__MAIN_TEXT__

Page 1

Samen voor de patrijs in het Meetjesland met het EU project ‘PARTRIDGE’ Auteur: Korneel Verslyppe, regiocoördinator Agrobeheercentrum Eco²

Op 31 augustus 2017 mochten we Vlaams minister van omgeving, natuur en landbouw Joke Schauvliege verwelkomen tijdens het startschot van het Partridge project in Vlaanderen. © ABC Eco²

Door een afname van geschikt leefgebied zijn typische akkervogels zoals de veldleeuwerik en de patrijs er de laatste decennia op het Vlaamse platteland sterk op achteruit gegaan. Niet alleen Vlaanderen, maar ook Engeland, Nederland en Duitsland worden met dezelfde dalende cijfers geconfronteerd. Maatregelen op het terrein zijn dus noodzakelijk om deze achteruitgang te stoppen en te zorgen voor meer duurzame akkervogelpopulaties.

1


Een uitgebreid Vlaams partnerschap, bestaande uit de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Agrobeheercentrum Eco², Inagro, het Instituut voor Natuur – en Bosonderzoek (INBO) en Hubertusvereniging Vlaanderen (HVV) sloeg, samen met een aantal Europese partners, de handen in elkaar en diende bij de Europese Unie een subsidieaanvraag in voor het project ‘PARTRIDGE’. In oktober 2016 werd deze subsidieaanvraag goedgekeurd en kon het project van start gaan. De ambitieuze doelstelling van dit project is om, binnen 10 Europese voorbeeldgebieden van ± 500 ha groot, de (akkervogel)biodiversiteit in het landbouwgebied met 30 % te doen toenemen tegen 2020. Eén van die voorbeeldgebieden is de Isabella – en Kapellepolder in Boekhoute (Assenede). De patrijs als paraplusoort De naam van dit project is niet zomaar gekozen. ‘PARTRIDGE’ verwijst naar de Engelse naam voor patrijs. De patrijs stelt hoge eisen aan zijn leefomgeving en is daardoor dé akkervogelsoort bij uitstek als indicator voor de (akkervogel)biodiversiteit in het landbouw-ecosysteem. Patrijzen leven in open en halfopen landbouwgebieden, met een voorkeur voor gras – en kruidenrijke akkerranden. De patrijs is ook een paraplusoort, wat betekent dat ook andere akkervogelsoorten mee profiteren van de beheermaatregelen gericht op de patrijs. Leefgebieden met patrijsvriendelijke habitats Om de (akkervogel)biodiversiteit te laten toenemen is het noodzakelijk dat er in het leefgebied voldoende geschikt habitat aanwezig is. Geschikt en kwaliteitsvol habitat voor akkervogels voldoet aan

Het Partridge-bloemenmengsel (rechts) in combinatie met een beheerovereenkomst gemengde grasstrook plus (links). © ABC Eco²

2


de zogenaamde ‘grote drie’: voorzien van voldoende zomervoedsel (insectenrijke zones, liefst nabij nestplaats), voorzien van wintervoedsel (zadenrijke zones) en voorzien van voldoende nestgelegenheid en dekking. De aanpak in de Vlaamse voorbeeldgebieden bestaat erin dat we samen met lokale landbouwers enerzijds inzetten op het afsluiten van bestaande akkervogelbeheerovereenkomsten bij de VLM en anderzijds enkele experimentele beheermaatregelen gaan uittesten.

“ In de voorbeeldgebieden willen we aantonen hoe de (akkervogel)biodiversiteit op het platteland met 30% kan toenemen tegen 2020” Vooral dit laatste speelt een belangrijke rol in het ‘PARTRIDGE’ project. Deze experimentele maatregelen worden gedurende de looptijd van het project via intensieve monitoring getest op hun effectiviteit voor akkervogels en hun inpasbaarheid in de Vlaamse landbouwbedrijfsvoering. Een eerste experimentele beheermaatregel is het inzaaien van percelen met het Partridgebloemenmengsel. Dit is een tweejarig bloemenmengsel dat werd samengesteld op basis van het Göttinger-bloemenmengsel, dat op zijn beurt via wetenschappelijk onderzoek specifiek werd ontworpen voor de patrijs. Het Partridge-bloemenmengsel bestaat uit 12 verschillende plantensoorten zoals o.a.: boekweit, honingklaver, bladrammenas, zonnebloem… . Dankzij dit bloemenmengsel voldoen we in één klap aan de grote drie voor akkervogels. In de zomer trekken de bloeiende plantensoorten insecten aan en in de winter zorgen de geproduceerde zaden voor een voldoende groot voedselaanbod. De vegetatie blijft gans de winter staan en biedt zo beschutting. Zo vinden patrijzen onder de bladeren van bijv. mergstamkool en bladrammenas beschutting tegen regen en sneeuw. Soorten zoals Grote kaardebol zorgen dan weer voor bescherming tegen mogelijke luchtpredatoren. Naast patrijzen, kunnen ook verschillende soorten insecten, die levensnoodzakelijk zijn als voedsel voor de patrijzenkuikentjes in het voorjaar, in deze vegetatie overwinteren. Elk jaar

