Issuu on Google+

HET

Register Vakblad van het Register Belastingadviseurs december 2011 / tweede jaargang / nummer 12

Harde noten te kraken in belastingjaar 2012

Relatie met Belastingdienst: verharding en verbroedering De nieuwe belastingrenteregeling Ondernemingsrecht in 2011


DE

■ ■ ■

Inhoud

Colofon Het Register Vaktijdschrift van het Register Belastingadviseurs uitgegeven door Reed Business bv.

Register Belastingadviseurs Brenkmanweg 6, 4105 DH Culemborg tel.: (0345) 54 70 00 www.rb.nl

Redactieadres Reed Business bv Postbus 152, 1000 AD Amsterdam Coördinatie bureauredactie Lucienne Bongers tel.: 06-30717422 e-mail: L.bongers@publishersupport.nl

Redactieraad Mr. D.J. (Dick) de Korte FB (hoofdredacteur) Mr. S.F.J.J. (Sylvester) Schenk FB Mr. E.E.J.C. (Eli) Hendriks CB Mr. W.J.M. (Wil) Vennix FB Prof. mr. dr. G.J.M.E. (Guido) de Bont

Uitgever Onno Dekker Reed Business bv Postbus 152, 1000 AD Amsterdam

Verenigingsnieuws Register Belastingadviseurs Afdeling Communicatie Brenkmanweg 6 4105 DH Culemborg

Nieuwsrubriek

8

Koers Belastingdienst: Verharding én verbroedering Mr. drs. O. (Onno) Clous

12

‘Voor één visie op wat redelijk is’ Interview met ombudsman mr. A.F.M. (Alex) Brenninkmeijer

Deze rubriek staat onder redactie van het Nederlands Redactie Instituut

Jurisprudentie en Wetgeving Deze rubriek staat onder redactie van Licent Academy

De redactie - Agree to disagree

Advertenties

Mr. D.J. (Dick) de Korte FB

4

Nieuws-zaken-mensen

5

16

20

21

Mr. R.P.M.M. (Ronald) Mols

26

Jurisprudentie en wetgeving

29

Mr. M.A. (Michiel) Hoogkamer

35

Het Verenigingsnieuws

41

Reed Business bv Postbus 152, 1000 AD Amsterdam

Advertentieverkoop Mark Miedema Commercieel Manager tel.: (020) 515 97 94 e-mail: mark.miedema@reedbusiness.nl Sandra Nicolai tel.: (020) 515 93 40 e-mail: sandra.nicolai@reedbusiness.nl

Abonnementen en lezersservice Reed Business bv Afdeling Customer Contact Postbus 808, 7000 BA Doetinchem tel.: (0314) 35 83 58 e-mail: customercontact@reedbusiness.nl www.elsevierfiscaal.nl

Abonnementsprijzen Prijs jaarabonnement: € 165,06 ex btw (6%) Prijs los nummer: € 20,85 ex btw (6%) RB-leden ontvangen Het Register uit hoofde van hun lidmaatschap.

Basisvormgeving VerheulCommunicatie.com, Alphen a/d Rijn © Register Belastingadviseurs Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Register Belastingadviseurs. Op alle aanbiedingen, offertes en overeenkomsten van Reed Business bv zijn van toepassing de voorwaarden welke zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam. ‘Het Register’ bevat informatie die met de meeste zorgvuldigheid is samengesteld. Het Register Belastingadviseurs/ Reed Business bv en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie.

Wijzigingen Belastingplan 2012 Drs. D.M. (Diana) de Vries

Eén heffing op vastgoed Column - Prof. dr. B.G. (Bart) van Zadelhoff

De nieuwe belastingrenteregeling Drs. P.N.M. (Peter) Goossens

Cultuurgrondvrijstelling in WOZ

Ondernemingsrecht in 2011

december 2011 | nummer 12 | Het Register

3


DE

Redactie Agree to disagree Niet alleen in het politieke bedrijf is agree to disagree een gevleugelde uitdrukking geworden. Ook in de dagelijkse praktijk van het horizontaal toezicht (HT) doet deze afspraak in toenemende mate van zich spreken. En net als in de politiek blijken ook nu een aantal zaken minder naar wens te verlopen dan was verwacht. De voordelen van het deelnemen aan het HT zijn vooral gelegen in het feit dat de adviseur en de cliënt snel duidelijkheid hebben over de fiscale positie van de laatste. Keerzijde is dat de adviseur de vraagstukken die weleens een fiscaal risico in zich kunnen dragen keurig aan de Belastingdienst voorlegt. Onderdeel van het HT is nadrukkelijk een spontane informatieplicht. Vastgesteld moet worden dat de Belastingdienst ook verwacht dat voor cliënten die niet onder het HT zijn gebracht spontaan informatie wordt verstrekt. Dit wordt van een HT-waardig kantoor verwacht. Tot nu toe geldt de regel dat de plicht tot het verstrekken van informatie zich aandient zodra de inspecteur hier om vraagt. Daarnaast worden natuurlijk in de aangifte de gevraagde gegevens verstrekt. Vastgesteld moet worden dat spontane informatieverstrekking nu niet alleen in het kader van HT gewenst wordt geacht maar ook daar buitenom. Met de belastingplannen voor 2012 is een wetsontwerp ingediend dat strekt tot spontane informatieverschaffing. Dit wetsontwerp is gepresenteerd als een raamwet. Dit houdt in dat de plicht voor het spontaan verstrekken van informatie wordt opgelegd voor een aantal bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) te regelen situaties. Deze gang van zaken is om m meerdere reden zeer bedenkelijk te noemen. Op gestelde vragen om een behoorlijke juridische ba basis te creëren voor het HT is steeds geantwoord dat men streeft naar een samenwerking die bij uit uitstek niet gejuridiseerd dient te zijn. Goede afspraken en toezeggingen zijn voldoende. Toch moet mo worden vastgesteld dat één element uit de HT-praktijk nu een wettelijke basis moet krijgen zonder zon dat daar enige behoorlijke rechtsbescherming tegenover staat. Deze rechtsbescherming wordt wordt kennelijk bewust geheel illusoir gemaakt doordat het parlement mag beslissen over de raamw wet en vervolgens het ministerie van Financiën carte blanche krijgt bij raamwet het invullen daarvan. Een pa rle parlement dat zichzelf respecteert kan hier onmogelijk mee instemmen. Er dient aandacht te worden wo ord besteed aan een steeds meer verdwijnend evenwicht tussen rechtshandhaving en rechtsb bes rechtsbescherming in fiscale zaken. Zeker nu mag worden verwacht dat van de beoogde bevoegdheid ruim mh ruimhartig gebruik zal worden gemaakt. In de praktijk blijkt een duide elij onevenwichtigheid bij de spontane informatieplicht in het kaduidelijke der van HT. Steeds meer komt kom mt h het voor dat bij het voorleggen van fiscale posities aan de Belastingdienst de inspecteur stelt datt di dit fiscaal niet gewenst gedrag is en dat hij de voorgelegde casus zal gaan bestrijden. Dit vindt ook kb bij uitstek plaats inzake vraagstukken waar in de vakliteratuur een duidelijke afwijkende opvatt ting over is gegeven. Agree to disagree. Op deze wijze krijgt de Belasopvatting tingdienst eenvoudig en mak kke makkelijk de zaken aangereikt waar men zich op kan gaan richten. De deelnemer aan HT ziet het vo oor voordeel van een snelle fiscale positiebepaling verdwijnen. Hij kan kiezen uit de lange weg van de p proc procedure die pas een aanvang kan gaan nemen na aangifte en bezwaar of zich in arren moede maar v voe voegen. In deze situaties wordt een snelle arbitragemogelijkheid geant op wenst te gaan van het institutionaliseren van de spontane inmist. Als men dan toch de ka kant dan dient dit op zijn minst gepaard te gaan met de uitbreiding van de formatieplicht d mogelijk khe mogelijkheden voor het vragen van een voorlopige voorziening. In geval de insp pec inspecteur zich op het standpunt wenst te stellen dat een hem voorgelegde po positie fiscaal niet gewenst is moet op korte termijn het oordeel kunne en worden gevraagd van de fiscale kort gedingrechter. Dat geeft evennen wich w wicht. Uit mijn betoog blijkt dat het dringend noodzakelijk is dat het HT een behoorlijke juridische basis krijgt en dat het parlement geen H gen genoegen mag nemen met eenzijdige lapmiddelen ten faveure van de fisc scus. Parlement doe uw werk en ken uw verantwoordelijkheid! ■ Mr D.J. (Dick) de Korte FB Mr. Ho Hoofdredacteur Het Register

4

Het Register | december 2011 | nummer 12


HET

Nieuws - zaken - mensen

www.shutterstock.com

Nieuw belastingverdrag Hongkong

Het belastingverdrag met Hongkong is met ingang van 2012 van toepassing op Nederlandse belastingen en met ingang van 1 april volgend jaar op belastingen in Hongkong. Hongkong kent een afwijkend fiscaal jaar dat begint op 1 april. Het verdrag voorkomt dubbele belasting op inkomen en vermogenswinsten en geeft zekerheid over de fiscale behandeling van inkomsten zoals ondernemingswinsten, dividenden, arbeidsinkomen en pensioenen. Daarnaast is het verdrag bedoeld om belastingontwijking te voorkomen en voorziet het in de uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied conform de OESOstandaarden.

Forfaitaire ruimte werkkostenregeling ruimer Nog geen 10 procent van de bedrijven is dit jaar overgestapt op de werkkostenregeling. De forfaitaire ruimte in de werkkostenregeling zal in 2013 stijgen naar 1,6 procent. Dat blijkt uit een tussenevaluatie van de werkkostenregeling door het ministerie van Financiën. De forfaitaire ruimte in de regeling wordt nog wel als krap ervaren en het aantal gerichte vrijstellingen is niet voor alle werkgevers nodig, zo blijkt uit de evaluatie. ‘Gelet op het grote belang van de werkkostenregeling voor werkgevers zal ik de voor 2013 aangekondigde evaluatie naar voren halen’, aldus de staatssecretaris van Financiën. ‘Ook is een generieke verruiming van de forfaitaire ruimte te verwachten. Deze forfaitaire ruimte zal bij de invoering van de Wet uniformering loonbegrip met 0,1%-punt stijgen naar 1,5%. Voor het Belastingplan 2013 heb ik nu reeds financiële ruimte ingeboekt voor een aanvullende stijging met 0,1%-punt. Dat betekent dat bij de thans voorziene invoering van de Wet uniformering loonbegrip in 2013, de forfaitaire ruimte stijgt van 1,4% naar 1,6% van de loonsom.’

Belastingadviseur moet onder dwang informeren De fiscus kan belastingadviseurs dwingen om bepaalde informatie over hun klanten af te staan. Dit blijkt uit een vonnis van begin oktober van de Rechtbank Amsterdam. Die bepaalde dat de belastinginspecteur via een kort geding niet alleen bij belasting- en administratieplichtigen zelf informatieverstrekking kan afdwingen, maar ook bij de belastingadviseur die vervolgens verplicht is de gevraagde informatie te verstrekken. Het gevolg van deze uitspraak is dat de inspecteur toch kan beschikken over informatie die in eerste instantie niet is verstrekt, ook al is dat verplicht. Overigens geldt de mogelijkheid van het kort geding slechts voor feitelijke informatie, uw adviseur hoeft geen adviesstukken aan de fiscus te verstrekken.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

5


■ ■ ■

Nederland doet het goed op het gebied van transparantie en informatie-uitwisseling op belastingterrein. Dat staat in een rapport dat het Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes heeft gepubliceerd. Het Global Forum is een multilateraal samenwerkingsverband van meer dan honderd landen dat toeziet op de invoering van de door de G-20 voorgeschreven internationale standaard op het gebied van transparantie en informatie-uitwisseling voor belastingdoeleinden. Het rapport bevestigt de vooraanstaande rol die Nederland speelt in de internationale uitwisseling van informatie op belastingterrein. Nederland kan inmiddels belastinginformatie uitwisselen met meer dan 118 landen, waaronder in toenemende mate ontwikkelingslanden en met nagenoeg alle belastingparadijzen en financiële centra zoals Singapore, Luxemburg en Zwitserland.

Deelnemingsrente blijft aftrekbaar De renteaftrek van deelnemingsrente zal in beginsel blijven bestaan. Maar als deze renteaftrek zulke proporties aanneemt dat er sprake is van misbruik, wordt de mogelijkheid om de rente af te trekken beperkt. Komend jaar zal staatssecretaris Weekers van Financiën hiervoor een wetsvoorstel indienen. De beperking van renteaftrek bij deelnemingen wordt hiermee minder stringent dan eerder was aangekondigd. De plannen hiervoor werden gedaan in een consultatiedocument over mogelijke aanpassingen in de vennootschapsbelasting van ruim twee jaar geleden. Toen was nog sprake van een totale beperking van renteaftrek bij deelnemingen. Daar is veel verzet tegen gekomen. Een categorische uitsluiting van deelnemingsrente heeft negatieve gevolgen voor het bedrijfsleven en het Nederlandse vestigingsklimaat. Een punt van zorg bij de vormgeving van de aftrekbeperking van de deelnemingsrente is dat de regeling EU-proof moet zijn en moet aansluiten bij de diverse bestaande aftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting.

6

Het Register | december 2011 | nummer 12

Loterijwinnaar had ongunstig fiscaal lot Onder welk belastingregime valt de hoofdprijs van de Oudejaarsloterij? Die van het jaar waarin de prijs wordt uitbetaald, zo vond de winnaar van de loterij van 2004. Het winnende lot van de Oudejaarsloterij 2004 was 20 miljoen euro waard en viel op 31 december van dat jaar. De prijs werd uitgekeerd op 4 januari in 2005, maar de Belastingdienst vond dat de prijs viel onder de fiscale regelgeving van 2004. In dat geval viel de prijs in de heffingsgrondslag van de box 3-heffing op peildatum 31 december 2004. Het verschil van mening tussen de loterijwinnaar en de Belastingdienst is uitgevochten tot bij de Hoge Raad. De fiscus trok hier aan het langste eind. De Hoge Raad verwierp de zienswijze van de loterijwinnaar. Voor de beoordeling of een vermogensbestanddeel zoals een loterijprijs al op 31 december tot de heffingsgrondslag behoort, is de opeisbaarheid van de prijs bepalend en niet de uitbetaling, aldus de Hoge Raad.

Vier ton aanslag De belastinginspecteur had de man een aanslag inkomstenbelasting 2004 opgelegd met daarin de hoofdprijs opgenomen in de rendementsgrondslag, als onderdeel van de bezittingen op het einde van het kalenderjaar, voor de berekening van zijn box 3 inkomen. Dat leidde tot een box 3-heffing van vier ton (399.024 euro). De winnaar maakte bezwaar tegen het vastgestelde belastbaar inkomen uit sparen en beleggen en stelde dat de hoofdprijs geen deel uitmaakte van de heffingsgrondslag op 31 december 2004. De inspecteur wees het bezwaar af en Rechtbank Breda en Hof Den Bosch waren het daarmee eens. Hierna stelde hij cassatie in bij de Hoge Raad. Een prijs uit de Oudejaarsloterij wordt nu fiscaalvriendelijker behandeld. Dit jaar geldt als peildatum 1 januari van het betreffende kalender jaar. Maar de fiscaal gunstigste behandeling is weggelegd als de trekkingsdatum (veiligheidshalve) twee dagen wordt verschoven en sprake is van een ‘2 januari-loterij’.

www.publishersupport.nl

www.shutterstock.com

Internationale lof voor fiscale transparantie Nederland


■ ■ ■

Fiscus pakte zzp’er terecht ondernemersstatus af

www.publishersupport.nl

Zzp’ers kunnen hun fiscale status als ondernemer verliezen als zij naast hun freelancepraktijk al te nauw verbonden zijn met een werkgever. Dit is al jaren bekend, maar soms leidt het tot conflicten. Dit was het geval bij een Friese accountant-administratieconsulent die naast een eenmanszaak ook directeur in dienstbetrekking is van een bv waarvan hij aandelen bezit. Het juridische eigendom van de aandelen is in handen van een vennootschap, opgericht in de Amerikaanse staat Delaware in de VS. De Belastingdienst vond dat hij om deze reden geen recht heeft op de zelfstandigenaftrek, aftrek voor huisvestingskosten en aftrek van pensioenpremies. De consulent betwiste dat de inspecteur de aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2006 juist had opgelegd door geen rekening te houden met de ondernemersstatus van de man. De zaak is voor de rechtbank gekomen, die de Belastingdienst gelijk gaf. Volgens de rechtbank heeft de consulent niet aannemelijk gemaakt dat hij ten minste 1225 uren heeft besteed aan de eenmanszaak. De correcties van de inspecteur op de aangifte zijn terecht.

Belastinginspecteur met chauffeur Negen managers van de Belastingdienst hebben een auto van de zaak plus chauffeur. Dat heeft staatssecretaris Weekers van Financiën geantwoord op Kamervragen van de PVV. Het beleid van het ministerie is dat ook managers van de Belastingdienst het openbaar vervoer moeten nemen. Maar in een beperkt aantal gevallen moeten zij zo veel reizen, dat de bus

en de trein niet efficiënt zijn. De kosten van deze auto’s en chauffeurs bedroegen in 2011 bijna acht ton: zeven ton aan personeelskosten voor de chauffeurs en 96.000 euro voor aanschaf en onderhoud van de auto’s. Op een aantal van 30.000 medewerkers vindt de staatssecretaris dit bescheiden uitgaven.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

7


■ ■ ■ ■

Belastingplan 2012

Koers Belastingdienst gekenmerkt door

Verharding én

verbroedering Laten we zo aan het einde van het eerste fusiejaar van het Register Belastingadviseurs (hierna: RB) eens kijken wat 2011 ‘de belastingadviseur’ gebracht heeft en wat hem de komende jaren te wachten staat. Een vreemd aanvoelende combinatie van verharding van regelgeving en horizontalisering van de relatie met de Belastingdienst hebben uitwerking op het belastingadviesberoep. In deze bijdrage ga ik in op enkele recente ontwikkelingen in het (formele) belastingrecht. Ook ga ik in op enkele factoren die van invloed zijn op de relatie met de klant en de Belastingdienst.

O Onno Clous Mr. drs. O. Clous is hoofd Bureau Vaktechniek van het Register Belastingadviseurs.

f een belastingadvieskantoor zich nu richt op administratieve dienstverlening, advisering of rechtsbijstandsverlening, elk kantoor krijgt te maken met een klant die mondiger wordt, beter is geïnformeerd en meer van zijn belastingadviseur verwacht. De Belastingdienst benadert het midden- en kleinbedrijf (hierna: mkb) meer en meer via de fiscaal dienstverlener. Dus volop kansen voor de belastingadviseur. Daarnaast is er verharding van de regelgeving. Verharding van regelgeving Vervolgende instanties, de Belastingdienst en de rechterlijke macht staan onder druk van de grote aantallen. De overheveling van sancties uit het strafrecht naar het bestuursrecht en fiscaal boeterecht maakt dat de Belastingdienst en de belastingadviseur strafrechtelijke beginselen moeten kunnen toepassen. Verzuimboetes worden

Geen verzet binnen twee weken leidt tot strafblad echter geautomatiseerd opgelegd en bij het vaststellen van vergrijpboetes lijkt de bewijslast vaak ten onrechte bij de belastingplichtige te liggen. De bezwaarprocedure bij de ‘uitvoeringsfabriek’ Belastingdienst wordt niet zelden door belastingadviseurs als een kostenverhogende en tijdrovende herhaling van zetten beschouwd. Bij de rech-

8

Het Register | december 2011 | nummer 12

ter vindt men in de praktijk nog een luisterend oor. Die moet echter van het kabinet meer kostendekkend te werk gaan. Volgens het RB zou bij onverkorte invoering van het concept-wetsvoorstel de toegang tot de rechter aanzienlijk worden beperkt. Bovendien betwijfelde het RB of met het wetsvoorstel de beoogde bezuiniging van € 240 miljoen wordt bereikt.1 Ook andere beroepsorganisaties van fiscale en juridische professionals hebben ernstige bezwaren tegen het wetsvoorstel.2 Het wetsvoorstel komt gelukkig tegemoet aan enkele belangrijke bezwaren. Is een belastingplichtige bereid de rechter en zijn adviseur kostendekkend te vergoeden, dan loopt hij ertegenaan dat de vertrouwelijkheid van de belastingprocedure wordt beperkt door het wetsvoorstel Openbaarheid belastingrechtspraak. Het RB stelt in zijn reactie op de internetconsultatie over het conceptwetsvoorstel dat van het wetsvoorstel een ontoelaatbare belemmerende werking voor toegang tot de rechter uitgaat.3 Het fenomeen fiscale strafbeschikking is vanaf 1 juli 2011 een feit. Tekent een verdachte niet binnen twee weken verzet aan bij de officier van Justitie, dan heeft hij een strafblad.4 Onder de oppervlakte borrelt ook de hete lava van de Vierde tranche van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWB). Verschillende toezichttaken kunnen volgens het kabinet best in handen van één organisatie komen. Het kabinet denkt hardop na over het onderbrengen van het toezicht


■ ■ ■ ■

www.shutterstock.com

Nog harde noten te kraken in komende belastingjaar

in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) bij de Belastingdienst, voornamelijk vanwege efficiencyoverwegingen.5 De beroepsorganisaties voor accountants en belastingadviseurs die samen optreden als richtsnoerpartners Wwft (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants, Nederlandse Orde van Belastingadviseurs en RB) hebben gezamenlijk hun bezwaren toegelicht.6 De Fiscale agenda van het kabinet en ook het Belastingplan 2012 staan niet bepaald in het teken van recht en rechtvaardigheid. Het is eenvoud, soliditeit en fraudebestendigheid wat de klok slaat. Het primaat ligt bij de uitvoerbaarheid van de maatregelen voor de Belastingdienst. In zijn commentaar gaat het RB in op de effecten van die maatregelen voor de burger. De Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto biedt nauwelijks rechtszekerheid, omdat de Belastingdienst de controletroeven in handen houdt. De belastingrenteregeling heeft voor belastingplichtigen stevige tekortkomingen.7 Het uitvoeringsproces van de toeslagen is zo’n rommeltje dat het kabinet voorstelt de toepassing van de Wet dwangsom bij niet-tijdig beslissen voor toeslagen uit te stellen tot 2013.8 De bezwaarmogelijkheid voor de herziening van voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting vervalt vanaf 1 januari 2012. Het kabinet geeft in de toelichting op het Belastingplan 2012 aan dat het dit jaar nog niet lukt om deze ‘uitbreiding voor een soepele herziening’ ook in te voeren voor definitieve aanslagen.9 Sluipenderwijs worden aanslagbelastingen dus omgebouwd naar aangiftebelastingen. In het voorgestelde artikel 10a AWR wordt bepaald dat bij Algemene maatregel van bestuur belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen kunnen worden verplicht uit zichzelf aan de inspecteur mededelingen te doen van onjuist-

heden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hen bekend zijn of zijn geworden. De boete bedraagt maximaal 100% van het nageheven belastingbedrag, maar kent geen absoluut maximum. Het kabinet denkt nu aan vier gevallen die voor deze verplichting in aanmerking komen, namelijk de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto, de Verklaring geen privégebruik auto, de Edelweissituaties10 en de suppletie voor de omzetbelasting. Naast een boete wegens de navordering kan er straks dus ook (tegelijkertijd) een boete wegens het niet naleven van de informatieverplichting worden opgelegd. Juridisch geen

