Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

50 jaar mei ’68 EEN STRIJD VOOR PERSOONLIJKE BEVRIJDING

Vélo Afrique FIETSEN VOOR BETER ONDERWIJS IN AFRIKA

ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT TWEEMAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 50 › NR. 3 › MEI 2018 › PRIJS LOS NUMMER €4


INHOUD

2  >  mei 2018

VAN DE REDACTIE Geobsedeerde masturbanten

3

PLAKKAAT Ondraaglijk psychisch lijden is niet altijd te behandelen

4

ACTUA Complotten, doofpotten en een handvol zotten Ik kijk dan op naar Nederland Mei ’68 en de hippies

7 12 14

FILOSOOF Het belang van religiositeit in het twintigste-eeuwse humanisme

18

VRAAGSTUK Het nut van vaccinatie

23

MENSELIJK AL TE MENSELIJK Des blancs sur le vélo!

26

CULTUUR Roland Van den Berghe

36

BOEKENREVUE God voorbij Melancholie van de onrust

42 44

FILM Kumarè

46

POËSTILLE De Open Ogen van Remco Campert

47

RETROGEUS Edito Sonja Eggerickx Infolijst House genres Voor meer kleur in de samenleving Dossier seksualiteit, het condoom

48 49 49 50

ABECEDARIUM De D van Debat

52

NIEUWSBRIEF

53

COLOFON

55

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

Geobsedeerde masturbanten ‘Geobsedeerde masturbanten’, ‘jongeren die hun lichaam afbeulen’ en dreigen te vervallen in de ‘eenzijdigheid van de seksuele maniak’. Masturbatie is een ‘sollipsistisch gedoe’, voor jongeren niet zonder gevaar en voor volwassenen een ‘gebrekkige vorm van bevrediging’. Aan het woord is niet Dries Van Langenhove van het gezellige Schild en Vriendjes, maar verbazend genoeg Jaap Kruithof en Jos Van Ussel. De eerste een meesterlijk provocateur en voor niets of niemand terugdeinzende progressief, de andere een seksuoloog die nooit een blad voor de mond nam en een belangrijke rol heeft gespeeld in de seksuele emancipatie in de Lage Landen. Het zijn citaten uit Jeugd voor de muur (1962), een boekje dat ik enkel ken dankzij een recensie van Gie van den Berghe op zijn blog Serendip, en waaruit al deze citaten geplukt zijn. Ook hun opmerkingen over pornografie (‘te brutaal’), homoseksualiteit (die volgens de auteurs in veel gevallen ontstaat wanneer ‘de toegangswegen naar de heteroseksualiteit te zeer zijn versperd’ en kan verholpen worden ‘door de weg naar het andere geslacht vrij te maken’) of prostitutie (‘slechts wie arm is aan menselijk contact is gedwongen veel geld te besteden aan het kopen van seksualiteit’) doen vandaag de dag de wenkbrauwen fronsen. Zeker als je weet dat ze komen van onverschrokken dwars- en vrijdenkers als Kruithof en Van Ussel, nota bene in een boek dat als doel had een harde aanklacht te zijn tegen het verstikkende seksuele klimaat in het Vlaanderen van toen en een pleidooi te vormen voor een revolutie naar een nieuwe seksuele moraal. Het toont aan dat zelfs Kruithof en Van Ussel kinderen van hun tijd waren en dat alle revolutionaire, emancipatorische en progressieve bedoelingen ten spijt de vooroordelen, taboes en bekrompen opvattingen die in 1962 mainstream waren, ook bij hen doorsijpelden. Dit alles illustreert van hoe ver we komen en geeft een indruk van de lange weg die we de afgelopen vijf decennia hebben afgelegd. Pivoteerpunt was ontegensprekelijk de revolte van mei ’68 en summer of love die eraan voorafging. In zijn stuk over vijftig jaar mei ’68 karakteriseert Eddy Bonte de essentie van die beweging dan ook als een streven naar (individuele) vrijheid en in de eerste plaats als protest tegen die personen en structuren die vrijheidsberovend en -beknottend optreden. Het mag dan wel leuk en cool zijn om cynisch te doen over mei ’68, door erop te wijzen dat deze ‘revolte’ de deur openzette naar het lifestylemarketingkapitalisme dat we zo goed kennen, of door het falen van de seksuele bevrijding en de vrije liefde centraal te stellen zoals schrijvers als Houellebecq dat graag doen, maar hoe je het ook draait of keert: niemand met gezond verstand wil terug naar een wereld zoals die van voor ’68.

Op deze manier bekeken, is mei ’68 een late loot aan de boom van de moeder aller moderne emancipatorische bewegingen: de Verlichting. Zo stelde ook Paul Goossens, een man die er in ’68 van op de eerste rij bij was, in zijn kerstessay dat eind vorig jaar in De Standaard verscheen (DS, 19/12/2017). Dat was om meerdere redenen een verfrissend essay, temeer omdat Goossens ongegeneerd wijst op de Verlichting, het ‘durf te denken’, als ‘een sleutel voor de individuele en collectieve emancipatie. […] De springstof die het ancien régime ontwrichtte, kerk- en andere vorsten vele octaven lager deed zingen en Friedrich Schiller tot Alle Menschen werden Brüder inspireerde.’ Het is dan ook bijzonder triestig dat de enige politici die tegenwoordig nog de erfenis van de Verlichting lijken te omarmen en roeptoeteren en tweeten dat alleen zij nog opkomen voor onze Verlichtingswaarden, politici zijn wiens wereldbeeld zwaar schatplichtig is aan antiVerlichtingsdenkers als Burke, Dalrymple en Scruton. Om het in de woorden van Goossens te zeggen: ‘Hun wereld is verankerd in onderwerping en gehoorzaamheid aan traditie en cultus van de natie.’ Zogenaamd progressieve denkers, die zich vastbijten in het identitaire of intersectionele discours, linken de Verlichting tegenwoordig graag aan slavernij, seksisme, racisme en zelfs de Holocaust. Het bestek van dit redactionele stuk is te beperkt om die onzin hier argumentatief te ontkrachten, maar het is toch hemeltergend dat progressieve krachten op deze manier zich de kaas van het brood laten eten. Terwijl het net de Verlichting is, haar methodes en waarden, die ons kan wapenen tegen die aspecten van de menselijke natuur waar demagogen en populisten al te graag misbruik van maken: tribalisme, nationalisme, autoritarisme, magisch denken, dehumanisering. Dat is de boodschap van Steven Pinker in zijn nieuwe boek Enlightment Now. The case for reason, science, humanism and progress. Ondanks de van rampspoed zwangere krantenkoppen en mediaberichten, is de toestand van de mensheid beter dan ooit: mensen leven gelukkiger, gezonder, langer …. Er is reden voor vooruitgangsoptimisme. Dat hebben we, dixit Pinker, te danken aan de Verlichting en haar project gebaseerd op rede, wetenschap en vooruitgang. En hoewel de problemen die ons vandaag bedreigen reëel zijn, liggen de oplossingen volgens Pinker in diezelfde Verlichting, niet in het verketteren ervan. Hier komt de uitsmijter: voor wie Steven Pinker zelf eens aan het woord wil horen, hebben we goed nieuws. Hij komt op 10 november naar Gent om te spreken op de vijfde editie van de Nacht van de Vrijdenker! Tot dan? De Redactie

DEGEUS

mei 2018  >  3


PLAKKAAT

Ondraaglijk psychisch lijden is niet altijd te behandelen De Belgische wet van 2002 laat euthanasie toe omwille van ondraaglijk (psychisch) lijden door een ongeneeslijke psychiatrische ziekte. Toch komen vanuit conservatieve hoek steeds meer stemmen op om deze wet terug te schroeven. Volgens prof. dr. Wim Distelmans beroepen tegenstanders van de huidige wet zich echter op pseudoargumenten en laten zij zich te veel leiden door emoties, waardoor een genuanceerd debat onmogelijk wordt. Recent nog ging hij in het TV-programma De Afspraak het debat aan met Margot Cloet van Zorgnet-Icuro, die de termijn tussen de aanvraag en de uitvoering van euthanasie bij niet-terminale psychiatrische patiënten in één maand te kort vindt. HARDNEKKIGE TEGENSTANDERS Zowat vijf jaar bestaat er oppositie tegen euthanasie in de psychiatrie. De initiële aanzet kwam door getuigenissen van verbolgen familieleden van psychiatrische patiënten die euthanasie hadden gekregen. Tegelijk verschenen in de media jonge psychiatrische patiënten met een euthanasieverzoek. Denk aan het interview van ‘Laura’ in De Morgen (zie DM, 19-06-2015, nvdr). Dit kreeg weinig weerklank in de Belgische pers waarop een furieus familielid zich naar de buitenlandse redacties richtte. Berichten over ‘Dr Death goes to Auschwitz’ in de The Daily Mail (artikel verscheen op 13-072013 en portretteert Wim Distelmans als Dr. Death. Het bracht de studiereis die Wim Distelmans organiseerde naar Auschwitz in het kader van mensenrechten en lijden, onoprecht naar voor als een ‘inspiratiereis voor euthanasie’,

4  >  mei 2018

nvdr), een tendentieus stuk in The New Yorker en bedenkelijke opinies op enkele websites zijn hiervan voorbeelden. Wellicht trachtte hij samen met zijn aanhang zo de Belgische pers te beïnvloeden. Het verhoopte boemerangeffect bleef uit en ook bij de bevolking was er weinig begrip. De hetze had wel als gevolg dat principiële tegenstanders – om welke redenen ook – van euthanasie (in de psychiatrie) elkaar vonden. De acties zijn hierdoor wat meer geconcerteerd, bitsiger en niet altijd gehinderd door intellectuele eerlijkheid. Bovendien wordt er dikwijls op de man in plaats van op de bal gespeeld. Gezien de polemiek, krijgt deze beperkte, maar hardnekkige groep onevenredig veel aandacht. Hun open brieven worden tevens gretig opgepikt door enkele conservatieve politici. En hun actieterrein deint maar uit. Niet alleen euthanasie

op psychiatrische patiënten moet het ontgelden, maar de euthanasiewet is volgens hen dringend aan evaluatie toe en de werking van de Federale Commissie Euthanasie deugt al helemaal niet meer.

De recente stellingname van de Broeders van Liefde moet de tegenstanders toch wel wat zure oprispingen hebben bezorgd ERKENNING VAN ONBEHANDELBAAR ONDRAAGLIJK PSYCHIATRISCH LIJDEN De recente stellingname van de Broeders van Liefde (in de loop van 2017 stelden de Broeders van Liefde in een visietekst over euthanasie bij psychiatrisch lijden in een niet-terminale situatie dat ze, in de eerste plaats, het ondraaglijk en uitzichtloos lijden en het verzoek tot euthanasie van hun patiënten ernstig nemen, en dat het onder strikte voorwaarden mogelijk moet zijn euthanasie uit te voeren als er geen enkele mogelijkheid meer is om een redelijk behandelperspectief aan de patiënt te bieden, nvdr) moet de tegenstanders toch wel wat zure oprispingen hebben bezorgd. Toegegeven, deze visietekst maakt euthanasie op psychiatrische patiënten haast onmogelijk in de praktijk, maar de publicatie ervan impliceert wél formele erkenning van het bestaan van onbehandelbaar ondraaglijk psychiatrisch lijden. Niet te onderschatten als men zich de verkrampte reacties van het Vaticaan herinnert.

DEGEUS


PLAKKAAT

WAAROM WAS ER EEN EUTHANASIEWET NODIG? Ook vóór de euthanasiewet (2002) werd euthanasie uitgevoerd, ondanks degelijke palliatieve zorg. Palliatieve zorg kan echter niet alle ondraaglijk leed verzachten. Artsen beëindigden soms iemands leven om het lijden te stoppen.

Vandaag is het voor iedereen duidelijk dat, ondanks palliatieve zorg, terminaal lijden helemaal niet uitzonderlijk is

Wim Distelmans © Liza Janssens

Ook vóór de euthanasiewet (2002) werd euthanasie uitgevoerd, ondanks degelijke palliatieve zorg De tegenstanders blijven echter hardnekkig op dezelfde nagel kloppen. Sommige organisaties voelden zich hierdoor aangesproken. Eind 2017 verscheen het advies – uitdrukkelijk niet richtlijn genoemd – van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP). De vereniging wilde niet wegblijven uit het maatschappelijk debat en publiceerde deze denkoefening in navolging van de gelijkaardige tekst uit 2009 van de Nederlandse

DEGEUS

Vereniging voor Psychiatrie. De VVP wil hiermee psychiaters handvatten aanreiken. Hoewel het geen consensustekst is – binnen de VVP heersen hierover uitgesproken tegengestelde meningen – beschrijft de aanbeveling in feite wat al wordt toegepast in de zorgvuldige dagelijkse praktijk. Begin 2018 volgde de nota van de Vlaamse ziekenhuiskoepel Zorgnet-Icuro. Deze is christelijk geïnspireerd, erg restrictief en weinig relevant voor de dagelijkse werking. Wat men ook van deze teksten vindt, door het bestaan ervan wordt de realiteit van onbehandelbaar ondraaglijk lijden én ongeneeslijke psychiatrische patiënten nogmaals bevestigd.

Men noemt dit mercy killing of de genadedood. Het is een noodsituatie waarin de arts moet kiezen tussen twee conflicterende waarden: een einde maken aan iemands lijden versus zijn leven redden. In landen met een euthanasiewet spreekt men van euthanasie wanneer de patiënt er zelf om vraagt. Wanneer niet, heet dit ‘levensbeëindiging zonder verzoek’. Beide gebeurden voor de euthanasiewet onder de radar, omdat artsen zich niet wilden verantwoorden aan een rechter. Misschien oordeelde die wel dat het leven steeds primeert op het lijden. Weinig artsen wilden dit risico lopen waardoor patiënten in de kou bleven. Wanneer ze het toch deden was het dikwijls zonder overleg en niet altijd even zorgvuldig. Tenoren van de toenmalige christendemocraten (CVP) vonden echter een wettelijke regeling niet nodig wegens het bestaan van de rechtsfiguur van de noodsituatie. Volgens hen handelen artsen bij de genadedood uit medelijden of compassie en mag dit enkel nadat alle (palliatieve) zorg gefaald heeft. Bovendien was er volgens de CVP geen wet nodig gezien de zeldzaamheid van de terminale noodtoestand. Vandaag is het voor iedereen duidelijk dat, ondanks palliatieve zorg, terminaal lijden helemaal niet uitzonderlijk is. De CVP negeerde ook het bestaan van ondraaglijk fysiek en/ of psychisch lijden bij niet-terminale aandoeningen en los van een palliatieve begeleiding. Denk aan verschrik-

mei 2018  >  5


PLAKKAAT

kelijke neurologische aandoeningen zoals ALS, verlammingen, uitbehandelde psychiatrische patiënten enzomeer. Hier betreft het geen mercy killing uit medelijden maar euthanasie uit medeleven en respect voor hun autonomie of zelfbeschikkingsrecht. Omdat principiële christenen – die vasthouden aan heteronomie – dit niet aanvaarden, bleven zij de ‘noodtoestand’ verdedigen zonder wettelijke regeling.

Het kan niet dat de wetgever ook gedetailleerd zou voorschrijven hoe artsen professioneel en medicotechnisch moeten omgaan met euthanasie. De wetgever bepaalt ook niet hoe een chirurg een hartoperatie moet uitvoeren Er was nood aan een democratisch gestemde wet om artsen te beschermen tegen willekeurige rechtspraken én mensen het recht te geven op een euthanasieverzoek, zowel in terminale als in niet-terminale situaties. De wet was ten slotte nodig omdat in alle wetgevingen ter wereld, die door het christendom zijn beïnvloed, een streng taboe heerst op het doden van medeburgers. Volgens artikel 394 van het Belgisch Strafwetboek is ‘doden met voorbedachte rade’ moord. Dit geldt zelfs wanneer de betrokkene – een ondraaglijk lijdende patiënt – heeft ingestemd. In de Benelux-landen werd de euthanasiewet slechts aanvaard omdat er strenge voorwaarden zijn ingeschreven. Moest euthanasie zomaar binnen de ‘colloque singulier’ van de arts-patiënt relatie zijn toegelaten, enkel gebaseerd op ‘patiëntenrechten’ en zonder maatschappelijke toetsing zoals door een Federale Commissie Euthanasie, zou de Benelux wereldwijd alle moreel respect hebben verloren. Zonder collegiale toetsing of voorwaarden zou dit bovendien een enorme macht én verantwoordelijkheid aan de arts bieden.

6  >  mei 2018

MOET DE EUTHANASIEWET VOOR PSYCHISCH LIJDEN AANGEPAST WORDEN? Professor Herman Nys (KU Leuven) vindt dat een (euthanasie)wet enkel een kader moet bieden waarbinnen artsen zich kunnen bewegen onder bepaalde condities. Deze voorwaarden zijn strikt in overeenstemming met de wettelijke definitie van euthanasie en betreffen een vrijwillig, herhaald en duurzaam verzoek van een wilsbekwame patiënt die onbehandelbaar ondraaglijk lijdt door een ongeneeslijke aandoening. Ik volg hem hier in. Het kan niet dat de wetgever ook gedetailleerd zou voorschrijven hoe artsen professioneel en medicotechnisch moeten omgaan met euthanasie. De wetgever bepaalt ook niet hoe een chirurg een hartoperatie moet uitvoeren, een kankerpatiënt moet behandeld worden of hoe een patiënt met een persoonlijkheidsstoornis moet opgevolgd worden. Dat is de verantwoordelijkheid van de medische faculteiten, de erkenningscommissies, bijscholingen, intervisiegroepen met peers, intercollegiaal overleg enzomeer. Het is ook op deze wijze dat de Federale Commissie Euthanasie werkt. Zij evalueert of de hoger geciteerde voorwaarden werden gerespecteerd, maar heeft niet de competentie of het mandaat om de beroepsbekwaamheid van de artsen te evalueren. Jammer dat men om politieke redenen – in de hoop dat de voormalige CVP ook zou meestemmen, wat ze finaal niet heeft gedaan – toch enkele voorschriften in de euthanasiewet heeft ingebouwd. Er is een strengere procedure voorzien bij niet-terminale (bijvoorbeeld psychiatrische) dan bij terminale patiënten. Hier zijn twee adviezen nodig, waarvan één van een specialist of psychiater, terwijl bij terminale patiënten er één volstaat. Bovendien is er bij niet-terminale patiënten een maand wachttijd voorzien. De wet definieert echter nergens het verschil tussen terminaliteit en niet-terminaliteit. Ze laat dit over aan de interpretatie van de behandelend arts. In Nederland heeft men het wettelijk kader waarbinnen artsen kunnen praktiseren wars van gedetailleerde voorschriften

bepaald. Er is geen opsplitsing tussen terminale en niet-terminale aandoeningen. Er is maar één collegiaal advies nodig, geen verplichte betrokkenheid van een psychiater en geen wettelijk te respecteren wachttijd. Men laat dit over aan de professionele inschatting van de behandelend arts. De tegenstanders willen integendeel de voorschriften nog restrictiever maken. Ze willen een wachttijd van minstens een jaar en een verplicht gunstig advies van twee psychiaters. Sommigen willen het psychisch lijden compleet uit de euthanasiewet schrappen – dus ook bij terminale kankerpatiënten – of de wet gewoon afschaffen. Dit wijst op weinig of zelfs geen vertrouwen in de vakkundigheid van artsen en psychiaters. Geen enkele patiënt of arts is verplicht gebruik te maken van de euthanasiewet. Drie aparte organisaties hebben duidelijk bevestigd dat psychiatrische patiënten onherroepelijk ondraaglijk kunnen lijden. Waarom proberen de tegenstanders zo fanatiek op een intolerante en ethisch bedenkelijke manier al wat hiermee betrekking heeft in diskrediet te brengen? Het doel heiligt blijkbaar de middelen. Van familieleden kunnen zulke reflexen begrijpelijk uitgaan van een gecompliceerd rouwproces, schuldgevoelens of onmacht. Van professionelen verwacht men meer respectvolle reacties, niet emotioneel gestuurd door casuïstiek. Soms zo karikaturaal dat men alleen kan besluiten dat deze tegenstanders ‘gewoon’ anti zijn – wellicht weten ze soms niet waarom – en nadien (pseudo)argumenten verzamelen om dit te staven. Dit verklaart ook waarom ze niet open staan voor tegenargumentatie waardoor dit belangrijk en genuanceerd maatschappelijk debat jammer genoeg in het gedrang komt. Wim Distelmans, Leerstoel ‘Waardig Levenseinde’ van de deMens.nu aan de VUB

DEGEUS


ACTUA

© Wikimedia commons

Complotten, doofpotten en een handvol zotten BOUDRY VS. VERMEEREN OVER 9/11 Op woensdag 20 maart 2018 vond in de gebouwen van de UGent een debat over de aanslagen van 11 september 2001 plaats tussen wetenschapsfilosoof Maarten Boudry en de Nederlandse ingenieur Coen Vermeeren. De organisatie was in handen van Peter Vereecke, ex-CD&V-burgemeester van Evergem en Vlaanderens bekendste complotdenker. Moderator van dienst, nu ja, was Rob Vanoudenhoven.

DEGEUS

Maarten Boudry was tot voor kort verbonden aan de UGent en is momenteel zelfstandig filosoof-schrijver. Samen met Johan Braeckman schreef hij De ongelovige Thomas heeft een punt. Een handleiding voor kritisch denken (2011) waarin ze onder meer op zoek gingen naar mogelijke verklaringen voor het immer populairder wordende complotdenken. Coen ­Vermeeren was tot 2012 docent

mei 2018  >  7


ACTUA

Materialen, Productietechnieken en Constructies aan de Technische Universiteit van Delft en later hoofd van de Studium Generale aldaar. In 2017 verliet hij Delft en verkaste naar Breda. V ­ ermeeren schreef het boek 9/11 is gewoon een complot (2016) en lijkt zich de laatste jaren aan steeds woestere complottheorieën te wagen. Hoogstwaarschijnlijk maakte dat zijn positie aan de TUDelft onhoudbaar.

De keuze om een confrontatie aan te gaan met complotdenkers mondt hoe dan ook uit in een dilemma WAAROM EEN DEBAT? De keuze om al dan niet een inhoudelijke confrontatie aan te gaan met complotdenkers, of creationisten, negationisten, aanhangers van alternatieve geneeskunde en aanverwanten, mondt hoe dan ook uit in een dilemma. Enerzijds zou een weigering om in discussie te treden aantonen dat bepaalde afwijkende ideeën te gevaarlijk of te bedreigend zouden zijn voor de academische wereld, voor de gevestigde orde. De vrije meningsuiting zou beknot worden en men lijkt de (waan-)gedachte te bevestigen dat er iets te verbergen valt. Indien men daarentegen toch de handschoen opneemt, verleent men voorstanders van pseudowetenschappen een vorm van geloofwaardigheid waarnaar ze zo hard snakken. En dat besefte de organisator van het 9/11-debat zeer goed: de grote winnaar van het debat was niet ‘de waarheid’, zoals een al te pompeuze Peter Vereecke zichzelf en zijn publiek probeerde wijs te maken, maar Peter Vereecke zelf. Hij heeft er per slot van rekening voor gezorgd dat ‘de moeder aller aanslagen’ werd ‘besproken door twee universitaire experts’, zoals hij triomfantelijk meldde in zijn nieuwsbrieven voor en na. En dat voor een zo goed als eigen publiek in de universiteitsgebouwen: double whammy. Dat u en ik morgen ook een debat kunnen laten doorgaan in diezelfde gebouwen over het seksleven

8  >  mei 2018

van tuinkabouters, het geheugen van water of bijna eender welk onderwerp naar keuze is een detail dat in deze context gemakshalve achterwege wordt gelaten. De huur van een aula is een logistieke aangelegenheid, geen academische. De inhoud van het evenement wordt principieel zo weinig mogelijk beoordeeld door de UGent.

GEEN FALISIFIEERBARE ALTERNATIEVE THEORIE Maarten Boudry besefte wel degelijk de hieraan verbonden nadelen en daarom kwam hij af met een beter idee. Als er niet veel te winnen valt in een debat met een complotdenker, omdat deze toch eerder via retorische trucs op de emoties van het publiek inspeelt dan op wetenschappelijke bevindingen, dan moet de winst op een ander gebied gezocht worden. Boudry vroeg aan de organisator een dubbele gage en stortte dat meteen door naar een goed doel, namelijk Against Malaria Foundation, een organisatie die binnen de Effective Altruism-beweging als één van de meest efficiënte in zijn soort wordt beschouwd. Op die manier worden honderden kinderen geholpen. Coen Vermeeren koos eveneens een goed doel uit: de Studium Generale Breda, opgericht door een stichting die voorgezeten wordt door Vermeeren zelf. Dat men naar aanleiding van een lezing of debat een gage vraagt, is niet meer dan normaal. Sprekers mogen, moeten verloond worden. Dat men zichzelf daarvoor in een goed doel vermomt, een SG met opnieuw heel wat complotdenkers op het programma, is deugnieterij.

