Page 27

27

#Best_Mag

Notaris Moutwijnjenever

Tekst Rens Ulijn beeld Herman Jansen Beverages

Schotten zijn trots op hun whisky, Fransen op hun cognac. En Nederlanders? Volgens Marjan Jansen van Branderij de Tweelingh in Schiedam, doet ónze nationale sterke drank qua smaak- en geurcomplexiteit niets onder voor zijn Schotse en Franse broertjes. ‘Het is tijd voor eerherstel van de Hollandse jenever. Maar dan wel voor de échte! ’ Ooit was Schiedam de jeneverhoofdstad van de wereld. Als je vanaf het NS Station Schiedam Centrum door de kronkelende straatjes langs oude pandjes en herenhuizen naar Branderij de Tweelingh loopt, merk je dat goed. Rond 1900 telde de stad nog zo’n vierhonderd branderijen, de meeste gevestigd aan het Noordvest, een brede gracht met hoog boven de bebouwing

uitstekende korenmolens. De molens maalden het graan, dat het basisingrediënt vormt van jenever. Door de ligging aan de gracht konden de grondstoffen gemakkelijk aan- en het eindproduct gemakkelijk afgevoerd worden per schip. De Hollandse koopmansgeest zorgde ervoor dat de Schiedamse jenever over de hele wereld werd geëxporteerd. Zo is het Engelse woord gin een verbastering van het woord jenever. In het achtiende-eeuwse Londen was dat drankje zo populair, dat de autoriteiten eisten dat de Hollandse jenever in Engeland nogmaals werd gedistilleerd, zodat ze er zelf ook aan konden verdienen. Het distillaat werd London dry gin genoemd.

Uitgestorven traditie Hoewel de jeneverindustrie anno 2013 grotendeels uit Schiedam is verdwenen, is Branderij de Tweelingh nog trots in bedrijf. Ik word er hartelijk ontvangen door Marjan Jansen, de vrouw van Dick Jansen, die inmiddels de zesde generatie Jansen is die het drankenbedrijf sinds 1777 leidt. ‘Hartelijk welkom bij De Tweelingh’, zegt ze begeleid door een stevige handdruk. ‘Hier stoken we jenever nog precies

op de manier waarop dat tot pakweg 1900 gebruikelijk was. We zijn eigenlijk een soort levend museum. We hebben hier een traditie die tientallen jaren uit Nederland was verdwenen in ere hersteld.’ ‘Is jenever ooit verdwenen dan?’, vraag ik. Marjan: ‘De echte moutwijnjenever, waar Nederland in de achtiende en negentiende eeuw wereldberoemd om was, wel. Die werd na de Tweede Wereldoorlog een kwart eeuw lang niet gemaakt. Het werd in de twintigste eeuw langzaam maar zeker vervangen door jonge jenever, dat grotendeels met neutrale alcohol zonder smaak uit de gist- en spiritusfabriek wordt gestookt.’ Marjan legt me uit dat door de doorbraak van de industrieel vervaardigde neutrale alcohol eind negentiende eeuw, jenever veel eenvoudiger en goedkoper geproduceerd kon worden. Ter vergelijking: het stoken van moutwijnjenever kost zes tot acht weken, terwijl jonge jenever binnen een dag gestookt kan worden. Tijdens de wederopbouwjaren na de Tweede Wereldoorlog was de ouderwets gestookte moutwijnjenever simpelweg te duur voor de meeste mensen. Alle fabrikanten stapten over op jonge jenever, gemaakt met neutrale alcohol uit graan of

#Best_Mag nr. 3 (gemaakt door Uwmedia)  

Het magazine van Best Western Hotels Nederland. Editie voorjaar/zomer 2013 gemaakt door Uwmedia. Uwmedia heeft veel ervaring in het maken v...

Advertisement