Interview Gayle Porter over PODD en Autonoom communiceren

Page 1

NEDERLANDS TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE

JAARGANG 89

Autonoom communiceren of helemaal niet Interview met Australische logopedist Gayle Porter die Pragmatic Organisation Dynamic Display (PODD) ontwikkelde. AUTEURS

AUKJE-TJITSKE

GERNA SCHOLTE

DIELEMAN-HOVINGA

Logopedist, taalspraakpatholoog

Tekstschrijver Semper Scribo

Response Able

Op 23 en 24 september 2016 was Gayle Porter in Nederland om samen met logopedist/taal-spraakpatholoog Gerna Scholte van Response-Able een introductieworkshop te geven over communicatieboeken volgens de opzet van Pragmatic Organisation Dynamix Display (PODD). Na afloop van deze cursus gingen Gerna Scholte en Aukje-Tjitske Dieleman, tekstschrijver en moeder van een meisje met Rett-syndroom, in gesprek met Porter over haar drijfveren en het product dat zij ontwikkelde.

Gayle Porter heeft ruim dertig jaar werkervaring als logopedist voor mensen met complexe communicatieproblematiek. Ze is momenteel werkzaam in het Cerebral Palsy Education Centre (CPEC) in Melbourne, Australië. Daar worden zowel kinderen met Cerebrale Parese (CP) en soortgelijke aandoeningen als hun familie behandeld en begeleid. Als ZZP’er helpt Porter ook bij de communicatie met en door kinderen en jongeren met een andere diagnose dan CP. Ze publiceert geregeld over Ondersteunde Communicatie (OC) 1 en wordt wereldwijd veelvuldig gevraagd voor lezingen en cursussen over PODD, Pragmatic Organisation Dynamic Display, het communicatiesysteem dat zij door de 20

jaren heen ontwikkelde aan de hand van wetenschappelijke inzichten en publicaties van onder anderen Janice Light, David McNaughton, David Beukelman en Pat Mirenda (Beukelman en Mirenda, 2005; Light en McNaughton, 2014). Volgens Porter is PODD het enige OC-systeem of in elk geval één van de weinige OC-systemen dat is ontstaan uit een combinatie van theorie en praktijk. Zij heeft geprobeerd alle wetenschappelijke inzichten toe te passen, aangevuld met haar eigen praktijkervaringen. Porter heeft voor PODD geen nieuwe symboolbibliotheek ontwikkeld. Het is vooral een ordening van pictogrammen in een dynamisch sys-

teem, zodat de gebruiker op elk moment de beschikking kan hebben over de symbolen die hij of zij nodig heeft. ‘Ik vind het heel belangrijk om vanaf het begin van de interventie het doel voor ogen te houden’, benadrukt Porter. ‘Logopedisten moeten mijns inziens voor hun cliënten streven naar communicatie op de momenten, met de mensen én met de woorden die de gebruiker zelf kiest. Het idee van een communicatieboek met afbeeldingen is niet nieuw, maar de manier waarop wij de afbeeldingen geordend hebben en introduceren bij de gebruiker is voor veel professionals wel anders dan ze gewend zijn. Velen beginnen met het afnemen van testen en bieden daarna een klein aantal afbeeldingen aan om het kind te leren kiezen. Ik ben echter een groot voorstander van Dynamische Assessment 2 en het principe First teach, then test (Eerst onderwijzen, dan onderzoeken)’. Er zijn verschillende vormen en maten communicatieboeken, die van elkaar verschillen door het aantal beschikbare woorden en de manier van bedienen. Zo


NUMMER 1 | FEBRUARI 2017

kunnen de pictogrammen direct met de vinger of hand geselecteerd worden, maar ook indirect via blikrichting of verschillende soorten partner-ondersteund scannen. Naast de papieren boeken zijn er ook digitale versies voor de spraakcomputer en tablet beschikbaar. Oorspronkelijk werd PODD ontwikkeld voor kinderen met CP, maar intussen heeft het in alledaags gebruik zijn waarde bewezen voor veel meer kinderen die in hun communicatie beperkt zijn doordat ze niet of onvoldoende kunnen spreken.

