Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Euthanasie en psychisch lijden JOHAN BRAECKMAN

Pleidooi voor radicale gelijkheid BILAL BENYAICH IN GESPREK MET DYAB ABOU JAHJAH

ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT MAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 47 › NR.5 › MEI 2015


INHOUD

VAN DE REDACTIE Ten strijde

3

PLAKKAAT En dan nu voor een bonuspunt

4

ACTUA Goesting in wetenschap Deradicaliseren Een ethisch waagstuk

6 10 13

MENSELIJK De morele relevantie van het subjectieve

18

MILLENNIUM 2015 De Sustainable Development Goals

22

BAANBREKER Worden binnenkort baby’s geboren van twee vaders?

24

VRAAGSTUK Pleidooi voor radicale gelijkheid. Bilal Benyaich in gesprek met Dyab Abou Jahjah

26

COLUMN Verlichte dictatuur

31

FORUM

32

CULTUUR De vergeten kunstenaar. Camille D’havé Dees De Bruyne

33 38

BOEKENREVUE Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers. Joris Luyendijk Recht maken wat krom is? Een hoorcollege over bio-ethiek. Johan Braeckman

2  >  mei 2015

40 41

FILM Wolf Totem Selma

42 43

POËSTILLE Verzaligd teloorgaan. Bart Vonk verschrijft het verlies

44

CODA Tijd om draken te doden

45

NIEUWSBRIEF

46

COLOFON

55

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

Ten strijde Op 1 mei herdenken we de strijd van de arbeiders die opkwamen voor hun rechten. Zij verkregen uiteindelijk de achturige werkdag. Deze strijd wordt in crisistijd opnieuw actueel, weliswaar ligt de focus anders. Betogingen en stakingen steken steeds meer de kop op. Mensen pikken het niet dat er geknibbeld wordt aan de pensioenen. De werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in tijd en zwaar zieken die niet kunnen werken, moeten het uitzingen met een lagere uitkering. Zieke mensen blijven zelfs minder lang thuis uit angst hun job te verliezen. Deze crisismaatregelen acht de regering noodzakelijk om onze sociale zekerheid te redden. Volgens activist en auteur Dyab Abou Jahjah is er echter genoeg geld, maar wordt het gehaald bij de verkeerde mensen: zij die het sowieso met minder moeten doen. Hij waarschuwt stellig voor de gevaren van de afbouw van de solidaire samenleving. Er leeft veel ongenoegen in de maatschappij en daar moet iets aan gedaan worden. Het kan bijvoorbeeld niet zijn dat mensen gediscrimineerd worden in het vinden van een job. Gefrustreerde jongeren voelen zich vervreemd van de maatschappij, wat kan leiden tot opstand. Hij heeft niet zoveel schrik voor jongeren die naar Syrië trekken, wel voor jongeren die radicaliseren en hier blijven. Abou Jahjah pleit voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen zich thuis voelt. Nog te vaak worden migranten van de derde generatie gezien als tweederangsburgers. Onlangs kwam hij in het nieuws met een sit-in voor het Antwerpse stadhuis. Hij protesteerde samen met een heleboel mensen, jong en oud, tegen de racistische uitlatingen van Bart De Wever over Berbers. Als beloning werden zij omsingeld door de politie en afgestraft met een GAS-boete. Gelukkig trekt de stad Gent een andere kaart: zij voert openlijk strijd tegen discriminatie bij interimkantoren, verhuurders en 9.000 bedrijven. Mystery shoppers zullen bijvoorbeeld nagaan welke bedrijven werknemers weigeren omwille van hun achtergrond, overtuiging, geslacht enzovoorts. Bij meerdere grote overtredingen zullen er sancties volgen.

DEGEUS

Of je nu voor- of tegenstander bent, Abou Jahjah durft tegen de schenen te schoppen en kaart belangrijke zaken aan. Omdat hij spreekt voor een gemeenschap die voorheen niet gehoord werd, eerde het vrijdenkerscollectief ’t Zal Wel Gaan hem vorig jaar met de Geuzenprijs. Zijn kritische geest schuwt het debat niet. De Gentse afdeling van het Humanistisch Verbond nodigde hem recent uit om zijn visie te geven op de toenemende radicalisering. Waarom vertrekken zoveel Belgische jongeren naar Syrië om een strijd te voeren die niet van hen is? Politicoloog Bilal Benyaich werd gevraagd het gesprek in goede banen te leiden. Veel vrijzinnigen kwamen de uitverkochte zaal binnen met vooroordelen, maar die bleken na afloop bij veel aanwezigen weggeveegd. Het gebeurt niet vaak dat vrijzinnigen hun kar zomaar keren, maar Abou Jahjah is hierin geslaagd. De reacties aan de toog na afloop waren in de eerste plaats lovend: hij werd gezien als een echte Geus. Daarom besloot De Geus u dit gesprek niet te sparen. Een weliswaar ingekorte versie vindt u terug in de rubriek Vraagstuk. Oordeelt u vooral zelf. Veel mensen voeren ook een interne strijd, in alle stilte. Mensen die levensmoe zijn, het echt niet meer zien zitten, zijn onderworpen aan jaren van extreem lijden. De Belgische euthanasiewet maakt geen onderscheid tussen fysiek en psychisch lijden. Toch zijn er veel mensen die maar weinig begrip kunnen opbrengen voor de euthanasievraag van een depressieve patiënt, wat veel minder speelt bij een chronisch zieke zoals een MS of kankerpatiënt. Psychiater Lieve Thienpont schreef er een boek over. Libera Me. Over euthanasie en psychisch lijden doorbreekt het taboe op psychische aandoeningen en bespreekt de vragen die zich stellen rond de levenseindeproblematiek van die patiënten. Johan Braeckman verzorgde het voorwoord. Ook dat wilden wij u niet onthouden, hiervoor verwijzen wij u naar Menselijk. Hou alvast 21 juni vrij in uw agenda, want dan wordt Wim Distelmans, de grote strijder voor het recht op een waardig levenseinde, meer dan terecht bekroond met de Prijs van het Vrijzinnig Humanisme. Griet Engelrelst

mei 2015  >  3


PLAKKAAT

En dan nu voor een bonuspunt Het is niet zo lang geleden dat de onderwijzer in onze contreien een even hoog aanzien had als de notaris, de dokter en misschien zelfs mijnheer pastoor. De tijden zijn veranderd. Een vlakke loopbaan, een gebrekkige begeleiding en een karig loon zorgen ervoor dat steeds minder jongeren voor een job als leerkracht kiezen. Nochtans zijn er weinig functies in onze samenleving die zó belangrijk zijn. Elk kind heeft talenten, maar die talenten kunnen alleen tot bloei komen als ze gevoed worden, begeleid en uitgedaagd. Goed onderwijs is de basis voor alles. Hoe zorgen we ervoor dat onderwijzers het respect verdienen dat ze vroeger kregen? In 2013 werd, na heel wat getrek en gesleur, het Masterplan Hervorming Secundair Onderwijs goedgekeurd. In dat plan heeft men het over de fameuze domeinscholen, de brede eerste graad, de matrixstructuur en zelfs over de tablet in de klas. Daarentegen is het met een vergrootglas zoeken naar een onderdeel in het plan over de leerkrachten. Veel aandacht voor de structuren, bitter weinig voor de mensen die het waar moeten maken. Nochtans kan een school maar zo goed zijn als de leerkrachten die dag in dag uit voor de klas staan. Leerkrachten worden te veel in de steek gelaten. Als ze jaarlijks via een functioneringsgesprek feedback kunnen geven en krijgen, dan is dat al veel. Evaluatiegesprekken zijn nóg minder frequent. Dat is ook niet zo verwon-

4  >  mei 2015

Leerkrachten worden te veel in de steek gelaten. Er is niet alleen een gebrek aan degelijke evaluatie. Financiële en carrièrematige incentives die excellentie belonen, ontbreken volledig derlijk; het is veelal de schooldirecteur die deze gesprekken met de leerkrachten moet voeren en die heeft daar uiteraard veel te weinig tijd voor. Er is niet alleen een gebrek aan degelijke evaluatie. Financiële en carrière­ matige incentives die excellentie belonen, ontbreken volledig. Jonge en gemotiveerde leerkrachten komen al vrij snel tot een ontnuchterende vaststelling: 'Of ik nu meer of minder hard werk, ik verdien er geen eurocent extra voor.’ Een (vastbenoemde) leerkracht die zich niet inzet, wordt maar zelden ontslaan. Waarom pakken we dit niet op een heel andere manier aan? Waarom meten we de 'output' van een leerkracht bijvoorbeeld niet aan de hand van de resultaten van de leerlingen? Als we leerlingen nu eens aan het einde van elk schooljaar een standaardtest zouden laten afleggen die meetelt voor een deel van het jaarresultaat. Zo kan je op een onafhankelijke manier vaststellen welke vooruitgang elke leerling boekt, jaar na jaar en voor elk vak. Op basis van die resultaten kan je meten in welke mate een vakleerkracht er in slaagt zijn leerlingen gedurende het schooljaar vooruitgang te laten boeken. Leerkrachten die goed scoren op deze test verdienen een financiële bonus en betere promotiekansen; na verloop van

© Shutterstock

Lezer, sta mij toe dat ik u meteen geruststel. Deze bijdrage gaat over bonussen, maar niet voor bankiers. Wel voor een veel nobeler beroep: dat van de leerkracht.

tijd kunnen ze een functie als ‘senior’leerkracht uitoefenen, waarbij ze deels les blijven geven en deels hun jonge collega’s coachen en begeleiden. De ene school is uiteraard de andere niet. Zijn het niet vooral de leerkrachten in de 'betere' scholen die goed zullen scoren in een dergelijk systeem? Niet noodzakelijk. Het is namelijk niet de absolute score van de leer­lingen die bepalend is, wel de relatieve vooruitgang die ze geboekt hebben ten opzichte van het vorige schooljaar. In andere landen, waaronder de VS, Mexico, Slovakije, Chili, Engeland, Schotland en Singapore, worden testresultaten van leerlingen al langer

DEGEUS


PLAKKAAT

gebruikt om leerkrachten te evalueren. Volgens het TALIS (Teaching and Learning International Survey) rapport van de OESO beschouwt 65% van de leerkrachten de testresultaten van hun leerlingen als een belangrijk onderdeel van hun eigen evaluatie. In andere landen is men al veel langer aan het experimenten met nieuwe modellen voor de rekrutering en begeleiding van jonge leerkrachten. In Zuid-Korea verdien je als leraar een vet salaris. Enkel als je in de toplaag afstudeert aan de universiteit, kom je in aanmerking voor een job als onderwijzer. Teach for America is een programma waarbij mensen worden gerekruteerd die met grote onderscheiding

DEGEUS

Het wordt tijd om ook de Vlaamse leerkracht te geven wat hij verdient: een uitdagende job in een setting waarin inzet beloond wordt. Onderwijs moet opnieuw een roeping worden afstuderen aan de meest prestigieuze Amerikaanse universiteiten. Na een intensieve opleiding van vijf weken gaan ze gedurende twee jaar aan de slag in een ‘disadvantaged school’, waar veel kansarme kinderen zitten. De resultaten zijn bijzonder positief. Teach First, de Britse tegenhanger van

Teach for America, stond vorig jaar op de tweede plaats in het lijstje van meest prestigieuze werkgevers. Het wordt tijd om ook de Vlaamse leerkracht te geven wat hij verdient: een uitdagende job in een setting waarin inzet beloond wordt. Onderwijs moet opnieuw een roeping worden. De beste manier om de welvaart van morgen te verzekeren, is door ervoor te zorgen dat onze jonge high potentials niet alleen voor de dokterspraktijk, de balie, het bedrijfsleven of de wetenschap kiezen maar ook voor een carrière voor de klas! Jan Van Cauwenberghe Voorzitter Jong VLD Gent

mei 2015  >  5


ACTUA

Goesting in wetenschap De laatste jaren bereiken ons vanuit de universitaire wereld steeds meer onrustwekkende berichten: moordende publicatiedruk, kosteninefficiënte richtingen worden geschrapt, onderzoek dat niet meteen een grote return on investment lijkt te hebben verdwijnt, de universiteit verliest stilaan haar onafhankelijkheid, en ga zo maar door ... Door de universiteit in een neoliberale marktlogica te dwingen, wordt niet alleen haar onderwijs aangetast, maar komt ook de kwaliteit, vrijheid en onafhankelijkheid van haar onderzoek in het gedrang. Vernietigt de vermarkting onze universiteiten? Volgens Koen Goethals, Algemeen Voorzitter van het Vermeylenfonds en sinds 2004 academisch beheerder aan de UGent, ligt het in de realiteit iets genuanceerder. Er is evenwel terecht reden tot bezorgdheid. Hij roept op tot een breed debat over wat de essentie van een moderne universiteit kan zijn, wars van alle karikaturale voorstellingen. Van de universiteiten wordt dezer dagen bijzonder veel verwacht: vanwege de overheid, de bedrijfswereld, de studenten en hun ouders, maar ook vanwege de universitaire medewerkers zelf. Die verschillende verwachtingen zijn niet noodzakelijk compatibel of voor de hand liggend. Binnen de universiteiten zijn er hierdoor discussies ontstaan met als voorbeeld de groeiende klachten over een druk naar meer ‘vermarkting’ van het universitair onderzoek. In opinies hoort men vaak dat de universiteiten hun onafhankelijkheid opgeven in functie van meer onderzoeksmiddelen, de ‘universitas’gedachte verloochenen in dienst van commerciële groepen en de focus richten op geldpotten eerder dan op fundamentele vragen. Er zou een stroming ontstaan zijn met een utilitaristische visie op de universiteit, een houding die verregaande internalisering van een marktdenken voor-

6  >  mei 2015

staat en de universiteiten ziet in functie van economische groei. Dit binnen een context waar doorgedreven neoliberaal marktdenken academici zou gevormd hebben die lucratieve opdrachten cumuleren, onderwijs geringschatten en hun carrière afhankelijk maken van door de overheid opgelegde meetsystemen. Sommigen stellen dat dit volgt op een gefaald democratiseringsproces van het hoger onderwijs. Iets wat Margaret Tatcher aangreep om ‘die halfzachte sector met geprivilegieerde professoren en studenten’ te ‘ver-economiseren’. De term ‘vermarkting’ dekt als vlag een lading met verschillende lagen: instellingen die concurreren om slinkende financiële middelen binnen te halen, onderzoek in verknechte dienst van aandeelhouders en onderzoekers als instrumenten voor economisch gewin. De realiteit is uiteraard veel genuanceerder, al valt er iets te zeggen voor de bezorgdheid rond deze kwesties.

ANDERE TIJDEN Men moet erkennen dat de context waarin een universiteit opereert al geruime tijd onderhevig is aan veranderingen. De Vlaamse universiteiten worden voor een belangrijk aandeel gefinancierd door de gemeenschap, zijn hoofdspelers binnen de kenniseconomie en moeten zich verantwoorden voor de besteding van middelen. Het hoger onderwijs werd gemassificeerd, geflexibiliseerd en gedemocratiseerd. Opleidingen moeten daarbij marktrelevant zijn en kwaliteitszorg, rationalisatie en internationalisering zijn leidmotieven geworden. De massificatie werd inderdaad soms aangegrepen om in markteconomische termen te denken. Voorbeelden hiervan zijn hoge inschrijvingsgelden gekoppeld aan studieleningen en een terminologie die studenten stelselmatig als ‘klant’ omschrijft. De universiteit staat hierdoor niet zozeer in dienst van de gemeenschap maar eerder in dienst van zichzelf om te overleven in een concurren-

Er dreigt een eenzijdig marktdenken te ontstaan dat de identiteit van de universiteit kan besmetten tiële onderwijsmarkt met slinkende middelen. Er wordt geïnvesteerd in marketing voor studentenwerving, in een proliferatie van opleidingen om de ‘afzetmarkt’ en de ‘klant’ te verleiden. Vanuit een accountancyreflex worden ‘niet-productieve’ of ‘kosteninefficiënte’ richtingen afgeschaft. Dat wordt gekoppeld aan een sterke juridisering van het onderwijs: de ‘klant’ wil waar voor zijn of haar geld. Er dreigt hierdoor een eenzijdig marktdenken te ontstaan dat de identiteit van de universiteit kan besmetten. Het zou

DEGEUS


© UGent – Hilde Christiaens

ACTUA

De universiteit dreigt van intellectuele vrijplaats een door een gevoelloos systeem verknechte instelling te worden. Een systeem dat pokert op voorspelbaarheid, utilitaristisch kortetermijndenken en buzz words.

verschrikkelijk zijn mocht ook bij ons de democratisering van het hoger onderwijs worden misbruikt om een te sterke ‘vermarkting’ door te drijven die uiteindelijk leidt tot standenonderwijs, wetenschappelijke bloedarmoede en verlies van universitaire autonomie. De opdracht, financiering en het bestaansrecht van het onderzoek zijn niet te vergelijken met de situatie van twintig jaar geleden. Er is een groeiende publicatiedruk en een oerwoud van financieringskanalen die soms gekoppeld worden aan eisen rond eigen financiering en economische return. Een forse groei in het aantal onderzoekers ging gepaard met een stijgende internationale mobiliteit. De vertaling van onderzoek in toepassingen en producten is onvermijdelijk geworden. Was valorisatie van onderzoek vroeger een vaag begrip, tegenwoordig is hier een sterk toegenomen aandacht voor en worden universiteiten verwacht ook hierin te presteren.

DEGEUS

Geen wonder dat dit spanningen oproept en dat er vragen gesteld worden over de ongebondenheid van de universiteit. Klachten over een dominante audit-cultuur, geworteld in een cynisch en utilitaristisch gedachtegoed, spreken over een bedreiging voor onze cultuur en maatschappij, zelfs voor onze menselijkheid. De rol van onderwijs en onderzoek zou te

De academische vrijheid wordt als een mummie gewikkeld in de beperkingen van de kwaliteitsmetingen en wetenschappelijke integriteit kreunt onder een jachtige publicatiedruk eenzijdig worden benaderd. Er ontstaat wrevel rond de inflatie van managementmodellen in de universiteit en men hunkert naar een tijd waarin

alles minder gejaagd en minder productiegedreven was en het ontwikke­ len van wetenschappelijke visies op langere termijn mogelijk was.

METEN IS WETEN? Een voorbeeld is de groeiende kritiek over hoe onderzoekskwaliteit wordt gemeten. Hierbij past men geglobaliseerde productiviteitsboekhoudingen toe die doen denken aan een ongebreidelde markteconomie. Begrippen zoals Science Citation Index, Impactfactor, H-index en ranking van instellingen zijn zodanig ingeburgerd dat weinigen er nog vragen bij stellen, laat staan weten waar hun oorsprong ligt. De modellen worden nu eenmaal toegepast en men schikt er zich naar. Overigens hebben deze meetinstrumenten op zich hun verdiensten, maar ook hun beperkingen. De toestand wordt problematisch wanneer er een mechanistische auditcultuur ontstaat

mei 2015  >  7


© Norbert Van Yperzeele

ACTUA

die haar eigen leven begint te leiden. Door een te eenzijdige en ongenuanceerde nadruk ontstaan er effecten die het wetenschappelijk onderzoek aantasten. Onderzoek dat nu eenmaal goed rendeert binnen die meetcultuur wordt bevoorrecht. Jonge ambitieuze vorsers kiezen voor vakgebieden omdat die het bibliometrisch gezien goed doen. Risicovol onderzoek wordt ontraden. Onderzoeksresultaten die een hypothese niet bevestigen worden minder vlot gepubliceerd. Publicaties worden uitgesplitst zodat het curriculum er rianter uitziet. De academische vrijheid wordt als een mummie gewikkeld in de beperkingen van de kwaliteitsmetingen. Wetenschappelijke integriteit kreunt onder een jachtige publicatiedruk wat dan blijkt uit berichten over wetenschappelijk fraude. Bepaalde onderzoeksgebieden worden als inferieur beschouwd: humane wetenschappers worden aanzien als kneusjes, tenzij ze meeliften op publicatietreinen. De goesting in wetenschap wordt erdoor overschaduwd. En daar draait het uiteindelijk om. Goesting in wetenschap. Omdat die je verrijkt en op termijn nieuwe deuren opent met panorama´s op nieuwe ideeën. Niet omdat je wil scoren in een productiviteitsboek­houding.

UNIVERSITEIT EN DE PRIVÉSECTOR: STAP AF VAN KARIKATUREN Samenwerking tussen universiteiten en de privésector is nodig voor de uitbouw van een netwerk met de industrie, de dienstensector, de cul-

Na jaren in de schaduw van het onderzoek te hebben gestaan is hernieuwde aandacht voor het onderwijs essentieel tuursector en de financiële sector. De wetenschappelijke expertise staat in dienst van de gemeenschap en wetenschappers en studenten krijgen de gelegenheid om in contact te treden

8  >  mei 2015

met de arbeidsmarkt. Dat is allemaal voordelig, maar de universiteit heeft als uitdaging deze samenwerking op een evenwichtige wijze uit te bouwen waarbij impact op ongebonden onderzoek en onderwijs, budgettaire overwegingen en maatschappelijke verantwoordelijkheid belangrijke factoren zijn. Dit mag niet beschouwd worden als een plat opportunistische poging om het onderwijs en onderzoek extern te financieren. Het blijft de verantwoordelijkheid van de overheid om voldoende middelen te voorzien die hoogstaand en ongebonden onderwijs en onderzoek aan de universiteiten mogelijk maken. Een model waarin de markt een bepalende rol zou spelen in het onderwijsaanbod en het onderzoek is niet aan de orde. De onafhankelijkheid van de instelling moet verzekerd blijven. Tegelijk is het ook belangrijk dat de rol van de universiteiten binnen een innoverende context erkend wordt. Een universiteit die haar kennis en integriteit beschermt tegen platte commercie en die de privésector niet ziet als de profiterende vijand, maar integendeel als een waardevolle, evenwaardige partner. Dat dit per definitie inhoudt

dat die universiteit daarmee haar onafhankelijkheid en waardigheid verkoopt is een gevaarlijk vooroordeel. De stelling dat industriëlen per definitie profiteurs zijn die op de rug van prole-

Een model waarin de markt een bepalende rol zou spelen in het onderwijsaanbod en het onderzoek is niet aan de orde tariërs met een vette pens en onder het genot van een Cubaanse sigaar wachten op een riante ontslagvergoeding mag behoorlijk worden genuanceerd. Het is zoiets als de stelling dat politici lethargische zakkenvullers zijn of het cliché dat vakbonden bevolkt worden door kortzichtige amokmakers. De positie van de universiteiten, hun onderzoek en hun rol als essentiële partner van de industrie zijn gewijzigd. Daar mag men niet met vooroordelen instappen, maar met een open geest. Er is nood aan een breed debat dat teruggrijpt naar de essentie van wat een moderne universiteit kan zijn en niet mag zijn. Het slaafs volgen van de markt, die haar

DEGEUS


ACTUA

perverse effecten heeft getoond wanneer ze bandeloos vrijgelaten wordt, kan inderdaad het einde betekenen van de universiteit. Maar een isolationistische houding vanwege de universiteiten ten aanzien van de maatschappelijke vraagstukken en de innoverende kennismaatschappij is evengoed gedoemd om te falen. De universiteit als ivoren toren, enkel bevolkt door wereldvreemde figuren, is evengoed een karikatuur.

ONDERZOEK ALS BANDWERK Aan wetenschappers die met belastinggeld onderzoek uitvoeren mag verantwoording worden gevraagd. De vraag is echter hoe dit moet gebeuren en hier is zeker nog ruimte voor debat. Want, vergis u niet, de modale prof werkt minstens 60 uur per week en dat het hele jaar door. Naast onderwijs zijn er de opdrachten in onderzoek en dienstverlening. Professoren die hun jaarlijkse 35 vakantiedagen opnemen zijn uiterst zeldzaam, zo niet onbestaande.

Er is nood aan een breed debat dat teruggrijpt naar de essentie van wat een moderne universiteit kan zijn De gemiddelde prof heeft een overvol programma en wordt van alle kanten belaagd. Hij of zij voelt zich verantwoordelijk voor het aan boord houden van medewerkers en schrijft hiervoor massa´s projecten voor financieringskanalen waar de slaagkansen onder de 20% gedoken zijn. Zijn of haar onderwijs wordt onderworpen aan kwaliteitsprocessen en studentenevaluaties waardoor de oude verhalen over professoren die hun studenten voortdurend uitkafferen of grillig en willekeurig met hen omgaan in deze tijden niet meer voor te stellen zijn. Hij of zij staat onder druk om bepaalde types publicaties te produceren en wordt meegesleurd in een ratrace die kan leiden tot frustratie, individuali-

DEGEUS

sering, en cynisme. Er is dus iets fout met de manier waarop het onderzoek op metaniveau bekeken en gestimuleerd wordt.

aangaan. Doorbreek de tirannie van de disciplines, het is nu tijd voor de interdisciplinaire inzichten.

DURF TE ONDERWIJZEN We moeten durven vaststellen dat in sommige onderzoeksgroepen het onderzoek een job is geworden. Jonge mensen voelen zich een onderdeel van een productiegericht systeem en daar word je niet warm van. Wetenschap raakt hierdoor zijn gloed kwijt. Er wordt minder wetenschap beleefd, er wordt meer wetenschap opgeleverd. Als we daar niet alert voor zijn, kan de situatie dramatisch worden. We hebben steeds meer te maken met een cultuur die verkrampt. Die creativiteit dood nijpt, mooie ambities versmacht en na-ijver voedt, die leidt tot bekrompenheid en individualisme. De Gemeenschap die de ‘Universitas’ zou kunnen zijn wordt erdoor geschonden. De universiteit dreigt van intellectuele vrijplaats een door een gevoelloos systeem verknechte instelling te worden. Een systeem dat geen nieuwe horizonten opzoekt, serendipiteit beschouwt als flauwekul en ware creativiteit als iets halfzacht dat aan nutteloze dromers toebehoort. Een systeem dat pokert op voorspelbaarheid, utilitaristisch kortetermijndenken en buzz words. Voor men het weet leidt dit tot een verkeerde invulling van waar het aan de universiteit zou moeten over gaan: een vrije ruimte waar ook ongebonden onderzoek kan gebeuren. Waar mensen kiezen voor de passie van onderzoek en wel degelijk aan vrij onderzoek kunnen doen, waar er geestdrift leeft om dat onderzoek over te brengen aan jonge mensen en waar die kennis enthousiast vertaald wordt in iets dat het persoonlijke, sociale, politieke, culturele en economisch leven ten goede komt. Er is daarbij nood aan een onderzoeksruimte waar de samenwerking over de grenzen van de disciplines heen gestimuleerd wordt en waar onderzoekers als team en vanuit verschillende invalshoeken dezelfde uitdagingen

Hier komt een belangrijke opdracht van de universiteit opnieuw hoog op de agenda: het onderwijs. Na jaren in de schaduw van het onderzoek te hebben gestaan is hernieuwde aandacht voor het onderwijs essentieel. Onderwijs dat niet verkokerd zit in disciplines. Gediplomeerden die als kritische, open en creatieve mensen en op basis van een fundamenteel respect voor de vrijheid van onderzoek gewapend zijn met minstens een basisbegrip van de taal van andere wetenschappen en een begrip van de maatschappij waarin ze functioneren. Onderwijs waarin de wortels en de wording van de wetenschap wordt getoond, theorieën

Goesting in wetenschap, daar draait het uiteindelijk om. Omdat die je verrijkt en nieuwe deuren opent verduidelijkt worden door ze in een menselijke context te brengen en ook het falen van ideeën een belangrijke betekenis krijgt. Wetenschap moet bereikbaar worden. Men mag de ambities van studenten niet fnuiken met een vloedgolf van abstracte, ontmenselijkte kennis. Men mag studenten niet verkokeren en eenzijdig richten naar enge markten. We mogen geen vakidioten opleiden, maar wel mensen die de wetenschappelijke methode begrijpen en kunnen toepassen en die weten waarom ze aan wetenschap doen. Die weten wat hun rol kan zijn in onze maatschappij. En daar gelukkig om zijn. Koen Goethals Algemeen voorzitter August Vermeylenfonds

Met dank aan prof. dr. Ronald Soetaert, prof. dr. Sofie Bekaert en prof. dr. Jan Dumolyn voor kritische lezing.

mei 2015  >  9


ACTUA

Deradicaliseren HOE VOORBEELDIG ZIJN DE SAMENLEVINGEN DIE WE ALS ALTERNATIEF AANBIEDEN? De moordpartijen in Parijs, Kopenhagen en Tunis hebben één ding duidelijk gemaakt: veiligheidsdiensten alléén bieden onvoldoende bescherming. Terecht klinkt de vraag hoe het mogelijk is dat jonge mensen die in onze samenleving opgroeien hun leven te grabbel gooien aan dodelijk geweld. Deradicalisering is meteen het toverwoord. En: ‘tijdig signalen van radicalisering opvangen’. Zoals zo vaak wordt het onderwijs geroepen om een complex maatschappelijk probleem op te lossen. Er wordt nu veel verwacht van ouders, leerkrachten, centra voor leerlingenbegeleiding, imams, jeugdhulpverleners en officiële jeugdinstellingen. Maar wat voor alternatief bieden wij die jongeren aan? Zijn onze samenleving en die van onze ‘bondgenoten’ werkelijk zo voorbeeldig dat ze jongeren kunnen doen weerstaan aan de lokroep van het kalifaat?

10  >  mei 2015

DEGEUS


ACTUA

© Oleg Zabielin / Shutterstock

De Amerikaanse militaire bases verspreid over de hele wereld, hun vliegdekschepen, nucleaire onderzeeërs en supersonische raketten en drones laten toe om de Amerikaanse wil aan om het even welke regering op te leggen. Gaan we deze samenleving als ideaal voorstellen aan jongeren in het kader van de deradicalisering?