De huur van een aula is een logistieke aangelegenheid, geen academische. U en ik kunnen er morgen ook een debat laten doorgaan over het seksleven van tuinkabouters Over de eerste ronde van de avond, de presentaties, kunnen we kort zijn: Boudry gaf eerst een lezing Over 9/11

Truthers en andere complotdenkers. De begeleidende PowerPointpresentatie zette hij online. We onthielden vooral zijn recept om zelf een complottheorie te ontwikkelen en de drie voorspellingen waarmee hij zijn lezing samenvatte. Ten eerste zou zijn tegenstander die avond zich beperken tot het zeer selectief uitkiezen van echte en schijnbare eigenaardigheden, ten tweede zou ­Vermeeren zich verbergen achter zogezegd kritische vragen en tot slot zou hij het nalaten een valabele tegentheorie te formuleren, ondanks het feit dat we ondertussen zeventien jaar verder zijn en dat er duizenden zelfverklaarde ‘onafhankelijke onderzoekers’ actief zijn in de beweging van de zogenaamde 9/11 Truthers. Vermeeren van zijn kant toonde zich in zijn presentatie erg kritisch tegenover de officiële versie, pikte anomalieën uit de rapporten, stelde kritische vragen, en – u raadt het – slaagde er niet in om een stevige theorie neer te poten die zou kunnen concurreren met de officiële.

Dat men naar aanleiding van een lezing of debat een gage vraagt, is niet meer dan normaal. Dat men zichzelf daarvoor in een goed doel vermomt, is deugnieterij Vermeeren biechtte bij aanvang op dat dit zijn eerste debat was, aangezien niemand het aandurft. Volgens hem was Maarten dus heel moedig. Deze vreemde en stoere openingsloftrompet ging gepaard met een licht bevende stem. Op nog andere momenten gaf de gewoonlijk lichtjes arrogante Coen een tamelijk nerveuze indruk. Hoewel, na het prijzen van Maarten volgde enkel nog misprijzen. ‘Dit zijn dingen die ze niet begrijpen als ze geen ingenieur zijn. Dat kan ik ze niet kwalijk nemen.’ Of ‘Wat er die dag gebeurde, is vreemd. Nogmaals, je kan heel moeilijk met wetenschapsfilosofen over instortende gebouwen praten.’ Wanneer Maarten zijn redenering aan het opbouwen is: ‘Hoe lang

DEGEUS


ACTUA

moeten we hier nog naar luisteren? Zijn punt is al duidelijk.’ Waarom ingaan op de uitnodiging van Peter ­Vereecke, maar dit denigrerend inzetten als argument tegen Maarten Boudry? Dat ontglipt ons.

Wat zou Coen Vermeeren van gedachten kunnen doen veranderen? Hij bleef de zaal een afdoend antwoord schuldig Boudry eindigde zijn betoog met de vraag welk mogelijk bewijs Vermeeren zou kunnen overtuigen van zijn ongelijk, een verwijzing naar het inzicht van wetenschapsfilosoof Karl Popper die stelde dat elke (wetenschappelijke) overtuiging open moet staan voor mogelijke weerleggingen. Met andere woorden, men zou zélf voorwaarden moeten kunnen aangeven of een situatie bedenken waarbij de eigen overtuiging onder vuur komt te liggen of zelfs opgegeven dient te worden. Een theorie die hieraan niet kan voldoen, die dus niet falsifieerbaar is, is dan juist noch fout. Anders gezegd, men kan er geen zinnige uitspraken over doen. Boudry gaf zelf enkele voorbeelden. Zo zou hij ernstig overwegen dat er iets grondig fout zit, indien een groot aantal mensen en terroristen die in die vliegtuigen hadden moeten zitten, plots te voorschijn zouden komen. Of indien iemand van de legerleiding met een stapel officiële verslagen komt aandraven die een weergave geven van wat er besproken werd tijdens de bijeenkomsten. Of stukken bedrading van het ontstekingsmechanisme van de controlled demolition. Maar wat zou Coen Vermeeren van gedachten kunnen doen veranderen? Hij bleef de zaal een afdoend antwoord schuldig.

GEZOCHT MAAR NIET GEVONDEN: TRUTHERS MET MANIEREN EN GOEDE ARGUMENTEN Het eigenlijke debat nadien werd gevoerd aan de hand van vragen uit het talrijk opgekomen publiek, dat voor het grootste deel bestond uit suppor-

DEGEUS

ters van Team Vereecke/Vermeeren en dat zich opmerkelijk rumoerig en zelfs ronduit agressief gedroeg wanneer Maarten Boudry aan het woord was. Onder de vele zogenaamde waarheidszoekers en supporters van ­Vermeeren leek de gedachte dat 9/11 wel eens geen inside job zou zijn geweest ondenkbaar én onverdraaglijk. Hun korte lontjes dreigden meermaals het debat op te blazen. Ongecontroleerd. De moderator leek het ondertussen nodig te vinden om zijn tergend gebrek aan ervaring te moeten compenseren met tooghumor, onderbroekenlol en absurde oneliners waarmee hij schijnbaar op het debat inpikte. Hij kreeg er de reeds luidruchtige lachers mee op de hand, dat wel, maar zijn schamele tussenkomsten waren niet bepaald een meerwaarde en kalmeerden de zaal veel te weinig.

Het talrijk opgekomen publiek, dat voor het grootste deel bestond uit supporters van Team Vereecke/ Vermeeren gedroeg zich opmerkelijk rumoerig en zelfs ronduit agressief Hoewel Coen Vermeeren in het begin van het debat Maarten Boudry bedankte om met hem te discussiëren, liet Vermeeren meermaals vallen dat hij liever met een vakgenoot, een ingenieur dus, van gedachten zou wisselen en dat een wetenschapsfilosoof hem te min was, met al ‘die psychologie en zo’. Als we de giftige angel uit zijn sneer halen, dan kunnen we ons inderdaad afvragen waarom organisator Vereecke geen technisch gekwalificeerde tegenstander heeft uitgenodigd, een architect of een ingenieur met expertise in onder andere hoogbouw, wat Vermeeren trouwens ook niet heeft. Ons lijkt het eerder een zeer evidente kwestie van naamsbekendheid: de naam Boudry lokt waarschijnlijk meer mensen naar een universiteitsaula dan eender welke bouwkundige. Misschien een gemiste kans.

De moderator leek het ondertussen nodig te vinden om zijn tergend gebrek aan ervaring te moeten compenseren met tooghumor, onderbroekenlol en absurde oneliners Coen Vermeeren daarentegen haalde maar al te graag aan dat er bijna 3000 ingenieurs zijn, broeders en zusters in de bouwkunde, die het officiële verhaal betwisten, de zogenaamde Architects & Engineers for 9/11 Truth. Maar dat lijkt ons een populistische drogreden: niet het schijnbaar grote aantal experts op zich is voldoende om het eigen en dus grote gelijk aan te tonen. Belangrijker dan de kwantiteit is de kwaliteit van de bewijsvoering en de argumentatie. Zo stelde Maarten Boudry dat men op het wereldwijde web met het grootste gemak 3000 biologen kan vinden die de evolutietheorie in twijfel trekken of 3000 al dan niet zelfverklaarde experts die hetzelfde doen op het gebied van de klimaatverandering. Hoewel het argument van de 3000 experts niet echt geldig was, kunnen we evenwel niet onvermeld laten dat er zich in die groep van bouwkundige experts, die Vermeeren zo gretig naar voren bracht, onder meer theologen bevinden (met expertise in de bouwkundige aspecten van de vernietiging van de toren van Babel?), docenten religieuze studies (waaronder ene Graeme ­MacQueen) en landschapsarchitecten (zoals Sarah Chaplin, die zich bezighoudt met feministische visuele cultuur). Een grondige screening van de groep Architects & Engineers for 9/11 Truth, eveneens dankzij het internet, toont aan dat slechts een vijftigtal mensen voldoende deskundigheid hebben. Dat is één zestigste van 3000 en dus andere koek. Het mogelijke tegenargument dat er honderdduizenden ingenieurs zijn die het officiële verhaal wél bevestigen, heeft op zich eveneens geen meerwaarde. Het toont enkel aan dat zulke populistische schijnargumenten geen plaats verdienen in een ernstig debat.

mei 2018  >  9


ACTUA

NOOT OVER DE MODERATOR Maar ons leek dat er al bij al niet heel veel bouwkundige uitleg nodig was om Vermeerens argumenten, of beter, ‘kritische vragen’, te pareren. Met andere woorden, Boudry was voldoende op de hoogte van de gebruikelijke literatuur en stond meer dan zijn mannetje in de technische discussies. Zijn ‘psychologie en zo’ gaf de nodige meerwaarde aan de hele discussieavond.

Rand- en pseudowetenschappen, die steeds meer hand in hand lijken te gaan met complotdenken, zijn niet weg te denken in onze maatschappij. Maar voorstanders van dat soort ongein mogen wel van een wetenschappelijk en doordacht weerwoord gediend worden Op de vraag uit het publiek of ­Vermeeren twijfelt aan de integriteit van collega’s die de officiële versie wél aanhangen, voerde hij ontwijkend aan dat er heel veel vakgenoten zijn die zich niet verdiept hebben in de materie, of niet voldoende. Anderzijds zijn het gekwalificeerde ingenieurs en architecten die het duizenden pagina’s tellende (en grotendeels in gerenommeerde vaktijdschriften peer reviewde) officiële NIST-rapport hebben samengesteld, bijna-vakgenoten van Vermeeren dus. En het is net onder meer met dit rapport dat ­Vermeeren problemen heeft. Toch leek deze vraag en het non-antwoord van Vermeeren aan te tonen dat er een punt was waar ze zich min of meer akkoord konden verklaren. Beiden vonden, zij het om heel uiteenlopende redenen, dat er niet genoeg wetenschappelijk onderlegde experts zijn die zich willen bezighouden met dit soort controversiële onderwerpen. Voor Boudry was dit een aanleiding om een oproep te doen

10  >  mei 2018

naar de academische wereld, en niet alleen naar ingenieurs en architecten in het geval van 9/11, om zich meer te werpen op pseudo- en randwetenschappen. Andere, misschien wel belangrijkere debatten over gezondheid (onder andere vaccinatie, zogenaamde alternatieve geneeskunde), landbouw, voedselveiligheid en voeding (onder andere ggo’s, biologische producten, dieetrages en voedselhypes) hebben meer nood aan wetenschappelijk onderlegde experts die zich doen gelden op het publieke forum. Ook de enige en niet alleen daarom dierbare skeptische organisatie in Vlaanderen zou zich iets actiever en vooral eloquenter mogen mengen in heel wat meer (pseudo-controversiële) debatten, voegen wij daar aan toe. Rand- en pseudowetenschappen, die steeds meer hand in hand lijken te gaan met complotdenken, zijn niet weg te denken in onze maatschappij, ook niet weg te roepen. Maar voorstanders van dat soort ongein mogen wel op tijd en stond, en liefst vaker, van een wetenschappelijk en doordacht weerwoord gediend worden.

Er was een punt waar ze zich min of meer akkoord konden verklaren. Beiden vonden, zij het om heel uiteenlopende redenen, dat er niet genoeg wetenschappelijk onderlegde experts zijn die zich willen bezighouden met dit soort controversiële onderwerpen En dat deed wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de universiteitsaula van de UGent. Met verve. Brecht Decoene en Frank Verhoft

Moderator Rob Vanoudenhoven is een toffe peer, maar had beter geweigerd om die avond als gespreksleider te fungeren. Hij werd door Vereecke op voorhand aangekondigd als ‘de ideale persoon voor de animatie en presentatie’. Tenzij Vereecke hier een show wilde opvoeren in plaats van een ernstig debat te voeren, zagen wij niet onmiddellijk het nut in van enige animatie. Waaruit bestond dat ideale volgens Vereecke? Rob is een bekende TV-figuur (dat is mooi gekozen om volk te lokken, maar op zich is daar geen meerwaarde aan), is vlot en heeft een ontwapende zin voor humor (daar zijn wij niet tegen, maar wij verwachten wel iemand die inhoudelijk goed voorbereid is) en vooral: hij zou geen vooringenomen standpunt hebben. Dat laatste bleek helemaal niet te kloppen. Op voorhand was ons ter ore gekomen dat Rob behoorlijk naar de skeptische kant neigde en na het debat spraken wij de man aan om te polsen of wat ons op voorhand bereikt had, ook klopte. ­Vanoudenhoven bevestigde ons dat hij niet kan begrijpen waarom volwassen mensen zulke vergezochte fantasieën koesteren. Stand-upcomedygewijs begon hij uit de losse pols de absurde consequenties te trekken die voortvloeien uit dergelijke opvattingen. Ook dat was heel amusant, net zoals de ‘stoute’ moppen tijdens het debat (Rob verwarde Vereeckes vrouw met een oude kartonnen doos, enzovoorts), een moderator was hij niet. Nergens maakte hij een significante tussenkomst, stelde hij vragen aan de twee sprekers en vroeg hij te laattijdig het slecht opgevoede publiek, dat zich al te emotioneel en onbeschoft liet gaan, om zich wat te beheersen. Vanoudenhoven was echter de eerste om zelf eerlijk toe te geven dat hij dit nog nooit had gedaan en hier geen enkele ervaring mee had. Dat is bewonderenswaardig, maar het bleef een gemiste kans om dit gevoelige debat en de toehoorders strak te leiden. Die laatsten hadden veeleer iets weg van een bende wilden die een sterke leider nodig heeft om zich beschaafd te kunnen houden tijdens een feitelijk debat. Zij leken zich te hebben vergist van sfeer en gedrag, dat beter paste bij activisten, politieke militanten of zatte studenten.

DEGEUS


ACTUA

ENKELE INHOUDELIJKE STANDPUNTEN VAN HET DEBAT SUMMIER SAMENGEVAT

Opmerkingen van Vermeeren

¬¬ Gebouw 7 is perfect in zijn footprint naar beneden gekomen. ¬¬ Een vliegtuig heeft maar een flinterdunne aluminium romp en het gebouw had enkele honderden dikke stalen kolommen. ¬¬ De computersimulatie is heel erg afwijkend van wat we te zien kregen in het echt. Geen overeenkomst met de werkelijkheid. ¬¬ Een analogie van een vrachtwagen en een auto die tegen elkaar botsen waarbij de kreukelzone de snelheid opvangt, trok hij door naar het bovenste gedeelte van de torens die met het onderste gedeelte botst, waarbij er geen kreukelzone is, maar heel het gebouw met de grond wordt gelijk gemaakt. Vermeeren:

De computersimulatie is heel erg afwijkend van wat we te zien kregen in het echt. Geen overeenkomst met de werkelijkheid ¬¬ Blijkbaar zeggen alle professoreningenieurs aan universiteiten over heel de wereld tegen hun studenten dat die massa in vrije val op de grond is gekomen. Met dezelfde snelheid alsof er geen weerstand en dus geen gebouw onder dat bovenste gedeelte was. ¬¬ Coen Vermeeren geloofde het ook eerst niet, maar zag nog wat (is dit toeval?) symboliek: de torens zijn in 9 en 11 seconden neergekomen. ¬¬ We geloven Bush zijn officiële theorie, terwijl het dezelfde mensen zijn die Saddam Hoessein valselijk hebben beschuldigd van het hebben van massavernietigingswapens. ¬¬ Complottheorie is een woord uitgevonden door de CIA ten tijde van de moord op JFK om mensen die nadenken, kritisch zijn en de zaken

DEGEUS

ten gronde willen snappen weg te zetten als complotdenkers waardoor je er geen normale discussie meer hoeft mee te voeren. ¬¬ Er was ook gigantisch veel stof bij de instorting van de Twin Towers. Volgens Vermeeren is dat heel bizar. Manhattan lag werkelijk onder centimeters stof. Waar kwam dat vandaan? Vermeeren suggereert, zonder het echt expliciet onder woorden te brengen, dat er wel wat meer aan de hand moet geweest zijn. Explosieven? Rebuttal Boudry

¬¬ Het mag niet verwonderen dat er in de 9/11 commissie spijtoptanten waren of mensen niet happig waren op verder onderzoek. Niet omdat dit een inside job was, maar omdat er heel wat incompetentie aangetoond is. De CIA en de FBI zijn twee logge bureaucratische organisaties die hun informatie niet hebben gedeeld en bij elkaar gelegd hebben. ¬¬ Het valt evenmin te verwonderen dat NIST de situatie vanaf de instorting niet verder beschrijft, want op dat moment zit men met een ontelbaar aantal varianten die niet meer in kaart te brengen zijn. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Enkel wat zich daarvoor afspeelt, tot op het kritieke moment van de instorting van het gebouw, is van belang, omdat men dan alles weet wat er moet geweten zijn om het waarom te begrijpen. ¬¬ De computersimulatie is inderdaad deels onzin, omdat men altijd en in elke tak van de wetenschappen met sterk vereenvoudigde modellen werkt om een reconstructie van de werkelijkheid te maken. ¬¬ Onafhankelijk onderzoek? Wie kan tegen meer onderzoek zijn? Niemand, maar dat kost wel gigantisch veel geld en tijd. Daarenboven zullen die bevestigen wat we al weten en dan valt te verwachten dat de verdachtmakingen opnieuw beginnen: de CIA zal er achter zitten, et cetera.

¬¬ Had de brandweer moeten weten dat het gebouw instortte? Mooi voorbeeld van dat men voorkennis had moeten hebben. In de chaos zijn hun beslissingen en reacties te verwachten. Brandweermannen zijn bovendien niet allemaal experts structurele ingenieurs die perfect kunnen inschatten wanneer een gebouw instort. ¬¬ De hypothese van gecontroleerde afbreuk is zo onwaarschijnlijk omdat ze minutieus voorbereid moet zijn. Trouwens, waar zijn de kilometers bedrading en de ontstekingsmechanismen? Reken daarbij dat men die stapsgewijs moet laten afgaan, zodat eerst de penthouse instort en dan 9 seconden later de buitenkant. Dat is wel heel straf werk. Boudry:

De computersimulatie is inderdaad deels onzin, omdat men altijd en in elke tak van de wetenschappen met sterk vereenvoudigde modellen werkt om een reconstructie van de werkelijkheid te maken ¬¬ Er is nooit gesmolten staal geweest. Wel andere metalen die op een lagere temperatuur smelten. Wedden dat Vermeeren niet het vermogen bezit om op foto het onderscheid te maken tussen gesmolten aluminium en gesmolten glas? ¬¬ Waar komt het stof vandaan? Uiteraard van het verpulverde beton van het gebouw. Waar zou het anders vandaan komen? Toch niet uit niet-afgestofte kasten? Toch niet van explosieven waarin extra stof opgeborgen zit?

mei 2018  >  11


ACTUA

Ik kijk dan op naar Nederland

‘Ik kijk dan op naar Nederland. In België is forensische Slaapzaal in het Guislaininstituut, 1887. In 1857 was het ‘ psychiatrie een zaak van individuen die zichzelf deskundig Poort’, het Saint-Guislaingesticht in de volksmond, een re vasteland voor de behandeling van geesteszieken die men noemen en ingehuurd worden door een rechter of een advocaat die hen kent, waarna de tegenpartij ook een kon in 1828 de verhuis afdwingen van een groep geesteszieken expert inhuurt om het tegenovergestelde te bepleiten.’ uit de verschrikkelijke Gerard Dat schrijft Guy Tegenbos in Artsenkrant van 1 maart. Duivelsteengevangenis in Gent, naar het aangepaste Alexianenklooster. Nederland gidsland! Ook inzake eerstelijnsgezondheidszorg, Daar werden de eerste fundamenten echelonnering, ICPC-codering, standaarden, abortuswetgeving gelegd van samenwerking tussen menslievende zorg en en de toetsing van levensbeëindiging is de bovenbuur mijn wetenschappelijk-therapeutische leermeester, erken ik als huisarts en wetenschapper. benadering. In het kader van de tentoonstelling Stad en Universiteit, 200 jaar UGent kruip ik in de huid van Dr. Guislain voor inleefrondleidingen in het STAM. Ik stel daar de vraag: ‘als we het Koninkrijk der Nederlanden waren gebleven, zouden we anders omgaan met psychiatrische patiënten en geïnterneerden?’

NAAR EEN HUMANE BEHANDELING VAN ‘GEESTESZIEKEN’ 200 jaar geleden op 11 april 1818 vaardigde Koning Willem I een koninklijk besluit uit met een hervormingsprogramma voor het krankzinnigenwezen. De Provinciale Commissie voor Geneeskunde schreef toen een prijsvraag uit om de behandelingsmethoden voor krankzinnigen te verbeteren. Dr. Guislain, die toen vooral in NoordHolland verbleef, kreeg de prijs voor zijn Traité sur l’aliénation mentale et sur les hospices des aliénes.

12  >  mei 2018

Als we het Koninkrijk der Nederlanden waren gebleven, zouden we anders omgaan met psychiatrische patiënten en geïnterneerden? Het was de aanloop naar een vernieuwende aanpak voor krankzinnigen, naar het voorbeeld van onder meer William Battie in Engeland. Deze schreef in 1758 (!): ‘Waanzin is even behandelbaar als tal van andere fysieke kwalen. Patiënten met die ongelukkig makende ziekten, zelfs diegenen die daardoor een misdrijf plegen, mag men niet in de steek laten, niet met dwang behandelen, laat staan als overlast of als misdadigers opsluiten in weerzinwekkende gevangenissen’. In Frankrijk bevrijdde Philippe Pinel de krankzinnigen in de Salpêtière van hun boeien in 1795. Dr. Guislain, samen met kanunnik Petrus Triest,

Door de Belgische Revolutie viel de verdere uitbouw stil. Het duurde tot 1841 voor een nieuwe commissie die mensonterende toestanden in het krankzinnigenwezen opnieuw zou onderzoeken. Dit gebeurde onder impuls van Edouard Ducpétiaux, een gedreven journalist zoals Guy Tegenbos. Hij nam Guislain onder de arm en in 1850 kreeg België eindelijk haar eerste wet betreffende de behandeling van krankzinnigen. In 1857 was het ‘Gesticht der krankzinnige mans aan de Brugsche Poort’, het Saint-Guislaingesticht in de volksmond, een realiteit. Het was een schoolvoorbeeld op het Europese vasteland voor de behandeling van geesteszieken die men geneesbaar achtte. Ongeneeslijken en geïnterneerden hadden er nog geen plaats. In Duitsland pleitte Johann Reil reeds in 1808 voor twee soorten geestesgestichten, een voor diegenen die wel te genezen waren, een voor

DEGEUS


ACTUA

klachten. Toch heb ik alle hoop op een goede afloop. Wat men ook moge denken en beweren over de ministers Geens en De Block, ik geloof in hun inzet en engagement. Zij zorgden er alleszins al voor dat longstay voor ongeneeslijk geïnterneerden mogelijk werd in Bierbeek. Aalst, Waver en Paifve volgen dankzij het aangepaste masterplan III.

‘Gesticht der krankzinnige mans aan de Brugsche ealiteit. Het was een schoolvoorbeeld op het Europese geneesbaar achtte. © Collectie Museum dr. Guislain

blijvend ongeneeslijken. Hij gebruikte als eerste de term psychiatrie, ook voor die geesteszieken die misdrijven pleegden of gepleegd hadden en ongeneeslijk bleken. Jacobus Schroeder van der Kolk volgde in Nederland zijn voorbeeld wat leidde tot een eerste krankzinnigenwet in 1841 en een eerste opsplitsing ‘(on) toerekeningsvatbaar’ in 1886. En België?

België werd voor de eerste keer veroordeeld in 1998 en werd nadien nog 16 keer veroordeeld. Vandaag de dag lopen er nog een vijftigtal klachten Eind 2018, 200 jaar na het KB van Willem I, zal België aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten bewijzen dat het 1° de nodige maatregelen heeft genomen om het structurele probleem van geïnterneerden buiten de gevangenis te houden en de gepaste psychiatrische hulp te geven en 2° een oplossing en een regeling heeft gevonden voor alle klachten die er thans nog aanhangig zijn bij het Hof. België werd voor de eerste keer veroordeeld in 1998 en werd nadien nog 16 keer veroordeeld. Vandaag de dag lopen er nog een vijftigtal

DEGEUS

Wat met mensen die ‘moorden’ omdat ze mensen willen ‘helpen’ zoals in de zaak Poppe? LEVENSBEËINDIGING ZONDER VERZOEK: DE ZAAK POPPE Is daarmee het probleem van Guy Tegenbos opgelost? Minister Geens heeft alleszins ook daar een voorstel, te vergelijken met het Nederlands model. Maar wat dan met mensen die ‘moorden’ omdat ze mensen willen ‘helpen’ zoals in de zaak Poppe (voormalig diaken van Wevelgem Ivo Poppe werd in januari van dit jaar door het Hof van Assisen veroordeeld tot 27 jaar cel voor de moord op vijf mensen, nadat hij zelf had bekend dat hij ‘levensbeëindiging zonder verzoek’ had toegepast op een tiental patiënten toen hij werkzaam was in het Sint-Jorisziekenhuis in Menen, nvdr)? In het assisenproces Poppe werd ik opgeroepen door de verdediging als getuige om de stervensbegeleiding te schetsen vanaf de jaren 1970 tot heden, met de plaats van de arts en de verpleegkundige. Of de handelingen van verpleegkundige Poppe daarin te ‘begrijpen’ zouden kunnen zijn en of dit van invloed kon zijn op de strafmaat. In deze zaak werd geen deskundige aangaande aangeduid. Zowel de voorzitter als de openbaar aanklager verweten me echter dat ik deskundige uitleg gaf! Sommige collega’s in de media ook. Ze horen blijkbaar niet graag dat ‘levensbeëindiging zonder verzoek’ nog steeds voorkomt en vaak doorgeschoven wordt naar de verpleegkundigen. Volgens het eerste wetenschappelijke

surveyonderzoek onder artsen, in 1998, gebeurde dit in 3,2 procent van de overlijdens. 69 procent van die artsen schoof de uitvoering door naar verpleegkundigen. Na de invoering van de wetgeving omtrent patiëntenrechten, palliatieve zorg en euthanasie in 2002 kwam de praktijk nog altijd voor bij gemiddeld 1,7 procent van de overlijdens, en schoof meer dan 50 procent van de artsen de uitvoering door (surveyonderzoek 2001/2007/2013). De verpleegkundige opzadelen met het ‘vuile werk’, met de intentie het leven te beëindigen. Het zou wel invloed kunnen hebben op denk- en handelwijze zoals blijkt uit onderzoek en ervaring bij verpleegkundigen. Ik kijk dan op naar Nederland. Heden liggen twee wetsvoorstellen op tafel waar stervensbegeleiders (liefst zelfs) geen artsen moeten zijn maar deskundigen in levenseindecounseling en menslievende zorg. Op 8 maart van dit jaar besliste men ook dat vier gevallen aangaande mogelijke strafbare euthanasie door het Nederlandse Openbaar Ministerie zullen onderzocht worden. Er zullen vooraf deskundigen en getuigen bevraagd worden, waarschijnlijk ook uit België. Vorige jaren trad ik op in twee medische tuchtcolleges, één aangaande een weigering van euthanasie voor een psychiatrische patiënte, en één aangaande mogelijke uitvoering van euthanasie door een verpleegkundigefamilielid.

