Page 1

#2

Personeelsmagazine Radboudumc | Jaargang 43

maart 2018

Virtuele 3D-hersenen in onderwijs Wanneer krijgen Afrikaanse kinderen met hiv een beter medicijn? Namen van onze klinisch genetici gaan de wereld over

Yvonne Geurts, projectleider zorgconcept Beter uit bed, en collega's over iLab en iBoard

Nu innoveren!


#2 – maart 2018

INHOUD

LEESTIP JAN PELT IS SEH-VERPLEEGKUNDIGE EN VEERTIG JAAR IN DIENST BIJ HET RADBOUDUMC, BEGONNEN ALS LEERLING VERPLEEGKUNDIGE, DAARNA NAAR DE IC EN NU OP DE SEH. HIJ TIPT HET ARTIKEL OP PAGINA 12 WAAR VIJF COLLEGA’S MET ELKAAR IN GESPREK GAAN OVER INNOVATIE.

Taaltrainingen

Het Hulpfonds helpt!

Start maart - april

Het Hulpfonds biedt aan alle collega’s van het umc en de universiteit financiële ondersteuning. Wij helpen met financieel advies, budgetbegeleiding en renteloze leningen. Wil je meer informatie? E-mail: info@hulpfondsradboud.nl | Telefoon: (024) 309 33 10 | www.hulpfondsradboud.nl

“ Ik krijg 15% premiekorting. Daarmee bespaar ik minimaal een tankbeurt per jaar!”

20

‘Language is my key to the world’

15% premiekorting op uw autoverzekering Profiteer net als uw collega’s van de voordelen: • Kans op een brandstofkaart • Vergelijking van verschillende aanbieders • Direct online afsluiten Bereken uw premie op radboudumc.meeus.com/auto en kijk hoeveel u kunt besparen.

Win een brandstofkaart! Sluit voor 1 mei 2018 een autoverzekering af. U vindt de actievoorwaarden op 8

radboudumc.meeus.com/auto

radboudumc.meeus.com/auto.

8

16 WETENSCHAP – Het meest gebruikte hiv-medicijn in Afrika heeft zware psychische bijwerkingen. Over de effecten bij kinderen is nagenoeg niets bekend. Hoog tijd voor meer onderzoek zegt Andre van der Ven, hoogleraar Internationale Gezondheidszorg.

08

INNOVATIE – Met de komst van het iLab en de iBoard geeft het Radboudumc een boost aan innovatie. Hoe werkt dit precies en waarom is het zo nodig? In gesprek met vijf experts onder wie Lucien Engelen, Stefaan Bergé en Yvonne Geurts.

12

16

INTERNATIONAAL – Hodgkin, Alzheimer, Korsakof, Pfeiffer, Parkin-

son? Allemaal ziektes of syndromen die vernoemd zijn naar hun ontdekker. Het Radboudumc heeft eigen ‘naamgevers’ in huis. We spreken met drie van hen.

Gewoon dóen ‘De afgelopen veertig jaar heb ik veel zien veranderen, maar eigenlijk ook heel weinig. Er was toen weinig tijd voor patiënten, dat is nu nog steeds zo. De manier van werken is wél honderd procent veranderd, we hebben veel meer kennis over ziektebeelden en over verpleegkundige handelingen. Ik heb mij altijd ingezet voor verbeteringen. Een voorbeeld: ik zag dat de ambulancepoorten erg langzaam naar beneden gingen, ik heb er met de stopwatch bij gestaan: 22 seconden. Dat is veel te lang, mensen kun er zo doorheen na de ambulance. Nu gaan alle slagbomen van het ziekenhuis sneller naar beneden. Dat is ook innovatie, dat moet je gewoon dóen. Je moet ook durven te mislukken. Zo wilde ik alle klokken hier in huis automatisch laten omschakelen bij zomer- en wintertijd: maar door een technisch probleem met GSM-ontvangst bleek dit niet mogelijk. Op pagina 12 lees je waar je heen kunt als je een innovatief idee hebt. Ik heb wel een kanttekening bij alle innovatie. Als calamiteitencoördinator heb ik onlangs gezien hoe afhankelijk we zijn van ICT, daar moeten we ons wel écht bewust van zijn. We moeten altijd terug kunnen vallen op onze basiskennis. Gewoon ouderwets de bloeduitslagen op een papiertje schrijven...’

RONDVRAAG – We willen met afstand het meest persoonsgerichte en innovatieve ziekenhuis zijn. Hoe doen we dat? Wat betekent dat in het dagelijks werk? We vragen vier collega’s.

20

RUBRIEKEN 04 HET GETAL 06 KORT 11 5 VRAGEN AAN 19 DE PATIËNT

20 RONDVRAAG 23 HET MOMENT 24 ACHTEROP

JAN PELT

3


4

personeelsmagazine radboudumc

HET GETAL

#2 – maart 2018

Gijs Munnichs

William Moore

58

Zoveel hersenstructuren kunnen studenten bestuderen met de innovatieve onderwijsapp GreyMapp. Met deze app leren ze de anatomie van het brein aan de hand van hologrammen. Bijzonder is dat je de virtuele 3D-hersenen kunt plaatsen in de ruimte naast echte hersenpreparaten. De iPad wordt op een papiertje met een hersen-symbooltje gericht. Vervolgens zie je op het tabletscherm een virtueel hersenmodel. ‘Zo kan een student het 3D-hersenmodel naast een echt hersenpreparaat bekijken’, zegt Dylan Henssen (zie foto), promovendus op het gebied van neuroanatomie. ‘Je ziet in het 3D-model met kleuren de verschillende hersengebieden, die je vervolgens in de echte hersenen kunt terugvinden.’ Samen met Guido de Jong, researchcoördinator Neurochirurgie, ontwikkelde Dylan GreyMapp. Guido: ‘Je kunt de 3D-hersenen helemaal ronddraaien en de vorm of ligging van een hersengebied vanuit elke hoek bekijken. Bij elk hersengebied staat een korte tekst met uitleg.’ Dylan en Guido onderzoeken het effect van GreyMapp op de neuroanatomische kennis van studenten. Studenten reageren enthousiast. De app wordt al gebruikt bij de studies Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen, maar ook bij Psychologie, Technische Geneeskunde (Twente) en door arts-assistenten. Guido: ‘Daarnaast is er bij verschillende afdelingen belangstelling om een soortgelijke app te ontwikkelen om zo de anatomie van een bepaald lichaamsdeel inzichtelijk te maken en te gebruiken bij voorlichting voor patiënten.’

5


6

personeelsmagazine radboudumc

#2 – maart 2018

KORT

COLUMN | ETHIEK MEDEWERKERS VAN DE SECTIE MEDISCHE ETHIEK (IQ HEALTHCARE) GEVEN EEN BESCHOUWING OVER EEN ACTUEEL ONDERWERP. DIT KEER UNIVERSITAIR DOCENT MEDISCHE ETHIEK GERT OLTHUIS.

IMPACT VAN ONDERZOEK

Malaria-onderzoek de wereld over Van The New York Times tot le Monde: in de eerste week van februari was er volop aandacht in de internationale media voor het malariaonderzoek van Teun Bousema. Hij publiceerde die week in The Lancet Infectious Diseases én in Nature Communications. De eerste publicatie laat zien dat de toevoeging van de kleurstof methyleenblauw aan de bestaande malariamedicatie ervoor zorgt dat malariaparasieten met ongekende snelheid worden gedood. Binnen twee dagen zijn patiënten genezen en kunnen ze de parasiet niet meer doorgeven als ze opnieuw door een mug gestoken wor-

den. Enige onhandige bijwerking is dat de urine van de patiënt ook blauw wordt. De tweede studie onderzocht het effect dat sommige mensen na een malaria-infectie een afweerreactie ontwikkelen die voorkomt dat ze nieuwe muggen besmetten. De antistoffen die deze mensen aanmaken, worden door de mug opgezogen en schakelen in de muggenmaag de malariaparasiet uit. Onderzoekers van het Radboudumc ontdekten dat één op de vijfentwintig malariapatiënten verspreiding van de ziekte zo voorkomt.

Nieuwe privacywetgeving raakt iedereen De privacywetgeving is aangescherpt en dat heeft gevolgen voor hoe we omgaan met persoonsgegevens van patiënten, proefpersonen en (toekomstige) medewerkers. We krijgen allemaal met de zogenoemde Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) te maken. Projectleider Nienke Plass-Verhagen: ‘Door de nieuwe Europese wetgeving moeten we onze manier van werken aanscherpen. De eerste vraag waar we mee te maken krijgen, lijkt simpel maar blijkt lastiger dan verwacht. Want welke persoonsgegevens van patiënten, proefpersonen en (toekomstige) medewerkers bewaren we nu eigenlijk? Dat moeten we weten. Om het te achterhalen zullen we de afdelingen de komende periode vragen om ons te helpen. Digitale veiligheid is onze gezamenlijke zorg.’ In lijn met de werkwijze in het Samen Nog Beter-programma komt er een toolbox die afdelingen helpt om zaken zelf op te pakken. Kijk voor meer informatie op intranet.

