Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Aarhus als grote voorbeeld? DEENS DERADICALISERINGSMODEL ONDER DE LOEP

Love at first swipe TINDER VOOR DUMMIES

Wouter Duyck over ons onderwijs WE RIJDEN NOG WEL IN DE KOPGROEP, MAAR WE HANGEN 'AAN DE REKKER' ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT TWEEMAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 50 › NR. 2 › MAART 2018 › PRIJS LOS NUMMER €4


INHOUD

2  >  maart 2018

VAN DE REDACTIE De jeugd van tegenwoordig

3

PLAKKAAT De UVRM bestaat 70 jaar

4

ACTUA Aarhus als grote voorbeeld? Love at first ‘swipe’

7 10

COLUMN ACEDIA

13

VRAAGSTUK Wat is er aan de hand in onderwijsland?

14

FORUM Getuigenis woon-zorgcentrum

19

HET STEMHOKJE Stralingsangst

20

FILOSOOF OVER FILOSOOF Aristoteles

24

CULTUUR Een filosofie van de muzikale ervaring Coming home soon

26 30

BOEKENREVUE Sarah Bakewell over het existentialisme Palmyra van Paul Veyne: tegen het vergeten Beschaving als politiek van vijandigheid

32 34 36

RETROGEUS 50 jaar De Geus

38

FILM The Best Years of Our Lives

42

POËSTILLE Zen, kunst en humanisme

43

ABECEDARIUM De C van citaat

44

NIEUWSBRIEF

45

COLOFON

47

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

De jeugd van tegenwoordig De lente hangt in de lucht. Na de lange, koude en donkere maanden komen we eindelijk terecht in het warme zonnige licht. Vlinders in de buik! De natuur ontwaakt en alles staat in bloei. Onze kinderen maken een sprongetje en bereiden zich stilletjes aan voor op hun lentefeest, het overgangsfeest dat hen een stap dichter brengt richting puberteit. Een verwarrende periode, waarbij de hormonen rondgieren in je lijf, je voor de eerste keer verliefd wordt om vervolgens met je kop tegen de muur te lopen. Een blauwtje heet dat dan. Volwassenen hebben heimwee naar hun kindertijd en kinderen kunnen niet snel genoeg groot worden, tenzij je Holden Caulfield heet natuurlijk. Hij had al snel door dat de wereld der volwassenen bevolkt wordt door phony people. Opgroeien is niet altijd makkelijk en zeker niet in de wereld van vandaag. De gezinnen zijn vaak niet meer samengesteld zoals vroeger, er komt al eens een pluspapa of plusmama aan te pas of je verhuist wekelijks van het ene naar het andere huis. De scholen in de centrumsteden barsten uit hun voegen: overvolle klassen, met kamperen voor de schoolpoort tot gevolg, of een computer die beslist naar welke school je kan gaan. Dit probleem is lang niet het ernstigste onderwijsprobleem in Vlaanderen. Uit vergelijkend onderzoek blijkt namelijk dat onze onderwijskwaliteit er met rasse schreden op achteruitgaat. Wouter Duyck, cognitief psycholoog verbonden aan UGent, wijt het probleem aan de verminderde focus op leerprestaties ten voordele van het wegwerken van de sociale ongelijkheid en het algemeen welbevinden op school. Vooraleer u nu uw Geus woedend het raam uitkeilt, leest u best eerst ons interview met hem waarin hij zijn argumenten haarfijn uiteenzet. Er valt heel wat te zeggen over onderwijs. De schooluren, en vakanties, zijn bijvoorbeeld weinig compatibel met de agenda van werkende ouders. Huismoeders die de kinderen na schooltijd komen afhalen, zijn een uitstervend ras. De meeste kinderen blijven tot ‘s avonds in de opvang en komen pas laat thuis. We hebben het druk, druk, druk … We troosten onze kinderen met Nintendo, Wii en Ipad en zijn dan verwonderd dat ze steeds meer een online leven aangaan en zelfs de liefde op het net gaan zoeken. Maar of je er nu voor of tegen bent: online dating is hot. Omdat we er zelf niets van kennen, stuurden we redactielid Linde Waeyaert op ontdekkingstocht. Zij kwam in de wondere wereld

DEGEUS

van Tinder terecht, een populaire datingapp. Door een eenvoudige swipe kan je kennismaken met een mogelijke huwelijkspartner, hoewel Tinder door velen eerder gezien wordt als seksapp. In realiteit maak je dus eerder kennis met een mogelijke bedpartner. Zeg niet dat we het niet gezegd hebben. Maar niet alleen de liefde wordt gezocht op het net. De drang naar ideologie, terreur en geweld wordt er ook bevredigd. IS staat erom bekend jongeren te beïnvloeden en te rekruteren via online filmpjes die het kalifaat promoten. Sommigen, al dan niet psychopaten, plegen er met plezier ongestraft geweld. Maar velen onder hen kwamen er bedrogen uit en belandden in een hel. Moeten we dan elke Syriëstrijder over dezelfde kam scheren? Zijn sommigen onder hen niet gewoon misleid en naïef? In België is een Syriëstrijder echter een Syriëstrijder. Of zoals Jan Jambon zei: ‘Wie bepaalde keuzes maakt, moet de gevolgen dragen.’ Gevangengenomen in een Iraakse cel, wachtend op de doodstraf? Eigen schuld, dikke bult. Zal dit beleid onze kinderen redden van de afgrond? Phony! Wat een verschil met Denemarken. Het land der Vikingen, ooit gekend om zijn rauwheid, slaat een veel zachtere toon aan. In Aarhus hebben de Denen werk gemaakt van een deradicaliseringsmodel dat overal geroemd wordt. Dit model zet volop in op inclusie en integratie, met succes. Louise D’Eer bekijkt of het waard is om het Aarhusmodel ook hier te installeren. Dit model sluit alleszins het beste aan op de mensenrechten die wij zo koesteren, of zouden moeten koesteren. Mensenrechten moeten ten allen tijde verdedigd worden, en die gelden voor iedereen. Kurt Beckers schreef een vlammend Plakkaat naar aanleiding van de zeventigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. U leest er alles over op de volgende pagina. Lang leve de Radicale Verlichting! Griet Engelrelst

maart 2018  >  3


PLAKKAAT

Eleanor Roosevelt met de UVRM © rechtenvrij

De UVRM bestaat 70 jaar Laten we niet te uitbundig feesten 2018 wordt het jaar waarin we iets te vieren hebben: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens viert zijn 70-jarig bestaan. Reden om een feestje te bouwen? Misschien, maar dan toch zeker niet te uitbundig. Als je kijkt naar de steeds grotere verspreiding van het conservatieve denken, zowel via het discours van populistische autoritaire leiders als dat van religieuze fanatici, zou je de vraag kunnen stellen of de universaliteit van die rechten de laatste decennia niet aan overtuigingskracht heeft ingeboet. Deze mondiaal verspreide conservatieve beweging

4  >  maart 2018

wil de traditionele familiemodellen opnieuw heroveren. We zien in dit discours een afwijzing van het recht op abortus, een verwerping van andersgeaarden, waardoor het secularisatieproces ingedamd wordt. Ondertussen wordt een grote verdedigingswal gebouwd rond de kern van godsdienstige waarden. Niet onmiddellijk iets om vrolijk van te worden. Als patriarchale reflex wil men het traditionele gezin, het ongeboren kind en de waardigheid van de vrouw beschermen.

DEGEUS


PLAKKAAT

Maar niet alleen vrouwen, gezinnen, het traditionele huwelijk en het ongeboren leven moeten beschermd worden, ook de hele gemeenschap, het oorspronkelijke volk, de eigen cultuur, de eigen godsdienst moet worden verdedigd. Wat we hier en elders steeds meer vaststellen, is de opkomst van conservatieve krachten die de open samenleving verwerpen en er een gesloten samenleving voor in de plaats willen stellen. Het lijkt er dan ook sterk op dat de verdedigers van de open samenleving – globaal gezien – terrein aan het verliezen zijn.

Wat we hier en elders steeds meer vaststellen, is de opkomst van conservatieve krachten die de open samenleving verwerpen en er een gesloten samenleving voor in de plaats willen stellen Bovendien zien we dat meer en meer mensen die niet meesurfen op deze populistische golf, zich weinig geroepen voelen om zich te verweren. Of anders geformuleerd: veel mensen die impliciet de Verlichtingswaarden aanhangen, zijn er zich niet meer van bewust of vinden het tout court niet belangrijk dat deze waarden verdedigd dienen te worden. Ofwel gaat het hier om onverschilligheid (onwetendheid), ofwel om cultureel relativisme. We moeten ons dus niet enkel zorgen maken over de winnende invloed van zowel het populistische als religieus fanatieke conservatieve denken, maar ook om de onverschilligheid en het culturele relativisme ten aanzien van een seculier democratisch samenlevingsmodel. Want deze onverschilligheid en dit relativisme zouden wel eens een even grote bedreiging kunnen zijn voor onze vrijheden en voor onze democratische rechtstaat als de aanvallen vanuit conservatieve autoritaire hoek. Dat volgens het World Values Survey minder dan de helft van de jonge Europeanen vindt dat in een democratie leven essentieel is en dat zelfs beleidsmakers het belang en de functie van een strikte neutraliteit voor onze samenleving in vraag stellen, zou ons toch tot nadenken moeten stemmen. Het samenlevingsmodel, gebaseerd op de mensenrechten en de Verlichtingswaarden, heeft algemeen gesproken aan geloofwaardigheid ingeboet.

GEMATIGDE VERSUS RADICALE VERLICHTING De vraag is hoe we hier als vrijzinnig humanist op moeten reageren? Het meest vanzelfsprekende antwoord is dat we de grondprincipes van de Verlichting met hart en vuur opnieuw moeten verdedigen. Maar in dit antwoord schuilt echter een grote blind vlek. Een blinde vlek die op een schitterende wijze wordt aangetoond door één van de grootste autoriteiten op het vlak van de historische wortels van de Verlichting, namelijk historicus en filosoof Jonathan Israel. Jonathan Israel tracht ons al jaren uit te leggen dat er al bij het ontstaan van de Verlichting sprake is van een grote scheuring, een groot schisma tussen enerzijds een

DEGEUS

Déclaration des Droits de l'Homme et du Citoyen uit de Franse Revolutie © rechtenvrij

gematigde en anderzijds een radicale Verlichting. In het beantwoorden van de vraag hoe we als vrijzinnig humanist moeten reageren, lijkt het mij bijzonder leerrijk om kort even in te gaan op het verschil tussen deze twee soorten van Verlichting. Net omdat we vandaag in het defensief worden gedreven door een groeiend conservatief en autoritair denken, in combinatie met onverschilligheid en relativisme, zullen we ten aanzien van het schisma van de Verlichting wel degelijk positie moeten kiezen. Het gaat dus om twee ideeënstromen waarvan er slechts één heeft geleid tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

We moeten ons niet enkel zorgen maken over de winnende invloed van zowel het populistische als religieus fanatieke conservatieve denken, maar ook om de onverschilligheid en het culturele relativisme ten aanzien van een seculier democratisch samenlevingsmodel


PLAKKAAT

Het verschil tussen beiden ligt in de eerste plaats in het begrip ‘universaliteit’. De gematigde Verlichtingsdenkers wilden wel een Verlichting doorvoeren, maar niet voor iedereen. Ze hielden vast aan de macht van koningen, de aristocratie, privileges en standenverschillen. Godsdienstige elementen, de economische ongelijkheid en zelfs de slavernij, bleven ze verdedigen. Ze verwierpen dus zowel de gelijkheid als de vrijheid in hun universele reikwijdte. Bepaalde denkers waren zelfs afkerig van een volledige secularisatie van wet en moraal. Enkel bij de radicale Verlichtingsdenkers, die vertrokken van de filosofie van Spinoza, zien we het begrip vooruitgang ingevuld worden als een onophoudelijk streven naar gelijkheid en democratie voor iedereen. Universeel, zonder compromissen en met een strikte scheiding tussen kerk en staat. De Radicale Verlichting ontwikkelde zich als een actieve macht aan weerzijden van de Atlantische Oceaan: ze keerden zich tegen de slavernij en hoopten dat het democratiseringsproces in Europa, maar ook elders, zou versnellen. Het voornaamste politieke leerstuk van deze radicale filosofen was dat een goede regering er één is waarbij wetgeving en wetgevers alle theologische maatstaven vaarwel zeggen en langs wetgevende weg ervoor zorgen dat onderwijs, persoonlijke belangen, het politieke debat en de morele waarden van de samenleving ‘bijdragen tot het algemene welzijn’. Dit kwam uiteindelijk neer op het scheppen van een gemeenschappelijk, ‘universeel’ kader van wet en moraal voor iedereen: het kader dat geleid heeft tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Wanneer we de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens willen verdedigen tegen de aanvallen van het groeiende conservatieve autoritaire denken, zullen we de positie van de Radicale Verlichting moeten kiezen Wanneer we de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens willen verdedigen tegen de aanvallen van het groeiende conservatieve autoritaire denken, zullen we de positie van de Radicale Verlichting moeten kiezen. Want deze conservatief autoritaire denkers verwerpen de universele mensenrechten, ze bestrijden het vrij onderzoek en de waarachtigheid, zijn bezig met het ontmantelen van het emancipatorische project van de Verlichtingswaarden en te vrezen valt dat ze op termijn ook de democratie zullen uithollen. Tegenover het universalisme waar wij voor zouden moeten staan, plaatsen zij een vastberaden nationalisme, de tolerantie wordt een verlangen naar afbakening en waar de Radicale Verlichting een wereldgemeenschap van broeders wil, trekt deze contra-Verlichting zich terug op een eiland. Terwijl de Verlichting de geschiedenis tot vooruitgang verhief, probeert de contra-Verlichting een ‘ideaal’ verleden nieuw leven in te blazen. En op dat eiland en in dat ideale verleden zullen de mensen een hechte gemeenschap vor-

6  >  maart 2018

men die individuen verbondenheid en geborgenheid biedt en eindelijk, ja eindelijk, zullen de mensen terug controle verkrijgen over hun land en over hun leven. Een verhaal dat helaas heel sterk aanspreekt. We zijn genoodzaakt hierop te reageren. We moeten de overtuiging blijven verdedigen dat alle mensen dezelfde basisbehoeften, rechten en status hebben, ongeacht hun overtuiging of tot welke religieuze, economische of etnische groep zij behoren. Iedereen moet op basis van gelijkheid behandeld worden. Het universele zit in de stelling dat alle mensen hetzelfde recht hebben om op hun eigen manier geluk na te jagen, om te denken en zeggen wat zij willen, en dat geen mens het recht heeft om anderen dat genot te ontzeggen of te bemoeilijken. Dat is de boodschap die we in haar universele geldigheid naar voor moeten blijven brengen. We kunnen geen tijd meer verspillen aan het verdedigen van het cultuurrelativisme en het multiculturalisme dat eruit voortvloeit, want deze twee overtuigingen verwerpen evenzeer de universele geldigheid van de radicale Verlichtingswaarden. Cultuurrelativisten en multiculturalisten zouden beter inzien dat ‘het respect voor de ander’ enkel mogelijk wordt wanneer er wordt vertrokken vanuit een gemeenschappelijke sokkel van waarden: mogelijkheidsvoorwaarden voor de opbouw van een samenlevingsmodel waarin een culturele diversiteit kan floreren. Die gemeenschappelijke sokkel wordt op een schitterende manier uitgekristalliseerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

TOEPASSING Wanneer we het referentiekader van de Radicale Verlichting en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens toepassen op de vluchtelingenproblematiek, dan zou dat er als volgt kunnen uitzien. Wetende dat er wereldwijd 65,6 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog, onderdrukking, geweld, het niet kunnen beleven van de eigen seksuele geaardheid of gewoon omdat ze tot een bepaalde groep behoren en wetende dat van die 65,6 miljoen mensen slechts 1,2 miljoen mensen bescherming zocht in Europa, dan moeten we besluiten dat we voor deze mensen veel te weinig doen. Want vanuit het referentiekader van de Radicale Verlichting én vanuit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben alle mensen hetzelfde recht om op hun eigen manier geluk na te jagen. Maar niet alle vluchtelingen die hier toekomen zullen hun kinderen opvoeden volgens die universele gelijkheidsidealen. En toch dienen we dat van hen te vragen. We dienen hen daarvan te overtuigen. Hen ervan te overtuigen dat de openheid van onze samenleving slechts mogelijk is wanneer ze rust op die gemeenschappelijke sokkel van waarden. Maar hoe we dat moeten doen, blijft voor mij een groot vraagteken. En een overtuigend antwoord heb ik tot hiertoe bij niemand gevonden. Dus laten we niet te uitbundig feesten. Kurt Beckers

DEGEUS


ACTUA

Voordat een teruggekeerde strijder in aanmerking komt voor een dergelijk programma dient hij/zij aan twee voorwaarden te voldoen. De eerste voorwaarde houdt in dat de persoon in kwestie geen strafbare feiten in het buitenland heeft gepleegd. Als tweede voorwaarde stelt het model dat dergelijk individu geen risico voor de veiligheid mag vormen. © AP

Aarhus als grote voorbeeld? IS HET DEENSE DERADICALISERINGSMODEL HET OVERNEMEN WAARD? Het Aarhusmodel, in 2007 ontstaan in de Deense stad Aarhus, is een unicum als het gaat om deradicaliseringsstrategieën. In dit model staat een preventieve aanpak gebaseerd op inclusie in de maatschappij centraal. Wat het Aarhusmodel uniek maakt is de sociaalpsychologische benadering van waaruit het vertrekt. In plaats van op een verwachte, repressieve manier op te treden tegen teruggekeerde foreign fighters, wordt er juist ingezet op inclusie en integratie. Tien jaar later kijken we met grote verwondering naar Aarhus dat zijn Syriëstrijders succesvol weet te integreren. Een succesformule die zonder meer gekopieerd kan worden in België? DEGEUS

Het Aarhusmodel maakt gebruik van zeven pijlers waaronder infohouse en dialogues. De pijler infohouse kan beschouwd worden als een informatiecentrum waar de gegevens over een mogelijks geradicaliseerd individu verzameld worden. De informatie wordt aangereikt door een reeks actoren waaronder politie, maatschappelijk werkers en leerkrachten. Dit centrum wordt bemand door politiepersoneel dat beoordeelt of er wel degelijk sprake is van radicalisering. Dergelijk concept klinkt ons niet onbekend in de oren. Op de Belgische coördinatievergaderingen van OCAD (Orgaan voor Coördinatie en Analyse van

maart 2018  >  7


ACTUA

de Dreiging) wordt eveneens overleg gepleegd door actoren als politie, parket en inlichtingendiensten. Vervolgens gebeurt de opvolging van teruggekeerde foreign fighters, op lokaal in plaats van nationaal niveau, net als in het Aarhusmodel. Deze taak wordt opgenomen door twaalf local task forces, één per gerechtelijk arrondissement. Ook hier ligt de coördinatie van het orgaan bij de politie en wordt er besproken welke maatregelen er, op lokaal niveau, kunnen worden genomen met betrekking tot de foreign fighters. Op vlak van informatiesturing en -vergaring wijken we in België dus niet eens zoveel af van het Deense succesmodel.

Vaak heerst de opvatting dat een louter normatieve en wettelijke bestrijding van teruggekeerde foreign fighters de beste methode is. Repressie en afschrikking vergroot echter het risico op mobilisering BETROKKENHEID Het grootste verschil tussen de Belgische werking en de strategie zoals toegepast door het Aarhusmodel, is de betrokkenheid van het desbetreffende individu in het proces. Volgens de Belgische Privacywetgeving van 1992 moet de betrokkene vooraf in kennis worden gesteld bij het gebruik van persoonsgegevens. Wanneer de gegevens worden gebruikt door de overheid, is deze kennisgeving echter niet vereist. In principe zijn de hierboven besproken Belgische overlegorganen dus niet verplicht dergelijke procedure aan het individu kenbaar te maken. Het Aarhusmodel pleit daarentegen wel voor het informeren van de terugkeerder over de uitgevoerde risk-assessment en uitkomst ervan. Op dit vlak zou het Aarhusmodel dus wel een vernieuwing kunnen betekenen voor de Belgische deradicaliseringsaanpak. Vaak heerst de opvatting dat een louter normatieve en wettelijke bestrijding

8  >  maart 2018

van teruggekeerde foreign fighters de beste methode is. Repressie en afschrikking vergroot echter het risico op mobilisering door een verdere exclusie uit de maatschappij te bewerkstelligen. Ook het creëren van fysieke barrières, de tactiek van de Verenigde Staten bij het verhinderen van de mobilisatie van foreign fighters naar Irak, is geen constructieve oplossing. Hierbij schiet het Aarhusmodel te hulp. Het model introduceert het ‘exit programme’, dat zich specifiek richt op teruggekeerde, buitenlandse strijders en deze doelgroep tracht te herintegreren in de maatschappij. Voordat een teruggekeerde strijder in aanmerking komt voor een dergelijk programma dient hij/zij aan twee voorwaarden te voldoen. De eerste voorwaarde houdt in dat de persoon in kwestie geen strafbare feiten in het buitenland heeft gepleegd. Als tweede voorwaarde stelt het model dat dergelijk individu geen risico voor de veiligheid mag vormen.

BEDENKINGEN Over de specifieke beoordeling van het individu is in het Aarhusmodel echter weinig informatie terug te vinden. Ook het onderscheid tussen de teruggekeerde strijder die wel of geen strafbaar feit heeft gepleegd, komt als arbitrair over. Vooral omdat de laatste categorie niet in aanmerking komt voor een dergelijk exit-programma. Hierbij kunnen we dus de bedenking maken of Aarhus niet enkel zorgt voor de integratie van de niet-criminele teruggekeerde foreign fighter, en de andere ‘gevaarlijke categorie’ juist verder marginaliseert. Naast de opdeling tussen de criminele en de niet-criminele foreign fighter zoals in het Aarhusmodel, kan er echter nog een tweede onderscheid gemaakt worden. De definitie die ons het meest bekend is, is die van de foreign fighter die zijn thuis verlaat om te interveniëren in een conflictsituatie in het buitenland. Een tweede categorie van foreign fighters omvat echter strijders die een training in het buitenland krijgen en de aangeleerde technieken pas bij terugkeer toepassen. De verschuiving van de ‘traditionele foreign fighter’ uit de eerste categorie naar de fighter zoals beschre-

© Norbert Van Yperzeele

ven in de tweede categorie, impliceert dat we in plaats van een onderscheid te maken op basis van reeds uitgevoerde feiten zoals in het Aarhusmodel, eerder dienen te focussen op de doelen die het individu nog voor ogen heeft. In het geval van de tweede categorie heeft de foreign fighter immers nog geen strafbaar feit gepleegd bij terugkeer.

