Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Europa en de vluchtelingencrisis GUY VERHOFSTADT EN SYLVAIN PEETERS

Ziek zijn in het pretpark IN GESPREK MET DIRK DE WACHTER

ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT MAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 47 › NR.7 › SEPTEMBER 2015


INHOUD

VAN DE REDACTIE Humanisme als maatschappelijk project

3

PLAKKAAT Grenzen aan het vrije woord De asociale keerzijde van de sociale media

4

ACTUA Europa en de vluchtelingencrisis Eén jaar CAVA. Proost!

6 10

BAANBREKER Meester als slaaf

12

MILLENNIUM 2015 De dood van een kind is een tragedie ... maar niet onvermijdelijk

16

VRAAGSTUK Dirk De Wachter. Ziek zijn in het pretpark

18

FILOSOOF OVER FILOSOOF Michel Foucault

24

POËSTILLE De kunst van het weglaten Roland Jooris beeldhouwt gedichten

26

COLUMN Hilarisch

27

CULTUUR Paul Van Gysegem Het Betere Boek Een dag vol literaire hoogstandjes in Gent

2  >  september 2015

28 32

BOEKENREVUE Hier staan we voor! Levensbeschouwingen over cruciale ethisch-maatschappelijke thema’s Berlijn Alexanderplatz Liefde. Een onmogelijk verlangen?

36 38 39

CODA EF & AF over logica

40

NIEUWSBRIEF

41

COLOFON

47

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

Humanisme als maatschappelijk project In de vier maanden die verstreken tussen het verschijnen van de vorige Geus (mei 2015) en dit nummer, gebeurde er meer dan genoeg om ettelijke opiniestukken mee vol te pennen. De Griekse crisis en haar afwikkeling, en dan vooral de ronduit wraakzuchtige maatregelen die de troika (IMF, Europese Centrale Bank en de Europese Commissie) oplegde aan het noodlijdende land hebben tenminste het twijfelachtige voordeel van de duidelijkheid. Nu kan niemand nog twijfelen aan de werkelijke belangen die door dergelijke molochs worden verdedigd: het zijn alleszins niet die van mensen zoals u en ik. Daarnaast is er de vluchtelingencrisis. Dobberende en kapseizende bootjes vol lijden aan de ene kant, wanhopige pogingen om via onderstellen van vrachtwagens en vliegtuigen Engeland binnen te geraken aan de andere kant. Europa moet zijn hoofd in schaamte buigen, zo meent zelfs Guy Verhofstadt, maar doet dat niet. De Europese Unie zou dit probleem kunnen oplossen, dixit Verhofstadt in zijn tekst die u in onze Actua-rubriek kunt terugvinden, mits het zich maar als één Unie zou gaan gedragen. Maar als er zelfs nog geen sprake is van financiële solidariteit tussen de lidstaten, zoals tijdens de onderhandelingen met Griekenland duidelijk werd, wat zou er dan hoop zijn voor een solidaire en humane oplossing voor deze problematiek? Ach ja, hoop. Hoop is voor christenen, zei een goede vriend van me altijd. Nu we toch over solidariteit bezig zijn: wat te denken van het rechtse beleid van onze eigen regering? Een tax-shift die grote vermogens ongemoeid laat en het geld gaat halen bij modale gezinnen en kwetsbare uitkeringsgerechtigden was het meest recente staaltje asociale politiek. Over al deze thema’s zijn er intussen al liters inkt gevloeid, dus het heeft geen nut dat hier nog eens te herhalen. Wel om er een opmerking aan toe te voegen. We moeten zuinig zijn met grote woorden, maar in elk van deze drie voorbeelden van beleidsvoering (of juist het gebrek daaraan), zijn de termen inhumaan en zelfs antihumanistisch wel op hun plaats.

DEGEUS

Zoals Sylvain Peeters, voorzitter van deMens.nu, in zijn reactie op de vluchtelingencrisis schreef (die u ook in deze Geus kunt lezen): ‘het vrijzinnig humanisme hecht grote waarde aan mensenrechten, solidariteit, gelijke kansen en vrijheid. Het is onze morele plicht elke mens die zoekt naar een menswaardig bestaan de kans te bieden deze te vinden.’ We kunnen dat gerust extrapoleren naar de andere gevallen: waar was de solidariteit met de Grieken toen men besliste om hen recepten op te leggen die hun ondeugdelijkheid al meermaals bewezen hebben? Die voor velen onder hen een menswaardig bestaan onmogelijk maken? Die zelfs kansen om er terug bovenop te geraken in de kiem smoren? Hoe moet de tax-shift ervoor zorgen dat de zwakkeren in de samenleving gelijke kansen krijgen op een menswaardig bestaan? Een bestaan waarin ze hun menselijke vermogens optimaal tot bloei kunnen laten komen? Het lijkt me dus allerminst overdreven om deze drie voorbeelden staaltjes van antihumanisme te noemen. Daar openbaart zich meteen een dimensie van het vrij­ zinnig humanisme die al te vaak door haar criticasters over het hoofd wordt gezien: het is veel meer dan een strijd tegen klerikalisme, meer dan een met zingeving gepreoccupeerde hobby voor welvarende, grijzende blanke mannen. Het is ook een maatschappelijk project. Een van de beste definities van seculier humanisme komt van de hand van Isaac Asimov: ‘Humanists recognize that it is only when people feel free to think for themselves, using reason as their guide, that they are best capable of developing values that succeed in satisfying human needs and serving human interests.’ Wel, voordat mensen voor zichzelf kunnen gaan denken zijn er in de eerste plaats materiële basisvoorwaarden en een minimum aan waardigheid nodig. Als humanisme de overtuiging is dat mensen in principe het vermogen hebben om hun bestaan in vrijheid vorm te geven en zo tot bloei te komen, moeten we ook strijden voor de basisvoorwaarden die aan dat vermogen en aan die bloei ten grondslag liggen. Thomas Lemmens

september 2015  >  3


PLAKKAAT

DE ASOCIALE KEERZIJDE VAN SOCIALE MEDIA

Grenzen aan het vrije woord? Sociale media verbinden. Ze brengen mensen samen op een manier die we nooit tevoren zagen. Ze creëren samenhorigheid en zo nu en dan scharen hele communities zich achter eenzelfde altruïstisch doel. Hartverwarmend én sociaal. Zoals deze media beloven te zijn. Maar geregeld laten sociale media zich van hun minst sociale kant zien. Net zo gemakkelijk als ze verbinden kunnen ze ook tweedracht en vijandigheid zaaien. In een mum van tijd kan de sociale bewogen­ heid en samenhorigheid plaats maken voor zwartmakerij en beschimping. Sociale media worden hoe langer hoe vaker ingezet als de nieuwe schandpaal, waarbij het publiek er niet voor terugdeinst om anderen openlijk te beledigen of te vernederen. Wie dan in het oog van de (a)sociale mediastorm komt te staan wordt niet zelden digitaal gelyncht, zonder mededogen. Het overkwam recentelijk ook de Brusselse VUB-professor Willem Elias toen hij, na de dood van zijn vriend Steve Stevaert, als vrouwonvriendelijk gepercipieerde uitspraken deed op zijn ‘besloten’ Facebookpagina. Zonder een oordeel te willen vellen over de inhoud van Elias’ uitspraken levert het voorval een interessante casus op over de betekenis en de grenzen aan de vrije meningsuiting. En laat dat laatstgenoemde nu net een debat over de grenzen ervan mogelijk maken. Want zonder vrijheid van mening zouden ook de kritische, beschouwende opinies à charge en à decharge van Elias niet vrij kunnen gedijen. De begrenzing van de vrije mening is sterk afhankelijk van de waarden die men ten grondslag ziet liggen aan de democratische rechtsstaat. Je kan zeggen wat je wil, uiteraard begrensd door het verbod op laster en eerroof en, sterker nog, het aanzetten tot haat. Het spreekt voor zich dat deze grens subjectief en willekeurig is en niet in abstracto te trekken valt. Wat voor de ene vrije meningsuiting is, is voor de andere beledigend. Denk daarbij aan de talrijke recente voorbeelden van godslastering.

4  >  september 2015

Vrijheid van meningsuiting houdt ook het uiten van onpopulaire, kwetsende meningen in of het spuien van kritiek. Dat betekent uiteraard dat anderen op hun beurt, onder diezelfde voorwaarden vrij zijn om op die mening te reageren – hoe onbeschaafd dat ook moge

Vrijheid van meningsuiting houdt ook het uiten van onpopulaire, kwetsende meningen in of het spuien van kritiek zijn. De vrije meningsuiting geldt met andere woorden voor de boodschapper, maar ook voor de ontvanger van die boodschap. Rond controversiële issues of in een sterk geëmotioneerde toestand reageren beide partijen vanuit hun eigen leefwereld of sentiment, wat voor de

inhoudelijke kwaliteit van het debat misschien niet altijd even waardevol of wenselijk lijkt. Hoe controversiëler het thema, hoe groter ook de nood aan dit debat. Maar ook al keuren we de toon waarop het debat gevoerd wordt niet goed, dat maakt de boodschap niet minder vrij. Onbegrensde meningen zijn vitaal voor het vrije debat, ongeacht of de algemene teneur van dat debat ons bevalt. Want wie bepaalt welke toon de juiste is? En wat beschouwen we als moreel verwerpelijk of net als fatsoenlijk? Want ook dat is subjectief. Individuele gelijkheid veronderstelt dat eenieder zijn mening of opvatting kan ventileren, ook wanneer de meerderheid dit aanstootgevend vindt. Vrije meningsuiting impliceert net dat we woorden, hoe weerzinwekkend ook, niet verbieden omdat ze anderen misvallen. De ware invulling van vrije meningsuiting ligt net in de mate

DEGEUS


PLAKKAAT

© Wikimedia

nigheid van de persoon. Afhankelijk van de functie, verantwoordelijkheid of professionele waardigheid kunnen bepaalde uitspraken van iemand in een bepaalde context minder of niet worden getolereerd. Zelfs in die mate dat hun eigen uitspraken zich tegen hen kunnen keren.

We evolueren naar een samenleving die sanctioneert met twee snelheden: het op herstel gerichte strafrecht versus rancuneuze volksjustitie. Sociale media hebben dit proces nog versneld.

waarin we als samenleving ruimte geven aan onwelgevallige tegenspraak. En als samenleving zijn we hierin behoorlijk tolerant. Veroordelingen wegens een inbreuk op de vrije meningsuiting zijn in ons land eerder schaars. Het strafrecht stelt zich beduidend terughoudend op wanneer het erop aankomt een mening – die per definitie vrij hoort te zijn – te bestraffen. De grens wordt bepaald door het strafrechtelijk verbod op laster en eerroof en het aanzetten tot haat, maar ook dit is een uiterst delicate afweging, geval per geval. Naast deze erg ruime strafrechtelijke grens aan de vrije meningsuiting stelt zich de maatschappelijke grens. En wat blijkt? De burger is minder terughoudend in haar ‘afstraffing’ wanneer het een afwijkende mening betreft. Virtuele schandpalen en digitale lynchpartijen hebben het onpartijdig rechterlijk oordeel vervangen en het leed voor de betrokkene is niet zelden aanzienlijk. Want wie garandeert de rechten van verdediging als het publiek zich rechter waant? We evolueren naar een samenleving die sanctioneert met twee snelheden: het op herstel gerichte strafrecht ver-

DEGEUS

sus rancuneuze volksjustitie. Sociale media hebben dit proces nog versneld. Het gebrek aan concrete, zichtbare gesprekspartners doet een online woordenstrijd al snel ontaarden in een partijtje moddergooien. Sociale media dragen in se in zich om polariserend te werken. Van de impact van onze woorden zijn we ons nog amper bewust. De beloofde zelfregulering en zelfdisciplinering zijn uitgebleven. Eerder dan zichzelf een regulering en discipline op te leggen lijkt de gebruiker zich ongereguleerd en ongedisciplineerd uit te laten over de ranzigheid van een ander, en vaak al even vrijpostig als de bekritiseerde boodschapper. Of deze vrije tegenspraak zelf de toets met laster en eerroof zal doorstaan, is op haar beurt vaak voer voor discussie. En zo riskeren de reacties op een boodschap soms tot meer controverse aanleiding te geven dan de gewraakte boodschap zelf. Het mag dan verwerpelijk zijn wat is gezegd of geschreven, alles hangt af van de omstandigheden van het geval: wat is er gezegd, hoe is het gezegd, in welke context, maar vooral, door wie? Een gerechtvaardigde beperking van de vrije meningsuiting kan zich namelijk stellen naargelang de hoeda-

Keren we even terug naar het geval van Elias, dan was hem als decaan van de faculteit psychologie en educatiewetenschappen een bepaalde maatschappelijke positie toegekend, die zijn uitspraken over vrouwen in een ander daglicht plaatsten. Vanwege de impact die woorden kunnen hebben op de samenleving, mag iemand met bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn uitingsvrijheid niet misbruiken door uitspraken te doen die denigrerend of vrouwonvriendelijk kunnen overkomen.

Onbegrensde meningen zijn vitaal voor het vrije debat, ongeacht of de algemene teneur van dat debat ons bevalt Of het ontslag van Elias in dit licht te rechtvaardigen valt, wil ik in het midden laten. Wat hier vooral belangrijk is, is dat het ontslag een rechtstreeks gevolg is van wat – vrijelijk – is gezegd. Niet omdat dit door de meerderheid van de publieke opinie werd gevraagd, maar omdat Elias zelf, en zijn professioneel overste, wellicht aanvoelden dat zijn uitspraken – maar mogelijks ook de schadelijke mediahetze – niet te verzoenen vielen met zijn professionele rol en de academische waarden van de universiteit die hem tewerk stelde. Het moge een opluchting zijn voor onze rechtsstaat dat eigen verantwoordelijkheidsgevoel nog steeds primeert boven vijandige volksberechting. Al is het laatste vrije woord hierover nog lang niet gezegd. En zo hoort het ook! Caroline De Geest Juriste en beleidsmedewerkster Liga voor Mensenrechten

september 2015  >  5


ACTUA

© Thomas Koch – Shutterstock

Europa en de vluchtelingencrisis Als humanisten zijn wij aangedaan door het onmenselijke lot van de bootvluchtelingen op de Middellandse Zee. De beelden van dobberende lijken, waaronder ook kinderen, blijven op het netvlies hangen. Vluchtelingen verlaten hebben en houden voor een betere toekomst in Europa. Als ze de gevaarlijke overtocht overleven, stuiten ze echter op een muur. Aan de andere kant, in Calais, al even triestige beelden van vluchtelingen die zich vastklampen op het dak of aan het onderstel van een vrachtwagen, in wanhopige pogingen om Groot-Brittanië te bereiken, waar hen een dubieus leven in de schaduw van de maatschappij wacht. De Geus stelde zich de vraag hoe een humanistische aanpak van de vluchtelingencrisis er zou kunnen uitzien. Aan het woord komen Guy Verhofstadt, fractie­leider van de Liberalen en Democraten in het Europees Parlement, en Sylvain Peeters, voorzitter van deMens.nu.

6  >  september 2015

DEGEUS


ACTUA

Europa moet zijn hoofd in schaamte buigen EUROPA MOET HET VLUCHTELINGENPROBLEEM AANPAKKEN DOOR ZICH ALS ÉÉN UNIE TE GAAN GEDRAGEN WETTELIJK KADER

Eind april verdronken meer dan duizend mensen in de Middellandse Zee. De week nadien werden nog eens 300 vluchtelingen ternauwernood gered uit een zinkend schip. Volgens het persagentschap AP kwam echter voor een twintigtal alle hulp te laat. Allemaal waren ze op de vlucht voor honger, oorlog en geweld. Ze probeerden Europese bodem te bereiken, omdat het voor hen de enige manier is om asiel aan te vragen.

De tweede pijler van een Europees migratiebeleid moet een wettelijk kader zijn voor diegenen die bereid en in staat zijn een bijdrage te leveren

Elke keer als we zeggen dat we de verloren levens betreuren, zijn we huichelaars omdat we weten dat het binnenkort opnieuw zal gebeuren tenzij we ons als één Unie gaan gedragen

We spreken en schrijven erover alsof het een onvermijdelijke realiteit is, terwijl we er wel degelijk iets aan kunnen veranderen.

aan onze economie en samenleving. Daarom hebben we een Europees equivalent van de Amerikaanse green cards nodig of van economische migratieschema’s zoals in Australië

Allereerst moeten asielzoekers een verzoek kunnen indienen bij Europese ambassades wereldwijd. Dat neemt meteen de noodzaak weg voor vluchtelingen om mensenhandelaars in de arm te nemen; bendes die niet de minste morele schroom hebben om mensen te laten sterven op hun weg naar Europa. Het stelt ons ook in staat sneller en correcter te beoordelen wie echt nood heeft aan opvang en bescherming en wie niet.

DEGEUS

Ten derde moet Europa meer doen om ‘veilige zones’ te creëren in de buurt van conflictgebieden. Vandaag krijgen vluchtelingen onderdak in onveilige, ongezonde en onmenselijke omstandigheden. Syrische families in Turkije, Libanon en elders lijden honger en kou. Kinderen lopen jaar na jaar onderwijs mis. Zo creëren we niet alleen de perfecte voedings­ bodem voor oncontroleerbare migratie, maar eveneens voor allerlei vormen van radicalisering. Dit is moreel

© Norbert Van Yperzeele

Europese leiders putten zich uit in het betuigen van medeleven, maar ze bogen het hoofd niet in schaamte. Terwijl we juist dat met z’n allen zouden moeten doen. Want dit was niet de ergste, noch de laatste keer dat mensen verdronken en aanspoelden op onze kusten. 2014 was een triest recordjaar toen 3.419 zielen verdronken op ‘de dodelijkste overweg ter wereld’. We spreken en schrijven erover alsof het een onvermijdelijke realiteit is, terwijl we er wel degelijk iets aan kunnen veranderen door een gemeenschappelijk Europees asiel- en migratiebeleid op poten te zetten.

en Canada, waar de behoeften van de arbeidsmarkt worden gematched met het aanbod van talent in de rest van de wereld. Samen met landen als China en Japan is Europa het continent dat het snelst vergrijst, dus langer wachten kunnen we ons niet veroorloven.

september 2015  >  7


ACTUA

onaanvaardbaar. Het is inefficiënt. Het is politiek kortzichtig en uiterst onverantwoord.

WE HEBBEN GENOEG WOORDEN GEHAD. HET IS NU TIJD VOOR ACTIE Europa moet wakker worden en beseffen dat het zijn voordeur niet kan sluiten voor de problemen in de rest van de wereld. We moeten ons actief inzetten in conflictgebieden: niet door boots on the ground te hebben maar door met één stem te spreken in onze diplomatie en door één lijn te trekken wat betreft ontwikkelingssamenwerking en conflictbeheersing. Het enige wat Europa momenteel doet, is het uitsturen van een paar boten en helikopters die niet eens het mandaat hebben om reddingen op zee uit te voeren. Dit blijft immers een nationale bevoegdheid. Als landen zoals Italië besluiten hun operaties op zee op te schorten, verdrinken er mensen. Elke keer als we zeggen dat we de verloren

Europa moet wakker worden en beseffen dat het zijn voordeur niet kan sluiten voor de problemen in de rest van de wereld levens betreuren, zijn we huichelaars omdat we weten dat het binnenkort opnieuw zal gebeuren tenzij we ons als één Unie gaan gedragen. Elk jaar rond deze tijd, wanneer vluchtelingen onze grenzen proberen te bereiken, start het seizoen van de parlementaire resoluties en de verklaringen van Europese leiders over deze menselijke tragedie. We hebben genoeg woorden gehad. Het is nu tijd voor actie. Guy Verhofstadt

Guy Verhofstadt verspreidde dit communiqué in april, na de vluchtelingen­ tragedie voor de kust van Libië.

8  >  september 2015

Bestrijd de ongelijkheid, niet de vluchteling Mensen wagen in haast steeds erbarmelijke omstandigheden de oversteek naar Europa, waar ze hopen op een betere toekomst. Veel te veel migranten bekopen die oversteek met hun leven. Wereldwijd zwelt de kritiek aan op hoe Fort Europa kil toekijkt vanop de kade en zich afvraagt hoe het dit ‘fenomeen’ ‘bestrijden’ kan. Maar nog steeds blijven de grenzen gesloten. Hoeveel migranten moeten er nog omkomen? Iedereen heeft een fundamenteel recht op een goed leven. We hebben de basisvoorwaarden hiervoor verwoord in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. We moeten de vluchtelingen dus helpen, maar hoe? Zorgen we ervoor dat ze de oversteek niet meer kunnen wagen door muren te bouwen op hun continent? Vangen we hen op als ze (bijna) aanmeren om ze dan via de kafkaiaanse administratieve weg uit te wijzen? Bestrijden we mensensmokkel en -handel, zonder de nood tot migreren te erkennen? Allemaal halfslachtige oplossingen, doekjes voor het bloeden. Ze gaan immers voorbij aan de kern van de zaak: de redenen die deze migranten hebben aangezet tot het ontvluchten van hun land.

Onze grenzen streng bewaken en mensen­smokkel bestraffen is symptoom­ bestrijding, het zijn halfslachtige oplossingen, doekjes voor het bloeden. Ze gaan immers voorbij aan de kern van de zaak: de redenen die deze migranten hebben aangezet tot het ontvluchten van hun land

PAK HET PROBLEEM AAN, NIET HET SYMPTOOM Onze grenzen streng bewaken en mensensmokkel bestraffen is symptoom­bestrijding, het echte probleem blijft dan echter ongemoeid. Men vlucht immers voor iets. Voor

Het Westen mag niet langer hypocriet toekijken. We hebben immers een politiek en economisch aandeel in het leed van de vluchteling oorlog, discriminatie, vervolging, armoede … Complexe oorzaken die een weerspiegeling zijn van wat er op sociaal, economisch, politiek en eco­ logisch vlak misloopt in de wereld. Het Westen mag niet langer hypocriet toekijken. We hebben immers een politiek en economisch aandeel in het leed van de vluchteling: zo ontginnen we er grondstoffen, zonder rekening te houden met de lokale bevolking en de leefomgeving en we verrijken ons ten koste van hen. We houden ons ver weg van de lokale conflicten omdat we daar geen economisch belang bij hebben. Zien we er wel een voordeel in,

DEGEUS


ACTUA Het vrijzinnig humanisme hecht grote waarde aan de mensenrechten, solidariteit, gelijke kansen en vrijheid. Ook het recht om zich vrij te mogen bewegen van en naar ons Europa dan gaan we ons net te sterk moeien zonder rekening te houden met de lokale politieke en sociale evenwichten, waardoor we soms bewust het land ontwrichten. Op paternalistische wijze eist het Westen dat zij hun maatschappij op dezelfde manier organiseren, zonder te beseffen dat hun structuren voor hen kunnen werken en zonder de eigen neoliberale democratie in vraag te stellen.