@Werkenbijradboudumc Sinds begin 2018 is er de Facebook-pagina @Werkenbijradboudumc. Nienke van Stiphout, verantwoordelijk voor Arbeidsmarktcommunicatie: ‘Binnen twee weken hadden we 450 volgers. Naast de vacatures delen we op deze Facebook-pagina mooie en “gewone” verhalen van medewerkers in ons huis en wat ze meemaken in hun dagelijkse werk.’ Heb je hiervoor een goed idee of wil je zelf je verhaal delen over het werken bij het Radboudumc, neem dan contact op met Nienke (nienke.vanstiphout@ radboudumc.nl).

Hoe ga je om met weigerouders?

Getweet @PinnieMearl Vandaag de #SEH van @radboudumc een keer vd andere kant gezien, labcollega met lelijke wond vergezeld. Keurig & kundig opgevangen. @rstruhkamp Reuma-onderzoek op ingevroren weefsel in plaats van proefdieren- mooie techniek @radboudumc - Mediator 27 @ReneTabak Wanneer sluit mijn #Radboudumc zich nu aan bij het AVL en andere ziekenhuizen bij de aanklacht tegen de #tabaksindustrie. Hoog tijd om deze criminele activiteiten te stoppen. @HaMaMolNij Wat een luxe dat @radboudumc golfkarretjes heeft voor mensen die geen grote stukjes kunnen lopen. Zo was ik binnen uur incl CT scan weer bij uitgang. Zouden ze overal moeten doen. @PinnieMearl Mooie bemoedigende tekst in @radboudumc (geldt overigens niet alleen voor #traplopen maar ook voor #promoveren hoop ik)

Doe mee aan Hacking Health Nijmegen In één weekend een oplossing bedenken voor een concreet vraagstuk in de zorg? Dat kan van 20 tot 22 april tijdens Dutch Hacking Health Nijmegen, georganiseerd door het Radboudumc. Samen met patiënten, zorgverleners, technici, ontwerpers en andere enthousiastelingen breng jij onder professionele begeleiding de zorg in ons ziekenhuis een stapje verder. Aanmelden kan op www.dutchhackinghealth.nl/nijmegen (vergoeding vanuit persoonlijk budget mogelijk).

GETIPT LEVEN EN DOOD, GEZONDHEID EN ZIEKTE, WERK EN ZORG VORMEN VOOR VEEL SCHRIJVERS EN CULTUURMAKERS EEN INSPIRATIEBRON. IN IEDERE RADBODE LEES JE CULTUURTIPS.

Artseneed Roman: Wat is waarheid en wat niet? Deze vraag staat centraal in deze roman van Anja Ligtenberg, oud-medewerker van het Radboudumc. In hun zoektocht naar zichzelf, naar elkaar en naar de werkwijzen van de voedingsmiddelen- en farmaceutische industrie blijken voor de hoofdpersonages waarheid en leugen verrassend dicht bij elkaar te liggen. Hoe men ook kijkt, voor hoofdpersonage internist Suzanne van Dijk is er slechts één waarheid: de artseneed. € 20,50

Ik heb nog iets op mijn lever Toneel: Tweede voorstelling, na Vals Plat, van Kitty van Mil. In 2016 bleek dat iemand,

onverwacht, de borstkankerchemo van 2011 had overleefd. Zijn naam? Tumor Theodoor. Radioloog Roel en oncoloog Paula zagen dat Theodoor zich fanatiek had voortgeplant in de lever. Paula ging op zoek naar slimme en oersterke strijdkrachten, uitgerust met de nieuwste wapens. Een poging om Theodoor en zijn nakomelingen te verslaan. Campustheater (HAN), 15 maart, 22 maart en 19 april. Reserveren: www.campustheater.nl

Kinderen in Nederland maar ook daarbuiten krijgen vanaf hun geboorte verschillende vaccinaties om ziekten als mazelen of de bof uit te bannen. Dit jaar wordt daar nog een nieuw combinatievaccin aan toegevoegd om de toename van besmetting met de meningokokkenbacterie type W te stoppen. Het vaccinatieprogramma valt of staat met de vaccinatiegraad en deze is de laatste jaren ook in Nederland gedaald, onder de richtlijn van 95 procent die de WHO als veilig stelt. Hierdoor steekt bijvoorbeeld de ziekte mazelen weer de kop op. In onder meer Frankrijk en Italië gaan ze vaccinatie verplicht stellen en boetes opleggen voor weigerouders. Bovendien mogen ongevaccineerde kinderen niet naar de opvang. In Nederland gebeurt dat niet. Hier ligt het accent op het dichten van het kennistekort, zodat mensen het belang ervan beter gaan begrijpen. Naar mijn idee is het echter nóg beter om in te zetten op het scheppen van vertrouwen. Door in het gesprek met ouders af te tasten waarom er wantrouwen bestaat rondom het vaccineren en waarom zij kiezen voor niet-vaccineren. Is dat omdat zij denken dat giftige stoffen in de vaccins alleen maar kwaad doen? Is het omdat ze denken dat dokters er financieel voordeel van hebben en onder één hoedje spelen met de farmaceuten? Of is het vanuit de religieuze gedachte dat het leven in handen ligt van god? Bij het verplicht opleggen van vaccineren loop je het risico dat weigeraars juist hun hakken in het zand steken en wordt het wantrouwen gevoed. Je wint meer door te erkennen dat er verschillen in denken zijn en daarover met goede gesprekstechnieken open en eerlijk de dialoog aangaat. Ofwel: ook hier is persoonsgerichte zorg de beste remedie.

7


8

personeelsmagazine radboudumc

WETENSCHAP

#2 – maart 2018

Marcel Wortel

Wanneer krijgen kinderen met hiv in Afrika een beter medicijn?

Het kind van de rekening Het meest gebruikte hiv-medicijn in Afrika is alles behalve onbesproken en zelfs in Europa niet meer in gebruik. Onderzoekers van het Radboudumc luidden de noodklok over deze ‘cocktail’ efavirenz en onderzoeker Lisa van de Wijer kijkt nu in Tanzania voor het eerst specifiek naar de psychische bijwerkingen van de hivmedicatie bij kinderen.

A

l meer dan twintig jaar kunnen we hiv-infecties goed onderdrukken. Daarmee is het aids-probleem opgelost, zou je denken. Helaas niet voor de wereldwijd ruim drie miljoen kinderen die besmet zijn met hiv, van wie de overgrote meerderheid in Sub-Sahara Afrika leeft. Ongeveer de helft van hen heeft maar toegang tot medicijnen. En dan heeft het veelgebruikte middel efavirenz nog ernstige bijwerkingen ook. Onderzoek naar betere behandeling van deze kinderen is hard nodig.

Dagelijkse pil Dankzij een dagelijkse pil is de levensverwachting van een patiënt met hiv tegenwoordig zo goed als die van ieder ander. Of eigenlijk moet je zeggen ‘pillen’, want het medicijn is vaak een cocktail van middelen die op verschillende manieren het virus dwars zitten (zie kader ‘hoe werkt een hiv-middel’). De combinatie voorkomt dat het virus ongevoelig wordt voor één middel,

waardoor het zich alsnog zou kunnen vermeerderen. Een veelgebruikt middel in de cocktail is efavirenz. Een ideaal middel: goed verkrijgbaar, niet te duur en het werkt goed. Maar het middel heeft een schaduwzijde. De bijwerkingen zijn fors.

Noodklok Onderzoekers van het Radboudumc luidden in Clinical Infectious Diseases en The Lancet Infectious Diseases de noodklok over efavirenz. Bij volwassenen is inmiddels voldoende duidelijk dat het middel knoeit met het centraal zenuwstelsel. Slaapproblemen, depressies en hallucinaties kunnen het gevolg zijn. Gelukkig is er inmiddels veel aandacht voor deze bijwerkingen. En zodra het nodig is, zijn er alternatieven voorhanden. Tenminste, voor volwassenen in Europa. In Afrika, waar hiv wereldwijd het grootste probleem is, zijn medicijnen niet altijd beschikbaar vanwege de kosten, gebrek aan schoon drinkwater of elektriciteit om de

De tekeningen bij dit artikel zijn gemaakt door de kinderen die meededen aan het onderzoek om hen op hun gemak te laten voelen.

middelen koel te houden. Daar komt bij dat de richtlijnen efavirenz aanbevelen als eerste keus voor kinderen. Terwijl bij hen nog nooit goed is gekeken naar psychische bijwerkingen.

