Page 1

S T IC H T IN G S AM EN W ER K IN G NI EU W EG EIN

JAARVERSLAG 2016


Inhoud

Naam Werkgeversnummer Postbus Bezoekadres Postcode Woonplaats Vastgesteld d.d.

Stichting Samenwerking Nieuwegein 77651 Postbus 7107 Dasseweide 1 3437 WN Nieuwegein 21 juni 2017


1 Voorwoord  1 Verslag Raad van Toezicht 2 Bestuur en organisatie 

4 

5

9 2.1 Juridische structuur 10 2.2 Kernactiviteiten  10 2.3 Organisatiestructuur  11 2.4 Bestuursondersteuning  11 2.5 Medezeggenschapsraad (MR)  11 2.6 Organisatieschema 13 2.7 Samenwerkingsverband 13 3 Strategie en beleid 15 3.1 Missie 16 3.2 Visie 16 3.3 Kernwaarden 16 3.4 Strategische doelen in 2016 17 3.5 Evaluatie strategische doelen in 2016  17 3.6 Resultaten strategische doelen in 2016  17 3.7 Klachten  19 3.8 Predicaat Excellente School  20

4

Onderwijs en leerlingen 

21 4.1 Ontwikkeling aantal leerlingen  22 4.2 Onderwijsontwikkeling  23 4.3 Toetsresultaten  24 4.4 Uitstroom Voortgezet Onderwijs  25 4.5 Expertisecentrum - BOCS – Begeleiding Ondersteuning Coaching en School 26 4.6 Expertisecentrum - Taalgroepen en Neveninstromers +  29 4.7 Expertisecentrum - Meerbegaafdenworkshops  29

5 Personeel 

31 32 35

6 Financiën 

37 38 39 41 43 43

7 Continuïteitsparagraaf 

45 46 46 51 53 54 54

8 Prestatiebox 

57 58 58

5.1 5.2

Ontwikkeling personele formatie  Ontwikkelingen 2016 

6.1 Balans  6.2 Kengetallen  6.3 Staat van baten en lasten  6.4 Huisvesting 6.5 Treasuryverslag  7.1 Meerjaren kengetallen  7.2 Meerjarenbegroting  7.3 Meerjarenbalans  7.4 Meerjaren kasstroomoverzicht  7.5 Planning & Control  7.6 Belangrijkste risico’s en onzekerheden  8.1 8.2

Kaders regeling  Middelen en inzet 2016 


1 Voorwoord Als wij terugkijken is 2016 een enerverend jaar geweest, met als mijlpaal het behalen van het predicaat Excellente School 2016-2017. Een resultaat waar wij als organisatie trots op mogen zijn, maar bovenal een bevestiging voor iedereen die betrokken is bij ons onderwijs en invulling geeft aan onze kernwaarden:

zichtbaar, geïnspireerd en betrokken Vanuit een strategisch beleidsplan kan het belang van dit draagvlak nauwelijks worden overschat. Bij de totstandkoming van het nieuwe beleidsplan 2016-2020, dat de ondertitel draagt “Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus” spreekt dan ook voor zich dat alle geledingen binnen de school intensief betrokken zijn geweest. Het heeft geleid tot een enthousiasmerend proces waarbij het eigenaarschap bevestigd is.

Wij gaan ieder jaar stappen zetten, maar nemen ook de ruimte om te reflecteren: wat hebben wij gedaan, wat gaat goed, wat kan beter. Dit past bij wat De Evenaar en Het Expertisecentrum willen zijn: een lerende organisatie waar professionals beter worden door van en met elkaar te leren en door successen te gunnen en met elkaar te delen. Een woord van dank is dan ook dit jaar weer op zijn plaats voor iedereen die zijn of haar steentje heeft bijgedragen aan het succes van het geheel. Wij hopen dat het jaarverslag een helder beeld geeft van wat wij in 2016 hebben bereikt. Reacties zijn van harte welkom. College van Bestuur Stichting Samenwerking Nieuwegein, Gonnie Boerma-Sijbrandij

4


VERSLAG RAAD VAN TOEZICHT


1

Verslag Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht van de Stichting Samenwerking Nieuwegein heeft het genoegen u het jaarverslag over 2016 van de Stichting Samenwerking Nieuwegein aan te bieden. Wij hebben het jaarverslag van de Stichting dat door de voorzitter van het College van Bestuur is opgesteld goedgekeurd. Het door ons benoemde Accountantskantoor Van Ree heeft haar goedkeuring verleend aan de jaarrekening 2016 van Stichting Samenwerking Nieuwegein.

Samenstelling en taakverdeling De Raad van Toezicht kent conform de statuten tenminste vijf en ten hoogste negen leden. Deze worden in beginsel óf bindend voorgedragen door de MR van De Evenaar óf niet bindend voorgedragen door de tot voordracht bevoegde instellingen voor primair onderwijs in Nieuwegein. Derhalve zijn Robijn, Trinamiek, Fluenta en Monton in de gelegenheid om een niet bindende voordracht uit te brengen voor een lid van de Raad van Toezicht, met inachtneming van de profielschets.

Werking intern toezicht Bij de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de Raad van Toezicht en de voorzitter CvB wordt gewerkt conform de bepalingen van de Wet Primair Onderwijs, de Wet Goed Onderwijs en Goed Bestuur PO/VO en de Code goed bestuur van de PO-raad, alsmede de statuten van de Stichting.

Door de Raad van Toezicht wordt toezicht gehouden op basis van wet en regelgeving aan de hand van een in overleg met de voorzitter CvB vastgesteld toezichtkader. Dit toezichtkader kent een aantal domeinen (organisatie, personeel, leerlingen en financieel) op basis waarvan de prestaties en functioneren van de voorzitter CvB en de organisatie kunnen worden gevolgd. Voorzitter Dhr. J. Klazema Dit gebeurt in de eerste plaats door de Secretaris  Dhr. F. Seller periodieke management-, beleids- en Lid  Mw. A. van Bodegom financiële rapportages. Lid Dhr. J. van Hoeflaken Lid  Dhr. L. Noordzij (tot 1 aug) Dit kader wordt jaarlijks getoetst met hierin onder meer aandacht voor welDe Raad heeft besloten dat er gezien de huidige samenke informatie op welk moment moet stelling voorlopig geen extra vacature wordt gesteld. worden geleverd en op welke wijze. Dit planning en control kader, de vaste agendavoering, aangevuld met de wettelijke vereiste documenten (o.a. schoolgids, school- en jaarplan, formatieplan, begroting en jaarrekening) zijn in beginsel de instrumenten voor uitoefening van het toezicht door de Raad van Toezicht. Waar nodig kan dit aangevuld worden met additionele informatie buiten de bovengenoemde structurele interne rapportages.

6


Het toezicht in 2016 De Raad van Toezicht is in 2016 drie keer in formele vergadering bijeen geweest. De vergaderingen werden telkens bijgewoond door de voorzitter CvB en de controller. Op de agenda stonden: • goedkeuring van de jaarrekening en het jaarverslag 2015; • goedkeuren formatieplan 2016-2017; • opdracht accountant controle jaarstukken 2016; • managementrapportages; • ontwikkelingen passend onderwijs en samenwerkingsverband Profi Pendi; • ontwikkeling aantal leerlingen; • strategisch beleidsplan; • goedkeuren van de begroting en treasuryplan 2017.

7


Blijvend aandachtspunt voor de Raad van Toezicht is de in omvang wisselende instroom van leerlingen en de gevolgen daarvan voor De Evenaar. De Raad van Toezicht laat zich dienaangaande uitvoerig informeren door het College van Bestuur. De ontwikkeling van het samenwerkingsverband Profi Pendi heeft vanzelfsprekend hierbij ook de nodige aandacht gekregen. Daarnaast ziet de Raad van Toezicht toe op de positie van zowel de Stichting in haar geheel, als ook De Evenaar in het bijzonder, in relatie tot haar stakeholders. Hieronder zijn ook begrepen signalen die worden afgegeven en de interne behandeling daarvan. De Raad van Toezicht kijkt met tevredenheid terug op de activiteiten die in 2016 zijn uitgevoerd en de aandacht en energie die gestoken is door De Evenaar in de onderwijszorg voor kinderen in Nieuwegein. Namens de Raad van Toezicht: Dhr. J. Klazema

8


BESTUUR EN ORGANISATIE


2

2.1

Juridische structuur

Onder Stichting Samenwerking Nieuwegein, bevoegd gezag nummer 77651 valt de onderstaande school:

Brin School 04DA SBO De Evenaar

Adres Dasseweide 1

Postcode 3437 WN

Plaats Nieuwegein

2.2 Kernactiviteiten Stichting Samenwerking Nieuwegein heeft als doel: ¡ 1. Het inrichten en beheren van een geïntegreerde zorgstructuur in het primair onderwijs ten behoeve van kinderen die deze extra zorg nodig hebben. 2. Het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande in de ruimste zin verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

10

Bestuur en organisatie

Stichting Samenwerking Nieuwegein (SSN) is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Utrecht onder dossiernummer 30150509 en heeft een Raad van Toezicht en een College van Bestuur. De raad van toezicht is samengesteld uit op voordracht van de besturen (Openbaar Onderwijs, het R.K.-onderwijs, het P.C.-onderwijs en het Algemeen Bijzonder Onderwijs) voor het primair onderwijs in Nieuwegein.


Zij tracht dit te bereiken door: • De instandhouding van een school voor speciaal basisonderwijs. • Het geven van specialistische ondersteuning aan het primair onderwijs. • Het in overleg met de bevoegde gezagen van scholen voor primair onderwijs uitvoering geven aan het in het ondersteuningsplan vastgelegde ondersteuningsbeleid. • Het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande in de ruimste zin verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

2.3 Organisatiestructuur De algehele leiding over de organisatie berust bij de voorzitter College van Bestuur, Mw. H.C. Boerma-Sijbrandij. Daarnaast wordt binnen de school gewerkt vanuit een drietal clusters, waar voor ieder cluster een adjunct directeur is aangesteld. Zij hebben tot taak de dagelijkse gang van zaken te waarborgen en de zorg voor de leerlingen te coördineren. De adjunct is het eerste aanspreekpunt voor ouders, leerkrachten en leerlingen. Overzicht Bestuur en directie ultimo 2016 Naam Functie Cluster Mw. H.C. Boerma - Sijbrandij Voorzitter CvB Mw. H. Bakker Adjunct-directeur Groen Dhr. H. Rabbers Adjunct-directeur Luchtblauw Mw K. Speijers Adjunct-directeur Wolkenblauw Mw. M. Bookelmann Adjunct-directeur Taalatelier

2.4 Bestuursondersteuning Bestuur en directie worden in haar taken ondersteund door een (externe) controller (dhr. G. Kroese) en administratiekantoor Groenendijk Onderwijs Administratie te Sliedrecht.

