Page 1

Radboudumc Jaardocument 2013


2

JAARDOCUMENT 2013 RADBOUDUMC

Jaardocument 2013

Dit document bevat een integrale vastlegging van de financiĂŤle en maatschappelijke verantwoording, waarbij voor het eerst gebruik is gemaakt van een internationale richtlijn voor duurzaamheidverslaglegging, GRI (Global Reporting Initiative). Met behulp van de GRI-richtlijn maken we onze sociale, economische en milieuresultaten inzichtelijk. U vindt de GRI-index op www.radboudumc.nl/jaardocument. Heeft u vragen met betrekking tot dit document, dan kunt u contact opnemen met een van onze persvoorlichters via persvoorlichting@radboudumc.nl


Jaardocument 2013 Radboudumc

Inhoudsopgave 1.

Voorwoord raad van bestuur

2. Inleiding 3.

Profiel van de organisatie

6 7

3.1 Algemene identificatiegegevens 3.2 Missie 3.3 Strategie 3.4 Kernactiviteiten 3.4.1 Patiëntenzorg 3.4.2 Wetenschappelijk onderzoek 3.4.3 Onderwijs en opleiding

8 8 8 8 9 9 10 11

4

Vooruitblik 2014

12

5.

Inspanningen en prestaties 2013

13 13 13 13 13 14 14 15 15 15 16 16 16 17 18 18 19 19 19 19 19 20 20 20 20 21 21 21 22 22

5.1 5.2

Inspanningen en prestaties Zorg 5.1.1 Aantoonbaar onderscheidende kwaliteit in de patiëntenzorg 5.1.1.1 Concentratie van zorg 5.1.1.2 Principal Clinicians (PC) 5.1.1.3 Zorgverzekeraars 5.1.1.4 Kwaliteitsprogramma’s 5.1.2 Projecten ‘Persoonsgerichte zorg’ 5.1.2.1 E-health 5.1.2.2 Voeding 5.1.2.3 Patiëntervaringen gemeten – Consumer Quality Index 5.1.2.4 Proces en uitkomstindicatoren 5.1.2.5 Incidenten patiëntenzorg 5.1.2.6 Klachten 5.1.3 Doelmatigheid in de patiëntenzorg 5.1.3.1 Wacht- en toegangstijden Inspanningen en prestaties Onderzoek & Onderwijs 5.2.1 Aantoonbaar onderscheidende kwaliteit in Onderzoek & Onderwijs 5.2.1.1 Leerstoelen 5.2.1.2 Vrouwelijke hoogleraren 5.2.1.3 Principal Investigators (PI) 5.2.1.4 Principal Lecturers (PL) 5.2.1.5 Technical Platforms 5.2.1.6 Ontwikkeling impactscores 5.2.1.7 Honours programma 5.2.2 Persoonsgerichte zorg in Onderzoek & Onderwijs 5.2.2.1 Focus en organisatie van onderzoek 5.2.2.2 Nieuwe bachelor Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen 5.2.3 Doelmatigheid in Onderzoek & Onderwijs 5.2.3.1 Schakeljaar

3


4

Jaardocument 2013 Radboudumc

5.3 Inspanningen HR en Duurzaamheid 5.3.1 HR 5.3.1.1 Radboud Manier van Werken 5.3.1.2 Persoonlijk leiderschap 5.3.1.3 Strategisch Talentmanagement 5.3.1.4 Onderwijskwalificaties 5.3.1.5 Arbeidsmarktbeleid 5.3.1.6 Maatschappelijke betrokkenheid 5.3.1.7 Veilig en gezond werken 5.3.1.8 Vervoer 5.3.2 Duurzaamheid 5.3.2.1 Stakeholders 5.3.2.2 Transparantie en relevantie 5.3.2.3 Resultaten en vooruitblik 5.4 Inspanningen en prestaties overig 5.4.1 Financieel 5.4.1.1 Algemeen 5.4.1.2 Opbrengsten 5.4.1.3 Resultaat 5.4.1.4 Personeel 5.4.1.5 Investeringen 5.4.1.6 Kasstromen en financiering 5.4.1.7 Derivaten 5.4.1.8 FinanciÍle risico’s 5.4.2 ICT 5.4.2.1 Beter 2.0 5.4.2.2 Radboud 2.0 5.4.2.3 Infra 2.0 5.4.2.4 Stuurinformatie 2.0 5.4.3 Correct declareren 5.4.4 Calamiteiten 5.4.5 Samenwerkingsrelaties 5.4.5.1 Strategische samenwerkingsrelaties 5.4.6 Milieu 5.4.6.1 Energie 5.4.6.2 Afval 5.4.6.3 Water 5.4.6.4 Inkoop 5.4.6.5 Nieuwbouw 5.4.6.6 Incidenten

