Page 1

ONS NATUURGENOT GOUDA AQUARIUM- TERRARIUM- EN INSECTARIUMVERENIGING

Jaargang 63, nummer 1, jan./febr. 2014, € 2,95


Voorzitter: Jan Willem v.d. Kooy Wagenaarstraat 10 2807 HV Gouda Tel.: 0182 582758 jw.vanderkooy@xs4all.nl Secretaris: F. van Tol P.C. Bothstraat 81 2805 RC Gouda Tel.: 0182-522099 fvantol@caiway.nl Penningmeester: Aart Jan Koster 0182 787057 aartjank@gmail.com Postgiro 563505 Overige bestuursleden: Robert Koelman ong@rgkoelman.nl Menno Koster 06 15409397 Redactie maandblad Margie van der Heijden Tel.: 0182 359451 redactieONG@kpnmail.nl Maandbladcoördinator: H. van den Bor Tel.: 0182-616218 hpvandenbor@ziggo.nl Welkomstcommissie: Menno Koster Arian Prins Redactie internetsite: ong@rgkoelman.nl Adres Clubgebouw Handbalvereniging Vires et Celeritas Calslaan 91, Gouda

WWW.ONSNATUURGENOT.NL

Van de voorzitter.

M

isschien was het even zoeken tussen de post, maar het is gelukt. Je hebt het nieuwe maandblad van Ons Natuurgenot in handen. Al in “het tijdperk Leen Bezem” las ik het maandblad met plezier. Leen heeft er veel werk van gemaakt om interessante artikelen van binnen of buiten de vereniging te verzamelen. Bij zijn afscheid als redacteur hoopte je dan dat dat niveau kon worden vastgehouden. Nou, dat is duidelijk gelukt! De afgelopen jaren bleef het maandblad onder redactie van Margie van der Heijden nog beter en mooier worden. Nieuwe automatiseringsmogelijkheden werden enthousiast ingezet om niet alleen de tekstuele maar ook de grafische kwaliteit zo hoog mogelijk te krijgen. Dit eerste maandblad nieuwe stijl is tastbaar bewijs van het ingaan van weer een nieuwe fase. Zoals een vlinder die nóg een keer blijkt te kunnen verpoppen. Al met al een fantastisch podium om jouw stukje van de hobby over het voetlicht te brengen. Schrijf naar aanleiding van de discussie op een verenigingsavond, over een verrassend natuurpark op je vakantie of over een oorlog als die zich een keer in je aquarium afspeelt.

In de agenda blader ik eerst even door naar de maand mei. Er zijn plannen om op niveau van het NBAT-district een keuring te houden voor debutanten. Dit geeft leden die nog niet veel ervaring hebben de gelegenheid om zich te meten met hobbyisten buiten de eigen vereniging en lering te trekken uit discussies met een breder publiek. De opzet lijkt sterk op die van onze eigen contactavond van afgelopen november – ook hier zal alle aanwezigen gevraagd worden hun mening op verschillende punten te geven (eerste indruk, decoratie, dieren, techniek en waterwaarden). Boeiend en leerzaam voor degene die het aquarium laten keuren, maar ook voor de collectieve jury. En leuk om hobbyisten uit de regio te ontmoeten. Per vereniging is er een maximum van twee deelnemers. Laat het dus snel aan het bestuur weten als je interesse hebt.

colofon en nieuws van de voorzitter

Opgericht 18 december 1935 Aangesloten bij de N.B.A.T. K.v.K. nr 40464036

Allereerst natuurlijk de contactavond op maandag 6 januari. Wij schudden elkaar dan de hand met de beste wensen voor 2014 en gaan genieten van een lezing over Chichlides van de heer Leo Brand. We hopen je daar te mogen begroeten! Jan Willem van der Kooy Voorzitter

ONS NATUURGENOT 1, 2014

1


VOORWOORD

Ons eerste nummer in groot formaat!

M

et grote trots presenteer ik hierbij ons nieuwe ONG ledenmagazine. Ons blad is een volwassen blad geworden op A4 formaat en bijna helemaal in kleur. Wel zal deze in plaats van 10 maal per jaar, nu 5 maal per jaar uitkomen. Dat betekent dat elk blad de ledeninformatie voor 2 maanden zal bevatten.

12

Dit jaar zullen we extra aandacht besteden aan de vissen die we bij onze leden zelf hebben aangetroffen en ik hoop dan ook van harte dat dit inspiratie is voor alle leden om een verhaal te maken over hun eigen vis of plant. Ook gaan we weer de hort op om bij de adverteerders eens een kijkje te nemen wat we voor interessants kunnen ontdekken. De maand december betekent meestal voor iedereen een drukke maand. Eerst Sinterklaas en dan de Kerstdagen. Wat vaak uitloopt op veel te veel eten en soms ook ietwat teveel drinken. Redenen genoeg dus om deze maand eens extra de benen te strekken en te gaan wandelen in onze mooie natuur. Zo ontdekte ik in een bos in de Ardenne diverse prachtige paddestoelen die we nog nooit had gezien. Een was helemaal groen en een andere had een klein dopje op zijn hoed zitten alsof er een eikeltje bovenop was gevallen. Maar hierin zaten zijn sporen. Rest mij jullie nog geweldige feestdagen te wensen en een heel gelukig en gezond 2014! Tot maandag 6 januari, waar we weer geĂŤnthousiasmeerd worden door Leo Brand. Margie v.d. Heijden Redactie

2

ONS NATUURGENOT 1, 2014

20

7 1

Nieuws van de Voorzitter Jan Willem v.d. Kooy

2

Voorwoord redactie en inhoud

4

Aankondiging contactavond

6

Elektrisch geleidend vermogen


Inhoud

Aquarium- Terrarium- en Insectariumvereniging

ONS NATUURGENOT GOUDA

29

23

25

16 7

Astyanax jordani Blinde Holenvis

12

23 Nannocharax fasciatus Afrikaanse Pijltetra

Cleithracara maronii

25 Bromeliaceae

16

27/28 Agenda en beurzen

Sleutelgatcichlide

Salarius fascianatus Slijmvis

20

Waterslangen

Ledeninformatie

29

Enneacanthus chaetodon Schijfbaarzen

ONS NATUURGENOT 1, 2014

3


aankondiging ledenavond januari

HOUDEN VAN CICHLIDEN H

et houden en verzorgen van een aquarium geeft vaak veel voldoening. Of het echter zo’n rustgevende hobby is als vaak wordt beweerd, is volgens mij toch een heel ander verhaal. Natuurlijk, het is een prachtige hobby, met grenzeloze mogelijkheden. Vaak begint men met het houden en verzorgen van een gezelschapsaquarium met de daarbij behorende planten en vissen. Maar net zo vaak laten we dan, nadat we een paar keer problemen hebben gehad met algengroei, het kopje hangen en raakt men hierop, jammer genoeg veel te snel, uitgekeken. Er zijn dan echter best nog wel andere mogelijkheden. Over één van die andere mogelijk- maar ook onmogelijkheden gaat deze lezing, het cichlidenaquarium.

door Leo Brand

Maar of dat alle problemen omzeilt ? Tijdens deze lezing passeren tal van aquaria de revue waarbij we vooral de Cichliden van het Tanganyikameer, het Malawimeer het Victoriameer onder de loupe nemen. Na de pauze reizen we naar Midden en Zuid Amerika en zullen vooral de Cichliden van het Orinoco gebied, de Rio Negro en het Amazonegebied aan bod komen. Deze lezing met heel veel soorten vissen uit de voornoemde gebieden zal u verrassen en verbazen. Een speciale lezing voor de echte cichlide liefhebbers onder u maar zeker ook geschikt voor alle andere aquarianen.


door Willem van Wezel

De van Wezels zijn Aquarianen (met een hoofdletter A!) die op hun eigenwijze en met hun eigen ideeën de aquariumhobby naar een hoger plan weten te tillen.

ie beter dan Willem van Wezel kan ons alles vertellen over “Het Aquarium”. Willem van Wezel is min of meer de grondlegger van de Zoetermeerse school; een substroming van de Nederlandse manier van Aquascapen die met name bladcontrasten erg hoog op de agenda heeft staan. Met deze manier van Aquascapen behaalde Willem van Wezel, buiten al eerder meerdere verenigingskampioenschappen binnen gesleept te hebben, in 2005 en 2006 de 2e plaats op de Landelijke Huiskeuring. In 2008 wist hij de fel begeerde 1e plaats te behalen en werd daarmee landskampioen. In 2010 haalde hij ondanks lichamelijke tegenslagen, met hulp van zijn zoon Fred nog een derde plek tijdens de landelijke huiskeuring.