Raar En dat baarde Andre van der Ven, hoogleraar Internationale Gezondheidszorg, al langer zorgen: ‘Vijf jaar geleden kregen heel veel patiënten bij ons efavirenz. Inmiddels is 90 tot 95 procent van hen overgestapt op een andere therapie. Maar tegelijkertijd dat hier de mensen van efavirenz afgingen, kwam het middel in Afrika beschikbaar voor zwangere vrouwen en kinderen. Dus zij krijgen een medicijn dat we in Europa steeds minder voorschrijven. En wordt er dan gekeken naar de bijwerkingen? Nee. De farmaceuten zijn vaak argwanend voor dergelijk onderzoek zolang het middel geregistreerd is, en worden onverschillig zodra het patent verloopt. Maar het gaat wel om heel veel mensen die deze therapie volgen. Dit heeft een enorme impact.’

Tanzania Onderzoeker Lisa van de Wijer kijkt nu in Tanzania voor het eerst specifiek naar de psychische bijwerkingen van hiv-medicatie bij kinderen: ‘De studies bij kinderen gingen tot nu toe alleen over de werking van het middel. Wel keken de onderzoekers naar bijwerkingen, maar alleen met standaard vragenlijsten. Daar vallen de psychiatrische

Hoe werkt een hiv-middel? Een effectieve therapie bestaat uit medicijnen die op meerdere paarden wedden. Het ene middel blokkeert bijvoorbeeld de hechting van het virus aan een menselijke cel. Een ander voorkomt dat virus-DNA mengt met menselijk DNA. En een derde zorgt dat het genetisch materiaal van het virus niet wordt afgelezen. Efavirenz valt in deze laatste categorie.

9


10

#2 – maart 2018

personeelsmagazine radboudumc

Jannie Meussen

Paul Lagro

5 VRAGEN AAN IN DEZE RUBRIEK STELLEN WE PERSOONLIJKE VRAGEN AAN EEN MEDEWERKER DIE EEN RADBOUDPLUIM HEEFT ONTVANGEN.

Wilma Coppens-Schellekens (64), logopedist audiologisch centrum

Na 42 jaar nog steeds uitgedaagd

bijwerkingen wel ergens onder, maar er is nooit gebruik gemaakt van psychiatrische instrumenten bij kinderen. Wat eigenlijk heel vreemd is voor een middel dat zoveel bekende psychische effecten heeft. Ik bedoel, als we een alternatief hadden gehad voor efavirenz, werd het al lang niet meer gebruikt.’

1 2

Wat is jouw mooiste moment hier?

‘Ik kan telkens weer genieten als een kind voor het eerst een hoortoestelletje krijgt. Hoe ze dan verstillen en verbaasd zoekend om zich heen kijken. En de emotie van de ouders daarbij, dat blijft me na al die jaren ontroeren.’

Nachtmerries De werking van efavirenz is grotendeels bekend (zie kader ‘trippen op hiv-middelen’), maar we weten nog te weinig over de effecten op het brein in ontwikkeling. Lisa van de Wijer hoopt daar in een onderzoek met ratten meer over te leren. Lastiger is het om te achterhalen hoe het middel het gedrag van jonge kinderen in Afrika verstoort. Naast dat deze kinderen hiv hebben, leven ze vaak in slechte omstandigheden. Wat is dan ‘normaal’ gedrag en wat zijn angsten en slaapproblemen vanwege de efavirenz? Lisa van de Wijer: ‘We interviewen ouders om een goed beeld te krijgen van het kind. Daarnaast onderzoeken we intelligentie, aandacht, geheugen en concentratie bij de kinderen zelf. En we kijken naar kinderen in vergelijkbare omstandigheden die een ander hiv-medicijn gebruiken. Als we een groot verschil tussen de groepen vinden, hebben we een betrouwbare aanwijzing dat efavirenz een rol kan spelen.’

Alternatief In de Westerse wereld hebben we dan alternatieven voor efavirenz, in Afrika is dat lastiger, en bovendien is efavirenz goedkoop. Sinds 2013 is het niet meer onder patent en mag iedereen het middel maken. Het is populair omdat het beperkte interactie heeft met middelen tegen tuberculose, wat in combinatie met hiv veel voorkomt. Alternatieven zijn duur en dus niet realistisch, legt Lisa van de Wijer uit: ‘Het beste middel dat we nu hebben is dolutegravir. Het is effectief en heeft weinig bijwerkingen. Bill Gates is nu een initiatief gestart om dit hele dure middel te laten

Waar ben je trots op?

Trippen op hiv-middelen Efavirenz doet meer dan hiv dwars zitten. Behalve dat het zich bindt aan virusonderdelen, rommelt het ook met menselijke zenuwcellen. In de verbindingen tussen deze cellen, stimuleert efavirenz de ontvangers voor de signaalstof serotonine. Precies zoals LSD dat ook doet. Omdat het serotoninesignaal van slag raakt, ontstaan de bijwerkingen zoals hallucinaties. Vanwege het trip-effect, wordt efavirenz in zuidelijk Afrika ook veel gebruikt door drugsverslaafden.

produceren voor minder dan honderd dollar per jaar. Dan kan het vanaf volgend jaar in Afrika starten. De ervaringen met dit middel bij kinderen zijn nog beperkt, maar het kan een reëel alternatief op termijn zijn.’

Grote populatie Dat Lisa van de Wijer haar onderzoek in Tanzania uitvoert is niet helemaal toevallig. Zo heeft het Radboudumc al langer een samenwerking met het Kilimanjaro Christian Medical Centre om daar capaciteit op te bouwen. Maar er is nog een andere reden, vertelt Lisa van de Wijer: ‘De populatie met hiv-kinderen

is in Nederland niet zo groot. We hebben goede preventie. Zwangere vrouwen met hiv worden in de gaten gehouden en krijgen therapie waardoor de kans op het krijgen van een kind met hiv hier erg klein is.’

Verantwoordelijkheid Het is lastig om onderzoek naar bijwerkingen gefinancierd te krijgen. Het Radboudumc betaalde daarom in 2015 het onderzoek in Tanzania zelf met een ‘personalized healthcare grant’, met steun van het Aidsfonds. En dit was zeer welkom, vertelt Andre van der Ven: ‘Eén artikel over bijwerkingen kan de reputatie van een geneesmiddel in gevaar brengen. Als we straks de data hebben, kan er tenminste een discussie op gang gebracht worden. Als de resultaten daar aanleiding toe geven, kunnen we de WHO vragen om de richtlijnen opnieuw in overweging te nemen.’ Lisa van de Wijer voegt daar aan toe: ‘Een kinderpsychiatrisch onderzoek bij kinderen met hiv is niet iets wat je er zomaar bij doet. Dat is een van de redenen waarom dit nog niet eerder zo is uitgevoerd. Maar we hebben het wel over een generatie kinderen die mogelijk veel last heeft van een medicijn dat ze nog hun hele leven moeten slikken. Dat brengt verantwoordelijkheid van onze kant met zich mee.’

‘De passie van ons hele team, zeventig man, om met elkaar een goede kwaliteit van zorg neer te zetten. En de rol die ik daar in mag spelen: dove en slechthorende kinderen tot hun achttiende jaar begeleiden om zo goed mogelijk met deze handicap om te gaan. Elk kind is weer uniek. Soms zijn ouders ten einde raad, omdat hun peuter het hoortoestel telkens uitgooit. Ik kan heel blij worden als het ons dan lukt dit patroon samen met hen te doorbreken.’

3 4

Terug naar toen je 16 was, wat zou je zeggen?

‘Je hebt de goede keuze gemaakt. Ik voel me hier als een vis in het water. Het feit dat ik na 42 jaar nog steeds met veel plezier naar het werk ga, zegt genoeg. Ik voel me nog steeds uitgedaagd.’

Kun je je idealen kwijt in je werk?

‘Toen mijn kinderen klein waren en ik minder werkte, was ik jarenlang jeugdvoorzitter bij een hockeyclub. Daar ontdekte ik mijn organisatietalent. Ik heb alle ruimte gekregen om naast mijn eigenlijke werk, dat talent ook hier in te zetten. Ik ben nu ook betrokken bij de voorbereidingen op de nieuwbouw. Hoe kunnen we met minder behandelkamers en minder vierkante meters de ruimtes optimaal benutten? Dat logistieke puzzelen ligt mij wel.’

5

Wat zou je doen als je een jaar bestuursvoorzitter was?

‘We stellen in het Radboudumc de patiënt centraal. Ik vind het een goed moment om ook extra aandacht te geven aan de medewerkers. Met Epic, JCI en andere projecten wordt er veel gevraagd van collega’s. Ik zou als RvB-lid kijken hoe je met slimmer organiseren medewerkers met plezier aan het werk houdt.’

PERSONALIA Naam: Wilma Coppens-Schellekens Afdeling/functie: logopedist audiologisch centrum (AC) afdeling KNO Pluim verdiend op: 9 november 2017 Omdat: Voor het vele werk dat Wilma al jaren verzet voor alle teams binnen het AC: onder andere als logopedist, akoepedist, als logistiek hoofd, als leidinggevende van de AC-administratie én als Epic-superuser.