LEER HEN VISSEN Als we deze migranten echt willen helpen, moeten we ervoor zorgen dat zij geen reden meer hebben om te vluchten. Onze internationale politiek moet gericht zijn op degelijke, ethische en duurzame ontwikkelingssamenwerking. En dan bedoel ik niet louter financiële hulp. Neen, ik heb het over echte ontwikkelingssamenwerking waarbij we de mensen emanciperen en hen in staat stellen hun eigen maatschappij en economie op te bouwen en te beheren. Zoals een oud Chinees spreekwoord zegt: ‘Geef een man een vis en hij eet voor een dag, leer een man vissen en hij eet levenslang’. We moeten de lokale bevolking de middelen en kennis geven om voor zichzelf een betere toekomst te verkrijgen.

Het vrijzinnig humanisme hecht grote waarde aan de mensenrechten, solidariteit, gelijke kansen en vrijheid. Ook het recht om zich vrij te mogen bewegen van en naar ons Europa. We kunnen niet langer blind zijn voor de fundamentele problemen in de ontwikkelende landen. Problemen waarvan we zelf misschien wel de oorzaak zijn. Het is onze morele plicht om elke mens die zoekt naar een menswaardig bestaan de kans te bieden deze te vinden. Sylvain Peeters voorzitter deMens.nu

Dit opiniestuk werd geschreven voor De Schakel, het ledenblad voor de vrijzinnige gemeenschap in de regio Mechelen, en ver­ scheen eerder op de website van deMens.nu.

© AFP/BelgaImage

DEGEUS

september 2015  >  9


ACTUA

Eén jaar CAVA PROOST!

© CAVA

Al gehoord van CAVA? We bedoelen niet de drank, maar wel het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, dat in mei 2014 officieel van start ging. CAVA heeft als doel de archieven en het erfgoed van de vrijzinnig humanistische gemeenschap en van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) te verzamelen, te bewaren en bekend te maken bij een breed publiek.

In de leeszaal op de campus Oefenplein van de VUB kan je de collecties van CAVA raadplegen.

In Vlaanderen en Brussel heeft CAVA een unieke positie, hoewel het samen­ werkt met diverse andere archief­ instellingen. De archieven en het erfgoed van de vrijzinnigheid zijn op dit moment sterk verspreid en bevinden zich bij de vele organisaties of bij mensen thuis. Het toenemend aantal vragen van vrijzinnigen en vrijzinnige organisaties geeft duidelijk aan dat CAVA beantwoordt aan een reële nood. Zo werden vorig jaar maar liefst 125 meter en meer dan 43.000 digitale

10  >  september 2015

foto’s overgedragen door vrijzinnige organisaties (onder andere door HVV, UVV, en HUJO). Ook enkele personen, zoals Marianne Marchand en Olivier Bals, schonken archief. CAVA’s aanvraag voor het kwaliteits­ label als erkende collectiebeherende cultureel-erfgoedinstelling werd door de vorige Vlaamse Minister van Cultuur positief beoordeeld. De archieven en het erfgoed worden er dus professioneel bewaard en beheerd.

CAVA doet echter meer dan enkel archief en erfgoed verzamelen en bewaren. Aan de geschiedenis van de vrijzinnigheid is in Vlaanderen nog maar weinig aandacht besteed. Via onderzoek, studiedagen, tentoonstellingen, enzovoorts maakt CAVA het materiële en immateriële erfgoed van de vrijzinnigheid bekend bij het grote publiek. In het kader van het project Een vrijzinnig-humanistisch cultureel erfgoed­forum voor Vlaanderen werkte CAVA vorig jaar rond het mondeling erfgoed van de vrijzinnig humanistische gemeenschap. De reeks van verhalenavonden door heel Vlaanderen hield ook halt in Ronse op 25 juni 2013. In VC De Branderij getuigden Etienne Bourgeus, Nico Dendoncker, Isabelle Raevens, Eddy Vandewalle en Walter Kerckhove over hun engagement als vrijzinnig humanist en wat dit heeft betekend in hun leven. De verhalenavonden leveren een schat aan informatie op die niet direct te vinden is in geschreven bronnen. Ze vormen belangrijke getuigenissen over de doorbraak van het vrijzinnig humanistisch gedachtegoed in Vlaanderen. Meer informatie over de verhalenavonden vind je terug op de website. De verhalenavonden zijn daar ook te beluisteren. De studiedag over ‘omgaan met mondelinge bronnen’ begin december sloot aan op het project en trok geïnteresseerden uit zowel de archiefen erfgoedsector als de vrijzinnige wereld. Aanvullend op de verhalenavonden nam CAVA interviews af van vrijzinnige boegbeelden, zoals Karel Poma, Sonja Eggerickx, Hugo Dufour en Luc Devuyst. Je kan ze op de website lezen of beluisteren.

DEGEUS


ACTUA

Voor Erfgoeddag (26 april 2015) stelde CAVA dit jaar een tentoonstelling samen over humanistische thema’s van vroeger en nu: De humanistisch humoristische erfenis sinds de jaren ’60. De tentoonstelling bestaat uit een tachtigtal sterke, leuke cartoons en afbeeldingen van vrijzinnig humanistische tekenaars en VUB-studenten, geselecteerd uit vrijzinnige tijdschriften en studentenpublicaties. Deze tentoonstelling kan uitgeleend worden door vrijzinnige organisaties. Wil je meer informatie over de tentoonstelling en de uitleenmodaliteiten, neem dan gerust contact op. Het goede beheer van archieven en erfgoed begint aan de bron, bij de personen en instellingen die het archief vormen. Recent ging de vorming ‘archiefbeheer’ voor de huizenvandeMens en het Federaal Secretariaat van deMens.nu van start. In een lessenreeks leren medewerkers hoe om te gaan met archieven (klasseren, selecteren, bewaren). Zowel het papieren archief als het zogenaamde digitale archief (dat zich op de computers, usb-sticks, … bevindt) komen hierbij aan bod. CAVA wil ook het onderzoek naar de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in al zijn facetten stimuleren. De toegang tot de archieven moet laagdrempelig zijn zodat zowel een amateur in het kader van een persoonlijke zoektocht of een professionele onderzoeker in het kader van een wetenschappelijk onderzoek de archieven kan raadplegen. Daarom staat de data­ base online en kan je via de website opzoeken welke documenten CAVA heeft. Daarnaast maakt CAVA samen met zijn partners (Liberaal Archief, Universiteitsarchief Gent, AMSABISG, ADNV en KADOC-KULeuven) een erfgoedgids en een onderzoeks­

DEGEUS

agenda, om de bronnen van de geschiedenis van de vrijzinnigheid bloot te leggen. In het najaar staan onder andere op het programma: een workshop in het kader van Erfgoeddag over hoe je een

tentoonstelling maakt over de geschiedenis van vrijzinnige plechtigheden en feesten; een lezing over de geschiedenis van de euthanasie; over de geschiedenis van het Vrij Onderzoek. Sofie Vanobbergen

WORKSHOP VALORISATIE

Wat kan je doen met je erfgoed? Aan de slag voor Erfgoeddag! WAT? Erfgoeddag is een jaarlijks evenement dat het grote publiek laat kennismaken met roerend en immaterieel erfgoed: gewoontes, gebruiken, voorwerpen, verhalen en technieken. Erfgoeddag vindt de eerste zondag na de paasvakantie plaats en is gratis. De laatste editie trok in totaal zo’n 200.000 bezoekers in Brussel en Vlaanderen. Erfgoeddag 2016 staat in het thema van ‘rituelen’. Het ideale onderwerp om als vrijzinnige organisatie de geschiedenis van de Lentefeesten en de Feesten Vrijzinnige Jeugd in jouw buurt of regio in de kijker te zetten. Wil jij met je vrijzinnige organisatie aan de slag met je erfgoed maar weet je niet hoe eraan te beginnen? Schrijf je dan in voor onze workshop! Samen met een medewerker van Erfgoeddag maakt CAVA je wegwijs in de organisatie van Erfgoeddag en geeft je tips en uitleg over het verzamelen en tentoonstellen van materiaal. VOOR WIE? Leden en medewerkers van vrijzinnige organisaties in Vlaanderen en Brussel. INSCHRIJVEN? Inschrijven verplicht. Via info@cavavub.be met vermelding van voornaam, naam en organisatie. WANNEER? Zaterdag 5 september 2015, 10:00-13:30. WAAR? VUB-Campus Etterbeek. INFORMATIE? Meer informatie volgt op www.cavavub.be. Je kan ons ook volgen op Facebook.

september 2015  >  11


BAANBREKER

Meester als slaaf Computers, machines en robots maken ons leven makkelijker en nemen zelfs meer en meer werk van ons over. En die evolutie lijkt zich nog te versnellen nu ook de ontwikkeling van Artificiële Intelligentie (AI) de kinderschoenen aan het ontgroeien is. Vooraanstaande technologie-experts en wetenschappers als Elon Musk, Bill Gates en Stephen Hawking uitten in december 2014 al hun bezorgdheid over de verdere ontwikkeling van AI, en onlangs onder­ tekenden ze samen met een rits andere wetenschappers, waaronder Noam Chomsky, een open brief tegen de ontwikkeling van met AI uitgeruste, autonome wapens. Maar ook onze dag­ dagelijkse, toe­nemende afhankelijkheid van computers, software en automatisering dwingt tot nadenken. Hoe ver willen we hierin gaan en zorgen deze ontwikkelingen echt voor een beter leven? Gie van den Berghe reflecteert over deze vragen naar aanleiding van De glazen kooi, een interessant boek van Nicholas Carr over wat automatisering met ons doet. Eind vorig jaar botsten in de omgeving van Brussel twee treinen op elkaar die allebei waren voorzien van een uitgekiend automatisch remsysteem dat botsingen onmogelijk moest maken. Onderzoekers stonden voor een raadsel, tot ze inzagen dat bladeren op de rails het onheil hadden veroorzaakt. Automatisering en software zijn mensenwerk en bijgevolg feilbaar. Ook de geavanceerdste technologie, stelt Nicholas Carr (1959) in De glazen kooi, zal het vroeg of laat laten afweten, door een samenloop van omstandigheden op iets stuiten wat de ontwerpers niet hadden voorzien (herfstbladeren), of hun algoritmes niet aankunnen (een vlucht ganzen die een vliegtuiglanding doorkruist). Carr, een gerenommeerd Amerikaans journalist, schrijft boeiende boeken over technologie en cultuur, zoals het succesrijke Het ondiepe, dat onderzoekt wat internet doet met ons brein. Ook De glazen kooi is een echte aanrader. Daarin belicht Carr veel sociale en persoonlijke gevolgen van onze toenemende afhankelijkheid van computers. De titel verwijst naar de cockpit van moderne vliegtuigen die niet langer door piloten worden bestuurd,

12  >  september 2015

op een paar minuten bij het opstijgen en landen na. Zelfs geen automatische piloot meer, het tuig vliegt ‘vanzelf’. De mens wordt stukje bij beetje ook in andere, ooit hooggeschatte beroepen uitgeschakeld. Medici laten zich bij diagnose en remedie steeds meer leiden door computerprogramma’s die ook rekening houden met de belangen van farmaceutische firma’s en verzekeringsmaatschappijen.

Automatisering en software zijn mensenwerk en bijgevolg feilbaar Specialisten verworden tot waakhonden van automatische systemen. Maar mensen zijn, met hun tot afdwalen geneigde geest, niet bepaald geschikt voor het passief in de gaten houden van beeldschermen. Ze raken verveeld, beginnen te dagdromen, de concentratie neemt af, terwijl bij bijna perfecte computerprogramma’s juist meer waakzaamheid geboden is, gezien de zeldzaamheid van afwijkingen. Ook bij de oorlogsvoering wordt de mens, de zwakste schakel in het systeem, stilaan overbodig. Computer-

bestuurde moordmachines zijn al geruime tijd mogelijk. Lethal autonomous robots hebben geen last van stress, depressie of adrenalinestoten, martelen of verkrachten niet. Maar nog belangrijker: ze voorkomen verwonding of dood van soldaten. De druk om ze in te zetten zal dan ook toenemen.

EEN SCHIM VAN DE WERELD Technologie vergroot het bereik van de mens, breidt zijn natuurlijke mogelijkheden uit met culturele. Automatisering heeft onze levens eenvoudiger, makkelijker en aangenamer gemaakt. Maar technologie evolueert sneller dan de mens en is ook niet altijd even goed op hem afgestemd. Telkens weer moeten we ons aanpassen en zonder dat we het goed beseffen verandert onze kijk op de wereld, op anderen en onszelf. De vele apparaten en apps bieden welkome afleiding, maar verstrooien ook. Ons brein is niet in staat om geconcentreerd met veel tegelijk bezig te zijn. Elke blik of veeg op de smartphone leidt de aandacht af van de directe omgeving en tastbare medemens. Met vaak kwalijke gevolgen in echt en sociaal verkeer. Het gebruik van mobiele telefoons bijvoorbeeld, vergroot

DEGEUS


BAANBREKER

Toch, denk ik, moet het voor technologiereuzen en autoproducenten een fluitje van een cent zijn om software te ontwikkelen die het gebruik van mobiele telefoons al rijdend onmogelijk maakt, zoals het ook mogelijk is om auto’s en wegen van software te voorzien die de snelheid beperkt tot wat op een bepaalde weg toegelaten is.

Elk netwerk, of het nu om transport, energie of communicatie gaat, verandert het karakter van de samenleving in min of meerdere mate De negatieve gevolgen nemen velen er omwille van het gebruikersgemak zonder morren bij. Maar weinigen realiseren zich dat automatisering ook ons denken en handelen verandert, een tol eist van ons werk, onze talenten en ons leven. Elk netwerk, of het nu om transport, energie of communicatie gaat, verandert het karakter van de samenleving in min of meerdere mate. Tempo, structuur en waarde van werk, vrije tijd, gemeenschap en gezin worden erdoor beïnvloed. In de voorbije decennia heeft de samenleving zich razendsnel aangepast aan de wereldwijde computerinfrastructuur, veel sneller dan ooit aan het elektriciteitsnet. Een groot deel van onze openbare en persoonlijke gesprekken heeft zich naar kleine schermpjes verplaatst. Onze levens zijn programmatischer, stressvoller en ‘autistischer’ geworden. Mark Zuckerberg, bedenker van Facebook, verkondigt nu al dat we maar één identiteit meer hebben, een en dezelfde persoon zijn voor vrienden, collega’s en bekenden.

DEGEUS

© Emaze

het risico op auto-ongevallen liefst 23 keer, zoals De Standaard afgelopen zomer meldde. In 2012 was het goed voor één op de vier ongevallen op Amerikaanse wegen.

Automatisering vernietigt banen. In De menselijke conditie (1958) stelde Hannah Arendt dat mocht de automatiseringsutopie ooit uitkomen, het resultaat geen hemel op aarde zou zijn maar een wrede practical joke. De hele moderne maatschappij draait immers om arbeid.

LUST ZONDER ARBEID In zijn Politica had Aristoteles het over slaven als bezielde en gereedschappen als onbezielde instrumenten, beide in dienst van de meester des huizes. Lang voor de opkomst van computers, robots en kunstmatige intelligentie opperde de Griekse filosoof dat als men er in zou slagen gereedschappen te bezielen, ze probleemloos het werk van mensenslaven konden overnemen. De droom dat machines de mens van alle arbeid zullen bevrijden heeft ons nooit verlaten, van de communistische revolutionair Karl Marx tot de kapitalistische John Maynard Keynes. Deze laatste voorspelde in 1930 dat de technologische vooruitgang ons tegen 2030 bevrijd moet hebben van de strijd om het bestaan en we in een toestand van economische gelukzaligheid zullen leven. Nog enkele jaartjes geduld dus. Computers evolueren razendsnel. Ze worden steeds kleiner, flexibeler, vernuftiger en handiger. Verhuizen van bureau naar broekzak. Ondertussen kunnen ze ook autorijden, medische diagnoses stellen, gebouwen ontwerpen, juridische knopen ontwarren, onderwijzen, examens verbeteren. Ons letterlijk en figuurlijk de weg wijzen.

The sky is the limit. Filosofen, technofielen, economen en bedrijfsleiders die automatisering zien als de hoeksteen van alle vooruitgang, zijn er stellig van overtuigd dat de arbeidsloze maatschappij nabij is. Gesofisticeerde automaten zullen ons werk niet alleen overnemen, ze zullen het sneller en beter doen. Er zit een robotparadijs van vrije tijd en contemplatie aan te komen. Superslimme, superbetrouwbare, supergehoorzame computerslaven die ‘nooit moe worden, nooit een slecht humeur hebben, nooit fouten maken’, niet ziek worden, vakantie noch opslag

Meester en slaaf, het is een bedenkelijke metafoor, maar de vraag is of de verhoudingen ondertussen niet omgekeerd zijn vragen, zullen ons over hooguit dertig jaar van alle werk verlost hebben. Eindelijk zal de bevrijde mens geestkracht kunnen aanwenden voor zijn ‘diepste, meest creatieve vormen van redeneren en giswerk’. Terug naar het paradijs, voor Adam in Eva’s vijg beet (of appel voor westerlingen), het verschil tussen goed en kwaad ontdekte en de rest van zijn leven in het zweet zijns aanschijns moest zwoegen.

september 2015  >  13


Meester en slaaf, het is een bedenkelijke metafoor, maar de vraag is of de verhoudingen ondertussen niet omgekeerd zijn. Veel mensen kunnen niet meer zonder hun hightech ‘slaven’. Ze worden steeds afhankelijker, panikeren als de smartphone zoek is of de internetverbinding even hapert. Verslaafd aan robots, een Tsjechisch begrip dat nochtans ‘onderworpenheid’ betekent. De arbeidsloze droom zal vermoedelijk nooit uitkomen, maar het is wel een gedroomd scenario voor wie schatrijk wordt van automatisering: ‘niets mooier dan een klant veranderen in een smekeling’. Automatisering vernietigt banen. Niet zo lang geleden zaten in een cockpit vijf mensen, tegenwoordig twee, vol-

Filosofen, technofielen, economen en bedrijfsleiders die automatisering zien als de hoeksteen van alle vooruitgang, zijn er stellig van overtuigd dat de arbeidsloze maatschappij nabij is gens sommigen nog te veel. Nu vliegtuigen bijna vanzelf vliegen, wordt ook bespaard op opleiding, expertise en loon van piloten. Productiviteit en welvaart mogen hier en daar dan wel vooruitgegaan zijn, de werkgelegenheid hinkt achterop. Het totaal aantal banen in de productie daalt al jaren wereldwijd. Economen voorspellen dat de banen vroeg of laat op zullen zijn en voorzien tegen het einde van deze eeuw een technologisch werkloosheidscijfer van 75%. Vraag is overigens of een bestaan zonder arbeid wel paradijselijk zou zijn. Mensen schatten de relatieve waarde van arbeid en vrije tijd vaak fout in. Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen zich beter voelen op het werk dan in hun vrije tijd, terwijl bijna iedereen volhoudt liever niet uit werken te gaan. Door dit scheve

14  >  september 2015

© Norbert Van Yperzeele

BAANBREKER

beeld van arbeid streven mensen vaak activiteiten na die de minst positieve ervaringen opleveren. Toegegeven, veel banen zijn saai en soms vernederend, terwijl hobby’s opwekkend en bevredigend kunnen zijn, maar een baan geeft structuur aan onze tijd, terwijl velen hun vrije tijd verdoen, rondhangen op Facebook of in winkelcentra, liever zappen dan een uitdagende hobby beoefenen. In De menselijke conditie (1958) stelde Hannah Arendt dat mocht de automatiseringsutopie ooit uitkomen, het resultaat geen hemel op aarde zou zijn maar een wrede practical joke. De hele moderne maatschappij draait immers om arbeid. Mensen puren veel eigenwaarde uit hun werk, het loon dat ze ervoor krijgen en wat ze ermee kunnen doen. Maar, voegde ze er onmiddellijk aan toe, arbeid wordt steeds minder eervol, meer en meer gereduceerd tot middel van bestaan.

SCHIJNVRIJHEID Automatisering vereenvoudigt taken maar maakt ze ook minder uitdagend, vermindert het engagement en het tevreden gevoel iets bereikt te hebben. Automatisering bevrijdt, zeker, maar ook van wat een gevoel van vrijheid geven kan. Computers zorgen veelal voor een vals gevoel van veiligheid. Als een systeem zelden fouten maakt, beginnen we te

geloven dat het onfeilbaar is. De aandacht verslapt, we worden gemakzuchtig, een beetje lui. Niet erg, zolang het om de automatische spellingcorrector gaat, maar als – zoals aangetoond door recent onderzoek – ook de aandacht van piloot en arts verslappen, ze minder oog krijgen voor ongewone of onvoorspelbare verschijnselen, kan dat verregaande gevolgen hebben. Twee derde van de ongevallen in de burgerluchtvaart wordt veroorzaakt door in slaap gewiegde piloten. Daar staat natuurlijk tegenover dat de luchtvaart aanzienlijk veiliger is geworden. De begin deze eeuw zo bejubelde informatietechnologie voor medische doeleinden heeft de verwachtingen niet ingelost. De Amerikaanse gezondheidszorg is veel duurder geworden (onder meer door nodeloze onderzoeken aanbevolen door elektronische dossiers), de interactie tussen arts en patiënt is achteruitgegaan, medisch personeel werd ontslagen, zonder dat het welzijn van de patiënt verbeterde. Ook het gemak waarmee we zo goed als alles op internet kunnen vinden, heeft zijn prijs. Door de altijd en overal aanwezige online informatie worden we ook op het vlak van kennis en het vormen van geheugensporen een beetje lui. Onze hersenen nemen de moeite niet meer om een en ander te integreren. Kennis wordt veruitwendigd, in een cloud van oneindige

DEGEUS


BAANBREKER

Door de altijd en overal aanwezige online informatie worden we ook op het vlak van kennis en het vormen van geheugensporen een beetje lui feiten en feitjes. Maar bij kennis en haar creatieve toepassing komt meer kijken. Denk bijvoorbeeld aan de auto­matismen die we al lerend verwerven. Wie leerde lezen (of fietsen) doet dat uiteindelijk automatisch, kan het zelfs niet meer laten, zonder er nog bij stil te staan hoeveel inspanning het leren ooit gekost heeft. Alle expertise maakt gebruik van automatismen. Maar automatisering maakt veel automatismen overbodig, zoals rekenmachines het hoofdrekenen en typemachines het (letterlijk) schrijven. Door ons te bevrijden van dergelijke regelmatig terugkerende oefeningen bevrijdt of berooft automatisering ons van het mentale proces van het leren van bepaalde taken, het oefenen van het geheugen en ontwikkelen van vaardigheden. Automatisering maakt ons in bepaalde opzichten minder autonoom.

ETHIEK Carr snijdt ook culturele, juridische en ethische problemen aan, met als voorbeeld de Google mobile, de auto zonder bestuurder die dit decennium nog commercieel moet worden. Maar wie is verantwoordelijk als een mobile een ongeval veroorzaakt? De tot passagier herleide chauffeur of de producent van de wagen? En hoe zal die echte auto(maat) ethische dilemma’s oplossen? Stel dat zijn algoritmes berekenen dat als hij remt voor een onverhoeds overstekende hond het dier 54% overlevingskans heeft, de auto 19% om tot schroot herleid te worden en de inzittenden 3% kans hebben gewond te raken – besluit de mobile dan het huisdier te redden? En wat met het kind van de buren of je eigen kind? Wie zal de robot programmeren? De fabrikant, de eigenaar, politici, filosofen, verzekeringsagenten?