Joëlle Milquet, de Waalse minister van Onderwijs, heeft al beslist dat één wekelijks uur godsdienst (en zedenleer?) vervangen zal worden door opvoeding tot gemeenschapszin, tenminste in het officieel onderwijs (de minister heeft geen inhoudelijke bevoegdheid over katholieke en andere godsdienstige netten). Karin Heremans van het Koninklijk Atheneum Antwerpen doet een gelijkaardig voorstel, en heeft met andere onderwijsmensen uit Europa een manifest voor preventie gestuurd aan de ministers van onderwijs. Volgens minister van Justitie Koen Geens en verschillende moslimexperts zijn onze gevangenissen oorden van radicalisering waar we een ander verhaal moeten verspreiden. Maar welke boodschap geven we als tegengif tegen het terrorisme? Welke zijn die westerse, gemeenschappelijke waarden? Onze aartsbisschop Léonard stapte samen met leden van de regering prominent mee in de Together in Peace mars, naast vertegenwoordigers van andere erediensten én het vrijzinnig humanisme. Ze pleitten voor ‘vreedzaam samenleven van mensen en groepen, en respect voor ieder mens.’ Zijn dat méér dan holle slogans? Hoe voorbeeldig zijn de samenlevingen die gesteund zijn op het christendom, de joodse godsdienst, en de islam wérkelijk? Welk ideaal kunnen we aanbieden aan de jonge, onvolgroeide geesten en emoties en aan de Syriëstrijder die reeds gekozen heeft?

CHRISTENDOM Jezus heeft gepredikt dat we onze medemensen moeten liefhebben, zelfs onze vijanden. Maar zijn volgelingen deden het wel anders. Het christelijk verleden is door Etienne Vermeersch ooit als volgt samengevat: ‘geen enkele godsdienst, ideologie of beweging

DEGEUS

(heeft) doorheen de geschiedenis een zo breed spoor van bloed en tranen, van verdrukking en uitbuiting, van dood en vernieling achtergelaten, als het christendom.’ Vandaag tonen de christelijke naties bij uitstek, de Verenigde Staten van Amerika en het Verenigd Koninkrijk,

‘Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft geoordeeld dat de Israëlische muur in strijd is met het oorlogsrecht. Ook op vele andere punten is het beleid van Tel-Aviv in strijd met het internationaal recht’ aldus Loretta Napoleoni de voortzetting van deze bloederige verwoesting. ‘Bush en Blair zijn de grootste oorlogsmisdadigers: door hen is heel de regio in brand gevlogen’, aldus Loretta Napoleoni in haar boek De terugkeer van het kalifaat. De Amerikaanse militaire bases verspreid over de hele wereld, hun vliegdekschepen, nucleaire onderzeeërs en supersonische raketten en drones laten toe om de Amerikaanse wil aan om het even welke regering op te leggen. Wie niet in de pas loopt, wordt eerst economisch gewurgd, en vervolgens gebombardeerd, militair bezet en omgevormd tot een failed state waarvan de marionetregering haar eigen doodseskaders en leger niet controleert (Afghanisten, Irak, Libië). Dat gaat gepaard met martelingen en geheime of wetteloze gevangenissen (Abu Ghraib, Guantanamo). Wanneer kiezers een staatshoofd aanwijzen dat niet past bij de Amerikaanse

hegemonie, wordt de verkozene afgezet door militairen die door de VS worden gefinancierd (Egypte). Opstanden tegen een wettige regering worden vakkundig bewapend, wat resulteert in verwoesting van steden, economie en erfgoed (Syrië). De miljoenenstroom van vluchtelingen die dat veroorzaakt wordt bestreden met steeds strengere grensbewaking (Frontex), verdrinkings­doden, en opzettelijke menselijke ellende, want ‘we hebben geen plaats voor hen’. De Amerikaanse regeringen en het Congres betwisten de bevoegdheid van het Internationaal Strafhof in Den Haag, en de NAVOlidstaten buigen het hoofd voor een Amerikaanse vingerknip. Heel dit beleid wordt voorgesteld aan de eigen bevolking als een vooruitgang naar vrijheid en democratie, en als het verjagen van een dictator die zijn volk verdrukt, zoals bij Saddam Hoessein, kolonel Khadaffi of president Assad. Na de aanslag in Tunis heeft minister Didier Reynders eraan herinnerd dat ook België deelneemt aan de recentste bombardementen, zodat represailles door aanhangers van het zogenaamde IS niet uitgesloten zijn. De eigen westerse bevolking kent een grote ongelijkheid van kansen en welvaart. Vandaag wordt in de VS nog steeds betoogd tegen de politie die al te vaak zwarte burgers doodschiet. Het land heeft een lange traditie van blank racisme, met als uitschieters de moorden door de Ku Klux Klan (die een brandend kruis als symbool opvoeren). Vandaag worden oorlogvoerende militairen verheerlijkt en oorlogs­misdaden vergoelijkt. De eurozone, waar de ongelijkheid kleiner is, wordt nu onderworpen aan massale besparingen in de openbare sector, die tegelijk jaarlijks 1000 miljard euro aan inkomsten misloopt dankzij de fiscale spitstechnologie

mei 2015  >  11


ACTUA

Welk ideaal kunnen we aanbieden aan de jonge onvolgroeide geesten en emoties, en aan de Syriëstrijder die reeds gekozen heeft? van grote bedrijven. De basale dienstverlening zoals scholen, justitie en verzorging van psychische zieken is niet meer gewaarborgd, behalve voor de heel rijken. Er zijn 30 miljoen werklozen, en bovendien is er bij aanwervingen discriminatie tegen bepaalde namen en huidskleuren. Cruciale beslissingen op sociaal-economisch vlak worden genomen door instellingen die opereren buiten de inspraak van verkozen parlementen (Troika, IMF, ECB, Wereldbank), en die aan verkozen meerderheden een georganiseerde verarming opleggen (Griekenland). Gaan we deze samenleving als ideaal voorstellen aan jongeren in het kader van de deradicalisering?

DE JOODSE STAAT ISRAËL Het is voldoende bekend dat Israël werd gevestigd op een grondgebied waar reeds een andere bevolking woonde. Die werd stapsgewijze verdrongen naar steeds smallere stroken land; waterreserves, landbouw­ gebieden en recenter aardgas werden door de nieuwe Joodse staat in beslag genomen. De gebiedsverdeling die in 1967 door de Veiligheidsraad werd beslist, is door Tel-Aviv niet uitgevoerd. Integendeel, er werd een muur gebouwd die soms op Palestijns gebied loopt, en die Palestijnse dorpen en steden isoleert van elkaar en van hun akkers. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft geoordeeld dat de muur in strijd is met het oorlogsrecht. Ook op veel andere punten is het beleid van Tel-Aviv in strijd met het internationaal recht: de oorlog tegen de Palestijnse gebieden, de blokkade

12  >  mei 2015

van de Gazastrook, de vernietigende bombardementen op Gaza, de talrijke executies van Palestijnen zonder proces en zelfs de opsluiting van kinderen. Bovendien zijn Palestijnen met Israëlische nationaliteit tweederangsburgers. Dit beleid wordt gerechtvaardigd door de bescherming en veiligheid van het eigen Joodse volk. Er wordt daarbij nog beroep gedaan op oude joodse teksten (Rabbi Maimonides), volgens dewelke niet-Joden minder waard zijn. Meer daarover kunt u lezen in Jewish History, Jewish Religion: The Weight of Three Thousand Years van Israël Shahak.

MOSLIMS Boko Haram, Taliban, Al Qaeda, IS, enzovoort: dat zijn zeker geen goede voorbeelden. In Afghanistan, Pakistan, Irak, Libië en Syrië zijn al jaren moordpartijen door moslims aan de gang, al moet hieraan worden toegevoegd dat hun royale bewapening aangeleverd wordt door buitenlandse, niet-moslim fabrikanten. Andere naties waar geen oorlog woedt, worden nog bestuurd door adellijke dynastieën en gelden niet als voorbeelden inzake mensen- en democratische rechten, arbeidswetgeving en

Bush en Blair zijn de grootste oorlogsmisdadigers: door hen is heel de regio in brand gevlogen -bescherming. Het zijn bijvoorbeeld Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar. Al jaren zorgt financiering uit deze landen voor honderden moskeeën in westerse landen en voor Arabische predikers. Volgens imams en andere moslimkenners (geciteerd in o.m. De Tijd), staan hun preken vol haat voor de westerse buitenlandse politiek en onze way of life. Deze haatzaaiers kregen en krijgen vlot visa en verblijfsvergunningen omdat ze uit bevriende naties komen. Aldus zijn de westerse overheden be-

De westerse overheden zijn behulpzaam in de propaganda voor het salafisme hulpzaam in de propaganda voor het salafisme. Jordanië is ook zo’n dynastie. De legerleiding beklemtoonde heel duidelijk dat ze uit wraak voor de moord op hun militaire piloot enkele veroordeelden liet ophangen. Sajida al-Rishawi had zelf niemand gedood, want haar zelfmoordbom was niet ontploft, toch werd ze gehangen. Wat voor een rechtsstaat is Jordanië? Zeker, er zijn nog veel landen met een moslimbevolking, die daar samen­ woont met hindoes, christenen en joden, maar waar we zelden over horen. Behalve ter gelegenheid van een presidentsverkiezing, een drama (Rana Plaza) of een dodelijke aanslag. Zijn Indonesië, Senegal of India voorbeeldlanden die we kunnen voorstellen aan Europese jongeren die gederadicaliseerd moeten worden? Het is dus een moeilijke klus voor ouders, leerkrachten, centra voor leerlingenbegeleiding, imams, jeugdhulpverleners en officiële jeugdinstellingen, van wie nu heel veel verwacht wordt, om de ideale maatschappij te propageren zonder in tegenstrijd te zijn met de daden van onze eigen westerse beleidsmakers en met de sociaal-­economische realiteiten. Dat onze naties tegen geweld zouden zijn, is helaas een grove leugen. Frank Roels

Voor de bronvermelding bij dit artikel verwijzen wij u graag naar onze website: www.geuzenhuis.be/magazinedegeus.

DEGEUS


ACTUA

Een ethisch waagstuk In een perstekst over Het Morele Brein lezen we: ‘Het Morele Brein brengt recente wetenschappelijke inzichten van neurobiologen, psychologen en filosofen bijeen en komt tot verrassende conclusies.’ Het boek past ook goed in de tijdsgeest: het gaat over de genetische en evolutionaire basis van ons moreel handelen, over met fMRI-scans gelardeerd onderzoek naar spiegelneuronen en over de vraag naar de vrije wil in een door chemische processen gedetermineerd brein. Reden genoeg voor Gie van den Berghe om er een – zeer kritische – bespreking aan te wijden. Maar al doende deed van den Berghe een opvallende ontdekking, die niet alleen het boek in een ander daglicht plaatst, maar ook aanleiding geeft voor een aantal nog interessantere bespiegelingen en morele vragen dan de inhoud van het boek in eerste instantie laat vermoeden. Wat volgt is dus een boekbespreking met een opvallende plotwending, maar ook een brede reflectie over de aard van het morele beestje en hoe we als maatschappij omgaan met menselijke zwakheden. Moet een ethicus trouwens zelf vrij van ethisch laakbaar gedrag zijn om serieus te worden genomen? HET VERHAAL VAN DE MORAAL Mensen zijn, anders dan velen denken, van nature niet egoïstisch maar altruïstisch ingesteld. Dat is volgens T.S. Tyra de kernboodschap van zijn Het morele brein. Dat altruïsme hebben we te danken aan de spiegel­neuronen waarmee de evolutie ons heeft uitgerust, hersencellen die niet alleen actief zijn als je iets doet, denkt of voelt, maar ook als je een ander iets ziet doen, denken of voelen. Vandaar dat mensen volgens hem probleemloos de gedachten, gevoelens en emoties van anderen kunnen lezen. Ze kunnen zelfs niet anders. Hersenonderzoek toont aan dat we emoties als verontwaardiging en teleurstelling letterlijk meevoelen.

DEGEUS

Dit ‘spiegeleffect ligt ten grondslag aan de Gulden Regel die in vrijwel alle culturen in bepaalde vorm wordt hooggehouden: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet.’ Of en hoe een en ander wetenschappelijk werd aangetoond, of en hoe spiegelneuronen bij pasgeborenen werden vastgesteld (want als het aangeboren is moet je dat ook aldus aantonen), laat de auteur in het midden. Onvermeld blijft ook dat nogal wat wetenschappers het bestaan en de functie van spiegelneuronen sterk betwijfelen. En als spiegelneuronen al bestaan dan veeleer als gevolg van sociale interactie en associatief leren dan van evolutio­ naire aanpassing. Op moreel vlak verklaren spiegelneuronen bovendien zo goed als niks. Als emoties gespiegeld

worden en iedereen zich volkomen automatisch inleeft, dan nog moet de ‘toeschouwer’ van die emoties daar iets mee doen. Empathie kan tot sympathie en hulpvaardigheid leiden, maar evengoed tot leedvermaak en sadisme. Ockhams razor is hier aangewezen, de naar de veertiende-eeuwse Engelse filosoof en monnik Willem van Ockham vernoemde stelregel: wees zuinig met je bestaansleer (ontologie) en voer ter verklaring van een fenomeen geen nieuwe, moeilijk of niet te bewijzen entiteiten toe als een experimenteel toetsbare verklaring voor de hand ligt. Ook het vermelde hersenonderzoek mag je met een korreltje zout nemen. Het gaat om fMRI hersencans (functionele Magnetic Resonance Imaging). Die leiden functies van hersengebieden af uit het hogere zuurstofgehalte bij de doorbloeding van actieve hersendelen. Flink wat wetenschappers hebben bedenkingen bij deze indirecte methode; niet de hersenactiviteit wordt gemeten en waargenomen maar verschillen in zuurstofgehalte. Daarbij komt dat de visualisering van de scans minstens gedeeltelijk is gebaseerd op menselijke constructie, wat de kans vergroot dat de hypothese van de onderzoeker wordt waargenomen, niet de werkelijke gebeurtenissen en oorzaken. De auteur van Het morele brein twijfelt er niet aan dat mensen van nature morele gevoelens hebben, ja (eu)moreel zijn. De evolutie bakte dat in de structuren van onze hersenen in. Neuronen leven zich direct in, buiten onze wil en ons bewustzijn om. Gevoelens als rechtvaardigheid zijn puur natuur. Emoties zijn lichaamstoestanden. We worden ons er pas bewust van nadat ons lichaam heeft gereageerd. Ons lijf slaat op de vlucht of neemt een gevechtshouding aan voordat we

mei 2015  >  13


ACTUA

ons van enig gevaar bewust zijn. Onze neus krult als we iets vies ruiken voordat we walging voelen. Zo ook voor de moraal. Maar op dit punt zwakt Tyra zijn betoog vrijwel onmiddellijk af. Bij moraal zou het slechts om ‘basale gevoelens’ gaan die verder uitgewerkt (moeten) worden door socialisatie, afspraken en conventies – vooral in de kinder- en jeugdjaren. Laten we even meedenken. Als onbaatzuchtige sympathie evolutionair bepaald is, waarom voelen we dan niet altijd mee met (alle) anderen, waarom zijn we minstens even vaak egoïstisch als altruïstisch? Geen probleem, Tyra herleidt zijn stelling tot ‘we zijn van nature lokaal altruïstisch.’ Menselijk altruïsme beperkt ‘zich meestal tot aanwijsbare medemensen in concrete interacties’, ook al hebben mensen met wie we geen contact hebben onze hulp veel dringender nodig. Ons medeleven is primair gericht op verwanten en mensen met wie we een persoonlijke relatie onderhouden. Evolutionair sluit dat als een bus, omdat op die manier gemeenschappelijke genen een grotere over­ levingskans hadden. Hoe het genetisch met vrienden en kennissen zit, blijft onverklaard. Tyra voert evolutionaire, praktische en rationele argumenten aan om ons ervan te overtuigen dat je beter gezinsleden, familie, streek- en landgenoten helpt dan vreemden en vreemdelingen. Je kent je eigen gemeenschap en land nu eenmaal beter dan een vreemde plaats en cultuur: ‘dus kun je ook beter beoordelen wat die nabije ander ten goede komt. Zo voorkom je dat je met goedbedoelde ontwikkelingshulp vreemdelingen van de regen in de drup helpt of met je goedbedoelde inzet het welzijn van de ander bedreigt in plaats van dient.’ Hij weet wel dat ‘er aanwijzingen in overvloed zijn dat de armoede elders samenhangt met de westerse dominantie van de wereldhandel en onze luxe levensstijl’ en dat ‘noodhulp aan arme landen een morele plicht is’, niet ‘uit het oogpunt van rechtvaardigheid

14  >  mei 2015

maar van barmhartigheid’, maar partijdigheid blijft de moreel juiste keuze omdat mensen nu eenmaal ‘veel sterker gemotiveerd zijn om goed te doen voor wie hun nastaan dan voor verre vreemden. Dat is gewoon gegeven met onze natuur en van die geneigdheid kun je maar beter gebruik maken.’ Ook hier komt Ockhams razor van pas, aangezien er een eenvoudiger en plausibeler verklaring bestaat dan de genetische. Kinderen worden geboren in een gezin van doorgaans twee of meer personen. In die schoot groeit

Ons medeleven is primair gericht op verwanten en mensen met wie we een persoonlijke relatie onderhouden. Evolutionair sluit dat als een bus. Ook hier komt Ockhams razor van pas, aangezien er een eenvoudiger en plausibeler verklaring bestaat dan de genetische wederzijdse hechting, een eerste vorm van geborgenheid en identiteit. Die deinen gaandeweg uit tot familie, speelkameraadjes, wijk, dorp, collega’s, natie. Deze door de samenleving in de hand gewerkte, ja sterk aangemoedigde persoonlijke ontwikkeling gaat gepaard met het onderscheiden (discrimineren) van vertrouwd en vreemd, veilig en onbekend, identificatie en afwijzing. Met iedere ‘wij’ groeit ook een ‘zij’. Geen in-group zonder out-group. Geen vriend zonder vijand. Vriend- en vijanddenken gaan terug op elkaar bekrachtigende groeps- en identiteitsvorming. Het ‘ik’ slijpt en scherpt zich aan wat afwijkend, niet familiair is. Wie afwijkt van de eigen groepsnorm wordt ab-normaal. Hier ligt de kiem van onverdraagzaamheid, negatieve discriminatie en racisme, die als hij niet sociaal gesmoord wordt ernstige gevolgen kan hebben.

Tyra houdt er een andere, evolutionaire visie op na: we achten onze eigen groep of cultuur superieur omwille van onze gemeenschappelijke genen. Vandaar dat etnocentrisme en racisme van alle plaatsen en tijden zijn. Maar deze natuurlijke neigingen moeten we, anders dan ons aangeboren altruïsme, met alle macht negeren. Nog een indicatie dat morele waarden niet door ‘onze natuur’ worden bepaald maar door de gemeenschap waarin ze van kracht zijn. Uit wat Tyra schrijft en de voorbeelden die hij/zij gebruikt, volgt dat hij/ zij aanneemt dat geboden als ‘Gij zult niet doden’ door de evolutie zijn ingebakken. Mensen hebben de grootste moeite om een medemens te doden. Zelfs als we door iemand te doden vijf anderen kunnen redden, lukt ons dat vaak niet. Hoe de ontelbare slachtoffers van menselijke geweld, in alle tijden en culturen, in vredestijd en oorlogstijd, dan te verklaren zijn, blijft een raadsel. Behalve als je beseft dat het verbod te doden en de andere negen geboden de negatieve weerspiegeling zijn van wat mensen te vaak (willen) doen: andermans goed begeren (stelen, overspel), andere goden aanbidden (het gouden kalf), anderen schaden en doden. Tyra blaast vaak tegelijk koud en warm. Enerzijds zijn we van nature altruïsten, anderzijds wordt ‘ons egoïsme in veel situaties getemperd door gevoelens van sympathie voor anderen.’ Maar dan nog, hoe verklaar je dat mensen elkaar vreselijke dingen aandoen? Na een vrij oppervlakkig en onvolledig overzicht van de literatuur ter zake concludeert Tyra dat alles te maken heeft met situationele factoren en ontmenselijking van slachtoffers. Situationele factoren beïnvloeden zonder twijfel menselijk gedrag, ook moreel gedrag. Wie net een gelukje heeft gehad (bijvoorbeeld een geldbriefje gevonden) blijkt beduidend hulpvaardiger te zijn dan wie dat gelukje niet had. Een ander experiment dat Tyra aanhaalt, leerde dat als theologiestudenten onder tijdsdruk

DEGEUS


ACTUA

staan slechts 10% een kreunende man helpt, terwijl 63% van hun medestudenten zonder druk dat doen (ook geen hoopgevend percentage). Als dergelijke ‘futiele omgevingsfactoren al zo’n invloed hebben op het gedrag van mensen’, concludeert Tyra, ‘dan wordt meer dan begrijpelijk’ dat normale mensen ‘in dominerende omstandigheden tot gruwelijkheden overgaan.’ Zeker, maar hieruit mag je ook besluiten dat de evolutionair ingebakken moraal blijkbaar niet diep geworteld is, en moraal veel meer te maken heeft met beschaving en socialisatie. Ook ‘de vrije wil’ komt aan bod, naar slechte gewoonte zonder voorafgaande omschrijving, en op allesbehalve overtuigende manier. Uit fMRI hersenonderzoek kan Tyra niet anders concluderen dan dat de vrije wil niet bestaat. Maar omdat daarmee elke morele verantwoordelijkheid verdwijnt, vormt Tyra de vrije wil om tot iets wat je hersenen je laten doen en waartegen je je niet verzet. Als je op de rem trapt als plotseling een fietser opduikt, schrijft hij, ook al heb je de fietser nog niet bewust gezien, dan doe je dat ‘niet tegen je wil!’ Moreel inzicht is volgens Tyra een kwestie van gevoel. Het genetisch bepaalde morele kompas is ‘dankzij opvoeding en een intensief socialisatieproces op allerlei terreinen meestal goed afgesteld’. Maar in ‘ongewone situaties en bij complexe morele kwesties dreigen emoties zoals angst, woede of walging ons al te snel op het verkeerde spoor te zetten. We kunnen zelfs ronduit misleid worden door gevoelens die worden opgeroepen door niet ter zake doende factoren (een geur, een woord, een smerig bureau, een toevallige associatie).’ Maar toch mogen we ‘in alledaagse morele kwesties waarmee we veel ervaring hebben’ op ons moreel gevoel voortgaan. Sommige neurobiologen beweren dat ‘autisme, sociopathie, obesitas, homoseksualiteit of pedofilie’ (er staat wel degelijk ‘of pedofilie’) ‘aangeboren zijn of op zijn minst terug te voeren op bepaalde kenmerken in de hersenen. Niet te veranderen, je zult ermee moeten leven.’ Dat verklaart volgens Tyra mogelijk de enorme populariteit van de stelling dat ‘we ons brein zijn, zijn wat onze hersenstructuren, ons DNA, laat zien.’ Volgens Tyra is morele verbetering verre van altijd mogelijk. De afkeer van andere rassen, van homoseksualiteit en pedofilie zijn aangeboren. Wie ervan overtuigd is dat ‘racistische stereotypen of de walging en veroordeling van homoseksualiteit onjuist en verwerpelijk zijn’, zal mogelijk eerder kans zien zijn gevoelens van afkeer te onderdrukken, maar ze blijven onderhuids voortbestaan. Morele verbetering kan dus, maar het is ‘een proces waar héél veel neurale, pedagogische, sociale en mentale invloeden bij betrokken zijn.’ En steeds met als uitgangspunt dat

DEGEUS

De auteur van Het morele brein twijfelt er niet aan dat mensen van nature morele gevoelens hebben, ja (eu)moreel zijn. De evolutie bakte dat in de structuren van onze hersenen in. Maar Tyra blaast vaak tegelijk koud en warm.

goed en kwaad niet zo helder gescheiden zijn als we graag zouden willen. Maar de natuur heeft van ons geen harde egoïsten gemaakt, we zijn ‘van nature hulpvaardig en tot offers bereid.’

DE MORAAL VAN HET VERHAAL? Na enkele tientallen bladzijden begon ik me als ethicus vragen te stellen over de wetenschappelijke vorming van de auteur, ook al omdat daarover – anders dan gebruikelijk bij boeken met wetenschappelijke pretenties – met geen woord wordt gerept in of op het boek. Op de website van de uitgeverij staat dat Tyra ‘liberal arts, filosofie, theologie en sociale wetenschappen’ heeft gestudeerd. Het bleef me te vaag, dus stak ik mijn licht op bij de uitgeverij die dit boek begin dit jaar nog bij veel academici aanprees. Uitgeverij Damon liet me weten dat het boek in samenspraak met de auteur onder pseudoniem is uitgebracht. Als ‘primeur’ gaven ze de naam van de auteur prijs: dr. Theo van Willigenburg. Mijn vraag waarom dan een schuilnaam

mei 2015  >  15


ACTUA

nodig was, bleef onbeantwoord. Volgens de website van deze uitgeverij studeerde Theo van Willigenburg (°1960) theologie en filosofie, doceerde als hoogleraar in Amsterdam en Rotterdam, publiceerde in binnen- en buitenland over ethiek en de rol van emoties in morele oordeelsvorming. Hij was bestuurslid van tal van academische vakverenigingen, is momenteel verbonden aan de Kant Academy (een academie ‘voor filosofie en muzikale projecten met meerwaarde’), redacteur van het theologisch webmagazine gOdschrift en auteur van verschillende leerboeken. Een indrukwekkend cv, iets waar je kunt mee uitpakken.

spraak en gevangenisleven, publiceerde hij in oktober 2014 onder eigen naam bij dezelfde uitgever (dus na Het morele brein). Van Willigenburg keurt af wat hij gedaan heeft, erkent zijn straf verdiend te hebben, maar vindt dat wat hij na zijn eerste veroordeling heeft ondergaan niet in verhouding staat tot zijn daden. Na zijn eerste veroordeling was hij naïefweg terug bij een koor gegaan en door de media gealarmeerde ouders hadden een klacht tegen hem ingediend. Het Openbaar Ministerie maakte er dit keer volgens van Willigenburg een prestigeproject van, spaarde moeite noch kosten om Van Willigenburg de gevangenis in te krijgen.

Na enig veldwerk ontdekte ik dat Van Willigenburg twee keer veroordeeld werd wegens pedofiele daden met jongens uit een koor waarvan hij deel uitmaakte. In 2005 bekende hij en werd hij veroordeeld tot acht maanden voorwaardelijk. Vijf jaar later werd

Van Willigenburg haalt in Gevallen vogel hard uit naar politie, justitie, media en gevangeniswereld, die geen van alle genade kennen voor wie verdacht wordt of veroordeeld werd voor pedofiele handelingen. Wat hem overkomen is, is angstaanjagend en mensonterend, en er is helaas weinig reden om aan dit deel van zijn relaas te twijfelen. Recht is te vaak krom en gevangenissen zijn geen speeltuin voor koorknapen.

De evolutionair ingebakken moraal is blijkbaar niet diep geworteld, en moraal heeft veel meer te maken met beschaving en socialisatie hij na nieuwe aanklachten veroordeeld tot nog eens achttien maanden effectief. Van Willigenburg hield en houdt vol dat de tweede veroordeling een gerechtelijke dwaling is (het vonnis werd in hoger beroep bevestigd en het cassatieberoep verworpen). Na zijn eerste veroordeling ontsloeg de Erasmus Universiteit Rotterdam zijn hoogleraar. Ondanks verwoede pogingen slaagde Van Willigenburg er niet in opnieuw aan de bak te komen als academicus. Eind juli 2012 kwam hij vrij. Naast Het morele brein schreef Van Willigenburg in de gevangenis ook het vuistdikke Gevallen vogel (wie hoog vliegt kan laag vallen). Dit autobiografisch verslag over zijn homoseksualiteit en zijn pedofiele neigingen, over recht-

16  >  mei 2015

Dat Van Willigenburg Gevallen vogel onder eigen naam publiceerde moge naïef, moedig of provocerend zijn, voor zijn boek over ethiek was dergelijke openheid uitgesloten. De visie op moraal van een ethicus die strenge hedendaagse morele normen heeft overtreden zou door vrijwel iedereen verworpen worden. Nu legde niet één recensent het verband en kreeg het boek enkele positieve besprekingen. Van Willigenburgs misstap doet niet noodzakelijk iets af aan zijn betoog in Het morele brein. Daarom heb ik het boek hierboven beoordeeld zonder rekening te houden met de identiteit van de auteur. Had ik die vanaf in het begin onthuld dan zouden velen onder u niet verder gelezen hebben. Hopelijk doet u dat nu wel. Van Willigenburg vindt niet dat hij ongeschikt is geworden voor ethiek, integendeel. Je kunt, schrijft hij, alleen over het goede denken als je het

De foute daad is moreel laakbaar, niet de dader in zijn totaliteit. Klopt, maar helaas werkt het zo niet kwade kent. In een vrij recent interview (Trouw, 11 oktober 2014), zegt hij veel nagedacht te hebben over seksualiteit en moraal, tegen wil en dank expert geworden is in zedenkwesties en dus als ethicus nu meer te zeggen heeft. Maar of je om te beseffen dat iets fout is eerst zelf de fout moet maken en dat je daar ook nog eens beter van wordt als mens en ethicus, is toch zeer de vraag. Iedereen mispeutert wel eens iets, maar als je als ethicus zwaar in de fout gaat, verspeel je je geloofwaardigheid, hoe onjuist of onrechtvaardig dat ook moge zijn. Een slager die met bedorven vlees mensen ziek maakt, verliest zijn klandizie, ook al trekt hij lering uit het gebeurde en is zijn waar nadien zelfs iets beter dan die van de concurrent om de hoek.