Reageren? radbode@radboudumc.nl

11


12

personeelsmagazine radboudumc

INNOVATIE

#2 – maart 2018

Willem Andrée en Gijs Munnichs

Eric Scholten en iStock

Radboudumc geeft met iLab en iBoard boost aan innovatie

Vlnr Frank Hoentjen, Gerda Dokter, Jan Kremer en Michiel Sedelaar over zorgverbeteringen uit het hart

‘Als er één ziekenhuis is waar het kan, dan is het hier’ Hoe plavei je de weg om het meest innovatieve umc van Nederland met internationale uitstraling te worden? In gesprek met vijf collega’s over urgentie, ‘succes en mislukken’ en onze nieuwe innovatiestructuur met de iBoard en de toevoeging van het iLab aan de innovatieketen in het Radboudumc.

Vlnr Stefaan Bergé, Claudia van Opstal, Daniël van Dort, Yvonne Geurts, Lucien Engelen

Laat er geen misverstand over bestaan, de deelnemers aan dit gesprek hebben allemaal de drive om van ons huis het meest innovatieve umc te maken. Eigenlijk wilden we het over de zorg in 2030 hebben, maar dat wordt afgewezen. Nee, we moeten het over het “nu” hebben: hoe gaan wij zorgen dat innovatieve ideeën van collega’s nog beter werkelijk tot wasdom komen. In de filmstudio van ParkinsonNet komen op een dinsdagmiddag vijf bevlogen mensen met passie voor innovatie bij elkaar om onze aangescherpte koers toe lichten aan de hand van zes vragen.

Toch even die vraag: hoe ziet de zorg eruit de komende jaren? Daniël: ‘We gaan ons vooral richten op hoe we problemen kunnen voorkómen. Beter uit bed, is een hier een goed voorbeeld van. Dit motiveert patiënten om mobiel te blijven en goed voor zichzelf te zorgen.’ Claudia: ‘Ik verwacht dat we veel meer zorg buiten het ziekenhuis gaan leveren. Straks spreken we niet eens meer over de eerstelijn, maar gewoon over thuis. Ik denk dat we straks meer voorkomen dat mensen patiënt worden. We gaan insteken op preventie.’

De deelnemers Daniël van Dort, arts-onderzoeker Cardio-thoracale chirurgie, ontwikkelaar van de CardiacBooster, een innovatief pompje om sterfte na hartinfarcten terug te dringen. Stefaan Bergé, hoogleraar/ afdelingshoofd MKA-chirurgie en voorzitter van de iBoard. Brein achter het 3D-lab en vernieuwer pur sang, onder meer vanwege het opleidingsklimaat op zijn afdeling waar arts-assistenten in the lead zijn. Claudia van Opstal, verpleegkundig specialist Hoofd-halsoncologie, deelnemer Health Innovation School en adviseur PVI. Lucien Engelen, directeur Radboudumc REshape Center, al jaren één van de aanjagers van innovatie in ons huis, onder andere oprichter van de Health Innovation School en lid van de iBoard. Yvonne Geurts, fysiotherapeut, projectleider van het vernieuwende zorgconcept Beter uit bed waarbij patiënten meer bewegen, en lid van de iBoard.

13


14

#2 – maart 2018

personeelsmagazine radboudumc

Lucien: ‘We gaan dingen in de zorg op een andere plek doen. Op basis van data die beschikbaar komen door digitalisering ontstaat een democratisering. In huis moeten we proberen hiervoor een zachte landing te maken. Ik ben blij dat we nu ook een iLab hebben die vervolgstappen kan zetten. Dat is iets wat we erg gemist hebben afgelopen jaren. REshape is nooit bedacht en uitgerust voor implementatie.’ Yvonne: ‘Ik denk ook dat we gaan naar ongezondheidspreventie in plaats van gezondheidszorg.’ Stefaan: ‘Er moet een mentaliteitsverandering optreden, zeker in academische centra. Men moet zich bijvoorbeeld bewust zijn dat research er niet alleen is omwille van de research. We moeten onze menskracht en financiële middelen in een rijk land als Nederland steeds meer benutten om verbeteringen te implementeren. We moeten stoppen met zinloze dingen. Als we dat doen, kunnen we een exponentiële versnelling maken, en staan we de komende vijf jaar veel verder dan waar we nu staan.’ Zinloze dingen zijn bijvoorbeeld? Stefaan: ‘Het grote merendeel van de gepubliceerde wetenschappelijke artikelen heeft geen relevante impact op de zorg. Onze strategie is echter to have a significant impact on healthcare. Als we die willen realiseren dan moeten we ook het wetenschappelijk onderzoek en de organisatie van de ondersteunende groepen afrekenen op die impact. Dat doen we dus niet door impactpunten van publicaties te tellen, maar door te kijken naar wat de impact is van research op verbetering van de gezondheidszorg.’ De urgentie van innovatie: waarom moeten we er nu echt mee aan de slag? Claudia: ‘Het zorgaanbod verandert. Onze patiënten worden ouder, ze hebben meerdere ziektes tegelijk, we zien ze op andere locaties en er komt een tekort aan zorgprofessionals, vooral bij het verpleegkundig personeel. We

moeten dus wel innoveren. Ik zou ook willen dat patiënten voor een deel bepalen hoe onze zorg eruit ziet, meer dan nu.’ Lucien: ‘Nu gaat 27 procent van ons inkomen naar de gezondheidszorg, als we niets doen wordt dat veertig procent. De roep om meer verpleegkundigen of artsen is een tijdelijke en gedeeltelijke oplossing, dus je zult een slimme oplossing moeten vinden. Soms betreft dat techniek, soms verandering in houding en cultuur. Het kan in elk geval niet doorgaan zoals het nu gaat.’ Stefaan: ‘Innoveren is diepgeworteld in onze cultuur, we kunnen niet anders. We willen steeds dat het beter wordt, ook voor de mensen na ons. Neem voortbewegen: eerst gingen we te voet, daarna zaten we op een paard, toen kwam dat paard voor een kar, werd daarna een vierspan, enzovoort. Maar toch was het fijn toen de auto kwam, die in deze jaren langzaam in een autonome robot verandert. Je moet af en toe een echte shift maken. In de geneeskunde gebeurt dat eigenaardig genoeg ongeveer eens in de vijftig jaar. Na de millenniumwisseling bevinden we ons met de digitalisering opnieuw op een kantelmoment. De patiënt is hierdoor onze partner geworden en de hele zorgsector komt heel sterk in beweging.’ Daniël: ‘Voor mij is innovatie grenzen verleggen. Niet uitgaan van de stappen die er liggen, maar een pad betreden dat echt een grens doorbreekt. Een goed idee hebben is één, maar door budgettering of door technisch falen kan het ook mislukken. Dat risico moet je wel durven nemen, anders kom je nooit verder.’ Is de cultuur er voldoende in het Radboudumc, dat projecten mogen mislukken? Stefaan: ‘In een organisatie van 10.000 mensen komt die cultuur niet vanzelf. In het 3D-Lab hebben we voor een model van veel vrijheid en nog meer verantwoordelijkheid gekozen, en we mogen vaststellen dat dit model bij deze groep nu goed werkt. Ik ga tegen mijn mensen bijvoorbeeld nooit zeg-

Van idee tot implementatie Wat gaat er precies veranderen? Wat goed is blijft: voor ideeën kun je terecht bij REshape, met een verkenning van wat er de komende 5 tot 25 jaar op ons af gaat komen. Dat proberen we te vertalen naar de strategie van ons huis om “met plakband & paperclip” een eerste slag concreet proberen te maken. Het is de start van de zogenoemde innovatie-funnel. Nieuw is het iLab. Daar word je ondersteund door de juiste mensen, bijvoorbeeld uit de geneeskundige of verpleegkundige hoek, of uit de ICT, design of financiën. Op deze manier willen we dat goede ideeën versneld tot een prototype komen dat getest kan worden en geïmplementeerd. We denken aan drie à vier projecten gelijktijdig. De iBoard overziet het hele proces en beslist of een idee in het iLab komt.

