Page 1

MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

Vrouwen als erotisch object in film GRIET VANDERMASSEN

Kritisch denken IN GESPREK MET JOHAN BRAECKMAN

ISSN0780-2989 › P608277 › VERSCHIJNT TWEEMAANDELIJKS › NIET IN JULI EN AUGUSTUS › JAARGANG 49 › NR.1 › JANUARI 2017 › PRIJS LOS NUMMER €4


INHOUD

2  >  januari 2017

VAN DE REDACTIE Just grab them by the pussy

3

PLAKKAAT Zijn de tjeven terug?

4

ACTUA Is Donald Trump een fascist?

8

VRAAGSTUK Willem Elias Kritisch denken, in gesprek met Johan Braeckman

10 14

COLUMN Trivia

17

BAANBREKER Spiritualiteit als wetenschappelijke discipline?

18

FILOSOOF OVER FILOSOOF Seneca, een vriend van 2018 jaar

22

CULTUUR Vrouwen als erotisch object in film

25

BOEKENREVUE De LEIFarts Thuislanden, over Amos Oz' Hoe genees je een fanaticus?

30 32

BLOEDVERWANT Cries and Whispers Edvard Munch

36 37

POËSTILLE Schemerdans

38

CODA Onderdak bij Elsschot

39

NIEUWSBRIEF

40

COLOFON

47

DEGEUS


VAN DE REDACTIE

Just grab them by the pussy Ziehier een van de opvallendste uitspraken van meneer Donald Trump, meer bekend als the next president. Nooit gedacht dat hij zou winnen, vermoedelijk was ik niet de enige. Vol goeie moed ging ik slapen op 7 november 2016, met de overwinningsspeech van Hillary Clinton voor ogen. De eerste vrouw die het glazen plafond doorbreekt; huilende vrouwen op de achtergrond. Helaas bleek de realiteit enigszins anders bij het ontwaken. Net zoals bij 9/11 weet iedereen wellicht nog wat hij of zij aan het doen was bij het binnenlopen van de eerste nieuwsberichten van Trumps overwinning. Ik werd wakker geschud door een nachtmerrie van mijn dochter. De wereld werd ook wakker geschud. Deze ‘overwinning’ heeft grote gevolgen voor heel wat mensen. En dan heb ik het niet alleen over vrouwen (waarom vrouwen überhaupt een stem konden geven aan deze man, blijft voor mij een eeuwig durend raadsel), maar ook over de armen, migranten, moslims en de wereld an sich. Misschien een klein lichtpuntje in deze duisternis: saai wordt het journaal wellicht nooit. Trump is een opportunist, die draait met de wind. Zo haalde hij eerst fel uit naar abortusvoorstanders, pleitte hij voor een totaalverbod, maar laat hij het nu aan de staten zelf om hierin een oordeel te vellen. Met een beetje geluk word je als vrouw dus wel geholpen in Californië, maar mag je dit vergeten in Texas. Eerst zou hij een muur bouwen rond Mexico, nu mag het ‘ook een hek’ zijn. Velen vragen zich af of zo’n man wel in staat is om de taak te kunnen volbrengen die van hem verwacht wordt. Op sociale media circuleert zelfs de vraag of Trump een fascist is. Lode Vereeck, professor economie aan de Universiteit Hasselt en senator voor Open VLD, vindt dit althans een legitieme vraag en gaat in Actua hier verder op in. Dat Trump een nogal seksistische kijk op vrouwen heeft, is dus het minste wat men kan zeggen. Maar Trump is niet de enige die vrouwen seksualiseert. In films bijvoorbeeld wordt het vrouwenlichaam al te vaak gereduceerd tot een object van mannelijk erotisch verlangen. Deze tendens kreeg de naam ‘de male gaze’ en wordt door feministische filmcritici verklaart vanuit een psychoanalytisch kader en vanuit het patriarchaat: de male gaze als middel tot dominantie. In Cultuur gaat filosofe Griet Vandermassen hier

DEGEUS

tegenin. Volgens haar beroepen feministische theorieën zich beter op biologische en evolutionaire wetenschappelijke inzichten, want deze male gaze is perfect evolutionair voorspelbaar. Mannen evolueerden zo dat ze zich seksueel aangetrokken voelen door vrouwen die vruchtbaar zijn (volle lippen, stevige borsten …). Dit hoeft volgens Vandermassen niet per se te wijzen op minachting voor de vrouw, hoewel dit uiteraard soms wel zo kan zijn. Mannen houden misschien wel van vrouwen, maar niet in elke hoedanigheid, want het zijn vooral mannen die de top bereiken. Is de wereld nog niet klaar voor een vrouwelijke leider? Straalt een mannelijke leider meer vertrouwen uit, in deze bange tijden? De verrechtsing in de samenleving is duidelijk voelbaar. Poetin blijft enorm populair en ook Frankrijk en Italië zullen een rechtsere koers varen. Angst leidt overduidelijk tot protectionisme. Er worden referenda gehouden en verkiezingen georganiseerd. En dan kan men zich de vraag stellen: heeft de kiezer altijd gelijk? Waarom een Brexit? Waarom wordt een figuur als Trump tot een van de machtigste mannen ter wereld verkozen? Is de democratie kapot? Moet er iets veranderen aan het kiessysteem? Voer voor discussie, binnenkort live te beleven in het Geuzenhuis. Onder de noemer We need to talk about… introduceren wij vanaf februari maandelijkse debatten, met ruimte voor interactie met het publiek. We laten deze debatten in een gemoedelijke sfeer verlopen. Bedoeling is andere meningen aan bod te laten komen, er dieper over na te denken en desgewenst zelf mee te debatteren. Uiteraard gevolgd door een drink aan onze bar, de ideale stek om na te praten. We willen immers niet, zoals Johan Braeckman ook stelt in zijn interview, verzinken in pessimisme. Blijven nadenken loont. Kijk hoe ver we al staan in de wereld, naar wat door mens en wetenschap al mogelijk gemaakt werd. We staan aan het begin van een interessant nieuw tijdperk, waarin heersende systemen herdacht worden. Nieuwe initiatieven duiken steeds meer op. Awoert dus aan de negativisten. Grab them by the balls! Griet Engelrelst

januari 2017  >  3


PLAKKAAT

Zijn de tjeven terug? OF HOE DITMAAL DE MODERNE ZIELENKNIJPERS DE REGIE OVER HET EIGEN LEVENSEINDE WILLEN OPEISEN EUTHANASIE EN HULP BIJ ZELFDODING De Belgische wet betreffende euthanasie van 28 mei 2002 is op het gebied van actieve levensbeëindiging één van de meest progressieve en liberale wetgevingen van de wereld. In Europa bestaat er enkel in België, Nederland en Luxemburg een wet op euthanasie. In Zwitserland is euthanasie verboden, maar assistentie bij zelfdoding is legaal. Ook in de drie Amerikaanse staten Washington, Montana en Oregon is er van eigenlijke euthanasie geen sprake, maar mag de patiënt zelf wel een dodelijk medicijn innemen.

De Belgische wet betreffende euthanasie van 28 mei 2002 is op het gebied van actieve levensbeëindiging één van de meest progressieve en liberale wetgevingen van de wereld Ter herinnering (wet van 2002): ‘de Belgische wet voorziet dat een arts het leven mag beëindigen van elke handelingsbekwame meerderjarige of ontvoogde minderjarige, waarbij zijn verzoek bewust, vrijwillig, overwogen en herhaald is, tot stand gekomen zonder externe druk en waarbij de patiënt zich in een medisch uitzichtloze toestand bevindt van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden, en dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.’ Er zijn minstens drie redenen waarom deze wet in brede zin de meest humane en vooruitstrevende wetgeving ter wereld is. Ten eerste omdat er steeds een arts moet zijn die de levensbeëindiging van de patiënt moet uitvoeren, ten tweede omdat er een onderscheid wordt gemaakt tussen fysiek en psy-

4  >  januari 2017

chisch lijden en ten derde omdat de wet in art. 4 § 1 ook de mogelijkheid voorziet tot het overgaan van euthanasie neergelegd in een schriftelijke wilsverklaring. Op het eerste gezicht lijkt hulp of assistentie bij zelfdoding (Zwitserland, Nederland, VS) progressiever en een stuk liberaler dan klassieke euthanasie omdat er bij deze laatste steeds een arts nodig is om de euthanasie uit te voeren. Toch is net het omgekeerde het geval. Zwitserland, berucht om zijn suïcidetoerisme op zelfmoordflats uitgevoerd door verenigingen als Exit

of Dignitas, heeft de schijn van een zeer soepel en liberaal zelfdodingsbeleid te hebben. De patiënt moet immers zelf de ultieme eindverantwoordelijkheid dragen door het middel ongedwongen en eigenhandig in te nemen. Dit heeft echter verstrekkende gevolgen. Wat immers met patiënten die niet fysiek in staat zijn (bijvoorbeeld door verlamming of handicap, coma, ...) om het middel of de methode (bijvoorbeeld een heliumkap) zelf te gebruiken? In onze wetgeving kan een arts, indien hij alle zorgvuldigheidseisen in acht neemt, deze taak op zich nemen en zodoende in het

li beslis


PLAKKAAT

kader van solidariteit meer mensen actief begeleiden naar een zelfgekozen levenseinde. Ook in Amerika mag de arts de dood niet veroorzaken (of zelfs niet aanwezig zijn) en vallen ook hier een aantal patiënten buiten de mogelijkheid om geëuthanaseerd te worden.

Op het eerste gezicht lijkt hulp of assistentie bij zelfdoding progressiever en een stuk liberaler dan klassieke euthanasie. Toch is net het omgekeerde het geval Ook het expliciete onderscheid dat in de Belgische wet wordt gemaakt tussen fysiek en psychisch lijden is een goede zaak. In Nederland wordt dit onderscheid in de wet niet expliciet

d ij s 

gemaakt en spreekt men enkel van een ondraaglijk lijden dat niet kan worden gelenigd. Hierdoor staan quasi alle artsen in Nederland erg weigerachtig om aan het euthanasieverzoek van psychisch zwaar lijdende patiënten tegemoet te komen. Vandaar dat er stichtingen bestaan zoals De Einder die op basis van een soepele interpretatie van art. 294 van het Wetboek van Strafrecht rond de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding mensen toch ‘een humane dood in eigen regie’ willen geven. In Nederland is zelfdoding op zich niet strafbaar, maar de hulp bij zelfdoding wordt helaas wel strafbaar gesteld. Echter het voeren van gesprekken, het verschaffen van algemene informatie over zelfdoding en het voorzien van morele steun bij zelfdoding is niet strafbaar en zodoende kan men door deze ‘gaten in de wetgeving’ mensen begeleiden naar wat ‘zelfeuthanasie’ wordt genoemd. Hierbij kiest de zelfdoder bewust, geïnformeerd en overwogen tussen drie methoden (medicijnen, versterving of helium(kap)) en voert de zelfdoding volstrekt zelfstandig uit. Het probleem hierbij is dat de grens tussen advies of instructie (wat strafbaar is) en informatie (wat niet strafbaar is) flinterdun is. Evenzeer is het verschil tussen het verlenen van ‘morele steun’, wat mag, en het ‘behulpzaam zijn bij zelfdoding’, wat niet mag, soms gerechtelijk aanvechtbaar. In Nederland is het dan ook steeds op een slappe juridische koord dansen bij elke zelfeuthanasie en kan men strikt genomen bij elk geval de recherche over de vloer krijgen. In dit opzicht is de rechtszekerheid in België rond euthanasie onnoemelijk veel groter. Om elk misverstand weg te nemen; de medische en psychische redenen die iemand moet hebben om te mogen sterven door hulp bij zelfdoding zijn vaak even streng en zorgvuldig als bij euthanasie. Wel is het zo dat in Nederland ‘levensmoeheid’ of ‘het leven als voltooid zien’, indien er hier sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, voldoende redenen kunnen zijn om geïnformeerd, begeleid en moreel gesteund te worden door een consulent (van bijvoorbeeld De Einder) in

het eigen stervensproces van de cliënt. Met andere woorden, de consulent mag binnen een toelaatbaar (precair) juridisch kader voorwaarden scheppen om de hulpvrager zijn eigen dood in regie te laten nemen.

In Nederland is het dan ook steeds op een slappe juridische koord dansen bij elke zelfeuthanasie en kan men strikt genomen bij elk geval de recherche over de vloer krijgen Als laatste voorziet onze wetgeving de mogelijkheid tot het schriftelijk te kennen geven van de wens tot euthanasie in een wilsverklaring wanneer men zijn wil niet meer kan uiten. Dit is principieel onmogelijk in landen als Zwitserland of de VS waar de bewuste zelfuitvoering van de levensbeëindiging voorop staat. Ook dit is om evidente redenen een voordeel van euthanasiewetgevingen ten opzichte van wetgevingen rond hulp bij zelfdoding, omdat bij euthanasie zowel de wilsbekwame als wilsonbekwame persoon niet nodeloos en ongewild verder hoeft te leven. Helaas kan dit alleen nog maar bij comapatiënten en (nog) niet bij dementerenden.

Onze wet is dus sterk verdedigbaar, omdat ze binnen een humaan kader en juist door middel van een arts (in samenspraak met één of twee andere artsen) een minimaal aantal mensen uitsluit tot de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging Onze wet is dus sterk verdedigbaar, omdat ze binnen een humaan kader en juist door middel van een arts (in samenspraak met één of twee andere artsen) een minimaal aantal mensen uitsluit tot de mogelijkheid van ac-

januari 2017  >  5


PLAKKAAT

tieve levensbeëindiging, de wet juridisch grotere rechtszekerheid biedt ten opzichte van hulp bij zelfdoding en tot slot de wet ook voorziet in euthanasie voor wilsonbekwame personen. We hebben het hier dan nog niet over de uitbreiding van de wet naar minderjarigen en de op stapel staande uitbreiding naar dementerenden.

De hoek waaruit de recente kritiek komt is ditmaal niet louter religieus of conservatief BANALISERING VAN HET ZELFBESCHIKKINGSRECHT Juist het liberale en vooruitstrevende karakter van de Belgische wet op euthanasie heeft haar ook tot onderwerp van kritiek gemaakt, en de hoek waaruit deze kritiek komt is ditmaal niet louter religieus of conservatief. In een opiniestuk in De Morgen trokken eind vorig jaar 65 professoren, psychiaters en psychologen van allerlei pluimage van leer tegen wat men het ‘banaliseren van euthanasie op grond van psychisch lijden’ noemt. Het hoofdargument was dat het onmogelijk is om de uitzichtloosheid van psychisch lijden te objectiveren. Er zouden te weinig medisch lichamelijke criteria zijn (weefselschade, organisch letsel, …) of ze zouden een te problematisch karakter hebben om psychisch lijden wetenschappelijk adequaat te kunnen beschrijven en dus ongeschikt zijn om te bepalen of iemand in een uitzichtloze situatie verkeert. Nu heeft pijn, of die nu lichamelijk of psychisch is, uiteindelijk altijd een subjectief en individueel eindkarakter. De tandarts voelt de pijn van de patiënt niet, maar kan haar wel via reacties en vanuit een wetenschappelijk model ‘objectief’ veronderstellen. Het feit dat er in sommige strekkingen in de psychiatrie en psychologie (onder andere de psychoanalytische) geen wetenschappelijk model bestaat dat psychisch lijden kan objectiveren, heeft alles te maken met deze disci-

6  >  januari 2017

plines zelf die nog in een pre-wetenschappelijk stadium zitten waarin er zelfs geen consensus bestaat over de juiste methodologie. Volgens Pieter Adriaens worden heel wat data verzameld door een good luck research, voor een stuk gebaseerd op anekdotische en toevallige basis. In dit opzicht ligt de ontoereikendheid van het objectief beschrijven niet aan het psychisch lijden zelf maar aan het falen van een objectief wetenschappelijk model in de psychiatrie. Daarbij komt nog dat bovenstaande 65 critici, die duidelijk in een psychoanalytisch paradigma denken, iets eigenaardigs doen. Vermits zij het psychisch lijden niet tot direct detecteerbare lichamelijke oorzaken (weefselschade, organisch letsel) kunnen en willen reduceren, gaat ook meteen alle objectiviteit op de schop. Als er geen fysiologisch detecteerbaar psychisch lijden is, zo lijkt men te denken, dan is er meteen ook geen enkel ander soort psychisch lijden. Maar dit is evident fout. Bij iemand die zwaar seksueel misbruikt is geweest in zijn jeugd, een erg traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt (zoals oorlog of verkrachting) of gewoon diep levensmoe is, kan men onmogelijk in de weefsels of hersenen van de patiënt zien of deze misbruikt, getraumatiseerd of levensmoe is. Toch kan er hier sprake zijn van ondraaglijk irreversibel psychisch lijden. Of iets al dan niet medisch lichamelijk detecteerbaar is, is op geen enkele manier een noodzakelijke voorwaarde om objectief meetbaar te zijn. Heel wat psychische aandoeningen (bijvoorbeeld depressie) nestelen zich neurologisch doorheen ons leven in ons brein maar zijn niet op scans of in petrischaaltjes te zien. Ze zijn daarom niet minder een hel. We kunnen op hersenscans ook niet zien of iemand Nederlands of Frans spreekt, maar de taal die men spreekt is wel perfect objectiveerbaar als men ze hoort. Het is dus niet omdat iets niet lichamelijk objectiveerbaar is, dat het niet psychisch objectiveerbaar is (bijvoorbeeld levensmoeheid, balanszelfmoord, depressie, …). Het criterium dat er geen

medisch lichamelijke criteria bestaan om psychisch lijden te objectiveren is dus een al te smal en reductionistisch criterium dat bij voorbaat elke mogelijkheid om een aandoening psychiatrisch en psychologisch te duiden uitsluit. Het miskent dan ook vanuit een verouderde en reductionistische theorie elke ernst om gehoor te geven aan iemands authentiek ‘subjectief’ psychisch lijden.

Als het gaat over de wens tot euthanasie kan men alleen maar terugvallen op het zelfbeschikkingsrecht van de drager van het psychisch lijden zelf ULTIEME ZELFBESCHIKKING VERSUS THERAPEUTISCHE HARDNEKKIGHEID Wie heeft dan wel het laatste woord in het bepalen of het psychisch lijden van de patiënt objectief is als men geen wetenschappelijk model heeft om dit te bepalen? Als er geen objectiviteit is, dan bestaat er alleen maar subjectiviteit en dan wordt het subjectief uitzichtloos lijden van de patiënt geplaatst tegenover het subjectief aanvoelen van de therapeut om (nog) perspectief te bieden vanuit één

DEGEUS


PLAKKAAT

ultimiteitsrecht maakt nu net de geest van de euthanasiewet uit, waarbij elke mens als eindregisseur bewust, handelingsbekwaam, overwogen en volgehouden moet kunnen kiezen voor zijn eigen levenseinde; ook wanneer iemand niet-terminaal ondraaglijk psychisch lijdt.

© Norbert Van Yperzeele

of ander model. Als het gaat over de wens tot euthanasie kan men in dit opzicht alleen maar terugvallen op het zelfbeschikkingsrecht van de drager van het psychisch lijden zelf. Welk recht of welke plicht zou men immers kunnen inroepen om de zelfbeschikking van de psychisch lijdende patiënt te overrulen? Dit zou immers moeten gebeuren op ‘objectieve gronden’ en belangen, maar die zijn er volgens de moderne zielenknijpers niet eens. Het feit dus dat psychisch lijden niet objectief vaststelbaar is, duwt het tegelijkertijd volledig in het subjectieve en daardoor krijgt de patiënt evident en automatisch zelf het laatste woord. Het is tenslotte zijn psychisch lijden en niet dat van iemand anders. Het is dan ook niet zo dat de wet op euthanasie het psychisch lijden banaliseert, maar eerder omgekeerd banaliseert de therapeut de authentieke keuze om te willen sterven en zodoende ook het ultieme recht op zelfbeschikking. Het zelfbeschikkingsrecht is echter geen absoluut recht in de zin dat er geen rechten of belangen van anderen denkbaar zijn die de zelfbeschikking tijdelijk kunnen overrulen. Maar het zelfbeschikkingsrecht is wel een ‘ultimiteitsrecht’ in de zin dat wanneer er geen conflict is met andermans rechten of belangen dit recht als eerste en ultiem afdwingbaar moet zijn. Dit

DEGEUS

Wanneer men beweert dat er altijd een nieuw therapeutisch perspectief mogelijk is, dan getuigt dit van een zekere arrogantie en onwil naar de patiënt toe en heeft dit sterke parallellen met de therapeutische hardnekkigheid van artsen bij fysiek terminale patiënten Bovenstaande psychologen en psychiaters beweren nu dat men nooit kan weten of er niet één of andere behandeling bestaat die de patiënt terug op het rechte existentiële pad kan brengen. Er bestaat steeds een perspectief, beweren sommigen. Men staaft dit door het vermelden van individuele gevallen waarbij patiënt X een laatste therapie volgt die plots aanslaat en daarna nog lang en gelukkig verder leeft. Tegenover deze gevallen staan de tientallen ontluisterende existentiële drama’s van mensen die 10 à 20 jaar aan het behandeling-shoppen zijn geweest, van de ene psychiater naar de andere psycholoog hebben gelopen en reeds meerdere zelfmoordpogingen achter de rug hebben gehad. Uiteindelijk is er een strenge wettelijke garantie dat elk verzoek tot euthanasie voor ondraaglijk psychisch leed grondig wordt afgetoetst door drie professionele artsen (psychiaters) en waarbij ook de uitbehandeling een belangrijk criterium is om niet onverhoeds tot euthanasie over te gaan. Deze procedure wordt tevens in de (pluralistische!) Federale Controle- en Evaluatie Commissie Euthanasie door zestien leden gecontroleerd op het navolgen van alle grondvoorwaarden of admi-

nistratieve onduidelijkheden. Wanneer men onder deze omstandigheden beweert dat er nog altijd een perspectief is, dan getuigt dit van een zekere arrogantie en onwil naar de patiënt toe en heeft dit sterke parallellen met de therapeutische hardnekkigheid van artsen bij fysiek terminale patiënten. Alleen al op basis van de Wet betreffende de rechten van de patiënt bestaat er een clausule (art. 8 § 4) waarbij de patiënt het recht kan opeisen om zich te onttrekken aan welke vorm van therapeutische hardnekkigheid dan ook. Daarbij komt dat heel wat patiënten door de wettelijke mogelijkheid van euthanasie juist een zekere rust en sereniteit over zich heen krijgen wanneer ze beseffen op een zelfgekozen moment menswaardig uit het leven te kunnen stappen. Als laatste moeten diegenen die psychische euthanasie uit de wet willen schrappen zich gedegen rekenschap geven van het feit dat de inhumane zelfmoorden alleen maar zullen toenemen. Waar de psychisch lijdende patiënt nu op een menswaardige manier kan sterven, zal hij, wanneer euthanasie voor psychisch lijden illegaal wordt, het heft in eigen hadden nemen rond zijn levenseinde, met alle gruwelijke en onmenselijke gevolgen van dien. Gelukkig is er momenteel geen politieke meerderheid te vinden om de geest van de wet (pro-choice) grondig te wijzigen. Bij de evaluatie van de wet kunnen allicht enkele procedures worden verscherpt, uitgebreid of het toezicht erop verbeterd. In elk geval stijgt het aantal verzoeken de laatste vier jaar nauwelijks, wel is er een spectaculaire stijging van niet-terminale patiënten die om psychische euthanasie vragen. Dit is volgens mij alleen maar positief en duidt op een steeds grotere ontvoogding van het pro-life kamp, waarbij dit laatste na eerst de papen nu blijkbaar ook een aantal moderne zielenknijpers in haar rangen heeft. Philippe Juliam

januari 2017  >  7


ACTUA

Is Donald Trump een fascist? Die vraag circuleert vandaag op de sociale media. Het is een legitieme vraag, want de president-elect heeft een aantal bedenkelijke en verontrustende uitspraken gedaan tijdens zijn verkiezingscampagne. Daarenboven weten we dat periodes van crisis en onzekerheid een vruchtbare voedingsbodem vormen voor het fascisme. Fascistische leiders beloven dan een radicale ommekeer en schrikken er daarbij niet voor terug om hun tegenstanders te demoniseren als zondebokken voor de crisis. Het culpabiliseren van hele bevolkingsgroepen – de Joden, de moslims, de Mexicanen – is inderdaad een kenmerk van het fascisme. Maar wat zijn eigenlijk de kenmerken van het fascisme? ACHT KENMERKEN VAN HET FASCISME Het fascisme kent een achttal kenmerken, die elk op zich geen voldoende voorwaarde zijn om een politieke ideologie of een politicus als fascistisch te bestempelen. Elk kenmerk apart komt immers ook voor in nietfascistische ideologieën. Het fascisme wordt dus bepaald door een combinatie van volgende elementen: 1. Fascisten zijn nationalistisch en protectionistisch. Ze maken daarbij graag gebruik van nationalistische symbolen zoals vlaggen en slogans (‘Make America great again’, ‘Eigen volk eerst’). Trump heeft dan ook geen oren naar TTIP of NAFTA. Maar nationalisme en protectionisme maken van Trump nog geen fascist. Alle fascisten zijn nationalisten, maar niet alle nationalisten zijn fascisten. Voor beide ideologieën staat wel het volk of de natie centraal in de vormgeving van de maatschappij. 2. Fascisten hebben een duidelijk vijandbeeld.

