Page 1

Topstukken    

uit het Regionaal Archief Rivierenland    


Topstukken

‐ 2‐  


Topstukken Geachte gast,   De directe aanleiding om dit boekje te maken was  de aansluiting van het voormalige Streekarchief  Bommelerwaard (SAB) bij het Regionaal Archief  Rivierenland (RAR) op 1 januari 2014. Er is in 2013  en 2014 hard gewerkt om deze aansluiting tot een  succes te maken. En daar zijn we goed in  geslaagd.  De archieven, die samen met de verschillende  museale collecties in de streek de boeiende  geschiedenis van de regio Rivierenland in beeld  brengen, zijn nu op één plaats te raadplegen. Dit  is prettig voor iedereen die zich bezighoudt met  onderzoek.  Eén van de gevolgen van deze samenvoeging is dat de topstukken van beide archiefdiensten nu ook onder één dak zijn  samengebracht. En dat is spannend en het voelt een beetje onwennig. Spannend omdat er een nieuwe context is  ontstaan door de samenvoeging. En context is voor een archivaris het belangrijkste wat er is. Zonder context kan er  geen goed onderzoek verricht worden door onderzoekers. Zonder context hebben archiefstukken nauwelijks enige  informatieve waarde. Zonder context is het onduidelijk wat voor een betekenis een archiefstuk heeft gehad of kan  krijgen.  Het voelt ook een beetje onwennig. Het voelt gek dat het oudste archiefstuk hier bij het RAR en dat betrekking heeft  op ons werkgebied niet meer de oorkonde van de stadsrechten van Culemborg is, maar het Obituarium van de  Maartenskerk uit Zaltbommel van het voormalige SAB. We spreken over een verschil van vijftien jaar (1303‐1318)! Het  voelt ook nog onwennig, omdat alle medewerkers nog bezig zijn om zich alles eigen te maken. Dit is een proces dat  veel tijd en inspanning vraagt.  De samengevoegde dienst kent twee vriendenstichtingen. De Vrienden van het Regionaal Archief Rivierenland en de  Vrienden van de Bommelerwaardse Archieven. Beide stichtingen ondersteunen het RAR bij de uitvoering van de niet  wettelijke taken ten aanzien van de archieven. Het ligt in de bedoeling om op den duur beide vriendenstichting te  combineren.  In dit boekje is een aantal topstukken uit de archieven bijeengebracht. Daarbij is gestreefd naar het opnemen van een  aantal stukken uit de archieven van het (oude) RAR en stukken met een enigszins vergelijkbaar onderwerp uit de  archieven van het voormalige SAB. Voor ons is het belangrijk dat de belangstellenden voor ons cultuurhistorisch  erfgoed aan beide zijden van de Waal elkaar leren kennen. En dat kan volgens ons het beste door het verbindende  element te tonen: een aantal van de topstukken van het archief.  Natuurlijk zijn wij er ons van bewust dat er over de in deze publicatie getoonde beperkte selectie te discussiëren valt.  Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke voorkeur voor een archiefstuk. Maar dat is juist het mooie aan en de kracht van  archieven en de archiefstukken. De persoonlijke verbinding en interpretatie die daar aan gegeven kan worden. Voor  mij is de bouwtekening (zie foto) van mijn woning in Tiel uit 1909 ook een van die topstukken.  Mede namens de medewerkers van het Regionaal Archief Rivierenland wens ik u veel plezier bij het lezen van deze  publicatie.    Ella Kok‐Majewska MBA  Directeur / Streekarchivaris  ‐ 3‐  


Topstukken 1. Chronicon Tielense (Toegang 0001, Oud  Archief Tiel 1352‐1812, inv. nr. 1870).    Een bladzijde uit het zesde deel van Chronicon  Tielense. Deze kroniek bevat naast de  standaardwereldkroniek, zoals die geschreven  werden in de Middeleeuwen, ook een deel met  aantekeningen over gebeurtenissen in de het  rivierengebied en omstreken, de Tielse Kroniek.  In korte alinea's zijn bijzondere gebeurtenissen  als overstromingen, overlijdens van bekende  personen en oorlogen genoteerd. Het is  onbekend wie er rond 1450 is begonnen met  het schrijven. In 1556 is de laatste tekst  toegevoegd door Peter van Teeffelen.                                   Hieronder een vertaling van de Latijnse tekst van de eerste vier inschrijvingen op deze pagina:    Strijd om de stad Tiel  Een medogenloze strijd is in 1378 gevoerd in de stad Tiel. Godfried van Arkel, Brienus van Honswijck en vele anderen  zijn er op het Paasfeest (18 april) gedood. Die droeve gebeurtenis is dan ook nog lang daarna spreekwoordelijk  beschreven als die quaden paesdach.    Overlijden van paus Gregorius XI  Op zondag Letare Jerusalem (29 maart) 1378 is paus Gregorius XI van de wereld heen gegaan. Op dezelfde dag is hij  bijgezet in de Janskerk. Bartolomeus, bisschop van Bari, is toen tot paus gekozen en Urbanus VI genoemd. Op  Palmzondag (11 april) is hij gekroond en op Paasdag (18 april) heeft hij na een plechtige processie in het openbaar de  mis opgedragen in de Sint‐Jan en allen de zege gegeven.     Avignonese ballingschap van paus Clemens VII  Ten tijde van die Urbanus VI zijn sommige kardinalen uit Rome vertrokken en naar Avignon gegaan. Zij kozen opnieuw  één der kardinalen tot paus. Deze noemde zich Clemens VII en werd in hetzelfde jaar op Sint Mattheus (21 september)  in Avignon gekroond. Dit schisma duurde veertig jaar voort. Het leidde tot veel tweedracht, schade en zonden,  hetgeen niet gemakkelijk uit te leggen is.    Overlijden van bisschop Jan van Arkel  Op 1 juli 1378 ontsliep Jan van Arkel, bisschop van Luik en indertijd bisschop van Utrecht, in de heer. Hij is  overgebracht van Luik naar Utrecht en daar op eervolle wijze begraven. Toen Jan van Arkel begraven was, droegen de  Luikenaren Arnold van Hoorne voor als hun bisschop. 

‐ 4‐  


Topstukken 2. Obituarium van de Grote of St. 