gen dat ze hun promotie in vier jaar moeten doen, als ze daar zeven jaar voor nodig hebben. Tijdsdruk mag niet meespelen bij goede research of goede innovatie. Je kunt wel faciliteren dat mensen, zonder druk, kunnen werken aan goede ideeën. Als je zo een omgeving creëert, kunnen er heel mooie dingen ontstaan.’ Yvonne: ‘Ik denk dat je hier in huis heel veel kansen krijgt. Maar je kunt wel beter begeleid worden om die kansen goed te benutten. Zodat je sneller een volgende stap kunt maken bij het innoveren. Een innovatie is pas een innovatie als het is geïmplementeerd.’ Lucien: ‘Ja, het is nodig om te falen, anders blijf je hetzelfde doen. Kan het hier in huis? Ja, we hebben REshape opgezet om te verkennen wat de toekomst brengt en kleinschalig in een beschermde omgeving uit te proberen. Nu krijgen we de nieuwe innovatiestructuur (zie kader), waar we volop innovaties de kans geven om te slagen, maar ook om te mislukken.’ Stefaan: ‘Als er één ziekenhuis is in Nederland waar dat mag en kan, dan is het hier.’ We krijgen met de nieuwe innovatiestructuur de iBoard, REshape, iLab, PVI. Waarom hebben jullie niet gekozen voor één afdeling? Stefaan: ‘Je vraag is wat suggestief. We proberen juist nu om de innovatiestructuur wel onder één paraplu te krijgen. Als iemand met iets komt, kan die altijd bij de iBoard terecht. Dan verwijzen wij bijvoorbeeld door naar REshape. Of als iemand al veel verder is naar

Valorisatie, de afdeling die onder meer octrooi aanvraagt of helpt bij financiering. We gaan daarnaast PVI eerder betrekken, om zo te zorgen voor de juiste implementatie van innovaties. We zijn de voordeur nu aan het maken. Die was er eerst niet. Wetenschappelijk onderzoek gaan we in principe niet financieel ondersteunen vanuit de iBoard, daar zijn vele andere mogelijkheden voor. We leggen de nadruk dus op het realiseren en implementeren van innovaties.’ Daniël: ‘In innoveren zitten veel standaardstappen. Voor al die stappen zou je een protocol kunnen schrijven. Hoe werk je een idee goed uit, hoe schrijf je een businessvoorstel, dat soort dingen.’ Stefaan: ‘We houden de iBoard klein, met daaromheen een flexibele schil van medewerkers die kunnen helpen of adviseren. We gaan per direct met thema’s werken. Bijvoorbeeld “onderwijs en innovatie” of “mobiliteit”. Dan halen we natuurlijk de mensen erbij die daar veel mee van doen hebben. Afhankelijk van de fase van innoveren kan de juiste partij dan ingeschakeld worden.’ Wat zouden jullie aan iedere medewerker willen meegeven? Yvonne: ‘Je kunt morgen iets anders doen, het hoeft niet groot te zijn, dat kan bijvoorbeeld een andere gesprekstechniek zijn.’ Daniël: ‘Niet iedereen hoeft te innoveren, als je de droom om het meest innovatieve umc te zijn maar omarmt en positief en open in vernieuwingen stapt.’ Stefaan: ‘Om persoonsgerichte zorg te leve-

ren, moet je openstaan voor innovatie. Dat vraagt om een andere manier van denken: over bekostiging, over patiëntbegeleiding. Persoonsgericht werken en innovatie zijn twee dingen die elkaar synergetisch beïnvloeden. Daarom moeten we ook zo blij zijn met de nieuwe, aangescherpte strategie waarin die twee leidend zijn. Nu is duidelijker waar we heen gaan. Bovendien is het een mooie bijdrage aan professioneel geluk als je binnen je eigen werkveld met de nieuwste middelen kan en mag werken. Tot slot zou ik alle leidinggevenden in huis willen oproepen veel vrijheden toe te staan aan creatieve mensen. Zo zijn er verpleegkundigen die autonoom hun eigen rooster maken, dat is heel innovatief en werkt als een tierelier.’ Claudia: ‘Ik zou hierbij willen toevoegen dat met name de verpleegkundige beroepsgroep heel goed weet waar de vragen omtrent innovatie liggen. Zij werken dagelijks met patiënten. Zij zijn samenwerkers pur sang, dus gebruik hun expertise.’ Lucien: ‘Wat ik nog heel erg mis in dit gesprek: het – wat ik noem – serviceaspect. Hierin lopen we in de zorg heel erg achter op de buitenwereld. Als jij ’s ochtends voor elf uur een pakketje bij bol.com bestelt, baal je als het er 's avonds voor half zeven nog niet is. In de zorg moet je nog steeds voor een afspraak in het ziekenhuis dagen of weken wachten. De buitenwereld gaat niet op pauze terwijl wij debatteren, we moeten die naar binnen brengen. Als we echt willen innoveren moeten we ook dit serviceaspect de volle aandacht geven.’

15


16

personeelsmagazine radboudumc

INTERNATIONAAL

#2 – maart 2018

Jannie Meussen

Paul Lagro

Namen collega's gaan de wereld over

David Koolen en Bert de Vries

‘OUDERS STAAN NIET MEER ALLEEN’ David Koolen en Bert de Vries zetten zich vol enthousiasme in voor de kinderen met ‘hun’ Koolen-de Vries Syndroom’ (KdVS). ‘Het was één van de eerste aandoeningen waarbij we de onderliggende genetische oorzaak vonden, voordat het als ziektebeeld werd herkend.’

‘Wat heeft jouw kind?’ ‘Het Koolen-de Vries Syndroom…’ Namen van onze klinisch genetici gaan de hele wereld over. Waarom? Ze hebben een genafwijking ontdekt en daarmee krijgt het gevonden syndroom soms hun achternaam.

In 2006 was van een groot deel van kinderen met een verstandelijke beperking geen diagnose bekend. Bert: ‘Met onder andere micro-array - toen een nieuwe techniek - hebben we het DNA van circa duizend ongeselecteerde kinderen met een verstandelijke beperking onderzocht. Bij drie van hen vonden we exact hetzelfde defect: het ontbreken van een deel van chromosoom 17. Toen we hen zagen, bleken ze ontzettend veel op elkaar te lijken. Ze hadden ook dezelfde symptomen: lage spierspanning, vertraagde ontwikkeling, een verstandelijke beperking en aangeboren afwijkingen.’ De chromosoomafwijking werd daarna steeds vaker gevonden en zo kon een nieuw ziektebeeld worden beschreven. In 2012 ontdekten Bert en David bovendien een tweede oorzaak voor het syndroom: een genafwijking op chromosoom 17.

Janneke Schuurs-Hoeijmakers

‘LEVENSLANG VERBONDEN AAN DE PATIËNTENGROEP’ ‘Het voelt bijzonder dat een syndroom mijn naam draagt, je blijft levenslang verbonden aan een groep patiënten’, zegt Janneke Schuurs, AIOS bij Klinische Genetica. In haar geval kinderen met het zeldzame Schuurs-Hoeijmakers Syndroom, ze heeft het samen met haar collega’s in 2012 beschreven. Janneke deed promotieonderzoek naar de oorzaken van verstandelijke beperkingen. Afdelingshoofd Han Brunner liet haar foto’s zien van twee jongens die sprekend op elkaar leken, maar die geen familie van elkaar waren. De ene jongen woont in Nederland, de andere in België. Ogen een beetje gekanteld, bolle neus, een opmerkelijk gevormde bovenlip. ‘Dat moet een syndroom zijn, was onze overtuiging. We hebben het DNA onderzocht met behulp van “exoom sequencing” en vonden bij beide jongens inderdaad op exact dezelfde plek een genafwijking. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan vijftig patiënten gediagnosticeerd.’

Einde aan zoektocht Voor de ouders is de zoektocht naar de oorzaak van de verstandelijke beperking van hun kind ten einde. Ze vinden veel steun bij elkaar, vertelt Janneke. ‘Zoals de ouders van de Nederlandse jongen Siebe, zij hebben een Facebook-groep opgericht. En mede dankzij hen, weten we steeds beter welke symptomen bij het syndroom horen. Naast een lichte tot ernstige verstandelijke beperking, heeft een deel een hartafwijking, epilepsie of gedragsproblemen. Eetproblemen zijn vaak aanwezig, zoals aversie voor bepaalde structuren in voeding. Ouders van kinderen waarbij de diagnose net gesteld is, weten nu beter wat ze kunnen verwachten en welke gebieden speciale aandacht behoeven. En, ook heel belangrijk, dat ze zelf geen drager zijn. Een eventueel tweede kind zal de ziekte niet krijgen.’

Kool Kids Inmiddels is de diagnose KdVS wereldwijd bij meer dan vijfhonderd patiënten gesteld. David en Bert laten een groepsfoto zien van een patiëntencontactdag in Memphis afgelopen jaar. Ouders en kinderen, honderd in totaal, dragen op de foto allemaal een blauwe sweater met daarop de tekst: Kool kids. ‘Ze weten daar niet dat je “Kool” (afgeleid van Koolen, red.) in Nederland niet als “Cool” uitspreekt’, zegt David lachend. ‘Het is mooi om al die vrolijk spelende kinderen te zien, met zoveel gelijkenis. En de ouders die ervaringen met elkaar uitwisselen. Ze staan niet meer alleen.’