DE PROEF OP DE SOM Vind je van dit alles sporen terug in Het morele brein? Zeker, zijn visie op moraal is licht weifelend zelfrechtvaardigend maar hij breidt dat mede­ dogen met zichzelf meteen uit tot alle mensen en alle daders. In het interview in Trouw zegt Van Willigenburg dat zijn denken over ethiek is veranderd. Hij ziet nu scherper hoe moraal verbonden is met emotie. Dat heeft hij als homo en zedendelinquent ondervonden in de gevangenis waar hij regelmatig werd afgerost. Anders dan hij op de universiteit leerde ‘gaat ethiek helemaal niet om keurige redeneringen’. Bij moraal denkt hij nu eerst en vooral aan walging. Omdat we misdadigers opsluiten en morele overtreders uitspugen ‘als eten dat bedorven is’, is moraal voor hem ‘letterlijk een kwestie van uitsluiten en insluiten’ geworden. Walging en uitsluiting, dat is wat Van Willigenburg ten beurt viel en nog

DEGEUS


ACTUA

steeds valt. Maar dat maakt zijn veralgemenende visie op moraal niet juister. Mensen weten doorgaans wel dat iedereen feilbaar is en zijn veelal bereid om iets, en zelfs veel, door de vingers te zien. Of met de woorden van Van Willigenburg (interview Trouw): ‘Je zou het niet zeggen, maar uiteindelijk zijn mensen relatief aardige dieren. Ze kunnen in omstandigheden de meest verschrikkelijke dingen doen, zeker, maar over het algemeen zijn ze mild sociaal.’ Leven met menselijke zwakheden is ook de titel van het slothoofdstuk van Het morele brein. Goed en kwaad, luidt het daar, ‘horen bij het leven en samenleven van mensen’, vormen in elk mensenleven een ‘onlosmakelijk kluwen.’ Of met andere woorden: niemand is door en door slecht (of goed), ook Van Willigenburg niet. Dat is een beetje een open deur intrappen. Behalve als je daaraan zoals Van Willigenburg vastkoppelt dat je onderscheid moet maken tussen wat iemand is en wat iemand doet. De foute daad is moreel laakbaar, niet de dader in zijn totaliteit. Klopt, maar helaas werkt het zo niet. Morele goed- en afkeuring zijn veelal persoonsgericht, vermoedelijk vanuit de verwachting dat de persoon het goedgekeurde zal cultiveren en het afgekeurde nalaten. Maar onze nadrukkelijke focus op dader in plaats van daad, op intenties in plaats van consequenties, zowel in moreel als juridisch opzicht, verdient nader onderzoek. Van Willigenburg gaat er blijkbaar ook van uit dat hij, dat pedofielen, van nature pedofiel zijn. Je kunt het niet helpen of verhelpen, maar wel onder

Volgens Tyra is morele verbetering verre van altijd mogelijk. De afkeer van andere rassen, van homoseksualiteit en pedofilie zijn aangeboren

DEGEUS

controle krijgen. Mensen ‘zijn niet gebonden aan de wijze waarop de evolutie ons heeft gemaakt’. Als pedofiel kun je leren je ‘zijn’ niet in daden om te zetten. Je blijft potentieel dader maar je gaat nooit meer tot de daad over. De sterke gevoelens van walging voor pedofielen (onomkeerbare seksuele voorkeur voor kinderen) in onze samenleving, schrijft Van Willigenburg in Het morele brein, staat een ‘meer rationele omgang in de weg’ met zulke mannen en vrouwen. Misschien, oppert hij, ‘kan alleen de daadwerkelijke ontmoeting met pedofielen die hun voorkeur hebben geaccepteerd’, en er mee leerden omgaan zonder kinderen te beschadigen, die negatieve gevoelens wat temperen. ‘Maar zo’n ontmoeting’, voegt hij eraan toe, ‘is vrijwel onmogelijk omdat het gelijk staat aan sociale zelfmoord om als pedofiel uit de kast te komen.’ Van Willigenburg is als mens en academicus op eerherstel uit. Hij wil het vertrouwen en de geborgenheid terug die hij heeft verspeeld door andermans vertrouwen en geborgenheid te schenden. Hij wil ‘zoals alle mensen geaccepteerd worden, aardig gevonden worden’, ook al heeft ‘niemand er een probleem mee even of zelfs blijvend af te wijken van de morele standaard … als niemand kijkt of we ermee weg­ komen.’ Van Willigenburg kwam er niet mee weg. Hij heeft vrij zwaar geboet. Dat hij ook na het uitzitten van zijn straf als een melaatse wordt gemeden en behandeld, moge in deze tijden emotioneel begrijpelijk zijn, moreel en juridisch gezien is het afkeurenswaardig.

Iedereen mispeutert wel eens iets, maar als je als ethicus zwaar in de fout gaat, verspeel je je geloofwaardigheid, hoe onjuist of onrechtvaardig dat ook moge zijn op, zo goed als zeker een eenmansbedrijfje. Hij gaat ook schuil achter de website ‘rechtspraakinopspraak’. In de voorbije jaren publiceerden De Volkskrant en NRC-Handelsblad brieven waarin een zekere Van Ommen schrijft als dertienjarige veel vreugde gepuurd te hebben uit zijn seksuele relatie met een volwassen man. Van Ommen is de meisjesnaam van Van Willigenburgs moeder en het is zo goed als zeker dat hij de brieven heeft geschreven. Drie jaar geleden schreef hij onder eigen naam in NRC-Handelsblad, als gewezen hoogleraar medische ethiek, een opiniestuk over een ‘misbruikzaak’ waarin hij zich afvroeg of men bij dergelijke zaken niet al te veel focust op mogelijke psychische schade bij slachtoffers, schade die misschien meer door de verontwaardigde en alarmerende houding van de omgeving en de ouders wordt veroorzaakt. NRC-Handelsblad vond dit terecht publicatie waard maar zou het niet hebben gedaan als men had geweten ‘dat de auteur van het stuk twee keer veroordeeld werd wegens misbruik van minderjarigen en momenteel zijn gevangenisstraf uitzit.’ Alsof dat iets aan de inhoud van het stuk verandert. Blijkbaar mag wie laag gevallen is nooit meer vliegen ...

Geen wonder dat de man nu in zekere zin een dubbele moraal hanteert. Enerzijds een evolutionair bepaalde aangeboren positieve moraal, anderzijds een door tijd- en cultuurgebonden emoties verstoorde sociale moraal.

T.S. Tyra – Het morele brein. Evolutie, emoties en ethiek, Budel, Damon, 2013.

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Toen Van Willigenburg geen kant meer op kon richtte hij de Kant Academy

Dit artikel verscheen eerder op de website van de Reactor, een platform voor literaire kritiek (www.dereactor.org).

Gie van den Berghe

mei 2015  >  17


MENSELIJK

De morele relevantie van het subjectieve Recent verscheen het boek Libera Me. Over euthanasie en psychisch lijden, van de hand van psychiater Lieve Thienpont. Ze doet verslag van haar jarenlange ervaring met patiënten die levensmoe zijn door langdurig, vaak extreem psychisch lijden en bespreekt op heldere en zeer genuanceerde wijze de ethische dilemma’s die zich stellen omtrent de levenseindeproblematiek van haar patiënten. Johan Braeckman schreef een Woord Vooraf voor het boek, dat we ook in De Geus publiceren als kennismaking met het boek van Lieve Thienpont. Hoe kan ik weten of anderen, net zoals ikzelf, kunnen denken en voelen? De vraag klinkt bijna belachelijk. Hebben we niet allemaal gedachten en gevoelens? Zeer waarschijnlijk wel, maar die intuïtieve overtuiging omzetten in een onomstootbare zekerheid is veel moeilijker dan het lijkt. Filosofen hebben het over de problematiek van other minds als ze die vraag bespreken. Een hiervan afgeleid probleem gaat over het specifieke van de ervaringen van anderen. Als jij naar een tomaat kijkt, heeft ze dan voor jou dezelfde kleur als voor mij? Is mijn rood gelijk aan dat van jou? Als we beiden tandpijn hebben, voelen we dan iets overeenkomstig?

BEWUSTZIJNSINHOUDEN Van mijn bewustzijn weet ik min of meer wat er zich in afspeelt. Maar misschien is dat verkeerd uitgedrukt. De inhoud van mijn bewustzijn speelt zich immers niet in mijn bewustzijn af: het is mijn bewustzijn. Het weten wat zich er in afspeelt, is er zelf een onderdeel van. Ik zie een boom, ik heb jeuk aan mijn linkerarm, ik hoor Mozart op de radio en begin wat dorst te krijgen. Ik kan me van dit alles te-

18  >  mei 2015

gelijk bewust zijn. Als ik er even over nadenk, kan ik een zinvol onderscheid maken tussen de bewustzijnsinhouden die tot het objectieve domein lijken te behoren en diegene die louter subjectief zijn. Die boom die ik zie, staat buiten in de tuin. Als ik mijn ogen sluit, blijft hij gewoon staan. Als ik dood ga en niemand hakt hem om, gaat hij niet meteen weg.

Lieve Thienpont plaatst, geheel terecht, de subjectiviteit van de ervaringen van haar patiënten centraal in haar ethische en medische analyse De boom is daar voor iedereen die hem kan waarnemen. Ik veronderstel dat anderen dezelfde boom zien en hem op dezelfde manier waarnemen. Hij staat een beetje scheef, langs een kant groeit er mos op de schors en er zit een oud kraaiennest in de hoogste tak. Helemaal zeker ben ik niet dat de waarneming van iemand anders dezelfde is als die van mij, al staat die boom daar

wel, volkomen onafhankelijk van ons. Ik heb geen rechtstreekse toegang tot de mentale wereld van andere mensen. Ultiem zijn hun bewustzijnsprocessen, hun geheugen, gedachten en gevoelens, privé. Vele filosofen, zoals de zeventiendeen achttiende-eeuwse empiristen en rationalisten en de fenomenologen van de twintigste eeuw, hebben duizenden pagina’s gewijd aan deze problematiek. Maar het lijkt op zijn minst nogal vergezocht om te veronderstellen dat anderen hun waarneming van de boom volkomen anders is dan die van mij. Het beeld van de boom dat zich in mijn brein vormt, zal vermoedelijk wel in grote lijnen overeenkomen met het beeld ervan in een ander menselijk brein. Daarom kunnen we over de boom objectieve kennis verwerven, die de rol van de individuele waarnemer minimaliseert. Zonder waarnemers is er uiteraard geen waarneming, maar het is niet onredelijk om te veronderstellen dat de verschillende waarnemingen sterk aan elkaar gelijk zijn, ook al zijn de waarnemers onderling zeer verschillend. De boom is de boom, zowel voor mij, voor jou als voor een ander.

HET ONDERSCHEID ‘SUBJECTIEF’ / ‘OBJECTIEF’ Althans, zo lijkt het toch. Maar als we er wat dieper over nadenken, wordt het al snel veel minder vanzelfsprekend. Kunstenaars en psychologen toonden aan dat de waarneming van een object zeer ambigu kan zijn. De optische illusies die ze creëerden zijn vaak erg verrassend: wat voor de ene waarnemer een konijn is, blijkt voor een ander een eend te zijn. Twee lijnen die er ongelijk uit zien, zijn in werkelijkheid even lang. Iedereen is vertrouwd

DEGEUS


MENSELIJK

met die illusies. Ze tonen aan dat de werkelijkheid niet altijd overeenkomt met hoe ze zich aan ons voordoet. De sceptische filosofen uit de Oudheid, zoals Pyrrho van Elis, wezen er al op. Vanaf de zestiende eeuw werd het een geliefkoosd thema van de humanisten, zoals Montaigne. De ontwikkeling van de moderne wetenschap toonde onverbiddelijk aan dat onze intuïties, onze zintuigen en ons gezond verstand niet altijd te vertrouwen zijn. De aarde lijkt stil te staan maar ze beweegt aan hoge snelheid, we schatten de grootte en afstand van de zon en de maan hopeloos verkeerd in, enzovoort. De wetenschappelijke methodes, in de woorden van Galilei, vechten tegen de tirannie van het gezond verstand. Toch kunnen we ultiem onze zintuigen niet uitsluiten. Dat roept de vraag op of een objectief kenbare werkelijkheid wel bestaat en indien ja, of we ze

Of een patiënt ondraaglijke pijn ervaart door de kanker die zijn cellen aantast, of door een depressie die niet wijken wil, het maakt ethisch geen enkel verschil dan ooit kunnen kennen? Is het een tekening van een konijn of van een eend? Of van beide samen? Wat het antwoord hierop ook mag zijn, het beeld dat we ons van de werkelijkheid vormen kan nooit helemaal objectief zijn. We kunnen niet ontsnappen aan de noodzakelijkheid van de waarnemer. Sterker nog, die waarnemer is zelf mede­schepper van de werkelijkheid, een van de fundamentele inzichten van de achttiende-eeuwse filosoof Immanuel Kant. Het onderscheid tussen subjectieve en objectieve kennis is minder eenvoudig dan het lijkt.

PIJN IS VOLKOMEN SUBJECTIEF Dat leidt tot het enigszins ironische inzicht dat bewustzijnsinhouden die we als louter subjectief beschouwen, zoals mijn jeuk- en dorstgevoel, zich minder dubbelzinnig, minder vaag en veel meer direct aan mij voordoen dan onze objectieve kennisvormen. Ik, en ik alleen, heb die ervaringen. Ze zijn volstrekt eigen aan mijn lichaam, mijn zintuigen en bewustzijn. Bijgevolg zijn ze voor mij honderd procent zeker. Ik kan me vergissen in de kleur van een voorbijrijdende auto, ik kan de afstand tot een toren helemaal fout inschatten en de boom kan minder takken hebben dan ik dacht. Maar ik kan me niet vergissen in de tandpijn die ik voel. ‘Ik dacht dat ik een inbreker hoorde, maar het was de wind’, is een volstrekt begrijpelijke uitspraak. Maar de zin: ‘Ik dacht dat ik knallende hoofdpijn had maar ik voelde eigenlijk niets’, slaat nergens op.

© Twin Design / Shutterstock

Ik kan een zekere afstand ten opzichte van de pijn in mijn knie creëren, maar zoiets is onmogelijk wanneer ik een depressie heb of onpeilbaar diep verdriet ervaar. Om die reden is het de patiënt, en enkel en alleen de patiënt, die kan oordelen over de ernst en de diepte van zijn pijn, in het bijzonder psychische pijn.

DEGEUS

mei 2015  >  19


MENSELIJK

Als ik pijn ervaar, of andere kwalitatieve sensaties, dan zijn ze puur, direct en ondubbelzinnig. Veeleer dan dat ik ze waarneem, maken ze de kern uit van mijn ervaringen. Ze vallen samen met mijn bewustzijn, ze zijn onlos­makelijk verweven met wat het betekent om een bewust subject te zijn. Ze bestaan niet onafhankelijk in de ruimte en hebben geen betekenis los van mij. Voor andere mensen geldt hetzelfde. We kunnen ervan uitgaan dat ook zij jeuk en dorst ervaren, maar dat is dan hun jeuk, hun dorst. De dorst die ik ervaar, is enkel en alleen van mij. De jeuk die jij ervaart, is enkel en alleen van jou. De boom bevindt zich in de tuin, onafhankelijk van ons, maar mijn jeuk en dorst kunnen enkel maar bestaan omdat ikzelf besta. Als ik er niet meer ben dan is de boom er nog, maar mijn jeuk, mijn dorst en al mijn andere bewustzijnsprocessen zijn voor eeuwig en altijd weg. Ik kan een beschrijving geven van hoe het voelt om jeuk, dorst, verdriet, pijn, vreugde, geluk, weemoed en spijt te ervaren, maar het subjectieve, directe, en kwalitatieve karakter ervan verdwijnt onherroepelijk samen met mij. Dergelijke bewustzijnservaringen zijn volkomen subjectief, onlosmakelijk gebonden aan een subject. Dat wil zeggen: aan een individu dat over de fysieke en psychologische vermogens beschikt om gevoelens en mentale waarneming te scheppen en te ondergaan.

Lieve Thienpont

Libera me

Over euthanasie en psychisch lijden Witsand Uitgevers

PSYCHISCH EN FYSIEK LIJDEN Ik had deze enigszins abstracte inleiding nodig om het grote belang van het boek van Lieve Thienpont zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Lieve Thienpont is een van de weinige psychiaters die door en door vertrouwd is met patiënten die chronisch en ondraaglijk psychisch lijden, in die mate dat ze zelfdoding als de oplossing voor hun lijden overwegen of euthanasie aanvragen. Ze plaatst, geheel terecht, de subjectiviteit van de ervaringen van haar patiënten centraal in haar ethische en medische analyse. Dit sluit aan bij de filosofie achter de Belgische euthanasiewet, die geen onderscheid maakt tussen lichamelijk en psychisch lijden. Of een patiënt ondraaglijke pijn ervaart door de kanker die zijn cellen aantast, of door een depressie die niet wijken wil, het maakt ethisch geen enkel verschil. Voor de persoonlijke, subjectieve bewustzijnservaring van de patiënt maakt het nog veel minder uit. In beide gevallen is de pijn ondraaglijk, om het even of haar oorsprong fysiek of psychologisch is. Maar voor diegenen die er zelf geen ervaring mee hebben, lijkt lichamelijke pijn een meer objectief karakter te hebben dan psychische pijn. Velen kunnen begrip opbrengen voor de vraag naar euthanasie van een kankerpatiënt. Maar voor een patiënt met een chronische depressie is dat minder evident. Een psychiater kan wel vaststellen dat de patiënt inderdaad depressief is, maar de buiten­wereld meent dat ‘het tussen de oren zit’ en daarom eerder subjectief is. En wat subjectief is, lijkt minder zwaarwegend dan het objectief vaststelbare. Pijn die ‘enkel’ subjectief is, wordt als milder gepercipieerd dan de pijn die voortkomt uit een objectief aantoonbaar lichamelijk letsel.

20  >  mei 2015

Het boek van Lieve Thienpont is een krachtige en gepassioneerde getuigenis van het nieuwe mensbeeld dat zich een weg zoekt in de hedendaagse geneeskunde. In dit beeld zijn patiënten niet langer onmondige en passieve ontvangers van medische hulp, maar actieve subjecten die meebepalen welke zorg ze al dan niet ontvangen.

Nochtans is alle pijn uiteindelijk subjectief, waar ze ook vandaan mag komen. Ze wordt enkel en alleen in het bewustzijn ervaren, om het even of ze bijvoorbeeld voortkomt uit een verlies dat iemand niet te boven komt, of veroorzaakt is door een somatische kwetsuur. Psychisch lijden verschilt bijgevolg niet wezenlijk van lichamelijk lijden. Niemand die het boek van Lieve Thienpont leest, kan op een zinvolle manier een kwalitatief onderscheid tussen lichamelijke en psychische pijn blijven maken. Het is een contra-intuïtief en daarom lastig inzicht, dat in een adem door het taboe op psychologische aandoeningen doorbreekt.

PSYCHISCHE PIJN: ENKEL DE PATIËNT KAN OORDELEN Lieve Thienpont heeft zich gaandeweg, zowel door theoretische studie als door haar jarenlange praktijkervaring, ten volle vergewist van dit inzicht. De pijn van patiënten is altijd subjectief, dat kan niet anders, maar net daarom moet ze altijd ernstig worden genomen, van welke aard ze ook is. Ze is altijd eigen aan de patiënt, ze valt samen met zijn bewustzijn

DEGEUS


MENSELIJK

en laat zich niet objectiveren. Wie toch een onderscheid wil maken tussen psychische en lichamelijke pijn komt tot het besef dat psychische pijn directer, en in die zin ‘echter’ is dan lichamelijke pijn. De boom die ik in de tuin zie, die staat daar echt. Toch is hij minder reëel voor mij dan de hoofdpijn waarmee ik wakker werd, ook al bestaat die hoofdpijn niet extern aan mijzelf. Net omdat ze ten volle subjectief is, heeft ze voor mij een grotere directheid en werkelijkheidswaarde dan de boom. De pijn in mijn knie kan ik gedeeltelijk objectiveren, al kan ik de kwalitatieve ervaring ervan niet uitschakelen. Ik kan een zekere afstand ten opzichte van de pijn in mijn knie creëren, maar zoiets is onmogelijk wanneer ik een depressie heb of onpeilbaar diep verdriet ervaar. Het is niet absurd om aan te geven dat mijn knie pijn doet, maar de bewering dat mijn brein een depressie heeft is niet erg zinvol. Om die reden is het de patiënt, en enkel en alleen de patiënt, die kan oordelen over de ernst en de diepte van zijn pijn, in het bijzonder psychische pijn. Uiteraard betekent dat niet dat elke klacht over de ondraaglijkheid van het psychische lijden onbespreekbaar is. Het boek van Lieve Thienpont bevat tal van voorbeelden hoe men kan trachten het ondraaglijke te balsemen, het chronische in te korten en de wanhoop te milderen. Soms lukt dat, vaak ook niet. Veel patiënten die extreme psychische pijn ervaren plegen zelf­doding, of ondernemen pogingen ertoe. Lieve Thienpont is de laatste persoon om haar eigen verdiensten in de verf te zetten, toch kan men niet anders dan diep onder de indruk komen van het immense geduld en de onuitputtelijke empathie die ze naar haar patiënten toe illustreert.

Het is de patiënt, en enkel en alleen de patiënt, die kan oordelen over de ernst en de diepte van zijn pijn, in het bijzonder psychische pijn

DEGEUS

Vanzelfsprekend is de benadering van de arts, evenals de context waarin pijn wordt ervaren, van bijzonder groot belang. Iemand die vereenzaamd is,

Ik heb geen rechtstreekse toegang tot de mentale wereld van andere mensen. Ultiem zijn hun bewustzijnsprocessen, hun geheugen, gedachten en gevoelens, privé ervaart zijn lijden misschien intenser dan wie in een sociaal netwerk opgenomen is. Maar patiënten die ten einde raad zijn en om de ultieme gunst verzoeken die de euthanasiewet mogelijk maakte, kan men niet uitsluiten omwille van hun isolatie. Misschien zouden ze in een andere context niet vragen om euthanasie, maar vaak zijn ze onwrikbaar vergroeid en verweven met die context. Het gevaar bestaat dat men een patiënt zijn verzoek om hulp als een wanhoopskreet interpreteert, die vanzelf zal verdwijnen mits men maar de voedingsbodem ervan wegneemt. Maar meestal is die voedingsbodem eigen aan de leefwereld en de existentiële situatie van de patiënt. De vraag naar hulp minimaliseren getuigt dan eerder van een gebrek aan inlevingsvermogen en respect voor de lijdende mens.

EEN NIEUW MENSBEELD IN DE GENEESKUNDE Gebrek aan empathie en respect voor de patiënt is in het boek van Lieve Thienpont nergens te bespeuren. Integendeel, het is een krachtige en gepassioneerde getuigenis van het nieuwe mensbeeld dat zich een weg zoekt in de hedendaagse geneeskunde. Ooit was het relatief eenvoudig. De geneeskunde en haar vertegenwoordigers beschikten als enigen over de nodige kennis en pasten die zonder al te veel overleg op hun patiënten toe. Paternalisme en medische betutteling was de regel, inspraak en zelfbeschikking van de patiënt zo goed als onbestaande. Meerdere ethische en juridische ont-

wikkelingen hebben dit medisch model de voorbije decennia ondergraven. De uitklaring van patiëntenrechten, de mogelijkheid op palliatieve zorg en euthanasie, evenals de precisering van ethische concepten zoals zelfbeschikking en waardigheid, creëerden een nieuw mensbeeld in de geneeskunde en een nieuwe visie op de relatie tussen de arts en zijn patiënten. In dit beeld zijn patiënten niet langer onmondige en passieve ontvangers van medische hulp, maar actieve subjecten die meebepalen welke zorg ze al dan niet ontvangen. De wijze waarop Lieve Thienpont met haar vele patiënten omging die ze in de loop der jaren hielp, illustreert dit op onvergetelijke wijze. Steeds luisterend, niet opdringerig, maximaal eerlijk en correct informerend maar nooit medisch of wetenschappelijk dominant. De mogelijkheid tot euthanasie, voor wie wettelijk en ethisch in aanmerking komt, is steeds bespreekbaar, zonder dat het ooit als vanzelfsprekend wordt beschouwd. De patiënten die Lieve Thienpont helpt, bevinden zich meer wel dan niet in bijzonder moeilijke, complexe en soms totaal uitzichtloze situaties. Maar telkens weer zie je als lezer in hoe de arts en de psychiater, mits men de zelfbeschikking en het belang van de subjectieve ervaringen van de patiënt ten volle erkent, hulp kan bieden. Soms houdt dat ook euthanasie in. Net zoals voor patiënten die fysiek ondraaglijk lijden, is dit ook voor hen die aan psychisch lijden ten onder gaan de ultieme hulp die de maatschappij in het algemeen en de geneeskunde in het bijzonder nog kan bieden. Ik kan alleen maar mijn diepste waardering uitspreken voor de artsen en alle paramedici die zich dag in dag uit inzetten om de pijn en het leed van hun patiënten te milderen, op de wijze zoals de patiënten dat zelf willen en ook mogen verwachten. Het boek van Lieve Thienpont illustreert dat het soms bijzonder moeilijk is, maar lang niet altijd onmogelijk. Er zit verdriet en pijn in, maar ook veel schoonheid, wijsheid en ontroering. Johan Braeckman

mei 2015  >  21


MILLENNIUMACTUA 2015

De Sustainable Development Goals EEN UNIEKE KANS OM MILIEU TE INTEGREREN IN HET INTERNATIONALE ONTWIKKELINGSBELEID We hebben maar één planeet. Landen en regio’s, lokale gemeenschappen, bedrijven, civiele maatschappij en burgers moeten samenwerken om de natuur te beschermen. Dat betekent verstandiger produceren en consumeren, sturen van financiële stromen richting duurzame investeringen en zorgen voor een duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen. Het post-2015 kader van de duurzame ontwikkelingsdoelen (de opvolgers van de millenniumdoelstellingen, n.v.d.r.) moet ons helpen om betere keuzes te maken op alle niveaus voor een gezonde planeet. Alleen zo is fatsoenlijk werk en welvaart voor iedereen een haalbare kaart. In september 2015 komen de wereldleiders bijeen om een nieuw raamwerk voor internationale ontwikkeling op te stellen. Dat post-2015 kader moet de fakkel overnemen van de millenniumdoelstellingen en zal tot 2030 richting geven aan miljarden dollars ontwikkelingssteun en investeringen. De mate waarin milieuaspecten ingebed worden, zal ingrijpende gevolgen hebben voor de natuurbescherming en duurzame ontwikkeling in de wereld. De millenniumdoelstellingen legden de focus op een groep ontwikkelingsobjectieven, stimuleerden officiële ontwikkelingshulp en resulteerden in grote vooruitgang op veel gebieden, waaronder armoedebestrijding, gezondheidszorg, onderwijs en toegang tot drinkwater. Helaas slaagden de millenniumdoelstellingen er niet in om de aanpak van de milieuproblematiek te bevorderen. Zo is de balans van millenniumdoelstelling 7 over de beperking van het verlies aan bio­

22  >  mei 2015

diversiteit en het omkeren van verlies van natuurlijke hulpbronnen ronduit negatief. De thema-per-thema aanpak van de millenniumdoelstellingen negeerde belangrijke schakels tussen de verschillende doelen, inclusief deze tussen het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen en het menselijk welzijn en ontwikkeling. Als de grootste milieu-ngo met het breedste bereik, werkt het World Wide Fund for Nature hard aan een betere inbedding van milieuoverwegingen in het hele post-2015 ontwikkelingskader. WWF beschouwt de post-2015

WWF roept de EU op om ecologische duurzaamheid volledig te integreren in de toekomstige doelstellingen voor ontwikkeling en armoedebestrijding

ontwikkelingsagenda als een unieke kans om een betere ​​ waardering te realiseren voor natuurlijke hulpbronnen en gezonde ecosystemen, die als basis dienen bij armoedebestrijding, rechtvaardige en inclusieve groei en duurzame ontwikkeling.

