projectsubsidies, reis- en studiebeurzen beoogt het Fonds BKVB de kwaliteit van de beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst te bevorderen.

kennisoverdracht binnen de ontwerpende disciplines door het verstrekken van subsidies en door eigen initiatieven. Ondersteund worden incidentele projecten zoals tentoonstellingen, congressen, symposia, beurzen, seminars, lezingen, publicaties, tijdschriften, studies en onderzoek, gemeentelijke en provinciale plannen (bijvoorbeeld beeldkwaliteitplannen en ontwikkelingsscenario’s). Behalve individuele ontwerpers kunnen nu ook instellingen beroep doen op subsidiegelden. Adviescommissies beoordelen de subsidieverzoeken.

Het gebouw, aan het Museumpark Rotterdam, is een ontwerp van Jo Coenen. Het behelst naast tentoonstellingsruimten, een auditorium, een bibliotheek, een boekhandel en een archief. Het ontwerp is het resultaat van een meervoudige opdracht waaraan naast Jo Coenen, Hubert-Jan Henket, Rem Koolhaas, Wim Quist, Luigi Snozzi en Bethem Crouwel hun visie gaven op het vergaren, beheren en toegankelijk maken van Nederlands belangrijkste bouwkunstverzamelingen.

1988: OPRICHTING NEDERLANDS ARCHITECTUURINSTITUUT

De eerste editie van de 90

(NAi); een samenvoeging van het Nederlands Documentatiecentrum voor de

kwartaaltijdschriften

Bouwkunst, de Stichting Architectuur Museum en de Stichting Wonen. Het NAi beheert archieven en collecties van Nederlandse architecten van na 1800 en maakt ze toegankelijk voor het publiek. Het NAi heeft 18 strekkende kilometer met onder andere tekeningen, schetsen, maquettes, foto’s, boeken en tijdschriften. In 1912 was voor het eerst sprake van de oprichting van een architectuurmuseum in een artikel van de architect J.H.W. Leliman in De Bouwwereld. Als reactie op de aankondiging van de tentoonstelling 100 jaar Nederland, pleitte hij voor een permanente vorm van exposeren in een architectuurmuseum. Hij schreef: “Terwijl iedere krabbel door een schilder van naam zorgvuldig bewaard blijft, is het de gewone gang van zaken dat de beste concepties van befaamde architecten spoorloos verdwijnen, omdat de bouwkundige tekening als zodanig [..] niet als kunstwerk bedoeld is.” (site HNI) 29 oktober 1993: Het NAi opent zijn deuren.

die Architectuur Lokaal gedurende 20 jaar maakt over architectuurbeleid en (publiek) opdrachtgeverschap verschijnt in oktober 1993.

© Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Oprichting Stimuleringsfonds voor Architectuur. Vergadering van de Adviescommissie Manifestaties en Publicaties van de Raad voor de Kunst (RvdK), de wegbereider voor de Adviescommissies van het Stimuleringsfonds voor Architectuur: v.l.n.r. J. Brouwer, D. Louwerse, P. Rings (WVC), A. Ploeger (WVC), M. van Heck (WVC), T. Koolhaas, C. Vriesman, G. Enning (VROM), C. de Boo, T. Asselbergs, N. de Vreeze, I. Janssen (RvdK) en C. Dam.

© Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

1995: Fonds BKVB ondersteunt ‘S,M,L,XL’, Rem Koolhaas en Bruce Mau, redactie Jennifer Sigler, met foto’s

1994: Stimuleringsfonds voor Architectuur organiseert excursies ter inspiratie van (publiek)

van Hans Werlemann en gepubliceerd door 010 Publishers. Het boek omvat 1376 pagina’s.

opdrachtgeverschap. Een voorbeeld is de excursie naar Euralille in Lille, destijds een van de meest aansprekende stedelijke projecten in ontwikkeling, naar het masterplan van OMA.

1994: Niet grijs! architectuur en lokaal bestuur; gezamenlijk project van Architectuur Lokaal en NAi om nieuwe bestuurders (na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 1994) te enthousiasmeren en inzicht te bieden in de mogelijkheden om op lokaal niveau de kwaliteit van stedenbouw, architectuur, landschapsinrichting en openbare

1995: Referentie OMA: de sublieme start van

ruimte te bevorderen. Naast de manifestatie verschijnt in 1995 de publicatie ‘Niet Grijs!, Handboek gemeentelijk architectuurbeleid’ voor lokale bestuurders en ambtenaren

een architectengeneratie. Tentoonstelling

met o.a. een overzicht van instrumenten die kunnen worden ingezet bij het voeren van een lokaal architectuurbeleid’. Een tweede, geactualiseerde editie verschijnt in 1997.

over de invloed van OMA op een nieuwe

1993: Overleg Lokale Architectuurcentra (OLA), netwerk van de verschillende lokale initiatieven. Architectuur Lokaal coördineert het netwerk. In 1993 zijn er 17 lokale architectuurcentra, in 1997 31.

1993: Wet op het specifiek cultuurbeleid: fondsen kunnen worden ingesteld om kunst en cultuur te financieren. Het cultuurbeleid krijgt een autonome positie in de wet. Criteria: kwaliteit en verscheidenheid.

generatie architecten.

© Het Nieuwe Instituut


OPLEIDEN Culturele werkplaats

WAT 1 oktober 1993: Wet op de

landschapsarchitect’ of ‘interieurarchitect’

opleiding die in 1990 is ontstaan op initiatief

te voeren. Opdrachtgevers krijgen

van de Technische Universiteit Delft en de

is de duur van het wettelijk curriculum

daarmee de garantie dat iemand die zich

Hogeschool voor de Kunsten in Amsterdam.

van het universitair onderwijs, waaronder

als architect aandient ook aan bepaalde

Het Berlage Instituut is gericht op studie en

het bouwkundig onderwijs, gesteld op vier

wettelijke vastgelegde criteria voldoet. Voor

onderzoek op het gebied van architectuur,

jaar. De beroepsgroep zelf en verschillende

architecten heeft de maatregel als voordeel

stedenbouw en landschapsarchitectuur. Het

adviesraden pleiten daarentegen voor

dat zij straks hun beroep in alle lidstaten

Berlage Instituut wil vernieuwende activiteiten

tenminste vijf jaar. Daarbij zou de opleiding tot

van de EG kunnen uitoefenen. Waar

bevorderen en streeft naar internationale

architect minimaal een praktijkjaar moeten

mogelijk schakelt de rijksoverheid alleen

samenwerking tussen vooraanstaande

bevatten, vergelijkbaar met andere Europese

nog architecten in die zijn ingeschreven in

onderwijsinstellingen. In het verlengde van

opleidingen. Het universitair onderwijs staat © Aldo van Eyck Archief

wat dit betreft in contrast met de opleidingen

verkort.

‘architect’, ‘stedebouwkundige’, ‘tuin- en

Instituut, een nieuwe postacademische

voor Architectuur evident. In de jaren tachtig

minister van Onderwijs tot vier jaar worden

architectenregister zijn gerechtigd de titel

de ministeries van WVC en VROM het Berlage

architectuuronderwijs is volgens Ruimte

jaar parttime omvatten, maar in 1994 door de

degenen die zijn ingeschreven in het

Vanuit het architectuurbeleid ondersteunen

VIER JAAR IS TE KORT Aandacht voor het

aan de Academies van Bouwkunst die zes

architectentitel (WAT) van kracht. Alleen

EEN ZELFSTANDIGE TOPLEIDING

Het Berlage Instituut is gehuisvest in het voormalige Burgerweeshuis van Aldo van Eyck (1960), dat door de intrek van het instituut wordt gered van sloop. In 1996 verhuist het Berlage Instituut naar het centrum van Amsterdam. Wiel Arets is tussen 1995 en 2002 decaan van het instituut. In deze periode verhuist het Berlage Instituut van Amsterdam naar Rotterdam (2000) en ontwikkelt het zich als een laboratorium voor actuele vraagstukken. Het merendeel van de studenten is afkomstig uit het buitenland. Het onderwijsprogramma is gericht op collectief onderzoek. Na Arets volgen Alejandro Zaera-Polo (decaan 2002-2005) en Vedran Mimica (decaan 2005-2012).

het architectenregister.

de onderzoeks- en onderwijsactiviteiten organiseert het instituut lezingen en tentoonstellingen. Het richt zich op talentvolle jonge architecten uit binnen- en buitenland. Het Berlage Instituut wordt tot 1995 geleid door Herman Hertzberger.

© broekbakema

Het faculteitsgebouw Bouwkunde TU Delft (1970) is een ontwerp van het architectenbureau Van den Broek en Bakema.

© The Berlage

’Point City’ master class met Rem Koolhaas, Gary Bates, Andrew McNair, Herman Hertzberger, Victor Mani, Winy Maas, 18 mei 1994, Burgerweeshuis Amsterdam.

© KLM en Aldo van Eyck Archief

© The Berlage

Publieke lezing van Rem Koolhaas in het Burgerweeshuis in Amsterdam, 12 mei 1993. Debat na de lezing wordt geleid door Herman Hertzberger.

© The Berlage

Publieke lezing Rem Koolhaas, 21 maart 2000, Marnixstraat Amsterdam.


INTERNATIONALISERING Architectuur als exportproduct 1991: ”Terwijl er in het buitenland waardering bestaat voor de Nederlandse architectuur (zoals blijkt uit aan ons land gewijde publikaties en excursies), komt het zelden tot ontwerpopdrachten voor Nederlandse architecten of uitnodigingen tot deelnemen aan buitenlandse prijsvragen.” (Ruimte voor Architectuur) Om dit te veranderen wil de rijksoverheid onder meer via het architectuurbeleid de deelname van Nederlandse ontwerpers aan internationale wedstrijden en manifestaties bevorderen. Nederlandse ontwerpers zouden zich in het buitenland duidelijker moeten profileren als mogelijke opdrachtnemers. Verwacht wordt dat de Europese eenwording zorgt voor een grotere afzetmarkt en toenemende concurrentie. Het architectuurbeleid zelf wordt ook een exportproduct. Nederland is het eerste land met een nationaal architectuurbeleid. Er is veel interesse voor dit beleid met zijn unieke infrastructuur aan instellingen uit onder meer België, Spanje, Denemarken, Noorwegen, de VS en Canada.

Al sinds haar ontstaan onderhoudt Architectuur Lokaal een netwerk van gelijkgestemde internationale organisaties en verzorgt zij lezingen en uitwisselingen in het buitenland. Naast vele losse initiatieven start in 2002 PANORAMA EUROPA: een internationaal uitwisselingsprogramma met overheden, opdrachtgevers en ontwerpers.


Š Kelle Schouten

VAN GEBOUW NAAR RUIMTE DE ARCHITECTUUR VAN DE RUIMTE Het architectuurbeleid wordt verbreed van het niveau van het gebouw naar de hogere schaalniveaus: stedenbouw, landschapsarchitectuur en infrastructuur. De nota wil een bijdrage leveren aan de culturele ambities uit de samenleving; vanuit het idee dat gebouwen, steden, landschappen en infrastructuur deze weerspiegelen. Het doel: de samenwerking tussen de bouwende ministeries verder versterken en het stimuleringsbeleid verbreden. Belangrijke pijler: motiveren marktpartijen om te investeren in architectonische kwaliteit. Nieuwe accenten: meer aandacht jong talent en Europees aanbesteden. De ministers van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) en van Verkeer en Waterstaat (VenW) sluiten aan.

1997-2000


NOTA 2. De architectuur van de Ruimte

BOUWEN Meerwaarde ontwerp in complexe opgaven

BOUWEN Meerwaarde ontwerp in complexe opgaven ”De grote veranderingen die ons landschap wachten, de ingrijpende

operaties en infrastructurele werken die voor de deur staan, maken

hun opvattingen en optimisme meer dan actueel.” De inbreng van een

ontwerper hierbij is volgens Patijn onontbeerlijk: ”Ontwerpers moeten zelfs in een nog vroeger stadium dan nu worden ingeschakeld. Ze

1998-2002: Kok II

Staatssecretaris OCW: Rick van der Ploeg Minister VROM: Jan Pronk

Staatssecretaris VROM: Johan Remkes

1996: Jaar van het industrieel erfgoed; uitgeroepen door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om het maatschappelijk draagvlak voor behoud en herbestemming te vergroten.

Minister LNV: Haijo Apotheker / Laurens Jan Brinkhorst Minister V&W: Tineke Netelenbos

Minister EZ: Annemarie Jorritsma

1997: Actualisatie Vinex: introductie tweede generatie Sleutelprojecten. Het betreft zes integrale stedenbouwkundige projecten op en rond de stations van de hogesnelheidstrein: Amsterdam-Zuid/WTC, Rotterdam Centraal, Utrecht Centraal, Den Haag Centraal, Arnhem en Breda. Het doel is om deze steden een krachtige impuls te geven voor hun sociaal-economische structuur en stedelijke vernieuwing.

zijn nodig om als pioniers met ontwerpend onderzoek op verkenning te gaan naar het nog onbekende Nederland van morgen. Samen met

1997: Schoolbesturen en gemeenten krijgen samen de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van het basisonderwijs.

kunstenaars, schrijvers en fotografen kunnen ze de gedachtevorming op een hoger plan brengen, zoals de zojuist afgesloten culturele

manifestatie AIR Zuidwaarts over de toekomst van de Hoekse Waard

heeft bewezen.” (Wytze Patijn, ”Op zoek naar een nieuwe schoonheid”,

© Atelier Rijksbouwmeester

in de Volkskrant, 5 juli 1999.)

1995-2000: WYTZE PATIJN

RIJKSBOUWMEESTER De verbreding naar stedenbouw, landschapsarchitectuur en infrastructuur binnen het blikveld van

1998-2002: Kok II Staatssecretaris OCW: Rick van der Ploeg Minister VROM: Jan Pronk

het architectuurbeleid betekent ook het verbreden van de voorbeeldfunctie van het opdrachtgeverschap van het rijk. Tijdelijke Ontwerp Platforms (TOP’s)

”De grote veranderingen die ons landschap wachten, de ingrijpende

worden ingesteld om de ontwerpkwaliteit bij grote projecten als de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn te garanderen.

operaties en infrastructurele werken die voor de deur staan, maken

Patijn neemt in 1997 het initiatief tot het

hun opvattingen en optimisme meer dan actueel.” De inbreng van een

opstellen van het Convenant Wedstrijden op het gebied van architectuur, stedenbouw

ontwerper hierbij is volgens Patijn onontbeerlijk: ”Ontwerpers moeten

en landschapsarchitectuur. Doel van het convenant is het creëren van een

zelfs in een nog vroeger stadium dan nu worden ingeschakeld. Ze

wedstrijdcultuur en het stimuleren van het inzetten van ontwerpwedstrijden bij ruimtelijke opgaven. Van belang hierbij zijn: gelijke kansen, duidelijkheid over de procedure, de beoordelingscriteria en de verhouding tussen de te leveren prestatie en de beloning.

Europees Aanbesteden moet de selectie van architecten verbeteren. Kwaliteit als criterium staat voorop. ”Wanneer je een restaurant zou kiezen op de manier waarop de meeste Europese aanbestedingen van architecten verlopen dan zouden arbojaarverslagen en accountantsverslagen doorslaggevend zijn.” (Patijn, in Tips van de Rijksbouwmeester bij de selectie van architecten in het kader van de Europese aanbesteding / Wytze Patijn, Marc A. Visser en Herma de Wijn, Uitgeverij 010, 2000.)

© Michel Kievits

1996: Jaar van het industrieel erfgoed; uitgeroepen door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om het maatschappelijk draagvlak voor behoud en herbestemming te vergroten.

Staatssecretaris VROM: Johan Remkes Minister LNV: Haijo Apotheker / Laurens Jan Brinkhorst Minister V&W: Tineke Netelenbos Minister EZ: Annemarie Jorritsma

1997: Actualisatie Vinex: introductie tweede generatie Sleutelprojecten. Het betreft zes integrale stedenbouwkundige projecten op en rond de stations van de hogesnelheidstrein: Amsterdam-Zuid/WTC, Rotterdam Centraal, Utrecht Centraal, Den Haag Centraal, Arnhem en Breda. Het doel is om deze steden een krachtige impuls te geven voor hun sociaal-economische structuur en stedelijke vernieuwing.

zijn nodig om als pioniers met ontwerpend onderzoek op verkenning

13 maart 2014: Koning Willem-Alexander opent CS Rotterdam; eerste in de reeks Nieuwe Sleutelprojecten (NSP). Het Centraal Station Rotterdam en de directe omgeving zijn ontworpen door Team CS, een samenwerking tussen Benthem Crouwel Architects, MVSA Architects en West 8 Urban Design & Landscape Architecture. Basis voor het ontwerp: een goed functionerende openbaar vervoer terminal met voldoende ruimte voor het groeiende aantal reizigers. Met 110.000 reizigers per dag verwerkt het stationsgebied evenveel reizigers als luchthaven Schiphol. Het oorspronkelijke station (Sybold Ravesteyn, 1957) was te krap en is vervangen door een veel grotere hal en bredere voetgangerstunnel. De 28.000m2 nieuwe kap boven de perrons is voorzien van 136.000 zonnecellen (totaal 10.000m2). In de zogenaamde bouwmeesteroverleggen, waarin zowel de gemeente Rotterdam, de Rijksbouwmeester als de Spoorbouwmeeester zijn vertegenwoordigd, is gewaakt over de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige inpassing. De Spoorbouwmeester is een initiatief van NS en ProRail in 2001 om het opdrachtgeverschap binnen het openbaar vervoer te verbeteren. De Spoorbouwmeester is een onafhankelijk adviseur voor ontwerpogaven, die samenwerkt met de Rijksbouwmeester en lokale stadsbouwmeesters aan onder meer de Nieuwe Sleutelprojecten. (Spoorbouwmeesters: Rob Steenhuis (20012005), Nathalie de Vries (2005-2008), Koen van Velsen (2009-2015) en Bert Dirrix (2015-….).)

te gaan naar het nog onbekende Nederland van morgen. Samen met

1997: Schoolbesturen en gemeenten krijgen samen de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van het basisonderwijs.

kunstenaars, schrijvers en fotografen kunnen ze de gedachtevorming op een hoger plan brengen, zoals de zojuist afgesloten culturele © Riesjard Schropp

En de winnaar is: De uitbreiding van het aantal participerende ministeries bij het architectuurbeleid leidt in 1997 tot vernieuwing en verbreding van de Rijksprijs. De Zeven © Atelier Rijksbouwmeester Pyramides (zeven prijzen) vervangen de Bronzen Bever. De nieuwe prijs maakt onderscheid in zes categorieën, zodat

manifestatie AIR Zuidwaarts over de toekomst van de Hoekse Waard 1998: Pyramide Ruimtelijke Ordening: Gemeente Grave voor de ontwikkeling van de binnenstad. Pyramide Infrastructuur: Gemeente Rotterdam met de Erasmusbrug. Pyramide Landschapsarchitectuur: Goois Natuurreservaat met project Zanderij Crailo. Pyramide Wonen: Woningbouwvereniging Het Oosten in Amsterdam voor de woningbouwprojecten Vespucciblokken A en B, Noordwand Mercatorplein, Gebouw Wladiwostok en Woonzorgcomplex Oklahoma. Pyramide Utiliteitsbouw: ING Vastgoed Ontwikkeling voor het project Waagstraat in Groningen en de Bibliotheek van de Technische Universiteit Delft. Pyramide Monumentenzorg: Gemeente Hilversum voor de restauratie van diverse jonge ’Dudok-monumenten’. Vrije Pyramide: Tjeerd Dijkstra (Rijksbouwmeester 1979-1986) vanwege zijn uitzonderlijke verbondenheid met het opdrachtgeverschap.

heeft bewezen.” (Wytze Patijn, ”Op zoek naar een nieuwe schoonheid”, in de Volkskrant, 5 juli 1999.)

1995-2000: WYTZE PATIJN

elk ministerie zich vertegenwoordigd

weet: ruimtelijke ordening, infrastructuur,

RIJKSBOUWMEESTER De verbreding naar

landschapsarchitectuur, wonen,

utiliteitsbouw en monumentenzorg.

Daarnaast wordt een zogenaamde Vrije

stedenbouw, landschapsarchitectuur en

Pyramide uitgereikt, op voordracht van de

Rijksbouwmeester. De inhoud van de prijs

infrastructuur binnen het blikveld van

bestaat uit een trofee. De geldprijs komt

te vervallen. De Zeven Pyramides worden

het architectuurbeleid betekent ook het Een laatste Vrije Pyramide wordt in 2002 twee keer uitgereikt, in 1998 en in 2000.

© Joep van Rheenen

De Erasmusbrug is ontworpen door Ben van Berkel (UNStudio), oplevering 1996.

verbreden van de voorbeeldfunctie van

uitgereikt aan Huub Smeets (directeur

Stadsontwikkeling en Grondzaken van de gemeente Maastricht). Hij krijgt de prijs

het opdrachtgeverschap van het rijk.

omdat hij in zijn werk als opdrachtgever nadrukkelijk let op de context van de

Tijdelijke Ontwerp Platforms (TOP’s)

stad. Hij heeft zijn stempel gezet op onder andere het Sphinx-Ceramique-terrein.

worden ingesteld om de ontwerpkwaliteit bij grote projecten als de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn te garanderen. Patijn neemt in 1997 het initiatief tot het

© Roos Aldershoff

2000: Pyramide Ruimtelijke Ordening: gemeente Tilburg voor de projecten Kunstcluster en Popcentrum. Pyramide Infrastructuur: waterschap Veluwe voor het gemaal Veluwe bij Heerde, de keersluis in het Apeldoornse Kanaal bij Hattum en het dijkverbeteringsproject ‘Kloosterbosch’ tussen Hattem en Heerde. Pyramide Landschapsarchitectuur: Delta Psychiatrisch Ziekenhuis Poortugaal voor de herinrichting van het ziekenhuisterrein. Pyramide Wonen: De Principaal Amsterdam voor de woningbouwprojecten Lightfactory en Oeverpad. Pyramide Utiliteitsbouw: Siemens Nederland Den Haag voor de projecten bedrijvenpark Zoetermeer, uitbreiding van het hoofdkantoor en het gebouw voor containerscanners op de Maasvlakte. Pyramide Monumentenzorg: gemeente Den Haag voor de restauratie (en nieuwbouw) van het Haags Gemeentemuseum. Vrije Pyramide: Jan Vaessen, directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem voor het nieuwe entreegebouw en de HollandRama.

Het woningbouwproject Lightfactory is ontworpen door Köther en Salman (tegenwoordig KENK architecten), oplevering 1999.

opstellen van het Convenant Wedstrijden op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur. Doel van het convenant is het creëren van een

meerwaarde ontwerp in complexe opgaven

wedstrijdcultuur en het stimuleren van

© Michel Kievits

het inzetten van ontwerpwedstrijden bij ruimtelijke opgaven. Van belang hierbij zijn: gelijke kansen, duidelijkheid over de

BOUWEN

Europees Aanbesteden moet de selectie van architecten verbeteren. Kwaliteit als criterium staat voorop. ”Wanneer je

13 maart 2014: Koning Willem-Alexander opent CS Rotterdam; eerste in de reeks Nieuwe Sleutelprojecten (NSP). Het Centraal Station Rotterdam en de directe omgeving zijn ontworpen door Team CS, een samenwerking tussen Benthem Crouwel Architects, MVSA Architects en West 8 Urban Design & Landscape Architecture. Basis voor het ontwerp: een


wedstrijdcultuur en het stimuleren van © Michel Kievits

het inzetten van ontwerpwedstrijden bij ruimtelijke opgaven. Van belang hierbij zijn: gelijke kansen, duidelijkheid over de procedure, de beoordelingscriteria en de verhouding tussen de te leveren prestatie en de beloning.

Europees Aanbesteden moet de selectie van architecten verbeteren. Kwaliteit als criterium staat voorop. ”Wanneer je een restaurant zou kiezen op de manier waarop de meeste Europese aanbestedingen van architecten verlopen dan zouden arbojaarverslagen en accountantsverslagen doorslaggevend zijn.” (Patijn, in Tips van de Rijksbouwmeester bij de selectie van architecten in het kader van de Europese aanbesteding / Wytze Patijn, Marc A. Visser en Herma de Wijn, Uitgeverij 010, 2000.)

