Page 1

SLACHTOFFERS

HOMOEN LESBO-


01 / Algemeen......................................................................... 5 02 / W  at zegt en doet de wet ?..............................................................................1 5 03 / Aangifte en opvolging : de praktijk..................................................................... 25 04 / Woordenschat..................................................... 29 05 / Bijlagen............................................................................. 33

Colofon Verantwoordelijke uitgever / Daniel Huygens – Kolenmarkt 42 – 1000 Brussel Redacteurs / Centrum van Gelijkheid van Kansen, Regenbooghuis vzw Foto’s / Michela Nunes, Regenbooghuis vzw Grafische vormgeving / papillondesign.be Uitgave : December 2012 Met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


Beste lezer De brochure die u nu in handen heeft zou nooit bestaan hebben mochten het Regenbooghuis, de 6 Brusselse politiezones, tal van LGBT-organisaties, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet de handen in elkaar hebben geslagen. Sinds april 2011 werken zij immers samen aan sensibiliseringscampagnes tegen het geweld op homo’s, lesbiennes, transgenders en biseksuelen. Daarbij organiseert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ook informatie- en sensibiliseringsessies voor de Brusselse politie. Tijdens de sessies wordt de nadruk gelegd op de eerste opvang van de slachtoffers, de opvolging van de klachten en dit in de specifieke context van homo-, lesbo- en transfobie. Deze sessies werden georganiseerd in samenwerking met het Regenbooghuis, het CGKR, het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, Rainbow Cops Belgium en Genres Pluriels. Om dit belangrijke werk verder te zetten en zowel politie als burgers te infor­meren over de homo- en lesbofobie publiceren we nu deze brochure. Deze brochure wordt gelijktijdig met een brochure over transfobie uitgegeven. Dit werk kwam tot stand dankzij een samenwerking tussen het Regenbooghuis, het CGKR, het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ik hoop dat u hier heel wat antwoorden zal vinden op uw vragen. Met vriendelijke groet, Bruno De Lille Staatssecretaris van Gelijke Kansen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

3


01

1.1. Voorwoord Vaak wordt onderschat welke impact een geval van agressie kan hebben op een slachtoffer. Naast de directe gevolgen kan het de levenskwaliteit van die persoon sterk aantasten. Hij of zij kan angst hebben om buiten te komen, om een normaal sociaal leven te leiden. Voor slachtoffers is de politie vaak een eerste aanspreekpunt. Daarom wordt de politie als een partner beschouwd in dit verhaal en richten we deze brochure specifiek tot de politiediensten. Het doel is een gebruiksvriendelijk instrument te creëren, met basisinformatie en een pak doorverwijs­ mogelijkheden. We hopen de politie op die manier te ondersteunen in hun werking, zodat een goede opvang voor slachtoffers van homofoob en lesbofoob geweld en discriminatie gegarandeerd wordt.

5


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

Deze brochure is het derde luik in een triptiek opgezet door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In 2010 was er een campagne om slachtoffers van geweld aan te zetten om aangifte te doen. Daarna kwam er een uit­ gebreide campagne, gericht op de samenleving in het algemeen, die werkte rond o.a. homofobie. Het derde luik bestaat, ten eerste uit een opleidingsvoormiddag voor politiemensen. Tijdens dit opleidingsmoment wordt het wettelijk kader geschetst en werken we aan de hand van kleine theaterscènes aan een beter onthaal. En ten tweede is er dus nu deze brochure.

1. Deze brochure verschijnt in de loop van 2013 en kan besteld worden via het kabinet Gelijke Kansen op het nummer 02 517 12 59 of via het Regenbooghuis op het nummer 02 503 59 90. 2. Ilga-Europe toolkit for training police officers on tackling LGBTI-phobic crime (Richard Polacek & Joël Le Déroff) 3. Zie woordenlijst pagina 30. 4. LGB(T) staat voor Lesbian, Gay, Bisexual & Transgender.

Deze brochure behandelt enkel homo- en lesboagressie en spreekt niet over transagressie. Hiervoor is een tweede brochure beschikbaar 1.

Op veel plaatsen in Europa worden dergelijke trainingen opgezet voor politiediensten, vaak in samenwerking met of georganiseerd door LGB(T) (Lesbian, Gay, Bisexual & Trans)-organisaties. Zo krijgen Schotse politiemensen in opleiding een training van meerdere weken over diversiteit, met een uitgebreid hoofdstuk over LGB(T)-kwesties. Zowel in Denemarken als in Hongarije organiseerden LGB(T)-organisaties een tweedaagse training voor politiediensten 2. Amsterdam heeft een “Roze in Blauw” team, dat bijzonder actief is in de LGB(T)-gemeenschap en werkt op de aangiftebereidheid. Ze hebben ook speciale aandacht voor de cruisingplaatsen 3. Ook in eigen land zijn er initiatieven : Zo heeft Luik een LGB(T)-taskforce die nauw samenwerkt met het commerciële circuit. En in Antwerpen is er een diversiteitscel en volgen de nieuwe politiemensen verplicht een halve dag opleiding in het Roze Huis in Antwerpen.

6


ALGEMEEN

1.2. Inleiding In een eerste deel gaan we dieper in op de LGB(T) 4 -wereld in Brussel. Daarna gaan we dieper in op het juridische kader van homo- en lesbofobie. En tot slot richten we ons op de praktijk : Wat helpt je bij het onthaal van een slachtoffer en welke vragen kan je best vermijden, het belang van aangifte, hoe registreren en doorverwijzen, etc. Je krijgt op het einde ook nog een woordenlijst en een pak contacten en materiaal.

De term homoseksualiteit komt uit het Duits “Homo­ sexualität” en deze werd gelanceerd in 1868 door de Hongaarse schrijver K.M. Kerbeny. Hij haalde zijn inspiratie van het Grieks “Homo” (dezelfde) en het Latijn “sexualis” (seksueel). Op het eind van de 20ste eeuw rees het gevoel dat de term te medisch was (Tot in 1971 beschouwde de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit als een ziekte) en koos de gemeenschap eerder voor de term “gay”, een Engels woord dat zowel op mannen als vrouwen slaat. In het Nederlands slaat “gay eerder op mannen en wordt voor vrouwen het woord “lesbienne” gebruikt.

1.3. LGB(T) : Wie, wat, hoe en waar ? LGB(T) is een vaak gebruikte term en verwijst naar Lesbisch, Gay, Biseksueel en Transgender. Het is dus een verzamelnaam voor al deze groepen. Binnen deze groepen zijn er nog een heel aantal “subgroepen”.

