Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Coen Simon WIJ ZIJN ZINGEVENDE BEESTEN

Nacht van de Vrijdenker - special EEN FILOSOFISCH IDEEËNFESTIVAL

Maarten Boudry ILLUSIES VOOR GEVORDERDEN

ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT MAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 47 › NR.9 › NOVEMBER 2015


INHOUD

VAN DE REDACTIE Een schitterend idee

3

PLAKKAAT Grenzen aan militaire macht

4

ACTUA Illusies voor gevorderden

6

MILLENNIUM 2015 Een nieuw plan voor de wereld, met veel vraagtekens

11

VRAAGSTUK Coen Simon Alain Liedts: Vrijdenker pur sang

14 20

COLUMN Ontzorgen

25

MENSELIJK, AL TE MENSELIJK Villa Voortman. Een laagdrempelig ontmoetingshuis in de stad 26

2  >  november 2015

ACHTER DE LINIE De vloedgolf van de 'Grooten Oorlog'

30

POËSTILLE Uniek welbehagen. Max De Maalder gedenkt de Labristen

33

BAANBREKER Dit humanisme is een mens-racisme

34

BOEKENREVUE Filosofie van de twijfel. Twijfel van de filosofie De lokroep van IS De geschiedenis van mijn tanden

37 40 44

CULTUUR James Ensor

46

CODA Ook dit gaat voorbij

50

NIEUWSBRIEF

51

COLOFON

63

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

Een schitterend idee Op vrijdagavond 4 december 2015 is het weer zo ver. Tijdens de Nacht van de Vrijdenker kunt u uw hersenen trakteren op uitdagende ideeën en nieuwe inzichten. Terwijl vorig jaar de focus op atheïsme en skepticisme lag, presenteren we deze Nacht als een ideeënfestival. We laten een schare van wetenschappers, opiniemakers, denkers en filosofen op u los om hun ideeën en meningen te spuien over de belangrijkste uitdagingen en vraagstukken van onze tijd. Een ding hebben ze met elkaar gemeen: het zijn allemaal vrijdenkers. Het stimuleren van het vrije, kritische denken, dat is de missie van het Geuzenhuis. Samen met het Humanistisch Verbond Gent hopen we dat iedereen na de Nacht van de Vrijdenker wakker wordt met een opgewekte geest en een skeptische blik, nadat u hebt kunnen proeven van al deze verfrissende, opwindende en vernieuwende ideeën. In Actua vindt u een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Maarten Boudry: Illusies voor gevorderden. Boudry – een fervent criticus van alle vormen van irrationaliteit, waaronder religie – treedt op de Nacht van de Vrijdenker in debat met Jihadkenner Montasser AlDe’emeh, die voor zijn doctoraal onderzoek een tijdje leefde bij Jihadi’s in Syrië. Levert ongetwijfeld vuurwerk op! In Vraagstuk vindt u voor de gelegenheid twee interviews. Coen Simon, een Nederlands filosoof, publiceerde een tiental boeken die steeds stof tot nadenken bieden. Zo stelt hij de heersende dogma’s aan de kaak in zijn laatste boek Filosoferen is makkelijker dan je denkt; leren denken zonder dogma’s. Op de Nacht komt hij ons onderhouden over hoe we van al de clichés en dogma’s van onze tijd afgeraken, en onderwerpt hij ons aan een filosofische quiz die vraagtekens plaatst bij de vanzelfsprekendheid van wat we zeggen. Alain Liedts, vrijdenker in hart en nieren, biedt onderdak aan de Nacht in zijn Zebrastraat. Wat hij bereikt heeft met de Cirk is een mooi voorbeeld van hoe het leven in de stad eruit kan zien. Filosoof Tim de Mey wordt kritisch belicht door Gie van den Berghe in onze Boekenrevue. Zijn boek Het voordeel van de twijfel is verplichte leerstof voor alle Nederlandse leerlingen filosofie in het secundair onderwijs. Tijdens de Nacht laat hij ons enkele gedachte-experimenten uitvoeren in zijn gedachtenlaboratorium. Alle artikels verbonden aan de Nacht van de Vrijdenker kunt u herkennen aan het logo van dit evenement. Een heleboel namen, die zeker ook meer dan de moeite waard zijn, komen echter niet aan bod in dit nummer. Hen kunt u live aanhoren in de Zebrastraat. Auteur Stefan Hertmans is er zo eentje. De meesten onder ons hebben Oorlog

DEGEUS

en Terpentijn gelezen, maar slechts weinigen weten dat er ook een filosoof in Hertmans schuilt. Vijftien jaar geleden al schreef hij een filosofisch essay over het obscene in de cultuur, dat dit jaar in een herziene versie werd heruitgegeven. Het duo Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt is ons allen bekend en behoeft weinig uitleg. Zij presenteren samen hun Atheïstisch Woordenboek waarmee u aan de slag kan als u meer wil weten over aflaten, bliksemafleiders of het vagevuur. Chantal Mouffe, een van de belangrijkste hedendaagse politieke filosofen, licht haar visie op democratie en politiek toe. Zij maakt speciaal voor ons de trip vanuit Londen. Markus Gabriël, de jongste filosofieprofessor ooit in Duitsland, legt ons uit wat hij bedoelt als hij zegt dat de wereld niet bestaat. Hij is geen wereldontkenner, maar ontwerpt een heel eigen filosofie: het Nieuw Realisme. Geen zin in een lezing? Dan kunt u terecht in het panelgesprek of bio-ethisch debat. Zo lanceerde fiscaal expert Michel Maus het idee van een technocratische partij, waarbij politici vervangen worden door vakbekwame experten. Hij gaat hierover in gesprek met politiek wetenschapper Bea Cantillon, socioloog Eric Corijn, arbeidspsycholoog Frederik Anseel en filosoof/opiniemaker Bleri Lleshi. Gie Goris, hoofdredacteur van Mo Magazine, leidt alles in goede banen. Het bio-ethisch debat spitst zich toe op het nieuwe leven en hoe ons erop voor te bereiden: moeten er bijvoorbeeld grenzen gesteld worden aan de evolutie van technologische mogelijkheden? Komen aan bod: professor genetica JeanJacques Cassiman, onderzoeker in de bio-ethiek Katrien Devolder, moraalfilosoof Ignaas Devisch en professor ethiek Sigrid Sterckx. Moderator van dienst, An Ravelingien, is zelf verbonden aan het Bioethics Institute Ghent (BIG). Aansluitend op dit thema vindt u in Baanbreker een interessant artikel over transhumanisme. Auteur Pieter Bonte is eveneens tewerkgesteld in het BIG. Is dit alles te vermoeiend, dan kunt u wat genieten van een lekker glas en wat food for thought in de relaxlounge. Alex Klijn nodigt u uit in zijn filocafé en bij Peter Algoet kan u uitblazen op de filosofa. Bent u overdonderd door alle nieuwe informatie en wil u zich hierin thuis verder verdiepen, ga dan zeker langs de boekenstand van boekhandel Walry. Vorig jaar was de Nacht van de Vrijdenker in een mum van tijd uitverkocht, bestel dus nu al uw ticket via www.nachtvandevrijdenker.be! Als afsluiter een beetje minder goed nieuws: de huidige besparingsronde noopt ons er toe de nieuwsbrief als apart nummer af te schaffen. De nieuwsbrief december kunt u dus nu al raadplegen in deze Geus. Griet Engelrelst

november 2015  >  3


PLAKKAAT

Grenzen aan militaire macht Nu vluchtelingen uit het Midden-Oosten bij ons aan de deur kloppen, p ­ leiten ­politici opnieuw voor militaire interventie in Syrië. Ondertussen moet de regering beslissen of ze nieuwe gevechtsvliegtuigen zal aankopen. Maar moeten we niet eerst de interventies van de afgelopen jaren kritisch evalueren? Het conflict in Syrië is intussen meer dan vier jaar bezig en de humanitaire crisis neemt duizelingwekkende proporties aan. Honderdduizenden slachtoffers zijn er intussen gevallen, meer dan tien miljoen mensen zijn op de vlucht voor het geweld, zowel binnen Syrië als daarbuiten. De grote massa vluchtelingen blijft in de regio zelf, maar een deel heeft intussen de Europese Unie bereikt. De opvangcrisis die daarop volgde bracht

het Syrische conflict opnieuw op de hoofdpagina’s van onze kranten. Niet veel later stond ook de vraag of we in dit land militair moeten interveniëren terug op de agenda.

De militaire recepten werken niet Volgens sommigen is het onze plicht om via een interventie een einde te maken aan het bloedige conflict. An-

deren zien een interventie als de enige manier om de stroom vluchtelingen een halt toe te roepen, ‘om het probleem bij de wortel aan te pakken’. Weinig pleidooien houden rekening met de uitkomst die vorige militaire interventies met zich meebrachten. Iets doen lijkt gauw beter dan niets doen. Maar als we al een les kunnen trekken uit het recente verleden, is het wel dat weinig militaire operaties vrede en stabiliteit hebben gebracht.

De F-16’s vervangen zal miljarden euro’s kosten. Laat ons die miljarden investeren in een duurzaam buitenlandbeleid, dat ook écht bijdraagt aan vrede en veiligheid. © Radoslaw Maciejewski / Shutterstock.com


PLAKKAAT

LIBIË: OLIE OP HET VUUR In 2011 golft de Arabische Lente over Libië. Kolonel Khadafi reageert met ijzeren vuist. Een internationale coalitie start een tegenoffensief, Operation Unified Protector, met als officiële doelstelling de bescherming van burgers door het afdwingen van een no-fly zone. In de praktijk trad de NAVO op als luchtmacht van de Libische rebellen, bewapend, getraind en ondersteund door Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Belgische F-16’s hielpen mee het regime van Khadafi ten val te brengen. Vandaag is Libië een failed state en gaat daarmee dezelfde weg op als eerder Irak en Somalië. De chaos in het land bedreigt de stabiliteit van heel Noord-Afrika en de Sahel. De escalatie van het conflict in Mali in 2011 was daarvan nog maar het eerste zichtbare gevolg. Het land is intussen een logistieke draaischijf voor wapens en clandestiene migratie én een veilige haven voor IS in Afrika.

IRAK: KETTINGREACTIE VAN ONBEDOELDE GEVOLGEN België maakt deel uit van de internationale coalitie die in Irak tegen IS vecht. De zes Belgische F-16’s zijn sinds begin deze zomer terug van negen maanden missie. De bombardementen tegen IS zijn geen nieuwe oorlog maar een voortzetting van de interventie in 2003. Het vooruitzicht is somber. Luchtbombardementen alleen brengen weinig zoden aan de dijk. Tegelijkertijd wordt op de grond een bloedig conflict uitgevochten tussen gewapende groepen met vaak tegengestelde belangen, al dan niet geruggesteund door regionale actoren. Er is geen enkel aanknopingspunt meer om de verschillende actoren rond te tafel te brengen, hoewel een politieke uitweg de enige manier is om terug stabiliteit in de regio te brengen.

MILITAIRE INZET IS BOTTE BIJL Om een militaire interventie te verantwoorden, wordt een conflict gemakkelijkheidshalve tot één dimensie gereduceerd: ‘mensen vluchten voor

DEGEUS

Als we al een les kunnen trekken uit het recente verleden, is het wel dat weinig militaire operaties vrede en stabiliteit hebben gebracht. © Chris Singshinsuk / Shutterstock.com

IS, dus gaan we IS bombarderen.’ Helaas is de realiteit weerbarstiger. Als we in Syrië ingrijpen, tegen wie vechten we dan? Alleen tegen IS, of ook tegen Assad? Met wie werken we samen? Hoe voorkomen we dat Syrië na zo’n interventie in chaos afglijdt, zoals Libië? Als we vervolgens boots on the ground inzetten, hoe vermijden we dan terecht te komen in een mislukte poging tot nation-building, zoals zich afgespeeld heeft in Afghanistan?

De aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen legt een zware hypotheek op onze toekomst GEVECHTSVLIEGTUIGEN KOPEN? Het staat goed om als politicus te beweren dat je ‘het probleem bij de wortel wil aanpakken.’ Maar laat ons dan eerst eerlijk evalueren. Ondanks de actualiteit is er vandaag nauwelijks sprake van zo’n debat. Erger nog, het lijkt erop dat andere doelstellingen zwaarder doorwegen. ‘Een betrouwbare NAVO-partner zijn’ is voor het defensiebeleid een doelstelling op zich geworden. De regering plant de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen, ter waarde van

miljarden euro’s, ‘om internationaal relevant te blijven.’ De militaire recepten werken niet. Toch zijn de regeringspartijen het er over eens dat nieuwe gevechtsvliegtuigen moeten worden aangekocht, ondanks het gebrek aan een toekomstvisie voor ons leger. Deze beslissing legt een zware hypotheek op onze toekomst. Niet alleen kost ze miljarden euro’s, die niet langer beschikbaar zullen zijn voor onder meer welzijn, gezondheidszorg en onderwijs. Ze duwt ons buitenlandbeleid ook in een richting die de afgelopen jaren geleid heeft tot vele militaire mislukkingen, met rampzalige gevolgen. De F-16’s vervangen zal miljarden euro’s kosten. Laat ons die miljarden investeren in een duurzaam buitenlandbeleid, dat ook écht bijdraagt aan vrede en veiligheid. Lene Jacobs en Roel Stynen www.vredesactie.be

Vredesactie is een pluralistische vredesbeweging die radicaal pleit voor een maatschappij waarin conflicten worden opgelost zonder geweld of het dreigen ermee. Vredesactie is een motor voor de ontwikkeling van geweldloze actie en de invulling van een pacifistisch vredesbeleid.

november 2015  >  5


ACTUA

Illusies voor gevorderden EEN VOORPUBLICATIE Maarten Boudry, wetenschapsfilosoof aan de UGent, kent u sinds het verschijnen van De ongelovige Thomas heeft een punt als een doortastend skepticus die onvermoeibaar ten strijde trekt tegen allerlei vormen van irrationaliteit en onzin. Maar al die illusies doorprikken, is dat wel een goede zaak? Kunnen we zonder illusies? Of hebben we die nodig om het hoofd te bieden aan allerlei onaangename waarheden over onszelf, de kosmos en de condition humaine? Blijkbaar denken veel mensen van wel. Psychologen breken wel vaker een lans voor ‘positieve illusies’. Ook de opvatting dat religie een nuttige functie vervult in onze samenleving en dus een waardevolle illusie zou zijn, is breed gedragen. Zijn sommige illusies heilzaam, nuttig of onschuldig? Kan de waarheid zo hard kwetsen dat we ze liever niet onder ogen zien? In zijn boek onderneemt Maarten Boudry een zoektocht naar deze ‘illusies voor gevorderden’, en toont hij dat we beter af zijn zonder. Immers: de waarheid bevrijdt, aldus Boudry. De Geus trakteert u op een korte voorpublicatie. Bestaat er zoiets als wetensnood, het leed van te veel weten? Zijn we soms beter af als we de waarheid niet kennen, of als we er een illusie voor in de plaats stellen? Iedereen koestert illusies. Maar hebben we ze ook nodig? Of is de gedachte dat we zonder illusies kunnen leven, de grootste illusie van allemaal? De meeste vrienden en kennissen die ik met deze vraag heb lastiggevallen, den-

6  >  november 2015

ken dat een illusieloos leven niet leefbaar is. Neem de waarheid als leidraad, zo wil de heersende opinie, maar laat je niet door haar knechten. Gun jezelf enkele prettige waanideeën. In het boek Prediker (1:18) staat te lezen: ‘Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.’ Bestaat er zoiets als wetensnood, het leed van te veel weten? Zijn we soms beter af als we de waarheid niet kennen, of als we er een illusie voor in de plaats stellen? In À la recherche du ­temps perdu schreef Marcel Proust: ‘Om de werkelijkheid draaglijk te maken, zijn we allemaal genoodzaakt

Sommige mensen vinden het vandaag erg moeilijk om bevangen zijn. Met name religie is volgens hen onsch die waanzinnige dingen (denk: 72 maagden in een ee illusie die tot volkomen verkeerde inschattingen leidt vandaag kampen. © Gerbrich Reynaert

ons enkele kleine zottigheden (petites folies) te veroorloven.’ Grandioze waanbeelden zijn volgens Proust ook weer niet nodig. Enkele goed uitgekiende illusies volstaan om het juk van de waarheid te verlichten. In haar volle gewicht, zo meende hij, is deze voor niemand draaglijk. We moeten de waarheid geweld aandoen voor zijzelf gemeen naar ons uithaalt. Maar wat heeft de waarheid ons dan misdaan dat we haar collectief moeten ontvluchten? Laat me beginnen met dat aspect van de werkelijkheid dat we allemaal met elkaar delen. Het universum waarin

DEGEUS


ACTUA

richting, een aaneenschakeling van toevalligheden. De mens is slechts één loot aan de boom van het leven, die er evengoed niet had kunnen zijn. Al wat we denken en voelen tijdens ons leven, is niets meer dan de chemische afscheiding van de anderhalve kilo weke massa onder onze schedelpan. Na onze dood, die onafwendbaar is en definitief, vergaat dat brein en wordt ons bewustzijn voorgoed vernietigd.

Iedereen gaat dood, niemand kan hier weg, alles vergaat. Boven op het slechte nieuws over de kosmos zijn er wellicht ook onaangename waarheden over onszelf. Die kleine waarheden zijn misschien nog lastiger te verteren dan de grote

m te bevatten dat anderen door bizarre illusies huldig en goedaardig: niemand gelooft écht in al euwig lusthof). Die opvatting is zelf een gevaarlijke t van uitdagingen waarmee we in onze wereld

we samen leven, is obsceen groot en onbevattelijk oud, grotendeels leeg, en bijna nergens levensvatbaar. Onze planeet, in de woorden van Carl Sagan, is een ‘vage blauwe stip’ in een onmetelijk niets. Al ons lief en leed speelt zich af op een flinterdun laagje aan de buitenrand van die stip, vooralsnog beschermd door een broze dampkring. Bevind je je elders in het universum, dan ga je binnen enkele seconden dood. In ons universum is geen spoor van een hoger doel of morele orde te bekennen. De evolutie van het leven op onze planeet is een dronkenmansgang zonder

DEGEUS

Dat zijn zowat de hoofdlijnen, volgens de huidige stand van de wetenschap. Misschien wil je nog weten dat het universum zelf ook naar de knoppen gaat. Het goede nieuws is dat je er tegen die tijd al lang niet meer bent om je daar zorgen over te maken, noch een van jouw nakomelingen. Alle leven op aarde is dan al lang dood. Wanneer onze zon haar einde nadert, zal ze haar dichtstbijzijnde planeten (waaronder de onze) verzwelgen. Dat betekent het einde van de mensheid, gesteld dat deze het tot dan heeft uitgehouden natuurlijk. Tot zover het globale plaatje: iedereen gaat dood, niemand kan hier weg, alles vergaat. Maar wat met de werkelijkheid hier en nu, in afwachting van ons einde? Boven op het slechte nieuws over de kosmos zijn er wellicht ook onaangename waarheden over onszelf: onze tekortkomingen en verkeerde levenskeuzes, onze mislukte relaties, de futiliteit van onze bezigheden, onze sombere vooruitzichten. Die kleine waarheden, hoe onbeduidend ook in het aanschijn van de kosmos, zijn misschien nog lastiger te verteren dan de grote. Dat stuk van de werkelijkheid

delen we echter niet met elkaar, want het is voor iedereen verschillend. Voor sommigen is het ongetwijfeld draaglijker dan voor anderen. Niettemin dacht Proust, en velen met hem, dat we allemaal behoefte hebben aan een stuk of wat illusies, ongeacht wie we zijn en hoe goed we het stellen. Zelfs wie het uitstekend getroffen heeft in vergelijking met zijn medemens, ontsnapt niet aan de condition humaine. De dood is de grote gelijkmaker en niemand die deze zin leest, zal hem over een eeuw herlezen. De kosmos – dat moet je hem nageven – is in elk geval eerlijk. De vraag is of we wel wakker liggen van al die waarheden. Indien dat niet het geval is, hebben we ook geen behoefte aan illusies om ons ertegen te beschermen. In de film Stardust Memories klampt Woody Allen, die zijn eigen mistroostige zelf vertolkt, collega’s op de filmset aan over de jongste editie van het tijdschrift Time. Daarin stond dat het universum uitdijt en alle materie geleidelijk aan vergaat. ‘Ben ik nu de enige die dat gezien heeft? Het universum valt langzaam uit elkaar. Er zal niets van overschieten!’ Maar niet iedereen voelt het juk van de kosmische waarheid zoals Woody. De mensen rondom hem halen gewoon hun schouders op en willen doorgaan met hun werk, onbekommerd over het lot van het universum en de mensheid. In de film Annie Hall krijgt de kleine Alvie – een jonge versie van Woody Allen – een depressie nadat hij precies hetzelfde nieuws over de kosmos heeft gelezen. Hij is lusteloos en wil niet meer naar school. Maar zijn moeder werpt tegen: ‘Wat heeft het universum er nu mee te maken! Jij bent hier in Brooklyn! Brooklyn is niet aan het uitdijen!’ Onze eigen dood is al een stuk dichterbij dan die van het universum, maar ook daar laat niet iedereen zich door van de wijs brengen. De filosoof Epicurus haalde zijn schouders op bij zijn sterfelijkheid: ‘Als wij er zijn, is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet.’ Waar maken we ons zorgen over? Een besef van de eindigheid

november 2015  >  7


ACTUA

van alles en iedereen kan zelfs voor gemoedsrust zorgen en voor relativeringszin. Natuurlijk is het leven absurd en heeft de dood het laatste woord, zong Monty Python, maar bedenk: je komt van niets en je gaat terug naar niets. Wat heb je verloren? Helemaal niets! Always look on the bright side of life. Dezelfde vragen kun je stellen over onze persoonlijke tekortkomingen en mislukkingen. Deren die kleine waarheden ons zo erg dat we er beschutting voor nodig hebben? Is de illusie onze enige vluchtweg? Laat ik even aannemen, in navolging van Proust, dat we allemaal een stuk of wat illusies nodig hebben om gelukkig te zijn, hetzij over de kosmos, hetzij over onszelf. In welke illusies moeten we ons dan verliezen? Niet de roekeloze, onbezonnen, krankzinnige illusies, dat spreekt voor zich. Die leiden nogal eens tot onzachte aanvaringen met de werkelijkheid. We willen enkel uitgekiende en doordachte illusies, heilzaam voor lichaam en geest. Het suikerlaagje rond de bittere pil. Of illusies die nuttig zijn voor de samenleving, die sociale weefsels in stand houden of saamhorigheid bevorderen. Dit boek is een zoektocht naar illusies voor gevorderden. Om welke illusies gaat het? Hoe ze te vinden? En zijn we bereid om de waarheid daarvoor op te offeren?

Ook in het bolwerk van de wetenschap, waar waarheid nochtans hoog in het vaandel wordt gedragen, vindt men pleitbezorgers van illusies ILLUSIES VOOR GEVORDERDEN Illusies zijn overtuigingen die niet stroken met de werkelijkheid. Een overtuiging is als een pijl die we afvuren op de wereld. Als we doel treffen, noemen we die overtuiging waar. Als we dicht bij de roos zitten, is ze bij benadering waar. Als we helemaal naast de schijf schieten, spreken we van een illusie. De mensen die ik daarover ondervraagd heb in mijn bescheiden steekproef, lijken ervan overtuigd dat nie-

8  >  november 2015

mand zonder illusies kan overleven (of althans gelukkig zijn). Maar konden ze die ook bij zichzelf aanwijzen? Welke pijlen hebben zij doelbewust verkeerd afgevuurd? Daarop bleven ze vaak het antwoord schuldig. Dat is niet zo verwonderlijk: wie zijn eigen illusies weet aan te wijzen, dreigt ze in één beweging door te prikken. Misschien moeten we toch even bij de wetenschap te rade gaan, die wijsneus die ons allerlei onwelgevallige waarheden over onszelf en de kosmos door de neus boort. Ook in het bolwerk van de wetenschap, waar waarheid nochtans hoog in het vaandel wordt gedragen, vindt men pleitbezorgers van illusies, maar dan de betere illusies, de wanen voor de meerwaardezoeker. Psychologen breken een lans voor wat ze positieve illusies noemen, milde wanen over onszelf die gezond en weldadig zijn: de illusie dat we beter en bekwamer zijn dan onze medemens, dat de toekomst ons toelacht, en dat onze kinderen – als we die hebben – zo mogelijk nog slimmer, getalenteerder en mooier zijn dan wijzelf. Stervelingen die niet voor deze illusies vatbaar zijn, zouden meer tot depressie neigen. Een weinig opbeurende gedachte: depressieve mensen hebben een accurater beeld van zichzelf dan het deel van de bevolking dat zich als mentaal ‘gezond’ laat voorstaan. Wie is er dan ziek: degene die in eigenwaan leeft, of degene die onder de waarheid gebukt gaat? Psychiaters zouden beter voor iedereen een stuk of wat gevorderde illusies voorschrijven (zichzelf inbegrepen), als lepel suiker bij de waarheid. Hadden de Grieken dat maar geweten, toen ze ‘Ken jezelf ’ boven de tempel van Apollo beitelden! Positieve illusies zijn overtuigingen voor persoonlijk gebruik, waarmee mensen het hoofd bieden aan de barre werkelijkheid over zichzelf en hun toekomst. Daarnaast delen we illusies met elkaar over de ruimere werkelijkheid, zoals geloof in een hiernamaals, in een godheid, of in reïncarnatie. Filosofen hebben God doodverklaard, maar volgens sommige psychologen zouden goden – om het even welke – een weelde

© Norbert Van Yperzeele

aan voordelen met zich meebrengen: bakens van zekerheid, balsem voor de ziel, lijm voor sociale weefsels, sokkel voor de moraal. Geloof in het hiernamaals of in reïncarnatie zou een nuttig verzinsel zijn om met onze sterfelijkheid overweg te kunnen. Sommige evolutiepsychologen menen dat godsgeloof ontstaan is als een biologische adaptatie – een nuttige illusie dus – om diverse sociale en mentale problemen te ondervangen. Van religie zouden we allemaal beter worden. Homo sapiens zonder God, dat is zoals een vogel met een gebroken vleugel: levensvatbaar misschien, maar wel hulpeloos en kwetsbaar.

PARADOX Stel dat psychologen inderdaad, na uitvoerig onderzoek, tot de vaststelling komen – de waarheid als het ware – dat de bovenstaande illusies niet alleen veilig zijn voor gebruik, maar ook heilzaam voor lichaam en geest. We zouden ervan opknappen als we geloven dat we een onsterfelijke ziel hebben, dat alles in ons leven met een reden gebeurt, dat we onze overleden vrienden en familie zullen terugzien in het hiernamaals, dat we nooit kanker zullen krijgen, dat we geweldig getalenteerd, intelligent, grappig en ook nog bescheiden zijn. Wat een heerlijke denkbeelden! Nu we die waarheid over de voordelen van illusies hebben ontdekt, is het tijd om de waarheid opnieuw te laten verdwijnen. Stel dat

DEGEUS


ACTUA

tenzij hij kon aantonen dat hij mentaal gestoord was. Als je goed bij je hoofd was, wilde je natuurlijk niet vliegen en je eigen leven wagen: je moest wel gek zijn om zoiets te willen. Iemand die vrijwillig wilde vliegen, was dus gek, en hoefde precies daarom niet te vliegen. Iemand die niet wilde vliegen, gaf daarentegen blijk van mentale gezondheid, en móést daarom vliegen. ‘Als hij vloog, was hij gek en hoefde hij niet te vliegen; maar als hij niet wilde, was hij gezond en moest hij.’

we besluiten om al die weldadige illusies tot de onze te maken. Op pure wilskracht draaien we een schakelaar in ons brein om: we geloven ze!

Filosofen hebben God doodverklaard, maar volgens sommige psychologen zouden goden een weelde aan voordelen met zich meebrengen Helaas is een overtuiging geen kledingstuk dat je uit de winkelrekken haalt om even te passen en dan terug te hangen. Een overtuiging is een bewering over de wereld die zich aan je opdringt, die als een ongenode gast bij je binnenvalt en zich moeilijk eruit laat werken. Je kunt niet zomaar met een vingerknip beslissen om te geloven in het hiernamaals, of in een lang en gelukkig leven. En als het mijn vurige overtuiging was dat zo’n geloofssprong gelukkig maakt? Nog zou me dat niet lukken. De roman Catch-22 van Joseph Heller, een even tragisch als hilarisch relaas over de Amerikaanse vliegtuigcommandant John Yossarian tijdens de Tweede Wereldoorlog, ontleent zijn titel aan een logische paradox in het boek. Die Catch-22 staat symbool voor de absurditeit van oorlog en gaat als volgt: elke piloot was verplicht om mee te doen aan militaire operaties,

DEGEUS

De vrijwillige keuze voor heilzame illusies botst ook tegen zo’n Catch-22: je kunt enkel weten welke illusies nuttig zijn als je de voor­en nadelen ervan hebt onderzocht. Maar dan kun je ze niet langer oprecht geloven, en kun je er dus ook de voordelen niet van proeven. Wie oprecht in een illusie leeft, heeft dan weer geen boodschap aan de vraag of zijn overtuiging heilzaam is voor zijn of haar gezondheid. Overtuigingen nemen we nu eenmaal aan omdat we ze oprecht voor waar houden, niet omdat we denken dat ze nuttig zijn of troost bieden, of goed zijn voor onze bloeddruk. Een illusie maakt enkel gelukkig als je niet weet dat je erin opgesloten zit. Maar in dat laatste geval kun je niet langer weten of zij nuttig is, dan wel gevaarlijk. En zodra je je daarvan hebt vergewist, leef je niet langer in een illusie.

PATERNALISME Er is een andere uitweg uit de Catch-22. We kunnen onszelf niet zomaar nuttige illusies aanpraten, maar wel anderen. God is dood en de wereld gaat naar de filistijnen, maar kunnen we niet op zijn minst de schijn hoog houden voor wie het nieuws nog niet heeft opgevangen? Moet ik, Maarten Boudry, hier nodig boeken over schrijven? Wat als wij in andermans plaats uitmaken welke illusies heilzaam voor hem zijn, en welke hij beter uit zijn hoofd kan zetten? Of wat als een ander – onze psychotherapeut bijvoorbeeld – voor onze eigen bestwil uitmaakt welke petites folies heilzaam zijn voor ons gestel, om ze ons vervolgens op de mouw te spel-

den? De ene mens kan in zalige onwetendheid vertoeven, terwijl de andere een oogje in het zeil houdt. De ene slikt een placebopil, de andere schrijft ze voor met mooie praatjes.

Voor zowat elk van de illusies die Johan Braeckman en ik hebben doorgelicht in De ongelovige Thomas heeft een punt, valt wel een of ander mentaal of sociaal voordeel te bedenken De ene ontdekt dat God dood is, maar besluit dat nieuws binnenskamers te houden, uit angst voor wat ons te wachten staat in een samenleving zonder God. Denk aan het argument van Ivan in Dostojevski’s De gebroeders Karamazov: als God niet bestaat, dan is alles toegelaten. Zonder God kan elkeen de vrije loop geven aan zijn driften en verlangens, zonder de angst om bestraft te worden. Houd de dood van God dus stil, als je toevallig op zijn lijk stuit. Zorg dat het niet uitlekt. Als God niet bestond, zo schreef Voltaire, dan zouden we hem moeten uitvinden. Wie vertelde nooit eens een leugentje om bestwil, met de beste bedoelingen voor de bedrogene? Wie verhulde nooit eens een ongemakkelijke waarheid, om niet te kwetsen? Als we dan toch illusies in leven willen houden, zie ik geen reden om het bij God te laten. We kunnen nog meer wezens van een wisse dood redden. Neem nu engelen en heiligen. Misschien maken ook die ons gelukkig? Laat ons wel wezen: met God alleen blijft het nog altijd behoorlijk eenzaam in de kosmos. Bovendien is het twijfelachtig of de God van de theologen in al onze psychische behoeften voorziet. Probeer maar eens een persoonlijke relatie aan te knopen met een onbevattelijk en transcendent opperwezen, dat zich ergens of nergens buiten ruimte en tijd ophoudt. Bewaarengelen of patroonheiligen kunnen voor intimiteit zorgen. Die kunnen we dus maar beter ook reanimeren. En wie zegt dat

november 2015  >  9


ACTUA

geesten, demonen en djinns zich niet verdienstelijk kunnen maken? Misschien houden ze mensen wel in het gelid? Bovendien kunnen ze inspringen als verklaring wanneer het noodlot toeslaat. Bijgelovige mensen geloven nog liever in kwaad opzet dan in stom toeval.

omwille van de paradox die ik hierboven schetste: de beklaagde kon niet eens het betoog van zijn eigen advocaat over illusies tot zich laten doordringen, zonder zijn eigen illusies te doorbreken. Wat is dat voor een advocaat die zijn oratie moet verzwijgen voor de cliënt die hijzelf verdedigt?

Buitenaardse wezens, alternatieve geneeskunde, psychoanalyse, complottheorieën, Bigfoot, het monster van Loch Ness – voor zowat elk van de illusies die Johan Braeckman en ik hebben doorgelicht in De ongelovige Thomas heeft een punt, valt wel een of ander mentaal of sociaal voordeel te bedenken.

Na dat tribunaal in Birmingham begonnen enkele ideeën in mijn hoofd te gisten. Kan de waarheid zo hard kwetsen dat we haar liever niet onder ogen zien? Zijn sommige illusies heilzaam, nuttig, of toch minstens onschuldig? In principe zou een openbare aanklager de discussie kunnen kortsluiten met een citaat van George Bernard Shaw: ‘Het feit dat een gelovige gelukkiger is dan een scepticus doet niet meer ter zake dan het feit dat een dronken man gelukkiger is dan een nuchtere.’ Voor deze boutade kan ik wel enige sympathie opbrengen.