13 maart 2014: Koning Willem-Alexander opent CS Rotterdam; eerste in de reeks Nieuwe Sleutelprojecten (NSP). Het Centraal Station Rotterdam en de directe omgeving zijn ontworpen door Team CS, een samenwerking tussen Benthem Crouwel Architects, MVSA Architects en West 8 Urban Design & Landscape Architecture. Basis voor het ontwerp: een goed functionerende openbaar vervoer terminal met voldoende ruimte voor het groeiende aantal reizigers. Met 110.000 reizigers per dag verwerkt het stationsgebied evenveel reizigers als luchthaven Schiphol. Het oorspronkelijke station (Sybold Ravesteyn, 1957) was te krap en is vervangen door een veel grotere hal en bredere voetgangerstunnel. De 28.000m2 nieuwe kap boven de perrons is voorzien van 136.000 zonnecellen (totaal 10.000m2). In de zogenaamde bouwmeesteroverleggen, waarin zowel de gemeente Rotterdam, de Rijksbouwmeester als de Spoorbouwmeeester zijn vertegenwoordigd, is gewaakt over de architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundige inpassing. De Spoorbouwmeester is een initiatief van NS en ProRail in 2001 om het opdrachtgeverschap binnen het openbaar vervoer te verbeteren. De Spoorbouwmeester is een onafhankelijk adviseur voor ontwerpogaven, die samenwerkt met de Rijksbouwmeester en lokale stadsbouwmeesters aan onder meer de Nieuwe Sleutelprojecten. (Spoorbouwmeesters: Rob Steenhuis (20012005), Nathalie de Vries (2005-2008), Koen van Velsen (2009-2015) en Bert Dirrix (2015-….).) © Riesjard Schropp

En de winnaar is: De uitbreiding van het aantal participerende ministeries bij het architectuurbeleid leidt in 1997 tot vernieuwing en verbreding van de Rijksprijs. De Zeven Pyramides (zeven prijzen) vervangen de Bronzen Bever. De nieuwe prijs maakt onderscheid in zes categorieën, zodat elk ministerie zich vertegenwoordigd weet: ruimtelijke ordening, infrastructuur, landschapsarchitectuur, wonen, utiliteitsbouw en monumentenzorg. Daarnaast wordt een zogenaamde Vrije Pyramide uitgereikt, op voordracht van de Rijksbouwmeester. De inhoud van de prijs bestaat uit een trofee. De geldprijs komt te vervallen. De Zeven Pyramides worden twee keer uitgereikt, in 1998 en in 2000. Een laatste Vrije Pyramide wordt in 2002

1998: Pyramide Ruimtelijke Ordening: Gemeente Grave voor de ontwikkeling van de binnenstad. Pyramide Infrastructuur: Gemeente Rotterdam met de Erasmusbrug. Pyramide Landschapsarchitectuur: Goois Natuurreservaat met project Zanderij Crailo. Pyramide Wonen: Woningbouwvereniging Het Oosten in Amsterdam voor de woningbouwprojecten Vespucciblokken A en B, Noordwand Mercatorplein, Gebouw Wladiwostok en Woonzorgcomplex Oklahoma. Pyramide Utiliteitsbouw: ING Vastgoed Ontwikkeling voor het project Waagstraat in Groningen en de Bibliotheek van de Technische Universiteit Delft. Pyramide Monumentenzorg: Gemeente Hilversum voor de restauratie van diverse jonge ’Dudok-monumenten’. Vrije Pyramide: Tjeerd Dijkstra (Rijksbouwmeester 1979-1986) vanwege zijn uitzonderlijke verbondenheid met het opdrachtgeverschap.

© Joep van Rheenen

De Erasmusbrug is ontworpen door Ben van Berkel (UNStudio), oplevering 1996.

uitgereikt aan Huub Smeets (directeur Stadsontwikkeling en Grondzaken van de gemeente Maastricht). Hij krijgt de prijs omdat hij in zijn werk als opdrachtgever nadrukkelijk let op de context van de stad. Hij heeft zijn stempel gezet op onder andere het Sphinx-Ceramique-terrein.

© Roos Aldershoff

Het woningbouwproject Lightfactory is ontworpen door Köther en Salman (tegenwoordig KENK architecten), oplevering 1999.

2000: Pyramide Ruimtelijke Ordening: gemeente Tilburg voor de projecten Kunstcluster en Popcentrum. Pyramide Infrastructuur: waterschap Veluwe voor het gemaal Veluwe bij Heerde, de keersluis in het Apeldoornse Kanaal bij Hattum en het dijkverbeteringsproject ‘Kloosterbosch’ tussen Hattem en Heerde. Pyramide Landschapsarchitectuur: Delta Psychiatrisch Ziekenhuis Poortugaal voor de herinrichting van het ziekenhuisterrein. Pyramide Wonen: De Principaal Amsterdam voor de woningbouwprojecten Lightfactory en Oeverpad. Pyramide Utiliteitsbouw: Siemens Nederland Den Haag voor de projecten bedrijvenpark Zoetermeer, uitbreiding van het hoofdkantoor en het gebouw voor containerscanners op de Maasvlakte. Pyramide Monumentenzorg: gemeente Den Haag voor de restauratie (en nieuwbouw) van het Haags Gemeentemuseum. Vrije Pyramide: Jan Vaessen, directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem voor het nieuwe entreegebouw en de HollandRama.


STIMULEREN AL BKVB Beleidsplan 1997-2000:

ARCHITECTUURBELEID ALS

CULTURELE OPGAVE 1 april 1997: De ministeries van VROM en OCenW, de beroepsverenigingen (BNA, BNS, NVTL, BNI), de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkelingsmaatschappijen (NEPROM), het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de branchevereniging van advies- en ingenieursbureaus (ONRI) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ondertekenen het Convenant Wedstrijden op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur. Zij nemen zich voor om mogelijkheden te creëren voor advies en professionele ondersteuning voor uitschrijvers van wedstrijden uit de (semi-)collectieve- en marktsector en willen daartoe een steunpunt inrichten. 1 april 1997: Architectuur Lokaal richt het Steunpunt Ontwerpwedstrijden op. Het functioneert tegen de achtergrond van ‘Kompas, handleiding en voorbeeldmodellen bij het uitschrijven van prijsvragen en meervoudige opdrachten op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur’. De convenant-ondertekenaars spreken af hun leden voortaan op te roepen om alle wedstrijden op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur te melden bij het steunpunt.

NAi

Directeur NAi 1996-2001: Kristin Feireiss

SfA

Directeur Stimuleringsfonds voor Architectuur 1997-2002: Ruud Brouwers

IN DE PERIODE 1992-2011 REIKT HET FONDS BKVB OEUVREPRIJZEN UIT. De prijs (50.000 gulden/40.000 euro) wordt eens in de twee jaar toegekend aan beeldend kunstenaars, vormgevers en architecten met een bijzondere staat van dienst en een belangrijk oeuvre.

”De Bijlmer verguisd, de ontwerper met prijs onderscheiden.” (Trouw, 9 december 1998): Siegfried Nassuth (1922-2005) wordt in 1998 onderscheiden met de Oeuvreprijs voor zijn aandeel in het stedenbouwkundig ontwerp voor de Bijlmermeer. “Nassuth kan als het stedenbouwkundig brein achter deze wijk worden beschouwd”, aldus het juryrapport. Volgens de jury heeft Nassuth het model van de functionele stad bedacht: een strenge scheiding van functies, waarbij de voorzieningen zijn geconcentreerd onder de wegdekken en parkeergarages. Met de bekroning van Nassuth wil de commissie de aandacht vestigen op de naar haar mening niet zelden vertroebelde discussie over de Bijlmer, waarbij stedenbouwkundige aspecten dikwijls worden verward met sociale factoren. “Het stedenbouwkundige plan kan nog steeds worden opgevat als het model van de functionele stad en een oplossing van het probleem van stedelijke concentratie”, aldus de jury. Andere winnaars in de categorie bouwkunst: 1992: Hein Salomonson, 1994: Ernest Groosman, Nico de Jonge, 1996: John Habraken, 2000: Louis le Roy, Wim van Hooff, 2002: Rem Koolhaas, 2004: Herman Hertzberger, 2007: Wim Quist, 2009: Herman Zeinstra, 2011: Adriaan Geuze.

© Het Nieuwe Instituut

1999: AIR-Zuidwaarts/Southbound, Waar het Landschap begint / New Landscape Frontiers. Het

Vanaf 1998 initieert het Stimuleringsfonds voor Architectuur het project Groepsportretten. Het idee achter

onderwerp is de inrichting van de zuidflank van de Randstad en van de Delta tussen Rotterdam en

Groepsportretten: jonge architectenbureaus uitnodigen om tezamen met generatiegenoten hun visie te

Antwerpen. De manifestatie en de traditionele ontwerpopdracht richt zich vooral op het ten zuiden van

geven op culturele opgaven in relatie tot de stad. Hun ontwerpend onderzoek richt zich op overkoepelende

Rotterdam gesitueerde eiland Hoeksche Waard. Tot nu toe heeft het eiland zich onzichtbaar voor planners

thema’s als City Branding en Angst & Ruimte. De onderzoeken zijn gebundeld in publicaties, uitgegeven

weten te houden, maar de druk van verstedelijking wordt wel steeds meer voelbaar.

door NAi Uitgevers.

© Dienst stadsontwikkeling Amsterdam

Mei 1997: Excursie Overleg Lokale Architectuurcentra (OLA) naar de Internationale Bau Ausstellung © Het Nieuwe Instituut

Emscherpark (Duitsland) als voorbeeld van regionale planning. Op het programma: de toepassing van andere energiebronnen en de resultaten van ecologisch beleid. © Architectuur Lokaal

10 december 1997: Naast lokale overheden richt Architectuur Lokaal zich ook op professionele opdrachtgevers. Ivo Opstelten, voorzitter VNG en burgemeester van Utrecht, opent de nieuwe huisvesting van Architectuur Lokaal op de nieuwe, zo genoemde ‘kunstenboulevard’ onder het treinspoor in Amsterdam: “In onze complexere samenleving, met nog niet voltooide decentralisatie- en dereguleringsprocessen en het streven naar een grotere marktwerking op velerlei gebied, is één ding duidelijk: de overheid en het particulier initiatief kunnen het niet meer alleen aan. Beide partijen kunnen niet meer zonder elkaar. Alleen in een steeds wisselende, op maat gesneden, samenwerkingsvorm kunnen de toekomstige projecten worden aangepakt. En daarbij is respect voor het culturele belang, in belangrijke mate vertegenwoordigd door de ontwerpers, geboden. Nadat Architectuur Lokaal begin dit jaar op aandrang van de Tweede Kamer ook het particulier opdrachtgeverschap in haar ‘portefeuille’ heeft gekregen, bestrijkt de stichting het hele werkterrein. En dat is een even logische als gunstige ontwikkeling. Want zo kan Architectuur Lokaal alle partijen die bij het bouwproces betrokken zijn aan tafel zien te krijgen. Ik hoef vermoedelijk niet aan te geven dat dit - vooral in Nederland - een bijzonder lastige klus is. Want men bevindt zich als het ware midden op het toernooiveld van de belangenstrijd. Maar het is de enige manier om de zaak grondig aan te pakken. En daarbij verdient Architectuur Lokaal ieders volle steun.” Online architectuurplatform ArchiNed wordt 1998: Architectuur Lokaal start op verzoek van de Rijksbouwmeester Wytze Patijn het cursusprogramma ABEL (Architectuur en BELeid), dat is gericht op het bevorderen van de deskundigheid in het cultureel opdrachtgeverschap. Er worden programma’s op maat samengesteld voor bedrijven, overheden en instellingen, die variëren van inleidingen in architectuur en stedenbouw tot specifieke colleges over bijvoorbeeld duurzaam bouwen, monumentenzorg, juridische onderwerpen of het uitschrijven van ontwerpwedstrijden. De eerste ABEL-cursus wordt in 1999 georganiseerd voor projectleiders van het Bouwfonds Woningbouw. Aan het tweede ABEL-programma (2000) ontwikkeld voor de regiodirecties van de Rijksgebouwendienst nemen ongeveer 140 medewerkers deel. Sinds 2010 worden onder de noemer De Opdrachtgeversschool masterclasses voor opdrachtgevers georganiseerd.

ondersteund vanuit het architectuurbeleid. Naast nieuwsberichten is er een vacaturebank en een agenda met tentoonstellingen, lezingen en uitstaande prijsvragen en symposia.


OPLEIDEN Europan en Archiprix PAS 1994: Start praktijkopleiding door Stichting Praktijkopleiding Architectuur en Stedenbouw (PAS). Doel van de PAS-opleiding is de kloof tussen het onderwijs en de beroepspraktijk te dichten. De opleiding duurt twee jaar en bestaat uit 20% onderwijs en 80% stage. De opleiding, bedoeld voor 75 architecten en 25 stedenbouwkundige per jaar, is een initiatief van de beroepsorganisaties (Bond Nederlandse Architecten en Bond Nederlandse Stedenbouwkundigen), de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven, met steun van Rijksbouwmeester Kees Rijnboutt.

1996: EUROPAN (1989) EN ARCHIPRIX (1986) worden ondersteund vanuit het architectuurbeleid.

EUROPAN Het Franse initiatief

ARCHIPRIX Voor de deelname aan Archiprix selecteren de

Europan is een internationale

ontwerpopleidingen voor bouwkunst jaarlijks hun beste

prijsvraag voor reële locaties, voor

afstudeerplannen. Deze worden getoond in een reizende tentoonstelling

architecten onder de veertig jaar.

en publicatie. Het belangrijkste doel van de stichting Archiprix

Prijswinnaars krijgen daadwerkelijk

(voorheen Commissie Studentenplannen) is het bevorderen van de

een bouwopdracht. Europan-

instroom van het jonge talent in de beroepspraktijk. De stichting

Nederland is een samenwerking

Archiprix is een samenwerkingsverband van de Academies van

tussen verschillende Europese

Bouwkunst, de Technische Universiteiten in Delft en Eindhoven en

landen. De prijsvraag wordt eens

Wageningen University & Research.

1997: Om tegemoet te komen aan de algemene maatschappelijke kritiek dat de universitaire studieduur te kort is, wordt het curriculum van de technische universitaire opleidingen, waaronder bouwkunde, verlengd van vier naar vijf jaar.

VAN DREIGENDE AFSCHAFFING TOT VERSTERKING VAN DE WAT 2000: Start onderzoek ’Architect en Titelwet’, een initiatief van Rijksbouwmeester Wytze Patijn. Aanleiding is de toespraak van de staatssecretaris van VROM, Johan Remkes, in 1998 tijdens het tienjarig bestaan van het Architectenregister. Hij kondigt hierin aan dat hij de wet wil opheffen. Het is een periode van deregulering en na de makelaarsbranche wil Remkes ook het architectenberoep liberaliseren. De beroepsgroep zou zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In tegenstelling tot de makelaarsbranche blijken ontwerpers echter onvoldoende te zijn georganiseerd in beroepsorganisaties. Het onderzoek is de opmaat voor Rijksbouwmeester Jo Coenen om Het Experiment te starten.

per twee jaar uitgeschreven. De organisatie kiest gemeenten uit op grond van ingeschat enthousiasme

Winnaars Archiprix 1997: Nikol Dietz, Maarten van der Velde, Alies Rommerts, Peter Keijsers, Karel van Eijken, Nadia Jellouli-Guachati, Gerrit-Jan van Rijswijk. 1998: Jolai van der Vegt, Fenna Haakma Wagenaar, Patrick Meijers, Hans Moor, Joost Glissenaar, Hedwig Crooijmans, Jan Roozenbeek, Annemieke Diekman. 1999: Henk Korteweg , Caspar Slijpen, Jonas Strous, Ellen Marcusse, Marc Polman. 2000: Bart Reuser, Marijn Schenk, Jaco Woltjer, Roosmarie Carree, Isabelle Krier, Julietta Zanders.

bij de betrokken bestuurders en ambtelijke diensten en het vertrouwen dat zij bereid en in staat zijn te bevorderen dat eventuele winnaars in hun gemeente een opdracht zullen krijgen. Helaas zijn er in de laatste jaren weinig projecten daadwerkelijk gerealiseerd. Vanaf 2016 wordt de Nederlandse organisatie verzorgd door de Kinderen van Europan, een collectief van voormalige prijswinnaars. Op stapel staat de 14e editie van Europan in Nederland. © de architectengroep

Dick van Gameren / Bjarne Mastenbroek, Woongebouw Gerard Noodtstraat Nijmegen, winnaars Europan 2 Wonen in de stad (1992), opgeleverd 1997. Het maaiveld is benut voor de woningen, parkeren vindt plaats op het dak, dat bereikbaar is via een autolift.

Hans Moor, De onuitsprekelijke gemeenschap, afstudeerrichting architectuur, Academie van Bouwkunst Rotterdam, eervolle vermelding Archiprix 1998. Een ’twin-house’ voor een ruimtevaarder (Wubbo Ockels) en een danseres (Jacqueline Bongers) geïnspireerd op het boek ‘De onuitsprekelijke gemeenschap’ van Maurice Blanchot.


INTERNATIONALISERING Superdutch Recensie Superdutch in The Gardian (19-10-2000):

”Ze zijn super, de Nederlanders. Niet vanwege hun voorliefde voor oranje en de genoegens van het roken, maar vanwege hun uitzonderlijke gevoeligheid voor ontwerpen. Het moet wel in het water zitten, of anders in hun Heineken.”

1997: Het European Forum for Architectural Policies (EFAP) wordt opgericht. Het forum probeert bij Europese beleidsmakers het architectuurgesprek op gang te brengen onder meer door bijeenkomsten te organiseren waar de leden uit het netwerk elkaar kunnen treffen.

2000: Onder het motto: ’Holland schept ruimte’ presenteert Nederland zich tijdens de Expo 2000 in Hannover. Het paviljoen van MVRDV bestaat uit gestapelde (schijnbaar) tegenstrijdige belangen. De keuze voor MVRDV komt tot stand op basis van een besloten prijsvraag door een jury onder voorzitterschap van Rijksbouwmeester Patijn. Opdrachtgever: ministerie van EZ.

2000: Bart Lootsma, ‘Superdutch: de tweede moderniteit van de Nederlandse architectuur‘ verschijnt. Twaalf ontwerpbureaus die een internationale oriëntatie combineren met typisch Nederlands realisme en zakelijkheid worden gepresenteerd (o.a. UN-Studio, Wiel Arets, Mecanoo, MVRDV, OMA, Neutelings Rietdijk en West 8). Uitgever: Thames & Hudson (Londen). Oplage: 20.000. Op de cover het eerste woningbouwcomplex van MVRDV (Wozoco) in Amsterdam (1997).

2000: Rem Koolhaas krijgt als eerste Nederlander de Pritzker Architecture Prize, ook wel gezien als de Nobelprijs voor architecten. De prijs bestaat sinds 1979. Philip Johnson was de eerste die de prijs in ontvangst nam.


PRACTICE WHAT YOU PREACH ONTWERPEN AAN NEDERLAND Het architectuurbeleid voor de periode 2001-2004 wil een bijdrage leveren aan het aanzien van Nederland door meer ruimte te creëren voor de cruciale inbreng van de ontwerpende disciplines. Omdat beleid vaak blijft steken in mooie doelstellingen adopteren vier ministers (OCW, VROM, LNV en VenW) in deze tijd van hoog conjunctuur, negen Grote Projecten. Deze negen daadwerkelijke ontwerpopgaven zijn: de Deltametropool, de Zuiderzeelijn, de reconstructie zandgebieden, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de A12, het Rijksmuseum, de nieuwbouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de openbare ruimte en het particulier opdrachtgeverschap. De nota heeft twee doelen: het vroegtijdig inschakelen van ontwerpers (beter benutten integrerende en creatieve kracht) en ‘architectuur is een zaak voor iedereen’ (om een bredere, maatschappelijk inbedding te krijgen). Daarnaast is er aandacht voor de veranderende rol van gemeenten in het welstandsbeleid. De minister van Economische Zaken (EZ) sluit na bespreking van de nota in de Tweede Kamer aan en adopteert een tiende Groot Project: bedrijventerreinen. De ministers krijgen - met ondersteuning van de Rijksbouwmeester - de directe verantwoordelijkheid voor de realisatie van de Grote Projecten, die wel vergeleken werden met de Franse Grand Projects. MVRDV, © Rob ’t Hart

2001-2004 MVRDV, © Rob ’t Hart


BOUWEN Grote Projecten

2002-2003: Balkenende I

2003-2006: Balkenende II

Staatssecretaris OCW: Cees van Leeuwen

Staatssecretaris OCW: Medy van der Laan

Minister VROM: Henk Kamp

Minister VROM: Sybilla Dekker

Minister V&W: Roelf de Boer

Minister V&W: Karla Peijs

Minister LNV: Cees Veerman

Minister LNV: Cees Veerman

Minister EZ: Herman Heinsbroek / Hans Hoogervorst

Minister EZ: Laurens Jan Brinkhorst / Gerrit Zalm

2002: De Tweede Kamer besluit om een parlementaire enquête in stellen naar de aard en omvang van de fraude in de bouw. Uit de enquête blijkt dat er sprake was van grootschalige fraude in de bouw. Door onderlinge prijsafspraken is de staat vele miljoenen misgelopen.

2003: Naam van het ministerie OCW wordt gewijzigd in Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2002: Verzelfstandiging Rijksplanologische Dienst: Ruimtelijk Planbureau wordt opgericht (studie komt los van beleid).

2004: Aanwijzing van 20 Nationale Landschappen in de Nota Ruimte. Nationale Landschappen zijn gebieden met een unieke combinatie van natuur en cultuur. Ze bestrijken tezamen ongeveer een vijfde van Nederland. In diverse regelingen is vastgelegd dat de gebieden zich sociaal-economisch moeten kunnen ontwikkelen met behoud of zelfs versterking van de kernkwaliteiten.

2004: Vierde Nota Ruimtelijke Ordening: ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het ruimtelijk beleid komt vooral te liggen bij decentrale overheden en private partijen.

© Rob Oostwegel

DE NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE (NHW) is een historische verdedigingslinie uit 1815; 85 kilometer lang. Naast de bescherming van een groot deel van de

2000-2004: JO COENEN

forten als rijksmonument dringt eind jaren negentig het besef door dat deze

RIJKSBOUWMEESTER De Grote

militaire megastructuur een landschappelijk unicum is en als één geheel

Projecten worden gekenmerkt door

moet worden gezien. De aanpak van de NHW is een voorbeeld van een meer

complexiteit en een hoog ambitieniveau.

landschapsgerichte manier van monumentenzorg. Naast de status Groot Project

De Rijksbouwmeester is verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit van de tien Grote Projecten. Rijksbouwmeester Coenen

© Stichting Aquarius, Beeldbank Hollandse Waterlinie

Tien Grote Projecten weergegeven als vlakken, lijnen, stippen en punten. Ontwerp Corine Datema, gemaakt in opdracht van S@M stedenbouw en architectuurmanagement.

doet hierbij beroep op verschillende adviseurs (ontwerpers) die hij bijeen

BELVEDERE In 1999 verschijnt de nota Belvedere

brengt onder de naam ’onder professoren’.

