Issuu on Google+

HET

Register Vakblad van het Register Belastingadviseurs juli/augustus 2011 | tweede jaargang | nummer 7/8

Horizontaal toezicht mogelijk dankzij koepelconvenant

Pleidooi voor meer ethiek in belastingrecht Een pensioen-bv nog interessant? Fiscale strafbeschikking doet zijn intrede


DE

■ ■ ■

Inhoud

Colofon Het Register Vaktijdschrift van het Register Belastingadviseurs uitgegeven door Reed Business bv.

Register Belastingadviseurs Brenkmanweg 6, 4105 DH Culemborg tel.: (0345) 54 70 00 www.rb.nl

Redactieadres Reed Business bv Postbus 152, 1000 AD Amsterdam Coördinatie bureauredactie Lucienne Bongers tel.: 06-30717422 e-mail: L.bongers@publishersupport.nl

Redactieraad Mr. D.J. (Dick) de Korte FB (hoofdredacteur) Mr. S.F.J.J. (Sylvester) Schenk FB Mr. E.E.J.C. (Eli) Hendriks CB Mr. W.J.M. (Wil) Vennix FB Prof. mr. dr. G.J.M.E. (Guido) de Bont

Uitgever Drs. H.E. (Heleen) Kooistra Reed Business bv Postbus 152, 1000 AD Amsterdam

Verenigingsnieuws Register Belastingadviseurs Afdeling Communicatie Brenkmanweg 6 4105 DH Culemborg

Nieuwsrubriek Deze rubriek staat onder redactie van het Nederlands Redactie Instituut

14

‘Geest van de wet moet misbruik tegengaan’ Interview met prof. mr. R.H. (Richard) Happé

18

Koepelconvenant horizontaal toezicht een feit tijdens RB-dag op 17 juni jl. Een verslag

Jurisprudentie en Wetgeving Deze rubriek staat onder redactie van Licent Academy

Advertenties Reed Business bv Postbus 152, 1000 AD Amsterdam

De redactie Mr. D.J. (Dick) de Korte FB

4

Nieuws-zaken-mensen

5

8

13

In de praktijk – A.G.Th.M. (Twan) Schoenmakers FB

25

Jurisprudentie en wetgeving

29

Mr. M. (Madelon) Stevens

34

Het Verenigingsnieuws

39

Advertentieverkoop Mark Miedema Commercieel Manager tel.: (020) 515 97 94 e-mail: mark.miedema@reedbusiness.nl Sandra Nicolai tel.: (020) 515 93 40 e-mail: sandra.nicolai@reedbusiness.nl

Abonnementen en lezersservice Reed Business bv Afdeling Customer Contact Postbus 808, 7000 BA Doetinchem tel.: (0314) 35 83 58 e-mail: customercontact@reedbusiness.nl www.elsevierfiscaal.nl

Een pensioen-bv nog interessant? Mr. P.A. (Peter) ter Beest MPLA

Kiezen of delen (met de fiscus) Column – Mr. J.P. (Judith) Guichelaar

Abonnementsprijzen Prijs jaarabonnement: € 165,06 ex btw (6%) Prijs los nummer: € 20,85 ex btw (6%) RB-leden ontvangen Het Register uit hoofde van hun lidmaatschap.

Basisvormgeving VerheulCommunicatie.com, Alphen a/d Rijn © Register Belastingadviseurs Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Register Belastingadviseurs. Op alle aanbiedingen, offertes en overeenkomsten van Reed Business bv zijn van toepassing de voorwaarden welke zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam. ‘Het Register’ bevat informatie die met de meeste zorgvuldigheid is samengesteld. Het Register Belastingadviseurs/ Reed Business bv en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie.

‘ICT-leveranciers zaten nooit aan ónze kant van de tafel’

De fiscale strafbeschikking doet zijn intrede

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

3


DE

Redactie Toegang tot de rechter in belastingzaken Op 31 maart van dit jaar heeft het kabinet bekend gemaakt dat de griffierechten aanmerkelijk zullen worden verhoogd. Men wenst dat de griffierechten in de toekomst kostendekkend zullen zijn. Deze aangekondigde maatregel valt te verklaren uit de noodzaak tot bezuinigen teneinde de staatsfinanciën op orde te krijgen. De maatregel geldt ook voor het procederen in belastingzaken. Het gevolg zal zijn dat in een aantal gevallen rechtzoekenden zullen afzien van het indienen van een beroepschrift. Weliswaar worden de betaalde griffierechten bij geheel of gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep vergoed, maar de uitkomst van de procedure valt moeilijk te voorspellen. Om die reden zal de maatregel zeker drempelverhogend uitwerken. Voor rechtzoekenden die gebruik maken van een professionele gemachtigde (in bijna alle gevallen een belastingadviseur) zal dit effect beperkt zijn. Immers de griffierechten vormen slechts een deel van de procedurekosten. Daarnaast zal de belastingadviseur een redelijke inschatting maken van de beroepskansen en zijn cliënt behoorlijk voorlichten over de mogelijkheden van het instellen van het beroep. Daarbij komt dat de belastingadviespraktijk slechts in enkele gevallen tot procederen zal besluiten. Alleen indien men van oordeel is dat sprake is van een principiële rechtsvraag of indien een beslissing apert onredelijk wordt ervaren zal de gang naar de rechter worden ondernomen Nu het horizontaal toezicht steeds meer terrein wint, lijkt het er op dat procederen doo be ast gadv seu s nog og meer uitzondering zal zijn. door belastingadviseurs De verhoging van de griffierec erechten zal dus met name zijn invloed doen gelden op het proceduregedrag van de rechtzoekende die zelf de gang naar de rechter wil ondernemen. Bij procedures inzake de lokale heffingen, zoals de O OZB en persoonsgebonden aftrek is het aantal doe-het-zelvers groot. De vraag kan worden gesteld o of het wel zo vanzelfsprekend is om ook voor het procederen in belastingzaken een veel hoger gr riffierecht te gaan eisen. Voor de OZB is al getracht het aantal procegriffi dures te verminderen door de inv invoering van de zogenaamde Fierens-drempel. Onlangs heeft De Hoge Raad geoordeeld dat deze dezze d drempel in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en daarom b buit buiten toepassing dient te blijven. Nu zal het hogere griffierecht als extra drempel voor zaken mett ee een gering belang gaan dienen. Een hogere drempel voor de gang naar de belastingrechter zou w wel eens de EVRM-toets niet kunnen doorstaan. Hiertegenover kan wel worden opgemerkt dat de pr procederende contribuabele in geval hij gelijk krijgt, recht heeft op vergoeding van het griffierech ht. erecht. Daarnaast past een veel hogerr gr griffierecht niet bij de oorspronkelijke filosofie over het voeren van bestuursrechtelijke procedure es e procedures en dus ook fiscale. Zo is bij het procederen in bela stin belastingzaken van het begin af aan afgezien van een verplichte procesvertegenwoordiging. Als reden gol ld d gold dat de toegang tot de rechter laagdrempelig moest zijn, de procedure eenvoudig en de burger zelf in sta staat was om zijn belangen te behartigen. Uitgangspunt is dus steeds geweest dat de burger tegen weinig we ein kosten zelf zijn procedure moest kunnen voeren. Geconstateerd moet nu worden dat dit uitgangspunt uitgan ngsp steeds minder met de huidige praktijk strookt. De fiscale wetgeving is steeds ingewikkelder gew geworden ondanks de regelmatige pogingen deze te vereenvoudigen. Ook het procederen is er nie et e niet eenvoudiger op geworden. Met de verhoging van het griffierecht is de drempel w weer een stukje hoger geworden. Wellicht dat als gevolg hiervan een rechtzoe eke rechtzoekende vooraf zijn kansen wil afstemmen met een belastingadviseu ur. B seur. Brengt deze ontwikkeling niet met zich mee dat het procederen in be belastingzaken eens totaal opnieuw moet worden beoordeeld? Daar D Daarbij hoort dan ook dat moet worden nagedacht over een verplichte proc p procesvertegenwoordiging door de deskundige die echt in belastingzzak zaken is gespecialiseerd: de belastingadviseur? In ieder geval dient in on ons vakgebied aandacht te blijven voor de procespraktijk. ■ Mr D.J. (Dick) de Korte FB Mr. Ho Hoofdredacteur Het Register

4

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8


HET

■ ■ ■

Nieuws - zaken - mensen Laag btw-tarief renovatie overleeft de zomer Staatssecretaris Weekers van Financiën geeft zowel ondernemers als consumenten tot 1 oktober de tijd om van het lage btw-tarief voor renovatie en herstel van de woning gebruik te maken. Hiermee komt hij tegemoet aan vragen vanuit de branche om een uitloop van de regeling die gold vanaf 1 oktober vorig jaar. Voorwaarde om gebruik te maken van het lage btw-tarief is dat de werkzaamheden vóór 1 juli van dit jaar moeten zijn begonnen en vóór 1 oktober zijn afgerond. De woning moet ouder zijn dan twee jaar. Uit de administratie van de ondernemer moet blijken dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn aangevangen vóór 1 juli.

Foto: www.shutterstock.com

Om dat aan te tonen kan worden aangesloten bij de werkadministratie van de ondernemer in kwestie. Dit betekent dat het verlaagde tarief niet van toepassing is als alleen een overeenkomst voor de klus is afgesloten. De verbouwing of renovatie wordt als afgerond beschouwd als de oplevering heeft plaatsgevonden en de consument het werk heeft aanvaard. De aanvaarding kan ook blijken uit het feit dat de consument voor het werk heeft betaald.

Flitskrediet aan de ketting Voor kredieten met een looptijd korter dan drie maanden geldt sinds begin juni van dit jaar de maximumkredietvergoeding. Dit betekent dat voor roodstanden en flitskredieten jaarlijks niet meer aan rente en kosten mag worden gerekend dan 12% plus de wettelijke rente. De Autoriteit Financiële Markten houdt hier toezicht op. Flitskredieten worden vaak via internet afgesloten, hebben een korte looptijd en kenden tot nu nog hoge kosten. Door implementatie van de Europese Richtlijn Consumentenkrediet gelden voor deze kredieten nu de normale kredietregels. Zo zijn er voorwaarden aan reclame-uitingen, een verplichte kredietwaardigheidstoets en is transparante informatie vooraf over onder meer de jaarlijkse kosten een eis. Reclame moet bijvoorbeeld transparanter worden en de aanbieder moet toetsen of het krediet past bij de financiële positie van de consument. Kortlopende kredieten kunnen dus nog steeds worden aangeboden. Alleen mag een te groot risico van wanbetaling niet meer volledig op de consument worden afgewenteld en moet de consument dezelfde bescherming krijgen als bij reguliere kredieten.

Bedrijven gedupeerd door aanpakken excessieve renteaftrek De strijd tegen excessieve renteaftrek van de overheid gaat het bedrijfsleven honderden miljoenen euro’s schade berokkenen. Dat voorspelt fiscalist Wim Vunderink van KPMG Meijburg in Het Financieele Dagblad. Hij onderzocht de gevolgen van het aanpakken van renteaftrek en constateerde dat alleen al 44 bedrijven gezamenlijk meer dan € 800 miljoen mislopen aan derving van renteaftrek. Daaronder zitten zes multinationals die samen meer dan € 300 miljoen schade oplopen. De staatssecretaris van Financiën denkt dat de schade beperkt blijft tot ‘slechts’ € 165 miljoen.

Private equities Het aanpakken van grote schuldfinanciering is bedoeld voor private equities die soms bijna geen belasting betalen. Zij profiteren van de fiscale aftrekmogelijkheden van rente die zij voor deze schulden betalen. Vunderink vreest dat het gelag vooral hard is voor het reguliere bedrijfsleven. Mogelijk loopt voor hen de schade in de miljarden euro’s. De staatssecretaris krijgt steun van een meerderheid in de Tweede Kamer. De staatssecretaris wil een einde maken aan de mogelijkheden om rente op schulden te verrekenen met de winst van het overgenomen bedrijf. Alleen schulden van de overnameholding zijn volgens de plannen nog aftrekbaar van de winst van het overgenomen bedrijf. Voor deze holding zal volgens de plannen een maximale schuldfinanciering worden ingevoerd van anderhalf keer het fiscaal eigen vermogen. Er komt een drempel van een half miljoen euro rente die volledig aftrekbaar blijft. Het ministerie heeft KPMG Meijburg uitgenodigd voor een toelicht op de verontrustende cijfers.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

5


■ ■ ■

Belastingdienst worstelt met werkkostenregeling De Belastingdienst worstelt met de werkkostenregeling, zo concludeert BDO. Zo wees BDO onlangs op de gevolgen van de werkkostenregeling op voorzieningen die aan de werkplek zijn gerelateerd. Het gaat volgens BDO niet alleen om het bureau, de computer of het kopieerapparaat, maar ook om toiletten en een fitnessruimte. Die worden onder de werkkostenregeling op nihil gewaardeerd. Ze vormen dus wel loon, maar de waarde daarvan wordt op € 0 gesteld.

Profvoetballers Het moet dan volgens de staatssecretaris wel gaan om voorzieningen op een werkplek waarop arbowetgeving van toepassing is. Een werkruimte in een woning valt hier in de ogen van de fiscus niet onder. ‘Slecht nieuws voor werknemers die een kantoor aan huis hebben’, aldus BDO. Een ziekenhuis waar profvoetballers op initiatief van hun club een medische behandeling ondergaan, geldt echter weer wel als werkplek. Een openbare parkeergarage onder of een openbaar parkeerterrein tegenover het kantoor geldt weer niet als zodanig.

Foto: www.shutterstock.com

Worsteling Ondanks de worsteling van de fiscus met de werkkostenregeling waarschuwt BDO werkgevers om niet te wachten tot 2014 met de invoering van de werkkostenregeling. ‘Ook dan zal niet alles volstrekt duidelijk zijn. Evenmin als nu ook het geval is met betrekking tot de al tientallen jaren oude fiscale regels. Bovendien kan ondanks de onduidelijkheden de werkkostenregeling voordeel opleveren’, aldus BDO.

Nieuwe regels voor omzetten vereniging in bv De staatssecretaris van Financiën heeft voorwaarden geformuleerd voor de fiscale gevolgen van het omzetten van een stichting of vereniging in een bv of nv. De staatssecretaris wil duidelijkheid scheppen over de manier waarop hij dergelijke omzettingen fiscaal beoordeelt. Volgens de wet is een rechtsvorm die is omgezet fiscaalrechtelijk geliquideerd. De staatssecretaris eist dat een rechtsvorm die opgaat in een bv of nv dat doet met alle bezittingen. Saldi die kort vóór de omzetting nog aanwezig waren bij de om te zetten rechtspersoon gaan volgens de staatssecretaris mee naar de nieuwe entiteit. Hetzelfde geldt voor opwaarderingsreserves, de aanspraak op deelnemingsverrekening en de aanspraak op verrekening.

Verrekenen Verliezen die de nieuwe rechtsvorm maakt na de omzetting kunnen binnen een bepaalde termijn worden verrekend met winsten van de oude rechtsvorm. Toegekende aandelen van de omgezette rechtspersoon gelden voor de heffing van dividend-

6

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

belasting als gestort kapitaal. De omzetting daarvan wordt echter niet aangemerkt als een storting van kapitaal in de nieuwe bv of nv. De aandeelhouders van de omgezette rechtspersoon stellen voor de bepaling van de fiscale winst de bij de omzetting verkregen aandelen te boek voor hetzelfde bedrag als waarvoor de lidmaatschapsrechten in de oorspronkelijke rechtspersoon bij hen te boek stonden.

Verkrijgingsprijs De verkrijgingsprijs geldt als aanschafkosten van de verkregen aandelen. De verkrijgingsprijs van de aandeelhouders van de bv of nv is gelijk aan de verkrijgingsprijs die de aandeelhouders direct voorafgaand aan de omzetting in de oude rechtsvorm hebben. Voor de aandeelhouders voor wie de verkregen aandelen een deelneming vormen in de zin van artikel 13 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 geldt als opgeofferd bedrag het bedrag dat als zodanig gold voor hun lidmaatschapsrecht in de om te zetten rechtspersoon.


■ ■ ■

Bedrijven dubbel over openbaarheid fiscale rechtszaken Alle gerechtelijke fiscale uitspraken moeten worden vrijgegeven, maar wel anoniem. Dat vindt 80% van de tax directors die zijn ondervraagd in een onderzoek door Deloitte. De ondervraagden reageerden op het ontwerpwetsvoorstel Openbaarheid belastingrechtspraak. Dat voorstel beoogt alle belastingrechtzaken openbaar te maken ter verbetering van de fiscale rechtspraak. Het gevolg van deze openbaarheid kan zijn dat bedrijven en personen die in rechtszaken met de fiscus belanden met naam en al bekend worden, inclusief financiële gegevens. De helft van de respondenten vindt niet dat dit wetsvoorstel leidt tot verbetering van de kwaliteit van de rechtspraak.

Kleinebanenregeling sneuvelt Eind dit jaar trekt minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de stekker uit de zogenoemde kleinebanenregeling. De regeling brengt gestelde doelen niet veel dichterbij, zo blijkt uit een evaluatie. De regeling was een fiscaal instrument in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid. Zij voorzag in 2010 en 2011 in een vrijstelling voor de premieheffing werknemersverzekeringen voor jongeren met een kleine baan. Uit de evaluatie blijkt dat maar weinig bedrijven gebruikmaakten van deze mogelijkheid. Slechts 8% van de bedrijven die de regeling kent heeft ook daadwerkelijk meer jongeren ingezet. In de praktijk blijken vooral scholieren en studenten te zijn aangetrokken door werkgevers. Tegelijkertijd daalde de aanname van ouder personeel (22-plus) met 6%.

Fiscus op de bon wegens laksheid

Kennisachterstand ‘De kwaliteit van de rechtspraak is gebaat bij de toegankelijkheid van alle uitspraken’, aldus Frank Herreveld, partner bij Deloitte Belastingadviseurs. ‘Met de publicatie van alle uitspraken zou het risico op een mogelijke kennisachterstand ten opzichte van de fiscus voor belastingplichtigen verdwijnen.’ De fiscus beschikt momenteel altijd al over alle uitspraken van de rechter. Deloitte betwijfelt of opheffen van de anonimiteit bij publicatie van fiscale rechtszaken het aantal procedures vermindert. Van de ondervraagden geeft 50% aan dat anonimiteit van de procedure niet van invloed is bij de beslissing om wel of niet te gaan procederen.

De Hoge Raad heeft bepaald dat mensen die een geschil hebben met de Belastingdienst en onredelijk lang moeten wachten op duidelijkheid recht hebben op een vergoeding van immateriële schade. Voor elk halfjaar dat de redelijke termijn wordt overschreden moet de Belastingdienst € 500 uitkeren aan gedupeerde belastingplichtigen, zo stelt de Hoge Raad. Spanning en frustratie over de afloop van het geschil en over het lange wachten zijn grond voor een vergoeding, zo stelt de Hoge Raad in een gepubliceerde uitspraak in juni. De zaak werd aanhangig gemaakt door een belastingplichtige die klaagde over een bezwaarprocedure tegen een naheffingsaanslag van de Belastingdienst. Hij vond dat hij onredelijk lang had gewacht.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

7


■ ■ ■ ■ ■

Pensioen

Impact recente rechterlijke uitspraak

Een pensioen-bv nog interessant? In de vakliteratuur is uitvoerig stilgestaan bij de overdracht van een open index pensioen van een directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) aan een ander eigen lichaam in het licht van het besluit van 3 juli 2008. Hierin wordt bepaald dat de overdrachtprijs of een jaarlijkse premie moet worden bepaald tegen de waarde in het economisch verkeer, rekening houdend met de indexatie in de uitkeringsfase. Gezien de discussies in de praktijk (jaarwinst of totaalwinst) was het wachten op een procedure. Op 24 december 2010 heeft ons hoogste rechtscollege het definitieve antwoord gegeven nadat Rechtbank Den Haag op 21 juli 2009 al beslist had in het voordeel van de Belastingdienst.

R Peter ter Beest Mr. P.A. ter Beest MPLA is directeur en partner bij Akkermans & Partners Pensioen Netwerken in Tilburg.

echtbank Den Haag 21 juli 2009 (de casus): eiseres (een beheer-bv) is enig aandeelhouder van twee werkmaatschappijen. De aandeelhouders van de beheer-bv zijn X (21%), X holding-bv en Y holding-bv (elk 39,5%). De beheer-bv heeft aan haar dga’s X en Y een pensioentoezegging gedaan die in eigen beheer is opgebouwd en waarvoor op de balans van de beheer-bv ten behoeve van beide dga’s een pensioenvoorziening is gevormd. De pensioenvoorziening is tegen de fiscale waarde vastgesteld. Per 1 januari 2004 worden de pensioenverplichtingen overgedragen aan de personal holdings van de dga’s X en Y. De dienstbetrekkingen bleven echter bij de werkmaatschappijen. Na overdracht is er dus sprake van extern eigen beheer. Bij het bepalen van de overdrachtswaarde is rekening gehouden met 2% na-indexatie per jaar, een rekenrente van 4% en een kostenopslag van € 20.000 per overgedragen pensioenverplichting. Het verschil tussen de overdrachtswaarde en de (fiscale) boekwaarde van de pensioenverplichtingen heeft de beheer-bv ten laste van haar winst over 2004 gebracht als pensioenlasten.

Het geschil In geschil is onder meer of de indexatielast in zijn geheel ten laste van de winst over het jaar 2004 kan worden gebracht.

8

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

De eiseres motiveert deze handelwijze als volgt. ■ Bij de bepaling van het in aanmerking te nemen (negatieve) voordeel dat wordt behaald bij de overdracht van een activum of passivum, in casus de indexatielast, moeten niet de regels van de jaarwinstbepaling worden toegepast maar die van de totaalwinst, omdat het activum of passivum de onderneming heeft verlaten. ■ Goed koopmansgebruik brengt met zich dat op grond van het matchingsbeginsel, het veroorzakings- of causaliteitsbeginsel en het voorzichtigheidsbeginsel de indexatielast geheel tot de winst van 2004 kan worden gebracht. De artikelen 3.26 en 3.27 Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) zijn niet van toepassing, omdat deze zien op de jaarwinstbepaling en alleen van toepassing zijn in de situatie waarin de pensioenverplichting nog voor rekening en risico van de beheer-bv komt. ■ Het activeren van de indexatielast is theoretisch onjuist, omdat de geactiveerde last geen vermogensbestanddeel of vermogensrecht is en geen nut afwerpt in de toekomst. ■ De overnemende holding-bv’s zouden de beheer-bv jaarlijks moeten informeren over het al dan niet in leven zijn van de gerechtigden en over een eventueel uitstel van de pensioendata.


■ ■ ■ ■ ■

De verweerder (de inspecteur) betoogt dat de regels van de totaalwinst zien op de bepaling van de totale winst die gedurende de periode dat de beheer-bv bestaat wordt gegenereerd, maar dat het in deze kwestie juist gaat over de bepaling van de winst over het kalenderjaar 2004, dus over de jaarwinst. Naast goed koopmansgebruik gelden daarvoor specifieke bepalingen, zoals de artikelen 3.26 tot en met 3.28 Wet IB 2001. De door eiseres gesignaleerde gevolgen doen daaraan niet af, omdat die rechtstreeks volgen uit de wet.