7


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

5. De oudste cijfers hierrond dateren al van 1948 : het befaamde Kinsey-report. Deze zijn ondertussen wel al licht bijgesteld. Hij sprak nog van 10% van de bevolking.

De LGB(T)- gemeenschap is net zo divers als de maatschappij in het algemeen. Je vindt er lesbiennes die al 30 jaar samen zijn, mannen die kicken op leder en latex, jonge transgenders op zoek naar hun identiteit, viriele travestieten, tengergebouwde bebaarde types, elegante meisjes, stoere arbeiders, conservatieve mannen, feministische vrouwen, jongens zonder smaak : om maar te zeggen : clichés gaan soms ook niet op en het is een bonte wereld.

6. De gids kan je gratis bekomen in het Regenbooghuis, Kolenmarkt 42 – 1000 Brussel of op www.rainbowhouse.be/ nl/lgbt/brux-commercial/ 7. Harvey Milk was één van de eerste openlijke gay politici in de Verenigde Staten.

Over hoeveel personen spreken we ? Hier bestaat geen sluitend materiaal over. Doorgaans stelt men dat 3 tot 8% van de bevolking tot de LGB(T)-groep behoort 5. In de praktijk betekent dat dat er in elke klas, op elke bus, in elke cinemazaal wel altijd een aantal LGB(T)’s aanwezig zijn. Dit betekent ook dat elke politiezone minstens één gay, lesbienne, trans of biseksueel telt. Zoals de meeste grote steden, kent Brussel een sterkere concentratie van LGB(T)’s. Een grootstedelijke omgeving is over het algemeen aantrekkelijker, want er is meer aanbod (bars, verenigingen, …) en het is ook anoniemer dan een klein dorp. Brussel heeft een heuse LGB(T)-wijk, de Sint-Jacobswijk, in het hartje van de stad, naast de Grote Markt. Deze wijk is al lange tijd bezaaid met voornamelijk bars voor gays. Dat gaat van kleinere bars, soms voor een specifiek publiek (bvb voor ouderen) tot sauna’s tot gay-friendly zaken, die zich niet als 100% LGB(T) profileren maar waar het cliënteel toch overwegend LGB(T) is. Maar niet alle zaken bevinden zich in deze wijk. Ook daarbuiten zijn er LGB(T)-bars, of -sauna’s, … Een up-to-date lijst vind je terug in de Out in Brussels-gids 6.

8


ALGEMEEN

De regenboogvlag is een vlag met 6 kleuren, bedacht door de Amerikaanse grafist en politiek militant Gilbert Baker voor de Gay and Lesbian Freedom Day Parade in San Francisco op 25 juni 1978. Dit was ook het jaar van de moord op Harvey Milk 7, een feit dat de LGB(T)-gemeenschap in woede deed uitbarsten. Enerzijds is er de betekenis van de kleuren (Rood voor het leven, oranje voor genezing en gezondheid, geel voor de zon, groen voor sereniteit en natuur, blauw voor harmonie en paars voor gemeenschapszin), maar anderzijds is het ook een hommage aan het lied “Over the Rainbow” uit de film “The Wizard of Oz” (1939), vertolkt door het gay-icoon Judy Garland.

Naast de bars, clubs en sauna’s zijn er ook cruisingplaatsen. Meestal een park (zoals het Warandepark of het Jubelpark) waar voornamelijk mannen naartoe gaan voor losse seksuele contacten.

9


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

Het is belangrijk om te vermelden dat de mannen, die deze plaatsen bezoeken, zich vaak identificeren als heteroseksueel. Bezoekers van cruisingplaatsen zijn dan ook extra kwetsbaar, in die zin dat veel misdrijven tegen hen nooit het daglicht zullen zien, omwille van hun angst om “geout 8” te worden naar hun familie en omgeving.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat je als LGB(T) enkel belaagd kan worden op die plaatsen. Veel agressies spelen zich af in andere wijken, in de buurt van het huis van het slachtoffer, etc. Naast de commerciële zaken (bars, clubs, fuiven, sauna’s, etc.) kent Brussel een bijzonder rijk verenigingsleven. Dat kan gaan van een kleine praatgroep tot een sportvereniging van 700 leden. Er bestaan groepen voor vrouwen, mannen, senioren, transgenders, jongeren, cultuurverenigingen, groepen die rond religie werken, groepen voor LGB(T)-ouders en nog veel meer. Het Regenbooghuis groepeert de meeste van die verenigingen, maar er is ook nog Tels Quels, met een stevige LGB(T)-werking 9.

DE RAINBOW COPS BELGIUM Eén vereniging werkt rond LGB(T)-politiemensen : Rain­bow Cops Belgium vormen een federale vereniging, met zetel in Brussel. Ze verzamelen LGB(T)-mensen die werken binnen de politiediensten en zijn bijvoorbeeld ook aanwezig op de Belgian Pride, als signaal naar de LGB(T)-gemeenschap dat de politie aan hun kant staat. www.rainbow-cops-belgium.be

10


ALGEMEEN

TIPS – Bouw een vertrouwensrelatie op met de LGB(T)gemeenschap en werk ermee samen – Nodig LGB(T)-getuigen of- organisaties uit voor vorming en uitwisseling – Wees aanwezig op grote LGB(T)-evenementen, zoals de Belgian Pride.

1.4. Stereotypen en vooroordelen 8. Zie woordenlijst pagina 29.

Aan de basis van homo- en lesboagressie liggen vaak stereotypen en vooroordelen. Deze ontstaan onder andere omdat onze maatschappij zeer heteronormatief 10 is. Dit betekent dat heteroseksualiteit de norm is, met alle gevolgen vandien voor wie niet aan deze normen beantwoordt. Homoseksualiteit wordt nogal eens simplistisch en aan de hand van stereotypen voorgesteld. Ze wordt geassocieerd met bepaalde karakteristieken, een levensstijl of een gedrag. De stereotypen geven een simplistisch en meestal negatief beeld van homoseksualiteit en homoseksuele personen, maar dit is niet altijd het geval want er zijn ook positieve stereotypen. LGB(T)’s die geconfronteerd worden met deze stereotypen, krijgen een spiegel voorgehouden waarin ze zich niet noodzakelijk herkennen. Dit kan leiden tot angst, onzekerheid, depressie, etc.

9. Adressen en contactinformatie vindt u op pagina 40. 10. Z  ie woordenlijst pagina 30. 1 1 . “ Gewoon Anders”, een studie van het Sociaal Cultureel Planbureau (NL).

