Page 1

Personeelsmagazine Radboudumc | Jaargang 43

#3 april 2018

Vier collega’s geven hun geheimen prijs Toekomstbestendig verplegen: wat is dat? Digidiagnose bij opsporen kanker

MKA-chirurg Tong Xi en collega’s over het 3D-lab en persoonsgericht zorgverlenen

Innovatief 3D-lab slaat vleugels uit


#3 – april 2018

INHOUD

LEESTIP

Het Hulpfonds helpt! Het Hulpfonds biedt aan alle collega’s van het umc en de universiteit financiële ondersteuning. Wij helpen met financieel advies, budgetbegeleiding en renteloze leningen. Wil je meer informatie? E-mail: info@hulpfondsradboud.nl | Telefoon: (024) 309 33 10 | www.hulpfondsradboud.nl

LEON VAN HALDER, VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR TIPT DIT KEER , SAMEN MET ZIJN COLLEGA- BESTUURSLEDEN VERSCHILLENDE ARTIKELEN IN DEZE RADBODE.

Persoonsgericht en innovatief

Taal- en communicatietrainingen op maat voor zorgprofessionals

8 20

‘Language is my key to the world’

20%

KORTING

“Niet vergeten: doorlopende reisverzekering voor het hele gezin regelen!” Goed verzekerd als u op vakantie gaat? Verzeker uzelf en uw gezin het hele jaar door voor alle vakanties. Waar u ook heen gaat. Een hele zorg minder.

16 WETENSCHAP – Nu zijn specialisten nog doorslaggevend bij het vaststellen van kanker. Maar op korte termijn levert computerintelligentie mogelijk al betere diagnoses op. Zijn medici straks overbodig bij het opsporen van kanker?

08

Als Radboudumc-medewerker krijgt u nu 20% korting op uw doorlopende reisverzekering. Ga naar radboudumc.meeus.com/vakantie en regel de juiste reisverzekering.

radboudumc.meeus.com/vakantie

vertellen over toekomstbestendig verplegen en functiedifferentiatie. ‘Het moment is daar.’ RONDVRAAG – In ons umc word je gehoord, gezien, gerespecteerd en gelijkwaardig behandeld. We leren de patiënt écht kennen, van DNA tot persoonlijke en sociale context. Maar kennen we onze collega’s wel echt? We vragen het vier van hen.

20

INNOVATIE – Chirurgen met een reality bril op, virtuele patiënten opbouwen en de eerste stappen richting robotica. Het 3D-lab gaat hard voorwaarts en zet ons umc op de kaart. Een gesprek met onder anderen coördinator Thomas Maal over dit succesverhaal.

RUBRIEKEN

ZORG – Hoogleraar Verplegingsweten16 schap Hester Vermeulen en opleidingsdirecteur zorgberoepen Jolanda ter Sluysen

04 HET GETAL 06 KORT 11 5 VRAGEN AAN 19 DE PATIËNT

12

20 RONDVRAAG 23 HET MOMENT 24 ACHTEROP

Het zal je niet ontgaan zijn dat we als Radboudumc een duidelijke stip op de horizon hebben gezet. We willen vooroplopen in de vorming van een duurzame, innovatieve en betaalbare gezondheidszorg. Die er ook nog is voor de kinderen van onze kinderen. We willen dan ook het meest persoonsgerichte en innovatieve universitair medisch centrum zijn en ons zo onderscheiden en herkend worden. Persoonsgericht en innovatief. Dat zijn de leidende uitgangspunten voor alles wat we doen en nog gaan doen. In zorg, onderwijs , onderzoek én in de ondersteuning daarvan. Met elkaar, want we verwachten van alle collega’s dat zij hieraan écht een bijdrage leveren. Ook als Raad van Bestuur staan en gaan we hier natuurlijk voor, met veel enthousiasme. En wat is het mooi om te zien hoeveel krachtige stappen we al zetten om het meest persoonsgerichte en innovatieve umc te zijn. Hoe? En wat precies? Dat willen we op verschillende manieren laten zien. Bijvoorbeeld in de campagne die we zijn gestart, met aansprekende voorbeelden. Of op ons intranet. Maar natuurlijk ook hier, in Radbode. Mijn collega-bestuursleden en ik hebben in deze editie meerdere artikelen voorzien van een persoonlijke leestip. Deze artikelen laten mooie voorbeelden zien van persoonsgerichte en innovatieve zorg, onderwijs en onderzoek. Ik wens je veel inspiratie toe!

LEON VAN HALDER

3


4

personeelsmagazine radboudumc

HET GETAL

#3 – april 2018

Gijs Munnichs

Paul Lagro

140

niertransplantaties werden er in 2017 in het Radboudumc gedaan. De allereerste transplantatie was in 1968. ‘In vijftig jaar tijd hebben we meer dan 4.300 niertransplantaties verricht’, vertelt Luuk Hilbrands, afdelingshoofd Nierziekten. ‘In ruim veertig procent hiervan leeft de patiënt nog met een werkende nier. Bij zes personen werkt de nier al ruim veertig jaar. Op 26 april organiseren we ons 50-jarig jubileumsymposium.’ Van de 140 transplantaties in 2017 werden er negen gedaan bij kinderen. Sinds vijf jaar plaatsen we ook volwassen nieren in de buik van kleine kinderen. Luuk: ‘Dit vereist specifieke chirurgische en anesthesiologische expertise.’ Een nier van een levende donor gaat het langst mee: gemiddeld twintig jaar. Bij een overleden donor werkt een nier gemiddeld twaalf jaar. Iemand die een niertransplantatie heeft gehad moet daarna goed zijn medicijnen innemen. Luuk: ‘Nieuw is dat we transplantatiepatiënten tijdens opname leren om zelf hun medicatie bij te houden (Medicatie In Eigen Beheer). Zo leren zij het best hoe ze dit daarna thuis moeten voortzetten. Ook houden patiënten zelf hun bloeddruk, vochtinname en suikergehalte bij. Zo krijgen ze meer regie over hun ziekteproces.’ Actueel is de geaccepteerde Donorwet. Gaat dit meer niertransplantaties opleveren? Luuk: ‘We hopen het. Ruim zeshonderd mensen wachten op een nier in Nederland. Het zou geweldig zijn als we daar iets aan kunnen doen.’

Leestip

‘Met Med icatie In E igen Behe thuis zelf er en h e t bijhouden van gege deze tran vens, krijg splantatie en patiënten h un a a n d meer grip oening en op zorg. Dat waar wij is precies met onze zorg dit is pers oonsgerich naartoe willen: oo k t en inno Cees Bure vatief.’ n, lid Raa d van Bes tuur

5


6

personeelsmagazine radboudumc

#3 – april 2018

KORT

COLUMN | ETHIEK MEDEWERKERS VAN DE SECTIE MEDISCHE ETHIEK (IQ HEALTHCARE) GEVEN EEN BESCHOUWING OVER EEN ACTUEEL ONDERWERP. DIT KEER UNIVERSITAIR DOCENT BEROEPSETHIEK IN DE GEZONDHEIDSZORG JOS KOLE.

IMPACT VAN ONDERZOEK

Chronische Q-koortspatiënt houdt veel klachten Patiënten met chronische Q-koorts gaan er ondanks behandeling op achteruit. Dat blijkt uit de Meta-Q studie naar de langetermijngevolgen van Q-koorts. Het onderzoek kreeg veel aandacht in de media. Ellen van Jaarsveld en haar collega’s keken in de Meta-Q studie naar vermoeidheid, kwaliteit van leven, fysiek functioneren en sociale participatie van ruim 2.600 patiënten met chronische Q-koorts, acute Q-koorts en het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). Zij volgden de patiënten gedurende acht jaar na de infectie. Het onderzoek bevestigt wat patiënten al jarenlang zeggen. Patiënten met QVS ervaren in de

eerste jaren na de infectie veel klachten. In de acht jaar daarna wordt deze groep er niet beter, maar ook niet slechter op. Dat is anders voor patiënten met chronische Q-koorts. In het begin functioneert deze groep beter dan de patiënten met QVS, maar met de jaren gaat het steeds slechter. De groep patiënten met acute Q-koorts wordt wel steeds beter. De onderzoekers presenteerden hun resultaten tijdens de slotconferenctie van Q-support, de stichting voor begeleiding van Q-koortspatiënten. Veel media besteedden aandacht aan de conferentie en het onderzoek van het Radboudumc.

Nieuwe cao met aandacht voor duurzame inzetbaarheid

Kolven op het werk Medewerkers die op het werk willen kolven, kunnen dat voortaan doen op zeven verschillende plekken in een rustige omgeving. De kamers liggen verspreid over het terrein. In elke ruimte ligt een brochuremap met allerhande informatie over borstvoeding. Medewerkers kunnen de ruimten via Outlook reserveren. Ze kunnen zich daarvoor laten autoriseren bij het Medewerkersplein. Ze krijgen dan een sleutel die op alle kamers past. Kijk voor meer informatie op intranet (onder: services/borstvoeding en kolven). Daar staat ook een plattegrond met de locaties. Sija Landman (links, zwanger) en Esther Kers-Rebel (kolft nu) hebben 1 maart de nieuwe kolfkamers officieel geopend.