HET MILIEU IS ONLOSMAKELIJK VERBONDEN MET HET MENSELIJKE WELZIJN De mens is afhankelijk van planetaire ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen om te overleven. Wat voor de moderne, verstedelijkte mens een vervan-zijn-bedshow lijkt, is dat in werkelijkheid helemaal niet. Alle producten en systemen die het leven comfortabel maken, komen uiteindelijk uit de natuur. De armste wereldburgers hangen het meest af van hun onmiddellijke natuurlijke omgeving omdat ze niet over de financiële buffer beschikken om wat ze nodig hebben van elders in te voeren. Zo leveren bosrijke ecosystemen onderdak, levensonderhoud, water, brandstof en voedsel voor meer dan twee miljard mensen, met inbegrip van de 350 miljoen allerarmsten op de wereld. Bovendien slaan bossen grote hoeveelheden CO2 op en is ontbossing één van de belangrijke oorzaken voor de opwarming van het klimaat. De visserij levert vijftien procent van de dierlijke eiwitten in onze diëten (en meer dan vijftig procent in de minst ontwikkelde landen in Afrika en Azië). Op dit ogenblik zijn negentig procent van de visbestanden op de wereld overbevist of lopen ze aan tegen hun limiet. Mariene ecosysteemdiensten

DEGEUS


© Wikipedia

MILLENNIUM 2015 ACTUA

Ingrijpende veranderingen in het milieu raken ons allemaal, maar vooral de armsten.

vertegenwoordigen overigens een economische waarde van 21 biljoen dollar per jaar. In termen van werkgelegenheid spreken we over 260 miljoen banen in de visserij, waarvan 50 miljoen in de kleinschalige en ambachtelijke visvangst. Meer dan 200 stroomgebieden, waarvan sommige 2,67 miljard mensen herbergen, ervaren ernstige waterschaarste gedurende minstens een maand per jaar. Een derde van de honderd grootste steden ter wereld haalt drinkwater uit beschermde gebieden. En zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan. Door ecosystemen te vernielen en onze natuurlijke rijkdommen niet adequaat te beheren, zagen we de tak af waarop we zitten en de eerste slachtoffers zijn de armsten onder ons. WWF roept alle VN-lidstaten op een duidelijk kader te scheppen voor de post-2015 onderhandelingen rond een universele duurzame ontwikkelingsagenda. De klemtoon moet liggen op het uitbannen van extreme armoede en het genereren van duurzame ontwikkeling, die de bescherming van onze planeet verzekert. WWF vraagt een ambitieuze agenda op te stellen waarin alle landen verantwoording moeten afleggen over hun vooruitgang. De bescherming van het milieu moet daarom ingebed zijn in de economische, sociale en politieke besluitvorming. Eén van de belangrijke momenten in het proces is de conferentie over financiering van

DEGEUS

ontwikkeling: die moet de nood aan een milieu­beschermende duurzame ontwikkeling als essentieel element erkennen, zodat niet alleen menselijke waardigheid en gelijkheid voor iedereen, maar ook de uitroeiing van extreme armoede bereikt wordt. WWF ziet de post-2015 ontwikkelingsagenda

Door ecosystemen te vernielen en onze natuurlijke rijkdommen niet adequaat te beheren, zagen we de tak af waarop we zitten en de eerste slachtoffers zijn de armsten onder ons als een unieke kans om natuurlijke hulpbronnen en gezonde ecosystemen als basis voor armoedebestrijding, rechtvaardige en inclusieve groei en duurzame ontwikkeling te integreren. Enkel zo kan de uiteindelijke uitkomst van de post-2015 agenda de zeventien afgesproken Sustainable Development Goals met hun specifieke doelen reflecteren.

EU-STANDPUNT OVER HET WERELDWIJDE POST-2015 ONTWIKKELINGSKADER Samen met andere ngo’s wil WWF alles in het werk stellen opdat de Europese Unie een sterk standpunt inneemt in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. WWF roept daarom de EU op om ecologische duurzaamheid volledig te integreren

in de toekomstige doelstellingen voor ontwikkeling en armoedebestrijding. Ook moeten ongelijkheden tussen landen aangepakt worden en dient er een overkoepelend proces gedefinieerd te worden die al de uitkomsten van de top van Rio+20 (de afgekorte naam van de VN Conferentie voor Duurzame Ontwikkeling in juni 2012, 20 jaar na de historische Earth Summit in Rio, n.v.d.r.) omvatten. Alle Europese landen moeten bovendien hun verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat de nodige acties genomen worden om de doelen te bereiken. Het standpunt van de EU bevat nu al veel van deze principes. WWF ontwikkelde streefwaarden voor het post2015 kader en zette druk op de Unie om de integratie van milieu en ontwikkeling krachtig te bevorderen.

GEZONDE ECOSYSTEMEN Ingrijpende veranderingen in het milieu raken ons allemaal, maar vooral de armsten. Zij zijn het meest kwetsbaar voor voedsel- en waterschaarste, en de effecten van klimaatverandering. Het welzijn van de mens is afhankelijk van natuurlijke hulpbronnen zoals schoon water, bouwland, overvloedige vis en hout, en van ecosysteemdiensten zoals bestuiving, nutriëntencycli en erosiepreventie. Bovendien moeten onze ecosystemen over voldoende veerkracht beschikken om het veranderende klimaat aan te kunnen. Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties is deze verandering nu al onontkoombaar, zelfs al slagen we erin om de mondiale temperatuurstijging onder de twee graden Celsius te houden. Door de gezondheid van ecosystemen in het centrum te plaatsen van onze economische ontwikkeling kunnen we onze natuurlijke hulpbronnen op een eerlijke en verantwoorde manier exploiteren. Alleen op deze manier kunnen we voedsel, water en energiezekerheid bieden voor iedereen. Koen Stuyck WWF

mei 2015  >  23


BAANBREKER

Worden binnenkort baby’s geboren van twee vaders? ‘Worden binnenkort baby’s geboren van twee vaders?’, dat kopte De Morgen recent (DM, 24/02). Aanleiding is een wetenschappelijke doorbraak in onderzoek dat erop gericht is om menselijke ei- en zaadcellen te maken in het laboratorium. Dat zou leiden tot nieuwe mogelijkheden op vlak van vruchtbaarheidsbehandelingen. Die kop doet ongekende mogelijkheden vermoeden: hebben lesbische of homokoppels binnenkort geen eicel- of spermadonor meer nodig? Is het invriezen van eicellen dan verleden tijd? Wat is realistisch, en waar begint de science-fiction? De Geus vroeg Liesbet Lauwereys van de Maakbare Mens om wat meer uitleg. Het idee is dat van een persoon lichaamscellen worden genomen, bij dit onderzoek gaat het specifiek om huidcellen. Die worden omgevormd tot stamcellen. Een stamcel is een cel die zich bij wijze van spreken nog niet heeft gespecialiseerd en dus nog kan ontwikkelen tot een specifiek type cel: een bloedcel, spiercel en in dit geval dus een zaad- of eicel. Maar niet alle stamcellen kunnen tot om het even welk type cel transformeren. Stamcellen maken met het potentieel om zaad- of eicellen te worden, is een uitdaging. En dat is waar deze onderzoekers in geslaagd zijn. Het is een belangrijke, maar een eerste stap, aldus hoofdonderzoeker dr. Azim Surani.

MOGELIJKHEDEN EN UITDAGINGEN Stel u even voor dat het onderzoek verder op wieltjes loopt en dat het inderdaad mogelijk is om in het laboratorium zaad- of eicellen te maken uit iemands huidcellen. Voor heterokoppels met vruchtbaarheidsproblemen, doordat een van hen of zij allebei niet over bruikbare geslachtscellen beschikken, is dat een interessante ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan mensen die onvruchtbaar zijn na een

24  >  mei 2015

kankerbehandeling. Dit betekent dat ze geen beroep moeten doen op een donor om hun kinderwens te vervullen. Als het lukt om met deze techniek ei- of zaadcellen te maken en door invitrofertilisatie tot een zwangerschap te komen, kunnen ze een kind krijgen dat genetisch toch van hen allebei afstamt. Voor lesbische koppels en homo­ koppels kan de techniek ook de mogelijkheid creëren om samen genetisch eigen kinderen te verwekken. Op voorwaarde dat men niet alleen eicellen kan maken van cellen van een vrouw en zaadcellen van de cellen van een man, maar dus ook eicellen voor een man en zaadcellen voor een vrouw. En dat is in de praktijk toch iets moeilijker. Als lesbische of homoseksuele koppels nu samen een kind willen, kan slechts een van beide partners genetisch ouder zijn van het kind. Die persoon levert dan een eicel of zaadcel die wordt bevrucht met donormateriaal. Als we van de stamcellen van de partner de nodige zaadcel of eicel kunnen maken, dan is het donormateriaal niet meer nodig en kunnen beide partners

genetisch verwant zijn met hun kind. Homokoppels zouden uiteraard wel nog een draagmoeder nodig hebben. Beroep doen op donormateriaal voor het vervullen van de kinderwens zou dus minder courant kunnen worden. Het is voor een koppel niet altijd makkelijk dat er een derde persoon, de donor, nodig is voor het verwekken van een kind. Het gebruik van donormateriaal voor het vervullen van de kinderwens is ingeburgerd, maar daarom nog niet evident.

Stamcellen maken met het potentieel om zaad- of eicellen te worden, is een uitdaging. En dat is waar deze onderzoekers in geslaagd zijn Veel heterokoppels houden geheim dat ze beroep deden op een donor. En ondanks tal van voorbeelden waarbij ouders met veel liefde en succes kinderen opvoeden die genetisch niet met hen verwant zijn, denk aan donorkinderen, adoptiekinderen, pleegkinderen en kinderen in nieuw samengestelde gezinnen, wordt ouderschap in onze maatschappij nog heel sterk gezien als een biologisch gegeven. Getuige ook het feit dat in populaire media regelmatig naar een spermadonor wordt verwezen als ‘de echte vader’. Daarnaast is er nog de moeilijke discussie over de vraag of donorschap wel anoniem mag zijn, of moeten donorkinderen toegang hebben tot informatie over en contact met de donor? Bovendien kampt België met een tekort aan zowel eiceldonoren als spermadonoren.

SOCIAL FREEZING De mogelijkheid om eicellen en zaadcellen te maken, betekent in principe

DEGEUS


ook dat de leeftijdsgrens voor voortplanting wegvalt. Vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd. Zeker bij vrouwen tikt de biologische klok onverbiddelijk. De kwaliteit van eicellen en de kans op zwangerschap nemen vanaf 30 jaar gestaag af. Op 25-jarige leeftijd heeft een vrouw per cyclus 20 tot 25% kans om zwanger te worden. Tussen 35 en 37 jaar is die kans al gehalveerd. In 2012 was de Vlaamse vrouw gemiddeld 28 jaar op het moment dat ze haar eerste kind kreeg. Vanuit puur biologisch oogpunt zijn vrouwen dan al even over het toppunt van hun vruchtbaarheid heen. Maar allerlei maatschappelijke factoren zoals de leeftijd waarop men de geschikte partner tegenkomt, langere studies, een carrière willen uitbouwen en een kinderwens in een tweede relatie zorgen ervoor dat het voor veel vrouwen niet evident is om eerder aan kinderen te beginnen.

Ouderschap wordt in onze maatschappij nog heel sterk gezien als een biologisch gegeven In ons land kunnen vrouwen die dat wensen nu al eicellen laten ‘invriezen’ zodat ze die kunnen gebruiken om hun kinderwens op latere leeftijd te vervullen, dit wordt social freezing genoemd. Zo kun je op latere leeftijd je eigen jongere eicellen gebruiken, want de ingevroren eicellen verouderen niet. De techniek is nog nieuw en allesbehalve perfect. De mogelijkheid om eicellen te maken zou een alternatief bieden voor social freezing. Terwijl vrouwen voor social freezing nog op tijd moeten beslissen om tot het invriezen van hun eicellen over te gaan, op een moment dat die nog van goede

DEGEUS

© Monkey Business Images / Shutterstock

BAANBREKER

Worden binnenkort baby’s geboren van twee vaders? Die vraag doet vermoeden dat het bij wijze van spreken overmorgen mogelijk zal zijn voor twee mannen om samen een kind te krijgen dat genetisch materiaal van hen allebei draagt. Maar zo eenvoudig is het niet.

kwaliteit zijn, zou het maken van eicellen in principe op elke leeftijd mogelijk zijn. Of er een leeftijdsgrens wordt gesteld en waar die moet liggen, wordt dan onderwerp van maatschappelijk debat en beleid.

Voor lesbische koppels en homokoppels kan de techniek ook de mogelijkheid creëren om samen genetisch eigen kinderen te verwekken

ALS ... DAN De kop doet vermoeden dat het bij wijze van spreken overmorgen mogelijk zal zijn voor twee mannen om samen een kind te krijgen dat genetisch materiaal van hen allebei draagt. Maar zo eenvoudig is het niet. Een torenhoog cliché, maar deze ontwikkeling staat nog in zijn kinderschoenen. Vooraleer dit algemeen gebruikt zou kunnen worden om mensen te helpen bij het vervullen van hun kinderwens moet men er eerst in slagen om vlot eicellen en zaadcellen uit deze stamcellen te maken. Die eicellen en zaadcellen moeten vervolgens met succes bevrucht kunnen worden en leiden tot een normale zwangerschap. Om echt bruikbaar te zijn moet dit

alles ook kunnen op een efficiënte en uiteraard veilige manier, nog los van de vraag of het betaalbaar kan. Als men daarin vlot slaagt, kan de techniek over tien jaar bruikbaar zijn in de praktijk, aldus prof. Petra De Sutter, diensthoofd van de Afdeling Reproductieve Geneeskunde van het UZ Gent. Liesbet Lauwereys

De Maakbare Mens vzw wil het brede publiek kritisch en correct infor­meren, sensibiliseren en activeren over medische en biotechnologische ontwikkelingen en de ethische en maatschappelijke vragen daarbij. Voor meer info: demaakbaremens.org.

mei 2015  >  25


VRAAGSTUK

Pleidooi voor radicale gelijkheid BILAL BENYAICH IN GESPREK MET DYAB ABOU JAHJAH We kunnen er niet meer omheen. Het journaal slaat ons om de oren met berichten over jihad en radicalisme. Radicaliserende jongeren verlaten ons land en voeren strijd in Syrië. Maar waarom radicaliseren jongeren? Wat maakt dit ene conflict zo aantrekkelijk voor hen? Moet het probleem van radicalisering gezocht worden bij de moslimgemeenschap of in de samenleving? Humanistisch Verbond Gent liet Bilal Benyaich, auteur, politicoloog en onderzoeker verbonden aan de VUB, UG en Itinera Institute enkele pregnante vragen afvuren op Dyab Abou Jahjah, auteur en activist. Wat volgt is een ingekorte weergave van dit gesprek. © Ria Gheldof

26  >  mei 2015

DEGEUS


VRAAGSTUK

Het grote publiek kent u vooral als de oprichter van de ArabischEuropese Liga, vandaag neemt u het voorzitterschap van Movement X waar. Waarvoor staat dit? Movement X is een nieuwe burgerrechtenbeweging, die vrij ambitieus is. Het is geen AEL.2, dat wel vertrok vanuit een emancipatiedrang, maar geen plannen had om de samenleving te veranderen. Movement X heeft dat wel, het voert strijd tegen het koloniale gedachtegoed en ijvert voor een maatschappij van radicale gelijkheid. De AEL vertrok vanuit een etnischculturele identiteit. Maar Movement X heeft leden met verschillende achter­ gronden en ideologieën, het is geen dogmatische organisatie. We zijn nog maar net gestart, we hebben ondertussen vier afdelingen en een honderdtal leden. Binnenkort komt er ook in Oost-Vlaanderen een afdeling.

ISLAMKRITIEK U bent uitgesproken seculier, ook agnost. Dat is weinig bekend. Ik heb een haat-liefdeverhouding met religie. Mijn vader is eerder seculier, links geïnspireerd. Hij leerde mij kritisch kijken naar religie. Mijn moeder is wel religieus. Als kind deelde ik haar geloof, maar ik verloor het op mijn zestiende. Ik heb dus geen religieuze, maar wél een spirituele overtuiging: ik zie mezelf als een spiritueel agnost én cultuurmoslim. Op jonge leeftijd worstelde ik met heel wat identiteitsvraagstukken, maar later heb ik er bewust voor gekozen om de islamitische way of life grotendeels over te nemen. Ik groeide op in Libanon, en kwam daarna in Antwerpen terecht. Net daar raakte ik meer gehecht aan de islam, vooral onder invloed van het Vlaams Blok. Ik ben er open over dat ik ongelovig ben, maar als iemand de islam aanvalt, voel ik me persoonlijk aangevallen. Doorgaans uiten linkse intellectuelen toch sterke, legitieme kritiek op de islam? Natuurlijk, ik uit ook islamkritiek. Ik heb geen probleem met intellectuele, gefundeerde, kritiek. Argumenten die

DEGEUS

op Wikipedia gebaseerd zijn, horen daar dus niet bij. Maar ik besef ook dat we in een islamofobe sfeer leven. In Libanon uitte ik kritiek op de islam, maar daar is het een dominante religie. Dan schop je tegen de schenen van de macht. In België daarentegen maakt islamkritiek vaak deel uit van een racistische agenda, en neigt het dikwijls naar platitudes.

DE TUNESISCHE DRUPPEL In uw column in De Standaard omschreef u de aanslag in Tunesië als ‘de eerste druppel’. Wat bedoelt u hiermee? De eerste druppel van wat? De toestand is heel verwarrend en kan niet los gezien worden van wat

De radicalisering van moslims, maar ook van andere minderheden zoals de Afrikaanse jongeren, is onvermijdelijk als we niet voluit kiezen voor een inclusieve maatschappij waarin iedereen zich thuis voelt bezig is in Libië, Egypte, Irak en Syrië. Momenteel woedt er een Arabische burgeroorlog, wat ook normaal is na een revolutie. Maar wie is tegen wie? In het Midden-Oosten speelt de tweespalt tussen sjiieten en soennieten enorm. Het Noord-Afrikaanse toneel staat los van dit verhaal. Er zijn drie grote actoren in Libië: de revolutionairen (de links-liberale en sociale jongeren) die samen met de moslimbroederschap aan de wieg stonden van de Arabische Lente, de contrarevolutionairen (zeg maar het Ancien Regime, de Khadaffi-loyalisten) en als laatste de fascisten, zoals IS, die de sharia willen invoeren. Af en toe zijn er ‘ententes’ tussen deze drie actoren. In Egypte bijvoorbeeld kwamen de contra-revolutionairen terug aan de macht, waardoor de moslimbroederschap toenadering zocht tot de fascis-

ten om samen tegen hen te strijden. Om daarna opnieuw tegen elkaar te vechten. Wat is nu die Tunesische druppel? De Arabische revolutie, nu vier jaar geleden, is in Tunesië begonnen. Het toenmalige regime kwam ten val en er kwam een democratiseringsproces waarbij de verschillende politieke partijen samenwerkten. De burgers leefden eindelijk in een vreedzame democratie. Het is dan ook niet toevallig dat dit land uitgekozen werd voor een aanslag (in het nationaal museum van Tunesië op 18 maart, n.v.d.r). Tunesië werd geviseerd door de fascisten, net omwille van het feit dat dit land op de goede weg was. Deze aanslag is veel meer dan een uiting van extremisme. Als nu ook Libië valt in het een of het ander kamp, komt ook Tunesië in grote problemen en wordt de Arabische Lente begraven.

JONGEREN IN SYRIË In vier jaar tijd is Syrië ‘geëvolueerd’ van een ontwikkeld land tot een totaal verwoest gebied. Vanuit België vertrokken er honderden jonge strijders. Hoe verklaart u dat? Dit is geen eenvoudige vraag. Twee factoren spelen mee. Er zijn elementen die aantrekken in het buitenland, zoals het geweld en de fascistische ideologie, en er zijn elementen die jongeren wegduwen uit België. Maar hoe komt het dat pakweg 500 jongeren zich aangetrokken voelen tot net dit ene conflict?   De identificatiefactor, het gevoel van solidariteit onder moslims, speelt een grote rol. In Syrië heeft de bevolking gedurende zes maanden vreedzaam betoogd tegen Assad. Maar algauw werd er gesniped: betogers werden van op afstand neergeschoten door het regime. Later werd het nog erger: betogers werden opgepakt, verkracht, gemarteld en uiteindelijk ook gedood. Guy Verhofstadt, niet echt mijn beste vriend maar ik wil dit toch vermelden, was toen vrij actief in het bepleiten van steun aan de Syrische bevolking.

mei 2015  >  27


© Ria Gheldof

VRAAGSTUK

fascisten. Ik deel hun frustratie, maar ik kies voor een bevrijdend model. We moeten jongeren een alternatief bieden, fascisme is niet de juiste keuze.

Dyab Abou Jahjah: ‘Jongeren die radicaliseren en aansluiten bij IS hebben misschien wel hun redenen, maar het blijven fascisten. Ik deel hun frustratie, maar ik kies voor een bevrijdend model. We moeten jongeren een alternatief bieden, fascisme is niet de juiste keuze.’

Waarom sluiten jongeren niet aan bij het Vrije Syrische leger, dat afstand doet van het regime, en wél bij IS? Ook hier spelen twee elementen mee. Het Syrische leger is zeer patriottisch en staat niet open voor vrijwilligers uit het buitenland. Westerse jongeren kunnen gewoon niet aansluiten. In België worden deze jongeren vooral aangesproken door salafistische organisaties die handig inspelen op hun solidariteitsgevoel met de Syrische bevolking. Jongeren, die sowieso neigen naar extremen, kwamen zo onder invloed van deze salafistische, sektaire leer. Een sterk vernederingsgevoel ligt dan ook aan de basis van radicalisme. Daarom is een ander buitenlands beleid nodig. Ik maak vaak de vergelijking met het nazisme: de Duitse bevolking voelde zich toen ook vernederd, door de gevolgen van het Verdrag van Versailles. Dat bleek de voedingsbodem voor het fascisme. Net zoals de nazi’s het Reich voor ogen hadden, plaatst IS het kalifaat als ideaal voorop. Jongeren die radicaliseren en aansluiten bij IS hebben misschien wel hun redenen, maar het blijven

28  >  mei 2015

In Syrië zijn flink wat jongeren nochtans geen hardcore salafisten. Deze ideologie wordt in België wel gepropageerd. Op het internet en zelfs in enkele moskeeën. Wat kunnen we hiertegen doen? We hebben vrijheid van godsdienst, vrijheid van mening …   Er bestaat geen wonderoplossing, wel verschillende pistes. We moeten in de eerste plaats trouw blijven aan de rechtsstaat. We mogen niet inboeten op de vrijheden van de burgers. Elke heksenjacht, tegen eender welke ideologie, is problematisch. Dat geldt zowel voor de salafisten als voor het Vlaams Blok. Ik ben tegen Pegida, maar ik vind wel dat Pegida het recht heeft om te betogen. Wat jongeren vooral beïnvloedt, los van religie, is een sterk gevoel van vervreemding van de maatschappij. Naar mijn mening is dit gevoel ook legitiem; de huidige situatie in onze maatschappij ís problematisch. Wij moeten dan ook geen religieus discours ontwikkelen om jongeren aan te trekken. Wel kunnen we een counter-discours ontwikkelen dat radicaal is. Zelf ben ik niet vies van radicalisering, weliswaar in een alternatieve vorm. Alle ideeën die buiten de traditionele lijnen kleuren zijn vandaag net broodnodig. Ik geloof niet in deradicalisering: eenmaal fascist is het moeilijk een stap achteruit te zetten. Jongeren die deze stap nog niet gezet hebben, kan je wel nog overtuigen met een sterk alter­ natief. In het Westen leeft een vrije markt aan ideeën. Hoe kunnen moslims een tegenwicht bieden aan de dominantie van de salafistische ideologie op sommige scholen of speelplaatsen? Wij moeten in dialoog gaan met de moslimgemeenschap, ook met de gelovige orthodoxe moslims. Ikzelf kan echter geen theologie voorschrijven. Omdat ik niet gelovig ben, heb ik niet

de legitimiteit om dat te doen. Maar ik kan natuurlijk wel mijn mening geven. Het aanbod aan verschillende strekkingen binnen de islam is trouwens evenredig aan die binnen bijvoorbeeld het christendom. De vraag is waarom mensen meer vatbaar zijn voor het salafisme. En dan zien we belangrijke financiële en politieke rollen spelen. Kijk maar naar Saoedi-Arabië.

DE HYPOCRISIE VAN HET WESTEN Wat kunnen onze beleidsmensen, onze politieke leiders, doen? Er wordt veel gedoogd als het gaat over Saoedi-Arabië. De commerciële en politieke belangen zijn heel groot. De Saoedische minister van buitenlandse zaken liep vooraan in de grote manifestatie in Parijs na de aanslag op Charlie Hebdo. Een paar dagen later betuigde Koning Filip in Saoedi-Arabië

Een sterk vernederingsgevoel ligt aan de basis van radicalisme. Daarom is een ander buitenlands beleid nodig zijn eer aan de overleden koning. Onlangs nog werd een journalist door de VRT op de vingers getikt omdat hij Saoedi-Arabië omschreef als een land dat de meest achterlijke vorm van de islam presenteert. Nochtans overtreedt Saoedi-Arabië dagelijks op grove wijze de mensenrechten. In het Westen leeft er duidelijk een dubbele moraal. Bent u voorstander van een strikter Belgisch beleid naar Saoedi-Arabië toe? Uiteraard. Zweden heeft bijvoorbeeld al een moedige stap gezet. Ze stopten met wapens te leveren en uitten kritiek op de mensenrechtenschendingen van de Saoedi’s, waarna Saoedi-Arabië zijn ambassadeur uit Stockholm heeft teruggeroepen. Er moet een halt toegeroepen worden aan buitenlandse financiering van

DEGEUS


© Ria Gheldof

Bilal Benyaich is auteur, politicoloog en doet onderzoek naar radicalisme. In zijn recentste boeken vindt u antwoord op veel vragen die zich nu stellen: #Radicalisme #Extremisme #Terrorisme (uitgeverij Van Halewyck: 2015) en Islam en radicalisme bij Marokkanen in Brussel (uitgeverij Van Halewyck: 2013).

bepaalde tendensen. Waarom staat Saoedi-Arabië niet op de lijst van terroristische organisaties? Dit regime steunt het terrorisme al veertig jaar lang! Waarom staan Hamas en Hesbollah wél op die lijst? Zij voeren ook terreur, ook al hebben zij een verzetsagenda. Hun daden en acties treffen niet alleen de vijand, maar ook onschuldige mensen. Als er raketten gericht worden op Joodse nederzettingen, behoren bijvoorbeeld ook kinderen tot de slachtoffers. De definitie van terrorisme moet beter gehanteerd worden. Je moet dit zien in een oorlogscontext. Hamas is alleen in Palestina actief, nergens anders. Ik citeer Ghandi, toch bekend als een vreedzame mens: ‘I am not defending the Arab excesses.  I wish they had chosen the way of nonviolence in resisting what they rightly regard as an unwarrantable encroachment upon their country.  But, according to the accepted canons of right and wrong, nothing can be said against the Arab resistance in the face of overwhelming odds.’

DEGEUS

VRAAGSTUK

De seculiere staat is niet te onderhandelen. De scheiding van kerk en staat in vraag stellen, is onaanvaardbaar. Ik maak me pas zorgen als de overheid zich niet houdt aan dit principe

Palestijnen doen dit enkel uit represaille. Als Israël Gaza bombardeert zal Hamas terugslaan, met weliswaar povere middelen. De focus gaat altijd naar Hamas als terreurorganisatie, maar nooit naar Israël. Waarom staan ook zij niet op die terroristische lijst? Dat is een dubbele moraal in het kwadraat! En net dat voedt de radicalisering bij jongeren. Een van de daders van de aanslag in Parijs refereerde in zijn telefoongesprek met de politie letterlijk naar Palestina. Dat is problematisch natuurlijk. We leven nu eenmaal in een geglobaliseerde, open wereld en zijn op de hoogte van wat speelt in andere landen. Jongeren zijn van nature idealistisch ingesteld en sommigen van hen radicaliseren. Mijn grootste vrees zijn niet de jongeren die radicaliseren en naar Syrië trekken, maar zij die in België blijven. Ik geloof niet in de toekomst van IS. Wel geloof ik dat gefrustreerde jongeren hier in opstand zullen komen en dan is de vraag: onder welke vlag? Er leeft veel ongenoegen in de samenleving en daar moeten we iets aan doen. Want anders belanden we in een verhaal dat gevaarlijker wordt dan het Syriëverhaal.

SUPERDIVERSITEIT

Blank extremisme bijvoorbeeld krijgt in het Westen te weinig aandacht in vergelijking met ‘bruin’ extremisme. Hier wordt dus met twee maten en twee gewichten gewogen. Alle man­ power gaat naar moslimextremisme en daar maak ik mij zorgen om. Iedereen heeft wellicht gehoord van het proces rond Bloed Bodem Eer en Trouw, een terroristische organisatie die geleid werd door een elite paracommando (Thomas Boutens, n.v.d.r.). De federale politie infiltreerde in deze organisatie en kon zo heel wat bewijzen vergaren, onder andere van hun militaire trainingskampen in Dendermonde. Er werden 300 wapens gevonden en een dodenlijst. Tijdens het proces kwamen bewijzen naar voor van geplande aanslagen op openbare gebouwen en publieke figuren. Eén van hun doelwitten was niet alleen Filip De Winter, ik stond ook op hun zwarte lijst. Hierdoor kreeg ik inzage in het gerechtelijk dossier en daar heb ik gretig gebruik van gemaakt. Ik las er

Gelooft u in het doemscenario dat geradicaliseerden zich zullen richten op hun thuisland, als wraak met een politieke en religieuze agenda? Denkt u dat wat vandaag in de Arabische wereld leeft ook naar hier komt? In mijn boek De stad is van ons (uitgeverij Pelckmans: 2014) heb ik verschillende mogelijke scenario’s beschreven. De radicalisering van moslims, maar ook van andere minderheden zoals de Afrikaanse jongeren, is onvermijdelijk als we niet voluit kiezen voor een inclusieve maatschappij waarin iedereen zich thuis voelt. Als we daar niets aan doen zal dat leiden tot grote protesten. Of dat protest onder een salafistische noemer zal vallen, weet ik niet zeker. Momenteel leven wij in een liberale democratie, wat uiteraard veel beter is dan leven onder een bepaald regime. Maar het kan altijd beter. Een democratie geeft ons de ruimte om bij te sturen. Maar een democratie kan ook imploderen, door de economische

een ideologisch manifest dat niet alleen sterk inhoudelijk uitgewerkt was, maar ook goed geschreven, helemaal tegen mijn verwachtingen in. Ik vond er zelfs een handleiding terug voor een ware urban guerilla! En hierin werd de tactiek van Al Qaeda als voorbeeld gehanteerd. Ik was geschokt. Maar heeft iemand dat gelezen in de krant? Wie herinnert zich dat nog? Het parket was echter niet mild: de bendeleden werden veroordeeld tot 3 à 5 jaar cel. Ondertussen loopt Thomas B. terug op vrije voeten rond. Ter vergelijking: Fouad Belkacem werd veroordeeld tot 12 jaar wegens het prediken van haat. Twee maten, twee gewichten.

mei 2015  >  29


© Norbert Van Yperzeele

VRAAGSTUK

Iemand die hier geboren is, zal nooit tevreden zijn met maar 60% van zijn rechten. Dat heeft de Belgische politiek en een groot deel van de bevolking nog steeds niet begrepen. Migranten worden nog vaak aanzien als minderwaardige burgers

crisis, door de afbouw van de welvaartsstaat. De grote problemen worden de vergrijzing en het pensioenstelsel. We hebben dringend een ander maatschappelijk model nodig, de economie moet bijgestuurd worden. Een uiterst links-revolutionair discours kan

Net zoals de nazi’s het Reich voor ogen hadden, plaatst IS het kalifaat als ideaal voorop

staat, gedeeld burgerschap en de essentiële waarden van een gedeelde openbare cultuur. De seculiere staat is niet te onderhandelen. De scheiding van kerk en staat in vraag stellen, is onaanvaardbaar. Ik maak me pas zorgen als de overheid zich niet houdt aan dit principe. Zo ben ik voorstander van de afschaffing van subsidies voor erediensten.

soelaas bieden. Nu wordt welvaart te veel aan economische groei gekoppeld, maar dat klopt niet. Er is genoeg geld in de wereld, toch haalt men nu het geld bij de armen en gaat men banken subsidiëren. Ik ben een absolute voorstander van de vermogensbelasting.

