Page 1

PROZACSTAD Je bent er

René van Densen “Maar godverdomme, ik heb al die shit allang op Facebook gelezen” – Barack Obama

NTet A K m

ORginnen O V be n r

Hie

leze


[Unieke tekst] In de drukversie van dit boekje (beperkte oplage, 50 ex.) zat telkens ĂŠĂŠn unieke tekst op deze plaats toegevoegd. Op die manier is geen van de 50 exemplaren exact hetzelfde als een ander.


Signeerruimte voor de auteur


Eerder verschenen boek vol spelfouten van deze auteur: Tilburg: De anus van Nederland Mijmoires van een onbeminde nachtburgemeester Uitgeverij Tillywood, 2007 ISBN 978-90-812070-1-0 In de Kutbinnenlanders.nl reeks: Cultuurkiller De Kerk van de Kalebas U Mag Mij Wegstemmen (dichtbundel) Papierpulp In Spe (dichtbundel) In eeuwige voorbereiding: Hofnar van de Ondergang Probeersel 1: Debuut In De Wereld (strip)

Voor Lian

Colofon Gelimiteerde oplage (50 ex.), Februari 2014 Genummerde oplage: Druk: Van de Ven Printservice en Drukwerk, Hilvarenbeek Copyright Š2014 RenÊ van Densen Vormgeving en concept: Dennis van Renesse Eindredactie: Johan van Tilburg, Joubert Pignon (p. 61) Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, bewerkt en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische media of op welke andere wijze ook. Met speciale dank aan de Bende van het Buitenbeentje. En Facebook.


PROZACSTAD Je bent er

RenĂŠ van Densen


Inhoud Postzak Prozacstad WK trauma’s De man zonder vervoer Terrasbioloog Spartelen Wolk Mondvlees Afvoer Schande Club P Roest Uitsteller Hoera Rode ballon Jamaarho’s Bijbelvertaling Bladen Afwijzing Kudde Stilte in de schapenwei Film bij de Opperpater Onleesbaar Rookruimte Schijtcafé Dat vergeten teveel mensen Hamer De minst spraakmakende schrijver ter wereld Onbetaald Plakjes Date Elk derde Pubquiz Zijspiegel Weckpot Schreeuw Toekomstdroom Douchen

7 9 10 11 14 15 16 17 18 19 20 21 23 24 25 29 30 31 32 33 34 35 36 38 39 40 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54


Braaf Fee Terrasechtgenote (1) Goud Terrasechtgenote (2) Vergeef me Aan, uit

55 56 58 59 61 62 63


Postzak Met een doffe kwakklank plofte de postzak neer. Vermoeide ogen boven halfzwarte wallen zagen deze zoveelste zak gelaten aan. Ze konden niet weten wat voor belangrijke brief er in zat. Ze konden niet bevroeden wat de gevolgen zouden zijn van het bezorgen van deze brief. Konden ze dat wel, dan zouden ze zich wellicht achter de oren krabben. Dan zou de brief misschien per ongeluk kwijtgemaakt worden. Dan zouden ze wellicht zelf de brief even retour sturen. Geen mens zou deze brief doorlaten als hij wist waar het toe zou leiden. Maar hier werkten geen mensen. Hier werkte een arbeidersmassa die tezamen, neutraal als een natuurramp, de enorme papiermassa’s doorsluisde naar uiteindelijk de juiste bezorger. Elke brief ging onopgemerkt door hun vingers. Alleen de nieuwen, die keken nog met levendige, nieuwsgierige blikken rond. Zoals Daniël. Een enthousiaste jongen waar het leven zijn plezier nog aan op kon. Die met een sappige knak vroeg of laat wel gebroken zou worden, maar nu nog meeboog. Daniël voelde zich heerlijk en vrij. Dit moest een droombaan zijn. Nachtwerk, zijn ideaal. En al die post ! Eerste rang mogen zitten en van dichtbij mogen zien hoe massaal er toch nog altijd per post gecommuniceerd wordt. Gefascineerd keek hij naar alles dat door zijn handen ging. Niet lang, want hij wou ook niet op zijn eerste dag meteen zijn baan al kwijtraken. Maar een snelle, guitige blik was wel het minste. Sommige post herkende hij direct. Gasrekening. Uitkering. Belastingbrief. Maar ook: verjaardagskaart in envelop. Van klein tot groot. En de bekende bankenveloppen voor overschrijvingen waren blijkbaar ook nog altijd in omloop. Alles moest razendsnel, nu, rap, hop, maar toch snel even raden wat de boodschap was. De geschreven post was eigenlijk het enige, bedacht hij, dat de NSA niet lui vanachter hun bureau’tjes met eenvoudige zoekopdrachten kon doorspitten. Waar een verkeerd gekozen woord niet direct tot René van Densen

7


arrestatie en verhoor zou leiden. Wie schrijft, blijft, grinnikte hij stilletjes. Als ze zijn fantasie konden afluisteren, zou Daniël wellicht nu meteen als staatsgevaarlijk beschouwd worden. Maar dat kon vooralsnog geen enkele geheime dienst. Fantasie bleef oninzichtelijk. Enkel als die uitgesproken of opgeschreven werd. In dat opzicht waren alle schrijvers tegenwoordig potentiële terroristen. Want oeioei, wóórden. We hebben Daniël helemaal voor niets, vijf alinea’s lang, in de gaten gehouden, want de envelop gaat niet door zijn handen. De envelop gaat door de handen van Dirk, een man met een forse hypotheekschuld en een beginnend drankprobleem. Dirk houdt zijn hoofd nergens bij maar doet al decennia dit werk. Routineus gaat de envelop door naar de juiste bestemming. En zo wordt iemands lot bezegeld.

8

Prozacstad (je bent er)


Prozacstad Hoog toekijkend vanaf een lantaarnpaal ziet de meeuw uit over Prozacstad. De natgeregende, semioostblokkerige betonnen troosteloosheid staart hol terug. Dezelfde grijsgroene eindeloosheid die hij ziet als hij over zee zweeft. Maar met minder plastic afval. Het is een bedrijvigheid van jewelste beneden, maar alles beweegt traag genoeg om ontspannen te volgen. Met scherpe ogen houdt de meeuw alles in de gaten. Twee voormalige communicatieprofessionals, beiden in fletse truien, treffen elkaar voor het eerst in een klein decennium weer. Ze wisselen een uitgeblust hoegaathet uit. Allebei geven ze direct toe bij de groeiende groep uitkeringsgerechtigden te horen. Niet voor niets troffen ze elkaar bij de goedkoopste supermarkt in Prozacstad. Tien jaar geleden wisten ze niet eens waar deze winkel lag. Een zwerver loopt voorbij de berooide gezinnen en gevallen helden. Hij heeft maar een paar gaten meer dan zij in zijn kleren, maar wel zijn vrijheid. De regen deert hem niet. Hij ziet de meeuw waar niemand anders op let. Glimlachend staart hij naar de lantaarnpaal. Uit zijn binnenzak pakt hij een boterham en legt die op de stoep. Dan loopt hij door. Met een snelle vlucht grist de meeuw de boterham van de stoep. In Prozacstad is het uiteindelijk ook ieder voor zich, dus de zwerver is snel weer vergeten. Nog schrokkend tuurt hij de omgeving af naar zijn volgende maaltje.

RenĂŠ van Densen

9


WK trauma’s Het is Willem niet aan te zien, wanneer hij over straat slentert. Alleen de scherpe observeerder zou het opvallen hoe hij bij een blikje dat rondslingert, stopt. Hij fronst. Trapt hard op het blikje, zodat het platkreukt. Dan schopt hij het aan de kant. Met volgehouden frons loopt hij door. Er zit woede in zijn stappen. Een verkreukelde voetballer staart hem na. Willem lijdt aan drie WK trauma’s. Hij heeft een WK trauma van 1974, een WK trauma van 1978 en een WK trauma van 2010. Tot dusver heeft hij de set dus compleet. Hij verzamelt de WK trauma’s niet bewust. Het verlies van de Nederlandse ploeg in de WK finales heeft hem alle drie de jaren stevig aangegrepen. Vrienden mogen de jaartallen in geen enkele context ter sprake brengen als hij erbij is. Liefst doet hij alsof 1974, 1978 en 2010 helemaal niet bestaan. Willem leeft in een wereld waar Waterloo van ABBA nooit het Eurovisie heeft gewonnen. Waarin de eerste CBBS nooit aangemaakt is. Waarin er geen Chileense kompels gered moesten worden. Waarin de Unabomber geen aanslag heeft gepleegd. Waarin de strip Garfield niet in de kranten debuteerde. Waarin Georges Pompidou nooit stierf. Waarin er geen 110 miljard euro naar Griekenland hoefde. Waarin Johannes Paulus II geen paus werd. En waarin Duke Ellington niet stierf. Eigenlijk leeft Willem in best een mooie wereld. Ik zou graag heel veel over Willem schrijven. Jammer dat er voor mij in zijn mooie wereld geen plaats is. Ik ben van 1978.

10

Prozacstad (je bent er)


De man zonder vervoer De man zat daar opeens. ‘s Ochtends, in Prozacstad. Een krantenbezorgende jongen per fiets zag hem als eerste. Starend naar de man reed hij bijna zijn voorwiel in een tramrail, wat tot een lelijke valpartij had kunnen leiden. Net op tijd kon hij zijn tweewieler voor dit onheil behoeden. Hoofdschuddend vervolgde hij zijn route, beter beseffend dan de meeste stadsbewoners, wat voor mafkezen er zoal in de wereld rondlopen. Toen hij echter enkele uren later hetzelfde punt voorbijreed, zat de man er nog steeds. De stad was reeds ontwaakt, en de brave werkende mensch was zich in grote massa’s rondom de man, naar hun werklocaties aan het begeven. Velen keken slaperig maar bevreemd om naar de man, die niet van zijn zitplaats wijkte. Een oudere vrouw, die een goed uurtje later haar stoep aan het vegen sloeg, was de eerste die de man aansprak. “Pardon meneer, gaat het ?” De man knikte: “Oh ja hoor, het gaat prima. Dank u wel.” De vrouw haalde een wenkbrauw op maar vervolgde eerst haar geveeg. Toen de stoep een tevredenstellend niveau van properheid had bereikt, en de man er alsnog zat, liep ze haar woning in om de politie te bellen. Vreemde mannen die urenlang op háár stoep zaten - zeker als ze niet voor háár kwamen, wat al jarenlang niet meer gebeurde - dat gaat zomaar niet, natuurlijk. Het moet immers niet gekker worden. Twee agenten kwamen een klein uurtje later ter plaatse. “Zo meneer, en wat denken we dat we aan het doen zijn ?” De man antwoordde kalm: “Ik ben hier aan het zitten, mijn beste heren. Dank u voor uw belangstelling.” “We hebben klachten ontvangen dat u hier al een tijdje zit, meneer,” zei één agent. “Dat klopt, agent, ik zit hier sinds vrij vroeg deze ochtend. Sinds vannacht, als u het strikt wilt benoemen. Of gisteravond, daar wil ik vanaf zijn. Die distinctie is mij een beetje ontsnapt.” De agenten trokken aan zijn armen in een poging de man op zijn René van Densen

11


benen te krijgen. “Kom, meneer, dan mag u met ons mee.” De man stribbelde tegen. “Nee, dank u, heren. Er zijn geen wetten of andere regels tegen het zitten op een openbaar troittoir, waar u mij voor kunt oppakken, ik veroorzaak geen enkele andere overlast, me dunkt dat u mij niet zomaar van deze locatie kan verwijderen zonder onrechtmatig te handelen.” Het atypische taalgebruik van de man, iemand die zich in deze stad op dergelijke mate maatschappelijkongewoon gedroeg, verbaasde de agenten. Eén krabde even onder zijn pet. Tsja, wat nu ? De man had gelijk, er was geen enkele basis voor het arresteren of verplaatsen van dit bizarre sujet. Ze vroegen hem of hij niet ergens moest zijn, waarop de man zijn hoofd schudde: “Naar uw begrippen moet ik hier zijn. In mijn eigen definitie van wat u onder ‘zijn’ verstaat, ben ik echter in volle vervoering naar een andere locatie. Alles is relatief, ziet u ?” De agenten zochten in de zakken van de man naar drugs - iets dat ze wél mochten doen - maar vonden niets. De vreemdeling was duidelijk niet onder invloed van een of andere al dan niet illegale substantie. Hij zat gewoon overdag op de stoep en had daarmee gelijk, dat hij hiermee in zijn recht was. Na een tijdje vruchteloos discussiëren met de man, die overal vreemde maar heldere antwoorden op wist te geven, gaven ze hem de waarschuwing dat hij andere mensen niet lastig diende te vallen, en besloten verder te gaan. Er waren immers onrustplegers genoeg in de stad, teveel om zoveel tijd aan één vreemde snuiter te besteden. Gedurende de dag kwamen er meer en meer mensen vragen of de man in orde was, of hij ergens heen moest, wat hij daar deed. Sommigen boden hem vervoer aan, wat hij resoluut van de hand wees. “Ik héb vervoer, mijn beste. U merkt het wellicht niet, maar ik heb, zonder vervoer, toch vervoering.” Mensen raakten geïrriteerd door zijn mysterieuze antwoorden, velen snapten niet waar hij het over had, anderen beweerden het wel te snappen, wat tot onenigheden leidde. Men schreeuwde, stampte met hun voeten, duwde tegen elkaar. De man zat kalm temidden van de verwonderde, ruziënde, verontwaardigde medemens. De agenten kwamen terug, één moeide zich in de opstootjes terwijl de ander wederom aan de armen van de man sjorde. “Kom op, kerel, het is mooi geweest. Je maakt de 12

Prozacstad (je bent er)


mensen gek,� waarop de man tegenstribbelde en kalm zei dat niet hij, maar de mensen die zich druk maakten, het probleem waren. De agent gaf wederom zijn pogingen hier tegenin te redeneren op en hielp zijn collega ermee, de omstanders die op het langzaamaan steeds onchristelijkere tijdstip, stennis aan het schoppen waren. Het zachte, plotselinge piepen van een elektronisch horloge, riep de commotie een halt toe. De man stond op. Na 23 uur, 56 minuten en 4 seconden zitten was er forse kramp in zijn kuiten geslopen. Hij had ruim 20.000 kilometer afstand afgelegd, want die afstand had het desbetreffende stukje troittoir rond de as van de aarde geroteerd en dit alles in volstrekte kalmte, terwijl de wereld om hem heen zich nodeloos druk had gemaakt. Fluitend wandelde hij de straat uit.