Principes van taalverwerving Aan PODD liggen verschillende theorieën over de normale taalverwerving ten grondslag. Tijdens de cursus ging Porter daar al nader op in. ‘Het is bekend dat kinderen die leren praten, uit het brede aanbod van gesproken taal om hen heen, zelfstandig de woorden kiezen die ze willen gebruiken. Voor kinderen die Ondersteunde Communicatie gebruiken, is dat in principe niet anders. Voor hen geldt echter dat hun taalvorm vaak in veel mindere mate gebruikt wordt door mensen in hun directe omgeving dan bij sprekende kinderen. Hierdoor hebben zij in vergelijking met sprekende kinderen minder mogelijkheid om spontaan te leren van anderen. Als kinderen gebruik maken van pictogrammen om zich uit te drukken, is hun ‘spraak’ bovendien afhankelijk van de hoeveelheid afbeeldingen die door mensen in hun omgeving toegankelijk zijn gemaakt. Symbolen die wij hen niet geven, kunnen ze niet gebruiken’. Porter heeft over haar visie met betrekking tot een rijke taalomgeving met OC gepubliceerd en verwijst ook naar onderzoek van anderen (Goossens, Crain en Elder 1992; Porter en Kirkland 1995, 93-94; Romski en Sevcik 1992; Cafiero 1998). ‘Niet-sprekende kinderen die alleen spraak als input krijgen, moeten zelf een vertaalslag maken tussen die gesproken taal en de andere taalvorm die ze tot hun beschikking hebben voor hun eigen actief taalgebruik. Helemaal onmogelijk is dat misschien niet, maar het

NEDERLANDS TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE

wordt op die manier wel erg lastig’, aldus Porter. Ze waarschuwt voor een kip-eneiprobleem. ‘Vaak wordt het aanbod van taal in sterke mate beïnvloed door het al bestaande actieve taalgebruik van het kind. Maar als een kind slechts twee of twaalf pictogrammen aangeboden krijgt, kan hij of zij actief nooit meer dan die twee of twaalf pictogrammen gebruiken. Wij moeten ons taalaanbod visueel ondersteunen, zodat zij zelf kunnen kiezen wat ze willen zeggen, net als sprekende kinderen. Dit is zeker belangrijk voor de kinderen die ik de ‘autonomy or die’-groep noem: als zij niet kunnen zeggen wat ze willen zeggen, zeggen ze helemaal niks. Deze kinderen worden door therapeuten onterecht gediagnosticeerd met een ernstige cognitieve beperking en minimale leermogelijkheden’.

IK BEN EEN GROOT VOORSTANDER VAN DYNAMIC ASSESSMENT

‘De ultieme uitdaging voor logopedisten, ouders en begeleiders van kinderen met complexe communicatieproblemen is, het aanbod van woordenschat aan te laten sluiten bij hun huidige communicatieniveau en tegelijkertijd verdere ontwikkeling van hun communicatie- en taalvaardigheden te stimuleren’, zo stelt Porter. Ze verwijst daarbij naar de Zone of proximal development (Vygotski 1962, 1978), de afstand tussen enerzijds het huidige ontwikkelingsniveau gekenmerkt door onafhankelijke probleemoplossing en anderzijds het niveau van mogelijke ontwikkeling waarbij problemen met hulp opgelost kunnen worden. Mede daarom zijn er verschillende PODD-boeken, waarbij gebruikers die zich verder ontwikkelen, steeds over kunnen stappen naar een volgend boek en een steeds grotere woordenschat. Omdat de boeken in grote lijnen dezelfde ordening van symbolen aanhouden, hoeven ze niet steeds een nieuw systeem te leren. Daar komt bij dat

therapeuten of ouders geen kostbare en schaarse tijd verliezen aan het samenstellen en programmeren van het vocabulaire in een OC-hulpmiddel. In plaats daarvan kunnen ze direct aan de slag met het bieden van ondersteunde taal.

