Page 1

Studiewijzer Didactiek basis 1 Auteur: Audrey Deleu Studiegebied onderwijs Bachelor lager onderwijs Dagonderwijs Academiejaar 2013-2014


Didactiek basis 1 Lector(en):

Audrey Deleu

Toledocursus Didactiek basis 1 [V5I384]

SITUERING ECTS-fiche De ECTS-fiche geeft een beknopte omschrijving aan van dit opleidingsonderdeel. Je kan dit raadplegen op de VIVES-website onder opleidingsprogramma. Neem dit eerst eens door want hierin staan de vooropgestelde eindcompetenties genoteerd welke je moet verwerven bij dit opleidingsonderdeel. Omvang Studiepunten: 4 Studiebelasting: 100 à 120 uren Motivering Kinderen iets bijbrengen daar gaat het over. Maar hoe kan je op een goede manier kinderen iets bijbrengen zodat het ook lang bijblijft? Waarmee moet je allemaal rekening houden? Hoe zorg je voor een motiverende, uitdagende leeromgeving? In dit opleidingsonderdeel leer je een aantal basisbegrippen en didactische handvaten. Ze vormen een kader waarmee je later zelf aan de slag kan om lessen uit te werken en te geven. Je leert kijken naar welke aspecten allemaal belangrijk zijn bij het lesgeven en je leert dit benoemen. Inhoud Het opleidingsonderdeel ‘Didactiek basis 1’ richt zich voornamelijk op de ontwikkeling van de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen. Via praktijkvoorbeelden maak je kennis met een aantal didactische handvaten die je helpen om leerprocessen bij de leerlingen tot stand te brengen. Daarbij moet altijd uitgegaan worden van 1) de leerling en 2) de doelen. Deze twee ‘bakens’ komen uitgebreid aan bod in het boek en de lessen. Tussen deze twee elementen kan de leerkracht zich bewegen om een “uitdagende leeromgeving” te creëren. Daarbij moet men als

5


leerkracht rekening houden met leerinhouden, media, didactische werkvormen, evaluatie en differentiatie. Je wordt doorheen het boek en de lessen aangezet om kritisch na te denken over het geven van een goede les.

EVALUATIE Opleidingsonderdeel (OPO) Didactiek basis 1

Evaluatievorm(en) Schriftelijk examen

80%

Opdracht

20%

Puntenverdeling

Alle onderdelen moeten worden afgelegd, zo niet wordt dit opleidingsonderdeel op een niettolereerbaar onvoldoende gezet.

Eerste examenkans De evaluatie van Didactiek basis 1 bestaat uit twee verschillende onderdelen: een opdracht enerzijds en een schriftelijk, gesloten boekexamen anderzijds. Schriftelijk examen – gesloten boek (80%)  Duur van het examen: max. 2 uur.  Er wordt geen gebruiksmateriaal doorgegeven tijdens het examen.  Het examen bestaat uit kennisvragen (som op, leg uit, juist/fout,...), begripsvragen (verklaar, bespreek, geef het verband tussen,...), toepassingsvragen (geef een voorbeeld, hoe pak je het aan in de klas,...) en evaluatievragen (een mening gefundeerd en vanuit verschillende invalshoeken kunnen weergeven). De klemtoon wordt gelegd op het toepassen van de theorie uit het boek en de lessen in concrete praktijksituaties. Bedenk vooraf eigen voorbeelden bij de theorie uit het boek en de lessen.  Op het examen worden de inhouden uit het boek en de lessen bevraagd. Het betreft dus zaken zoals doelstellingen, beginsituatie, alle onderdelen van het didactisch model, de didactische handvaten, het stellen van goede vragen,… Het is belangrijk dat je het juiste begrippenkader kan hanteren, voorbeelden uit de praktijk kan geven en analyseren en de verschillende aspecten met elkaar in verband kan brengen.  Er staat een proefexamen op Toledo.

6


Opdracht (20%) Er is 1 verplichte individuele opdracht die geëvalueerd wordt. Het doel van deze opdracht is de elementen van het didactisch model (die doorheen het volledige boek worden uitgewerkt) toepassen op een concrete praktijksituatie. Dit doe je door één lesvoorbereiding taal of rekenen uit de stage maart kritisch te analyseren en te bespreken aan de hand van de onderdelen van het didactisch model.

Enkele tips: wat komt er zeker aan bod: •

Zijn de doelstellingen correct geformuleerd? Geef aan waarom wel/niet? Benoem de verschillende doelstellingen. Duid ook de verschillende componenten aan.