Beoordeling van het geschil De overwegingen van de rechtbank leidden tot het volgende oordeel. De jaarwinst is het aan een bepaald kalenderjaar toe te rekenen deel van de totaalwinst. Met andere woorden, er zijn geen voordelen die op grond van de totaalwinstgedachte tot de winst van de onderneming worden gerekend maar waarvoor de regels van de jaarwinstbepaling niet van toepassing zijn. Volgens de rechtbank moet van elk (negatief) voordeel dat tot de totaalwinst behoort – en dat geldt ook voor een

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

9


■ ■ ■ ■ ■

Pensioen

voordeel dat wordt behaald bij de overdracht van een activum of passivum (de indexatielast) – worden bepaald in welk jaar dat voordeel in aanmerking moet worden genomen. Kortom, hiervoor gelden de regels van goed koopmansgebruik en de specifieke wettelijke regels van de jaarwinstbepaling. Het is niet in geschil dat de indexatielast uiteindelijk tot de totaalwinst behoort, maar in geschil is op welk moment deze last ten laste van de winst van de beheer-bv mag worden gebracht; ineens in 2004, zoals eiseres stelt, of geleidelijk in de toekomst

Kan indexatielast geheel ten laste van jaarwinst worden gebracht? naar de mate waarop de indexatie zich voordoen, zoals de inspecteur stelt. Deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van de wettelijke bepalingen inzake de jaarwinstbepaling, in het bijzonder de artikelen 3.25 tot 3.28 Wet IB 2001 waarbij zij aangetekend dat goed koopmansgebruik (artikel 3.25) geen reden kan zijn het bepaalde in de artikelen 3.26 en 3.27 Wet IB 2001 te passeren. Hiermee falen de hiervóór besproken eerste drie middelen van eiseres. Aangezien de regels van de jaarwinstbepaling in aanmerking moeten worden genomen mogen op grond van artikel 3.26, lid 2 Wet IB 2001 de indexatielasten pas worden genomen in de kalenderjaren dat deze daadwerkelijk plaatsvinden, dus in de toekomst. Artikel 3.27 Wet IB 2001 stelt vervolgens dat in afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 3.26 Wet IB 2001 de indexatielasten in het jaar van betaling mogen worden genomen. Als het gaat om pensioenen, geldt als nadere voorwaarde dat deze betalingen plaatsvinden aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (levensverzekeringsmaatschappij) of aan een lichaam dat op grond van artikel 5, onderdeel b Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van die belasting (pensioenfonds).

Indexatielasten mogen in het jaar van betaling worden genomen Doordat de personal holdings van de directeuren X en Y niet aan deze voorwaarden voldoen kan de indexatielast niet tot aftrek in het jaar 2004 leiden, zodat artikel 3.26 Wet IB 2001 onverkort van toepassing blijft en de indexatielasten dus pas geleidelijk in de toekomst – op het moment dat ze zich daadwerkelijk voordoen – kunnen worden genomen. Het deel van de overdrachtswaarde dat samenhangt met de indexatie moet dientengevolge worden geactiveerd in de beheer-bv. Het fiscaal in aanmerking nemen van de indexatielast staat los van de overdracht van de gevormde pensioenvoorzieningen.

10

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Hiervoor zijn de lasten in het verleden al ten laste van de winst van de beheer-bv gebracht. De indexatielast vormt fiscaal gezien nog geen verplichting. Op grond van dit gegeven kan de indexatielast het vermogen van de beheerbv dus ook niet verlaten. Met het bij overdracht van de pensioenverplichtingen in aanmerking nemen van de commercieel bepaalde overdrachtwaarde, waarin de fiscaal niet-aanvaardbare indexatielast is begrepen, behaalt de beheer-bv in het jaar van de overdracht een fiscaal voordeel nu de tegenprestatie voor de indexatielast wel tot de winst van de beheer-bv behoort. De rechtbank geeft toe dat deze uitkomst in praktische zin onevenwichtig is, maar dat het niet aan haar is hiervoor een oplossing aan te dragen.

Sprongcassatie Naar aanleiding van de uitspraak van Rechtbank Den Haag is sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Op 24 december 2010 heeft ons hoogste rechtscollege het definitieve antwoord gegeven op de vraag of de jaarwinstregels bij een overdracht van een pensioenverplichting (in casu: wijziging veiligstelling) zich verzetten tegen het nemen van de extra last die ziet op de indexaties van de pensioenuitkeringen. Ons hoogte rechtscollege overweegt het volgende. R.O. 3.4.1. ‘Artikel 3.26, lid 1 Wet IB 2001 bepaalt dat bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst kosten en lasten voor zover deze, al dan niet door tussenkomst van derden, rechtstreeks of zijdeling verband houden met wijzigingen in de hoogte van lonen en prijzen na afloop van het jaar, buiten aanmerking blijven, ook al zou de omvang van deze kosten en lasten reeds bij het einde van het jaar vaststaan. Blijkens de regeling van artikel 3.27 Wet IB 2001 geldt deze bepaling niet alleen voor de waardering van een in eigen beheer gehouden pensioenverplichting, maar in beginsel ook indien deze verplichting bij een derde is ondergebracht. Artikel 3.26, lid 1, Wet IB 2001 blijft daarom ook na overname van een pensioenverplichting door een derde – tegen een vergoeding in de vorm van een jaarlijkse premie dan wel een eenmalige koopsom – onverminderd van kracht, tenzij de uitzondering van artikel 3.27 Wet IB 2001 van toepassing is. (…) Artikel 3.26 Wet IB 2001 blijft derhalve ook na overname van de onderhavige pensioenverplichtingen door E Holding en F Holding met betrekking tot die verplichtingen van toepassing.’ De Hoge Raad overweegt dus samenvattend eigenlijk het volgende. Of er nu sprake is van zuiver eigen beheer of extern eigen beheer – en in dit laatste geval of dit wordt gefinancierd door een eenmalige koopsom of een jaarlijkse premie – blijven de jaarwinstregels van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat het deel van de premie dat ziet op de indexaties en de rekenrente voor zover die onder de 4% ligt, voor de werkgever-bv niet aftrekbaar is in het jaar van betaling. Anders gezegd, het niet-aftrekbare deel moet op de balans van de werkgever-bv worden geactiveerd als ‘vooruitbetaalde bedragen voor indexatie’. Pas


■ ■ ■ ■ ■

in de uitkeringsfase kan de last worden genomen naargelang de indexatie zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. Bij wijze van administratief gemak keurt de Belastingdienst inmiddels ook de lineaire afwaarderingsmethode goed. Het geactiveerde bedrag mag met een jaarlijks gelijk bedrag worden afgeboekt en wel op basis van de op de pensioendatum vastgesteld statistische levensduur van de dga op basis van de dan geldende actuele sterftetafels. Als klap op de vuurpijl zal om de vijf jaar het afgesproken tarief voor de vaststelling van de premie of koopsom moeten worden herzien. Er is maar één uitzondering hierop, namelijk als het pensioenuitvoerende lichaam voldoet aan het bepaalde in artikel 10 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Dit betekent dat het lichaam statutair moet hebben bepaald dat sterftewinst (of een batig liquidatiesaldo) alleen naar een algemeen erkend goed doel mag gaan. Daarnaast zal het lichaam feitelijk zich ook moeten gedragen als een pensioenfonds in de zin van de Pensioenwet. Het afsluiten van een contraverzekering ten behoeve van de erfgenamen behoort dus niet tot de mogelijkheden, althans dat zou de werking van het artikel frustreren.

winst overmaakt aan een algemeen erkend goed doel. Verreweg de meesten willen dat deze winst ten gunste komt aan hun erfgenamen. De enige optie om dit te bewerkstelligen is het afsluiten van een contraverzekering. Het afsluiten van een contraverzekering frustreert

Bij zuiver én extern eigen beheer gelden jaarwinstregels zoals gezegd allereerst al de werking van artikel 10 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Dit betekent dat de gevolgen van het arrest van 24 december 2010 in volle omvang spelen. De op commerciële grondslagen berekende premie of koopsom is maar beperkt aftrekbaar. Het deel van de premie of koopsom dat is toe te rekenen aan de actuariële elementen van indexaties en het deel van de rekenrente onder de 4% moeten wor-

Beschikbare premieregeling biedt uitkomst

Een pensioen-bv? In het licht van de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad kan men zich afvragen of een pensioen-bv (of een stichting) nog wel interessant is. In de praktijk zijn maar weinig dga’s geïnteresseerd om hun pensioenvermogen onder te brengen bij een lichaam dat sterfte-

den geactiveerd op de balans van de werkgever-bv. Ook een fiscale eenheid brengt in zoverre geen soelaas, aangezien bij ontvoeging van de fiscale eenheid alsnog de fiscale gevolgen (lees: een te activeren bedrag) moeten worden vastgesteld.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

11


■ ■ ■ ■ ■

Pensioen

Daarnaast heeft het afsluiten van een contraverzekering bij een pensioen-bv nog een fiscaal gevolg, namelijk dat de te betalen premies uit hoofde van de contraverzekering onder de terbeschikkingstellingsregeling vallen van artikel 3.91 Wet IB 2001. Al met al gevolgen die het mijns inziens zeer onaantrekkelijk maken een pensioenverplichting onder te brengen bij een pensioen-bv.

Beschikbare premie als alternatief Als men deze zeer bewerkelijke exercitie wil voorkomen biedt een beschikbare premieregeling uitkomst. Sinds het staffelbesluit van 21 december 2009 (nr. CPP 2009/ 1487M) zijn netto actuariële premiestaffels beschikbaar, gebaseerd op een rekenrente van 4%. Dit betekent dat de premie die de werkgever-bv betaalt aan de pensioenuitvoerende bv altijd volledig aftrekbaar is in het jaar van

Hoogte pensioenuitkering blijft onzekere factor betaling; geen actiefpost dus! Daarnaast zal de uitvoering van de pensioenregeling voor de werkgever kinderlijk eenvoudig zijn. De te betalen premie volgt uit de beschikbare premiestaffel en na betaling is de werkgever gekweten van zijn verplichting. Om de uitvoering zo eenvoudig mogelijk te maken is het verstandig alleen het ouderdomspensioen en het partnerpensioen vanaf de pensioendatum via een beschikbare premieregeling toe te zeggen. Anders gezegd, alleen het spaardeel wordt ondergebracht bij de pensioen-bv. Dit betreft de tweede staffel van het voormelde staffelbesluit. Voor het overlijdensrisicodeel vóór de pensioendatum zijn twee opties het overwegen waard. Daarvoor kan een ongeclausuleerde box 3-verzekering worden afgesloten of de werkgeverbv zegt op basis van eind- of middelloon een partnerpensioen toe en verzekert dat rechtstreeks bij een professionele verzekeringsmaatschappij in de vorm van een risicoverzekering met dga-clausule.

Waardering in pensioen-bv Rest nog de vraag hoe dan de pensioenverplichting bij de pensioenuitvoerende bv moet worden vastgesteld. Ook dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Als men bijvoorbeeld

Fotograaf: Herbert Wiggerman

Premie of koopsom om de vijf jaar herzien

12

als pensioenuitvoerende bv een bankrekening of beleggingsrekening opent en daarop de ontvangen spaarpremies stort (staffel 2), bestaat de pensioenverplichting uit de som van de betaalde premies vermeerderd met het

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

rendement. Al met al een stuk eenvoudiger dan een eindloon- of middelloonregeling. Een actuariële waardering in de zin van artikel 3.29 Wet IB 2001 is niet eens nodig! Naast het feit dat de uitvoering van een dergelijke pensioenregeling een stuk eenvoudiger is spelen er nog meer voordelen. Ten eerste levert het op deze wijze uitvoeren van een pensioenregeling geen discrepantie op tussen de fiscale en de commerciële pensioenverplichting (fiscaal is commercieel). Daarnaast is er – zeker als gedurende de looptijd tot de pensioendatum niets aan de rekening is onttrokken – sprake van een volledig kapitaalgedekte pensioenverplichting. In het licht van de inmiddels al veel besproken Leidraad 11 van de Autoriteit Financiële Markten – waarin wordt aangegeven dat een pensioenadvies een passend casu quo betaalbaar advies zou moeten zijn – een toekomst bestendige wijze van adviseren.

Ogenschijnlijk nadeel Als enige ‘nadeel’ van een dergelijk advies wordt mij wel eens tegengeworpen dat de dga dan niet exact weet hoeveel pensioen hij gaat ontvangen. Alhoewel bij een eindloon- en middelloonregeling juridisch onomstotelijk vaststaat hoe hoog de ontvangen pensioenuitkeringen zijn, staat dit bedrijfseconomisch nog geenszins vast. Hoeveel pensioen- en stamrecht-bv’s verkeren vanaf de pensioendatum of vrij snel daarna niet in (enige mate van) betalingsproblemen of kunnen het pensioen niet levenslang garanderen gezien de vermogenspositie?

Conclusie Na het inmiddels roemruchte besluit van 3 juli 2008 en de jurisprudentie van onder meer de Hoge Raad van 24 december 2010 is het voeren van extern eigen beheer voor eindloon- en middelloonregelingen bij een aparte pensioen-bv een lastige en bewerkelijke aangelegenheid. Dit zal een kostenverhogend effect hebben op de uitvoering van de pensioenregeling. Daarnaast zal dit ook ten koste van de transparantie van een dergelijke pensioenregeling gaan en is het niet of bijna niet uit te leggen aan de dga. Naar mijn mening is daardoor het voeren van extern eigen beheer bij een eigen pensioen-bv niet of nauwelijks interessant te noemen. Een modern alternatief is een beschikbare premieregeling. Een beschikbare premieregeling voor een dga is wellicht niet het eerste wat bij een adviseur opkomt. Toch kan een dergelijke pensioenregeling een heel aardig, eenvoudig en gezien het voorgaande ook een transparant alternatief zijn, zeker in de situatie van extern eigen beheer buiten fiscale eenheid. Als tegenargument zou nog kunnen worden ingebracht dat de hoogte van het uiteindelijke pensioen niet vaststaat. Staat die hoogte dan bij een eindloon- of middelloonregeling wel zo vast? Gezien de huidige ‘dekkingsgraad’ van veel pensioen-bv’s is dat ook nog maar zeer de vraag. ■


COL UMN

Kiezen of delen (met de fiscus) Judith Guichelaar Mr. J.P. Guichelaar is werkzaam bij de GIBO Groep.

Uitgangspunt voor de fiscale wetgeving is dat iemand maar één fiscaal partner (tegelijk) kan hebben. Dit geldt ook voor de Successiewet. Voor de Successiewet wordt de (niet van tafel en bed gescheiden) echtgenoot als partner aangemerkt. Woont de echtgenoot vooruitlopend op de echtscheiding inmiddels samen met een nieuwe geliefde, dan blijft de bijna ex-echtgenote toch partner tot het moment dat de echtscheiding definitief rond is. Anders dan voor de inkomstenbelasting maakt het voor de schenk- en erfbelasting geen verschil of er een echtscheidingsprocedure aanhangig is gemaakt. Maar niet getreurd, de nieuwe liefde grijpt misschien naast de hoge vrijstelling en het lage tarief zolang de echtscheiding nog niet rond is, daar staat tegenover dat zij over een verkrijging op grond van een verblijvingsbeding - onder bepaalde voorwaarden - geen erfbelasting verschuldigd is. Een van de voorwaarden is wel dat het leeftijdsverschil tussen de geliefden niet te groot mag zijn, en dat betekent dat het verblijvingsbeding vaak geen soelaas biedt. Wanneer nog een derde tot het samenlevingsverband toetreedt wordt de zaak gecompliceerder. Met ing ingang van 1 januari 2010 is in de Successiewet geen specifieke vrijstelling meer opgenomen voor schenk schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen door partners binnen een ‘meerrelatie’. Het gaat hierbij niet alle alleen om Anton Heijboer-achtige communes, polygame huwelijken en andere exotische samenlevings levingsvormen, maar ook om de veel vaker voorkomende situatie dat broers en/of zusters na het overlijden v van (een van) hun ouders gezamenlijk in het ouderlijk huis zijn blijven wonen. Voor de deze multi-personele samenlevingsvormen betekent het vervallen van de meerrelatie-vrijstelling een flinke streep door de rekening, niet in de laatste plaats door het ontbreken van enige overgang gangsregeling. Zij zijn nu immers aangewezen op de ‘gewone’ partnervrijstelling en de vraag is of zij hier wel voor kwalificeren. Inmiddels is hierover enige duidelijkheid.

Foto: www.shuterstock.com

Z twee partners gehuwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan, dan zijn zij elkaars Zijn p partner ongeacht een eventuele inwonende derde. Ingewikkelder wordt het wanneer er geen sprake is van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Een strikte toepassing van de criteria kan er toe leiden dat geen van de samenwoners in die situatie als partner kwalificeert. Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft op Tweede Kamervragen geantwoord dat hij dit gevolg ongewenst acht en heeft aangegeven dat als twee personen een notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten, dit de doorslag geeft. In een nog te nemen beleidsbesluit zal worden goedgekeurd dat in een dergelijk geval de personen met een notarieel samenlev vingscontract elkaars partners zijn. De ander die bij hen inwoont blijft dan buiten aanmerking b de beoordeling van het partnerschap van de notarieel samenwoners. bij V Voor partners met een notarieel samenlevingscontract die een vrijgezelle broer, zuster of een a andere willekeurige derde in huis hebben genomen lijkt het aangekondigde besluit afdoende, maar hoe vergaat het drie vrijgezelle broers? De tot voorheen vredig samenwonende broers zien zich nu voor een nieuw dilemma geplaatst. Met welke broer dient nu een samenlevingscontract te worden aangegaan? Wat geeft de doorslag bij de partnerkeuze? Traditionele zaken zoals karakter en uiterlijk schoon zullen weinig tot geen gewicht in de schaal leggen. Maar zaken zoals een lage levensverwachting, het meeste vermogen of de minste huwelijkskansen des te meer. En wat gebeurt er met de broer die - tegen zijn zin - buiten de boot valt? Blijft hij wel erfgenaam of wordt hij - om fiscale redenen - ook erfrechtelijk uitgesloten? En kwalificeert degene die aanvankelijk overschoot na het overlijden van de eerste broer direct als partner van de nog levende broer of begint de termijn pas na het overlijden van de eerststervende te lopen? Hopelijk komen de broers er in onderling overleg uit en kunnen de familieverhoudingen een stootje hebben. Maar de feestdagen zullen nooit meer hetzelfde zijn. ■

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

13


■ ■ ■ ■

‘Geest

Fotograaf: Diederik van der Laan

Prof. mr. R.H. (Richard) Happé 1946 Geboren te Amsterdam 1966 Gymnasium Lyceum Buitenveldert 1971 Fiscaal recht Rijksuniversiteit Leiden 1972 – 1997 Belastingdienst, o.m. Inspectie Grote Ondernemingen Amsterdam 1991 – 1997 Deeltijd docent belastingrecht Universiteit Leiden 1992 Filosofie Rijksuniversiteit Leiden 1996 Proefschrift ‘Drie beginselen van fiscale rechtsbescherming’ 1997 – 2011 Hoogleraar Belastingrecht Universiteit van Tilburg 1999 – 2011 Medewerker Nederlands Juristenblad 2000 – heden Raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof Amsterdam 2003 – heden Raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof ’s Hertogenbosch 2010 Boek Algemeen fiscaal bestuursrecht 2011 Pre-advies voor de Vereniging voor Belastingwetenschap Belastingethiek: een kwestie van fair share

14 14

Het Register Het Re ist Reg ister err | juli/augustus jul juli/a uli/a i ugu ugustu stu stus us 2011 2011 | n nu num nummer um mme mer m err 7 e 7/ 7/8 /8


HET

■ ■ ■ ■

Interview

Emeritus-hoogleraar belastingrecht Richard Happé:

van de wet moet misbruik tegengaan’ In mei nam prof. mr. Richard Happé afscheid als hoogleraar belastingrecht in Tilburg. Als wetenschapper pleit de fiscaaljurist en filosoof voor meer ethiek in het belastingrecht. Maar de oud-belastinginspecteur hamert ook op effectievere rechtsbescherming tegen de horizontale inspecteur: introduceer een voor cassatie vatbare beschikking, zodat je meteen naar de Hoge Raad kunt. Door Lex van Almelo

‘I

k wilde eigenlijk filosofie studeren. Maar destijds was de gedachte dat je dan eerst je kandidaats moest hebben afgerond in een andere studie. Omdat een vriendje bij mij uit de buurt fiscaal recht ging studeren, heb ik daarvoor gekozen.’

Er waren geen vakinhoudelijke verleidingen? ‘Nee. Wel heb ik de persoon van de hoogleraar belastingrecht Henk Hofstra altijd boeiend gevonden. Hij was een man met een geweldige fiscale kennis en ook een maatschappelijk wijze man. Hij was Kamerlid, minister van Financiën en ondernemer geweest. Hij heeft mij het belang van rechtvaardige belastingheffing met de paplepel ingegoten.’ U heeft vijfentwintig jaar bij de Belastingdienst gewerkt en schreef over een rechtvaardige beroepshouding. Hoe ziet die eruit? ‘Ik vind dat een ambtenaar gericht moet zijn op recht doen. Als je ziet dat de wet te hard is, moet je de ruimte nemen om de bedoeling van de wet te volgen. Maar wel binnen de grenzen van die wet. De geprivatiseerde wasserij van een ziekenhuis helpen bij de opstart door toe te zeggen dat je geen omzetbelasting zult heffen, is duidelijk niet de taak van de belastinginspecteur.’ Moet de belastinginspecteur meer tax fighter zijn? ‘Wanneer de inspecteur bijvoorbeeld een boete oplegt, moet hij de regels volgen en rekening houden met ver-

zachtende omstandigheden. Als raadsheer-plaatsvervanger zag ik in een zaak dat de inspecteur een hoge boete had opgelegd. Ik vroeg of hij gezien de omstandigheden overwogen had de boete te matigen. Dat laat ik aan u over, zei hij. Dat vind ik fout. Heel veel mensen komen niet eens bij de rechter. Het is de taak van de inspecteur om de boete te matigen bij verzachtende omstandigheden.’ De belastinginspecteur is soms net zo magistratelijk als de officier van justitie… ‘Precies, hoewel het bij het OM soms uit de hand gelopen is. De doorsnee belastinginspecteur is geen straatvechter.

‘Als bedrijf moet je maat houden met belasting besparen’ Ik vermoed dat dat bij de doorsnee officier van justitie iets anders ligt. De gemiddelde inspecteur probeert wel een beetje het midden te houden.’