(OCW, VROM, LNV en VenW) met als motto: behoud

Coenen verwijst daarbij naar het initiatief

door ontwikkeling. Hierdoor wordt de wettelijke

van de Maastrichtse kunsthistoricus Victor

bescherming van monumenten aangevuld met

de Stuers, die in 1874 een College van

het streven om culturele identiteit een plek te

Rijksadviseurs voor Monumenten van

geven in de ruimtelijke ordening. In verschillende

Geschiedenis en Kunst opricht. Pierre

rijksnota’s worden de ideeën uit de Nota

Cuijpers, de architect van het rijksmuseum,

Belvedere overgenomen. Zo zijn in de Nota Ruimte

was toen een van de eerste adviseurs.

de waardevolle cultuurhistorische gebieden

De positieve ervaringen met deze nieuwe

meegenomen bij de selectie van de twintig Nationale

werkwijze zijn aanleiding voor de instelling

Landschappen en wordt aangegeven dat men

van een College van Rijksadviseurs.

meer gebruik wenst te maken van ontwerpende

Om de functie Rijksbouwmeester

disciplines die cultuurhistorie als basis nemen ter

creatiever en slagvaardiger te maken

inspiratie. De uitvoering van de subsidieregeling

verhuist Rijksbouwmeester Coenen

Belvedere wordt uitgevoerd door het

van het VROM-gebouw naar een atelier

Stimuleringsfonds Architectuur. In 2009 verloopt de

aan het Noordeinde. Rick van der Ploeg

geldigheidsduur van de Nota Belvedere. De insteek

(staatssecretaris OCW 1998-2002): ”Hij (Jo

van het programma, de inzet van cultuurhistorie

Coenen) heeft al snel een eigen ontwerp

bij ruimtelijke transformaties, wordt verwoord in

atelier ingericht (…). Daar heeft hij een

de MoMo (Modernisering Monumentenzorg). Door

team van mensen geformeerd, die continu

middel van de MoMo is een aantal veranderingen

schetsen zitten te maken en die ook kunnen

doorgevoerd in de monumentenzorg, zoals het

bijdragen aan oplossingen voor grote

belang van cultuurhistorie laten meewegen in

vraagstukken.” (Interview Rick van der

de ruimtelijke ordening. De Rijksdienst Cultureel

Ploeg, 2000, in Marc A. Visser, Ontwerpend

Erfgoed en de Stichting Erfgoed Nederland worden

aan Nederland, THOTH publishers, 2006.)

het aanspreekpunt.

wordt de linie bestempeld als een nationaal project (nota Belvedere) en als Nationaal Landschap (Nota Ruimte). Rijk, provincies en vele gemeenten werken samen om de NHW te behouden en te ontwikkelen als een landschappelijkrecreatieve structuur. In 2014 heeft het Rijk het project overgedragen aan de vier provincies (Utrecht, Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant). Het Kwaliteitsteam NHW bestaande uit onafhankelijke deskundigen uit verschillende vakinhoudelijke disciplines adviseert de overheden gevraagd en ongevraagd over de in ontwikkeling zijnde plannen. Hierbij wordt uitgegaan van de samenhang van de gehele linie. Het ministerie van OCW bereidt de nominatie van de waterlinie op de werelderfgoedlijst van UNESCO voor (gestreefd wordt naar 2019). Waterliniemuseum Fort Vechten (Studio Anne Holtrop) op cover Architectuur in Nederland. Jaarboek 2015/2016. Voor de herbestemming van Fort Vechten tot Nationaal Waterliniecentrum (een bezoekerscentrum annex museum over de geschiedenis van de Waterlinie) kiest de provincie Utrecht in 2011 voor een besloten prijsvraag voor aanstormend ontwerptalent. De provincie wil jonge bureaus een kans geven naam te maken en een object van nationaal belang te realiseren. Tien bureaus worden uitgenodigd een globale visie op de opgave te geven, waarna vier bureaus hun inzending uitwerken tot een schetsontwerp. Anne Holtrop wordt unaniem als winnaar gekozen. Volgens de jury heeft Holtrop een gedurfd en spannend ontwerp gemaakt dat de essentie van de ruimtelijke ingreep duidelijk maakt: ruimte uit een berg weghalen in plaats van bouwen. Het masterplan is opgesteld door Rapp + Rapp en West 8. De entreepartij is ontworpen door K2. Architectuur Lokaal adviseerde bij het opstellen van het reglement. De procedure is gepubliceerd als best practice van het Steunpunt Architectuuropdrachten & Ontwerpwedstrijden.

Groot Project ROB/RDMZ Sinds 2009 is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voorheen de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek

Basiskaart uit het Linieperspectief - Panorama Krayenhoff (2002, Eric Luiten, Peter Paul Witsen, Ed Joosting Bunk en Joost van Hezewijk). De visie Panorama Krayenhoff vormt de basis voor de bescherming en de ontwikkeling van de Waterlinie. Centraal in dit gebiedsperspectief staat het bevorderen en ook bewaken van de samenhang bij het werken aan de linie.


vraagstukken.” (Interview Rick van der

de ruimtelijke ordening. De Rijksdienst Cultureel

Ploeg, 2000, in Marc A. Visser, Ontwerpend

Erfgoed en de Stichting Erfgoed Nederland worden

aan Nederland, THOTH publishers, 2006.)

het aanspreekpunt.

Architectuuropdrachten & Ontwerpwedstrijden.

Groot Project ROB/RDMZ Sinds 2009 is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voorheen de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, gehuisvest in een nieuw gebouw in Amersfoort, dat in opdracht van de Rijksgebouwendienst is ontworpen door Juan Navarro Baldeweg. De A12 als Regenboogroute, die door elf kenmerkende Nederlandse landschappen voert. Het Routeontwerp poogt het besef van eenheid in verscheidenheid te versterken. Het routeontwerp moet samenhang en continuïteit in wegarchitectuur aanbrengen en de herkenbaarheid en het karakter van de snelwegomgeving vergroten. Met het Grote Project Routeontwerp A12 is beoogd de effectiviteit van het nationale mobiliteitsbeleid (doorstroming, verkeersveiligheid en betrouwbaarheid) te versterken en tegelijkertijd te werken aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de weg en zijn omgeving. In 2005 wordt het interdepartementaal steunpunt Routeontwerp opgericht. Dit steunpunt is een kenniscentrum op het gebied van integraal en interdepartementaal werken aan mobiliteitsopgaven. In 2008 gaat het over in het Steunpunt gebiedsgericht werken, onder leiding van Rijkswaterstaat. © Ruben Schipper, Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

En de winnaar is: Sinds 2003 wordt de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap

Winnaar 2003: Vereniging Natuurmonumenten, Uitkijktoren Fochteloëren, architect D.A. de Haan. Volgens de jury is de uitkijktoren ”van een grote, eenvoudige schoonheid” en is hier sprake van ”een grote architectonische prestatie, die met relatief simpele middelen is behaald en waaraan de opdrachtgever, door geduld, souplesse en inlevingsvermogen aan de dag te leggen, veel heeft bijgedragen.”

Winnaar 2004: Stadsdeel Westerpark, Cultuurpark Westerpark Amsterdam, Architecten: Gustafson Porter, Mecanoo, De Architectengroep, N2 Architecten, Braaksma & Roos.

aangeduid als de GOUDEN PIRAMIDE. De gefragmenteerde opzet wordt losgelaten en er wordt gekozen voor een integrale aanpak. De prijs bestaat uit een trofee (een ontwerp van Studio Bau Winkel), een plaquette en een bedrag van 50.000 euro. De beste inzendingen worden beschreven en geïllustreerd in een publicatie en er wordt een documentaire gemaakt over de genomineerde opdrachtgevers en hun project. De Gouden Piramide wordt jaarlijk uitgereikt en gaat afwisselend over architectuur en gebiedsontwikkeling. Voor elke prijsronde wordt een nieuwe jury door de minister van VROM (tegenwoordig IenM) benoemd. Voorzitter is de Rijksbouwmeester (zonder

© Wilma Kuijvenhoven

stemrecht). Ieder jurylid vertegenwoordigt een specifieke invalshoek: opdrachtgeverschap, ontwerp, provinciaal/lokaal bestuur, vakkritiek en algemene journalistiek. Criteria voor de beoordeling zijn het ontwerp- en bouwproces en de uiteindelijke kwaliteit. Op de oproep in 2003 reageren 116 opdrachtgevers. Opvallend in de inzendingen is het grote aantal particuliere woonhuizen (38).

Vormgeving Gouden Piramide 2003-2010: Studio Bau Winkel, 2011-2016: Katja Hilberg.


STIMULEREN AL BKVB

NAi

Directeur Fonds BKVB 2000-2011: Lex ter Braak

Beleidsplan 2001-2004: TRAIT-D’UNION

Directeur NAi 2001-2006: Aaron Betsky

2004: HANS VERMEULEN EN MARTINE DE WIT ONTVANGEN STARTSTIPENDIUM VOOR OPZETTEN DUS. “Op verschillende momenten, tijdens

2001: Manifestatie Heilige Huisjes, bewoners als

De vele architectuurcentra die vanaf de oprichting van het Stimuleringsfonds voor Architectuur zijn

opdrachtgever in het NAi. De manifestatie bestaat onder

ondersteund, fungeren als platform voor het debat over de stad en vervullen een actieve rol bij het

de start van ons bureau hebben we alle drie het startstipendium ontvangen. Dit bood meer ruimte om

andere uit een woonmarkt (in de Grote Zaal van het

betrekken van zowel professionals als burgers bij het lokale architectuurbeleid. In 2007 publiceert het

ons credo ‘design by doing’ in de praktijk te brengen en zo aan ons bureau manifest te bouwen: “Design

NAi) waar particulieren die een eigen huis willen laten

Stimuleringsfonds de publicatie ‘ArchitectuurcentrAAL’, een overzicht van alle centra en hun activiteiten

by doing is architectural beta-testing. Build 1:1 models in the public domain that function as immediate

bouwen zich kunnen oriënteren op een architect en

op het gebied van ontwerp en opdrachtgeverschap. Vanaf 2014 zijn de Stadslabs, als belangrijke speler

analysis, architectural test case and social condenser.” De Bucky Bar, gebouwd voor het NAi destijds,

een kavel. Op de markt staan vijftig architectenbureaus

tussen vak- en breed publiek, er bijgekomen. In 2014 schreef het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de

adresseerde bouwregelgeving, community building en duurzaamheidsvraagstukken. Jaren later leidde

en de gemeenten Almere, Amsterdam, Leeuwarden,

Open Oproep Experimenteren met Stadslabs en in 2015 de Open Oproep Stadslabs – Anders werken aan

deze aanpak tot het in-house ontwikkelen van een eigen XL 3D printer, 3D print biomateriaal, ontwerp

Rotterdam, Schiedam en Zoetermeer. In de gelijknamige

urgente opgave uit. Binnen het programma Innovatieve vormen van opdrachtgeverschap (onderdeel van

software en het organiseren van een eco-systeem van internationale bouwpartners waarmee we nu

publicatie zijn 28 zeer verschillende voorbeelden van

het Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp) zijn de stadslabs een belangrijk speerpunt. Stadslabs

duurzame en adaptieve gebouwonderdelen produceren, zoals getoond bij het NL EU entreegebouw. Zo

zelfbouwers gedocumenteerd.

zijn vrije organisatievormen waarin collectieven van bewoners, ontwerpers en andere professionals in

stond het startstipendium dus mede aan de wieg van ons inmiddels 20 man grote bedrijf, waar design, technologische innovatie en community development samengaan.” Hans Vermeulen, Martine de Wit, Hedwig © Architectuur Lokaal

SfA

Directeur Stimuleringsfonds voor Architectuur 2002-2016: Janny Rodermond

Heinsman, founders DUS architects.

2002: Architectuur Lokaal zet de herontwikkeling van voormalige militaire terreinen in

© Ossip van Duivenbode

particulier opdrachtgeverschap in Tübingen (Duitsland) op het programma bij het internationale uitwisselingsprogramma PANORAMA EUROPE. In 2006 organiseert Architectuur Lokaal een studiereis naar deze stad voor de gemeente Almere, waar Adri Duivesteijn is benoemd als wethouder. Hij ziet mogelijkheden om in Almere nieuwe wijken te ontwikkelen in samenwerking met bewoners.

© Het Nieuwe Instituut

samenwerking met lokale overheden en bedrijven experimenteren met ‘stad maken’. Ontwerpers vervullen

De regering wil dat een derde van de nieuwe woningen tussen 2005 en 2010 door de bewoners zelf is gebouwd. Hiermee staat de Nederlandse woningmarkt, tot nu toe gedomineerd door woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars (vinex-opgave), op een historisch keerpunt. Vooral in gemeenten met een grote bouwopgave is het de bedoeling dat toekomstige bewoners zelf hun grond kunnen verwerven (vrije kavels) waarop zij naar eigen inzicht hun woning realiseren. Deze vorm van bouw (zelfbouw of particulier opdrachtgeverschap genoemd) vormt een alternatief voor de projectmatige seriebouw voor een anonieme markt.

daarbij dikwijls een intermediaire rol. Op de Open Oproep 2014 komen 89 voorstellen binnen, op de oproep in 2015 87. In totaal zijn er 27 stadslabs ondersteund. Voorbeelden van Stadslabs zijn initiatieven zoals Dep.Tijdelijke Ontwikkeling in Arnhem, Maastricht-LAB en De Dépendance.

Entreegebouw NL EU-voorzitterschap, DUS architects, Amsterdam, 2016. Opdrachtgever: ministerie

1997: Introductie begrip Het Wilde Wonen door Carel Weeber, voorzitter van de Bond Nederlandse Architecten (1993-1998) in NRC Handelsblad: Bernard

Buitenlandse Zaken. Gevelontwerp met grootschalige 3D prints, die verwijzen naar de historische

Hulsman, ’Het Wilde Wonen. Carel Weeber wil af van het rijtjeshuis’, 4-4-1997. Weeber houdt een pleidooi voor het vrijstaande huis, als reactie op de woningbouw

zeilschepen die voorheen op het Amsterdamse Marine terrein zijn gebouwd. De blauwe banken zijn 3D

die in Vinex-locaties worden gerealiseerd.

geprint van bio-plastic dat na het voorzitterschap geheel kan worden gerecycled en opnieuw geprint.

© DUS architects

2001: Openstelling Rijksmonument Huis Sonneveld voor publiek. De vrijstaande villa (1933), ontworpen door architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt, is een van de best bewaard gebleven woonhuizen in de stijl van het Nieuwe Bouwen. De villa is in opdracht van Albertus Sonneveld, een van de directeuren van de Van Nelle-fabriek, gebouwd. Het interieur is teruggebracht naar de staat van oplevering in 1933. Het reconstrueren, verrijken en

© Architectuur Lokaal

toegankelijk maken van dit totaalconcept van kunst, interieur en architectuur is een duidelijke keuze voor een

Op geest en grond: culturele planologie in de Duin- en Bollenstreek

integrale benadering van ontwerpdisciplines en geschiedschrijving

2001: De provincie Zuid-Holland heeft in samenwerking met Architectuur Lokaal een meerjarig

© Het Nieuwe Instituut

actieprogramma culturele planologie opgesteld dat is gericht op het scheppen van draagvlak in de regio (via openbaar debat) en op het stimuleren van concrete initiatieven. Hoe kan een culturele inbreng in de ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot extra kwaliteit? Gemeenten en instellingen kunnen, in het kader van het programma, projectvoorstellen doen en deze realiseren met een bijdrage van de provincie. Het programma loopt van 2001 tot en met 2004.

2001: Het Stimuleringsfonds voor Architectuur ondersteund

Bucky Bar, DUS architects, Rotterdam, 2008. Opdrachtgever: NAi / Studio for Unsolicited Architecture.

2003: Oprichting Informatiecentrum Eigen BOUW (ICEB) door minister Sybilla Dekker (VROM), ter ondersteuning van bouwers en gemeenten bij particulier opdrachtgeverschap. Het ICEB is een samenwerkingsverband tussen Architectuur Lokaal, de Vereniging Eigen Huis (VEH) en de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV), ondersteund door het ministerie van VROM. Architectuur Lokaal concentreert zich op het ontwikkelen van draagvlak en begrip voor goed opdrachtgeverschap bij publieke partijen, en voor de manier waarop gemeenten hiervoor een beleid kunnen ontwikkelen.

‘De grootste architect van Nederland: Hugh Aart Maaskant’,

Spontaan publiek gebouw van paraplu’s, bedoeld voor diverse bijeenkomsten. DUS: ”Een levensgrote

een documentaire van filmer/architect Jord den Hollander. De

maquette die het gedachtengoed van Buckminster Fuller test. Kan het minimaal gebruik van materiaal en

film gaat in première tijdens de opening van het Architectuur

energie in geodetische koepels leiden tot een duurzamere toekomst?”

Filmfestival Rotterdam. In 2003 verschijnt de publicatie Hugh Maaskant. Architect van de vooruitgang; de handelseditie van

Vanaf 2000 reikt het Fonds BKVB ook de Benno Premselaprijs uit aan een persoon die een stimulerende en inspirerende rol heeft gespeeld voor meerdere generaties kunstenaars, vormgevers of architecten. De Prijs voor de Kunstkritiek wordt in 2004 ingesteld. Beide prijzen zijn opgeheven in 2012.

2000: Nota Mensen, Wensen, Wonen (VROM); visie van het kabinet op het

2001: Creatieve industrie wordt een interessant aanknopingspunt voor cultuurbeleid. Het cultuurbeleid wil

Wat is een startstipendium? ”Een startstipendium stelt beginnende kunstenaars in staat hun werk verder te ontwikkelen. Met het

In 1967 stelt Maaskant (1907-1977), met het vermogen dat hij heeft vergaard, de Rotterdam Maaskantprijs in; een oeuvreprijs bestaande uit een oorkonde en een geldbedrag (25.000 euro), die om

alerter reageren op marktontwikkelingen en gunstige voorwaarden scheppen voor de versterking en de

startstipendium kunnen zij zich op de artistieke en zakelijke ontplooiing van hun werk richten. Ontvangers van een startstipendium kunnen

de twee jaar wordt uitgereikt aan personen die “een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de culturele beleving van architectuur of landschapsinrichting door hierover te publiceren, te doceren of

ontplooiing van cultureel ondernemerschap. (Staatssecretaris Rick van der Ploeg aan de voorzitter van de

in principe met de subsidie doen wat zij voor de start van hun beroepspraktijk belangrijk achten. De subsidie kan gebruikt worden voor de

andere stimulerende en sturende werkzaamheden uit te voeren”. De prijs is o.a. uitgereikt aan Tracy Metz, auteur en presentator (2016), tuin- en landschapsontwerper Piet Oudolf (2014), stadssocioloog

Tweede Kamer, Brief over meerjarig perspectief cultuur (cultuurnota 2001-2004 ’Cultuur als confrontatie’),

kosten van levensonderhoud en voor beroepskosten zoals materiaal en de huur van een werkruimte. Ook kan het besteed worden aan het

Arnold Reijndorp (2012), hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis Auke van der Woud (2010), wethouder Ruimtelijke Ordening Almere Adri Duivesteijn (2008), architect Carel Weeber (2006),

30 november 2001.)

verrichten van onderzoek, het deelnemen aan tentoonstellingen en manifestaties in binnen- en buitenland, het uitvoeren van projecten of

landschapsarchitect Dirk Sijmons (2002), Maarten Kloos, directeur ARCAM (lokaal architectuurcentrum Amsterdam (2000), studentengezelschap Stylos (1998), stedenbouwkundige Riek Bakker (1994),

een werkperiode in het buitenland. Een startstipendium kan maximaal 2 keer worden toegekend.”

Ypke Gietema, wethouder Ruimtelijke Ordening Groningen (1992).

wonen in de 21ste eeuw. Burger staat centraal, deze moet meer individuele keuzevrijheid krijgen. Rijk wil particulier opdrachtgeverschap stimuleren.

het proefschrift van Michelle Provoost. Maaskant is architect van o.a. het Groothandelsgebouw in Rotterdam, het Johnson Wax gebouw in Mijdrecht en het Provinciehuis in den Bosch.


OPLEIDEN Het Experiment

2002: Introductie Bachelor-Masterstructuur in het wetenschappelijk en het hoger beroepsonderwijs.

2000: DE PRAKTIJKOPLEIDING PAS WORDT OPGEHEVEN. De opleiding sluit onvoldoende aan bij de behoefte van de deelnemers en de beroepspraktijk. 2003: Rijksbouwmeester Coenen doet een nieuwe poging om beroepservaring als inschrijvingseis voor het Architectenregister te introduceren. Hij start Het Experiment Beroepservaring Jonge Architecten. Het Experiment is een tweejarig programma dat een aanvulling is op de reguliere opleidingen. De deelnemer doet onder begeleiding van een mentor gedurende twee jaar beroepservaring op in alle noodzakelijke facetten van het vak. Het Experiment wordt georganiseerd vanuit het Atelier Rijksbouwmeester.

De ontwikkeling van Het Experiment en De Beroepservaring naar een multidisciplinair beroepservaringtraject van de vier ontwerpdisciplines (periode 2003-2014)

© Atelier Rijksbouwmeester

Deelnemers Het Experiment I.

2001: Oprichting Archiprix International; een tweejaarlijkse competitie, waar alle ontwerpopleidingen ter wereld zich naast elkaar kunnen presenteren met hun beste afstudeerprojecten. Elke ronde vindt plaats in een ander land. De ingediende plannen worden ter beoordeling voorgelegd aan een internationale jury. Door de belangstelling die dit initiatief over de hele wereld trekt blijkt de internationale aandacht voor het Nederlandse ontwerponderwijs toe te nemen. Verscheidene deelnemers zijn neergestreken in Nederland om er verder te studeren en/of te werken. De deelname groeide van 145 in 2001 tot ruim 351 opleidingen in 2015. (Archiprix, Beleidsplan 2017-2020, 2016.)

Winnaars Archiprix 2001: Angie Abbink, Marten de Jong, Gert Anninga, Hans van Loon, Eddy Verbeek , Marco Visser, Hanneke van Wel. 2002: Harm Timmermans, Rob Willemse, William Veerbeek, Ingeborg Thoral. 2003: Maarten Terryn, Daniel Casas Valle, Pim Pompen, Peter Masselink, Hiske Wegman, Delano Richardson, Piotr Poniatowski, Yuri Werner. 2004: Mark van Beest, Robert Verrijt, Ronald Rietveld.

Ronald Rietveld, Deltawerken 2.0 ‘een dijk van een park’, afstudeerrichting landschapsarchitectuur, Academie van Bouwkunst Amsterdam, derde prijs Archiprix 2004. ”Ontwerp voor een bypass voor de Rijn en de Waal dat op overtuigende wijze aantoont dat een grootschalige ingreep een fascinerend landschap kan opleveren.”


INTERNATIONALISERING Internationale Architectuur Biennale Rotterdam Op initiatief van Kristin Feireiss, directeur van het NAi (1996-2001), wordt in 2001 de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) opgericht. De IABR is een tweejaarlijkse internationale manifestatie die zich vooral richt op de toekomst van de stad. Anders dan bijvoorbeeld de Architectuur Biënnale van Venetië is de IABR een thematisch gerichte onderzoeksbiënnale die iedere aflevering een kwestie aan de orde stelt met als © Het Nieuwe Instituut

uitgangspunt de (Nederlandse) actuele

Motopias toont ideeën voor mobiliteit vanuit alle hoeken van de wereld.

praktijk in een internationale context. De Stichting IABR is verantwoordelijk voor de organisatie en de uitvoering van het programma. Samenwerking met

MOBILITY: A ROOM WITH A VIEW agendeert

verschillende overheden moet leiden

het mondiale mobiliteitsvraagstuk

tot innovatie op opgaven. Voor iedere

en onderzoekt de gevolgen daarvan

editie wordt een curator, of een team van

voor architectuur en stedenbouw. De

curatoren, benoemd.

resultaten zijn te zien in verschillende tentoonstellingen: World Avenue, Motopias en Holland Avenue. 2003-2009: Stimuleringsfonds Architectuur krijgt zorg over de zogenaamde HGIS-regeling voor architectuur; bedoeld voor de uitvoering van internationale projecten (geld van ministeries OCW en BuZa).

7 mei 2003: Koningin Beatrix opent eerste Internationale Architectuur Biennale Rotterdam Mobility: A Room with a View in het NAi. De biënnale staat geheel in het teken van het thema mobiliteit. Op de foto Koning Beatrix naast curator Francine Houben. © Het Nieuwe Instituut

Holland Avenue toont voorstellen voor de inrichting van de A13 door twaalf internationale architectuuropleidingen.

© Rob ‘t Hart


BEHOUD DOOR ONTWIKKELING ACTIEPROGRAMMA RUIMTE EN CULTUUR ARCHITECTUUR- EN BELVEDEREBELEID De nota wordt een actieprogramma, de focus wordt verbreed naar erfgoed en de Grote Projecten worden vervangen door voorbeeldprojecten, waaronder een aantal Grote Projecten worden geschaard. Het Rijksmuseum, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het routeontwerp en bedrijventerreinen krijgen de status voorbeeldproject. Andere voorbeeldprojecten zijn de ambassadegebouwen, de defensieterreinen die worden afgestoten, de Afsluitdijk, de Limes, het Groene Hart, de naoorlogse stad, de wateropgave en het Werelderfgoed. De Rijksbouwmeester wordt vanaf 2005 bijgestaan door het College van Rijksadviseurs, functionerend als een onafhankelijk adviescollege voor nationale opgaven en rijksprojecten. Ontwerpend onderzoek, onder meer naar de functie en vormgeving van schoolgebouwen, wordt belangrijk. Het actieprogramma krijgt brede politieke steun. Zeven ministers ondertekenen de nota. Naast OCW, VROM, LNV en VenW: EZ, Defensie en Buitenlandse Zaken.

2005-2008 Š Jeroen Bosch


BOUWEN Stop de verrommeling! 2005: Europese Landschapsconventie (ELC), ook wel bekend als de Conventie van Florence (2000), wordt door Nederland ondertekend. Met de ondertekening van de conventie is ook Nederland verplicht het begrip ’landschappen’ in wetgeving te erkennen als essentieel onderdeel van de omgeving van mensen. Op alle bestuurlijk niveaus moet landschapsbeleid geformuleerd en geïmplementeerd worden, waarbij het beleid gericht is op bescherming, beheer en ontwikkeling. Dit moet in samenspraak met de bevolking.