22 22 22 22 23 23 23 23 24 24 24 24 24 25 27 27 27 27 27 28 28 28 28 29 29 29 30 30 30 31 31 32 32 33 33 35 36 36 36 36


Jaardocument 2013 Radboudumc

6. Bestuur

38 6.1 Zorgbrede Governancecode 38 6.2 Cultuur, omgangsvormen en value statement 38 6.3 Raad van bestuur 38 6.4 Toezicht 39 6.5 Bedrijfsvoering 39 6.6 Ondernemingsraad (OR) 39 6.7 Stafconvent 40 6.8 VAR 40 6.9 UMC-Raad 40 6.10 CRAZ 41 6.11 PAR 41 6.12 Commissie Ethiek 41

7.

Verslag van toezichthouder

42

8. Jaarrekening 46 8.1.1 Enkelvoudige balans per 31 december 46 8.1.2 Enkelvoudige resultatenrekening 47 8.1.3 Enkelvoudig kasstroomoverzicht 48 8.1.4 Toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening 49 8.1.5 Toelichting op de enkelvoudige balans 52 8.1.6 Toelichting op de enkelvoudige resultatenrekening 62 8.2.1 Geconsolideerde balans per 31 december 68 8.2.2 Geconsolideerde resultatenrekening 69 8.2.3 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 70 8.2.4 Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 71 8.2.5 Toelichting op de geconsolideerde balans 72 8.2.6 Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 75 8.3.1 Enkelvoudig mutatieoverzicht materiĂŤle vaste activa op basis 78 van bekostigingsregels (art. 5a Regeling verslaggeving WTZi) 8.3.2 Toelichting beloningen in het kader van de Wet Normering Topinkomens 83 8.3.3 Groepsmaatschappijen en deelnemingen 86 8.4 Overige gegevens 88 9. Bijlagen 9.1 De organisatie 9.1.1 Kerngegevens 9.1.2 Structuur van het concern 9.1.3 Afdelingen 9.2 Mediabeleid 9.3 Partnership met lokale maatschappelijke organisaties 9.4 Samenstelling en overige functies Bestuur Stichting Katholieke Universiteit en raad van bestuur

90 90 90 92 92 93 94 95

5


6

Jaardocument 2013 Radboudumc

1

Voorwoord raad van bestuur

Het Radboudumc staat er goed voor. We hebben een duidelijke koers bepaald, met als missie ‘to have a significant impact on healthcare’ en als speerpunten aantoonbaar onderscheidende kwaliteit, persoonsgerichte zorg, doelmatigheid en duurzame netwerken. Deze strategie is de meetlat voor al onze activiteiten. Dat heeft in 2013 onder meer geleid tot innovaties in de zorg, diverse wetenschappelijke doorbraken, transparantie over uitkomsten van zorg, de start met aanpassing van de curricula van de opleidingen geneeskunde en biomedische wetenschappen en nauwe samenwerking met andere organisaties, zoals het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch en de Universiteit Twente. Allemaal initiatieven en activiteiten die zijn gericht op het verder ontwikkelen en verbeteren van de gezondheidszorg. Intern was 2013 het jaar van intensieve voorbereidingen op de implementatie van een nieuw digitaal patiëntenregistratiesysteem, Epic. Alle informatie rondom de patiënt wordt hierbij in één systeem vastgelegd. Dit verhoogt de kwaliteit van onze zorg en de doelmatigheid. Een complexe operatie, die veel tijd en inspanning van onze medewerkers heeft gekost en nog steeds kost. Op 27 oktober zijn we met een ‘big bang’ live gegaan. Dat is goed verlopen, hoewel het echt goed eigen maken van het systeem en technische verbeteringen nog steeds veel tijd in beslag nemen. Maar de voordelen van het systeem worden steeds beter zichtbaar. Ook op financieel gebied hebben we onze doelstellingen ruim behaald en staan we er goed voor. Ons huisvestingsplan vordert gestaag. Dat moet leiden tot een compact, state of the art, universitair medisch centrum. Daarnaast is onze naam met ingang van oktober, passend in onze strategie gewijzigd in één krachtige en herkenbare naam: Radboudumc. Het Radboudumc kan de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. We kiezen ervoor om voorop te lopen in de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Voor de patiënt van nu en de toekomst, want daar doen we het voor. Namens de raad van bestuur, Prof. dr. Melvin Samsom voorzitter