Denk aan de weldaad van het placebo­ effect (alternatieve geneeswijzen), het gevoel van orde in chaos (bijgeloof), de bevrediging van onze hunker naar verklaringen (complottheorieën), of gewoon het plezier om in de wouden van Californië op een aap van drie meter lang te jagen (geloof in Bigfoot). Waarom zouden we onzin eigenlijk bestrijden? Pleegden Johan en ik een roekeloze daad, door zoveel illusies achtereenvolgens door te prikken, geheel onverschillig voor hun respectieve baten? Zijn wij recidiverende pretbedervers?

EPISTEMISCHE ONSCHULD In mei vorig jaar vroeg de Australische psycholoog Ryan McKay of ik geen zin had om samen met hem een voordracht te geven op een workshop in Birmingham over menselijke irrationaliteit. We hadden het idee opgevat om een tribunaal op te zetten voor de menselijke Zotheid. Ryan nam de rol van de verdediging op zich, die de onschuld van zijn cliënt (Homo sapiens) zou bepleiten. Natuurlijk koestert de mens illusies, zo betoogde hij, maar dat kun je hem niet kwalijk nemen. Illusies zijn onschuldig en bieden talloze voordelen. Zelf kroop ik in de rol van openbare aanklager. De beklaagde, zo betoogde ik, is wel degelijk schuldig aan zijn eigen dwaasheid. Illusies zijn gevaarlijk en moeten bestreden worden. Bovendien was het betoog van mijn confrater incoherent,

10  >  november 2015

Toch wil ik de argumenten ten voordele van illusies niet zomaar wegwuiven. Ik zal trachten om het pleidooi voor gevorderde illusies zo goed mogelijk te verwoorden. De mogelijkheid dat sommige waarheden zo veel schade aanrichten dat ze beter verborgen blijven, moeten we serieus nemen. Mijn boek is de uitkomst van die zoektocht.

Alle argumenten ter verdediging van illusies, stuiten op praktische, conceptuele en morele bezwaren WAARHEID BEVRIJDT Uiteindelijk breng ik de vaststelling naar voor dat alle argumenten ter verdediging van illusies, stuiten op praktische, conceptuele en morele bezwaren. Een overtuiging is een hefboom om te handelen, omdat we dingen doen in functie van de dingen die we geloven. Een foute overtuiging kan tot schadelijk gedrag leiden. Illusies vertakken zich in ons denken en leiden tot onverwachte neveneffecten, zelfs als ze onschuldig lijken en zelfs als we de beste bedoelingen hebben. Eens we oprecht

Maarten Boudry, Illusies voor gevorderden. Of waarom waarheid altijd beter is. Uitgeverij Polis: 2015, 368 pag. ISBN 978-94-6310-006-9. zijn doordrongen van een illusie, zijn we niet langer vatbaar voor praktische overwegingen over de voor- en nadelen ervan. Dan zijn het immers geen ‘illusies’ meer in onze ogen. Ook bovennatuurlijke overtuigingen komen aan bod in mijn boek, die zijn doorgaans ontvlambaarder dan doordeweekse illusies. Er bestaan ook illusies over illusies, die op hun beurt gevaarlijk zijn. Zo is er de hypothese dat religie, ondanks alle wantoestanden, een nuttige culturele of biologische functie vervult in onze samenleving. Sommige mensen vinden het vandaag erg moeilijk om te bevatten dat anderen door bizarre illusies bevangen zijn. Met name religie is volgens hen onschuldig en goedaardig: niemand gelooft écht in al die waanzinnige dingen (denk: 72 maagden in een eeuwig lusthof). Die opvatting is zelf een gevaarlijke illusie die tot volkomen verkeerde inschattingen leidt van uitdagingen waarmee we in onze wereld vandaag kampen. Ten slotte keer ik terug op de centrale thema’s die ik hier naar voren heb gebracht: de groei aan wetenschappelijke kennis brengt steeds meer illusies in de verdrukking. De bemoeizucht van wetenschap wekt wrevel en ergernis, of gewoon weemoed over het verlies van onze onschuld. Toch moeten we niet rouwen om het verlies van onze illusies: de waarheid bevrijdt. Maarten Boudry

DEGEUS


MILLENNIUM 2015 ACTUA

Een nieuw plan voor de wereld, met veel vraagtekens Dit jaar lanceerde De Geus de rubriek Millennium. De bedoeling was om de Millenniumdoelstellingen te evalueren, nu die aan hun eindtermijn zijn gekomen. Dat die niet over de hele lijn als een succes bestempeld kunnen worden, kon u lezen in de vorige nummers van De Geus. Tijd om ons te buigen over hun opvolgers: de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Waarin verschillen die van de Millenniumdoelstellingen, en is er een garantie dat deze vernieuwde aanpak beter zal werken? Eind september keurden de staats- en regeringsleiders van de 193 landen van de Verenigde Naties op een top in New York de Duurzame Ontwikkelingsdoelen of Sustainable Development Goals (SDG’s) goed. De nieuwe doelstellingen moeten de wereld de komende vijftien jaar op het pad van de duurzame ontwikkeling sturen.

De inspiratiebron voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen ligt in de eerste plaats bij de Millenniumdoelstellingen. Die acht doelstellingen rond problemen als extreme armoede, honger, toegang tot basisonderwijs en ziektes als hiv/aids, werden in 2000 door de Verenigde Naties goedgekeurd. De wereld kreeg tot eind 2015 om ze te behalen.

DE MILLENNIUMDOELSTELLINGEN: EEN SUCCES ZONDER VEEL AMBITIE De Millenniumdoelstellingen krijgen complimenten voor hun eenvoud en meetbaarheid. Gesymboliseerd door acht kleurrijke icoontjes slaagden de doelstellingen erin een breed publiek te sensibiliseren rond de uitdagingen in ontwikkelingslanden. Omdat aan de doelstellingen indicatoren werden


MILLENNIUMACTUA 2015

gekoppeld, was het mogelijk om vooruitgang – of het gebrek daaraan – na te gaan naarmate de jaren verstreken. Als de Millenniumdoelstellingen één ding bewezen hebben, is het dat sociale vooruitgang mogelijk is. Het aantal extreme armen in de wereld daalde van 36 procent van de wereldbevolking in 1990 tot slechts 12 procent vandaag. De halvering van de extreme armoede die de doelstellingen voorop stelden werd daardoor ruimschoots gehaald. Ook op vlak van de gelijke toegang van meisjes en jongens tot onderwijs boekten de Millenniumdoelstellingen successen, net zoals op het vlak van de toegang tot drinkwater. Op andere vlakken, zoals de strijd tegen de moeder- en kindersterfte of ziektes als hiv/aids, werden de doelstellingen niet gehaald, maar was er wel vooruitgang.

Veel kritiek is er op het gebrek aan ambitie van de Millenniumdoelstellingen. Zo streefden ze slechts naar het halveren van het aantal mensen zonder toegang tot drinkbaar water. Is drinkbaar water dan geen mensenrecht? Veel kritiek is er echter op het gebrek aan ambitie van de Millenniumdoelstellingen. Zo streefden ze slechts naar het halveren van het aantal mensen zonder toegang tot drinkbaar water. Is drinkbaar water dan geen mensenrecht? De doelstelling rond onderwijs ging slechts over basisonderwijs terwijl een samenleving meer dan dat nodig heeft om zich te ontwikkelen. De armoedegrens van 1,25 dollar die de doelstellingen hanteren ligt dan weer bijzonder laag. Veel kritiek bestaat er ook op de enge focus van de doelstellingen op problemen van ontwikkelingslanden. Over mondiale uitdagingen als klimaat, migratie of ongelijkheid wordt met geen woord gerept. Nochtans zijn die

12  >  november 2015

uitdagingen vandaag de dag groter dan ooit.

DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELSTELLINGEN: VOLLEDIG MAAR VAAG Toen de Verenigde Naties in 2012 startten met de voorbereidingen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, wou men leren uit de fouten uit het verleden. De goede zaken van de Millenniumdoelstellingen – de vlotte communiceerbaarheid en de meetbaarheid – werden behouden. Inhoudelijk werden de nieuwe doelstellingen echter een pak verruimd. Opnieuw werd voor een deadline van 15 jaar gekozen voor het behalen van de doelstellingen. Bijzonder is ook dat de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in tegenstelling tot de Millenniumdoelstellingen niet door experts werden opgesteld, maar dat er een onderhandelingsproces aan voorafging. Alle landen van de wereld, ngo’s, bedrijven en academici werden betrokken. Na enkele jaren onderhandelen kwamen uiteindelijk 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen uit de bus met daarachter 169 concretere subdoelen. Inhoudelijk zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen een pak ruimer dan de Millenniumdoelstellingen. Ze focussen niet langer op typische sociaaleconomische problemen van ontwikkelingslanden, maar bekijken uitdagingen op een meer mondiale manier. Naast de thema’s die we al kenden uit de Millenniumdoelstellingen gaan ze ook over de strijd tegen ongelijkheid, duurzame steden, energie, vrede en instellingen, de klimaatsverandering en het behoud en duurzaam gebruik van ecosystemen. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen willen dat de wereld er zowel economisch, sociaal als ecologisch – de drie dimensies van duurzame ontwikkeling – op vooruit gaat. Het grotere aantal doelstellingen en subdoelen tegenover de Millenniumdoelstellingen is het gevolg van de keuze om vollediger te zijn, maar ligt ook aan het onderhandelde karakter ervan. Tijdens de onderhandelingen

In het hoofdkantoor van de VN (New York) keurden Ontwikkelingsdoelen goed. © Wikipedia

bleek hoe ver de belangen en intenties van de landen uit elkaar lagen. Ontwikkelingslanden willen in de eerste plaats er economisch en sociaal op vooruit gaan en vinden de ecologische agenda vooral een verantwoordelijkheid van rijke landen. Die zijn dan weer bereid om hun ecologische impact te verkleinen, maar willen dat slechts doen als ook ontwikkelingslanden zich engageren. Die grote verschillen zorgen dat het geheel van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in de eerste plaats een compromis is. Geen enkel land vindt het helemaal goed, maar er zit wat in voor iedereen.

Bijzonder is dat de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in tegenstelling tot de Millenniumdoelstellingen niet door experts werden opgesteld, maar dat er een onderhandelingsproces aan voorafging De vaagheid die het compromis soms in zich heeft, is meteen de belangrijkste kritiek die gegeven kan worden op de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. In plaats van concrete doelen naar voor te schuiven gaan heel wat subdoelen niet verder dan het bepleiten van ‘substantiële’ veranderingen zoals het subdoel dat een ‘substantiële vermindering van de hoeveelheid afval’ wil tegen 2030. Tijdens de uitvoering

DEGEUS


MILLENNIUM 2015 ACTUA

minister van ontwikkelingssamenwerking. Ingrijpende hervormingen zullen nodig zijn als België de doelstellingen tegen 2030 wil behalen.

193 lidstaten de zeventien Duurzame

van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen zal die vaagheid vooral een rem op de ambities zijn.

Alles staat of valt met de politieke wil om met de doelstellingen aan de slag te gaan Het onderhandelde karakter kan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen anderzijds meer legitimiteit geven. Geen enkel land zal zich kunnen verbergen achter het feit dat het niet betrokken is geweest.

SLEUTELS TOT SUCCES Net zoals de Millenniumdoelstellingen zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen meetbaar. Het meetbare karakter kan voor enige gêne zorgen bij politici als na enkele jaren de resultaten mager blijken. Meer dan dat is er niet om de uitvoering af te dwingen. Alles staat of valt met de politieke wil om met de doelstellingen aan de slag te gaan. Zullen politici de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen vertalen naar het nationale beleid? In een land als België bestaat reeds een wettelijk kader rond duurzame ontwikkeling, waar de nieuwe doelstellingen in kunnen worden geïntegreerd. Dat moet op een volledige manier gebeuren, waarbij alle ministers en regeringen worden betrokken. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen zijn niet langer enkel het domein van de

DEGEUS

Die binnenlandse uitvoering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen mag ons land er niet van weerhouden om ook solidair te zijn met de rest van de wereld. Bij die binnenlandse uitvoering moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen van beslissingen voor de rest van de wereld. In een steeds meer geglobaliseerde wereld stopt de impact van een nationaal beleid niet langer aan de grenzen van een land. Denk maar aan schandalen als LuxLeaks and Swiss­ Leaks, die bewezen wat fiscale concurrentie tussen landen kan veroorzaken. In een geglobaliseerde wereld is het een kwestie van goed fatsoen om te zorgen dat beslissingen binnen een land geen nadelige gevolgen hebben voor andere landen. Daarnaast moet ons land ontwikkelingslanden op financieel en technisch vlak blijven ondersteunen. Want terwijl de uitdagingen in België groot zijn, zijn ze in een land als pakweg Burundi nog een stuk groter. Nochtans zien we vandaag de dag dat budgetten voor ontwikkelingshulp jaar na jaar dalen. Het oude engagement om 0,7% van het bruto nationaal product aan ontwikkelingshulp te besteden werd hernomen, maar de deadline werd nog maar eens verlaat, dit keer naar 2030.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen zijn niet langer enkel het domein van de minister van ontwikkelingssamenwerking. Ingrijpende hervormingen zullen nodig zijn Veel doelstellingen vergen ook een wereldwijde samenwerking om ze aan te pakken. Denk maar aan de klimaatsverandering, de groeiende wereldwijde ongelijkheid, gewapende conflicten of migratie. En laat het net met die internationale samenwerking

slecht gesteld zijn. Syrië zakt al vier jaar lang steeds dieper in de oorlog terwijl de internationale gemeenschap er niet in slaagt de verschillende strijdende partijen en hun broodheren tot vrede aan te zetten. Opeenvolgende klimaatconferenties boeken weinig resultaten en onderhandelingen over een nieuw wereldwijd handelsakkoord zitten al jaren in het slop. De onderhandelingen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen zijn in dat opzicht een lichtpuntje voor de internationale samenwerking, maar de hamvraag is of die samenwerking ook zal lukken als er tijdens de uitvoering meer bindende afspraken gemaakt moeten worden.

CONCLUSIE De Millenniumdoelstellingen focussen op typische problemen van ontwikkelingslanden als extreme armoede, toegang tot basisonderwijs of ziektes als hiv/aids, en kunnen zeker resultaten voorleggen op dat vlak. Hun grootste gebreken zijn de weinige ambitie en het feit dat ze geen aandacht hebben voor heel wat mondiale problemen waar de wereld vandaag voor staat, zoals de klimaatsverandering, de toenemende ongelijkheid of gewapende conflicten. De nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen zijn op dat vlak moderner. Ze weerspiegelen beter de huidige uitdagingen waar de wereld voor staat. Dat ze het resultaat zijn van onderhandelingen, zorgt anderzijds dat ze een pak vager zijn. Of de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen een succes zullen worden of niet, is nog maar de vraag. Cruciaal zal zijn dat landen ze integreren in hun nationaal beleid, dat rijke landen arme landen blijven ondersteunen, en dat een oplossing wordt gevonden voor de moeizame internationale samenwerking van vandaag. Een eerste test voor dat laatste volgt al in december dit jaar, als de wereld een nieuw klimaatakkoord moet sluiten op een top in Parijs. Bart Tierens Beleidsmedewerker Post 2015 en Ontwikkelingssamenwerking bij 11.11.11

november 2015  >  13


VRAAGSTUK

COEN SIMON -- (°1972) -- is een Nederlandse filosoof en publicist -- schreef voor Filosofie Magazine, Trouw, NRC Handelsblad -- publiceerde een tiental boeken over filosofie voor een breed publiek -- kreeg in 2012 de Socrates Wisselbeker voor En toen wisten we alles, volgens de jury ‘het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek van het jaar’. -- schreef in 2013 het essay van de Nederlandse Maand van de Filosofie: Schuldgevoel, over de menselijke behoefte aan dingen die we niet nodig hebben -- publiceerde in februari van dit jaar Filosoferen is makkelijker als je denkt. Leren denken zonder dogma’s -- is een veelgevraagd spreker op filosofische festivals, ook op de Nacht van de Vrijdenker © Gerbrich Reynaert


VRAAGSTUK

Coen Simon Wij zijn zingevende beesten De Nederlandse filosoof-publicist Coen Simon bekleedt al enige tijd een prominente plaats in het pantheon van de Nederlandse publieksfilosofie. Hij schreef een tiental filosofische boeken voor een breed publiek, in zijn typische stijl: ze zijn goed geschreven, prikkelend en zetten aan tot nadenken. Simon komt op de Nacht van de Vrijdenker uitleg geven over zijn recente boek Filosoferen is makkelijker dan je denkt; leren denken zonder dogma’s. Hierin plaatst hij vraagtekens bij een aantal hedendaagse dogma’s en clichés, en laat zien hoe we buiten die kaders kunnen denken. Ook doorprikt hij het onnadenkende gekakel van politici in het parlement, van experts in talkshows, van mensen op straat ... kortom, de ‘waan van de dag’. Maar voor u denkt: ‘weer zo’n filosofisch zelfhulpboekje voor de blanke middenklasse om haar eigen neuroses te bezweren’, wacht even. Onder de oppervlakte schuilt er een consistent uitgedachte analyse van de Verlichting en haar nasleep, secularisering. Over zingeving in een seculiere wereld, over wat wetenschap is en welke rol zij daarin (niet) kan vervullen. Wat verstaat u eigenlijk onder dogma’s? U trekt in uw boek van leer tegen ‘hedendaagse dogma’s’, denkclichés, vastgeroeste opvattingen ... maar u lijkt die allemaal op één hoop te gooien. We zijn dogma’s gaan vereenzelvigen met de kerkelijke leerstellingen, maar in het Grieks betekent dogma gewoon ‘mening’. Tegenwoordig denken we aan ‘iets stellig geloven en daaraan vasthouden’. Ik reageer tegen een aantal hardnekkige aannames van onze tijd, die je inderdaad dogmatisch kunt noemen. Maar tegelijk laat ik zien dat we niet zonder dogma’s – in de klassieke betekenis van het woord – kunnen. Ons denken verloopt altijd noodzakelijkerwijs via voorstellingen van de wereld, aannames, vooronderstellingen, ficties, dogma’s. Ik gebruik de termen inderdaad door elkaar. Wat doe je, als je nadenkt over de wereld of als je aan zingeving doet? Je ontwerpt een metafoor, een model, een voorstelling van de wereld en de mens, die vertrekken van vooronderstellingen. Uiteindelijk zijn dat ficties.

DEGEUS

Je kunt niet zonder, maar je mag nooit vergeten dat het ficties zijn. Het blijven voorstellingen van de wereld, manieren van denken waarmee je de werkelijkheid vat, maar die nooit de werkelijkheid zijn of daar helemaal mee samenvallen. Zo’n voorstellingen mag je dan ook nooit verwarren met de waarheid. Die onttrekt zich altijd aan elk model, aan elke voorstelling die wij over de werkelijkheid maken. Dat lijken we gaandeweg te zijn vergeten.

Onze cultuur heeft last van een aantal groeipijnen die te maken hebben met secularisering Verder zijn er heel wat alledaagse dogma’s en clichés die ik op de korrel neem. Dat lijken gewoon dingen ‘van de straat’, maar komen meestal voort uit het napraten van gepopulariseerd wetenschappelijk onderzoek.

GROEIPIJNEN DOOR SECULARISERING U laat in uw boek zien hoe veel van die ‘alledaagse dogma’s’ voor heel wat ongemak zorgen. Helder denken kan helpen om alles in het juiste perspectief te zien, en zo dat ongemak te ontzenuwen. Ziet u filosofie als therapie? Ik zou het zo niet uitdrukken, therapie is er voor als je ziek bent. Ik zou ons niet allemaal ziek noemen. Onze cultuur heeft wel last van een aantal groeipijnen die te maken hebben met secularisering. Nietzsche zei het al: als we God afschaffen, gaan we het nog moeilijk krijgen. Wij zijn namelijk zingevende beesten, we kunnen niet anders. Vroeger was die zingeving vanzelfsprekend. Als een cultuur een beetje lukt, hoef je dat niet voortdurend zelf te doen. Toen kwam de Verlichting, die ons bevrijdde van de dogma’s van de Kerk. Dat heeft een seculariseringsproces in gang gezet. Na tweehonderd jaar zijn we in die mate geseculariseerd en geïndividualiseerd, dat we steeds minder of helemaal geen houvast meer

november 2015  >  15


VRAAGSTUK

hebben aan een vaste vorm, aan een collectief, aan geloof. Daardoor worden we nu meer dan vroeger geconfronteerd met het feit dat we zingevende beesten zijn, en met de moeilijkheden van het zelf te moeten doen. Onze cultuur verplicht ons daartoe. Maar dat gaat gepaard met een aantal groeipijnen. Op zich niet erg, want die zijn van voorbijgaande aard. Ik vergelijk dat met de vele schijnziekten die we altijd zien opduiken als er zich een nieuwe technologie aandient.

We worden nu meer dan vroeger geconfronteerd met het feit dat we zingevende beesten zijn, en met de moeilijkheden van het zelf te moeten doen. Onze cultuur verplicht ons daartoe Denk aan de treinziekte. Heel veel mensen kregen – echte – klachten toen de eerste treinen begonnen te rijden, klachten die werden toegeschreven aan de tot dan toe ongeziene snelheden. Nu moeten we erom lachen, treinen reden toen amper 38 kilometer per uur. Vijftien jaar geleden was er ook heel wat ophef over de schadelijke gevolgen van de computer: muisarm, RSI, allemaal dingen waar je nu niets meer over hoort. Als we eenmaal die nieuwe technologie hebben ingelijfd, gaat dat wel over. Vergelijk het met leren drummen: in het begin gaat alles moeizaam, krampachtig en met pijnlijke grimassen, maar na een tijdje loopt het vanzelf. Onze tijd kan wel wat meer filosofie gebruiken. Niet als therapie, maar filosofie kan helpen met die zinvragen. Niet zozeer om er kant-en-klare antwoorden van te verwachten – filosofie is geen ersatz-religie – maar om verschillende manieren van denken te leren kennen en niet bang te zijn van fundamentele vragen. Een van die hedendaagse dogma’s is de genotsdwang. In onze yolocultuur moét je alles uit het leven

16  >  november 2015

halen, en er vooral van genieten. Maar dat is gedoemd te mislukken, zegt u. Zo’n houding kan alleen maar frustratie opleveren. Hoezo? Omdat die imperatief van het moeten genieten nooit de lust kan bevredigen die we ermee opwekken. Filosofisch zit dat zo: voor je genot moet je een verlangen kunnen bevredigen. Maar daar is een zeker verrassingselement, een element van vreemdheid voor nodig. Ik kan namelijk alleen maar iets verlangen als ik niet samenval met hetgeen ik verlang. Het object van mijn verlangen is altijd iets wat ik (nog) niet heb, iets wat mij vreemd is. Zo gauw je het hebt, bijvoorbeeld dat glas water waar je dorstig naar uitkeek, is het gedaan met verlangen. Als je nu bij voorbaat uitgaat van het dogma dat je alles uit het leven moet halen en ervan moet genieten, wordt de wereld één grote genotsgrabbelton. Je gaat de ander, en de wereld, alleen nog maar bejegenen als een ‘mogelijkheid tot genot’, je identificeert alles om je heen als een genotsobject voor jou. Het gaat in die blik altijd om het eigene. Maar zo ontdoe je dingen van hun vreemdheid, en dat is nefast voor je genot. Genot heeft dat niet-eigene, het verschillende, nodig.

Filosofie kan helpen met zinvragen, maar niet zozeer om er kanten-klare antwoorden van te verwachten ‘Yolo’ (‘You only live once’. Wordt gebruikt ter legitimatie van – vaak onnozele of risicovolle – handelingen, n.v.d.r.) komt voort uit secularisering, het is een antwoord op het wegvallen van een zingeving die vanzelfsprekend was. Opvallend is dat ‘yolo’ altijd uitgesproken moet worden. Ik doe iets, en ik heb geen idee of ik het goede doe, maar ik geef er een richting aan door te zeggen dat ik het doe omdat ik alles uit het leven wil halen. Maar als dat zo is, waarom zou ik het dan nog moeten zeggen? Juist om je handeling zelf zin te geven. Het – letterlijk – uitspreken van de term ‘yolo’ is een

essentieel onderdeel van de yolo-cultuur. Het is geen neutrale omschrijving, maar een zingevende handeling.

De imperatief van het moeten genieten kan nooit de lust bevredigen die we ermee opwekken U lijkt de mening te delen van de Belgische psychiater Dirk De Wachter. Volgens hem lijdt heel onze maatschappij aan burnoutsymptomen. Niet alleen wegens ons hectisch werkritme, maar vooral door de druk die we onszelf opleggen in onze vrije tijd en de dwangmatige leukigheid van de sociale media. We mogen niets missen en alles moet geweldig leuk zijn. Precies, helemaal mee akkoord. Mijn hoofdstuk over de energiemetafoor gaat daarover. Je moet er maar eens op letten hoe alomtegenwoordig die is. We gebruiken voortdurend zinnen als ‘ik ga me eens lekker opladen’, want ‘ik heb geen energie meer’, ‘ik ben uitgeblust’. Vakantie of andere mensen ‘geven me energie’. Maar die metafoor bepaalt ook met welke blik je naar de wereld kijkt, waardoor we langzamerhand heel het leven zijn gaan zien in termen van iets ‘dat kan opraken’. We zijn de mens als prestatiemachine gaan zien, een reservoir aan beschikbare energie. Een reservoir dat kan leeglopen. Stilaan zijn we dan ook verworden tot de ‘homo exhaustus’, de uitgebluste mens. Dat is een van de grootste problemen van deze tijd. Tegelijkertijd leert dat ons iets belangrijks over zingeving: je construeert een metafoor voor het leven, en vervolgens verandert het leven in die metafoor. Dat is het schitterende, maar tegelijk ook het meest verraderlijke aan woorden. Omdat onze manier van praten over de dingen mee bepaalt hoe we iets ervaren? Zeker. Neem nu het devies ‘meten is weten’, ook zo’n hedendaags dogma. Het idee dat je alles kan kwantificeren

DEGEUS


VRAAGSTUK

en opmeten, ook iets als geluk bijvoorbeeld, kan niet anders dan onze ervaring daarvan veranderen. Ik heb verschillende van die geluksonderzoeken bekeken. Daarin gaat het niet over de vraag hoe je een gelukkig mens kunt worden, maar ze proberen geluk te meten. Ze stellen eerst vast wat we onder geluk verstaan, en vervolgens gaan ze mensen bevragen. Over van alles en nog wat. Maar de vraag ‘bent u gelukkig?’, die wordt niet gesteld want ‘geluk’ is immers een ‘verwarrende term’ (lacht).

‘Yolo’ komt voort uit secularisering, het is een antwoord op het wegvallen van een zingeving die vanzelfsprekend was. Het uitspreken van de term ‘yolo’ is geen neutrale omschrijving, maar een zingevende handeling De antwoorden worden dan ingedeeld in allerhande categorieën, en zo construeren ze verschillende modellen, en correctiemodellen, en ga zo maar door. Vervolgens gaan ze publiek maken hoe gelukkig Nederland is, en Denemarken, en Duitsland ... op een schaal van tien. Op dat moment bepaalt zo’n onderzoek en de berichtgeving erover voor een groot deel hoe we naar onszelf kijken. Want je kunt zo’n resultaten pas begrijpen als je die kwantificerende manier van denken op jezelf toepast. Een land kan niet gelukkig zijn, want dat is een collectief. Een uitspraak als ‘Nederland is gelukkiger dan andere landen’, is dus pas zinvol als ik het op mezelf toepas. Op dat moment ben ik mijn gemoed al aan het vergelijken met dat van anderen. Wat me écht stoort is hoe die onderzoeken vervolgens in de media komen. Neurowetenschappelijke inzichten bijvoorbeeld, samen met statistiek een van dé waarheidskoeien van onze tijd, zullen ons onthullen ‘hoe het echt zit’. Onderzoeksresultaten verschijnen in

DEGEUS

‘Als gevolg van de alomtegenwoordigheid van de energiemetafoor zijn we de mens als prestatiemachine gaan zien, een reservoir aan beschikbare energie. Een reservoir dat kan leeglopen. Stilaan zijn we verworden tot de ‘homo exhaustus’. Dat zegt iets belangrijk over zingeving: je construeert een metafoor voor het leven, en vervolgens verandert het leven in die metafoor. Dat is het schitterende, maar tegelijk ook het meest verraderlijke aan woorden.’ © Gerbrich Reynaert

dagbladen in de vorm van populairwetenschappelijke artikels, waar ze als feiten of als onbetwijfelbare waarheden worden gebracht, zonder quotes of referenties. Er is ergens een onderzoek dat iets uitwijst, en dat wordt dan gepresenteerd als dé waarheid. ‘Borstvoeding tot zes maanden is nodig’, lees je dan. Terwijl er aan onderzoek altijd voor en tegens kleven en er net zo goed volgende week een ander onderzoek verschijnt dat heel andere dingen blootlegt.

PARADOX VAN DE VERLICHTING Ook dat is een rode draad in uw boek. Ons beeld van de wetenschap is zelf niet erg Verlicht. Inderdaad, dat heeft te maken met wat ik de paradox van de Verlichting noem. De Duitse filosoof Immanuel Kant rekende in zijn beroemd geworden pamflet Wat heet Verlichting? af met het dogmatische denken. Hij roept de mens op om zélf te denken, los van de kerkelijke leerstellingen die we sindsdien als echte hinderpalen

november 2015  >  17


VRAAGSTUK

zijn gaan zien. Op dat moment ontstaat er iets nieuws. Door die zelfstandigheid in het denken neemt de wetenschap een hoge vlucht, en in haar nasleep onze technologische mogelijkheden om de wereld te beheersen. We hebben dus heel wat aan de Verlichting te danken. Maar wetenschap is een manier van denken die ons eigenlijk alleen maar zekerheid belooft. We zijn dat uit het oog verloren. We verwarren die zekerheid met waarheid. Voor wetenschap geldt immers hetzelfde als wat ik zonet over zingeving zei, over ons nadenken over mens en wereld. Wetenschappen construeren een bepaald model van de werkelijkheid, en maken daarbij gebruik van theoretische ficties, maar de concrete werkelijkheid is oneindig veel complexer en onttrekt zich altijd aan die wetenschappelijke modellen. Wetenschappelijk denken is een heel succesvolle manier van denken, die ons heel wat voorlopige zekerheden oplevert. Maar als je wetenschappelijke resultaten voor waarheid gaat houden, in de oorspronkelijke zin van het woord, namelijk ‘dat waaraan niet getwijfeld kan worden’, en die bovendien alleen maar kan begrepen worden door deskundigen, heb je een probleem. Dan zit je met volstrekt dezelfde situatie als in een niet-geseculariseerde tijd: je hebt een beperkte groep van mensen die de Waarheid, of het Woord van God snappen, en dat aan de rest komen uitleggen.

Stilaan zijn we verworden tot de ‘homo exhaustus’, de uitgebluste mens. Dat is een van de grootste problemen van deze tijd Een ander gevolg van de paradox van de Verlichting is dat we blijkbaar een stuk onmondiger zijn dan we zelf denken. Dat is inderdaad het paradoxale resultaat van de Verlichting: we werden opgeroepen tot mondigheid en tot zelfstandig denken, maar dat heeft geleid tot een situatie waarin we niet

18  >  november 2015

meer zelf onze mening vormen. Ons geloof in wetenschap is zo groot, en onze cultuur is dermate verwetenschappelijkt, dat we een leek zijn geworden in ons eigen leven. Allerhande deskundigen moeten ons dat dan komen uitleggen.

Wetenschap is een manier van denken die ons eigenlijk alleen maar zekerheid belooft. We zijn dat uit het oog verloren. We verwarren zekerheid met waarheid Op het moment dat ik je zeg wat liefde écht is, in neurowetenschappelijke zin, word jij een leek in de liefde. Je alledaagse ervaring wordt irrelevant, want ik als deskundige weet hoe het echt zit met de liefde. En omdat we ons op zoveel vlakken leek voelen, werkt dat een intellectuele luiheid in de hand. We gaan niet meer zelf over iets nadenken, want we voelen ons onbekwaam. Toch worden we geacht een mening te hebben, dus gaan we maar liken en sharen wat allerlei experts over iets te zeggen hebben, in plaats van er zelfstandig over na te denken. Maar als ik een verantwoorde mening wil vormen over een thema, dan moet ik toch te raden gaan bij wat er over dat thema aan wetenschappelijke kennis beschikbaar is? Jazeker, je kan ook niet zonder. Maar je mag nooit vergeten dat het zekerheden zijn, en geen waarheden.

WAARHEID EN WERKELIJKHEID Wat is waarheid dan, volgens u? En als wetenschap geen waarheden oplevert, hoe komt dan dat ‘het werkt’? Onze menselijke conditie houdt in dat we niet in staat zijn om een blik op het geheel te krijgen, een ‘objectieve blik’, zeg maar. We zitten altijd vast in ons standpunt, in ons subjectieve perspectief. Maar tegelijkertijd zijn we wél in staat om te denken in de ficties van

het geheel. We kunnen dan ook de vraag naar het bestaan stellen. Dat is dé filosofische vraag, ‘waarom is er iets en niet veeleer niets?’, die we nooit volledig kunnen beantwoorden. De ultieme waarheid onttrekt zich steeds aan ons, juist omdat we ons subjectieve perspectief nooit kunnen ontstijgen. We moeten er wel van uitgaan dat de waarheid bestaat, maar dat die nooit volledig gekend kan worden. Anderzijds kunnen we binnen dat subjectieve kader, met behulp van onze ficties, voorstellingen en dogma’s, wel komen tot iets dat ‘werkt’. Kijk naar Newtons fysica. Je weet dat die gebruikmaakt van theoretische concepten als absolute ruimte en tijd, waarvan we nu weten dat ze niet ‘waar’ zijn. Maar als je raketten ziet gelanceerd worden die satellieten in een baan om de aarde brengen, dan zeg je: ‘dat werkt’.

‘Als je wetenschappelijke resultaten voor waarheid ga woord, namelijk ‘dat waaraan niet getwijfeld kan wor worden door deskundigen, heb je een probleem. Dan geseculariseerde tijd: je hebt een beperkte groep van m snappen, en dat aan de rest komen uitleggen.’ © Gerbri


VRAAGSTUK

Wat Newton beschrijft, is dus wel degelijk ‘werkelijk’. In die zin zijn waarheid en werkelijkheid verschillende begrippen. Maar je moet wel accepteren dat de aannames die je over de werkelijkheid maakt, na een bepaalde tijd heel anders kunnen zijn. Ik zou dat dus niet ‘waarheid’ noemen.

