Page 1

ANTWOORDSLEUTEL INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE (iVTG) - DECEMBER 2018 Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

Antwoord C 16. A D 17. C B 18. B C 19. B B 20. C D 21. C C 22. B B 23. C D 24. C B 25. C C 26. A B 27. B C 28. A B 29. C D 30. A

31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45.

C D A B A B A A B A D A C A A

46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60.

B B B B C B B D D C A C A D C

61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75.

A C A A B B B A A A B A C C B

76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90.

B D A B B B A A D D C D B B B

91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105.

C A C B B A D A D D B A B D B

106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120.

C C A A D D D D A C A B C C B

121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135.

D C C B A A B C D B D D B D B

136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150.

A B A A B C C D A B A B C D A

151. 152. 153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165.

C B C A B D D C C B B D C A C

166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180.

D C C D A A C B A A C B A C C

181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195.

B C A A B A B B B B D C C C A

196. 197. 198. 199. 200.

B B C B B

Met ingang van de iVTG december 2018 worden vragen niet alleen meer voorzien van een literatuurreferentie en/of feedback, maar steeds vaker ook van een zogenaamde FEEDBACKPROMPT. Dit is een korte frase waarin wordt aangegeven waarover de vraag gaat. Bijv. "bloedvaten in het been". Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25.

26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33.

Literatuurreferentie en/of feedback voor studenten FEEDBACK: de fundushoogte stijgt vanaf 12 weken iedere 4 weken 1/3 van de afstand symfyse tot navel, daarna 3 x 1/4 van navel tot xifoïd per 4 weken. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 591-610 Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., hfdst. 6: Lymfeklieren, vergrote Leerboek klinische neurologie (18e herz.dr. 2016) Kuks J. e.a., hfdst. 4 Psychology (9th ed. 2011/2012) Bernstein D. e.a., hfdst. 16 Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 1068-1069 Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/Acute rinosinusitis Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., hfdst. 9.4 The immune system (4th ed. 2014/2015) Parham P., blz. 261-262 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 1092-1096 Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 512-513 Psychology (9th ed. 2011/2012) Bernstein D. e.a., hfdst. 13 Volksgezondheid en gezondheidszorg (6e geh. herz. dr. 2012) Mackenbach J. e.a., hfdst. preventie Volksgezondheid en gezondheidszorg (8e geh.herz. dr. 2016) Mackenbach J. e.a., blz. 191-192 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_richtlijnen/k_nhgstandaarden/Samenvattingskaartje-NHGStandaard/M02_svk.htm Anamnese en lichamelijk onderzoek (7e dr. 2014) Meer van der J. e.a., blz. 112 Essential cell biology (4th ed. 2013/2014) Alberts B. e.a., blz. 571 Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 50-63 Medical statistics at a glance (3rd ed. 2009) Petrie A. e.a., blz. 40-42 Rubin's pathology: clinicopathologic foundations of medicine (6e ed. 2011/2012) Rubin R. e.a., blz. 446 Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., hfdst. 4 Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., hfdst. 8 Robbins basic pathology (9e ed. 2013) Kumar V. e.a., blz. 801-802 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/standaarden/samenvatting/anemie Leerboek medische ethiek (4e herz.dr. 2013) Have ten J. e.a., blz. 177-179 FEEDBACK: In de gezondheidszorg is vertrouwelijkheid een essentieel begrip. Wanneer patiënten het gevoel hebben dat ze bij de arts niet vrijuit kunnen spreken, kan dat leiden tot zorgmijding met alle ongewenste maatschappelijke consequenties van dien. Uitzondering kan gemaakt worden wanneer er sprake is van ernstige dreiging voor patiënt zelf of derden. Dat is hier niet het geval. Medische psychologie (2e herz. dr. 2010) Kaptein A. e.a., blz. 137 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 741 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Kinderen met koorts Rang and Dale's pharmacology (8th ed. 2015/2016) Rang H. e.a., blz. 8 Emery's elements of medical genetics (14e ed. 2012) Turnpenny P. e.a., blz. 39 Essentials of Rubin's pathology (6th ed. 2013/2014) Rubin E. e.a., hfdst. 32 Pathology: a modern case study (2015) Reisner H., blz. The Vascular System Het onderzoek van de buik (2012) Vaardigheden In de Geneeskunde. Drenthe-Schonk A. e.a., blz. Figuur 1: rechter bovenbuik FEEDBACK: Pijn die uitstraalt van de rechterbovenbuik naar de punt van de homolaterale scapula duidt in de richting van galsteenlijden. Koliekpijn duidt vaak op een gehele of gedeeltelijke afsluiting van een hol orgaan, en ontstaat bij een poging van dat orgaan om door middel van peristaltische contracties (koliek) de obstructie op te heffen. Continue pijn wijst in eerste instantie in de richting van een ontsteking (bijv. appendicitis, diverticulitis) of circulatiestoornis met dreigende necrose (bijv. ileus, mesenteriaaltrombose). Als de patiënt tot onrust neigt is er sprake van ‘bewegingsdrang’. Dit komt veel voor bij koliekpijn.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47.

48. 49. 50. 51. 52.

53. 54.

55. 56.

57. 58. 59. 60. 61.

62. 63. 64. 65. 66. 67. 68.

69. 70.