Uit onderzoek blijkt trouwens dat zelfmoordgedachten veel vaker voorkomen onder LGB(T)jongeren dan onder heterojongeren. De helft van de onderzochte LGB(T) jongeren denkt wel eens aan zelfmoord ; 9% van de jongens en 16% van de meisjes heeft ook echt een zelfmoordpoging gedaan. Ook bi-jongeren hebben een groot probleem op dit vlak 11 .

11


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

Iedere LGB(T) moet beslissen of hij/zij een coming-out 12 zal doen. Dit houdt in dat je je uit als LGB(T) naar je familie, je vrienden, je collega’s. Sommigen uiten zich naar iedereen, anderen naar niemand, en sommigen enkel naar vrienden, of enkel naar familie of…

12. Zie woordenlijst pagina 29. 13. A  gressie tegen holebi’s in Brussel Stad – Synthese, onderzoek verricht door de EHSAL en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, 2007.

Heteroseksuelen stellen zich vaak de vraag : “Waarom moet een LGB(T) zich per se uiten ? Wij uiten ons toch ook niet als hetero ?”. Maar een hetero uit zich wel degelijk elke dag opnieuw. Hij praat vlot over zijn familie, zijn kinderen en zijn gezinsleven, etc. Wil een LGB(T) hetzelfde doen, dan moet hij eerst zijn “coming out” doen. En een coming -out, dat is iets voor de rest van je leven. Bij elke nieuwe ontmoeting moet je je de vraag stellen : zeg ik aan die persoon dat ik LGB(T) ben of niet ?

1.5. Homo- en lesboagressie Bestaat er representatief cijfermateriaal voor Brussel ? Welk percentage van de LGB(T)’s krijgt te maken met agressie ? Wanneer, waar, door wie ? Helaas dateren de laatste cijfers al van 2007 13. En je moet ook rekening houden met het feit dat er een substantieel “Dark Number” is : een groot aantal gevallen van agressie worden nooit aangegeven (zie ook 3.1.). Ondertussen zijn er wel een aantal nieuwe onderzoeken gelanceerd die extra cijfermateriaal zouden moeten opleveren. Uit de enquête bij LGB(T)’s uit 2007 blijkt alvast dat je als LGB(T) meer risico loopt om slachtoffer te worden van geweld als je in Brussel woont dan daarbuiten.

12


ALGEMEEN

GETUIGENIS / Thierry Ik wandelde hand in hand met mijn vriend op het Munt­ plein in Brussel. Drie mannen hebben ons op een bijzonder agressieve manier aangevallen, met slagen en al. We zijn natuurlijk klacht gaan indienen bij de politie. De agent die ons te woord stond heeft ons ervan beschuldigd dat we de daders geprovoceerd hebben omdat we ons gevoelens zo openbaar toonden.

Van de daders kunnen we stellen dat het vaak gaat om jongeren (-30 jaar), dat het mannen zijn, dat ze vaak in groep optreden en dat de dader hen niet persoonlijk kent. Het slachtoffer is vaak een man (waarbij er bij geweld tegen mannen ook opvallend meer gebruik gemaakt wordt van wapens). Als vrouwen het slachtoffer zijn, dan is er vaker sprake van seksueel geweld. Waar speelt het geweld zich af ? Uit de cijfers blijkt dat het overal kan gebeuren, maar dat er toch meer voorvallen plaatsvinden op de cruisingplaatsen en in de buurt van uitgaansgelegenheden. Wanneer ? Opnieuw, het kan op elk moment van de dag gebeuren, maar de ernstigste vormen van geweld en zware fysieke agressie vinden vooral ’s avonds en ’s nachts plaats

Volgens een peiling van het Franse IFOP in opdracht van het Franse magazine Têtu (gepubliceerd in februari 2011), zijn de cijfers onrustwekkend. Bijna één homoseksueel op 2 geeft aan dat ze vanwege hun seksuele geaardheid zijn uitgescholden en 24% van de homoseksuelen zijn minstens één keer fysiek aangevallen.

13


02  14

In dit stuk gaan we dieper in op de wet 15 : wat is strafbaar, in welke mate en gelden er verzwarende omstandigheden ? Er volgt nog een korte uitleg over de rol van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.

14. Je vindt heel veel informatie in de brochure “Discriminatie van Holebi’s” van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding van 2011 (telefonisch te bestellen op 02 212 30 00).

De antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 biedt bescherming tegen discriminatie op grond van meerdere “beschermde criteria”, waaronder seksuele geaardheid, en dat in de meeste sectoren van de samenleving (tewerkstelling, huisvesting, diensten en goederen, sociale bescherming, …).

15. Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.

De wet staat toe om actie te ondernemen in geval van : – directe of indirecte discriminatie; – opdracht geven tot discriminatie; – intimidatie; – misdrijven van homofobe aard; – aanzetten tot discriminatie, haat of geweld. 15


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

2.1. Discriminatie : Wat zegt de wet ? De discriminatie kan direct zijn (de persoon wordt rechtstreeks geviseerd) of indirect (de persoon heeft een groter nadeel van een neutrale maatregel). Er is sprake van directe discriminatie wanneer iemand wordt benadeeld omwille van een beschermd criterium ten opzichte van iemand anders die zich in een vergelijkbare situatie bevindt, zonder dat er voor dit onderscheid van behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Seksuele geaardheid is één van de beschermde criteria in de Antidiscriminatiewet. Dat betekent dus dat niemand het recht heeft om een persoon omwille van diens seksuele geaardheid anders te behandelen dan een ander persoon in een zelfde concrete situatie, en omgekeerd, behalve wanneer dit onderscheid in behandeling kan worden gerechtvaardigd. Voorbeeld / Een homoseksueel koppel vraagt in een hotel een kamer met tweepersoonsbed en krijgt als antwoord dat de kamers met tweepersoonsbedden voorbehouden zijn voor heteroseksuele koppels. Er is sprake van indirecte discriminatie wanneer een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen gekenmerkt door een bepaald beschermd criterium (in dit geval de seksuele geaardheid) in vergelijking met andere personen bijzonder kan benadelen, zonder dat hiervoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De intentie van de auteur speelt geen rol, slechts de impact van de maatregel. Voorbeeld / Een verhuurder wenst zijn appartement enkel te verhuren aan een “traditioneel koppel”.

16


WAT ZEGT EN DOET DE WET?