Maartenskerk in Zaltbommel (Toegang  3020, Archieven van de stad  Zaltbommel (1293) 1327‐1815, inv. nr.  1134).    Een blad uit het dodenboek van het  kapittel van de Sint Maartenskerk te  Zaltbommel. Het handschrift is bij de  instelling van het kapittel in 1303  aangelegd en bijgehouden tot 1569.  Het boek is ingericht volgens de  jaarkalender, waarbij op elke bladzijde  twee dagen in twee kolommen zijn  weergegeven. De inschrijvingen werden  chronologisch onder elkaar genoteerd.  De oudste inschrijvingen staan dus  bovenaan. De maand december is  helaas niet compleet bewaard  gebleven. Dit is met ingang van 1  januari 2014 het oudste archiefstuk van  het Regionaal Archief Rivierenland dat  ook daadwerkelijk betrekking heeft op  het werkgebied van de dienst.                      De eerste twee posten in de linker‐ en rechterkolom volgen hieronder in een vertaling die Wim Bams rond 1990  maakte van het hele obituarium (Zie voor die vertaling toegang 3033, inv.nrs. 49‐50).     Linkerkolom:  Is overleden Ermgardis echtgenote van Gherardus van Est die heeft gelegateerd 5 schellingen te ontvangen op het  feest van Sint Peters Stoel uit een stuk land van de kanunniken gelegen op de Repen.    Is overleden Mechteldis, echtgenote van Gherardus Filsken die heeft gelegateerd 5 schellingen te ontvangen op het  feest van Sint Peters Stoel uit een stuk land van de kanunniken gelegen op de Repen.    Rechterkolom:  Een algemene memorie geschiedt er elke maand één maal voor de zielen van die overledenen die eertijds voordat het  college in Bommel werd opgericht bij het opstellen van hun testament een jaarlijkse cijns hebben verleend tot een  prebende van de parochiepriester in Bommel. Voor deze cijns verrichtte bedoelde priester hun memorie alle jaren op  hun jaargetijden en de kanunniken van de Bommelse kerk, die nu deze cijns ontvangen, hebben bepaald dat voor de  zielen van hen die deze cijns legateerden maandelijks een algemene memorie moet geschieden en dat bij elke 16  schellingen zullen worden gegeven omdat de som van deze cijns slechts zoveel omvat, zoals vervolgens aan het eind  van dit boek beter zal worden uiteengezet.    Memorie van Paulus Colf van Heilwigis zijn echtgenote en van Mechteldis hun dochter met 3 sch.    ‐ 5‐  


Topstukken

3. Stadsrechten Culemborg (Toegang 0826, Oud Archief Culemborg 1318‐1813, inv. nr. 9).    Akte waarbij Jan van Beusichem rechten verleent aan de poorters van Culemborg, 1318. Dit was het oudste stuk van  het Regionaal Archief Rivierenland tot aan de samenvoeging met het Streekarchief Bommelerwaard. Het oudste stuk  is nu het Obituarium van de St. Maartenskerk uit Zaltbommel dat in 1303 begint.     Het stadsrecht bestaat uit twee oorkondes waarvan de oudste onderop ligt. Die dateert van 6 december 1318 en is  gegeven door Jan van Beusichem. De bovenliggende oorkonde is de bevestiging van de onderliggende stadsrechten en  is gegeven door Hubrecht, heer te Culemborg, op 5 februari 1416.    De tekst van beide oorkondes is o.a. terug te vinden in de Historische beschryvinge van Culemborg; Behelzende een  Naemlyst der Heeren van Bosichem, Benevens der Heeren en Graeven van Culemborg, Gesproten uit de Aloude  Graeven van Teysterband; Derzelve Huwelyken, Nakoomelingen, en het Merkwaerdige 't welk onder Haere Regeeringe  is voorgevallen. Mitsgaders een Bescryvinghe van de Stad Culemborg, Derzelver Regeeringwyze, Gebouwen, zoo  Wereldlyke als Geestelyke; Aloude Handvesten, Privilegiën en Voorrechten, enz. Alles by een gebragt Uit Bekende en  Beroemde Historie‐Schryvers, Oude Handschriften, Brieven en Egte Stukken. Door A.W.K. Voet van Oudheusden. Eerste  Deel. Met Kopere Plaeten. Te Utrecht, by J.H. vonk van Lynden, Boekverkoper, MDCCLIII (1753) op de bladzijden 607‐ 617 (oorkonde van 1318)  en 617‐621 (oorkonde 1416).       ‐ 6‐  


Topstukken 4. Stadsrechten Zaltbommel  (Toegang 3020, Archieven  van de stad Zaltbommel,  (1293) 1327‐1815, inv. nr.  127).    Akte waarbij Reynout, graaf  van Gelre, rechten geeft aan  de inwoners van de stad  Zaltbommel, Bommelerwaard  en Tielerwaard, 8 december  1327.        Van het grootzegel van de  oorkonder en de zegels van  Philippe en Ysenbeel,  jonkvrouwe van Gelre, en de  heer Jan, heer van Bilant, in  groene was, zijn alleen nog  fragmenten bewaard  gebleven. De zegels van  Margarete (oudere gravin),  Sophye (gravin van Gelre),  heer Peter (heer van der  Leck), heer Wouter (heer van  Keppel), heer Jacob van  Myrlar, de oude, en heer Otte  van Haelt, zijn helemaal  verloren gegaan.      De hieronder staande transcriptie van de eerste regels is overgenomen uit:  I.A. Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland door onuitgegevene oorkonden opgehelderd en  bevestigd. Eerste deel. De toestand van Gelderland in de eerste helft der veertiende eeuw (Arnhem, 1830), pag. 214‐ 224.    Wi Reynout van Gelren greue doen kont allen den ghenen die desen brief zolen sien of horen lesen, dat wy, by rade  onser vriende ende ons raeds vm sunderlinghe gonst ende trouwen dinst, die ons ende onsen auderen onse ghoede  lude ende getrowe onser stat van Zautbommel van Bomelre wert ende van Tyelre wert ducke ghedaen hebben,  ghegheuen hebben ende gheuen allen, die daer nu wonachtich synen, of namaels zolen wonen, erflike ende  vmmermeer van ons ende van onsen erfnamen of nakomelinghen al sullic recht te hebben ende te behauden, als in  desen brief bescreuen is ende hier na volghet. Int yerste is the wethen, so wie met vuysten sleet, ende ment onsen  amptman claghet, daer af zoel wi hebben een pont suarther Tornoyse, enen coninx Tornoysen voer zestien penninghe  gherekent, oft gelijc payment daer voer, ende den ghenen, die gheslagen is thiin schillinghe derseluer munthen,  behaudelic den daghelixen richter al ziins rechs ende si mit rechte heer hebben bracht. Voert so wie enen minsche  wondet, daer die wonde niet koerbar en is, als leeds lanc ende naghels diip, die betheringhe sal wesen ghelijc den  vuysten slaghe; mer daer die wonde koerbar is, daer af zoel wi hebben drie pont, ende die minsche drie pont, die daer  ghewont is, als leeds lanc ende naghels diip; ende waer die wonde meer dan koerbar is, daer of zoel wy hebben zes  pont, ende die minsche zes pont of hiis hebben wil.          ‐ 7‐  


Topstukken                                                                                                 5. Gildeboek Culemborg, 1750‐1790 (Toegang 0826, Oud Archief Culemborg 1318‐1813, inv.nr. 1807).    Dit register bevat voorin een afschrift van de het in 1747 vernieuwde reglement van het Culemborgse St. Nicolaas of  koopmansgilde (de ‘gildebrief’). Op de perkamenten band bevindt zich aan de voorzijde een afbeelding van de Heilige  Nicolaas, de patroonheilige van het gilde. Aan de achterzijde van het boek is het stadswapen van Culemborg  afgebeeld. Het boek staat bij het archief bekend als het Sinterklaasboek. Het verhaal gaat dat het boek tot begin jaren  '80 van de vorige eeuw ook gebruikt werd tijdens de intocht van de Sint in Culemborg. Helaas zijn daar tot op heden  nog geen foto’s van gevonden.  ‐ 8‐  