Veel artikelen van zijn hand over de mens achter de aquariumhobby zijn al meerdere malen gepubliceerd in binnen en buitenlandse bladen. Hij heeft maar een doel voor ogen en dat is kennis overdracht naar anderen en het vergaren van kennis bij mede aquarianen. Kortom een veelzijdige man wat veel aandacht vraagt, maar zeer zeker ook krijgt. Bij zijn presentaties is het moeilijk om in slaap te vallen, deze getuigen van enthousiasme en veel liefde voor de hobby. Ook de humor ontbreekt niet. Zijn motto is nog altijd “een dag niet gelachen is een dag niet geleefd”.

Bezoekers uit verschillende landen hebben ze al over de vloer gehad zelfs 2x uit Japan.

WOORDZOEKER M

Z

P

K

E

O

N

S

O

P

E

A

A

M

A

Z

O

N

E

R

E

V

L

L

I

O

K

O

R

E

R

O

I

E

M

N

R

T

S

T

V

E

N

Q

O

G

O

L

U

A

A

R

G

U

S

M

E

E

U

W

L

A

R

L

S

P

L

A

N

T

P

A

A

I

E

N

I

O

O

E

U

N

R

N

L

K

U

R

O

O

G

L

A

S

A

A

L

S

M

Z

Zoek de woorden en streep ze weg, de overgebleven letters vormen de oplossing

Amazone Ara Argus Glasaal Groep Gup

Koi Lek Logo Meerval Meeuw Mossel

Oer Oor Ozon Paaien Paling Plant

Sla Slang Slepen Snoek Snot Tor

Voer Zalm Zien Zoetwater Zool

aankondiging ledenavond februari

W

HET AQUARIUM


Techniek

Elektrische geleidend vermogen. Over elektrisch geleidend vermogen, oftewel elektrische geleidbaarheid, is al veel gezegd en geschreven. Sommige auteurs, waaronder Schliewen, zijn van mening dat het meten van het elektrische geleidend vermogen voor de aquariumhouder van weinig nut is. Andere auteurs, waaronder Schaeffer en Schmidt, denken daar enigszins genuanceerder over. Hoe het ook zij, ook hier ligt de waarheid waarschijnlijk in het midden. In ieder geval hoopt dit stukje wat kennis toe te voegen voor diegene die geïnteresseerd is in het wel en wee van de aan haar of hem toevertrouwde levende have. De vraag is dus: “wat is elektrisch geleidend vermogen en wat kan men ermee doen?” Het elektrisch geleidend vermogen is de som van alle in het water opgeloste ionen (elektrisch geladen deeltjes), d.w.z. de opgeloste zouten. In natuurlijke wateren veroorzaken de hardheidsvormers (GH = carbonaathardheid + sulfaathardheid) het grootste deel van het geleidend vermogen. Door de negatieve of positieve elektrische ladingen van ionen wordt stroomgeleiding in water mogelijk gemaakt (een negatief geladen ion is een anion, een positief geladen ion is een kation). Dit fenomeen benut men bij het meten van het elektrisch geleidend vermogen. Men meet dus de tussen twee polen vloeiende stroom. Zijn er veel zouten in het water opgelost, dan vloeit er veel stroom tussen de twee polen. Er wordt dan een hoog geleidend vermogen aangegeven. Zijn er weinig zouten opgelost, dan wordt er weinig stroom geleid; er wordt dan een gering geleidend vermogen gemeten.

6

chloride, fosfaat en andere stoffen belast, dan kan men met deze berekening, helaas, niet veel meer beginnen. Aangezien vrijwel al het aquariumwater, in mindere of meerdere mate, met nitraat, chloride en fosfaten is belast, kunnen we deze omrekening naar hardheidsgraden beter achterwege laten. Voorbeelden van typisch geleidend vermogen Gedistilleerd water 1 uS/cm Omkeer osmosewater 20-60 uS/cm Regenwater (industriegebied) 60 uS/cm Regenwater (landelijk gebied) 30 uS/cm Rio Negro 8 uS/cm Amazonegebied (gemiddeld) 8-70 uS/cm Tanganyikameer 600 uS/cm Drinkwater Amsterdam ca. 500 uS/cm Drinkwater Den Haag e.o. ca. 480 uS/cm Zeewater 42 mS/cm = 42000 uS/cm

Praktische toepassingsvoorbeelden Verschillen in geleidend vermogen betekent eveneens verschillen in osmotische druk (osmose is het zich wederzijds vermengen van twee vloeistoffen door een poreuze wand heen). Deze kennis vindt bijvoorbeeld een praktisch gebruik bij de beoordeling van plantenbeschadiging. Een valisneria die in water met 150 uS/cm wordt gecultiveerd en in water met 600-1000 uS/cm wordt overgezet, ondervindt grote problemen om dit enorme verschil zonder schade te doorstaan. Omgekeerd is het echter precies zo problematisch. Dit voorbeeld betreft de zuivere onderwaterplanten, d.w.z. aquariumplanten in submerse cultuur. Vissen ondervinden evenzo problemen en zouden in feite onder ideale omstandigheden en zo mogelijk Voorbeelden gelijk aan of nagenoeg gelijk aan het geleidend ver1. Zeewater, met zijn extreem hoog zoutgehalte, ge- mogen van het water van hun thuisbiotopen moeten leidt de stroom zeer goed en men meet een hoog worden gehouden. geleidend vermogen. Het kweken van vissen wordt daardoor dikwijls on2. Gedistilleerd water, met zijn extreem laag zoutge- mogelijk, daar de eieren bij van het natuurlijk geleihalte, geleidt de stroom bijna niet en heeft dus een dend vermogen afwijkende waarden sterk zwellen laag geleidend vermogen. of krimpen. In beide gevallen zullen legsels verloren N.B.: De beroemde “Lepel” zout bij waterverversing, gaan. Omkeer osmosewater kan dit verhelpen indien verhoogt het geleidend vermogen zeer sterk en zou, op het juiste geleidend vermogen ingesteld. zo mogelijk, achterwege gelaten moeten worden indien het niet om vissen gaat die brakwater omstan- Schadelijke stoffen Schadelijke stoffen als nitraat worden eveneens digheden verlangen. door het meten van het elektrisch geleidend vermogen waarneembaar. In normale aquaria vindt een Meeteenheden In zoetwater is de meeteenheid uS/cm (micro-Sie- geleidelijke verhoging van verschillende substanties mens per cm) en in zeewater wordt in mS/cm (mil- plaats, zoals nitraat, chloride, fosfaat en andere zouli-Siemens per cm) gemeten. ten. Zo kan men door het meten van het geleidend Omrekening naar hardheidsgraden vermogen, in vergelijking met het uitgangswater, Als vuistregel geldt dat 1 dGH ongeveer met 33 uS/ gemakkelijk vaststellen wanneer het tijd is voor wacm overeenkomt. Dit geldt evenwel voor zuiver en terverversing. onbelast water. Is een aquariumwater met nitraat, Dick Poelemeijer. ONS NATUURGENOT 1, 2014


vis zoetwater

ASTYANAX JORDANI

De Blinde holenvis

O

p zeer veel tentoonstellingen zien we de blinde holenvis in een speciaal ingericht aqaurium. Dit is dan steeds de nabootsing van een ondergrondse grot: druipstenen afhangend van de dekruit en een klein lampje verbergend, een paar opgestapelde stenen en verder niets. Niet schitterend als huiskameraquarium, maar een bijzonder attractiepunt op een tentoonstelling. door Luc Coppens