Rechtsbeginselen en fair share De filosoof in u hamert op de morele kant van het recht in plaats van op de instrumentele. ‘Recht is breder dan de wet. Je moet ook kijken naar rechtsbeginselen. In mijn proefschrift heb ik destijds drie beginselen van fiscale rechtsbescherming uit de recht-

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

15


■ ■ ■ ■

Interview

spraak van de Hoge Raad gehaald en gesystematiseerd: het legaliteitsbeginsel - dat de rechtszekerheid dient het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Uit die beginselen en rechtspraak kun je bepaalde voorrangs-

‘Inspecteur moet matigen boete niet overlaten aan de rechter’ regels halen voor belangenconflicten. Als een belastinginspecteur een toezegging doet die tegen de wet ingaat, moet hij zich daar dan aan houden? Onder bepaalde omstandigheden wel, zegt de Hoge Raad, want dan gaat het vertrouwensbeginsel boven het legaliteitsbeginsel.’ Wat kunnen we nog meer leren van filosofen? ‘Maat houden en niet tot het uiterste jagen. Volgens de praktische wijsheid van Aristoteles moet je alle omstandigheden in ogenschouw nemen. Je moet dus niet alleen kijken of iets fiscaal technisch kan, maar ook kijken naar de maatschappelijke gevolgen. Als bedrijf moet je dus maat houden met belasting besparen. Het is toch vreemd dat je geen winstbelasting betaalt wanneer je goed rendeert. Dat moet je kunnen uitleggen. De baas van Ikea

‘Je moet kijken naar de maatschappelijke gevolgen van je handelen’ zei onlangs in een interview dat hij belasting puur ziet als kostenpost. Hij probeert de belastingafdrachten daarom zo laag mogelijk te krijgen. Dat betekent dat hij geen boodschap heeft aan de staten en gemeenschappen waarin zijn bedrijven werkzaam zijn.’ Onder fiscalisten bestaat grote weerstand tegen het fair share beginsel. Je mag toch gewoon de fiscaal voordeligste weg bewandelen? ‘Er zijn zeker tegenstanders, ja. Er is niets tegen om de fiscaal voordeligste weg te bewandelen, als je maar niet doorschiet. Je hoeft niet roomser te zijn dan de paus. Maar als je de geest van de wet volgt, kun je op je klompen aanvoelen dat de wetgever een bepaalde situatie niet heeft kunnen voorzien. Ik vind dat je daar dan geen gebruik van moet maken.’

Tax engineers ‘Eigenlijk zeg ik in mijn rede: die hele slimme fiscalisten kunnen het belastingrecht manipuleren. Tax engineers gaan actief op zoek naar een gat in de wet. En zolang de wetgever dat niet gerepareerd heeft, is het gat een gat in de markt. Zodra het gat gedicht is, zeggen zij: hoe kunnen we hier omheen? Dat is natuurlijk een intellectuele uitdaging. Maar zij verliezen de maatschappelijke kant uit het oog. Als je voor een aantal belastingplichtigen de

16

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

belasting fors kunt reduceren, kost dat een hoop geld dat anderen moeten opbrengen.’ Kan de wetgever de strijd met slimme belastingadviseur niet winnen? ‘Niet op de manier waarop dat nu gebeurt. Want nu creëert de wetgever steeds een volgende gelegenheid voor ontwijking. Bovendien heeft de wetgever boter op het hoofd door lokkertjes in te voeren voor het internationale bedrijfsleven. Dat kan dankzij een gunstig regime hier minder belasting betalen.’ Dus? ‘Moet de wetgever beginsel-bepalingen opnemen in de antimisbruikwetgeving.’ Hoe? ‘Het eenvoudigste voorbeeld vind je in Engeland. Om heffing over ontvangen rente te voorkomen, worden allerlei constructies bedacht. Er is dan bijvoorbeeld geen sprake van rente maar van aanwas van vermogen. De wetgever is gekomen met een gedetailleerde regeling voor een aantal constructies èn de bepaling: en alles wat er economisch mee gelijk te stellen is. Daarmee vangt de wetgever ook nieuwe vormen van belastingontwijking af met een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Iedere fiscalist met kennis van zaken op dat terrein kan zich onmiddellijk een voorstelling maken van wat de wetgever daarmee voor ogen heeft.’ Toen ik nog inspecteur was had een bekende adviseur, die nu met pensioen is, een constructie bedacht om via een fiscale eenheid belangrijke voordelen te behalen. Als inspecteur zei ik: dit ga ik bestrijden. De adviseur zei toen dat hij deze constructie had besproken met het ministerie. Dat had niet gereageerd, dus ging hij het doen. Als de wetgever een constructie ziet en daarop niet reageert, is dat een impliciete vorm van wetgeving. Want door niets te doen verspeelt de wetgever zijn morele recht om het vingertje op te steken. Als inspecteur kun je dan alleen nog het oordeel van de rechter vragen.’ Staat een beroep op een vaag beginsel niet op gespannen voet met de rechtszekerheid? ‘Je moet het alleen maar doen in notoire anti-misbruiksituaties. In normale situaties moet je met duidelijke regels blijven werken.’

Horizontaal toezicht Wat vindt u van horizontaal toezicht? ‘Op zich een prima ontwikkeling. Maar men moet nog wennen aan elkaar. Een tijdje geleden werd bekend dat ING 50 tot 70 miljoen euro per jaar aan omzetbelasting bespaarde door leveranties via Zwitserland te laten lopen. Daarover werden kamervragen gesteld omdat de bank 10 miljard euro staatssteun had gekregen. De staatssecretaris van Financiën antwoordde toen dat belastingplichtigen die zo de grenzen verkennen niet in aanmerking komen voor een horizontaal toezichtconvenant.’


■ ■ ■ ■

U vindt het gedrag van ING niet ethisch? ‘Mij gaat het om de vraag of je het convenant op het spel zet wanneer je het niet eens bent met de belastinginspecteur. Ik vind dat de rechtsbescherming veel beter moet worden gegarandeerd. Feitelijk biedt de rechter geen rechtsbescherming, omdat je pas jaren later een definitieve beslissing hebt. Voor civiele procedures wordt de mogelijkheid ingevoerd om een prejudiciële vraag voor te leggen aan de Hoge Raad. Dat moet je in de fiscale praktijk ook mogelijk maken. Verder zou je een voor cassatie vatbare beschikking moeten introduceren waarmee je meteen naar de Hoge Raad kunt.’

Maatschappelijk besef

Fotograaf: Diederik van der Laan

In uw afscheidsrede* haalt u uw leermeester Hofstra aan. Volgens hem moet een fiscalist ook een beetje een filosoof zijn. Wat bedoelt hij daarmee? ‘Hij bedoelt eigenlijk dat ieder in zijn eigen rol moet proberen verstandig te zijn en oog te hebben voor de effecten van zijn werk in de samenleving. Fiscalisten hebben de neiging te denken dat zij de buitenwereld niet zo nodig hebben en kijken niet zo naar de maatschappelijke kant van hun werk. Fiscaal adviseur is een heel verantwoordelijk beroep. Het is een uitdaging om vanuit je deskundigheid ook over de grenzen van je vak heen te kijken naar de maatschappelijke kant van wat je doet. Het is een mooi vak, omdat je de ondernemer coacht in wat hij fiscaal kan doen. Vanuit concurrentieoverwegingen kun je de neiging hebben de ondernemer zijn zin te geven terwijl je de overtuiging hebt dat het niet kan. Dan moet je een rechte rug houden en een sterke fiscale persoonlijkheid zijn. En soms moet je zeggen: zelf zou ik het niet doen, maar gezien de wens van de klant vind ik dit nog wel acceptabel.’ In uw rede zegt u dat er een kentering gaande is ... ‘Het neoliberale denken laten we nu een beetje achter ons. De financiële crisis geeft de overheid en organisaties een prikkel om hun verantwoordelijkheid op te nemen. De G-20 in 2010 is fiscaal gezien een revolutie gebleken omdat men besloten heeft de strijd aan te binden met tax havens en het bankgeheim.’ Waarbij gebruik wordt gemaakt van gestolen bankgegevens ... ‘Ook de overheid moet maat houden en niet betalen voor gestolen informatie.’

Gewetensgeld Houden bedrijven meer maat? ‘In de nasleep van de boekhoudschandalen kwam KPMG in de Verenigde Staten met de brochure Tax in the Boardroom. Daarin staat dat het verstandig kan zijn voor bedrijven om een goede relatie met de fiscus te hebben. En dat je agressieve tax planning misschien niet moet willen. In diezelfde tijd kwam een internationaal adviesbedrijf met een soortgelijk document. Na een paar jaar is dat van de website gehaald.’

Happé: 'Het is toch vreemd: geen winstbelasting betalen als je goed rendeert' Was het niet gewoon een vorm van window dressing? ‘Ondernemingen besluiten vaak tot maatschappelijk verantwoord ondernemen omdat ze bang zijn voor hun reputatie. Vaak is zo’n besluit een mix van economische en ethische motieven. Je moet als ondernemer natuurlijk ook gewoon winst maken.’ In de jaren zeventig betaalden sommige ondernemingen gewetensgeld. Is maatschappelijk verantwoord ondernemen niet gewoon hetzelfde? ‘Ja.’ ■ *Over belastingrecht en de geest van de wet.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

17


DE

RB-dag Tweede RB-dag wijst uit:

Horizontaal toezicht wint terrein in mkb Kort nadat RB-voorzitter Sylvester Schenk het koepelconvenant met de Belastingdienst heeft ondertekend, geeft de helft van de bezoekers van de RB-dag aan dat hun kantoor er wel oren naar heeft om zich bij dat koepelconvenant aan te sluiten. Drie uur later is die belangstelling gegroeid tot 60%. ‘Als het zo doorgaat dan is Nederland binnenkort massaal aan het convenant.’

Dagvoorzitter Wil Vennix (r) stelt vragen aan Sylves

Tekst: Lex van Almelo. Foto's: Raphaël Drent

‘W

elkom op het grootste fiscale feestje van Nederland,’ zegt Sylvester Schenk tegen ruim 800 bezoekers van het middaggedeelte van de RBdag. ‘Horizontaal toezicht is bezig aan een indrukwekkende opmars. Het is nu geleidelijk aan het afdalen naar het mkb. Voor veel ondernemingen geldt nog: onbekend maakt onbemind. Dat geldt trouwens ook voor de

Belastingdienst. Op een bijeenkomst heb ik ooit gezegd over horizontaal toezicht: vertrouwen is goed, maar controle is beter. De reacties van de aanwezige ambtenaren deden me denken aan het bekende apenorkest: oorverdovend applaus.’ Maar nu tekent Sylvester Schenk op het podium een koepelconvenant voor het hele RB met Theo Poolen, lid van het managementteam van de Belastingdienst en horizontaal-toezichtambassadeur. Schenk zegt daarna tegen dagvoorzitter Wil Vennix: ‘Onze opstelling was aanvankelijk vooral kritisch. Maar nu hebben we het convenant getekend. Het ging dus erg snel in korte tijd. Als het zo doorgaat, is Nederland binnenkort massaal aan het convenant.’ Theo Poolen: ‘Ik vind de ondertekening een mooie mijlpaal gezien de positie van het RB in de mkb-markt. Ik verwacht er heel erg veel van. Nu krijgen de leden van het RB de kans om zich aan te sluiten. En vervolgens hun klanten, de ondernemers. Dat laatste is ook een belangrijke stap.’

‘Voor je klanten’

Hans Gribnau hield een pleidooi tegen het wettelijk regelen van HT.

18

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Dat steeds meer kantoren de stap naar HT willen zetten, blijkt uit twee stemmingen. Op de vraag of het kantoor van de aanwezigen belangstelling heeft om het koepelconvenant te ondertekenen, zegt aanvankelijk 50,8 % ja en 49,2% nee. Theo Poolen is daarover niet teleurgesteld, want omdat het RB zoveel leden heeft, betekent de helft


■ ■ ■ ■ ■ ■

Bezoekers RB-dag over horizontaal toezicht Belangrijk om mee te doen Bennie Bloemendaal CB: ‘Ik sta positief tegenover het ondertekenen van het HT-convenant. Zelf zit ik in de eindfase van mijn carrière, maar voor de toekomst van mijn kantoor denk ik wel dat het belangrijk is om mee te doen. Een nadeel vind ik dat het niet voor alle klanten opgaat. Dus eigenlijk zeg je dan als adviseur dat je niet voor hen kunt instaan. Voor de presentatie van de heer Gribnau was ik van mening dat Horizontaal toezicht wettelijk geregeld moet worden omdat dit mijns inziens meer zekerheid biedt. Toen we na afloop van de presentatie nogmaals moesten stemmen, had hij me toch overtuigd van het tegendeel en heb ik mijn mening herzien.’

Een soort extra keurmerk

ter Schenk (l) en Theo Poolen.

dat er nog altijd flink veel nieuwe convenanten zullen worden afgesloten. Maar aan het eind van de middag blijkt de belangstelling gegroeid: zes van de tien RB-adviseurs hebben belangstelling voor horizontaal toezicht. Schenk: ‘Ik hoor belastingadviseurs heel vaak zeggen dat zij er geen behoefte aan hebben een verlengstuk te worden van de Belastingdienst. Maar je moet je nu ook al aan de regels houden. Veel weerstand komt voort uit onbekendheid met horizontaal toezicht.’ Om die reden moet het RB volgens Schenk leden ondersteunen die (willen) meedoen aan het convenant.

Vrijwilligheid Kantoren zijn niet verplicht het koepelconvenant te ondertekenen, zegt Schenk. Theo Poolen wil dat ook zo houden. Volgens hem moet je als adviseur toetreden tot het convenant omwille van je klanten. ‘Het belangrijkste is dat je het doet vanuit je hart, omdat je je klanten zo goed mogelijk wilt bedienen door aan de voorkant dingen zo te regelen dat er later geen problemen van komen. Je kunt ook níet meedoen. Als je geen probleem hebt met boekencontrole achteraf en discussie over feiten van vier jaar geleden dan is dat ook een manier. Horizontaal toezicht afdwingen via wetgeving is niet de goede weg. Ik ben tegen horizontaal toezicht als dwingende verplichting.’ Al was het maar omdat niet iedereen in staat is om op de nieuwe manier te werken. Ook niet bij de Belastingdienst. >>

Geert Renia FB (rechts op de foto): ‘We zijn als kantoor nog niet bezig met horizontaal toezicht, maar ik denk dat het absoluut de toekomst is. Wat mij betreft is HT onontkoombaar.’ Marco Adriaanse FB (links op foto) vult aan: ‘Bovendien, als je niet meedoet houdt de Belastingdienst je denk ik juist scherper in de gaten. Eigenlijk is het een soort extra keurmerk.’ ‘Ja’, vindt ook Renia, ‘Je moet als kantoor voldoen aan een bepaald kwaliteitsniveau en dat beïnvloedt de uitstraling naar je klanten positief. Maar omdat deze kwaliteitseisen niet voor ieder kantoor haalbaar zijn, verwacht ik wel een schifting onder de belastingadviseurs. Ook voorzie ik dat door de kosten die gemaakt moeten worden voor de kwaliteitsslag, de prijzen voor de klant gaan stijgen.’

Goede mentaliteit nodig Eric Zandbergen CB: ‘Voor mij was dit de eerste RB-dag. Ik vond het een geslaagde dag en het thema horizontaal toezicht zeer actueel. De ondertekening van het koepelconvenant vind ik een goede zaak. Iedere adviseur kan zelf kiezen om met het kantoor deel te nemen. Ik zie voor het RB met name een rol in het geven van goede voorlichting. Het is aan de adviseur en zijn klant om te kiezen voor een HT-convenant. Mijn mening is niet veranderd na de presentaties van de sprekers. Uitgangspunt is dat de Belastingdienst en belastingadviseurs voor hetzelfde doel bezig zijn. Een goede adviseur zal zijn werk goed blijven doen en een slechte adviseur niet. Horizontaal toezicht kan alleen werken zonder, om maar met de woorden van Arend-Jan van Lint te spreken, een ‘eikenhouten-bielzen-mentaliteit’ van alle deelnemers aan het convenant.’

juli/augustus juli/augustus2010 2011 | nummer 7/8 | Het Register

19


■ ■ ■ ■ ■ ■

Voorlichting belangrijk Marryelle Deen RA FB: ‘Mijn werkgever is onlangs gefuseerd met een kantoor dat al een convenant heeft met de Belastingdienst. Ik vind het goed dat het HT-convenant is getekend. Ik vind dat je als adviseur wel altijd de grenzen van advies moet blijven opzoeken. Uitgaande van ‘agree to disagree’ blijft dit mogelijk. Het RB heeft vooral een rol als belangenbehartiger. Ik heb er vertrouwen in dat het RB een sterk tegenwicht biedt. Als het om informatievoorziening gaat denk ik dat met name mijn klanten goede voorlichting nodig hebben. Zij moeten erop gaan vertrouwen dat een convenant hen niet in een keurslijf dwingt. Het verraste mij dat heel veel kantoren dachten dat ze niet aan de juiste kwalificaties voldoen voor deelname aan HT.’

Van neutraal naar positief Hermien Oudenampsen CB is enthousiast over de RB-dag: ‘Ik vind de RB-dag geweldig. De dag is goed georganiseerd.’ De ondertekening van het HTconvenant vindt zij een positieve actie. ‘Stond ik eerder ‘neutraal’ tegenover deelname met mijn kantoor aan horizontaal toezicht, na het verhaal van Hans Gribnau is die mening ‘positief’ geworden. Ik ga me de komende tijd dan ook zeker beter verdiepen in wat horizontaal toezicht voor mijn kantoor gaat inhouden. Ik ben me er wel van bewust dat ik mijn klanten zeer goed moet informeren over wat horizontaal toezicht nou eigenlijk in de praktijk voor hen gaat betekenen.’

Kwestie van wederzijds vertrouwen De heer E.P. Verboon FB is zeer te spreken over de RB-dag, zowel over de sfeer als met name ook over de inhoud. ‘Het onderwerp is erg actueel en speelt op dit moment heel erg op het kantoor waar ik werk. Mijn werkgever is namelijk onlangs een convenant aangegaan met de Belastingdienst.’ De heer Verboon staat dan ook positief tegenover horizontaal toezicht. ‘Het is een kwestie van wederzijds vertrouwen. Ik ben wel van mening dat het heel belangrijk is om klanten goed te informeren.’

20

Het Register | juli/augustus |2011 nummer | nummer 7/8 7/8

De RB-dag trok ruim 800 RB-leden. Poolen: ‘Bij de Belastingdienst is de gemiddelde leeftijd eind veertig. Velen van hen zijn helemaal gewend aan de oude manier van werken.’ De belastingambtenaren die wel werken met horizontaal toezicht hebben ‘mooie ervaringen’, volgens Poolen. ‘Vertrouwen zaaien is, vertrouwen oogsten. Dat geeft energie. Een congres als dit is mooi, maar op een gegeven moment moet je aan de slag gaan. Wanneer je al twintig jaar op dezelfde manier werkt en dat wilt blijven doen, is het de vraag of je klaar bent voor de toekomst.’

Niets wettelijk regelen Is horizontaal toezicht zonder wettelijke regeling niet als een samenwonend stelletje waarbij liefde alle conflicten moet overwinnen? Of zou je niet toch iets moeten regelen voor de partij die het minst stevig in het zadel zit, vraagt Wil Vennix zich af. Hans Gribnau, bijzonder hoogleraar Kwaliteit van fiscale regelgeving, universitair hoofddocent en oud-belastingambtenaar vindt een wettelijke regeling voor horizontaal toezicht overbodig. Zeven van de tien aanwezigen zijn het onmiddellijk met hem eens; na afloop van zijn verhaal is dat aandeel zelfs gestegen tot ruim negen van de tien. Volgens Gribnau is er al genoeg wettelijk geregeld in bijvoorbeeld de Algemene wet bestuursrecht en de Invorderingswet. ‘Dus waarom nog meer wetten? Hoe ga je vertrouwen op papier zetten? Als je dat doet, dan knalt het uit elkaar en ben je weer alleen maar met regels


■ ■ ■ ■ ■ ■

Meningen RB-leden De 824 bezoekers aan de RB-middag hebben over verschillende stellingen tweemaal gestemd. De aanvankelijke en uiteindelijke percentages zijn beiden weergegeven met een > ertussen. Heeft uw kantoor belangstelling om onder de geschetste contouren deel te nemen aan een koepelconvenant van het RB? Ja: 50,8 % > 61,3% Nee: 49,2% > 38,7% Voldoet uw kantoor al aan de elementen van kwaliteitssysteem voor een professionele organisatie? ja: 60,6 % > 80,9% nee: 39,4% > 19,1% Horizontaal toezicht moet niet wettelijk worden geregeld. mee eens: 69,8% > 92,9% mee oneens: 18,2% > 6,5% geen idee: 12% > 0,7% Omdat de convenant kantoren moeten weten waar ze aan toe zijn, moet de Belastingdienst zorgen voor duidelijke kwaliteitscriteria. Eens: 81,9% > 33,5% oneens: 13,5 % > 60,5% geen idee: 4,7% > 6% bezig. En dat ‘regels zijn regels’ is precies waar we vanaf willen. Zo kun je geen zaken doen.’ De maatschappelijke trend is die van horizontalisering en dejuridisering. Dus meer eigen verantwoordelijkheid en meer gelijkwaardigheid ligt ook voor de hand in de relatie van de Belastingdienst en de belastingadviseur, waarbij de laatste zorgt voor de rechtbescherming van de ondernemer. Je mag het nog steeds met elkaar oneens zijn. De verantwoordelijkheden van de verschillende partijen staan duidelijk in de wet. Maar meer gelijkwaardig betekent niet dat de Belastingdienst ‘softer’ wordt. ‘Wanneer je uit het horizontaal toezicht wordt gegooid, komt het verticale toezicht weer in beeld.’ Maar in de meeste gevallen is er sprake van een winwinsituatie. De Belastingdienst werkt meer in de actualiteit en heeft ‘een extra inspanningsverplichting om zich te verdiepen in de cliënt en begrip te tonen’. Maar wat zeg je tegen het RB-lid dat kiest voor horizontaal toezicht om goed te kunnen communiceren met de Belastingdienst? wil Wil Vennix weten. Gribnau: ‘Als dat de drive is… Het moet wel intrinsieke waarde hebben. Je moet niet alleen denken: what’s in it for me? Dan loopt de samenwerking met de Belastingdienst spaak.’

