Issuu on Google+

geel

geel

geel

geel

geel

groen

AA x AA

AA x Aa

AA x aa

100 % geel

100 % geel

100 % geel

uniform

uniform

uniform

rood

rood

rood

rood

IR IR xIR IR

roze

IR IR x IR IW

wit

IR IR x IW IW

geel

groen

Aa x Aa

geel

groen

Aa x aa

groen

groen

aa x aa

75 % geel 50 % geel 100 % groen 25 % groen 50 % groen 3:1 roze

1:1 roze

IR IW x IR IW

roze

uniform wit

IR IW x IW IW

wit

wit

IW IW x IW IW

100 % rood 50 % rood 50 % roze

100 % roze 25 % rood 50 % roze 25 % wit

50 % roze 50 % wit

100 % wit

uniform

uniform

1:1

uniform

1:1

1:2:1


Kijkend naar de kinderen kan je soms wat zeggen over de wijze van overerving en het fenotype en het genotype van ouders en het genotype van de kinderen. * Als de kinderen van een ouderpaar een fenotypenverhouding vertonen van 3 : 1 dan is dat de verhouding van dominant : recessief. De ouders van deze kinderen zijn beide heterozygoot dominant * Als de kinderen van een ouderpaar een fenotypenverhouding vertonen van 1 : 2 : 1 dan is dat de verhouding van zuiver : intermediair : zuiver. De ouders van deze kinderen zijn beide heterozygoot intermediair. * Als de kinderen van een ouderpaar een fenotypenverhouding vertonen van 1 : 1 dan is alleen maar te zeggen dat de ouders hetzelfde fenotype en genotype hadden als de kinderen en dat één van de twee heterozygoot is en de ander homozygoot. * Als de kinderen van een ouderpaar een uniform fenotype vertonen dan is dat fenotype dominant als beide ouders een verschillend fenotype hadden én als de kinderen hetzelfde fenotype hadden als één van de ouders; Het fenotype intermediair als de kinderen ouders hadden met verschillend fenotype en zelf een fenotype hadden dat de ouders niet hadden.


Wetten van Mendel