Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Ggo’s? Yuck! INTUÏTIEVE WEERSTAND TEGEN GGO'S VERKLAARD

Paul Verhaeghe AUTORITEIT HERDENKEN

Nieuwe genetische revolutie KNIPPEN EN PLAKKEN IN DNA

ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT TWEEMAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 48 › NR.4 › SEPTEMBER 2016


INHOUD

2  >  september 2016

VAN DE REDACTIE De moeilijke weg

3

PLAKKAAT Hoeveel LEF hebben we nodig in het levensbeschouwelijk onderwijs? Islamofobie en het hors catégorie-denken

4 7

ACTUA Ggo’s? Yuck!  Voedseldonaties in België

11 15

VRAAGSTUK Autoriteit herdenken. In gesprek met Paul Verhaeghe Annette De Vos zwaait de deur dicht

18 24

BAANBREKER De nieuwe genetische revolutie Hoe vermijd je ‘domme’ fouten?

28 32

FILOSOOF OVER FILOSOOF Adriaan Koerbagh. Van ‘duystere woorden’ naar bobotaal

34

COLUMN Willem wordt Wolf

37

BOEKENREVUE Een verboden experiment. L’enfant sauvage De zevende functie van taal. Laurent Binet

38 42

CULTUUR Ich hab’ noch einen Koffer… Marcase en de serendipiteit

44 48

BLOEDVERWANT Lady Chatterley Io sono l’amore

52 53

POËSTILLE Bereikbaar in een punt

54

NIEUWSBRIEF

56

COLOFON

67

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

Via Appia Antica, Rome ©Wiki Loves Art

De moeilijke weg Summer, bloody summer. De zomer van 2016 zal herdacht worden als een bloederige zomer. De aanslagen in Nice, Bagdad, Orlando, München, Ansbach, Saint-Etiennedu-Rouvray, Charleroi, … blijven op het netvlies hangen. Waar stopt het? Welk antwoord kunnen we formuleren op dit radicaal gedachtegoed en bruut geweld? Religies pleiten alvast voor meer religie. Iedereen radicaliseert en het populistisch gedachtegoed tiert welig als reactie op de toenemende angst, zowel in Europa als in de VS. Donald Trump maakt hier gretig gebruik van en is ondertussen verkozen tot presidentskandidaat voor de Republikeinen. Een man die vrouwen als dom bestempeld, moslims de toegang wil weigeren tot de VS en voortdurend haat zaait, maar belooft ‘de beste vertegenwoordiger van christenen te zijn sinds een lange tijd.’ Want president kan je enkel worden met de steun van God, dat spreekt vanzelf. Toch houden religies zichzelf steeds buiten schot en hebben ze volgens hun aanhangers niets van doen met de golf van aanslagen. Kritiek op religieus fanatisme wordt zelfs afgedaan als racisme. Het mag duidelijk zijn, het geloof wint aan belang. Dit was ook te merken tijdens de Wereldjongerendagen, die opnieuw een succes bleken. De populariteit van de huidige paus, die de jongeren opzwepend toesprak als een ware rockheld (‘doe waar jullie goed in zijn, maak maar eens goed lawaai’), zal hier uiteraard veel mee te maken hebben. Maar toch, hoe krijg je jongeren warm om naar een bijeenkomst te gaan in Polen waar niet alleen het geloof maar ook het instituut van de Kerk centraal staat, een instituut dat nog steeds geen gelijke rechten geeft aan vrouwen en homoseksuelen? Een instituut dat geen toelating geeft om zelf je leven in eigen handen te nemen, of je nu ongewenst zwanger of ernstig ziek bent. Zijn jongeren dan zo conservatief? Of is het verhaal rond dit – of zelfs een ander – geloof aantrekkelijker dan dat van het vrijzinnig humanisme? Daar wringt het schoentje. Vrijzinnig humanisme, de naam alleen al. Weinig mensen buiten de georganiseerde vrijzinnige gemeenschap beseffen amper wat het

DEGEUS

betekent, terwijl ze wel als vrijzinnig humanist kunnen omschreven worden. Anderen willen er expliciet niet mee geassocieerd worden. Ze omschrijven zich liever als ‘neutraal’ dan als vrijzinnig humanist. Hoe komt dit? Enerzijds percipiëren mensen ons als overbodig en denken zij dat we alle doelen bereikt hebben. Ze verwijzen naar de Belgische wet die abortus en euthanasie toelaat en naar de gerechtsgebouwen die de kruisbeelden hebben geweerd. Anderzijds verwijten sommigen ons een nieuwe zuil gecreëerd te hebben. De georganiseerde vrijzinnigheid heeft duidelijk behoefte aan een goed verhaal, dat goed naar buiten wordt gedragen. Moeten wij vandaag nog pleiten voor meer vrijzinnig humanisme? Uiteraard. Want het enige antwoord op het irrationeel gedachtegoed dat steeds meer de bovenhand neemt is net het vrijzinnig humanisme. We moeten zorgen voor degelijk onderwijs, dat het kritisch denken stimuleert en voedt bij jongeren. Daarom blijven we een pleidooi houden voor het gemeenschapsonderwijs, het enige echte pluralistische net dat openstaat voor alle jongeren, gelovig of niet. We mogen niet toegeven aan het extremisme door vrijheden op te geven waar lang voor gestreden is. We moeten net onze waarden behouden én verder uitdragen, zoals de vrijheid van mening en denken. We moeten blijven ijveren voor vrijheid én gelijkheid, ook tussen gelovigen en ongelovigen. Tenslotte zijn we bondgenoten in de strijd tegen het oprukkend fundamentalisme. We mogen geen wig laten slaan tussen wij en zij. Als humanist streven we naar een wereld waarin alle mensen – met respect voor elkaar – kunnen samenleven in harmonie en verbondenheid. Iedereen draagt hierin een verantwoordelijkheid. Nog meer gevechtsvliegtuigen en nog meer (te) verregaande bevoegdheden aan inlichtingendiensten is niet het juiste antwoord. Is dit de moeilijke weg? So be it. Laat ons niet verblinden door het heersende pessimisme. Wij vrolijken u graag op met deze Geus! Griet Engelrelst

september 2016  >  3


PLAKKAAT

Hoeveel LEF hebben we nodig in het levensbeschouwelijk onderwijs? TEACHING ABOUT OR WITHOUT RELIGION? Patrick Loobuyck trekt sinds enkele jaren in tijdschriften, lezingen, op tv en in radioprogramma’s sterk van leer tegen het sinds het Schoolpact (1958) bestaande levensbeschouwelijk onderwijs in België. Loobuyck wil een volledige tabula rasa van het huidige systeem met het afschaffen van de vakken n.c. zedenleer en godsdienst en het introduceren van LEF, een algemeen vormend, verplicht en onafhankelijk vak van 2 uur per week over Levensbeschouwing, Ethiek, Filosofie en burgerschap in alle jaren en netten. © ANP


PLAKKAAT

LEF zou veel beter appelleren aan de moderne noden van onze geseculariseerde en ontzuilde maatschappij; waarbij kritisch denken, burgerschapseducatie, levensbeschouwelijke geletterdheid, democratische ingesteldheid en emancipatorische en persoonlijke vorming voorop staan. In een multireligieuze maatschappij moet men op zoek gaan naar een gemeenschappelijke stam van waarden, normen en principes die toelaat de ander beter te leren kennen, hem te aanvaarden en er proberen harmonieus mee samen te leven. LEF voorziet hierin. Vraag is: wat is de vrijzinnige tol die moet worden betaald voor LEF en wat voor adders zitten er onder het interreligieuze gras?

PARADIGMAWISSEL Sinds het Schoolpact van 1958 en het in de grondwet verankeren ervan in 1988 heeft het Gemeenschapsonderwijs de plicht om onderwijs in elke erkende levensbeschouwing te voorzien. Ook in het vrije onderwijs moet de overheid de godsdienstlessen bekostigen. Het schoolpact moet worden gezien als een compromis tussen vrijzinnigen en katholieken in een tijd waar de verzuiling nog zeer sterk aanwezig was. Momenteel is er volgens Loobuyck echter een mentale ontzuiling bezig waarbij leerlingen allang niet meer de religieuze identiteit hebben van hun ouders of die van de instellingen waarbij ze aangesloten zijn (vakbonden, ziekenfondsen, scholen, ...). Ook wegens de toenemende secularisering en diversiteit van onze maatschappij is er veel minder geloofspraktijk en wordt men meer geconfronteerd met andere levensbeschouwingen en religies. Het huidige levensbeschouwelijk onderwijs heeft die boot volledig gemist en zit nog altijd in het paradigma van teaching into religion, namelijk dat het levensbeschouwelijk onderricht moet aansluiten bij dat van de ouders en de gemeenschap waartoe men behoort. Ondertussen is de wereld echter geëvolueerd naar een open, multile-

DEGEUS

vensbeschouwelijk megadorp waar leerlingen niet meer kunnen en willen worden vastgepind op de eigen gesegregeerde traditie en veel meer openstaan voor diversiteit en het andere. Het moderne levensbeschouwelijk onderwijs zou dan ook een shift moeten doormaken van teaching into religion, naar een veel kritischer en meer open learning about en learning from (the study) of religions. Dit onderwijs zou meer moeten bijdragen aan de persoonsvorming van de leerling, veel meer aandacht besteden aan kennis over de verschillende levensbeschouwingen en in dit spoor aan het inoefenen van interculturele vaardigheden om zodoende de levensbeschouwelijke en morele zoektocht van jongeren beter te ontwikkelen. Kortweg draait het hier om het aanleren van een gedegen levensbeschouwelijke geletterdheid.

In LEF wordt het vrijzinnig humanisme als gelijkwaardig naast de drie wereldgodsdiensten en andere religies geplaatst en verliest hierdoor haar wetenschappelijke en rationele uniciteit LEF (LEVENSBESCHOUWING, ETHIEK, FILOSOFIE EN BURGERSCHAPSEDUCATIE) De kritiek op het schoolpactsyteem gaat niet alleen over levensbeschouwelijke ongeletterdheid, maar ook over een tekort aan visie over het samenleven in een moderne, geseculariseerde en multireligieuze maatschappij. Als kerntaken van het onderwijs ziet Loobuyck de persoonlijke ontwikkeling van een individu door maximaal geïnformeerd te kunnen worden en het leren om harmonieus samen te leven door democratische, dialogische, empathische en interculturele vaardigheden aan te scherpen. Dit gebeurt het best door naast de eigen levensbeschouwing ook die van de ander te leren kennen, uit te diepen en cultureel-historisch te plaatsen.

Naast levensbeschouwing zou er ook a fortiori aan ethische vorming moeten worden gedaan, waarbij de verschillende ethische stelsels en problematieken kritisch-wetenschappelijk worden benaderd. Evenzeer wordt er aandacht besteed aan filosofie, waarbij leerlingen in staat moeten zijn over verschillende filosofische onderwerpen rationeel na te denken en te argumenteren. Daarbij is het van cruciaal belang om kritisch te denken en in dialoog te treden met elkaar. Tenslotte moet iemand die 12 jaar LEF krijgt een gedegen inzicht hebben in hoe onze moderne democratische geseculariseerde samenleving werkt. Burgerschapseducatie gaat dan over het verwerven van basisinzichten in bijvoorbeeld de democratische rechtsstaat, het principe van scheiding kerk en staat, het principe van scheiding der machten, de centrale verlichtingswaarden, rechten en vrijheden van het individu, maar ook sociale rechtvaardigheid, globaliseringen, duurzame ontwikkeling, enzovoorts. Kortweg, het doel is ook hier weer een maximaal geïnformeerde burger te worden. LEF is geen geëngageerd vak dat vanuit een bepaalde levensbeschouwing wordt gegeven, maar een meta-vak dat strikt genomen wetenschappelijk ‘neutraal’ is. De leerkracht moet zich professioneel, onpartijdig en met een zekere kritische distantie opstellen. Het is niet mogelijk om vrijstelling te krijgen en er zijn examens en toetsen net zoals bij alle ander vakken.

KRITIEK 1: TEACHING WITHOUT RELIGION LEF voorziet, vooral in de derde graad, een grondig overzicht van de verschillende religies en godsdiensten; levensbeschouwelijke geletterdheid is immers het speerpunt van LEF. Het mens-, maatschappij- en wereldbeeld van een moslim, protestant of jood verschilt echter in nogal wat punten essentieel van dat van een vrijzinnig humanist. Vanuit vrijzinnig oogpunt is dit een stap terug in het verwerven van rationele en wetenschappelijke kennis over de wereld.

september 2016  >  5


PLAKKAAT

Het gaat hier over tijd. Terwijl men binnen LEF over de engel Gabriël of de onbevlekte ontvangenis leert, kan men niets leren over bijvoorbeeld kosmologie, evolutietheorie, thermodynamica, antropologie, psychologie, ecologie en economie. In LEF wordt immers het vrijzinnig humanisme als gelijkwaardig naast de drie wereldgodsdiensten en andere religies geplaatst en verliest hierdoor haar wetenschappelijke en rationele uniciteit. (Creationisme is NIET gelijkwaardig aan de evolutieleer, goddelijke schepping is NIET gelijkwaardig aan de oerknaltheorie, dogmatische religieuze geboden zijn NIET gelijkwaardig aan vrije democratische besluitvorming, …). Als blijkbaar 75% van de mensen op aarde gelooft in baarlijke religieuze onzin, moet een vrijzinnige leerling dan 75% van zijn tijd bezig zijn met het leren van deze baarlijke religieuze onzin? Loobuyck wil evolueren van teaching into religion, naar teaching about religion, waar uiteindelijk het eindpunt van een rationele, wetenschappelijke, vrijzinnige opvoeding ligt in teaching without religion. LEF wordt hier de dienstmaagd van de godsdiensten, niet van de wetenschappen.

KRITIEK 2: GEEN WERELDBEELDVORMING MEER N.c. zedenleer heeft een apart en uniek statuut tussen alle levensbeschouwingen, lees godsdiensten. Dit komt voornamelijk doordat ze de wetenschappelijke methode en het vrij onderzoek hanteert en adogmatisch en onbevooroordeeld naar mens en wereld durft te kijken. Wat men in n.c. zedenleer doet is in 12 jaar een wereldbeeld proberen te schetsen over de evolutie, plaats, zin en betekenis van de mens in de wereld en de maatschappij op basis van de beste (wetenschappelijke) kennis voorhanden. Hierin verschilt n.c. zedenleer dan ook niet veel van alle andere (niet godsdienstige) vakken. Eigenlijk is het de droom en ideaal van Leo Apostel met zijn vzw Worldviews dat in de les n.c. zedenleer betracht wordt – weliswaar op een heel wat lager, prutseriger en microniveau.

6  >  september 2016

In LEF wordt er echter niet aan wereldbeeldconstructie gedaan, enkel aan het ‘neutraal’ tonen van een levensbeschouwelijke IKEA-catalogus. Als n.c. zedenleer wordt afgeschaft krijgt geen enkele vrijzinnige leerling nog een gedegen totaalvisie over mens, maatschappij en kosmos! We gaan in LEF enkel vergelijken, met achtergestelde godsdienstige wereldbeelden dan nog (!), maar nooit het eigen wereldbeeld verder uitdiepen en versterken. Sinds de jaren ’20 van de vorige eeuw hebben progressieve vrijdenkers en vrijzinnigen gevochten en geijverd voor een levensbeschouwelijk vak waar er een minimum aan onzin en prietpraat wordt verteld en dat een wetenschappelijk en rationeel alternatief moest bieden voor de drie dogmatische wereldgodsdiensten. Met LEF zet men de klok 100 jaar terug! Tegenover levensbeschouwelijke geletterdheid dreigt men nu terug rationeel en wetenschappelijk analfabetisme te creëren bij de zoekende leerling.

In LEF wordt er niet aan wereldbeeldconstructie gedaan, enkel aan het ‘neutraal’ tonen van een levensbeschouwelijke IKEA-catalogus KRITIEK 3: LEF TOP DOWN OF BOTTOM UP? Door het radicaal afschaffen van alle levensbeschouwingen in het onderwijs, zoals LEF voorschrijft, krijgt men een moreel-pedagogisch vacuüm dat zal worden opgevuld door de ouders zelf. Als morgen de lessen islam alleen nog voorkomen in LEF zal dit niet voldoende zijn voor de gemiddelde moslimouder en zal men zijn heil ergens anders zoeken. Jongeren lopen dan het risico geconfronteerd worden met het radicalere salafistische gedachtegoed in obscure koranschooltjes of garagemoskeeën. Juist het toelaten van bezoldigd godsdienstonderwijs door de overheid stelt haar in staat er grondige controle en invloed op te hebben via inspecties en directies. De lamentabe-

le kwaliteit van het islamonderwijs bij ons kan alleen verholpen worden door het te rationaliseren en seculariseren binnen de lessen islam zelf en dit door moderne, goed opgeleide en gematigde islamleerkrachten in te zetten. Aan deze evolutie en dit gevaar gaat LEF volledig voorbij. Als laatste wil ik een lans breken voor een compromis. LEF heeft hoe dan ook een aantal sterke punten zoals uitgebreide burgerschapseducatie, ethisch en filosofisch leren redeneren en werken aan interlevensbeschouwelijke cohabitatie. De objectivering ervan door er een algemeen vormend vak van te maken is een sterke troef. Aan de drie bovenstaande kritieken kan men grotendeels tegemoet komen door de twee uur die LEF wil introduceren te reduceren tot één uur. Daarbij komt dat het van boven af opleggen van LEF noch psychologisch (de intrinsieke motivatie van de leerkracht is hier belangrijk), noch levensbeschouwelijk (nog steeds beleeft men religie vanuit een binnenperspectief), noch juridisch (de grondwet zou immers moeten worden gewijzigd!?) wenselijk is. Veel realistischer zou zijn dat men LEF geleidelijk en bottom up introduceert, binnen de lessen levensbeschouwing zelf en een evenwicht vindt tussen de eigen levensbeschouwing (wereldbeeldvorming) en de gemeenschappelijke stam van LEF. Zo krijgt de leerling zedenleer nog altijd de kans om een rationeel, humaan en wetenschappelijk wereldbeeld te kunnen omarmen (1 uur), maar tevens de andere levensbeschouwingen te leren kennen (zonder er in te verdwijnen) en de garantie te krijgen om gemeenschappelijke waarden en principes te kunnen koesteren die het samenleven leefbaar maken (1 uur). Philippe Juliam Over de auteur:

Philippe Juliam is leerkracht n.c. zedenleer in het secundair onderwijs.

DEGEUS


PLAKKAAT

Islamofobie en het hors catégorie-denken De vele voorbeelden laten er geen twijfel over bestaan: de term ‘islamofobie’ slaat zowel op uitspraken en handelingen tegen de godsdienst als tegen de gelovige. Concreet: de muur van een moskee bekladden, de ongelijke behandeling van een moslim op de arbeidsmarkt of een moslima verbaal aanvallen voor haar religie, worden daden van islamofobie genoemd. Islamofobie wordt zelfs een specifieke vorm van racisme en discriminatie genoemd. Wie zo islamofobie inroept, maakt van de islam en haar aanhangers een aparte groep: dit hors catégorie-denken schept echter een hoop problemen en gaat voorbij aan de samenwerking die nodig is om komaf te maken met racisme en discriminatie – van alle groepen. DE DRIE-EENHEID GELOOF, GELOVIGE EN SAMENLEVING Het geloof als ‘hors catégorie’ Het eerste probleem doet zich voor wanneer islamofobie betrekking heeft op de islam, dus op de godsdienst als dusdanig. Een godsdienst als de islam, is niet zomaar een abstract begrip met een abstracte god. De islam, dat is ook een boek, een profeet, een moraal, een organisatie, een cultuur. Godsdienst herken je aan handelingen (zoals bidden) en uitingen (bijvoorbeeld kledij). Godsdienst wordt beleefd en uitgedragen door mensen, te beginnen bij de profeet zelf. In de meeste moslimgemeenschappen wordt zo min mogelijk onderscheid gemaakt tussen de religieuze en de burgerlijke samenleving: de religie is compleet verweven met het dagelijkse leven en stuurt de gemeenschap aan, zoals bij ons tijdens de hoogdagen van het katholicisme. Het geloof en de samenleving lopen continu in elkaar over. De islam betekent dus niet alleen de Koran bestuderen of naar Mekka reizen, maar staat ook voor dagdagelijkse belevingen en uitingen, zoals kledingvoorschriften (boerka), bepalingen inzake eten en drinken (de ramadan,

DEGEUS

verbod op alcohol) en een strikt onderscheid tussen mannen en vrouwen. De gelovige en zijn geloof lopen dus continu in elkaar over.

Wie kritiek uit op de islam, kan niet anders dan ook de gelovige, diens gemeenschap en zijn religieuze handelingen en uitingen raken Wat betekent het dan wanneer op platforms als Kif Kif en Wijblijvenhier wordt beweerd dat kritiek op de islam is toegelaten en niet onder islamofobie valt, dus dat de bestrijding en de bestraffing van islamofobie geenszins de vrijheid van meningsuiting in het gedrang brengt? Dat betekent in realiteit niets, want het gaat om een theoretisch, compleet artificieel en onhoudbaar onderscheid, gezien deze dubbele verwevenheid: die van geloof en gelovige enerzijds en van geloof en gemeenschap anderzijds. Wie kritiek uit op de islam, kan niet anders dan ook de gelovige, diens gemeenschap en zijn religieuze handelingen en uitingen raken Hooguit staat islamkritiek voor theologische debatten over

geloofssystemen en andere pseudowetenschappelijke constructen, bij voorkeur onder experts op televisie. In werkelijkheid wordt ondertussen gelobbyd om blasfemie overal strafbaar te stellen. Zo woedt sinds enkele jaren in de VN-Mensenrechtenraad een hevig debat over een resolutie die tot doel heeft het ‘belasteren van godsdiensten’ te verbieden en te bestraffen. Indien aanvaard, biedt dergelijke resolutie een juridische basis om blasfemie wereldwijd strafbaar te stellen. Kritiek op godsdienst is dan in wezen verboden en dat is wel degelijk een inperking van de vrije meningsuiting. Hoe theoretisch de toegelaten kritiek is, blijkt uit een column over de aanslag tegen Charlie Hebdo: in een pleidooi voor liefde (!), klinkt het resoluut ‘van godsdienst blijf je af’ (Yasmina Jennifer Kahsai: Liefde als reactie op aanslag Charlie Hebdo, wijblijvenhier.nl, 8 januari 2015. Het kan nog duidelijker: ‘elke demonstratie van vrije meningsuiting, negatieve media en terroristische aanslagen zorgen ervoor dat er meer en meer wantrouwen, angst en haat is ten opzichte van moslims’). ‘Islamofobie’ die refereert aan de islam, betekent dus dat godsdienst als hors catégorie wordt beschouwd – de

september 2016  >  7


PLAKKAAT

facto en straks misschien ook de jure. De gelovige als ‘hors catégorie’ Een tweede, identiek probleem doet zich voor wanneer ‘islamofobie’ wordt ingeroepen bij handelingen en uitspraken tegen de gelovige en als specifieke vormen van racisme, discriminatie, uitsluiting en xenofobie worden benoemd. Hier wordt de gelovige als hors catégorie voorgesteld. Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Eerst en vooral, is xenofobie en racisme tegenover moslims per definitie onmogelijk. Tegenover moslims is wel discriminatie mogelijk, met name discriminatie op religieuze gronden. Discriminatie op religieuze gronden, is echter wettelijk verboden en druist in tegen de mensenrechten. Aparte maatregelen voor moslims zijn dus nergens voor nodig. Zoals we hierboven al uiteenzetten: de gelovige is zijn geloof. Discriminatie van een moslim is dan ook geen discriminatie tout court, het is geen ‘moslimofobie’, nee, het is islamofobie. Anders gezegd: men neemt geen genoegen met het verbod op discriminatie op religieuze gronden, maar scheidt de moslims af als een onderscheiden groep, hors catégorie dus.

Sinds enkele jaren woedt in de VN-Mensenrechtenraad een hevig debat over een resolutie die tot doel heeft het ‘belasteren van godsdiensten’ te verbieden en te bestraffen. Kritiek op godsdienst is dan in wezen verboden en dat is wel degelijk een inperking van de vrije meningsuiting NON-DISCRIMINATIE EN RELIGIEUZE EISENBUNDELS Dat islamofobie moet worden bestraft of verboden, wordt vaak gemotiveerd door te verwijzen naar het verbod op antisemitisme. Soms wordt ook het

verbod op discriminatie van holebi’s aangehaald, zelden of nooit echter die van de vrouw. Hoe dan ook: deze eenvoudige analogie met het antisemitisme, die niet eens een intrinsieke motivatie inhoudt, klopt niet echt. Het verbod op discriminatie van joden en holebi’s betreft holebi’s en joden in hun hoedanigheid van individu en burger, niet de Joodse religie of een homofiele belijdenis. Het betekent eenvoudigweg dat iemands seksuele geaardheid er niet toe doet, dat jood zijn er niet toe doet. De grondwet, de mensenrechten en specifieke wetgeving (zoals de Belgische wetten van 1981 en 2007) laten geen discriminatie toe op basis van overtuiging, afkomst, godsdienst, levensbeschouwing, enzovoorts. Al deze wetten spreken over het individu, de burger, en niet over het geloof of een geloofsgemeenschap.

Dat heeft twee kwalijke gevolgen. Ten eerste, roepen moslims op deze manier discriminatie over zichzelf uit, zoals iedereen die niet gelijk maar apart en bevoorrecht wil worden behandeld. Ten tweede, en dat is veel belangrijker: bijzondere maatregelen gaan voorbij aan de samenwerking en solidariteit die nodig is om alle vormen van discriminatie, racisme, xenofobie en uitsluiting ten gronde aan te pakken. Zonder onderscheid van afkomst, taal, sekse, overtuiging of godsdienst. Een brede antidiscriminatiebeweging van moslims, zwarten, homo’s, Roma’s e tutti quanti. Dat bereik je niet door de criteria ‘geloof’ en ‘gelovige’ een bevoorrechte positie toe te kennen. Tot daar het eerste probleem, het hors catégorie-denken.

8  >  september 2016

DEGEUS


PLAKKAAT

De aanklagers van islamofobie beogen dan ook iets anders. Bij hen gaat het wel degelijk om het geloof. En als het om een individueel persoon gaat, wordt niet gesproken over de burger, maar over een lid van een gelovige gemeenschap, een gelovige. Zoals gezegd: de gelovige is zijn geloof en vice versa. Een vrouw met een hoofddoek die onheus wordt behandeld, is voor de islamofobiebestrijders een moslima. Punt uit. In tegenstelling tot wat antidiscriminatiewetten precies bedoelen, namelijk dat de hoedanigheid van moslima’s geen rol mag spelen, zetten de aanklagers van islamofobie de hoedanigheid van moslima’s net sterk in de verf. Heel het discours beoogt dan ook iets anders, namelijk de inwilliging van eisen gebaseerd op geloof, zoals bidden op de werkplek, afwijking van regels en wetten tijdens de ramadan, tot en

met een parallel type gemeenschap die onder andere gebaseerd is op een onderscheid tussen mannen en vrouwen, dit alles in tegenspraak met de vigerende wetgeving voor alle burgers. Hier spreken we over aparte behandeling en zelfs voorrechten, niet over gelijkheid.

Er wordt ten onrechte van discriminatie en racisme gesproken wanneer een groep zijn specifieke eisen niet ingewilligd ziet. Vaak schuilt achter die eisen een mechanisme van omgekeerd racisme Daarmee is de grond van het tweede probleem geschetst: de verwarring

© Stephen Orsillo

tussen discriminatie / racisme enerzijds en niet-ingewilligde eisen van religieuze aard anderzijds. Er wordt ten onrechte van discriminatie en racisme gesproken wanneer een groep zijn specifieke eisen niet ingewilligd ziet. Vaak schuilt achter die eisen een mechanisme van omgekeerd racisme. Als een islamitische scholier een opmerking krijgt omdat hij weigert het bord schoon te geven voor zijn juf, dan is dat noch racisme, noch discriminatie. Het is net omgekeerd: als de juf dit toeliet, dan riep ze twee vormen van discriminatie in het leven. Ten eerste: vrouwelijke leraren mogen door mannelijke leerlingen anders worden behandeld dan mannelijke leraren. Ten tweede: leraren dienen islamitische jongens anders te behandelen dan alle andere leerlingen. Deze eisen veronderstellen geen gelijke, maar net een aparte behandeling op basis van de waarom-daarom redenering eigen aan gelovigen.

ELK ZIJN EIGEN WETPAKKET Er bestaat echter een derde probleem: de neiging om steeds meer specifieke groepen te vatten in steeds meer speciale wetten, wat nefast en contraproductief werkt. In plaats van een wet op de islamofobie te eisen naar analogie met het antisemitisme, zou men beter in een gemeenschappelijk front voor één duidelijke, ondubbelzinnige en eenvoudig afdwingbare wetgeving opteren. Dat is niet eens zo moeilijk. De grondwet kent alle burgers gelijke rechten toe. En plichten. Voor alle zekerheid wordt een negatief criterium toegevoegd, namelijk dat men tussen deze burgers niet mag discrimineren. De antidiscriminatiewetgeving (1981 / 2007) moet worden gezien als een negatieve, exemplarische aanvulling: eerst komt de gelijkheid tussen de burgers en daarna wordt nog eens onderstreept dat derhalve discriminatie, racisme en xenofobie verboden zijn. Op internationaal vlak, garanderen de mensenrechten dat alle mensen in wezen gelijk zijn (positief) en discriminatie of racisme derhalve niet

DEGEUS

september 2016  >  9


PLAKKAAT

kan (de negatieve aanvulling). Deze wetten zijn duidelijk en vermelden een lange reeks toepassingsgebieden en criteria zoals geslacht, afkomst, vermogen, huidskleur, leeftijd, en zo verder. De wet van 2007 vermeldt specifiek én politieke én filosofische én religieuze overtuiging. Er is geen enkele reden waarom een moslim niet onder deze wetten zou vallen. Ter verduidelijking: de wet heeft niet tot doel dat iedereen zijn eigen pakketje antidiscriminatie samenstelt door bijvoorbeeld het criterium ‘religie’ wel, maar ‘geslacht’ niet te accepteren.

EEN PARENTHESIS: HET ANTISEMITISME Een voorbeeld nemen aan wat gemeenzaam ‘de strijd tegen het antisemitisme’ wordt genoemd, is niet zeer bevorderlijk voor dit soort discussie. Veel uitingen van die strijd verhelderen het debat niet. Een bron als Joods Actueel, maakt probleemloos ratatouille van Jodenhaat, antisemitisme, kritiek op Israël, antizionisme, steun aan Hamas, negationisme en commentaar op de Holocaust. Amalgamen op overschot. Men kan zich ook afvragen waarom de Europese Commissie onder de kop ‘Racism and Xenophobia’, een speciale rubriek veil heeft voor ‘Combatting Antisemitism’. Verder lijkt het me vooral getuigen van repressief denken om artiesten, politici en celebrities (de anderen houden hun mond) voor de rechtbank te slepen omdat zij de uitroeiing van joden door de nazi’s ontkennen of ‘minimaliseren’. De wet op het negationisme laat bestraffing toe, maar wat vermag het recht nu werkelijk tegen de ontkenning van een gebeurtenis, van een feit dus, of tegen de onorthodoxe interpretatie ervan? Welke gebeurtenissen? De wet op het negationisme slaat op één enkele gebeurtenis en over gelijkaardige gebeurtenissen bestaat lang geen uitsluitsel – mocht dat al kunnen. Zo erkent de Franse wet ook de genocide op de Armeniërs, maar de ontkenning van die genocide bestraffen, leek het Grondwettelijk Hof ‘une atteinte anticonstitutionnelle à l’exercice

10  >  september 2016

de la liberté d’expression et de communication’. Het zou van enige moed getuigen om die redenering door te trekken. Als de ontkenning van historische gebeurtenissen verboden en strafbaar is, mag men dan wetenschappelijke feiten ontkennen zonder de bak in te vliegen, bijvoorbeeld dat de aarde niet is geschapen door een bovenmenselijke wezen? Een laatste reden om de analogie met de strijd tegen het antisemitisme niet door te trekken: joden komen vaak gewoon enkel voor zichzelf op. Zelfs na de aanval op Charlie Hebdo en de Joodse winkel Hyper Cacher, viel vanwege de Joodse gemeenschap weinig solidariteit te bespeuren. Te veel vormen van strijd tegen het antisemitisme lijken ons weinig exemplarisch en getuigen vooral van navelstaarderij, exclusief denken, excessieve eigenliefde en superioriteit. De analogie komt de bestrijders van islamofobie natuurlijk goed uit, want ze doen net hetzelfde: over zichzelf spreken als een apart geval, met weglating van de anderen.

De wet heeft niet tot doel dat iedereen zijn eigen pakketje antidiscriminatie samenstelt door bijvoorbeeld het criterium ‘religie’ wel, maar ‘geslacht’ niet te accepteren HIPPIE- EN COMMUNISMOFOBIE? Steeds opnieuw blijkt dat het geloof en de gelovigen zichzelf hors catégorie plaatsen en zich dus weinig tot niets van anderen aantrekken. Door het geloof voor te nemen, worden sociale themata naar het achterplan verschoven en blijft veel racisme en discriminatie ongemoeid. Bovendien is in heel dat discours geen plaats voor de burger, enkel voor de gelovige. Door een aanval op een vrouw met hoofddoek te klasseren als een religieuze kwestie en ze tegelijk als racisme te bestempelen, alles onder de noemer ‘islamofobie’, scheidt men én de feiten

én die vrouw af van alle andere, ware racistische of discriminerende daden. Solidariteit is dan compleet zoek. Alleen religies doen zoiets. Zo spreken we niet van ‘communismofobie’ of ‘communismefobie’, hoewel communisten in heel wat Westerse landen werden uitgescholden, bedreigd, vervolgd, gebroodroofd tot vermoord. De moord op Julien Lahaut is geen geval van communismofobie. Het antwoord was en moet zijn: men mag niemand vermoorden vanwege zijn overtuiging. Evenzo, zijn hippies nooit op straat gekomen om ‘hippiefobie’ aan te klagen, hoewel ze op veel plaatsen werden geweerd of gediscrimineerd en de ‘grapjes’, wat nu ‘pesterij’ heet, schering en inslag waren. In de film Easy Rider worden twee vermeende hippies in koelen bloede afgeschoten. Het antwoord was en moet zijn: men discrimineert niet op basis van uiterlijk.