Belastingadviseurs zien te veel beren op de weg als het gaat om horizontaal toezicht. Eens: 44% > 39,1% oneens: 47,8 % > 53,8% geen idee: 8,3% > 7,2%

Kwaliteitscriteria onnodig Hoewel zes van de tien aanwezigen denken dat het kwaliteitssysteem van hun kantoor voldoet aan de elementen van een professionele organisatie, vinden acht van de

Arend Jan van Lint ging in op de praktijk van het horizontaal toezicht.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

21


■ ■ ■ ■ ■ ■

Toezichtarrangement Wwft gesloten Op de ochtend van de RB-dag heeft het RB een ‘toezichtarrangement’ gesloten met het Bureau Financieel Toezicht. Het arrangement houdt in dat hiervoor opgeleide auditors bij RB-leden gaan kijken of zij zich houden aan de verplichtingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Het BFT zal aan de hand van steekproeven controleren of het RB-toezicht voldoet.

tien dat de Belastingdienst moet zorgen voor duidelijke kwaliteitscriteria, omdat kantoren met een convenant moeten weten waar ze aan toe zijn. John Piepers laat de aanwezigen na een opzwepend dobbelspel nadenken over de vraag of het nu echt nodig is dat de Belastingdienst met duidelijke kwaliteitscriteria komt. Aanvankelijk willen acht van de tien aanwezigen op die manier weten waar ze aan toe zijn. De oud-belastingambtenaar en sinds kort bij PricewaterhouseCoopers werkzame Piepers weet tweederden van zijn gehoor te overtuigen dat de beroepsgroep moet zorgen voor kwaliteitscriteria. En na afloop blijken niet zes maar acht van de tien aanwezigen ervan overtuigd dat hun kantoor voldoet aan de criteria voor een professionele organisatie. Volgens Piepers zijn veel criteria al bekend. Want zo staat in de Leidraad Horizontaal Toezicht van de Belastingdienst, waarvan Piepers medeauteur is, dat de ondernemer een aanvaardbare aangifte moet indienen en zijn omzet en kosten juist moet aangeven. De belastingadviseur moet dat begeleiden, moet klanten goed screenen en zorgen voor goede werkprocessen. ‘Als je vooraf zekerheid wil, ga dan ook vooraf op zoek naar problematische posten.’ Volgens Piepers doet het RB nu reeds het nodige om duidelijkheid te verschaffen over horizontaal toezicht. Zo meet de Quick Scan van het RB ‘hele interessante dingen’,

Jörgen Raymann gaf op geheel eigen wijze zijn visie op horizontaal toezicht. zodat kantoren een antwoord krijgen op de vraag: ‘Is dat nu iets voor mij of niet?’ ‘Voor kwaliteitscriteria hebben RB-leden de Belastingdienst niet nodig. Dat kan het RB het beste doen. Uw klant wil zekerheid. Daarom kiest hij voor het HT-traject. Als je fouten pas na ontdekking bespreekt, heb je de eerste ruzie te pakken. Daarom moet je die tijdig aan de orde stellen. Wat kunnen wij onze klanten uitleggen? Dat is de uitdaging die ik hier wil neerleggen.’ Vennix: ‘De boodschap is goed aangekomen: de bal ligt bij ons.’ Opnieuw wordt gestemd over de stelling dat de Belastingdienst moet zorgen voor duidelijke kwaliteitscriteria. De overgrote meerderheid die het hiermee eens was, is geslonken tot een derde. Bijna twee van de drie vinden het niet meer nodig.

Lieftallige berinnetjes

John Piepers ging uitgebreid in op de kwaliteitscriteria van HT.

22

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Zien belastingadviseurs te veel beren op de weg als het gaat om horizontaal toezicht? Ja, zegt Arend Jan van Lint, directeur van het Vaktechnisch Bureau bij belastingadviesketen Nexia en oud-belastingambtenaar. Maar de RB-leden zijn het daar lang niet allemaal mee eens. (zie kader Stemmingen). Nexia sloot in 2008 als een van de eerste belastingadvieskantoren een convenant. Nexia deed dat vanuit ‘de overtuiging dat er heel veel parallellen zijn tussen de Belastingdienst en ons’. Maar de doorslag gaf de belofte


■ ■ ■ ■ ■ ■

ineens een Tax Control Framework gaan eisen als een bedrijf 51 werknemers in dienst heeft in plaats van 50. Het lijkt hem beter om aan te sluiten bij het onderscheid tussen controleplichtige en niet-controleplichtige bedrijven. Van Lint: ‘Bij belangenbehartiging moet het zo af en toe kunnen botsen. Maar door de bank genomen kom je er uit. Het is vallen en opstaan bij horizontaal toezicht. Soms zit het tegen, maar het kan ook geweldig mee zitten. Horizontaal toezicht is meer een beauty dan een beast. Ik vind dus dat het met die beren op de weg wel meevalt. Misschien zijn het hooguit lieftallige berinnetjes.’

Jörgen Raymann Jörgen Raymann komt als uitsmijtact met grappen over aftrekposten en maakt een karikatuur van zijn geboorteland. ‘In Suriname heb je geen belastingadviseur, maar heb je een kennis bij de Belastingdienst. Ik heb ook wel eens voor de Belastingdienst gewerkt in Suriname. Na afloop vroegen ze aan mij: wil je een factuur of wil je het zwart?’ In zijn show zegt hij onder meer over horizontaal toezicht. ‘Het is net als met je vrouw: je kunt elkaar wel vertrouwen, maar ze hoeft niet alles van je te weten.’ ■

Jörgen Raymann over de RB-dag

dat de Belastingdienst een oplossingsgerichte attitude zou aannemen. En gezien de starre, niet-communicatieve houding van de Belastingdienst na de Vinkenslagaffaire was dat welkom. ‘Onze ervaring is dat de goede, oplossingsgerichte attitude fantastisch werkt. Je hoeft niet meer te vechten en kunt in een open sfeer overleggen.’ Een ‘klein beertje op de weg’ is misschien het verschil in de manier waarop de Belastingdienst MGO-ondernemingen en mkb-bedrijven benadert. De eerste categorie heeft een eigen Tax Control Framework nodig, terwijl bij de mkb-bedrijven de belastingadviseur met een convenant volstaat. Volgens Van Lint moet de Belastingdienst niet

Hoe vond je het om hier te staan? Van tevoren vond ik het een beetje eng, het zijn tenslotte vakbroeders onder elkaar. De zaal reageerde in het begin een beetje terughoudend, maar uiteindelijk ging het verrassend goed. Je laatste voorstelling ging over ‘angsten’. Jaagt de Belastingdienst jou wel eens angst aan? Nee. Mijn vader was belastingconsulent. Hij zei altijd: ‘Zorg dat je belastingzaken in orde zijn.’ Ik zie het als een plicht om belasting te betalen. Wat ik wel schrijnend vind is dat voor goede doelen nog steeds gecollecteerd moet worden, maar dat oorlogen van belastinggeld worden gefinancierd. Denk jij dat een open relatie met de Belastingdienst haalbaar is? Zonder te bagatelliseren denk ik dat een open relatie met de Belastingdienst ondernemers meer ademruimte geeft. Het is goed om elkaar niet als tegenstanders te zien en samen knelpunten op te lossen en compromissen te sluiten. We hebben enkele leden in Suriname. Denk jij dat horizontaal toezicht ook in Suriname mogelijk is? Nederland heeft al veel orde op zaken gesteld in Suriname. Op zich zou HT wel mogelijk zijn. Wat een probleem blijft is dat er veel vriendjespolitiek is; als je de juiste mensen kent, betaal je minder. Maar ja, zou dat niet overal min of meer gelden? Ten slotte; heeft tante Es nog een advies voor onze leden? Tante Es: “Zie de relatie met de Belastingdienst als een huwelijk; wees open en eerlijk, maar ze hoeven niet alles te weten.”

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

23


IN

■ ■ ■

De praktijk Fiscalist én automatiseringsdeskundige Twan Schoenmakers:

‘ICT-leveranciers zaten nooit aan ónze kant van de tafel’

Fotograaf: Charles Muetstege

Een gesprek met de e expressieve expressieve, charismatische Twan Schoenmakers, fiscalist en self made automatiseringsdeskundige, over zijn talloze ervaringen op het zeer specifieke fiscale ICTterrein. Want specifiek is het. En daar had de ICTmarkt aanvankelijk geen idee van! Door Charles Muetstege

T

wan Schoenmakers FB, partner bij de Bes Groep, kwam in zijn eerste baan bij BDO in aanraking met Apple Mac. Het fascineerde hem. Hij ging meebouwen aan de fiscale programmatuur bij BDO, dat al snel het voortouw nam. Schoenmakers was er voor het aanleveren van de specifiek fiscale kennis, maar daardoor ontstond uiteraard kruisbestuiving. Schoenmakers bouwde onder meer nieuwe functionaliteiten in om IB- en VPB-aangiftes te kunnen maken. Als zo’n deel gereed was, gaf hij er een cursus over. Via BDO werd hij in de Federatie van Belastingadviseurs actief.

We schrijven 1989 en niemand had bij FB nog kijk op ICT, vertelt Schoenmakers. ‘ICT stond sowieso nog in de kinderschoenen. Fiscale kennis is niet te omvatten in

'Fiscalisten zijn behoudend in ICT' computerprogrammatuur, was destijds de heersende gedachte. Tot op de dag van vandaag is de gemiddelde fiscalist daarin nog steeds behoudend; een accountancy-medewerker zal sneller dingen ontwikkelen in Excel, zoals fiscale modelletjes ter ondersteuning van de advisering.’

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

25


■ ■ ■

In de praktijk

Als voorbeeld noemt Twan Schoenmakers overtollige middelen uit het bedrijf halen en privé beleggen. ‘Het is en blijft knutselwerk en in de accountancy zijn ze daar

‘Wij moesten ons aanpassen aan wat de ICT-markt ons bood’ wat inventiever in’, stelt Schoenmakers, die daarbij benadrukt dat accountants meer bèta-mensen zijn en fiscalisten grosso modo meer alfa zijn gericht.’ Hoe komt u – behalve door kruisbestuiving - aan uw automatiseringskennis? ‘Ik ben er vroeg bij betrokken, vrijwel vanaf het begin van de automatisering in de fiscale sector in 1987. Ik pakte het snel op, met trial and error, maar ik zorgde dat ik de ontwikkelingen op de voet volgde. Met de kennis die ik heb opgebouwd heb ik in de avonduren voor ons kantoor (Bes Groep, red.) een compleet kantoorinformatiesysteem gebouwd, met CRM, urenadministratie plus complete facturering. Tegen lagere kosten dan wanneer je zoiets laat bouwen en... helemaal naar onze zin!’

ICT in Becon-overleg In 1989 maakte de Belastingdienst het mogelijk de uitstelregeling, waarbij niet alleen persoonlijke gegevens van de klant moeten worden aangeleverd maar ook inkomensgegevens, per diskette te doen. BDO was het eerste kantoor in Nederland dat dit kon. Schoenmakers: ‘Voor de VPB had de Belastingdienst het ook aangekondigd, echter gaandeweg dacht de dienst dat niemand er gebruik van zou maken en daarom voerden ze het maar niet uit. Wij waren er wel klaar voor, maar de fiscus kon

‘De Belastingdienst loopt nu voorop in de digitale ontwikkelingen’ er dus niks mee. Dit was de aanleiding om namens de Federatie in het Becon-overleg te gaan praten over ICTonderwerpen. En vanaf dat moment ging het ook lopen.

Twan Schoenmakers A.G.Th.M. (Twan) Schoenmakers FB (48) zat tot medio 2002 in het bestuur van de Federatie van Belastingadviseurs en nam tot voor kort deel aan het Beconoverleg voor ICT-zaken. Tegenwoordig zit hij in de sub-overleggen DigiCom en DigiCom+ waar behalve vakgenoten ook mensen uit de softwarewereld in participeren. Hij zegt zelf ‘ik ben een pur sang fiscalist’, maar als fiscalist is hij al vroeg betrokken bij de bouw van fiscale computersystemen. Daardoor is hij tevens automatiseringsdeskundige geworden. Schoenmakers deed eerst HEAO Fiscaal te Arnhem en vervolgens de FB- opleiding. Na zijn militaire dienst kwam hij in 1987 bij BDO, waar hij startte met Apple Mac.

26

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Met de VPB werd het aanvankelijk houtje-touwtje, maar een jaar later werkte het. De vorderingen gingen met vallen en opstaan en de fiscus onderschatte op zijn beurt hoe snel de ontwikkelingen in het land gingen. Dus goed dat er inmiddels overleg was. Becon had altijd al een praktisch karakter en dat paste dus goed.’ Twan Schoenmakers herinnert eraan dat de Belastingdienst destijds altijd een beetje achter de ontwikkelingen aanliep. Ze ging onder andere veel later dan de markt van diskettes over op CD. Er waren soms niet eens meer diskettestations op de computers. Hij geeft ook aan dat dit nu is omgeslagen. ‘De Belastingdienst is vernieuwend bezig’, zegt hij.

Het specifieke fiscale Wat is er nu zo heel specifiek aan het fiscale bij de ontwikkeling van tools? ‘Het blijkt telkens weer dat fiscalisten een ander antwoord krijgen uit de software-markt dan ze zouden moeten krijgen. We vroegen bijvoorbeeld extra gebruiksgemak. Fiscalisten zijn nu eenmaal wat minder handig met ICT. Het kwam er niet. De ICT-ers zetten de accountancy-fiscale markt vaak op één lijn met de assurantiekantorenmarkt. Wij hebben echter voor 90% andere functionaliteiten nodig, zoals een specifieke adviestool, een jaarrekeningspakket, aangiftemodule, pensioenberekening, we willen de vakliteratuur digitaal, we hebben modelovereenkomsten nodig, we willen een digitaal archiveringssysteem en digitale dossiervorming. Natuurlijk hebben ICT-leveranciers tools als dossiervorming, maar niet zoals wij het willen. Waarom niet? Omdat de ICT-leveranciers bij de ontwikkeling van tools nooit aan onze kant van de tafel hebben gezeten. We moesten ons dus aanpassen aan wat de ICT-markt bood. Een voorbeeld. Wij hebben in het kader van digitaal aanleveren van aangiftes bevochten dat we gedetailleerd konden aanleveren. Dus bijvoorbeeld met toelichtingen of met de mogelijkheid tot het kenbaar maken van onze interpretaties van een wetsartikel. Dit is in de programmatuur ingebouwd. Maar nu komt het. Ik wil een jaarrekening met een druk op de knop één op één overzetten op een fiscaal pakket. Dat kon ook, maar niet op detailniveau. Alleen de rubriekstotalen gingen over. ‘Ja’, verweerde de softwareleverancier zich, ‘de fiscus vraagt toch om eindtotalen? Dan leveren wij eindtotalen.’ Daar hadden wij nu zo voor gevochten. Mijn belang was daarbij het belang van de klant die op een later tijdstip wordt geconfronteerd met correcties. Daarom wil ik dat de fiscus de aangifte zo gedetailleerd mogelijk kan inzien om naheffing aan de hand van nieuwe feiten te voorkomen. Ons kantoor heeft er toen voor gekozen de detailinformatie handmatig aan te leveren. Pas dit jaar, pakweg zeven jaar later, is het mogelijk compleet met detailinformatie over te zetten vanuit de jaarrekening naar het fiscale pakket met een druk op de knop.’

Fiscus moet inkrimpen Twan Schoenmakers vertelt dat de Belastingdienst met minder ambtenaren hetzelfde werk moet doen en bij de


■ ■ ■

digitale aangifte rekening houdt met die krimp. Afhankelijk van de parameters sijpelen zaken wel of niet door de zeef voor menselijke behandeling. ‘Zo’n zaak is de afwijking WOZ-waarde, bijvoorbeeld omdat de belastingplichtige een deel van het aangekochte huis heeft verhuurd. Soms sijpelen dit soort zaken niet door de zeef, soms wel. Wanneer er teveel handmatig moet worden opgepakt en de menskracht er niet is, worden de parameter bijgesteld’, zo concludeert Schoenmakers. ‘Maar goed’, vervolgt hij, ‘in 2003 hadden we nog te maken met papieren aangiftes, in 2004 werd het digitaal. Sinds een paar jaar gaan de ontwikkelingen veel sneller. En zoals gezegd loopt de Belastingdienst nu min of meer noodgedwongen voorop in de digitale ontwikkelingen. Toch kunnen veel ambtenaren bijvoorbeeld niet overweg met een grootboek aangeleverd in PDF-formaat op een schijfje. Of ze weten niet dat er zoekfuncties op zitten en dat je op een bepaalde term kunt zoeken. De wil is er wel, maar ze hebben gewoon niet geleerd om digitaal te denken. Nee, het zijn niet de ouderen. Het betreft mensen tussen 35 en 50 jaar. Maar ze moeten toch echt om, want de wereld gaat heus naar papierloze communicatie en papierloze transacties.’

Digitale machtiging Wat staat er verder allemaal te gebeuren? ‘Ik denk dat we nu als eerste vanuit de Belastingdienst een digitaal dossier op internet krijgen. Dan kunnen belastingplichtigen de stand van zaken zelf nakijken. Ook wij willen dat graag kunnen doen voor onze klanten, maar dat is een machtigingskwestie. Die ontwikkelingen zijn nu bezig; de digitale machtiging van de klant aan ons had er al moeten zijn, maar het moest een overheidsbrede ontwikkeling worden, dus de eerste oplossing – u raadt het al - was voor onze specifieke sector niet passend. Want waar machtig je ons voor? IB-aangifte? VPB, btw? Wij hebben een machtiging per belastingmiddel nodig en daar kon door de software-markt niet in voorzien. De overheid pakt het nu zelf op. We wachten af. Wat we al sinds de eerste digitale aangifte willen is er digitaal over communiceren met de Belastingdienst; met de afdeling en de persoon die erover gaat. Maar die kunnen we soms niet eens telefonisch benaderen, laat staan dat we een mailadres hebben. Andere zaken die moeten komen is dat vóóringevulde aangiftes (VIA) niet alleen

door de belastingplichtige maar eveneens door ons automatisch ter verificatie toegankelijk zijn, hetgeen ook deels weer een machtigingsprobleem is. En tot op de dag van vandaag zijn de toeslag en IB qua proces nog niet gekoppeld. Ook dat zit eraan te komen, maar wanneer het komt?’

Papierloos Uw visie is dat we tien tot vijftien jaar verder echt het papierloze kantoor hebben met papierloze communicatie, akten en transacties (hetgeen nu al deels mogelijk is via Diginotar, red.)? Schoenmakers knikt. ‘En uiteindelijk zullen we ook een ander soort belastingheffing krijgen, een aangiftebelas-

‘We willen digitaal communiceren met de Belastingdienst over onze digitale aangifte’ ting in plaats van een aanslagheffing. Omzetbelasting en loonheffing werkt al zo. Het komt ook voor IB en VPB. Het andere is dat we zullen gaan naar totaalcommunicatie. De klant kan in zijn eigen privéportaal kijken naar actuele statusinfo, die wij op ons kantoor als een dossier kunnen inzien. En dat alles via laptop, iPad, smartphone, noem-maar-op. Een pakket dat gedurende de nacht wordt geüpdatet. Met andere woorden: dat je als adviseur

‘Horizontaal toezicht was geen toekomstvisie maar harde noodzaak’ de procesgang kunt zien en direct met een inspecteur daarover kunt communiceren. Tenslotte zie ik volmachten ontstaan voor betaling van bijvoorbeeld de loonheffing voor gepensioneerden in het buitenland alsmede automatische incassosystemen. Het gaat de Belastingdienst erom handelingen terug te brengen. Horizontaal toezicht was geen toekomstvisie maar harde noodzaak!’ ■

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

27


IN

Jurisprudentie en wetgeving Inkomstenbelasting

Formeel belastingrecht

Navorderingsaanslag vanwege opname geld pensioen-bv ■ Onervarenheid was geen belemmering fiscaal ondernemerschap

29 29

Vennootschapsbelasting

30 30

31 31

Herziening hoeft niet tijdsevenredig te zijn

32

Schenk- en erfbelasting

Loonbelasting

Aandelenoverdracht leidde tot belaste pensioenaanspraken ■ Reële arbeidsovereenkomst nodig voor 30%-regeling

Rechter moet aannemelijkheid aangevoerde feiten onderzoeken ■ Geen boete bij navorderingsaanslag buiten termijn

Omzetbelasting

Heffing over geïmputeerde rente bij verstrekken renteloze lening ■ Geen herinvesteringsreserve voor te verkopen pand

■ ■ ■ ■ ■

30 31

Vrijgevallen fideï-commis behoorde tot oorspronkelijke erfenis ■ Verkoop met derdenbeding was geen schenking

32 33

Inkomstenbelasting

2011/56 Navorderingsaanslag vanwege opname geld pensioen-bv Het opnemen van geld van een bankrekening van een eigen pensioenmaatschappij kan grote fiscale gevolgen met zich brengen. Als de pensioen-bv door deze opname niet meer aan haar pensioenverplichting kan voldoen, stelt de fiscus dat een (gedeeltelijke) afkoop van het pensioen heeft

bedrag werkelijk als lening verstrekt, dan zou de eindbalans een vordering op de dga moeten vermelden van € 311.000. Het hof concludeerde dat de pensioen-bv eind 2004 geen lening had verstrekt aan de dga, zodat de bv niet volledig aan haar pensioenverplichting kon voldoen. Fiscaal gezien was er inderdaad sprake van een afkoop van pensioen. Het gelijk was op dit punt aan de inspecteur. ■ Bron: Hof Den Bosch, 18 februari 2011, LJN: BQ3646 (gepubliceerd 9 mei 2011)

plaatsgevonden. Dit geeft reden voor navordering. Een directeur-grootaandeelhouder (dga) van een concern bouwde zijn pensioen in eigen beheer op in een pensioen-bv. Deze bv had aanzienlijke vorderingen op verschillende concernonderdelen van de groep. Medio december 2004 ontving de dga op zijn privérekening € 311.000 als aflossing op die vorderingen. Dat bedrag maakte hij op 21 december 2004 over naar de rekening van zijn pensioenbv, om het bedrag dezelfde dag contant op te nemen. Het gevolg was dat tegenover de pensioenverplichting van de bv onvoldoende bezittingen stonden om aan de pensioenverplichting te kunnen voldoen. De inspecteur stelde daarom dat er sprake was van een afkoop van een deel van de pensioenverplichting. Hij legde de dga een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen op. De dga tekende beroep aan tegen deze aanslag.