‐ 9‐  

6. Plattegrond van de graven in de St. Maartenskerk te Zaltbommel, 16e eeuw (Toegang 3021, Archieven van de Hervormde Gemeente Zaltbommel 1585‐1999,  inv.nr. 1525.    Een van de oudste manuscripttekeningen van de Bommelerwaard is deze plattegrond van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel met daarin aantekening over de  graven c.q. de grafkelders in de kerk. In rood zijn pilaren aangegeven. Dit soort oude tekeningen van grafzerken en grafkelders in kerken zijn zeldzaam. De  tekening, gemaakt van drie aan elkaar genaaide stukken perkament, is helaas in slechte staat. Sommige namen zijn niet meer te lezen. Misschien werden er ook  namen geradeerd na ruiming van een graf. 

Topstukken


Topstukken

    7. Gedeelte uit de 'Fundatiebrief', de stichtingsakte van het Elisabeth weeshuis te Culemborg, met onder meer een  algemeen regelement en een huishoudelijk reglement, 1560 (Toegang 1449, Archief van het Elisabeth Weeshuis te  Culemborg 1560‐1952, inv. nr. 29).    Het Elisabeth Weeshuis is in de Noordelijke Nederlanden het eerste weeshuis waarvoor een nieuw gebouw werd  gerealiseerd. Daarvoor werden de weeskinderen in reeds bestaande instellingen als gasthuizen of bij particulieren, die  een financiële vergoeding ontvingen voor het onderhoud, ondergebracht.    Het Elisabeth Weeshuis werd na het overlijden van vrouwe Elisabeth van Culemborg (1475‐1555) opgericht in 1560.  Bij haar overlijden liet zij het merendeel van haar vermogen na aan diverse instellingen die zich bezighielden met  armenzorg. In het laatste artikel van haar testament ligt de oorsprong van het weeshuis: "Item de reste van mijn  goederen, als de voerscreven erfenisse, schulden, dootschulden, giften ende legaten voldaen ende betaelt sijn sulle,  geve ende late ick den armen". Het bedrag dat overbleef was 57.600 gulden. Van dit bedrag zijn twee weeshuizen  gesticht: één groot weeshuis in Culemborg en één klein weeshuis in het Belgische Hoogstraten, dat ook bezit was van  het geslacht Van Culemborg.    Binnen de West‐Europese geschiedenis is het Elisabeth Weeshuis ook uniek te noemen. In  navolging van het wereldberoemde Ospedale degli Innocenti, geopend in 1445 in Florence, was  dit het tweede weeshuis in Europa dat speciaal voor weeskinderen werd gebouwd. Naast dat er  uiteraard veel verschillen zijn te vinden tussen beide weeshuizen, zijn er ook een aantal  duidelijke overeenkomsten. Beide weeshuizen zijn ontstaan vanuit particuliere initiatieven en  tonen de betrokkenheid bij het lot van de weeskinderen. Tot op de dag van vandaag zijn beide  weeshuizen beeldbepalend in hun stad.     Rechts het stadszegel van Culemborg, een van de zes zegels aan de fundatiebrief.  ‐ 10‐  


Topstukken 8. Akte waarbij prins  Willem van Oranje aan de  magistraat van de stad  Zaltbommel toestemming  verleent tot het verhogen  van accijnzen en het  uitreiken van licenten, ter  tegemoetkoming in de door  de stad te dragen  oorlogskosten, 1574  (Toegang 3020, Archieven  van de stad Zaltbommel,  (1293) 1327‐1815, inv. nr.  560).    Door de verovering van de  stad door de Geuzen in 1572  was Zaltbommel de eerste  stad in Gelderland die in de  zogenaamde Tachtigjarige  Oorlog aan de zijde van de  opstandelingen tegen  Spanje kwam. De stad was  in die tijd van groot  strategisch belang. De  Spanjaarden hebben in 1574  en 1599 de stad tevergeefs  belegerd. Sinds 1574  stonden de stad en de  Bommeler‐ en  Tielerwaarden onder het  gezag van Holland (eigenlijk  onder het speciale  stadhouderschap van de  Willem van Oranje). Nadat  de rest van Gelderland zich  ook had aangesloten bij de  opstand, ijverde Gelderland  voor een terugkeer van de  streek in het gewest. Bommel koesterde en verdedigde echter haar aparte status, die allerlei economische en  financiële voordelen met zich meebracht. De zogenaamde ‘Reductie van Bommel’ zou daarom uiteindelijk pas in 1602  tot stand komen: Zaltbommel was weer Gelders.    Om de oorlogslasten te kunnen dragen kreeg de stad in 1574 toestemming om accijnzen te verhogen en geld te  vragen voor uit te reiken licenten, waarmee kooplieden toestemming kregen om handel te drijven met de vijand.       Prins Willem van Oranje, ook wel 'Willem  de Zwijger' of 'Vader des Vaderlands'  genoemd, sprak en schreef in het Frans,  zoals onder meer blijkt uit zijn  handtekening 'Guillaume de Nassau'.          ‐ 11‐  


Topstukken 9. Stadsrekening  van Culemborg  over de jaren  1374/1375 en  1375/1376,  opgemaakt door  de burgemeesters  Guedert van Delf  en Heinric Muus  (Toegang 0826,  Oud Archief  Culemborg 1318‐ 1813, inv.nr. 173.)    Het boekjaar  begon op St.  Thomasavond (20  December).                                                De tekst van de eerste posten van deze rekening:     Dit is dat Guedert van Delft ende Heinric Muus borghermeister   tot Culenborg opghebuert hebben van der poerten weghen van  Culenborg sint si lest rekenden dat was int iaer ons Heren  MCCC vier ende tsoeventich op Sente Thomaes Avont Apostel  tot in den iaer ons Heren MCCC viif ende tsoeventich    Inden iersten dat die borghermeistere voerscreven der poerten   sculdich bleven doe si lest rekenden           Item van Lambert van der Wade ende Dyric Broecman van  den ciis die verkoft wart des sonnendaghes voer  Korstdach in den iaer voerscreven ende uutghinc des sonnen  daghes voer Sente Johans dach te midzomer int iaer  van viif ende tsoeventich CC lb. LXIII lb. die maken      ‐ 12‐  

V lb. V sc. X d. 

CC lb LXXXI lb. XVI sc. 