Guyton and Hall Textbook of medical physiology (12e ed. 2010/2011) Hall J. e.a., blz. 314-319 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 885 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Lumbosacraal radiculair syndroom, 2015 Leerboek epidemiologie (7e herz. dr. 2016) Bouter L. e.a., blz. 197-203 Human molecular genetics (4th ed. 2010/2011) Strachan T. e.a., blz. 74 Textbook of biochemistry with clinical correlations (7th ed. 2010/2011) Devlin T. e.a., blz. 1034 Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., hfdst. erythemateuze dermatosen Current medical diagnosis & treatment (56th ed. 2017) Papadakis M. e.a., blz. Disorders of the Eyes & Lids Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 769 Leerboek medische ethiek (4e herz.dr. 2013) Have ten J. e.a., blz. 308 FEEDBACK: het meest waarschijnlijke letsel bij deze operatie is ureterletsel in het infiltraat, alleen verklaart dat niet de verkleuring naar melkachtig toen de man ging eten. Dat is klassiek voor chyluslekkage. Leerboek medische ethiek (4e herz.dr. 2013) Have ten J. e.a., blz. 68 Human Anatomy (8th ed. 2014) Martini F. e.a., blz. 638-648 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 565, 664, 1040 FEEDBACK: Glucose wordt gefilterd in de glomeruli en dan teruggeresorbeerd in de proximale tubuli. Bij een overmatig aanbod van glucose aan de proximale tubuli, zoals bij hyperglykemie t.g.v. diabetes, treedt glucosurie op, omdat het niet lukt om al het glucose volledig terug te resorberen. Soms is er schade aan de cellen van de proximale tubulus door een aangeboren of verworven probleem, waarbij het zelfs bij een situatie van normoglykemie niet lukt om het door de glomeruli gefilterde glucose volledig terug te resorberen. Een voorbeeld is het Fanconi syndroom. Harrison's principles of internal medicine (18e ed. 2011/12) Longo D. e.a., blz. chapter 272 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Bacteriële Huidinfecties Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 493 Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 678 FEEDBACK: Bij een afbuiging van de lengtegroei, met toename van het gewicht t.o.v. de lengte, moet men aan een endocrien probleem denken. De groei in het eerste levensjaar wordt vooral bepaald door voeding, endocriene factoren spelen een veel minder uitgesproken rol. De groei kan bij een groeihormoondeficiëntie dan ook normaal zijn in het eerste jaar. Coeliakie (en ook koemelkallergie, mocht dit groeiproblemen geven) leiden tot een afbuiging van het gewicht, niet tot een toename van gewicht. Ook bij Noonan-syndroom wordt geen toename van gewicht gezien, de kleine lengte is meestal al vanaf de geboorte aanwezig. RIVM. LCI-Richtlijnen. http://www.rivm.nl, blz. Cholera richtlijn Rang and Dale's pharmacology (8th ed. 2015/2016) Rang H. e.a., blz. 281 FEEDBACK: Noradrenaline werkt op zowel alfa als bèta-1adrenerge receptoren, is een sterke vasoconstrictor en verhoogt de cardiac output. Dit is precies wat de patiënt nu nodig heeft. Atropine is een parasympathicolyticum en verhoogt alleen de hartslag. Isoprenaline werkt alleen op bèta adrenerge receptoren. Nitroglycerine is vaatverwijdend en zou de situatie van de patiënt verslechteren. Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 84 Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 149-152 FEEDBACK: Congenitale heupdysplasie komt vaker voor bij meisjes (6:1) en 30% van de kinderen met congenitale heupdysplasie lagen in stuit. Deze gegevens uit de casus maakt het dat er extra aandacht moet worden besteed aan het onderzoek van beide heupen, aangezien behandeling van congenitale heupdysplasie de beste uitkomst heeft bij een vroege diagnose. Human molecular genetics (4th ed. 2010/2011) Strachan T. e.a., blz. 64 Anamnese en lichamelijk onderzoek (6e dr. 2012) Meer van der J. e.a., blz. 92 FEEDBACK: Zuurstoftoediening zal de saturatie snel verhogen bij deze zeer ernstig kortademige patiënt. Nog meer salbutamol is niet geïndiceerd bij gebleken onvoldoende werkzaamheid en tachycardie. Steroïden en antibiotica werken te traag voor de eerste actie die moet worden ingezet. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., hfdst. Hartziekten Vander's human physiology: the mechanisms of body function (12th ed. 2011) Widmaier E. e.a., blz. 409-413 FEEDBACK: Een vergroting van het hart kan op verschillende manieren ontstaan, afhankelijk van de soort belasting die aan het hart wordt opgelegd. Bij een langdurig verhoogde uitstroomweerstand leidt dit tot een abnormaal dikke wand. Zware aerobe training zal tot een vergroting van het hart leiden waarbij de verhouding van hartholte en wanddikte gehandhaafd blijft: dit is een sporthart. Wordt er langdurig te veel veneus bloed naar het hart gevoerd, dan zal het hart buiten proportie verwijden en ontstaat er dilatatie. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 495-499 FEEDBACK: Typisch beloop bij transpositie van de grote vaten, bij sluiten ductus in de problemen, zonder cardiale souffle. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 526-528 FEEDBACK: Spondylartropathie komt vaker voor bij patiënten met colitis ulcerosa en M. Crohn. Een relatief vaak voorkomende bijwerking van NSAID's is ulceraties van de tractus digestivus. Bij colitis is een NSAID gecontra-indiceerd. Emery's elements of medical genetics (14e ed. 2012) Turnpenny P. e.a., blz. 18 Anamnese en lichamelijk onderzoek (7e dr. 2014) Meer van der J. e.a., blz. 56 Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 114-115 Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 171 Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 85 FEEDBACK: Dwangbehandeling kan onder bepaalde voorwaarden ook zonder vervangende toestemming worden toegepast. Zowel dwangbehandeling als Middelen en Maatregelen moeten aan de Inspectie worden gemeld. Voor dwangbehandeling geldt geen limitatieve, wettelijk geregelde opsomming voor Middelen en Maatregelen wel (in het Besluit Middelen en Maatregelen BOPZ). Rang and Dale's pharmacology (7th ed. 2011/2012) Rang H. e.a., blz. 287 Probleemgeoriënteerd denken in de geriatrie: een praktijkboek voor de opleiding en de kliniek (2e herz. dr. 2012) Olde Rikkert M. e.a., hfdst. 8: De patiënt met bloedarmoede

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


71. 72. 73. 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84.

85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95.

96. 97. 98. 99.

100. 101. 102. 103.

104. 105.

106. 107. 108. 109. 110. 111.

Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 156 Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 26-27 Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 531 Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. 6.2.4 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 272-282 Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., blz. 809 Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 962-963 Psychologie en geneeskunde: behavioural medicine (4e geh. herz. dr. 2012) Kaptein A. e.a., blz. 34 Emery's elements of medical genetics (14e ed. 2012) Turnpenny P. e.a., blz. 109, 293 FEEDBACK: De ziekte van Huntington is autosomaal dominant erfelijk. Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 1088 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 603 FEEDBACK: Urinezuurstenen kunnen zich vormen vanaf een urine met een pH van ongeveer 5,3. Urine met een pH van minder dan 3,4 komt vrijwel nooit voor. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 34 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 303-309 Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 465 FEEDBACK: Om de diagnose pre-eclampsie te kunnen stellen, moet er sprake zijn van een hypertensie die gepaard gaat met >300 mg eiwitverlies in de urine per 24 uur, of een eiwit-creatinineratio > 30 g/mol in een enkel urinemonster. Urineonderzoek is dus geïndiceerd. De verloskundige kan de urine eenvoudig controleren op eiwitten via een dipstick. 24-uurs bloeddrukmeting een ECG en een EEG hebben geen plaats in de diagnostiek. Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., blz. GEEN OPGAVE Gray's anatomy for students (2014) Drake R., blz. GEEN OPGAVE Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. GEEN OPGAVE Medical statistics at a glance (3rd ed. 2009) Petrie A. e.a., blz. 119 Leerboek acute geneeskunde. Probleemgerichte aanpak (2014) Vugt van A. e.a., blz. 103 Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. GEEN OPGAVE Essential surgery: problems, diagnosis and management (5th ed. 2014) Quick C. e.a., blz. GEEN OPGAVE Essential surgery: problems, diagnosis and management (5th ed. 2014) Quick C. e.a., blz. GEEN OPGAVE Fysische diagnostiek: uitvoering en betekenis van het lichamelijk onderzoek (2e herz. dr. 2015) Jongh de T. e.a., blz. GEEN OPGAVE Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 1039 en 1046 Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 349-350 FEEDBACK: Niet-ingedaalde testis hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een maligniteit. Het risico is groter wanneer er sprake is van bilateraal niet-ingedaalde testes en abdominaal gelegen testes. Tevens is een scrotaal gelegen testis makkelijker te onderzoeken op eventuele afwijkingen. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 193 Clinical surgery (3e ed. 2012) Henry M. e.a., blz. 646 Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 197-199 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Depressie FEEDBACK: Toets van kennis over de DSM-V waarin twee kernsymptomen staan voor de diagnose depressie; sinds minimaal 2 weken gedurende nagenoeg de hele dag 1) sombere stemming of 2) duidelijke vermindering van interesse, genot, plezier. Voor de diagnose moet de patiënt voldoen aan minimaal 1 kernsymptoom, plus 4 andere symptomen uit de vitale kenmerken (bijv. concentratieverlies, moeheid, slecht slapen/overmatig slapen, onbedoelde gewichtsverandering, suïcide etc). Probleemgeoriënteerd denken in de geriatrie: een praktijkboek voor de opleiding en de kliniek (2e herz. dr. 2012) Olde Rikkert M. e.a., blz. 97 Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 394 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 582 Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 556-560 FEEDBACK: De borstsparende behandeling van een mammacarcinoom bestaat doorgaans uit chirurgische lokale excisie van de tumor (met schildwachtklier procedure) en adjuvante (dus na de operatie) radiotherapie van de borst. Bij grotere tumoren, waarbij borstsparende chirurgie een slecht cosmetisch resultaat zal opleveren, kan worden begonnen met neoadjuvante (dus voor de operatie) chemotherapie. Ook kan er nog na de locoregionale behandeling gekozen worden voor (adjuvante) systemische therapie zoals chemotherapie of hormoontherapie. Deze indicatie wordt gesteld aan de hand van verschillende prognostische kenmerken zoals grootte, differentiatiegraad en biologische kenmerken van de tumor. Textbook of biochemistry with clinical correlations (7th ed. 2010/2011) Devlin T. e.a., blz. 480 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Urineweginfecties FEEDBACK: Ciprofloxacine wordt voorgeschreven wanneer er sprake is van koorts of andere tekenen van weefselinvasie. Bij mannen is de behandelduur 14 dagen, bij vrouwen duurt deze behandeling 7 dagen. Bij mannen met een ongecompliceerde cystitis is de eerste keuze van behandeling net als bij vrouwen nitrofurantoïne. Trimethoprim kan ook overwogen worden voor de behandeling van een acute ongecompliceerde urineweginfectie. Echter, in het geval van weefselinvasie hebben deze middelen onvoldoende weefselpenetratie. Amoxicilline is een breedspectrum penicilline, welke bij urineweginfecties alleen in combinatie met clavulaanzuur gegeven wordt. Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., blz. 244 Essentials of clinical geriatrics (7th upd. ed. 2013) Kane R., blz. 194 Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., blz. 710 The Big Picture: Gross Anatomy (2011) Morton D. e.a., blz. fig. 15.1 CURRENT Diagnosis & Treatment Emergency medicine (7th ed. 2012) Stone C. e.a., blz. chapter 28 Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., blz. 573-575

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


112. 113. 114. 115.