2006-2007: Balkenende III

2007-2010: Balkenende IV

Minister OCW: Maria ven der Hoeven

Minister OCW: Ronald Plasterk /

Minister VROM: Sybilla Dekker /

André Rouvoet

Pieter Winsemius

Minister VROM: Jacqueline Cramer /

Minister LNV: Cees Veerman

Tineke Huizinga

Minister V&W: Camiel Eurlings

Minister LNV: Gerda Verburg

Minister EZ: Joop Wijn

Minister V&W: Camiel Eurlings

Minister Defensie: Henk Kamp

Minister EZ: Maria van der Hoeven

Minister Buitenlandse Zaken: Ben Bot

Minister Defensie: Eimert van Middelkoop Minister Buitenlandse Zaken: Maxime Verhagen

2007: Ministeries van V&W en VROM lanceren het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) om de samenhang in ruimtelijke opgaven te markeren. MIRT gaat uit van het verbinden van mobiliteit, economie, wonen, water, recreatie en natuur, met als doel het bereiken van meer ruimtelijke kwaliteit. Een van de belangrijkste acties onder het speerpunt ’Ontwerp Voorop’ in de architectuurnota is het structureel verankeren van ontwerp in het MIRT. De Rijksadviseur voor de Infrastructuur speelt hierbij een cruciale rol. Het programma bevat projecten waarbij het rijk financieel is betrokken of waarbij het rijk optreedt als subsidieverlener aan decentrale overheden. Infrastructuur en ruimtelijke opgaven worden gekoppeld om te werken aan het verbeteren van bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving.

© Atelier Rijksbouwmeester

© Marcel Kentin

2004-2008: MELS CROUWEL

2005: HET STREVEN NAAR INTEGRALE PLANVORMING

RIJKSBOUWMEESTER Mels Crouwel: ”Er

WORDT BELICHAAMD DOOR HET COLLEGE VAN

moet hernieuwde aandacht komen voor

RIJKSADVISEURS (CRA). Dirk Sijmons, Jan Brouwer en

de vakinhoud, het integrale ontwerp,

Fons Asselbergs worden respectievelijk benoemd als

de kwaliteitsborging bij publiekprivate

Rijksadviseur voor het Landschap, Rijksadviseur voor

samenwerking en ontwerp voor water,

Infrastructuur en Rijksadviseur voor Cultureel Erfgoed. De

infrastructuur en landschap. De ruimtelijke

adviseurs hebben een directe relatie met het departement

inrichting van Nederland moet een

dat de adviseur benoemt en betaalt (toen LNV, VenW en

publieke zaak blijven, waarbinnen de

OCW). Het college adviseert zowel het eigen ministerie als

centrale overheid een belangrijke rol moet

het kabinet.

2007: start Ruimte voor de Rivier: programma om oplossingen aan te dragen voor het voorkomen van overstromingen, die tevens de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. De traditionele aanpak van dijkverhogingen wordt vervangen door een aanpak die meer ruimte geeft aan het water (nevengeulen en overloopgebieden). Veiligheid wordt verbonden met natuurontwikkeling, recreatievoorzieningen, landschapsvorming en verstedelijking. Twee doelstellingen: waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat voeren het programma, bestaande uit 34 deelprojecten, uit. Vanaf het begin is een kwaliteitsteam betrokken: het Q-team dat bestaat uit onafhankelijke deskundigen, waaronder de Rijksadviseur voor het Landschap, speelt een belangrijke rol in de kwaliteitsborging die zich richt op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Het team maakt zelf geen plannen maar geeft gevraagd en ongevraagd advies.

2008: Agenda Landschap. Landschappelijk verantwoord ondernemen voor iedereen (LNV en VROM) verschijnt. Motto: ‘Samen werken, samen leven’, naar het motto van het kabinet. Overheid en samenleving zijn samen verantwoordelijk.

2008: Eerste Internationale Landschapstriënnale in Apeldoorn Herinnering en Transformatie; een 100 dagen durende manifestatie over tuin- en landschapsarchitectuur met veel aandacht voor de culturele waarde van het landschap in verschillende tentoonstellingen, symposia, lezingen, debatten en workshops. Zo zijn er in De Nettenfabriek twee tentoonstellingen te zien: Onzichtbaar werk, een dubbeltentoonstelling over landschapsarchitect Michael van Gessel en zijn Ierse vakgenoot Patrick McCabe, en Power of Place, voortgekomen uit de studiereis van het Fonds BKVB naar de Verenigde Staten. Op 60 grote billboards wordt een canon van het Nederlandse landschap gepresenteerd, geselecteerd door Rijksadviseur Dirk Sijmons.

blijven spelen, ook als voorbeeldige en

1 juli 2008: Nieuwe Wro (Wet ruimtelijke ordening): Rijk, provincie en gemeente vertalen hun ruimtelijke ambities in structuurvisies.

2006: Ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Rijksbouwmeester markeert het kunstenaarsduo Zeger Reyers en Pietertje van Splunter (BROOS) het VROM-gebouw met ’zwarte stippen’. Dit tijdelijk kunstwerk symboliseert het waakzame oog van de Rijksbouwmeester. De veelvoud aan stippen aangebracht op de buitenkant van het gebouw leveren associaties op met vergrotende en verkleinende waakzame oogpupillen, bubbels van feestelijke champagne of immense kijkgaten.

ambitieuze opdrachtgever. Een eigenzinnig architectuurbeleid is daarbij van groot belang. Het bepaalt het succes van de Nederlandse architectuur, omdat die herkenbaar en zelfverzekerd is.” (Interview Mels Crouwel, in Harm Tilman, ’De Rijksbouwmeester is de constante

© Zeger Reyers en Don Wijns

factor die het overzicht behoud’, de Architect, 2004). AFSLAGJE HIER, BAANTJE DAAR. ”Wat ontbreekt is een visie van de rijksoverheid over hoe Nederland er in 2030 uit moet

© NL Architects

zien. En dan bedoel ik niet een blauwdruk, maar een richtinggevend idee. Waar gaan we nog bouwen.” Een strikt economische benadering van de ruimtelijke ordening is ”armoedig” volgens Crouwel. ”De ruimtelijke inrichting van Nederland is ook een cultuurgoed.” (Mels Crouwel in NRC Handelsblad, 4 februari 2007).

2006: CRa: Windturbines in het Nederlandse landschap – Advies / Achtergronden / Visies; een advies over het plaatsingsbeleid van windmolens in Nederland. Het plaatsen is integraal bezien, waarbij windmolens kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het landschap. Gepleit wordt voor een nationaal plan windenergie. In het onderdeel visies geven vijf ontwerpers (MVRDV, NL Architects, stedenbouwkundige Ton Matton, Paul van Beek Landschappen BNT en de beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen) hun visie op de problematiek. Het advies wordt op 15 juni 2007 uitgereikt aan drie ministers (Maria van der Hoeven (EZ), Jacqueline Cramer (VROM) en Gerda Verburg (LNV)) die in de Ridderzaal spreken over een verdubbeling van de hoeveelheid windenergie op land en een forse uitbreiding ervan bepleiten. De visie wwwindmmmills van NL Architects, een herinterpretatie van het proces van opschaling, levert een mast op met meerdere turbines.

VISITEKAARTJES VOOR NEDERLAND Midden jaren negentig start het ministerie van Buitenlandse Zaken een

13 april 2013: Opening nieuwe Rijksmuseum Amsterdam: museum voor de bezoeker van de 21ste eeuw. Het

© Rijkswaterstaat / Johan Roerink

2007: Ruimte voor de Waal; het meest complexe project binnen het programma Ruimte voor de Rivier. Door het verleggen van de dijk en het graven van een nevengeul (waterhuiskundige maatregelen) is een langgerekt eiland in de Waal ontstaan; een rivierpark dat door middel van drie bruggen - twee nieuwe bruggen en een verlenging van de Waalbrug - is verbonden met Nijmegen-Noord. Een 1.600 meter lange kademuur, afgewerkt als schuine kade, vormt samen met de groene kade aan de oostkant de nieuwe waterkering. Het project is een samenwerking tussen de gemeente Nijmegen (uitvoerder), de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat. Ontwerpers: Ontwerpteam Gemeente Nijmegen; Geert de Vries, Jan Brouwer, Mathieu Schouten i.s.m. bureau Stroming, HNS-landschapsarchitecten, NP-Bridging, Zwarts en Jansma architecten, Next architecten, Arjan Karssen en Thijs Asselbergs, RoyalHaskoningDHV.

© Wim Ruigrok

© Rijkswaterstaat / Werry Crone


een cultuurgoed.” (Mels Crouwel in NRC Handelsblad, 4 februari 2007).

uitbreiding ervan bepleiten. De visie wwwindmmmills van NL Architects, een herinterpretatie van het proces van opschaling, levert een mast op met meerdere turbines.

VISITEKAARTJES VOOR NEDERLAND Midden jaren

13 april 2013: Opening nieuwe Rijksmuseum Amsterdam: museum voor de bezoeker van de 21ste eeuw. Het Rijksmuseum, ontworpen door P.J.H. Cuypers en in 1885 in gebruik genomen, is onder het motto ’Verder met Cuypers’ gerenoveerd. De oorspronkelijke structuur is terug. De bebouwingen zijn uit de binnenhoven verdwenen en vervangen door een atrium in twee delen die onder de onderdoorgang met elkaar is verbonden. Binnen zijn monumentale decoraties teruggebracht en is het gebouw tevens gemoderniseerd. Het project was een pilot op het gebied van bouwhistorisch onderzoek (het zo objectief mogelijk formuleren van een cultuurhistorische waardestelling). Hoofdarchitecten voor de renovatie zijn de Spaanse architecten Antonio Cruz en Antonio Ortiz. Cruz y Ortiz zijn door een commissie onder voorzitterschap van Rijksbouwmeester Coenen gekozen om hun pure opvattingen over architectuur en om hun uitstekende oplossingen voor de bouwkundige en logistieke uitdagingen van dit project. De museaal ontwerper Jean-Micheal Wilmotte uit Parijs heeft de zalen van het Rijksmuseum ingericht.

negentig start het ministerie van Buitenlandse Zaken een bouwprogramma (verbouwingen en nieuwbouw) voor ambassadegebouwen en residenties. In het programma wordt het belang van ambassades als ’het visitekaartje van Nederland’ benadrukt: ”een kans om de Nederlandse cultuur in te zetten als exportproduct.” Architectuur wordt gezien als een belangrijke exponent van representatie. Verbouwingen en nieuwbouw worden opgevat als integrale opgaven: ze omvatten het exterieur, het interieur, de tuin en het omliggende landschap, kunst en design. Gestreefd wordt naar het uitdragen van het nationale cultuurgoed en respect hebben voor de lokale context. Voor de bouw wordt samenwerkt met lokale partijen. Tussen 2000 en 2005 zijn er verschillende nieuwe ambassadegebouwen en residenties

het waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat. Ontwerpers: Ontwerpteam Gemeente Nijmegen; Geert de Vries, Jan Brouwer, Mathieu Schouten i.s.m. bureau Stroming, HNS-landschapsarchitecten, NP-Bridging, Zwarts en Jansma architecten, Next architecten, Arjan Karssen en Thijs Asselbergs, RoyalHaskoningDHV.

© Wim Ruigrok

© Rijkswaterstaat / Werry Crone

© Pedro Pegenaute

2009: Schoonmaken gevel. 2005: Start renovatie van het Koninklijk Paleis op de Dam Amsterdam (Jacob van Campen, 1648-1665) door Rijksgebouwendienst. ‘Top-100’ monument en onderdeel van een beschermd stadsgezicht.

bijgekomen, onder andere in Kiev (AtelierPro), Dakar (de ArchitectenCie), Caïro (Teun Koolhaas), Berlijn (Rem Koolhaas), Maputo (Claus en Kaan), Warschau (Erick van Egeraat), Bangkok (Hubert-Jan Henket) en China (Dirk-Jan

De Nederlandse ambassade in Addis Abeba, Ethiopië (2006) ontvangt in de 2007 de Aga Kahn Award voor architectuur. Dit is een driejaarlijkse prijs voor projecten die zich onderscheiden op het gebied van architectuur, restauratie en landschap in de islamitische wereld. De prijs, in 1977 ingesteld door Zijne Hoogheid de Aga Khan, wordt uitgereikt aan de Nederlandse architecten Dick van Gameren en Bjarne Mastenbroek samen met de architecten van ABBA Architects uit Ethiopië. De jury: ”The guiding principle in the construction of the Royal Netherlands Embassy in Addis Ababa was a respect for place while addressing the functional requirements of a working embassy, resulting in a contemporary structure that fully engages its local environment.”

Postel). Maxime Verhagen minister van Buitenlandse Zaken: ”De ambassade is altijd met zorg functioneel vormgegeven, met vaak originele elementen in architectuur en inrichting. Het Nederlandse gevoel dat onze ambassadegebouwen oproepen, laat zich volgens mij het beste omschrijven als balans tussen ordening en creativiteit met een likje humor en durf.” (Sander Grip, Ver bouwen. De huisvesting van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging, 2009. De publicatie is ondersteund vanuit het Actieprogramma Ruimte en Cultuur.)

© Christian Richters

En de winnaar is: © Herman van der Veer

In 2007 wint de gemeente Enschede de Gouden Piramide 2007 voor de wederopbouw en herstructurering van Roombeek, de wijk die op 13 mei 2000 door een vuurwerkramp werd getroffen. De jury oordeelt: ”Zelden werd bij het opbouwen van een wijk stedenbouwkundig zoveel geprobeerd. Alles begon met het instellen van een daadkrachtig projectbureau, direct in de wijk. Vervolgens werd een veelheid aan ideeën tot ontwikkeling gebracht: de introductie van verschillende vormen van particulier opdrachtgeverschap, de openbare ruimte kreeg een centrale plaats, een geraffineerd systeem van beeldregie werd ontwikkeld, er werd plaats gemaakt voor belangwekkende architectuur en de ‘inweving’ van nieuwe culturele voorzieningen.”

Winnaar 2005: Gemeenten Winschoten, Scheemda, Reiderland, provincie Groningen, Ballast-Nedam, BAM Vastgoed en Geveke Bouw, De Blauwe Stad Groningen, De Zwarte Hond, Invraplus / DHV.

Winnaar 2006: Edwin Oostmeijer Projectontwikkeling bv, Winnaar 2007: Gemeente Enschede, Roombeek, ruimtelijk Het Bolwerk Utrecht, AWG Architecten, Veenenbos en Bosch ontwerp: Architekten Cie., gemeente Enschede, Buro Sant landschapsarchitecten. en Co; ontwerp gebouwen: diverse architecten.

Winnaar 2008: Stichting Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid met het gelijknamige project in Hilversum, Neutelings Riedijk Architecten.


STIMULEREN AL BKVB

NAi

Directeur NAi 2006-2012: Ole Bouman

SfA

ELKE DRIE JAAR ORGANISEERT HET FONDS BKVB

2002-2008: Subsidieregeling Belvedere wordt ondergebracht bij het

STUDIEREIZEN voor zowel architecten als stedenbouwkundigen,

Stimuleringsfonds voor Architectuur (daarvoor 2000-2002 door projectbureau Belverdere).

landschapsarchitecten, interieurarchitecten en voor beschouwers, vormgevers en beeldend kunstenaars die een bijdrage leveren aan de inrichting van en de theorievorming over de publieke ruimte.

© Katrien Franken

2007-2008: Cuypers. Architectuur met een missie. De architect P.J.H. Cuypers staat in Nederland bekend om grote projecten als het Rijksmuseum Amsterdam (1876-1885) en het Centraal Station Amsterdam

© Architectuur Lokaal

(1882-1889), maar ook om zijn enorme hoeveelheid kerken, vooral in het zuiden van het land. Uit het 2007: Voor Vestia Rotterdam Feijenoord organiseert Architectuur Lokaal een prijsvraag voor verbetering van de koppen van het gebouw De Peperklip in Rotterdam. De prijsvraag verloopt volgens de handleiding Kompas die het Steunpunt Architectuuropdrachten & Ontwerpwedstrijden van Architectuur Lokaal ontwikkelde ter verbetering van architectenselecties. Carel Weeber, architect van De Peperklip (1982), was voorzitter van de jury. De andere juryleden waren Piet Vollaard (ArchiNed), Jenny Schakelaar (Vestia), Irene Prinsen (Bewonerswerkgroep Peperklip), Cilly Jansen (Architectuur Lokaal), Helena Casanova en Ergün Erkoçu (architecten). Het winnende plan van Ilse Bakker is uitgevoerd.

omvangrijke archief van Cuypers, in beheer van het NAi, blijkt zijn invloed niet alleen als architect maar Fonds BKVB, ‘Bladeren door het Amerikaanse landschap’, NAi Uitgevers, 2009. De publicatie vormt de neerslag van de studiereis, met essays van de deelnemers en van enkele Amerikaanse landschapsonderzoekers. 927 pagina’s met 6.536 afbeeldingen en een reeks beschouwingen over de

opdrachtgeverschap. BOOST! is de vierde editie van de reeks landelijke manifestaties over publiek opdrachtgeverschap voor nieuwe gemeenteraadsleden en wethouders. 450 opdrachtgevers uit het hele land kwamen bijeen om te discussiëren over opdrachtgeverschap en samenwerking tussen publieke en private partijen. Gespreksleider Felix Rottenberg (voorzitter Architectuur Lokaal) concludeert dat hoeveel we in Nederland ook bouwen, we nog steeds de kunst niet verstaan om er samen het beste van te maken. ”Een blauwdruk voor een goed proces is niet te geven, maar succes hoeft niet zoals nu een toevalstreffer te blijven. We weten inmiddels dat het geen goed idee is om in de startfase haast te maken. Er is tijd nodig voor een goede voorbereiding. Pas dán is het mogelijk een goed beeld te krijgen van de opgave, de betrokkenen en de mogelijke oplossingen. De investering in deze fase verdient zich terug in een snelle uitvoering en in de kwaliteit van het resultaat.”

Rotterdam als in het NAi Maastricht een grote overzichtstentoonstelling te zien waarin de veelzijdigheid van architect P.J.H. Cuypers, meester van de negentiende-eeuwse architectuur, wordt belicht.

samenwerking van het Stimuleringsfonds voor Architectuur, Vrije Universiteit Amsterdam en Nederlandse

Boom, krijgt het predikaat Best Verzorgde Boeken 2009. ”Wat hier zo uitputtend gerepresenteerd en op een encyclopedische manier vastgelegd wordt is immers niet meer dan een verzameling vluchtige

professional die vertrouwd is met één van de boeken uit de al even uitputtende bibliografie die voor deze gelegenheid werd samengesteld. De vorm die Irma Boom voor dit reisverslag koos houdt een knipoog in,

Ontwerpen met geschiedenis, de kerngedachte van de beleidsnota Belvedere, werkte vanuit een brede benadering van cultuurhistorie en interdisciplinaire samenwerking. In het project Zandstad 2004-2007, een

Amerikaanse landschapsarchitectuur en de openbare ruimte. De publicatie, vormgegeven door Irma

indrukken van de toerist, de reiziger door dat eindeloze Amerikaanse landschap, ook al is die reiziger een

2006: MANIFESTATIE BOOST! Impuls voor publiek

ook als (rijks)adviseur, jurylid, projectontwikkelaar en verzamelaar. In 2007/2008 is zowel in het NAi te

2006: START NAI MAASTRICHT (NAI M), een onderdeel van het NAi. NAi M is gericht op de Euregio en Europa. Sinds april 2009 functioneert de vestiging van het NAi in Maastricht als een zelfstandig instituut onder de naam NAi M/Bureau Europa.

en Vlaamse ontwerpopleidingen, is een toekomstvisie ontwikkeld voor de zandgronden in Oost-Brabant. Een website ontwikkeld door LUST speelt een belangrijke rol in het overdragen van de kennis en de praktische omgang met het ‘verleden landschap’.

maar het boek annex verslag is tevens een prestigeobject voor het Fonds BKVB geworden. Wat hier precies gerepresenteerd wordt houdt de ontwerpster dus mooi in het midden – met alle ambivalentie van dien.” (Jury-verslag)

2007: POWER OF PLACE. Een zoektocht naar de betekenis van landschap en openbare ruimte in Amerika; studiereis naar de Verenigde Staten. Uitgangspunt voor deze achtste studiereis van het Fonds BKVB is de bestudering van het landschap en de stedenbouw op drie niveaus: het stadspark als sociale en multiculturele ruimte in de verdichte stad; de veranderende groengebieden aan de randen van de stad en het grootschalige, omringende landschappelijk gebied als opgave van behoud, beheer en ontwerp. De reis van New York naar Arizona via o.a. de Hudson River Valley, Washington DC, Virginia en Chicago voert langs stadsparken, (burger)initiatieven in de openbare ruimte, hergebruik van industrieel erfgoed, cultuurlandschappen, nationale parken, memorial landscapes, utopische suburbia, meta-landschappen, etc. Onderweg vinden ontmoetingen plaats met vele specialisten op het gebied van landschapsarchitectuur en openbare ruimte. Deelnemers aan de studiereis zijn: David Hamers, Mariette Kamphuis, Huib van der Werff, Kai van Hasselt, Harry den Hartog, Stijnie Lohof, Tjerk Ruimschotel, John Boon, Michael van Gessel, Jan Dirk Hoekstra, Mechtild Stuhlmacher, Fabiana Toni, Judith Korpershoek, Rudy Luijters, Geert van de Camp, Voebe de Gruyter, Erik Odijk, Frank van der Salm, Sanne Peper, Ester van de Wiel en Dirk Sijmons. Organisatie: Lex ter Braak en Anne Hoogewoning, inhoudelijke begeleiding: landschapshistoricus Erik A. de Jong en sociaal geograaf/parkhistoricus Hanneke Schreiber. Andere studiereizen: in samenwerking met het Nederlands Architectuurinstituut: Japan (1992), Los Angeles (1994), grote infrastructurele projecten in Noordwest-Europa (1995) en metropolen in Zuidoost-Azië (1997); daarna Denemarken, Zweden en Finland (1999), India (2001), Midden- en OostEuropa (2004) en de Balkan, Marseille, Noord-Engeland en de Baskische regio (2010).

2005: OCW en EZ: ’Ons Creatieve Vermogen. Brief Cultuur en Economie’: beleidsbrief over benutten economisch potentieel kunsten, media en entertainment.


OPLEIDEN Beroepservaring

Winnaars Archiprix 2005: Furkan Kose, Theo Reitsema, Petra van de Ven. 2006: Seth de Rooij, Jan Hendrik Bos, Boris Hocks, Bas van Vlaenderen. 2007: Jochem Heijmans, Max Rink, Francisco Adão da Fonseca, Saša Rađenović, Marjolijn Guldemond, Francesco Marullo, Ivonne de Nood. 2008: Ruud Smeelen, Sander Lap, Anne Seghers, Shany Barath, Gary Freedman, Iwan Westerveen.

2005: LEERSTOELEN BELVEDERE INGESTELD:

MINISTER DEKKER WIL DE WAT ALS

2006: HET EXPERIMENT

Technische Universiteit Delft (Eric Luiten),

KWALITEITSINSTRUMENT BEHOUDEN

WORDT VERZELFSTANDIGD

Vrije Universiteit Amsterdam (Jan Kolen) en

OM IN EUROPA MEE TE KUNNEN BLIJVEN

in Stichting Beroepservaring

Wageningen University & Research (André

DOEN. Het eerdere voornemen van

Jonge Architecten en

van der Zande). Reden: een stimulans geven

staatssecretaris Remkes wordt in de ijskast

Stedebouwkundigen,

aan geïntegreerd onderwijs en onderzoek op

gezet. 2006: Wetsvoorstel WAT voorbereid

waarvan Jo Coenen de eerste

het gebied van cultuurhistorie, planning en

door Rijksbouwmeester Mels Crouwel.

voorzitter wordt. De Stichting

ontwerp. De leerstoelen bestaan tot 2009.

Centraal hierin staan de introductie van een

start het tweede Experiment.

tweejarige beroepservaringsperiode en de bij- en nascholing voor de vier disciplines (architectuur, stedenbouw, landschap en interieur). Alle onderwijsinstellingen, de beroepsorganisaties en Bureau Architectenregister worden betrokken. Bureaubezoek door deelnemers van Het Experiment aan Benthem Crouwel Architects in Amsterdam. Jan Benthem geeft een toelichting op de werkwijze van het bureau en op de module Programma van Eisen.