Topstukken 10. Stadsrekening van  Zaltbommel over  1543/1544, opgemaakt  door rentmeester Jan  Moliaerts (Toegang 3020,  Archieven van de stad  Zaltbommel, (1293) 1327‐ 1815, inv. nr. 276).    De eerste twee posten  rechts luiden:    Item dit navolgende  bescreven  is alsulcken in boeren ende  ontfang als Jan Moliaert,  rentmeyster  der stadt van van  Zaltboemel van wegen ende    behoef derselver stadt  voerscreven   in geboert ende ontfangen  heeft in den jaere  ons heren xvC vier ende  veertich op  Sint Jansdach in die Korss  Heylige  dagen beginnende ende  geduyrende   totten selven Sint Jans dach  voerscreven   inden iare xvC vijf ende  veertich Ende  elck Pond gerekent voer viii  vuyryser   ende elck vuyryser gerekent  voer  ii stuvers ende 1 oertstuver.    Item vanden wijnacksijns  ontfangen      Het stadsarchief van Zaltbommel bevat betrekkelijk weinig originele stukken van voor 1550. De reden daarvoor is  onbekend, hoewel vaak verwezen wordt naar een verkoop van 'scheurpapier' en perkament door het stadsbestuur in  1831. Wat er destijds precies is verkocht is echter onbekend. Waarschijnlijk is toen (ook) een deel van het archief van  het ambtsbestuur van de Bommelerwaard opgeruimd. Wellicht zijn veel archiefstukken verloren gegaan bij een grote  stadsbrand in 1524.    De bovenstaande transcriptie is overgenomen uit: Bijdragen en Mededelingen Gelre, XXIV (1921), blz. 138‐171. In  verband met de te Zaltbommel gebruikte Kerststijl vangt het boekjaar al voor 1 januari aan.            ‐ 13‐  


‐ 14‐  

Dit archiefstuk is opgemaakt om de hoogte van bepaalde belastingen te kunnen bepalen. Het geeft een inzicht in hoeveel huizen er stonden, hoe groot die  huizen waren (aan de hand van het aantal vuurplaatsen (haarsteden) en  hoeveel mensen er in een huis woonden. 

11. Staat van personen, huizen, haardsteden en paarden in Waardenburg en Neerijnen in 1769 (Toegang 2125, Archief van de dorpen Waardenburg en  Neerijnen 1677‐1811, inv. nr. 175). 

Topstukken


Topstukken                                                                                             12. Opname van huizen, eigenaren, bewoners, beroepen, tekenen van welstand, etc. in Nieuwaal (Toegang 3080,  Archief van de Geërfden (dorpsbestuur), vanaf 1810 Dorpspolder, Nieuwaal 1646‐1838, inv. nr. 1050).    In 1750 vaardigde de Staten van het Kwartier van Nijmegen een plakkaat uit tot ' Opneminge van de huysen met derzelve  groote, het getal van persoonen, en haare qualiteiten, etc. etc. etc.'. De behoefte aan nauwkeurige gegevens voor de  belastingheffing was de reden van deze 'volkstelling' in het hele kwartier. De ambtsbestuurders en lokale autoriteiten  werden belast met het opmaken van de lijsten met gegevens in twaalf vooraf voorgeschreven kolommen.        ‐ 15‐  


Topstukken 13. "Oude rechten van Tiel enz.",  opgemaakt in de 16de eeuw  (Toegang 0001, Oud‐Archief Tiel  1352‐1812, inv. nr. 93).    Het deel begint met aantekeningen  over het weekgeding (de wekelijkse  zitting van de rechtbank /  schepenbank) en bevat voorts  afschriften van privilegiën, stukken  betreffende het richterambt van  Nederbetuwe, landbrieven van Over‐  en Nederbetuwe, Bommel,  Bommeler‐ en Tielerwaarden,  Veluwe, Buren, Maas en Waal, dijk‐  en waterrechten, verbonds‐ en  zoenbrieven en dergelijke.                                             

Transcriptie van het eerste deel van deze pagina:    Dye stadt Rechten van Tijell  T leste vondenis vanden yerste weeck  gedyngh    Item Alle die ghene die hyer gedaecht zijn ende aengesproecken  syn salmen dach leggen int naeste gedyngh    Item Alle die ghene die hyer gedaecht sijn ende nyet aenge‐  sproecken en sijn Ende nyet voercommen en zijn / salmen quyt  wysen vander Daegynghe    Item alle dieghene die hier gedaecht sijn / ende aengesproecken  syn / ende nyet voercommen en zyn / salmen den heer enen  ban toe wijsen van vijfftenhalven schillyngh    ‐ 16‐  


Topstukken

14. Register, bevattende afschriften van de privilegebrieven van de stad Zaltbommel en de Bommelerwaard en  Tielerwaard, vervaardigd op last van de burgemeesters Cornelis Jansz. en Ewalt Jansz. 1586; afschrift door J. de Bie  uit 1621, met aanvullingen tot ca. 1700 (Toegang 3020, Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327‐1815, inv.  nr. 131).    De oorkondes (in plechtige vorm gestelde aktes) waarin de stadvrijheden en privileges werden toegekend, waren  juridisch van groot belang. Maar de ‐ vaak grote‐ stukken perkament (charters), voorzien van zegels, waren ook erg  kwetsbaar. Aan de bewaring ervan werd dan ook grote zorg besteed tot ze na de Bataafs‐Franse Tijd hun juridische  betekenis grotendeels verloren. Meestal waren ze geborgen in speciaal gemaakte kasten of kisten, die van meerdere  sloten waren voorzien. Verschillende functionarissen bewaarden de sleutels, zodat niet één persoon er met de  bewijsstukken van de stadsrechten van door kon gaan.    Voor het dagelijks gebruik op de secretarie van de stad werden afschriften van de stukken gemaakt in dit soort  registers, vaak cartularia of legerboeken genaamd. Om te voorkomen dat burgemeesters, schepenen, raadleden of  secretarissen dergelijke kostbare boeken mee naar huis namen werden ze vaak – net als dit exemplaar – letterlijk 'aan  de ketting gelegd'.    Wat dit register bijzonder maakt is niet alleen de inhoud en de bewaard gebleven ketting, maar ook de boekband met  sluiting, koperen beslag en beschermknoppen. Die dateert nl. nog uit de tijd van het ontstaan van het register. Vaak  zijn dergelijke veelgebruike registers later wel een of meerdere malen herbonden.    In het boek zijn de katernen aan de voor‐ en achterkant ingebonden met schutbladen uit een ouder perkamenten  liturgisch handschrift. Dat gebeurde vaak. Het betrof dan bladen uit boeken afkomstig uit kloosterbibliotheken, die na  de Reformatie als "Paapse boeken" niet meer van belang werden geacht. Maar perkament was duur en de boeken  werden dan versneden tot secundair bindmateriaal.          ‐ 17‐  


Topstukken

15. Genealogische overzicht van de nakomelingen van Andries Leijendecker, overleden in 1491, afkomstig uit een  dijkproces van 1593‐1594 (Toegang 1087, Archief Ambt en dijkstoel van de Overbetuwe 1427‐1838 (1855), inv.nr.  2746).                                 