8  >  januari 2017

Hun kiezers, die vaak erg uiteenlopende sociaaleconomische visies hebben, worden door de leider verenigd in de strijd tegen een gemeenschappelijke vijand.

Trump heeft geen oren naar TTIP of NAFTA Zondebokken zijn vaak: politieke tegenstanders, Joden, zigeuners, communisten, homoseksuelen, andere rassen of religies. Voor Trump zijn de Clintons, de Mexicanen en de moslims de zwarte schapen. Zij bedreigen de Amerikaanse veiligheid. Polarisering is vandaag – helaas – onderdeel van de moderne politieke marketing. Ook de tegenstanders spinnen echter electoraal garen uit een gemediatiseerde en gepersonaliseerde polarisering. Dat maakt hen nog geen fascisten. Met zijn uitspraken over moslims en Mexicanen kwam Trump wel in een gevaarlijk, fascistoïde discours terecht. Als president-elect slaat hij dan ook een opvallend veel gematigdere toon aan.

Donald Trump is een dominante figuur die vele van zijn partijgenoten en politieke tegenstanders overschaduwt en waarvoor vele kiezers in beate aanbidding staan 3. Fascistische regimes worden vaak geleid door een sterke voorman, een Grote Leider zoals Mussolini, Salazar, of Hitler. Ook Donald Trump is een dominante figuur die vele van zijn partijgenoten en politieke tegenstanders overschaduwt en waarvoor vele kiezers in beate aanbidding staan. Maar een dominante politicus is niet hetzelfde als een Grote Leider. De mediatieke en electorale doorbraak van een individueel politicus mag ook niet verward worden met een personencultus. Er zijn immers nog partijen waarin voormannen na enige tijd op eenzame hoogte kwamen te staan. 4. Fascisten zijn corporatisten, die vaak aan de macht komen met de steun van de middenstand. Ze werpen zich op als de beschermers van kleine ondernemers en zelfstandigen, en pleiten voor de oprichting van ‘corporaties’ van patroons en arbeiders die samen oplossingen zoeken. Fascisten proberen dan ook de vakbonden te breken, omdat zij de enige echte bedreiging vormen voor een fascistische regering. Trump lijkt niet zozeer te steunen op de middenstand, maar wel op de Amerikaanse middenklasse die haar sociale en economische positie heeft zien verslechteren. In zijn overwinningsspeech pleitte hij

DEGEUS


ACTUA

onomwonden voor een gigantisch Keynesiaans investeringsprogramma om de verouderde Amerikaanse infrastructuur te herstellen. Ja, de gelijkenis met Hitlers economisch beleid dat ook gebaseerd was op massale investeringen in de Duitse infrastructuur, is opvallend, maar naast de kwestie. Ook niet-fascistische regeringen voer(d)en immers een Keynesiaans beleid.

Fascistische leiders demoniseren ook de media die hen niet bevallen. Ze halen daarbij uit naar ‘goede’ en ‘slechte’ journalisten. Maar eerlijk gezegd: alle partijen bezondigen zich aan forse kritiek op de media zodra een artikel of reportage hen niet bevalt. Dat maakt hen nog niet fascistisch. Daarenboven blijken de sociale media vandaag veel invloedrijker te zijn dan de traditionele media.

5. Fascisten zijn ethisch conservatief. Zo wordt de staat voorgesteld als de traditionele beschermer van het gezin. Trump & co. (in het bijzonder vicepresident-elect Pence) lijkt bijvoorbeeld een aantal verworvenheden in de gelijke rechten van LGBT’s (Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender, nvdr) te willen terugschroeven. Opnieuw geldt dat, hoewel fascisten conservatief zijn, daaruit niet kan worden afgeleid dat alle conservatieven fascisten zijn.

Alle partijen bezondigen zich aan forse kritiek op de media zodra een artikel of reportage hen niet bevalt

Trump lijkt niet zozeer te steunen op de middenstand, maar wel op de Amerikaanse middenklasse die haar sociale en economische positie heeft zien verslechteren 6. Fascisten hechten veel belang aan veiligheid. De maatschappelijke angst wordt zonder scrupules gebruikt en misbruikt voor electoraal gewin. Fascistische regimes kiezen steeds voor een repressieve aanpak van de criminaliteit. Ze zijn zelfs bereid om individuele vrijheden fors in te perken. Met Rudy Giuliani, de voormalige burgemeester van New York die met zijn zero tolerance beleid zijn stad weer veilig maakte, lijkt Trump te kiezen voor de harde aanpak. Nultolerantie is echter vaak een terecht noodzakelijke en succesvolle correctie op de straffeloosheid van (beginnende) criminelen. 7. Fascistische regimes controleren of manipuleren de media.

DEGEUS

8. Fascisten verwerpen het democratisch stelsel. Een wezenlijk kenmerk van het fascisme is haar antidemocratisch karakter, dat het echter ook gemeenschappelijk heeft met andere, autoritaire politieke ideologieën zoals het marxisme-leninisme. Hier moet duidelijk gesteld worden dat de uitspraak van Donald Trump om de uitslag van de verkiezingen misschien niet te aanvaarden, problematisch en antidemocratisch was. Dat geldt trouwens ook voor de mensen die vandaag protesteren tegen de verkiezingsuitslag. Gelukkig zijn er in het Amerikaanse politieke systeem voldoende checks and balances ingebouwd om een potentieel ondemocratische president te beteugelen.

CONCLUSIE: WAAKZAAMHEID IS GEBODEN Het fascisme kent een achttal kenmerken (nationalisme, polarisering door demonisering van bevolkingsgroepen, dominant leiderschap, conservatieve ethiek, veiligheidsfetisjisme, corporatisme en protectionisme, vijandigheid tegen of misbruik van bepaalde media, antidemocratische ingesteldheid) die elk apart niet voldoende onderscheidend zijn, omdat ze op zich ook in andere, niet-fascistische politieke ideologieën voorkomen. Zo zijn fascisten onder andere conservatief, nationalistisch en

protectionistisch, maar niet alle conservatieven, nationalisten of antiglobalisten zijn fascisten. Wanneer meerdere kenmerken zich tegelijk voordoen, is waakzaamheid geboden. In het beste geval is er sprake van ‘fascistoïde’ tendensen, in het slechtste van onversneden fascisme. Is Donald Trump gewoon een sterke conservatieve en protectionistische nationalist of een gevaarlijke fascist? De campagne van Donald Trump had enkele (vele?) gemeenschappelijke kenmerken met het fascisme (o.a. nationalisme, protectionisme, polarisering, conservatieve ethiek, veiligheidsbelang, media-aanvallen). Zoals gezegd, kan daaruit niet zomaar worden afgeleid dat Trump een fascist is. Geen van deze kenmerken is immers voldoende onderscheidend.

De uitspraak van Donald Trump om de uitslag van de verkiezingen misschien niet te aanvaarden was problematisch en antidemocratisch De belangrijkste toetssteen blijft zijn al dan niet democratische ingesteldheid. Tijdens de campagne ging Trump gevaarlijk over de schreef door te stellen dat hij de verkiezingsuitslag misschien niet zou aanvaarden. Blufpoker? Afwachten. Hoe zal president Trump reageren als de Senaat of het Congres van Afgevaardigden zijn beslissingen terugfluit, zeker als in één van de parlementen terug een Democratische meerderheid aan de macht is? The proof of the pudding is in the eating. Lode Vereeck Lode Vereeck is professor economie aan de Universiteit Hasselt en senator voor Open VLD. Dit atikel verscheen reeds op www.vereeck.be/nl/blog/d/detail/isdonald-trump-een-fascist en Liberales.

januari 2017  >  9


VRAAGSTUK

WILLEM ELIAS (° 1950) -- is doctor in de Wijsbegeerte (VUB). Verder studeerde hij aan de Rijksuniversiteit te Leiden andragologie en museologie. -- was gewoon hoogleraar aan de VUB in het vakgebied culturele agogiek. Hij was tevens decaan van de faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen (2009-2015). Sinds 1 oktober 2016 emeritus. Blijft nog de cursussen Cultuurbeleid en Cultuurfilosofie doceren. -- Kunstcriticus en voorzitter van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten, (HISK)Vlaanderen. -- lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. -- adviseur van de Minister voor Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap. -- publiceerde meerdere boeken en talrijke artikels over kunsteducatie, cultuurfilosofie, cultuurbeleid, kunsttheorie en hedendaagse kunst. -- website: http://belgischekunst.be © Saskia Vanderstichele


VRAAGSTUK

Willem Elias EEN VRIEND VAN MENIG MENS, MAAR NIET VAN DE MENIGTE Willem Elias schrijft al jarenlang zijn eigenzinnige artikels voor De Geus, waarin hij zijn licht laat schijnen op de interessantste Belgische kunstenaars, en kunst bespreekt vanuit een vrijzinig-humanistisch perspectief. Elias is vorig jaar zesenzestig geworden, en ging met pensioen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn oud-student Gert De Coorde, die naar aanleiding van zijn pensioen het mooi uitgegeven Liber Amicorum Willem Elias samenstelde, ging met de emeritus in gesprek over zijn werk, passie, verleden en toekomst. Willem Elias was Gewoon Hoogleraar, verbonden aan de Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen sinds 1978, zowat de beginjaren van een nieuwe academische studierichting: de Agogische Wetenschappen. Dertig jaar lang zou Willem Elias de inspirator, drager en uitdrager van deze richting worden. In 1989 promoveerde hij tot doctor in de Wijsbegeerte met een scriptie omtrent filosofie en hedendaagse kunst. Later zou dit in boekvorm uitgegeven worden met de titel Tekens aan de wand. Geen makkelijke lectuur, maar ik koos eind jaren negentig bewust de cursus ‘hedendaagse kunststromingen’ als keuzevak bij deze professor, die na mijn studies mijn beste vriend zou worden. Moderne kunst is zijn stokpaardje, waar hij vol passie over kan spreken. En een betere vriend dan Willem kan niemand zich wensen. Dat blijkt ook uit de talloze bijdragen aan het Liber Amicorum, dat eind september werd uitgebracht én de tentoonstelling die hij maakte in GC De Markten (Brussel) met tachtig werken van evenveel bevriende kunstenaars, onder de titel De-Generaties.

We zijn allemaal zeer braaf geworden Hoe blik je terug op je professionele carrière aan de VUB? Het is een prachtige tijd geweest met talloze fijne collegae. De VUB is zowat een familie, met uiteraard ook famili-



ale ambetanteriken, met zeer boeiende studenten. De academische vrijheid is wat ik nodig had. Van assistent tot decaan heb ik nooit enige tegenslag gehad. Klagen doe ik dus niet.

Vrijzinnigheid is folklore geworden, zoals ook de K van de KUL. Men durft zelfs het woord ‘vrijzinnigheid’ niet meer te gebruiken en vervangt het door een hol ‘redelijk eigenzinnig’ Wat betekent de VUB voor jou en hoe heb je de universiteit zien veranderen? De VUB betekent zeer veel voor mij. We are VUB is meer dan een slogan. Het betekent dat het voor elk van ons zijn of haar VUB is en dat iedereen het recht heeft om dat op zijn manier in te vullen. ‘Vroeger was alles beter’ is oudemannengezever. De VUB is goed bezig, en verandert in goede zin. Het blijft een plek waar de kleinschaligheid en het vrije denken zijn vruchten afwerpt, een vrijplaats. Eind november nog zat ik in de jury van een doctoraat van een Chinese student, waar promotor Chang Zhu, in haar laudatio, het belang van het kritische denken benadrukte. Als we het vrije denken aan alle Chinezen kunnen meegeven, dan zijn we eruit toch? Verder zitten we natuurlijk in

een veranderde tijd. Wat ik het echte vrije denken durf te noemen – dat wat ik in volle mei ‘68-geest van mijn leermeesters Flam en Apostel geleerd heb – is wat verdwenen. We zijn allemaal zeer braaf geworden. Ook aan de VUB heerst een geest van gehoorzaamheid aan domme wetten, aan pedante pedagogische principes, aan bureaucratie, aan hiërarchie, aan onnozele managementideologietjes, aan op christelijke leest geschoeide kwaliteitszorg ... Wat betekent dat vrijzinnigheid folklore geworden is, zoals ook de K van de KUL. Men durft zelfs het woord ‘vrijzinnigheid’ niet meer te gebruiken en vervangt het door een hol ‘redelijk eigenzinnig’. Als je dat een keer gebruikt in een speech, is dat misschien retorisch goed gevonden, maar het mag niet de officiële naamgeving worden. Waarom pas een doctoraat op je negenendertigste? Ik zou kunnen zeggen dat ik het principe van de Jezuïeten, waar ik een grote bewondering voor heb, wou toepassen, waar men naar het schijnt niet mag doctoreren voor zijn veertigste. Neen, ik heb de eerste periode van mijn doctoraat na de uren geschreven, tijdens de vakanties. Ik heb als dertiger nooit meer dan drie dagen na elkaar vakantie genomen. Wat niet betekent dat ik in die periode niet genoten heb. Er zijn dingen in het leven waar men op een paar uur meer aan heeft dan een weekje Blankenberge (lacht). Los daarvan heb ik mijn be-

januari 2017  >  11


VRAAGSTUK

denkingen over de huidige doctoraten die geen levenswerk meer moeten zijn. Dat komt ervan als politici doctoraten deel van de allocatie maken. Ik maak me soms zorgen over twintigers die op basis van vijf artikels in niet-gelezen tijdschriften professor worden. Niet iedereen is zo talentvol als Nietzsche, die op zijn vijfendertigste reeds met pensioen ging aan de universiteit. Als je vijftien jaar aan een doctoraat werkt, dan heb je tijd gehad om het een en ander te lezen. Dan heb je ook een basis om eens iets anders in de les te vertellen dan het strikt noodzakelijke. Ik heb er vijf jaar over gedaan om te weten waarover ik het wou hebben. En een echte stelling heb ik maar gevonden toen ik samen met Karel De Gucht in een hut in Denemarken zat, zoals je in het Liber Amicorum kan lezen. Komt het nu door de wijn of door de Deense wind, dat weet ik nog altijd niet. Los van je academische werk sta je ook bekend als auteur van heel wat kunstkritiek en heb je overal in Vlaanderen speeches gegeven op talrijke vernissages. Wat heb je betekend als kunstcriticus? Mijn oom, dr. Roger Marijnissen, beoefende in De Standaard nog de kunstkritiek die kunst aanprees of afbrak. Dat soort kritiek is verdwe-

nen. Ik zwijg als ik kunst niet goed vind. In deze gevallen lach ik bijvoorbeeld niet. Een slechte kunstenaar is ook iemands kind. Ik ben zelf niet creatief, wat maakt dat ik ook bewondering heb voor slechte kunstenaars, want zelfs dat zou ik niet kunnen. Als kunstcriticus probeer ik teksten te schrijven waarin ik een mogelijke interpretatie ontwikkel. Enigszins educatief. Kunst is geboren uit religie. Teveel kunstcritici zijn pastoors die liefst in een soort Latijn schrijven dat niemand verstaat. Wat we ook niet mogen vergeten, is dat de georganiseerde vrijzinnigheid in Vlaanderen vaak bij je aanklopte. Wat heb je bijgedragen aan de vrijzinnigheid in Vlaanderen? Niets, vrees ik. Mijn vrijzinnigheid zit in mijn weerbarstig taalgebruik, waar de meesten van schrikken. Ik laat woorden en zinnen graag ontploffen. Mijn vrienden en collegae Etienne Vermeersch en Jean Paul Van ­Bendegem hebben wél iets bijgedragen aan de vrijzinnigheid in Vlaanderen. Zij verwoorden dit gedachtegoed respectievelijk zoals Jezuïeten en dominees spreken, en dat is men in het Westen al eeuwenlang gewoon. Of je nu zegt dat God bestaat of niet, de taalstructuur blijft retorisch gezien dezelfde en dus gaat het binnen. Gat

Nancy Slangen, ‘Zesluik Willem’. Olie op doek, 2015.

of God zijn allebei maar klanken en voor beide knielt men ... Raar toch dat men over woorden zo’n spel maakt en niet over de feiten? In zeer veel van mijn teksten werd er een zin gecensureerd, na een vriendelijk verzoek. Ja, er bestaat ook een vriendelijke censuur, deze van het fatsoen. Wij, vrijzinnigen, zijn in al te behoorlijke mate tjeven. Het christendom is in onze cultuur verweven. Ik betracht zo onchristelijk mogelijk te zijn. Dat is niet gemakkelijk, want je moet vechten tegen je eigen cultuur. Het is niet simpel om je oorsprong en traditie in vraag stellen en, als je de resultaten bekijkt, ook niet erg succesvol. Er is ook die drukkende impact van het platonisme, dat in de eerste eeuw van onze tijdsrekening samensmolt met de christelijke leer. Had Epicurus gewonnen, wat niet ondenkbaar is, dan had onze cultuur er helemaal anders uitgezien. Jezelf afbreken is natuurlijk geen bijdrage aan de vrijzinnigheid in Vlaanderen, maar men moet klein beginnen (gniffelt). Toch was ik onlangs getroffen door een uitspraak van mijn lievelingsfilmmaker, Charlie Chaplin, die stelde dat er veel moed nodig is om met jezelf te lachen. 

Ik zwijg als ik kunst niet goed vind. In deze gevallen lach ik bijvoorbeeld niet Het Liber Amicorum is samengesteld door bijdragen van vrienden. Hoe heb je hen ontmoet en hoe ontstond deze warme band met jou? Het gebeurde alleszins niet gestructureerd, eerder per toeval. Maar wellicht hoort hier het cliché ‘het toeval bestaat niet’ thuis. Bij ontmoetingen heeft men vlug door of iemand de moeite loont beter te leren kennen of niet. Gezegden over de zintuigen, zoals ‘iemand niet kunnen rieken’ zijn hierin duidelijk. Mijn grootmoeder Julia zei altijd dat ik vriendelijk moest zijn tegen de mensen. Hoewel daar een mercantiel kantje aan zat, heb ik daar – braaf als ik ben – naar geluisterd. Ik ben dus een vriendelijke jongen. Verder is een voorwaarde voor de vriendschap dat je ook je vijanden



DEGEUS


VRAAGSTUK

kiest, zo niet ben je een mossel, een weekdier. Nietzscheaan als ik ben, houd ik van sterke dieren, die durven bijten als er gebeten moet worden en het niet aftrappen met de staart tussen de benen. Ik heb het onlangs voor een vriend opgenomen die het leven niet meer zag zitten, bang van de repressie van de pers. Daardoor heb ik veel vijanden gemaakt, die ik allicht al had. In de nood leert men zijn vijanden kennen maar ook zijn vrienden. Dat gezegde is dubbel juist. Men leert niet alleen zien wie de vrienden zijn, maar de kwaliteit van de vriendschap wordt intenser.

Mijn vrijzinnigheid zit in mijn weerbarstig taalgebruik, waar de meesten van schrikken. Ik laat woorden en zinnen graag ontploffen Hoe wil je herdacht worden, Willem? Ik weet niet of ik wel herdacht wil worden. Standbeeldverwachtingen heb ik nooit gehad, dan moet je gans je leven hetzelfde doen. Ik hou me te graag met van alles bezig. Als je het als wetenschapper wil maken, ga je

Peter De Cupere, ‘The Man who smells with his eyes, ears, mouth & brains (and his nose too)’. Grafiet, houtskool, pastel en potlood, 2016.

best steeds naar hetzelfde soort congressen. Maar als je bedoelt hoe ik graag over de tongen zou wil blijven gaan mocht ik er niet meer zijn, dan is dat als iemand die het vrije denken via spreken en schrijven nooit verleerd is. Iemand die vindt dat er niets is waar niet mee gelachen kan worden (een beetje een variant op de falsificatieproef van Popper). Wat niet betekent dat je anderen bewust moet kwetsen, tenzij ze zo dwaas zijn om lichtgeraakt te zijn. En verder iemand die de vriendschap en het geestesgenootschap belangrijk vindt. En dat dit best gesmeed wordt met een glas aan een lekkere tafel.  En tot slot als iemand die – hoewel hij het recht op luiheid eert – toch veel gewerkt heeft. Al noem ik wat ik deed geen arbeid.

Of je nu zegt dat God bestaat of niet, de taalstructuur blijft retorisch gezien dezelfde, en dus gaat het binnen. Gat of God zijn allebei maar klanken en voor beide knielt men ... Wat zijn je plannen als emeritus? Wat mogen we nog van je verwachten? Lanterfanten, pierewaaien, flierefluiten, slampampen, lummelen, niksen, en ‘s ochtends op mijn zolder wat schrijven over kunst, filosofie, vrij denken ... Ik heb een uitgever die mijn Aspecten van de Belgische Kunst na 1945 wil heruitgeven, dus werk genoeg. En vooral veel met vrienden de spreuk in vino veritas op haar waarheid controleren. Gert De Coorde Gert De Coorde & Sven Vanderstichelen (red.), Liber Amicorum Willem Elias. Uitgeverij Garant, 2016, 222 p., € 33 (bestellen via uitgeverij@ garant.be), ISBN 978 90 441 3453 7.



januari 2017  >  13


VRAAGSTUK JOHAN BRAECKMAN -- ° Wetteren, 1965 -- studeerde Wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, Menselijke Ecologie aan de VUB en Environmental History en Human Ecology aan de Universiteit van Californië in Santa Barbara -- promoveerde in 1997 aan de UGent met een proefschrift over `De natuurlijke orde tussen noodzaak en toeval, welwillendheid en vijandschap, ontwerp en evolutie: de darwinistische transitie' -- is sinds 1998 voltijds professor bij de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent -- spitst zich in zijn wetenschappelijk onderzoek toe op filosofische problemen verbonden aan de levenswetenschappen, in het bijzonder de evolutietheorie en de neurowetenschappen -- kreeg in 2013 de Loopbaanprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten voor zijn niet-aflatende inzet op het vlak van wetenschapscommunicatie, vooral over de evolutietheorie -- trekt onvermoeibaar door binnen- en buitenland om lezingen te geven en is een graag geziene gast in tv- en radioshows om zijn licht te laten schijnen op evolutietheorie, creationisme, pseudowetenschappen, bio-ethiek, wetenschap & religie en kritisch denken bron: www.johanbraeckman.be © Gerbrich Reynaert


VRAAGSTUK

Kritisch denken IN GESPREK MET JOHAN BRAECKMAN Richard Dawkins had aan het eind van zijn academische carrière een leerstoel in Oxford met een fantastische titel. Hij was er namelijk Professor for the Public Understanding of Science. Mocht er een soortgelijke leerstoel bestaan aan de UGent, zouden wij niet lang moeten nadenken om er dé geschikte kandidaat voor te vinden. Johan Braeckman zet zich al jaren met bewonderenswaardig veel engagement in voor de verspreiding van het wetenschappelijk en kritisch denken. Vooral onderwerpen als de evolutietheorie, bio-ethiek, wetenschap en religie liggen hem nauw aan het hart. Onvermoeibaar reist hij door heel het land om in lezingen, talkshows en radioprogramma’s complottheorieën te ontkrachten, kwakzalverij aan te klagen en uitleg te verstrekken waar nodig. Tussendoor had hij ook nog even tijd voor dit gesprek over kritisch denken, bullshitdetectors, artificiële intelligentie en kritische interdisciplinariteit op de universiteit. NUTTIGE ILLUSIES In hoeverre is het volgens u mogelijk om altijd kritisch te zijn? Met andere woorden, hoe geschikt is de menselijke geest om kritisch te denken - of zijn er grenzen aan? Of er grenzen zijn weet ik niet, maar het is in elk geval niet gemakkelijk. Er zijn nogal wat belemmeringen en we worden snel misleid door onze eigen zintuigen en door onze eigen manier van denken. Hierdoor komen we bijvoorbeeld te makkelijk tot valse veralgemeningen. We maken te snel conclusies, we worden door vooroordelen geleid en we hebben het moeilijk om foute opvattingen te corrigeren. Kritisch denken is niet onmogelijk, maar we worden als het ware tegengewerkt door onze eigen vermogens.

Kritisch denken is niet onmogelijk, maar we worden als het ware tegengewerkt door onze eigen vermogens Zijn er ook voordelen aan irrationele denkpatronen? Wel, wanneer je de waarheid niet aankunt, kan het nuttig zijn om jezelf een

DEGEUS

illusie voor te houden. Mensen blijken zich nogal te verzetten tegen de waarheid, net om zichzelf te beschermen. Een moeder zal bijvoorbeeld de laatste zijn om toe te geven dat haar kind niet deugt, ze zal dat zelfs blijven volhouden wanneer haar kind in de gevangenis zit. Een ander voorbeeld is dat van mensen die terminaal ziek zijn. Zij blijven dat vaak tot op het einde van hun leven ontkennen. Het leven in die illusie kan voor jou persoonlijk nuttig zijn, maar ook voor een volk of cultuur. Wanneer een volk het gevoel krijgt dat ze beter zijn dan anderen, bijvoorbeeld. Of een volk dat zich misschien bedreigd voelt en gezamenlijk beslist dat er maatregelen moeten komen. Ook al hoeven zulke zaken helemaal niet te kloppen, toch kunnen ze een boost geven aan de identiteit van dat volk. Daar zijn natuurlijk voor de hand liggende nadelen aan, zoals de kans op burgeroorlogen of andere conflicten. Maar dankzij deze schijnbare directe voordelen voor het volk raken zulke irrationele denkpatronen zo gemakkelijk verspreid. Daar komt nog eens bij dat in ons tijdperk alles nog eens exponentieel sneller de ronde doet dankzij de sociale media. Heeft het zin om antwoorden te

zoeken op vragen aan de rand van onze kennis, waar de wetenschap of ons kritisch denkvermogen helemaal niet of nog niet bij kunnen? Ik denk maar aan de vraag of de Big Bang toevallig was of niet, of hoeveel universa er zijn. Wel, dat heeft zeker zin, als het tenminste over reële kwesties gaat. Mensen zijn soms geneigd om te zeggen dat wetenschap niet alles kan verklaren en daarom geloven ze in telepathie of dergelijke onzin.