DEGEUS

Gebruikersgemak en alomtegenwoordigheid van smartphone, tablet en wifi zorgen ervoor dat steeds meer aspecten van ons leven geprogrammeerd worden. Het aantal autonome toestellen verbonden met internet verdubbelt al om de vijf jaar. Hoe meer we onszelf toevertrouwen aan de zorg van automaten, hoe meer zicht producenten krijgen op ons doen en laten (hoe we werken, welke informatie we bekijken, welke routes we volgen, met wie we communiceren), hoe meer macht ze over ons verwerven. Apps en updates worden een vorm van afstandsbesturing. We zitten nog wel aan het stuur maar weten almaar minder wie ons bestuurt.

KRITISCHE MASSA Als door automatisering mensen zichzelf en hun relatie tot anderen in een nieuw licht beginnen te zien; hun denken, gedrag en verantwoordelijkheidsbesef zich telkens aan nieuwe technologie aanpast; als onze aandacht en vaardigheden vernauwen; als software onmisbaar wordt en daardoor nog meer automatisering in de hand werkt; als door dit alles onze waarden, normen en ethiek veranderen – dan heeft automatisering haar kritische massa bereikt en zouden we ons moeten realiseren dat het genoeg geweest is.

DE MENSELIJKE FACTOR Maximale efficiëntie, snelheid en winstbejag primeren meestal op de effecten van machines en computers op lichaam en geest van wie ze bedient of gebruikt. Carr pleit voor een meer op de mens gefocust, ergonomisch ontwerp. Aangezien experimenten aantonen dat mensen aandachtiger blijven als een systeem af en toe fouten maakt, stelt hij voor software zo te programmeren dat bepaalde functies van computers regelmatig, maar op onvoorspelbare tijdstippen worden overgedragen aan de mens. Het besef dat hij elk moment de besturing moet kunnen overnemen, zorgt voor blijvend engagement en aandacht. Dat moet zeker mogelijk zijn, maar of het ook realistisch en wenselijk is, is zeer de vraag. Nicholas Carr opent de ogen voor wat velen onder ons blindelings aanvaarden of aanbidden. Zijn goed gedocumenteerde boeken lezen ook in vertaling als een trein – die niet ontspoort. Gie van den Berghe

Veel technologieën, zoals de water­ leiding of het elektriciteitsnet in onze huizen, zijn zo gewoon en onzichtbaar geworden dat we er ons zo goed als geen rekenschap van geven. Een technologie die ons volledig omgeeft verdwijnt uit zicht. Tot er iets stokt. Nu computers en software onmisbaar geworden zijn, verkondigen de producenten luidop dat ze onzichtbaar moeten worden. Een lekkende kraan herstellen of kortsluiting opheffen lukt nog wel, en waterleiding en elektriciteitsnet hebben ook geen verborgen agenda. Maar het onzichtbaar worden van de op zich al ondoorzichtige informatietechnologie is een ander verhaal. Nu al is het vaak onduidelijk of bepaalde software ons helpt dan wel controleert.

ZIN OM HET BOEK ZELF TE LEZEN? Nicholas Carr, De glazen kooi. Wat automatisering met ons doet (vert. Huub Stegeman). Uitgeverij Maven, Amsterdam, 2014, 334 p., ISBN 9789491845345.

september 2015  >  15


MILLENNIUMACTUA 2015

De dood van een kind is een tragedie ... maar niet onvermijdelijk Zelfs nog voordat een kind het levenslicht ziet, liggen zijn of haar kansen in het leven al enigszins vast onder invloed van een aantal factoren, zoals het geslacht en de geboorteplaats van het kind en de economische en sociale status van de ouders. Een fataliteit? Nee, zegt UNICEF. UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties, verwijst hierbij naar het gelijkheidsbeginsel en streeft ernaar om elk kind een goede start te geven in het leven. Bij sommigen is dit een vanzelfsprekendheid, bij anderen niet. Het is deze laatste groep, van meest kwetsbare kinderen in de maatschappij, die de meeste aandacht van humanitaire of ontwikkelingsorganisaties vergt. Hoewel ze vaak aan hun lot worden overgelaten, hebben ook deze kinderen immers recht op de beste overlevingskansen. Zonder twijfel een langetermijnuitdaging voor vele mensen- en kinderrechtenorganisaties.

DE BESTE ONTWIKKELINGSINDEX Het kindersterftecijfer – het aantal kinderen per duizend levendgeborenen dat zijn vijfde verjaardag niet haalt – is voor UNICEF de belangrijkste indicator van het niveau van de sociale en economische ontwikkeling van een land. Het is dit cijfer dat uitwijst of kinderen toegang hebben tot elementaire voorzieningen zoals gezondheidszorg, vaccinatie, zuiver water of voldoende voedsel.

EENDAGSVLIEGEN Elk jaar verliezen één miljoen pasgeborenen het leven op de dag van hun geboorte. Nog steeds sterven 1,8 miljoen jonge kinderen tijdens de vier weken na hun geboorte. 3,2 miljoen kinderen

16  >  september 2015

sterven vóór de leeftijd van vijf jaar. Statistieken wijzen er nu al op dat tegen het einde van dit jaar nog ongeveer 6 miljoen kinderen zullen sterven voor ze hun vijfde verjaardag halen. Harde cijfers, die echter niet in steen geschreven staan. Elk jaar boeken we immers vooruitgang in de strijd tegen de kindersterfte in de wereld. Zij het aan een matige snelheid. De Millennium Development Goals (MDG’s) of Millenniumdoelen, die in september 2015 hun eind­

De (kinder-) sterftecijfers zijn niet gelijkmatig verspreid over de wereld. Er bestaan belangrijke geografische en sociale verschillen datum bereiken, richten zich op het verminderen met twee derde (67%) van het sterftecijfer voor kinderen onder de vijf jaar. De resultaten zijn gematigd. Tussen 1990 en 2015 daalde de wereldwijde kindersterfte immers maar met 53%. Aan dit tempo wordt verwacht dat het nog tien jaar zal duren om het oorspronkelijk beoogde doel te bereiken.

NAUWKEURIGE DIAGNOSE De problemen worden duidelijk geïdentificeerd. De belangrijkste

doodsoorzaken bij kinderen zijn gekend: zwangerschapsverwikkelingen, complicaties bij de bevalling, long­ ontsteking, diarree, malaria, hiv/aids en mazelen. We weten ook dat de neonatale periode de meest kritische is, goed voor 44% van de sterfgevallen bij kinderen jonger dan vijf jaar. De (kinder-) sterftecijfers zijn niet gelijkmatig verspreid over de wereld. Er bestaan belangrijke geografische en sociale verschillen. Zo blijkt zuigelingen- en kindersterfte meer uitgesproken te zijn in landen in Afrika en Zuid-Azië dan in andere regio’s. Meer in arme gezinnen dan bij rijke families. Meer in landelijke dan in stedelijke gebieden. Meer in gezinnen waar de moeder niet naar school ging dan in die waar de moeder een middelbare schoolopleiding genoot. De oorzaken, de omvang, de verhoudingen van dit fenomeen zijn complex maar bekend.

EEN REEKS OPLOSSINGEN UNICEF is voor zijn werking volledig afhankelijk van vrijwillige bijdragen en ontwikkelde vanuit die instelling een hele reeks goedkope, effectieve en bruikbare oplossingen om de kindersterfte op grote schaal aan te pakken. Regelmatige controle van gewicht en lengte en de promotie van exclusieve borstvoeding gedurende de eerste zes maanden van het leven om te strijden tegen ondervoeding en dwerggroei; orale rehydratiezouten om uitdroging

DEGEUS


© UNICEF België/Philippe Henon

MILLENNIUM 2015 ACTUA

Groeicontrole – zoals hier bij een kind in Zuid-Soedan – is een belangrijke strategie in de strijd tegen kindersterfte.

door diarree tegen te gaan; in insec­ ticide gedrenkte muskietennetten om kinderen te beschermen tegen malaria; de jodering van consumptie­ zout om mentale achterstand en schildklierproblemen tegen te gaan; de vaccinatie van kinderen tegen bijzonder gevaarlijke ziekten zoals difterie, tetanus, kinkhoest, tuberculose, polio en mazelen, ... zijn slechts enkele wapens uit het rijke arsenaal in de strijd tegen de sterfte bij zuigelingen en jonge kinderen.

NIEUW OBJECTIEF Ondanks de aanzienlijke successen die de voorbije vijftien jaar geboekt werden in het kader van de Millenniumdoelen, is het duidelijk dat we de eindmeet niet gehaald hebben. Of alleszins niet zoals we dat wensten. Het schema voor de geplande vermindering van de sterfte van kinderen onder de vijf jaar is nu achterhaald. In

DEGEUS

september 2015 gaat een nieuwe dynamiek van start: die van de SDG’s: Sus­ tainable Development Goals of Doelstellingen voor Duurzame Ontwikkeling.

Ondanks de aanzienlijke successen die de voorbije vijftien jaar geboekt werden in het kader van de Millenniumdoelen, is het duidelijk dat we de eindmeet niet gehaald hebben In deze nieuwe doelstellingen is er ook aandacht voor de strijd tegen de zuigelingen- en kindersterfte. Tegen 2030 willen we de voorkombare sterfgevallen van baby’s en kinderen onder de vijf jaar een halt toeroepen en de vroeg-

tijdige sterfte door niet-overdraagbare ziekten met een derde terugdringen via preventie en behandeling. De komende vijftien jaar zullen beslissend zijn. Met de wereldwijde mobilisatie die de Doelstellingen voor Duurzame Ontwikkeling hopelijk zullen genereren, kunnen we de kindersterfte terugdringen. Hierdoor zullen we de mensheid geleidelijk bevrijden van een zware last en meer middelen kunnen besteden aan opleiding en onderwijs, als essentiële stappen in de ontwikkeling van kinderen en jongeren die op volwaardige wijze kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van onze maatschappij. Belangrijke en noodzakelijke voorwaarde hiervoor is uiteraard dat ze kunnen overleven tijdens hun eerste levensjaar. Philippe Henon, woordvoerder UNICEF België

september 2015  >  17


VRAAGSTUK

-- Dirk De Wachter -- °Wilrijk, 1960 -- psychiater, psychotherapeut en hoogleraar aan de KU Leuven -- diensthoofd systeem- en gezinstherapie aan het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven -- publiceerde in 2012 Borderline Times en in 2014 Liefde. een onmogelijk verlangen?

18  >  september 2015

DEGEUS


VRAAGSTUK

Dirk De Wachter ZIEK ZIJN IN HET PRETPARK Dirk De Wachter ontpopt zich stilaan als iemand die een maatschappijkritiek weet te formuleren die op een of andere manier, zoals hij zelf zegt, alle schotten binnen onze samen­ leving doorbroken heeft. Zeker zijn in 2012 verschenen Borderline Times vond een weerklank en bijval die de traditionele politieke en levensbeschouwelijke breuklijnen moeiteloos oversteeg. Met Liefde brengt hij opnieuw een kritisch boek uit dat aansluit bij de diagnose die hij in zijn eerste werk velde. Het is volgens De Wachter niet alleen de prestatiegerichte, enkel oog voor efficiëntie hebbende werkcultuur die voor problemen zorgt, maar we blijken onszelf de duvel aan te doen door ons in onze vrije tijd bijna dwangmatig over te leveren aan de yolo-cultuur. We moeten van alles beleven, overal bij zijn, niets laten liggen en ons leven moet Joy Anna Thielemans-gewijs helemaal awesome zijn. Met als gevolg dat we, als het even wat minder gaat, niet met onze tegenslagen overweg kunnen. De Geus sprak met De Wachter over onze samenleving, maar ook over opvoeding, het belang van onderwijs en kritisch nadenken, Houellebecq, en de zoektocht naar zin in een postmoderne context. Het boek Borderline Times, waarin u borderline schetst als een maatschappelijk ziektebeeld, is razend populair geworden. Wist u van te voren dat het zoveel aandacht zou krijgen? Natuurlijk niet. Het is uitgegeven bij een kleine, academische uitgeverij met een oplage van 1500 exemplaren. We hoopten uiteindelijk vijf à zesduizend exemplaren te halen, maar het heeft vanaf het begin geboomd en is een eigen leven gaan leiden. Onaangenaam vind ik dat niet, maar het heeft me wel verrast.

© Gerbrich Reynaert

De wereld is een problematisch gegeven Ik heb me dan de vraag gesteld: hoe komt dat nu? Het boek raakt een of andere gevoelige snaar, en heeft tot mijn genoegen vanuit een heel breed veld aandacht gekregen. Zowel van rabiate vrijzinnigen tot diepgelovigen, van jeugdige mensen – tieners, scholieren, twintigers – tot bejaarden, van ultralinks tot behoorlijk conservatief-

DEGEUS

rechtse politieke kringen. Ik vind het goed dat mijn werk de verschillende schotten doorbreekt en een brede maatschappelijke impact heeft. Maar ik ben geen goeroe, en wil dat ook niet zijn. Ik wil de problemen die mijn patiënten hier in mijn kabinet vertellen in een bredere context plaatsen. Allerlei mensen, met verschil-

Wij zijn niet meer gewoon om met elkaars leed om te gaan. We moeten leren om een beetje ongelukkig te zijn lende achtergronden, kunnen daar dan verder over nadenken. Ik ben blij dat ook de vrijzinnigheid dat doet, want hoewel ik op de katholieke universiteit van Leuven werk, word ik niet graag vastgepind op een katholieke identiteit. Ik wil een heel breed maatschappelijk discours hebben waarin zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen. Het doet mij plezier dat dat gelukt is.

Sinds de Verlichting is de individuele vrijheid ons hoogste goed geworden. Maar, zoals u er in uw boek Borderline Times op wijst, dit streven heeft een keerzijde: eenzaamheid. Dat wordt vooral problematisch wanneer we niet meer mee kunnen, wanneer het even misgaat. Bent u het met me eens dat ondanks die keerzijde het streven naar vrijheid en zelfontplooiing toch een fundamenteel kenmerk van onze menselijke waardigheid is? Natuurlijk. Mijn stelling is dat wij het sinds de Verlichting – ik ben per slot van rekening een Verlichtingsdenker en een wetenschappelijk denker – belangrijk vinden om ons als individu te kunnen manifesteren. Die vrijheid is een belangrijke waarde, maar is slechts een deel van een groter geheel. Daarnaast staat het collectieve, de verbondenheid, dingen voor elkaar doen. Ook dat is des mensen. Ik vind dat in deze tijd, in onze consumptiegerichte maatschappij, het individuele streven een overwicht

september 2015  >  19


VRAAGSTUK

dreigt te krijgen op het streven naar verbondenheid. Ik wil daar voor waarschuwen, maar zonder dat onmiddellijk te veroordelen. Men schildert mij graag af als de man van de nieuwe moraliteit, de man met het vingertje, maar dat is een verkeerd beeld. Ik wil met mijn schrijven juist zo weinig mogelijk moreel oordelen, maar enkel fenomenologisch duiden en heel duidelijk de vinger op de wonde leggen. Ik zie dat heel veel mensen eenzaam zijn, en zich daardoor niet goed voelen. Daarom lijkt het me raadzaam om wat meer aandacht te hebben voor het verbondene, en ik ben daarin niet alleen. Hoe dat dan allemaal opgelost moet worden, dat weet ik niet. Ik ben immers geen visionair, en ik ben bang van mensen die beweren het allemaal te weten. Degenen die dat zeggen, zijn per definitie meestal verkeerd. De wereld is een problematisch gegeven. Laten we daar voorzichtig en moeizaam over nadenken. Ultieme oplossingen bestaan niet.

GEVOELENS DIE NIET OP FACEBOOK MOGEN EN STRESSVOLLE VRIJE TIJD U denkt veel na over geluk. Geluk laat zich niet afdwingen, en toch proberen veel mensen net dat te doen. We leven in een wauw-cultuur, het moet altijd geweldig en fantastisch zijn. Zo nodig gelukkig willen zijn is volgens u zelfs een ziekte van deze tijd. Toch is ongelukkigheid in het leven volgens u onvermijdelijk en zelfs wenselijk. Vertel. Ik zie dat de media en onze samenleving ervan uitgaan dat dit de beste maatschappij is die er ooit bestaan heeft. Ik vind dat zelf ook. Wat wij hier in het Westen gerealiseerd hebben, soms ten koste van anderen, is heel mooi. We hebben kunst en literatuur waar ik erg van hou en die mij stimuleren. Ook op sociaal vlak: we hebben een relatief klein percentage arme mensen, een sociale zekerheid die hier in Noordwest-Europa de beste is van heel de wereld, en een gezondheidszorg

20  >  september 2015

die nog nooit zo goed is geweest. Dat moeten we koesteren. Ik ben geen cultuurpessimist, laat dat duidelijk zijn. Maar tegelijk zie ik dat in die fantastische wereld, waarin iedereen vindt dat hij ongelooflijk is en op Facebook op alles ‘vind-ik-leuk’ zegt, maar liefst 110.000 mensen in België op invaliditeit zijn omwille van psychiatrische aandoeningen, er meer en meer mensen met burn-out uitvallen, meer dan

Het is onze vrije tijd die ons sterk onder druk zet. Dat is een rare paradox een miljoen mensen psychofarmaca nemen en er drie zelfmoorden per dag zijn in Vlaanderen alleen. Hoe kan ik dat nu samenbrengen? Moeten we dan volhouden dat het allemaal geen probleem is, zoals sommige mensen zeggen? Dan moeten die lui eens op bezoek komen in de kliniek hier, waar al die mensen miserabel zitten te wezen. Dus ben ik gaan nadenken. Misschien is heel die leukigheid ook wel een gewrongen, broos en oppervlakkig iets waaronder veel miserie, eenzaamheid en minder goede gevoelens schuilgaan. Gevoelens die er niet mogen zijn, die geen plaats krijgen, die niet op Facebook kunnen. Mensen kunnen niet meer met elkaar spreken over hun slecht gevoel. Wij zijn het niet meer gewoon om met elkaars leed om te gaan. Dat leed wordt gemedicaliseerd, krijgt een diagnostisch etiket waarmee je naar de dokter moet. We zijn het niet meer gewoon om een klein beetje miserie in ons leven in te planten en te aanvaarden. We moeten dus ook leren om een beetje ongelukkig te zijn. Dat is een beetje een lapidaire uitspraak die, uit zijn context genomen, makkelijk kan worden weggezet als onnozele praat. Maar zou het niet kunnen dat we moeten leren om onze beperkingen, onze tekorten, ons verdriet, onze dagelijkse kleine ambetantigheden, wat meer plaats te geven in ons bestaan? Het is niet altijd

fantastisch en dat is ook niet erg. En ook dat moet je met elkaar kunnen delen. Want als je daar alleen mee zit, worden die ambetantigheden heel groot en kan je op den duur niet anders meer dan naar de dokter gaan om te zeggen dat het niet meer gaat. Ik geef toe dat dit heel erg banaal overkomt, een psychiater die zegt dat mensen elkaar meer zouden moeten spreken over hun verdriet. Maar zo’n uitspraak wordt blijkbaar pas gehoord en erkend wanneer een academicus met mijn achtergrond ze doet. Als een mens in de straat met zijn gezond verstand dat zegt, dan wordt dat niet opgepikt. Dus, als we wat meer zouden kunnen blijven stilstaan bij de kleine ambetantigheden van het dagelijkse leven en elkaar daar wat meer in steunen en horen, dan zou er minder psychiatrie nodig zijn. En ik wil minder werk, want ik heb er teveel. In een artikel in De Morgen bracht commentator Bart Eeckhout een nieuw tijdsbestedingsonderzoek van de VUB onder de aandacht waaruit blijkt dat het leven helemaal niet drukker wordt. We hebben zelfs meer vrije tijd te besteden dan vroeger. Volgens u leven we nochtans in borderlinetijden. De toename aan depressies, psychiatrische ziektebeelden en burn-outs liegt er ook niet om. Gaat het hier, zoals Eeckhout suggereert, om een kloof tussen perceptie en realiteit, of is er meer aan de hand? (windt zich op) Er is absoluut meer aan de hand, en ik word heel ambetant als ik dat bericht lees! Die depressies zijn echt. De suïcides ook, die mensen zijn dood! Dat is geen perceptie, maar harde realiteit. De cijfers liegen er niet om. We hebben inderdaad nog nooit zo weinig uren gewerkt, de laatste jaren hebben we onwaarschijnlijk veel vrije tijd in het Westen. Maar het is een vrije tijd die ons sterk onder druk zet, en dat doen we onszelf aan. We gaan op woensdagnamiddag met onze kinderen van de balletles naar de scouts, van de muziekschool naar de mindfullness (kinderen ook!) ... het houdt

DEGEUS


VRAAGSTUK

niet op. We willen niets missen en daarmee zorgen we zelf voor onwaarschijnlijk veel drukte. Ook in onze zogezegd zelfgekozen vrije tijd, die uitmondt in een consumptie­ cultuur van jewelste. We willen op reis, niet één of twee keer, maar drie keer per jaar. We hollen onszelf voorbij. Hier wijkt mijn analyse af van Paul Verhaeghe. Geen slecht woord over Paul, hij is mijn sidekick, maar hij legt meer ­ de nadruk op de neoliberale maatschappij, op het kapitalistisch systeem, op de consumptiemaatschappij. In alle bescheidenheid, wat dat betreft is mijn discours breder. De stress en de druk komen volgens mij niet alleen van de baas die zegt dat je harder, efficiënter en meer prestatie­ gericht moet werken, en dat in minder uren. We doen ons zelf ook heel veel stress aan in onze vrije tijd.

We moeten dus naar onszelf durven kijken. Wij zijn de maatschappij, wij allemaal, ook diegenen die zeggen dat ze het anders doen en erbuiten staan. Niemand staat buiten de wereld, ook ik niet. Wat ik allemaal doe, dat is niet normaal! Wat ik schrijf, gaat ook over mezelf, en dat is mijn ultieme verdediging.