De blinde holenvis werd in 1949 voor het eerst in Europa geïmporteerd, maar dertien jaar eerder in 1936 ontdekt door een bekende ichtyoloog Jordan in de Cueva Chia, een grot in het dal van de Rio Tampaon, een zijrivier van de Rio Panuco in Zuidoost-San Lous, Potosoi, Mexico. Aanvankelijk werd deze tot de karperzalmen of Characidae behorende soort beschreven als Anoptichthys jordani Hubbs et Innes. “Ichthys” betekent “vis”, “anopt” zonder ogen. De ontdekking van deze blinde karperzalm was natuurlijk een sensatie, maar al gauw werden in andere grotten ook blinde vissen gevonden, die dan andere namen kregen, zoals A. hubbsi en A. antrobius. Het natuurlijke milieu van deze zalmen bleek zich uit te strekken van Texas, over Mexico tot Panama. Een

grondige studie wees achteraf uit dat deze niet alleen blinde, maar ook ongepigmenteerde vissen door hun vorm en alle verdere kenmerken, af te leiden waren van Astyanax fasciatus mexicanus, welke in Midden-Amerika ruim verspreid is, waardoor Anopthichthys jordani een synoniem werd. Omdat ze toch onderling minieme degeneratieverschijnselen vertonen, kon het gebeuren dat gedurende lange tijd de genoemde synoniemen in bepaalde literatuur nog opdoken. In wezen is de blinde holenvis dus geen afzonderlijke soort, maar om reden dat het bijzonder aardige vissen zijn met een typische geaardheid en er lange tijd niets over ze is geschreven, krijgen ze een aparte vermelding.

ken van 7 à 8 cm. De vrouwtjes zijn krachtiger gebouwd en vertonen nog vlakkere kleuren dan de mannen. De kleur van de vissen varieert, afhankelijk van de lichtval, van roze met blauwe en lavendelkleurige vlekken tot een bruinachtige doorzichtigheid met een soms krachtige zilverglans op de flanken. Vanaf de staartwortel tot het midden van de flanken is, zoals dat vaak bij Astyanax-soorten het geval is, een eveneens min of meer duidelijke zilverkleurige lengteband zichtbaar; aan de achterkant is deze band donkerder.

In plaats van de ogen valt een zilverkleurige vlek op met een, bij sommige exemplaren nog duidelijk zichtbaar zwart puntje in het midden. De beenderen van de oogholte zijn De importen van de blinde holenvis min of meer normaal ontwikkeld. De zijn meestal ongeveer 4 cm groot en oogkas is gevuld met een dik vettig kunnen maximaal een lengte berei- weefsel. ONS NATUURGENOT 1, 2014

7


Blinde holenvis Volgens de Amerikaanse onderzoekers Myron Gordon en Breder is de achteruitgang van de ogen beslist verschillend. Maar de vissen zijn niettemin altijd volledig blind. Albert Greenberg onderzocht twintig generaties die onder een sterke belichting werden grootgebracht en stelde daarbij vast dat er geen en-

kele ontwikkeling van de ogen of de pigmentering had plaatsgevonden. Het gezichtsverlies wordt niet gecompenseerd door een superieure zijlijn, maar wel door een betere ontwikkeling van de smaakpapillen, de tastzin en zeer goed ontwikkelde che-

mische zintuigen wat bij het voeren en het voortdurend afzoeken van de bodem naar eetbare dingen kan worden waargenomen. In tegenstelling tot andere minder vriendelijke Astyanax-soorten toont de blinde holenvis geen roofzuchtige neigingen. Hoewel blind, kan Astyanax jordani zijn “mannetje staan� in een normaal gezelschapsaquarium. Het zijn verdraagzame kostgangers welke alle voedselsoorten aannemen, waarbij ook kleine dunne regenwormen behoren. Ze eten behoorlijk veel, maar kunnen het daarna gedurende een lange tijd op hun reserve uithouden. Men neemt aan dat de vissen in hun natuurlijke milieu van holenkreeftjes en vermoedelijk ook van organische afvalproducten leven. Het is een scholenvis: een miezerig koppeltje zal de liefhebber weinig laten beleven zoals uit waarnemingen van Ladiges blijkt. Hij bestudeerde het gedrag van een school die samen met andere vissen in een ruim aquarium werd gehouden.

8

ONS NATUURGENOT 1, 2014


van de zwembewegingen wordt van grote betekenis geacht, omdat daardoor het zijlijnorgaan en het uitstekend ontwikkelde kopporiënorgaan in voldoende mate kunnen functioneren. Soms lijkt het harmonische en gelijkmatige in de af en toe enigszins rukachtige bewegingen te ontbreken.

Tampa voor het eerst met de blinde holenvis kweekte en daarbij waarnam, dat het vrouwtje na de eerste paringen meestal alleen doorging met het afzetten van eieren. Innes nam daarbij aan dat de zaadstrengen in het water langer levensvatbaar zijn dan bij andere vissen.

Omdat Dr. C.N. Breder jr. en zijn staf aantoonden dat de blinde holenvis wel gevoelig is voor licht en de donkerste hoeken van een aquarium opzoekt, gaat de Daarbij kreeg Ladiges helemaal voorkeur niet uit naar het goed niet het idee dat hij te maken verlichte gezelschapsaquarium, had met vissen die niet konden maar naar het al genoemde grozien, want alle bewegingen wa- taquarium; geen planten, enkele ren gericht en normaal. Hoewel stenen op een zand- of slikboze zeer snel konden zwemmen, dem en een matige, diffuse beontweken ze zeer handig iedere lichting. De temperatuur kiezen hindernis. Niettemin zal het de we tussen de 18 en 23 °C; ééngoede waarnemer opvallen dat maal een waarde aangenomen, ze een bijzonder zwemgedrag deze zo constant als maar mohebben; een min of meer ritmi- gelijk houden. In de natuur wijsche golfbeweging waardoor de zigt de hardheid van het water zwembewegingen wat anders met de seizoenen, maar is toch zijn dan bij “normale” vissen. Het aan de lage kant. merkwaardig golvende karakter Innes vermeldt dat Roy Bast in

De vissen paren dicht tegen elkaar aangevlijd, doorgaans vlak boven de bodem. De eitjes die een geringe kleefkracht hebben, vallen op de bodem. Als er geen legrooster wordt gebruikt, moeten de ouders direct worden verwijderd daar ze anders de eieren opvreten. Na een drietal dagen komen de eitjes uit en na zes dagen zwemmen de larven vrij. Ze hebben ogen waarmee ze echter niet kunnen zien. Het opkweken verschilt niet van dit bij andere karper soorten.

vis zoetwater

Net als de medebewoners aten ze graag watervlooien en Tubifex en vielen ze andere, gezonde vissen niet lastig zo lang deze tierig waren en konden uitwijken voor de snel zwemmende holenvissen. Kwamen deze echter in aanraking met een niet goed meer zwemmende, krachteloze of zieke vis, werd onmiddellijk een vreetactie opgewekt en hapten alle exemplaren van de school toe en leek hun gedrag een beetje op dat van piranha’s.

Sinds de eerste kweekbeschrijving is de blinde holenvis in grote aantallen nagekweekt en geëxporteerd.

ONS NATUURGENOT 1, 2014

9


CLEITHRACARA MARONII

Een rustige bewoner van het aquarium van Menno Koster.

Omdat

we al eens een artikel hebben gewijd aan de Pterophyllum Scalare, die erg veel weg heeft van de Pterophyllum eimekei, de held van het aquarium van Menno Koster, hebben we dit keer gekozen voor de Cleithracara maronii, een andere bewoner van zijn aquarium.

foto’s en copy: M. v.d. Heijden Bron: Pierre Haeck

12

ONS NATUURGENOT 1, 2014

W

etenschappers hebben nog niet lang geleden de naam gewijzigd in Cleithracara maronii. Bij de oudere liefhebbers is hij beter bekend als de Aequidens maronii.

Die laatste vlek is dan het zogenaamde “sleutelgat”. In de natuur komen ze voor in heldere rivieren die vrij schaars begroeid zijn en met veel hout.