Bij de afsluiting van deze Radbode waren de onderhandelingen voor de nieuwe cao 2018-2020 nog niet afgerond. De voorstellen omvatten, naast financieel verantwoorde salarisverhogingen tot 2020 van 5,25 procent structureel en 2,25 procent incidenteel, concrete ideeën om umc-medewerkers in alle generaties duurzaam inzetbaar te houden. De door velen als hoog ervaren werkdruk wordt aangepakt. Zo willen de umc’s een uitbreiding van mantelzorgverlof en opleidings- en loopbaanbudgetten, en willen ze op vijf concrete manieren werken aan het verminderen van werkdruk. Kijk voor meer informatie op intranet-nieuws.

Voorzitter van de iBoard Stefaan Bergé (rechts): ‘Als er één ziekenhuis is in Nederland waar innoveren mag en kan, dan is het hier.’

Getweet @joycej1404 Waarom altijd om half 8 beginnen en je patiënt wakker maken? Op de #weaningsunit @NExCOB van het @radboudumc mogen de #patiënten lekker uitslapen op #zondag ! #zorgopmaat @Marc94653421 Gisterenmiddag door een verpleegkundig specialist van het @radboudumc Nijmegen gebeld over hoe het nu met me gaat. Ik ben in september geopereerd en een tijdje op de verpleegafdeling ( 747 ) gelegen. Wat een lieve mensen werken er daar geweldig. #niksandersdanlof @OncoDoc_Ingrid Mijn dag was opgefleurd! Gisteren gevonden bij ingang @radboudumc. Dagje van genoten en morgen gaat iemand hem vinden op afd onco! #kleingeluk

Maak kans op ondersteuning bij jouw innovatie Een blind date met je patiënt? Verrassingen zijn leuk, maar in de spreekkamer meestal niet. Daarom vragen, meten en registreren we patiëntgegevens, zowel voor als tijdens het verblijf in het Radboudumc. Die kennismaking gaat vaak goed, maar kan nog beter. Soms hebben we niet alle informatie, soms doen we juist dingen dubbel. Soms begrijpen patiënten onze vragen niet. En vaak kost de registratie onze patiënten en onszelf veel tijd. Daar willen we wat aan doen! In de eerste call for proposals van 2018 gaat de iBoard op zoek naar innovaties die jou en jouw collega’s helpen om goed kennis te maken met onze patiënten. Heb jij een vernieuwend idee voor het verkrijgen en/of vastleggen van patiëntgegevens? Lees dan meer over de call op intranet (onder ‘Innovatie’) en stuur uiterlijk 14 mei een korte omschrijving van je idee naar innovation@radboudumc.nl. Je maakt dan kans op tijd, middelen en ondersteuning om jouw idee in de praktijk te brengen. Wij hopen natuurlijk zo veel mogelijk innovaties verder te kunnen helpen. Daarom mag iedereen reageren, zolang het voorstel maar binnen het thema past en nieuw, bruikbaar en verrassend is. Heb je vragen over jouw idee, de call, de iBoard of innovatie in het algemeen? Ook dan kun je mailen naar innovation@radboudumc.nl. Of bezoek rond lunchtijd onze innovatiehelpdesk, tussen 23 en 26 april bij de ingang van het personeelsrestaurant.

GETIPT LEVEN EN DOOD, GEZONDHEID EN ZIEKTE, WERK EN ZORG VORMEN VOOR VEEL SCHRIJVERS EN CULTUURMAKERS EEN INSPIRATIEBRON. IN IEDERE RADBODE LEES JE CULTUURTIPS.

De kanker voorbij @jokeleenders Het aantal gecounselde vrouwen over de mogelijkheden voor behouden van vruchtbaarheid bij behandelingen bij kanker is de afgelopen jaren toegenomen bij @radboudumc #vrouwenindespotlight #InternationalWomensDay

Boek: Ervaringsverhaal over leven na kanker, de latere gevolgen, verwerking, revalidatie en het weer terug vinden van de weg in het leven. Auteur (en Radboudumc-collega) Anke van Haften wil laten zien dat wanneer je schoon verklaard bent van kanker, je nog niet per definitie ook vóórbij de kanker bent. Ondanks dat je beter bent verklaard en je er goed uitziet, leeft er onderhuids van alles door. € 14,95

Met hoofd en hart Boek: Christie Watson, voormalig verpleegkundige en romanschrij-

@Rob_hero Binnenkort weer toetsing voorbehouden handeling. Zeer goed dat @radboudumc het mogelijk maakt dat ouders goede bijscholing krijgen en volgens juiste protocollen en hygiëneprotocollen voorbehouden handelingen thuis professioneel kunnen uitvoeren.

ver, neemt je mee in de wereld van de verpleging. Waar patiënten vechten, zwoegen en strijden voor een beter leven, en verpleegkundigen met onvoorwaardelijke liefde voor het vak deze patiënten ondersteunen. Een oprecht, ontroerend boek over hoop en troost, zorgzaamheid en compassie, leven en dood. € 19,99

Kwalitijd? In de voedselbranche is - in verzet tegen ongezonde fast food - de beweging van “slow food” ontstaan. Je neemt de tijd om zelf het eten klaar te maken en om er (meer) van te genieten. In de wetenschap zijn voorstellen gedaan voor “slow science”: wetenschap die zich niet op laat jagen door track records, citatie-indexen en perverse prikkels die de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek en de integriteit van wetenschappers kunnen ondermijnen. Van de dingen langzaam doen, worden de dingen beter, zo is de gedachte. Heel nieuw is die aandacht voor “slow” overigens niet. Zo werd in de jaren negentig al de term onthaasting geïntroduceerd. De Leidse hoogleraar Holger Gzella schreef vorig jaar in een column: “Meester zijn van de eigen tijd is de beste burn-outpreventie.” Hoeveel zijn we zelf nog meester over onze tijd in zorg, onderwijs en onderzoek? Tijd lijkt schaars geworden. Wie heeft het niet te druk? En wie heeft er geen behoefte aan onthaasting? Zou met meer tijd ook de gezondheidszorg mooier en beter worden? Tijd, kwaliteit, en aandacht lijken onlosmakelijk samen te hangen. Ikea’s slogan “Met aandacht wordt alles mooier” geldt zeker ook in de zorg. Maar van langzaam wordt niet alles altijd beter. Bij persoonsgerichte zorg hoort dat iedere unieke patiënt voldoende tijd en aandacht krijgt. Maar bij goede zorg hoort, vanuit patiëntperspectief, ook dat we wachttijden zo kort mogelijk houden. “Fast healthcare” is dus toch zo gek nog niet: kortere wachttijden, minder tijd tussen diagnose en behandeling. Vaak is snelheid een kwaliteit. Het gaat er dus om op het juiste moment te versnellen, en op andere momenten te vertragen en te onthaasten. Daar worden patiënten beter van en het houdt medewerkers gezond.

7


8

personeelsmagazine radboudumc

WETENSCHAP

#3 – april 2018

Pepijn van der Gulden

William Moore

Leestip

‘Het stelle n va vertaald va n een diagnose bete kent, vrij nuit het G rieks: het leren kenn nauwkeuri en. Dat is g precies w meest pers at wij als oonsgerich te willen: de patiënt éch en innovatieve um c t kennen, persoonlij van DNA to ke en soci t ale contex beschreve t. M n ‘digidiag et de hier nose’ mak flinke stap en we een in het verb eteren van diagnostie onze k . Ik vind dit een sp voorbeeld rekend van perso onsgerich innovatief t en onderzoek .’ Pau

Zijn medici straks overbodig bij het opsporen van kanker?

l Smits, Raad van decaan en vicevoorz Bestuur itter

Digidiagnose Nu zijn specialisten nog doorslaggevend bij het vaststellen van kanker. Maar op korte termijn levert computerintelligentie mogelijk al betere diagnoses op. Een grondige blik kan je lot bezegelen. Bij een vermoeden van kanker bekijken pathologen weggenomen weefsel onder een microscoop. Kleurverschillen, een vervormde celkern of uitgerekte structuren kunnen tot de vaststelling ‘kanker’ leiden. Daarmee is het oog van de patholoog bepalend voor de diagnose. Nog wel. Want slimme computermodellen staan op het punt de patholoog bij te staan of zelfs te vervangen. Algoritmes werken sneller en zorgvuldiger en redden daarmee mogelijk levens. Welke mogelijkheden biedt kunstmatige intelligentie bij diagnoses? En welke rol blijft over voor de menselijke specialist?

Microscoop op straat De computer op zich is al een kleine revolutie voor pathologen, vertelt hoogleraar Katrien Grünberg, afdelingshoofd Pathologie. ‘Het eerste wat je nu ziet als je bij de patholoog binnenloopt, is de microscoop.’ Als het aan Jeroen van der Laak ligt, is het microscoopwerk binnen vijf jaar verleden tijd. Als informaticus werkt hij met zijn onderzoeksteam aan digitale alternatieven. Daarbij worden weefselpreparaten gescand, waardoor ze vanaf een beeldscherm te bestuderen zijn. De eerste twee scanners staan al opgesteld in het lab, binnen een paar jaar zal elk weefseltje

gedigitaliseerd worden. Zo’n scan maakt het voor pathologen eenvoudiger om samen te werken (zie het kader ‘Datakelder’). Belangrijker nog: de computer kan zijn rekenkracht loslaten op de afbeeldingen.