Wanneer je de waarheid niet aankunt, kan het nuttig zijn om jezelf een illusie voor te houden Dus als je het daarop toepast, heeft het natuurlijk geen zin. Als telepathie niet bestaat, dan hebben we ook het probleem niet dat we het niet kunnen snappen. Maar natuurlijk zijn er vragen die ons op dit moment nog serieuze kopzorgen bezorgen en waar we nog niet veel over kunnen zeggen. Onderwerpen zoals bewustzijn, kosmologie en de fundamentele structuur van materie bijvoorbeeld. We mogen niet in

januari 2017  >  15


VRAAGSTUK

de valkuil van het pessimisme trappen. De afgelopen eeuwen alleen al hebben we een enorme vooruitgang geboekt, ondanks het aanwezige pessimisme. Er waren mensen die dachten dat we nooit zouden weten wat er zich in het binnenste van een ster bevindt. Het was net toen veel mensen die mening deelden dat wetenschappers de roodverschuiving ontdekten waarmee men de chemische elementen in een ster kon gaan bepalen. Ook werd er geopperd dat we nooit zouden weten wat leven is of waar de mens vandaan komt. Ondertussen hebben we moleculaire genetica, paleontologie en evolutietheorie en weten we al heel wat meer wat leven nu precies inhoudt en waar we vandaan komen. Het is gewoon hard werken. Je moet methodes bedenken en je hebt natuurlijk bepaalde doorbraken nodig. We kunnen niet voorspellen wat we in de toekomst zullen ontdekken, maar we moeten de handdoek daarom niet zomaar in de ring gooien.

ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE Ziet u de opkomst van artificiële intelligentie als een pluspunt voor het kritisch denken? Zal artificiële intelligentie op den duur onze rationele beslissingen nemen in onze plaats, of moet er dan nog altijd een menselijk element aan te pas komen? Ik denk niet dat dat moet, maar de kunstmatige intelligentie van dit moment is eigenlijk niet op dit soort zaken gericht; ze is eigenlijk zeer praktisch. Ze zit in smartphones en allerlei computers om het complexe leven van nu gemakkelijker te maken. Er zijn natuurlijk al verbluffende resultaten geboekt door artificiële intelligentie, kijk maar naar de computers die wereldkampioenen versloegen in complexe spelletjes zoals Go en schaken. Waarom zouden we dan op den duur geen andere zaken kunnen aanpakken? Computers hebben een veel grotere denkkracht dan wij en zijn een pak sneller. We kunnen hen ook zo programmeren dat ze niet dezelfde fouten zoals wij maken. Voorbeelden zoals data-analyse geven ons resultaten die we vroeger nooit voor mogelijk achtten.

16  >  januari 2017

De UGent zegt ons: ‘Durf Denken’, maar zo’n houding zit helaas niet systematisch bij iedereen ingebakken Zou er meer aandacht moeten zijn voor het kritisch denkvermogen in de maatschappij? Zou er bijvoorbeeld een vak over logisch redeneren moeten zijn op school? Wel, ik pleit daar al lang voor. Ik denk dat je dat al in de lagere school kunt aanbieden. Het doorprikken van drogredenen, het leren omgaan met pseudowetenschappen, bijgeloof en ga zo maar door. Het zou natuurlijk heel nuttig zijn dat kinderen, tieners en volwassenen allemaal feit en fictie kunnen onderscheiden. Zo zouden ze bijvoorbeeld een bullshitdetector kunnen aankweken op het internet. De Universiteit Gent zegt ons: ‘Durf denken’, maar zo’n houding zit helaas niet bij iedereen systematisch ingebakken. Het komt wel voor in veel vakken, maar een overkoepelend geheel, zoals dat in de Angelsak-

sische wereld bestaat, is er niet. Neem nu de inzichten van iemand als Daniel Kahneman. Dat is iemand die nog steeds leeft. Hij toont aan hoe slecht we zijn in het omgaan met toeval en waarschijnlijkheid. Voor bijna elke student is dat een nobele onbekende, maar zijn inzichten zouden even belangrijk geacht moeten worden als die van de grootste wetenschappers aller tijden. Iedereen heeft wel al eens van Sigmund Freud gehoord, maar Freud heeft niets verteld waar we iets aan hebben. Toch kent iedereen Freud, maar bijna niemand kent Kahneman. Kahnemans inzichten zijn niet alleen handig voor psychologen, maar ook voor ingenieurs, dokters enzoverder, maar doordat we allemaal in vakjes en faculteiten zitten, wordt kennis amper overgedragen van vakgebied tot vakgebied. Daar moeten we iets aan veranderen. Andries Rosseau Dit artikel verscheen eerder in Schamper (Schamper 573, 21 november 2016).

Johan Braeckman: ‘We mogen niet in de valkuil van het pessimisme trappen. De afgelopen eeuwen alleen al hebben we een enorme vooruitgang geboekt, ondanks het aanwezige pessimisme.’ © Gerbrich Reynaert


COLUMN

Trivia Beste lezer, Bij de aanvang van het nieuwe jaar mag ik de lezer als van oudsher verblijden met een positieve nieuwjaarsboodschap. 2017 wordt een grandioos jaar! Alles wordt anders. We gaan een nieuwe wereld tegemoet vol plezier, multitolerantie, afschaffing van de zwaartekracht, ontmanteling van de NAVO, détente, ontwapening, oplossing van het klimaatprobleem (welk klimaatprobleem?), versoepeling van de alcoholcontroles, herintroductie van de vrije liefde en het seksisme, vernieuwing van het neokapitalisme, legalisering van geestverruimende middelen, stimulering van de nulgroei, herwaardering van de ruimtelijke ordening, bevordering van de poëzie, uitbreiding van de verzuiling, verhoging van de subsidies voor De Geus en het Geuzenhuis en last but not least herwaardering van het statuut van de postbode. Dat laatste is niet onbelangrijk, want deze morgen liet de postbode opzettelijk het klepje van mijn brievenbus open, zodat de hevige regen rijkelijk naar binnen kon stromen. Ik viste mijn post uit de box en hing een belastingsbrief, een onbetaalde factuur en een aanmaning tot betaling van mijn hospitalisatieverzekering te drogen aan de waslijn. Groot was mijn tevredenheid toen ik ontdekte dat ik als man dubbel zoveel premie mag betalen dan een vrouw. Het zegt iets over onze meerwaarde. Maar ik wou het hebben over het statuut van de postbode. In betere tijden wandelde of fietste de postbode (altijd een man, in onberispelijk uniform, met kepi) rustig zijn buurt af, deelde kwistig cheques uit aan gepensioneerden en andere profiteurs, genoot van gul gevulde glazen jenever, onderhield urenlang vereenzaamde zielen, gaf huisvrouwen en passant een flinke beurt en stak steevast de juiste brieven in de verkeerde brievenbussen en de verkeerde brieven in de juiste brievenbussen. Niet zelden troffen wij bij valavond, langs de kant van de weg, een verdwaalde postbode aan die met fiets en al in de goot was beland, genietend van een diepe slaap na een roesachtige werkdag. De hele buurt stroopte toen de mouwen op om de over de weg verspreide poststukken te verzamelen en netjes te posten. Dat waren tijden, roept u, ja, maar de tijdgeest liet dat toe. Het is vooral na de laatste eeuwwisseling fout beginnen gaan. Postbodes moesten zo laaggeschoold mogelijk zijn, mochten hun haar laten groeien, liepen rond in vrijetijdskledij, kregen huisbezoekverbod en moesten bij het begin en einde van hun werktijd de ademtest afleggen. Een praatje met een vereenzaamde ouderling werd onverbiddelijk afgestraft. De fiets werd ingeruild voor een zeer luchtvervuilend en luidruchtig brommertje. Het parcours werd afgelegd met de chronometer in de ene hand, met de andere hand werden de poststukken van op afstand in je bus gemikt.

DEGEUS

En nu is er BPost. De mannen zijn ingeruild voor opgejaagde vrouwen. Ze rijden razend snel met een witte Berlingo, schelden je de huid vol als je niet tijdig je deur opendoet om een zoveelste on line pakketje – dat je nooit besteld hebt – te incasseren, vermijden ieder gesprek en zouden liefst van al alles via e-mail versturen. Maar wat schrijf ik hier allemaal? Het was nooit de bedoeling om een absurde column te wijden aan het statuut van de postbode. Het is allemaal de schuld van Filips II, de bloeddorstige despoot die op 5 juni 1568 Lamoraal van Egmond, eerste prins van Gavere, liet onthoofden op de Brusselse markt. Waarna Willem van Oranje de nodige lessen trok uit de situatie en vanaf dan als Willem de Zwijger het verzet tegen de koning leidde. Ik had me nooit dat enorm lijvige boek Filips II – Onmachtig koning van Geoffrey Parker mogen aanschaffen. Want daar staat het verband met mijn column, wit op zwart: Filips II was een maniakale briefschrijver. Dag en nacht. Hij sliep nauwelijks enkele uren, omdat hij steeds meer achterop raakte met zijn briefwisseling. Maar op dat soort wijsheden kick ik: ‘In veel gevallen verviel Filips in een woordenbrij die niet alleen het denkproces blootlegde dat de fundering vormde voor de besluiten die hij nam, maar ook veel details prijsgaf over zijn privéleven. Vele berichten gingen dan ook over wat zijn ministers neerbuigend trivia noemden: beslissingen die zij niet nodig achtten. Waar moesten zijn bouwlieden de toiletten (necesarias) plaatsen in het Escorial? (‘Laat deze toiletten daar plaatsen waar het keukenpersoneel ze niet kan ruiken’, hoewel ‘ik om de juiste beslissing te nemen, de tekeningen van de waterleidingen zou willen zien’).’ (p. 8, zo ver ben ik al geraakt). Trivia! Willem de Zwijger

januari 2017  >  17


BAANBREKER

Spiritualiteit als wetenschappelijke discipline? Sinds Leo Apostel weten we dat een wetenschappelijk gefundeerde atheïstische levensbeschouwing te verzoenen is met spiritualiteit. Psychologe en skeptica Susan Blackmore en neurowetenschapper, filosoof en ‘nieuwe atheïst’ Sam Harris gaan echter nog een stap verder. Zij menen dat (oosterse) spiritualiteit ons kan helpen in onze wetenschappelijke en filosofische zoektocht naar het begrijpen van ons bewustzijn. Harris betoogt dat, wanneer we oosterse spiritualiteit ontdoen van alle irrationele aspecten, we cruciale elementen overhouden die ook voor seculiere westerlingen bruikbaar zijn

Bewustzijn is vooralsnog wetenschappelijk moeilijk te begrijpen. Er bestaat zelfs nog geen wetenschappelijke consensus over een definitie. We weten – onder meer door de gevolgen die we vaststellen bij mensen met hersenschade – dat

de menselijke geest een product is van neurofysiologische processen in het brein. De voorbije jaren heeft de wetenschap haar kennis over die processen aanzienlijk uitgebreid: we kunnen de elektrische geladenheid van neuronen meten, het chemische

HET MYSTERIE VAN HET BEWUSTZIJN Veel atheïsten associëren spiritualiteit met vroom bijgeloof en esoterisch gezwets. Sam Harris betoogt echter dat, wanneer we oosterse spiritualiteit ontdoen van alle irrationele aspecten, we twee cruciale elementen overhouden die ook voor seculiere westerlingen bruikbaar zijn. Om te beginnen beschikt het Oosten over eeuwenoude expertise inzake het onderzoek naar de aard en de eigenschappen van het bewustzijn door middel van systematische introspectie. Daarnaast heeft het methoden ontdekt om de mentale inhouden van ons bewustzijn (emoties, gedachten) te transformeren en een groter gevoel van psychisch welzijn te ontwikkelen.

18  >  januari 2017

DEGEUS


BAANBREKER

gedrag in synapsen, de verwerking van informatie en de mechanismen achter ons zicht, gehoor en geheugen. Maar als we ons brein van buitenaf bekijken, wijst niets erop dat het als fysiek systeem bewustzijn herbergt. We weten alleen maar dat er bewustzijn is omdat we zelf bewust zijn. Het bewustzijn blijft een mysterie. Pogingen om het bewustzijn te begrijpen in termen van hersenactiviteit, leggen slechts een verband tussen het vermogen van een persoon om een ervaring te beschrijven en de specifieke toestanden in het brein die we met apparatuur kunnen meten. Dat levert fascinerende correlaties op voor de neurowetenschappen, maar brengt ons niet dichter bij een verklaring voor het ontstaan van het bewustzijn. Er wordt volgens Harris in het wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn te weinig onderscheid gemaakt tussen het bestuderen van de inhouden van het bewustzijn en het bewustzijn zelf. Het eerste kan gemakkelijk in neurofysiologische termen worden begrepen, het tweede © Norbert Van Yperzeele

niet. Hoe bewustzijn kan ontstaan uit niet-bewuste processen, blijft een raadsel.

We weten alleen maar dat er bewustzijn is omdat we zelf bewust zijn Onze ervaring van een verschijnsel is iets anders dan het wetenschappelijk beeld ervan. Je leest dit artikel nu (hopelijk) heel bewust maar je bent je totaal niet bewust van de elektrochemische gebeurtenissen die optreden in de biljoen synapsen in je brein terwijl je dit leest. In zijn invloedrijk essay What is it like to be a bat? (1974) stelde filosoof Thomas Nagel dat de subjectieve ervaring – de ervaring dat jij ‘jij’ bent – het kenmerkende criterium is om over bewustzijn te spreken. Vanuit het oogpunt van jouw ervaring, zegt Harris, ben je geen lichaam van atomen en moleculen, maar ben je bewustzijn en de voortdurend veranderende inhouden die daarin optreden. Susan Blackmore merkt op dat we in een persoonlijke mentale wereld leven. Als ik een glas rode wijn zie, kan ik niet weten of iemand anders dit op dezelfde manier ervaart. Ervaar jij de ‘roodheid’ van wijn hetzelfde als ik, of niet?

Hoe bewustzijn kan ontstaan uit niet-bewuste processen, blijft een raadsel WAAR IS ONS ZELF? De vraag hoe subjectieve ervaringen, zoals de roodheid van wijn, kunnen ontstaan uit materiële processen, brengt Blackmore bij de tegenstelling tussen lichaam en geest of het probleem van de dualiteit. De dualistische opvatting dat we een innerlijk zelf hebben dat het louter fysieke ontstijgt, is wijdverspreid. Er lijkt enerzijds de wereld van de materie te zijn, en anderzijds de wereld van onze subjectieve ervaringen. Vanuit naturalistisch standpunt is alles

DEGEUS

in deze wereld echter ‘stoffelijk’ en bestaat er geen afzonderlijke geesteswereld. ‘Maar waar pas ‘ik’ in het geïntegreerde systeem van inputs, outputs en meervoudige parallelle verwerkingssystemen van het brein?’, vraagt Blackmore zich af. Ik heb het gevoel dat ik daar middenin zit: ik ervaar wat er via mijn zintuigen binnenkomt en besluit hoe ik op die input reageer. Toch hebben de hersenen dit ‘ik’ niet nodig: er is geen centrale plaats of proces waar het zich zou kunnen bevinden. Het brein doet gewoon zijn werk zonder de aanwezigheid van een supervisor, beslisser of iemand die alles ervaart. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de hersenen een beweging motorisch reeds voorbereiden voordat een persoon zich bewust wordt van de beslissing om die beweging te maken.

Het brein doet gewoon zijn werk zonder de aanwezigheid van een supervisor, beslisser of iemand die alles ervaart. Het gevoel dat we een blijvend en geünificeerd zelf hebben is een illusie, omdat het gebaseerd is op neurologische processen die voorbijgaand en veelsoortig van aard zijn Harris trekt eenzelfde besluit: het gevoel dat we een blijvend en geünificeerd zelf hebben is een illusie, omdat het gebaseerd is op neurologische processen die voorbijgaand en veelsoortig van aard zijn. Met ‘zelf’ bedoelt Harris een innerlijk subject dat vanachter onze ogen naar een wereld kijkt waarvan het losstaat, en dat onze gedachten denkt en ervaringen beleeft. Maar alles wat ons tot mens maakt – ons gevoelsleven, ons taalvermogen en ons vermogen om impulsen te beteugelen – is verspreid over verschillende hersengebieden. Subjectief gesproken is er alleen bewustzijn en zijn

januari 2017  >  19


BAANBREKER

inhouden: er is geen innerlijk zelf dat bewust is. Mentale toestanden zoals de wil, herinneringen en lichaamsbewustzijn mogen niet verward worden met het bestaan van dit (illusoire) zelf. Er is een conflict tussen de wetenschappelijke bevindingen over ons bewustzijn en zelf en onze intuïties daarover. Blackmore en Harris zien introspectie als een noodzakelijk middel om beter inzicht te verwerven in het bewustzijn en het zelf. Ze gebruiken daarvoor meditatiesystemen uit het Oosten.

Er is een conflict tussen de wetenschappelijke bevindingen over ons bewustzijn en zelf en onze intuïties daarover. Blackmore en Harris zien introspectie als een noodzakelijk middel om beter inzicht te verwerven in het bewustzijn en het zelf. Ze gebruiken daarvoor meditatiesystemen uit het Oosten MEDITATIE ALS EERSTEPERSOONSWETENSCHAP Sam Harris onderzocht vooral het boeddhisme en advaita vedanta, een spirituele stroming binnen het hindoeïsme. Het voordeel van deze methoden van zelfonderzoek en meditatie is dat je ze in een seculiere context kunt beoefenen, zonder te moeten geloven in de religieuze voorstellingen (zoals karma en wedergeboorte) die tot deze tradities behoren. Als je het religieus geloof uit het boeddhisme weglaat, blijft er volgens Harris een eerstepersoonswetenschap over. Het boeddhisme beschikt over een literatuur over de eigenschappen van de geest die zijn gelijke niet kent binnen de westerse religie of wetenschap. Hij omschrijft die geschriften als ‘laboratoriumhandboeken en

20  >  januari 2017

logboeken van onderzoekers die de resultaten van empirisch onderzoek naar de aard van het menselijk bewustzijn precies beschrijven’. Ze stellen dat ons conventionele zelfgevoel een illusie is, dat positieve gevoelens als compassie en geduld vaardigheden zijn die we kunnen leren en dat onze manier van denken een grote invloed heeft op hoe we de wereld ervaren. De meest bekende vorm van meditatie is mindfulness of het ontwikkelen van een helder, niet-oordelend bewustzijn van wat zich voordoet in geest of lichaam – gedachten, sensaties, stemmingen – zonder het plezierige te willen vasthouden of het onplezierige te willen onderdrukken. Wetenschappelijke studies tonen dat het beoefenen van mindfulness leidt tot vermindering van pijn, angst en depressie en tot een beter cognitief functioneren. Het voornaamste obstakel bij mindfulness is dat we snel afgeleid worden door gedachten. Het probleem ligt echter niet bij die gedachten zelf, zo klinkt het, want afgeleidheid is de normale toestand van de menselijke geest. Het probleem is het gevoel dat je samenvalt met je gedachten. Niet beseffen dat een gedachte een voorbijgaande verschijning in het bewustzijn is, is een recept voor veel soorten van menselijk ongeluk. Harris vergelijkt het effect van mindfulness met het bekijken van een bioscoopfilm, waarbij je eerst helemaal opgaat in de film, tot je plots beseft dat je slechts naar een lichtspel op de muur kijkt. Je blijft dan hetzelfde zien, maar de betovering is verbroken. Op eenzelfde wijze zijn we voortdurend in de ban van de film van ons leven. We streven naar pleziertjes en proberen ongemak te vermijden, in een niet-aflatende zoektocht naar bevrediging. Maar onophoudelijke verandering is een onbetrouwbare basis voor blijvende vervulling. In de boeddhistische literatuur geldt mindfulness als een remedie voor dukkha, het gevoel van onvrede dat inherent is aan het bestaan. Door je geest volledig naar het huidige

moment te brengen, kan je loskomen van het zelf. Mindfulness is een geestelijke vaardigheid die je kan ontwikkelen door talent en training, net zoals sportieve vaardigheden. Hoe weten we dat het conventionele zelfgevoel een illusie is? Doordat het verdwijnt als we het aandachtig bekijken, stelt Harris. Het blijkt uiteindelijk slechts een tijdelijke verschijning binnen ons bewustzijn. Het heeft Harris wel jaren gekost voor hij zich dit realiseerde, dankzij de lessen van een Tibetaanse lama. Intellectueel begrijpen dat er geen zelf is, is immers iets anders dan het direct ervaren. Verzonken zijn in gedachten is onze normale dagelijkse toestand. In onze geest speelt zich een voortdurende monoloog af waarmee we ons identificeren. Als jij je er niet bewust van bent hoe gedachten voortdurend opkomen en verdwijnen, lijkt het alsof je die gedachten bént. Door meditatie kan je die identificatie met je gedachten leren doorbreken. In subjectieve zin ben je bewustzijn, en niet de producent van de gedachten en ervaringen die in het bewustzijn opkomen. En bewustzijn is vormloos. De aard van onze gedachten (negatief, positief) of ervaringen (aangenaam, onaangenaam) heeft er geen effect op, net zoals de reflecties in een spiegel geen effect hebben op die spiegel zelf. ‘Datgene wat zich bewust is van verdriet, is niet verdrietig. Dat wat zich bewust is van angst, is niet bang’, aldus Harris. Die momenten van bewustzijn zonder zelf zijn momenten van vrijheid, die je door oefening kunt herhalen en die steeds langer duren.

Als je het religieus geloof uit het boeddhisme weglaat, blijft er een eerstepersoonswetenschap over ZENVRAGEN (EN -ANTWOORDEN) Susan Blackmore koos niet voor mindfulness, maar voor zenmeditatie. Ze ziet heel wat overeenkomsten

DEGEUS


BAANBREKER

tussen wetenschap en zen: beide vereisen dat je vragen stelt, strenge onderzoeksmethoden toepast en niet vasthoudt aan vooropgestelde ideeën of blind geloof. Zen heeft wel doctrines, maar dit zijn slechts voorlopige pogingen om het universum te begrijpen. Blackmore beoefent geen zenmeditatie om dukkha te ontstijgen, maar omdat ze het wetenschappelijk onderzoek naar het bewustzijn wil combineren met de introspectie van de geest die zichzelf onderzoekt. Zen biedt technieken om de geest te kalmeren en op bepaalde vraagstellingen te concentreren. Traditioneel is de techniek gericht op koans, paradoxale raadsels of verhalen met als doel het rationele denken te overstijgen en de realiteit direct te ervaren. In Het mysterie van het bewustzijn doet Blackmore verslag van haar worsteling met tien vragen, waarvan er enkele uit de zentraditie komen. Voorbeelden van vragen waarop ze intensief mediteerde, zijn: ü Ben ik nu bewust? ü Waar was ik me een moment geleden van bewust? ü Wie stelt de vraag? ü Hoe ontstaat een gedachte? ü Wat ben ik aan het doen? Het is natuurlijk onbegonnen werk om het meditatieproces hier eventjes samen te vatten. Blackmores conclusies gaan wel in tegen onze oppervlakkige intuïties over bewustzijn. We zijn volgens haar geen entiteiten met een permanent zelf in de zetel van het bewustzijn. Er vinden in het brein voortdurend verschillende parallelle en opeenvolgende processen plaats die sensaties, percepties, gedachten, meningen, gevoelens en wilsuitingen oproepen. Niets daarvan gebeurt in of buiten het bewustzijn, want een dergelijke plaats bestaat niet. Meestal is er bij die processen geen zelf of innerlijke waarnemer betrokken. Bij processen waarbij wel een waarnemer betrokken is, bijvoorbeeld als we reflecteren over

DEGEUS

de vraag ‘wie ben ik?’, construeren onze hersenen een observerend zelf of ‘ik’. Maar als we goed kijken, merken we dat dit ‘ik’ tijdelijk en veranderlijk is. Deze ‘ikken’ komen op en verdwijnen samen met de sensaties, gewaarwordingen en gedachten die ze lijken te hebben. Op momenten waarop Blackmore niet bewust reflecteert op dat ‘ik’, is het echter onmogelijk om te zeggen of er iemand is die iets bewust ervaart. De wetenschap zou volgens Blackmore in de eerste plaats de momenten dat we dergelijke waarnemers construeren verder moeten onderzoeken, om te begrijpen wat er dan in de hersenen gebeurt. Ze vermoedt dat dergelijke processen tot een verbinding leiden tussen zintuiglijke en motorische processen en verbale processen die een zelf of ‘ik’ construeren. Het stellen van vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘ben ik mij nu bewust?’ gaat vermoedelijk gepaard met een omvangrijke integratie van processen overal in de hersenen en een besef van een voller bewustzijn. Het zijn zeldzame momenten, maar ze dragen onevenredig bij aan het besef ‘hoe het is om mij te zijn’. Dit soort van rijk zelfbewustzijn komt volgens haar ook vaker voor bij mensen die mindfulness beoefenen.