We zijn een leek geworden in ons eigen leven Denkt u dan dat wetenschappers dat allemaal zelf niet beseffen? Ik richt mijn pijlen vooral op de manier waarop wetenschap gepopulariseerd wordt, daar maak ik me erg veel zorgen over. Hoe men alles op een compleet verkeerde manier voorstelt. Daar zouden wetenschappers en wetenschapsfilosofen meer tegen moeten reageren.

aat houden, in de oorspronkelijke zin van het rden’, en die bovendien alleen maar kan begrepen zit je met volstrekt dezelfde situatie als in een nietmensen die de Waarheid, of het Woord van God

ich Reynaert



Misschien is dat een onvermijdelijk dilemma voor de wetenschapscommunicatie: ofwel geef je een versimpeld beeld, met het gevaar er een karikatuur van te maken. Ofwel een heel genuanceerd en complex beeld waarbij je je tegenstanders – charlatans, verspreiders van onzin en complottheorieën – munitie aanreikt. Je ziet een vergelijkbaar vertoog als het uwe trouwens ook vaak terugkomen bij mensen die het geloof of het bovennatuurlijke terug willen binnensmokkelen. Kijk maar eens op de website van The Templeton Foundation, en wat voor artikels bij hen in de prijzen vallen. Ik zit daar niet mee in. Ik vind de manier waarop bijvoorbeeld statistiek wordt gebruikt in populair-wetenschappelijke artikels, veel gevaarlijker dan pseudowetenschap. Kijk, het zou mooi zijn om alle charlatans uit te sluiten, en als het gaat om het ontmaskeren van lui die ter kwader trouw geld uit onze zakken willen kloppen sta ik ook op de eerste rij. Ik erger me wél aan die hetze die er tegen pseudowetenschap is. Ik zie dat er heel wat geld voor onderzoek gaat naar kritiek op of het uitsluiten van pseudowetenschap. Dat is op zich niet erg, maar dat zou kritisch moeten gebeuren. Wees dan ook kritisch tegenover je eigen praktijk. Wees dan ook kritisch tegenover de claims die er vanuit de statistiek en de neurowetenschappen worden gemaakt. De invloed daarvan is veel ingrijpender, op individueel én cultureel vlak. Neem nu ons geluksonderzoek van daarjuist. Dat is heel bepalend voor hoe we gaan leven, daar worden beleidskeuzes op gebaseerd: waar we geld in gaan investeren, hoe we ons onderwijs, onze zorg en ons jeugdbeleid gaan inrichten ... Dat hele systeem wordt niet in vraag gesteld. Er wordt over een hele hoop aannames heen gestapt, bijvoorbeeld dat we geluk kunnen en moeten meten, maar daar wordt aan voorbijgegaan. Ook door wetenschapsfilosofen. Dat is veel zorgwekkender en urgenter dan boeken en artikels te schrijven waarin je bewijst dat het monster van Loch Ness niet

bestaat, zoals die Maarten Boudry van bij jullie. Loch Ness is wel een heel onschuldig voorbeeld. Als je, in een systeem dat heel erg onder druk staat, moet bepalen of er geld gaat naar de terugbetaling van homeopathie, psychoanalytische zielenknijpers of babykrakende osteopaten, is dat al veel minder irrelevant. Voor geen enkele medische behandeling is er een garantie dat ze goed uitpakt. Dat is vaak trial and error. Beslissen wat we gaan terugbetalen en wat niet, is een maatschappelijke, en dus politieke beslissing. Politiek in de eigenlijke betekenis van het woord: dat wat we samen doen. Ook wetenschap behoort tot het samen denken, in de polis. Politiek is geen probleemoplossingsmachine.

Ik vind de manier waarop bijvoorbeeld statistiek wordt gebruikt in populairwetenschappelijke artikels, veel gevaarlijker dan pseudowetenschap Waar is het parlement eigenlijk voor bedoeld? Om te laten zien welke verschillende machten, belangen, wensen, en zingevingen er zijn. Dat wordt zichtbaar gemaakt door erover te praten, net daarin zit het politieke proces. Als je over iets praat, weet iedereen perfect wat de wensen waren, hoeveel iemand heeft moeten toegeven, hoe pijnlijk een beslissing voor de ene of de andere was. Als je alles doodslaat met het zinnetje ‘wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat ...’, zoals nu om de haverklap in ons parlement gebeurt, dan ga je voorbij aan het belang van er samen over te praten. Je zult het uiteindelijk samen eens moet worden, en dat zonder laatste instantie om het ultieme oordeel uit te spreken. Dat is net de essentie van secularisering: er is geen laatste, ultieme instantie. Ook de wetenschap kan die rol niet overnemen. Thomas Lemmens

november 2015  >  19


VRAAGSTUK

ALAIN LIEDTS -- °1947, Lessines -- Studeerde af als burgerlijk werktuigkundig elektrotechnisch ingenieur aan de Rijksuniversiteit Gent in 1968 -- Vervolmaakte zijn vorming in bedrijfsbeheer aan de Vlerick School voor Management in 1969 -- Na enkele jaren tewerkgesteld te zijn geweest bij de Verenigde Naties (International Labour Office) als jongste associated expert, werd hij consulent bij Sobemap (Société Belge d’Économie et de Mathématique Appliquées) -- Werd in 1985 mede-aandeelhouder van de Groep van Dijk, die tussen 1987 en 2002 aan de basis lag van de wereldwijde technische en commerciële doorbraak van de CD-ROM als drager van gegevens -- De CD-ROM-activiteit werd in 2004 verkocht, en enkel het consultancy-gedeelte bleef over. Alain Liedts is er vandaag nog steeds de hoofdaandeelhouder en afgevaardigd bestuurder van -- Is eigenaar en afgevaardigd bestuurder van NV Zebrastraat sinds 2002 -- Organiseert vanuit zijn interesse voor hedendaagse kunst, die sterk focust op creatieve en innovatieve projecten met behulp van nieuwe materialen, procedés en technieken, onder meer de biënnale Update met een eraan verbonden New Technological Art Award in Gent -- Is voorzitter van de Stichting LiedtsMeesen, die over een kunstcollectie beschikt van hedendaagse werken van internationale oorsprong, bijna uitsluitend van levende kunstenaars -- Werd onlangs ook voorzitter van de vzw Gluon, die als objectief heeft technologische kunst te promoten en de samenwerking tussen kunstenaar, onderzoekcentra, onderwijs en industrie te bevorderen. © Gerbrich Reynaert


VRAAGSTUK

Alain Liedts Vrijdenker pur sang Als je nog nooit gehoord hebt van de Zebrastraat, dan moet je er dringend naar toe. Deze hippe plek is hot in Gent. Met een hypermodern zalencomplex vormt het dan ook de ideale locatie voor de tweede Nacht van de Vrijdenker. Maar de Zebrastraat heeft nog veel meer te bieden. Bezieler Alain Liedts stond aan de basis van dit opmerkelijk project. Kunt u wat meer vertellen over de geschiedenis van deze bijzondere plek? Het oorspronkelijke gebouw – in de volksmond gekend als ‘de Cirk’ – is een ontwerp van Charles Van Rysselberghe, de broer van de bekende Belgische pointillist Theo Van Rysselberghe. In het begin van de 20ste eeuw was hij stadsarchitect. De Cirk werd gebouwd in dezelfde periode als het Museum voor Schone Kunsten (MSK), verschillende scholen en andere openbare gebouwen van de stad. Hier werden dezelfde bakstenen gebruikt als in het MSK, en de ovale vorm van het middenplein heeft dezelfde verhoudingen als de grote tentoonstellingszaal van het museum.

Mensen stappen meer en meer af van het idee om een volledig leven in hetzelfde huis te wonen. Vandaag de dag kies je een woning die past bij een bepaalde levensfase en daar spelen wij op in Terwijl Horta in Brussel voornamelijk patriciërswoningen bouwde, opteerde Van Rysselberghe voor proletarische woningen in Gent, meer specifiek voor de arbeiders uit de textiel. Deze buurt, inclusief Ledeberg, telde in die tijd nog heel wat textielfabrieken. De liberaal Emile Braun stond toen aan

DEGEUS

het hoofd van deze stad. Hij droeg de burgemeesterssjerp zowel vóór als na de Eerste Wereldoorlog. Daarna nam vader Anseele de fakkel over. Die twee burgemeesters vonden het een goed idee om betere gebouwen te creëren voor arbeiders, met betere materialen en met zin voor innovatieve architectuur. En dat werd hier dus gerealiseerd.

Ik weiger gebruik te maken van subsidies omdat ik vrij wil zijn Bijna honderd jaar lang is het gebouw eigendom geweest van de Gentse huisvestingsmaatschappij, die het in eerste instantie verhuurde aan de textielarbeiders. Later werd het te huur aangeboden aan de volledige bevolking, en ook onderhouden. Maar na honderd jaar was het vrij verloederd geraakt en dringend toe aan een renovatie. De Belgische normen voor renovatiesubsidies lieten dit amper toe, waardoor er werd beslist om het complex te verkopen. En ik heb de mogelijkheid gehad om het op te kopen. Ik werd over het gebouw aangesproken omdat ik volgens sommigen ‘veel mensen ken’ en wellicht iemand zou vinden die geïnteresseerd zou zijn. Na twee dagen heb ik gezegd dat ik het zelf wou kopen en heb ik de procedure gevolgd. Ik had ook een duidelijk idee van wat ik ermee wou doen, terwijl de concurrenten – allen promotoren – alles wilden plat smijten. Dat sprak in mijn

voordeel. Ik heb er een behoorlijke prijs voor kunnen bedingen omdat ik beloofd heb het gebouw te behouden, wat op zichzelf niet noodzakelijk een verplichting was. Al zeer snel koos ik voor een drieledige activiteit voor dit complex, de zogenaamde drie pijlers: huisvesting, cultuur en economie.

DE DRIE PIJLERS U heeft deze drie pijlers geïntegreerd, maar hoe vertaalt zich dat? Wat is de achterliggende filosofie? De woningen zijn behouden, er is ruimte gecreëerd voor tentoonstellingen en cultuur en ten slotte verhuren wij zalen voor vergaderingen, congressen, vormingen en lezingen. Op deze manier bereiken we een economisch evenwicht, zodat wij aan cultuur kunnen doen zonder dat we daarvoor geld moeten vragen. Noch van sponsors, noch van openbare instellingen. We worden dan ook zeer geapprecieerd door de huidige minister van cultuur Sven Gatz, als een plaats waar aan cultuur wordt gedaan zonder daarvoor de openbare instanties lastig te vallen (lacht). Ik weiger gebruik te maken van subsidies omdat ik vrij wil zijn. Ik kom uit de bedrijfswereld, dus de rentabiliteit van iets, zowel op korte als op lange termijn, is voor mij altijd belangrijk. Als dat er niet is, ben je afhankelijk van een toelage hier of een subsidie daar en kan je niets permanent in stand houden.

november 2015  >  21


VRAAGSTUK

De bedoeling is dat het project hier niet te veel moet kosten, maar het moet ook geen geld opbrengen. Wat we binnenkrijgen dankzij de pijlers huisvesting en evenementen wordt terug uitgegeven aan de cultuurpijler. Daar is niets verkeerd aan: het cultuurgebeuren lokt heel veel mensen, die dan huurder worden van een van de appartementen of zelf evenementen gaan organiseren. Zo vormt alles een rendabel geheel. Je zou ook kunnen spreken van een vierde pijler, de sociale pijler, mensen wonen hier tenslotte samen. Of is dat voor u minder belangrijk? Nee, dat is heel belangrijk, maar het is ook bijzonder moeilijk. Huurders leven hier weliswaar in een geheel, maar het is geen commune. Ze moeten bijvoorbeeld geen gemeenschappelijke ruimtes gebruiken zoals douches

of zo. Als wij hier iets organiseren, proberen wij altijd de bewoners te betrekken, met wisselend succes. Wij verhuren onze appartementen trouwens via een bijzondere formule, voor periodes van minstens drie maand. Dat heeft als bijkomend voordeel dat wij een heel divers bewonerspubliek hebben: heel wat onderzoekers aan de unief en mensen die stage lopen in het universitair ziekenhuis, maar ook mensen die komen werken in bedrijven, zoals in het havengebied. Zelfs expats uit China hebben hier gelogeerd.

DE GEBOORTE VAN EEN IDEE

De idee achter de Zebrastraat is geboren uit het gebouw zelf, door de ligging en de aard van het gebouw en door de mogelijkheid om het te renoveren met een beperkt, aanvaardbaar bedrag. Omdat de formule voor de uitbating van het oorspronkelijke gebouw zo succesvol was, kon ik ook het tweede complex realiseren: New Zebra. Er kwamen drie huizen vrij aan de Callierlaan, en ik ben er opnieuw in geslaagd die te kopen. Van die drie huizen hebben we terug iets gemaakt dat volledig in dezelfde lijn ligt met de historische Zebra: woningen, events en kunst worden volgens dezelfde principes samengebracht.

U bent de bezieler van dit project. Hoe is dit idee bij u ontstaan? Was u op zoek naar een gebouw om uw idee uit te werken of kwam het idee pas bij de ontdekking van de Cirk?

Ik heb nooit gedaan wat de ander doet, maar me afgevraagd ‘wat is hier mogelijk en wat is hier nodig?’ Dat is natuurlijk een vrijdenkend principe. Dit idee trekken wij door: in dit complex komen veel nieuwe aspecten en

Huisvesting, cultuur en economie worden in het maatschappelijk leven meestal van elkaar gescheiden. De zebrastraat bewijst dat het ook anders kan. © Zebrastraat

22  >  november 2015

DEGEUS


VRAAGSTUK

nieuwe ideeën aan bod. Uit principe brengen we alleen kunst van levende kunstenaars. We focussen ons op technologische kunst, waarbij de kunstenaar nieuwe procedés toepast om zich uit te drukken.

Door nieuwe gebouwen in te planten of door nieuwe activiteiten aan te bieden in een stad, creëert men een dynamiek die je naar mijn gevoel nooit kan bereiken via regeltjes WONEN IN DE STAD Wat is uw visie op wonen in de stad? Twintig jaar terug is er een tendens geweest om de stad te verlaten en zich te vestigen in een landelijke gemeente. Die tendens lijkt me te keren. Mensen blijven in de stad wonen. Vandaar ook dat we niet al te dure, maar toch goed uitgeruste woningen besloten te verhuren, en dus niet te koop aan te bieden. Je ziet ook dat mensen meer en meer afstappen van het idee om een volledig leven in hetzelfde huis te wonen. Vandaag de dag kies je een woning die past bij een bepaalde levensfase. Daar proberen wij op in te spelen: betaalbaar wonen in de stad, waarbij wonen, kunst en socio-culturele evenementen een geheel vormen. Woont u zelf in de stad? Nee, ik woon in De Pinte. Maar ik zal hoogstwaarschijnlijk binnen enkele jaren verhuizen naar een huis in het Gentse, in een 18de-eeuws pand. U, als vernieuwer en fan van technologie, verhuist naar een oud huis? Ja, maar het is natuurlijk een uitdaging om een historisch huis met architecturale troeven niet alleen bewoonbaar te maken, maar ook alle comfort te geven dat vandaag aanwezig is. Als je een bepaalde leeftijd bereikt hebt, wordt het bijvoorbeeld lastig om iedere avond vijftig trappen naar boven te doen.

DEGEUS

Gent is in beweging. Wat zou u vanuit die filosofie over wonen in de stad aanraden aan stadsplanners? Stedenbouw Gent heeft een heleboel regels uitgewerkt die verplichtingen opleggen aan mensen die appartementen of huizen willen bouwen. Ik vind dat te beperkend. Je moet vertrouwen stellen in architecten en ingenieurs, en hen vooral vrij laten. Als je tegen een eigenaar zegt dat hij te kleine appartementen bouwt, tegen wie bescherm je hem dan? Waarom willen ze hem dat opleggen? Het argument is dan: ‘we willen appartementen in de stad waar ook kinderen kunnen wonen’. Tja, als die echt nodig zijn, dan zullen die er ook wel komen. Dat is het spel van vraag en aanbod. Met teveel regelgeving bereik je niets. Ik betreur ook dat Stedenbouw Gent niet altijd gericht is op echte, maar op theoretische noden. Ik heb mij ook altijd gekeerd tegen getto’s in de stad, in zin van ‘dit is een buurt voor dit soort mensen en dat is een buurt voor dat soort mensen’, of ‘dit is geen winkelstraat’. Neen, dat moet je net vermengen! Ik pleit voor diversiteit. Kijk naar het buitenland, zoals Valencia, Londen of Parijs, waar ze met iets totaal ongewoons in een bepaald deel van de stad alles gaan hervormen. Door nieuwe gebouwen in te planten of door nieuwe activiteiten aan te bieden, creëren ze er een dynamiek die je naar mijn gevoel nooit kan bereiken via regeltjes. Dat is een filosofie die ik hanteer: geloof in de mens, in wat de mens nodig en nuttig vindt. Ik ben dan ook een vrijzinnig humanist. Vrijzinnig zijn wil voor mij ook zeggen: laat de mensen zelf nadenken over wat er moet gebeuren, maar leg hen niets op. U zegt het zelf, u bent overtuigd vrijzinnig humanist. Hoe uit zich dat verder in uw beleid? In de eerste plaats in hoe ik met mijn personeel omga. Ik praat heel veel met mijn medewerkers en ik luister naar hun bekommernissen. Ik ga ook na of zij achter de algemene doelstellingen van het geheel staan.

VAN CIRK TOT (NEW) ZEBRA Stadsarchitect Charles Van Rysselberghe ontwierp de ‘Cirk’ voor de textielarbeiders van Gent. Om het nijpend tekort aan stadswoningen op te vangen, bouwde Van Rysselberghe in de hoogte. Het complex, dat voltooid werd in 1906, omvatte de allereerste werkappartementen van Europa. In de jaren ’90 stond het gebouw te verkrotten. In 2002 kwam het gebouw in handen van de Stichting Liedts-Meesen: de Zebrastraat werd in snel tempo verbouwd met respect voor het oorspronkelijke idee. Je kan er sindsdien terecht voor het huren van een zaal, de organisatie van een evenement of de huur van een tijdelijke woning. Uiteraard kan je er ook gewoon wat cultuur opsnuiven. Enkele jaren later werd New Zebra (kant Callierlaan) eraan toegevoegd. Hierdoor kwam er niet alleen extra ruimte vrij voor zalen, kantoren en woningen, maar ook voor een restaurant (Jour de Fête) en een ondergrondse parking.

Laat mensen zelf nadenken over wat er moet gebeuren, maar leg hen niets op Verder werken we veel samen met bevriende organisaties, waar heel wat vrijzinnigen deel van uitmaken. De vrijzinnige gemeenschap is hier sterk vertegenwoordigd, niet alleen in aanwezigheid, maar ook door hun evenementen. Johan Braeckman en Etienne Vermeersch komen vaak spreken, en het Fonds Lucien De Coninck organiseert hier regelmatig lezingen. Ook onder de vrienden van de Zebrastraat, dat zijn mensen die op onze activiteiten worden uitgenodigd, zitten heel wat leden van het Geuzenhuis en van andere vrijzinnige verenigingen. Mijn echtgenote en ik werken graag samen met mensen die dezelfde ideeën delen.

INNOVATIEVE KUNST Als bezoeker kan je niet om de cultuurpijler van de Zebrastraat heen. De jonge Vlaamse kunstenaar Nick Ervinck ontwierp een gigantisch groot, geel kunstwerk dat gemonteerd werd op het dak van een woningcomplex. Panama-

november 2015  >  23


VRAAGSTUK

renko siert de hoofdingang en zo zijn er nog heel wat kunstwerken verspreid over het complex. Vanwaar uw voorliefde voor kunst? Mijn vrouw heeft interesse voor kunst en weet daar veel meer over dan ikzelf. Ik ben wetenschapper en ingenieur met een grote belangstelling voor nieuwe technologie. Ik merk dat heel wat hedendaagse kunstenaars elementen halen uit wetenschap en technologie om hun ideeën te vertolken. Daarom hebben mijn vrouw en ik de keuze gemaakt om alleen maar technologische, hedendaagse kunst te brengen. Dat nemen we heel letterlijk, want de kunstwerken die wij hier tonen zijn meestal maar drie jaar oud. Als je iets wil doen in de kunst moet je een zeker publiek aantrekken en moet je dus originele onderwerpen hebben. Zo is dat gegroeid, zonder daarom de grote middelen te gaan gebruiken. U hebt grote tentoonstellingen binnengehaald en uw projecten worden regelmatig in de pers opgevoerd. Waaraan hebt u de beste herinneringen? Op kunstgebied? Dat is een moeilijke vraag. De monumentale werken van twee jonge Vlaamse kunstenaars, Nick Ervinck en Honoré d’O, vallen natuurlijk direct op. Honoré d’O heeft trouwens de eerste steen gemaakt van het nieuwe gebouw. Ook de samenwerking met het Centre Pompidou en het project dat we realiseerden met het Europees centrum voor kunst en mediatechnologie, springen in het oog. Uiteraard organiseren we zelf ook evenementen. Deze zomer was ons initiatief Zebra Beach heel populair. We vertrokken vanuit de vraag: wat kunnen we doen met wat we hebben, iets dat toch anders is dan wat andere mensen aanbieden? Alles werd door het huis zelf bedacht en uitgevoerd. We zijn zeer tevreden over de grote respons bij een toch zeer breed publiek. Op donderdagavond verhuren we niet aan commerciële organisaties, want dan bieden wij Zebrapoint aan: de ene

24  >  november 2015

week programmeren we – al dan niet samen met een bevriende organisatie – een vernissage, een wetenschapscafé of een lezing en wordt er live jazz gebracht. De toegang is altijd gratis.

Voor mij is het essentieel dat ons project zichzelf in stand kan houden, door steeds nieuwe middelen te scheppen om verder te kunnen en niet te kopiëren wat anderen doen We hebben ondertussen een groot kunstminnend publiek opgebouwd, dat regelmatig over de vloer komt en op de hoogte is van onze culturele evenementen. Ik durf te stellen dat we na al die jaren een baken geworden zijn in Gent. Toen ik tien jaar geleden aan het Sint-Pietersstation de taxichauffeur vroeg mij naar de Zebrastraat te brengen, antwoordde hij: ‘Meneer, bent u zeker dat die straat in Gent ligt?’ Als ik nu de taxi neem, vraagt de chauffeur mij wat er vanavond te doen is in de Zebrastraat. Dat doet enorm veel genoegen. We staan open voor iedereen, iedereen mag hier vergaderen, uitgezonderd het Vlaams Belang. Dat is ook een vrijheid die ik heb, ik kan aanvaarden wie ik wil. Als je afhankelijk bent van subsidies kan je dat niet.

DE WILDE WELDOENER U staat bekend als weldoener, u biedt onderdak aan evenementen die u genegen bent. Vanwaar uw engagement? Dat is een keuze die ik gemaakt heb. Tijdens mijn loopbaan heb ik gewerkt in de management consulting: elektronica, telefonie en databases (in 1987 lanceerde zijn Bureau van Dijk als pionier in Europa de ontwikkeling en verspreiding op CD-ROM van financiële en economische databanken met o.a. informatie over ondernemingen, n.v.d.r.). Dit bedrijf hebben we verkocht in een periode waarin zo’n activiteiten veel succes hadden, dus dat leverde een

bom geld op. Je kunt daarmee een grote boot kopen en wat liggen dobberen op de Middellandse Zee, of je kan er iets nuttigs mee doen. Ik heb het besteed aan een wel uitgemeten project, dat past in een zekere levensfilosofie en idee van wat een samenleving kan doen. Maar, opnieuw, voor mij is het essentieel dat ons project zichzelf in stand kan houden, door steeds nieuwe middelen te scheppen om verder te kunnen. En dus ook niet kopiëren wat anderen doen, maar zelf nadenken. Mijn basis als ondernemer speelt hierin een grote rol, maar hier zijn het niet de dividenden van de aandeelhouders die van belang zijn, wél de maatschappelijke bijdrage van het project. Wat zou u veranderen aan dit project mocht u alsnog opnieuw beginnen? Dat kan ik niet zeggen. Ik denk dat je op elk ogenblik een andere keuze moet maken. Het Zebraproject was in december 2002 enkel mogelijk omdat de Cirk op dat moment verkocht werd. Er zijn totaal andere projecten geweest die mij ook aangetrokken hebben, maar ik had er de tijd niet voor omdat ik hiermee bezig was. Zo viel mijn oog ook op een wijnhuis in het Zuiden van Frankrijk, vlakbij mijn vakantiehuis. Het gebouw, met enorme wijnkuipen waar de druiven uit de streek worden verwerkt, is bijzonder goed gelegen en volgens mij kon er iets mee gedaan worden: opnieuw een combinatie van huisvesting en ontspanning. Maar goed, dat is nu voorbij. Maar u bent dus heel tevreden met wat u hier gerealiseerd hebt. Inderdaad, heel erg tevreden. Dankzij mijn professionele verleden heb ik op onafhankelijke basis mijn doel bereikt. Mensen omschrijven de Zebrastraat – maar dat zeggen ze misschien uit beleefdheid (lacht) – als een innovatief project, dat een positieve uitstraling heeft op de stad en dat doet me deugd. Griet Engelrelst

DEGEUS


COLUMN

Ontzorgen Het is algemeen bekend dat ik een zeer langzame ontbijter ben. Het mooiste moment van de dag. Traag en met zorg boterhammetjes smeren, ongehaast eten, spinnende huispoes op de schoot, blik op oneindig, dampende koffiekopjes en ondertussen luisteren naar Klara, ook al hangt de soms te rabiate romantiek van Bart Stouten mij de strot uit. Bij een nieuwsflits ving ik het voor het eerst op, uit de mond van een woordvoerster van ons Gents stadsbestuur: ‘ontzorgen’! De burger moet ontzorgd worden! Daar zullen een aantal stadsdiensten voor zorgen. Ik hou van nieuwlichters en wuif de ontzorging niet meteen weg als een nieuw modewoord. In deze tijden van kommer en kwel lijken ontkommering en ontkwelling meer dan welkom. De term lijkt voor het eerst op te duiken in 2012, uiteraard in Nederland. ‘Ontzorgen zorgt voor een hele zorg minder, maar het mag niet tot zorgen leiden’ lees ik ergens op een non-profit site. Het doet me denken aan de heerlijke tijd toen het toverbegrip ‘onthaasting’ gelanceerd werd. Toen begon iedereen zich als een gek te onthaasten. Er ontstonden vrijwilligersfiles, omdat niemand nog te vroeg of tijdig op de werkvloer wou verschijnen. Sommigen maakten iets te veel haast om zich te kunnen onthaasten. Ik herinner me een prachtige zomerdag. Ik zat verschanst achter een koele Tripel op het leukste terras van de Korenmarkt. Katrientje, een aardige vriendin met de blik van een reetje, kwam voorbij gefietst. ‘Katrientje, kom er bij zitten!’. Ze stopte, keek me vol verlangen aan en zei toen zuchtend: ‘Sorry, kan niet, ik moet dringend naar de onthaastingscursus. Ik ben nu al te laat!’ Maar echt, ongelogen! De trend om de steeds hulpelozer wordende medemens in al zijn povere activiteiten bij het handje te leiden, lijkt pas goed op gang te komen. Beste lezer, ken je Confituur, het smakelijk boekenblad? In het septembernummer wordt ‘slow reading’ gelanceerd: ‘1 uur lang volledig in een boek verdwalen. Lang geleden, zegt u? Dan is slow reading iets voor u. U spreekt met andere boekenliefhebbers af op een rustige plek. Alle stoorzenders gaan op off (smartphone, telefoon, tv …). Gedurende 1 uur wordt er in volle concentratie en stilte gelezen, door niets of niemand afgeleid. Dan mag de wereld weer op on.’ Ik ben geen criticaster, echt niet, maar mij krijgen ze nooit naar de Slow Reading Club. Dat ze daar in Hasselt mee begonnen zijn spreekt trouwens boekdelen. Dat was op maandag 3 augustus, om 19u30 nog altijd 27 graden. Volgens de initiatiefnemers de reden waarom de opkomst beperkt was in het koffiehuis. Ja zeg … En hoe begin je aan een deftige Dostojewski als je het al na een uurtje mag opgeven? Volledig verdwalen kan je anders wel in Boze Geesten, De Idioot of Schuld en Boete. En waar vind je een rustige

DEGEUS

© Profond Reading.com

plek? En die andere boekenliefhebbers, zijn dat nu niet precies de stoorzenders waar je zich mag aan verwachten? Nog iets, er worden 5 tips gegeven voor slow reading. Eén ervan is: herlees je favoriete boeken. Ik heb nu al geen tijd om de nieuwe te lezen. Ik heb minstens twaalf boeken in wachtmodus staan. ‘Lees actief’, zeggen ze ook: ‘onderstreep, duid aan, maak aantekeningen.’ Het beste recept voor een rampbibliotheek: al die mooie glanzende boeken hopeloos verprutst en op slag onleesbaar gemaakt. Ja zeg. Nog ééntje: ‘Gebruik een woordenboek en neem de tijd om woorden op te zoeken.’ Beste geus, ik daag je uit om de roman Meriswin van de sympathieke Hafid Bouazza te lezen volgens de slow reading methode. Geen kwaad woord over die flamboyante kerel. Maar neem alvast de tijd om volgende woorden op te zoeken: libatie, otum, tirassen, polyamorie, cinnaber, pelita, thyrsit, acharnant, festomperen, kalopsie, afatisch, loutrofoor, lenticellen, charivari, breloque, begaad, petomanisch, sinopel, peesten, askos, begood, nardus, orchiode, peniel, kelinehouten, toermalijn, dioptaas, lucorpaantje, haartjebelese, gran cassa, firapell, sertoriaal, halitase, verlooi, hitakker, gleeën, alm. Allez, vas-y, lentement, doucement, courage. Tijd voor een slow reader, proost. En vergeet niet de wereld opnieuw op on te zetten. Willem de Zwijger

november 2015  >  25


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

Villa Voortman EEN LAAGDREMPELIG ONTMOETINGSHUIS IN DE STAD In het voortreffelijke Canvas-programma ‘Radio Gaga’ trekken twee acteurs naar acht bijzondere plaatsen om daar radio te maken, en dat levert straffe televisie op. Een van de locaties die al aan bod kwamen was Villa Voortman. Elke werkdag van negen tot vijf, stelt de Villa haar deuren open voor kwetsbare medeburgers die hun vertrouwen in de reguliere zorg kwijt zijn. Omgekeerd geldt hetzelfde: ook de hulpverlening weet geen raad met die mensen, waardoor ze vaak geen toegang krijgen en op de ‘zwarte lijsten’ van de psychiatrie komen te staan. Villa Voortman, dat vijf jaar geleden werd opgericht vanuit de ‘Psychiatrische Centra Gent-Sleidinge’, kiest voor een andere aanpak. Het ontmoetingshuis is een plek waar je welkom bent en gerespecteerd wordt. Villa Voortman richt zich op de schoonheid, wijsheid en kracht van de bezoekers, niet op de beperkingen. De enige regels: geen gebruik van drugs of alcohol en geen geweld. Voor wie wil is er koffie, een warme maaltijd, een kunstatelier en muziekstudio, dans- en schrijfworkshops die gegeven worden door kunstenaars, vrijwilligers, studenten en bezoekers zelf. Maar na de openingsuren staan ze vaak opnieuw op straat … Onder het motto: ‘minimale structuur, maximale verantwoordelijkheid’, waarbij gelijkwaardigheid, participatie en overleg centraal staan, wordt er een band opgebouwd met de bezoekers. Zo wordt een bezoeker steeds meer ‘een mens met een verhaal’. Dat leidt tot verbondenheid, en uiteindelijk tot een langzame terugkeer in de samenleving. Ondertussen heeft Villa Voortman haar plaats verworven binnen de Gentse hulpverlening. Er is een nauwe samenwerking met onder meer het OCMW, Centrum Algemeen Welzijnswerk, MSOC (medisch sociale opvangcentra), straathoekwerk en wijksgezondheidscentra, maar ook met de academische wereld. Er zijn tal van publicaties, lezingen en binnenen buitenlandse bezoeken. Onlangs toonden ook de Cel Drugs en Cel Internering van de federale overheid hun

26  >  november 2015

belangstelling. Veel vrijzinnige vrienden ondersteunen dit project: ze zijn vrijwilliger, helpen fondsen werven of staan ons bij in het opzetten van een vzw-structuur.

PROBLEEMSTELLING Steeds meer psychiatrische klinieken verliezen hun laagdrempeligheid. Daardoor vinden heel wat mensen met psychische problemen vandaag steeds moeilijker toegang, of ze krijgen er zelfs helemaal geen kans meer. ‘Uitgetherapeutiseerd’ heet dat dan, of opgegeven ‘omdat ze niet coöperatief zijn’. Soms hebben ze het zelf opgegeven of weigeren ze onze hulp net omwille van hun psychiatrische problematiek. Hierbij wordt helaas vergeten dat het ‘moeilijke’ gedrag dat wordt aangegrepen als reden tot uitsluiting, net door deze uitsluiting in de hand wordt gewerkt. Toch zit ook de hulpverlening zelf soms tussen hamer en aambeeld. Door steeds hogere kwaliteitscriteria en effectiviteitseisen in de zorgsector moet ook zij scoren en dreigen steeds meer mensen uit de boot te vallen. Vandaag moet alles meetbaar en kwantificeerbaar zijn en worden snelle, kortdurende en gemedicaliseerde behandelingen als lucratiever beschouwd dan recidiverende problematieken die langdurige zorg vereisen. Toch zijn er ook mogelijkheden. Met ons project sluiten we nauw aan bij de

vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg, gekend als ‘Artikel 107’. Onder vermaatschappelijking of inclusie verstaan we de poging om psychische zorg uit de instellingen te halen en te vervangen door projecten in de samenleving. Naast het economische voordeel dat het kostenbesparend is, heeft deze aanpak ook een humaan aspect: mensen met ernstige psychiatrische problemen moeten niet worden ‘weggestopt’ in allerlei instellingen en gevangenissen, maar hebben ook recht op een volwaardige deelname aan het maatschappelijke leven.