‘Levensbeëindiging zonder verzoek’ komt nog steeds voor en wordt vaak doorgeschoven naar de verpleegkundigen Om Guy Tegenbos te parafraseren: het samenspel van landen, ooit verbonden, lost niet alle problemen op, maar geeft wel een veel degelijkere en professionele onderbouwing om te kunnen oordelen en helpen, ook in forensische psychiatrie en levenseindeproblematiek. Marc Cosyns

mei 2018  >  13


ACTUA

Mei ’68 en de hippies DE BEVRIJDING VAN HET INDIVIDU Hoewel ze meestal als tegenstellingen worden opgevoerd, zijn mei ’68 en de Summer Of Love twee kanten van dezelfde medaille: die van persoonlijke bevrijding. Wat kunnen we nu nog van deze bewegingen leren? Vorig jaar werd een halve eeuw Summer Of Love, het hoogtepunt van het hippietijdperk, gewoonweg over het hoofd gezien. Pogingen om in San Francisco, het epicentrum van de hippies, vijftig jaar na datum opnieuw een muziekfestival in het teken van love & peace te organiseren, werden door het stadsbestuur simpelweg geboycot door allerhande veiligheidsnormen als alibi in te roepen. Over de langdurige effecten van de hippiefilosofie en de verstrengeling ervan met de vredesbeweging en de seksuele revolutie, wordt niet meer gesproken. Het collectief geheugen onthoudt een verdunde versie van blote bovenlijven op een muziekfestival en bont geschilderde VW-busjes.

Het collectief geheugen onthoudt een verdunde versie van blote bovenlijven op een muziekfestival en bont geschilderde VW-busjes Vijftig jaar mei ’68 dreigt eenzelfde lot te ondergaan. Her en der wordt wel een lezing gehouden of onderdak geboden aan een opiniestuk, zelfs aan een publicatie. Toch valt te vrezen voor een clichéherdenking. Op de kaft van 1968, een nieuw boek van de Nederlandse journalist Roel Janssen, staat – u raadt het al – een student die met stenen gooit. De televisie zal ons trakteren op beelden van de ‘rellen’ in de straten van Parijs. Zo wordt mei ’68 versmald tot mai ’68: een afgebakend event met kant-en-klare filmpjes van studenten die amok maken. Parijs vormt een dankbaar decor, herkenbaar

14  >  mei 2018

en altijd tot de verbeelding sprekend. Daar hoort een affiche met een leuke slogan bij, waarover Tobback en de N-VA zich druk kunnen maken – zoals Il est inderdit d’interdire. Om te begrijpen waarom studenten in mei 1968 in Parijs op straat kwamen, dienen we een breedhoeklens op te zetten. We dumpen de homeopathisch verdunde versies van hippies en mei ’68 die ons meestal worden voorgeschoteld. We koppelen beide bewegingen aan elkaar, omdat ze samen horen. We ruilen mai ’68 in voor mei ’68, het conglomeraat van een reeks bevrijdingsbewegingen.

MEI ’68 OF DECEMBER ’64? Laat ons eerst en vooral de oceaan oversteken. Europees links heeft de onhebbelijke gewoonte om zichzelf een voortrekkersrol toe te kennen en Amerikaans links als een lachertje te beschouwen. Think again. Jaren voor Dany le Rouge in Frankrijk en Rudi Dutschke in Duitsland de lont aan het kruitvat staken, contesteerden Amerikaanse studenten hun samenleving. Mai ’68 wordt voorafgegaan door december ’64, Parijs wordt met vele lengtes geklopt door Californië, Dutschke en Cohn-Bendit kunnen in de leer gaan bij de welsprekendheid van de Amerikaanse studentenleider Mario Savio; allemaal kunnen ze leren van de actiemiddelen die in Californië werden gebruikt. Aan de University of California in Berkeley stond Maria Savio aan het hoofd van de studentenbeweging die algauw bekend werd als de Free Speech Move-


ACTUA

Lang niet iedereen kwam op straat om een Cubaans, Russisch of Chinees model in te voeren, wel integendeel: revolutie en communisme waren niet het ordewoord van de meerderheid. Revolte wel, want die bood op korte termijn uitzicht op meer tastbare vrijheid in het dagelijkse leven. © Jean-Pierre Ray

ment. Ze contesteerden de universitaire regelgeving, die politieke actie op de campus muilkorfde. Het was de tijd dat de Students For A Democratic Society (SDS), bijna allemaal blanken uit betere milieus, zich engageerden in de Civil Rights Movement en naar zuiderse staten als Alabama afzakten om de zwarte bevolking ervan te overtuigen zich in te schrijven in het kiesregister en effectief hun stem uit te brengen. Voor veel Amerikaanse burgers een choquerend idee. En vooral gevaarlijk. Velen bekochten dit engagement met hun leven, zowel blank als zwart. Savio nam in de zomer van 1964 deel aan de Civil Rights Movement in Mississippi.

Er valt te vrezen voor een clichéherdenking Het studentenprotest in Berkeley begon al op 1 oktober, toen de student Jack Weinberg werd gearresteerd omdat hij openlijk aan politiek deed. Hij bemande een stalletje van het Congress of Racial Equality (CORE), een beweging die opkwam voor meer rechten voor de zwarte medeburger. Die arrestatie werd gevolgd door een sit-in die 32 uur zou duren – toen een compleet nieuw actiemiddel. Savio gaf een vlammende speech vanop een politiewagen. Op 2 december 1964 hielden honderden studenten van de UCLA in Berkeley opnieuw een sit-in. Het rectoraat wist er geen blijf mee. In een beklijvende speech voor vierduizend man, roept Savio op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Het is tijd om ‘de machine’ stil te zetten: ‘There is a time when the operation of the machine becomes so odious, makes you so sick at heart, that you can’t take part; you can’t even passively take part, and you’ve got to put your bodies upon the gears and upon the wheels, upon the levers, upon all the apparatus, and you’ve got to make it stop. And you’ve got to indicate to the people who run it, to the people who own it, that unless you’re free, the machine will be prevented from working at all!’ De politie arresteerde die dag 800 man.



mei 2018  >  15


ACTUA

TOKYO EN LEUVEN Mei ’68 is niet enkel een Parisiaans, noch een typisch Frans fenomeen. Parijs was zelfs niet eerst. De concentratie van media en macht in een wereldstad is echter zo verpletterend, dat nu pas studies verschijnen over gelijkaardige gebeurtenissen in andere Franse steden – Caen, Marseille en Lyon bijvoorbeeld.

Mei ’68 is de samenvloeiing van een hele reeks bewegingen en die hebben allemaal één ding gemeen: de eis voor meer individuele vrijheid In oktober 1967, toen de Summer Of Love amper ten einde was gelopen, trokken Japanse studenten naar het vliegveld van Tokyo om er hun premier te beletten naar Zuid-Vietnam af te reizen. De beelden van de gehelmde studenten die met lange stokken de politie uit elkaar sloegen, gingen de wereld rond. Het studentenprotest begon echter al in 1960, toen een Japans-Amerikaans veiligheidspact ter sprake kwam. In Vlaanderen, barstte ‘Leuven Vlaams’ los in januari 1968, toen Parijs nog sliep. De eerste tekenen aan de wand dateren eigenlijk al van twee jaar daarvoor. Toen Amsterdam in 1968 tot ‘magies centrum’ werd uitgeroepen, was Provo al drie jaar actief. De eerste happening van Jasper Grootveld en Simon Vinkenoog dateert van 1962. Provo zette in 1965 een nieuw protestparadigma in werking: ludiek, vreedzaam, niet-partijgebonden en pragmatisch. Provo bestreek alle aspecten van de samenleving, van politiek tot gezondheid (antiroken) en milieuvervuiling (Witte Fietsenplan). Hun concrete acties, zoals dat Witte Fietsenplan, gaven blijk van gemeenschapszin en lieten iedereen toe zijn steentje bij te dragen. De methode van Provo zaaide verwarring, omdat een nieuwe taal werd gesproken.

16  >  mei 2018

In Londen gebeurde in 1968 niets dat ook maar een beetje op Parijs lijkt. De Britse studenten kwamen niet in opstand, maar in Engeland, en vooral in Londen, was in 1967 al een heuse underground scene ontstaan. Politiek kwam mondjesmaat aan bod; seksualiteit, film, poëzie en muziek des te meer. De underground press, met bladen als International Times en OZ, beleefde er hoogdagen. Op het unieke congres Dialectics Of Liberation dat in juli 1967 in Londen plaatsvond, kwamen onder andere de dichter Allen Ginsberg, de antipsychiater Ronald D. Laing, de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse en de zwarte leider Malcom X debatteren over bevrijding. Een sleutelwoord.

ONTVOOGDING DOOR BEVRIJDING Mei ’68 is dus veel meer dan mai ’68: mei ’68 is de samenvloeiing van een hele reeks bewegingen en die hebben allemaal één ding gemeen: de eis voor meer individuele vrijheid. Dat streven naar meer individuele vrijheid uit zich in de eerste plaats als protest tegen de personen en structuren die vrijheidsberovend en -beknottend optreden, onder welke vorm dan ook. Enkel zo valt te begrijpen waarom de WestEuropese jeugd in opstand komt tegen de liberaal-kapitalistische maatschappij en hun voortrekkers zelfs het communisme als alternatief voorstaan, terwijl jongeren in het Oostblok manifesteren voor minder communisme en meer liberalisme. De Praagse Lente is zo’n beetje de pendant van de Parijse mai ’68 – vooraleer te worden verpletterd door Sovjettanks. Zoals bekend, dacht ook de Gaulle er ernstig aan het leger in te zetten, met name zijn troepen uit Duitsland. In Leuven moesten de autoritaire rectoren en de bisschoppen het ontgelden, in Nederland de ‘regenten’. Individuele vrijheid, inderdaad: vergeten we toch niet dat het Parijse studentenprotest begon als Le Mouvement du 22 mars (maart, niet mei!) aan de nieuwe, perifere Parijse universiteit in Nanterre (niet de Sorbonne). Vergeten we vooral de aanleiding niet: enerzijds de arrestatie van enkele

studenten die een in Parijs gelegen kantoor van American Express kort en klein hadden geslagen bij wijze van anti-Vietnamactie, en anderzijds de eis dat mannelijke studenten toegang zouden krijgen tot de residenties voor meisjesstudenten. Het bestuur weigerde, met alle gevolgen van dien. In de gepolitiseerde versie van de Parijse revolte, wordt de trigger seksualiteit gemakshalve vergeten. Meer persoonlijke vrijheid verkrijgt men niet enkel door tégen te manifesteren. Het komt erop aan zichzelf te ontvoogden door zichzelf te bevrijden van de oude, verstikkende gedachten, attitudes en structuren. Zich bevrijden van elke onderdrukker: de patriarch, de politieke oligarchie, de imperialistische bezetter, de racist, de macho … We kunnen mei ’68 gerust een culminatiepunt noemen, omdat hier alle bevrijdingsbewegingen samenkomen: het feminisme, het anti-imperialisme, het pacifisme, het antiracisme onder de vorm van de Black Panthers, alternatief onderwijs – tot en met de eerste groepen die de samenleving ecologisch wakker schudden.

In de gepolitiseerde versie van de Parijse revolte, wordt de trigger seksualiteit gemakshalve vergeten Een en ander verklaart waarom veel van deze bewegingen zich anarchistisch en antiautoritair opstellen en bijpassende actiemiddelen toepassen, zoals de sit-in en het passief verzet. De nadruk op persoonlijke vrijheid verklaart ook een veelgehoord verwijt van rechts, namelijk dat veel ’68-ers zich naderhand perfect in de samenleving wisten te bewegen. Dat spreekt echter vanzelf wanneer wordt voldaan aan de hoofdeis van meer vrijheid. Lang niet iedereen kwam op straat om een Cubaans, Russisch of Chinees model in te voeren, wel integendeel: de partijpolitiek bewuste ’68-ers trokken zeer zeker de strijd en hun invloed was immens groot, maar revolutie en communisme waren niet het ordewoord van de meerderheid. Revolte

DEGEUS


ACTUA

wel, want die bood op korte termijn uitzicht op meer tastbare vrijheid in het dagelijkse leven.

FLOWER POWER De hippiebeweging is niet tegengesteld aan de studentenrevolte, integendeel. De hippies dreven de wens tot meer individuele vrijheid het verst door, zo ver dat autoritaire, repressieve structuren in hun geheel en in principe werden afgewezen. In plaats van ze te bevechten en te proberen ze van binnenuit te wijzigen – de ‘lange mars door de instellingen’ van Rudi Dutschke – kozen de hippies voor drop out, de uitbouw van alternatieven los van de bestaande gedachten, attitudes en structuren. Hippies vormden dus geen partijen, maar wel gemeenschappen die probeerden in hun eigen behoeften te voorzien. Ontdaan van de noodzaak om revolutie te ontketenen teneinde een nieuwe samenleving te introduceren, konden ze zich meteen concentreren op zichzelf: kledij, voedsel, woonvormen en interpersoonlijke relaties, waaronder seksualiteit. En uiteraard ook het persoonlijke genot onder de vorm van wat toen nog ‘bewustzijnsverruimende middelen’ heette. De wens om de maatschappij los te laten evolueerde snel tot de wens om de wereld los te laten – vandaar het belang van hallucinogenen zoals LSD. Betogende studenten en arbeiders gaven het repressieve apparaat een koekje van eigen deeg en kwamen op straat met wapenstokken en molotovcocktails. Het establishment en de revolutionaire groeperingen vertoonden dan ook eenzelfde denk- en actiepatroon: de strijd om de macht middels politieke partijen, leiders, structuren, hiërarchische modellen, disciplinering via onderwijs, technologie, voorrang aan economie en productie en achterdocht bij alles wat die productie vertraagde of in vraag stelde. De hippies onttrokken zich aan dit conflict tussen identieke Gestalten en bouwden aan een alternatief, met anti-autoritaire scholen en kleinschalige ambachten als typevoorbeelden.

DEGEUS

Creativiteit speelde een belangrijke rol, individuele creativiteit natuurlijk, vandaar de psychedelische muziek die een grote vrijheid toekent aan de muzikanten. Geen betogingen met vaste slogans en eigen ordediensten in industriële centra en grootsteden, maar wel happenings in een park.

ken. Uit de wanorde en het gebrek aan slagkracht, leren we dat er wel degelijk structuren moeten bestaan. Mei ’68 leerde ons evenwel dat men de bestaande niet mag kopiëren: de structuren die ons versmachten bemannen met revolutionairen levert meestal versmachtende structuren op.

Van beide bewegingen leren we dat revolte en strijd perfect combineerbaar zijn met plezier, zelfs met genot

Uit mei ’68 leren we dat een maatschappelijke, ideologische analyse noodzakelijk is, maar het volgen van een Oud Leerboek dodelijk is voor het eigen ideaal. Van de hippies onthouden we de complete openheid voor het nieuwe en onbekende. Het naïeve en zelfdestructieve moeten we natuurlijk vermijden.

Over de hippies wordt minder gesproken, omdat het minder spectaculair oogt dan studenten die de oproerpolitie trotseren en wagens in de fik steken. Hippies hebben geen welbespraakte woordvoerders van doen en daar hebben de media natuurlijk geen boodschap aan. Hippies kregen aandacht vanwege de kleurrijkheid en de seks – van dat laatste kenmerk werd algauw een karikatuur gemaakt. Naakt was toen nog een zwaar taboe. En dat is meteen de tweede reden waarom hippies minder aandacht kregen: hippies doorbraken de zwaarste taboes, met name inzake het gezin, relaties en seksualiteit. Linkse politiek, ook al was die geïnspireerd op de Culturele Revolutie of Fidel Castro, dat konden de machthebbers en de conservatieve media nog verstaan. Maar een open en blote seksualiteit voorstaan of lichamelijk genot promoten, dat was voor de burgerman een brug of twee te ver, althans officieel.

TWEE KANTEN VAN DE MEDAILLE Vaak worden mei ’68 en de hippiebeweging tegenover elkaar geplaatst. Indertijd werd je geacht tot de ene of de andere groep te behoren, hoewel veel jongeren zich in elementen van beide bewegingen herkenden. Eigenlijk horen ze samen, zoals de Franse auteur en scenarioschrijver Jean-Claude ­Carrière zo aantoont in zijn memoires Les années utopie (het leuke is dat Carrière toen al een dertiger was!). Uit mei ’68 leren we dat de oude structuren moeten worden afgebro-

Van hippies onthouden we ook dat de andere tijden niet komen door er op te wachten of ze te klonen, maar door een andere tijd en ruimte te creëren. Niet op ruïnes. Op maagdelijke grond. Met compleet andere intermenselijke verhoudingen en beautiful people. Van hippies kunnen we leren om niet in de val te trappen van de tegenstander door hem na te doen: oog om oog, tand om tand leidt tot blindheid. De hippie reikt de soldaat een bloem aan en valt aan met een compleet ander paradigma, een paradigma dat de tegenstander uit zijn lood slaat. Van beide bewegingen leren we dat revolte en strijd perfect combineerbaar zijn met plezier, ja, zelfs met genot. Dit was ook de tijd van de seksuele revolutie, wat in wezen op een set nieuwe intermenselijke verhoudingen neerkomt. In de roman Éléments incontrôlés van Stéphane Osmont, keuren de trotskistische leiders seks en vertier af, maar veel militanten opteren in de werkelijkheid voor de vrije liefde en de officieel verguisde popmuziek. Van beide bewegingen leren we dat ze andere intermenselijke verhoudingen hebben op gang gebracht, inclusief compleet andere denkwijzen en handelswijzen. En dat ze nog altijd nazinderen. Peace! Eddy Bonte

mei 2018  >  17


FILOSOOF

Het belang van religiositeit in het twintigste-eeuwse humanisme Moraalfilosoof Timothy De Thaey deed een thesisonderzoek naar het religieuze elan binnen de beginjaren van de humanistische beweging in (voornamelijk) Nederland. Hij reikt daarbij een aantal auteurs aan waardoor een humanistische (en atheïstische) religiositeit gereconstrueerd kan worden die de stemmen van die beginjaren doet resoneren. Zijn wegwijzer: de pragmatische filosofie van James, Dewey, Taylor en Pierce. Zet u schrap voor een filosofische exploratie van een humanistische, nietbovennatuurlijke invulling van het concept religiositeit. Religieus? Religiositeit? Wie als eigentijdse humanist er een aantal vroegere bronnen van de actuele levensbeschouwing op nagaat, kan op een kleine, religieuze noot stoten. Het eerste Amerikaanse Humanist Manifesto (1933) heeft het bijna uitsluitend over religious humanism. Men hanteert de term ‘religie’ functioneel; als datgene wat een wereldbeeld, idealen en technieken combineert om de hoogste waarden voor een bevredigend leven te realiseren. Religies moeten, zo luidt het, de bovennatuurlijke verankeringen van waarden verlaten; de wetenschappelijke geest omarmen; lichaam-geest dualisme, theïsme en deïsme verwerpen; verering en gebed verlaten, ‘So stand the theses of religious humanism.’ In Humanist Manifesto II (1973) is

18  >  mei 2018

de toon veranderd. Religie, in the best sense, is iets dat inspiratie geeft aan de toewijding om idealen te realiseren. De overgang naar ‘gewoon’ humanisme valt op.

We verlangen niet naar bevrediging en verzadiging zonder meer, we stellen tevens de vraag naar de goede wijze ervan In Een mantel met sterren. Religieus humanisme in het Humanistisch Verbond (2004) vat Wouter Kuijlman enkele stemmen samen van Nederlandse humanisten met een ‘religieuze’ of ‘spirituele’ toon. In 1945 werd een Religieus Humanistisch Verbond (RHV)


FILOSOOF

gesticht. Een jaar later werd het opgenomen in het vandaag bekende HV. In de eerste beginselverklaring van het HV vindt men de volgende zinsnede: ‘[…] de levens- en wereldbeschouwing, die zich, zonder uit te gaan van het bestaan van een persoonlijke godheid, baseert op de eerbied van de mens als bijzonder deel

Filosoof William James © wikimedia commons

van het kosmisch geheel, […]’. Volgens Kuijlman boden deze woorden nog toegang voor pantheïsten, spinozisten en zo meer. In 1973 wordt de beginselverklaring herschreven. Het ‘kosmisch besef’ staat er van nu af aan niet meer in. Kuijlman acht dit voorspelbaar. In de eerste twintig jaar van het HV waren deze stemmen niet onomstreden. Mede door de ontkerkelijking willen vele humanisten geen enkele identificatie met het irrationele. Toch is ook de achtergrond van de eerste leden niet onbelangrijk: een mix van vroegere vrijzinnig-protestanten, religieuze socialisten en de strijdbare atheïsten uit vrijdenkerskringen.

Er is geen sprake van een mensenleven zonder een daarbij horend hoopvol vooruitzicht dat daar een richting aan geeft Hier zijn enkele religieuze humanisten aan het woord: het besef verworteld te zijn met de Oergrond (Henriëtte Roland Holst), het besef van de menselijke kleinheid in de kosmos (Piet Schut), het besef van een ethische orde waardoor idealen ‘levenswerkelijkheid’ worden (Matthew Ies Spetter). Deze werken verbreden het beeld van de atheïstische/humanistische religiositeit/spiritualiteit. Meestal is enkel het werk van Leo Apostel of André Comte-Sponvilles bekend – en dan nog.

HET PRAGMATISME ALS HUMANISTISCHE METHODE Hoe kan een humanist vandaag de dag enigszins beter en systematischer verwoorden wat deze personen bedoelden met het ‘religieuze’? Hebben zij iets bij te dragen aan het actuele humanisme als levensbeschouwing? Hiernaar ging ik op zoek. Het lijkt erop dat men verbeeldend spreekt en het vooral heeft over de wereld als geheel enerzijds met een daaruit



voortvloeiende inspiratie (of argumentatie) tot levenskunst anderzijds. Dit is nog niet irrationeel; men vertrekt toch ook zeker niet vanuit magisch denken. In mijn thesis nam ik de pragmatistische filosofie (eerder Amerikaans, met namen als Charles Sanders Peirce, William James en John Dewey) als wegwijzer. Het uitgangspunt bij Peirce is een basale psychologische beschrijving: de mens streeft naar geloof. Let wel: ‘geloof’ moet als volgt begrepen worden: aannemen dat iets het geval is (of overtuigd zijn van iets). De godsdienstige connotatie van ‘geloof’ wordt met opzet buiten spel gezet. Centraal bij Peirce is dat we streven naar een geloofstoestand omdat we dan verder kunnen met ons handelen en doen. Twijfel noemt hij the irritation of doubt. Twijfel brengt ons uit ons doen en laten, schept een toestand van denkenin-actie – en deze heeft als doel (opnieuw) het denken-in-rust, ofwel geloof, overtuiging ofwel het gewone handelen, te bereiken. Er is in dit humanistisch pragmatisme weinig plaats voor extreme scepsis over de aard van de werkelijkheid. Solipsisme is uitgesloten, het leidt ook helemaal niet tot handelen. De pragmatist aanvaardt het a priori van het dierlijk geloof (George Santayana, nvda): dit geloof is alle dieren aangeboren, zorgt ervoor dat ze geloven in deze wereld vol dingen en ze gaat aan elke overweging of beschrijving vooraf.