De herkomst van deze Sleutelgatcichlide, zoals de Nederlandse naam luidt, ligt in Zuid Amerika en dan met name Guyana, Barinastroom, de Ouanarystroom en de Orinoco delta. Het is een van de vreedzaamste cichliden die altijd per paar gehouden moet worden. Hij kan heel eenvoudig gehouden worden met andere vreedzame vissen, zoals in het geval van Menno, de Pterophyllum eimekei.

We kunnen het aquarium dan ook het beste inrichten met stenen, kienhout en wortels die allen dienen als schuilplaats. Iets wat deze cichlide graag heeft omdat ze nogal schrikachtig kunnen zijn. Verder kunnen wat hardbladerige planten, zoals bijvoorbeeld grote echinodorussen als dekoratie worden geplaatst. Menno heeft voor de Echinodorus “red flame” en de Echinodorus amazonicus gekozen die er erg fraai bij passen.

Zijn naam verraadt ook meteen zijn uiterlijk. Deze vis, die maximaal 15 cm. lang wordt, heeft een zwarte streep door het oog en een zwarte vlek op het achterlichaam.

Deze vis heeft behoefte aan voldoende zwemruimte, wat hij bij Menno ook volop krijgt. Minimale lengte van het aquarium dient 140 cm. te zijn.


vis zoetwater

Wat heel erg fijn is, dat dit een cichlide is die de bodem met rust laat. Dus geen gewoel wat een hoop “stof” in het water brengt. De Cleithracara maronii gedraagt zich erg rustig en zal niet gauw een andere vis iets aan doen. Ze gaan rustig hun gangetje en blijven vaak in de buurt van hun soortgenoten. Anders is het als ze jongen hebben. Dan willen ze duidelijk ruimte om hun heen hebben en schuwen het zelfs niet om vissen die vele malen groter zijn dan zijzelf aan te vallen als deze te dicht in de buurt komen. Het zijn geen kieskeurige maar wel grote eters. Het liefst eten ze levend voer in al zijn vormen waaronder zwarte, witte en rode muggenlarven, artemia, watervlooien maar ook droog-

voer wordt graag genomen. Diepvriesvoer is natuurlijk ook een waardige vervanger

om met een stuk of vier vissen te beginnen. Daar vormt vanzelf na verloop van tijd een koppel uit. Het kweken met de Sleutelgat Als ze het naar hun zin hebben cichilde is niet zo heel erg moei- door ze in lichtzuur, zacht walijk. Maar om te beginnen moe- ter te houden en ze te voorzien ten we natuurlijk zeker zijn van van voldoende schuilplaatsen het bezit van een vrouwtje en en een platte steen, dan kan je een mannetje. Het onderscheid een hoop nakweek verwachten. in de seksen is eigenlijk pas op Het vrouwtje kan wel tot zo’n een wat latere leeftijd te zien. 400 eitjes leggen, die ze afHet mannetje krijgt dan een zet op een steen. Eerst wordt meer langwerpige rugvin en deze steen door de beide ouhet vroutje heeft vaak bij de ders uitebreid gepoetst waarna staartwortel een licht vlekje en de eitjes er op gelegd kunnen heeft een ronder lopende rug- worden. Na een dag of 3 tot 5 vin. Een verschil dat ik in het komen de eitjes uit. Als voedsel aquarium van Menno niet heb moeten de kleintjes van massa kunnen ontdekken. Of het zijn pas uitgekomen artemia nauplitwee van hetzelfde geslacht of ën worden voorzien wat na ze zijn nog te jong om het on- verloop van tijd vervangen kan derscheid te kunnen zien. gaan worden door bijvoorbeeld Maar als we zeker zijn van het cyclops. De jongen worden feit dat we verschillende seksen soms tot wel 6 maanden lang hebben, dan is het het beste door beide ouders verzorgd.

ONS NATUURGENOT 1, 2014

13


Voor al uw kastruimteproblemen.

Breng eens een bezoek aan onze showroom in Zoetermeer. Daar tonen wij u op 340 m2 talloze pasklare oplossingen, zoals op maat gemaakte kamerhoge en kamerbrede schuifwandsystemen. Heliumstraat 206 2718 RS ZOETERMEER 079-3617435 (tel) 079-3617834 (fax) e-mail: info@burgenburg.nl

Openingstijden showroom:

dinsdag t/m vrijdag 10.00 - 17.00 uur vrijdag koopavond 19.00 - 21.00 uur zaterdag 10.00 - 16.30 uur

www.burgenburg.nl


SALARIUS FASCIATUS

Natuurlijk beginnen we dit jaar met de middenpagina te wijden aan een bewoner van onze winnaar van 2013.

In ons zeeaquarium zwemt een vis

waar ik maar niet op uitgekeken raak. Het is de Salarius fasciatus. En hij doet zijn naam echt eer aan want fascinerend is hij zeker. Het lijkt of je echt contact met hem maakt. We zien hem vaak liggen op een van de koralen terwijl hij ons aan het opnemen is. Als we dichter bij de bak gaan staan, komt ie naar ons toe en het lijkt dan wel alsof hij een speciale show voor ons opvoert. Vlak voor de ruit gaat ie dan “dansen” en soms is hij dan zo opgewonden dat hij helemaal van kleur schiet. Het is een echte kameleon. Fantastisch gezicht! Jammer genoeg heb ik er niets over kunnen terugvinden wat de werkelijke reden is dat ie dat doet. Ook vindt ie het leuk om zich helemaal in een grote schelp te wurmen, waardoor alleen zijn prachtige kop nog zichtbaar is. Deze kop alleen is al zo fascinerend dat je blijft kijken. Op zijn kop heeft hij twee kwastjes die een beetje aan (duivels) oortjes doen denken en aan zijn bek, die groot en wit is, lijkt het net alsof er een snor aan hangt. Ik wil hem dan ook graag aan jullie voorstellen en wat meer over hem vertellen: De Salarius fascinatus is een straalvinnige vissensoort uit de familie van naakte slijmvissen. De wetenschappelijke naam is voor het eerst gepubliceerd in 1786 door Bloch. foto’s en copy: M. v.d. Heijden

16

ONS NATUURGENOT 1, 2014


ONS NATUURGENOT 1, 2014

17


Slijmvis

De Salarius fascinatus is een algenetende slijmvis waarvan belangrijk is dat ze in een goed draaiende bak komen met voldoende eetbare algen. Er wordt gesteld dat je deze vis niet samen moet houden met al te agressieve dieren of soorten die dezelfde habitat wensen. Maar in ons aquarium zwemt ook de Enchelyurus flavipes, die ook uit deze familie komt en ook erg dol is op algen, maar dat gaat uitstekend samen. Ze respecteren elkaars schuilplekken en wisselen ze soms zelfs onderling. Ook dit is waarschijnlijk apart omdat gesteld wordt dat de Salarius fascinatus er niet van houdt wanneer ze hun thuis moeten delen met andere algenetende soorten. De Salarias fasciatus staat bekend als de super-populaire grasmaaier blennie. Hij komt voor in de Indo-Pacific, Afrika en in de Rode Zee tot Micronesië. We hebben hem klein gekocht wat ook altijd wordt geadviseerd. In een groot aquarium is het aan te raden om hem te plaatsen in de buurt van rotsen om de beste kans te hebben op het creëren van een leefbare, rustige, stabiele, pikorde. In ons relatief kleine aquarium zitten overal rotsen, waar hij op kan liggen of achter kan verschuilen. Men stelt dat bij het houden van meer exemplaren er geheid ruzie zal ont-

Het dansen voor de ruit en het volledig van kleur veranderen blijft een fascinerend gezicht.

Voldoende grote schelpen zijn noodzakelijk omdat hij daar graag in wegkruipt.

18

staan, dus hebben wij het dan ook maar op 1 exemplaar gehouden. Bij de aankoop hebben we goed gelet dat hij niet te mager was omdat dat meestal duidt op het feit dat hij te lang honger heeft gehad. Gescheurde vinnen betekent niet dat ze gedoemd zijn dood te gaan omdat deze blennies snelle genezers zijn.