Nijmeegse namen Hodgkin, Alzheimer, Korsakof, Pfeiffer, Parkinson… het zijn allemaal ontdekkers van ziekten. Onderstaande syndromen zijn vernoemd naar Nijmeegse klinisch genetici: Brunner syndroom (Han Brunner) Gabrielle-De Vries syndroom (Bert de Vries met een Italiaanse collega) Kleefstra syndroom (Tjitske Kleefstra) Koolen-de Vries Syndroom (Bert de Vries en David Koolen) Loeys-Dietz syndroom (Bart Loeys met een Amerikaanse arts) Schuurs-Hoeijmakers Syndroom (Janneke Schuurs-Hoeijmakers) Siderius-Hamel Syndroom (Ben Hamel) Frank-Ter Haar syndroom (Ben ter Haar)

Zicht op het beloop

David Koolen en Janneke Schuurs-Hoeijmakers

‘We kunnen de diagnose nu vroeg stellen en voor ouders schetsen wat het beloop zal zijn, vertelt David. ‘Vroeger hoorden ze “Reken maar nergens meer op” bij een kind van drie dat alleen maar op de rug kon liggen. Nu wéten we van andere KdVS-kinderen dat het straks wellicht toch kan gaan lopen en praten. We werken samen met een Franse onderzoeksgroep aan een database die gevoed wordt door ouders. Zij zijn eigenlijk de echte experts. We hebben zo inmiddels gedetailleerde informatie verzameld van circa tweehonderd kinderen met KdVS.’ Bert: ‘We hebben binnen het Expertisecentrum Zeldzame Ontwikkelingsstoornissen van Radboudumc ook een internationale database voor professionals opgezet. Daarin verzamelen we klinische informatie van de verschillende syndromen. Door kennis van ouders en zorgverleners te delen en met wetenschappelijk onderzoek hopen we de zorg voor kinderen met deze zeldzame syndromen te verbeteren.’

17


18

personeelsmagazine radboudumc

#2 – maart 2018

Kort

Willem Andrée

Paul Lagro

DE PATIËNT IN DEZE RUBRIEK HET PERSOONLIJKE VERHAAL VAN ONZE ‘ACADEMISCHE’ PATIËNT EN DE REACTIE VAN ZIJN OF HAAR BEHANDELAAR.

VRUCHTBAARHEID BEWAREN

‘We konden het amper geloven’ Certificaat voor ontwerp nieuwe gebouw S

Het Radboudumc heeft onlangs het BREEAM ‘excellent’ certificaat ontvangen voor het ontwerp van de nieuwbouw ‘gebouw S’. We zijn het eerste universitair medisch centrum in Nederland dat dit certificaat ontvangt. Daarin heeft het ontwerp ook nog de hoogste score behaald tot nu toe van de ziekenhuizen in Nederland. We streven (samen met de Radboud Universiteit) naar maximale positieve impact op de gezondheid en minimale negatieve impact op het milieu. ‘Het BREEAM excellent certificaat is een mooie stap in ons pad naar écht duurzame patiëntenzorg,’ aldus Eric Mimmel, programmamanager Duurzaamheid Radboudumc. Lees het volledige persbericht op onze website (5 februari).

n!” iet alléé oop je n k is u h “Een

Dé aankoopspecialist in regio Nijmegen: vakkundig, doortastend en persoonlijk. Lukt het maar niet dat éne huis te vinden? Zijn de onderhandelingen vastgelopen? Wilt u dat iemand alles onderzoekt en voor úw belangen opkomt?

Bel of mail voor een vrijblijvende afspraak:

06 - 1032 9747 info@gonnyvijn.nl www.gonnyvijn.nl

Twijfelt u over de juiste aankoopprijs? U wilt ruggesteun van een échte professional die begrijpt wat u wilt?

“Als gespecialiseerd aankoopmakelaar zorg ik ervoor dat u goed voorbereid de juiste woning aankoopt en dat u aan alle kopersverplichtingen voldoet.”

Saartje Duizendstra (10) uit Arnhem speelt klarinet, betaalt voor haar eigen paardrijles en droomt ervan advocaat te worden. Ze is gevat en vrolijk. En, oh ja, ze heeft het Turner-syndroom… Dat betekent onder meer dat ze groeihormonen krijgt en het niet zeker is of ze ooit kinderen kan krijgen. In het Radboudumc werken ze nu aan dat laatste probleem. Het begon met een lastige zwangerschap, met veel echo’s en hartfilmpjes, vertelt vader Olaf Duizendstra. ‘Saartje was heel klein als baby, pakte de draad niet echt op en lag ook een tijdje op de IC. Ze was stil en at heel weinig. Als we haar ’s nachts niet wakker maakten, zou ze doorslapen. De arts heeft toen testjes gedaan en het bleek het Turner-syndroom. We konden het eerst amper geloven. De arts verwees ons door naar het Radboudumc. De opa van Saartje was huisarts en studeerde ooit met Barto Otten, die in Nijmegen een rol had in de Turner-groep: opa verzekerde ons dat we hier goed zaten.’ Het Turner-syndroom is een chromosomale

aandoening bij meisjes waarbij één van de X-chromosomen ontbreekt. Daarom hebben ze bepaalde afwijkingen zoals hart- of nierafwijkingen, schildklierproblemen of ze zijn slechthorend. Wat ze gemeen hebben: bijna alle meisjes zijn klein. Saartje: ‘Iedereen heeft groeistofjes in het lichaam en bij mensen met Turner werken die minder hard. Elke avond moet ik groeistoffen in mijn been spuiten, met hoge druk. Ik groei nu weer, maar ben wel wat kleiner dan de rest van mijn klas. Ik ben nu ongeveer 1.27, oh nee, 1.28.’ Olaf: ‘Zonder groeihormoon was de prognose 1.35 meter, nu is die 1.50 meter.’ Saartje: ‘Ik ben dan wel wat kleiner, maar verder kan ik alles. Ik speel klarinet, hockey en zit op paardrijden, die lessen betaal ik van mijn spaargeld. Later wil ik het liefst advocaat worden, ik ben best slim en ook goed met taal.’ Als het interview al is afgelopen, vertelt Olaf dat meisjes met Turner ook verminderde kans op zwangerschap hebben en dat er nu een onderzoek daarover loopt bij het Radboudumc. Of Saartje ooit moeder wil worden en aan het onderzoek mee wil doen? ‘Ik denk het wel.’

‘We weten uit onderzoek met volwassen Turner-patiënten dat van alle aandoeningen die het syndroom met zich meebrengt, dat zij onvruchtbaarheid het ergste vinden. We weten ook dat meisjes en hun ouders met vragen zitten rondom de fertiliteit. We hebben eigenlijk geen goede antwoorden. Daarom zijn wij in het Radboudumc gestart met een onderzoek naar de vruchtbaarheid van meisjes met het Turner-syndroom en de mogelijkheden om die te bewaren. Meisjes vanaf twee tot achttien jaar mogen meedoen. Binnen een counselingsgesprek rondom de mogelijkheden om hun kinderwens later te vervullen, informeren we ook over ons onderzoek. We bieden een kijkoperatie aan waarbij we een eierstok verwijderen, die we invriezen om zo de vruchtbaarheid te bewaren. Een klein stukje van de eierstok gebruiken wij om te kijken of er eicellen aanwezig zijn. Dat kleine stukje geeft ons een indicatie: als we veel eicellen zien, is de kans groter dat het meisje ooit zelf zwanger kan worden. Andersom: als we weinig eicellen zien, is de kans klein en kunnen we dat nu al vertellen. Dat is niet leuk, maar geeft meer zekerheid over de toekomst. Het onderzoek is in januari 2018 gestart.’

KATHRIN FLEISCHER, GYNAECOLOOG

19


20

personeelsmagazine radboudumc

RONDVRAAG

#2 – maart 2018

Gijs Munnichs

Michiel Moormann

Marion van der Kolk, chirurg en voorzitter stuurgroep zorgpaden

‘VERNIEUWEN ZORGPADEN’

Persoonsgericht? Innovatief? Hoe doe jij dat? We willen met afstand het meest persoonsgerichte en innovatieve universitair medisch centrum zijn. Hoe doen we dat? Wat betekent dat in het dagelijks werk? We vragen het aan vier collega's.

‘Mijn bijdrage aan een persoonsgericht, innovatief umc is het verder verbeteren van zorgpaden. We gaan samen met patiënten en zorgprofessionals, de afdeling PVI en Informatie Management een tiental zorgpaden maken en vernieuwen. Deze paden worden in samenspraak met patiënten ontwikkeld. Met als doel dat de patiënt precies weet wat hij kan verwachten, dat elke arts, verpleegkundige en andere betrokken professional weet wat die moet doen én in welke fase van een pad de patiënt zich bevindt. Een voorbeeld waarmee we onlangs mooie cijfers hebben behaald, betreft het zorgpad bij alvleesklierkankerchirurgie. Dit is in 2014 geïmplementeerd bij Heelkunde, Anesthesiologie en IC. Qua aantal ingrepen behoren we tot de grote centra in Nederland. Landelijk is de kans op ernstige complicaties gemiddeld 26 procent. In het Radboudumc liggen we met 11 tot 12 procent daar ver onder, mede doordat iedere zorgverlener herkent wanneer een patiënt van het pad afwijkt en in een vroeg stadium acties onderneemt om de patiënt weer op het pad te brengen. Een mooi teamresultaat waar we trots op kunnen zijn.’