Zoek de tumor Op zijn laptop toont Jeroen van der Laak de scan van een stukje lymfeklier van een borstkankerpatiënt. Het lijkt op een roodgekleurde landkaart met eilandjes en inhammen. Maar het zijn cellen, waarvan sommige mogelijk gevaarlijk zijn. Op dat microniveau moet een patholoog na een borstamputatie uitzaaiingen zoeken. Als de lymfeklier schoon blijkt, is de kanker waarschijnlijk niet uitgezaaid. Maar het hele rode landschap afspeuren is een flinke klus. Katrien Grünberg: ‘Het is ontzettend veel werk en niet per se spannend. Maar je moet het wel heel geconcentreerd doen, want fouten hebben grote consequenties.’ Zo is het bij uitstek een taak voor computers. Het weefsel is omvangrijk, maar geen tumor mag gemist worden. ‘Het algoritme is een soort zeef, die de patholoog naar de belangrijkste gebieden brengt’, zegt Jeroen van der Laak. Hij toont resultaten van het computermodel. Het algoritme zet om elke mogelijke

tumor een groene rand. Zodra de verdachte plekken gemarkeerd zijn, kan de patholoog vaststellen wat er aan de hand is.

Patronen herkennen Een computer tumoren leren herkennen gaat via deep learning (zie het kader ‘Speuren naar verbanden’). Een algoritme herkent een tumor zoals Facebook gezichten herkent: omdat ze het meest lijken op iets bestaands dat al in het systeem is ingevoerd. Met medisch inzicht heeft het weinig van doen. Voor zijn zoektocht naar het beste algoritme schreef Jeroen van der Laak een open wedstrijd uit, waaraan

wereldwijd ruim dertig teams deelnamen. Als trainingsmateriaal kregen die 270 weefselscans toegezonden. Hierin waren alle tumoren door pathologen gemarkeerd. Na die training moesten de verschillende computermodellen op 130 nieuwe foto’s bekijken of er tumoren waren. Het belangrijkste resultaat van de wedstrijd is de verzamelde kennis, die leidde tot de huidige algoritmes. Maar hoe goed die ook zijn, ze worden nog niet gebruikt in de praktijk. Het vraagt grote aanpassingen in de werkomgeving om de nog experimentele computermodellen in te zetten. Jeroen van der Laak verwacht wel dat dit

Speuren naar verbanden Computerdiagnostiek dankt zijn mogelijkheden aan deep learning. Bij die techniek zoekt de computer naar patronen, zonder menselijke inbreng. Het begint met het opknippen van een afbeelding. In de beeldstukjes merkt de computer patronen op, zoals kleurovergangen of strakke lijnen. Daarna zoekt het algoritme verbanden. Twee cirkelvormen en een golvende lijn duiden bijvoorbeeld op een auto, blijkt als je genoeg soortgelijke patronen naast elkaar legt. De kracht van deep learning schuilt in het zelflerende karakter. Door de puzzelstukjes steeds beter te combineren, verhelderen de verbanden. Op die manier ontdekt de computer dat een langere golvende lijn met meer cirkelvormen een vrachtwagen moet zijn. Voor die aanpak is voldoende leermateriaal nodig: duizenden of liever nog miljoenen afbeeldingen.

9


10

#3 – april 2018

personeelsmagazine radboudumc

Gijs Munnichs

Paul Lagro

5 VRAGEN AAN IN DEZE RUBRIEK STELLEN WE PERSOONLIJKE VRAGEN AAN EEN MEDEWERKER DIE EEN RADBOUDPLUIM HEEFT ONTVANGEN.

Asha Kalisingh (45), technisch oogheelkundig assistent

Jeroen van der Laak is informaticus en universitair hoofddocent Pathologie: ‘De computer voorspelt iets wat ik niet kan uitleggen, maar het is wel beter.’

ernst van tumoren aangeven dan mensenogen kunnen zien, en lukt het om computers die onontdekte patronen te laten achterhalen. Maar hoe weet de computer wanneer het foute boel is? Van patiënten wordt het ziekteverloop nauwkeurig vastgelegd. Patronen kunnen zo gekoppeld worden aan succeskansen van behandelingen of het verwachte moment van overlijden. Die aanpak biedt mogelijkheden. ‘Misschien vindt kunstmatige intelligentie nieuwe voorspellende biomarkers. Dat moet nog blijken, maar waarom niet?’, aldus de hoogleraar.

Patiënt wordt beter

Katrien Grünberg is hoogleraar en afdelingshoofd Pathologie: ‘Misschien vindt kunstmatige intelligentie nieuwe voorspellende biomarkers. Dat moet nog blijken, maar waarom niet?’

binnen enkele jaren lukt. ‘Dat zal tijdwinst en betere analyses opleveren.’ Maar deep learning biedt nog verstrekkender mogelijkheden. ‘We kunnen het werk van pathologen automatiseren, en wellicht zelfs informatie gebruiken die zij niet kunnen zien.’ Pathologen beoordelen prostaatkanker bijvoorbeeld via de Gleasonschaal. Die geeft een score die moet voorspellen hoe agressief de kanker is. Maar de voorspellende waarde ervan valt tegen, zegt Katrien Grünberg. Als verschillende pathologen dezelfde patiënt beoordelen, komen ze regelmatig op een andere score uit. ‘De beoordelingen zijn bij prostaatkanker helemaal niet zo goed.’ Een computer zou de Gleasonschaal uiteindelijk overboord kunnen gooien. Misschien zijn er meer signalen die de

Als de computer straks de diagnoses stelt, wat blijft er dan nog over voor de specialist? Daar lijkt Katrien Grünberg niet over in te zitten. ‘Ik was vroeger goed in kaartlezen, maar tegenwoordig heb ik er geen moeite mee om naar TomTom te luisteren.’ Maar ze is zeker niet direct overbodig, verwacht de hoogleraar. De computer kan na training een tumor herkennen, maar een andere aandoening zal hij zomaar over het hoofd zien. En omdat de computer leermateriaal nodig heeft, werkt het systeem vooral bij veelvoorkomende gevallen. Pathologen blijven dus nodig, ook als duider van resultaten en contactpersoon voor specialisten. ‘Saai, secuur werk verdwijnt. Dat maakt het vak interessanter, en het werk beter.’ Gelooft de patiënt dat laatste ook? Die krijgt straks een prognose van een computer, die geen idee heeft wat hij analyseert. Jeroen van der Laak: ‘Dan moeten we vertellen: de computer voorspelt iets wat ik niet kan uitleggen, maar het is wel beter.’ Toch is hij niet bang dat patiënten daar moeite mee hebben. Zij hebben weinig contact met pathologen en zullen diagnoses nog altijd van een behandelend arts horen. En: dankzij de computer is hun diagnose betrouwbaarder en is er dus een grotere kans op een succesvolle aanpak. En uiteindelijk wil iedereen toch de best mogelijke behandeling. Dit artikel verscheen eerder in Quest

Datakelder In de kelder van ons umc liggen weefsels van alle patiënten van de afgelopen jaren, vertelt Katrien Grünberg. Keert kanker na jaren terug, dan kunnen de oude weefsels bijvoorbeeld helpen bij het vaststellen van een nieuwe behandeling. Zijn ze elders nodig, dan gaan ze er nu nog per post heen. Dankzij digitalisatie kunnen beelden sneller gedeeld worden. ‘Dan kunnen we locatie-onafhankelijk werken en kunnen pathologen zich specialiseren.’ Digitalisatie levert ook nieuwe moeilijkheden op. De weefsels zijn flinterdun en hooguit enkele centimeters groot, maar worden gescand op celniveau. Elke scan is snel drie gigabyte groot, honderden keren meer dan een vakantiekiekje. En per patiënt zijn zo’n tien scans nodig. Om al die gegevens op te slaan, hebben ziekenhuizen veel computers nodig.

Glazen bol Kun je een computerdiagnose wel vertrouwen? Het algoritme biedt een uitkomst, maar zelfs de slimste programmeur weet niet hoe dat tot stand is gekomen. Maar volgens informaticus Jeroen van der Laak is dat geen grote verandering in vergelijking met nu. ‘De patholoog is ook één groot neuraal netwerk, je weet niet wat daarbinnen gebeurt.’ Een specialist herkent een tumor meer op basis van ervaring dan specifieke kenmerken. Hij kan wel duidelijk proberen te maken waarom hij iets herkent, maar dat is ook niet waterdicht. Computers werken dus niet per se anders dan mensen. Zolang we zeker weten dát het werkt, hoeven we niet te weten hoe dat gaat.

‘Ik geloof in karma’

1

Wat is je favoriete plek in het Radboudumc en waarom?

‘De poli Oogheelkunde en specifiek de fotografieruimte. Daar kan ik alle rollen die ik heb, vervullen: voor patiënten zorgen en de meer technische kant van mijn vak uitoefenen, zoals scans en foto’s maken. Plus: mijn wetenschappelijke taken. Zo coördineer ik studies en voer ik het praktische deel van het onderzoek uit bij patiënten. Ik werk vier dagen waarbij ik poli en wetenschappelijke taken combineer.’

2

Wat weten collega’s niet over je?

‘Ik ben spiritueel, geloof heel erg in karma. Of iemand goed of slecht doet; het komt op een of andere manier weer bij degene terug. Alles wat mensen doen, heeft een reden. Bij mij thuis staan veel Boeddhabeelden en lotusbloemen, dat is een uiting van mijn spirituele kant. Verder is reizen echt een passie van me. Het Verre Oosten trekt me bijvoorbeeld erg aan: Thailand, Maleisië en India.’