Seth de Rooij, De zolder van Duitsland, afstudeerrichting architectuur, Academie van Bouwkunst Arnhem, eerste prijs Archiprix 2006. ”In het geniale herbestemmingsplan voor een pakhuis in Dresden, dat in de vuurstorm van 1945 uitbrandde, bevindt zich het geheugen van de stad. Het plan adresseert de moeizame omgang met het oorlogsverleden met de tentoonstellingsfunctie én het Duits-expressionistische uiterlijk van het gebouw.”

© Atelier Rijksbouwmeester


INTERNATIONALISERING Wereldexpo 2005: IABR De Zonvloed, curator: Adriaan Geuze. De IABR richt zich op de relatie tussen water en stedenbouw tegen de achtergrond van de te verwachten gevolgen van de klimaatverandering

2007: IABR Power, curator: Berlage Instituut. Deze derde IABR onderzoekt de krachten achter de productie van de hedendaagse stad en stelt de vraag welke tegenkrachten ontwerpers kunnen ontwikkelen.

© Peter Cox

© Peter Cox

2007: Keuze voor John Körmeling’s Happy street, paviljoen wereldexpo Shanghai (’Better City, Better Life’), via een besloten prijsvraag met een beoordelingscommissie onder voorzitterschap van Rijksbouwmeester Crouwel. Opdrachtgever: ministerie van EZ. Open: 2010. Happy Street is een rode loper met twintig witte ’huisjes’ - iconen van de Nederlandse architectuur waaronder het Rietveld Schröderhuis en de Van Nelle-fabriek - die aan het einde wordt bekroond met een knalgele vip-ruimte.


HET ONTWERP VOOROP EEN CULTUUR VAN ONTWERPEN VISIE ARCHITECTUUR EN RUIMTELIJK ONTWERP Geen actieprogramma, maar een visie: ”Elke ruimtelijke ingreep is een culturele daad.” Hoofddoel van het beleid is de positie en het aanzien van het ontwerp te verbeteren. Een cultuur van ontwerpen luidt de noodklok over de zwakke positie van ontwerp bij gemeenten en andere opdrachtgevers. Geconstateerd wordt dat op de stedenbouwkundige diensten zwaar is bezuinigd, waardoor expertise is verdwenen. Daarnaast wordt volgens de visie het vak minder gewaardeerd. Dit staat tegenover de steeds complexere opgaven, waar stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten bij uitstek een rol in kunnen spelen als verbindende factor. Het versterken van de stedenbouw wordt een belangrijk doel. Daarnaast worden herbestemming en herontwikkeling een speerpunt. Scholenbouw blijft een onderwerp in het beleid. Het versterken van het vakmanschap van de architect staat centraal bij de wijziging van de Wet op de architectentitel. De visie wordt ondertekend door vijf ministers: OCW, VROM, LNV, VenW en Wonen, Wijken en Integratie.

2009-2012 © Jeroen Bosch


BOUWEN Nederland wordt anders

2010-2012: Rutte I

2012- 2017: Rutte II

Minister OCW: Marja van Bijsterveldt

Minister OCW: Jet Bussemaker

Staatssecretaris OCW: Halbe Zijlstra

Minister IenM: Melanie Schultz van Haegen

Minister IenM: Melanie Schultz van Haegen

Minister BZK: Ronald Plasterk / Stef Blok (waarnemend

Minister BZK: Piet Hein Donner / Liesbeth Spies

vanaf 29 juni 2016)

Minister Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: Maxime Verhagen

Minister Economische Zaken: Henk Kamp Minister van Wonen en Rijksdienst: Stef Blok

2009: Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg. Hierin o.a. aandacht voor het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening (nadruk op gebieden) en het H-team. 2012: Besluit ruimtelijke ordening en de Monumentenwet aangepast. Belangrijk gevolg is o.a. de plicht voor gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Veel gemeenten laten vervolgens cultuurhistorische waardekaarten maken en monumentencommissies en welstandscommissies integreren tot één commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

2010: Opheffing VROM. Wonen, Wijken en Integratie en de Rijksgebouwendienst, inclusief de Rijksbouwmeester, krijgen onderdak bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Milieu en Ruimtelijke Ordening verhuizen naar het nieuwe ministerie Infrastructuur en Milieu (IenM). Vanaf 2010: Ministerie Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), vanaf 2012: ministerie van Economische Zaken.

© Bert Nienhuis

© Atelier Rijksbouwmeester

2008-2011: LIESBETH VAN DER POL

In 2008 worden de leden van het CRa opgevolgd door Liesbeth van der Pol (Rijksbouwmeester), Yttje Feddes (Landschap), Ton Venhoeven (Infrastructuur) en Wim Eggenkamp (Cultureel Erfgoed).

© Atelier Rijksbouwmeester

2011: Eerste Internationale Biënnale Herbestemming & Leegstand, een initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeenten Amsterdam en Maastricht. Doel: stimuleren ontwikkeling van nieuwe analyses en oplossingen voor leegstand en herbestemming.

2011-2014: FRITS VAN DONGEN

RIJKSBOUWMEESTER Van der Pol start in

RIJKSBOUWMEESTER Van Dongen luidt

2009 Nederland wordt Anders als antwoord

noodklok leegstand; herbestemming

op de crisis. Het initiatief is een zoektocht

is de grote opgave. ”Het is tijd voor

naar creatief talent, nieuw elan en nieuwe

een grootschalige herbezinning. Ik wil

werkvormen in de ruimtelijke sector. In

werken aan een nieuwe bouwcultuur. We

13 onderzoekslab buigen tweehonderd

hebben gebouwen neergezet die alleen

architecten zich over o.a. krimp en

voor één ding geschikt waren en die

FRITS VAN DONGEN VORMT HET INITIATIEF NEDERLAND WORDT

gebouwen komen nu vrij. Laten we van

ANDERS om in een digitaal platform dat projecten en personen

die mogelijkheid gebruikmaken door op

presenteert die vernieuwing in de ruimtelijke sector vormgeven en

een radicaal andere manier na te denken

concreet maken. Naast de website Nederlandwordtanders worden

over wonen in de meest brede zin van het

door het Atelier Rijksbouwmeester bijeenkomsten georganiseerd om

woord.” (Frits van Dongen, in Het Financiële

mensen te inspireren en kennis te delen. De toevoegde waarde van de

Dagblad, 21 september 2013.) Volgens de

nieuwe generatie ontwerpers en opdrachtgevers is het uitgangspunt.

Rijksbouwmeester zou het interessant zijn

”Zij bezitten de capaciteit om belangen te verbinden, complexe

om de lege vierkante meters, vooral aan

oplossingen te verbeelden en innovatieve technologieën toepasbaar te

de randen van grote steden, aan te wenden

maken. Dit resulteert in maatschappelijke en ruimtelijke meerwaarde.”

herbestemming van leegstaande kantoren en industrieel erfgoed.

© Pieter Pennings

In 2012 wordt de post Rijksadviseur voor Cultureel Erfgoed opgeheven. Vanaf juli 2012 bestaat het CRa, naast de Rijksbouwmeester, uit twee personen: een Rijksadviseur Landschap en Water (Eric Luiten) en een Rijksadviseur Infrastructuur en Stad (Rients Dijkstra). 2009: Oplevering ministerie van Financiën in Den Haag. De transformatie van het ministerie (Jo Vegter en Mart Bolten, 1979) is het eerste rijkshuisvestingsproject in Nederland dat wordt uitgevoerd via publiek-private samenwerking (pps). De gekozen pps-vorm is een DBFMO-contract: Design, Build, Finance, Maintain en Operate. Ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en exploitatie zijn hierbij als één geheel voor een periode van 25 jaar na oplevering aanbesteed aan een private partij. Dit om kosten te besparen. De transformatie (start 2004) is uitgevoerd door het consortium Safire, een team met onder meer een ontwikkelaar, aannemers, investeerder en MVSA Meyer en Van Schooten Architecten.

voor stadslandbouw. Hightech boerderijen,

2011: Visie erfgoed en ruimte (’Kiezen voor karakter’) verschijnt: beleid over onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Gericht op gebieden en ontwikkeling. Landschap wordt beschouwd als cultureel erfgoed.

Ontwerp logo: Maurits de Bruijn.

Nederlandwordtanders staat voor ruimtelijke vernieuwing, die tot

die de stad van eigen groente en fruit

stand komt door de koppeling van ontwerpkracht en ruimtelijke

kunnen voorzien, zodat we deze producten

kwaliteit aan maatschappelijke opgaven en technologische innovatie.

niet meer uit Zuid-Europa of Zuid-Amerika hoeven te halen. Urban farming, of stadslandbouw, is een van de mogelijke innovaties; een overgewaaide trend uit de Verenigde Staten. Aan dit onderwerp wordt onder meer nader onderzoek verricht door het Young Innovators project, opgezet door het College van Rijksadviseurs in 2014 en bedoeld om jonge, talentvolle ontwerpers te betrekken bij het vormgeven aan de Nieuwe Bouwcultuur. De Nieuwe Bouwcultuur staat voor nieuwe integrale opgaven (niet alleen ruimtelijk, maar ook

2010: CRa: Een choreografie voor 1000 molens. De opgave voor duurzame energie opgewekt door windmolens is zo groot dat deze het lokale schaalniveau ontstijgt. Mede vanwege de decentrale opwekking van energie moet ook het netwerk van hoogspanningslijnen worden uitgebreid en gecompleteerd. De choreografie is een ontwerpstudie naar de inpassing van 1000 megawindturbines, die samen met de provinciaal bouwmeesters van de zes windrijke kustprovincies is uitgevoerd n.a.v. het voornemen van het vorig kabinet om 6000 megawatt windenergie op land realiseren. Omgerekend betekent dat 1000 masten van 120 meter hoog met wieken van 60 meter. De maat van deze turbines is eigenlijk niet verenigbaar met het Nederlandse landschap, maar door de combinatie van windparken met grote, nieuwe en technische landschapspatronen (waterstaatwerken, dijken en havens en nieuw ingepolderd land) ontstaat een passende samenhang tussen maat, schaal en identiteit van deze landschappen en de windturbines; het worden ”bakens aan de kust”, aldus Yttje Feddes. Visualisatie van mogelijke windopstelling op de Maasvlakte, gemaakt door A2STUDIO.

sociaal en economisch) en een nieuwe © Corne Bastiaansen

aanpak van de opgaven.

2012: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ziet het licht. Centraal staan o.a. de internationale concurrentiepositie, de bereikbaarheid en


en de windturbines; het worden ”bakens aan de kust”, aldus Yttje Feddes. Visualisatie van mogelijke windopstelling op de Maasvlakte, gemaakt door A2STUDIO.

Bouwcultuur staat voor nieuwe integrale opgaven (niet alleen ruimtelijk, maar ook sociaal en economisch) en een nieuwe © Corne Bastiaansen

2011: CRa: Architectuur Nu! Ambitiedocument toekomstig Architectuurbeleid (in opdracht van IenM). Het CRa ziet een rol voor lokale architectuurcentra, provinciale ateliers voor ruimtelijke kwaliteit, stads- en provinciaal bouwmeesters een rol bij het ondersteunen van de decentralisatie van het ruimtelijk beleid. Het ontwerp kan een verbindende en innovatieve rol spelen. Het kan samenhang tussen diverse, op het eerst oog misschien tegenstrijdige, belangen bevorderen. “De rol van het ontwerp kan (...) gedefinieerd worden als integrerend, gericht op oplossingen, grenzen opzoekend van wat kan en niet kan én beeldend in aanpak. … Het ontwerp is dus meer dan tekenen; het inspireert, innoveert en fungeert als communicatiemiddel om door middel van slimme functiecombinaties tot maatschappelijke en economische waardevermeerdering te komen.”

Rijksbouwmeester Van der Pol doet aanbevelingen om opdrachtgeverschap voor scholenbouw te verbeteren en te ondersteunen. Ze neemt onder meer het initiatief voor de Scholenbouwwaaier (2011), een uitkomst uit een van de ontwerp labs van het programma ’Nederland wordt Anders’. De basis hiervoor vormde het advies Goed en gezond, scholenbouw in topconditie dat door het Atelier Rijksbouwmeester in 2009 is aangeboden aan de minister voor Wonen&Wijken en de staatssecretaris van Onderwijs. Aanleiding hiervoor is het debat in de Tweede Kamer over het erbarmelijke binnenklimaat van basisscholen (2008). Een deel van de aanbevelingen is gerealiseerd, zoals aanpassingen in het Bouwbesluit en een nationaal kenniscentrum in de vorm van Ruimte OK (een vervolg op het tijdelijke Service Centrum Scholenbouw dat vooral gericht was op Europese aanbesteding). De Scholenbouwwaaier is een hulpmiddel voor opdrachtgevers voor de nieuwbouw of verbouw van schoolgebouwen. Behalve het toegankelijk maken van tal van geslaagde voorbeelden van verbouwde scholen is er een analyse gemaakt van de meest voorkomende knelpunten bij renovatie, voorzien van tips voor de aanpak daarvan. Duidelijk wordt dat investeringskosten voor een gebouw niets zeggen over de kosten van de totale levensduur. Zo kan de ambitie duurzaamheid invloed hebben op de initiële kosten, maar wat betreft onderhoud en beheer weer voordelig uitpakken. In 2015 verschijnt het vervolg, de Scholenbouwatlas, een handboek voor het verbouwen van basisscholen en kindcentra, tot stand gekomen met steun van het Atelier Rijksbouwmeester en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

aanpak van de opgaven. 2010: H-team opgericht door Rijksadviseur Cultureel Erfgoed Wim Eggenkamp: een denktank, bestaande uit deskundigen van verschillende disciplines, die grip wil krijgen op de problemen rond herbestemmen. Onder meer onderzoek naar onderwijsprogramma’s, die voor het overgrote deel gericht zijn op nieuwbouw.

2012: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ziet het licht. Centraal staan o.a. de internationale concurrentiepositie, de bereikbaarheid en transport, duurzame energie en klimaatverandering. Het woonlocatie-beleid wordt overgelaten aan provincies en gemeenten en nationale landschappen worden losgelaten. Het werelderfgoed (UNESCO) blijft een nationale zaak. Het afmaken van de Ecologische Hoofdstructuur wordt overgelaten aan andere overheden. Het Rijk heeft geen zelfstandig landschapsbeleid meer.

Een voorbeeldproject op Nederlandwordtanders is ’De Ceuvel’ (start 2012). Het vervuilde terrein van een verlaten scheepswerf in Amsterdam-Noord is ontwikkeld tot een actieve en creatieve broedplaats. De groep van initiatiefnemers, bouwers en ondernemers geven daarmee niet alleen vorm aan een gezamenlijke ambitie maar ook geven ze over tien jaar de grond weer een stukje schoner terug. (Initiatiefnemers: Sascha Glasl, Marjolein Smeele, Jeroen Apers, Wouter Valkenier, Steven Delva en Nick van Loon. Opdrachtgever: gemeente Amsterdam (Bureau broedplaatsen) en projectbureau Noordwaarts.)

Stadslandbouwdoos, Claire Oude Aarninkhof en Minke Mulder. Hoe kan stadslandbouw (groente- en fruitproductie) zelfvoorzienend werken binnen een stad, waarbij dit tevens een meerwaarde genereert voor de kwaliteit van de stad en haar inwoners? Dat is de vraag die de ontwerpers zich stelden. Het onderzoek is vertaald in een doos met bouwstenen. © Ruud Sies

En de winnaar is: BASISSCHOOL ST. PLECHELMUS IS DE EERSTE SCHOOL IN NEDERLAND DIE IS GEHUISVEST IN EEN VOORMALIGE KERK. De karakteristieke Heilige Hartkerk, een ontwerp van Johannes Sluijmer uit 1954, is behouden. De nieuwe functie als brede school doet recht aan de positie van het kerkgebouw in de wijk. Het ontwerp van Ronald Olthof kwam tot stand in nauwe samenwerking met Anneke Kuipers, directeur van de school en vormde een belangrijk argument om iedereen te overtuigen van het onorthodoxe plan.

© Ben Vulkers

Winnaar 2009: De Key/ De Principaal, Talis en gemeente Nijmegen, Dobbelman in Nijmegen, ruimtelijk ontwerp: Architectenbureau Marlies Rohmer, Jord den Hollander, gemeente Nijmegen; gebouwen: Architectenbureau Marlies Rohmer, dok architecten.

Winnaar 2010: Dr. Schaepmanstichting en gemeente Hengelo, basisschool St. Plechelmus, Ronald Olthof en Leijh, Kappelhoff, Seckel, van den Dobbelsteen architecten.

Winnaar 2012: Nederlands Instituut voor Ecologie te Wageningen, voor gelijknamig instituut, Claus en Kaan Architecten.

Winnaar 2011: Heijmans Vastgoed, Het Funen Amsterdam, ruimtelijk ontwerp: Architekten Cie./ Landlab, gebouwen: Claus & Kaan/ DKV, Dick van Gameren, Geurts & Schulze, Architekten Cie./ NL, KuiperCompagnons, Van Sambeek en Van Veen.


STIMULEREN AL BKVB Beleidsplan 2009-2012:

OPDRACHTGEVERSCHAP ALS SLEUTEL. © Architectuur Lokaal

SfA

NAi

JANUARI 2012: FUSIE FONDS BKVB MET DE MONDRIAAN STICHTING TOT HET MONDRIAAN FONDS. SUBSIDIES VORMGEVING EN BOUWKUNST WORDEN OVERGEHEVELD NAAR HET STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE.

LAY-OUT, KRANT VOOR ONTWERPEND ONDERZOEK Sinds 2004 werkt het Stimuleringsfonds aan het aanmoedigen en verstevigen van de onderzoekscultuur door ontwerpers: van verkennend onderzoek naar experimenteel en toepasbaar onderzoek. Om de resultaten van innovatief ontwerpend onderzoek te verspreiden is de succesvolle reeks Lay-out ontwikkeld, een krant steeds gericht op één ondersteund onderzoeksproject. Doelstelling was het delen van methodieken om de ontwikkeling van onderzoek binnen de ruimtelijke ontwerpdisciplines te stimuleren. Ontwerpend onderzoek is ook in de nieuwe beleidsperiode een belangrijk speerpunt.

Het Mondriaan Fonds is een Nederlands stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. Het bevordert projecten en activiteiten van kunstenaars uit Nederland en van Nederlandse en buitenlandse instellingen.

© Mike Bink

2009: Feestelijk symposium Vinix, Vinex, Vinext in Hoofddorp, ter

De publicatie bevat een

afsluiting van de Vinex-opgave in de gemeente Haarlemmermeer. Eerst

overzicht van 15 jaar

was er Vinix (geen Vinex), toen Vinex en binnenkort volgt de Vinext

Vinex met onderzoeken,

(toekomstige gebiedsontwikkeling). De Haarlemmermeer kijkt terug op

interviews, fotoreportages

een vruchtbare bouwperiode van 15 jaar. In die periode zijn ruim 14.000

en persoonlijke

woningen gebouwd in met name de Vinex-wijken Floriande, Stellinghof

herinneringen

2010: Strijd om de stad. 40x omstreden architectuur. Een stad gebouwd uit maquettes, afkomstig uit de architectuurcollectie. Niet zomaar maquettes, maar maquettes waar ooit ophef, rumoer en discussie om is ontstaan. Bezoekers mochten aangeven welke van de veertig controversiële ontwerpen absoluut een plek verdienen in Nederland, en welke beslist niet.

2010: Start Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur; een initiatief van het Stimuleringsfonds, die

en Getsewoud.

tweejaarlijks wordt uitgereikt. De Hedy d’Ancona-prijs richt zich specifiek op een voorbeeldige zorgomgeving waarin architectuur, interieur, stedenbouw, tuin- of landschapsarchitectuur het zorgconcept ondersteunt. Met

Wonen in een kelderbox?

de prijs wil het Stimuleringsfonds bij alle betrokken partijen aandacht vragen voor de mogelijkheden om de omgeving van mensen die zorg ontvangen en verlenen aanzienlijk te verbeteren.

(Betere) Woonmogelijkheden voor jongeren met een licht verstandelijke beperking

(Betere) Woonmogelijkheden voor jongeren met een licht verstandelijke beperking

Als gevolg van de nieuwe wetgeving (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo) kunnen mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) voor hun huisvesting niet langer een beroep doen op de gehandicaptenzorg. Voor hun huisvesting moeten zij nu het reguliere traject volgen, maar vanwege hun cognitieve en financiële beperkingen hebben jongeren met een licht verstandelijke beperking weinig of geen kans om dat traject succesvol te voltooien. Zij weten zich in de regel met moeite staande te houden en zonder steun en zorg kan dat leiden tot problematisch gedrag. De opvang thuis is vaak te zwaar voor de ouders, maar een duidelijk alternatief is door de maatschappelijke verandering en regelgeving nu niet meer aanwezig. Sinds 2008 onderzoekt Architectuur Lokaal actuele ruimtelijke opgaven via De Olifantenkooi, denktank en discussieplatform van jonge professionals in de bouw. Op verzoek van oudervereniging KansPlus Amsterdam gingen jonge ontwerpers vanuit De Olifantenkooi in samenwerking met mensen uit de zorg op zoek naar nieuwe woonmogelijkheden voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. De in dit boekje gepresenteerde huisvestingsconcepten doorbreken het sociale isolement van deze groep mensen en bevorderen hun deelname aan de samenleving.

Wonen in een kelderbox?

Wonen in een kelderbox? (Betere) Woonmogelijkheden voor jongeren met een licht verstandelijke beperking

ZORGARCHITECTUUR Op het gebied van de gezondheidszorg is veel veranderd. De institutionele zorg beperkt zich tot steeds zwaardere vormen van zorg en mensen met een zorgvraag wonen langer thuis. Het aantal nietconventionele opdrachtgevers dat eigen initiatief toont, neemt toe. Daarnaast hebben technologische innovaties grote impact op de organisatie van zorg. Het Stimuleringsfonds voor Architectuur, en vanaf 2013 Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, initieert onder meer de Hedy d’Anconaprijs voor excellente zorgarchitectuur en diverse onderzoekstrajecten zoals Ontwerp & Dementie. In deze trajecten werken ontwerpers samen met zorgbehoevenden, zorgprofessionals, instellingen en kennisplatforms aan actuele ontwerpopgaven.

Winnaar Hedy d’Ancona-prijs 2012: Ronald McDonald Centre voor gehandicapten kinderen, opdrachtgever: Stichting Ronald McDonald,

2011: Het Fonds BKVB ondersteunt ‘You Can’t Change China, China Changes You’, een studie van John van

architect: Fact Architects. ”Het Ronald McDonald

de Water (NEXT architects) naar een authentieke architectuur. Hoe houdbaar is een westers ontwerpend

huis, een sportcomplex voor gehandicapte

vermogen in een volstrekt andere culturele context als de Chinese? John van de Water vetrok in 2004 naar

kinderen, laat zien hoe de droom van één

China met de ambitie om het internationaal gewaardeerde gedachtegoed van het bureau NEXT architects,

persoon kan uitgroeien tot een indrukwekkend en

waarvan hij partner is, ook in China in de praktijk te brengen. ”Hectische jaren volgden met meer dan

origineel gebouw. Het gebouw is een plek waar

een miljoen vierkante meter aan gerealiseerde projecten op Chinese grond. De grenzen van het westerse

kinderen met veel plezier komen om recreatief

referentiekader moesten continu tegen het licht van de Chinese context gehouden worden. Een scala

en competitief te sporten, zonder dat het een

aan emoties tussen westers en Chinees denken deed zich voor: onbegrip, confrontatie, misverstanden,

2009: ARCHITECTUUR LOKAAL ONTWIKKELT DE OLIFANTENKOOI, denktank en discussieplatform voor jonge professionals

acceptatie, besef, begrip en uiteindelijk meerwaarde.” De studie is verschenen als publicatie bij 010.

in de bouw. Aanvankelijk vooral in de vorm van pamfletten en debatten; vanaf 2011 zijn onder begeleiding van externe deskundigen de opgaven krimp, leegstand, veranderende winkelvoorraad en nieuwe woonmogelijkheden voor jongeren met een licht verstandelijke beperking onderzocht. Vanaf 2012 werkt De Olifantenkooi internationaal: in 2012 met Duitsland (Der Elefantenkäfig i.s.m. de Nederlandse ambassade in Düsseldorf) rond het thema herbestemming van grote fabriekscomplexen in de stad en in 2013 met Spanje (Jaula de los Elefantes i.s.m. IAAC Barcelona) over zelfredzaam vastgoed. De editie met Turkije in 2014 en 2015: Fil Kafesi) betrof een verkenning naar herontwikkeling van de wijk Saraçoglu in Ankara en naar mogelijk hergebruik van de Koepelgevangenis in Breda. In 2016 stond kustversterking centraal in The Portsmouth Elephant Cage (UK). De Olifantenkooi-programma’s worden georganiseerd in samenwerking met gemeenten en maatschappelijke organisaties.