ONS NATUURGENOT 1, 2014

Maar het is wel van belang om goed naar de ogen te kijken dat ze niet troebel zijn en ook geen ontbrekende schubben en zweren op het lichaam ziet zitten. Let vooral goed op het gedrag, actief en onderzoekend zijn de kenmerken van een goed exemplaar. We hebben de Salarius fasciatus, net als onze andere zeewatervissen, bij onze adverteerder Verloop gekocht. En alle dieren zagen er en zien er nog steeds prachtig en gezond uit. Ook hebben we goed advies gekregen over welke vissen wel en welke beter niet bij elkaar gehouden kunnen worden.

De juiste leefomgeving Voortbordurend op de al genoemde eisen aan de leefomgeving, wordt er gesteld dat de afmeting en de leeftijd van je aquarium van groot belang is voor het bepalen van het succes. Aan te bevelen is een dunbevolkt aquarium van zo’n 300 liter met meer dan een paar kilo levend steen.. Je zult al snel merken dat ze een flink deel van de rotsen en de bodem opeisen als hun territorium. Een volwassen Salarias kan wel 1015 cm worden en wil dan graag een aquarium van 500 liter. Maar eerlijk gezegd hebben wij toch echt het gevoel dat hij het in ons aquarium van 175 liter uitstekend naar zijn zin heeft.


Er wordt gezegd dat het van nature territoriale vissen zijn, die andere dieren van hun algenplekjes zullen verjagen (zowel andere soorten als exemplaren van hun eigen soort!). Maar zoals al eerder gezegd, ook daar merken we niet zoveel van. Eigenlijk past hij zich uitstekend aan bij de andere vissen en valt niemand lastig. Soms komt de andere blennie iets te dicht bij en verjaagt ie hem even, maar er is nooit echt ruzie. Wanneer men de slijmvis samen wil houden met bijvoorbeeld doktersvissen of kleinere konijnvissen die ook algenetend door je bak gaan, wordt wel aangeraden de Salarias als laatste te plaatsen.

maar later ook in de spiermassa. Dergelijke veranderingen kunnen snel optreden en dat betekent dan dat we moeten gaan bijvoeren met zinkende pellets of korrels waar veel algen inzitten. Als alternatief kunnen we ook gedroogde macro-algen voeren: denk aan Nori of Kombu-vellen. Die worden na enige gewenning goed gegeten. De echte “die-hards” die een zo natuurlijk mogelijk systeem nastreven kunnen natuurlijk ook stukken levend steen in een permanent belichte sump laten bealgen en die dan omruilen met kale stenen uit de bak.

Voedsel

Algenetende blennies zijn de belichaming van bedrijvigheid. Zij nemen alleen even rust wanneer ze overdag vanaf een vaste plek hun territorium overzien. Een slijmvis die al te rustig is, is meestal een signaal om de waterkwaliteit eens goed te inspecteren. Ze zijn gevoelig voor de meest bekende ziekten voor rifvissen en reageren goed op de normale behandelingen hoewel ze wel gevoelig zijn voor de juiste concentraties van geneesmiddelen. Dus wees voorzichtig met dosering en controleer de concentraties. De meest overdraagbare aandoeningen kunnen worden voorkomen door een quarantaine periode van twee weken voorafgaand aan hun plaatsing in het centrale systeem, waarbij de kenners een “zoetwaterdip” met methyleenblauw en een aangepaste pH adviseren.

Het zijn bij uitstek algenetende soorten maar let op: niet alle algen. Het overgrote deel van hun dieet bestaat uit groene draadalgen maar ook rode en bruine gaan er wel in. Ze eten echter niet alle typen: de bolletjesalgen (Valoniaceae) en de Cyanophytes laten ze links liggen. Men zegt dat het meest geprepareerde voedsel dat gebaseerd is op dierlijk materiaal door ze wordt genegeerd, maar ook dat is bij ons toch echt anders. Zodra het blokje diepvries voer van Artemi in de bak komt, zwemt hij er met heel veel enthousiasme naar toe en probeert al snel er wat van af te happen. Naarmate een aquariumsysteem ouder wordt verschuift de samenstelling van zowel het microals macroleven. Dat betekent ook vaak het verlies van voedergewassen voor dergelijke grazers. Dat is het beste te zien aan een geleidelijk magerder worden van de algeneters, het eerst in de darmen

vis zeewater

Gezelschap

Ziektes: preventie en genezing

Tenslotte Wat ons betreft zijn het leuke, komische, sterke maatjes voor ons aquarium, waar we heel veel plezier van hebben. Een echte aanwinst!

ONS NATUURGENOT 1, 2014

19


Waterslangen

Waterslangen

O

ftewel slangen die in en rond het water hun voedsel proberen te bemachtigen. De meeste mensen zijn bang voor slangen, maar dit komt meestal door onwetendheid. Ik was eens aan het zwemmen in een meer in Frankrijk, daar kwam ineens een slang aanzwemmen, ik schrok hiervan en wist niet wat te doen. Een mede zwemmer stelde mij gerust; dit zijn slangen die niet giftig zijn en wanneer je ze niet probeert te vangen, bijten ze niet. Ik speur altijd naar slangen, maar na deze ervaring ben ik me nog meer gaan verdiepen in de soorten. copy: Leen Bezem

Wanneer je van de natuur houdt (ik denk dat de meeste aquarianen hier wel geïnteresseerd in zijn) en je wandelt in een waterrijk gebied,

zal je langs een slootrand of in het water misschien wel eens een ringslang (Natrix natrix) gezien hebben.

Deze slang kan een lengte bereiken van meer dan een meter en is betrekkelijk eenvoudig te onderscheiden aan de kleuren en de kenmerken van de ogen. De ring-

slang dankt zijn naam aan de gele vlekken aan weerszijden van de hals, net achter de kop, die aan de bovenzijde soms samenvloeien en doen denken aan een ring.

Op het menu staan voornamelijk kikkers die langs de Maar er zijn nog een paar soorten die nog meer aan oevers van verschillende wateren buitgemaakt wor- het water gebonden zijn. den. In 2007 bezochten we Toscane/Umbrie in Italië en Bij ons in de buurt kan je ze tegen komen langs de kwamen na een rondje langs de steden Florence – Reeuwijkse plassen, het Omloop pad (geluidswal) in Pisa – Siena en Lucca op een mooie camping langs Gouda en het Weegje in Waddinxveen. het meer van Trasimeno..

20

ONS NATUURGENOT 1, 2014


Dit bleek een dobbelsteenslang (Natrix tessellata) te zijn. Deze slang komt niet in Nederland voor en heef t in Europa vooral een zuidoost ver spreiding.

zig, die soms ver smolten zijn tot dwar sbanden. De vlekken zijn meestal donkerder tot zwar t en zijn vaak enigszins vierkant van vorm. De Nederland se naam is te danken aan De dobbelsteenslang heef t het patroon van vierkan een olijfg roene tot don - te zwar te vlekken op de kerbruine of bijna zwar te buik, de wetenschappelijke kleur, in midden-Europa is soor tnaam tessellata bete de g rijsg roene variant de kent ‘g eblokt’. meest voorkomende. Op de De dobbelsteenslang is een bovenzijde zijn meestal 4 echte waterbewoner die of meer reg elmatig e dui - uitstekend kan zwemmen. delijke vlekkenrijen aanwe - Ook in stromend water en

Waterslangen

De volg ende dag liep ik langs het meer om te kijken naar de visser s die hun heng el uitg egooid hadden. Na een tijdje z ag i k een slang in het wa ter zwemmen.

brakwater wordt de slang gevonden, en op het land doet de slang qua snelheid niet onder voor land bewonende soor ten. De ver wante en meer bekende ringslang is eveneens veel bij het water te vinden, maar de ringslang jaagt voornamelijk langs de oever s op kikker s. De dobbelsteenslang jaagt onder water op vissen en brengt een groot deel van zijn leven onder water door. In Lago Trasimeno jaagt de Natrix tessellata door enkele meters vanaf de kant zichzelf met onderlichaam en staart te verankeren in de waterplanten. Hier zwemmen grote scholen vissen. De slang krult z’n bovenlichaam en hals in een S-vormige bocht en wanneer er een vis in de buurt komt, zie je de slang vooruitschieten om de vis te bemachtigen. Ze moeten onder het jagen regelmatig naar boven komen om adem te halen.