HOTEL MAMA Ook onze kinderen worden volgens u grootgebracht in de wauw-cultuur, ze groeien op als applaus­ generatie. We leren hen niet meer om geduldig te verlangen naar iets, elke behoefte bij het kind moet onmiddellijk bevredigd worden waardoor de frustratietolerantie (het uitzetten van grenzen) verdwijnt. Docenten en professoren klagen dat studenten weinig initiatief nemen en moeilijk zelfstandig kunnen werken. Voortdurend moeten ze gemotiveerd worden, in gang worden gezet. Kunnen we uit uw werk afleiden dat ons dierbare streven naar vrijheid ervoor zorgt dat we er alsmaar moeilijker in slagen om onze kinderen op eigen benen te laten staan? Dat is juist, hoe paradoxaal ook: ons streven naar vrijheid maakt ons alsmaar meer afhankelijk. Onze kinderen willen vanaf hun twaalfde een eigen bankkaart, en de bankwereld en consumptiemaatschappij stimuleren dat ook heel hard. Ze leren hun eigen geld beheren, maar blijven wel tot hun 35ste thuis wonen omdat ze nog afhankelijk zijn van de financiën en de omkadering van hotel mama. Dit is natuurlijk een heel karikaturaal voorbeeld, maar we zien dat kinderen langer en langer afhankelijk blijven van hun ouders. Mijn generatie en de generatie vlak voor de mijne, de zogenaamde soixante-huitards, deden dat helemaal anders. Die wilden zo rap mogelijk wég thuis, die zetten zich op een rebelse en soms onheuse manier af tegen

DEGEUS

© Gerbrich Reynaert

Ons streven naar vrijheid maakt ons alsmaar meer afhankelijk

‘Men schildert mij graag af als de man met het vingertje, maar dat is een verkeerd beeld. Ik wil met mijn schrijven juist zo weinig mogelijk moreel oordelen, maar enkel fenomenologisch duiden.’

de goede bedoelingen van hun liefhebbende ouders. Deze generatie ouders wil per se de beste vrienden van hun kinderen zijn. Het is uiteraard goed om vriendschappelijk met je kinderen om te gaan, maar ik vrees dat we daarin doorschieten. Daardoor dreigt elke hiërarchie te verdwijnen, zodat kinderen niet leren hun eigen leven in handen te nemen. Dat is een probleem. We moeten opletten voor een ouderschapscultuur die zich bezondigt aan vriendje-zijn en niet meer durft begrenzen. Die verwencultuur en de angst om autoriteit uit te oefenen, gaat ons als ouder in een soort grenzeloze, pseudo-liefdevolle verwenning duwen, waardoor onze opvoedkundige taken in het gedrang komen. Verder ben ik geen kinderpsychiater en wil ik verwijzen naar Peter Adriaenssens. Ik denk dat we goed overeenkomen.

ZINGEVING IN EEN GESECULARISEERDE WERELD Een ander belangrijk thema in uw werk is dat de hedendaagse, postmoderne mens moeilijkheden ondervindt in zijn zoektocht naar zin en betekenis voor zijn leven. In de 19de eeuw kondigde Nietzsche reeds aan dat God dood is, en dat daarmee het metafysische zingevingskader van het christendom is komen weg te vallen, de Grote Verhalen en de traditionele netwerken zijn verdwenen. Het geloof biedt geen houvast meer, gezins- en werkrelaties

september 2015  >  21


VRAAGSTUK

zijn instabiel geworden en mensen worden zo teruggeworpen op zichzelf. Hoe moeten we omgaan met het einde van de ideologieën en de Grote Verhalen? Dat weet ik niet. Het is een heel cruciale vraag, die wat ondergesneeuwd is geraakt. Men zegt vaak dat de zinsvraag een oubollige vraag is, iets voor oude katholieken of verzuurde antiklerikalen en ander onhip volk. Maar de mens is fundamenteel een zinzoekend dier. Onze hersenen zitten nu eenmaal zo ineen dat wij nood hebben om dit leven betekenis te geven. Het is dé uitdaging voor de volgende generatie: hoe gaan wij hier in het Westen, die de vroegere, zeer autoritaire geloofsstructuren hebben afgelegd, zin geven aan ons bestaan wanneer de pastoor niet meer zegt hoe we dat moeten doen? Dat blijkt niet gemakkelijk te zijn! We zullen toch wel heel erg moeten nadenken over hoe we die zijns- en zinsvragen een plaats kunnen geven. En dat liefst zo breed mogelijk, dus dat er niet enkel in de filosofiefaculteiten over wordt nagedacht, maar ook in de opvoeding van onze kinderen, in het onderwijs, in de jeugdbeweging. In mijn praktijk zie ik dat mensen heel vlug hun zin kwijtraken wanneer ze hun werk of hun liefde verliezen of wanneer hun kinderen niet studeren. Als de zin van ons bestaan zó functionalistisch ingevuld wordt en zo afhankelijk is van succes, van maatschappelijke vooruitgang en ontplooiing, dan wordt zingeving heel moeilijk en kan alles heel vlug zinloos worden.

De wereld wordt nog schrijnender als je ziek bent in een pretpark De auteur waaraan ik refereer in Borderline Times en die nu weer glorieert in Soumission, is Michel Houellebecq. In dat provocatieve werk zegt hij dat de oplossing uit het Oosten komt. We worden allemaal geloofsbroeders van de moslimgemeenschap en zo komt alles in orde. Houellebecq slaat de ideale Verlichtingscultuur, voor ons toch een soort van baken, rond de oren. Gaan wij een totaal geseculariseerde zin vinden? Dat lijkt toch niet zo makkelijk te zijn. Heel het non-theïstische, atheïstische zingevingsdenken boomt ook niet als een groot verhaal. Het lijkt vooral aantrekkingskracht te hebben gehad als een strijd tegen het klerikalisme. Wanneer dat laatste helemaal verbleekt, lijkt de kracht uit dat zingevingsverhaal weg te sijpelen. Wil dat zeggen dat we in een soort van reactionaire beweging zullen teruggaan naar een conservatieve, kerkelijke structuur, zoals we dat soms zien in de Verenigde Staten? Dat denk ik nu ook weer niet. Gaat er een Houellebecquiaanse golf komen waarbij wij uit het Oosten allerlei zingevingsstructeren importeren die we hier hebben weggegooid? Daarom niet noodzakelijk de moslimcultuur, want ik zie dat heel wat mensen die problemen hebben met de zinsvraag half-boeddhistische, half-oosterse, bij elkaar gesampelde, pseudoreligieuze en soms wat rare vormen

22  >  september 2015

van zin en goddelijkheid importeren en er dan hun eigen model van maken. De behoefte aan zingeving is dus diepmenselijk en de invulling hiervan zal een opdracht zijn voor de volgende generaties. Hoe kunnen we zinvol bestaan zonder een god in de hemel? In ieder geval zonder die autoritaire god in de hemel die we zoveel honderden jaren gekend hebben, want dat verhaal lijken zelfs verstandige gelovige mensen te verwerpen. Maar hoe dat dan precies moet, dat is toch wel zeer moeilijk te concipiëren. Eén van mijn filosofische leermeesters is Leo Apostel, die daar dertig jaar geleden al veel over nadacht. In zijn boek Atheïstische spiritualiteit probeert hij na te denken over de vraag hoe het spirituele – het is nog iets anders dan de zinsvraag, maar kom – plaats kan krijgen in een wereld zonder goddelijkheid. Leo Apostel heeft veel voor mij betekend en is van grote invloed geweest op mijn denken. In mijn gedachtegoed is ook Emmanuel Levinas belangrijk. Hij dacht hierover na vanuit een niet-religieuze joodse cultuur. Dit zijn denkers die mij stimuleren om zingeving een prominente plaats te geven, om me daarna weer met twijfel en een gevoel van het niet te weten op te zadelen. Uiteindelijk weet ik het dus niet, maar we kunnen onze behoefte aan zingeving niet blijven verdoven met consumptie, met onze wellness-, amusements- en pretparkcultuur. Dat werkt niet. Als er bijvoorbeeld iets aan de hand is met de gezondheid van je kind of van jezelf brengt dat allemaal geen soelaas. De wereld wordt nog schrijnender als je ziek bent in een pretpark.

KUNST, LITERATUUR EN KRITISCH DENKEN ALS WAPEN Ik zou heel even willen terug­komen op uw interesse voor de analyse die Houellebecq in zijn romans naar voor brengt. Zijn nieuwe roman Soumission, waar u reeds naar verwees, geeft een wel heel akelig antwoord op de maatschappelijke en existentiële problemen die u schetst. De roman speelt zich af in de toekomst, waarin Frankrijk geregeerd wordt door een moslimpartij die radicale veranderingen doorvoert. Het kerngezin wordt hersteld, er is opnieuw een metafysisch kader waarin de mens zin en betekenis kan putten en op slag is ook de werkloosheid opgelost omdat er veel jobs vrijkomen voor mannen. Bent u zelf niet geschrokken van hoe dit boek een antwoord biedt op uw bekommernissen? Ik schrik niet meer van Houellebecq. Ik heb de man ontmoet, en als schrijver heeft hij een enorme kracht. Is Sou­ mission geloofwaardig? Het is natuurlijk een soort dystopie, het houdt ons scherp, het doet ons nadenken en is zeer provocatief. Je kan de roman uitkleden zoals jij doet, maar hij meandert ook in meer complexe lagen. Hij grijpt terug naar de 19de eeuw, naar Joris Karel Huysmans, een schrijver die tot de decadenten behoorde en zich op latere leeftijd heeft

DEGEUS


VRAAGSTUK

bekeerd tot de katholieke kerk als een soort bevrijding voor zijn decadentie. Het geheel is bijzonder doordacht, maar het blijft een roman. Een roman die aan alle criteria van de kunst voldoet, namelijk a dangerous thing with style. Het is wat mij betreft zeer goed geschreven en bijwijlen hilarisch, op andere momenten ben je gedegouteerd van zijn praat. Maar het doet wat het moet doen: altijd opnieuw weet hij iedereen op het verkeerde been te zetten. Zowel links als rechts in Frankrijk, maar ook de moslims die hem een proces hebben aangedaan voor een vorige roman omdat hij hen beledigde. Nu zegt hij dat moslims de redding zijn van de wereld. Is hij daarin ironisch? Meent hij dat of niet? Niemand die het weet, en hijzelf ook niet, denk ik. Hij meandert in zijn eigen hersenen op zoek naar oplossingen voor zijn eigen miserabele leven, waarin hij het moeilijk heeft om het hoofd boven water te houden. Ik weet niet of je hem al gezien hebt in foto’s of video’s? Hij ziet er niet echt een bodybuilder uit. Ik denk dat hij in zijn eigen leven zoekt naar betekenis, naar mogelijkheden, naar hechting en vooral naar liefde. U vindt het bijzonder waardevol om de kracht van literatuur aan te wenden om ons te verdedigen tegen het populistische mediatijdperk. In welk opzicht kunnen literatuur en kunst ons versterken? Ik denk dat onderwijs meer aandacht moet hebben voor lezen, voor woorden. We hebben woorden nodig om na te denken, en als we niet meer nadenken zijn we helemaal het slachtoffer van allerlei consumptiemechanismen. Ik vind dat ouders hun kinderen van jongs af aan moeten voorlezen en spreken met kinderen, luisteren naar hun kinderen, aan tafel zitten en babbelen over hoe het is geweest op school. Lezen is dé manier om woorden te leren hanteren, te gebruiken, om kritisch over de wereld na te denken zodat er geen leiders kunnen opstaan die zeggen: ‘je moet niet nadenken, ik doe het denken voor jou, volg mij blindelings, ik weet het!’ De enige

DEGEUS

preventieve strategie op lange termijn tegen het populisme is een volk dat voldoende geschoold is. Niet hoofdzakelijk schoolse kennis, maar vooral het ontwikkelen van kritische zin is belangrijk. Dat kan ook bij een opleiding tot metaalarbeider. Je hoeft Derrida niet gelezen te hebben om kritisch naar de wereld te kijken. Jongeren zouden kritische artikelen moeten lezen, zodat ze niet enkel de fastfoodachtige informatie binnenkrijgen over de amoureuze levens van Brad Pitt of George Clooney. Geen enkel probleem als je dat leest, maar het is belangrijk dat je ook van jongs af aan kritisch leert nadenken. Dat is nodig voor de democratie. Als geschoolde, kritische mensen kunnen zeggen dat ze staan voor een moslimcultuur of een katholieke of atheïstische cultuur, en als dat kri-

Ons streven naar vrijheid maakt ons alsmaar meer afhankelijk tisch onderbouwd is, sta ik daar voor open. Maar als men kritiekloos dingen achterna loopt, is dat gevaarlijk. Dat heeft de geschiedenis bewezen. Scholing begint met woorden, lezen, praten, luisteren, nadenken, met dialectische manieren van denken, spraak en tegenspraak, met kritische zin en wetenschappelijk denken. Filosoferen met kinderen vind ik heel belangrijk en daar moet je jong mee beginnen. Toch heb ik de indruk dat in het onderwijs alsmaar vaker de nadruk komt te liggen op vakken die economisch relevant zijn. Ik ben daar ook geen voorstander van en probeer de onderwijswereld dan ook wat te provoceren door te zeggen dat we veel meer Oudgrieks zouden moeten doceren. Ik bedoel daarmee vakken die niet meteen nuttig zijn maar die ons wel leren nadenken, leren leren, gewoon voor het plezier van het leren en het nadenken op zich. Dat hoeft daarvoor geen Grieks te zijn, maar andere, niet direct functionele dingen.

Dat is zo in het onderwijs, maar dat geldt evengoed later in het professionele leven. We moeten, en dat is heel provocerend en gek als ik dat zeg, eens leren wat minder efficiënt te zijn. Alles is gericht op resultaten die op korte termijn zichtbaar moeten zijn. Op lange termijn is dat vaak destructief.

Hoe kunnen we zinvol bestaan zonder een god in de hemel? Het leven is veel ingewikkelder dan wat de efficiëntiecultuur ons wil doen geloven. Wat zijn goede leerkrachten? Dat zijn de leerkrachten die de schoonheid kunnen tonen van hun vak, zelfs leerkrachten wiskunde. Het is geen gemakkelijke stiel, en het is niet iedereen gegeven, maar leerkrachten moeten in de eerste plaats hun leerlingen kunnen begeesteren. Die mogen ze voor mijn part dubbel betalen, want dat is zoveel waard. Ik heb heel veel gehad aan sommige leerkrachten die mij gemaakt hebben tot wie ik ben. Ik wens het iedereen toe om zo’n leraar tegen te komen in het onderwijs. Om te eindigen. U ben een kunsten literatuurminnend mens. Graag zou ik dan in verband drie vragen willen hernemen van Wim Kayzer: Vertel me wat dit leven de moeite waard maakt? Waarin vinden we schoonheid en is er over die schoonheid ook nog iets te beweren? En waardoor worden we eigenlijk getroost? Op vraag één: liefde. Op vraag twee: liefde, en ja, over de liefde valt wat te beweren. Op vraag drie: liefde. Daarbij verwijs ik graag naar mijn nieuw werkje Liefde, Een onmogelijk verlangen. Kurt Beckers

Dirk De Wachter, Borderline Times, LannooCampus: 2012. Een bespreking van Liefde, Een onmogelijk verlangen vindt u op pag. 39 van deze Geus.

september 2015  >  23


FILOSOOF OVER FILOSOOF

Foucault sterft in 1984. Hij is 58 jaar, op het hoogtepunt van zijn intellectuele carrière. Zwaar ziek – hij sterft aan aids – geeft hij tot 1984 les aan het Collège de France. In de Verenigde Staten is hij gastdocent aan diverse universiteiten. Hij is geboren in een gehucht nabij Poitiers in een welgestelde bourgeois­ familie. Met zijn vader, een chirurg, heeft hij een moeilijke relatie. Omdat zijn homoseksualiteit ‘opvalt’, ondergaat hij een psychiatrische behandeling. Hij poogt verschillende keren zichzelf te doden. Deze levensgeschiedenis trekt zich door in zijn werk. Hij studeert psychologie en filosofie. Zijn eerste boek is Maladie mentale et personnalité in 1954. Zijn proefschrift Geschiedenis van de waanzin verschijnt in 1961. Het vraagt niet veel verbeelding om te zien hoe deze thema’s hun bron vinden in zijn bestaan. Foucault mag dan afstand nemen van Sartre, hij blijft bezig met het subject. De grote bekendheid komt er met De woorden en de dingen in 1966.

© Youtube

Michel Foucault Michel Foucault (1923–1984)

plaats van God wil innemen. ‘Hier’ is een beperkt geografisch gebied tijdens een relatief korte tijdspanne, namelijk de Europese cultuur vanaf de 16de eeuw. De uitvinding van de mens, we houden in gedachten Mens met een hoofletter, valt daar te situeren. Het is niet zo dat men de natuur van de mens zou hebben ontdekt, alsof zijn wezen verborgen op ons lag te wachten. Er is wel een specifiek weten gecreëerd, een nieuw model of paradigma, epistèmè noemt Foucault het. Mensen hebben altijd over zichzelf en de wereld gepraat en nagedacht, maar niet altijd op dezelfde manier. De manieren om over de mens te spreken zijn trouwens weinig vanzelfsprekend. Het beeld van de mens ligt niet voor het oprapen alsof het louter natuurlijk en daarmee universeel en tijdloos zou zijn. Het zijn telkens constructies waarin bepaalde uitgangspunten onze ervaring sturen. Wat er zich dan in de 16de eeuw aftekent, is een opsplitsing in subject en object. De mens als soeverein subject wil zichzelf als object kennen, ‘volledig’ kennen. Om dit te kunnen moet het subject van buitenaf naar zichzelf kijken. Een onmogelijke positie. De mens als subject blijft object.

DE MENS Het boek uit 1966 maakt hem op slag beroemd en berucht. Op het einde ervan lezen we dat in het kielzog van de dood van God dit ook de dood van de mens is. De laatste zin van het boek: ‘dat de mens zou verdwijnen – zoals een gelaat bij de grens der zee.’ De verontwaardiging is groot, het boek wordt zelfs vergeleken met Mein Kampf. Foucault zou een mensenhater zijn en anders dan Sartre elk engagement onmogelijk maken. Zoals vaak is dit een uiterst oppervlakkige reactie op een nauwelijks gelezen boek. Zelfs als we enkel de laatste pagina’s lezen, is dit aan te tonen. De dood van God betekent voor Foucault dat ‘de mens-zelf rekenschap moet afleggen van zijn eigen eindigheid’. Ook de mens heeft dan geen kern of diep verborgen wezen in zich om hem boven de platte realiteit uit te tillen; hij is uitgeleverd aan de tijdelijkheid. Wat Foucault in kaart brengt is het zoeken naar surrogaten voor God, zoals hier wanneer de mens de vrijgekomen

24  >  september 2015

De dood van God betekent voor Foucault dat ‘de mens-zelf rekenschap moet afleggen van zijn eigen eindigheid’. De mens heeft geen kern of diep verborgen wezen in zich om hem boven de platte realiteit uit te tillen; hij is uitgeleverd aan de tijdelijkheid Zijn taal, lichaam en geschiedenis wijzen op zijn eindigheid. Zelfs de taal die hij in zichzelf meent te vinden als zijn eigendom – voert hij geen innerlijke monologen? – gooit hem buiten zichzelf. De taal is iets dat hij moet leren, ze gaat aan hem vooraf als wat buiten hem ligt en laat haar wetmatigheden gelden. Daarom schrijft Foucault als hij het einde van de mens aankondigt dat ‘de kwestie omtrent de taal wordt gesteld’.

DEGEUS


FILOSOOF OVER FILOSOOF

De mens zit vast in tijd en ruimte, maar denkt te kunnen kijken vanuit de eeuwigheid Het kenmerkende vanaf de 16de eeuw is juist dat men deze eindigheid gaat ombuigen en verdringen. De mens zit vast in tijd en ruimte, maar denkt te kunnen kijken vanuit de eeuwigheid. De nieuwe mens wil de weerbarstige realiteit van zijn eigen objectiviteit veroveren. Als een imperatief geldt dat hij het ongedachte in zijn greep moet krijgen. Het is geen nuchtere wetenschap, maar een wil tot uniformiteit. Al wat anders is moet worden herleid tot hetzelfde. Dat vereist ingrijpen in de natuur om het tot een spiegel van de mens te maken, wat allicht haar vernietiging inluidt. Maar ook inwerken op de natuur van de mens om de objectiviteit van taal, lichaam en handelen tot een uniform geheel te maken. Het soevereine subject wil macht over zichzelf, anderen en al wat van hem kan verschillen. Een subject dat oorzaak van zichzelf wil zijn, wat Nietzsche bespottelijk maakt als een baron Von Münchhausen die zichzelf bij de haren uit het moeras trekt.

VAN MACHT NAAR ZELFZORG Het is duidelijk dat het weten iets doet. Weten is nooit alleen maar passief ervaren en registreren, het heeft premissen, ‘voor-oordelen’. Het is niet maagdelijk ontvankelijk voor wat is, een onbeschreven blad, maar verandert wat we wel en niet zien. De belangstelling van Foucault voor instellingen die een weten incorporeren – hospitalen, psychiatrische instellingen, gevangenissen – heeft te maken met deze pragmatiek van het weten. Als men de krankzinnige gaat zien als een apart wezen dat geen mens is, dan is dit niet het resultaat van een voortschrijdend weten dat alsmaar meer ontdekt, maar een andere kijk die samenhangt met een kluwen van maatschappelijke processen. Foucault haalt Descartes aan als een aanwijzing van die verandering: irrationeel wordt betekenisloos

DEGEUS

en de waanzinnige wordt ‘zonder taal’ buiten de filosofie gezet. Het opsluiten van mensen in gevangenissen is evenmin na de wreedheid van de Middeleeuwen de ontdekking van het humane, maar de wil om te controleren die zelfs vastere vorm krijgt dan voorheen. Zoals bij de waanzin is de inzet het schrappen van het andere, het negeren of vernietigen van wat van ons verschilt. Deze controledrift vindt hij terug bij Jeremy Bentham en zijn idee van een panopticum, een gevangenis waar de individuele cellen geplaatst zijn rondom het oog van de opzichter. Niets zal voortaan aan de zichtbaarheid ontsnappen. Bentham zegt te denken aan het welzijn van de gevangenen, maar Foucault laat zien dat goede bedoelingen niet volstaan.

HET GOEDE LEVEN De nadruk ligt in al deze werken op structuren die ons maken. Reden om Foucault een structuralist te noemen. De machteloosheid zou prominent zijn en engagement zinloos. Dat is een misverstand. Foucault blijkt zich evengoed als Sartre te engageren. Politiek is voor hem belangrijk. In een zelfde lijn van misverstand ligt de verbazing als Foucault met zijn Geschiedenis van de seksualiteit naar een vorm van autonomie zoekt. Nochtans is het logisch om eerst na te gaan hoe moeilijk het is om ons te bevrijden en dan te zoeken naar uitwegen. Foucault blijft in een klassieke betekenis humanist, dat wil zeggen dat kennis en begrijpen primair zijn om iets te veranderen. De autonomie die hij uitschrijft, noemt hij ‘zelfzorg’. Hij zoekt zijn voorbeelden in de Griekse filosofie. De oude Grieken vormen zichzelf vanuit de lust die ze matigen. Zij richten zich niet tegen de lust, getuige hun belangstelling voor afrodisiaca. De matiging is eerder bedoeld om zich als ethisch subject te vormen. Wie dat niet kan, kan niet verantwoordelijk zijn. Het is niet enkel omdat de lusten ons afhankelijk kunnen maken, zodat we overdrijven terwijl we het niet willen. Het is tegelijk een politieke vraag: een mateloze heerser is een tiran.

OVER DE RUBRIEK In deze reeks belichten filosofen het gedachtegoed van hun filosofische helden. De focus ligt op de betekenis en relevantie die hun denkbeelden vandaag de dag nog hebben, en de praktische waarde ervan voor het dagelijks leven van onze lezers.

