Page 1

Schemapedagogie Themanummer E-Magazine Ontwikkeling & Begeleiding Bron : www.opvoeding.be

De theorie van schemapedagogie

In Duitsland is sedert enige tijd schemapedagogie (Schemap채dagogik) in opgang bij monde van Marcus Damm en Christof Loose. Waar de eerste vooral aandacht besteedt aan de rol van schema's in de ontwikkeling van jongeren, is voor de tweede schemapedagogie beperkt tot wat de ouders kunnen doen ten gunste van een passende schema ontwikkeling voor hun kind. Schemapedagogie kan niet enkel aangewend in een familiaal opvoedingskader, het kan ook ingeschakeld in

1


een sociaal-emotioneel schoolkader. Zowel ouders als leerkrachten kunnen actief betrokken worden.

Schemapedagogie streeft naar een holistische aanpak. Zij vindt haar wetenschappelijke grondslag in schema georiÍnteerde psychotherapieÍn, in het bijzonder de schematherapie, met daarnaast de 'klärungsorientierte psychotherapie' en cognitieve therapie, en in de neurobiologie, motivatiepsychologie, transactionele analyse en hechtingstheorie. Ze ligt op het raakvlak tussen psychotherapie en pedagogie en wil een bijdrage leveren om relatie- en opvoedingsproblemen beter te begrijpen en ze weg te helpen nemen. Ze transfereert hiertoe schematherapeutische inzichten en methoden naar het psychosociaal en sociaalpedagogisch terrein.

Schemapedagogie gaat er vanuit dat tussenmenselijke problemen veroorzaakt worden door ongunstige innerlijke schema's en dat deze laatste een biografische oorsprong hebben. In die zin dat eerdere tussenmenselijke

2


problemen vooral in de eerste kinderjaren deze ongunstige schema's tot ontwikkeling hebben gebracht. Dit gebeurt vooral wanneer volwassen hechtingsfiguren niet weten tegemoet te komen aan de basisbehoeften van het kind aan een stabiele, veilige en zekere relatie, aan autonomie, aan begrenzing, aan wederkerigheid en aan vrije expressie van wat in zich omgaat.

Een jongere krijgt dan ideeĂŤn over zichzelf, over anderen en over gebeurtenissen, schema's genoemd, die veelal weinig overeenstemmen met de realiteit. De schadelijke ervaringen die hier aan de basis van liggen kunnen traumatische voorvallen zijn of steeds weer dezelfde soort gebeurtenissen meemaken en boodschappen te horen krijgen. De jongere kan hieruit, bijvoorbeeld, afleiden 'ik ben weinig waard' of wat het te horen krijgt overnemen van zijn omgeving, bijvoorbeeld, 'je bent niets waard'. Het hoge affectieve aandeel is gewoonlijk ten koste van het meer rationele en stimuleert tot irrationele denk- en verhoudingswijzen.

3


De praktijk van schemapedagogie

In situaties waarin deze schema's geactiveerd worden komt het automatisch tot overeenkomstige gedachten, emoties en lichamelijke ervaringen. Dit verhindert een objectieve voorstelling van de concrete situaties en zo ontstaan er waarnemingsfouten.

De jongere denkt dat de omstandigheden of zijn omgeving aan de basis liggen van zijn emoties, waartegen hij zich enkel weert en er zo toe komt de ander aan te vallen. Hij ziet niet dat de andere enkel zijn in de kinderjaren ontstane negatieve schema's activeert. Zo komt het dat vrij onschuldige opmerkingen van volwassenen door de jongere als onterecht waargenomen worden, waar tegenover hij zich automatisch verdedigt. De volwassene heeft evenwel enkel door zijn opmerking een disfunctioneel schema in de jongere geactiveerd dat reeds eerder tot ontwikkeling is gekomen.

4


Op deze en andere spanningen gaat de schemapedagogie in. Volwassenen trachten hiertoe vanuit dit schemapedagogisch denken in een eerste fase een speciale complementaire relatieverhouding aan te gaan om vertrouwen, solidariteit en sympathie op te bouwen als een soort verworven relatiekrediet.

Eerst dan kunnen de probleem- en schadeveroorzakende persoonlijkheidsfacetten, ook schema-modi genaamd, besproken worden met de jongere. Schemamodi zijn het geheel van geactiveerde schema's in een situatie. Waar schema's staan voor tot ontwikkeling gekomen 'trekken', staan schema-modi voor de actueel aanwezige gemoedstoestand vanuit wat geactiveerd werd. Schema's zijn wat mentaal tot ontwikkeling gekomen is, modi staan voor wat emotioneel en gedragsmatig actueel aanwezig is. Zo een actuele modus houdt in dat de jongere een denken, voelen en handelen vertoont dat met elkaar in overeenstemming is maar anders is dan wanneer in een andere modus. Zo kan de jongere

5


zich bevinden in de modus van het kwetsbare kind of het impulsieve-ongedisciplineerde kind. De eerste modus verwijst naar het schema van emotionele verwaarlozing, de tweede modus naar de schema's van sociaal isolement-vervreemding en minderwaardigheidschaamte. Zo worden naast deze vormen van kindmodi, onaangepaste ge誰nternaliseerde ouder-modi, zoals eisende en straffende ouder, onaangepaste omgangsmodi, als passieve-onderwerpende, vluchtend-vermijdende, overcompenserende-actieve modus, en de verkieslijke modus van gezonde volwassene onderscheiden. Het is deze laatste modus waar naar toe gewerkt wordt, zodat de jongere in staat is tot zelfreflectie, inzicht, reactiesoepelheid, openheid en openstaan te komen, zodat verandering mogelijk wordt en de jongere voldoende hiertoe kan gemotiveerd worden.