Wetenschappelijke studies tonen dat het beoefenen van mindfulness leidt tot vermindering van pijn, angst en depressie en tot een beter cognitief functioneren BEPERKINGEN VAN DE INTROSPECTIEVE METHODE Blackmore en Harris besluiten dus dat het zelf een tijdelijke verschijning is, maar de aard van het bewustzijn blijft voor allebei een raadsel. Harris maakt een onderscheid tussen het bewustzijn en het zelf, voor Blackmore vormen ze samen een (illusoir) pakket dat verschijnt en verdwijnt. Harris lijkt zich tevreden te stellen met een bewustzijnservaring zonder zelfgevoel,

terwijl Blackmore haar zenvragen blijft afvuren op ‘dat wat zich bewust is’, zoals Harris het noemt. In de (ernstige) spirituele literatuur treft men overigens nog andere opvattingen over bewustzijn en zelf aan. Sommige spirituele leraren concluderen dat het zelf verdwijnt als we het zoeken, omdat het precies het zelf is dat de zoektocht onderneemt. Net zoals het oog zichzelf niet kan zien, kan het zelf zichzelf niet vinden. Ook de introspectieve methode heeft dus duidelijk haar grenzen. Het minste wat je kunt zeggen is dat (de interpretaties) van de waarnemingen via introspectie niet eenduidig zijn. De voornaamste valkuil is dat we onze introspectie laten bepalen door onze vooronderstellingen. Op de vraag hoe materiële processen in het brein tot subjectieve ervaringen leiden, heeft introspectie helemaal geen antwoord. Ondanks deze beperkingen meen ik, net als Harris en Blackmore, dat we gezien de subjectieve aard van het bewustzijn en het zelf niet om introspectie heen kunnen. Voor mij draait het echter om het tweede aspect van spiritualiteit dat Harris verdedigt: transformatie door doelbewuste training van de geest. Centraal daarbij staat het ontwikkelen van levenswijsheid, van innerlijke vrede en van mededogen voor alle voelende wezens (inclusief onszelf!) kortom, een aangenamer persoon te worden, voor onszelf en de anderen. In absolute termen mag er dan wel geen zelf zijn, onze persoonlijkheid (onze neigingen, voorkeuren en antipathieën) kleurt de wereld. Pascal Versavel Meer lezen? Susan Blackmore, Het mysterie van het bewustzijn. Inzicht in het brein door meditatie en mindfulness. Arbeiderspers, 2010. Sam Harris, Het huidige moment. Spiritualiteit zonder religie. Uitgeverij Nieuwezijds, 2014.

januari 2017  >  21


FILOSOOF OVER FILOSOOF

Seneca

Domínguez Sánchez, Manuel: De Dood van Seneca, 1871. Na valse beschuldigingen over een samenzwering tegen Nero werd Seneca in 65 tot zelfdoding gedwongen.

EEN VRIEND VAN 2018 JAAR In eerste instantie schreef ik voor deze rubriek een tekst over de Amerikaanse filosoof en wiskundige James Moor (°1942). Als één van de grondleggers van de computerethiek is Moor een onmiskenbaar belangrijke inspirator voor mij. Veel van de hedendaagse problemen, zoals surveillance, privacy en de talrijke veiligheidsschandalen, werden decennia geleden al door hem voorspeld. Omwille van het themanummer over de Nacht van de Vrijdenker verschoof mijn artikel over Moor naar het januarinummer, wat me de tijd gaf om verder na te denken. Ja, Moor is een inspirator, maar toch vooral op werkvlak. Als het gaat om inzichten die mij in het leven van alledag inspireren, zijn er andere bezielers, in het bijzonder de Romeinse filosoof en schrijver Seneca. Over de levensloop van Lucius ­Annaeus Seneca heerst veel onduidelijkheid. Waarschijnlijk werd hij in het eerste jaar voor onze jaartelling geboren, al kan dat ook het achtste of het vierde jaar geweest zijn. Seneca zag het levenslicht in het Zuid-Spaanse Cordoba, maar groeide, als zoon van

22  >  januari 2017

een welgestelde familie, op in Rome waar hij invloedrijk werd als staatsman en filosoof. In 41 verbande keizer Claudius hem naar Corsica, na een affaire met de zus van Caligula. Pas in 49 werd hij uit ballingschap teruggeroepen, om in Rome te werken als mentor van Nero, van wie hij later politiek

raadgever werd. In 62 trok Seneca zich terug uit het publieke leven. Na valse beschuldigingen over een samenzwering tegen Nero werd hij in 65 tot zelfdoding gedwongen.

Je moet niet verbaasd zijn dat het reizen je geen goed doet, wanneer je altijd jezelf meeneemt, je blijft immers opgezadeld met de reden die je wegdreef Seneca’s werk bestaat voornamelijk uit traktaten (dialogi), brieven en tragedies. Qua filosofische school behoort hij tot de Stoa of het stoïcisme. Bij de stoïcijnen staat de wijsheid van het goede leven, en de rol van deugdelijkheid daarin, centraal. Het is essentieel om te leven in overeenstemming met de natuur. De Stoa hecht veel belang aan zelfzorg en rede. Hoewel het uitgangspunt is dat er orde en voorzienigheid in het universum zijn, beschikt de mens toch over vrije wil. In het werk

DEGEUS


FILOSOOF OVER FILOSOOF

van Seneca is steeds een morele dimensie aanwezig.

EIGEN JEZELF TOE Tot zover de feiten. Waarom kies ik Seneca voor deze rubriek? Waarom pleit ik voor een filosoof die, in De Constantia Sapientis, de vrouw omschrijft als een dier dat niet nadenkt? Vanzelfsprekend ga ik niet met al zijn stellingen akkoord. Maar zijn talrijke oefeningen in de praktische filosofie, waarbij hij richtlijnen uitschrijft voor het goede leven, werken inspirerend. Veel van zijn schrijfsels, steevast geschreven in een heldere stijl, lezen bovendien verrassend actueel. Een eerste belangrijke inspiratiebron is de waarde die hij hecht aan zelfonderzoek. De eerste brief van zijn Epistulae Morales ad Lucilium, gericht aan zijn jongere vriend Lucilius, heft hij aan met ‘vindica te tibi’: ‘eigen jezelf toe’ of ‘besteed tijd aan jezelf’. Hij roept Lucilius op grondig te investeren in zelfkennis en gewetensonderzoek. Als je weet waar je voor staat, dan raak je jezelf niet kwijt als je iets overkomt. In brief zestien schrijft hij: ‘Pluis jezelf uit en onderzoek jezelf op verschillende manieren en houd jezelf in de gaten; kijk vooral hiernaar, of je vorderingen gemaakt hebt in de filosofie of in het leven zelf.’ Ieder van ons hangt aan zichzelf vast en dat kan een lastige opdracht zijn. Velen zijn druk bezig met zichzelf te ontvluchten: ze gaan op reis, maken uitstapjes, boeken een weekendje weg, maar ze zijn nog niet teruggekeerd of gevoelens van ongemak en rusteloosheid bekruipen hen alweer. In De Tranquillitate Animi schrijft Seneca hierover: ‘De ene reis na de andere, show na show. Zoals Lucretius het zegt: Op die manier vlucht ieder voor zichzelf. Maar wat heb je eraan als je niet ook echt ontsnapt? Je volgt jezelf, je zit jezelf steeds lastig op de hielen. We moeten dus beseffen: niet de locaties zijn ons probleem maar wijzelf.’ Hij vervolgt: ‘Als alle ontspanning wegvalt die juist aan die drukke bezigheden te danken is, wordt het ondraaglijk: dat huis, die stilte, die vier

DEGEUS

muren. En met tegenzin zie je dat je bent overgelaten aan jezelf. Het gevolg? Verveling, ontevredenheid met jezelf, ongedurigheid doordat je nergens geestelijk rust vindt. Uitzitten van je vrije tijd, bedrukt en ellendig.’ Net daarom zijn zelfonderzoek en –kennis zo essentieel: als je met jezelf een goede relatie onderhoudt, heb je geen reden om voor weg te vluchten of om weg te zakken in verveling of zelfbeklag. Wie zichzelf zaken te verwijten heeft, is (geestelijk) onvrij en leeft dag in dag uit samen met een vijand die nooit vertrekt. Ook Socrates, waaraan Seneca refereert in brief achtentwintig, sprak hierover: je moet niet verbaasd zijn dat het reizen je geen goed doet, wanneer je altijd jezelf meeneemt, je blijft immers opgezadeld met de reden die je wegdreef.

‘Je moet er niet langer naar streven dat de wereld over je praat, maar leren met jezelf te praten. Keer tot jezelf in, maar bereid je eerst goed voor, zodat je daar waardig ontvangen wordt’ Michel de Montaigne In zijn Essays schrijft de 16de-eeuwse Franse filosoof Michel de Montaigne in de geest van zijn grote leermeester Seneca deze prachtige woorden: ‘Je moet er niet langer naar streven dat de wereld over je praat, maar leren met jezelf te praten. Keer tot jezelf in, maar bereid je eerst goed voor, zodat je daar waardig ontvangen wordt.’ Wie zichzelf goed kent, is ook minder ontvankelijk voor het oordeel van anderen en laat zijn leven niet van (de goedkeuring van) anderen afhangen. Zelfkennis is ook weten wat je talenten zijn, zodat je je tijd goed kunt besteden en niet nodeloos gefrustreerd raakt. In De Tranquillitate Animi lezen we: ‘Je moet nagaan of jouw karakter beter past bij praktische activiteit of bij rustige studie en reflectie. Vervolgens moet je de kant kiezen waar je talenten liggen.’ Seneca pleit nergens voor ongebreideld individualisme. Ieder van ons

moet verantwoordelijkheid opnemen voor het ontwikkelen van een moreel karakter. Innerlijke vrijheid en zelfkennis fungeren daarbij als moreel kompas. In De Vita Beata stelt hij: ‘Mensen helpen, dat moet ik van de natuur. En of die nu slaaf zijn of vrij, vrijgeboren of vrijgelaten, officieel vrijgelaten of in de vriendenkring, wat maakt het uit? Overal waar een mens is bestaat de gelegenheid goed te doen.’

TIJD IS GEESTELIJK VOEDSEL Een tweede thema bij Seneca dat mij in het bijzonder aanspreekt, is dat van zinvolle tijdsbesteding. Vandaag leven velen steeds meer op het ritme van de media. Gemiddeld zouden we 88 keer per dag op onze smartphone kijken. Het onderhouden van onze mailbox(en) is een vorm van sisyfusarbeid: tegen dat je al je mails beantwoord hebt, loopt de respons erop al binnen. Slow-bewegingen, onthaasten en digital detox zijn ondertussen gekende fenomenen. Tegelijkertijd cultiveert onze maatschappij drukte als een statussymbool: wie het niet druk heeft, doet niet genoeg haar best en haalt niet voldoende uit het korte leven. Het ‘druk druk druk’-discours is echter geen 21ste-eeuws fenomeen. Door Seneca weten we dat dit debat eeuwenoud is: ‘Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort; we hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord’ (De Brevitate Vitae). Hij houdt vervolgens een pleidooi om kieskeuriger om te gaan met tijd. We bekommeren ons vooral om materieel bezit, maar niet om het immateriële, zoals tijd. Maar als iemand vraagt of je ‘eventjes tijd’ hebt, antwoord je daar volgens Seneca beter niet achteloos ‘ja’ op. Je moet goed weten waaraan je je kostbare tijd precies uitleent, want die krijg je nooit meer terug. Ook is het dwaas is om je leven en plannen uit te stellen tot ‘later’. Velen hebben het druk druk druk, maar als je van naderbij bestudeert waarmee precies, blijken ze zich onledig te houden met ‘druk nietsdoen’, stelt Seneca. In De Tranquillitate Animi schrijft hij: ‘We moeten bezuinigen op

januari 2017  >  23


FILOSOOF OVER FILOSOOF

al dat rondrennen wat we een groot deel van de mensen zien doen. Ze dwalen langs huizen, theaters, forums, bemoeien zich met andermans zaken, steeds lijken ze druk bezig. (...) Rondhangen zonder duidelijk plan, op zoek naar een bezigheid. Niet iets doen wat je hebt bedacht maar wat op je weg komt.’ In plaats van je te laten opjagen en krampachtig een doel te zoeken, focus je je beter op gerichte activiteiten. Filosofie is voor Seneca, uiteraard, een nuttige en zinvolle tijdsbesteding. In brief 1 schrijft hij aan Lucilius: filosofie ‘vormt en kneedt de ziel, ordent het leven, stuurt het handelen, geeft aan wat gedaan en nagelaten moet worden, zetelt aan het roer en stuurt de vaart door hachelijke stromingen.’ Ook je vrienden kies je beter verstandig: ‘Vooral als het om mensen gaat moeten we selectief zijn. Zijn ze de moeite waard om een deel van ons leven aan te besteden?’ (De Tranquillitate Animi). In onze 24/7 cultuur waarin we onverwijld bereikbaar willen zijn en updates van vrienden steeds binnenstromen via sociale media, staat onze geest onder spanning. We zijn wel bezig, maar geraken niet altijd vooruit. Het belang van rust voor de geest is ook een thema bij Seneca. ‘Ja, we moeten geestelijk kunnen bijkomen, en dat vraagt geregeld om tijd. Want tijd is ons geestelijk voedsel, tijd geeft kracht. Ook wandelingen maken in de natuur werkt goed, dan komen we buiten de deur en krijgen we frisse lucht. (...) Soms geeft ook een rijtochtje, een reis, een wisseling van streek nieuwe energie, of een gezellig samenzijn en ‘vrij drinken’’ (De Tranquillitate Animi). Hij roept op om elke dag op tijd te stoppen met werken en prijst hiervoor zijn politieke voorvaders: ‘Onze voorvaders hebben een verbod ingesteld in de senaat: geen nieuwe voorstellen meer na vier uur!’ (De Tranquillitate Animi) Onze beleidsvoerders, die met een vermoeide geest gewichtige beslissingen durven nemen tijdens nachtelijke bijeenkomsten, zouden baat hebben bij het lezen van de gekende Romeinse filosoof.

24  >  januari 2017

LACH OM HET LEVEN Seneca propageert ook het belang van intellectuele zelfstandigheid: durf je eigen pad te bewandelen, zelfs al is dat niet de weg van de meerderheid. ‘Iedereen wil liever anderen geloven dan zelf oordelen’ (De Vita Beata). Enkel door zélf te denken voorkom je dat je gedachteloos mee stapt in iets. ‘Het belangrijkste wat ons dus te doen staat, is niet als schapen de kudde volgen van wie voor ons lopen, zodat we niet voortgaan in de richting die wij moeten gaan, maar die men gaat,’ schrijft hij in De Vita Beata. Als we achteloos volgen zonder in vraag te stellen of dat pad wel wenselijk is, ‘verslijten we ons korte leven op doolwegen.’ Een belangrijke les die hij meegeeft: hoed u voor de massa.

Het ‘druk druk druk’discours is geen 21steeeuws fenomeen. Door Seneca weten we dat dit debat eeuwenoud is En ja, het leven kan een last zijn en ‘soms bekruipt je een algehele weerzin tegen de mensheid’ (De Tranquillitate Animi). Toch roept hij op om positief ingesteld te blijven en steeds de humor in het leven te zoeken: ‘laten we liever Democritus nadoen dan Heraclitus. De eerste moest altijd lachen zo gauw hij in het openbaar verscheen, de tweede huilen’ (De Tranquillitate Animi).

MENSELIJK AL TE MENSELIJK Uiteraard ben ik het zeker niet altijd eens met hem. Bijvoorbeeld als hij schrijft over berusten in het ‘lot’: ‘Je moet dus berusten in je toestand en daar zo min mogelijk over klagen. Kijk naar de goede kanten ervan en grijp die vast. Iets kan nog zo verschrikkelijk zijn, wie het hoofd koel houdt vindt iets van troost’ (De Tranquillitate Animi). Het is net doordat velen net niét berustten, dat we morele vooruitgang konden boeken. Denk maar aan het lot dat vrouwen eeuwenlang beschoren was en in veel landen helaas nog steeds is. Gelukkig is Seneca in dezen niet

altijd consequent; zo roept hij ook op om boven jezelf uit te stijgen. ‘Daarom is afwijken uit de normale baan nodig. Weggalopperen, op de leidsels bijten, je ruiter meevoeren en naar hoogten brengen waar hij zelf niet naar had durven opstijgen’ (De Tranquillitate Animi). Seneca werd vaak hypocrisie verweten. Zo komt zijn pleidooi voor een sober leven niet bepaald geloofwaardig over, gezien zijn enorme rijkdom. In De Vita Beata bijt hij daarom van zich af: ‘Ophouden dus met dat geldverbod voor filosofen! Niemand heeft de wijsheid veroordeeld tot armoede. Het bezit van een filosoof mag gerust omvangrijk zijn. Als hij het maar bij niemand heeft weggehaald en er geen bloed van anderen op zit, als hij er maar aan is gekomen zonder iemand onrecht te doen, zonder smoezelige zaken.’ In zijn werken houdt Seneca zich vast aan een ideaal, terwijl hij toegeeft dat hij zelf menselijk en bijgevolg feilbaar is: ‘ik drijf nog in een zee aan karakterfouten’ (De Vita Beata). Om deze redenen en vele andere raad ik iedereen van harte aan om zich te verdiepen in het werk van Seneca. Veel van zijn naar het Nederlands vertaalde traktaten werden bovendien in mooie, kleine boekjes uitgegeven, die ideaal zijn om te schenken aan geliefden, vrienden en kennissen. Een werk van Seneca cadeau doen is echt veel fijner dan die obligate chocolade, bloemen of wijn, omwille van het blijvend genot (en bijwijlen ergernis) voor de geest. Katleen Gabriels Over de auteur: Katleen Gabriels studeerde Germaanse Talen en Moraalwetenschappen en is doctor in de Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen. Momenteel werkt ze als postdoctoraal onderzoeker aan de VUB. Katleen is gespecialiseerd in media- en computerethiek; afgelopen oktober verscheen haar boek Onlife. Hoe de digitale wereld je leven bepaalt (Lannoo).

DEGEUS


CULTUUR

Vrouwen als erotisch object in film EEN EVOLUTIONAIRE KIJK OP DE MALE GAZE Hoe komen vrouwen in beeld in de gemiddelde Hollywoodfilm? Dat ze vaak geseksualiseerd worden, is een open deur. Hun lichaam wordt geobjectiveerd, gereduceerd tot een object van mannelijk erotisch verlangen. © Getty Images In dat opzicht is het beeld van de in bikini geklede, uit het water oprijzende Ursula Andress nog steeds exemplarisch. Die tendens wordt in de feministische filmkritiek beschreven met de term the male gaze. Je hoeft geen filmtheoreticus te zijn om inderdaad te zien dat deze manier om vrouwen in beeld te brengen dominant is. Feministische filmcritici zoals Laura Mulvey - die de term in de jaren 70 lanceerde - verklaren de male gaze vanuit een psychoanalytisch kader en vanuit het ‘patriarchaat’. De male gaze zou een reflectie zijn van een ongelijke machtsverhouding en een middel tot dominantie. Hij weerspiegelt de patriarchale orde, die erotiek gecodeerd heeft op een manier die het patriarchaat ondersteunt. Griet Vandermassen laat echter zien dat, om deze tendens tot seksualisering en objectivering van vrouwen in de film te verklaren, een evolutionair paradigma nuttiger is dan de psychoanalytische denkkaders waar veel feministische filmcritici nog steeds in vast zitten. En passant maakt haar analyse inzichtelijk hoe feministische theorievorming in het algemeen baat zou hebben bij biologische en evolutionaire wetenschappelijke inzichten, die zij al te vaak links laat liggen. Mannen lijken geobjectiveerde seksuele prikkels gewoonweg opwindend te vinden, of de objecten van hun verlangen nu een penis bezitten of niet, en los van enig machtsonevenwicht

DEGEUS

Het moet een van de meest memorabele filmscènes van de jaren 1940 zijn. Een flamboyante Rita Hayworth, gehuld in zwartsatijnen avondjurk met blote schouders en split, maakt haar zwierige intrede in het casino. Uitdagend heft ze Put the Blame on Mame

januari 2017  >  25


CULTUUR

aan, een aanklacht tegen de onterechte mannelijke verdachtmakingen aan haar adres. Haar onstuimige act wordt openlijk seksueel wanneer ze plagend een van haar lange handschoenen afstroopt. De andere volgt. Hij belandt in de gretige handen van een hitsige toeschouwer. Na ook haar halsketting te hebben weggeslingerd, verzoekt ze het publiek om assistentie bij haar verdere ontkleding. Het casinopersoneel grijpt in en sleurt haar van het podium. De film noir Gilda (1946), geregisseerd door Charles Vidor, maakte van Rita Hayworth een van de meest gezochte actrices ter wereld. Regisseurs bezweken massaal voor haar sensuele optreden. Zij waren echter niet de enigen. Haar ‘aangeklede striptease’ trok ook veel mannen met niet-artistieke bedoelingen aan, wat Hayworth de bekende uitspraak ontlokte dat mannen verliefd werden op Gilda, maar wakker werden met Rita. De van nature eerder schuchtere actrice was de dupe geworden van een imago gecreëerd door een fictief personage. Haar ervaring getuigt van een bekende kloof tussen de mannelijke en de vrouwelijke seksuele psychologie: mannen laten zich gemakkelijk het hoofd op hol brengen door een mooie, seksueel beschikbaar ogende vrouw, terwijl het omgekeerde veel minder geldt. De hele mise-enscène van Gilda (licht, kostuums, rekwisieten en acteursopstelling) speelt in op die mannelijke seksuele psychologie. Alles is erop gericht om Hayworth tot erotisch spektakel te transformeren. Sommige filmtheoretici verklaren de Hollywoodtendens om vrouwen te seksualiseren en te objectiveren aan de hand van twee hoofdoorzaken: een patriarchale kijk op seksueel verschil en castratieangst. Zinnen als de volgende ervaren zij als erg diepzinnig: ‘het vrouwelijk verlangen is onderworpen aan haar beeld als draagster van de bloedende wonde, zij kan slechts bestaan in relatie tot castratie en kan die niet overstijgen.’ Het essay waaruit dit citaat stamt, van de Britse filmtheoretica Laura Mulvey, lag aan de basis van een belangrijke stroming binnen

26  >  januari 2017

de mediastudies en de feministische filmstudies. Het introduceerde een invloedrijk nieuw concept, dat ook in het Nederlands onvertaald wordt gelaten: de male gaze (mannelijke blik).

DE MALE GAZE EN PSYCHOANALYSE Mulvey bedacht de term male gaze in 1975, als verwijzing naar de manier waarop vrouwen in Hollywoodfilms vaak fungeren als erotisch object. Mainstreamcinema, stelde zij, reduceert vrouwen tot passief voorwerp van voyeurisme en mannelijk verlangen. Mannen worden daarentegen voorgesteld als actief en als bezitters van de blik, en daarmee als vertegenwoordigers van de macht. Vrouwen worden bekeken en tentoongesteld, waarbij alles erop gericht is hun visuele en erotische impact te maximaliseren. Ze functioneren als erotisch object voor de filmpersonages en voor de kijker, die zich, aldus Mulvey, identificeert met de mannelijke protagonist en daar een gevoel van almacht aan ontleent.

Schoonheid is niet zomaar een culturele constructie. Schoonheidsstandaarden vertonen culturele invloeden, maar de structurele componenten van wat wij ervaren als vrouwelijke schoonheid zijn over de hele wereld gelijklopend en komen neer op aanwijzingen van vruchtbaarheid In haar poging om de visuele focus op vrouwen te begrijpen, deed ­Mulvey beroep op de freudiaanse noties scopofilie and castratieangst. Volgens Freud is scopofilie, het plezier dat kijken ons verleent, fundamenteel seksueel van oorsprong. We verlangen ernaar het private en verbodene te zien, zoals de genitale en lichamelijke functies van anderen, en daardoor genieten we ervan naar anderen te kijken. Cinema,

stelde Mulvey, bevredigt dit scopofiele verlangen, omdat film kijken op die voyeuristische fantasieën inspeelt. We zitten in het donker, waar een hermetisch afgesloten wereld zich voor onze ogen ontvouwt. Zij verklaarde het bestaan van de male gaze verder in termen van castratieangst en het patriarchaat. Omdat de vrouw geen penis heeft, symboliseert zij de dreiging van castratie. Door haar op het scherm te objectiveren en tot fetisj te maken, probeert de man de controle over haar te verwerven en zijn castratieangst te overwinnen. Tegelijk zou de male gaze een reflectie zijn van een ongelijke machtsverhouding en een middel tot dominantie. Hij weerspiegelt de patriarchale orde, die erotiek gecodeerd heeft op een manier die het patriarchaat ondersteunt. © Getty Images


CULTUUR

Veel feministische filmtheoretici aanvaarden Mulveys psychoanalytische uitgangspunten, maar proberen haar theorie te verfijnen door er bijvoorbeeld de vrouwelijke kijker of het kritisch potentieel van de toeschouwer bij te betrekken. De vraag is of dat veel zoden aan de dijk brengt. Van de psychoanalyse is immers uitgebreid aangetoond dat zij allerminst als een wetenschap kan gelden, maar eerder onder de noemer pseudowetenschap ressorteert. Dat heeft met veel factoren te maken, waaronder de vernietigende bevindingen over Freuds leugens, zijn manipulatie van zijn materiaal, zijn onvermogen om mensen te genezen en zijn arbitraire methodologie, waardoor hij steeds tot de vooropgestelde conclusies kon komen. Freuds gebrek aan ontvankelijkheid

voor kritiek getuigt evenmin van een wetenschappelijke houding. ‘Dissidenten’ werden eruit gezet. Vandaag kenmerkt de psychoanalyse zich nog altijd door elkaar bekampende afsplitsingen. Men hanteert immunisatiestrategieën: kritiek wordt afgedaan als ‘weerstand’ tegen centrale psychoanalytische inzichten. Er is geen ontwikkeling van hypothesen, geen experimentele toetsing en, in een therapeutische setting, amper gebruik van controlegroepen.