Belastingdienst houdt controletroeven in handen dubbele beboeting, maar vat de belastingplichtige het ook zo op? Het kabinet lijkt volstrekt niet te hebben nagedacht over de gevolgen die deze wetgeving op de compliance heeft.11 De geautomatiseerde oplegging van verzuimboeten maakt het volgens het kabinet kennelijk nodig om bij nieuwe bezwaren alsnog een vergrijpboete op te leggen voor hetzelfde feit.12 Het gaat om voortgang van het proces en de troefkaarten in de hand houden ten koste van de belastingplichtige. Onbelemmerde uitvoering versus rechtsbedeling Het voorgaande overzicht onderstreept het belang van een onafhankelijke, partijdige fiscale professional voor de klant. In zijn reactie op de Fiscale agenda heeft het RB er dit jaar voor gewaarschuwd dat de rechtsbescherming

december 2011 | nummer 12 | Het Register

9


■ ■ ■ ■

Belastingplan 2012

van belastingplichtigen te zeer onder druk komt te staan van bezuinigingsdoelstellingen, doelstellingen van onbelemmerde geautomatiseerde processen en horizontalisering van de relatie tussen overheid en burger.13 Door partij te kiezen voor zijn klant houdt de belastingadviseur daarom de verhoudingen zuiver, in het belang van zijn klant en de rechtstatelijkheid. Verzachtende ontwikkelingen Naast alle hiervóór genoemde ‘ellende’ was 2011 ook het jaar waarin de Belastingdienst aan belastingadviseurs nog geen fiscale boete op grond van de Vierde tranche AWB heeft opgelegd. Theo Poolen houdt woord. De procedure

Verweer mogelijk tegen belastende informatieverzoeken in paragraaf 2 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst biedt tot nu toe in de praktijk voldoende waarborg voor ongerijmde boeteoplegging aan belastingadviseurs. Vanaf 1 juli 2011 kan de inspecteur niet meer zonder mogelijkheid van verweer door de belastingplichtige de meest onbenullige of belastende informatieverzoeken doen. De regeling van artikel 52a AWR biedt de belastingplichtige bij informatieverzoeken en boekenonderzoeken de mogelijkheid verweer te voeren tegen een te verstrekkend informatieverzoek. Zonder een informatiebeschikking kan de inspecteur geen omkering van de bewijslast meer toepassen. De nieuwe voorzitter van ondernemersorganisatie FME/CWN, Dezentjé-Hamming, verdient als oud-kamerlid alle lof vanwege haar initiatief tot het voorstel en haar vasthoudendheid om het door het parlement te loodsen.14 Sinds 1 januari 2011 is de organisatiestructuur van de Belastingdienst gewijzigd. Hans Blokpoel is de eerste Algemeen Directeur Belastingdienst van het Landelijk Kantoor Belastingregio’s en verantwoordelijk voor de hele

Mkb is een groeimarkt voor rechtsbijstandsverlening uitvoering van de belastingheffing (exclusief Douane). Met deze reorganisatie streeft de Belastingdienst een meer gecoördineerde aanpak na van het toezicht over de Belastingregio’s heen. De Belastingdienst benadert mkbondernemers meer en meer via de fiscaal dienstverlener. Inmiddels hebben de meeste belastingadviseurs wel contactgegevens van accountteams op de belastingregio’s.15 Ook horizontaal toezicht maakt integraal onderdeel uit van de nieuwe aanpak. Hoe men er als belastingadviseur ook over denkt, de Belastingdienst verdient op zijn minst erkenning in de omvang van zijn opdracht. Ga er maar

10

Het Register | december 2011 | nummer 12

aan staan, met een vergrijsd medewerkersbestand16 dat is opgeleid in de traditionele controleaanpak de organisatie meer toegankelijk en klantvriendelijk maken.17 En dat tegen de achtergrond van een enorme bezuiniging. Het RB heeft op 17 juni 2011 als eerste beroepsorganisatie voor professionele dienstverleners een koepelconvenant horizontaal toezicht voor zijn leden afgesloten. Daarmee gaat het RB de uitdaging van horizontaal toezicht aan in de fiscale uitvoeringspraktijk. Wie wil, loopt voorop. Het RB heeft al goede ervaringen opgedaan met het toezichtarrangement met Bureau Financieel Toezicht en dat is wederzijds. Op 17 juni 2011 is dat toezichtarrangement verlengd. Vakkennis, vakkundigheid en vriendjes Of de belastingadviseur nou wil of niet, hij heeft niet alleen te maken met zijn klant maar ook met andere fiscale professionals. Die zal hij moeten overtuigen van de juistheid van zijn visie. In zijn reorganisatie zet de Belastingdienst sterk in op het relationele in de verhouding met fiscale dienstverleners. Dat biedt kansen. Binnen prettige omgangsvormen is een betere en efficiëntere inhoudelijke discussie mogelijk. Laten we daarom niet slechts inzoomen op de fiscale middenweg die zou uitgaan van het horizontaal toezicht of de inzet van ‘relatiebeheerders’. Het is aan de belastingadviseur ervoor te zorgen dat dit niet het resultaat is van horizontaal toezicht. Sterker nog, de belastingadviseur met uitmuntende communicatieve vaardigheden slaagt er beter in de inspecteur te overtuigen met zijn inhoudelijke argumenten en verhoogt daarmee de scoringskans voor zijn klant. Ook andere fiscale professionals mikken op alternatieve vormen van geschillenbeslechting. Het grote beroep op de rechterlijke macht maakt dat wordt onderzocht op welke wijze de rechter het conflict sneller, efficiënter en bevredigender kan beslechten.18 Nieuwe zaaksbehandeling is het toverwoord bij de sectoren bestuursrecht. Ontwikkeling van mediationvaardigheden en meer mondelinge afdoening van procedures zijn onderdeel van de oplossingsrichtingen.


■ ■ ■ ■

Voor de belastingadviseur is het de uitdaging om de kansen voor zijn klanten te grijpen. Die kansen liggen natuurlijk op de fiscaal-juridische begeleiding van de klant. Bij andere fiscale professionals is ook veel aandacht voor de softe skills van het beroep. De belastingadviseur behartigt nu eenmaal via die andere professionals de fiscale belangen van zijn klant, dus is misschien wel het beste advies ‘wordt vriendjes met de Belastingdienst’.

Noten 1. Zie www.rb.nl voor het commentaar van het RB. 2. Zie www.nob.net (Nederlandse Orde van Belastingadviseurs), www.advocatenorde.nl en www.nvvr.org (rechters en officieren van justitie). 3. Zie www.rb.nl voor het commentaar van het RB en www.nob.net voor het commentaar van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. 4. Zie mr. M. Stevens, ‘De fiscale strafbeschikking doet zijn intrede’,

Een vooruitblik Zowel de Rabobank als de ING wijzen in hun visie op de branche van fiscale dienstverleners op het belang van strategisch ondernemerschap.19 De Rabobank ziet het invullen van het strategisch partnerschap tussen de adviseur en zijn klant als een belangrijke kans voor accountants, administratiekantoren en belastingconsulenten. Daarbij signaleert de bank het belang van proactief relatiebeheer. In de administratieve praktijk staan marges onder druk, terwijl de klant steeds meer verwacht van zijn adviseur als strategisch partner. De ING onderscheidt in zijn sectorvisie accountantskantoren20 verschillende tendensen voor verschillende vormen van dienstverlening. De winst in de administratie-, aangifteen samenstelpraktijk staat onder druk van digitalisering, automatisering en standaardisering. De bank beschouwt het horizontaal toezicht van de Belastingdienst als een impuls voor accountantskantoren en ziet het voordeel van standaardisering van gegevens door Standard Business Reporting. Kantoren hebben verschillende strategische opties, namelijk standaardwerkzaamheden met een zo efficiënt mogelijke dienstverlening, een alles-inééndienstenpakket (dienstenhuis) en specialistische dienstverlening. Specialisatie ziet de ING als een kans voor kantoren van elke omvang. De Rabobank ziet het mkb als een groeimarkt voor rechtsbijstandsverlening en er is ruimte voor nieuwe toetreders aan de onderkant van de markt.21 Of dat ook geldt voor fiscale procedures is een beetje de vraag. De verharding van de regelgeving speelt die ontwikkeling echter wel in de kaart. Kortom, kansen voor de belastingadviseur liggen op het gebied van het belastingadvies en belastingprocedures.

Het Register nr. 7-8/2011, blz. 34–37. 5. Brief staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 13 april 2011, 29 911, nr. 47. 6. Brief van 20 september 2011 aan de minister van Financiën en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Zie www.rb.nl. 7. Zie het artikel van drs. P.N.M. Goossens FB in deze uitgave van Het Register. 8. Het maximale dwangsomrisico berekent het kabinet op bijna € 10 miljard. 9. Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012, Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 004, nr. 3, blz. 15–16. 10. Een weinig voorkomende frauduleuze erfenisconstructie waarvoor naar mijn mening strafrechtelijke handhaving de aangewezen weg is. 11. Zie voor kritiek op deze regeling onder andere het commentaar van het RB (www.rb.nl), de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (www.nob.net) en E.J.M. Rosier, ‘Een surprise: de informatieverplichting’, Weekblad Fiscaal Recht (hierna: WFR) 2011/1288. Zie ook het eindredactioneel commentaar in deze uitgave van Het Register. 12. Voorgesteld artikel 67q AWR. Zie voor een plaatsing van deze regeling in het bestuursrecht, het Unierecht en het strafrecht mr. P. de Haas, ‘Het ne-bis-in-idembeginsel: een tweede vervolging of heropening’, WFR 2011/1273. Zie ook het commentaar van het RB op www.rb.nl. 13. Zie www.rb.nl. 14. Zie dr. E. Poelmann en mr. E.J.M. Rosier, ‘Verplichting informatieverstrekking; een begin van rechtsbescherming’, Het Register nr. 6/2011, blz. 35–39. 15. Invoering van de accountteams maakt onderdeel uit van de reorganisatie op grond van het bedrijfsplan ‘Het huis op orde’ van de Belastingdienst. Dit bedrijfsplan lijkt inmiddels van internet te zijn verdwenen.

Conclusie: softe skills, harde inhoud Voor alle functies die ‘de belastingadviseur’ vervult (de administratieve, de adviserende en de rechtsbijstandsfunctie) verwachten klanten van de belastingadviseur vakkennis, vakkunde en uitstekende communicatieve kwaliteiten. Wat de aard van de dienstverlening ook is, opleiding, persoonlijke ontwikkeling, investeringen en nieuwe vormen van dienstverlening blijven ook binnen het belastingadviesberoep de kritische succesfactoren. De verharding van de wetgeving en ontwikkelingen zoals horizontaal toezicht doen een groot beroep op de softe skills van de belastingadviseur om zijn klant onafhankelijk en partijdig bij te staan zonder gelijk in formele procedures verwikkeld te raken. Naar mijn mening heeft de belastingadviseur in dit opzicht (ook) een voorsprong op andere fiscale professionals, bijvoorbeeld bij de Belastingdienst. ■

16. Gemiddelde leeftijd van de medewerkers in 2010 is 48,6 jaar. Zie Beheerverslag Belastingdienst 2010 op www.belastingdienst.nl. 17. Dit is overigens ook in het belang van de klant. 18. Een ander voorbeeld is het voorgestelde artikel 8:41a AWB in het wetsvoorstel Wet aanpassing bestuursrecht op grond waarvan de rechter wordt verplicht tot finale geschillenbeslechting. 19. Rabobank Cijfers en Trends, branche-informatie voor accountants, administratiekantoren en belastingconsulenten (oktober 2011). 20. Oktober 2011, zie www.ing.nl. 21. Rabobank Cijfers en Trends, branche-informatie voor advocatenkantoren (oktober 2011).

december 2011 | nummer 12 | Het Register

11


■ ■ ■ ■

‘Voor een

Mr. A.F.M. (Alex) Brenninkmeijer 1951 1971 1976

1985 – 2010 1987

Foto: Herbert Wiggerman

1987 – 1995 1995 – 2000 1999 – 2005 2003 – 2005

12 12

He Het ett Register Regist Reg ist stter er | december dec decemb ecem emb mberr 2 m 20 201 2011 011 11 | nu n nummer umme mmer 12 mmer mm 12

2005 – heden 2005 – heden

Geboren te Amsterdam Gymnasium-diploma Sint Maartens College Groningen Doctoraal Rechtsgeleerdheid Rijksuniversiteit Groningen (privaat- en publiekrecht + eerstegraads onderwijsbevoegdheid economie) Medewerker/redacteur Nederlands Juristenblad Promotie bij Ernst Hirsch Ballin op De toegang tot de rechter, een onderzoek naar de betekenis van onafhankelijke rechtspraak in de democratische rechtsstaat. Raadsheer Centrale Raad van Beroep Vice-president Centrale Raad van Beroep Raadsheer-plaatsvervanger Belastingkamer Hof Den Bosch Hoogleraar Arbeidsverhoudingen bij de overheid en ADR (alternative dispute resolution) op de Albeda-leerstoel Universiteit Leiden Nationale ombudsman Hoofdredacteur Handboek Mediation resp. Tijdschrift voor Conflicthantering


HET

■ ■ ■ ■

Interview Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer

gemeenschappelijke visie op wat redelijk is’ ‘De keuze om alleen een contactambtenaar aan te wijzen wanneer je meedoet aan horizontaal toezicht vind ik wel ver gaan’, zegt Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer. Hoewel het aantal klachten over de Belastingdienst vorig jaar toenam, vindt hij de dienst van goede wil. Hij is een groot voorstander van mediation en ziet procederen als uiterste redmiddel. Maar dan moet de Belastingdienst wel goed communiceren. Door Lex van Almelo

I

n de achtertuin van zijn woning staat een zuil waarop een hardstenen bol van 25 kilo draaiende wordt gehouden door opgepompt water. Voor Alex Brenninkmeijer is het nog steeds een wonder dat het water zo’n gewicht kan torsen. De bol ziet hij als symbool voor de reflex van de overheid om bij klachten alleen op rechtmatigheid te letten. Het water staat voor behoorlijkheid. ‘Wanneer je behoorlijkheid toevoegt aan rechtmatigheid, lopen de zaken een stuk gemakkelijker. Behoorlijkheid draagt ook bij aan de legitimiteit van de overheid. Waarom gehoorzamen mensen de wet? Waarom betalen ze vrijwillig belasting? Omdat ze geloven in een systeem dat ze ook fair vinden. De overheid moet daarop sturen. De leuze van Belastingdienst - leuker kunnen we het niet maken, wel gemakkelijker - gaf goed aan hoe je moet worden behandeld.’

Goede wil

neer dat de Belastingdienst slecht communiceert en niet tijdig of niet reageert op verzoeken of klachten. In 2009 ontving u 23% minder en 2008 18% minder klachten over de Belastingdienst dan in het jaar daarvoor. Maar in 2010 steeg

‘Belastingadviseurs moeten het juridische harnas uittrekken’ het aantal klachten over de Belastingdienst met 8%. Heeft het rapport wel iets uitgehaald? ‘De Belastingdienst heeft het opgepakt en mij in juni gevraagd of ik nog eens wil kijken of zij serieus werk heeft gemaakt van de aanbevelingen. De Belastingdienst is van goede wil.’

In 2010 ontving u 2344 klachten over de Belastingdienst. Zijn die klachten vooral afkomstig van burgers in plaats van ondernemers? ‘Ja. Maar een mkb-ondernemer is ook een burger. Uit de rapporten blijkt alleen niet altijd dat het om een ondernemer gaat. Overigens komt een fors deel van de fiscale zaken bij ons via de belastingadviseur. Dat gaat al gauw om honderden klachten per jaar.’

Maar is goede wil genoeg? Glimlachend: ‘Voor de Belastingdienst is de vraag heel vaak: past het in onze ICT? Door de massaliteit van het aantal contacten moet de Belastingdienst ook werken met call centra. Dan loop je het risico dat mensen onvoldoende weten en alleen maar oplezen wat vóór hen op het scherm staat. De Belastingdienst heeft een bepaalde filosofie over wat het kennisniveau van de telefonisten moet zijn en is daar erg rigide in.’

In 2010 heeft u een rapport uitgebracht met de Top 8 van klachten over de Belastingdienst. Die komen er vooral op

Belastingadviseurs vinden het ook lastig dat je eigenlijk geen e-mail kunt sturen.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

13


■ ■ ■ ■

Interview

‘Je kunt alleen een e-mail sturen via het portal en een standaardformulier. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een bestuursorgaan verplicht elektronische communicatie mogelijk te maken. De Belastingdienst

‘Meer procedures omdat de Belastingdienst bezuinigt, zou teleurstellend zijn’ zegt dat zij geen e-mails kan ontvangen omdat zij zoveel contacten heeft en niet elk mailbericht kan herleiden tot een dossier. Daarom is het e-mailverkeer sterk gereguleerd. Je kunt je afvragen of dit wel aansluit bij de praktijk.’ Bij horizontaal toezicht krijg je een contactambtenaar toegewezen. Heeft niet iedereen recht op een contactambtenaar? ‘De keuze om alleen een contactambtenaar aan te wijzen wanneer je meedoet aan horizontaal toezicht vind ik wel

‘De Belastingdienst is van goede wil’ ver gaan. Maar om daarover te kunnen oordelen, zou ik eerst wat zaken moeten krijgen.’

Informeel oplossen Vindt u horizontaal toezicht een goede ontwikkeling? ‘Ik ben positief over de filosofie van de Belastingdienst dat wanneer de adviseur zich vanuit fiscaal opzicht professioneel opstelt, daar vertrouwen tegenover staat. Ik denk dat dat op lange termijn een hele goede route is die veel tijd en geld bespaart. Een punt is wel hoe veel werk de adviseur voor de Belastingdienst moet gaan doen en hoeveel de Belastingdienst kan vragen.’

Top 8 klachten over Belastingdienst 1. niet ( tijdig) reageren 2. toezeggen om terug te bellen, maar dat niet doen 3. gebrekkige communicatie tussen verschillende onderdelen van de Belastingdienst 4. trage uitbetaling van de tegemoetkoming buitengewone uitgaven 5. (te) lange doorlooptijden 6. trage terugbetaling/voorschot teveel ingehouden zorgpremie 7. gebrekkige klachtherkenning 8. gebrekkige informatieverstrekking (Bron: De Belastingdienst: lessen uit de praktijk van de Nationale ombudsman, 2 februari 2010)

14

Het Register | december 2011 | nummer 12

Sinds kort is er wetgeving om ‘Rupsje Nooitgenoeg’ te beteugelen... ‘Wij hebben daarover eens een zaak gehad. Volgens de belastingadviseur ging de belastinginspecteur door tot het gaatje. Daarachter zat een conflict tussen de belastingadviseur en de inspecteur dat was geëscaleerd. Dan moet je op tafel zien te krijgen wat een redelijk verzoek is.’ Op een informele manier? ‘Juridiseren kost tijd en leidt tot grote ergernis bij mensen. Ik ben mediator en een groot voorstander van mediation. Op honderd gevallen heb je er altijd een paar die wat lastiger te plaatsen zijn. De vraag is hoe je daarmee omgaat. De Belastingdienst moet een communicatiekanaal openhouden om daar op een redelijke manier uit te komen, zodat bezwaar maken niet nodig is. Bezwaar maken en beroep aantekenen bij de rechter moeten een uiterste middel zijn. Als er een feitelijke kwestie rijst die vatbaar is voor bezwaar moet je eerst kijken of dat informeel kan worden afgedaan. Maar juridische interpretatieverschillen en principiële vragen moet je voorleggen aan de rechter. Ik heb zes jaar als plaatsvervanger in de belastingkamer van het gerechtshof Den Bosch gezeten. Daar bestaat een lange traditie om partijen zoveel mogelijk zelf een oplossing te laten vinden en alleen uitspraak te doen als zij er niet uitkomen. Maar dat vraagt wel van de Belastingdienst dat zij deskundigheid heeft op het gebied van conflictherkenning en conflicthantering. En dat partijen zorgvuldig omgaan met de feiten.’ Wat vraagt dat van de belastingadviseur? ‘Ten eerste moeten belastingadviseurs oog hebben voor de belangen achter het conflict. Juristen, en daar reken ik de belastingadviseurs ook toe, hebben de neiging een conflict alleen maar door een juridische bril te bekijken. Ik heb een zaak gehad van een ondernemer die te laat aan zijn administratieve verplichtingen had voldaan. Hij kreeg een boete omdat hij ‘verwijtbaar nalatig’ was geweest. Die ondernemer zei: ik werk me iedere week twee keer uit de naad om alles voor elkaar te krijgen, dus kan het gebeuren dat het mij niet lukt om een formulier op tijd in te vullen. Met die boete van 10% heb ik geen moeite. Maar dat dit verwijtbaar nalatig wordt genoemd, treft mij diep. Zo’n man heeft behoefte aan persoonlijk contact. Dat is een grote opgave voor de Belastingdienst. Maar uit onderzoek blijkt dat je met persoonlijk contact juridiseren voorkomt.’ En ten tweede? ‘…moeten belastingadviseurs openstaan voor een redelijk overleg en het juridische harnas uittrekken. Klanten zitten niet te wachten op een procedure, maar willen een oplossing. Ondernemingen moeten ook in control zijn ten aanzien van risico’s in de toekomst. Een accountant moet vragen hoe de ondernemer de lopende belastingprocedures waardeert. Voor het mkb is zekerheid van belang.’


■ ■ ■ ■

nende. Premier Balkenende vond ook dat u geen onderzoek mocht doen naar aanleiding van de klachten van Edwin de Roy van Zuydewijn. En Justitie-minister Hirsch Ballin was not amused met uw rapport over de behandeling van een zakenman die het slachtoffer was van identiteitsfraude. Was het voor u daarom ook een verrassing dat u bent herbenoemd? ‘Het uitgangspunt is dat je wordt herbenoemd als je je werk goed hebt gedaan. Dat komt de onafhankelijkheid van de ombudsman ten goede. Wilders heeft in de Twee-

‘Alleen een contactambtenaar bij horizontaal toezicht gaat wel ver’ de Kamer wel gezegd dat zijn voorkeur uitging naar Job Cohen. Daardoor werd de herbenoeming een beetje verkiezingenachtig. Maar voor de buitenwereld leek de herbenoeming spannender dan die voor mij was. Ik ben er heel blij mee omdat ik nu een aantal dingen kan afmaken die ik in gang heb gezet. Zoals het vergoeden van de schade en het maken van excuses bij onbehoorlijk gedrag. Veel ministers hebben een juridische reflex. Hun eerste

Komen partijen er wel uit met de Belastingdienst? ‘Vaak wel, ja. De Belastingdienst is gericht op het gelijkheidsbeginsel en toepassing van de wet. Mediation is geen willekeur, is geen marchanderen. De belangrijkste vraag is: wat kunnen partijen over en weer in redelijkheid van elkaar verwachten binnen het wettelijk kader? Het gaat erom een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen op dat redelijke.’