Obijt 1491 Andries Leydecker den alden Derrisken ther Stege sijn huysfrouw Henrick Leydecker er vursten Arien vander Hoeij gestorven sonder kynder

Johan Leydecker Griet vande Cruyfs sijn huysfrouw 3 kynd

Mr Arent Leydecker Coronn. Et scholaster sonder kynder

Gerrit Leydecker Jenneken Peels Sijn huysfrouw 6 kynder

Elsa van der Elste joncdochter sonder kynder

Andries Leydecker Catharina Aartsack sijn huysfrouw 2 kynder

Elsa Leydeckers Jan Bammers huysfrouw

Anthonis Leydecker Greet van Hoemen

Andries Leydecker Willemke Pelen sijn huysfrouw

Anna Leydeckers Henrick Oelens huysfrouw

           

Anthonia Leidecker gewesen huysfrouw van Wijnolt van der Mack

Johanna Leydeckers Johan Presickhaeffs gewesen huysfrouw

Allyt Lydeckers Derrick van Tills gewesen huysfrouw sonder kynder

Jan Banner Gijsbert Banner gebruders

drie soen noch inden leven

‐ 18‐  

Henrick Leydecker Neelke Toumans

Elsken Leydeckers sonder kynder

Jenneken Leydecker Willem Jongens

Met Leydeckers Evert Canis huysfrouw


Topstukken 16. Manuscript voor een  publicatie door ds. E. van  Alphen, getiteld 'Zegels en  wapens van de  Bommelerwaard', 1970  (Toegang 3497, Collectie  Aanwinsten en  documentatie  Bommelerwaard 14e eeuw  – 2013, inv.nrs. 534‐536).                          Het voormalige  Streekarchief  Bommelerwaard kreeg dit  manuscript in 1995 van het  Maarten van  Rossummuseum te  Zaltbommel (thans  Stadskasteel Zaltbommel).  Een kopie staat nu op de  studiezaal van het Regionaal  Archief Rivierenland.     Het Wapenboek werd ook gebruikt door de heer P. van der Zalm bij zijn onderzoek ten behoeve van het Wapenalbum  van de Bommelerwaard. Dat zeer uitgebreide Wapenalbum bevat afbeeldingen en beschrijvingen van familiewapens  met betrekking tot de Bommelerwaard aangetroffen in archieven in heel Nederland. Hij maakte gebruik van  archieven, literatuur, zegels, wapenborden, etc. Dat Wapenalbum is op naam doorzoekbaar op de website van het  voormalige Streekarchief Bommelerwaard. Hieronder enkele afbeeldingen uit het album over de familie Timmer,  waarvan het wapen met drie passers ook op de illustratie hierboven voorkomt.                                    ‐ 19‐  


Topstukken 17. Herman A. Vos  [tekeningen], Het ABC van  het Naziregiem  ([1945]).Leuven ; Brussel :  cop. A.N.U.M. (Toegang  0623, Bibliotheek  Regionaal Archief  Rivierenland, inv. nr.  9545AB).                                                                              

In dit boekje wordt aan de hand van het  alfabet het Naziregime op de hak genomen.  Het hele boekje is ook te raadplegen via  www.geheugenvannederland.nl      ‐ 20‐  


Topstukken

                          18. J. v.d. Starre, Nazi‐terreur in de Bommelerwaard (Utrecht 1945) (Toegang 3503, Bibliotheek voormalig  Streekarchief Bommelerwaard, nummer 762Boek).     Kort na de oorlog verscheen dit boekje over de oorlog in de Bommelerwaard van de hand van J. van der Starre,  afkomstig uit Den Haag en verblijvend in Gameren tijdens de oorlog. Het is geïllustreerd met tekeningen van Herbert  Craner. Op een indringende wijze worden de gebeurtenissen in de Bommelwaard beschreven.     Op de afgebeelde pagina's begint het verhaal over de zoektocht door de Duitsers in Brakel naar verzetsman W. van  Dam van Brakel in september 1944. De bevolking werd bijeengedreven op de Markt in Brakel (zie de tekening met de  Hervormde kerk op de achtergrond). Ondanks dat de Duitsers Van Dam van Brakel niet konden vinden, liep het geheel  met een sisser af en vielen er geen slachtoffers. 

‐ 21‐  


Topstukken                                                                                                 19. Nieuwe Tielsche kantoor en schrijfalmanak: volgens den Nieuwen verbeterden Gregoriaanschen Stijl etc. (1814).  Zalt – Boemel : Johannes Noman (Toegang 0623, Bibliotheek Regionaal Archief Rivierenland, inv. nr. 953A).     In almanakken worden vaak astronomische gegevens gecombineerd met informatie over bijvoorbeeld de tijden van  zonsopgang, zonsondergang, volle maan, getijden, maar ook dienstregelingen en openingstijden van  overheidsinstellingen, feestdagen, posttarieven en weersvoorspellingen. Ook worden er de namen van de leden van  diverse overheidsinstanties, kerkgenootschappen en waterschappen in gepubliceerd. Dit is één van de kleinste boeken  in de bibliotheekcollectie van het Regionaal Archief.  ‐ 22‐  


Topstukken                                                                                           20. Bommelsche comptoir en schryfalmanach, 1756 (Toegang 3503, Bibliotheek voormalig Streekarchief  Bommelerwaard, nr. S345).     Johannes Willem Kanneman begon waarschijnlijk in 1755 met de uitgave van de 'Bommelsche comptoir en schryf  almanach'. Naast een 'kantoor en schrijf' almanak, verzorgde zijn opvolger in Zaltbommel Hugo Hendrik de Meijere in  de jaren 1794‐1799 ook de 'Oprechten Zalt‐Boemelschen almanach'. De Meijere gaf de drukkerij weer door aan  Johannes Noman. Ook die gaf twee almanakken uit. Voor 1817 is er nog een derde variant bekend, een plakalmanak.  Drukker en uitgever Noman stopte in 1862. In 1919 begon J. Pekelharing opnieuw met een Zaltbommelse almanak. De  laatste verscheen in 1934. Alle Zaltbommelse almanakken zijn in te zien en op woord doorzoekbaar in de  periodiekenviewer op de website van het voormalige Streekarchief Bommelerwaard.  ‐ 23‐  


Topstukken

21. Wederopbouw Ochten, 1946. Tekening van ir. W.Ph. van Harreveld. Werkexemplaar van de wederopbouwdienst, streekbureau Tiel. (Toegang 0682, Archief gemeentebestuur van Echteld 1945‐1960, inv. nr.  753).                             Ochten is tijdens de Tweede  wereldoorlog nagenoeg met de grond  gelijk gemaakt tijdens de slag om de  Betuwe in 1944. Bij de wederopbouw  van het dorp is de infrastructuur  nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte  van de vooroorlogse situatie. Aan de  wederopbouw van het dorp is tot  ongeveer 1952 gewerkt.     ‐ 24‐  