Welke didactische handvaten werden er gebruikt tijdens de les? Zijn er nog andere didactische handvaten die van toepassing zijn?

Hoe is de beginsituatie uitgeschreven?

Welke media worden er gehanteerd? Hoe is dat te verantwoorden?

Welke werkvormen worden er gehanteerd? Wat vind je van deze gebruikte werkvormen? Passen ze bij de les?

Is er een stapsgewijze begeleiding van het leerproces?

Hoe gebeurt de evaluatie, differentiatie?

Welke vragen worden er gesteld?

Praktisch: •

Je overlegt voor de opdracht per 2, maar je bespreekt elk een eigen lesvoorbereiding. Je dient dus een andere opdracht dan je medestudent in.

Er is een sjabloon voor het maken van de opdracht. Deze staat op Toledo.

Je dient de opdracht digitaal in (op Toledo>Didactiek basis 1>opdrachten).

In de les didactiek (in de week van 24 maart 2014) bekijken we jouw tussentijdse versie van de opdracht. Vergeet niet om die mee te brengen.

Je dient uiterlijk in op maandag 31 maart 2014.

De beoordelingsfiche voor de opdracht vind je in de bijlage.

Tweede examenkans De verdeling is dezelfde als de eerste examenkans. 7


-

Schriftelijk examen- gesloten boek (80%): verloopt op dezelfde wijze als de eerste examenkans.

-

Opdracht (20%): kritische bespreking van een lesvoorbereiding stage mei.

8


ONDERWIJSORGANISATIE & BEGELEIDING ONDERWIJSORGANISATIE De inhouden van Didactiek basis 1 komen in de verschillende lessen aan bod. We verwachten een participatieve houding van jou tijdens de lessen. We kiezen er immers voor om via actieve werkvormen de studenten aan het denken te zetten. In de lessen wordt gebruik gemaakt van heel wat voorbeelden.

Het studiemateriaal bestaat uit: -

Deleu, A., & Wante, D. (2008). Puzzelen aan een uitdagende leeromgeving. Basisdidactiek voor de leraar lager onderwijs. Mechelen: Plantyn.

-

Deleu, A., Dossche, S., Gielis, K., & Vrijsen, H. (2013). Op weg naar goede vragen. Nietgepubliceerde cursus. VIVES campus Tielt. (zie Toledo)

-

Focke, S. (2012). De 10 basiscompetenties van de leraar. Mechelen: Plantyn.

-

Lesmateriaal en eigen lesnotities.

In het boek Puzzelen aan een uitdagende leeromgeving. Basisdidactiek voor de leraar lager onderwijs. werken we met een vaste structuur: -

Elk hoofdstuk start met een opwarmertje. Dit is een voorbeeld uit de klaspraktijk om je te doen nadenken over bepaalde aspecten van de basisdidactiek.

-

Met de opdrachten willen we jouw voorkennis aanwakkeren, jou aanzetten tot nadenken, jou de kans geven na te gaan of je de noodzakelijke kennis en inzichten verworven hebt.

-

In de marge kan je het pictogram van een didactisch handvat terugvinden. Dit kan jou helpen om de link te leggen tussen de didactische inhouden, die in de verschillende delen en hoofdstukken aan bod komen, en de didactische handvaten, die richtinggevend moeten zijn bij het lesgeven.

-

Het boek is doorweven met heel wat klas- en schoolvoorbeelden. Met deze voorbeelden willen we vooral bepaalde didactische principes en inhouden concretiseren. Uiteraard bestaat ‘dé klas- en schoolpraktijk’, ‘dé leraar’ niet. Hoe jij als leraar jouw onderwijs vormgeeft, hangt af van een aantal factoren, zoals jouw leerlingengroep, je eigen onderwijsvisie, de schoolvisie, de buurt waarin de school staat, de vormgeving van het gebouw, de wensen van de ouders, enz.

-

De leerdoelen per hoofdstuk geven aan wat je precies moet kennen en kunnen. Op deze manier weet je wat er van jou verwacht wordt. Lees deze doelen vooraleer je aan een hoofdstuk begint. Leg deze doelen zeker naast je wanneer je het boek studeert. Je moet de leerstof niet alleen kennen maar ook kunnen toepassen. Leg dus elke keer het verband met de lespraktijk. Je moet zelf concrete voorbeelden kunnen geven, maar omgekeerd moet je ook concrete voorbeelden kunnen bespreken en linken met de theorie. Aan de hand van de leerdoelen kan je nagaan in hoeverre je je kennis en vaardigheden nog moet bijschaven.