Jaardocument 2013 Radboudumc

2 Inleiding

De gezondheidszorg staat voor een grote uitdaging. Enerzijds moet de kwaliteit verder omhoog en de variatie in kwaliteit tussen de ziekenhuizen naar beneden. Anderzijds moeten de kosten worden beheerst. Daarbovenop komt de snelle ontwikkeling van diagnostiek en behandeling, de sterk vergrijzende bevolking en de patiënt, die –terecht– de regie wil over zijn eigen behandeling. Binnen deze context willen wij de maatschappelijke taak die we hebben zo goed mogelijk uitvoeren. Het Radboudumc wil voorop lopen in de ontwikkeling van innovatieve, duurzame en betaalbare gezondheidszorg. We willen een betekenisvolle en krachtige invloed hebben in binnen- en buitenland. Onze missie luidt dan ook: to have a significant impact on healthcare. Die missie verwezenlijken we door vier speerpunten: • aantoonbaar onderscheidende kwaliteit; • persoonsgerichte zorg; • doelmatigheid; • duurzame netwerken. De patiënt en zijn kwaliteit van leven zijn altijd het vertrekpunt in al onze kerntaken: patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs & opleiding. Kernwaarden van waaruit medewerkers en studenten werken bij het realiseren van deze strategie zijn: betrokkenheid, excelleren en samenwerken. In 2013 zijn al flinke stappen gezet. Enkele voorbeelden: • Onze uitkomsten van zorg van ruim dertig aandoeningen zijn gepubliceerd op onze website. • Implementatie van een nieuw ziekenhuisbreed elektronisch patiëntenregistratiesysteem (Epic). • Installatie van de patiëntenadviesraad en kinderadviesraad. • Implementeren van diverse e-health toepassingen, zoals mijnRadboud, FaceTalk, mijnRadboud­ thuis en voICe app. • Het overkoepelend thema in onderzoek is ‘personalized healthcare’. • Onderzoeksthema’s, waar we ons binnen de strategie op gaan richten, zijn benoemd. • Gestart met het vernieuwen van de curricula van de opleiding Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen. • Realisatie netwerksamenwerking met het Jeroen Bosch ziekenhuis. Daarnaast is er organisatiebreed veel aandacht besteed aan het verspreiden van de missie, ondersteund door de Radboud Manier van Werken en diverse ondersteunende programma’s zoals zelfroosteren en leiderschaps- en talentontwikkeling. Tot slot heeft het Radboudumc per 1 oktober 2013 zijn naam gewijzigd van UMC St Radboud naar Radboudumc. Een naam en bijpassende krachtige uitstraling, die past in de strategie en die toekomstbestendig is.

7


8

Jaardocument 2013 Radboudumc

3

Profiel van de organisatie

3.1

Algemene identificatiegegevens

Radboudumc Postbus 9101 6500 HB Nijmegen Telefoon (024) 361 11 11 NZa-nummer: categorie 20, nummer 700 Nummer Kamer van Koophandel: 41055629 E-mail: info@radboudumc.nl Website: www.radboudumc.nl

3.2 Missie Het Radboudumc in Nijmegen is een Universitair Medisch Centrum voor patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs. Voor het Radboudumc is de kwaliteit van leven van de mens altijd het vertrekpunt en eindpunt in al onze activiteiten. We bieden onze patiënten topklinische en topreferente zorg en hebben een belangrijke maatschappelijke taak in het vergroten en verspreiden van kennis en kunde. Het Radboudumc wil voorop lopen in de ontwikkeling van innovatieve, duurzame en betaalbare gezondheidszorg. Onze missie luidt: ‘to have a significant impact on healthcare’. Die missie verwezenlijken we met persoonsgerichte zorg, aantoonbaar onderscheidende kwaliteit, doelmatigheid en duurzame netwerken. Bijna 10.000 medewerkers en ruim 3.000 studenten werken binnen die missie mee aan de toekomst van de gezondheidszorg en medische wetenschappen.

