Page 6

06

T e k s t: H u g u e s M a k a b a N t o t o i f o t o : n e i l k r u g

Amper 15 en 18 waren de zusjes Söderberg toen ze met hun debuut ’The Big Black & The Blue’ vriend en vijand verrasten. Dit album was doorweekt met beeldschone folkliedjes die een soort van heimelijke intimiteit opriepen en verbaasden door een volwassen lyrische subtiliteit. Ondertussen zijn we twee jaar verder en hebben de meisjes getourd met hun muzikale helden, Fleet Foxes, en een tweede plaat, ‘The Lion’s Roar’, opgenomen onder het toeziend oog van producer en multiinstrumentalist Mike Mogis, onder meer bekend van Monsters Of Folk en Bright Eyes. Spreken van een tweede, moeilijke plaat doen ze echter niet. “We hebben het onszelf niet onnodig moeilijk gemaakt”, aldus Johanna Söderberg. Het is geen geheim dat Bright Eyes één van de bands is die jullie inspireerde om zelf muziek te gaan maken. Wat voor een gevoel geeft het om samen te werken met mensen waar je al zo lang naar opkijkt? Johanna Söderberg: “We hadden nooit gedacht dat we Mike Mogis zover zouden krijgen om onze plaat te producen. Tegen al onze verwachtingen in ging dat behoorlijk gemakkelijk. Na een optreden van Monsters Of Folk in Stockholm zochten wij hen backstage op en gaven we hen onze eerst cd. We waren beiden ontzettend zenuwachtig, omdat we dachten dat ze er niet naar zouden luisteren. Een jaar later liepen we hen terug tegen het lijf tijdens Austin City Limits, een showcasefestival in Texas, en zeiden ze dat ze plaat goed vonden. Mike wilde de plaat producen.” Klara Söderberg: “Het was een meisjesdroom die werkelijkheid werd. Met Bright Eyes samenwerken, staat al jaren op onze verlanglijst. Dat was mijn ultieme doel toen ik gitaar begon te spelen. Het is dan ook waanzinnig dat het ons gelukt is. We hadden voor geen geld nee kunnen zeggen toen hij aanbood om onze plaat op te nemen. (lacht) Mike maakte het gemakkelijk voor ons. Hij begreep volledig welke richting we wilden uitgaan en wat we precies wilden doen met onze samenzang en teksten. We maakten ons dan ook geen zorgen, omdat we zijn werk altijd al geapprecieerd hebben.”

van elkaar, ongeacht of we omringd zijn door mensen of niet. Die eenzaamheid in het midden van allerlei moderne communicatiemiddelen verontrust ons.” Het tourleven is op dat vlak ook geen lachertje. Johanna: “Per definitie ervaren we dat, maar daar tegenover staat dat we kunnen doen wat we graag doen, namelijk muziek spelen. Dat maakt het de moeite waard, ondanks dat het niet altijd gemakkelijk is. Door erover te schrijven, maken we die eenzaamheid draaglijk.” Toch gaat er een zekere hoopvolheid uit van de plaat. Is dat een gevoel dat jullie ook proberen te evoceren? Klara: “We zien in muziek een soort van therapie die toeverlaat brengt op moeilijke momenten. Iemand horen zingen over hoe verschrikkelijk zijn of haar leven is, geeft een gevoel van geborgenheid en troost, omdat je weet dat iemand anders hetzelfde voelt. Eens dat besef er is, ontstaat een zekere verbondenheid met die muziek. Daaruit kan je kracht en hoop putten.” Verbondenheid was allicht ook wat een geëmotioneerde Patti Smith gevoeld moet hebben toen jullie ‘Dancing Barefoot’ speelden tijdens de Polar Music Award 2011. Johanna: “Dat moment was surreëel. ‘Dancing Barefoot’ spelen, was een vanzelfsprekende keuze voor ons. We kennen het nummer door en door omdat onze ouders haar muziek zo vaak draaiden toen we opgroeiden, maar ook omdat het een liedje is dat voor ons veel betekenis heeft. Patti Smith is een prachtige vrouw waar we al zolang naar opkijken. Dat we haar konden ontroeren door dat nummer te spelen, was inspirerend en schonk ons een nieuw soort zelfvertrouwen. Het gaf ons het gevoel dat we wellicht iets van haar in onszelf meedragen.” De twee platen die jullie op jullie actief hebben, beslaan twee periodes in jullie levens. Toen ’The Big Black & The Blue’ uitkwam waren jullie nog tienermeisjes. Vandaag zijn jullie jongedames. Hoe verliep die overgang van de puberteit naar de volwassenheid? Klara: “Met het ouder worden, zijn onze liedjes ook persoonlijker geworden omdat we op een punt zijn waar we onszelf beter kennen en aanvaard hebben. Het is ook gemakkelijker omdat we meer ervaringen hebben waarover we kunnen schrijven. Toen we nog tieners waren hadden we niet zoveel persoonlijke ervaringen, waardoor we eerder verhalen vertelden die ons op een bepaalde manier raakten. Dat element is er nog altijd, maar wordt nu aangelengd met onze eigen verhalen. Daarnaast is ook ons zelfvertrouwen enorm gegroeid omdat we ondertussen ook al zoveel optredens gedaan hebben. We durven meer dan vroeger.” Het laatste nummer, ‘King Of The World’, heeft met zijn warme, exotische sound alles van een memorabele afsluiter. Hoe kwam die song met Conor Oberst tot stand? Klara: “‘King Of The World’ was het laatste liedje dat we schreven, ongeveer een week voordat we naar Omaha vertrokken. Het was toen nog een onafgewerkt nummer, waar we bovendien nog geen harmonieën voor hadden bedacht. We namen het gewoon op en vertrokken er mee naar de studio. Daar werkten we het nummer volledig uit. Oorspronkelijk ging ik het derde vers ook zingen, maar we spraken met Conor en besloten dat dit nummer ideaal was om samen iets te doen. Het is een lied waar we enorm trots op zijn. Om hem met zoveel overgave te horen op één van onze songs is dan ook een ontzettend mooi compliment.” Terugblikkend op jullie parcours, blijft het verbazingwekkend hoeveel jullie al bereikt hebben als jonge artiesten. Wat willen jullie nog doodgraag doen in de komende jaren? Klara: “Het is inderdaad gek hoeveel dromen we hebben zien uitkomen de afgelopen jaren. Daar zijn we enorm dankbaar voor. Het lijkt alsof alles kan gebeuren.” Johanna: “We hebben beslist nog veel dromen die we koesteren. Zo is The Late Night Show with David Letterman een plek waar we zeker nog willen optreden. Daarnaast zouden we het fantastisch vinden om ooit een plaat op te nemen samen met Jack White. We willen ook nog eens met Fleet Foxes zingen, maar ook met Leonard Cohen of Bob Dylan voordat het te laat is.” (lachend)