Het Aarhusmodel richt zich op herintegratie in de maatschappij Vaak wordt ­­– zoals in het Aarhusmodel ­­– vooral gefocust op overleg en dialoog met de verschillende moslimgemeenschappen. Naar overleg en dialoog binnen de moslimgemeenschappen zelf gaat echter minder aandacht. Psychosociaal begeleider Sofian El Bouazati benadrukte al eerder dat initiatieven, zoals Al-Miezaan, vanuit de moslimgemeenschap maar zelden de weg naar de media vinden. Het psychosociaal centrum Al-Miezaan, via hun facebook­ pagina omschreven als een instantie waar islamitische hulpverlening en dialoog centraal staan, focust zich op begeleiding rond levensvragen en psychosociale problemen, problematische

DEGEUS


ACTUA

De term is echter niet exclusief voorbehouden voor een context van extremistische islam. Zo is ze onder meer gebruikt om te refereren aan de Kroatische separatisten in hun strijd tegen de Joegoslavische regering in 1992.

De keuze voor religie als basis voor rekrutering moet niet in de kenmerken van de religie worden gezocht maar wel in de manier waarop ze wordt beoefend

opvoedingssituaties en een eerste hulp bij huwelijksproblemen. Meer publieke aandacht voor dergelijke initiatieven, kan dus ook nog een aanvulling betekenen voor het Aarhusmodel en de huidige Belgische deradicaliseringsstrategie.

DÉ TERUGGEKEERDE FOREIGEN FIGHTER Een andere bedenking is dat het Aarhusmodel wordt toegepast om het fenomeen van de teruggekeerde foreign fighter aan te pakken. Maar bestaat er wel zoiets als dé teruggekeerde foreign fighter? En kan er bijgevolg wel een vast model worden ingezet bij de aanpak ervan? De term foreign fighter wordt voornamelijk in verband gebracht met Syriëstrijders. Het concept ontstond echter reeds in 1988 waar het door The Times werd gebruikt om te refereren aan Saoedische, Egyptische en Pakistaanse strijders die de Afghaanse Mujahedin een overwinning bezorgden door samen de pro-Sovjet regeringstroepen te verslaan. Pas na 9/11 werd het gebruik van de term foreign fighter echt populair. Ook hier werd de term niet in verband gebracht met Syrië maar gebruikt om naar strijders van al-Qaedagroepen in Afghanistan te verwijzen.

DEGEUS

Deradicaliseringsstrategieën zoals het Aarhusmodel dreigen in de val van ‘groupism’ te trappen door hun doelgroep als een homogene eenheid te beschouwen. Door een complex fenomeen als foreign fighters te simplificeren tot één doelgroep waarop gemakkelijk een bepaalde, universele strategie kan worden toegepast; wordt er voorbijgegaan aan de gecompliceerde verzameling aan actoren in een groep. Zo worden oudere leden voornamelijk gerekruteerd als gevolg van hun militaire ervaring terwijl de jongeren voornamelijk aangeworven worden op basis van motivatie en potentiële kwaliteiten. Inzicht in de werking van sociale media en kennis van het Engels, zijn voorbeelden van dergelijke kwaliteiten waar op zoek naar wordt gegaan bij potentiële jonge foreign fighters. Zowel deze ouderen als jongeren maken deel uit van dezelfde groep foreign fighters maar kunnen dus niet over dezelfde kam gescheerd worden. Door een actie vervolgens toe te schrijven aan één bepaalde groep zoals dé foreign fighters wordt het vermogen van individuen uit deze groep om onafhankelijk te handelen en hun eigen vrije keuzes te maken, volledig genegeerd.

MOTIVATIES Een ander onderdeel van deze eenheidsval is de veronderstelling dat iedere foreign fighter vertrekt vanuit een religieus gedachtegoed. Naast religie spelen echter ook andere factoren en motivaties een rol. De belangrijkste rekruteringsmethode is het creëren van

een gemeenschappelijk raakvlak. Dit raakvlak kan gebaseerd zijn op islam, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Ook etniciteit kan een gemeenschappelijk draagvlak vormen. Onder meer de Britse academicus Anthony Smith beschrijft in zijn ethno-symbolische benadering drie methodes die worden toegepast bij rekrutering en eerder verbonden zijn aan etniciteit dan aan religie. Als eerste methode wordt bij rekrutering de ‘mythe van origine’ gehanteerd. Hierbij wordt een gemeenschappelijk, glorieus verleden van overwinning en zelfopoffering gecreëerd en gebruikt als draagvlak. De tweede methode is die van de ‘mythe van de uitverkorene’. De rekruten denken deel uit te maken van een gemeenschappelijke ‘sacred mission’ en als het ware uitverkoren te zijn deze te vervullen. Als derde strategie wordt door de recruiters een band op basis van een ‘gemeenschappelijk voorouderlijk thuisland’ gecreëerd en gebruikt bij de aanwerving van leden. De keuze voor religie als basis voor rekrutering moet echter niet in de kenmerken van de religie worden gezocht maar wel in de manier waarop ze wordt beoefend. De moslimgemeenschap is, net zoals andere religieuze gemeenschappen, verbonden aan instituties. Doordat leden van deze instituties het gemeenschappelijke kenmerk ‘religie’ bezitten, is er als het ware een zekere voorselectie gemaakt voor potentiële recruiters. Zij kunnen bijgevolg vanuit religie vertrekken in het creëren van een gemeenschappelijk draagvlak. De voornaamste doelgroep van rekrutering is dan daarbij ook personen die zich nauw identificeren met deze instellingen van een gemeenschap, maar in de bredere samenleving eerder gemarginaliseerd worden als onderdeel van een minderheidsgroep. Via een emotief framework slagen de recruiters er dan ook in de potentiële strijders te doen geloven dat ze wel deel uitmaken van een community, en dat deze existentieel onder dreiging staat. Hun deelname is bijgevolg noodzakelijk om de community te redden. Louise D’Eer

maart 2018  >  9


ACTUA

Love at first ‘swipe’ TINDER VOOR DUMMIES Tinder, de online datingapp, is populairder dan ooit. Gemiddeld worden er iedere dag 750 miljoen foto’s bekeken en spenderen mensen gemiddeld 11 minuten per dag aan de app. Ondanks de immense populariteit was ‘hoe werkt Tinder?’ de meest voorkomende ‘hoe werkt’-vraag op Google in 2017. Tijd dus om die vraag te beantwoorden. WHO DO YOU THINK YOU ARE? Het concept is eenvoudig: er verschijnt een foto van een man of vrouw op je telefoon (je kan je voorkeur voor geslacht ingeven). Door naar rechts of links te swipen geef je aan of je geïnteresseerd bent. Bij links verschijnt er in het rood nope op het voorhoofd van de persoon, indien je rechts swipet, like je de persoon (en dit in groene letters). Eigenlijk is dit het oude hotor-not-principe, met het verschil dat de andere persoon enkel een melding krijgt als je hem/haar liket. Wanneer de persoon ook jouw foto naar rechts heeft geswipet, heb je een match en enkel dan kan je met elkaar chatten.

Doordat Tinder is verbonden met Facebook, impliceert dit het gebruik van je persoonlijke data zonder dat je vat hebt over welke info ze beschikken en welke ze gebruiken Voor je kan swipen, dien je eerst een persoonlijk profiel op te maken. Je zoekt enkele foto’s van jezelf en vult basisgegevens in zoals je naam, leeftijd en geslacht. Indien je wenst kan je

10  >  maart 2018

ook een korte beschrijving van jezelf toevoegen (waar je naar op zoek bent, wat je interesses zijn e.d.). Zoals eerder vermeld kan je ook je voorkeur van geslacht doorgeven: val je op mannen, vrouwen, beiden … Naast een gewone like kan je iemand ook een superlike sturen. Wanneer je een superlike stuurt, krijgt die persoon daar melding van en weet die persoon dus op voorhand dat je zijn/ haar foto leuk vindt en dat je duidelijk geïnteresseerd bent. En wat natuurlijk ook handig is: Tinder is gratis en laagdrempelig. De datingapp biedt ook een betaalde versie aan, Tinder Gold, waarbij Tinder verzekert dat je meer matches zal hebben. Indien je per ongeluk iemand liket, kan je een match ook opheffen. Je moet hierbij aanduiden waarom je de persoon niet meer als je match wil. In het lijstje kan je aanduiden wat hiervoor de reden is: geen reden, het sturen van ongepaste foto’s of berichten, het offline lastiggevallen worden, enzovoorts. De laatstgenoemde redenen kan je ook nog eens extra rapporteren maar het is onduidelijk of Tinder dan ook effectief stappen onderneemt jegens die persoon. De informatie die je zelf op Tinder zet, wordt aangevuld door Facebook.

Elisabeth Timmermans (KUL): ‘Vandaag verloopt dat seks, dan een relatie. Dat is het idee dat bij veel twint soort van daten en/of experimenteren vergemakkelijk

Deze sociale netwerksite beheert Tinder waardoor bij je foto automatisch enkele kernwoorden verschijnen. Deze kernwoorden zijn gelinkt aan je Facebookgebruik: wanneer je op Facebook een pagina liket, zal de naam van deze pagina als kernwoord verschijnen. Wanneer je een foto van iemand te zien krijgt, zal er eveneens verschijnen hoeveel gemeenschappelijke vrienden jullie hebben op Facebook. Het laat zich waarschijnlijk al raden maar het is dus niet mogelijk om een Tinderprofiel op te stellen zonder dit te koppelen aan een Facebookprofiel. Er zijn achterpoortjes: het staat je vrij een nieuw Facebookprofiel aan te maken dat je enkel gebruikt om in te loggen bij Tinder. Naast je profiel en voorkeuren kan je ook aangeven in welke straal je iemand wil ontmoeten. Je kan bijvoorbeeld ingeven dat je enkel personen wil zien die binnen een afstand van 25 km wonen. Dat is handig: je vermijdt dat je eerst een leuk gesprek hebt met iemand om dan te ontdekken dat die persoon te ver van je woont. Om dit

DEGEUS


ACTUA

zegt het artikel. Momenteel is er een wetsvoorstel in opmaak - EU’s General Data Protection Regulation - dat een halt aan mediagiganten wil opleggen over het beheren en gebruiken van privégegevens van mensen.

Een fenomeen als Tinder kent natuurlijk ook tegenbewegingen

ten meestal volgens een ander stramien: eerst tigers leeft.’ Tinder is een medium dat dit kt. © Eric Johansson

te kunnen realiseren maakt Tinder gebruik van je GPS op je telefoon. Dat betekent dus ook dat Tinder weet waar je bent.

Hoewel het onderzoek aantoont dat liefde bij Tindergebruikers een prominente rol speelt, blijft het een app waarop je gemakkelijk een bedpartner kan vinden TROUBLE IN PARADISE Doordat Tinder is verbonden met Facebook, impliceert dit het gebruik van je persoonlijke data zonder dat je vat hebt over welke info ze beschikken en welke ze gebruiken. The Guardian wijdde een artikel aan de moeilijkheid om je account en inzage in je persoonlijke gegevens te verwijderen op Tinder. ‘If you’re not a journalist or a privacy advocate, convincing big tech to release your data is almost impossible’, zo

DEGEUS

Een probleem waar het bestuur van Tinder zelf mee worstelt, is het imago een seksapp te zijn: een app die casual sex promoot. Dit is voornamelijk vervelend voor de beheerders van Tinder, omdat ze de app als een datingapp en niet als een seksapp willen promoten. Het internet speelt echter gretig in op het casual sex imago dat Tinder heeft. Twee bijnamen die circuleren zijn: hook-up-app of seks-app. Je hebt ook sites, zoals datewijsheid.nl, die tips geven voor mannen hoe ze in 24 uur zo veel mogelijk matches en dates kunnen krijgen en een lijst ter beschikking hebben met goede openingszinnen. Ook de site askmen.com geeft Tindertips aan mannen. Opvallend is dat ze mannen aansporen om niet meteen seksuele toespelingen te maken maar te starten met complimentjes en te vragen naar de ander. Het is frappant dat de meerderheid van deze sites zich richten naar mannen. Dit kan ook cultureel bepaald zijn: het idee dat een man het initiatief moet nemen en de vrouw ‘veroveren’. Hier is echter nog niet veel onderzoek over. Een onderzoek van ScienceDirect geeft aan dat de beschikbaarheid van een app die mensen aanduidt in je directe omgeving, de perceptie kan vergroten dat het gemakkelijk is om met mensen te praten en af te spreken. Dit kan echter ook leiden tot een vorm van eenzaamheid en niet weten hoe je contact moet leggen zonder een scherm tussen jou en de ander. Dit kan een nieuw gevolg zijn van de digitale samenleving en de nieuwe communicatietools die beschikbaar zijn. Single zijn wordt echter nooit aangemoedigd door de maatschappij. Bij mannen wordt het over het algemeen

wel meer aanvaard; denk aan de ‘oude vrijster’-clichés waar er geen mannelijk equivalent voor is. Het lijkt wel dat single zijn iets is waar snel iets aan gedaan moet worden. De vraag is of een datingapp als Tinder, die ook gekend staat als de seks-app, iets aan deze perceptie zal veranderen. De focus ligt immers niet op het vinden van de ware liefde.

TINDERELLA Waarom gebruiken we eigenlijk Tinder? Een studie van ScienceDirect onderzocht bij 18 tot 30 jarigen de motivatie om Tinder te gebruiken. Zes drijfveren werden opgelijst: ‘Love, Casual Sex, Ease of Communication, SelfWorth Validation, Thrill of Excitement, and Trendiness’. Uit het onderzoek blijkt eveneens dat ‘liefde’ de meest voorkomende reden is om een Tinderprofiel op te maken. Opmerkelijk, gezien de reputatie van de app. De studie geeft echter ook aan dat de motivatie om Tinder te gebruiken, afhangt van gender en leeftijd (meer mannen geven seks aan als belangrijkste motivatie en hoe hoger in leeftijd, hoe meer liefde als belangrijkste drijfveer wordt vermeld). Hoewel het onderzoek aantoont dat liefde bij Tindergebruikers een prominente rol speelt, blijft het een app waarop je gemakkelijk een bedpartner kan vinden. Elisabeth Timmermans, actief aan de KU Leuven, behandelde in haar doctoraat de vraag of het klassieke daten oubollig is geworden en hoe daten er in de huidige samenleving aan toe gaat. Uit haar bevraging bleek dat de helft van de twintigers ooit al eens een casual sex relatie heeft gehad. ‘Vandaag verloopt daten meestal volgens een ander stramien: eerst seks, dan een relatie. Dat is het idee dat bij veel twintigers leeft’, aldus Timmermans. Tinder is een medium dat dit soort van daten en/of experimenteren vergemakkelijkt. Een artikel uit De Standaard bevestigt dit: één Tindergebruiker op zes heeft al casual sex gehad via Tinder. Sociale media als tool gebruiken voor je liefdesleven is eigen aan de huidige samenleving. Online daten is, na iemand leren

maart 2018  >  11


ACTUA

kennen via vrienden, de meest voorkomende manier om een relatie met iemand aan te gaan.

COPYCATS Een fenomeen als Tinder kent natuurlijk ook tegenbewegingen. Op Facebook circuleren de ‘Mndr tndr’ feestjes. Hun slogan: ‘Tinder ook beu? Zin in een feestje? Flirt, dans en match in real life!’ Het is een feestje zoals we ze allemaal kennen maar dan specifiek gericht op mensen die single zijn. Het concept houdt in dat je als single een andere single meeneemt (liefst van het andere geslacht) en je amuseert. Koppels zijn ook welkom maar zij dienen drie singles mee te nemen. Bij aankomst krijg je een sticker opgeplakt: groen betekent dat je single bent, rood betekent dat je in een relatie zit, oranje betekent eveneens dat je in een relatie zit maar dat de zaken ‘gecompliceerd’ zijn. De ‘Mndr tndr’ kent nog een variant: ‘Mndr tndr 28’. Het is exact hetzelfde opzet maar voor mensen vanaf 28. Naast de tegenbewegingen zijn er apps die net inspelen op Tinder. Momenteel bestaat er een Tinder voor 50-plussers: Stitch. De ondertitel luidt: ‘Friendship, Activities, Travel and Romance for mature adults. Our members are often © Norbert Van Yperzeele

fulfilled with family, work, and finances, but are looking for something more in their lives: partners, friends, companionship. Everybody needs company, no matter what their age is’. Je kan zelf aanduiden waar je naar op zoek bent: groepsactiviteiten, mensen om mee te reizen, liefde & romantiek, vriendschap, een etentje of intimiteit. Grindr is eveneens een variant op Tinder. Het is momenteel de grootste sociale netwerk app die zich richt tot homo’s, biseksuelen, transgenders en queer people. Grindr heeft de naam, nog veel meer dan Tinder, een forum te zijn om gemakkelijk casual sex te hebben. Naast Stitch en Grindr bestaat er ook een Tinderapp voor babynamen. Het concept van Tinder blijft hetzelfde: je downloadt de app op je gsm en er verschijnt een naam op je scherm. Indien je de naam geschikt vindt voor je kind, swipe je naar rechts en anders naar links. Indien je partner bij dezelfde voornaam ook naar rechts heeft geswipet, heb je een ‘match’. Nog een leuk weetje: een kindje dat geboren wordt en waarbij de ouders elkaar via Tinder hebben leren kennen, wordt ook wel een Tindersuprise genoemd. Niet alleen Tinder voor babynamen is in; het reisbureau TUI lanceert ‘Tinder voor vakantie’ waarbij je een reisbestemming naar rechts of links

kunt swipen. En zo heb je ook Shinder, waarbij de mannelijke oprichter zichzelf als enige mannelijke datingkandidaat heeft uitgeroepen. 3ndr, een app voor niet-monogame koppels, is ondertussen ook verschenen. Deze twee laatste varianten van Tinder zijn echter van de markt gehaald omdat Tinder met gerechtelijke stappen dreigde.

Ondertussen is Tinder zelf aan het experimenteren met niet-monogame/ polygame relaties waarbij je ook groepsgesprekken kunt houden. De makers benadrukken dat het niet de bedoeling is om orgieën aan te moedigen Ondertussen is Tinder zelf aan het experimenteren met niet-monogame/polygame relaties waarbij je ook groepsgesprekken kunt houden. De makers benadrukken dat het niet de bedoeling is om orgieën aan te moedigen maar zegt dat er zowel romantische als nietromantische mogelijkheden zijn.

IK TINDER, JIJ TINDERT,… WIJ TINDEREN Dat Tinder een dominante rol speelt in de samenleving is duidelijk. Tinder bereikt iedere dag miljoenen mensen en steeds meer apps worden ontwikkeld met een gelijkaardig concept. Tinder is een fenomeen van ons digitale tijdperk en veranderende seksuele moraal. Het is mogelijk om bewust single te zijn en casual sex te hebben. Het zorgt ervoor dat onze manier van daten is veranderd: de drempel om met iemand naar bed te gaan zonder relatie, verkleint. Ondanks het feit dat Tinder gekend staat als een seks-app toont onderzoek aan dat het vinden van liefde de grootste motivatie is om Tinder te gebruiken. Wat liefde betreft, is er dus weinig veranderd in de samenleving. We are still fools in love. Linde Waeyaert



DEGEUS


COLUMN

ACEDIA Trouwe lezer, Maart. De lente is op komst en ik wil je wat opmonteren met een frisse column. Wat dacht je van de volgende aanhef: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu’? Het oude, gekende liedje dus. Voor de onwetenden onder u, dit is geen versje maar een regelrechte uitnodiging tot seks. Want het vervolg (dat meestal wordt weggelaten) luidt: ‘Uuat unbidan uue nu’. Vrij vertaald: ‘Alle vogels zijn met hun nesten begonnen behalve ik en jij. Waar wachten wij nog op?’. Mocht je vandaag dergelijke onzin uitkramen, dan kom je terecht in de annalen van de #MeToo-beweging. Vooral dat ‘Uuat unbidan uue nu’ klinkt verdacht West-Vlaams en het klopt nog ook. Uit het archief van de abdij van Rochester blijkt dat daar in 1104 inderdaad een West-Vlaamse monnik verbleef en het is die onverlaat die, om de verveling te verdrijven, deze schunnige verzen neerpende. De chroniqueur van Rochester voegt daar aan toe: ‘De auteur is weliswaar onbekend, maar uit de spelling blijkt dat hij uit West-Vlaanderen afkomstig is, omdat hij problemen met de klank /h/ heeft (hic in plaats van ic).’ ‘Tegenwoordig is dit nog steeds een bijzonder verschijnsel in West-Vlaanderen’, voegt hij er schamper aan toe. Maar daarover gaat het niet. Je ziet tot wat dat ‘samen een nestje bouwen syndroom’ geleid heeft. We zijn nu al met zeven miljard als ik het goed voor heb. De vogelnestbouwers van vandaag zijn gehaaide zakenlui die schitteren aan het firmament van de vastgoedsector. De notariële term alleen al: onroerend goed. Dat bizarre onderscheid tussen roerende en onroerende goederen. Hinase hic enda thu: in een hutje, een tentje, een herenhuis, een villa, een appartement (een flat, klinkt beter) een kasteeltje, een paleis. Lintbebouwingen, verkavelingen, wijken, torenflats, voetbal-

DEGEUS

stadions, ziekenhuizen, serviceflats, woonzorgcentra, crematoria. En projectontwikkelaars, steeds meer projectontwikkelaars, ambitieuze mensen met een visie. Uuat unbidan uue nu. Filosofen zoeken al sinds het ontstaan van de wijsbegeerte naar de zin van dit leven. Al eeuwen en eeuwen en, neen, de zin ligt niet in de zin die wij eraan geven. De zin ligt simpelweg in wat de natuur wil. Reproductie. Wat we daarbij nodig hebben is ambitie. Niet verwarren met eerzucht of het streven om carrière te maken, beste lezer. Ook niet met zucht, dorst naar eer of roem. Of het rondgaan bij mensen om stemmen te ronselen, een akelige gewoonte (ambitio) uit de Romeinse tijd. Ze keken er zelf met enige minachting op neer. Alhoewel. Neen, ik bedoel een positieve vorm van ambitie zoals Machiavelli het zag, ook nog ‘gezonde ambitie’ genoemd. Daar staat de demon van de gemakzucht of acedia tegenover, één van de zeven hoofdzonden! Ik ben eerder adept van deze stroming. Het begint allemaal bij het relativeren. De volgende stap is indolentie, een prachtige uitdrukking. Indolentie kent veel synoniemen: apathie, luiheid, logheid, inertie, futloosheid, langzaamheid, sloomheid. Dat is toch pure poëzie. De derde trap is de lethargie, in deze toestand heerst dufheid, geestelijke ongevoeligheid, mentale inertie en uiteindelijk ook slaapzucht. Ik hou van indolente mensen omdat ze weinig onrust veroorzaken. En filosofe Joke Hermsen herinnert ons eraan dat er nog zoiets meer genuanceerd bestaat, namelijk de ‘acedische vertwijfeling’, door Thomas van Aquino omschreven als ‘een lijden aan de wereld’. Zeer herkenbaar, ik drukte dit in mijn pubertijd uit als ‘le mal du cerveau’, waarmee ik mezelf onwaarschijnlijk veel gewicht toekende.

