Page 32

WETEN SCHAP

Kennis van (zelf)inzicht en wetenschap Hoe slechter mensen met Korsakov cognitief presteren, hoe beter ze denken te functioneren. Dat laat de uitkomst van een onderzoek dat in oktober van dit jaar in het tijdschrift Psychiatry research werd gepubliceerd zien. Paul van der Heijden, klinisch psycholoog bij het centrum Adolescentenpsychiatrie en P-opleider bij het Leerhuis van Reinier van Arkel, leverde een bijdrage aan dit artikel. Reinier ging met hem in gesprek over de aanloop naar zijn wetenschappelijke loopbaan, zijn werk als P-opleider en het schrijven en gepubliceerd krijgen van wetenschappelijke artikelen. Door Hester Genefaas

Foto Toine Maurix

Cola in de kantine Toen Paul klaar was met zijn studie psychologie, was de situatie op de arbeidsmarkt voor basispsychologen niet erg rooskleurig. Van een stagebegeleider kreeg hij de tip om drie maanden in Amerika stage te lopen. “Ook als ik daar alleen maar cola dronk in de kantine, zou dat goed staan op mijn cv, had mijn stagebegeleider gezegd”, aldus Paul. Het liep echter anders. Het hoofd van de Amerikaanse revalidatiekliniek waar Paul stage liep, was nogal Spartaans ingesteld. Niet alleen op het werk stelde hij hoge eisen, maar ook aan Paul. Zo kwam het dat hij in het korte tijdsbestek van drie maanden twee wetenschappelijke artikelen schreef. Paul: “Later tijdens mijn vervolgopleidingen tot gz- en klinisch psycholoog moest ik ook de nodige artikelen schrijven. Omdat

32

REINIER DECEMBER 2016

ik over veel onderzoeksgegevens beschikte, kon ik meer schrijven dan eigenlijk nodig was. Uiteindelijk vormde een aantal artikelen samen een proefschrift.” In die tijd onderzocht Paul onder andere profielen van verdachten die in het Pieter Baancentrum werden onderzocht, en bekeek hij of bepaalde persoonlijkheidstrekken een relatie hadden met het soort delict dat ze hadden gepleegd. Opleiding Inmiddels werkt Paul ruim tien jaar bij Reinier van Arkel. Naast zijn werk als klinisch psycholoog en als wetenschappelijk onderzoeker, is hij werkzaam als P-opleider. Dat houdt in dat hij verantwoordelijk is voor alle psychologische vervolgopleidingen die Reinier van Arkel in huis heeft. Dat zijn er momenteel vier: de basispsycholoog-trainee, gz-psycholoog (gz staat voor gezondheidszorg), klinisch psycholoog specialist en psychotherapeut. “Op dit moment zijn er vijfentwintig mensen die deze opleidingen doen. Ik regel hun opleidingsplaatsen en evalueer hun functioneren, en zorg in het algemeen voor een kwalitatief goed opleidingsklimaat.” Leuk aan dit werk vindt Paul de samenwerking, ook met andere instellingen. “We werken samen met het Jeroen Bosch ziekenhuis (JBZ) als het gaat om opleidingsplaatsen. Maar ook trekken we op met de HSK groep, Vincent van Gogh (ggz) en de Robert Coppesstichting. De laatste bijvoorbeeld heeft een heel specifieke deskundigheid - voor mensen met een visuele beperking - waardoor het lastiger is om volwaardige opleidingsplaatsen in te richten.”

Eerlijk liegen Een jaar lang deed Paul onderzoek bij collega ggz-instelling Vincent van Gogh, meer in het bijzonder bij het Topklinisch Centrum voor Korsakov en alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen. Hier was hij als copromotor betrokken bij een onderzoek naar zelfinzicht en zelfrapportage bij mensen die - als gevolg van hun langdurige alcoholgebruik - ernstige problemen hebben met hun geheugen en andere hersenfuncties. Wanneer heeft iemand eigenlijk Korsakov? “Er is sprake van een glijdende schaal: mensen die (nog) geen Korsakov hebben, kunnen zich slecht concentreren en hebben inprentingsproblemen, en hebben moeite hun leven op orde te houden. Maar iemand met Korsakov heeft dat allemaal in veel sterkere mate. In ons onderzoek hebben we een interessant verschil op die glijdende schaal gevonden: mensen met Korsakov hebben een slechter inzicht in wat ze kunnen dan mensen met mildere alcoholproblemen. Ze hebben nadrukkelijk de neiging om hun problemen actief te ontkennen. Als je ze confronteert met de realiteit, dan komt de boodschap niet binnen of het beklijft maar heel kort. Als je ze vraagt of ze elke dag de krant helemaal lezen, dan zeggen ze ‘ja’, terwijl ze dat in werkelijkheid niet doen. Ze willen zich niet beter voordoen, ze denken dat echt. Daarom wordt dit verschijnsel ook wel ‘eerlijk liegen’ genoemd.” Goede diagnostiek Het is dus zo dat juist de mensen met wie het echt slecht gaat, dit zelf harder ontkennen dan de mensen die minder cogni-

Reinier nummer 4, december 2016  

Magazine van Reinier van Arkel, Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Noord-Brabant

Advertisement