Maar welke controle rest er dan nog op de buitenlandse financiering van bijvoorbeeld moskeeën? Alle buitenlandse geldstromen die niet te legitimeren zijn, zijn sowieso strafbaar. Controle vanuit de overheid is absoluut een vereiste. Maar blijkbaar geniet alleen Saoedi-Arabië bepaalde privileges. 

Een op vier inwoners van België is van vreemde herkomst, in 2050 wordt dit twee op vier. Er zijn nog steeds veel nieuwkomers, momenteel leven we samen met 170 nationaliteiten. Maar hoe houd je alles vreedzaam bijeen in een superdiverse samenleving? Hebben we meer nood aan secularisme? Wat zijn de essentiële waarden en pijlers? Er moeten meer afspraken gemaakt worden rond democratie, gelijke behandeling, scheiding van kerk en

Ik wil nog eens terugkomen op het gedeeld burgerschap en het integratiediscours. De eerste generatie migranten werd relatief goed ontvangen, ze kwamen hier werken en gingen er zelf van uit dat dit tijdelijk was. Maar de tweede en de derde generatie, hier geboren, worden nog steeds als migranten gezien en als tweederangsburgers behandeld. En dan hoor je al eens: ‘Je hebt het hier toch beter dan in Turkije.’ Maar iemand die hier geboren is, zal nooit tevreden zijn met maar 60% van zijn rechten. Dat heeft

30  >  mei 2015

de Belgische politiek en een groot deel van de bevolking nog steeds niet begrepen. Migranten worden aanzien als minderwaardige burgers, terwijl zij ook willen meebeslissen. Deze polarisering is vrij sterk in onze samenleving en wordt op termijn problematisch. Willen we generaties doen slagen, dan is er nood aan een pedagogische hervorming van het onderwijs. Ook de tewerkstelling schept heel wat problemen. Slagen in je studies is blijkbaar onvoldoende om aan een deftige job te geraken. Cijfers van de VDAB tonen aan dat de discriminatie van hoogopgeleide allochtonen drie keer hoger ligt dan bij hooggeschoolde autochtonen. Dat is een paradox! Hoe groter je inzet, hoe moeilijker de beloning. Multi­ nationals werven tegenwoordig vlot allochtonen aan, maar andere bedrijven dan weer niet. Veel hoogopgeleide allochtonen trekken hierdoor terug naar hun thuisland, waar ze hoge functies waarnemen. Dat is jammer, want deze braindrain zorgt ervoor dat we veel getalenteerden verliezen die noodzakelijk zijn voor een revolutie. Komt het nog goed? De huidige situatie is problematisch en de afbouw van de solidaire samen­ leving kan nog tot grote gevaren leiden. Maar het kan goed komen, als iedereen zich hiervan bewust wordt. En daarom is radicalisering en verandering nodig. Ik blijf hoopvol. Bewerking Griet Engelrelst

DEGEUS


COLUMN

Verlichte dictatuur Beste lezer, Je zal het niet geloven. En toch, heb ik ooit een column verzonnen? Dus, deze ochtend om klokslag zes, werd er hevig gebonsd op mijn voordeur. In onvervalste Gestapostijl viel een bijzondere eenheid van de Isolatiepolitie binnen. Drie mannen, in felgroen glimmend pak en een kepi met het gevreesde ecologo, hielden een huiszoekingsbevel van minister Turtelboom onder mijn nobele neus. De langste met een klein zwart snorretje had duidelijk de leiding. ‘Ge zijt betrapt op het stoken van hout!’ Het drietal begaf zich prompt naar de living en de leider rukte het deurtje van mijn houtkachel open. ‘Zie je wel’, zei hij triomfantelijk, wijzend op de smeulende resten van het houtvuur. ‘En dat is nog niet alles. Uw dak is niet geïsoleerd!’ Ik had moeite om ze bij te benen naar de zolderverdieping. De kleinste wrikte een vurenhouten schrootje los uit de wand en prikte nijdig met een oestermes door de flinterdunne isolatie. ‘Zie je wel, een ouderwets glaswoldekentje en hier zie ik zelfs een blote pan!’ Ze stormden alweer naar beneden en onderweg trokken ze enkele ramen open. ‘Wat? Ge kunt uw vensters gewoon opentrekken? Geen ventilatiesysteem dus. Dat wordt een zware rekening.’ De kleinste stelde met trillende onderlip vast dat het bovendien om ramen met enkel glas ging. Enkel glas! In welke tijd leven wij? Vriendelijk als altijd bood ik een kopje koffie aan terwijl het drietal plaats nam aan de ontbijttafel. De kleinste bleek een ontevreden figuur te zijn die kon spellen: hij was nog net geen dichter maar kon goed weg met het opstellen van een uitvoerig proces-verbaal. ‘Mijnheer is er dus niet van op de hoogte dat er sinds dit jaar strengere normen zijn voor dakisolatie?’ De derde die nog geen woord gesproken had, verhief nu op zijn beurt zijn stem: ‘Zeg me nu niet dat ge niet wist dat een houtkachel meer fijn stof produceert dan een auto.’ Eindelijk herwon ik enige koelbloedigheid. ‘Hoezo, zijn er dan 5.397.272 houtkachels in ons land die bovendien iedere dag branden?’ ‘Wat wil mijnheer zeggen?’, sprak de leider. ‘Dat er meer auto’s zijn dan houtkachels.’ Daar hadden ze niet van terug. Gesterkt door hun moment van zwakte waagde ik een opbod: ‘En het luchtverkeer dan?

DEGEUS

Kijk maar eens naar buiten, dat is geen bewolking, wat u ziet is een continue cumulatie van condensstrepen en één vliegtuigreis komt overeen met vijf jaar autorijden. Wie vervuilt er nu het meest?’ De kleinste klopte met gebalde vuist op tafel. Een kopje koffie rolde over het verse tafellaken. ‘Genoeg, we zijn niet gediend met uw zever. Turtelboom heeft duidelijke instructies gegeven en iedereen is gelijk voor de wet. De minimumnorm voor dakisolatie is een R-waarde 0,75 m² K/W. Dit stemt overeen met een laag specifiek isolerend materiaal van 3 tot 4 cm en we zijn soepel want eigenlijk wordt een isolatiedikte van 15 cm warm aanbevolen. Als isolatiemateriaal wordt beschouwd: de materialen die een lambdawaarde hebben van hoogstens 0,10 W/mK. En een geïsoleerde zoldervloer bij onverwarmde en onbewoonde zolder, wordt als geïsoleerd dak beschouwd. Er wordt enkel rekening gehouden met feitelijke vaststellingen. Dat betekent dat er vanaf 1 januari 2015 alleen strafpunten worden toegekend als het Energieprestatiecertificaat een feitelijk vastgestelde R-waarde vermeldt lager dan 0,75 m² K/W. Er wordt dus geen rekening gehouden met default-waarden. Voor het toekennen van de strafpunten wordt een onderscheid gemaakt tussen daken kleiner en daken groter dan 16 m². En uw nieuwe ramen moeten hoogrendementsglas hebben met een Ug-waarde van maximaal 1,1 W/m²K (of maximaal 0,8 W/m2 K bij vervanging van dubbele beglazing) en een Uw-waarde van maximaal 1,7 W/m²K.’ Er volgde een kleine, plechtige stilte. ‘Voilà’, besloot hij, ‘ik denk dat dit duidelijk is.’ Ik knikte instemmend en de leider dankte voor de koffie vooraleer mij de handboeien om te doen. ‘Ge wordt nu uit uw huis gezet, want het is bij deze onbewoonbaar verklaard.’ De tweede stopte me bij het buitengaan nog een welzijnsfoldertje toe: ‘Ge kunt terecht bij de daklozenzorg. We zijn echt niet zo asociaal dan ge denkt.’ Vanuit de combi kon ik nog even mijn stulp zien. En dan reden we gezwind en welgezind naar mijn nieuwe toekomst. ‘Maar eerst een tijdje in de isolatiecel, ge zult begrijpen dat er lange wachtlijsten zijn’, sprak de leider met een bemoedigend knipoogje. Willem de Zwijger

mei 2015  >  31


FORUM De redactie behoudt zich het recht voor om lezersbrieven te redigeren en in te korten.

PRIMUM VIVERE, DEINDE PHILOSOPHARI: TWEE OPMERKINGEN OVER HET ONDERWIJS Ik verneem jammerkreten over de vele jongeren die de school verlaten met lege handen. Dat klinkt als om een brood naar de bakker gaan, en thuis komen met een lege zak. Dat betekent dus dat die jeugd verbitterd en ontgoocheld is omdat de school hen niet begrepen heeft, en omdat de structuren niet aangepast zijn. Wegens mijn ervaring met opvoedingsbegeleiding sluipt in mij een onvriendelijke overweging: allemaal kalveren die verdronken zijn, omdat de maatschappij blijkbaar liever ageert als therapeut, dan als initiatiefnemer. Zinsontleding, algebra, spelling, driehoeksmeetkunde, van alles wordt ons toebedeeld om ons te wapenen voor het leven. Deze vakken kunnen de vorming van de geest bevorderen, het denken oefenen, en voor enkelen zijn ze nog praktisch ook. Merkwaardig! Zeer weinigen krijgen toelichting over sociale wetgeving, vakbonden, belastingen, politiek, geldbeheer, verzekeringen of verkeersregels. Nochtans hebben de inzichten hierin een vormende, en vooral praktische waarde. Bovendien zijn de puberteit en de adolescentie zeer gevoelige tot overgevoelige periodes, met grote nood aan ruggensteun. Wat zou de jeugd zoveel minder kwetsbaar kunnen openbloeien, als ze samen in openheid een weg kunnen vinden met hun vragen, tot hun nachtmerries toe. Omdat jonge mensen eigenlijk vanzelfsprekend onzeker zijn, moet een opvoeder vertrouwen schenken, mislukkingen royaal tolereren, aanmoedigen bij elke nieuwe poging, en gul zijn met lofbetuigingen. Pubers hebben een warme hand om de schouder broodnodig, je gaat samen onderweg. Dat zal natuurlijk niet kunnen als je ze uitkaffert bij elk falen, als je ze laat stikken met hun problemen. Je moet ze wel kansen op inspraak geven, en om verantwoordelijk te zijn. Je moet ze vertrouwen geven en dat bewijzen. Aanmoedigen, loven, helpen en nooit vernederen. Elke wetenschap evolueert, zo ook de pedagogische inzichten. Niet zo heel lang geleden zag men het kind als een lege fles, die lepel voor lepel vulling moest krijgen. Men besefte niet hoezeer een kind zichzelf ontwikkelt buiten de inmenging van anderen. Het kind leert en ervaart tijdens het spel. Het vergelijkt, onderzoekt, verwoordt zijn bevindingen, en geeft vragen de vrije loop. Een kind leert pas als het er rijp voor is. Je kinderen zijn je kinderen niet, zo schreef de dichter Kahlil Gibran honderd jaar geleden. Hoewel die boodschap al een eeuw oud is, begint ze nu pas door te dringen. Men heeft te traag ingezien dat elk kind anders is, ook anders dan zijn ouders. Ieder kind wordt geboren met andere en verschillende potenties, met andere voorliefdes en talenten. Opvoeders hebben niet het recht dit te negeren. Het moet gedaan zijn met opvoeding en onderwijs die eenheidsworst als doel hebben. Als we de kansen geven om talenten te

32  >  mei 2015

laten ontluiken dan zullen er talentvolle meubelmakers zijn, talentvolle vorsers, kunstenaars, bouwers, chirurgen ... gelukkige medemensen waar de gemeenschap goed bij vaart. Daarnaast lees ik ook in de media dat veel huwelijken spaak lopen. De relatievorming is mislukt. Alhoewel het best zou mogen, komen pedagogen hierover maar zelden uit de pijp. Hebben jongeren kansen gehad om zich efficiënt te bezinnen over relatievorming? De relatievorming die wij hier beogen is nauw verbonden met seksualiteitsbeleving. Er is weinig dat jongeren meer in beslag neemt in hun puberteit. Maar hebben ze royale kansen gehad in de school om daarover, ontdaan van spanning en met open geest, onderling van mening te wisselen? Er is ongeveer niets waarover zo weinig te bespeuren is in de opvoedingsplannen en in de schoolstructuren. Heel lang was er een verzachtende omstandigheid: de wurgende taboesfeer. Nochtans zijn veel ouders van nu veel en veel opener hierover dan de school zelf. Zij zouden het ongetwijfeld toejuichen als de school eindelijk eens zijn verantwoordelijkheid zou opnemen. Het wordt algemeen aanvaard dat opvoeden en begeleiden bij de vorming van morele instelling en van seksualiteit enkel zal slagen als de jongeren samen hun eigen mening kunnen confronteren met die van leeftijdsgenoten. De leerkracht is moderator, kan stimulansen in de groep gooien, mag persoonlijke mening en ervaring doorgeven. Eén ding mag niet: doceren. Gevorderde pubers zullen vrij over seks praten, en moeten bevestigd krijgen dat het iets moois is, en niet noodzakelijk dierlijk hoeft te zijn. Dat intimiteit zeer aantrekkelijk kan zijn. Dat wederzijds respect een voorwaarde zou moeten zijn. Dat de een het nu al doet, maar velen van ons nog niet. Als het zo zou zijn dat jongeren hun seksualiteit als iets moois beleven, en kunnen dromen van een duurzame, overwogen relatie, dan heeft de school hun gegeven waar ze recht op hadden. Maar waarom wordt deze wens geen realiteit? Waarom is er niet in elke school een geschikte leerkracht die deze opdracht aandurft? Laat elke klasgroep bijvoorbeeld om de veertien dagen samenkomen voor een gespreksronde, dat kan voor heel Vlaanderen misschien de vleugel kosten van één straaljager. Waar zitten de moedige, jonge beleidsmakers uit alle politieke partijen? Roger Vandeputte, gewezen inspecteur gemeenschapsonderwijs

DEGEUS


IN MEMORIAM

WEERWOORD OPEN BRIEF AAN DE OOST-VLAAMSE PROVINCIERAAD Geachte vertegenwoordigers van de lidverenigingen van het Geuzenhuis, U heeft het in uw editie van maart 2015 over een vermindering van de subsidie met een derde. Uit nazicht van de cijfers blijkt dat in verhouding met de begroting 2014 een stijging wordt vermeld van bijna een vierde. Deze verhoging met bijna een vierde, wat u gevraagd heeft, werd in het raadsbesluit van 3 september 2014 door de provincie niet toegekend. Verder zijn de werkingssubsidies voor de VOC’s onveranderd gebleven, er werd zelfs één toegevoegd, nl. VOC Zomerlicht te Zomergem. De financiële verplichtingen die de provincie heeft t.a.v. PIMD zijn limitatief omschreven in de Wet van 21 juni 2002 en binnen dit kader heeft de provincie de wettelijke bevoegdheid om de voorgestelde bedragen van de begroting af te toetsen. Specifiek betreft dit het nagaan van het noodzakelijk en inherent karakter ervan in functie van de organisatie en de werking van de nietconfessionele morele dienstverlening van de beneficiant van de subsidies, zijnde PIMD. Telkens gemotiveerd hebben onze diensten aangegeven waarom men bepaalde voorziene uitgavenposten wil verlagen: hieruit blijkt dat het vaak om een doorrekening van de UVV gaat, waarvoor de provincie niet bevoegd is en er vaak op geen enkele wijze gemotiveerd wordt dat er een band bestaat met de wettelijke opdracht van PIMD. Verder is het ook zo dat Vlaanderen de provinciale financiën sterk onder druk plaatst door o.a. het Provincie­fonds af te schaffen en zich dus een besparingsronde binnen alle provinciale bevoegdheden opdringt. Maar desondanks dit alles meen ik dat de nietconfessio­nele levensbeschouwelijke gemeenschappen nog over een mooie provinciale subsidiëring beschikken om hun kwaliteitsvolle werking verder te zetten.

Fernand Moerkerke Op 19 maart 2015 overleed oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond en medeoprichter van het Fonds Lucien De Coninck, Fernand Moerkerke. Een groot man. Bescheiden als hij was en denkend aan zijn echtgenote, had hij te kennen gegeven de voorkeur te geven aan een crematieplechtigheid in intieme kring. Fernand was één van de belangrijkste voorvechters van het vrijzinnig humanisme. Hij voerde mede de strijd voor gelijke rechten voor man en vrouw, blank en zwart, vrijzinnig en gelovig, voor degelijke burgerlijke ziekenhuizen en dito begraafplaatsen, voor het recht op een pijnloze bevalling, menswaardige echtscheidingsprocedures, een ethische verantwoorde seksuele opvoeding, vrije toegang tot anticonceptiva, de ontwikkeling van de medische genetica, recht op abortus, recht op waardig sterven, enzovoorts. Leraar in hart en nieren, vocht hij voor het officieel onderwijs en stond hij voor een keurig taalgebruik. Wat door vrijzinnige humanisten, zoals hij, afgedwongen werd, nemen velen vandaag voor evident en gewaarborgd. Helaas is de strijd tussen geloof en rede niet gestreden. We zien de gruwelen in het Midden-Oosten en zijn in eigen land getuige van blijvende, misleidende propaganda – nu vaak bijzonder subtiel – en andere ondermijnende acties, zowel tegen het vrijzinnig humanisme, als tegen het officieel onderwijs en de seculiere staat. Om gezondheidsredenen moest Fernand destijds de strijd staken. Jammer. Mensen als Fernand zijn nog steeds nodig. Hard nodig. Alleszins zal hij voor velen een lichtend voorbeeld blijven. Albert Comhaire

Het is nu eenmaal een tijd waarin iedereen wat moet besparen. Hopende hiermee dit alles binnen de juiste context geplaatst te hebben, Martine Verhoeve Ondervoorzitter Open VLD fractie Provincie Oost-Vlaanderen

DEGEUS

mei 2015  >  33


CULTUUR

De vergeten kunstenaar Heuglijk nieuws uit Rome: op 14 mei gaat er een tentoonstelling met Belgische kunstenaars van start: I Belgi. Barbari i Poeti. Voor Willem Elias is dat meteen een aanleiding om het te hebben over een eigenaardig gegeven: hoewel België een uitstekende reputatie geniet als land van beeldend kunstenaars, zijn Belgische kunstenaars met een internationale bekendheid en uitstraling op één hand te tellen. Ook lijkt in België zelf vergetelheid en miskenning doorgaans hun lot. Hoe komt dat? Hieronder een eerste aanzet om op die vraag te antwoorden. Een van de kunstenaars van wie het werk in Rome vertegenwoordigd zal zijn, is Camille D’havé. Omdat er in de Gentse Zebrastraat een overzichtstentoonstelling loopt van D’havé en de groepering rond hem, La Relève, krijgt u een bespiegeling van het werk en de figuur van D’havé erbovenop. De bekendheid van een kunstenaar is een raar proces waarin vele factoren meespelen die weinig te maken hebben met de al dan niet gewaardeerde kenmerken. Hoe dan ook kan er geen sprake zijn van een objectieve ranking van kunstenaars en al zeker niet op basis van intrinsieke kwaliteiten. Moderne en hedendaagse kunst betekenen ook het einde van het geloof in intrinsieke kwaliteiten bij artistieke aangelegenheden. De context speelt de hoofdrol. Dit wil zeggen dat wat er rond gebeurt van grote invloed is op de werking van het zintuiglijk systeem van de mens. Een eenvoudig proces is het niet. Werd Vermeer (1632 – 1675) niet pas ontdekt als topkunstenaar sinds de Franse criticus Théophile Thoré-Bürger er in 1866 een monografie aan wijdde waarin hij hem als onbekend en miskend genie voorstelde? En werd de Mona Lisa niet slechts het schilderij der schilderijen nadat het gestolen was op 21 augustus 1911? Of omgekeerd: hoeveel Belgische kunste­naars uit de negentiende eeuw kent een doorsnee kunstliefhebber die zich niet speciaal toelegt op deze periode? Op de handen te tellen? Wie zal uit het massale aanbod aan de twintigste eeuw bekend blijven? Zullen zelfs dezen die nog bij leven een persoonlijk museum kregen, zoals de godvruchtige Felix De

34  >  mei 2015

Boeck en de van alle ruiven etende Roger Raveel, de aandacht blijven trekken?

uit het Vlaams boerenleven van Gustave van de Woestyne (1881 – 1947).

België heeft de goede reputatie een land van beeldend kunstenaars te zijn. Nochtans zijn er nauwelijks kunstenaars die internationaal bekend zijn.

Vanaf 1905 vormde zich een tweede kring kunstenaars in Sint-MartensLatem. Het waren geen symbolisten, maar te late impressionisten. Van James Ensor hadden ze dus niet al te veel geleerd. Door hun zo goed als gedwongen verblijf in het buitenland door de Eerste Wereldoorlog leerden ze het expressionisme kennen, dat ze echter maar vanaf 1918 gingen toepassen. Dus weeral niet op de tijd vooruit. Nochtans zijn Permeke, De Smet en Van den Berghe topschilders in hun genre. Voor het eerst werd rond hen het adjectief ‘Vlaams’ gecreëerd om hun eigenheid te bevestigen. Ze kregen bekendheid in de jaren 20 en 30 onder invloed van de galeristen en critici Paul-Gustave Van Hecke en André de Ridder. Maar toen kwam de crisis en nadien de Tweede Wereldoorlog. Dat betekende meteen het einde van de verdere promotie van deze kunstenaarsbeweging.

DE GENTSE KUNSTSCÈNE ALS VOORBEELD Laat ons even Gent en omgeving als voorbeeld nemen. Voor de negentiende eeuw bleven slechts drie namen in het geheugen hangen: Emile Claus (1849 – 1924) en Théo van Rysselberghe omdat het interessante impressionisten zijn. Daarnaast is er Georges Minne (1866 – 1941), een symbolistisch beeldhouwer met toch enige internationale bekendheid, onder andere door zijn invloed op sommige Duitse kunstenaars. Deze namen vonden we op internet bij bekende Gentenaars, waar slechts zevenentwintig beeldend kunstenaars vermeld zijn, waaronder vijftien van wie het werk pas in het begin van de twintigste eeuw aan bod kwam. Onder hen de leden van de twee scholen van Latem. De eerste Latemse groep (1899 – 1909) keerde zich af van de stad om te vluchten uit de bezoedeling van de moderne beschaving. Valerius De Saedeleer (1867 – 1941) maakte religieus geïnspireerde landschappen. Een gelijkaardige spiritualiteit vindt men in de taferelen

Het jaartal 1945 werd niet alleen een politiek-militaire datum maar ook een mijlpaal in de kunstgeschiedenis: vóór en na. Het Vlaams expressionisme werd afgelost door een waaier kunstenaars met een door de depressie opgekropte creativiteit. De geschiedenis herhaalde zich. De abstracte kunst werd heruitgevonden.

DEGEUS


CULTUUR

Maar al in het begin van de vorige eeuw waren er jonge kunstenaars, geboren rond 1900, die andere kunst maakten dan het succesrijke Vlaamse expressionisme. Ze keerden op een of andere wijze terug naar de realiteit. Paul Haesaerts heeft geprobeerd de naam ‘animisten’ in te voeren, zonder veel succes. Hoe dan ook was het een verloren generatie, gedoemd om vergeten te worden: in hun jeugd gesmoord door de Eerste Wereldoorlog, in de jaren 20 de dolle pret, een periode waarin ze even succes hadden. De economische recessie van de jaren 30 zette daar een domper op. Als veertigers, een levensfase waarin men toen aan de top van zijn kunnen moest staan, had hun carrière te kampen met de Tweede Wereldoorlog. Daarna werden ze afgelost door een jongere generatie, geboren in de jaren 20, die klaar stond om na-­oorlogs de wereld in handen te nemen. Uitzondering in deze generatie zijn uiteraard de surrealisten, met Magritte (1898 – 1967) en Paul Delvaux (1897 – 1994) als internationaal bekenden. Maar de kunstenaars die hun weg zochten naar een nieuw soort realisme werden vergeten. Onder hen zijn er nochtans veel interessante kunstenaars. Vermits mijn toelichting over de onbekende kunstenaar zich toespitst op Gent, neem ik graag Jos Verdegem (1897 – 1957) als voorbeeld (die hier al uitgebreid behandeld werd in De Geus van november 2014). Jos Verdegem wordt reeds achter het front van ’14 – ’18 als achttienjarig jong talent opgemerkt in de ‘kunstcompagnie’, uitverkoren kunstenaars die WO I als thema moesten nemen. Begin de jaren 20 lijkt België hem te klein en vertrekt hij naar Parijs waar hij succes heeft en met grote namen tentoonstelt. In 1929 keert hij terug naar Gent waar hij voor zijn Parijse avontuur een goede reputatie opbouwt. Hij wordt succesrijk leraar in de Gentse Academie. Na ’45 heeft hij zoals hoger aangegeven te kampen met de opkomende nieuwe generatie

DEGEUS

Camille D’havé. Dag jonge man/Bonjour jeune homme – 1970, olie op doek, 70 x 80 cm, privébezit. D’havé was geen estheet die ‘mooie’ schilde­rijen wilde maken. Hij probeerde er wel kracht in te leggen. Hij toont ons een vrij bizarre wereld, kortom: fantasie op zijn best.

kunstenaars. Hij geeft zijn vaantje niet af en speelt een belangrijke rol in de jongerenbeweging die La Relève werd genoemd, een groep van zijn oudstudenten.

Jan Hoet werd onder druk gezet door Karel Geirlandt om in zijn museum niet meer met Gentse kunstenaars te werken. En de rebel gehoorzaamde LA RELÈVE In I948 werd de groepering La Relève gesticht met Jan Burssens, Camille D’havé, Frans Piens, Roger Raveel, Jan Saverys, Victor van der Eecken, Elsa Vervaene, Pierre Vlerick en Marcel Ysewijn. Hugo Claus was ook in de buurt en bracht verslag uit, journalistiek, maar ook in zijn roman De Hondsdagen. De naam van deze groep jonge Turken, ‘de aflossing’, is niet mis te verstaan: zij be-

schouwden zichzelf als diegenen die na de Vlaamse expressionisten aan bod moesten komen. Zij hadden niet echt een gemeenschappelijk artistiek motto, behalve dan het verlangen om vernieuwend te zijn. De meesten kenden elkaar vanuit de Gentse Academie. Zij zochten middelen om hun werk te kunnen tentoonstellen. De tentoonstellings- en tevens ontmoetingsplaatsen waren de Cercle Artistique en de galerie Vyncke-­van Eyck. Het is mijn overtuiging dat de kunstenaarsgroep La Relève een gelijkaardige rol heeft gespeeld in Gent als de Jonge Belgische Schilderkunst in Brussel. Er was ook een theoreticus in de buurt. De Franse kunstfilosoof Henri Maldiney gaf geregeld gastlessen – vooral over het kleurgebruik – die door veel kunstenaars gevolgd werden. Jos Verdegem speelde dezelfde rol voor Gent als Jean Brusselmans deed voor de Jonge Schilderkunst in Brussel, namelijk die van gerenommeerd meester die de weg toonde naar de vernieuwing. Maar La Relève had geen zakenlui achter

mei 2015  >  35


CULTUUR

zich. De bekendste toenmalige Gentse galerie Vyncke-Van Eyck was galerie Apollo niet. Wat is er van deze kunstenaars geworden? Eerst werd Jan Burssens de ster, ondersteund door een verblijf in New York (1958) en met als hoogtepunt een door Jan Hoet georganiseerde retrospectieve (1976, Museum voor Hedendaagse Kunst, Gent), meteen het eindpunt van zijn loopbaan. Jan Hoet werd kort daarna onder druk gezet door Karel Geirlandt om in zijn museum niet meer met Gentse kunstenaars te werken. En de rebel gehoorzaamde. Langzaamaan werd Roger Raveel de ster, met als hoogtepunt de oprichting door de Vlaamse Gemeenschap van een persoonlijk museum (Machelen-Zulte, 1999). Pierre Vlerick bleef bewust als kunstenaar in de schaduw staan, maar maakte toch een klein, boeiend oeuvre. Hij werd een internationale figuur als organisator van het vernieuwende spektakel in de Zwarte Zaal, als deel van de Gentse Academie (Proka). Camille D’havé wordt gekoesterd door een klein aantal Gentse verzamelaars. Jan Saverys verbleef een tijd in Parijs en werd nog bij leven vergeten, al kent zijn werk recent een hernieuwde belangstelling, wat aangenaam moet zijn voor iemand van 92 jaar. En dan gaat het bergaf. Frans Piens kreeg eens via Raveel een overzichtsten-

I BELGI. BARBARI E POETI

Barbari e Poeti is een tentoonstelling door de Italiaanse curator Antonio Nardone. ‘Barbaar’ is zo wat de interpretatie van Julius Caesars ‘fortissimi sunt Belgae’. Die ‘barbaarsheid’ ziet hij ook in de moderne en hedendaagse Belgische kunst. In de volkse, soms wat burleske aard van die kunst, zoals bij de Carnavalmaskers van Ensor. Maar ook in de getatoeëerde varkens van Delvoy. Die wilde kant, in al haar fantasierijke en gedurfde expressiviteit, is volgens Nardone maar één kant. Er gaat ook een sterk poëtische dimensie mee gepaard. De tentoonstelling start op 14 mei 2015 in het MACRO in Rome. Een van de kunstenaars is Camille D’havé.