2.5

Medezeggenschapsraad (MR)

De medezeggenschapsraad is een overlegorgaan dat zijn aandacht richt (op hoofdlijnen) op vragen betreffende de koers van De Evenaar. In de MR kunnen zowel de ouders/verzorgers van

11


leerlingen als de leerkrachten meepraten over het beleid van de school. De MR denkt mee, neemt initiatieven, adviseert en geeft waar nodig instemming. De MR heeft ook een aantal wettelijke bevoegdheden waardoor ouders/verzorgers en leerkrachten het beleid van de school mede kunnen bepalen. De MR van De Evenaar bestaat uit vier personen, twee leden vanuit het schoolteam en twee leden vanuit de ouders/verzorgers van de leerlingen van onze school. Overzicht MR ultimo 2016 MR-vertegenwoordiger Functie Mw. A. Bakker Voorzitter/Penningmeester Mw. F. Lommerts Secretaris Dhr. O. Willemse Lid Vacature Lid

De agenda van de MR wordt in belangrijke mate bepaald door de planning en control cyclus van het CvB. De stukken worden aangeleverd met een korte toelichting op het onderwerp evenals de gevraagde besluiten. In 2016 is de MR in totaal 2 keer in een reguliere vergadering bijeen geweest. Onderstaande onderwerpen zijn afgelopen jaar besproken en indien verplicht (WMS) is er een besluit genomen/ advies uitgebracht: • Personeel (formatieplan) • Onderwijs (strategisch beleidsplan en teldatum) • Organisatie (SWV, functioneren expertisecentrum en relatie school omgeving) • Financiën en beheer (begroting en jaarrekening) • Overige zaken (jaarverslag, vakantierooster) De verslagen van de MR over 2016 zijn verkrijgbaar bij de MR en op school.

12

Geleding Personeel Personeel Ouder Ouder


2.6 Organisatieschema Onderstaand het organisatieschema.

RVT

staf (kwaliteit en control)

school

afdeling groen

afdeling luchtblauw

CVB

MR

ondersteuningsteam

afdeling wolkenblauw

BOCS

BOCS naschoolse opvang

expertisecentrum

secretariaat facilitair

taalatelier

expertise overige

2.7 Samenwerkingsverband De school voor speciaal basisonderwijs De Evenaar valt volgens de regio-indeling (regionummer 26-05) onder het samenwerkingsverband Profi Pendi met scholen uit de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vianen. De Evenaar neemt deel aan de bijeenkomsten op beleids- en uitvoerend niveau die regelmatig worden georganiseerd voor alle betrokken schoolbesturen en denkt mee over uitwerking van werkafspraken om het SWV verder in te richten. Daarnaast zijn met het samenwerkingsverband Profi Pendi afspraken gemaakt over de ondersteuningsactiviteiten. Het expertisecentrum blijft zich verder ontwikkelen als aanspreekpunt voor leerlingen waar specifieke ondersteuningsvragen gelden die niet binnen de basisscholen tijdelijk of geheel kunnen worden opgevangen.

13


In 2016 is een door het samenwerkingsverband een nieuw ondersteuningsplan onder de titel “10-ambities in 4 jaar” vastgesteld voor de periode van 2016-2020. Ambitie top 10: • De basis op orde • Het MDO werkt, • Expertise beschikbaar • Preventief werken • Podium voor initiatieven • Dekkend netwerk • Informatie bieden • Kwaliteit vergroten • Goed georganiseerd • Rekenschap geven Voor meer informatie zie de website van samenwerkingsverband Profi Pendi.

14


STRATEGIE EN BELEID


Strategie en beleid 3 16

3.1 Missie De missie van De Evenaar is door uit te gaan van de specifieke onderwijsbehoeftes van kinderen een doorgaande ontwikkeling in gang te zetten. Het onderwijs is er dan ook op gericht om voor iedere leerling een onderwijskundig en pedagogisch klimaat te creëren waarin het kind zich optimaal ontplooit.

3.2 Visie Onze visie is gebaseerd op de ‘leidende principes van goed onderwijs’: • Goede onderwijspraktijk is talent- en ambitie gedreven. Leerlingen worden uitgedaagd en ondersteund. • Goede onderwijspraktijk daagt uit tot zelfkennis, zelfsturing en verantwoordelijkheid. • Leerkracht en leerling zijn full partners in leren. • Onderwijs en opvoeding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. • De cultuur in groep en school is open, veilig en kent een toon van respect en vertrouwen. • Goede onderwijspraktijk is deel van de samenleving, maar kenmerkt zich tegelijkertijd door een zekere afstand en reflectie. Het biedt een curriculum met diepte, variatie en rijke ervaringsmogelijkheden in een vanzelfsprekende verbinding met de vele werkelijkheden buiten de school. • De onderwijspraktijk en zijn uitgangspunten en resultaten worden getoetst en gelegitimeerd, in de eerste plaats ten dienste van de leerling en de school.

3.3 Kernwaarden Het kijken met open blik, naar alles wat er van binnen en buiten op de school af komt, moet leiden tot het zijn en blijven van een professionele school die zijn bestaansrecht bewijst. Een professionele organisatie is een organisatie waar mensen met verlangen tot ontwikkelen werken en leerlingen optimaal onderwijs krijgen. Daarnaast ontwikkelt het expertisecentrum zich door in te spelen op de behoefte van het basisonderwijs: daar waar de basisschool zijn grenzen van het bieden van ondersteuning bereikt, moet aangesloten worden. Op deze wijze geven wij vorm aan onze kernwaarden:

zichtbaar, geïnspireerd en betrokken In ons strategisch beleidsplan zijn de uitgangspunten voor het beleid voor de periode 2016-2020 opgenomen. In dit plan willen wij samenhang aanbrengen tussen de diverse ontwikkelingen in het onderwijs. Binnen het beleidsplan onderscheiden wij diverse domeinen met daaraan gekoppelde thema’s en onderliggende activiteiten. Onderstaand een overzicht met de strategische beleidsdoelen voor 2016.


3.5

Evaluatie strategische doelen in 2016

In 2016 zijn tijdens de teamvergaderingen gesprekken gevoerd, welke in 2016 hebben geleid tot het afronden van de evaluatie van het voorgaande strategische beleidsplan. Wij hebben met elkaar gesproken over de realisatie van de doelstellingen en wat wij moeten behouden en verder willen ontwikkelen in de periode 20162020. Gesproken werd met: • Teamleden • MR • Directieoverleg • Samenwerkingsverband • Gemeente • Raad van Toezicht

3.6 Resultaten strategische doelen in 2016 Hierna wordt per doelstelling een korte toelichting gegeven met daarbij het behaalde resultaat.

3.4

Strategische doelen in 2016

Als afgeleide van de algemene strategie zijn een viertal succesbepalende beleidsdomeinen benoemd die dienen als kapstok voor de vertaling naar doelen en actiepunten: • Eigenaarschap van de missie en de visie; • Ondersteuning en begeleiding in de school; • Ouderbetrokkenheid / Educatief partnerschap; • Burgerschap / Duurzaam sociaal leren.

Eigenaarschap van de missie Doel 2016-2020: Ieder teamlid op De Evenaar is eigenaar van de visie en missie. Doel 2016: • Zelfstandigheid: het verder toewerken naar de invulling van het eigenaarschap van de visie en missie voor leerlingen en leerkrachten. Resultaat in 2016: In 2016 is twee keer de vragenlijst Zien uitgezet onder de leerlingen. Hieruit komt naar voren dat het pedagogisch klimaat als positief wordt ervaren door de leerlingen. Ook zien wij dit terug in een onze contacten met ouders en externen. Ook in 2016 hebben wij onze gesprekkencyclus uitgevoerd en onze teambijeenkomsten gehouden waarin de visie, missie en de kernwaarden en de eigen rol daarin een vast onderdeel vormen. Onze aanpak heeft ertoe geleid dat wij referentieschool zijn geworden binnen het project School aan Zet.

17


Ondersteuning en begeleiding in de school Doel 2016-2020: • Alle (100%) testresultaten worden geanalyseerd om het aanbod af te stemmen. • De Evenaar analyseert systematisch op leerling-, groeps- en uitstroomniveau de resultaten en opbrengsten van het onderwijs en neemt zonodig (op basis van een verbeterplan) maatregelen om de opbrengsten van het onderwijs te verbeteren. • De ondersteuningsroute is onderdeel van het eigenaarschap. • Er wordt gewerkt met leerlijnen voor alle vakgebieden (Passende Perspectieven/CED/ ZIEN). • Geborgde (werk)afspraken zijn zichtbaar en men geeft aan/ontvangt van elkaar hierop feedback. Doel 2016: • Het behalen van een 100% score v.w.b. het analyseren van alle gegevens. • Er is een opbrengstgerichte attitude, waarin leerkrachten reflecteren over de opbrengsten van hun onderwijs en daarover in gesprek gaan. • De ondersteuningsroute wordt gevolgd. • Het werken a.d.h.v. de leerlijnen Passende Perspectieven Taal is geïmplementeerd. • Geborgde (werk)afspraken worden zichtbaar uitgevoerd in de school (uitvoeringsdiscipline). • Het verder ontwikkelen van meer concrete en evalueerbare doelen in plannen. • Het groepsplan is leidend voor de wijze van handelen in de groep. Resultaat in 2016: De combinatie van deze doelen heeft ertoe geleid dat wij hogere opbrengsten hebben gerealiseerd bij de didactische vakken. Daarnaast is bij het analyseren van de leesresultaten gebleken dat in deze groepen een beter/meer resultaat kon worden behaald door te investeren in de aanschaf van een nieuwe aanvankelijk leesmethode, die beter aansluit bij de leerlijnen waar wij mee werken.

18

Ouderbetrokkenheid / Educatief partnerschap Doel 2016-2020: Ouders zijn betrokken op de school. Doel 2016: • Afstemmen op behoeftes en verwachtingen van ouders en school. • Het verder vormgeven aan de oude ontmoet-avonden en de oude ontmoet-ochtenden. Resultaat in 2016: Tijdens de vaste EPBB voortgangsgesprekken die onderdeel uitmaken van onze zorgroute (Evaluatie Plan Bespreking Binnenkomst-gesprekken) zijn de ouders betrokken in de planning van het opbrengstprofiel van de leerlingen. Hiermee toetsen wij of school en thuis op één lijn zitten en waar er eventuele bijstellingen plaats moeten vinden. Dit jaar hebben wij de XXL-middagen ingevoerd. Ouders hebben op diverse middagen meegedraaid op school en deelgenomen aan de thema-activiteiten. Wij hebben een hoge opkomst aan ouders en veel waardering en een positieve feedback ontvangen op deze middagen.