De mens moet zich weer bewust worden van de zin die hem drijft – de zin moet niet uitgevonden worden Verder onderscheidde Peirce een aantal (nefaste) mechanismen die volgens hem tot geloof kunnen leiden. De menselijke geest kent vele tactieken om twijfels weg te werken. Zijn uiteenzetting valt mooi samen met het belang dat humanistische

mei 2018  >  19


FILOSOOF

organisaties wereldwijd hechten aan de studie van het onkritische denken. Peirces voorkeur gaat uit naar de wetenschappelijke methode, die hij karakteriseert als een voortdurend proces van abductie. Hij is ook een fallibilist: ‘Wat hoogstens volgehouden kan worden is te zeggen dat wij zoeken naar een overtuiging waarvan wij denken dat zij waar is.’ Elke bovennatuurlijke claim wordt nu echter van de hand gewezen. De vele tegenwerpingen op bovennatuurlijke veronderstellingen maken het de vrijdenker moeilijk om tot zo’n geloof te komen. Een vermeende bovennatuur heeft niet de grootste verklaringskracht en wordt abductief ‘weggesneden’ (zie Ochkam). We krijgen een naturalistisch wereldbeeld. De verklaring dringt zich op dat het ‘religieuze elan’ niets anders kan zijn dan een amalgaam van natuurlijke processen, eigen aan de mens als organisme.

Wetenschappelijk bekeken kan je niet zeggen dat er een zin ligt in de kosmos. De menselijke soort blaast ze erin. Is ze dan voor iedereen anders? Niet op het niveau van de x-ervaring, zo stel ik, die ons de vraag doet stellen naar de bronnen van de zin DE X-ERVARING Een model dat dit besef inzichtelijker kan maken, haal ik bij Erich Fromm. Een soort past zich aan de omgeving aan of sterft uit. Voor de mens resulteert dit anders. Hij leeft in een zekere disharmonie met de omgeving. Hij moet zijn omgeving enigszins wijzigen. De mens kan zich bewust worden van zijn eigen zwakheden en zich de dood visualiseren. Dit zijn de voorwaarden die leiden tot existentiële twijfel: waartoe zijn wij hier? Waarom en waarvoor wil ik leven?

20  >  mei 2018

Mijn insteek is dat deze existentiële twijfel ook ‘irriteert’ en leidt tot denken-in-actie, tot het vinden van een harmoniërend perspectief. Een overtuiging werkt dan als een gevoel van (cognitieve) controle over de wereld. Om ook niet selectief om te springen met het begrip ‘religie’ zet ik deze existentiële bekommernis te midden van andere oorzaken die aanleiding geven tot het veelvoudige fenomeen van de religie (zoals sociaalpsychologische en evolutionaire verklaringen: als cultureel bijproduct van de fijngevoeligheid voor het schatten van de geestesgesteldheid van anderen, de aanmoediging van prosociaal gedrag, het geritualiseerd herhalen van gedrag voor een gevoel van zekerheid, …). Fromm opteert voor de neutrale term ‘x-ervaring’. De mens beseft dat de problemen van de menselijke conditie kunnen opgelost worden door het ontwikkelen van de menselijke vermogens zoals vrede, liefde en redelijkheid. Voor de humanist Fromm is het primair een menselijke ervaring. Ze kan (historisch) aanleiding geven tot theïstische of magische conceptvervreemding, maar niet noodzakelijk. Een humanistische methode vermijdt dit, daar deze niet steunt op bovennatuurlijke vooronderstellingen.

DE MENSELIJKE EROS Een mensenleven bestaat in de tijd en neemt de (biologische) vorm aan van een groei. Ook al bekijken we de kosmos vanuit de wetenschappen causalistisch, zou je kunnen zeggen dat de genetische onderbouw van een organisme het een teleologische wilsstructuur inprent. Het organisme is, prima facie, gericht op overleven, voortplanting en lustbevrediging. Maar er is, tegelijkertijd, meer aan de hand. Onze wil is tegelijk een zinsstreven omdat we interpretatieve wezens zijn. Het is onmiddellijk een wil-tot-betekenis; een eros. We verlangen niet naar bevrediging en verzadiging zonder meer, we stellen tevens de vraag naar de goede wijze ervan.

Filosoof Leo Apostel 1980 © wikimedia commons

Thomas Alexander, Amerikaans filosoof en bekende commentator van John Dewey, noemt dit the human eros. De menselijke existentie is tegelijk een willen bestaan vanuit waarde en betekenis. Het is een fundamentele behoefte. Een leven zonder zelfwaarde, liefde, nieuwsgierigheid enzovoorts is een verarmd of vernietigd mensenleven. De Canadese filosoof Jean Grondin stelt dat de mens streeft naar een maximaal-zijn. Streven naar het goede of het maximale leven is

DEGEUS


FILOSOOF

worden van de zin die hem drijft – de zin moet niet uitgevonden worden. Ons geweten – een boven-ik – speelt hierbij een rol. Het maakt ons duidelijk dat we het leven moeten beoordelen. Het is een evalueren met de hoop dat mijn handelingen en inzet de moeite waard (geweest) zijn.

We kunnen erkennen dat de kosmos gedetermineerd is enerzijds, maar anderzijds is de toekomst voor de menselijke blik nooit glashelder. Pas dan vinden we de moed om het leven te zien als fundamenteel open voor de toevoeging van mensendaden en de realisatie van idealen DE IMMANENTE ZIN? Wetenschappelijk bekeken kan je niet zeggen dat er een zin ligt in de kosmos. De menselijke soort blaast ze erin. Is ze dan voor iedereen anders? Niet op het niveau van de x-ervaring, zo stel ik, die ons de vraag doet stellen naar de bronnen van de zin. Ik meen dat hiermee een fundament voor de zin kan worden ontwaard. Ze valt niet op te leggen, enkel te verstaan.

universeel en immanent aan het bestaan als organisme. Dit gaat aan alle taal vooraf. Dit begrijpen is vervolgens inzien dat het leven zijn zin of gerichtheid meedeelt. Vanuit deze richtinggevende conditie stellen wij dan ook de vraag naar de zin van het leven. Er is geen sprake van een mensenleven zonder een daarbij horend hoopvol vooruitzicht dat daar een richting aan geeft. Filosoferen over de zin, dixit Grondin, is dan ook een anamnetische opgave: de mens moet zich weer bewust

DEGEUS

Bron 1: de menselijke passies, zintuiglijkheid en gevoelens Ik roep Plato’s metafoor uit de Phaedrus op van de mens als wagenmenner (de rede) met de paarden (drift en begeerte) en spring er losjes mee om. De paarden (hier: onze passies, behoeften) zijn gegeven. Zij ontstaan vanuit ons organisme-zijn. Onze praktische rede, zo zal ik als humanist zeggen, hoort niet alleen keuzes te maken en de paarden te ‘besturen’ – zij interpreteert ook onmiddellijk onze passies als gevoelens in het licht van herinneringen, waarden en mogelijkheden. Zinbeleving is niet te reduceren tot

lustbeleving alleen. Interessant is hier het filosofische werk van de hedendaagse Amerikaanse pragmatist Mark Johnson. Als organisme ontstaat betekenis in een netwerk rondom ons. Een netwerk van behoeften, zintuiglijke indrukken en de interpreteeract van verleden, heden en toekomstmogelijkheden. Betekenis is altijd belichaamd. De immanente, sensomotorische betekenis gaat overigens voor op de talige, propositionele betekenis. Lekker eten, verliefd worden, erotiek, relationele liefde … ze ontstaan vanuit onze lichamelijke constitutie. Zij worden dan ook als betekenisvol ervaren. Nu kan je zeggen dat handelen volgens de passies, die spontaan in je opwellen, ‘authentiek handelen’ kan genoemd worden. Maar onthoud dat de wagenmenner onmiddellijk ook de ervaringen interpreteert. De rede bevraagt die ervaring. Dus gaat de kwalitatieve ervaring bij de mens samen met een cognitieve laag. Dat brengt ons tot de volgende twee bronnen van de zin. Zij fungeren in zekere zin als kennis, als een horizon of achtergrond van begrijpelijkheid om het met Charles Taylor te zeggen. Het is net noodzakelijk voor authenticiteit om ons handelen af te stemmen op die horizon. Bron 2: het totaliteitsperspectief De mensheid die haar eindigheid gewaar wordt, moet zichzelf herkennen als verbonden met de oorsprong; de grote, erg lege kosmos. Zo schrijft Grondin het. Wij zijn hiermee vergeleken onbeduidend klein. Authenticiteit is zich een attitude van ‘kosmische verootmoediging’ aanmeten. We worden teruggeworpen op onszelf. De zorg voor het kwalitatieve bestaan komt in ons besef, in onze handen te liggen. In zijn essay The Spirituality of the Possible in John Dewey’s A Common Faith verheldert Thomas Alexander de pragmatistische interpretatie van Dewey op de religieuze attitude. Deze attitude bestaat erin ‘de wereld te zien als mogelijkheid’: als open en nog niet

mei 2018  >  21


FILOSOOF

voltooid. We kunnen erkennen dat de kosmos gedetermineerd is enerzijds, maar anderzijds is de toekomst voor de menselijke blik nooit glashelder. Pas dan vinden we de moed om het leven te zien als fundamenteel open voor de toevoeging van mensendaden en de realisatie van idealen. Nooit schakelen we dit perspectief volledig uit – ik zou zeggen dat hier ‘de hoop’ wordt geboren. De authentieke religieuze attitude noemt Dewey vervolgens de ‘natuurlijke vroomheid’ (natural piety): we kunnen een meerwaarde toevoegen aan de kosmos – maar ook het mogelijke falen van onze ondernemingen moet onderkend worden.

We doen ons best om het goede te realiseren maar we moeten tegenslag en de wendingen van het lot een plaats geven Deze attitude sluit aan bij het actuele stoïcisme. Voortbordurend op de dichotomie van Epictetus, formuleert de Amerikaanse stoïcijn William B. Irvine een controletrichotomie: (1) er zijn zaken waarover we controle hebben, (2) er zijn zaken waarover we geen controle hebben en (3) er zijn zaken waarover we beperkte controle hebben. De natuurlijke vroomheid houdt deze drie inzichten uit mekaar. We doen ons best om het goede te realiseren maar we moeten tegenslag en de wendingen van het lot een plaats geven. Viktor Frankl, een Oostenrijks psychiater en Holocaustoverlever, geeft een belangrijke plaats aan onze attitude tegenover onafwendbaar lijden. Vanuit zijn kampervaringen schrijft hij op trotse wijze dat mensen, potentieel, in staat zijn om onafwendbaar lijden te dragen zolang ze er een betekenis aan kunnen verlenen.

22  >  mei 2018

Bron 3: de gemeenschappelijkheid van onze fragiliteit Opnieuw werkt de zinfilosoof anamnetisch – aldus Grondin: ‘je moet geen nieuwe solidariteitsgevoelens bedenken, maar je bewust worden van de gevoelens die ons verenigen.’ Ons teruggeworpenzijn maakt het universeel-solidaire niveau mogelijk. We zitten allen in hetzelfde schuitje. Daaruit volgt de erkenning van de gelijkwaardigheid van de ander: naast het immer actuele thema van de diversiteit zijn we ten slotte allemaal gewoon mensen. Elke mens (maar ook elk ander organisme) kan lijden, genot ervaren en wil zich in het leven manifesteren. De zin verbindt ons. Religieuze heil, emancipatie, wereldvrede … Deze zaken kunnen we niet werkelijk vatten zonder ze te zien in het licht van deze richtinggevende zin.

AUTHENTICITEIT Volgens Charles Taylor is authenticiteit pas mogelijk als ik mijn keuzes bepaal tegen een achtergrond van significante kennis. Dit staat lijnrecht tegenover het moderne relativisme dat stelt dat alle keuzemogelijkheden even waardevol zijn omdat ze vrij gekozen worden. Het gaat mij om de erkenning van de drie bovenstaande bronnen van de zin die noodzakelijk zijn voor een authentieke waardenoriëntatie en die de humanist bovendien niet zomaar naast zich neer kan leggen (dat kan natuurlijk wel, in die zin dat we kritisch moeten blijven en dat er altijd betere argumenten mogelijk zijn). En toch meen ik dicht in de buurt te komen van fundamentele bronnen voor menselijke zingeving.

KRITIEK VAN DE RELIGIE Sommige filosofen maken een onderscheid tussen ‘religie’ en ‘religiositeit’ maar ik vind dat geen doeltreffend onderscheid meer. Ik heb mijn onderzoek begrepen als een kritiek van de religie (volgens het elan van de Verlichting): niet een loutere aanval op, maar een analyse van (aspecten van) religie. Kritiek waar we iets aan hebben en waardoor we het onderwerp beter zouden moeten begrijpen.

We zitten allen in hetzelfde schuitje. Daaruit volgt de erkenning van de gelijkwaardigheid van de ander: naast het immer actuele thema van de diversiteit zijn we ten slotte allemaal gewoon mensen Het resultaat is dat het om een bepaalde wijze van zinbevinding gaat. Ik opteer dan ook voor die termen (zingeving, -beleving, -bevinding en ultieme betrokkenheid à la Paul Tillich) omwille van de helderheid. Zo bekeken, vertakt de theoretische reflectie op de religie zich onder andere in de filosofie van de zin en de levenskunst. Ik sluit af met een passage van de medeoprichter van het HV in Nederland, Jaap van Praag: ‘Want echte godsdienstigheid ervaart God als een te eerbiedigen andere werkelijkheid en fundamenteel humanisme, ziet het hogere als de uitdrukking van het geestelijk streven van de mens.’ Timothy De Thaey

Sommige filosofen maken een onderscheid tussen ‘religie’ en ‘religiositeit’ maar ik vind dat geen doeltreffend onderscheid meer

DEGEUS


VRAAGSTUK

Het nut van vaccinatie INTERVIEW MET MARC VAN RANST De winter hebben we eindelijk achter de rug en met een beetje geluk heeft u deze gezond doorstaan. Dit geluk kunt u echter in de hand werken door uzelf te laten vaccineren tegen de griep. Toch lijkt niet iedereen hiervoor open te staan, uit angst voor neveneffecten of zelfs uit principe. Het zijn ideeën die gevoed worden vanuit de anti-vaccinatielobby, die via het internet verkeerde informatie verspreidt. Prof. dr. Marc Van Ranst, verbonden aan het UZ Leuven, stelt u echter gerust. Zijn we op dit moment (eind februari) over de griepepidemie heen? Nee, helemaal niet. We zitten op de top van het aantal griepgevallen en het zal ervan afhangen hoe breed die top zal zijn. Ik denk dat we daar een twee tot drietal weken zullen opzitten. Er zit nog heel wat kracht in de epidemie. © Sunspots

Kunnen we nu al de balans opmaken van dit jaar, of is het daar nog wat te vroeg voor? Zoals gezegd zal het er vanaf hangen hoe breed de top zal zijn. Wanneer berichten in de media verschijnen dat we over de piek heen zijn, denken mensen vaak dat de griep voorbij is. Maar de top van de Gauss-curve betekent natuurlijk dat de helft van de

griepgevallen nog moet komen. Of je nu ziek wordt in de eerste weken van de epidemie of als het aantal griepgevallen aan het slinken is, het is dezelfde griep en men is even ziek.

99,9% van de studies wijzen op het nut van vaccinatie OVER DE TIJD HEEN Heeft het zin om de jaarcijfers te vergelijken? Het griepvirus verschilt niet erg in de laatste twintig jaar wanneer we de ernst ervan vergelijken. Wanneer je het in absolute cijfers bekijkt – in termen van het aantal griepdoden – spreken we van een medium ernstig griepjaar in België wanneer er een vijfhonderdtal mensen sterven door de griep. Bij een grotere epidemie kan dit oplopen tot vijfduizend sterfgeval-


VRAAGSTUK

len. We zitten dus toch met een tienvoudig verschil tussen de extremen. Kan men de vergelijking maken met het aantal verkeersdoden? Is griep een grotere doder dan het verkeer? De vergelijking wordt nog gemaakt. Er zijn echter verschillen op te merken. Bij de griep zijn het in de meeste gevallen de alleroudsten, de tachtigplussers, die sterven. Een andere manier om naar de cijfers te kijken, is door het aantal verloren levensjaren te tellen. Wanneer een 85-jarige sterft door griep dan weten we dat die persoon statistisch gezien geen tien jaar meer Marc Van Ranst © UZ Leuven

zou geleefd hebben. Vele van de griepdoden zijn reeds verzwakt vooraleer ze de griep opdoen.

We kunnen wel goede vaccins en anti-virale middelen proberen te maken, maar zonder alle vogels te doden – wat uiteraard niet kan – zullen we er niet in slagen de griep de wereld uit te helpen

EEN GRIEPJE BESTAAT NIET Kan men meten wat de voordelen zijn van vaccinatie? Op bevolkingsniveau is het moeilijker om aan te tonen dat vaccinatie het aantal doden naar beneden haalt. Op individueel vlak is dit eenvoudiger. Wanneer iemand die tot de doelgroep behoort zich laat vaccineren, dan is de kans dat die eraan sterft kleiner. Gezien we maar twintig procent van de bevolking vaccineren, merk je het effect op bevolkingsniveau niet zo hard. Het doel is dan ook niet om dit percentage op de volledige bevolking naar boven te krijgen. We willen het percentage binnen de doelgroep hoog hebben. Op 80-jarige leeftijd laat ongeveer tachtig procent zich vaccineren. Bij diabetespatiënten echter, een andere groep binnen de doelgroep waarbij heel goeie studies ons leren dat het bijzonder nuttig is te vaccineren, halen we bijlange niet dit percentage. Veeleer dan gezonde mensen te stimuleren zich te laten inenten, is het doel aldus mensen binnen de doelgroep te bereiken.

De Spaanse griep zorgde in 1918 voor twintig tot vijftig miljoen doden, méér dan de rechtstreekse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog Bij heel wat mensen die behoren tot de doelgroep leeft de opvatting dat ze zich toch niet gaan laten vaccineren voor een griepje. Onderschatten mensen de griep? Allereerst: een ‘griepje’ bestaat niet. Mensen die voordien spreken van een griepje zullen na het doormaken ervan dit niet meer doen. Wanneer je griep hebt, ben je erg ziek en ben je een week niet in staat iets anders te doen. In onze spreektaal hebben we het echter ook over een griepje als we het hebben over een verkoudheid of andere zaken. Dit komt het vaccineren niet ten goede. Speelt de anti-vaccinatiebeweging een rol in het beroeren van de publieke opinie en gooien die roet in



DEGEUS


VRAAGSTUK

het eten bij het streven naar hoge vaccinatiecijfers in de doelgroep? Dit fenomeen is iets meer aanwezig in de ons omringende landen. In Vlaanderen is die invloed vrij beperkt. Ik wil trouwens gerust spreken voor een volle zaal anti-vaxxers, maar ik ga niet met hen in debat in de media. Dit zorgt namelijk voor een vals evenwicht van evenwaardige standpunten. Mensen redeneren vaak dat de waarheid dan wel in het midden zal liggen. Dit terwijl 99,9% van de studies wijzen op het nut van vaccinatie. Ik vind trouwens dat onze media in Vlaanderen daar heel verantwoord mee omgaan. Ze geven die groep(en) niet de weerklank die ze zelf zouden willen. In een groter taalgebied is dit niet altijd het geval. Wat hebben mensen als houvast, welke bronnen zijn boven elke twijfel verheven als het over vaccinatie gaat? De Hoge Gezondheidsraad geeft daar onpartijdig advies over. Het is evenwel ook een eenvoudig principe om bij twijfel even te vragen aan de huisarts wat zij of hij aanraadt aan haar of zijn ouders (en/of kinderen). Niemand is zo slecht om een niet-werkend of een gevaarlijk vaccin toe te dienen aan zijn of haar dierbaren. Bij deze, dokter, bent u gevaccineerd? Ik werk in een ziekenhuis en behoor dus tot de doelgroep, ja dus.

Het zit een beetje in ieder van ons om bij ziekte makkelijker dure geneesmiddelen te betalen dan te investeren in de preventie ervan Krijgen we griep ooit de wereld uit? De wereld zullen we het niet uitkrijgen. Griep is primair een ziekte van vogels en die zijn met heel veel. We kunnen wel goede vaccins en antivirale middelen proberen te maken, maar zonder alle vogels te doden – wat

DEGEUS

uiteraard niet kan – zullen we er niet in slagen de griep de wereld uit te helpen. Mutaties kunnen ervoor zorgen dat zo’n (vogel)griepvirus ook mensen ziek maakt. Dit heeft zich voorgedaan in Azië op een grotere schaal dan hier om de eenvoudige reden dat er daar meer mensen wonen. Zo is er als het ware een continue aanvoer van nieuwe griepvarianten. Maatregelen om vogelgriep in te dijken zijn drastisch om (economische) rampen te voorkomen. Ziet u rampscenario’s voor de mens? Eigenlijk hoeven we daar maar honderd jaar voor terug te gaan in de tijd. In 1918 was er de Spaanse griep, waarschijnlijk in 1917 van vogels op mens overgegaan. Verdere nachtmerriescenario’s hoef je niet te zoeken. Die griep zorgde voor twintig tot vijftig miljoen doden, méér dan de rechtstreekse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Zijn we nu beter voorbereid om dergelijke scenario’s te voorkomen? De vaccinatie-industrie is er nog niet klaar voor om iedereen op de wereld van een vaccin te voorzien. Maar we kunnen het nu wel veel vroeger detecteren. In 1918 wist men nog niet dat griep een virus is, men dacht verkeerdelijk dat het om een bacterie ging. Er waren geen vaccins en antibiotica. Men stierf dan ook vaak aan een longontsteking, veroorzaakt door bacteriën bij een persoon die al verzwakt was door de griep. Vandaag zouden we dit grotendeels kunnen tegenhouden. We zijn dus beter voorbereid, maar het zou nog altijd een ramp zijn.

VOORKOMEN IS BETER DAN GENEZEN In onze gezondheidszorg neemt het curatieve een belangrijke plaats in. Vaccinatie is gericht op preventie. Kan het beter? In het Verenigd Koninkrijk worden de huisartspraktijken betaald om hun patiënten te vaccineren. Zo’n maatregel werkt. Maar het gericht zijn op het curatieve en minder op preventie is niet alleen een zaak van de overheid of de gezondheidszorg alleen. Het

zit een beetje in ieder van ons om bij ziekte makkelijker dure geneesmiddelen te betalen dan te investeren in de preventie ervan.

Momenteel werken we hard aan een vaccin dat meerdere jaren, vijf misschien zelfs tien jaar, zal beschermen. Een soort universeel griepvaccin Welke evoluties ziet u nog op langere termijn? Wat belangrijk is om mee te geven, is dat het griepvaccin niet de Rolls Royce is van de vaccins. Sommige gevaccineerden worden uiteindelijk toch nog ziek en waren dus niet honderd procent beschermd. Dat moet nog een stuk beter. Niet alleen doet het vaccin niet helemaal waar het voor ontworpen is, het geeft vaccinatie ook een slechte naam. Momenteel werken we hard aan een vaccin dat meerdere jaren, vijf misschien zelfs tien jaar, zal beschermen. Een soort universeel griepvaccin. Technologisch is dat mogelijk dus verwacht ik dat we daar nog vooruitgang kunnen maken. Een tweede aspect waar we nog vooruitgang kunnen boeken, is de manier van toedienen. Op dit moment bestaat er geen alternatief voor spuiten en naalden, wat bijzonder onelegant is. Mensen geven dit niet zo graag toe maar weinigen houden van een spuitje. Wanneer we een vaccin zouden kunnen toedienen via een pleister zou dit voor veel mensen een drempel wegnemen. Dr. Van Ranst, bedankt en we hopen met z’n allen op de vaccinpleister die ons vijf jaar griepvrij houdt! Wouter Vandamme

mei 2018  >  25


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

© Inneke Gebruers

Des blancs sur le vélo! Vélo Afrique: fietsen voor beter onderwijs in Afrika DUBBELGESPREK JEROEN LEEN EN NICO BURSSENS In een vorige Geus kwam het Effectief Altruïsme uitvoerig aan bod. Effectief Altruïsme gaat ervan uit dat door zorgvuldig te zoeken naar de meest effectieve manieren om goed te doen, ieder individu een enorm positieve impact kan hebben op de wereld. Vélo Afrique is alvast een heel mooi voorbeeld van altruïsme. Deze vrijwilligersorganisatie organiseert mountainbiketochten in Afrika en zorgt met de verzamelde fondsen voor beter onderwijs op dit continent. Het project verdient dan ook alle aandacht. Aan het woord zijn Jeroen Leen, mede-oprichter en Nico Burssens, oprichter GIC Banjou en medewerker van Vélo Afrique.