© unbornmind.com

Nu ter zake. Uit wat vooraf gaat zal het voor de intelligente lezer duidelijk zijn dat ik niet tot het ambitieuze type behoor. Daar komt immers veel onheil uit voort. Ik houd het eerder bij een relativerende, een beetje inerte, een weinig indolente en soms ronduit lethargische levenshouding. Een praktisch voorbeeld ter illustratie. Ooit woonde ik een mooie gerestaureerde fermette midden in een bos. Op het einde van dat bos verhief zich een klein plateau met uitzicht op de hele tuin. De weg die daar naartoe leidde noemde ik het ‘Paviljoenpad’. Menig bezoeker stelde mij, bij het bemerken van het door mijzelf ontworpen naambordje ‘Paviljoenpad’ de vraag waar het paviljoen stond. ‘Er is geen paviljoen en er zal nooit een paviljoen komen’, verklaarde ik dan nader. Want dat virtuele paviljoen was de plek die mij toeliet relativerend na te denken over de zin van dit bestaan. In die zin was het dan ook volkomen overbodig. Hebban olla vogala…. Willem de Zwijger

maart 2018  >  13


WOUTER DUYCK -- Cognitief psycholoog -- Professor psychologie aan de UGent, vakgroep experimentele psychologie -- Verricht onderzoek in (onder andere) de cognitieve psychologie en organisatiepsychologie, psycholinguïstiek (dyslexie en afasie), onderwijs -- Ontwikkelt ook oriënteringstesten voor het hoger onderwijs en experimentele software -- Is buiten de academische wereld vooral bekend omwille van zijn opiniestukken en artikels over ons onderwijs -- Ontving voor zijn doctoraatsverhandeling uit 2004 de prijs voor ‘beste doctoraatsverhandeling in de psychologie’ van de Koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België -- Zijn masterproef werd beloond met de prijs voor ‘beste masterthesis in de psychologie’ van de Belgische vereniging voor psychologie -- Is in zijn vrije tijd penningmeester en stichtend lid van de Gentse Alumni Psychologie © Gerbrich Reynaert


VRAAGSTUK

Wat is er aan de hand in onderwijsland? IN GESPREK MET WOUTER DUYCK In Vlaanderen waren we er jarenlang van overtuigd dat ons onderwijs tot de wereldtop behoort. Recent internationaal onderzoek kwam dan ook hard aan. De belangrijkste alarmsignalen: uit het PIRLS-onderzoek van 2017 (een onderzoek naar prestaties in begrijpend lezen) bleek dat op tien jaar tijd de leesprestaties van lagereschoolkinderen er enorm op achteruitgingen. Vlaanderen is de sterkste daler in Europa. Bij leerlingen die het goed doen en een gevorderd leesniveau halen, scoren we onder de internationale mediaan. Uit het PISA-onderzoek van 2015 (onderzoek op initiatief van de OESO naar leesvaardigheid, wiskunde en wetenschappen) bleek dat het aantal wiskundetoppers met 40 procent daalde ten opzichte van tien jaar geleden. Op Finland na hebben Vlaamse leerlingen de laagste ambitie van alle 72 landen die in de studie zitten. Voor cognitief psycholoog Wouter Duyck kwamen deze harde resultaten niet als een verrassing. Hij trekt al langer aan de alarmbel. Volgens Wouter Duyck moeten we niet lang zoeken naar de oorzaak van deze opmerkelijke achteruitgang: de focus op leerprestaties is in ons onderwijs volledig naar de achtergrond verschoven. Alle aandacht gaat naar welbevinden en het wegwerken van sociale ongelijkheid, op een manier die de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen, het eigenlijke leren, niet ten goede komt. Dat geldt ook voor de ongebreidelde didactische vernieuwingsdrang waaronder ons onderwijs de laatste decennia bedolven werd, die niet in overeenstemming is met wat cognitieve wetenschappers weten over leren. Voeg daarbij de verregaande beknotting van de leraar, die niet meer naar eigen inzicht mag werken

DEGEUS

en bovendien bedolven wordt onder planlast, papierwerk en zorgtaken, en we hebben een ideaal recept voor een ramp. Hoog tijd om eens te luisteren naar Wouter Duycks tegendraadse stem in het onderwijsdebat.

Het afkomsteffect kan niet enkel verklaard worden door discriminatie, maar een deel ervan weerspiegelt gewoon de reële verschillen tussen mensen Wat is een cognitief psycholoog eigenlijk, en waarom heeft hij of

zij iets te zeggen over onderwijs? Cognitief psychologen bestuderen hoe ons brein werkt in normale omstandigheden. Hoe we spreken, hoe we denken, en dus ook hoe we leren. Dat is immers een van onze belangrijkste functies. We onderzoeken hoe je leren kan faciliteren, wat je moet doen om iets beter te onthouden, kortom: fundamenteel onderzoek naar leerprocessen. We hebben dus wel wat te zeggen over onderwijs. Vindt u dat die stem in ons onderwijsdebat ontbreekt? In Vlaanderen – en dat is een typisch Vlaams fenomeen – wordt het onderwijsdebat gedomineerd door pedagogen, die volgens mij al te vaak op zoek gaan naar didactische vernieuwingen, en vooral door sociologen. Die hebben natuurlijk hun plaats in het debat, tenslotte is sociale mobiliteit een belangrijke functie van het onderwijs. Ik ben me met onderwijs gaan bezighouden omdat ik inderdaad vond dat niemand nog de stem van de leerpsychologen en cognitief psychologen vertolkte, terwijl die net cruciaal is omdat je anders een belangrijk deel van het verhaal mist. Zo zal een socioloog claimen dat er een groot effect is van sociaal-economische afkomst op leerprestaties. Als je enkel die twee elementen bekijkt dan klopt dat ook. Maar cognitief psychologen hebben doorheen de jaren heel wat kennis opgebouwd over factoren die tussen mensen verschillen, en die een impact hebben op leren. Zo weten we dat er met afkomst een hele hoop andere variabelen samenhangen, zoals cognitieve vaardigheden. Dus dat afkomsteffect kan niet enkel verklaard worden door discriminatie, een deel ervan weerspiegelt gewoon de reële

maart 2018  >  15


VRAAGSTUK

verschillen tussen mensen. Pas als je dat meeneemt in je analyse kan je het probleem op een deftige, wetenschappelijk verantwoorde manier aanpakken. De alarmsignalen zijn intussen bekend, maar hoe erg is het globaal genomen met ons onderwijs gesteld? Zitten we nog in de kopgroep, de buik van het peloton of rijden we net voor de bezemwagen uit? Momenteel zijn de we de renner die nog wel in de kopgroep zit, maar ‘aan de rekker hangt’. Op dit moment is er één punt waarop we die kopgroep al gelost hebben en dat is op vlak van leesprestaties, zoals bleek uit PIRLS. Dat gaat over het lager onderwijs. PISA gaat over het secundair en hoger onderwijs, en daar scoren we momenteel nog altijd beter. Maar die basisschoolleerlingen van nu zitten over een vijftal jaar in het secundair onderwijs, en als we nu niet bijsturen zullen we in het volgende PISA-onderzoek een serieuze tik krijgen. Dan vrees ik dat we de kopgroep definitief zullen moeten lossen.

De situatie in het lager onderwijs is wel degelijk dramatisch Je zou ook kunnen zeggen, zoals Bart Eeckhout in De Morgen deed: wat goed dat onze leerlingen hier zo gelukkig zijn en toch degelijke resultaten halen. We willen tenslotte geen Aziatische toestanden. Of: die toppers komen er zo ook wel, laten we vooral proberen zoveel mogelijk leerlingen over de meet te krijgen. Staan die paar indicatoren als leesvaardigheid, ambitie en toppresteerders wel toe om zo’n somber beeld van ons onderwijs op te hangen? Er zijn drie argumenten waarom dat relativerende verhaal geen steek houdt. Eerst en vooral is de situatie in het lager onderwijs wel degelijk dramatisch. Enkel Frankrijk, Malta en Georgië doen het op gebied van leesvaardigheid slechter.

16  >  maart 2018

Ten tweede stoor ik mij aan het argument ‘als ze maar gelukkig zijn’. Dat is een valse tegenstelling! Uit het PISAonderzoek blijkt dat kinderen met een hogere prestatiemotivatie – streefdrang om te presteren – gelukkiger zijn op school. Niet ongelukkiger. Argument drie: streven naar goede prestaties wordt door linkse, socialistisch georiënteerde mensen al te vaak afgedaan als onbelangrijk. Niets is minder waar! We hebben onszelf in die positie geplaatst, of beter: dat is ons opgedrongen.

Kinderen met een hogere prestatiemotivatie zijn gelukkiger op school. Niet ongelukkiger Hoe bedoelt u? Omdat wij – gelukkig maar – hebben gekozen voor een sterk sociaal systeem met veel sociale bescherming, hebben we hoge loonkosten. Dat heeft ervoor gezorgd dat alle productie naar lageloonlanden is verhuisd. Ons antwoord daarop is geweest dat we een kenniseconomie moesten worden. Dat betekent wel dat je hier innovatie en brains moet hebben. Aan onze universiteiten zullen er uitvindingen moeten worden gedaan, patenten genomen, de Tesla’s en de Googles van de toekomst zullen hier hun datacentra moeten bouwen. Het is de top 1 tot 5 procent die daarvoor zal moeten zorgen. Een Vlaamse biotech-spinoff zoals Ablyx stelt 500 mensen tewerk, betaalt RSZ en creëert dus welvaart. Als we in onze hangmat blijven liggen, zullen we de concurrentie met landen als ZuidKorea en Japan verliezen. Het gaat nog verder dan dat: macro-economisch onderzoek toont aan dat als je het gemiddeld IQ van de bevolking met één procent omhoog krijgt, zich dat vertaalt in een toename van het BNP van 200 dollar per hoofd, per jaar. Daar kan je een sociaal beleid mee voeren. Dus de tegenstelling tussen inzetten op cognitieve ontwikkeling en excellentie versus een sociaal onderwijsbeleid is volgens u een valse tegenstelling?

Precies. Wat ik zeg is helemaal niet asociaal, daar krijg ik het van! Het is een illusie te denken dat je mensen uit sociaal kwetsbare milieus weghaalt door alles maar blauw-blauw te laten. Die mensen zijn er niet mee gediend als je de lat lager legt. Sociale mobiliteit gebeurt ook niet in de staart van de klas, maar wanneer een kansarm kind 80 procent op wiskunde haalt en naar de universiteit kan. Welvaartseffecten krijg je alleen bij cognitieve ontwikkeling. Daarom dat ik me ook kan vinden in de kritiek op de GOK-middelen (middelen die scholen ter beschikking worden gesteld om te werken aan gelijke onderwijskansen, nvdr). Natuurlijk ben ik voor gelijke onderwijskansen, maar waar worden die middelen nu voor ingezet? Om lege boterhamdozen te vullen. Ik begrijp dat scholen dat willen doen, die zien vaak heel schrijnende situaties. Maar dat is enkel symptoombestrijding, die middelen leveren veel meer op als ze worden besteed aan cognitieve ontwikkeling.

ONDERWIJSMYTHE Het verhaal dat we telkens weer over ons onderwijs horen is dat het de sociale ongelijkheid waarmee kinderen de school binnenstappen niet wegwerkt maar bestendigt en zelfs vergroot. Volgens u klopt dat niet. Neen, dat verhaal is niet correct. Ik kan u genoeg datasets voorleggen waaruit dat blijkt. Zo is er bij ons bijvoorbeeld géén probleem van ongekwalificeerde uitstroom, en leerlingen uit een kansarm milieu (met een lage SES-score, afkorting voor sociaaleconomische status) doen het bij ons beter dan het internationale gemiddelde. Sociologen zullen het erover eens zijn dat het effect van socio-economische achtergrond op leerprestaties ongeveer 15 procent van de variatie verklaart. Waar sociologen het minder mee eens zullen zijn, is dat de helft van dat effect met IQ te maken heeft. Dus, gecorrigeerd voor IQ, hebben we het over een effect van 7 à 8 procent. Dat is heel erg, en in een ideale wereld

DEGEUS


VRAAGSTUK

zou dat nul moeten zijn. Maar dat ga je nooit zo laag krijgen, al zou je de GOK-middelen vertienvoudigen. Nergens in Europa is dat nul. Wat is een realistisch percentage tot waar we dit kunnen terugdringen? Ik schat zo’n 3 à 4 procent. Dus over dit kleine maakbaarheidspercentage van een drietal procent gaat zo goed als heel de discussie over ons onderwijs. Dan zeg ik als cognitief psycholoog: wacht eens even, er is ook nog die overige 97 procent die bepaalt hoe goed kinderen leren. Dat zijn cognitieve vaardigheden, attitudes, studiemotivatie. Daar is de maakbaarheid, de winst die we nog kunnen boeken, veel en veel groter.

De recente discussie rond het gebruik van de thuistaal op school vind ik eigenlijk een non-issue De pas verschenen Diversiteitsbarometer, een rapport dat Unia liet opstellen over gelijke kansen in ons onderwijs en waaraan de UGent, de KUL en de ULB meewerkten, bevestigde nochtans opnieuw dat arme leerlingen veel sneller een B- of C-attest krijgen. Ik heb dat Unia-rapportje net eens doorgenomen, en ik viel bijna van mijn stoel! Ze bekijken de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen, en welke leerlingen vaker een B- of C-attest krijgen. Weet je wat ze niet meenemen in hun analyse? De punten van die leerlingen! Dat is toch ongelooflijk? Je kan dan wel zien dat arbeiderskinderen vaker een B- of C-attest krijgen dan dokterskinderen, maar misschien ligt dat gewoon aan hun punten. Dat weet je dus niet, want daar wordt geen rekening mee gehouden in die studie. In een ander onderdeel van het Unia-rapport liet men leerkrachten een studieadvies geven aan een aantal fictieve leerlingen, waarbij de testscore telkens dezelfde was maar waarbij de leerlingen een ander socio-economisch profiel meekregen. De achtergrond leidde tot verschillende studie-

DEGEUS

adviezen. Een eerder verschenen studie van Sarah Thys (UGent) wees in dezelfde richting. Dat met die fictieve leerlingen vind ik een van de interessantste studieontwerpen die ik ooit heb gezien om te peilen naar discriminatie. Maar de uitvoering is methodologisch zó zwak dat je er niet de conclusies uit kunt trekken die in de pers kwamen. Waarom niet? Sta me toe om even technisch te worden. Dat onderzoek gaat over een 50-tal leerkrachten. Wat heeft men bij die fictieve leerlingen gemanipuleerd? Handicap, socio-economische achtergrond, migratieachtergrond en gender. Vier variabelen, die als je die allemaal met elkaar kruist zestien condities opleveren. Elk van die zestien ‘cellen’ werd dus beoordeeld door een vijftal leraars. En daar worden percentages uit afgeleid die gaan van 30 tot 40 procent! Dat gaat dan over één leraar die een ander bolletje aankruist. In heel dat stuk van het Unia-rapport zit geen enkele statistische toets. Als je dat op een degelijke statistische manier zou controleren en er betrouwbaarheidsintervallen op zou zetten, dan zal je zien dat het effect zo goed als nihil is. Er zit veel te veel bias (denkfout of vooringenomenheid, nvdr) in de interpretatie van die onderzoeksresultaten, en het stoort me dat dat in dit debat altijd het geval is.

Als het onderwijs echt uit elk kind het maximale haalt, heb je per definitie verschillende uitkomsten Als er weinig tot geen discriminatie is in ons onderwijs, hoe verklaart u dan de problemen die er onmiskenbaar zijn? Volgens Dirk Van Damme is in de hele OESOzone de kloof tussen leerlingen die thuis geen Nederlands spreken en zij die dat wel doen nergens zo groot als bij ons. We zien ook dat de tweede generatie met een migratieachtergrond bij ons slechter presteert dan de eerste. Een eerste factor is taalachterstand.

Ik geef Dirk Van Damme volledig gelijk als hij zegt dat we daar in het verleden veel te naïef in zijn geweest. Nederlands is superbelangrijk, zeker in de basisschool, we hebben daarvoor te weinig gedaan. Dat werd opnieuw duidelijk in de recente discussie rond het gebruik van de thuistaal op school. Ik vind dat eigenlijk een non-issue. Als een leerling die het niet goed begrijpt even in het Turks overlegt met een medeleerling, dan is dat prima. Dat gebeurt nu al elke dag. Het GO! giet dat dan in een nota, en daar ben ik op zich niet tegen. Maar dan moet een ander deel van die talennota wél gaan over het belang van het Nederlands en over inzetten op taalbaden en immersie. Dat laat men nu volledig onvermeld, waardoor je ouders en leerlingen een signaal geeft dat Nederlands niet zo belangrijk is. Een gemiste kans. Een tweede aspect is individuele verantwoordelijkheid. Omdat het altijd gaat over structurele achterstelling en discriminatie – waarvan we weten dat die maar 6 à 7 procent van de variatie verklaart – krijgen alle elementen die zich bij de leerling zelf en het gezin bevinden onvoldoende aandacht. Dat gaat zoals gezegd over motivatie, attitude, leren. Dáármee overstijg je achterstelling: het kind dat om tien uur ’s avonds nog even doorbijt om een schitterend examen af te leggen. Een groot stuk van de maakbaarheid situeert zich op het niveau van het individu en het gezin. Nu is er een veel te verregaande deresponsabilisering.

KWALITEITSUITHOLLING Uw interventies in het debat lokken vaak hevige reacties uit. Misschien omdat u een rechtstreeks verband lijkt te suggereren tussen die focus op het wegwerken van sociale ongelijkheid en kwaliteitsuitholling? Het is toch geen natuurwet dat een gelijkekansenbeleid automatisch leidt tot ‘de lat lager leggen’ en dus tot kwaliteitsverlies? Mooie vraag. Gelijke kansenbeleid op zich niet, maar onze implementatie ervan leidt tot uitholling. Dé fundamentele fout die het egalitair denken in ons onderwijs maakt, is dat gelijke

maart 2018  >  17


VRAAGSTUK

kansen worden herleid tot gelijke uitkomsten. Daar ben ik het – omwille van die individuele verschilvariabelen zoals IQ – fundamenteel mee oneens. Ides Nicaise schrijft bijvoorbeeld letterlijk in zijn boekje De school van de ongelijkheid: ‘Het doel van ons onderwijs moet een school zijn waarin elke leerling gelijk presteert.’ Gelijk presteert in de uitkomsten, ongeacht zijn of haar talenten! Dat vat het discours perfect samen. Als je gelijke kansen definieert als gelijke uitkomsten beland je automatisch in een niveaudaling, want de makkelijkste manier om een kloof te dichten is om bovenaan wat te zakken. Dat zien we ook in zekere zin gebeuren in die PIRLS-resultaten. Voor mij mag er een immense kloof zijn qua leerprestaties. Ik ga zelfs meer zeggen: als het onderwijs echt uit elk kind het maximale haalt, heb je per definitie verschillende uitkomsten. Als je dat probeert uit te vlakken, doe je eigenlijk onrecht aan de verschillen die er van nature zijn.

Voor mij mag er een immense kloof zijn qua leerprestaties Nu we het over kwaliteitsuitholling hebben, u staat er ook om bekend dat u flink van leer trekt tegen allerlei pedagogischdidactische vernieuwingen in het onderwijs. Zelfsturend leren, het centraal stellen van vaardigheden en de leefwereld van de leerlingen … eigenlijk alles waar modern onderwijs voor staat. Dat is, vrees ik, inderdaad allemaal niet zo evidence based. Als je het hebt over didactiek, dan moet ik zeggen dat er in de praktijk heel veel quatsch is. We moeten de discussies hier wel gescheiden houden. Die waar we het juist over hadden, rond gelijkekansenbeleid en de implementatie ervan, vind ik wel een legitieme wetenschappelijke discussie. Dat is nog van een heel andere orde dan die pedagogisch-didactische kwakzalverij. Bij dat laatste ontbreekt de empirische basis vrijwel volledig. Zo weet men uit cognitief psychologisch leeronderzoek

18  >  maart 2018

dat instructie die vertrekt vanuit de leraar, waarin herhaling en oefening een grote rol spelen, veel beter werkt dan het zogenaamde ervaringsgerichte leren. Die wetenschap is er. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor leerstijlen of meervoudige intelligentie: daar is geen enkel ondersteunend bewijsmateriaal voor. Toch zit dat in allerlei professionaliseringsinitiatieven voor het onderwijs. Terwijl leerpsychologie of psychodiagnostiek, waarin men cognitieve vaardigheden meet, daarin niet voorkomen.

BREDE EERSTE GRAAD EN ANDERE ONDERWIJSOPLOSSINGEN Laten we het hebben over mogelijke oplossingen of antwoorden op de uitdagingen die het onderwijs ons stelt. U bent alvast geen fan van het idee van een brede eerste graad, met uitgestelde studiekeuze en dus ook erg heterogene klasgroepen. Heterogene klasgroepen hebben een negatieve impact op leerprestaties, dat weet men. Dat je in een klas met leerlingen van een vergelijkbaar niveau betere resultaten haalt, is een nobrainer. Stel dat je moet lesgeven aan een klas met Etienne Vermeersch en Johan Braeckman, dan is het veel gemakkelijker om iets uit te leggen. Heb je daarentegen een klas met E ­ tienne Vermeersch en Sam Gooris, dan ga je onvermijdelijk een soort middenweg bewandelen waarbij Etienne ­Vermeersch zich de helft van de tijd verveelt en Sam Gooris op de toppen van zijn tenen moet lopen. Dat zou ik ook moeten doen in een klas met Etienne. Het antwoord is dan zogezegd binnenklasdifferentiatie, maar dat gaat niet als je een klas van dertig leerlingen hebt waarin er dankzij het M-decreet een aantal zitten met extra noden. Bovendien vind ik het wat naïef te denken dat je een arbeiderskind makkelijker in de Latijnse krijgt als je die keuze tot in het derde jaar uitstelt, als je niets verandert aan die keuzeprocessen zelf. Waarom zouden sociale vooroordelen minder zijn op veertien jaar dan op twaalf jaar? We hebben al een

brede graad van zes jaar basisonderwijs waarin iedereen samen zit. Op het einde van die zes jaar is de cognitieve spanning al heel groot. Als zes jaar niet volstaan om die sociale bias weg te nemen, waarom acht jaar dan wel? Er is wel degelijk een probleem van studieoriëntering, maar dat los je op door die oriëntering te verbeteren en niet door ze uit te stellen.