9


Het is belangrijk om de powerpoints, eigen notities en uitgedeelde documenten (bv. een tijdschriftartikel) van de lessen ook goed door te nemen bij het studeren. Deze bevatten immers extra inhoud, informatie en uitleg! Alle inhouden van de lessen moeten gekend zijn. Deze kunnen aanvullend zijn bij het boek Puzzelen aan een uitdagende leeromgeving. Basisdidactiek voor de leraar lager onderwijs. en de cursus Op weg naar goede vragen zijn. Daarnaast maken we gebruik van de digitale leeromgeving op Toledo. Hier vind je belangrijke mededelingen, de link naar de ECTS-fiche, de powerpoints van de lessen, aanvullend cursusmateriaal, interessante links naar websites, het materiaal om de opdracht te kunnen maken, het proefexamen,... Op het discussieforum kan je met medestudenten debatteren over het boek, de lessen en de te maken opdracht. Met het proefexamen kan je nagaan in hoeverre je voldoet aan de verwachtingen van het examen. Studietips We raden je aan om eerst het boek Puzzelen aan een uitdagende leeromgeving. Basisdidactiek voor de leraar lager onderwijs. en de cursus Op weg naar goede vragen globaal door te nemen. Je zal merken dat sommige zaken pas duidelijk worden nadat je een aantal hoofdstukken hebt doorgenomen. Sommige zaken worden verder geconcretiseerd doorheen het boek. Daarna kan je het boek grondiger doornemen en afhankelijk van je leerstijl de verwerkingsopdrachten maken en eventueel op het discussieforum plaatsen. Maak ook gebruik van de inhoudsopgave bij het studeren. Op deze manier behoud je een goed overzicht op de structuur van het boek. Maak het proefexamen vooraleer je het examen aflegt. Zoek zelf naar minimum één EIGEN voorbeeld naast het voorbeeld dat in het boek wordt gegeven.

BEGELEIDING Het is aan jou om de stap te zetten in het krijgen van hulp en begeleiding. Tijdens de lessen kan je steeds terecht bij de lector voor vragen bij de lesinhouden en feedback op de opdracht. Tijdens de les didactiek (in de week van 24 maart 2014) is er uitwisseling rond de opdracht voorzien, waardoor je de opdracht nog kan herwerken of bijsturen.

 Bekijk het taalcharter en de checklist schriftelijke taalvaardigheid bij de uitwerking van de opdracht (Toledo). e leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

kracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de groep achterhalen.

nt legt de aspecten uit die deel uitmaken van de beginsituatie

ermen

D

C

B

A

10


kan de interne en pecten van de ie weergeven en

De student bespreekt de beginsituatie, maar vermeldt hierbij niet de aspecten. OF De student bespreekt de beginsituatie niet.

De student bespreekt de beginsituatie aan de hand van de aanwezige aspecten. Hij linkt deze niet aan de theorie.

De student bespreekt de beginsituatie aan de hand van de aanwezige aspecten. Hij linkt deze aspecten aan de theorie.

De student bespre beginsituatie aan d van de aanwezige Hij linkt deze aspe de theorie. EN

De student geeft ontbrekende zinvo aspecten.

11


e leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

kracht kan doelstellingen kiezen en formuleren.

nt kiest doelstellingen gebruik makend van de leerplannen. nt formuleert concreet operationele doelen op de juiste manier.

ermen

D

C

B

A

koppelt de aan hun elstellingen en en of deze mmen.

De student geeft niets weer over de koppeling tussen leerplandoestellingen en lesdoelstelling.

De student geeft weer of alle lesdoelstellingen gekoppeld kunnen worden aan de leerplandoelstellingen, maar de uitleg is niet correct.

De student geeft weer of alle lesdoelstellingen kunnen gekoppeld worden aan de leerplandoelstellingen. Indien dit niet zo is, geeft hij geen alternatieven weer.

De student geeft w lesdoelstellingen k gekoppeld worden leerplandoelstellin Indien dit niet zo i alternatieve aan (o leerplandoelstellin van lesdoelstelling

duidt de de componenten nhouds- en component) aan elstelling én kan de componenten

De student geeft de verschillende componenten (gedrags- , inhouds- en didactische component) weer, maar bij meer dan de helft van de doelstellingen wordt een fout gemaakt.

De student bespreekt de verschillende componenten (gedrags- , inhouds- en didactische component), maar maakt in minstens één tot de helft van zijn doelstellingen een fout.

De student bespreekt alle lesdoelen aan de hand van de verschillende componenten (gedrags- , inhouds- en didactische component) correct.