3.3 Strategie De strategie van het Radboudumc is geënt op vier speerpunten • aantoonbaar onderscheidende kwaliteit • persoonsgerichte zorg; • doelmatigheid; • duurzame netwerken. Aantoonbaar onderscheidende kwaliteit Elke patiënt heeft altijd recht op de beste zorg. Dat is onze norm. Daarom maken we onze kwaliteit van zorg zichtbaar en transparant door deze te meten en te publiceren, ongeacht de resultaten. Sinds een aantal jaren meten en publiceren we de kwaliteit van onze inspanningen op de afdelingen Hartchirurgie en Oncologie. En het door Radboudumc opgerichte Instituut voor Waarborging van Kwaliteit en Veiligheid (IWKV) ziet door middel van interne audits toe op de kwaliteit en veiligheid van al onze processen van patiëntenzorg, zorgondersteuning en klinisch wetenschappelijk onderzoek. Met al deze data kunnen we onze zorg voortdurend monitoren en verbeteren. Persoonsgerichte zorg De beste zorg voor patiënten in het algemeen, is niet per se de beste zorg voor het individu. Onder ‘het beste’ verstaan we niet alleen de beste medische resultaten bij bepaalde groepen patiënten, maar ook de uitkomst van een goed gesprek met de patiënt over de voor- en nadelen van diverse behandelopties. Daarom richten we de zorg in rondom de patiënt, die onderdeel is van zijn eigen behandelteam. Deze weet als geen ander hoe hij zich voelt en welke onderzoeken en behandelingen hij wil ondergaan. We helpen de patiënt om de juiste keuzes te maken en geven hem de aandacht die hij verdient. Voor opleidingen werken we aan een nieuw curriculum met ‘persoonsgerichte zorg’ als uitgangspunt. Innovatief onderwijs, waarbij studenten leren van de docent, van patiënten en van elkaar. We doen onderzoek van molecuul tot populatie. Die twee uitersten vertalen we naar het individu. We noemen dat personalized healthcare.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Doelmatigheid Wat betreft doelmatigheid en efficiëntie vinden we het ‘first-time-right’-principe belangrijk. Ofwel: de dingen in één keer goed doen. Minder re-do’s, minder fouten en minder klachten. Daardoor verbetert de kwaliteit en neemt de verspilling af in de hele transmurale keten. Maar we kijken ook naar de inrichting van onze bedrijfsvoering. Een goed voorbeeld daarvan is het nieuwe patiëntenregistratie­ systeem Epic, de invoering van het Elektronisch patiëntendossier gecombineerd - en geïntegreerd met ons Ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS). Het is het grootste verandertraject van 2013 en heeft alle eigenschappen om onze ambitie voor de komende jaren te ondersteunen. Het nastreven van aantoonbaar onderscheidende kwaliteit, het bieden van persoonsgerichte zorg en het samenwerken in duurzame netwerken doen we altijd op een doelmatige en efficiënte manier. Duurzame netwerken Het Radboudumc verandert van een centrum in een netwerkorganisatie zonder regio- of landsgrenzen. In deze netwerken doen we in de hele keten voortdurend kennis op die we vergroten en verspreiden. Ons ultieme doel is dat de patiënt niet meer wordt terug- of doorverwezen, maar juist wordt door­ behandeld binnen ons netwerk. Bijvoorbeeld door hetzelfde team op een andere locatie. Zo komt de patiënt op de plek terecht waar zijn zorgvraag het beste beantwoord kan worden. Binnen of buiten het Radboudumc. Ook kan zorg in steeds meer situaties thuis worden aangeboden. Contextuele gegevens Radboud Manier van Werken De Radboud Manier van Werken vormt de basis van ons werkgeverschap. Deze manier van werken ondersteunt in het realiseren van de ambities van het Radboudumc. Het vraagt van medewerkers dat ze verantwoordelijkheid nemen, elkaar aanspreken én vertrouwen, heldere afspraken maken en die ook nakomen. Openheid en oprechte aandacht zijn hierbij cruciale begrippen. Voor de Radboud Manier van Werken zijn onderstaande kernwaarden leidend: • Betrokken zijn: oprechte betrokkenheid bij het welzijn van onze medemens. Gekenmerkt door vakkundigheid en oprechte aandacht. • Excelleren: in het eigen werk en met elkaar. • Samenwerken in je team: zo worden prestaties behaald. Duurzaamheid Naast de Radboud Manier van Werken beschouwen we ook onze ambitie, om in alle onze kerntaken duurzaam te zijn, als een belangrijk contextueel gegeven. En dat willen we ook zijn in onze diverse rollen. Als werkgever zetten we ons in om ons personeelsbestand een afspiegeling van de maatschappij te laten zijn en houden we rekening met het mondiale perspectief bij het werven van personeel, zodat we niet onbedoeld bijdragen aan buitenlandse tekorten van personeel. Als zorgaanbieder gaan we voor duurzame zorg. Om de zorg toekomstbestendig te maken vragen we ons bij inkoop, bij gebruik van bouwmaterialen, medische hulpmiddelen, dure en weesgeneesmiddelen en energiebronnen voortdurend af of er (goed­ kopere) alternatieven zijn. Het Radboudumc streeft ernaar dat duurzaamheid in de genen zit van alle medewerkers. Een duurzame organisatie werkt alleen als dit principe gedragen, ingevuld en uitgevoerd wordt binnen alle lagen van de organisatie. Duurzame gezondheidszorg in het Radboudumc richt zich daarom zowel op onze patiënten, onze mensen en onze bedrijfsvoering.