CONCLUSIE Kritiek op de islam is islamofobie. Kritiek op een moslim is islamofobie. Islamofobie is racisme, xenofobie en discriminatie. Islamofobie is een aparte vorm van racisme, xenofobie en discriminatie. Zolang deze amalgaamreeks als argument wordt gebruikt, kan men de aanklagers en bestrijders van islamofobie niet au sérieux nemen, noch de term islamofobie als dusdanig. Zoals gezegd, zouden de bestrijders van ‘islamofobie’ er beter aan doen een front te vormen met andere groepen, zoals zwarte Afrikanen, Joden, zigeuners, vrouwen en holebi’s. Dergelijk front kan dan zonder omwegen de kern van de zaak aanpakken: werk, onderwijs, cultuur en taal. En godsdienst de plaats geven die het toekomt: niet boven, maar gewoon naast alle andere uitingen van discriminatie. Dan kunnen we primitieve demagogen en narcistische one-man bands als Abou Jahjah eindelijk afvoeren en een echt links debat beginnen. Eddy Bonte

DEGEUS


ACTUA

Ggo’s? Yuck! DE INTUÏTIEVE VERLEIDING VAN DE WEERSTAND TEGEN GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN Op donderdag 30 juni pakten maar liefst 110 Nobelprijslaureaten – voornamelijk uit de disciplines fysica, chemie en geneeskunde – uit met een straf initiatief. In een open brief gericht aan Greenpeace, de V.N. en regeringsleiders wereldwijd, vegen ze Greenpeace flink de mantel uit over hun volgehouden campagnes tegen ggo’s. Ze roepen Greenpeace op niet langer het wetenschappelijk bewijsmateriaal te veronachtzamen dat ggo’s geen gezondheidsrisico inhouden bij menselijke of dierlijke consumptie, en dat studies bij herhaling hebben laten zien dat ggo’s niet schadelijk zijn voor de natuurlijke omgeving en zelfs een zegen voor de biodiversiteit genoemd kunnen worden. Waarom doet Greenpeace dat, terwijl ze als het op de klimaatcrisis aankomt wél oren hebben naar de wetenschappelijke consensus? Waarom blijven ggo’s zoveel weerstand opwekken, niet alleen bij hardcore milieuactivisten, maar ook bij het brede publiek? Hoe valt die weerzin te verklaren? Als manifest onware ideeën zich weten te verspreiden, zo stelt filosoof Stefaan Blancke (UGent), wordt het interessant om te kijken naar de menselijke geest. Wetteren, 29 mei 2011. Drie- à vierhonderd activisten van de Field Liberation Movement en sympathisanten rukken op naar een proefveld van de Universiteit Gent, met als enige bedoeling het te vernietigen. Op het veld staan genetisch gemodificeerde aardappelen die resistent zijn gemaakt tegen Phytophtora infestans, ook bekend als de aardappelplaag, een veel voorkomend schimmelachtig organisme dat desastreuze gevolgen heeft voor de oogst. Door deze toepassing zouden boeren tot tachtig procent minder schimmeldodende middelen moeten spuiten. De activisten zijn gekant tegen genetische modificatie: ze vinden de technologie gevaarlijk en menen dat die enkel in het leven geroepen is om de zakken van multinationals te vullen. Daarom willen ze het experiment met alle mogelijke middelen stopzetten. Een tweehonderdtal wetenschappers protesteert tegen de actie, maar komt niet tussenbeide. Ook de politie is aanwezig. Ze zijn echter met te weinig om de bestorming van het veld te verhinderen. Ook het hek rond het veld kan de activisten niet stoppen. Ze vernietigen een aanzienlijk deel van de proef.

DEGEUS

De weerstand tegen ggo’s beperkt zich niet tot een kleine groep milieuactivisten, maar vindt weerklank bij een groot deel van de bevolking. Deze publieke weerzin staat in schril contrast met de wetenschappelijke bevindingen De Vlaamse media besteedden uitvoerig aandacht aan dit incident, maar vanuit internationaal perspectief was deze actie niet uitzonderlijk. Activisten, vaak verbonden aan milieuorganisaties als Friends of the Earth en Greenpeace, vernielden in verschillende Europese landen, waaronder Frankrijk en Zwitserland, al eerder proefvelden met genetisch gemodificeerde planten. Ook buiten Europa vonden intussen dergelijke acties plaats. Onder de doelwitten bevonden zich proefvelden met ‘gouden rijst’ in de Filippijnen, genetisch gemodificeerde eucalyptusbomen in Argentinië, gemodificeerde

suikerbieten in de Amerikaanse staat Oregon en dito tarwe in Australië. De weerstand tegen ggo’s beperkt zich niet tot een kleine groep milieuactivisten, maar vindt weerklank bij een groot deel van de bevolking. Een grootschalige Europese studie uit 2010 toont dat, ondanks de grote nationale verschillen, in geen enkel Europees land een meerderheid de technologie steunt. In sommige landen, waaronder Frankrijk, Luxemburg en Griekenland, is niet eens twintig procent ervoor te vinden. Binnen de Europese Unie leidde dit tot een de facto moratorium op de commercialisering van ggo’s tussen 1998 en 2004 en een nog steeds buitengewoon strenge regulering. In de VS, waar ggo’s vlotjes de weg naar de markt vonden, is de bevolking nauwelijks minder gekant tegen de technologie. Daar meent 57 procent dat het eten van genetisch gemodificeerd voedsel onveilig is. Slechts 37 procent denkt het tegenovergestelde. Deze publieke weerzin staat in schril contrast met de wetenschappelijke bevindingen. Die tonen overduidelijk aan dat de technologie veilig is voor de gezondheid van mens en dier. Boven-

september 2016  >  11


ACTUA

dien leveren de huidige toepassingen doorgaans een belangrijke bijdrage tot een duurzame landbouw, zowel op milieuvlak als op vlak van de sociaaleconomische situatie van de kleine boeren die massaal gebruik maken van ggo’s (voor meer info verwijs ik graag naar het boek De ggo-revolutie door Wim Grunewald en Jo Bury). Maar als de technologie veilig is en voordelen levert voor milieu en landbouwer, waar komt die weerstand dan vandaan? Op die vraag bestaan verschillende antwoorden. Volgens sommigen heeft het te maken met de klein-linkse weerstand tegen grote bedrijven. Anderen denken dan weer dat de consument zich verzet omdat hij of zij geen persoonlijk voordeel haalt uit de technologie, of dat de weerstand voortspruit uit een postchristelijke cultuur waarin Moeder Natuur de plaats heeft ingenomen van God de Vader. Die antwoorden zijn niet geheel onjuist, maar ze volstaan niet. Mensen zijn ook tegen ggo’s wanneer deze via publiek geld zijn ontwikkeld, ze liggen doorgaans niet wakker van technologieën waar ze niet meteen iets aan hebben (tractoren, iemand?), en de weerstand komt ook voor in niet-christelijke culturen. We moeten het antwoord dus elders zoeken.

Als manifest onware ideeën zich weten te verspreiden, dan wordt het interessant om te kijken naar de menselijke geest GEEST EN CULTUUR Als manifest onware ideeën zich weten te verspreiden, dan wordt het interessant om te kijken naar de menselijke geest. Denk maar aan pseudowetenschappen zoals homeopathie of het creationisme. Op een of andere manier weten dergelijke ideeën, die flagrant in tegenspraak zijn met de wetenschap, de geest te verleiden om ze voor waar aan te nemen. Hoe slagen zij daarin? Belangrijk om weten is dat de menselijke geest veel meer omvat dan het bewuste ‘ik’ dat we dagelijks ervaren.

12  >  september 2016

Inderdaad, we hebben het gevoel dat we controle hebben over onze gedachten en dat we rationeel en weloverwogen oordelen en beslissingen nemen. Maar de laatste veertig jaar hebben psychologen ontdekt dat ons bewuste denken maar het topje van de ijsberg vormt. Het overgrote deel van ons denken gebeurt niet door onze reflectieve geest, maar door intuïties die hun werk uitoefenen zonder dat we van hun werking bewust zijn – om die reden hebben we ze ook nog maar pas ontdekt. Het enige wat we min of meer bewust registreren, is hun output. Denk bijvoorbeeld aan een moment waarop je met vrienden samen bent. Je praat met hen, vertelt grappen, reageert gevat op een opmerking, je lacht samen, wisselt gedachten uit. Je weet spontaan hoe je je in hun gezelschap moet gedragen. Dit is het gevolg van sociale intuïties waarmee natuurlijke selectie onze soort doorheen haar evolutie heeft uitgerust. Deze en vele andere intuïties, elk met hun eigen taak, laten ons toe om ons vlot doorheen het dagelijks leven te bewegen. Maar soms zetten ze ons op het verkeerde spoor. Mensen worden bijvoorbeeld snel bang van spinnen en slangen, ook in landen waar er geen giftige soorten te vinden zijn. Daarentegen bewegen de meesten van ons zich zorgeloos en vaak ook roekeloos doorheen het verkeer, dat jaarlijks talloze levens eist. De reden is dat spinnen en slangen een gevaar vormden in onze voorouderlijke omgeving, waar er uiteraard geen enkele auto te vinden was. Daarom heeft natuurlijke selectie ons uitgerust met een intuïtieve gevoeligheid voor angst voor spinnen en slangen, maar ze heeft nog niet de tijd gehad om ons een gezonde angst voor het verkeer te laten ontwikkelen. Bijgevolg schatten we de risico’s van de moderne tijd volledig verkeerd in. Intuïties hebben niet alleen een grote invloed op ons individueel denken en gedrag, maar ook op welke ideeën zich weten te verspreiden. Net zoals ons lichaam gevoelig is voor bepaalde ziektes maar niet voor andere, maken intuïties onze geest meer ontvankelijk voor bepaalde ideeën dan voor andere.

Over het algemeen maken ideeën die het meeste aansluiten bij onze intuïtieve verwachtingen de grootste kans om populair te worden. Ze buiten als het ware onze intuïties uit om zich te verspreiden. Dit kader laat ons toe om het succes van het verzet tegen ggo’s te verklaren: ideeën en afbeeldingen die tegen ggo’s gekant zijn, spelen op een of andere manier in op onze intuïties. Maar welke intuïties zijn dit dan?

Het overgrote deel van ons denken gebeurt niet door onze reflectieve geest, maar door intuïties die hun werk uitoefenen zonder dat we van hun werking bewust zijn. Intuïties hebben niet alleen een grote invloed op ons individueel denken en gedrag, maar ook op welke ideeën zich weten te verspreiden

Als we kijken naar de manier waarop activisten ggo we duidelijk de invloed van een aantal intuïties en teleologische en intentionele intuïties en gevoelens en voorstellingen van ggo’s zich als een lopend vu


ACTUA

INTUÏTIEF VERZET Als we kijken naar de manier waarop activisten ggo’s voorstellen en mensen over ggo’s denken, ontwaren we duidelijk de invloed van een aantal intuïties en emoties. Eén daarvan is het psychologisch essentialisme. Deze intuïtie creëert de verwachting dat organismen een onzichtbare, onveranderlijke kern hebben (een ‘essentie’) die de ontwikkeling, het gedrag en de identiteit van het organisme bepaalt. Ze laat ons toe om de levende wereld spontaan te categoriseren en te begrijpen: als we een kat zien, hoeven we niet telkens op onderzoek om te weten te komen welk dier dat is en hoe het zich gedraagt. We dichten het de essentie ‘kat’ toe, waardoor we meteen over een heleboel informatie beschikken. We weten dat een kat ademt, eet en zich voortplant met andere katten, maar ook dat ze scherpe tanden heeft en jaagt op alles wat ze de baas kan. Uiteindelijk is deze intuïtie zo gek nog niet, want het leven op aarde is inderdaad te categoriseren. En daarenboven zit er in organismen iets onzichtbaars dat een belangrijke

o’s voorstellen en mensen over ggo’s denken, ontwaren n emoties. Door in te spelen op onze essentialistische, s van walging, hebben negatieve (maar onjuiste) ideeën uurtje weten te verspreiden.

invloed uitoefent op hun ontwikkeling, gedrag en identiteit, namelijk DNA. Maar ze zet ons ook op het verkeerde spoor. De intuïtie dat soorten essentieel onveranderlijk zijn, strookt immers niet met de idee dat soorten evolueren uit andere soorten. En DNA vormt geen essentie die eigen is aan een bepaalde soort, maar bestaat steeds uit hetzelfde alfabet van vier letters, of je nu kijkt naar een schimmel, een krokodil of een mens. Soorten kunnen dus DNA uitwisselen, iets wat in de natuur constant gebeurt. Zo is acht procent van het menselijk genoom afkomstig van virussen. Toch hebben we de neiging om DNA essentialistisch te bekijken. In een Amerikaanse enquête wist slechts een minderheid het juiste antwoord op de vraag of een tomaat gemodificeerd met DNA uit vissen ook naar vis smaakt (voor wie twijfelt: het juiste antwoord is neen). Ook hebben mensen meer problemen met toepassingen van genetische modificatie waarbij soortgrenzen overschreden worden dan wanneer dat niet het geval is. Anti-ggo-campagnes spelen duidelijk in op onze essentialistische intuïties. Tomaten krijgen vinnen- en vissenstaarten, een opengesneden appel vertoont het binnenste van een citroen. Schorpioenen-DNA in maïs zou leiden tot krokantere cornflakes.

PSEUDORELIGIE EN WALGING Ook teleologische intuïties spelen een rol. Deze intuïties laten ons geloven dat fenomenen gebeuren of bestaan omwille van een bepaald doel of een bepaalde functie. Dit doel-oorzakelijk denken laat ons toe om de functie van gebruiksvoorwerpen en van biologische adaptaties zoals het menselijk oog te begrijpen, maar we passen het intuïtief ook toe op compleet natuurlijke fenomenen. Bijvoorbeeld, regen bestaat om de planten water te geven. Als je aan jonge kinderen vraagt waarom rotsen puntige uitsteeksels hebben, denken ze dat die er zijn om ervoor te zorgen dat er geen dieren op die rotsen gaan zitten. Volgens diezelfde logica bestaan leeuwen om in de dierentuin te zitten. Door



onderwijs leren we die intuïtie te onderdrukken, maar ze verdwijnt nooit helemaal. Zelfs professionele natuurkundigen vervallen in teleologisch denken als ze onder tijdsdruk worden geplaatst. Omdat we een uitzonderlijk sociale soort zijn, voor wie het uiterst belangrijk is om te weten wat er zich in het hoofd van andere mensen afspeelt, hebben we de neiging om deze intuïtief veronderstelde doelen als intenties te beschouwen.

Het is niet omdat iets het resultaat is van genetische modificatie, dat het daarom ook goed is. Maar een ggo is ook niet meteen slecht Teleologische en intentionele intuïties spelen een belangrijke rol in religies, maar in een meer seculiere omgeving geven ze vorm aan de idee dat de natuur zelf een intentioneel wezen is. En de plannen van Moeder Natuur kan je beter niet dwarsbomen, want zij weet wat het beste is voor ons. Neem Mary Shelley’s beroemde verhaal over Frankenstein, een door de mens gecreëerd leven dat alras ontspoort. Zo is het ook met genetische modificatie, menen veel tegenstanders. Ggo’s worden ‘onnatuurlijk’ en ‘Frankenfood’ genoemd, wetenschappers ‘spelen voor God’. Afbeeldingen van aan elkaar vastgeniete helften van een peer en een appel laten ons zien wat voor een prutser de mens is in vergelijking met de natuur – maar de tegenstanders vergeten daarbij dat ook die peer en appel, net als al het andere voedsel dat je in de winkel aantreft, het resultaat zijn van menselijke en niet van natuurlijke creativiteit. De natuur maalt immers niet om ons. Toch aarzelen sommige activisten zelfs niet om te stellen dat ggo’s niet te vertrouwen zijn omdat ze niet het product zijn van natuurlijke selectie. Alsof een blind proces dat draait op massale doodslag en verspilling als criterium kan dienen voor wat goed voor ons is. Ook hiv is het resultaat van natuurlijke selectie. Begrijp me niet verkeerd: het is niet omdat iets het resultaat is van

september 2016  >  13


ACTUA

genetische modificatie, dat het daarom ook goed is. Maar een ggo is ook niet meteen slecht. Elk product dat op de markt komt, moet een strenge controle ondergaan. Een rationele controle doe je echter op basis van het eindproduct, niet op basis van de gebruikte technologie, zoals vandaag in Europa gebeurt. Walging speelt eveneens een duidelijke rol in de weerstand tegen ggo’s. De bekende evolutiepsycholoog Steven Pinker omschrijft deze emotie als een ‘intuïtieve microbiologie’. Nog voor we van het bestaan van microben afwisten, rustte natuurlijke selectie ons uit met een systeem dat ons alert maakt voor en afstand doet nemen van potentiële besmettingshaarden. Walging is als het ware een eerste bescherming van en door ons lichaam tegen besmetting door ziektekiemen. Daarom zien we ook dat mensen snel en vaak walgen van zaken die hoogstwaarschijnlijk pathogenen bevatten, zoals uitwerpselen, dode lichamen en huidaandoeningen, en van dieren die zich vaak ophouden in de buurt van besmettingshaarden, zoals maden en kakkerlakken. Omdat besmetting via de mond een belangrijk risico vormt, kan ook voedsel snel walging opwekken. De emotie neemt daarbij het zekere voor het onzekere. Immers, de gevolgen van een onschuldig stukje eten te laten liggen vanuit de veronderstelling dat het besmet is, zijn doorgaans veel minder zwaar dan wanneer je besmet voedsel wél eet omdat je denkt dat het in orde is. Daarom kunnen ook ggo’s, die veilig zijn, walging uitlokken. Wellicht beschouwen mensen genetische modificatie als een besmetting van de essentie van een organisme. Dat gevoel wordt nog sterker wanneer het DNA komt van een soort die we als walgelijk beschouwen. Een aardbei gemodificeerd met DNA van ratten roept al snel afkeer op. De invloed van walging vind je terug in het feit dat mensen meer gekant zijn tegen toepassingen die bedoeld zijn voor voedsel. Ook doet de ronde dat ggo’s giftig zijn en dat ze verschrikkelijke ziektes veroorzaken. Ze ‘besmetten’ velden en voedselladingen. Op anti-ggo-afbeel-

14  >  september 2016

dingen zie je zogenaamd gemodificeerde appelen met injectienaalden die een verdacht blauw spul bevatten (bij genetische modificatie komt er geen naald aan te pas), een aangevreten ggo-maïskolf met daarnaast een dode muis, of doodzieke kinderen die ggovoedsel eten terwijl cynische zakenlui en wetenschappers lachend toekijken. De walging wordt hierbij moreel: niet alleen de producten, maar ook zij die er verantwoordelijk voor zijn worden walgelijk.

Wat dan met de argumenten over multinationals, patenten, ‘superonkruid’ enzovoort? Het is toch niet allemaal te herleiden tot intuïties? Dat klopt, en het zijn belangrijke thema’s die onze aandacht verdienen. Maar geen van die argumenten is louter en alleen van toepassing op ggo’s EEN WEG UIT DE IMPASSE? Door in te spelen op onze essentialistische, teleologische en intentionele intuïties en gevoelens van walging, hebben negatieve (maar onjuiste) ideeën en voorstellingen van ggo’s zich als een lopend vuurtje weten te verspreiden. Knap gevonden van die anti-ggo-activisten, denkt u misschien. Maar het is weinig waarschijnlijk dat ze hun campagne bewust bedacht hebben op basis van kennis over de menselijke geest. Ze waren immers zelf verbaasd over het succes ervan. Veel aannemelijker is dat de activisten zelf het slachtoffer geworden zijn van hun intuïties en vervolgens hun intuïtief aantrekkelijke ideeën de wereld hebben ingestuurd, met alle gevolgen van dien. Wat dan met de argumenten over multinationals, patenten, ‘superonkruid’ enzovoort? Het is toch niet al-

lemaal te herleiden tot intuïties? Dat klopt, en het zijn belangrijke thema’s die onze aandacht verdienen. Maar geen van die argumenten is louter en alleen van toepassing op ggo’s, wat meteen de vraag oproept waar die focus op ggo’s vandaan komt. Eerder lijkt het dat mensen op zoek gaan naar argumenten om hun intuïtieve afkeer te rationaliseren, waardoor zaken waar men doorgaans nauwelijks bij stilstaat (bijvoorbeeld Apple en Samsung in het geval van multinationals) plotseling relevant worden. Mensen geven hun afkeer voor ggo’s dus niet snel op. Toch is de situatie niet helemaal hopeloos. Op lange termijn kan gericht onderwijs over genetica, veredelingsmethoden en landbouw mensen immuniseren tegen verkeerde voorstellingen van ggo’s. Op korte termijn volstaat het om ook op intuïties in te spelen. Belangrijk daarbij is om de voordelen van genetische modificatie in de verf te zetten, bijvoorbeeld dat ggo-maïs minder schimmelgif bevat, dat boeren minder moeten ploegen zodat de bodem beter bewaard blijft, en dat er tussen 1996 en 2011 zo’n 240.000 ton minder insecticiden nodig waren. Maar waarschijnlijk zal de grote doorbraak pas komen met toepassingen die voor de westerse consument rechtstreeks van pas komen. Dan pas stijgt de kans dat ggo’s uit de landbouw evenzeer alom aanvaard zullen worden als de huidige ggo-toepassingen in de medische wereld, zoals insuline, en de (voedsel)industrie, zoals kaasstremsel. Stefaan Blancke Over de auteur:

Stefaan Blancke is filosoof aan de Universiteit Gent. Hij verricht voornamelijk onderzoek naar de invloed van de geëvolueerde menselijke geest op culturele fenomenen waaronder pseudowetenschap, religie en wetenschap. Deze tekst is gebaseerd op het artikel Fatal attraction: The intuitive appeal of GMO opposition dat hij samen met Frank Van Breusegem, Geert De Jaeger, Johan Braeckman en Marc van Montagu publiceerde in het vaktijdschrift Trends of Plant Science 2005, 20 (7): 414-418.

DEGEUS


ACTUA

Voedseldonaties in België EEN GEMAKKELIJKHEIDSOPLOSSING VOOR ARMOEDE EN VOEDSELVERSPILLING? Voedseldonaties gelden vaak als een goede oplossing voor voedselverspilling én voor het armoedeprobleem. In een aflevering van Koppen uit 2013 over voedseloverschotten in België werd dan ook gesteld dat supermarkten meer voedsel aan voedselbanken moeten geven. Nu doneert slechts één derde van de supermarkten voedseloverschotten, dit terwijl de voedselbanken de vraag naar voedsel voor armen niet kunnen bijhouden. We mogen het potentiële belang van voedselbanken voor het verwerken van voedseloverschotten echter niet overschatten. Dit zou zowel voorbijgaan aan de basis van de verspillingsproblematiek als aan de noden van de ontvangers.

Primaire Sector

Voedingsindustrie

Distributie

425.000 - 700.000 ton

1.073.000 ton

116.000 ton

Voedingsdiensten Huishoudens

166.000 ton

218.000 - 315.000 ton

De hoeveelheid voedsel die per jaar en per schakel van de voedselketen verspild wordt in Vlaanderen (bron: Interdepartementale Werkgroep Voedselverlies, 2015, p. 4).

DE STROOM VAN HET DONATIEPROCES Elk jaar zijn meer dan 120.000 armen in België afhankelijk van voedselbanken, en dit aantal blijft toenemen. In december 2014 ontvingen 130.000 mensen voedseldonaties, in vergelijking met 122.123 het jaar voordien: een stijging van 7%. Deze cijfers slaan enkel op mensen die voedsel ontvingen via de voedselbanken. Het is niet geweten hoeveel mensen ook via andere donatiebronnen geholpen werden. De voedselhulporganisaties ontvangen voedselsurplus of voedseloverschotten die niet aan reguliere consu-

DEGEUS

menten verkocht kunnen worden. Ze krijgen die overschotten van voedselbanken, van het Belgisch Interventieen Restitutiebureau, via donaties van de distributiesector, of ze kopen rechtstreeks aan in supermarkten, bakkerijen of via veilingen. De voedselbanken zijn nationale organisaties waar vrijwilligers voedselproducten verzamelen en verdelen onder caritatieve organisaties die aan de voedselbanken verbonden zijn. België telt in totaal negen voedselbanken, die gegroepeerd zijn onder de Belgische Federatie van Voedselbanken. Het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) is een erkend betaalorgaan dat werk-

zaam is in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie. Het wordt gefinancierd via het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD).

We mogen het potentiële belang van voedselbanken voor het verwerken van voedseloverschotten niet overschatten In België worden de voedseldonaties via caritatieve organisaties aan de economisch achtergestelde consumenten

september 2016  >  15


ACTUA

geleverd. Hoeveel caritatieve instellingen er in totaal op nationaal niveau bestaan, is onduidelijk. In 2014 waren er 622 instellingen verbonden aan de voedselbanken. In 2014 verzamelde de Belgische Federatie van Voedselbanken meer dan 13.000 ton voedselproducten. Sommige organisaties zijn verbonden aan het BIRB. Via directe aankopen voorzag het BIRB in 2010 757 organisaties van voedsel: 473 caritatieve organisaties en 320 OCMW’s. De voedselbanken en het BIRB focussen gedeeltelijk op dezelfde organisaties, wat het moeilijk maakt om te achterhalen hoeveel donatiecentra er precies bestaan.

We verspillen in België ongeveer 4 miljoen ton voedsel per jaar De caritatieve verenigingen bestaan uit organisaties die voedselpakketten verdelen, sociale kruideniers en sociale restaurants. Voedselpakketten zijn goed voor 73% van de distributie, sociale kruideniers voor 11% en sociale restaurants voor 12%. Het overige percentage bestaat uit andere vormen van voedselhulp, zoals voedselvouchers, cafetariasystemen waarbij brood, koffie of soep en soms warme maaltijden worden uitgedeeld, en systemen die neigen naar sociale kruidenierswinkels (zoals een puntensysteem bij de buurtkruidenier).

© Norbert Van Yperzeele

Source Reduction

VOEDSELDONATIES EN VOEDSELVERSPILLING We verspillen in België ongeveer 4 miljoen ton voedsel per jaar, nevenstromen meegerekend (dit is de niet-eetbare biomassa die vrijkomt tijdens de productie, verwerking of consumptie van voedselproducten, zoals avocadopitten en aardappelschillen. Het beschikbare cijfermateriaal maakt echter geen onderscheid tussen het tonnage nevenstromen en het verspilde voedsel, waardoor het niet duidelijk is hoeveel eetbaar voedsel we weggooien). In Vlaanderen bedraagt de totale voedselverspilling jaarlijks tussen de 1.936.000 en 2.290.000 ton. De nevenstromen zijn hier ook meegerekend. Indien je omrekent hoeveel publieke zwembaden we hiermee kunnen vullen, komen we aan 8000 zwembaden vol voedsel. Volgens een studie van de Europese Commissie uit 2010 zijn voedselbedelingsprogramma’s heel effectief in het voorkomen van voedselverspilling en zijn ze in staat zich aan te passen aan lokale omstandigheden en handelsaangelegenheden. In de Europese Unie staan voedselbedelingsprogramma’s in voor 10% van de instrumenten om voedselverspilling te voorkomen. Verder zijn er onder meer onderzoeksprogramma’s (24%), bewustzijnscampagnes (21%), beleidsinstrumenten (11%) en logistieke verbeteringen (11%). Het reduceren van voedselverspilling via donaties zorgt ervoor dat de

Feed Hungry People

Feed Animals

Industrial Uses

Composting Landfill/ Incineration

De Ladder van Moerman In deze tabel is menselijke voeding de meest waardevolle bestemming. Indien je de tabel zou opstellen vanuit een financieel of milieuperspectief, zou er een andere volgorde ontstaan (Bio Intelligence Service, 2010, p. 91).

waarde van het voedsel zoveel mogelijk behouden blijft. Zoals we zien in de Ladder van Moerman (zie afbeelding), daalt de waarde van voedsel indien het niet gebruikt wordt voor menselijke (of dierlijke) consumptie. De beste oplossing is echter om voedselverspilling te voorkomen (source reduction). In België verspillen we elk jaar rond de 4 miljoen ton voedsel (al is niet duidelijk om hoeveel eetbaar voedsel het hier gaat, aangezien de nevenstromen zijn meegerekend). Het voedsel dat door de voedselbanken ‘gered’ wordt, bedraagt 13.000 ton. Slechts een klein aandeel van het verspilde voedsel wordt dus gebruikt voor donaties. Het klinkt logisch om te besluiten dat – net zoals gesuggereerd wordt in de reportage van Koppen – er veel meer voedselsurplus uit de supermarkten naar de voedselbanken moet gaan, zodat het niet zomaar in de vuilnisbak belandt (en zo op de



DEGEUS


ACTUA

laatste trede van de Ladder van Moerman staat). Op die manier zou men ook een groter en gevarieerder aanbod kunnen leveren. Het gevolg is echter dat caritatieve organisaties, die voedsel aan de armen bedelen, nog afhankelijker worden van het voedselsurplus en dat een daling van de verspilling in supermarkten – contradictorisch – nefast zou zijn, omdat er dan minder voedsel beschikbaar is voor donaties.

VOEDSELDONATIES EN DE NODEN VAN ONTVANGERS Een te grote afhankelijkheid van voedselsurplus kan tot tekorten leiden als we de verspillingsproblematiek indijken. Bovendien beantwoordt het surplus niet noodzakelijk aan de noden van de ontvangers. De inhoud van voedselpakketten verschilt immers per voedselbedelingscentrum en per week. Niet alle producten zijn nuttig voor en gewild door de economisch achtergestelde consumenten. Drie recente studies trachtten te achterhalen wat de wensen en noden van de donatieklanten zijn met betrekking tot het voedselaanbod: een studie in Minnesota uit 2003, een studie van de Vlaamse Overheid uit 2013 op basis van rondetafelgesprekken van het Welzijnsconsortium Zuid-WestVlaanderen, en een eigen studie uit 2015 op basis van interviews met dertig voedselpakketontvangers bij de Sociale Dienst Brugse Poort te Gent. Hieruit kwam naar voren dat er vraag is naar meer verse groenten en fruit, melk, vleesproducten en -bereidingen en vers (halal) vlees. Dit zijn producten die, zeker als het om vers vlees gaat, extra zouden moeten aangekocht worden. Uit voedselveiligheidsoverwegingen komen deze producten meestal niet in aanmerking voor donatie, gezien de beperkte houdbaarheidsdatum. Ook prefereert men een vorm van

DEGEUS

keuzevrijheid. In België wordt het voedsel op verschillende manieren aangeboden. Bij sociale kruideniers is de keuzemogelijkheid groot, maar betaalt men voor het voedsel een bepaalde prijs. In het geval van voedselpakketten – wat neerkomt op 73% van de voedselbedeling – ontvangen de hulpbehoeftigen ofwel een vaststaand voedselpakket, ofwel een voedselpakket op basis van een beperkt aantal zelfgekozen producten die gratis of tegen een lage prijs verkrijgbaar zijn. Bij zo’n ‘pakket met keuze’ wordt het voedsel verdeeld aan de hand van een puntensysteem, waarbij elk voedselproduct gelijkstaat aan een bepaald aantal punten, of men werkt met vaststaande categorieën (zoals broodbeleg, blik, groenten) waaruit de ‘klanten’ enkele producten mogen kiezen.

Een te grote afhankelijkheid van voedselsurplus kan tot tekorten leiden als we de verspillingsproblematiek indijken Vanwege dit gerapporteerde verlangen naar keuzevrijheid is men op nationaal niveau in verschillende projecten afgestapt van de traditionele vorm van vaststaande pakketten. Dit kan de verspilling ook inperken, omdat ontvangers de ongewenste producten kunnen achterlaten. Uit mijn onderzoek blijkt echter dat verschillende caritatieve organisaties in Gent, en waarschijnlijk ook in andere steden, nog steeds vaststaande pakketten verdelen. Om meer aan de behoeften van de ontvangers te voldoen, kunnen caritatieve organisaties bepaalde standaardproducten of ontbrekende voedingswaren aankopen, om zo een toereikend voedselpakket aan te bieden. Dit leidt tegelijk tot een grotere keuzemogelijkheid. De Sociale Dienst Brugse Poort, bijvoorbeeld, haalt een groot deel van haar financiering uit de Kringloopwinkel Brugse Poort en kan op die manier voedselproducten

aankopen. Slechts 45% van de voedselhulporganisaties koopt echter additionele producten aan.

EEN GEMAKKELIJKHEIDSOPLOSSING? Een grotere onafhankelijkheid van de voedselbanken en van caritatieve organisaties is noodzakelijk. Het is een goede zaak dat caritatieve organisaties het huidige surplus een tweede leven geven, maar naarmate het verspillingsprobleem verder ingedijkt wordt, moeten we andere opties zoeken voor de voedselbijstand. Voedselverspilling mag niet de basis vormen van voedselhulp. We moeten investeren in een groter aandeel aangekochte of geschonken producten, wat ook tot volwaardiger voedselpakketten leidt. Net zoals reguliere consumenten hebben ook economisch achtergestelde consumenten recht op keuzemogelijkheid en een kwalitatief en gevarieerd aanbod. Omgekeerd mag voedselhulp niet als de oplossing voor voedselverspilling gelden. Verspilling hoort voorkomen te worden, niet bestreden. Een te grote focus op voedselhulp ontneemt supermarkten en consumenten de drijfveer om minder te verspillen (‘het surplus is toch voor de armen’). Op die manier krijgt verspillen een positieve morele status en wordt het verspillingssysteem gekoesterd in plaats van bestreden.

Verspilling hoort voorkomen te worden, niet bestreden Dit is onwenselijk, aangezien het doneren van voedseloverschotten de wereldwijde voedselverspillingsproblematiek – die bijdraagt tot milieudegradatie en tot de verspilling van grondstoffen, geld en energie – niet kan oplossen, evenmin als het armoede de wereld uit zal helpen. Elif Stepman Over de auteur:

Elif Stepman is Master in de Moraalwetenschappen en is actief in empirisch-ethisch georiënteerd onderzoek.

september 2016  >  17


PAUL VERHAEGHE -- °1955, Roeselare -- Studeerde in 1978 af als licentiaat in de psychologie aan de Universiteit Gent -- Doctoreerde een eerste maal in 1987 over hysterie, in 1992 een tweede maal over psychodiagnostiek -- Brak definitief door als auteur met het in 1998 verschenen Liefde in tijden van eenzaamheid, een kritische analyse van de hedendaagse seksuele verhouding tussen mannen en vrouwen. Het boek werd een bestseller -- Publiceerde in het nieuwe millennium een aantal essays en boeken die ook internationaal, vooral in de Angelsaksische wereld, goed ontvangen werden, zoals Over normaliteit en andere afwijkingen (2002) -- Sindsdien gaat zijn belangstelling vooral uit naar de invloed van maatschappelijke veranderingen op psychologische en psychiatrische moeilijkheden. Dat resulteerde in het boek Identiteit, waarin hij niet alleen reageert tegen een sciëntistische benadering van psychologie, maar ook wijst op de nefaste gevolgen van het neoliberale maatschappijmodel op onze identiteitsontwikkeling. Met Identiteit bereikte hij in Vlaanderen en Nederland een breed publiek -- In september 2015 werd zijn nieuwste boek, Autoriteit, voorgesteld. © Gerbrich Reynaert


VRAAGSTUK

Autoriteit herdenken IN GESPREK MET PAUL VERHAEGHE De Gentse professor Paul Verhaeghe is klinisch psycholoog. Hij situeert zich in de – ook in dit magazine – vaak verguisde psychoanalytische strekking. Maar de laatste jaren is hij vooral geïnteresseerd in de invloed van de maatschappij en maatschappelijke tendensen op onze psyche. Wie wij zijn wordt volgens Verhaeghe immers voor een groot stuk bepaald door de context waarin we leven. In 2012 verscheen zijn boek Identiteit, waarin hij een al met al pessimistische kijk etaleerde op de consequenties van onze neoliberale, hypercompetitieve en ‘vermarkte’ samenleving voor ons psychisch welbevinden. Intussen kwam ook zijn nieuw werk Autoriteit uit. Merkwaardig onderwerp voor iemand die naar eigen zeggen behoort tot de generatie van mei ’68. Om maar direct met het goede nieuws te beginnen: het is een hoopgevend boek geworden. Verhaeghe ziet een oude, verfoeide vorm van autoriteit verdwijnen, en stilaan komt er een nieuwe, betere voor in de plaats. Maar we zijn er nog lang niet. ‘Het boek gaat eigenlijk over de verandering van autoriteit’ Op de cover van uw laatste boek Autoriteit staat een werk van Banksy, een maatschappijcriticus die met zijn graffitiwerk de dubbele moraal en de hypocrisie van de westerse economie aan de kaak stelt. Op welke manier valt zijn werk te verbinden met dat van u? De cover is gesuggereerd door mensen van de uitgeverij. Voor Identiteit had ik zelf de cover aangebracht, maar voor Autoriteit had ik geen suggestie. Ik was niet ongelukkig met het beeld van Banksy, omdat hij inderdaad al langer die dubbele moraal aanklaagt. Het

DEGEUS

geeft wel nog altijd de klassieke autoriteit weer, terwijl het boek eigenlijk gaat over de verandering van autoriteit. Maar dat is moeilijk in een beeld te vatten. Het boek verschijnt binnenkort ook in Duitsland, en de Duitse cover slaagt daar beter in. Die toont een cirkel van mensen met daarin een centrale figuur. Dat gaat meer in de richting van een nieuwe vorm van autoriteit, die meer horizontaal is dan verticaal.