Burgerschap / Duurzaam sociaal leren Doel 2016-2020: • De basiskennis, de vaardigheden en de houding die nodig zijn om volwaardig en actief deel te kunnen nemen aan de samenleving zijn geoptimaliseerd in het lesaanbod. • Bewustwording, inoefenen en ervaren van gezond gedrag om de duurzame gezonde ontwikkeling te stimuleren zijn geoptimaliseerd in het lesaanbod. • De basiskennis, de vaardigheden en de houding die nodig zijn om volwaardig en actief deel te kunnen nemen aan de samenleving zijn geoptimaliseerd in het lesaanbod. Doel 2016: • Tijdens het onderwijs wordt gewerkt aan de basiskennis, de vaardigheden en de houding die nodig zijn om volwaardig en actief deel te kunnen nemen aan de samenleving. • Bewustwording, inoefenen en ervaren van gezond gedrag om de duurzame gezonde ontwikkeling te stimuleren • Tijdens het onderwijs wordt gewerkt aan de basiskennis, de vaardigheden en de houding die nodig zijn om volwaardig en actief deel te kunnen nemen aan de samenleving. Resultaat in 2016: In 2016 hebben wij ingezet op een gerichtere inzet van het onderwijsplein. Leerlingen die zelfstandig kunnen werken, gaan daarbij zelf aan de slag met hun weektaak. Dat draagt bij aan ons doel om verdere ontwikkeling van het zelfsturend vermogen van de leerling te vergroten en beter toegerust te maken voor hun vervolgopleiding en de maatschappij. Door samen te werken op het onderwijsplein is ook de samenwerking in kleinere en grotere groepen bevorderd. Meer competente leerlingen voelen zich beter, presteren sociaal beter en halen hogere resultaten. Daarnaast heeft elk cluster in 2016 een goede doelen activiteit bedacht en uitgevoerd en hun opbrengst overgemaakt naar hun goede doel.

Een goed voorbeeld van het invlechten van ontwikkelingen in de samenleving in ons onderwijs is het inrichten van de voorziening voor vluchtelingen binnen het Taalatelier. Wij zien het als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om snel voor adequate voorzieningen te verzorgen. Dit hebben wij gedaan door in samenwerking met de basisscholen en de gemeente Nieuwegein ons Taalatelier open te stellen voor deze groep kinderen. Enerzijds bieden wij hiermee ook de ruimte voor onze professionals om hun expertise ook voor deze doelgroep in te zetten, anderzijds leren wij onze leerlingen en de vluchtelingen lessen in burgerschap, door samen te vieren, samen te werken en elkaar te leren kennen. Tevens verbinden wij de ouders (autochtoon en allochtoon) door in gezamenlijkheid deel te nemen aan ouder- ontmoet bijeenkomsten, XXL-dagen en het vieren van feesten.

3.7 Klachten Schoolbesturen zijn verplicht een klachtenregeling te hebben. Het klachtrecht heeft een belangrijke signaalfunctie met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. Door de klachtenregeling ontvangen het bevoegd gezag en de school op eenvoudige wijze signalen die hen kunnen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school. Als er een klacht is over de dagelijkse gang van zaken in de school wordt dit bijna altijd in onderling overleg tussen ouders, leerlingen, personeel en adjuncten afgehandeld. Indien dat echter, gelet op de aard van de klacht, niet mogelijk is of indien de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan een beroep worden gedaan op de klachten-regeling. Mocht dit niet bevredigend verlopen, dan is er de mogelijkheid om zicht te wenden tot de klachtencommissie van de VBS (Vereniging voor Bijzondere Scholen). In 2016 zijn er geen klachten gemeld.

19


3.8

Predicaat Excellente School

De Inspectie van het Onderwijs heeft op 31 maart 2015 een onderzoek uitgevoerd op De Evenaar op basis waarvan het basisarrangement is toegekend dat loopt tot en met 2019. Dat betekent dat het onderwijs op de onderzochte onderdelen op orde is, dat de school op die gebieden geen tekortkomingen heeft. Toch wilden wij een verdere bevestiging dat wij op goed weg zijn met ons onderwijs. Daarom hebben wij ons in 2015 kandidaat gesteld voor het predicaat Excellente School 2015-2017. Een onderdeel van het traject om dit predicaat te behalen is een onderzoek van de inspectie naar de algemene onderwijskwaliteit. De inspectie onderzoekt dan de onderbouwing van de school op de kwaliteit van de deelgebieden resultaat, onderwijsproces, schoolklimaat en veiligheid en kwaliteitszorg en ambitie. Na een intensief onderzoek dat bestaat uit een schoolrapport, presentatie en een schoolbezoek door de jury heeft op 18 januari 2016 De Evenaar uit handen van dhr. Fons Dingelstad, directeur PO OCenW het predicaat Excellente School ontvangen voor de jaren 2015-2017.

In het rapport is aangegeven dat: De jury op De Evenaar een bevlogen, betrokken en zeer ambitieus team heeft aangetroffen dat goed onderwijs realiseert en borgt en binnen een zeer professionele cultuur het best uit zichzelf en de leerlingen haalt. Daarnaast vindt de jury dat de school zich kenmerkt door een duidelijke basisstructuur met heldere leerlijnen en strakke kaders. De ondersteuningsroute is daarbij een krachtig hulpmiddel. Daarenboven presteert de school zeer goed. Het fundament daarvoor is te vinden in het excellentieprofiel van de school. Naar het oordeel van de jury bouwt De Evenaar op een onderscheidende wijze aan een duurzame sociaal-emotionele ontwikkeling bij haar leerlingen. Dat geldt in het bijzonder voor het BOCS programma en de bijbehorende aanpak. De Evenaar heeft een helder en relevant excellentieprofiel dat doorwerkt in de school als geheel en dat de reputatie van de school als geheel. De school laat zien dat zij onderscheidend is en een voorbeeld kan zijn voor andere schollen. Zij is in staat anderen te inspireren en actief te helpen. Een juryrapport waar wij als school trots op zijn!

20


ONDERWIJS EN LEERLINGEN


4.1

Ontwikkeling aantal leerlingen

4

In onderstaande tabel is het verloop van het aantal leerlingen over 2013 t/m 2016 opgenomen. Na een terugloop van het aantal leerlingen is er van 2013 sprake van een gestage toename van het aantal leerlingen. Veelal is dit toe te schrijven aan de doelstelling uit het zorgplan om een breed onderwijsaanbod te bieden vanuit een brede ondersteuningsbehoefte. In onderstaande tabel is de opbouw van de leerlingaantallen per leerjaar weergegeven. Ondanks de toename is de verwachting dat de groei in de komende jaren afvlakt, bijvoorbeeld door de krimp binnen de gemeenten Nieuwegein, het voornaamste voedingsgebied voor De Evenaar. Daarnaast is de verwachting dat door de druk vanuit het samenwerkingsverband om te komen tot een lager verwijzingspercentage (gedreven door wens om te komen tot lagere verwijzingskosten voor het SBO) de groei in de komende jaren afvlakt.

01-10-2013

01-10-2014

01-10-2015

01-10-2016

Leerjaar 1 Leerjaar 2 Leerjaar 3 Leerjaar 4 Leerjaar 5 Leerjaar 6 Leerjaar 7 Leerjaar 8 Leerjaar 9 Eindtotaal

3 18 22 28 29 32 57 41 11 241

5 10 22 27 36 35 45 55 2 237

15 11 15 23 42 38 50 51 1 246

10 16 16 25 33 52 51 53 0 256

22

Onderwijs en leerlingen

Teldatum


In onderstaande tabel is de analyse van de herkomst van de leerlingen opgenomen naar absolute aantallen en verhoudingspercentages. Herkomst leerlingen Fluenta Monton Robijn Trinamiek Geen voorschool Voorschool anders * Eindtotaal

01-10-2013 01-10-2014 01-10-2015 80 69 57 1 1 4 33 31 28 61 73 59 39 40 51 27 23 47 241 237 246

01-10-2016 55 3 43 63 51 41 256

* Instroom vanuit SO, ander SBAO of Bao buiten regio samenwerkingsverband.

4.2 Onderwijsontwikkeling In voorgaande jaren hebben wij de onderwijsontwikkeling vormgegeven door schoolbrede werkgroepen gestuurd vanuit een thema. Om het eigenaarschap op alle gebieden dichter bij de teamleden te kunnen brengen hebben wij in 2016 een wijziging aangebracht in de manier waarop wij het leren met elkaar vormgeven. Wij hebben hierbij de keuze gemaakt om het eigenaarschap bij de clusters neer te leggen, waarbij het clusterplan – binnen de strategische kaders – leidend is voor de ontwikkeling van het pedagogisch en didactisch onderwijs. In plaats van wekelijks clusteroverleg wordt er nu vier keer per jaar gepraat over de doelen en realisatie van het clusterplan en kan er worden bijgestuurd en/of aangepast. De onderwijsontwikkeling is hierdoor effectieve maar ook efficiënter geworden, maar vooral nabij.

Plannen worden daarnaast tweemaal per jaar gepresenteerd door de teamleden aan de andere clusters. In de directie overleggen presenteren de adjuncten hun plan aan elkaar en het CvB en geven elkaar feedback. Hiermee borgen wij dan weer de doorgaande lijn en het schoolbrede perspectief.

23


4.3 Toetsresultaten Onderdeel Cito Drie Minuten Toets (DMT 2009) gemiddeld DLE Cito Drie Minuten Toets (DMT 2009) gemiddeld VS Cito Drie Minuten Toets (DMT 2009) aantal lln met niveau lager dan VS 55 AVI-toetskaarten (2009) aantal lln met niveau lager dan E4 beheersing Cito LOVS begrijpend lezen (2009) gemiddeld DLE Cito LOVS begrijpend lezen (2009) gemiddeld VS Cito LOVS begrijpend lezen (2009) afname maand Cito LOVS rekenen en wiskunde (2009) gemiddeld DLE Cito LOVS rekenen en wiskunde (2009) gemiddeld VS Cito LOVS rekenen en wiskunde (2009) afname maand Cito LOVS spelling (2009) gemiddeld DLE Cito LOVS spelling (2009) gemiddeld VS Cito LOVS spelling (2009) afname maand

2013-2014 35 80 4 1 36 36 november 35 79 november 33 131 november

2014-2015 38 86 2 0 40 39 november 33 83 november 33 131 november

2015-2016 28 81 10 6 38 42 november 36 89 november 36 133 november

De opbrengsten zijn elk jaar boven de inspectienorm en behorend bij het OPP van de leerling. Er wordt gewerkt met leerlijnen, waardoor de leerstof evenwichtig en in samenhang over de leerjaren wordt verdeeld. Wij stellen hoge doelen voor alle leerlingen. Door het werken met de ondersteuningsroute wordt er optimaal aangesloten bij de onderwijsbehoeften van de leerling. Er wordt extra gewerkt aan de zelfredzaamheid, ook met betrekking tot het werken in de klas. Er is in de afgelopen jaren een grote vooruitgang geboekt in de onderwijsresultaten.

24


Er wordt volgens het directe instructiemodel (DIM) gewerkt. Daarnaast is er een vernieuwde aanvankelijk lezen aanpak geïntroduceerd. Ook het invoeren van het werken met “passende perspectieven rekenen” (SLO) leidt tot hoge opbrengsten door aanbod op niveau. Dit schooljaar stonden wederom “de 5 rollen van de leerkracht” centraal en worden de leerkrachten doorlopend gecoacht. Door middel van een zelfontwikkelde kijkwijzer wordt er een eenduidige zienswijze gehanteerd. Er wordt ook gecoacht op algemeen aanvaarde en geborgde afspraken binnen De Evenaar.