36  >  mei 2015

toonstelling en Ysewijn heeft het geluk dat zijn kleinzoon een website over zijn grootvader op het internet heeft gezet. Voor de anderen heeft men geen curator maar een detective nodig. Uit dezelfde generatie moet men nog twee namen van betekenis aanhalen om de belangrijkheid van de kunstscène van de jaren 60 en 70 te schetsen, wegens hun invloed op het kunstonderwijs. Wat de flamboyante Jan Burssens in de Academie was, een begeesterende vernieuwer (neo-expressionistisch, lyrisch abstract), was de fantast Octave Landuyt voor de Normaalschool (fantasmagorisch surrealisme) en de purist Dan Van Severen voor de Sint-Lucas school (geometrisch abstract). Landuyt had contacten met New York, kon bogen op een naambekendheid zoals Tuymans nu, en vroeg exuberante prijzen (± 12.500 euro per vierkante meter in 1978) aan vele verzamelaars. Nu heeft hij enkel nog zijn eigen wereldje en kunstpauzen zijn niet verlegen om hem publiekelijk te verguizen. Het succes van Van Severen stijgt gestaag, maar heeft nog geen internationaal niveau bereikt, tenzij men Knokke als een internationale hoofdstad ziet. Een generatie later heb je Jean Bilquin, Karel Dierickx en Pjeroo Roobjee die in de jaren 70 en 80 veel succes hadden in het Gentse. Vandaag kan men niet besluiten dat ze doorgebroken zijn. Nog een generatie later hebben we Marc Maet en Philippe Vandenberg die de jeugdsuccessen van de jaren 80 zijn in de Gentse kunstscène. Over beide kunstenaars wordt gezegd dat hun beslissing om een einde te maken aan hun leven onder meer te maken had met hun ontgoocheling over de miskenning door de kunstwereld. Maet werd postuum opgevist door Roberto Polo, een zeldzame buitenlandse galerist die zweert bij de kwaliteit van de Belgische kunst. Het hedendaagse succes van Philippe Vandenberg is te wijten aan de belangrijke beslissing van zijn kinderen om het werk van hun vader te bewaren en te promoten via het stichten van

een ‘Estate Philippe Vandenberg’. Dit resulteerde onder andere in het feit dat zijn werk verdedigd wordt door de Zwitserse galerij Hauser & Wirth. Succes verzekerd, zolang er geen faillissement is. Moraal van het verhaal blijft dat het overleven van een oeuvre, verbonden aan een artistieke merknaam, in hoge mate bepaald wordt door wat de erven er onmiddellijk na het overlijden mee aanvangen. En of ze opgevist worden door de kunsthandel. Tot slot van deze uitweiding over wie nu bekend is in de Gentse kunstscène is er het uitzonderlijke geval van Raoul De Keyser. Eigenlijk een amateur die naast zijn journalistiek werk wat academie volgt te Deinze, waar hij Raveel leert kennen en in die geest begint te werken. Van bij aanvang interessant, geen epigoon van Raveel. Vanuit de nieuwe figuratie ontwikkelt hij langzaam een eigen abstractie. Wat mij betreft boeiender dan Raveel. Hij wordt opgepikt door de Zeno X Gallery en meteen wordt hij internationaal de bekendste schilder uit de Leiestreek. Men moet zich de vraag stellen hoe het komt dat met een dergelijk interessant en uitgebreid aanbod aan Belgische kunst, deze toch niet de uitstraling van het bier en de chocolade verwerft. Dat vergt socio-economisch onderzoek. Ik wil het niet als oorzaak van de miskenning duiden maar geef het toch even aan: zowel de Belgische musea als het hoger Belgisch kunstonderwijs hebben geen interesse voor de Belgische kunst. In de Belgische hogescholen worden geen cursussen Belgische kunstgeschiedenis gegeven en ook aan de universiteiten niet. Het lijkt me een taak van het vrijzinnig humanisme om deze vergetelheid van belangrijke kunstenaars tegen te gaan. Deze wat kritische tekst wenst geen verwijten te gooien. De tekst is ook maar een schets die beter onderbouwd zou moeten worden en zeer onvolledig is. Het is een weeklacht die voortkomt uit de vreugde dat een Italiaan interesse heeft voor de Belgische kunst door ze in Rome te tonen.

DEGEUS


CULTUUR

Camille D’havé Het surrealisme is ook bij de generatie die jong was na WO II in de belangstelling gebleven. Camille D’havé (1926 – 1980) is hier een voorbeeld van. Dat hij zich van zijn interesse voor het surrealisme bewust was, weten we uit vroege briefwisseling. Hij liep hoog op met Matisse, Ernst, Dali en De Chirico. Vergeten we niet dat de doorbraak van Magritte pas in de jaren 50 kwam. Onmiddellijk na de oorlogsjaren was het surrealisme dus nog zeer vernieuwend. Anderen zochten hun weg via de abstractie of een eerder sociaal realisme. D’havé hield van de gekte van het leven, de duistere kant van het onbewuste.

pogingen om zijn idealen (vogels, windmolen, Icarus, sprong over het varken) te realiseren mislukt hij voortdurend. Niet doordat het verkeerd is de werkelijkheid te verrijken door er iets beters tegenover te stellen, maar omdat zijn idealen steeds maar illusies blijken te zijn (papieren vogels, aprilvissen, roze olifantjes, sterren). Toch wordt de mens niet wijzer uit zijn mislukkingen. Gedreven om een illusie-ideaal te realiseren, gaat de mens aan zijn eigenlijke zin (zoals in de onschuld van de kinderwereld) voorbij. In naam van de vrede wordt oorlog gevoerd (Biafra, mon amour). Want de mens is overmoedig.

DE LACH VAN DE VOLKSMENS

De overmoed van de mens is gelegen in de verwarring tussen middelen en doelen. Techniek als middel om de leefbaarheid van de mens te verhogen wordt doel op zich (val van Icarus). In de productieroes wordt vergeten dat het om de leefbaarheid van de mens gaat. De mens wil de natuur beheer-

D’havé was geen estheet die ‘mooie’ schilderijen wilde maken. Hij probeerde er wel kracht in te leggen. Vaak met succes. Hij toont ons een vrij bizarre wereld met een aantal vaak terugkerende beelden, zonder heel duidelijke betekenis. Op het eerste zicht vrij amusant, speels, prettig van combinaties. Kortom, fantasie op zijn best, een sprookjeswereld zoals die van Alice in Wonderland. De beeldkeuze zelf heeft al een diepere betekenis. Ze verwijst naar de volkscultuur, of noem het cultuur van de onderdrukte mens. Naast de Geschiedenis en de Ideologieën van de Groten zijn er ook nog de daadwerkelijk doorvoelde levensfilosofieën van de kleine man, die lacht met de omgekeerde wereld. Volkscultuur is een lachcultuur. Naast de lach van de volksmens is er ook de fantastische wereld van het kind dat weerspiegeld wordt in zijn speelgoed. D’havé was er een fervent verzamelaar van. Hij vond het op oude rommelmarkten, tevens inspiratiebron van vele figuren in zijn werk.

MENS- EN WERELDBEELD D’havé schetst ons in zijn werk het volgende mens- en wereldbeeld: de mens is een mislukt, dus belachelijk en tot de ondergang gedoemd wezen (de val, het puin). In zijn onstuitbare

DEGEUS

sen, overheersen, onderdrukken, maar vergeet dat hij zelf natuur is, met alle gevolgen van dien. D’havé heeft nochtans sympathie voor de zichzelf overtreffende enkeling. De dubbelzinnigheid van zijn dierensymboliek wijst in die richting. Doorheen zijn hele oeuvre wordt steeds de relatie mens-dier gelegd. De mens die zijn dier-zijn als oorsprong maar ook als feitelijkheid wenst te boven te komen. In beide mislukt hij voortdurend. In deze relatie stelt D’havé het dier soms voor als mens of als ‘beter’ dan de mens. Bij andere gelegenheden stelt hij de mens voor als dier of verwijzend naar zijn dierlijkheid, zijn kuddekarakter. In het spoor van zijn leermeester en geestelijke vader, Jos Verdegem, heeft hij met relatief eenvoudige beelden een aantal aspecten van de mens blootgelegd, met bijtende ironie (barbari), maar ook met tedere empathie (poeti). Willem Elias

EXPO ‘CAMILLE D’HAVÉ EN LA RELÈVE’, ZEBRASTRAAT GENT

CAMILLE D’HAVÉ

& LA RELÈVE

De tentoonstelling loopt van zaterdag 2 mei t.e.m. zondag 31 mei 2015 in de tentoonstellingsruimte van de Zebrastraat in de Zebrastraat 32/001, 9000 Gent. Openingsuren van woensdag t.e.m. zondag: 14:00 tot 18:00. Inkom: 3 2,5. Neem samen met het Vermeylenfonds deel aan de vernissage op vrijdag 1 mei 2015, 19:00 (ontvangst in de loungebar Zebrastraat). Openingswoord om 19:30 door Jan Briers, gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. Het Vermeylenfonds organiseert een finissage met rondleiding en toelichting onder meer door Willem Elias op 31 mei 2015, van 14:00 tot 15:30. Kijk op www.vermeylenfonds.be voor meer gedetailleerde en actuele informatie.

Naar aanleiding van de overzichts­ tentoonstelling verschijnt ook een boek over D’havé en La Relève op initiatief van de Stichting Liedts-Meesen i.s.m. Willem Elias: Willem Elias en Hilde Van Canneyt, Camille D’havé & La Relève. Lannoo: 2015, 128 p. ISBN: 9789401428071. Prijs: 3 34,99.

mei 2015  >  37


CULTUUR

Dees De Bruyne EEN GETORMENTEERD, ZOEKEND EN PASSIONEEL ARTIEST In het Gentse Museum Dr. Guislain loopt momenteel een hommagetentoonstelling over de Gentse kunstenaar Dees De Bruyne (1940 – 1998). Sex, drugs & rock-’n-roll, maar ook rusteloosheid, eenzaamheid en depressie tekenden het leven van dit supertalent. Een impressie. Ik heb Dees De Bruyne niet persoonlijk gekend, maar zijn veel te vroeg gestorven, zes jaar jongere broer Luc was een goede vriend. Luc keek op naar zijn ‘grote’ broer, vooral toch naar zijn talent. Vaak had hij het ook over het turbulente leven van zijn broer. Ik hoor hem nog heroïsche verhalen vertellen over Dees, zoals hoe hij het feest voor zijn tweede huwelijk, met Octavia De Buysscher, betaalde met een schilderij (hij zat steevast in geldnood). Of hoe hij op een dag zijn vrouw ‘even’ verliet om een pakje sigaretten te kopen, niet terug kwam en dan enkele dagen later opdook in Italië ... Ik heb die verhalen vaak met een korreltje zout genomen, maar nu ik de getuigenissen van zijn vrienden en kennissen hoor en lees in het boek van de tentoonstelling moet ik constateren dat de mythe rond Dees niet rond verzinsels is opgebouwd.

TEKENENDE SCHILDER, SCHILDERENDE TEKENAAR Dees – Désiré – De Bruyne werd geboren in Sint-Amandsberg (Gent) op 12 oktober 1940 in een arbeidersgezin (vader postmeester, moeder huisvrouw) in volle oorlogsjaren. Deze emotionele periode tijdens zijn kinderjaren zal zowel zijn psyche als zijn werk blijven beïnvloeden. Na zijn middelbare studies volgt hij een opleiding als bouwkundig tekenaar en studeert architectuur aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, een studie die hij voortijdig afbreekt.

38  >  mei 2015

Dees De Bruyne zal altijd een tekenaar blijven in de strikte betekenis van het woord, want ook als hij schildert blijft hij een tekenaar. De ene criticus noemt hem trouwens een tekenende schilder, de ander een schilderende tekenaar. In 1964 vinden zijn eerste tentoonstellingen plaats in het Schuttershof in Deurle en in Schoonaarde, gevolgd door veel exposities in Vlaanderen en Nederland. Vanaf de jaren 70 breekt Dees door bij het grote publiek, maar de kunstcritici zijn verdeeld en bekij-

Hij zwemt dus maar tegen de stroom in, is rebels, vaak provocerend, individualistisch, en blijft koppig zijn eigen ding doen ken hem met argwaan. Hij loopt immers niet in het gareel, is niet verlegen om een stunt, geeft wendingen aan zijn werk die je niet kunt voorspellen en zet zich af tegen de gevestigde orde en waarden. Hij voelt zich immers niet thuis bij de toen gangbare kunststromingen zoals modernisme en expressionisme, en heeft het moeilijk zichzelf te vinden. Hij zwemt dus maar tegen de stroom in, is rebels, vaak provocerend, individualistisch, en blijft koppig zijn eigen ding doen. Wie meer wil weten over de stijl van Dees De Bruyne, zijn koloriet, de com-

positie en zijn verzet tegen bepaalde kunststromingen, raad ik aan het boek van de tentoonstelling – Een schilderkunstig leven – aan te schaffen, waarin kenners als Walter Ertvelt, Willem Elias en Patrick Allegaert deze aspecten van het oeuvre van Dees deskundig uit de doeken doen.

HOEREN, PROVO’S EN BUKOWSKI In zijn beginjaren als kunstenaar verhuist de rusteloze Dees talloze keren, vaak uit geldnood. Eerst van Gent naar Mariakerke, dan naar Heusden, terug naar Gent en vandaar naar Markegem, weer naar Gent, eventjes naar Godveerdegem, daarna wordt het voor een langere tijd Zomergem. Eind jaren 60, begin jaren 70 maakt hij deel uit van de eerder kleine Gentse en Antwerpse Provobeweging (een kritische stroming die in de jaren 60 op creatieve wijze tegen de gevestigde orde schopte) en trekt, onder meer met schrijver Jan Emiel Daele en andere vrienden, naar Amsterdam om er in Paradiso met gelijkgestemden te sympathiseren en vrijelijk van de drugs te genieten. Maar zijn zoekende ziel drijft hem ook vaak voor langere periodes naar het buitenland: Marokko, de Provence, Italië, Andalusië, Amerika ... Zo verblijft hij eind jaren 70 in het roemruchte New Yorkse Chelsea Hotel en ontmoet er de Amerikaanse schrijverdichter Charles Bukowski, van wie hij later een reeks schilderijen maakt. Het doek Napoli Hello Charles Bukowski is trouwens te zien op de tentoonstelling. Dees De Bruyne is vooral een figuratief schilder en een verteller. Hij observeert mensen – vaak randfiguren – en zet hun leven op een intensieve wijze

DEGEUS


© Hans De Greve

© Hans De Greve

CULTUUR

Dees De Bruyne, Avec sucre?, gemengde techniek op canvas – 104 cm x 90 cm. De Bruyne bezocht in zijn woelige jaren regelmatig de bars met rode lichtjes langs de Kortrijksesteenweg. Daar vond Dees – naast de seksuele geneugten – ook heel wat inspiratie.

Dees De Bruyne, A Gentleman in Spain, gemengde techniek op canvas – 160 cm x 110 cm. De Bruyne is vooral een figuratief schil­der en een verteller. Hij observeert mensen – vaak randfiguren – en zet hun leven op een intensieve wijze neer op het doek.

neer op het doek. Zo bezocht hij in zijn woelige jaren regelmatig de bars met rode lichtjes langs de Kortrijksesteenweg. Daar vond Dees – naast de seksuele geneugten – ook heel wat inspiratie voor tal van werken die achteraf vlot van de hand gingen. Ook uit deze periode vind je in de tentoonstelling enkele werken terug.

De expositie Waanzin? is voor het Museum Dr. Guislain eigenlijk de aanleiding geweest voor het opzetten van de huidige tentoonstelling. Alles keert terug, de cirkel is rond. Uit bijna

Met ouder worden vindt hij blijkbaar enige rust en zoekt andere invalshoeken voor zijn werk. In 1991 komt hij op de proppen met een niet-alledaags experiment: hij gaat een aantal weken – als bewoner, niet als patiënt – logeren en werken op de zolder van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain, waar zijn broer Roland tot de onderwijsstaf behoort. Na een intens contact met de patiënten maakt hij een reeks van dertig schilderijen die achteraf in het Guislaininstituut onder de titel Waanzin? geëxposeerd worden. Een plastische confrontatie met de psychiatrie. Dees sterft aan kanker op 24 april 1998 in het appartement van zijn vrouw Octavia, boven café Het Volkshuis dat zij uitbaatte in de Gentse Sleepstraat.

DEGEUS

In zijn werk zie je de hartstocht, de rusteloosheid, de eenzaamheid, zijn opstand tegen de gevestigde waarden elke periode van zijn veelbewogen leven zijn er werken te zien die getuigen van de agressie, erotiek en emotionaliteit waarmee de kunstenaar worstelt.

HET BOEK Naar aanleiding van de tentoonstelling is een luxueus boek uitgegeven dat een vijftiental teksten bevat van onder meer Walter Ertvelt, Daniël Termont, Willem Elias, Patrick Allegaert, Guido Van Meir, Adriaan Raemdonck, Josse De Pauw, Octavia De Buysscher en Arne Sierens. Ik zou dit evenwel geen catalogus noemen, en zeker geen typisch standaard-

Dees De Bruyne. Een schilderkunstig leven loopt nog tot 31 mei 2015 in het Museum Dr. Guislain, Jozef Guislainstraat 43 te Gent. Open van di-vr: 9:00-17:00 / za-zon: 13:00-17:00 Toegang: 3 8 / 3 6 (reductiehouders) De catalogus Dees De Bruyne. Een schilderkunstig leven is uitgegeven door New Goff n.v. – Graphius Group & Waterfront vzw, telt 175 p. en kost 40 euro. Info: www.museumdrguislain.be of naslagwerk over Dees De Bruyne en zijn oeuvre. Naast de bijdragen van de organisatoren en kunstkenners is het vooral een bundeling persoonlijke, soms amusante, soms intriestige, maar vooral treffende verhalen, impressies en anekdotes van mensen die Dees persoonlijk hebben gekend. Niet alleen de teksten op zich grijpen je vaak naar de keel, maar evenzeer verschaffen de prachtige foto’s – van de hand van onder meer Hans De Greve en Willy Dee – de lezer/kijker de mogelijkheid zich een beeld te vormen van de kunstenaar én de mens Dees De Bruyne. In deze beelden van zijn werk zie je de hartstocht, de rusteloosheid, de eenzaamheid, zijn opstand tegen de gevestigde waarden. Je leert er de kunstenaar echt beter te doorgronden. Een boek om in te kijken, te lezen, te genieten en vooral om te koesteren. Sarah Van Landschoote, zijn laatste vriendin, noemt Dees a rolling stone, verwijzend naar de song van The Tempations uit 1972: ‘Papa was a rolling stone, wherever he laid his head was his home. And when he died, all he left us was a loan.’ En dat typeert hem volgens mij perfect: een onrustige natuur, zoals de Wandelende Jood Ahasverus, gedoemd om tot het eind der dagen rusteloos over de wereld te zwerven, aangetrokken door het wisselvallige maar ook door het gevaarlijke van het leven. Dees De Bruyne ten voeten uit. Een prachtkunstenaar met veel talent en veel onbenutte kansen. Fred Braeckman

mei 2015  >  39


BOEKENREVUE

Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers JORIS LUYENDIJK Joris Luyendijk is van opleiding antropoloog, maar hij heeft zijn strepen hoofdzakelijk verdiend als journalist in het Midden-Oosten. Voor zijn laatste project heeft hij zich twee jaar ondergedompeld in een wereld met unieke regels, codes en afspraken: de bankiers van de City in Londen. Het resultaat is een onthutsend boek. Het begon toen Luyendijk werd gecontacteerd door de hoofdredacteur van de als progressief bekend staande krant The Guardian. Had hij geen zin om een blog te schrijven over de City? Aangezien Luyendijk zo weinig van de financiële wereld afwist als de gemiddelde lezer, kon dat een interessante invalshoek zijn. De blog werd razend populair en is nog altijd te vinden op de website van de krant (www.guardiannews.com/jlbankingblog). Ook in NRC Handelsblad en De Standaard verschenen columns die gebaseerd waren op de blog. Luyendijk heeft het materiaal van zijn blog nu omgevormd tot een boek.

waarheid is: veel jobs zijn zo gespecia­ liseerd dat een overweldigende meerderheid er helemaal niets mee te maken heeft. Anderen belden naar huis: ‘Pin zoveel mogelijk geld. Ga nu naar de supermarkt en sla voedsel in. Koop goud. Of: breng de kinderen voor evacuatie naar het platteland.’

Luyendijk heeft met ruim tweehonderd mensen gesproken die in de City werken of er tot voor kort werkten. Die interviews zijn geen evidentie omdat er een code of silence bestaat onder bankiers. Wie met de pers praat riskeert zijn baan, een schadeclaim en zijn reputatie. Toch waren er mensen die het risico wilden lopen: omdat ze vol zijn van zichzelf, omdat ze een anonieme klokkenluider willen zijn of omdat het oplucht. De insteek is dus: wie is de mens achter de bankier?

De publieke opinie wijst dikwijls op het egoïsme en de graaizucht van bankiers. Maar volgens Luyendijk ligt daar niet het grote probleem. Veeleer dan de individuen is het de algehele cultuur van angst, status en geldingsdrang die het probleem vormt. Het hoofdstuk over de zero job security belicht een stuk hiervan. Velen hebben helemaal geen medelijden met bankiers die sloten geld verdienen, maar ook zij kunnen een slachtoffer zijn: mensen kunnen binnen vijf minuten aan de deur worden gezet. De persoon in kwestie mag niet meer terug naar zijn bureau omdat hij uit wraak wel eens geheime informatie zou kunnen mailen naar bepaalde mensen. Vervolgens is de ontslagvergoeding zo groot dat ex-personeelsleden geen klacht neerleggen. Onzekerheid is een understatement.

Luyendijk kreeg véél te horen. Over de krach van 2008 bijvoorbeeld. De meesten zeiden dat ze met die krach helemaal niets van doen hadden omdat ze een baan hadden die daar niets mee te maken had. Ze voelden zich dus ook helemaal niet verantwoordelijk. Luyendijk noteert dat dit gewoon de

Meer nog: er zijn banken als Goldman Sachs en JPMorgan die de slechtst presterende paar procent werknemers zomaar ontslaan. De term die wordt gebruikt is to cull, hetzelfde woord dat wordt gebruikt om zieke koeien af te slachten. Er heerst dan ook een permanente angst bij de personeels-

40  >  mei 2015

leden aangezien niemand elkaar kan vertrouwen. Er is geen loyaliteit en dus ook geen continuïteit. Er is conformisme en machtspolitiek. Er is uiteindelijk enkel de wetteloosheid van de jungle. Iedereen zegt dat ze ‘mens’ willen blijven, maar wie daarin slaagt, heeft geen succes. De bankierswereld van de City is een systeem waarin mensen compleet amoreel zijn: ze denken gewoon niet meer in termen van goed en kwaad. ‘We kijken niet of een plan moreel deugt, maar hoeveel ‘reputatierisico’ het in zich draagt.’ Slechts wanneer emoties en morele overtuigingen geen rol spelen bij je gedrag als bankier, ben je professioneel. ‘Amoraliteit staat voor gelijke kansen, zeiden mensen, en ten tweede moet je begrijpen dat het geen keuze is, maar wordt afgedwongen door aandeelhouders die rendement willen, puur amoreel.’ De antropoloog in Luyendijk wijst hierbij op het taalgebruik dat aantoont hoe iemand zich die amorele houding heeft eigen gemaakt: zo zijn klanten slechts muppets (slang voor ‘idioten’). Luyendijk behandelt nog veel thema’s: de complexiteit van de financiële producten waardoor slechts enkelen snappen waar het echt over gaat, de kwetsbaarheid van de ICT, de concurrentie tussen afdelingen van eenzelfde bank, de gevolgen voor het sociale leven en de gezondheid van een bankier, de belangenvermenging, het feit dat een crisis zich opnieuw kan voordoen, dat er sinds de krach van 2008 enkel aan symptoombestrijding werd gedaan, enzovoorts. Telkens is er weinig om vrolijk van te worden. Trouwens, voor zij die denken dat het in België of Nederland niet zo’n vaart zal lopen als in Londen, schrijft Luyendijk in zijn nawoord dat bij de zakenafdelingen van ING, ABN AMRO, Rabobank, Fortis of BNP Parisbas dezelfde amorele cultuur heerst als in Londen. Kris Velter

Joris Luyendijk, Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers. Uitgeverij Atlas Contact, 2015, 208 p., ISBN 9789045028163.

DEGEUS


Recht maken wat krom is?

© Home Academy

BOEKENREVUE

EEN HOORCOLLEGE OVER BIO-ETHIEK DOOR JOHAN BRAECKMAN Prof. dr. Johan Braeckman, docent aan de Universiteit van Gent en regelmatig gastschrijver voor De Geus, heeft zijn derde hoorcollege uitgebracht bij Home Academy. In deze reeks verschenen eerder ook zijn hoorcolleges Darwin en de evolutie­ theorie en Kritisch denken. In dit college ontsluiert hij voor ons de geheimen van de bio-ethiek. De titel van het hoorcollege, Recht maken wat krom is, verwijst naar de vraag die in het Oudtestamentisch boek Prediker wordt voorgelegd: ‘Wie kan recht maken wat Hij krom heeft gemaakt?’ Het is fascinerend hoe Braeckman zijn hele college ophangt aan deze vraag en van daaruit weeftouwgewijs alle aspecten van de bio-ethiek op een onderhoudende manier bespreekt.

ze allemaal vervlochten zijn met ons eigen, individuele leven. Hij verstaat de kunst om de luisteraar te betrekken en ook om hem of haar te confronteren met een aantal moeilijk ethische kwesties, waar we vanuit onze morele intuïtie een onmiddellijk en duidelijk

Braeckman bewijst dat ook moeilijke ethische vraagstukken uiterst fascinerend kunnen zijn omdat ze allemaal vervlochten zijn met ons eigen, individuele leven

Met datgene wat Hij krom heeft gemaakt verwijst de spreker naar de verschillende aandoeningen, ziektes en afwijkingen waar we als mens vroeg of laat mee te maken krijgen. Pas sinds de vorige eeuw beginnen we te begrijpen hoe deze aandoeningen, zoals genetische afwijkingen, ontstaan en functioneren en kunnen we via de medische wetenschap er ook op anticiperen en er zelfs in beperkte mate iets aan doen. De mens kan dus recht maken wat krom is.

antwoord menen te hebben, maar die je gaandeweg opnieuw zal moeten bekijken met de verschillende ethische perspectieven die Braeckman aanbiedt.

In het begin van het college krijgen we een heldere uiteenzetting van de moderne ontwikkelingen op het vlak van genetica, kunstmatige bevruchtingstechnieken, de transplantatiegeneeskunde, en meer. De colleges worden vervolgens opgebouwd in vier delen die cirkelen rond de fundamentele aspecten van het menselijk bestaan en de ethische aspecten ervan: begin van het leven (kloneren, embryo’s, …), blijven leven (orgaantransplantatie) en uiteindelijk sterven en dood (euthanasie). Moeilijk verteerbare kost zou je denken, maar Braeckman bewijst dat ook moeilijke ethische vraagstukken uiterst fascinerend kunnen zijn omdat

Daarin ligt ook de meerwaarde van het college: de auteur leert de luisteraar op wetenschappelijke manier omgaan met de ethische aspecten van de bio-ethiek. Willen we op redelijke gronden de do’s and dont’s van de medische en biotechnologische mogelijkheden bepalen, dan moeten we vanuit ethische referentiekaders nadenken, en niet louter vanuit morele intuïties of buikgevoelens. Toen de eerste IVFbaby werd geboren, hadden weinig mensen er vertrouwen in en bestond er aanvankelijk veel tegenstand voor deze techniek. Alle tegenargumenten die toen naar voor werden gebracht, hebben vandaag stuk voor stuk hun

DEGEUS

overtuigingskracht verloren. Maar ook vandaag zijn er nieuwe ontwikkelingen, zoals de techniek van het kloneren, waarbij onze morele buikgevoelens opnieuw de kop opsteken en waar enkel een heldere ethische analyse tegenover gesteld kan worden. Is het bijvoorbeeld verantwoord om menselijke embryo’s aan te maken voor therapeutische doeleinden? Braeckman analyseert op een heldere manier de verschillende ethische bezwaren, neemt ze op de korrel en laat uiteindelijk zien dat deze bezwaren niet opwegen tegen de voordelen die deze stamceltherapie biedt ten aanzien van het verbeteren van de menselijke levenskwaliteit. Zo worden ook onder meer orgaantransplantatie en euthanasie besproken, door Braeckman rijkelijk gestoffeerd met pikante voorbeelden en prikkelende vragen. Het geheel wordt bovendien uiterst toegankelijk gemaakt door Braeckmans verfijnde gevoel voor humor dat door heel het college wordt verweven. Voor al diegenen die met het ellendige gevoel geconfronteerd worden dat er steeds te weinig tijd overblijft om te lezen, zijn de hoorcolleges in het algemeen, en dit college in het bijzonder, een mooie aanvulling op het voortschrijdend inzicht waar we allemaal toch een beetje aan proberen te werken. Kurt Beckers

Johan Braeckman, Recht maken wat krom is? Een hoorcollege over bio-ethiek. Uitgeverij Home Academy Publishers, 2015. Duur: 5,5 uur. Prijs: e 27.

mei 2015  >  41


FILM

Samenleven in harmonie Het is pijnlijk om te merken hoe wreed wij mensen omspringen met onze medemens, de dieren en de natuur. Gelukkig zijn er nog clevere filmmakers die ons regelmatig met de neus op de harde feiten drukken en ons proberen diets te maken dat samenleven in harmonie een stuk makkelijker wordt als we allemaal wat meer respect opbrengen voor onze wereld en alles wat erop leeft.