Doelen van PODD PODD is bedoeld om tegemoet te komen aan de uiteenlopende communicatiebehoeften van een persoon en dan wel zo begrijpelijk, specifiek, efficiënt, onafhankelijk en sociaal geaccepteerd mogelijk (Porter 1997). Met ‘sociaal geaccepteerd’ verwijst Porter met name naar sociaal gedrag als vragen, bedanken en groeten in plaats van eisen of agressief gedrag. Voor de lange termijn is ook autonome communicatie een essentieel doel van PODD. ‘Autonome communicatie is niet hetzelfde als het maken van keuzes uit een beperkt aanbod’, stelt Gayle Porter. ‘Het gaat erom dat ik kan zeggen wat ik wil zeggen, tegen iedereen die ik maar wil, waar ik maar wil en wanneer ik maar wil’. Uiteindelijk leidt schrijfvaardigheid, mits de gewenste woorden geschreven kunnen worden, tot echte autonome communicatie. Bij OC-systemen die gebaseerd zijn op voorgeprogrammeerde symbolen en woorden hangt de graad van autonome communicatie af van de grootte en variatie van de woordenschat (Von Tetzchner en Grove, 2003). Goossens, Crain en Elder (1992) hebben al gepleit voor communicatiehulpmiddelen met een ruim vocabulaire voor alle communicatiefuncties zoals grapjes maken of beschrijven, voor gebruik tijdens een breed scala aan activiteiten en voor het maken van zinnen. Daarnaast pleiten zij ook voor doorgroeimogelijkheden en stellen zij dat individuele systemen genoeg op elkaar moeten lijken om onderlinge communicatie mogelijk te maken. Het gebruik van het systeem moet daarnaast fysiek mogelijk zijn.

Ontstaan van PODD ‘Na de geboorte van mijn oudste kind wilde

>> 21


NEDERLANDS TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE

JAARGANG 89

den. De woordenschat in de boeken is bepaald aan de hand van de normale taalontwikkeling en de manier waarop we met jonge kinderen communiceren.

Aandacht voor pragmatiek

ik in deeltijd gaan werken’, vertelt Gayle Porter. ‘Dat was mogelijk als ik binnen het Cerebral Palsy Education Centre overstapte naar de afdeling met jonge kinderen. Toen mijn baas me dat vertelde, zei ik: ‘daar gaat mijn leven’. Hij begreep niet wat ik bedoelde, want ik kreeg exact het aantal arbeidsuur dat ik wilde. Maar ik wist dat ik niet op die groep kon werken zonder me te storten op mogelijkheden voor betere communicatie.’ In 1993 ging ze samen met andere logopedisten actief het gebruik van Taal-Activiteiten-Kaarten 3 en communicatieboeken met meer dan één laag stimuleren (Porter en Kirkland 1995; Porter, Kirkland en Dunne 1998; Porter 2000). Dit was het begin van de huidige PODD-boeken. ‘De kinderen met wie ik werkte hebben mij verrast’, vertelt Porter. ‘Ze bleken in staat om met afbeeldingen te communiceren, nog voordat ze daar volgens de literatuur toe in staat zouden moeten zijn. Veel professionals en zeker ook ouders hebben me enorm geholpen door heel kritisch te zijn. Door hun commentaar kon ik dingen die in de praktijk niet goed werkten, steeds veranderen en is PODD niet alleen theoretisch, maar ook praktisch goed doordacht’.

Hoe ziet PODD eruit? De papieren communicatieboeken van PODD zijn er in drie varianten: de omklapboeken waarbij steeds één pagina met 22

symbolen opengeslagen wordt, de boeken waarbij steeds twee pagina’s zichtbaar zijn en de boeken met twee pagina’s en een zijpaneel. Het formaat van de boeken varieert, maar het maximale is een A4-formaat, omdat een groter boek lastig te hanteren is. Porter heeft gekozen voor PCS-symbolen waarbij ze zoveel mogelijk symbolen combineert tot samengestelde woorden in plaats van nieuwe symbolen te gebruiken voor die samengestelde woorden. ‘Fruitsalade’ is bijvoorbeeld ‘fruit’ in combinatie met ‘salade’. ‘De woordenschat in veel dynamische communicatiesystemen is geordend op grond van categorieën, van gebeurtenissen of activiteiten, van onderwerp of van het vertellen van een verhaal’, zegt de Australische taalpatholoog. ‘In PODD zijn de symbolen gegroepeerd volgens hun grammaticale functie, bijvoorbeeld werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of kleine woordjes zoals bijwoorden. Maar ze zijn ook gegroepeerd in categorieën op basis van hun betekenis, zoals kleding en eten & drinken, en op basis van hun functie in de pragmatiek zoals mening geven of aangeven dat er iets aan de hand is’. Daarnaast biedt PODD de mogelijkheid om delen van een verhaal aan te bieden om het vertellen sneller en gemakkelijker te maken. Alle organisatievormen kunnen in één boek gebruikt wor-