Kritiek ‘Ik ben in feite een bemiddelaar, geen rechter. De oordeelsvorming staat niet voorop. Het belangrijkste is mijn bemiddelende rol. Vanuit die rol kan ik meer doen dan alleen klachten behandelen. Het effect van mijn werk is met name zichtbaar als ik de structuur weet te beïnvloeden. De Tweede Kamer wilde een ombudsman die dejuridiserend zou moeten werken en die een duidelijk gezicht zou geven aan de functie.’

‘De overheid zou vaker een vergoeding moeten betalen uit coulance’ reactie op een klacht is niet zelden erg defensief. En dat roept vaak weer boosheid en weerstand op. De overheid wil doorgaans alleen een vergoeding betalen als het handelen evident onrechtmatig was. Maar zij zou dat vaker moeten doen uit coulance.’ Coulant betekent ook: stromend. Dat brengt ons terug bij de bol in uw tuin: moet de overheid de waterpomp zijn? ‘De overheid moet zelf investeren in behoorlijkheid. Dat bespaart een hoop ellende en draagt bij aan de legitimiteit van haar optreden.’ ■

Maar dat duidelijke gezicht vindt men in Den Haag soms knap lastig… ‘Dat is ook wel een beetje balanceren. Maar als ik naar aanleiding van concrete zaken naar buiten kom, is dat nooit een probleem.’ Uw kritiek op het politieoptreden tijdens de strandrellen bij Hoek van Holland viel slecht bij het laatste kabinet-Balke-

december 2011 | nummer 12 | Het Register

15


■ ■ ■ ■

Belastingplan 2012

Wijzigingen Belastingplan 2012 Het jaarlijkse zwaartepunt van de wijzigingen in de fiscale regelgeving is op Prinsjesdag als het kabinet de belastingplannen voor komend(e) jaar/jaren bekendmaakt. Met het Belastingplan 2012 cum annexis (hierna: c.a.) borduurt het kabinet voort op de beleidsstandpunten voor het Nederlandse belastingstelsel uit de Fiscale Agenda (naar een eenvoudiger, meer solide en fraudebestendig belastingstelsel).

H Diana de Vries Drs. D.M. de Vries is werkzaam bij het Bureau Vaktechniek van het Register Belastingadviseurs.

et kabinet is van mening dat het hoofddoel van het belastingstelsel weer voorop moet staan, namelijk het financieren van overheidsuitgaven. In het verleden zijn vanwege nevendoelen te veel uitzonderingen, vrijstellingen en fiscale faciliteiten ontstaan. Daarom staat vereenvoudiging van de belastingwetgeving hoog op de agenda. Het belastingstelsel moet begrijpelijker en consistenter zijn, een goed evenwicht bieden tussen efficiency en rechtvaardigheid, met minder administratieve lasten en uitvoeringskosten gepaard gaan en bestendiger zijn, dus niet om de haverklap worden aangepast.1 De Commissie wetsvoorstellen van het Register Belastingadviseurs (hierna: RB) kan zich vinden in dat streven.2 De concrete uitwerking van dit voornemen van het kabinet vindt (gedeeltelijk) haar beslag in het Belastingplan 2012 c.a. bestaande uit het Belastingplan 2012, Overige fiscale maatregelen 2012,

Administratieve rompslomp bijtelling auto neemt toe Geefwet, Wet uitwerking autobrief en de Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen.3 Spreiding van de fiscale voorstellen over vijf wetsvoorstellen impliceert een groot aantal maatregelen. Dit roept dan natuurlijk de vraag op in hoeverre het kabinet feitelijk gevolg geeft aan zijn vereenvoudigingsdoelstelling.4

Bijtelling privégebruik auto5 De bijtelling privégebruik auto krijgt vaak aandacht van de wetgever. In de periode 2001 tot en met 2003 gold bijvoorbeeld een getrapte bijtelling om meer aan te sluiten bij het werkelijke privégebruik. In 2004 is de getrapte bijtelling vervangen door een uniform bijtellingspercentage vanuit het oogpunt van eenvoud. Vanaf 2008 is

16

Het Register | december 2011 | nummer 12

de hoogte van de bijtelling afhankelijk van de CO2-uitstoot. De afgelopen tien jaar is de regeling acht keer gewijzigd. Het aantal leden van de wet varieerde in deze periode van minimaal vijf en maximaal elf. Met de Wet uitwerking autobrief wordt de regeling met ingang van 1 januari 2012 weer gewijzigd en uitgebreid met tien nieuwe leden, zodat het totaal uitkomt op 21. Bovendien stelt het kabinet al wijzigingen voor per 1 juli 2012, 1 januari 2013, 1 januari 2014, 1 januari 2015 en 1 januari 2016. Vooral door de wijzigingen van de CO2-uitstootgrenzen en het daarbij behorend overgangsrecht is de regeling inmiddels behoorlijk ingewikkeld. Voor de hoogte van de bijtelling bij de diverse CO2-uitstootgrenzen in de komende jaren verwijs ik naar tabel 5 in de memorie van toelichting op de Wet uitwerking autobrief.6 Kern van de regeling is dat de verlaagde bijtelling op het moment dat het kenteken voor het eerst op naam wordt gesteld niet onbeperkt blijft gelden. Voor auto’s die na 30 juni 2012 voor het eerst op naam worden gesteld blijft de verlaging van het bijtellingspercentage behorend bij de dan geldende CO2-grens gedurende zestig maanden gehandhaafd. Ongeacht of de auto in die periode van eigenaar wisselt. Hierna wordt de verlaging van de bijtelling na elke periode van zestig maanden herbeoordeeld. Voor auto’s die vóór 1 juli 2012 op naam zijn gesteld geldt overgangsrecht. De administratieve rompslomp rond de bijtelling neemt dus toe. Inzicht is nodig in de datum tenaamstelling (kenteken), de mate van CO2-uitstoot (technische specificaties), het geldende verlagingspercentage voor de bijtelling, het tijdstip van herbeoordeling en de wijziging in gebruiker/eigenaar (bij overgangsrecht). Aandachtspunt hierbij is de boete die geldt bij een betalingsverzuim vanwege een te lage aangifte loonbelasting als gevolg van een te lage bijtelling privégebruik auto (80% tot 100% van het wettelijk maximum van € 4920).7


www.shutterstock.com

■ ■ ■ ■

De administratieve rompslomp rondom het privégebruik van de (energiezuinige) auto neemt toe.

Een beoogde vereenvoudigingsmaatregel is de introductie van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto waardoor geen rittenadministratie meer nodig zou zijn. De ondernemer (dan wel werknemer of inhoudingsplichtige) kan de verklaring of intrekking ervan indienen bij de inspecteur door middel van een digitaal formulier. De inspecteur bevestigt de ontvangst. Heeft de inspecteur een vermoeden van een privérit, dan moet de ondernemer de zakelijkheid van de rit doen blijken. Hoe uitgebreid de inspecteur dit vermoeden moet onderbouwen is niet duidelijk. Controle vindt in beginsel uitsluitend plaats door camerawaarneming.8 Zonder geslaagd bewijs van de zakelijkheid van de rit wordt de bestelauto geacht voor meer dan vijfhonderd kilometer voor privédoeleinden te zijn gebruikt. Degene die de verklaring heeft afgegeven is direct de bijtelling verschuldigd. Er is

geen tegenbewijsmogelijkheid voor de grens van vijfhonderd kilometer per jaar. De verlaging van administratieve lasten door het vervallen van een rittenregistratie wordt zo weer ongedaan gemaakt door de noodzaak het zakelijk gebruik van de auto op verzoek te kunnen aantonen.9

Voortzetting pensioenregeling geen oplossing voor alle ondernemers Bij intrekking van de verklaring wordt de auto geacht ook voor de voorafgaande periode voor privédoeleinden beschikbaar te zijn gesteld, maar niet voor die doeleinden

december 2011 | nummer 12 | Het Register

17


■ ■ ■ ■

Belastingplan 2012

te zijn gebruikt. Kan voor de resterende periode van het jaar een gebruik van minder dan vijfhonderd kilometer worden aangetoond, dan geldt voor het hele jaar geen bijtelling. Kan dit niet worden aangetoond, dan geldt de bijtelling voor het hele jaar. Niet-tijdig intrekken van de verklaring is een vergrijp waarvoor een boete kan worden opgelegd van ten hoogste 100% van het niet geheven belastingbedrag.10

Zelfstandigenaftrek De enige vereenvoudiging voor wat betreft de zelfstandigenaftrek is het verdwijnen van de gedifferentieerde aftrek die in 2010 nog is uitgebreid. Hiervoor in de plaats komt een vaste aftrek van € 7280.11 Een overzicht van de inkomenseffecten hiervan is opgenomen in een tabel in

Vitaliteitssparen biedt als pensioenregeling nauwelijks soelaas de nota naar aanleiding van het verslag.12 De eveneens in 2010 ingevoerde maximering van de zelfstandigenaftrek tot het bedrag van de winst en de daarbij behorende doorschuifregeling bij voor bezwaar vatbare beschikking blijven gehandhaafd. Een vereenvoudiging op dit punt en voor de ondernemersaftrek in het algemeen moet wachten tot de uitkomsten bekend zijn van de aangekondigde verkenning naar een winstbox. Hierbij gaan ondernemersfaciliteiten op in een lager, proportioneel tarief.

inclusief de mogelijkheid om de premie als negatief loon aan te merken zijn:15 ■ het pensioenreglement moet de mogelijkheid van vrijwillige voorzetting bieden;16 ■ de vrijwillige voorzetting moet uiterlijk negen maanden na beëindiging van de dienstbetrekking aanvangen; ■ de ex-werknemer moet aansluitend aan de voormalige dienstbetrekking winst uit onderneming genieten; ■ voorafgaand aan de vrijwillige voortzetting is minimaal drie jaar deelgenomen aan de pensioenregeling; ■ wijziging van de pensioenregeling is slechts toegestaan als de pensioenrechten voor de betreffende werknemer niet verbeteren; ■ er treedt geen cumulatie op met de pensioenregeling bij een nieuwe werkgever, de vorming van een oudedagsreserve of deelname aan een beroepspensioenregeling; ■ de uitbreiding van de pensioendiensttijd mag niet liggen in de drie jaar voorafgaand aan het pensioen, tenzij de dienstbetrekking om medische redenen is beëindigd. In het uitvoeringsbesluit wordt het pensioengevend loon na het derde jaar gemaximeerd op het actuele inkomen in box I geldend voor de premiegrondslag in de derde pijler. De bovengrens is het laatstverdiende pensioengevend loon bij de voormalige werkgever.17 Is er sprake van een relatief lage winst uit onderneming, dan biedt deze regeling geen oplossing. Bovendien moet de ondernemer bereid en in staat zijn om liquide middelen vrij te maken voor premiebetaling aan de pensioenuitvoerder. De introductie per 1 januari 2013 van vitaliteitssparen biedt hiervoor nauwelijks een alternatief.

Sparen voor de oude dag De Studiecommissie belastingstelsel heeft geadviseerd de oudedagsreserve af te schaffen, omdat deze niet leidt tot een reële oudedagsvoorziening.13 De dotatie aan deze reserve wordt in 2012 gemaximeerd op € 9382 (in 2011 € 11.882). De verlaging van € 2500 komt ten gunste van de mogelijkheid om zeven jaar langer vrijwillig deel te nemen aan de pensioenregeling bij de voormalige werkgever. De verlaagde grens voor dotatie aan de oudedagsreserve raakt alle ondernemers, maar de verruiming van de vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling biedt alleen een oplossing voor ondernemers die aansluitend aan een dienstbetrekking een onderneming gaan drijven.14 De

Voor echte vereenvoudiging is het wachten op de winstbox mogelijkheid om de pensioenregeling bij de voormalige werkgever vrijwillig voort te zetten bestaat al langer, maar werd fiscaal slechts gefaciliteerd voor een periode van drie jaar. Voorwaarden voor vrijwillige voortzetting

18

Het Register | december 2011 | nummer 12

Vitaliteitssparen is een eenvoudige regeling. De ondernemer kan jaarlijks maximaal € 5000 sparen tot een maximum van € 20.000 is bereikt. De overboeking naar de vitaliteitsspaarrekening18 is aftrekbaar in box I, het tegoed is vrijgesteld in box 3 en bestedingsvrij bij opname. Bij opname wordt 42% loonheffing ingehouden met een eventuele bijbetaling of teruggaaf in de inkomstenbelasting. Weliswaar moet de ondernemer ook hier liquiditeiten afzonderen, maar het tegoed is gemakkelijk opneembaar. De ondernemer zou op enig moment kunnen besluiten het tegoed op te nemen voor een aftrekbare lijfrentepremie. Het belastbare voordeel uit vitaliteitssparen valt dan weg tegen de storting van de lijfrentepremie. Na opname kan de ondernemer weer verder sparen op de vitaliteitsspaarrekening tot het maximum van € 20.000. De aftrek van lijfrentepremie is ook hier echter begrensd door de jaarruimte en de reserveringsruimte19 waardoor bij lage winsten nauwelijks aftrek mogelijk is. Vitaliteitssparen biedt als pensioenregeling nauwelijks soelaas. Het tegoed van de vitaliteitsspaarrekening moet uiterlijk de dag voor de dag waarop de 65-jarige leeftijd wordt bereikt zijn overgeboekt. Met ingang van het jaar waarin de leeftijd van 62 jaar wordt bereikt mag jaarlijks maximaal € 10.000 worden overgeboekt.20


■ ■ ■ ■

Research & Development-aftrek (RDA) In het Belastingplan 2012 is de RDA aangekondigd. De regeling is opgenomen in de Nota van wijziging21 op het Belastingplan 2012. Hoewel de invoering van de regeling past binnen het innovatiebeleid van het kabinet staat de nieuwe regeling wel op gespannen voet met de vereenvoudigingsdoelstelling. Deze fiscale faciliteit verlaagt de directe kosten (niet-loonkosten) van R&D. R&D-loonkosten worden al gefaciliteerd via de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk.

ondernemers. Van een echte vereenvoudiging is evenmin sprake, zodat de ‘doe-het-zelfaangifte’ voor de ondernemer nog wel even onder constructie blijft. ■ Noten 1. Memorie van toelichting (hierna: MvT) Belastingplan 2012, Kamerstuk II 2011/2012, 33003, nr. 3, § 1 en § 1.1.1. 2. Reactie op de Fiscale Agenda door de Commissie wetsvoorstellen van het RB van mei 2011. 3. Dossiernummers: Belastingplan 2012 33003, Overige fiscale maatregelen 2012 33004, Geefwet 2012 33006, Wet uitwerking

Aftrekbaar is het bedrag van de zogenoemde RDA-beschikking (afgegeven door het Agentschap NL) en komt ten laste van de winst op de dag van de dagtekening van de beschikking. De RDA is een extra aftrekpost en staat los van de normale regels voor fiscale winstbepaling ten aanzien van de betreffende kosten of investeringen voor speur- en ontwikkelingswerk. Voor 2012 wordt een RDApercentage van 40 voorzien. Kosten van aan derden uitbesteed speur- en ontwikkelingswerk zullen niet kwalificeren. De regeling wordt verder uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur. De opzet zal nauw aansluiten met de bestaande uitvoeringspraktijk van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk. Vanuit het oogpunt van eenvoud en begrijpelijkheid is dat dan weer wel positief.

autobrief 33007, Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen 33005. 4. Besproken belastingmaatregelen zijn beoordeeld naar de stand van het wetgevende proces op het moment van schrijven van dit artikel (begin november 2011). 5. Artikel 3.20 Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) en/of artikel 13bis Wet op de loonbelasting 1964. 6. MvT Wet uitwerking autobrief, 33007, nr. 3, blz. 9. 7. Artikel 67c Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) juncto § 24 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. 8. Nota naar aanleiding van het verslag Wet uitwerking autobrief, Kamerstukken II 2011/2012, 33007, § 7, blz. 29. 9. Zie ook het commentaar van de Commissie wetsvoorstellen van het RB op Belastingplan 2012 c.a., blz. 4 en 5. 10. Artikel 10a AWR (nieuw), Overige fiscale maatregelen 2012, Kamerstukken II 2011/2012, 33004, nr. 2, artikel XI, letter B.

Conclusie Het Belastingplan 2012 c.a. bevat onder meer wijzigingen in de bijtelling privégebruik auto, de zelfstandigenaftrek en het sparen voor de oude dag, alsook de invoering van de RDA. Deze wijzigingen zijn van belang voor de ondernemer in de inkomstenbelasting. ■ De bijtelling privégebruik auto is door de stimulering van het gebruik van de zuinige auto behoorlijk ingewikkeld geworden. De Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto roept vragen op over de bewijslastverdeling bij een vermoeden van een privérit bij de inspecteur. Door de bewijslast van een zakelijke rit wordt de verlaging van de administratieve lasten door het vervallen van de rittenadministratie ongedaan gemaakt. ■ De zelfstandigenaftrek wordt een vaste aftrek, maar voor een echte vereenvoudiging van de ondernemersaftrek is het wachten op een winstbox. ■ Dotatie aan de oudedagsreserve wordt beperkt. De verruiming van de vrijwillige deelname aan de pensioenregeling van de voormalige werkgever leidt waarschijnlijk niet tot de beoogde opbouw van een reële oudedagsvoorziening voor startende ondernemers en is niet toegankelijk voor bestaande ondernemers. Het nieuwe vitaliteitssparen biedt hiervoor ook nauwelijks een alternatief. ■ De RDA is een extra aftrek om R&D te stimuleren en past binnen het innovatiebeleid van het kabinet. Het is ook een nieuw fiscaal instrument. Zo blijft er ook voor de belastingadviseur weer genoeg te adviseren. Kortom het Belastingplan 2012 c.a. bevat geen schokkende wijzigingen voor de ondernemer, maar ook geen fundamentele oplossing voor de oudedagsvoorziening van

11. Artikel 3.76, lid 2 Wet IB 2001, Belastingplan 2012, Kamerstukken II 2011/2012, 33003, nr. 2, artikel I, onderdeel D. 12. Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2012, Kamerstukken II 2011/12, 33003, § 4.1, blz. 44. 13. Continuïteit en vernieuwing. Een visie op het belastingstelsel. Studiecommissie belastingstelsel, bijlage bij Kamerstukken II 2009/10, 32140, nr. 4, blz. 80, 81, 92–99, 104. 14. Artikel 54 Pensioenwet. 15. Artikel 18g juncto artikel 10a Uitvoeringsbesluit loonbelasting. 16. Zie ook commentaar op het Belastingplan 2012 c.a. van de Commissie wetsvoorstellen van het RB, § 1.1, blz. 2. 17. MvT wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2012), Kamerstuk II 2011/2012, 33003, nr. 3, § 5.2, blz. 42. 18. Hetzelfde geldt voor een vitaliteitsspaarverzekering of een vitaliteitsspaarrecht van deelneming. 19. Artikel 3.127, leden 1 en 2 Wet IB 2001. 20. Hetzelfde geldt voor het tot uitkering zijn gekomen van de vitaliteitsspaarverzekering of de vervreemding van het vitaliteitsspaarrecht van deelneming. 21. Nota van wijziging Belastingplan 2012, Kamerstukken II 2011/12, 33003, nr. 5.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

19


COL UMN

Eén heffing op vastgoed Rond de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting op woningen, is in brede kring geopperd die belasting maar helemaal af te schaffen. De “verhuisboete” werkt negatief doordat verhuizen wordt ontmoedigd, terwijl dat beter zou zijn voor arbeidsmobiliteit en milieu. Bovendien kent deze heffing geen rechtvaardigingsgrond zoals draagkracht- of profijtbeginsel. Sommige mensen betalen nooit overdrachtsbelasting, terwijl anderen – bijvoorbeeld door verandering van werkkring of partnernoodgedwongen meerdere malen overdrachtsbelasting betalen. Daar staat tegenover dat deze belasting de overheid makkelijk en substantieel geld oplevert. Het notariaat verzorgt in belangrijke mate de inning van een slordige € 4 miljard per jaar. Maar het kan toch ook anders. Schaf deze heffing per verkrijging af en belast het bezit van vastgoed, bijvoorbeeld door een verhoging van de onroerende-zaakbelasting. Geen heffing per toevallige verkrijging, maar door bezit te belasten betaalt iedere eigenaar elk jaar een beetje. Zijn wij ook af van allerlei structuren om overdrachtsbelasting te ontgaan, van de onduidelijkheid rond verkrijging van economisch eigendom, en is ook de ingewikkelde regeling voor aandelen in vastgoedlichamen overbodig. Simpelweg een belasting op het bezit van vastgoed, welke jaarlijks een promillage van de waarde bedraagt. De waterschapsbelastingen kunnen er mijns inziens ook direct bij. Nu heffen gemeenten en waterschappen afzonderlijk. Na aanpassing van de WOZ-waarde, moet thans ook het waterschap in actie komen. Dat kan efficiënter in één heffing (en inning), waarvan de opbrengst op eenvoudige wijze over de kassen van gemeenten en waterschappen kan worden verdeeld. Daar kan ook de (vervanger voor de) overdrachtsbelasting bij (waarvan de opbrengst naar het Rijk gaat). Ik zou nog een stap verder willen gaan, door ook de btw op vastgoed jaarlijks te heffen. Bij een jaarlijkse btw-heffing over de huurwaarde van vastgoed, kan de heffing op de (op)levering van nieuw vastgoed vervallen. Ondernemers kunnen de jaarlijkse heffin ng in aftrek brengen overeenkomstig het voor hen geldende btw-regime. Voor de rest zal de btw dru drukken (eventueel nog met verrekening via het pro Btw-compensatiefonds voor gemeenten en provincies). Dan zijn wij af van het willekeurige verschil in btw-druk dat optreedt als een pand eerst voor aftrekgerechtigde activiteiten wordt gebruik en later voor niet-a niet-aftrekgerechtigde handelingen en andersom. vo De narigheid rond het al dan niet voldoen aan het zogenoemde 90%-criterium bij leve opties voor belaste verhuur en levering, behoort dan ook tot het verleden. Een dergelijke aanpassing vereist echte echter communautaire maatregelen, zodat deze er niet zo snel zal komen. Laten wij ons daarom maar eerst op de afschaffing van de overdrachtsbelasjaarl ting concentreren, met een jaarlijkse heffing over al het vastgoedbezit als vervanger. De opbrengst kan gelijk blijven, zodat er geen budgettaire bezwaren zijn. Sterker nog, de opbrengst w wordt voor de overheid stabieler omdat die transa niet meer afhankelijk is van transacties. De inning wordt wellicht wat lastiger be als de notarissen die niet meer in belangrijke mate verzorgen. Maar laten wij daar verva de notarissen als belastinggaarders door de dan iets van de Grieken leren: vervang i de energienota’s. ■ energiebedrijven en stop de heffing in Bart van Zadelhoff Prof. dr. B. G. van Zadelhoff Za is hoogleraar belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en verbonden aan KPMG Meijburg & Co te Amste Amstelveen.