Opname was geen geldlening De dga beweerde dat de pensioen-bv het contant opgenomen bedrag van € 311.000 aan hem had geleend. Daarbij verwees hij naar een overeenkomst van geldlening van 27 januari 2005. Het hof las in deze overeenkomst dat de pensioen-bv de gelden ‘per heden’ als lening had verstrekt. Het hof zag geen reden te concluderen dat de lening al op 21 december 2004 mondeling tot stand was gekomen. Bovendien had de bv het bedrag van € 311.000 op de eindbalans nog opgenomen onder de liquide middelen, terwijl het in werkelijkheid was opgenomen door de dga. Had de bv dat

2011/57 Onervarenheid was geen belemmering fiscaal ondernemerschap Voor ondernemerschap in de inkomstenbelasting moet men deelnemen aan het economisch verkeer en de intentie hebben voordelen te behalen. Deze voordelen moeten ook redelijkerwijs zijn te verwachten. Hof Arnhem heeft geoordeeld dat onervarenheid een redelijkerwijs te verwachten voordeel niet uitsluit. Een man en vrouw exploiteerden in maatschapsverband een akkerbouwbedrijf. In 2001 verkochten zij hun erf en de opstallen aan een projectontwikkelaar. De levering vond plaats in 2002. De verkoop leverde hen een boekwinst op waarvoor zij een herinvesteringsreserve (hir) vormden. In 2003 startte het echtpaar met het plaatsen, verhuren, onderhouden en schoonmaken van chalets en luxe stacaravans. Deze stonden op verschillende campings van derden in Nederland. Het echtpaar besteedde twee tot drie dagen per week per persoon aan deze verhuuractiviteiten, naast de werkzaamheden in het akkerbouwbedrijf. Volgens de Belastingdienst kwalificeerde de exploitatie van de chalets en stacaravans niet als een onderneming, zodat de vorming van de hir niet was toegestaan. Het echtpaar bracht de zaak voor Hof Arnhem.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

29


■ ■ ■ ■ ■

Ervaring met activiteiten De inspecteur stelde dat er bij de start van de verhuuractiviteiten van het echtpaar objectief gezien geen positief resultaat was te verwachten. Zijn belangrijkste argument was dat het echtpaar geen enkele ervaring had met de verhuur en verkoop van chalets en stacaravans. Daarnaast stelde de inspecteur dat de chalets en stacaravans verspreid waren over drie campings die allemaal wat verder weg lagen van de woonplaats van het echtpaar. Bovendien had het echtpaar het akkerbouwbedrijf voortgezet waardoor er relatief weinig tijd overbleef voor de verhuuractiviteiten. Het hof vond echter dat alleen het gebrek aan ervaring in een branche niet betekent dat men geen positief resultaat kan verwachten van bepaalde werkzaamheden. Bij verhuuractiviteiten is er immers normaal gesproken wel sprake van een reële winstverwachting. Verder vond het hof het niet aannemelijk dat de ligging van de campings en de werkzaamheden voor het akkerbouwbedrijf de resultaten uit de verhuuractiviteiten negatief hadden beïnvloed. Er was in dit geval wel sprake van winst uit onderneming. De Belastingdienst moest toestaan dat het echtpaar een hir vormde. ■ Bron: Hof Arnhem, 27 april 2011, LJN: BQ4214

Vennootschapsbelasting

2011/58 Heffing over geïmputeerde rente bij verstrekken renteloze lening

Jurisprudentie en wetgeving

2011/59 Geen herinvesteringsreserve voor te verkopen pand Als een vennootschap in een pand investeert, moet zij controleren waarvoor zij het pand wil gebruiken. Bij de investering in een pand met als doel dat spoedig te verkopen mag de vennootschap immers geen herinvesteringsreserve (hir) voor dat pand vormen. Hof Amsterdam heeft dit in een recente zaak bevestigd. Het betrof een bv die twee woonpanden ter belegging aanhield. In 2001 verkocht de bv deze woningen waarbij zij een fiscale boekwinst behaalde. Deze boekwinst bracht zij onder in een hir. In 2004 liet de bv een kantoorpand bouwen. De bv boekte de hir af van het investeringsbedrag van het pand. Het pand werd op 21 april 2005 opgeleverd en op 31 augustus 2005 verkocht aan een derde. De bv wilde de behaalde boekwinst aan de hir doteren. De inspecteur weigerde dit en telde het bedrag van de hir op bij de belastbare winst. Hij stelde dat het kantoorpand was bestemd voor de omzet. Een onderneming kan geen hir vormen voor activa die voor de omzet zijn bestemd. De bv ging in beroep, maar het hof was het eens met de inspecteur. De verkoop was zo snel gevolgd op de oplevering dat de bestemming van het pand voor de omzet aannemelijk was. Verder had de bv investeringsaftrek geclaimd voor het kantoorpand, terwijl deze aftrek is uitgesloten voor panden die worden aangehouden voor verhuur aan derden. Het hof stelde ten slotte dat al had de inspecteur de hir geaccepteerd, deze toch in 2005 moest vrijvallen vanwege het ontbreken van een vervangingsvoornemen. De bv had na 31 december 2005 namelijk geen onroerende zaken meer gekocht.

Als een bv een onzakelijke lening verstrekt waarover de schuldenaar geen rente is verschuldigd, moet zij er reke-

■ Bron: Hof Amsterdam, 14 april 2011, LJN: BQ2796

ning mee houden dat zij vennootschapsbelasting over de zogenoemde geïmputeerde rente moet betalen. Een bv trad binnen een concern op als houdster- en financieringsmaatschappij. Zij had vanaf eind 1998 aanzienlijke vorderingen op enkele vennootschappen binnen de groep die zij tegen de nominale waarde had overgenomen van haar moedermaatschappij. Deze vorderingen waren renteloos en er waren geen zekerheden verstrekt. Er was ook geen aflossingsschema of einddatum van de lening. In twee opeenvolgende boekjaren waardeerde de bv de vorderingen af ten laste van de winst. De inspecteur weigerde de afwaardering en vond bovendien dat de bv een bedrag aan rente (de zogenoemde rente-imputatie) bij haar winst moest tellen.

Rente-imputatie Het hof oordeelde dat de bv vanwege haar aandeelhouderspositie een debiteurenrisico had gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben geaccepteerd. Het gevolg was dat de bv de waardedaling niet mocht aftrekken. Hierdoor was volgens het hof fiscaal gezien het hele debiteurenrisico geëlimineerd, zodat de geïmputeerde rente op een lager bedrag kon worden gesteld dan het bedrag dat de inspecteur had vastgesteld. ■ Bron: Hof Amsterdam, 31 maart 2011, LJN: BQ1687 (gepubliceerd 20 april 2011)

30

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Loonbelasting

2011/60 Aandelenoverdracht leidde tot belaste pensioenaanspraken Als een dga in eigen beheer een pensioenvoorziening opbouwt, moet dit een zuivere pensioenregeling zijn. De regeling moet dus voldoen aan de fiscale voorwaarden. Een aandelenoverdracht kan ertoe leiden dat de pensioenregeling niet meer aan de voorwaarden voldoet. Dit is bijvoorbeeld het geval als de dga door de overdracht niet meer werkt voor het concern waar zijn pensioen is ondergebracht. Dit overkwam een dga die een garagebedrijf via een bv dreef. Deze bv had de dga in 1986 een pensioen toegezegd. In 1995 verkocht de bv het garagebedrijf aan een dochtermaatschappij en kreeg daarmee het karakter van een holding. De dga ging ook voor de dochtermaatschappij werken. Deze dochtermaatschappij betaalde vanaf dat moment pensioenpremies aan de holding. Medio 2000 ver-


■ ■ ■ ■ ■

kocht de holding de aandelen in de dochtermaatschappij aan een holding van de zoon van de dga. De holding van de zoon maakte vanaf dat moment de pensioenpremies voor de dga over aan de holding van de dga. Toen de inspecteur tijdens een boekenonderzoek achter deze gang van zaken kwam, stelde hij dat er vanaf de aandelenverkoop sprake was van een fiscaal onzuivere pensioenregeling. De dga bouwde immers pensioen op in een bedrijf waarin hij geen (indirect) aandelenbelang meer had. De fiscus legde de holding van de dga daarom een naheffingsaanslag loonheffingen op. De holding diende een bezwaarschrift in.

van de bv werden doorbelast en kwamen voor rekening van de maatschap. Daarnaast bleek dat bedragen die de man ontving uit de bv in mindering kwamen op zijn winstaandeel in de maatschap. Dat de bv salarisstroken had opgesteld en salaris uitbetaalde aan de man had verder geen invloed op het oordeel van de rechtbank. ■ Bron: Rechtbank Arnhem, 19 april 2011, LJN: BQ1835

Formeel belastingrecht Geen dwaling De holding wilde zich op dwaling beroepen. Volgens de dga en zijn holding zou het garagebedrijf namelijk geen pensioenpremies meer aan de holding hebben betaald bij een juiste voorstelling van zaken. Volgens de inspecteur kon een beroep op dwaling pas succesvol zijn als de overeenkomst tussen de holding van de dga en de dochtermaatschappij zou zijn vernietigd. De holding had dat nagelaten en het pensioenkapitaal evenmin gestort bij een toegestane verzekeraar. De holding wilde dat pas doen nadat zij overeenstemming met de inspecteur had bereikt. Toen de holding de zaak voor Hof Den Bosch bracht oordeelde het hof dat zonder vernietiging van de pensioenverzekeringsovereenkomst een beroep op dwaling zinloos was. Het beroep leverde de holding alleen maar een vermindering van de naheffingsaanslag op. De holding probeerde het nog voor de Hoge Raad, maar deze wees het cassatieberoep zonder nadere motivering af. ■ Bron: Hoge Raad, 13 mei 2011, LJN: BQ3956

2011/61 Reële arbeidsovereenkomst nodig voor 30%-regeling Onlangs benadrukte de Rechtbank Arnhem het belang van een reële arbeidsovereenkomst. Zonder deze overeenkomst komen werknemers namelijk niet in aanmerking voor de 30%-regeling. Het betrof een man die in België woonde en als anesthesioloog in Nederland werkte. Hij was sinds eind 2006 fulltime verbonden aan een maatschap. In 2007 verhuisde de man naar Nederland. Daar sloot hij een arbeidsovereenkomst af met een bv. Deze bv nam net als de man deel in de maatschap. De man vond dat hij als inkomend werknemer de 30%-regeling mocht toepassen. Aanvankelijk ging de Belastingdienst akkoord, maar bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting stelde de inspecteur dat de man de 30%-regeling niet kon toepassen. Volgens de fiscus bestond er namelijk geen dienstbetrekking tussen de man en de bv. De man tekende beroep aan tegen dit standpunt.

2011/62 Rechter moet aannemelijkheid aangevoerde feiten onderzoeken De Hoge Raad is per 13 mei 2011 ‘om’ gegaan. De belastingrechter moet altijd toetsen of door partijen aangevoerde feiten met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep aannemelijk zijn. Deze plicht bestaat zelfs als beide partijen het aangevoerde feit niet bestrijden. Belanghebbende had beroep ingesteld bij Hof Den Haag. Het hof verklaarde zijn beroep niet-ontvankelijk, omdat de man het griffierecht niet had betaald. Volgens de man kwam dat omdat de nota van het griffierecht bij zijn buren was bezorgd. De fiscus vocht dat verhaal niet aan, maar het hof vroeg toch om informatie bij de post en concludeerde dat het verhaal van de man niet aannemelijk was. Voor de Hoge Raad kwam de vraag aan de orde of het hof de stelling van de man wel had moeten onderzoeken, nu de fiscus deze stelling niet had bestreden. In voorgaande jurisprudentie moest de belastingrechter een stelling van een partij alleen toetsen op aannemelijkheid als de wederpartij deze stelling bestreed. Volgens deze regel had het hof de stelling moeten aanvaarden en het beroep ontvankelijk moeten verklaren. De Hoge Raad vindt nu echter dat de belangen van de partijen beter worden gediend als de belastingrechter zelfstandig onderzoek doet naar feiten die van belang zijn voor de ontvankelijkheid van een beroep. In deze zaak had het hof er goed aan gedaan de stelling van de man te onderzoeken. De Hoge Raad wees daarom het cassatieberoep van de man af. ■ Bron: Hoge Raad, 13 mei 2011, LJN: BQ4291

2011/63 Geen boete bij navorderingsaanslag buiten termijn Het is mogelijk dat de inspecteur met een belastingplich-

Geen reële arbeidsovereenkomst

tige afspreekt dat een navorderingsaanslag kan worden

Rechtbank Arnhem oordeelde dat er op basis van de feiten geen sprake was van een reële arbeidsovereenkomst. Zo was er geen verschil tussen de werkzaamheden die de man verrichtte voor de bv en die hij verrichtte voor de maatschap. Alle werkzaamheden vonden feitelijk plaats voor de maatschap. Alle (salaris)kosten

opgelegd na afloop van de wettelijke navorderingstermijn en dat de belastingplichtige dan geen beroep doet op overschrijding van die termijn. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de fiscus in dat geval geen boete mag opleggen.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

31


■ ■ ■ ■ ■

In deze zaak had de inspecteur in 2001 een boekenonderzoek ingesteld bij een bv. De bv had een achterstand in de administratie en bij het indienen van aangiften vennootschapsbelasting, dus kwam de inspecteur met de bv overeen dat de fiscus vóór het beëindigen van het boekenonderzoek geen zogenoemde aanslagen ‘ter behoud van rechten’ zou opleggen. Daartegenover stond dat de bv afzag van een beroep op het opleggen van aanslagen buiten de daarvoor geldende termijnen. In 2003 volgde een nieuw boekenonderzoek, omdat de inspecteur vond dat het aangiftegedrag van de bv niet was verbeterd. Dit leidde in 2005 tot navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 1996, 1997 en 1998, verhoogd met een boete. De bv was het hiermee niet eens.

toe. De ondernemer ging in bezwaar, maar Rechtbank Breda verklaarde zijn beroep ongegrond. De ondernemer verwees naar Europese jurisprudentie, maar daarin ging het om nationale procesregels. De berekening van de herziening is echter geregeld in een uitvoeringsregeling en deze is niet in strijd met het Europees recht.

Ambtshalve onderzoek

2011/65 Vrijgevallen fideï-commis behoorde tot oorspronkelijke erfenis

Uiteindelijk kwam de zaak bij de Hoge Raad. Deze boog zich over de vraag of de bv een beroep kon doen op het overschrijden van de termijn waarbinnen de inspecteur een boete kan opleggen en wat de gevolgen waren als zij afstand had gedaan van dit recht. De Hoge Raad oordeelde dat de belastingrechter bij een geschil over de boete altijd ambtshalve moet onderzoeken of de inspecteur tijdig een boete heeft opgelegd. Dit is zelfs zo als de belanghebbende partij afstand heeft gedaan van haar recht om zich te beroepen op overschrijding van de termijn voor het opleggen van de boete. Het maakt daarbij niet uit dat fiscale boeten meestal zijn gekoppeld aan het opleggen van een belastingaanslag. Op het overschrijden van de termijn voor het opleggen van een aanslag moet namelijk wel een beroep worden gedaan, zodat men rechtsgeldig afstand kan doen van dat beroep. Door het oordeel van de Hoge Raad verviel de boete. ■ Bron: Hoge Raad, 29 april 2011, LJN: BN9685

Omzetbelasting

2011/64 Herziening hoeft niet tijdsevenredig te zijn Bij privégebruik van ondernemingsvermogensbestanddelen komt een herziening van btw aan de orde. In het jaar van eerste ingebruikname is deze herziening soms niet tijdsevenredig. Volgens Rechtbank Breda maakt dit de herzieningsregel niet automatisch in strijd met het Europees recht. De uitspraak betrof een zaak waarin een ondernemer een woning op een bouwkavel had laten bouwen. Hij rekende de kavel en de woning tot zijn ondernemingsvermogen. De ondernemer had de btw op de onroerende zaken volledig afgetrokken. In 2009 nam hij de woning voor het eerst in gebruik. Hij gebruikte de woning voor 82,5% voor privédoeleinden. Daarom berekende hij in zijn aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2009 de btw die hij vanwege het privégebruik van de woning was verschuldigd. Daarbij berekende hij het bedrag tijdsevenredig over het aantal maanden in 2009 waarin hij de woning echt kon gebruiken. De inspecteur paste de tijdsevenredige methode niet

32

Jurisprudentie en wetgeving

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

■ Bron: Rechtbank Breda, 13 april 2011, LJN: BQ5690

Schenk- en erfbelasting

Een erflater kan in zijn testament een zogenoemde fideï-commissaire making opnemen. In dat geval moet de erfgenaam die het fideï-commis(vermogen) erft dat vermogen in zijn eigen testament aan bepaalde erfgenamen toedelen. Als deze erfgenamen dit fideï-commis erven, telt dat fiscaal als een erfenis die zij van de eerste erflater verkrijgen. Een man overleed in 1999. Hij was op dat moment getrouwd en had samen met zijn vrouw één kind. Daarnaast had hij vier kinderen uit een vorig huwelijk. De man had in zijn testament een fideï-commissaire making opgenomen. Al zijn kinderen hadden recht op een achtste deel van de nalatenschap. Zijn laatste vrouw erfde de rest van de nalatenschap onder de verplichting het deel van de erfenis dat bij haar overlijden niet was vervreemd of opgemaakt, uit te keren aan de kinderen van de erflater. De vrouw mocht het fideï-commis in elk geval gebruiken voor de betaling van successierecht en de aflossing van eventuele overbedelingsschulden. De vrouw en de kinderen van de erflater betaalden successierecht (de toenmalige erfbelasting). In 2007 overleed de vrouw. De nakomelingen van de man ontvingen daardoor het fideï-commis. De Belastingdienst stelde dat dit een verkrijging was uit de erfenis van hun vader. De nakomelingen stelden dat de verkrijging van het fideï-commis een aparte verkrijging was. Deze zou apart zijn belast met successierecht zodat een lager tarief gold. Bovendien konden de nakomelingen zo nog een vrijstelling toepassen.

Berekening erfbelasting Rechtbank Haarlem was het inhoudelijk eens met de inspecteur. De wet stelt niet dat een fideï-commisvermogen een aparte verkrijging uit erfrecht vormt. De inspecteur had het successierecht correct berekend. Hij had namelijk de waarde van het fideï-commis eerst gedeeld door de som van het bedrag van de nalatenschap in 1999 en de verkrijging van het fideï-commis in 2007. Deze uitkomst had hij vervolgens vermenigvuldigd met het successierecht dat was verschuldigd over de som van het bedrag van de nalatenschap in 1999 en de verkrijging van het fideï-commis in 2007. ■ Bron: Rechtbank Haarlem, 29 juni 2010, LJN: BQ4120 (gepubliceerd 11 mei 2011)


■ ■ ■ ■ ■

2011/66 Verkoop met derdenbeding was geen schenking

leefde dit derdenbeding na toen hij in 2004 het stuk grond verkocht. De inspecteur meende dat in 1997 of in 2004 een schenking had plaatsgevonden tussen de moeder en haar kinderen.

De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs een beroep

Geen verarming

in cassatie bij de Hoge Raad ingetrokken. Hij verklaarde dat

Hof Den Bosch was het daarmee niet eens, omdat de moeder door haar handelingen niet was verarmd. Zij had het stuk grond immers verkocht tegen de waarde in het economisch verkeer. In eerste instantie ging de staatssecretaris van Financiën in cassatie bij de Hoge Raad. Hij heeft uiteindelijk het cassatieberoep weer ingetrokken, omdat hij zich toch kon vinden in de hofuitspraak. Wel stelt de staatssecretaris dat de zaak anders was geweest als de zoon en de moeder bij het overeenkomen van de verkoopprijs geen rekening hadden gehouden met het derdenbeding. In dat geval zou de zoon een schenking aan zijn moeder hebben gedaan, omdat hij om niet voor een deel afzag van de toekomstige meerwaarde van de grond. ■ Bron: Hof Den Bosch, 20 januari 2011, LJN: BQ2845 en toelichting staatssecretaris van Financiën,

■ Staatsblad EK

■ Aangenomen EK

■ Eindverslag EK

7 april 2011, nr. DGB2011/1369

■ Memorie van Antwoord EK

■ Aangenomen TK

■ Eindverslag TK

■ Nota n.a.v. verslag TK

■ Verslag TK

■ Wetsvoorstel +MvT TK

De stand van zaken

Wetgeving

Een erflater had bij testament zijn echtgenote en vier kinderen ieder voor gelijke delen als erfgenamen aangewezen. De weduwe kreeg alle activa van de nalatenschap toegedeeld onder de verplichting de schulden te voldoen. Bovendien hadden de kinderen volgens het testament een overbedelingsvordering op haar. In 1997 verkocht de weduwe een stuk grond aan een van haar zoons voor de waarde in het economisch verkeer. De verkoopakte bevatte een zogenoemd derdenbeding. Dat beding hield in dat de zoon bij een verkoop binnen vijftien jaar 80% van de daarbij behaalde winst zou doorbetalen aan zijn moeder, zijn broer en zijn zussen. De zoon

■ Voorlopig verslag EK

per definitie kwalificeert als een belaste schenking.

■ Wetsvoorstel EK

de verkoop van een stuk grond met een derdenbeding niet

Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (32 426) Btw-tarief levende dieren (30 922) Wijziging AOW i.v.m. mogelijkheid om ouderdomspensioen op een later tijdstip te laten ingaan (31 774) Wijziging van de Wet OB i.v.m. aanpak constructies met (on)roerende zaken (30 061) Wet op milieugrondslag i.v.m. het beperken van de emissies kolencentrales (31 362) Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (31 058) Invoeringswet titel 7.13 BW (31 065) Vaststelling titel 7.13 BW (28 746) Wet verhoging penisoenleeftijd naar 66 jaar (32 767) Wet uniformering loonbegrip (32 131) Rechtsbescherming bij controlehandelingen (30 645)

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

33


■ ■ ■ ■

Strafrecht

Van kracht sinds 1 juli

De fiscale

strafbeschikking doet zijn intrede Op 1 februari 2008 is de Wet OM-afdoening in werking getreden. Hierin wordt kort gezegd geregeld dat het Openbaar Ministerie (hierna: OM) in plaats van het aanbieden van een transactie, een zaak zelf buitengerechtelijk kan afdoen door middel van een strafbeschikking. Hoewel de inwerkingtreding van deze wet voor fiscale delicten in eerste instantie was voorzien per 1 oktober 2010, is de fiscale strafbeschikking pas opgenomen in de per 1 juli 2011 gewijzigde Aanwijzing OM-afdoening.

D

e Belastingdienst heeft nu ook de bevoegdheid om een strafbeschikking uit te vaardigen. Eveneens kan nu de Officier van Justitie (OvJ), in gevallen waarin thans de Belastingdienst exclusief de bevoegdheid heeft een transactie aan te bieden, overgaan tot het uitvaardigen van een strafbeschikking.

Madelon Stevens Mr. M. Stevens is werkzaam bij De Bont Advocaten in Amsterdam.

De strafbeschikking heeft grote gevolgen voor iemand aan wie deze wordt uitgevaardigd. In deze bijdrage bespreek ik eerst het karakter van de strafbeschikking en zet daarna stapsgewijs uiteen op welke wijze kan worden gehandeld op het moment dat een fiscale strafbeschikking is uitgevaardigd. Om de terminologie van de Aanwijzing (2011A001, Staatscourant 2011, 10937) aan te houden benoem ik in het navolgende iemand ‘bestrafte’ als iemand wordt bedoeld die een strafbeschikking heeft ontvangen.