AUTORITEIT EN MACHT Uw werk is een kritiek op de verticale autoriteit, en u komt tot de conclusie dat die aan het verdwijnen is. Ik zou het iets anders willen uitdrukken. Ik vertrek van de ervaring en

vaststelling dat wij vandaag enorm veel moeilijkheden hebben met autoriteit. We vinden daar niet direct een goede oplossing voor. Dat komt omdat we vertrekken van een verkeerde probleemanalyse: het idee dat er te weinig autoriteit is, en dat we dat kunnen oplossen door er wat meer van te installeren. Dat werkt niet. Dus ben ik op zoek gegaan naar een verklaring, en dan kom je uit op die traditionele, verticale autoriteit, die mijn generatie zeker nooit meer terug wil. De fout die we maken is dat we die traditionele autoriteit als de enig mogelijke zien. Maar er is ook nog een andere autoriteit denkbaar. Dus de kritiek die ik geef, is gericht op de traditionele vorm. Die is echter aan het verdwijnen, hoewel er vandaag wel wordt geprobeerd om ze herstellen. Maar die pogingen hebben enkel te maken met macht.

‘De fout die we maken is dat we die traditionele autoriteit als de enig mogelijke zien’ Het onderscheid tussen macht en autoriteit is cruciaal in uw werk. Voor de interpretatie ervan baseert u zich voornamelijk op een essay van Hannah Arendt uit 1954 over autoriteit. Hoe actueel is die tekst voor een hedendaagse analyse van het begrip? De ideeën die Arendt neerpende in het midden van de vorige eeuw op politiek en maatschappelijk vlak blijken nu zeer bruikbaar te zijn. Ik had heel veel over autoriteit gelezen, waaronder veel van Foucault, maar ik vond niet wat ik zocht. Ik kreeg geen handvaten om uit te drukken wat mis loopt, en hoe we daar een oplossing voor kunnen bedenken. Met Hannah Arendt lukte dat

september 2016  >  19


VRAAGSTUK

plots wel, omdat ze ten eerste stelt dat autoriteit noodzakelijk en dus niet per definitie verwerpelijk is, en ten tweede omdat ze een duidelijk onderscheid maakt tussen macht en autoriteit.

‘Autoriteit berust op vrijwillige onderwerping, terwijl macht gaat over gedwongen onderwerping’ Hoe zit dat onderscheid precies in elkaar? Autoriteit berust op vrijwillige onderwerping, terwijl macht gaat over gedwongen onderwerping. Macht heeft een tweeledige structuur: de ene is sterker dan de andere en kan die dus onderwerpen. Terwijl autoriteit een drieledige structuur kent: een eerste persoon of groep onderwerpt zich vrijwillig aan een tweede, op basis van een derde element, een door hen beiden erkende externe grond. Net doordat beide groepen die externe grond erkennen, zijn ze bereid zich vrijwillig te onderwerpen. Dat is een heel bruikbare insteek om de huidige problemen te begrijpen: je kunt dus stellen dat de traditionele autoriteit niet meer werkt omdat die externe grond niet meer erkend wordt, zonder dat er een andere voor in de plaats gekomen is. In onze cultuur is die derde grond altijd het patriarchaat geweest. Wij zijn evenwel al 500 jaar lang bezig dat patriarchaat te ondergraven. Dat is begonnen met de Verlichting, in en door wetenschap, sociale theorie, religie en politiek. Daar ging een emancipatorisch elan van uit met een aantal culminatiepunten zoals de Franse, Amerikaanse en Russische revolutie. Daarmee vergeleken was mei ’68 maar klein bier. De huidige digitale revolutie heeft daar trouwens ook veel aan bijgedragen. Die 500 jaar strijd hebben ervoor gezorgd dat het oude, verticale en patriarchale autoriteitsmodel definitief achterhaald is. En gelukkig maar. Echter, zonder een gedeelde derde grond werkt ‘automatisch’ gezag op basis van vrijwillige onderwerping - van de agent, leraar

20  >  september 2016

of arts, bijvoorbeeld - niet meer. Pogingen om die toch te herstellen, zijn gedoemd te mislukken want die vallen noodgedwongen terug op de tweeledige structuur van macht. Waardoor macht en machtsmiddelen de plaats innemen van autoriteit. Kijk maar naar het machtsmiddel van de GASboetes, bijvoorbeeld. Of naar hoe de EU maatregelen oplegt via Trojka’s. We zoeken dus best naar een nieuwe, gedeelde grond waar we ons op kunnen richten. We zijn met z’n allen op zoek naar zo’n nieuwe grond, en het goede nieuws is dat we die al voor een stuk hebben gevonden. Een andere autoriteit is mogelijk en is bezig zich te voltrekken: een die meer horizontaal en bottom-up is. Hoe we tegenwoordig onze kinderen opvoeden is daarvan de beste illustratie. Natuurlijk voltrekt zo’n overgang zich niet van vandaag op morgen: we zijn er al 500 jaar mee bezig, dus het zal nog wel een aantal generaties duren vooraleer dat proces voleindigd is.

‘Wij zijn al 500 jaar lang bezig dat patriarchaat te ondergraven’ Tegelijk zie je dat veel mensen die in dat westers model zijn opgegroeid, toch teruggrijpen op die patriarchale autoriteit. Kijk naar Syrië, waar in het Westen opgegroeide jongeren zich schikken naar een patriarch en op zijn bevel gruwelijke feiten plegen, of denk maar aan de wedergeboorte van extreemrechts in Europa, Trump in de V.S., ... Goed dat je dat aanhaalt. Er zijn nu eenmaal heel veel mensen die terug verlangen naar dat vadermodel. Dat is niet zo vreemd, omdat we gedurende 1500 jaar niets anders gekend hebben. Je ziet in de geschiedenis altijd dezelfde beweging: vaderfiguren komen op, ze mislukken, en men gaat op zoek naar nieuwe vaderfiguren. The king is dead, long live the king. En wat krijgen we nu? We hebben dan wel geen patriarchen meer, maar dictators. Ik vind het verschrikkelijk wat er tegen-

Paul Verhaeghe, Autoriteit. De Bezige Bij, 2015, 272 p., ISBN 9789023492818.

woordig gaande is met grote leidersfiguren als Erdogan en Poetin, maar het is psychologisch wel heel goed te begrijpen dat mensen terug naar die vaderlijke autoriteit verlangen. In plaats daarvan krijgen ze dictatoriale macht.

OVER GROTE EN KLEINE VERHALEN Hangt dit verlangen ook samen met het wegvallen van de ‘grote verhalen’ en zingevingskaders? Ja. De bevraging van al die grote verhalen was ook een onderdeel van mijn eigen zoektocht. Inzicht komt stapsgewijs. Het eerste idee dat in mij opkwam in mijn zoektocht naar zo’n nieuwe, gedeelde grond was dat van een nieuw groot verhaal. Maar dat brengt een hele hoop moeilijkheden met zich mee: hoe gaan we dat groot verhaal denken, hoe gaan we dat uitschrijven en uitdragen, moeten we dan ook missionarissen gaan uitzenden? Ik was daar een hele tijd mee aan het spelen. Maar de lectuur van wat Hans Achterhuis heeft geschreven over utopieën [zie o.m. De erfenis van de utopie, nvdr], heeft me doen inzien dat al die grote verhalen deel uitmaken van het patriarchaat. Patriarchaat en ‘groot verhaal’ zijn zo goed als synoniemen. In al die verhalen zie je dezelfde structuur: we zullen nu hard moeten werken en doorbijten, maar

DEGEUS


VRAAGSTUK

later, ooit, komt het paradijs. Maar altijd pas later, eerst is er een creatieve destructie nodig. Dat is zo in de apocalyps van het christendom, maar evengoed bij het communisme of bijvoorbeeld het neoliberalisme. Dus liever geen nieuw groot verhaal.

‘Een andere autoriteit is mogelijk en is bezig zich te voltrekken: een die meer horizontaal en bottom-up is’ Maar wat dan wel? De klassieke autoriteit en de grote verhalen bogen steeds op een utopie, die over de gehele maatschappij ging. Dat werkt niet meer. Wat we nu zien,

is dat mensen zich wél willen groeperen rond heel concrete, afgebakende en dus realiseerbare dingen. Het gaat dan over Ringland, bijvoorbeeld, of over heel concrete hervormingen in het onderwijs. Kleine verhalen rond concrete problemen waarmee we worstelen, zijn veel bruikbaarder en beter dan een nieuw groot verhaal. Een van de functies van die grote verhalen was om mensen zover te krijgen dat ze zich groeperen rond een bepaald gemeenschappelijk doel. Maar binnen die verhalen van het patriarchaat leidde dat tot verschrikkelijke dingen. Met een beperkt verhaal rond een concreet en realiseerbaar doel krijg je mensen ook samen. Dat maakt deel uit van een oplossing voor de autoriteitscrisis, want autoriteit veronderstelt namelijk

eerst en vooral dat je mensen samen krijgt rond iets.

‘In al die grote verhalen zie je dezelfde structuur: we zullen nu hard moeten werken en doorbijten, maar later, ooit, komt het paradijs’ In uw werk schuilt veel verontwaardiging over het hedendaagse politiek-economische beleid. De economische ongelijkheid staat op een recordniveau, we zitten met een meerderheid die de sociale verworvenheden wil afbouwen, intussen bouwen we ook naarstig aan een Fort Europa, en ga zo maar

‘Ik vind het verschrikkelijk wat er tegenwoordig gaande is met grote leidersfiguren als Erdogan en Poetin, maar het is psychologisch wel heel goed te begrijpen dat mensen terug naar die vaderlijke autoriteit verlangen. In plaats daarvan krijgen ze dictatoriale macht.’ © Gerbrich Reynaert


VRAAGSTUK

door. Voor De Morgen recenseerde u het boek Dit is morgen van Thomas Decreus en Christophe Callewaert. In uw bespreking heeft u het over een liberale droom, een project dat steeds meer draagvlak verkrijgt. Zijn er ondanks alles redenen om hoopvol te zijn? Boeken zoals die van Decreus en Callewaert, of Hoeveel is genoeg? van Robert en Edward Skidelsky, tonen aan dat er wel degelijk alternatieven zijn. Het idee dat we niet anders kunnen, dat we eerst naar de afgrond moeten, klopt niet. Dat is het aloude idee van de creatieve destructie, waar we al over spraken. Lees die boeken, zou ik zeggen! De alternatieven die Decreus en Callewaert voorstellen hebben bovendien het voordeel dat ze meer en meer bottom-up gedragen worden, in plaats van top-down zoals bij traditionele machtspyramides.

‘Mensen willen zich wél groeperen rond heel concrete, afgebakende en dus realiseerbare dingen. Het gaat dan over Ringland, bijvoorbeeld’ Ik ben dus zeker hoopvol, maar niet naïef. Toen ik het boek Identiteit beëindigd had, was ik redelijk pessimistisch. Ik zag geen uitweg. Mijn studie van autoriteit heeft me doen inzien dat er wel degelijk alternatieven zijn, die ook op economisch vlak veel beter werken. Kijk maar naar bedrijven als Semco, Buurtzorg of Torfs: die zijn allemaal op een alternatieve manier georganiseerd. Ze maken veel winst, zorgen goed voor hun werknemers en houden rekening met het milieu. Het is dus mogelijk om het groeimodel te herdenken. Bij recente discussies die we op Europees niveau gehad hebben, over pesticides, over auto’s, zie je dat het een dubbeltje op zijn kant is: wie gaat er winnen? Wel, vijf jaar geleden was er geen discussie. Nu tenminste wel. Een discussie die overigens vanuit de schoot van het parlement komt, terwijl het vroeger de commissaris-

22  >  september 2016

‘Ik ben dus zeker hoopvol, maar niet naïef. Toen ik het boek Identiteit beëindigd had, was ik redelijk pe Mijn studie van autoriteit heeft me doen inzien dat er wel degelijk alternatieven zijn, die ook op econo

sen waren die beslisten, en dus niet de verkozenen. We mogen dus zeker hoopvol zijn. We moeten dat zijn, want doemdenken werkt verlammend. Daar mogen we niet aan toegeven.

KRITISCH DENKEN EN DE BANALITEIT VAN HET KWAAD Is het in dat opzicht niet extra problematisch dat het neoliberale project in toenemende mate zijn stempel drukt op het onderwijs? Een brede, humanistische vorming wordt steeds meer naar de achtergrond gedrukt, ten voordele van vakken en competenties die economisch-maatschappelijk gezien ‘nuttiger’ zijn. Dat zou, met Hannah Arendt in het achterhoofd, er voor kunnen zorgen dat jongeren minder en minder kritisch gaan nadenken.

Het onderwijs is slechts één symptoom van een veel ruimer probleem. Waar u van spreekt is een evolutie die al langer bezig is, en we mogen dat zeker niet alleen het onderwijs verwijten. Vaak komt het ook van de ouders: ik weet van middelbare scholen die voorgesteld hebben om rapporten en toetsen af te schaffen, maar dan zijn het de ouders die steigeren. Ik ken een aantal directies en leerkrachten die meer een Scandinavisch model willen uitproberen, maar de ouders weigeren. Iedereen lijkt dus gevangen te zitten in het dominante paradigma. Laten we dan eens kijken of dat paradigma aanvaardbaar of verkeerd is. Het idee is dat je als onderwijs ervoor moet zorgen dat jongeren op een betere manier inzetbaar zijn in de economie, en dat dit daarom ook beter zou zijn voor de jongeren zelf. Dat klopt niet. Er zijn genoeg studies die aantonen dat een

DEGEUS


VRAAGSTUK

muur aan het schoppen is, maar die heeft nog geen inhoud. Je moet eerst inhoud aanreiken, en later samen die inhouden nuanceren.

‘Er zijn genoeg studies die aantonen dat een brede vorming uiteindelijk mensen oplevert die ook op de werkvloer beter presteren’ MOREEL RELATIVISME

essimistisch. Ik zag geen uitweg. omisch vlak veel beter werken.’ © Gerbrich Reynaert

brede vorming uiteindelijk mensen oplevert die ook op de werkvloer beter presteren. Specifieke vorming komt best later, en gebeurt uiteindelijk toch pas op de werkvloer zelf. Dus daar zit al een fout in het paradigma.

‘Het idee dat we niet anders kunnen, dat we eerst naar de afgrond moeten, klopt niet’ Om dan terug te keren naar Hannah Arendt, kan je inderdaad met haar stellen dat wanneer een ideologie zó dominant wordt dat ze alles gaat beheersen, wij uiteindelijk stoppen met nadenken. Dat is haar idee van de gedachteloosheid, die zij verbindt met haar notie van de banaliteit van het kwaad. Want als je niet meer nadenkt, voer je alleen nog maar uit. En dat is een zeer gevaarlijke situatie.

DEGEUS

Arendt heeft haar concept van de banaliteit van het kwaad voor het eerst geformuleerd bij haar commentaar op het proces van Adolf Eichmann in Jeruzalem. Eichmann bleek uiteindelijk niet het radicale kwaad, maar een banale ambtenaar die ervoor moest zorgen dat de treinen op tijd reden. Hoe wij tegenwoordig over vluchtelingen denken, zit in dezelfde sfeer van het banale. Het zijn geen politieke, maar economische vluchtelingen, dus je mag ze gerust doodschieten aan de grens met Griekenland. We denken niet meer na over het grotere plaatje en dat is uiterst gevaarlijk. Vandaar dat het onderwijs zich eigenlijk vooral tot doel zou moeten stellen om kinderen, en zeker adolescenten, kritisch te leren nadenken. Maar dat kan niet zonder dat je ze inhoud, kennis meegeeft. Een 14-jarige denkt dat hij kritisch nadenkt als hij tegen de

Ik zie in uw werk een aantal morele doelen en idealen liggen, maar tegelijkertijd merk ik ook dat er een moreel relativisme in vervat zit. Die tweespalt zit er inderdaad in, dat klopt. Dit is een moeilijke vraag. Ik behoor tot de generatie voor wie ethiek en moraal arbitrair was. We moesten afstand nemen van het katholicisme of van een aantal andere ideologieën met het idee dat de grote verhalen dood zijn: uiteindelijk is het allemaal relatief. Als je mij die vraag op mijn dertigste had gesteld, dan had ik gezegd dat er geen objectieve, veralgemeenbare grond voor de moraal bestond, nu denk ik daar anders over. Want als je dat relativisme tot in het extreme doortrekt, dan hou je niets meer over. Dus probeer ik een antwoord te vinden vanuit iets wat voor mij over het essentiële en over essentiële kenmerken van de moraal gaat. Dan kom je terecht bij de biologie. We zijn sociale dieren, wat betekent dat we de anderen nodig hebben. Daar kom je niet onderuit. Tezelfdertijd zit er in ons ook een gerichtheid op het ik, het ego, het autonome, het individualistische, enzovoorts. Die tweespalt zie je in alle klassieke ethica’s en moraaltheorieën, namelijk het gericht zijn op de groep, op het delen enerzijds en op het eigen ik anderzijds. Al die zaken hebben dus wel degelijk een biologische grond. Frans De Waal is daar sterk mee bezig, bijvoorbeeld in zijn boek De bononbo en de tien geboden. Hartelijk dank voor dit gesprek. Kurt Beckers

september 2016  >  23


VRAAGSTUK

© Gerbrich Reynaert

Annette De Vos zwaait de deur dicht De zeer gedreven coördinator van het Gentse Geuzenhuis – zelf niet zo tuk om prominent op de voorgrond te staan – gaat op 1 oktober 2016 met ‘vervroegd’ pensioen. Hoog tijd dus om haar enkele vragen te stellen en alsnog in de schijnwerpers te plaatsen. En dus ging Fred Braeckman, hoofdredacteur van uw favoriete vrijzinnig tijdschrift, bij haar op de koffie. Annette, we kennen elkaar zo’n vijfenveertig jaar. Toen ik je ontmoette was je nog een jong rebels veulen, ik (slechts) twee jaar ouder en de vriend van je zeer jong gestorven broer Egide. Na de humaniora verloren we elkaar wat uit het oog, maar in 1991 zag

24  >  september 2016

ik je plots terug in het Geuzenhuis als nieuwe medewerker. Voor de mensen die je niet zo goed kennen, wie is Annette De Vos en hoe ben je in het Geuzenhuis beland? Ik ben in Gent geboren, maar woonde tot mijn veertiende in Merelbeke waar

ik op een katholieke meisjesschool zat, dit tot mijn steeds groter wordende ergernis. Uiteindelijk mocht ik naar Gent en mijn ouders kozen voor de toenmalige English Club daar ik goed was in talen. Ikzelf kreeg weinig inspraak in de keuze van school maar het was toch een verademing om opeens in een gemengde school terecht te komen zonder te veel regeltjes. Na mijn talenstudies kon ik vrij vlug aan de slag bij Volvo-Parts waar ik een coördinerende rol vervulde en regelmatig naar de hoofdzetel in Göteborg mocht reizen. Maar ik wou iets meer in het leven dan enkel maar werken, dus besloten mijn man en ik een reis naar Azië te ondernemen. We trokken acht maanden rond over land via Griekenland naar Turkije en dan verder naar Afghanistan, Pakistan, India en Nepal. Een leerrijke ervaring! Terug thuis waren we van plan om vlug

DEGEUS


VRAAGSTUK

werk te zoeken om daarna opnieuw te kunnen vertrekken, maar we zijn blijven hangen in ons boerderijtje in Lochristi. Niet lang daarna werden onze twee dochters geboren en koos ik ervoor om thuis te blijven zolang ze nog klein waren. Tussendoor heb ik wel één jaar gewerkt aan de UGent bij professor Van Spaandonck, waar we met een heel team de rondreizende tentoonstelling Culturen als Buren organiseerden, over de culturele diversiteit in de samenleving van migranten, joden en zigeuners. En net toen mijn jongste dochter ook naar school kon, kwam een telefoon van de VDAB of ik geen zin had om te solliciteren voor een vacante job in het Geuzenhuis. Ik werd aangenomen en zo is mijn 25-jarige carrière begonnen. Ik ben gestart op 2 september 1991 in een DAC-statuut (het DAC of Derde Arbeidscircuit had tot doel de directe jobcreatie voor werklozen, nvdr) voor het ‘Humanistisch Vrijzinnig Documentatiecentrum der beide Vlaanderen’ als administratief medewerker. Ik moest zorgen voor de opvolging van de bibliotheek, de ondersteuning van de lidverenigingen en voor de correcties van ons toenmalig tijdschrift de Geus van Gent. Dit alles speelde zich af in het oude Geuzenhuis, toen nog gevestigd in de Bijlokevest. We verhuisden pas in maart 1994 naar de Kantienberg. Wanneer ben je dan coördinator geworden? Op 8 november 1999 volgde ik toenmalig coördinator Nancy De Blieck – die de overstap naar het onderwijs maakte – deeltijds op in een Gescoproject (Gesco’s of gesubsidieerde contractuelen, nvdr). Een klein jaar later ging Nancy definitief weg en kreeg ik de kans om voltijds de coördinerende taak op mij te nemen. Hoe gevarieerd vond je je takenpakket? Heel gevarieerd, wat soms stress met zich meebracht omdat ik met verschillende zaken tegelijkertijd bezig moest zijn en regelmatig van de hak op de tak moest springen. De bewering dat vrouwen beter kunnen multitasken is door mijn job wel bewezen! (lacht)

DEGEUS

Maar ook de verantwoordelijkheid voor het gebouw was voor mij een grote uitdaging waar ik langzaam in meegroeide. Nu kan ik zeggen dat ik dit gebouw, en ook zijn gebreken, beter ken dan mijn eigen huis. Wat zie je als jouw belangrijkste realisatie binnen het Geuzenhuis? Onder impuls van Kris Coenegrachts, die in 2000 het voorzitterschap van het Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis overnam van Marc David, hebben we een totale reorganisatie opgestart. Traag maar zeker is het Geuzenhuis een open ontmoetingscentrum geworden.

‘Motte Claus, die eerder de Hotsy Totsy in de Hoogstraat uitbaatte, werd aangesproken om samen met ons een bruisend café op poten te zetten’ Een aantal pogingen om het vroegere kille café aantrekkelijk te maken voor een ruimer publiek, wilden maar niet lukken. Motte Claus, die eerder de Hotsy Totsy in de Hoogstraat uitbaatte, werd aangesproken om samen met ons een bruisend café op poten te zetten. Motte hapte toe, en er werd flink geïnvesteerd en verbouwd. Dat betekende heel wat meer werk voor mij, maar het was leuk om te doen. Ik leerde bovendien de horecawereld eens van een andere kant kennen. En binnen de kortste tijd stond ons café de Geus van Gent op de kaart. De diensten Cocon en Opvang, die in het Geuzenhuis kantoor hielden, waren ook verder aan het uitbreiden en zij beslisten – enigszins onder druk – om andere panden op te zoeken. Het Geuzenhuis kon zo de vraag beantwoorden van de eigen verenigingen en van andere organisaties, vooral dan uit de socio-culturele sector en het welzijnswerk, die nood hadden aan ruimtes voor vergaderingen, studiedagen, cursussen, enzovoorts. Een schot in de roos, zo bleek. Dankzij de Unie Vrijzinnige Verenigin-

gen (deMens.nu), die sinds 2002 kon rekenen op meer personeel, werd in 2003 een personeelslid afgevaardigd naar het Geuzenhuis. Dat werd Pierre Martin Neirinckx, die moest instaan voor het programmeren van activiteiten en voor het toenmalig tijdschrift, dat eerder een activiteitenblad was geworden omwille van besparingsmaatregelen. Samen met jou als hoofdredacteur en met Philippe Juliam en Frederik Dezutter van het Humanistisch Verbond Gent, bouwde Pierre De Geus uit tot een volwaardig magazine. Gerbrich Reynaert stond toen al in voor de layout. In 2004 kregen we van UVV er een tweede personeelslid bij. Griet Engelrelst stond in voor de ondersteuning van de lidverenigingen en voor hulp bij de eindredactie van De Geus. En last but not least kon er dankzij de lichte verhoging van de subsidies van de stad Gent en de provincie een administratieve kracht aangeworven worden. Sindsdien vervult Martine Ledegen deze rol. Het Geuzenhuisteam was geboren en we konden verder evolueren! Later vervoegde ook Thomas Lemmens vanuit deMens.nu onze rangen. Hij bewees onmiddellijk zijn meerwaarde voor De Geus en onze programmatie. Wat is de moeilijkste situatie waarmee je geconfronteerd werd en hoe ben je daarmee omgegaan? In 2004 werd bij mij borstkanker vastgesteld. Even stortte mijn wereld in, maar samen met de steun en hulp van familie, vrienden en collega’s heb ik alle behandelingen goed doorstaan en alle nodige rust genomen. Na een jaar ziekteverlof stond ik er terug met volle moed. Verder heb ik met al onze lidverenigingen op een goede basis samengewerkt, ik ontmoette interessante mensen maar soms ook personen met grote ego’s, waarmee het moeilijk omgaan was. Vrijzinnigen zijn nu eenmaal niet altijd de gemakkelijkste mensen, maar het lukte me alsnog om alles te relativeren en tot het positieve te herleiden. Hoe was je relatie met je col-

september 2016  >  25


VRAAGSTUK

lega’s en met de Raad van Bestuur van het Geuzenhuis? De raad van bestuur heeft altijd mij én het team het volste vertrouwen gegeven in wat wij deden en dit werd dan ook geapprecieerd. Feedback kregen ze van mij op de bestuursvergaderingen. Steun kon ik krijgen wanneer er nood aan was. En met de collega’s heerste en heerst er nog steeds een goede sfeer. Hoewel we allemaal verschillende karakters hebben, konden en kunnen we het goed met elkaar vinden. Als het nodig was, stond mijn deur altijd voor hen open. Het jaarlijks nieuwjaarsetentje met het hele team gaf hen en mij de gelegenheid om eens wat stoom af te blazen en tegelijk was het een boost om er weer een jaar tegenaan te gaan. Zijn er dingen die je liever anders had zien verlopen de voorbije jaren? Welke verandering of verbetering zou je toejuichen? De ingewikkelde structuur van de georganiseerde vrijzinnigheid wat versoepelen, verduidelijken. Voor een buitenstaander blijft het moeilijk om te weten wie wie is, we hebben heel wat verschillende verenigingen, met verschillende huisstijlen en logo’s. Vaak is het niet duidelijk waar die voor staan. De fakkel, het oude en toch meest bekende logo, is bij velen verloren gegaan. Zelfs mijn kleinzoon van amper zes herkent dit symbool als iets van de les n.c. zedenleer! Toen het Geuzenhuis ook zijn eigen huisstijl vernieuwde, hebben we de fakkel behouden en vroegen we onze eigen verenigingen deze stijl te volgen. Maar daar is ook weerstand op gekomen. Ook het aantrekken en enthousiasmeren van jongeren voor onze diverse evenementen was en blijft een heikel punt, elke vereniging kampt trouwens met dit probleem. Maar dat hopen we te verhelpen door gezamenlijk vernieuwende projecten en activiteiten te organiseren. Je wordt 61 op 24 september en op 1 oktober ga je dus met ‘vervroegd’ pensioen. Was dat een bewuste keuze, voluit met je goesting? Dat is een bewuste keuze. In 2014

26  >  september 2016

besliste ik in loopbaanonderbreking te gaan in aanloop naar mijn pensioen, en aangezien het voor mij nog mogelijk was om vanaf mijn 61ste met ‘vervroegd’ pensioen te gaan heb ik die kans gegrepen. Ik word er jammer genoeg niet jonger op en heb nu nog energie om van alles te doen, dus waarom nog wachten tot mijn 65ste?

‘Voor een buitenstaander blijft het moeilijk om te weten wie wie is, we hebben heel wat verschillende verenigingen, met verschillende huisstijlen en logo’s. Vaak is het niet duidelijk waar die voor staan’ Welk gevoel overheerst als je terugblikt op je loopbaan? Vooral toch een tevreden gevoel. Ik sta al jaren in voor het beheer van het gebouw en nu de zalen verder verfraaid en geautomatiseerd zijn én nog steeds druk bezet – dankzij Marleen, Lieve en Ruud die de reservaties grondig opvolgen – mag ik met enige fierheid zeggen dat we nu over een prachtige locatie beschikken, echt een prima visitekaartje voor de Gentse vrijzinnigheid. Ook het café De Geus van Gent is alom bekend en the place to be, probeer er ’s avonds maar eens een plaatsje te vinden … Ons magazine De Geus mag gezien worden en de talrijke positieve kritieken laten ons weten dat we goed bezig zijn, dit mede dankzij de enthousiaste redactieraad en de talloze bijdragen van verschillende auteurs. Sinds een paar jaar opteren we voor grotere evenementen in samenwerking met de lidverenigingen, zoals de Nacht van de Vrijdenker en het Betere Boek, en die blijken ook succesvol te zijn. Alles dus om een mens gelukkig te maken! Het Geuzenhuis staat voor besparingen, die ook een impact zullen hebben op De Geus. Hoe denk je dat die het best opge-

vangen kunnen worden? Vanaf 2015 kwamen inderdaad sombere berichten op ons af. Er moest worden bespaard op het magazine en op diverse projecten. Ook vanuit de overheid vernamen we dat het Gesco-statuut, waar ikzelf onder viel, geregulariseerd zou worden. Vanaf 1 januari 2016 is dat laatste een feit en zijn we ondergebracht bij het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Hoelang die subsidies zullen blijven bestaan is momenteel nog een groot vraagteken. Eind augustus/begin september wordt door de minister van Cultuur een beslissing genomen die uiteraard een impact zal hebben op de organisatie en coördinatie binnen het Geuzenhuis. Het wordt dus nog even koffiedik kijken … Voor De Geus zoeken we alvast de meest gunstige, maar tegelijk kwalitatief hoogstaande drukkerijen op. Om de kosten te drukken heeft de redactie inmiddels beslist om de tweemaandelijkse nieuwsbrief te integreren in het magazine. Bedoeling is om deze nieuwsbrief zo vlug mogelijk maandelijks digitaal aan te bieden aan de lezers, waarbij ze ook vlotter artikels uit het magazine zullen kunnen opzoeken via de website. Wat de projecten betreft zullen we nog nauwer moeten samenwerken met andere verenigingen en organisaties, eventueel zelfs buiten de vrijzinnigheid, en moeten we op zoek gaan naar alternatieve vormen van sponsoring. Hoe zie je de toekomst van het Geuzenhuis, na je vertrek? In 2015 hield ons team samen met de raad van bestuur een brainstormdag waaruit een visietekst ontstond. Op de laatste algemene vergadering van het Geuzenhuis werd de definitieve versie voorgesteld aan en goedgekeurd door de bestuurders van onze lidverenigingen. De bedoeling is samen met al onze partners het vrijzinnig humanisme de 21ste eeuw in te loodsen. Om een breder publiek aan te trekken, willen we de inhoud meer centraal stellen, en niet bij voorbaat vertrekken vanuit ‘de zuil’. Zo gesteld, klinkt het wat te

DEGEUS


VRAAGSTUK

sterk, want het is niet meer dan een andere communicatietactiek. Dit om niet alleen voor ‘eigen parochie’ te preken, dus mensen die al vertrouwd zijn in/met de georganiseerde vrijzinnigheid, maar om ook jongere mensen aan te spreken, en mensen die buiten ons verenigingsleven staan.

‘We willen met al onze partners het vrijzinnig humanisme de 21ste eeuw in loodsen’

Een zalig rustig ontbijt met de krant, bij voorkeur in de tuin, zonder het uur van de trein in de gaten te moeten houden, lijkt me al een goed plan. Af en toe op reis, al dan niet met onze caravan, veel lezen en wat meer tijd doorbrengen met de kleinkinderen. Graag wil ik me ook nog wat engageren in het vrijwilligerswerk. Hoe, wat en waar zal ik nog op mijn gemak nagaan vanuit mijn luie zetel … Bedankt Annette voor al de

waardevolle dingen die je hier hebt helpen verwezenlijken. De redactieleden, de lezers van De Geus, je collega’s in het Geuzenhuis en de vele contacten in de lidverenigingen zullen je missen! Maar ik ben er zeker van dat het niet zo lang duurt vooraleer we je hier terugzien, op een event, een vernissage of eerder nog ... in het café De Geus van Gent? Fred Braeckman

Het vrijzinnig humanisme heeft veel troeven, vooral wat je de ‘inhoud’ van onze levensbeschouwing zou kunnen noemen. De thema’s waarmee vrijzinnig humanisten bezig zijn, en de manier waarop (ondogmatisch, zelfstandig en kritisch denken, zélf op zoek gaan naar zingeving op basis van wetenschap en filosofie in plaats van dogma, autoriteit en heilige teksten), dáárnaar is er erg veel vraag in de samenleving. Van die troef moeten we onze sterkte maken. We mikken dus op méér dan alleen de mensen die al in de vrijzinnige verenigingen betrokken zijn en die al met de georganiseerde vrijzinnigheid vertrouwd zijn.

‘Om een breder publiek aan te trekken, willen we de inhoud meer centraal stellen, en niet bij voorbaat vertrekken vanuit de zuil’ Het Geuzenhuis zou dus nog meer een open huis kunnen worden. We blijven ijveren voor een humane, vrijzinnige samenleving en laten onze eigen programmering inspelen op bijvoorbeeld actualiteit, wetenschap, het kritisch denken, dialoog … Ik hoop dat de goede sfeer en teamspirit na mijn vertrek zullen blijven bestaan en ik zal het van op de zijlijn zeker blijven opvolgen. Heb je al een idee hoe jouw eigen toekomst eruit zal zien, heb je al concrete plannen?