20

Het Register | december 2011 | nummer 12


■ ■ ■ ■

De nieuwe belastingrenteregeling Het Belastingplan 2012 introduceert een nieuwe belastingrenteregeling die de huidige regeling van de heffingsrente met ingang van 2012 gaat vervangen. In deze bijdrage bespreek ik eerst kort de huidige heffingsrenteregeling. Daarna volgt een uiteenzetting van de nieuwe belastingrenteregeling en ga ik in op een aantal opvallende verschillen en onevenwichtigheden. Ik sluit af met een aantal conclusies. De nadruk ligt op de regeling bij de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

D

e heffingsrente heeft de afgelopen jaren geleid tot veel fiscale procedures waarvan de uitspraak van de Hoge Raad van 14 oktober 2011 (LJN: BP3037) het voorlopige sluitstuk is. Deze jurisprudentie is deels terug te vinden in de nieuwe belastingrenteregeling. De regeling is echter niet evenwichtig en leidt tot nadeel bij belastingplichtigen. Grote winnaar is de schatkist gezien de ingeboekte besparing van structureel € 400 miljoen per jaar met ingang 2018.

Huidige regeling heffingsrente De belangrijkste bepalingen voor de heffingsrente zijn nu terug te vinden in de artikelen 30f, 30g en 30h Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). In artikel 30f, lid 1 AWR is bepaald dat heffingsrente wordt berekend als een aanslag (voorlopige, definitieve of navordering) wordt vastgesteld. Aanvullend bepaalt lid 3 dat de rente enkelvoudig wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na het aangiftejaar en eindigt op de dagtekening van de aanslag. Met andere woorden, de rente wordt berekend vanaf 1 januari volgende op het belastingjaar. Het is daarbij niet relevant of de aanslag leidt tot een te betalen bedrag dan wel een terug te ontvangen bedrag; de berekeningswijze is identiek. De reden waarom de aanslag wordt opgelegd is eveneens niet relevant. Ook bij een verzoek om ambtshalve vermindering of bij vermindering naar aanleiding van een bezwaar wordt de heffingsrente op dezelfde manier berekend. Aanvullend bepaalt lid 5 de berekeningswijze voor de hoogte van het percentage van de heffingsrente.1 Artikel 30g AWR bepaalt over welk (belasting)bedrag heffingsrente wordt vergoed. In lid 4 is bepaald dat geen heffingsrente wordt vergoed als een verlies van een volgend

jaar wordt verrekend (carryback). Artikel 30h AWR bepaalt over welk (belasting)bedrag heffingsrente in rekening wordt gebracht. De voorgestelde belastingrenteregeling In tegenstelling tot de drie artikelen van de huidige regeling omvat de belastingrenteregeling maar liefst tien artikelen. Dit verklaart ook direct waarom de voorgestelde regeling verre van eenvoudig is. Te betalen belastingrente Hoofdregel is dat belastingrente wordt berekend als een aanslag wordt vastgesteld na 1 juli volgende op het belastingjaar. Ten opzichte van de huidige regeling vindt er dus een verschuiving plaats met zes maanden. Wordt een aanslag na dit tijdstip vastgesteld met een te betalen bedrag, dan eindigt de periode waarover belastingrente wordt berekend niet langer op de dagteke-

Peter Goossens Drs. P.N.M. Goossens is werkzaam bij het Bureau Vaktechniek van het Register Belastingadviseurs.

Belastingrente alleen vergoed als Belastingdienst traag is ning van de aanslag maar op de uiterste betaaltermijn van de aanslag. In vergelijking met de huidige situatie wordt hierdoor zes weken langer rente berekend. Ook als de belastingplichtige na ontvangst van de aanslag per ommegaande betaalt, wordt de berekende belastingrente niet verminderd. Zelfs in het bedrijfsleven is het gebruikelijk dat voor verschuldigde bedragen een renteloze betalingstermijn wordt gegund. De voorgestelde belastingrenteregeling doet dat echter niet.2

december 2011 | nummer 12 | Het Register

21


■ ■ ■ ■

Belastingplan 2012

Te ontvangen belastingrente Wordt een aanslag na 1 juli volgend op het belastingjaar vastgesteld met een te ontvangen bedrag, dan wordt alleen belastingrente vergoed als de Belastingdienst traag heeft gereageerd op een wijzigingsverzoek of op de ingediende aangifte. De Belastingdienst is traag als een wijzigingsverzoek niet binnen acht weken is afgerond of als een aangifte niet binnen dertien weken is gevolgd door een (voorlopige of definitieve) aanslag. Alleen in die situaties wordt nog belastingrente vergoed en wel over de periode gelegen tussen het moment van indienen van het wijzigingsverzoek of de aangifte en zes weken na de dagtekening van de uiteindelijke aanslag, te verminderen met de genoemde termijnen van acht en dertien weken. Ook in dit geval wordt dus rente berekend over zes weken extra, ondanks tijdige betaling door de Belastingdienst (meestal vóór of omstreeks de dagtekening van de aanslag). Opgemerkt moet echter worden dat dit alleen geldt als de aanslag na 1 juli wordt vastgesteld en aanvullend de Belastingdienst traag heeft gehandeld. Met de huidige automatiseringsmogelijkheden lijkt dit scenario niet goed denkbaar. Verschillen en onevenwichtigheden Per saldo nauwelijks vergoeding van belastingrente De praktijk zal waarschijnlijk uitwijzen dat vrijwel elke teruggaaf na 1 juli volgend op het belastingjaar binnen de gestelde acht respectievelijk dertien weken zal worden geëf-

Bij ambtshalve vermindering geen rentevergoeding fectueerd, waardoor belastingplichtigen in de regel geen belastingrente meer vergoed krijgen. Dit is in schril contrast met de belastingrenteregeling voor aanslagen met een te betalen bedrag die vanaf 1 juli zijn vastgesteld en waarover belastingplichtigen dan altijd belastingrente moeten betalen. Onevenwichtigheid bij herziening van de aanslag Een ander belangrijk verschil met de huidige regeling is aanwezig bij verzoeken tot ambtshalve vermindering (bijvoorbeeld in verband met een vergeten aftrekpost). Aangezien de definitieve aanslag al is opgelegd, zal dit verzoek altijd leiden tot een teruggaaf. Hierover wordt echter geen rente meer vergoed, ook niet als dit na 1 juli is en de Belastingdienst het verzoek traag afwikkelt. In de omgekeerde situatie – de vrijwillige verbetering leidend tot een te betalen belastingbedrag – wordt wel weer belastingrente berekend vanaf 1 juli tot maximaal twaalf weken na de indiening van de vrijwillige verbetering. Onevenwichtigheid bij afwijkingen van aangifte of wijzigingsverzoek Een tweede belangrijk verschilpunt is de situatie waarin een aanslag in afwijking van de aangifte (of een wijzigingsverzoek) wordt vastgesteld. Als uit de aangifte een te-

22

Het Register | december 2011 | nummer 12

ruggaaf voortvloeit en bij de aanslagregeling een correctie wordt doorgevoerd die leidt tot een te betalen bedrag, zal belastingrente worden berekend volgens de hoofdregel (dus vanaf 1 juli). Als aan het tegen de aanslag gerichte bezwaar tegemoet wordt gekomen, wordt slechts de eerder in rekening gebrachte belastingrente verminderd. Over de aanvullende teruggaaf wordt echter geen belastingrente meer vergoed, terwijl de teruggaaf veel later heeft plaatsgevonden door de correctie en het hierdoor noodzakelijke bezwaar. Was er geen correctie doorgevoerd bij de definitieve aanslagregeling, dan zou op basis van de hoofdregel belastingrente zijn vergoed als de Belastingdienst traag was. De correctie zal dan plaatsvinden middels een navorderingsaanslag. De te betalen belastingrente wordt hierbij berekend vanaf 1 juli. Als aan het bezwaar tegen deze navorderingsaanslag wordt tegemoetgekomen, zal de in rekening gebrachte belastingrente ook in dat geval worden verminderd tot nihil. Echter in deze situatie heeft belanghebbende wel belastingrente genoten als de Belastingdienst traag was bij het opleggen van de definitieve aanslag. Uit het voorgaande blijkt dat als een aangifte waaruit een teruggave volgt niet snel genoeg wordt afgewikkeld middels een aanslag, de Belastingdienst door het corrigeren van de aanslag tot een te betalen bedrag de vergoeding van belastingrente kan voorkomen. Belastingrente is wettelijke rente voor niethandelstransacties Opmerkelijk in de nieuwe regeling is ook dat de hoogte van het percentage van de belastingrente wordt gebaseerd op de wettelijke rente voor niet-handelstransacties. De hoogte van deze rente wordt vastgesteld middels Algemene Maatregel van Bestuur en wordt halfjaarlijks op 1 juli en 1 januari vastgesteld. De hoogte van de wettelijke rente bedraagt op dit moment 4%, dus 1 procentpunt hoger dan het huidige heffingsrentepercentage. Uit het verloop van deze wettelijke rente van de afgelopen jaren blijkt dat deze meestal hoger was dan het heffingsrentepercentage. Vóór de invoering van de heffingsrente werd bij het opleggen van belastingaanslagen ook de rente berekend op basis van de wettelijke rente. De hoogte hiervan leidde ertoe dat er veel bij de Belastingdienst werd ‘gespaard’.3 Ik vermoed dat de overheid het nu weer aandurft een hogere rente te hanteren, omdat sparen bij de Belastingdienst in de nieuwe belastingrenteregeling vrijwel onmogelijk is gemaakt. In de nieuwe regeling heeft dan ook alleen de overheid baat bij een hoger rentepercentage. Ontvanger krijgt meer tijd voor renteloze terugbetaling Een volgend punt van aandacht is de regeling voor uit te betalen bedragen. Als een belastingplichtige recht heeft op een teruggaaf, wordt deze normaliter tijdig uitbetaald op of omstreeks de dagtekening van de aanslag of beschikking. De ontvanger krijgt in de nieuwe regeling een periode van zes weken na de dagtekening om tot uitbetaling over te gaan zonder dat een rentevergoeding aan de orde komt. Dit is met name zuur als de teruggaaf voortvloeit uit een verliesverrekening, middelingsverzoek of ambtshalve teruggaaf. Deze worden namelijk al vastgesteld zon-


www.shutterstock.com

■ ■ ■ ■

der vergoeding van enige rente. Het moet voor de Belastingdienst toch mogelijk zijn in alle gevallen zorg te dragen voor tijdige uitbetaling. Zes weken is echter naar mijn mening een wel heel lange periode. Onevenwichtigheid met betrekking tot invorderingsrente bij bezwaar en beroep Een laatste onevenwichtigheid ontstaat als bezwaar of beroep wordt ingesteld tegen een aanslag. Voor het bestreden bedrag kan uitstel van betaling worden aangevraagd. Dit wordt ook vrijwel altijd toegekend. Wordt volledig aan het bezwaar of beroep tegemoetgekomen, dan is uiteraard geen invorderingsrente verschuldigd omdat er ook niets hoeft te worden betaald. Wordt niet geheel aan het bezwaar tegemoetgekomen, dan zal invorderingsrente in rekening worden gebracht over de periode vanaf de dagtekening van de aanslag tot het moment van de uiteindelijke betaling. Belanghebbenden kunnen echter ook kiezen om de bestreden aanslag te betalen en dus geen uitstel van betaling te vragen. Wordt in dat geval (geheel of gedeeltelijk) aan het bezwaar of beroep tegemoetgekomen, dan wordt het betaalde bedrag (geheel of gedeeltelijk) terugbetaald echter zonder vergoeding van invorderingsrente. Hierop is slechts een

uitzondering, namelijk de situatie waarbij de ontvanger afwijzend heeft beslist op het verzoek om uitstel van betaling. In deze specifieke situatie wordt wel invorderingsrente vergoed als geheel of gedeeltelijk aan het bezwaar wordt tegemoetgekomen. Ook deze wijziging beargumenteert het kabinet met het argument dat sparen bij de fiscus ermee wordt ontmoedigd, zonder nadere onder-

Sparen bij de Belastingdienst vrijwel onmogelijk bouwing. Ik ben van mening dat ook dit punt ertoe kan leiden dat belastingplichtigen afzien van procedures vanwege oplopende rentelasten. Ook de mogelijke verhoging van de griffierechten beperkt de animo van belastingplichtigen om hun recht te halen.4 Aandachtspunten voor de praktijk De regeling noopt ertoe het belastbare inkomen en de winst tijdig (dus vóór 1 juli) middels aangifte of wijzigingsverzoek op de juiste hoogte te laten vaststellen. Is er meer belasting verschuldigd, dan moet een verzoek tot wijziging vóór 1 mei worden ingediend of de aangifte moet

december 2011 | nummer 12 | Het Register

23


■ ■ ■ ■

Belastingplan 2012

vóór 1 april worden ingediend. Alleen in die gevallen is er namelijk geen rente verschuldigd. Ook als er belasting terug te verwachten is, is het raadzaam voor genoemde tijd-

Renteregeling stimuleert werken in de actualiteit stippen een wijzigingsverzoek of aangifte in te dienen. Hoewel er geen rentevergoeding wordt ontvangen zal latere indiening van aangifte of wijzigingsverzoek ook niet leiden tot een rentevergoeding. Op dit moment worden wijzigingsverzoeken na afloop van het belastingjaar niet of slechts beperkt in behandeling genomen en afgewikkeld. De nieuwe regeling zou ertoe moeten leiden dat alle wijzigingsverzoeken tijdig in behandeling worden genomen ter voorkoming van belastingrente ongeacht het moment waarop dit verzoek wordt gedaan. Winstgenieters zullen namelijk in het belastingjaar zelf voorzichtig schatten en massaal daarna (en vóór 1 mei) wijzigingsverzoeken indienen.

gevallen waarbij een positieve aanslag wordt vastgesteld na 1 juli volgende op het belastingjaar, met extra te betalen belastingrente worden geconfronteerd. De regeling noopt ertoe het belastbare inkomen en de winst tijdig (dus vóór 1 juli) middels aangifte of wijzigingsverzoek op de juiste hoogte te laten vaststellen. Alleen in dat geval is geen rente verschuldigd. De Belastingdienst zal wijzigingsverzoeken na afloop van het jaar in behandeling moeten gaan nemen. Belastingplichtigen kunnen onder de nieuwe regeling niet langer sparen bij de Belastingdienst. Zij moeten gedurende het belastingjaar zoveel mogelijk juist schatten en uiterlijk vóór 1 mei of 1 april een wijzigingsverzoek of aangifte indienen. De regeling stimuleert dus het werken in de actualiteit. De regeling is echter erg ingewikkeld en werkt op veel onderdelen nadelig uit voor belastingplichtigen. Ik denk dat deze nadelen er wel toe leiden dat de beoogde besparing ruimschoots zal worden behaald. ■ Noten 1. In het vierde kwartaal van 2011 bedraagt de heffingsrente 3%. 2. Het Register Belastingadviseurs (hierna: RB) spreekt zich in zijn commentaar op het Belastingplan 2012 op dit punt ook uit tegen

Conclusies De voorgestelde belastingrenteregeling leidt ertoe dat de Belastingdienst nog slechts bij hoge uitzondering rente zal moeten vergoeden. Belastingplichtigen zullen in alle

de belastingrenteregeling. 3. Zie onder andere Kamerstukken II 1991/1992, 22402, nr. 8, pag. 7. 4. Zie het wetsvoorstel Kostendekkende griffierechten en het commentaar van het RB hierop.

Advt

24

Het Register | december 2011 | nummer 12


■ ■ ■

WOZ

Wet waardering onroerende zaken en de

Cultuurgrondvrijstelling In het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: WOZ) moet voor alle onroerende zaken in Nederland jaarlijks een waarde worden vastgesteld. Ingevolge de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten (hierna: URUO) moeten bij de waardebepaling bepaalde onroerende zaken of onderdelen daarvan buiten aanmerking worden gelaten. De cultuurgrondvrijstelling is een van deze uitzonderingen en mag zich – zo blijkt uit legio jurisprudentie – terecht en onterecht door zowel boeren als burgers verheugen op bijzondere belangstelling. Voor de toepassing van deze vrijstelling moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. In dit artikel sta ik stil bij deze voorwaarden en de (recente) jurisprudentie.1

D Ronald Mols Mr. R.P.M.M. Mols is vennoot bij Van den Bosch & partners belastingadviseurs voor overheden in Sliedrecht.

e voorwaarden voor de cultuurgrondvrijstelling zijn vastgelegd in artikel 2, aanhef en onderdeel a URUO. Bij de waardebepaling wordt de waarde van ten behoeve van landof bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond buiten aanmerking gelaten, voor zover die niet de ondergrond vormt van gebouwde eigendommen. De elementen van deze uitzonderingen zijn dus: ■ cultuurgrond; ■ ten behoeve van land- of bosbouw; ■ bedrijfsmatige exploitatie; ■ voor zover geen ondergrond van gebouwde eigendommen. Wat is cultuurgrond? Onder cultuurgrond wordt verstaan de grond die wordt bewerkt en verzorgd om gewassen te kweken. Woeste gronden of andere niet-bewerkte gronden en grond in potten of bakken zijn niet aan te merken als cultuurgrond. Dergelijke grond is los daarvan ook niet als onroe-

Bedrijfsmatige exploitatie naar de omstandigheden beoordelen rend aan te merken. Een boerenerf of ondergrond van gebouwen is geen cultuurgrond. Ondergrond van kassen en de kassen zelf zijn op grond van artikel 220d, lid 1, onderdelen a en b van de Gemeentewet in het kader van de onroerendezaakbelastingen wel vrijgesteld.

26

Het Register | december 2011 | nummer 12

Wat wordt verstaan onder land- of bosbouw? Voor de inkleuring van het begrip ‘landbouw’ moet worden aangesloten bij de definitie in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).2 Daarin is bepaald dat onder landbouw wordt verstaan (steeds voor zover bedrijfsmatig geëxploiteerd) akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – de teelt van griendhout en riet, en elke andere tak van bodemcultuur met uitzondering van bosbouw. Uit de jurisprudentie volgt dat volkstuinen3 niet kunnen worden aangemerkt als landbouw in de zin van de vrijstelling. Dat geldt tevens voor grond die op basis van een zogenoemde set-asideregeling (EU-verordening ter beperking van overproductie) tijdelijk buiten gebruik is gesteld.4 Het fokken, leasen en beleren van veulens en paarden valt niet onder het begrip ‘landbouw’, omdat er geen sprake is van fokken voor consumptie.5 Een wettelijk bepaling van ‘bosbouw’ ontbreekt. Bij bosbouw gaat het om de productie van te verkopen hout, bijvoorbeeld brand- of timmerhout. Paardenfokkerij en paardenpension ook landbouw? Rechtbank ’s-Gravenhage6 heeft recent echter de weidegrond behorende bij een paardenfokkerij aangemerkt als ‘weidebouw’ waarvoor de uitzonderingsbepaling wél geldt. De vraag kan worden opgeworpen of deze jurisprudentie houdbaar is. Het oordeel van de rechtbank dat grond ten behoeve van een paardenfokkerij wordt aangemerkt als ‘weidebouw’ wordt door mij niet gedeeld. Deze grond is immers dienstbaar aan de exploitatie van de paardenfokke-


www.publishersupport.nl

■ ■ ■

Onder cultuurgrond wordt verstaan de grond die wordt bewerkt en verzorgd om gewassen te kweken.

rij en de begrazing van de grond is daaraan ondergeschikt. Steun voor deze opvatting ontleen ik aan de uitspraak van Hof Amsterdam.7 Steun ontleen ik tevens aan een andere uitspraak van Hof Amsterdam.8 In rechtsoverweging 8.2 stelt het hof ter zake pensionpaarden het volgende. ‘Het gedeelte van de grond dat dient voor het in de kost hebben van paarden wordt daarentegen niet geëxploiteerd ten behoeve van de landbouw, aangezien deze activiteit niet is gericht op het laten groeien en voeden van gewassen.’ Steun voor genoemde opvatting kan men tevens ontlenen aan de uitleg die in het spraakgebruik aan de term ‘weidebouw’ wordt gegeven. Het Van Dale Groot woordenboek (twaalfde druk, blz. 3552) geeft aan dat onder ‘weidebouw’ wordt verstaan ‘het exploiteren van weiland’. Bij een paardenfokkerij of paardenpension exploiteert men geen weilanden maar paarden. De begrazing van deze weilanden is hieraan ondergeschikt. Wanneer bedrijfsmatige exploitatie? Van bedrijfsmatige exploitatie is sprake als er een organisatie is van arbeid en kapitaal met het oogmerk winst te behalen. Om in aanmerking te komen voor de uitzonderingsbepaling moet er dus sprake zijn van ondernemingsgewijze voortbrenging van gewassen met behulp van cultuurgrond. De vraag of er sprake is van bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond moet worden beoordeeld aan het begin van het kalenderjaar. Bedrijfsmatige exploitatie moet worden onderscheiden van het normale vermogensbeheer. Hieronder wordt verstaan het enkel uitvoeren van werkzaamheden die nodig zijn voor het in stand houden van bijvoorbeeld een bos of boomgaard en waarbij het beschikbare hout of de beschikbare

vruchten te gelde worden gemaakt. In de praktijk levert dit criterium vaak de meeste problemen op, omdat een bedrijfsmatige exploitatie niet visueel is. Van belang kunnen zijn de omvang van het cultuurgrond areaal, inschrijving bij de Kamer van Koophandel of bijvoorbeeld de deelname aan de Gecombineerde Opgave (in de volksmond de meitelling). De bewijslast ligt op dit punt bij belanghebbende.

Ruime uitleg ‘weidebouw’ kwetsbaar Van bedrijfsmatige exploitatie was bij een proefboerderij geen sprake, omdat het winstoogmerk ontbrak.9 Dit geldt ook voor zogenaamde ‘hobbyboeren’. Bij deze boeren bestaat geen winstoogmerk, omdat het een hobby betreft of de aard en omvang van de werkzaamheden normaal vermogensbeheer niet te boven gaan.10 De bedrijfsmatige exploitatie van cultuurgrond behoeft daarentegen geen primaire inkomstenbron van de exploitant te zijn.11 Een

Praktische informatie ■ Voorwaarden cultuurgrondvrijstelling: cultuurgrond, ten behoeve van land- of bosbouw, bedrijfsmatige exploitatie, geen ondergrond gebouwde eigendommen. ■ Cultuurgrond: grond ten behoeve van kweek van gewassen. ■ Landbouw: overeenkomstig definitie BW. ■ Ruime uitleg ‘weidebouw’ lijkt kwetsbaar. ■ Bedrijfsmatige exploitatie: naar de omstandigheden beoordelen. ■ Bewijslast ligt bij belanghebbende.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

27


■ ■ ■

WOZ

door een belanghebbende overgelegd exploitatieoverzicht over een periode van vier jaar met een positief resultaat van slechts € 13.000 was voor Hof Arnhem12 al voldoende om aan te nemen dat er sprake was van een bedrijfsmatige exploitatie van een bosperceel.