4.4

Uitstroom Voortgezet Onderwijs

De opbrengsten zijn elk jaar goed (boven de inspectienorm en behorend bij het OPP van de leerling). We stellen hoge doelen voor alle leerlingen. We kijken echter verder dan alleen de cijfers, maar ook naar de sociaal-emotionele ontwikkeling. Bijvoorbeeld bij de ZML-leerlingen, waarbij er extra aandacht geschonken wordt aan de zelfredzaamheid, ook met betrekking tot het werken in de klas en op het onderwijsplein. Hierdoor wordt voor deze leerlingen een hogere uitstroom gerealiseerd.

In onderstaande tabel is de doorplaatsing van de schoolverlaters naar het soort vervolgonderwijs opgenomen. Ondanks de verdichting van de problematiek (meerdere gedragsproblemen, IQ van leerlingen, problemen rondom thuissituatie) is er een stijgende trend in de verwijzing naar het regulier VO als vervolgonderwijs.

Doorplaatsing vervolgonderwijs 100 80 60 40 20 0

07/08

08/09

09/10

10/11

11/12

PRO of (V)SO

12/13

13/14

14/15

Regulier VO

15/16

25


Uit de terugkoppeling vanuit het VO blijkt dat 98% van de schoolverlaters slaagt in de verdere schoolloopbaan. Ze komen onder andere terug als stagiaire of zelfs om bij ons te werken.

In onderstaande grafiek is de uitstroom van de schoolverlaters naar het vervolg (voortgezet) onderwijs weergegeven.

Vervolgonderwijs

60 50 40 30 20 10 0

07/ 08

HAVO

08/ 09

PRO

09/ 10

10/ 11

VMBO-BL

4.5

11/ 12

12/ 13

13/ 14

VMBO-GL VMBO-HAVO VMBO-KL

14/ 15

15/ 16

VMBO-TL

VSO

Expertisecentrum BOCS – Begeleiding Ondersteuning Coaching en School

BOCS is ontstaan vanuit het feit dat er een aantal kinderen op De Evenaar zat dat niet adequaat functioneerde binnen de schoolsituatie, omdat er geen passende ondersteuning geboden kon worden. Deze kinderen wilde De Evenaar graag de begeleiding bieden die zij nodig hadden, waarbij we niet alleen de focus wilden leggen op het kind, maar ook de ouders en het schoolsysteem coachen in de aanpak, de totaal aanpak.

26


Als een kind bij BOCS wordt aangemeld, vindt er een intakegesprek plaats met ouders en school. Eventuele hulpverlening of leerplichtambtenaren die betrokken zijn, mogen op dat moment ook aansluiten. Er wordt gezamenlijk een plan gemaakt, waar eenieder mee akkoord gaat. Dit plan is individueel en verschilt per kind. Er wordt nauw aangesloten bij de hulpvraag. Na dit gesprek is het afhankelijk van de hulpvraag of een kind in de BOCS-klas (binnen het Expertisecentrum van De Evenaar) geplaatst wordt, of dat er coaching en/of begeleiding op locatie plaatsvindt. Na twee weken vindt er een evaluatiegesprek plaats met alle betrokkenen, hierin wordt gekeken wat verder nodig is in de periode die volgt. Sinds 2011 heeft BOCS 170 leerlingen uit PO en het VO opgevangen. Een aantal feiten op een rij:

BO C S V O U i t

stro

om

• Gemiddeld worden leerlingen 11 weken bij BOCS geplaatst, dit traject is dan inclusief nazorg (terug-coachen naar school e.d.) • Percentage uitstroom naar dezelfde school/onderwijsplek bedraagt 54% • Percentage uitstroom naar andere school/onderwijsplek bedraagt 46% • Percentage succes(vol) in vervolgtraject 99%, historisch gezien is 1 leerling uitgevallen op het MBO.

Overig Oude school < 13 weken > 13 weken Nieuwe school

27


va

BO C S P O P l a

ats

nh

t s m o er k

Utrecht Houten Culemborg Bilthoven e.o. Driebergen IJsselstein Nieuwegein Woerden Utrecht Nieuwegein Zeist

BOC S

VO Pla

ats

28

van

herkomst


4.6

Expertisecentrum Taalgroepen en Neveninstromers +

In 2016 heeft het Taalatelier zowel Neveninstromers, leerlingen voor de Taalplus klas en vluchtelingenkinderen onderwijs geboden. In totaal is het Taalatelier bezocht door 83 leerlingen. Dit heeft erin geresulteerd dat het Taalatelier nu is gesitueerd in de Lucas Galecop school. Hier maken wij gebruik van 3 lokalen. Deze stap heeft veel rust gebracht. Afgelopen zomer zijn er leerlingen uitgestroomd naar hun basisscholen en in augustus kon er weer worden gestart met nieuwe groepen voor de Neveninstromers en Taalplusleerlingen. Afgelopen zomer zijn er een paar leerlingen doorgestroomd naar het SBO omdat zij een intensievere vorm van onderwijs nodig bleken te hebben.

De vluchtelingenkinderen zijn grotendeels gebleven omdat zij pas in december 2016 een jaar Nederlands onderwijs volgden. Van deze laatste groep zijn er 23 leerlingen doorgestroomd naar het regulier onderwijs. Zij worden het komend jaar door ons gevolgd, zodat wij nog beter leren aansluiten bij de onderwijsbehoefte van deze leerlingen.

29


4.7 Expertisecentrum Meerbegaafdenworkshops In onze visie op ondersteuning geven wij aan dat รกlle leerlingen bij ons recht hebben op ondersteuning in hun onderwijsbehoeften. En dat ook de meer begaafde leerlingen de mogelijkheid moeten hebben een ononderbroken ontwikkeling door te maken. Binnen de basisscholen in Nieuwegein is er behoefte aan extra uitdaging voor meer begaafde leerlingen. De Evenaar staat open voor leerlingen van basisscholen in de omgeving. Daarom hebben wij een programma met workshops voor meer begaafden opgezet. Er wordt 2 keer per week lesgegeven door leerkrachten van De Evenaar en studenten vanuit de Universiteit Utrecht. In 2016 heeft een groep van 75 leerlingen vanuit bijna alle bassischolen uit Nieuwegein een extra uitdaging op intellectueel en sociaal emotioneel gebied gekregen. Daarnaast hebben wij in 2016 de ouders van deze leerlingen nog nadrukkelijker betrokken in het programma. Door bijvoorbeeld de leerlingen presentaties te laten geven aan hun ouders, maar ook door ouderavonden te organiseren waarin opvoedkundige vragen voor meerbegaafden aan de orde zijn gekomen.

30


PERSONEEL


Het jaar 2016 laat op het gebied van de personele factor een vervolgaanpak en doorontwikkeling zien op de beleidsterreinen van organisatieontwikkeling. Denk daarbij aan de manier waarop wij de onderwijsontwikkeling via de clusterstructuur en de IPB-gesprekken heb-

5.1

ben vormgegeven, maar ook de in 2016 doorgezette lijn op het verlagen van de gemiddelde leeftijd. Dit naar aanleiding van onze ervaring vanuit de verbreding van doelgroepen waarbij het voor leerkrachten steeds zwaarder valt om de functie met bijbehorende taken uit te kunnen oefenen vanuit de wijze waarop wij dit verlangen. Dit ondanks de inzet van leeftijdsfase personeelsbeleid. Dit jaar hebben wij daardoor afscheid genomen van 3 oudere collegaâ&#x20AC;&#x2122;s, die gebruik hebben gemaakt van de bovenwettelijke regelingen voor het onderwijspersoneel. Jonger personeel willen wij binden door hen eigenaar te laten zijn van hun eigen ontwikkeling door de inzet van scholingsuren en PB-uren binnen hun normjaartaak.

Ontwikkeling personele formatie

De opbouw van het personeelsbestand van De Evenaar kent een redelijke evenwichtige leeftijdsopbouw, vergelijkbaar aan de landelijke trend.

32

5 Personeel

De uitdagingen waar het onderwijs van vandaag voor gesteld wordt, zoals de verdichting van de problematiek van de leerlingen en verbreding van de doelgroepen geven steeds vaker aanleiding tot het opnieuw onder de loep nemen van de schoolorganisatie. Hierbij spelen de kwaliteit van het onderwijspersoneel, in- door- en uitstroom van medewerkers, ziekteverzuim en ziektevervanging en zorgvuldig werkgeverschap een rol.


Personeelssterkte per leeftijdscategorie 80 70 60

Aantal mdw. 2016 Aantal mdw. 2015 Aantal mdw. 2014

50 40 30 20 10 0

20/24 25/29 30/34 35/39 40/44 45/49 50/54 55/59 60/64 > 65 Totaal

Aantal wtf personeelssterkte per leeftijdscategorie 500000

Aantal mdw. 2016 Aantal mdw. 2015

400000

Aantal mdw. 2014

300000

200000

100000

0

20/24 25/29 30/34 35/39 40/44 45/49 50/54 55/59 60/64 > 65 Totaal

33


Personeelssterkte naar geslacht

80 70 60 50 40 30 20 10 0

totaal 2014

fulltime parttime 2014 2014

totaal 2015

fulltime parttime 2015 2015

Man

50

totaal 2016

fulltime parttime 2016 2016

Vrouw

Personeelssterkte naar inzet Bezetting 2016

40

Bezetting 2015 Bezetting 2014 30

20

10

0

34

OP primair proces

OOP primair proces

CVB

OOP niet DIR adjuncten primair proces

Totaal


5.2

Ontwikkelingen 2016

CAO-PO De PO-Raad en de vakbonden hebben op 27 april 2016 een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao 2016-2017 voor het primair onderwijs afgesloten. De hoofdpunten van het akkoord zijn: • Met ingang van 1 juli 2016 zijn de salarissen structureel met 3.8% verhoogd. • Voor de periode van 1 januari tot en met juni 2016 hebben de werknemers een eenmalige uitkering ontvangen die correspondeert met een loonsverhoging van 3,8% vanaf 1 januari 2016. Dit geldt tevens voor werknemers die in die periode uit

dienst zijn getreden. • Op 1 april 2017 krijgen de werknemers een eenmalige uitkering (naar rato) van 500 euro; • Elk schoolbestuur maakt vervangingsbeleid en stemt dit af met de P(G)MR; • Om vervanging van onderwijstaken mogelijk te houden, zijn er onder voorwaarden twee nieuwe contractvormen mogelijk: min/max-contracten en bindingscontracten. • Daarnaast is bepaald dat binnen een periode van 3 jaar maximaal 6 tijdelijke contracten overeengekomen kunnen worden zonder dat een vast contract ontstaat. • De Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs (WOPO) wordt voor het bijzonder onderwijs herzien.