ONS NATUURGENOT 1, 2014

21


Waterslangen

In deze streek kom je ook de adderringslang (Natrix maura) tegen. Deze slang leeft in geheel westelijk Europa en de eilanden, maar niet in Nederland. Deze soort is niet giftig en dus ook niet gevaarlijk voor de mens, hoewel de slang wel kan bijten. Het voedsel bestaat uit vissen, amfibieĂŤn en ook wormen, deze soort kan goed zwemmen.

Het leefgebied bestaat uit waterrijke bossen, poelen en vennen, bosranden maar ook in flinke begroeide vijvers wordt de slang aangetroffen.

De adderringslang heeft een koper- tot lichtbruine lichaamskleur met ronde zwarte vlekken die soms een dambordmotief vormen en soms wat smaller zijn en doen denken aan een bandering. Als er niet gejaagd wordt, ligt de De pupil is rond en de totale lengadderringslang meestal te zon- te is ongeveer 70 centimeter, nen op het droge; bij slecht weer soms iets langer. De kop is wat ziet men de slangen niet omdat breder dan andere Natrix-soorze schuilen in holle bomen en on- ten. Door de kleuren lijken somder houtstapels. mige ondersoorten erg veel op

22

ONS NATUURGENOT 1, 2014

de gewone adder (Vipera berus). Mocht men op vakantie ooit twijfelen, neem dan geen risico; in tegenstelling tot de adderringslang zijn adders giftig. Voor de afzet van de eieren is een broedhoop nodig; deze soort maakt net zoals andere ringslangen gebruik van de warmte van compost om de eieren uit te laten komen.


woord, zullen we dit jaar weer eens bij onze adverteerders langsgaan en voor jullie kijken en melden waar we iets bijzonders of moois tegenkomen voor onze hobby. Deze keer zijn we in Delft bij onze adverteerder

Romberg”

“Aquariumhuis

geweest, waar we een leuk visje tegenkwamen:

Nannocharax Fasciatus copy: Jan v.d. Heijden foto: Margie v.d. Heijden

De naam Nannocharax is afgeleid van het latijnse “nannus”wat klein betekent en uit het Grieks, “charax. Dit staat voor “een vis zonder identificatie”, Het woord fasciatus betekent “gestreept”. Deze, een voor mij onbekende, vis hebben we gezien bij onze adverteerder Aquariumhuis Romberg (Delft). Dit leuke visje, wat niet uitblinkt in uitzonderlijke kleuren, vindt zijn herkomst in West Afrika. Nannocharax fasciatus is een zeer onbekende karper zalm uit W.-Afrika, ook wel bekend als de Afrikaanse Pijltetra en was voor het eerst beschreven door de Duitse ichthyologist Albert Günther in 1867. Hij valt erg op door zijn gedrag, namelijk het met schokjes over het zand “lopen”

Afrikaanse Pijltetra

Gespot bij .... Zoals ik al aangaf in mijn voor-

Verspreiding en beschikbaarheid: N. fasciatus wordt gevonden in een groot gebied van W.-Afrika van Senegal, Niger en Chad in het noorden tot aan Kameroen in het zuiden, alle landen aan de Golf van Guinea. Hoewel N. fasciatus wijdverbreid is en veel voorkomt, is hij bij de aquariumhouders nog een zeldzaamheid. Zo nu en dan komt hij mee met bestellingen van West Afrikaanse importeurs. Omdat ze geen uitgesproken kleuren hebben en niet erg groot zijn, vallen de prijzen meestal mee.

ONS NATUURGENOT 1, 2014

23


Nannocharax fasciatus 24

Beschrijving:

N. fasciatus is een typische zalmachtige met een torpedo gevormd lichaam. Een brede zwarte streep loopt over de volle lengte vanaf de punt van de neus tot aan de staartwortel. De rug is olijf kleurig en de buik crème achtig. Een aantal zwak donker gekleurde banden lopen verticaal over het lichaam. De schubben zijn duidelijk zichtbaar en groot. De ogen zijn groot en een vetvin is ook aanwezig. Alle vinnen behalve de kieuwvinnen hebben 1 of 2 donkere banden. Het geslachtsonderscheid is niet bekend.

Er komt een overeenkomstige genus van characins voor in Z.-Amerika: Characidium (Characidium fasciatum). Een prachtig voorbeeld van evenwijdige evolutie, deze vis lijkt hetzelfde, maar hun verwantschap ligt ver uiteen.

N. fasciatus gebruikt zijn harde buik- en anaalvinnen om mee op de bodem te rusten, en beweegt zich voort met komische schokjes. Zwemmen doet hij met zijn kop schuin naar boven gericht In tegenstelling tot de meeste zalmachtigen is N. fasciatus geen scholenvis, sterker nog als de groep te groot is in het aquarium, zullen de grotere dieren de kleinere verdringen. Dit kan gedeeltelijk opgevangen worden door niet teveel dieren te houden en voor voldoende schuilplaatsen te zorgen. Het zijn geen schuwe dieren en zullen snel aan hun nieuwe omgeving wennen.

(Zuid Amerikaanse soortgenoot)

ONS NATUURGENOT 1, 2014

Het aquarium moet ingericht worden met ruime open plaatsen, zand bodem, maar ook met voldoende schuil gelegenheid. Als voedsel nemen zij graag levend voer, muggenlarven, watervlooien etc. Er zijn geen kweek resultaten bekend. Nannocharax fasciatus is een interessant en leuk klein visje, goed te houden in een aquarium met vreedzame vissen.

N. fasciatus, houdt van goed zuurstofrijk water, temperatuur 23 – 27 ºC, pH 6 – 7.5 en een hardheid tussen de 2 º en 10 º dH.

Jammer dat deze soort niet zo vaak te zien is en het is een uitdaging om deze vissen tot voortplanting te krijgen. Reference: 1.Fishbase species summary 2.Baensch, H. A., Riehl, R.(1982): Aquarium Atlas – Amazon


Jungle in een glazen bak

N

aast aquaria, ben ik ook een groot liefhebber van terraria en al is het me nog niet gelukt om deze in ons huis te mogen verwelkomen, eens zal hij toch wel staan te pronken in onze kamer. Naast mijn geliefde gifkikkertje en salamanders, wordt in een terrarium ook mijn andere liefde vervuld; namelijk planten. En dan vooral bromelia’s. Als ik daarna kijk, waan ik me meteen weer in de jungle en voel ik bijna de heerlijke warme en vochtige atmosfeer om me heen. Tijd om eens wat meer over deze bijzondere planten te lezen. Gelukkig kwam ik een geweldig artikel tegen van Fernand Verbeeck die me een boel informatie verschafte. foto’s en copy: M. v.d. Heijden Bron: Fernand Verbeeck

Om te beginnen, iets wat misschien niet iedereen weet, is dat de Bromeliaceae een hele grote uitgebreide familie is van wel tweeduizend soorten, over maar liefst vijfenveertig geslachten verspreid. Deze plantenfamilie noemt men ook wel de ananasachtigen. Niet zo vreemd, want ook de ananas die wij consumeren, behoort hiertoe. Dat deze exoten populair zijn, heeft verschillende redenen. Allereerst natuurlijk hun prachtige getekende bladeren en de geheimzinnige, lang durende, bloeiwijze met felle kleuren als rood, afgewisseld met geel en soms vermengd of ondersteund door teer blauw of zacht paars. Daarnaast de relatief goedkope aanschafprijs en de eenvoudige vermeerdering zijn motieven die we niet mogen vergeten. D.m.v. scheuten die worden gevormd kan men eenvoudig deze kindplantjes opkweken naar mooie grote volwassen planten.

Voordeel is ook om het op die manier te doen, dat ze de gevlekte of gestreepte bladvorm behouden, omdat iedere nieuwe plant genetisch gelijk is aan de ouderplant.

terrarium plant

Bromeliaceae:

De eerste bromelia’s bereikten als een zoveelste curiosum uit de Nieuwe Wereld, omstreeks 1690 Europa. De geurige en sappige ananasvruchten werden meteen verwelkomd als een “delicatesse”. Midden negentiende eeuw begon men er zich – zij het als sierplant – voor te interesseren. Uitgezonderd één soort, nl. de uit Nieuw Guinea komende Pitcairnea Feliciana, zijn alle andere soorten endemisch voor Amerika Het bromelia-areaal strekt zich uit van Noord-Amerika, over Midden— Amerika tot in Zuid-Amerika en is gelegen tussen veertig graden noorderbreedte en veertig graden zuiderbreedte. Al bij al, is dit toch een strook met een lengte van ca. negenduizend kilometer!