Martin Dresler, senior researcher Cognitive Neuroscience

‘SLAAPONDERZOEK VEELBELOVEND VOOR PERSONALIZED HEALTHCARE’ ‘Mijn onderzoeksgroep onderzoekt slaap. Een derde van ons leven slapen we. Wat er dan in het brein gebeurt, heeft invloed op ziektes en gezondheid. Is de nachtrust slecht, dan is dat niet alleen een symptoom, maar het kan ook een veroorzaker zijn van bijvoorbeeld psychiatrische of neurologische aandoeningen. Daarbij is het hoogst persoonlijk. Met grote verschillen tussen mensen, maar binnen een persoon is het patroon heel constant. Door research kunnen we een individual fingerprint maken van iemands slaap. Daarbij gebruiken we innovatieve methoden. Met state-of-the-art slaaprecorders kunnen we bij iemand via EEG-electroden de breinactiviteit meten, met electro-oculografie (EOG) de oogactiviteit en met electromyogram (EMG) de spieractiviteit. Nu testen we ook eenvoudigere recorders, die door de patiënten thuis zelf gebruikt kunnen worden. Met iemands fingerprint kunnen we voorspellen of er verhoogd risico is op specifieke ziektes, en hoe hij of zij zal reageren op een behandeling. Slaap wordt hiermee een veelbelovend aspect om te integreren in personalized healthcare voor onze patiënten.’

Henny Rongen, verpleegkundig specialist i.o., Palliatieve Zorg

‘BEWUSTER AFSCHEID NEMEN’

Brechje Zegers-Lakeman, operationeel manager Schoonmaak (Logistiek & Services)

‘OOK IN DE SCHOONMAAK INNOVEREN WE’ ‘Iedereen innoveert, dus wij ook. Wij hebben sinds februari onze schrobrobot. Deze robot  maakt de brede gangen van de centrale as van verdiepingen 0 tot en met 5 schoon. Je programmeert één keer de route; de robot weet precies wat die moet doen. De robot heeft geen gevolgen voor de personele bezetting. Wel hopen we zo onze service en dienstverlening te verbeteren. De robot kan per uur tot 1.100 zelfstandig vierkante meter schoonmaken. Schoonmakers kunnen dan ander werk doen, bijvoorbeeld het extra schoonmaken van randen en richels. Daarnaast willen we een persoonsgerichter personeelsbeleid voeren, met bijvoorbeeld meer aandacht voor de werk-privébalans van onze mensen. Ook worden ze getraind om ons als management beter te bevragen bij veranderingen. Zodat ze beter weten wat een verandering voor hen betekent. We hopen dat ze hierdoor lekkerder in hun vel komen te zitten, wat je terug zult zien in de kwaliteit van het werk.’

‘Binnen de palliatieve zorg hebben innovaties vooral betrekking op vroegtijdige signalering, voorkomen en verlichten van lijden bij patiënten. Ik zou graag de palliatieve zorg in het ziekenhuis nog beter afstemmen op de zorg thuis of in het hospice. Het is belangrijk vroeg te weten wat een patiënt - als hij niet meer beter kan worden - precies wil. Dit betekent dat ik mijn best doe om te zorgen dat hier bij zowel de arts als verpleegkundige meer aandacht voor komt. Ook de patiënt zou er vroegtijdig over moeten denken en dit bespreken met zijn naasten en zijn huisarts. Als een patiënt goed heeft nagedacht over zijn laatste levensfase, dan kan hij of zij beter toegroeien naar dat moeilijke moment en bewuster afscheid nemen. Onderzoek toont zelfs aan dat mensen langer leven, als ze eerder palliatieve zorg ontvangen. Binnen het ziekenhuis lopen daarom ook projecten rond de surprise question. Zou het je als zorgverlener verbazen als een patiënt binnen een jaar zou overlijden? Is het antwoord “ja” dan kan het goed zijn over palliatieve zorg te beginnen. Een innovatie is verder het beeldbellen met patiënten. Ook bezoeken we, als dat praktisch haalbaar is, de patiënt wel eens thuis. Dat is veel patiëntvriendelijker dan wanneer iemand met de ambulance naar het ziekenhuis moet komen.’

Reageren? radbode@radboudumc.nl

21


22

personeelsmagazine radboudumc

#2 – maart 2018

HET MOMENT

COLLEGA’S MOOIE WOORDEN HOREN BIJ EEN JUBILEUM, AFSCHEID OF BIJ NIEUWE COLLEGA'S. DEZE PAGINA’S STAAN ER VOL VAN, SPECIAAL VOOR AL DIE COLLEGA’S DIE IETS TE VIEREN HEBBEN.

IN DEZE RUBRIEK VERTELLEN MEDEWERKERS OVER EEN BIJZONDERE ERVARING TIJDENS HUN WERK IN HET RADBOUDUMC. DIT KEER PETER-JAN VERDONK, VERPLEEGKUNDIG SPECIALIST PSYCHIATRIE.

25 jaar in dienst Yvette Brom Medewerker bedrijfsbeheer

‘Yvette startte haar loopbaan bij het Centraal Dierenlaboratorium als biotechnisch laborante, maar moest die baan opgeven toen zij een allergie opliep bij het werken met proefdieren. Omgeschoold tot directiesecretaresse kwam ze in 1999 bij de Instrumentele Dienst (nu: MTKF) terecht. Ze houdt zich hier inmiddels bezig met contentbeheer van het Ultimo Facilitair Managementsysteem. Ze is een fijne collega die haar werk zeer klantgericht en met grote betrokkenheid uitvoert.’ Gert van Voorst, hoofd MTKF Beheer

Dinie Toenders-van Boekel

Jeannette Oosterwijk-Wakka Senior research analist Urologisch Research Laboratorium

‘Jeannette volgde voor de tweede keer haar man (eerst naar New York en daarna naar het ‘mondaine’ Nijmegen). Ze heeft de sceptici de mond gesnoerd die beweerden dat een echtpaar niet samen kan werken binnen een laboratorium. Ze bouwde het programma immunotherapie mee op, en uiteindelijk werd haar ambitie in 2015 beloond met het doctoraat. Ook als lid van de OC en RAP profileerde ze zich nadrukkelijk. Recht door zee en zonder blad voor de mond op haar doel af; dat is en blijft Jeannette. Daarvoor danken we haar!’ Jack Schalken, hoofd URL, Peter Mulders, hoofd afdeling Urologie

Mirjam de Weijer Senior research analist

Verpleegassistent

63 collega’s 40 jaar in dienst 63 collega’s vierden vorig jaar hun 40-jarig jubileum. Tijdens een high tea op 24 januari somde bestuursvoorzitter Leon van Halder wat feiten op. ‘Bij elkaar opgeteld werkten jullie maar liefst 2.520 jaar, ofwel 30.240 maanden. Mij is weleens verteld dat de medewerker gemiddeld 3,5 kilometer per dag in ons huis aflegt, dat betekent dat u samen zeker 2,2 miljoen kilometer heeft gelopen en dat is de helft meer dan dat door alle lopers in één editie van de Vierdaagse wordt afgelegd.’ Aan het einde van zijn speech zegt Leon: ‘U was de constante factor de afgelopen veertig jaar. Samen heeft u aan het Radboudumc gewerkt zoals het nu is.’

‘Dinie is haar loopbaan in het Radboudumc begonnen als zorghulp. Deze functie heeft ze met veel toewijding ingevuld. In 2004 heeft ze de opleiding tot verpleegassistent succesvol gevolgd. In deze functie onderscheidt Dinie zich door haar oprechte aandacht en zorg voor de IC-patiënt en hun naasten. Daarnaast is zij van grote waarde in de ondersteuning van verpleegkundigen en bovenal een heel fijne collega in het team.’ Jaap Limpers, hoofdverpleegkundige IC

Marianne Schroer-Smits

‘Mirjam werkte aan een veelheid van projecten bij het Urologisch Research Laboratorium, waarbij ze de steun en toeverlaat is voor vele promovendi, master- en bachelor studenten. Haar kennis en vaardigheden zijn van een hoog niveau en zij onderscheidt zich door haar flexibele inzet bij de zeer diverse projecten. Daarnaast is ze een onmisbare schakel bij de sociale activiteiten, met name haar dichtkunst is ongekend. We hopen haar nog vele jaren op het lab te zien.’ Jack Schalken, hoofd URL, Peter Mulders, hoofd afdeling Urologie

Senior analist

‘Marianne werkt al vele jaren op het laboratorium van Genetica. Ze heeft in al die jaren een breed pakket aan kennis en vaardigheden opgebouwd in zowel de postnatale- als de prenatale genoomdiagnostiek. Haar passie en expertise liggen binnen de hemato-oncogenetica, waar ze als senioranalist haar werk uitstekend uitvoert. Ze is een fijne collega met een warm hart. Haar collega’s kunnen altijd met raad en daad bij haar terecht.’ Leo Derksen, labmanager afdeling Genetica, sectie genoomdiagnostiek, locatie Enschede.