Wet Werk en Zekerheid Met ingang van 1 juli 2015 is het vervangen van afwezig onderwijspersoneel middels tijdelijke contracten complexer als gevolg van de Wet werk en zekerheid (WWZ). Door de WWZ verandert de ketenregeling in het Burgerlijk Wetboek. Daarmee verandert ook de ketenregeling voor het bijzonder onderwijs. De ketenregeling is de regeling die bepaalt hoeveel tijdelijke contracten mogen worden afgesloten voordat een vast dienstverband ontstaat. Door de WWZ worden dienstverbanden gezien als opeenvolgende dienstverbanden wanneer ze elkaar binnen 6 maanden opvolgen. Waar medewerkers nu nog 3 maanden uit dienst kunnen om een nieuwe keten te starten, worden dat straks 6 maanden. Een werkgever mag een werknemer maximaal 3 tijdelijke dienstverbanden aan-

bieden in een termijn van maximaal 2 jaar. Indien meer dan 3 tijdelijke dienstverbanden overeen worden gekomen, dan ontstaat een contract voor onbepaalde tijd. Dat geldt ook als de termijn van 2 jaar wordt overschreden. Een enkel tijdelijk dienstverband mag wel langer dan 2 jaar duren. De nieuwe ketenregeling betekent dat er bijvoorbeeld anders met vervangers om moet worden gegaan dan we tot nu toe gewend zijn. Een onbeperkt aantal tijdelijke contracten gedurende 3 jaren, zoals nu op grond van de CAO mag, dat kan straks niet meer. Daarom hebben

35


wij in 2016 ingezet op de ontwikkeling van een flexibele schil voor vervangingen en is onze monitoring op de afloop van contracten en ketenbepalingen verder aangescherpt. Dit is overigens niet op zichzelf staand beleid maar past dit ook binnen het bredere kader zoals bijvoorbeeld het beleid om uitkering na ontslag te beperken. Inzet flexibele schil Om een flexibele schil te kunnen handhaven, in het verlengde van de risicoâ&#x20AC;&#x2122;s rondom de WWZ, zijn wij in 2016 gestart met bureau Onderwijspost. Naast de inhuur van personeel voor ziekte- en zwangerschapsvervangingen, gebruiken wij deze schil ook als overloop en ontwikkelpotentieel voor de school. In 2016 hebben wij voor gemiddeld 4 FTE-gebruik gemaakt van deze inzet.

36

Gevoerde beleid inzake beheersing van uitkering na ontslag Er is voortdurend aandacht voor het verzuimmanagement, de re-integratie en de employability van medewerkers. Bij frequent verzuim wordt met betrokkenen conform het verzuimbeleid een verzuimgesprek gevoerd. Bij langdurig verzuim wordt op diverse momenten aangegeven welke stappen en besluiten genomen dienen te worden genomen. De voorzitter CvB zorgt er, in overleg met de deskundigen van de Arbodienst en het administratiekantoor, voor dat zorgvuldig wordt omgegaan met de procedures. Daarbij wordt gecontroleerd of termijnen goed worden gehanteerd en de dossiervorming volgens de vereisten van de instroomtoets plaatsvindt. Indien nodig wordt daarnaast juridische hulp ingezet om dit proces te borgen. Met een drietal medewerkers is in 2016 een individueel traject ingestoken, waarbij op basis van een vaststellingsovereenkomst het contract is ontbonden. Op grond van de gevolgde procedure heeft het Participatiefonds ingestemd met deze ontbindingen. In 2016 zijn er dan ook geen ontslagsituaties geweest welke tot extra uitkeringen hebben geleid.


FINANCIÃ&#x2039;N


6

Financiën

6.1 Balans Onderstaand is balans per ultimo van de stichting opgenomen (x € 1). Op basis van onderstaande gegevens is een korte analyse opgesteld en zijn de relevante kengetallen berekend.

Kalenderjaar Activa Materiele vaste activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva

Balans 2016

2015

2014

1.013.7443 590.508 2.200.325 3.804.576

1.022.960 313.574 1.974.005 3.310.539

1.023.224 311.079 1.482.358 2.816.661

2.993.166 261.512 112.929 436.969 3.804.576

2.615.106 233.876 109.950 351.607 3.310.539

2.309.125 131.663 111.950 263.923 2.816.661

Toelichting op de belangrijkste verschuivingen in de balans: Het balanstotaal is in 2016 gestegen door het positieve resultaat over 2016, door de stijging van de voorzieningen en de toename van de kortlopende schulden. Aan de activazijde van de balans is zichtbaar dat deze toename wordt veroorzaakt door een stijging van de vlottende activa en een (lichte) daling van de vast activa. Laatste effect omdat de afschrijvingen hoger zijn dan de investeringen. Vaste activa: in 2016 is er een bedrag van € 64.600 geïnvesteerd in ICT, meubilair en onderwijsleerpakket. De realisatie over 2016 valt daarbij door een aantal niet voorziene investeringen voor technische zaken licht hoger uit dan het begrote kader voor 2016 van in totaal € 50.000. Vlottende activa: de vlottende activa zijn gestegen met een bedrag van afgerond € 503.000. Hiervan is een bedrag van € 226.000 toe te rekenen aan de toename van de liquide

38


middelen, Het restant van € 277.000 kan worden toegerekend aan hogere (incidentele) vorderingen op het Vervangingsfonds (m.n. vergoeding extern personeel), overdrachten voor de Taalklassen (Stg. Robijn) en de gemeente Nieuwegein (BSO-maatwerk). Eigen vermogen: het eigen vermogen is toegenomen met afgerond € 378.000. Dit wordt veroorzaakt door het positieve resultaat over 2016 behaald voor de activiteiten van de school en het expertisecentrum. Voorzieningen: De Evenaar heeft een aantal voorzieningen, te weten: voorziening jubilea en voorziening groot onderhoud. De toename van de voorzieningen in 2016 kan grotendeels worden toegeschreven. Ondanks dat het gebouw van De Evenaar relatief jong is qua levensduur moet er jaarlijks een bedrag van € 53.000 worden toegevoegd aan de voorziening. Op deze manier kunnen de toekomstige grote(re) onderhoudsactiviteiten worden bekostigd. Kortlopende schulden: de kortlopende schulden zijn met afgerond € 85.000 gestegen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het (voorschot) bedrag voor de projectsubsidie Taalklassen Vluchtelingen niet is ingezet en dat op de exploitatie van dit project een batig saldo (in te zetten voor het jaar 2017) is ontstaan. Het restant van de toename kan worden toegeschreven aan hogere eindejaar verplichtingen (loonheffing, reservering vakantie-uitkering) door de groei van de formatie.

6.2 Kengetallen Een financieel gezonde situatie is een voorwaarde om goed onderwijs te kunnen geven en een doelmatig financieel beleid schept ruimte voor versterking in het onderwijs. Centrale begrippen hierbij zijn vermogensbeheer en budgetbeheer. Bij vermogensbeheer gaat het om de vraag hoe wij de behoefte aan kapitaal financieren voor het primaire proces.

Vanuit dit gezichtspunt worden twee kengetallen onderscheiden: de kapitalisatiefactor en de solvabiliteit. Bij budgetbeheer gaat het om de financiële continuïteit en het streven naar een evenwicht in de begroting over een range van jaren. Hierbij zijn de rentabiliteit en liquiditeit belangrijke indicatoren.

39


In onderstaande tabel zijn de berekende kengetallen opgenomen. FinanciĂŤle kengetallen Kalenderjaar Kapitalisatiefactor Solvabiliteit 1 (excl. voorzieningen) Solvabiliteit 2 (incl. voorzieningen) Liquiditeit Rentabiliteit

2016 85,07% 0,79 0,86 6,39 10,09%

2015 79,81 0,79 0,86 6,51 11,65%

De solvabiliteit heeft als doel om inzicht te geven in hoeverre wij in de toekomst aan onze verplichtingen kunnen voldoen. De Inspectie hanteert een signaleringsgrens van >30%. Wij voldoen hieraan doordat onze stichting voor beide berekeningsmethodieken van de solvabiliteit ruim boven de signaleringsgrens zit. De hoge solvabiliteit wordt voornamelijk veroorzaakt door de constant hoge positieve resultaten in de afgelopen jaren. De rentabiliteit geeft inzicht in hoeverre baten en lasten elkaar in evenwicht houden. De Inspectie hanteert de norm dat de rentabiliteit drie jaar achtereenvolgend tussen de 0% en 5% dient te liggen. De uitkomst van het kengetal is hogere dan deze norm, voor een groot deel toe te schrijven aan de activiteiten verricht door het expertisecentrum (ondergebracht in de bestemmingsreserve voor private activiteiten). Via de kapitalisatiefactor voorzien wij in de afdekking van eisen voor de financiering van de activa en transactiefunctie. De bestemming van het resultaat naar publieke en private activiteiten zorgt daarbij voor een juiste duiding van de vermogenspositie. Via het kengetal rentabiliteit geven wij sturing aan de ontwikkeling van de kapitalisatiefactor en de restcapaciteit in het eigen vermogen. Deze laatste capaciteit is van belang vanwege een aantal subsidiestromen in onze exploitatie en de financiĂŤle risicoâ&#x20AC;&#x2122;s die bij het wegvallen hiervan aan zijn verbonden. Zie hiervoor ook de Risicoparagraaf in hoofdstuk 7 van het jaarverslag. De liquiditeitsratio geeft inzicht in hoeverre wij op korte termijn (< 1 jaar) aan onze verplichtingen kunnen voldoen. De Inspectie hanteert 1,0 als signaleringsgrens. De liquiditeit is in 2016 gestegen en laat over de afgelopen jaren een constant positief beeld zien. De positieve liquiditeit maakt het voor ons mogelijk om op enig moment de benodigde investeringen in het onderwijs te kunnen doen.

40


6.3

Staat van baten en lasten

Onderstaand is de enkelvoudige staat van baten en lasten van de stichting opgenomen (x € 1). Op basis van onderstaande gegevens is een korte analyse opgesteld en zijn de relevante kengetallen berekend. Het jaar 2016 is afgesloten met een positief resultaat van € 378.060, waar een positief resultaat was begroot van € 365.500.

Kalenderjaar Baten 3.1 Rijksbijdragen OCW 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal Lasten 4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten Totaal Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Resultaat

Staat van Baten en lasten Realisatie 2016 Begroting 2016

Realisatie 2015

2.828.059 333.478 587.167 3.748.704

2.754.400 234.800 149.00 3.138.200

2.744.835 321.779 281.418 3.348.032

2.899.798 73.850 189.439 214.131 3.377.218

2.366.500 75.000 153.500 187.200 2.787.200

2.525.339 74.043 237.226 218.999 3.055.607

371.486

356.000

292.425

6.574

9.500

13.557

378.060

365.500

305.982

41


Toelichting op de belangrijkste verschuivingen in de staat van baten en lasten: Rijksbijdragen OCenW: Evenals in voorgaande jaren is de overdracht vanuit het samenwerkingsverband hoger dan begroot (afgerond € 72.000). Een en ander toe te rekenen aan de afspraken rondom de financiering van groei van het aantal leerlingen en extra middelen voor zorgactiviteiten. Het restantverschil is toe te rekenen aan verschuivingen binnen de begroting (geen middelen vluchtelingen via De Evenaar aangevraagd, negatief effect € 20.000) en prijsaanpassingen in de bekostiging (positief effect € 22.000). Baten gemeente: In 2015 is in overleg met de gemeente Nieuwegein gestart met de pilot voor BSO Maatwerk, deze niet begrote activiteit is doorontwikkeld in 2016 en leidt tot een extra opbrengst van afgerond € 72.000. Daarnaast is er van de gemeente Vianen (als gevolg van de grotere deelname aan de Taalklassen) voor de vluchtelingenkinderen eveneens een extra opbrengst van afgerond € 16.000 gerealiseerd. Het restantverschil is toe te rekenen aan een aantal extra (niet begrote) projectsubsidies. Overige baten: De Evenaar heeft in 2016 het onderwijs gegeven aan een grote groep vluchtelingenkinderen, middelen die hiervoor van DUO worden ontvangen zijn overgedragen door Stg. Robijn. Een en ander leidt tot een ruime meeropbrengst ten opzichte van de begroting van afgerond € 234.000. Daarnaast heeft het expertisecentrum in 2016 wederom een ruime ondersteuning geboden aan scholen binnen het eigen samenwerkingsverband, maar werkt daarbij ook steeds meer voor scholen of verzorgt via BOCS de opvang voor andere samenwerkingsverbanden. Een en ander leidt tot een ruime meeropbrengst ten opzichte van de begroting van afgerond € 110.000. Het restantverschil is toe te rekenen aan niet begrote meeropbrengsten voor detachering (€ 58.000) en subsidie voor cultuurparticipatie (€ 20.000) en diverse meeropbrengsten voor verhuur en ouderbijdragen.