Noten 1. Vrijstellingen voor bedrijfsmatige geëxploiteerde cultuurgrond komen ook voor in artikelen 3:11 (bosbouwvrijstelling) en 3:12 IB (landbouwvrijstelling) Wet inkomstenbelasting 2001. Blijkens de parlementaire behandeling moet het begrip ‘bos- en landbouw’ in dezelfde zin worden opgevat als voor de heffing van inkomsten-

Conclusie Boeren, burgers en buitenlui… wie de schoen van de WOZcultuurgrondvrijstelling past mag hem aantrekken. Om in aanmerking te komen voor de cultuurgrondvrijstelling moet aan verschillende voorwaarden worden voldaan. De voorwaarden die samenhangen met de begrippen ‘cultuur-

belasting. Dit artikel belicht de vrijstelling vanuit het perspectief van de Wet WOZ. 2. Artikel 2, lid 2, URUO jo artikel 7:312 BW. 3. Hof Amsterdam, 27 oktober 1981, nr. 613/80, Belastingblad 1982, blz. 73. 4. Hoge Raad, 9 mei 2003, nr. 35.982, BNB 2003/270. 5. Hof Leeuwarden, 25 januari 2008, nr. 06/00177, Belastingblad

Bewijslast ligt bij belanghebbende

2008, blz. 408. 6. Rechtbank ’s-Gravenhage, 5 februari 2009, nr. 08/3039, LJN: BH3174, Belastingblad 2009, blz. 571. 7. Hof Amsterdam, 11 juni 1999, nr. 97/01895, M IV, Belastingblad

grond’ en ‘land- en bosbouw’ zijn op basis van wet, spraakgebruik en feitelijke situatie goed te definiëren en te beoordelen. De ruime uitleg van het begrip ‘weidebouw’ – zodat ook paardenfokkerijen en paardenpensions onder het toepassingsbereik van de cultuurgrondvrijstelling vallen – lijkt kwetsbaar. De vraag of er sprake is van bedrijfmatige exploitatie moet naar de omstandigheden worden beoordeeld. Aan deze laatste voorwaarde wordt redelijk snel voldaan. Het blijft een kwestie van aannemelijk maken. ■

28

Het Register | december 2011 | nummer 12

1999, blz. 946. 8. Hof Amsterdam, 26 november 2002, nr. 01/146, LJN: AF5961. 9. Hoge Raad, 5 april 1978, nr. 18.753, BNB 1978/114 (Wageningen) en Hof Arnhem, 25 juli 2005, nr. 03/02553. 10 Hof Arnhem, 29 juli 2003, nr. 02/01658 en Hof ’s-Gravenhage, 17 oktober 2008, nr. 08/00003, Belastingblad 2009, blz. 127. 11. Hof ’s-Gravenhage, 26 april 1982, nr. 1716/80, M III, Belastingblad 1983, blz. 489. 12. Hof Arnhem, 9 augustus 2011, nr. 11/00026, LJN: BR5483.


IN

Jurisprudentie en wetgeving Inkomstenbelasting

Formeel belastingrecht

Logische keuze voor ondernemingsvermogen was niet terug te draaien ■ Bij verhoging hypotheekrente is toelichting nodig

29

Bv mag 52/53-wekenstelsel hanteren ■ Nieuwe regeling voor buitenlandse resultaten

Vrije ruimte werkkostenregeling wordt 1,6% in 2013 ■ Storting ontslagvergoeding bij gouden handdrukfonds was belast

31 31

Omzetbelasting ■

30 30

Loonbelasting ■

Bij aansprakelijkstelling is ook bezwaar tegen aanslag mogelijk ■ Hoge Raad nuanceert plicht tot horing bij verzet

29

Vennootschapsbelasting ■

■ ■ ■ ■ ■

Fiscus negeert eigen bijdrage bij btw-correctie auto van de zaak ■ Verhuur van stands was reclamedienst voor de btw

32 32

Schenk- en erfbelasting 30 31

Overgangsrecht voor schrijnende situatie vruchtgebruik woning ■ Overkoepelende organisatie kreeg geen anbi-status

32 32

Inkomstenbelasting

2011/99 Logische keuze voor ondernemingsvermogen was niet terug te draaien Als een ondernemer een woning koopt omdat hij dichter bij zijn werkplek moet wonen, ligt het voor de hand dat hij deze woning tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Een dergelijke logische keuze valt niet terug te draaien met behulp van de foutenleer. Dit blijkt uit de volgende zaak voor de Hoge Raad. Een chirurg had een appartement gekocht. Bij deze aankoop had hij het appartement aangemerkt als ondernemingsvermogen. Toen hij jaren later bij de verkoop winst behaalde, wilde hij er liever alsnog privévermogen van maken om de verkoopwinst onbelast te genieten in box 3. Hij deed een beroep op de foutenleer, maar dit accepteerde de fiscus niet. De chirurg begon een beroepsprocedure. De zaak kwam uiteindelijk bij de Hoge Raad.

Reden aankoop appartement De Hoge Raad constateerde dat de chirurg het appartement had gekocht om binnen een bepaalde straal van het ziekenhuis te wonen. Zo kon hij snel aanwezig zijn tijdens nacht- en weekenddiensten. Hij gebruikte het appartement ook na lange werkdagen, vergaderingen, recepties of andere feestelijkheden. Zijn gezin woonde in zijn andere woning. De chirurg had het appartement niet gekocht voor privégebruik. Al met al was het appartement mede dienstbaar aan de onderneming, zodat de keuze voor toerekening aan het ondernemingsvermogen geen foute keuze was. De Hoge Raad wees het beroep op de foutenleer af. ■ Bron: Hoge Raad, 14 oktober 2011, LJN: BT7467

2011/100 Bij verhoging hypotheekrente is toelichting nodig Stel een dga schaft in privé een bedrijfspand aan. Hij financiert de aankoop met een hypothecaire lening. Als de dga het bedrijfspand ter beschikking stelt aan zijn bv, mag hij de hypotheekrente aftrekken. Onlangs maakte Hof Amsterdam duidelijk dat bij een verhoging van de hypotheek – en daarmee de renteaftrek – de dga dit moet kunnen toelichten. Een dga was samen met zijn echtgenote eigenaar van een bedrijfspand dat hij aan een werkmaatschappij van zijn holding verhuurde. Deze verhuur kwalificeerde als een terbeschikkingstelling (tbs) in box 1. De dga had het bedrijfspand mede gefinancierd met een hypotheek. Toen de werkmaatschappij in 2003 failliet ging verhuurde de dga het pand aan zijn holding. De holding bezat al een eigen pand. In 2003 vond een hypotheekverhoging plaats. Hierdoor ging de dga meer hypotheekrente betalen. De dga wilde de extra hypotheekrente ook aftrekken van zijn tbs-resultaat.

Verdeling niet toegelicht De Belastingdienst accepteerde deze extra renteaftrek echter niet. De dga had namelijk niet aangetoond hoe de verhoogde hypotheek was verdeeld over de twee bedrijfspanden. De dga begon een beroepsprocedure, maar de belastingrechter was het eens met de inspecteur. ■ Bron: Hof Amsterdam, 21 juli 2011, LJN: BS7495 (gepubliceerd 14 september 2011)

december 2011 | nummer 12 | Het Register

29


■ ■ ■ ■ ■

Vennootschapsbelasting

2011/101 Bv mag 52/53-wekenstelsel hanteren De fiscale winst van een bv wordt per boekjaar vastgesteld. Meestal is dit het kalenderjaar, maar de bv mag daarvan afwijken zolang zij maar regelmatig boekhoudt met geregelde jaarlijkse afsluitingen. Zo oordeelde Hof Den Bosch dat het 52/53-wekenstelsel ook is toegestaan. Een bv had een zogenoemd gebroken boekjaar. Zij had in augustus 2003 haar statuten aangepast, zodat het boekjaar zou aansluiten bij het boekjaar van de Amerikaanse aandeelhouder. Deze aandeelhouder hanteerde een 52/53-wekenstelsel. Dit houdt in dat het boekjaar steeds eindigt aan het einde van een volle week. Met ingang van 29 december 2003 liep het boekjaar van de bv daarom van de maandag na de laatste zondag van de maand december tot en met de laatste zondag van de maand december van het daaropvolgende jaar. In november 2004 werd het boekjaar nogmaals bij statutenwijziging aangepast. Het boekjaar zou nu moeten gaan lopen vanaf de eerste maandag van de maand januari tot en met de laatste zondag vóór de eerste maandag van de maand januari. Tegelijkertijd werd het eerste boekjaar onder het 52/53-wekenstelsel verlengd. Hierdoor liep dat boekjaar van 29 december 2003 tot en met 2 januari 2005.

Verhoging van verliesbeschikking De inspecteur wilde het aangepaste en verlengde boekjaar echter niet accepteren. Hij legde over 2004 een nihilaanslag op en daarnaast ontving de bv een verliesbeschikking ter hoogte van bijna € 243.000. Hierop stapte de bv naar de rechter. Hof Den Bosch stelde de bv in het gelijk. De fiscus moest het 52/53-stelsel – en het verlengde eerste boekjaar – accepteren. Dit betekende ook dat de verliesbeschikking over het eerste boekjaar bijna € 163.000 hoger uitkwam. Dat hogere bedrag kon de bv daarom in het tweede boekjaar onder het nieuwe stelsel ook nog eens verrekenen met de winst, naast het oorspronkelijke bedrag van de verliesbeschikking. ■ Bron: Hof Den Bosch, 24 juni 2011, LJN: BS1092 (gepubliceerd 9 september 2011)

2011/102 Nieuwe regeling voor buitenlandse resultaten Het kabinet heeft in het Belastingplan 2012 voorgesteld een zogenoemde objectvrijstelling in te voeren. Deze vrijstelling zal van toepassing zijn op de resultaten van vaste inrichtingen in het buitenland. De objectvrijstelling is één van de drie elementen van een nieuwe regeling voor buitenlandse vaste inrichtingen. Door de objectvrijstelling zullen de resultaten van een buitenlandse onderneming vanaf 2012 niet meer tot de Nederlandse belastinggrondslag behoren. Daartegenover staat dat een buitenlands verlies in beginsel niet meer aftrekbaar is van de Nederlandse winst. Deze vrijstelling geldt ook voor buitenlandse onroerende zaken. De objectvrij-

30

Het Register | december 2011 | nummer 12

Jurisprudentie en wetgeving

stelling geldt niet voor passieve buitenlandse beleggingsondernemingen. In dat geval is het voordeel wel in Nederland belast, maar bestaat er recht op verrekening. Tot slot komt er een regeling voor de aftrek van buitenlandse verliezen die definitief zijn. Dit is het geval als de bv de buitenlandse onderneming staakt of verkoopt.

Buitenlands belastingplichtige vennootschap Daarnaast bevat het Belastingplan 2012 een regeling voor buitenlandse vennootschappen die ten minste 5% van de aandelen houden in een Nederlandse vennootschap. Deze buitenlandse vennootschappen zijn nu belastingplichtig in Nederland tenzij de aandelen toerekenbaar zijn aan een onderneming. Vanaf 2012 wordt alleen vennootschapsbelasting geheven als het belang in de Nederlandse vennootschap wordt gehouden met als voornaamste doel of een van de voornaamste doelen het ontgaan van de heffing van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting. Het moet dan gaan om volstrekt kunstmatige constructies. Dit betekent dat de economische realiteit (zoals de plaats van de werkelijke leiding), de tastbare aanwezigheid en het reële commerciële risico niet aansluiten bij de juridische vorm. ■ Bron: ministerie van Financiën, 15 september 2011, Belastingplan 2012

Loonbelasting

2011/103 Storting ontslagvergoeding bij gouden handdrukfonds was belast Een werknemer kan directe belastingheffing over zijn gouden handdruk voorkomen als hij het bedrag stort als premie voor een lijfrenteverzekering bij een erkende verzekeraar. In een recente zaak voor Hof Arnhem blijkt het belang van de status van de verzekeraar. In deze zaak had een bv een fonds voor gemene rekening op de markt gebracht waarin zij ontslagvergoedingen onderbracht. Dit zogenoemde goudenhanddrukfonds zette de gestorte ontslagvergoedingen om in een stamrecht. In 2002 en 2003 had de bv met de Belastingdienst onderhandeld over de fiscale aangelegenheden van dit fonds. Na overleg is besloten in een proefprocedure een uitspraak te krijgen of het fonds voor gemene rekening kwalificeerde als erkende verzekeraar.

Gebrek aan beleggingen De beslissing kwam te liggen bij Hof Arnhem. Het hof definieerde een fonds voor gemene rekening als een fonds dat voordelen voor de deelgerechtigden wil behalen door gelden te beleggen of op een andere manier rendabel in te zetten. Het hof vond dat hiervan geen sprake was bij het goudenhanddrukfonds. Het verkregen kapitaal ging voor een groot deel op aan oprichtingskosten waardoor er bijna niets overbleef dat voor beleggen kon worden aangewend. Daarnaast bepaalden de stamrechtovereenkomsten dat van het behaald rendement van het stamrechtkapitaal ten hoogste 1 procentpunt ten goede kwam aan het fonds. Het hof voegde hier zelf nog aan toe dat enig voordeel behaald met het vooroverlijden van de begunstigden voorvloeide uit de levens- en sterfterisico’s


■ ■ ■ ■ ■

die kenmerkend zijn voor een verzekeringsovereenkomst en dus niet uit beleggen. Het fonds kwalificeerde daarom niet als erkende verzekeraar, zodat het stamrecht (de ontslagvergoeding) was belast.

de. Daarom vernietigde het hof de WOZ-beschikking en de ozbaanslagen. De staatssecretaris van Financiën stapte nog naar de Hoge Raad, maar deze wees het cassatieberoep zonder nadere motivering af.

■ Bron: Hof Arnhem, 6 september 2011, LJN: BT1707

■ Bron: Hoge Raad, 16 september 2011, LJN: BT1522

2011/104 Vrije ruimte werkkostenregeling wordt 1,6% in 2013

2011/106 Hoge Raad nuanceert plicht tot horing bij verzet

Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën de Tweede

Onlangs heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een rechter

Kamer ingelicht over de tussenevaluatie van de werkkos-

een belanghebbende niet altijd hoeft te horen voordat hij

tenregeling. Daarbij heeft de staatssecretaris aangekondigd

uitspraak doet in een zaak waarbij ook een fiscale boete in

dat hij de vrije ruimte in deze regeling wil verhogen naar

geschil is. Met deze beslissing komt de Hoge Raad terug op

1,6% van de loonsom.

eerdere rechtspraak.

Volgens de staatssecretaris is de systematiek van de werkkostenregeling goed. Veel werkgevers vinden de huidige forfaitaire vrije ruimte van 1,4% van de loonsom echter aan de krappe kant. Bij de invoering van de Wet uniformering loonbegrip maakte de staatssecretaris al bekend dat hij van plan was de 1,4% te verhogen naar 1,5%. Nu is de staatssecretaris erin geslaagd voor het Belastingplan 2013 financiële ruimte in te boeken voor een extra stijging van 0,1 procentpunt. Deze stijging vindt naar verwachting plaats in 2013. Daarnaast is de voor 2013 aangekondigde evaluatie van de werkkostenregeling naar voren gehaald. De evaluatie staat nu gepland voor 2012, zodat nader onderzoek naar de forfaitaire ruimte zo spoedig mogelijk van start kan gaan. ■ Bron: ministerie van Financiën, 24 oktober 2011, brief aan de Tweede Kamer kenmerk DB/2011/342

In een uitspraak uit 1992 had de Hoge Raad beslist dat de rechter een verzet niet ongegrond mag verklaren voordat hij de belanghebbende heeft gehoord. Deze uitspraak was gebaseerd op rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Uit nieuwe rechtspraak van dit hof blijkt dat bij een bestuurlijke sanctie in belastingzaken het recht op een (openbare) zitting niet altijd hoeft te worden gegarandeerd. Dit is vooral het geval als duidelijk is dat een dergelijke zitting geen zin heeft vanwege de aard en de inhoud van de zaak en de wijze waarop het proces tot dan toe is verlopen. Volgens de Hoge Raad geldt dit ook voor verzetprocedures tegen bijvoorbeeld de uitspraak dat een beroep nietontvankelijk is vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter een belanghebbende alleen hoeft te horen als dit is vereist voor een behoorlijk proces. De rechter moet echter die afweging wel maken. Als de rechter meent dat een horing niet noodzakelijk is of dat de belanghebbende heeft afgezien van zijn recht op horing, moet hij dit in zijn uitspraak vermelden.

Formeel belastingrecht

2011/105 Bij aansprakelijkstelling is ook bezwaar tegen aanslag mogelijk Wie aansprakelijk wordt gesteld voor een niet-betaalde belastingaanslag zal vaak eerst een bezwaar indienen of een beroepsprocedure starten tegen de aansprakelijkstelling. Men kan echter ook procederen tegen de aanslag zelf, zoals onlangs gebeurde voor de Hoge Raad. Een maatschap moest onroerendezaakbelasting (ozb) betalen, omdat zij een kantoorverdieping gebruikte. Op een gegeven moment stonden nog drie onbetaalde aanslagen open op naam van deze maatschap. De gemeente stelde een van de maten aansprakelijk voor deze aanslagen, maar deze ging hiertegen in beroep. Het hof oordeelde dat de maatschap de ozb-aanslagen niet had betaald en dat de gemeente de maat daarom aansprakelijk mocht stellen. Het hof haalde uit de wetsgeschiedenis dat de maat ook bezwaar en beroep kon aantekenen tegen een aanslag die niet op zijn naam was gesteld, maar waarvoor hij wel aansprakelijk was gesteld. Vervolgens oordeelde het hof dat de kantoorverdieping die de maatschap gebruikte geen zelfstandig heffingsobject vorm-

■ Bron: Hoge Raad, 23 september 2011, LJN: BT2295

Omzetbelasting

2011/107 Fiscus negeert eigen bijdrage bij btw-correctie auto van de zaak Als een werknemer of iemand met een familiale of bestuurlijke band met de onderneming een auto van de zaak voor privédoeleinden gebruikt, moet de ondernemer daarvoor een btw-correctie toepassen. Daarbij mag hij geen rekening houden met een eigen bijdrage die de gebruiker betaalt voor zijn privégebruik, tenzij de vergoeding overeenkomt met de waarde van het privégebruik. Dit blijkt uit het wetsvoorstel uitwerking autobrief. Dit wetsvoorstel bevat een nadere uitwerking van de regeling als de ondernemer de auto van de zaak tegen een vergoeding ter beschikking stelt aan een zogenoemde verbonden afnemer. Onder verbonden afnemers verstaat de staatssecretaris van Financiën werknemers, afnemers met wie de ondernemer een familiale band heeft (in de ruime zin

december 2011 | nummer 12 | Het Register

31


■ ■ ■ ■ ■

van het woord) en afnemers met wie de ondernemer een bestuurlijke band heeft. Bovendien moet het gaan om een situatie waarin de gebruiker de ondernemer een vergoeding betaalt voor het privégebruik die lager is dan de ‘normale waarde’. De normale waarde van een dienst is het bedrag dat de afnemer zou moeten betalen als deze eenzelfde auto onder dezelfde voorwaarden in gebruik zou krijgen van een onafhankelijke leverancier.

Aanpassen aan de normale waarde In een dergelijk geval moet de vergoeding voor de btw-heffing worden vastgesteld op die normale waarde. Als er geen vergelijkbare dienst voorhanden is, mag het bedrag van de vergoeding in elk geval niet lager zijn dan het totale bedrag van de uitgaven die de ondernemer heeft gemaakt voor het ter beschikking stellen van de auto. Bij het vaststellen van de normale waarde moet de ondernemer rekening houden met de verhouding tussen zakelijke en privékilometers. Hierdoor vallen vaste kostencomponenten alleen voor het privéaandeel in het totale autogebruik onder de btwheffing. ■ Bron: ministerie van Financiën, 15 september 2011, Wet uitwerking autobrief

2011/108 Verhuur van stands was reclamedienst voor de btw Voor reclamediensten aan anderen dan ondernemers van buiten de Europese Unie (EU) geldt in Nederland een afwijkende bepaling voor de plaats van dienst. Dergelijke dien-

Jurisprudentie en wetgeving

gewerkt en ter beschikking wordt gesteld voor een bepaalde beurs of expositie in verband met cultuur, kunst, sport, wetenschap, onderwijs, amusement of een soortgelijk thema. Hetzelfde geldt als de stand beantwoordt aan een model waarvan de organisator van een bepaalde beurs of expositie de vorm, de afmetingen, de materiele opbouw of het visuele aspect heeft vastgelegd. Dergelijke diensten vinden plaats waar zij daadwerkelijk worden verricht. Als de tijdelijke terbeschikkingstelling van de materiële bestanddelen van de stand tegen vergoeding een doorslaggevend element van de dienst vormt, is net als bij reclamediensten de plaats van dienst de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd. ■ Bron: Europese Hof van Justitie, 27 oktober 2011, nr. C-530/09

Schenk- en erfbelasting

2011/109 Overgangsrecht voor schrijnende situatie vruchtgebruik woning In het verleden hebben nogal wat personen hun woning verkocht of geschonken aan hun kinderen onder de voorwaarden dat zij in de woning mochten blijven wonen. Door een wetswijziging is deze regeling veel minder interessant geworden. Onlangs heeft de staatssecretaris een overgangsregeling getroffen om de schade te beperken.

sten vinden namelijk plaats in het land waar de afnemer woont, verblijft of is gevestigd. Onlangs heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat de verhuur van stands een reclamedienst is. Een Pools bedrijf stelde op beurzen en exposities stands ter beschikking aan voornamelijk buitenlandse exposanten. Deze beurzen en exposities vonden plaats in Polen en andere lidstaten van de EU, maar ook in staten buiten de EU. Volgens de Poolse fiscus was de plaats van dienst voor de btw de plaats waar de diensten daadwerkelijk werden verricht. Het Poolse bedrijf stelde dat er sprake was van een reclamedienst. Het geschil kwam voor de Poolse belastingrechter die prejudiciële vragen voor het Europese Hof van Justitie stelde.

Vóór 2010 was het interessant om de woning op deze manier aan de kinderen te verkopen of te schenken, omdat de kinderen bij het overlijden van de ouders geen successierecht (de voorloper van de erfbelasting) hoefden te betalen over de waardestijging over de periode vanaf de verkoop of schenking tot het moment van het overlijden. Op 1 januari 2010 vond echter een wetswijziging plaats en moeten de kinderen nu bij het overlijden van de ouders erfbelasting betalen over de hogere waarde op de overlijdensdatum. Hierdoor moeten zij ineens veel meer erfbelasting betalen. De staatssecretaris keurt bij wijze van tegemoetkoming goed dat in deze situatie alleen de waarde van de woning op het moment van de overdracht plus de waardestijging van 1 januari 2010 tot de overlijdensdatum is belast. ■ Bron: ministerie van Financiën, 18 oktober 2011, nieuwsbericht en antwoorden op Kamervragen nr. DGB/2011/5072U

Reclamedienst Het Europese Hof van Justitie heeft beslist dat het ontwerpen en de tijdelijke terbeschikkingstelling van een beurs- of expositiestand een reclamedienst kan vormen. Dit is het geval als de afnemer de stand gebruikt voor het doorgeven van een boodschap om het publiek in te lichten over het bestaan of de kwaliteiten van zijn aangeboden producten of diensten om de verkoop ervan te doen toenemen. Als de stand een onlosmakelijk deel is van een reclamecampagne en bijdraagt aan het doorgeven van de reclameboodschap, is er ook sprake van een reclamedienst.