RenĂŠ van Densen

13


Terrasbioloog We kennen ‘m al vrij lang. Onze terrasbioloog. De meeste van de wekelijkse avonden maakt hij deel uit van ons dwaze groepje. Sowieso kunnen we hem overal tegen komen. De terrasbioloog is overal. Een beetje zoals onkruid. Vanavond heeft de terrasbioloog een stijve nek. Hij is met die stijve nek opgestaan, zegt hij. Waarop hij het grapje maakt, dat hij normaal gesproken met iets anders stijfs opstaat. Vanavond maakt hij extra flauwe grapjes, want als hij lacht krijgt hij nekpijn. Het is dus zaak dat er niks te lachen valt. Zo grapt de terrasbioloog de avond vol. Ik zeg dat de gulp van de terrasbioloog open staat. De terrasbioloog zegt dat hij daar niet in trapt. De gulp van de terrasbioloog staat echter daadwerkelijk open. Er komt een niet geheel frisse lucht vandaan. Ik denk dat de terrasbioloog vandaag niet gedouched heeft.

14

Prozacstad (je bent er)


Spartelen Van grote afstand zag ik precies hoe het mis ging, hoe de man al joggende zijn voet verkeerd zette, zijn been doorboog en viel. Met een luide plons belandde hij in het water. Even golfde alles na en toen spartelden zijn armen boven water. Wilde paniek. De man schreeuwde om hulp - blijkbaar kon hij niet zwemmen. Wie gaat er nou joggen langs een kanaal als je niet kan zwemmen, dacht ik, terwijl ik op hem afliep. Ik zag andere mensen erheen snellen die veel dichterbij waren, dus ik rende niet heel hard. Energie is een kostbaar iets geworden deze dagen. De jongen en het meisje die als eerste arriveerden, stopten plots. De jongen begon te klappen en het meisje schudde met haar heupen. Het leek een bizar tafereel, totdat ik dichterbij kwam. Want het moet worden gezegd, de hulproepen van de man waren van een aanstekelijk melodieus niveau. Ook ik merkte plots dat ik aan het dansen was, in plaats van een reddingspoging aan het ondernemen. Al snel stond er een grote groep voorbijgangers uit hun bol te swingen op de prachtige hulpkreten van de verdrinkende man. Hoe wanhopiger hij het uitschreeuwde, hoe bewonderender de kreten vanaf de kade. De man kon er wat van ! Toen hij definitief kopje onder ging, galmde er ontgoocheling door het publiek. Beteuterd droop men af. Ik keek naar de wijder wordende kringeltjes in het water waar de man daarnet nog spartelde. Belachelijk dat niemand hem redde. Ik besloot er thuis een boos internetstukje over te gaan schrijven. Maar eerst moest ik nog even sigaretten gaan halen.

RenĂŠ van Densen

15


Wolk Een wolk jaagt op zijn schaduw. Ik zie het van onder aan. Behoedzaam sluipt de wolk door het grijsblauw, strak de schaduw beneden in de gaten houdend. Ik zeg er niets van. Liever dat een wolk op zijn eigen schaduw jaagt, dan op mij. Plots duikt de wolk in een rotvaart op zijn schaduw. De wolk en de schaduw rollen knokkend door de straat. Ze beuken auto’s om en verkeersborden scheef. Wild zwaait donkergrijs en lichtgrijs door elkaar. Ik besluit een andere route naar de sigarettenwinkel te lopen.

16

Prozacstad (je bent er)


Mondvlees Ik slenter om sigaretten want het leven is zwaar. Dit is de derde maal vandaag dat ik naar dit sigarettenzaakje ga. Beide eerdere keren was het gesloten. Ik ben hardleers. Bovendien ben ik nieuw in de wijk, ik wil de kortste weg naar mijn verslaving kennen. De winkeldeur blijkt open. Een mannetje van minstens vijfentachtig jaar staat achter de toonbank. Krom. Haren in alle hoeken van zijn gezicht, behalve op zijn hoofd. Rozijntjes in een stapel snijvlees, meer zijn z’n oogjes niet. Ik vraag om mijn sigarettenmerk. Hij kauwt op zijn mondvlees en verroert geen vin. Ik beweeg voorzichtig met mijn hoofd, in de hoop zijn aandacht te trekken. Hij kauwt op zijn mondvlees en beweegt niet. Ik kijk even de zaak rond of er iemand anders is, maar ik moet het hiermee doen. Uiteindelijk veranderen we beiden in zoutpilaren.

RenĂŠ van Densen

17


Afvoer De tandpasta kruipt traag naar het afvoerputje. Opgewekt stormt de ene na de andere kraandruppel eraan voorbij. EÊn waterdruppel trapt plots op de rem, komt naast de tandpasta hangen en kijkt verwonderd naar de traagheid waarmee de klodder zich voortbeweegt. De druppel rent rondjes rond de klodder en lacht hard. De klodder trekt zich daar evenwel niets van aan. Sloom kloddert hij voort. Pocherig huppelt de druppel met grote sprongen rond. Uiteindelijk maakt hij een aanstellerige dubbele salto het afvoerputje in. De klodder heeft niet zo’n overdreven competitiedrang. Hij komt er in zijn eigen tempo wel.

18

Prozacstad (je bent er)


Schande Iemand heeft zijn kliko de dag na het ophalen niet van de stoep gehaald. De natie spreekt er schande van. Het begon in de wijk. Dat warmlopende vuurtje haalde een krant. Daar begon het vuurtje harder te lopen. De man krijgt journalisten aan zijn raam. Ze kloppen op de ruit en vragen of hij dat vaker doet, zijn kliko dagenlang op de stoep laten staan. De man verstopt zich achter zijn bank. Dat levert amusante TV-beelden op, want je kunt zijn hoofd nog zien. En zijn avondeten dampt nog. Dat bewijst de schaamte van de man. De complete natie lacht. Er worden Kamervragen gesteld over de reden waarom de man zijn kliko niet terug binnen heeft gehaald. En wat de overheid daaraan kan doen. Het volgende punt op de agenda is het bericht dat de dag daarop in de krant stond. Een kindje had buiten het krijtvak gehinkeld. Een actiecomitĂŠ spreekt er met schuim op de lippen schande van.

RenĂŠ van Densen

19


Club P Het is opvallend druk bij Club P. Club P is de thuislocatie van de Opperpater, en dit bedoel ik niet metaforisch. Het is zijn woonkamer. Wanneer vrienden welkom zijn om langs te komen en bier te komen drinken, heet het hier Club P. Het heet niet echt Club P, de ware naam van de zuipavonden bij de Opperpater houden we echter onder ingewijden, anders wordt het er te druk. Er zijn zes man. Dat is teveel, zoveel zitplek is er niet. De Opperpater maakt zich zorgen of er wel genoeg bier zal zijn. Iedereen moet kalm aan drinken, zegt hij, terwijl hij het ene na het andere flesje achterover klokt. Er worden spontaan regels verzonnen en een gele kaart geïntroduceerd. Zo mag Willem met de WK trauma’s het niet over ‘74, ‘78 en ‘10 hebben. Ook mag er niet over het werk gesproken worden en mogen er geen weddenschappen worden afgesloten. Alles op straffe van ‘een half uur lang geen nieuw bier’. De Opperpater drinkt tijdens het uitleggen van de regels lustig voort. Wanneer de hoeveelheid bier begint te schrijnen, biedt één van de aanwezigen aan om bier te gaan halen. Willem met de WK trauma ‘s geeft hem geld mee. Vijftien euro. De tijd verstrijkt en iedereen beseft dat de biervrijwilliger waarschijnlijk gevlogen is en niet terugkeert. We kunnen nu kwaad worden, maar in feite maken we ons zorgen over de slinkende biervoorraad. Niemand weet wat we eraan kunnen doen. Al denkende drinken we. Bij het laatste biertje wordt het knokken. Willem met de WK trauma’s is ex-marinier en wint moeiteloos van ons. Teleurgesteld sabbelen we aan onze bloedlippen.

20

Prozacstad (je bent er)


Roest Zenuwachtig loopt ze over vieze tegels vol etensresten en herfstbladeren. Envelop in de hand. Nerveus opengescheurd en weer dichtgevouwen. De brief in een voor haar onleesbare taal. Maar het logo erboven heeft ze wel herkend. Ze weet dat het belangrijk is. En doodeng. Enger nog dan de glibberige wegen in dit triesteloze oord. Ze weet allang niet meer wat ze hier ooit is komen zoeken. Ze weet echter wel wat ze niet kwijt wil. In haar mond proeft ze de metalen nasmaak van de roestige ketel in haar opvanghuis. Het is de enige. Niemand heeft geld in het huis. Het behang bladdert overal beschimmeld. De bank waarop ze slaapt is minstens veertiendehands. Maar ze heeft een adres. Een adres met brievenbus. Waarvan de borstels vanmiddag over de envelop krabbelden. Zonder adres was ze al helemaal niemand in deze stad. Dus ze is dankbaar. En drinkt haar thee met metaalsmaak zonder morren. Het kantoor van de instantie die haar helpt, spettert van de luxe. Dagelijks gereinigd tapijt. Glimmend marmeren ontvangstbalie. Designlampen dreigen als metalen zuigmonden omlaag van een hoog, wit plafond. Alles imponeert. Statig. Machtig. Ze weet dat ze daar niet naartoe hoeft. Alleen de receptionistes al, dragen de hele dag een blik die hoop en verwachtingen doodt. Hulp ontvangen betekent smeken. Om er dus met een brief binnen te lopen en te verwachten dat ze het voor haar vertalen, daar gaat ze niet eens aan beginnen. Ze heeft een vriendin, gelukkig. Maar deze heeft het alijd druk, echter, bij haar treft ze wel een betere kans op hulp. Ze begrijpt de taal van de brief. Als ze er is, wil ze misschien wel voor haar vertalen. Het logo brandt een gat vol zorgen in haar hoofd. Het logo brengt altijd ongeluk. Bij het weinige goede nieuws de afgelopen jaren, ontbrak altijd het logo. Zich in gedachten verzonkend haastend, glijdt ze bijna uit. Even stopt ze. Ogen dicht. Ademen. Het komt goed. Ze moet daarop vertrouwen. Ooit komt het alsnog allemaal goed. Dat RenĂŠ van Densen

21


kan bijna niet anders. Het is al veel te lang fout gegaan. Ze staat voor de bibliotheek. Ook al zo’n imposant gebouw. Maar iets slodderiger. Het tapijt wordt daar niet dagelijks gereinigd. En de regen laat grote, grauwe strepen in de stenen na. Stormwolken verzamelen zich in de lucht. Ze prevelt vlug een gebed. En stapt dan de draaideur binnen. De borstels onder de deur krabbelen over de rubberen rondegatenvloer.