2009: OCW en EZ: ’Waarde van creatie. Brief Cultuur en Economie’: ”de creatieve industrie moet zich beter

zorgfunctie uitstraalt.”

organiseren en haar innovatieve vermogen verder aanscherpen.” 2010: Creatieve industrie uitgeroepen tot één van de negen ’topsectoren’. Topsectoren zijn die sectoren die voor de toekomst van Nederland van grote economische en maatschappelijke waarde zijn. Andere © Kees Hummel

topsectoren zijn onder meer: Chemie, Energie, Logistiek en Water. 2011: OCW: ’Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid, cultuurnota 2013-2016’. De

Winnaar Hedy d’Ancona-prijs 2010: Revalidatiecentrum Groot

cultuurnota noemt een omslag in het cultuurbeleid noodzakelijk omdat het beleid niet in de pas loopt met

Klimmendaal Arnhem, opdrachtgever: Stichting Arnhems

veranderingen in de samenleving. In de cultuurnota wordt een onderverdeling gemaakt tussen ‘kunst’

Revalidatiecentrum Groot Klimmendaal, architect Koen van Velsen.

en ‘creatieve industrie’. Het ministerie van OCW duidt deze kunstdisciplines sindsdien aan met het begrip

”Groot Klimmendaal raakt de essentie van architectuur: het maken

‘Creatieve Industrie’ en sluit zo aan bij het economisch gemotiveerd topsectoren-beleid.

van mooie ruimtes. Het valt te prijzen dat de zorgfunctie niet van

© Jannes Linders

Winnaar Hedy d’Ancona-prijs 2012: Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), opdrachtgever: VU, architect: Benthem Crouwel Architects. Het ACTA is volgens de jury exceptioneel goed uitgewerkte architectuur; ”een gebouw van internationale allure. Tot in de kleinste details is het thema, een

het gebouw valt af te lezen. Het gebouw straalt zelfverzekerdheid Juli 2012: nai010 uitgevers ontstaat; samengaan van 010 (in 1983 opgericht door Hans Oldewarris

en beheersing uit. Precies de eigenschappen die een patiënt nodig

en Peter de Winter) en NAi Uitgevers (ooit ontstaan als publicatieafdeling van het Nederlands

heeft om beter te worden. Het zorgconcept is op een treffende wijze

Architectuurinstituut).

vertaald in architectuur.”

gestroomlijnde omgeving voor zorg, onderwijs en onderzoek, doorgevoerd. Het gebouw geeft patiënten, studenten en onderzoekers vertrouwen in het hoogstaande vak tandheelkunde.” © Luuk Kramer


OPLEIDEN WAT 2009: DE LEERSTOEL ONTWERP EN POLITIEK WORDT INGESTELD AAN DE FACULTEIT BOUWKUNDE VAN DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT, een initiatief van het ministerie van IenM om de positie van het ontwerp bij het maken van politieke keuzen weer op de agenda te krijgen. De leerstoel richt zich op de maatschappelijke, met name politiek-bestuurlijke, inbedding van architectuur en stedenbouw. Wouter Vanstiphout wordt hoogleraar Design as Politics.

2009 ‘NEDERLAND WORDT ANDERS’ START; een initiatief van Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. In onderzoekslabs buigen tweehonderd net afgestudeerde architecten zich over o.a. krimp en herbestemming van leegstaande kantoren en industrieel erfgoed.

2010: GEWIJZIGDE WAT WORDT AANGENOMEN IN DE TWEEDE EN EERSTE KAMER. Tot de vierde editie van Het Experiment dat inmiddels is omgedoopt tot De Beroepservaring, treden ook jonge stedenbouwers en landschapsarchitecten toe. Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol begeleidt minister Jacqueline Cramer (VROM) bij het door het parlement loodsen van het wetsvoorstel. Als reden voor wijziging noemt Cramer onder meer de toegenomen complexiteit van het architectenvak. Het bouwproces vereist meer en bredere kennis en vaardigheden van de ontwerper. Kennis die volgens haar in de beroepspraktijk zelf moet worden opgedaan. Daarnaast worden ook het behouden en versterken van de concurrentiepositie als argument naar voren gebracht. In ons omringende landen is het opdoen van beroepservaring verplicht. In 2011 treedt de gewijzigde Wet op de Architectentitel (WAT) in werking.

© Atelier Rijksbouwmeester

Minister Jacqueline Cramer ontvangt in 2009, aan de vooravond van de behandeling van de WAT in de Tweede Kamer, uit handen van Jo Coenen het Manifest Beroepservaring.

2011: Introductie Master Interieurarchitectuur. In de gewijzigde WAT is vastgelegd dat de beroepskwalificaties voor interieurarchitecten verbetering behoeven en dat voor inschrijving in het Architectenregister een Bacholoropleiding niet voldoende is. Ook om inhoud te geven aan de gelijkwaardigheid van de vier disciplines wordt een Master verplicht gesteld voor inschrijving als interieurarchitect in het Architectenregister.

2009: Na de brand bij Bouwkunde vindt de faculteit een nieuw onderkomen in het voormalig hoofdgebouw van de TU Delft aan de Julianalaan: BK City. The Why Factory Tribune, een ontwerp van MVRDV, bevat op de begane grond een conferentiekamer en een ruimte voor lezingen. Op de eerste verdieping zijn de kantoren van de wetenschappelijke medewerkers gesitueerd en bovenin bevindt zich een vergaderzaal.

Jeroen Atteveld, Thermen Westpoort, afstudeerrichting architectuur, Academie van Bouwkunst Amsterdam, eerste prijs Archiprix 2010. Door aan het afvalverbrandingscomplex een exotisch badhuis toe te voegen wordt grootschalige industrie openbaar gemaakt; onontdekte potenties van het gebied worden ontsloten. © Rob ’t Hart

Nieuwe generatie ontwerpers 2013: De publicatie REACTIVATE! van Indira van ‘t Klooster verschijnt. De publicatie toont de vernieuwers van de Nederlandse architectuur. Jonge ontwerpers die een antwoord formuleren op maatschappelijke uitdagingen en nieuwe ideeën genereren over hun vak. ”Zij zijn ontwikkelaar en ondernemer, creëren zelf opdrachtsituaties, vormen nieuwe coöperatieven en leveren ideeën die inspirerend zijn en ook in moeilijke financiële tijden praktisch toepasbaar en realiseerbaar zijn.”

2012: De Stichting Beroepservaring Jonge Architecten wordt omgevormd tot: Stichting Professional Experience Programma (Stichting PEP).

2013: HET BERLAGE INSTITUUT VERDWIJNT UIT DE CULTURELE BASISINFRASTRUCTUUR. Per 1 augustus 2012 gaat het Berlage Instituut als zelfstandige stichting verder aan de faculteit Bouwkunde onder de naam ‘The Berlage - Center for Advanced Studies in Architecture and Urban Design’, kortweg The Berlage. Reden: bezuinigingen. De workshop-achtige setting blijft bestaan, de duur van de opleiding verandert, in plaats van een tweejarig programma, zal het nieuwe programma vier semesters (1 jaar en 3 maanden) duren. Per cursusperiode worden circa 35 deelnemers toegelaten. ”In de loop van de jaren heeft er een verschuiving plaatsgevonden van het individuele werkplaatsmodel, naar het groepswerken van het studiomodel. Mensen komen hier nu om zich te bekwamen in een aantal vaardigheden, zoals het werken in multidisciplinaire teams, het werken in een internationale omgeving, en in studioverband oefenen met ontwerpend onderzoek naar praktijk gerelateerde vraagstukken.” (Interview Marina van den Bergen en Piet Vollaard met Rob Docter, directeur van Het Berlage Instituut 2000-2012, ’Het Berlage Instituut in veranderende tijden’, Archined 07.05.12)

Winnaars Archiprix 2009: Dingeman Deijs, Simone Pizzagalli, Servie Boetzkes, Derk van der Velden. 2010: Jeroen Atteveld, Monique Sperling, Fleur Muris, Paul Verhoeven, Zineb Seghrouchni. 2011: Jan Martijn Eekhof, Thorsten Schneider, Miranda Schut, Ilse Verwer, Wytske van der Veen, Thomas van Nus, Negar Sanaan Bensi. 2012: Ard Hoksbergen, Inge Kersten, Froukje van de Klundert, Jorrit NoordhuizenHerman Zonderland, Martijn Schlatmann, Kim Verhoeven.


INTERNATIONALISERING Biënnale Venetië © Atelier Rijksbouwmeester

2010: Vacant NL, bijdrage Architectuurbiënnale Venetië door RAAAF. Vacant NL is een statement over leegstand en herbestemming. ”Onze installatie ‘Vacant NL’ roept de Nederlandse overheid op om het enorme potentieel aan inspirerende, leegstaande gebouwen uit de 17e,18e,19e, 20e en 21e eeuw te benutten voor kennisontwikkeling”, aldus RAAAF. Opdrachtgever: NAi en ministerie van OCW.

Beyond Europa 2009-2012: DutchDFA (Design, Fashion and Architecture): een tijdelijk stimuleringsprogramma (ministeries van OCW, EZ en BuZa) dat zich richt op China, India en Duitsland, en vanaf 2011 ook Turkije. Het doel is om de culturele en economische positie van de Nederlandse creatieve industrie te versterken. Vooral gericht op deelname van Nederlandse ontwerpers aan bestaande tentoonstellingen en manifestaties in het buitenland. DutchDFA is een initiatief van Premsela, NAi, Atelier Rijksbouwmeester, Bond Nederlandse Ontwerpers, Bond Nederlandse Architecten, Bond Nederlandse Interieurarchitecten, Modint en de steden Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht. De regeling wordt uitgevoerd door het Stimuleringsfonds voor Architectuur.

2011 Atelier Making Projects: Het ministerie van IenM besluit om met zeven projecten mee te doen aan de IABR Making City. Het betreft omvangrijke, langlopende projecten waarbij de overheid betrokken is: de Zuidas, Almere, RotterdamZuid, de Rijn-Maasdelta, de Groenblauwe Delta, Knooppunten en de Olympische Hoofdstructuur. Onder de vlag van Atelier Making Projects verrichten vijftien ontwerpbureaus en drie ontwerpopleidingen een ontwerpstudie. De studies moeten een bijdrage leveren aan het lopende project. Conclusie: Ontwerp kan een sleutelrol vervullen in ingewikkelde procedures en onvoorspelbare maatschappelijke ontwikkelingen. ”En dat kan op vele verschillende manieren, zo blijkt. Hetzij door mogelijke toekomsten in kaart te brengen, door kennis te ontwikkelen en deelbaar te maken, door problemen te demystificeren of te agenderen, door messcherp de analyse te maken dwars door de belangen en opgaven heen, door met nieuwe interpretaties de blik op de werkelijkheid te verbreden. Daarmee wordt altijd ook een nieuw verhaal verteld waarmee andere partijen aan het project kunnen worden gebonden en nieuwe allianties kunnen worden gesloten.” (Jelte Boeijenga, Introductie op ‘Nederland Projectenland’, het zevende deel uit de Design and Politics publicatiereeks van het ministerie van IenM, 2013.)

2009: IABR Open City, curator Kees Christiaanse.

2011: Het Steunpunt Ontwerpwedstrijden start een internationale kennispool Nederland Vlaanderen Duitsland om het aanbesteden in Europa af te stemmen.

2012: IABR Making City, curator: Asu Aksoy (Istanbul), George Brugmans, Joachim Declerck (Brussel), Fernando de Mello Franco (São Paulo), Henk Ovink (ministerie IenM) en ZUS.

© Ossip van Duivenbode

Test Site Rotterdam In 2010 verhuist de organisatie van de IABR naar het leegstaande Schieblock in Rotterdam, waar ook het bureau ZUS, als kraakwacht, is gehuisvest. Het gebied rond het blok (Rotterdam Central District) wordt uitgeroepen tot een van de drie Test Sites die in het kader van de 5de IABR Making City wordt ontwikkeld.* In dit gebied bevindt zich ruim 100.000m2 ongebruikte ruimte. Het project is geïnitieerd door ZUS in samenwerking met de IABR en wil een aanjager zijn voor de verdere ontwikkeling van dit centrale deel van de stad. Er wordt geëxperimenteerd met strategieën om het hart van de stad te ontwikkelen middels alternatieve vormen van financiering en planning. Een van de pilot projecten is de Luchtsingel, een voetgangersverbinding van CS naar de Hofbogen, in eerste instantie gefinancierd met crowdfunding. (*De andere Test Sites bevinden zich in Sâo Paulo en Istanbul.) Het project Test Site wordt in 2013 genomineerd voor de Gouden Piramide - de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap. De jury: ”ZUS heeft laten zien dat het beschikt over de kwaliteit die misschien wel de belangrijkste is voor goed en succesvol opdrachtgeverschap: het onderkennen van de verborgen mogelijkheden en kwaliteiten van een gebied.” Gesteund vanuit het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en samen met ontwerpbureau ZUS initieert De Dépendance in 2016 stadslaboratorium Torre Hofplein. Het team wil de leegstaande Hofpoort, het voormalige Shell-kantoor in het centrum van Rotterdam, en zijn directe omgeving tot leven wekken. Het project bestaat uit een tentoonstelling, een experimentele reeks publieke gesprekken en een ontwerpend onderzoek. Doel: o.a. aanbevelingen aandragen voor actuele ruimtelijk-economische vraagstukken.


RUIMTELIJK ONTWERPEN ACTIEAGENDA ARCHITECTUUR EN RUIMTELIJK ONTWERP - WERKEN AAN ONTWERPKRACHT De nadruk van het beleid ligt op het vroegtijdig inschakelen, vanaf het formuleren van de opgave, van ontwerpers in eigen projecten (’Het Rijk aan zet’) en op het breder agenderen van de kracht van ontwerpers bij urgente lokale en regionale ontwerpopgaven (’Het Rijk versterkt’). Het streven naar excellente projecten krijgt onder meer vorm in de ontwerpdialoog ’Making Projects’. Drie innovatieve ontwerpopgaven worden onderscheiden: zorg en scholenbouw, stad en regio (o.a. koppeling infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling, wateropgave en groei/ krimp) en stedelijke transformaties (o.a. verdichting en herbestemming). Het begrip creatieve industrie werkt door in het opgaan van Nederlands

Architectuurinstituut (NAi) in Het Nieuwe Instituut en in het opgaan van het Stimuleringsfonds voor Architectuur in het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie: een compacte basisinfrastructuur die de ontwerpdisciplines architectuur, vormgeving en e-cultuur ondersteunen en stimuleren. De ontwerpopleidingen en de leerstoel ’Ontwerp en Politiek’ moeten de verbinding van onderwijs, onderzoek en overheid versterken. Beroepservaring wordt als inschrijvingeis voor het Architectenregister geïntroduceerd. De vorm van een actieagenda is terug. De agenda wordt ondertekend door de minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). © Hans Moolenaar

2013-2016 © Hans Moolenaar


BOUWEN Verbouwen met lef

2012- 2017: Rutte II Minister OCW: Jet Bussemaker Minister IenM: Melanie Schultz van Haegen Minister BZK: Ronald Plasterk / Stef Blok (waarnemend vanaf 29 juni 2016) Minister Economische Zaken: Henk Kamp Minister van Wonen en Rijksdienst: Stef Blok

2013: Energieakkoord voor duurzame groei gesloten; overeenkomst tussen de overheid, het bedrijfsleven en milieuen natuurorganisaties met als doel het verduurzamen van de samenleving en economie door een besparing van energieverbruik en toename van duurzame energie (zonne-energie, windenergie en aardwarmte).

2013: Europese vluchtelingencrisis: grote migratiestromen uit onder meer Syrië, Afghanistan en Somalië naar Europa. Opvang in Nederland in 2015: 0,25% van de Nederlandse bevolking.

© Rene de Wit

2016: DE NIEUWE SLEUTELPROJECTEN © Atelier Rijksbouwmeester

© Christiaan Krouwels

(NSP) zijn op een na - Amsterdam Zuid klaar. De stations van Rotterdam, Arnhem,

2015-…. : FLORIS ALKEMADE RIJKSBOUWMEESTER Ontwerpkracht kan volgens Alkemade innovatie laten zien bij ingrijpende maatschappelijke veranderingen. “Over het algemeen kan er meer dan je denkt. Vernieuwingskracht komt tot stand door verbeeldingskracht. En daarvoor moet je bedenken wat je wilt. Veel barrières zijn niet in regels gevat maar in gewoontes. Door die onverwachtere manier van wonen te creëren ontstaat weer een nieuwe ontwikkeling voor grotere groepen.” (Floris Alkemade, in Trouw, 6 januari 2016.)

In 2016 zijn de leden van het CRa opgevolgd door landschapsarchitect Berno Strootman en architectstedenbouwkundige Daan Zandbelt. Beiden dragen de (nieuwe) titel: Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving.

2016 Opening Koning Willem-Alexandertunnel. De gestapelde tunnel (2,3 kilometer) is de ruggengraat van de herontwikkeling van de A2 zone Maastricht. 80% van het huidige verkeer gaat onder de grond, waardoor er bovengronds woningen kunnen worden gebouwd. Ook ontstaat er een groen, recreatief lint voor fietsers en voetgangers en twee markante en herkenbare stadsentrees. De herontwikkeling moet zorgen voor een betere bereikbaarheid van Maastricht, een betere doorstroming op de A2 en voor nieuwe kansen voor de ontwikkeling van de aangrenzende buurten door onder andere een betere verkeersveiligheid en leefbaarheid. Daarnaast zal luchtkwaliteit verbeteren en de geluidshinder verminderen. De herontwikkeling wordt uitgevoerd door het Consortium Avenue 2 (Ballast Nedam, Strukton, ARCADIS Nederland, West 8 Urban Design & Landscape Architecture, Humblé Architecten, dGmR en Bex*Communications) dat in 2009 de prijsvraag voor de ondertunneling van de A2 in Maastricht

nieuwe standaard gezet. Jan Brouwer (oud Rijksadviseur voor de Infrastructuur): “Het succes van de NSP is medebepaald doordat

RIJKSBOUWMEESTER ALKEMADE START

de centrale overheid een meerwaarde zag

PRIJSVRAGEN, 2016:

en dit bekrachtigde met geld en menskracht.

A HOME AWAY FROM HOME; gezocht innovatieve huisvestingsoplossingen voor asielzoekers die tegelijkertijd ook een impuls kunnen geven aan de vernieuwing van de huidige markt van flexibele huisvesting. De prijsvraag is een samenwerking met het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers). De zes winnende ontwerpen zijn op verschillende plekken in te zetten, bijvoorbeeld als oplossing voor vluchtelingenkampen ’in de regio’, als flexibele oplossing voor de huisvesting van statushouders of voor gebruik door starters, studenten of senioren.

Net als bij het project Ruimte voor de Rivier

2014: CRa: Energielandschappen een fotografische nulmeting; een foto-opdracht aan Theo Baart over de stand van de energietransitie in het Nederlandse landschap. Aangeboden aan Ed Nijpels, voorzitter van de commissie die het Energieakkoord moet uitvoeren. De nulmeting laat zien wat we nu al in het landschap kunnen ervaren van de grootschalige energietransitie. In 2013 adviseerde het CRa om de energietransitie op basis van eigendom te benaderen, van de kleinste korrelgrootte (de camping, het landgoed) tot en met de grootste (het rijkswegennet, de grote wateren). In deze publicatie komen al deze verschillende schaalniveaus tot uitdrukking.

pakte het rijk zijn rol. Dit is van groot belang

1 juli 2014: Rijksgebouwendienst onderdeel van het Rijksvastgoedbedrijf.

Maart 2014: Structuurvisie Wind op Land (EZ en IenM) vastgesteld, in samenwerking met de provincies. Met de visie is het ruimtelijk beleid voor het realiseren van tenminste 6000 megawatt (MW) windenergie op land in 2020 van kracht geworden. In de visie zijn gebieden voor grootschalige windparken vastgelegd.

geweest voor de integrale kwaliteit. Ook nieuwe opgaven verdienen een dergelijke drive en aanpak.” (Symposium De Nieuwe Sleutelprojecten: op weg naar 2030, 11 oktober 2016.) Jo Coenen: “Doorslaggevend voor mijn besluit om Rijksbouwmeester

2015: Klimaatakkoord Parijs: Nederland heeft zich geschaard achter het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius, en te streven naar maximaal 1,5 graden Celsius temperatuurstijging. Het akkoord is een belangrijke impuls voor het huidige energiebeleid. 2015: Het geld voor het buitenonderhoud en de aanpassing van primair onderwijsgebouwen wordt overgeheveld van gemeenten naar schoolbesturen.

te worden was om een opgave als de NSP

2014-2015: KOEN VAN VELSEN RIJKSADVISEUR ARCHITECTUUR

Breda, Den Haag en Utrecht hebben een

2013: Natuurpact: provincies worden geheel verantwoordelijk om samen met maatschappelijke organisaties het natuurnetwerk te realiseren. De door het rijk voor natuur aangekochte gronden worden overgedragen aan de provincies.

ONTWERPPRIJSVRAAG WHO CARES; gevraagd woningen/ leefvormen die aansluiten op de veranderende omstandigheden waarin de groep ouderen verdubbelt, de levensverwachting toeneemt en steeds meer ouderen, ondanks ziekte of beperking, langer zelfstandig blijven wonen. Te denken valt aan leefgemeenschappen waarin zowel ouderen als jongeren wonen, waar zorg en voorzieningen dichtbij zijn, mensen elkaar ondersteunen en waar technologische innovaties alle ruimte krijgen. De prijsvraag is een samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en de gemeenten Rotterdam (zorgorganisatie Humanitas), Almere (ontwerpatelier Almere), Groningen en Sittard-Geleen.

breder te beschouwen: gebouw en omgeving. Samen met de leden van het College van Rijksadviseurs en de Spoorbouwmeester zorgden we voor eenheid en gaven we losse projecten een zetje in de juiste richting.” (Symposium De Nieuwe Sleutelprojecten: op weg naar 2030, 11 oktober 2016.) Volgens Spoorbouwmeester Bert Dirrix verschuift

Een selectie van de inzendingen is in een popup expositie in Het Nieuwe Instituut getoond en tijdens de Dutch Design Week 2016 zijn prototypes van de winnende ontwerpen tentoongesteld. (Het initiatief loopt parallel aan het initiatief A sense of Belonging van de BNA, waarin vrijwel dezelfde doelstelling wordt nagestreefd.)

2015: Deltaprogramma en Nationaal Waterplan; programma van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten over de veiligheid van de belangrijkste dijken en andere waterkeringen, de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, de wijze waarop het Rijnmond- en Drechtstedengebied veilig kan blijven, en over de manier waarop bij nieuwbouwwijken het beste rekening kan worden gehouden met water. Het programma gaat uit van een flexibele aanpak, die zich kan aanpassen aan onverwachte ontwikkelingen, nieuwe metingen en inzichten. Het eerste Deltaplan (1958) was de aanzet voor de bouw van de Deltawerken: de afsluiting van de zeearmen tussen de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg en de versterking van de hoogwaterkering ter beveiliging tegen stormvloeden.

de aandacht van de NSP naar de RSP (de ‘Regionale Sleutelprojecten): ”de stedelijke regio’s waar zich opgaven aandienen die niet

2016: Energierapport Transitie naar Duurzaam (EZ) verschijnt. Het bevat een strategische en langetermijnvisie op de energievoorziening voor de periode na 2023. Punt van aandacht hierin is de integratie van energie in het ruimtelijk beleid.

onder doen voor de NSP.” (Symposium De Nieuwe Sleutelprojecten: op weg naar 2030, 11 oktober 2016.)