2.2. Opdracht geven tot discriminatie Opdracht geven tot discriminatie houdt in dat iemand de opdracht geeft aan iemand anders om een persoon (of groep) te discrimineren op grond van zijn/haar seksuele geaardheid. Voorbeeld / Een eigenaar vraagt aan een immobiliënkantoor om enkel heteroseksuele kandidaat-huurders in aanmerking te nemen. Diegene die de opdracht uitvoert is net zo schuldig aan discriminatie als de persoon of de organisatie die de opdracht heeft gegeven. In het hierboven vermelde voorbeeld kan het immobiliënkantoor, als het de discriminerende opdracht uitvoert, door de rechtbank veroordeeld worden op grond van discriminatie, net zoals de opdrachtgever (de eigenaar).

2.3. Intimidatie Intimidatie is een vorm van ongewenst gedrag dat tot doel of gevolg heeft de waardigheid van een persoon aan te tasten en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving te creëren. Volgens de Antidiscriminatiewet wordt dit ongewenst gedrag gelijkgesteld aan discriminatie wanneer het verband houdt met een beschermd criterium zoals de seksuele geaardheid.

17


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

2.4. Misdrijven van homofobe aard (haatmisdrijven)

Wat is een haatmisdrijf ?

Haatmisdrijven zijn misdrijven die gepleegd worden vanuit een zogenaamde “verwerpelijke beweegreden”. We spreken dus van een haatmisdrijf wanneer de dader het misdrijf pleegt vanuit haat of afkeer tegenover een bepaalde eigenschap van het slachtoffer, zoals diens seksuele geaardheid. Dit verwerpelijk motief moet niet de enige reden en zelfs niet de belangrijkste reden zijn van de dader. We spreken van een haatmisdrijf als het één van de redenen was om het misdrijf te plegen. Wanneer het verwerpelijk motief is aangetoond dan kan de rechter beslissen om de minimumstraf voor de inbreuk te verdubbelen.

Concreet betekent dit dus dat iemand een misdrijf pleegt omdat hij weet of denkt dat de persoon LGB(T) is. In dit geval spreekt men van verzwarende omstandigheden. De rechter is verplicht hiermee rekening te houden en kan, als hij dit wenst, de straf verzwaren.

Voorbeeld / Een jongere wordt aangevallen door een groep jongeren in een café waar hij wel vaker komt. Eén van de mensen uit de groep kent het slachtoffer en weet dat hij homoseksueel is. De aanval is extreem gewelddadig, zowel verbaal (homofobe beledigingen) als fysiek (slagen en verwondingen). In haar beslissing erkent de rechtbank de homofobe aard van de aanval als verzwarende omstandigheid van de slagen en verwondingen en spreekt een zwaardere straf uit.

18


WAT ZEGT EN DOET DE WET?

 oor welke misdrijven kunnen de verzwarende V omstandigheden toegepast worden ?

De verzwarende omstandigheden kunnen van toe­passing zijn op volgende misdrijven : – aanranding van de eerbaarheid; – opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel; – verkrachting; – schuldig verzuim; – opzettelijke doodslag; – willekeurige vrijheidsberoving; – moord; – aanslag op de onschendbaarheid van de woning; – belaging; – aanranding van de eer of goede naam; – brandstichting; – vernieling of beschadiging van roerende goederen met geweld of bedreiging.

Overeenkomstig de COL 14/2006 zijn de politie en de parketten sinds 1 november 2006 verplicht om in de procedure van klachtenbehandeling officieel te noteren dat het misdrijf ingegeven is door homofobie. Deze omzendbrief verfijnt de nomenclatuur om homo­ fobe motieven van bepaalde misdrijven te kunnen identificeren. Hierdoor heeft men een beter zicht op de totale omvang van het fenomeen. Dit is nodig om een efficiënt beleid te kunnen voeren.

19


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

2.5. Beledigingen en aanzetten tot discriminatie, haat of geweld

Beledigingen

Mondelinge beledigingen zijn enkel strafbaar als ze geuit worden tegenover een drager van het openbaar gezag (politie) of een bekleder van een openbare ambt (ambtenaar). Ze moet ook gepaard gaan met een zekere openbaarheid.

Aanzetten tot discriminatie, haat of geweld

De vrijheid van meningsuiting is een zeer belangrijk principe in een democratische samenleving. Dit geldt ook voor meningen die “schokken, verontrusten of zelfs kwesten”. De grens is echter het “aanzetten tot” misdrijf. Onder aanzetten tot haat, discriminatie of geweld moet begrepen worden alle verbale en niet verbale communicatie die aanzet tot, stimuleert, aanmoedigt, aanspoort of oproept tot bepaalde reacties. De auteur moet echt de wil en de intentie hebben om de personen tot wie hij zich richt aan te zetten tot haatgedrag of geweld. “Aanzetten tot” gaat dus verder dan het louter ver­ spreiden van ideeën, informatie of beledigingen. Eenieder mag zijn mening verkondigen, ook als deze mening anderen kwetst of choqueert. Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld is daarentegen wel verboden. Soms is de grens tussen beide flinterdun en is het aan de rechter om te oordelen.

20


WAT ZEGT EN DOET DE WET?

Mondeling of schriftelijk aanzetten tot discriminatie, haat of geweld tegenover een persoon of groep is strafrechtelijk vervolgbaar. Hier moet zeker aan de openbaarheidsvereiste voldaan zijn, nl. – in openbare bijeenkomsten of plaatsen ; – in tegenwoordigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken ; –o  m het even welke plaats, in tegenwoordigheid van de beledigde en voor getuigen ; –d  oor geschriften, al dan niet gedrukt, door prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden ; –d  oor geschriften, die niet openbaar gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of mee­ gedeeld worden.

Voorbeeld / Als een homo over straat wandelt en er iemand “Vuile janet, ze zouden jullie allemaal moeten afmaken !” naar hem roept, dan is dit volgens de Antidiscriminatiewet strafbaar. De persoon zet in dit geval aan tot haat en geweld.

Haat en discriminatie op het internet : cyberhate

Soms wordt er gebruik gemaakt van het internet om aan te zetten tot discriminatie, haat of geweld. We spreken in dit geval over “cyberhate”.

16. Meer informatie is te vinden in de brochure van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding “Delete cyberhate” : www.diversiteit.be en ook www.cyberhate.be

Deze komt voor in verschillende vormen : op sociale mediasites, op discussiefora, op websites en blogs en kettingmails, … In bepaalde gevallen is cyberhate ten aanzien van LGB(T)’s een inbreuk op de antidiscriminatiewetgeving 16.