42

Lasten personeel: Het hogere aantal reguliere leerlingen en vluchtelingenkinderen geeft in 2016 een ruime meeropbrengst, maar geeft daarbij tevens een toename te zien in de personele lasten. Deze hogere kosten zowel voor het personeel in loondienst (meerkosten afgerond € 348.000) als het extern ingehuurde personeel (flexibele schil, meerkosten afgerond € 230.00. Voor een deel worden deze kosten naast de genoemde extra baten ook gefinancierd vanuit hogere opbrengsten vanuit uitkeringen van het Vervangingsfonds en het UWV (afgerond € 114.000 aan meeropbrengsten). Huisvestingslasten: In 2016 is een nieuw meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Het oude plan voorzag reeds in de kosten voor buitenonderhoud, maar kende een doorlooptijd tot aan einde 2019. Het nieuwe plan kent een doorlooptijd tot aan einde 2035. Het nieuwe plan leidt tot een hogere dotatie aan de voorziening onderhoud. In de begroting kon nog geen rekening worden gehouden met deze hogere dotatie. De afwijking tussen de begrote en gerealiseerde huisvestingslasten kan grotendeels aan dit effect worden toegerekend.


Overige instellingslasten: De materiële kosten voor de projecten worden verantwoord onder de Overige instellingslasten. Deze niet geraamde kosten zorgen voor uitgaven ten opzichte van de begroting.

6.4 Huisvesting Bij de nieuwbouw van de huisvesting in 2010 zijn afspraken gemaakt met de gemeente Nieuwegein rondom de functies, inrichting, bijbehorende aantal m2 en financiering van het gebouw. Dit alles om te komen tot een unilocatie voor een “brede school voor zorg”. Daarbij is op basis van de gemeentelijk financiering een schoolgebouw gerealiseerd dat geregistreerd staat als een school voor 15 groepen in het kader van speciaal basisonderwijs. Daarnaast is vanuit de (pre lumpsum) middelen door het bestuur voorzien in ruimte voor het expertisecentrum en brede school partners. In de praktijk houdt een en ander in dat er een overloop is gecreëerd vanuit de middelen van het bestuur om in voorkomend geval een 16e of 17e groep te kunnen huisvesten. Deze overloop wordt jaarlijks bepaald op basis van de N factor (15) voor de huisvesting, op basis waarvan via het IHPO voor maximaal 15 jaar een stichtingskostenvergoeding kan worden aangevraagd bij de gemeente. Op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2015 van 246 is in 2016 ook gebruik gemaakt van deze regeling en is het overeengekomen bedrag aan stichtingskostenvergoeding ontvangen.

6.5 Treasuryverslag Nieuwe regeling: De langverwachte nieuwe regeling beleggen en belenen (nu geheten: Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016) is op 15 juni 2016 in de Staatscourant gepubliceerd en is met ingang van 1 juli 2016 van kracht geworden. De belangrijkste wijzigingen zijn: Een treasurystatuut is nog steeds verplicht en daarin moeten bovendien de volgende zaken vermeld worden: • De hoofdlijnen van de op het beleggen en lenen betrekking hebbende administratieve organisatie en het interne toezicht, waaronder in ieder geval de verdeling van taken en bevoegdheden, de voor de instelling toegestane beleggings- en leningsvormen;

43


• de bijbehorende informatievoorziening minimaal bestaande uit een kasstroomprognose over 5 jaar en de verantwoordingsinformatie, en • de wijze waarop onderscheid wordt gemaakt tussen publieke middelen en overige middelen enerzijds en niet-publieke middelen anderzijds. In 2016 is bij het opstellen van de meerjarenbegroting gekeken naar de effecten van de gewijzigde regeling waarbij deze is afgezet tegen de beleidsmatige en beheersmatige inrichting van de treasury functie van onze stichting. Belangrijkste bevindingen waren: • In het huidige statuut was reeds nadrukkelijk aangegeven in welke producten en tegen welke ratings mag worden belegd en waren nadrukkelijk producten uitgesloten, waarbij reeds werd voldaan aan aangescherpte richtlijn; • Overgaan tot het toevoegen in de meerjarenbegroting van een kasstroom prognose, waarmee wordt voldaan aan aangescherpte richtlijn; • In de vermogenspositie, bestemming van het resultaat, de exploitatiebegroting en het risicomanagement wordt rekening gehouden met de scheiding tussen publieke en private middelen.

44

Treasurybeleid: Het treasurybeleid van de stichting kent als algemene doelstellingen: · • Het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde geldmiddelen tegen acceptabele condities (beschikbaarheid); • Het optimaliseren van het rendement van de overtollige liquide middelen binnen de aanwezige beleidskaders (rentemaximalisatie); • Het beheersen en bewaken van financiële risico’s die aan de financiële posities en geldstromen van de stichting zijn verbonden (risicominimalisatie). Het liquiditeitenbeheer wordt in eigen beheer uitgevoerd, waarbij onze stichting zich laat ondersteunen en adviseren door de ABN-AMRO. Voor alle tegoeden is in 2016 gebruikt gemaakt van bank- en of spaarrekeningen, welke direct opeisbaar zijn.


CONTINUÏTEITSPARAGRAAF


7 7.1

Continuïteitsparagraaf

Meerjaren kengetallen

Jaarlijks wordt een jaar- en meerjarenbegroting opgesteld. Onderstaand een opstelling met kengetallen die ontleend zijn aan dit document (jaarbegroting 2017 en meerjarenbegroting 2017-2020).

Kengetallen leerlingaantallen bekostiging schooljaar Schooljaar bekostigd 2015/16 2016/17 2017/18 2018/19 Aantal leerlingen 237 244 256 225 Aantal rechtstreeks bekostigd 2% 126 126 126 117 Aantal bekostigd door SWV >2% 111 117 130 108

Kalenderjaar CVB Directie Onderwijzend personeel Onderwijs Ondersteunend personeel Totaal

Kengetallen formatie 2016 2017 2018 1,0000 1,0000 1,0000 3,3035 3,3035 3,3035 20,7325 20,6390 20,6390 20,0822 18,0887 18,0887 45,1182

43,0312

43,0312

2019/20 225 117 108

2019 1,0000 3,3035 20,6390 18,0887

2020 1,0000 3,3035 20,6390 18,0887

43,0312

43,0312

7.2 Meerjarenbegroting Algemeen beeld meerjarenbegroting: Het begrotingskader voor 2017 en navolgende jaren wordt bovenal ingegeven door de diverse ontwikkelingen waarmee wij te maken hebben en die van invloed zijn op ons beleid en hun weerslag hebben op onze financiën. Zo heeft het samenwerkingsverband Profi Pendi als doel gesteld om in 2020 3% van de leerlingen te verwijzen naar het speciaal basisonderwijs en de expertiseactiviteiten als “Samen Samen” stop te zetten. Maar ook het terugkerende vraagstuk rondom het wel/niet voortzetten van de

46

gemeentelijke subsidies geeft gezien de hoge omvang een onzekerheid naar de toekomst. Dilemma’s die vragen om een actieve ontwikkeling van het aanbod richting de basisscholen, waarbij wij als organisatie richting moeten geven aan een beweging van curatief naar preventief. Maar ook een ontwikkeling waar wij voor onze leerlingen en ketenpartners actief kijken en onderzoek doen naar verbreding en/of verbetering van ons aanbod. Een sterke structuur, duidelijk


onderwijs/zorg aanbod, kwalitatief en flexibel personeelsbestand is hierbij helpend om adequaat te kunnen reageren. Succesbepalende domeinen zijn:

1. Eigenaarschap van de missie. 2. Ondersteuning en begeleiding in de school. 3. Ouderbetrokkenheid / Educatief partnerschap. 4. Burgerschap / Duurzaam sociaal leren. 5. Professionalisering en kennis delen / Samen leren inhoud geven. 6. Benoemen en borgen van behaalde doelen en afspraken. Beeld ontwikkeling aantal leerlingen: In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een afnemend aantal leerlingen, gebaseerd op de verwachting dat door de druk vanuit het samenwerkingsverband het verwijzingspercentage op termijn lager wordt. Rijksbijdragen: Evenals in voorgaande jaren zijn de Rijksbijdragen OCenW gebaseerd op een rondrekening van de huidige beschikkingen voor het schooljaar 2016-2017 aangevuld met een prognose voor de navolgende kalender- en schooljaren. Hierbij is uitgegaan van de bekostigingsindicatoren en prijzen zoals bekend ten tijde van het opstellen van de jaar- en meerjarenbegroting. Anders dan de bijgestelde prijzen als gevolg van de cao-verhoging, heeft er geen indexering van de Rijksbijdragen OCenW plaatsgevonden. Een en ander impliceert dat de in de begroting opgenomen baten OCW zijn gebaseerd op afgegeven beschikkingen en op de veronderstelling van ongewijzigd beleid.