22

Prozacstad (je bent er)


Uitsteller In de grote bibliotheek van Prozacstad gaat een vinger over boekranden. Er staat, in de grote kast, geen enkel boek over een onmogelijke liefde tussen een dinosauriër en een soepstengel. Dit betekent niet dat niemand dat boek geschreven heeft. Het kan al bestaan. Een prima reden om hetzelfde verhaal niet op te schrijven. En zo schrijft de Grote Uitsteller alle stomme ideeën die hij deze morgen krijgt, onverbiddelijk af. Hij begon zijn carrière, jaren terug, als een doodgewone Uitsteller. Een van honderden. Een beetje Uitsteller ben je zó. Daar is niet veel voor nodig. Een kind kan de was uitstellen. In de Uitstellerij zijn er veel amateurs actief. Aanstellers, noemt hij ze wel eens schamper. Toch zijn ze gevaarlijk, met z’n allen, die Aanstellers. Een slecht geïnformeerde op net de verkeerde plaats, zou zo’n Aansteller zomaar tot Grote Uitsteller kunnen benoemen. Hij is blij dat de titel hem ten deel is gevallen. Hij verdient het, hij is waarlijk dé Grote Uitsteller. Hij had zelfs zijn kandidatuur voor de aanstelling uitgesteld aan te melden. Uitzonderlijk in afwachting, had hij aandachtig alle stellingname vooruit geschoven en , en zich zo strategisch afgezonderd van de meute aantellers, die de aandacht op hun uitgestalde uitstellerij poogden te richten. Gelukkig bleek dat de juiste aanpak, en nu pakken ze de titel niet meer zomaar van hem af. Ook de vragen die ze stellen, stemmen vooralsnog niet tot antwoorden. Niet dat de vragen veel voorstellen. Het prominentst prevaleert de vraag wat het Uitstellersschap nu voorstelt. Hij besluit daar heel, heel lang over na te denken, voorlopig.

René van Densen

23


Hoera De man tiept wat in op een welluidend toetsenbord uit het jaar blok. Met samengeknepen ogen tuurt hij naar zijn scherm. Dan zegt hij verbaasd dat ik nog helemaal niet in het systeem voorkom. Dat kan kloppen, zeg ik. Dit is mijn eerste keer. Verbaasd kijkt de man mij aan en vraagt hoe oud ik ben. Ik antwoord dat ik vijfendertig ben. “En dan nu pas je eerste uitkering ?” Hij staat op vanachter zijn bureau en loopt op me af. Met een kirrend geluid knijpt hij in mijn wangetjes. Zijn noestige amtenarenhand aait over mijn bolletje. Ik voel de eelt op zijn vingertoppen over mijn schedelpan strelen. Dan slentert hij naar zijn archiefkast. Ik verwacht dat ik informatie krijg over het verdere verloop van het proces. Dat zou welkom zijn, ik weet namelijk niet hoe het verder met mij moet. Als hij zich omdraait, blijkt hij echter een lolly te hebben gepakt. De letters van de uitkeringsinstantie staan er in vrolijke kleuren op. Ook een kleurige kaart, “HOERA MIJN EERSTE UITKERING”, wordt me aangereikt. Aan de binnenkant plakt een tegoedbon: vijf euro, te besteden bij McDonald’s. Hij gaat terug aan zijn bureau zitten en tiept nog wat op het akoestische toetsenbord.

24

Prozacstad (je bent er)


Rode ballon We zitten beiden nog maar op één derde van onze individuele bierglazen, tegenover het station herinneringen op te halen, wanneer ze even stilvalt. Ik kijk haar verbaasd aan, want haar gezicht trekt een verwonderde aanblik. “Zie die rode ballon daar, gevangen in den hekken,” verduidelijkt ze me. Ik draai me om, maar waar ik ook kijk in de wirwar van metaal, tramrails en steen rondom Gent Sint-Pieters, een ballon zie ik niet. “Daar, hij is juist verdwenen achter het paaltje, ge kunt ‘em nu juste niet zien.” Ergens in mijn achterhoofd moppert een ergerlijk stemmetje dat ik dit soort spelletjes altijd haat, dat zoeken naar hetgeen de ander ziet, maar dat jouw blik niet kan ontwaren. Ik speur het metaalrooster van de tijdelijke omheining af, maar zie echter nergens een ballon bungelen. Ik draai me terug naar mijn gespreksgenote. Haar ogen staren nog steeds en ze wijst. Dáár, de ballon is juist weer in zicht gekomen beweert ze. Ik keer mij om en na een hernieuwde roosterafspeuring, zie ik plots dat er beneden, op de grond binnen het hek, een rode ballon rondstuitert, als een jong hondje dat niet ingesloten wil zijn. Ah, ik zat foutief in de aanname dat de ballon wel in de mazen van het hekwerk zelf gevangen zou hangen. We vervolgen ons gesprek, ik weer met mijn rug naar de ballon. Die blijft echter de aandacht trekken van mijn tafelgenote. Gefascineerd staart ze naar de winddansen die de olijke rode stuiteraar furieus binnen het grauwgrijze hek blijft uitvoeren. Tot ze met een klein vreugdekreetje verklaart dat de ballon, achter mijn rug om, over de omheining is gesprongen. Ik keer me nogmaals om en zie inderdaad dat de ballon springenderwijs de voeten heeft genomen. Het heeft iets aandoenlijks, die rode ovaalbol die over de tramrails, tussen de zebrapadstrepen door stuitert. Ik keer me naar mijn gezelschap en constateer verrukking in haar gezicht, gemengd met zorgen. “Bijzonder toch,” waag ik me aan een beschouwelijke uitspraak, “dat we zo’n onschuld kunnen zien in een velletje latex en wat lucht.” Maar de bespiegeling slaat meteen dood op de zorgelijke blik van René van Densen

25


mijn goede vriendin, die gebiologeerd het pad van de ballon blijft volgen, terwijl een tram nadert. Ik staar met haar mee. Even lijkt het kantje boord, tot een onzichtbare windstoot de ballon toch van de grote tramwielen doet wegstuiteren; waarna deze midden op een zebrapad wat heen en weer treuzelt. Er zijn geen verdere voertuigen in zicht. Dus ik draai me weer naar mijn gesprekspartner. Na enkele zinnen constateer ik dat mijn gezelschap even vrede heeft met de omstandigheden van de ballon, die blijkbaar een minder benarde plaats in de verkeersstromen heeft opgezocht. Maar een passerende bus sleurt hem in zijn kielzog terug in de risicozones. Dan passeren een tram én een bus, en een personenauto van de andere kant, en wordt het spannend. De ballon navigeert zich echter dapper door deze bedreigingen heen en beweegt subtiel in de richting van ons terras. “Als de ballon hier belandt, vind ik wel dat gij ‘em mee moet nemen in de trein. Naar Prozacstad,” zo stelt mijn gezelschap. Ik schud het hoofd. “Drie katten. Dat overleeft hij nog geen tien seconden, lieverd. Nee, hij zou bij u in betere handen zijn. Dus dan moet gij em maar adopteren.” Ze trekt een triestig gezicht en betrekt even het meedogen met de ballon op zichzelf. Hoe ze een pushover is voor alle dreigende situaties van dieren in het verkeer. Zoals laatst een moeder Gans met een riedeltje kleintjes langs de snelweg, die maar niet naar het veilige water konden uitwijken, wegens grote betonblokken die de weg blokkeerden. Of een ooit gezamenlijk aanschouwd egeltje, dat door een nietsontziende wegpiraat zijn einde vond. Ik haal nog eens het verhaal op van hoe ik nabij Antwerpen, op de fiets gezeten, mocht aanschouwen hoe een extreem druk kruispunt lamgelegd was, omdat niemand de panisch in alle richtingen uitwijkende Moeder Eend met haar kleintjes wou overrijden. Hoe ze na tien minuten, tot opluchting van de meeste chauffeurs (op de ongeduldig toeterende luxe-auto’s achter hen, die op een middelvinger konden rekenen, na), toch een veilige berm hadden gevonden. Waarna het verkeer zich vervolgde. Ik stel dat dit nu eenmaal de bijkomstigheden zijn van de aanleg van 26

Prozacstad (je bent er)


almaar meer wegen en de bouw van steeds meer huizen. Ze knikt , doch staart weer gespannen naar de ballon. Onze knalrode vriend rolt gevaarlijk dicht naar een tegemoetkomende auto. Gespannen nemen we waar hoe de wind ervoor zorgt, dat de ballon de voorwielen overleeft, dan plots tussen voor- en achterwiel onder de auto gezogen wordt. Paniekerig stuitert hij enkele malen onder het onderstel van de auto en vliegt vervolgens hoog, maar veilig door de lucht. We slaken allebei een bijna onhoorbare zucht van opluchting. Ontroerd glimlachen we naar elkaar. Mooi dat we nog altijd het vermogen bezitten om dit soort kleinigheden gespannen te volgen. De hoeveelheid romantische zielen in deze wereld is schrikbarend klein. Ik neem een slok van mijn bier en kijk of de ballon ons nadert. Nee, integendeel. De ballon ligt midden in de baan van een naderende tram. Mijn nekharen springen recht. Het zou toch een wel heel tragisch einde zijn, mocht er nu een knal klinken, na alle capriolen die onze onschuldige vriend al stuiterend heeft uitgehaald. Een jonge dame met kinderwagen loopt anderhalve meter van de ballon vandaan. Plots laat ze haar kind middenop het zebrapad staan en zet enkele haastige stappen naar de ballon. Ze voelt zich blijkbaar bereid haar kind een moment alleen te laten, haar lijf en leden te riskeren, bij de aanblik van de onfortuinlijke ballon. Gelukkig bedenkt ze zich op tijd en grijpt de kinderwagen weer vast. Desalniettemin volgt ze, net als wij vanaf het terras, gespannen het lot van de ballon. Een zachte bries rolt hem nĂŠt voor de tram weg, de turbulentie van het zware metalen voertuig slingert hem een halve meter in de lucht. Om vervolgens weer naast de tram te belanden, waar hij zijn olijke, stuiterende levensreis vervolgt. We kijken ademloos toe hoe de vrouw, kinderwagen voor zich uit duwend, met versnelde pas achter de ballon aanloopt. Ze bukt en grijpt de rode avonturier. Ze reikt hem aan het kind aan. En met een vrolijke sprong in haar tred vervolgt ze haar pad. RenĂŠ van Densen

27


Onder het terraspubliek heerst een oprechte consensus dat dit het mooist denkbare einde aan de situatie is. Vrolijk drinken mijn tafelgenote en ik onze glazen leeg en steken ieder een sigaret op. Leve de dagen, waarop je je nog kunt bekommeren om het lot van een rode ballon in de wind.

28

Prozacstad (je bent er)


Jamaarho’s Met vuurrode pluimen in het haar, rukken ze op over de heuvels. De legendarische Jamaarho’s. Een meute. Een grote meute. Hun ogen lezen bloed. Schuimende mondhoeken. Ze jakkeren hun stokpaarden aan en razen op hun doel af. Hun doel is een argeloze boekverkoopster. Trillend van angst ziet ze de meute op zich afstormen. Haar weerloze opvatting in haar armen geklemd. Ze moet kapot. Ze mag die opvatting niet hebben. Alle opvattingen in dit gebied zijn van de Jamaarho’s. Een bij lange na niet uitgestorven volk, als je ze hoofdelijk telt. Zodra de boekverkoopster met de grond gelijk is gemaakt, keren de paarden. In mythische stofwolken gehuld, stormt de meute weer weg. Er valt vast nog ergens iemand met een opvatting te scalperen. Het is een trots volk, de Jamaarho’s. Een heel trots volk.

René van Densen

29


Bijbelvertaling In de winkel sla ik ‘m toch nieuwsgierig open. De nieuwe bijbelvertaling. Het is zo’n typische boekenwinkel waar de oude dame of heer achter de kassa, het midden tussen een standbeeld en een inktzwam houdt. Dus ik heb alle tijd om te lezen. Er is niemand anders in de zaak: het is een boekwinkel. En daar zijn ze, op pagina 84. Ik had ervan gehoord, maar verdomd, ze zijn het. In al hun iconische pracht. Beavis en Butt-head in de bijbel. Wat een vondst, mensen. Op hun eigen onnavolgbare wijze geven ze achtergrondcommentaar bij de gebeurtenissen in het Oude Testament. Zo gniffelen ze om het afzakken van Goliath’s broek, wanneer deze tegen David strijdt. Hierdoor afgeleid legt de reusachtige vechtmachine het af tegen de stenenzwaaier. Zo gaat het door en door. Overal grinniken ze om. Beavis gaat om de twintig bladzijden op zoek naar toiletpapier. Butt-head likt een kikker. Ze lachen Delilah uit omdat ze met zo’n langharig stuk tuig omgaat, en vragen of dat haar zus is. Hun vraag aan Abraham, waar de beste mosterd te verkrijgen is, is een beetje obscuur. Maar de passages bij de Apocalyps zijn niet te versmaden. Check ook zeker hun kantlijn-commentaar bij de Psalmen: een aanrader !