Beurs- en expositieactiviteiten Het hof stelde verder dat er sprake is van een dienst die samenhangt met beurs- en expositieactiviteiten als een stand wordt uit-

32

Het Register | december 2011 | nummer 12

2011/110 Overkoepelende organisatie kreeg geen anbi-status Als een organisatie de status van algemeen nut beogende instelling (anbi) wil verkrijgen, moet zij met haar werkzaamheden voor ten minste 90% het algemeen belang dienen. Een overkoepelend orgaan dat het vermogen beheert van gelieerde anbi’s kwalificeert niet zo snel zelf als anbi. Dit blijkt uit een recente zaak voor Hof Arnhem. Een stichting had drie statutaire doelen, namelijk het werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting, het aanbieden van


■ ■ ■ ■ ■

woon- en zorgvoorzieningen voor ouderen en het beheren van het vermogen van enkele betrokken stichtingen waarvan sommige kwalificeerden als anbi. De stichting vroeg bij de Belastingdienst een anbi-beschikking aan. De inspecteur vond dat de activiteiten van de stichting niet rechtstreeks het algemeen belang dienden en weigerde de anbi-status toe te kennen.

de zaken en ander vermogen. Deze activiteiten dienden niet als eerste het algemeen belang. Het feit dat de stichting met haar activiteiten andere stichtingen (waaronder anbi’s) in staat stelde de taken te kunnen uitvoeren voor het bereiken van de doelstellingen, deed daaraan niets af. Dit vond namelijk plaats onder zakelijke voorwaarden en tegen marktprijzen.

Beheeractiviteiten onder zakelijke voorwaarden

■ Bron: Hof Arnhem, 30 augustus 2011, LJN: BT1706

■ Staatsblad EK

■ Aangenomen EK

■ Eindverslag EK

■ Memorie van Antwoord EK

■ Voorlopig verslag EK

■ Wetsvoorstel EK

■ Aangenomen TK

■ Eindverslag TK

■ Nota n.a.v. verslag TK

■ Verslag TK

■ Wetsvoorstel + MvT TK

De stand van zaken

Wetgeving

Het hof was het daarmee eens. De werkelijke activiteiten van de stichting bestonden namelijk vooral uit het beheren van onroeren-

Wetsvoorstel Implementatie richtlijn factureringsregels (32 877) Belastingplan 2012 (33 003) Overige fiscale maatregelen 2012 (33 004) Wet dwangsomregeling toeslagen (33 005) Geefwet (33 006) Wet uitwerking autobrief (33 007) Wijziging AOW i.v.m. mogelijkheid om ouderdomspensioen op een later tijdstip te laten ingaan (31 774) Wijziging van de Wet OB i.v.m. aanpak constructies met (on)roerende zaken (30 061) Wet belastingen op milieugrondslag i.v.m. het beperken van de emissies kolencentrales (31 362) Wet verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar (32 767) Fiscale Verzamelwet 2011 (32 810) Wet Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen (32 818) Btw-tarief levende dieren (30 922) Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (32 426) Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (31 058)

december 2011 | nummer 12 | Het Register

33


■ ■ ■ ■

Ondernemingsrecht in 2011 Anders dan in recente jaren was het ondernemingsrecht in 2011 geen rustig bezit. Diverse wetsvoorstellen werden tot wet verheven en/of traden in werking, terwijl een flexibeler bv-recht aanzienlijk dichterbij kwam. Meest opvallend was misschien echter wel dat de wettelijke regeling van personenvennootschappen toch niet zal wijzigen. In deze kroniek wordt nader ingegaan op genoemde ontwikkelingen, maar ook op jurisprudentie. Daarbij besteed ik met name aandacht aan het rechtspersonen- en personenvennootschapsrecht.

O

p 1 juli 2011 is het preventief toezicht door de minister van Veiligheid en Justitie bij de oprichting van een bv of nv komen te vervallen.1 Per genoemde datum is, anders dan voorheen, voor de oprichting van een bv of nv geen verklaring van geen bezwaar meer nodig. Het schrappen van de voorafgaande beoordeling door de minister lijkt een goede stap. Mede omdat het instrument in de praktijk niet goed werkte was er geen rechtvaardiging voor de vertraging die de behandeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar met zich bracht. Wetgeving inzake bv/nv Met het vervallen van de verklaring van geen bezwaar is het toezicht op de bv en nv echter niet verdwenen. Ervoor in de plaats gekomen is een systeem van doorlopend toezicht door de Dienst Justis van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Deze toetst aan de hand van bekende gegevens (onder andere uit de diverse basisregistraties) of er gevaar voor misbruik van de rechtspersoon bestaat. Als een aantal gegevens samen wijzen op dergelijk gevaar, kan de Dienst Justis besluiten nader onderzoek te doen. Vervolgens kan hij, als de uitkomsten van het onderzoek hiertoe aanleiding geven, besluiten een risicomelding te doen bij handhavers als het Openbaar Ministerie en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. Deze kunnen een strafrechtelijk onderzoek starten of preventieve actie ondernemen. Het nieuwe systeem van toezicht gaat in een aantal opzichten verder dan het oude toezicht. Naast het feit dat het toezicht doorlopend is ziet het namelijk niet alleen op bv’s en nv’s, maar ook op de andere Nederlandse rechtspersonen zoals de vereniging en de stichting, op de Europese rechtspersonen die de statutaire zetel in Nederland hebben en de buitenlandse rechtspersoon met een vestiging in Nederland. Daarbij komt dat bij het toezicht niet alleen gegevens worden betrokken van oprichters, bestuurders en aandeelhouders van rechtspersonen, maar ook van hun (naaste) familieleden.

Bestuur en toezicht (one tier board) In mei 2011 heeft de Eerste Kamer een voorstel tot aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen aangenomen. De wet is vervolgens op 6 juni 2011 geplaatst in het Staatsblad (Stb. 2011, 275). De inwerkingtreding van deze wet wordt voorzien op 1 januari 2012. Bedoelde wet geeft een wettelijke basis voor het opnemen van uitvoerende én toezichthoudende bestuurders in één bestuur (de zogenoemde ‘one tier board’). Bij de statuten kan worden bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer niet-uitvoerende bestuurders en één of meer uitvoerende bestuurders. Een dergelijke verdeling van taken vraagt onder meer om een aanpassing van artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) waarin de verplichting tot een behoorlijke taakvervulling van de bestuurder is vastgelegd. Aan de bepaling dat iedere bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak wordt toegevoegd dat niet tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die bij of krachtens de wet of de statu-

Michiel Hoogkamer Mr. M.A. Hoogkamer is Vakdirecteur Juridische Zaken bij GIBO-Groep/Flynth adviseurs en accountants.

Doorlopend toezicht in de plaats van preventief toezicht ten aan één of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. Dit neemt echter niet weg dat iedere bestuurder ook onder de nieuwe regeling wel degelijk (een zekere) verantwoordelijkheid draagt voor de algemene gang van zaken. Ook bevat de wet een nieuwe regeling ter zake van de (toch wel) ingewikkelde materie van tegenstrijdig belang bij een bv. Zoals bekend wordt een bv gebruikelijk vertegenwoordigd door haar bestuur dan wel door één of meer van de bestuurders. De wetgever heeft dit echter niet gewenst geacht in een situatie waarbij één of meer bestuurders een belang hebben dat tegenstrijdig is met dat van

december 2011 | nummer 12 | Het Register

35


■ ■ ■ ■

Kroniek Ondernemingsrecht

de bv. Gelet daarop bepaalt artikel 2:256 BW nu dat de bv bij tegenstrijdig belang wordt vertegenwoordigd door commissarissen, tenzij de statuten anders bepalen. Daarbij is de algemene vergadering van aandeelhouders steeds bevoegd één of meer andere personen aan te wijzen. Tegenstrijdig belang De Hoge Raad heeft zich in de afgelopen jaren relatief vaak moeten uitspreken over artikel 2:256 BW. Zo is nog in een arrest van 14 oktober 2011 (LJN: BR0119) bevestigd dat als in de statuten het tegenstrijdig belang is ‘weggeschreven’ – doordat is vastgelegd dat ook bij tegenstrijdig belang het bestuur bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen – de bestuurder die niet voldoet aan de ook in dat geval bestaande verplichting de algemene vergadering te informeren over het tegenstrijdig belang, niet reeds om die reden onbevoegd wordt de vennootschap te vertegenwoordigen. Ook na alle jurisprudentie blijft de regeling echter een lastige voor de dagelijkse praktijk. Positief voor die praktijk zou dan ook kunnen zijn dat met de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2011 artikel 2:256 BW komt te vervallen. De regeling wordt vervangen door een nieuw artikel 2:239, lid 6 BW. Ingevolge dit artikel moet een bestuurder zich bij

Invoeringswet flexibilisering bv-recht door Tweede Kamer aangenomen een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang onthouden van deelname aan de beraadslaging en besluitvorming. Als dit betekent dat een besluit niet kan worden genomen – bijvoorbeeld als er slechts één bestuurder is – dan zal het besluit moeten worden genomen door de raad van commissarissen of, als deze ontbreekt, door de algemene vergadering van aandeelhouders. Van dit laatste kan echter bij de statuten worden afgeweken. Zelfs een afwijkende regeling, inhoudende dat als het bestuur niet tot besluitvorming kan komen wegens tegenstrijdig belang, het bestuur zelf het aangewezen orgaan voor de besluitvorming zal zijn, is mogelijk. De gevolgen van het niet volgen van deze regeling zullen overigens minder verstrekkend zijn dan het handelen in strijd met artikel 2:256 BW. Heeft een bestuurder met een tegenstrijdig belang zich ten onrechte niet onthouden van deelname aan de beraadslaging en besluitvorming, dan is de besluitvorming zelf mogelijk aantastbaar, maar de daaropvolgende rechtshandelingen in beginsel niet. Wel zal een bestuurder die in strijd met artikel 2:239, lid 6 BW heeft deelgenomen aan de besluitvorming, mogelijk aansprakelijk zijn voor de schade die de bv daardoor heeft geleden, nu hij niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot een behoorlijke taakvervulling. Verder kent de wet van 6 juni 2011 nog een tweetal veelbesproken bij amendement toegevoegde bepalingen. Aller-

36

Het Register | december 2011 | nummer 12

eerst wordt in de wet vastgelegd dat bij grote nv’s en bv’s moet worden gestreefd naar een verdeling van het bestuur en de raad van commissarissen waarbij ten minste 30% van de zetels wordt bezet door vrouwen en ten minste 30% wordt bezet door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen. Verder zal met de wet een quotering van bestuurders worden ingevoerd. Mede naar aanleiding van ter zake van bedoelde amendementen naar voren gebrachte bedenkingen heeft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie de Eerste Kamer toegezegd dat de nieuwe regeling drie jaar na de inwerkingtreding volledig zal worden geëvalueerd. Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht Al op 15 december 2009 is het Wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (Kamerstukken II, 31 058, nr. 2) door de Tweede Kamer aangenomen. Vervolgens lag de behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer enige tijd stil, waarna de Eerste Kamer besloot het wetsvoorstel samen met het voorstel voor de Invoeringswet (Kamerstukken II, 32 426, nr. 2) te behandelen. Op 4 oktober 2011 is de Invoeringswet door de Tweede Kamer aangenomen, evenals een aantal voornamelijk technische amendementen. Hoewel het niet in het bestek van deze kroniek past om het gehele wetsvoorstel uiteen te zetten, lijkt het vanwege de geboekte progressie bij de behandeling van de nieuwe regeling gepast kort de belangrijkste punten uit het Wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht uiteen te zetten. De meest opvallende wijziging door de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht is dat de huidige regels inzake het bijeenbrengen en bijeenhouden van vermogen grotendeels komen te vervallen. Achtergrond van deze wijziging is onder meer het feit dat het minimumkapitaal geen adequate bescherming biedt aan schuldeisers. Voorgesteld wordt daarom het vereiste van een minimumkapitaal te schrappen. Nu het bijeenbrengen van een minimumkapitaal niet langer verplicht is vervallen ook diverse formaliteiten die erop zijn gericht te waarborgen dat het minimumkapitaal daadwerkelijk wordt ingebracht, namelijk de bankverklaring bij de inbreng in geld en de verplichte accountantsverklaring bij inbreng in natura. Ook de besluitvorming voor het doen van uitkeringen op aandelen wijzigt. Een besluit tot uitkering op aandelen van de algemene vergadering van aandeelhouders heeft slechts werking na goedkeuring van het bestuur. Na een dergelijk goedkeurend besluit zijn bestuurders, die wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien dat de bv na een uitkering niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, in beginsel jegens de bv hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan. Echter ook degene die een uitkering ontvangt (bijvoorbeeld de aandeelhouder die dividend ontvangt) terwijl hij weet of behoorde te voorzien dat de vennootschap na de uitkering niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden is gehouden tot vergoeding. In afwijking van


www.shutterstock.com

■ ■ ■ ■

het nu geldende recht zal het ingevolge de voorgestelde wet ten slotte ook mogelijk zijn om aandelen zonder stemrecht of winstrecht uit te geven. Op de overheidssite www.antwoordvoorbedrijven.nl is inmiddels te lezen dat de inwerkingtreding van de wetten inzake de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht op 1 juli 2012 is te verwachten. Administratieve lastenverlichting bij fusies Op 1 juli 2011 is de Wet administratieve lastenverlichting bij fusies en splitsingen (Stb. 2011, 234) in werking getreden. Met deze wet worden enkele verslaggevingsverplichtingen die gelden bij diverse fusies en splitsingen afgeschaft en wordt daarnaast in voorkomende gevallen (als alle leden of aandeelhouders hiermee instemmen) de mogelijkheid geboden af te zien van bepaalde verslaggevingsverplichtingen. Zo wordt aan de verplichting van artikel 2:313, lid 1 BW (het opstellen van een schriftelijke toelichting door het bestuur van elke te fuseren rechtspersoon) toegevoegd dat deze niet geldt als de leden of de aandeelhouders van de te fuseren rechtspersonen hiermee instemmen. Aanpassing van het enquêterecht Op 8 september 2011 is een wetsvoorstel ingediend om te komen tot aanpassing van het recht van enquête (Kamerstukken II, 32 887, nr. 2). Ingevolge artikel 2:344 e.v. BW kunnen in de wet genoemde (groepen van) personen de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam verzoeken om één of meer personen te benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon. Als uit het verslag van het onderzoek van wanbeleid blijkt, kan de ondernemingskamer desgevraagd voorzieningen treffen (onder andere schorsing of ontslag van één of meer bestuurders en tijdelijke aanstelling van één of meer bestuurders). Het enquêterecht is in de praktijk een veelgebruikt instrument voor de beslechting van geschillen, dus vindt de minister van Veiligheid en Justitie het gewenst dat het enquêterecht optimaal kan worden ingezet. Met dit wetsvoorstel wordt dan ook beoogd het enquêterecht op onderdelen te verbeteren. In het voorstel wordt onder meer de toegang tot de enquêteprocedure gewijzigd in die zin dat bij ‘grote’ nv’s en bv’s (nv’s en bv’s met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22.500.000) ook houders van aandelen en certificaten die alleen of gezamenlijk ten minste 1% (is nu 10%) van

het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen een verzoek tot een onderzoek kunnen indienen. Daarnaast kunnen bij beursgenoteerde nv’s aandeelhouders en certificaathouders zich tevens tot de ondernemingskamer wenden als hun belang de 1%-grens niet haalt, maar wel een beurswaarde van ten minste € 20.000.000 vertegenwoordigt. Verder krijgt ook de nv of bv zelf het recht een enquêteprocedure te starten. Centraal aandeelhoudersregister De initiatiefnota die de Tweede Kamerleden De Groot en Recourt op 26 januari 2011 (Kamerstukken II 2010/11, 32 608, nr. 1-2) aan de voorzitter van de Tweede Kamer hebben gezonden lijkt tegen de stroom van vereenvoudiging en flexibilisering in te gaan. In die notitie pleiten zij voor een centraal aandeelhoudersregister voor bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s, bij te houden door de notaris.

Enquêterecht wordt op onderdelen verbeterd Ook stelt men voor de overdracht van certificaten bij notariële akte te laten plaatsvinden en aandelen aan toonder bij niet-beursgenoteerde nv’s af te schaffen. Hiermee beogen de Kamerleden een bijdrage te leveren aan het tegengaan van fraude met bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s. Een kabinetsreactie op de nota is uitgebleven waarop de minister op 29 september 2011 is gerappelleerd. Wetgeving inzake personenvennootschappen Stille maatschap Na de inwerkingtreding van de Handelsregisterwet 2007 stelde de Kamer van Koophandel zich op het standpunt dat alle vennoten van een stille maatschap (dus ook de vennoot die niet als ondernemer naar buiten treedt) zich als eenmanszaak moesten inschrijven in het Handelsregister. Uiteraard is een dergelijke inschrijving niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Na overleg met de Kamer van Koophandel heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie besloten dat de ondernemingen van stille maatschappen per 16 mei 2011 als zodanig kunnen en zelfs moeten worden ingeschreven in het Handelsregister. Het blijft echter vreemd aandoen een stille maatschap te vermelden in een openbaar

december 2011 | nummer 12 | Het Register

37


■ ■ ■ ■

Kroniek Ondernemingsrecht

register, omdat stille maatschappen nu juist gebruikelijk niet als zodanig naar buiten treden. Titel 7.13 BW Vele malen opvallender is echter de streep die minister Opstelten heeft gehaald door de wetsvoorstellen die moesten leiden tot concentratie van de regels betreffende de personenvennootschap in een nieuwe titel 7.13 BW. Met een brief van 5 september 2011 heeft de minister de Eerste Kamer meegedeeld dat hij voornemens is over te gaan tot intrekking van het wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap) BW (Kamerstukken II, 28 746, nr. 2) en het voorstel voor de Invoeringswet titel 7.13 BW (Kamerstukken II, 31 065, nr. 2). De inwerkingtreding van titel 7.13 zou een aantal belangrijke wijzigingen met zich brengen. Zo zou het onderscheid tussen beroep en bedrijf vervallen doordat de openbare maatschap en de vennootschap onder firma beide zouden opgaan in de ‘openbare vennootschap’. Verder zou in de nieuwe regeling continuïteit uitgangspunt zijn bij uittreding van een van de vennoten (wat onder de huidige regeling alleen contractueel kan worden geregeld). Tevens zou de mogelijkheid worden geïntroduceerd om te kiezen voor een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid die vervolgens met behoud van identiteit kon worden omgezet in een bv of nv. De minister geeft als reden voor het besluit tot intrekking dat de primaire doelstelling van de wetgeving – het faciliteren van ondernemers – in beide wetsvoorstellen onvoldoende tot zijn recht komt, nu de nieuwe regeling tot op heden weinig steun heeft gekregen van de beoogde gebruikers die geen behoefte hebben aan de nieuwe personenvennootschappen en de daarmee gepaard gaande kosten vrezen. Over de argumenten is veel gezegd en geschreven, evenals over de vraag of intrekking van de voorstellen in een dergelijk laat stadium – het wetsvoorstel voor de nieuwe regeling is al in december 2002 aan

Voorstellen nieuwe regeling personenvennootschappen worden ingetrokken de Tweede Kamer gezonden – wel gepast is. De conclusie lijkt echter in elk geval te kunnen zijn dat met de intrekking een aantal interessante faciliteiten aan de ondernemer in de personenvennootschap (omzetting in een bv met behoud van identiteit!) wordt onthouden. Jurisprudentie Bestuurdersaansprakelijkheid Al aan het begin van het jaar heeft de Hoge Raad een interessant arrest gewezen over bestuurdersaansprakelijkheid (HR 28 januari 2011, Nederlandse jurisprudentie 2011, 167). Uit dit arrest blijkt dat hoofdelijke aansprakelijkheid niet altijd aan de orde is, zelfs niet als deze rechtstreeks uit de wet lijkt te volgen. Het arrest ziet op een

38

Het Register | december 2011 | nummer 12

situatie waarin een op 10 juli 2002 opgerichte bv op 10 juli 2002 een kredietovereenkomst aangaat met Staalbankiers nv op grond waarvan Staalbankiers op dezelfde dag nog een geldlening aan de bv verstrekt. Vervolgens wordt pas op 12 juli 2002 de opgave ter eerste inschrijving van de bv in het Handelsregister gedaan. Als de bv op 14 april 2004 failliet wordt verklaard spreekt Staalbankiers de bestuurder aan tot betaling van de restschuld. Staalbankiers beroept zich daarbij op artikel 2:180, lid 2, aanhef en sub a BW dat bepaalt dat de bestuurders (naast de vennootschap) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor elke tijdens het bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat de opgave ter eerste inschrijving in het Handelsregister is gedaan. Hoewel de hoofdelijke aansprakelijkheid op basis van genoemd artikel in dit geval onvermijdelijk lijkt, volgt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het beroep van Staalbankiers op dat artikel in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij stelt de Hoge Raad dat het hof met zijn oordeel ‘dat vaststaat dat de opgave van de eerste inschrijving in het Handelsregister slechts twee dagen na het ter beschikking stellen van het krediet is geschied’ kennelijk en alleszins begrijpelijk tot uitdrukking heeft gebracht dat de bestuurder in zijn verhouding tot Staalbankiers niet/nauwelijks enig verwijt treft. Kwalificatie van samenwerking Het laatste arrest waaraan ik in deze kroniek aandacht besteed ziet op de kwalificatie van een samenwerking als maatschap. In zijn arrest van 2 september 2011 (LJN: BQ3876) – dat ziet op een aantal dierenartsen die een geschil hebben of hun samenwerking moet worden gekwalificeerd als een maatschap of als overeenkomsten van opdracht – oordeelt de Hoge Raad dat uit de motivering van het oordeel dat een rechtsverhouding zich heeft ontwikkeld van een overeenkomst van opdracht tot een overeenkomst van maatschap aan hoge eisen moet voldoen. In het betreffende geval was echter aan deze eisen voldaan, zodat moest worden aangenomen dat de samenwerking als maatschap moest worden gekwalificeerd. Afsluitend Met name gelet op de in deze kroniek aangehaalde ontwikkelingen in wetgeving moet worden geconcludeerd dat er in 2011 heel wat is gebeurd op het gebied van ondernemingsrecht. Voor echt grote wijzigingen (en verbeteringen) blijft het echter wachten op de invoering van de wetgeving inzake de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht. Het is te hopen dat deze invoering in de kroniek over 2012 kan worden gemeld. ■ Noot 1. Wet van 7 juli 2010, Stb. 2010, 280 tot wijziging van onder meer Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet documentatie vennootschappen in verband met het vervallen van de verklaring van geen bezwaar en het verbeteren en uitbreiden van de controle op rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen.