Het bestaan van de male gaze is evolutionair perfect voorspelbaar. We hebben geen castratieangst nodig om het fenomeen te verklaren, en het hoeft niet op minachting voor vrouwen te wijzen – wat niet uitsluit dat dit soms het geval kan zijn Ook van de theorievorming van Freud blijft weinig heel. Het concept van verdringing (volgens Freud de ‘hoeksteen’ van de psychoanalyse) is bijvoorbeeld weerlegd, dromen zijn geen wensvervulling, autisme ontstaat niet door een koude moeder, neurosen ontstaan niet door seksuele verdringing en onze persoonlijkheid is niet het gevolg van ervaringen in onze kindertijd. Meer dan honderd jaar na haar ontstaan blijft de psychoanalyse zonder enige bevestiging, en haar visie op de werking van de menselijke geest is weerlegd door cognitief en neurobiologisch onderzoek. Zo is ons brein een gespecialiseerde informatieverwerker, geen hydraulisch systeem met daarin het Es, Ich en Über-Ich. Het cognitief onbewuste zoals blootgelegd door de neurowetenschappen is fundamenteel anders dan Freuds dynamisch onbewuste. Waar het eerste verwijst naar de grotendeels onbewuste informatieverwerking door ons brein, refereert het tweede aan een verondersteld vat vol verdrongen materiaal, waarvan we de inhoud via vrije associatie naar boven zouden kunnen brengen en waarvoor geen spat bewijs bestaat.



Enzovoort. Moet je dan als filmliefhebber Freud maar helemaal links laten liggen? Niet echt, omwille van zijn aanzienlijke culturele impact. Zonder een Freud voor dummies achter de kiezen smaak je bij de eindscène van Hitchcocks Psycho (1960), waarin het mannelijke hoofdpersonage aan een nogal duurzame moederfixatie blijkt te lijden, niet het intellectuele genoegen alle puzzelstukjes samen te zien vallen. De hamvraag is echter of de psychoanalyse ons inzicht verleent in onze psyche, zodat zij de aantrekkingskracht van filmbeelden kan verhelderen. Het antwoord moet ondubbelzinnig negatief luiden. Mulveys theorieën brengen ons geen stap verder bij de studie van de male gaze, hier gedefinieerd als de combinatie van een visueel ingestelde mannelijke seksualiteit en een mannelijke neiging tot objectivering van het vrouwenlichaam, zoals onder meer gedemonstreerd op het witte doek. Denk aan de blonde Fay Wray in King Kong (1933), opgehangen tussen totempalen om aan het reusachtige beest geofferd te worden, of aan Bond girl Ursula Andress die oprijst uit zee, slechts gekleed in witte bikini en messengordel (Dr. No, 1962). Die scène werd in 2008 tot het meest inspirerende bikinimoment ooit uitgeroepen (en door Halle Berry overgedaan in Die Another Day, 2002). We hoeven niet naar vergezochte en ongefundeerde theorieën te grijpen ter verklaring van de male gaze. Sociaalwetenschappelijk onderzoek en inzichten vanuit de evolutionaire wetenschappen ondersteunen een veel simpeler verklaring: evolutie door seksuele selectie.

GEËVOLUEERDE ASYMMETRIE Gemiddelde verschillen tussen de mannelijke en de vrouwelijke psychoseksualiteit zijn wereldwijd goed gedocumenteerd. Vier daarvan zijn in dit kader belangrijk, want samen construeren ze de male gaze. Vooreerst hebben mannen gemiddeld meer interesse in seks dan vrouwen. Ze denken er vaker aan, fantaseren er vaker over en masturberen meer. Mannen verto-

januari 2017  >  27


CULTUUR

nen daarnaast overal een uitgesproken voorkeur voor jeugd en schoonheid in een partner, terwijl vrouwen typisch een man ouder dan zijzelf verkiezen en fysieke aantrekkelijkheid relatief minder belangrijk achten. Ten derde zoeken mannen vaker en intensiever naar losse seksuele contacten dan vrouwen en proberen ze sneller over te gaan tot seks. Tot slot verlagen ze hun standaarden aanzienlijk voor losse contacten, behalve wat fysieke aantrekkelijkheid betreft. Vrouwen op zoek naar een emotionele band worden in die context gemeden; het doel is vrijblijvende seks. Het gemak waarmee veel mannen zich aan dat laatste kunnen overgeven, blijkt ook uit de universaliteit van prostitutie. Prostituees kunnen mannelijk of vrouwelijk zijn, maar hun klanten zijn vrijwel onveranderlijk mannen. De meeste vrouwen vinden het vooruitzicht van seks met een wildvreemde niet bijster opwindend. Homoseksuele mannen vertonen typisch gelijkaardige voorkeuren als hun heteroseksuele pendanten: jeugdige en fysiek aantrekkelijke sekspartners, en liefst een veelheid eraan. Omdat ze mensen ontmoeten met eenzelfde seksuele psychologie en ze zich dus minder tot seksuele compromissen gedwongen zien, zijn ze veel meer in staat om hun verlangens te bevredigen. Homomannen rapporteren dan ook veel meer sekspartners dan heteromannen, terwijl lesbiennes net minder seks melden dan heterovrouwen. Hetero- en homomannen delen ook hun interesse voor porno. Homoporno levert een lakmoesproef voor de stelling dat de hardnekkige mannelijke neiging tot objectivering op castratieangst wijst of dat ze de patriarchale, fallocentrische orde weerspiegelt. Er is immers geen reden waarom mannen het lichaam van andere mannen zouden objectiveren: andere mannen hebben een penis, dus is er geen castratiedreiging af te wenden, en ze bezitten de fallus, het symbool dat hen binnen het patriarchale discours situeert. Toch blijkt binnen de (aanzienlijke) homoporno-industrie de objectivering van lichamen even alom-

28  >  januari 2017

tegenwoordig als in heteroporno. Pure lust en fysieke bevrediging staan ook daar centraal. Van plotontwikkeling is nauwelijks sprake, sekspartners zijn anoniem en de focus ligt op seksuele handelingen en het tonen van lichamen. Mannen lijken geobjectiveerde seksuele prikkels gewoonweg opwindend te vinden, of de objecten van hun verlangen nu een penis bezitten of niet, los van enig machtsonevenwicht. Mannelijke seksuele fantasieën vormen hiervan een andere illustratie: ze zijn meestal onpersoonlijker dan die van vrouwen, bevatten een groter aantal gefantaseerde partners en zijn sterker gedomineerd door visuele beelden, vooral van genitaliën.

Culturele of sociale druk kan weerwerk bieden tegen die geëvolueerde disposities. Zolang mannelijke regisseurs in een door het feminisme onberoerde maatschappij werkten, konden zij de andere sekse ongestoord als seksobject neerzetten. Dankzij de feministische kritiek op die eendimensionale representatie werd de voorstelling van vrouwen veel rijker en realistischer Die asymmetrie tussen de mannelijke en de vrouwelijke seksualiteit is een ding des levens. Bijgevolg valt te verwachten dat ze ook op het scherm opduikt. De fictieve werelden die wij bedenken, weerspiegelen tenslotte basisaspecten van de menselijke – vrouwelijke en mannelijke – ervaring. We kijken dan ook niet raar op wanneer, in Roger Vadims roemruchte film Et Dieu… créa la femme (1956), de rijke, oudere Mr. Carradine gezwind probeert om de jonge, verrukkelijke Juliette (Brigitte Bardot in de rol die haar tot een sensatie maakte) in zijn

bed te krijgen. Dit sluit immers aan bij onze impliciete kennis over de seksen. Het omgekeerde van dit patroon, zoals in The Graduate (1967) van Mike Nichols, waarin een (aantrekkelijke) oudere vrouw een jonge man verleidt, wordt als controversieel ervaren, net omdat het zo ongewoon is. Omdat films fantasiewerelden creëren, kunnen de makers ervan hun verbeelding bovendien de vrije loop laten. Het hoeft dus niet te verbazen dat we soms uitvergrotingen van de mannelijke fantasie krijgen, zoals Lara Croft. Dat haar hyperbolische vrouwelijkheid een erotische wensdroom verbeeldt, klinkt stukken aannemelijker dan dat la Crofts wulpse vormen de angst zouden onthullen dat zij ontmanningsplannen koestert (Mulvey legt trouwen nergens uit waarom een vrouw tot fetisj verheffen de aandacht zou afleiden van haar veronderstelde castratie). Evolutionair bekeken zijn de beschreven verschillen voorspelbaar, omdat beide seksen zich in de loop van de menselijke evolutie geconfronteerd zagen met verschillende overlevingsen voortplantingsproblemen. Vanuit dit oogpunt weerspiegelt het overwicht aan peeping Toms in films en het ontbreken van peeping Pollies de werking van seksuele selectie: selectie veroorzaakt door reproductieve competitie. Voortplantingsgewijs loonde het meer voor voorouderlijke mannen dan voor voorouderlijke vrouwen om op zoek te gaan naar korte affaires. De kosten waren relatief klein en de potentiële baten groot: bij elke copulatie heeft een man immers kans op extra nageslacht. Hun grotere libido, hun snellere seksuele opwinding en hun lagere standaarden voor vrijblijvende seksuele contacten lijken dan ook adaptaties die mannen motiveren om veel seksuele partners te zoeken. Dat betekent niet dat zij zich zo veel mogelijk willen voortplanten; zij erfden gewoon de seksuele psychologie die onze mannelijke voorouders succesvol maakte. Maar waarom hechten mannen vaak zoveel waarde aan jeugd en fysieke aantrekkelijkheid? De vrouwelijke vruchtbaarheid neemt snel af met de leeftijd, waardoor we bij mannen

DEGEUS


CULTUUR

geëvolueerde gevoelens van aantrekkingskracht kunnen verwachten voor kenmerken geassocieerd met vruchtbaarheid. Een voorouderlijke Brad Pitt die zich seksueel meer aangetrokken voelde tot een vijftigjarige Angelina Jolie dan tot een veel jongere versie, werd niemands voorouder, omdat hij geen nageslacht naliet. Schoonheid is niet zomaar een culturele constructie. Schoonheidsstandaarden vertonen culturele invloeden, maar de structurele componenten van wat wij ervaren als vrouwelijke schoonheid zijn over de hele wereld gelijklopend en komen neer op aanwijzingen van vruchtbaarheid. De gladde, gave huid van de jonge Bardot, haar weelderige haar, witte tanden en stevige borsten zijn tekenen van haar hoge vruchtbaarheid, net als haar gezicht, waarvan de verhoudingen een combinatie signaleren van seksuele maturiteit en relatieve jeugdigheid. Door seksuele selectie ervaren we ook die kenmerken als aantrekkelijk die uitvergrotingen zijn van vrouwelijkheid: grote ogen, volle lippen en een fijne kin. Het coca-colafiguur van Marilyn Monroe werd met reden beroemd: zo’n lage tailleheupverhouding wordt universeel als aantrekkelijk beschouwd. Aangezien mannen evolueerden om zich seksueel aangetrokken te voelen tot vruchtbare vrouwen en het lichaam van een vrouw veel prijsgeeft over haar voortplantingspotentieel, hoeft de visuele aard van de mannelijke seksualiteit niet te verwonderen. Het bestaan van de male gaze is evolutionair perfect voorspelbaar. We hebben geen castratieangst nodig om het fenomeen te verklaren, en het hoeft niet op minachting voor vrouwen te wijzen – wat niet uitsluit dat dit soms het geval kan zijn.

ILLUSIES GESNEDEN OP MAAT VAN HET VERLANGEN De mannelijke neiging om het vrouwenlichaam als een verzameling lichaamsdelen te beschouwen, blijkt niet alleen uit de visuele focus op vrouwen door mannelijke regisseurs, maar ook uit hun neiging om via

DEGEUS

montage het vrouwelijk lichaam te verknippen. De eerste glimp die we in Pulp Fiction opvangen van Uma Thurman is een close-up van haar sensuele, roodgestifte mond, gevolgd door close-ups van respectievelijk haar handen en voeten. Pas dan krijgen we haar gezicht te zien. Die strategie bouwt niet alleen spanning op, maar ook erotiek. Sommige lichaamsdelen in de kijker zetten en andere onzichtbaar of verhuld laten, maakt het getoonde saillanter en het bedekte mysterieuzer, zoals lingerieliefhebbers weten.

Gelukkig is het plezier dat we ontlenen aan film kijken niet het product van opgelegde structuren, maar van onze geëvolueerde natuur. Het zal nooit vernietigd worden Maar seksualiteit vertoont ook een donkere kant. Fragmentering en objectivering kunnen in bepaalde mate om controle draaien. De voorstelling van een vrouw als louter gewillig vlees roept het vooruitzicht van gemakkelijke seksuele toegang op, iets wat de mannelijke geest zou moeten prikkelen. Toch hoeven de fantasievrouwen zelfs dan niet passief te zijn. Hun schoonheid en seksualiteit zijn bronnen van macht. Hoe aantrekkelijker een vrouw is, hoe meer mannen haar zullen begeren, wat haar in een luxueuze positie plaatst. ‘Met die mond kun je krijgen wat je maar wil,’ zegt Carradine tegen Juliette in Et Dieu… créa la femme. Later zullen haar bevallige lichaam en haar vrijgevochtenheid hem doen opmerken: ‘Dat meisje werd gemaakt om mannen de vernieling in te helpen.’ Hoewel Juliette het slachtoffer wordt van de seksuele dubbele standaard, verleent haar schoonheid haar een soort van macht waarvan minder knappe vrouwen slechts kunnen dromen.

gen en de oorzaken zijn anders dan degene die Mulvey naar voren schuift. Volgens evolutionair psycholoog Steven Pinker houden wij van fictie gewoon omdat we van het leven houden. Fictie biedt ons tenslotte een simulatie van het leven. We kunnen onszelf in film verliezen omdat die evolutionair nieuwe technologie ons brein voor een stuk om de tuin leidt, waardoor wij die illusoire wereld als echt ervaren. We krijgen adembenemende scènes te zien, maken intense, opwindende dingen mee en leren veel over andere mensen en hun doelen en strategieën, en dit alles in de veiligheid van onze comfortabele zetel. Fictie geeft ons daarnaast de mogelijkheid om onze Theory of Mind te oefenen: ons vermogen om het gedrag van anderen te interpreteren in termen van onderliggende mentale toestanden. Het plezier dat we ontlenen aan cinema is, kortom, een manifestatie van onze geëvolueerde neigingen en verlangens, net zoals de inhoud van films dat is. Culturele of sociale druk kan weerwerk bieden tegen die geëvolueerde disposities. Zolang mannelijke regisseurs in een door het feminisme onberoerde maatschappij werkten, konden zij de andere sekse ongestoord als seksobject neerzetten. Dankzij de feministische kritiek op die eendimensionale representatie werd de voorstelling van vrouwen veel rijker en realistischer. Volgens Mulvey structureert het onbewuste, zelf gevormd door de dominante ideologische orde, onze manier van zien en het plezier van het kijken. Zij wil dat plezier vernietigen door het te analyseren. Als de psychoanalyse het bij het juiste eind zou hebben, zou analyse inderdaad de ‘symptomen’ van het ‘probleem’ opheffen. Gelukkig is het plezier dat we ontlenen aan film kijken niet het product van opgelegde structuren, maar van onze geëvolueerde natuur. Het zal nooit vernietigd worden. Griet Vandermassen

Cinema creëert een illusie die op maat van het verlangen gesneden is, stelt Mulvey. Dat klopt, maar het gaat niet om een subliminaal, erotisch verlan-

januari 2017  >  29


BOEKENREVUE

De LEIFarts WARM PLEIDOOI OM EUTHANASIE UIT DE TABOESFEER TE HALEN Op 11 november werd het boek De LEIFarts van Patrick Wyffels voorgesteld op de boekenbeurs. Vijftien jaar na de stemming van de euthanasiewet blijkt er nog steeds een zwaar taboe te rusten op dit onderwerp. Dr. Wyffels hoopt daar verandering in te brengen door zijn – uit het leven gegrepen – getuigenisboek. Wie proactief stappen zet in die richting, ziet zijn eigen dood recht in de ogen, en daar is lef en moed voor nodig Toen ik enkele jaren geleden met pensioen ging, kreeg ik van een goede vriend een heuse euthanasiegids cadeau. Dat was geestig bedoeld, daar twijfel ik niet aan, maar ik kreeg er een licht onbehaaglijk gevoel bij. Als er een thema is dat je graag en liefst zo lang mogelijk voor je uitschuift, dan is het wel dit van een waardig levenseinde. Wie proactief stappen zet in die richting, ziet zijn eigen dood recht in de ogen, en daar is lef en moed voor nodig. Dat het onderwerp omstreden blijft, heeft ook te maken met een aantal lacunes in de huidige wetgeving, zoals in dit boek overtuigend wordt aangetoond. Patrick Wyffels besloot in 2012, na een jarenlange praktijk als huisarts, LEIFarts te worden. LEIF staat voor Levenseinde Informatiecentrum en LEIFartsen engageren zich om euthanasie in de praktijk uit te voeren. Hij is daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Dat merk je aan de zorgvuldige opbouw van zijn boek. Het begon, als kind, door een pijnlijke confrontatie met de dood van zijn beste vriend – Krak, zijn trouwe hond. Overreden en voor de rest van zijn leven verlamd. De hartverscheurende keuze om Krak te laten inslapen werd door zijn vader genomen. ‘Hoe klein ik ook was, in dat pril rouwproces kwamen steeds diezelfde vragen in mij op. Was het lijden ondraaglijk? Was de toekomst uitzichtloos? Het zou me nooit echt loslaten.’ Daar werden de kiemen gelegd voor zijn latere roeping als arts.

HET TABOE VAN MENEER DOKTOOR In dertig korte, goed opgebouwde verhalen neemt Patrick Wyffels ons mee op reis naar zijn – enkele decennia overspannende – praktijk als huisarts. In de eerste hoofdstukken krijgen we een boeiende inkijk in het dagelijks bestaan van een huisarts op het platteland. We volgen een gevoelige en uiterst geëngageerde huisdokter die gaandeweg meer en meer geconfronteerd wordt met uitzichtloze situaties. Typerend voor die tijd is dat euthanasie ook

30  >  januari 2017

onder confraters taboe was. En als er al iemand zijn kop uitstak, moest zijn barmhartige ingreep in het grootste geheim en met de middelen gebeuren waarover men toen beschikte (de titel van hoofdstuk vier spreekt boekdelen: ‘Hoe doet ge dat mee nen hond?’). Het is pas vanaf verhaal dertien dat we Patrick Wyffels volgen als LEIFarts. Alle aspecten van euthanasie komen daarbij ruim aan bod. We leren hoe groot de kloof kan zijn tussen theorie en werkelijkheid. Hoe complex de materie is, hoe delicaat de uitvoering van euthanasie. Wyffels gaat dieper in op de hete hangijzers: hoe definieer je ondraaglijk psychisch lijden, hoe ver moet of kan je meegaan met de doodswens van je patiënt, hoe meet je de uitzichtloosheid van dat lijden, waarom kunnen dementerenden geen beroep doen op euthanasie?

Typerend voor die tijd is dat euthanasie ook onder confraters taboe was. Als er al iemand zijn kop uitstak, moest zijn barmhartige ingreep in het grootste geheim en met de middelen gebeuren waarover men toen beschikte Vooral het criterium ‘ondraaglijk psychisch lijden’ roept ook bij opiniemakers heftige, tegengestelde reacties op. Nog recent stelde David Van Reybrouck: ‘Veel zelfmoordenaars willen niet dood. Ze willen af van het leven. De dood is niet aantrekkelijk, maar het leven is onleefbaar geworden. (…) Moet je iemand euthanasie gunnen die daar vanwege psychisch lijden om vraagt? Ik vind dat zeer moeilijk’ (interview in Knack, september 2016). Daar staat dan het radicale standpunt van Willem Elias tegenover: ‘Ik ben een extreme euthanasievoorstander: niemand heeft er zaken mee als iemand wil verdwijnen’ (interview in Knack, oktober 2016). Als arts heb je de eed van Hippocrates afgelegd, waarin onder meer bepaald wordt: ‘Ik zal boven alles voor mijn patiënten zorgen, hun gezondheid bevorderen en hun lijden verlichten. Ik zal het leven en de menselijke waardigheid eerbiedigen.’

DEGEUS


BOEKENREVUE

Vooral het criterium ‘ondraaglijk psychisch lijden’ roept ook bij opiniemakers heftige tegengestelde reacties op LACUNES IN DE WET Op het eerste gezicht niet strijdig met de euthanasiewet, maar toch vatbaar voor verschillende interpretaties. Dat alle aspecten met de grootste zorgvuldigheid dienen afgewogen te worden, vormt de rode draad door Wyffels verhaal. Terecht waarschuwt hij voor het blindelings volgen van de wens tot levensbeëindiging van mensen van wie de levenskwaliteit is aangetast door eenzaamheid en ouderdomskwalen (‘le mal de vivre’). Vaak blijkt ook dat een gerechtvaardigde weigering tot euthanasie op langere termijn nog tot een positieve kentering leidt. Bijzonder tragisch is dat euthanasie bij een onomkeerbare coma vaak uitgesloten is, omdat een expliciete wilsverklaring ontbreekt. Maar vooral dementerende patiënten blijven in de kou staan door de huidige lacune in de wet. De uitvoering van euthanasie is immers onmogelijk van zodra een patiënt wilsonbekwaam wordt geacht. Het perverse neveneffect is dat mensen verplicht worden om afscheid te nemen terwijl ze nog wilsbekwaam zijn, vaak dus vroeger dan gewild (zoals bij Hugo Claus). Al deze knelpunten komen in een groot aantal door Patrick Wyffels voorgestelde levensverhalen uitvoerig en genuanceerd aan bod.

De uitvoering van euthanasie is onmogelijk van zodra een patiënt wilsonbekwaam wordt geacht. Het perverse neveneffect is dat mensen verplicht worden om afscheid te nemen terwijl ze nog wilsbekwaam zijn, vaak dus vroeger dan gewild Zowel het voorwoord van Wim Distelmans (voorzitter LEIF) als het nawoord van Jacinta De Roeck (voormalig senator en wegbereider van de euthanasiewet) wil ik sterk aanbevelen. Het nawoord vormt immers ook de aanzet tot een uitdieping van de hiervoor geschetste problematiek, in het bijzonder wat betreft dementie. Hoe progressief (en uitzonderlijk) onze euthanasiewet ook is, er is nog veel werk aan de winkel. Pierre Martin Neirinckx Patrick Wyffels, De LEIFarts (of de weg naar een waardig levenseinde). Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen, 2016, 264 p, ISBN 978 90 8924 1283.

MEER INFO OVER LEIF? LEIF staat voor het Levenseinde Informatie Forum. LEIF is een open initiatief van mensen en verenigingen die streven naar een waardig levenseinde voor iedereen, waarbij respect voor de wil van de patiënt voorop staat. LEIF publiceert het LEIFblad, waarin alle mogelijke informatie over het levenseinde terug te vinden is, alsook alle benodigde documenten in verband met wilsverklaringen, orgaandonatie, ... Verder is er de LEIFlijn, voor hulp of inlichtingen over het levenseinde. De LEIFlijn helpt je rechtstreeks of brengt je in contact met de juiste mensen of instanties. LEIF groepeert bovendien bijna 500 artsen die een opleiding volg(d)en over het levenseinde. De euthanasiewet voorziet immers de verplichte raadpleging van een tweede arts (en bij niet-terminale patiënten van een derde arts) maar in de dagelijkse praktijk is het vaak niet eenvoudig om een bevoegde en onafhankelijke arts te vinden. Hiervoor kunnen de LEIFartsen gevraagd worden. Alle info: www.leif.be - De LEIFlijn: 078 15 11 55 Of bezoek een LEIFpunt in uw buurt (zie website).