DEGEUS

Sven Jacobs (l.) en Wim Taels (r.) © Gerbrich Reynaert

WIM TAELS VOLGT SVEN JACOBS OP ALS VOORZITTER VAN HET VC GEUZENHUIS Voor een voorzitter van het Geuzenhuis is het niet anders dan voor de president van de Verenigde Staten: na twee termijnen zit het er onherroepelijk op. Na zes jaar zet Sven Jacobs een stapje terug, weliswaar met alle vertrouwen in zijn opvolger: Wim Taels. Sven Jacobs werd in 2010 voorzitter. Hij bouwde verder aan de door zijn voorganger Kris Coenegrachts ingeslagen weg: van het Geuzenhuis een open huis maken waar het vrije denken in al zijn kleuren en vormen kan bloeien. Een platform voor reflectie, van filosofische en artistieke aard, dat inhoudelijk de brug kan slaan tussen het vrijzinnig humanisme en het brede publiek. Onder impuls van Sven werd de nieuwe huisstijl gelanceerd en veranderde en moderniseerde ook de infrastructuur

van het Geuzenhuis tot een open en multifunctioneel zalencomplex. Zijn opvolger Wim Taels is sinds 2005 de directeur van De Cocon, Jeugdhulp aan huis vzw, een vrijzinnig-humanistische organisatie erkend binnen de bijzondere jeugdbijstand en lidvereniging van het Geuzenhuis. Wim Taels heeft met succes De Cocon doorheen de grote veranderingen geloodst die zich in het jeugdzorglandschap hebben opgedrongen. Als voorzitter wil hij samen met de bestuurders, de medewerkers en onze lidverenigingen in deze woelige tijden werken aan de verdere ontwikkeling van een sterk Geuzenhuis, waar vrijdenkers thuis zijn.

september 2016  >  27


BAANBREKER

CRISPR-Cas9 werd ontdekt door moleculair biologe Jennifer Doudna (Universiteit van Californië) en biochemicus Emmanuelle Charpentier (Umea Universiteit) en wordt een van de grootste ontdekkingen in de biotechnologie genoemd. ‘Het ultieme doel is erfelijke ziektes de wereld uithelpen’, laat Doudna optekenen. © Belga

De nieuwe genetische revolutie Genetisch onderzoek maakt steeds meer vorderingen, maar werpt ook ethische vragen op. Dit is niet anders voor de ontdekking van CRISPR-Cas9, een methode waarmee DNA nauwkeurig gemodificeerd kan worden. CRISPR staat voor Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats, maar laat u hierdoor niet tegenhouden om dit artikel verder te lezen. De Maakbare Mens legt in klare en duidelijke taal uit wat het belang is van dit onderzoek en pleit voor een maatschappelijk debat.

28  >  september 2016

In 1990 ging het Human Genome Project van start, een onderzoeksproject om alle menselijke genen in kaart te brengen en waaraan wetenschappers over de hele wereld meewerkten. Het onderzoek gaf aanleiding tot heel wat mediaberichtgeving over genetica. Bij wijze van spreken stond er elke week in de krant: ‘gen gevonden voor dit’ of ‘gen ontdekt voor dat’. De verwachtingen waren hooggespannen. Want als we de code van het menselijk genoom kunnen lezen, dan is het maar een stapje verder om ‘foutjes’ op te sporen en te onder-

DEGEUS


BAANBREKER

(Umea Universiteit) en wordt een van de grootste ontdekkingen in de biotechnologie genoemd. ‘Het ultieme doel is erfelijke ziektes de wereld uithelpen’, laat Doudna optekenen. Simpel gesteld is Crispr-Cas9 een techniek waarmee we heel gericht kunnen knippen en plakken in DNA. De techniek is gebaseerd op een natuurlijk afweermechanisme bij bacteriën. Net als mensen kunnen bacteriën besmet worden door een virus en beschikken ze over een immuunsysteem om zich te beschermen. Wanneer een bacterie in aanraking komt met een virus bewaart ze een stukje DNA van het virus om het een volgende keer direct te herkennen en in actie te schieten. Het immuunsysteem van de bacterie maakt daarvoor gebruik van een stuk RNA (RNA is een molecule die qua structuur lijkt op DNA, ze is essentieel voor alle levensvormen en is betrokken bij genexpressie – het proces waardoor genen tot uiting komen, en afweer – nvdr). Dat RNA ziet het stukje viraal DNA als een adres en werkt als een navigatiesysteem om het virus op te sporen. Eens gevonden komt Cas9 in actie. Cas9 is een eiwit dat in DNA kan knippen. Van zodra Cas9 het ‘slechte DNA’ van het virus heeft gevonden, knipt het dat weg. zoeken hoe we ze kunnen corrigeren. Het duurde tot 2003 voor het hele menselijke genoom in kaart was gebracht. Dat leverde heel wat kennis op waarmee onderzoekers aan de slag gingen: op zoek naar de functies van genen, verklaringen voor menselijke eigenschappen, tests om aandoeningen op te sporen en naar behandelingsmogelijkheden. Een en ander bleek complexer dan aanvankelijk verhoopt en even zakte de genetische euforie weg. Maar vandaag heerst er grote opwinding in de wereld van DNA-onderzoekers en dat heeft alles te maken met de ontdekking van CRISPR-Cas9.

CRISPR WAT? CRISPR-Cas9 werd ontdekt door moleculair biologe Jennifer Doudna (Universiteit van Californië) en biochemicus Emmanuelle Charpentier

DEGEUS

Elke student met een basiskennis moleculaire genetica, toegang tot een labo en een paar honderd euro kan experimenteren met CRISPR-Cas9 Het RNA-navigatiesysteem leidt het Cas9-eiwit dus naar de juiste plek in het DNA waar Cas9 kan knippen. Wat Doudna en Charpentier ontdekten is dat ze dit mechanisme kunnen manipuleren. Ze kunnen het RNAnavigatiesysteem programmeren om eender welk stuk DNA op te sporen. Niet alleen bij virussen, maar ook bij planten, dieren en mensen. Ze kunnen dit in een proefbuis, maar ook in levende cellen. Bovendien kan er niet alleen geknipt, maar ook geplakt

worden: door een ‘goed’ stukje DNA mee te sturen met het RNA dat de plaats van het weggeknipte stuk kan innemen.

Overal ter wereld experimenteren onderzoekers met de techniek om het genoom van planten, virussen, bacteriën, dieren en menselijke lichaamscellen te veranderen Wat de ontdekking des te revolutionairder maakt is niet alleen de precisie en de eenvoud van de techniek, het is ook nog eens snel en relatief goedkoop. Elke student met een basiskennis moleculaire genetica, toegang tot een labo en een paar honderd euro kan experimenteren met CRISPRCas9.

AAN DE SLAG MET CRISPR-CAS9 Wetenschappers zijn uiteraard al langer bezig met genetische modificatie, maar tot voor CRISPR-Cas9 waren de technieken veel minder nauwkeurig, een pak omslachtiger en duurder. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er vandaag overal ter wereld onderzoekers aan het experimenteren zijn met de techniek om het genoom van planten, virussen, bacteriën, dieren en menselijke lichaamscellen te veranderen. Er wordt gewerkt aan de meest uiteenlopende zaken, een greep uit het aanbod: Glutenvrij tarwebrood Jan Schaart onderzoekt aan de Universiteit van Wageningen of hij met behulp van CRISPR-Cas 9 een glutenvrije tarwesoort kan maken. Dat zou ons toelaten om glutenvrij tarwebrood te bakken. HIV genezen Vandaag wordt HIV onder controle gehouden met behulp van virusremmers die het virus slapend houden. Maar wordt er gestopt met de virusremmers, dan wordt het virus terug actief. Er wordt onderzocht hoe

september 2016  >  29


BAANBREKER

Overal ter wereld zijn onderzoekers aan het experimenteren met de techniek om het genoom van planten, virussen, bacteriën, dieren en menselijke lichaamscellen te veranderen. © youtube

CRISPR-Cas9 kan worden gebruikt om patiënten definitief te genezen. Er bestaat een zeldzame genetische mutatie die cellen immuun maakt tegen HIV. Deze werd bij toeval ontdekt toen artsen opmerkten dat sommige seksuele partners van aidspatiënten niet besmet raakten. Met de hulp van CRISPR-Cas9 zou men die mutatie kunnen nabootsen bij HIV-patiënten om hen zo resistent te maken tegen het virus. Een andere mogelijkheid is dat men het immuunsysteem zodanig aanpast dat het HIV kan vernietigen. Hoopvolle pistes, maar Canadese onderzoekers waarschuwden recent dat het virus zich op termijn zelf ook kan aanpassen om de veranderingen te counteren. Terugkeer van de mammoet George Church, geneticus aan de universiteit van Harvard, toonde aan dat genen in embryo’s van de Aziatische olifant zouden kunnen worden vervangen door genen van de uitgestorven wolharige mammoet. Zo zouden we de meer dan tienduizend jaar geleden uitgestorven mastodont weer tot leven kunnen roepen, of toch een dier dat er sterk op lijkt. De mammoet is slechts één van de diersoorten waarvan bekeken wordt of we ze opnieuw tot leven kunnen brengen. Er zijn een paar voorwaarden, zo moeten we over

30  >  september 2016

voldoende DNA van de uitgestorven soort beschikken en moet er een nog levende, verwante soort zijn. Church gebruikt mammoetkarkassen uit de arctische permafrost als bron van DNA. Dinosauriërs terug tot leven roepen zit er niet meteen in vanwege het gebrek aan DNA.

Doordat Crispr-Cas9 toelaat rechtstreeks de genen aan te pakken die een ziekte veroorzaken is er hoop dat we deze ziekten kunnen behandelen of zelfs werkelijk genezen Behandeling van de ziekte van Duchenne Onderzoekers aan de universiteit van Californië onderzoeken hoe ze met behulp van CRISPR-Cas9 de ziekte van Duchenne kunnen behandelen. Deze fatale erfelijke ziekte treft in Nederland ongeveer 1 op 4.000 jongens. Duchenne is bij 60% van de patiënten het gevolg van een fout op het gen dat instaat voor de productie van dystrofine-eiwit. Bij patiënten is de productie van dat eiwit zeer laag waardoor hun spieren steeds zwakker worden. De symptomen beginnen

meestal in de vroege jeugd en leiden uiteindelijk tot een hart- of ademhalingsstilstand rond twintigjarige leeftijd. Met medicatie kunnen de symptomen van de ziekte worden onderdrukt, maar de voortgang kan niet worden gestopt. De onderzoekers in Californië namen huidcellen van patiënten met Duchenne en vormden die om tot stamcellen. Met behulp van CRISPR-Cas9 verwijderden ze de fout uit de stamcellen waarna ze deze cellen lieten ontwikkelen tot hartspiercellen en skeletspiercellen. Ze brachten de nieuwe cellen in bij muizen die ook de fout hadden op het gen dat instaat voor de productie van dystrofine-eiwit. Ze stelden vast dat de getransplanteerde cellen dystrofine-eiwit produceerden. Volgens de onderzoekers toont dit aan dat het mogelijk is om de dystrofineproductie bij 60% van de Duchenne-patiënten te herstellen. Ze hopen de methode binnen een aantal jaren op mensen te kunnen testen. Nieuw huisdier: mini-varkens Een Chinees onderzoeksinstituut heeft met behulp van CRISPR-Cas9 minivarkens gemaakt. Zo’n volwassen minivarken weegt ongeveer 15 kg, je kunt het vergelijken met een middelgrote hond. Ze maakten de varkens


BAANBREKER

Geboeid door Crispr-Cas9 en ook benieuwd naar andere ontwikkelingen op vlak van genetica? In 2017 staat genetica centraal bij De Maakbare Mens. Schrijf je via www.demaakbaremens.org in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van onze plannen.

om als proefdieren te gebruiken bij verder onderzoek, want varkens lijken fysiologisch en genetisch meer op mensen dan bijvoorbeeld muizen of ratten. Ze kondigden aan de varkens ook te willen verkopen als huisdieren om op die manier geld in het laatje te brengen voor verder onderzoek. Een ander Chinees team kweekte een ultragespierde hond, eveneens als diermodel voor biomedisch onderzoek. Er wordt ook onderzocht hoe acute leukemie te genezen valt, hoe we ervoor kunnen zorgen dat de malariamug het malariavirus niet meer draagt, enzovoort. De lijst is immens lang.

De mogelijkheden die Crispr-Cas9 biedt, brengen tot nog toe ongekende risico’s voor de menselijke gezondheid met zich mee © Norbert Van Yperzeele

MAG ALLES WAT KAN? Meer dan 3000 ziekten zijn gelinkt aan mutaties in een individueel gen. Doordat Crispr-Cas9 toelaat rechtstreeks de genen aan te pakken die een ziekte veroorzaken, is er hoop dat we deze ziekten kunnen behandelen of zelfs werkelijk genezen. Heel wat van deze ziekten zijn onderwerp van onderzoek, maar dat betekent niet dat de techniek morgen al wordt gebruikt in het ziekenhuis.

Het nieuws dat de onderzoekers de stap naar genetische manipulatie van menselijke embryo’s hadden gezet wierp veel vragen op Jennifer Doudna en Emmanuelle Charpentier pleiten zelf voor een bedachtzaam gebruik van de techniek en voor aangepaste regelgeving. Doudna zegt dagelijks e-mails te krijgen van patiënten met ernstige erfelijke aandoeningen die hopen dat de techniek voor hen een wondermiddel zal blijken. Ze beseft dat het een kwestie van tijd is vooraleer men zal proberen om mensen ermee te behandelen. De competitie en concurrentie op het wetenschappelijk toneel zijn groot. Doudna geeft aan dat haar grootste vrees is ‘dat iemand de snelste wil zijn en onze techniek toepast op een onbezonnen, gevaarlijke manier’. Want de mogelijkheden die Crispr-Cas9 biedt, brengen tot nog toe ongekende risico’s voor de menselijke gezondheid met zich mee. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat er ook wijzigingen zouden optreden op andere locaties in het DNA dan enkel het beoogde stukje. Of dat de wijziging naast het verwachte ook onverwachte effecten heeft. Het is dus belangrijk voldoende tijd te nemen en onderzoek te voeren om die risico’s te ontdekken. Crispr-Cas9 zorgde al voor heel wat opschudding. Die ging niet zozeer over het vooruitzicht om met de techniek zieken te behandelen, maar wel over de manipulatie van menselijke embryo’s. In 2015 maakten Chinese



onderzoekers bekend dat ze erin waren geslaagd om met CRISPR-Cas9 het genoom van menselijke embryo’s te manipuleren. Laat duidelijk zijn, deze embryo’s dienden louter voor onderzoek en er werden geen kinderen uit geboren. Maar het nieuws dat de onderzoekers de stap naar genetische manipulatie van menselijke embryo’s hadden gezet wierp veel vragen op. De internationale wetenschappelijke wereld stelde de wenselijkheid van dergelijk onderzoek in vraag en er werd een moratorium ingeroepen voor de genetische manipulatie van menselijke embryo’s. Als een genetisch gemodificeerd embryo uitgroeit tot persoon dan kan die de wijziging doorgeven aan de komende generaties. We kunnen hier dus beter uiterst voorzichtig mee omspringen.

Of Crispr-Cas9 de hoge verwachtingen zal kunnen inlossen is nog een vraagteken, maar daarop hoeven we niet te wachten om een ruim maatschappelijk debat te voeren en regelgeving te ontwikkelen Naast het voorkomen of behandelen van ziekten behoort ook de modificatie van uiterlijke kenmerken of andere eigenschappen met Crispr-Cas9 in principe tot de mogelijkheden. Ook dit is uiteraard een bron van discussie en bezorgdheid binnen de wetenschappelijke wereld en daarbuiten. Of Crispr-Cas9 de hoge verwachtingen zal kunnen inlossen is nog een vraagteken, maar daarop hoeven we niet te wachten om een ruim maatschappelijk debat te voeren en regelgeving te ontwikkelen om te bepalen hoe we de techniek willen gebruiken. Liesbet Lauwereys

september 2016  >  31


BAANBREKER

Hoe vermijd je ‘domme’ fouten? DE UITGEBREIDE COGNITIVE FIT THEORIE Waarom maken we fouten? Wat is de beste methode om problemen op te lossen? Hoe werkt ons geheugen? Het zijn vragen die dr. Jan Claes, verbonden aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent, inspireerden voor zijn doctoraat. Hij onderzocht de wondere werking van onze hersenen en hoe we ze het meest optimaal kunnen inzetten om tot oplossingen te komen. Opnieuw een verrassend verhaal uit de wetenschap! Vergissen is menselijk. Maar waarom maken mensen fouten? En vooral: (hoe) kan je fouten vermijden? Om hier een antwoord op te kunnen geven, duiken we samen in de cognitieve psychologie, de wetenschap die bestudeert hoe ons geheugen werkt. In het menselijk brein zitten drie soorten geheugen. Een eerste soort geheugen is het sensitief geheugen. Hier worden de prikkels uit onze zintuigen bewaard en verwerkt. Deze verwerking gebeurt volgens de laatste onderzoeken zeer snel en buiten onze bewuste controle. Er wordt een selectie gemaakt van gegevens en enkel een fractie van de zintuigelijke prikkels wordt doorgestuurd naar het werkgeheugen. In het werkgeheugen, of ook wel kortetermijngeheugen genoemd, wordt informatie voor een korte tijd bijgehouden en verwerkt en omgezet tot nieuwe informatie en/of concrete handelingen via onze zenuwen en spieren. De aanwezige informatie komt uit het sensitief geheugen, uit het redeneren met andere informatie, en uit het langetermijngeheugen. Deze derde soort geheugen is het meest gekend bij het brede publiek. Het is een netwerk van begrippen die met elkaar verbonden zijn: de zogenaamde cognitieve schema’s.

De gemiddelde mens heeft plaats om zeven eenheden aan informatie op te slaan. Slechts zeven! Daarmee moeten we het dus doen De begrippen in het langetermijngeheugen worden bij de meeste mensen als beelden opgeslagen. Wanneer je aan iets denkt, zie je direct verschillende beelden voorbijflitsen. Als ik spreek over een restaurant, zie je misschien een interieur, een menukaart, een ober, een keuken, gerechten, enzovoort. Bij ‘restaurant’ hoort dus een uitgebreid cognitief schema. Dit komt omdat je waarschijnlijk al meermaals in een restaurant bent geweest. Het woord ‘brésilienne’ zal daarom bij de meeste lezers waarschijnlijk niet veel beelden doen verschijnen. Dit verschil in verbanden komt doordat

32  >  september 2016

je steeds probeert bij te leren uit situaties. Iedere keer dat je in een restaurant komt, wordt het schema aangevuld met nieuwe informatie en wordt bestaande informatie opgefrist en dus de verbanden met andere begrippen versterkt. Deze manier van informatie opslaan en toegankelijk maken, is één van de redenen waarom wij als mens in een aantal zaken nog steeds beter zijn dan computers. Het geeft ons een substantieel voordeel bij het verwerken van informatie in het werkgeheugen. Net zoals het werkgeheugen in computers – het RAM geheugen – is het werkgeheugen bij mensen eerder snel, maar ook eerder beperkt. De gemiddelde mens heeft plaats om zeven eenheden aan informatie op te slaan. Slechts zeven! Daarmee moeten we het dus doen. We kunnen ongeveer zeven begrippen onthouden en als we ermee willen redeneren wordt dit nog verder beperkt tot een viertal begrippen tegelijkertijd. Gelukkig hebben wij – in tegenstelling tot de computer – een efficiënte manier van informatie bijhouden en kan je in één eenheid informatie in je kortetermijngeheugen een heel cognitief schema raadplegen. Bij complexe taken vormt deze beperkte capaciteit toch een probleem en wordt ons werkgeheugen ‘overladen’. De Cognitive Load Theory stelt dat dergelijke overload een aantal vervelende gevolgen heeft. We worden bijvoorbeeld trager in ons denken. Wanneer je probeert te telefoneren en ondertussen het nieuws op de radio aan het volgen bent, merk je inderdaad dat je trager zal gaan denken en dus ook spreken. Daarnaast is er geen ruimte om bij te leren. De eerste keer dat je met een auto reed (of zal rijden), had je geen vrije geheugencapaciteit om na te denken of je wel snel genoeg reed of om te beseffen dat je minder verbruikt als je sneller schakelt naar een hogere versnelling. Pas wanneer je stilstaat en bepaalde informatie mag loslaten uit je geheugen, komt er plaats vrij voor reflectie (bijvoorbeeld ook tijdens het dromen). Tot slot zorgt overload er ook voor dat we fouten gaan maken.

DEGEUS


BAANBREKER

SOORTEN FOUTEN, SOORTEN INFORMATIE

BRAIN TWEAKS

Er zijn twee grote oorzaken van menselijke fouten. Eén soort heeft te maken met kennis. Iemand die niet weet wat een rode en een groene lamp langs de straatkant betekenen, zal bij rood licht misschien gewoon doorrijden. Als je Nederlands aan het leren bent en nooit gehoord hebt van werkwoordvervoegingen, zal je veel kennisfouten maken. Kennisfouten kunnen relatief gemakkelijk opgelost worden. Via training vul je de kennisgaten op. Leren en herhalen zorgen ervoor dat de nodige informatie op de juiste plaats in onze cognitieve schema’s wordt aangevuld of versterkt en dat je de volgende keer wel over de juiste kennis kan beschikken. Helaas kost leren tijd. Het is een oplossing op langere termijn.

We weten steeds meer over hoe ons geheugen werkt en we vinden steeds inventievere manieren om het geheugen te optimaliseren. Germane load kunnen we vermijden door het bijleren uit of af te stellen. Extraneous load en intrinsic load gaan we beter plannen zodat we de informatie pas moeten opladen wanneer we ze nodig hebben. Maar kunnen we de load ook verlagen? Het antwoord is ja! Onderzoek heeft uitgewezen dat een deel van deze load te maken heeft met administratie. Als je een taak moet uitvoeren, moet je de input analyseren, het probleem begrijpen, een oplossingsstrategie uitwerken en dan pas kan je de strategie ook uitvoeren.

Wie zichzelf kent, kan deze kennis gebruiken om efficiënter te gaan werken De tweede soort fouten heeft te maken met cognitieve problemen. Een gebrek aan concentratie of motivatie zorgt er bijvoorbeeld voor dat je te weinig bronnen inzet om een opdracht zonder fouten uit te voeren. Ook hier weten we wel een aantal manieren om dit te verhelpen. Wanneer je echter wel genoeg bronnen inzet, maar er simpelweg niet genoeg (ter beschikking) hebt zoals bij overload, wordt het lastiger. In het werkgeheugen sla je drie soorten informatie op en daarom ken je ook drie technieken die je toepast om met de beperkte bronnen beter om te gaan. Sommige informatie is nodig om te kunnen bijleren (germane load). Bijleren is niet strikt noodzakelijk om een taak zonder fouten af te leggen, maar kan ons helpen om ze in de toekomst gemakkelijker op te lossen. Wanneer je hier geen plaats voor hebt, leer je dus gewoon niet. Daarnaast laad je ook informatie in het geheugen die je moet helpen om een opdracht te begrijpen. Zo zet je cijfer- en letterreeksen om in getallen en woorden en hebben bepaalde getallen, woorden en beelden een betekenis die je moeten opladen (extraneous load). Wanneer dit een probleem vormt, ga je eerst een vertaling of interpretatie (laten) maken en dan pas met het uitvoeren van een taak starten. Zo heb je misschien geleerd om bij het oplossen van een wiskundevraagstuk eerst de gegevens en het gevraagde op te schrijven om zo de input meer structuur te geven. Tot slot is er informatie nodig om een taak uit te voeren (intrinsic load). Volgens de theorie kan je die per definitie niet verminderen. Toch hebben we ook hiervoor een optimalisatie uitgevonden zonder minder informatie op te hoeven slaan. Het is namelijk meestal niet nodig om alle informatie tegelijkertijd in het geheugen op te laden en dus ga je serialiseren. De informatie wordt niet tegelijkertijd, maar achtereenvolgens opgeladen. Als een recept te veel is om te onthouden, ga je iedere stap één voor één in het geheugen laden. Hoe vervelend dit ook is, want je (digitale) kookboek dreigt onder de vuile vlekken te geraken, toch moet je regelmatig terugkijken naar het recept om de volgende stappen te laden in je geheugen.

DEGEUS

Het analyseren en begrijpen van de input vraagt extraneous load. Volgens de Cognitive Fit Theory is deze load lager als de input optimaal is afgestemd op de taak en de uitvoerder ervan. Als jij grafisch denkt of voor een taak die gemakkelijker grafisch op te lossen is, zoals het maximum zoeken in een reeks getallen, zal een grafische voorstelling van de input minder extraneous load veroorzaken dan een tekstuele. Hier kan je gebruik van maken om de extraneous load te verlagen. In mijn onderzoek verken ik de piste dat een gelijkaardige denkwijze opgaat voor de intrinsic load. In de te onderzoeken Extended Cognitive Fit Theory stel ik dat het ontwikkelen en uitvoeren van een oplossingsstrategie minder load vraagt als deze strategie optimaal is afgestemd op de taak en de uitvoerder ervan. Afhankelijk van de taak en afhankelijk van hoe jij informatie opneemt (serieel of globaal) en verwerkt (concreet of abstract) passen andere strategieën beter om een bepaalde taak uit te voeren. Een betere afstemming voelt aan als logisch en vraagt minder administratieve intrinsic load om te bepalen wat de volgende stap is in je oplossingsstrategie. Stel dat je bijvoorbeeld een artikel moet schrijven voor dit magazine. Hoe ga je te werk? Seriële denkers zullen de tekst best van voor naar achter schrijven, terwijl globale denkers beginnen met het uitzetten van een inhoud en iteratief werken om steeds meer aspecten aan te vullen (structuur, vorm, figuren, …). Abstracte denkers kunnen gemakkelijk losse, ongerelateerde delen schrijven en ze later aan elkaar lijmen, maar concrete denkers doen dit beter niet. Wie zichzelf kent, kan deze kennis dus gebruiken om efficiënter te gaan werken. In Nederland was er bijvoorbeeld een aantal jaren geleden een publieke discussie over het wiskundeonderwijs. De overschakeling van cijferrekenen naar realistisch rekenen werd in de pers in vraag gesteld. Recent zagen we op Facebook een derde rekenwijze verschijnen: in China gebruikt men grafische technieken om te leren rekenen. Welke methode is het best? Wel, volgens mijn theorie hangt dit af van de persoon: serieel versus globaal en concreet versus abstract bepaalt welke techniek het beste bij jou past! Jan Claes Meer weten of op de hoogte blijven van de onderzoeksresultaten? Surf naar www.janclaes.info.

september 2016  >  33


FILOSOOF OVER FILOSOOF

Adriaan Koerbagh VAN ‘DUYSTERE WOORDEN’ NAAR BOBOTAAL. OF WAAROM KRITISCHE DENKERS ONDUIDELIJK TAALGEBRUIK MOETEN BESTRIJDEN ‘Omdat een brede startcoalitie ontbrak, konden meerdere overlegplatforms parallel aan elkaar ontstaan. Daardoor ontstonden er verschillende informatiestromen, informatieniveaus en dynamieken.’ De syntaxis van deze zinnen klopt en de meeste woorden die erin staan, vind je terug in het woordenboek. Toch wil maar niet duidelijk worden wat hier nu eigenlijk staat. Het is dat de filosoof Adriaan Koerbagh al 350 jaar dood is. Anders was hij achter de auteur van dit taaie proza aangegaan. Het komt uit Neem de tijd als je haast hebt, het recente evaluatierapport dat onderzoekt waarom het Nederland niet lukte om de Europese Spelen 2019 binnen te halen. Waarom had Koerbagh zijn pijlen gericht op de bobotaal die zo populair is in de bestuurlijke sector als hij nu leefde? Omdat hij de auteur is van Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet geplant (1668). In dit woordenboek keerde hij zich tegen de bobo’s van zíjn tijd. Wetenschappers, maar vooral theologen en kerkleiders maakten veelvuldig gebruik van ‘duystere en vreemde bastaart woorden’. Het zorgde voor betogen die onnodig moeilijk waren. Doorgaans ontlenen vrijdenkers hun status aan het feit dat ze hun tijdgenoten tegen de haren in streken. Meestal gaat het zo: iets wat destijds niet door de beugel kon, wordt inmiddels nauwelijks nog als radicaal ervaren. Zie Baruch Spinoza, wiens pantheïstische godsbeeld destijds grote beroering veroorzaakte, maar in de seculiere samenleving geen steen des aanstoots meer is. Nee, dan Koerbagh.

34  >  september 2016

Zijn aanklacht is, getuige een beleidsstuk als Neem de tijd, ook in 2016 nog actueel.

Doorgaans ontlenen vrijdenkers hun status aan het feit dat ze hun tijdgenoten tegen de haren in streken. Koerbaghs aanklacht is ook in 2016 nog actueel Het venijn van Een bloemhof zit hem niet zozeer in de inhoud, maar in de vorm. Het is in het Nederlands geschreven en daardoor toegankelijk voor iedereen, wat destijds tamelijk ongewoon was. Typerend is de manier waarop Spinoza zich uitdrukt in het voorwoord van zijn Tractatus theologico-politicus (1670): ‘Het volk dus en allen die evenals het volk door dezelfde hartstochten worden geteisterd,

Het titelblad van Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd door Adriaan Koerbagh (1633 - 1669).

nodig ik niet uit om dit te lezen.’ Dus schreef hij in de geleerdentaal van het Latijn. Zo kon alleen een select clubje kennis van zijn werk nemen. Groter kon het verschil met Koerbagh nauwelijks zijn. Volksverheffing was Koerbaghs ideaal: zoveel mogelijk mensen moesten hun mening kunnen geven. Wetenschap moest geen esoterisch

DEGEUS


FILOSOOF OVER FILOSOOF

dat en verstaat de gemeene man niet.’ Dat ‘verstaat de gemeene man niet’. Bij het lezen van Neem de tijd dringt die gedachte zich ook op. Een evaluatierapport is bedoeld om vast te stellen waar het fout ging, in dit geval in het traject dat de Europese Spelen in 2019 naar Nederland moest halen. Maar kan daarvan nog sprake zijn als anonieme krachten – de ‘verschillende informatiestromen, informatieniveaus en dynamieken’ die ontstonden – verantwoordelijk worden gesteld in plaats van personen?

VLOEK VAN DE KENNIS Het blijft niet bij die ene onbegrijpelijke frase in Neem de tijd, je struikelt erover. Zo luidt het in de paragraaf met conclusies: ‘Te weinig partijen durfden commitment te geven op een initiatief dat nog niet getest en nog onvolledig uitgekristalliseerd was.’ Waar je hoopt op antwoorden, roept deze zin vooral vragen op. Welke partijen worden hier bijvoorbeeld bedoeld? En wat houdt – ‘bastaart woord’-alert! – commitment precies in? Maar ook: wanneer was er wel sprake geweest van een uitgekristalliseerd initiatief? Een zin als ‘Er is vooral geacteerd op basis van een tijdlijn’ schept nauwelijks meer duidelijkheid.

sonder verdriet geplant (1668),

gebeuren zijn en ook religieuze kwesties hoorden gewoon bediscussieerd te worden. Maar dan moeten burgers daartoe wel de kans krijgen. Te vaak wordt er een barrière van taal opgeworpen. Dit verwijt maakt Koerbagh onder meer dominees (in het lemma ‘Domine’): ‘staat het wat te breet in ’t duyts, men neemt een latijns woord,

DEGEUS

Onwaarschijnlijk dat het iemand lukt om lering te trekken uit deze bobotaal – of sportkoeterwaals, zoals columnist Max Pam het noemde in De Volkskrant. De kans is derhalve groot dat toekomstige pogingen om de Europese Spelen naar Nederland te halen, opnieuw op niets uitlopen. Niet dat veel mensen daar rouwig om zullen zijn. Wie wist tot voor kort überhaupt dat er behalve Olympische ook Europese Spelen bestaan? Maar die Spelen zijn slechts bijzaak. Een volgende keer betreft het heikeler thema’s, waarvan het pas echt erg is als die achter een mist van woorden verdwijnen. Dat het hier geen theoretisch risico betreft, blijkt uit Bobotaal (2014). Hierin laat De Wethouder – het pseudoniem van iemand die zelf werkzaam is in de bestuurlijke sector – zien hoe populair bobotaal is onder beleidsma-

OVER DE RUBRIEK In deze reeks belichten filosofen het gedachtegoed van hun filosofische helden. De focus ligt op de betekenis en relevantie die hun denkbeelden vandaag de dag nog hebben, en de praktische waarde voor het dagelijks leven van onze lezers.

kers en de mensen waarmee zij zich omringen. Managers, clusterhoofden, consultants en communicatieadviseurs, ze doen van alles behalve communiceren. De één is bezig met ‘een meertrapsraket’ (terwijl hij niet bij NASA werkt), de ander verwijst naar het belang van ‘semipermanente convenantevaluatie’. Het zijn scènes waarvan je hoopt dat ze uit een sketch van Monty Python komen, maar nee.

Volksverheffing was Koerbaghs ideaal: zoveel mogelijk mensen moesten hun mening kunnen geven Nu is, geen misverstand daarover, niet elke taaie zin verdacht. Wellicht is er sprake van ‘de vloek van de kennis’, zoals Harvard-psycholoog Steven Pinker die definieert in zijn handboek Een gevoel voor stijl (2016). Hierin voert hij een bioloog op die een lezing houdt. Op een zeker moment wordt de bioloog onderbroken: of hij zijn werk duidelijker kan uitleggen. Het probleem is niet dat de spreker niet weet waarover hij praat – hij is een vooraanstaand wetenschapper, aldus Pinker – maar juist dat hij te goed is ingevoerd in zijn vakgebied. Als hij allerlei vakjargon als bekend veronderstelt bij zijn publiek, wreekt zich de vloek van de kennis. Is bobotaal ook een vorm van jargon, dat voor buitenstaanders misschien nietszeggend is, maar zonneklaar voor ingewijden? In dat geval is een taaloffensief zoals Koerbagh dat bepleitte, voorbarig. Als een bouwvakker begint over dilatatievoegen of kalenderen, kijkt de gemiddelde weekendklusser hem glazig aan. Deze zal vermoedelijk

september 2016  >  35


FILOSOOF OVER FILOSOOF

niet weten dat de eerste term duidt op voegen die de krimp of het uitzetten van materiaal opvangen. Noch dat de tweede term verwijst naar het tellen van het aantal slagen met een heiblok dat nodig is om een heipaal een bepaalde afstand te laten zakken. Maar voor de vakman zijn beide definities volstrekt helder. De definities, hoe lastig ook voor niet-bouwvakkers, zijn welomschreven. Bobotaal is níet voor de bestuurlijke sector wat de dilatatievoeg en kalenderen is voor de bouwsector. Die moet het juist niet hebben van afgebakende begrippen en rake typeringen, aldus De Wethouder in zijn boekje. ‘Het houdt de status-quo in stand voor talloze organisaties die rapporten laten produceren waarin maatschappelijke ontwikkelingen worden geduid. Zulke rapporten concluderen dikwijls dat de opdrachtgevende organisatie eigenlijk heel goed bezig is. Het nauwkeurig formuleren van de juiste vaagheden is niet zelden een goedbetaalde taak voor externe consultants.’