30

Prozacstad (je bent er)


Bladen Traditioneel vallen in de herfst de bladen. Met bosjes tegelijk. Bezuinigingen. Om de bomen te redden moeten de bladen eraan. De redacties van de bladen zijn niet blij. Nu moeten ze thuis koffie gaan drinken en ze weten niet goed hoe dat werkt. En oploskoffie is voor paupers. Vertwijfeld zitten ze in de kantoortuin te kijken naar de gevallen bladen. Iemand stelt voor met een hark in ieder geval de bladenkarkassen op te ruimen. Een ander antwoordt verbaasd dat ze daar toch mensen voor in dienst hebben. Maar die blijken al opgerot. Om de bladen te redden, wordt er een e-mail opgesteld en verstuurd naar alle schrijvers. De ĂŠchte schrijvers, niet de redactie, want die moet mee gered worden uiteraard. Dus is het aan de schrijvers. Bemest onze tuin, red ons, staat er tussen de regels van de veel te lange e-mail. Plichtmatig zoals schrijvers zijn, vullen ze elk een emmer, een cornflakesbowl of een koffiekop met schrijversmest. Dan trekken ze hun sjaal en kringloopwinkel-colbertje aan en openen de voordeur. Sommigen hebben in jaren geen buitenlucht gezien en houden onwennig de hand over de ogen. Maar voor de bladen hebben ze het over. In een lange, grauwe rij trekken ze naar de kantoortuin. Om de dikke bomen te bemesten met schrijverspoep. Hopen dat dat de bladen kan redden. Voordat ze vergelen.

RenĂŠ van Densen

31


Afwijzing Trots gaat ook deze in de collectie. De collectie wordt forser en forser. Afwijzingen van literaire bladen. Het is jammer dat ik deze zelf heb moeten uitprinten. E-mail is de doodssteek voor iedere fatsoenlijke afwijzingencollectie. Het is toch ‘echter’ als er een handtekening op staat. En een postzegel aan besteed is. Een digitale afwijzing is niet zelden control vee send. Ook het originaliteitsgehalte is tanende. Triestig. Ooit maakten de literaire redacties nog écht werk van het afkeuren. Een zeldzame redacteur ging wel eens in op het waaróm jouw werk niet. Een ander bracht een ironische, humoristische schets van kwaliteitsbewaking te berde. Sommige bladen hadden het bewonderenswaardige lef om zoveel te zeggen als ‘we hebben veel schrijvers, weinig abonnees, misschien als u een abonnement neemt, dat we eerder zullen overwegen iets van u te plaatsen’. Het was altijd smullen, wachten op reactie nadat je werk instuurde. Daar doe ik het eigenlijk ook voornamelijk om. In een blad of andermans boekje staan doet me niet zoveel. Ik geef die bladen vaak aan mijn moeder. Dan bewaart iémand ze nog. Dit blad is een blad dat al zes keer doorgestart is. In de vorige redactie zat iemand die ik kende. Die moedigde me aan om iets in te sturen. Dus dat deed ik dan maar. Toen leek het blad failliet te gaan en nu gaat het moedig door met een ‘nieuwe ploeg en ambitieuze koers’. De e-mail oogt toch erg droog, formulaïsch. Ik heb nu al niet veel vertrouwen in deze nieuwe redactie. In hun verdediging, ik heb mijn werk ook digitaal opgestuurd. Gewoon control vee send.

32

Prozacstad (je bent er)


Kudde Muziekcafé in wilde paniek aan de lijn. Er heeft een coverbandje afgezegd. Dus hebben ze voorlezende schrijvers nodig. Ik krijg een gratis biertje en mag ook gratis naar het toilet. Aangezien het café op loopafstand ligt en ik geen andere plannen heb, kan ik niet weigeren. Zeggen ze tegen me. Ik geloof ze. Bij het café aangekomen blijken er meerdere schrijvers uit Prozacstad opgetrommeld te zijn. We worden in een kudde bijeengedreven achterin het café met instructies om ‘de betalende bezoekers er door te laten als ze naar binnen of naar buiten willen.’ Het is erg krap in de hoek. Ik voel een jonge schrijfster met haar tepels tegen mijn rug priemen. Het kriebelt. Niet iedereen zal aan bod komen, en of we het kort willen houden. We mogen op alfabetische volgorde van achternaam. Er is verwarring of mijn achternaam Vlaams of Nederlands is. Ik moet een paar zinnen naspreken van de organisatie. Ik blijk Vlaams te klinken en word bij de ‘V’ ingedeeld in plaats van bij de ‘D’. Dat betekent dat ik niet hoef voor te lezen. Ik deserteer subiet naar de bezoekerszijde. Dan maar geen gratis biertje. Bij het verlaten van het café pis ik tegen het uitklapbord, waar nog altijd de coverband op aangekondigd staat.

René van Densen

33


Stilte in de schapenwei Zoals de mist ‘s ochtends onopgemerkt door de straten van Prozacstad kruipt en er dan ineens ís, zo ging het. Het duurde even om door te dringen, maar toen hoorden de dieren rondom de schapenwei het ineens. De schapen waren stil. Ze blaatten niet meer. Nu blaten de meeste schapen niet onophoudelijk, maar je zou haast zeggen van wel. Er stonden zovéél schapen in de wei dat er altijd geblaat klonk. En dat geblaat werkte vaak aanstekelijk. Op de blaatdrukke dagen ging het bijna in golven. Blaatgolven van schorschijmerige schaapgeluiden die in frantische zwermbewegingen over de weide galmden. Veel schapen blaatten dan puur óm te blaten. Horen blaten is doen blaten, zogezegd. Maar ineens waren ze allemaal blaatmoe. De blaat was op. Alles wat ze meenden te moeten uiten, was klaar, over, uit. Verwonderd liepen ze in stilte door de weide, verbaasd over hun eigen stilte. Ze keken elkaar in de ogen. Ze snuffelden aan het gras. Ze verkenden de ruimte en roken aan het prikkeldraad. Er was stilte in de schapenwei. En wat een stilte. Het maakte iedereen buiten het hek nerveus. Vogels fladderden zenuwachtig weg. Geen roofdier vertrouwde het. De schapen waren machtig in hun zwijgen.

34

Prozacstad (je bent er)


Film bij de Opperpater Ik kijk een film, thuis bij de Opperpater. Op een bepaald moment zeg ik van iemand in de film dat ze best een lekker wijf is. Die dingen zeggen we weleens. De Opperpater vraagt: “Wie ? Die rechtse ?” Er zijn in deze scène links een man, rechts een vrouw, en verder enkel twee paarden te zien. De Opperpater meent dat er een veel te lage bodycount en veel te weinig explosies in deze film zitten. Maar doordat hij de mooie vrouw nu ook gezien heeft, hoopt hij nog op tieten. Ik heb al een paar dagen enorme kramp in mijn nek. De Opperpater zegt dat ik waarschijnlijk stervende ben. Hij vraagt of hij mijn DVDcollectie mag hebben. “Er zitten toch wel een páár leuke films tussen, knikker. Alleen zo’n lage bodycount. Maar explosies en tieten zitten er tenminste wel tussen.” In één slok drinkt hij een halveliterblik leeg en vraagt of ik nog bier wil. Ik heb net mijn eerste slokje pas genomen en zeg nee. Juist wanneer hij naar de keuken loopt, ontbloot de vrouw in de film haar tieten.

René van Densen

35


Onleesbaar Haar eerste rapport. Het was onleesbaar. Maar ze was zo trots, haar dochter. En moederlief kwam er met de ingevulde cijfers alvast wel uit. Haar dochter was een genie, dat stond buiten kijf ! En altijd zo vrolijk. En creatief, ongelooflijk creatief. Voor haarzelf was het leven te zwaar geweest om creatief te blijven. Maar in haar jeugd, in dat andere land, dat land dat ze eeuwigheden niet meer gezien had, meende ze zich te herinneren, creatief te zijn geweest. Ooit. Haar dochter had het beslist van haar. Nee, ze zal niet huilen. Ze gaat vechten. En eerst vluchten. Van die verschrikkelijke mannen. Hoe durven ze. Ze is linea recta naar huis gegaan, nadat ze begreep wat er in de onleesbare brief stond. Haar vriendin vertaalde het helder en geduldig, maar met een welbespraakt droevige blik in haar ogen. Ze had de strekking al in die blik gelezen, voordat de vertaling halverwege was. En al begreep ze nu wat elk laatste woord op het papier betekende, de brief bleef onleesbaar. Naast haar barkruk, in een plastic boodschappentas, haar schamele bezittingen. Het meeste was ze kwijtgeraakt toen ze bij hem wegging. Het was kiezen of delen. De spullen of de klappen. Zodra ze ging, wist ze dat ze niet meer terug kon. Maar vastberaden zocht ze hulp, en haar vriendin hielp haar die te vinden. Het was niet makkelijk. Maar ze mocht haar dochter blijven bezoeken. En er werd onderdak gevonden. De roestige ketel heeft ze ook meegenomen. Het merendeel van haar andere bezittingen werd bij aankomst in het huis door de bewoners gestolen. Geen idee wie. Iedereen hield zich zoveel mogelijk afzijdig. Ze liet het zo. De voorzieningen in huis waren net genoeg om mee te bestaan. Dat ze maar veel plezier zouden hebben van de gestolen spullen. God zou ze wel straffen. Maar nu gunde ze hen alleszins de ketel niet. Die stomme, roestige ketel. Verdomme, daar komt hij t贸ch. Die stekende aankondiging in haar

36

Prozacstad (je bent er)


ooghoeken. Water welde. Ze klemde vastberaden het woord ‘nee’ tussen haar tanden en prutste in haar portemonnee. Haar rafelige handschoenen visten wat kleingeld tevoorschijn. Losse draden bleven achter de ritssluiting hangen. Onbelangrijk. De minste zorg die ze nu had, was of haar vingers komende nacht koud zouden zijn. Ze lachte zo stralend, haar dochter. En toen ineens niet meer. Rond die tijd waren ook de klappen begonnen. Daardoor zag ze het eerst niet gebeuren. Maar ineens viel het haar op. En de klappen deerden haar onmiddellijk een stuk minder. Het bezorgde moederinstinct ving de meppen op. Wat deed hij met haar dochter ? Ze sprankelde altijd zo ! Daarna, de vele onleesbare brieven terwijl ze de minuten telde in het huis, tot ze haar dochter weer mocht opzoeken. De boze mannen die beweerden dat niet haar man, maar zijzelf gek was. En zelfs dat ze niet langer moeder van haar eigen dochter kon zijn. Woedend had ze zich verzet, vriendin aan haar zij. Het was háár dochter, hoe zou ze ooit niét haar dochter kunnen zijn ? Ze wenkt de barman om nog een glas en staart naar buiten. Mond grimmig. De onleesbare brief wou haar weg van hier hebben. Voorgoed. Zonder haar dochter. Haar dochter, die moest blijven bij die, die... Nee. Nee, nee, nee. Ze zouden haar niet vinden. Ze zou gaan vechten voor haar dochter. Dat wist ze zeker. Buiten begon een vroege winterbui aan onverwachte sneeuwvlokken.

René van Densen

37


Rookruimte Er staan twee bloemen in de rookruimte. Ze kuchen niet, dat maakt ze prettig in de omgang. Wel hangen ze plechtig hun bloemkelk. Het zijn toch mede-planten die hier schuldonbewust gecremeerd worden. De as rust tussen filters en plastic koek-verpakkingen. Bij nadere inspectie verraadt een naaldje onder een bloemblad, dat de flora namaak is. Misschien rouwen ze om de koekjewikkels.

38

Prozacstad (je bent er)


Schijtcafé Er is weer een nieuwe maandelijkse thema-avond in Prozacstad. Het Schijtcafé. Het wordt georganiseerd met medewerking van de Vereniging voor Proctologen en het GGD. Kakken, want Belgen zijn ook welkom, kan een gecompliceerde kwestie zijn. De eerste avond was gisteren, in een passend bruin café waar de koffie rijkelijk vloeide. Na een openingswoord dat er maar moeizaam uitkwam, kwam eerst een van de sponsoren aan bod. Die gaf een lezing over de grote verschillen tussen verscheidene soorten toiletpapier. Uiteraard was uit onderzoek gebleken, dat het type dat zij op de markt hadden gebracht, het beste voor huid en aars gebleken, maar onder het mom van objectiviteit werden de verschillende typen wetenschappelijk benaderd. Hierna werd het publiek bij de avond betrokken door middel van een ludieke ‘stoelgangendans’, waarbij een muziekje gespeeld werd. Zodra dit werd stopgezet, repte iedereen zich naar een stoel. De verliezer moest de rest van de avond op het toilet gaan zitten. Ik ben vertrokken na de vierde spreker; met maag- en darmklachten. Voor de rondvraag ben ik dus niet gebleven. Ik was niet de enige, zo bleek buiten, die schijt aan de avond had. Tevreden rookten de vertrekkers tezamen een sigaret en zagen alvast uit naar hun volgend toiletbezoek.