DEGEUS

januari 2017  >  31


BOEKENREVUE

Thuislanden OVER AMOS OZ’ HOE GENEES JE EEN FANATICUS? Het boekje Hoe genees je een fanaticus, verscheen oorspronkelijk bij de Bezige Bij in 2006. Inspelend op de actualiteit, met name de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hoe genees je een fanaticus in 2016 heruitgegeven. Historicus Gie van den Berghe geeft duiding. Amos Oz (1939) – jood, Israëliër, links zionist en vredesactivist – gaf op uitnodiging van de universiteit van Tübingen drie lezingen (in het Engels) voor de jaarlijkse PoetikDozentur – een week waarin schrijvers lezingen, wokshops en seminaries verzorgen aan de universiteit – die op zijn verzoek werd afgerond door © www.haaretz.com/israel-news

een causerie van Izzat Ghazzawi (1951-2003), een van de belangrijkste Palestijnse auteurs. In 2004, het jaar nadat ­Ghazzawi was overleden, gaf ­Suhrkamp de vier lezingen in Duitse vertaling uit als Wie man Fanatiker kuriert. Datzelfde jaar bracht Vintage een Engelse versie: Help Us to Divorce. Israel & Palestine: Between Right and

Right, een boekje dat in Nederlandse vertaling Hoe genees je een fanaticus als titel kreeg (De Bezige Bij, 2006). Inspelend op de actualiteit, met name de aanslagen in Parijs en Brussel, is Hoe genees je een fanaticus nu heruitgegeven en voorzien van een voorwoord van Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam. In de genoemde Engelstalige en Nederlandstalige edities werden zonder opgave van reden de eerste lezing van Oz en die van Ghazzawi weggelaten. Niet zo erg wat de gemoedelijke lezing van Oz betreft, al ging die wel over zijn schrijverschap, maar de causerie van Ghazzawi was en is een belang-


BOEKENREVUE

rijke aanvulling op Oz’ lezingen en literair ook sterker, veel gebalder. Toen ik de Nederlandse uitgever naar die weglatingen vroeg, bleek die geen weet te hebben van de andere lezingen (de Engelse uitgever reageerde niet).

Midden-Oosten. Israël was begonnen met de bouw van de fel gecontesteerde muur die Israël en alle Israëlische nederzettingen in de Westbank (de Westelijke Jordaanoever) moet beschermen tegen Palestijnse terreuracties.

In Hoe genees je een fanaticus analyseert Oz fanatisme in het algemeen en reikt hij enkele middelen aan om het waar mogelijk in te dammen

Vandaag de dag berichten westerse media slechts met mondjesmaat over het onoplosbaar lijkende PalestijnsIsraëlische conflict. Het zit niet meer in ons parate collectief geheugen. De terreurdreiging in het Westen slorpt zo goed als alle aandacht op. En zo kwam Oz’ essay over fanatisme in het algemeen, bedoeld als inleiding op fanatisme in het Midden-Oosten, terug op de voorgrond, zij het nu als onbedoelde analyse van de fanatici die ons hier en nu bezighouden.

Omwille van de actualiteit werd ook de volgorde van de essays omgekeerd: eerst Hoe genees je een fanaticus, dan Tussen gelijk en gelijk (oorspronkelijke titel: Enemies or: Make Peace not Love). Voor de omkering van de lezingen valt wel iets te zeggen, maar toch vooral omdat daardoor, hoe onbedoeld ook, de oorspronkelijke volgorde werd hersteld. In wat nu het eerste essay geworden is, analyseert Oz fanatisme in het algemeen en reikt hij enkele middelen aan om het waar mogelijk in te dammen. De tweede causerie gaat over het Midden-Oosten, meer bepaald het Palestijns-Israëlische conflict, het fanatieke beleid van Israëlische, Palestijnse en Arabische leiders, met tot besluit het tweestatenvoorstel dat Oz sinds 1967 verdedigt.

Oz noemt zichzelf een ‘kind van de joodse intifada’. Een joodse intifada? De verjoodsing van dit sleutelbegrip is niet zomaar een dichterlijke vrijheid, ze raakt de kern van Oz’ visie en betoog In 2004 moet de Engelse uitgever de essays een eerste keer van plaats hebben verwisseld, omdat het PalestijnsIsraëlisch conflict toen urgenter leek dan ander fanatisme. Er was wel 9/11, maar na de in 2000 begonnen tweede intifada bleef het gisten in het

DEGEUS

ERVARINGSDESKUNDIGE Wat fanatisme betreft is de in Jeruzalem geboren en getogen Oz een ervaringsdeskundige. Als achtjarig jongetje gooide hij stenen naar Britse soldaten (Palestina was Brits mandaatgebied). Hij was een: ‘compleet gehersenspoeld fanatiekelingetje, vol eigendunk, chauvinistisch, doof en blind voor elk verhaal dat afweek van het krachtige joodse zionistische verhaal uit die tijd.’ In een eerdere versie van Hoe genees je een fanaticus (Abraham Kuyper Lezing, 2000) heeft Oz het ook over een fantastische raket die hij samen met twee klasgenootjes bouwde om ­Buckingham Palace met de grond gelijk te maken. Londen bleef gespaard omdat de raket ‘uit een kapotte koelkast en de overblijfselen van een oude motorfiets’ bestond, maar vooral omdat ‘de Britten zo verstandig waren om zich op tijd uit Jeruzalem terug te trekken’. Oz noemt zichzelf een ‘kind van de joodse intifada’. Een joodse intifada? De verjoodsing van dit sleutelbegrip voor ‘verzet’, ‘opstand tegen onderdrukking’ (wat zoveel betekent als ‘afschudden’, ‘kwijtraken’, zoals je vuil van je schoenen afschudt) is niet zomaar een dichterlijke vrijheid, ze raakt de kern van Oz’ visie en betoog.

In deze lezingen richt Oz zich tot de ‘welwillende Europeaan, een links georiënteerde, intellectuele, democratisch gezinde Europeaan’ die denkt ‘dat het Israëlisch-Palestijnse conflict een wildwestfilm is met Israël als de slechterik’. Die onnadenkende, kleingeestige en zelfingenomen kritiek is hij meer dan beu. Het is geen strijd tussen goed en kwaad, maar ‘een klassieke tragedie, een botsing tussen gelijk en gelijk’, want Palestina en Israël zijn het enige thuisland van zowel Palestijnen als ‘Israëlische joden’.

Israël, het land dat zich als geen ander op slachtofferschap beroept, slachtoffert de Palestijnen. Ook nu nog – in het reusachtige concentratiekamp dat Gaza is, en in de Westbank, waar de bewoners ingeperkt zijn, afgesneden van familie en werk, beroofd van grond en vrijheid Beide volken waren nergens welkom, ze werden overal vernederd, verdreven, uitgeroeid. Volgens Oz loopt de geschiedenis van het joodse volk ‘min of meer parallel met de ervaringen van het Palestijnse volk. De joden werden Europa uitgezet; zo’n zeventig jaar geleden werden mijn ouders min of meer Europa uitgeschopt. Net zoals de Palestijnen min of meer eerst uit Palestina werden geschopt en daarna uit de Arabische landen. […] De Palestijnen hebben noodgedwongen geprobeerd in andere Arabische landen te leven, ze werden door hun zogenaamde ‘Arabische familie’ afgewezen en soms zelfs vernederd en vervolgd’ (mijn cursiveringen, GvdB). Het Palestijns-Israëlische conflict is dus ‘in wezen een conflict tussen twee slachtoffers’, slachtoffers van Europa. Het Europa dat: ‘de Arabische wereld heeft gekoloniseerd, uitgebuit, ver-

januari 2017  >  33


BOEKENREVUE

nederd en zijn cultuur vertrapt […] is hetzelfde Europa dat de joden heeft gediscrimineerd, vervolgd, gekweld en uiteindelijk massaal vermoord in een ongekende, misdadige genocide.’ Min of meer, dat is niet alleen vaag, het laat ook veel onbesproken. Als je maar ver genoeg in de tijd teruggaat, dan is ieder volk, elke natie min of meer het slachtoffer van Europa. Vast staat evenwel dat Israël in 1947-48 circa 750.000 Palestijnen verdreef, hun huizen en dorpen verwoestte, hun grond en land inpalmde. Die etnische zuivering is het die de Palestijnen dwong hun toevlucht te zoeken in Arabische landen. Dat ze daar niet meteen welkom waren, en dat Arabische staten de Israëlische indringer wilden verdrijven zou (zoals hieronder nog zal blijken) ook vanuit Oz’ waarden aanvaardbaar, ja logisch moeten zijn. Israël, het land dat zich als geen ander op slachtofferschap beroept, slachtoffert de Palestijnen. Ook nu nog – in het reusachtige concentratiekamp dat Gaza is, en in de Westbank, waar de bewoners ingeperkt zijn, afgesneden van familie en werk, beroofd van grond en vrijheid.

Oz is een overtuigd pacifist, maar geen naïeve idealist. Een verdedigingsoorlog mag, zoals die tegen de Hezbollah in Libanon en de Gaza-oorlog tegen Hamas. Maar is verdedigen niet juist wat Palestijnse verzetsstrijders doen? Of worden hun land, vrijheid en leven soms niet bedreigd? BLOEDIGE GESCHIEDENISSEN Oz erkent dat de Palestijnen dagelijks worden ‘onderdrukt, opgejaagd, vernederd en bestolen door de wrede Israëlische militaire regering’, maar voegt daar onmiddellijk aan toe dat

34  >  januari 2017

‘de Israëlische bevolking dagelijks wordt geterroriseerd door meedogenloze terroristische aanvallen op willekeurige burgers, op mannen, vrouwen, kinderen’. Juist, maar dan maak je wel abstractie van de joodse kolonisatie van Palestina, van de ongelijke krachtverhouding tussen beide partijen, van de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten voor Israël, aangezwengeld en geholpen door de zionistische Israëllobby. Oz verzekert zijn Europees publiek dat hoe pijnlijk, bloedig, wreed en stompzinnig het Israëlisch-Palestijns conflict ook moge zijn, Israëliërs en Palestijnen ‘geen honderden jaren bezig zullen blijven elkaar in de aloude Europese traditie af te slachten’ en dat hun ‘bloedige geschiedenis korter zal zijn dan jullie bloedige geschiedenis’. Oz gelooft stellig in een nabije tweestatenverdeling: spons over het verleden, een pijnlijk compromis sluiten, goede buren worden. Vrede sluiten opdat ‘het Palestijnse volk nooit op zijn knieën hoeft en het Israëlische joodse volk evenmin’. Dat de Palestijnen al lang op de knieën zitten, wordt even over het hoofd gezien. Zwijgen over het verleden, maar Oz houdt er niet over op. Hij wijst Israëlische en Palestijnse politici met de vinger en beschuldigt nadrukkelijk alle Arabische leiders. De Palestijnen zullen uiteindelijk ook flink wat minder grondgebied krijgen dan de ‘Israëlische joden’, veel minder dan ze direct na de oprichting van de staat Israël hadden kunnen krijgen als de ‘Palestijnse leiders in 1947-48 maar minder fanatiek en eenzijdig waren geweest, meer bereid tot een compromis, als ze de resolutie van de VN uit november 1947 hadden aanvaard’. Onvermeld blijft dat die VN-resolutie 55% van het grondgebied aan Israël toewees, ook al bezette de joodse gemeenschap in Palestina voor de stichting van de joodse staat maar 6% van dat land, en slechts 45% aan de Palestijnen, toch 70% van de bevolking. Oz is een overtuigd pacifist, maar geen naïeve idealist. Als zijn land, vrijheid of leven bedreigd wordt, trekt hij

opnieuw ten strijde (hij was reservist in zowel de Zesdaagse oorlog als de Jom Kippoeroorlog). Een verdedigingsoorlog mag, zoals die tegen de Hezbollah in Libanon en de Gaza-oorlog tegen Hamas. Maar is verdedigen niet juist wat Palestijnse verzetsstrijders doen? Of worden hun land, vrijheid en leven soms niet bedreigd?

Burgemeester van Rotterdam Aboutaleb stelt dat het boekje verplichte literatuur moet worden op elke middelbare school. Dat lijkt mij geen goed idee. Oz’ historische analyse rammelt en is partijdig Oz benadrukt zeer terecht dat de tweestatenoplossing er alleen kan komen als de ‘tragedie van de Palestijnse vluchtelingen’ wordt opgelost. Israël moet helpen de vluchtelingen in het toekomstige Palestina onder te brengen, op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook of elders. In zijn Postscript to the Geneva Accords uit 2003 (bijlage in How to Cure a Fanatic) voegt hij hieraan toe: in geen geval binnen de grenzen van de staat Israël. Waar de ondertussen meer dan vier miljoen Palestijnse vluchtelingen dan wel heen moeten, zegt Oz er niet bij, maar wel dat als er twee staten komen Israël heel klein zal zijn en altijd omringd door vijandelijke, oorlogszuchtige staten. De tweestatenoplossing lijkt nog maar eens verder af dan ooit. Israël pakt de linkerzijde, mensenrechtenorganisaties en wat er aan vredesbeweging overblijft almaar strenger aan. In een gecoördineerde campagne van de regering, leden van de Knesset, politie, extreemrechtse groeperingen en media worden ze voortdurend geïntimideerd, bedreigd, soms gearresteerd. Ngo’s die buitenlandse steun krijgen, vooral zij die samenwerken met Palestijnen, hebben het bijzonder zwaar te verduren. Er woedt een ware heksenjacht tegen Breaking the Silence,

DEGEUS


BOEKENREVUE

een organisatie die getuigenissen van Israëlische soldaten verzamelt over schendingen van mensenrechten in Gaza en de Westbank. Ondertussen gaan in de Westbank de gewelddadige onteigeningen van Palestijnen onverminderd door. Ultraorthodoxe joden, nu al 10% van de Israëlische bevolking, hebben het daar blijkbaar voor het zeggen. In de eerste zes weken van 2016 alleen al hebben Israëlische soldaten 293 Palestijnse huizen verwoest. Alle Palestijnen die in Area C wonen, de zone met de meeste Israëlische nederzettingen (zo’n 60% van de Westbank), moeten weg. Apartheid en etnische zuivering nemen hand over hand toe.

ALGEMEEN FANATISME Fanatisme zit in ieder van ons, niemand is er immuun voor. De drang om ergens bij te horen, het dwingende verlangen anderen daarbij te betrekken, conformisme en uniformiteit, persoonlijkheidscultus, idealisering van politieke of religieuze leiders, verafgoding van charismatische individuen, agressief chauvinisme, tot en met gewelddadige vormen van religieus fundamentalisme. De kiem van fanatisme wordt gelegd in het gezin, te beginnen met de onweerstaanbare neiging dierbaren voor hun bestwil naar eigen hand, opvatting, ideologie te zetten. Het inzicht dat fanatisme thuis begint, dankt Oz waarschijnlijk aan zijn kibboetservaring. Als veertienjarige trok hij, kort na de zelfdoding van zijn moeder, naar een socialistische kibboets. Jongeren werden daar niet in het gezin, niet door de ouders alleen opgevoed maar door de hele kibboetsgemeenschap, zoals Bruno Bettelheim schrijft in zijn boek The Children of the Dream (1969). Volg je Oz’ ruime omschrijving van fanatisme, dan is iedereen inderdaad een fanaticus … bij momenten en in bepaalde opzichten. Maar wie zich fanatiek gedraagt is daarom nog geen fanaticus; een fan is niet noodzakelijk een fanaat. Al die begrippen werden afgeleid van het Latijnse fanum: tem-

DEGEUS

pel. Een fanaticus was een enthousiaste dienaar van een tempel, iemand die dacht door (een) god bezield te zijn. Pro-faan was wie of wat voor of buiten de tempel bleef. Gaandeweg kreeg ‘fanaticus’ een meer seculiere betekenis: iemand die bezeten is door een blind geloof of doctrine. Oz noemt zichzelf een genezen fanaticus, maar stelt vanaf het begin van zijn uiteenzetting dat niemand van die ziekte kan genezen. Men kan er zich wel een beetje tegen beschermen, bijvoorbeeld door verbeeldingskracht, inlevingsvermogen, literatuur, humor (‘om jezelf kunnen lachen’) en het besef dat ieder mens een schiereiland is, je zit vast aan familie, vrienden, cultuur en traditie, maar je wil ook in je dooie eentje over de oceaan kunnen turen.

‘De Israëliërs vrezen de bedoelingen van de Palestijnen als die eenmaal hun eigen Staat hebben. De Palestijnen vrezen dat de Israëliërs nooit zullen instemmen met een definitieve oplossing als die haaks staat op hun eigen ambities. Het wordt tijd te erkennen dat op vrees geen fatsoenlijk leven kan worden opgebouwd’ Izzat Ghazzawi Kun je hier iets mee? Niet tegen fanatici, niet tegen terreur. Maar de belangrijke menselijke kwaliteiten die Oz aanhaalt zouden in geen enkele opvoeding mogen ontbreken. Vermoedelijk daarom stelt burgemeester Aboutaleb dat het boekje verplichte literatuur moet worden op elke middelbare school. Dat lijkt mij geen goed idee. Het werkstuk biedt veel stof tot nadenken en discussie, bevat mooie ideeën en metaforen, maar Oz’ historische analyse rammelt en is, niet-

tegenstaande zijn enorme inzet als vredesactivist, partijdig. Vraag is of dat anders kan, zeker als je van nabij betrokken bent.

GHAZZAWI Tot slot en bij wijze van erkenning twee passages uit de lezing van Izzat Ghazzawi, De rol van cultuur en literatuur in crisisgebieden (mijn vertaling uit het Duits, GvdB): ‘De oorlog heeft ons geleerd angst voor anderen en onszelf te hebben. We praatten over vrede in de taal van de oorlog omdat we geen echte vrede hebben gekend. We ontbeerden de ervaring hoe met anderen om te gaan omdat we hen benaderden vanuit hun houding tegenover ons. Daarom werd de oorlog voortgezet, zij het in de taal van de vrede […] De ander was een vijand die ons wou doden. Wat we over hem in onze gedachten en harten droegen, was zijn agressie. […] De oorlog heeft ons verminkt en onze logica verstoord. Wat zullen we zonder vijand aanvangen? Hoe zullen we onze dagen en nachten doorbrengen? Hoe kun je zonder angst leven? De Israëliërs vrezen de bedoelingen van de Palestijnen als die eenmaal hun eigen Staat hebben. De Palestijnen vrezen dat de Israëliërs nooit zullen instemmen met een definitieve oplossing als die haaks staat op hun eigen ambities. Het wordt tijd te erkennen dat op vrees geen fatsoenlijk leven kan worden opgebouwd. Die vrees maakt ons erbarmelijk. Daarom sterven we. We eisen het recht op een fatsoenlijk leven voor onze kinderen maar leven het zelf niet.’ Gie van den Berghe Deze tekst verscheen eerder op De Reactor, een online platform voor literaire kritiek. Een ingekorte versie verscheen op Knack.be.

januari 2017  >  35


BLOEDVERWANT

© The Criterion Collection

Cries and Whispers BLOEDRODE ZIELEN Drie zussen hebben zich teruggetrokken in het landhuis waar ze hun jeugd beleefden. Agnes, de oudste zus, lijdt aan een terminale ziekte. De vertrouwde omgeving van weleer is voor haar de wachtkamer naar de dood. Haar lot is hels: de huisdokter is even machteloos als onverschillig. Meer dan een minimale vorm van troost kan hij niet bieden: hij legt even zijn hand op ­Agnes’ wang, meteen het einde van zijn blitzbezoek. Tedere ondersteuning is evenmin aan haar zussen besteed. Bij hen primeert onwennigheid en angst voor vergankelijkheid. Van buitenaf aanschouwd lijkt het landhuis een paradijselijk oord, maar het interieur heeft iets van een macabere gevangenis. Zowel het behang als de tapijten en overgordijnen zijn karmozijnrood. Maria en Karin schrijden door de lange gangen in rode kamerjapons. Agnes kermt onder een bloedrood deken. Zelfs het haar van de zussen is ros, alsof ze als amfibieën de kleur van hun omgeving overnemen. Wanneer op een nacht Agnes door een crisis gaat, wekt dienstmeid Anna

36  >  januari 2017

beide zussen. Door duistere gangen met wat vlekken kaarslicht bereiken ze A ­ gnes’ kamer. De klank van de wind gaat daarbij naadloos over in het amechtige gekerm van hun zus. Ze klinkt als een dier in doodsnood. Karin komt even naderbij, maar snelt dan weg om de dokter te halen. Maria deinst achteruit. Enkel de diepgelovige Anna biedt hulp en troost. Ze geeft ­Agnes wat ze verlangt: tedere daden van genade. In een latere scène componeert Bergman de innige verhouding tussen Anna en Agnes als zijn agnostische variant op de piëta. Anna zit wijdbeens op bed en drukt haar ontblote boezem tegen Agnes aan. De jonge vrouw vindt rust op Anna’s stevige dijen, wiens aanrakingen balanceren tussen zorgende en erotische affectie. In hun schuldloze eenvoud en directheid overstijgen Anna’s toegewijde handelingen niet alleen het gestuntel van de zussen, maar ook de moraal van het geloof dat aan de basis ligt van haar hulpvaardigheid. Bergman, de ‘protestante atheïst’, de twijfelaar, laat in het uitzichtloze uni-

versum van Cries and Whispers toch nog enige ruimte voor een sprankel witte hoop. In de crisisscène contrasteert het rood van gordijnen en deken met het wit van de nachtkledij. Wit is de basiskleur van dagelijkse objecten en gewaden, van de sierlijke lampen en kanten ondergordijnen. Wit is eveneens de kleur van de moeder die de zussen lang geleden ontglipte. In flashbacks flaneert ze in witte jurken door de tuin van het landhuis, verpozend op een witte rieten stoel. Zo’n herinnering wordt opgeroepen wanneer Agnes een witte roos vastneemt, die via een dissolve samenvloeit met de moederfiguur. Ze prijkt onopvallend in een vaasje aan de linkerkant van het bed. De witte roos en de dienstmeid zijn Agnes’ enige levenslijnen. Tim Deschaumes Cries and Whispers (Ingmar Bergman, 1972). Beschikbaar op blu-ray bij Criterion Collection en op dvd met Nederlandse ondertitels bij Tartan.