Het karakter van de fiscale strafbeschikking Door de Wet OM-afdoening wordt de fiscale transactie omgevormd tot een strafbeschikking. De transactie strekt ter voorkoming van strafvervolging terwijl het uitvaardigen van een strafbeschikking een daad van vervolging is. Hiermee wordt het belangrijkste verschil tussen de transactie en de strafbeschikking aangestipt. Met een transactie kan worden bewerkstelligd het strafrecht bui-

34

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

ten toepassing te laten, terwijl met de uitvaardiging van de strafbeschikking iemand juist in een strafrechtelijke procedure wordt betrokken. Een belangrijk verschil, aangezien de strafbeschikking afkomstig van de Belastingdienst (in het geval de processen-verbaal niet overeenkomstig artikel 80, lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) in handen van de OvJ zijn gesteld) in een blauwe envelop op de deurmat zal vallen; schijn bedriegt dus. Op grond van artikel 257a, lid 1 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd voor overtredingen en misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf is gesteld van niet meer dan zes jaar. Aangezien uit artikel 69 AWR voortvloeit dat de maximale gevangenisstraf op fiscale delicten ten hoogste zes jaar bedraagt, kan voor deze delicten dus in alle gevallen een strafbeschikking worden uitgevaardigd. Voor een overzicht van de fiscale delicten verwijs ik naar de artikelen 68 en 69 AWR. Voor de vraag welke straffen bij de fiscale strafbeschikking kunnen worden opgelegd is van belang onderscheid te maken tussen de uitvaardigende instanties, namelijk het bestuur van ’s Rijks belastingen enerzijds en het OM anderzijds. Als het proces-verbaal aan de OvJ is toegezonden, kan krachtens artikel 257a Sv zowel een geldboete als een taakstraf van 180 uur bij de strafbeschikking


■ ■ ■ ■

worden opgelegd. Wordt de strafbeschikking door het bestuur van ’s Rijks belastingen uitgevaardigd, dan kan alleen een geldboete worden opgelegd (en een aantal andere voorwaarden op grond van artikel 76, lid 3 AWR). Het onderscheid tussen een bestuurlijke boete en een strafbeschikking lijkt op dit punt dan ook minimaal (zie ook G.J.M.E. de Bont, ‘De fiscale strafbeschikking: een ongewenste nouveauté?!’, Weekblad Fiscaal Recht 2005/1553). Opgemerkt moet nog worden dat als het proces-verbaal aan de OvJ is toegezonden deze op grond van artikel 80, lid 3 AWR bevoegd is de zaak ter afdoening terug te sturen naar het bestuur van ’s Rijks belastingen, die daarmee (weer) kan handelen overeenkomstig artikel 76 AWR (ofwel alsnog zelf kan overgaan tot het uitvaardigen van een strafbeschikking).

Strafbeschikking ontvangen en dan? Tegen een strafbeschikking kan in verzet worden gekomen. Hierbij is niet van belang welke instantie de strafbeschikking heeft uitgevaardigd. Het verzet moet altijd worden aangetekend bij het parket van de OvJ. De verzettermijn bedraagt twee weken vanaf het moment dat de strafbeschikking aan de bestrafte in persoon is uitgereikt of zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit kan worden afgeleid dat hij hiermee bekend is. Als voorbeeld van een omstandigheid waaruit kan worden afgeleid dat de bestrafte bekend is met de strafbeschikking noemt de Aanwijzing het geval dat deze de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna: CVOM) opbelt met een vraag over de beschikking en daarbij aangeeft wanneer hij hiermee bekend is geworden. In het geval de beschikking een boete van niet meer dan € 340 omvat wegens een overtreding die ten hoogste vier maanden vóór toezending is gepleegd, kan het verzet worden gedaan tot uiterlijk zes weken na de toezending (artikel 257e, lid 1 Sv).

artikel 76, lid 3 AWR geldt namelijk dat het bestuur van ’s Rijks Belastingen de bestrafte moet horen als het voornemens is een geldboete op te leggen van meer dan € 2000. Deze plicht geldt tevens voor de OvJ. Daarnaast moet de OvJ een bestrafte horen als hij een strafbeschikking uitvaardigt houdende een taakstraf, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen dan wel een gedragsaanwijzing geeft (artikel 257c Sv). Bovendien bepaalt

Voor alle fiscale delicten is een strafbeschikking mogelijk artikel 257, lid 2 Sv dat als een geldboete en een schadevergoedingsmaatregel die afzonderlijk of samen meer dan € 2000 belopen worden opgelegd, de bestrafte moet worden gehoord in aanwezigheid van een raadsman. Voor fiscale zaken heeft de wetgever echter bepaald dat bij het horen de aanwezigheid van een raadsman niet is vereist. ‘De aard van fiscale delicten en de verdachten die daarbij in beeld zijn, maken verplichte rechtsbijstand minder voor de hand liggend. In de praktijk van de huidige buitengerechtelijke afdoening van fiscale strafzaken door de Belastingdienst spelen advocaten ook slechts een zeer bescheiden rol.’ (Kamerstukken II, 2004-05, 29 849, nr. 3, p. 31.) Waarom de wetgever onderscheid maakt tussen ‘gewone’ zaken en fiscale zaken blijkt niet uit de parlementaire geschiedenis. Lammers spreekt dan ook van een onterecht onderscheid dat nog vóór de inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening voor fiscale delicten zou moeten worden opgeheven (M.H.W.N. Lammers, ‘De fiscale strafbeschikking’, Fiscaal Tijdschrift Vermogen 2010/06). Het verzet heeft tot gevolg dat de executie van de strafbeschikking wordt geschorst (voorlopig buiten werking wordt gesteld) of dat de executie van deze beschikking wordt opgeschort (tijdelijk wordt uitgesteld). Als het OM

Het is de vraag in hoeverre de termijn van twee weken als redelijk kan worden aangemerkt en de bestrafte voldoende effectieve rechtsbescherming biedt. Dat geldt te meer nu artikel 33 Sv voorschrijft dat het procesdossier pas ter kennis van de bestrafte wordt gebracht na uitreiking van de strafbeschikking. In twee weken tijd zal de bestrafte dus het dossier moeten opvragen, bestuderen en – als hij het niet eens is met de strafbeschikking – in verzet moeten komen. De omvang van met name fiscale zaken zal dit erg moeilijk, zo niet onmogelijk maken. De verwachting is dan ook dat in de praktijk vrijwel per definitie, ter behoud van rechten, in verzet zal worden gekomen (zie onder anderen M. Rosing, ‘Wet OM-afdoening en de (fiscale) transactie: tijdsbesparing?’, Strafblad, nr. 2, mei 2011, p. 48-53).

Verzet

Het voorgaande laat onverlet dat op grond van artikel 30 jo 32 Sv de bestrafte het OM kan verzoeken om een afschrift van de processtukken zodra hij bekend is geworden met het feit dat er een verdenking jegens hem is gerezen, bijvoorbeeld doordat hij voorafgaande aan de uitvaardiging van de strafbeschikking wordt gehoord. Op grond van

De bestrafte zelf, een advocaat die verklaart daartoe bepaaldelijk door deze te zijn gevolmachtigd en een bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde kunnen het verzet mondeling kenbaar maken bij elk parket (waarna voor dit parket een doorzendplicht naar de CVOM geldt), maar een schriftelijk verzet bij het op de strafbeschikking opgegeven postadres verdient de voor-

Korte verzettermijn dwingt in verzet komen wellicht af echter van oordeel is dat het verzet evident na het verstrijken van de termijn is gedaan, kan de executie worden doorgezet. Dus is het van belang snel en adequaat te handelen zodra men met een strafbeschikking wordt geconfronteerd.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

35


■ ■ ■ ■

Strafrecht

keur (artikel 257e, lid 3 Sv). Dit laatste kan worden gedaan door de verdachte zelf of door een advocaat die bepaaldelijk door hem is gevolmachtigd. De bestrafte moet (op straffe van niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 257f, lid 4 Sv) bij het verzet zijn naam opgeven en een kopie of een nauwkeurige aanduiding van de strafbeschikking waartegen het verzet zich richt overleggen en de bestrafte kan schriftelijke bezwaren tegen de beschikking opgeven (257e, lid 4 Sv). Op basis van (de inhoud van) het verzet kan de OvJ besluiten de strafbeschikking

Geef bij voorkeur schriftelijk inhoudelijke verzetgronden aan in te trekken of te wijzigen (artikel 257e, lid 8 Sv) of de bestrafte op te roepen ter terechtzitting. Als er geen inhoudelijke gronden worden aangevoerd, zal hij minder snel geneigd zijn de beschikking in te trekken. Daarom is het aan te raden bij het doen van verzet altijd schriftelijke bezwaren tegen de strafbeschikking op te geven. Zo zou bijvoorbeeld kunnen worden aangevoerd dat het onderzoek onvolledig is, omdat de bestrafte niet van het procesdossier kennis heeft kunnen nemen en daarop niet heeft kunnen reageren, de bestrafte nadere onderzoekswensen heeft of de zaak nog niet zittingsrijp is omdat er stukken ontbreken in het dossier. Het is van belang te realiseren dat het doen van verzet niet geheel vrijblijvend is. ‘Als er redenen zijn om aan te nemen dat het verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen, kan in beginsel een hogere straf worden gevorderd ter terechtzitting. Een dergelijke situatie kan voorkomen wanneer de bestrafte in het verzetschrift geen gronden heeft aange-

36

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

geven en eveneens verstek laat gaan ter terechtzitting, dan wel verschijnt maar geen inhoudelijk verweer voert. In deze gevallen kan een tot maximaal 20% hogere straf worden gevorderd dan in de strafbeschikking vermeld’, aldus de Aanwijzing. Een bestrafte kan ervoor kiezen afstand te doen van verzet (bijvoorbeeld uit pragmatische overwegingen) door vrijwillige voldoening van de strafbeschikking of schriftelijk afstand te doen, in aanwezigheid van een raadsman. Ook kan hij tot de aanvang van de behandeling van het verzet ter terechtzitting ervoor kiezen dit in te trekken. Hiermee wordt afstand gedaan van de bevoegdheid het rechtsmiddel opnieuw aan te wenden (artikel 257f, lid 7 Sv). Het is dus belangrijk dat het verzet weloverwogen wordt ingetrokken. De bestrafte accepteert hiermee immers zijn schuld, althans bestrijdt de schuldvaststelling niet (Kamerstukken II, 2004-05, 29 849, nr. 17, p. 41). Daarnaast wordt de acceptatie van de beschikking opgenomen in de justitiële documentatie. Dit betekent dat de bestrafte vanaf dat moment een ‘strafblad’ heeft. Dit kan nadelige gevolgen hebben. Zo wordt bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) onderzoek gedaan naar strafbare gedragingen op naam van de aanvrager waarbij wordt gekeken naar zijn gedragingen van de afgelopen vier jaar. Als iemand binnen vier jaar voorafgaand aan de aanvraag van een VOG een strafbare gedraging op zijn naam heeft staan, kan een VOG worden geweigerd. Tevens wordt in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur bij de aanvraag van vergunningen, subsidies en aanbestedingen de justitiële documentatie geraadpleegd en kan (de acceptatie van) een strafbeschikking het inwilligen van de aanvraag in de weg staan. Hoewel het accepteren van de strafbeschikking gelijk staat aan een rechterlijke veroordeling, met alle gevolgen


■ ■ ■ ■

van dien, kan in sommige gevallen de acceptatie hiervan opportuun zijn. Hierbij moet gedacht worden aan de voordelen die nu aan de transactie zijn verbonden. Door het accepteren van de strafbeschikking volgt geen openbare terechtzitting – waaruit reputatieschade zou kunnen volgen – en de bestrafte riskeert geen gevangenisstraf. Overigens moet hierbij wel worden opgemerkt dat krachtens artikel 257h Sv bij algemene maatregel van bestuur categorieën strafbeschikkingen ter zake van misdrijven kunnen worden aangewezen die op daarbij te bepalen wijze openbaar worden gemaakt en de OvJ op verzoek een afschrift van een strafbeschikking kan verstrekken aan ieder ander dan de verdachte of zijn raadsman. Hierbij moet de OvJ wel een belangenafweging maken waarbij – als het belang van de bestrafte prevaleert – hij een geanonimiseerd afschrift van de strafbeschikking kan verstrekken.

Verzet en dan? Naar aanleiding van het verzet zal de OvJ de zaak herbeoordelen waarna hij kan kiezen uit drie opties. Hij kan overgaan tot: ■ intrekking van de strafbeschikking waarbij er altijd sprake is van een sepot en een sepotbrief wordt verstuurd; ■ wijzing van de strafbeschikking waarbij de zaak aan de rechter moet worden voorgelegd, tenzij de bestrafte voldoet aan de gewijzigde strafbeschikking (waarmee hij afstand doet van verzet of zijn verzet intrekt); ■ oproeping van de bestrafte voor de terechtzitting waarbij de normale rechterlijke procedure wordt gevolgd. Als de OvJ overgaat tot intrekking van de strafbeschikking, vervalt in beginsel het vervolgingsrecht. Dit kan alleen worden hersteld als het gerechtshof in een beklagprocedure beveelt dat alsnog de vervolging zal worden ingesteld (artikel 255a, lid 2 SV). Als er geen beklagprocedure wordt ingesteld, komt de zaak hier ten einde. Wel kan mogelijk opnieuw een strafbeschikking worden uitgevaardigd voor hetzelfde feit als er nieuwe bezwaren bekend zijn geworden. Bij de intrekking van de strafbeschikking is er immers sprake van een sepot (ofwel een kennisgeving van niet verdere vervolging) ten aanzien waarvan artikel 255 Sv bepaalt dat iemand niet opnieuw in rechte kan worden betrokken ter zake van hetzelfde feit, tenzij er nieuwe bezwaren aan het licht zijn gekomen. Als de OvJ besluit de strafbeschikking te wijzigen, mag hij de feitenbeschrijving niet zodanig wijzigen dat deze niet langer hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sv inhoudt. Krachtens artikel 257e, lid 8 Sv is dit niet toegestaan. Dan bestaat echter wel de mogelijkheid dat de OvJ een nieuwe strafbeschikking uitvaardigt. Artikel 257e, lid 8 Sv bepaalt verder dat tegen een gewijzigde strafbeschikking verzet kan worden gedaan, maar dat een al gedaan verzet tevens wordt geacht te zijn gericht tegen de gewijzigde beschikking (tenzij vrijwillig aan de gewijzig-

de beschikking wordt voldaan). Als er dus verzet tegen de oorspronkelijke strafbeschikking is gedaan, hoeft dit niet opnieuw te worden gedaan tegen de gewijzigde beschikking zolang de bestrafte deze niet accepteert of het verzet intrekt. Besluit de OvJ geen actie te ondernemen op basis van het verzet (dat wil zeggen de strafbeschikking niet in te trekken dan wel te wijzigen), dan brengt hij het verzet en de processtukken ter kennis van de rechtbank en roept de verdachte ter terechtzitting op (artikel 257f, lid 1 Sv). De wijze waarop de rechter kan worden ingeschakeld en de rol die deze in dat geval vervult verschilt wezenlijk met het bestuursrecht. De strafrechter beperkt zich namelijk niet tot een enkele beoordeling van de strafbeschikking, maar berecht de strafzaak op dezelfde wijze als wanneer er geen strafbeschikking zou zijn uitgevaardigd (in volle omvang). De strafbeschikking is dus volledig strafrechtelijk genormeerd (Kamerstukken II, 2005-06, 29 849, C, p. 20). Ten slotte staan tegen het vonnis van de rechter de gebruikelijke rechtsmiddelen open.

Conclusie Resumerend verdient het aanbeveling acht te slaan op de volgende punten zodra een strafbeschikking is uitgevaardigd, waarbij het met name van belang is snel en adequaat te handelen. ■ Als een strafbeschikking is uitgereikt, geldt een termijn van twee weken om in verzet te komen. ■ In fiscale zaken waarbij een geldboete van meer dan € 2000 wordt opgelegd, zal een bestrafte voor het uitvaardigen van een strafbeschikking worden gehoord. Om het dossier goed te kunnen bestuderen moet op grond van artikel 30 jo 32 Sv om de processtukken worden verzocht. ■ Respons van de OvJ. - Hij trekt de strafbeschikking in. Dan wordt de zaak met een sepot(brief) beëindigd en vervalt het vervolgingsrecht tenzij een beklagprocedure wordt gestart of nieuwe bezwaren bekend worden. - Hij wijzigt de strafbeschikking. Dan kan deze worden geaccepteerd door de bestrafte (waarmee afstand van verzet wordt gedaan) of hij kan het verzet intrekken. Gezien de gevolgen van de strafbeschikking is dit echter af te raden. Als al verzet is gedaan tegen de oorspronkelijke beschikking, hoeft tegen de gewijzigde beschikking niet opnieuw in verzet te worden gekomen. De zaak komt dan voor de rechter waarna een (strafrechtelijke) procedure volgt. - Hij roept de bestrafte op ter terechtzitting. Dan komt de zaak tevens voor de rechter. Ook hier volgt een procedure. Gezien het strafrechtelijke karakter van de procedure is het gewenst het dossier zo spoedig mogelijk op te vragen en al in een vroeg stadium in overleg met de contactambtenaar of de OvJ te treden om de precaire zaak in goede banen te leiden. ■

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

37


HET

Verenigingsnieuws Belangenbehartiging en vakinformatie

RB Koepelconvenant horizontaal toezicht Tijdens de RB-dag van 17 juni jl. zijn het RB en de Belastingdienst een koepelconvenant horizontaal toezicht aangegaan. Het RB Koepelconvenant geeft kantoren onder leiding van een gecertificeerd RB-lid de mogelijkheid een horizontaal toezichtconvenant af te sluiten. Het RB en de Belastingdienst hebben afgesproken het RB Koepelconvenant eind 2012 te evalueren. Voor deelname aan het RB Koepelconvenant is onder meer vereist dat: het kantoor goede (standaard)werkprogramma’s, werkprocedures en dossiervorming heeft en over gedegen kennis beschikt van de klanten/ondernemers (en hun administratie) die deelnemen aan HT. Uw kantoor kan zich aansluiten door een vragenlijst in te vullen, die door het RB wordt getoetst. Voldoet uw kantoor aan de toetsingscriteria, dan meldt het RB u aan bij de Belastingdienst, waarna de Belastingdienst met u het gesprek aangaat over uw kantoor en u de aansluitingsverklaring kunt tekenen. Een auditor van het RB voert na uw aanmelding een onafhankelijke kantoortoets uit.

Toezichtarrangement met BFT Het RB heeft tijdens de RB-dag van 17 juni tevens het toezichtarrangement verlengd dat het CB sinds juni 2008 heeft met het Sylvester Schenk tekent samen met de directeur Bureau FinanciBFT, de heer Winkel het toezichtarrangement. eel Toezicht. Dit voor een periode van drie jaar. Op grond van dit toezichtarrangement controleert het RB haar kantoorhoudende leden op de naleving van de verplichtingen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. De resultaten van die controles worden vervolgens aan het Bureau Financieel Toezicht gerapporteerd. Meer informatie over de Wwft en het toezichtarrangement is opgenomen op de website in het Dossier Wwft. Het RB staat voor een kwalitatief hoogwaardige beroepsuitoefening door belastingadviseurs en rekent de bevordering van een goed werkend systeem van belastingheffing tot haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Systeemtoezicht sluit aan bij de huidige denkbeelden over maatschappelijk verantwoord ondernemen en eigen verantwoordelijkheid.

Uit een onlangs gehouden webpoll onder RB-leden blijkt, dat tweederde van de stemmers verwacht dat het RB de voorwaarden schept om aan HT te kunnen deelnemen. Het RB Voorzitter Sylvester Schenk tekent samen met Theo Poolen, lid van het managementteam van doet dat onder andere door het de Belastingdienst, het koepelconvenant HT. aanbieden van het RB Kwaliteitshandboek en het RB Koepelconvenant. Is horizontaal toezicht iets voor uw kantoor? Kijk op www.rb.nl voor een quick scan, het self assessment en informatie over horizontaal toezicht en het RB Koepelconvenant. Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met het RB en vragen naar de HT-coördinator John Beljaars (jbeljaars@rb.nl).

Commentaar RB op wetsvoorstel Openbaarheid belastingrechtspraak De Commissie Wetsvoorstellen vindt het wenselijk dat het kabinet de belangenafweging tussen openbaarheid van belastingrechtspraak en privacy van het individu meer onderbouwt. Dit geeft de commissie aan in haar commentaar op het consultatiewetsvoorstel Openbaarheid belastingrechtspraak. De commissie roept de volksvertegenwoordiging op tot een fundamentele discussie. Hoewel in het algemene bestuursrecht openbaarheid van belastingrechtspraak het uitgangspunt is, kent de commissie geen maatschappelijke signalen dat de belastingrechtspraak als gevolg van de niet openbare zitting en de geanonimiseerde publicatie van uitspraken als onvoldoende kenbaar en controleerbaar zou worden ervaren. De commissie wijst erop dat het wetsvoorstel belemmerend kan werken voor de toegang tot de rechter. Aanpassing van het wetsvoorstel, in die zin, dat op eerste verzoek van de rechtzoekende de zitting achter gesloten deuren plaatsvindt, acht de commissie daarom wenselijk. Het volledige commentaar op het consultatiewetsvoorstel Openbaarheid belastingrechtspraak is te vinden op het ledengedeelte van www.rb.nl (>Vakinformatie>Commissie wetsvoorstellen).

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

39


HET

Verenigingsnieuws Belangenbehartiging en vakinformatie

RB reageert op Fiscale Agenda De Commissie Wetsvoorstellen van het RB heeft op maandag 6 juni 2011 gereageerd op de Fiscale Agenda. Hierin zet het kabinet de voorgenomen belastingmaatregelen voor zijn regeerperiode uiteen, waarbij eenvoud, soliditeit en fraudebestendigheid de uitgangspunten zijn. De commissie ondersteunt deze uitgangspunten en merkt op hoofdlijnen het volgende op: ■

Ontzie het Nederlandse MKB in de concrete uitwerking van maatregelen gericht op grondslaguitholling door internationaal opererende bedrijven. Voorkom onder meer dubbele heffing in volledig binnenlandse situaties, zoals bij renteaftrekbeperkende maatregelen; De introductie van een aparte winstbox is positief met het oog op fiscale eenvoud. De rechtsgelijkheid tussen de verschillende groepen belastingplichtigen (ondernemers, resultaatgenieters, werknemers en aanmerkelijkbelanghouders) verdient nadrukkelijk aandacht, onder meer gezien het grote verschil tussen het huidige effectieve toptarief inkomstenbelasting voor ondernemers en werknemers. Ook verdient het aanbeveling dat vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen onder de reikwijdte van fiscale stimuleringsmaatregelen voor startende ondernemingen vallen; De commissie juicht de ontwikkelingen naar een (eenvoudiger) loonsomheffing toe, maar waarschuwt voor te hooggespannen verwachtingen over lastenverlichting. De huidige werkkostenregeling bijvoorbeeld heeft niet tot de beloofde vereenvoudiging geleid; Fiscale fraude dient te worden aangepakt. De rechtsbescherming dient tegelijkertijd gewaarborgd te blijven en mag niet ondergeschikt zijn aan bezuinigingsdoelstellingen, onbelemmerde geautomatiseerde processen en horizontalisering; Een minder instrumentalistische inkomstenbelasting is wenselijk vanuit het oogpunt van vereenvoudiging en soliditeit.

De commissie geeft enkele overwegingen met het oog op vereenvoudiging en beperking van de uitvoeringskosten, zoals samenvoegen van de inkomstencategorieën winst uit onderneming en resultaat uit overige werkzaamheden, een heroverweging van de terbeschikkingstellingsregeling, een nieuwe evaluatie van de werkruimteregeling, het beter afstemmen van de aanmerkelijkbelangregeling op de verzekeringsplicht van de dga en het afschaffen van het gebruikelijk loon van de dga. De volledige reactie op de Fiscale Agenda is te lezen in het Dossier Fiscale Agenda op wwwrb.nl.