René van Densen

39


Dat vergeten teveel mensen Zelden zag ik een zonderlingere ziel dan de oude man die per abuis in mijn tuin beland was. Hóe, dat is en blijft nog een vraag, aangezien een man in een rolstoel zoals hij toch moeilijk over een omheining heen kan klauteren. Maar daar zat hij. Verward, rillend en schuddend, in de blakende, uitdrogende zon. Met zijn wiel precies op mijn prijswinnende kalebasplant geparkeerd. Het moes kleefde aan zijn wielen. Ik wist niet goed of ik kwaad of verbaasd moest zijn. Dus deed ik wat ieder redelijk mens in emotionele dubio doet: ik ging terug naar binnen, greep enkele biertjes, zette mij in de stoel tegenover hem en trok de dop van mijn fles. Zo moeten we daar minstens tien minuten gezeten hebben, alvorens hij iets zei. “Pijp 38,” sprak hij plechtig. Met een veelbetekenende, statige blik zweeg hij weer en keek me droog aan. Ik nam een slok van mijn bier en keek op mijn beurt hém strak aan. Zo wederstaarden we zeker nóg vijf minuten, voor ik mijn keel schraapte en vroeg: “Wat bedoelt u ?” “Pijp 38,” herhaalde hij. “In het licht van recente ontwikkelingen mag dat toch duidelijk zijn.” Ik krabde eens op mijn achterhoofd. “Bedoelt u misschien een model tabakpijp ?” opperde ik. De man rolde minachtend met zijn ogen. “Pijp. Acht-en-der-tig,” sprak hij nu langzaam, alsof hij het aan een kind probeerde uit te leggen. “Ik hoor u luid en duidelijk,” antwoordde ik, “maar ik versta niet waar dit een antwoord op is. Kunt u me de vraag vertellen ?” Hij haalde een wenkbrauw op. “Heel goed,” sprak hij. “Het begint bij de vraag. Dat vergeten teveel mensen. Men roept altijd maar te enthousiast om de feiten, de feiten. Alsof je daar ooit iets wijzer van wordt. Zonder de contextuele vraag zijn de feiten nooit iets waard. Dat vergeten teveel mensen.” Ik knikte. En herhaalde zijn woorden. “Dat vergeten teveel mensen.” Hij glimlachte. “U verstaat mij. Ik was al bang dat niemand me meer verstond, maar u verstaat mij. Pijp 38, zeg ik u.” Ik nam nog een slok bier en vroeg: “Wat is de vraag bij Pijp 38 ?”

40

Prozacstad (je bent er)


De man schudde mismoedig het hoofd. “Neen, neen. Er is geen vraag bij Pijp 38. Pijp 38 is het antwoord op een volslagen andere vraag. Het valt me van u tegen, mijnheer, dat u zo slecht oplet. Ik dacht nochtans dat we echt op één lijn zitten, maar het is duidelijk een verouderde en sterk geërodeerde lijn.” Ik knikte instemmend. “Er is sprake van één lijn, maar geen scherpe directe,” bevestigde ik. De man keek droevig naar de lucht. “Wat mis ik de tijden dat de antwoorden die ik de mensen gaf, meteen op begrip konden rekenen. Pijp 38, dat had men vroeger meteen begrepen. Maar de mensen houden zich niet meer op de hoogte. Het gaat nu om sensatie. Men wil weten waar er iets sappigs aan het lekken is. Of er zich iets spannends verstopt op de plekken waar het duister en obscuur is. Waar zich er ernstige breuken voordoen. Men wil geen verhaal meer van punt A tot punt Z. En al helemaal geen verhaal waar men de context voor moet kennen. Geen diepgang, geen hellingsvlakken. Alsof het zo makkelijk is. Neen, meneer, zo gemakkelijk is het niet. Dat vergeten teveel mensen. Dat denkt maar dat je één putje oplicht en dat dan de feiten voor het oprapen liggen. Maar het echte verhaal zit verborgen in het geheel, meneer. In het zorgvuldig bestuderen van het hele traject, het in kaart brengen van de gegevens en feiten, in de logische gevolgtrekkingen en de academische aannames. Het gaat over zorgvuldige voorstudie, over materiaalkennis, over geografische en sociologische inzichten. Maar men heeft geen geduld. Het moet nu, het moet snel, het moet meteen inzichtelijk gepresenteerd worden, middel zo weinig mogelijk feiten - het liefst één.” “Pijp 38,” knikte ik begrijpend. Het gezicht van de man klaarde op. “Ja, precies, meneer. Pijp 38. Daar zit hem het euvel. Begrijpen wij elkander ?” Ik bevestigde dat we elkander verstonden. “Het is niet de eerste keer dat het hem in Pijp 38 zit, bedenk ik me nu. Maar de context ontglipte me even, mijnheer. Mijn excuses. Contextueel ontvangen is een vaardigheid die mijn generatie, en de generaties na mij, aan het verliezen zijn.” De man keek nog éénmaal naar de lucht en sprak: “Fijn. We verstaan elkaar.” Hij draaide onbekommerd zijn rolstoel om en reed tot de omheining. Daar boog hij het hoofd naar de vloer, geduldig wachtend René van Densen

41


op iets. Ik heb hem daarna nooit meer gezien, want een goed verstaander weet voldoende. Ik liep mijn woning terug binnen en belde mijn verhuurder. Met dringende instructies om de inspectie haar blik te laten werpen op de afvoersystemen onder mijn woning. “Ik heb uit bepaalde bronnen vernomen, dat er met name met pijp 38 iets mis zou kunnen zijn. We kunnen beter zo snel mogelijk deze informatie verifiëren en dan ingrijpen, hopelijk voorkomen we ernstige situaties.” Daarna schakelde ik de TV uit, waarop net mensen die me niets zeiden, vermoedelijk de oudste daad ter wereld met elkaar gepleegd hadden. Of niet. Ik wil maar zeggen, riooljournalistiek is ook niet meer wat het geweest is. Dat vergeten teveel mensen.

42

Prozacstad (je bent er)


Hamer In de bioscoop draait een film met een man met de hamer. De man met de hamer is heel bezitterig. Niemand anders mag de hamer gebruiken. Ook de buren niet. Terwijl die klusjes genoeg in en om het huis hebben, waarbij ze graag even de hamer zouden lenen. De man met de hamer staat niet op geweldige voet met zijn buren. Er wordt de man met de hamer gevraagd of hij zijn hamer altijd gebruikt. De man met de hamer houdt bij hoog en laag vol dat hij altijd zijn hamer gebruikt. Ook bij het kakken ? Ja, ook bij het kakken. Ook bij het douchen ? Hij douchet niet zonder zijn hamer. Hij gebruikt zijn hamer ook wanneer hij zijn lange, golvende lokken shampoot. Gebruik je ook je hamer bij het eten, wordt er gevraagd. Ja, antwoordt de man met de hamer, stellige uitdrukking op het gelaat. Wordt hij dan niet vies, vragen de buren van de man met de hamer. Soms, zegt de man met de hamer. Is dat dan wel handig, eten met zo’n hamer, vragen de buren. Nee, niet altijd, geeft de man met de hamer toe. Aha, zeggen de buren. De buren stellen voor dat de man met de hamer het een dagje met mes, vork en lepel probeert. Dan ruilen ze die een dagje voor de hamer. Dat is goed, zegt de man met de hamer, die nu de man met de mes, vork en lepel is. De film wordt hierna wat saai en ik krijg honger.

RenĂŠ van Densen

43


De minst spraakmakende schrijver ter wereld Op de achtste dag van Prozacstad was hij er plots, en hij is nooit meer weggegaan. De minst spraakmakende schrijver ter wereld. Hij was een trotse Prozacstadbewoner en liet dat merken door overal zo nadrukkelijk mogelijk aanwezig te zijn. Maar niet tĂŠ aanwezig. Men zag hem altijd maar vond niet veel van hem. En zo werd en bleef hij de minst spraakmakende schrijver ter wereld. Wat hij schreef, was van hetzelfde kaliber. Overal verscheen het. In elk lokaal tijdschrift of dagblad, in boekhandels, plots, voor je het doorhad, in je eigen boekenkast. En door had je het niet zomaar, want het werk was transparant, kleurloos, smaakloos. Je kreeg er geen grip op en het was vergeten voor je het uitgelezen had. De minst spraakmakende schrijver ter wereld voer er nochtans wel bij - bij elk optreden maakte hij nĂŠt genoeg indruk om het publiek subliminaal tot het kopen van bundels aan te zetten. En zo stond menigeen, zeker rond de feestdagen, verbaasd dat ze zowaar ook werk van de minst spraakmakende schrijver ter wereld in hun kast hadden staan. De meesten vroegen zich af wie deze man, uiteraard was het een man, ook alweer was. De stedelijke overheid was evenwel in haar nopjes met de minst spraakmakende schrijver ter wereld. Hij verhief geen verstorend stemgeluid, hij prikkelde geen verregaande verbeelding en hij roerde niet op. De minst spraakmakende schrijver ter wereld was als hondepoep onder je schoenzool of een kapotte paraplu op maandagochtend, je erkende zijn aanwezigheid en ging door met je leven. Passend kreeg de minst spraakmakende schrijver ter wereld een prijs uitgereikt door de burgemeester van Prozacstad. Even maakte de minst spraakmakende schrijver ter wereld zich zorgen of dit hem spraakmakend zou maken, maar hij kon gerust zijn: het was de minst spraakmakende prijs ter wereld.

44

Prozacstad (je bent er)


Onbetaald Ik had hem lange tijd niet gezien, maar nu stond hij dan toch weer eens naast me bij de bakker. Ik groette hem, hij groette terug. Hij zag er goed uit, opgewekt. Opgelucht, was misschien een beter woord. Omdat ik binnen en buiten mijn werk in clichés grossier, vroeg ik hoe het met hem ging. Met een brede glimlach, die richting een triomfantelijke grijns neigde, antwoordde hij enkel ‘goed’. Ik zei dat ik hem een tijd niet gezien had. Hij knikte. Hij zei: “Weet je - ik ben goed in wachten bij de bakker. Enorm goed. Ik ben er zo goed in, dat ik er mee opgehouden ben.” Ik keek hem verbaasd aan. Hij staarde me strak aan: “Waarom zou ik onbetaald iets doen waar ik goed in ben, als je er ook de kost mee kunt proberen te verdienen ?” Ik vroeg hem of hij nu zijn kost verdiende met bij de bakker wachten. “Ik ben nog niet helemaal zover dat de kost ermee verdiend kan worden, maar ik ben onderweg. Mijn bakkerwachtbedrijfje loopt boven verwachting goed, dus binnenkort verwacht ik de serieuze pingels binnen.” Ik was aan de beurt en vroeg of hij voor wou. Hij schudde zijn hoofd. “Nee nee, ga jij maar. Ik wacht nog even.”

René van Densen

45


Plakjes Het was niet zo’n kaasschaaf met een lange platte plaat, maar zo’n korte. Daar is hij geen held mee, nooit geweest. Dus heel zorgvuldig, voorzichtig, heeft hij plakje voor plakje de schaaf over zijn ziel gehaald. De plakjes voorzichtig op een schaaltje in de koelkast. Elke ochtend haalt hij er een aantal uit, verpakt ze zorgzaam in wat vershoudfolie en loopt met de plakjes onder zijn arm het huis uit. Hij probeert ze weer bij de ingang van de supermarkt te verkopen. Hij moet wel. Iets anders dan zijn ziel heeft hij niet meer. Ja, de kaasschaaf. Maar dat is een onding. En het schaaltje, maar dat heeft hij hard nodig, en is er bovendien een in miljarden. En de koelkast kreunt zoals de Kop van Jut, na een zware dag klappen krijgen. Hij houdt elke dag wat minder ziel over, dat wel. Maar daar maakt hij zich niet ongerust over. Op school hebben ze hem nooit kunnen uitleggen wat je nou aan die ziel hebt. Sterker, daar hadden ze hem juist ruim afdoende aangeleerd hoe hij hem moest verkópen. Vóór het eind van de dag zal hij voldoende verkocht hebben om nog even door te kunnen leven. Dat neemt hij zich stellig voor, en zet zijn aller zieligste gezicht op.