Topstukken

22. Tekening van Ammerzoden met bestaande en  verwoeste panden op het einde van de Tweede  Wereldoorlog, gemaakt door architect H. van Putten  te Bussum in 1945 (Toegang 3169, Achief van de  parochie Ammerzoden 1674‐1986, inv.nr. 131).                         Vanaf oktober 1944 tot mei 1945 lagen de dorpen  Ammerzoden, Hedel en Maasdriel in de frontlinie. In  deze maanden werden vooral in Ammerzoden en  Hedel veel gebouwen verwoest. Naast Ammerzoden  en Hedel hadden ook onder andere Ochten en Tiel  veel te lijden onder de beschietingen van de  geallieerden.     ‐ 25‐  


Topstukken

23. Doopaantekening van Johan Derk van der Capellen tot den Poll uit 1741 (Toegang 0010, Doop‐, trouw en  begraafregisters  van dorpen en steden in het werkgebied van het (oude) RAR, inv.nr. 1444).     J.D. van der Capellen tot den Poll, een van de beroemdste Tielelenaren, werd geboren in november 1741. Hij is vooral  bekend geworden als schrijver van 'Aan het Volk van Nederland', een anoniem pamflet uit 1781 waarin de  vriendjespolitiek van de regenten en het  zwakke beleid van Willem V werden aangeklaagd. Het werd de  geloofsbelijdenis van de patriotten in Nederland. 

Johan Derck                                      

soon van den hoogwelgeboren Heer Frederick  Jacob Derck Baron van der Capellen  Heer van Appelthern ende Outforst  Capitein van een compagnie voetknegten  De Hoogwelgeboren Vrouwe Anna Elisabeth   Baronesse van Bassen  Peet de hoogwelgeboren heer Derck  Reijnder Baron van Bassen  Getuigen  de Hoogwelgeboren heer Jacob Derck  Baron Sweerts de Landas Vrijheer   van Oijen en Landschadenhof, Heer van   Boedelham en Wittensteijn  Ten doop gepresenteert door de Hoogwelgeboren Vrouwe  Wilda Barones Douariere van Brakel tot  den Brakel gebore Baronesse Wijhe tot Echteldt  ‐ 26‐  


Topstukken

  24. Huwelijksakte van Eduard Manet en Suzanna Leenhoff  28 oktober 1863 (Toegang 3151, Burgerlijke stand  Bommelerwaardse gemeenten 1811‐1998, inv.nr. 437).      Ongetwijfeld is de echtverbintenis van de Franse  impressionistische schilder Eduard Manet en de Bommelse  Suzanna Leenhoff, het beroemdste huwelijk in de  Bommelerwaard. Eduard Manet, bekend van schilderijen als  de Spaanse zanger (1860), Olympia (1863), Een bundel  asperges (1880) en natuurlijk van Le déjeuner sur l'herbe  (1863), trouwde in de kerk en op het stadhuis te Zaltbommel  met Suzanna Leenhoff, een dochter van de stadsbeiaardier.  Verschillende leden van de familie Leenhoff huwden met in  Frankrijk verblijvende kunstenaars (Mezzara, Vibert). Een  broer van Suzanne, Ferdinand Leenhoff, werd een beroemd  beeldhouwer en heeft o.a. het beeld van Jan Pietersz. Coen in  Hoorn gemaakt. Manet beeldde zijn vrouw vaak af op  schilderijen.    Het archief heeft ook een authentiek afschrift van de  geboorteakte van Eduard Manet (zie links), dat moest  worden ingeleverd ten behoeve van zijn huwelijk. Dit afschrift  is bijzonder omdat de originele akte verloren is gegaan bij de  opstand van de Parijse Commune van 1871.  ‐ 27‐  


25. Kaart van de Tielerwaard, 1759 (Collectie kaarten Regionaal Archief Rivierenland, voorlopig nummer 7).    Deze kaart is gemaakt door W.A. Bachiene (1712‐1783) en is een verbetering (met name de loop van de rivieren) van twee oudere kaarten. De oudste kaart is uit  1699 van landmeter Wouter Leempoel. De tweede kaart dateert van 1729 en is van landmeter Hendrik Tas.  De kaart is opgedragen aan alle heren in de  Tielerwaard, waarvan de familiewapens onderaan de kaart staan afgebeeld.  De kaart is uitgegeven door Johan Willem Kanneman te Zaltbommel. 

Topstukken

‐ 28‐  


‐ 29‐  

26. Topografische en hydrografische kaart van de Bommelerwaard, getekend door H.F. Fijnje in 1838. (Toegang 3152, Collectie kaarten en tekeningen  Bommelerwaard, inv. nr. E 100015).    De kaart is gemaakt in het kader van een studie om tot een betere ontwatering van het gebied te komen. De Bommelerwaard ligt dermate laag dat bij een  dijkdoorbraak het hele gebied overstroomt 

Topstukken


‐ 30‐  

27. Gedeelte van een kaart van de Nederrijn en Lek, ca. 1793 (Collectie kaarten Regionaal Archief Rivierenland, voorlopig nummer 21).    De hele kaart laat het rivierengebied zien van Arnhem tot aan Culemborg. Let vooral op de diverse veldnamen die er op aangegeven staan.  

Topstukken

       


‐ 31‐  

28. Dijkkaart van Hedel, van de 'aenschouw' tot de 'uijtschouw', getekend door F. Bellingan, 1682 (schaal ca. 1:10.000) (Toegang 3152, Collectie kaarten en  tekeningen Bommelerwaard, inv. nr. 411).    Kaart van de Maasdijk onder Hedel van de grens met Ammerzoden tot de grens met Driel. Op de kaart staan de diverse dijkpalen en de afstanden tussen de  palen aangegeven. De kaart hoorde tot een register waarin vermeld stond wie welk stukje dijk moest onderhouden (dijkonderhoud in natura). Op de kaart  staan verder aantekeningen van dijkdoorbraken, het fort Kijk in de Pot op de grens met Ammerzoden, de Hedelse korenmolen en wegen die op de dijk  uitkomen. 

Detail van de grenspaal  tussen Hedel en  Ammerzoden, het fort Kijk  in de Pot en links de plaats  waar de dijk naar binnen  toe werd verlegd vanwege  dijkdoorbraken in 1584 en  1658. 

                   

Detail met daarop o.a.  aangeven de plaats waar de  dijk naar binnen werd  verlegd vanwege een  dijkdoorbraak in 1504. Aan  dat stuk dijk, tegenwoordig  nog Molendijk geheten, is  de Hedelse korenmolen  afgebeeld. 

Topstukken


‐ 32‐  

29. Kaart door J. Perrenot, 1761. (Collectie kaarten Regionaal Archief Rivierenland, voorlopig nummer 10).     Zeer gedetailleerde kaart gemaakt door J. Perrenot in 1761. Door de inkleuring ligt de nadruk van kaart op het Land van Arkel, de Heerlijkheid Hagestein  en de graafschappen Buren en Culemborg.  