Dé fundamentele fout die het egalitair denken in ons onderwijs maakt, is dat gelijke kansen worden herleid tot gelijke uitkomsten Hoe zou die oriënteringsproblematiek dan aangepakt moeten worden? Kijk, vroeger hadden de CLB’s (Centra voor leerlingenbegeleiding, nvdr) nog een belangrijke rol in de studieoriëntering. Nu niet meer, en dat is jammer. We zouden die rol moeten versterken, bijvoorbeeld met goede, gevalideerde, gestandaardiseerde testen. Dan heb je ook een argument in handen om ouders te overtuigen dat hun kind een bepaalde richting uit kan. Ik hou ook echt niet van de term waterval. Mensen die die term gebruiken, denken nog steeds hiërarchisch over studierichtingen. Je kunt niet lamenteren dat mensen neerkijken op TSO en BSO en zelf de term watervalsysteem hanteren. Zo’n hiërarchisch denken over studierichtingen was ook tekenend voor het Unia-rapport, waardoor men het beeld bestendigt van ‘lagere studierichtingen’ versus ‘hogere studierichtingen’. Oriënteer gewoon naar ieders interesse en capaciteiten. Met gestandaardiseerde testen heb je daar een objectief criterium voor waardoor je het minder van het subjectieve oordeel van leerkrachten laat afhangen. Welke andere oplossingen zijn volgens u haalbaar en efficiënt om de genoemde pijnpunten van ons onderwijs aan te pakken? Een daarvan is verplicht kleuteronderwijs. De cognitieve voordelen die dat oplevert zijn onmiskenbaar. Bovendien

DEGEUS


VRAAGSTUK

geef je op die manier leerlingen die thuis geen Nederlands spreken een taalbad voor ze naar het eerste leerjaar gaan. Ik vind het absurd dat we het hebben over taalachterstand en een brede eerste graad, terwijl er kinderen zijn die thuis Turks spreken, naar het eerste leerjaar gaan en daar ineens wiskunde moeten volgen in het Nederlands. Dan zijn we verbaasd dat ze niet kunnen volgen. In de grote steden gaat dat om meer dan 10 procent van de anderstalige kleuters. Daarnaast pleit ik ook voor centrale examens. Iets wat in Vlaanderen heel erg moeilijk ligt. Terwijl wij de internationale uitzondering zijn! In het buitenland doet men het, en het werkt. Het leerplichtonderwijs kost de staat 120.000 euro per leerling. Daar mag gerust wat tegenover staan. Nu geven we de koepels en de scholen heel veel autonomie. Er is wel inspectie, maar nooit controle op het niveau van het individu. Of een leerling met een A-attest wel de eindtermen behaalt. Die aanpak heeft er intussen toe geleid dat in één school op zeven de gemiddelde leerling – dus niet de slechte – een PISA-niveau 2 behaalt. Een heel laag niveau dat niet verder gaat dan een zeer elementaire geletterdheid. Er zijn scholen, vooral in het Brusselse, die het gewoon opgegeven hebben. De situatie is dus dermate ernstig dat je de aansprakelijkheid van scholen moet afdwingen via centrale examens.

De situatie is dus dermate ernstig dat je de aansprakelijkheid van scholen moet afdwingen via centrale examens Uit Nederlands sociologisch onderzoek blijkt dat met centrale examens – waardoor scholen echt getest worden op wat ze uit élke leerling halen – vooral bij de meest kwetsbare leerlingen het meeste winst wordt geboekt. Aansprakelijkheid van scholen heeft een groot effect. Zelfs op scholen met

DEGEUS

een heel kwetsbare instroom: het gemiddelde ligt er natuurlijk lager dan bij ‘elitescholen’, maar ze willen wel zo hoog mogelijk scoren. Elk kind telt voor de score.

Dat je in een klas met leerlingen van een vergelijkbaar niveau betere resultaten haalt, is een no-brainer Dat is meteen ook een tegenargument. Een gevolg van centrale examens zou kunnen zijn dat ouders een ranking van scholen gaan maken zonder rekening te houden met de instroom. Een terechte bekommernis, maar relatief eenvoudig op te lossen. Centrale examens afnemen wil niet zeggen dat je de resultaten ook op internet moet zetten. Koepels of het ministerie zouden ze kunnen voorbehouden voor intern gebruik. Zo’n resultaten zijn ook statistisch te corrigeren zodat die zwakkere instroom mee in rekening

wordt gebracht. Of je werkt met een voor- en een nameting, waardoor je het echt kan hebben over leerwinst. Een ander veelgehoord argument is dat centrale examens zouden leiden tot teaching to the test, waarbij leerkrachten vooral zouden voorbereiden op de test en niet zozeer op de leerstof op zich. Dat is inderdaad een klassieker. Kijk, als testen goed gemaakt zijn en echt meten wat ze moeten meten is teaching to the test net de bedoeling. Ironisch is ook dat er geen enkel land ter wereld is waar leerlingen meer toetsen krijgen dan bij ons, maar als het gaat om centrale examens vreest men een teaching to the test-effect. Wat een vreemde spreidstand! Dat verraadt het schisma van de koepels: men is gewoon bang voor die aansprakelijkheid. Terwijl daar geen enkele nood voor is, onze onderwijskwaliteit is globaal genomen goed genoeg voor zo’n systeem. Toch een positieve noot om mee af te sluiten. B ­ edankt voor het gesprek. Thomas Lemmens

FORUM

GETUIGENIS WOON-ZORGCENTRUM Met groeiend ongemak en angst voor mijn komende oude jaren heb ik het verslag gelezen over het werk van Anniek De Pauw, neergepend door Linde Waeyaert.

kleutermuziek in plaats van The Stones en muziek uit mijn jeugd, geen keuze meer zal hebben wanneer ik wil eten en wat, bijna altijd alleen zal zijn en wachten op wie?

Wat ik las vind ik zeer erg: dat wat vriendelijkheid en een opbeurend woordje en vooral wat respect wordt afgekocht door braaf te moeten zijn en onderdanig aan de dagelijkse betutteling is onmenselijk en helaas dagelijkse kost in de meeste homes.

Linde, dit weinig opbeurend verslag zal bij velen van mijn leeftijd de ogen openen. Petje af voor de inspanningen van Anniek die hier tenminste iets aan doet. Een beklijvend verhaal waar ik liever niet in terecht kom maar waar ik niets aan zal kunnen doen!

Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn maandelijks pensioen (en spaargeld!) zal moeten inruilen voor

Guido Hacquaert

maart 2018  >  19


HET STEMHOKJE

Stralingsangst MAG EEN HUMANISTISCHE VISIE OP STRALING IETS WETENSCHAPPELIJKER ZIJN? In De Geus van januari 2018 verscheen een artikel van de Amerikaanse risicocommunicatiespecialist David Ropeik: Angst voor straling is gevaarlijker dan straling zelf. Reden genoeg voor stralingsbeschermingsexpert en VUB professor Gilbert Eggermont om in zijn pen te kruipen en een genuanceerd, wetenschappelijk verantwoord beeld te geven van de risico’s die met straling verbonden zijn. Die zijn weliswaar kleiner dan bij roken en asbest, maar toch reëel. Bovendien is er van een veralgemeende angst voor straling – ‘radiofobie’ noemt Ropeik het in zijn artikel – hoegenaamd geen sprake. Communicatieconsultant David ­Ropeik schetst een eenzijdig en vertekend beeld van de risico’s en van besluitvorming rond kernenergie. In vijftig jaar wetenschappelijke ervaring met stralingsbescherming heb ik zelden angst gezien, wel enige bezorgdheid hoe met straling om te gaan. Daar waar de grootste doses voorkomen, in de geneeskunde, is er eerder een gebrek aan risicobewustzijn. Metingen van perceptie wijzen evenmin op angst, terwijl Ropeik uitgaat van veralgemeende angst voor straling en de aanpak van het ongeval in Fukushima in die context stelt. Straling is geen sterk carcinogeen vergeleken met roken en asbest maar wel een evident risico. Bij ongevallen bleek noodplanning telkens in gebreke, hoewel het een sluitstuk is van nucleaire veiligheid. Er was weinig oog voor kwetsbare mensen; de betrokkenen in besmette zones kregen nauwelijks perspectief ... met alle mentale gevolgen van dien. De besluitvorming over kernenergie heeft weinig met angst te maken maar eerder met economische belangen, onevenwichtige elektriciteit en kwetsbaarheid bij ongevalscenario’s in dichtbevolkt gebied. Dat Duitsland, onder leiding van een sterke fysicus, aan stralingsfobie (dixit Ropeik) zou lijden, kan enkel een Ame-

20  >  maart 2018

rikaan beweren. Vandaar een kleine poging om feiten te vervolledigen met recente wetenschappelijke indicaties, om de controverse te situeren tegen de achterliggende belangen en waardeoordelen én om die zogenaamde stralingsangst te relativeren.

In vijftig jaar wetenschappelijke ervaring met stralingsbescherming heb ik zelden angst gezien. Daar waar de grootste doses voorkomen, in de geneeskunde, is er eerder een gebrek aan risicobewustzijn DE COMPLEXITEIT VAN HET STRALINGSRISICO Het biologisch effect bij lage doses is al aantoonbaar na een CT-onderzoek bij kinderen. De kans om tot kanker te leiden in een multifactorieel proces is klein. Hoe hoger of frequenter de dosis echter, hoe groter de kans. Als we de ernst van een risicofactor willen inschatten, bekijken we normaal gezien de kans en aard van het effect naast de herstelmogelijkheid.

België was koploper in medische beeldvorming en in vijftien jaar geleden aanzette om aan de alarmbel te t optimalisatie van het gebruik van straling aan te drin personeel te beperken. © www.ntvg.nl

Radiobiologie, epidemiologie, dierenexperimenten, meting van dosis en effect zijn hierbij waardevolle analyse-instrumenten die elkaar aanvullen. Zo krijgt het schildklierkankerrisico, dat doorgaans niet dodelijk is, een soepelere stralingsnorm. Voor kinderen en ook jongvolwassenen is het dan weer strenger. Rond Tsjernobyl zijn 7000 schildklierkankers bij kinderen geregistreerd, waarvan vijftien mortaal. In Japan is dat dankzij een rijkere jodiumopname eerder beperkt. De opname van radioactiviteit was er ook lager dan in Oekraïne, onder meer omdat het een eiland is. Het moment van besmetting viel bovendien niet in de lente, de natuur sliep nog. Het grote epidemiologische experiment van de opvolging van slachtoffers van Hiroshima (waarnaar Ropeik verwijst met LSS, nvdr), bleek zeer waardevol voor de stralingsbescherming en bracht zelfs evidentie over de relatieve risico’s van straling voor diverse organen. Maar de epidemiologie startte pas vijf jaar na de bom, de zwaksten waren op dat moment al overleden. Om risico’s bij lage dosissen aan te

DEGEUS


HET STEMHOKJE

effecten of voor cataract. Een specifieke, stralingsgerelateerde vorm van cataract heeft nu tal van interventionele cardiologen getroffen. Uiteraard is dat minder ernstig dan kanker, maar stemt toch tot nadenken. Cerebrale en cognitieve risico’s door straling zitten nu in een versnelde onderzoeksfase. De Hiroshimastudie had vroeger ook al op een herseneffect (IQ shift) bij de foetus gewezen.

Het biologisch effect bij lage doses is al aantoonbaar na een CT-onderzoek bij kinderen

doses voor patiënten, wat de Hoge Gezondheidsraad trekken en op meer justificatie van technologie en ngen, om zo de dosis en het risico voor patiënt en

tonen zijn er veel grotere studiepopulaties nodig, maar een lineair doortrekken van de dosis-effect-relatie blijft de meest plausibele aanpak. Het is mogelijk dat lagere doses zelfs delicater zijn dan hogere, of dat we omgekeerd een zekere weerstand opbouwen tegen straling. Dit kan dan weer verstoord worden door genetische gevoeligheid of een verlies aan reactiemechanismen met de leeftijd.

De besluitvorming over kernenergie heeft weinig met angst te maken maar eerder met economische belangen, onevenwichtige elektriciteit en kwetsbaarheid bij ongevalscenario’s in dichtbevolkt gebied Voor andere risico’s dan kanker gingen we vroeger uit van een drempeldosis of veronderstelden we geen effect bij een lage dosis. Maar een drempel blijkt vandaag juist niet meer aantoonbaar voor cardiovasculaire en cognitieve

DEGEUS

Bij radiotherapie in de borststreek moet men sinds enkele jaren de dosis voor het hart beperken omdat straling ook cardiovasculaire problemen kan veroorzaken. Een Gentse vorser, An Aerts, kreeg voor haar onderzoek terzake recent een hoogstaande internationale prijs. Cardio- en cerebrovasculaire effecten werden eerder opgemerkt bij patiënten en bij werknemers in de nucleaire sector. De onzekerheid over het complexe stralingsrisico blijft dus reëel, net zoals de complexiteit van het kankerproces zelf of van degeneratieve ziektes in het algemeen. Voor meer risico-informatie, ook over Hiroshima, Tsjernobyl en Fukushima, kan men best het meest recente statement van tal van onafhankelijke stralingsexperten in de Royal Society raadplegen, zie http//dx.doi.org/10.1098/ rspb2017,1070. De epidemiologische Hiroshimastudie bevestigt elke vier jaar dat straling een significant risico is, maar geen sterk carcinogeen zoals roken en asbest. Dosisbeperking is wel nodig, te beginnen waar de dosissen het hoogst zijn, in de geneeskunde en bij ongevallen. Verhoogde blootstelling aan straling moet dan ook gejustifieerd zijn en de dosis moet beperkt blijven door preventiemaatregelen, ook bij ongevallen. Evacuatie moet uitzonderlijk blijven, maar in Japan liet het toe de dosis te beperken tot meer dan 90%.

RISICOCONTROVERSE KENMERKT DIVERSE SECTOREN DIE STRALING GEBRUIKEN Wie wetenschappelijk over risico’s publiceert en communiceert moet eventuele belangen duidelijk maken om geloofwaardig en transparant te zijn. In elke toepassingssector van straling spelen belangen mee die het stralingsrisico in vraag trachten te stellen. Over stralingsrisico en kernenergie heerst al vijftig jaar controverse. Deze controverses – die steeds gepaard gingen met tegengestelde belangen – kenden kantelmomenten die systematisch in kaart zijn gebracht door de VUB in samenwerking met het SCK (SCK-CEN, onderzoekscentrum voor vreedzame toepassingen van radioactiviteit, nvdr) in het boek Kernenergie (On)besproken, uitgegeven in 2008 bij ACCO. De eerste beroepsziektes door straling rond 1920 wezen al op het gevaar ervan. Moeizaam leidde dit tot globale risicobeheersing die pas echt op dreef kwam na 1950 en na de atoombom en zijn testen. Overheden moesten industriële en medische opportuniteiten in goede banen leiden. Wijlen prof. dr. Samuël Halter (ULB) zou in België en de UNO (WHO) het voortouw nemen, als voorzitter van de Belgische Vereniging voor Stralingsbescherming. De fall-out van atoombomtesten en de wereldwijde militaire radioactieve pollutie bleek goed meetbaar via de voedselketen, tot in het lichaam van de mensen. De artificiële cesiumradioactiviteit in ons lichaam bleef nazinderen en kende een nieuwe, korte opstoot met het ongeval in Tsjernobyl, waarvan de pollutie weer meetbaar was tot bij ons.

NATUURLIJKE EN KOSMISCHE RADIOACTIVITEIT Straling is al miljarden jaren inherent aan onze natuur, maar de natuur kan ook gevaarlijk zijn of gevaarlijker worden door menselijke transformatie of technologie. De milieuverstoring door straling en radioactiviteit van nagenoeg alle sectoren is de laatste decennia in Vlaanderen heel goed in kaart gebracht door

maart 2018  >  21


HET STEMHOKJE

de MIRA-rapporten van de Vlaamse Milieumaatschappij. Dit gebeurde onder impuls van de VUB, los van de nucleaire sector en vooraleer het FANC (Federaal Angentschap voor Nucleaire Controle, nvdr) actief werd. Kosmische straling varieert naargelang de plaats, de hoogte en de tijd en kan bij zonerupties hoog zijn. Sabena was ooit het Belgisch bedrijf met de grootste collectieve dosis bij zijn werknemers, meer dan bij Electrabel. Frequent Flyers halen meer dosissen dan radiologen. Bij piloten groeide bezorgdheid, zeker bij zwangerschap, maar er is geen sprake van angst, en er kwam een aanzet tot regulering. Ruimtevaart zal omwille van het grote stralingsrisico waarschijnlijk nooit breed toegankelijk zijn voor de mens, behalve voor militaire toepassingen en onderzoek. Robotica in de ruimte zal de optie zijn. Ruimtevaart spreekt echter zó tot de menselijke verbeelding dat het risico en het (nucleaire) afval ervan dit sprookje, waarin veel geld omgaat, niet mag verstoren. Technologie is immers ook een ‘incarnatie van dromen’. Voor NASA, ESA en Tesla zouden soepelere stralingsnormen goed uitkomen. Radioactieve elementen zitten ook in de bodem, waar een radioactief gas, radon, aan die radioactiviteit vleugels kan geven. In onze woningen brengt

© Norbert Van Yperzeele

dat een niet-verwaarloosbaar stralingsrisico met zich mee voor onze longen. Aan de Semois is dat weliswaar erger dan in Vlaanderen.

Rond Tsjernobyl zijn 7000 schildklierkankers bij kinderen geregistreerd, waarvan vijftien mortaal Natuurlijke radioactiviteit kan bovendien door menselijke tussenkomst verhogen in industriële processen. Technologie transformeert de natuur. Radioactiviteit kan zich concentreren in bouwmaterialen of in mijnafval terechtkomen. Er werd binnen het IAEA (International Atomic Energy Agency, nvdr) intensief en efficiënt gelobbyd door zeer rijke grondstofbedrijven en Zuid-Afrikaanse goud- en diamantmijnen. Hun beste experten probeerden via diplomatiek mandaat de normgeving voor radioactieve restmaterialen te beïnvloeden om afval en saneringskost van oude mijnen te vermijden. Risico’s doorschuiven naar latere generaties van bewoners van vervuilde gronden was een mindere zorg. Radium blijft duizenden jaren lang radongas produceren. Deze politiek had enig succes, ook op de normgeving in Europa. De campagne maakte ook het afvalbeheer van de kernindustrie goedkoper.

MEDISCHE STRALING 120 jaar na de ontdekking van straling en radioactiviteit kregen medische toepassingen van X-straling en radioactiviteit een boost. Het lijden bij medische diagnose en zorg kon drastisch verminderd worden door een doorlichting met iets dat niet stoorde, noch zintuiglijk waarneembaar was. Ook hier heerste eerst euforie over de technologie. Overdreven gebruik zonder medische evidentie volgde. Slachtoffers bij radiologisch personeel en patiënten brachten een meer gecontroleerd gebruik met zich mee, dat een doorbraak in kankertherapie en nucleaire geneeskunde evenwel niet in de weg stond. De toepassing van X-stralen verfijnde eerst geleidelijk, en dan sneller, van IT tot de 3D beeldvorming(CT) en geleide therapie van nu.

De onzekerheid over het complexe stralingsrisico blijft dus reëel, net zoals de complexiteit van het kankerproces zelf of van degeneratieve ziektes in het algemeen De gemiddelde dosis voor patiënten en de nevenwerkingen stegen echter proportioneel met het succes van de stralingstechnologie. België was koploper in medische beeldvorming en in doses voor patiënten, wat de Hoge Gezondheidsraad vijftien jaar geleden aanzette om aan de alarmbel te trekken en op meer justificatie van technologie en optimalisatie van het gebruik van straling aan te dringen, om zo de dosis en het risico voor patiënt en personeel te beperken. Ook hier spelen dus financiële belangen mee: van de toeleveringsindustrie, de prestatiegeneeskunde en de ziekenhuizen voor wie stralingstoepassingen een grote inkomstenbron zijn. De Franse academie trachtte de bezorgdheid te minimaliseren om de mogelijkheden van digitale beeldvorming

22  >  maart 2018

DEGEUS


HET STEMHOKJE

niet in te perken, wat de controverse over CT aanwakkerde en het gebruik finaal inperkte.

GEEN VERALGEMEENDE ANGST VOOR STRALING 120 jaar na de ontdekking van straling is de dosis die een burger in zijn leven kan verwachten drie keer groter geworden. Toch is er geen sprake van enige angst: noch voor medische blootstelling, noch voor radon, noch in de luchtvaart, zelfs niet in de omgeving van nucleaire centra. Het risicobewustzijn is door de informatie groter geworden. Er komt enige interactie met de burger door participatieexperimenten. Angst voor straling is daarbij geen issue, enige lokale compensatie wel. Het stralingsrisico moet onder controle blijven, wat vaak misliep wanneer de organisatie van de overheid te zwak was, zoals bij het afvalschandaal in Mol aan het eind van de jaren 80, met een langdurig vertrouwensverlies tot gevolg. Om maatschappelijk inzicht in een controversieel risico te bereiken, moeten niet alleen de feiten over de aard van het risico, de ernst en kans op nadelige effecten bekeken worden. De verdeling van voor- en nadelen bij gebruik van een risicotechnologie is evenzeer belangrijk en bepaalt de perceptie. De voordelen die de patiënt in de geneeskunde geniet, bepalen in welke mate de nadelen voor hem/haar aanvaardbaar zullen zijn.

In elke toepassingssector van straling spelen belangen mee die het stralingsrisico trachten in vraag te stellen Bij evacuatie ligt dat natuurlijk anders. In Japan konden oudere mensen zonder veel problemen terugkeren naar hun woningen in besmet gebied. Jonge ouders met kinderen vrezen wel meer opname van radioactiviteit. De vraag naar betere leefkwaliteit speelt in de perceptie, maar dat is daarom nog geen angst. De mensen waren niet voorbereid op een groot ongeval, waardoor zowel het schuilen als de jo-

DEGEUS

diumverdeling in het honderd liep. Bij evacuatie vielen vooral slachtoffers bij kwetsbare mensen van hospitalen en zorgcentra die geen opvang kregen. Er werd een culturele afkeer vastgesteld die men historisch al kende van de Hibakusha (term die gebruikt wordt voor de slachtoffers van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, nvdr). Dit was geen angst maar eerder vergelijkbaar met de afwijzing van vluchtelingen of allochtonen in Europa. Een ramp met evacuatie veroorzaakt grote zorgen en mentale problemen die onderdeel zijn van gezondheidsproblemen, maar niet zomaar met angst kunnen verklaard worden.