Twee keverbanken in het glooiende landschap van één van de Engelse voorbeeldgebieden in Rotherfield.. © ABC Eco²

3


wordt in het voorjaar, voor de broedperiode, de helft van elk van deze percelen geklepeld, ingeploegd en opnieuw ingezaaid. Het jaar daarop wordt net andersom gewerkt. Het beheer wordt op die manier alternerend verdergezet, zodanig dat er telkens een éénjarige en een tweejarige helft is. Het eenjarige deel is lager, meer open en ideaal voor het zoeken van voedsel, het tweejarige deel is meer structuurrijk, biedt dekking en is ideaal als nesthabitat.

“Zomervoedsel (insecten), wintervoedsel (zaden) en nestgelegenheid & dekking vormen de zogenaamde ‘grote 3’ voor akkervogels” Met behulp van een tweede experimentele maatregel, de keverbanken of ‘beetle banks’ wordt ook extra nesthabitat gecreëerd. Keverbanken zijn kleine opgeploegde stroken (± 2 à 3 m breed; ± 50 à 70 cm hoog) in het landschap. Deze opgeploegde stroken worden ingezaaid met een graskruidenmengsel en eventueel voorzien van een aantal groepjes van lage struiken zoals hondsroos, meidoorn… Keverbanken vormen een ideale nest- en broedplaats omdat de verhoging zorgt voor de afstroom van regenwater en bijgevolg voor een snelle opdroging van het nest na regenval, wat het broedsucces zienderogen verhoogt. De vegetatie op de keverbanken trekt ook insecten aan die onmisbaar zijn als voedsel voor de patrijzenkuikens in hun eerste levensweken. Samenwerking staat centraal Om het PARTRIDGE project te doen slagen is een goede samenwerking met de landbouwers uit de Isabella – en Kapellepolder onontbeerlijk. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en Agrobeheercentrum Eco² begeleiden en ondersteunen de landbouwers via individueel advies en de organisatie van infomomenten, terreinbezoeken, buitenlandse excursies, … . Ook onderlinge kennisuitwisseling en samenwerking tussen landbouwers wordt gestimuleerd. Hiervoor wordt de bestaande lokale agrobeheergroepwerking verder uitgebreid. Tenslotte zal er ook gepolst worden naar

Op bezoek in het Engelse voorbeeldgebied in Loddington samen met enkele Vlaamse landbouwers. De Engelse aanpak rond akkervogels kwam hierbij uitgebreid aan bod. In combinatie met de aanwezigheid van beleidsmakers, wetenschappers, adviesverleners, … uit verschillende Europese landen zorgde dit voor interessante, leerrijke discussies en een kruisbestuiving van kennis en ervaringen. © ABC Eco²

4


de beweegredenen van landbouwers voor het al dan niet nemen van agro-milieumaatregelen om ook op dat vlak meer inzicht te verwerven. Daarnaast werd op lokaal vlak ook een klankbordgroep opgericht, waarin plaatselijke actoren zoals het Regionaal Landschap Meetjesland betrokken worden bij de voortgang en resultaten van het project. Op Europees vlak zijn tal van wetenschappers, beleidsmakers en adviesverleners betrokken. Deze geïntegreerde aanpak en samenwerking tussen landbouwers, jagers, adviesverleners, beleidsmakers, wetenschappers, … zorgt ervoor dat kennis en ervaringen worden gebundeld wat ons toelaat een zo goed mogelijk resultaat op het terrein te realiseren.

Op 31 augustus 2017 mochten we Vlaams minister van omgeving, natuur en landbouw Joke Schauvliege verwelkomen tijdens het startschot van het Partridge project in Vlaanderen. © ABC Eco²

Meer informatie? Wil je op de hoogte blijven van alle PARTRIDGE activiteiten? Neem dan zeker een kijkje op onze website: http://www.northsearegion.eu/partridge

5


6


7

Profile for Regionaal Landschap Meetjesland

Project partridge in het meetjesland  

Project partridge in het meetjesland  

Advertisement