Topstukken


‐ 33‐  

30. Kopiekaart van 'Het Gehele Monnike‐land' (Munnikenland – Monnikenland), een polder gelegen nabij Brakel en Loevestein, opgemeten in 1792 door  landmeter M.D. de Jongh. Deze kopie is vervaardigd in 1843 Te Zuilichem (Toegang 3152, Collectie kaarten en tekeningen Bommelerwaard, inv.nr. G 50.     Rechts het beroemde slot Loevestein. Links onderaan het Huis Munnikenland. Rechts onderaan staan de namen van de eigenaren en pachters vermeld, samen  met de omvang van de percelen.  

Topstukken

 


‐ 34‐  

31. Kaart van de wegen, watergangen en percelen van de heerlijkheid Ammerzoden, omvattende Ammerzoden, Well, Wellseind en Wordragen, met het Wellse  Broek en de Gelderse Waarden, opgemeten in 1802‐1803, getekend in 1804 (Toegang 3169, Archief van de parochie Ammerzoden 1674‐1986, inv.nr. 319).    Deze enorme kaart (formaat: 167 cm. x 242 cm.) is vervaardigd door Gerrit van Reekum in opdracht van Philippus Alixander Josephus Guislain Christyn graaf van  Ribaucourt, heer van Ammerzoden. In de linkerbovenhoek is genoteerd 'Ch.ier [Chevallier‐Ridder] O. de Donnea'. Ridder Oscar de Donnea heeft de kaart aan de  parochie geschonken kort na 1900, via bemiddeling van de pastoor van Gors‐Opleeuw. Hij had de kaart aangetroffen toen hij de bezittingen van de familie De  Woelmont in Gors‐Opleeuw aankocht. De kaart is in 2013 overgebracht van het kasteel Ammersoyen naar het Streekarchief Bommelerwaard. De Rotaryclub  Zaltbommel en de parochie Ammerzoden sponsorden de conservering en digitalisering van de kaart, die nu ook in volle glorie is te bewonderen op de website van het  voormalige Streekarchief Bommelerwaard. 

Topstukken


Topstukken

                    32. Plaat van de watersnoodramp in 1876 (Toegang 3152, Collectie kaarten en tekeningen Bommelerwaard, inv. nr.  C.100219).    In 1876 werd de Bommelerwaard voor het laatst getroffen door een watersnood als gevolg van een dijkdoorbraak.  Niet de gehele waard liep onder, maar alleen het deel ten westen van de Meidijk (Brakel, Poederoijen,  Munnikenland). Ter ondersteuning van de slachtoffers verzorgde de Gorinchemse drukker/uitgever J. Knierum twee  platen die voor € 0,60 bij diverse handelaren gekocht konden worden.    De prent kent vijf taferelen:   In het midden:   Tenten te Herwijnen opgeslagen voor de noodlijdende.  Links boven:  De stoomboot Neptunus eerste hulp aanbrengende te Brakel.  Rechts boven:  De stoomboot Gorinchem‐Sleeuwijk eerste hulp aanbrengende te Pouderoijen.  Links beneden:  Het Kasteel te Brakel waar de noodlijdenden werden opgenomen.  Rechts beneden: Het penningsken der weduwe.  ‐ 35‐  


Topstukken                                                                                                 33. De Saksenspiegel, handschrift eind 14e eeuw. (Toegang 0001, Oud Archief Tiel 1352‐1812, inv. nr. 1869).    De Saksenspiegel is een rechtsboek uit de dertiende eeuw waarin ridder Eike van Repgow het gewoonterecht in  Saksen beschreef. Het is het eerste omvangrijke prozawerk in de volkstaal van het geldende gewoonterecht en als  zodanig van groot belang voor de rechtsgeschiedenis. Dit "Tielse" afschrift is, blijkens een aantekening voorin het  register, afkomstig uit de bibliotheek van Theod. Regn. de Bassenn. De katernen, waaruit het bestaat, zijn ingenaaid  op fragmenten van een Latijnse oorkonde van de stad Salzwedel (Preussen, Altmarkt) uit 1380. Opvallend zijn de  handjes in de marge, die lijken te benadrukken dat het een belangrijke passage betreft.  ‐ 36‐  


Topstukken

          34. Fragment van een handschrift uit 1409 afkomstig uit het klooster Windesheim, gebruikt als omslag van de  gerichtsrol van de schepenbank van Hedel 1631‐1636 (Toegang 3192, Rechterlijk archief van Hedel 1568‐1811, inv.  nr. 111).    Dit register heeft als omslag een dubbelblad van een antifonarium, een koorboek dat gebruikt wordt in het  getijdengebed met korte stukjes gezang (antifonen) ter inleiding of ter afsluiting van een psalm.    De omslag bevat aanwijzingen dat die afkomstig is van een handschrift uit een Augustijner klooster. Dat zou het  klooster St. Pieterswiel buiten Zaltbommel kunnen zijn geweest, dat hoorde bij Windesheim. De bladen zijn afkomstig  uit een handschrift dat is gemaakt in 1409 in Windesheim. Dat blijkt uit een tekstfragment op de achterzijde: ‘Scriptus  (?) et completus est liber iste in Windesem monasterio canonicorum regularium Anno Domini millesimo  quadringentesimo nono circa cathedri sancti petri apostoli . deo gracias’ (zie uitsnede).   ‐ 37‐  


Topstukken                                                       35. Groepsfoto van de oud‐jagers van Van Dam op de begraafplaats te Geldermalsen bij het graf van hun  commandant E.W. van Dam van Isselt (1796‐1860) ter gelegenheid van een reünie, 1868 (Toegang 0663,  Atlascollectie van kleine aanwinsten Tiel 1987‐2013, inv. nr. 336).     Bijschrift voor de Photografische Afbeelding van het huldebetoon der "Vrijwillige Jagers van Van Dam" aan hun  onvergetelijke opperhoofd, den HoogEdelGestr. Heer Edmond Willem van Dam van Isselt, bij zijn graf.    Hier staan wij bij het graf van held van Dam van Isselt,  Ons dierbaar Opperhoofd, die in ons harten leeft  Met immer frissche kracht, wat ook van vorm verwisselt.   't Is of zijn eedle schim nog onze groep doorzweeft.  Dit plegtig oord, door ons met diepen ernst betreden,  Is ons gewijde grond, ons, kleine broederschaar,  Die met den fieren held in Leuvens velden streden,  De traan onrolt aan 't oog, drenk vrij zijn grafsteen daar.  Dees lauwer daal daarop als blijk van hulde neder.  Nooit wordt zijn deugd, zijn geest, zijn werk naar eisch herdacht,  Och, schonk het graf aan ons hun Vriend, hun Vader weder!  O, dierbaar overschot, vaarwel! Vaarwel! Rust zacht!  Twee telgen van zijn stam op deze plaats te ontmoeten  Is balsem voor ons hart op onze pelgrimstocht  Heil U, wijl we ook in U des Vaders beeld begroeten!  Nooit sterft het eedle werk, dat zielenadel wrocht!    K. van Wijnen    Bovenstaande tekst is afkomstig uit het artikel van W. Veerman, 'Majoor Edmond Willem van Dam van Isselt en Tiel en  de oudste foto van het stadsarchief in', De drie steden, 13e jaargang, 1992, nr. 1, pag. 19‐23, aldaar pag. 23. Dit was  tot voor kort de oudste foto van het Regionaal Archief Rivierenland.  ‐ 38‐  