3

Op welke manier kun je je idealen kwijt in je werk?

‘Ik heb te maken met mensen die steeds slechter zien, enkele worden zelfs blind. Dat is helaas soms niet tegen te gaan. Ik wil persoonsgericht zijn waar ik kan, door naar patiënten te luisteren bijvoorbeeld. Het geeft me voldoening als mensen zich gehoord voelen en uiteindelijk, hoe moeilijk het ook is, vrede vinden met hun situatie.’

4 5

Wat is je persoonlijke hoogtepunt?

‘Toen ik mijn diploma als technisch oogheelkundig assistent (TOA) haalde, na mijn eerdere diploma voor doktersassistent en een researchdiploma. Na mijn TOA-studie heb ik kunnen groeien in mijn werk en veel taken en verantwoordelijkheden gekregen.’

Wat wil je graag nog bereiken de komende vijf jaar?

‘Ik sta open om nieuwe dingen te leren, innovatief zijn en beter te worden in alles wat ik doe. Ik wil steeds een stapje verder komen. Maar tegelijk ook alle aandacht en tijd hebben voor mijn dierbaren, waaronder mijn man en dochters van 11 en 15 jaar. In alle drukte gaat het erom om steeds de juiste balans te vinden.’

PERSONALIA Naam: Asha Kalisingh Afdeling/functie: technisch oogheelkundig assistent, Oogheelkunde Pluim verdiend op: 5 maart Omdat: ze met een zonnig humeur bergen werk verzet. Ze zet zich maximaal in voor de beste persoonsgerichte zorg en is altijd bereid om een flinke stap extra te zetten. En zo zorgzaam als ze voor patiënten is, is ze ook voor haar collega’s.

Reageren? radbode@radboudumc.nl

11


12

personeelsmagazine radboudumc

INNOVATIE

#3 – april 2018

Jannie Meussen en Gijs Munnichs

Eric Scholten

Chirurgen met een reality bril op, virtuele patiënten opbouwen en de eerste stappen richting robotica. Het 3D-lab gaat hard voorwaarts en zet ons umc op de kaart. Radbode belicht de achtergrond van dit succesverhaal: maatwerk voor de patiënt en beter betaalbaar.

‘Bij het 3D-lab denken veel mensen aan 3D-printers, maar we doen veel meer’, vertelt coördinator 3D-lab Thomas Maal. ‘We gebruiken allerlei 3D-technologieën om de patiëntenzorg te verbeteren. Hierin lopen we als Radboudumc internationaal voorop. Met 3D-beelden kunnen we de virtuele patiënt opbouwen en metingen verrichten die je anders niet kunt doen. Diverse afdelingen plannen steeds meer operaties met virtuele 3D-beelden en chirurgen staan ook vaker met een augmented reality-bril op de OK. Ze zien dan de werkelijke wereld, maar ook de virtuele. Dat helpt hen enorm, bijvoorbeeld om zaagsnedes te maken. Pas als een 3D-geprinte zaag- of boormal op de millimeter op de goede plaats ligt, kleurt deze groen. Chirurgen kunnen zo echt maatwerk leveren met optimaal resultaat. De eerste stappen zijn ook gezet richting robotica waarbij robots in de toekomst kunnen helpen bij het uitvoeren van operaties.’

Legio mogelijkheden

Innovatief 3D-lab slaat vleugels uit MKA-chirurg Tong Xi met een ‘augmented reality’-bril, zie pagina 14.

De mogelijkheden van 3D zijn legio, vertelt Thomas. ‘Stel een patiënt heeft een gehavend gezicht door een hondenbeet of door kanker. Met virtuele 3D-modellen kunnen we de gezonde zijde spiegelen naar de aangedane kant. Zo kan de chirurg de operatie goed voorbereiden en plannen.’ Ook de borstreconstructie met lichaamseigen weefsel uit de buik is volgens hem sterk verbeterd. ‘We kunnen met virtuele 3D-beelden exact zichtbaar maken waar de belangrijke bloedvaten in dit buikweefsel lopen. Belangrijke informatie voor de chirurg die dit weefsel gaat

Diverse afdelingen plannen steeds meer operaties met virtuele 3D-beelden en chirurgen staan ook vaker met een augmented reality-bril op de OK.

Enorme vlucht In 2016 werd het 3D-lab losgekoppeld van Mond-KaakAangezichtschirurgie (MKA). Er werken nu vijftien ingenieurs, rond 2020 zal dat een veelvoud zijn. Met verschillende achtergronden, van technische geneeskunde tot gamespecialist. Naast MKA plukken 17 andere afdelingen in ons Radboudumc inmiddels de vruchten van deze nieuwe techniek. ‘Bovendien werken we landelijk samen met circa twintig algemene ziekenhuizen en vier umc’s’, vertelt coördinator 3D-lab Thomas Maal. ‘Mooi is dat we niet met elkaar concurreren. We focussen ons in expertiseteams op verschillende onderwerpen om samen verder te komen. Zo specialiseert het AMC in Amsterdam zich meer in operatienavigatie en UMC Utrecht in 3D-MRI-mogelijkheden. Wij fungeren hier in Nijmegen als moederschip. We proberen de 3D kennis te versterken en te centraliseren. Iedereen die er mee aan de slag wil, weet de weg naar ons gemakkelijk te vinden.’

13


14

#3 – april 2018

personeelsmagazine radboudumc

Leestip

‘Hier kun je goed zi en h o e w innovatie e de ve mogeli jkheden v 3D -techn an ieken verb inden me persoonsg t onze erichte zo rg. Zo zijn grote bete we van kenis voo r het leve patiënt. E n van e en en h e el m ooi voorb persoonsg eeld van erichte en innovatie Leon van ve zorg!’ Halder, vo orzitter Ra ad van Bes tuur

Wat levert het op? • • • • • •

Verbeterde uitleg aan de patiënt Voorspelbare behandeling Vaak kortere operatietijd en ligduur Minder complicaties en heroperaties Fraaier/optimaal resultaat Kostenreductie bij tal van procedures

Maatwerk bij • Implantaatoperatie met 3D-geprint gebit • Repareren van gecompliceerde breuken (zoals oogkas, bekkenring, polsfracturen) • Reconstructie complexe gezichtsdefecten • Borstreconstructies • Heupfracturen • Complexe polsreconstructies • Kaakcorrecties • Klikprothese na amputatie • Bloedvatoperatie aan placenta. Als bij een tweeling in de baarmoeder de ene foetus onder- en de ander overvoed wordt (levensreddend) • Voorspellen ‘moeilijke luchtweg’ bij intubatie • Reconstructie aangeboren schedelafwijkingen

‘Ik voel me weer mooi en vrouwelijk’ verplaatsen en verwerken tot een nieuwe borst. Met een geprinte 3D-mal van de goede borst, kan hij de nieuwe borst vervolgens exact nabootsen.’

Winst voor de patiënt

Geboorte 3D-lab Berlijn werd in 1989 de nieuwe hoofdstad van Duitsland en daarom hebben wij nu een 3D-lab dat staat als een huis. Dat zit zo. Hoogleraar/ afdelingshoofd MKA-chirurgie en voorzitter van de iBoard Stefaan Bergé werkte als jonge MKA-chirurg in Bonn toen die de status van hoofdstad verloor. Ter compensatie kreeg de stad veel geld om research en industrie aan te trekken. Stefaan kreeg, gefascineerd door hologrammen, veel middelen en ruimte binnen de Rheinische Friederich Wilhelm Universiteit in Bonn om deze 3D-techniek om te zetten voor medische toepassingen. Hij kwam dus met veel bagage naar het Radboudumc. Samen met ingenieur Thomas Maal bouwde hij vanaf 2005 het 3D-lab uit.

Patiënt Angela:

Met behulp van een ‘augmented reality’-bril kan de op voorhand gemaakte planning voor de schedelreconstructie direct op de patiënt worden geprojecteerd.

De kaak in de perfecte stand zetten MKA-chirurg Tong Xi gebruikt 3D-modellen om iemands kaak “in de perfecte stand” te zetten (zie foto cover en op pagina 12). ‘Je kunt de kaken en het gezichtsprofiel helemaal naar de wens van de patiënt maken.’ Tong bereidt via de technieken van het 3D-lab operatieve kaakcorrecties voor. Het gaat dan bijvoorbeeld om een zogeheten overbeet, waarbij iemands kin te ver naar achteren ligt, of omgekeerd, wanneer een onderkaak juist veel te prominent is. Ook kan sprake zijn van een asymmetrische kaak, waarbij een kin te veel naar links of naar rechts ligt. ‘Door middel van een operatie kun je een kaak en de kin in de perfecte stand zetten’, vertelt Tong. ‘Maar ja, wat is de perfecte stand? Dat is heel persoonlijk en daar helpen deze 3D-technieken uitstekend bij.’ De nieuwste technieken worden gebruikt. Tong: ‘We maken van elke patiënt via 3D-imaging verschillende scans – van de weke delen, de botten en het gebit – die we in het model over elkaar leggen. Vervolgens kunnen we in dit virtuele 3D-model de kaak en het gezicht op allerlei manieren verplaatsen en roteren; van links naar rechts en van boven naar beneden.’ Functioneel én esthetisch De tanden, de botstructuren en de weke delen van het gezicht beïnvloeden alle drie elkaar. Tong: ‘In het virtuele 3D-model van een patiënt kun je precies zien hoe een verplaatsing van de kaak van invloed is op de stand van iemands gebit en de weke delen zoals de wangen. Vroeger maakten we een 2D-doorsnede van iemands gezicht. Een operatie was vooral om de functionaliteit te verbeteren, zorgen dat iemand weer goed met de kaken op elkaar kan bijten bijvoorbeeld. Met het 3D-model kijken we naar zowel de functionele én esthetische aspecten van de kaak en het gezicht. Je kunt zo het gezichtsprofiel helemaal naar wens van de patiënt maken.’