46

Prozacstad (je bent er)


Date Ik ben, een tikkeltje nerveus, onderweg naar een date. Er is een kans dat het meisje waarmee ik een date heb, later deze avond mee zal gaan naar mijn huis. Ik heb daar de hele dag uitvoerige voorbereidingen voor getroffen. Zo heb ik mijn laptop vol met porno gedownload om zo normaal mogelijk over te komen. De contactenlijst in mijn mobiel heb ik gevuld met allemaal vrouwennamen. Achter elke vrouwennaam gaat hetzelfde nummer schuil, dat van mijn moeder, maar dat hoeft het meisje niet te weten. Ik heb in verschillende hoeken stof en vuil gelegd. Een slonzige man is een stoere man, en ik wil graag als een stoere man overkomen. Daarom ook heb ik, bij de borsthaarwinkel, een potje plakhaar gekocht. Bij de kassa bleken de baarden in de aanbieding, dus die heb ik er een bij gekocht. Thuis paste ik eerst de baard, maar hij stond me toch wat gek. Ik heb ‘m onderin de kast gelegd, want je weet nooit wanneer je ineens een baard moet hebben. Ik heb een paar condooms uit hun verpakking gehaald, met een beetje koffiemelk gevuld en in het vuilnisbakje van het boventoilet gedaan. Ik heb vier toiletten in huis. Mijn droom is om zeven toiletten te hebben, één voor elke dag van de week. Tenzij het meisje van de date met mij gaat samenwonen, dan veertien. In de voorraadkast zet ik zeven blikken smac, voor het geval dat ze enorm van smac houdt. Zelf eet ik die zooi niet. Net voor ik vertrekken kan, gaat mijn mobiel af. Ene Gloria belt, maar ik ken geen Gloria. Mijn moeder blijkt de beller te zijn. Ze wenst me heel veel succes op de date en vraagt bezorgd of ik mijn broek wel gestreken heb. Ik lieg van wel, stoere mannen dragen geen gestreken broeken. Daarna vraagt ze of ik goed achter mijn eikel gewassen heb. Dat heb ik dan natuurlijk wel. Tijdens mijn date vertel ik van pure zenuwen al het bovenstaande aan het meisje. Ondanks alle zorgvuldige voorbereidingen gaat ze na afloop niet mee naar mijn huis.

René van Densen

47


Elk derde Vannacht is een dief. Hij heeft hele voorraad woorden geplunderd. Heb van collectie nog meeste wel. Zijn al eerste woorden gewoon aanwezig. Ook al tweede woorden. Ik echter zoek ga mijn derde, blijken die volledig verdwenen. Ben er heel erg mee. Schrijft niet erg handig. Hoop dat snel de vuile dief en arresteren. Wat geluk ook mijn derde woorden boven water. Alleen eerste tweede woorden, dat schiet erg op.

48

Prozacstad (je bent er)


Pubquiz De Opperpater kijkt verbaasd, wanneer hij me ziet. Ik heb al lang niet meer met de pubquiz meegespeeld. Hij telt de mensen in zijn team. Met hem erbij zijn het er vijf. Met mij erbij zes. Zes mensen mogen niet in een team, tenminste, tenzij ze buiten mededinging mee willen strijden. Dat wil de Opperpater niet. De Opperpater speelt keihard. Hij moet en zal winnen. Als hij niet wint, is hij er de hele week chagrijnig van. Niet dat je dat ziet. De Opperpater lacht eigenlijk altijd. De Opperpater belt de politie. Hij tipt hen, dat één van zijn teamleden verantwoordelijk was voor de destructieve herfststorm van vandaag. De storm heeft half Nederland gesloopt. De Nederlandse politie gelooft tegenwoordig alles, dus arriveren ze even later met acht politiewagens en hitsige zwaailichten bij het café. Het teamlid dat de lul is, wordt met kracht tegen de grond geduwd en in de boeien geslagen. Dat wordt brommen. Het onderhavige lid is consistent nutteloos in de muziekronde, dus ben ik blij dat de Opperpater toch liever mij aan boord heeft. Ik schuif bij het team aan. Nét voor aanvang van de pubquiz, loopt er nog een onverwacht teamlid binnen. Hij is enorm goed in muziek van de jaren 70. Ik kijk angstig naar de Opperpater en zie dat hij al een plannetje smeedt. Ik weet niet voor wie. Een zweetdruppel parelt langs mijn voorhoofd.

René van Densen

49


Zijspiegel Hij was te laat, veel te laat en vloekte hardop, binnen de stalen tralies van zijn wagen. En nóg stond die achterlijke zijspiegel niet goed. Gefrustreerd draaide hij zijn raampje omlaag en prutste door. Zijn wielen jakkerden over de straten. Richard kon haast janken. Het verhaal van de ééuw, nee, hét allergrootste verhaal ooit, uit de geschiedenis van de mensheid was zich aan het voltrekken. En hij was er niet bij. Hij ! Verdomme de grootste verslaggever van het gehele televisielandschap ! Zijn bloeddoorlopen ogen schoten vuur naar het irritant zwaaiende setje roze dobbelstenen aan de achteruitkijkspiegel. In de spiegel staarde zijn verwrongen gelaat terug en hij zag dat zelfs zijn snor niet goed zat. Het was de enige auto die hij zo vlug mee kon krijgen. Van zijn grimeuse, Johanneke. Een afschuwelijk, hip, bolwerkig kreng met scheve zijspiegel. Die verrrrdommese zijspiegel ! Woedend prutste hij er nog wat aan. In zijn frustratie trapte hij nog wat harder op het gas. Sneeuw dwarrelde door de donkere nachtlucht.

Vermoeide voeten sjokten door de koude nacht. De zoveelste koude nacht. Hoe lang zwierf ze al rond ? De boze mannen zouden haar nu wel zoeken. Maar vinden zouden ze haar zomaar niet. Op de vriendelijkheid van de bewoners van Prozacstad hoefde ze in ieder geval niet te rekenen. Soms wat kleingeld. Heel soms. Met een vieze blik. Af en toe was er een vriendelijke barman die haar even wat warmte gaf. Of soms eens een kroegbezoeker. Maar hoe het verder moest, ze wist het niet meer.. De brief met het logo brandde nog steeds in haar jaszak, maar de nacht was koud. Ze dacht aan haar dochter. Ergens in dit betonnen labyrint. Haar Minotaurus was hier ook ergens. Tussen koude sneeuw en koudere steen. Alles was zo verdomde lelijk en alle luiken en deuren waren dicht. Alleen de straat moest haar nog. De eindeloze straat die zich in alle windrichtingen uitstrekte, behalve de juiste.

50

Prozacstad (je bent er)


Weckpot Ik woon in een weckpot. Het woont best comfortabel. Als ik me niet teveel wil uitrekken heb ik ruimte voldoende. En de lucht kan ook nog wel even mee. Het uitzicht is niet verkeerd. Ik kan in het rond kijken. En nog eens in het rond. En nog eens in het rond. Ik heb wat wit zand dat comfortabel zit. En een klein kasteeltje om mee te spelen. Het kasteeltje is donkerblauw. Ook liggen er overal in het zand letters. Ik leg ze de hele dag door in allerlei volgordes. Zo vermaak ik mezelf wel; zoals ook de toeschouwers buiten de weckpot. Er zijn er veel. Een bizar groot aantal mensen is door het glas van de weckpot naar binnen aan het turen. Kindjes drukken hun neuzen plat tegen het glas. Ademloos lezen ze elk woord dat ik vorm. Zoals het woord bananenmoes. Even voelt iedereen zich bananenmoes. Maar ik het meest, in mijn weckpot.

RenĂŠ van Densen

51


Schreeuw Vannacht schreeuwde er een man in een van de huizen buiten mijn tuinhek. Hij schreeuwde en schreeuwde. Het was eigenlijk meer een brullen. Het klonk kwaad. Ik woon zo bizar rustig in dit huisje dat ik amper flarden hoorde. Enkel dĂĄt er geschreeuwd werd. Het ging zeker een uur of drie door. Ik had natuurlijk kunnen gaan luisteren of kijken waar het geschreeuw over ging. Dat was interessanter voor het verhaal geweest. Het publiek heeft graag aanvullende informatie als je over een schreeuwende man begint te vertellen. Maar ik ben niet gaan luisteren. Ik heb schijt aan mijn publiek. Eerlijk gezegd interesseerde het me ook niet zo. Er zijn mensen die van alles wat er gebeurt, het fijne willen weten. Als de nieuwe overbuurman een omgebouwde lijkenwagen rijdt, bijvoorbeeld. Of als er zes ambulances door je straat razen. Of als er ‘s nachts hard geschreeuwd wordt in hun wijk. Ik niet. Ik heb mijn kat op schoot en geniet van de stilte tussen de onverstaanbare flarden. Ik woon hier echt fijn. Potverdorie.

52

Prozacstad (je bent er)


Toekomstdroom Ik bevind me in een droom in de nabije toekomst, en zet de radio aan. Er blijkt nog maar één nummer in de hele wereld te zijn. Alle muzikanten coveren het liedje in hun eigen stijl. In heel de wereld wordt geen enkel andere song meer gemaakt dan dat ene nummer, de inkleding ervan is nu hoe je als muzikant je stempel achterlaat in de muziekhistorie. Even denk ik dat het een 1 april grap is, maar ook op de andere radiokanalen draaien versies van hetzelfde plaatje. Zelfs op de klassieke- en jazz-zenders, enkel dit ene nummer. Zoals dat gaat in dromen, bevind ik me vervolgens in een boekhandel, zonder me af te vragen hoe ik hier beland ben. Overal staan boeken met dezelfde titel maar een andere kaft, een andere auteur. Alles blijkt hetzelfde verhaal, maar in een andere stijl verteld. Ook in de striphoek vind ik enkel diezelfde titel terug. Al het andere was blijkbaar de moeite niet meer, om in een winkel te zetten. Ik slenter door een kroegenstraat en overal zie ik precies hetzelfde café-interieur, telkens met een andere naam. Er prijkt maar één biermerk op alle gevels. Uit de deuren en ramen van de cafés klinken overal verschillende rendities van het ene muzieknummer. Het is een ondraaglijke kakafonie en ik slenter zwaarmoedig door, op zoek naar een toevallige harmonie.

René van Densen

53


Douchen De volgende stap is douchen, zeg ik hardop. Op dwingende toon. Het is nodig, want van de drie taken die ik tot dusver op mijn lijst had staan, is er één afgezegd, één mislukt en één uitgesteld. Afzeggingen en mislukkingen slaan me tegenwoordig vlug uit mijn lood. Onverwachte telefoontjes overigens ook. Die zijn er vandaag ook geweest, meteen bij het opstaan al. En tegen mijn eigen regels in heb ik opgenomen, ondanks dat het een onbekend nummer was. Spijt van. Daar heb je voicemail voor, idioot. De volgende stap is dus douchen. Ik zet de waterkoker aan voor een kop koffie. Dat verzekert me er van, dat ik binnen een kwartier nog niet onder de waterstralen geparkeerd sta. Eerst water koken, koffie maken, af laten koelen, opdrinken. Ik zou de koffie natuurlijk kunnen laten afkoelen terwijl ik douche, maar dan loop je het risico, dat hij daarna te koud is. Alsof dat ooit een groot bezwaar is geweest, maar het is een dag dat ik mijn expertise in drogredenen train. De volgende stap is douchen. Heus. Dáár ligt de handdoek al. De koffie dampt. Ooit had ik daadkracht.

54

Prozacstad (je bent er)


Braaf Altijd als hij een bepaald aantal biertjes gedronken heeft, volgt er kritiek van mijn vriend. Het magische aantal is vier. Ik drink meestal ongeveer tegelijk met hem op, maar bij mijn magische vierde biertje merk ik dat ik dingen vrij laconiek binnen kan laten komen. Om vervolgens daarop te reageren alsof ik meen wat ik zeg, alsof ik me iets ervan aantrek. Nu meent hij dat ik ontzettend braaf ben. Retorisch vraagt hij waar dat vandaan komt. Het interesseert hem helemaal niet waar het vandaan komt, en het woord braaf is ook maar een poging om mij te prikkelen. Ik vind het prima dat hij me braaf noemt, zoals ik het ook prima vind dat ik door anderen juist het tegenovergestelde genoemd word. Mijn vriend is een doorbrekend schrijver die meent dat de wereld vol zit met laffe, achterbakse of brave schrijvers. Hij is de enige uitzondering. En daarom krijg ik ervan langs, want ik blijf te braaf in wat ik schrijf. Veel te veel zo, zelfs. Ik krijg het idee dat mijn vriend meent dat ik me moet schamen, maar aangezien ik toch maar wat aan schrijf, boeit het me niet echt dat iemand het te makvindt. Ik wenk de terrasbediende om mijn vijfde bier. Genoeg magie voor vanavond, nu ga ik gewoon mezelf het bed in drinken.