Ongetwijfeld wordt er regelmatig gelogen, maar listiger zijn de ‘juiste vaagheden’ waarvan veel beleidsmakers zich bedienen DEEPITIES Deze observatie lijkt koren op de molen van iedereen die toch al vindt dat bestuurders, politici in het bijzonder, opportunisten zijn die het bedrog niet schuwen. Alles voor de macht, nietwaar? Het is echter de vraag of deze klacht juist is. Ongetwijfeld wordt er regelmatig gelogen, maar listiger zijn de ‘juiste vaagheden’ waarvan veel beleidsmakers zich bedienen. In filosofisch opzicht zijn ze in elk geval interessanter. Het is, anders dan wanneer het leugens betreft, niet ééntwee-drie duidelijk waar het wringt. Neem deze aanbeveling uit Neem de tijd die toekomstig falen moet helpen voorkomen: ‘Het venijn dient in de start te zitten. Een goed begin is het

36  >  september 2016

halve werk.’ Wordt hier de waarheid geweld aangedaan? Het is eerder omgekeerd, want redelijkerwijs kan niemand tegen een degelijke voorbereiding zijn. Als je dingen maar generiek genoeg stelt, valt er nauwelijks nog een inhoudelijk bezwaar tegen in te brengen. Het lijkt misschien een pro als een uitspraak geen tegenspraak uitlokt, maar juist die algehele instemming zou argwaan moeten wekken. Pas op voor deepities, zoals filosoof Daniel Dennett het formuleerde tijdens zijn bijdrage aan een conferentie van American Atheists Institution een paar jaar terug. Met deze term, die zich moeilijk laat vertalen, doelt Dennett op uitspraken van theologen en spirituele leiders. Zij grossieren in sweeping statements die in werkelijkheid enkel open deuren intrappen. Zo heet het bijvoorbeeld dat ‘alles met alles in verbinding staat’. Oogt op het eerste gezicht vreselijk diepzinnig, maar smoort bij nader inzien in betekenisloosheid. Taalgebruik op andere terreinen lijdt aan hetzelfde euvel. Anders gezegd: ook binnen de bestuurlijke sector wemelt het van de deepities. Het resulteert in beleidsmakers die veel praten, maar wat ze nu eigenlijk zeggen … tja. Nogmaals: Neem de tijd is slechts een symptoom van een bredere tendens. Getuige à charge is opnieuw De Wethouder – ditmaal niet in zijn boek, maar op zijn website, waar hij de ernstigste gevallen van bobotaal optekent. Dankzij hem weten we dat ergens in een vergaderzaaltje of boardroom iemand zijn gehoor moet hebben opgepept met: ‘Het heeft geen zin om een brug te bouwen als de pijlers nergens op rusten.’ Geen speld tussen te krijgen, en juist hierdoor een loepzuivere deepity, want wat is de toegevoegde waarde van deze claim? Om misverstanden te voorkomen: deze nietszeggendheid duidt niet op een gebrek aan eloquentie. Niet lelijke taal is hier de kwaal die bestrijding verdient, maar onbegrijpelijke taal. Zeker als die ook nog eens pretentieus oogt. Een heldere stijl zou de norm moeten zijn – tot op zekere hoogte

voor iedereen, maar nog een tikkeltje extra voor beleidsmakers. Dus: geef definities voor sleuteltermen in je betoog; wees je bewust van de vloek van de kennis; vermijd ronkende pseudo-wijsheden. Want zoals Koerbagh het drieëneenhalve eeuw terug al opschreef: we ‘soude daar voor van een groote moeyte en last’ en ‘van een hoope verwarring en brabbeling verlost sijn.’

Als je dingen maar generiek genoeg stelt, valt er nauwelijks nog een inhoudelijk bezwaar tegen in te brengen. Pas op voor deepities KETTERSE LEMMA’S Een Bloemhof was niet zomaar een woordenboek. Veel lemma’s uit het woordenboek fungeerden als vehikel voor ketterse opvattingen. De Bijbel als Gods Woord, zoals iedereen destijds aannam? Niet volgens Adriaan Koerbagh. Het is een doodgewoon boek, staat er onder ‘Bibel’, ‘al wast van reyntje de vos of uylen-spiegel’. De Amsterdamse gezagdragers, die Koerbagh en zijn broer al jaren in de gaten hielden, lieten hem oppakken ‘opdat suclk een lastermont en penne […] mocht werden ingetoomd.’ Hij kreeg een gevangenisstraf van tien jaar, waarvan hij slechts het eerste zou volmaken. In de herfst van 1669 werd hij ziek en stierf. Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd is niet in boekvorm verkrijgbaar, maar u vindt de tekst integraal online. Over Koerbagh verscheen in 2013 een biografie door Bart Leeuwenburgh, getiteld Het noodlot van een ketter. Sebastien Valkenberg Over de auteur:

Sebastien Valkenberg (1978) is filosoof. Hij schrijft opiniebijdragen voor verschillende media. Vorig jaar verscheen van hem Op denkles, waarin hij de opinions chics van deze tijd tegen het licht houdt.

DEGEUS


COLUMN

Willem wordt Wolf Beste lezer, Sla deze column snel over en rep u naar de Nieuwsbrief. Daar wordt de dichtbundel Blessuretijd van een overigens volstrekt onbekende Wolf de Gaert aangekondigd. Dat evenement vindt met het nodige misbaar plaats op zaterdagavond 24 september op de Zolderzaal van het enige echte culturele centrum van Gent: het Geuzenhuis. Ik maak nu schandalig misbruik van mijn ambt om u de presentatie van Blessuretijd warm aan te bevelen. Ik ben namelijk die dichter. Willem is eigenlijk Wolf en Wolf werd Willem. En Wolf is op zijn beurt een alias van nog iemand anders die ik hier omwille van de discretie niet zal vernoemen. Hoe is het zo ver kunnen komen? De meervoudige persoonlijkheidsstoornis, beter bekend onder de modenaam dissociatieve identiteitsstoornis (DIS), komt bij ongeveer één procent van de bevolking voor en ik ben er dus gloeiend bij. DIS wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee of meer verschillende identiteiten of persoonlijkheden; elke identiteit heeft een eigen beleving van de omgeving en van zichzelf. Dat komt uit de vakliteratuur en het zal wel kloppen. Hoeveel procent van de bevolking ook dichter is weet ik niet, maar alles wijst erop dat er oneindig méér dichters dan lezers van gedichten zijn. Bovendien lezen de meeste mensen gedichten niet helemaal, ze lezen ze helemaal niet. Je moet dus al behoorlijk prettig gestoord zijn om je met dit ambacht onledig te houden. Er zijn natuurlijk oneindig veel genialere dichters dan Wolf de Gaert. Denk maar aan William Shakespeare, John Keats, Percy Bysshe Shelley, Ted Hughes, Wislawa Szymborska, An Sexton, Charles Baudelaire, het dartele duo Arthur Rimbaud & Paul Verlaine, Alexander Poesjkin en dichter bij huis, wie weet, Herman De Coninck, Hugo Claus en Delphine, de dochter van de inmiddels tweehonderdjarige Dr. Herman Lecompte. Maar dat doet er niet toe, dronken van roemzucht en dichtdrift vervoeg ik de galerij van onsterfelijke poëten. Maar met de nodige zin voor relativering, dat wel. Het evenement wordt immers aangekondigd onder het motto: ‘Red ons van de dichters.’ Dat is vrij naar het gelijknamig boek van Menno Wigman (ook al een dichter), dat op zijn beurt vrij is naar een vrolijke passus uit het gedicht Ars amandi van Luuk Gruwez.

Dat relativerende mag niet overdreven worden, maar is nodig. Dichters zetten immers vaak een hoge borst op en daar is onze serieuze door structurele knelpunten getergde samenleving niet bij gebaat. De Hollandse en allicht volstrekt onbekende dichter Rutger van Zeijst formuleerde het zo in 1959: Als het maar schreeuwt dat deze een klungel en die een genie is en zelf omzichtig aan zijn onsterfelijkheid knutselt is het een dichter Als het maar rijmt, rijt of ratst Van van Zeijst zijn vanaf dan tot aan zijn dood in 2005 geen dichtbundels meer verschenen. Beste lezer, laat u niet bij de neus nemen. Van Willem de Zwijger is geweten dat hij graag een loopje neemt met de feiten. Niet zelden nemen de feiten ook een loopje met hem. Het zou de verkeerde perceptie kunnen opleveren dat ook de dichter Wolf de Gaert een vrolijke lapzwans is. Helaas is dat niet het geval. Mijn alter ego is een weemoedig romanticus, een mijmerende filosoof, een tedere anarchist en af en toe ook een vrij zinnig vrijzinnige. En iemand die voortdurend balanceert op de slappe koord die van de keiharde atheïst naar de weifelende agnost loopt. Om te eindigen in schoonheid en als primeur, een gedicht van Wolf dat niet in de bundel is opgenomen:

Harde slagen Bullepezen vol harde slagen van poëzie Worden je toegewenst Argeloze slijtburger Kruipend van genadeloze Wellust En wiederleven Wil ik jullie de berg Van gedreven vluchtwoorden En onmacht Zien opbeuren Maar vergis je niet In al mijn vezels Heb ik je Hartstochtelijk lief Sehnsucht Verbrecher Willem de Zwijger Blessuretijd, Lulu Press. Inc., gebonden paperback 15,6 x 23,4 - 96 pagina’s, 2016. ISBN 9781326586959

DEGEUS

september 2016  >  37


BOEKENREVUE

Een verboden experiment L’ENFANT SAUVAGE In zijn boekbesprekingsessay gaat Gie van den Berghe deze keer in op een nieuwe uitgave van de rapporten van de Franse arts Jean Marc Gaspard Itard (17741838) over zijn pogingen om de ‘wilde jongen van de Aveyron’ te beschaven, de verwilderde tiener die in de barre winter van begin 1800 de bossen van het zuidFranse departement l’Aveyron inruilde voor de beschutting van de mensenwereld. Zowel de jongen als Itard werden wereldvermaard door L’enfant sauvage (1970), François Truffauts mooie maar sterk geïdealiseerde verfilming van het eerste rapport van de jonge arts. En passant geeft van den Berghe historische duiding bij dit bijzondere en eigenlijk diep tragisch project, dat blijft fascineren. Itard schreef vier rapporten, maar alleen het eerste (1801) en het laatste (1806-1807) bleven bewaard. Die zijn nu in het Nederlands vertaald door Yevgenia Lodewijks. Haar vertaling kan me niet bekoren. De literaire kwaliteit van Itards belangrijke rapporten is weg, prachtige volzinnen en redeneringen werden verhakkeld, verscheidene passages en woorden zijn houterig of fout vertaald (zo heet l’incertitude des hypothèses bij haar ‘twijfelachtige hypotheses’). Zeer verdienstelijk evenwel is dat Lodewijks een en ander inkadert in het Frankrijk van die tijd, al neigt ook zij, zoals velen die de rapporten lezen of de film zien, naar idealisering van kind en leermeester. Zo beweert Lode-

38  >  september 2016

wijks dat de wilde jongen veel geluk had ‘op het juiste moment in de geschiedenis’ op te duiken, met name in het verlichte en postrevolutionaire Frankrijk.

Een goed uitgangspunt voor enige nuancering is de vraag met welk doel Itard zijn rapporten schreef Daar valt een en ander op af te dingen, zeker na lectuur van de eigentijdse documenten die Thierry Gineste samenbracht en becommentarieerde in Victor de l’Aveyron. Dernier enfant sauvage, premier enfant fou (2010). Ook The Forbidden Experiment (1980) van Roger Shattuck is een aanrader. Lodewijks vermeldt beide bronnen wel, maar gebruikt ze selectief. Zo rept ze zo weinig mogelijk over de ontluikende seksualiteit van le sauvage en hoe diens onstuimige driften uiteindelijk zijn hele opvoeding dwarsboomden.

HISTORISERING Een goed uitgangspunt voor enige nuancering is de vraag met welk doel Itard zijn rapporten schreef. Goed een maand voordat le sauvage opdook werd in Parijs de Société des observateurs de l’homme opgericht door een zestigtal

DEGEUS


BOEKENREVUE

had weten te bewaren. Nu, schreef de directeur van het instituut waar de jongen verbleef, konden de echte filosofen aan de slag, zij die er al lang van droomden een kind in sociaal isolement te laten opgroeien om de spontane ontwikkeling en evolutie van menselijke vermogens en ideeën te bestuderen. Le Sauvage de l’Aveyron leek een gedroomde plaatsvervanger voor dit verboden experiment.

Nu konden de echte filosofen aan de slag, zij die er al lang van droomden een kind in sociaal isolement te laten opgroeien om de spontane ontwikkeling en evolutie van menselijke vermogens en ideeën te bestuderen

© www.cinematheque.fr

geleerden. De Société wilde op onbevooroordeelde wijze informatie verzamelen over alle soorten mensen, vroeger en nu, hier en elders. De studie van andere en wilde volkeren, kinderen en wilde kinderen, doofstommen en geestesgestoorden moest het ontstaan en de evolutie van alle fysieke, intellectuele en sociale vermogens van de mens in kaart brengen. Toen het nieuws over le Sauvage de l’Aveyron Parijs bereikte, kwam de Société in actie. Ze schreef aan de beheerders van het doofstommeninstituut waar le sauvage opgesloten zat, dat het voor de vooruitgang van de menselijke kennis van groot belang zou zijn mocht een gedreven en welmenend waarnemer het beschaven van de ‘wilde’ even uitstellen om na te gaan welke ideeën de jongen verworven had en nog zou verwerven. Op die manier ontkwam de verwilderde jongen aan het wees- en armenhuis waar hij, zoals vele tienduizenden verwaarloosde kinderen in het chaotische postrevolutionaire Frankrijk, waarschijnlijk van honger en ellende zou zijn omgekomen. Le sauvage werd een studieobject. Pierre-Joseph Bonnaterre, toen een vermaard botanist, bestudeerde de ‘wilde’ maandenlang als betrof het een vreemde plant. Veel van zijn nauwkeurige waarnemingen zijn terug te vinden in Itards verslagen. Na afloop werd Bonnaterre geroemd omdat hij le sauvage in wilde staat

DEGEUS

Parijs eiste le sauvage op. Toen hij op 6 augustus 1800 onder grote publieke belangstelling in de lichtstad aankwam loofde de Société een prijs uit voor een studie die door dagelijkse observatie van een of meer wiegenkinderen de ontwikkelingsgang van de fysieke, intellectuele en sociale vermogens van de mens optekende en of die bevorderd dan wel verstoord werden door voorwerpen en personen in hun omgeving. De mens, luidt het in de aankondiging van de wedstrijd, heeft de hele wereld bestudeerd en bedwongen, behalve zichzelf. Geleerden hebben met oneindig geduld het ontstaan van insecten en planten doorgrond, maar de mens zelf blijft een groot raadsel. De Société stelde een comité van vijf geleerden aan om le sauvage te bestuderen. De beroemdste onder hen, Philippe Pinel, de man die volgens de legende geesteszieken uit hun boeien had bevrijd (waarna ze in dwangbuizen werden gestopt), rapporteerde in november 1800 dat het geen sauvage was maar een jongen die alle kentekenen vertoonde van ongeneeslijk idiotisme. Pinel meende dat het kind waarschijnlijk om die reden verloren was gezet en dus ook niet opvoedbaar was.

Civilisatie, waar nodig met harde hand: opsluiting in een donker hok, schokken van een Leidse fles, urenlange koude en hete baden, profiteren van de panische hoogtevrees van de jongen. Hij leerde schreien WETENSCHAPPERVOOGD De Société liet de jongen langzaam maar zeker aan zijn lot over. Hij verkommerde in het doofstommeninstituut en werd zo onhandelbaar dat overwogen werd hem in een krankzinnigengesticht op te sluiten. Tot Jean

september 2016  >  39


BOEKENREVUE

hierop schreef Itard dat najaar zijn ‘verhandeling over de eerste ontwikkelingen van Victor de l’Aveyron’, een hoopvol, aan de Société gericht verslag over de vorderingen die in amper negen maand tijd waren gemaakt, met de klemtoon op het filosofisch en antropologisch belang ervan. Itard was er door spitsvondige stimulansen in geslaagd Victors zintuigen herop te voeden. Hij wekte zijn nieuwsgierigheid op en speelde op ingenieuze wijze in op zijn behoeften en noden (behalve de seksuele, daar bleef Itard bevreesd af). Het rapport getuigt van enorme inzet, volharding, doorzicht en grote vindingrijkheid bij het bedenken van nieuwe leer- en opvoedingsmethoden.

Zeer verdienstelijk is dat Lodewijks een en ander inkadert in het Frankrijk van die tijd, al neigt ook zij, zoals velen die de rapporten lezen of de film zien, naar idealisering van kind en leermeester. Daar valt een en ander op af te dingen, zeker na lectuur van eigentijdse documenten. © www.cinematheque.fr

Of Victor alleen maar verwilderd was en niet (ook) verstandelijk gehandicapt, zullen we vermoedelijk nooit weten MEER WILDE DAN KIND

Marc Gaspard Itard, een jonge arts en leerling van Pinel die aan het instituut verbonden was, geïnteresseerd raakte in le sauvage. Itard was er vast van overtuigd dat de jongen niet wild was maar verwilderd in het sociale isolement waarin hij opgegroeid was. Verstoken van elk menselijk contact ontbrak het hem aan de kennis en de ideeën die je normaliter ‘spontaan’ verwerft. Itard geloofde rotsvast in de verbeterbaarheid van de jongen en regelde een verzorgster en een aparte kamer voor hem. Eind 1800 werd Itard aangesteld als wetenschappervoogd. Eerst de op overleving afgestemde zintuigen van Victor – zoals Itard hem noemde – heropvoeden en hem vervolgens taal en betekenis bijbrengen, dat was het programma.

Le Sauvage de l’Aveyron was niet langer studieobject, niet langer slechts middel tot een doel, maar evenmin een doel op zich. Ook Itard had meer oog voor de ‘wilde’ dan voor de ‘jongen’ Itard stond niet alleen met zijn opvatting, al geloofden weinigen dat het kind nog voor de beschaving te redden viel. In de herfst van 1800 concludeerde J.J. Virey, een bioloog die le sauvage langdurig had geobserveerd, in zijn even leerrijke als idealiserende verhandeling dat de ‘jonge ongelukkige’ zijn primitieve en eenvoudige zijnswijze zou kwijtspelen als hij ‘op deze ellendige aarde’ werd opgevoed. Ondertussen deden officiële instanties in Parijs moeilijk over de financiering van Itards project, ook al omdat Pinel in het tweede deel van zijn rapport (mei 1801) er niet de minste twijfel over liet bestaan dat le Sauvage de l’Aveyron een imbeciel was. Waarschijnlijk in reactie

40  >  september 2016

Le Sauvage de l’Aveyron was niet langer studieobject, niet langer slechts middel tot een doel, maar evenmin een doel op zich. Ook Itard had meer oog voor de ‘wilde’ dan voor de ‘jongen’. In bijna alle verslagen gaat het om le sauvage, niet over l’enfant sauvage. De wilde moest beschaafd worden, zelfs al sloeg de jongen herhaaldelijk op de vlucht voor die beschaving. Geleerden als Itard hadden geen oren naar het aanbod van Bonnaterre’s knecht Clair die na maandenlang voor de jongen gezorgd te hebben aanbood om dat als een vader te blijven doen. Civilisatie, waar nodig met harde hand: opsluiting in een donker hok, schokken van een Leidse fles (methode om een elektrische lading op te slaan, bestaande uit een glazen fles die aan de buitenkant met tinfolie is bekleed en gevuld is met geleidend water, nvdr), urenlange koude en hete baden, profiteren van de panische hoogtevrees van de jongen. Hij leerde schreien. Itard was op slag beroemd. Europa was nu helemaal in de ban van le sauvage de l’Aveyron. Maar al gauw wilde Parijs het experiment om financiële redenen afbreken en de minister eiste ook onmiddellijke stopzetting van het tegen betaling te kijk zetten van de ‘wilde’. Itard kreeg veel steun, ook van Pinel, en er werd geld vrijgemaakt voor nog twee jaar. Tot Itard in 1804 inzag dat de met zijn puberteit worstelende Victor geen vooruitgang meer boekte en er de brui aan gaf om een winstgevende praktijk in hartje Parijs te openen.

LAAT ALLE HOOP VAREN In 1806 vroeg de verantwoordelijke minister aan Itard om ‘in naam van mensheid en wetenschap’ een gedetailleerd rapport op te stellen over zijn opvoedingspoging. In zijn Rapport sur les nouveaux développements de Victor de l’Aveyron maakt Itard de balans op van het gerealiseerde, maar hij stelt vooral vast dat zijn beschavingspoging

DEGEUS


BOEKENREVUE

mislukt is. Victor was teruggevallen in zijn vroegere apathie, bracht zijn dagen in eenzaamheid door, verdwaasd wiegend en als een bezetene masturberend. Zonder het bevel van de minister, schrijft Itard, had hij zijn werk liever tot vergetelheid gedoemd, want het toont minder vooruitgang bij de leerling dan gebrek aan succes van de leraar. Itard bekent dat hij er meer dan eens mee wilde ophouden. Hij betreurt de verloren tijd en het kind gekend te hebben dat door de steriele en onmenselijke nieuwsgierigheid van mensen uit ‘een onschuldig en gelukkig leven’ was weggerukt. Alle moeite en inspanning waren tevergeefs geweest. Victor kon maar beter terugkeren naar zijn bossen om de draad van zijn primitieve leven terug op te nemen. Zich tot Victor richtend alsof die hem kon verstaan, vervolgt Itard: ‘en mochten je nieuwe behoeften je afhankelijk gemaakt hebben van de maatschappij, boet dan voor het ongeluk haar tot geen nut te zijn en ga van ellende en verveling sterven in Bicêtre’ (toen een berucht gevangenishospitaal).

Maria Montessori haalde er begin twingtigste eeuw inspiratie uit voor haar kindgerichte ‘wetenschappelijke pedagogiek’. Zo staat de ‘wilde’ Victor ironisch genoeg aan de basis van sommige moderne onderwijssystemen In 1810 meldden de beheerders van het doofstommeninstituut aan de minister dat er geen hoop meer was le sauvage ooit te civiliseren en dat ze hem niet langer onderdak konden verlenen. Victor en zijn opvoedster, Mme Guérin, verdwenen voorgoed in een doodlopend straatje vlak bij het instituut. Zeventien in duisternis gehulde jaren later stierf Victor en belandde zijn stoffelijk overschot in een gemeenschappelijk armengraf. Kort nadat Victor uit het instituut was gezet weigerden de beheerders een andere wilde jongen op te nemen. Victor de l’Aveyron, schreven ze, had meer dan duidelijk gemaakt dat alle zorgen niets uithaalden en ook dat de slechte gewoonten van die wilden een kwalijke invloed hadden op de bewoners van het internaat.

HAPPY END Tal van psychologen, sociologen, pedagogen, taalkundigen, antropologen, historici en ethici hebben zich in de voorbije eeuwen over Itards leerrijke rapporten gebogen en er allerhande conclusies uit gepuurd wat betreft de ontwikkeling en opvoeding van mensen. Of Victor alleen maar verwilderd was en niet (ook) verstandelijk gehandicapt, zullen we vermoedelijk nooit weten. Zeker is dat een van de leerlingen van Itard, Edouard Séguin, de door Itard bedachte leer- en opvoedingsme-

DEGEUS

© Trophonios Publishing

thodes gebruikte voor mensen met een verstandelijke beperking. In 1839 richtte Séguin de eerste Franse school op voor mensen met een verstandelijke beperking en later introduceerde hij die speciale opvoedingsmethode in de Verenigde Staten. Maria Montessori, die Itards aanpak leerde kennen via het werk van Séguin, haalde er begin twingtigste eeuw inspiratie uit voor haar kindgerichte ‘wetenschappelijke pedagogiek’. Zo staat de ‘wilde’ Victor ironisch genoeg aan de basis van sommige moderne onderwijssystemen en bepaalde psychologische en psychiatrische inzichten. Gie van den Berghe Jean Marc Gaspard Itard – De wilde jongen uit de Aveyron. Vertaald en toegelicht door Yevgenia Lodewijks, s.l., Trophonios Publishing, 2015, 199 p., ISBN 9799491728129. Dit artikel verscheen eerder op De Reactor, een online platform voor literaire kritiek.

september 2016  >  41


BOEKENREVUE

De zevende functie van taal LAURENT BINET Internationale bekendheid verwierf de Franse auteur Laurent Binet met zijn debuut HhhH (‘Himmlers hersens heten Heydrich’), een roman over de moordaanslag op het nazikopstuk Reinhard Heydrich en alle gruwelijke gevolgen ervan. Binet nam een historisch personage als uitgangspunt, waarna hij een spel ging spelen met werkelijkheid en fictie. Hetzelfde doet hij in De zevende functie van taal. Deze keer is de moord op de filosoof Roland Barthes het uitgangspunt om bestaande personages in een nieuwe context te plaatsen. Het boek speelt zich af aan het begin van de jaren tachtig. De beroemde Franse literair criticus en semioticus Roland Barthes wandelt terug naar huis, nadat hij heeft geluncht bij presidentskandidaat François Mitterand. In het Quartier Latin wordt hij overreden door een bestelwagen. Jacques Bayard, een conservatieve politiecommissaris, wordt aangesteld om de zaak te onderzoeken. Hij gaat er al snel van uit dat het om moord gaat. Barthes zou immers een document bij zich hebben over de zevende functie van taal en ontelbaren zijn tot veel bereid om dit document te bemachtigen. Omdat Bayard niets afweet van taalfilosofie, laat hij zich bijstaan door de jonge progressieve docent Simon Herzog. In werkelijkheid (al is dit wellicht een dubbelzinnig woord in deze recensie) heeft de Russische taalkundige Roman Jakobson een lijst opgesteld met zes

42  >  september 2016

functies die taal heeft. De zevende functie is een verzinsel van de auteur Laurent Binet.

Laurent Binet heeft een boek geschreven over de macht van woorden Het personage Umberto Eco zegt dat het over een performatieve functie gaat: woorden zijn ook daden. ‘Laten we ons een functie van taal voorstellen waarmee we op veel grotere schaal (Eco had eerder verwezen naar enkele voorbeelden van de filosoof Austin, nvdr) willekeurig wie kunnen overhalen willekeurig wat in willekeurig welke situatie te doen. (…) Iemand die een dergelijke functie kent en beheerst, zou virtueel meester over de hele wereld zijn. Zijn macht zou onbegrensd zijn.’ Laurent Binet heeft dus een boek geschreven over de macht van woorden.

De auteur laat bij de zoektocht naar de moordenaar op Barthes zowat alle toenmalige Franse filosofen opdraven. Michel Foucault komen we uiteraard onder invloed van drugs tegen in homoclubs. Phillipe Sollers wordt neergezet als een ijdele nar en zijn vrouw, Julia Kristeva, als een sluwe feeks. Beiden krijgen bizarre hoofdrollen. Bernard-Henry Lévy is nog jong en wil zich met de besten meten. Althusser vermoordt niet alleen in werkelijkheid zijn vrouw, maar ook in de roman.

DEGEUS


BOEKENREVUE

Jacques Derrida is uiteraard ook geïnteresseerd in de macht van het woord. Jean-Paul Sartre leeft nog, voornamelijk in café De Flore, maar nadert zijn einde. Ook zij die geen grote betekenis spelen in de roman, komen aan bod: Pierre Bourdieu en Jacques Lacan bijvoorbeeld. Ook niet-Franse filosofen komen aan bod. Umberto Eco (wiens De naam van de roos en ander werk ongetwijfeld een inspiratiebron zijn geweest voor Binet) heeft de belangrijkste bijrol en John Searle springt van een brug omdat hij de zevende functie van taal niet heeft kunnen bemachtigen. Noam Chomsky kan natuurlijk ook niet ontbreken. Enkele politici komen in de roman voor. Zo stelt president Giscard d’ Estaing dat het gestolen document over de zevende functie van taal de nationale veiligheid in het gedrang brengt. Welke politicus wil immers geen onbegrensde macht? Laurent Binet laat zijn personages elkaar ontmoeten in Parijs, tijdens een congres aan de universiteit van Cornell in Ithaca (in de VS waren de Franse filosofen populairder dan in Frankrijk zelf), in het Bologna van de Rode Brigades en tijdens het carnaval van Venetië. Een wereld waarin de Berlijnse Muur nog niet is gevallen en waarin twee politieke ideologieën in een gevaarlijk spel betrokken zijn. De roman is aan de oppervlakte een spannende whodunit, waarin achtervolgingen, spionage en moord schering en inslag zijn. Maar uiteraard kent het boek meerdere lagen.

Binet roept een club in het leven die geen enkele lezer zal vergeten: de Logos Club, een elitaire debatclub waarbij de verliezer van het debat, mits hij iemand in een hogere graad heeft aangevallen, gestraft wordt door het afhakken van een vinger DEGEUS

De auteur geeft een parodie van de deconstructie, het postmodernisme en, specifieker, het Franse (post) structuralistische denken, vormen van denken die door de meeste Angelsaksische filosofen als gezwets worden beschouwd (Binet zet op het congres in de VS Derrida lijnrecht tegenover Searle). De auteur, zelf docent aan de Universiteit van Vincennes SaintDenis, dolt met zowel het denken als met de denkers. Hij zet ze in de meest absurde situaties en schrijft met geestdrift en bakken humor over een onderwerp, de semiotiek, dat toch

niet meteen als luchtig kan worden bestempeld. Hij roept een club in het leven die geen enkele lezer zal vergeten: de Logos Club, een elitaire debatclub waarbij de verliezer van het debat, mits hij iemand in een hogere graad heeft aangevallen, gestraft wordt door het afhakken van een vinger. Wie geen rang heeft en toch de Grote Protagoras aanvalt, verliest zijn ballen.

De auteur geeft een parodie van de deconstructie, het postmodernisme en, specifieker, het Franse (post)structuralistische denken, vormen van denken die door de meeste Angelsaksische filosofen als gezwets worden beschouwd Naast clown en entertainer is Binet uiteraard ook een intellectueel. Al van bij aanvang van zijn roman is Binet duidelijk over zijn metaliterair project. De roman begint met de zinnen: ‘Het leven is geen roman. Dat zou u tenminste willen geloven.’ Net zoals in zijn vorige meesterwerk, HhhH, speelt Binet op virtuoze wijze met het intelligente en geestige spel van werkelijkheid en fictie. Ik heb zelden een roman gelezen waarin de auteur dat doet met zo veel kennis van zaken. Het enige nadeel is dat lezers die niet op de hoogte zijn van het Franse denken een beetje op hun honger zullen blijven zitten. Ze zullen wellicht ook vinden dat er teveel personages in de roman voorkomen. Maar dit neemt geenszins weg dat Laurent Binet een schitterende roman heeft geschreven die de tand des tijds zal doorstaan. Kris Velter Laurent Binet, De zevende functie van taal. Uitgeverij Meulenhoff, 2016, 440 p., ISBN 9789029091138.

september 2016  >  43


CULTUUR

Ich hab’ noch einen Koffer… LITERAIR FESTIVAL HET BETERE BOEK OP 8 OKTOBER De volgende editie van Het Betere Boek kleurt Duits. Literair vertaalster en germanofiel Els Snick werd gevraagd als curator voor dit literaire evenement, dat op 8 oktober naar jaarlijkse gewoonte in het Liberaal Archief en het Geuzenhuis in Gent plaatsvindt. We gingen met haar in gesprek over haar liefde voor de Duitse taal en cultuur en het curatorschap.


CULTUUR

‘Vlaanderen en Nederland zijn dit jaar gastland op de Frankfurter Buchmesse. In Duitsland wordt de Nederlandstalige literatuur daardoor enorm gepromoot, en we willen ook in de omgekeerde richting een geste doen’ Je staat bekend als een enthousiaste pleitbezorgster van de Duitse taal en cultuur. Hoe ben je tot je liefde voor Duitsland gekomen?

De bron van mijn liefde voor de Duitse taal en cultuur is in mijn opvoeding te vinden. Mijn ouders waren in hun jonge jaren fervente trekkers in de Zwitserse Alpen en ik ben opgevoed met liefde voor literatuur en klassieke muziek. Mendelsohn, Mozart, Schubert, Wagner… dan denk je niet alleen aan muziek, maar ook aan gedichten van Goethe of de grote klassieke toneelliteratuur. Als jongeman van twintig ging mijn vader vlak na de oorlog meehelpen aan de heropbouw van de verwoeste steden in Duitsland. En mijn ouders namen in 1958 – mijn moeder was toen zwanger van haar tweede kindje – een Duits pleegkind in huis: Martin Wloka. Martin was

vijf jaar oud, een Heimatvertriebene uit Polen, en hij woonde een half jaar bij mijn ouders in Oostrozebeke. Voor mijn boek Duitsland op het spoor ben ik Martin gaan opzoeken, en zo is het gekomen dat mijn ouders, inmiddels tachtigplussers, onlangs na meer dan vijftig jaar hun pleegkind Martin terug hebben ontmoet. Dat was erg ontroerend. Na de middelbare school ben ik Germaanse gaan studeren in Gent, waar ik Duitse literatuur kreeg van professor Verhofstadt. Naar die lessen keken wij heel erg uit, Verhofstadt was een fantastische prof, die met veel armgebaren en pathos over Nietzsche, Thomas Mann en Bertolt Brecht kon vertellen.

© Gerbrich Reynaert


CULTUUR

Het Betere Boek staat dit jaar in het teken van de Duitse literatuur. Is daar een reden voor? De belangrijkste reden is dat Vlaanderen en Nederland dit jaar gastland zijn op de Frankfurter Buchmesse. In Duitsland wordt de Nederlandstalige literatuur daardoor enorm gepromoot, en we willen ook in de omgekeerde richting een geste doen. Duitsland is onbekend en onbemind bij de meeste Vlamingen. Als vertaalster van Duitse literatuur vind ik het vaak jammer dat prachtige romans niet vertaald worden omdat het publiek weinig belangstelling heeft voor Duitse boeken. De Angelsaksische cultuur is veel populairder, maar ook Franse, Spaanse en Italiaanse boeken worden gemakkelijker gekocht en gelezen. Er hangt rond Duitsland altijd een verdacht sfeertje, er wordt nog vaak naar de oorlog verwezen als je zegt dat je van Duitsland houdt. Of je krijgt zelfs de Hitlergroet. Clichévoorstellingen en vooroordelen over Duitsers zijn bijzonder hardnekkig. Misschien kunnen we daar met Ich hab’ noch einen Koffer… iets aan doen.

‘Clichévoorstellingen en vooroordelen over Duitsers zijn bijzonder hardnekkig. Misschien kunnen we daar met Ich hab’ noch einen Koffer… iets aan doen’ We hebben voor het thema Berlijn gekozen omdat Berlijn, anders dan de rest van Duitsland, wel bij veel mensen bekend en een bijzonder populaire stad is. Met Berlijn als vertrekpunt wil ik de schoonheid, de veelzijdigheid en de aantrekkingskracht van heel het land, van de kunst, de cultuur laten zien. Het is per slot van rekening ons buurland. En Duits is onze derde landstaal. Het is zonde dat er zo weinig belangstelling voor is. Er ligt zo’n rijkdom voor het rapen. Dat wil ik op Het Betere Boek graag laten zien. Hoe situeer je jezelf in het culturele en literaire veld? Ik ben als vrijwillig medewerker ver-

46  >  september 2016

bonden aan de Universiteit Gent, waar ik tot vorig academiejaar onderzoeker en docent was. Sinds 2000 heb ik ook een loopbaan als literair vertaler uit het Duits opgebouwd. De uitgeverijen waar ik voor werk, bevinden zich in Amsterdam: Wereldbibliotheek, Cossee, Arbeiderspers, Bas Lubberhuizen, Atlas … Ik beschouw mezelf als een bruggenbouwer: ik voel me thuis in de academische wereld, bij de literatuur- en vertaalwetenschappen, en in de wereld van de vertalers, de uitvoerders, de praktijkmensen, en ik ben zowel in Vlaanderen als in Nederland actief. Ik heb zelf ook twee boeken geschreven die vooral in Nederland veel aandacht hebben gekregen. Mijn specialisme is de joodse auteur Joseph Roth, die het grootste deel van zijn leven in Berlijn heeft gewoond. Zijn bekendste roman is Radetzkymars, maar hij heeft ook heel veel literaire journalistiek geschreven. Die journalistieke teksten zijn door mij gebundeld en vertaald. Zo liggen er al twee boeken voor: Hotelmens en De blonde neger. Mijn derde bundel met werk van Roth zal op Het Betere Boek worden gepresenteerd: Joden op drift. Het is een essay over de uittocht van de Oost-Europese joden naar het westen. Als altijd zijn Roths verhalen bijzonder actueel, hij houdt de hedendaagse lezer werkelijk een spiegel voor. Hij is absoluut mijn favoriete schrijver, zoals je merkt. Ik heb dan ook enkele jaren geleden het Joseph Roth Genootschap opgericht, waarmee we veel literaire manifestaties rond zijn werk organiseren. In Nederland wordt het gezelschap door Geert Mak vertegenwoordigd, die ook een grote fan is van Roth. Veel auteurs trouwens, ook Tommy Wieringa rekent Roth tot zijn favorieten, Arnon Grunberg, Stefan Hertmans, Joke van Leeuwen, Mark Schaevers, en ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan. En het Willemsfonds heeft jou gekozen als curator voor deze zesde editie. Hoe ervaar je dat? Ik was en ben nog steeds erg vereerd. Het Betere Boek is een heel fijn, maar ook belangrijk festival, omdat De Bronzen Uil er wordt uitgereikt. En

het vindt plaats in Gent, de stad waar ik woon. ‘Het moet een echt feest worden!’ was mijn eerste reactie toen ik als curator gevraagd werd. Ik heb geprobeerd al mijn netwerken aan te spreken toen ik gasten uitnodigde om te komen spreken of hun boeken voor te stellen. Daardoor is het een bijzonder veelzijdig programma geworden, waar behalve auteurs van boeken over Duitsland ook toonaangevende literaire vertalers, dichters, auteurs van kinder- en jeugdliteratuur en van reisgidsen, mensen uit de theaterwereld, het Vlaams Fonds voor de Letteren, en zelfs een kunstschilder, twee fotografen en twee jonge muzikanten op het programma staan.