Patiënten kunnen meekijken naar de virtuele beelden en naar nauwkeurige simulaties van de operaties en hun wensen kenbaar maken: “Ik wil mijn kin toch iets meer naar voren.” De chirurg kan met 3D-geplande operaties veel nauwkeuriger werken. Thomas: ‘De first time right is enorm gestegen. Hierdoor zijn er minder heroperaties nodig. Met 3D-ondersteuning kun je precies passende implantaten plaatsen, bijvoorbeeld bij patiënten na een beenamputatie. Hierdoor kunnen ze sneller en beter lopen.’ De 3D-techniek is volgens hem ook patiëntvriendelijker, bijvoorbeeld voor mensen die van een kunstgebit overgaan op een implantaat. Vroeger zaten ze na de ingreep drie tot zes maanden tandeloos thuis. ‘Nu krijgen ze direct na de ingreep een 3D-geprint gebit. Veel goedkoper ook.’

Succesfactor Wat is het geheim achter het 3D-succes? Thomas: ‘De succesfactor is onze cyclus-aanpak: vraag-project-antwoord-implementatie. We zetten 3D alleen in waar het impact heeft. Artsen definiëren het probleem en wij kijken of het kansrijk is. In researchprojecten zoeken we vervolgens een goed en progressief antwoord op de vraag en brengen dat vervolgens zo snel mogelijk in de kliniek. Het andere geheim is dat we vanaf het begin alles open source hebben gedaan en gedeeld, zonder er iets voor in de plaats te vragen.’ En wat volgens hem ook positief heeft meegewerkt is dat de ingenieurs en chirurgen vanaf het begin dicht bij elkaar staan. ‘Niet “links zitten de ingenieurs en rechts de behandelaars”, we trekken écht samen op.’

3D-lab op komst in Bernhoven Bernhoven in Uden is een van de ziekenhuizen die gebruik maakt van het 3D-lab van het

Coördinator 3D-lab Thomas Maal (midden) en plastisch chirurg Dietmar Ulrich bespreken met een patiënt de 3D-beelden van een borstreconstructie.

Angela, hier polikliniekassistent, kreeg in 2012 borstkanker. Mede dankzij het 3D-lab durft ze weer in badpak op het strand te lopen. ‘Ik heb indertijd gekozen voor een borstprothese. Bij de amputatie plaatsen ze dan een expander onder de huid. Die wordt elke twee weken gevuld met een soort water, totdat de huid genoeg is opgerekt om er een siliconenprothese in te brengen. Mijn nieuwe tepel lijkt precies op de oude. Mijn borsten waren alleen niet meer symmetrisch. In het 3D-lab hebben ze foto’s van mijn borsten gemaakt met camera’s die in verschillende richtingen draaien. Ik zag mijn borsten op het scherm opgedeeld in vlakken en kreeg van de plastisch chirurg uitleg over de verschillende mogelijkheden. In een tweede operatie hebben ze mijn eigen borst gelift en exact de vorm gegeven van mijn prothese. Ik ben heel blij met het eindresultaat. Ik voel me weer mooi en vrouwelijk.’

Radboudumc. Chalmer Hoynck van Papendrecht, chirurg in Bernhoven, bereidt aan de hand van 3D-modellen operaties voor, bijvoorbeeld bij ingewikkelde breuken in de knie. ‘Ik zie in het 3D-model precies hoe de botbreuken lopen, nog nauwkeuriger dan op een MRI- of CT-scan’, vertelt hij. ‘Een voorbeeld is een knietrauma waarbij het aanvankelijke plan was om in eerste instantie de knie van achteren te benaderen en daarna van voren. Met behulp van een 3D-model kon een compacter behandelplan met alleen een voorste benadering worden gemaakt. Dit werkt efficiënter met minder kans op com-

plicaties. Soms gebruik ik ook een geprint model van een te corrigeren bot. Dan kunnen we de zaagsneden op de juiste plek in het model zetten en alvast boormalletjes maken die we bij de operatie gebruiken.’ Twee technisch geneeskundigen uit het Radboudumc zijn elke week een dag in Bernhoven aanwezig om te ondersteunen met de 3D-modellen. Chalmer: ‘Als zij er niet zijn, kunnen we data van CT- of MRI-scan van een patiënt insturen, op basis waarvan zij een virtueel 3D-model maken. Daarnaast helpen zij ons om in Bernhoven een eigen 3D-lab op te bouwen.’

15


16

personeelsmagazine radboudumc

ZORG

#3 – april 2018

Willem Andrée

Eric Scholten

Verpleegkundigen van de toekomst

Verpleegkundige Bepke van Loon:

'Het opent ogen'

‘Het moment is daar’ Het vak van verpleegkundige verandert hard. Om klaar te zijn voor de toekomst is nu in proeftuinen een nieuwe opzet getest, namelijk een mbo- en-hbo-verdeling van “verpleegkundige” en “regieverpleegkundige”. Hoogleraar Verplegingswetenschap Hester Vermeulen en opleidingsdirecteur zorgberoepen Jolanda ter Sluysen vertellen over toekomstbestendig verplegen en functiedifferentiatie.

‘We zien dat differentiatie nodig is voor meer kwaliteit, veiligheid en persoonsgerichtheid’, trapt Hester het gesprek af. ‘Er moet daarom een goed onderscheid komen tussen verpleegkundigen met een mbo- en hbo-opleiding. Dit noemen we functiedifferentiatie: het is een middel om het doel – meer kwaliteit en klaar zijn voor de toekomst – te halen.’ En dat resulteert volgens Jolanda in betere zorg waarin het continu verbeteren en innoveren bij de dagelijkse gang van zaken hoort. ‘Maar ook dat we verpleegkundigen laten doen waar ze goed in zijn en waar ze zich goed bij voelen. We geven aan hen een functie waarin ze zich kunnen ontwikkelen.’ Tot zover de theorie. Maar waar ligt de oorsprong, en, gaat het nu niet goed dan? Jolanda: ‘Ik hoef niemand te vertellen dat zorg enorm is veranderd: nieuwe technologieën, mensen worden ouder, worden dichter bij huis behandeld en hebben dan vaak meerdere aandoeningen. Het zorgsysteem kantelt. Het is dus nú al nodig het vak te herzien en toekomstbestendig te maken. Het moment is daar deze keuzes te maken.’ De functiedifferentiatie is onderdeel van het Toekomstbestendig Verplegen-programma (zie kader Over de proeftuin). Jolanda: ‘Een bijkomend voordeel is dat we in de differentiatie ook gaan zorgen dat de verpleegkundig

specialist en expertverpleegkundige meer en beter tot hun recht komen.’

Eigen regie voeren “Het goed positioneren en inzetten van verpleegkundigen in een verpleegkundig functiehuisgebouw”, zo definiëren Jolanda en Hester de beweging die is ingezet. Hester: ‘We hebben nieuwe competenties nodig: meer reflectief, meer persoonsgericht, meer met positieve gezondheid. Hierbij wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met bijvoorbeeld fysieke levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Daar moeten de moderne verpleegkundigen mee om kunnen gaan en leiderschap in kunnen tonen. Bovendien: als je meer hoogopgeleide medewerkers hebt, is de kwaliteit van zorg hoger, blijkt telkens weer uit onderzoek. Daarom krijgen mensen nu ook in de nieuwe opleidingsprofielen toekomstbestendige competenties onderwezen zoals samenwerkingspartner, gezondheidsbevorderaar, organisator, kwaliteitsbevorderaar en organisator. De eerste verpleegkundigen die met dit nieuwe curriculum zijn opgeleid, lopen nu al rond in ons ziekenhuis. We willen zorgen dat zij komen te werken met “zittende” collega’s die hier ook in opgeleid zijn.’

V.l.n.r. verpleegkundige Bepke van Loon, opleidingsdirecteur zorgberoepen Jolanda ter Sluysen en hoogleraar Verplegingswetenschap Hester Vermeulen

Om de nieuwe werkwijze te testen, werd vorig jaar september op de afdeling Heelkunde de zogenoemde Proeftuin opgezet [zie kader Over de proeftuin], onder leiding van Marjon van Loveren en Anne Boerboom op medische oncologie. Eén van de verpleegkundigen die meedeed, was Bepke van Loon die dertig jaar geleden afstudeerde aan het hbo verpleegkunde: ‘We hebben in de proeftuin naar onze werkzaamheden gekeken, bijvoorbeeld organisatie van zorg of deskundigheidsbevordering. We hebben duidelijk besproken dat we evidence based willen werken en dat aanjagen hoort meer bij een hbo-verpleegkundige. Dit is een voorbeeld van een duidelijk onderscheid en waarmee vaak de ambitieuze collega’s mee aan de slag gaan. Ik ben er positief over dat er een duidelijke keuze is gemaakt tussen verpleegkundige en regieverpleegkundige. Die laatste moet kunnen beargumenteren wat we doen: er zijn veel afspraken gebaseerd op traditie, maar kun je het ook bewijzen? Dat is soms best lastig, denk aan hygiënisch werken. Wat hebben we vastgelegd, is het belangrijk dat je handschoenen tussendoor wisselt? Als regieverpleegkundige moet je daarover nadenken, afspraken evidence based maken en daarna met collega’s bespreken. Dus echt werken als een kwaliteitsbevorderaar. Ik vond het leuk om onderwerpen als deze tijdens de overleggen te bespreken, die rol past bij mij, net als dat de regieverpleging voor complexe patiënten mij past. Wat mij minder past, is met coördinatie en organisatie van de afdeling bezig zijn. Dat is nu door de proeftuinen wel duidelijk geworden. Het heeft mijn ogen geopend.’