40 jaar in dienst

Pensioen Geert Toenders Technisch specialist MTKF

‘Na een dienstverband van 43 jaar gaat Geert vervroegd met pensioen. Hij is gestart als 'Technicus Fijn metaal' bij de toenmalige Instrumentele Dienst, de huidige afdeling Medische Technologie & Klinische Fysica. Hij heeft in verschillende functies gewerkt maar hoofdzakelijk voor de afdelingen Intensive Care en Anesthesiologie. Wij kennen Geert als een zeer collegiaal en betrokken mens en zullen hem dan ook erg gaan missen.’ Ernest Prins, manager Medische Technologie & Klinische Fysica

Stef Mientki Adviseur Medische Techniek

‘Stef hield zich binnen de Instrumentele Dienst bezig met onderzoek ondersteunende projecten en innovatieve ontwikkelingen. De laatste jaren is hij actief als adviseur Medische Techniek. Hij heeft met name expertise op het gebied van laserveiligheid, elektrische veiligheid, normen en voorschriften en is betrokken bij vele innovatie- en nieuwbouwtrajecten. Stef is collegiaal, kritisch, deskundig, analytisch en creatief. Een prettige collega die we zullen gaan missen. Na bijna 38 jaar treedt hij vervroegd uit dienst om samen met zijn partner te gaan genieten van hun vrije tijd.’ Hans Gradussen, hoofd MTKF Advies. Op donderdagochtend 29 maart is zijn afscheidsreceptie tussen 10.00 en 11.00 bij MTKF (route 233).

Jan Pelt Verpleegkundige

‘Jan Pelt, eigenzinnig, eigengereid en eigenwijs, maar altijd het hart op de goede plaats. Al 40 jaar trouw aan onze organisatie, waar hij kritisch naar is, maar die hij tegelijkertijd op handen draagt. Jan, we kunnen nog even van je genieten, want in 2019 zal je ons vaarwel gaan zeggen, na 40 + 1 jaar en een beetje. Nu alvast bedankt voor al je enthousiasme!’ Frank Spreekmeester, operationeel manager SEH

‘Heb ik goed gehandeld? Had ik meer moeten doen?’ ‘Als verpleegkundig specialist GGZ heb ik mij gespecialiseerd in de acute opvang van patiënten na een suïcidepoging. Mijn eerste ervaring met een suïcide had ik 22 jaar geleden. Voordat ik mijn verpleegkundeopleiding begon, begeleidde ik als vrijwilliger psychiatrische patiënten. Via een pieper konden zij mij bellen als ik dienst had. Zo ook een vrouw van 26 jaar oud, ze had de persoonlijkheidsstoornis borderline en gebruikte alcohol en drugs. Om drie uur ’s nachts kreeg ik een telefoontje. Het ging niet goed met haar, ze had zelfmoordgedachten. Ik heb uitgebreid met haar gepraat. De crisis leek na het gesprek voorbij. We spraken af dat ze zou gaan slapen en ik de volgende dag bij haar langs zou gaan. Toen ik ’s ochtends bij haar huis kwam, bleek dat de politie de deur had opengebroken. Ze had zelfmoord gepleegd. Ik kreeg daar een schuldgevoel over: had ik wel goed gehandeld? Had ik meer moeten doen? Het antwoord kwam later toen ik met enkele vrijwilligers naar de crematie ging. Ik

sprak de familie en hoorde hoe dankbaar ze waren voor onze inzet. Hun dochter en zus kampte al jaren met ernstige psychiatrische klachten en vele suïcidepogingen. De verwachting van de familie was al lang dat ze ooit zou komen te overlijden door een suïcidepoging. De jaren bij het vrijwilligersproject had hun zus en dochter meer kwaliteit van leven gegeven, dan ze in vele jaren daarvoor had ervaren. Suïcidale patiënten ervaren hun situatie en problemen als ondraaglijk, onoplosbaar en oneindig. Ze zijn wanhopig. Sommige mensen zien helaas geen uitweg meer. Ik probeer met mensen mee te denken wat er nu aan de hand is en of er toch mogelijkheden en alternatieven zijn, hoe klein ook. Stapje voor stapje probeer je samen met de patiënt te werken aan een beter leven.’

Gijs Munnichs

iStock

COLOFON

Radbode is het personeelsmagazine van het Radboudumc en verschijnt 9 keer in 2018

Meer mooie woorden lezen? Ga dan naar intranet voor uitgebreidere loftuitingen. (Kijk onder Nieuws bij Jubileum en Afscheid.)

Redactie Willem Andrée (hoofd­­redacteur), Jannie Meussen, Gijs Munnichs Contentcommissie Miranda Bennink, René Bindels, Mirjam van Dijk-Jager, Gerben Ferwerda, Roos de Gouw, Miranda Heijser, Marja Jillissen, Bart Kiemeney, Lotje de Laat, Annie Moedt, Angela van Remortele, Jessica Vogel Aan dit nummer werkten mee Paul Lagro, William Moore, Michiel Moormann, Gert Olthuis, Eric Scholten, Marcel Wortel, Correspon­dentie vragen over bezorging via radbode@radboudumc.nl Concept en realisatie ZB Communicatie & Media (zb.nl) i.s.m. Janita Sassen en Modderkolk Grafische Projecten Advertenties Bureau van Vliet, (023) 571 47 45 of zandvoort@bureauvanvliet.com Oplage 12.000 exemplaren. De volgende Radbode verschijnt op 13 april 2018.

23


24

personeelsmagazine radboudumc

Willem Andrée

Paul Lagro

ACHTEROP IN DEZE RUBRIEK STAPT EEN MEDEWERKER ACHTEROP DE FIETS BIJ EEN COLLEGA. UIT NIEUWSGIERIGHEID, WANT OP DE WERKVLOER KOMEN ZE ELKAAR NIET TEGEN.

Shreya

Dit keer springt promovendus Radiologie en Nucleaire Geneeskunde Shreya Das achterop bij wetenschappelijk onderzoeker bij Interne Geneeskunde Rinke Stienstra. Shreya komt uit India en is aan Rinke gekoppeld in het Buddyproject waarin Radboudumc’ers nieuwe medewerkers uit het buitenland begeleiden.

Rinke

Wil jij ook bij een collega achterop? Laat het weten via radbode@radboudumc.nl

Rinke ‘Waar kom je precies vandaan uit India?’ Shreya ‘Ik kom uit Calcutta, één van de vier metropolen, met ongeveer vijf miljoen mensen.’ Rinke ‘Wat deed je daar voor je naar Nijmegen kwam? Shreya ‘Ik werkte in Calcutta bij een onderdeel van Philips waarvoor ik veel in ziekenhuizen werkte. Maar voor ik hier kwam, woonde ik in Duitsland en werkte aan de Maarten Luther-Universiteit in Halle. Daar deed ik mijn tweede master-studie.’ Rinke ‘Waarom Nijmegen?’ Shreya ‘Voor mij was deze baan als biochemisch ingenieur bij het Medical UltraSound Imaging Center perfect: ik heb ervaring met ultrasound, opgedaan tijdens mijn werk bij Philips. Bovendien trekt het onderwerp mij aan: wij doen onderzoek naar het bekken bij zwangere vrouwen om te ontdekken welke schade spieren oplopen tijdens de zwangerschap en hoe we die kunnen voorkomen.’ Rinke ‘Hoe vind je het hier?’ Shreya ‘Echt een eye-opener. Ik had gehoord dat Nederlanders op zichzelf zijn, maar dat heb ik zeker niet zo ervaren. Ook op mijn werk niet: de collega’s zijn erg behulpzaam. Ik ben blij verrast: wetenschap is toch ook een competatieve omgeving.’ Rinke ‘Waarom heb je je aangemeld voor het Buddy-programma?’ Shreya ‘In Duitsland kende ik alleen mijn medestudenten. Nu wil ik op deze manier meer en nieuwe mensen ontmoeten.’ Rinke ‘Heb je al gefietst in Nederland?’ Shreya ‘Haha, nee, nog niet. In India fietste ik ook niet veel, te gevaarlijk. Dat vind ik fijn hier, het is een heel veilig land.’ Rinke ‘Wat wil je allemaal gaan doen in Nederland?’ Shreya ‘Veel musea bezoeken, daar houd ik echt van, ik start in Arnhem, waar ik woon. En ik wil veel steden zien en naar de Keukenhof…’

Radbode #2 2018  
Radbode #2 2018