HET

Verenigingsnieuws

Hoe was het en hoe wordt het... De daadwerkelijke fusie van het College en de Federatie is nu bijna een jaar een feit. Ik loop met u een aantal zaken langs en hier en daar maak ik de balans met u op.... Sommigen dachten dat met het fusiebesluit en de kort daarop volgende fusie alles in kannen en kruiken was. Voor mij was de daadwerkelijke fusie (uw toestemming op de ALV’s en op 31 december 2010 tekenen bij de notaris) een mijlpaal en een moment van “hèhè, dat is gebeurd”. Ik kan u vertellen: “Intussen weet ik beter”. Om tot uniforme werkwijzen en systemen te komen waarmee we jarenlang vooruit kunnen is het noodzakelijk continu zorgvuldige afwegingen te maken en niet over één nacht ijs te gaan. Gelukkig hebben we volop in de keukens van anderen mogen kijken en daar veel van opgestoken. Goede verhoudingen tussen de verenigingen in deze sector en openhartige gesprekken zijn ook in dit geval buitengewoon waardevol gebleken. Daarnaast hebben we direct de gelegenheid aangegrepen om de inhoud van de bestanden te actualiseren. Wederom een intensieve actie waar onze medewerkers hun tanden in mochten zetten. Tijdens de overgangssituatie zijn op diverse terreinen nieuwe uniforme werkwijzen geïntroduceerd. In de meeste gevallen betekent verandering ook verbetering. We houden nauwgezet in de gaten hoe de leden onderling met elkaar mengen en of die bijeenkomsten inhoudelijk aan de verwachtingen voldoen. En of alles niet te massaal en te onpersoonlijk wordt. Sommige bijeenkomsten worden meer door de ene, sommige meer door de andere ‘bloedgroep’ bezocht. Met de tijd zal dat veranderen. Enkele bijeenkomsten lopen erg snel vol. In veel gevallen hebben we daar weinig invloed op. Als de Belastingdienst ons uitnodigt en een maximaal aantal leden kan ontvangen bij de bijeenkomst dan moet u net het geluk hebben om aan uw bureau te zitten als de uitnodiging voor de bijeenkomst door ons wordt verzonden. Voor ons is dat geen reden om u deze uitnodigingen te onthouden. Over het totale PE program PE-programma kan op zijn minst gezegd worden dat het gezien de deelname een daverend succes is. Natuurli Natuurlijk zijn wij steeds zoekende om de juiste onderwerpen, het juiste niveau, de beste locaties enzo enzovoort te vinden. Dat blijft een soort ontdekkingstocht die nooit ten einde raakt, maar waarbij w we wel vorderingen maken. Om een paar voorbeelden te noemen: bijna 80% van de bijeenkomsten uit de PE-brochure was vol het afgelopen najaar. Binnen een uur na verzending van de Nieuwsflits hadden zich al meer dan 200 mensen aangemeld voor de Forumbijeenkomst! En 1100 leden m meldden zich binnen drie uur na de aankondiging van de najaars-LSB aan. Zo zijn er meer voorbe voorbeelden. Hoe kijkt de buitenwereld ttegen de fusie aan? Velen zijn er al aan gewend en weten niet beter. Zowel aanpalende vereniginge verenigingen, het ministerie als de Belastingdienst vinden het een logische en goede zaak. Kunnen we concluderen dat de fusie een succes is? Ik vind van wel, maar eigenlijk kunt alleen u dat vaststellen. Als puntje bij pa paaltje komt is er maar één manier om te meten of de fusie ons allen meer gebracht heeft en d dat is uw mening. Laat ons ook het komende jaar weten wat u er van vindt. Als we w elkaar met respect blijven behandelen dan worden we er allemaal beter van. M Moge de vereniging ook in 2012 groeien en bloeien! Graag w wens ik u en uw dierbaren, mede namens mijn collega’s van het bureau en nam namens het bestuur van het RB, gezondheid en voorspoed in 2012! ■ P Peter van den Berg d directeur

december 2011 | nummer 12 | Het Register

41


HET

Verenigingsnieuws Vooruitblik 2012

RB in 2012: verder in fiscale kennis Verder in fiscale kennis blijft ook in 2012 het motto van het RB. Belastingwetgeving blijft instrumenteel, dus veranderlijk. Actuele fiscale kennis is en blijft essentieel voor de beroepsuitoefening. Het RB signaleert actuele thema’s en wijzigingen in belastingwetgeving en hoe deze de beroepsuitoefening beïnvloeden. Ledenparticipatie speelt hierbij een groeiende rol. Het RB maakt steeds meer gebruik van de expertise van leden en wisselt continu kennis en informatie uit met hen. Hierdoor is het vaak mogelijk om snel en slagvaardig te reageren naar politiek, de Belastingdienst en de media. We streven naar kennis- en kwaliteitsbevordering in de breedste zin van het woord. Het RB zal in het nieuwe jaar haar uiterste best doen om u hiervoor alle middelen aan te reiken.

Horizontaal toezicht Een van de speerpunten in 2012 is horizontaal toezicht. Inmiddels is de collegiale toetsing niet meer weg te denken. Kantoorreviews binnen een beroepsorganisatie met individuele leden, daarmee loopt het RB voorop. De achtergrond van deze nieuwe kwaliteitsimpuls voor kantoren zijn de arrangementen met het Bureau Financieel Toezicht en de Belastingdienst. Met het RB Kwaliteitshandboek geeft het RB kantoren praktische handreikingen en in de review leert het RB weer van de kantoren. Wat de Belastingdienst een ‘leercirkel’ zou noemen. Wat het RB noemt ‘voor en door leden’.

Verder in fiscale kennis(sen) De kunst voor het RB is om ook op kleine schaal te kunnen denken. Dat is mogelijk met betrokken leden die zichzelf verenigen. Zo heeft een groep btw-specialisten zich verenigd in een vaktechnisch overleg, bieden de Kringen voor de leden een kennisen netwerkplatform en geeft de Commissie Wetsvoorstellen opinies over actuele fiscale onderwerpen. Verder in fiscale kennis wordt zo verder in fiscale kennissen.

Een leven lang leren Als belastingadviseur kies je voor een leven lang leren en het RB biedt daarvoor een uitgebreid programma. Herkenning en vernieuwing, dat blijft het RB nastreven met het PE-aanbod. Dit najaar gingen de Landelijke Studiebijeenkomsten regionaal. Sindsdien weten ook steeds meer CB-belastingadviseurs en CB-belastingconsulenten deze bijeenkomsten te vinden. Andersom schrijven steeds meer Federatie Belastingadviseurs zich in voor een cursus uit het grootste fiscale PE-programma van Nederland. Wilt u weten wat het komende jaar u nog meer brengt als belastingadviseur? Schrijf u dan in voor de nieuwjaarsbijeenkomst van het RB op 16 januari 2012 met als onderwerp 'Waar zullen we zijn in 2020?'

RB Opleidingen: voor, door en met u in 2012 RB Opleidingen kijkt met genoegen terug op 2011, een jaar dat wederom in het teken stond van het (door)ontwikkelen van ons gehele onderwijsprogramma. RB Opleidingen staat ook in 2012 niet stil. Wij blijven werken aan de ontwikkeling van interessante onderwijsprogramma’s en cursussen onder het motto ‘Een leven lang leren’. De heraccreditatie van de Master Belastingadviseur, de vernieuwing van het curriculum van de opleiding CB-belastingconsulent en het Schakelprogramma Master Belastingadviseur en de totstandkoming van de doorstroom naar de eenjarige Master Fiscale Economie aan de Universiteit van Amsterdam waren een aantal succesvolle projecten in 2011. Maar ook hebben wij het aanbod van cursussen en bijeenkomsten van RB Opleidingen uitgebreid om u op het gebied van onderwijs nog meer te bieden. RB Opleidingen hecht veel belang aan de mening en wensen van (aspirant-)leden en vertaalt deze zo goed mogelijk naar een passend opleidings- en cursusaanbod.

42

Het Register | december 2011 | nummer 12

In 2012 vragen wij daarom weer met enige regelmaat naar uw mening door middel van enquêtes, polls op de website en korte interviews tijdens bijeenkomsten van het RB. Het niveau van het huidige onderwijsaanbod wordt continu bewaakt en verbeterd. Niet voor niets wordt in 2012 de opleiding CB-belastingadviseur (in samenwerking met de Onderwijscommissie, de studenten, de docenten en een externe opleidingsadviseur) onder de loep genomen om te kijken waar de opleiding nog verder verbeterd kan worden. Zoals prof. dr. mr. Leo Stevens aangaf tijdens het eerste college in 2011 van de opleiding CB-belastingadviseur: “De studenten hebben de ambitie om een professionaliseringsslag door te maken om nog verder te gaan in het vakgebied. Het zijn studenten die de drive hebben en willen investeren in hun toekomst.” Ook in 2012 staat bij ons uw professionalisering voorop door het bieden van een kwalitatief hoogwaardig cursusprogramma en praktijkgerichte fiscale opleidingen.


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Ledenservice

Feestelijke jaaropening

Wijziging afspraken De Telefoongids & Gouden Gids

Feestelijke jaaropening

In de samenwerking met De Telefoongids & Gouden Gids zijn een aantal aanpassingen doorgevoerd die betrekking hebben op het aanbod en de uitvoering.

Het vernieuwde RB-aanbod De collectieve RB-advertentie in de RB-rubriek(en) is vervangen door een thematische advertentie waarin wordt uitgelegd waar RB voor staat. Daarnaast kunt u nu het RB-logo bij uw individuele advertentieprogramma plaatsen.

Op maandag 16 januari 2012 luidt het RB graag met u en de heren Garvelink en De Bont het nieuwe jaar in. Beide heren gaan op luchtige wijze in op de continue veranderingen binnen het beroep. De heer mr. drs. J.F. Garvelink is advocaat bij Blaisse advocaten in Amsterdam en de heer prof. mr. G.M.J.E. de Bont is hoogleraar formeel belastingrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en advocaat bij De Bont Advocaten te Amsterdam. Sjaak Bral sluit het programma af met een speciaal voor het RB samengestelde conference doordrenkt van onverwachte maar trefzekere inzichten. Onlangs heeft u de uitnodiging ontvangen voor deze bijzondere bijeenkomst. Aanmelden is nog mogelijk via het ledendeel van www.rb.nl (Bijeenkomsten > Nieuwjaarsbijeenkomst 2012).

Wettenbundel en Fiscaal memo Het RB verstrekt ook in 2012 de uitgaven Belastingwetten en Fiscaal memo 1. Nieuw dit jaar is dat u naast de digitale pdf-versie van de Belastingwetten ook een e-bookversie van zowel de Belastingwetten als Fiscaal memo 1 kunt downloaden op www.rb.nl , waarmee u nog gemakkelijker kunt zoeken. Ook is het mogelijk om in uw e-book boekenleggers te plaatsen of markeringen te maken. De nieuwe uitgave Belastingwetten en het Fiscaal memo 1 worden uiterlijk begin februari verzonden en online gezet. Eind juni zal een aangepaste digitale versie van het Fiscaal memo 1 via www.rb.nl beschikbaar zijn.

Nieuw: app tarieven Nieuw dit jaar is de app 'fiscale tarieven'. Deze app is begin 2012 te downloaden op www.rb.nl. Hiermee krijgt u de beschikking over alle relevante fiscale en financiële tarieven. De app wordt in juli geactualiseerd en is voorlopig alleen geschikt voor iPhone en iPad; de gegevens worden ook in e-bookvorm aangeboden via www.rb.nl.

U heeft de volgende mogelijkheden: ■ Plaatsing op internet en print € 225. ■ Plaatsing op internet € 160. Plaatsing op internet betekent dat het RB-logo wordt geplaatst op de resultaatpagina en op uw miniwebsite. Mensen die op zoek zijn naar een belastingadviseur in de plaats waar u gevestigd bent zien het RB-logo bij uw vermelding.

Wijzigingen in de uitvoering ■ Voortaan heeft u één aanspreekpunt. Hij/zij adviseert u ten aanzien van uw programma voor internet, print en mobiel en bespreekt daarnaast de mogelijkheden om het RB-logo te vermelden. ■ U ontvangt één plaatsingsopdracht, één orderbevestiging, één factuur. ■ U ontvangt géén mailing meer met inschrijfformulier.

Vragen? Heeft u vragen neemt u dan bij voorkeur contact op met uw verkoopadviseur van De Telefoongids & Gouden Gids. Voor algemene vragen over adverteren inzake de brancheafspraken kunt u eventueel bellen met de afdeling Branche Sales Support op (020) 408 69 79. Of mail uw vragen, voorzien van uw bedrijfsnaam, adres en telefoonnummer naar RB@detelefoongids.nl. Tip: kijk regelmatig op www.rb.nl voor meer informatie.

Nieuw lidnummer in 2012 Bijna een jaar geleden werd de fusie tussen CB en NFB een feit. Hoog tijd om ook de twee ledenadministratiesystemen samen te voegen. Medio januari 2012 is het nieuwe systeem operationeel en ontvangen alle leden een nieuw lidnummer. U hoeft hiervoor zelf geen actie te ondernemen. Half januari ontvangt u hierover bericht.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

43


HET

Verenigingsnieuws Belangenbehartiging, vakinformatie en ledenservice

Informatiebijeenkomsten HT goed bezocht Kritisch en geïnteresseerd. Dat waren de leden die zich op 25 oktober en 2 november 2011 lieten informeren over het RB Koepelconvenant Horizontaal Toezicht (HT). Een aantal leden overwoog deelname aan het RB Koepelconvenant om tegemoet te kunnen komen aan een mogelijke klantvraag om convenantaangiften in te dienen. Andere aanwezigen aarzelden nog over deelname met hun kantoor aan het RB Koepelconvenant.

Bestuur en medewerkers wensen u fijne feestdagen en een voorspoedig 2012!

Tijdens de bijeenkomst ging Diana de Vries (Bureau Vaktechniek) in op de onderwerpen van het RB Koepelconvenant, het aanmelden en de review. Ook was er volop ruimte voor discussie. Er was veel vraag naar de eisen die het RB Koepelconvenant stelt of zou stellen aan de kantoororganisatie. Tevens hadden de aanwezigen vragen over het vooroverleg. Kerntyperingen hierbij zijn ‘Goed is goed genoeg’ en ‘Vooroverleg beslist de adviseur zelf’. De vragen en antwoorden zijn beschikbaar in het dossier Horizontaal Toezicht op de RB-site. Het RB kijkt ernaar uit met de deelnemende kantoren op eigen wijze invulling te geven aan horizontaal toezicht.

Bijeenkomsten SBR Dit najaar organiseerden de beroeps- en kantoororganisaties RB, NOB, NBA, NOAB, SRA en NOVAK in samenwerking met Logius tien voorlichtingsbijeenkomsten op diverse plaatsen in het land over (de gevolgen van) Standard Business Reporting (SBR). Dit gebeurde in verschillende sessiebijeenkomsten. De sessie ‘aan de slag met SBR: gevolgen SBR voor u als kantoor’ werd per toerbeurt verzorgd door de beroepsorganisaties. Voor het RB trad drs. Peter Goossens, werkzaam bij Bureau Vaktechniek, twee keer als spreker op. Op het moment van verschijnen van dit nummer van Het Register zijn alle bijeenkomsten geweest. De presentaties die zijn gehouden vindt u in het Dossier SBR op het ledendeel van www.rb.nl.

Voor uw agenda ■

Nieuwjaarsbijeenkomst Maandag 16 januari 2012 De Flint, Amersfoort

Op de RB-agenda ■

Fiscal Committee meeting Maandag 30 januari 2012 Brussel

44

Het Register | december 2011 | nummer 12

RB-leden scoren voldoende bij de Wwft-kantoorreview Voldoende tot goed. Dat is de score van de meeste kantoren van RB-leden op de Wwft-kantoorreview. Veel voorkomende aanbevelingen zijn gericht op het inzichtelijk maken van het risicoprofiel van de cliënten, het inzichtelijk maken van de monitoring en verduidelijking van de kantoorprocedure voor de melding van ongebruikelijke transacties. Belastingadviseurs melden nog relatief weinig ongebruikelijke transacties. Door het toepassen van de inkeerregeling in 2009/2010 is hier wel een lichte toename in geconstateerd. Sinds juni 2011 voert het RB ook kantoorreviews uit bij kantoren die onder leiding staan van Federatie Belastingadviseurs. Het RB heeft met Bureau Financieel Toezicht de afspraak om jaarlijks 75 audits uit te voeren bij kantoren van RB-leden. Meer informatie over het toezichtarrangement tussen RB en BFT en meer praktische informatie voor u als belastingadviseur vindt u in het Dossier Wwft op het ledendeel van www.rb.nl.

www.shutterstock.com

Heeft u vragen over HT? Kijk op het ledendeel van www.rb.nl (Vakinformatie > Dossiers > Horizontaal Toezicht).


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Vakinformatie en opleidingen

Bedrijfsfiscalistennetwerk niet voortgezet Tijdens een bijeenkomst van bedrijfsfiscalisten op 31 oktober jongstleden is gebleken dat er onvoldoende animo is om het bedrijfsfiscalistennetwerk ‘nieuwe stijl’ voort te zetten. Volgens het RB bieden de Landelijke Studiebijeenkomsten, de Kringbijeenkomsten en het PE-programma ook voor bedrijfsfiscalisten interessante, praktijkgerichte cursussen. Doel van de bijeenkomst was daarom te bespreken op welke manier de deelnemende leden actief konden bijdragen aan het netwerk.

De aanwezige bedrijfsfiscalisten gaven aan dat netwerken, specifieke cursussen en uitwisseling van praktijkervaringen de belangrijkste functies van zo’n netwerk zijn. De groep bedrijfsfiscalisten is echter zo divers, dat specifieke cursussen en vaktechnisch overleg voor de groep als geheel onvoldoende bij de behoefte aansluiten. Bij de samenstelling van het PEprogramma worden de suggesties die door de aanwezige leden tijdens de bijeenkomst zijn gedaan, meegenomen.

Uitgelicht Financiële planning

BTW-academie

Krijgt u in uw praktijk ook steeds vaker vragen van uw klant over de invulling van de wensen voor de oudedag of de consequenties van een echtscheiding die het fiscale vakgebied overschrijden? Of heeft u wellicht het gevoel dat u uw klant beter van dienst kunt zijn als u over bredere kennis beschikt ten aanzien van testamenten, consequenties van het aangaan van een huwelijk of planning van inkomen voor de toekomst? Wilt u uw toegevoegde waarde voor uw klant vergroten, dan is de opleiding Financiële planning voor u de mogelijkheid om u te onderscheiden.

RB Opleidingen biedt u ook in het voorjaar van 2012 de mogelijkheid om u in zes bijeenkomsten te specialiseren in de btw-adviespraktijk. De BTW-academie is een unieke verdiepingscursus in de btw. U wordt tijdens de cursus op een interactieve en praktische manier opgeleid tot aanspreekpunt in uw organisatie voor de btw.

De opleiding Financiële planning van RB Opleidingen is een opleiding op hbo-niveau, speciaal opgezet voor belastingadviseurs die over een brede fiscale kennis beschikken. De aandacht gaat dan ook met name uit naar de integratie van de fiscale en juridische aspecten, beleggen en financieren en de verdere verdieping van de kennis op het gebied van oudedagsvoorzieningen en toekomstvoorzieningen. De opleiding bestaat uit negen bijeenkomsten en leidt op voor het examen Federatie Financieel Planner (FFP). Data ma 5 maart 2012 ma 19 maart 2012 ma 26 maart 2012 ma 2 april 2012 ma 16 april 2012 ma 23 april 2012 ma 14 mei 2012 ma 21 mei 2012 ma 4 juni 2012 Locatie: Van der Valk Hotel in Vianen Docenten: mr. Jacqueline Dekker MFP FFP en mr. Marcel van Kooten FFP MFP CFP® Voor meer informatie kijk op het ledendeel van www.rb.nl (Permanente Educatie > Permanente Educatie RB). U kunt zich online direct aanmelden.

De volgende onderwerpen worden behandeld: ■ Grenzen, mogelijkheden, reikwijdte en gevolgen ondernemerschap. ■ Verschillende vormen van leveringen en diensten, fictieve prestaties. ■ Btw-aspecten onroerende zaken en de interne levering. ■ Internationale verhoudingen: intracommunautaire transacties, nultarief. ■ Vooraftrek, BUA, splitsingsregels, aspecten auto van de zaak. ■ Bijzondere regelingen (KOR, landbouwregeling). De cursus wordt afgesloten met een casus waarmee uw kennis wordt getoetst. Om de opgedane kennis actueel te houden, organiseert RB Opleidingen bij voldoende belangstelling een terugkomdag voor de deelnemers. Data ma 16 april 2012 ma 23 april 2012 ma 7 mei 2012 ma 14 mei 2012 ma 21 mei 2012 ma 4 juni 2012 Locatie: Van Driel Fruijtier btw-specialisten in Dordrecht Docenten: mr. G.B. van Driel FB, mr. A.F. Fruijtier FB en mr. C.F.C. Resseler Meer informatie over deze cursus en online inschrijven? Kijk op www.rb.nl. U kunt ook gebruik maken van de aanmeldingsformulieren die opgenomen zijn in de brochure Permanente Educatie voorjaar 2012.

december 2011 | nummer 12 | Het Register

45


HET

Verenigingsnieuws Opleidingen

VLB Opleidingen voorjaar 2012 VLB Opleidingen - verder in agrofiscale kennis In 2010 liepen er in Nederland op 19,8 duizend boerderijen ruim 1,5 miljoen melkkoeien rond, werden er ruim 1 miljard kilo tomaten geëxporteerd en 654 miljard kilo kaas uitgevoerd (bron: CBS). De agrarische sector is een voor de Nederlandse economie belangrijk segment, met eigen fiscale wetgeving. VLB Opleidingen biedt cursussen en opleidingen aan, gericht op de agrarische sector en het mkb in het vakgebied van de belastingadviespraktijk en de accountancyorganisatie. VLB Opleidingen licht graag een tipje van de sluier op. In het voorjaar van 2012 komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:

■ Bedrijfsverplaatsing ■ Bedrijfsopvolging ■ Echtscheiding en de agrarische onderneming ■ Ruimte voor Ruimte ■ Uitzendproblematiek in de agrarische sector Voor de volgende cursussen in mei en juni 2012 kunt u zich nu al aanmelden: ■ De bv in de agrarische praktijk. ■ Financieringsaanvraag voor de agrarische sector. ■ Schenk- en erfbelasting in de agrarische sector. Kijk op www.vlbopleidingen.nl voor meer informatie, het volledige cursusprogramma en online aanmelden.

Incompany opleidingen Agro CB-belastingconsulent en Agro CB-belastingadviseur Een fiscaal geschoolde agro-adviseur is goud waard

mens en een afsluitend mondeling examen van een half uur.

Wilt u uw agro-adviseurs opleiden tot allround belastingadviseurs in de agrarische sector en daarmee geen reistijd en -kosten kwijt zijn? Dat kan met de incompany opleidingen Agro CB-belastingconsulent en Agro CB-belastingadviseur, twee speciaal ontwikkelde fiscale praktijkopleidingen die uw medewerkers brede fiscale kennis biedt waarmee zij allround fiscale adviezen kunnen geven aan uw klanten.