116. 117. 118.

119. 120.

121. 122.

123. 124. 125. 126. 127. 128.

129.

130. 131. 132. 133. 134. 135. 136.

FEEDBACK: In de schildklier worden, onder invloed van thyroïdstimulerend hormoon uit de adenohypofyse, de schildklierhormonen tetrajodothyronine (T4) en trijodothyronine (T3) geproduceerd. Voor dit proces is jodium noodzakelijk. Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. chapter 227: Viral Gastoenteritis Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., hfdst. 29 Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 375 Volksgezondheid en gezondheidszorg (8e geh.herz. dr. 2016) Mackenbach J. e.a., blz. 151-216 FEEDBACK: Preventie kan worden onderscheiden naar zijn belangrijkste aangrijpingspunt. De drie methoden van preventie zijn dan: gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en ziektepreventie. Bij ziektepreventie staat altijd een specifieke ziekte centraal. Secundaire preventieprogramma’s, zoals de screening op baarmoederhalskanker, die gericht is op de vroege opsporing van specifieke aandoeningen zijn ook onderdeel van ziektepreventie. Het aangrijpingspunt bij gezondheidsbescherming is de omgeving. Gezondheidsbescherming is erop gericht de hele bevolking of grote groepen daaruit te beschermen tegen blootstelling aan risicofactoren in de omgeving waarin zij verkeren. Voorbeelden hiervan zijn waterzuivering en het rookverbod in de openbare ruimten. Het aangrijpingspunt bij gezondheidsbevordering is het gedrag van mensen. Vander's human physiology: the mechanisms of body function (12th ed. 2011) Widmaier E. e.a., blz. 325 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 414 Histology: a text and atlas: with correlated cell and molecular biology (7th ed. 2015/2016) Ross M. e.a., blz. 411-427 FEEDBACK: De spierlaag van een arterie is vrij dik en opgebouwd uit gladde spiercellen en elastisch weefsel met elastine in lamellen. In de tunica externa zitten geen gladde spiercellen, maar alleen collagen en elastische vezels. De wanden van capillairen zijn opgebouwd uit endotheel en bevatten geen spiercellen. De spierlaag van een vene is vrij dun. In de tunica externa (buitenste laag) bevinden zich naast collagen en elastische vezels verspreid enkele gladde spiercellen. Emery's elements of medical genetics (14e ed. 2012) Turnpenny P. e.a., blz. 329 FEEDBACK: Bij een subtotale thyreoïdectomie wordt de bovenpool van de schildklierkwab in situ gelaten. Hierin kan het ziekteproces, multinodulair struma, gewoon optreden (B is juist). Bij multinodulair struma is geen duidelijke verhoging van de kans op schildkliercarcinoom, dat is dus veel minder waarschijnlijk (C is fout). Een reactieve klier op deze plaats komt veel voor maar zal niet onregelmatig van vorm zijn (A is fout). RIVM. LCI-Richtlijnen. http://www.rivm.nl, blz. Meldingsplicht_infectieziekten/Welke_infectieziekten_zijn_meldingsplichtig Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 769 FEEDBACK: Bij uitval van de nervus ulnaris wordt spreiding van de vingers vrijwel onmogelijk, ook ontstaat er een klauwstand van de gehele hand. Er ontstaat zwakte en atrofie van de intrinsieke handspieren. Ook kunnen er gevoelsstoornissen aan de ulnaire zijde van de hand ontstaan. Het maken van een vuist is moeilijk omdat oppositie van de vingers beperkt is. Bij letsel van de nervus medianus ontstaat ook uitval van een deel van de vingerflexoren, maar alleen van digitus I tot en met III. Bij het maken van een vuist ontstaat dan een zogenaamde ‘predikershand’, waarbij alleen flexie van digitus IV en V plaats kan vinden. Bij uitval van de nervus radialis is extensie van de gehele hand niet meer mogelijk. Er ontstaat dan een ‘dropping hand’. Dermatologie en venereologie (3e herz. dr. 2000, 2e opl. 2003) Vloten van W., blz. 191 FEEDBACK: Bij een case-control onderzoek krijg je alleen een benadering van het relatieve risico en geen absoluut risico. Een RCT kan niet omdat je de sociaal economische status niet experimenteel kunt toewijzen, en ook dit levert alleen een relatief risico op. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 218-219 Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/ACE-remmers Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 937 Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 297-298 FEEDBACK: Reinkeoedeem bestaat voornamelijk uit oedeem in de oppervlakkige lagen van de lamina propria van de stemband en komt vooral voor bij rokende vrouwen van middelbare en oudere leeftijd. Naast tabaksrook spelen hyperfunctioneel stemgebruik en wellicht ook gastrofaryngeale reflux een rol in het ontstaan. De stem is laag en schor. In de vroege stadia is het oedeem soepel en reversibel wanneer gestopt wordt met roken en eventuele andere oorzakelijke factoren worden behandeld. De diagnose acute laryngitis is niet waarschijnlijk aangezien tekenen van ontsteking (en voornamelijk pijn) ontbreken. Stembandknobbeltjes worden op volwassen leeftijd vrijwel uitsluitend bij jonge vrouwen aangetroffen en kunnen ook heesheid geven. Gezien de leeftijd van de patiënt in de casus is dus niet de meest waarschijnlijke diagnose. Acuut larynxoedeem ontstaat veelal als reactie op medicatie of allergenen. Het oedeem is voornamelijk supraglottisch gelokaliseerd. Het geeft een dik gevoel in de keel, gevolgd door slikstoornissen en luchtwegobstructie. Dit alles ontstaat in zeer korte tijd. In de anamnese ontbreken alarmerende symptomen, zoals een snelle verandering van de stem (binnen 1-2 uur) en benauwdheid. Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 84 FEEDBACK: Otosclerose is een aandoening waarbij het bot van het labyrintkapsel is aangetast. Wanneer er botomvormingshaarden rond de stijgbeugelvoetplaat worden gevormd, leidt dit tot fixatie ervan met als mogelijk gevolg een geleidingsverlies. Soms worden de haarden ook rond de cochlea gevormd en kan er sprake zijn van een perceptief verlies. Het begint vaak tussen het twintigste en veertigste levensjaar en tijdens een zwangerschap. Doorgaans zij er bij otoscopie geen afwijkingen. Een rubella-infectie tijdens de zwangerschap, kan bij de foetus aanleiding geven tot o.a. een perceptieve slechthorendheid. Een cholesteatoom kan bij destructie van o.a. de gehoorbeentjesketen zorgen voor een geleidingsverlies. Doorgaans zullen bij otoscopie afwijkingen gezien worden. Otitis media met effusie is gezien het beloop en de leeftijd minder waarschijnlijk. Tevens zou er dan vocht achter het trommelvlies zichtbaar moeten zijn. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Perifeer arterieel vaatlijden, 2e herziening 2014 Neurologie (5e dr. 2013, 2e opl. 2013) Hijdra A. e.a., hfdst. 19 Fitzpatrick's dermatology in general medicine (8e ed. 2012) Goldsmith L. e.a., blz. chapter 118: Benign Epithelial Tumors, Hamartomas, and Hyperplasias Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 354-357 Rook's Textbook of Dermatology (9th ed. 2016) Griffiths C. e.a., blz. chapter 111; Dermatoses of the Male Genitalia; 111.13: lichen sclerosus. Chapter 112: Dermatoses of the Female genitalia: 112.8 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Hoofdpijn. Huisarts Wet 2014;57(1):20-31.) Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. chapter 334 Acute Kidney Injury, section Diagnostic Evaluation, subsection Renal failure indices