26  >  mei 2018

Jeroen, jij bent co-founder van dit project. Hoe ben je op dit idee gekomen? Wat was je drijfveer? Jeroen: Telenet, mijn werkgever, was een tijdje terug partner van de ParijsDakar rally. Tijdens de laatste editie kwamen we met het management in Senegal terecht en bezochten we enkele sociale projecten, waaronder een school in overstromingsgebied. We hadden oorspronkelijk gezorgd voor een levering van oude pc’s, maar het management wou ter plaatse meer doen. Ze verdienen allen goed hun brood en dachten elk vijfhonderd euro te geven en daarmee het probleem op

DEGEUS


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

te kunnen lossen. Ik praatte hen dit idee uit het hoofd, want waar gaat dat geld dan naartoe en is dit wel duurzaam? We gingen terug naar huis, maar met het gevoel ons zieltje niet afgekocht te hebben. Terug in België heb ik een plan uitgedacht en zo is Bonjour Afrique ontstaan (Bonjour Afrique staat in voor de opvolging, beheer en controle van de scholen, terwijl Vélo Afrique zorgt voor de fondsenwerving, nvdr). We zijn gestart met een omgekeerd sinterklaasfeest: kinderen van medewerkers konden een stuk speelgoed afstaan en alles werd verzameld in een container. Tegelijkertijd haalden we overal zoveel mogelijk geld op. Toen ik een startkapitaal bijeengesprokkeld had, keerde ik met tien medewerkers terug naar Senegal, waar we uiteindelijk grond kochten om er een nieuwe school te bouwen. Ondertussen zochten we een constructieve manier om in één keer zoveel mogelijk geld op te halen.

cultuur en sportieve uitdaging en dat bleek een schot in de roos. Het is ook niet zomaar wat fietsen in Afrika, het is veel meer dan dat, zonder in de geitenwollensokkensfeer terecht te willen komen. We hebben een moment waarop we ons sociaal project gaan bezoeken, en dat is dan ook misschien de emodag, maar de rest is fietsen, fietsen en plezier beleven. De deelnemers van de eerste editie waren zo enthousiast dat ze zich opnieuw inschreven. Ze maakten ook reclame bij vrienden en familie, dus kwam er een tweede editie, en nog een, waardoor we nu al tien edities achter de rug hebben. Geen

onbelangrijk detail: iedereen die eraan meewerkt doet dit op vrijwillige basis. De funfactor is dan ook heel belangrijk: het moet plezant zijn.

MAGIE EN MASKERS De eerste edities gingen door in Senegal, later in Kameroen. Waarom deze keuze? Jeroen: We hebben zes keer gefietst in Senegal en vier keer in Kameroen. Omdat we graag onze horizonten verleggen en in Senegal een paar keer geconfronteerd werden met problemen van religieuze aard, beslisten we een

(Nico Burssens en Jeroen Leen) Nico: ‘Voor mij is alles begonnen met een Afrikaans masker dat ik kocht op eBay. Ik besloot het masker zelf op te halen bij de verkoper in Brussel. Zo klopte ik op een donderdagavond in januari aan bij ene Georges Mouliom, die uiteindelijk een grote rol zou spelen in ons verhaal.’ © Griet Engelrelst

Wij kiezen voor degelijke kennisoverdracht en diversiteit Omdat we al een link hadden met Koen Wauters via Parijs-Dakar en een link met Jo Bonte via Polé Polé, rees het idee om samen het wereldrecord djembéspelen te verbreken tijdens Polé Polé Beach in Zeebrugge. We lieten een container met djembés aanrukken en 1.401 trommelaars zorgden ervoor dat we slaagden in onze opzet. Dit wereldrecord hebben we nog steeds op onze naam staan. En daar is eigenlijk onze frank gevallen: voortaan steken we geen energie meer in kleine initiatieven zoals een quiz of een pannenkoekenslag, we gaan gewoon één keer per jaar iets groots doen. Mijn idee was iets te doen wat ik al lang wou: fietsen in Afrika. We werkten een model voor een meerdaagse fietstocht uit dat tegelijkertijd geld op bracht: mensen kunnen eraan deelnemen mits het betalen van hun reiskosten, plus een fondsenbijdrage waarmee scholen gebouwd worden. Zo kwamen we tot een mix van avontuur,

DEGEUS

mei 2018  >  27


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

Nico: 'Het is afzien maar tegelijkertijd amuseren we ons rot. Het is een goede balans. Er hangt een sterk solidair gevoel in de groep, we bereiken samen hetzelfde doel.' © Inneke Gebruers

ander land uit te kiezen. Die keuze is er gekomen door een aantal toevalligheden die zich in een week tijd afspeelden. Ik heb zelf nog in Kameroen gewoond met mijn ouders, dus dit land zat enigszins wel in mijn achterhoofd. Een goeie vriend van mij, waarmee ik regelmatig ga fietsen, wist me te vertellen dat zijn buurman een school had opgericht in Kameroen. Dat bleek Nico te zijn. En toen ook mijn counterpartner bij Fidea (Jeroen is sponsorverant-

28  >  mei 2018

woordelijke bij Telenet, samen sponsoren zij het Telenet-Fidea Cycling Team, nvdr) in diezelfde week me tipte om eens een fietstocht in Kameroen te organiseren – zijn schoonzoon is Country Manager in Kameroen – is de beslissing snel gevallen. Uiteindelijk hebben Nico en ik elkaar ontmoet en zo is de bal aan het rollen gegaan. Nico: Dat is geen toeval, dat is zwarte

magie (hilariteit).

Religie is een privézaak en hoort niet thuis op de schoolbanken Nico, jij deelt de liefde voor Afrika met Jeroen. Zwarte magie of toeval: ook jij bouwde er een school. Nico: Voor mij is alles begonnen met een Afrikaans masker dat ik kocht op eBay. Ik besloot het masker zelf op te halen bij de verkoper in Brussel. Zo

DEGEUS


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

studeren, maar ook om fondsen te zoeken voor de bouw van een school in Afrika. Toeval wou dat ik daar al lang iets structureel wou doen. Dus inviteerde ik Georges bij me thuis om kennis te maken met mijn vrouw Ariane en enkele vrienden. Ook zij raakten geboeid door dit project. Samen met mijn vriend Krist De Munter besloot ik naar Kameroen te gaan, meer specifiek Banjou, om er kennis te maken met de lokale mensen en om te zien of het verhaal van Georges wel klopte. We hebben er zijn familie ontmoet, de lokale chef, de burgemeester en allen bevestigden zijn verhaal.

Tijdens de eerste edities werden we vaak uitgelachen. In Senegal is een fiets iets voor losers, voor arme mensen

klopte ik op een donderdagavond in januari aan bij ene Georges Mouliom, die uiteindelijk een grote rol zou spelen in ons verhaal. Hij woonde in een onbewoonbaar verklaarde woning in een of andere obscure straat die vol lag met slachtafval en glas van gebroken ruiten. Ik ga het nooit vergeten. Bon, we raakten aan de praat en ik stelde voor om samen stoemp te gaan eten. Georges wist me te vertellen dat hij naar België gekomen was om hier te

DEGEUS

Wij gingen na welke inspanningen zij konden leveren, wat er met het geld zou gebeuren en besloten ervoor te gaan. Door de verkoop van Afrikaanse maskers en beelden verzamelden we geld, we zochten subsidies waar het kon, gaven voordrachten en schooiden overal centen. Uiteindelijk stuurden we geld, twee camions en één tractor naar Banjou. De bouwmaterialen werden lokaal getransporteerd. We zochten de juiste mensen en verleenden microkredieten waar mogelijk. En zo rees onze eerste school uit de grond. Toen ik Jeroen ontmoette, raakte alles in een stroomversnelling, want alles wat er werd bijgebouwd dankzij Vélo Afrique ging maal drie tot maal vier. Er ontstond een mooie wisselwerking tussen twee gelijkgestemde projecten die de krachten bundelden, met vandaag een superschool in Banjou als resultaat. We hebben daar ter plaatse voor die mensen, waar vroeger gewoon geen school was, echt een verschil gemaakt. Jeroen: Dat is ook het model dat we

nastreven in Senegal. Voordien deden we alles zelf. Maar we moeten eigenlijk steeds met een lokale partner, zoals GIC Banjou dat is, kunnen samenwerken. GIC Banjou doet bijvoorbeeld de

opvolging van het sociaal project ter plaatse.

EEN SCHOOL VOOR IEDEREEN Wat hebben jullie nog verwezenlijkt met Vélo Afrique? Jeroen: Onze baseline is dat we beter onderwijs willen in Afrika. Dit vormt de basis voor het verder bestaan, voor de toekomst van Afrika. Een verschil met de reeds bestaande scholen is dat wij geen godsdienstlessen aanbieden in de klas. In Senegal hebben we zo zes scholen opgestart, waarvan één heel goed functioneert. Helaas lopen sommige scholen nu leeg, hoewel ze in het begin succesvol waren. Hun taak wordt overgenomen door de komst van andere scholen die wel godsdienst aanbieden. Daarin speelt het islamisme opnieuw een grote rol. In Kameroen hebben we één grote school opgericht die ook zeer goed functioneert. In totaal bieden we nu onderwijs aan 1.500 leerlingen. Jullie kiezen bewust voor niet-religieus onderwijs. Jeroen: Klopt, wij kiezen voor degelijke kennisoverdracht en diversiteit. Maar dat neemt niet weg dat we veel aandacht schenken aan waarden en aan discipline.

We betrekken de hele wijk bij de installatie van een school, waardoor de gemeenschap plots terug aan elkaar hangt Nico: Religie is een privézaak en hoort niet thuis op de schoolbanken. Ouders zijn vrij om hun filosofische achtergrond mee te geven aan hun kinderen, zolang dit van thuis uit gebeurt. Je hebt nu eenmaal een grote diversiteit en je kunt niet alles aanbieden.

Komt dit dan ook tot uiting in het vak biologie? Komt bijvoorbeeld de evolutietheorie aan bod? En staan de leerkrachten hiervoor open? Nico: Wat zij aangeleerd krijgen in Kameroen, in het leerplan, brengen zij over. Daar komt ook controle op. Die leerplannen en eindtermen moeten dus gerespecteerd worden.

mei 2018  >  29


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

Jeroen: In het begin hebben wij ingezet

op onderwijs geven aan kinderen in Afrika. Dit hebben we ondertussen bijgestuurd. Wij kiezen nu duidelijk voor béter onderwijs in Afrika, toch een van de millenniumdoelstellingen. Na vier jaar Vélo Afrique zagen we bijvoorbeeld de noodzaak in om te investeren in leerkrachten. In de zomervakanties organiseren wij voor hen bijscholing.

THE LOST GENERATION Hoe reageert de lokale bevolking hierop? Ik kan me voorstellen dat ze in het begin enthousiast waren omdat er voordien geen school was, maar wat vinden ze van het niet-religieuze aspect? Jeroen: Dat is afhankelijk van land tot land en van het moment. In Senegal heerst onder de ouders een quote

die onze werking goed weerspiegelt: ‘Bonjour Afrique nous a donné la joie de vivre’. We betrekken de hele wijk bij de installatie van een school, waardoor de gemeenschap plots terug aan elkaar hangt. In Senegal moet je bijvoorbeeld betalen om naar school te gaan, dus konden wij geen gratis onderwijs aanbieden want dan ontwrichten we gans dit systeem. Mensen die geen geld hebben, krijgen daarom van ons duurzame steun: we organiseren het bijvoorbeeld zo dat een moeder koekjes kan bakken en verkopen, zodat haar kinderen alsnog naar school kunnen. Waar nodig proberen we microkredieten te installeren bij ouders. Maar tien jaar terug moesten we de ouders in Senegal er zelfs nog van overtuigen hun kinderen naar school te laten gaan. Wat wij doen, is dus niet zomaar scholen neerzetten. In Kameroen is dat toch enigs-

zins anders. We installeren er niet alleen neutraal onderwijs, we eisen ook dat meisjes en gehandicapte kinderen, die meestal in donkere kamers worden opgesloten, toegelaten worden. Voor ons zijn dit de voorwaarden om een school te bouwen en in Kameroen verloopt dit iets vlotter dan in Senegal.

Iedereen die eraan meewerkt doet dit op vrijwillige basis. De funfactor is dan ook heel belangrijk: het moet plezant zijn Nico: In Kameroen hebben we eerder problemen om de jongens mee aan boord te krijgen. Door de slechte infrastructuur kunnen vrachtwagens niet overal rijden, waar de brommers

Jeroen: ‘De verleiding is heel groot. Ofwel ga je een paar jaar naar school, ofwel leer je op een dag met een brommer rijden. Jongens verdienen zo snel geld, maar omdat hun brommers zwaar geladen worden en de wegen er heel slecht bij liggen, gaat hun brommer vlug kapot en komen ze uiteindelijk terug in de armoede terecht. En ondertussen hebben ze hun opleiding op school gemist.’ © Inneke Gebruers


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

dat enigszins wel kunnen. In Kameroen haken daarom steeds meer jongens af op school. Ze willen snel geld verdienen, kopen een brommer en beginnen te werken als transporteur. Jeroen: De verleiding is heel groot na-

tuurlijk. Ofwel ga je een paar jaar naar school, ofwel leer je op een dag met een brommer rijden. Ze verdienen dan ook in het begin geld, maar omdat hun brommers zwaar geladen worden en de wegen er heel slecht bij liggen, gaat hun brommer vlug kapot en komen ze uiteindelijk terug in de armoede terecht. En ondertussen hebben ze hun opleiding op school gemist. Nico: Toen ik in 2008 begon met GIC

Banjou, de school in Kameroen, heb ik al snel ingezien wat de grootste bedreiging is voor de groei van Afrika: het gebrek aan infrastructuur. Landbouw

is het grootste exportproduct, dus dat moet vervoerd worden. De camions geraken niet tot elke bestemming omdat de wegen vol putten liggen, dus zien de jongens daar een kans om geld te verdienen. Hun brommer wordt overbeladen, dat gaat soms over honderd kilo, wat leidt tot zeer gevaarlijke situaties. Terwijl ze eigenlijk gewoon naar school zouden moeten kunnen gaan. Zo creëer je een generatie die er tussen valt. Asfaltering is wel bezig, dit gebeurt door de Chinezen, maar ook dat vormt een probleem. China overspoelt de Afrikaanse markt met Chinese producten en haalt ondertussen Afrika leeg. Bijkomend heb je nog de gezondheidsproblematiek, de corruptie en de al eerder vernoemde islamisering. Er moet dringend meer aandacht gaan naar deze vijf pijlers.

Jeroen: In Senegal kan er niemand

een rechte muur metsen omdat er geen technische scholing bestaat. In Kameroen wel, maar hoe lang nog? De kennisoverdracht verdwijnt, deze scootergeneratie zorgt er bijvoorbeeld voor dat binnen vijftien jaar ook daar niemand nog een rechte muur zal kunnen metsen. Dat zie je ook in de visvangst. De Japanners hebben alles leeggevist in Senegal. Oorspronkelijk gingen de Senegalezen vissen met houten bootjes. De Japanners maakten gebruik van motorboten in polyester. Nu er daar ook geen vis meer in de zee zit, ligt het strand vol met kapotte boten. En niemand weet nog hoe ze te herstellen, dus blijven ze gewoon liggen. Niet echt een opbeurend verhaal … Nico: Alle grondstoffen zijn bedoeld

voor de export, maar de inkomsten

Jeroen: ‘Als je dezelfde weg zou afleggen met een jeep bijvoorbeeld, zal je nooit dezelfde sensatie ervaren als op een fiets. Na enkele dagen afzien komt de emotie beter binnen, je beseft beter wat je aan het doen bent. Soms passeer je een dame die manden op het hoofd draagt die zwaarder zijn dan haar eigen gewicht en dan zal zij je aanmoedigen om vol te houden: ‘Du courage!’ Stel je voor.’ © Inneke Gebruers


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

hieruit komen niet terecht waar ze zouden moeten terechtkomen. De nodige lokale investeringen gebeuren niet. Daarbij komt nog de klimaatsverandering die sterk voelbaar is, er is veel minder neerslag. Wouden worden compleet leeggeroofd. Een eerlijke verdeling is er gewoon niet. Maar door degelijk onderwijs kan je inzichten bieden die daarop kunnen inspelen. Jeroen: Het is geen opbeurend verhaal,

maar Afrika blijft een fantastisch continent. De mensen zijn er opgewekt, ondanks de miserie zijn ze gelukkig en dat is ontwapenend. Nico: Maar dat neemt niet weg dat de

scootergeneratie er weg wil. Ze zien op hun gsm een ander leven bij vrienden of familie die de oversteek naar Europa hebben gemaakt, en willen ook naar hier komen. De perceptie van het Westen als paradijs leeft daar sterk.

AVONTUUR OP TWEE WIELEN Het doel van Vélo Afrique is beter onderwijs om de toekomst van het continent te garanderen. Maar jullie koppelen er ook een extra doel aan: het aanbieden van een sportief avontuur op een unieke locatie en in een fantastische cultuur. Waarom de fiets? Speelt het aspect van het lijden, het afbeulen op de fiets, een rol? Jeroen: Als je dezelfde weg zou afleggen met een jeep bijvoorbeeld, zal je nooit dezelfde sensatie ervaren als op een fiets. Na enkele dagen afzien komt de emotie beter binnen, je beseft beter wat je aan het doen bent. Soms passeer je een dame die manden op het hoofd draagt die zwaarder zijn dan haar eigen gewicht en dan zal zij je aanmoedigen om vol te houden: ‘Du courage!’ Stel je voor. Nico: In 2005 beklom ik voor de eerste

keer de Mont Ventoux. Tijdens de beklimming peperde mijn fietspartner en goede vriend Dirk Matheussen me in dat afzien maar voor even is, maar opgeven voor altijd. Dat blijft nog steeds hangen in mijn hoofd. Het is zeker afzien, absoluut, maar tegelijkertijd amuseren we ons rot. Het is een goede balans. Er hangt een sterk solidair

32  >  mei 2018

Jeroen: 'Onze baseline is dat we beter onderwijs willen in Afrika. Dit vormt de basis voor het verder b Afrika. Een verschil met de reeds bestaande scholen is dat wij geen godsdienstlessen aanbieden in de k

gevoel in de groep, we bereiken samen hetzelfde doel. Je ziet af, maar daarna word je beloond. Het is een echte wawervaring. Je krijgt ook een heel ander beeld van Afrika.

betrokken wordt. De lokale mensen worden structureel ondersteund en dat is duurzaam. Je geeft hen een duwtje in de rug zodat zij zelf verder kunnen gaan.

Jeroen: Wij projecteren onze stan-

Tien jaar terug moesten we de ouders in Senegal er zelfs nog van overtuigen hun kinderen naar school te laten gaan

daarden teveel op Afrika. Wij lopen misschien rond in mooie kleren, zien hen soms in lompen en denken dan van ‘ocharme’. Maar Afrikanen zijn daarom niet minder gelukkig. Met geld los je ook niet alles op. Nico: Het fietsen staat ook symbool

voor wat je doet: je steekt iets in gang, moet voortdurend problemen oplossen, maar uiteindelijk maak je het verschil door te zorgen dat er iets komt dat er vroeger niet was. Als de wil er is om verder te gaan, dan gaat dat ook gebeuren. We bouwen mooie scholen, waarbij de hele gemeenschap

Jeroen: In de groep overstijg je jezelf, op alle niveaus: je verlaat je comfortzone en je doet dingen waar je verstelt van staat. Dat is ook de reden waarom mensen steeds willen terug deelnemen: het is een enorme challenge. Nico: Of je nu de schijterij hebt of niet,

je moet toch doordoen. Nie neute! Je geeft veel, maar je krijgt ook veel. Je

DEGEUS


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

tal vrijwilligers. De sterkte is dat we niemand uit zijn of haar comfortzone halen: we maken gebruik van ieders talenten en dringen geen taken op. Iemand die sterk is in logistiek zetten we in voor logistiek, we vragen die niet om pakweg Excellijsten te maken. Deze chemie leidt ertoe dat mensen zich met volle goesting wijden aan ons project.

Afzien is maar voor even, opgeven is voor altijd Nico: Jeroen is een ongelooflijke ma-

nager, hij zorgt ervoor dat iedereen een goed gevoel heeft. Iedereen kan zijn energie kwijt en dat leidt tot een ongelooflijk dynamisme. In Afrika organiseert hij veel overlegmomenten waarbij rekening gehouden wordt met iedereen. Er wordt veel gepraat en bijgestuurd waar nodig, waardoor alles goed onder controle blijft. Dat is goed management. Jeroen: We zijn gestart als een kleine

organisatie, maar krijgen nu veel weerklank. Op Velofollies bijvoorbeeld, de fietsbeurs, verzamelden we vorig jaar oude fietskledij. Dit jaar stelde de beursorganisator voor om samen een grotere actie te voeren en liet containers plaatsten aan de ingang. Dat doet deugd.

bestaan, voor de toekomst van klas.' © Inneke Gebruers

komt terug als een andere mens.

voelen hun appreciatie.

Hoe reageert de bevolking? Worden jullie enthousiast begroet of zien zij jullie als rare snuiters in gekke pakjes? Jeroen: Ze roepen ‘Des blancs sur le vélo!’ Uiteraard is dit voor hen een zeer abstract beeld. We komen soms zelfs op plaatsen waar mensen nog nooit blanken gezien hebben, dus schrikken ze. Om paniek te vermijden gaan Georges en enkele medewerkers op voorhand langs om de lokale bevolking te verwittigen van onze komst. Maar als de schrik weg is, wordt het een feest en vragen ze wanneer we terugkomen.

Jeroen: Ik herinner me wel dat we

Nico: Ze verklaren ons misschien gek,

maar ze blijven respectvol en ze moedigen ons steeds aan op de weg. Als we stoppen, krijgen we veel belangstelling. We worden enthousiast begroet en

DEGEUS

tijdens de eerste edities vaak werden uitgelachen. In Senegal is een fiets iets voor losers, voor arme mensen. Je moet net een auto hebben als je het gemaakt hebt. Nico: Maar nu merken we dat er inte-

resse ontstaat in het mountainbiken, vooral in Kameroen, er rijzen zelfs clubs uit de grond. Jaarlijks een fietstocht organiseren en tegelijkertijd werk maken van beter onderwijs in Afrika lijkt me geen sinecure. Toch draait en staat jullie organisatie op vrijwilligers. Lukt dit vlot? Jeroen: We zijn met twee co-founders, Geertrui Van Look en ikzelf, en we kunnen per editie rekenen op een tien-

Nico: Zo zie je maar dat je als individu

veel in gang kan zetten. Jullie wisten ook singer-songwriter Frederik Sioen te enthousiasmeren, hij is de peter van dit project. Jeroen: Koen Wauters was de eerste peter van Vélo Afrique, maar omdat dit niet verenigbaar was met zijn peterschap bij Foster Parents Plan waren we genoodzaakt een nieuwe peter te zoeken. Voor mij was het evident om die te zoeken in de wereld van het veldrijden. Mijn oog viel algauw op Tom Meeusen, die toen nog niet zo bekend was, maar overduidelijk een groot talent. Hij nam dit ter harte en werd uiteindelijk 5-6 jaar peter van ons project. Nu neemt Sioen het peterschap waar en hij doet dat op voortreffelijke wijze. Zijn profiel past perfect binnen Vélo Afrique. Hij schreef het afscheidslied voor Sven Neys, hij fietst

mei 2018  >  33


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

zelf goed en hij heeft een ongelooflijke uitstraling. Het is een echte sfeermaker. Vooraf gaan we bij elke mogelijke peter op gesprek, om zeker te zijn dat we op dezelfde lijn zitten. De basisprincipes komen aan bod: zoals het investeren in niet-religieus onderwijs. Jammer genoeg kan Sioen dit jaar niet mee. Nu zijn we op zoek naar een geschikte meter.

Wij projecteren onze standaarden teveel op Afrika. Wij lopen misschien rond in mooie kleren, zien hen soms in lompen en denken dan van ‘ocharme’. Maar Afrikanen zijn daarom niet minder gelukkig

HET LOT VAN DE OFFERKINDEREN Waar gaat de trip dit jaar naar toe? Jeroen: Dit jaar fietsen we voor het eerst in Oeganda, maar het principe blijft hetzelfde: de reis duurt tien dagen, waarvan we zeven dagen op de fiets zitten. We vertrekken vanuit Entebbe, fietsen langs de Nijl en bezoeken op het einde van de rit het sociaal project waarvoor we fondsen werven: Foodstep. Dit opvangcentrum ontfermt zich over wees- en offerkinderen. Nathalie Seliffet is de bezieler en doet alles ter plaatse om kinderen te redden uit hachelijke situaties. In Oeganda is er geen justitie, waardoor kinderen vaak opgepakt worden en in de gevangenis belanden. Spijbelen is bijvoorbeeld al voldoende reden om achter de tralies te belanden. Een zeer triestig verhaal is dat van de offerkinderen. In Afrika lopen er lokaal nog tovenaars

rond, die moeders – meestal pas bevallen – wijs maken dat hun kinderen behekst zijn. Die tovenaars lopen rond in materniteiten, bekijken de baby’s en als er eentje tussen zit met bijvoorbeeld een raar hoofdje, wordt het als ‘behekst’ bestempeld en krijgt de moeder het advies een stuk van het hoofd af te kappen met een machete, of het kind gewoon in een beerput te dumpen. Anders wacht haar familie groot onheil. Als Nathalie dit ter ore krijgt, spoedt ze zich naar het ziekenhuis en probeert zij dat kind te redden. Ze vangt dus heel wat kinderen op en ontfermt zich als een echte moeder over hen. Eens ze groot zijn, wil Nathalie de kinderen niet zomaar los laten. ‘Behekste’ kinderen worden niet makkelijk aanvaard in de maatschappij. Ze wil ervoor zorgen dat ze eerst een degelijke opleiding krijgen, zodat ze ook een toekomst

Nico Burssens (links) en Jeroen Leen (rechts) samen met co-founder Geertrui Van Look © Inneke Gebruers


MENSELIJK, AL TE MENSELIJK

hebben. In Entebbe en Kampala is er veel horeca. Met Vélo Afrique willen wij een hotelschool opstarten voor Foodstep. Nathalie zal dit project opvolgen, wij zorgen voor de fondsen en de controle. Ze heeft zelf ervaring in de horeca en toerisme, ze heeft ooit een traiteurszaak gerund. Nu heeft ze een terrein gekocht langs het Victoriameer, waarop wij een paar bungalows gaan neerzetten met het oog op microtoerisme. De oudere kinderen zullen daar hun opleiding krijgen: koken, bar, kamers opruimen … Zij verlaten het huis dan pas als ze een deftige CV kunnen voorleggen, zodat ze aan de slag kunnen in de toeristische sector. Er hangt een ongelooflijke warme, positieve sfeer in Foodstep maar van alle miserie die ik al gezien heb, raakte dit me het diepst. Ik zag er kinderen waarvan de arm werd afgehakt met een machete, of letterlijk met kappen in het hoofd, puur omwille van bijgeloof. Dat heeft er stevig ingehakt bij mij en mijn compagnons.