‘Het Betere Boek is een heel fijn festival, maar ook een belangrijk festival, omdat De Bronzen Uil er wordt uitgereikt’ Als curator heb je het programma helemaal autonoom kunnen bepalen. Wat zijn de verschillende onderdelen en wat de absolute hoogtepunten? Toen ik de uitnodiging kreeg om curator te worden heb ik meteen een aantal mensen gecontacteerd die niet mochten ontbreken. Het nieuwe boek van Piet de Moor, Berlijn. Het gezicht van een eeuw zal worden voorgesteld. Zeven jaar heeft hij eraan gewerkt! William van Laeken, een compagnon de route van Piet, zal een lofrede komen houden op het boek. Ook mijn nieuwe boek over Joseph Roth wordt gepresenteerd, Joden op drift. Bas Lubberhuizen, de uitgever, komt naar Gent voor de inleiding. Mark Schaevers gaat met mij in gesprek over Roth en het nieuwe boek. Ik nodig die middag nog een aantal auteurs uit die een bijzondere voorliefde voor de Duitse letteren hebben: Peter Terrin en Mark Reugebrinck hebben rond die tijd net elk een nieuwe roman uit, Yves Petry, die naar eigen zeggen een Duitser is in een Vlaams lichaam, is ook een van de gasten die aan het woord komen. Gerda Dendooven zal met Aline Sax

DEGEUS


CULTUUR

en Marian De Smet over Duits-Nederlandse-Vlaamse netwerken in de wereld van de jeugdliteratuur praten. Er komen dichters: Geert van Istendael, Hilde Keteleer, Erik Lindner en Els Moors – stuk voor stuk grote liefhebbers van de Duitse poëzie die door het Gentse Poëziecentrum worden ontvangen. Vertaalster Anne ­Folkertsma komt, zij is vooral bekend van haar vertalingen van Hans Fallada. Jan Gielkens zal er bij zijn, de vaste Günter Grass-vertaler. Inge Arteel, vertaalster van Elfriede Jelinek, die voor het NTG heeft gewerkt. Van het NTG zelf komt dramaturg Koen Tachelet spreken over zijn Duitse banden. Erwin De Decker over 360°, de succesvolle reisgids over Berlijn. Els Aerts van het Vlaams Fonds voor de Letteren vertelt over de Frankfurter Buchmesse en de internationale samenwerkingsverbanden tussen Duitsland, Vlaanderen en Nederland. De beeldende kunstenaars die zijn uitgenodigd zijn de fotografen Julien Vandevelde en Annemie Augustijns en de schilder Bjorn Baelen. Julien is bekend door zijn documentaires over Berlijn, Annemie heeft een prachtige reeks foto’s over Tempelhof gemaakt, het voormalige vliegveld in Berlijn, en Bjorn Baelen schildert portretten van Duitstalige schrijvers en filosofen uit de 20ste eeuw. Voor de muziek is er een gelegenheidsduo gevonden dat we Zipper hebben gedoopt – naar een romanpersonage van Joseph Roth. Het bestaat uit de accordeonist Tom Danhieux en zanger/gitarist Jonathan Manes. Ze brengen Duitse liederen gaande van Schubert over Marlène Dietrich tot Reinhard Mey.

‘Het moet een echt feest worden!’ Dat gebeurt allemaal in het Liberaal Archief en in het Geuzenhuis, maar we willen het Kramersplein zelf er ook bij betrekken. Dat is nu zo mooi aangelegd, en als de zon een beetje mee wil, kan het boekenfeest ook daar worden voortgezet. In ieder geval zal Bar Jan Cremer voor de gelegenheid worden omgedoopt in Bar Joseph

DEGEUS

Roth. En uit Amsterdam strijkt Why I Love This Book neer. Zij zullen het publiek de kans geven om in filmpjes van één minuut promotie te maken voor een boek. Die filmpjes worden dan op YouTube gezet. Dat is een vol programma, inderdaad. Is er ook nog plaats voor de debuterende schrijvers en de uitreiking van De Bronzen Uil? Natuurlijk! De Bronzen Uil is waar het uiteindelijk allemaal om draait. De laureaten worden in het Geuzenhuis geïnterviewd door leden van de jury: Marnix Verplancke, Lies Steppe en Nadia Dala . Andere juryleden zijn Sofie Vandamme, bekend van Studium Generale in Gent, en Sylvain Peeters. Jos Geysels, de juryvoorzitter, reikt de prijs uit samen met Vlaams Cultuurminister Sven Gatz en de publieksprijs wordt overhandigd door de Gentse Cultuurschepen Annelies Storms. Voor deze editie van Het Betere Boek heb je de titel ‘Ich hab’noch einen Koffer...’ gekozen, naar het overbekende lied van Marlène Dietrich over Berlijn. Wat boeit je aan Berlijn? Berlijn ademt geschiedenis. Het kosmopolitisme van Berlijn trekt me aan. In Berlijn is alles mogelijk. Berlijn is de meest ruimdenkende stad die ik ken. En dat was ook al zo in de jaren dertig, toen Joseph Roth er leefde en woonde. Wie er ooit is geweest, wil er altijd weer naartoe. Dat is ook de betekenis van de tekst van het liedje Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin, dat als motto voor het festival is gekozen. Het is een nummer uit de jaren vijftig. Het werd vooral bekend door Hildegard Knef. Het waren moeilijke jaren voor Duitsland. Ze moesten een land – en al gauw eigenlijk twee landen – opbouwen, ze moesten de schande van de Tweede Wereldoorlog verdragen. Kunst en cultuur waren belangrijk om het trauma te verwerken. Op de puinhopen van Berlijn zijn de mensen na de oorlog vrij snel weer gaan zingen, theaterstukken opvoeren, teksten schrijven … Wie houdt van boeken weet hoe troostend literatuur kan zijn.

‘In Berlijn is alles mogelijk. Het is de meest ruimdenkende stad die ik ken’ Waar gaan jouw eigen boeken over? Over Duitsland op het spoor heb ik het in het begin van ons gesprek al even gehad. Daarin volg ik de sporen van Joseph Roth door Duitsland. Ik logeer in de hotels waar hij heeft gewoond – Roth was een hotelmens, hij had nooit een eigen woning – en ik reis zoals Roth: met de trein. Onderweg praat ik met mensen. Die gesprekken gingen heel vaak over de vluchtelingenproblematiek, maar ook over het feit dat na de Tweede Wereldoorlog 14 miljoen Heimatvertriebene in Duitsland terecht zijn gekomen. Ze werden opgevangen in een land dat in puin lag, en de integratie verliep voorbeeldig, met het Wirtschaftswunder tot gevolg. Door mijn zoektocht naar Martin werd het ook een heel persoonlijk boek. Mijn eerste boek, uit 2013, is een bewerking van mijn proefschrift over Joseph Roth: Waar het me slecht gaat is mijn vaderland. Joseph Roth in Nederland en België. Als vertaler heb ik vooral Joseph Roth vertaald, maar ook een aantal hedendaagse auteurs, zoals Katja Lange-Müller, Silke Scheuermann en Norbert Gstrein. Wanneer zal het literaire festival voor jou geslaagd zijn? Als mensen naar buiten gaan met een glimlach op hun gezicht, omdat ze een interessante en prettige middag hebben gehad, en met het voornemen om meer Duitse boeken te lezen. Als het met andere woorden een echt feest van de Duitse literatuur is geworden. Pascal Nicolas

Het volledige programma kunt u raadplegen op www.hetbetereboek.be en in de nieuwsbrief achteraan dit nummer, p. 60-61.

september 2016  >  47


CULTUUR

Marcase, Haina, 2015, 70 x 90 cm

Marcase en de serendipiteit OF HET VRIJE DENKEN AL DOENDE IN EEN LIJN Serendipity, of in het Nederlands serendipiteit, is een treffend begrip om het oeuvre van Marcase te omschrijven. Het is ook de titel van zijn overzichtstentoonstelling die tijdens de maand september in de Gentse Zebrastraat te bezichtigen valt én van het gelijknamig kunstboek dat tegelijkertijd wordt gepubliceerd. Auteur Willem Elias laat u kennismaken met Marcase, de kunstenaar die al veertig jaar ontdekt wat hij niet zoekt.

48  >  september 2016

Oog in oog staan (het oog van de kunstenaar zit in het werk verborgen, zeggen de Freudianen) met een lijnenspel, blijft als ervaring in aanvang iets hebben van een koe die naar een piano kijkt. De afwezigheid van enige herkenbare figuratie stemt bevreemdend. Hoe kan men op zoek gaan naar een interpretatie? De werkelijkheid is hier weg als referentiepunt, de sferen zijn des te meer als context aanwezig.

DEGEUS


CULTUUR

Hebben de lijnen van Marcase niet iets van het zoeken naar een middeleeuwse grondigheid? Roepen ze de gefundeerde vormelijkheid niet op van de eerste letter van het eerste woord van de aanzet van de incunabelen? Of is elke kalligrafie frivole sierlijkheid? De menselijke cultuur zit raar ineen als het gaat over de balansen tussen ernst en vrolijkheid, tussen lelijkheid en schoonheid. De tekenleer toont verder dat Marcase een systeem ontwikkeld heeft, met een code die langzaamaan op zijn minst gevoelsmatig begrijpbaar wordt. Een ‘systeem’, zei ik, een filosofische term die verwijst naar een in casu artistieke context waarbinnen, volgens eigen regels, de elementen spelen. Geen verkleind woord, ‘systeempje’, dat synoniem is van stereotiep, of van nog een lelijker woord binnen de kunstterminologie: ‘truuk’. Marcase is geen tovenaar. De magie komt tot stand via een sterke cerebrale concentratie, die de hand leidt of waar de hand het hare van denkt en haar zin doet. Even goede vrienden, er bestaat immers zo iets als ‘manuele intelligentie’. Dat is precies wanneer de hand haar verstand verliest. Van het één komt het ander.

SERENDIPITEIT Wanneer ‘serendipiteit’ het tot titel verheven sleutelwoord blijkt van het oeuvre van Marcase, dan kan men niet anders dan deze term even toelichten, zo niet zou ik vervallen in een omgekeerde serendipiteit: niet vinden wat men zoekt. Het eenvoudig opzoeken in het woordenboek volstond niet. Inderdaad: met ‘de ongezochte vondst’ is de kous niet af. Het was zo’n twintig jaar geleden dat een kunstenaar, Yves Velter, me met betrekking tot zijn werk confronteerde met het begrip. Ik onthield het als een modieuze wind uit het kunstjargon, maar kwam nu via – ik beken – Google tot een ganse literatuurlijst die me even niet losliet. Eigenlijk zijn er drie geschiedenissen mee gemoeid. Er is de lange lijst van voorbeelden van feitelijke ontdekkingen naar dingen waarnaar men niet op zoek is. Dan heb je de ‘Heureka’ van

DEGEUS

Archimedes als vroeg voorbeeld, over de ontdekking van Amerika en de appel van Newton naar penicilline van Fleming, het rubber van Goodyear en de x-stralen van Röntgen, met nog een apothekerslijstje van recente voorbeelden.

De menselijke cultuur zit raar ineen als het gaat over de balansen tussen ernst en vrolijkheid, tussen lelijkheid en schoonheid Maar vooraleer de term als neologisme in voege kwam, hebben denkers al lang de gedachte geopperd dat mensen met een oog voor iets uit het toeval meer kunnen halen dan de toevalligheid zelf. Veel vroeger dan een vóórsocraticus kan men al niet gaan. Een fragment van Heraklitus luidt: ‘Indien het onverwachte niet verwacht wordt, zal men het niet ontdekken, omdat het (dan) niet na te speuren valt en ontoegankelijk blijft.’ Belangrijk voor deze gedachte is precies dat het ‘stom toeval’ is wat het is. Daarnaast bestaat er een toeval waar een verstandig mens iets mee doet, dat niet om het even wie kan. De negentiende-eeuwse kunsttheoreticus, John Ruskin, formuleert dit treffend: ‘Kwaliteit komt nooit toevallig tot stand, het is altijd het resultaat van intelligente inspanning. De wil moet aanwezig zijn om een superieur product te maken.’ Ook de fameuze uitspraak uit 1926 van Picasso is hier op haar plaats: ‘Je ne cherche pas, je trouve.’ En in de kunst kan als mooi voorbeeld van ‘het feitelijke vinden’ Kandinsky vermeld worden, toen hij de abstracte kunst uitvond door het zien van de artistieke kwaliteiten van één van zijn schilderijen dat op zijn zijkant tegen de muur stond. Wil men toch nog vroeger naar de gedachte van dit verschijnsel gaan, dan kan men zelfs bij de mythologie terecht. De oude Grieken hadden er zelfs een god voor, mijn préféré, ‘Kairos’ genaamd. De term ‘serendipiteit’ kent zelf ook een niet simpele geschiedenis die mooi in kaart werd gebracht door de

befaamde socioloog Robert Merton (1910 – 2003). Reeds in de jaren dertig van vorige eeuw was hij toevallig gestoten op het woord ‘serendipity’ in de Oxford English Dictionary. Dat bleef hem vooral bij omdat hij toen onderzoek deed naar wat de sociologie van de wetenschap zou kunnen zijn. Hij las er dat de term afgeleid is van een Perzisch sprookje dat uit 1302 stamt en voor het eerst gedrukt werd in 1557: ‘The Three Princes of Serendip’. Het is het verhaal van drie prinsen, zonen van de koning van Sri Lanka, dat toen de naam ‘Serendip’ droeg. Hun schranderheid bracht hen voortdurend op het spoor van dingen die ze niet zochten. In tegenstelling tot de betekenis die het woord ‘serendipiteit’ verkreeg, waren daar ook veel narigheden bij. Toch werd het de inspiratiebron voor Horace Walpole (1717 – 1797), een florissante man van de letteren die ook aan politiek deed, om het verschijnsel dat men bij het zoeken naar iets ook iets onverwachts nuttigs kan vinden, een naam te geven. Aanvankelijk werd het neologisme ‘serendipity’ slechts aan de bestemmeling van zijn brief (18-11754), Horace Mann, toevertrouwd. Toen zijn volledige correspondentie – een rijke bron om het leven in die tijd te leren kennen – gepubliceerd werd in 1833, sijpelde het woord ‘serendipity’ langzaamaan door in de literaire kringen. De tijd was er rijp voor, stelt Merton, omdat de negentiende eeuw zeer vruchtbaar was voor uitvindingen. Het duurde echter tot 1909 vooraleer het in Engelse en Amerikaanse woordenboeken opgenomen werd. Naast de ‘ongezochte vondst’ als betekenis, vindt men aanvankelijk ook deze van ‘toevallige schranderheid’. Deze laatste betekenis verdwijnt vrij snel. Maar het zegt toch iets over de dubbelheid dat tegenover het ongezonde van het toeval, de zekerheid van een basis van menselijke kwaliteiten moet staan. Vandaar dat het zo boeiend is met betrekking tot de reflectie over het verloop van wetenschappelijk onderzoek. Merton hield met het ‘serendipity-concept’ veel rekening in zijn eigen opvattingen over sociologie. Toch wachtte hij zo’n vijftig jaar om het

september 2016  >  49


CULTUUR

boek, dat hij daarover samen met de historica Elinor Barber schreef, op de markt te brengen. Dat het boek uiteindelijk maar in 2004 uitgegeven werd, wijst wellicht op een dalende interesse eind de jaren vijftig voor dit begrip, maar vooral op een revival in de jaren negentig. Als men weet dat er, gezien zijn bezadigde leeftijd en de eraan verbonden gezondheidsproblemen, tien jaar verliepen om het aanvullend af te werken, dan komt men uit op 1994. In van Dale komt het in 1984 voor het eerst aan bod onder ‘serendipisme’, om in 1992 te worden omgezet in ‘serendipiteit’. Vermits dit exemplaar naast mij als een engelbewaarder op mijn boekenplank staat, trek ik het even na: ‘serendipiteit (v.) < Eng. serendipidity, naar de titel van een verhaal

van Horace Walpole The Three Princes of Serendib (Sri Lanka), gave om door toevalligheden en intelligentie iets te ontdekken waar men niet naar op zoek was.’ Hoewel in de Engelse oorsprong een ‘di’ teveel staat en dat van Dale het veertiende-eeuwse Perzisch sprookje aan de achttiende-eeuwse auteur Horace Walpole toeschrijft en niet aan de uitvinder van een neologisme, blijf ik vertrouwen op deze bijbel van de Nederlandse taal. Ik weet immers dat ook in bijbels fouten staan. Zelf een mooi voorbeeldje van serendipiteit. Ik zoek naar de betekenis van een woord en ontdek de feilbaarheid van het woordenboek der woordenboeken. Plezierige informatie vindt men onder het lemma bij Wikipedia. Daar vertelt men ons de omschrijving van de Ame-

rikaanse onderzoeker, Julius Comroe: ‘het zoeken naar een speld in een hooiberg, en er uit rollen met een boerenmeid.’ Wat me dan weer inspireert om een omschrijving van het omgekeerde van serendipiteit te suggereren: met een boerenmeid de hooiberg induiken en geprikt worden door een naald.

De magie komt tot stand via een sterke cerebrale concentratie, die de hand leidt of waar de hand het hare van denkt en haar zin doet Men kan zich dus de vraag stellen wanneer de term in het kunstjargon is opgenomen. Getallen uit de jaren negentig zijn hier al meermalen aangehaald. Een term als ‘serendipiteit’ past inderdaad bij het anarchisme van het postmodernisme. De modernisten waren te ernstig om de rol van zo’n bijkomstig toeval als belangrijk te beschouwen. Als het toeval een rol speelt binnen het modernisme, bijvoorbeeld bij Pollock, dan is dit het moderne principe zelf, geen gelukkig bij-effect. Dat zou te frivool zijn.

DE VRIJGEDACHTE LIJN Wat heeft het werk van Marcase nu met serendipiteit te maken? Het is niet zo dat hij op zoek was naar het tekenen van een perfecte rechte lijn, in de geest van de geometrische abstractie, en daarbij ontdekte dat afwijkingen van het doel ook interessante lijnen lieten ontstaan. Een kunstenaar wordt verondersteld te weten wat de potentialiteit van een lijn is. Zowel wat betreft haar nabootsend vermogen als haar expressieve kracht, haar zelfstandige schoonheid en ook haar vermogen concepten van de geest aan het lijntje te houden. Deze misschien wat rare opsomming valt samen met de vier definities van kunst: de mimetische, de expressieve, de formalistische en de institutionele. Een dergelijke vondst van wat een lijn vermag, behalve recht te zijn, zou overigens niets onverwachts inhouden. Pas wanneer ze een begrip wordt van

50  >  september 2016

DEGEUS


CULTUUR

de geometrie wordt ze getemd als kortste afstand tussen twee punten. Etymologisch stamt lijn echter af van ‘een uit vlas gemaakt touw’. Een dergelijke vervlechting houdt zelf reeds een avontuur in en suggereert de gelaagdheden die men ook in de verwantschap tussen ‘tekst’ en ‘tekstiel’ vindt. Dus daar zit het onverwachte van de Marcaselijn – ja, die bestaat – niet in. Hij heeft ze zelf gesponnen, niet ergens gevonden op zoek naar iets anders.

Er bestaat zo iets als ‘manuele intelligentie’. Dat is precies wanneer de hand haar verstand verliest Als het woord ‘serendipity’ de eer kreeg titel te worden van zijn boek dan is dat omdat het serendipiteitsprincipe inherent is aan zijn zoekmethode naar een eigen lineariteit die mogelijk interessant is voor een ander. Dit laatste is een voorwaarde om kunst te zijn. Een uiting via plastische prothesen, potlood en kwast, kan pas kunst zijn als ze eventueel ook boeiend kan zijn voor waarnemers. Zo niet, zweeft ze tussen zelfkennis en psychotherapie. Marcase heeft een ontwikkeling gemaakt, lijnen ontrold uit zijn gemoed, bewust van het betekenisproducerend vermogen van de vorm, zeg maar zijn kunstenaarschap. Ze leiden tot een ‘taal’, zou men in de jaren zestig van vorige eeuw geschreven hebben. Men heeft toen even geloofd dat schilderkunst een taal was, zonder zich zorgen te maken over de afwezigheid van iets wat op een woordenschat kan lijken en over de moeilijkheid om een grammatica op te stellen. Een ‘tekensysteem’ daarentegen is schilderkunst wel. Het wordt mooier in het Frans oeuvre (mannelijk) genoemd. Daarbinnen is voor Marcase het serendipiteitsprincipe de regel van de ongeschreven grammatica; dit laatste dan als metafoor te begrijpen. De zoektocht is het vermogen van het lineaire. De ‘vondsten’ een term die hier dan voor een keer zich moet ontkleden van haar enigszins pejoratieve bijklank in

DEGEUS

de kunst, waarin meesterschap sinds jaar en dag academisch heerst en toevalligheid altijd wat verdacht klinkt. Marcase weet niet welke lijn hij trekken gaat. ‘Trekken’ is ook niet het meest geschikte woord. De lat wordt teveel in de buurt verwacht. ‘Stuwen’ zou beter zijn, maar dat zegt men niet over lijnen. Over die van Marcase mag dat wel. De serendipiteit daarin is dan precies niet de gestuwde lijn, maar de deviaties, de omwegen die ze maakt wanneer ze ingedamd wordt, de vluchtroutes naar de creatieve vrijheid. Dit maakt de ingetogen rijkdom van zijn oeuvre uit. Om te besluiten geven we even de evolutie weer van zijn oeuvre. Hij is ooit begonnen als vertegenwoordiger van de nieuwe figuratie en deed dit behoorlijk. De ‘echte’ Marcase is echter abstract of beter ‘abstraherend’, want de natuur is nooit veraf. Niet te fanatiek zoals de eerste generatie. Delaunay werd bijvoorbeeld uitgesloten omdat zijn werk nog teveel naar de realiteit verwees. De in Parijs verblijvende Belg, Michel Seuphor, was hier de grote censor. Dit verbod op ook maar enige link met de realiteit geldt ook voor de tweede generatie abstracten, kort na WO II waarop de popart reageerde. En eigenlijk ook voor de derde generatie, deze van de jaren zestig die terug soberheid wou wanneer de nieuwheid van de popfiguratie er een beetje af was. De vierde generatie waartoe Marcase behoort, zoals ook zijn generatiegenoot Guy Leclercq, gebruikt het abstracte niet langer meer als principe, maar als een van de mogelijke vormsystemen. De geometrie is niet meer dwingend. Wil men al eens in een werk van Marcase een landschap zien, dan mag het open blijven of dat terecht is of niet. Het wordt als een meerwaarde bekeken. In die zin heeft zijn werk een postmoderne dimensie. Men vindt er niets in van de ondermijnende zottigheden die het modernisme in vraag stellen. Maar zijn abstractie gaat voorbij het dogmatisme. De werken waarmee hij bekend geraakte, overigens in degelijke galerijen, dragen namen uit het muzikale

modernisme: ‘repetitief’ en ‘serieel’. Maar door deze problematiek toe te passen op de schilderkunst was hij vernieuwend. Hoewel het ‘repetitieve’ onmiddellijk de geest van een artistiek kenmerk oproept, moet toch nog even aangestipt worden dat het hier niet om ‘herhaling’ gaat als een gebrek aan nieuwheid, die vervelend is. In positieve zin is ‘herhalen’ de kern van de kunst. Vergeten we haar religieuze oorsprong niet. Kunst is ontstaan uit het verlangen om in contact te komen met het numineuze. Het Latijnse ‘numen’ betekent: ‘een door een knik gegeven wenk’, vooral van een god, zodat het vlug ‘gebod’ gaat betekenen. Maar dat aspect is hier niet belangrijk. Wel dat kunst een poging is om met het goddelijke te communiceren.

Denkers hebben al lang de gedachte geopperd dat mensen met een oog voor iets uit het toeval meer kunnen halen dan de toevalligheid zelf God op zijn wenken bedienen zou een goede definitie van ‘godsdienst’ zijn. Als dat met een knipoog gebeurt, zit men in de ‘comedie’, maar de tragedie is ouder. Rituelen van mensen die wilden weten wat de goden met hen van plan waren en pogingen om de goden te overtuigen van de goede menselijke bedoelingen. Daarvoor is een medium nodig. Dat is kunst. Goden denken zelden cartesiaans. Dus met ‘l’idée claire et distincte’ springt men niet ver. Een logisch vertoog is hier niet nodig. De herhaling als verdieping werkt beter. Dat levert de kunst. Ze kan dit omdat het medium kunst verondersteld wordt een zodanig krachtige vorm te hebben dat deze niet snel verslijt. Het is precies dit vermogen van de artistieke vormgeving die door hedendaagse kunstenaars herdacht wordt. Niet meer om de goden te raadplegen, maar om betekenissen uit te wisselen met de mensheid. Maar dan toch meer dan het rationele vermag. Willem Elias

september 2016  >  51


BLOEDVERWANT

Lady Chatterley EEN SENSUELE RETOUR À LA NATURE Vanaf het prille begin hebben filmmakers, al dan niet clandestien, seksuele handelingen vastgelegd. Talloze films beïnvloeden op die manier ons beeld van seksualiteit. Zowel het individuele als het collectieve geheugen zitten volgestouwd met beelden die voorhouden volgens welk scenario seks verloopt, op welke manieren je ‘het’ kan doen en welke lichamen we opwindend moeten vinden. Hoe breng je in het zog van zo’n voluptueuze beeldenbank seks in beeld zonder dat het scherm bol staat van de clichés? jes geopende dijen blijft gewoonlijk voorbehouden aan de vrouw. Ferrans omkering van de gebruikelijke rollen in het seksspel komt bijgevolg vreemd en bijna ongepast over. Zelfs in de eenentwintigste eeuw, waarin we seks vanzelfsprekend ook als een vrouwenzaak beschouwen, valt het moeilijk om ingeslepen beeldvorming zomaar af te schudden.

© Intermedio

Ferrans omkering van de gebruikelijke rollen in het seksspel komt vreemd en bijna ongepast over. Zelfs in de eenentwintigste eeuw valt het moeilijk om ingeslepen beeldvorming zomaar af te schudden Voor Lady Chatterley (2006) baseerde Pascale Ferran zich op John Thomas and Lady Jane, een minder bekende versie van D.H. Lawrences schandaalroman Lady Chatterley’s Lover (1928). Hoofdthema in het werk van ­Lawrence is de overbeschaafde mens

52  >  september 2016

die zich in een koele, rationele maatschappij van echt leven berooft door zijn diepste instincten te verloochenen. Centraal in het verhaal staat het seksuele ontwaken van Constance Chatterley, onder invloed van de viriele jachtopziener Parkin. Ferran benadert de seksuele ontdekkingstocht vanuit een vrouwelijk perspectief en doorbreekt daarmee een traditioneel verwachtingspatroon. De boshutscène waarin Constance het forse lichaam van Parkin ontbloot, is zeldzaam en verrassend. Waar vrouwenbenen horen te liggen, verschijnen de behaarde dijen van een man; in plaats van een gretige mannenhand glijdt de hand van een vrouw onder het hemd. De kwetsbare positie met de licht-

Behalve subversief is de representatie van seksualiteit ook waarachtig doordat de film echte mensen in zoekende posities opvoert. Parkin ziet er niet als een gepolijste posterboy uit, maar als een man van vlees en bloed. Constance – hoe mooi ze ook mag zijn – onthult een milde vorm van cellulitis. Ferrans seksscènes drijven niet op sfeerscheppende muziek, maar enkel op de soundtrack van de natuurlijke omgeving. Suizelend gebladerte, vogelgeluiden en de neergutsende regen prikkelen de zintuigen en versterken het aardse karakter van een sensuele retour à la nature. Het vrouwelijk hoofdpersonage ontwaakt in eerste en laatste instantie zintuiglijk. Het vergt wellicht enige oefening in naïviteit om de flower power (naakt dansen in de regen, bloemen in schaamhaar) te kunnen waarderen, maar die keuze sluit aan bij de seksuele utopie van Lawrence, die Ferran voor het eerst in een authentiek filmkunstwerk vat. Pascale Ferran, Lady Chatterly (2006). Met o.a.: Marina Hands, Jean-Louis Coulloc'h, Hippolyte Girardot.

DEGEUS


BLOEDVERWANT

Io sono l’amore MET DE LIEFDE MEE Zij is de Russische echtgenote van een Milanese topindustrieel. Hij is een jonge chefkok, een vriend van haar zoon, die wonderlijke gerechten op tafel tovert. Samen ontvluchten ze de stad. Ze duiken onder op het platteland, waar hij kruiden en groenten kweekt voor zijn restaurant. Zo drijven ze met de liefde mee en tegen de sociale orde in. Hun pastorale vrijage speelt zich af in een omgeving die krioelt van leven. De beelden getuigen van een ontzettende vitaliteit: close-ups van insecten op zoek naar voedsel wisselen af met shots van rijpe bessen wiegend in de wind. De naakte lichamen van de minnaars deinen mee op het ritme van die microkosmos. Haarscherpe details komen in het vizier, zoals de haartjes op de tepels van de vrouw of de poriën van haar melkwitte huid. Doordat de camera zo dicht op het vlees zit, krijgen lijf en leden een bijna abstracte kwaliteit. Io sono l’amore (2009) toont geen opgepoetste versie van de liefdesdaad. De film gaat voor een vrouw die in extase rood aanloopt. We kunnen haar opwinding volgen en haar verlangen meemaken. De vrijpartij wordt ontleed als onder een beweeglijke loep. Toch blijft de camerablik suggestief, door de discrete beeldkadrering en de fragmentatie van de verstrengelde lichamen.

Luca Guadagnino brengt seks uitzinnig spannend in beeld. Het gaat de regisseur niet zozeer om beelden van de vrijende mens, maar om een visualisering van het orgastische bewustzijn Luca Guadagnino brengt seks uitzinnig spannend in beeld. Met de inzet van zoveel visuele en auditieve middelen maakt zijn film de begeerte tastbaar. Het gaat de regisseur niet zozeer om beelden van de vrijende mens, maar om een visualisering van het orgastische bewustzijn. Het resultaat is van een adembenemende intensiteit, mede dankzij John Adams’ muzikale score. Die weifelt in een lange spanningsboog voortdurend tussen dólce en agitáto. Via grote dynamische verschillen en zinderende tempowisselingen laat Adams het seksuele spel naar een climax evolueren. Een storm raast door de hoofden van de geliefden. Tot

een onstabiele cameravoering de overgave van het orgasme suggereert. De buitenwereld vernauwt tot een waas voor de ogen. In een film die herinneringen oproept aan Visconti, verenigt Guadagnino de grandeur van de Italiaanse naoorlogse cinema met een inventieve hedendaagse beeldtaal. Io sono l’amore brengt een vurig loflied op de ontwrichtende kracht van de liefde, die ook in zorgvuldig geënsceneerde levens op de loer ligt. Ive Verdoodt Luca Guadagnino, Io sono l’amore (2009). Met o.a.: Tilda Swinton en Flavio Parenti.

© Intermedio

In deze rubriek geeft Ive Verdoodt een impressie in handpalmformaat van twee verwante films.