Een ramp met evacuatie veroorzaakt grote zorgen en mentale problemen die onderdeel zijn van gezondheidsproblemen, maar niet zomaar met angst kunnen verklaard worden Wat speelt er mee bij de burger of de patiënt? De verdeling van voor- en nadelen, de controleerbaarheid en omvang van het risico, en de kans op nadelige effecten. Perceptie van een risico is een indruk van de werkelijkheid die niet alleen door deze factoren bepaald wordt, maar ook door belangen, waardeoordelen en de reeds opgedane ervaringen met een bepaalde technologie. Experten kunnen zich soms door hun groepsdenken laten meesleuren en niet kritisch genoeg zijn, wat evenzeer voor de milieubeweging geldt. Geloof of ongeloof in technologie kan zelfs een bijna religieuze dimensie krijgen waar respect voor de andersdenkende afneemt. Ropeik stelt het voor alsof het gebrek aan noodplanning en onafhankelijk toezicht geen rol hebben gespeeld in Japan. Naast de natuur hebben de beïnvloeding van politiek en controle­ organen door energieproducent TEPCO het ongeval mee in de hand gewerkt. De meeste kerncentrales lig-

gen nu nog stil omdat ze aan nieuwe veiligheidsvoorschriften moeten voldoen en de bevolking vecht voor enige democratische inspraak. De besmetting in Fukushima, die een gebied dat even groot is als Vlaanderen (zij het driemaal minder dicht bevolkt) sociaal-economisch verstoorde, is er na 7 jaar nog steeds. Gelukkig voor Japan was er maar half zoveel nucleaire elektriciteit als bij ons. Het verhaal van Ropeik wordt pas helemaal twijfelachtig wanneer hij de kernuitstap van Duitsland aan angst toeschrijft. Doctor in de fysica en domineesdochter Angela Merkel had een ethische werkgroep opdracht gegeven om kernenergie na Fukushima onder de loep te nemen en een alternatief te bekijken. De ethici stelden een uitstap voor omdat een zeer groot ongeval met een doorsmelt van de reactorkern (wat we nauwelijks in acht nemen) enorme sociaal-economische verstoringen zou geven in een dichtbevolkt gebied. De veiligheid noch de verzekering waren voorzien op extreme ongevallen. Ze kregen de steun van Siemens, dat uit de reactorbusiness was gestapt om een industriële strategie van energietransitie vorm te geven. Ondertussen faalden de nieuwe reactorconcepten van Frankrijk in economisch opzicht, en ging Westinghouse failliet in de VS. Reactoren met levensverlenging worstelen met hun kostenbeheersing, in Europa en de VS. Past een verhaal zoals dat van Ropeik in de campagne van een belangengroep zoals het Nucleair Forum, of is er meer aan de hand? Spelen ook medische en ruimtevaartbelangen mee naast verzekerings- en afvalkosten, of zijn het de energieprojecten van Engie (energiebedrijf, voorheen bekend als GDF Suez, nvdr) in Engeland? Europees onderzoek naar transparantie van risicocommunicatie leert dat naast facts ook belangen, waarden, voor- en nadelen, groepsdenken en (on)geloof in technologie een rol spelen. Onafhankelijk afwegen en gestructureerd bewaken van het proces van risicocommunicatie is dus nodig. Gilbert Eggermont

maart 2018  >  23


FILOSOOF OVER FILOSOOF

Aristoteles Oud en toch nieuw George Sarton (1884-1956), de Gentse onderzoeker die wereldwijd gezien wordt als de grondlegger van de geschiedenis van de wetenschappen, meende dat de moderne wetenschap begonnen is als een revolte tegen Aristoteles (384-322 v.o.t.). In 1651 vatte Thomas Hobbes (Leviathan, deel IV, 46) zijn visie op Aristoteles als volgt samen: in de natuurfilosofie zijn nooit grotere absurditeiten verteld dan in de Metafysica van Aristoteles, in regeringszaken is niets weerzinwekkender dan zijn Politica, en niets getuigt van grotere onwetendheid dan grote delen van zijn Ethica. Hoe kan een modern filosoof, zelfs een docent antieke wijsbegeerte, dan nog een tekst schrijven over het belang van Aristoteles? De slechte reputatie van Aristoteles heeft veel te maken met de positie die de filosoof van Stageira had verworven in de middeleeuwse scholastiek. Hij was een van de autoriteiten geworden: dé magister bij uitstek, die velen vanuit een ‘magister dixit’ mentaliteit niet durfden in twijfel te trekken. Moderne filosofen en wetenschappers reageerden tegen deze kritiekloze houding – die in werkelijkheid niet algemeen was bij middeleeuwse filosofen – en die al helemaal niet in overeenstemming was met de geest van de filosofie van Aristoteles zelf. Hoewel het denken van Aristoteles tijdens de middeleeuwen innig vervlochten leek met het christendom, heeft het de moderniteit op een aantal punten voorbereid. De kiem voor de scheiding tussen geloof en wetenschap is intellectueel reeds gelegd door de grote aristoteleskenner, Ibn Rushd alias Averroës (1126-1198). Deze Arabische filosoof die in Andalusië commentaren schreef op het aristoteliaanse

24  >  maart 2018

tekst-corpus is aangeduid als een voorloper van de Verlichting. Zijn stellingen hebben in de middeleeuwse christelijke filosofie aanleiding gegeven tot de leer van de dubbele waarheid: geloof en rede, theologie en filosofie, kunnen los van elkaar staan, de stellingen in wetenschap en wijsbegeerte kunnen of moeten zelfs vrij zijn van wat openbaringen en theologen leren. Een Italiaanse filosoof uit de veertiende eeuw, Marsilius van Padua (1275-1342) gebruikte de politieke theorie van Aristoteles om de machtsaanspraken van de Kerk te bestrijden. In zijn Defensor Pacis (Verdediger van de Vrede) kwam hij tot de conclusie dat de soevereiniteit van nature bij het volk ligt.

Hoewel het denken van Aristoteles tijdens de middeleeuwen innig vervlochten leek met het christendom, heeft het de moderniteit op een aantal punten voorbereid

Aristoteles (384-322 v.o.t.) © rechtenvrij

DUBBELZINNIG FIGUUR Aristoteles is een dubbelzinnig figuur. Er zijn heel wat redenen om hem te bewonderen, zelfs om hem de grootste filosoof en wetenschapper van alle tijden te noemen. Maar, los van de vraag of dergelijke ‘prijsuitreikingen’ zinvol of zelfs maar mogelijk zijn, kan men ook heel wat redenen bedenken waarom hij een laakbaar figuur was. Neem nu zijn antwoord op de vraag wie behoort tot het soevereine volk. Aristoteles wou zijn ethiek en zijn politiek baseren op een analyse van wat – volgens hem – natuurlijk is, maar hij was ervan overtuigd dat sommige mensen ‘van nature’ minderwaardig zijn. Sommige mensen, in feite alle niet-Grieken of ‘barbaren’ zijn van nature slaven. Hij stelt letterlijk in zijn Politica dat dezelfde natuurlijke hiërarchie die mensen toelaat om planten en dieren als voedsel te gebruiken, de Grieken toelaat om niet-Grieken en hun landen te gebruiken als resources. Hoewel hij een groot geleerde was, vertroebelden zijn vooroordelen zijn denken. Aangezien de vrouw aan de man ondergeschikt is, zwakker

DEGEUS


FILOSOOF OVER FILOSOOF

van geest en lichaam, stelt hij dat de hersenen van mannen groter zijn en zelfs dat mannen meer tanden hebben dan vrouwen. Men kan zich hierover vrolijk maken, of het zien als een les in nederigheid dat zelfs de grootste filosoof gevangen kan zitten in een paradigma.

VEELZIJDIGE DENKER Aristoteles was een van de meest veelzijdige denkers in de geschiedenis van de mensheid. Hij is de grondlegger van de logica en de argumentatieleer. Hij schreef een standaardwerk over retoriek: de theorie van communicatie en overtuiging, waarbij hij ook de oudste verhandeling over individuele en groepspsychologie heeft opgesteld. Plato wou de kennis van retoriek beperken tot de machthebbers, maar Aristoteles benadrukte dat elke burger gewapend moet zijn tegen manipulatie, tegen drogredeneringen en tegen emotionele beïnvloeding. Antiek en toch zeer relevant voor deze tijden. In dat kader ontwikkelde hij een zeer originele en complexe theorie over wat emoties eigenlijk zijn en hoe die interageren met rationaliteit. Iemand zoals Martha Nussbaum

DEGEUS

is op dit vlak heel sterk door Aristoteles beïnvloed in haar eigen bespiegelingen over het goede leven voor het individu en de samenleving. Hij was ook de grondlegger van de politieke wetenschap. Zijn school, het Lyceum, verzamelde grondwetten: hij catalogeerde en bestudeerde de bestaande politieke stelsels, en pas daarna schreef hij zelf over de beste staatsvorm. Deze methodologie, waarin men zelf empirisch onderzoek doet en de stand van het onderzoek opstelt, voor men zelf hypothesen formuleert, is van enorm belang geweest voor elke latere academische discipline. Hij beoefende en creëerde in veel gevallen een hele reeks takken van wat wij nu natuurwetenschap zouden noemen (fysica, meteorologie, astronomie, enzovoort) maar die toen allemaal deel uitmaakten van de filosofie. Vooral op het vlak van de biologie heeft hij enorm veel werk verricht. Zoals gezegd maakte hij ernstige fouten en ook soms fouten die – in elke betekenis van het woord – minder ernstig waren.

Aristoteles wou zijn ethiek en zijn politiek baseren op een analyse van wat – volgens hem – natuurlijk is, maar hij was ervan overtuigd dat sommige mensen ‘van nature’ minderwaardig zijn We voegen er nog eentje aan toe: de man met een denkkracht die nog uit elk van zijn werken tot de hedendaagse lezer spreekt, dacht dat het brein niet diende om te denken maar om het bloed in het lichaam af te koelen. Anderzijds heeft hij heel veel briljante analyses gemaakt en ook experimenten ontworpen: zo heeft hij drie weken lang elke dag een bebroed ei geopend om te zien welke theorie over de ontwikkeling van kippenembryo’s klopte. De preformatie stelde dat alles reeds aanwezig was en alleen maar groter werd; zijn observaties leerden dat er differentiaties optreden en epigenese

dus de exacte theorie is. Voor Plato was wiskunde de pilootwetenschap: de zekerheid van axioma’s en bewijzen. Aristoteles koos veeleer voor empirie en ruimde ook plaats in voor het contingente. Hij wou zijn observaties natuurlijk wel ordenen en zo tot algemene uitspraken komen. De verworven empirische kennis gebruikt men dan in sluitredeneringen en zo komt men tot nieuwe conclusies. Ook over de natuurlijke wereld kan men algemeen geldende uitspraken doen: komen tot het niveau van het ‘waarom’ der dingen, maar er zijn meerdere vormen van kennis en zij zijn allen waardevol voor verschillende aspecten van de mens in zijn relatie tot de wereld. Ik sluit graag af met een woord over zijn ethiek. Antieke filosofie was niet louter theoretisch en wou een leidraad geven voor het goede leven. Aristoteles stelde de vraag wat dat goede leven is en hoe men het kan bereiken. Zijn Ethica Nicomachea is nog steeds zijn meest gelezen werk omdat zijn inzichten en benaderingen van de problemen zo verrassend modern zijn. Goden of openbaringen spelen geen enkele rol. Het is de mens die zich zelf beraadt over wat men met het leven aan moet en hoe men een goed leven kan betrachten. Dat kan enkel in een sociale context: de mens realiseert de volle menselijke potentie nooit alleen. Geen geringe rol is daarin weggelegd voor de vriendschap. Ook op dat vlak is Aristoteles oud, maar niet helemaal verouderd. Danny Praet

Over de auteur Danny Praet (°1968) studeerde Klassieke Filologie en Wijsbegeerte aan de Universiteit Gent en is als hoogleraar antieke wijsbegeerte en geschiedenis van het christendom verbonden aan de vakgroep wijsbegeerte en moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Hij coördineert aan de UGent het interdisciplinaire samenwerkingsverband ‘Centrum voor de Studie van Christelijke Tradities’ dat elk jaar een lezingenreeks/permanente vorming organiseert voor het ruime publiek. Op 1 maart (20u) stelt Danny Praet zijn boek ‘Philosophy of War and Peace’ voor in het Geuzenhuis.

maart 2018  >  25


CULTUUR

Een filosofie van de muzikale ervaring Tomas Serrien is filosoof en muzikant. In zijn boek Klank tracht hij te achterhalen hoe we muziek ervaren. Hoewel muziek er in de eerste plaats is om naar te luisteren, legt de auteur uit waarom ook het denken en schrijven over muziek bijzonder zinvol kan zijn en neemt hij de lezer mee in een muzikale zoektocht vol diepzinnige overpeinzingen. Aan de hand van diverse muziekstukken, die gebundeld zijn in eenvoudig te beluisteren afspeellijsten, gaat hij op zoek naar antwoorden op verschillende filosofische vragen. De Geus brengt u een passage uit het boek over muzikale emoties. Muziekstukken worden vaak in emotionele categorieën ingedeeld. Er is droevige, opgewekte, agressieve, melancholische, angstwekkende of liefdevolle muziek. De meeste mensen vinden Happy van Pharrell Williams een opgewekt nummer, terwijl de Matthäus-Passion van Bach volgens velen melancholisch klinkt.

De thrashmetal van Slayer wordt vaak als angstwekkend en agressief ervaren, I See a Darkness van Bonnie ‘Prince’ Billy als triest en Just the Way You Are van Bruno Mars als pure liefde. Je kan een waslijst van muziekstukken bedenken die je allemaal binnen een bepaalde emotionele categorie kan onderbrengen. Daardoor ontstaat het idee dat je in de muziek emoties kan horen, dat de klan-

ken een expressief kenmerk hebben en gevoelens kunnen uitdrukken. Maar is dat eigenlijk wel mogelijk? Kan muziek zelf emotioneel klinken?

Het lichaam speelt een rol in de ruimtelijke ervaring van muziek

Het zien van een gelaat, is een dagelijkse ervaring die ons met de kwetsbaarheid van mensen confronteert. De gelaatsuitdrukking maakt de broze emoties zichtbaar. Aangrijpende voorbeelden van hoe de menselijke stem samen met de gelaatsuitdrukkingen bepaalde emoties kan oproepen, zijn de close-ups van Jacques Brel tijdens een van zijn concerten. De gefilmde uitvoering van Ne me quitte pas bezorgt me telkens kippenvel. © rechtenvrij


CULTUUR

Sommige filosofen koppelen het expressieve kenmerk in de muziek aan de intentie van de componist. Muziek klinkt dan emotioneel, omdat ze een projectie is van een emotie die de componist in de klanken wil verwerken. Als je Martha als een triest liefdeslied ervaart, komt dat doordat Tom Waits in de klanken de emotie van liefdesverdriet heeft verwerkt. Deze benadering vertoont gelijkenissen met de theorie dat muziek bepaalde landschappen of herinneringen aan personen uitdrukt. Zo zou Debussy in zijn meesterwerk La Mer uit 1905 de zee verklanken. De fascinerende compositie brengt de beweeglijkheid van klanken zo majestueus tot het gehoor dat ze de schoonheid en verwoestende kracht van de oceaan weergeeft. Für Elise zou dan weer de muzikale projectie zijn van een zekere Elise waarvoor Beethoven een zwak had.

TREURENDE KLANKEN? Deze theorie vertrekt van de stelling dat muziek alleen emotioneel klinkt als de componist er effectief in slaagt om de emotie, het landschap of een persoon ‘om te zetten’ in muzikale klanken. Met andere woorden zou een situatie waarin een componist een droevig nummer maakt, maar daarin faalt, muziek opleveren met een expressief kenmerk dat afwijkt van wat de componist wou verwerken. In dat geval kan de theorie ons dan niet meer verder helpen. Het is vooral problematisch dat deze theorie zo’n sterke nadruk legt op de componist. Die is weliswaar de eerste die de kans krijgt om de creatie van zijn klanken te ervaren als een betekenisvol muziekstuk, maar dat betekent niet dat zijn ervaring dezelfde is als die van andere luisteraars. Een componist schept de klanken, maar daarom schept hij niet noodzakelijk dezelfde emotionele betekenis in de ervaring van diegene die luistert naar zijn creatie. Mogelijk duwt de componist luisteraars wel in de richting van een bepaald gevoel, maar dat is niet noodzakelijk. Bovendien zal bijvoorbeeld een emotie als verdriet bij de ene persoon anders beleefd worden dan bij een ander. De emotie die luisteraars horen is dus geen vooraf vastgelegde

DEGEUS

afbeelding van een emotie die reeds bestaat buiten de luisterervaring. Muziek klinkt op die manier niet letterlijk emotioneel. Ook de bekende muziekfilosoof Stephen Davies ziet geen heil in de focus op de componist. Hij botst echter op een probleem: enerzijds is de muziek niet letterlijk emotioneel, want klanken kunnen niet treuren, lachen of angstig zijn; anderzijds kunnen we als luisteraars in de muziek wel bepaalde emoties herkennen. Davies lost dit probleem op door te verwijzen naar een bassethond. Mensen herkennen de blik van een basset als droevig, maar we weten dat de hond in kwestie lang niet noodzakelijk ook echt droevig is. Zoals een basset kenmerken heeft die we als droevig herkennen, zo kan ook een muziekstuk kenmerken hebben die luisteraars ertoe aanzetten om het als droevig te horen. We herkennen in het dynamische karakter van de muziek expressieve elementen die we ook herkennen als iemand droevig, blij of boos kijkt, zonder dat die persoon daarom ook echt verdrietig, blij of boos hoeft te zijn. De metafoor van Davies is interessant, maar lijkt wankel. Een basset is een levend wezen en klanken zijn dat niet. Je kan een basset zien, terwijl je klanken alleen kan horen of voelen. Ik herken de blik van een basset als droevig, maar dat doe ik door te kijken naar zijn expressie. De lange hangoren, de hangende mondhoeken, het lange gezicht, de diepe huidplooien en de afhangende onderste oogleden: de hond maakt inderdaad een treurige indruk. Maar die indruk ontstaat alleen doordat ik het beest zie, niet doordat ik het hoor. Is dit wellicht de reden waarom Davies de basset als een metafoor en niet als een volwaardige vergelijking gebruikt? Emoties in de muziek aan gelaatsexpressies koppelen, is niettemin soms verhelderend. Als ik naar I See a Darkness van Bonnie ‘Prince’ Billy luister, herken ik de muziek in de eerste plaats als droevig door de stem van zanger Will Oldham. Deze herkenning heeft een visuele basis. Ik hoor droefheid in de auditieve kenmerken van de stem, zoals het trage tempo en het zachte

volume, omdat ik een verband leg met het zien van iemand die droevig kijkt. Ik hoor als het ware klanken zoals ik iemand zie die terneergeslagen voor me zit, met een wazige blik in de ogen, zwaarmoedig als die van een basset. Dit helpt ook om te begrijpen waarom vooral de menselijke stem bij luisteraars sterke emoties kan oproepen. De stem evoqueert beelden van het gelaat van een persoon. Het zien van een gelaat is een dagelijkse ervaring die ons met de kwetsbaarheid van mensen confronteert. De gelaatsuitdrukking maakt de broze emoties zichtbaar. Aangrijpende voorbeelden van hoe de menselijke stem samen met de gelaatsuitdrukkingen bepaalde emoties kan oproepen, zijn de close-ups van Jacques Brel tijdens een van zijn concerten. De gefilmde uitvoering van Ne me quitte pas bezorgt me telkens kippenvel.

Snelle delen met een hoog tempo doen denken aan een vrolijk rondhuppelende persoon en klinken opgewekt. Trage delen roepen beelden op van een neerslachtig iemand en klinken treurig DE COMPLEXITEIT VAN DE MUZIKALE ERVARING De stem zou een kandidaat voor een expressief element in de muziek kunnen zijn. Maar wat dan met zuiver instrumentale muziek? Davies zou kunnen beweren dat ook deze klanken in onze verbeelding gelaatsuitdrukkingen oproepen. Je zou de verschillende delen van Mozarts derde vioolconcert dan als opgewekt of treurig kunnen herkennen door je de gelaatsuitdrukking van de violist voor te stellen. Je hoort de beweeglijke klanken op dezelfde manier als waarop je de beweeglijkheid van een opgewekt of treurig persoon ziet. Snelle delen met een hoog tempo doen denken aan een vrolijk rondhuppelende persoon en klinken opgewekt. Trage delen roepen beelden op van een neerslachtig iemand en klinken treurig. Op dezelfde manier zou je dan snelle drumklanken kunnen koppelen aan angst of paniek.

maart 2018  >  27


CULTUUR

De klanken lijken van je weg te lopen, net zoals een persoon die zich gillend van angst uit de voeten maakt. Ik vind de benadering van Davies een interessante, maar hachelijke onderneming die op allerlei obstakels stuit.

De ervaring van muzikale emoties komt in eerste instantie onbewust tot stand Zijn metafoor van de basset suggereert dat muziek een object is dat op zichzelf bestaat, net zoals een stoel, een mens of een huis. Muziek is echter, zoals eerder aangetoond, een betekenis die luisteraars in confrontatie met klanken beleven. Ook verbindt hij muzikale emoties met het herkennen van expressieve elementen in de muziek, terwijl mensen die herkenning niet echt nodig hebben om muziek op een emotionele manier te beleven. Ik kan een vioolconcert perfect als uiterst emotioneel ervaren zonder dat ik ook maar een keer aan de bewegingen en gelaatsuitdrukkingen van de muzikanten of andere levende wezens denk. Davies legt te veel de nadruk op muziekbeleving als iets wat alleen

plaatsvindt in de geest van de luisteraar, waarin beelden kunnen opduiken die de luisteraar ertoe aanzetten om de muziek als emotioneel te ervaren. Dit is een te enge kijk op de complexiteit van de muzikale ervaring. Ik stel me ook vragen bij de zoektocht naar expressieve elementen. Davies wekt de indruk dat we muzikale klanken kunnen isoleren om ze vervolgens in verband te brengen met expressiviteit. Dat is moeilijk te aanvaarden, want klanken danken hun specifieke emotionele betekenis juist vaak aan een innige relatie met andere klanken. Als de klanken van een drum met die van een gitaar worden gecombineerd, levert dat een andere emotionele ervaring op dan een drumsolo. Maar zelfs als Davies in de muziek allerlei expressieve elementen vindt, hoe verklaar je dan dat de ene luisteraar een bepaald muziekstuk als droevig ervaart, terwijl een andere luisteraar het juist als vrolijk beleeft? Deze problemen kunnen worden opgelost, maar dan moet Davies zijn grondgedachte over de muzikale emoties aanpassen. De vergelijking met de bassethond is op zich niet helemaal fout, want klanken zijn inderdaad niet letterlijk droevig, blij of angstig. Zijn zoektocht naar expressieve elementen in de muziek heeft echter weinig zin. Als we muziek emotioneel ervaren, is dat immers niet omwille van expressieve elementen in de klanken zelf. Muziek is een betekenis die ontstaat in de ervaring van luisteraars. Daarom moet de zoektocht naar de emoties in muziek zich op die ervaring richten. Dat is de grondgedachte van mijn nieuwe theorie.