Topstukken                                                                                           36. Daguerreotypie van Willem Stort, 1851 (Toegang 3500, Audiovisuele collectie; films, foto's, negatieven en  audiobestanden van de Bommelerwaard, inv. nr. 22‐9091).    Dit is de op één na oudste gedateerde foto die gemaakt is in Suriname, namelijk in mei 1851 in Paramaribo. Een  daguerreotypie is een fotoprocédé waarbij het beeld wordt vastgelegd op een verzilverd metalen plaatje. Het is een  unieke, éénmalige, opname die niet zoals met een negatief meerdere keren rechtstreeks gereproduceerd kan worden.    Willem Stort (1798‐1867), geboren in Enkhuizen, was van 1851 – 1856 opperbevelhebber van de Nederlandse vloot in  West‐Indië (Suriname e.o.). Na zijn pensionering vestigde hij zich samen met een dochter in Zaltbommel.   ‐ 39‐  


Topstukken                                                                                             37. Foto's van de spoorbrug bij Culemborg 1868 (Toegang 1158, Atlascollectie Culemborg, inv. nrs 146 en 147).    Boven een doorzicht van de oude spoorbrug van Culemborg richting stad. Op de foto ook enkele wandelaars die  blijkbaar de brug zo mogen bekijken. Hierdoor wordt duidelijk hoe immens groot  deze brug was.     Onder een zijaanzicht van de oude spoorbrug van Culemborg richting het westen. Op de foto ook enkele wandelaars  bij een hekwerk dat mogelijk was aangebracht voor de opening    Deze foto's zijn mogelijk in opdracht van J.C. Harkort uit Duisburg in 1868 gemaakt, omdat hij de ijzeren bovenbouw  van de brug heeft uitgevoerd.   ‐ 40‐  


38. Panoramafoto (boven) van de Zaltbommelse verkeersbrug (Toegang 3500, Audiovisuele collectie; films, foto's, negatieven en audiobestanden van de  Bommelerwaard, inv. nr. 1143).     De panoramefoto werd aangeboden door de minster van Verkeer en Waterstaat J.A. Kalf aan de gemeente Zaltbommel in 1933 bij de opening van de  verkeersbrug. De foto werd gemaakt met behulp van een panoramacamera, waarbij de opname werd gemaakt op één langgerekt negatief. Daardoor ontstaat er  geen cylindrische vervorming maar lijkt de foto met een 'gewone' camera gemaakt te zijn. 

Topstukken

‐ 41‐  


Topstukken

39. Historieprent van de overstroming in de Bommelerwaard in 1861 (Toegang 3152, Atlas Bommelerwaard, inv.nr.  A 100146).    De overstroming van de Bommelerwaard in 1861 was de laatste waarbij de hele Bommelerwaard werd getroffen. een  van de ergste die het Rivierengebied heeft ervaren. Op 25 december 1860 verscheen het eerste drijfijs in de rivier.  Binnen enkele dagen vroor de Waal dicht bij Loevestein. Kort daarop, op 5 januari 1861, bezweek de  Bommelerwaardse Waaldijk op verschillende plaatsen. De hele streek stroomde onder. Na de doorbraak in januari  zakte het water geleidelijk. Maar door een stijging van de rivier stroomde het water, omdat de dijken nog niet waren  hersteld, begin februari voor de tweede maal de Bommelerwaard in. Niet alleen de Bommelerwaard is destijds  getroffen. Vrijwel het gehele Gelderse rivierengebied kwam onder water te staan omdat de rivierdijken op vele  plaatsen doorbraken. Deze steendruk werd gemaakt door C.C.A. Last en uitgegeven uitgegeven ter ondersteuning van  de slachtoffers door B.J. Dona Pieck te Den Haag. Te zien zijn mensen en beesten die hun toevlucht zoeken op de dijk,  links een dak van een boerderij [te Nieuwaal]. Op de achtergrond een zicht op Zaltbommel.  ‐ 42‐  


Topstukken

40. Foto's van Ammerzoden ten tijde van de watersnood van 1861 (Toegang 3500, Audiovisuele collectie; films,  foto's, negatieven en audiobestanden van de Bommelerwaard, inv. nrs. 4‐48 en 4‐49).    Voor zover bekend zijn dit de oudste foto's in Nederland die laten zien wat voor effect het kruiende ijs en het  wassende rivier water heeft gehad.    Op de bovenste foto is te zien dat het ijs tegen de gevels aan staat.  Op onderste foto is nog slechts een klein deel van een boerderijgevel zichtbaar. Ook hier zien we dat het ijs zich  ophoopt tegen de gevel, samen met allerlei takken en boomstronken. Op de achtergrond is vaag de torenspits van de  N.H. ruïnekerk van Ammerzoden te zien.    De foto's zijn waarschijnlijk gemaakt door Arthur Fredric Marie Ghislain, Baron de Woelmont (1826‐1911).  ‐ 43‐  


Topstukken                                                                               41. Schutblad uit de 12e eeuw in een band met 16e eeuwse kerkrekeningen (Toegang 3323, Archief van de  kerkfabriek en het kapittel van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel 15e‐16e eeuw, voorlopig inv.nr. 2).    Het Regionaal Archief Rivierenland verwierf begin 2014 delen van de archieven van de kerkfabriek en het het kapittel  van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel tot aan de Reformatie. Wat er resteert van die archieven is na de Reformatie  verspreid geraakt en onder anders terecht gekomen in stadsbezit (het obituarium, zie daarvoor nr. 2 in deze  catalogus), in de archieven van de St. Pieter en de St. Jan in Den Bosch en het archief van het bisdom Den Bosch. Nu is  het grootste deel van wat bewaard bleef verenigd bij het RAR.    Een band met 16e eeuwse kerkrekeningen bleek als schutblad een blad te bevatten in Gotisch schrift (Gotische  Rotunda) met liturgische gebeden en daarop ook gregoriaanse gezangen in neumen. Het schutblad is 12e eeuws. Het  is daarmee gelijk het oudste stuk in de archieven van het RAR.    Neumen zijn de basiselementen van Westerse en Oosterse muzieknotatie zoals deze bestond vóórdat de lineaire  notenbalknotatie ontstond. Het woord neume is een Grieks woord en betekent ademhaling. Een neume is een teken  ter aanduiding van de melodiegang bij een gezongen lettergreep; kenmerkend voor neumen is dat ze geen exacte  aanduiding van intervallen of toonhoogte weergeven (bron: Wikipedia).  ‐ 44‐  


Topstukken

‐ 45‐  

Profile for Regionaal Archief Rivierenland

RAR Topstukken 2014  

Regionaal Archief Rivierenland

RAR Topstukken 2014  

Regionaal Archief Rivierenland

Profile for rartiel
Advertisement