Toen men in China van plan was om de razend populaire roman Wolf Totem van Jiang Rong te verfilmen, had The Beijing Forbidden City Film Corporation eerst zowel Peter Jackson als een aantal Chinese regisseurs in gedachten, maar geen van hen bleek geschikt om met mensen en échte wolven te werken. Gezien zijn voorgeschiedenis met sterke natuurfilms als L’ours en La guerre du feu (Quest for Fire), leek Jean-Jacques Annaud bijna vanzelfsprekend de juiste kandidaat. Toch was hij niet meteen dé topfavoriet. Zijn Seven Years in Tibet uit 1997, naar de roman Sieben Jahre in Tibet. Mein Leben am Hofe des Dalai Lama van Heinrich Harrer, deed heel wat stof opwaaien in China en werd er zelfs verboden. Uiteindelijk werd Annaud toch uitverkoren, waardoor Le dernier loup een Chinees-Franse samenwerking werd.

Adembenemende landschappen, een humanistisch verhaal, dit is helemaal de Annaud van de beren in L’ours en de tijgers in Deux frères

42  >  mei 2015

© Cinebel

Wolf Totem In 1967, tijdens de Culturele revolutie, wordt de jonge student Chen Zhen uit Beijing naar de nomadische herders in de binnenlanden van Mongolië gestuurd om hen herop te voeden en Chinees te leren. Gevangen tussen de moderne beschaving van het zuiden en de traditionele vijanden van de nomaden – de plunderende wolven – in het noorden, zijn mens en dier, bewoners en nieuwkomers gelijk en worstelen ze allemaal voor een eigen plekje in de wereld. Het is vooral Chen die uiteindelijk het meest zal leren. De jonge stadsbewoner charmeert door zijn relatie met de herders en die met de wolven. Hij vangt een wolvenjong en voedt het op. Maar wanneer een regeringsbeambte besluit om de wolven uit de regio uit te roeien, worden zowel de relatie tussen mens en dier als de traditionele levensstijl van de stam bedreigd. Adembenemende landschappen, een humanistisch verhaal, dit is helemaal de Annaud van de beren in L’ours en de tijgers in Deux frères. Het resultaat van deze Frans-Chinese coproductie is een mooie, ecologische fabel over de confrontatie tussen mens en natuur, maar evenzeer over het conflict tussen

stad en steppe, tussen traditie en van overheidswege opgedrongen ‘vooruitgang’. Wolf Totem bevat sensationele actiescènes in prachtige landschappen. Net als het landschap waarin het verhaal wordt verteld is de film ruw, puur, soms hard, soms ontroerend mooi en vooral ontnuchterend pijnlijk. ‘Wolf Totem’ (Alternatieve titels: Le dernier loup, The Last Wolf), regie: Jean-Jacques Annaud. Met: Feng Shaofeng en Shawn Dou Xiao. China/Frankrijk, 2015, 115 min.

DEGEUS


FILM

Selma

Selma schetst een boeiende en cruciale periode uit een belangrijk tijdsgewricht in de VS, namelijk de geweldloze strijd van predikant en burgerrechtenactivist Martin Luther King voor het algemeen stemrecht voor de miljoenen Afro-Amerikanen in de States, met Selma (Alabama) als uitvalsbasis. De toenmalige president Lyndon B. Johnson, de opvolger van de vermoorde John F. Kennedy, zou daar wel oren naar gehad hebben – aldus de film – maar niet het karakter om onmiddellijk knopen door te hakken. Intussen ontbond de plaatselijke sheriff en de rechtse gouverneur van Alabama, George Wallace, al zijn duivels om met overdreven politiegeweld een vreedzame mars uit elkaar te ranselen. Het bleek alleen maar olie op het vuur. Via het algemeen stemrecht wilde King dat politieke macht impact zou afdwingen en op het beleid zou gaan wegen. Johnson poogde dat aanvankelijk nog te counteren door als prioriteit handig te kiezen voor een war on poverty (strijd tegen de armoede), maar King was koppig, onverzettelijk en overtuigd van de goede zaak: een behendig tacticus, een slimme strateeg, een politicus pur sang dus ... De Britse acteur David Oyelowo maakt van hem vooral ook een mens, lang niet perfect en zeker geen held.

DEGEUS

Tegen wil en dank wordt King hét boegbeeld en inspirator van een geweldloze strijd van de Southern Christian Leadership Conference; hen rest geen andere weg. Een eerste mars (richting Washington, zo was de bedoeling) van jong en oud, inclusief picknickmandjes en koffertjes, komt niet verder dan de Edmund Pettus-

Selma focust in de eerste plaats op Martin Luther King zelf en zijn jonge medestanders. King wordt neergezet als een charismatisch spreker die kan overtuigen en zelfs in de president niet echt een tegengewicht vindt, maar wel in de plaatselijke sheriff. Die laatste zal het bewustwordingsproces van de zwarten uiteindelijk alleen maar versnellen brug. Daar worden ze opgewacht door de politie en krijgen ze twee minuten om op hun stappen terug te keren. Uiteraard doen ze dat niet, waarop de blanke politie de vreedzame betogers op deze Bloody Sunday ongemeen hard en bloedig uit elkaar mept. Dankzij de televisie zijn miljoenen Amerikanen getuige van het politiegeweld. En wanneer King vervolgens oproept tot solidariteit, melden ook heel wat blanken (waaronder ook dominees en nonnetjes) zich voor een volgende mars. Selma focust in de eerste plaats op Martin Luther King zelf en zijn jonge medestanders. King wordt neergezet als een charismatisch spreker die kan overtuigen en zelfs in de president niet echt een tegengewicht vindt, maar wel

© Cinebel

Ava DuVernay (VS, 1972) begon haar carrière in de journalistiek, maar haar grote voorliefde voor film zorgde er al snel voor dat ze aan de slag kon als filmmarketeer en -distributeur bij verschillende PR-bedrijven. Met haar derde film Middle of Nowhere won ze in 2012 als eerste Afro-Amerikaanse vrouw de prijs voor Beste Regisseur op het Sundance Film Festival. Met Selma sleepte ze als eerste zwarte vrouwelijke regisseur een Golden Globe-nominatie in de wacht.

in de plaatselijke sheriff. Die laatste zal het bewustwordingsproces van de zwarten uiteindelijk alleen maar versnellen. Datzelfde jaar nog, in de zomer van 1965, ondertekent president Lyndon B. Johnson de Voting Rights Act. Hoewel dit een historisch drama is over feiten die dateren van een halve eeuw geleden, is de film nog altijd maatschappelijk en politiek relevant. Bovendien mag Selma ook bogen op een energieke regie, worden de clichés van het genre bewonderenswaardig omzeild, is de setting raak en is het ensembleacteerwerk (Tom Wilkinson, Giovanni Ribisi, Tim Roth, Cuba Gooding Jr, Carmen Ejogo, Jeremy Strong) van een heel hoog niveau. Vooral David Oyelowo zet een schitterende dr. King neer. Regisseuse Ava DuVernay slaagt erin om de strijd tegen discriminatie subliem in beeld te brengen. ‘Selma’, regie: Ava DuVernay. Met: David Oyelowo, Tim Roth en Giovanni Ribisi. Verenigd Koninkrijk/ Verenigde Staten, 2014, 128 min. André Oyen

mei 2015  >  43


POËSTILLE

Verzaligd teloorgaan Bart Vonck (Brugge, 1957) is een auteur, één van de weinigen, die het geluk heeft – en de capaciteit – een leven te leven gevuld met en vervuld van poëzie. Hij heeft veel poëzie vertaald uit het Frans, het Portugees en vooral uit het Spaans. Niet alleen van beroemdheden als Pablo Neruda en Federico García Lorca, maar ook van in ons taalgebied minder bekende maar belangrijke en aparte dichters als Juan Laurentino Ortiz, César Valléjo en Antonio Gamoneda. Maar Vonck is – eerst en vooral – dichter. Van een origineel, eigen-zinnig, vooralsnog niet zeer omvangrijk oeuvre waaraan onlangs een schakel is toegevoegd: Teloor, zalig. Dit is zijn zesde gedichtenbundel in achtentwintig jaar. Dat getuigt eerder van bedachtzaamheid dan van haast. Poëzie vraagt een lange incubatietijd. Dat geldt zeker voor Voncks gelaagde, metaforische poëzie. In een vraaggesprek ter gelegenheid van het verschijnen van zijn recente bundel zei hij mij: ‘Men komt niet makkelijk tot definitieve woorden.’ Waarmee hij niet bedoelt dat zijn poëzie apodictisch is: de lezer geeft mede gestalte aan het gedicht. Want in de optiek van Vonck is poëzie essentieel een vorm van communicatie.

© Lieve Terrie

BART VONCK VERSCHRIJFT HET VERLIES

Deze dichter is niet wars van de werkelijkheid. Waarneming is belangrijk. Hij neemt waar op een synthetische manier – en dat resulteert in gebalde gedichten. Vonck heeft zich niet op een formule vastgelegd. Tegenover het langste gedicht, Uitzicht, zestien drieregelige strofen, staan aforistische monosticha als ‘Ook droesem hangt naar tateren, maar in het glas, binnensmonds’ en ‘Op het riskante van onzegbaar af is gesprek weeskind, loze beugel in de mond’. Dood en lust – de wellust van de dood. Het is een klassieke eenheid van tegenstellingen en sinds de romantiek een thema waaraan weinig dichters zijn ontkomen. Vonck heeft deze tweedracht gevat in de korte cyclus Magerte, geserreerde teksten waarin tot het uiterste lijkt te zijn geschrapt: En tot boven de magere sneeuw

De titel Teloor, zalig verenigt twee ietwat archaïsch aandoende woorden (woorden die teloor dreigen te gaan) tot een paradox. Een ogenschijnlijke paradox, want, zo lichtte de dichter toe: ‘er gaat veel verloren (mensen, landschappen …) maar het is zalig dat we wat teloor is gegaan, hebben mogen meemaken.’ We hebben er iets aan gehad, het is opgenomen in onze herinnering, het behoort ons nog toe. En dat is een vorm van bewaren. En van verzet.

44  >  mei 2015

de dood het laatste woord heeft. En je hoort de kille klank: dood. De dood is een uitspraak. De laatste strofe van Hij komt luidt: ‘Hij komt, alleen, dat zegt genoeg, / en naakt, maar niet om te versieren. / Zelfs hoop heeft hij de mond gesnoerd. / Zijn hals een late reiger op het ijs.’ Stilleven is qua genre eerder een buitenbeentje in Voncks bundel, want hij is geen lyrische commentator van beeldend werk. Het gedicht is wel kenmerkend voor zijn thematiek en zijn stijl. Hij bespiegelt een nature morte, een anoniem schilderij (of hij ziet een tafereel als schilderij) en met die anonimiteit overstijgt hij de anekdotische reflectie. Dit typeert Voncks werk: het is hoogst persoonlijk en, in tegenstelling tot veel hedendaagse poëzie, niet egotistisch. Het woordje ‘ik’ komt slechts in een paar gedichten voor. Wél vijf keer in het naamloze gedicht dat in zijn eentje de afdeling vult die de titel draagt van de bundel. De eerste regel ‘Zo is het nooit het ik’ herhaalt zich als elliptische inversie in de laatste: ‘Het ik. Zo is het nooit.’ Renaat Ramon

Stilleven Vruchten, aan tanden ontsnapt, tot uiterste rijpheid beleden, liggen op tafel te verdrogen.

magere Hein staat te tieren:

Over zoveel uitbloei ontfermt zich het licht, en toont deernis met appel en peer en citroen.

in de daad aan het woord nog geiler de dood Dood wordt hier in verband gebracht met sneeuw, een kwetsbare, uiterst vergankelijke materie – die in witregels wordt getoond. Getoond wordt ook dat

Schilder zet niets naar zijn hand. Voor opgebaarde vruchten zoekt hij plaatsing en kleur: natuurlijke abstractie, verdrogen verlicht. Onnutte vruchten, een tafel voor ogen, in uiterste ruimte beschikt.

DEGEUS


CODA

Tijd om draken te doden Hopelijk hebt u de stront die voorspeld werd in mijn vorige schijtstukje goed verteerd, want er is meer bagger op komst. Een jaar geleden ben ik me na een zinloze vrijzinnige wraakactie gaan bekwamen in de theoria en praxis van de edele kunst van de pugilistiek. Zoals u ongetwijfeld weet, sta ik het liefst aan de negatieve kant van de pijnsom en om eerlijk te zijn, ik mag niet klagen. Genoeg plekken op mijn steeds verder wegdeemsterende lijf om mijn zus Katje bezorgd te horen vragen of het toch geen tijd is om een aidstest af te leggen. Aangezien ik in vrijzinnige middens er meestal een wedstrijd van maak om op korte tijd op zoveel mogelijk humanistische zenuwen te werken, levert die praxis een extra verzekering tegen losgeslagen verdedigers van de vrije meningsuiting. Per slot van rekening trek je met een korte linkse hoek tegen iemands onderkaak net iets vaker aan het langste eind in een discussie. Een korte speurtocht doorheen de theoria leert dat de meeste kampioenen van de noble art een carrière wacht die de vorm van een gausscurve benadert. Helden die ooit bulle­ bakken tegen het canvas mepten voor uitzinnige menigten, eindigen steevast alleen en blut of boksen zich finaal in de vernieling in steeds kleiner wordende zaaltjes, hersen­ schade incluis. Zo ook zal het u vergaan indien u niet oplet. Bent u al jaren op pensioen, maar beslist u om uw zitje in de (vul vrijzinnige raad naar keuze in) warm te houden tot u zelf koud bent? Hebt u het zo druk met het redden van mensen aan de andere kant van de wereld door verontwaardigde berichten over het misogyne fundamentalisme van IS op facebook te posten, dat u geen tijd meer over hebt om te praten met moslims die zich voor uw deur bevinden? Verdedigt u nog steeds het geven van de cursus nc-zedenleer op scholen, maar werkt u elke poging tot professionalisering ervan tegen, onder het mom van autonomie en procesdoelen? Vindt u nog steeds dat iemand die zijn jeugd op de katholieke schoolbanken doorbracht per definitie verdacht is en enkel door een ‘raad van beroerden’ kan toegelaten worden tot uw vrijzinnige club? Denkt u nog steeds dat uw artificiële spiegelrituelen gemeenschapsbevorderend werken?

tende rondjes vechten tegen de lokale clerus en wethouder hebben uw blik vernauwd en tunnelvisie is wat zelfs de meest bekwame meester in de pugilistiek in de touwen doet eindigen. U houdt het nog geen twee rondjes uit tegen die ene LEFgozer met zijn vervallen jommekeskapsel, terwijl hij eigenlijk zijn melktandjes zou moeten verzamelen op een canvas vol geronnen bloed na enkele reële combinaties tegen zijn fictionalistische muil. Wie goed heeft opgelet zag een glimp van de toekomst op de vrijzinnige debatwedstrijden van dit jaar. Wie goed heeft opgelet zag daar hoe bijtgrage puppies met veel charisma een zaal kunnen inpalmen. Wie goed heeft opgelet zag daar hoe zij doelgericht alle argumenten van de LEF-lobby konden inzetten tegen quasi ongewapende tegenstanders. Wie goed heeft opgelet zag daar hoe een meisje met een hoofddoek alle vrijzinnige waarden vertegenwoordigde in haar handelen (benieuwd of de raad van beroerden haar zou toelaten tot hun club). Wie goed heeft opgelet zag daar een hoop jongeren die aan uw achterhoedegevechten niet zullen deelnemen, maar net daarmee bewijzen dat ze uw zogenaamde waarden zeer goed begrepen hebben. Wie goed heeft opgelet zag daar dat de Hujo Borgesius’ plaagstoten van een tijdje geleden hebben verteerd en gepareerd en daar de vruchten van plukken. Enkel nog een gagball in de mond van die ijdeltuit van een belspelmoderator en we zijn er. In de film Gangs of New York vechten enkele straatvechters regelmatig een robbertje om de macht over een bepaalde wijk. Weten zij veel dat in het nieuwe Amerika het federale leger de plak zal zwaaien en hun onderlinge twisten er op termijn niet toe doen. Zo ook zal het u vergaan indien u niet oplet. Verwacht u aan een overrompeling, niet door de hunnen, maar de mijnen. Hopelijk worden het ook de uwen. Het is nog niet te laat om u als een wijze coach met veel liefde over deze jonge honden te ontfermen in plaats van een alzheimerbokser te worden, het delirium nabij. Louis Borgesius

Ik zal u een glimp laten zien van een wereld die u niet kent. De reden hiervoor is eenvoudig: u zit in een paradigma dat al jaren op de helling staat, maar gelukkig geen kans tot overleven heeft. Enkel uw machtspositie houdt het kader nog even in stand, maar daarnaast opent zich een nieuwe wereld die u niet herkent. Jaren van afmat-

DEGEUS

mei 2015  >  45


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

De volgende nieuwsbrief verschijnt op 1 juni 2015. Bijdragen hiertoe worden ten laatste op maandag 4 mei verwacht op onze redactie.

NOTEER ALVAST IN UW AGENDA 12/06 Vernissage Tristan Bastit KIG 13/06 Uitstap Lens / Rijsel HV Gent & KIG

AALST WOENSDAG 3 JUNI 2015, 20:00 Lezing: ‘Radicalisering in een Vlaamse stad. De strijd tegen het terrorisme begint in onze binnensteden’ Hans Bonte HVV- HV AALST I.S.M. OVERLEGPLATFORM VODCA Hans Bonte is volksvertegenwoordiger en burgemeester van Vilvoorde. Tot in de V.S. is hij bekend om zijn expertise over het aanpakken van radicalisering binnen de lokale gemeenschap van een stad. In zijn lezing heeft hij het over zijn ervaringen, lessen en aanpak, maar schuwt hij ook de kritiek niet. Een niet te missen lezing.

NIEUWSBRIEF

DENDERLEEUW DONDERDAG 28 MEI 2015, 14:00 Het Spaghettimonster of Pastafarian

Dirk Verhofstadt is professor ‘Media en ethiek’ in de vakgroep Communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent en auteur van (onder andere) Atheïsme als basis voor de moraal.

Ir. Jan Deconinck HVV DENDERLEEUW Ter gelegenheid van deze lezing zal u het uitzonderlijke aanbod worden gedaan om zonder enige kosten – en met een onklopbare garantie – een volgeling te worden van een nieuwe religie! U zal eindelijk de volledige en enige waarheid leren kennen inzake de schepping, het ontstaan van de wereld, de evolutie, de bierspuwende vulkanen en de correcte manier om spaghetti af te gieten! U zal de kans krijgen om opgenomen te worden in de warme gloed van een wetenschappelijk onderbouwd geloof! Wees er dan ook tijdig bij om u in te schrijven voor deze unieke inleiding tot het Pastafarianisme!

Deelname: 2 5 HVV-leden / 2 8 niet-leden. Info en inschrijving: hvvdenderleeuw @ gmail.com. Locatie: Ommeganck – Markt, 9200 Dendermonde.

EVERGEM DONDERDAG 30 APRIL 2015, 19:30 Mei-avond viering VERMEYLENFONDS EVERGEM I.S.M. SP.A EVERGEM Vermeylenfonds en Sp.a zorgen voor drie gratis drankjes en hapjes. Muzikale begeleiding van de avond door muziekschool Muda. Gratis toegang. Info en inschrijving: Gilbert Roegiest gilbert.roegiest @ t elenet.be - 0479 79 34 79. Locatie: zaal Germinal, Velodroomstraat 25, 9940 Evergem.

Deelname: 2 3. Info en inschrijving: info.hvvdenderleeuw @ gmail.com 053 66 99 66. Locatie: ’t Kasteeltje, Stationsstraat 7, 9470 Denderleeuw.

DENDERMONDE Inkom: 2 2 / 2 1 (kansenpas). Info en inschrijving: Frederic Caytan fc271111 @ skynet.be. Locatie: Netwerk, Houtkaai 15, 9300 Aalst.

46  >  mei 2015

VRIJDAG 8 MEI 2015, 20:00 (DEUREN 19:30) Atheïsme als basis voor de moraal Dirk Verhofstadt HVV DENDERMONDE

DEGEUS


AGENDA

GENT

VRIJDAG 1 MEI 2015, 20:00

VRIJDAG 1 MEI 2015 – ZONDAG 31 MEI 2015 Expo ‘Camille D’havé en La Relève’ - vernissage en finissage

Amerikanah - Archidie Chimananda Ngozi Leesclub ‘De Avonduren’ UPV GENT

VERMEYLENFONDS Om het beginwerk van D’havé te situeren wordt er parallel een kleine tentoonstelling georganiseerd met de kunstenaars die samen met D’havé in I948 de groepering La Relève stichtten, zoals Jan Burssens, Frans Piens, Jan Saverys en Roger Raveel. Neem samen met het Vermeylenfonds deel aan de vernissage op vrijdag 1 mei om 19:00. Er is ook een finissage met rondleiding en toelichting, ondermeer door curator Willem Elias op 31 mei om 15:00. Kijk op www. vermeylenfonds.be voor meer gedetailleerde en actuele informatie. Er verschijnt in dezelfde periode ook een boek over D’havé en La Relève: Willem Elias, Pjeroo Roobjee en Hilde Van Canneyt, Camille D’havé & La Relève. Lannoo: 2015, 128 p. ISBN: 9789401428071. Prijs: 2 34,99.

Inkom: 2 2,5. De tentoonstelling loopt van zaterdag 2 tot zondag 31 mei 2015. Vernissage op 1 mei om 19:00. Finissage op 31 mei om 15:00. Openingsuren expo: van 14:00 tot 18:00. Info: www.vermeylenfonds.be. Locatie: tentoonstellingsruimte van de Zebrastraat, Zebrastraat 32, 9000 Gent.

DEGEUS

DINSDAG 5 MEI 2015, 13:30 - 17:00 Meandernamiddag Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT In de ‘meandernamiddagen’ neemt Geert Boxstael een muziekstuk onder de loep. Het gevolg vloeit verder uit de bespreking van dit werk. Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo @ gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

WOENSDAG 6 MEI 2015, 20:00 Theatervoorstelling VERF! Met: Kurt Defrancq, Jean Paul Van Bendegem, Ann Verhelst Tekst en regie: Herwig Deweerdt VERMEYLENFONDS AALST I.S.M. HVV/HV AALST MET DE STEUN VAN ‘DEMENS.NU’ EN NETWERK / CENTRUM VOOR HEDENDAAGSE KUNST / AALST Als er iemand in staat is om identiteits- en rassenkwesties aan te kaarten en te analyseren, dan is het wel de Nigeriaanse, naar de Amerikaanse oostkust geëmigreerde Chimamanda Ngozi Adichie (36). Vlijmscherp zijn haar observaties in Amerikanah, de derde roman van deze Nigeriaanse schrijfster. De auteur merkt dat Afrika in de rest van de wereld vaak op slechts één manier gerepresenteerd wordt: er zijn prachtige natuurgebieden en mooie dieren te vinden, maar de mensen zijn arm en maken veel ellende mee door ingewikkelde politieke conflicten. Dat veel niet-Afrikanen dit beeld hebben komt niet voort uit desinteresse, maar uit het feit dat dit het verhaal is dat telkens opnieuw verteld wordt. Amerikanah is dan ook alles behalve een single story. Adichie schetst een veelzijdig beeld van het hedendaagse Nigeria en haar inwoners. Amerikanah is meer een liefdesverhaal dan een politiek pamfet. Dat is het talent van Adichie: ze is bovenal een verhalenverteller, politiek is ondergeschikt aan het narratief. Deelname: 2 12. Info en inschrijving: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo @ gmail.com. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

Na het succes van Au Coeur Volant duikt hetzelfde kwartet onder in de wereld van de Schone Kunsten. Ze gaan op zoek naar vervalsingen en plagiaat. Of was het een parodie? Ze slaan mekaar om de oren met argumenten om de figuratieve meesters te verdedigen of om de abstracten en conceptuelen te torpederen. Wie bepaalt wat nog waardevol is en wat niet? Spreekt het hart van de kunstliefhebber of zijn het de harde dollars

mei 2015  >  47


AGENDA

van Sotheby en Christie’s? En hoe sprakeloos word je als kunstenaars worden neergeknald voor een tekening? VERF ! Al uw vragen spatten van het doek. VERF ! Een vaccin van schoonheid en troost. VERF ! Tegen het bederf ! Inkom: 2 12 in VVK voor leden Vermeylenfonds, HVV/HV en Curieus / 2 15 voor niet-leden en ADD. Info & tickets: Vermeylenfonds - 09 223 02 88 (kantooruren) of Johan De Graeve degraevej @ skynet.be. Gelieve te storten op rekeningnummer BE94 0016 9891 7614 van Vermeylenfonds Aalst. Locatie: Netwerk, Houtkaai 15, 9300 Aalst.

als vervangmoeder. De dementerende groot­moeder Shalome pakt elke dag haar koffers om terug te keren naar gouden tijden. Sorrel, de jongste dochter, heeft een vrijer, Dara. Een lichtpunt. Een mogelijkheid om de spiraal van het noodlot te doorbreken. Valt er te ontsnappen aan de wetten van de heuvel? Auteur: Marina Carr / Regie: Francis Ringelé / Productieleiding: Gard Albrechts. Speeldata: vr 8 mei, za 9 mei, zo 10 mei, do 14 mei, vr 15 mei, za 16 mei, steeds om 20:00, uitgezonderd op zondag om 15:00.

DONDERDAG 7 MEI 2015, 14:00 Stadswandeling ‘Louisiana’ GENTSE GRIJZE GEUZEN Stadswandeling onder begeleiding van GGG-lid en stadsgids Marcel Dhondt. Hij geeft ons meer uitleg over de ‘Louisiana’, een van de grootste (verdwenen) textielfabrieken van Gent. We vertrekken aan de info-toerismestand van de stad Gent in de vismijn op het Veerleplein. Wij eindigen met koffie en taart (voor degenen die willen) in het Huis van Alijn op de Kraanlei, nr. 65.

Gratis toegang. De tentoonstelling loopt van zaterdag 9 t.e.m. zondag 17 mei 2015. Openingsuren: van 9:00 tot 12:00 en van 13:00 tot 16:30 op weekdagen (enkel op afspraak via 09 220 80 20). Op zaterdag en zondag van 14:00 tot 17:00. Info en inschrijving: griet @ geuzenhuis.be - 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis (Zolderzaal), Kantienberg 9, 9000 Gent.

VRIJDAG 8 MEI – ZATERDAG 16 MEI 2015, 20:00 ‘On Raftery’s Hill’ Multatuliteater WILLEMSFONDS GENT

Deelname: 2 2 (koffie en taart ter plaatse betalen aan de gids). Info en inschrijving (vermeld zeker of je blijft voor de koffie): 09 220 80 20 - griet @ geuzenhuis.be dan.block @ gentsegrijzegeuzen.net. Locatie: afspraak aan de Oude Vismijn, Sint-Veerleplein 5, 9000 Gent.

Deelname: 2 10 WF-leden en leden Opendoek / 2 11 niet-WF-leden. Info en inschrijving: www.multatuliteater.be contact @ multatuliteater.be. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent.

ZATERDAG 9 MEI 2015, 14:00 De Filliersroute met bezoek aan de stokerij VERMEYLENFONDS GENT Centraal staat natuurlijk de Stokerij Filliers. Die ligt in Bachte-Maria-Leerne, verscholen tussen de uitgestrekte weiden en graanvelden van de Leiestreek. Al generaties lang worden hier de fijnste jenevers gestookt. De vroegste kiemen van deze ambachtelijke stokerij vinden we al terug in 1880. In dat jaar kreeg Kamiel Filliers de vergunning om zijn eigen stokerij op te richten bij zijn boerderij. Zo kon hij van de graansoorten die hij ‘s zomers teelde een heerlijke graanjenever stoken tijdens de winter. Dit gebeurt tot op vandaag nog altijd onder het beheer van dezelfde familie, maar dan wel door de vijfde generatie. Deelname: niet bekend bij het ter perse gaan. Info en inschrijving: Arsene Van Eenaeme - 0497 46 11 59 - arsene.van.eenaeme @ t elenet.be. Locatie: de wandeling start aan de stokerij Filliers, Leernsesteenweg 3, 9800 Bachte-Maria-Leerne.