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


137. Vander's human physiology: the mechanisms of body function (12th ed. 2011) Widmaier E. e.a., blz. 346 FEEDBACK: Het botmetabolisme is een dynamisch proces en wordt gekenmerkt door een continue botaanmaak en botafbraak. Osteoclasten zijn verantwoordelijk voor resorptie van verkalkt bot (en dus botafbraak). Het hormoon thyroxine stimuleert deze activiteit, waardoor hyperthyreoïdie een oorzaak kan zijn van secundaire osteoporose. Osteoblasten spelen juist een actieve rol bij de botvorming door het afzetten van de extracellulaire matrix en de mineralisatie ervan. 138. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 638-641 FEEDBACK: bètathalassemie is een erfelijke aandoening die met name rond de evenaar en de Middellandse zee voorkomt. Via de hielprik wordt gescreend op bètathalassemie. Hierbij wordt voornamelijk de bètathalassemie-major opgespoord. bètathalassemie-minor of ‘trait’ kunnen hierbij gemist worden, maar wel klachten van anemie geven. Kenmerkend in het bloedbeeld zijn hierbij de ‘schietschijfcellen’. Het ontstaan van deze ‘schietschijfcellen’ is echter onbekend. Bij sikkelcelanemie worden de erytrocyten vervormd tot sikkelvormige cellen. Deze ‘sikkelcellen’ zijn duidelijk zichtbaar in het bloedbeeld. G6PD-deficiëntie is een X-gebonden aandoening en komt daarom uitsluiten bij mannen voor. Hierbij treedt ernstige hemolyse op na bijvoorbeeld medicatie gebruik of een infectie. Kenmerkende afwijkingen hierbij in het bloedbeeld zijn de ‘Heinz-lichaampjes’. Bij polycythemia vera is een myeloproliferatieve ziekte waarbij er geen sprake is van een anemie, maar juist van een overproductie van erytrocyten. 139. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 165 140. Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 305-312 FEEDBACK: Afzakkende pijn vanaf de navel naar rechts onderin de buik is het meest discriminerende symptoom van een appendicitis, met een sensitiviteit en specificiteit van 80%. 141. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 84 FEEDBACK: Psoriasis behoort tot de erythematosquameuze huidafwijkingen. De guttata variant van psoriasis ontstaat vaak onder invloed van een streptokokkeninfectie. Vragen naar een recent doorgemaakte keelontsteking kan daardoor bijdragen aan het stellen van de juiste diagnose. Bij net ontstane psoriasis guttata wordt ook aangeraden een keelweek of serologie af te nemen. 142. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Acute diarree FEEDBACK: 20 (mg) x 25 (kg) = 500 (mg). De aanbevolen dagdosering is dus 500 mg per dag. Dit wordt verdeeld in drie giften. 143. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Niet-traumatische knieklachten. FEEDBACK: Met name de lokalisatie van pijn en zwelling (ter plaatse van de tuberositas tibiae) pleit voor de ziekte van Osgood-Schlatter. Het komt vooral voor bij kinderen tussen de acht en vijftien jaar. Het is gerelateerd aan de groeispurt en komt vaker voor bij actief sportende kinderen, vooral bij jongens. De aandoening is veelal unilateraal. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat de oorzaak van traumatische aard is, namelijk door herhaalde tractie van de patellapees ter plaatse van het verbeningscentrum van de tuberositas tibiae. De klachten kunnen enkele maanden tot twee jaar aanhouden en gaan vrijwel altijd over na de groeispurt. 144. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Ulcus cruris venosum. FEEDBACK: Het ulcus cruris venosum is een defect van de huid van het onderbeen, meestal gelegen net boven de mediale malleolus, tot in de subcutis of dieper. Het ontstaat op basis van chronische veneuze insufficiëntie (CVI), geneest slecht en recidiveert gemakkelijk. Kenmerken van het ulcus cruris venosum zijn grillige wondranden, een rood/roze wondbodem en een onwelriekende geur. Andere tekenen van CVI zijn: corona phlebectatica, varices, oedeem, orthostatisch eczeem, hyperpigmentatie, atrofie blanche, induratie en dermato- en liposclerose. Een ulcus als gevolg van arterieel vaatlijden is meestal gelokaliseerd lateraal op het scheenbeen. Daarbij zijn er meer pijnklachten en is de wondbodem vaak zwart. Ook is er meestal geen sprake van oedeemvorming. 145. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Delier 146. FEEDBACK: bij een sterke verdenking op longembolieën (Well’s score >4) dient de D-dimeerbepaling te worden overgeslagen en wordt direct een CT-angio gemaakt. Een echo doppler kan weliswaar een trombose opsporen, maar is te weinig sensitief voor longembolieën. Het ECG zal waarschijnlijk atriumfibrilleren laten zien en mogelijk typische verschijnselen voor longembolieën, maar hiermee kan geen diagnose worden gesteld. 147. Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., hfdst. 2 FEEDBACK: als je het eenmaal hebt raak je het niet meer kwijt. Dus telt voor de prevalentie iedereen mee die aan het begin van de observatieperiode al reumatoïde artritis heeft, plus alle nieuwe gevallen in de observatieperiode (incidentie). Dat is dus altijd meer dan de incidentie alleen. NB: deze redenering gaat alleen mank bij een hele hoge snelle sterfte of genezing na diagnosticeren, maar daarvan is geen sprake. 148. Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk (5e geh. herz. dr. 2014) Goudswaard A. e.a., hfdst. 36: Repositie zondagmiddagarmpje 149. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 374-375 150. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 806-809 151. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 329 152. Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. content.aspx?bookid=1130&sectionid=69857702. Accessed June 29, 2017 FEEDBACK: N1 Metastasis in ipsilateral peribronchial and/or ipsilateral hilar lymph nodes and intrapulmonary nodes, including involvement by direct extension. N2 Metastasis in the ipsilateral mediastinal and/or subcarinal lymph node(s). N3 Metastasis in the contralateral mediastinal, contralateral hilar, ipsilateral or contralateral scalene, or supraclavicular lymph nodes. 153. Braddom's physical medicine & rehabilitation (5th ed. 2016) Cifu D. e.a., blz. table 27-3, blz. 577 154. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 255 FEEDBACK: het klinisch beeld zoals beschreven past het meest bij een anemie van de chronische ziekte. De combinatie van een aantal opeenvolgende infecties met een microcytaire anemie met een laag serumijzer maar hoog ferritine past bij deze diagnose. Bij een ijzergebrekanemie zou er juist ook een laag ferritine en lage transferrineverzadiging gevonden moeten worden. Bij een thalassemie kun je ook een microcytair bloedbeeld krijgen, maar juist een hoog plasma-ijzer. Bij een hemolytische anemie past juist een normocytair of macrocytair bloedbeeld. 155. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Urineweginfectie. FEEDBACK: Het onderzoek van bij kamertemperatuur bewaarde urine is alleen betrouwbaar indien de urine binnen 2 uur na lozing wordt onderzocht. Wanneer dit niet mogelijk is, moet de urine onmiddellijk worden geplaatst in een koelkast met een temperatuur van maximaal 10 graden C, waarin deze hoogstens 24 uur bewaard mag worden. Te lang bewaarde urine kan door bacteriegroei leiden tot een fout-positieve Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