Agro CB-belastingadviseur

Agro CB-belastingconsulent

Voor wie? Agro-adviseurs die reeds de incompany opleiding Agro CB-belastingconsulent met goed gevolg hebben afgerond kunnen direct instromen. Daarnaast kunnen agro-adviseurs deelnemen met minimaal vijf tot zeven jaar werkervaring en een opleiding op SPD-niveau.

De Agro CB-belastingconsulent bestaat uit 13 colleges van elk 4½ uur. In deze opleiding passeren diverse belangrijke vakonderdelen uit de praktijkopleiding CB-belastingconsulent de revue, toegespitst op de agrarische sector. Wilt u meer weten over de specifieke vakken die gedoceerd worden in de incompany opleiding Agro CB-belastingconsulent? Kijk dan op www.vlbopleidingen.nl. Voor wie? De opleiding is bedoeld voor agro-adviseurs met minimaal vijf tot zeven jaar werkervaring bij een accountants- en of belastingadvieskantoor. Daarnaast dienen de deelnemers de opleiding aan de HAS - of een vergelijkbare opleiding - met goed gevolg te hebben afgerond. Examens Tijdens de opleiding schrijven de deelnemers een paper. De opleiding wordt afgesloten met twee schriftelijke exa-

46

Het Register | december 2011 | nummer 12

De incompany opleiding Agro CB-belastingadviseur is de praktijkopleiding voor agro-adviseurs die in hun (toekomstige) adviespraktijk op hoog niveau zelfstandig fiscale problemen willen afhandelen. De opleiding bestaat uit 42 colleges van 3½ uur. Een overzicht van de vakken vindt u terug op www.vlbopleidingen.nl.

Examens Tweemaal per jaar (januari en juni) worden de examens afgenomen. In totaal zijn er 11 schriftelijke examens, deze examens duren 2 of 2½ uur. Tevens wordt er door de deelnemers aan de hand van casuïstiek een beroepschrift geschreven. De opleiding wordt afgesloten met een mondeling examen van 45 minuten, waarin de scriptie verdedigd wordt. Meer informatie? Voor meer informatie of voor een op maat gemaakte offerte kunt u contact opnemen met VLB Opleidingen op (0345) 54 70 30 of opleidingen@vlb.nl.


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Boeken

Belastingcontrole

Belastingen in de jaarrekening

Een gekleurde bril, dat is de eerste ge17 dachte bij een boek over belastingcon-• • trole geschreven door twee medewer• kers van de Belastingdienst. Dat valt • echter mee. De achtergrond van de B e la st in g schrijvers heeft ook zo zijn voordelen; c o n t r o le de heren hebben namelijk jaren zelf • ‘in de keuken van de belastingcon• trole’ gestaan en hebben dus de nodige inside information. Naast dat de verschillende controletechnieken uitgebreid worden beschreven, komen ook zaken als administratie, bewaarplicht, de recent ingevoerde informatiebeschikking en het verschoningsrecht voor belastingadviseurs aan de orde. Dit alles in een prettig leesbare schrijfstijl. Dit laatste heeft ongetwijfeld ook met de doelgroep te maken. De serie Belastingwijzers moet leesbaar zijn voor belastingplichtigen, dus heeft een relatief lage drempel. Er wordt in het boek dan ook zeer spaarzaam omgegaan met verwijzingen naar wetsartikelen en rechtspraak. Zelfs in het hoofdstuk met voorbeelden uit de rechtspraak ontbreken de nummers. Voor de professional jammer, want die zal indien nodig zelf de juridische grondslagen bij het besprokene moeten zoeken. Of dit boek met bijna 500 pagina’s voor de gemiddelde belastingplichtige is te overzien is zeer de vraag. Maar ondanks dat de kritische noot wat wordt gemist (wiens brood men eet….) is dit voor iedere adviseur een prima boek om in de kast te hebben. Belasting

KLUWER

B E L A ST

INGWIJ

ZERS

controle

HOE WE RKT EEN B E L A ST INGCON TRO

LE? WAT I S DE VERA NTWOO VA N E E N RDELIJK BOEKHO HEID UDBURE ACCOUN AU, TA N T E N B E L A ST ADVISE INGUR?

WAT Z I J N DE SA N CT I E S NAKOM OP HET E N VA N NIET DE VERP LICHTIN GEN? HOE KU NT U ZI CH TEG ONGEW EN E N ST E G EVOLGE B E L A ST N VA N E INGCON EN TROLE B ESCHER MEN?

NIEUW

Verbeterde rechtsbescherming bij belastingcontrole Fiscus benut inzagerecht in accountantsdossiers

8E HERZIE NE MARCEL

ROBERT

DRUK

SNIPPE

KAMERL

ING

Banken geven openheid in kredietdossiers Hardere aanpak belastingfraudeur

Praktisch nut Wetenschappelijk niveau Actualiteit Leesbaarheid Presentatie Prijs-kwaliteitverhouding Bedoeld voor

7 7 8 8 7 8 generalist

Eindoordeel: ■ ■ ■ ■ ■ drs. M. Snippe en prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling Uitgever: Kluwer ISBN: 9789013083217 Prijs: € 37,50 Auteurs:

mr. Marcel van Galen FB en mr. Marco Dijkstra FB

V Veel belastingadviseurs zijn naast het fisc cale advieswerk ook betrokken bij de totsstandkoming en beoordeling van de jaarrrekening. Die betrokkenheid richt zich m met name op de fiscale positie in de jaarrrekening. We hebben het dan over tax a accounting. Het vakgebied waarbij bela lastingrecht en financiële verslaggeving b bij elkaar komen. En dan specifiek gerricht op de verwerking van de inkomssten- of vennootschapsbelasting in de ja jaarrekening. De auteurs hebben een poging gedaan om in een niet al te uitgebreid boekwerk dit onderwerp te bespreken. Naar onze mening zijn zij hierin geslaagd. In iets minder dan honderd bladzijden wordt met behulp van een duidelijke opbouw onder meer inzicht gegeven in de verschillen tussen actuele en uitgestelde belastingen (de effectieve belastinglast). Daarbij worden veel voorbeelden gebruikt die verhelderend werken. Daarnaast worden elementaire begrippen als tijdelijke en permanente verschillen, uitgestelde belasting (actieve en passieve latenties), alsmede de opbouw van de belastingpositie toegelicht. Wederom met behulp van verhelderende voorbeelden. De auteurs hebben het tweede deel van het boek ingevuld met de regels, handreikingen, voorschriften en interpretaties die ten grondslag liggen aan tax accounting. De meeste ruimte is daarbij ingevuld voor IFRS-richtlijn International Accounting Standard 12 (IAS 12), de Richtlijn voor de jaarverslaggeving 272 (RJ 272), de Financial Accounting Standard 109 (FAS 109) en de verschillen tussen die regels. Het is wat ons betreft geen effectieve last om dit boek eens door te lezen.

In de boekenrubriek geven ervaren vakmensen op persoonlijke titel hun mening over recent verschenen (fiscale) boeken: ■ Twee beoordelaars recenseren een boek. ■ Zij kennen cijfers toe voor bijvoorbeeld leesbaarheid, actualiteit en niveau.

Praktisch nut Wetenschappelijk niveau Actualiteit Leesbaarheid Presentatie Prijs-kwaliteit-verhouding Bedoeld voor

De recensenten geven een eindoordeel:

Auteur:

Aanrader Goed Redelijk Matig Afrader

■ ■ ■ ■ ■

■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

8 7 7 8 7 7 generalist

Eindoordeel: ■ ■ ■ ■ mw. drs. E.D.M. Gerrits RA e.a.

Uitgever: SDU ISBN: Prijs:

978 90 12 38701 9 € 37,10

mr. Lucas Blom FB AA en mr. Johan Stip FB

december 2011 | nummer 12 | Het Register

47


HET

Verenigingsnieuws Permanente Educatie

Permanente Educatie bij RB: de brug tussen kennis en praktijk Ook komend voorjaar kunt u bij RB Opleidingen terecht voor Permanente Educatie. U heeft de nieuwe richt cursusbrochure Permanente Educatie voorjaar 2012 ontvangen met hierin een actueel, gevarieerd en praktijkgericht cursusprogramma. Naast de goedbezochte casuscolleges komen uiteraard ook de inleidende en verdiepende aangiftecursussen terug in het programma. Nieuw dit voorjaar zijn de cursussen in de vorm van masterclasses. De masterclass biedt u praktijkkennis op een meer diepgaand niveau. Permanente Educatie bij RB Opleidingen biedt u diverse voordelen. De korte ďŹ scale cursussen worden op gunstige tijden gegeven op diverse locaties in het land. Ervaren docenten behandelen de nieuwste ontwikkelingen op praktijkgerichte wijze. De cursussen zijn voor iedereen toegankelijk; zowel voor leden als niet-leden. Heeft u de brochure Permanente Educatie voorjaar 2012 niet ontvangen, wilt u meer exemplaren of wenst u meer informatie, neemt u dan contact op met RB Opleidingen, telefoonnummer (0345) 54 70 30, opleidingen@rb.nl of raadpleeg onze website www.rb.nl (Permanente Educatie). Wij wensen u een leerzaam en succesvol 2012 toe!

PE-programma voorjaar 2012

di

17 april

Nederbelgen mr. drs. D.A. van Dorsselaer & mr. M. Snikkenburg

Hieronder het PE-programma voor het voorjaar 2012. Aanmelden voor de cursussen kan met de formulieren uit de brochure Permanente Educatie voorjaar 2012 of online via www.rb.nl/ inschrijven.

ma 23 april di

15 mei

Casuscollege Auto mr. H.A. Elbert De werkkostenregeling: alles wat u wilt weten! R. de Groot CB

Dordrecht ma 16 april

BTW-academie dag 1 Van Driel Fruijtier btw-specialisten

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

ma 23 april

BTW-academie dag 2 Van Driel Fruijtier btw-specialisten

particulier drs. P.N.M. Goossens

ma 7 mei

BTW-academie dag 3 Van Driel Fruijtier btw-specialisten

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

ma 14 mei

BTW-academie dag 4 Van Driel Fruijtier btw-specialisten

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

ma 21 mei

BTW-academie dag 5 Van Driel Fruijtier btw-specialisten

ma 6 februari

Aangifte vennootschapsbelasting mr. J. Zwagemaker

ma 4 juni

BTW-academie dag 6 Van Driel Fruijtier btw-specialisten

di

7 februari

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

di

14 februari

Akersloot di di

17 januari 24 januari

particulier drs. P.N.M. Goossens

Emmeloord

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

di

3 april

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

Renteaftrek in de Vpb: actualiteiten en rechtspraak mr. M.C. de Graaf

ma 2 april

Casuscollege Auto mr. H.A. Elbert

ma 16 april

Casuscollege Eigen woning mr. dr. M.J. Hoogeveen

di

10 april

Casuscollege Bedrijfsopvolging mr. drs. S.A.W.J. Strik

di

Casuscollege Auto mr. H.A. Elbert

di

17 april

Renteaftrek in de Vpb: actualiteiten en rechtspraak

ma 14 mei

24 april

De werkkostenregeling: alles wat u wilt weten! R. Vink

mr. M.C. de Graaf ma 23 april

Casuscollege Eigen woning mr. dr. M.J. Hoogeveen

Ridderkerk

di

Casuscollege Vennootschapsbelasting mr. drs. S.A.W.J. Strik

ma 30 januari

8 mei

ma 21 mei

De werkkostenregeling: alles wat u wilt weten! R. Vink di

31 januari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

ma 6 februari

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer di

31 januari

di

7 februari

di

14 februari

48

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

ma 13 februari

particulier drs. P.N.M. Goossens

ma 27 februari

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

Aangifte vennootschapsbelasting mr. J. Zwagemaker Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de particulier drs. P.N.M. Goossens

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

ma 16 april

Casuscollege Auto mr. H.A. Elbert

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

di

Casuscollege Vennootschapsbelasting

24 april

particulier drs. P.N.M. Goossens ma 27 februari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

Breda ma 23 januari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de particulier drs. P.N.M. Goossens

Aangifte vennootschapsbelasting mr. J. Zwagemaker

Het Register | december 2011 | nummer 12

mr. drs. S.A.W.J. Strik ma 4 juni

De werkkostenregeling: alles wat u wilt weten! R. Vink


■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

ma 23 april

Veldhoven ma 23 januari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de particulier drs. P.N.M. Goossens

ma 30 januari

ma 13 februari

di

24 april

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

ma 6 februari

Renteaftrek in de Vpb: actualiteiten en rechtspraak mr. M.C. de Graaf Casuscollege Winstverlagende regelingen J.W. Kemper FB

di

24 april

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

Nederbelgen mr. drs. D.A. van Dorsselaer & mr. M. Snikkenburg

particulier drs. P.N.M. Goossens

wo 25 april

Proactief belastingadvies drs. H.J. Meijer FB

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

wo 25 april

Leergang Ondernemingsrecht dag 2 mr. E.A. Brat

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

do

26 april

Privégebruik in de btw mr. M.C. van den Oetelaar &

di

28 februari

Aangifte vennootschapsbelasting mr. J. Zwagemaker

di

3 april

Nederbelgen mr. drs. D.A. van Dorsselaer &

ma 7 mei

Liquidatie van de onderneming mr. J.A. Dullaart

mr. M. Snikkenburg

di

Leergang Privaatrecht dag 1 mr. J.J. Ebbinga

ma 7 mei

Casuscollege Auto mr. H.A. Elbert

wo 9 mei

di

De werkkostenregeling: alles wat u wilt weten!

5 juni

R. de Groot CB Vianen wo 18 januari do

26 januari

mr. F.L.J. Vervaet 8 mei

wo 9 mei

Casuscollege Eigen woning mr. dr. M.J. Hoogeveen

do

10 mei

Casuscollege Auto mr. H.A. Elbert

do

10 mei

Verdieping Estate planning dag 1 prof. dr. B.M.E.M. Schols &

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

prof. dr. F.W.E.M. Schols

particulier drs. P.N.M. Goossens

ma 14 mei

Casuscollege Vennootschapsbelasting mr. drs. S.A.W.J. Strik

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

di

15 mei

Samenwerkingsverbanden (btw en

di

15 mei

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer wo 1 februari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

overdrachtsbelasting) mr. A.F. Fruijtier FB

particulier drs. P.N.M. Goossens do

2 februari

wo 29 februari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

ma 21 mei

Belastinglatenties in de jaarrekening mr. D. Marinus RA

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

di

22 mei

Leergang Privaatrecht dag 2 mr. J.J. Ebbinga

22 mei

Fiscaliteit en innovatie mr. W.R. Munting

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

di

wo 23 mei

wo 29 februari

Aangifte vennootschapsbelasting mr. J. Zwagemaker

wo 23 mei

do

1 maart

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

do

22 maart

di

3 april

wo 4 april do

5 april

do

24 mei

Schenk- en erfbelasting 2012 mr. J.F.H. van den Belt

Reizen duurder?! De nieuwe reisbureauregeling in de btw

do

24 mei

Verdieping Estate planning dag 2 prof. dr. B.M.E.M. Schols &

Inleiding Testament lezen in de praktijk

di

29 mei

(Her)structureren in de praktijk mr. drs. S.A.W.J. Strik

prof. dr. B.M.E.M. Schols

wo 30 mei

Casuscollege Haal meer winst uit het fiscale winstbegrip

wo 30 mei

prof. dr. F.W.E.M. Schols

10 april

wo 11 april wo 11 april 12 april

Inleiding Samenstellen van de jaarrekening mkb

do

31 mei

De bijzondere fiscale positie van de dga mr. J. Zwagemaker

do

31 mei

Verdieping Estate planning dag 3 prof. dr. B.M.E.M. Schols &

Pensioen in eigen beheer en lijfrentesparen anders

prof. dr. F.W.E.M. Schols

bekeken H.C.P. Schilder MFP FFP

ma 4 juni

Verdieping Testament lezen in de praktijk

ma 4 juni

Toeslagen J.H.P.M. Raaijmakers & E. de Vries Verdieping Samenstellen van de jaarrekening mkb

di

5 juni

wo 6 juni

De werkkostenregeling: alles wat u wilt weten! R. de Groot CB

wo 6 juni

Btw in internationale verhoudingen mr. A.F. Fruijtier FB

do

Masterclass Deelnemingsvrijstelling mr. M.C. de Graaf

do 7 juni

di

17 april

Leergang Ondernemingsrecht dag 1 mr. E.A. Brat

wo 18 april

Inleiding Estate planning dag 2 mr. E.R. Helder

wo 18 april

Actualiteiten loonheffingen mr. M.R.M. Deden Kies voor belastingbesparing: eenmanszaak, vof of bv

7 juni

Casuscollege Bedrijfsopvolging mr. drs. S.A.W.J. Strik

Actualiteiten formeel belastingrecht en fiscaal procesrecht mr. D.N.N. Jansen & mr. drs. F.J.P.M. Haas

ma 11 juni

Alles over leningen in de IB en Vpb mr. R.J. Verbrugge

di

12 juni

mr. J. Zwagemaker 19 april

Masterclass Fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting mr. drs. S.A.W.J. Strik

mr. F.L.J. Vervaet Valkuilen in het ontslagrecht mr. I. van der Vorst

do

Masterclass Het familiebedrijf: partners, ouders, kinderen

De margeregeling in de btw mr. M.C. van den Oetelaar &

12 april

19 april

Btw en horeca mr. C.W. van Vilsteren en belastingen mr. S.F.J.J. Schenk FB & mr. P.L.F. Seegers

Inleiding Estate planning dag 1 mr. E.R. Helder

do

do

Not for profit organisaties en btw

drs. M. Moling AA RA CB

drs. M. Moling AA RA CB do

Financiële strategieën drs. H.J. Meijer FB mr. M.C. van den Oetelaar & mr. F.L.J. Vervaet

prof. dr. B.M.E.M. Schols di

Internationale aspecten van bv’s en hun dga’s (inclusief

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

J.W. Kemper FB wo 4 april

Fiscale gevolgen van echtscheiding mr. drs. S.A.W.J. Strik emigratie) mr. M.C. de Graaf

mr. M.C. van den Oetelaar & mr. F.L.J. Vervaet 29 maart

Casuscollege Resultaat uit overige werkzaamheden en tbs-regelingen J.W. Kemper FB

particulier drs. P.N.M. Goossens

do

Aftrek van voorbelasting in de btw mr. M.C. van den Oetelaar & mr. F.L.J. Vervaet

Masterclass Fiscale gevolgen van fusies, splitsingen en reorganisaties mr. drs. S.A.W.J. Strik

wo 13 juni

Btw en faillissementen mr. A.F. Fruijtier FB & mr. A.T.P. Nefkens

december 2011 | nummer 12 | Het Register

49


HET

Verenigingsnieuws Permanente Educatie wo 13 juni

Succesvol begeleiden van een ondernemingsplan

di

7 februari

(inclusief financieringsaanvraag) drs. M. Moling AA RA CB do

21 juni

Casuscollege Estate planning mr. J.F.H. van den Belt

Aangifte vennootschapsbelasting mr. J. Zwagemaker

ma 13 februari

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de particulier drs. P.N.M. Goossens

ma 20 februari

Zwolle di

17 januari

di

24 januari

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

Verdieping Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

ondernemer mr. drs. A.J. Meijer

di

Inleiding Aangifte inkomstenbelasting 2011 voor de

ma 7 mei

17 april

particulier drs. P.N.M. Goossens

Casuscollege Bedrijfsopvolging mr. drs. S.A.W.J. Strik Casuscollege Vennootschapsbelasting mr. drs. S.A.W.J. Strik

Kringbijeenkomsten

Kring Gelderland/Overijssel

RB kent elf regionale studiekringen. Elke kring organiseert meerdere bijeenkomsten per jaar. Hieronder vindt u van iedere regio waarvan dit bekend is de eerstkomende data van de bijeenkomsten die in het voorjaar plaatsvinden. Meer informatie over deze en andere kringen en de laatste updates vindt u op het ledendeel van www.rb.nl (Permanente Educatie RB > Kringbijeenkomsten).

ma 23 jan 2012

Faillissement fiscaal/civiel mr. J.A. Dullaart

ma 20 feb 2012

Renteaftrekbeperking prof. dr. S. Stevens

Kring Leiden ma 9 jan 2012

Renteaftrekbeperking in de Vpb, inter-company en het onzakelijke debiteurenrisico mr. drs. S.A.W.J. Strik

ma 13 feb 2012

Actuele informatie: www.rb.nl

Kring Noord Holland/Alkmaar Kring Amsterdam di

10 jan 2012

BTW mr. C. van Vilsteren

di

14 feb 2012

Prettig scheiden, ondernemers hoe nu verder? mr. dr. E.W.J. Ebben

Spitsuur: actualiteiten in de omzetbelasting H. Zuidersma

ma 13 feb 2012

Actualiteiten Vennootschapsbelasting mr. drs. S.A.W.J. Strik

Kring Rotterdam

Kring Arnhem ma 9 jan 2012

ma 16 jan 2012

di

10 jan 2012

Actualiteiten omzetbelasting mr. A.F. Fruijtier FB

di

14 feb 2012

Actualiteiten arbeidsrecht, sociale verzekeringen

Aansprakelijkheid in belastingzaken. Wees bewust van

mr. J.P.M. van Zijl

uw risico’s! J.H.P.M. Raaijmakers ma 13 feb 2012

Partnerbegrip mr. dr. N.C.G. Gubbels

Kring Utrecht

Kring Eindhoven di

10 jan 2012

Innovatiebox mr. R. Scharroo

di

14 feb 2012

BTW-actualiteiten mr. A.F. Fruijtier FB

di

10 jan 2012

WOZ mr. K. de Graaf

di

14 feb 2012

Inkomstenbelasting mr. J. Zwagemaker

Kring Zeeland/West Brabant di

10 jan 2012

Formeel belastingrecht mr. L.C.A. Wijsman en mr. M.E. Oenema

Kring Limburg do

12 jan 2012

Innovatiebox mr. R. Scharroo

do

9 feb 2012

BTW-actualiteiten mr. A.F. Fruijtier FB

di

7 feb 2012

Actualiteiten Vennootschapsbelasting mr. drs. S.A.W.J. Strik

Landelijke studiebijeenkomsten In 2011 veranderde de opzet van de Landelijke Studiebijeenkomsten en werd er gekozen voor meer locaties in het land. Ook in 2012 kunt u zich inschrijven voor de gratis Landelijke Studiebijeenkomsten bij u in de buurt. Gerenommeerde sprekers uit het

Onderwerpen

Locaties

Data

Sprekers

Actualiteiten vennootschapsbelasting

Assen

8 februari 2012

mr. drs. S.A.W.J. Strik

Verdieping vennootschapsbelasting

Veldhoven

15 februari 2012

prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis

Akersloot

21 februari 2012

Ridderkerk

14 maart 2012

Apeldoorn

15 maart 2012

Vianen

21 maart 2012

Aanmelden kan vanaf 9 januari 2012

50

vak brengen daar graag de nieuwste fiscale ontwikkelingen voor het voetlicht. Kijk voor meer informatie op het ledendeel van www.rb.nl (Permanente Educatie RB > Landelijke Studiebijeenkomsten).

Het Register | december 2011 | nummer 12


Het Register 2011 nr. 12: Harde noten te kraken in belastingjaar 2012