RenĂŠ van Densen

55


Fee Ze is beeldschoon en feeëriek. Hij wil niet staren maar doet het toch. Zeker als ze, zich onbewust van haar toeschouwer, lacht. Haar lach maakt hem keer op keer weerloos. Alsof ze met een toverstaf zwaait en hem verlamt. Dan de vleugels spreiden zal en hoog en fier boven hem zal uitstijgen. Hij slobbert uit zijn bierglas. In de duistere cafés zien ze het meestal minder duidelijk dan in goed verlichte ruimtes. Daarom komt hij hier graag. En de meeste avonden is dat voldoende: wat zitten, drinken, observeren, zich inbeelden dat hij erbij hoort, meedoet. Soms lacht hij stilletjes mee met grapjes die gemaakt worden. Hij weet dat het lachende gezelschap direct zou stilvallen, als hij zich zou aansluiten en mee zou lachen. Als een zeepbel die plopt. Dus lacht hij stilletjes en in de schaduwen. Soms heeft hij de grap niet eens gehoord, maar lacht hij omdat het hem heerlijk lijkt om eens samen met anderen te mogen lachen. Het kijken doet pijn maar hij kan het niet laten. Keer op keer probeert hij zijn blik door het café te laten dwalen, onmiddellijk missen zijn ogen haar. Wat zou ze nu aan het doen zijn - mis ik een lach ? En zijn blik priemt zich terug. Ze strijkt haar engelachtige krullen achter haar oren. Hij doet zijn best om zich in te beelden dat ze waarschijnlijk óók maar een stom wijf is. Dat dingen doet of zegt die haar volslagen niet feeëriek maken. Dat ze wel eens aan haar billen krabt of dat ze luid kan vloeken tot zes huizen verderop. Dat ze naar wanstaltige films kijkt of dat ze juist té netjes, té proper is. Dat haar huis als een fragiele poppenkast is ingericht en ze het liefst een Ken in een kastje zou hebben, enkel om eruit te halen wanneer het haar uitkomt, om hem vervolgens te kleden zoals het haar goeddunkt. Dat lachen. Hij weet dat, ondanks zijn halfduistere schuilplaats, de jongeren ook om hém lachen. Hij vindt het niet erg. Ze lachen uit opluchting: dat zij er niet zoals hij uitzien. Dat zij zich in de openlucht

56

Prozacstad (je bent er)


kunnen begeven, zonder nagekeken en nagelachen te worden. Dat zij een respectabele baan en een evolutionair passende partner kunnen vinden. Zij lachen ook omdat de jeugd aan hun zijde is. Nu nog wel. Laat ze dus lachen. Als de fee samen met haar gezelschap vertrekt, blijft enkel de wens nog achter, om eens samen met een ander te kunnen lachen.

RenĂŠ van Densen

57


Terrasechtgenote (1) Een blogger zegt me dat ik veel en veel te veel verhaaltjes schrijf. Ik lach en zeg dat ik er meer schrijf dan ik publiceer. Hij zegt dat het nog steeds teveel is. Later die avond drink ik veel te veel en praat ik met iemand die boos is omdat ik haar al vijftien keer ontmoet heb, haar telkens vergeet. Voor de avond om is, zijn we getrouwd en dragen we beiden een sleutelring aan onze ringvinger. Bij thuiskomst merk ik dat ik mijn tas op het terras heb laten liggen. Daar zitten mijn zakcamera, mijn zonnebril op sterkte en mijn geheugenboek in. Kortom, vrijwel mijn hele wereld. Op mijn kersverse terrasechtgenote na dan. Hoewel, volgens mij heb ik iets met haar afgesproken, en stond dat er ook in. Ik hoop dat ik mijn geheugenboek terugvind. En ik drink de volgende keer ĂŠcht niet te veel.

58

Prozacstad (je bent er)


Goud Ik zit op mijn knieĂŤn naast de kattebak. Mijn kat zit ernaast. Ze houdt haar kopje scheef, en kwispelt, steeds wanneer ik zo naast haar zit. Afvragend. Ik haal een schepje met zeeflijntjes door het kattezand. Zo schep ik haar ontlasting eruit. De drolletjes zijn vaak al een beetje uitgedroogd en hard. Heel soms vind ik er een die ik de keren daarvoor gemist heb, ze zijn dan al een beetje versteend geraakt, vanwege het absorberende zand, dat al het vocht opzuigt. De kattepis vormt hierdoor grote klonten. Alsof iemand een kattezandbal heeft gemaakt, die hij hier had klaarliggen voor een kattezandballengevecht. Het weegt behoorlijk zwaar. Die drolletjes wegen niks, daar is alle vocht al uit. Ik schep, zeef en gooi wat overblijft in de vuilniszak. De kat blijft scheefkijken. Ik vind veel deze avond. Ze heeft goed haar best gedaan. Het is niet de leukste kant van het hebben van een kat, dit klusje, maar het hoort er bij. Om het vol te houden beeld ik me vaak in dat ik naar goud op zoek ben. Het zou niet verkeerd zijn om goud te vinden. Ik ben onderweg naar onzekere tijden, in deze crisisbange arbeidsmarkt. Goud, zomaar in de kattenbak gevonden, kan nog van pas komen: al zou het maar een beetje zijn. En dan vind ik plots goud. Nee, echt, ik geloofde het zelf ook niet meteen. Knipperend kijk ik naar het schepje: het is een flinke klomp. In de kenmerkende vorm die kattedrolletjes hebben. Ik staar mijn kat aan. Ze heeft nog altijd haar kopje scheef en snapt nergens iets van. Ik kijk weer naar het goud. Oei. Zo heb je ineens waar je om vroeg. En nu ? Ik wenste natuurlijk niet daadwerkelijk goud. Ik was gewoon aan het klagen. Klagen zorgt dat je de zware tijden doorkomt. Opeens de reden voor je klagen kwijt raken, is een beetje ontnuchterend. Nou weet ik hoe vrouwen zich voelen wanneer mannen hun problemen willen oplossen. De klomp goud ziet er wat vies uit. Er kleven kleine stukjes kattepoep en kattezand aan. Ik maak mezelf wijs dat het nog een hele klus gaat zijn daar een mooi, toonbaar stukje goud van te maken. RenĂŠ van Densen

59


En ik vraag me af of mijn kat dit geproduceerd heeft. Moet haast wel. Er is geen enkel ander levend wezen in huis geweest vandaag. En al helemaal niet op de kattebak. Potver. Dus ben ik binnenkort niet meer de broodwinner, maar de kat. Ik moet even aan dit idee wennen. Onmiddellijk twijfel ik of ik het beest wel graag in die rol zie. Ik schrijf wel in mijn verhaaltjes dat ze heel lief voor me is, maar de minste hoeveelheid macht zal ongetwijfeld snel naar haar kop stijgen. Zo zit ik daar met goud in mijn kattenbakschepje en denk voort. Nee, hoe meer ik erover nadenk, hoe slechter het is voor mijn kat, om dit soort macht in het huishouden te krijgen. Daar raakt haar persoonlijkheid van verrot. Ze kan beter beschermd worden tegen dit kwaad. Ik kijk nog ĂŠĂŠn keer naar het klompje goud. Het schittert in het licht van de spaarlamp. Dan vliegt het de vuilniszak in, de kattedrollen achterna.

60

Prozacstad (je bent er)


Terrasechtgenote (2) Mijn moeder is op vakantie geweest. Ze heeft gemist dat ik op een terras in een dronken bui met iemand ben getrouwd. Ze had de hoop op een schoondochter opgegeven. Ik begrijp dat ze mijn vrienden inmiddels verzoeken stuurt om hen als familie te mogen beschouwen. Op Facebook. Ik wil haar vertellen over haar schoondochter, maar die heb ik sinds ons terrashuwelijk niet meer gezien. Vanavond komt mijn terrasechtgenote bij me langs. Ik ben benieuwd hoe ze eruit ziet. De Opperpater komt ook. Ik hoop dat ze niet gaan vechten. Ik heb de boel net aan kant. Op internet lees ik over scheidingscafés die in Brabant worden georganiseerd. Dat lijkt me wel wat. Scheiden met een biertje erbij. Als mijn terrasechtgenote tegenvalt, of ik haar tegenval, zouden we dat kunnen overwegen. Scheiden met een biertje erbij. Het klinkt goed. Eigenlijk zou alles met een biertje erbij moeten kunnen. Solliciteren met een biertje erbij. Bevallen met een biertje erbij. Rijbewijs halen met een biertje erbij. Sterven met een biertje erbij. Mijn nieuwe droom is dat mijn laatste woorden zijn: ‘Nou, nog eentje dan, maar dan moet ik écht gaan.’ Ik ga op zoek naar de sleutelring, waarmee ik mijn terrasechtgenote trouwde. Hij moet ergens in huis liggen. Misschien zit-ie in de stofzuiger. Ik hoop dat ik de stofzuiger kan vinden.

René van Densen

61


Vergeef me Vergeef me, mijn ziel. Ik ben aan geen mens verantwoording schuldig, maar wel aan jou, mijn zelf. En bij dat idee voel ik schaamte. Schaamte voor wie ik ben geworden. Als ik eraan denk wat we wilden doen, waar we wilden zijn, wie we wilden zijn, dan begrijp ik niet hoe je het bij mij volhoudt. Stap voor stap ben ik laf geweest, ben ik slap geweest. Ik ben serviel en hypocriet geweest. Ik heb keuzes gemaakt om verkeerde redenen, terwijl ik verdomd goed wist welke keuze ik eigenlijk had willen, had mรณeten maken. Mijn ziel, je stond erbij en zag mijn handelen. Je zag hoe ik me liet en lรกรกt behandelen, en welke afslagen ik neem. Meer en meer stilletjes en met het hoofd gebogen. Vergeef me, mijn ziel. Hoewel ik zeker niet zonder zonden zit, ben ik jou het ontrouwst geweest. We wisten zo zeker, van jongs af aan, hoe het eigenlijk moest. Ik zwoer je, bloedbroeder, puur met je te blijven, ik zwoer je dat de dwalingen van die corrupte spaghettizooi, die de wereld der volwassenen is, mij bespaard zouden blijven. Ik wist beter. Ik weet nog steeds beter. Toch maak ik minstens eens per dag weer een foute keuze, neem een foute afslag. Voet voor voet ben ik krommer gaan lopen. Ik hield ermee op om opstandig te worden, van de klappen die het leven onvermijdelijk uitdeelt. Ik liet de leugens van de angst, hun oordelen temidden van jouw waarheden krassen. Met hamer en beitel leefden ze zich uit, steeds lustiger hakkend naarmate ik minder protesteerde. Met de scherpste lamp heb ik nog moeite hun vervalsingen van mijn innerlijke waarden te onderscheiden. Ik ben vervalst. Vergeef me, mijn ziel. Maar blijf mij trouw, ook al verdien ik het 62

Prozacstad (je bent er)


niet. Ik blijf proberen beter te doen. Ik poog me zo weinig mogelijk te verschuilen achter excuses over zwakte en onwetendheid, , en hoewel mijn verweerde voeten met iedere stap steeds weer verkeerde paden zullen inslaan, hoop ik dat je me er desondanks aan zult blijven herinneren, op welke koers we onze bloedeed zwoeren. Help me de smerige spiegel schoonpoetsen en kijk me weer recht in de ogen aan. Maar vooral... vergeef me.

RenĂŠ van Densen

63


Aan, uit Aan, uit, knipperen de lichten. Ze snapt nog niet goed wat er gebeurd is. Aan, uit, gaat haar besef.. Stank. Benzinestank. En metaal. Metaal in haar mond. Toch heeft ze vandaag geen thee uit de ketel gedronken. Kijk, daar ligt hij. Pal in haar zichtveld. De gescheurde plastic tas met haar schamele bezittingen. De tas is rood besmeurd. Aan, uit, aan, uit. Geluiden dringen dof binnen. Tussen haar ogen en de tas dwarrelen sneeuwvlokjes. Ze landen op de stenen en blijven even liggen. Dan smelten ze. Sommige. Anderen mogen blijven. Blijven. Mocht ze maar blijven. Als hij maar niet meer aan... uit... aan...

We zullen haar naam nooit kennen. Maar ik noem haar Proza.

64

Prozacstad (je bent er)


RenĂŠ op Facebook www.facebook.com/fanpagina.rene.van.densen


Onze eerder verschenen boeken:

– Erik Hannema, Dautzenberg &

“Godverdommese hoerebef, wat een geil boekje. Nazislet!” - Tygo Gernandt “Als Van Duin mij aan de kant zet, weet ik waar ik me moet melden!” – Ron Brandsteder

K E R K

v a n

De Kalebas heeft gesproken.