Door Profi Pendi zijn momenteel een aantal regelingen getroffen voor de financiering aan het speciaal basisonderwijs. Dit betreft: • De reguliere overdracht voor formatie boven de 2% norm • Een groeiregeling voor financiering van groei op de peildatum • Een overgangsregeling voor leerlingen met op 31 juli 2014 een LGF beschikking, gedurende de schoolloopbaan van de leerlingen • Een overgangsregeling voor zorgactiviteiten uit het oude WSNS verband. Op dit moment is alleen voor het deel SOVA training expliciet aangegeven dat d financiering met ingang van 1 januari 2020 vervalt. Voor de overige activiteiten is vooralsnog uitgegaan van de veronderstelling dat deze worden gecontinueerd. Wel is in de risicoparagraaf aandacht gegeven aan de mogelijk financiële impact bij het wegvallen van deze subsidies. Overige overheidsbijdragen: Voor 2017 zijn in 2016 inmiddels aanvragen gedaan bij de gemeente Nieuwegein voor de navolgende projecten: 1. Schoolbegeleiding; 2. Vervoer; 3. Schakelklas; 4. Neveninstromers; 5. Opvang vreemdelingen; 6 Ouderprogramma. Voor deze projecten is nog geen beschikking ontvangen van de gemeente. Evenals in voorgaande jaren geldt dat enige voorzichtigheid moet worden betracht rondom de toekenning van de subsidies. Vooralsnog is in de begroting uitgegaan van toekenning van de aangevraagde subsidies, maar is evenals bij de subsidies van het SWV in de risicoparagraaf een verwijzing naar de mogelijke financiële impact op het vermogen opgenomen. Naast bovenstaande middelen wordt van de gemeente Nieuwegein jaarlijks een vergoeding

47


ontvangen op basis van klokuren gebruik gymzaal. Deze financiering staat los van de projectfinanciering en is daarom op basis van continuïteit meegenomen in de meerjarenraming. Voor 2017 is een vergoeding aangevraagd voor stichtingskosten voor de 16e groep. Voor 2018 is er een aanvraag gedaan voor opname in het huisvestingsprogramma 2018 (op grond van 256 leerlingen en N factor 15) voor 1e inrichting van de 17e groep en vergoeding van stichtingskosten voor de 16e en 17e groep. Op basis van de prognose is voor navolgende jaren is geen vergoeding voor de stichtingskosten opgenomen. In de meerjarenbegroting is vanaf 2017 ook begrotingstechnisch rekening gehouden met inkomsten vanuit de overeenkomst voor BSO Maatwerk (overeenkomst met Geynwijs WMO-financiering). Overige baten: De post overige is opgebouwd uit een drietal componenten: 1. Opbrengsten verhuur (contracten en incidenteel); 2. Opbrengsten diensten derden (expertisecentrum en BOCS); 3. Opbrengsten ouderbijdragen. In voorgaande jaren is voorzichtig begroot op de baten voor het Expertisecentrum, ervaring leert dat de jaarlijkse begrote omvang veelal als te laag kan worden verondersteld. In de begroting is daarom uitgegaan van een meer taakstellende omvang van EUR 125.000, waarbij baten voor BOCS worden verondersteld van €100.000 en baten voor overige activiteiten van het Expertisecentrum van €25.000. Daarnaast is een bedrag van €35.000 geraamd aan huuropbrengsten. Personele lasten: De inzet loopt gedurende het kalenderjaar 2017 licht af, een ander als gevolg van aflopende tijdelijke contracten, maar blijft grotendeels gehandhaafd op een bandbreedte benodigd voor de huidige inrichting aan onderwijsgroepen en

48

projectgroepen (BOCS en taalgroepen). Een en ander afhankelijk van de benodigde omvang voor de instroom tussen 1 oktober en naar het einde schooljaar vind sturing plaats vanuit de tijdelijke contracten of de flexibele schil (bureau Onderwijspost). Met betrekking tot de kosten voor vervangingen is daarbij de trend dat de vergoedingsregeling van het Vervangingsfonds verschraalt qua declaratiemogelijkheden, wat bijvoorbeeld leidt tot een toename van kosten voor eigen rekening voor kort verlof. Daarnaast is er sprake van een afbouw van de hoogte c.q. een maximering van de vergoedingen. Ten opzichte van de kosten is hier in de baten rekening mee gehouden door deze te stellen op 60% van de te maken kosten. In 2017 zal worden onderzocht in hoeverre de afweging voor het eigen risicodragerschap financieel uitvalt, maar eveneens bijdraagt aan een verdere door-ontwikkeling van het vervangingsbeleid (cao-verplichting). Een en ander tevens anticiperend c.q. verkennend op de mogelijke afschaffing van het Vervangingsfonds Afschrijvingen: In de doorrekening is uitgegaan van het activabestand ultimo november 2016 tot aan het kalenderjaar 2020. De uitkomst hiervan is een dalende afschrijvingslast die is aangevuld met de voorziene vervangings- of uitbreidingsinvesteringen voor de komende jaren. Thema’s hierin zijn het actualiseren van het bestand aan onderwijsleerpakket (kieskasten, lesmethodes ed.) en IT (pads en laptops) en het versneld afschrijven (verkorten vervangingsduur van 10 jaar naar 6 jaar) en vervangen van de bussen. Huisvestingslasten: De afwijkingen ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar wordt met name veroorzaakt door de verhoging van de dotatie aan voorziening groot onderhoud. Een ander naar aanleiding van het recent opgestelde meerjaren onderhoudsplan waarin rekening is gehouden met een langere doorlooptijd en effecten van de door-decentralisatie van de huisvestingslasten (kort-


weg buitenkant voor rekening bevoegd gezag). Daarnaast is de post schoonmaakonderhoud licht verhoogd in verband met het intensievere gebruik van de school. Overige instellingslasten: De leerlinggebonden kosten nemen toe omdat hierin (meer) specifiek rekening is gehouden met de projectkosten voor de taalgroepen e.d. Anderzijds is er een compenserend effect op het totaal aan kosten omdat de kosten voor reproductie door het nieuwe contract lager uitvallen ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar. De ABB kosten zijn verhoogd ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar en op basis van de realisatie over 2016. Een en ander toe te schrijven aan hogere contributiekosten (meer leerlingen, maar ook meer registers e.d.) en een meer structurele inbedding van advieskosten in de begroting (juridisch, organisatieontwikkeling e.d.)

Onderstaand is de meerjaren staat van baten en lasten van de stichting opgenomen (bedragen x â&#x201A;Ź1). Deze staat van baten en lasten wijkt af van de staat zoals opgenomen in de vastgestelde meerjarenbegroting, omdat in de onderstaande opstelling is uitgegaan van de gerealiseerde cijfers over 2016.

Meerjaren Staat van Baten en Lasten 2016 2017 2018

Kalenderjaar Baten 3.1 Rijksbijdragen OCW 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal

2.828.059 333.478 587.167 3.748.704

2.885.600 347.800 178.000 3.411.400

Lasten 4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten Totaal

2.899.798 73.850 189.439 214.131 3.377.218

Saldo baten en lasten FinanciĂŤle baten en lasten Resultaat

2019

2020

2.782.300 371.300 178.000 3.331.600

2.620.400 338.000 178.000 3.136.400

2.564.400 338.000 178.000 3.080.400

2.844.000 139.900 183.500 198.700 3.366.100

2.847.000 96.800 183.500 198.700 3.326.00

2.897.000 98.200 183.500 198.700 3.377.400

2.939.000 97.200 183.500 198.700 3.418.400

371.486

45.300

5.600

-241.000

-338.000

6.574

5.000

5.000

5.000

5.000

378.060

50.300

10.600

-236.000

-333.000

49


De begroting voor 2017 en 2018 geeft bij ongewijzigd beleid een sluitende exploitatie, vanaf 2019 is de financiële impact van de verwachte afname van het aantal leerlingen zichtbaar in de uitkomst van het resultaat. De taakstelling die dit financieel effect met zich meebrengt is basaal samen te vatten naar een terugloop van de school van 17 groepen naar 15 groepen. Tevens is er een effect in 2020 als gevolg van het wegvallen van middelen van het SWV (SOVA) en reductie van de overgangsregeling voor rugzakken, met daarbij een taakstelling op de formatie voor het expertisecentrum. Deze beide taakstellingen vragen in voorkomend geval om sturing op de tijdelijke formatie en formatie opgenomen in de flexibele schil. Meer strategisch wordt er geanticipeerd (randvoorwaarde gestuurd en gefaciliteerd door het samenwerkingsverband) om van inzet aan ‘cu-

Kalenderjaar Personeelslasten / Totale lasten Personeelslasten / Totale baten Afschrijvingen / Totale baten Huisvestingslasten / Totale baten Overige lasten Totale baten

ratieve schoolformatie’ te bewegen naar ‘preventieve expertise formatie. Het expertisecentrum profileert zich dan als ondersteunend aan de opdracht voor de basisscholen om een verlaging van het verwijzingspercentage te bewerkstellingen. Deze beweging past daarbij binnen de algemene strategie van de stichting om een krachtig en flexibel geheel aan schoolse-, tussentijdse- en expertise- voorzieningen in stand te houden. Lijnen daarbij zijn de differentiatie van het aanbod om aan te sluiten bij het basisonderwijs en de verbreding van het aanbod door nadrukkelijk aan te koppelen als ketenpartner en (andere, nieuwe) bredere vormen van ondersteuning te kunnen bieden. Onderstaand de meerjaren kengetallen gebaseerd op de bovenstaande staat van baten en lasten.

Kengetallen meerjaren 2016 2017 86% 84% 77% 83% 2% 4% 5% 5% 6% 6%

2018 86% 85% 3% 6% 6%

2019 86% 92% 3% 6% 6%

2020 86% 95% 3% 6% 6%

De verhouding tussen de diverse exploitatieposten blijft nagenoeg gelijk gedurende de meerjaren begrotingsperiode. De afnemende baten als gevolg van het afnemende aantal leerlingen zorgt voor een afwijking in dit beeld.

50


7.3 Meerjarenbalans Onderstaand is de meerjarenbalans van de stichting opgenomen. Deze balans wijkt af van de balans zoals opgenomen in de vastgestelde meerjarenbegroting, omdat in de onderstaande opstelling is uitgegaan van de gerealiseerde cijfers over 2016. Uitgangspunten voor de navolgende jaren voor wat betreft het resultaat, afschrijvingen, investeringen en dotaties en onttrekkingen zijn ongewijzigd overgenomen uit de meerjarenbegroting. Meerjarenbalans 2016 2017

Kalenderjaar Activa Materiele vaste activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa

1.013.744 590.508 2.200.325 3.804.576

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva

2.993.166 261.512 112.929 436.969 3.804.576

2018

2019

2020

1.008.843 315.000 2.458.935 3.782.778

954.443 315.000 2.572.035 3.841.478

896.243 315.000 2.340.235 3.551.478

829.043 315.000 2.110.635 3.254.678

3.043.466 316.312 113.000 310.000 3.782.778

3.054.066 364.412 113.000 310.000 3.842.371

2.818.066 310.412 113.000 310.000 3.551.478

2.485.066 346.612 113.000 310.000 3.254.678

Mutaties Meerjaren â&#x20AC;&#x201C; MateriĂŤle vaste activa Kalenderjaar 2016 2017 2018 Stand 01-1 1.022.960 1.013.743 1.008.843 Afschrijvingen 73.850 139.900 96.900 Investeringen technische zaken 11.645 0 0 Investeringen vervoermiddelen 0 90.000 0 Investeringen meubilair 20.002 25.000 10.000 Investeringen ICT 10.816 10.000 22.500 Investeringen OLP en apparatuur 22.170 10.000 10.000 Stand 31-12 1.013.743 1.008.843 954.443

2019 954.443 98.200 0 0 10.000 20.000 10.000 896.243

2020 896.243 97.200 0 0 10.000 10.000 10.000 829.043

51


Mutaties Meerjaren â&#x20AC;&#x201C; Voorziening groot onderhoud Kalenderjaar 2016 2017 2018 Stand 01-01 207.095 234.972 287.272 Dotaties groot onderhoud 53.000 53.000 53.000 Bestedingen groot onderhoud 25.123 700 7.400 Stand 31-12 234.972 287.272 332.872 Mutaties Meerjaren â&#x20AC;&#x201C; Voorziening jubilea Kalenderjaar 2016 2017 2018 Stand 01-01 26.781 26.540 29.040 Dotaties voorziening jubilea 5.718 2.500 2.500 Bestedingen voorziening jubilea 5.959 0 0 Stand 31-12 26.540 29.040 31.540

2019 332.872 53.000 109.500 276.372

2020 276.372 53.000 19.300 310.072

2019 31.540 2.500 0 34.040

2020 34.040 2.500 0 36.540

Toelichting op de belangrijkste aandachtspunten in de balans: In de balans 2016 is sprake van hogere eindejaar vorderingen toe te schrijven aan nog af te wikkelen vorderingen op de gemeente voor BSO-maatwerk en subsidie voor opvang van vluchtelingen. Deze worden ingelopen in 2017 en de omvang van deze balanspost zal normaliseren naar het gebruikelijke niveau voor overlopende posten. De opbouw van liquide middelen en eigen vermogen is constant als gevolg van de verwachte ontwikkeling van het

52

resultaat. De uitkomst van de verhouding tussen investeringen - afschrijvingen en dotaties - onttrekkingen aan de voorzieningen is hier onder andere debet aan. Richting 2019 is er sprake van een afname van de vermogenspositie, een en ander als gevolg van een negatief resultaat bij een ongewijzigde inzet aan formatie. De resultaatontwikkeling moet daarom worden gezien als een mogelijke taakstelling indien het aantal leerlingen zich mocht ontwikkelen op basis van de onderliggende prognose.