17


18

#3 – april 2018

personeelsmagazine radboudumc

KORT

Jannie Meussen

Paul Lagro

DE PATIËNT IN DEZE RUBRIEK HET PERSOONLIJKE VERHAAL VAN ONZE ‘ACADEMISCHE’ PATIËNT EN DE REACTIE VAN ZIJN OF HAAR BEHANDELAAR.

Leestip

‘Waar wo rden we w arm van: persoonsg goede erichte zo rg. Kan d En welke at nog be rol heeft ter? – of k a n – kundige d de verple aarin heb e gb e n bestendig ? Toekom verplegen st n o em en w dat de ko mende tijd e . Wil je w dat is: lee eten wat s het artik el.’ Ber tine La huis, lid R aad van B estuur

AFWEER UIT BALANS

Tandheelkunde en Molecular Mechanisms of Disease scoren goed in Keuzegids De masteropleiding Tandheelkunde van het Radboudumc is in Nederland de beste master binnen het eigen vakgebied. Dit staat in de Keuzegids Masters waarin alle masteropleidingen aan de Nederlandse universiteiten vergeleken worden. Daarnaast heeft de master Molecular Mechanisms of Disease van het Radboudumc het predicaat topopleiding gekregen en hoort daarmee tot de top van het Nederlands onderwijs. De Keuzegids is een onafhankelijke gids die jaarlijks de kwaliteit van opleidingen en universiteiten kritisch beoordeelt.

Over de proeftuin Stafmedewerker patiëntenzorg Marjon van Loveren: ‘We hebben in de proeftuin geëxperimenteerd met de samenwerking tussen twee niveaus van verpleegkundigen: de verpleegkundige en de regieverpleegkundige. Hoe kun je daarmee op de werkvloer het beste een taakverdeling maken? We hebben onderscheid gemaakt op vijf items in de zorg en daar passen we onze werkwijze op aan. Eén ervan is bijvoorbeeld patiëntenbespreking. De regieverpleegkunde krijgt de taak die voor te bereiden en voor te zitten en de verpleegkundigen doen actief mee in de bespreking en leveren vanuit de directe patiëntenzorg hun voorbeelden. Zo kom je tot een gezamenlijk product: op basis van een probleem uit de praktijk die opgelost wordt door een combinatie van klinisch redeneren, evidence-based practice (EBP) en de ervaringen van verpleegkundigen.’ Ook werden duidelijk afspraken gemaakt over de verdeling van patiëntenzorg. Marjon: ‘Als verpleegkundige blijf je zelfstandig voor patiënten zorgen, maar in onverwachte of complexe situaties werk je samen met een regieverpleegkundige. De proeftuin is inmiddels klaar, maar we zijn er nog niet. We zijn nu aan het reflecteren. Ook met de andere nieuwe competenties, zoals interprofessioneel samenwerken en patiënten helpen met “eigen regie nemen” en de partner in de zorg te zijn. Daarmee willen we aan de slag . Dit zullen we gaan aanleren in het nieuwe programma de Toekomstbestendig Verplegen en daarmee kunnen we blijven innoveren.’

Lees het nieuwsbericht op intranet (9 maart)

Online leeromgeving live Op maandag 19 maart is de Online leeromgeving live gegaan. Deze faciliteert medewerkers bij hun leer- en ontwikkelprocessen. Er komt onder andere het opleidingsaanbod in van de Radboudumc Health Academy, Human Resources, Informatie Management en Procesverbetering en Innovatie. Je kunt je inloggen via de Online leeromgeving op intranet (button rechts).

‘Een remedie voor mijn kinderen’ Pascal van de Camp (45) heeft de afweerstoornis Chronische Mucocutane Candidiasis (CMC), waardoor ernstige schimmel- maar ook bacteriële infecties gemakkelijk de kop op steken. Ook twee van zijn kinderen hebben het. ‘We kunnen op geen betere plek zijn met deze ziekte dan hier.’ ’Er is altijd wel iemand ziek in ons gezin en we liggen regelmatig in het Radboudumc aan het infuus. Maar we doen ons best niet alles om de ziekte te laten draaien. Vorige maand ben ik met Bob, mijn jongste zoon, nog een weekendje naar Maastricht geweest. Lekker in een hotel, samen eten en films kijken. Dingen doen die niet te veel energie kosten, want ik ben snel moe. Mijn vader en zus hadden ook CMC, zij zijn helaas overleden. Bij hen zat het meer in de longen. Ik had als kind vooral last van schimmelinfecties aan mijn voeten. Soms was het vel er helemaal af, echt pijnlijk. Maar ik kon er redelijk mee leven. Ik liep op mijn 18e tien kilometer hard in 42 minuten, was ook fanatiek met tafeltennis. Na mijn 35ste ging het hard achteruit. Ik

kreeg steeds vaker en op meer plaatsen schimmelinfecties en was heel vatbaar voor bacteriën en virussen. “Neem je koffer maar mee”, zei de arts, als ik belde dat ik weer koorts had, en dan lag ik weer weken aan een antibiotica-infuus. In een paar jaar kreeg ik zes keer een levensbedreigende stafylokokkeninfectie (bloedvergiftiging, red.). Ook begon de vermoeidheid me steeds meer op te breken. Toch schrok ik toen de arts mij adviseerde om me te laten afkeuren. Werkzaam in de arbo-wereld weet ik dat ze dat niet zomaar doen. Je moet mijn ziekte vergelijken met een auto die continu te veel toeren draait, die slijt sneller. Ook bij mijn afweer werkt een gedeelte te hard, waardoor al deze klachten ontstaan en het steeds slechter met me gaat. We kunnen echter op geen betere plek zijn dan in het Radboudumc. Ze doen van hieruit wereldwijd onderzoek naar de ziekte. Ik test momenteel een medicijn, dat ook leukemiepatiënten krijgen om hun weerstand stil te leggen. Ik werk er graag aan mee met als grootste drijfveer mijn kinderen. In de hoop dat er voor hen straks een remedie is.’

‘In 2011 hebben we hier de genmutatie gevonden van de zeldzame afweerstoornis CMC. Wereldwijd zijn er nu iets meer dan 300 patiënten bekend. We zijn naarstig op zoek naar nieuwe middelen die de afweer bij deze patiënten in balans brengen, zodat er minder infecties ontstaan. We werken hierin samen met artsen en onderzoekers in veertig landen, van Parijs tot New York. We verzamelen alle kennis over de ziekte. Zo weten we inmiddels dat CMC binnen één familie heel verschillende uitingsvormen kan hebben. We onderzoeken op celniveau hoe de mechanismen van deze ziekte werken. Waar we over tien jaar staan? Er zijn dan middelen op de markt die de afweer beter in balans brengen. Bij jonge kinderen zetten we beenmergtransplantaties in, waarbij ze nieuw ”gezond” bloed krijgen van een donor. Maar of je de ziekte daarmee helemaal kunt genezen? Probleem is dat de genmutatie niet alleen in de bloedcellen, maar ook in de organen en in de huid zit. Op termijn hopen we met genchirurgie de mutatie te repareren.’

FRANK VAN DE VEERDONK, INTERNIST, EXPERTISECENTRUM SCHIMMELINFECTIES RADBOUDUMC/CWZ, RADBOUD CENTER FOR INFECTIOUS DISEASES (RCI)

19


20

personeelsmagazine radboudumc

RONDVRAAG

#3 – april 2018

Willem Andrée

Michiel Moormann

Caroline van Eerten (42), verpleegkundige

‘ALS IK OP DE MOLEN GEWERKT HEB, KAN IK ER WEER FRIS TEGENAAN’

Wat weten collega’s niet van jou? In ons umc word je gehoord, gezien, gerespecteerd en gelijkwaardig behandeld. We leren de patiënt écht kennen, van DNA tot persoonlijke en sociale context. Maar kennen we onze collega’s wel echt? We vragen vier collega's wat ze doen in hun vrije tijd.

‘Ik ben in september 2013 begonnen aan de opleiding tot vrijwillig molenaar. Daar leer je onder meer het bedienen van de molen, het lezen van weerkaarten en het rekening houden met de veiligheid in en om de molen. In oktober 2017 ben ik geslaagd en sindsdien draai ik wekelijks op de Beatrixmolen in Winssen. Prachtig om te zien hoe zo’n eeuwenoude “machine” nog steeds werkt en duurzaam haar rondjes draait. Ook heerlijk om buiten bezig te kunnen zijn. Regelmatig krijg ik de vraag of ik ook in de molen woon, maar nee: de molen is eigendom van de gemeente Beuningen. De andere twee molenaars in Winssen en ik werken nauw samen met de molenaars van molen De Haag, de andere molen van de gemeente. We proberen met diverse activiteiten de molens op de kaart te zetten, zoals de Molenmars, elke tweede zaterdag in maart. Het is een fijne afwisseling met mijn werk als verpleegkundige, als ik weer op de molen gewerkt heb, kan ik er weer fris tegenaan.’