De student bespre lesdoelen aan de h de verschillende componenten (ged inhouds- en didact component) corre EN

OF

Indien niet alle componenten voo de doelstellingen, student een nieuw doelstelling op me ontbrekende comp

De student geeft de verschillende componenten niet weer of is onvolledig.

ermen

D

C

B

A

geeft weer om doelstelling dynamischn orisch) het gaat woordt zijn keuze.

De student geeft weer om welk soort doelstelling het gaat, maar bij meer dan de helft van de doelstellingen wordt een fout gemaakt.

De student geeft weer om welk soort doelstelling het gaat, maar maakt bij minstens één tot de helft van de doelstellingen een fout.

De student geeft per doelstelling weer om welk soort doelstelling het gaat (cognitief, psychomotorisch, dynamisch-affectief).

De student geeft p doelstelling weer o soort doelstelling h (cognitief, psychom dynamisch-affectie

OF De student geeft niets weer over de soort doelstellingen. OF De student benoemt niet

EN

Indien niet alle ver soorten doelstellin voorkomen, stelt d een nieuwe doelst van de ontbrekend 12


stemt de af op de ie.

en zijn correct erd

alle doelen. De student stemt de lesdoelen niet af op de beginsituatie van de klasgroep.

De student formuleert de doelen niet in concreet waarneembaar gedrag.

De student stemt de lesdoelen af op ĂŠĂŠn aspect van de beginsituatie van de klasgroep.

De student stemt de lesdoelen af op verschillende aspecten van de beginsituatie van de klasgroep.

De student stemt lesdoelen af op de beginsituatie van d klasgroep en de lln

De student formul gedifferentieerde

De student formul doelen in concreet waarneembaar ge

13


e leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

kracht kan de leerinhouden en leerervaringen structureren en vertalen in een samenhangend onderwijsaanbod.

nt koppelt de fasen van de les aan de componenten van het didactisch model. nt beschrijft de componenten van het didactisch model. nt past didactische handvaten toe op een praktijksituatie.

ermen

D

C

B

A

bespreekt de handvaten aan n de theorie en duidelijk

De student geeft slechts enkele voorbeelden van de didactische handvaten die terug te vinden zijn in de voorbereiding. Hij linkt deze voorbeelden niet aan de theorie.

De student geeft van alle didactische handvaten die terug te vinden zijn in de voorbereiding een voorbeeld. Hij linkt deze voorbeelden niet aan de theorie.

De student kan va didactische handv concreet voorbeel uit de lesvoorbere voorbeelden word duidelijk aan de th gelinkt.

OF

OF

De student geeft van alle didactische handvaten die terug te vinden zijn in de voorbereiding een concreet voorbeeld. De voorbeelden worden duidelijk aan de theorie gelinkt. Hij vult de handvaten niet verder aan met alternatieven.

De student geeft geen voorbeelden van de didactische handvaten.

De student geeft alle didactische handvaten die terug te vinden zijn weer met een concreet voorbeeld en gelinkt aan de theorie, maar hij maakt hierbij meerdere fouten.

OF

Indien de student alle didactische ha een voorbeeld uit lesvoorbereiding k doet hij een voors de ontbrekende di handvaten kan int

De student geeft alle didactische handvaten die terug te vinden zijn weer met een concreet voorbeeld en gelinkt aan de theorie, maar hij maakt hierbij ĂŠĂŠn fout.

OF

14


ermen

D

C

B

A

noteert een en (minstens 4) bereiding en die vragen aan de axonomie van

De student analyseert alle vragen die in zijn lesvoorbereiding staan aan de hand van de taxonomie van Bloom. Hij geeft ook uitleg waarom deze vragen bij dat niveau horen. Bij meer dan de helft van de vragen klopt de indeling van het niveau niet.

De student analyseert alle vragen die in de lesvoorbereiding staan aan de hand van de taxonomie van Bloom. Hij geeft ook uitleg waarom deze vragen bij dat niveau horen. Hij deelt hierbij minstens één tot de helft van de vragen foutief in.

De student analyseert alle vragen die in de lesvoorbereiding staan aan de hand van de taxonomie van Bloom. Hij geeft ook uitleg waarom deze vragen bij dat niveau horen.

De student analyse vragen die in de lesvoorbereiding a zijn aan de hand v taxonomie van Blo geeft hierbij ook u waarom deze vrag niveau horen. EN De student geeft alternatieven over vragen er nog kun gesteld worden vo bepaald niveau.

brengt de de opdrachten die orden in de eiding onder in de van Bloom.