21


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

GETUIGENIS / Vanessa Ik zit in het vijfde middelbaar. Ik ben verliefd geworden op een meisje uit mijn tekenklas. Ik ben beginnen tekenen in het begin van het schooljaar. Op een avond, toen we stonden te kussen, heeft iemand van mijn school een foto van ons genomen. Ze heeft die foto op facebook gepost met verschrikkelijke commentaren. Door de andere leerlingen ben ik dan veel gepest geweest, hoewel ik nog helemaal niet klaar was om mijn coming out te doen.

2.6. Rol van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding Het Centrum is een onafhankelijke openbare dienst die ijvert voor gelijkheid van kansen en die racisme en discriminatie bestrijdt. Eén van de wettelijke opdrachten van het Centrum is de behandeling van individuele meldingen van discriminatie (met inbegrip van intimidatie, aanzetten tot discriminatie, haat en geweld, homofobe aard van gewelddaden).

Melding ≠ Klacht / Een melding bij het Centrum staat niet gelijk aan een klacht in de strafrechtelijke zin van de term. Een melding vervangt dus geen klacht die wordt ingediend bij de rechtbank of bij de politie (in geval van gewelddaden, bijvoorbeeld).

22


WAT ZEGT EN DOET DE WET?

Als het Centrum meent dat er voldoende bewijsele­ menten zijn en/of relevante informatie is waardoor het kan tussenkomen, zal er onmiddellijk samen met het slachtoffer een oplossing worden gezocht. Deze oplossing kan verschillende vormen aannemen, meer bepaald : 1. 2. 3. 4.

Bemiddeling Waarschuwing en herinnering aan de wet Hiërarchische of tuchtrechtelijke overheid Burgerrechtelijke of strafrechtelijke procedure

23


03

Hoe gaat het er in de praktijk aan toe ? In een eerste deel kijken we naar het slachtoffer : waarom gaat het slachtoffer soms geen klacht neer­ leggen ? Wat zijn de drempels ? Vervolgens geven we een paar tips & tricks voor een goed onthaal. We sluiten af met een woordje uitleg over de omzendbrief 14/2006 en over richtvragen die kunnen worden gesteld.

3.1. Waarom een slachtoffer soms geen actie onderneemt ? Zoals we gezien hebben in de cijfers, zijn veel LGB(T)’s het slachtoffer van geweld. Toch ligt het aantal klachten heel laag. Er is dus een “dark number” : een groot aantal slachtoffers wil, durft of kan geen aangifte doen. Waarom ? 25


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

17. Sommige personen verkiezen om hun “coming out” niet te doen en seksuele voorkeur verborgen te houden voor de buitenwereld.

Veel homoseksuele personen vinden het moeilijk om klacht neer te leggen en wel om de volgende redenen : – angst dat hun seksuele geaardheid aan iedereen wordt onthuld 17. – angst om beoordeeld en bespot te worden (“secundair slachtofferschap”). – angst om gediscrimineerd te worden, angst voor een escalatie van geweld, angst om er derden bij te betrekken. – onwetendheid over wettelijke mogelijkheden/bepalingen. – indruk dat het niets uithaalt om klacht neer te leggen. – gebrek aan vertrouwen in de politie en het rechts­ systeem. – enz.

18. Het artikel 46 van de Wet op het Politieambt ligt aan de grondslag van elke politie­actie ten opzichte van het slachtoffer. Zie ook de Omzendbrief GPI 58 van 4 mei 2007, betreffende politionele slachtofferbeje­ gening in de geïntegreerde politie.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat de vriendelijkheid aan het onthaal doorslaggevend is voor het al dan niet afleggen van een verklaring. Het is dus belangrijk om te werken aan een goed en efficiënt onthaal 18 : –N  eutrale vragen stellen, bijvoorbeeld : niet vragen of de persoon een man of een vrouw heeft, maar wel of hij of zij een partner heeft. Je kan dan beter ook de term die het slachtoffer gebruikt om zijn partner aan te duiden gebruiken in het interview en ook in het rapport. –S  lachtoffers niet beoordelen en hen serieus nemen voor slachtoffers van homofobe daden is het belangrijk dat ze voelen dat de politie hen niet op hun seksuele geaardheid beoordeelt. –D  e procedure goed uitleggen aan het slachtoffer. Men moet er rekening mee houden dat sommige slachtoffers hun omgeving niet op de hoogte hebben gebracht over hun seksuele geaardheid. Ze vrezen misschien dat officieel klacht indienen kan leiden tot het openbaar maken van hun situatie.

26


AANGIFTE EN OPVOLGING: DE PRAKTIJK

–L  GB(T)’s niet bekijken als een homogene groep. Het is een veelzijdige groep waarin iedereen zijn identiteit op een zeer verschillende manier tot uiting brengt. –A  ls je de indruk hebt dat het een homofobe aanval betreft maar dat de persoon zijn of haar seksuele geaardheid duidelijk niet wil vermelden, moet men de beslissing van die persoon eerbiedigen. Het slachtoffer moet worden geïnformeerd over het feit dat het de bedoeling van de aanvaller is die telt, ongeacht de seksuele geaardheid van het slachtoffer. Men moet niet vergeten dat de seksuele geaardheid van een persoon tot de persoonlijke levenssfeer behoort. – Indien mogelijk affiches of brochures over de opvang van slachtoffers van homofobe daden aan het onthaal leggen. Dat kan slachtoffers het gevoel geven dat ze serieus zullen worden genomen. – Indien mogelijk aan het slachtoffer vragen of hij of zij liever door een vrouw of door een man wordt verhoord. –H  et slachtoffer op de hoogte brengen van de mogelijkheid om een verklaring van benadeelde persoon af te leggen zodat hij of zij op de hoogte wordt gehouden over de opvolging van de klacht.

De roze driehoek was in de wereld van de concentratiekampen van de nazi’s het symbool om mannelijke homoseksuelen te markeren, net zoals de gele davidster gebruikt werd voor de joden. Het was een manier om te zeggen dat deze personen op de laagste trap stonden van de menselijke ladder. Het is pas sinds enkele jaren dat de deportatie en de genocide van homoseksuelen in het Derde Rijk erkend is. De LGB(T)gemeenschap heeft het symbool overgenomen en heeft er iets positiefs van gemaakt : nu is het een symbool voor de strijd tegen homofobie.

27


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

3.3. Hoe registreren en doorverwijzen ? In de bijlage vind je een voorstel voor richtvragen die je kan gebruiken bij verhoor van een dader en/of slachtoffer van een misdrijf met een homofoob motief. Deze richtvragen zijn niet exhaustief maar bevatten wel alle essentiële elementen die moeten worden opgetekend. Daarnaast is er de Col 14/2006. Deze verplicht de politie om het homofobe karakter van het misdrijf te vermelden, volgens een specifieke code.