April 2016: Energiedialoog. In het Energieakkoord zijn afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat in 2023 16% van de totale energievoorziening duurzaam is. Het kabinet werkt al met tientallen organisaties samen om dit te bereiken. Om het aandeel na 2023 verder te vergroten en te komen tot een volledig C02-arme energievoorziening, moeten nog grote stappen gezet worden. Dat kan alleen als Nederland al haar denk- en daadkracht inzet; talrijke initiatieven, ideeën en innovaties zijn al in de samenleving aanwezig. Het kabinet wil die kracht uit de samenleving nadrukkelijk inzetten bij de keuzes die de komende decennia onvermijdelijk zijn en is daarom is de energiedialoog gestart: een initiatief om in Nederland het gesprek over energie van de


verminderen.

onder doen voor de NSP.” (Symposium De

De herontwikkeling wordt uitgevoerd door het Consortium Avenue 2 (Ballast Nedam, Strukton, ARCADIS Nederland, West 8 Urban Design & Landscape Architecture, Humblé Architecten, dGmR en Bex*Communications) dat in 2009 de prijsvraag voor de ondertunneling van de A2 in Maastricht wint, een opdracht van projectbureau Maastricht A2 (Rijkswaterstaat, Provincie Limburg, gemeenten Maastricht en Meerssen). Met medewerking van het ministerie van IenM zijn in 2014 de kansen onderzocht voor een verdergaande verduurzaming op het gebied van een gezond leefmilieu en een verbinding van de stadsdelen. Het onderzoek kwam tot stand met inzet van ontwerper en voormalig Rijksadviseur Infrastructuur Ton Venhoeven. Venhoeven onderzocht nieuwe duurzame kansen waaronder (energie-neutrale) woningen, 40-kilometerzones in de wijk, de aanleg van fietssnelwegen en het hergebruik van de tunnelwarmte.

Nieuwe Sleutelprojecten: op weg naar 2030, 11 oktober 2016.)

April 2016: Energiedialoog. In het Energieakkoord zijn afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat in 2023 16% van de totale energievoorziening duurzaam is. Het kabinet werkt al met tientallen organisaties samen om dit te bereiken. Om het aandeel na 2023 verder te vergroten en te komen tot een volledig C02-arme energievoorziening, moeten nog grote stappen gezet worden. Dat kan alleen als Nederland al haar denk- en daadkracht inzet; talrijke initiatieven, ideeën en innovaties zijn al in de samenleving aanwezig. Het kabinet wil die kracht uit de samenleving nadrukkelijk inzetten bij de keuzes die de komende decennia onvermijdelijk zijn en is daarom is de energiedialoog gestart: een initiatief om in Nederland het gesprek over energie van de toekomst dichtbij te brengen.

1 juli 2016: Nieuwe Erfgoedwet van kracht. De wet (waarin o.a. is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan en wie verantwoordelijk is) bundelt de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland.

December 2016: Energieagenda aangeboden aan de Tweede Kamer. Alle meningen, ideeën en voorstellen die tijdens de Energiedialoog naar voren zijn gekomen, zijn gebruikt bij het opstellen van een Energieagenda met voorstellen voor het energiebeleid voor de langere termijn. 2016: Wetsvoorstel wijziging Aanbesteding aangenomen. De aanbestedingsregels verplicht Europese overheden om overheidsopdrachten boven een bepaald bedrag (zogenaamd drempelbedrag) uit te schrijven via de procedure van een Europese aanbesteding. De EU stelt deze drempelbedragen elke twee jaar opnieuw vast. Partijen die verplicht aanbesteden zijn onder andere: de rijksoverheid; gemeenten, provincies en waterschappen, publiekrechtelijke instellingen (zoals universiteiten en scholen) en speciale sectorbedrijven (zoals water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten). Doel van de Aanbestedingswet is één interne Europese markt voor overheidsopdrachten. Het uitgangspunt is dat elke aanbieder in de hele EU een eerlijke kans heeft om een opdracht te verwerven.

© Rijkswaterstaat / Joop van Houdt

© Rene de Wit

2004-2016: Openbaar vervoer terminal Breda, ontwerp Koen van Velsen architecten. De terminal, die alle vervoer onder een dak brengt, bevat naast een bus- en (inter)nationaal treinstation een grote verscheidenheid aan functies zoals onder meer appartementen, kantoorruimte, commerciële ruimten, een parkeerdak, bewaakte en onbewaakte fietsenstallingen en pleinen.

Melanie Schultz van Haegen (Minister IenM 2010-…. ): “Het innovatieve ontwerp van Cornelis Lely beschermt ons land al meer dan 80 jaar. De Afsluitdijk is veel meer dan een eindeloze scheiding tussen zilt en zoet. De Afsluitdijk staat voor durf, daadkracht en innovatief ingenieurschap. Met dit project bouwen we voort op deze traditie en blijft de Afsluitdijk vandaag, morgen en in de verre toekomst een levende legende op het terrein van waterveiligheid, duurzaamheid en innovatie.” © Ivo Vrancken

© Studio Roosegaarde

2016: Start project Icoon Afsluitdijk. Net als de Deltawerken toont de Afsluitdijk de creativiteit en geestkracht van Nederland in de voortdurende strijd tegen het water. Rijkswaterstaat versterkt de Afsluitdijk om Nederland ook in de toekomst te beschermen tegen de kracht van het water. Er komen onder meer nieuwe keersluizen en pompen om meer water te kunnen afvoeren. Hierdoor ontstaat het grootste gemaal van Europa. Rijk en regio hebben deze gelegenheid aangegrepen om ook initiatieven op het gebied van recreatie en toerisme, natuurontwikkeling en duurzame energie de ruimte te geven. De minister van OCW is betrokken en heeft geld beschikbaar gesteld uit de middelen voor monumentenzorg en erfgoed. Yttje Feddes en Paul de Ruiter zijn verantwoordelijk voor het masterplan. Studio Roosegaarde is gevraagd om een ontwerp te maken dat kan bijdragen aan de waarde van de Afsluitdijk als icoon voor de Nederlandse waterbouw, innovatie en Dutch design. Resultaat is een ontwerp dat bestaat uit verschillende concepten, waarbij bestaande elementen worden opgeknapt. Zo wordt van zowel het Lorentz- als het Stevin-sluizencomplex (aan het begin en het einde van de Afsluitdijk) het verouderde beton gerestaureerd. De 60 opgeknapte monumenten worden voorzien van een retro-reflecterende laag die oplicht door de koplampen van passerende auto’s. De lengte van de Afsluitdijk (32 kilometer) wordt versterkt door een retro-reflecterende geleiderail die alleen oplicht door de koplampen van passerende auto’s.

En de winnaar is: WINNAAR VAN DE GOUDEN PIRAMIDE 2015 IS SCHIPPER BOSCH MET DE HERONTWIKKELING VAN EEN VOORMALIG FABRIEKSTERREIN TOT EEN BEDRIJVENTERREIN MET DUURZAME ONDERNEMERS DIE ZICH TOELEGGEN OP SCHONE TECHNOLOGIE. De opdrachtgever spant zich in om met verschillende voorzieningen en activiteiten een ’levende gemeenschap’ te laten ontstaan van bedrijven die elkaar inspireren, onder meer door het uitwisselen van kennis. Schipper Bosch blijft eigenaar van de bedrijfsgebouwen. Door ze te verhuren houdt zij de regie in handen en kan zij de kwaliteit, de historische waarde en het duurzame en innovatieve karakter van het park en zijn gebruikers blijven bewaken. Cultuurhistorische waardevolle gebouwen worden gefaseerd gerenoveerd met behoud van het historische karakter. Het oordeel van de jury: ”Het is ondernemend en vernieuwend opdrachtgeverschap ten voeten uit.” © Sabine Metz

Winnaar 2013: Volkshuisvesting Arnhem, Winnaar 2014: De Nieuwe Ooster te Amsterdam met Modekwartier/100%XL, K3 architectuur, Nexit architecten, gelijknamig project, Karres en Brands. Maak>architectuur, Hoogte Twee, VARIX, gemeente Arnhem, Suzanne Mulder.

Winnaar 2015: Schipper Bosch, Industriepark Kleefse Waard Arnhem, masterplan West 8.

Winnaar 2016: Stichting Xenia wint Gouden Piramide 2016, Stichting Xenia, Xenia hospice voor jonge mensen in Leiden, MulderVanTussenbroek+VanVeen architecten, interieur: Inge Storm en Esther van der Spek.


STIMULEREN AL Beleidsplan 2013-2016: VERSCHIL

MAKEN.

Directeur HNI 2013-....: Guus Beumer

HNI

SCI

Directeur Stimuleringsfonds Creatieve Industrie 2016-….: Syb Groeneveld

NEDERLANDS ARCHITECTUURINSTITUUT > HET NIEUWE INSTITUUT

VAN ARCHITECTUUR NAAR CREATIEVE INDUSTRIE 1 januari 2012: Budgetten voor architectuur en vormgeving van het Fonds BKVB en de Mondriaan Stichting

HET NAi, HET PREMSELA INSTITUUT VOOR DESIGN EN MODE EN HET VIRTUEEL PLATFORM ZIJN SINDS JANUARI 2013 SAMEN HET NIEUWE INSTITUUT (HNI). HNI benadert de verschillende ontwerpdisciplines vanuit een integraal perspectief. Het gedeelde werkterrein van de diverse disciplines, en dan in het bijzonder de rol die innovatie hier kan spelen, is het voornaamste onderwerp. HNI heeft als missie om een veranderde wereld in kaart te brengen waarbij het draait om de raakvlakken tussen architectuur, design en digitale cultuur. Vertrekkend vanuit deze multidisciplinaire werkelijkheid zijn programma’s vormgegeven rondom o.a. de themalijnen ‘Materialen & Dingen’ en ‘Landschap & Interieur’. Heden, verleden en toekomst staan centraal, en het Rijksarchief voor Architectuur en Stedenbouw is een belangrijk vertrekpunt. De aandacht voor onderzoek krijgt onder meer gestalte via het Jaap Bakema Study Centre, een meerjarige samenwerking met de TU Delft. 2014: Structuralisme Dubbeltentoonstelling over het Nederlands structuralisme. Ruimte maken, ruimte laten: Het eerste deel van de tentoonstelling belicht het structuralisme vanuit het standpunt van de ontwerper en vertelt het verhaal van het structuralisme door de ogen van architect Herman Hertzberger (1932), een van de bekendste vertegenwoordigers van het Nederlandse structuralisme. Een installatie in vier bedrijven: In dit deel staat

worden ondergebracht bij het Stimuleringsfonds. Met ingang van 1 september 2012 zijn de statuten van het fonds aangepast en is een nieuw en breder cultuurfonds ontstaan, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, dat werkt aan de verbetering van de ontwerpkwaliteit binnen en vooral ook tussen de disciplines architectuur, vormgeving en digitale cultuur. Het fonds maakt onderscheid in negen verschillende subsidieregelingen, zoals projectsubsidies waarvoor vier keer per jaar een aanvraag kan worden ingediend, bedoeld voor experimenten, onderzoek en innovatie. De meerjarige programma’s en activiteitenprogramma’s zijn gericht op de ondersteuning van de culturele instellingen binnen de creatieve industrie (o.a. Architectuur Lokaal, de lokale architectuurcentra, de IABR en Archiprix). Naast het stimuleren (verlenen van subsidies) initieert het fonds zelf ook opdrachten. Via een Open Oproep worden specifieke vraagstukken geagendeerd en belangstellenden geselecteerd voor deelname aan beurzen, festivals en manifestaties. Bij de beoordeling van de aanvragen wordt het fonds geadviseerd door meer dan 100 deskundigen. Vijf vierjarige programma’s maken deel uit de Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp. Zij zijn gericht op de kwaliteitsverbetering op alle schaalniveaus van het ruimtelijk ontwerp: Stad en Regio, Stedelijke Transformaties, Innovatieve Vormen van Opdrachtgeverschap en Zorghuisvesting en Onderwijsomgeving. Dutch Design Week Tijdens de Dutch Design Week 2016 in Eindhoven organiseert

het perspectief van de wetenschapper en onderzoeker centraal. Hier toont curator, theoreticus en onderzoeker Dirk van den Heuvel van de TU Delft de eerste resultaten van zijn onderzoek naar het structuralisme binnen het Jaap Bakema Study Centre. Op 15 september 2016 overhandigen de jonge ontwerpers van Atelier Toekomstvisie Fryslân van Architectuur Lokaal de resultaten van hun ontwerpend onderzoek aan gedeputeerde Klaas Kielstra. Het onderzoek richt zich op dilemma’s en keuzen waar de provincie voor staat om haar ambities voor de toekomst in een Omgevingsvisie te formuleren. De ontwerpers hebben acht verfrissende, extreme scenario’s in beeld gebracht die voer voor discussie over de toekomst van de provincie aanreiken.

het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie drie exposities met werk van meer dan 80 Design voor dementerende

talentvolle en gevestigde ontwerpers en een uitgebreid programma aan activiteiten, zoals

Met de huidige

vakinhoudelijke debatten en diverse presentaties. In de expositie ‘In No Particular Order’

stelselveranderingen in de zorg

presenteren 32 jonge talentvolle ontwerpers hun werk. Zij ontvingen een jaar lang een

versterkt het Stimuleringsfonds

werkbeurs voor hun artistieke en professionele ontwikkeling.

Creatieve Industrie zijn ambitie om actuele maatschappelijke

2016: ‘AAARO, vier jaar ontwerpkracht in Nederland’; publicatie samengesteld en uitgegeven door Architectuur Lokaal. De publicatie

opgaven te agenderen. Doel

bevat een selectie van projecten die een beeld geven van wat ontwerpkracht kan zijn en wat publieke opdrachtgevers daar op lokaal

van het project Ontwerp &

niveau aan kunnen hebben. De geselecteerde programma’s zijn uitgevoerd door het College van Rijksadviseurs, de Academies van

Dementie in het kader van het

Bouwkunst, Architectuur Lokaal, Het Nieuwe Instituut, de IABR, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, de Technische Universiteit

programma Zorghuisvesting, is

Delft en Ruimte-OK.

het verbeteren van de kwaliteit van de zorg- en leefomgeving door de inzet van ontwerpers. 2016: Laurens Boodt wint met zijn plan Rotterdamse Toren van Babel de prijsvraag Gezinsappartementen voor de Rotterdamse

© Johannes Schwartz

Lloydpier. De Open Oproep Gezinsappartementen,

Winnaar Hedy d’Ancona-prijs 2016: Xenia Leiden (eerste

uitgeschreven door gemeente Rotterdam om de

jongerenhospice), opdrachtgever: DUWO, Stichting Xenia, architect:

nieuwe woontypologie van gezinsappartementen

MulderVanTussenbroek+VanVeen architecten, interieur: Inge Storm en © Johannes Schwartz

te onderzoeken en daadwerkelijk te realiseren, is opgesteld conform het Kompas bij Prijsvragen.

Esther van der Spek. ”Jongerenhospice Xenia is een geslaagd voorbeeld van een kleinschalig initiatief dat vernieuwing in de zorg weet te

Secretaris van de prijsvraag was Architectuur

realiseren. Het hospice is een vriendelijk en intiem onderkomen dat

Lokaal. De prijsvraag werd uitgeschreven in twee

Om de kwaliteit te waarborgen focust minister Jet Bussemaker (2012-….) op goed ondernemerschap. De culturele sector moet een belangrijke rol

rondes. In de eerste ronde zijn 149 beknopte

spelen in het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Kunst en erfgoed zijn van belang voor de omzet en werkgelegenheid in de bouw en de

visies op de opgave ingediend, in ronde twee zijn

toeristische sector. ”De concrete verbinding van kunstenaars en creatieven met andere maatschappelijke en economische werelden is 1 van de

er vijf uitgewerkt tot een ontwerp.

meest veelbelovende ontwikkelingen van deze tijd.” (20-10-2014: minister Bussemaker tijdens de opening van de 6de Asia Europe Meeting voor

ernstig zieke jongeren een plek middenin de samenleving biedt.”

© Ronald Tilleman

Winnaar Hedy d’Ancona-prijs 2014: Veilige Veste Leeuwarden (opvang voor meiden), opdrachtgever: Fier Fryslân, architect: KAW. ”De Veilige Veste is een gebouw voor jonge vrouwen die op de vlucht

cultuurministers. Op deze bijeenkomst zijn ministers of afgevaardigden uit bijna 50 Aziatische en Europese landen bijeen om te spreken over de

zijn voor o.a. huiselijk geweld en gedwongen prostitutie. Hun positie

creatieve industrie.)

is een maatschappelijk probleem, dat met een opvallende huisvesting

2014: Hitte in de delta; de zesde editie van de landelijke manifestatie voor en over (publiek)

uit de anonimiteit wordt getrokken. Het voormalige politiebureau is

opdrachtgeverschap en ontwerp, die Architectuur Lokaal traditiegetrouw vierjaarlijks

2013: Atelier ZZ; een programma van Architectuur Lokaal in opdracht van het ministerie van IenM. In de context van de Omgevingswet ontwikkelt Atelier ZZ een nieuw instrumentarium voor politieke

organiseert in het jaar van de gemeenteraads-verkiezingen. ”In de toekomst zullen de ambities

besluitvorming over ruimtelijke opgaven op het regionale niveau. Niet de regelgeving (het middel) staat voorop, maar de ambities (het doel). Vanuit het ontwerp wordt een aanpak voorgesteld waarbij

heel anders zijn. Verhoudingen en opgaven zijn in korte tijd enorm veranderd. Gemeenten

(tegenstrijdige) lokale belangen en belanghebbenden op het lokale niveau alle ruimte wordt geboden. Ontwerpers spelen bij de communicatie in het voortraject al een belangrijke rol. Atelier ZZ is genoemd

moeten voortaan veel meer zelf doen, zonder dat zij het initiatief nemen. Zij moeten enerzijds

naar het boek The Black Swan: The impact of the highly improbable van Nassim Taleb (2007) dat gaat over de tegenstelling tussen de manier waarop wij nog steeds toekomstvoorspellingen maken gebaseerd

inspelen op kleinschaliger lokale initiatieven, en anderzijds sturing geven aan verstedelijking,

op het extrapoleren van bestaande patronen, terwijl we kunnen vaststellen dat de geschiedenis steeds meer bepaald wordt door volstrekt onvoorspelbare en onvoorspelde gebeurtenissen en ontwikkelingen,

waarbij klimaat- en energiebewust bouwen vanzelfsprekend moet worden.” (Hitte in de delta.

de zogenaamde ’outliers’. Met de website MijnOmgevingsvisie.nl biedt Architectuur Lokaal gemeenten handreikingen bij het formuleren van de ambities voor de omgevingsvisie. Op de website is informatie te

2013: Een compacte culturele basisinfrastructuur bestaande uit één stimuleringsfonds en één instituut, die complementair aan elkaar de

Opdrachtgeverschap en Ontwerp in een veranderend klimaat, 2014.)

vinden over de achtergrond van de omgevingsvisie en de discussie over het begrip omgevingskwaliteit, naast publicaties en resultaten van onderzoek en debat.

ontwerpdisciplines architectuur, vormgeving en e-cultuur ondersteunen en stimuleren.

klimaatneutraal verbouwd en de veiligheidsmaatregelen zijn goed op elkaar zijn afgestemd. Zo is er 24-uurs cameratoezicht, kogelvrijglas en © Hilbert Krane

zijn er veiligheidssluizen.”


OPLEIDEN Young Innovators 2014: START YOUNG INNOVATORS, een initiatief van het College van Rijksadviseurs om jonge, talentvolle ontwerpers te betrekken bij de grote ruimtelijke opgaven. Uit de Archiprixinzendingen selecteert het College in 2014 en 2015 zes projecten van in totaal negen afgestudeerden. Zij krijgen de kans om hun ideeën een realistische en praktijkgerichte verdieping te gegeven. Selectie vindt plaats op basis van hun relevantie voor de ontwikkeling van het vakgebied en hun veelbelovende kwaliteit als ontwerper. Resultaat 2014: vijf praktijkgerichte ontwerpstrategieën. In 2015 selecteert het College van Rijksadviseurs vier nieuwe ontwerpers voor de tweede editie van het programma Young Innovators.

2013: STIMULERINGSFONDS CREATIEVE INDUSTRIE START DE DEELREGELING TALENTONTWIKKELING; een subsidieregeling die uitzonderlijk talentvolle ontwerpers en makers in de architectuur, vormgeving en e-cultuur ondersteunt. De regeling bestaat uit een werkbeurs voor 1 jaar voor hun artistieke en professionele ontwikkeling. De resultaten hiervan lopen uiteen van product, mode- en textielontwerp tot architectuur, e-cultuur en grafisch ontwerp, en van installaties, performances, film tot publicaties. Daarnaast biedt het fonds een ondersteunend programma om de aansluiting op de beroepspraktijk te verbeteren. Als groep en individueel is er begeleiding en ondersteuning bij het ontwikkelen van ondernemerschap en professionaliteit. De presentatie In No Particular Order vindt jaarlijks plaats tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven.

Young Innovators: De Voedselmetropool, Peter Leeuw. Het onderzoek wil inzicht geven in de mogelijkheden en de capaciteit van de lokale voedselproductie voor een zelfvoorzienende voedselmetropool (de Deltametropool bestaande uit de provincies Zuid-Holland, NoordHolland en Utrecht). Er is rekening gehouden met zes productgroepen gebaseerd op de voedingsadviezen van het voedingscentrum: melkproducten, aardappelen, groenten, fruit, tarwe en vlees.

2013: START LECTORAAT FUTURE URBAN REGIONS (FUR) om samenwerking tussen de verschillende ontwerpopleidingen en de aansluiting tussen ontwerpend onderzoek en praktijk (lokale en regionale overheden) te bevorderen. Doel: overheden toegang verschaffen tot de expertise en creativiteit van jonge ontwerpers en studenten de kans bieden om praktijkervaring op te doen. Het lectoraat FUR is een samenwerkingsproject van de zes Nederlandse Academies van Bouwkunst. FUR is de uitwerking van het ‘Netwerkprogramma Ontwerpopleidingen’ en is onderdeel van ‘Verbinden onderzoek, ontwerp en overheid’ uit de Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp 2013-2016. Eric Frijters leidt het lectoraat. FUR richt zich op de toekomst van gezonde stedelijke regio’s.

2014: Introductie Master Landschapsarchitectuur bij Technische Universiteit Delft, op initiatief van Dirk Sijmons Hoogleraar Landschapsarchitectuur. Deze master geeft toegang tot inschrijving als landschapsarchitect in het Architectenregister.

2015: TITEL INTERIEURARCHITECTEN TER DISCUSSIE. In het Actieplan Gereglementeerde Beroepen van het ministerie van EZ wordt aangekondigd dat in 2017 een evaluatie van de wettelijke titelbescherming van interieurarchitecten plaatsvindt. De vraag wordt gesteld of de wettelijke titelbescherming voor interieurarchitecten nog passend is vanuit een oogpunt van publiek belang. Ook is overwogen dat interieurarchitectuur op dit moment geen universitaire mastertrack kent. Young Innovators: Warmsterdam - nieuwe hotspots voor de stad, Dingeman Deijs Jeroen Atteveld. Dit onderzoek naar de ruimtelijke kansen voor de stad in relatie tot de aankomende energietransitie propageert de omslag naar een slim en zichtbaar warmtenetwerk. Op de knooppunten van de nieuwe warmte infrastructuur worden hotspots (grote warmtebuffers) gerealiseerd. Door het aantrekkelijk maken van deze buffers transformeert warmte naar een trots onderdeel van een moderne urbane, duurzame samenleving.

2013-2016: DE LEERSTOEL ONTWERP EN POLITIEK GAAT EEN TWEEDE PERIODE IN ONDER DE NAAM ONTWERP EN OVERHEID. De focus wordt gericht op de gevraagde verandering bij lokale en regionale overheden, de verbinding van overheid, onderwijs en onderzoek en de allianties tussen lokale en regionale overheden.

2014: Studentenprotest verplichte beroepservaring. Aan de vooravond van de inwerkingtreding leidt de verplichting tot het opdoen van beroepservaring (bep) tot stevige discussies. Er is grote onzekerheid over het aantal beschikbare arbeidsplaatsen om de nodige werkervaring op te doen. Studenten Bouwkunde zijn bang dat de introductie van de bep hun rechtspositie kwetsbaarder maakt, terwijl ze extra kosten moeten maken om zich in het Architectenregister te laten registreren. Onder de beroepsgroep leeft de verwachting dat de bep zal leiden tot een hogere waardering van het beroep, zowel in de maatschappij als in de markt. Uit een evaluatie van Het Experiment blijkt dat 95 procent van de in totaal 233 deelnemers tussen 2003 en 2013 nog steeds in de branche werkzaam is.

Jonas Papenborg en Remco van der Togt, The Ems Full Hybrid, afstudeerrichting landschapsarchitectuur, Wageningen Univeristy & Research, eerste prijs Archiprix 2014. ”Met een uitgekiende strategie biedt het plan een overtuigende lange termijn perspectief voor de ontwikkeling van het ernstig vervuild estuarium op de grens van Nederland en Duitsland.”