Aangezien de boeken meer lagen bevatten, moet de gebruiker of communicatiepartner tussen die lagen kunnen navigeren. Dat kan door middel van een nummer bij een symbool dat doorverwijst naar een onderliggende pagina, door middel van het symbool ‘terug’ of door middel van navigatie-indexen. ‘Het is belangrijk om die manieren van navigatie aan te houden en niet lukraak te gaan bladeren’, stelt Porter. ‘Als je namelijk gaat bladeren, gaat het kind ook bladeren. Dan raakt zo’n kind afgeleid door alle symbolen die hij of zij ziet en wordt de oorspronkelijke boodschap vergeten’. Met name in de omklapboeken spelen de zogeheten pragmatic branch starters een belangrijke rol. Dit zijn frases of zinnen om een interactie mee te beginnen, bijvoorbeeld ‘Ik wil’, ‘Ik vind het leuk’, ‘Ik vertel je iets’, ‘Laten we doen alsof…’ of ‘Ik stel je een vraag’. Ze kunnen twee functies vervullen, volgens Porter. ‘Je kunt zo’n starter gebruiken om snel op een pagina te komen waar waarschijnlijk vocabulaire staat dat het kind wil gebruiken. ‘Er is iets mis’ verwijst bijvoorbeeld naar een pagina waar allerlei dingen staan die aan de hand kunnen zijn. Daarnaast compenseren de pragmatic branch starters voor het gebruik van natuurlijke gebaren en intonatie door sprekenden. Een kind dat alleen in éénwoorduitingen kan praten, zegt ‘winkel’ met een zekere intonatie waardoor wel duidelijk wordt of hij/zij naar de winkel wil, vraagt of jij naar de winkel gaat of wil vertellen dat hij/zij de winkel leuk vindt. Door de starters te gebruiken, wordt de boodschap van de PODD-gebruiker beter begrepen. In volgende boeken blijven de starters soms wel beschikbaar, maar zijn ze niet zo belangrijk meer, omdat de gebruiker tegen die tijd zinnen kan maken en de communicatieve intentie daardoor wel duidelijk wordt’.


NUMMER 1 | FEBRUARI 2017

In elke sectie van PODD is zo goed mogelijk geprobeerd de woorden en zinnen te voorspellen die een persoon in die sectie zou willen zeggen. Vrijwel elke sectie bevat, naast contextafhankelijke woorden, kernwoorden die meestal meer dan eens in het boek voorkomen. Zo is in de sectie vervoer de kans groot dat iemand wil zeggen ‘Ik wil rijden in de bus’ of ‘Ik zie een bus’. Woorden als ‘ik’, ‘wil’, ‘rijden’ en ‘zien’ staan daarom in de sectie vervoer, hoewel ze zich ook al in andere secties bevinden, in dit voorbeeld mensen en werkwoorden. Op die manier wordt de communicatie efficiënter dan wanneer je steeds naar een andere sectie moet bladeren. Met name in de boeken met een grotere woordenschat is de ordening van symbolen binnen een sectie aangepast aan de zinsvolgorde. Woorden die vaak eerst in de zin komen, staan links op de pagina, terwijl rechts de woorden staan die later volgen.

AUTONOME COMMUNICATIE IS NIET HETZELFDE ALS HET MAKEN VAN KEUZES UIT EEN BEPERKT AANBOD

Toepassing van PODD Er gingen jaren van ontwikkeling vooraf aan de lancering van PODD-boeken als officieel en geregistreerd product. ‘Op een gegeven moment dacht ik dat andere mensen in Australië er ook iets aan konden hebben’, zegt Porter met een lach. ‘Maar voor ik het wist, zat ik al in de Verenigde Staten’. Daar werkte en werkt ze veel samen met docent en zelfstandig consultant Linda Burkhart, die geholpen heeft om PODD te verspreiden. Ook in Zweden en Denemarken is PODD geïntroduceerd, uiteraard in vertaalde vorm. Momenteel zijn er drie Engelstalige cd’s op de markt. Daarop staan sjablonen voor omklapboeken met 9, 12, 16 of 20 symbo-