We maken eenzaamheid draaglijk

Voor de opname reisden jullie af naar Omaha, Nebraska. Hoe was het om ver van huis een album op te nemen? Johanna: “Onze eerste cd namen we thuis op in mijn kamer met enkel een micro en een computer. Ditmaal zaten we aan de andere kant van de wereld in een gigantische studio met andere muzikanten en alle professionele uitrusting die je je maar kan bedenken. Een wereld van verschil. Ik denk dat we vooral een andere houding innamen. De eerste plaat namen we op toen we tijd hadden, tussen het huiswerk door en tijdens weekends en schoolvakanties.” Klara: “Ditmaal konden we ons een maand lang focussen op het maken van een album. Het was een werkwijze die zijn vruchten afwierp. We konden ons ononderbroken laten meeslepen door de muziek.” Hielp het dat jullie vader meespeelde op de plaat? Klara: “Onze vader speelt met ons sinds dat we onze eerste demo’s opnamen. We waren dan ook blij dat hij meekon gaan. We hadden de keuze om met een bassist uit Omaha te werken die al de liedjes nog moest aanleren of met onze vader die al onze songs al kende. De keuze was snel gemaakt.” (lachend) Hebben jullie ouders een invloed gehad op jullie muzieksmaak? Johanna: “Toen wij jonger waren, luisterden zij vooral naar punk, new wave en bands zoals Velvet Underground, Lou Reed, Patti Smith, T-Rex, Television. Artiesten die we zelf ook geweldig vinden, maar onze eerste muzikale ontdekkingen en voorliefde liggen bij country en folk. Genres waar zij tegenwoordig ook naar luisteren, dus het is eigenlijk andersom. Wij hebben hen eerder beïnvloed.” De titel van de plaat, ‘The Lion’s Roar’, contrasteert met het soort muziek dat jullie maken. Welke betekenis schuilt er achter? Johanna: “We wilden een titel die het uiten van emoties op een betekenisvolle manier kon uitbeelden. Een brullende leeuw uit op zijn manier een bepaalde emotie. Hij stuurt een waarschuwing uit en dat is precies wat dit album is. We waarschuwen onszelf en de wereld voor onze moderne manier van omgaan met elkaar. Namelijk steeds geïsoleerder

on stage 16 februari: [PIAS] Nites @ Tour & Taxis, Brussel (w/ Mogwai, Tom Smith (Editors), Agnes Obel, Daan, Joan As Police Woman…)

First Aid Kit ‘The Lion’s Roar’ Wichita/PIAS

“I’m a goddamn coward but then again, so are you”, jammert Klara Söderberg in ’The Lion’s Roar’, de titeltrack van de tweede langspeler van First Aid Kit. Een met tristesse overgoten bekentenis, die uitdijt in een adembenemende ballade gesterkt door stompende drums en subtiele blazers. Jawel, kleine meisjes worden groot. Onder de vleugels van Mike Mogis (Monsters Of Folk, Bright Eyes) ontluikt een nieuw stukje onaangeroerd potentieel van het Zweedse folk-duo, dat ditmaal kon rekenen op de steun van een volledige band voor de opnames van de plaat. Dat het intieme minimalisme van ’The Big Black & The Blue’ ditmaal plaats moet maken voor een grotere variëteit aan klanken is dan ook een prima compromis want songs zoals ‘Emmylou’, waarin de meisjes hun muzikale helden bezingen, of het dansbare ‘King Of The World’ moeten het hebben van hun lijvigheid. Niets te vrezen dus, First Aid Kit is nog steeds dat tweetal dat met ontwapenende tederheid harten verovert. (hmn)

RifRaf januari 2012  

Interviews with THE HICKEY UNDERWORLD, ANSATZ DER MASCHINE, BED RUGS, FIRST AID KIT, HICKEY UNDERWORLD, KAPITAN KORSAKOV, LITTLE TROUBLE KID...

Advertisement