In Afrika lopen er lokaal nog tovenaars rond, die moeders – meestal pas bevallen – wijs maken dat hun kinderen behekst zijn Nico: Afrika is een continent met

enorm veel littekens. De ene dictatuur volgde de andere op en dat laat zijn sporen na. Er lopen kindsoldaten rond die getekend zijn voor de rest van hun leven. En dan heb je de lokale magie die er nog steeds levendig is. Een verschrikkelijke combinatie. Jeroen: ‘Behekste’ kinderen worden

gestigmatiseerd. Daar werkt Nathalie ook aan, door een voetbalclub op te richten voor deze beschadigde kinderen, zelfs een fanfare. Zij lopen dan ook mee in de lokale stoeten en spelen mee op wedstrijden. Hiermee toont ze aan dat deze kinderen ook gewoon kinderen zijn die willen spelen, zodat ze terug aanvaard worden. De sociale dimensie is voor haar heel belangrijk. Opnieuw een prachtig project dat je kan bezoeken met Vélo Afri-

DEGEUS

que. Hoe kan je deelnemen? Nico: Om deel te kunnen nemen betaal je vierduizend euro, maar dit weegt niet op voor wat je er in ruil voor krijgt. Je ziet dingen die je anders nooit zou zien. Van die vierduizend gaat duizendvijfhonderd euro naar het project dat gesteund wordt, de overige tweeduizendvijfhonderd zijn reiskosten. Jeroen: We hebben een infoavond

georganiseerd in Antwerpen en een in Gent en zijn nu al volgeboekt. Op Velofollies hebben we een pre-registratie georganiseerd en zaten we al aan honderdvijftig man. Iedereen wil mee waardoor we in een soort Tomorrowlandscenario terechtgekomen zijn. Omdat wij een vrijwilligersorganisatie zijn – we hebben allemaal naast Vélo Afrique ook nog een voltijdse job – kunnen we deze trip geen twee of drie keer per jaar aanbieden. We proberen nu mensen door te schuiven naar 2019. Wel denken we eraan een formule te creëren voor kleine groepen.

STEUN FOODSTEP, STEUN VELO AFRIQUE Honderden kilometers fietsen op onverharde wegen: het is niet voor iedereen weggelegd. Kan je ook vanuit je luie zetel een bijdrage leveren? Jeroen: Als je wil meedoen, moet je inderdaad zeker al een aantal kilometers in de benen hebben. Je moet ook rekening houden met minder comfort. Je slaapt niet altijd in een hotelkamer, soms al eens in een tent en je slaapt er ook geen acht uur in alle rust. Het eten is er anders, hoewel de lokale kok enigszins rekening houdt met onze gewoontes. We hebben bijvoorbeeld geleerd steeds te vragen de (meestal zeer pikante) saus niet te mengen het eten, maar apart te serveren. De sanitaire voorzieningen zijn niet altijd aanwezig en dikwijls wacht er geen douche na een zware tocht, maar een simpele emmer water. Indien dit niets voor jou is, kan je uiteraard sponsoren, maar je kan er ook over praten: bewustwording blijft noodzakelijk. Europeanen hangen nog teveel in de missionarisfase. Je lost echter niets op met het uitdelen van oude kleren en zeker niet met stylo’s en allerlei cadeaus aan de lokale

bevolking. Daar hameren we op tijdens onze infosessies. Wel is het zinvol te investeren in organisaties die lokaal iets op poten zetten, bijvoorbeeld een school. Jammer genoeg gaat er bij ons veel te weinig aandacht naar ontwikkelingssamenwerking. Vertel er dus over, of boek ons voor een lezing en dan geven wij zelf een woordje uitleg.

Het beeld dat we nu het meest zien in de media is dat van Afrikanen op bootjes op weg naar het Westen maar wie net de meeste aandacht verdient, zijn de Afrikanen die blijven Nico: Het beeld dat we nu het meest

zien in de media is dat van Afrikanen op bootjes op weg naar het Westen. De instroom van 100.000 Afrikanen wordt als een bedreiging of probleem beschouwd, terwijl je dat ook als een oplossing kan zien. Ondertussen gaat echter alle aandacht naar die ‘bedreiging’, maar wie net de meeste aandacht verdient, zijn de Afrikanen die blijven. Door daar scholen neer te zetten, met mooie gebouwen en goed opgeleide leerkrachten, lever je goed opgeleide individuen af die kunnen investeren in hun gemeenschap en in hun land. Jeroen: Kijk, Vlaanderen is een fiets-

land. Wij proberen van Afrika de Ventoux te maken: iets aantrekkelijk, waar je niet bang voor hoeft te zijn. We houden je hand bij wijze vast, alles wordt voor je geregeld. Wil je dus een extra fietsuitdaging en tegelijkertijd een goed doel steunen, doe dan eens mee met Vélo Afrique. Vierhonderd deelnemers deden je voor en blijven enthousiast. Zij zijn dan ook onze beste ambassadeurs. Griet Engelrelst

WIL JE VÉLO AFRIQUE FINANCIEEL STEUNEN? Dat kan via BE46 7380 3094 4436 Alle info op www.veloafrique.be

mei 2018  >  35


CULTUUR

Roland Van den Berghe EEN KUNSTHAPPENING AAN DE OMHEINDE RUÏNE VAN DE INNOVATION (1967)

36  >  mei 2018

DEGEUS


CULTUUR

Werk van Roland Van den Berghe op de ruïne van de Innovation, Brussel Nieuwstraat. Het aanbrengen van de schets werd een happening waaraan ook Marcel Broodthaers en Jacques Charlier deelnemen.

DEGEUS

mei 2018  >  37


CULTUUR

Roland Van den Berghe (Gent, 1943) groeide op in de kapperszaak van vader en moeder, samen met zijn broer, Gie, de bekende moraalfilosoof. Het huis stond aan de Vrijdagsmarkt, wat men toen de ‘Zuivelsteeg‘ noemde, dicht bij de Bond Moyson, waar de socialistische beweging zich placht te manifesteren. Zijn vader Albert, zelf een ‘door de oorlog in de knop gefnuikte dichter’, zoals Roland hem noemt, was een kunstliefhebber. Hij verzamelde schilderijen van kunstenaars die bij hem ook hun haar en baard lieten verzorgen. Naar de coiffeur gaan was toen nog een van de tijdsbakens van het leven, een plek waar men de nieuwtjes vernam en over het nieuws discussieerde. In zijn collectie zaten onder meer Jules de Bruycker, Jules Van de Veegaete, Jos Verdegem en Camille D’havé. Hij ging op zondag graag naar de Gentse galerijen van toen: Vyncke-Van Eyck, Kaleidoscoop en Elmar. Kleine Roland luisterde graag naar die artiestenverhalen en mocht ook al eens mee op zondag. Hij volgde overigens reeds vanaf zijn negende tekenles aan de Academie. Op een dag bezoekt hij de tentoonstelling van René ­Magritte in Vooruit, georganiseerd door de cultuurambtenaar van het eerste uur, Emile Langui. Hij geraakt er gefascineerd door het werk Le Plaisir, een meisje dat een vogel verorbert. Hij koopt de catalogus voor vijftien frank. Aan de keukentafel stimuleert hij zijn vader om dat werk te kopen, prijs: 3.000 Belgische frank. Zijn moeder rukt het boekje uit de handen van de jonge knaap, ziet een paar magritteaanse naakten en verbant het boekje. Van kopen kan er geen sprake zijn, geen viezigheid in huis.

Expressionisme en surrealisme: het gevoel versus de ratio; buikgevoel versus intellectualisme; zintuiglijkheid versus het cerebrale WEG VAN DE RETINALE KUNST Hoe dan ook is er iets bepalends gebeurd in de artistieke oriëntatie van Roland Van den Berghe. Expressionisme en surrealisme zijn twee historische kunststijlen, die respectievelijk na 1905 en 1924 golden als vernieuwend en actueel. Ze blijven tot op vandaag uiteenlopende manieren om kunst te maken en ernaar te kijken. De eerste wil door de vorm kracht geven, via vervorming en beklemtoning en met een bijzondere aandacht voor het sprekende van de materialiteit. De inhoud moet daardoor niet al te zichtbaar worden. De andere wil spelen met concepten, filosoferen met beelden. De vorm doet er niet zoveel toe. Zeg maar: het gevoel versus de ratio; buikgevoel versus intellectualisme; zintuiglijkheid versus het cerebrale. Marcel Duchamp is een keerpunt in deze geschiedenis. Gebroken met de ‘retinale’ kunst, het voordien door hem middelmatig beoefende fauvisme en kubisme, wordt hij de grootvader van de conceptuele kunst, waar het surrealisme niet ver vandaan vertoeft. Van Dale

38  >  mei 2018

DEGEUS


CULTUUR

schiet ons hier te hulp: ‘…retinale kunst, van M. Duchamp afkomstige term voor te eenzijdig visueel gerichte schilderkunst als van impressionisten, fauvisten en kubisten.’ Hij was ook niet te berooid om de uitspraak bète comme un peintre in voege te hebben gebracht. Marcel Duchamp zal Roland Van den Berghe vanaf een zeker ogenblik nooit meer loslaten.

Over Magritte laat Burssens zich op een keer ontvallen: ‘die vent kan niet schilderen.’ Einde van een vriendschap. Einde van een bewondering Aan de Gentse Academie vindt Roland een goede leermeester in Jan Burssens (1925-2002). Ze hebben een goede verstandhouding en Roland bewondert hem aanvankelijk zeer sterk: mooie man, flamboyante persoonlijkheid, getalenteerde schilder en tekenaar, die oploopt met Francis Bacon en Alberto Giacometti en verder urenlang kan vertellen over het leven en de gang van zaken van de wereld, gevoed door zijn dagelijkse lectuur van internationale bladen. In een discussie over Magritte laat Burssens zich op een keer ontvallen: ‘die vent kan niet schilderen.’ Iets wat ik zelf ook al dikwijls geopperd heb. Roland wordt er echter in zijn kunstenaarsgemoed door getroffen. Einde van een vriendschap. Einde van een bewondering. Van den Berghe wordt er zich van bewust dat Burssens de verpersoonlijking is van die andere kunstbenadering. Het oeuvre van Jan Burrssens kan inderdaad zonder moeite in het hoofdstuk ‘neo-expressionisme’ ondergebracht worden, met existentiële bekommernissen als leitmotiv. Belangrijk is niet ‘de’ werkelijkheid in zijn ongeziene toestand, zoals de surrealisten zoeken, maar ‘mijn’ werkelijkheid vinden, zoals ik die in het diepste van mezelf probeer te ervaren met de hoop dat die ook bij anderen gelijkaardig voorkomt, deze van de mensheid. Een beetje raar, want het neo-expressionisme kenmerkt zich precies door een snuifje surrealisme aan de expressie toe te voegen. In Vlaanderen mag dit in het voetspoor van de naamgenoot van Roland gezien worden, Frits Van den Berghe (18831939). Maar dat doet er niet toe. Burssens wordt voor Roland een voorbeeld waar hij van weg wil. Hij houdt overigens ook Gent voor bekeken. Zijn wegen leiden vanaf 1966 naar drie plaatsen. In Godveerdegem, een dorp in de Denderstreek, mag hij door toedoen van de markante uitbaatster van de Pimsbar (overigens de inspiratiebron voor het boek Omtrent Deedee van Hugo Claus), beschikken over een oude vierkantshoeve. Zijn vriend, Dees De Bruyne, met wie hij menig happening bekokstoofde, verbleef daar ook. Hij leert via een studiebeurs Amsterdam kennen, centrum van de sociale omwenteling van die tijd, waar hij tot op vandaag een atelier betrekt. Roland spreekt overigens een unieke mengeling van Hollands en Gents. Om zich wat verder te ont-Gentsen bezoekt hij geregeld Brussel. Allemaal avonturen die zouden uitgeschreven moeten worden, maar waar hier nu geen plaats voor is.

DEGEUS

René Magritte, Jeune fille mangeant un oiseau- Le Plaisir, 1927.

GENT VERSUS BRUSSEL Toch één anekdote (Gilles Deleuze: ‘De anekdote is voor het leven wat het aforisme is voor het denken: iets wat zich leent tot interpretatie’) over Brussel. Roland leert bij toeval Marcel Broodthaers (1924-1976) kennen. Het klikt tussen beide heren die elkaar omarmen via een ontluikende liefde voor de conceptuele kunst, die zich precies in dat decennium internationaal ontwikkelt. In Gent wordt er mee gelachen. ‘En de schilder hij schilderde voort’, zou Marcel Duchamp gezegd hebben, mocht hij een Vlaming geweest zijn. Daar worden de eerste sporen van deze nieuwe kunstvorm niet meteen ernstig genomen. Dat zou duren tot in de jaren tachtig, het is de verdienste van Karel Geirlandt om Jan Hoet aan te zetten om deze kunst in het toenmalige SMAK te tonen. Vanaf 1986 komt de grote vertegenwoordiger ervan, Joseph Kosuth (1945), zelfs in de Gentse Maagdenstraat wonen tot 1998. Hij was tevens de manifestschrijver van deze beweging (Art after Philosophy; 1969). In Brussel was de situatie helemaal anders. Daar broeide de conceptuele kunst reeds in de jaren zestig. De voortrekkende galerie MTL van Fernand Spillemaeckers deed er in 1970 haar deuren open. Marcel Broodthaers begint er in 1963 met conceptuele kunst te experimenteren. Als dichter geraakte hij zijn bundels aan de Brusselse straatstenen niet kwijt. Hij constateert echter dat de beeldende kunstenaars niet slecht verkopen. Waarom het zelf niet proberen? Hij begint alvast met een bundel onverkochte gedichten onleesbaar te maken door ze in gips vast te klitten: Pense-Bête. Het werk werd in 2006 door de Vlaamse Gemeenschap voor 400.000 euro aangekocht, en is te zien in het SMAK. Het was nochtans precies tegen de met geld verweven kunsthandel dat Broodthaers wou reageren. Al had hij er moeite mee, toch legde hij zich neer bij het percentage van de galerist. Ironisch bleef hij kritiek leveren op de commercialiteit van de kunstwereld, met in die tijd de popart als goed verkopend spul. Het was in die kritiek dat Marcel en Roland elkaar vonden. De rode draad door het werk van Van den Berghe is precies bloot te leggen hoe de kunstwereld werkt, en hoe daar op

mei 2018  >  39


CULTUUR

bedenkelijke wijze geld bij komt kijken. De theoretische onderbouwing hiervoor vindt hij terug bij Hannah Arendt. Zij wijst erop dat er naast de commerciële kunst ook nog een is die, deels onbewust, een boodschap van zingevende aard doorgeeft aan de toeschouwer. Hun kunst gaat in tegen de bourgeoisie die geld als enige waarde stelt (Marcuse: de eendimensionale mens). Kunst moet daarentegen een neerslag zijn van wat er beweegt onder de mensen. Kunstenaars komen vaak uit het gewone volk (vader Broodthaers kelner, vader Magritte handelsreiziger) en willen iets tot uiting brengen dat naar dat volk terugkeert. Dit is althans het uitgangspunt van Roland Van den Berghe, die steeds weigert een prijslijst bij zijn tentoonstellingen ter inzage te leggen. Niet om de fiscus te verschalken, maar omdat op kunst geen prijs staat. De advocaat, notaris en dokter hebben hun tarief, de kunstenaar niet.

De rode draad door het werk van Van den Berghe is precies bloot te leggen hoe de kunstwereld werkt, en hoe daar op bedenkelijke wijze geld bij komt kijken DE ANEKDOTE En nu de anekdote. Roland Van den Berghe wordt in 1967 uitgenodigd om in Brussel met medekunstenaars een interuniversitaire tentoonstelling te maken in publieke ruimtes, Reportage. Zijn contacten in Brussel worden gesteund door de kring Vrij Onderzoek (Librex) van de ULB, de moeder van de VUB. Uiteraard verzoekt hij zijn vriend Broodthaers om deel te nemen. Deze weigert. Roland is beteuterd … dan maar zonder Marcel. Het is niet onmogelijk dat de harde strijd binnen het Paleis voor Schone Kunsten tussen Vlaamse en Franstalige bestuursleden daarin een rol heeft gespeeld. Toenmalig directeur Walter Van de Maele, Vlaming en vriend van Roland, had beloofd de werken ook in zijn ruimtes te tonen. Marcel was bevriend met de Franstaligen. Veel later denkt hij nog een bijkomende uitleg hiervoor te hebben gevonden. Kunstenaars kunnen vrienden zijn, maar ‘samenlopend’ is precies de betekenis van ‘concurrentie’. Een beetje na-ijver is niet onmogelijk. De Brusselaar houdt wel van zijn jonge Gentse vriend zolang die zich gedeisd houdt. Wanneer hij begint mee te doen aan tentoonstellingen in Brussel dan moet dat manneke uit een Vlaamse provinciestad dat zijn Frans geleerd heeft in een Gents kappersalon, een toontje lager zingen. Ze hadden kort voordien nog een discussie gehad over Magritte. Roland verblufte Marcel met zijn interpretatie van een werk van Magritte, La Pipe (1927), een voorloper van Ceci n’est pas une pipe. Voor Roland is dat de poging om tabak te schilderen volgens het principe: de tabak is de pijp en de pijp is de tabak. Dat die Gentse snotneus ook nog eens verstand meent te hebben van Magritte is een pijp te ver. Dat waant Marcel tot zijn domein.

40  >  mei 2018

Roland Van den Berghe, Dây không phãi là môt tâm ãnh. Een voorbeeld van Ceci n’est pas une photo. Deze beeldenreeks van Roland Van den Berghe verwi

Roland laat het niet aan zijn hart komen en kiest zelf de Nieuwstraat als locatie. Op de afschutting die er staat rond de ruïne van de afgebrande Innovation (22 mei) mag wel wat kunst komen. Niet om te verfraaien, dat zou ongepast zijn en daarenboven hebben de conceptuelen de Schone Kunsten afgezworen. Wel om te reflecteren. Achter de panelen is men overigens nog aan het opruimwerk bezig. René Magritte is pas overleden (15 augustus). Roland besluit een hommage aan René Magritte te brengen. Zijn werk bestaat uit een schets – à la Raveel – van de vierkantshoeve uit Godveerdegem. Zoals rond Medusa’s hoofd brengt hij een wirwar van brandslangen aan, een verwijzing naar de catastrofe die pas achter de rug is. Roland is nog volop vanop grote ladders aan het konterfeiten of er komt in de autovrij gemaakte Nieuwstraat een rode Alfa Romeo cabriolet aangereden, met daarin Marcel Broodthaers en op de koffer gezeten, zijn echtgenote Maria. Een grote papemmer wordt er uitgehaald en men begint het schilderij van Roland te overplakken met rollen behang met baksteenmotief. Roland vindt het aanvankelijk prettig, hij is zich bewust dat zich hier een happening afspeelt. Op de achterkant van een stuk behang brengt Marcel in zijn mooie handschrift een gedicht aan: Le corbeau et le renard. Broodthaers speelt hier duidelijk de vos die met Brusselse complimenten de kaas uit de bek van de Gentse raaf doet vallen. Hij heeft zich het werk van Roland toegeëigend, terwijl hij zogezegd niet zou meedoen. Maar de performance is nog niet ten einde. Ondertussen blijkt dat er ook een andere deelnemer in de buurt is, de Luikse kunstenaar Jacques Charlier, die een eigen soort surrealisme ontwikkeld heeft. Samen met Broodthaers begint hij het hoofd van Roland te omwinden met kleefband. Roland wordt letterlijk monddood gemaakt. Hij wordt ter plekke ingebonden als een mummie, tevens een knipoog naar een scène uit een tekst

DEGEUS


CULTUUR

TENTOONSTELLING ROLAND VAN DEN BERGHE: ‘STOFFIJN’ Vernissage zaterdag 19 mei 2018, 17:00. Inleiding door Willem Elias De tentoonstelling loopt nog t.e.m. 24 juni 2018, steeds van 12:00 tot 18:00. Locatie: Boekie Woekie, books by artists, Berenstraat 16, 1016GH Amsterdam Info: boewoe@xs4all.nl - www.boekiewoekie.com

VIETNAM Conceptuele kunstenaars die aan de slag gingen in de tweede helft van de jaren zestig, waren vaak zeer begaan met de Vietnamoorlog. Our friendly bombs is de naam van een manifestatie die Roland Van den Berghe in 1972 op touw zette in New York, waarbij hij de wandelaars actief betrok. De mensen werden verzocht gewoon over sjablonen van boemerang-bommen te lopen.

n anti-oorlogsprotest. Dit is het Vietnamees voor ijst uiteraard naar de surrealistische pijp van Magritte.

van de absurdistische Franse auteur Boris Vian (1920-1959). Tot hier een anekdote die iets vertelt over de voordagen van de eruptie die mei ’68 geworden is, een verhaal dat het stukje fotoroman aan het begin van dit artikel, als illustratie moet verhelderen.

DE KRITISCHE CONCEPTUELE KUNST VAN ROLAND VAN DEN BERGHE In 1968 zet Roland Van den Berghe de boel op stelten in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel met de Wereldcreatie van Clito, een mobiel plastisch gebeuren. Hoogtepunt van deze happening was de programmabrochure. Ze bestond uit een bundeltje onbedrukt krantenpapier dat verkocht werd aan 20 frank. Van den Berghe was erin geslaagd de druktrommel van de rotatiepers waarop De Spectator (een cultuurblad) werd gedrukt, zonder inkt te laten draaien. De leegte, het stilleggen van maatschappelijke processen, waren de concepten waarop ingespeeld werd. Verbonden aan de afwezigheid van een programma, dus de weigering om een interpretatie voor te schrijven, is de betrachting om het publiek te laten deelnemen.

MERCKX EN FABIOLA Dit participatie-idee komt ook tot uiting in het Fabiolaproject (vanaf 1968). Hij maakte een tekening van Koningin Fabiola zodat die ingekleurd kon worden. Het weekblad Humo werd bereid gevonden dit af te drukken, met een verzoek aan de lezers om de tekening in te kleuren en terug te zenden. Hetzelfde deed het Franstalige weekblad Spécial met een portret van Eddy Merckx. Door Merckx en koningin Fabiola op gelijke voet te plaatsen, haalt Van den Berghe categorieën door elkaar. De sportheld wordt als een koning – al dan niet van de berg – behandeld en de koningin is een populaire figuur geworden.

DEGEUS

Een ander voorbeeld van anti-oorlogsprotest was Dây không phãi là môt tâm ãnh. Dit is het Vietnamees voor Ceci n’est pas une photo. Deze beeldenreeks van Roland Van den Berghe verwijst uiteraard naar de surrealistische pijp van Magritte. De beelden hebben als gemeenschappelijk punt dat ze in Vietnam genomen zijn en dat er telkens dezelfde kruk op aanwezig is. De kruk is hier een symbool: de schaduwzijde van het ereteken voor heldenmoed. De waarschuwing dat deze beelden geen foto’s zouden zijn is veelbetekenend. Waar de uitspraak ‘Ceci n’est pas une pipe’ het beeld verraadt door op zijn realiteitsgemis te wijzen, doet ‘Ceci n’est pas une photo’ het tegengestelde: het is geen beeld, het is realiteit: de gewelddadigheid van de oorlog.

Het oeuvre van Roland Van den Berghe is een contre-discours, een voortdurend tegendraads reageren tegen wat de wereld hem wil doen geloven Deze denk-beeldenreeks is een voorbeeld van twee begrippen uit de kunstfilosofie van Michel Foucault, de ‘heterotopie’ en het ‘contre-discours’. De kruk als voortdurende doorn in het oog van de kijker is een heterotopie. Dit is volgens Foucault iets dat verontrust omdat het de taal ondermijnt, omdat het verhindert de dingen een naam te geven, de gemeenschappelijke overeenkomsten door elkaar haspelt en de samenhang verwringt. Foucault verkiest dit boven de utopie die als onbestaand droombeeld geen ordeverstorende vorm aanneemt. In die zin is het oeuvre van Roland Van den Berghe een contre-discours gebleven, een voortdurend tegendraads reageren tegen wat de wereld hem wil doen geloven, maar ook tegen de vormen die zijn collega’s aan hun pro of contra reactie geven. Of om met woorden van Van den Berghe te eindigen: ‘Bij elk kunstwerk dat ietsepietsie de moeite waard is, kun je er niet onderuit dat het er is om de ander naar een verhelderend zien te begeleiden.’ Willem Elias

mei 2018  >  41


BOEKENREVUE

God voorbij Harari beschreef de menselijke evolutie in zijn bestseller Sapiens en werd in één klap beroemd. Nu pakt hij uit met zijn blik op de toekomst: Homo deus staat stil bij enkele uitdagingen voor de mens, zoals artificiële intelligentie en het internet. Wil de mens niet ten onder gaan aan dit alles, dan moet hij zichzelf voorbijstreven, upgraden als het ware. Opnieuw een toppertje, aldus Gie van den Berghe. Het is alweer een poosje geleden dat een non-fictieboek me zo kon boeien als Homo deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst van Yuval Noah Harari (1976), hoogleraar geschiedenis aan de Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem. Twee jaar geleden verwierf hij wereldwijde bekendheid met Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid. Harari’s nieuwste boek, Homo deus, staat boordevol interessante gegevens en inzichten, gedurfde en uitdagende beweringen en veronderstellingen, mooie voorbeelden en tot de verbeelding sprekende metaforen. Geest- en horizonverruimende lectuur, goed geschreven en vertaald, alleen een beetje ontsierd door vaak irrelevante en altijd wazige zwart-witafbeeldingen.