uitslag van het urineonderzoek. Bewaren in een koelkast vertraagt bacteriegroei. 156. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 510-512 FEEDBACK: Naast passiviteit en slaperigheid is een heroïne-intoxicatie te herkennen aan de aanwezigheid van bradycardie, nauwe pupillen, onduidelijke spraak, aandacht- en concentratiestoornissen. Bij een cocaïne-intoxicatie is juist sprake van tachycardie, hypertensie, wijde pupillen en psychomotorische agitatie. Intoxicatiesymptomen van cannabis zijn conjunctivale roodheid, verhoogde eetlust, droge mond, tachycardie, verhoogde perceptie, psychose en angst. Een GHB-intoxicatie wordt juist gekenmerkt door dysarthrie, coördinatiestoornissen, onzekere gang, nystagmus, verminderde aandacht, stupor en of coma. 157. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 314 FEEDBACK: De kathetertip passeert de vaten als volgt: a. epigastrica inferior - aa. renalis - a. mesenterica superior - truncus coeliacus. 158. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 654 FEEDBACK: Een geperforeerd maagulcus kenmerkt zich door plotselinge, zeer hevige pijn boven in de buik. Ongeveer 50% van deze patiënten heeft geen ‘ulcusanamnese’. Door lucht in de buikholte zal de leverdemping verdwijnen. Door diafragmaprikkeling kan pijn in de schouder ontstaan. Het gebruik van NSAID’s vormt een risico voor ulcuslijden. Vanwege de cardiale voorgeschiedenis heeft deze patiënt een verhoogd risico op de overige drie diagnosen. Dit zijn echter niet de meest waarschijnlijke aandoeningen op dit moment – wel zouden deze aandoeningen eventueel uitgesloten moeten worden middels aanvullend onderzoek. 159. Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., blz. 183-184 FEEDBACK: De nulhypothese is: er is geen verschil tussen de groepen. Ofwel: het verwachte verschil is 0. 0 Ligt niet binnen het betrouwbaarheidsinterval, dus de nulhypothese mag verworpen worden. 160. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. 150-153 FEEDBACK: De voornaamste oorzaken van een communicerende hydrocefalie zijn meningitis en subarachnoïdale bloeding. De hydrocefalie kan daarbij vrij snel (binnen enkele uren), maar ook pas op lange termijn (maanden) manifesteren. Wanneer een oudere patiënt zich presenteert met de trias loopstoornissen, cognitieve achteruitgang en mictiestoornissen, moet altijd gedacht worden aan de diagnose hydrocefalie. De symptomen ontstaan vaak in de loop van een aantal maanden. De loopstoornis uit zich met name als verlies van balans en traagheid bij het omdraaien, waardoor patiënten gemakkelijker vallen. De mictiestoornis is een imperatieve mictiedrang, die in combinatie met de loopstoornis leidt tot incontinentie. Gezien de trias van symptomen die gelijktijdig zijn ontstaan is de ziekte van Alzheimer minder waarschijnlijk. Vaak staan hierbij voornamelijk de cognitieve symptomen op de voorgrond. Een chronisch subduraal hematoom zou het gevolg kunnen zijn van een val. Ook hierbij kunnen cognitieve verschijnselen ontstaan. Vaak gaat dit echter gepaard met toegenomen slaperigheid, hoofdpijn en geleidelijk of acuut ontstane halfzijdige uitvalsverschijnselen. 161. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 1141-1143, 1151 FEEDBACK: Een verruca seborrhoica is een goedaardige huidafwijking. Deze wordt voornamelijk gezien bij mensen vanaf middelbare leeftijd en de voorkeurslokalisatie is de romp. Vaak zijn deze verrucae geelbruin of bruinzwart van kleur. Hierdoor zijn ze soms klinisch moeilijk te onderscheiden van een naevus naevocellularis of een melanoom. Bij histopathologisch onderzoek blijkt de afwijking voornamelijk uit keratinocyten en melaninepigment (geen melanocyten!) te bestaan. 162. Basisboek jeugdgezondheidszorg (2e ongew. dr. 2016) HiraSing R. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACK: na buikligging is passief roken, met een sterke dosis-effectrelatie, de belangrijkste risicofactor voor wiegendood die te voorkomen is. Er zijn sterke aanwijzingen dat de fopspeen bij regelmatig gebruik een rol speelt bij de preventie van wiegendood; de voordelen zijn groter dan de nadelen. Vroeggeborenen en kinderen met een laag geboortegewicht hebben minstens een tweemaal zo grote kans op wiegendood als a terme geborenen. Het kind in deze casus heeft met 3700 gram een normaal geboortegewicht. Hoewel niet unaniem aangetoond, wordt borstvoeding als een tegen wiegendood beschermende factor beschouwd. Het effect kan berusten op een prikkeldrempelverlaging tijdens de slaap. Een trappelzak heeft waarschijnlijk een beschermend effect. Een dekbed wordt afgeraden bij jonge kinderen: het isoleert evenveel als drie of vier dunne dekens en veroorzaakt gemakkelijk warmtestress. Het slaapvertrek voor een voldragen baby hoeft niet warmer te zijn dan dat voor een volwassene. Een maximale kamertemperatuur van 18 graden Celsius wordt aanbevolen. 163. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Vaginaal bloedverlies FEEDBACK: Gezien het feit dat zij precies twee weken na haar menstruatie klachten krijgt, is een ovulatiebloeding de meest waarschijnlijke diagnose. Zij heeft nog te recent gemenstrueerd om een abortus of een extra-uteriene graviditeit te hebben. Diverticulitis is gezien haar leeftijd ook niet waarschijnlijk. 164. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 69 FEEDBACK: Het is de burgemeester (of de wethouder aan wie de bevoegdheid is gemandateerd) en niet de rechter of de psychiater die de last tot inbewaringstelling afgeeft. 165. Robbins Basic Pathology (10th ed. 2017) Kumar V. e.a, blz. Standaard anemie 166. Harper's illustrated biochemistry (30th ed. 2015) Rodwell V. e.a., hfdst. 9 167. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. anemie 168. Farmacotherapeutisch Kompas 2017. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/GEEN OPGAVE 169. Farmacotherapeutisch Kompas 2017. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/440 170. Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 580 171. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 62 172. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 638 173. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 556 174. Smith and Tanagho's General Urology (18th ed. 2013) McAninch J. e.a., blz. hapter 6. Radiology of the Urinary Tract 175. Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., blz. 45-50 176. Leerboek epidemiologie (7e herz. dr. 2016) Bouter L. e.a., blz. 197-208 177. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 413-414 FEEDBACK: de kern van aanpassingsstoornissen ligt in verlies van controle, logischerwijs is het herstel gericht op herstel van deze controle. Dit proces voltrekt zich in een drietal fasen: 1. Crisisfase; 2. Probleem- en oplossingsfase; 3. Toepassingsfase. Deze patiënte bevindt zich in de crisisfase (= ongeveer de eerste 3 weken). In deze fase heeft de patiënt als taak controle te hervinden op cognitief en emotioneel niveau en tot rust te komen. Zij moet inzicht krijgen in wat er is gebeurd en tot acceptatie komen van de huidige toestand. Bijbehorende interventies zijn dan voorlichting geven en perspectief geven en het geven van een rationale, een voor de patiënt acceptabele verklaring voor zijn toestand, die Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


178. 179.

180.

181.

182. 183. 184.

185.

186.

187.

188.

189.

190. 191. 192. 193.