Hij die alles wil, is een slecht voorbeeld voor wie een weg in het leven zoekt. We kunnen dit in het heden plaatsen als een vraag naar het vergaren van rijkdom. Wanneer is genoeg ook genoeg? Economische groei ten koste van wat? Foucault wil weliswaar geen moraal van regels die van buiten worden opgelegd en de subjecten moeten verinnerlijken. Geen christelijke schuldvraag noch de moderne disciplinering. Ethiek is voor hem een zaak van het goede leven voorleven. De waarheid ligt niet in de mens verborgen. Er verandert niets als iemand goede intenties heeft, maar het kwade doet. Alleen telt wat zichtbaar gedaan wordt. Voor een deugdzaam leven moeten denken en doen elkaar versterken in een heen-en-weer. Om deze reflectie te oefenen, moeten we elke dag vanuit het besef van de eindigheid leven en proberen die goed af te ronden. De eindigheid die het soevereine subject negeert, wordt hiermee weer binnengehaald. Als dit humanisme is, wat ik denk, dan wordt het gestuurd door ervaring en getoetst door wat we reëel doen. Verrassend genoeg leren we ook in De walging van Sartre dat humanisme over concrete mensen moet gaan of ophoudt iets te betekenen. Eddy Borms

Over de auteur: Prof. dr. Eddy Borms is professor vakdidactiek wijsbegeerte en moraalwetenschappen en is eindverantwoordelijke voor de practica en stages. Hij is verbonden aan de VUB. Hij publiceerde o.m. over de kritiek op het humanisme van Foucault, Lévi-Strauss en Althusser.

september 2015  >  25


© Poëziecentrum

POËSTILLE

De kunst van het weglaten ROLAND JOORIS BEELDHOUWT GEDICHTEN Bij het ingaan van de vijftiende jaargang (1979) kregen de negen auteurs van Yang, Tijdschrift voor Literatuur en Kommunikatie de gelegenheid om voor zichzelf en voor de lezers na te gaan in hoeverre zij zich nog vereenzelvigden met de initiële doelstelling van het blad: zich ‘inzetten voor progressieve taken; krachtig, maar niet fanatiek, rekening houdend met de bestaande werkelijkheid’. Dat was voor de meesten een gelegenheid om uit te wijden over hun leven en werk. Dat deden zij gretig en sommigen met een zekere wellust. Zo niet Roland Jooris. Zijn reactie beslaat twee bladzijden (een andere neemt er vijftien in beslag): een in handschrift gereproduceerd briefje en een gedicht van drie strofen, tien regels, vierentwintig woorden. Die beknoptheid alleen al is kenmerkend. Voor Jooris is beknoptheid een kardinale deugd. Hij schrijft, in de geest van Tel Quel en Merlyn die het primaat van de tekst voorstonden: ‘Schrijven over mezelf ligt me niet. Ik voel me niet geroepen om een boodschap te brengen. Er is enkel het gedicht. Daarmee probeer ik het te doen. Je mag dan ook van mij niet verwachten dat ik mezelf zal situeren als mens, als lid van de maatschappij of als auteur. Dat zou meteen tegen de zin van mijn poëzie zijn.’ En hij schrijft ook: ‘Schrijven is voor mij in taal geconcentreerde spanning’. Er ligt in deze programmatische formulering van zijn schrijverschap een zekere bescheidenheid besloten. Ook dat kenmerkt Jooris. Hij zegt ‘voor mij is …’, hij dicteert geen dwingende definitie van wat alle poëzie zou moeten zijn. Tegenover deze korte tekst die zijn poëtica samenvat staat het gedicht dat

26  >  september 2015

die poëtica illustreert, de bescheiden titel Schilderijtje draagt en begint met een synesthesie: geblaf laat een hoek in het donker en dan de maan daar haal ik het lijntje vandaan dat gebogen in mijn raam komt zitten Een nieuwe keuze (van Bart Van der Straeten) uit Jooris’ werk – er zijn er reeds een paar aan vooraf gegaan – draagt de korte, kloeke titel Sculpturen (Gent, Poëziecentrum, 2014). Jooris kent, zoals iedereen, de beroemdste regel die de Tachtiger Jacques Perk heeft nagelaten: ‘Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten’, maar het is niet waarschijnlijk dat hij zich door de verzen van Perk heeft laten inspireren, zelfs niet voor zijn titel. Hij schrijft geen klinkdichten. Als stilte ergens hoorbaar is, dan wel in de poëzie van Jooris. Aan Michelangelo wordt de uitspraak toegeschreven dat de beeldhouwer het beeld uit de steen bevrijdt. Het beeld is aanwezig, het overbodige wordt weggekapt, het beeld wordt ontbloot. De dichter gaat tewerk op een vergelijkbare manier. De dichter ziet, hoort, hoopt, schrijft – en schrapt. Tot een gedicht uit het ruwe materiaal tevoorschijn komt. Tot het er staat – gebeiteld. Jooris zelf gebruikt dit beeld in de tweede strofe van een ouder immanent gedicht, eveneens opgenomen in deze bloemlezing: ‘Zijn werk is een

gebaar / dat zich wegkapt, een / sprakeloos houwen in / nog stenige / taal’. Er zijn ook een tiental nieuwe gedichten opgenomen. Het laatste daarvan, dat tevens de bundel dicht, had ook helemaal vooraan kunnen staan – het heet Genese. Een heel intiem gedicht. Jooris beschrijft exact en sober hoe een gedicht kan ontstaan, uit nevel, ‘uit het lispelen van wind’ – uit bijna niets. ‘Het niet bestaande / schudt ons door elkaar’ – het boeit en het wil geboren worden. Carl De Strycker besluit dan ook terecht zijn inleiding met de vaststelling dat Jooris geen dichter is ‘die de werkelijkheid in taal tracht te vatten, maar een metafysisch dichter die met taal de onzichtbare wereld vatbaar maakt.’ Renaat Ramon

GENESE Uit vermoeden ontstaan uit nevel uit het lispelen van wind uit ontkenning ook de hoop loopt uit op doorstrepen naarmate een gebergte ons lokt, twijfel nog hoger klimt, een uitzicht ruimdenkend zich inkeert, de adem beneemt naarmate het rommelt in een diepte die ons in een duizeling stort het niet bestaande schudt ons door elkaar

DEGEUS


COLUMN

Hilarisch

Beste lezer, hallo, ben ik dronken? Heb ik tijdens mijn jaarlijkse vakantietrip foute paddenstoelen geplukt? Of had ik de verkeerde reislectuur mee (bijvoorbeeld Nietzsche, Ecce Homo, p. 36: ‘Zo weinig mogelijk zitten; hecht nooit geloof aan een gedachte, die niet in vrijheid geboren is, onder vrij bewegen – waarin niet ook de spieren feest vieren. Al het goede komt uit de ingewanden. – Zitvlees, ik heb het al eens eerder gezegd, is dé zonde tegen de heilige geest.’)? Blijf rustig, niets van dit alles. Ik citeer gewoon een naar het Nederlands vertaalde tekst op het infobordje aan de deur van de Sint-Hilaruskapel in Brume, een overheerlijk Ardens dorpje, dat deel uitmaakt van de zestien kilometer lange wandelroute Promenade des Hameaux, een doeltreffende remedie tegen zitvlees. Wat hou ik van dit buitenland! Mocht Bart de republiek Vlaanderen decreteren, ik heb het al eens eerder gezegd, dan verhuis ik stante pede naar het heerlijke Wallonia. Dit is het soort poëzie waar we in Flandria alleen maar van kunnen dromen. Midden het heuvelland en de uitgestrekte wouden, waar reetjes en ander lekkers rondstruinen, drukt de dworpeling zich hier nog uit in zeemijlen. Let ook op de diepzinnige gedachte dat een mens niet echt dood gaat, laat staan dood is, maar dood geworden is … Een prachtige, voltooid verleden tijd. En aan de Sint-Hilaire groeien de dagen van enkele herderinsstappen, hoor ik je zuchten.

DEGEUS

Is dat poëzie? En nog niet weinig: ‘Les jours croissent à la Saint-Hilaire de quelques pas de bergère’, luidt het in de oorspronkelijke versie. Dat is bijna pure Rimbaud en Verlaine. Wie onder ons kent nog de lichte, onbekommerde stap van een herderinnetje in deze sombere tijden? Maar, beste lezer, eigenlijk wil ik het helemaal niet over mijn reisbelevenissen hebben. De Geus is tenslotte een serieus magazine en moet maatschappelijk en moreel relevant nieuws brengen. En dat doe ik. Goed nieuws zelfs: eindelijk, na al die kwellend trage jaren, gaat de emancipatie van de vrouw er sterk op vooruit. Uit een nieuwe studie van ons Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie wordt bevestigd dat de voorbije jaren steeds meer meisjes in de criminaliteit belanden. Eén op vier van de jeugddelinquenten is (eindelijk) vrouwelijk. De hoop dat ook de gevangenispopulatie nu snel vervrouwelijkt is gewettigd. De vrouwelijke mens is hiermee aan een forse inhaalbeweging begonnen en dat moet ons, vrijzinnige humanisten, blij stemmen. © Norbert De Dauw

‘In 1767 of 1769, verklaren de woners van Brume dat hun parochiale kerk van Wanne is te ver van hun dworp (min of meer twee zeemijlen) en zij bouwen de kapel Sint-Hilaire. Wie is Sint-Hilaire? In 315 is hij in Poitiers in een heidense gezin geboren. Hij werd welsprekenheidsleraar, trouwde zich en had een dochter. Hij word bekeerd en is om 30 jaar gedoopt. Sint-Hilaire was ook een schrijver. Hij is in 367 of 368 dood geworden. Men bid hem voor: reuma, apoplexie, oogs en zenuwziekten, pijnlijke plek aan de been, verlamming. Hij is ook tegen de slangen opgeroept. Aan de SintHilaire groeien de dagen van enkele herderinsstappen. Zon en warmte aan de Sint-Hilaire tonen niet het einde van de winter.’

POST SCRIPTUM: Beste lezer van De Geus, dit is de laatste column van Willem de Zwijger. De veel minder begenadigde, maar daarom niet minder sympathieke Jan Mulder, vangt voortaan voor een wekelijkse column in Het Laatste Nieuws 4.800 e. Aan het Nederlandse zakenblad Quote onthulde hij: ‘Ik heb in het verleden wel eens schrijnende toestanden meegemaakt, waarbij columnisten zonder pardon op straat werden gezet. Dat laat ik mij niet gebeuren, daarom kon ik eigenlijk niet om dit aanbod heen.’ Hallo, mijnheer de hoofdredacteur, zit er promotie in of gaan jullie mij nu op straat gooien? Willem de Zwijger

september 2015  >  27


CULTUUR

Paul Van Gysegem VIERDE DEZE ZOMER BIJ WILLIAM WAUTERS ZIJN TACHTIGSTE VERJAARDAG Op 6 juni 2015, zijn verjaardag, opende veelzijdig kunstenaar Paul Van Gysegem (kunstschilder, beeldhouwer, jazzmuzikant) zijn tentoonstelling in Oosteeklo. Voor wie nog niet langs geweest is: zijn sculpturen kan je nog bekijken tot 27 september 2015 in het Beeldenbos, naast de galerie William Wauters. Enkele beelden blijven uiteraard permanent te bezichtigen. Hoe dan ook, deze vrijzinnige kunstenaar par excellence kon niet ontbreken in de cultuurrubriek van Willem Elias. Het oeuvre van Paul Van Gysegem kan men best in zijn ontwikkeling schetsen als een geboorte van de tot een variatie van tekorten gedoemde mens uit een abstracte omgeving. Inderdaad zijn dat de twee domeinen van zijn oeuvre: omgeving en figuur. Ze maken ook het harmonieuze evenwicht tussen twee vormgevingen die niet naadloos – want Van Gysegem toont graag de lassen – maar toch goed bij elkaar passen. Een harmonie met een hoek af weliswaar, want de wankelbaarheid der dingen is het thema van zijn werk. Deze dubbelheid in zijn oeuvre is ook zijn manier om zich te oriënteren tussen abstractie en figuratie, waar ik respectievelijk even bij stilsta.

DE WERELD VAN DE KUNSTENAAR Men kan het oeuvre van Paul Van Gysegem niet begrijpen wanneer men geen oog heeft voor zijn bijna goddelijke bekommernis, uitgedrukt in de vraag: ‘Dedju, hoe gaan we dat hier maken?’ Een vraag die men tussen de lijnen van het bijbelse scheppingsverhaal leest. Creëren, dat is het werkwoord. En we weten dat elke kunstenaar een god in ’t diepst van zijn gedachten is. Iedere kunstenaar maakt een wereld. ‘Worldmaking’ heeft de bekende filosoof Nelson Goodman dat zo mooi genoemd (N. Goodman, Ways of worldmaking, Cambridge, 1981). Na de nodige scholing achter de rug te hebben, met de eraan verbonden eigen zoektochten – want

28  >  september 2015

Van Gysemgem toont zich in zijn werk vaak in grote mate een autodidact – komt hij tot de volgende creatiestructuur: hij maakt een afbakening met vlakken die hij voorziet van een huid. Zo wordt een ruimte gesuggereerd. Het vlak is zeer belangrijk in zijn oeuvre. Zijn schilderkunst, overigens zijn basisopleiding, bestaat uit een gediversifieerd spel met vlakken, voorzien van textuurbewerking. Maar ook in zijn beeldhouwkunst zijn die vlakken belangrijk als oorden waarin de mense-

Men kan het oeuvre van Paul Van Gysegem niet begrijpen wanneer men geen oog heeft voor zijn bijna goddelijke bekommernis, uitgedrukt in de vraag: ‘Dedju, hoe gaan we dat hier maken?’ lijke figuur haar plek krijgt. Klei, ijzer, brons of hout zijn de materialen die alluderen op een context. In het geval van ijzer en hout wordt vaak recuperatiemateriaal gebruikt, wat begrepen mag worden als een knipoog naar de assemblagekunst. Sowieso zit hier de band met de materiekunst. Het materiaal spreekt mee. De eigenaardigheid van de materie bepaalt mee de boodschap, weliswaar op het niveau van de connotatie zoals de teken-kenners ons leerden.

DE BEVRIJDING VAN DE BEELDHOUWKUNST Deze ‘situering’ van zijn figuren moet men ook zien als de verwerking van de nieuwe ideeën rond abstracte beeldhouwkunst. Die kwam tot bloei in het Engeland van de jaren vijftig. Voorlopers waren Calder en Gonzáles. Uiteraard ook Marcel Duchamp, die nooit mag vergeten worden wanneer er een ready-made aspect in het spel is. Al heeft Picasso op dit gebied eveneens zijn strepen verdiend – vanuit de creativiteit dan, eerder dan vanuit het concept. In Engeland was er zelfs sprake van ‘new sculpture’ en het nieuwe sloeg op het abstracte en op het incorporeren van voorwerpen die ooit tot het dagelijkse gebruik behoorden. Men kan het als een echte bevrijding zien van de traditionele beeldhouwkunst. Hier was de vrijheidsstrijd wat moeizamer dan in de schilderkunst, waar Pollock al eerder de absolute grens van de dripping had ingevoerd. Men vindt er namen als Eduardo Paolozzi en Mark Di Suvero. Het was voor de jonge Paul Van Gysegem een ware leerschool.

EXISTENTIALISME Hoewel hij veel sculpturen maakte die zuiver abstract zijn en een heuse bijdrage betekenen aan dit soort kunst, is er in zijn constructies toch vaak een symbolische vorm te herkennen. De titels bevestigen dit, zoals Charon (1990), Vleugel voor Bird (1995) en de Pinochetschaar. In de

DEGEUS


© William Wauters

CULTUUR

Paul Van Gysegem, Morgenster

meeste gevallen wordt, zoals gezegd, die abstracte verworvenheid aangewend om als kader te dienen voor zijn figuren. Men mag dit niet als ondergeschikt interpreteren. Ook in zijn figuratief werk speelt Paul Van Gysegem in op de nieuwe na-oorlogse trend. Het humanisme à la Da Vinci, zoals in zijn Vitruviusman (1490) zichtbaar gemaakt, is ver weg. De goddelijke perfectie van dit mensbeeld, gebaseerd op de verhoudingen van de Gulden Snede, zijn veraf. Dat humanisme is vervlogen. Ideologisch is men opgestapt van ‘volmaaktheid’ zonder model. Heel wat makkelijker. Verstoort de slaaprust niet. Menselijk, al te menselijk, is immers een woord dat hout op twee manieren kan snijden. Het mooie beeld van een zichzelf verheerlijkende soort, een zichzelf aangemeten label, zou men kunnen zeggen, enerzijds, maar, anderzijds, niet veel verschillend van de geminachte soorten, varianten van beestigheden. Om het nog eens duidelijk te herhalen: menselijk verheerlijkt het mooie van de vermeende waarden, maar het vergoelijkt tevens de gebreken van de soort, vermits ook missen immers menselijk zou zijn. Historisch is dat vrij simpel. De Eerste Wereldoorlog was duidelijk wat het menselijk vernuft vermag: wetenschappelijk onderbouwd uitmoorden. Dat kon een ongelukje zijn, een coïncidentie. Maar de tweede keer

DEGEUS

kon men niet meer zeggen dat men het niet geweten heeft, wel dat men geen geweten heeft. Het uitmoorden geschiedde volgens een efficiënte systematiek. Men is er niet meer mee gestopt, zelfs koude oorlogen werden warm gehouden. Het hedendaagse terrorisme is een soort permanente alomtegenwoordige wereldoorlog, zoals men bij de kachels het model ‘continu’ heeft.

Menselijk verheerlijkt het mooie van de vermeende waarden, maar het vergoelijkt tevens de gebreken van de soort, vermits ook missen immers menselijk zou zijn

Zo’n wereld vraagt om een ander soort humanisme. Dat van de kwetsbaarheid, het aangetaste, de mislukking, de angst, de engheid, de vervreemding, de verscheurdheid, de onmacht, et cetera. Een soort humanisme dat door Sartre een ‘existentialisme’ genoemd werd, waarin het woord vrijheid synoniem werd van verantwoordelijkheid. Een humanisme dat van de fundamentele onzin vertrekt en moeizaam naar een zin zoekt. Een generatie kunstenaars heeft deze gemoedsgesteltenis uitgebeeld, zelfs in die mate dat er sprake is van existentiële schilder- en beeldhouwkunst. Paul Van Gysegem is er een vertegenwoordiger van. De oorlog laat die generatie niet los.

Dit mensbeeld kent vele gedaanten. Vaak verwijst hij naar jazzmuzikanten, want dat is een wereld waarin hij ook thuis is. De freejazz, die er eenzelfde disharmonie op na houdt, buiten de regels. Soms is het een regelrechte aanval op dictators of andere dragers van de macht. Dikwijls gewoon de mens in zijn vallen en opstaan. Hij toont inderdaad niet enkel destructie, maar ook de hergeboorten, de creativiteit. Hier verschijnt de vrouw in zijn werk, al dan niet onder de vorm van een tors, voorzien van troostende borst. Om dit verhaal uit te beelden inspireert Paul Van Gysegem zich ook aan de oude mythen, die een medicijn blijken te zijn voor de nieuwe mens. Grieken en Romeinen hebben ze overgeleverd. Icarus komt het meest frequent voor. Apollo eerder dan Dionysos. Maar ook het oudst gekende epos over Gilgamesj is een wereld waarin Paul Van Gysegem graag verwijlt. Allemaal gevisualiseerd in een hedendaagse vormentaal.

DISHARMONIE Dit is de sleutel tot de gefragmenteerde wereld van Paul Van Gysegem. Zijn figuren zijn onaf, wordend of verwonderd: een voet af of half-been; vermorzelde schedel en verbrokkeld aan de buitenkant, met de ziel overhoop.

september 2015  >  29


CULTUUR

Oude heidense mythen, als blijvende humanistische utopieën

BROEDERLIJKE VRIENDSCHAP Beide oude teksten vertellen ons ontroerend over de broederlijke vriendschap die kan ontstaan tussen mensen. Deze vriendschap wordt zeer mooi weergegeven in de twee verhalen. Gilgamesj overwint de wildeman, Enkidu, in een gevecht. Dit leidt echter tot een band en niet tot een blijvend conflict. In de Ilias zijn Achilles en Patroclus van bij de aanvang onafscheidelijke vrienden. In beide verhalen wordt de broederlijke vriendschap op het diepst beleefd doordat respectievelijk Enkidu en Patroclus sterven. De fysieke afwezigheid stelt de aanwezigheid van de vriendschap op zijn scherpst. Gilgamesj hoopt nog zeven dagen dat zijn vriend terug levendig wordt: ‘Dag en nacht heb ik om hem gehuild. Ik stond niet toe dat men hem begroef: hij zou door mijn schreeuwen kunnen opstaan. Zes dagen en zeven nachten

30  >  september 2015

totdat de wormen uit zijn neus vielen.’ (Tiende Tablet, 62-66). En de droefheid van Achilles is ook niet mis te verstaan: ‘… Met hen ging Achilles de Snelvoet en hete tranen stortte hij, toen op de baar hij zijn dierbare makker zag liggen, dodelijk getroffen door puntige koper …’ (Ilias, Boek XVIII, 235-237). De dood moet men hier niet zien als een feitelijk drama, maar als een symbool voor de onmogelijkheid om die vriendschap onsterfelijk te maken. Hierin ligt het utopische karakter verscholen.

HET UTOPISCHE AVONTUUR Het is een verdienste van het existentialisme om deze heidense mythische verhalen ernstig te nemen als bevestiging van hun filosofie. Doorgaans beschouwt men de Griekse Verlichting in de vijfde eeuw voor onze tijdrekening als het einde van de mythische uitleg van de wereld en het leven ten voordele van rationele verklaringen. En dat zal wel zo zijn. De existentialisten hebben uit de mythen echter levenser-

© wikiwand.com

Het is uiteraard Thomas More die, in 1516, door de publicatie in Leuven van zijn boek over een nieuw onbestaand eiland, het neologisme ‘Utopia’ in de cultuur ingevoerd heeft. Hij schreef dit verhaal over de plaats die goed is, maar niet bestaat, tijdens zijn verblijf in Antwerpen. Dit soort verhalen behoort echter tot de oudst bekende teksten van de mensheid. Hoewel ze de geschiedenis vervangen in tijden waarin de feiten nog niet te boek gesteld werden, kenmerken de mythen zich precies doordat de wensbaarheid een belangrijker rol speelt dan de feitelijkheid. Mooi voorbeeld hiervan is het verhaal over Gilgamesj uit Mesopotamië (de Volkskrant: ‘na vijfduizend jaar nog steeds onverwoestbaar’). Andere voorbeelden zijn uiteraard de twee boeken die aan Homerus toegeschreven worden.

Gilgamesj

Paul Van Gysegem is een vertegenwoordiger van de existentiële schilder- en beeldhouwkunst. De oorlog laat die generatie niet los

soort denken vinden ze reeds in de oude mythen. Het zijn droesems, doordesemd met existentiële levensvragen. Vaak inspiratiebron voor de existentiefilosofie. Gemeenschappelijk hebben ze het belang dat gehecht wordt aan het daadwerkelijke leven en de band met de aarde. Metafysica speelt een minimale rol. Het leven als overleven staat centraal, gekoppeld aan de zoektocht naar een zinvol leven. Albert Camus is hier een mooi voorbeeld van. In zijn Mythe de Sisyphe stelt hij dat we ons Sisyphus als een gelukkig man moeten voorstellen. Het rollen van de steen is zijn levensontwerp. Telkens weer opnieuw.

varingen gedistilleerd die een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht naar zingeving. Deze is ook per definitie utopisch, vermits dezelfde existentialisten het leven in se zinloos en absurd vinden. Maar het utopische avontuur is hun houvast. En oefeningen in dit

Het is dan ook niet te verwonderen dat Paul Van Gysegem, die een oeuvre ontwikkeld heeft in de geest van het existentialisme, ook het thema van die oude mythologieën aangegrepen heeft om een aantal hedendaagse utopische gedachten te evoceren.