‘Dankzij de Villa, kan ik opstaan en vrienden zien. Villa Voortman is mijn 2de thuis.’ Ben DOELGROEP Zonder afbreuk te willen doen aan het feit dat elk van deze mensen uniek is, kunnen we toch een aantal gemeenschappelijke kenmerken van onze doelgroep aanduiden. Die bestaat uit mensen met ernstige psychische problemen, die ook verslaafd zijn aan allerlei legale of illegale drugs. Wij richten ons voornamelijk op de combinatie verslaving/psychose. Dat is de meest kwetsbare groep, die dikwijls van het kastje naar de muur gestuurd

DEGEUS


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

wordt. Centra voor verslavingszorg hebben vaak geen aanbod voor mensen met een psychotische problematiek. En in de afdelingen voor psychosen zijn zij evenmin welkom omdat ze steeds in hun gebruik hervallen. De prognose voor deze mensen was en is dan ook nog steeds erg somber: ze vinden geen plaats waar ze geaccepteerd worden, en na herhaalde mislukte opnames riskeren ze het (passieve of actieve) slachtoffer te worden van geweld. Tenslotte eindigen ze vaak in de gevangenis of plegen ze zelfmoord. In de literatuur worden zij gelabeld onder de generaliserende term ‘dubbeldiagnose’. Dubbeldiagnose is een artificieel concept, een artefact, ontstaan door het eenzijdige en strakke classificatiesysteem van de DSM die het onmogelijk maakt een patiënt onder één enkele diagnose te plaatsen. Het leidt tot een verschraling van de werkelijkheid en tot een inkrimping van het sociale perspectief. Want wanneer we de geschiedenis bekijken, zien we dat mensen altijd al hun toevlucht zochten in genotsmiddelen. We zien het gebruik dan ook als een ‘zelfmedicamenteus’ systeem om angst, pijn en psychisch lijden te onderdrukken. Medicatie en drugs zijn trouwens nauw verwant. De hedendaagse diabolisering van drugs werd steeds voorafgegaan door een medisch enthousiasme en talrijke psychiatrische toepassingen. Bovendien blijkt er nog een ander, heel belangrijk aspect werkzaam: de toxicomanie werkt niet alleen stabiliserend door een reëel effect op het lichaam, er is ook vaak een imaginair effect aanwijsbaar. De identificatie met het ‘toxicomaan zijn’ lijkt draaglijker dan ‘psychotisch zijn’. Zichzelf toxicomaan noemen kan dus voor mensen uit onze doelgroep een ultieme poging zijn om zich in de wereld te verankeren, om toch één of andere vorm van aansluiting te vinden of te behouden, die hun positie leefbaar maakt. Verder hebben deze mensen ernstige problemen op verschillende levensgebieden: een tekort aan sociale zelfredzaamheid, werkloosheid, slechte woonomgeving of dakloosheid, justitiële problemen (velen staan onder het

DEGEUS

© FVV

statuut van de internering), stigmatisering, gebrek aan financiën (vaak onder bewindvoering of budgetbeheer om de schulden te kunnen beheersen) en een slechte lichamelijke verzorging. Een destructieve spiraal maakt dat er snel overlast optreedt voor de omgeving en zij een gevaar kunnen vormen voor zichzelf en anderen. Maar zelfs als dit niet het geval is, dreigt isolatie, vereenzaming en verwaarlozing. Zij hebben doorgaans geen of een minimaal netwerk van familie en vrienden. Deze mensen hebben het moeilijk om hun leven te regelen en krijgen van de hulpverlening niet altijd de steun die ze daarbij nodig hebben of die aansluit op hun behoeften. Cliënt en hulpverlener begrijpen elkaar vaak niet en ervaren beiden gevoelens van onmacht of wantrouwen. De acute nood waarin deze mensen verkeren wordt als chronisch omschreven, omdat het meestal over meer dan een kortdurende crisissituatie gaat. Daardoor worden deze mensen als ‘lastig’, maar ook als ‘zorgwekkende zorgvermijders’ bestempeld.

NOODZAAK VAN EEN LAAGDREMPELIG DAGCENTRUM BINNEN EEN NETWERK Deze complexe doelgroep krijgt zoals gezegd te maken met een steeds verdere afbouw van ‘residentiële opvang’ (in inrichtingen), en ze zijn steeds minder welkom in de psychiatrie. Daarom is laagdrempelige opvang in de vorm van een ontmoetingsplaats ontzettend belangrijk. Omdat we expliciet kiezen voor deze groep mensen, kunnen veel bezoekers zich aan onze werking

‘verankeren’. Villa Voortman is een warme omgeving, waarin bezoekers tijd en ruimte krijgen om een band op te bouwen met het huis en de mensen die erin vertoeven. We zien betekenisvolle vormen van zingeving ontstaan, waardoor bezoekers in hun natuurlijke omgeving kunnen blijven functioneren. Zo kunnen residentiële opnames vermeden worden. Wanneer zich toch een opname opdringt, is het alternatief een kort verblijf op een crisis- of ontwenningsafdeling waarna wij de zorg terug overnemen en alle opgebouwde netwerken bewaard blijven. Op deze manier kan ons ontmoetingshuis een sterke brug zijn tussen het ‘zelfstandig’ functioneren en de residentiële hulpverlening.

LEIDENDE PRINCIPES Gastvrijheid en ethiek Het vertrekpunt van Villa Voortman is de erkenning van de uitsluiting van deze mensen uit elke vorm van samenleving: eerst uit de maatschappij als geheel, en vervolgens uit allerlei instellingen of afdelingen. Villa Voortman wil hen een ankerpunt bieden in hun voortschrijdende vlucht en uitsluiting. Wij stellen dat het ‘bizarre’ of ‘asociale’ gedrag, net als het druggebruik, antwoorden zijn op deze exclusie. Als we deze symptomen niet zien als antwoorden van het subject, lopen we het risico hen opnieuw te ‘laten vallen’. En dat is net wat er zich constant herhaalt in hun leven. Elke keer als we dit vergeten en terugvallen op de veronderstelling dat patiënten gemoti-

november 2015  >  27


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

veerd moeten zijn, ziekte-inzicht of een ‘vraag’ moeten hebben, verplichten we hen tot aanpassing aan een therapeutisch ideaal dat niet alleen heel deprimerend werkt voor henzelf, maar ook voor de hulpverleners. Concreet vertaalt dit uitgangspunt zich in onze aanpassing aan de patiënt, en bijgevolg dienen wij steeds te vertrekken vanuit de vraag: ‘wie zijn zij’, niet vanuit ‘wie zijn wij’. Of: cliëntgericht werken in plaats van aanbodgericht. In essentie gaat het om het organiseren van gastvrijheid. Er wordt plaats gemaakt voor mensen die anders zijn. Een vrijplaats. Ons doel is het kunnen ontvangen, om een ont-moeting mogelijk te maken. Het gaat dus niet om iets actiefs tot stand te brengen, eerder om een soort alert afwachten wat er gebeurt, ervoor open staan. Derrida stelt dat gastvrijheid en ethiek voor hetzelfde staan. Ethiek, ethos betekent letterlijk een verblijfplaats of een thuis, en een thuis is daar waar gastvrijheid heerst. Hij koppelt gastvrijheid ook aan de idee van een chora of een ongereserveerde toegankelijkheid. Chora of agora, het Griekse stadsplein, is in de filosofie een metafoor voor een ruimte waar bemiddeling en grensoverschrijding plaats kan vinden tussen ik en de ander, zonder dat ik me hoef te verliezen in de ander en zonder dat die ander zich hoeft te assimileren aan mijn identiteit. Het gaat om een ruimte waar de tegenstelling tussen gekte en normaliteit gerelativeerd kan worden, waar ze overbrugbaar is, zonder dat die spanning verdwijnt. Het is een schuiloord en tezelfdertijd een overstapplaats, een passage, een ontmoetingsplek. Empowerment en ­actief burgerschap Naast gastvrijheid is empowerment een belangrijk concept voor sociale inclusie. Empowerment gaat over het versterken en verbinden van personen en organisaties in de samenleving, en gaat hand in hand met een gedeelde verantwoordelijkheid. Het is dus een concept waarmee de uitersten van paternalistische bemoeienis door professionals enerzijds en naïef geloof in zelfzorg anderzijds vermeden kunnen worden.

28  >  november 2015

Door de relationele invulling van empowerment bij autonomie wordt de mythe van onafhankelijkheid doorbroken. Het is net dankzij sociale verbanden dat iemand sterker kan worden!

‘De psychiatrie, dat is dril. Elke ochtend om zes, zeven uur opstaan. Je kunt daar onmogelijk tot rust komen. Hier kun je tenminste jezelf zijn.’ Heidi Het belangrijkste doel van sociale inclusie is volwaardig of ‘actief’ burgerschap. De kortste weg om het verschijnsel ‘psychiatrische patiënt’ af te schaffen, is het opheffen van het psychiatrisch ziekenhuis. Maar het is niet door verandering van omgeving dat psychiatrische patiënten plots aangepaste burgers worden, waarbij het overigens de vraag is of we dat wel willen. Het gaat hem niet om ‘het anders zijn’ te ontkennen maar om het maatschappelijk isolement op te heffen. Pas als de maatschappelijke context een plaats krijgt in de hulpverlening, wordt de psychiatrische patiënt ook als burger serieus genomen. We zien hen dan ook in de eerste plaats als burgers met rechten en verantwoordelijkheden in plaats van zieken met een defect, en noemen hen dan ook ‘bezoekers’ van ons centrum in plaats van patiënten of cliënten. Het deficitmodel moet verlaten worden ten voordele van een model waarin participatie en empowerment centraal staan. Dit is zeer belangrijk omdat ze zich vaak gefixeerd hebben in hun ziektebeeld, of gestigmatiseerd zijn door een langdurig verblijf in de psychiatrie. Vermaatschappelijking is bijgevolg een opdracht voor de samenleving als geheel, en niet enkel voor de individuele persoon met psychische moeilijkheden. Vermaatschappelijking betekent zowel zorg in als zorg door de samenleving. Als niet langer de ommuurde institutie centraal staat, maar ook het maatschappelijk leven van de zorgvrager, dan moet de samenleving daarvoor ook kansen bieden.

Open overlegstructuur en dialoog Psychiatrie is in hoge mate een ‘hightech-wetenschap’ geworden. Binnen het medisch model wordt de betekenisgeving en de beleving van deze mensen genegeerd. Ondanks haar schijnbare neutraliteit is de psychiatrie een subsysteem van de dominante cultuur en een normatief discours dat normaliteit definieert en daarmee in- en uitsluiting bepaalt. Het bio-, psycho- en sociale model als populair integratieconcept, biedt geen alternatief omdat het biomedisch denken de sociale en psychische componenten onderdrukt. De focus op de ziekte ontneemt ons de kans om tot een ontmoeting te komen, verhindert ons de blik te richten op het levensverhaal en verhoogt het risico dat mensen gereduceerd worden tot hun diagnose en getransformeerd worden van mens tot ziekte. De invloed van de omgeving en van maatschappelijke processen wordt hierdoor ook nauwelijks zichtbaar. Tegenover deze desubjectiverende benadering stellen wij de psychodynamische aanpak, die het accent legt op het dynamisch karakter van de menselijke ervaring en op de dialoog. Om dit mogelijk te maken dient een gastvrije omgeving gecreëerd te worden zonder verplichting of dwang. Dit is van groot belang, want onze bezoekers ervaren vanuit hun psychotische moeilijkheden de medemens soms als extreem bedreigend, of horen verwachtingen als bevelen (onder vorm van auditieve hallucinaties) of macht. Om deze mensen tegemoet te komen moeten we dus een autoritaire, repressieve benadering vermijden en dienen we de vastgelopen communicatie met de ander terug in beweging te krijgen via een overlegstructuur waarin we deze kans krijgen. Met andere woorden: een transparante, horizontale organisatie waarin gelijkwaardigheid, participatie en overleg centraal staan. Zo zien wij ook veel bezoekers aanvankelijk wantrouwig en schoorvoetend binnenkomen, om zich langzamerhand te engageren in een atelier of bij de dagelijkse werking. Een gevolg van aanhoudend contact is dat het geïsoleerde, trieste wezen met een diagnostisch etiket

DEGEUS


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

steeds meer een mens wordt met een verhaal. Of zoals in De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry wanneer hij de vos ontmoet; een schitterende passage over verbondenheid en verlangen.

PRAKTISCHE UITWERKING Een netwerk van referenten Om tot ontmoeting te komen werd de hiërarchische gezagspiramide verruild voor een horizontale werking om maximale communicatie te stimuleren. De afzonderlijke positie van psychiater of psycholoog werd vervangen door een complex van ‘referenten’ of persoonlijke begeleiders, die vanuit een geduldig opgebouwde vertrouwensrelatie overdracht mogelijk maken. Dat is een noodzakelijke voorwaarde om een betekenisvol parcours te kunnen afleggen. Niemand in ons ontmoetingshuis hoort zich in een uitzonderlijke positie te plaatsen met wie de bezoeker móet praten. In Villa Voortman vertaalt zich dit naar een gelijkwaardigheid onder de vaste begeleiding, stagiairs, vrijwilligers en bezoekers. Dat een bezoeker overdracht ontwikkelt ten aanzien van iemand is essentieel; of dat nu ten aanzien van de poetsvrouw, psycholoog, student of vrijwilliger is, maakt niet veel uit. Wij zijn allen ‘partners’ in het werk dat onze bezoekers verrichten. Dit principe van gelijkwaardigheid met respect voor het verschil vermijdt interne verdeeldheid of rivaliteit. Schadereductie Villa Voortmans motto luidt: ‘minimale structuur, maximale verantwoordelijkheid’. Er zijn slechts twee essentiële regels, spontaan ontwikkeld door de bezoekers zelf: niet geïntoxiceerd aanwezig zijn en geen geweld. Wat mensen buiten de Villa doen is ‘hun zaak’. Dit toont aan dat de klemtoon niet ligt op abstinentie (drugvrij zijn), maar eerder op schadereductie. Ten eerste is het zo dat niet elke bezoeker gemotiveerd is om drugvrij door het leven te gaan, bovendien kunnen de omstandigheden het bijzonder moeilijk maken om dat te bereiken. Dan moet eerst op andere zaken gefocust worden vooraleer hij of zij kan beslissen het gebruik af te bouwen. Ten tweede is een pure focus op abstinentie, zonder stil

DEGEUS

te staan bij de functie van het gebruik, kortzichtig. Ten slotte betekent de beperking van het gebruik door de omkadering van tijd en ruimte voor velen al een grote stap. Ze kunnen hun dag doorbrengen op een warme plek tussen andere mensen en ze kunnen al dan niet deelnemen aan een activiteit, in plaats van zich terug te trekken en de hele dag door te gebruiken. Een geïntegreerde benadering verschilt juist van de traditionele verslavingsbehandeling, omdat abstinentie als een langetermijndoelstelling wordt gezien. Mensen met psychotische stoornissen hervallen immers vaker en zijn moeilijker te engageren voor een behandeling. Meestal zijn het in eerste instantie de bezoekers zelf die, uit een loyaliteit aan het huis en de veiligheid die ze er verkrijgen, elkaar aanspreken als er een regel overtreden wordt. Binnen onze visie is iedereen verantwoordelijk voor het functioneren van ons huis, waardoor we een ‘wij-versus-zij-gevoel’ vermijden. Wanneer iemand een regel overtreedt, wordt altijd de dialoog aangegaan. De zeldzame zware overtreding die de veiligheid van de werking en van de bezoekers van het dagcentrum in gevaar brengt, wordt gevolgd door een time-out of tijdelijk ontslag van enkele weken. Dit is het geval wanneer de krijtlijnen overschreden worden: dealen, gebruik in het huis en geweld. Zo’n maatregel is nooit definitief: er wordt met de bezoeker afgesproken dat hij na de time-out terug welkom is. Intussen wordt geregeld telefonisch contact gehouden en samengewerkt met andere partners uit ons netwerk.

BESLUIT Vermaatschappelijking omvat twee complementaire bewegingen, namelijk push en pull. Voor de geestelijke gezondheidszorg betekent dit dat ze mensen met een langdurige psychiatrische problematiek niet alleen beschouwt als psychiatrische patiënten, maar ook als burgers. Dit leidde tot de deïnstitutionalisering of de push uit de reguliere voorzieningen. Onze doelgroep kan echter geen gebruik maken van het

scala aan voorzieningen omwille van hun psychotische moeilijkheden. Zij vallen tussen wal en schip. De onmenselijkheid van het gesticht dreigt vervangen te worden door verwaarlozing in de open samenleving. Een ‘empowerende’ samenleving dient dan ook pull of trekkracht te ontwikkelen voor deze mensen. Sociale uitsluiting is de (on)gewilde verwijdering uit de samenleving. Het is aan de samenleving om de terugweg mogelijk te maken. Afzien van zorgverstrekking door zich te beroepen op de keuzevrijheid of de meritocratie is een handig argument voor de ‘vermarkting’ van de zorg, volgens de neoliberale logica van het eigenbelang. De inhoud van de zorg wordt door het vrije marktdenken steeds verder uitgehold en dekt onverschilligheid toe. Een medemens in nood aan zijn lot overlaten is vanuit juridisch standpunt ‘schuldig verzuim’ en vanuit humaan standpunt een grove onrechtvaardigheid. Voor ons betekent vermaatschappelijking niet meer en niet minder dan een kans bieden op leven in onze samenleving voor zij die ‘anders’ zijn. Met de uitbouw van ons ontmoetingscentrum Villa Voortman proberen we het lot van deze mensen te veranderen, de nood te lenigen en te streven naar een goede, veilige samenleving voor iedereen die niet gebaseerd is op macht, onderdrukking en uitsluiting maar op inclusie, samenwerking en verantwoordelijkheid. ‘Zorg op maat’ impliceert dat de geboden zorg zo veel mogelijk aansluit bij de particuliere behoeften en noden. Dit betekent dat zorg niet aanbodgericht en instellingsafhankelijk is, maar vraaggericht. De zorg dient de mens te volgen, en niet andersom. Vraaggerichte zorg impliceert een gezamenlijke inspanning van beide kanten, waardoor we kunnen stellen dat het finaal niet de vraag, maar de dialoog is die de zorg moet sturen. Dialoog die uiteindelijk leidt tot de terugkeer van de eigen stem, het terugwinnen van de eigen geschiedenis en het herstel van de eigen, unieke identiteit. Dirk Bryssinck

november 2015  >  29


ACHTER DE LINIE

De vloedgolf van de ‘Grooten Oorlog’ volgens Blaise Cendrars In het oorlogsherdenkingsjaar 2014 lanceerde De Geus de rubriek Achter de linie. We zullen WOI blijven herdenken door die rubriek in onze novemberedities terug van stal te halen. Deze keer vestigt Brusselaar Etienne Bastiaenen de aandacht op het bijzondere werk van de rebelse schrijver-soldaat Blaise Cendrars. Zijn boeken omschrijven de rauwe werkelijkheid en staan haaks op de traditionele oorlogsliteratuur waarin roem en eer welig tieren. Zijn kijk op de oorlog sluit nauw aan bij zijn Schopenhaueriaanse levensvisie. In J’ai tué analyseert hij het oorlogsgebeuren en komt tot een vaststelling die een schokgolf teweeg bracht onder de goegemeente. Blaise Cendrars verloor zijn rechterarm tijdens het Champagneoffensief op 28 september 1915 © Robert Doisneau

Blaise Cendrars (1887-1961) was in de eerste plaats een avontuurlijke globetrotter, voor wie geen werelddeel te ver was. Kenners omschrijven deze Zwitsers-Franse schrijver als een vernieuwer van de hedendaagse poëzie en plaatsen zijn Pâques à New York en La Prose du Transsibérien naast Zone van Apollinaire. Zijn roman, L’Or, behaalde wereldwijd grote successen. Vandaag komt zijn werk terug op de voorgrond. In 2013 publiceerde Gallimard – in zijn prestigieuze collectie La Pléiade – de eerste twee delen van zijn volledig opus: Oeuvres autobiographiques I et II. Twee volgende delen zullen gewijd zijn aan poëzie en romans.

Cendrars nam afstand van de oorlogsverhalen waar de loftrompetten iets te luid weerklonken De honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog was de aanleiding voor de heruitgave van zijn belangrijkste teksten: J’ai tué, een poëtisch maar zeer gewelddadig stuk proza, en de verhalenbundel La Main coupée et autres récits de guerre (uitgeverij Denoël): een indrukwekkende reeks portretten van soldaten in de loopgraven. Cendrars werd geboren in 1887 in La-Chaux-de-Fonds (Zwitserland). In 1915 werd hij als vrijwilliger opgenomen in het Vreemdelingenlegioen en een jaar later verkreeg hij de Franse nationaliteit. Op 29 juli 1914 ondertekende hij samen met Ricciotto Canudo een Appel aux étrangers amis de la France, om zich – uit dankbaarheid voor zijn adoptieland



DEGEUS


ACHTER DE LINIE

Frankrijk – als strijdkracht aan te melden. Hij raakte ernstig gewond tijdens het Champagne-offensief op 28 september 1915 en verloor hierbij zijn rechterarm. Als scherpzinnig eersterangsgetuige van de ‘Grooten Oorlog’ houdt deze navolger van Schopenhauer ons in zijn literair werk een gitzwart wereldbeeld voor de ogen. La Main coupée, een hoogtepunt in de oorlogsliteratuur, was van een totaal ander allooi dan de dweperige verhalen vol heldenmoed. Cendrars nam afstand van de oorlogsverhalen waar de loftrompetten iets te luid weerklonken. Het boek werd in die tijd dan ook algauw als verdacht beschouwd. De boeken van Maurice Genevoix (Sous Verdun, 1916), Roland Dorgelès (Les Croix de bois, 1919) en Henri Barbusse (Le Feu, 1916), roepen evenwel traumatische herinneringen aan de oorlogsgruwel op, maar zijn vooral een eerbetoon aan de samenhorigheid en de heldenmoed van de troepen.

Toppunt van absurditeit: aan beide kanten van het front wordt dezelfde God aangeroepen. Wijwater als stuwbrandstof naar het buskruit? MODDERKUILEN EN RATTEN ... La Main coupée vertoont meer verwantschap met Voyage au bout de la nuit (1932) van Céline en A farewell to the arms (1929) van Hemingway, die de afstomping van de verdrukten beschrijven. Toch zijn de bloederige scènes van Cendrars nog verschroeiender en staan ze nog dichter bij de vuurlinie: in diepe kuilen, de modder, het walgelijk vuile water, tussen de ratten, de ontploffende obussen en het geratel van mitrailletten worden lichamen stukgeschoten, ontploffen ze in de lucht, de overlevenden trappen in hun uitwerpselen en vormen een eindeloze rij slachtvee in de gangen van de dood ... want ‘de dood speelt de hoofdrol in dit boek’, en al deze mannen, die ondanks alles nog van het leven hielden, zullen ‘aan flarden geschoten, verpulverd, tot stof herleid, vergeten worden en dat allemaal voor niets ...’ Cendrars’ illusies spatten uiteen als zeepbellen. Het losbarsten van de chaos en de incompetentie van de legeroversten openen zijn ogen voor de zinloosheid van idealen en de huichelarij van de oorlogsslogans. Hij maakt een analyse van deze verschrikking en komt tot het besef dat er andere motieven voor deze oorlog meespelen, zoals de wens om meer en meer grondgebied toe te eigenen. De verkopers van kanonnen leveren het nodige materiaal. De geldschieters zijn opgetogen. De ondernemers zullen het puin ruimen en de ingenieurs zullen alles heropbouwen met de nieuwe technologieën, die ze gedurende de oorlog verfijnd hebben. De proletariërs worden uit hun huizen gesleept, terwijl men hen wijsmaakt dat barbaren hun Vaderland, hun familie en hun luttele bezittingen bedreigen. Toppunt van absurditeit: aan beide kanten van het front wordt dezelfde God aangeroepen door priesters in uniform, bisschoppen, kerkvorsten, dominees en rabbijnen. Wijwater

DEGEUS

als stuwbrandstof naar het buskruit? ‘Hoe is het mogelijk dat de volkeren nog zo goedgelovig dergelijke leugens konden slikken?’ Onder deze dwingende begeleiding wordt het voetvolk ‘geofferd op het wrede en vraatzuchtige altaar van hun geliefde vaderland, weggegooid als vuil, met loopgraven die telkens weer werden gevuld met vers slachtafval. Wat een schandelijke verspilling!’ Een zielige hoop nutteloos gekeelde kuddedieren, alleen om de zakken van anderen te vullen. Het oprukkende leger is een exacte weergave van de heersende sociale structuur. Ver weg, gehuld in een comfortabele sfumato, verplaatsen de politici en de internationaal eensgezinde wapenfabrikanten hun pionnen. Beslissers en hoge officieren blijven op de achtergrond, veilig op afstand van de vuurlinies. Op de voorgrond ziet Cendrars armen en kanslozen die vermoord worden. De bevolking uit de voorsteden ruilden massaal hun werk aan de band in voor een dodelijke karwei. ‘Er ontbrak alleen nog het geluid van de sirene bij de ingang van de loopgraven om die arme drommels te herinneren aan het labeur in de fabrieken.’ Sinds zijn ervaringen aan de Marne en de Somme, voelt de schrijver zich één met de verschoppelingen die hun noodlot tegemoet stappen.

FOUTE STRATEGIEËN Cendrars merkt eveneens op dat de orders van hogerhand op niets uitdraaien. De reglementen vormen een kafkaiaans labyrint en kunnen niet inspelen op onverwachte wendingen. De leiding van de strijd? In films lijken zwarte borden, prikvlaggetjes op landkaarten en geniale ideeën van militaire kopstukken doorgaans wondermiddelen. Maar in de gore werkelijkheid van de oorlog zijn ze waardeloos. ‘Op een hoger niveau misschien, waar alles zich beperkt tot lijnen en cijfers, tot algemene richtlijnen, tot dubbelzinnige bevelen, die tot waanzinnige interpretaties kunnen leiden, kan men de illusie creëren dat er iets als krijgskunst bestaat. Maar de echte oorlog is gewoon een kansspel.’ Cendrars toont ons de absurditeit van de beslissingen van de Duitse staf, wanneer de Kozakken Oost-Pruisen binnenvielen en alle vooruitzichten van Von Moltke op het terrein waardeloos bleken te zijn. Maar het hele oorlogsgebeuren heeft bewezen dat de meeste strategieën mislukten en dat geen enkel conflict onder controle kon gehouden worden. Cendrars stelt vast ‘dat geen enkele militaire scholing de chaos kan verhinderen, dat de Duitsers de loopgravenoorlog niet hebben kunnen ontwijken en de Fransen hem niet hebben kunnen voorzien, dat geen van beiden er zich uit heeft weten te redden’. De theorie heeft geen vat op de realiteit ...

Beslissers en hoge officieren blijven veilig op afstand van de vuurlinies. Op de voorgrond ziet Cendrars armen en kanslozen die vermoord worden Het ergste moet nog komen. Niet alleen strategieën, maar ook logische motieven (zoals de Anschluss) blijken valstrik-

november 2015  >  31


ACHTER DE LINIE

OORLOG, EEN ONONTKOOMBAAR NOODLOT

La main Coupé is een indrukwekkende reeks portretten van soldaten in loopgraven. © bronvermelding

ken te zijn. De aanvallers verkeren in de waan dat ze veroveraars zijn. De patriotten beweren zich te verdedigen tegen de invasie van de barbaren. De historici ontdekken twistappels – zeer aanvaardbare redenen voor de slachtingen. Heel wat grote denkers vinden dat geschiedenis begrijpelijk is. Dit vertrouwen wijst op een naïeve opvatting van de mens en de wereld. Oorlogsimpulsen zijn onbewust, ongrijpbaar, niet onderhevig aan verklaringen of beslissingen. Zelfs de meest hoogstaande cultuur heeft vlagen van agressiviteit niet kunnen intomen of vernielzucht kunnen verhinderen, waardoor de beschaving met de grond gelijkgemaakt werd.

Heel wat grote denkers vinden dat geschiedenis begrijpelijk is. Dit vertrouwen wijst op een naïeve opvatting van de mens en de wereld ‘Vernieling en ruïnes. Alleen dat blijft over van de beschaving. Geen enkele biedt weerstand aan de oorlog. Het is eigen aan de menselijke natuur. De mens is de oorzaak van zijn eigen uitroeiing.’ De oorlog van Troje zal plaatsvinden ... Hector en Ulysses begrijpen dat hun goede wil tot niets dient en bereiden zich voor op het wapengekletter. Op een kruispunt komt Franz-Ferdinand toevallig oog in oog te staan met zijn moordenaar. Maar de storm stond al op losbreken. De schoten van 28 juni 1914 waren slechts een vonk ... ‘Het is de jeugd van de wereld die de hand van Princep gewapend heeft. De hele aardbol eiste koortsachtig en woedend dat Princep zou schieten: de landen wachtten op het geluid van de aanslag om elkaar te lijf te gaan.’ De jeugd van de wereld ... Je moet maar durven. Het Oostenrijks-Hongaarse rijk beefde als een overjaarse grijsaard. Binnen en buiten de grenzen rijpten kankergezwellen en zweren. De vulkaan moest losbarsten om het verleden te verbranden en andere gebieden te bevruchten. Waar de innerlijke samenhang het begeeft – door slijtage, ouderdom, bureaucratie – kan niets nog weerstand bieden aan de lavastroom, aan de uitwerking van Thanatos!

32  >  november 2015

Cendrars vergelijkt de oorlog met een vloedgolf die voortkomt uit een onderliggend geweld van de natuur, een van de destabiliserende krachten van de ‘levenswil’, zoals Schopenhauer het beschreef. Een vloedgolf die wankelende beschavingen doet instorten en de sluizen opent voor nieuwe configuraties. Door deze verwoestende kracht worden mensen als stropoppen neer gemaaid. Sommige oorlogsspecialisten hechten veel geloof aan deze beweringen. Roger Caillois (cf. L’Homme et le Sacré, 1939) schrijft aan de conflicten een sacrale functie toe, verwant met een rituele orgie. Gaston Bouthoul (Les Guerres. Éléments de polémologie, 1951) verklaart dan weer dat volkeren hun agressiviteit voeden met ingebeelde motieven. Zo is de oorlog geen middel, maar een doel dat aan de vrije wil ontsnapt. Een golf die bepaalde gemeenschappen de hoogte instuwt, terwijl hun rivalen verpletterd worden. Een onbedwingbare schoonmaak van de natuur die zich als een slang ontdoet van zijn huid. De jeugd? Eerder een gigantisme dat alle bestanddelen ontbindt om zich, via lawines et revoluties, uit te storten in nieuwe weefsels en draaischijven. ‘En de nouvelles structures dissipatives’, zou Prigogine zeggen.

‘De mens is de oorzaak van zijn eigen uitroeiing’ Wat kan een drenkeling beginnen? Razernij woedt bij het redden van zijn eigen vel. In de hel van de loopgraven onthoofdt Cendrars een mof. ‘Ik was eerst. Ik heb toegeslagen. Ik, een dichter, ben me bewust van de rauwe werkelijkheid. Ik heb gedood. Zoals iemand die wil leven.’ Overlevingsdaad bij uitstek! Primitief geweld dat zich op geen enkele alibi beroept, op geen enkel gedachtegoed.

De oorlog is geen middel, maar een doel dat aan de vrije wil ontsnapt Toen J’ai tué verscheen, ging een langdurige schokgolf door de weldenkende gemeenschap. Aragon had het over ‘de kerel van J’ai tué ...’ Cendrars legde de veroordeling van het militarisme door de surrealisten echter naast zich neer, bemoeide zich allerminst met de polemieken van de intelligentsia (nationalisme tegen internationalisme), voelde zich niet betrokken bij het pacifisme van Romain Rolland en van de proletarisch gezinde schrijvers, die zich rond Barbusse schaarden. Blaise Cendrars haalde geen voordeel of misplaatste roem uit zijn verminking en werd zelfs geen lid van de Association des Écrivains Combattants. Hij had teveel gezien. Etienne Bastiaenen

(Dit artikel verscheen eerder in Le Monde met als titel ‘La déferlante de la Grande Guerre’. Vertaling: Monika Macken)

DEGEUS


POËSTILLE

Uniek welbehagen MAX DE MAALDER GEDENKT DE LABRISTEN Het is niet te verwachten dat de bundel Reflections in Z van Max De Maalder veel zal gelezen worden. De ‘0 Edition’ verscheen in 2015 en is ‘not for sale’; het is ook niet de bedoeling van de auteur veel moeite te doen om zijn werk te verspreiden. Die auteur is een groot jazzliefhebber en hij koos, zo zegt het colofon, de titel Reflections in Z doordat hij ‘geïntrigeerd was door de titel van Duke Ellington’s kompozisie Reflections in D’. Z is geen muzikale term, ‘maar laat de interpretasie over aan de leergierige lezer’. Ik zal de bundel blijven lezen, niet als compensatie voor het geringe debiet, maar omdat hij me boeit, en ook met een zekere nostalgie. De bundel is namelijk een in memoriam voor Hugo Neefs (1937-2014). Neefs was een van de redacteurs van Labris (1962-1973), het ‘Literaris tijdschrift der 60ers’, waarvan ook De Maalder, zij het onder de naam Max Kazan, redacteur en een van de stimulerende krachten is geweest. Max Kazan is dan weer een pseudoniem van Jef Bierkens. Onder meer Frans Denissen, Mark Insingel en Leonard Nolens, toen nog Leon, hebben eraan meegewerkt. De thans veel geprezen en goed gesubsidieerde dichter Nolens wordt door De Maalder in beeld en woord, in teksten en cartoons, in de afdeling met de niets aan duidelijkheid te wensen overlatende titel Zever zonder zwaartekracht, aardig op de hak genomen. Dit houdt geen oordeel in over Nolens’ poëzie, waarmee Bierkens/ Kazan/De Maalder overigens, naar ik aanneem, weinig affiniteiten heeft. Dat heeft hij al helemaal niet met het even sentimentele als populaire gedicht Jonge sla van Rutger Kopland.