perspectief biedt op herstel. Vanuit dit perspectief kan rust ontstaan. De andere genoemde interventies passen bij de volgende fasen van herstel: een beslisprotocol (zoveel mogelijk voor- en nadelen opschrijven van elk van de keuzemogelijkheden) kan worden uitgevoerd in de probleem- en oplossingsfase en een opbouwschema uitwerken past bij de toepassingsfase. Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., hfdst. 394 Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/Methotrexaat FEEDBACK: methotrexaat is een foliumzuurantagonist. Het verhindert de reductie van dihydrofoliumzuur tot tetrahydrofoliumzuur, een essentiële stap bij de synthese van nucleïnezuren en bij de celdeling. Foliumzuur kan de bijwerkingen van methotrexaat verminderen. Patiënten die methotrexaat gebruiken moeten 1mg foliumzuur per dag (of 5-10 mg per week) voorgeschreven krijgen. Marks' basic medical biochemistry: a clinical approach (4e ed. 2013) Lieberman e.a., blz. 415-436 FEEDBACK: Ketonen worden gevormd in de lever in de mitochondriale matrix. Bij de oxidatie van vetzuren ontstaat acetyl-CoA wat vervolgens omgezet kan worden in ketonen. Dit proces vindt alleen plaats in de lever. Vervolgens vindt er in de hersenen zelf (en in andere weefsels zoals de spieren) oxidatie van ketonen plaats om de daadwerkelijke energie vrij te maken. De bloedbaan zorgt alleen voor transport van de ketonen. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 365 FEEDBACK: Hyperkaliëmie is een vaak voorkomende bijwerking van ACE-remmers, vooral bij een verminderde nierfunctie. Bij een ernstige hyperkaliëmie kunnen levensbedreigende ritmestoornissen optreden, het bestaan hiervan moet meteen met ritmebewaking uitgesloten worden. Als er daadwerkelijk ritmestoornissen gevonden worden is acute behandeling hiervan noodzakelijk. Acute nierinsufficiëntie is geen complicatie van de hyperkaliëmie maar juist een oorzaak ervan. Spierzwakte treedt juist op bij een hypokaliëmie, terwijl hersenoedeem vooral voorkomt bij een hyponatriëmie. Atlas of Human Anatomy (6th ed. 2014) Netter F. e.d., blz. 272 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Fractuurpreventie. Tweede herziening 2012. Noot 4 FEEDBACK: Bij A0-antagonisme worden de erytrocyten van het kind (met hierop bloedgroep A-antigenen) aangevallen door anti-A-antistoffen van moeder. Mensen met bloedgroep 0 hebben zowel anti-A- als anti-B- antistoffen. Moeder is resuspositief en heeft dan ook geen anti-rhesus antistoffen die problemen bij het kind zouden veroorzaken. Daarnaast bevatten de erytrocyten van het kind geen resus-antigeen. Er kan dus geen sprake zijn van resusantagonisme in deze casus. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Artritis FEEDBACK: Uraatartropathie oftewel jicht is een veelvoorkomende reumatische aandoening. Voorkeurslocaties zijn de grote teen, enkels alsmede de knieën. Naast de artritis kunnen bij lichamelijk onderzoek ook “tophi” worden gezien, pijnlijke ophopingen van kristallen in het bindweefsel. Andere reumatische aandoeningen zijn o.a. artrose wat wordt gekenmerkt door ochtendstijfheid van met name het PIP- en DIPgewricht, de heup, knie en wervelkolom. Bij septische artritis is de knie het meest aangedaan. De diagnose wordt gesteld door microbiologisch onderzoek van het synoviaal vocht. Reumatoïde artritis is een langzaam progressieve aandoening van met name de gewrichten van de handen. Reactieve artritis is een reactie op een infectie elders in het lichaam. Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 414-415 FEEDBACK: Kiemceltumoren zijn tumoren in het mediastinum die bèta-HCG en alfafoetoproteïne aanmaken. Extragonadale kiemceltumoren komen in vergelijking met testistumoren relatief zeldzaam voor. Echter komen kiemceltumoren in meer dan de helft van de gevallen in het mediastinum voor en metastaseren snel. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. 404 FEEDBACK: Bij frontotemporale dementie ontstaat er geleidelijk een verandering van persoonlijkheid en gedrag met daarnaast stoornissen in de uitvoerende functies. Pas veel later in het beloop worden geheugenstoornissen duidelijk. Bij de ziekte van Alzheimer staan stoornissen in het episodisch geheugen en /of een gestoord leervermogen voorop. Verder kan er sprake zijn van visuospatiële stoornissen, stoornissen in het vinden van de juiste woorden en executieve stoornissen. Er is sprake van een vroege vorm van Alzheimer 'early onset alzheimer’ als deze symptomen beginnen voor de leeftijd van 65 jaar. Bij lewy body dementie staan opvallende variaties in aandacht en alertheid samen met visuele hallucinaties en symptomen van parkinsonisme op de voorgrond. Bij vasculaire dementie is er vaak een stapsgewijze achteruitgang. Het beeld hangt sterk af van de ernst en lokalisatie van de cerebrovasculaire aandoeningen. Vaak is de persoonlijkheid nog redelijk intact en staat verlies van psychisch tempo op de voorgrond. NVOG Richtlijnen. http://www.nvog.nl/diabetes gravidarum FEEDBACK: De behandeling van diabetes gravidarum begint altijd met een dieetadvies. Bij ongeveer 80% van de vrouwen met diabetes gravidarum zijn de bloedglucose waarden met behulp van dit dieet goed onder controle. Wanneer dit dieet niet leidt tot verbetering van de glucoseregulatie moet glucoseverlagende medicatie gestart worden. Behandeling met insuline is hierbij de eerste keus behandeling. Het gebruik van orale antidiabetica in de zwangerschap is nog niet voldoende onderzocht en wordt dan ook afgeraden. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 775 FEEDBACK: De diagnose diabetes insipidus wordt gesteld met behulp van een dorstproef, waarbij elk uur de diurese, lichaamsgewicht, bloeddruk, polsfrequentie, plasmanatrium en osmolaliteit van plasma en urine worden gevolgd. Een voortgaande overmatige diurese met laagblijvende urineosmolaliteit en oplopende plasmanatriumspiegels en plasmaosmolaliteit bevestigen de diagnose diabetes insipidus. Door vervolgens de reactie op toegediend ADH op de diurese vast te stellen, kan men centrale diabetes insipidus onderscheiden van de renale vorm: bij de centrale vorm zal de diurese stoppen na toediening van exogeen ADH, in tegenstelling tot bij renale diabetes insipidus waarbij er geen effect is van exogeen ADH op de diurese omdat de nier minder of niet gevoelig is. Patiënten met psychogene polydipsie hebben geen verhoogde plasmaosmolaliteit. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Enkelbandletsel Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 277 Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 1067 Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., blz. 225 FEEDBACK : Factor II, VII, IX en X zijn vitamine-K-afhankelijke stollingsfactoren. Vitamine K is een vetoplosbaar vitamine. Het is een bestanddeel van bladgroenten en koolsoorten en wordt verder in de darm gesynthetiseerd door bacteriën. Vitamine K is noodzakelijk bij de carboxylering van de meerdere glutamaatresiduen van stollingsfactoren II, VII, IX en X, wat ervoor zorgt dat deze factoren sterk binden aan de membraan van geactiveerde bloedplaatjes (via calcium en geëxposeerd fosfatidylserine), waardoor de stollingcascade zeer efficiënt kan verlopen door de concentratie van de factoren op dit oppervlak.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


194. Fysische diagnostiek: uitvoering en betekenis van het lichamelijk onderzoek (2e herz. dr. 2015) Jongh de T. e.a., blz. 58 FEEDBACK: Als de Korotkovtonen wegvallen kort na het ontstaan van fase-1-tonen en bij een wat lagere druk weer beginnen, noemt men dat een auscultatory gap. In het geval van een auscultatory gap (silent gap) kan zich een foutief lage meetwaarde voordoen van de systolische druk. Als er sprake is van een auscultatory gap wordt de bovenwaarde (systolische druk) afgelezen bij de eerste keer dat men tonen hoort, dus bij 180 mmHg. De diastolische waarde wordt afgelezen bij de tweede keer dat de tonen verdwijnen. 195. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 1372. Skin disease 196. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 676-677 FEEDBACK: De ontwikkeling van emfyseem is veelal geassocieerd met roken. Er is echter een genetische aandoening waarbij er een niet met roken geassocieerde vorm van emfyseem kan ontwikkelen. Bij deze afwijking is er sprake van de aanmaak van een niet-functionele vorm van alfa-1-antitrypsine in de lever. De plasmaconcentratie van (functioneel) alfa-1-antitrypsine is verlaagd waardoor neutrofiel elastase onvoldoende geremd wordt en emfyseem ontwikkelt. 197. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 1197-1199 FEEDBACKPROMPT: Cushing. 198. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACKPROMPT: niercarcinoom. 199. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/farmacologie ouderen FEEDBACKPROMPT: verdelingsvolume geneesmiddelen leeftijd. 200. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 37 FEEDBACK: Een patiënt heeft het recht op vernietiging van het gehele dossier of een deel daarvan op basis van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO, art. 455). Volgens deze wet moet een arts aan zo’n verzoek meewerken, behoudens uitzonderingsgevallen, ongeacht het wettelijke bewaartermijn van 15 jaar. De hulpverlener dient binnen drie maanden het dossier vernietigen als de patiënt daarom verzoekt. Doorgaans zal de arts van de patiënt vragen dat hij een dergelijk verzoek schriftelijk bevestigt. Zonder een schriftelijk verzoek zal de hulpverlener immers niet kunnen aantonen dat het dossier op verzoek van de patiënt is vernietigd en dat de afwezigheid van het dossier er niet op duidt dat de hulpverlener nalatig is geweest bij het aanmaken of bewaren van het dossier. Ten aanzien van het beheer van patiëntgegevens en de uitwisseling hiervan bestaan er ook uitgebreide richtlijnen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG).