DEGEUS

september 2016  >  53


POËSTILLE

Bereikbaar in een punt CLAUDE VAN DE BERGE OP DE OEVER VAN DE TAAL De lezers die Claude van de Berge (°1945) kennen weten dat hij vaak het Hoge Noorden bereist waar ruimte en stilte nog werkelijk te ervaren zijn. Zij zullen, niet geheel onterecht, geneigd zijn zijn poëzie te lezen als de neerslag van die tochten. Maar zijn poëzie is alles behalve een reisverslag: geografische referenties ontbreken. Er is zelfs geen ‘tocht’ – er is, zo lezen wij in zijn recente bundel De grote omhelzing (Leuven, P, 2016), ‘slechts een verwijding van de ruimte.’ Nu evoceert de dichter een naamloze, immateriële kosmische ruimte en een stilte die eeuwig en oneindig zijn en waarin het individu – deze dichter – zich opgenomen voelt of weet. Hij laat, bij wijze van inleiding, aan zijn bundel de ‘Poëtica van de grote omhelzing’ vooraf gaan. De eerste zin reeds verwoordt zijn visie, zijn filosofie, helder en expliciet: ‘Ieder geliefd voorwerp of wezen is het middelpunt van het universum, alsof de onmetelijkheid van de kosmos slechts bereikbaar is in een punt.’ Dat roept meteen de metafysische categorie ‘monade’ op, die wij eerst impliciet bij de gebrandstapelde ketter Giordano Bruno aantreffen en dat later door Gottfried Leibniz werd gemunt. Het begrip monade kan gedefinieerd worden als een ‘krachtpunt’, een elementair bestanddeel of bouwsteen van het universum – dat tegelijk dat universum volledig in zichzelf bevat, of althans in zijn volledigheid representeert. Zelf verwijst Van de Berge naar de Britse kwantumfysicus David Bohm die de wereld van ruimte en tijd beschreef als de ‘expliciete of onthulde orde’ en het ‘universele, tijdloze krachtenveld of de leegte’ als de ‘im-

54  >  september 2016

pliciete of omhulde orde’. Poëzie heeft de mogelijkheid om beelden op te roepen die niet op waarneembare fysische fenomenen terug gaan. Van de Berges poëzie is poëzie waarin psychische realiteit en zintuigelijke ervaringen absoluut samen vallen. Hij verwoordt deze sublieme ervaring in korte, gecentreerde strofes die evenveel sententies zijn. En hij doet dat in een geheel eigen stijl. Zijn taalgebruik, minder gekenmerkt door neologismen die een complex van gewaarwording en denkbeelden condenseren zoals dat in zijn vorige bundels het geval was, is nog abstracter geworden. Hij hanteert een aan de mystiek verwant idioom (‘Alles in ons is verborgen. / En we gieten ons aangezicht in het aangezicht van het onzichtbare.’) dat soms ook bijbels aandoet. (‘Alsof een stem zegt: wat je bent in mij, zal je niet / ontnomen worden.’) Het mystieke verlangen naar eenwording culmineert in deze aanroeping: ‘O, hemelster van de opalen spiegeling, die de schedel aanraakt / en reikt tot in het ongeschapene, o, daal in ons neer en zegen / de versmoltenheid van wat we zijn met wat we niet zijn.’ Aanroepen wordt hier niet een persoonlijke god – een woord dat in deze bundel niet voorkomt en dat Van de Berge slechts zelden of nooit gebruikt – eerder de personificatie of ideële verbeelding van een monadische kosmologie in de geest van Bruno. Van de Berges kosmologie lijkt een intelligibel fluïdum waarin geen vaste vormen voorkomen. Ook nauwelijks kleur, wel wit en licht. En zwanen: ‘In het witte

© www.dbnl.org

Eindeloos bewegen we ons op de oever van de taal en de oever van de taalloosheid ver voorbij de taal, waaraan de herinnering raakt. En wat is, bestaat en bestaat niet. En we zijn in wat is, en zijn in wat niet is, en eindeloos strekken we ons uit. En we gaan doorheen wat is en doorheen wat niet is. En wat is, en wat niet is, gaan doorheen ons. En wat niet is, gaat doorheen zichzelf en onze doordringing kent geen einde en overschrijdt zichzelf. Sprekend tot ons als het geheime schrift van het sprakeloze, als de spiegel van het raadsel dat zich spiegelt in zichzelf en voor zichzelf verborgen blijft.

licht zijn de zwanen oneindig wit. / Op de oever van het doodtij zijn we roerloos zoals zij.’ De zeer symbolisch geladen zwaan, een topos in de poëzie van Van de Berge, refereert hier wellicht ook aan de heldere Zwaan die wijdvleugelig door de nevelen van de Melkweg vliegt. Van de Berge schrijft geen hermetische poëzie, wel poëzie die zich niet laat parafraseren. Hij is een lucide waarnemer die zich beweegt langs de oever van wat zegbaar is en wat geen woorden nodig heeft. Renaat Ramon

DEGEUS


26/11 2016

w w w . n a c h t v a n d e v r i j d e n k e r. b e

NACHT lezingen VAN debat DE gesprekken VRIJ powertalks DENKER op de filosofa TICKETS € 1 6 leden € 1 8 vvk € 2 0 a dd

Z E B R A S T R A AT G E N T

Rutger Bregman, Johan Braeckman James Garvey, Marli Huijer Richard Wilkinson Ignaas Devisch

Farah Focquaert, Jan Verplaetse Kris Wellekens, Miriam van Reijen Manu Keirse

Tinneke Beeckman & Guillaume Van der Stighelen Thomas Decreus & Christophe Callewaert

Griet Vandermassen Bart Coenen Pieter Bonte

@nachtvrijdenker facebook.com/nachtvandevrijdenker

filocafé kaban

met Peter Algoet

met Alex Klijn


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

De nieuwsbrief verschijnt tweemaandelijks. In deze nieuwskatern vindt u de activiteiten terug van september en oktober 2016. De volgende nieuwsbrief verschijnt op 1 november 2016. Bijdragen hiertoe worden ten laatste op 5 september 2016 verwacht op onze redactie.

AALST

Deelname: niet gekend bij het ter perse gaan Info: Cindy Van den Abbeele - cindy.vdab@gmail.com 0476 20 00 42 Locatie: Kasteel Terlinden, Square Jacques Geerinckx 2, Aalst

Boottocht WILLEMSFONDS AALST Educatieve milieuboottocht vanuit Aalst naar Dendermonde en terug. De milieuboot neemt je mee voor een boeiende en leerrijke verkenning van de waterloop in eigen streek! Je maakt kennis met de rivier of het kanaal waarop je vaart, het leven op en om het water, het belang van water en watersystemen. Je ondervindt waarom integraal waterbeheer, biodiversiteit en duurzaam omgaan met water en waterlopen van levensbelang zijn. Deelname: € 8 WF-leden / € 10 niet-leden / € 5 kinderen Info: Cindy Van den Abbeele - cindy.vdab@gmail.com 0476 20 00 42 Locatie: vertrek ter hoogte van bedrijf De Nul, Tragel, Aalst

ZONDAG 9 OKTOBER 2016, 10:00 Begeleide natuurwandeling WILLEMSFONDS AALST We trekken naar Honegem voor een stevige natuurwandeling van 2,5 uur onder begeleiding van gids Koen De Maere. Een ideaal moment om dit stuk beschermd natuurgebied, op een boogscheut van het stadscentrum van Aalst, in het grensgebied met Erpe-Mere en Lede, te ontdekken. Honegem natuurgebied bestaat uit bosjes, oude turfputten, weiden en meersen. Je vindt er vele hagen, knotwilgen en bomenrijen én de Molenbeek speelt er een zeer belangrijke rol.

een boek over de behandeling van seksueel misbruik bij jonge kinderen. Inkom: € 3 (ADD) / € 2 (VVK) Info en inschrijving: Annie Mervillie - 0476 46 67 26 willemsfondsdeinze@telenet.be Locatie: Kelder bibliotheek, Markt, Deinze

VRIJDAG 14 OKTOBER 2016, 20:00 Vernissage kunsttentoonstelling WILLEMSFONDS AALST

ZONDAG 18 SEPTEMBER 2016, 14:00 - 17:30

56  >  september 2016

NIEUWSBRIEF

Van vrijdag 14 tot 23 oktober loopt een tentoonstelling in de ridderzaal van het Belfort op de Grote Markt in Aalst. Vijf sympathieke kunstenaars (Adhémar De Wolf, Jos Scheirlinckx, Martine Mertens, Carine Van den Stock en Voloshyna Lyudmyla) stellen je graag hun werk voor. Hun verscheidenheid in stijl en techniek maken deze expositie boeiend en inspirerend. Gratis toegang Info: Cindy Van den Abbeele - cindy.vdab@gmail.com 0476 20 00 42 Locatie: ridderzaal van het Belfort, Grote Markt, Aalst

DEINZE VRIJDAG 23 SEPTEMBER 2016, 20:00 Bowlingavond WILLEMSFONDS DEINZE Deelname: niet gekend bij het ter perse gaan Info en inschrijving: Annie Mervillie - 0476 46 67 26 willemsfondsdeinze@telenet.be of Bart Provijn 0474 07 83 79 - bart.provijn@telenet.be Locatie: Bowl Inn, Sint-Martens-Latem

DENDERLEEUW DONDERDAG 26 SEPTEMBER 2016, 14:00 Nierstenen Dr. Johan Braeckman HVV DENDERLEEUW I.S.M. UPV Dr. Johan Braeckman is uroloog aan de VUB en afdelingshoofd urologie aan het universitair ziekenhuis Brussel (Jette). Hij is zeer actief in nierstenenpathologie en prostaatziekten. In zijn lezing over nierstenen zal hij het hebben over wat nierstenen precies zijn, op welke manier ze kunnen ontstaan, welke gevaren er aan nierstenen verbonden zijn en vooral hoe ze kunnen vermeden of behandeld kunnen worden. Op een eenvoudige manier maakt hij een losse babbel over de problematiek van nierstenen. Na de pauze kunt u vragen stellen. Inkom: € 5 / € 4 (HVV-leden) Info en inschrijving: info.hvvdenderleeuw@gmail.com www.hvv-denderleeuw.be - 053 66 99 66. Locatie: t Kasteeltje, Stationsstraat 7, Denderleeuw

EEKLO DONDERDAG 8 SEPTEMBER 2016, 20:00

DONDERDAG 13 OKTOBER 2016, 19:30 Voordracht door Marieth Guelen WILLEMSFONDS DEINZE In het kader van de Tiendaagse van het Woord, een Willemsfondsproject, brengt psychologe Marieth Guelen u een voordracht over haar praktijk in een actueel maatschappelijk kader. Ze woont in Deinze, is sinds 5 jaar werkzaam in het asielzoekerscentrum van Kapellen en is tevens verbonden aan de Universiteit Gent. In 2009 schreef ze samen met een aantal collega’s

Lezing ‘Felix Nussbaum (Osnabrück 1904 - Ausschwitz 1944 ) - chroniqueur van een tijdperk’ Patrick De Wulf GRIJZE GEUZEN EEKLO Deelname: € 5 niet-leden / € 2 leden, studenten, werklozen KomUitPas: gratis Info en inschrijving: freddy.van.weymeersch@telenet.be 0495 32 20 71 Locatie: Auditorium Stadsbibliotheek, Molenstraat, Eeklo

DEGEUS


AGENDA

GENT

ZONDAG 4 SEPTEMBER 2016 SEPTEMBER – OKTOBER 2016

11:00 (DEUREN 10:30)

Willy Bultereys’ poëzie- en prozawedstrijd 2016

Literaire matinee ‘De geboorte van een staat’

WILLEMSFONDS OOST-VLAANDEREN Het Willemsfonds Oost-Vlaanderen organiseert dit jaar opnieuw zijn tweejaarlijkse schrijfwedstrijd voor jongeren. Dit keer kunnen jongeren uit de eerste jaren van het secundair onderwijs aan de slag met het thema ‘Muziek’, waarrond ze één gedicht, verhaal of tekst schrijven. Deelnemen kan vanaf september tot en met vrijdag 14 oktober 2016. Deelnameformulier en wedstrijdreglement vind je op de website van het Willemsfonds (www.willemsfonds.be). De feestelijke en ‘muzikale’ prijsuitreiking vindt plaats op woensdag 21 december 2016 om 19 uur in het Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent. Iedereen is van harte welkom! Gratis deelname Info: Nathalie Devis - nathalie.devis@willemsfonds.be 09 267 39 63 Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent

VRIJDAG 2 SEPTEMBER 2016, 20:00 Bespreking ‘Dat vreemde in mijn hoofd’ - Orhan Pamuk Leesclub De Avonduren UPV GENT-EEKLO Dat vreemde in mijn hoofd vertelt het levensverhaal van Mevlut en diens familie en schoonfamilie: een ingewikkeld labyrint, want er wordt nogal wat onderling getrouwd. Maar in die familiegeschiedenis weerspiegelt zich ook de historie van Turkije van de afgelopen halve eeuw en vooral die van Istanbul. Staatsgrepen vinden plaats, linkse en rechtse extremisten vliegen elkaar in de haren, langzaam komt het islamisme op. Mevlut ziet het allemaal van enige afstand aan. Deelname: € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348 Sint Amandsberg of Kapittelstraat 11, Gent

DEGEUS

WILLEMSFONDS GENT Gilbert Antheunis komt ons vertellen over de boeiende geschiedenis van de opera, in het bijzonder van de Gentse opera. Hij vertelt niet alleen boeiend, hij laat je ook kennismaken met uniek fotomateriaal en historische opnames uit zijn gigantisch opera-archief. Hij doorspekt bovendien alles met audiofragmenten en videobeelden. Antheunis is sinds 5 jaar gepensioneerd als leraar mechanica en is sindsdien zijn immens archief aan het digitaliseren. Hij zal ons die zondag ongetwijfeld meeslepen in zijn passie.

PROGRAMMA 20:00

21:00

Inkom: € 5 (WF-leden) / € 7 (niet-leden) Info en inschrijving (vóór 28 augustus): Adrien De Vos - 09 220 55 15 - adrien.devos@vrt.be Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent

DINSDAG 6, 20 SEPTEMBER & 11, 25 OKTOBER 2016, 13:00 – 17:00 Meanderen Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO In de ‘meandernamiddagen’ neemt Geert Boxstael een muziekstuk onder de loep. Het vervolg vloeit verder uit de bespreking van dit werk. Deelname: € 11 (per sesie) Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint Amandsberg

DONDERDAG 8 SEPTEMBER 2016, 20:00 Passie & Humanisme KIG, HV GENT, HUISVANDEMENS GENT, GEUZENHUIS Guy Kleinblatt portretteerde de passie van enkele humanisten. Dit resulteerde in het project ‘Passie en humanisme’, een avondvullend programma dat mensen op een moderne, hedendaagse manier laat kennismaken met het vrijzinnig humanisme van nu.

GESPREKSAVOND (Zuilenzaal) Humanisten van vandaag vertellen over hun engagement, inspiratie, passies en dromen. Laat je inspireren door de mensen achter de portretten. Met: Johan Braeckman, Assita Kanko, Guy Kleinblatt en Jean Paul Van Bendegem. Moderator: Annick Ruyts. VERNISSAGE FOTOTENTOONSTELLING (Zolderzaal) Fotograaf Guy Kleinblatt verenigde met dit project zijn passie voor de mens, met al zijn innerlijke conflicten en zijn passie voor het beeld, namelijk zwart-wit portretfotografie. De toevoeging van enkele persoonlijke objecten, die iets meer vertellen over de mens achter de mens, zorgen voor een extra dimensie. De toeschouwer wordt uitgedaagd deze te ontcijferen. Als kers op de taart geven de geportretteerden hun eigen definitie van hun passie en humanisme prijs.

Gratis toegang, reservatie gewenst vóór 01/09 De tentoonstelling loopt van vrijdag 9 t.e.m. zondag 18 september 2016 Openingsuren: weekdagen van 9:00 tot 16:30 / vr tot 16:00 (op weekdagen graag een seintje vooraf) / zaterdag en zondag van 14:00 tot 17:00 Info en inschrijving: KIG - griet@geuzenhuis.be 09 220 80 20 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

VRIJDAG 9 SEPTEMBER 2016, 9:45 Bezoek aan Train World (treinmuseum), Schaarbeek GENTSE GRIJZE GEUZEN We bezoeken het nieuwe treinmuseum Train World in Schaarbeek.

PROGRAMMA 10:24 11:14 14:00

Vertrek Gent-Sint-Pieters. Het treinticket koopt elk voor zichzelf Aankomst Schaarbeek Lunch in het stationsbuffet (eigen lunch ook mogelijk) Bezoek Train World. Indien we met meer dan 15 personen zijn wordt een gezamenlijk ticket ter plaatse gekocht. Betalen van het ingangsticket ter plaatse

Graag gepast geld. Wie wil kan tegen € 2 gebruik maken van een audiofoon. Er zijn er 20 gereserveerd

september 2016  >  57


AGENDA

Het bezoek duurt minstens anderhalf uur Terug naar Gent: niemand is verplicht om de terugreis gezamenlijk te doen Deelname: € 5 (groepsprijs bij meer dan 15 deelnemers en voor +65j) / € 8.50 (bij minder dan 15 deelnemers en bij -65j) Info en inschrijving (vóór 31/08): griet@geuzenhuis.be 09 220 80 20. Geef aan of u 65-plusser bent of niet Locatie: Afspraak om 9:45 aan het station Gent Sint-Pieters

ZATERDAG 10, 17, 24 SEPTEMBER &

Zaterdag 29 oktober 2016 – deel 8 Bezwangerdheid in Duitsland. Van Singspiel tot Muziekdrama. Mozart – Van Beethoven – Weber – Wagner. Deelname (per sessie): € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint Amandsberg

1, 8, 15, 22, 29 OKTOBER 2016, 9:00 – 12:00 Operacursus: de passies van Euridice, Don Giovanni, Carmen en Otello Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO

Zaterdag 10 september 2016 – deel 1 De geboorte van de opera: De westerse wereld – Het Humanisme – De Contrareformatie – de Camerata fiorentini met Voorlopers van de opera – De eerste opera eerste maal: Jacopo Peri en Ottavio Rinuccini – De eerste opera tweede maal: Orfeo, Claudio Monteverdi.

DINSDAG 13 SEPTEMBER 2016, 13:30 – 17:00 Franse polyfonieën uit de 11de eeuw

Zaterdag 24 september 2016 – deel 3 De nationale en flamboyante Barokopera: Marc-Antoine Charpentier – Henry Purcell – Georg Friederich Händel.

Zaterdag 1 oktober 2016 – deel 4 Het Intermezzo en de Reformopera: ­Giovanni Battista Pergolesi – Jean-Jacques Rousseau – Christoph Wilibald Glück – Joseph Haydn.

Zaterdag 8 oktober 2016 – deel 5 Het Classicisme: Wolfgang ­A madeus ­Mozart – Le nozze di Figaro – Don ­Giovanni – Cosí fan tutte.

Zaterdag 15 oktober 2016 – deel 6 Van fiorituriële zwakzinnigheid tot tragisch heroïsme met kleine k. Mozart - ­Rossini - Bellini - Donizetti - Verdi ­P uccini.

Zaterdag 22 oktober 2016 – deel 7 Le voyage de Werther. Grand opéra Tragedique (Inédit) Wereldpremière Act i – II – II.

58  >  september 2016

In de namiddag is er geen specifiek programma voor de groep voorzien maar je kan kiezen voor een lunch in een charmant Brussels restaurant en nadien jouw namiddag naar eigen believen inplannen. Deelname: € 5 (WF-leden) / € 7 (niet-leden) Info en inschrijving (vóór 12/09): Jan De Groof 0486 22 77 02 - jande_groof@hotmail.com Gelieve het verschuldigde bedrag over te schrijven op rek. nr. BE80 0012 0852 1077, o.v.v. Vlaams Parlement Ieder voorziet in het eigen treinticket Locatie: station Gent-Sint-Pieters om 8:30 of Vlaams Parlement, ‘De Loketten’, IJzerenkruisstraat 99, Brussel om 10:00

Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO Deelname: € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent - Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint Amandsberg

Zaterdag 17 september 2016 – deel 2 De Venetiaanse Barokopera: Venetië – Claudio Monteverdi – Luigi Rossi – Francesco Cavalli.

komt. De rondleiding wordt afgerond met een drankje, aangeboden door het Vlaams Parlement.

ZATERDAG 17 SEPTEMBER 2016, 8:30 Geleid bezoek aan het Vlaams Parlement WILLEMSFONDS GENTBRUGGE De rondleiding start in het bezoekerscentrum ‘De loketten’ van het Vlaams Parlement, waar we een boeiende toelichting krijgen over de werking. De elf Commissies die in het Vlaams Parlement vertegenwoordigd zijn, worden doorgelicht. Eveneens vernemen we hoe het er in een plenaire vergadering aan toe gaat. De plenaire vergaderingen zijn op bepaalde werkdagen voor het publiek toegankelijk. Bij interesse kan je ter plaatse een deelname plannen. Het gebouw waar het Vlaams Parlement is ondergebracht, heeft op zich ook een boeiende geschiedenis en architecturale evolutie achter de rug. De final touch werd gerealiseerd in 2008 door 2 bijzondere architecten. Ook dit luik wordt ons in detail uitgelegd.

DINSDAG 20 SEPTEMBER 2016, 19:30 - 22:00 Alle aardse geluk berust op een compromis tussen droom en werkelijkheid HVV ZAHIR GENT ‘Alle aardse geluk berust op een compromis tussen droom en werkelijkheid’, aldus de Franse schrijver Marcel Prévost in 1862. Als thema voor onze filosofische babbel kan deze stelling wel tellen. Hoe kijken wij naar onze dromen? Ervaren we die als luchtspiegelingen? Of zien we dromen eerder als een noodzaak? Noodzakelijk om de realiteit aan te kunnen? Wat met dromen die haaks staan/liggen op de werkelijkheid van het moment? Kunnen we leven met de wetenschap dat onze dromen alleen dromen zullen blijven? Kunnen we aanvaarden dat de realiteit nooit aan onze dromen zal beantwoorden? Zal de botsing tussen droom en werkelijk ons frustreren, ons ontgoochelen, ons deprimeren of ons zelfs radicaliseren? Of zijn we bereid een deel van onze dromen gewoon innerlijk te koesteren en voor de rest een compromis te sluiten met de haakse werkelijkheid? Gratis deelname Info en inschrijving (noodzakelijk): videokontakt.gdm@telenet.be - 09 330 35 77 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

Verder kunnen we in het parlementsgebouw de Vlaamse hedendaagse kunst aanschouwen die daar volledig tot zijn recht

DEGEUS


AGENDA

DONDERDAG 22 SEPTEMBER 2016, 14:00 Filmvoorstelling ‘The Danish Girl’ GENTSE GRIJZE GEUZEN I.S.M. HUISVANDEMENS GENT Over ‘anders’-zijn en ‘anders’-voelen, over de levens- en lijdensweg van de Deense Lili Elbe, één van de eerste transgenders die een geslachtsveranderende ingreep onderging, over Man of Vrouw zijn, over alles overschrijdende liefde tussen mensen. De film wordt ingeleid door Winnie ­Belpaeme, vrijzinnig humanistisch consulente. Verwelkoming door Raoul Van Mol, voorzitter Gentse Grijze Geuzen. De film wordt bekeken door een existentiële bril. Een fijne ontmoeting, mét koffie en thee, tussen gelijkgezinden. Gratis toegang Info en inschrijving: huisvandeMens Gent gent@demens.nu - 09 233 52 26 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

VRIJDAG 23 SEPTEMBER ZONDAG 2 OKTOBER 2016 Fototentoonstelling Lux Nova WILLEMSFONDS GENT I.S.M. LUX NOVA Naar goede gewoonte organiseert Lux Nova haar jaarlijkse fototentoonstelling in het Lakenmetershuis. Elke zaterdag en zondag van 23 september tot 2 oktober. Open van 10:00 - 18:00. Gratis toegang Info: www.luxnova.be Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent

ZATERDAG 24 SEPTEMBER 2016, 19:30 Red ons van de dichters Voorstelling van de dichtbundel ‘Blessuretijd’ van Wolf de Gaert (alias Willem de Zwijger, alias Pierre Martin Neirinckx) KUNST IN HET GEUZENHUIS Onze vaste columnist, de eigenzinnige Willem de Zwijger, blijkt in een ander leven ook nog dichter te zijn. Wolf de Gaert, toen nog Johan P. Neirinckx, debuteerde toen hij amper 17 was met de roman Surprise Party (Uitgeverij Ontwikkeling Antwerpen, 1964). Nadien gaf hij in eigen beheer de dichtbundel De Zondagen – Un amour fou (1988) uit, gevolgd door de roman Vrouwen

DEGEUS

van Firenze (1995).

komen!

Blessuretijd is zijn jongste bundel en leest als een drieluik. Het eerste deel, Horror vacui, is de weerslag van de recentste poëtische genadeflits. Of zoals de dichter het zelf een beetje enigmatisch uitdrukt: ‘terloopse impressies als voorbereiding op de ultieme ontmoeting met god’. In het tweede luik kijkt de Gaert terug op een gedenkwaardig dagje aan zee, De Koksijdse Gedichten. Het derde deel roept het genadeloze verdwijnen in het donkere gat van de tijd op: Fugit irreparabile tempus. Of hoe onverzamelde gedichten (1969-2016) eindelijk werden verzameld. Lees ook in dit nummer: Willem wordt Wolf, een gelegenheidscolumn van Willem de Zwijger. Inleider: Jan Schiettekatte. Muzikale omlijsting: Jan Matthys e.a. Na de (korte) voorstelling wordt u een drink en de dichtbundel (€ 15) aangeboden. Blessuretijd, Lulu Press. Inc., gebonden paperback 15,6 x 23,4 - 96 pagina’s, 2016. ISBN 978-1-326-58695-9. Gratis toegang Info: KIG - griet@geuzenhuis.be - 09 220 80 20 Om organisatorische redenen: bevestig uw deelname vóór 20/09 via e-mail: pierre.neirinckx@telenet.be Locatie: Geuzenhuis (Zolderzaal), Kantienberg 9, Gent

ZONDAG 25 SEPTEMBER 2016, 10:20 Geleide wandeling ‘Gent Ludiek’ WILLEMSFONDS GENT De geschiedenis van Gent die de boekjes nét niet haalde. Tijdens deze wandeling vertelt de gids je anekdotes over de grappige, maar historisch verantwoorde kantjes van Gent en z’n eigenzinnige inwoners. Waarin onderscheiden Gentse mokken zich van Gentse trienen? Zijn de Gentse brandweerlui nog steeds naakt? Hoe heet de vrouw van de duivel? Ruikt de Veldstraat naar zweet? Was Keizer Karel de Gentenaars al dan niet genegen, hield hij van de smerige Leie, zou hij bereid geweest zijn er zelf een bad in te nemen? Dit is het verhaal van Lowie-dieZwiet, de roaste Wasser en Miele Zoetekoeke. Opgepast, tijdens deze wandeling (1,5 à 2 uur) kan je een sappig mondje Gents tegen-

Deelname: € 5 (WF-leden) / € 6 (niet-leden) Info en inschrijving (vóór 18/09): Robin Suykerman 0476 82 72 31 (bij voorkeur sms) rsuykerman@hotmail.com Geldig na voorafgaande overschrijving van het verschuldigde bedrag op BE75-2900-2850-1651 t.a.v. Robin Suykerman, o.v.v. wandeling 25/9/2016 en de na(a)m(en) van de deelnemer(s) Locatie: Dulle Griet, Grootkanonplein, Gent

DINSDAG 27 SEPTEMBER 2016, 13:30 - 17:00 Beethoven. Strijkkwartet nr. 11. Een vergelijkende sessie Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO Deelname: € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent - Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint-Amandsberg

DINSDAG 4 OKTOBER 2016, 13:30 - 17:00 Wagner: Tristan und Isolde: een introductie Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO Deelname: € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint-Amandsberg

DONDERDAG 6 OKTOBER 2016, 20:00 - 22:00 Vernissage duotentoonstelling’Il était une fois / Hong Kong Stillness’ Geert Huysman & Sepp van Dun KUNST IN HET GEUZENHUIS Geert Huysman en Sepp van Dun waren beide jarenlang actief in de schrijvende pers, tot ze hun grote (voor)liefde voor het medium fotografie niet langer konden of wilden ontkennen. De pen werd opzij ge-

september 2016  >  59


AGENDA

legd, de camera uitgeroepen tot het nieuwe weapon of choice. Sepp van Dun is vandaag een succesvol architectuurfotograaf. Zijn persoonlijk werk bestaat vooral uit landschappen en vormelijke beelden waarin de meditatieve stilte regeert. Sepp van Dun onderzocht als fotograaf of stilte en verstilling – thema’s die een rode draad vormen doorheen zijn werk – ook terug te vinden zijn in een Aziatische grootstad als Hong Kong en of we misschien iets kunnen leren van hoe zo’n dichtbevolkt gebied omgaat met identiteit. Geert Huysman werd in 2010 door de inwoners van Gent verkozen tot  Ambassadeur van de Stadsfoto. Hoewel het documentaire karakter van zijn werk niet te ontkennen valt, gaat het ook veel verder dan dat. De camera verschaft Geert Huysman een alternatieve manier van kijken. De realiteit is voor hem niet meer dan het ruwe materiaal waaruit hij zijn beelden kneedt. De drukte van stedelijke omgevingen, wordt door hem getransformeerd tot momenten van verstilde menselijkheid – beelden waarin het verhaal alleen maar kan worden vermoed – of tot kleurrijke composities waarin toevallige elementen zichzelf herschapen tot iets geheel nieuws. Gratis toegang De tentoonstelling loopt van vrijdag 7 t.e.m. zondag 16 oktober 2016 Openingsuren: weekdagen van 9:00 tot 16:30 / vr tot 16:00 (op weekdagen graag een seintje vooraf) / zaterdag en zondag van 14:00 tot 17:00 Info en inschrijving: KIG - griet@geuzenhuis.be 09 220 80 20 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

afgewisseld met essayistische hoofdstukken die binnen de verhaallijn passen in de activiteiten van de eerste hoofdpersoon, maar daar ook los van lijken te staan waardoor ze een aparte functie in het geheel krijgen; een verrassende visie op de NieuwTestamentische figuur van Judas Iskariot dat dient als een spiegelverhaal voor het verhaal van een van de hoofdpersonen, en tenslotte een mooie taal, originele vergelijkingen, subtiele beschrijvingen van met name emoties, en een bloemrijke schildering van de omgeving, de stad Jeruzalem. Deelname: € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent - Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint Amandsberg of Kapittelstraat 11, Gent

ZATERDAG 8 OKTOBER 2016, 14:00 Het Betere Boek 2016: ‘Ich hab’ noch einen Koffer…’ WILLEMSFONDS I.S.M. GEUZENHUIS, DEMENS.NU, LIBERAAL ARCHIEF E.A.

Judas - Amos Oz Leesclub De Avonduren UPV GENT-EEKLO Op diverse plaatsen wordt Judas van Amos Oz een ‘rijk boek’ genoemd. Het heeft dan ook veel te bieden: een intrigerend thema, verraad, dat in verschillende gedaanten aan de orde komt; een interessante primaire verhaallijn, met daarin vier extreme, heftig levende figuren in het centrum, omgeven door een aantal heel gewone, bijna kleurloze mensen; een opvallende structuur waarin fictie/verhaalhoofdstukken worden

60  >  september 2016

LIBERAAL ARCHIEF BOEKENMARKT EN SIGNEERSESSIES Vanaf 14:00 organiseert Boekhandel Walry een boekenmarkt en signeren de aanwezige auteurs hun werk

TENTOONSTELLINGEN Julien Vandevelde met Die Berliner Mauer, wonde van een stad Annemie Augustijns met Berlin Tempelhof

GROSSE BÜHNE 14:00-14:45 Gerda Dendooven in gesprek met M ­ arian De Smet en Aline Sax over hun werk en over de Vlaamse kinder- en jeugdliteratuur op de Frankfurter Buchmesse

15:00-15:45 Presentatie van de vertaling Joden op drift van Joseph Roth (1894-1939), met een voorwoord door Geert Mak, vertaling en commentaar door Els Snick. Lofrede door uitgever Bas Lubberhuizen, gevolgd door een gesprek tussen Mark Schaevers en Els Snick.

16:00-16:45 Peter Terrin, Yves Petry en Marc Reugebrinck praten over hun eigen werk

Het literair festival ‘Het Betere Boek’ kleurt dit jaar Duits. Een gesprek met curator Els Snick met alle info over deze editie kunt u raadplegen op pagina 44 van dit nummer.

en hun liefde voor de Duitse literatuur. Els Snick is de dirigent van het gesprek.

PROGRAMMA

17:00-17:45

bezoek achter de schermen van de Nieuwe Krook met Krist Biebauw, directeur

Het is er! Lang geleden aangekondigd en nu eindelijk verschenen. Het Betere Boek is trots het jongste werk te mogen voorstellen van Piet De Moor, Berlijn, gezicht van een Duitse eeuw. Inleiding door W ­ illiam Van Laeken. Els Snick interviewt de auteur.

VOOR WILLEMSFONDSAFDELINGEN 10:00 van de Gentse bibliotheek

VRIJDAG 7 OKTOBER, 20:00

ren twintig.

BUITEN OP HET KRAMERSPLEIN In een filmpje van één minuut uw favoriete (Duitse) boek aanprijzen en vervolgens een YouTube-hit of een première op de Frankfurter Buchmesse scoren … Dat kan tijdens Het Betere Boek met de hulp van de Amsterdamse jongens van Why I Love This Book. Op literaire manifestaties maken zij met het aanwezige schrijversvolk en het publiek prachtige filmpjes. Wie meer wil weten: www.whyilovethisbook.com. Bar Jan Cremer verandert voor één dag in Bar Joseph Roth en serveert würstchen met schnaps. Het Orchestre du Café Paradis speelt zwoele jazz uit het Berlijn van de ja-

18:00 Zipper, het gelegenheidsduo van Tom Danhieux (accordeon) en Jonathan Manes (gitaar en zang) brengt Duitse muziek van Schubert tot …

18:30 Uitreiking van De Bronzen Uil door Vlaams Cultuurminister Sven Gatz. De jury bestaat uit Jos Geysels (juryvoorzitter), Marnix Verplancke, Sofie ­Vandamme, Nadia Dala, Sylvain Peeters en Lies Steppe. De publieksprijs wordt uitgereikt door de Gentse cultuurschepen Annelies Storms.

DEGEUS


AGENDA

19:00

RECEPTIE

ZATERDAG 8 & 22 OKTOBER 2016,

GEUZENHUIS TENTOONSTELLINGEN

18:00 (DEUREN: 17:30)

Schilderijen met portretten van Duitse kunstenaars van de kunstenaar Bjorn Baelen

INFOMARKT met stands van o.a. Studium Generale, Goethe Institut, CVO, UGent, deMens. nu, …

DE BRONZEN UIL IN DE ZUILENZAAL Van 14:00 tot 17:00 om het uur voorstelling van 2 genomineerden voor De Bronzen uil, geïnterviewd door juryleden Marnix Verplancke, Nadia Dale en Lies Steppe

POËZIE IN DE COCONZAAL Van 15:00 tot 16:00 ontvangt Sieglinde Vanhaezebrouck (Poëziecentrum) achtereenvolgens Geert van Istendael, Erik Lindner, Hilde ­Keteleer en Els Moors

OVER DE GRENS IN DE ZOLDERZAAL 14:00- 14:45 Els Aerts (Vlaams Fonds voor de Letteren) ontvangt literair vertalers Anne ­Folkertsma (o.a. Hans Fallada) en Jan Gielkens (o.a. Gunter Grass)

15:00-15:45 Sofie Vandamme (Studium Generale Hogent) gaat in gesprek met dramaturg Koen Tachelet (NTG) en vertaalster Inge ­Arteel (o.a. Elfriede Jelinek) over Duitstalig theater in Vlaanderen

16:00-16:45 Erwin De Decker vertelt over de nieuwste toeristische ontdekkingen in Berlijn en zijn reisgids Berlijn 360° Inkom: € 10 / € 5 (leden van de lidverenigingen van het Geuzenhuis) Info en inschrijving: www.hetbetereboek.be Locatie: Liberaal Archief (Kramersplein 23) & het Geuzenhuis (Kantienberg 9), Gent Organisatie: Willemsfonds i.s.m. Boekhandel Walry, Liberaal Archief, Geuzenhuis, deMens.nu, Hoed Gekruid, Vlaams Fonds voor de Letteren en met de steun van IMD Oost-Vlaanderen, Provincie Oost-Vlaanderen, Stad Gent, Lotto De genomineerden voor De Bronzen Uil worden in september bekend gemaakt

DEGEUS

Opera in de Cinema Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO Zaterdag 8 oktober 2016 – Tristan und Isolde – Richard Wagner (live) Met: Nina Stimme als Isolde en Stuart Skelton als Tristan. Simon Rattle dirigeert het Metropolitan Orchestra. Zaterdag 22 oktober 2016 – Don ­– ­Mozart (live)

Met: Keenlyside als Don Giovanni (debuut). Fabio Luisi dirigeert het Metropolitan Orchestra. Deelname: Tickets zelf reserveren Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Locatie: Kinepolis Gent, Tentoonstellingslaan 12, Gent

WOENSDAG 12 OKTOBER 2016, 13:15 Geleid bezoek aan het Stadsarchief van Gent en SEBECO te Gentbrugge WILLEMSFONDS GENTBRUGGE In het kader van de Tiendaagse van het Woord, een Willemsfondsproject, leggen we ons deze keer toe op zowel het geschreven als het gesproken woord. Voor het geschreven woord starten we met een bezoek aan het Stadsarchief van Gent, sinds 13 mei 2005 gehuisvest in ‘De Zwarte Doos’ te Gentbrugge, in de gerestaureerde gebouwen van de vroegere Puntfabriek Arbed. Met de gegevens uit geschreven documenten, audiovisuele bronnen (foto’s, plannen, ...) en  de resultaten van archeologisch onderzoek bouwen Stadsarcheologie en Stadsarchief aan het historisch kenniscentrum van de stad. Het Stadsarchief van Gent is één van de belangrijkste stedelijke archieven van Europa. Door de eeuwenlang bewaarde documenten van het stadsbestuur is het stedelijk archief de belangrijkste bron voor de Gentse geschiedenis. Dit unieke bestand krijgt nog regelmatig aanvulling, ook met privéarchieven. Het Stadsarchief van Gent beheert 22 kilometer archief. Het modern archief kent een jaarlijkse aangroei van ca. 500 meter.