VRIJDAG 8 MEI 2015, 20:00 Vernissage ‘First sharing’ (aquarellen en gemengde techniek) Marie Vandamme KUNST IN HET GEUZENHUIS Een eerste kennismaking met het aquarellenwerk dat in de loop der jaren evolueerde tot een mix van verschillende materialen en technieken.

48  >  mei 2015

Vanuit zijn boerderij bovenop de heuvel regeert Red Raftery met ijzeren hand over zijn gezin en verwaarloosde velden. Zijn vrouw is al een hele tijd dood. Dierenkarkassen liggen te rotten op zijn land. De pogingen om schoon schip te maken stuiten steeds weer op onzichtbare muren. Tussen de varkens leeft zijn zwakzinnige zoon Ded. De oudste dochter Dinah aanvaardt haar rol

DEGEUS


AGENDA

DINSDAG 12 MEI 2015, 13:30 - 17:00

DINSDAG 19 MEI 2015, 13:30 - 17:00

Opera ‘Arabella’ – Richard Strauss

Strijkkwartet nr. 7 – Ludwig Van Beethoven

Muziekclub ‘Capriccio’

Muziekclub ‘Capriccio’

UPV GENT

ZONDAG 10 MEI 2015, 7:50 Daguitstap naar Bergen, culturele hoofdstad van Europa 2015 WILLEMSFONDS GENT De stad Bergen heeft deze eer te danken aan de metamorfose die het de laatste decennia als hoofdplaats van de provincie Henegouwen en centrum van de Borinage onderging. Tijdens de ontdekking van deze gezellige stad zullen wij het heden met het verleden confronteren.

Programma 08:08 Vertrek trein naar Bergen (samenkomst 07:50 hal Sint-Pietersstation Gent) 09:40 Aankomst in Bergen 09:45 Overzicht van het in aanbouw zijnde nieuwe station van Bergen, bewonderen van het nieuwe congres­­centrum 09:50 Geleide wandeling van het station naar de Grote Markt, met onderweg een kort bezoek aan de Sint-Waltrudiskerk 10:30 Een korte stop in L’Excelsior, het mooiste café op de Grote Markt 11:00 Vertrek naar het BAM 11:30 Geleid bezoek aan de tentoonstelling Van Gogh in de Borinage 13:15 Middagmaal in het restaurant Ces Belges et Vous, Grote Markt 30 15:00 Geleide wandeling door het historisch gedeelte van de stad 16:00 Grote Markt: vrij beschikken 17:00 Verzamelen op de Grote Markt aan het aapje voor het stadhuis 17:10 Geleide wandeling naar het station langs een andere weg dan ‘s morgens 18:00 Station Bergen 18:20 Vertrek trein naar Gent 19:52 Aankomst in Gent Deelname: 2 63 WF-leden / 2 68 niet-WF-leden (incl.: lunch, toegang en gids museum). Ieder voorziet in eigen treinticket. Info en inschrijving: Mark De Jode - 09 233 50 81 0477 27 02 35. Je inschrijving is pas geldig na overschrijving van het verschuldigde bedrag op IBAN BE15 3900 9581 4130 t.a.v. M. De Jode - De Muynck, Hubert Frère-Orbanlaan 314, 9000 Gent met vermelding ‘Bergen’. Locatie: Sint-Pietersstation, 9000 Gent.

DEGEUS

De sprankelende Weense komedie Arabella was de laatste creatie van het beroemde koppel bestaande uit componist Richard Strauss en librettist Hugo von Hofmannsthal. Arabella wordt niet vaak uitgevoerd, wat deze voorstellingenreeks extra bijzonder maakt. Arabella ontstond tegen de onheilspellende achtergrond van het opkomende nazisme. Arabella is vrolijk muziektheater, in de trant van het meer bekende Der Rosenkavalier. Geldwolven worden in hun hemd gezet, de ware liefde overwint aan het eind. Het verhaal zou in een Hollywoodmusical niet misstaan, toch is het een echte opera. Strauss schreef prachtige zanglijnen en een kleurige orkestpartij. Beide elementen ondersteunen de gebeurtenissen. Romantiek en humor zijn mooi in evenwicht, het melancholieke staat tegenover het uitbundige.

UPV GENT

Het Strijkkwartet Nr. 7 in F majeur, opus 59.1 is een vierdelige compositie voor strijkkwartet van Ludwig van Beethoven, die in 1806 voltooid werd. Het vormt het eerste van de aan graaf Rasumovsky opgedragen kwartetten. Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo @ gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

DINSDAG 19 MEI 2015, 19:30 Filosofisch gesprek: ‘Fnuikt de welvaartsstaat zelfredzaamheid?’ HVV ZAHIR GENT

Deelname: 2 10. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo @ gmail.com. Inschrijving: door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, 9000 Gent.

Hoe zelfredzaam dient de burger te zijn? Mag een burger wel zelfredzaam zijn, kunnen de machtstructuren daar wel mee om? Kan elke burger die zo geroemde zelfredzaamheid wel aan? Wat te doen met burgers die de verantwoordelijkheid niet kunnen dragen? Stigmatiseren, uitsluiten, aan hun lot overlaten? Is het mogelijke tekort aan zelfredzaamheid niet de schuld van een ‘te bevoogdende’ welvaartsstaat? De welvaartsstaat als melkkoe voor allerlei sociale en culturele ondersteuningen? De wel-

mei 2015  >  49


AGENDA

vaartsstaat als de superverzekering tegen alles wat ons individueel comfort en welzijn maar kan bedreigen? Help mee om via deze vragen, bedenkingen en andere uitdagende invalshoeken van uw kant, het thema filosofisch levendig in te vullen. Gratis toegang. Info en inschrijving: Gustaaf De Meersman videokontakt.gdm @ t elenet.be - 09 330 35 77. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

VRIJDAG 22 MEI 2015, DEUREN 19:30 - START 20:00

Een ode aan de onverwoestbare vriendschap tussen Beer en Travolta. Travolta spande nochtans samen met Beers vriendin Prinses om hem te vermoorden zodat ze samen een nieuw leven zouden kunnen beginnen. Resultaat: Beer overleeft, Travolta belandt in de gevangenis, Prinses zit opgescheept met een half verlamde Beer. Ze stort zich op de perfectionering van haar eigen lichaam. Om haar plastische chirurgie te kunnen blijven financieren wil Beer een koeknuffelbedrijf oprichten. Hij roept daarvoor de hulp in van zijn vriend Travolta die na zeven jaar vrijkomt uit de gevangenis. Naamloze Gebeurtenis is een volwassen sprookje over een driehoeksrelatie die steeds verder afglijdt. Auteur: Matthias Sercu / Regie: Bram Lattré / Productieleiding: Jan Clays. Deze productie werd geselecteerd voor het theaterfestival Spots op West 2015 en zal daar op zaterdag 11 juli om 14:00 en 18:00 nog tweemaal te zien zijn.

Tentoonstellingen en gedurfde creatieve exploraties in een historisch pand van Gent, daar wil KIG sterk in zijn. Daarom werd dit jaar een samenwerking opgestart met het KASK. Gedurende 10 dagen nemen studenten de Zolderzaal in en werken een totaalproject uit. Geef hen dit ene extra duwtje in de rug met uw bezoek! Gratis toegang. De tentoonstelling loopt van zaterdag 23 t.e.m. zondag 31 mei 2015. Openingsuren: van 9:00 tot 12:00 en van 13:00 tot 16:30 op weekdagen (enkel op afspraak via 09 220 80 20). Op zaterdag en zondag van 14:00 tot 17:00. Info en inschrijving: griet @ geuzenhuis.be - 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis (Zolderzaal), Kantienberg 9, 9000 Gent.

Quiz HUMANISTISCH VERBOND GENT

ZATERDAG 30 MEI 2015, 8:40

Wie gaat de uitdaging aan? Jullie algemene kennis wordt getest met vragen over geschiedenis, aardrijkskunde, film, muziek, actualiteit, politiek en bekende geuzen ... Spannend en vooral plezant!

Deelname: 2 20 per ploeg (max. 4 personen per ploeg). Info en inschrijving (verplicht met vermelding van ploegnaam): Brigitte Walraeve - hvv.gent @ geuzenhuis.be - 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

VRIJDAG 22 MEI 2015 - ZONDAG 24 MEI 2015, 20:00 ‘Naamloze gebeurtenis’ Multatuliteater WILLEMSFONDS GENT Naamloze Gebeurtenis is een moderne tragedie over liefde, vriendschap, en overmoed, maar dan in een modern en absurd sausje op het scherpst van de snee.

50  >  mei 2015

Gegidst bezoek aan Turnhout, hoofdstad van de Kempen WILLEMSFONDS GENTBRUGGE

Deelname: 2 10 WF-leden en leden Opendoek / 2 11 niet-WF-leden. Info en inschrijving: www.multatuliteater.be contact @ multatuliteater.be. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent.

In de voormiddag bezoeken wij het Klein Kasteeltje in het stadscentrum van Turnhout. Dwalen door de gangen en zalen voert ons met een gids voorbij historische relieken. De grote rechtszaal bevat prachtige muurschilderingen van Karel Boom. Deze muurschilderingen stellen het gerecht ten tijde van Maria van Hongarije voor. ‘s Middags worden wij voor de lunch verwacht in de ‘Calendar’. Na het eten komt een tweede gids ons halen voor een bezoek aan het Begijnhof. Het begijnhof is een goed bewaard plekje van rust in het stadscentrum. Knusse huisjes, kasseien, hagen, waterpompen en smeedijzeren straatlan-

VRIJDAG 22 MEI 2015, 20:00 Vernissage KASK KUNST IN HET GEUZENHUIS Het Geuzenhuis, dé vaste stek voor het vrijzinnig gedachtegoed in Gent, heeft ook iets met kunst en wil dat via KIG wereldkundig maken. Kunst in het Geuzenhuis is er voor jong aanstormend artistiek talent en voor alle ontluikende kunstenaars die uit de schaduw willen treden.

DEGEUS


AGENDA

lichte zeden zijn om La Traviata goed te begrijpen? Wat is ‘religieuze’ kunst en muziek eigenlijk? Wat zijn de grenzen tussen de esthetische en religieuze ervaring?

taarns vormen de ideale scène. Wij herbeleven de bloeiperiode van de begijntjes in het Begijnhofmuseum. Een absolute aanrader! Wij zijn terug in Gent om 18:07. Deelname: 2 33 WF-leden / 2 38 niet-WF-leden (incl. gidsen, lunch, koffie). Ieder voorziet in eigen treinticket. Info en inschrijving (vóór 25 mei): Jan De Groof - jande_groof   @  @  hotmail.com 0486 22 77 02. Gelieve het verschuldigde bedrag over te schrijven op rekening IBAN BE80 0012 0852 1077 o.v.v. ‘Turnhout’. Locatie: Sint-Pietersstation, 9000 Gent.

ZATERDAG 20 EN ZONDAG 28 JUNI 2015 Tweedaagse: ‘AlbaNova. Midzomerfestival voor creatie en muzikaal erfgoed. Eden’ UPV GENT

AlbaNova is de opvolger van ‘De dag van de oude muziek’. AlbaNova 2015 brengt een grote diversiteit aan kleinschalige concerten waarbij muzikale ontmoeting en dialoog centraal staan, en dat in het prachtige decor van de Landcommanderij Alden Biesen in Bilzen.

Zaterdag 20 juni: Op de eerste dag van onze tweedaagse wordt de muziek die op het festival te horen zal zijn historisch geduid. Het gaat over de 14e en 15e -eeuwse polyfonie. Een tweede element van onze esthetische bevraging is de vraag naar de beleving van religieuze muziek. Moet je daar gelovig voor zijn? Als dat waar is, moet je dan ook een vrouw van

DEGEUS

Praktisch: Onthaal met koffie 9:30 - 12:00 Lezing deel I 12:00 - 14:00 Broodjesmaaltijd 14:00 - 17:00 Lezing deel II Locatie: Papageno Art Gallery, Kerkkouterrede 7, 9070 Destelbergen. Zondag 28 juni: Bezoek aan het festival AlbaNova. Op het programma staan eigentijdse creaties met het verleden als inspiratie, naast oude muziek die klinkt als nooit tevoren. De bezoeker krijgt een mix van historische en avontuurlijke concerten voorgeschoteld. Het festival wil een ontmoetingsplaats zijn voor melomanen en muziekmakers, voor jonge en ervaren oren. Onder meer Claire Lefilliâtre & Vincent Dumestre, Thomas Baeté met zijn ClubMediéval, en Eric Sleichim & Marnix De Cat zullen in actie komen. Van de talloze concerten zullen er twee gevolgd worden door de voltallige groep: het openingsconcert (ClubMediéval) en het slotconcert (Muziekacademie Tongeren). De rest bepaalt u vrij. UPV Gent biedt u één prijs aan voor de twee dagen. Inbegrepen: ochtendkoffie (20 en 28 juni), broodjesmaal 20 juni, lezingen 20 juni, busrit, ingang ticket Landscommanderij Alden-Biesen en de door de groep gevolgde concerten. (Exclusief: dranken receptie, zelf gekozen concerten en maaltijd in Alden-Biezen).

Praktisch: We spreken af om 8:30 aan de Papageno Art Gallery, Kerkkouterrede 7, 9070 Destelbergen. We zijn terug in Destelbergen om 19:00, waar we afsluiten met een receptie. Deelname: 2 115. Info: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo  @  gmail.com of geert.boxstael2  @  telenet.be. Inschrijving (t.e.m. 1 mei - plaatsen zijn beperkt): door overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo - Geert Boxstael met vermelding ‘Tweedaagse AlbaNova’. Locatie: Afspraak aan de Papageno Art Gallery, Kerkkouterrede 7, 9070 Destelbergen.

GERAARDSBERGEN DONDERDAG 7 MEI 2015, 20:00 Het ontstaan van het rechtsen staatsbestek: van Niccolò Machiavelli tot Thomas Hobbes Prof. dr. Daniel Acke UPV GERAARDSBERGEN Daniel Acke is professor aan de VUB. Gratis toegang. Info: Dominique Brems - upv_dominique.brems  @  telenet.be of http://upv.vub.ac.be/upv-regionaal. Locatie: Liberaal gebouw, zaal Manneke Pis Museum, Markt 47, 9500 Geraardsbergen.

HERZELE VRIJDAG 1 MEI 2015 Daguitstap naar Nederland WILLEMSFONDS HERZELE We brengen een bezoek aan Stellendam en Vlissingen.

Deelname: prijs nog niet bekend bij het ter perse gaan. Info en inschrijving: Christine Glorieux christine.glorieux  @  t elenet.be - 0478 23 56 05. Locatie: Kerkplein, 9550 Herzele.

mei 2015  >  51


AGENDA

MARIAKERKE ZATERDAG 9 MEI 2015, 10:00 Lentefeest OVM DE WIJZE EIK Lentefeest voor de zesjarigen in de Basisschool De Wijze Eik. Als u een feest wil bijwonen, contacteer ons dan via onderstaande info. Gratis toegang. Info en inschrijving: ovm-dewijzeeik @ hotmail.be. Locatie: Basisschool De Wijze Eik, Eeklostraat 121, 9030 Mariakerke.

ZONDAG 10 MEI 2015, 10:30 Feest Vrijzinnige Jeugd OVM DE WIJZE EIK Feest Vrijzinnige Jeugd voor de twaalfjarigen in de Basisschool De Wijze Eik. Als u een feest wil bijwonen, contacteer ons dan via onderstaande info. Gratis toegang. Info en inschrijving: ovm-dewijzeeik @ hotmail.be. Locatie: Basisschool De Wijze Eik, Eeklostraat 121, 9030 Mariakerke.

Deelname: 2 200. Info en inschrijving (betaling vóór 1 mei): Rudy Van Megroot - rudyvanmegroot @ skynet.be - 0476 48 42 05. Locatie: We vertrekken op vrijdag 15 mei met De Durme reizen aan het station in Moerbeke richting Straatsburg en maken onderweg één tussenstop zodat we in de loop van de voormiddag in Keulen aankomen.

MAANDAG 11 MEI 2015, 20:00

OUDENAARDE MOERBEKE-WAAS VRIJDAG 15 MEI – ZATERDAG 16 MEI 2015 Tweedaagse reis naar Keulen WILLEMSFONDS MOERBEKE-WAAS In deze twee dagen bezoeken we de stad en zijn bezienswaardigheden: een bekende Dom of kathedraal met een prachtige Domschatkamer, gezellige straten en pleinen in het stadscentrum en aan de Rijn. Wij bezoeken twee musea, Museum Ludwig en Museum Wallraf-Richartz en ook het Documentatiecentrum van het Nationaalsocialisme in het EL-DE-Haus, dat het hoofdkwartier van de Keulse Gestapo was van december 1935 tot maart 1945. Hier zaten mensen van over de hele wereld gevangen en we bekijken zowel de werking van dat hoofdkwartier als de cellen waar tal van boodschappen van de gevangenen nog altijd in de muren gekrast staan. We hebben één overnachting met ontbijtbuffet gereserveerd in een mooi en verzorgd hotel met Italiaans-Duitse sfeer en drie bijkomende maaltijden in een restaurant.

52  >  mei 2015

Voor Met argumenten kan je iedereen overtuigen buigen Koen De Graeve en Günther Lesage zich over het werk van Richard Dawkins en Allister Mc Grath. Twee volledig tegengestelde visies over geloof, het al dan niet bestaan van een bovennatuurlijke god en fundamentalistisch atheïsme. Aangevuld met eigen tekstmateriaal belooft deze voorstelling de toeschouwer alle hoeken van de schouwburg te laten zien, waarbij De Graeve en Lesage geen blad voor de mond zullen nemen, elkaar niet zullen sparen en met de nodige dosis filosofische humor met getrokken degens tegenover elkaar zullen staan. We spreken af om 20:15, de voorstelling begint om 20:30. Inkom: 2 15. Info en inschrijving (noodzakelijk): VC Liedts 055 30 10 30 - info @ vcliedts.be. Het inschrijvingsgeld dient vooraf gestort te worden op rek. nr. BE06 0689 0138 1722. Opgelet: uw inschrijving is pas geldig na storting! Locatie: CC De Woeker, Woeker 3, 9700 Oudenaarde.

Wijndegustatie – thema ‘Maconnais (+ verticale)’ Luc Blommaert

WOENSDAG 6 MEI 2015, 20:15 Theatervoorstelling ‘Lazarus – Met argumenten kan je iedereen overtuigen’ Koen De Graeve en Günther Lesage VRIJZINNIG CENTRUM LIEDTS VZW I.S.M. CULTUREEL CENTRUM DE WOEKER

VC LIEDTS I.S.M. WIJNRANK Deelname: 2 25. Info en inschrijving: VC Liedts - 055 30 10 30 info @ vcliedts.be. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, 9700 Oudenaarde.

MAANDAG 18 MEI 2015, 20:00 Lezing: Waarom is water het beste medicijn? Prof. dr. Dirk Devroey VRIJZINNIG CENTRUM LIEDTS Ons lichaam bestaat voor meer dan de helft uit water. Als we hiervan zelfs maar een paar liter verliezen, kunnen we niet meer normaal functioneren. Onze bloeddruk zal zakken, onze nieren zullen niet goed meer werken, onze concentratie gaat verloren ... We hebben dus water nodig. Maar in hoeverre is water een behandeling? Tijdens de voordracht wordt het nut van water besproken, maar ook hoeveel water en welk water nu het beste is. Homeopathie is ook water, water met een geheugen zelfs. In hoeverre is dit water met een geheugen een nuttige behandeling? En wat met de overige alternatieve geneeswijzen?

DEGEUS


AGENDA

Prof. dr. Dirk Devroey is directeur van de opleiding huisartsgeneeskunde aan Vrije Universiteit Brussel. Inkom: vrije bijdrage (wordt doorgestort aan het Kinderkankerfonds). Info en inschrijving: VC Liedts - 055 30 10 30 info @ vcliedts.be. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, 9700 Oudenaarde.

DONDERDAG 21 MEI, 19:30 Wat is opera? Georges Vanheerswynghels WILLEMSFONDS OUDENAARDE Monteverdi, Mozart, Spontini, Rossini ... Een melomaan vertelt en laat je luisteren naar fragmenten van diverse componisten. Een waar muzikaal bad vol van mijlpalen en anekdotes.

factoren spelen een rol en ook onze levenswijze heeft een belangrijk impact. Professor Schots is hemato-oncoloog in het UZ Brussel en legt op toegankelijke wijze uit welke de feiten zijn op basis van wetenschappelijke gegevens. Hij weerlegt een aantal mythes en geeft enkele tips mee over maatregelen die we zelf kunnen nemen om het risico op kanker te verminderen. Gratis toegang. Info en inschrijving: VC De Branderij - 055 20 93 20 de.branderij @ skynet.be. Locatie: VC De Branderij, Zuidstraat 13, 9600 Ronse.

Gratis deelname. Info: www.repaircafe.be - repaircaferonse @ gmail.com. Locatie: CC De Brouwerij, Priesterstraat 13, 9600 Ronse.

VASTE ACTIVITEIT VC DE BRANDERIJ

Elke eerste en derde woensdag van 19:30 tot 21:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving. SOS Nuchterheid is een vrijzinnig en humanistisch zelfzorg initiatief en is een lidvereniging van deMens.nu. Info SOS Nuchterheid: 0486 25 66 71 info @ sosnuchterheid.org - www.sosnuchterheid.org Info en locatie: De Branderij - Zuidstraat 13, 9600 Ronse 055 20 93 20 - de.branderij @ skynet.be.

VRIJDAG 8 MEI 2015, 20:00 Initiatie wijncursus WILLEMSFONDS RONSE Deelname: 2 7. Info en inschrijving: Isabelle Raevens willemsfondsronse @ gmail.com - 0476 35 64 56. Locatie: VC De Branderij, Zuidstraat 13, 9600 Ronse.

ZATERDAG 9 MEI 2015, 11:00 - 17:00 Repair Café Ronse VC DE BRANDERIJ E.A.

VASTE ACTIVITEITEN VC LIEDTS

Elke maandag om 20:00 Workshop hatha yoga, ingericht door het Willemsfonds (geen yoga tijdens de schoolvakanties).

Elke maandag om 14:00 en woensdag om 19:30 Bridgewedstrijd. Organisatie: Liedts Bridge Club, Oudenaardse Grijze Geuzen en Liedtskring (uitgezonderd op wettelijke feestdagen).

Elke dinsdag om 20:00 Bijeenkomst SOS Nuchterheid (ook tijdens de schoolvakanties). De vrijzinnig humanistische bibliotheek is te bezoeken na afspraak via 055 30 10 30 of info@vcliedts.be (uitgezonderd op wettelijke feestdagen en tijdens de vakantieperiodes.

Gratis toegang. Info en inschrijving: VC Liedts - 055 30 10 30 info @ vcliedts.be. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, 9700 Oudenaarde.

RONSE DONDERDAG 7 MEI 2015, 20:00 Lezing ‘Waar krijgen we kanker van? Facts and fiction’ Prof. dr. Rik Schots VC DE BRANDERIJ I.S.M. UPV Veel families worden geconfronteerd met kanker. Dikwijls komt dan de vraag: ‘Hoe komt het dat hij/zij door de ziekte getroffen is?’ Het ontstaansmechanisme van kanker is complex. Zowel erfelijke als omgevings-

DEGEUS

Repair Cafés zijn gratis bijeenkomsten waarop buurtgenoten elkaar op vrijwillige basis helpen bij het herstellen van allerhande voorwerpen. Zo kan je er onder meer textiel, kleine elektrische apparaten en fietsen samen herstellen. Bezoekers brengen hun kapotte spullen mee en gaan samen met de vrijwillige deskundigen en hun herstelmateriaal aan de slag. Heb je niets om te herstellen? Kom dan gewoon eens langs om de sfeer op te snuiven of breng een bezoekje aan ons Repair Café voor een drankje en/of stukje taart. Dit Repair Café is een organisatie van De Branderij en haar partners: LETS Vlaamse Ardennen vzw, Samenlevings­ opbouw, Stad Ronse, Milieuraad Ronse en De Kringwinkel.

Openingsuren VC Liedts: van maandag tot donderdag van 9:00 tot 12:00 en van 13:30 tot 15:30, vrijdag op afspraak. Info en locatie: VC Liedts - Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde - 055 30 10 30 - info @ vcliedts.be - www.vcliedts.be.

VASTE ACTIVITEITEN VC GEUZENHUIS

Elke woensdag en vrijdag om 20:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving (alcohol en andere verslavingen). Aarzel niet om een afspraak te maken. De lotgenoten uit uw buurt verwelkomen u van harte. Uw contactpersonen: Eddy - 0494 65 19 84 (woensdag) Cynthia - 0477 65 72 11 (vrijdag) Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

mei 2015  >  53


COLOFON

LIDVERENIGINGEN VC-G

Hoofdredactie: Fred Braeckman Eindredactie: Griet Engelrelst, Thomas Lemmens Redactie: Kurt Beckers, Freia DeBuck, Annette De Vos, Frederik Dezutter, Karim Zahidi Vormgeving: Magelaan Druk: New Goff

Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Kurt Beckers

Gerbrich Reynaert

Annette De Vos

Frederik Dezutter

Freia DeBuck

Karim Zahidi

Verantwoordelijke uitgever: Sven Jacobs p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Louis Borgesius, Johan Braeckman, Willem Elias, Koen Goethals, Liesbet Lauwereys, Pierre Martin Neirinckx, André Oyen, Renaat Ramon, Frank Roels, Koen Stuyck, Jan Van Cauwenberghe, Gie van den Berghe, Kris Velter. Cover: © FlexDreams / Shutterstock De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Het VC-Geuzenhuis coördineert, ondersteunt, bundelt de Gentse vrijzinnigen in het Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 – f09 222 70 73 admin @ geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas @ geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde

LIDMAATSCHAPPEN Kunst in het Geuzenhuis: €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen: €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Leden­ rekening, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging: €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds: €10 op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van VF Leden­ rekening, Tolhuis­laan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lid VF’. Willemsfonds: €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Leden­ rekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’.

artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overgenomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers). De nieuwsbrief van De Geus verschijnt maandelijks (10 nummers).

DEGEUS

ABONNEMENTEN De Geus zonder lidmaatschap: €13 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €2. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG. Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

De Cocon, dienst voor Gezinsbegeleiding en begeleid zelfstandig wonen vzw info: 09 222 30 73 of 09 237 07 22 info @ decocon.be – www.decocon.be Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Thomas Lemmens – 09 220 80 20 thomas @ geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens – 09 233 52 26 gent @ deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck @ g mail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve – 09 220 80 20 hvv.gent @ geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: R. Van Mol – 0479 54 22 54 rvanmol @ hotmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Griet Engelrelst – 09 220 80 20 griet @ geuzenhuis.be Opvang – Oost-Vlaanderen vzw Dienst voor pleegzorg info: 09 222 67 62 gent @ opvang.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info @ sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2 @ telenet.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info @ vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info @ w illemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: thierry.vervoort @ d igimores.org www.digimores.org

PARTNER huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Sint-Antoniuskaai 2, 9000 Gent 09 233 52 26 – f 09 233 74 65 gent @ deMens.nu Café De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 za en zo vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 – geusvangent @ g mail.com Humanistisch – Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe – 09 222 29 48 hvv.ovl @ geuzenhuis.be

mei 2015  >  55


UITNODIGING

PRIJS VRIJZINNIG HUMANISME 2015 Zondag 21 juni 2015

Internationale dag van het Humanisme De Prijs Vrijzinnig Humanisme wordt om de twee jaar toegekend aan een vooraanstaand humanist die in zijn leven en werk blijk heeft gegeven van een authentiek en volgehouden vrijzinnig-humanistisch engagement. Vorige laureaten waren Karel baron Poma (2009), prof. dr. Etienne Vermeersch (2011) en prof. dr. Marleen Temmerman (2013).

De laureaat 2015 is prof. dr. Wim Distelmans

Oncoloog, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, titularis van de Leerstoel ‘Waardig Levenseinde’ van deMens.nu en voorzitter van LEIF (LevensEinde InformatieForum).Hij heeft gedurende zijn hele professionele carrière geijverd voor de erkenning van de rechten van de patiënt en voor de autonomie en de keuzevrijheid van het individu in zijn of haar laatste levensfase.

De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en HVV-voorzitter Mario Van Essche nodigen u graag uit voor de uitreiking van de 14de editie van de tweejaarlijkse Prijs Vrijzinnig Humanisme. De uitreiking vindt plaats op

ZONDAG 21 JUNI 2015

14u00deuren 15u00begin

De laudatio wordt uitgesproken door prof. dr. Etienne Vermeersch.

17u00receptie Locatie

BOZAR (PALEIS VOOR SCHONE KUNSTEN)

Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel

U kunt de prijsuitreiking GRATIS bijwonen. Gelieve voor 30 mei 2015 uw aanwezigheid te bevestigen via 03 233 70 32 of via mail naar: ingrid.van.eyken@h-vv.be Wilt u de Prijs Vrijzinnig Humanisme ondersteunen door lid te worden van het erecomité of te sponsoren, kijk dan op www.h-vv.be HUMANISTISCH-VRIJZINNIGE VERENIGING VZW, LANGE LEEMSTRAAT 57, 2018 ANTWERPEN

De Geus mei 2015  

Magazine vrijzinnige actualiteit Oost-Vlaanderen

De Geus mei 2015  

Magazine vrijzinnige actualiteit Oost-Vlaanderen

Advertisement