NEDERLANDS TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE

len per pagina, boeken zonder zijpaneel met 40, 70 of 100 symbolen per pagina en boeken met zijpaneel met 36, 48 of 90 symbolen per pagina. Deze sjablonen zijn allemaal geschikt voor selectie door middel van aanwijzen. Een aantal van die sjablonen kan aangepast worden voor partnerondersteund scannen. Ook kan er een PODD-boek gemaakt worden met afneembare pictogrammen, speciaal voor kinderen die moeite hebben met de bedoeling van aanwijzen. Cd’s met de sjablonen voor andere bedieningsmanieren als blikrichting, partner-ondersteund scannen (visueel, auditief en beide), gecodeerde toegang (kleur of nummer) en een combinatie van bedieningsmanieren zijn nog in de maak, net als een versie voor symbolen met verhoogd contrast. Aan een officiële Nederlandse vertaling van PODD met een woordenschat die aan de cultuur in Nederland is aangepast, wordt hard gewerkt door Gerna Scholte MA en Ellen Elings (TalkActive)4, in samenwerking met Jabbla, een Vlaamse producent van communicatiehulpmiddelen en -software. Als de Nederlandse vertaling gereed is, kan PODD ook in Nederland ingezet worden voor wie niet of nauwelijks kan spreken. Aan het gebruik ervan is volgens Porter geen minimumleeftijd aan verbonden. ‘Mijn advies bij de toepassing van

PODD? Denk niet te lang na bij het kiezen van het type PODD-boek. Personaliseer vervolgens niet te veel, maar print de pagina’s uit en lamineer ze. Kortom: ga het boek gewoon gebruiken. Later kun je de woordenschat aanpassen of kiezen voor een andere boekvariant. Kinderen hoeven niet aan voorwaarden te voldoen voor ze eraan mogen beginnen’. Aan de logopedist of andere communicatiepartner stelt Porter echter wel eisen. ‘Hij of zij dient veel te modelleren in zoveel mogelijk verschillende situaties. Door het boek zelf te gebruiken als ondersteuning van de gesproken taal, zal op termijn blijken of het kind er interesse in toont of niet. Vraag het kind niet om iets te zeggen met behulp van het PODD-boek of er zelfs maar naar te kijken. Bied het pas als actief spraakhulpmiddel aan, als het kind er volledig uit zichzelf naar kijkt of grijpt. Heb geduld. Het kan maanden of zelfs jaren duren voor het kind er actief iets mee doet, vooral wanneer het kind gesproken taal absoluut niet begrijpt of kan horen. Dat betekent niet dat het in de begintijd een nutteloos hulpmiddel is. Bij OC is het bieden van een grote passieve woordenschat van groot belang, juist bij onbegrip van gesproken taal’. ‘Met PODD hoop ik bij te dragen aan autonome communicatie voor iedereen’, zo sluit Porter het gesprek af. ‘Ik heb zelf al

>> 23


REFERENTIES

NEDERLANDS TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE

JAARGANG 89

• Beukelman, D.R, en Mirenda, P. 2005. Augmentative & Alternative Communication Supporting Children and Adults with Complex Communication Needs. Baltimore, MD: Paul H. Brookes Publishing Company. • Cafiero, J. 1998. Communication Power for individuals with Autism. Focus on Autism and Other Developmental Disabilities 13 (2), 113-121. • Goossens, C., Crain, S. en Elder, P. 1992. Engineering the Pre-school Environment for Interactive, Symbolic Communication 18 months to 5 years. Birmingham, AL: Southeast Augmentative Communication Conference Publications, Clinician Series. • Light, J. en McNaughton, D. 2014. Communicative Competence for Individuals who require Augmentative and Alternative Communication: A New Definition for a New Era of Communication? Augmentative And Alternative Communication, 30 (1), 1-18. • Porter, G. en Kirkland, J. 1995. Integrating Augmentative and Alternative Communication into Group Programs: Utilising the Principles of Conductive Education. Melbourne, Spastic Society of Victoria. • Porter, G. 1997. Integrating AAC into programs applying the princi-

veel niet-sprekende leerlingen mogen begeleiden die nu als jong-volwassene volwaardig meedraaien in de maatschappij. Ik ben blij om te zien en te horen dat er in Europa meer aandacht komt voor de topdownbenadering binnen de Ondersteunde Communicatie. Er zijn al vele kinderen en tieners met onder andere Angelmansyndroom, autisme en andere aandoeningen die na een tijd van intensief modelleren hun eigen boodschap samenstellen en zich kunnen uitdrukken in de woorden die zij zelf gekozen hebben’.