DEGEUS

Kopland kon alles verdragen, ‘het verdorren van bomen, / stervende bloemen’ enzovoorts, ‘Maar jonge sla in september, / net geplant, slap nog, / in vochtige bedjes, nee.’ De Maalder heeft er een parodie op gemaakt – gesigneerd Rutger plopsaland – waarvan hier de eerste strofe:

Jij jonge salade ik ouwe prei laat mijn protserige prostaat zonder spalk als een slempende sloerie sputteren in jouw gortige komkommerrijke krop Onverwacht heeft De Maalder ook een reeks haiku gedicht, versjes die hij ironisch hai-kalfjes heeft genoemd. Op Adriaan de Roover, toen die negentig werd, (in 2013) en op zijn vriend Neefs bij diverse gelegenheden. De ‘blijmoedige Balense broeder’ die in het hier opgenomen naamloze kadergedicht wordt toegewuifd, is De Maalder zelf; de ‘woord bevlogen overleden Vlaamse vrienden’ die worden herdacht zijn de Labristen Leon van Essche, Ivo Vroom, Marcel van Maele, Mon Devoghelaere, Pierre Anthonissen en Hugo Neefs.

VREDE OP AARDE ZOALS OP PLUTO MIJN WOORDBEVLOGEN OVERLEDEN VLAAMSE VRIENDEN LEON-IVO-MARCEL-MON-PIERRE-HUGO ZWEVEND ROND HEMEL HEL VAGEVUUR VOL KNURFTIGE KRIJGERS ZONDER MALIENKOLDER VISSEND IN MASSAGRAVEN NAAR VAGINA- EN BORSTELOZE MAAGDEN GELUKKIG ALLE GELOOF IN GODDELIKE GENERAAL-MAJOORS VERLOREN DRONEREND BOVEN MOTENNAAIENDE MOSKEEEN KERKEN SINAGOGEN AFBLADDERENDE BEDEVAARTSOORDEN ZONDER BETALINGSBALANS MET UNIEK WELBEHAGEN ZONDER WEGENBELASTING WUIVEND NAAR HUN BLIJMOEDIGE BALENSE BROEDER ALLE KAPEL- EN BLIKSEMSCHACHTEN WEGSCHATEREND ALS EEN SCHARENSLIEP ZONDER SCHELDNAAM Labris was, dat heeft ook Nolens getuigd, ‘zowat het meest experimentele tijdschrift van na de tweede wereldoorlog’ en de Labristen waren, zoals men voor de tijd van de politieke correctie pleegde te zeggen, een ras apart. Met een eigen, zei het individueel gediversifieerde poëtica en een eigen progressieve spelling die de overlevenden, Max Kazan en Wilfried Wynants, aanhouden tot vandaag de dag. Ze waren wars van ‘kapelschachten’, al vormden ze zelf een kapel – het feit dat De Maalder zo’n hommage aan woordvoerder Neefs binnenskamers houdt, alleen vrienden ter beschikking stelt, is daarvan een laat symptoom. De Labristen hadden niet alle geloof verloren: ze hadden een kritisch geloof in de toekomst van de poëzie en een bijna apostolair geloof in de kracht van jazz. De combinatie van jazz en poëzie was voor hen een ‘uniek welbehagen’. Helaas, een uitstervend ras. Renaat Ramon

november 2015  >  33


BAANBREKER

Dit humanisme is een mens-racisme PLEIT VOOR EEN POST-HUMAAN EXISTENTIALISME De waardigheid van de mens komt niet zozeer voort uit zijn mens-zijn, maar uit zijn persoon-zijn. Hier op aarde is de Homo sapiens de enige persoonssoort. Dat gegeven leidt de mens ertoe te geloven dat hij uniek is. Maar het is nog niet zolang geleden dat de mens niet de enige persoonssoort was, maar naast de Neanderthaler leefde. Nieuwe biologische inzichten laten zien dat we veel soorten kunnen beschouwen als proto-persoonssoorten. En nieuwe technologieën kunnen volgens transhumanisten er voor zorgen dat we binnenkort andere, artificiële en verbeterde persoonssoorten zullen kennen. Dat alles zet filosoof Pieter Bonte van de UGent ertoe aan ons ‘speciëcistisch’ humanisme te herzien. DE MENS LIJKT EENZAAM EN IJDEL, MAAR HOE LANG NOG? Naast wij mensen is er niemand. Anders dan bij de plant- en diersoorten is onder de ‘persoonssoorten’ de biodiversiteit nihil. Wij hebben nooit anders gekend, en dus voelt deze volstrekte vereenzaming normaal aan. Ze is echter bizar. Erger nog, precies door deze eenzaamheid is de mens zich ‘uniek’ beginnen voelen. Humanisten gingen zelfs zover om hun eigen soort een verheven ‘menselijke waardigheid’ toe te kennen. Slim bekeken, niemand die hen zou tegenspreken. Al zeker niet toen zij het geloof in goden en andere ingebeelde personen achter zich lieten. Het godsdenken kan nochtans een cruciale openheid van geest bevatten. Filosoof-bisschop Berkeley verwoordde het scherp in zijn Alciphron traktaat uit 1732 tegen die kortzichtige ‘vrijdenkers’: ‘We are led not only by revelation but by common sense observing and inferring from the analogy of visible things to conclude there are innumerable orders of intelligent beings more happy and more perfect than man whose life is but a span and whose place this earthly globe is but a point in respect of the whole system

34  >  november 2015

God’s creation. We are dazzled indeed with the glory and grandeur of things here below because we know no better.’

Hoe waarschijnlijk is het dat wij, omhooggevallen Homo sapiens, in het licht van het totale universum (of multiversum) de enige en hoogste persoonssoort zijn? Hoe waarschijnlijk is het dat wij, omhooggevallen Homo sapiens, in het licht van het totale universum (of multiversum) de enige en hoogste persoonssoort zijn? In zijn schotschriftje Micromégas deed Voltaire Berkeley’s oefening nog eens seculier over. Hij liet twee reusachtige buitenaardse wezens, Saturn en Sirius, tegen ons onbeduidend planeetje aanbotsen. Zij plukken op aarde een schuitje op met daarin een aantal menselijke filosoofjes, ‘des animalcules philosophes.’ Die beginnen driftig te piepen dat niets in het hele universum waardevoller is dan de mens. Het verhaal eindigt in oorverdovend buldergelach van de twee buitenaardse reuzen bij het aan-

horen hoe ‘les infiniment petits eussent un orgueil presque infiniment grand.’

ZIE DE MENS: NIETS BIJZONDERS Als we er met Berkeley en Voltaire bij stilstaan hoeveel andere (en betere) persoonsvormen er wel niet kunnen bestaan naast de Homo sapiens, wordt het behoorlijk vreemd om ons fundamentele waardenpatroon nog ‘humanisme’ te noemen, en om te volharden in de ijdelheid dat de ‘menselijke waardigheid’ ons boven alle andere denkbare wezens verheft. Ik stel voor om dat humanisme achter ons te laten. Er als mens een subjectieve ‘eigen soort eerst’ kijk op nahouden is heel begrijpelijk, maar dat maakt de mens nog niet ‘uniek.’ En hoewel de mens inderdaad een bijzondere waardigheid bezit ten opzichte van veel andere organismen, heeft dat niets met haar mens-zijn te maken, maar alles met haar persoon-zijn. Ik zie vier fundamentele redenen om onze ‘speciesistisch’ (racisme maar dan één trapje hoger, niet op ras- maar op soort-niveau) humanisme door een posthumane ethiek te vervangen. De eerste grond om onze ethiek te ‘dehumaniseren’ begint stilaan ge-

DEGEUS


BAANBREKER

meengoed te worden. Voortschrijdend biologisch inzicht leert ons dat er wel degelijk allerlei (proto-)persoonssoorten rondom ons bestaan. Olifanten, dolfijnen, de hogere primaten: elk persoonskenmerk waarmee de ijdele mens zich uniek probeert te verklaren, kunnen we in kiem terugvinden bij ons omringende diersoorten.

De vraag die we naar de hemel moeten richten is niet ‘is daar iemand?’ maar wel ‘waar is iedereen?’ Daarnaast leert voortschrijdend paleoantropologisch inzicht ons dat we lange tijd niet alleen waren als manifeste persoonssoort. Tot 29.000 jaar geleden (niet zo gek lang geleden) leefden onze voorouders in Gibraltar nog in de nabijheid van Neanderthalers. Bovendien moeten we meer doen dan enkel onze overleden zustersoorten gedenken. In het licht van de evolutionaire probabiliteit moeten we ons niet alleen in een samenleving met Neanderthalers en consoorten inbeelden, maar ook in een samenleving met al die andere hoogontwikkelde persoonssoorten die net zo goed hadden kunnen ontspruiten aan deze aardkloot. Probabilistisch bekeken, is het veel normaler om onszelf aan te treffen als een geciviliseerde middenmoter, of zelfs als een hopeloos achterophinkend Homo-soortje, temidden van andere persoonssoorten die ons menselijke gekunstel op wetenschappelijk, politiek, economisch, artistiek, militair en enig ander vlak verregaand overstijgen. Het is cruciaal om voor de geest te houden dat zo’n werelden vele malen waarschijnlijker zijn dan deze bizarre diversiteitsloze wereld waarin we nu dagelijks opstaan en samen de grootste Jan uithangen.

Fermi-paradox. In het kader van deze korte tekst moet ik voor details naar de grote Google doorverwijzen, maar samengebald stellen deze het volgende: het is zodanig waarschijnlijk dat er al talloze geavanceerde beschavingen zijn ontstaan, dat het eigenlijk verbazend is dat wij hier op ons kruimeltje aarde nog niet in het kosmische telecomverkeer zijn opgenomen. De vraag die we naar de hemel moeten richten is dan niet ‘is daar iemand?’ maar wel ‘waar is iedereen?’ De laatste narcistische krenking die ik hier over de humanist wil uitroepen komt uit haar eigen mouw gekropen. Met ons voortschrijdend (bio-)technologisch vernuft beginnen we stilaan de eerste anders-dan-menselijke personen te scheppen. Enerzijds is er de uitbouw van artificiële intelligentieen bewustzijnsvormen. Er zijn aardig wat computerwetenschappers die veronderstellen dat eens de dag komt dat we ‘de laatste uitvinding maken die we ooit nog hoeven te maken’: een zelf-verbeterend systeem van artificiële intelligentie dat na haar eigen uitvinding al het verdere uitvindings-

werk voor haar rekening zal nemen. Ongeacht hoe vroeg of laat dat moment – ‘de singulariteit’ – plaatsgrijpt, in deze optiek dienen we ons leven nu al te begrijpen als een kroniek van een aangekondigde overbodigheid.

Er zijn aardig wat computerwetenschappers die veronderstellen dat eens de dag komt dat we ‘de laatste uitvinding maken die we ooit nog hoeven te maken’: een zelf-verbeterend systeem van artificiële intelligentie Anderzijds kennen we de groeiende waaier aan ‘transhumane’ technieken: biotechnologische ingrepen waarmee we onze gegeven homo sapiens-lichamen ingrijpend kunnen manipuleren en herboetseren. Dankzij allerlei doperingstechnieken kan een waaier aan fysieke en mentale vermogens intenser, langduriger of accurater worden gemaakt. Via de pil kan de

Met ons voortschrijdend (bio-)technologisch vernuft beginnen we stilaan de eerste anders-dan-menselijke personen te scheppen. © youtube

Ten derde lijkt het slechts alsof we alleen zijn als beschaafde soort. De enormiteit van het ongekende universum is verbijsterend, en daarbovenop bestaan er misschien meerdere universa. Een aanzienlijk aantal ruimtewetenschappers ziet wel iets in de intuïtieve Drake-vergelijking en de

DEGEUS

november 2015  >  35


BAANBREKER

vrouwelijke vruchtbaarheid omgekeerd worden: wie de pil neemt maakt zichzelf standaard on-vruchtbaar, en vruchtbaarheid wordt een ‘opt-in’ toestand. Je kan in verregaande mate van fysiek geslacht veranderen, of het in een hermafroditisch midden houden. Aan de eeuwenoude culturen van piercing, tattoos, scarificatie en ontharing; de inbinding van voeten en schedels; de oprekking van (schaam-) lippen, lellen en halzen; worden vandaag door allerlei prothesen en farmacologische ingrepen in de natuur onmogelijk voorkomende lichamen geschapen. Er lijkt ook een begin gemaakt te worden met doortastende technieken van genetische selectie en manipulatie. © Norbert Van Yperzeele

We dienen ons leven nu al te begrijpen als een kroniek van een aangekondigde overbodigheid VAN LOT LOS: WE ZIJN GRONDELOOS VRIJ, GENADELOOS VERANTWOORDELIJK Kortom, de mens kan steeds dieper in zichzelf kerven, en verwerft daarmee steeds meer ‘vrijheid in het vlees.’ We kunnen onszelf steeds minder begrijpen als een wezen met een voorgeprogrammeerde en vaststaande identiteit, die ons zegt wie we zijn en wat we met onszelf hebben aan te vangen. In die zin is het posthumanisme een existentialisme: een erkenning van de bijhorende ‘grondeloze vrijheid en genadeloze verantwoordelijkheid’ van diepgaand zelfscheppende personen. ‘Mens-zijn’ brokkelt verregaand af als een richtinggevend idee, net zoals verwante ideeën waaraan mensen houvast en sturing proberen te onttrekken, zoals ‘natuurlijkheid,’ ‘jezelf zijn’ en ‘je talenten ontplooien.’ Het zijn allen manieren waarop mensen een (crypto-)creationistisch levensgevoel proberen in stand te houden: ze beloven allen de illusie dat we op een of andere manier zinvol geschapen zijn, en dat het zinnige leven erin bestaat om te leven naar je ‘aard.’ Dit hardnekkige (crypto-)creationistische

36  >  november 2015

denken gaat dan ook hand in hand met een haat tegen ontaarding. Vandaag zien we dan ook hoe entartete lijfskunstenaars zoals esthetische chirurgie-gebruikers of doperende atleten, die zich niet neerleggen bij hun natuurlijke lot, worden opgevoerd als ‘nepmensen’ en als ‘dopingzondaars’: existentiële dwaallichten die hun voorgeprogrammeerde identiteit loochenen en iedereens (eugenetische) blik vertroebelen op wat nu hun aangeboren, erfelijke kwaliteiten zijn en welke plaats ze zouden innemen in de ‘natuurlijk hiërarchie’ onder mensen.

We kunnen onszelf steeds minder begrijpen als een wezen met een voorgeprogrammeerde en vaststaande identiteit, die ons zegt wie we zijn en wat we met onszelf hebben aan te vangen. In die zin is het posthumanisme een existentialisme Sommige humanisten zoals Francis Fukuyama roepen vandaag op om van ‘mens blijven’ een dwingende imperatief te maken. Maar getuigt dit niet

van diepgaande eigenwaan en xenofobie? Het dreigt zelfs totalitaire trekken te vertonen.

Sommige humanisten vrezen het ontstaan van reële diversiteit onder persoonssoorten, waarbij de ongewijzigde Homo sapiens niet langer de grootste Jan zou zijn Zo willen George Annas en co ‘de bedreigde menssoort beschermen’ door de genetische ontaarding en alteratie van de mens principieel te verbieden als een ‘misdaad tegen de mensheid.’ Zij vrezen het ontstaan van reële diversiteit onder persoonssoorten, waarbij de ongewijzigde Homo sapiens niet langer de grootste Jan zou zijn. Deze humanisten zijn echter ziende blind voor de bittere ironie dat ze daarmee zélf een ‘status quo’ staatseugenetica in het leven roepen, die één bestaansvorm als universeel superieur uitroept en waarin een politiemacht al haar burgers in de mensvorm vastgezet houdt. Zo wordt het steeds duidelijk hoe het humanisme dreigt te verworden tot een openlijk mens-racisme. Pieter Bonte

DEGEUS


BOEKENREVUE

Filosofie van de twijfel. Twijfel van de filosofie Tim de Mey, universitair docent Theoretische Filosofie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en gastdocent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent, doet ons twijfelen. In Nederland kon zijn Het voordeel van de twijfel op heel wat mediabelangstelling rekenen. Sinds dit jaar is dit het eindexamenboek voor alle leerlingen filosofie op de Nederlandse middelbare scholen. Volgens Gie van den Berghe bevat het filosofie van de hoogste plank, maar hij laat in zijn bespreking hier en daar toch een kritische noot vallen. Mensen zijn in tal van opzichten en situaties dermate beïnvloedbaar, lichtgelovig, bijgelovig, egocentrisch en zelfrechtvaardigend, dat enige twijfel aan eigen en andermans overtuigingen geen overbodige luxe is.

Omdat niemand de wijsheid in pacht heeft, niemand alles kan weten of kennen, is iedereen in bepaalde opzichten onwetend In Het voordeel van de twijfel doet Tim de Mey (1973), filosofiedocent in Rotterdam en Gent, de menselijke lichtgelovigheid af als ‘zelfbedrog’, niet te wijten ‘aan een gebrek aan rationaliteit’ maar ‘een gebrek aan integriteit’. Best een krasse uitspraak voor een auteur die al op de eerste bladzijde waarschuwt voor mensen die denken iets zeker te weten. Wie dat meent heeft ‘niet lang genoeg doorgevraagd’, ‘de wezenlijke vragen niet gesteld’. Zou kunnen, maar dan moet de auteur zelf toch óók doorvragen en zijn strenge morele oordeel over anderen beargumenteren. Kritisch zijn is tenslotte, zoals de Mey zelf ook al aangeeft, in de eerste plaats zelfkritisch zijn. Omdat niemand de wijsheid in pacht heeft, niemand alles kan weten of kennen, is iedereen in bepaalde opzichten onwetend. Hij of zij aanvaardt noodgedwongen, al dan niet bewust, heel wat ‘feiten’ en ‘waarheden’ die niet aangetoond

DEGEUS

november 2015  >  37


BOEKENREVUE

zijn of niet bewezen kunnen worden. Wie alleen aanvaardt wat afdoend bewezen is, verlamt zichzelf. Leven zonder (minimale) zekerheid lijkt onmogelijk. Wel waar is dat de behoefte aan zekerheden vaak zo groot is en maatschappelijk zo sterk gepromoot wordt, dat nogal wat mensen er dermate vertrouwd en vergroeid mee raken dat het idées reçues worden, conventies die niet meer in vraag gesteld kunnen of mogen worden. Een goede illustratie hiervan is de pedante bewering van de Mey dat er ‘naar verluidt mensen zijn die niet kunnen genieten van het Vioolconcert van Sibelius’.

Wie alleen aanvaardt wat afdoend bewezen is, verlamt zichzelf Scepsis blijft dus geboden, zonder daarom te vervallen in scepticisme, filosofische twijfel in zijn hoogste versnelling, of zoals de Griekse filosoof Gorgias van Leontini het lang geleden uitdrukte: ‘Niets bestaat, mocht er iets bestaan, dan kunnen we het niet kennen, en mochten we het wel kunnen kennen, dan kunnen we het niet mededelen’. Dan komt alles op de helling te staan: kennis, wereldbeeld en communicatie.

SCEPTICISME Flink wat filosofen hebben zich het hoofd gebroken over vragen als ‘Bestaat de buitenwereld?’, ‘Kun je die anders kennen dan door zintuiglijke waarneming en sociaal geboetseerde interpretatie?’, ‘Kun je überhaupt iets weten?’, ‘Kun je ooit toegang hebben tot andermans belevingswereld of bewustzijn?’, ‘Hoe uitsluiten dat je geen brein in een vat bent, alle bestaan alleen maar denkt of droomt?’ Sceptici beenden elk mogelijk antwoord uit en bleven onophoudelijk moeilijke vragen stellen. In Het voordeel van de twijfel zet de Mey de verschillende soorten filosofisch scepticisme duidelijk maar nogal beknopt uiteen. Hij belooft adequate antwoorden, maar voegt daaraan toe dat wie definitieve antwoorden verwacht het boek beter meteen dichtslaat. Hopelijk doen niet al te velen dat, want het is een knap en boeiend werkstuk dat op intelligente wijze tot verder denken aanzet. Het boek wordt vervolledigd door een tachtigtal bladzijden primaire teksten over scepticisme, van René Descartes tot Thomas Kuhn.

Kennis, absolute waarheid bestaat niet. Ligt de lat hoog (nucleaire fysica), dan weet bijna niemand iets Het gros van de lezers zal het boek hoe dan ook moeten uitlezen en zelfs instuderen, want het is voor de komende vier jaar in Nederland het eindexamenboek voor middelbare scholieren die filosofie in het pakket hebben (iets wat auteur en uitgever nalaten te vermelden).

38  >  november 2015

RELATIEVE KENNIS Sceptici stellen te hoge eisen aan kennis, absolute waarheid bestaat niet. Kennis is een relatief en contextgebonden begrip, zoals ‘groot’ en ‘klein’. In contexten waarin mensen lage eisen stellen aan kennis (dagelijkse gesprekken), weten heel veel mensen veel dingen. Ligt de lat hoog (nucleaire fysica), dan weet bijna niemand iets. De wetenschappelijke onderzoeksmethode brengt ons het dichtst bij de waarheid, maar ook die kan nooit alle mogelijke twijfels opheffen. Elke wetenschappelijke verklaring wordt immers mede bepaald door context, theorie en paradigma waarin ze tot stand is gekomen. Er bestaan geen criteria om een rigoureuze scheidslijn ‘te trekken tussen enerzijds ernstige, betrouwbare en wetenschappelijke theorieën, en anderzijds banale, onbetrouwbare en pseudowetenschappelijke theorieën’. De een denkt dat de zon rond de aarde draait, de ander dat het andersom is. Sommigen geloven in een opperwezen, anderen niet. De Mey trekt dan ook van leer tegen wetenschappelijke sceptici die zozeer overtuigd zijn van de betrouwbaarheid van de wetenschappelijke methode dat ze alles wat er tegen indruist afdoen als pseudowetenschap – van homeopathie tot godsgeloof. Volgens de Mey kun je nooit uitsluiten dat ‘de werkelijkheid helemaal anders in elkaar zit dan we doorgaans geloven, zonder dat we dat ooit te weten kunnen komen’. Maar toch besluit hij dat dit ‘praktisch gesproken geen afbreuk hoeft te doen aan het grote vertrouwen dat we doorgaans stellen in dé wetenschap’.

De Mey trekt van leer tegen wetenschappelijke sceptici die zozeer overtuigd zijn van de betrouwbaarheid van de wetenschappelijke methode dat ze alles wat er tegen indruist afdoen als pseudowetenschap – van homeopathie tot godsgeloof Het wordt er niet makkelijker op met het onderscheid dat de Mey maakt tussen echte en papieren twijfel. Echte of levende twijfel kan niet worden opgeroepen maar overkomt ons. Levensechte twijfel is een psychisch frustrerende toestand die ‘tot spanning en besluiteloosheid’ leidt. Alleen die twijfel is nuttig. De kunstmatige, papieren twijfel van sceptische filosofen is dat niet. Het ‘overwegen en eventueel uitsluiten van vergezochte alternatieve hypothesen’ levert zelden of nooit iets op. Maar relevante alternatieve hypothesen overdenken, is ‘juist cruciaal voor het oplossen van theoretische en praktische problemen en het verdiepen van onze kennis’. Scepticisme ‘in de eigenlijke en productieve zin van het woord’ is noodzakelijk, maar alleen binnen ‘redelijke’ perken. Hoe je bepaalt welke alternatieve

DEGEUS


BOEKENREVUE

hypothesen relevant zijn en welke niet; wat eigenlijk en productief scepticisme is, en wat een redelijke beperking, vertelt de Mey er niet bij.

Niets is zo bevorderlijk voor ons zelfkritisch vermogen ‘als de open dialoog met de ander, met zijn of haar overtuigingen en wereldbeeld’. Dát is het voordeel van de twijfel IEDER ZIJN WAARHEID? Om tot zijn voordeel van de twijfel te komen koppelt de Mey het inzicht van Kuhn (wetenschappelijke waarheid hangt af van het paradigma waarin ze tot stand komt) aan het scepticisme van Pierre Bayle (1647-1706) inzake religieuze en andere geloofswaarheden. Ook hier geen onafhankelijke, betrouwbare manier om waarheid en leugen van elkaar te onderscheiden. Het doet er ook niet toe in ‘welke mate het geheel van iemands overtuigingen waar is of niet’, het enige wat telt ‘is dat de betrokken persoon zijn of haar geweten moet kunnen volgen, moet kunnen handelen naar zijn of haar overtuigingen’. Daarom moeten we respecteren en tolereren wat anderen geloven en denken. Dus, besluit de Mey, de eigenlijke en productieve sceptische twijfel noopt tot ‘een minder fanatieke en bescheidener houding tegenover rivaliserende opvattingen’. Niets is zo bevorderlijk voor ons zelfkritisch vermogen ‘als de open dialoog met de ander, met zijn of haar overtuigingen en wereldbeeld’. Dát is het voordeel van de twijfel. Die mooie conclusie sluit niet direct aan bij de Mey’s overzicht van het filosofisch scepticisme en zijn allesbehalve overtuigende poging het adequaat te beantwoorden. Behalve wanneer je onder ‘twijfel’ in de titel en conclusie van het boek ‘echte twijfel’ verstaat, maar dan zou dit begrip en zijn kwaliteiten duidelijker moeten worden omschreven. Niet eenvoudig, want relevantie, redelijkheid en productiviteit zijn contextgebonden, relatieve begrippen. Het is ook zeer de vraag of je je eigen cultuur, geloof en moraal in vraag moet stellen om andermans cultuur, geloof en moraal te (kunnen) tolereren, respecteren en waarderen.

tot ongelovige. Het was niet anders toen de katholieke kerk, het staatscommunisme en het nationaalsocialisme hun terreur uitoefenden. Ideologische genocidairs zijn ervan overtuigd het goede te doen. Absoluut respect en totale tolerantie voor de Ander staat dan gelijk aan zelfdoding. De Mey zet Bayles filosofie ook een beetje naar zijn hand. Hij houdt geen rekening met de context waarin ze tot stand kwam. Bayle, een protestants Frans filosoof, leefde in een tijd en een land waarin tolerantie een schaars goed was, zeker op religieus vlak. Nadat hij zich als jongeling onder invloed van jezuïeten tot het katholicisme had bekeerd maar een maand later naar zijn eerdere geloof terugkeerde, moest Bayle als ‘afvallige ketter’ de benen nemen naar het buitenland. De rest van zijn leven ijverde hij tegen dogmatisme en voor tolerantie. Maar Bayles filosofische twijfel sloot geen zekerheid uit. Getuige zijn diatribe tegen bijgeloof en verafgoding die, schreef hij, meer kwaad hebben aangericht en nog steeds aanrichten dan atheïsme (dat hij verfoeide als ongeloof).

Volgens Bayle en de Mey moet je anderen altijd hun geweten laten volgen, zelfs als je er rotsvast van overtuigd bent dat hun opvattingen onjuist zijn. Maar zo beland je voor je het goed en wel beseft in cultureel en moreel relativisme Het voordeel van de twijfel serveert filosofie van de bovenste plank, maar voor een studieboek is dat waarschijnlijk te hoog gegrepen. De fundamentele twijfel die de Mey welbewust zaait, is te abstract en blijft steriel. Anders dan bij het vorige eindexamenboek – met de vrije wil als thema – ontbreekt hier zo goed als elke maatschappelijke dimensie en actuele toepassing. Te vrezen valt dat deze filosofie om de filosofie de begeerte naar wijsheid niet in de hand zal werken. Gie van den Berghe Tim de Mey, Het voordeel van de twijfel. Rotterdam, Lemniscaat: 2014, 255 p., ISBN 978 9047702269.

RELATIVISME Volgens Bayle en de Mey moet je anderen altijd hun geweten laten volgen, zelfs als je er rotsvast van overtuigd bent dat hun opvattingen onjuist zijn. Maar zo beland je voor je het goed en wel beseft in cultureel en moreel relativisme. Opvattingen die binnen een bepaalde cultuur gelden, zijn ‘waar’ of ‘juist’ in die context en kunnen niet van buitenaf beoordeeld, bekritiseerd of bestreden worden. Maar de opvattingen van bijvoorbeeld Islamitische Staat, een ideologie waarin volgelingen tot ter dood geloven, monden wel uit in vernietiging van al het ‘onzuivere’, van monument

DEGEUS

(Dit artikel verscheen eerder op deReactor.org, platform voor literaire kritiek)

november 2015  >  39


BOEKENREVUE

De lokroep van IS Patrick Loobuyck (red.) Als Patrick Loobuyck iets aan het papier toevertrouwt, mag je ervan uitgaan dat het leesbaar is voor een breed publiek. Hij verzamelde een aantal auteurs van diverse pluimage om op objectieve, kritische en genuanceerde wijze over de Islamitische Staat te schrijven – even helder als Loobuyck zelf. De lokroep van IS is dan ook een zeer toegankelijk en pretentieloos boek geworden. zo intrigerend en fascinerend, terwijl we met drie zelfdoOnder de auteurs bevinden zich de Gentse imam Brahim dingsslachtoffers per dag in België met een veel groter en Laytouss, de islamoloog van Frans-Marokkaanse afkomst prangender drama opgescheept zitten. Rachid Benzine, sociologe en criminologe Marion Van San, directrice van het KA te Antwerpen Karin Heremans, Een tweede interessant punt professor strafrecht Brice De Ruyis hoe een weerbare demover, antropoloog en eerste voorzitter IS en het fenomeen van de cratie zich mag of moet mavan het CGKR Johan Leman en de nifesteren tegenover extreme Syriëstrijder is zo intrigerend woordvoerder van Vrede vzw Ludo opvattingen en organisaties. De Brabander. en fascinerend terwijl we met Een liberale rechtstaat dient zich voornamelijk erg terugInhoudelijk is het boek logisch en drie zelfdodingsslachtoffers houdend op te stellen ten helder opgebouwd. De eerste twee per dag in België met een opzichte van de meningen die delen willen zowel het radicaliserondzwerven in de samenleringsproces begrijpelijker maken veel groter en prangender ving, ook al zijn ze radicaal, als de realiteit van de Syriëstrijders drama opgescheept zitten kwetsend en immoreel. Maar beschrijven. Deel één heeft vooral als sommigen die open saoog voor het microperspectief, de menleving grondig verstoren persoonlijke drijfveren en individoor anderen hun vrijheid duele processen. Deel twee theniet te gunnen en door gematiseert de bredere politieke en weld te gebruiken, dan is het religieuze achtergrond waartegen legitiem om als overheid in te het fenomeen van de Syriëstrijder grijpen. ‘Een open en vrije saen de lokroep van IS zich afspeelt. menleving mag niet zo open Het derde deel bekijkt tot slot op zijn dat ze handelingen toewelke manier wij als samenleving laat die deze openheid en vrijkunnen reageren. heid onmogelijk maken’, vat Veel verrassende nieuwe inzichLoobuyck het gebald samen. ten bevat het boek niet, maar Hij knoopt daar onmiddellijk soms word je toch getrakteerd op het oordeel aan vast dat de een aspect dat tot nog toe aan je Belgische overheden hierin te aandacht was ontsnapt. De bunkort hebben geschoten. Voldel biedt eerder een vrij volledige gens hem heeft men zich te samenvatting. weinig assertief opgesteld ten aanzien van de onwenselijke INLEIDING en perverse invloed van het Saudische wahhabisme op Uit Loobuycks inleiding distilleer onze moslimgemeenschappen ik twee bedenkingen. IS en het en nam men zowel Belkacem fenomeen van de Syriëstrijder is

40  >  november 2015

DEGEUS


BOEKENREVUE

als een straathoekwerker niet ernstig. Vermoedelijk verwijst hij bij die laatste naar Peter Calluy. In die zin vind ik het een gemiste kans dat Calluy geen

bijdrage heeft mogen leveren aan het boek. Zijn ervaring en opgebouwde expertise omtrent het onderwerp lijken me behoorlijk relevant.

DEEL I DE CIJFERS Wat is het typische profiel van Syriëstrijders? Welk geslacht, leeftijd, scholings- en tewerkstellingsgraad hebben zij? Is er sprake van een crimineel verleden? En in welke fasen (en onder invloed van wat) deden zich de meest significante golven vertrekkers voor? Wat zijn hun motieven? Is het idealisme, de islam, het avontuur, een gevoel van zelfwaarde dat ze putten uit het behoren tot IS? Tarik Fraihi gaat deze vragen te lijf. Hij levert een zuiver objectief cijferoverzicht en een interessant historisch relaas van het jihadisme in België van 1990 tot nu. Je krijgt de indruk dat het merendeel van deze vragen geen algemene uitspraken toelaat, terwijl bepaalde opiniërende ‘denkers’ en politici zich makkelijk bezondigen aan boude statements. Zo blijkt slechts vijf procent minderjarig te zijn. Bijna twee derde is tussen de 18 en 29 jaar. Een derde is zelfs ouder dan dertig. Een vijfde zijn vrouwen. Voor de rest bestaat er geen eenduidig herkenbaar profiel.

‘Een open en vrije samenleving mag niet zo open zijn dat ze handelingen toelaat die deze openheid en vrijheid onmogelijk maken’ Loobuyck Dat kan misschien een frustrerende vaststelling zijn, maar het is die eerlijkheid die het boek zo sterk maakt. Een aantal zaken is gewoon nog niet geweten en dat geven alle auteurs dan ook regelmatig aan.

DE ANTROPOLOGISCHE KIJK Johan Leman bemerkt in zijn antropologische kijk twee opmerkelijke elementen: enerzijds is er het internetiso-

lement, waarbij het opvalt dat de jongeren geen contact meer hebben of niet meer in staat zijn om contact met moslimleerkrachten, imams, ouders, et cetera te aanvaarden. Markant is dat jongeren nooit radicaliseerden door deze gezagsfiguren. Anderzijds is er de breuk met de moeder als doorslaggevende aanzet voor het vertrek. Leman ziet duidelijke parallellen met de problematiek van sektevorming, iets wat professor Johan Braeckman ook reeds stelde.