DE EMOTIONELE LUISTERERVARING Het lichaam speelt een rol in de ruimtelijke ervaring van muziek. Op een synesthetische manier zorgt het lichaam er voor dat de muzikale ruimte zintuiglijk waarneembaar is. Dit verwijst naar de manier waarop filosofen als Merleau-Ponty het lichaam als de bron van onze waarnemingen en kennisverwerving beschouwen. Mensen zijn in de eerste plaats in de wereld door hun zintuiglijke lichamelijkheid en ontwikkelen hun kennis van die we-

28  >  maart 2018

reld eerst op een niet-rationele manier. Voor Merleau-Ponty is het onmogelijk dat mensen de wereld ervaren zonder er lichamelijk op betrokken te zijn. We hebben niet alleen een lichaam, we zijn een lichaam. Uiteraard is het mogelijk om kennis te verwerven door bewust na te denken, maar die reflectie staat niet los van het lichaam. Het lichaam neemt de wereld op een directe manier waar, nog voor de geest een rol kan spelen. Het lichaam heeft het vermogen om zich ergens op te richten, zonder dat daar een geestelijke intentie aan voorafgaat. Marc Leman noemt deze notie van aandacht de corporeal intentionality of lichamelijke intentionaliteit. Deze ideeën vertrekken van een duidelijk mensbeeld. Merleau- Ponty vervangt het cartesiaanse, denkende subject dat vanop afstand op de wereld is gericht door de mens die in de eerste plaats door zijn lichamelijkheid op de wereld is betrokken en al in relatie staat met de wereld nog voor hij erover reflecteert. Zelfs als de mens over de wereld nadenkt, kan hij zich er nooit volledig van losmaken. Het lichaam en de wereld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen samen een eenheid.

Doordat de communicatie tussen luisteraar en muziek altijd anders en uniek is, is het onmogelijk om alle mogelijke muzikale emoties in kaart te brengen De ideeën van Merleau-Ponty helpen ons om beter te begrijpen waarom we bij het luisteren naar muziek emoties ervaren. Net zoals de ervaring van een muzikale ruimte, komt ook de ervaring van muzikale emoties in eerste instantie onbewust tot stand. Luister maar terug naar I See a Darkness van Bonnie ‘Prince’ Billy. De muzikale klanken van het nummer zijn op zich niet echt droevig, maar toch ervaren bepaalde luisteraars ze zo. Hoe komt die beleving tot stand? Het lichaam van de luisteraar schept de basis van deze emotionele betekenis. Bij het allereerste contact met de klanken die Bonnie

DEGEUS


CULTUUR

‘Prince’ Billy creëert, denkt de luisteraar niet bewust na over zijn waarneming, maar is hij wel al onbewust betrokken op de geluiden. Waarom dat gebeurt, is niet eenvoudig te achterhalen. Een rationele verklaring zoeken voor het waarom van iets dat fundamenteel irrationeel is, schept verwarring. Het is wel zo dat die onbewuste betrokkenheid meestal automatisch een fysiologische verandering in het lichaam van de luisteraar teweegbrengt: de hartslag daalt of stijgt, de ademhaling vertraagt of versnelt of de luisteraar krijgt kippenvel. Ook werken de zintuigen synesthetisch samen, waardoor de luisteraar tegenover de klanken bepaalde attitudes aanneemt. Dit maakt het mogelijk om I See a Darkness meteen te ervaren als droevige muziek. Door de bewustwording hiervan kan de luisteraar de muziek vervolgens los van de beleving als droevig benoemen en hierover met anderen communiceren. Op die manier kunnen het zich voorstellen van de gelaatsuitdrukking van de zanger of het visueel oproepen van een herinnering inderdaad een impact hebben op de emotionele waarde van de muziek.

De beleving van de emotie gebeurt vooral in het innerlijke van de luisteraar, maar leidt vaak tot uiterlijk expressief gedrag. De vraag welk expressief gedrag precies welke emotie kenmerkt, is voer voor psychologen De muzikale emotie als synesthetische betekenis heeft vele gedaanten. Doordat de communicatie tussen luisteraar en muziek altijd anders en uniek is, is het onmogelijk om alle mogelijke muzikale emoties in kaart te brengen. De beleving van de emotie gebeurt vooral in het innerlijke van de luisteraar, maar leidt vaak tot uiterlijk expressief gedrag. Als mensen sterk op muziek betrokken raken, kan dit innerlijk emoties van blijdschap of verdriet opwekken die uiterlijk zichtbaar kunnen worden doordat ze beginnen te lachen of te

DEGEUS

huilen. Dat expressief gedrag kan echter ook achterwege blijven. Mensen kunnen tijdens een concert perfect vreugde of verdriet ervaren zonder dat hun lichaamstaal die emoties verraadt. Bovendien kunnen we tijdens het beluisteren van een muziekstuk verschillende emoties ervaren. De vraag welk expressief gedrag precies welke emotie kenmerkt, is voer voor psychologen. Paul Ekman schreef hierover baanbrekend werk. Hij toonde aan dat bepaalde basisemoties, zoals blijdschap of angst, universeel herkend kunnen worden door een combinatie van gelaatsuitdrukkingen. Het is overigens niet duidelijk hoe het opkomen van fysiologische reacties zich juist tot de beleving van emoties verhoudt. Volgt de uitdrukking van een emotie op de beleving ervan of omgekeerd? Volgens de theorie van Walter Cannon en ­Philip Bard gebeurt dit tegelijkertijd. Andere theorieën, zoals die van William ­James en Antonio Damasio, situeren de beleving van emoties pas na de fysiologische reacties. De neurologie, die de causale netwerken in de hersenen bestudeert en daardoor de koppeling tussen voelen en denken beter kan onderzoeken, kan deze kwestie wellicht oplossen. De filosofie houdt zich eerder bezig met de wisselwerking tussen het bewustzijn en de hersenen. De theorie van Merleau-Ponty leert ons alvast dat onze emotionele betrokkenheid op klanken een irrationele basis heeft en synesthetisch tot uiting komt. Hoe de wisselwerking tussen lichaam en geest verder de muzikale ervaring bepaalt, is persoonsgebonden. Doorgaans wordt wel aangenomen dat de ervaring met bepaalde klanken sneller bepaalde emoties opwekt. Zo leidt muziek met een hoog tempo in een toonladder met een grote terts (majeur) sneller tot een ervaring van blijdschap. Trage muziek in een toonladder met een kleine terts (mineur) wordt dan weer meestal als droevig ervaren. Als luisteraars betrokken raken op geluiden die snel en dissonant samenklinken, maakt de muziek ze vaak angstig. Verschillende musicologen en psychologen onderzochten welke muzikale kenmerken tot welke emoties leiden. In zijn artikel Modeling Perceived

Emotion with Continuous Musical Features (2004) probeert Emery Schubert op een haast wiskundige manier te achterhalen hoe mensen op bepaalde muziekstukken zullen reageren. Verschillen in volume, tempo, melodie en de hoeveelheid instrumenten zouden mee bepalen welke emotionele muzikale ervaring tot stand komt.

Muziek is geen abstracte wiskunde. De emotionele reactie op klanken is veel te complex om in enkele algemene regels te worden gevat Net als bij Davies geven deze onderzoeken aanleiding tot ongeoorloofde veralgemeningen. Doordat de ontwikkeling van muzikale emoties door zoveel contextuele factoren wordt bepaald, kan het maken van associaties niet zomaar worden gegeneraliseerd. Muziek is geen abstracte wiskunde. De emotionele reactie op klanken is veel te complex om in enkele algemene regels te worden gevat. Er zijn mensen die vrolijk worden van muziek in mineur of er helemaal niets bij voelen. Muziek kan de emoties op het moment van het luisteren ook temperen, bevrijden of aanwakkeren zonder dat meteen duidelijk is waarom. Net zoals onze ervaring van een muzikale ruimte, heeft ook onze emotionele betrokkenheid op muziek een specifieke context met talloze factoren die niet of nauwelijks meetbaar zijn. Het is niet wenselijk om die complexiteit volledig te begrijpen, omdat ze in essentie onbevattelijk is. Maar een focus op de emotionele ervaring zelf en een beschrijving ervan in verschillende contexten, leert ons wel hoe waardevol muzikale ervaringen kunnen zijn. Tomas Serrien Tomas Serrien, Klank: een filosofie van de muzikale ervaring. Uitgeverij: Houtekiet, 2017, 212 p., € 19,99, ISBN 9789089246097. E-book: € 12,99, ISBN 9789089246103. Meer info op: www.tomasserrien.com/klank

maart 2018  >  29


CULTUUR

Coming home soon OVER KLINKEN UIT DE JAREN 60 EN 70 Ze waren met veel en hangen nog steeds massaal aan voordeuren, verspreid over heel België. Deze handgrepen doorstaan hun bewoners met hun wisselende humeur al zo’n 40 jaar in dagelijks gebruik, in weer en wind. Zo goed als de hele inboedel van een woning gaat erlangs. Ze overleefden moeiteloos twee generaties, inclusief kinderen en kleinkinderen en sieren voordeuren van alle maatschappelijke lagen van de bevolking. Ze zijn vergroeid met het Belgische straatbeeld, waarin we ons thuis voelen. Iedereen, oud of jong, kent wel zo’n voordeur in zijn of haar straat, buurt, bij een oma, een nonkel, de bakker, de kapper, noem maar op. KUNST AAN DE VOORDEUR Deze kleine kunstwerkjes geven een eigen persoonlijkheid aan de Belgische voordeur uit de jaren 60 en 70. Het is niet zo idyllisch dat de bewoner een keuze kon maken, meestal werden ze met de voordeur meegeleverd. Toch zie je af en toe een nieuwe deur waarop de oude klink opnieuw zijn plaatsje heeft gekregen als unieke schakel tussen buiten en binnen. De klink aan de voordeur is het laatste wat je aanraakt bij vertrek en het eerste als je weer thuiskomt. Dit concept maakt van deze handeling iets bijzonder. Sommige figuren op deze armaturen vind je verspreid over heel België. Een bepaalde bloemvorm vind je in verschillende kleuren in Gent, Wetteren, Leuven, Luik en Charleroi. Er bestaat geen bewijs dat het een Belgisch gegeven is, al stopt het fenomeen volgens mij abrupt aan de grens met onze buurlanden.

30  >  maart 2018

Er bestaat geen bewijs dat het een Belgisch gegeven is, al stopt het fenomeen volgens mij abrupt aan de grens met onze buurlanden Bij het fotograferen vallen verschillende stijlen op. Keramiek en emaille zijn overwegend aanwezig. Uiteenlopende abstracte en figuratieve vormen en kleuren, vlak of in reliëf, verraden de hand van een aantal verschillende anonieme makers. Sommige refereren naar bestaande kunstwerken zoals de zonnebloemen van Van Gogh of een werk van Joan Miró. Ook zijn er mooie reeksen uit verschillende metalen. Ze kunnen duidelijk opgedeeld worden in soorten, telkens met de bedoeling een uniek cachet te geven aan de voordeur.

© Gerbrich Reynaert

OP ZOEK NAAR DE MAKERS Na een speurtocht in 2015 werd duidelijk dat de oorsprong moeilijk te achterhalen is. Over dit fenomeen valt geen bronmateriaal te vinden. Het was een

DEGEUS


CULTUUR

al een onderzoek waard. Het illustreert voortreffelijk dat kunst zonder naam en context hoegenaamd geen waarde heeft.

Uiteenlopende abstracte en figuratieve vormen en kleuren, vlak of in reliëf, verraden de hand van een aantal verschillende anonieme makers Het vermoeden dat de vervaardiging van deze klinken destijds niet meer was dan een mooie bijverdienste voor keramisten en andere kunstenaars, werd bevestigd toen ik in de zomer van 2016 de familie Vandermeulen uit Bree op het spoor kwam. Jammer genoeg was het koppel Vandermeulen al overleden. Op uitnodiging van hun dochter Els Vandermeulen bracht ik een bezoekje aan het ouderlijke huis in Bree. Het huis ademt de tijdsgeest van de jaren 60. De klink aan hun voordeur is een meesterwerk van zo’n drie meter breed. In de voorgevel en in de gevel op het terras achteraan zit keramiek verwerkt, typisch voor die tijd.

ambacht en de ontwerper kreeg geen aandacht. Bij verschillende erfgoedorganisaties is er grote interesse, maar gebrek aan informatie. De klinken zijn als bij wonder ontsnapt aan onze obsessieve archiveringsdrang. Hoe dat komt, is op zich

DEGEUS

Hun ouders bakten de klinken op zolder als de kinderen in bed lagen. Naast inspiratieloze bordjes en schoteltjes met logo’s van bedrijven die dienst deden als relatiegeschenken, kruisbeelden, wijwatervaatjes en asbakken waren deze klinken een medium waar mevrouw Vandermeulen haar creatieve geest in kwijt kon. Net voor mijn bezoek was het huis verkocht en het moest leeg. Een twintigtal tegels zonder armaturen die nog waren achtergebleven onder het stof op zolder kreeg ik mee naar huis. Het zijn deze unieke werkjes die op vraag van Johan ­Braeckman binnenkort een plaatsje krijgen in de toepasselijke en mooie locatie, De Corridor in Wetteren. Later dat jaar vernam ik dat de zoon van het echtpaar Vandermeulen, ­Joannes, samen met zijn zakenpartner Kristel Van Ael de prestigieuze Henry van de Velde Lifetime Achievement Award won met hun communicatie-

bedrijf Namahn. De Henry van de Velde Awards werden in 1994 in het leven geroepen door Johan Valcke binnen zijn functie als directeur van Design Vlaanderen. Het is dus niet toevallig dat Johan ­Valcke geboeid raakte door dit fenomeen. In een lezing op 18 maart in De Corridor kadert hij samen met Willem Elias zijn bevindingen en geven ze de klinken de plaats en de aandacht die ze verdienen. Daarnaast vernam ik dat de vader van de Franstalige kunstenares Sylvie ­Eyberg (Galerie Greta Meert Brussel) een tijdje als bijverdienste zulke klinken maakte. Vader Eyberg was eveneens kunstenaar en keramist. De ambachtelijke anonimiteit frustreerde hem zodanig dat er niets bewaard bleef. Behalve een aantal verdwaalde klinken, her en der verspreid over het land.

De klinken zijn als bij wonder ontsnapt aan onze obsessieve archiveringsdrang Johannes Vandermeulen en Sylvie Eyberg bewijzen als nakomelingen dat appels niet ver van onopvallende, maar hoge bomen vallen.

RED ZE VAN DE SLOOP De meestal smaakloze aluminium deuren waar ze aan hangen zijn aan vervanging toe. De kleine, stuk voor stuk unieke kunstwerkjes zonder naam belanden samen met hun deur achteloos op de sloop. Met deze tentoonstelling en lezing in De Corridor hopen we een bewustmaking op gang te brengen en aan te sporen alert te zijn zodat deze klinken in de toekomst bewaard blijven, een nieuw plaatsje krijgen en hun diensten verder kunnen blijven bewijzen. Gerbrich Reynaert

Lezing door Johan Valcke en Willem Elias op zondag 18 maart om 11 uur in De Corridor, Olmenlaan, 9230 Wetteren. Inkom: €5, inschrijven via franky@decorridor.be. meer info op www.kaban.nu

maart 2018  >  31


BOEKENREVUE

Sarah Bakewell over het existentialisme In De existentialisten bespreekt Bakewell invloedrijke denkers zoals Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre, die een grote rol gespeeld hebben in verschillende emancipatiebewegingen. Hun ideeën over vrijheid zijn ook vandaag nog steeds relevant. Johan Braeckman is fan van Bakewell en legt uit waarom. Het eerste boek dat ik las van de Britse schrijfster Sarah Bakewell gaat over de zestiende-eeuwse Franse humanist Michel de Montaigne. Het boek bekoorde me. Hoewel ze er niet mee uitpakt, verraadt het Bakewells grote belezenheid en eruditie. Ze is door en door vertrouwd met Montaignes beroemde Essays en weet zowel de auteur als zijn onderwerpen helder te kaderen. Maar ze doet meer dan dat. Niet gehinderd door enige academische affiliatie speculeert ze vrijuit en eigenzinnig over Montaignes relevantie voor de huidige tijd. Ik vond het verfrissend en stimulerend en verwachtte dan ook veel van haar nieuwe boek, over het existentialisme en de filosofen die het vorm gaven, in het bijzonder JeanPaul Sarte, Albert Camus, Simone de Beauvoir en Maurice Merleau-Ponty. Ik ben niet ontgoocheld, integendeel. Bakewell behandelt opnieuw haar onderwerp zeer inzichtelijk en aanstekelijk. Dat was een verre van eenvoudige taak. Meerdere belangrijke werken van existentialistische filosofen, zoals Sartres Het zijn en het niet (1943) en Merleau-Ponty’s Fenomenologie van de waarneming (1945), vormen taaie lectuur en vragen veel tijd en toewijding van de lezer. De filosofen die de grootste invloed uitoefenden op de existentialisten, zonder dat ze zelf tot de

32  >  maart 2018

stroming behoorden, schreven boeken die nog lastiger te begrijpen zijn, zoals die van de fenomenoloog Edmund Husserl. Andere inspiratiebronnen van het existentialisme balanceren op de rand van het ondoorgrondelijke, zoals Martin Heideggers hoofdwerk Zijn en tijd uit 1927.

Mensen kunnen fundamenteel hun leven een richting uitsturen die ze zelf kiezen. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee, en angst, waardoor velen zich conformeren en aanpassen aan de situatie waarin ze verkeren De vele tegenstellingen tussen al die filosofen onderling en hun vaak complexe individuele evolutie maakt een goed begrip nog moeilijker. Wie vat wil krijgen op al die namen, boeken en ideeën die verband houden met het existentialisme, ziet al snel door de bomen het bos niet meer. Het lijkt bijna onverklaarbaar dat die mengelmoes van christelijke en ongelovige filosofen, van fenomenologen en exis-

tentialisten, van heideggerianen en sartrianen en van Duitsers die in het Zwarte Woud woonden tot Fransen die in de Parijse cafés leefden, meer met elkaar gemeen hebben dan er verschillen zijn. Dat Bakewell erin slaagt om die overeenkomsten aan te tonen, is haar grootste verdienste. Van de Deense diepgelovige filosoof K ­ ierkegaard tot de vrijzinnige feministe Simone de Beauvoir, van de zwarte Amerikaanse schrijver Richard Wright tot de joodse filosoof Emmanuel Levinas, ze beklemtonen allen het belang van authenticiteit, van vrijheid en verantwoordelijkheid, van persoonlijke dilemma’s en van keuzes maken. Zowel de voorlopers van het existentialisme als de voornaamste vertegenwoordigers

DEGEUS


BOEKENREVUE

ze levenslang taken uitvoeren die hen zijn opgedrongen. Haar studie is een uitwerking van de existentialistische stelling dat mensen op de eerste plaats existentie zijn, geen essentie. Dat wil zeggen dat we niet bepaald of gedetermineerd zijn door afkomst, genen, geslacht, nationaliteit, huidskleur, levensbeschouwing of wat dan ook. Mensen kunnen fundamenteel hun leven een richting uitsturen die ze zelf kiezen. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee, en angst, waardoor velen zich conformeren en aanpassen aan de situatie waarin ze verkeren. Ze gaan de rol spelen die hen wordt toegemeten. Ze nemen gewillig een essentie aan die niet bij hen past, waardoor ze een leven ‘te kwader trouw’ leiden, zoals Sartre dat noemde.

ervan, wilden vatten wat het concreet betekent om te leven en te beleven, om directe, subjectieve ervaringen te hebben, om een individuele mens te zijn met intenties, verlangens, twijfels, gedachten, mogelijkheden en beperkingen, ingebed in een tijd en een context. Het meest karakteristieke boek van het existentialisme, en tevens het meest invloedrijke, is volgens Bakewell Simone de Beauvoirs meesterwerk De tweede sekse, uit 1949. De Beauvoir maakt duidelijk hoe vrouwen reeds als kind een rol wordt aangepraat, hoe ze gedefinieerd en bepaald worden door de conditionerende mannelijke blik, hoe ze daardoor vervreemden van zichzelf, geen authenticiteit meer ervaren en bovendien niet beseffen dat

DEGEUS

De Beauvoir maakt duidelijk hoe vrouwen reeds als kind een rol wordt aangepraat, hoe ze gedefinieerd en bepaald worden door de conditionerende mannelijke blik, hoe ze daardoor vervreemden van zichzelf, geen authenticiteit meer ervaren en bovendien niet beseffen dat ze levenslang taken uitvoeren die hen zijn opgedrongen De Beauvoir riep vrouwen wereldwijd op om de kwade trouw, de vervreemding, de opgedrongen essentie van zich af te schudden, autonome keuzes te maken en een authentiek leven te leiden. Zelf gaf ze het goede voorbeeld door bewust kinderloos te zijn en relaties aan te gaan met mannen en vrouwen onder haar eigen voorwaarden. Met Sartre had ze de afspraak om voor elkaar volledig transparant te zijn, zowel op het filosofische vlak als wat bedgeheimen betreft. Ze hielden zich er levenslang aan en waren zodoende helemaal trouw aan elkaar in existentialistische zin.

Bakewell, ondanks haar sympathie voor de meeste van de filosofen die ze bespreekt, is volkomen eerlijk in haar bespreking en evaluatie. Zo minimaliseert ze de sympathieën van Heidegger voor het nazisme niet Ook Bakewell, ondanks haar sympathie voor de meeste van de filosofen die ze bespreekt, is volkomen eerlijk in haar bespreking en evaluatie. Zo minimaliseert ze de sympathieën van Heidegger voor het nazisme niet, wel integendeel. Het is ondertussen zonneklaar dat een van de meest invloedrijke filosofen uit de twintigste eeuw meeheulde met een der meest verwerpelijke ideologieën aller tijden. Hij verloochende zowel Edmund Husserl, zijn van oorsprong joodse leermeester, als zijn joodse minnares Hannah Arendt en nam nooit duidelijk afstand van het nazisme, ook niet toen de gruwelen van de concentratie- en vernietigingskampen al lang bekend waren. Jean-Paul Sartre, de grote pleitbezorger van de menselijke vrijheid en vijand van alles wat autoritair is, bleef het sovjet-communisme verdedigen, nog lang nadat de onvoorstelbare misdaden van Stalin alom bekend waren. Toen hij daarover uiteindelijk tot betere inzichten kwam, verdedigde hij Mao en Pol Pot. Bakewell drukt het simpel en juist uit: ‘Ik denk niet dat de existentialisten onze tijd een soort magische oplossing te bieden hebben. Als mensen en filosofen mankeerden ze van alles.’ Maar haar boek maakt ook duidelijk waarom meerdere van hun werken tot op heden inspirerend blijven. Johan Braeckman Sarah Bakewell, De existentialisten. Filosoferen over vrijheid, zijn en cocktails (vertaling: Karl van Klaveren). Uitgeverij Ten Have, 2016, 480 p., ISBN 9789025905477.

maart 2018  >  33


BOEKENREVUE

Palmyra van Paul Veyne: tegen het vergeten Hoe selectief is onze verontwaardiging tegenover de barbaarse misdaden van Islamitische Staat (IS)? Die vraag wordt opgeroepen bij de lectuur van het boek van Paul Veyne, Palmyra, de onvervangbare schat. Palmyra was tot voor enkele jaren bekend als een Grieks-Romeinse archeologische site in de Syrische woestijn, gelegen aan een indrukwekkende oase met palmbomen. In vroegere tijden fungeerde het als regionaal handelscentrum en als stopplaats voor karavanen langs de legendarische Zijderoute die de Middellandse zee verbond met het Perzische rijk, India en China. Het is een stad die haar bloeiperiode heeft gekend van omstreeks 30 v.o.t. tot 271 n.o.t. Tot 2015 waren de restanten van deze Grieks-Romeinse beschaving, met haar tempels, theater, agora, colonnades en poortgebouwen, nagenoeg intact gebleven. Palmyra is Unesco-werelderfgoed en na Pompeï (Italië) en Efeze (Turkije) wordt de stad beschouwd als de belangrijkste Grieks-Romeinse archeologische vindplaats.