Na deze thematische rondleiding genieten we van koffie en gebak in de brood- en banketbakkerij Aernoudt. Voor het gesproken woord brengen we een bezoek achter de schermen van de kmo Sebeco, een kenniscentrum en een opleidingsinstituut voor alle processen rond klantbeleving en klantenrelaties. Het pand huisvest ook een rekruteringsagentschap en een erkend EVC-testcentrum (Elders Verworven Competenties) van de overheid voor helpdesk- en callcenteroperatoren. Hun commerciële succes begint bij de mensen. Medewerkers professioneel mobiel en breed inzetbaar maken, zijn sleutelelementen van hun visie. Bellen van ‘s morgens tot ‘s avonds, mensen uitpersen als een citroen: zo werkt het al lang niet meer. De drie locaties bevinden zich in een straal van 50m. Deelname (koffie en gebak inbegrepen): € 10 (WF-leden) / € 12 (niet-leden) Info en inschrijving (vóór 10/10): Jan De Groof 0486 22 77 02 - jande_groof@hotmail.com Gelieve het verschuldigde bedrag over te schrijven op rek. nr. BE80 0012 0852 1077, o.v.v. Het Woord Inschrijving beperkt tot 20 deelnemers Locatie: ingang van ‘De Zwarte Doos’ Dulle-Grietlaan 12, Gentbrugge

DONDERDAG 13 OKTOBER 2016, 14:00 Lezing: ‘Nostradamus en de erfenis van de Tempeliers’ Marc vanden Daele GENTSE GRIJZE GEUZEN De Voorspellingen van Nostradamus werden niet in het jaar 1550 geschreven door de Provençaal Michel Nostredame, maar in de periode van 1323 tot 1328 door een cisterciënzermonnik, wiens moedertaal het Picardisch was. De werkelijke auteur van de Centuries was Yves de Lessines, prior van de Cisterciënzerabdij van Cambron, in het Belgische Henegouwen. Deze verbluffende bewering is de conclusie die professor Rudy Cambier trok na jarenlang onderzoek en analyse van de teksten van Nostradamus. In de eerste drie kwatrijnen wordt de sleutel gegeven. Daarin zegt de schrijver wie hij is, waar hij zich bevindt, welke functies hij bekleedt, voor wie de tekst

september 2016  >  61


AGENDA

bestemd is en hoe hij moet worden gelezen. Dat heeft Marc vanden Daele, leraar wetenschappen, geholpen om deze voordracht te geven. Daarmee is voor hem een waar avontuur begonnen. Hij heeft de streek van de Tempeliers mogen herontdekken en hem werd de schuilplaats getoond van de schat. Tijdens zijn voordracht toont hij met foto’s en andere feiten aan dat Nostradamus nooit beseft heeft dat hij de sleutel in handen had om het geheim van de Tempeliers te ontfutselen. Inkom: € 2 Info en inschrijving: Daniël Block, dan.block@gentsegrijzegeuzen.net, 09 221 24 57 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

ZATERDAG 15 OKTOBER 2016, 19:30 Tweede Geuzenquiz HVV GENT Wegens het grote succes van de quiz vorig jaar steken we de hoofden terug bij elkaar voor een tweede supertoffe ‘Geuzenquiz’! Wie gaat de uitdaging aan? Jullie algemene kennis wordt getest met vragen over geschiedenis, aardrijkskunde, film, muziek, actualiteit, politiek en (on)bekende geuzen ... Spannend en vooral plezant! Deuren gaan open om 19:30, de quiz begint stipt om 20:00. Deelname: € 20 per ploeg (max. 4 deelnemers per ploeg) Info en inschrijving: hvv.gent@geuzenhuis.be 09 220 80 20. Inschrijven is verplicht, met vermelding van ploegnaam Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

DINSDAG 18 OKTOBER 2016, 13:30 - 17:00 Mozart: Don Giovanni – een introductie Muziekclub Capriccio UPV GENT-EEKLO Deelname: € 11 Info: Geert Boxstael - upvgenteeklo@gmail.com 0496 53 99 76 Inschrijven: door overschrijving op rekening BE 28 671 121 826 920 van UPVGent - Geert Boxstael met vermelding van de datum en de titel Vooraf aanmelden a.u.b. Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint-Amandsberg

62  >  september 2016

DINSDAG 18 OKTOBER 2016, 19:30 - 22:00 ‘Wat is privacy en wie heeft er recht op?’ HVV ZAHIR GENT Voor de ene persoon is privacy een fundamenteel recht, dat we ten alle prijzen dienen te verdedigen, terwijl de andere het beschouwt als een relatief recht, waaraan kan geknabbeld worden. Onze privacy blijkt steeds transparanter te worden en volgens sommigen is ze definitief aan het verdwijnen. Deze afbouw wordt gelegitimeerd door overheidsargumenten rond de bestrijding van terrorisme en fiscale fraude, en belangrijke delen van de bevolking lijken het daarmee eens te zijn.‘Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen’, hoor je meer dan eens opperen. Meer nog, we werken er vrijwillig en gretig aan mee, bijvoorbeeld in ons gebruik van de sociale media. We gaan dus met de dag losser (slordiger?) om met het gegeven ‘privacy’. Is het denkbaar dat uiteindelijk nog maar slechts een kleine elite zal kunnen genieten van het recht op privacy? Gratis deelname Info en inschrijving (noodzakelijk): videokontakt.gdm@telenet.be - 09 330 35 77 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

ZATERDAG 22 OKTOBER 2016, 14:00 (VERZAMELEN OM 13:45) Natuurwandeling in ‘Drongengoed’ WILLEMSFONDS GENT Paddenstoelen, schimmels en zwammen, een fascinerend natuurverschijnsel! Wij hebben het voorrecht om deze namiddag een specialist ter zake in ons midden te hebben, namelijk de heer Etienne Vanaelst, verbonden aan Natuurpunt. Hij zal ons als gids tijdens een rondleiding in het Drongengoed de geheimen van deze bijzondere bosplanten toevertrouwen. Het Drongengoed is trouwens een ‘hotspot’ voor paddenstoelen. Ruim 1000 soorten zijn er reeds waargenomen. Dus, maak dat je er bij bent, het wordt een ongelooflijke boswandeling!

Deelname: € 6 (WF-leden) / € 8 (niet-leden) Info en inschrijving: Walter De la Ruelle 0496 86 07 36 (voorkeur sms) - walter-nicole@telenet.be Gelieve het verschuldigde bedrag (ten laatste op 14/10) over te schrijven op rek. nr. BE31 2900 3304 1655 t.a.v. Walter De la Ruelle met vermelding van ‘Drongengoed’ en het aantal deelnemers Locatie: Parking Krakeel (op ongeveer 200 m van het Jagershof’), Drongengoedweg, Ursel

ZATERDAGEN 22 EN 29 OKTOBER 2016,19:00 ZONDAG 23 OKTOBER 2016, 15:00 Muzikaal toneelstuk ‘Alles uit de kast’ WILLEMSFONDS GENT Ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan voert holebi-toneelgroep ‘Ongehoordt’ een muzikaal toneelstuk op dat handelt over gender en wat het betekent om een man te zijn. Inkom: € 10 (VVK). Reservatie via tickets@ongehoordt.be Info: www.ongehoordt.be Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent

DONDERDAG 27 OKTOBER 2016, 14:00 Filmvoorstelling ‘Achter de wolken’ GENTSE GRIJZE GEUZEN I.S.M. HUISVANDEMENS GENT Over liefde, rouw, leef-tijd, intimiteit, familie, generatiebruggen, en het belang van blijven dromen! De film wordt ingeleid door Winnie ­Belpaeme, vrijzinnig humanistisch consulente. Verwelkoming door Raoul Van Mol, voorzitter Gentse Grijze Geuzen. De film wordt bekeken door een existentiële bril. Een fijne ontmoeting, mét koffie en thee, tussen gelijkgezinden. Gratis toegang Info en inschrijving: huisvandeMens Gent gent@demens.nu - 09 233 52 26 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

GERAARDSBERGEN DONDERDAG 8 SEPTEMBER 2016, 20:00 Lezing: ‘De oorsprong van de kunst’ Marc Vermeersch UPV GERAARDSBERGEN Gratis toegang Info: upv_dominique.brems@telenet.be

DEGEUS


AGENDA

Inschrijven is niet nodig Locatie: Liberaal gebouw zaal Manneke Pis Museum, Markt 47, Geraardsbergen

DINSDAG 13 SEPTEMBER 2016, 20:00 Wat met immaterieel cultureel erfgoed? Rob Belemans UPV GERAARDSBERGEN Aan de hand van enkele concrete voorbeelden uit Geraardsbergen wordt er ingegaan op de vraag hoe om te gaan met het Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Rob ­Belemans is verbonden aan Faro, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. Gratis toegang Info: upv_dominique.brems@telenet.be Inschrijven is niet nodig Locatie: Liberaal gebouw zaal Manneke Pis Museum, Markt 47, Geraardsbergen

DONDERDAG 22 SEPTEMBER 2016, 20:00 Lezing ‘Invloed van informatica & internet op de samenleving’ WILLEMSFONDS GERAARDSBERGEN De lezing is in samenwerking met vzw Liberaal Gebouw te Geraardsbergen. Gratis toegang Info: Luc Govaert - 0479 41 95 76 luc-govaert@telenet.be Locatie: Liberaal Gebouw, Markt 47, Geraardsbergen

DONDERDAG 27 OKTOBER 2016, 20:00 Lezing ‘Cardiologie, een stand van zaken’ WILLEMSFONDS GERAARDSBERGEN De lezing is in samenwerking met vzw Liberaal Gebouw te Geraardsbergen. Gratis toegang Info: Luc Govaert - 0479 41 95 76 luc-govaert@telenet.be Locatie: Liberaal Gebouw, Markt 47, Geraardsbergen

HERZELE ZATERDAG 24 SEPTEMBER 2016, 8:00 Daguitstap naar Rijsel/Lille WILLEMSFONDS HERZELE Bij het begin van de herfst maken we ken-

DEGEUS

nis met de stad Lille, met onder andere een gegidste wandeling langs de belangrijkste gebouwen. ’s Middags nemen we een lunch. In de namiddag verkennen we Lille verder en wandelen via een groene promenade tot aan de citadel en Jardin Vauban. Daarna volgt nog een bezoek aan de Lille zoo. Vanaf 16/30 zijn we nog een 2-tal uren vrij. Deelname: € 46 (WF-leden) / € 51 (niet-leden) Info: Christine Glorieux - 0478 23 56 05 christine.glorieux@telenet.be Locatie: Kerkplein, Herzele

MOERBEKE-WAAS ZATERDAG 10 SEPTEMBER 2016, 8:00 Daguitstap naar Wallonië WILLEMSFONDS MOERBEKE-WAAS Daguitstap naar Marcinelle en Le Bois du Cazier. En in de namiddag een bezoek aan de stad Charleroi. Deelname: € 58 (wf-leden) / € 62 (niet-leden) Info: Rudy Van Megroot - 0476 48 42 05 rudyvanmegroot@skynet.be Locatie: vertrek om 8:00 aan het station van Moerbeke-Waas

ZATERDAG 1 OKTOBER 2016 Deelname aan de Herzeelse cultuurmarkt WILLEMSFONDS HERZELE Voor de tweede keer nemen we met de afdeling deel aan de Herzeelse Cultuurmarkt, een overdekte ‘markt’ om de Herzelenaar en mensen buiten Herzele kennis te laten maken met het rijke culturele aanbod in de gemeente. Gratis toegang Info: Christine Glorieux, 0478 23 56 05 christine.glorieux@telenet.be Locatie: Wattenfabriek, Solleveld 35, Herzele

ZONDAG 23 OKTOBER 2016, 15:00 Theatervoorstelling ‘Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden’ WILLEMSFONDS MOERBEKE-WAAS Nadien is er een hapje en drankje voorzien in restaurant Carpentia (Vrijdagmarkt, Gent). Deelname: niet bekend bij het ter perse gaan. Info: Rudy Van Megroot - 0476 48 42 05 rudyvanmegroot@skynet.be Locatie: Minardschouwburg, Walpoortstraat 15, Gent

OUDENAARDE LOCHRISTI

ZATERDAG 3 SEPTEMBER 2016, 9:45

ZATERDAG 15 OKTOBER 2016, 19:00 Poëzie en vertelling ‘De rode oortjes van Uilenspiegel’ WILLEMSFONDS LOCHRISTI Jaren geleden organiseerde het WF Lochristi voor zijn leden het Uilenspiegelfeest, een smulpartij met een steeds wisselende culturele toets. Dit jaar hernemen we deze activiteit en zetten we ‘het woord’ in de kijker met De rode oortjes van Uilenspiegel. Tijdens een uitgelezen diner zal Stien Van Himme ons vergasten op poëzie en verhalen met een erotisch kantje. Met rode oortjes en een gevuld buikje zullen we genieten van de woordkunst van deze vertelster. Inkom: niet bekend bij het ter perse gaan van dit nummer Info: Robert Steens - 09 355 81 98 robertsteens@hotmail.com Locatie: ‘Den Hazelaar’, Kerkstraat 75, Lochristi

Stadswandeling met gids in Oudenaarde + lunch in Eat@12 VERMEYLENFONDS OUDENAARDE Meer info op www.doorn12.be Deelname: € 22 (inclusief lunch). Overschrijven kan op rek. nr. BE73 6528 4416 9460 van Vermeylenfonds Oudenaarde Info en inschrijving: info@vcliedts.be of trudy.ernste@telenet.be Locatie: vertrek wandeling om 10:00 aan VC Liedtskasteel, Parkstraat 12, Oudenaarde

MAANDAG 5 SEPTEMBER & 10 OKTOBER 2016, 19:00 Samenkomst leesclub Leesvrij VC LIEDTS Bespreking van boeken uit de Liedts-bibliotheek. Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30 Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde

september 2016  >  63


AGENDA

VRIJDAG 9 SEPTEMBER 2016, 20:00 Mediaquiz Vermeylenfonds Gent - Benefiet Kom op tegen kanker

VC LIEDTS Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30 Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde

VERMEYLENFONDS GENT Na een pauze van een drietal jaar wordt een traditie in eer hersteld. Of toch niet? Niet helemaal; deze keer genieten we van de accommodatie van De Vierde Zaal en gaan we niet meer voor een ‘algemene’, maar wel resoluut voor een ‘Mediaquiz’. De beeld- en geluidscultuur waar we allemaal mee te maken hebben, laat zijn sporen na. Was je ook verslaafd aan Breaking Bad, luisterde je ook naar de Klassieke Top 100 van Klara en hoe heet dat nummer van Adele ook weer? Weet jij wie de hoofdrol speelt in de reeks The Hunger Games? Meet u met de ‘nerds’ tijdens een avond vol geluid en beeld. Deelname: € 20 ( per groep van 4 deelnemers). Storten op rek. nr. BE63 0017 2567 9308 van August Vermeylenfonds Gent Info en inschrijving (vóór 03/09): Alex Zenner, alex.zenner@telenet.be Locatie: De Vierde Zaal (naast Dienstencentrum), Driebeekstraat 2, 9050 Gentbrugge

MAANDAG 19 SEPTEMBER 2016, 20:00 Wijndegustatie VC LIEDTS Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30 Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2-4, Oudenaarde

DONDERDAG 22 SEPTEMBER (ONDER VOORBEHOUD) Performer Ben Benaouisse VERMEYLENFONDS OUDENAARDE Meer info volgt Info en inschrijving: info@vcliedts.be of trudy.ernste@telenet.be Locatie: VC Liedtskasteel, Parkstraat 12, Oudenaarde

VRIJDAG 7 OKTOBER 2016, 20:00 Strijkconcert Amici Della Musica VERMEYLENFONDS OUDENAARDE Inkom: niet bekend bij het ter perse gaan. Locatie: St-Laurentiuskerk, Ename

MAANDAG 17 OKTOBER, 20:00 Wijndegustatie

64  >  september 2016

DINSDAG 18 OKTOBER 2016 Voordracht Alain Remue Cel vermiste personen VERMEYLENFONDS OUDENAARDE Inkom: niet bekend bij het ter perse gaan. Info en inschrijving: info@vcliedts.be of trudy.ernste@telenet.be Locatie: VC Liedtskasteel, Parkstraat 12, 9700 Oudenaarde

loopt wanneer je deze ziekte hebt. De monoloog is gebaseerd op het boek Chemo van Christine Lafaille. Wintertulpen wordt beschreven als een boeiende, positieve monoloog. Na de voorstelling is er nog een nabespreking met Marleen Merckx. Inkom: € 15 Info en inschrijving: ronse@deMens.nu Locatie: CC De Ververij, Wolvestraat 37, Ronse

VRIJDAG 28 OKTOBER 2016, 20:00 Debat tussen Abou Jahjah en Maarten Boudry HUISVANDEMENS RONSE I.S.M. VC DE BRANDERIJ

RONSE DINSDAG 6 SEPTEMBER 2016, 20:00 Lezing: ‘De wereld wordt een stad’ Prof. dr. Eric Corijn HUISVANDEMENS RONSE I.S.M. VC DE BRANDERIJ, TRAP RONSE EN VORMINGPLUS VLAAMSE ARDENNEN-DENDER Steeds meer mensen wonen in de stad, wat een nieuwe manier van samenleven is. Vaker komen wereldproblemen voor in grote en kleine steden. Respect voor het milieu, gelijkheid, multiculturaliteit ... klinkt allemaal mooi maar hoe begin je er aan en is het wel realistisch? Hoe kan de verbondenheid tussen de diverse bewoners versterkt worden? Prof. dr. Eric Corijn – hoogleraar stadsstudies aan de VUB – deelt zijn visie en gaat met ons in dialoog. Gratis toegang Info en inschrijving (noodzakelijk): www.vormingplus-vlad.be/de-wereld-wordt-een-stad-0 Locatie: CC De Brouwerij, Priesterstraat 13, Ronse

VRIJDAG 21 OKTOBER 2016, 20:00 Wintertulpen Marleen Merckx HUISVANDEMENS RONSE I.S.M. VC DE BRANDERIJ, KOM OP TEGEN KANKER EN PALJAS VZW De toneelvoorstelling Wintertulpen is een monoloog gebracht door Marleen Merckx. Zij neemt het publiek mee in de gevoelswereld van een vrouw die verneemt dat ze borstkanker heeft. Op een heel gewone en soms zelfs grappige manier vertelt ze over het mentale en fysieke proces dat je door-

Maarten Boudry (verbonden aan UGent) is een jong, getalenteerd filosofisch gevaar. Hij houdt zich voornamelijk bezig met kritisch denken en het verdedigen van de Verlichtingswaarden. Dat hij zich ontpopt heeft als sterk criticaster van de verschillende godsdiensten is zelfs Richard Dawkins niet ontgaan. Boudry heeft reeds een vaste rubriek verworven in het Filosofie Magazine en schrijft regelmatig in De Standaard en De Morgen. Gewapend met wetenschappelijke feiten en met gereedschap uit het hedendaags sceptisch onderzoek fileert hij op een respectvolle manier de denkfouten in ieder van ons. Maarten Boudry plaatsen we tegenover de inmiddels berucht geworden Abou Jahjah. Abou Jahjah, ooit bestempeld als staatsvijand, is een Arabisch politiek activist en schrijver en was stichter van de Arabisch Europese Liga (AEL), een pan-arabische beweging die de belangen verdedigt van geëmigreerde moslims in Europa. Momenteel is hij voorzitter van Movement X (hij werd ooit vergeleken met de mensenrechtenactivist Malcolm X), een beweging die opkomt voor gelijke rechten en sociale rechtvaardigheid voor moslims. Hij schrijft wekelijks een column in De Standaard en door Knack werd hij uitgeroepen tot de op drie na invloedrijkste allochtoon van België. Boudry en Jahjah hebben allebei het heilige vuur van het woord geërfd en allebei houden ze ons een spiegel voor. Het debat tussen beiden zal niet alleen aan alle verwachtingen voldoen, het belooft een vlijmscherpe avond te worden! U bent van harte uitgenodigd op dit evenement maar alvast een waarschuwing: een sterk gebit en een

DEGEUS


AGENDA

stevige maag wensen wij jullie toe. Inkom: € 5. Info en inschrijving: ronse@deMens.nu. Locatie: CC De Ververij, Wolvestraat 37, Ronse

SINT-NIKLAAS ZONDAG 18 SEPTEMBER 2016, 14:00 Lezing: ‘Basisinkomen: een droom of realiteit?’ Prof. dr. Walter van Trier (UGent) VRIJGEZIND HVV SINT-NIKLAAS Het idee ‘Algemeen Basisinkomen’ is momenteel erg hot in onze samenleving. Er wordt door vele groepen en partijen over gediscussieerd. Een belangrijke reden is het verlies van arbeidsplaatsen door technologische vooruitgang zoals robotisering. Hierdoor verandert onze samenleving heel snel en dit brengt daarnaast ook ons systeem van sociale zekerheid uit balans. Het invoeren van een algemeen basisinkomen voor elke inwoner zou voor dit probleem misschien een oplossing (kunnen) bieden. Wat denk jij als vrijzinnige hierover? Welke invloed heeft dit op onze kijk op de mens in de maatschappij? Is het basisinkomen een recht zonder voorwaarden? Professor Walter van Trier (UGent) geeft ons zijn visie en gaat de discussie met ons aan. Parallel is er voor kinderen, die nog niet alleen thuis kunnen blijven, een creatief alternatief. Inkom: niet bekend bij het ter perse gaan Info en inschrijving: Vrijgezind.hvvsintniklaas@gmail.com Locatie: Freinetschool Villa Da Vinci, Koningin Astridlaan 96, Sint-Niklaas

DONDERDAG 27 OKTOBER 2016, 19:30 ‘Blijf bij mij’ - hoe we in relaties strijden voor macht en intimiteit

geconfronteerd met het leven van alle dag en dat leidt soms tot discussies. Veel koppels slagen erin om na wat gekibbel terug duurzame vrede te sluiten. Bij anderen verzandt de machtsstrijd in een langdurige stellingenoorlog. Maar hoe vermijd je dat die strijd het einde van je relatie betekent? In het boek Blijf bij mij legt seksuologe en relatiedeskundige Rika Ponnet de dieperliggende oorzaak van relatieproblemen bloot en toont ze hoe hechtingsstijlen aan de basis liggen van conflicten. In de lezing rond het boek gaat Rika Ponnet dieper in op de hechtingsstijlen en hoe ze onze relaties en relatieproblematieken beïnvloeden. Waarom trekken tegenpolen elkaar aan, maar stoten ze vaak na een tijd ook af? Waarom kiezen veel mensen telkens opnieuw voor de ‘foute’ partner? En waarom is ruzie en strijd een verborgen kreet om meer intimiteit? Inkom: € 8 Info en inschrijving: sintniklaas@demens.nu - 03 777 20 87 Locatie: HuisvandeMens Sint-Niklaas, Stationsplein 22, Sint-Niklaas

OPGELET! Het HuisvandeMens Sint-Niklaas is verhuisd. Vanaf 1 september 2016 vind je ons terug op onze nieuwe locatie: Stationsplein 22, 9100 Sint-Niklaas Het huisvandeMens Sint-Niklaas is elke werkdag open van 9:00 tot 17:00. Je kan gewoon binnenspringen of een afspraak maken: 03 777 20 87 / sintniklaas@demens.nu Onze dienstverlening is kosteloos Meer info: www.demens.nu

ZOTTEGEM ZONDAG 4 SEPTEMBER 2016, 14:00 Vrijetijdsmarkt GRIJZE GEUZEN ZOTTEGEM Gratis toegang Info: JP D’Hoker - 09 360 90 72 Locatie : Bevegemse Vijvers Zottegem

Rika Ponnet HUISVANDEMENS SINT-NIKLAAS Na de eerste verliefdheid vallen de oogkleppen af en ontstaat in veel relaties een strijd om macht. Je gaat je ergeren aan kleine kantjes, je bent bang om teveel van jezelf te moeten opgeven, er ontstaat een bepaalde sleur … Kortom, beide partners worden

DEGEUS

DONDERDAG 8 SEPTEMBER 2016, 10:00 Natuurwandeling GRIJZE GEUZEN ZOTTEGEM Iedereen welkom op deze natuurwandeling in één van de mooiste natuurparels van Vlaanderen: de Bourgoyen-Ossemeer-

sen te Gent. Deelname: € 10 (leden) / € 12 niet-leden Info: Van Dorpe Erna - 09 360 90 90 Inschrijving: Marleen Van Den Brulle marleen.vandenbrulle@skynet.be - 09 36009 53 Locatie: Afspraak aan de parking Bevegemse Vijvers

DONDERDAG 8 SEPTEMBER 2016, 19:30 Toogbabbel Plus - Cocktailavond HVV-ZZH Iedereen welkom op de cocktailavond in het huisvandeMens. Gratis deelname. Info en inschrijving: zottegem@deMens.nu 09 326 85 70. Locatie: huisvandeMens Zottegem, Hoogstraat 42, Zottegem

WOENSDAGEN 14, 21 EN 28 SEPTEMBER 2016 9:30 - 12:00 Leren ontspannen HVDM ZOTTEGEM I.S.M. VORMINGPLUS VLAAMSE ARDENNEN-DENDER VZW Kennis van je eigen stresspatronen werkt preventief te­ gen gevolgen van langdurige stress. Je leert lichamelijke en mentale signalen herkennen: de start van je nieuwe stressbehendigheid! Het is niet de kunst om stress te mijden, wel om er goed mee om te gaan. Zonder een gezonde portie stress zou ons leven minder boeiend zijn. Deelname: € 30 (hele reeks) Info en inschrijving: zottegem@deMens.nu - 09 326 85 70 Locatie: huisvandeMens Zottegem, Hoogstraat 42, Zottegem

WOENSDAG 21 SEPTEMBER 2016, 20:00 Theatermonoloog ‘Hoofd vol mist’ HVDM ZOTTEGEM I.S.M. DEMENTIEVRIENDELIJK ZOTTEGEM Hoofd vol mist is een theatermonoloog over Alzheimer, naar de werken van Kees Opmeer en Johan Van Oers in een regie van Magda Van der Aa. Inkom: € 10 / € 5 (MIA korting). Reservatie en ticketverkoop via UITbalie, Stadsbibliotheek Kasteel van Egmont Zottegem - 09 364 69 33 Locatie: CC Zoetegem, Hospitaalstraat 20, Zottegem

september 2016  >  65


AGENDA

DONDERDAG 22 SEPTEMBER 2016, 14:00

DONDERDAG 13 OKTOBER 2016, 19:30

Infosessie over het levenseinde

Lezing ‘Slapeloosheid. De do’s and don’ts van een waakprobleem’

HVDM ZOTTEGEM I.S.M. NETWERK LEVENSEINDE EN STAD ZOTTEGEM Welke wilsverklaringen kan je vooraf invullen, en hoe doe je dat correct? Hoe kan je aangeven dat je bepaalde behandelingen wel of niet wenst? Wat is het verschil tussen euthanasie en palliatieve sedatie? Is euthanasie mogelijk voor dementerende personen? In de media komt het thema levenseinde regelmatig aan bod, en tegelijk zijn er nog veel misverstanden over de wettelijke mogelijkheden. In toegankelijke taal en met concrete voorbeelden maken vrijzinnig humanistisch consulent Liesbeth Geeroms en deskundige levenseindezorg Marc Cool van Netwerk Levenseinde je wegwijs in de mogelijke beslissingen bij het levenseinde. Marc Holderbeke, diensthoofd burgerlijke zaken, geeft aansluitend een woordje uitleg over de dienstverlening van de dienst bevolking over dit thema. Gratis toegang Info: zottegem@deMens.nu - 09 326 85 70 Inschrijving: ldcegmont@ocmw.zottegem.be 09 364 56 95 Locatie: Lokaal Dienstencentrum Egmont Deinsbekestraat 23, Zottegem

VRIJDAG 23 SEPTEMBER 2016, 19:30 Openlucht filmvoorstelling ‘Chocolat’ VRIJZINNIG ZOTTEGEM I.S.M. CURIEUS ZOTTEGEM De film start bij schemerdonker. Gratis toegang Info: zottegem@deMens.nu - 09 326 85 70 Locatie: Zavel, Zottegem

Dr. Aisha Cortoos (VUB) HUISVANDEMENS ZOTTEGEM Tijdens deze lezing wordt slapeloosheid vanuit een psychofysiologisch standpunt belicht, waarbij de slaap-waakmechanismen worden toegelicht en de do’s en don’ts bij slapeloosheid besproken. Inkom: niet bekend bij het ter perse gaan Info en inschrijving: zottegem@deMens.nu - 09 326 85 70 Locatie: huisvandeMens Zottegem, Hoogstraat 42, Zottegem

DONDERDAG 20 OKTOBER 2016, 14:00 - 16:00 Dag tegen kanker: meditatiesessie Maaike Everaert HUISVANDEMENS ZOTTEGEM Ademen is leven. Hoe dieper we ademen, hoe dieper we voelen en hoe intenser we in het leven staan. Als je kanker hebt (gehad) of je bent verbonden met iemand die kanker heeft (gehad) dan kan het zijn dat de emoties die daarbij komen kijken zo moeilijk voor je waren dat je oppervlakkiger bent gaan ademen. Want dan voel je ze minder. Helaas voel je daardoor ook de fijne dingen veel minder. Ook je energie, je vitaliteit gaat naar beneden. Je levensvuur komt op een waakvlammetje te staan. Met een zachte meditatie nodigt Maaike je uit om rustig en zonder forceren dieper te ademen om zo je levensvuur terug aan te wakkeren. Voor ieder die op een of andere manier met kanker in aanraking is gekomen (zelf of vriend, familie, collega, …). Je hebt enkel een matje en/of dekentje nodig.

DONDERDAG 6 OKTOBER 2016, 19:30 Filosofiecafé Alex Klijn

Gratis deelname Info en inschrijving: zottegem@deMens.nu - 09 326 85 70 Locatie: huisvandeMens Zottegem, Hoogstraat 42, Zottegem

HVV - ZZH Neem zelf deel aan filosofische gesprekken onder de deskundige leiding van Alex Klijn. Gratis deelname Info en inschrijving: zottegem@deMens.nu - 09 326 85 70 Locatie: huisvandeMens Zottegem, Hoogstraat 42, Zottegem

66  >  september 2016

Deelname: € 10 (leden) / € 12 niet-leden Info en inschrijving: William Lampens william_lampens@skynet.be - 0473 92 55 25 Locatie: Afspraak aan het station, Stationsplein 12, Zottegem

WOENSDAG 26 OKTOBER 2016, 9:30 Bezoek aan het Vlaams Parlement en het museum van de Vrijmetselarij

WILLEMSFONDS NATIONAAL VRIJDAG 30 SEPTEMBER 2016, 18:30 Vier de geboorte van de Blauwe Fakkelteit WILLEMSFONDS VZW Nee, geen schrijffout. Wel een samensmelting van onze ‘blauwe’ liberale eigenheid in de breedste zin van het woord met onze vrijzinnigheid, in een heuse faculteit. Een splinternieuw vormingscentrum op maat van het Willemsfonds, dat is de Blauwe Fakkelteit! Minister Guy Vanhengel, onze decaan, neemt de Fakkelteit onder zijn vleugels. Hij opent op vrijdag 30 september 2016 plechtig ons eerste academiejaar. Kom mee vieren! Je bent welkom vanaf 18:30 in Campus Dansaert-Bloemenhof, Zespenningenstraat 70, Brussel, voor een broodje. Om 19:00 wordt het officiële startschot gegeven. Hierna volgt een korte voorstelling van het aanbod van de Blauwe Fakkelteit. Om 19:30 vliegen we er in met een eerste vorming. Miet Timmers, coördinator van Generatielink, leert ons hoe we andere generaties bereiken en betrekken bij onze verenigingswerking. Lokale afdelingen kampen soms met moeilijkheden om nieuwe generaties aan te trekken en/of te behouden. Hoe komt dit? Van 21:00 tot 21:30 klinken we op ons nieuwe vormingscentrum. Iedereen is welkom! Graag een seintje aan ons secretariaat als je er bij wil zijn. We geven je nu al mee dat je op woensdag 14 juni 2017 terecht kan in het Lakenmetershuis (Vrijdagmarkt 24-25, Gent) voor de vorming ‘Op zoek naar nieuwe vrijwilligers’. Gratis toegang Info: Willemsfonds vzw - 09 224 10 75 info@willemsfonds.be Locatie: Campus Dansaert-Bloemenhof, Zespenningenstraat 70, Brussel

GRIJZE GEUZEN ZOTTEGEM

DEGEUS


COLOFON

Hoofdredactie: Fred Braeckman

LIDVERENIGINGEN VC-G

Eindredactie: Griet Engelrelst, Thomas Lemmens Redactie: Kurt Beckers, Freia DeBuck, Annette De Vos, Frederik Dezutter, Karim Zahidi Vormgeving: Gerbrich Reynaert Druk: New Goff

Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Kurt Beckers

Gerbrich Reynaert

Annette De Vos

Frederik Dezutter

Freia DeBuck

Karim Zahidi

Verantwoordelijke uitgever: Sven Jacobs p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Kurt Beckers, Stefaan Blancke, Eddy Bonte, Fred Braeckman, Jan Claes, Willem Elias, Philippe Juliam, Liesbet Lauwereys, Pierre Martin Neirinckx, P ­ ascal Nicolas, Renaat Ramon, Elif ­Stepman, Sebastien Valkenberg, Gie van den Berghe, Norbert Van Yperzeele, Kris Velter, Ive Verdoodt. Cover: Alle rechten voorbehouden, publiek domein De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Het VC-Geuzenhuis coördineert, ondersteunt, bundelt de Gentse vrijzinnigen in het Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 – f09 222 70 73 admin@geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas@geuzenhuis.be en Griet Engelrelst, griet@geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overgenomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers).

LIDMAATSCHAPPEN Kunst in het Geuzenhuis €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds €15 (-26 jarigen gratis) op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lidgeld naam, voornaam, geboortedatum, M of V’. Willemsfonds €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Ledenrekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’.

ABONNEMENTEN De Geus zonder lidmaatschap: €13 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €2. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG.

De Cocon vzw, Jeugdhulp aan huis info: 09 222 30 73 of 09 237 07 22 info@decocon.be - www.decocon.be Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Thomas Lemmens - 09 220 80 20 thomas@geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens - 09 233 52 26 gent@deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck@gmail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve - 09 220 80 20 hvv.gent@geuzenhuis.be Humanistisch - Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe - 09 222 29 48 hvv.ovl@geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: R. Van Mol - 0479 54 22 54 rvanmol@hotmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Griet Engelrelst - 09 220 80 20 griet@geuzenhuis.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info@sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2@telenet.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info@vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info@willemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: info@digimores.org www.digimores.org

PARTNER De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 zaterdag en zondag vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 - geusvangent@gmail.com huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Sint-Antoniuskaai 2, 9000 Gent 09 233 52 26 - f 09 233 74 65 gent@deMens.nu Met de steun van IMD

Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

DEGEUS

september 2016  >  67


De Geus september 2016  

Magazine Vrijzinnige Actualiteit Oost-Vlaanderen

De Geus september 2016  

Magazine Vrijzinnige Actualiteit Oost-Vlaanderen

Advertisement