DEGEUS


BLOEDVERWANT

Edvard Munch HET LEVEN ALS ZIEKBED ‘From my rotting body, flowers shall grow and I am in them and that is eternity.’ (Edvard Munch) Een vrouw ligt op haar ziekbed, de mond en lakens besmeurd met bloed. Verontruste kindergezichten verschijnen in de deuropening. Iemand leidt de kinderen uit de kamer, weg van het akelige tafereel. De sfeer is drukkend en smartelijk. In een andere scène wordt een maanbleek meisje uit bed geholpen. Aan het voeteneinde staat de vader. Hij heeft de handen gevouwen en bidt. De Noorse avant-gardeschilder Edvard Munch verloor zijn moeder toen hij vijf was. Op dertienjarige leeftijd raakte hij zijn geliefde zuster Sofie kwijt, ook aan tuberculose. Zelf werd hij eveneens aan het ziekbed gekluis-

© Rechten voorbehouden

terd en ontsnapte hij ternauwernood aan de dood. Dat zijn vader - als dokter - niets anders kon doen voor zijn stervende moeder en zus dan bidden, bracht een ingrijpend gevoel van desillusie teweeg bij de opgroeiende kunstenaar. Die gebeurtenissen uit zijn kindertijd waren zo traumatisch dat Munch ze onmogelijk kon wegmoffelen. In Peter Watkins’ Edvard Munch doordesemen de beelden van de doodzieke moeder en zus het dagdagelijks bestaan van de schilder. Als een bloedspuwing van de geest gutst de herinnering aan hun ziekbed naar buiten. In een tour de force van montage en via een dicht geknoopt klanktapijt representeert Watkins het ziekbed als Munchs kwelduivel en artistieke trawant. Het leidmotief van met bloed doordenkte lakens doorkruist verleden, heden

en toekomst. Zelfs in amoureuze taferelen, temidden van vrolijk gebral of walsmuziek worden de beelden doorsneden met shots van het ziekbed van de moeder, de zus of Munch zelf. Hoestbuien, doodsreutels, onderdrukt gesnik en het geprevel van de vader duiken levenslang uit het onbewuste op. Een macabere kakofonie teistert het hoofd van de kunstenaar. Munchs ziel kleurt bloedrood. De hevige gemoedservaringen van ziekte, lijden en dood transmuteerden tot obsessies die de brandstof vormden voor Munchs creativiteit. Watkins toont hoe de schilder keer op keer naar die ervaringen terugkeert, zoals in zijn olieverfschilderijen Death in the Sickroom en The Sick Child. Munch herwerkt dat laatste tableau als een bezetene, met de inzet van alle artistieke middelen, in een poging om zijn persoonlijk trauma te overstijgen. De film maakt zichtbaar en hoorbaar hoe hij onophoudelijk in de dikke olieverf kerft en krast, zowel met de borstelsteel als met het mes. Het is een daad van exorcisme van een hypochonder, een paradoxale worsteling om zowel te vergeten als om zich alles te herinneren. De grote knoopdichtheid van ­Watkins’ visueel en auditief weefsel legt op unieke wijze Munchs hypersensitieve natuur bloot en toont een man die eindeloos slag leverde met zijn demonen. Dit uit kommer en kwel gecrocheerd portret laat bovenal een diep besef van vergankelijkheid en existentiële wanhoop na. Ive Verdoodt Edvard Munch (Peter Watkins, 1974). Beschikbaar op blu-ray/dvd met Engelse ondertitels bij Eureka, The Masters of Cinema Series.



januari 2017  >  37


POËSTILLE

Schemerdans ANTOON VAN DEN BRAEMBUSSCHE, BENN DECEUNINCK EN EMILIE DE VLAM SUBLIMEREN HET UUR VAN DE WOLF Het uur van de wolf (P, Leuven, 2014) is het unieke resultaat van een intense samenwerking – of beter: samen beleving – van drie kunstenaars die drie disciplines vertegenwoordigen. Benn Deceuninck (°1960), fotografeerde een seance van danseres ­Emilie de Vlam (°1969) en Antoon Van den Braembussche (°1946) schreef gedichten bij het thema dat door het inleidend motto, ontleend aan Kazuo Ohno, kernachtig en precies wordt samengevat: ‘The body is the universe’. Kazuo Ohno is een Japanse danser bekend als protagonist van het butoh, een expressieve dans die met trage, gestileerde beweging de cyclus van leven en dood uitbeeldt. Het uur van de wolf is de schemertijd, de meestal vreedzame, maar ook vaak gevreesde tijd tussen licht en donker. Het ondergaan van het licht of het invallen van de duisternis is een universele metafoor voor het sterven, voor de dood. In deze atmosfeer lijkt het gebeuren zich af te spelen, maar in de bundel wordt een andere bepaling geciteerd: het uur van de wolf is het moment ‘waarop de nacht in de ochtendschemer overgaat, het tijdstip waarop de grens tussen waan en werkelijkheid vervaagt en langzaam oplost. Het moment waarop alles mogelijk is.’ De foto’s van Deceuninck zijn als stills uit een film: de danseres is, meestal naakt, steeds in een bewegingloze, niet altijd gemakkelijke houding getroffen. Bijna afstandelijk, in gedempt licht, zoals het in het eerste gedicht van deze serene bundel wordt gezegd: ‘Het lichaam als pure stilstand, / vleesgeworden sculptuur. / Een gevallen engel.’ Of, in het volgende gedicht: ‘Een naakt dat plots even lijkt te bewegen / in een eeuwenoud schilderij’, ‘Een naakt dat tegelijk weent en schatert / in één en

38  >  januari 2017

Elke spier zoekt haar eigen vluchtlijn, elk gewricht haar eigen dood gewicht, elk orgaan haar eigen opstandige, duistere, ingehouden zang. Elke vraag, elke aandrang, elke vermoorde onschuld gaat van het lichaam uit. Het lichaam als pure stilstand, vleesgeworden sculptuur. Een gevallen engel. hetzelfde onnavolgbaar, / onzegbaar gebaar.’ Aan zeggingskracht ontbreekt het Van den Braembussche overigens niet. Hij ziet de houdingen en bewegingen van de danseres als metaforen van wat in haar lichaam beweegt. Hij interpreteert of ziet de dans als een confrontatie van de danseres met haar verleden, met het verleden van haar lichaam, van dit lichaam dat zich overgeeft ‘aan haar duistere geheimen’. En hij ziet ‘hoe het lichaam denkt’. Op de vraag van Kazuo Ohno, ‘Does the gesture tell us something about the wound you once suffered?’ die als motto bij de cyclus Tussen vrees en beven wordt geciteerd, wordt hier een positief antwoord gegeven: er is een ogenblik ‘waarop herinneringen gegrift in het lichaam / en innerlijke kwetsuren ontwaken’. Er is ‘Het diepe geheugen van het vlees’; ‘Het verleden rijt als een wonde uiteen, / onbeheersbaar en weerspannig tegelijk.’ Misschien, naar het woord van Georges Bataille in L’Expérience intérieure, ‘une extrême déchirure, si profonde que seul le silence de l’extase lui répond.’ De laatste van de drie cycli die de bundel telt, heet Château du loup en

is gedateerd Izegem, 25 juli 2012. Dit laat toe te besluiten dat de foto’s genomen zijn in het Izegemse neoclassicistische landhuis dat de naam Kasteel Wolvenhof meekreeg. Een uitgelezen decor. ‘Alles ademde vreemdheid.’ zegt de dichter, ‘Alles ademde mee met het onaardse licht / dat zich vermengde met de duisternis.’ De fotograaf en de dichter hebben het magische moment geregistreerd, ‘… het uur van de wolf, / het ogenblik waarop haar gevlamde dijen / sidderen in de late avondzon. // Het ogenblik waarop zij slaapdronken / tussen nacht en nevel / hurkend de trap afdaalt.’ De foto’s leven, dankzij het beeldend vermogen dat Benn Deceuninck bezit – een vermogen dat een fotograaf moet bezitten, zoals alle beeldend kunstenaars. Zijn werk is ‘schrijven met licht’. De nadruk op de stilte en het licht, ‘de stilte van flarden licht’, verlenen het gebeuren, eerder dan een esthetisch-formeel, een psycho-spiritueel karakter. Het langzame lichaam, de snelle film en het gewogen woord sublimeren samen ‘het uur van de wolf’. Renaat Ramon Rechtzetting In de vorige editie van de rubriek Poëstille slopen er twee foutjes. Eerst en vooral, het geboortejaar van Yerna Van Den Driessche is niet 1940, maar 1949. Verder sloop er nog een fout in de weergave van de laatste versregel van de eerste strofe van het gedicht Schaken met de dood:

Schaken met de dood er is de overkant er is de tegenspeler er is het machtsspel tussen zwart en wit er is het slachtveld de geur van affodil

DEGEUS


CODA

Onderdak bij Elsschot Een Elsschot schuilt er in mij. Niet zozeer de meesterschrijver, eerder een Alfons De Ridder. De man met al zijn beperkingen in het dagelijkse leven, vader en echtgenoot die op een afstand blijft maar wel zichzelf ontrafelt op papier. De man die een pen nodig heeft om zijn liefdevolle dromen en emoties te verwoorden, met inzicht, zelfspot, humor van Cervantes, met weinig mededogen voor zichzelf. Meer schrappend dan schrijvend. Alsof het toevertrouwen aan papier een daad van ontkenning is, alsof het beschrijven zelf je ontheft van de last om het werkelijk in de praktijk te brengen. En ach wat is de wereld klein. Willem Elsschots meest bekende en meest misbruikte gedicht is Het Huwelijk (toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven ...), Charles Ducal debuteerde vijftig jaar later met de bundel Het Huwelijk. Op een even vervreemdende en bij vlagen cynische manier (sinds kort dwaalt hier een vreemde vrouw in huis ...). Ducal schrijft ergens dat poëzie een daad van ontkenning is, daar heb ik dus dat zinnetje gestolen. En kennelijk volstaan de bespiegelingen alleen niet, want uit het niets duikt er een voorbeeld op. Een verhaal, opnieuw zo’n vreemde en onverwachte stationsontmoeting, ik heb er blijkbaar een patent op. Er dwaalt een vreemde vrouw in huis ... Terwijl ik lang na middernacht op de laatste trein wacht en de dag zit te herkauwen, komt ze naast me zitten op een verlaten perron. Eva, 18 jaar, bang om alleen te zijn in het onbekende station, uitgeschud en in de steek gelaten. Ze ziet geen concrete oplossing, haar hulplijnen zijn plots weggevallen en ik neem haar haast zonder er bij stil te staan troostend en van op enige afstand onder mijn vleugels. De zorgzame ik, die het beter kan voor een wildvreemde dan voor mijn eigen kinderen of voor mezelf ... Is het door de vrijblijvendheid, door het tekort aan voorgeschiedenis, ik weet het niet, maar het gaat als vanzelf. Ze stort haar hart en haar tranen uit en haar wanhoop die twintig jaar later geen wanhoop meer zal zijn, maar daarom niet minder echt is. De enige haalbare oplossing lijkt me, na enig nadenken, dat ze bij mij komt slapen. Ja, slapen, in de meest strikte zin van het woord, in een logeerbed dus. Want het is niet omdat ze Eva heet en beeldschoon is, dat ik me Adam of de slang voel. Ze blijft een beetje hangen in de teleurstellingen die haar overkomen zijn, maar het onderweggesprek geeft ons toch wederzijds vertrouwen. Ik geloof dat ze morgenvroeg verdwijnt uit mijn leven zonder mijn rovershol leeg te plunderen en zij gelooft dat ze zal slapen zonder dat ik haar lastigval, wat ze ondertussen doet. Terwijl ik dit schrijf,

DEGEUS

hoor ik haar toch niet meer snikken. Zoveel moeite is het niet om van verzuring verzoeting te maken ... een beetje tijd om te luisteren, even je gsm lenen voor het laatste, zinloze gesprek met het dronken vriendje, een extra deken en een handdoek klaarleggen, ruimte geven en een bed, desnoods nog een paar euro zodat ze op tijd de trein kan nemen om naar haar studentenjob te gaan. Natuurlijk is deze redenering compleet inconsequent, ik doe een voorstel aan een onbekend meisje en het is precies het soort voorstel waarvan ik absoluut niet zou willen dat één van mijn dochters er zou op ingaan ... gelukkig ben ik niet zo’n onbekende voor mezelf. Eva ligt deze nacht geborgen onder een goed dak. Enige uren later is ze vertrokken met een zweem van Elsschot, met meer evenwicht na enige uren slaap (de weemoedigheid die niemand kan verklaren en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat, was een beetje geweken). En verder weet ik niets meer dan zes uur geleden, het lijkt alsof ze een klein souvenir meegepikt heeft, maar dat mag, ik heb er alle begrip voor. Als het maar is om de herinnering aan een veilige geborgenheid te behouden. Een onwennige, jonge vrouw sprak me bij het opstaan aan met ‘meneer’ en ‘bedankt’ maar ik hou niet zo van ijs in woorden, of steen of houterig hout. Ik hou meer van ‘Dirk’ en de mist in haar glimlach. Ik heb haar heel veel liefs gewenst, een treinticket en liefde voor de eeuwigheid (want om te troosten, mag je liegen). Ik ben blij dat ik haar niet in een taxi naar een hotel gestuurd heb, een Eva is geen postpakketje. Ik heb haar iets, niet veel misschien, kunnen geven wat niet zozeer in het warme bed lag maar onzichtbaar verweven in de dekens. Een draadje menselijkheid, een sprankeltje hoop, een vleugje vertrouwen en een rafeltje moed. Dat alles slechts in zeer kleine hoeveelheden, maar toch voldoende om de tranen op te drogen. Het zachte kussen heeft haar tranen opgezogen als nectar. Uren later nog geurt de kamer als kamperfoelie in de avondschemering. Ze is vertrokken zoals ze is gekomen, voorbijfladderende nachtvlinder, een zucht, een flits, Eva met satijnen vleugels, Eva op gouden schoentjes. Dirk Dekempe

januari 2017  >  39


MAGAZINE VRIJZINNIGE ACTUALITEIT OOST-VLAANDEREN

De nieuwsbrief verschijnt tweemaandelijks. In deze nieuwskatern vindt u de activiteiten terug van januari t.e.m. februari 2017. De volgende nieuwsbrief verschijnt op 1 maart 2017. Bijdragen hiertoe worden ten laatste op 1 februari 2017 verwacht op onze redactie.

NIEUWSBRIEF HVV DENDERLEEUW

AALST WOENSDAG 1 FEBRUARI 2017, 20:00 Voordracht ‘De rol van de universiteit in een veranderende wereld’ Caroline Pauwels, Rector VUB WILLEMSFONDS AALST

In deze lezing presenteert Nils Duquet de belangrijkste aspecten van de Belgische wapenhandel. Hoe is onze wapenhandel historisch gegroeid en wat zijn de huidige kenmerken van de Belgische defensie-industrie? Welk wettelijk en politiek kader bestaat er voor de controle op de export van wapens? Wat is de aard van deze export en wat zijn de belangrijkste uitdagingen op dit vlak? Hoe ziet de Belgische interne wapenmarkt eruit en wat met de illegale wapenhandel in België? Deelname: € 4 (leden) / € 5 (niet-leden) Info en inschrijving: info.hvvdenderleeuw@gmail.com 053 66 99 66 - www.hvv-denderleeuw.be Locatie: ’t Kasteeltje, Stationsstraat 7, Denderleeuw

Niet alles groeit even snel. Terwijl de technologie reuzenstappen neemt probeert ons educatiesysteem gelijke tred te houden. Lukt dat wel of zitten we in een verouderd systeem? Die vraag zal Caroline Pauwels proberen te beantwoorden tijdens deze lezing. Deelname: prijs nog niet gekend bij ter perse gaan van dit nummer Info en inschrijving (gewenst): Cindy Van den Abbeele cindy.vdab@gmail.com - Michel De Gols michel.de.gols@aalst.be Locatie: Netwerk / centrum voor hedendaagse kunst, Houtkaai 15, Aalst

DENDERLEEUW DONDERDAG 26 JANUARI 2017, 14:00 Voordracht ‘De Belgische wapenhandel’

Bart Eeman, kunsthistoricus

HVV DENDERLEEUW

Bart Eeman is als kunsthistoricus de verantwoordelijke van de Belgische ‘Cel geroofde goederen tijdens de tweede wereldoorlog in België’. In samenwerking met binnen- en buitenlandse instellingen, de joodse gemeenschap, archiefinstellingen en musea zorgt hij ervoor dat verdwenen kunst teruggevonden wordt en weer terechtkomt bij de rechtmatige eigenaars. Zijn uiteenzetting zal dan ook gaan over hoe de roof van kunst tijdens de nazibezetting in België verliep en wat de hedendaagse problematiek rond restitutie van geroofde kunst inhoudt. Deelname: € 4 (leden) / € 5 (niet-leden) Info en inschrijving: info.hvvdenderleeuw@gmail.com 053 66 99 66 - www.hvv-denderleeuw.be Locatie: ’t Kasteeltje, Stationsstraat 7, Denderleeuw

GENT VRIJDAG 6 JANUARI 2017, 20:00 Leesclub De Avonduren bespreekt ‘De Pop’ van Boleslaw Prus UPV GENT-EEKLO

VRIJDAG 27 JANUARI 2017, 19:30 Algemene ledenvergadering en nieuwjaarsreceptie HVV DENDERLEEUW Graag nodigen we alle leden uit op onze algemene vergadering en nieuwjaarsreceptie met muzikale omlijsting in het Koetshuis. Om organisatorische redenen wordt vriendelijk gevraagd om vooraf in te schrijven. Deelname: gratis Info en inschrijving: info.hvvdenderleeuw@gmail.com 053 66 99 66 - www.hvv-denderleeuw.be Locatie: Koetshuis, Stationsstraat 7, Denderleeuw

DONDERDAG 16 FEBRUARI 2017, 19:30 Voordracht ‘Geroofde kunst tijdens de nazibezetting in België’

Nils Duquet, Vlaams Vredesinstituut

40  >  januari 2017

DEGEUS


AGENDA

Deelname: € 10 Info en inschrijving: Geert Boxstael upvgenteeklo@gmail.com - 0496 53 99 79 Gezien het beperkte aantal plaatsen, gelieve eerst in te schrijven en bij bevestiging te storten op BE 28 671 121 826 920 Locatie: Kapittelstraat 11, Gent

ZATERDAG 7 JANUARI 2017, 10:00 Groepsuitstap van de Roode Oogjes naar Brugge ROODE OOGJES I.S.M. VERMEYLENFONDS

nieuw jaar vol boeiende culturele verrassingen. Vanaf 11:00 worden niet alleen dranken en hapjes aangeboden. We zorgen ook voor hoogstaande muziek die ons door niemand minder dan Rudy de Sutter zal gebracht worden. Deelname: gratis Info en inschrijving: info@willemsfonds.be - 09 224 10 75 Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent

WOENSDAG 11 JANUARI 2017, 14:00 Nieuwjaarsbijeenkomst GENTSE GRIJZE GEUZEN Na de nieuwjaarswensen van onze voorzitter zetten wij het nieuwe jaar in met een uitvoering van Renaissancedansen door het ensemble ‘Capriool’ (met gepaste klederdracht). Nadien volgt onze traditionele jaarlijkse nieuwjaarsreceptie. Deelname: gratis Info en inschrijving: secretaris D. Block info.gentsegrijzegeuzen@gmail.com - 09 221 24 57 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

te bestempelen? Pierre-Joseph P ­ roudhon ging zelfs een stapje verder en stelde dat alle eigendom diefstal is. Heb je zelf al eens iets gestolen en hoe voelde dat? Ben je ooit slachtoffer geweest van diefstal? Tijdens deze filosofische oefening krijgt u, in openheid en met respect, de kans om uw gedachten hieromtrent filosofisch te uiten en andere meningen te ontmoeten. Deelname: gratis Info en inschrijving: Gustaaf De Meersman videokontakt.gdm@telenet.be - 09 330 35 77 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

ZONDAG 22 JANUARI 2017, 11:00 Concert Les Pornographes & nieuwjaarsdrink VC GEUZENHUIS & KIG

ZATERDAG 14 JANUARI 2017, 13:30 Muziekclub Capriccio bespreekt ‘De liefde in de muziek doorheen de eeuwen’ In het kader van BruggeFoto16, hebben we een groepsuitstap naar Brugge gepland. We wandelen langs 14 locaties met fototentoonstellingen, waar we onder andere exposities te zien krijgen van John Vink, Ian Berry, ­Danielle Van Zadelhoff, Jenny Boot en Jasper Rigole. We spreken af om 10:00 in het station van Brugge. Deelname: prijs nog niet gekend bij ter perse gaan van dit nummer Info en inschrijving: Filip Van Lerberge filipvl1@telenet.be - 0475 50 60 41 Locatie: Afspraak aan het station van Brugge

ZONDAG 8 JANUARI 2017, 11:00 Nieuwjaarsreceptie met muzikale omlijsting WILLEMSFONDS GENT EN WILLEMSFONDS GENTBRUGGE Graag nodigen we alle leden en hun familie uit op onze jaarlijkse nieuwjaarsreceptie. De traditie wil dat we in een gezellige sfeer, samen met het bestuur, het glas heffen op een

DEGEUS

UPV GENT-EEKLO Deelname: € 11 Info en inschrijving: Geert Boxstael upvgenteeklo@gmail.com - 0496 53 99 79 Gezien het beperkte aantal plaatsen, gelieve eerst in te schrijven en bij bevestiging te storten op BE 28 671 121 826 920 Locatie: Antwerpsesteenweg 348, Sint-Amandsberg

DINSDAG 17 JANUARI 2017, 19:30 Filosofisch gesprek ‘Stelen uit noodzaak, kunnen we dit tolereren?’ HVV ZAHIR Als je aan diefstal denkt, wordt eerst en vooral afkeurend gereageerd. Vinden we het normaal dat de dader er zwaar voor gestraft wordt of begrijpen we dat er van verzachtende omstandigheden sprake kan zijn? Wat houden die omstandigheden in voor jou? Belastingsontduiking of –ontwijking, de diefstal van een idee of gedachte, het stelen van je lief … Waar ligt de grens om iets als diefstal

De Raad van Bestuur en het team van het VC Geuzenhuis nodigen u samen met Kunst in het Geuzenhuis van harte uit op een fantastisch aperitiefconcert in de Zuilenzaal. Het Gentse gezelschap Les Pornographes brengt ons een eigen, intieme en bescheiden hommage aan le grand Georges Brassens. Met de liedjes van deze Geus openen we ons nieuw werkjaar, na het concert klinken we op ieders gezondheid! Deelname: gratis Info en inschrijving (noodzakelijk): martine@geuzenhuis.be - 09 220 80 20 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

WOENSDAG 25 JANUARI 2017, 20:00 Algemene ledenvergadering HUMANISTISCH VERBOND GENT We wensen u allen een fantastisch en vredig 2017 toe en nodigen u graag uit op onze jaarlijkse ledenvergadering. Wij blikken terug op een formidabel 2016 en stellen u met onze huidige bestuursploeg opnieuw een gevari-

januari 2017  >  41


AGENDA

eerd boeiend activiteitenprogramma voor. Er is nog steeds plaats voor elke vrijzinnige, die een steentje wil bijdragen aan onze werking. We sluiten de vergadering af met een drankje, een hapje en een babbeltje. Leden en niet-leden zijn van harte welkom. Deelname: gratis Info en inschrijving: Brigitte Walraeve - 09 220 80 20 hvv.gent@geuzenhuis.be Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

DONDERDAG 2 FEBRUARI 2017, 20:00 We need to talk about… democracy Panelgesprek ‘Is de democratie kapot?’ Yasmine Kherbache (sp.a), Andreas Tirez (Liberales), Sarah Van Liefferinge (Piratenpartij) en Dave Sinardet (politicoloog aan de VUB, o.v.)

en democratisch? Over al deze vragen praten we met Yasmine Kherbache (sp.a), Andreas Tirez (Liberales), Sarah Van Liefferinge (Piratenpartij) en Dave Sinardet (o.v.) (politicoloog aan de VUB en aan de basis van het G1000-project). Dit is het eerste panelgesprek van onze reeks We need to talk about ... Elke eerste donderdag van de maand gaan we in gesprek rond een actueel thema. We nodigen daarbij een aantal experts uit die geen controverse uit de weg gaan en vragen hen om het kluwen van meningen te ontwarren. Er is ruimte voor interactie met het publiek en na het gesprek kan iedereen verder nakaarten aan de bar.

09 225 38 53 Locatie: Het Masereelhuis, Sint-Jansvest 7, 9000 Gent

VRIJDAG 3 FEBRUARI 2017, 20:00 Leesclub De Avonduren bespreekt ‘Flaubert’s papegaai’ van Julian Barnes UPV GENT-EEKLO

Deelname: € 2 (leden en studenten) / € 4 (niet-leden) Info en inschrijving: philipp@geuzenhuis.be - 09 220 80 20 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

DONDERDAG 2 FEBRUARI 2017, 20:00 De Bijbel ‘Een vrij zinnige lezing’ VERMEYLENFONDS GENT EN MASEREELFONDS GENT

VC GEUZENHUIS I.S.M. HVV GENT

Deelname: € 10 Info en inschrijving: Geert Boxstael upvgenteeklo@gmail.com - 0496 53 99 79 Gezien het beperkte aantal plaatsen, gelieve eerst in te schrijven en bij bevestiging te storten op BE 28 671 121 826 920 Locatie: Kapittelstraat 11, Gent

ZATERDAG 4 FEBRUARI 2017, 14:00 Trump president, de Brexit een feit, overal in Europa bedreigen populisten – van Wilders tot Le Pen – de status quo ... we moeten dringend eens praten over democratie. Tonen deze ontwikkelingen aan dat ons democratisch bestel zoals we dat nu kennen, faalt? Zijn onze klassieke partijpolitiek en representatieve democratie wel geschikt om de dreiging van het populisme af te wenden? Of liggen ze juist aan de basis van het probleem? Zijn alternatieven zoals de particitpatieve democratie die de G1000 voorstaat of een open politiek platform zoals dat van de Piratenbeweging een geschikte oplossing? Is een cordon sanitaire rond bepaalde krachten die de democratie wensen uit te hollen verdedigbaar

42  >  januari 2017

Studienamiddag ‘Het Goede Leven’

Ludo Abicht, Professor Emeritus van Universiteit Antwerpen, wordt geïnterviewd over zijn recente boek: ‘De Bijbel - een vrij zinnige lezing’. In dit boek gaat Abicht uit van de letterlijke betekenis van ‘Religare’, namelijk ‘samenbrengen’. Wegens het beperkte aantal plaatsen verzoeken we u vriendelijk om op voorhand te reserveren. Deelname: € 2 (leden) / € 4 (niet-leden) Info en inschrijving: gent@masereelfonds.be

DE MAAKBARE MENS, HVV EN HVV GENT, VERMEYLENFONDS@UGENT, WILLEMSFONDS EN MASEREELFONDS Wat is het goede leven? Over deze vraag buigen filosofen zich sinds mensenheugenis. Ze is ook in 2017 nog brandend actueel, want nog nooit hadden we het zo goed en voelden we ons zo slecht. We leven langer, hebben meer vrije tijd. Wetenschap en technologie bieden onvoorstelbare mogelijkheden maar er waren ook nooit zo veel burn-outs en depressies. Wat maakt mensen gelukkig? Hoe kan de maatschappij bijdragen tot een goed

DEGEUS


AGENDA

leven of hoe werkt ze dat net tegen? Hoe kunnen we zin geven aan ons leven en kan een leven ‘voltooid’ zijn?

info.gentsegrijzegeuzen@gmail.com - 09 221 24 57 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

VRIJDAG 10 FEBRUARI 2017 20:00 ZONDAG 19 FEBRUARI 2017 Vernisage tentoonstelling Joëlle Dubois KUNST IN HET GEUZENHUIS Met hun felle kleuren en ietwat exotisch karakter lijken de schilderijen de glamour van de globale samenleving te verheerlijken. Al snel merken we dat de schilderstijl van ­Joëlle Dubois de wereld van de digitale media reflecteert. Ze onderzoekt de impact van de sociale media zonder daar uitdrukkelijk kritiek op te leveren en observeert (ongewoon) menselijk gedrag in haar omgeving. De illusie van het binnengluren bij buren en tegelijk zichzelf blootgeven wordt gemeengoed.