TRAGIEK IN GEZINSVERBAND Ook Marion van San toont aan dat gezinnen waaruit ISgangers komen, buitengewoon divers zijn en dat de werkelijke triggers om te vertrekken moeilijk te doorgronden zijn. Keuzeprocessen van jongeren die in dezelfde omstandigheden vertoefden, leiden niet tot dezelfde uitkomsten. Er zijn evenveel voorbeelden van jongeren die zich evenmin aanvaard voelden, uit het zelfde gezin kwamen, streng islamitisch gelovig zijn, maar die toch niet vertrokken zijn. De gezinssituaties zijn zo divers en elke IS-ganger heeft een eigen, onvoorspelbaar verhaal. Eén van de weinige zaken die wijzen op een tendens is het feit dat het merendeel afkomstig is van gescheiden ouders en dat er sprake is van een machtsvacuüm. De meeste ouders zijn erg bezorgd en zitten met een gevoel van onmacht opgezadeld. Ze begrijpen niet waarom hun kinderen gaandeweg hun godsdienst gingen beleven op een voor hen tot nog toe ongekende manier. Van San besluit haar stuk met de onbeantwoorde bedenking in hoeverre we kunnen spreken van ‘doodgewone’ mensen.

DEEL II POLITIEKE VOEDINGSBODEM Ludo De Brabander schetst de internationale geopolitieke lijnen en dan choqueert vooral het verhaal hoe Amerika tekeer is gegaan tegen de vele al dan niet vermeende soennitische opstandelingen en tegen het gewapend verzet bij de Amerikaanse bezetting van Irak. We zijn zo trots op onze liberale democratie, maar we flirten met regimes waar die vrijheden en waarden grondig met de voet getreden worden. Daarenboven getuigen de buitenlandse interventies van de VS, en in mindere mate ook van Europa, in conflictgebieden in het Midden-Oosten evenmin

DEGEUS

van een consequente verdediging van onze basiswaarden. In die zin zou je kunnen zeggen dat de VS mee verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van Al Qaida en IS. De stompzinnige en hardvochtige Amerikaanse aanpak op zich verschaft mijns inziens voldoende voedingsbodem voor het ontstaan, de steun aan en het succes van IS. Spijtig genoeg laat De Brabander de vraag onbeantwoord waarom de Amerikanen zo’n kortzichtige en infantiele strategie, waarvan elke nuchtere geest beseft dat het miserie zal opleveren in een behoorlijk nabije toekomst, hanteerden.

november 2015  >  41


BOEKENREVUE

ISLAMITISCHE RADICALISERING: ZOWEL MAATSCHAPPELIJK EN POLITIEK PROBLEEM ALS PROBLEEM VAN DE ISLAM Stijn Aerst en John Nawas beginnen hun bijdrage met een aantal nuanceringen. Ten eerste zien de meeste moslims geweld ten opzichte van ongelovigen niet als integraal onderdeel van de islam. Ten tweede hebben een aantal moslimorganisaties in de wereld negatief gereageerd op de moordaanslagen op Charlie Hebdo. Ten derde worden salafisten te vaak verward met jihadi-salafisten: de eersten wijzen geweld af, ook al zijn ze behoorlijk fundamentalistisch in hun opvattingen, de laatsten zijn een kleine minderheid.

Er bestaat geen eenduidig herkenbaar profiel van de Syriëstrijder. Dat kan misschien een frustrerende vaststelling zijn, maar het is die eerlijkheid die het boek zo sterk maakt. Een aantal zaken is gewoon nog niet geweten en dat geven alle auteurs dan ook regelmatig aan Die eerste stelling komt mij toch wat vreemd over aangezien voldoende onderzoek aantoont dat ongelovigen in heel wat islamitische landen het slachtoffer zijn van discriminatie en vervolging. Niet-moslims ondergaan af en toe zelfs een brutale behandeling (zie ook IHEU Freedom of Thought Report). Geloofsafvalligheid moet je al zeker niet overwegen. Als men beseft dat men hiervoor vaak de doodstraf krijgt, dan lijkt het me niet zo vreemd dat men daar eigenlijk niet zo heel veel openlijke geloofsafvalligen telt. Wie beweert dat dit geen echt geweld is, doet aan semantische vervuiling. Voorbeelden zijn makkelijk te vinden in alle islamitische landen, van Algerije tot Bangladesh. Zijn zij dan allemaal niet representatief en wijken zij allemaal af van het rechte pad van de islam?

De auteurs tonen aan dat enkel een selectieve lezing en literalistische interpretatie van de islamitische teksten het programma van IS kan verrechtvaardigen. Volgens hen weerspiegelt de manier waarop moslims doorgaans de jihad interpreteren, de historische context en de politieke condities. Bij gewelddadige extremistische groeperingen ontbreekt precies deze zin voor historische contextualisering. Hun ideologen stellen de expansieoorlog van de vroege islam voor als het te volgen voorbeeld. Het pragmatisme maakt plaats voor een absolute religieuze verplichting waarbij ook medemoslims het doelwit van de jihad worden. De ideologie van IS is enerzijds ontleend aan de Koran, zij het op een selectieve wijze. Anderzijds wijkt ze duidelijk af van de mainstream invullingen en intellectuele theologische tradities.

EEN CREATIEVE EN POSITIEVE INTERPRETATIE VAN DE ISLAMITISCHE TEKSTEN Zeer sterk en hoopgevend is het stuk van Rachid Benzine. Hij toont aan hoe flexibel de teksten kunnen zijn zodat ze ook op een geweldloze manier kunnen gelezen worden. Hij is het bewijs dat de menselijke geest creatief genoeg is om de Koran positief, modern en geruststellend te interpreteren. Voor velen zal dit zo vernieuwend zijn dat het onherkenbaar wordt. Ik heb niet de expertise om te kunnen bepalen of hij nu de opperste vorm van inventiviteit bedreef om op basis van algemeen aanvaarde principes de Koran op een gerechtvaardigde manier te interpreteren, of dat zijn lovenswaardige poging verketterd wordt als een belediging van het boek en zijn profeet. Ik vraag mij af hoe representatief hij is voor de gemiddelde moslim en in hoeverre zijn ideeën door doorsnee moslims als acceptabel worden geacht. In elk geval moeten denkers als Benzine een breder forum en meer navolging krijgen. Hij laat namelijk zien dat het mogelijk is de Koran te lezen vanop een kritische afstand en wat decontextualisering voor verschrikkelijks voortbrengt.

DEEL III EEN ALLEGORIE VAN DE TWIJFEL

We zijn zo trots op onze liberale democratie, maar we flirten met regimes waar die vrijheden en waarden grondig met de voet getreden worden Karin Heremans verdient respect voor haar visie en haar dagelijkse inzet als directrice van het KA te Antwerpen. De vragen die zij stelt komen dan ook uit de praktijk: hoe ga je om met moslimjongeren die gebukt gaan onder woede, frustratie, gebrek aan zelfwaarde, doelloosheid in het leven? Jongeren die geplaagd worden door vragen als:

42  >  november 2015

‘Waarom zouden we ons inspannen als we toch nooit een job zullen hebben? Waarom moeten we ons integreren in een samenleving die ons niet wil?’ Daarom staat het begrip wederkerigheid centraal in de manier waarop haar school radicalisering aanpakt. De indruk wekken dat vrijheden niet voor iedereen gelden, werkt nefast, maar het gebeurt nog te vaak. Daarnaast ziet ze het als de taak van de school om jongeren te leren omgaan met verwarring en onduidelijkheid, zonder in de val te trappen van de angstige twijfel. Radicalisering is blijkbaar zo aantrekkelijk omdat het suggereert definitieve, heldere antwoorden te geven aan zoekende jongelingen. Radicale groepen hebben het voordeel van de duidelijkheid en claimen zuiverheid. Twijfelen mag dus als iets positief ervaren

DEGEUS


BOEKENREVUE

worden, maar het aanbieden van verschillende identiteiten als keuzepalet mag niet uit het oog verloren worden.

ALLES KAN BETER Mohammed Achaibi, ondervoorzitter van de Moslimexecutieve, schetst op heldere wijze de rol die de geïnstitutionaliseerde islam moet opnemen (en de kansen die de Belgische Staat heeft laten liggen sinds 1974). Achaibi is goed op de hoogte van de knelpunten en bezorgdheden, bezit tonnen zelfkritiek en levert stevig advies! Hij is dé man waarvan we dingen te horen krijgen die vertrouwen doet winnen. Hij merkt terecht op dat nog teveel islamleerkrachten de Nederlandse totaal onvoldoende beheersen, dat er jammer genoeg in de les islam dingen gezegd worden die tegen de wetenschappelijke bevindingen (Darwin) en de huidige morele standaarden (respect voor holebi’s, vrijheid van meningsuiting enzovoorts) indruisen, en dat sommige moslimleerkrachten weinig bereidheid aan de dag leggen om met de andere levensbeschouwelijke vakken samen te werken. Elk voorbeeld hiervan is er één te veel, stelt hij. Daarnaast pleit hij voor Vlaamse Koranscholen (met een niet-strikt theologisch curriculum) die zijn aangepast aan de westerse context en voor meer aandacht voor islamconsulenten in gevangenissen. ‘Radicalisering tijdens het verblijf in de gevangenis’ wordt in het laatste hoofdstuk ook door Brice De Ruyver en Lieven Pauwels behandeld.

Mohammed Achaibi, ondervoorzitter van de Moslimexecutieve, is goed op de hoogte van de knelpunten en bezorgdheden, bezit tonnen zelfkritiek en levert stevig advies! Hij is dé man waarvan we dingen te horen krijgen die vertrouwen doet winnen Langs de andere kant duidt hij ook op het feit dat moskeeën een dubbelzinnige houding wordt opgelegd ten opzichte van radicale elementen. Enerzijds moeten ze die weren, anderzijds kijkt de samenleving in de richting van moskeeën en imams om mensen met radicale ideeën op andere gedachten te brengen. Contact onderhouden en ze tegelijkertijd weren, gaat niet echt goed samen.

nesische dichter en schrijver Abdelwahab Meddeb (2007) La maladie de l’islam heeft genoemd.’ Daarna verwijzen ze rijkelijk naar moslimdenkers die over vernieuwing hebben nagedacht en geschreven. Bovendien moet de ideologische invloed van Saudi-Arabië verminderen. Wahhabistische lectuur is al te makkelijk in de gespecialiseerde boekenwinkels te vinden. Uitgeverijen moeten aangemoedigd worden om werken van vernieuwende moslimintellectuelen te vertalen, zodat de dominantie van de conservatieve stromingen doorbroken wordt. Volgens de auteurs zal die vernieuwing moeilijk tot stand komen in de Arabische wereld en moet Europa hierin een voortrekkersrol spelen. Maar dat dit ook hier een zeer zware uitdaging is, lijkt mij een understatement. Dat men initiatieven begint te ondernemen is uiteraard lovenswaardig.

PREVENTIE EN REPRESSIE Het boek sluit af met een kritische analyse van het Belgische deradicaliseringbeleid door Lieven Pauwels en Brice De Ruyver. Eerst leggen ze uit welke facetten een holistische terrorismepreventie dient te bevatten. Daarna geven ze een historische schets van de aanpak van terrorisme in België. Uiteindelijk lichten ze twaalf antiterreurmaatregelen kritisch door, maar bij de meeste hebben ze zo hun twijfels. Ofwel hebben ze niet eens hun nut bewezen, ofwel waren ze reeds mogelijk, ofwel zitten de zaken een stuk complexer in elkaar, ofwel zijn ze ethisch bedenkelijk. En wat doe je in gevangenissen? Hoe voorkom je de rekrutering van andere gedetineerden? Het is geweten dat bij uitstek gevangenissen een leerschool in de criminaliteit zijn. Het klinkt dan gauw logisch om terroristen onder te brengen in aparte vleugels. Maar dan kunnen veroordeelden samen verdere plannen smeden zoals de huidige top van IS deed in kamp Bucca in Irak. Brecht Decoene Patrick Loobuyck (red.), De lokroep van IS. Uitgeverij Pelckmans: 2015, 288 p., ISBN 9789028983618.

DE URGENTIE VAN EEN EURO-ISLAM Professor Loobuyck en imam Laytouss geven toe dat het niet makkelijk zal zijn om Euro-islam ingang te doen vinden, want in tegenstelling tot de Bijbel, wat mensenwerk is, heeft de Koran het statuut het letterlijke woord van God te zijn. Dat is een groot verschil en toch moet interpretatie mogelijk gemaakt worden, zo stellen beide auteurs. ‘Wie vernieuwing weigert, geeft vrij spel aan integrisme en gewelddadig fundamentalisme, datgene dus wat de Tu-

DEGEUS

november 2015  >  43


BOEKENREVUE

De geschiedenis van mijn tanden Valeria Luiselli Valeria Luiselli is sinds de publicatie van haar debuut, Valse papieren, een soort cultfiguur geworden. Het boek was een verzameling overdenkingen, gecombineerd met reisverslagen en autobiografische elementen. Niemand minder dan Cees Nooteboom schreef de inleiding van de Nederlandse vertaling. Haar tweede boek was een roman, De gewichtlozen, waarin met dezelfde branie gefilosofeerd en gespeeld werd met feit en fictie. Dat laatste doet ze nu ook in haar nieuwe roman, hoewel De geschiedenis van mijn tanden een heel ander boek is dan de vorige twee. De ontstaansgeschiedenis van de roman is speciaal. Luiselli werd gevraagd om mee te werken aan een catalogus van een tentoonstelling die werd gehouden in Galeriá Jumex, een kunstgalerij net buiten Mexico-Stad. Aangezien de collectie van die galerij door Grupo Jumex, een vruchtensappenfabriek, wordt bekostigd, kwam de auteur op het idee om de verschillende werelden van kunst en fabriek met elkaar te laten samenkomen. Luiselli heeft zich hiervoor gebaseerd op de Cubaanse traditie van de ‘tabaksvoorlezer’: om de monotonie van het werk te doorbreken leest een arbeider een roman voor aan de andere werknemers. De geschiedenis van mijn tanden werd in afleveringen geschreven voor een groep enthousiaste arbeiders van de vruchtensappenfabriek. Hun commentaar, opmerkingen en eigen verhalen werden door de auteur vervolgens verwerkt in de tekst zelf. Daarom noemt Luiselli de uiteindelijke roman ‘een collectieve essay-roman over de productie van waarde en betekenis in de hedendaagse kunst en literatuur.’

Lolligheid mét een maatschappijkritische inslag. Ze mag dan wel hip zijn, die Luiselli, ze stelt ook wel degelijk iets voor op literair vlak De geschiedenis van mijn tanden is een fantasierijke schelmenroman over Gustavo Sánchez Sánchez, alias Snelweg, die de beste en invloedrijkste veilingmeester ter wereld wil worden. In een stijl die gelijkt op die van Laurens Sternes Tristram Shandy worden de doldwaze avonturen van Snelweg beschreven. In navolging van ene Samuel Picknick,



DEGEUS


BOEKENREVUE

waarover Snelweg een artikel had gelezen, wil hij veel geld verdienen om zijn gebit te vervangen. Hij volgt cursussen in binnen- en buitenland en wordt effectief de beroemdste veilingmeester. Hij verdient een fortuin en wordt verzamelaar, onder meer van tanden van overleden beroemdheden. Op een dag koopt hij op een veiling de tanden van M ­ arilyn Monroe en vervangt zijn eigen gebit door dat van haar. Op zijn beurt veilt hij dat gebit echter opnieuw, waardoor zijn zoon, genaamd Ratzinger, in het bezit van die tanden komt. Wat er verder gebeurt, kan nagelezen worden in de roman. Het boek kan uiteraard op meerdere niveaus worden gelezen. Het is een absurd en grotesk verhaal over een avonturier. Een amusant boek waarin elk personage de naam krijgt van een kunstenaar of filosoof die echt bestaat of bestaan heeft. Daarom komen we Kafka, Dostojevski en Hô Chí Minh tegen. Maar ook minder bekende Spaanstalige auteurs en beroemdheden krijgen een nieuw bestaan. Zelfs Álvaro Enrigue, Luiselli’s echtgenoot en schrijver, is in het boek een conducteur. Het is heel erg verleidelijk om elke naam die in het boek wordt gebruikt even te googelen. Luiselli gaat met deze naamsverwarring wel erg ver. Op een dag ontmoet Snelweg een zekere Pedro Menard. Deze Menard is een personage in het boek maar ook de verteller ervan. Heel bizar is het dan ook om in de colofon van het boek te lezen dat het copyright van de Nederlandse vertaling eigendom is van uitgeverij Karaat en… P. Menard. Bovendien is de quote op de achterflap van Valse papieren geschreven door David Miklos. In De geschiedenis van mijn tanden is dat een personage. Deze ontelbare geestigheden doen vergeten dat het boek ook een reflectie is op de commerciële omgeving waarin kunst zich bevindt en de (markt)waarde die kunst heeft. Luiselli heeft opzettelijk kunst uit de wereld van de highbrow gehaald en het kunstwerk uit het museum of literair pantheon verwijderd – een omgekeerd Duchampiaans proces, zoals ze zelf aangeeft in het nawoord. Maar ze laat Snelweg ook, nadat zijn Monroe-tanden opnieuw operatief werden verwijderd, wakker worden in een kamer met op elke muur een videoprojectie van een clown. Drie van die clowns vertellen Snelweg een filosofische paradox. Die projectie is een bestaand kunstwerk dat wordt getoond in de Jumex Collectie. Daarbij zijn feit en fictie meteen verweven met kunst en filosofie. Van die projectie is bovendien, zoals ook bij W.G. Sebald gebruikelijk is, een zwart-witfoto opgenomen in het boek (zoals er nog van andere zaken foto’s zijn opgenomen). Luiselli heeft een grappige én intelligente roman geschreven. Een experiment met een knipoog. Lolligheid mét een maatschappijkritische inslag. Sommige auteurs en filosofen die in deze roman als personage werden opgevoerd, kwamen trouwens, niet als personage maar als inspiratiebron, al voor in Valse papieren: Rousseau, Robert Walser, W.G. Sebald.

© http://theatlasreview.com

op haar naam staan die elk op zich speciaal en uniek zijn. De geschiedenis van mijn tanden is geschreven in de vorm van een negentiende-eeuwse feuilletonroman en is oppervlakkig gezien veel minder ernstig dan haar eerste twee boeken. Dat Luiselli’s boeken ook in verbinding met elkaar kunnen worden gelezen, toont aan dat ze een heel apart oeuvre aan het schrijven is. Ze mag dan wel hip zijn, die Luiselli, ze stelt ook wel degelijk iets voor op literair vlak. Kris Velter Valeria Luiselli, De geschiedenis van mijn tanden. Vertaling P. Menard. Uitgeverij Karaat: 2015, 208 p, ISBN 9789079770212.

De jonge Mexicaanse schrijfster heeft nu al drie boeken

DEGEUS

november 2015  >  45


Ensor zou na een paar weken ingeschreven te zijn geweest als student geneeskunde er de brui aan gegeven hebben. Als herinnering aan deze ontgoocheling zou hij deze satire geschilderd en cadeau gedaan hebben aan de ULB, voorzien van een drol van eigen makelij. Er is evenwel niets dat deze anekdote kan bevestigen. © Museum voor Schone Kunsten Gent | www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw, foto Dominique Provost’

James Ensor EN DE FILOSOFISCHE LACH ALS VORM VAN VRIJ DENKEN EN REBELLIE Tegen het cynisme van de macht en de hypocrisie van de goegemeente, is er altijd het verzet van onderuit mogelijk. Vaak in de vorm van het carnavaleske, het burleske: dit kynische verzet haalt het lagere omhoog, en het hogere omlaag. Het stelt de filosofische lach tegenover de dodelijke ernst van de macht. Het is het verzet van Diogenes en Tijl Uylenspiegel. Willem Elias plaatst James Ensor in deze traditie, en schildert een portret van de Oostendse grootmeester als een vrijdenkende rebel. Ook het ophefmakende werk van een hedendaags icoon van de Belgische schilderkunst, A Belgian Politician van Luc Tuymans, ademt deze kritische geest. ‘Het zal niet de laatste keer zijn dat een rebel, een ‘gek’, een ongewenst individu de trots wordt van de natie die hem vervloekte. De goegemeente kent weldra alleen nog de indrukwekkende naam die vereerd moet worden en heeft niet het benul om de ware betekenis te achterhalen. De staat gebruikt zijn grootste

46  >  november 2015

kwajongens om er opgezette goden van te maken.’ Paul Haesaerts, 1949.

DE FILOSOFISCHE LACH De filosofische lach is niet die van de vrolijkheid, verbonden aan vermaak en ontspanning. Hij is deze die naar

de rede van ons bestaan vraagt. En of die reden in onszelf te vinden is, dan wel in onze nood aan externe kicks. De filosofische lach staat dicht bij de droefheid. Droef om het voorspelbare moeten dat de existentie ons oplegt. De filosofische lach is een vorm van

DEGEUS


CULTUUR

intelligentie, die overal kan opduiken. Dit soort humor, verwant aan de filosofische verwondering, brengt de ernst – die we denken nodig te hebben om ons in deze wereld recht te houden en onze sociale rol te torsen – aan het wankelen. De ernst met name van de doxa, de mening, van de macht, van de kenners, van de professoren, van de studiedagen, van alles wat orde brengt in ons leven. Deze lach valt de andere niet aan, maar is gericht op onszelf, als exemplaar van de gemeenschap, als dat wat ons vreemd is in onszelf, als het andere in onszelf. Er zijn drie gemeenschappelijke dimensies aan het verband tussen deze lach en de filosofie. Ten eerste zijn zowel de lach als de filosofische verwondering naïef in de zin dat ze vanuit een kinderlijke blik vertrekken. Er is een grote verwantschap tussen een filosoof en een clown, een kind gebleven volwassene. ‘Wat spook ik hier uit op de wereld?’, is de door beiden gestelde vraag. Deze problematisering van de existentie uit zich in de wankelbaarheid van het werkelijke, de precaire, zeg maar de structurele bestaansonzekerheid van het ik en de absurditeit van het sociale spel. De onbeslistheid van dit alles, maakt dat het onderscheid tussen het komische en het tragische moeilijk te trekken valt. Het gepolijste bewustzijn wordt ondermijnd, zoals opmerkingen van kinderen dat ook kunnen bewerkstelligen. Taalconventies worden in vraag gesteld. Dat is ook het geval met de vooroordelen die aan de basis liggen van ons spreken op een sociaal aanvaardbare manier, waardoor we meningen voor waarheden gaan houden, vertrouwend op de autoriteit van de spreker. Het tweede aspect bestaat uit wat we zouden kunnen samenvatten als de ‘speling’ die er op het woordgebruik zit. Het is lachwekkend te constateren dat taal en werkelijkheid niet samenvallen, alhoewel dat zowat de definitie is van waarheid. Maar de taal schiet vaak tekort in het vatten van de werkelijkheid. Maar wat grappiger is, is dat de taal meer zegt dan we willen zeggen. Ze overtreft onze bedoeling.

DEGEUS

De geestigheid, de zinspeling en het woordspel sluiten aan bij de filosofische verwondering in het reflexieve verband dat er met de taal is, door een spanning binnen te brengen in de betekenis van de waarden. En meer nog, door het ontwrichten van de bedoeling om te betekenen. De gebruiksregels die dienen om de taalspelen te structureren zodat mensen elkaar kunnen begrijpen, worden immers verdraait. We zeggen altijd meer dan we zouden willen. De relativiteit van het taalgebruik wordt dus duidelijk. De context, namelijk de omstandigheden waarin men praat en wie met wie spreekt, is medebepalend. Betekenissen staan niet vast. In verschillende taalspelen kunnen de betekenissen sterk verschillen. Humor bestaat erin met de taalspelen grensoverschrijdend te spelen. Dat is wat ook de filosofie doet.

Ensor sluit nauw aan bij het burleske dat ons de wereld op zijn kop toont, vanuit de veronderstelling dat die dichter bij de menselijke werkelijkheid staat dan de realiteit die de machthebbers ons wil voorhouden Het derde verband is minder plezierig. Het is het verband met de dood, of beter nog met de eindigheid. Raar maar waar leven we ook in onze sociale relaties alsof alles oneindig is. We worden niet graag herinnerd aan de dood. In het licht van de dood is onze sociale drukdoenerij belachelijk. ‘Het kerkhof ligt vol met zij die zich onmisbaar achtten’, zegt de volksmond. Het geeft een andere kijk op sociale verplichtingen en hiërarchieën. Enkel de lach rest ons nog met de dood in de ogen. De lach als reactie van het levende lichaam.

ENSOR ALS VRIJDENKER Op de vraag of men Ensor een vrijdenker mag noemen, antwoord ik onmiddellijk volmondig ja. Hij is immers een

belangrijk vertegenwoordiger van de avant-gardekunst van de negentiende eeuw. Met ‘belangrijk’ bedoel ik dat hij als een van de weinigen in België (tot op heden) mag aangeduid worden als een vernieuwer. Niet op de wijze waarop hij sporen vertoont van het impressionisme, hij was immers een kijkje gaan nemen naar de schilderwijze van Turner. Wat meer als symbolist, de stroming waartoe hij gerekend wordt. Het bestaat eruit om in schijnbaar wezenloze voorwerpen of ook mensen, een betekenis te laten opwekken die er in se niet in zit. Dat een schedel de dood symboliseert, is voor de hand liggend. Symbolisten zijn echter uit op het geven van een ruimere algemene betekenis aan voorwerpen. Ook als het over mensen gaat. Geen vrijend paartje, maar De Kus, zeg maar de Liefde. Geen bange mens, maar de angst als dusdanig. Hierin mag Ensor bij de groten staan, internationaal. Voorloper is hij echter vooral doordat, geboren in een bijna zo carnavaleske stad als Aalst, de voorwerpen die hij gebruikte om de wereld en het leven te symboliseren, maskers waren. Hierdoor kondigt hij het expressionisme aan, omdat het masker per definitie (tenzij het een neutrale, enkel verlengende functie heeft) bepaalde gevoelens krachtig tot uitdrukking brengt. Hij is er ook het voorbeeld door geworden van een soort Vlaams surrealisme. Ook hier speelt het masker zijn rol. Het Franse surrealisme is literair en vandaar nogal geïnspireerd op het intellectuele van het taalspel. Het Vlaamse surrealisme vindt zijn voedingsbodem in de volkscultuur waartoe carnaval met zijn maskers behoort. Ensor sluit nauw aan bij het burleske als stijlfiguur, die zowel verwant is aan het expressionisme in de zin van het kracht geven aan de uitdrukking, als aan het surrealisme dat ons de wereld op zijn kop toont, vanuit de veronderstelling dat die dichter bij de menselijke werkelijkheid staat dan de realiteit die de machthebbers, controleurs van waarheid en fatsoen, ons wil voorhouden. Uitgangspunt van het burleske is dat hoe groot de geest toch wezen kan, hij voortspruit uit de

november 2015  >  47


CULTUUR

materialiteit van het lichaam dat zoals een machine functioneren moet. Deze gedachte ondermijnt in grote mate elke hoogdravendheid. Zoals gesteld, mag James Ensor als een vrijdenker bekeken worden omdat hij tot de avant-garde behoort. De avantgarde is in de negentiende eeuw de naam voor de heroïsche kunstenaars die het als hun maatschappelijke taak zagen een sociale boodschap uit te dragen. Zij zochten in hun kunst hiervoor een geschikte, vernieuwende vorm. Zij gingen in tegen de gevestigde meningen van de goegemeente, van de burgerij en de gezagsdragers. Hierin lag hun vrijdenkersschap. In het voetspoor van de Verlichting werden ze het model van de nieuwe mens die zonder God noch gebod zichzelf als waardemeter nam. Men zou dit als een definitie van ‘humanisme’ kunnen beschouwen. Ensor past daar volledig in.

ENSORS (ANTI-)RELIGIEUS WERK Deze stelling wordt echter ondermijnd door kunstwetenschappers die aan het tellen zijn geslagen. Van de 856 schilderijen die Xavier Tricot in de catalogue raisonné vermeldt, zijn er 111 met een religieuze thematiek, doorgaans bevestigd door de titel. Dat zo’n 13% van zijn schilderkunstig oeuvre de katholieke godsdienst als onderwerp heeft, laat Herwig Tods van het KMSKA besluiten dat dit religieus werk zou moeten bestudeerd worden. Waar ondertussen ook een aanvang mee genomen is. Hier stelt zich een interessant interpretatief probleem. Is de interesse voor dit thema een bewijs van een zekere vroomheid van Ensor? Of zit er een kritiek in vervat, gezien de grote maatschappelijke impact die de godsdienst tot aan WO II nog heeft? Allicht de tweede mogelijkheid, vermits we bij Tods lezen dat uit zijn briefwisseling en interviews blijkt dat Ensor niet gelovig was. Een dergelijk groot aantal religieuze werken in een periode waarin dat genre sterk achteruitging, is dan ook verdacht. In de catalogus van haar tentoonstelling, Religieuze Thematiek in

48  >  november 2015

de Beeldende Kunst, schrijft toenmalig conservator van het KMSKA, Lydia Schoonbaert, dit toe aan de achteruitgang van het aantal opdrachtgevers. Deze verklaring moet men ook vanuit een ander standpunt zien. Avantgardekunstenaars zijn niet meer bereid maatschappelijke macht of religieuze figuren te bevestigen. Courbet wou geen engelen schilderen omdat hij er nooit een gezien had. De kardinalen van Bacon passen niet in het Vaticaan. Men kan zich ook de vraag stellen waarom, kunsthistorisch, de categorie anti-religieuze kunst niet gebruikt wordt.

James Ensor mag als een vrijdenker bekeken worden omdat hij tot de avant-garde behoorde. Deze heroïsche kunstenaars gingen in tegen de gevestigde meningen van de goegemeente, van de burgerij en de gezagsdragers Hier zit nog een ander aspect van het (anti-)religieuze werk van Ensor. Hij wil de menselijke kant van de religie tonen. God heeft de mens niet geschapen, maar de mens God. Zo komt de Christusfiguur heel vaak voor in zijn werk. Ensor stelt hem voor als een mens met veel smarten. Daarenboven identificeert hij zichzelf met Christus. Hij voelt zich gekruisigd en gehoond door de negatieve uitlatingen van de kunstcritici. Dit is één van de mogelijke interpretaties van zijn beroemde Intrede van Christus te Brussel, naast kritiek op de lichtgelovigheid van zijn tijdgenoten, de zelfvoldane verwaandheid van de burgerij en haar gezagdragers. Daarenboven bevat het schilderij een verwijzing naar een mogelijke sociale omwenteling.

KRITIEK OP MENS EN MACHT Deze kritiek op de menselijke aard zit in veel van zijn werken. In Skeletten vechten voor een pekelharing, bijvoorbeeld. Zelfs na de dood is er nog te bekvechten voor iets luttels als een

haring. Ook een mooie knipoog naar zijn naam: ‘Ars Ensor’ klinkt als ‘Hareng Saur’, pekelharing. Die kritiek op de mens en de macht vindt men ook in Alimentation doctrinoire, waarin kerkelijke en wereldlijke gezagsdragers letterlijk op de hoofden van het gepeupel hun gevoeg doen. Een apart verhaal is dat van Les mauvais médecins. Op het doek ziet men dokters, op één na herkenbare professoren van de ULB, die zeer bedenkelijke medische praktijken uitvoeren, meer gelijkend op de bedrijvigheid in de slagerij. De Oostendenaar, dr. René Bourgain, betreurde hoogleraar in de geneeskunde aan de VUB, placht hieromtrent een eigenaardige anekdote te vertellen. Ensor zou na een paar weken ingeschreven te zijn geweest als student geneeskunde er de brui aan gegeven hebben. Als herinnering aan deze ontgoocheling zou hij deze satire geschilderd en cadeau gedaan hebben aan de ULB, voorzien van een drol van eigen makelij. ULB Ensor-deskundige, Vincent Heymans, heeft geen weet van een dergelijke inschrijving in de geneeskunde. Evenmin van de rest van het verhaal overigens. Dr. Paul Vandervelde, geneeskundeprofessor aan de ULB, zou het als eerste gekocht hebben. Het werd tot tweemaal toe doorgegeven aan jongere collega’s, zodat het tot 1983 enkel op universitaire bureaus zichtbaar was. In dat jaar wordt het schilderij aan de universiteit geschonken en verhuisde het naar het rectoraat. In 1992 werd het voor het eerst aan het publiek getoond in een tentoonstelling van Galerie Ronny Van de Velde. Dus een gelijkaardig verhaal als dat van L’origine du monde, dat ook een honderdtal jaar niet voor het publiek bestemd was. De ULB schijnt nog steeds niet happig te zijn om het uit te lenen. Misschien omdat de kritiek actueel blijft? Ensor kende de medische wereld omdat hij bij de ULB-professor Ernest Rousseau op kot zat. Zijn zoon, die dezelfde naam droeg, was de boezemvriend van Ensor. De professoren die erin voorkomen zijn Joseph Sacré, Jean-Joseph Crocq, Guillaume Rommelaere, JulesAdrien Thiriar en Emile Yseux.

DEGEUS


CULTUUR

HET FILOSOFISCHE LACHEN VAN ENSOR Dit anarchisme past volledig in de geest van de tijd. We weten er te weinig over om in te schatten welke rol het binnen het vrije denken gespeeld heeft. De satirische lach wordt door Ensor meesterlijk in beeld gebracht. Teruggrijpend op de theoretische inleiding van deze tekst, kan men zijn werken onderbrengen binnen een facet van de filosofische lach. De wanhoop van Pierrot (1892) toont de in Pierrot verklede Ernest Rousseau junior, die er mistroostig bij staat. Hij bevindt zich als brave lieve clown tussen de maskers van de vijandige, scurriele ouderen. Dit wordt nog het meest gesymboliseerd door de vader, die rechts op het schilderij te zien is. Links bemerk je dat hij zijn goede vriend Ensor van de gekte wil bevrijden door de kei der zotheid uit zijn hoofd te snijden. Dit vertegenwoordigt de clown als eeuwige kinderlijkheid binnen de filosofische lach. Er wordt ingespeeld op de bestaansonzekerheid en de moeilijkheid om een eigen weg te vinden doorheen de sociale druk, wat tot wanhoop drijft.