Palmyra was een multiculturele stad avant-la-lettre; een melting pot Palmyra wordt vandaag evenwel bedreigd in haar voortbestaan. Met de machtsovername door IS in 2015 is de site het toneel geweest van talloze weerzinwekkende terechtstellingen en is ze ook het slachtoffer geworden van een niets ontziende vernietigingsdrang: het museum werd geplunderd en de belangrijkste tempels werden zonder meer gedynamiteerd. Het radicale islamfundamentalisme wilde op die manier komaf maken met de uitingen van de nietislamitische cultuur en aan de wereld tonen dat het lak had aan onze westerse bekommernis voor de vrijwaring van het historische erfgoed. Via de door IS gerealiseerde opnames kon de publieke opinie de aangerichte vernietigingen nagenoeg live op televisie meemaken. Het drieste hoogtepunt uit deze campagne was de onthoofding van Khaled al-Assaad, de man die sinds 1963 de archeologische werkzaamheden in Palmyra geleid had.

34  >  maart 2018

Op religieus vlak heerste er een grote tolerantie: er werden niet minder dan zestig verschillende godheden vereerd die vreedzaam naast mekaar konden bestaan Als reactie op de vernietiging van Palmyra en als eerbetoon aan Khaled al-Assaad heeft de Franse historicus, archeoloog en auteur Paul Veyne eind 2015 een boek geschreven over de cultuurhistorische betekenis van de stad met als onvermijdelijke titel Palmyre. L’irremplaçable trésor (De Nederlandse vertaling, Palmyra. De onvervangbare schat, is verschenen in 2016). Het boek is in Frankrijk een echte bestseller geworden. Paul Veyne is begaan met zijn onderwerp en hij verstaat de kunst om de lezer mee te nemen in zijn verhaal. Palmyra was immers niet zomaar een stad uit het Romeinse rijk. Ondanks de Grieks-Romeinse beïnvloeding had het een heel eigen cultuur: het antieke Aramese Syrië ging er samen met het oude Mesopotamië en met Fenicië; en er waren ook invloeden uit Perzië en Arabië. Het was een multiculturele stad avant-la-lettre; een melting pot. Naast het Grieks, als taal van de overheid en de aristocratie, werd er vooral Aramees gesproken, maar men kon er ook Latijn, Hebreeuws, Arabisch of Perzisch horen. Op religieus vlak heerste er een grote tolerantie: er werden niet minder dan zestig verschillende godheden vereerd die vreedzaam naast mekaar konden bestaan: Aramese, Mesopotamische, Arabische en zelfs Perzische of Egyptische goden. De belangrijkste godheid was Bel, de ‘Heer des Hemels’, maar er was ook Al-lat, de krijgsgodin. Het bijzondere was dat deze lokale goden verbeeld werden als Griekse of Romeinse godheden. Zo kreeg het beeld van Bel het uitzicht van Zeus en dat van Al-lat was een kopie van het Athena-beeld van de Atheense Akropolis. Het zijn de archeologische restanten van deze heel bijzondere cultuur die in 2015 en 2016 door IS zijn weggevaagd. Palmyra van Paul Veyne wil een antwoord bieden op de iconoclastische vernietigingsdrang van IS en leest ook als een eerbetoon aan de tolerante, multiculturele beschaving die de stad in haar bloeiperiode

DEGEUS


BOEKENREVUE

ooit geweest is. Een boek tegen het vergeten. Maar dit laatste element is tegelijkertijd de zwakte in het betoog van de auteur. Paul Veyne richt zijn pijlen in de eerste plaats op de intolerantie en de vernietigingsdrang van IS, maar vergeet daarbij te vermelden dat de vroegchristenen uit de 4e eeuw precies dezelfde intolerantie en iconoclastische dadendrang aan de dag legden. Als fanatieke monotheïsten keerden zij zich tegen de verering van andere godheden. Zo hebben de vroegchristenen ook toegeslagen in Palmyra. In het boek van Catherine Nixey, Eeuwen van Duisternis. De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur (2017, p. 9-13), lezen we dat het indrukwekkende Athenabeeld uit de tempel van Al-lat er in het jaar 385 door christenen vernietigd werd (hetzelfde, gerestaureerde, beeld zal in 2015 door IS opnieuw aan stukken geslagen worden).

Een boek tegen het vergeten. Maar dit laatste element is tegelijkertijd de zwakte in het betoog van de auteur Veyne gaat in een brede bocht om deze gebeurtenis heen: ze wordt in het boek niet vermeld. Sterker nog, de auteur beweert dat de eerste christelijke keizers het vernietigen van heidense tempels verboden hadden (Palmyra, p. 50). Dit is een aanfluiting van de historische werkelijkheid. Sinds de bekering van keizer Constantijn tot het christelijk geloof (312) en de promotie van het christendom als de officiële staatsgodsdienst onder keizer Theodosius (380) zijn er een hele reeks wetten uitgevaardigd die aanstuurden op het terugdringen van de ‘heidense’ godsdiensten. De eerste aanzet was het systematisch verwijderen en vernietigen van de standbeelden uit de Grieks-Romeinse tempels. Op die manier heeft men aan de antieke religieuze beleving een definitieve slag toegebracht.

Paul Veyne richt zijn pijlen in de eerste plaats op de intolerantie en de vernietigingsdrang van IS, maar vergeet daarbij te vermelden dat de vroegchristenen uit de 4e eeuw precies dezelfde intolerantie en iconoclastische dadendrang aan de dag legden De edicten van Constantijn en zijn opvolgers waren even zovele aansporingen voor de christelijke zeloten om de sporen van de zogenaamde ‘heidense’ of ‘valse’ godsdiensten volledig uit te roeien. De vernietiging van het Athenabeeld in Palmyra stond dus niet alleen: het heeft zich voorgedaan in alle regio’s van het laat-Romeinse rijk. Met de beelden werden ook talloze tempels vernietigd. Het is dus niet zo dat het klassieke polytheïsme volledig uitgebloeid was. Het christendom heeft er direct toe bijgedragen. De christelijke intolerantie liet zich niet alleen

DEGEUS

voelen op godsdienstig vlak, maar heeft eveneens zijn weerslag gehad op het vlak van de cultuur, de literatuur, de wetenschap, de filosofie … Het dagelijkse leven diende zich volledig te plooien naar de regels van het christelijk geloof. Deze christelijke religieuze dominantie, met zijn uitwassen van Jodenvervolging, heksenvervolging, religieuze oorlogen, boekverbrandingen, inquisitie, censuur en zelfcensuur, heeft in het Westen standgehouden tot het einde van de 18e eeuw. Een betoog tegen het iconoclasme van islamfundamentalisten is gerechtvaardigd en noodzakelijk, maar kan niet zonder de erkenning dat zich in ons eigen christelijke verleden dezelfde fundamentalistische tendensen hebben voorgedaan. Het boek van Paul Veyne schiet hier tekort. Rik Hemmerijckx Paul Veyne, Palmyra, de onvervangbare schat (vertaling: Rokus Hofstede). Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep (Amsterdam, 2016), 127 p., ISBN 9789025304386.

maart 2018  >  35


BOEKENREVUE

Beschaving als politiek van vijandigheid Leven we in een democratie vreedzaam, beschaafd en ontdaan van geweld? Niet volgens Achille Mbembe, één van de grote denkers van het postkolonialisme, die ons een spiegel voorhoudt met zijn boek Een politiek van vijandschap. Kijk bijvoorbeeld naar hoe het Westen vandaag omgaat met vluchtelingen. Mbembe noemt het racisme zonder naam. Hij ijvert voor een politiek van menselijkheid, voorbij het humanisme. Een must read, aldus Gie van den Berghe. Een politiek van vijandschap is een prachtig boek, maar makkelijk is het niet. Aanvankelijk schrijf je die moeilijkheidsgraad toe aan de literaire schrijfstijl van Achille Mbembe (1957, Frans Kameroen), radicaal denker van het postkolonialisme, hoogleraar geschiedenis en politieke wetenschap in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten, vooral bekend om zijn Critique de la raison nègre (2013), twee jaar later politiek correct vertaald als Kritiek van de zwarte rede. Mbembe zet de lezer van Een politiek van vijandschap meteen op het verkeerde been door het af te doen als ‘ruwe schetsen, met hoofdstukken die parallel lopen, met invallen die soms weer worden afgebroken, met woordspelingen, met levendige en snelle gebaren, met kleine terugtrekkende bewegingen, waarna alles plotseling weer wordt omgegooid.’ Kortom, een tekst ‘waar de lezer, zonder controles of visa vrij doorheen mag gaan’ – anders dan vluchtelingen. Al lezend wordt geleidelijk duidelijk dat de soms zware lectuur te wijten is aan Mbembe’s tegendraadse denken, dat haaks staat op het genormaliseerde, conservatieve denken van ons westerlingen. De moderne democratie en

36  >  maart 2018

beschaving waren, anders dan vaak voorgesteld, geen louter westerse aangelegenheden. De triomf in het Westen viel samen met expansie overzee, verwoesting, bezetting, kolonisatie, slavernij. Winst aan de ene kant versus ‘razzia’s, plundertochten en verschillende vormen van mensenjacht aan de andere kant’. Zowel de menselijke als de plantaardige biovoorraad werd afgetapt. In 1900 bestond bijvoorbeeld 11,6% van de bevolking van de Verenigde Staten uit negerslaven.

De triomf in het Westen viel samen met expansie overzee, verwoesting, bezetting, kolonisatie, slavernij. Winst aan de ene kant versus ‘razzia’s, plundertochten en verschillende vormen van mensenjacht aan de andere kant’ Terwijl aan het einde van de negentiende eeuw op westerse conferenties internationale mensenrechten werden uitgedokterd die ook oorlog zouden ‘humaniseren’

(want afschaffen lukt niet), voerde het Westen in Afrika brutale veroveringsoorlogen. Geen westerse verrijking, geen ‘beschaving der zeden’, geen moderne democratie zonder wreedheid en bloedbad, zonder ‘de instelling van een wereldomvattend regime van ongelijkheid’. Toch – of juist daarom – groeide de mythe dat het leven in een democratie ‘in essentie vreedzaam is, beschaafd en ontdaan van geweld’. Geweld komt van buiten, van moslims, Negers (Mbembe schrijft Negers, net als Blanken, altijd met hoofdletter), vluchtelingen, drenkelingen, terroristen en ander aangespoeld wrakhout. Mensen die op grond van uiterlijk of herkomst ‘illegaal’ worden genoemd, hun mens-zijn gereduceerd tot hun migratie. Ze

DEGEUS


BOEKENREVUE

worden volkomen legaal opgesloten in kampen en gevangenissen, soms gemarteld (Guantanamo), vaak teruggestuurd. Opgeruimd staat netjes.

De door westerse media opgeblazen terreur valt in het niets bij de terreur die wij Blanken hebben aangericht in kolonies, met slavenhandel en slavernij GEGLOBALISEERDE APARTHEID Ieder ‘wij’ impliceert een ‘zij’ – ongelijksoortigen. Eigen volk sluit de rangen tegen die als bedreiging waargenomen buitenstaanders. Democratieën kunnen niet zonder tegenstanders, hebben een al dan niet denkbeeldige vijand nodig. Terroristen komen als geroepen – alomtegenwoordig, naamloos en niet aan plaats gebonden als ze heten te zijn. De door westerse media opgeblazen terreur valt in het niets bij de terreur die wij Blanken hebben aangericht in kolonies, met slavenhandel en slavernij. Onze angst steekt ook schril af tegen onze onverschilligheid ten opzichte van de velen die proberen te ontkomen aan de mede daardoor ontstane derdewereldellende. Vluchtelingen worden, zoals destijds inboorlingen, behandeld als overbodig leven. En niemand denkt zich te moeten verantwoorden voor dit racisme zonder naam. Blind voor onze aanvalsoorlogen tegen Irak, Afghanistan en Syrië, doen we alsof ons van buitenaf een wereldwijde oorlog wordt opgedrongen in de vorm van terrorisme. We eigenen ons een slachtofferstatus toe om er een recht op zelfverdediging aan te ontlenen. In naam van de ‘oorlog tegen de terreur’ wordt een permanente uitzonderingstoestand gecreëerd, worden grenzen en kampen dichtgetimmerd, privacy en mensenrechten ingesnoerd van al wie door uiterlijk of herkomst

DEGEUS

verdacht lijkt. En zo ruilen we in naam van eigen rechten, grondwetten of vrijheden stukje bij beetje de democratie opnieuw in voor een vijandige samenleving.

praten – bij het aantal verkeersdoden. Volgens het Global status report on road safety van het WHO van eind 2015, sterven wereldwijd jaarlijks zo’n 1,25 miljoen mensen in het verkeer.

Terreur en contraterreur zijn twee gezichten van eenzelfde werkelijkheid. Westerse coalities bombarderen zonder onderscheid des persoons. Zo ook de terrorist. Onze (vreemdelingen)angst gaat ook nu gepaard met opflakkerend nationalisme. Alleen bij aanslagen in eigen land wordt opgeroepen tot een minuut stilte. Rouw op commando noemt Mbembe het.

Gezien door Afrikaanse ogen houden de universalistische pretenties van ons westers humanisme niet lang stand. Ons humanisme kon zich blijkbaar maar waarmaken door anderen te dehumaniseren

Gemeten aan terrorisme wereldwijd valt het met de terreur in het Westen relatief mee. Volgens de Global Terrorism Index van 2016 (Institute for Economics & Peace) maakte het terrorisme in 2015 29.376 dodelijke slachtoffers. Maar liefst 72% van deze slachtoffers viel in Irak (38%), Afghanistan (17,8%), Syrië (8,2%), Nigeria (7,1%) en Pakistan (3,7%). Het rapport stelt verder: ‘repressie, oorlog en geweld leveren de voedingsbodem in incidenten die 99 procent van alle terreurdoden maken: 95 procent valt in landen die zich in een gewapend conflict bevinden, 4 procent in landen waar politieke terreur heerst (verdwijningen, folteringen, politieke gevangenen).’

In naam van de ‘oorlog tegen de terreur’ wordt een permanente uitzonderingstoestand gecreëerd, worden grenzen en kampen dichtgetimmerd, privacy en mensenrechten ingesnoerd van al wie door uiterlijk of herkomst verdacht lijkt In de rijke OESO-landen valt ‘slechts’ 1% van alle terreurdoden.

DOODLOPEND HUMANISME Gezien door Afrikaanse ogen houden de universalistische pretenties van ons westers humanisme niet lang stand. Ons humanisme kon zich blijkbaar maar waarmaken door anderen te dehumaniseren. ‘De striptease van het humanisme’, noemde Jean-Paul Sartre dit in zijn woord vooraf bij Les damnés de la terre (1961) van Frantz Fanon, de tiersmondist aan wie Mbembe een mooi hoofdstuk wijdt. Over het menselijke kan alleen worden gesproken in de toekomende tijd. Mbembe streeft naar de emancipatie ‘van al het levende, voorbij het humanisme’. Kwetsbaarheid is onze gemeenschappelijke grond. Alle leven is breekbaar en eindig, op doortocht op een gemeenschappelijke en bedreigde aarde. Mbembe pleit voor een ethiek van de passant, een mensheid in wording, al vreest ook hij dat het te laat is voor een levenswaardige samenleving voor iedereen. Gie van den Berghe Achille Mbembe, Een politiek van vijandschap (vert. Ellis Booi). Boom Uitgevers (Amsterdam, 2017), 240 p, ISBN 9789058758170.

Sta ook even stil – zonder wat dan ook te minimaliseren, laat staan goed te

maart 2018  >  37


RETROGEUS

50 jaar De Geus Onze nieuwe rubriek Retrogeus blikt terug op De Geus van toen. Op deze pagina’s vindt u een selectie van artikels en cartoons uit de oude doos. Welkom in de eighties!

april 1980

nov 1980

38  >  maart 2018

DEGEUS


RETROGEUS

maart 1983

DEGEUS

maart 2018  >  39


RETROGEUS

maa rt 1984

40  >  maart 2018

DEGEUS


RETROGEUS

april 1980

DEGEUS

maart 2018  >  41


FILM

The Best Years of Our Lives DE TELEFOONCEL IN DE DIEPTE

Still uit 'The Best Years of Our Lives'

Regisseurs zijn meesters in het sturen van onze blik. Ze doen dat met de montage van goed uitgelichte shots en tegenshots. Doeltreffend, maar er zijn subtielere vormen van manipulatie. In de loop van de jaren ’30 perfectioneerden Jean Renoir en Kenji Mizoguchi een cinematografische stijl die de focus van de kijker meer speelruimte geeft: hun langdurende shots of long takes geven de ruimte, van voor tot achter, scherp weer. Cameraman Gregg Toland werkte deze dieptescherptestijl met bravoure uit in Orson Welles’ Citizen Kane (1941). In zijn samenwerking met William Wyler paste Toland de stijl beheerster toe. The Best Years of our Lives (1946) vertelt het verhaal van drie mannen die van de oorlog terugkeren, maar

42  >  maart 2018

het hondsmoeilijk vinden om hun oude leven terug op te nemen. Homer verloor zijn handen bij een explosie. Hij kreeg haakprothesen van de marine, waarmee hij zelfs lucifers kan aansteken. Maar kan hij er ook zijn geliefde mee beminnen? Al vreest dat hij niet meer zal aarden in zijn gezin, en de chemie tussen Fred en zijn vrouw ruimde baan voor aversie. Fred raakt al snel verliefd op Peggy, Als dochter. In het café Uncle Butch’s Place dwingt Al zijn vriend om de relatie met Peggy stop te zetten. Fred stemt met gekrenkte trots in en belt zijn geliefde vanuit de telefooncel in het café. In plaats van een reeks shots en tegenshots te monteren, schilderen Wyler en Toland in één beweging

een complexe dramatische scène met zeven personages. Ze verdelen die zo over de ruimte dat geen enkel personage het zicht op een ander blokkeert. Het beeld is scherp van het pianoklavier vooraan tot de telefooncel achteraan. De kijker heeft, in principe, vrijheid van focus. Toch lijkt het onmogelijk om naast het unieke samenspel van handen en prothesen te kijken. Zo denken de twee tooghangers en ober er ook over: hun blik stuurt de onze. In eerste instantie tuurt Al naar de behendige quatre-mains van Homer en oom Butch, maar zijn getroubleerde blik mist interesse. Vervolgens staart hij mét ons naar de telefooncel in de diepte. Denkt hij, terwijl het vrolijke deuntje ­Chopsticks weerklinkt, aan zijn dochter wiens hart door zijn toedoen koud gebroken wordt? Een volgend shot, een cut-in van Al en Fred, duwt ons met meer aandrang naar het dramatische epicentrum van de scène. Iets later volgt een gelijkaardig shot met één verschil: Fred heeft de hoorn op de haak gelegd. Het onheil is geschied. Wanneer Fred het pand verlaat, stuikt de evenwichtige mise-enscène als een kaartenhuisje in elkaar. Doorheen de hele film verkent Wyler het potentieel van de dieptescherptestijl. Op de voor-, midden- en achtergrond strijden gebeurtenissen en betekenissen – ook moeilijk zichtbare – om aandacht. Telkens weer vat hij in één magistrale compositie een dramatische situatie samen. Tim Deschaumes William Wyler, The Best Years of Our Lives (VS, 1946). Beschikbaar op dvd bij Sony Pictures Home Entertainment.

DEGEUS


POËSTILLE

Zen, kunst en humanisme Het aan het licht brengende zeggen.

JAAK FONTIER LAG OPEN VOOR HET ZIJN Met Maximilien de Robespierre had Jaak Fontier (Brugge 1927-2017) één ding gemeen: de reputatie onkreukbaar te zijn, incorruptible. Verder niets. Robespierre kwam onder de guillotine terecht; ook met de menslievende uitvinder van dit instrument had Fontier iets gemeen: hij was net als dokter Guillotin tegenstander van de doodstraf. Als humanist. Een humanisme dat hij niet alleen beleed als lid van het Humanistisch Verbond, maar ook uitdroeg als leraar Nederlands en nietconfessionele zedenleer en consequent in de praktijk bracht – op een subtiele, onnadrukkelijke manier. Fontier is auteur van een vrij omvangrijk oeuvre. Als kunstcriticus heeft hij veel tentoonstellingen ingeleid, in diverse tijdschriften veel artikelen gepubliceerd, naast monografieën in boekvorm. Hij leverde ook een breed overzicht van de hedendaagse Keramiek in Vlaanderen (1986). Hij was, dixit ere-conservator van de Stedelijke Musea Brugge Willy Dezutter, ‘Eén van de weinigen die op een verstaanbare wijze kon schrijven over kunst, ook abstracte kunst. Rationaliteit als de grondslag voor niet-zweverige kunstbeschouwing.’ Een rationalist, inderdaad, en wel een rationalist aan wie zen niet vreemd was. Fontier lag open voor het zijn, dat betekent dat hij het leven wist te bejagen, dat hij van harmonie hield en alle tegenstellingen trachtte te verzoenen. Dit streven zette zich door in de taal. In Zen, maan en sterren (1975) wordt door middel van neologismen de dualiteit van begripsinhouden overwonnen: ‘Zwart of wit? / Zwit.’; ‘Versmelting van subject en object. / Sobject.’