40

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Commentaar voorstel Kostendekkende griffierechten De Commissie Wetsvoorstellen van het RB heeft commentaar geleverd op het conceptwetsvoorstel Kostendekkende griffierechten. Het belangrijkste punt uit het commentaar is dat de toegang tot de rechter een fundamenteel mensenrecht is in een democratische rechtsstaat, dat niet lichtvaardig mag worden beperkt op grond van bezuinigingsdoelstellingen en overwegingen van meer eigen verantwoordelijkheid van de burger en meer inventiviteit in de geschillenbeslechting. Bovendien kan volgens de commissie het aantal fiscale procedures afnemen door beter begrijpelijke wetgeving, minder instrumentalistisch ingestoken wetgeving en voldoende budget voor de uitvoering door de Belastingdienst. De commissie wijst erop dat ook belastingambtenaren, belastingadviseurs en andere rechtsbijstandverleners verantwoordelijk zijn voor een efficiënte fiscale geschillenbeslechting. Horizontaal toezicht is bijvoorbeeld gericht op een open, transparante verhouding tussen belastingplichtigen, belastingadviseurs en de Belastingdienst, hoewel bij een blijvend verschil van inzicht ook hier een beroep op de rechter de aangewezen stap blijft. Voor het commentaar en meer informatie over kostendekkende griffierechten, zie het ledengedeelte van www.rb.nl (>Vakinformatie>Commissie wetsvoorstellen onder het kopje Formeel belastingrecht en beroepsuitoefening).

Reactie Groenboek over de toekomst btw De Commissie Wetsvoorstellen heeft een reactie ingediend bij de Europese Commissie op het Groenboek over de toekomst van de btw. Leden van het btw-specialistennetwerk van het RB hebben in het bijzonder bijgedragen om deze uitgebreide reactie mogelijk te maken. De hele reactie kunt u nalezen op het ledengedeelte van www.rb.nl (>Vakinformatie>Commissie Wetsvoorstellen).


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Ledenservice

RB-dag in het teken van horizontaal toezicht Op vrijdag 17 juni bezochten ongeveer 800 leden de RB-dag in Hotel en Congrescentrum Papendal in Arhnem. Voorafgaand aan het congresprogramma woonden bijna 400 leden de eerste RB-ledenvergadering bij. Sylvester Schenk ging in zijn jaarrede onder andere in op de fusie die per 1 januari 2011 gerealiseerd werd. Daarna werd door de directeur van BFT, Folkert Winkel en RB-voorzitter Sylvester Schenk het toezichtarrangement tussen BFT en RB ondertekend. Penningmeester Bernold Sterenborg behandelde de begroting, die na een aantal vragen door de leden werd goedgekeurd. Bernold nam deze vergadering afscheid van het bestuur; ook de eerder afgetreden bestuursleden Ad Fruijtier en René Bisschoff werden door de voorzitter en door de leden bedankt voor hun inzet. Yvo Burkink werd voorgedragen als bestuurslid en door de leden benoemd. Na de ledenvergadering opende voorzitter Sylvester Schenk de middag. Hij maakte bekend dat het RB een convenant horizontaal toezicht met de Belastingdienst zou sluiten. Direct daarna werden de handtekeningen gezet. Dagvoorzitter Wil Vennix stelde vervolgens vragen aan de ondertekenaars Theo Poolen, lid van het managementteam van de Belastingdienst en aan Sylvester Schenk. De uitslagen van de door het RB gehouden enquête horizontaal toezicht werden vergeleken met de mening vanuit de zaal. Aansluitend ging Hans Gribnau in op horizontaal toezicht en het formele belastingrecht aan de hand van de stelling ‘Horizontaal toezicht moet niet wettelijk geregeld worden’. De ALV stemt.

Na een pauze waarin de leden opnieuw de informatiemarkt bezochten verraste John Piepers de zaal met een bijzonder dobbelspel, waarbij de kwaliteitseisen die in het kader van HT aan een kantoor worden gesteld aan de orde kwamen. Arend Jan van Lint ging vervolgens in op de praktijk door zijn eigen ervaringen met horizontaal toezicht te delen met de aanwezigen in de zaal. Ten slotte zorgde Jörgen Raymann voor een vrolijke (en muzikale) noot door zijn interpretatie te geven aan horizontaal toezicht. De gezellige borrel na afloop ging over in een walking dinner. Veel leden maakten van deze gelegenheid gebruik om hun netwerk verder uit te breiden. Een uitgebreid inhoudelijk verslag van de RB-dag leest u op pagina 18 van deze uitgave. De presentaties van de RB-dag vindt u op het ledendeel van www.rb.nl > bijeenkomsten > presentaties en foto’s.

Informatiemarkt De informatiemarkt werd goed bezocht. Veel deelnemende bedrijven hebben een bijdrage geleverd aan de goodiebag die de leden na afloop mee naar huis kregen. Daarnaast waren er bij verschillende stands prijsvragen. Zo won Lourens Nieuwenhuis een e-reader bij de stand van Kröller Assurantiën. Kendall Mason stelde samen met Menzis enkele Ipads2 ter beschikking die door deelname aan een enquête over het zorgarrangement voor RB-leden gewonnen konden worden. Notaris Van Limburg Stirum uit Hilversum zorgde voor een officiële trekking van de winnaars: Robert Verhofstad van Adfisk Services en Edward Odding van Grant Thornton. Een aantal deelnemers heeft prijsafspraken voor RB-leden; voor meer informatie kijkt u op het ledendeel van www.rb.nl > ledenvoordeel.

Penningmeester Bernold Sterenborg nam afscheid. Uitleg over PE-online.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

41


HET

Verenigingsnieuws Opleidingen

Verder met de grootste fiscale opleider van Nederland Wilt u het fiscale pad verder bewandelen? Tijd om te investeren in uw fiscale kennis! Door de kortlopende trajecten en het praktijkgerichte karakter van onze opleidingen, kunt u uw kennis direct toepassen in de dagelijkse praktijk. Kenmerkend voor het aanbod van RB Opleidingen zijn de diverse doorstroommogelijkheden. U kunt zelfs in zes jaar uw universitaire graad behalen in het fiscaal recht of in de fiscale economie. In september en oktober gaat RB Opleidingen weer met haar fiscale opleidingen van start. Hieronder een overzicht.

CB-belastingconsulent ■ brede fiscale basiskennis op hbo-niveau ■ zelfstandig fiscale adviezen geven en aangiften doen ■ opleidingsduur 1½ jaar ■ mogelijkheid tot doorstroom naar opleiding CB-belastingadviseur

CB-belastingadviseur ■ opleiding tot allround fiscaal adviseur voor het mkb en de (vermogende) particulier ■ praktische opleiding op hbo-niveau ■ ook voor accountants en juridisch adviseurs die fiscale adviezen op hoog niveau willen geven ■ opleidingsduur 2½ jaar

Schakelprogramma Master Belastingadviseur ■ opleiding tot fiscaal adviseur voor het mkb en de (vermogende) particulier op hbo-niveau ■ verdiept en verbreedt de kennis die u reeds heeft opgedaan tijdens de opleiding hbo Fiscaal Recht en Economie (Fiscale Economie) ■ opleidingsduur 9 maanden ■ mogelijkheid tot doorstroom naar opleiding Master Belastingadviseur

‘Bij de opleiding Master Belastingadviseur speelt het hoge praktijkgehalte een belangrijke rol door niet alleen formele vakken te behandelen’, Arjan van der Bok CB MB

Master Belastingadviseur ■ opleiding tot fiscaal adviseur voor het mkb en de (vermogende) particulier op hbo-niveau ■ geeft inzicht in de samenhang van civiele en fiscale wetten. Na afronding van de Master Belastingadviseur bent u in staat om complexe fiscale vraagstukken te beantwoorden ■ NVAO-geaccrediteerd ■ de enige fiscale hbo-master in Nederland ■ opleidingsduur 1 jaar (1½ jaar ook mogelijk)

AA-Belastingaccountant ■ korte opleiding op hbo-niveau speciaal voor accountants ■ verdiept en verbreedt de kennis die u reeds heeft opgedaan in de AA- of RA-opleiding

42

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

■ biedt specifieke fiscale kennis direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk ■ aangeboden in samenwerking met de Vakgroep Belastingen en Recht van de NOvAA ■ opleidingsduur 9 maanden

AA CB-Belastingadviseur ■ korte vervolgopleiding aansluitend op de opleiding AA-Belastingaccountant ■ biedt specifieke fiscale kennis direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk ■ geeft recht op vermelding in het ledenregister van het RB ■ aangeboden in samenwerking met de Vakgroep Belastingen en Recht van de NOvAA ■ opleidingsduur 9 maanden


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

UvA Master Fiscale Economie 1 jaar

RuG Master Fiscaal Recht 1 jaar

Summercourse 2 weken

Master Belastingadviseur 1 jaar

RuG Master Fiscaal Recht Toelatingsprogramma 1 jaar

AA CB-Belastingadviseur 9 maanden

Schakelprogramma Master Belastingadviseur 9 maanden

CB-belastingadviseur 2½ jaar AA-Belastingaccountant 9 maanden

CB-belastingconsulent 1½ jaar

‘Met het Beroepsvaardigheidsprogramma heb ik gekozen voor een praktische inslag. Ik vind het een goede aanvulling op mijn universitaire studie’, mr. Harold van de Ven FB

Beroepsvaardigheidsprogramma ■ ■ ■ ■

biedt kwalitatief hoge scholing in beroepsvaardigheden legt een stevige basis voor (klant)gesprekken bereidt u voor op het voeren van gerechtelijke procedures twintig algemene en tien fiscale PE-punten

Master Fiscaal Recht ■ afgestemd op afgestudeerde CB-belastingadviseurs, Bachelor Belastingadviseurs en Master Belastingadviseurs ■ biedt de mogelijkheid om inhoudelijke kennis naar academisch niveau uit te bouwen ■ vergroot het inzicht in systemen en achtergronden van het fiscale recht

■ na het behalen van de opleiding Master Fiscaal Recht mag de titel LL.M. (mr.) worden gevoerd

Master Fiscale Economie ■ afgestemd op afgestudeerden van de Master Belastingadviseur en studenten die in het bezit zijn van de Akte van Bekwaamheid als belastingadviseur (NFB) ■ biedt de mogelijkheid om inhoudelijke kennis naar academisch niveau uit te bouwen op het gebied van fiscale economie ■ combinatie van fiscaal-rechtelijke en fiscaal-economische vakken op academisch niveau ■ na het behalen van de opleiding Master Fiscale Economie mag de titel MSc. worden gevoerd In de brochure Fiscale Opleidingen 2011-2012 vindt u uitgebreide informatie over alle RB-opleidingen. Op www.rb.nl/opleidingen kunt u zich direct online aanmelden. Voor meer informatie neemt u contact op met RB Opleidingen, telefoonnummer (0345) 54 70 30.

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

43


HET

Verenigingsnieuws Opleidingen

Vernieuwd cursus- en opleidingsprogramma Onlangs heeft u van RB Opleidingen de brochures Fiscale Opleidingen 2011-2012, Permanente Educatie najaar 2011 en VLB Opleidingen 2011 ontvangen. In de brochures, die in een geheel nieuw jasje zijn gestoken, vindt u het unieke opleidingsprogramma van RB-opleidingen. RB Opleidingen biedt u praktijkopleidingen van divers niveau, de geaccrediteerde fiscale hbo-master en Permanente Educatie-cursussen, gericht op het mkb en de agrarische (advies)praktijk. De ontwikkeling en vernieuwing van cursussen krijgt grote aandacht binnen RB Opleidingen. Hieronder hebben wij voor u de wijzigingen in het cursus- en opleidingsprogramma 2011-2012 op een rijtje gezet.

Fiscale Opleidingen 2011-2012 Naast de nieuwe uitstraling van de brochure is er ook binnen het opleidingsprogramma van RB Opleidingen een aantal wijzigingen op te merken. Vanaf september start RB Opleidingen met het Schakelprogramma Master Fiscaal Recht. Studenten met een diploma hbo Fiscaal Recht en Economie (Fiscale Economie) op zak kunnen na afronding van dit negen maanden durende schakeltraject direct instromen in de Master Belastingadviseur. Daarnaast heeft het studieprogramma van de opleiding CB-belastingconsulent een aantal wijzigingen ondergaan voor een nog betere aansluiting op de mkb-praktijk en de opleiding CB-belastingadviseur. Dit uit zich onder andere in de toevoeging van het vak Capita selecta onderneming en dga, de aanpassingen binnen de vakken Inkomstenbelasting (exclusief winst) en Inkomstenbelasting (winst) en de verschuiving van het vak Omzetbelasting van het eerste naar het derde semester van de opleiding.

agrofiscaal en agrobedrijfskundig gerelateerde cursussen en vaardigheidstrainingen. Naast het vaste najaarsprogramma organiseert VLB Opleidingen gedurende het hele jaar flitscursussen. Dit zijn cursussen die direct op een actualiteit inspelen, alsmede cursussen die voor uw dagelijkse praktijk relevant zijn. Ze worden via de digitale VLB-flits aangeboden. Ook bij VLB Opleidingen bestaat uiteraard de mogelijkheid om de cursussen incompany voor u te organiseren.

Voor uw agenda Start opleidingen ■

CB-belastingadviseur Dinsdag 27 september 2011 De opleiding CB-belastingadviseur wordt aangeboden op maandag-, dinsdag- en donderdagavond. Het eerste college vindt voor alle groepen plaats op dinsdag 27 september 2011. De overige colleges volgt u op de door u aangegeven voorkeursavond. ■

CB-belastingconsulent Vanaf dinsdag 20 september 2011

Schakelprogramma Master Belastingadviseur Vrijdag 16 september 2011

AA-Belastingaccountant Amsterdam maandag 5 september 2011 Zwolle maandag 12 september 2011 Rotterdam dinsdag 6 september 2011 Utrecht dinsdag 13 september 2011 donderdag 15 september 2011 Eindhoven woensdag 7 september 2011

AA CB-Belastingadviseur Utrecht maandag 3 oktober 2011 dinsdag 4 oktober 2011 woensdag 5 oktober 2011

Master Belastingadviseur Utrecht / Amersfoort vrijdag 23 september 2011

Beroepsvaardigheidsprogramma Utrecht / Amersfoort vrijdag 30 september 2011

Permanente Educatie najaar 2011 RB Opleidingen biedt u opnieuw een gevarieerd en interessant programma aan. Met dit cursusaanbod komt het RB zoveel mogelijk aan de vraag van haar leden tegemoet. Dat betekent dat u ook niet-fiscale onderwerpen aantreft in ons aanbod, zoals de cursussen ‘Samenstellen van de jaarrekening mkb’ (inleiding en verdieping) en ‘Strategisch meedenken met uw klant’. Alle cursussen zijn uiteraard ook op maat af te stemmen op uw organisatie, op basis van uw specifieke wensen.

VLB Opleidingen en Het cursusaanbod van an VLB Opleidingen richt zich op diverse functieprofielen binnen uw organisatie. Het programma kenmerkt zich door de

44

Fiscale opleidingen idingen 2011/2012

ente

man

Per

tie

20

uca

Ed

11

hte

eric

aleen fiscusse tijkg

Prak

ar

naja

20

curs

11

CB-belastingconsulent CB-belastingadviseur Schakelprogramma rogramma Master Belastingadvis Belastingadviseur seurr Master Belastingadviseur Master Fiscaal Recht Master Fiscale Economie Beroepsvaardigheids Beroepsvaardigheidsprogramma dspro ogram amm mmaa

k

is en

en

De

brug

tuss

tij prak

Ag

kenn

fisc

curs

ro

ale

uss

en

Verder in fiscale kennis nnis

Verd

er

in fis

cale

kenn

is

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Verd

er

in

agro

fisca

le ke

nn

is


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Studietijd Gideon Drenth AA CB is 30 jaar en woonachtig in Alkmaar. Na zijn hbo-studie startte hij in 2003 zijn carrière in accountancy als senior-assistent bij Deloitte Hoorn. Inmiddels is hij adviseur binnen Deloitte en begeleidt hij kleine en middelgrote bedrijven en zijn eigenaren/directeuren-grootaandeelhouders. Via RB Opleidingen behaalde hij in juni 2009 het diploma AABelastingaccountant en rondde hij in 2010 de opleiding AA CB-Belastingadviseur af. Waarom heb je gekozen voor RB Opleidingen? Toen ik na mijn studie in 2003 in dienst trad bij Deloitte heb ik eerst de praktijkstage van drie jaar gedaan om AA-accountant te worden. Na een studieloos jaar begon het weer te kriebelen. Vanuit accountancy was voor mij een opleiding gericht op fiscale advisering een logische stap. De praktijkgerichte opleiding AABelastingaccountant van RB Opleidingen en de NOvAA sloot perfect op mijn wensen aan. Een collega volgde deze opleiding en ook mijn werkgever stimuleerde mijn keuze. Hoe heb je de studiebelasting ervaren? Voor mij was de studiebelasting prima. Natuurlijk moest ik even wennen aan het ritme van leren en voorbereiden. Maar met structuur en enige discipline was het gemakkelijk te doen. Daarnaast vond ik de manier van studeren prettig; niet alleen maar hoofdleren, maar vooral signaleren, herkennen en toepassen. Los van de studiebelasting vond ik het onderlinge contact en het delen van ervaringen met mijn enthousiaste collega-studenten erg leuk en leerzaam. Wat vond je van de indeling van de onderdelen? Inhoudelijk was de AA CB-Belastingaccountant een goede opleiding en ik was ook tevreden met de indeling van de onderdelen. Persoonlijk had ik een lichte voorkeur om het onderdeel vennootschapsbe-

‘De praktijkgerichte opleiding sloot perfect op mijn wensen aan’ lasting eerder te behandelen dan omzetbelasting. De opzet en indeling van de opleiding AA-Belastingadviseur was ook prima. Sloten de opleidingen aan op jouw vooropleiding? De opleiding AA-Belastingaccountant sloot goed aan op de AA-opleiding en was een verdieping hierop. De fiscale vakken die tijdens de AA-opleiding werden behandeld kwamen uitgebreider aan bod in de opleiding AA-Belastingaccountant. Daarnaast kwam het vak Schenk- en erfbelasting aan bod. Dit vak was geheel nieuw voor mij.

Kon je beide studies makkelijk combineren met je werk? De studies waren gemakkelijk te combineren met mijn werk. Door het interval van minimaal twee weken tussen de lessen ontstaat voldoende voorbereidingstijd. Daarnaast vallen de examens in de relatief rustige werkperiode. Ook de lestijden (vanaf 18.00 uur, red.) zijn gunstig en prima te combineren met werktijden. Ervaar je een meerwaarde in je dagelijks werk nu je deze opleidingen hebt gevolgd? Vooral in het beantwoorden van fiscale vraagstukken ervaar ik een meerwaarde. Niet alleen op fiscaal-juridisch, maar voor mij persoonlijk met name op fiscaal-economisch gebied. Daarnaast ben ik een vraagbaak voor collega’s die deze studies niet hebben gevolgd. Met name als het gaat om de opleiding AA CB-Belastingadviseur wordt 75% van de werkzaamheden die je in de dagelijkse praktijk tegenkomt behandeld. Daarbovenop heeft de opleiding mij geleerd om bepaalde zaken te signaleren, die ik eerder niet had herkend. Hierdoor kan ik mijn klant uitgebreider adviseren, zowel in de breedte als in de diepte. De onderdelen Ondernemingsrecht en Internationaal belastingrecht uit de AA CB-Belastingadviseur bleken zeer waardevol te zijn voor mij. Ik gebruik de kennis die ik hiermee heb opgedaan regelmatig en ervaar een grote toegevoegde waarde in de praktijk bij het sparren met fiscale collega’s. Het is goed om de structuur van de wet te kennen en functioneel als hulpmiddel te gebruiken.

‘De opleiding AA CB-Belastingadviseur heeft voor een andere benadering gezorgd. Ik neem niet zomaar aan wat collega’s zeggen, maar onderzoek een fiscaal vraagstuk eerst zelf’ Cia de Jong AA CB

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

45


HET

Verenigingsnieuws Opleidingen

Uitgelicht Schakelprogramma Master Belastingadviseur RB Opleidingen biedt vanaf september 2011 het Schakelprogramma Master Belastingadviseur aan. Dit schakelprogramma is de ideale opleiding voor studenten die na het behalen van het diploma hbo Fiscaal Recht en Economie (Fiscale Economie) in een jaar hun fiscale kennis naar een hoger niveau willen tillen en willen doorstuderen voor Master Belastingadviseur. Het Schakelprogramma bestaat uit 23 colleges die op vrijdag worden gedoceerd van 09.30 – 17.00 uur.

Onderwerpen

Semester 1: Privaatrecht Ondernemingsrecht Formeel belastingrecht Loonbelasting Schenk-, erf- en overdrachtsbelasting

Fiscale opleidingen 2011/2012

CB-belastingconsulent CB-belastingadviseur Schakelprogramma Master Belastingadviseur Master Belastingadviseur Master Fiscaal Recht Master Fiscale Economie Beroepsvaardigheidsprogramma

Semester 2: Inkomstenbelasting (winst) g Vennootschapsbelasting/dividendbelasting Beroepsvaardigheden Omzetbelasting Internationaal belastingrecht Bezoek aan de rechtbank (tijdens kantooruren)

Verder in fiscale kennis

Waarom deze opleiding? ■ ■ ■ ■ ■

een verkorte opleiding tot belastingadviseur voor het mkb en de (vermogende) particulier directe doorstroom naar de opleiding Master Belastingadviseur een opleiding op hbo-niveau, afgestemd op de eisen van de adviespraktijk koppelt theoretische kennis aan praktische vaardigheden verdiept en verbreedt de kennis die u reeds heeft opgedaan tijdens de opleiding hbo Fiscaal Recht en Economie (Fiscale Economie) geeft na het behalen van het diploma recht op vermelding in het ledenregister van het RB

Vooropleiding

Om toegelaten te kunnen worden tot het Schakelprogramma Master Belastingadviseur is het diploma hbo Fiscaal Recht en Economie (Fiscale Economie) vereist. Datum / locatie

Start vrijdag 16 september 2011 Utrecht Meer informatie over deze opleiding en online aanmelden? Kijk op www.rb.nl Opleidingen. U kunt ook gebruik maken van de aanmeldingsformulieren die opgenomen zijn in de brochure Fiscale Opleidingen 2011-2012.

BTW-academie RB Opleidingen biedt u de mogelijkheid om u in zes bijeenkomsten te specialiseren in de btw-adviespraktijk. De BTW-academie is een unieke verdiepingscursus in de btw. U wordt tijdens de cursus op een interactieve en praktische manier opgeleid tot aanspreekpunt in uw organisatie voor de btw. De volgende onderwerpen worden behandeld: ■ ■ ■ ■ ■ ■

grenzen, mogelijkheden, reikwijdte en gevolgen ondernemerschap verschillende vormen van leveringen en diensten, fictieve prestaties btw-aspecten onroerende zaken en de interne levering internationale verhoudingen: intracommunautaire transacties, nultarief vooraftrek, BUA, splitsingsregels, aspecten auto van de zaak bijzondere regelingen (KOR, landbouwregeling)

De cursus wordt afgesloten met een casus waarmee uw kennis wordt getoetst. Om de opgedane kennis actueel te houden,

46

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

organiseert RB Opleidingen bij voldoende belangstelling een terugkomdag voor de deelnemers. Permanente

Educatie

Data

ma 31 oktober 2011 ma 7 november 2011 ma 14 november 2011 ma 21 november 2011 ma 28 november 2011 ma 12 december 2011

najaar

2011 Praktijkgerichte

fiscale cursussen

De brug tussen kennis en praktijk

Verder in fiscale kennis

Locatie: Van Driel Fruijtier btw-specialisten in Dordrecht Docenten: mr. G.B. van Driel FB, mr. A.F. Fruijtier FB en mr. C.F.C. Resseler Meer informatie over deze cursus en online inschrijven? Kijk op www.rb.nl (Permanente Educatie). U kunt ook gebruik maken van de aanmeldingsformulieren die opgenomen zijn in de brochure Permanente Educatie najaar 2011.