In het voetspoor van de Verlichting werden ze het model van de nieuwe mens die zonder God noch gebod zichzelf als waardemeter nam Het tweede aspect van de filosofische lach vinden we terug in De intrige (1890). Een doek vol maskers wijst erop dat er niet vanuit een authenticiteit gesproken wordt, maar dat onze woorden deel uitmaken van de maskerade. De taal valt geenszins samen met de werkelijkheid. Van ‘waarheid’ kan dus geen sprake zijn. En laten we Nietzsche van stal halen. Achter een masker zit geen identiteit, maar een andere maskering. Ensor toont ons de variëteit. De speling die aan het spreken verbonden is – we zeggen steeds teveel of te weinig – brengt ons in een gemaskeerde wereld waarin we rollen spelen en de hel de anderen zijn. Sartre had deze gedachte kunnen vinden door

DEGEUS

naar Ensor te kijken. Hoe dan ook wordt elke zekerheid ontwricht. Het derde aspect van de filosofische lach is voortdurend aanwezig in het oeuvre van Ensor: de dood. We leven alsof het oneindig zal duren, maar het omgekeerde is het geval. We kijken steeds de dood in de ogen. De sociale drukdoenerij is belachelijk. Een geschikt werk is hier Skelet-schilder (1897) waar we Ensor als schilderend skelet zien. Het werk is zo treffend omdat de herkenbare foto nog bestaat en we dus zeker weten dat het om een zelfportret gaat.

VAN DE BULDERENDE LACH VAN ENSOR NAAR DE IRONISCHE GLIMLACH VAN TUYMANS We besluiten graag met de bevestiging dat we James Ensor best eren als een vrijdenkende rebel die zijn tijdsgenoten op de verfkorrel genomen heeft. Is het burleske de enige weg om die filosofische lach mee uit te drukken? Zeker niet. Vandaag draagt een boek over Belgische kunst steevast de titel: Van Ensor tot Tuymans. En inderdaad, ook bij onze huidige grootmeester speelt de filosofische lach een grote rol, zij het op een geheel andere wijze. Bij Ensor is dat een bulderende lach vanuit de buik, bij Tuymans een ironische glimlach op de lippen. Toen de commotie begon over het plagiaat rond het schilderij dat vertrekt van een foto van Jean-Marie Dedecker, leek het argument dat het om een parodie ging me wat aan het haar getrokken. Maar het stemde me tot nadenken en ik kreeg een andere kijk op twee werken uit zijn oeuvre die ik nooit ten volle begrepen had: Koning Boudewijn – mwana kitoko en het portret van Koningin Beatrix, H.M. ‘Mwana kitoko’, de ‘mooie blanke man’, staat er allesbehalve mooi op, maar eerder als een onwennige, te jonge man met een uniform dat wat op de groei gemaakt is. De connotatie met kolonialisme en de problemen van dien is overduidelijk. Men kan het zonder moeite als een parodie zien. Hetzelfde geldt voor het portret van Koningin Beatrix. H.M., hare majesteit, is alles behalve majestueus geconterfeit, maar eerder als een

wereldvreemd geworden oude dame die angstig en argwanend om zich heen kijkt. De titels zijn belangrijk in het oeuvre van Tuymans. Hij is immers een vertegenwoordiger van een schilderkunst die conceptueel geworden is, die aan de voorstelling een betekenis meegeeft die meer is dan enkel de verwijzing naar de realiteit, in casu koning(in) te zijn. Deze schilderijen horen terecht thuis in een museum, niet in een paleis.

Ensor wil in zijn (anti-) religieuze werk de menselijke kant van de religie tonen. God heeft de mens niet geschapen, maar de mens God Als men dit toepast op A Belgian Politician, het portret dat geen portret is, dan is ook de parodie een voor de hand liggende interpretatie. Wat kan men beter nemen dan de zelfgenoegzame, pedante kop van Jean-Marie Dedecker, die te pas en ten onpas stommiteiten uitkraamt, platitudes aan de lopende band, wanneer men een kritiek wil formuleren op het lage niveau van sommige Belgische politici? En de parodie van het schilderij is inderdaad het verschil met de foto. De fotografie is uitgevonden als gevolg van de zoektocht van schilders om natuurbeelden te bewaren. Dat is de zaak dus niet. Hier zit het verschil tussen het weergeven van de realiteit zoals de fotografie dat in dit geval gedaan heeft, vanuit een leuke invalshoek, en Tuymans die het opneemt in zijn gedempt kritisch oeuvre. Dit aspect heb ik neo-symbolisme genoemd omdat deze schilderwijze symbolische betekenissen meegeeft aan objecten of mensen die voor iets staan. Deze schilders knipogen eerder naar Spilliaert dan dat ze hun hoed afnemen voor Ensor, maar het blijft een vergelijkbare benadering. Dit alles om te zeggen dat vrij onderzoek ook in artistieke aangelegenheden een heel belangrijke attitude is. Willem Elias

november 2015  >  49


CODA

Ook dit gaat voorbij ‘Er zijn dagen dat ik de adem van mijn doden in mijn nek voel, als een stille en trotse kracht die me vooruitduwt, maar er zijn andere dagen dat er vóór en achter me slechts ravijnen liggen’. (Uit Ook dit gaat voorbij, Milena Busquets, Meulenhoff, 2015)

November … De Herfst blaast door de bomen. De warmte van de herfstkleuren lijkt de dalende temperaturen te willen compenseren. Dan blaast de Herfst harder en harder, op de hielen gezeten door de Winter. De diep-oranje, rode, bruine tinten verdwijnen – het lijkt voor altijd – uit het landschap. Winter komt … Ik weet niet hoe het voor u is, dames en heren, maar het voelt voor mij wel goed en juist dat we in onze contreien en klimaat, net dan samen stilstaan bij de dood en de doden. Alhoewel elkeen die rouwt natuurlijk weet dat gemis, leegte en nostalgie (net zomin als blijheid, uitgelatenheid of verliefdheid) niet aan één seizoen of weertype gekoppeld zijn. Ook dat aan rouwen geen eind komt, zoals ons vroeger wél werd voorgehouden, weten we dankzij Johan Maes en andere ‘Rouwdenkers’ (en bij nabestaanden door eigen ervaringen) al een hele tijd. Rouw is iets wat aan je kleeft. Het is iets dat bij je blijft, net als een litteken na een brandwonde of een glimlach na een goeie film. Want de herinneringen aan een gedeeld leven met een dierbare die gestorven is, zijn even blijvend als het gemis dat nooit meer weggaat. Raar toch eigenlijk, om ten volle te beseffen dat wij mensen hier een tijdlang op deze Grote Wereldbol rondhollen en dan voor een schier oneindige tijd weer verdwijnen. Verdwijnen in de stilte die er ook al was alvorens we geboren waren; even afwezig als na onze dood. Sommigen van ons overleven in de herinneringen van degenen die ons beminden, betreurden, haatten of verdroegen, en dat zelfs enkele generaties lang. Na de dood leven we verder in enkele gevleugelde uitspraken, in karaktertrekken die kleinkinderen onbewust in hun prille jeugd hebben overgenomen, in recepten voor overheerlijke gerechten die enkel wij zó goed konden maken, in de wijze waarop we over de schouder heen blijven kijken van wat ‘ze’ doen met het geld dat we hen nalieten,

50  >  november 2015

of in nog zoveel meer Dingen en Dingetjes … Na enkele generaties verworden we tot een vage foto (vanaf nu dankzij de digitale foto’s en filmpjes zal ons tweedimensionaal beeld scherper en levendiger blijven bestaan), een naam uit het verleden of een glimlach in het hart of op het aangezicht van een bejaarde man of vrouw. Enkele namen overleven deze wreedaardige Tand des Tijds die eenieder vermorzelt en de wereld weer schoonveegt voor de komst en het daaraan inherente adieu van nieuwe Mensen, Dieren en Dingen. Maar zelfs degenen wiens naam en faam ogenschijnlijk blijft bestaan, ontsnappen niet aan de vergankelijkheid. Ook Socrates, Lady Di of Toon Hermans zijn verworden tot herinneringen aan slechts een schim van wie ze bij Leven waren. Het bovenstaande is voor vele rouwenden een absoluut ondraaglijke gedachte. Dat zó geliefde mensen zó voor altijd weg kunnen zijn. Vanaf de dag van hun overlijden steeds verder weg, verdwijnend in de broze en vergankelijke herinneringen van hun naasten. Want zeg nu zelf, beste lezer(es), misschien weet u nog best veel over uw opa of bomma, maar kan u langer dan drie minuten vertellen over hún ouders ? En ook dat waren unieke en misschien intens geliefde, waardevolle mensen. Tijd voor een acute en gemeenschappelijke depressie? Ach neen … Misschien kunnen we troost vinden in het gegeven dat het Leven het wint van de Dood? Er komen na ons steeds nieuwe en andere mensen, verhalen, evoluties, … Deze dag is immers het verleden van morgen en de toekomst van gisteren. Alles gaat – tot nu toe – toch gelukkig verder… en we kunnen enkel ons best doen om elke dag iets verder te bouwen aan een betere wereld. Een beetje melig misschien, maar alleszins iets wat ons efemere leven glans geeft. Onze overledenen zijn met zoveel meer dan wij, levenden. Volgens een voorzichtige (en nu reeds gedateerde) schatting van Prof. Haub (Population Reference Bureau) in 2002 hebben er sinds het begin der tijden ongeveer 106,5 miljard mensen onze wereldbol bevolkt. Degenen die we gekend hebben, kunnen we enkel eren in overeenstemming met wat ze tijdens hun leven betekend hebben. Uit respect, nostalgie én omdat de herinnering aan liefdevolle, bekwame, warme en wijze mensen ons tot rijkere en betere mensen maakt. Winnie Belpaeme

DEGEUS


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Voortaan verschijnt de nieuwsbrief tweemaandelijks. In deze nieuwskatern vindt u de activiteiten terug van november & december 2015. De volgende nieuwsbrief januari/februari verschijnt op 2 januari 2016. Bijdragen hiertoe worden ten laatste op 5 december verwacht op onze redactie.

WILLEMSFONDS BRAKEL I.S.M. SPORTDIENST BRAKEL

AALST

Raymonda Verdyck HVV AALST I.S.M. VZW VRIENDEN VAN HET GO!

Deelname: € 50 (incl. aperitief, wijn, water en koffie). Info en inschrijving: Annie Mervillie willemsfondsdeinze@telenet.be - 0476 46 67 26 of Bart Provijn - bart.provijn@telenet.be 0474 07 83 79. De inschrijving is pas definitief na overschrijving op het rek. nr. BE52 4427 6014 8109 van WF Deinze. Locatie: restaurant Au Bain Marie, Emiel Clauslaan 141, Astene (Deinze).

DENDERLEEUW

WOENSDAG 25 NOVEMBER 2015, 20:00 Het onderwijs van vandaag voor morgen

NIEUWSBRIEF

DONDERDAG 26 NOVEMBER 2015, 14:00 Prof. dr. Pedro Brugada komt vertellen over preventieve hartscreening en waarom dit in België zo moeilijk gaat. Minister van Staat Herman De Croo leidt de avond in.

Ierland, een verscheurd land met een verscheurende geschiedenis Luc Vernaillen HVV DENDERLEEUW

Deelname: € 3 leden / € 4 niet-leden. Info en inschrijving: Gaston Cosyns gaston.cosyns@brakel.be - 0477 58 82 16. Locatie: gemeentelijke sporthal, Jagersstraat 64a, Brakel.

DEINZE VRIJDAG 13 NOVEMBER 2015, 19:30 Vlaanderen lijkt fier op zijn onderwijs. Is dat terecht? Bereidt ons onderwijs nog voor op de maatschappij van vandaag en morgen? Hoe kunnen we via het onderwijs concurreren in de mondiale economie? Geven ASO, TSO, KSO en BSO en zelfs het hoger onderwijs nog voldoende kansen in de snel evoluerende samenleving? Gaan de hervormingsplannen wel diep genoeg? Deelname: € 2 / € 1 kansenpas. Info en inschrijving: Frederic Caytan - fc271111@skynet.be. Locatie: Netwerk, Houtkaai, Aalst.

BRAKEL DONDERDAG 19 NOVEMBER 2015, 20:00 Voordracht ‘Preventieve hartscreening’ Pedro Brugada

DEGEUS

Algemene ledenvergadering met etentje WILLEMSFONDS DEINZE

Graag nodigen wij alle leden uit op onze jaarlijkse algemene ledenvergadering, dit jaar opnieuw in restaurant Au Bain Marie, prachtig gelegen aan de Leie in Astene. Menu: aperitief van het huis met hapjes / Kabeljauw, tomaat, kappertjes, mozzarella / Filet van hert, savooi, veenbes, amandelkroket / Sao Thomé chocolade, mascarpone, griotte, sponge cake / Koffie.

Het huidige Ierland, een eiland gedeeld tussen twee landen en ook nog eens intern verdeeld tussen twee godsdiensten, kan alleen maar begrepen worden vanuit haar geschiedenis: de eeuwenlange strijd tussen de Keltische inwoners en de groepen die later kwamen, Noormannen, Anglo-Normandiërs en voornamelijk Schotse protestanten, heeft het land in bloed gedrenkt en haar huidige unieke cultuur maar ook tegenstellingen vorm gegeven. In deze lezing zal historicus Luc Vernaillen niet alleen aantonen hoe belangrijk het verleden is om het heden te begrijpen, maar ook hoe godsdienstig fanatisme een samenleving kan verzieken en het vreedzame samenleven tussen buren en zelfs familieleden onmogelijk kan maken. Deelname: € 4. Info en inschrijving: Marie-Thérèse De Schrijver 053 66 99 66 - info.hvvdenderleeuw@gmail.com www.hvv-denderleeuw.be. Locatie: ’t Kasteeltje, Stationsstraat 7, Denderleeuw.

november 2015  >  51


AGENDA

EEKLO VRIJDAG 20 NOVEMBER 2015, 20:00 775 jaar vrijzinnigheid in het Meetjesland GRIJZE GEUZEN EEKLO

Opening van de tentoonstelling 775 jaar vrijzinnigheid in het Meetjesland in het kader van 775 jaar Eeklo. Gratis toegang. Info en reservatie: freddy.van.weymeersch@telenet.be - 0495 32 20 71. Locatie: Openbare bibliotheek, Molenstraat 36, Eeklo.

Denk maar terug aan gastlanden Senegal, Mexico, Brazilië, Peru en Griekenland. Dit jaar genieten we een volledige avond van de geneugten van Italië. We krijgen een lekker Italiaans menu met aperitivo, antipasti, insalate, paste, carne, pesce, … Muzikale omkadering door een Italiaanse band!

Elk jaar wordt het najaar in Oost-Vlaanderen gekleurd door vrijzinnig-humanistische herdenkingsplechtigheden van de huizenvandeMens, in samenwerking met Feniks vzw. Op zondag 1 november vinden er twee herdenkingsplechtigheden plaats: in de crematoria Heimolen (Sint Niklaas) en Westlede (Lochristi). We nodigen u graag uit om samen stil te staan en al wie ons dierbaar is, te herdenken. De plechtigheid in Gent worden muzikaal begeleid door Koen de Cauter. Gratis toegang. Info en inschrijving: gent@deMens.nu - 09 233 52 26. Locatie: Crematorium Westlede, Smalle Heerweg 60, Lochristi.

Deelname: € 28 (excl. drank). Info en inschrijving (vereist): Gilbert Roegiest gilbert.roegiest@telenet.be - 0479 79 34 79 of Chris Coene - coenechris1@gmail.com - 0499 13 41 19. Locatie: Zaal Germinal, Velodroomstraat 25, Evergem.

WOENSDAG 4 T.E.M. ZATERDAG 7 NOVEMBER 2015 Theaterfestival voor kinderen: Klein Festijn WILLEMSFONDS GENT VZW I.S.M. THEATER I-LUNA (I-LUNA GROUP)

WOENSDAG 9 DECEMBER 2015, 14:00 Filmnamiddag ‘The Imitation Game’ GRIJZE GEUZEN EEKLO

DONDERDAG 31 DECEMBER 2015, 19:00 Oudejaarsavond voor singles en mensen met een laag inkomen VERMEYLENFONDS EVERGEM De vrijwilligers van Vermeylenfonds Evergem geven jaarlijks het beste van zichzelf om mensen met een laag inkomen en singles een onvergetelijke oudejaarsavond te bezorgen.

Gelegenheid tot babbel achteraf met koffie en taart. Deelname: € 7. Info en inschrijving (vóór 2/12): Freddy Van Weymeersch freddy.van.weymeersch@telenet.be - 0495 32 20 71. Locatie: CC De Herbakker, Pastoor de Nevestraat 10, Eeklo.

Deelname: nog niet gekend bij het ter perse gaan van dit nummer. Info en inschrijving: Gilbert Roegiest gilbert.roegiest@telenet.be - 0479 79 34 79. Locatie: Zaal Germinal, Velodroomstraat 25, Evergem.

GENT ZONDAG 1 NOVEMBER 2015, 15:00 Herdenkingsplechtigheid

EVERGEM

FENIKS I.S.M. HUISVANDEMENS GENT

VRIJDAG 20 NOVEMBER 2015, 19:30 Dag van de migrant, gastland Italië VERMEYLENFONDS EVERGEM Zoals ieder jaar organiseert VF Evergem in het kader van de internationale dag van de migrant een onvergetelijke avond.

52  >  november 2015

Drie nieuwe kindervoorstellingen, een creatieve introductie en workshops op maat doen de kilte van de herfst snel vergeten. Naast de voorstellingen is er voor mama en papa een hartverwarmend gratis muzikaal verrassingsprogramma tijdens de workshops. Muziek met een biologisch en/of fairtrade hapje. Een festival voor kleuters, kinderen en volwassenen in hartje Gent!

4 november 2015 10:30 Schatje en Scheetje (3-6j.) 14:30 Drakenjacht (3-7j.) 5 november 2015 10:30 Drakenjacht (3-7j.) 14:30 De Olifant Valt Niet Altijd Door Het Dak (8-12j.) 6 november 2015 10:30 De Olifant Valt Niet Altijd Door Het Dak (8-12j.) 7 november 2015 10:30 Schatje en Scheetje (3-6j.) Deelname: creatieve introductie: gratis / theater: € 8,5 (korting voor WF-leden, werklozen, studenten, mensen met een beperking) / workshop: € 14 (incl. hapje en drankje). Info: www.theater-i-luna.be. Inschrijving: www.uitbureau.be - 09 233 67 86. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

DEGEUS


AGENDA

VRIJDAG 6 EN ZATERDAG 7 NOVEMBER 2015, 20:00

Wie Rita Trefois kent, weet dat batik haar techniek is. En wie Rita de laatste jaren van dichtbij gevolgd heeft, weet ook dat haar realisaties meer geworden zijn dan wall hangings of wandkleden. Haar batikwerken zijn vandaag multimediale schilderijen. Oosterse culturen en weidse landschappen ver weg of dichtbij huis beïnvloeden vaak haar composities.

Theater: NAAKT! WILLEMSFONDS GENT VZW I.S.M I-LUNA JONG (I-LUNA GROUP) Luna Jong gaat voor de eerste keer helemaal naakt! In aparte groepjes maakten de acteurs een aantal éénakters. Ze maakten die zélf, met een minimum aan begeleiding, om centen op te halen voor hun aankomende nieuw productie 4:04. Drie theaterprojecten afgewisseld met muziek van jonge singer-songwriters staan te trappelen u te verrassen.

Rita stelde tentoon in meerdere Europese landen, in de Verenigde Staten, Japan, Maleisië, China en Indonesië. Zij is ook een vaak gesolliciteerde spreker op internationale conferenties en symposia met betrekking tot textiel en meer bepaald batik. Ze geeft les in eigen atelier en treedt als gastdocente op in binnen- en buitenland.

Deelname: € 5 WF-leden (en werklozen, studenten, mensen met een beperking) / € 7 niet-leden. Info en inschrijving: reservaties@theater-i-luna.be www.theater-i-luna.be/Luna_Jong.html. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

DINSDAG 10 NOVEMBER 2015, 13:30 Strijkkwartet nr. 10 Ludwig Van Beethoven Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT

Sinds 2002 biedt de Gentse holebi-toneelgroep Ongehoordt een platform aan holebi-toneelspelers om teksten met een holebi-thema te brengen voor een zo groot mogelijk publiek. Aanvaarding en begrip voor elkaar kan alleen komen als we elkaar beter begrijpen en anderzijds hebben holebi’s nood aan verhalen waarin ze zichzelf herkennen, verhalen over thema’s waar ze mee bezig zijn of gewoon een podium waar ze zichzelf kunnen zijn. In het Lakenmetershuis stellen ze trots hun nieuwe productie Bottoms Up, een holebikomedie, voor. Wanneer Boudewijn op dezelfde dag z’n huis, z’n geld en zijn lief kwijtraakt, krijgt hij plots een verrassend voorstel van twee heren … Zal hij erop ingaan en wordt het ‘Bottoms Up’? Deelname: € 10 WF-leden / € 12 niet-leden. Info: www.ongehoordt.be. Inschrijven: tickets@ongehoordt.be. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

Deelname: € 10. Info en inschrijving: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo@gmail.com. Overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo - Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, Gent.

In 2010 werd haar boek Fascinerend batik - Techniek en praktijk gepubliceerd en vertaald in het Engels en het Frans. De vernissage wordt ingeleid door Frank Thibau. De tentoonstelling loopt van 14 t.e.m. 22 november 2015. Openingsuren: weekdagen van 9:00 tot 16:30 (graag een seintje vooraf) en op zaterdag/zondag van 14:00 tot 17:00. Gratis toegang. Info en inschrijving: KIG - griet@geuzenhuis.be 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

DINSDAG 17 NOVEMBER 2015, 13:30 Lulu – Alban Berg (naar aanleiding van ‘opera in de cinema’) Muziekclub ‘Capriccio’ UPV GENT

VRIJDAG 13 NOVEMBER 2015, 20:00 Vernissage ‘Batik - De fascinerende wereld van Rita Trefois’ KUNST IN HET GEUZENHUIS

WOENSDAG 11 & ZONDAG 15 NOVEMBER 2015, 20:00 Toneelvoorstelling ‘Bottoms Up’ WILLEMSFONDS GENT VZW I.S.M. TONEELGROEP ONGEHOORDT

DEGEUS

november 2015  >  53


AGENDA

Deelname: € 10. Info en inschrijving: Geert Boxstael - 0496 53 99 76 upvgenteeklo@gmail.com. Overschrijving op rek. nr. BE 28 671 121 826 920 van UPVGent-Eeklo - Geert Boxstael met vermelding: UPVGent-Eeklo, datum en onderwerp. Locatie: Hofstraat 353/0001, Gent.

DINSDAG 17 NOVEMBER 2015, 19:00 Uitreiking Beraberprijs Fikry El Azzouzi WILLEMSFONDS I.S.M. STUDIUM GENERALE EN UTV

verhalenvertellers? Zijn cijfers, data, uren niet de enige zekerheden? Kunnen we zonder kennis/interpretatie van het verleden? Hoort het hoe dan ook tot de noodzakelijke kennis? Wat betekent deze kennis voor ons? Is zij louter de zoveelste aanvulling op de vele informatie waarover we reeds beschikken of kunnen/willen we er ook iets uit leren? Waar heeft de kennis van de geschiedenis ons gevormd, onze mening bepaald, ons gedrag – positief – beïnvloed? Volgt op de vraag of we iets kunnen leren uit de geschiedenis een kordaat ‘neen’ of eerder een ‘ja, maar’?

derliefde, moord, familie … en de soms zo vage grens tussen Goed en Kwaad. Na de film volgt een nabespreking met gastspreker Tania Ramoudt, de coördinator van de Stichting Morele Bijstand aan Gevangenen. De filmvoorstelling valt in de Week van de Gevangenis. Gratis toegang, reservatie gewenst. Info en inschrijving: huisvandeMens gent@deMens.nu - 09 233 52 26. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

VRIJDAG 20 T.E.M ZONDAG 22 NOVEMBER 2015, 20:00 AFSCHIETskoenfeeranse WILLEMSFONDS GENT EN ‘T SPELLEKE VAN DREI KLUITE

Kom je filosofische bedenkingen met ons delen!

De Beraberprijs is een prijs voor de ouders van een pas in het hoger onderwijs afgestudeerde jongere met een andere etnischculturele achtergrond. We starten om 19:00 met een muzikale receptie. Om 20:00 begint de uitreiking. Daarna volgt een optreden van auteur en columnist Fikry El Azzouzi. Hij schreef speciaal voor deze gelegenheid een stuk over culturele identiteit en het multiculturele ik.

Gratis toegang. Info en inschrijving: gustaaf de meersman videokontakt.gdm@telenet.be - 09 330 35 77. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

DONDERDAG 19 NOVEMBER 2015, 14:00 Filmcyclus over zingeving en trots: ‘Il y a longtemps que je t’aime’ GGG, FENIKS, HUISVANDEMENS GENT

Gratis toegang, reservatie gewenst. Info en inschrijving (vóór 12/11): info@willemsfonds.be - 09 224 10 75. Locatie: zaal Miry van de HoGent, Hoogpoort 64, Gent.

Filosofisch gesprek: ‘Kunnen we iets leren uit de geschiedenis?’ Laten we beginnen met de historici. Zijn zij objectieve verslaggevers of ‘gekleurde’

54  >  november 2015

Verder met: Vaaste Bende (Jan Sif Meziek Gorleer), Freddy Dreupelmans Claeys, Peter Ziereluuper Van Haelter, Ubeer Koempeer Van Rietvelde, Ruben en Wouter Van Rietvelde, Bénédicte Verhegghen, Marie-Paule Vermeulen, Peter De Bosschere en Patrick Fakkel. Themata van deze koenfeeransse zijn: de koowaliese en de oopoziese, de rosse buurt en de mobiliteit elders in de stad, de méér en meer multiculturele samenleving, de besparingen en de afbouw van de levenskwaliteit van de Gentenaars … Zoals de Gentse pers onlangs meldde is dit de allerlaatste koenfeeranse van ’t Spelleke van Drei Kluite. Vandaar de titel. Voorstellingen op 20 en 21/11 om 20:00, zondag 22/11 om 15:00 en 19:00. Deelname: € 18. Info en inschrijving: www.uitbureau.be - 09 233 77 88. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

DINSDAG 17 NOVEMBER 2015, 19:30

HVV ZAHIR GENT

Het wordt een ‘The very best of’ met hoogtepunten uit het repertoire van het unieke politiek-satirische gezelschap, dat dit jaar zijn dertigjarig bestaan viert. Tekstfoernisseur en regisseur Freek Neirynck scherpte zijn pen alweer om één en ander af te schieten in de Arteveldestad. Hoofd(d)drolspeler Luk Pierke Pierlala De Bruyker mag ook weer van zijn laate geeve tegen allerlei mistoestanden en politieke kroenkels.

ZATERDAG 28 NOVEMBER 2015, 14:00-17:30 Een film over het zware gewicht van geheimen, reïntegratie na het leven in de gevangenis, de schaduw van het verleden, moe-

Studienamiddag ‘Het einde van M/V?’

DEGEUS


AGENDA

Over de plasticiteit van gender en geslacht FONDS LUCIEN DE CONINCK

Maakt het een verschil of je man of vrouw bent? De vraag klinkt misschien verwarrend. Enerzijds lijkt geslacht een ontegensprekelijke categorie in natuur en cultuur. Dieren zijn of vrouwelijk of mannelijk en mensen volgen vaste genderpatronen. Althans dat denken we toch, want het denken in gescheiden M/V-categorieën zit diep. Maar anderzijds vinden we dit onderscheid discriminerend. We verdragen een verschillende behandeling niet langer. Alleen positieve discriminatie mag nog. Aan die verwarring wijdt het Fonds Lucien De Coninck een studiedag. Heldere antwoorden krijg je op vragen zoals: is het einde van M/V nabij? Hoeft iemand nog te weten of je man of vrouw bent? Wat is de functie en de betekenis van geslacht in het dierenrijk en in andere culturen?

PROGRAMMA: Verwelkoming: Johan Braeckman (voorzitter van FLDC). Inleiding: Christian Burvenich (fysioloog). Lezingen door: Koen Martens (bioloog UGent), Griet Vandermassen (filosofe UGent), Liesbet Stevens, (juriste en adjunct-directrice van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen). Getuigenissen over transgender van Fran Bambust en Petra De Sutter. Aansluitend: panelgesprek, vragenronde en receptie. Deelname: € 5 / gratis voor FLDC-leden en studenten. Info en inschrijving (gewenst): fondsluciendeconinck@gmail.com. Locatie: Liberaal Archief, Kramersplein 23, Gent.

DEGEUS

DINSDAG 1 DECEMBER 2015, 20:00 Lustrumviering LVSV Gent WILLEMSFONDS GENT I.S.M. LVSV GENT In december 1930 zag een nieuwe Gentse vereniging het licht. Het Liberaal Vlaams Studentenverbond verdedigt sindsdien consequent een liberale visie. Het LVSV deelde een vrijzinnige visie met de oudste studentenvereniging van het land, TSG ’t Zal Wel Gaan en ontstond uit de visie van een vrijzinnig en Vlaams liberalisme. De onlangs overleden Albert Maertens was voorzitter van zowel ’t Zal als van het LVSV. Deze vroege context tekent de geschiedenis van LVSV: geen geïsoleerd eiland maar continue samenwerking met en beïnvloeding door andere verenigingen. Kruisbestuiving staat dan ook centraal bij de jubileumeditie. Wat is de link met het Willemsfonds, met het L.V.V. (Liberaal Vlaams Verbond), met de liberale partij? Verschillende sprekers zullen over de rol van de 85 jaar bestaande studentenvereniging getuigen. Daarna volgt een receptie. Gratis toegang. Info en inschrijving: Thomas Buyse (voorzitter L.V.S.V. Gent) - voorzitter@lvsvgent.be - 0474 30 44 79. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

Als ideeënfestival willen we een forum zijn voor uitdagende, taboedoorbrekende ideeën die korte metten maken met clichés en dogma’s. Meer dan 20 filosofen, wetenschappers en opiniemakers gaan in op belangrijke maatschappelijke, wetenschappelijke en filosofische uitdagingen. Samen bieden ze je een andere kijk op hedendaagse kwesties en laten je de wereld in een ander daglicht zien. Deelname: € 14 (VVK) / € 17 (ADD). Info en inschrijving: www.nachtvandevrijdenker.be www.facebook.com/nachtvandevrijdenker. Locatie: Zebrastraat 32, Gent.

VRIJDAG 4 DECEMBER 2015, 20:00 (DEUREN 19:30)

ZONDAG 6 DECEMBER 2015, 11:00

Nacht van de vrijdenker Ideeënfestival

Literair aperitief ‘Luchtschip ontploft boven Gent’

GEUZENHUIS I.S.M. HV GENT

Met o.a.: Markus Gabriel, Chantal Mouffe, Paul Cliteur, Dirk Verhofstadt, Stefan Hertmans, Coen Simon, Montasser AlDe’emeh, Maarten Boudry, Michel Maus, Bea Cantillon, Bleri Lleshi, Frederik Anseel, Eric Corijn, Ignaas Devisch, Jean-Jacques Cassiman, Katrien Devolder, Sigrid Sterckx, Tim de Mey. Verder: Filocafé met Alex Klijn, ‘Op de filosofa’ met Peter Algoet, relaxlounge met ‘food for thought’, signeersessies en Walryboekenstand

Frederik Vanderstraeten WILLEMSFONDS GENT

De Nacht van de Vrijdenker brengt nationale en internationale topdenkers samen rond vragen die ertoe doen. Deze avond vol hersenkrakend plezier opent nieuwe perspectieven, daagt je uit en stimuleert je geest.

november 2015  >  55


AGENDA

‘De Groote Oorlog’ trekt terecht gedurende vier jaar alle aandacht naar zich toe. Dat er in het Gentse en meer bepaald in Sint-Amandsberg een uniek wapenfeit gebeurde, begint stilaan in de vergetelheid te geraken. Van de huidige generatie weten nog slechts een handvol mensen dat er in Sint-Amandsberg op 7 juni 1915 een zeppelin neerstortte. Frederik Vanderstraeten, auteur van het boek Luchtschip ontploft boven Gent, deed er ruim 40 jaar over om het gebeuren van naaldje tot draadje te reconstrueren. Hij kreeg daarvoor de laatste 10 jaar de hulp van zijn coauteur Piet Dhanens. Nu de reconstructie rond is, probeert hij met het boek of met het verhaal het luchtgevecht weer onder de aandacht te brengen. Deelname: € 5 WF-leden / € 7 niet-leden. Info en inschrijving (vóór 30/11): Adrien De Vos adrien.devos@vrt.be - 09 220 55 15. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

VRIJDAG 10 DECEMBER 2015, 19:30 Licht in Muziek: kaas- en wijnavond met live muziek VERMEYLENFONDS@UGENT Het programma was bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet gekend. Info en inschrijving: Vermeylenfonds@UGent vermeylenfonds@ugent.be - 09 223 02 88. Locatie: Cultuurkapel, Sint Antoniuskaai 10, Gent

ruil voor financiële steun moest Griekenland draconische besparingen uitvoeren.

Info en inschrijving: info@glimpsgent.be - 09 223 22 27. Locatie (startpunten): Handelsbeurs, Minnemeers, Conservatorium. De podia liggen verspreid in de Gentse regio waaronder het Lakenmetershuis.

DINSDAG 15 DECEMBER 2015, 19:30 Filosofisch gesprek ‘Onderwijs, tot wat opvoeden’ HVV ZAHIR GENT Over het algemeen zijn we het er over eens dat onderwijs noodzakelijk is. Maar… dient onderwijs alleen op scholen te gebeuren?