ONS NATUURGENOT 1, 2014

25


Bromeliaceae

echter op zijn beurt een kleine kikker die, met een voor de larve hele ongezonde belangstelling, al hun bewegingen volgt. En als hij nog geen kroost heeft, overweegt dit kikkertje in welke bromelia-plasje hij de eitjes zal deponeren. Nu en dan scharrelt er zelfs een minigarnaaltje of –kreeftje door het water, die waarschijnlijk aan een poot van een vogel was blijven kleven.

In zo’n enorm gebied treft men dan ook alle denkbare biotopen aan. Zo treffen we ze aan zowel op vierduizend meter hoog in Peru, als in de dampende evenaarswouden in Brazilië op zeeniveau. Het in Chili, Peru en Colombia gelegen gedeelte van het Andesgebergte kan samen met de Antillen wel als de bakermat van deze gewassen beschouwd worden. Ook kunnen bromelia’s zich vestigen op verschillende ondergronden. De z.g. “terrestische” bromelia’s nemen de bodem voor lief terwijl andere soorten de rotsen of bomen als standplaats verkiezen. Deze laatsten worden bij de “epifytische” soorten gerekend. Hierbij zijn dan ook nog de “atmosferische” types die geen of nauwelijks wortels bezitten en het levensnoodzakelijke water aam lucht en neerslag ontlenen. Bij beide onderafdelingen vinden we dan ook nog kokervormige en meerspruitige planten. Als voornaamste kenmerk voor de koker- of cisternen-bromelia’s geldt de door de bladeren gevormde, ondoordringbare koker, waarin ze het regenwater opvangen en opslaan. Dergelijke met water gevulde kokers vormen onwaarschijnlijk kleine, maar aan levensvormen rijke biotopen. Insecten verdrinken in deze poeltjes en voeden met hun kadavers massa

bacteriën en eencelligen, in alle maten en vormen. Deze laatste vallen dan weer ten prooi aan muggen- en libellenlarven. Op de rand van de krater zit

26

ONS NATUURGENOT 1, 2014

Een onderzoek in Costa Rica toonde aan dat deze bromelia-aquaria wel tweehonderdvijftig verschillende kleine diersoorten tot huisvesting dienen!. Sterker nog! Wel vijftig van deze soorten zijn nog nooit buiten deze poeltjes waargenomen. Ook piepkleine Utricularia of blaasjeskruidachtigen leven in deze kraters. Kleine vogels, zoals de kolibrie, zijn trouwe bezoekers van de kokerbromelia’s. Deze vliegen edelstenen, zoals ze wel eens genoemd worden, zijn dol op de nectar van de rijpe bloemen. En nemen dan meteen nog wat muggenlarven mee en lessen hun dorst aan het poeltje. Een soort supermarkt om de hoek eigenlijk. De overwegend rode bladkokers zijn zeer in trek bij de vogels, daar de ogen van deze dieren uiterst gevoelig zijn voor het rode gebied van het lichtspectrum.

Dus zijn het niet alleen mooie planten, ze zijn multifunctioneel en verzorgen vele dieren met hun water en voedsel. Daarnaast hebben ze nog prachtige bloemen zoals te zien is aan de kleine selectie voorbeelden.


06 jan

Presentatie “Houden van Cichliden” door Leo Brand

03 febr

Presentatie Willem Wezel “Het Aquarium”

03 mrt

Eigen avond

10 mrt

Ledenvergadering

07 apr

Bespreken Walstad Bak van Robert

? april

Uitje: Duitsland Zoozajak en Landschaftpark

05 mei

Marsha Stadsvogels

02 juni

Presentatie “Vijver en tuinplezier” door Leo Brand

? juni

Uitje: Vlindertuin en nog een verrassing.

Agenda

O.N.G. AGENDA 2014

Juli en augustus vakantieperiode 1 sept

Aquarium bespreking (Wim Berlijn?)

06 okt

Presentatie “Natuur in Panama” door J.v.d. Heijden

03 nov

Uitslag Schouw

01 dec

Oud Hollandse Ontspanning: Bingo!

EVENEMENTEN 2014 26 jan ........................ Terrariumbeurs IJsselhallen aan de Rieteweg 4, Zwolle, www.vhm-events.com. 26 jan ........................ Siervis Nieuwjaars Beurs, De Pannehoef, Wilhelmina 59, 4905 AT Oosterhout NB 6 apr .......................... Daphnia Beurs, Baanderheren-College, v.d. Voortweg 14, Boxtel. www.daphinaboxtel.nl 13 apr ........................ Dendrobatidae Nederland, Kikkerdag in ‘t Veerhuis Nijemonde 4, Nieuwegein. www.gifkikkerportaal.nl 13 apr ........................ TER, in het Euretco Expo center, Meidoornkade 24 te Houten (UTR) , www.vhm-events.com

ONS NATUURGENOT 1, 2014

27


Informatie over lidmaatschap van de Aquariumvereniging “Ons Natuurgenot Gouda” Contributie: Leden 53,00 per jaar Leden zonder NBAT blad 35,00 per jaar Donateur v.a. 25,00 per jaar Nieuwe leden worden gemeld aan de NBAT na ontvangst van de contributie, waarna de leden met het NBAT blad het maandblad “Het Aquarium” ontvangen (vanaf de datum van inschrijving). Opzegging dient schriftelijk minimaal 3 maanden voor het einde van het lidmaatschap bij de Penningmeester i.v.m. financiële verplichting aan de NBAT. Het lidmaatschap loopt van 1 januari t/m 31 december. Als u iemand kent die graag kennis wil maken met onze vereniging, dan kunt u hem/haar dmv onderstaande coupon gratis proeflid maken voor 3 maanden. Hij/zij is dan van harte welkom op onze verenigingsavond en zal dan eenmalig het blad van de NBAT ontvangen en 3 maal ons verenigingsblad. Lever de coupon in bij de eerstvolgende vergadering bij de Penningmeester. Uiteraard als deze persoon meteen lid wilt worden, kan hij/zij óók onderstaande coupon gebruiken en deze opsturen of inleveren bij de Penningmeester. Streep dan het woord (Proef) door. ..................................................................................................................... (Proef) lidmaatschap Naam: ................................................................................................... Geboortedatum: .................................................................................. Adres: ................................................................................................... Postcode: .............................................................................................. Plaats: ................................................................................................... Tel.no:........................................................................... Mail:.............................................................................. Aangemeld door: ......................................................... Ons Natuurgenot Gouda 28

ONS NATUURGENOT 1, 2014


vis zoetwater

ENNEACANTHUS CHAETODON

Het kweken van Schijfbaarzen.

Helaas

ziet men deze vis niet zoveel in de bakken van de liefhebbers. Als men er naar vraagt, is het eerste wat men meestal hoort: “o die! Nee, die worden mij te groot!”. Met die grootte (10 cm) schikt het echter nogal en “wild” kan men ze ook niet noemen, maar ja, iedereen heeft zijn eigen smaak omtrent vorm, grootte en kleur. Maar toch wil ik graag iets over mijn eigen ervaring met deze vis vertellen. Copy Lou de Vries

Twee jaar geleden lukte mij de kweek niet zo goed met mijn paar Enneacanthus chaetodon als in het afgelopen jaar.

echtgenote kleurt.

diepzwart

Ik maakte drie kweekbakken klaar, van 50 x 30 x 30 cm, waarin een zandIk beschikte toen over bodem van 5 cm. dikte. drie stellen schijfbaarzen, die kweekrijp waren. Aan Er mogen geen kiezel of het gedrag van de dieren andere harde substanties kan men direct consta- in het zand zitten, omdat teren of het tijd wordt de man dan de buik en de kweekbak in te rich- de borst- en buikvinnen ten, want het mannetje beschadigt bij het mabegint dan hevig tegen ken van een nestkuil. Hij het vrouwtje te pronken, graaft namelijk niet, maar waarbij hij – merkwaardig waaiert het zand weg genoeg – vaalgeel van door dicht over de bodem kleur wordt, terwijl zijn te glijden.