TOEKOMSTBEELD In den beginne brachten mensen offers aan natuurkrachten en dieren om bij ze in de gunst te komen of te blijven. Later schiepen ze een eigen Schepper en een paradijselijk hiernamaals (bij goed gedrag). Ook die god moest eraan geloven toen de mens zich in de voorbije drie eeuwen tot het centrum van het heelal en unieke betekenisverlener verhief. En nu, in deze eenentwintigste eeuw, begint homo sapiens door zijn onstuitbaar geloof in mensoverstijgende data (dataïsme doopt Harari het) stilaan de controle te verliezen en dreigt hij zichzelf als biologisch wezen overbodig te maken. Vrijwel niemand accepteert dat zijn

42  >  mei 2018

god, natie of waarden die zin geven aan zijn leven je reinste fictie zijn, maar in feite ‘heeft het leven van de meeste mensen alleen zin binnen het netwerk van de verhalen die ze elkaar vertellen.’ Betekenis ontstaat als veel mensen draadje na draadje een gezamenlijk web van verhalen weven waar ze met hart en ziel in geloven en gaandeweg in vast komen te zitten.

Het succes van het geloof in de mens als uiteindelijke bron van alle zingeving, met als hoogste waarde – en illusie – de vrije wil, kan volgens Harari op relatief korte termijn zijn ondergang betekenen Menselijke samenwerkingsverbanden beoordelen zichzelf meestal aan de hand van meetlatten die ze zelf hebben uitgevonden en het zal niemand verbazen dat ze zichzelf vaak hoge cijfers geven. Zo’n web valt uiteindelijk uiteen en wordt vervangen door een dan en daar overtuigender verhaal. Na een tijdje kun je bij het terugkijken bijna niet meer bevatten dat ooit iemand de vroegere mens- en wereldbeelden serieus kon nemen. ‘Over honderd jaar’, schrijft Harari, ‘zou ons geloof in democratie en mensenrechten wel eens net zo onbegrijpelijk kunnen zijn voor ons nageslacht.’

De auteur stelt vierhonderd bladzijden lang alles in het werk om ons te overtuigen van dit zwartgallige toekomstbeeld. Pas in de laatste pagina’s maakt hij duidelijk dat het geen voorspelling is maar een mogelijkheid, een hypothese gebaseerd op een overtuigende analyse van de grote verhalen (ideologieën, mens- en wereldbeelden) die de voorbije eeuwen een groot en machtig deel van de mensheid hebben bewogen en gedomineerd. Harari wil een discussie op gang brengen over welke wegen we beter niet of juist wel inslaan. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee en, wie weet, is er misschien nog iets aan te doen.

RAMPEN Harari begint zijn verhaal met de vaststelling dat het grootste deel van de mensheid niet meer wordt gekweld door honger, ziekte of oorlog. Zeker, er zullen nog miljoenen slachtoffers vallen, maar die ellende is geen fataliteit meer maar een door de mens hanteerbare uitdaging. Ondanks het cijfermateriaal dat Harari hiervoor aanvoert, is het zeer de vraag of zulk dataïsme toelaat de nog steeds door natuur en mens veroorzaakte plagen af te doen als ‘enkele onduidelijke details’. Denk maar aan het recente kernopbod tussen machtige presidenten en hoe zulk spierballengedrag vijftig jaar geleden de wereld op het randje van de afgrond bracht toen de Amerikanen in WestEuropa en de Russen op Cuba kernkoppen op elkaar richtten.

DEGEUS


BOEKENREVUE

Maar goed, Harari gebruikt de daling van slachtofferaantallen als uitgangspunt voor de vraag welke projecten de plaats zullen innemen van de strijd tegen honger, ziekte en oorlog. Alvast niet het behoud of herstel van enig ecologisch evenwicht, want tot nog toe bleek niet één land bereid daarvoor serieuze economische, sociale of politieke offers te brengen. De rijken en de machtigen, zij die het voor het zeggen hebben, zullen zoals altijd nog meer willen. Afgaand op de streefdoelen van de voorbije decennia zullen eeuwige jeugd (onsterfelijkheid), geluk en goddelijkheid hoog scoren. In Silicon Valley wordt al volop gezocht naar remedies tegen ouderdom en dood – alsof het ziektes betreft.

In het Internet der Dingen zal alles en iedereen met elkaar worden verbonden, elkaar beïnvloeden en determineren. Als we niet ingrijpen zullen de nieuwe technologieën de humanistische revolutie tenietdoen HUMANISME Harari kijkt niet op een krasse uitspraak meer of minder en zal velen tegen de haren instrijken. Bijvoorbeeld met zijn opdeling van het humanisme in drie stromingen: het liberale humanisme, het socialisme/communisme en het evolutionair humanisme (met als belangrijkste voorvechters de nazi’s). Als je zoals Harari het humanisme definieert als absolute verheerlijking van de mens en daar ook nog eens ‘een bepaald soort mens’ aan toevoegt, kun je hem een beetje volgen, maar Jozef Stalin en Adolf Hitler als humanist – dat had toch serieuze duiding verdiend. Het liberale humanisme, de heiligverklaring van leven, geluk en vermogens van homo sapiens, is ondertussen een dominante wereldreligie. Maar het

DEGEUS

succes van het geloof in de mens als uiteindelijke bron van alle zingeving, met als hoogste waarde – en illusie – de vrije wil, kan volgens Harari op relatief korte termijn ook zijn ondergang betekenen.

MENS VOORBIJ Computers analyseren in een mum van tijd astronomische hoeveelheden data. De mens leert hen leren van fouten, hoe ze herstellen, patronen herkennen, strategieën toepassen. Machine learning, biotechnologie en kunstmatige neurale netwerken worden voortdurend zelfstandiger. Artificiële intelligentie komt nog lang niet in de buurt van een mensachtig bestaan, maar voor het uitvoeren van de meeste moderne taken is het overgrote deel ‘van de menselijke eigenschappen en vermogens simpelweg overbodig.’ Bovendien kunnen apparaten, technologische systemen en netwerken, omdat ze niet worden gehinderd door bewustzijn en emoties, makkelijk intelligenter, rationeler en sneller worden dan hun schepper. Almaar sterkere gegevensverwerkende systemen zullen het van de mens overnemen. De opkomst van het World Wide Web is slechts een voorproefje. De heiligverklaring van de vrijheid van informatie gaat gepaard met een toenemende inperking van de privacy, overigens door velen vrijwillig opgegeven. In het Internet der Dingen zal alles en iedereen met elkaar worden verbonden, elkaar beïnvloeden en determineren. Als we niet ingrijpen zullen de nieuwe technologieën de humanistische revolutie tenietdoen. Het dataïsme dreigt met homo sapiens te doen wat hij met alle andere dieren heeft gedaan. Volg je Harari, dan gaat de mens er eerder aan dan zijn biosfeer. Om de mens te redden, moet je hem volgens Harari voorbijstreven. Zijn lichamelijke en vooral geestelijke vermogens upgraden zodat ze hem, samen met enkele essentiële menselijke kenmerken (zoals flexibel samenwerken in grote verbanden), in staat stellen de controle te behouden. Maar de menselijke geest upgraden, dat is

makkelijker gezegd dan gedaan. We weten nog zo weinig van de menselijke geest en zijn complexe werking af dat eraan sleutelen een bijzonder riskante onderneming is. Zoals alle technologie verandert ook het gebruik van en vertrouwen in data en vrije informatiestromen de mens als individu en sociaal wezen. In je eentje genieten van een ervaring of gevoel, een dagboek bijhouden – het lijkt zo uit de tijd. Ervaring en gevoel worden als het ware afgebroken of bevroren om hun aanleiding te fixeren en die zo snel mogelijk aan zoveel mogelijk mensen door te sturen. Alsof de ervaring, het gevoel en de waarnemer pas daardoor echt worden en bestaansrecht verwerven.

Het dataïsme dreigt met homo sapiens te doen wat hij met alle andere dieren heeft gedaan. Volg je Harari, dan gaat de mens er eerder aan dan zijn biosfeer ONVRIJE WIL Als veganist gaat Harari herhaaldelijk tekeer tegen het leed dat wij mensen onze mededieren berokkenen; als ongelovige is hij niet mals voor de bijbel, het orthodoxe jodendom en godsdienst in het algemeen; maar als jood en Israëliër houdt hij zich opvallend koest wat betreft jodendom, zionisme en Israël. Aangezien ook Harari volgens zijn analyse geen vrije wil heeft, mag dit zonder meer worden toegeschreven aan zijn positie als prof aan een Israëlische universiteit en de voor zijn schitterende project ontvangen subsidie. Gie van den Berghe Yuval Noah Harari, Homo deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst (vertaling Inge Pieters). Uitgeverij: Thomas Rap, Amsterdam, 2017, 448 p., ISBN 9789400407237.

mei 2018  >  43


BOEKENREVUE

Melancholie van de onrust Joke Hermsen Altijd leuk als je bij het lezen van een boek op het spoor wordt gezet om een ander boek te ontdekken. Zo viel ik bij de lectuur van het literair essay Bart Stouten over Bach (2017) op een zin die me meteen intrigeerde: ‘Filosofe Joke Hermsen herinnert me eraan dat de demon van de gemakzucht of acedia, de ‘acedische vertwijfeling’, door Thomas van Aquino als een ‘lijden aan de wereld’ omschreven, beschouwd werd als een van de acht duivelse bekoringen of hoofdzonden die met alle middelen dienden te worden bestreden’. Dit statement komt uit het laatste essay van Joke Hermsen, Melancholie van de onrust, een boeiende en hoopvolle reflectie over een bij uitstek menselijk fenomeen. De mens is een homo melancholicus die treurt om wat voorbij is, weet heeft van verlies en vergankelijkheid en geplaagd wordt door een vrees voor het onbestemde. Niet voor niets wordt melancholie ook wel omschreven als sadness without a cause. Melancholie is van alle tijden en culturen, maar neemt daarbij andere vormen aan. Hermsen beklemtoont dat de waardering en behandeling van melancholie afhankelijk zijn van de sociaal-politieke omstandigheden en de manier waarop we omgaan met ziekte en gezondheid. Er is dus meer aan de hand dan heimwee naar vroeger, ook al weten we dat toen niet alles beter was. Het melancholieke complex van stemmingen, gevoelens en gemoedstoestanden wordt vandaag vooral eenzijdig als ‘depressie’ omschreven. De melancholie is sterk gemedicaliseerd geraakt, wereldwijd lijden er zo’n vierhonderd

44  >  mei 2018

miljoen mensen aan deze angst- en stemmingsstoornis, die met een even grote hoeveelheid antidepressiva wordt bestreden. ‘Er is weinig of geen plaats voor psychotherapie omdat therapeuten nauwelijks of geen onderricht krijgen in een meer existentiële benadering van de depressie’, aldus psychiater-filosoof Irvin Yalom, geciteerd door Joke Hermsen.

De mens is een homo melancholicus die treurt om wat voorbij is, weet heeft van verlies en vergankelijkheid en geplaagd wordt door een vrees voor het onbestemde

Behalve sociaalhistorische reflectie pleit Hermsen ook voor filosofische bezinning op de klassieke melancholie en de moderne depressie: ‘Melancholie kan uitmonden in ofwel een weemoedig besef van vergankelijkheid dat juist onze creativiteit en solidariteit kan bevorderen, ofwel in de pathologische variant van de depressie waarbij neerslachtigheid, angst en machteloosheid gaan overheersen. Zolang als de mensheid bestaat, hebben we moeten leren omgaan met verlies, teleurstellingen en tegenslagen, maar de laatste tijd lijkt het erop dat we daar minder goed toe in staat zijn.’

De melancholie is sterk gemedicaliseerd geraakt In haar essay onderzoekt Hermsen het kantelpunt waarop de mens nog over voldoende moed, daadkracht en hoopt beschikt om over het verlies heen te stappen en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken. Haar verkenningstocht wordt vooral geïnspireerd door denkers als Hannah Arendt, Ernst Bloch en Lou AndreasSalomé. Deze laatste is wellicht de minst bekende, maar daarom niet de geringste. Om maar iets te zeggen: zij was een Russische generaalsdochter die het levenspad kruiste van mannen zoals Friedrich Nietzsche, Rainer Maria Rilke en Sigmund Freud, allen

DEGEUS


BOEKENREVUE

in de ban van haar fascinerende persoonlijkheid. Waarin vindt de melancholie, die zo kenmerkend is voor de menselijke conditie, haar origine? Deze kernvraag wordt volgens Joke Hermsen beantwoord door Lou Andreas-Salomé, die de notie van een ‘innerlijk zelf’ ontwikkelde. Dit zelf herbergt de sensaties, indrukken en ervaringen van onze eerste levensjaren, toen we nog niet konden praten en dus op een onmiddellijke, niet door de taal bemiddelde wijze in de wereld stonden en met anderen verbonden waren. Zowel Salomé als Freud hebben het in dit verband over onze persoonlijke ‘prehistorie’, waar ‘het geluk van het toekomstloze’ nog bestond. Onbewust zullen we altijd naar de rijkdom en verbondenheid van deze levensfase (als eerste bouwsteen van onze melancholie) terugverlangen. Bij Hannah Arendt put Joke Hermsen de hoop en moed om melancholie en depressie te overwinnen. Want onze ‘obsessie met de eigen dood’ kan overstegen worden door wat Arendt de ‘nataliteit’ noemt. Onze fysieke geboorte impliceert wàt we zijn (bijvoorbeeld ons geslacht,

religie, etniciteit…), maar er vindt een tweede geboorte plaats op het ogenblik dat we als mens ons eigen lot in handen nemen. Dan tonen we ook wié we zijn. Dit ‘wie’ kan begrepen worden als de telkens veranderende interpretatie van onze identiteit. Mensen zijn wezens die over zichzelf kunnen nadenken en de feiten van hun leven kunnen afwegen. We bezitten het vermogen om te veranderen, een nieuwe weg in te slaan, een nieuwe koers uit te zetten of tot een nieuw inzicht te komen. De hoop voor de mensheid ligt in het kosmopolitisme, in pluraliteit, in de zorg voor een gezamenlijke politiekculturele wereld met maximale ontplooiingskansen voor ieder individu. Gebeurt dit niet, dan ligt de in zichzelf gekeerde melancholie op de loer en kan ze omslaan tot angst en xenofobie. Ook Ernst Bloch is een inspiratiebron als Hermsen het heeft over de melancholie van de hoop. ‘Melancholie is wat ons als mensen verbindt, maar onder de druk van sociale en politieke omstandigheden kan ze ook verworden tot wat ons splijt en verdeelt. Als we de menselijke conditie nader onderzoeken is er nochtans juist veel meer dat ons

STRUCTURELE OORZAKEN

UITDAGING EN BEDREIGING

‘De depressieve mens strookt niet met het neoliberale ideaalbeeld van de blijmoedig hardwerkende homo economicus en krijgt feitelijk hetzelfde verwijt van ‘otium’ of ledigheid toegeworpen als in de middeleeuwen’. (p. 30)

‘In deze tijd lijken steeds meer mensen zich achter de schermen van hun privédomein terug te trekken, op internet hun eigen ‘label’-groep te kiezen en zich uit onmacht of wantrouwen van de politiek-culturele wereld af te keren. Melancholie die zich slechts aan de ‘watheid’ vasthecht, zal niet alleen tot polarisatie en verschraling van het debat binnen de gemeenschappelijke wereld leiden, maar ook de groei en de ontwikkeling van de mensen zelf belemmeren. (…) Mens worden betekent de overgang maken van het fysieke leven binnen het privédomein naar het politieke en culturele leven van de openbare wereld. (p. 90)

‘De angst voor toekomstige verliezen wordt mede ingegeven door groeiende economische onzekerheden en de dreiging van de klimaatcrisis, migratie en terroristische aanslagen, maar ook door een veel onbestemder gevoel dat met vervreemding, ontworteling en een algehele fatigue te maken heeft. De kapitalistische samenleving, waarbinnen het individu zelf verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn welvaart en geluk, stimuleert die ontevredenheid, omdat deze nu eenmaal de beste afzetmarkt garandeert’. (p. 72)

DEGEUS

verbindt dan dat ons scheidt.’ Bloch houdt in Das Prinzip Hoffnung (al daterend van 1955) een gloedvol betoog over de hoop. Ondanks, of liever, dankzij zijn melancholieke besef van verlies is de mens een wezen dat hoopt en verlangt. Deze gevoelens kunnen de mens aansporen met de huidige wereld, samenleving of status-quo geen genoegen te nemen, de gebaande paden te verlaten, het roer om te gooien en zowel zichzelf als de samenleving verder te ontwikkelen.

Hermsen onderzoekt het kantelpunt waarop de mens nog over voldoende moed, daadkracht en hoopt beschikt om over het verlies heen te stappen en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken Ik vergat nog te zeggen dat een belangrijk en boeiend hoofdstuk betrekking heeft op melancholie en de kunst. ‘Kunst houdt zich, net als de liefde, zowel dicht bij de dood als bij het nog niet geborene op, en ontsnapt daarom in zekere zin aan de chronologische lijn die tussen wieg en graf gespannen staat. (….) Schrijvers en kunstenaars proberen het unieke en specifieke karakter van de dingen te benaderen door een imaginaire wereld te betreden, die niet gericht is op kloktijd of eenduidigheid.’ Lang geleden dat een boek mij zo hoopvol gestemd heeft. Joke Hermsen concludeert dat behalve rust, reflectie, liefde en aandacht we ook sociale verbondenheid en een bloeiende politiek-culturele wereld nodig hebben om onze angsten te bezweren en de melancholie om te buigen tot hoop en creativiteit. Pierre Martin Neirinckx Joke J. Hermsen, ‘Melancholie van de onrust’. Uitgeverij: De Arbeiderspers, 2017, 155 p., € 9,99 (paperback), ISBN 978 90 295 2376 9 / NUR 730.

mei 2018  >  45


FILM

Kumarè THE TRUE STORY OF A FALSE PROPHET In de documentairefilm Kumarè – the true story of a false prophet (2011) volgen we de exploten van Kumarè, het alter ego van filmmaker Vikram Gandhi. Het thema van deze film komt niet uit de lucht gevallen. Het vormt een grappige commentaar in tijden waarin wij, verwarde Westerlingen, onze blik oostwaarts wenden op zoek naar antwoorden. Tegenwoordig struikel je over de yogacursussen en de mindfulness-apps. Vikram Ghandi werd als tweede generatie immigrant in de States door zijn ouders in de Hindu-traditie opgevoed. Als kind deed hij aan de rituelen mee, maar er bleef wat knagen. Zijn studies maakten dat gevoel alleen maar erger. Net nu hij op het punt staat deze religie achter zich te laten, ziet hij iets gelijkaardigs plots overal rond hem opduiken. ‘Yoga was het antwoord op al de westerse problemen én een industrie ter waarde van 5 biljoen dollar per jaar’, vertelt hij. De boodschappers van de nieuwe beweging laten zich ‘guru’ noemen en beroepen zich op eeuwenoude Indische spiritualiteit. Hij vraagt zich af of dit nu écht spirituele leiders zijn, dan wel of ze ons een hoop onzin laten geloven. Zijn ergernis richt zich niet op spiritualiteit, maar wel op die guru’s. Volgens hem beschikt iedereen over even veel spirituele krachten. Dat punt zet hij kracht bij door zelf guru te worden. Als hij dat kan, dan kan iedereen dat. Zijn transformatie begint met een uiterlijke transformatie. Hij laat zijn baard staan en huppelt voortaan in een feloranje gewaad rond. Vernuftig zet hij zijn Indische voorkomen in om te beantwoorden aan het stereotype beeld van de guru. De drietand en zijn geveinsde Indisch accent vormen de kers op de taart. Wat begon als een grap begint steeds meer gestalte aan te nemen. Kumarè verzint er nog een reeks nietsbetekenende chants en yogabewegingen bij. Door toedoen van zijn

46  >  mei 2018

twee assistentes verzamelt hij uiteindelijk een groep van veertien trouwe volgelingen. Is zijn uitgangspunt nu bewezen? We kunnen de film op twee manieren bekijken. Als een pientere grapjas een groep volgelingen kan overtuigen van zijn filosofie en hen allerlei vermakelijke poses laat aannemen, wat zegt dat dan over die echte guru’s? Dan is al dat praten in goedgemikte oneliners een hoop onzin en kunnen we er allemaal samen eens goed mee lachen. De film gaat die kant op wanneer Kumarè ter inspiratie op bezoek gaat bij enkele collega’s. Bewonderenswaardig hoe hij niet uit zijn rol valt tijdens de sessie waar een healer met zijn didgeridoo bezwerende oerklanken boven zijn lichaam uitstoot. In dit soort scenes is Life of Brian nooit veraf. Terzelfder tijd wordt hij ook echt een figuur van betekenis in het leven van zijn volgelingen. Kumarè komt bij de mensen thuis op bezoek en ze raken bevriend. Hij motiveert hen het roer om te gooien. Met zijn spiegelfilosofie leert hij dat zij geen guru nodig hebben, dat ze zichzelf kunnen redden. In een oefening wisselen Kumarè en de leerlingen van rol. Hij vraagt hen om hem toe te spreken alsof ze zichzelf zouden toespreken. ‘Nu ga jij je rekeningen afbetalen! En ook elke dag een uurtje mediteren.’ De leerlingen blijven hem graag zien, zelfs nadat de baard er terug af gaat en hij als gewone sterve-

ling uit de kast komt. Hij belichaamt dan ook zijn eigen filosofie: dat er in elk van ons een guru schuilt en dat je kan worden wie je wil zijn. Je kan er smalend over doen, die naïevelingen, bereid in hun zoektocht zomaar een wildvreemde in een gekke jurk te volgen. Dat Kumarè’s toneelspel effect sorteert hoeft niet te verwonderen. Onze protagonist is niets meer dan een lege doos, een personage waar de leerlingen hun verwachtingen op projecteren – hij kaatst ze terug en wordt zo wat ze in hem zien. Hij legt vakkundig de vinger op de wonde van deze tijd. Iedereen worstelt met zijn eigen problemen en gebreken en wil vooruit komen, zichzelf beter maken. Dan is de techniek van positieve visualisatie niet bij het haar gegrepen. Ook Gandhi zelf spreekt over het dubbele van zijn leven als mensenvriend. Hij benadrukt op het einde van de film dat hij nog steeds geen speciale gaven bezit, maar ook dat hij nog nooit zo’n diepe band met anderen heeft ervaren als tijdens zijn Kumarè-periode. Ik onthoud alvast dat er in mij een guru schuilt en spreek mezelf toe: hijs je in je yogabroek en ga terug die boompose oefenen! Heleen Andriessen Vikram Gandhi, Kumarè – the true story of a false prophet (VS, 2011). Beschikbaar op dvd, Netflix, ITunes en download via www.kumaremovie.com.

DEGEUS


POËSTILLE

De Open Ogen van Remco Campert Haast negentig jaar en Remco ­Campert blijft dichten. Onlangs verscheen zijn naar schatting 50ste dichtbundel, Open ogen. De laatste van De Vijftigers, Remco Campert. Waar die benaming voor staat is voor velen een raadsel. Dat ze te rade gaan bij nonkel Google en tante Wikipedia, twee dieven, plunderaars die leven van andermans kennis en werk. Het is tevens de schuld van het onderwijs. Het behandelt poëzie als ware het quantité négligeable. Terwijl uit dat literair genre alle andere voortgekomen zijn en het de samensmelting is van hart en ziel.

poëzie niet welgezind. Of het zou die van henzelf moeten zijn. De bundel is een sterke bundel en zeer actueel. Hoe kan je vrolijke gedichten schrijven, maatschappelijk relevant – naast de liefde, de vriendschap en jazz een al even belangrijke focus van Campert – als de wereld om jou en verder gelegen haast verzuipt in oorlog en ellende? De bundel Open ogen moet ook bekeken worden in het licht van wie Remco Campert is. Een teder man, bijzonder kwetsbaar, melancholisch zonder tranen, met meer dood dan leven om én voor zich. De critici zouden moeten schrijven: ‘Ik zou zulke pure gedichten willen schrijven op 89-jarige leeftijd.’ Geen enkel gedicht heeft last van schimmel en rimpel. Zuivere bekentenispoëzie. Sommige gedichten zijn verraderlijk. Ze beginnen met een prozaïsch gedeelte, om heel poëtisch te worden in het tweede. Het titelgedicht [blz. 34] is tekenend hiervoor. Zoals gezegd twee delen, 6 versregels proza en drie regels poëzie.