DEGEUS


CULTUUR

THEMATIEK VAN ALLE TIJDEN Maar de mythologische figuur is hier interessanter dan de historische. Te beginnen met zijn dubbel statuut: twee derde god en een derde mens. Een mooie mix. Na eeuwen van mondelinge overlevering werd er een versie geschreven in de twaalfde eeuw voor Christus. Zoals het bij halfgoden uit die tijd wel vaker voorkwam, was Gilgamesj een vrouwengek. En een eveneens frequent thema is dat hij op het einde van zijn leven getemd werd door een bloedmooi barmeisje dat zijn ijdelheid wat intoomde door te wijzen op de vergankelijkheid van alles. Die mannelijke opschepperij was niet volledig ongegrond, want Gilgamesj had al een avontuurlijk leven achter

De existentialisten hebben uit de mythen levenservaringen gedistilleerd die een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht naar de zingeving de rug, verwant aan dat van Hercules. De twaalf kleitabletten vormen zowat de hoofdstukken van het epos. Om hem te straffen voor zijn hardvochtigheid als koning creëerde Ururu, de Babylonische godin van de creatie, Enkidu uit klei naar het beeld van Anu, de oergod uit dezelfde mythologie.

Die een kopje kleiner maken was voor de helden echter klein bier. Enkidu deed er nog een schepje bovenop door een stuk dode stier naar het hoofd van de godin te gooien. Daarvoor zou hij boeten. Hij mocht dan niet te vellen zijn in de strijd, de ziekte zou hem wel klein krijgen. Enkidu stierf een langzame, pijnlijke dood en Gilgamesj klaagde troosteloos. Zijn eigen inspanningen

Zoals het bij halfgoden uit die tijd wel vaker voorkwam, was Gilgamesj een vrouwengek Enkidu was een wildeman, primitief en onbeschaafd. Hij had de getrainde fysiek en moed van Ninurta, de god van de oorlog, het lange haar van Ninursa, de godin van het graan, en het harige lijf van Samugan, god van het vee. Aanvankelijk leefde hij tussen de dieren in het wild. Hoewel hij op de wereld gezet was om Gilgamesj een lesje te leren, kreeg Enkidu toch slaag bij hun worstelgevecht. De koning was echter onder de indruk van de kracht en de moed van de wildeman. Zoals dat onder mannen gaat, smeedden ze een broederlijke vriendschapsband. Gilgamesj haalde ook wijsheid uit het conflict en werd een mildere koning. Beiden trokken op avontuur om het kwaad in de wereld te bestrijden. Het verslaan van de wrede reus Humbaba, de woudwaker, werd het hoogtepunt van hun tocht. Terug thuis oogstten ze veel roem en succes bij de vrouwen. In die mate zelfs dat de godin van de wellust, Ishtar, zowat de Aphrodite van het Oosten, haar oog liet vallen op Gilgamesj. Die kende echter haar reputatie omtrent de wrede behandeling die haar vorige minnaars te beurt was gevallen en hij bedankte voor de eer. Afgewezen werd ze woest en overtuigde ze haar vader om represailles te nemen. Hij stuurde de Hemelstier.

Paul Van Gysegem greep het thema van die oude mythologieën aan om een aantal hedendaagse utopische gedachten te evoceren om onsterfelijk te worden waren evenmin een succes. Eén derde mens zijn is te veel om probleemloos te leven, ook al is men voor twee derde god. Deze thematiek blijkt van alle tijden te zijn: de overmoed, de ondergang, de overgang als ritueel, het gevaar van de wellust. De spanning tussen natuur en cultuur, maar vooral ook de vriendschappelijkheid als weefsel voor de maatschappelijke relaties. Paul Van Gysegem gebruikt deze oude figuren om te actualiseren in een hedendaags humanisme: dat van de mens die valt en opstaat, samen met de bevriende medemens, die opstaat en valt. Willem Elias

© William Wauters

Paul Van Gysegem, Reliekdrager

DEGEUS

september 2015  >  31


CULTUUR

Het Betere Boek EEN DAG VOL LITERAIRE HOOGSTANDJES IN GENT Neem volgende ingrediënten: auteur, Nederlands, letters en woorden, vers van de pers, splinternieuw, literatuur, primeur, najaar, … Kruid af met pit en crème de la crème. Meng dit allemaal onder elkaar en je krijgt op zaterdag 10 oktober 2015 een smakelijk, prikkelend, geconcentreerd literair festijn in Gent! RECEPT

CHEF-KOK EN SOUSCHEFS

Elk najaar zet het Willemsfonds de Nederlandstalige literatuur letterlijk op het podium. Interviews en voordrachten, zowel van toonaangevende Nederlandstalige auteurs als van veelbelovende debutanten, vormen de liaison van Het Betere Boek. Tijdens dit literair festival dompelt het Willemsfonds de bezoekers onder in het betere Nederlandstalige boek. Je kan kennismaken met een selectie uit het grote literatuuraanbod van 2015 en met negen genomineerde debuutauteurs, die met de nodige spanning uitkijken naar het einde van de dag. Dan reikt het Willemsfonds De Bronzen Uil uit, een prijs voor de beste Nederlands­ talige debuutroman van 2015.

Het Betere Boek is op-en-top een organisatie van het Willemsfonds. Als socioculturele vereniging met een hart voor de Nederlandse taal ondersteunt en promoot het Willemsfonds het Nederlandstalige boek, geeft het een plaats in het culturele landschap en scherpt het bij bezoekers de zin om te lezen aan. Op het evenement kan je, dankzij zelfstandige boekhandel Walry, je favoriete boek meteen aankopen. De auteurs signeren wat graag je persoonlijke exemplaar.

32  >  september 2015

Op zaterdag 10 oktober 2015 legt Het Betere Boek een stevige fond van

auteurs, boeken, leesvoer en inspiratie voor lange, donkere wintermaanden. Met de hulp van het Geuzenhuis, het Liberaal Archief en andere partners en vrijwilligers tovert het Willemsfonds in Gent een succesgerecht op de literatuur­t afel.

DE BRONZEN UIL VIJFGANGENMENU De voorbereiding Er zit heel wat schrijfproductiviteit en -talent in het Nederlandse taalgebied. Een onuitputtelijke bron van beginnende schrijvers en debuutromans, die mogelijks in aanmerking komen voor de Bronzen Uil.

DEGEUS


CULTUUR

Uitgeverijen sturen hun debuut­ romans, verschenen tussen 1 sep­ tember 2014 en 31 augustus 2015, door naar het Willemsfonds. Uit het totaalaanbod van debuten binnen één jaar selecteert een deskundige jury de genomineerden. Pas in september maakt de organisatie de namen van de negen genomineerden bekend via www.hetbetereboek.be.

Jurylid en literair journalist Marnix Verplancke interviewt de genomineerden over hun debuutroman Het menu In de Zuilenzaal van het Geuzenhuis kan je op 10 oktober tussen 12:00 en 17:00 smullen van een excellent vijfgangenmenu, volledig in het teken van De Bronzen Uil. Jurylid en literair journalist Marnix Verplancke interviewt telkens drie genomineerden over hun debuut­ roman. In de oneven uren vertellen de winnaars van de vorige edities van De Bronzen Uil over hun nieuwe werk, over de betekenis van De Bronzen Uil en over de verdere evolutie die zij als schrijver doorliepen. Ineke Riem komt deze keer naar buiten met Alle zeeën zijn geduldig, een poëziedebuut.

DEGEUS

Tegelijkertijd komt Kris Van Steenberge, winnaar van de Publieksprijs én De Bronzen Uil 2014, een tipje van de sluier lichten over Blindganger, zijn nieuwe roman, die in het voorjaar van 2016 verschijnt. Een primeur! Vervolgens schakelen we over naar Roderik Six en Jan Vantoortelboom. Met Val daalt Roderik Six af in de diepste krochten van de menselijke geest. Gewapend met stilistische brille gaat hij genadeloos op zoek naar het ultieme kwaad. De man die haast had is een bijzonder pakkende roman met veel elementen zoals liefde, verlies en de tijd. Jan Vantoortelboom weet in een typerende beeldende stijl menselijke diepte in zijn verhalen te steken en zijn hoofdpersonages tot leven te brengen. Kers op de taart Sinds de start in 2011 is De Bronzen Uil gekoppeld aan Het Betere Boek: debuterende Nederlandstalige schrijvers krijgen een podium en de uitreiking van de prijs vormt het sluitstuk van de dag. Om 18:15 kom je in het Liberaal Archief te weten welk ‘jong’ talent de winnaar uit 2014 opvolgt en wie volgens de jury de beste Nederlandstalige debuutroman schreef in 2015. Ook jij, als lezer, bezoeker van Het Betere Boek, kan jouw stem uitbren-

gen en een debutant selecteren voor de Publieksprijs De Bronzen Uil.

GASTRONOMISCH HERFSTMENU Op dit menu staat fictie uit het najaar: in het Liberaal Archief passeren tussen 12:00 en 18:00 zeven hedendaagse auteurs de revue. Ze geven een boeiende kijk op hun rijke verbeelding, unieke schrijfproces en nieuwe roman.

Als hoofdgerecht serveren we de bezoekers twee opmerkelijke schrijvers met een uniek literair oeuvre, belangrijke vertegenwoordigers van hun generatie (jaren ‘70): Christophe Vekeman en Saskia De Coster In deze vijfde editie van Het Betere Boek kan je voor de eerste keer genieten van Kristien Hemmerechts, die in gesprek gaat met Jos Geysels over Alles verandert, een spiegelroman van In ongenade van J.M. Coetzee. Kristien is te beschouwen als een van de bekendste Belgische auteurs van de laatste decennia. Ze werd veelvuldig bekroond, onder andere met de

september 2015  >  33


CULTUUR

Frans Kellendonkprijs en de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap. Het succes van uiteenlopende boeken als Taal zonder mij (1997), Gitte (2011) en De vrouw die de honden eten gaf (2014) is exemplarisch voor de reikwijdte en het belang van haar werk. Haar rijke oeuvre bestaat uit romans, verhalenbundels, reisverhalen en auto­biografische essays. Constante in haar fictiewerk is het thema van het menselijk onvermogen: door verlies en gebrekkige communicatie zijn haar personages vaak niet in staat greep op hun leven te krijgen en blijvende, bevredigende relaties aan te gaan. Benieuwd of dit bij Alles verandert ook het geval is. Twee jaar geleden kon je tijdens Het Betere Boek opgaan in Verhalen van het Pajottenland, waarvoor Koenraad Tinel verhaal en tekeningen aanleverde en Stefan Brijs de tekst schreef. Dit jaar is het met spanning uitkijken naar de nieuwste roman van Stefan Brijs. Maan en zon vertelt een verhaal vol tegenstellingen – liefde en haat, waarheid en leugen, goed en kwaad – en speelt zich af op de Antillen. Toen Stefan in 1997 debuteerde met de magisch-realistische roman De verwording, werd hij meteen onthaald als nieuwe belofte van de Vlaamse letteren. Ondertussen is hij één van Vlaanderens grootste verhalenvertel-

34  >  september 2015

lers. Zijn grote doorbraak kwam er met De engelenmaker (2005), over wetenschap en geloof. Van deze laatste titel zijn de vertaalrechten verkocht aan vijftien landen. De roman werd bekroond met de Gouden Uil Publieksprijs en genomineerd voor zowel de Libris als de AKO Literatuurprijs.

Speciaal voor deze vijfde editie spreekt Tom Lanoye, in een open gesprek met de bezoekers, over eigen werk en leest hij voor uit ‘GAZ’ en ‘Koningin Lear’. Je kan ook zelf met hem in interactie gaan Het veel verkochte Post voor mevrouw Bromley (2011) brengt een verhaal over ouders en kinderen tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog. Feline Minne en Lara Taveirne waren in 2014 bij de negen genomineerden voor De Bronzen Uil en komen dit jaar praten over hun nieuwe roman. De eerste heeft het over liefde en de kunstwereld, de ander neemt je mee op een vastberaden reis naar

het verlangen, met een ongewisse uitkomst. De schijnwerpers gaan ook naar de in onze contreien minder gekende, maar daarom niet minder interessante Stefan Popa, een vitale jonge verteller, die in 2014 debuteerde met Verdwenen Grenzen, getipt in het Nederlandse programma De wereld draait door. Als hoofdgerecht serveren we de bezoekers twee oude bekenden, opmerkelijke schrijvers met een uniek literair oeuvre, belangrijke vertegenwoordigers van hun generatie (jaren ‘70): Christophe Vekeman en Saskia De Coster. Vekeman brengt om 18:00 nog een eerbetoon aan Luc De Vos via De roes van het heden. Het Liberaal Archief vormt dus het decor voor boeiende gesprekken met een aantal hoogvliegers uit de Nederlandstalige literatuur.

KOKEN MET LANOYE Liefhebbers van het oeuvre en de veelzijdige persoonlijkheid van Tom Lanoye mogen deze editie van Het Betere Boek zeker niet missen. Steeds opnieuw toont hij een ander aspect van zijn uitgebreide repertoire als romancier, dichter, scenarist of theaterauteur. Niet voor niets werd zijn oeuvre in 2013 bekroond met de Constantijn Huygens-prijs.

DEGEUS


CULTUUR

Speciaal voor deze vijfde editie van het literair festival spreekt Tom, in een open gesprek met de bezoekers, over eigen werk, zoals zijn columns in Humo, en leest hij voor uit GAZ en Koningin Lear. Je kan zelf met hem in interactie gaan tussen 16:00 en 17:00 in de Zolderzaal van het Geuzenhuis. Het lijkt alsof Lanoye van alle markten thuis is. Hij debuteerde begin jaren tachtig met de surrealistisch getinte verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje. Bij het grote publiek brak

Voor het eerst organiseert het Willemsfonds een eigen versie van het ‘Groot Dictee der Nederlandse Taal’ hij door met romans, ondertussen klassiekers, als Kartonnen dozen en Gelukkige slaven, en met toneelstukken als De Russen! en Hamlet versus Hamlet. Hij schreef in 2012 ook het gelauwerde Boekenweekgeschenk Heldere hemel. Daarnaast staat hij bekend als auteur van omvangrijke projecten, zoals zijn monumentale moederroman Sprakeloos, de driedelige familiesage Het goddelijke monster of de twaalf uur durende Shakespearebewerking Ten oorlog. Begin maart verscheen Koningin Lear, opnieuw een

DEGEUS

bewerking van Shakespeare, speciaal aangepast voor Toneelgroep Amsterdam tot een hedendaagse tragedie. Maar ook in fijnzinnige miniaturen betoont hij zich een meester. GAZ. Pleidooi van een gedoemde moeder vormt daarvan het bewijs. Tot slot krijg je op 10 oktober een voorsmaakje van een bundel columns, die in het voorjaar van 2016 zal verschijnen. Hij bewerkt er zijn sterkste stukken van de afgelopen jaren, over jarenlang onbestraft politiegeweld in Antwerpen, over het afscheid van Gerrit Komrij, over het definitieve afscheid van Zwarte Pieten, … Nooit is Lanoye vrijblijvend. En altijd zindert zijn taal.

KOKEREL JE MEE? Voor het eerst organiseert het Willemsfonds een eigen versie van het ‘Groot Dictee der Nederlandse Taal’. Tussen 13:00 en 14:00 nemen Katrien Van Hecke (VL) en Martine Kouwenhoven (NL) je mee op een trip door de Nederlandse taal in de Zolderzaal van het Geuzenhuis. Ga je liever zelf aan de slag? Doe dan mee aan het Willemsfonds Groot Dictee der Nederlandse Taal en misschien win jij wel het nieuwe Groene Boekje.

PROGRAMMA Liberaal Archief 12:00 - 18:00 Interviews met Stefan Popa, Lara Taveirne, Feline Minne, Stefan Brijs, Kristien Hemmerechts, Christophe Vekeman en Saskia De Coster 18:00 Ode aan Luc De Vos door Christophe Vekeman 18:15 Uitreiking De Bronzen Uil 2015 Geuzenhuis Zuilenzaal 12:00 -17:00

Interviews door Marnix Verplancke met telkens drie Nederlandstalige debutanten, genomineerd voor De Bronzen Uil. Afgewisseld met gesprekken met Roderik Six, Jan Vantoortelboom, Ineke Riem en Kris Van Steenberge

Zolderzaal 13:00 - 14:00 Willemsfonds Groot Dictee der Nederlandse Taal 16:00 - 17:00 Tom Lanoye in interactie met publiek PRAKTISCH Zaterdag 10 oktober 2015, 12:00-19:00 Geuzenhuis (Kantienberg 9) en Liberaal archief (Kramersplein 23), Gent. Toegang: 3 5 Programma en tickets: www.hetbetereboek.be De locaties liggen op wandelafstand van het station en zijn gemakkelijk met de bus bereikbaar. Ruime parking onder het Sint-Pietersplein.

Nathalie De Vis

september 2015  >  35


BOEKENREVUE

Hier staan we voor! Levensbeschouwingen over cruciale ethisch-maatschappelijke thema’s CHRISTIAN VAN KERCKHOVE, JORIS VAN POUCKE & EVA VENS (RED.) Het idee is simpel: drie redacteurs verzamelen teksten van verschillende vertegenwoordigers of specialisten van diverse levens­ beschouwingen en vragen hen om hun visie te geven over de evolutietheorie, (homo)seksualiteit, abortus en euthanasie. Concreet gaat het over het hindoeïsme, het boeddhisme, het jodendom, het katholicisme, het protestantisme, de islam en het vrijzinnig humanisme. Na lezing van Hier staan we voor! blijkt de uitwerking van dit simpele idee toch iets complexer te zijn dan eerst gedacht. Het is de mening van vele vertegenwoordigers of leden van een levensbeschouwing dat het pas mogelijk is om in contact te treden met de andere indien eerst goed is nagedacht over de eigen overtuigingen, waarden en normen. Ook dit boek vertrekt vanuit die opstelling, zoals al blijkt uit de titel (zelfs met uitroepingsteken). Vervolgens, zo blijkt uit de inleiding, wil het boek uitdrukkelijk bijdragen aan een maatschappelijke invulling: ‘Het vertrekpunt van het boek is hoe we verdraagzaamheid kunnen bevorderen en toch de diversiteit niet onderdrukken. De centrale vraag in de publicatie is dus hoe we elke levensbeschouwing tot zijn ‘recht’ laten komen en dit binnen de context van een niet-discriminerende samenleving.’ De meeste auteurs van de bundel slagen er echter niet in om de brug te maken naar andere levensbeschouwingen of de maatschappij in het algemeen. Het blijft dus bij het uitleggen van het eigen standpunt. Daarbij wordt er vaak – zoals blijkt uit de teksten over het jodendom, het katholicisme en de islam – een onderscheid gemaakt tussen een conservatieve visie en een progressieve visie van de levensbeschouwing. Het is niet altijd duidelijk waar die auteurs dan precies voor staan. We kunnen ons bovendien wel proberen te verplaatsen in het standpunt van een andere levensbeschouwing, maar

36  >  september 2015

ik zie niet in hoe dit boek kan helpen bouwen aan een verdraagzame samenleving. En al zeker niet als ik de bijdrage van Marc Peersman (katholiek) lees. Hoewel hij begint met de stelling dat het katholicisme niemand veroordeelt, citeert hij even verder uit Youcat, een Jongerencatechismus

De redacteurs geven aan dat sommige auteurs, wegens de moeilijke thematiek, niet wilden meewerken aan het boek. Het is jammer te lezen dat er dus tweede of derde keuzes moesten worden gemaakt. van de katholieke kerk: ‘De bescherming van het onschuldige leven behoort tot de belangrijkste taken van de overheid. Wanneer de overheid die taak niet op zich neemt, on-

DEGEUS


BOEKENREVUE

dermijnt ze zelfs de fundamenten van de rechtstaat.’ Zullen we dan maar meteen de theocratie installeren in plaats van de democratie? Welke openheid naar de ander is dit? Daarbij komt het nogal vaak voor dat wordt aangegeven dat de auteur niet spreekt voor de levensbeschouwing op zich omdat immers ‘het’ boeddhisme, ‘het’ protestantisme et cetera niet bestaan. Dit is ongetwijfeld het geval, maar het maakt de keuze van de redacteurs er niet gemakkelijker op om een selectie te maken van relevante auteurs. Het lijkt er immers op dat er zonder veel structuur is gezocht naar ‘specialisten en vertegenwoordigers’ van de diverse levensbeschouwingen.