Noten 1 Ondersteunde Communicatie is de overkoepelende term voor low tech en high tech methoden van ondersteunde communicatie die niet-sprekenden en

ples of conductive education. Conductive Education News, 12 (3), 2-8. • Porter, G., Kirkland, J. en Dunne, L. 1998. Multi-level communication books. Proceedings ISAAC conference, Dublin. • Porter, G. 2000. Ideas for the design of low-tech dynamic displays: user friendly, multi-level communication books, in: Department of Education 2001. Students with physical impairment: Augmentative and alternative communication. Brisbane. • Romski, M.A. en Sevcik, R.A. 2005. Augmentative communication and early intervention: myths and realities. Infants and Young Children 18 (3), 174. • Stichting ter bevordering van de cognitieve ontwikkeling (StiBCO), www.stibco.nl. • Von Tetzchner, S. en Grove, N. 2003. Augmentative and alternative communication: Developmental issues. London: Whurr Publishers Ltd. • Vygotski, L.S. 1962. Thoughts and Language. Massachusetts: M.I.T. Press. • Vygotski, L.S. 1978. Mind in Society: The development of higher psychological processes. Cambridge, MA: Harvard University Press.

op deze manier te weten komen wat

het de geteste met hulp kan leren, wat iets zegt over het leertempo en de zone van naaste ontwikkeling (Stichting ter Bevordering van de Cognitieve Ontwikkeling). 3 Een Taal-Activiteiten-Kaart wordt ingezet bij een specifieke activiteit en bevat symbolen voor persoonlijke voornaamwoorden, werkwoorden, zelfstandig naamwoorden en bijwoorden die bij die activiteit passen. Taal-ActiviteitenKaarten staan op zichzelf en vormen geen boekwerk waarbij de gebruiker tussen verschillende kaarten kan wisselen. 4 Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen via welkom@response-able.nl.

mensen met spraakproblemen nodig hebben. Onder andere gebaren, het

Meer informatie

gebruik van pictogrammen en spraak-

www.cpec.com.au/store/podd www.cpec.com.au/services/onsite-training www.response-able.nl

computers worden geschaard onder OC. 2 Bij Dynamisch Assessment (dynamische diagnostiek) wordt de wissel-

Auteurs

werking tussen de testafnemer en

Aukje-Tjitske Dieleman-Hovinga is afgestudeerd in de archeologie en werkt als tekstschrijver onder de naam Semper

de geteste, niet geminimaliseerd of gestandaardiseerd. De testafnemer kan 24

Scribo Tekst- en Redactiebureau. Haar oudste dochter van zes jaar heeft het Rettsyndroom en gebruikt een oogbestuurde spraakcomputer en papieren vormen van Ondersteunde Communicatie. AukjeTjitske houdt zich intensief bezig met het gebruik en de inrichting daarvan en verdiepte zich via verschillende cursussen in Ondersteunde Communicatie. Gerna Scholte, MA (1987) is opgeleid als Logopedist en Taal- Spraakpatholoog. Tijdens haar opleiding ontdekte ze de niet- en nauwelijks sprekende cliënten en de mogelijkheden die goede Ondersteunde Communicatie biedt. Ze verdiepte zich in 2011, als onderdeel van master, in OC bij het Rett syndroom en heeft deze groep inmiddels in haar hart gesloten. Sinds 2012 is zij met veel enthousiasme werkzaam voor Stichting Milo, Wegbereiders in Communicatie, www.stichtingmilo.nl. Vanaf 17 maart 2016 is zij bovendien de eigenaar van ResponseAble. Gerna Scholte is samen met Ellen Elings verantwoordelijk voor de officiële vertaling van PODD naar het Nederlands en biedt cursussen en ondersteuning aan gericht op PODD en Eye Gaze. Voor meer informatie kunt u contact opnemen via welkom@response-able.nl.