ONS NATUURGENOT 1, 2014

29


sCHIJFBAARS

Het mannetje is te herkennen aan een korte doorn op de kieuwdeksels en zijn hoger gebouwd dan de wijfjes. De waterstand was vijfentwintig cm. In het midden stond één enkele eikebladvaren, die door een paar gladde kiezelstenen op zijn plaats gehouden werd. De temperatuur kwam overeen met die van de grote bak waaruit de dieren kwamen, nl. 22-23 °C. Na diverse schijnparingen, waarbij het mannetje er snel genoeg van kreeg en het vrouwtje verjoeg, zag ik het vrouwtje prachtig van kleur worden wat duidt op de echte paring. Ze steekt dan behoorlijk af tegen de vaalgele man. Ik heb vaak gehoord, dat schijfbaarzen in de gehele kweekbak kuilen maken, doch bij mij deden ze het bij voorkeur onder de planten. Toen de vissen hun eieren hadden afgezet, werd het vrouwtje verjaagd. Ik schep de

30

ONS NATUURGENOT 1, 2014

vrouwtjes in zo’n geval dan ook altijd uit de kweekbak. De man nam de broedzorg op zich, maar op het moment dat de larven met hun zwempogingen begonnen, waarbij ze rechtstandig omhoog schoten, werden ze door de man uit de nestkuil gewaaierd. Toen ving ik hem ook uit de kweekbak.

een paar dagen was alles weer normaal. Hetzelfde verschijnsel deed zich nog tweemaal voor, met tussenpozen van veertien dagen. De laatste keer zwommen alle visjes in een uitzwemmer van 100 x 35 x 35 cm. Er waren toen nog ongeveer 300 stuks over, de rest was verloren gegaan. Ik verkeerde in de veronderstelling, dat In de drie kweekbakken hadden met het voeren van slootinfusie, de verschillende stellen, met in het begin, parasieten meegeeen tussenpozen van twee da- komen waren, waarvoor de visgen, eieren afgezet. Nu deed jes gevoelig waren, en ook later zich het volgende verschijnsel voerde ik, tezamen met fijne wavoor: toen de visjes ongeveer 9 tervlooien, nog grove infusie bij. dagen waren, zwommen ze op een gegeven moment alle aan Daar ik lid ben van een aquarihet wateroppervlak en dit niet in umvereniging, was ik in de geleéén, maar in alle drie de kweek- genheid hierover met anderen bakken. In ieder kweekbak zaten, van gedachten te wisselen en we naar schatting, 180 tot 200 jon- kwamen tot de conclusie, dat mijn gen. De pomp werd aangezet en vermoeden wel juist zou kunnen in elk van de bakjes een uitstro- zijn en dat door de zouttoevoemer met fijne luchtverdeling ge- ging de parasieten weinig of geplaatst, maar dat hielp niet. Ten heel geen vat meer kregen op de einde raad deed ik in iedere bak visjes zo ze er al niet door vernietwee eetlepels zout en zie, na tigd werden.


Naderhand lukten nog verschillende kweken, alle op leidingwater van 10°DH, zodat er tenslotte ongeveer 900 schijfbaarzen in mijn viskot zwommen. Volgens de beschikbare gegevens, lukt de kweek het best bij een temperatuur van 18 tot 19 °C. Bij mij was dat echter absoluut niet het geval. Volgens mij is dit terug te voeren op het feit, dat de kweekstellen bij mij, gedurende één jaar, in de grote bak aan een temperatuur van 22 °C gewend waren. Nu nog een ervaring met deze vissen: bij een groot kweekstel werd de vrouw in de kweekbak ziek, een storing waardoor ze op haar zijde zwom. Op een gegeven moment hing ze opeens weer rechtop maar dan tegen de voorruit. Zij werd namelijk door het mannetje recht gehouden, want hij drukte tegen haar aan. Ik voerde toen recht boven hun bekken, Tubifex e.a. De man nam zijn gewone portie en het vrouwtje heel weinig. Dit duurde zo drie dagen,

toen stierf het vrouwtje. “Kijk”, dacht ik “deze dieren moeten toch in zekere mate aan elkaar gehecht zijn geweest”. Dit stel had al vier keer samen voor nageslacht gezorgd. Tot zover mijn ervaringen met de heel gewone schijfbaars.

Verdere gegevens over de schijfbaars: Enneacanthus chaetodon komt in de U.S.A. voor van New Jersey tot Maryland. Het is in feite een echte koudwatervis. Een watertemperatuur van 22 °C is in de zomer eigenlijk wel het maximum. In de winter is een lagere temperatuur veel beter. Ze verdragen zelfs een afkoeling tot het vriespunt. Een goede overwinteringstemperatuur is ca. 10 °C. Leffler (1968) vermeldt, dat de vissen zich tijdens de overwintering nauwelijks bewegen. Plotselinge storingen zorgen ervoor dat ze als razenden door de bak schieten, zodat het dan beter is om de voorruit af te dekken, dieren die gedu-

Bij een temperatuur onder de 10 °C, voerde Leffler 1 x per week een flinke portie Tubifex of rode muggenlarven. Droogvoer en ander, zich niet bewegend, voedsel wordt dan niet gegeten. Schijfbaarzen kunnen dus alleen worden gehouden als we ze het gehele jaar levend voedsel kunnen geven! Ze kunnen, tezamen gehouden met andere soorten, zoals de diamantbaars, lijden onder voedselconcurrentie, omdat het langzame en rustige eters zijn, die echter ophouden met eten als ze voldaan zijn. Leffler waarschuwt in dit verband voor het té veel geven van voer in de winter. Leffler wijst erop, dat gezonde dieren altijd een rechtop staande rugvin hebben, zelfs wanneer in de winter de watertemperatuur bijna tot het vriespunt is gedaald. Wanneer de rugvin maar even zakt, blijken ze de volgende dag acuut ziek te zijn.

vis zoetwater

rende de overwinteringsperiode verwondingen oplopen, blijken immers heel moeilijk te genezen.

Schijfbaarzen stellen dus hoge eisen aan de waterconditie. Er moet daarom veelvuldig gedeeltelijk worden ververst, met water van absoluut dezelfde temperatuur. Na de overwintering moeten ze langzaam aan een hogere temperatuur worden gewend. Schijfbaarzen zijn over het algemeen erg gevoelig voor de aanwezigheid van ammoniakverbindingen. Voor een goede verzorging is hard en licht alkalisch water het meest geschikt. ONS NATUURGENOT 1, 2014

31


Aquariumspeciaalzaak

Gildenburgh

Zoetwater Koi Zeewater Vijverfolie Discusvissen HDPE vijvers Meubels Pompen en filters

Alles op gebied van Aquaria en Vijvers

oor: v s e r d a Uw Rookwaren Kansspelen Tijdschriften / dagbladen Kantoorbenodigdheden Cadeau- en wenskaarten

1000 m2 kijkplezier voor het hele gezin! Engelandlaan 23-25 2391 PM Hazerswoude-Dorp Int.Trade Center Boskoop. Telefoon 0172-215569

www.aqua-verloop.nl

Winkelcentrum Bloemendaal • Gouda


DE AQUARIUM SPECIALIST

Waterplanten Vaste lage prijzen!

4 HALEN 3 BETALEN

Gouda - Winkelcentrum Bloemendaal Lekkenburg 49 - Telefoon (0182) 535 243 Zoetermeer - Winkelcentrum ‘De Leyens‘ Broekwegzijde 171- Tel. (079) 341 26 44 Waddinxveen - Kon. Wilhelminaplein 51 Telefoon (0182) 637 474

WWW.DIERTOTAALUTOPIA.NL

Aquarium Magazine Ons Natuurgenot Gouda  

Aquarium vereniging Ons Natuurgenot. Magazine for aquarium, ponds, terrarium and insects lovers.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you