“Wanneer de politie een misdrijf vaststelt of een klacht optekent, registreert ze dit onder de gebruikelijke code ; indien zij bovendien vaststelt dat het motief van het misdrijf homofoob van aard is, vermeldt zij dit in het veld “melding parket”, dat is voorzien op de hoofding van de eerste bladzijde van het proces-verbaal 19.”

19. Fragment van de omzendbrief nr omzendbrief 14/2006 van het College van Procureurs-Generaal bij de Hoven van Beroep.

Je vindt de omzendbrief 14/2006 in bijlage. Je kan daarnaast ook altijd doorverwijzen naar –H  et Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding (zie 2.6). Daar kan het slachtoffer een melding maken (wat de klacht niet vervangt) –L  GB(T)-organisaties. Zij kunnen het slachtoffer opvangen en doorverwijzen naar bijvoorbeeld een praatgroep.

28


04

LGB(T) Lesbians, gays, Bisexuals, transgenders COMING OUT “Uit de kast komen”, d.w.z. vrijwillig uitkomen voor zijn of haar seksuele geaardheid. Daarnaast kan iemand ook “geout” worden : een collega, vriend, familielid of een officieel document maakt melding van de seksuele geaardheid van een persoon, zonder dat de persoon dit zelf wenst. COMING IN De persoon maakt haar entrée in het LGB(T)milieu, gaat naar bars, verenigingen, legt contacten SEKSUELE GEAARDHEID Duidt op de seksuele en emotionele aantrekkingskracht tussen twee personen van verschillende geslachten of van hetzelfde geslacht. De term omvat zo heteroseksualiteit, homoseksualiteit en biseksualiteit. Men mag seksuele geaardheid niet verwarren met seksuele praktijken (bvb masochisme).

29


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

HOMOFOBIE (hieronder verstaan we ook lesbofobie) Angst, afkeer, onverdraagzaamheid en haat ten aanzien van homoseksualiteit en homoseksuele personen. Homofobie kan ook gericht zijn tegen transgenders (transfobie) en biseksuele personen. Het slachtoffer kan ook heteroseksueel zijn, wanneer zijn gedrag niet overeenstemt met de rol die cultureel aan zijn gender wordt toegewezen (bv. : wanneer een man “verwijfd” is, wanneer een vrouw een “manwijf” is).

GETUIGENIS / Robert Ik ben een heteroman maar ik draag graag excentrieke en felgekleurde kledij. Ik zie er eerder mannelijk uit, maar op een avond, toen we uitgingen en ik een jurk droeg, ben ik beledigd geweest door twee mannen die me uitmaakten voor hoer en slet en daarbij ook nog seksuele daden nabootsten.

THE BELGIAN PRIDE Een jaarlijkse optocht en politiek eisenplatform in Brussel (meestal rond 17 mei – de internationale dag tegen homofobie). CRUISINGPLAATSEN Openbare plaatsen (parken, parkings, …) waar voornamelijk mannen gaan voor losse seksuele contacten. HETERONORMATIVITEIT Het feit dat heteroseksueel zijn als de norm wordt ervaren en dat alles aan het heteroseksueel zijn wordt gespiegeld.

In deze brochure spreken we enkel over homo- en lesboagressie. Voor transgenders is een andere brochure opgezet. Maar hier toch enkele begrippen rond de T in LGB(T).

30


WOORDENSCHAT

GENDERIDENTITEIT Geheel van gedragskenmerken, intieme gevoelens, affiniteiten voor bepaalde zaken die een persoon karakteriseren en die bijdragen tot het feit of men zich min of meer man of vrouw voelt. TRANSFOBIE 20 Is een irrationele angst voor een persoon omdat die persoon uiting geeft aan een andere gender­ identiteit of maatschappelijke genderrol dan degene die hij of zij bij de geboorte werd “toegewezen”, bijvoorbeeld door gedrag dat niet conform is met de toegewezen binaire maatschappelijke rol, een hormonale behandeling, chirurgische ingreep, kledij of cosmetica. Transfobie kan zich manifesteren in de vorm van fysiek geweld (beledigingen, agressie, verkrachting, moord), of door discriminerend of intolerant gedrag (discriminatie bij aanwerving, huisvesting, of zelfs bij de toegang tot medische zorgen).

20. Definitie van het Regenbooghuis

TRANSGENDER Verwijst naar een persoon waarvan het gender niet overeenstemt met zijn of haar geslacht, d.w.z. een persoon die niet zozeer interseksueel is maar die het persoonlijke gevoelen heeft te behoren tot de andere gender dan degene die zijn of haar lichaam laat veronderstellen, en voor wie dit persoonlijke gevoelen duurzaam is en niet enkel het gevolg van duidelijke psychiatrische problemen die voorbijgaand of blijvend zijn. Iemand is transgender als hij of zij zich niet volledig identificeert met de sociale rol die cultureel aan zijn of haar geslacht wordt toegewezen, zonder dat hij of zij denkt te lijden aan een “genderidentiteitsstoornis” of een syndroom, en zich bevrijdt van elk geloof in natuurlijke en onaantastbare sekserollen.

31


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?


BIJLAGEN

05 01 / RICHTVRAGEN BIJ EEN MISDRIJF METÂ HOMOFOOB MOTIEF

In samenwerking met verschillende LGBT organisaties en politie van verschillende zones/diensten is het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding begonnen met een project om een model PV te ontwikkelen rond misdrijven met een homofobe motief. Dit project is nog volop in ontwikkeling en op dit moment kunnen we u een lijst presenteren met mogelijke richtvragen die de politie kan faciliteren tijdens een verhoor om het homofoob motief van een misdrijf te detecteren.

33


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

NB : de vragen die volgen zijn niet volledig maar zij helpen bij het identificeren van de constitutieve bestanddelen van een misdrijf met een homofoob karakter 1 die noodzakelijk moeten worden opgenomen in een proces-verbaal. De vragen kunnen worden aangepast naar gelang van de omstandigheden, de aard van de feiten of de toestand van de ondervraagde persoon. Een haatmisdrijf onderscheidt zich van andere misdrijven door het motief van de verdachte/dader (verwerpelijke beweegreden), dit wil zeggen als één van de motieven van het basismisdrijf gelegen is in een staat van haat, misprijzen of vijandigheid wegens, zijn/ haar seksuele geaardheid.