Over de spookschrijver

Toen De Kalebas zich aan René van Densen (1978) openbaarde, genoot die net van een fijn avondje uit. Het spreekt voor zich dat hij helemaal geen zin had om psalmen te gaan noteren. Drie getrakteerde biertjes later maakte belofte dan toch schuld. Als officiële spookschrijver pende hij trouw neer wat De Kalebas hem voorschreef en sliep daarna zijn roes uit. Eerdere teksten van zijn hand zijn geweigerd door sommige van de grootste uitgeverijen en literaire bladen in de wereld, sommige teksten zelfs door zijn oudste vrienden. Wel scheidt hij trouw zijn rest- en GFT-afval.

“And no, we don’t know where it will lead. We just know there’s something much bigger than any of us here.” – Steve Jobs, coltruidrager

“Ik vind er geen zak aan, knikker.” – De Opperpater

de 93 beste moppen van de

“Uit betrouwbaar onderzoek blijkt dat de Opperpater depressies voorkomt.” - Diederik Stapel

“Het aardige lijkt me dat fundamentalisme enigszins onmogelijk is. Het beginsel dat de Goddelijke Kalebas niks met monotheïsme heeft, vind ik bijvoorbeeld zeer sterk. Eat that, JHWH en Allah!” – Max J. Molovich, Nurks Magazine

OPPERPATER

“Ik meld u, Opperpater, dat ik u +10 geef. Zelden zo gelachen!” – Andrei Vreeling, Roemeen

een

thriller

een thriller

“HET BOEK MOET ZICH IN JOUW HOOFD AFSPELEN!!!!1111!!” – Luuk Koelman, publicist voor Planet Internet

René van Densen

“Bij dezen nodig ik je uit voor mijn show.” - Matthijs van Nieuwkerk “Frikadel.” - Ome Rob

“Vergeet straks het vuilnis niet buiten te zetten.” – Huisgenoot van René

“O, de wereld vergaat weer. Nou ja, just as well.” – Peter Breedveld, stripjournalist “Opperpater. Onthoud die naam.” - Mies Bouwman “Everybody remember where we parked.” – James T. Kirk

Een uitgave van SIE ge la VER WWW.KUTBINNENLANDERS.NL OER kte opateriaal

Een uitgave Een uitgave van van T ME L WWW.KUTBINNENLANDERS.NL NU VAA WWW.KUTBINNENLANDERS.NL O e

“Ik denk dat er geen markt voor is, eerlijk gezegd.” – De Opperpater

n ERS.NL

K a l e b a s

Met stip de meest meest relaxte relaxte godheid, godheid, die die het het eigenlijk eigenlijk allemaal allemaal wel wel best best vindt en laissez-faire laissez-faire tot tot een een kunstvorm postmoderne verheft. kunstvorm Opdat verheft. we Hem Opdat niet we Hem niet over het hoofd over gaan het hoofd zien in zien de wirwar in het van oerwoud bestaande van bestaande religies zijn religies, de bundelen beste psalmen we de die beste zijn psalmen grootsheid die zijn bezingen grootsheid gebundeld bezingen in dit in dit boekje. boekje.

“Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand zoveel voorvocht produceert.” - Philomena

CULTUURKILLER

d e

Terwijl fundamentalistische fundamentalistische geloofsgekkies geloofsgekkies de vanwereld de wereld in rapintempo rap tempo een een enge enge plekplek maken, maken, zouden zouden we haast we haast vergeten vergeten dat dat De Kalebas De Kalebas er nog er nog is. is.

er nusm bepusief bo

een eenthriller thriller

René van Densen LE FIE GO E BLO TGAVnderlijk UI nes afzoaar sscè

kaf

Afgekeurd Afgekeurd door door

Goedgekeurd door De Opperpater

KALEBAS KERK van de

“Eindelijk een boek van Van Densen dat niet over Tilburg gaat” – Dalai Lama

OD op d RO Zomaar t

incl

door ater

René van Densen

n leek te zijn.” – Soul Food,

“ik ben nu al niet enthousiast.....” – Guillermo Martinus, facebook legende

René van Densen

R” - @iElena, Twitter

De Opperpater. Tot op heden een zorgvuldig bewaard publiek geheim binnen Tilburg. Een moppenverteller. Maar niet zomaar een. Een vakman! Zo’n fenomeen kun je niet eeuwig voor jezelf houden. Dus gebeurt nu het onvermijdelijke: we hebben de beste moppen van de Opperpater voor je verzameld in deze bundel. Geen enkele geschreven moppenbundel zou eer aandoen aan deze orale grootkunstenaar. Daarom krijgt de Opperpater nu een boek vol QR-codes, die met behulp van een smartphone rechtstreeks naar exclusieve beeldopnamen leiden. Het ideale cadeau voor iemand die alles al heeft, maar dit boekje nog niet.

als striptekenaar, burgemeestert van Tilunstenaar René van Denloze weblog KutBinnenceerde in Digther, Top Literair en MYX Magaviewde hem als de jongrrose ooit. Het artikel uur bij zijn moeder, die lezen. Ze houdt veel van oopt dat het goed komt.

ur beschikbaar was, want dat lburgsche Koerier

d e 9 3 b e s t e m o p p e n v a n d e O p p e r p a t e r

Kerk van de Kalebas

pleegd in zijn directe in zijn nek. Terwijl de alist zich in de zaak van zijn opdracht, zijn

de 93 beste moppen van De Opperpater

n geheimzinnige man rond. gte van hem. Maar hij binnen. En helpt deze is de Cultuurkiller.

CULTUURKILLER

L L E R

Sek

b

lever

De Opperpater Opperpater De

Cultuurkiller - René van Densen de 93 beste moppen van de Opperpater Kerk van de Kalebas - René van Densen oktober 2011 - UITVERKOCHT november 2011 februari 2012 - UITVERKOCHT

Bobadas / René van Densen

gen - erotische verpozin

sten prozaïsten, columni een stel dichters, zich Seks! Jazeker! We daagden enlanders.nl uit, om van de website KutBinn dat . Om zó ver te gaan en één striptekenaar op het onderwerp erotiek moeder dit niet helemaal uit te leven “Ik hoop maar dat mijn en: opdring hebben zou ld zich de gedachte en op, die we gebunde verrassende bijdrag want , leverde kloppen Dat te leest”. ook blijkt hopen dat “Sex sells” in dit boekje. Nou sloebers. we zijn allemaal arme

SPECIALE UITGAVE KUTBINN ENLANDERS.NL

JULLIE KENNEN NIET (ZO) VEEL / U MAG MIJ WEGSTEMMEN

gedichten

Bobadas

U mag mij wegstemmen

“It ’s very much better than his other bundels“ - William Shakespeare

“Tranen van

- Mata Hari ontroering”

- Casanova vertellen”

gedichten

en beter kunn zelf niet “Ik had het je Tippel euro” - Keet Krabbé “Vijftig - Jeroen oonlijk” pers urs aute “Ik ken alle Kalebas ouwe” - De shit le “Gei “Dit voorspelt niet veel goeds“

IN EN BODRené IË van VER ELG B

Densen

- Nostradamus

NEen Een uitgave uitgave van van IGE IS E EN WWW.KUTBINNENLANDERS.NL DIT K GRO t LIJ ee ech Heel erg goedgekeurd door n De Opperpater

weet haasten lot al

Het Vermaal En Dan

wel

komt

mijn

kan ze laat schrijf

me

I N

waar

zich

ik

versjes

niet tot nieuw

ze

S P E

in

veel een vel lustig

ik

Over de auteur

hoor horden dichterbij delen schelen brij worden door

EN NG

René van Densen (1978), hier afgebeeld als pretentieuze pijproker, is een jonge, Brabantse, blanke man met eindeloos toekomstperspectief. Hij is gezond, komt uit een liefdevolle familie en niemand heeft hem in zijn leven ooit één Andrei Vreeling strobreed in de weg gelegd. Alle idiote dingen Arjan die hij probeert, komen gewoon goed. ArmoeO. de, verslaving of ellende heeft hij Tileman nog nooit Frank s gekend. Bovendien hebben talloze vrouwen hem GAPsce liefgehad. Al deze eigenschappen zijn zicht- ne en Gerrie S. Veters hoorbaar in zijn poëzie. Gelukkig heeft de drukker heel erg zijn best J. Honeybe eSugarlove gedaan, waardoor de kaft alvast mooi is.

E

EV

CH

TIS ERO

ZI RPO

Mathieu Stevens

“Een hoofdwerk, niet alleen in het oeuvre van Van Densen, maar in de gehele geMiriam schiedenis van het universum” – Joubert Pignon

Moordkuil

“Van Densen is een man vol tegenstrijdigheden, bewonderenswaardig en weerzinwekOuddanZeikwijf kend, sensueel en arrogant, glashard en toch soms heel triest, weer enorm geestig, vol veerkracht” - Joubert Pignon Soul

Soul Food

der Zwan “Eindelijk eens een schrijver die zich bekommert om Thomas Roda JC” –van Joubert Pignon Tjerun Let’s Talk About Sex

Tjerun “Ik moest dit boek uit walging Meteen paar keer van me afsmijten” – Joubert Pignon Met voor- en naspel door

”Dit boek heeft geen quotes nodig” - Joubert Pignon

en illustraties van Een W E R Nuitgave E R M O Ovan NEN

XXX ns jk ee

een

li ! WWW.KUTBINNENLANDERS.NL Einde ker boek “Hotter than viagra vindaloo” - Prince Charles lék

René van Densen

Um

Jullie ken Bobadas / René van Densen

Jullie kennen niet (zo) veel

In het jaar dat KutBinn enlanders.nl officieel net actief is, verschi vijf jaar op interjnt ook onze vijfde bundel. Het is ook een een heel special mete - excuse the pun - bloemlezing geworde onderwerp wordt geschuw n. Geen d, van opblaaspop tot webcamshow, van pauze tot masturbatie. menoHet is genieten geblaze n... maar ook voelen! Rode oortjes gegaran deerd!

I O H AM M P A P I E R P U L P

Ik Ze Het Dat

PAPIERPULP IN SPE

M A M

HOI MAM - e r o t i s c h e v e r p o z i n g e n

JULLIE KENNEN NIET (ZO) VEEL / U MAG MIJ WEGSTEMMEN

H O I

PAPIERPULP IN SPE gedichten

René van Densen “Haha” – Joubert Pignon

UW ed eigo NIE us k

En

d

Afgekeurd door De Opperpater

Jullie kennen niet (zo) veel - Bobadas U mag mij wegstemmen - René van Densen (duo dichtbundel) april 2013

Hoi Mam - Erotische verpozingen Papierpulp In Spe - René van Densen Diverse auteurs (lustrumuitgave) februari 2014 oktober 2013

“It ’s very much b


en HT

n 4


P R O Z A C S T A D

J E

B E N T

E R

Hoog toekijkend vanaf een lantaarnpaal ziet de meeuw uit over Prozacstad. De natgeregende, semioostblokkerige betonnen troosteloosheid staart hol terug. Dezelfde grijsgroene eindeloosheid die hij ziet als hij over zee zweeft. Maar met minder plastic afval. Het is een bedrijvigheid van jewelste beneden, toch beweegt alles traag genoeg om ontspannen te volgen. Met scherpe ogen houdt de meeuw alles in de gaten. Een vrouw baant zich een weg door de stad, met een mysterieuze envelop in haar handen geklemd. Intussen trekt Prozacstad zich daar geen klap van aan en manifesteert zich in al zijn absurditeit.

Over de auteur

René van Densen (1978) maakt fluks gebruik van een ziektewet-uitkering, door dagelijks mensen op Facebook lastig te vallen met allerlei idiote teksten. Omdat hij ze graag aan iedereen opdringt en niet iedereen op Facebook zit, heeft hij er nu ook al een aantal in een boekje bij elkaar gestoken. Nu mét gratis complete set WK trauma’s. Iedereen hoopt dat hij snel uit zijn burnout komt en weer gewoon een baan zoekt.

“De dag is niet compleet zonder ‘n van Densje” – Runa Svetlikova “Je bent de mooiste gast die ik ooit op zijn bek heb geslagen” - Giovanni Jeurissen “Ontmoette de jongen op de Gentse feesten. Hij mag dan wel in Tilburg wonen, hij heeft iets Belgisch over zich dat hem tot surrealist maakt” – Marc Tiefental “Wordt een lekker oeuvre zo. Denk je ook wel aan de portemonnee van je fans?” – Joubert Pignon ”Ja” - Bibi Saelens

Een uitgave van WWW.KUTBINNENLANDERS.NL

Goedgekeurd door De Opperpater

Prozacstad: je bent er  

Bundel met kortverhalen van René van Densen, die zich voornamelijk afspelen in een wellicht niet volledig fictief stadje dat Prozacstad heet...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you