Ron Leunissen (58), adviseur onderwijs Radboudumc Health Academy

‘HELEMAAL IN DE FLOW VAN HET SCHRIJVEN’ ‘Het begon als een geintje, het schrijven en illustreren van kinderboeken. Inmiddels hebben collega Nadine van Maasakker met wie ik dit doe en ik een eigen uitgeverij – ZIVA Uitgeverij – en heb ik drie boeken gemaakt, ook in het Engels en in het Duits. Het eerste boek, De vlinder en de oude molen, schreef ik samen met Nadine. Het gaat over een oude molen die bevriend raakt met het vlindertje Ziva dat voor hem elke dag de wereld in vliegt, terugkomt, en over haar avonturen vertelt. Later kwam Sarah en het Kleurenspook, dat ik ook in het Engels en het Duits heb vertaald. Dat was moeilijker dan gedacht. Als Limburger ben ik opgegroeid met de Duitse taal, maar bij het vertalen merk je pas hoe genuanceerd taal is. Ook heb ik alle boeken geïllustreerd. Ik zit nog steeds op tekenles. Ik vind dit absoluut ontspannend, soms zit ik helemaal in de flow of lig ik in bed en moet ik gauw mijn telefoon pakken om een idee in de notities te zetten. Nadine en ik hebben ook verschillende keren voorgelezen voor kinderen, onlangs nog in een echt kasteel: als je die gezichtjes ziet als ze naar het verhaal luisteren, dat is fantastisch.’

Marie-Louise Kuster (50), medewerker CSA en MDL

Robert Heine (49), manager Business Control

‘ACTEREN IS VOLLEDIG OPENSTAAN VOOR DE ANDER’ ‘Op het podium tijdens improvisatietoneel moet je volledig openstaan voor de ander, het  spel goed op elkaar afstemmen. Dat leer je écht en je leert dat als je je kwetsbaar opstelt – als je een goed idee denkt te hebben op toneel – je ook kunt falen. En je leert dat dit prima is. Ik speel al toneel sinds ik jong ben: rekenen en toneel, dat vond ik leuk. Ik ging economie studeren en bleef altijd toneel spelen, nu dus improvisatietoneel bij Theatergroep PIT. We treden meerdere keren per jaar op. Soms gaat het vanzelf, dan ben je volledig op elkaar afgestemd en lijkt het net of het is ingestudeerd. En soms is het ook hard werken en loopt het helemaal niet, maar je kunt er niet uitstappen. Dan staat het zweet je wel eens op de rug. Ook in het werk kun je in zo’n situatie terecht komen. Ik kan niet zeggen dat ik hierdoor beter met zulke situatie om kan gaan, maar ik denk wel dat ik het onbewust meeneem.’

‘EEN KAST HEEFT DUIZENDEN BIJEN’ ‘Bij mij in de achtertuin en op een stuk land in Beers heb ik in totaal acht kasten staan met bijen. Vijf jaar geleden ben ik met imkeren begonnen; door een cursus en met hulp van een imker hier in de buurt heb ik de kneepjes van het vak geleerd. Het is een heel rustgevende hobby: je bent met de natuur bezig en je bent erg afhankelijk van het weer, daarom verloopt elk bijseizoen weer anders. Een kast heeft duizenden bijen en in het voorjaar kijk je in de kasten hoe het volk en de koningin de winter zijn doorgekomen. Als het mooi weer begint te worden, komen de bijen in actie, het volk wordt groter en gaat zwermen. Wij imkers proberen dat te voorkomen door het maken van een kunstzwerm en aflegger: zo maak je van één volk twee volken. Als de natuur in bloei komt te staan en de bijen volop stuifmeel en honing kunnen halen, zet je de honingkamers op de kasten en kun je gaan honingslingeren. Ik doe de honing in potjes en verkoop die. Imkeren is voor mij rustgevend, je kunt écht even helemaal je hoofd leegmaken.’

Reageren? radbode@radboudumc.nl

21


22

personeelsmagazine radboudumc

#3 – april 2018

HET MOMENT

COLLEGA’S MOOIE WOORDEN HOREN BIJ EEN JUBILEUM, AFSCHEID OF BIJ NIEUWE COLLEGA'S. DEZE PAGINA’S STAAN ER VOL VAN, SPECIAAL VOOR AL DIE COLLEGA’S DIE IETS TE VIEREN HEBBEN.

25 jaar in dienst Ineke Steunebrink Neonatologieverpleegkundige

‘Ineke zorgt voor kwetsbare baby’s op een vakbekwame en liefdevolle manier. Ze is een voorbeeld van hoe je je eigen levensloop als ouder wordende medewerker kunt vormgeven, gedreven en proactief. Een meester in haar vak, een vraagbaak en mentor voor menigeen! Op 23 maart is ze met haar carrière gestopt om de regie en balans te kunnen houden over haar leven.’ Karin Frank, verpleegkundig teamleider Neonatologie

André Houtzager Applicatiespecialist

‘André heeft zich jaren met hart en ziel ingezet als analist op de ABTI. Zijn interesse ging uit naar het combineren van ICT en zorg en tijdens de avond- en nachtdienst bouwde hij kennis op. Met collega’s heeft hij GLIMS en de ICT op de ABTI verder ingericht. Bij onder meer het clusterbureau COS en Informatie Management is hij van enorme waarde gebleken. Binnen het Epic-team zit hij helemaal op zijn plek. André staat open voor anderen, maakt tijd vrij om collega’s te helpen en neemt geen genoegen met half werk.’ Leanne Vermaat-van Kempen, teamleider Epic, Informatie Management

IN DEZE RUBRIEK VERTELLEN MEDEWERKERS OVER EEN BIJZONDERE ERVARING TIJDENS HUN WERK IN HET RADBOUDUMC. DIT KEER BERTINE RIEKEN, BEHEERDER HULPFONDS.

Marielle Ouwens

Guus van Hegelsom

Bedrijfsleider

Adviseur HR Arbo

‘Marielle is sinds augustus 2017 bedrijfsleider van Maag-Darm-Leverziekten. Ze is een toegewijde collega die met hart en ziel werkt om het Radboudumc beter te maken. Ze is een enorme kennisbron en weet met haar expertise ingewikkelde logistieke en bedrijfskundige problemen te doorgronden. Met haar gedegen dossierkennis overtuigt zij en dat is haar kracht. Haar aanwezigheid binnen onze klinische afdeling heeft ons een ander perspectief laten zien. Marielle ontwikkelt nieuwe ideeën en zorgt dat ze worden uitgevoerd. Ze denkt mee met haar medewerkers om het werk anders en beter in te delen.’ Joost Drenth, afdelingshoofd MDL

‘Veel mensen kennen Guus; herkenbaar aan zijn toewijding, loyaliteit, nauwgezetheid, alpino en opgewekte humeur! Wij waarderen hem zeer en hopen nog lang van zijn inzet gebruik te kunnen maken. Dat zijn muzikaliteit de dagen nog lang kleur mag geven!’ Richard Lammens, hoofd Arbo- en Milieudienst

Leo van Hulsentop Senior adviseur FA

‘Leo is een zeer gewaardeerde collega die altijd voor je klaar staat. Hij zorgt voor zijn collega’s, biedt een luisterend oor en welgemeend advies. Daarbij weet hij met zijn humor, zijn aanstekelijke enthousiasme en zijn vakmanschap ons allemaal scherp te houden waardoor we samen prachtige resultaten behalen.’ Eric Boerstoel, manager Financiële Administratie.

40 jaar in dienst Nico van der Boor

Janine Wenneker IC-verpleegkundige

‘Janine is een IC-verpleegkundige in hart en nieren. Ze heeft een korte uitstap gemaakt naar de ambulancedienst maar bij de IC- patiënt en het Radboudumc ligt haar interesse. Ze staat voor de patiënt. Met haar brede inhoudelijke vakkennis en kunde zet ze zich altijd volledig in om de best mogelijke zorg te geven. Je brengt haar niet van de wijs. Deze eigenschappen, haar humor en bulderende lach maken haar een waardevolle kracht in ons team.’ Stephanie Kaalberg, zorgmanager IC

Nel Gerrits-Hofmans Kwaliteitsfunctionaris

‘Met de combinatie van een brede belangstelling en de eigenschap om zich te willen blijven ontwikkelen heeft Nel verschillende functies binnen de deelgebieden van Medische Microbiologie ingevuld. Ze was analist bacteriologie, analist virologie, hoofdanalist en tenslotte kwaliteitsfunctionaris, een functie waarin Nel zich nog steeds blijft doorontwikkelen. Ze onderscheidt zich door haar organisatietalent en gestructureerde aanpak, waarmee ze de afdeling door CCKL en ISO 15189 accreditatiebezoeken heeft geleid. Ook heeft ze daarmee de verhuizing van de afdeling succesvol gecoördineerd. Ze is een creatieve en betrokken collega.’ Prof. dr. Heiman Wertheim, afdelingshoofd Medische Microbiologie. dr. Arjan de Jong, MMM en staflid kwaliteitszorg

Pensioen Pieter Monté Hoofd academische opleidingen

‘Na ruim 22 jaar Faculteit der Medische Wetenschappen en het Radboudumc als hoofd academische opleidingen, gaat Pieter met pensioen. Hij heeft een grote bijdrage geleverd aan de beleidsmatige, logistiek-organisatorische en administratieve ondersteuning van de academische opleidingen. Hij werkt graag met en voor mensen en heeft veel plezier in het contact met studenten. We danken hem voor zijn betrokkenheid en inzet in al deze jaren.’ Maartje Sanders, hoofd academische opleidingen Radboudumc Health Academy

Chris van Oss Logistiek medewerker

‘Chris is bijna 40 jaar in verschillende functies werkzaam geweest bij het Servicebedrijf, waaronder de laatste jaren als logistiek medewerker. In deze jaren hebben we hem leren kennen als iemand die zegt waar het op staat en wel van een grap houdt. Het was prettig met hem samenwerken.’ Bram Kurstjens, operationeel manager logistiek a.i.