© Pieter Stoutjesdijk

2016: Prototype ComfortCabin naar ontwerp van Pieter Stoutjesdijk in het voormalig gebouw van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Herman Hertzberger, 1990). De gemeente Den Haag heeft het gebouw in oktober-december 2015 gebruikt voor tijdelijke noodopvang van vluchtelingen en is van plan het tijdelijk voor de huisvesting van statushouders te gebruiken. De ComfortCabin is een uitwerking van de studie CNC AZC, die Stoutjesdijk als Young Innovator heeft gedaan. De studie combineert de vraag naar woningen - in 2016 zullen meer dan 43.000 vergunninghouders moeten worden gehuisvest in Nederland - met het aanbod - meer dan veertig miljoen vierkante meter aan kantoorruimte staat leeg. Door computergestuurd (CNC) frezen – een soort van 2,5D printen – in te zetten kunnen onderdelen snel en betaalbaar worden geproduceerd, precies op maat worden gemaakt en als plat plug-en-play pakket eenvoudig op locatie in elkaar worden geklikt.

Young Innovators: De Zoetwatercoöperatie Wolbert van Dijk, Joppe Veul en Paul van Dijk. In dit ontwerpend onderzoek naar de berging van zoet water in Noord-Beveland krijgen de agrariërs een rol als ’landschapsloodgieter’. Zij beïnvloeden het peil van de sloten in de polders en scheiden zoete en zilte sloten van elkaar. Door samenwerkingsverbanden tussen enkele agrariërs ontstaan er grote zoetwatervoorraden.

Winnaars Archiprix 2013: Tara Steenvoorden, Niels Groeneveld, Jasper Nijveldt, Ricky Rijkenberg. 2014: Filippo Maria Doria, Jonas Papenborg, Remco van der Togt, Claire Laeremans, Bob L’Herminez. 2015: Ivar van der Zwan, Francesca Rizzetto, Abdessamed Azarfane, Gerald Mulder. 2016: Katarzyna Nowak, Milad Pallesh, Yuka Yoshida, Francesco Apostoli, Bram van Kaathoven, Hannah Schubert.

2015: REGELING BEROEPSERVARINGPERIODE (BUREAU ARCHITECTENREGISTER) TREEDT IN WERKING. De regeling is een uitvoeringsmaatregel van de in 2010 gewijzigde Wet op de Architectentitel. Vanaf nu moeten studenten naast de mastertitel minimaal twee jaar aantoonbare beroepservaring opdoen voordat ze zich kunnen inschrijven in het Architectenregister. Tijdens deze periode moet de kandidaat onder begeleiding van een bevoegde mentor ervaring opdoen in alle facetten van het beroep en in alle fasen van het ontwerpen bouwproces. Deze regeling is al in 2012 door het Architectenregister vastgesteld, maar de betekenis ervan lijkt pas nu tot de praktijk door te dringen.


INTERNATIONALISERING Dutch Approach

2016: IABR The Next Economy, curator: Maarten Hajer. Centrale vraag: “Als verreweg het grootste deel van de productie van welvaart in de stad plaatsvindt, en als we tegelijkertijd de overgang moeten realiseren naar een groene economie, wat betekent dat dan voor de ruimtelijke opgave?”

Van Superdutch naar Dutch Approach: een

”Voor veel bureaus is internationalisering een economische noodzaak. Sinds de economische crisis en de daaropvolgende overheidsbezuinigingen is het aantal binnenlandse opdrachten sterk afgenomen. Als gevolg daarvan zijn ook de opdrachtenportefeuilles geslonken. Bovendien is de druk op de thuismarkt vergoot doordat buitenlandse bureaus meedingen naar Nederlandse opdrachten.Zonder buitenlandse opdrachten is het opbouwen van een omvangrijk bureau dat prestigieuze projecten kan binnenhalen zeer moeilijk; de Nederlandse markt is daarvoor nu te klein. Nederland biedt weinig kans voor marktverruiming, schaalvergroting en groei. Om dat te bereiken, zijn bureaus aangewezen op een internationaliseringsstrategie en een internationale orderportefeuille.” (Raad voor Cultuur, Advies Actieagenda voor Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp 2017- 2020, juni 2016.)

specifiek Nederlandse aanpak. Nederland staat in het buitenland bekend om zijn Dutch Design, DJ’s en tv-formats. Meer en meer wordt ook de Dutch Approach een exportproduct. Dit is een multidisciplinaire werkwijze bij ontwerpopgaven: inzetten van ontwerpend onderzoek, om in samenwerking complexe veranderingen tot stand te brengen. Het ontwerp is innovatief, gedreven vanuit de toekomst, met feiten, data en scenario’s. Een voorbeeld hiervan is Rebuild by Design: een ontwerpprijsvraag

2014: IABR Urban by Nature, curator: Dirk Sijmons. Sijmons: ”Als we de reële en klemmende vraagstukken van de stedelijke planeet van de 21ste eeuw willen aanpakken, hebben we niets aan een moralistische boodschap die erop neerkomt dat wij mensen te ver zijn gegaan, en dat we dus terug moeten. Er is geen weg terug. Welkom in het Antropoceen!” De 6de IABR verkent de relatie tussen stad en natuur. De explosieve verstedelijking heeft de relatie tussen de stad en de wereld ingrijpend veranderd. Daarom is dit volgens de IABR het uitgelezen moment om vanuit de landschapsarchitectuur naar de stad te kijken. Het maken van stad kan niet meer zonder tegelijkertijd na te denken over waterbeheer, voedselproductie en afvalverwerking, de productie en distributie van energie, infrastructuur, warmte-eilanden en datastromen. Visies op de complexe ecologie, die de stad is, zijn noodzakelijk om beter richting te geven aan de aanpassing, groei én krimp van de stedelijke regio’s en metropolen waar spoedig 80% van de mensheid zal wonen. De IABR Urban by Nature presenteert 96 concrete en innovatieve projecten.

uitgeschreven door de Amerikaanse regering 2013-2016: Programma Internationalisering Creatieve Industrie (ministeries OCW en BuZa); een vervolg op DutchDFA.

als reactie op de grote verwoesting die orkaan Sandy in 2012 in verschillende Amerikaanse staten aanrichtte. Henk Ovink (ministerie IenM) ontwikkelde en begeleidde deze prijsvraag die zes uitvoeringsprijzen heeft opgeleverd. Voor Manhattan/New York won een Deens/ Nederlandse combinatie - Bjarke Ingels Group (BIG) met One Architecture - met een ontwerp voor een dijk en stormvloedkeringen: The Big U. The Big U is een U-vormige structuur rond het zuidelijke deel van Manhattan die niet alleen bescherming biedt aan 200.000 inwoners, 21.000 bedrijven en miljoenen toeristen, maar die ook de economische, sociale en ecologische ontwikkeling combineert. CNN riep de prijsvraag Rebuild by Design uit tot een van de meest innovatieve ideeën van 2013. Op dit moment zijn 15 Nederlandse bedrijven en organisaties aan het werk met de uitvoering van de winnende projecten.

© BIG-One Architecture

Towards2050: Developing a Sino-Dutch Approach for Sustainable Urbanization. Op verzoek van het Stimuleringsfonds heeft Ton Venhoeven (VenhoevenCS architecture+urbanism) in 2013 een programma opgezet om de Nederlandse praktijk van geïntegreerde, multidisciplinaire ruimtelijke planning onder de aandacht te brengen in China. Het doel is om oplossingen te ontwikkelen voor grootstedelijke vraagstukken. Jaarlijks wordt er tijdens een periode van twee weken intensief samengewerkt aan een specifieke opgave.


ONTWERPKRACHT ACTIEAGENDA RUIMTELIJK ONTWERP SAMEN WERKEN AAN ONTWERPKRACHT Volgens de actieagenda staat Nederland aan het begin van een nieuw hoofdstuk in de ruimtelijke ontwerptraditie, dichter bij de samenleving met een grotere rol voor burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ontwerpers kunnen laten zien wat er nog niet is en daarvan de fysieke consequenties doordenken: een samenleving met zelf-rijdende auto’s, smart grids of onderwijs zonder scholen. De kracht van het ontwerp komt vooral tot zijn recht in samenspel met goed opdrachtgeverschap; de opdrachtgever moet ruimte geven aan verkenningen, participatie en nieuwe invalshoeken. De agenda wil de ontwerpkracht versterken. Nieuwe initiatieven hierin zijn: het O-team, dat gemeenten, waterschappen en provincies ondersteunt bij het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en de programma’s Ontwerp en Praktijk (bedoeld voor ontwerpers in opleiding om praktijkervaring op te doen) en Opdrachtgeverschap en Ontwerp, gericht op het versterken van publiek opdrachtgeverschap. Atelier Making Projects (de inzet van ontwerpend onderzoek bij IenM) wordt voortgezet onder de naam Atelier X. Tegelijk met de actieagenda is een website gelanceerd om ervaringen te delen. De actieagenda wordt ondertekend door de ministers van OCW en IenM.

2017-2020 © Jeroen Bosch


BOUWEN Veranderd perspectief NIEUW IN DEZE PERIODE IS HET ZOGENAAMDE O-TEAM,

2017: START ATELIER X: een samenvoeging van

DAT GEMEENTEN, PROVINCIES, WATERSCHAPPEN EN

Atelier Making Projects, het Delta Ontwerpplatform en

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES BIJ COMPLEXE RUIMTELIJKE

Atelier Stad. Het atelier streeft naar het vergroten van

OPGAVEN GAAT ONDERSTEUNEN. Zo kunnen wethouders,

de slagkracht en zichtbaarheid van het ontwerpend

gedeputeerden en dijkgraven bij het O-team terecht voor advies

onderzoek bij projecten en programma’s van het

over krimpgebieden, leeglopende binnensteden of lokale opgaven

ministerie van IenM. Voor 2017 zal Atelier X bijdragen

rond klimaat, energie en bereikbaarheid. Ontwerp wordt daarbij

leveren aan het programma Energie en Ruimte, een aantal

ingezet om de belangen en ambities in beeld te brengen. Het O-team

uitvoeringsprojecten van het Deltaprogramma en de

is op 15 december 2015 ingesteld door de minister van IenM als

Living Labs in het kader van de Agenda Stad. Atelier X zal

een onafhankelijk adviesteam dat uitsluitend werkt op uitnodiging

hiervoor gaan samenwerken met het CRa. ”De resultaten

van een lokale en/of regionale overheid. De vragende partij blijft

van Atelier X zijn voorbeelden van de Nederlandse

verantwoordelijk voor de besluitvorming en eventueel vervolg. In het

ontwerpaanpak en daarmee van waarde voor (inter)

O-team zijn de expertises bestuur, ontwerp en opdrachtgeverschap

nationale kennisuitwisseling.”

vertegenwoordigd. De consultaties van het O-team zijn altijd specifiek en gebiedsgericht. Het O-team maakt de lessen en inzichten uit zijn

Een Living Lab is een onderzoeksomgeving waarbij onderzoek en innovatie samengaan op basis van co-creatie en ’participatief ontwerpen’.

2017: Nationale Kustpact: over de waarden en verantwoordelijkheden bij de bescherming en ontwikkeling van de Nederlands kust. Aanleiding: de publieke verontwaardiging die uitbrak nadat het kabinet eind 2015 had besloten om de bouwregels aan de kust te versoepelen. Vanaf 1 juli 2016 zouden gemeenten en provincies zeggenschap krijgen over de bescherming en de ruimtelijke ontwikkeling van het strand en de duinen, één en ander conform de afgesproken decentralisatie in het domein van de ruimtelijke ordening. De natuur- en milieuorganisaties luidden de alarmklok en startten de campagne ‘Bescherm de Kust’. Hun bezorgdheid over de toekomst van dit unieke landschap werd gesteund door meer dan 100.000 Nederlanders. In reactie hierop heeft de Tweede Kamer toegezegd de bestaande regels voorlopig te handhaven en met de andere overheden en de maatschappelijke organisaties een nationaal Kustpact te sluiten.

activiteiten geschikt voor verspreiding. Het O-team speelt daarnaast in op nieuwe ontwikkelingen voor medeoverheden. Deze overheden krijgen met de komst van de Omgevingswet de verantwoordelijkheid

2012: Start afstoot gebouwen die geen Rijkshuisvestingsfunctie meer hebben. Tot 2021: Het Rijk stoot 2,8 miljoen vierkante meter af (= per jaar gemiddeld 1.500 vierkante meter). Dat is 22% van alle rijksvastgoed. Redenen: efficiënter functioneren (het Rijk vermindert zijn eigen taken) en de invoering van flexwerken.

voor de vorming van een omgevingsplan en/of -visie op basis van een participatieve benadering. De aanpak van het O-team

2017: Ingebruikname Rijnstraat 8 Den Haag. Het voormalige ministerie van VROM (Jan Hoogstad, 1992) is verbouwd tot een nieuw rijkskantoor voor verschillende ministeries (BuZa en IenM) en diensten (loketfunctie Immigratie- en naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V).) Rijnstraat 8 is onderdeel van het Masterplan kantoorhuisvesting Den Haag. Opdrachtgever is het ministerie van BZK, Programmadirectie Opdrachtgeverschap Rijkskantoren, DGOO. Het consortium PoortCentraal (BAM, ISS en OMA) is verantwoordelijk voor het ontwerp en de renovatie en ook voor het onderhoud en de exploitatie de komende 25 jaar. In totaal komen er 4400 werkplekken voor meer dan 6000 gebruikers.

ondersteunt andere overheden bij de nieuwe invulling van het publieke opdrachtgeverschap. Een interventie van het O-team leidt ertoe dat de opdrachtgever met een breder en concreter inzicht in opgaven en relevante actoren aan de slag kan en een gerichte vraag kan stellen aan de markt. Het O-team bestaat uit: Joost Schrijnen, Hilde Blank en Geurt van Randeraat.

© PoortCentraal

2019: De Omgevingswet wordt in van kracht. Op 1 juli 2015 is het wetsvoorstel Omgevingswet aangenomen. De Omgevingswet vereenvoudigt de regels voor de samenstelling en beoordeling van ruimtelijke plannen en voegt deze samen. 26 wetten, 4700 artikelen, 120 Algemene Maatregelen van Bestuur en 120 ministeriële regelingen op het gebied van de leefomgeving worden straks gebundeld. Een van de nieuwe instrumenten die de Omgevingswet introduceert is de Omgevingsvisie, deze komt in plaats van de structuurvisie. Rijk, provincie en gemeente zijn verplicht een Omgevingsvisie op te stellen. In een Omgevingsvisie staan de ontwikkelingen en ambities voor een grondgebied. Om de invoering makkelijker te laten verlopen werken gemeenten, provincies en waterschappen sinds 2012 al in de geest van de nieuwe Omgevingswet. In de Nationale Omgevingsvisie staan de belangrijkste plannen voor de inrichting van Nederland op lange termijn. Losse plannen zoals het Milieuplan, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Verkeer en Vervoerplan, het Waterplan en het Natuurbeleidsplan komen te vervallen; ze gaan op in de overkoepelende Nationale Omgevingsvisie.


© PoortCentraal

In de toekomst ziet Nederland er niet zoveel anders uit dan nu, voorspelt Alkemade, maar is het wel anders ingericht.”Dezelfde gebouwen, maar met verschillende indeling en nieuwe gebruikers. Neem alleen al het verkeer. De zelfrijdende auto brengt een ander straatbeeld mee, waarin niemand meer stilstaat, het openbaar vervoer individueel geregeld is met een auto die voorrijdt als je hem nodig hebt. Wat doen we met al die leegstaande parkeergarages? In Utrecht was jaren geleden een poppodium in een lege parkeergarage, dat gaf een fantastisch effect. Of kijk naar de flexplekken in kantoren, dat is het begin van een revolutie. Je wordt als werknemer losgetrokken van je bureau, gedwongen tot een nomadisch bestaan. Want werken kan bijna overal. Dat heeft gevolgen voor de inrichting van gebouwen.” Floris Alkemade, in Trouw, 5 januari 2016.

GOUDEN PIRAMIDE: ”Krachtige en inspirerende voorbeelden dragen bij aan het inzicht dat goed opdrachtgeverschap en de inzet van ontwerp kunnen leiden tot aansprekende resultaten. De Rijksprijs kan de vraag naar de inzet van ontwerp vergroten. Het stimuleert het (vak) debat en de erkenning voor het opdrachtgeverschap bij een breder publiek.” (Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020 - Samen werken aan ontwerpkracht)


STIMULEREN AL In de periode 2017-2020 draagt Architectuur Lokaal, vanuit de Actieagenda, onder meer zorg voor de organisatie en uitvoering van het programma Opdrachtgeverschap en Ontwerp; een programma gericht op (semi)publiek en collectieve vormen van opdrachtgeverschap. Het programma wil een grote en diverse doelgroep van professionals kennis laten maken met de inzet van ontwerp bij omgevingsplanning. ”Het programma speelt in op de behoeften van uiteenlopende doelgroepen en zoekt aansluiting bij de veranderingen in het stelsel van omgevingsplanning. Via dit programma kunnen opdrachtgevers inspiratie opdoen en met (eigen) ontwerpopgaven werken in een multidisciplinaire en praktijkgeoriënteerde setting. Het programma verzorgt maatwerk voor opdrachtgevers zoals bestuurders, projectleiders, ontwikkelaars, kennis- en overheidswerkers in samenwerking met (jonge) ontwerpers. Het programma biedt tevens handreikingen en leergangen op het gebied van ontwerp en opdrachtgeverschap.”

HNI HET NIEUWE INSTITUUT HEEFT DE TAAK OM OP HET TERREIN VAN ARCHITECTUUR, STEDENBOUW, VORMGEVING, MODE EN DIGITALE CULTUUR (INTER)NATIONALE ONTWIKKELINGEN TE SIGNALEREN EN TE STIMULEREN.

Guus Beumer (directeur Het Nieuwe Instituut): ”Opvallend hoe het NAi vanaf de jaren negentig een steeds veranderend licht heeft geworpen op het idee wat architectuur is of kan zijn. Van een architectuur als synoniem voor de signatuur van een auteur tot een architectuur in een steeds complexere verhouding tot actuele, maatschappelijke vraagstukken als mobiliteit. Met de komst van HNI is die alsmaar transformerende notie van wat architectuur kan zijn verder onderzocht, zichtbaar gemaakt en ter discussie gesteld. De vraag is hoe het instituut zelf zich verhoudt tot deze radicale transities? De komende introductie van Het Rijksarchief voor Architectuur en Stedenbouw, het Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur en het Agentschap voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur moet daar een eerste antwoord op gaan bieden.”

SCI Vanuit de Actieagenda 2017-2020 richt het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie zich op twee stimuleringsprogramma’s: Innovatieve Vormen Opdrachtgeverschap en Zorg en Onderwijs. Innovatieve Vormen Opdrachtgeverschap moet bijdragen aan de vernieuwing van het opdrachtgeverschap door lokale en regionale experimenten op dit gebied te ondersteunen. Te denken valt aan oplossingen of onderzoeken op het gebied van energievoorziening, bereikbaarheid of het ontwikkelen van voorzieningen die het opdrachtgeverschap ondersteunen. Het programma is gericht op lokale en regionale overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en (collectieven van) burgers die samen met ontwerpers aan de slag willen met opgaven in de fysieke leefomgeving. Het speelt in op de veranderingen in de rollen en posities van overheden en andere partijen. Op allerlei plekken benutten collectieven van bewoners en professionals de ruimte die de terugtredende overheid biedt en worden nieuwe vormen van stad-maken toegepast. Het programma Zorg en Onderwijs moet vernieuwende ruimtelijke concepten voor opgaven in de zorg- en onderwijssector opleveren. Dit kunnen initiatieven zijn die inspelen op de combinatie van privatisering, decentralisatie

2017: The Architecture of Appropriation. Allerlei vormen van toe-eigening, zoals kraken, spelen een essentiële rol in de ontwikkeling van de stad en de publieke ruimte. The Architecture of Appropriation gaat nader in op thema’s als leegstand, eigendom en meervoudige woonvormen. De aftrap wordt gevormd door een ruimtelijke installatie van ontwerpbureau ZUS [Zones Urbaines Sensibles], in combinatie met een presentatie van historisch materiaal. In het verlengde hiervan wil HNI in het discursieve programma - Thursday Nights - en op basis van regionale projecten reflecteren op het veranderende krachtenveld in de architectuur.

”In een steeds verder commerialiserend medialandschap is kritische en onafhankelijke reflectie meer dan ooit van existentieel belang voor ons vak.” (Marina van den Bergen, hoofdredacteur www.ArchiNed.nl)

en bezuinigingen, maar ook nieuwe zorgarrangementen gericht op een goede onderwijsomgeving in brede zin. Bij de uitvoering worden ook andere creatieve disciplines betrokken zoals interieurarchitectuur, vormgeving en digitale cultuur ter bevordering van een integrale aanpak van zorg- en onderwijsomgevingen. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie schrijft voor beide programma’s onder meer jaarlijkse Open Oproepen uit.

“Het is goed voor de continuïteit als de nieuwe Actieagenda voortborduurt op de behaalde resultaten uit de vorige periode. Er moet onverminderd ingezet worden op maatschappelijke opgaven in zorg, onderwijs en stedenbouw in combinatie met innovatieve vormen van opdrachtgeverschap en/of coalities waarin de ontwerper het voortouw neemt”, stelt Syb Groeneveld, directeur Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. “Ik hoop dat de kracht van ontwerp en de kwaliteiten van een integrale ontwerpbenadering ook in de nieuwe Actieagenda overeind blijven staan. Daarnaast heeft het fonds de ambitie om het internationaliseringspotentieel van de Actieagenda op thema’s als duurzaamheid, stedelijke ontwikkeling, herbestemming, waterbeheer en klimaat de komende periode beter te benutten.”


OPLEIDEN Ontwerp en overheid ONTWERP EN OVERHEID Het

PRAKTIJKGERICHT ONDERWIJS BIJ ACADEMIES VAN

programma Ontwerp en Overheid

BOUWKUNST Introductie programma Ontwerp en

bestaat uit een voortzetting van de

Praktijk, dat studenten in staat stelt praktijkervaring

gelijknamige leerstoel en uit een

op te doen in actuele opgaven van regionale en

onderzoeksnetwerk. Het programma

lokale overheden. De lokale of regionale partij is

richt zich in het bijzonder op de rol

opdrachtgever voor de studenten en betrokken

van ontwerp bij transitievraagstukken

gedurende het hele traject. De organisatie en uitvoering

zoals energietransitie, klimaatadaptatie,

van het programma is in handen van de Academie van

circulaire economie, zorgvoorziening,

Bouwkunst Rotterdam, in samenwerking met de andere

mobiliteit en verstedelijking, op de

Academies van Bouwkunst. Het programma bestaat

verandering van rollen en processen

uit een Lectoraat en een onderwijsmodule aan de zes

en op de vernieuwing van het

Academies van Bouwkunst in Nederland.

omgevingsstelsel. De leerstoel richt zich op concrete praktijksituaties van complexe gebiedsontwikkelingen en verbindt deze met de actuele inzichten van wetenschappelijk onderzoek uit binnen/ en buitenland. Het onderzoeksnetwerk wordt gevormd door de Technische Universiteit Delft, de Technische Universiteit Eindhoven en Wageningen University & Research. Het programma verbindt kennis en wetenschappelijk inzicht en draagt bij aan de uitwisseling tussen praktijk, wetenschap en beleid.

Masterplan TU/e Science Park, mei 2012, ontwerp atelier Bouwkunde.


INTERNATIONALISERING What’s next? Internationalisering is een belangrijk aandachtspunt in de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020. Dit is terug te zien in de activiteiten van de verschillende partners zoals het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Het Nieuwe Instituut, Architectuur Lokaal en de IABR. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie is de komende jaren verantwoordelijk voor de uitvoering van het internationaliseringsprogramma Ontwerpsectoren in opdracht van de ministeries van OCW en BuZa. De thema’s uit dit programma - duurzaamheid, stedelijke ontwikkeling, herbestemming, waterbeheer en klimaat - moeten een concrete bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving. De IABR is verantwoordelijk voor de organisatie en de uitvoering van het programma Projectateliers IABR; ”open leer- en ontwikkelomgevingen waar een complex vraagstuk centraal staat.” De verkenningen die in de ateliers worden gedaan richten zich op de ruimtelijke impact van transities zoals klimaat, duurzaamheid en nieuwe economie ”in relatie tot de veerkracht van mensen en structuren waar het gaat om zaken als gezondheid en sociale inclusiviteit.” De verkenningen worden in samenwerking met lokale en/of regionale overheden opgezet. Zij zijn verantwoordelijk voor de implementatie van de resultaten. Het programma wil aantonen hoe de inzet van ontwerp een crosssectorale aanpak en samenwerking tussen een verscheidenheid aan partijen kan ondersteunen en hoe dit kan leiden tot innovatie op opgaven.