1. Art 22 en art 23 van wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (B.S. 30 juni 2007)

Y verklaart slachtoffer te zijn van een volgend misdrijf (controleer het basismisdrijf die het voorwerp is van de klacht) : – Misdrijven i.v.m. aanranding van de eerbaarheid en verkrachting (art.377bisSW) – Misdrijven i.v.m. doodslag en opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel (art.405quaterSW) – Misdrijven i.v.m. schuldig verzuim (art.422quaterSW) – Misdrijven i.v.m. vrijheidsberoving, foltering en huis­ vredebreuk door bijzondere personen (art.438bisSW) – Misdrijven i.v.m. belaging (art.442terSW) – Misdrijven i.v.m. laster, eerroof en grafschennis (art.453bis SW) – Misdrijven i.v.m. brandstichting (art.514bisSW) – Misdrijven i.v.m. “vernieling” van bouwwerken, treinen, schepen, machines, … – Misdrijven i.v.m. beschadiging van roerende eigendommen (art.532bisSW) – Misdrijven i.v.m. graffiti en beschadiging van onroerende eigendommen (art.534quaterSW) Ten aanzien van een persoon of groep op basis van de echte of vermeende seksuele geaardheid.

34


BIJLAGEN

Volgens de omzendbrief col 14/2006 “wanneer de politie een misdrijf vaststelt of een klacht optekent, registreert ze dit onder de gebruikelijke code ; indien zij bovendien vaststelt dat het motief van het misdrijf homofoob van aard is, vermeldt zij dit in het veld “melding parket”, dat is voorzien op de hoofdding van de eerste bladzijde van het proces-verbaal.

Vragen met betrekking tot de feiten +K  unt U een relaas van de feiten geven ? Kunt u vertellen wat u is voorgevallen ? (Wat-Waar-Wanneer-Waarmee-Wijze-Waarom-Wie) +Z  ijn er elementen die zijn voorgevallen voor, tijdens en na de feiten ? +Z  ijn er andere dingen gezegd/gedaan tijdens het uitvoeren van het misdrijf ? +H  eeft u bewijsmateriaal die u verklaringen kunnen staven ? Geschreven materiaal (kopie ?), visueel en/of auditief materiaal (camerabeelden ?), internet, foto’s, vaststellingen door een expert (deurwaarder, arts, …) +Z  ijn er getuigen die uw verklaringen kunnen staven ? + In geval van slagen en verwondingen, heeft u een medisch attest ? +G  aat u ermee akkoord dat wij foto’s nemen van de sporen van het geweld of heeft u al foto’s genomen ? +H  eeft u materiële schade geleden ? Indien ja, welk bewijs heeft u om dit te staven ? Wat is het verband tussen het misdrijf en de eventuele schade ? +H  eeft u een morele schade geleden ? Welke ? Indien ja, welk bewijs heeft u om dit te staven ? Wat is het verband tussen het misdrijf en de eventuele schade ? 35


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

Vragen met betrekking tot het motief (intentie) De volgende vragen hebben als doel het homofobe motief te identificeren. De verzwarende omstandigheid geldt echter als minstens één van de motieven homo­ fobie is. Hierbij is het belangrijk te onderstrepen dat het niet noodzakelijk is dat het slachtoffer holebi 2 is. Het motief van de dader is belangrijk. Het is dus niet nodig dat het slachtoffer zegt dat hij/zij tot de doelgroep behoort.

2. HOLEBI = Homo’s, Lesbiennes en Biseksuelen

+D  enkt u dat uw seksuele geaardheid of het idee dat de verdachte hierover heeft, heeft meegespeeld ? Waaruit leid je dit af ? Is het mogelijk dat een ander reden heeft meegespeeld ? +H  oe heeft de haat, vijandigheid of misprijzen zich gemanifesteerd ? +W  at zijn de exacte bewoordingen, beledigingen die de verdachte heeft gebruikt ? +O  p welke manier werden deze bewoordingen en/of handelingen geuit ? +H  eeft er volgens u naast het homofoob motief nog een ander motief meegespeeld in hoofde van de verdachte ? +H  eeft u kennis van homofobe antecedenten in hoofde van de verdachte tegen uw persoon of de holebigemeenschap ? Geef uitleg. +Z  ijn er andere feiten die het homofoob karakter bij de verdachte kunnen onthullen ?

36


BIJLAGEN

Vragen over de betrokken partijen +K  ent U de verdachte ? Wat is diens identiteit ? Indien ja : naam en adres Indien nee : fysieke beschrijving : lengte, gewicht, voorkomen, kledij, specifieke fysieke kenmerken (tatoeages) Toestand : nuchter of niet ? (Alcohol of andere substanties op moment van de feiten). + W  at is Uw relatie tot de verdachte ? + Indien het om meerdere verdachten gaat. Wat weet u over de feitelijke vereniging of groep. + Is de verdachte gekend voor zijn/haar extreme gedachtegoed, homofoob of andere ? +H  eeft u kennis van andere feiten of andere elementen waar de verdachte bij betrokken is ? +H  eeft de verdachte vroeger reeds gelijkaardige feiten gepleegd op uw persoon ? +Z  ijn er andere elementen die volgens u belangrijk zijn om te onderzoeken bij de verdachte ? +W  enst u gerechtelijke vervolging ? +W  il u nog iets toevoegen aan uw verklaring ?

37


HOE OMGAAN MET SLACHTOFFERS VAN HOMO- EN LESBOAGRESSIE ?

02 / OMZENDBRIEF NR. COL 14/2006

I. INLEIDING In haar op 19 november 2004 gepubliceerde algemene beleids­nota, benadrukt de Minister van Justitie dat in de loop van de aan de opstelling van de beleidsnota voorafgaande maanden, haar diensten een toename van de geweld­ daden ten aanzien van homo­ seksuele personen hebben vastgesteld. Zelfs al werd het wetgevende arsenaal uitgebreid met de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie, dan nog blijft waakzaamheid geboden, stelde de Minister vast ; zij stelt derhalve voor dat meer specifieke maatregelen zouden worden genomen.

COLLEGE VAN PROCUREURS-GENERAAL Brussel, 26 juni 2006.

OMZENDBRIEF NR. COL 14/2006 VAN HET COLLEGE VAN PROCUREURSGENERAAL BIJ DE HOVEN VAN BEROEP

Bovendien heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers een resolutie gestemd waarbij 17 mei wordt uitgeroepen tot dag van de strijd tegen de homo­fobie. Naar aanleiding van deze dag heeft de Minister drie luiken voorgesteld waarrond reflectie dient te worden gevoerd : – reflectie inzake de manier waarop dossiers met betrekking tot daden van homofobe aard worden geregistreerd ; – reflectie omtrent een specifieke nomenclatuur van de misdrijven, in samenwerking met het College van procureurs-generaal ; – opleiding van de magistraten.