De meeste auteurs slagen er niet in om de brug te maken naar andere levensbeschouwingen of de maatschappij in het algemeen. Het blijft dus bij het uitleggen van het eigen standpunt De auteurs zijn ongetwijfeld allemaal experts, het zijn veelal mensen die verbonden zijn aan universiteiten of voorzitter zijn van relevante verenigingen. De auteurs die ik niet ken, zo blijkt uit de korte biografie aan het einde van het boek, zijn ongetwijfeld allen ernstig bezig met hun levensbeschouwing. Diegenen die ik wel ken, zijn niet van de minste: Paul Schotsmans (katholicisme), Chris Vonck (protestantisme), Johan Braeckman (vrijzinnig humanisme), Edel Maex (boeddhisme). Maar terwijl voor elk ethisch thema hoofdzakelijk een andere auteur is gezocht, blijkt dit niet zo te zijn voor het jodendom: Henri Rosenberg schrijft, al dan niet samen met Henri Jakubowicz, drie van de vier artikels. Marc Peersman mag voor het katholicisme ook twee artikels schrijven: over evolutietheorie/creationisme en over abortus. De vraag die gesteld kan worden is duidelijk: waarom krijgen bepaalde auteurs meer spreekrecht dan andere? De redacteurs geven in het voorwoord aan dat sommige auteurs, wegens de moeilijke thematiek, niet wilden meewerken aan het boek. Het is jammer te lezen dat er dus tweede of derde keuzes moesten worden gemaakt. De kwaliteit van de artikels is ook erg wisselvallig. Jamnadas Gohil, die blijkbaar lesgever Sarasvati (dat heb ik even

DEGEUS

moeten googelen) is in het onderzoekscentrum Indologie (specialisatie Indische filosofie, hindoeïsme en jainisme) mag van de auteurs alle vier de bijdragen schrijven over het hindoeïsme. Geen enkele van die bijdragen kan een artikel worden genoemd. Gohil schrijft enkel abstracts van maximaal twee pagina’s. De redacteurs hadden die teksten nooit mogen publiceren. Waarom Abdulwahid van Bommel een meer dan tien jaar oud artikel uit 2003, over seksualiteit en islam, opnieuw mag publiceren is mij ook niet helemaal duidelijk. Ook deze tekst bestaat overigens uit amper zes pagina’s. Inhoudelijk gezien zijn er wel ook enkele interessante artikels. Paul Schotsmans die een katholiek pleidooi houdt voor euthanasie bijvoorbeeld. Of islamkenner Jonas Slaats, die betoogt dat de traditionele islam geen tegenstelling kent tussen geloof en wetenschap en dat de evolutietheorie niet nood­zakelijk haaks staat op die godsdienst. De vrijzinnige thema’s zijn natuurlijk bekend en worden helder uiteengezet door Sonny Van de Steene (voormalig directeur communicatie bij deMens.nu), Gily Coene, Jacinta De Roeck en Johan Braeckman (het is trouwens opvallend dat enkel Braeckman consequent schrijft over ‘evolutie-

We kunnen ons wel proberen te verplaatsten in het standpunt van een andere levensbeschouwing, maar ik zie niet in hoe dit boek kan meehelpen bouwen aan een verdraagzame samenleving theorie’, en daarmee het wetenschappelijke karakter ervan benadrukt. De religieus geïnspireerde auteurs verkiezen de term ‘evolutieleer’). Maar over het geheel genomen ben ik teleurgesteld in het boek. Omdat ik de thematiek een warm hart toedraag, waren mijn verwachtingen misschien te hoog gespannen. Kris Velter

Christian Van Kerckhove, Joris Van Poucke & Eva Vens (Red.), Hier staan we voor! Levens­beschouwingen over cruciale ethisch-maatschappelijke thema’s. Maklu Uitgevers: 2015, 366 p., ISBN 9789044132380.

september 2015  >  37


BOEKENREVUE

Berlijn Alexanderplatz ALFRED DÖBLIN Er is eindelijk een volledige vertaling verschenen van Berlin Alexanderplatz, een van de meesterwerken uit de wereldliteratuur, oorspronkelijk verschenen in 1929. De Nederlandstalige lezer heeft bijna een eeuw moeten wachten omdat het veelvuldig gebruik van straattaal en Berlijns dialect het boek nagenoeg onvertaalbaar bleek te maken. Toch is Hans Driessen er nu in geslaagd om een erg leesbare, moderne en stuwende vertaling af te leveren. Franz Biberkopf is een eenvoudig man, een voormalige cement- en transportarbeider, die zijn weg zoekt in het Berlijnse wereldje van pooiers en nachtbrakers van de jaren twintig van de vorige eeuw. Aan het begin van de roman wordt hij vrijgelaten uit de gevangenis, waar hij vier jaar heeft vastgezeten wegens moord op zijn vriendin. Nu moet Biberkopf zijn leven terug oppakken. Hij is vast van plan om ‘fatsoenlijk’ te blijven, om niet meer het slechte pad op te gaan. Aanvankelijk overleeft hij door schoenveters te verkopen en kranten te venten. Wanneer hij op een dag wordt bedrogen door zijn compagnon, begint het echter mis te gaan. De (anti)held van het verhaal vertoeft in het wereldje van cafés en danszalen die zich bevinden in de buurt van de arbeiderswijk rond de Alexanderplatz. Hier ontmoet hij Reinhold, met wie een vriendschapsband ontstaat. Maar Reinhold is ook de man die er voor zorgt dat de argeloze Biberkopf pooier wordt. Verder wordt Biberkopf, via een list en dus tegen zijn zin, betrokken bij een diefstal. Omdat hij ‘fatsoenlijk’ wil blijven, loopt hij, letterlijk, weg van zijn opdracht. Zijn kompanen houden hem tegen, waarna niemand minder dan zijn vriend Reinhold hem uit de vluchtauto gooit. Hij wordt door een tweede wagen overreden en verliest zijn rechterarm. Toch blijft Biberkopf, tegen wil en dank, geloven in de goedheid van zijn

38  >  september 2015

medemens. Daardoor neemt het verhaal de vreemdste wendingen. Biberkopf heeft een nieuwe vriendin, Mieze. Eenmaal genezen, zoekt hij contact op met de dievenbende die hem uit de auto heeft gekieperd. Doffe ellende volgt: Reinhold probeert Mieze het hof te maken, maar omdat ze weigert op zijn avances in te gaan, vermoordt hij haar. Uiteindelijk wordt Biberkopf van deze misdaad verdacht. Hij wordt gek en belandt in een krankzinnigengesticht, waar in het beroemde laatste deel van het boek hem visioenen van de dood door het hoofd spoken. Het droevige aan het verhaal is dat Bieberkopf wel ‘fatsoenlijk’ wil blijven, maar dat de gebeurtenissen hem meeslepen en hij het slachtoffer wordt van de omstandigheden. Daarom is Berlijn Alexanderplatz, op filosofisch niveau, een meditatie over het lot en de individuele keuze. Döblin toont overtuigend aan dat de filosofie van eigen schuld dikke bult – tegenwoordig bijna een populistische standaardtheorie – elke nuancering mist. De beslissing van de auteur om, naast vele andere verwijzingen naar de Bijbel, stukken uit het boek Job aan te halen, moet dan ook in deze context worden begrepen.

die vertaling is dat ze erg vrij is. Zo heeft Rost hele alinea’s weggelaten en uiteindelijk meer geïnterpreteerd dan vertaald. Daarom mogen we blij zijn met een nieuwe vertaling die respect heeft voor de originele tekst. Wat mij betreft mag het verhaal van Franz Biberkopf gerust naast andere iconische boeken worden gelegd met legendarische hoofdpersonen: Het proces van Kafka, Doctor Faustus van Thomas Mann, Schuld en boete van Dostojevski. Critici vergelijken het boek ook dikwijls met Ulysses van James Joyce. Omdat Döblin veelvuldig gebruikmaakt van weerberichten, populaire liedjes, processen-verbaal, krantenberichten, advertenties, geluidseffecten, enzovoorts, doet de roman ook denken aan Manhattan Transfer van John Dos Passos. Maar al deze vergelijkingen mogen zeker niet doen vergeten dat Berlijn Alexander­ platz een unieke, experimentele en onconventionele roman is met een heel eigen compositie, toon en taalgebruik. Een roman waarin ook Berlijn een personage is dat, in flarden, wordt beschreven op het ritme van de levendige onderwereld. Kris Velter

Berlin Alexanderplatz verscheen oorspronkelijk dus in 1929. Al een jaar later kwam er een soort Nederlandse vertaling van Nico Rost, die Döblin persoonlijk kende. Het probleem met

Berlijn Alexanderplatz, Alfred Döblin (vertaling: Hans Driessen). Wereldbibliotheek: 2015, 544 p., ISBN 9789028425873.

DEGEUS


BOEKENREVUE

Liefde Een onmogelijk verlangen? DIRK DE WACHTER Na zijn razend populair geworden werk, Borderline Times, waarin Dirk De Wachter borderline als een maatschappelijke ziekte schetst, voert de auteur opnieuw de hitlijsten aan met een boek over liefde. Het is geschreven vanuit de achtergrond van zijn vorig werk waarin hij zich ernstige vragen stelt bij de op consumptie en leukigheid gerichte samenleving. De Wachter onderzoekt de plaats van de liefde in onze maatschappij en waarom het najagen van de liefde, in een soort van uitverkorenheid, zoveel leed veroorzaakt. Door de gemediatiseerde cultuur geloven we volgens de auteur dat ook liefde maakbaar is, waardoor de verwachtingen onmogelijk hoog worden gesteld en ze een aura van Hollywoodiaanse paradijselijkheid krijgt. Maar alles aan dit wereldbeeld is façade en toch geraken we er moeilijk van los.

De onbereikbaarheid van het paradijs maakt ons ongelukkig. Beter is het verwerpen van het dwingende geluksverlangen en de kickcultuur, te leren om een beetje ongelukkig te zijn De liefde wordt zo een middel om gelukkig te zijn en zoveel mogelijk te genieten, maar ze veroorzaakt daardoor net het omgekeerde: de onbereikbaarheid van dat paradijs maakt ons ongelukkig. Beter is het verwerpen van het dwingende geluksverlangen en de kickcultuur, te leren om een beetje ongelukkig te zijn, en dit te leren aanvaarden. We moeten dan ook met zijn allen wat minder verlangen van liefde, willen we werken aan een duurzame vorm ervan. Duurzaamheid krijg je

DEGEUS

volgens De Wachter door de bescheidenheid te omarmen, door het gewone toe te laten. Hoewel hij uiterst kritisch is voor onze hedendaagse samenleving, is De Wachter geen cultuurpessimist. Zijn kritiek op de huidige tijd is geen pleidooi voor de terugkeer naar het verleden dat evenzeer problematisch was. Het is voor hem steeds opnieuw nodig om de actualiteit te problematiseren in het nu, niet met de standaarden van een geromantiseerde geschiedenis. De Wachter geeft toe dat ook hij geen pasklare antwoorden heeft voor de geproblematiseerde liefde. Hij verzet zich vooral tegen het heersende reductionistische materialisme waar ook de liefde verklaard wordt vanuit het brein. Liefde heeft ook altijd te maken met het onzegbare, met nietweten, het mystieke, het onbegrijpelijke. De liefde wortelt niet alleen in de ‘gewonigheid’, maar ook in de mystiek. Seriële monogamie is de nieuwe realiteit. Er heerst volgens De Wachter een probleem met binding, hechting en engageren; de liefde raakt op en men begint aan een nieuwe relatie. Maar paradoxaal, zo beweert De Wachter, zullen mensen pas samenblijven als ze afstand kunnen houden. Net zoals in Borderline Times put hij uit één van zijn grote inspiratiebronnen, namelijk het werk van Emmanuel Levinas. De ander is radicaal anders.

Het anders-zijn is een kenmerk van de liefde, het één worden niet. Liefde is volgens hem dus gebaat bij filosofie en literatuur omdat daar betekenissen te vinden zijn die ontbreken in de vluchtige beeldcultuur. Het werk gaat uiteindelijk over in mijmeringen rond stilte en stilstaan, zwijgen als tegenwicht

De Wachter verzet zich vooral tegen het heersende reductionistische materialisme waar ook de liefde verklaard wordt vanuit het brein voor het voortdurend fotograferen van alles om dit dan ook nog eens eindeloos te willen delen via Facebook. Belangrijk voor hem is ook het toelaten van het niet-begrijpen. Meer nog: de liefde laat zich opnieuw zien als je niet alles wilt begrijpen. De ander moeten we zien als radicaal anders. Zo wordt het verlangen blijvend gevoed. Zelfs de meest wonderlijke poëzie kan over de ander niets definitiefs zeggen. Als de dichters het al niet kunnen, zo schrijft De Wachter, wat zouden wij het dan proberen. Kurt Beckers Dirk De Wachter, Liefde, een onmogelijk verlangen? Lannoo Campus: 2014, 112 p., ISBN 9789401421331.

september 2015  >  39


CODA

EF & AF over logica Na hun gesprek over tijd en de vrije wil waarvan ik het genoegen had op deze pagina’s verslag te mogen uitbrengen, ontmoeten de Ene Filosoof (EF) en de Andere Filosoof (AF) elkaar voor een volgend gesprek. Het onderwerp is meer dan geriskeerd: logica. Geriskeerd, want is de edele kunst van het redeneren wel veilig in de handen van EF en AF? Als bevoorrechte getuige en verslaggever heb ik een synthese gemaakt die de leukste momenten – lees dit vooral ironisch – samenbrengt.

AF: ‘Moet g’opletten dat ge niet uitsliert! Voilà, dat is ‘t. Of zit ik er weeral naast? Want ik begin dat wel beu te geraken, kameraad. Iedere keer als ik iets zeg, maakt ge u kwaad, dus zult ge wel weer kwaad zijn nu ik iets heb gezegd.’ EF: (met openstaande mond) ‘Maar, maar, … ge hebt juist een logische redenering opgebouwd! Man, toch, soms word ik echt onnozel van u. Goed, vergeet die regen en de natte straten …’

EF: ‘Beste AF, logica, wat zegt jou dat?’ AF: ‘Oesse, logica, ja wel, neen, ’t is te zeggen, ik heb er al een keer horen over spreken maar ’t was nogal ingewikkeld, wat ik wel raar vond, want, als ’t logisch is, is ’t toch eenvoudig? Da’s toch logisch, neen?’ EF: ‘Ja, lap, we zijn weer vertrokken. AF, vriend, om te beginnen is het goed om dingen van elkaar te onderscheiden. Ge gebruikt nu twee betekenissen van logica door elkaar, hoe is dat mogelijk? Met de ene betekenis bedoelen we triviaal, voor de hand liggend, intuïtief duidelijk, dat soort dingen, maar met de andere betekenis bedoelen we het opbouwen van een redenering, een argumentatie, een bewijs in het beste geval, en dat kan natuurlijk zeer ingewikkeld zijn.’ AF: ‘Dank u! Ik zou eerder zeggen dat gij al vertrokken zijt. Waarom maakt ge u zo druk? OK, er zijn dus twee betekenissen van logica. De eerste klinkt mij bekend – dat zal wel logisch zijn, zeker? – maar van die andere heb ik nog nooit gehoord. Wat is dat nu weer voor iets?’ EF: ‘Ik zal u een simpel voorbeeld geven. Kijk, als ik zeg ‘Het regent’ en bovendien ‘Als het regent dan worden de straten nat’, wat kunt ge daaruit besluiten?’ AF: ‘Dat ge ambitie hebt om weerman te worden? Tiens, dat had ik nu nooit gedacht van u. Gij wilt zeker in de buurt van Sabine geraken? Ah, gij ouwe snoeper!’ (lacht meer dan hartelijk) EF: (kwaad) ‘Maar gij onnozel kalf, verstaat ge nu werkelijk niets? Waarom gij in deze columns de naam ‘Andere Filosoof’ krijgt, is mij werkelijk een raadsel, zeker wat het tweede deel betreft. Komaan, nog een keer, welke uitspraak volgt er uit hetgeen ik heb gezegd?’

AF: (onderbreekt spontaan) ‘Ah ja, ’t is zeker gestopt met regenen?’ EF: (bijna sprakeloos) ‘Wat???’ AF: ‘Ah ja, anders kan dat niet. Als ik die natte straten moet vergeten dan is ’t toch omdat ze nu droog zijn en dus dat ’t niet aan ’t regenen is. Ik ben wel geen Frank, al zeker geen Sabine, maar ik weet wel iets over hoe het weer in elkaar steekt.’ EF: ‘Nu wordt het helemaal fantastisch, ge hebt zo juist een modus tollens toegepast!’ AF: ‘Allo, EFke, op uw woorden letten, eh man, ik ben wel gene modale tollenaar!’ EF: ‘Maar neen, modus tollens is een logische denkregel en ge hebt die daarnet gebruikt. Stel dat ge een uitspraak hebt van de vorm ‘Als A dan B’ en bovendien weet ge dat B niet het geval is, dan zegt de regel dat A niet het geval kan zijn. Dat is wat gij hebt gedaan als ge voor A ‘Het regent’ leest en voor B ‘De straten worden nat’.’ AF: ‘Sorry maar nu zijt ge echt wel aan ’t zeveren. Ik ken die regel geeneens, nog nooit van gehoord en dat komt gij zeggen dat ik hem zou gebruikt hebben. Hoe kan dat nu?’ EF: (voelt zich enigszins betrapt) ‘Jaja, ge hebt eigenlijk wel, hoe ongelofelijk ook, een beetje gelijk. Ik bedoelde niet dat ge de regel ergens liggen hebt en dan gebruikt maar wel dat uw redenering voldoet aan de vorm van modus tollens.’ AF: ‘Nog beter, nu hebben redeneringen ook al vormen. Wat zijn ze dan? Rond, vierkant met een rood bolleke in ’t midden?’

AF: ‘Euh, dat ge de volgende keer beter een paraplu meeneemt?’ EF: ‘Maar enfin, heb ik iets gezegd over een paraplu? Dat heeft er toch niets mee te maken? (met licht scanderende stem) ’t Is aan ’t regenen en, als dat gebeurt, worden de straten nat dus …?’

40  >  september 2015

EF: (loopt mompelend weg) ‘Modus tollens, modus ponens, disjunctief syllogisme, dilemma, … hoe krijg ik het ooit uitgelegd, zo’n schone regels, zo helder, zo duidelijk, …’ Jean Paul Van Bendegem

DEGEUS


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

De volgende nieuwsbrief verschijnt op 1 oktober 2015. Bijdragen hiertoe worden ten laatste op vrijdag 4 september verwacht op onze redactie.

NOTEER ALVAST IN UW AGENDA 03/10 Rommelmarkt VCG 03/10 Feestelijke startactiviteit VF Drongen 10/10 Het Betere Boek WF, VCG

DEINZE ZATERDAG 19 SEPTEMBER 2015, 14:00 Overzichtstentoonstelling Stief Desmet WILLEMSFONDS DEINZE

DENDERLEEUW DONDERDAG 24 SEPTEMBER 2015, 14:00

NIEUWSBRIEF met het waarom van een Vermeylenfonds in Drongen. Een streepje muziek doorheen de feestelijke receptie ontbreekt niet en iedereen is welkom.

Lezing ‘Waar krijgen we kanker van?’ Prof. dr. Rik Schots HVV DENDERLEEUW I.S.M. UPV Veel families worden geconfronteerd met kanker. Dikwijls komt dan de vraag: ‘Hoe komt het dat hij/zij door de ziekte getroffen is?’ Het ontstaansmechanisme van kanker is complex. Zowel erfelijke als omgevingsfactoren spelen een rol en ook onze levenswijze heeft een belangrijke impact. Professor Schots is hemato-oncoloog in het UZ Brussel en legt op toegankelijke wijze uit welke de feiten zijn op basis van wetenschappelijke gegevens. Hij weerlegt een aantal mythes en geeft enkele tips mee over maatregelen die we zelf kunnen nemen om het risico op kanker te verminderen.

Gratis toegang, reservatie gewenst. Info & organisatie: Vermeylenfonds Drongen katrien.blontrock@scarlet.be. Locatie: Open Huis aan de Leie, Domien Ingelsstraat 15 bus A, 9031 Drongen.

GENT ZONDAG 6 SEPTEMBER 2015, 11:00 Literaire Matinee ‘Een virtuele wandeling doorheen blauw Gent’ Bart D’hondt WILLEMSFONDS GENT

Deelname: 2 4. Info en inschrijving: info.hvvdenderleeuw@gmail.com 053 66 99 66 - www.hvv-denderleeuw.be. Locatie: ’t Kasteeltje, Stationsstraat 7, 9470 Denderleeuw.

We brengen een bezoek aan de overzichtstentoonstelling van Stief Desmet, met rondleiding door de kunstenaar zelf. Na de tentoonstelling nodigt Stief iedereen uit in zijn atelier in Bachte-Maria-Leerne voor een drankje. Gratis toegang. Info en inschrijving: Bart Provijn - bart.provijn@telenet.be 0474 07 83 79 of Annie Mervillie willemsfondsdeinze@telenet.be - 0476 46 67 26, Locatie: Mudel, Lucien Matthyslaan, 9800 Deinze.

DEGEUS

DRONGEN ZATERDAG 3 OKTOBER 2015, 14:00 Feestelijke startactiviteit van de nieuwe afdeling VERMEYLENFONDS DRONGEN Het programma was bij het ter perse gaan nog niet helemaal gekend. We kunnen u wel al zeggen dat theatermaker, acteur, verhalenverteller en schrijver Herwig Deweerdt optreedt en dat wij u zullen boeien

Meer dan 150 jaar heeft een bloeiende liberale beweging Gent niet alleen bestuurlijk en maatschappelijk getekend maar liet ze evenzeer duidelijke sporen na, overal in de stad.

september 2015  >  41


AGENDA

Bart D’hondt bracht vorig jaar als wetenschappelijk medewerker van het Liberaal Archief en specialist van onze Gentse geschiedenis al die standbeelden, gedenkplaten, grafmonumenten en woningen van burgemeesters, machinebouwers, textielnijveraars, kunstenaars en voormannen van de Vlaamse Beweging in beeld. Hij lardeerde die staalkaart met een bloemlezing aan achtergrondinformatie en smukte de illustraties op met heerlijke anekdotes. Zijn boek Van Andriesschool tot Zondernaam­ straat werd een compleet verhaal met tal van verrassende invalshoeken. Dankzij een PowerPoint–presentatie en de toelichting van Bart D’hondt maken we een virtuele wandeling doorheen die 150 jaar blauw Gent. We vertrekken uiteraard van het Lakenmetershuis waar het Willemsfonds toch al 150 jaar gehuisvest is. Terwijl u onderduikt voor een onalledaagse ontdekkingstocht doorheen uw thuisstad Gent geniet u rustig van een aperitiefje. Deelname: 2 5 Willemsfondsleden / 2 7 niet-WF-leden. Info en inschrijving (uiterlijk 01/09): Leo Ponteur leo.ponteur@skynet.be - 09 222 06 79. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent.

DINSDAG 8 SEPTEMBER 2015, 13:30 Strijkkwartet nr. 8 – Ludwig van Beethoven Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT Luistersessie met bespreking.

Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo@gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

42  >  september 2015

VRIJDAG 11 SEPTEMBER 2015, 20:00 Vernissage dubbeltentoonstelling ‘Beeld-Spraak’ Winnie Vandeweghe en Ellen Lanckman KUNST IN HET GEUZENHUIS

Winnie Vandeweghe stelde al vaak tentoon in Gent, Kortrijk en Antwerpen en nam deel aan verschillende wedstrijden waaronder Curieuze Collectie, One Armed Man en Schilderij van het Jaar. In haar schilderijen probeert zij met een mix van abstractie en impressionisme mysterieuze beelden weer te geven waarin allerlei onderwerpen worden aangesproken. Stuk voor stuk zijn het beelden waarin je verloren kan lopen. Als inleiding op de tentoonstelling draagt Ellen Lanckman een aantal gedichten voor. In de zomer van 2014 verscheen haar debuutbundel Over deugd en andere manke­ menten bij uitgeverij Scriptomanen. In het voorjaar van 2015 bracht Ellen bij diezelfde uitgeverij en in samenwerking met fotograaf Hendrik Boxy Dagen van glas uit: een combinatie van poëzie en fotografie. Momenteel werkt ze aan haar derde bundel en werd ze een aantal keer gepubliceerd, zowel in bloemlezingen als literaire tijdschriften. Gratis toegang. De tentoonstelling loopt van 12 t.e.m. 20 september 2015. Openingsuren: weekdagen van 9:00 tot 16:30 (graag een seintje vooraf) en op zaterdag/zondag van 14:00 tot 17:00. Info en inschrijving: Kunst in het Geuzenhuis griet@geuzenhuis.be - 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

ZATERDAG 12 SEPTEMBER 2015, 13:30 - 18:00 Cultuurmarkt OOST-VLAAMSE VRIJZINNIGE VERENIGINGEN De jaarlijkse Cultuurmarkt op de Kouter markeert de start van een nieuw en veelbelovend cultuurseizoen. Traditiegetrouw verzamelen meer dan honderd verenigingen op de Kouter om het nieuwe culturele seizoen in de bloemetjes te zetten! Ook de Oost-Vlaamse vrijzinnige verenigingen ontbreken hier niet en vormen samen een vrijzinnige straat. Deelnemers zijn het vrijzinnig centrum Geuzenhuis en zijn lidorganisaties, huisvandeMens Gent, Willemsfonds, Vermeylenfonds, Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen, Humanistisch Verbond Gent, HVV Vrouwen, Humanistische Jongeren en De Maakbare Mens. Samen maken we onze werking bekend en presenteren we onze najaarsprogrammatie aan het publiek.