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


CASUS OPGENOMEN IN DE INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE - DECEMBER 2018 - Gesorteerd op vraagnummer in de toets 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75. 76. 77. 78.

12950 13041 13693 14525 15274 15473 15550 15989 16292 16492 16753 16792 17057 17433 17823 17967 18131 18152 18158 18365 18535 18562 21559 21844 21958 22155 22217 22223 22320 22416 22562 22803 22993 23747 23859 23862 23894 23973 24112 24146 24284 24337 24391 24528 24558 24856 24996 25249 25295 25319 25325 25362 25488 25516 25563 25605 25745 25782 25829 25913 25919 25962 25983 25998 26006 26020 26114 26242 26355 26363 26397 26400 26417 26418 26461 26474 26488 26491

GYN GYN HG NEU PS INT FAR DOK INT NEU FY PS HG SG HG HG BCG DOK EMS PA BCG BCG PA HG MET PS ANA HG FAR BCG PA ANA INT FY FY HG EMS BCG BCG HG NEU BCG MET CHI MET ANA ANA INT CHI FY FY KG HG FAR DOK KG BCG INT KG INT FY KG INT BCG INT KG CHI MET FAR GER DOK DOK PS NEU PA DOK PA PS

/12 /04 /05 /12 /03 /01 /01 /11 /05 /11 /05 /03 /08 /08 /04 /12 /11 /12 /09 /05 /05 /01 /02 /05 /08 /08 /02 /07 /06 /04 /11 /05 /12 /10 /09 /12 /12 /12 /09 /12 /11 /02 /08 /09 /03 /01 /10 /05 /07 /05 /01 /09 /09 /05 /08 /12 /08 /12 /01 /05 /05 /05 /02 /04 /12 /08 /10 /03 /12 /05 /11 /12 /03 /11 /09 /11 /10 /03

UMCN UM FHML-G UMCN UMCG UMCG LUMC UMCN UMCG LUMC LUMC LUMC UMCG UMCG LUMC LUMC LUMC LUMC LUMC LUMC UMCN UMCN UMCN UMCG LUMC LUMC UMCN UMCN UMCN UM FHML-G UMCN UMCN UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UMCG UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UMCN UMCN LUMC LUMC UM FHML-G LUMC UMCN UMCN UMCN LUMC LUMC LUMC VUmc UM FHML-G UMCN UMCN UMCN VUmc LUMC LUMC LUMC LUMC LUMC UMCN LUMC UMCN UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G LUMC UMCG LUMC UMCN LUMC UMCN

79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135. 136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150. 151. 152. 153. 154. 155. 156.

26566 26633 26641 26670 26677 26730 26788 26793 26798 26802 26815 26897 26908 26912 26915 26956 27017 27136 27137 27165 27206 27257 27275 27285 27290 27321 27330 27390 27405 27450 27480 27521 27552 27602 27619 27650 27678 27709 27723 27739 27748 27817 27824 27851 27863 27910 27983 28024 28065 28097 28099 28114 28234 28241 28245 28250 28261 28288 28290 28293 28309 28336 28370 28384 28393 28397 28420 28519 28526 28543 28553 28564 28596 28605 28606 28620 28630 28639

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

PS FY CHI KG BCG GYN ANA ANA CHI EMS CHI CHI CHI CHI GYN FY KG DOK CHI KG HG GER GYN FY CHI BCG FAR FY GER NEU ANA CHI BCG INT BCG HG HG ANA ANA ANA BCG CHI SG ANA INT EMS PS INT DOK DOK DOK HG NEU DOK PS DOK HG INT FY PA DOK CHI DOK FAR HG HG GER INT EMS HG PA PA PS CHI GER INT HG PS

/08 /06 /10 /11 /09 /04 /02 /01 /09 /12 /12 /02 /05 /11 /12 /04 /04 /07 /02 /06 /03 /09 /04 /11 /12 /10 /10 /06 /03 /11 /11 /02 /06 /09 /10 /01 /08 /06 /04 /05 /06 /06 /08 /11 /07 /03 /08 /10 /07 /01 /11 /05 /02 /07 /03 /07 /11 /10 /02 /05 /07 /09 /07 /12 /02 /07 /03 /01 /02 /12 /04 /09 /03 /05 /01 /05 /12 /03

LUMC LUMC LUMC LUMC LUMC VUmc UMCG UMCG UMCG LUMC LUMC UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG VUmc LUMC LUMC UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UMCG UMCG VUmc UM FHML-G VUmc UMCN LUMC UMCN UM FHML-G UM FHML-G VUmc UM FHML-G UMCG UMCG VUmc UMCN UMCN LUMC LUMC UMCN UMCN VUmc LUMC UMCN UM FHML-G UMCN UMCG VUmc VUmc UM FHML-G UMCN UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G VUmc VUmc UMCN VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc UMCN UMCN UMCN UMCN UM FHML-G UM FHML-G UMCN UM FHML-G UM FHML-G VUmc VUmc VUmc

157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165. 166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180. 181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195. 196. 197. 198. 199. 200.

28641 28649 28655 28663 28683 28693 28754 28781 28797 28820 28862 28866 28871 28878 28888 28889 28895 28924 28988 28989 28996 28999 29031 29032 29034 29073 29089 29130 29137 29140 29146 29148 29151 25137 29227 29231 29232 29233 29257 29355 29359 29361 29368 27920

ANA INT EMS NEU PA SG GYN PS BCG BCG INT FAR FAR HG KG KG KG CHI EMS EMS PS INT FAR BCG INT ANA INT KG INT CHI GER GYN INT HG INT INT BCG INT GER PA INT INT GER MET

/05 /09 /05 /11 /07 /08 /06 /08 /05 /02 /05 /05 /09 /10 /03 /06 /10 /10 /10 /04 /03 /02 /02 /11 /10 /09 /08 /05 /02 /01 /03 /06 /06 /02 /09 /12 /05 /12 /07 /01 /06 /10 /08 /08

VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc LUMC VUmc UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G VUmc UMCN VUmc VUmc VUmc UM FHML-G UM FHML-G UMCN VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc UMCN UMCG UMCG VUmc VUmc UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG VUmc

De casuscode is als volgt opgebouwd: - het volgnummer van de casus in de toets - het systeemnummer van de casus - de discipline waartoe de casus behoort - de categorie waarin de casus behoort - de eigenaar/producent van de casus.

Disciplines: ANA Anatomie BCG Biochemie/genetica/histologie/moleculaire celbiologie CHI Chirurgie DOK Dermatologie/KNO/oog EMS Epidemiologie/statistiek FAR Farmacologie FY Fysiologie GER Geriatrie GYN Gynaecologie/verloskunde HG Huisartsgeneeskunde INT Interne Geneeskunde KG Kindergeneeskunde MET Metamedica NEU Neurologie PA Patho-, immuno- en microbiologie PS Psychiatrie/psychologie SG Sociale geneeskunde Categorieën 01 Ademhalingsstelsel 02 Spier- en skeletstelsel 03 Geestelijke gezondheidszorg 04 Voortplantingsstelsel 05 Bloed-, lymf- en vaatstelsel, hart 06 Hormonen en metabolisme 07 Huid en bindweefsel 08 Persoonlijke en maatschappelijke aspecten, preventie 09 Spijsverteringsstelsel 10 Nieren en urinewegen 11 Zenuwstelsel en zintuigen 12 Kennis over vaardigheden

© Alle rechten voorbehouden


CASUS OPGENOMEN IN DE INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE - DECEMBER 2018 - Gesorteerd op categorie en discipline 46. 86. 22. 186. 128. 7. 51. 153. 114. 6. 146. 59. 196.