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Opleiding Financiële planning Vergroot uw toegevoegde waarde voor uw klant Krijgt u in uw praktijk ook steeds vaker vragen van uw klant over de invulling van de wensen voor de oudedag of de consequenties van een echtscheiding die het fiscale vakgebied overschrijden? Of heeft u wellicht het gevoel dat u uw klant beter van dienst kunt zijn als u over bredere kennis beschikt ten aanzien van testamenten, consequenties van het aangaan van een huwelijk of planning van inkomen voor de toekomst? Wilt u uw toegevoegde waarde voor uw klant vergroten, dan is de opleiding Financiële planning voor u de mogelijkheid om u te onderscheiden. De opleiding Financiële planning van RB Opleidingen is een opleiding op hbo-niveau, speciaal opgezet voor belastingadviseurs die over een brede fiscale kennis beschikken. De aandacht gaat dan ook met name uit naar de integratie van de fiscale en juridische aspecten, beleggen en financieren en de verdere verdieping van de kennis op het gebied van oudedags- en toekomstvoorzieningen. De opleiding bestaat uit negen bijeenkomsten en leidt op voor het examen Federatie Financieel Planner (FFP). Bovendien kan de opleiding leiden tot lidmaatschap bij de Federatie Financiële Planners. Data en onderwerpen

ma 12 september ma 19 september ma 26 september ma 10 oktober ma 31 oktober ma 7 november ma 14 november ma 21 november ma 28 november

Inleiding in de Financiële planning, huwelijksvermogensrecht en erfrecht Inleiding in de Financiële planning, huwelijksvermogensrecht en erfrecht Sociale verzekeringsaspecten, pensioen, lijfrenten, kapitaalverzekeringen en integratie Sociale verzekeringsaspecten, pensioen, lijfrenten, kapitaalverzekeringen en integratie Sociale verzekeringsaspecten, pensioen, lijfrenten, kapitaalverzekeringen en integratie Beleggen en financieren Beleggen en financieren Alle vakgebieden van Financiële planning (integratief) en voorbereiding FFP-examen Alle vakgebieden van Financiële planning (integratief) en voorbereiding FFP-examen

Jong RB Jong RB is een professioneel netwerk van jonge belastingadviseurs. Jaarlijks wordt een aantal bijeenkomsten georganiseerd waar uitgebreid aandacht wordt besteed aan de fiscale actualiteit, ontwikkeling van vaardigheden van de adviseur en er kan worden kennisgemaakt met collega-adviseurs in het hele land. Voor het najaar zijn al een aantal bijeenkomsten gepland. Houten september/oktober

Bezoek Belastingdienst Amsterdam/Utrecht

do 17 november

Profilering via Social Media door Mandy Verveer

Kijk voor meer informatie op het ledendeel van www.rb.nl (Permanente Educatie RB > Jong RB). Houd deze pagina in de gaten voor het actuele programma.

Opleiding Agro CB-belastingconsulent opnieuw van start bij Accon avm RB Opleidingen heeft van Accon avm opnieuw de opdracht gekregen een groep medewerkers op te leiden tot agrofiscalist. Vanaf september 2011 start een groep met de incompany opleiding Agro CB-belastingconsulent ten kantore van Accon avm in Den Bosch en Drachten. Momenteel volgt er ook een groep agrofiscalisten van Accon avm de incompany opleiding Agro CB-belastingadviseur. Onlangs heeft er een evaluatiegesprek plaatsgevonden waarbij Accon avm heeft aangegeven zeer tevreden te zijn over de opleiding. Na diverse gesprekken gevoerd te hebben, heeft ook de GIBO Groep aangegeven in het najaar van 2011 te willen starten met de incompany opleiding Agro CB-belastingconsulent. In de tweede helft van juni heeft er in samenwerking met RB Opleidingen op het hoofdkantoor van de GIBO Groep een informatiebijeenkomst plaatsgevonden.

Locatie: Hotel Van der Valk te Vianen Docenten: mr. Jacqueline Dekker MFP FFP en mr. Marcel van Kooten FFP MFP CFP® Meer informatie over deze opleiding en online inschrijven? Kijk op www.rb.nl (Permanente Educatie).

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

47


HET

Verenigingsnieuws Boeken / Permanente Educatie

Van Mens tot Mens Op 18 maart 2011 heeft prof. mr. Harrie van Mens afscheid genomen als hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Utrecht. Naar goed gebruik werd hem een vriendenbundel aangeboden. Een bundel waarin korte (wetenschappelijke) bijdragen zijn opgenomen van collega’s en bekenden van Van Mens.

PE-programma najaar 2011 Van Mens tot Mens vriendenbundel Harrie van Mens

Meestal zijn de bijdragen in een vriendenbundel beperkt tot één belastingmiddel of een specifiek onderwerp. Als je de onderwerpen van de bijdragen in deze vriendenbundel bekijkt, valt de veelzijdigheid op. Zo komen de thema’s formeel belastingrecht, estate planning, professionele rollen, inkomsten- en vennootschapsbelasting, invordering, de grens over… en varia aan bod. Deze veelzijdigheid van onderwerpen doet recht aan het werk van Van Mens en aan de persoon die hij is. Hij was immers werkzaam op vele terreinen van het belastingrecht. En dat ook nog eens in verschillende hoedanigheden. Graag lieten wij hier alle bijdragen kort de revue passeren met alle egards die zij verdienen. Dat is helaas onmogelijk. Wij noemen daarom willekeurig enkele onderwerpen: ■ de teloorgang van het zwijgrecht; ■ schenking onder opschortende voorwaarde; ■ het dragen van een toga; ■ invloed die staking van een onderneming heeft op vorming herinvesteringsreserve; ■ fiscaal-juridische positie van de zwartspaarder; ■ belastingstrategie van een onderneming. Voor wie een fiscaal boek zoekt voor de vakantie, is dit een echte aanrader.

Hieronder het PE-programma voor het najaar van 2011 tot en met november. Aanmelden voor de cursussen uit het PE-programma kan middels de formulieren uit de brochure Permanente Educatie najaar 2011. Deze zijn ook te downloaden en direct te verzenden via www.rb.nl.

6 9 8 8 10 7 generalist

Eindoordeel: ■ ■ ■ ■ ■ Auteur: ISBN: Prijs:

978 90 12 38564 0 € 55

Door: mr. Lucas Blom FB AA en mr. Johan Stip FB

48

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8

Praktijkgerichte

fiscale cursussen

De brug tussen kennis en praktijk

Verder in fiscale kennis

Akersloot ma 12 september Casuscollege Verliesverrekening Mr. drs. S.A.W.J. Strik ma 26 september Actualiteiten inkomstenbelasting Mr. A.J. van Lint di

27 september Proactief belastingadvies Drs. H.J. Meijer FB

ma 3 oktober

Casuscollege Auto Mr. H.A. Elbert

di

Actualiteiten loonheffingen

4 oktober

Mr. M.T.W. Aandewiel & J.H.P.M. Raaijmakers ma 24 oktober

Casuscollege Fiscale eenheid Mr. drs. S.A.W.J. Strik

di

25 oktober

Casuscollege Haal meer winst uit het fiscale winstbegrip

di

1 november

J.W. Kemper FB ma 7 november

Actualiteiten btw Mr. G.B. van Driel FB Casuscollege Bedrijfsopvolging Mr. drs. S.A.W.J. Strik

ma 28 november De werkkostenregeling: alles wat u moet weten! R. Vink di

29 november Casuscollege Eigen woning Mr. N.C.G. Gubbels

Breda ma 19 september Casuscollege Verliesverrekening Mr. drs. S.A.W.J. Strik ma 26 september Casuscollege Auto Mr. H.A. Elbert ma 3 oktober

Casuscollege Fiscale eenheid Mr. drs. S.A.W.J. Strik

di

11 oktober

Actualiteiten inkomstenbelasting Mr. A.J. van Lint

di

8 november

Casuscollege Haal meer winst uit het fiscale winstbegrip J.W. Kemper FB

ma 14 november Casuscollege Bedrijfsopvolging Mr. drs. S.A.W.J. Strik 22 november De werkkostenregeling: alles wat u moet weten! R. de Groot CB

In de boekenrubriek geven ervaren vakmensen op persoonlijke titel hun mening over recent verschenen (fiscale) boeken: ■ Twee beoordelaars recenseren een boek. ■ Zij kennen cijfers toe voor bijvoorbeeld leesbaarheid, actualiteit en niveau.

Dordrecht ma 31 oktober

BTW-academie I Van Driel Fruijtier btw-specialisten

ma 7 november

BTW-academie II Van Driel Fruijtier btw-specialisten

ma 14 november BTW-academie III Van Driel Fruijtier btw-specialisten ma 21 november BTW-academie IV Van Driel

Onder redactie van L.J.A. Pieterse

Uitgever: Sdu uitgevers

najaar

2011

Het complete PE-programma vindt u ook op www.rb.nl.

di

Praktisch nut Wetenschappelijk niveau Actualiteit Leesbaarheid Presentatie Prijs-kwaliteitverhouding Bedoeld voor:

Permanente

Educatie

Fruijtier btw-specialisten

De recensenten geven een eindoordeel: Aanrader Goed Redelijk Matig Afrader

■ ■ ■ ■ ■

■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

ma 28 november BTW-academie V Van Driel Fruijtier btw-specialisten Emmeloord ma 19 september Casuscollege Auto Mr. H.A. Elbert di

27 september Actualiteiten inkomstenbelasting Mr. A.J. van Lint


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

ma 10 oktober di

11 oktober

Actualiteiten loonheffingen

do

13 oktober

Actualiteiten inkomstenbelasting Mr. A.J. van Lint

Mr. M.T.W. Aandewiel & J.H.P.M. Raaijmakers

do

13 oktober

Inleiding Estate planning II Mr. E.R. Helder

Casuscollege Haal meer winst uit het fiscale winstbegrip

ma 31 oktober

J.W. Kemper FB ma 31 oktober

Casuscollege Fiscale eenheid Mr. drs. S.A.W.J. Strik

Actualiteiten loonheffingen Mr. M.T.W. Aandewiel & J.H.P.M. Raaijmakers

ma 31 oktober

De bijleenregeling in de praktijk Mr. G.A.C. Aarts

di

1 november

Kapitaalverzekeringen Mr. G.M.C.M. Staats

1 november

Financiële strategieën Drs. H.J. Meijer FB

Nieuwerkerk a/d IJssel

di

di

13 september Casuscollege Verliesverrekening Mr. drs. S.A.W.J. Strik

wo 2 november

di

20 september Casuscollege Auto Mr. H.A. Elbert

wo 2 november

Toeslagen J.H.P.M. Raaijmakers & E. de Vries

Actualiteiten inkomstenbelasting Mr. A.J. van Lint

do

3 november

Casuscollege Fiscale eenheid Mr. drs. S.A.W.J. Strik

do

3 november

ma 3 oktober di

10 oktober

Casuscollege Fiscale eenheid Mr. drs. S.A.W.J. Strik

di

1 november

Casuscollege Haal meer winst uit het fiscale winstbegrip

di

15 november Casuscollege Eigen woning Mr. N.C.G. Gubbels

J.W. Kemper FB

ma 7 november

Belastinglatenties in de jaarrekening Drs. D. Marinus RA

di

8 november

Jaarafsluiting 2011: wat nu, wat straks? Mr. J. Zwagemaker

di

8 november

Nieuw bv- en firmarecht Mr. J.F.H. van den Belt

wo 9 november

ma 26 september Casuscollege Verliesverrekening Mr. drs. S.A.W.J. Strik

wo 9 november

4 oktober

Actualiteiten inkomstenbelasting Mr. A.J. van Lint

ma 10 oktober

Casuscollege Auto Mr. H.A. Elbert

ma 17 oktober

Casuscollege Fiscale eenheid Mr. drs. S.A.W.J. Strik

di

Actualiteiten btw Mr. G.B. van Driel FB

8 november

ma 14 november Inleiding Aangifte en advies grensoverschrijdende situaties 29 november De werkkostenregeling: alles wat u moet weten! R. de Groot CB

Leergang Inkomstenbelasting (winst) II Mr. R.J. Roerink Privégebruik in de btw Mr. M.C. van den Oetelaar & Mr. F.L.J. Vervaet

do

10 november Casuscollege Haal meer winst uit het fiscale winstbegrip

do

10 november Arbeidsrecht in de dagelijkse praktijk Mr. J.P.M. van Zijl

J.W. Kemper FB ma 14 november Het familiebedrijf: partners, ouders, kinderen en

werknemers Mr. M. Snikkenburg di

Eindejaarscorrecties in de btw Mr. M.C. van den Oetelaar & Mr. F.L.J. Vervaet

Veldhoven di

Leergang Inkomstenbelasting (winst) I Mr. R.J. Roerink

belastingen Mr. S.F.J.J. Schenk FB & Mr. P.L.F. Seegers ma 14 november Aangifte schenk- en erfbelasting Mr. J.F.H. van den Belt di

15 november Actualiteiten btw Mr. G.B. van Driel FB

di

15 november Verdieping Estate planning I Prof. dr. B.M.E.M. Schols & Prof. dr. F.W.J.M. Schols

Vianen wo 14 september Eigenrisicodragen WGA Mr. J.P.M. van Zijl

wo 16 november Leergang Inkomstenbelasting (winst) III Mr. R.J. Roerink

do

wo 16 november In en uit de bv Mr. C.G. Dijkstra

15 september Horizontaal toezicht: concrete gevolgen voor het mkb Mr. R.R. Kramer RA

ma 21 november Fiscale waarderingsgrondslagen in de commerciële

wo 21 september Fiscale gevolgen van echtscheiding Mr. drs. S.A.W.J. Strik do

22 september Kies voor belastingbesparing: eenmanszaak, vof of bv

di

27 september Inleiding Samenstellen van de jaarrekening mkb

di

27 september Inkomstenbelasting en omzetbelasting: verschillen in

jaarrekening Mr. J. Zwagemaker ma 21 november Pensioen in eigen beheer en lijfrentesparen anders

Mr. J. Zwagemaker Drs. M. Moling AA RA CB benadering Mr. G.B. van Driel FB & J.W. Kemper FB

bekeken H.C.P. Schilder MFP FFP di

22 november Leergang Omzetbelasting I Mr. M.C. van den Oetelaar

di

22 november Inleiding Aangifte en advies grensoverschrijdende situaties werknemers Mr. M. Snikkenburg

wo 23 november Leergang Inkomstenbelasting (winst) IV Mr. R.J. Roerink

wo 28 september Rijksbegroting 2012 Prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis

wo 23 november De WOZ in de praktijk Mr. H.A. Elbert

do

29 september Dga 2012 Mr. drs. S.A.W.J. Strik

do

24 november Casuscollege Bedrijfsopvolging Mr. drs. S.A.W.J. Strik

do

29 september Schenk- en erfbelasting 2011 Mr. J.F.H. van den Belt

do

24 november Verdieping Estate planning II

ma 3 oktober di

4 oktober

Tweeluik erfrecht I

Prof. dr. B.M.E.M. Schols & Prof. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. dr. B.M.E.M. Schols & Prof. dr. F.W.J.M. Schols

ma 28 november ZZP’er en de fiscus Drs. M. Moling AA RA CB

Verdieping Samenstellen van de jaarrekening mkb

ma 28 november Civiele en fiscale aspecten van faillissement en (schuld)

Drs. M. Moling AA RA CB

sanering Mr. J.A. Dullaart

wo 5 oktober

Casuscollege Verliesverrekening Mr. drs. S.A.W.J. Strik

di

29 november Verdieping Estate planning III Mr. M. de L. Monteiro

wo 5 oktober

Alternatieven voor oudedagsvoorzieningen

di

29 november Wet Personenvennootschappen Dr. M.L.M. van Kempen

Mr. G.A.C. Aarts

wo 30 november Financieren van ondernemingen Drs. L.J.A. Mennes & J. Kist wo 30 november Btw in internationale verhoudingen Mr. A.F. Fruijtier FB

do

6 oktober

Inleiding Estate planning I Mr. J.F.H. van den Belt

do

6 oktober

De margeregeling in de btw Mr. M.C. van den Oetelaar & Mr. F.L.J. Vervaet

Zwolle

Tweeluik erfrecht II

di

20 september Casuscollege Verliesverrekening Mr. drs. S.A.W.J. Strik

Prof. dr. B.M.E.M. Schols & Prof. dr. F.W.J.M. Schols

di

4 oktober

Proactief belastingadvies Drs. H.J. Meijer FB

Proactief belastingadvies Drs. H.J. Meijer FB

di

25 oktober

Actualiteiten btw Mr. G.B. van Driel FB

wo 12 oktober

Casuscollege Auto Mr. H.A. Elbert

di

15 november Casuscollege Bedrijfsopvolging Mr. drs. S.A.W.J. Strik

wo 12 oktober

Doorschuifregelingen voor de IB-ondernemer en de dga

ma 21 november De werkkostenregeling: alles wat u moet weten! R. Vink

Mr. J. Zwagemaker

di

ma 10 oktober di

11 oktober

22 november Casuscollege Eigen woning Mr. N.C.G. Gubbels

juli/augustus 2011 | nummer 7/8 | Het Register

49


HET

Verenigingsnieuws Permanente Educatie

Kringbijeenkomsten

VLB Opleidingen

RB kent elf regionale studiekringen. Elke kring organiseert meerder bijeenkomsten per jaar. Voor komend najaar zijn op dit moment al enkele data bekend. Hieronder vindt u van iedere regio waarvan dit bekend is de eerstvolgende datum. Meer informatie over deze en andere kringen en de laatste updates vindt u op het ledendeel van www.rb.nl (Permanente Educatie RB > Kringbijeenkomsten).

VLB Opleidingen is onderdeel van RB Opleidingen en richt zich met name op agrofiscale en agrobedrijfskundige cursussen. Naast het reguliere programma zijn incompany cursussen en maatwerk mogelijk. Hieronder vindt u het voorlopige programma. Kijk voor de volledige cursusinformatie op de vernieuwde website www.vlbopleidingen.nl. U kunt zich op deze website nu online aanmelden voor de cursus van uw keuze.

Kring Arnhem ma 12 sep

Auto zakelijk en privé Mr. H.A. Elbert Hotel Duiven, Duiven

Vianen di

Kring Leiden ma 12 sep

13 sep

Actualiteiten pensioen, DGA pensioen

Schenk- en erfbelasting in de agrarische sector Mr. H.J.L. Paantjens

R. Rooyackers MPLA

ma 3 okt

MKB belastingrecht I (dag I) Mr. drs. A.J. Meijer

Dekker Warmond, Warmond

ma 3 okt

Agrarisch belastingrecht I (dag I) groep I

di

Agrarisch belastingrecht I (dag II) groep I

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB Kring Utrecht di

13 sep

4 okt

Pro-actief belastingadvies

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB

Drs. H.J. Meijer

wo 12 okt

Bedrijfsopvolging in de bv Mr. F.J. Kerkhof FB

De Engel, Houten

ma 17 okt

MKB belastingrecht I (dag II) Mr. drs. A.J. Meijer

wo 19 okt

Agrarisch belastingrecht I (dag I) groep II

do

20 okt

Agrarisch belastingrecht I (dag II) groep II

do

20 okt

Inleiding estate planning voor agrariërs

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB

Kring Gelderland/Overijssel ma 19 sep

onderwerp en spreker volgt. Hotel Postillion, Deventer

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB Mr. H.J.L. Paantjens

Kring Noord-Holland/Alkmaar do

22 sep

Jaarvergadering gevolgd door lezing over ‘beroepsethiek’

ma 24 okt

MKB belastingrecht II (dag I) Mr. drs. A.J. Meijer

(aansluitend borrel en diner)

di

Timemanagement, ontspannen druk zijn Drs. E. Spliethof

Mr. H.J.J. Oostdam FB

ma 7 nov

MKB belastingrecht II (dag II) Mr. drs. A.J. Meijer

Hotel Akersloot, Akersloot

wo 9 nov

De bv in de agrarische praktijk

do

10 nov

Omzetbelasting in de agrarische sector

di

15 nov

Schriftelijk zakelijk taalgebruik (dag I) Drs. H. Ottenhof

do

17 nov

Praktisch klantadvies - oren hebben naar uw klant! (dag I)

di

22 nov

Schriftelijk zakelijk taalgebruik (dag II) Drs. H. Ottenhof

1 nov

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB

Aandacht voor ZZP’ers De Belastingdienst gaat in de loop van 2011 horizontalisering toepassen binnen het ZZP-segment. In dat kader benadert de Belastingdienst fiscale dienstverleners met ZZP’ers in hun klantenbestand over de fiscale risico’s. Het eerste deel van de praktijkregiobijeenkomsten stond daarom in het teken van de zzp’er. Gastspreker drs. Marco Moling AA RA CB behandelde aandachtspunten voor de beroepsuitoefening van de belastingadviseur zelf en fiscale aandachtspunten rond de ZZP’er. Het tweede deel werd verzorgd door Bureau Vaktechniek van het RB. Aan de orde kwamen de (wijzigingen in de) werkwijze van de Belastingdienst, de doelgroepbenadering en horizontalisering in de toezichtaanpak en de aandachtspunten voor de belastingadviseur in de contacten met de Belastingdienst. De presentaties zijn beschikbaar op het ledengedeelte van www.rb.nl (>Permanente Educatie > Praktijkregiobijeenkomsten).

Mr. H.J. de Boer FB

J.A.M. Spaan wo 23 nov

Agrarisch belastingrecht II (dag I) groep I

do

24 nov

Agrarisch belastingrecht II (dag II) groep I

di

29 nov

Agrofiscale actualiteiten Drs. P.H.M. Ceelen FB &

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB Mr. E.H.E.F. Sloot FB wo 30 nov

Professioneel klantcontact J.A.M. Spaan

do

Erfrecht en het huwelijksvermogensrecht in de

1 dec

agrarische sector Mr. H.J.L. Paantjens wo 7 dec

Agrarisch belastingrecht II (dag I) groep II

do

8 dec

Agrarisch belastingrecht II (dag II) groep II

do

15 dec

Praktisch klantadvies - oren hebben naar uw klant!

Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB Drs. P.H.M. Ceelen FB & mr. E.H.E.F. Sloot FB (dag II) J.A.M. Spaan

50

Het Register | juli/augustus 2011 | nummer 7/8


Het Register 2011 nr. 7/8: Horizontaal toezicht mogelijk dankzij koepelconvenant