Gratis toegang. Info: Martine Ledegen - martine@geuzenhuis.be 09 220 80 20. Locatie: Kouter, 9000 Gent.

ZATERDAG 12 SEPTEMBER 2015, 13:45 Gegidst bezoek aan de begraafplaats Campo Santo WILLEMSFONDS GENT Het Campo Santo is misschien wel de merkwaardigste begraafplaats van Vlaanderen. De begraafplaats ligt op een beboomde heuvel waarop de heilige Amandus in de 7e eeuw zou hebben gepredikt. Ze werd genoemd naar de Campo Santo begraafplaats te Rome. Talrijke beroemde schilders, beeldhouwers en schrijvers kregen hun laatste rustplaats op deze 19 meter hoge grafheuvel. Ze moesten die plek wel delen met de traditionele katholieke Gentse bourgeoisie, die er voor veel geld prachtig gebeeldhouwde praalgraven en familiekelders plantte. Door de artistieke waarde van de vele graf-

DEGEUS


AGENDA

monumenten is het ook een echt openluchtmuseum. Het is de laatste rustplaats van o.a. Jan Hoet, Wilfried Martens, Luc De Vos, maar ook van de ons welbekende Jan Frans Willems. Dit oord, in meer dan één opzicht een plaats van rust, kent een belangrijke geschiedenis en verdient een bezoekje. We laten ons gedurende zo’n twee uur rondleiden door een ervaren gids.

Deelname: 2 5 (WF-leden) / 2 6,5 (niet-WF-leden). Info en inschrijving (vóór 05/09): Christophe Puttevils christophe.puttevils@telenet.be - 0485 83 20 81. Inschrijving is definitief na betaling van het verschuldigde bedrag op rek.nr. BE70 4460 2160 0125 o.v.v. ’Campo Santo + namen van de deelnemende personen’. Locatie: Sint-Amanduskerk (naast het oude gemeentehuis van Sint-Amandsberg), 9000 Gent.

DINSDAG 15 SEPTEMBER 2015, 13:30 Don Carlo – Giuseppe Verdi Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT

DINSDAG 15 SEPTEMBER 2015, 19:30

Deelname: 2 2 | Info en inschrijving: dan.block@gentsegrijzegeuzen.net - 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

Filosofisch gesprek: ‘Veralgemenen’ HVV ZAHIR GENT ‘(Alle) mannen, vrouwen, joden, Walen, ... zijn wit/zwart.’ Hoe snel laten we ons niet tot veralgemeningen verleiden? We veralgemenen onze dagelijkse realiteit, het maakt ons leven simpeler, meer gecontroleerd en duidelijker. Weliswaar kan het veralgemenen ook het pad effenen naar beof veroordelen, ook willen we onze vooroordelen al wel eens bevestigd zien. En vooral als een verantwoordelijke moet gevonden worden wil dat ons wel eens parten spelen. In onze zucht naar patronen, orde en duidelijkheid helpt veralgemenen ons om zicht te krijgen op de complexiteit van ons leven en onze wereld. Daarmee doen we niet altijd recht aan de waarheid of de realiteit van het leven. Echter, kunnen we het veralgemenen vermijden? Is het fenomeen ons ook van nut of zijn we te gemakzuchtig of kortzichtig? Veralgemenen is gemakkelijk, overzichtelijk en complexloos. Maar zodra we genuanceerder gaan redeneren, merken we dat het een veel moeilijkere oefening wordt. Neem de uitdaging aan en kom met ons filosoferen! Gratis toegang. Info en inschrijving: HVV Zahir Gent gustaaf de meersman - videokontakt.gdm@telenet.be 09 330 35 77. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

Luistersessie met bespreking.

DONDERDAG 17 SEPTEMBER 2015, 14:00 Lezing ‘De slaven van de Groote Oorlog’

ZATERDAG 19 SEPTEMBER 2015, 10:00 70 jaar Vermeylenfonds VERMEYLENFONDS

Het Vermeylenfonds nodigt u van harte uit op de viering van haar 70-jarige bestaan, in het huis van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze viering betekent een bekroning van 70 jaar vrijwilligerswerk en doorzettingskracht, van een bloeiende vereniging waar het socialistische gedachtegoed en het vrijzinnig humanisme centraal staan. Maar we kijken ook voorwaarts! Wat houdt de toekomst voor het Vermeylenfonds in? Welk beleid zullen we de komende jaren uittekenen? Welke uitdagingen liggen in het verschiet? Met het Vermeylenfonds 2.0 tonen we onze ambitie om nog groter en sterker te worden, en een maatschappelijk relevante taak te vervullen. Met een glas sluiten we samen de viering af.

PROGRAMMA 10:00 10:30

Donald Buyze GENTSE GRIJZE GEUZEN

11:00

Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo@gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

DEGEUS

11:15

Aan de hand van foto’s, documenten en kaarten (geprojecteerd op scherm), vertelt Donald Buyze het verhaal van zijn grootvaders opeising en de erbarmelijke omstandigheden in de werkkampen. Hij gaat ook verder in op de plaatselijke (Gentse) deportaties.

12:00 13:15

14:45

onthaal, registratie en koffie verwelkoming door Annabelle Van Nieuwenhuyse Feestrede door prof. dr. Koen Goethals over het Vermeylenfonds 2.0 (nieuw beleidsplan, presentatie):Vermeylenfonds, vrijhaven voor de eigenzinnige mens Ans Persoons, Schepen van Nederlandstalige aangelegenheden, Wijkcontracten en Participatie, over ‘les Maroliens’ film 70 jaar AVF + vertelling ‘De Wandelende Jood’ door Herwig Deweerdt lunch panelgesprek over duurzaamheid, cultuur, emancipatie en August Vermeylen met moderator Annabelle Van Nieuwenhuyse, Sis Van Eeckhout, Bart Keunen en Marc Bontemps slotwoord en receptie

september 2015  >  43


AGENDA

Gratis deelname. Inschrijven is verplicht (tot 11/09), de plaatsen zijn beperkt. Info en inschrijving: info@vermeylenfonds.be 09 223 02 88. Locatie: Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, Lombardstraat 67, 1000 Brussel.

DINSDAG 22 SEPTEMBER 2015, 13:30

ZATERDAG 3 OKTOBER 2015, 10:00 - 17:00

Gregoriaans: herbekeken, geactualiseerd, gediversifieerd

Rommelmarkt t.v.v. Achilles Fonds

Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT

ZATERDAG 19 SEPTEMBER 2015, 13:45 Bezoek passiefhuis en gegidste natuurwandeling Bourgoyen WILLEMSFONDS GENTBRUGGE Vlak buiten de Gentse stadsring ligt De Bourgoyen-Ossemeersen, een prachtig natuurreservaat. Meer dan 210 hectaren vochtige graslanden vol sloten en grachten vormen een uniek open landschap.

Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo@gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

DONDERDAG 24 SEPTEMBER 2015, 14:00 Filmcyclus over zingeving en trots: ‘Pride’ HUISVANDEMENS I.S.M. GGG EN FENIKS

We starten met een bezoek aan het bezoekerscentrum van de stad Gent. Dit gebouw is een voorbeeldgebouw qua duurzaamheid. De gebouwverantwoordelijke zal ons hierover meer vertellen. Na het bezoek, voor zij die het lusten, degusteren wij een Gagelbiertje. Na het glaasje gaan wij op themawandeling: Niet betreden zonder verrekijker! in het natuurreservaat. Gids van de dag is Jan Vanderhaeghen. Vergeet je verrekijker niet! Na de wandeling kunnen de deelnemers, indien gewenst en op eigen kosten, hun honger stillen in 't Stoofpotje op wandelafstand van de Bourgoyen. Deelname: 2 6 (Willemsfondsleden), 2 8 (niet-WF-leden). Info en inschrijving (vóór 14/09): Jan De Groof jande_groof@hotmail.com - 0486 22 77 02. Uw inschrijving is definitief na betaling van het verschuldigde bedrag op rek.nr. BE80 0012 0852 1077 o.v.v. ’Bourgoyen’+ aantal personen + restaurant Ja/Nee’. Locatie: parking bezoekerscentrum 'De Bourgoyen', Driepikkelstraat 32, 9030 Mariakerke (Gent).

44  >  september 2015

GEUZENHUIS Rommel in huis waar u komaf mee wil maken? Dringend tijd om eens een grote opkuis te doen? Geen nood: op 3 oktober organiseert het Geuzenhuis een rommelmarkt in het kader van de Dag tegen Armoede. Opgelet: alle opbrengsten gaan naar het fonds Achilles (hulp bij betaling schoolfactuur minder begoede leerlingen), dus u doneert alles gratis. Het Geuzenhuis staat in voor het praktisch verloop van de dag.

Een film over eigenheid, identiteit, (sub) culturele achtergrond, seksuele geaardheid, afkomst, loyauteit, (on)rechtvaardigheid, authenticiteit ... en het belang van goed te kunnen dansen! De film wordt ingeleid door vrijzinnig humanistisch consulent Winnie Belpaeme. Gratis toegang, reservatie gewenst. Info en inschrijving: gent@deMens.nu - 09 233 52 26. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

Wanneer inzamelen? Vanaf 31 augustus, meldt u aan de infobalie. Wat? Oude boeken, film, audiovisueel materiaal, klein meubilair, speelgoed, decoratie, accessoires, keukengerief enzovoorts. Wat niet? Kledij en groot meubilair. Niets om weg te geven? Kom dan zeker iets kopen op de rommelmarkt! Gratis toegang. Info en inschrijving: martine@geuzenhuis.be 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

ZATERDAG 10 OKTOBER 2015, 12:00 - 19:00 Het Betere Boek

DINSDAG 29 SEPTEMBER 2015, 13:30 Een esthetica van de muziek, bestaat zoiets? Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo@gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

Het Betere Boek is een literair festival dat het betere Nederlandstalige boek ondersteunt en promoot. Met de uitreiking van De Bronzen Uil, prijs voor de beste Nederlandstalige debuutroman van het jaar, geeft het Willemsfonds extra aandacht aan debuterende schrijvers.

DEGEUS


AGENDA

PROGRAMMA Liberaal Archief 12-13:00 Stefan Popa met A27. Interview door Remco Volkers. 13- 14:00 Lara Taveirne met Hotel zonder sterren en Feline Minne met De kunstwereld en ik. 14-15:00 Stefan Brijs met Maan en zon. Interview door Lies Steppe. 15-16:00 Kristien Hemmerechts met Alles verandert. Interview door Jos Geysels. 16-17:00 Christophe Vekeman met Hotel Rozenstok. Interview door Lies Steppe. 17-18:00 Saskia De Coster met Het spiegelpaleis. Interview door Jelle Van Riet. 18-18:15 Ode aan Luc De Vos door Christophe Vekeman. 18:15 Uitreiking van De Bronzen Uil 2015. Geuzenhuis, Zuilenzaal 12- 13:00 Drie Nederlandstalige debutanten, genomineerd voor De Bronzen Uil. Interview door Marnix Verplancke. 13-14:00 Roderik Six met Val en Jan Vantoortelboom met De man die haast had. 14-15:00 Drie Nederlandstalige debutanten, genomineerd voor De Bronzen Uil. Interview door Marnix Verplancke. 15-16:00 Ineke Riem met Alle zeeën zijn geduldig en Kris Van Steenberge. 16-17:00 Drie Nederlandstalige debutanten, genomineerd voor De Bronzen Uil. Interview door Marnix Verplancke. Geuzenhuis, Zolderzaal 13-14:00 Willemsfonds Groot dictee der Nederlandse Taal. 16-17:00 Tom Lanoye in interactie met het publiek. Deelname: 2 5. Info & organisatie: Willemsfonds i.s.m. Geuzenhuis www.hetbetereboek.be - 09 224 10 75. Locatie: Geuzenhuis (Kantienberg 9) en Liberaal Archief (Kramersplein 23), 9000 Gent.

Na een korte historische situering wordt dieper ingegaan op hete hangijzers zoals energie, migratie en economische integratie. Gratis toegang. Info en inschrijving: Dominique Brems upv_dominique.brems@telenet.be http://upv.vub.ac.be/upv-regionaal. Locatie: Liberaal gebouw (zaal Manneke Pis museum), Markt 47, 9500 Geraardsbergen.

DONDERDAG 24 SEPTEMBER 2015, 20:00 Rusland en de Europese Unie UPV GERAARDSBERGEN De relaties tussen Rusland en de Europese Unie staan onder druk naar aanleiding van de crisis in Oekraïne. De vraag rijst hoe het zover is kunnen komen. Wat zijn de economische, politieke en juridische knelpunten en hoe moet het nu verder?

OUDENAARDE ZONDAG 6 SEPTEMBER 2015, 10:30 Muzikale toogbabbel WILLEMSFONDS OUDENAARDE

MOERBEKE-WAAS ZONDAG 20 SEPTEMBER 2015, 9:00 Oost-Vlaamse Dag WF MOERBEKE-WAAS I.S.M. WILLEMSFONDS O-VL De Oost-Vlaamse Dag vindt dit jaar plaats in het landelijke Moerbeke-Waas, waar de liberalen sinds 1847 onafgebroken, tot en met vandaag, de absolute meerderheid hebben in de gemeenteraad. Op initiatief van burgemeester Maurice Lippens werd de Moerbeekse Willemsfondsafdeling gesticht op 11 november 1908. Willemsfonds OostVlaanderen nodigt je graag uit voor een bezoek aan 168 jaar liberaal bestuur en 107 jaar Willemsfonds Moerbeke-Waas.

PROGRAMMA 09:00 09:45

GERAARDSBERGEN

DEGEUS

Deelname: 2 35. Info en inschrijving (vóór 10/09): nathalie.devis@willemsfonds.be - 09 267 39 63. Vermeld je naam, afdeling, contactgegevens en programmakeuzes en ofje kiest voor stoverij of balletjes in tomatensaus. Inschrijving is pas definitief na overschrijving van 2 35 p.p. op rek. nr. BE27 3900 5834 7373 van WF provinciaal verbond O-VL met als mededeling ‘naam, afdeling, aantal personen, O-VL dag 2015’. Locatie: Resto Smulderke, Statiestraat 1, 9180 Moerbeke-Waas.

10:00 12:30 14:00 16:30

Onthaal met koffie en boterkoek Verwelkoming door het Moerbeekse gemeentebestuur Start keuzeactiviteiten: - Bezoek monumenten en historisch erfgoed - Grenswandeling met bus en te voet - Bezoek Meetjeshoeve met degustatie Lunch in Resto Smulderke Start keuzeactiviteiten (zelfde aanbod als om 10:00) Afsluiter met drankje en hapjes

Muzikale toogbabbel in het teken van de accordeon, met Franse en Argentijnse muziek. Gratis toegang. Info en inschrijving: Johan Vanommeslaeghe johan.vanommeslaeghe@telenet.be - 055 31 55 46. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde.

DINSDAG 8 SEPTEMBER 2015, 19:30 - 21:00 Introductieles tai chi VC LIEDTS Tai chi is oorspronkelijk een oude Chinese, interne krijgskunst. Wat vooral opvalt als je iemand tai chi ziet beoefenen is de vloeiende, heel zachte manier van bewegen. Alle bewegingen vloeien moeiteloos in elkaar over. De tai chi-beoefenaar ziet er volledig ontspannen en gecoördineerd uit. Het grote geheim ligt in de kracht van de geest. Als we onze geest stil en rustig maken en alles rondom ons vergeten, kunnen we ons ten volle concentreren op wat er binnen in ons lichaam gebeurt.

september 2015  >  45


AGENDA

12:00 12:45 13:40 15:30 17:06 18:00 Geïnteresseerden kunnen zich die avond inschrijven voor de volledige cursus (telkens les op dinsdag van 19:30 tot 20:30 in het VC Liedts). Deelname: de kennismakingsles is gratis, mits reservatie. Daarna wordt er gewerkt met een 10-beurtenkaart t.w.v. 2 90. Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30 www.vcliedts.be. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde.

MAANDAG 21 SEPTEMBER 2015, 19:00 Bijeenkomst leesclub ‘Leesvrij’

rondleiding Brouwerij Het Anker (Gouden Carolus) maaltijd in de brouwerij (menu Gouden Carolus) bezoek Dossinkazerne samen terugwandelen naar het station, met terrasje trein terug naar Gent aankomst Gent

Deelname: 2 50 Vermeylenfondsleden / 2 55 niet-VF-leden. Info en inschrijving: avfoudenaarde@telenet.be 055 49 87 23. Locatie: Mechelen.

Deelname: 2 15 per jaar voor leden / 2 25 voor niet-leden. Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde.

ZONDAG 27 SEPTEMBER 2015, 9:00 Uitstap Mechelen met bezoek aan de Dossinkazerne VERMEYLENFONDS OUDENAARDE

PROGRAMMA

09:00

vertrek NMBS station Gent Sint-Pieters 09:54 aankomst Mechelen 10-12:00 stadswandeling met gids

46  >  september 2015

Elke eerste en derde woensdag van 19:30 tot 21:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving. SOS Nuchterheid is een vrijzinnig en humanistisch zelfzorg initiatief en is een lidvereniging van deMens.nu Info SOS Nuchterheid: 0486 25 66 71 info@sosnuchterheid.org - www.sosnuchterheid.org Info en locatie: De Branderij - Zuidstraat 13, 9600 Ronse 055 20 93 20 - de.branderij@skynet.be.

MAANDAG 28 SEPTEMBER 2015, 20:00 Wijndegustatie ‘Oostenrijk wit’ Luc Blommaert VC LIEDTS I.S.M. WIJNRANK Deelname:.2 25 per degustatie / 2 60 voor drie degustaties in het najaar. Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde.

VC LIEDTS Tijdens deze bijeenkomst verdiepen we ons in Het zwart en het zilver van Paolo Giordano.

VASTE ACTIVITEIT VC DE BRANDERIJ

SINT-NIKLAAS WOENSDAG 30 SEPTEMBER 2015, 19:00 - 21:30 Workshop empathisch luisteren HUISVANDEMENS I.S.M. BOND ZONDER NAAM In deze cursus leer je hoe je het empathisch luisteren kan inzetten in je omgeving, zonder daarom een luisterdeskundige te zijn. Empathisch luisteren vertrekt vanuit de interesse in wat mensen doen en waar ze mee bezig zijn. Wie echt leert luisteren naar mensen, helpt hen om voor zichzelf te weten te komen wat ze voelen, willen en denken. Het luisterend oor laat de ander aan het woord met zijn verhaal, en schept daarmee de ruimte die de ander nodig heeft om zélf het antwoord te vinden, zélf te kiezen. Met empathisch luisteren kan je veel betekenen voor familie, een vriend of buur, als je bereid bent eenvoudig te luisteren. De workshop gaat ook door op 7 en 15 oktober en op 5 november 2015, steeds van 19:00 tot 21:30. Deelname: 2 10 (geen terugbetaling bij annulatie). Info en inschrijving: sintniklaas@demens.nu 03 777 20 87 of www.bzn.be. Locatie: huisvandeMens, Ankerstraat 96, 9100 Sint-Niklaas.

VASTE ACTIVITEITEN VC LIEDTS

Elke maandag om 20:00 Workshop hatha yoga, ingericht door het Willemsfonds (geen yoga tijdens de schoolvakanties).

Elke maandag om 14:00 en elke woensdag om 19:30 Bridgewedstrijd. Organisatie: Liedts Bridge Club (uitgezonderd op wettelijke feestdagen).

Elke dinsdag om 20:00 Bijeenkomst SOS Nuchterheid (ook tijdens de schoolvakanties). De vrijzinnig humanistische bibliotheek is te bezoeken na afspraak via 055 30 10 30 of info@vcliedts.be (uitgezonderd op wettelijke feestdagen en tijdens de vakantieperiodes). Uitlenen is mogelijk voor leden. Openingsuren VC Liedts: van maandag tot donderdag van 9:00 tot 12:00 en van 13:30 tot 15:30, vrijdag op afspraak. Info en locatie: VC Liedts - Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde 055 30 10 30 - info@vcliedts.be - www.vcliedts.be.

VASTE ACTIVITEITEN VC GEUZENHUIS

Elke woensdag en vrijdag om 20:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving (alcohol en andere verslavingen). Aarzel niet om een afspraak te maken. De lotgenoten uit uw buurt verwelkomen u van harte. Uw contactpersonen: Eddy - 0494 65 19 84 (woensdag) Cynthia - 0477 65 72 11 (vrijdag) Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

DEGEUS


COLOFON

LIDVERENIGINGEN VC-G

Hoofdredactie: Fred Braeckman Eindredactie: Griet Engelrelst, Thomas Lemmens Redactie: Kurt Beckers, Freia DeBuck, Annette De Vos, Frederik Dezutter, Karim Zahidi Vormgeving: Magelaan Druk: New Goff

Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Kurt Beckers

Gerbrich Reynaert

Annette De Vos

Frederik Dezutter

Freia DeBuck

Karim Zahidi

Verantwoordelijke uitgever: Sven Jacobs p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Eddy Borms, Caroline De Geest, Nathalie De Vis, Willem Elias, Philippe Henon, Pierre Martin Neirinckx, Sylvain Peeters, Renaat Ramon, Jean Paul Van Bendegem, Gie van den Berghe, Sofie Vanobbergen, Kris Velter, Guy Verhofstadt. Cover: © Maren Winter / Shutterstock De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Het VC-Geuzenhuis coördineert, ondersteunt, bundelt de Gentse vrijzinnigen in het Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 – f09 222 70 73 admin @ geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas @ geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overge­ nomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers). De nieuwsbrief van De Geus verschijnt maandelijks (10 nummers).

DEGEUS

LIDMAATSCHAPPEN Kunst in het Geuzenhuis: €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen: €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Leden­rekening, Pottenbrug 9, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging: €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 9, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds: €10 op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van VF Leden­ rekening, Tolhuis­laan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lid VF’. Willemsfonds: €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Leden­ rekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’.

ABONNEMENTEN De Geus zonder lidmaatschap: €13 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €2. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG. Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

De Cocon vzw, Jeugdhulp aan huis info: 09 222 30 73 of 09 237 07 22 info @ decocon.be – www.decocon.be Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Thomas Lemmens – 09 220 80 20 thomas @ geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens – 09 233 52 26 gent @ deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck @ g mail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve – 09 220 80 20 hvv.gent @ geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: R. Van Mol – 0479 54 22 54 rvanmol @ hotmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Griet Engelrelst – 09 220 80 20 griet @ geuzenhuis.be Opvang – Oost-Vlaanderen vzw Dienst voor pleegzorg info: 09 222 67 62 gent @ opvang.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info @ sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2 @ telenet.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info @ vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info @ w illemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: thierry.vervoort @ d igimores.org www.digimores.org

PARTNER huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Sint-Antoniuskaai 2, 9000 Gent 09 233 52 26 – f 09 233 74 65 gent @ deMens.nu Café De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 za en zo vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 – geusvangent @ g mail.com Humanistisch – Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe – 09 222 29 48 hvv.ovl @ geuzenhuis.be

september 2015  >  47


V.U.: Laurent Rens, Willemsfonds vzw, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent Ontwerp: Steve Reynders.be

De Geus september 2015  

Magazine Vrijzinnige Actualiteit Oost-Vlaanderen

De Geus september 2015  

Magazine Vrijzinnige Actualiteit Oost-Vlaanderen