Mijnheer/Mevrouw de Procureur-generaal, Mijnheer de Federale Procureur, Mijnheer/Mevrouw de Procureur des Konings, Mijnheer/Mevrouw de Arbeidsauditeur,

BETREFT : STRIJD TEGEN DE HOMOFOBE DADEN.

38

Onderhavige omzendbrief heeft als doelstelling het eerste luik in de praktijk om te zetten en bijgevolg de taken van de referentiemagistraat inzake xenofobie en racisme uit te breiden.

II. PRINCIPES De inbreuken op de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, waarvan een gedeelte werd opgeheven door een op 6 oktober 2004 uitgesproken arrest van het Arbitragehof, worden door de rechterlijke orde geregistreerd onder code 56C, ongeacht het motief van de discriminatie en met uitzondering van de gevallen van racisme of xenofobie (56A en 56B). Wanneer een ander misdrijf wordt gepleegd, bijvoorbeeld het misdrijf slagen en verwondingen omwille van homofobe motieven, dan wordt dit misdrijf geregistreerd onder de gebruikelijke code 43A zonder dat er rekening wordt gehouden met het motief van de dader, met andere woorden, met het motief omwille van hetwelk hij heeft gehandeld of het doel dat hij heeft willen bereiken.


BIJLAGEN

Op deze manier is het onmo­ gelijk homofobe fenomenen in een betrouwbare statistiek op te nemen. Om deze lacune uit de wereld te helpen, beschikken de parketten in het “TPI/REA”informaticasysteem over “contextvelden” ; deze velden bieden de mogelijkheid fenomenen zoals homofobie te registreren. Indien een inbreuk wordt gepleegd op de hierboven vermelde wet omwille van homofobe drijfveren, wordt zij vanzelfsprekend geregistreerd onder code 56C maar de vermelding “homofobie” wordt eveneens opgenomen in een andere rubriek, namelijk het contextveld ; ook wanneer een ander misdrijf, dat niet in deze wet wordt vermeld, werd gepleegd omwille van homofobe drijfveren, wordt dit misdrijf geregistreerd onder zijn eigen tenlasteleggingscode en wordt de vermelding “homo­ fobie” eveneens opgenomen in het contextveld.

III. UNIFORME WERKWIJZE 1. Wanneer de politie een misdrijf vaststelt of een klacht optekent, registreert ze dit onder de gebruikelijke code ; indien zij bovendien vaststelt dat het motief van het misdrijf homofoob van aard is, vermeldt zij dit in het veld “melding parket”, dat is voorzien op de hoofding van de eerste bladzijde van het proces-verbaal.

2. Wanneer het proces-verbaal dat een dergelijke melding “fenomeen” bevat, toekomt op het parket, registreert het parketsecretariaat de vermelding “homofobie” in het contextveld ; de magistraat aan wie het proces-verbaal wordt voorgelegd, gaat de exactheid ervan na. Indien het motief niet homofoob van aard is, zal deze vermelding worden geschrapt.

6. Indien zaken, waarvan één zaak “homofobie”, worden samengevoegd, dient men erop te letten dat de vermelding “homofobie” behouden blijft of toegevoegd wordt in het contextveld van de moederzaak. — Het is aangewezen zich tot het bevoegde parket-generaal of het auditoraat-generaal te wenden, telkens de toepassing van deze omzendbrief problemen stelt in de praktijk en telkens zich principiële problemen voordoen bij de behandeling van de dossiers ter zake.

Wanneer daarentegen uit het onderzoek van het dossier blijkt dat het motief wel homofoob van aard is en de vermelding “context…” niet aangeduid is, wordt deze vermelding toegevoegd in het contextveld, en dit op initiatief van de magistraat.

Onderhavige omzendbrief treedt in werking op 1 november 2006.

3. Ingeval klacht wordt neer­ gelegd op het parket, zal het secretariaat of de magistraat op dezelfde manier te werk gaan.

— Voor het College van procureursgeneraal (F. SCHINS, procureurgeneraal te Gent ; G. LADRIÈRE, procureur-generaal te Bergen ; C. DEKKERS, procureur-generaal te Antwerpen ; C. VISART DE BOCARMÉ, procureur-generaal te Luik ; J. DE LENTDECKER, procureur-generaal te Brussel).

4. In twijfelgevallen kan een beroep worden gedaan op de referentiemagistraat inzake racisme en xenofobie die waakt over de correcte toepassing van deze omzendbrief. 5. Of het nu tijdens het gerechtelijk onderzoek of het opsporingsonderzoek is, de vermelding kan worden geschrapt of toegevoegd in alle stadia van de procedure.

F. SCHINS, Procureur-generaal te Gent, Voorzitter van het College.

39


01 CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING Koningsstraat 138 1000 Brussel Groen nummer : 0800/12 800 Tel. : 02 212 30 00 (algemeen) Fax : 02 212 30 30 E-mail : epost@cntr.be www.diversiteit.be

Kolenmarkt 42 1000 Brussel Tel. : 02 503 59 90 E-mail : info@rainbowhouse.be www.rainbowhouse.be

02

ÇAVARIA Koepelorganisatie van LGB(T)-verenigingen uit Vlaanderen en Brussel Kammerstraat 22 9000 Gent Tel. : 09 223 69 29 Fax : 09 223 58 21 E-mail : info@cavaria.be www.cavaria.be

HET REGENBOOGHUIS Het Regenbooghuis omvat verschillende Nederlandstalige en Franstalige LGB(T)verenigingen (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender, Queer, Intersexual) uit het Brussels Gewest.

TELS QUELS Tels Quels is een Brussels LGB(T)-gemeenschaps­ centrum Kolenmaarkt 81 1000 Brussel Tel. : 02 512 45 87 Fax : 02 511 31 48 E-mail : info@telsquels.be www.telsquels.be

GECOÖRDINEERD DOOR :

IN SAMENWERKING MET :

VERENIGINGEN

ARC-EN-CIEL WALLONIE Koepelorganisatie van de LGB(T)-verenigingen uit Wallonië Rue Hors-Château 7 4000 Liège Tel. : 04 222 17 33 Fax : 04 223 05 89 E-mail : courrier@ arcenciel-wallonie.be www.arcenciel-wallonie.be

03 RAINBOWCOPS BELGIUM Kolenmarkt 42 1000 Brussel E-mail : contact@ rainbow-cops-belgium.be www.rainbow-copsbelgium.be

MET DE STEUN VAN :

Homo Agressie / Opleiding politie  

opleiding politie: homo agressie

Advertisement