24856 26793 18562 29140 28097 15550 25325 28606 27650 15473 28519 25829 29355

ANA ANA BCG CHI DOK FAR FY GER HG INT INT KG PA

/01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01

27. 85. 42. 166. 90. 97. 110. 147. 179. 137. 190. 143. 63. 178. 185. 131. 23.

22217 26788 24337 28820 26897 27137 27521 28526 29031 28290 25137 28393 25983 28999 29137 28234 21559

ANA ANA BCG BCG CHI CHI CHI EMS FAR FY HG HG INT INT INT NEU PA

/02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02

124. 107. 145. 187. 99. 171. 45. 68. 5. 12. 73. 78. 133. 151. 156. 177.

27910 27405 28420 29146 27206 28888 24558 26242 15274 16792 26417 26491 28245 28596 28639 28996

EMS GER GER GER HG KG MET MET PS PS PS PS PS PS PS PS

/03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03

117. 30. 64. 176. 94. 2. 84. 101. 15. 95. 149.

27723 22416 25998 28989 26956 13041 26730 27275 17823 27017 28553

ANA BCG BCG EMS FY GYN GYN GYN HG KG PA

/04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04

32. 118. 157. 21. 165. 193. 91. 152. 159. 54. 168. 11. 50. 61. 70. 3.

22803 27739 28641 18535 28797 29232 26908 28605 28655 25516 28866 16753 25319 25919 26363 13693

ANA ANA ANA BCG BCG BCG CHI CHI EMS FAR FAR FY FY FY GER HG

/05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05

LUMC UMCG UMCN VUmc VUmc UMCN UMCN UM FHML-G UMCG LUMC UMCN UMCN UMCG

24. 130. 9. 48. 60. 154. 167. 62. 184. 20. 138.

21844 28114 16292 25249 25913 28620 28862 25962 29130 18365 28293

HG HG INT INT INT INT INT KG KG PA PA

/05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05

LUMC UM FHML-G LUMC UM FHML-G UMCN VUmc UMCG LUMC UMCN UMCN VUmc

116. 111. UMCN 119. UMCG 120. UM FHML-G 29. UMCG 80. UMCG 106. LUMC 163. UM FHML-G 188. UMCN 189. VUmc 197. VUmc 98. UMCN 172. VUmc LUMC 49. UMCN 96. VUmc 127. UMCN 132. UMCG 134. 139. UMCN 141. LUMC 195. UMCN 28. VUmc 144. UM FHML-G 123. UMCG 161. UMCN LUMC 57. UMCG 55. UMCG 199. LUMC 13. UMCN 115. UM FHML-G 183. UMCN 66. VUmc 25. VUmc 43. 200. UMCN 26. UMCN 79. LUMC 125. UM FHML-G 164. UMCG 14. UM FHML-G 121. VUmc 162. UMCG LUMC 182. VUmc 39. UM FHML-G 83. 44. UM FHML-G 87. LUMC 140. VUmc 19. UMCN 169. UMCG 35. VUmc 100. UMCG 53. UM FHML-G 112. VUmc 158. LUMC 191. UMCG 52. LUMC 75. UMCN 150. VUmc UM FHML-G 47. UMCN 104.

27709 27552 27748 27817 22320 26633 27390 28754 29148 29151 29359 27165 28889

ANA BCG BCG CHI FAR FY FY GYN GYN INT INT KG KG

/06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06

UMCN VUmc LUMC UMCN UM FHML-G LUMC UMCN LUMC VUmc VUmc UMCG UM FHML-G UMCG

25295 27136 28065 28241 28250 28309 28370 29257 22223 28397 27863 28683

CHI DOK DOK DOK DOK DOK DOK GER HG HG INT PA

/07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07

25745 25563 29368 17057 27678 29089 26020 21958 24391 27920 22155 26566 27983 28781 17433 27824 28693

BCG DOK GER HG HG INT KG MET MET MET PS PS PS PS SG SG SG

/08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08

29073 24112 26677 24528 26798 28336 18158 28871 23859 27257 25488 27602 28649 29227 25362 26461 28564

ANA BCG BCG CHI CHI CHI EMS FAR FY GER HG INT INT INT KG PA PA

/09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09

24996 27321

ANA /10 BCG /10

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

113. 67. 81. 174. 175. 105. 34. 170. 126. 136. 181. 198. 173. 77.

27619 26114 26641 28924 28988 27330 23747 28878 28024 28288 29034 29361 28895 26488

BCG CHI CHI CHI EMS FAR FY HG INT INT INT INT KG PA

/10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10

UMCG UMCN LUMC UM FHML-G UM FHML-G VUmc UM FHML-G UMCG UMCN UM FHML-G VUmc UMCG UMCG LUMC

109. 122. 17. 180. 92. 8. 71. 76. 129. 102. 135. LUMC 82. LUMC 10. UMCG 41. UM FHML-G 74. UM FHML-G 108. UMCN 160. VUmc 31. UMCG UMCN 38. VUmc 89. LUMC 103. VUmc 18. 72. UM FHML-G 37. LUMC 88. UMCG 69. UMCG 142. VUmc 1. UM FHML-G 93. LUMC 16. LUMC 36. UM FHML-G 40. VUmc 148. UMCN 155. LUMC 33. UM FHML-G 58. VUmc 65. LUMC 192. UMCN 194. VUmc 56. 4. UM FHML-G UM FHML-G LUMC UMCN UMCG VUmc LUMC UMCG UM FHML-G UM FHML-G LUMC UM FHML-G VUmc UMCG UMCN LUMC UM FHML-G

27480 27851 18131 29032 26912 15989 26397 26474 28099 27285 28261 26670 16492 24284 26418 27450 28663 22562

ANA ANA BCG BCG CHI DOK DOK DOK DOK FY HG KG NEU NEU NEU NEU NEU PA

/11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11

UM FHML-G VUmc LUMC VUmc UMCG UMCG UM FHML-G UMCN VUmc UMCG UM FHML-G LUMC LUMC UM FHML-G UMCG UMCN VUmc UMCN

23973 26815 27290 18152 26400 23894 26802 26355 28384 12950 26915 17967 23862 24146 28543 28630 22993 25782 26006 29231 29233 25605 14525

BCG CHI CHI DOK DOK EMS EMS FAR FAR GYN GYN HG HG HG HG HG INT INT INT INT INT KG NEU

/12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12

UM FHML-G LUMC VUmc LUMC UM FHML-G UM FHML-G LUMC UMCN VUmc UMCN UMCG LUMC UM FHML-G UMCG UMCN VUmc UM FHML-G UMCN LUMC UMCG VUmc VUmc UMCG

De casuscode is als volgt opgebouwd: - het volgnummer van de casus in de toets - het systeemnummer van de casus - de discipline waartoe de casus behoort - de categorie waarin de casus behoort - de eigenaar/producent van de casus.

Disciplines: ANA Anatomie BCG Biochemie/genetica/histologie/moleculaire celbiologie CHI Chirurgie DOK Dermatologie/KNO/oog EMS Epidemiologie/statistiek FAR Farmacologie FY Fysiologie GER Geriatrie GYN Gynaecologie/verloskunde HG Huisartsgeneeskunde INT Interne Geneeskunde KG Kindergeneeskunde MET Metamedica NEU Neurologie PA Patho-, immuno- en microbiologie PS Psychiatrie/psychologie SG Sociale geneeskunde

Categorieën 01 Ademhalingsstelsel 02 Spier- en skeletstelsel 03 Geestelijke gezondheidszorg 04 Voortplantingsstelsel 05 Bloed-, lymf- en vaatstelsel, hart 06 Hormonen en metabolisme 07 Huid en bindweefsel 08 Persoonlijke en maatschappelijke aspecten, preventie 09 Spijsverteringsstelsel 10 Nieren en urinewegen 11 Zenuwstelsel en zintuigen 12 Kennis over vaardigheden

LUMC UM FHML-G Alle rechten voorbehouden

Antwoordsleutel recente VT  
Antwoordsleutel recente VT