DEGEUS

Taalcreatie Zen, maan en sterren is een meditatieboek en tegelijk een essay waarvan zowel de opzet als de stijl bijzonder oorspronkelijk zijn. Het eerste deel richt zich tot de creatieve lezer en bestaat uit honderd cryptische notities, elk voorzien van een kort commentaar; het tweede bevat honderd quotes en richt zich tot de creatieve schrijver en spoort deze aan om zelf commentaar te leveren, terwijl het derde deel zich wendt tot de mens wiens creativiteit dankzij het proces van bevrijding dat hij door middel van het eerste en het tweede deel heeft ondergaan, op gang is gekomen; het bestaat uitsluitend uit twintig cijfers, waarbij evenveel reflecties kunnen worden genoteerd. Terecht schreef Paul de Wispelaere dat ‘deze sterk uitgepuurde, abstracte maar glasheldere formuleringen’ heel dicht bij de poëzie staan. In de zon van zen verscheen in 1977. Van de tweehonderdachtentwintig genummerde teksten die het boek bevat, zijn de helft prozagedichten, zoals het hier geciteerde, de ander helft bestaat uit tweeregelige, gnomische verzen, aan haiku verwant: ‘Het klankenloze lied in je opnemen. / Meezingen.’; ‘Openliggen voor het zijn. / Geschenk.’ Er bestaan haikucenakels, maar veel respect geniet het Japanse genre, terecht of ten onrechte, daarbuiten niet. Iedereen kan wel een zin van zeventien lettergrepen pennen en die opdelen in 5 / 7 / 5. Het mag ook een onzin zijn. Maar het gemakkelijkste genre is daardoor, paradoxaal genoeg, ook het moeilijkste: binnen de formele beperking iets dichten dat zinvol en oorspronkelijk is. Dat kon Fontier. Daarvan getuigen deze verzen uit de bundel de woorden voorbij 33 x 3 haiku

De dingen verdoezelen, de dingen verzwakken, de dingen zinken weg. Hun namen zinken mee. De woorden verdwijnen uit het gezicht. De dingen en de woorden verdwijnen aan de horizon. De leegte neemt hun plaats in. De leegte bevrijdt, de leegte vult, de leegte vervult. Het licht stroomt in de leegte. Het licht neemt toe, het licht stroomt toe, stroomt alles leeg, stroomt alles toe, stroomt alles vol. In dat licht groeit de taal, ontluikt het zeggen. Taalcreatie: de taal groeit door het licht, het zeggen brengt aan het licht; het licht creëert de taal, het zeggen creëert het licht.

(1980): Naarmate de zon daalt, klimt het licht hoger op de rug der boeken. Een reeks haiku is aan de kunst gewijd, zoals: Eén zwarte streep op ’t blad brengt het wit terug tot een vlak van stilte. Enkele ook aan kunstenaars, zoals dit ‘Voor Pierre Vlerick’: Ik wandel in zijn doorzonde tuinen en ik vergeet mijn voeten. Fontier publiceerde ook twee bundels vertalingen van Hölderlin: Wat blijft stichten de dichters (1981) en Heilige vaten zijn de dichters (1988). In de inleiding tot de eerstgenoemde bloemlezing citeert hij Heidegger: ‘de taal is het huis van het Zijn.’ Dat was de taal ook voor hem, voor de dichter Jaak Fontier. Renaat Ramon

maart 2018  >  43


ABECEDARIUM

De C van Citaat Zin nummer één: De toekomst ziet er rooskleurig uit. Zin nummer twee: Zoals Bill Clinton ooit zei: ‘The future looks bright’. Zin nummer drie: Zoals Bill Clinton ooit schreef in 1998 in zijn verzamelde speeches, I was the president, really?, uitgegeven door Princeton University Press in 2001, pagina 736: ‘The future looks bright’ (‘De toekomst ziet er rooskleurig uit’). Men mag vermoeden dat iedereen de verschillen proeft tussen deze drie zinnen. De eerste lijkt een simpele, directe mededeling te zijn en ze staat op de rekening van de schrijver ervan. We zullen het vrij snel eens of oneens zijn met de auteur en, als we kritiek willen uiten, zullen we dit meteen richten naar hem of haar. De tweede zin is al iets anders. De uitspraak wordt niet meer aan de auteur toegeschreven maar hij- of zijzelf roept een tweede bron in. Men mag er wel vanuit gaan dat de auteur nog steeds de uitspraak onderschrijft. Voor de lezer wordt het nu al iets moeilijker. Is men het oneens met de auteur dan is men het ook oneens met Clinton. Het probleem is nu wel dat men moet opzoeken wat Clinton precies bedoelde en daardoor vervalt de onmiddellijke kritiek. (Bemerk ook de clever use van het English.) Op het eerste gezicht lijkt zin nummer drie hieraan tegemoet te komen door de bron zelf te vermelden maar tegelijkertijd is het een knappe retorische zet want de schrijver geeft nu aan dat hij- of zijzelf effectief de bron kent en dus op de hoogte is van wat erin staat. Een simpele tegenbluf zal dus niet helpen. De toevoeging van de vertaling is een extraatje: even laten voelen aan de lezer dat de auteur probleemloos met Engels en Nederlands over de baan kan (of, voor sommigen, met Nederlands en Latijn, sic transit gloria mundi). Tot daar dit eenvoudige experiment dat laat zien dat citeren

44  >  maart 2018

een complex woordenspel is. Maar waarom doen we dit eigenlijk? Los van de hierboven aangehaalde retorische elementen, spelen andere zaken mee. Het belangrijkste element is ongetwijfeld de gedachte dat ideeën een oorsprong hebben en dat die oorsprong te zoeken valt bij een individu. Meneer of mevrouw X is de eerste die idee I heeft gehad en dus moet er naar X verwezen worden als men het over I heeft. X is eigenlijk de ‘eigenaar’ van het idee en dat verraadt een mercantiele benadering van het ‘hebben’, versta ‘bezitten’, van ideeën. Er valt effectief geld mee te verdienen want aan een citaat kan copyright vasthangen en het idee gebruiken zonder vermelding van de eigenaar geeft problemen. Daarom hechten we ook zoveel belang aan het correct toekennen van het citaat.

‘Met een mooie vrouw twee uren doorbrengen duurt een minuut, een minuut op een warme kachel zitten duurt twee uren: dat is relativiteit’ Let wel dat het ons niet altijd zo goed lukt. Aan Albert Einstein worden uitspraken toegeschreven die hij nooit heeft gezegd of uitgesproken maar, omdat de woorden wijs klinken, is de verleiding zeer groot. Voorbeeld: ‘Met een mooie vrouw twee uren doorbrengen duurt een minuut, een minuut op een warme kachel zitten duurt twee uren: dat is relativiteit.’ Idem voor het mooie citaat dat iemand zich verontschuldigt voor de lange brief die hij heeft geschreven ‘omdat de tijd hem ontbrak voor een korte brief’. Deze uitspraak wordt aan een hoop mensen terecht of onterecht toegeschreven, onder wie terecht Blaise Pascal. Of het beklijvende gedicht dat start met ‘Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen; / ik was immers

geen communist’ door bijna iedereen aan Bertolt Brecht wordt toegewezen terwijl het wel degelijk dominee ­Martin Niemöller is. (We hopen uiteraard dat niemand heeft gedacht dat Bill zo’n onverbeterlijke optimist is.) Is het evenwel niet een vreemde gedachte om een idee toe te schrijven aan één persoon, op één plaats, op één tijd: in 1666 kreeg Newton een appel op zijn hoofd onder een boom in Woolsthorpe Manor en de gravitatietheorie was geboren. Los van het feit dat deze specifieke gebeurtenis zich nooit heeft voorgedaan, klinkt het gek dat een hele theorie zou ontstaan door een tik op het hoofd. Newton is kind van zijn tijd: zonder het werk van Johannes Kepler, Galileo Galileï, ­Nicolaus Copernicus, en zovele anderen had hij dit idee nooit kunnen hebben. Het idee is een momentopname in een continue stroom van gedachten, ideeën, probeersels, hypotheses, theorieën, en wat nog niet allemaal. Niet een ‘ik’ heeft het gedaan maar altijd wij tezamen. Voorwaar een mooie humanistische gedachte maar de vraag is nu wel hoe we met die citaten dienen om te gaan. Wij wagen ons aan een constructief voorstel. Wat we eigenlijk zouden moeten schrijven is niet dat het citaat van X is maar van X-en-alle-anderenvoor-X-en-tijdgenoten-van-X-die-hetdenken-van-X-mee-gevormd-hebben. Dit is duidelijk een omslachtige werkwijze en dus is het invoeren van een afkorting een goed idee. Ziehier ons voorstel: #allofthem of, nog korter en in het Nederlands, #wij. Dus ‘Veni, vidi, vici’ is geen uitspraak van Julius Caesar maar van Julius Caesar#wij. Zoals dit voorstel zelf niet van ons is maar wel degelijk van ons#wij. Op termijn zal de ‘wij’ wel verdwijnen maar dan blijft de hashtag over en dat drukt toch verbinden uit en daar gaat het hem# om. Jean Paul Van Bendegem#

DEGEUS


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

De nieuwsbrief verschijnt tweemaandelijks. In deze nieuwskatern vindt u de activiteiten terug van maart en april 2018. Alle bijkomende informatie over de activiteiten is te vinden op www.geuzenhuis.be/agenda. De volgende nieuwsbrief verschijnt op 1 mei 2018. Evenementen kunnen aangemaakt worden op onze website tot uiterlijk 30 maart.

AALST zo 25/3 14:00 Wandeling natuurgebied ‘De

NIEUWSBRIEF

do 8/3 19:00 Mo*café ‘No woman is an I-land’ Inna

Shevchenko Femen Europe (o.v.) Mariana Martins Villas, Braziliaanse CATAPA-vrijwilligster Homa Arkani, Iranese artiest (en activiste), 2 activistes van Women Wage Peace. Moderator Elien Spillebeen VF, 11.11.11. I.S.M. MOEDERS VOOR VREDE, MAMA KIVU, CATAPA, MASEREELFONDS, FURIA, MO*, GO NZ!, Zebrastraat - Zebrastraat 32 - 09 223 02 88

vr 9/3 20:30 Lezing ‘De Luistervink: politieke schandalen in laatmiddeleeuws Gent’ Tineke Van Gassen VAN CROMBRUGGHE’S GENOOTSCHAP - Huidevetterskaai 39 za 10/3 10:00 ‘Van Nu en Straks’ VF KTA Liedekerke - Kleemputtenstraat 20 - 09 223 02 88

Gerstjens’ WF AALST De Gerstjens - Alfred Nichelsstraat 3

DEINZE do 1/3 19:30 Lezing ‘De Verenigde Staten van Amerika’ Tom van de Weghe WF DEINZE Kelder Bib - Markt - 0476 46 67 26

di 24/4 14:00 Bedrijfsbezoek aan Beaulieu Kruishoutem WF DEINZE Beaulieu - Groenedreef 15/A, Kruishoutem

DENDERLEEUW

za 10/3-zo 11/3 09:00 Provinciale voorrondes debatwedstrijd

HUJO I.S.M. VCG, DIGIMORES, DEMENS.NU Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 0489 22 46 68

zo 11/3 10:45 Bezoek achter de schermen van het muziekcentrum De Bijloke WF GENTBRUGGE De Bijloke, Jozef Kluyskensstraat 2

di 13/3 13:00 Groot vioolconcert uit de negentiende eeuw Bruch en Sibelius MUZIEKCLUB ‘CAPRICCIO’/ UPV GENT Sint Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76 do 15/3 20:00 Lezing ‘Dat de echte humanist nu recht staat!’ Marc Cosyns HV GENT Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 220 80 20

do 29/3 14:00 Lezing ‘Raakpunten tussen vrijzinnigheid en islam’ Hugo Antonissen HVV DENDERLEEUW 't Kasteeltje - Stationsstraat 7 - 0477 35 50 58

EEKLO

di 20/03 19:30 Filosofisch gesprek ‘Kritisch denken: hoe leer je dat?’ HV ZAHIR Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 330 35 77

ma 19/3 19:30 Leesclub HVDM EEKLO - Boelare 131 - 09 218 73 50

do 22/3 14:00 Filmcyclus Zingeving en kwetsbaarheid: ‘Une nouvelle amie’ GGG, FENIKS, HVDM Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 233 52 26

di 27/3 14:00 Filmmiddag ‘Suffragette’ HVDM

vr 23/3 20:00 Vernissage 'Lost in time and walking through' Mark Soen, inleiding door Daniël Boone KIG Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 220 80 20

EEKLO - huisvandeMens - Boelare 131 - 09 218 73 50

di 24/4 14:00 Filmmiddag ‘Pride’ HVDM EEKLO

za 24/3-zo 1/4 Tentoonstelling ‘Lost in time and walking

- huisvandeMens - Boelare 131 - 09 218 73 50

EVERGEM

di 27/3 13:00 Monteverdi: Deel 2 Religieus werk MUZIEKCLUB CAPRICCIO/UPV GENT - Sint Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76

do 12/4 19:30 Lezing ‘North Sea Port’ Daan Schalk VF EVERGEM Zaal Germinal - Velodroomstraat 25 - 09 223 02 88

GENT do 1/3 20:00 Gespreksavond ‘We need to talk about … Oorlog en Vrede’ Danny Praet, Dietlinde Wouters, Ann Heirman, Jan Dumolyn en Jelle Leunis VCG I.S.M. BELMUNDO & HV GENT Geuzenhuis, Kantienberg 9 - 09 220 80 20

zo 4/3 10:30 Bezoek Zuiderbegraafplaats met gids An

Hernalsteen KIG Zuiderbegraafplaats - Ottergemse Steenweg 254 - 09 220 80 20

zo 4/3 11:00 Literaire Matinee Belinda Aebi WF GENT Lakenmetershuis - Vrijdagmarkt 24-25 - 0478 73 58 89 wo 7/3 14:00 Lezing ‘Zeppelin in Sint-Amandsberg (1915)’ Frederik Vanderstraeten GGG Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 221 24 57

DEGEUS

through’ Mark Soen KIG Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 220 80 20

di 10/4 13:00 Bespreking ‘Schuld en boete’ van Fjodor Dostojevski LEESCLUB CONTRAPUNT/UPV GENT - Sint Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76 di 17/4 13:00 Monteverdi : 450 jaar Deel 3 L’incoronatione di Poppea MUZIEKCLUB CAPRICCIO/ UPV GENT Sint Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76 di 17/4 19:30 Filosofisch gesprek ‘Welzijn opschroeven’ HV ZAHIR Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 330 35 77

do 19/4 14:00 Filmcyclus Zingeving en kwetsbaarheid: ‘The Red Turtle’ GGG, FENIKS, HVDM Geuzenhuis - Kantienberg 9 - 09 233 52 26 za 21/4 09:30 ‘Vrouwen op de vlucht’ Assita Kanko,

Ayan Mohamud Yusuf, Gily Coene, Hilde Vautmans, Kris Smet, Sofie D'Hulster, Julie Weyne HV NATIONAAL I.S.M. HV OVL & HV GENT - Liberaal Archief - Kramersplein - 09 220 80 20

maart 2018  >  45


AGENDA

di 24/4 13:00 20ste eeuwse opera: Strauss en Schönberg MUZIEKCLUB CAPRICCIO/UPV GENT - Sint Bernadettestraat 242C/405 - 0496 53 99 76

vr 13/4 19:30 Vrij Zinnige Culinaire Reis Italië

zo 29/4 Natuurwandeling ‘Adellijk flaneren’ WF GENT - Kasteel van Ooidonk, Ooidonkdreef

zo 15/4 11:00 Vrijzinnig Praatcafé VC ZOMERLICHT

VC ZOMERLICHT - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

- Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

GERAARDSBERGEN

vr 27/4 19:30 Lezing ‘Verzwegen Verlangen’ Jonas Roelens VC ZOMERLICHT - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

do 1/3 20:00 Lezing 'Ervaringen van een assisenadvocaat’ WF GERAARDSBERGEN Liberaal Gebouw - Markt 47 - 0479 41 95 76

ZOTTEGEM

do 8/3 20:00 Lezing ‘De politieke theorie

van Hannah Arendt’ Dirk De Schutter UPV GERAARDSBERGEN - Liberaal Gebouw - Markt 47 - 054 58 76 84

di 13/3 14:00 Cinema Kreim Freis: ‘Les aventures de Rabbi Jacob’ GG ZOTTEGEM Lokaal dienstencentrum Zottegem (zaal Sotto) - ingang via Arthur Gevaertlaan - 09 326 85 70

do 22/3 20:00 Lezing ‘Fake of echt? Achtergrond en tips

vr 16/3 19:00 Fluo Fuif & kaas-en wijnavond

rond nieuwswijsheid en fake nieuws’ Annelore Deprez UPV GERAARDSBERGEN Liberaal Gebouw - Markt 47 - 02 614 82 20

HV ZOTTEGEM-ZWALM-HERZELE Feest- en fuifzaal van de Bevegemse Vijvers - Bevegemse Vijvers 6 - 09 326 85 70

do 12/4 20:00 Lezing ‘Marx, nog steeds actueel’ Jef Van Bellingen UPV GERAARDSBERGEN - Liberaal Gebouw - Markt 47 - 054 58 76 84

do 29/3 19:30 Voordracht over de schilder Felix Nussbaum

do 26/4 20:00 Lezing ‘De impact van beroepsactiviteiten op rurale en kleinstedelijke populaties in Vlaanderen tussen 1200-1860’ Marit Van Cant UPV GERAARDSBERGEN Liberaal Gebouw - Markt 47 - 02 614 82 20

di 17/4 14:00 Cinema Kreim Freis: 'Harold and Maude' GG ZOTTEGEM Lokaal dienstencentrum Zottegem (zaal Sotto) - ingang via Arthur Gevaertlaan - 09 326 85 70

LOCHRISTI vr 16/3 20:00 Toneel ‘Tafelgasten’ WF LOCHRISTI

Mark Schaevers GG ZOTTEGEM huisvandeMens - Hoogstraat 42 - 0473 92 55 25

zo 22/4 09:00 Gastronomisch ontbijt met wandeling GG ZOTTEGEM Vertrek in Zottegem - 0473 92 55 25

do 26/4 19:30 Filosofiecafé Alex Klijn HVDM ZOTTEGEM EN VORMINGPLUS - huisvandeMens - Hoogstraat 42 - 09 326 85 70

Orphanimo - Koning Albertlaan 29B - 09 355 81 98

VASTE ACTIVITEITEN

SINT-NIKLAAS

VC LIEDTS - PARKSTRAAT 2-4, OUDENAARDE

wo 7/3 19:30 Lezing ‘Emoties achter slot en grendel’

MA 20:00 Workshop hatha yoga WF OUDENAARDE

Bob Gebruers, moreel consulent in de gevangenis HVDM SINT-NIKLAAS huisvandeMens - Stationsplein 22 - 03 777 20 87

MA 14:00 & WOE 19:30 Bridgewedstrijd VC LIEDTS BRIDGE CLUB

do 22/3 19:00 Interlevensbeschouwelijke dialoog

DI 19:30 Lessen ‘tai chi’ VC LIEDTS

‘Tussen hemel en aarde’ INTERLEVENSBESCHOUWELIJKE WERKGROEP SINT-NIKLAAS Familia - Truweelstraat 138 - 03 777 20 87

DI 20:00 Bijeenkomst SOS Nuchterheid

do 29/3 19:30 Lezing ‘Salons Donders Denkende

1ste & 3de woe/mnd 19:30 > 21:00 Bijeenkomst van

Dames, over Astrid Lindgren’ Kaat Bauters HVDM SINT-NIKLAAS & MF huisvandeMens - Stationsplein 22 - 03 777 20 87

WAARSCHOOT do 22/3 20:00 Auteurslezing Erik Vlaminck VF WAARSCHOOT EN BIBLIOTHEEK WAARSCHOOT MET STEUN VAN HET VLAAMS FONDS DER LETTEREN Bibliotheek - Nieuwstraat 6 - 09 223 02 88

VC DE BRANDERIJ - ZUIDSTRAAT 13, RONSE

SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslavingen

VC GEUZENHUIS - KANTIENBERG 9, GENT

woe & vrij 20:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslavingen VC ZOMERLICHT - WELDADIGHEIDSTRAAT 30, ZOMERGEM

3de zo/mnd 11:00 Vrijzinnig aperitief

ZOMERGEM

SAVE THE DATE

za 10/3 19:30 Karaoke VC ZOMERLICHT - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

Za 19/05 2018, 19:30 Gala van de Gouden Geus

zo 18/3 11:00 Vrijzinnig Praatcafé VC ZOMERLICHT

SURF NAAR DE WEBSITE VOOR MEER INFO: WWW.GEUZENHUIS.BE

- Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

vr 23/3 19:30 Whiskytasting - Wereldwhisky's Luc

Latomme VC ZOMERLICHT - Weldadigheidstraat 30 - 0475 31 79 67

zo 25/3 14:00 Lentewandeling met lammetjes VC

ZOMERLICHT Keigatbos - Keigatstraat 10 - 0475 31 79 67

46  >  maart 2018

Uw persoonsgegevens worden enkel gebruikt voor het verzenden van ons tijdschrift ‘De Geus’. Deze worden bijgehouden zolang u geabonneerd bent. U kan steeds uw gegevens opvragen of deze laten verwijderen uit ons bestand.

DEGEUS


COLOFON Hoofdredactie

Eindredactie

LIDVERENIGINGEN VC-G Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Philipp Kocks

Fotografie & lay-out Redactie

Gerbrich Reynaert

Kurt Beckers

Brecht Decoene

Veerle De Leenheer

Frederik Dezutter

Wouter Vandamme

Linde Waeyaert

Karim Zahidi

LIDMAATSCHAPPEN

Druk: New Goff Verantwoordelijke uitgever: Wim Taels p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Johan Braeckman, Louise D'Eer, Tim Deschaumes, Gilbert Eggermont, Rik Hemmerijckx, Pierre Martin Neirinckx, Danny Praet, Renaat Ramon, Tomas Serrien, Jean Paul Van Bendegem, Gie van den Berghe, Norbert Van Yperseele. Cover: Gerbrich Reynaert De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Geuzenhuis Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 admin@geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas@geuzenhuis.be en Griet Engelrelst, griet@geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

Kunst in het Geuzenhuis €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds €15 (-26 jarigen gratis) op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lidgeld naam, voornaam, geboortedatum, M of V’. Willemsfonds €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Ledenrekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’.

ABONNEMENTEN De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overgenomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers).

Met de steun van

DEGEUS

De Geus zonder lidmaatschap: €16 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €4. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG. Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

De Cocon vzw, Jeugdhulp aan huis info: 09 222 30 73 info@decocon.be - www.decocon.be De Maakbare Mens info: 03 205 73 10 info@demaakbaremens.org www.demaakbaremens.org Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Philipp Kocks - 09 220 80 20 philipp@geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens - 09 233 52 26 gent@deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck@gmail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve - 09 220 80 20 hvv.gent@geuzenhuis.be Humanistisch Verbond Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe - 09 222 29 48 hvv.ovl@geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: info.gentsegrijzegeuzen@gmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Martine Ledegen - 09 220 80 20 martine@geuzenhuis.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info@sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2@telenet.be Van Crombrugghe’s Genootschap info: 09 233 90 08 info@vcg.be www.vcg.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info@vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info@willemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: info@digimores.org www.digimores.org

PARTNER De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 zaterdag vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 - geusvangent@gmail.com huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Kantienberg 9D, 9000 Gent 09 233 52 26 - gent@deMens.nu

januari 2018  >  47


D E E EN

W

LK A T TO

T U O AB

OORLOG & VREDE

DO 1 MAART 2018 20:00 Met: Danny Praet, Ann Heirman, Jan Dumolyn, Dietlinde Wouters Moderator: Jelle Leunis Gratis toegang - inschrijven via philipp@geuzenhuis.be - 09 220 80 20 Geuzenhuis, Kantienberg 9 - 9000 Gent www.geuzenhuis.be

GENT

De Geus maart 2018  
De Geus maart 2018  
Advertisement