7.4

Meerjaren kasstroomoverzicht

Een van de bepalingen in de aangescherpte richtlijn voor beleggen en belenen (zie paragraaf 6.4 Treasuryverslag) is dat in de continuĂŻteitsparagraaf in de jaarstukken ook een meerjaren kasstroomoverzicht moet worden opgenomen. Los van de beoordeling van de relevante kengetallen op het gebied van de financiĂŤle positie geeft een

dergelijk overzicht aanvullende informatie met betrekking tot de ontwikkeling van de liquide middelen. Onderstaand het kasstroomoverzicht gebaseerd op de staat van baten en lasten en de balans van de stichting.

Meerjaren Kasstroomoverzicht Kalenderjaar 2016 2017 Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten 371.486 45.300 Aanpassingen voor: Afschrijvingen Mutaties voorzieningen

2018

2019

2020

5.600

-241.000

-338.000

73.850 27.636

139.900 54.800

96.900 48.100

98.200 -54.000

97.200 36.200

-276.933 85.362

275.508 -126.969

0 0

0 0

0 0

6.574

5.000

5.000

5.000

5.000

Kasstroom uit operationele activiteiten

289.975

393.539

155.600

-191.800

-199.600

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiele vaste activa

-64.633

-135.000

-42.500

-40.000

-30.000

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

-64.633

-135.000

-42.500

-40.000

-30.000

Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie langlopende schuld

2.979

71

0

0

0

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

2.979

71

0

0

0

226.321

258.610

113.100

-231.800

-229.600

1.974.004 2.200.325 226.321

2.200.325 2.458.935 258.610

2.459.827 2.572.927 113.100

2.572.927 2.341.127 -231.800

2.341.127 2.111.527 -229.600

Verandering in vlottende middelen Vorderingen Kortlopende schulden Kasstroom uit bedrijfsoperaties Interest

Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Eindstand liquide middelen Mutatie liquide middelen

53


7.5

Planning & Control

De voorzitter CvB is verantwoordelijk voor de interne risicobeheersings- en controlesystemen, voor het actief managen van de strategische, financiële en operationele risico’s, en voor het beperken van de impact van mogelijke incidenten. Daarbij worden de volgende instrumenten ingezet: strategisch beleidsplan, jaarplan, formatieplan, jaar- en meerjarenbegroting, treasury plan, liquiditeitsbegroting en voortgangsrapportages. Daarnaast heeft de stichting een controller (externe inhuur) die een belangrijke rol speelt in het beoordelen en toetsen van interne risicobeheersings- en controlesystemen. De controller functioneert onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter CvB.

7.6 Belangrijkste risico’s en onzekerheden Omdat risico’s nooit helemaal uitgesloten of beheerst kunnen worden is een financiële buffer - weerstandsvermogen - nodig. Het aanhouden van weerstandsvermogen is nodig voor de niet direct voorzienbare en dus slecht meetbare

risico’s in de bedrijfsvoering. Het is bedoeld om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen, zodat ze geen of weinig invloed hebben op de continuïteit van de activiteiten van de stichting. Deze tegenvallers zijn veelal terug te herleiden naar onzekerheden in de leerlingenstromen, de hier aan gekoppelde financiering vanuit OCenW, het samenwerkingsverband en financiering van derden voor activiteiten van het expertisecentrum. Daarbij valt naast de financiering vanuit het samenwerkingsverband, deels gebaseerd op tripartiet afspraken ook te denken aan de projectactiviteiten die voor de gemeente Nieuwegein worden verricht. De risico’s worden veelal weggenomen door het aanhouden van een ruime vermogenspositie. Om een verantwoording over én structuur aan de gewenste ontwikkeling van het risicomanagement te kunnen geven onderstaand een opsomming van risico’s die in de afgelopen periode als rode draad c.q. als ‘risicomanagement invalshoek” hebben gefunctioneerd. 1. Beheersen van algemene risico’s 2. Beheersen van risico’s in de uitgaven en inkomsten.

+ Algemene risico’s Risico 1: Voor een kleine school is het risico van financiële nadelen groter dan bij een grote school. Beheersmaatregel: • Aanhouden van voldoende weerstandsvermogen; • Aangaan van samenwerking met andere partijen (andere samenwerkingsverbanden, gemeente, zorginstanties) om risico’s te kunnen delen.

54


+ Risico’s in de uitgaven en inkomsten Risico 1: Door toepassing van de T-1 systematiek in de bekostiging loopt de school het risico dat het kostenniveau niet tijdig wordt aangepast aan wijzigingen in het bekostigingsniveau. Beheersmaatregel: • Adequaat personeels- en benoemingsbeleid, aanhouden flexibele schil; • Afstand tot arbeidsmarkt zo klein mogelijk, sturen op employability medewerkers; • Overgaan op interne sturing op T-systematiek; • Aanhouden van voldoende weerstandsvermogen binnen de algemene reserve; • Per leerling ontvangt de school €8.000 aan bekostiging, uitgaande van een school met 15 groepen, van ongeveer 225 leerlingen en afgezet tegen de huidige populatie van 256 leerlingen (17 groepen maximale bezetting) bedraagt het verschil 2 groepen met in totaal 30 leerlingen; • Financieel gezien een impact van €250.000. + Risico’s in de uitgaven en inkomsten Risico 2: Sturing op leerlingenstromen c.q. het verwijzingspercentage vanuit het samenwerkingsverband, waardoor het aantal leerlingenaantal krimpt. Beheersmaatregel: • Adequaat personeels- en benoemingsbeleid, aanhouden flexibele schil; • Afstand tot arbeidsmarkt zo klein mogelijk, sturen op employability medewerkers; • Opstellen van meerjarenbegroting; • Aanhouden van voldoende weerstandsvermogen binnen de algemene reserve; • Per leerling ontvangt de school €8.000 aan bekostiging, uitgaande van een streefpercentage van rond de 3% verwijzing, met als resultaat en streefpopulatie van 200 leerlingen een verschil van 25 leerlingen als risico; • Financieel gezien een impact van €200.000.

+ Risico’s in de uitgaven en inkomsten Risico 3: Wijziging in financiële situatie van het samenwerkingsverband kunnen er toe leiden dat er geen middelen zijn voor projectactiviteiten. Beheersmaatregel: • Adequaat personeels- en benoemingsbeleid, aanhouden flexibele schil; • Afstand tot arbeidsmarkt zo klein mogelijk, sturen op employability medewerkers; • Opstellen van meerjarenbegroting; • Aanhouden of vormen van voldoende weerstandsvermogen de algemene reserve; • Het deel aan projectmiddelen en/of voorzieningen gefinancierd door het SWV bedraagt (maximaal) afgerond €150.000.

55


+ Risico’s in de uitgaven en inkomsten Risico 4: Wijziging in financiële situatie van de gemeente kan er toe leiden dat er geen middelen zijn voor projectactiviteiten. Beheersmaatregel: • Adequaat personeels- en benoemingsbeleid, aanhouden flexibele schil • Afstand tot arbeidsmarkt zo klein mogelijk, sturen op employability medewerkers; • Opstellen van meerjarenbegroting; • Aanhouden of vormen van voldoende weerstandsvermogen binnen de private reserve; • Het deel aan projectmiddelen en/of voorzieningen gefinancierd door de gemeente bedraagt (maximaal) ongeveer €150.000 (schakelklassen, vluchtelingen, schoolbegeleiding).

Uitgaande van de veronderstelling dat bovengenoemde (maximale) effecten gedurende enig jaar gezamenlijk optreden bedraagt het vermogensverslag: 1. Op de algemene reserve €600.000, deze bedraagt gemiddeld €1.5000.000 waarin kan worden voorzien in de afdekking van deze risico’s en de transactie en financieringsfunctie. 2. Op de private reserve €150.000, deze bedraagt gemiddeld €250.000 (na correctie begroot resultaat 2017 met daarin eenmalig effect versnelde afschrijving vervoermiddelen) waarin kan worden voorzien in de afdekking van dit risico.

56


PRESTATIEBOX


Prestatiebox

8.1

Kaders regeling

In het kader van deze regeling worden middelen verstrekt die kunnen worden ingezet voor het realiseren van de afspraken en activiteiten ten aanzien van opbrengstgericht werken op de onderdelen taal en rekenen, toetsen in relatie tot de voortgangsregistratie en professionalisering van leraren en schoolleiders. Daarnaast worden middelen verstrekt voor het versterken van de samenhang binnen en de kwaliteit van cultuureducatie.

8.2

Middelen en inzet 2016

8

Stichting Samenwerking Nieuwegein heeft in het boekjaar 2016 een bedrag van â&#x201A;Ź 24.505 ontvangen in het kader van de regeling Prestatie box Primair Onderwijs. Dit bedrag is ingezet voor scholing van personeel en dekking van formatieve uitgaven.

58

In het jaarverslag over 2016 zijn wij in de onderliggende paragrafen uitgebreid ingegaan op de elementen die mede uit deze beschikbare middelen worden gefinancierd.


Colofon Uitgave

Stichting Samenwerking Nieuwegein, juni 2017 Postbus 7107 Dasseweide 1 3437 WN Nieuwegein

website

www.sbo-evenaar.nl

email

info@sbo-nieuwegein.nl

telefoon

030â&#x20AC;&#x201C;604 84 00

Vormgeving en ontwerp

renate stevens ontwerp

Fotografie

Roel Burgler


Š 2017 Stichting Samenwerking Nieuwegein

Jaarverslag Stichting Samenwerking Nieuwegein  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you