Maar goed, Remco (Wouter) Campert werd in 1929 in Den Haag geboren. Een woelige, zwervende jeugd, zeg dat wel, om uiteindelijk een huis en een familie te vinden in Amsterdam. Let wel, het huis en de familie zijn niet wat men er van verwacht. Voor Campert is de familie De Vijftigers en het huis De Bezige Bij, de bekendste en beruchtste uitgeverij van de Nederlandse hoofdstad. Wat weinigen weten – met de publicatie van deze bespreking een paar meer – is dat Campert tot de overname door het uitgeversconcern WPG, een sleutel had in de Van Miereveldstraat 1. Hij kon er overdag werken en ‘s nachts slapen. Het was ook het schuiloord van alle Vijftigers. Wat Campert in zijn jeugd heeft gemist, vond hij bij de coöperatieve die De Bezige Bij is geweest tot de overname door WPG.

OPEN OGEN

Om terug te komen op de nieuwe dichtbundel. Open ogen werd door de critici niet zo goed bevonden. Een dichtbundel te veel. Met andere woorden zeurpoëzie van een oude man. De mening van poëziebarbaren. Ze mogen dan wel kenners zijn, daarom zijn ze de

Wat een slag in het gezicht van de lezer, het tweede blokje. Zuivere poëzie! Een aanzet om dan plots toe te slaan. Wat tevens opvalt is de vernedering van de Hongaarse politicus. Die uit zich door hem een koninklijke status te geven. ‘Orban van Hongarije’. Spot

DEGEUS

Soms die gezichten van Syrische vluchtelingen waardoor Orban van Hongarije zijn grenzen gesloten houdt hij laat zelfs op ze schieten ik geloof mijn ogen niet hoewel ik ze wijdopen sper ’s nachts nog voor ik droom trekken ze voorbij en kijken mij vragend aan

en walg zit in de vernedering. Schitterend gevonden van Remco. Wat de poëzie van Campert ook zo puur maakt is het ontbreken van leestekens. In het weglaten van ornamenten was hij al sterk, maar in deze bundel bereikt de eenvoud een heldere hemel. Wat rest is de wil om tussen het schrijven en het lezen een neutrale zone te scheppen, zodat de lezer geen wordingsproces van het gedicht meer ziet, enkel een gedachte … waar hij zelf mee aan de haal kan om tot een eigen inzicht te komen. Met Open ogen blijft Campert de man die hij altijd geweest is: een poëtisch rechter. De wijze waarop hij dat doet typeert Campert ten voeten uit. Iemand die moeite heeft zijn gevoelens te uiten; het slechts kan doen met een pijnstiller. Geen medische maar een literaire. Wie het nog niet zag, ziet het nu wel: Campert is een levenslange vluchteling, al vond hij in Amsterdam – bij De Bezige Bij en De Vijftigers – orde in zijn chaos, rust in zijn bestaan. Het slotgedicht van Open ogen is op dat gebied een vaststelling van wat komt door dat wat was. Een afscheid, een vaarwel? Laat ons hopen van niet! Oordeel zelf, en kopen die bundel. Hij zal nog van pas komen, als een quote of een vers gezocht wordt voor de eigen rouwadvertentie en/of de rouwprent. Remco … ik ben blij dat ik je ken … ik ben blij met elk gedicht van jou. Guido Lauwaert OPEN OGEN – Remco Campert, gedichten, De Bezige Bij , Amsterdam 2018. ISBN 9789023462835, 48 blz., 17.99 euro

mei 2018  >  47


RETROGEUS

50 jaar De Geus Onze nieuwe rubriek Retrogeus blikt terug op De Geus van toen. Op deze pagina’s vindt u een selectie van artikels en cartoons uit de oude doos. Welkom in de nineties!

febru ari

1994

48  >  mei 2018

DEGEUS


RETROGEUS januari

1995

juni 1994

juni 1994

juni 1994

DEGEUS

mei 2018  >  49


RETROGEUS

april 1995

50  >  mei 2018

DEGEUS


RETROGEUS

DEGEUS

mei 2018  >  51


ABECEDARIUM

De D van Debat Het uittreksel dat de kern vormt van deze bijdrage komt uit een rapport, gedateerd 1 april 2025. Het mag vrij verrassend genoemd worden dat dit document in onze handen is terechtgekomen, niet alleen omdat het uit de toekomst komt maar ook omdat het een intern document betreft van het Ministerie van Onderwijs, meer bepaald van het departement ‘Expertcel KwaliteitsBewaking Kritisch Debatteren (EKBKD)’. Deze cel werd volgens het rapport opgericht op 1 april 2020, na het beruchte debacle op TV1 in De Zevende Dag van 2 april 2019. (Het programma was een dag verlaat door een voetbalmatch.) Blijkbaar was de hele bevolking geschokt door de beelden van een Siegfried Bracke die in het bovenbeen beet van Kristof Calvo nadat die de snor van Bracke had afgerukt en van een Zuhal Demir die Gwendolyn Rutten letterlijk de ogen uitstak. (Dit laatste had uiteindelijk wel een positief effect omdat sedertdien in de vakliteratuur het argument ad oculum een ruimere invulling heeft gekregen.) Het voorstel geformuleerd door Bruno De Wever, die door een grappige voornaamsverwisseling ongewild minister-president was geworden, kwam erop neer dat voortaan bij publieke debatten een expert aanwezig zou zijn om de kwaliteit van het debat te garanderen. Zijn of haar taak zou eruit bestaan om tussen te komen wanneer nodig en de discussie van commentaar te voorzien zodat het voor alle partijen duidelijk zou zijn wie wat zegt wanneer waarom en tegen wie, de zogenaamde vijf w’s. Analyses van vroegere jaargangen van De Zevende Dag hadden namelijk overvloedig aangetoond dat een doorsnee politic(us/ a/x) met moeite aan één w toekwam (en niet altijd ‘Wie ben ik?’). Dan volgt hier het uittreksel. A en B zijn de politici voor het debat uitgenodigd en E is de expert:

52  >  mei 2018

A: ‘Het is schandalig dat uw partij kritiek durft te hebben op mijn voorstel om alle immigranten het land uit te zetten!’ E (zich richtend tot B): ‘U begrijpt dat A nu niets inhoudelijks heeft gezegd. Een weinig geslaagd argument ad hominem door de partij aan te vallen en niet wat ze inhoudelijk te zeggen heeft. Verschillende routes liggen open: u repliceert zelf met een ad hominem, misschien in de vorm van een boutade of u gaat over op de inhoud.’ B (na even nadenken): ‘Dat is normaal want mijn partij bestaat tenminste uit mensen met een hart.’ E (met bescheiden applaus): ‘Mooi, u heeft voor de boutade gekozen.’ (Richt zich tot A) ‘Uiteraard blijft de ad hominem eeuwig bruikbaar maar misschien is het geen slecht idee om dit te doorbreken door er toch iets feitelijks tussen te gooien.’ A (fluisterend tegen E): ‘Zou ik kunnen uitpakken met het feit dat zijzelf twee jaar geleden een gelijkaardig voorstel hebben ingediend?’ E (met luider stemme): ‘Ten eerste wordt er niet gefluisterd en ten tweede moet u afwegen wat het effect van die strategie kan zijn. Het kan een prima afleidingsmanoeuvre zijn – de discussie verschuift naar die van twee jaar geleden – maar u neemt een risico indien B dat voorstel goed kent en kan wijzen op de verschillen tussen toen en nu. Aan u de keuze.’ A (na lang nadenken): ‘Mensen met een hart? Heeft uw eigen partij niet ooit een gelijkaardige positie ingenomen?’ E (met duidelijke bewondering): ‘Schitterend! U heeft handig gebruik gemaakt van vaagheid waardoor uw tegenstander nu moet nadenken en moet zien uit te vinden waarover u het heeft. Bovendien heeft u al een veiligheid ingevoerd door ‘gelijkaardig’

en niet ‘zelfde’ te gebruiken.’ (Richt zich tot B) ‘U weet toch dat u deze zet zeer gemakkelijk kan pareren? U kan nog eens een boutade gebruiken. Ziet u in welke richting ik denk?’ B (denkt na en ziet plotseling het licht): ‘Is dit niet typisch? U wilt altijd maar het proces van het verleden maken terwijl onze blik op de toekomst gericht moet zijn. U kijkt voortdurend in de verkeerde richting!’ E (met bewondering in de stem): ‘Goed!’ Vanuit de coulissen weerklinkt plotseling een geluidssignaal en E richt zich naar A en B. E: ‘Waarde deelnemers, volgens de richtlijnen vastgelegd door de EKBKD, heeft u nu al de volledige tijd opgebruikt voor het rond de pot draaien en vrees ik dat u niet anders kan dan het nu te hebben over de inhoud. Vermits de discussie tot nu toe eerder grappig en elementair was, vergeten we best alles wat al gezegd is en starten we opnieuw.’ A (met aarzeling en de blik voortdurend op E gericht): ‘Euh, ik heb mogen vaststellen dat mijn wetsvoorstel door uw partij kritisch is onthaald en, euh, ik kan u verzekeren dat mij dat ongelofelijk veel pijn heeft gedaan! Ik, ja ik, die alleen maar probeer het beste te doen voor iedereen!!!’ E (onderbreekt A): ‘Neen, neen! Dat laatste is een argument ad misericordiam om medelijden op te wekken en is inhoudsloos. Het spijt me maar u moet nu de set verlaten. De discussie stopt hier!’ Tot daar dit uittreksel. Interessant detail: het rapport vermeldt op het einde bij de aanbevelingen dat er dringend moet nagedacht worden over de fysieke bescherming van de experten, gezien de geregelde molestaties door deelnemers aan het debat. Jean Paul Van Bendegem

DEGEUS


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

De nieuwsbrief verschijnt tweemaandelijks. In deze nieuwskatern vindt u de activiteiten terug van mei t.e.m. augustus 2018. Vanaf nu verschijnt enkel nog de basisinfo van elk evenement in de gedrukte versie van De Geus. Alle bijkomende informatie is te vinden op www.geuzenhuis.be/agenda. De volgende nieuwsbrief verschijnt op 1 september 2018. Evenementen kunnen aangemaakt worden op onze website tot uiterlijk 1 augustus.

AALST

VR 11/5 14:00 Bezoek aan Neverland decors WF AALST Neverland

Themepark Projects - Bosselingen 9

DEINZE

ZA 16/6 14:30 Bezoek aan kasteel van Ooidonk WF DEINZE Kasteel

Van Ooidonk - Ooidonkdreef 9

VF EVERGEM Gentse binnenstad - Margrietstraat 9 - 0479 79 34 79

8&22/5-13:30 Muziekclub 'Capriccio' Monteverdi, De Franse compositiestijl, Ossuaires Confréries Motets Jaikes Geert Boxstael UPV GENT-EEKLO Sint-Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76 WO 9/5 14:00 LEIF; administratie en nieuwe richtlijnen

Moreel consulente Huis vd Mens GGG VC Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 220 80 20

VR 11/5 20:30 De Luistervink Dr. Lieselot De Wilde VAN CROMBRUGGHE'S GENOOTSCHAP Van Crombrugghe's Genootschap Huidevetterskaai 39 MA 14/5 20:00 Dr. Griet Vermassen interviewt Dr. Robert Cliquet FLDC Zuilenzaal GEUZENHUIS - Kantienberg 9

DI 15/5 19:30 Priesters en het biechtgeheim ZAHIR VC Geuzenhuis Kantienberg 9 - 09 330 35 77 15, 29/5 - 5, 12, 19, 26/6 - 24, 31/7 - 7, 14, 21, 28/8 -13:30

DENDERLEEUW

DO 31/5 14:00 Aderverkalking, wat is het eigenlijk? Dr. Karl Von Kemp HVV DENDERLEEUW 't Kasteeltje - Stationsstraat 7 - 0477 35 50 58

EEKLO

DI 15/5 20:00 panelgesprek over Psychische Hulp bij

Jongeren met o.a. Dr. Schoentjens – GG EEKLO CC De Herbakker Pastoor De Nevestraat 12 - 0495 32 20 71

ZO 20/5 9:00 Ontbijt Gesprek met Jos Van Velpen en

Bruno Van Opbergen GG EEKLO De Bakkerei, Pastoor De Nevestraat 12 0495 32 20 71

ZA 2/6 10:30 Feest Vrijzinnige Jeugd Meetjesland HVDM ZO 3/6 9:30 Ontbijt Gesprek GG EEKLO De Bakkerei, Pastoor De Nevestraat

12 - 0495 32 20 71

MA 18/6 19:30 Leesclub Eeklo HVDM EEKLO HvdM Eeklo - Boelare 131 -

09 218 73 50

ZA 23/6 9:00 Nieuwbakkers delen met Uitblinkers VF & VZW DE VERSTELLING - Jeugdcentrum Kubiek, Kerkstraat 121 - 09 223 02 88

ENAME

ZO 17/6 10:00 Wandeling in de nieuwe Klooster-volkstuin van Ename VF OUDENAARDE Provinciaal Erfgoedcentrum Ename - SintSalvatorstraat ZA 5/5 12:00 Feest Vrijzinnige Jeugd FVJ GENT UFO -

Muziekclub 'Capriccio' Meanderlezingen Geert Boxstael UPV GENT-EEKLO Sint-Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76

ZA 19/5 20:00 Gala van de Gouden Geus MAGAZINE DE GEUS VC Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 220 80 20 DO 31/5 13:30 De jeugd van tegenwoordig Freddy Mortier, Johan Braeckman, Bart Soenens HVDM Zuilenzaal - Geuzenhuis Kantienberg 9 - 09 233 52 26 ZO 3/6 11:00 Waardig ouder worden WF GENT Lakenmetershuis Vrijdagmarkt 24-25 ZO 3/6 10:00 Daguitstap naar Gent WF BU-BA Liberaal Archief Kramersplein 23 - 0475 32 15 57 DO 7/6 14:00 De Krook / Ugent 20.0 Stadsgids Gent GGG De

EEKLO De Herbakker - Pastoor de Nevestraat 10 - 09 218 73 50

GENT

Sint-Pietersnieuwstraat 33-35 - 09 220 80 20

5,12,19,26/5-2,9,16,23,30/6 10:00 Muziekclub 'Capriccio' Opera Geert Boxstael UPV Gent-Èeklo - 0496 53 99 76

ZO 6/5 10:00 Wandeling: Turkije aan de Leie Tina De Gendt

DEGEUS

NIEUWSBRIEF

Krook - Miriam Makebaplein - 09 220 80 20

VR 8/6 20:30 De Luistervink Prof. D. Biltereyst VAN CROMBRUGGHE'S GENOOTSCHAP Van Crombrugghe's Genootschap Huidevetterskaai 39

VR 15/6 19:30 Vernissage Raven Lamoot - schilderijen -

Moment Seulement KIG VC Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 220 80 20

DI 19/6 Vrijzinnigheid, wat is dat eigenlijk? ZAHIR VC Geuzenhuis Kantienberg 9 - 09 330 35 77

DO 21/6 20:00 Dag van het humanisme HV GENT VC Geuzenhuis Kantienberg 9 - 09 220 80 20

DO 28/6 13:30 Leesclub ‘Contrapunt’ De Vreemdeling van Albert Camus én Moussa of de dood van een Arabier van Kamel Daoud Geert Boxstael UPV GENT-EEKLO Sint-Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76 DO 28/6 13:30 Preek tot de krokodillen van Anónio Lobo Antunes UPV GENT-EEKLO Sint-Bernadettestraat 242C/405 VR 6/7 19:00 Jaarlijkse kaasavond GGG VC Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 355 77 10

mei 2018  >  53


AGENDA

VR 13/7 20:00 Literaire avond ‘Over Mazzel tov en meer'

Liesbeth Van Impe interviewt Margot Vanderstraeten HVDM GENT Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 233 52 26

MA 16/7 11:00 Café Chantant en gestreken mastellen HVDM GENT VC Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 233 52 26

WO 18/7 14:00 Graffitiworkshop HVDM GENT VC Geuzenhuis Kantienberg 9 - 09 233 52 26 WO 18/7 20:00 mentalist Gili HVDM GENT Geuzenhuis - Kantienberg 9 -

09 233 52 26

ZELZATE

ZO 6/5 10:00 Ontbijt & Comedy Jeron Dewulf WF LOCHRISTI 't

Klooster - Kerkstraat 64A - 09 355 81 98

DO 14/6 19:30 'Over'leven Petra De Sutter VF ZELZATE & HVDM EEKLO Zaal Klein Rusland - Schoolstraat 18 - 09 218 73 50

ZOMERGEM

VR 18/5 11:00 Vrijzinnig Praatcafé VC ZOMERLICHT VC Zomerlicht Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

WO 18/7 14:00 Hennatattoo HVDM GENT HvdM Gent - Kantienberg 9D -

ZO 20/5 11:00 Vrijzinnig Praatcafé en Kanaalfeesten VC ZOMERLICHT VC Zomerlicht - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

VR 20/7 15:00 Jean Paul Van Bendegem wandelt door Gent

VR 8/6 19:30 Vrijzinnige ontmoeting HVDM EEKLO, GG EEKLO, VF WAARSCHOOT, VC ZONNEHEEM VC Zomerlicht - Weldadigheidsstraat 30 0475 31 79 67

09 233 52 26

en u mag mee! HVDM GENT HvdM Gent - Kantienberg 9D - 09 233 52 26

VR 20/7 20:00 Swing it band: Jake Walker HVDM GENT VC Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 233 52 26

GENTBRUGGE

ZA 2/6 8:00 Uitstap naar Charleroi VF WAARSCHOOT, GENT, KORTRIJK CHARLEROI - Land van Rodelaan 9, 9050 Gent, Park & Ride Gentbrugge

GERAADSBERGEN

DO 10/5 20:00 Jürgen Habermas' filosofie van het Europees

humanisme Johan Stuy UPV GERAARDSBERGEN Liberaal Gebouw Markt 47 - 02 614 82 20

DO 24/5 20:00 De Belgische wapenhandel Nils Duquet UPV GERAARDSBERGEN Liberaal Gebouw - Markt 47 - 02 614 82 20

ZO 17/6-15/7 11:00 Vrijzinnig Praatcafé VC ZOMERLICHT VC Zomerlicht - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

VR 24/8 19:30 Jazz in de Tuin Nog te bepalen VC ZOMERLICHT VC Zomerlicht - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

ZOTTEGEM

ZA 5/5 10:00 Lentefeest & Feest Vrijzinnige Jeugd HVV

ZOTTEGEM-ZWALM-HERZELE CC Zoetegem - Hospitaalstraat 18-20 - 09 326 85 70

ZO 27/5 8:30 Gastronomische ontbijtwandeling GG ZOTTEGEM Carpooling Parking Bevegemse Vijvers - Bevergemsevijverstraat - 09 360 09 53

ZA 23/6 18:30 Viering Wereldhumanismedag: Zottegem zingt HVDM & GG ZOTTEGEM, HVV ZZH Markt, Zottegem - Markt 1 - 09 326 85 70

LOCHRISTI

VASTE ACTIVITEITEN

WO 26/9 20:00 Lezing ‘Wat moet ik nu geloven dokter?’

Dokter Cammu HVV DE GEUZEN LOCHRISTI Polyvalente zaal van de gemeentelijke bibliotheek Lochristi - Koning Boudewijnlaan, 6 - 0495 41 23 81

MOERBEKE-WAAS

WO 2/5 5:30 Driedaagse uitstap naar Kent and The Garden

of England WF MOERBEKE-WAAS Vertrek aan Station - Statiestraat

ZO 10/6 10:00 Verrassingsfietstocht in de natuur rond

Moerbeke WF MOERBEKE-WAAS Wijde omgeving Moerbeke-Waas - Statiestraat

RONSE

ZA 19/5 14:00 Transitiefest diverse sprekers VF RONSE ISM DIVERSE

PARTNERS: TRAP RONSE, NATUURPUNT RONSE, VORMING PLUS VLAAMSE ARDENNEN CC de Ververij - Wolvestraat 19 - 055 21 49 69

DI 29/5 20:00 Lezing kristisch denken Johan Braeckman VRIJZINNIG RONSE VC De Branderij - Zuidstraat 13 - 055 21 49 69

VC LIEDTS - PARKSTRAAT 2-4, OUDENAARDE

MA 20:00 Workshop hatha yoga WF OUDENAARDE MA 14:00 & WOE 19:30 Bridgewedstrijd VC LIEDTS BRIDGE CLUB DI 19:30 Lessen ‘tai chi’ VC LIEDTS DI 20:00 Bijeenkomst SOS Nuchterheid VC DE BRANDERIJ - ZUIDSTRAAT 13, RONSE

1STE & 3DE WOE/MND 19:30 > 21:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslavingen VC GEUZENHUIS - KANTIENBERG 9, GENT

WOE & VRIJ 20:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslavingen VC ZOMERLICHT - WELDADIGHEIDSTRAAT 30, ZOMERGEM

3DE ZO/MND 11:00 Vrijzinnig aperitief

VR 8/6 20:00 Whisky tasting Timstasting VRIJZINNIG RONSE VC De Branderij - Zuidstraat 13 - 055 21 49 69

SINT-NIKLAAS

DO 17/5 19:30 Alles voelen op alle wijzen Leen Vermeiren HVDM SINT-NIKLAAS HvdM - Stationsplein 22 - 03 777 20 87

DO 31/5 19:30 Een vrouw om te vermoorden: Rosa Luxemburg Gerlinda Swillen HVDM SINT-NIKLAAS HvdM - Stationsplein 22 - 03 777 20 87

54  >  mei 2018

Uw persoonsgegevens worden enkel gebruikt voor het verzenden van ons tijdschrift ‘De Geus’. Deze worden bijgehouden zolang u geabonneerd bent. U kan steeds uw gegevens opvragen of deze laten verwijderen uit ons bestand.

DEGEUS


Hoofdredactie

COLOFON Eindredactie

LIDVERENIGINGEN VC-G Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Philipp Kocks

Fotografie & lay-out Redactie

Gerbrich Reynaert

Kurt Beckers

Brecht Decoene

Veerle De Leenheer

Frederik Dezutter

Wouter Vandamme

Linde Waeyaert

Karim Zahidi

Druk: New Goff Verantwoordelijke uitgever: Wim Taels p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Heleen Andriessen, Eddy Bonte, Marc Cosyns, Timothy De Thaey, Wim Distelmans, Willem Elias, Guido Lauwaert, Pierre Martin Neirinckx, Jean Paul Van Bendegem, Gie van den Berghe, Frank Verhoft. Cover: Jean-Pierre Rey. De redactie van de Geus heeft alle mogelijke moeite gedaan om de auteursrechthouders van de gebruikte afbeeldingen te vinden en te vergoeden. Mocht u toch merken dat u auteursrechten op een afbeelding bezit maar over het hoofd werd gezien, kunt u ons altijd contacteren. De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Geuzenhuis Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 admin@geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas@geuzenhuis.be en Griet Engelrelst, griet@geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

ABONNEMENTEN De Geus zonder lidmaatschap: €16 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €4. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG. Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

DEGEUS

LIDMAATSCHAPPEN Kunst in het Geuzenhuis €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds €15 (-26 jarigen gratis) op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lidgeld naam, voornaam, geboortedatum, M of V’. Willemsfonds €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Ledenrekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’. Van Crombrugghe’s Genootschap € 15 (€ 25 duo lidmaatschap met partner / € 6 studenten) op rekening IBAN BE87 0013 9865 2494 van de K.M. Van Crombrugghe’s Genootschap met vermelding soort lidmaatschap + naam partner.

De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overgenomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers).

Met de steun van

De Cocon vzw, Jeugdhulp aan huis info: 09 222 30 73 info@decocon.be - www.decocon.be De Maakbare Mens info: 03 205 73 10 info@demaakbaremens.org www.demaakbaremens.org Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Philipp Kocks - 09 220 80 20 philipp@geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens - 09 233 52 26 gent@deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck@gmail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve - 09 220 80 20 hvv.gent@geuzenhuis.be Humanistisch - Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe - 09 222 29 48 hvv.ovl@geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: info.gentsegrijzegeuzen@gmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Martine Ledegen - 09 220 80 20 martine@geuzenhuis.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info@sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2@telenet.be Van Crombrugghe’s Genootschap info: 09 233 90 08 info@vcg.be www.vcg.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info@vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info@willemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: info@digimores.org www.digimores.org

PARTNER De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 zaterdag vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 - geusvangent@gmail.com huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Kantienberg 9D, 9000 Gent 09 233 52 26 - gent@deMens.nu

januari 2018  >  55


NACHT VAN DE VRIJ DENKER

www.nac htvandevri jdenker.be

BIJLOKE & KASK GENT

10/11 2 0 1 8 19 : 0 0

SPECIAL GUEST

STEVEN PINKER

Samen met meer dan 30 f ilosofen & opiniemakers T i c ke t s b e s c h i k b a a r o p d e we b s i t e va n a f 15 m e i Vo l g o n s o p f a c e b o o k vo o r u p d a t e s

m e t d e s t e u n va n

E e n o r g a n i s a t i e va n

@ nachtvrijdenker Gent

facebook.com/nachtvandevrijdenker

kaban

De Geus Mei 2018  
De Geus Mei 2018  
Advertisement