Heeft het IMF niet een verpletterende verantwoordelijkheid door de Grieken een akkoord te laten ondertekenen waarvan het zelf al wist dat het de crisis niet zou oplossen? Hebben de Duitsers het machtsevenwicht in Europa volledig verstoord? Of was er van een evenwicht nooit sprake? Moet Europa niet verenigen in plaats van polariseren? Wil men de Grieken sowieso uit EU? En wie zal volgen? Wat zou de weerslag zijn van een grexit?

Heeft het onderwijs ook een opvoedende taak? En dient het onderwijs die taak samen met nog andere verantwoordelijken, zoals de ouders, de jeugdwerking enzovoorts te dragen? Of dient het onderwijs op de school zich enkel volgens de maatschappelijke consensus in te vullen, en zeker niet op het terrein van de gezinsopvoeding te begeven?

Gratis toegang. Info en inschrijving: www.festivalgelijkheid.be. Locatie: Vooruit (Domzaal), Sint-Pietersnieuwstraat 23, Gent.

DONDERDAG 10 T.E.M. ZATERDAG 12 DECEMBER 2015

DONDERDAG 10 DECEMBER 2015, 13:00 De eurocrisis: Griekse tragedie in Europa

Muziekfestival GLIMPS WILLEMSFONDS GENT VZW I.S.M. GLIMPS VZW

VERMEYLENFONDS I.S.M. CURIEUS Koen Vidal (De Morgen) modereert het grote Griekenlanddebat met o.a. Karel De Gucht (voormalig Eurocommissaris Open Vld), Koen Schoors (professor Economie UG) en Jan Dumolyn (historicus UG). Bruno Tersago (Griekenlandcorrespondent) steekt het vuur aan de lont met een videoboodschap uit Athene. De meeste Europese landen krabbelden na de kredietcrisis min of meer recht, maar Griekenland verkeert sinds 2009 in een neerwaartse spiraal. In plaats van zich solidair te tonen in deze crisis, schoot Europa in een kramp: het zogenaamde ‘reddingsplan’ heeft meer weg van een wurggreep: in

56  >  november 2015

Glimps is een internationaal showcasefestival in Gent. Turkse jazz, Slovaakse indie, of Franse electro: meer dan 60 artiesten uit heel Europa geven het allerbeste van zichzelf op 11 locaties. Dat gaat van concerttempels als Handelsbeurs, via muziekclubs als de Charlatan, tot minder bekende maar verdomd fijne zalen zoals het Lakenmetershuis.

Vinden we het belangrijk dat scholen leerlingen en studenten/studentes beleefdheidsnormen en etiquetteregels opleggen? Mag een school rond gevoelig liggende thema’s een open en dus ook begripvolle opvoeding geven? Mag de school bijvoorbeeld progressief en dus open seksuele opvoeding geven? Het over drugs hebben? De verschillende religies en levensbeschouwingen laten uitdiepen? Wie gaat dan die opvoedkundige programma's bepalen én controleren? Gratis toegang. Info en inschrijving: gustaaf de meersman videokontakt.gdm@telenet.be - 09 330 35 77 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9 te Gent.

De volledige line-up is consulteerbaar via http://glimpsgent.be/nl/line-up.

DEGEUS


AGENDA

ONDERDAG 17 DECEMBER 2015, 14:00 Midwinteractiviteit Herman Balthazar GENTSE GRIJZE GEUZEN

Onze midwinteractiviteit is een ontmoeting met leden en sympathisanten bij koffie en versnaperingen, waarbij iedere deelnemer naar goeddunken koekjes, taartjes en ander gebak meebrengt. Maar eerst wordt de geest gevoed door een boeiende lezing van prof.em. en oud gouverneur Herman Balthazar over het Orangisme in de Lage Landen (1815-1830). Gratis toegang. Info en inschrijving: Daniël Block dan.block@gentsegrijzegeuzen.net - 09 220 80 20. Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

Een gebuisd student brengt de zomer door in een afgelegen pension. Om zich bij te spijkeren. Maar dat laten de natuuromgeving en haar prikkelende bewoners hem niet toe. Verscheurd tussen hoog gestemde gevoelens voor de pensionhoudersdochter en de verleidingskunsten van een jonge buurvrouw komt hij tot lessen voor het leven ... Vertelopera? Hedendaags mysteriespel? Of alleen maar muziektheater zoals u nooit eerder meemaakte? Kom zelf oordelen!

Woord: Anton Cogen / Spel: Hilde Wauters / Dans: Aurore Allo en Myrte Vandeweerd / Video: Fabien De Lathauwer / Muziek: Venturi Houtblaaskwintet o.l.v. Bernard De Graef / Fluit: Nele Nouwynck / Hobo: Elias Mestdagh / Klarinet: Erwin Muller / Hoorn: Hans Denayer / Fagot: Bernard De Graef / Regie en bewerking: Bart Bruggeman. Deelname: € 10 WF-leden / € 15 niet-leden. Info en inschrijving: Bart Bruggeman bart_e_bruggeman@hotmail.com - 0486 99 85 95. Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent.

GENTBRUGGE ZATERDAG 14 NOVEMBER 2015, 19:00

VRIJDAG 18 DECEMBER 2015 OM 20:00 & ZATERDAG 19 DECEMBER 2015 OM 15:00

Champagneproeverij WILLEMSFONDS GENT EN GENTBRUGGE

Muziektheater ‘Huize Berenklauw’ WILLEMSFONDS GENT VZW I.S.M. ANTON COGEN & VENTURI BLAASKWINTET

Mijnheer en mevrouw Petitjean-Pienne, wijnbouwers en producenten van Champagne Cramant, nabij Epernay, laten u hun champagnes proeven in de salons van de IVG-school. Ze geven hierbij enthousiast uitleg over de artisanale productie van hun champagnes, de gebruikte druivensoorten en de methode om de overheerlijke bubbels te bekomen. Na de proeverij krijgt u de mogelijkheid om deze ‘godendrank’ te bestellen.

DEGEUS

Deelname: € 18 WF-leden / € 20 niet-WF-leden. Info en inschrijving (vóór 01/11): Chantal Couck 0479 21 00 11. Gelieve na uw inschrijving het verschuldigde bedrag te storten op rek.nr. BE20 0000 0875 5056 van WF Gent met vermelding ‘champagneproeverij’. Locatie: IVG-school, Nederkouter 112, Gent.

ZONDAG 29 NOVEMBER 2015, 12:00 Cultureel etentje met kunstenaar Christine Van de Velde WILLEMSFONDS GENTBRUGGE Op onze jaarlijkse afsluiter zijn alle leden welkom om samen te genieten aan een weelderige tafel in het Braemhof te Gentbrugge. U zal er kennis kunnen maken met kunstschilderes Christine Van de Velde. Reeds van kinds af was Christine gefascineerd door vorm en kleur. Ontelbare uren heeft zij met tekenen en schilderen doorgebracht. Na haar talenstudies en enkele jaren van intensieve activiteiten, kreeg haar vroegere passie weer meer aandacht: gedurende vele jaren volgde zij aquarelschilderen. Aquarel of waterverf, een schildertechniek die staat voor zowel beheersing als spontaniteit, voor realiteit zowel als suggestie, voor puurheid en lichtheid in het bijzonder; dikwijls met de natuur als onuitputtelijke inspiratiebron. Ook haar liefde voor taal krijgt soms een plaats hierin: als gedicht of haiku uitgewerkt op een schilderij of kaartje. Menu: aperitief met hapjes (aangeboden door WF) / Bûche van licht gerookte zalm met mousseline van Zeebrugse garnalen, peterseliecrème, tasje bisque / Kwarteltje gefarceerd met calvadosgehakt, mozzarellagratin, jus van tijm en laurier / Moelleux au chocolat met warme kersen, roomijs met pralinénootjes / Aangepaste wijnen / Koffie naar believen met zoetigheden. Deelname: € 63 (all-in) voor WF-leden. Info en inschrijving (vóór 21/11): Chantal Couck 09 230 20 04. Stort vervolgens € 63 p.p. op rek. nr. BE80 0012 0852 1077 met vermelding ‘cultureel etentje’ + aantal personen. Locatie: Braemhof, Braemkasteelstraat 6, Gentbrugge.

GERAARDSBERGEN DONDERDAG 12 NOVEMBER 2015, 20:00 Baruch Spinoza, invloedrijk Nederlands filosoof (3/4)

november 2015  >  57


AGENDA

Jef Van Bellingen UPV GERAARDSBERGEN

bij de overwegend vreedzame verspreiding van het christendom. Arabische en islamitische auteurs denken daar anders over. Die zien in elke westerse soldaat in het Midden-Oosten nog altijd een verdoken kruisvaarder. Hoe dan ook, het Westen is nog altijd de meest bewapende regio ter wereld en voerde de voorbije tien jaar oorlogen in Afghanistan, Irak, Libië en Mali, en de Russen in Tsjetsjenië. Niet omgekeerd. Tegelijk heeft het religieus geweld onder joden, christenen en moslims nog niets van z’n middeleeuwse kracht ingeboet, zeker niet in en rond Jeruzalem, al veertien eeuwen lang de navel van de monotheïstische wereld.

Spinoza ontwikkelde een filosofie waarin theologie geen rol speelde en ongeacht welke religie toepasbaar is. Hij stelde dat God en natuur hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur ook de kennis van het goddelijke verhoogt. Zijn boeken waren tweehonderd jaar lang verboden in Europa, omdat zijn historische Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme. Gratis toegang. Info en inschrijving: Dominique Brems - upv_dominique. brems@telenet.be - http://upv.vub.ac.be/upv-regionaal. Locatie: Liberaal gebouw, zaal Manneke Pis Museum, Markt 47, Geraardsbergen.

DONDERDAG 26 NOVEMBER 2015, 20:00 Religieus geweld bij joden, christenen en moslims Mark Heirman UPV GERAARDSBERGEN

Gratis toegang. Info en inschrijving: Dominique Brems - upv_dominique. brems@telenet.be - http://upv.vub.ac.be/upv-regionaal. Locatie: Liberaal gebouw, zaal Manneke Pis Museum, Markt 47, Geraardsbergen.

Wij nodigen u uit voor een heerlijke koffietafel met bijzonder lekkere koffiekoeken. Daarna komt de kerstman op bezoek en brengt een geschenkje mee voor alle aanwezige leden van het Willemsfonds Herzele en hun kinderen tot 12 jaar. Deelname: € 6 p.p. / kinderen gratis. Info en inschrijving (vóór 15/12): Christine Glorieux christine.glorieux@telenet.be - 0478 23 56 05. Locatie: zaal ’t Hoefijzer, H. Hartplein 5, Herzele (Woubrechtegem).

MERELBEKE VRIJDAG 4 T.E.M. ZONDAG 6 DECEMBER 2015 Weekendje filosoferen: ‘De Grot van Hujo’ HUMANISTISCHE JONGEREN

DONDERDAG 10 DECEMBER 2015, 20:00 ‘Baruch Spinoza, invloedrijk Nederlands filosoof’ (4/4) Jef Van Bellingen UPV GERAARDSBERGEN Laatste van een vierluik voordrachten over Spinoza en zijn belangrijkste werk, de Ethica, door prof. dr. Jef Van Bellingen, verbonden aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen (VUB). Gratis toegang. Info en inschrijving: Dominique Brems (voorzitter) contact.upv_brems.dominique@telenet.be - 054 58 76 84 of Jean-Louis Rens - jean.louis.rens@telenet.be 054 41 83 92 of 0477 91 55 51. Locatie: Liberaal Gebouw, Markt 47, zaal Manneke Pis Museum [verdiep +1], Geraardsbergen.

HERZELE ZATERDAG 26 DECEMBER 2015, 14:30 Kerstfeest WILLEMSFONDS HERZELE

Begin december lanceert Hujo De Grot van Hujo, een keigezellig en interessant weekend waar we samen filosoferen, ditmaal over ‘transhumanisme’. Zou jij bijvoorbeeld een chip in je brein laten steken om optimaal connected te zijn? Via lezingen, workshops, ontmoetingen en filosofische gesprekken gaan we op zoek naar de grens tussen mens en techniek, en natuurlijk kunnen lekkere etentjes en een plezant feestje niet ontbreken! ‘Denk zelf’ en schrijf je in via Hujo.be/ filoweekend. Deelname: € 55 p.p. Wie: Jongeren van 18 tot 30 jaar. Info en inschrijving: eline@hujo.be - 02 521 79 20. Locatie: Ten Berg, Merelbeke.

MOERBEKE-WAAS ZATERDAG 14 NOVEMBER 2015 Algemene vergadering met etentje WILLEMSFONDS MOERBEKE-WAAS

Christelijke auteurs reduceren de kruistochten graag tot een vervelende voetnoot

58  >  november 2015

Jaarlijkse algemene vergadering met etentje en voorstelling van het jaarprogramma 2016.

DEGEUS


AGENDA

Deelname: € 52 leden / € 55 niet-leden. Info en inschrijving: Rudy Van Megroot rudyvanmegroot@skynet.be - 0476 48 42 05. Locatie: Moerbeke-Waas.

VRIJDAG 20 NOVEMBER 2015, 20:00 Theatervoorstelling ‘Caligula’ WILLEMSFONDS MOERBEKE-WAAS Met Caligula zet Guy Cassiers zijn zoektocht verder naar de figuur van de macht en de machthebber. Het stuk is een aanklacht tegen dictatuur en machtsmisbruik, maar ook een drama over de verpletterende existentiële confrontatie met de dood. Naar Camus, met Kevin Janssens in de hoofdrol.

Niet alleen aan het front, maar ook in steden en verlaten dorpen werd een strijd gestreden. Die van het ‘overleven’ … en hoe? Weet dat in de donkerste tijden een vleugje humor wonderen kan verrichten. Daarom verhalen over thuisblijvers en thuiskomers, smokkel, oorlogseten, straffe madammen, oorlogsliedjes en revues, de zeppelin, prostitutie, hulpdieren, spionage, vluchten en terugkeren, kunstuitingen, spotprenten, oorlogsjournalistiek, bier en vertier … en nog meer.

Vorig jaar deed hij troonsafstand ten voordele van zijn zoon Felipe. Naar aanleiding van deze troonwissel kwamen duizenden demonstranten, in meer dan 60 steden, op straat om het herstel van de Republiek te eisen via een referendum. Gratis toegang. Info en inschrijving: Johan Vanommeslaeghe johan.vanommeslaeghe@telenet.be - 055 31 55 46. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

MAANDAG 23 NOVEMBER 2015, 19:00 Bijeenkomst leesclub ‘Leesvrij’ VC LIEDTS Lezen vervult steeds vaker een sociale functie. Wij doen hier graag aan mee! Vanavond wisselen we van gedachten over Schitterende ruïnes van Jess Walters.

Deelname: vrije bijdrage, wordt doorgestort aan het Kinderkankerfonds. Info: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

VRIJDAG 20 NOVEMBER 2015, 19:30 Deelname: € 18 leden / € 20 niet-leden. Info en inschrijving: Rudy Van Megroot rudyvanmegroot@skynet.be - 0476 48 42 05. Locatie: Toneelhuis, Bourla Schouwburg Komedieplaats 18, Antwerpen.

Voordracht ‘De Spaanse burgeroorlog’

Deelname: € 15 lidgeld per jaar voor leden VC Liedts / € 25 niet-leden. Info: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

MAANDAG 23 NOVEMBER 2015, 20:00 Wat vertelt urine over je gezondheid? Dirk Michielsen UPV OUDENAARDE I.S.M. VC LIEDTS

Juris Serge Hoebeke WILLEMSFONDS OUDENAARDE

OUDENAARDE MAANDAG 9 NOVEMBER 2015, 20:00 Technische degustatie Luc Blommaert VC LIEDTS I.S.M. WIJNRANK Deelname: € 25 per degustatie of € 60 voor 3 degustaties. Info: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

ZONDAG 15 NOVEMBER 2015, 11:00 Voorstelling ‘Prikkelende verhalen over de Groote Oorlog’ Marcella Piessens VC LIEDTS

DEGEUS

In 2014 was het 75 jaar geleden dat de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) eindigde. De Spaanse Burgeroorlog was een oorlog tussen de wettelijk republikeinse regering en de fascisten. De democraten werden verslagen door de nationalisten. Hun leider Generaal Franco hield Spanje tot aan zijn dood in 1975 in zijn greep. Na zijn dood werd de monarchie geïnstalleerd en werd Juan Carlos Koning van Spanje.

We produceren per dag zo’n twee liter urine. Een volwassene plast normaliter drie tot acht keer per dag, afhankelijk van de vochtinname. Veranderingen in je eetpatroon, medicijngebruik en schommelingen in de hormoonhuishouding hebben echter allemaal invloed op de kleur en geur van

november 2015  >  59


AGENDA

de urine. Die urine is meestal lichtgeel tot goudgeel van kleur. Dit wordt veroorzaakt door de kleurstof urochroom. Deze wordt continu en in dezelfde hoeveelheid geproduceerd. Bij minder geconcentreerde urine is de kleur lichter dan bij sterk geconcentreerde urine. Maar je urine kan ook kleurloos, bruin, zwart of zelfs paars zijn. Deelname: vrije bijdrage, wordt doorgestort aan het Kinderkankerfonds. Info en inschrijving: Norbert Van Yperzeele norbertvy@gmail.com. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

VRIJDAG 27 NOVEMBER 2015, 20:00

Deelname: niet bekend bij het ter perse gaan van dit nummer. Info en inschrijving: Johan Vanommeslaeghe johan.vanommeslaeghe@telenet.be - 055 31 55 46, Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

ZONDAG 20 DECEMBER 2015, 10:30-13:00 Vrijzinnige toogbabbel VC LIEDTS Een toogbabbel is dé gelegenheid tot nadere kennismaking met het VC Liedts en de morele dienstverlening in Oudenaarde. Iedereen is van harte welkom! Gratis toegang. Info: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

Voorstelling ‘Stop met klagen’ MAANDAG 21 DECEMBER 2015, 19:00

Steven Vromman VERMEYLENFONDS OUDENAARDE

WILLEMSFONDS RONSE

Bijeenkomst leesclub ‘Leesvrij’

Op ludieke wijze worden we wegwijs gemaakt in gekende deuntjes, zoals de Nokiatune, die na reflectie blijken te komen uit klassieke muziekstukken, ten beste gegeven door pianovirtuoos Kristof Tessitore. Deelname: € 3 WF-leden/ € 5 niet-leden. Info en inschrijving: Isabelle Raevens willemsfondsronse@gmail.com - 0476 35 64 56. Locatie: CC De Ververij (lokaal 105), Wolvestraat 37, Ronse.

VC LIEDTS

ZATERDAG 12 DECEMBER 2015, 19:30 Filosofisch kaasdiner WILLEMSFONDS RONSE Gezellig samenzijn onder het nuttigen van een lekkere kaasschotel met aangepaste wijnen en dit alles overgoten met een verrassend filosofisch sausje.

Gentenaar Steven Vromman, ook bekend als Low Impact Man, staat op de planken. Onder de noemer Stop met klagen verovert het Groen-gemeenteraadslid de harten van het publiek met ecologische tips, liedjes op ukulele en stroompanneverhalen. Een ecocomedy waarin Vromman oproept tot activisme en lacht met u, mij en zichzelf. Op een geestige manier schetst hij een duidelijke oproep: wees zuiniger op onze planeet. Van een saai berispend vingertje is in deze voorstelling geen sprake. Deelname: € 5 leden AVF / € 8 niet-leden / € 1 OK-pas. Info en inschrijving (plaatsen zijn bepeperkt): Rita Fontaine - rietfontaine@gmail.com 055 60 52 61. U kan storten op rek. nr. BE51 8777 1990 0162 van VF Oudenaarde met vermelding ‘Vromman’. Aan de kassa betalen is ook mogelijk. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, 9700 Oudenaarde.

ZONDAG 13 DECEMBER 2015, 12:00 Jaarlijks ledendiner WILLEMSFONDS OUDENAARDE

60  >  november 2015

Deelname: € 15 (excl. drank). Info en inschrijving: Isabelle Raevens willemsfondsronse@gmail.com - 0476 35 64 56. Locatie: CC De Ververij, lokaal Harmonie St Cecilia (gelijkvloers), Zuidstraat 19, Ronse.

SINT-NIKLAAS ZONDAG 1 NOVEMBER 2015, 15:00 Herdenkingsmoment ‘Onderweg’ Vandaag verdiepen we ons in Geachte heer M, het voorlopig laatste boek van Herman Koch. Deelname: € 15 lidgeld per jaar voor leden VC Liedts € 25 niet-leden. Info: info@vcliedts.be - 055 30 10 30. Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde.

RONSE VRIJDAG 13 NOVEMBER 2015, 20:00 Ludiek pianoconcert Kristof Tessitore

HUISVANDEMENS SINT-NIKLAAS I.S.M. FENIKS

Onderweg zijn is afscheid nemen achterlaten en meenemen wat dierbaar is. We nodigen u graag uit om samen stil te staan en al wie ons dierbaar is, te herdenken. Muziek wordt gebracht door celliste Renske Doens. Iedereen is welkom. Gratis toegang. Info en inschrijving (gewenst): huisvandeMens sintniklaas@deMens.nu - 03 777 20 87. Locatie: Afscheidscentrum Heimolen, Waasmunstersesteenweg 13, Sint-Niklaas.

DEGEUS


AGENDA

ZOMERGEM

ZOTTEGEM VRIJDAG 13 NOVEMBER

DONDERDAG 5 NOVEMBER 2015, 14:30

& 4 DECEMBER 2015, 19:00

Poppentheater Pedrolino

Kennismaking met de authentieke Oosterse keuken

GRIJZE GEUZEN ZOTTEGEM

Op drie filmnamiddagen bekijken we een boeiende film door een existentiële bril. Een fijne ontmoeting, mét koffie, thee, een stukje taart, tussen gelijkgezinden. The Straight Story is het waargebeurde verhaal van de 73 jaar oude Alvin Straight die een 500 km lange reis op zijn grasmaaier maakt om zijn zieke broer te bezoeken. Een hartverwarmende en ontroerende film, een klein juweeltje. Richard Farnsworth is, in zijn allerlaatste rol, fantastisch als Alvin. Deelname: € 2 leden van HVV of de Grijze Geuzen / € 3 niet-leden. Info en inschrijving (verplicht): zottegem@demens.nu 09 326 85 70. Locatie: huisvandeMens, Hoogstraat 42, Zottegem.

Een heerlijke kindervoorstelling van het traditionele Gentse poppentheatergezelschap Pedrolino. Voor kinderen vanaf 5 jaar.

Soury VC ZOMERLICHT Soury is geboren in Laos en heeft via haar vader alle originele familierecepten overgenomen en reeds ontelbare malen mensen laten genieten van deze keuken.

13/11/0215: sushi We maken zelf maki-sushi: rijst op smaak brengen, vulling klaarmaken en rollen maar.

04/12/2015: traditionele Vietnamese noedelsoep De standaardmaaltijd in Zuid-Oost Azië, lekker en eenvoudig. Deelname: prijs nog niet bekend bij het ter perse gaan van dit nummer. Info en inschrijving: Freddy Verleye f.verleye@telenet.be - 0475 31 79 67 (na 16:00). Locatie: VC Zomerlicht, Weldadigheidstraat 30, Zomergem.

ZONDAG 15 NOVEMBER & 20 DECEMBER 2015, 11:00-13:30 Vrijzinnig aperitief VC ZOMERLICHT Iedereen welkom voor een aperitief en een gezellige babbel! Gratis toegang. Info en inschrijving: Freddy Verleye f.verleye@telenet.be - 0475 31 79 67 (na 16:00). Locatie: VC Zomerlicht, Weldadigheidstraat 30, Zomergem.

DEGEUS

Deelname: € 5 (incl. hapje en drankje). Info en inschrijving: William Lampens william_lampens@skynet.be - 09 355 89 49 of Jean-Pierre Dhoker - jean.pierre.dhoker@skynet.be 09 360 90 72. Locatie: OC Leeuwergem, Gentsesteenweg 306, Zottegem.

VRIJDAG 13 NOVEMBER 2015, 19:00 4e Kaas- en Breughelavond & Fluoflitsfuif HVV ZOTTEGEM-ZWALM-HERZELE (HVV ZZH)

DONDERDAG 5 NOVEMBER 2015, 20:00 Toogbabbel HVV ZOTTEGEM-ZWALM-HERZELE (HVV ZZH) Gratis toegang. Info en inschrijving: Jurgen Goesaert jgoesaert@gmail.com - 0476 33 92 86. Locatie: huisvandeMens, Hoogstraat 42, Zottegem.

DONDERDAG 12 NOVEMBER 2015, 14:00 Cinema Kreim Freis: ‘Ne goeie film, e klapke en e stikske torte’ (2/3) Film: The Straight Story HUISVANDEMENS ZOTTEGEM

Een totaalavond voor het hele gezin: kaas- of Breughelbuffet voor de groteren, de fantastische Fluoflitsfuif voor de 8 tot 12-jarigen. Er zijn ook hotdogs voor de allerkleinsten. Deelname: € 15 kaas- of Breughelbuffet / € 6 Fluoflitsfuif (€ 3 als de ouders inschrijven voor het buffet). Info: Jurgen Goesaert - jgoesaert@gmail.com 0476 33 92 86. Inschrijven (tot 6/11): hvvzottegem@gmail.com. Overschrijving op BE84 1325 3746 9159 of contant aan de kassa. Betaling kan ook via de Zottegemse leerkrachten NCZ en/of bestuursleden. Vermeld per persoon of u kaas of Breughel wenst en of u kinderen wenst in te schrijven voor de Fluoflitsfuif. Locatie: Bevegemse vijvers 6, Zottegem.

november 2015  >  61


AGENDA

VRIJDAG 27 NOVEMBER 2015, 19:00 Afrikaans eetfestijn GRIJZE GEUZEN ZOTTEGEM Een culinaire ontdekkingsavond met authentieke Afrikaanse gerechten: exotisch aperitief, inlandse soep, moambe en zuiders dessert.

goeie film, e klapke en e stikske torte’ (3/3) Film: Dialogue avec mon jardinier HUISVANDEMENS ZOTTEGEM

Deelname: € 20 volwassenen / € 10 kindermenu. Info en inschrijving: Marleen Van Den Brulle marleen.vandenbrulle@skynet.be - 09 360 09 53 of Jean-Pierre Dhoker - jean.pierre.dhoker@skynet.be 09 360 90 72. Storten kan op rek. nr. BE13 9793 3124 8739 van GG Zottegem met vermelding ‘Afrikaans eetfestijn’. Locatie: OC Strijpen, Sint-Andriessteenweg, Zottegem.

HVV ZOTTEGEM-ZWALM-HERZELE (HVV ZZH) Naar analogie met een aflevering van de komische serie Seinfeld beoefenen we het alternatieve midwinterfeest Festivus: met een kale aluminiumpaal, een ludiek rondje aankaarten hoezeer de anderen je hebben teleurgesteld in het voorbije jaar en de onherroepelijke krachtmetingen met de pater familias (lees: de voorzitter). Gratis toegang. Info en inschrijving: Jurgen Goesaert jgoesaert@gmail.com - 0476 33 92 86. Locatie: huisvandeMens, Hoogstraat 42, Zottegem.

Triovoordracht ‘GGO’s: voedsel van de toekomst?’ HVV-ZWALM-HERZELE (HVV ZZH) Filosoof Stefaan Blancke, geneticus Geert De Jaeger en bio-ingenieur Wim Grunewald brengen een triolezing waarin ze de technologie, de implicaties en de publieke perceptie van GGO’s (genetisch gemodificeerde organismes) kort bespreken, waarna ze alle vragen en bezorgdheden vanuit het publiek behandelen. Gratis toegang. Info en inschrijving: Jurgen Goesaert jgoesaert@gmail.com - 0476 33 92 86. Locatie: huisvandeMens, Hoogstraat 42, Zottegem.

DONDERDAG 10 DECEMBER 2015, 14:00 Cinema Kreim Freis: ‘Ne

62  >  november 2015

Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving (alcohol en andere verslavingen). Aarzel niet om een afspraak te maken. De lotgenoten uit uw buurt verwelkomen u van harte!

VASTE ACTIVITEITEN VC LIEDTS

Elke maandag om 20:00: Dialogue avec mon jardinier is een heel simpele en geestige film over een innige vriendschap tussen een kunstschilder (Daniel Auteuil) en zijn tuinman (Jean-Pierre Darroussin). Een bitterzoet drama over leven, liefde en de diepgang en melancholie van twee levensverhalen. Na de film volgt een bespreking met koffie en taart. Deelname: € 2 leden HVV of Grijze Geuzen / € 3. Info en inschrijving (verplicht): zottegem@demens.nu 09 326 85 70. Locatie: huisvandeMens, Hoogstraat 42, Zottegem.

DINSDAG 15 DECEMBER 2015, 20:00 Zorg voor een goede nachtrust

WOENSDAG 9 DECEMBER 2015, 19:30

Elke woensdag en vrijdag om 20:00:

Uw contactpersoon: Eddy - 0494 65 19 84 ( woensdag ) Cynthia - 0477 65 72 11 ( vrijdag ) Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent.

DONDERDAG 3 DECEMBER 2015, 19:30 Toogbabbel ‘Festivus’

VASTE ACTIVITEIT VC GEUZENHUIS

Katja Blauwbloeme HUISVANDEMENS ZOTTEGEM I.S.M. THERAPIEHUIS Deelname: € 7. Info en inschrijving: info@therapiehuis.be. Locatie: huisvandeMens, Hoogstraat 42, Zottegem.

VASTE ACTIVITEIT VC DE BRANDERIJ

Elke eerste en derde woensdag van de maand van 19:30 tot 21:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving. SOS Nuchterheid is een vrijzinnig en humanistisch zelfzorg initiatief en is een lidvereniging van deMens.nu Info SOS Nuchterheid: 0486 25 66 71 info@sosnuchterheid.org - www.sosnuchterheid.org. Info en locatie: De Branderij, Zuidstraat 13, 9600 Ronse - 055 20 93 20 - debranderij@skynet.be.

Workshop hatha yoga, ingericht door het Willemsfonds (geen yoga tijdens schoolvakanties).

Elke maandag om 14:00 en elke woensdag om 19:30 Bridgewedstrijd. Organisatie: Liedts Bridge Club, (uitgezonderd feestdagen).

Elke dinsdag om 19:30 Lessen ‘tai chi’ (geen les op schoolvrije dagen). Organisatie: VC Liedts.

Elke dinsdag om 20:00 Bijeenkomst SOS Nuchterheid (ook tijdens schoolvakanties). De vrijzinnig humanistische bibliotheek is te bezoeken tijdens openingsuren of na afspraak via 055 30 10 30 of info@vcliedts.be (uitgezonderd feestdagen en schoolvakanties). Uitlenen enkel mogelijk voor leden. Openingsuren VC Liedts: van maandag tot donderdag van 9:00 tot 12:00 en van 13:30 tot 15:30. vrijdag op afspraak. Info en locatie: VC Liedts - Parkstraat 4, 9700 Oudenaarde - 055 30 10 30 info@vcliedts.be - www.vcliedts.be. Eddy - 0494 65 19 84 (woensdag) Cynthia - 0477 65 72 11 (vrijdag) Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

NOTEER ALVAST IN UW AGENDA 10/01 17/01 29/01

Nieuwjaarsreceptie WF Nieuwjaarsreceptie VC Zomerlicht Multatulitheater WF

DEGEUS


COLOFON

Hoofdredactie: Fred Braeckman

LIDVERENIGINGEN VC-G

Eindredactie: Griet Engelrelst, Thomas Lemmens Redactie: Kurt Beckers, Freia DeBuck, Brecht Decoene, Annette De Vos, Frederik Dezutter, Griet Vandermassen, Karim Zahidi Vormgeving: Gerbrich Reynaert Druk: New Goff

Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Kurt Beckers

Gerbrich Reynaert

Annette De Vos

Frederik Dezutter

Freia DeBuck

Karim Zahidi

Verantwoordelijke uitgever: Sven Jacobs p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Etienne Bastiaenen, Winnie Belpaeme, Pieter Bonte, Maarten Boudry, Dirk Bryssinck, Willem Elias, Lene Jacobs, Monika Macken, Pierre Martin Neirinckx, Renaat Ramon, Roel Stynen, Bart Tierens, Gie van den Berghe, Kris Velter Cover: © Gerbrich Reynaert De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Het VC-Geuzenhuis coördineert, ondersteunt, bundelt de Gentse vrijzinnigen in het Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 – f09 222 70 73 admin@geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas@geuzenhuis.be en Griet Engelrelst, griet@geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overgenomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers). De nieuwsbrief van De Geus verschijnt maandelijks (10 nummers).

DEGEUS

LIDMAATSCHAPPEN Kunst in het Geuzenhuis: €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen: €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging: €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds: €10 op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van VF Ledenrekening, Tolhuis­laan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lid VF’. Willemsfonds: €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Ledenrekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’.

ABONNEMENTEN De Geus zonder lidmaatschap: €13 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €2. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG. Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

De Cocon vzw, Jeugdhulp aan huis info: 09 222 30 73 of 09 237 07 22 info@decocon.be - www.decocon.be Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Thomas Lemmens - 09 220 80 20 thomas@geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens - 09 233 52 26 gent@deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck@gmail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve - 09 220 80 20 hvv.gent@geuzenhuis.be Humanistisch - Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe - 09 222 29 48 hvv.ovl@geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: R. Van Mol - 0479 54 22 54 rvanmol@hotmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Griet Engelrelst - 09 220 80 20 griet@geuzenhuis.be Opvang – Oost-Vlaanderen vzw Dienst voor pleegzorg info: 09 222 67 62 gent@opvang.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info@sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2@telenet.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info@vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info@willemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: thierry.vervoort@digimores.org www.digimores.org

PARTNER De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 zaterdag en zondag vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 - geusvangent@gmail.com huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Sint-Antoniuskaai 2, 9000 Gent 09 233 52 26 - f 09 233 74 65 gent@deMens.nu

november 2015  >  63


De Geus november 2015  

Magazine vrijzinnige actualiteit Oost-Vlaanderen

De Geus november 2015  

Magazine vrijzinnige actualiteit Oost-Vlaanderen