Op die manier ontwikkelt de jongere stapsgewijs een groter probleembewustzijn, zonder het welke verhoudingsveranderingen met zijn omgeving zeer onwaar-

6


schijnlijk zijn. De jongere beseft steeds meer dat zijn actuele manier van zijn of zijn persoonlijkheidsfacet wat op de voorgrond staat in specifieke (probleem)situaties zijn denken, voelen en handelen be誰nvloedt. Hij leert voor de toekomst een bewuste controle uit te oefenen op wat als context bepaalde schema's triggert en leert zo zijn omgangsautomatisme waartoe hij overgeleverd was te doorbreken. Op die manier kunnen disfunctionele schema's veranderd worden. Schemapedagogie helpt hierbij irrationele zelf- en relatieschema's van de jongere te verminderen en gelijktijdig meer sociaal wenselijke omgangswijzen op te bouwen.

Bij gebruik in schoolverband wordt met behulp van een speciale complementaire relatievorming gewerkt om via het bespreken van ongunstige persoonlijkheidsfacetten (schema-modi) en via ondersteuning van de transfer van oplossingen naar alledaagse situaties de disfunctionele schema's duurzaam te veranderen. Het biedt moge-

7


lijkheden onder andere bij pesten, geweldspogingen, extremisme, dubbel spel, zelfverwonding en provocatief gedrag.

Bij gebruik in een sociaalpedagogische omgeving biedt het onder meer mogelijkheden voor kinderdagverblijven, bij opvoedingsondersteuning en gezinsbegeleiding en in het kader van jeugdhulpverlening. Zo wil het bijdragen tot het verminderen van waarnemingsvervormingen, het bevorderen van zelfinzicht in problematische interacties en het doen toenemen van zelfcontrole in de toekomst. Zo wil het voorhanden competenties tot zijn recht laten komen en beschikbare bronnen activeren.

Naar zorgfiguren toe kan het zinvol en nuttig zijn hen zoveel mogelijk te informeren en te betrekken. Hun verworven kennis van basisbehoeften van het kind, meest belangrijke vroege onaangepaste schema's en vier hoofdtypes van schema-modi kan erg behulpzaam zijn.

8


Hierbij kan het nuttig zijn kennis te hebben over eigen schema's. Zo kan het om tegemoet te komen aan de aanwezige relationele behoeften van het kind nodig zijn verschillende rollen of modi te weten aannemen en niet vast te zitten in ĂŠĂŠn opvoedingsrelatie. Zo zal de kwetsbare kind-modus bij het kind vragen om een volhoudende ondersteunende zorgfiguur, terwijl een ongedisciplineerde kind-modus zal vragen om een empathische, soms confronterende zorgfiguur. Zo kan een tekort aan kennis over schema's en schema-modi leiden tot een schema koppeling waarbij de onevenwichtige schema's van kind en zorgfiguur elkaar vasthouden. Zoals, bijvoorbeeld, kan het schema afhankelijkheid van het kind op een ongunstige wijze perfect passen bij het schema 'zelfopoffering' van de zorgfiguur, maar geen evolutie toelaten. Meer lezen hierover kan in het themanummer 'Ontwikkelingsongunstige opvoedingsrelaties' van het E-magazine 'Ontwikkeling & Begeleiding'. Naast schemakoppeling, kunnen zo blijkt kind en zorgfiguren dezelfde schema's of modi delen, die elkaar

9


triggeren. Het kan dan behulpzaam zijn er achter te komen welke soort van schema's en modi de familie zich over generaties heen toe eigende. Dit inzicht kan een vertrekbasis zijn om de keten van doorgegeven onaangepaste schema's en modi te doorbreken, wat het kind kan helpen te leren op een adequate gepaste wijze te denken, voelen en handelen. Dit neemt dan de vorm aan van schema oudercoaching.

De belangrijke inbreng van deze benadering is dat ze concreet focust, bespreekbaar maakt en inwerkt op de innerlijke psychische processen die zich bij de jongere afspelen en deze processen tracht te optimaliseren zodat een betere sociale interactie mogelijk wordt.

10


Duid zo je wil in de tekst hiervoor aan welke van de vermelde inzichten en methodieken je bruikbaar voor je vindt.

Meer lezen: Damm, M. (2010). Schemapädagogik: Möglichkeiten und Methoden der Schematherapie im Praxisfeld Erziehung. Wiesbaden: VS Verlag für Sozialwissenschaften / GWV Fachverlage, Wiesbaden.

Foto : bigstockphoto.com

11


Welke rol kunnen schema's toebedeeld worden in het kader van opvoeding ?

12

Schemapedagogie - referentieel  

Welke rol kunnen schema's referentieel toebedeeld worden in het kader van opvoeding ?

Schemapedagogie - referentieel  

Welke rol kunnen schema's referentieel toebedeeld worden in het kader van opvoeding ?

Advertisement