Deze vragen komen aan bod tijdens de studienamiddag over het goede leven op zaterdag 4 februari. Er is een inleiding door Johan Braeckman en daarna nemen twee sprekers jullie mee in hun expertise. We sluiten de leerrijke namiddag af met een hapje en drankje, want ook dit is het goede leven. Inkom: € 5 (leden) / € 7 (niet-leden) Info en inschrijving: fabjen@vermeylenfonds.be 09 223 02 88 Locatie: Het Liberaal Archief, Kramersplein 23, Gent

DINSDAG 7 FEBRUARI 2017, 20:00 Boekvoorstelling: ‘Achterdocht tussen feit en fictie - Kritisch omgaan met complottheorieën’

Het is ongetwijfeld waar dat politici, wetenschappers en journalisten soms onbetrouwbaar blijken. Dat hoeft niet te betekenen dat de complottheorieën over pakweg de maanlanding, de moord op Kennedy, de aanslagen van 9/11 en die op Charlie Hebdo daarmee bevestigd zijn. Hoe kunnen we verklaren dat dergelijke dubieuze verhalen onvermijdelijk ontstaan, telkens als een wereldschokkende gebeurtenis zich voordoet? Hoe gaan we daar best mee om? Hoe kunnen we feit van fictie onderscheiden? Deze en andere intrigerende kwesties worden op bevattelijke wijze behandeld in deze inleiding tot de studie van complottheorieën. Deelname: gratis (leden en studenten) / € 3 (niet-leden) Info en inschrijving: Brigitte Walraeve 09 220 80 20 - hvv.gent@geuzenhuis.be Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

Brecht Decoene HUMANISTISCH VERBOND GENT Complottheorieën zijn alomtegenwoordig, maar de meeste mensen nemen ze niet echt ernstig. Wil dat zeggen dat wie een complottheorie aanhangt automatisch een mafketel is? Waarom zouden we tijd en energie steken in het bestuderen van complottheorieën? Worden onze democratie en pers echt bedreigd door schimmige organisaties of zijn het eerder de complottheorieën zelf die ondermijnend werken? Kunnen we het ‘ware’ van gefantaseerde complotten onderscheiden?

DEGEUS

DONDERDAG 9 FEBRUARI 2017, 14:00 Algemene statutaire ledenvergadering

De tentoonstelling loopt van vrijdag 10 februari t.e.m. zondag 19 februari 2017. Openingsuren: weekdagen van 9:00 tot 16:30 / vr tot 16:00 (op weekdagen graag een seintje vooraf) / zaterdag en zondag van 14:00 tot 17:00 Deelname: gratis Info en inschrijving: martine@geuzenhuis.be 09 220 80 20 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

GENTSE GRIJZE GEUZEN Graag nodigen we al onze leden uit op onze algemene vergadering. Op de agenda staan onder andere de verkiezingen van de bestuursleden, het administratief en moreel verslag en de toekomstperspectieven van de vereniging. De vergadering wordt afgesloten bij koffie en taart. Deelname: gratis Info en inschrijving: secretaris D. Block

ZATERDAG 11 FEBRUARI 2017, 9:30 Inspiratiedag Het Willemsfondsarchief: steeds een ontdekking WILLEMSFONDS ALGEMEEN BESTUUR I.S.M. HET LIBERAAL ARCHIEF Het Willemsfonds heeft een rijk verleden dat

januari 2017  >  43


AGENDA

uitzonderlijk goed is gedocumenteerd. Het Liberaal Archief (waar het Willemsfondsarchief een veilige thuishaven heeft gevonden) pakt in het voorjaar van 2017 uit met een inspiratiedag.

minicus, Protestantse Kerk en het huisvandeMens, biedt op drie zaterdagen in februari een gratis kom warme (halal) soep aan. Iedereen is welkom vóór de kerk in de Wondelgemstraat. Deelname: gratis Info: www.demens.nu Locatie: St.-Jozefkerk, Wondelgemstraat, Gent

Ook de toekomst telt. Door de digitalisering dreigt heel wat archiefmateriaal te verdwijnen. Op deze inspiratiedag komen een aantal heel praktische tips met betrekking tot de bewaring van hedendaagse (digitale) verenigingsarchieven. Hoe omgaan met de (digitale) verslagen en uitnodigingen? Op welke wijze het digitale fotoarchief op duurzame manier bewaren? Welke mogelijkheden zijn er om websites en sociale media te bewaren? Wat is de rol van vrijwilligers daarin? Deelname: gratis Info en inschrijving (noodzakelijk): info@willemsfonds.be Locatie: Liberaal Archief, Kramersplein 23, Gent

ZATERDAG 11, 18 & 25 FEBRUARI 2017 10:30 - 13:00 Babbelsoep HUISVANDEMENS De interlevensbeschouwelijke samenwerking met onder meer de Sint-Jozefparochie, Do-

44  >  januari 2017

Deelname: gratis Info en inschrijving: gent@demens.nu - 09 233 52 26 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

WOENSDAG 15 FEBRUARI 2017, 19:00

VRIJDAG 17 FEBRUARI 2017, 19:00

Biobiertasting op Lupercalia

Algemene vergadering

VERMEYLENFONDS GENT

Na een inleidende uiteenzetting over het brede idee van volksontwikkeling, wordt alles meteen concreet gemaakt. De aanwezigen kunnen zelf proeven en snuffelen van deze historische schat, ze krijgen voorbeelden van hoe een Willemsfondsafdeling of een heemkundige kring hiermee het verhaal van het verleden kan stofferen. Er volgen ook praktische tips om dit naar buiten te brengen (met een pop-upexpositie, een verhaal, een website …). Het verleden is overigens kortbij: ook afdelingen die nog maar een jong jubileum hebben te vieren, zullen hier zeker hun gading in vinden.

Dit is de vierde film in onze cyclus ‘zingeving en verscheidenheid’. Een film over immigratie en cultuurbotsingen, over geloofsverschillen en vooroordelen, over het gezinsleven en individuele toekomstprespectieven.

WILLEMSFONDS OOST-VLAANDEREN De voorzitter en bestuursleden van het dagelijks bestuur van het Willemsfonds OostVlaanderen nodigen u graag uit op de jaarlijkse algemene vergadering met aansluitend een receptie. Wij verzoeken u vriendelijk om in te schrijven vóór vrijdag 10 februari 2017. Deelname: gratis Info en inschrijving: Nathalie De Vis nathalie.devis@willemsfonds.be - 09 267 39 63 Locatie: Lakenmetershuis, Vrijdagmarkt 24-25, Gent

Het Vermeylenfonds heeft de traditie om Lupercalia te vieren. 15 februari, de laatste dag van de Lupercalia, was voor de Romeinen het feest ter ere van Bacchus. Vermeylenfonds Gent organiseert die dag een biobiertasting met o.a. Lousberg biobier van het Hinkelspel, biobieren van brouwerij Dupont, biobier van de wilde brouwers en nog veel meer. Tom Cools begeleidt de avond en laat ons de geneugten ontdekken van het duurzaam en lokaal produceren.

ZATERDAG 18 FEBRUARI 2017, 9:30 Digimores Debatwedstrijd HUJO, DIGIMORES, DE HUIZENVANDEMENS EN DEMENS.NU

Deelname: € 20 p.p. Info en inschrijving: kathleen.devos@stad.gent 0498 18 07 89 Locatie: nog niet gekend

DONDERDAG 16 FEBRUARI 2017, 14:00 Filmnamiddag met nabespreking ‘Qu’est-ce qu’on fait au bon dieu’ HUISVANDEMENS GENT I.S.M. GENTSE GRIJZE GEUZEN EN FENIKS Ook dit jaar slaan Hujo, Digimores, de huizenvandeMens en deMens.nu de handen in elkaar voor een nieuwe editie van de Digimores Debatwedstrijd. Tijdens de regionale voorrondes gaan we opnieuw op zoek naar de meest kritische geesten van de 3de graad secundair onderwijs. Deze keer nemen we opnieuw een onderwerp

DEGEUS


AGENDA

onder handen dat razend actueel is: ‘vrijheid van meningsuiting’. De winnaars van de voorrondes mogen dan doorgaan naar de nationale finale op zaterdag 18 maart 2017. Alle jongeren uit de derde graad ASO, BSO, KSO en TSO kunnen deelnemen. Zin om mee te debatteren? Schrijf je dan zeker tijdig in want de plaatsen zijn beperkt. Er vallen weer fantastische prijzen te winnen, vorige edities sleepten de winnaars Pukkelpoptickets in de wacht. Deelname: gratis Info en inschrijvingen: via www.debatwedstrijd.be/ voorrondes/oost-vlaanderen/ Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

DINSDAG 21 FEBRUARI 2017, 19:30 Filosofisch gesprek ‘Hoe absurd is kapitalisme?’ HVV ZAHIR

Deelname: gratis Info en inschrijving: Gustaaf De Meersman videokontakt.gdm@telenet.be - 09 330 35 77 Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent

UPV OUDENAARDE

GERAARDSBERGEN DONDERDAG 9 FEBRUARI 2017, 20:00 Voordracht: ‘Waarom kritisch denken?’ Dr. Stefaan Blancke, postdoctorandus Filosofie, UGent UPV GERAARDSBERGEN Deelname: gratis Info en inschrijving: Dominique Brems upv_dominique.brems@telenet.be Locatie: Liberaal Gebouw, Markt 47, Geraardsbergen

Voordracht ‘De Belgische inlichtingengemeenschap en de bescherming van de democratie’

UPV GERAARDSBERGEN Deelname: gratis Info en inschrijving: Dominique Brems upv_dominique.brems@telenet.be Locatie: Liberaal Gebouw, Markt 47, Geraardsbergen

OUDENAARDE Nieuwjaarsreceptie

DEGEUS

ZATERDAG 21 JANUARI 2017, 20:00 Poëzieavond VC DE BRANDERIJ I.S.M. HUISVANDEMENS RONSE

De verhouding tussen stad en platteland wordt vervat in poëzie. Op deze avond kruipen Paul Demets, verkozen voor twee jaar tot plattelandsdichter van Oost-Vlaanderen, en debutanten Pieter-Jan Leupe en Letizia Rose Acosta (Seattle, VS) in hun pen en zorgen voor een avond vol taalplezier. Deelname: prijs nog niet gekend bij ter perse gaan van dit nummer Info en inschrijving: ronse@demens.nu - 055 21 49 69 Locatie: VC De Branderij, Zuidstraat 13, Ronse

DONDERDAG 16 FEBRUARI 2017, 20:00

VRIJDAG 6 JANUARI 2017, 19:30

Tijdens deze filosofische oefening krijgt u, in openheid en met respect, de kans om uw gedachten hieromtrent filosofisch te uiten en andere meningen te ontmoeten.

RONSE

DONDERDAG 23 FEBRUARI 2017, 20:00

Prof. dr. Marc Cools, vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht, VUB

We leven in een kapitalistisch systeem, weliswaar sterk geregulariseerd door een economisch en sociaal wetgevend kader. In dit filosofisch gesprek treden we in discussie over de werking van ons huidig economisch systeem en de uitwerking ervan op ons individuele dagelijkse leven. Daarnaast kunnen we ook beargumenteren wat de impact is op globale schaal. Is de één zijn dood, werkelijk andermans brood? Creëren we niet constant nieuwe behoeften? Betekent een sterker individu, de ondergang van de solidariteit?

Deelname: een vrije bijdrage wordt doorgestort aan het kinderkankerfonds Info en inschrijving: Norbert Van Yperzeele info@vcliedts.be - 055 30 10 30 Locatie : VC Liedts, Parkstraat 2, Oudenaarde

VC LIEDTS Graag nodigen wij alle leden uit om het glas te heffen op het afgelopen en het nieuwe jaar. Om organisatorische redenen verzoeken wij vriendelijk om je aanwezigheid op voorhand te bevestigen. Deelname: gratis Info en inschrijving: info@vcliedts.be - 055 30 10 30 Locatie: VC Liedts, Parkstraat 2, Oudenaarde

MAANDAG 13 FEBRUARI 2017, 20:00 Allochtonen voor justitie, dagelijkse realiteit of perceptie? Walter De Pauw, auteur ‘Justitie onder invloed’

Lezing ‘Complementaire Munten: een hefboom naar een duurzame samenleving’ HUISVANDEMENS RONSE I.S.M. TRAP RONSE, VC DE BRANDERIJ, AUGUST VERMEYLENFONDS EN VORMINGPLUS VLAAMSE ARDENNEN-DENDER Kan geld de wereld redden? Natuurlijk niet, geld is slechts een ruilmiddel, zou je denken. Toch is geld méér dan dat. De uitgave van geld maakt dagelijks bepaalde activiteiten in onze samenleving (on)mogelijk en schikt hierbij onze sociale relaties. Talloze voorbeelden tonen aan dat lokale gemeenschappen met hun eigen complementaire munt maatschappelijke acties en doelen verwezenlijken. Deze lezing van Muntuit vertelt je meer over hoe deze parallelle alternatieven een puzzelstukje in de transitie naar een duurzame samenleving kunnen bieden.

januari 2017  >  45


AGENDA

Deelname: € 5 / € 1 (studenten- en sociaal tarief) Info en inschrijving: ronse@demens.nu - 055 21 49 69 Locatie: CC De Brouwerij, Priesterstraat 13, Ronse

Locatie: Lokaal Noorderlicht, Marktstraat 2, Zelzate

VRIJDAG 10 FEBRUARI 2017, 20:00 Lezing ‘Over God’

WAARSCHOOT

Prof. dr. Etienne Vermeersch

ZATERDAG 11 FEBRUARI 2017, 20:00

VERMEYLENFONDS ZELZATE

Theatervoorstelling ‘Spaans Krijt 2.0’

VASTE ACTIVITEIT VC DE BRANDERIJ

Elke eerste en derde ­woensdag van 19:30 tot 21:00

VERMEYLENFONDS EVERGEM, WAARSCHOOT EN DE BRUG. CURIEUS EVERGEM, WAARSCHOOT EN ZOMERGEM MET DE STEUN VAN DE INSTELLING MORELE DIENSTVERLENING OOST-VLAANDEREN

Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving. SOS Nuchterheid is een vrijzinnig en humanistisch zelfzorg initiatief en is een lidvereniging van deMens.nu

In deze coproductie van Daan Hugaert (rol van Angel) en Dirk Tuypens (regie) wordt de geschiedenis als een oneindige lus voorgesteld.

Angel (Hugaert) komt als kind in 1937 naar Gent, op de vlucht voor de Spaanse Burgeroorlog, en zal nooit meer weggaan. In de herfst van zijn leven kijkt Angel terug op een gelukkig verleden. Zonder spijt of wroeging, dankbaar voor hoe het is gegaan. Maar dat het de oorlog was die hem uit Spanje wegjoeg, zal hij nooit aanvaarden. Oorlog lijkt maar niet te verdwijnen, mensen schijnen niets te leren uit hun fouten, en telkens wanneer mensen massaal op de vlucht slaan, doet Angel waartoe zijn geschiedenis hem dwingt: vertellen. Deelname: € 10 (vvk en leden add) / € 12 (niet-leden add) Info en inschrijving: fabjen@vermeylenfonds.be - 09 223 02 88 Locatie: Zaal De Kring, Patronagiestraat 5, Waarschoot

VRIJDAG 27 JANUARI 2017, 19:30 Nieuwjaarsreceptie VERMEYLENFONDS ZELZATE Graag nodigen we alle leden uit om ons te vergezellen bij een Nieuwjaarsdrank en receptie. Om organisatorische redenen vragen wij vriendelijk om vooraf te bevestigen. Deelname: gratis Info en inschrijving: www.avf-zelzate.be - 0477 93 56 13

46  >  januari 2017

Met een onontkoombare overtuigingskracht toont Etienne Vermeersch aan dat we het bestaan van de god van het christendom en ‘zijn Openbaring’ niet alleen om principiële redenen, maar ook op rationele en ethische gronden niet kunnen aannemen. Deelname: € 3 (leden) / € 7 (niet-leden) Info en inschrijving: www.avf-zelzate.be - 0477 93 56 13 Locatie: BOC Klein Rusland, Schoolstraat 18, Zelzate

VASTE ACTIVITEITEN VC LIEDTS

Elke maandag om 20:00 Workshop hatha yoga, ingericht door het Willemsfonds Oudenaarde (geen yoga op schoolvrije dagen).

Info SOS Nuchterheid: 0486 25 66 71 info@sosnuchterheid.org - www.sosnuchterheid.org Info en locatie: De Branderij - Zuidstraat 13, Ronse 055 20 93 20 - de.branderij@skynet.be.

VASTE ACTIVITEITEN VC GEUZENHUIS

Elke woensdag en vrijdag om 20:00 Bijeenkomst van SOS Nuchterheid, zelfzorg bij verslaving (alcohol en andere verslavingen). Aarzel niet om een afspraak te maken. De lotgenoten uit uw buurt verwelkomen u van harte. Uw contactpersonen: Eddy - 0494 65 19 84 (woensdag) Cynthia - 0477 65 72 11 (vrijdag) Locatie: Geuzenhuis, Kantienberg 9, Gent.

VASTE ACTIVITEITEN VC ZOMERLICHT

Elke maandag om 14:00 en elke woensdag om 19:30 Bridgewedstrijd. Organisatie: Liedts Bridge Club.

Elke dinsdag om 19:30

ZELZATE

Openingsuren VC Liedts: van maandag tot donderdag van 9:00 tot 12:00 en van 13:30 tot 15:30, vrijdag op afspraak. Info en locatie: VC Liedts - Parkstraat 2-4, Oudenaarde - 055 30 10 30 - info@vcliedts.be www.vcliedts.be.

Lessen ‘tai chi’ (geen les op schoolvrije dagen). Organisatie: VC Liedts.

Elke dinsdag om 20:00 Bijeenkomst SOS Nuchterheid (ook tijdens de schoolvakanties). De vrijzinnig baron Liedts bibliotheek is te bezoeken na afspraak via 055 30 10 30 of info@vcliedts.be (uitgezonderd op wettelijke feestdagen en tijdens de vakantieperiodes). Uitlenen is mogelijk voor leden.

Elke tweede vrijdag van de maand, 19:30 Bordspel-, borrel- en praatavond Gratis toegang. Info en locatie: VC Zomerlicht vrijzinnig.zomerlicht@telenet.be - 0475 31 79 67 Weldadigheidstraat 30, Zomergem.

DIGITALE NIEUWSBRIEF

Met het verdwijnen van de maandelijkse nieuwsbrief, maken wij werk van een digitale versie. Indien u graag op de hoogte blijft van het reilen en zeilen van de Oost-Vlaamse vrijzinnige gemeenschap, stuur ons dan uw e-mailadres door naar admin@geuzenhuis.be.

DEGEUS


COLOFON

Hoofdredactie: Fred Braeckman

LIDVERENIGINGEN VC-G

Eindredactie: Griet Engelrelst, Thomas Lemmens Redactie: Kurt Beckers, Freia De Buck, Frederik Dezutter, Philipp Kocks, Karim Zahidi Vormgeving: Gerbrich Reynaert Druk: New Goff

Fred Braeckman

Griet Engelrelst

Thomas Lemmens

Kurt Beckers

Gerbrich Reynaert

Philipp Kocks

Frederik Dezutter

Freia DeBuck

Karim Zahidi

Verantwoordelijke uitgever: Wim Taels p/a Kantienberg 9, 9000 Gent Werkten aan dit nummer mee: Gert De Coorde, Dirk Dekempe, Tim Deschaumes, Katleen Gabriels, Philippe Juliam, Pierre Martin Neirinckx, Renaat Ramon, Andries Rosseau, Gie van den Berghe, Griet Vandermassen, Norbert Van Yperzeele, Ive Verdoodt, Lode Vereeck, Pascal Versavel. Cover: Getty Images De Geus is het tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum-Geuzenhuis vzw en de lidvereni­g ingen en wordt met de steun van de PIMD verspreid over Oost-Vlaanderen. Het VC-Geuzenhuis coördineert, ondersteunt, bundelt de Gentse vrijzinnigen in het Geuzenhuis, Kantienberg 9, 9000 Gent 09 220 80 20 – f09 222 70 73 admin@geuzenhuis.be www.geuzenhuis.be U kan de redactie bereiken via Thomas Lemmens, thomas@geuzenhuis.be en Griet Engelrelst, griet@geuzenhuis.be of 09 220 80 20.

De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. De redactie behoudt zich het recht artikels in te korten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd of overgenomen worden zonder de schriftelijke toestemming van de redactie. Bij toestemming is bronvermelding – De Geus, jaargang, nummer en maand – steeds noodzakelijk. Het magazine van De Geus verschijnt tweemaandelijks (5 nummers).

LIDMAATSCHAPPEN Kunst in het Geuzenhuis €12 op rekening IBAN BE38 0013 0679 1272 van Kunst in het Geuzenhuis vzw met vermelding ‘lid KIG’. Grijze Geuzen €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid GG + naam afdeling (bv. lid Gentse Grijze Geuzen)’. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging €12 op rekening IBAN BE72 0011 7775 6216 van HVV Ledenrekening, Pottenbrug 4, 2000 Antwerpen met vermelding ‘lid HVV + naam afdeling (bv. lid HV Gent)’. Vermeylenfonds €15 (-26 jarigen gratis) op rekening IBAN BE50 0011 2745 2218 van Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent met vermelding ‘lidgeld naam, voornaam, geboortedatum, M of V’. Willemsfonds €15 op rekening IBAN BE39 0010 2817 2819 van WF Ledenrekening, Vrijdagmarkt 24-25, 9000 Gent met vermelding ‘lid WF’.

ABONNEMENTEN De Geus zonder lidmaatschap: €16 op rekening IBAN BE54 0011 1893 3897 van het VC-Geuzenhuis met vermelding ‘abonnement Geus’. Prijs per los nummer: €4. Het Vrije Woord gratis bij lidmaatschap HVV en GGG.

De Cocon vzw, Jeugdhulp aan huis info: 09 222 30 73 of 09 237 07 22 info@decocon.be - www.decocon.be Feest Vrijzinnige Jeugd vzw info: Thomas Lemmens - 09 220 80 20 thomas@geuzenhuis.be Feniks vzw info: www.plechtigheden.be huisvandeMens - 09 233 52 26 gent@deMens.nu Fonds Lucien De Coninck vzw info: www.fondsluciendeconinck.be fondsluciendeconinck@gmail.com Humanistisch Verbond Gent info: B. Walraeve - 09 220 80 20 hvv.gent@geuzenhuis.be Humanistisch - Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen info: T. Dekempe - 09 222 29 48 hvv.ovl@geuzenhuis.be Gentse Grijze Geuzen info: R. Van Mol - 0479 54 22 54 rvanmol@hotmail.com Kunst in het Geuzenhuis vzw info: Martine Ledegen - 09 220 80 20 martine@geuzenhuis.be SOS Nuchterheid vzw In Gent, woensdag en vrijdag (alcohol en andere verslavingen). info: 09 330 35 25(24u op 24u) info@sosnuchterheid.org www.sosnuchterheid.org UPV Gent Info: Geert Boxstael geert.boxstael2@telenet.be Vermeylenfonds Oost-Vlaanderen info: 09 223 02 88 info@vermeylenfonds.be www.vermeylenfonds.be Willemsfonds Oost-Vlaanderen info: 09 224 10 75 info@willemsfonds.be www.willemsfonds.be Werkgemeenschap Leraren Ethiek vzw info: info@digimores.org www.digimores.org

PARTNER De Geus van Gent open van ma t.e.m. vr vanaf 16:00 zaterdag en zondag vanaf 19:00 info: www.geuzenhuis.be 09 220 78 25 - geusvangent@gmail.com huisvandeMens Gent Het centrum biedt hulp aan mensen met morele problemen. U kan er terecht van ma t.e.m. vr van 9:00 tot 16:30 De hulpverlening is gratis! info: Sint-Antoniuskaai 2, 9000 Gent 09 233 52 26 - f 09 233 74 65 gent@deMens.nu Met de steun van IMD

Combinaties van lidmaatschappen met of zonder abonnementen zijn mogelijk.

DEGEUS

januari 2017  >  47


senteert e r p W Z V en che Jonger Mens.nu is e t d is n n a e s m n u e Hujo - H izenvandeM u h e d t e m erking in samenw

2017 n le stellinge e u t c a d n e nd SO rd over bra e e t t a , KSO & T b e O d S e B g , t d O r S o wijs A duo w WAT? In e graad secundair onder n telt! d e WIE? Der at de mening van jonger ? Omd WAAROM

aan de e e m e o D rondes! r o o v e ial Provinc

V.U.: IRENE TASSYNS, ANSPACHLAAN 111 BUS 7, 1000 BRUSSEL

Centrum tmoetings n O g r ig n u in b jz Lim 17 - Vri februari 20 lt Zaterdag 4 3500 Hasse , 18 hstraat ac b n e d o .R A eren Vlaand nhuis Oost – uze e februari - G Zaterdag 18 9000 Gent 9, Kantienberg l ens Brusse uisvandeM l h e t e s h s u 0 r 0 B 13u 22 februari, Woensdag 00 Brussel 10 , 17 e ar u sq e tt le e Sainct eren laand V – t s We C Mozaïek 8 maart - V ag sd n e o W 0 Kortrijk at 15A, 850 ra st ie e rl ve O bant ron s – Bra R. Mouche Vlaam aart - VOC m e 8 rd o ag vo il sd n Woe 1800 V rsstraat 21, e ld e G s n Fra

rpen Antwe 15 februari ag Woensd rpen hool Antwe AP Hogesc

Debat- jd i wedstr voor nige vrij-zin n e jonger

ement : e Vlaams Parl l lp e a h c n S i e F Zaal D 18 maart Zaterdag 0 Brussel eg 86, 100 w se n e v u e L

Inschrijven via WWW.DEBATWEDSTRIJD.BE

WIN MOOIE P R I J Z E N!

De Geus januari 2017  
De Geus januari 2017  
Advertisement