De student analyseert alle opdrachten die in de lesvoorbereiding staan aan de hand van de taxonomie van Bloom. Hij geeft ook uitleg waarom deze opdrachten bij dat niveau horen. Bij meer dan de helft van de opdrachten klopt de indeling van het niveau niet. OF De student analyseert de opdrachten niet.

De student analyseert alle opdrachten die in de lesvoorbereiding staan aan de hand van de taxonomie van Bloom. Hij geeft ook uitleg waarom deze opdrachten bij dat niveau horen. Hij deelt hierbij minstens één tot de helft van de opdrachten foutief in.

De student analyseert alle opdrachten die in de lesvoorbereiding staan aan de hand van de taxonomie van Bloom. Hij geeft ook uitleg waarom deze opdrachten bij dat niveau horen.

De student analyse opdrachten die in lesvoorbereiding a zijn aan de hand v taxonomie van Blo geeft hierbij ook u waarom deze opd dat niveau horen. EN De student geeft alternatieven over opdrachten er nog gesteld worden vo bepaald niveau.

ermen

D

C

B

A

realiseert de n de opbouw van oop.

De student houdt geen rekening met de lesdoelen bij de opbouw van de les.

De student houdt rekening met de lesdoelen bij de opbouw van de les, maar dit gebeurt niet gestructureerd/ logisch.

De student bouwt de les doelgericht op. De student maakt hierbij nog fouten.

De student bouwt doelgericht op. De heeft aandacht vo en bijzaken. De ke werkvormen, leerm opdracht gebeurt functie van de gedifferentieerde

15


e leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

kracht kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen.

nt bespreekt diverse werkvormen en groeperingsvormen in functie van beginsituatie en doelen. nt kiest gepaste werkvormen en groeperingsvormen in functie van beginsituatie en doelen.

ermen

D

C

B

A

verantwoordt de werkvormen eergesprek, k, instructie,…) die erden in de eiding.

De student bespreekt de didactische werkvormen aan de hand van slechts één van de onderstaande criteria:

De student bespreekt de didactische werkvormen aan de hand van twee van de onderstaande criteria:

De student bespreekt de didactische werkvormen aan de hand van volgende criteria:

De student bespre didactische werkvo de hand van volge criteria:

- Correct benoemen van de werkvormen - Verantwoording keuze werkvormen - Gebruik van de werkvormen in lesverloop

- Correct benoemen van de werkvormen - Verantwoording keuze werkvormen - Gebruik van de werkvormen in lesverloop

- Correct benoemen van de werkvormen - Verantwoording keuze werkvormen - Gebruik van de werkvormen in lesverloop

- Correct benoem werkvormen - Verantwoordin werkvormen - Gebruik van de vormen in lesve

OF

EN

De student bespreekt de didactische werkvormen niet.

De student bespre kritisch de keuze v werkvormen (vold afwisseling, beste gedurfd/vernieuw verrassend/koppe de didactische han

De student wisselt de term didactische handvaten en didactische werkvormen om.

- Verander je iet - Waarom wel/n

e leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

rkracht kan individueel en in team leermaterialen kiezen en aanwenden.

nt bespreekt diverse onderwijs- en leermiddelen in functie van beginsituatie en doelen.

ermen

D

C

B

A

bespreekt de een a (kleurgebruik, uw). Bij de geeft de n waarom hij n wanneer op oteerde.

De student bespreekt slechts één van de volgende aspecten van het bordschema:

De student bespreekt twee van de volgende aspecten van het bordschema:

De student bespreekt de volgende drie aspecten van het bordschema:

De student bespre volgende drie aspe het bordschema:

-

Kleurgebruik Titel Opbouw doorheen het lesverloop (wat noteerde je wanneer en waarom)

-

Kleurgebruik Titel Opbouw doorheen het lesverloop (wat noteerde je wanneer en waarom)

-

Kleurgebruik Titel Opbouw doorheen het lesverloop (wat noteerde je wanneer en waarom)

-

16

Kleurgebru Titel Opbouw d het lesver noteerde j en waarom


refereert zelf de manier naar n.

OF De student bespreekt het bordschema niet.

EN De student vult on elementen aan of het bordschema in nodig.

De student refereert bij ĂŠĂŠn of meerdere bronnen niet correct (APA) ĂŠn paste dit ook niet aan.

De student referee bronnen correct (v APA-normen). OF De student had nie bronnen correct g (APA), maar heeft verbetering aange

17

1314studiewijzer didactiek basis 1balo  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you