Hans Sengers Hoofd Centrale Desinfectie Tandheelkunde

projectleider/projectinkoper

‘Al 40 jaar een aanwinst voor het Radboudumc, waarde toevoegend in verschillende rollen. Als projectleider en projectinkoper is Nico een verbindende factor tussen de zorg en de externe leveranciersmarkt. In deze rollen heeft hij menig inkoopproces succesvol begeleid. Hierbij komt de patiënt op de eerste plaats en weet hij een juiste balans te vinden met de euro. Soms eigenzinnig en wellicht eigenwijs, maar absoluut met de juiste doelen en motivatie.’ Kevin Overgoor, medisch teamleider inkoopteam Medisch a.i., Inkoop & Supply Chain

‘Hans werkte 20 jaar bij de Centrale Sterilisatie Afdeling van het ziekenhuis als sterilisatiemedewerker en nu alweer 20 jaar als hoofd bij de Centrale Desinfectie Tandheelkunde. Hij is een waardevolle en zeer betrokken medewerker en prettig om mee samen te werken. Hij stelt zich flexibel op en voelt zich verantwoordelijk voor de continuïteit van de afdeling. Een typerende uitspraak van Hans is: “Het zij zo…”. Dat hij 40 jaren bij ons in dienst is betekent meer dan het constateren van dit feit!’ Coby Nogarede-Hoekstra, bedrijfsleider afdeling Tandheelkunde a.i.

‘Ze belde in paniek op’ ‘Een jonge vrouw, hier werkzaam, nam contact op met ons Hulpfonds. Tijdens dit gesprek werd mij duidelijk dat ze al veel had meegemaakt. Ze raakte op jonge leeftijd per ongeluk zwanger en samen met haar vriend vond ze een huurwoning met een forse huur die ze eigenlijk niet konden betalen. Een aantal maanden na de bevalling ontstonden de eerste financiële zorgen. Haar vriend raakte zijn baan kwijt, er ontstonden steeds meer betalingsachterstanden. Hierdoor kwam de relatie ook flink onder druk te staan. Door zowel de financiële als de psychische druk heeft ze zich ziek gemeld. Met haar vriend erbij ben ik gesprekken gaan voeren. Ik leerde hen opnieuw inzicht te krijgen in de financiën zodat er weer overzicht kwam. Maar hoe hard ze ook hun best deden, het ene gat werd met het andere gedicht. En toen kwam het moment dat ze mij in paniek belde, ze zou uit haar huis worden gezet en ze had geen geld meer om boodschappen te doen. Samen hebben we de woningbouwvereniging gebeld en de situatie uitgelegd. Een

urgentieverklaring werd aangevraagd en ze werd toegelaten bij de voedselbank. Dit was het moment dat het bestuur van het Hulpfonds instemde om mevrouw een renteloze lening aan te bieden. Het Hulpfonds heeft alle openstaande schulden overgenomen zodat er nog maar één schuldeiser overbleef: het Hulpfonds. Maandelijks loste ze een bedrag af aan het Hulpfonds. Niet veel later belde ze blij, de urgentieverklaring was toegekend en ze kreeg een goedkopere huurwoning toegewezen. Ik bleef regelmatig contact houden, maar de frequentie van onze afspraken nam af. Ik zag hoe de zelfredzaamheid toenam. Een maand geleden kreeg ik weer een telefoontje: nog steeds klonk ze blij en opgewekt. Haar vriend had een nieuwe baan en mocht via die werkgever zelfs een opleiding gaan doen. De voedselbank heb ik stop kunnen zetten en inmiddels is de hele lening bij het Hulpfonds volledig afgelost. Ja, dat is prachtig om te zien. ’ iStock

COLOFON Radbode is het personeelsmagazine van het Radboudumc en verschijnt 9 keer in 2018

Meer mooie woorden lezen? Ga dan naar intranet voor uitgebreidere loftuitingen. (Kijk onder Nieuws bij Jubileum en Afscheid.)

Redactie Willem Andrée (hoofd­­redacteur), Jannie Meussen, Gijs Munnichs Contentcommissie Miranda Bennink, René Bindels, Mirjam van Dijk-Jager, Gerben Ferwerda, Roos de Gouw, Miranda Heijser, Marja Jillissen, Bart Kiemeney, Lotje de Laat, Annie Moedt, Angela van Remortele, Jessica Vogel Aan dit nummer werkten mee Pepijn van de Gulden, Paul Lagro, Jos Kole, William Moore, Michiel Moormann, Eric Scholten, Correspon­dentie vragen over bezorging via radbode@radboudumc.nl Concept en realisatie ZB Communicatie & Media (zb.nl) i.s.m. Janita Sassen en Modderkolk Grafische Projecten Advertenties Bureau van Vliet, (023) 571 47 45 of zandvoort@bureauvanvliet.com Oplage 12.000 exemplaren. De volgende Radbode verschijnt op 25 mei 2018.

23


24

personeelsmagazine radboudumc

Willem Andrée

Paul Lagro

ACHTEROP IN DEZE RUBRIEK STAPT EEN MEDEWERKER ACHTEROP DE FIETS BIJ EEN COLLEGA. UIT NIEUWSGIERIGHEID, WANT OP DE WERKVLOER KOMEN ZE ELKAAR NIET TEGEN.

Dit keer springt pedagogisch medewerker en begeleider bij de Kinderadviesraad Eefke Heeres achterop bij kinderarts Lonneke Aarts, voorzitter van de werkgroep procedurele sedatie bij kinderen. Eefke is geïnteresseerd in de innovatie waarbij lachgas en/of comfort talk wordt ingezet om kinderen pijnvrij en zonder angst een behandeling te laten ondergaan. Eefke ‘Toen ik over het idee hoorde dacht ik: eindelijk…’ Lonneke ‘Klopt. In het Amalia kinderziekenhuis ondergaan veel kinderen herhaaldelijk pijnlijke of beangstigde procedures, zoals een infuusplaatsing. Tot voor kort werden de meeste ingrepen zonder sedatie of narcose verricht, omdat – lichte – sedatie niet beschikbaar was . Dit leidt tot traumatisering, hogere kosten door mislukte procedures en vermijdbare narcoses. De kosten voor behandeling van prikangst zijn hoog: traumabehandeling door de psycholoog kost tot zo’n 1500 euro per jaar en we behandelen helaas 25 tot 30 kinderen.’ Eefke ‘Wat houdt je initiatief precies in?’ Lonneke ‘Samen met Mark Hendriks, kinderanesthesioloog, hebben we een multidisciplinaire werkgroep opgericht. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de physician assistents (PA) kindergeneeskunde en anesthesiologie. Wij willen begeleiding op maat: pedagogische ondersteuning en comfort talk bij elk kind dat een procedure ondergaat, zonodig lachgassedatie of diepe intraveneuze sedatie.’ Eefke ‘Wat maakt lachgas geschikt?’ Lonneke ‘Lachgas is reuk- en geurloos, werkt binnen zestig seconden en brengt kinderen in een soort droomtoestand. Bovendien is er geen infuus voor nodig. Gecombineerd met lokale verdoving – Emla – kunnen we kleine ingrepen uitvoeren zonder dat het kind pijn ervaart.’ Eefke ‘Waarmee helpt Betaalbaar Beter?’ Lonneke ‘Twee PA’s van de afdeling Anesthesiologie verzorgen lachgassedatie bij zeer angstige kinderen. Wij streven ernaar dat PA’s kinderverpleegkundigen trainen en dat ze zelfstandig lachgassedatie verzorgen. Betaalbaar Beter helpt met de opstartkosten; zoals voor scholing in toediening van lachgas en comfort talk.’ Eefke ‘Er verandert veel: van prikken doet geen pijn, naar even doorbijten, naar volledig dwangvrije zorg.’ Lonneke ‘Precies, het is fijn als we hier in huis patiënten optimaal kunnen begeleiden en waar nodig snel kunnen overstappen naar lichte sedatie. En dat traumabehandeling voor prikangst verleden tijd is.’

#persoonsgericht en innovatief sedatie bij kinderen

Eefke Lonneke

Wil jij ook bij een collega achterop? Laat het weten via radbode@radboudumc.nl

Radbode 3 2018  
Radbode 3 2018