3.4 Kernactiviteiten 3.4.1 Patiëntenzorg Door het bieden van topreferente zorg en topklinische zorg onderscheidt de patiëntenzorg van het Radboudumc zich van niet-academische ziekenhuizen. We bieden zorg aan patiënten met een zeldzame ziekte of aan patiënten die een zeer complexe behandeling moeten ondergaan. Daarmee vervult het Radboudumc een landelijke (expert)functie voor collega-zorginstellingen. Bovendien beschikt het Radboudumc over erkenningen (vergunningen) voor bijna alle bijzondere functies, zoals vastgelegd in de Wet op de Bijzondere Medische Verrichtingen (WBMV). Dit zijn meestal tamelijk kostbare behandelingen waarvoor geavanceerde apparatuur, speciale voorzieningen of specifieke deskundigheid nodig is.

9


10

Jaardocument 2013 Radboudumc

Het Radboudumc biedt ook basiszorg. Die is vergelijkbaar met de zorg die elk algemeen ziekenhuis biedt aan patiënten uit het directe verzorgingsgebied. Basiszorg bestaat uit hoog frequente, goed planbare zorg en duidelijke afgebakende diagnostiek en behandeling. Deze zorg is hoofdzakelijk monodisciplinair. Dat wil zeggen vanuit één afdeling of medisch specialisme. Basiszorg kan door contextfactoren uiteindelijk toch complexe zorg worden. Als academisch ziekenhuis beschikt het Radboudumc altijd over voldoende kennis en kunde om die complexe zorg te bieden. Ten slotte is er sprake van transmurale zorg. Zorg die zich afspeelt in zorg- en behandelketens. Dit zijn samenwerkingsverbanden van zorgverleners binnen en buiten het Radboudumc. Deze behandelketens zijn voor specifieke patiëntengroepen. Zij krijgen te maken met veel verschillende hulpverleners, zoals medisch specialisten, huisartsen, thuiszorg en fysiotherapeuten.

3.4.2

Wetenschappelijk onderzoek

Nieuwe kennis, verworven met wetenschappelijk onderzoek, is belangrijk voor de verbetering van de patiëntenzorg in het Radboudumc en daarbuiten. Bovendien draagt wetenschappelijk onderzoek bij aan de opleiding van onze zorgprofessionals. Ons wetenschappelijk onderzoek vindt plaats in nauwe samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen. Om een sterke profilering te bereiken zijn ziektegerelateerde onderzoekthema’s geïdentificeerd die het gehele spectrum van molecuul tot mens tot populatie bestrijken. Hiernaast zijn twee aanvullende generieke thema’s geïdentificeerd die sterk voedend zijn voor de andere thema’s: MMP-research thema’s Alzheimers disease Cancer development and immune defence Disorders of movement Infectious diseases and host response Inflammatory diseases Mitochondrial diseases Neurodevelopmental disorders Poverty-related diseases Rare cancers Reconstructive and regenerative medicine Renal disorders Sensory disorders Stress-related disorders Tumours of the digestive tract Urological cancers Vascular damage Women’s cancers

Generieke thema’s Nanomedicine Healthcare improvement science

De thema’s worden ondergebracht in drie nieuwe onderzoeksinstituten met elk een eigen focus waarin wetenschappers uit verschillende afdelingen intensief samenwerken: • Het Donders Centre for Neuroscience (DCN) is onderdeel van het universitaire Donders Institute for Brain Cognition and Behaviour. Het onderzoek richt zich op het ontrafelen van mechanismen die ten grondslag liggen aan processen die zich afspelen in de hersenen en betrokken zijn bij cognitieve eigenschappen zoals taal, perceptie en beheersing. Ook doet het instituut onderzoek naar lange termijn veranderingen die optreden in hersenstructuren en hersenfuncties. Het onderzoek is fundamenteel en sluit nauw aan bij de ontwikkeling van klinische en technologische toepassingen. • Het Radboud Institute for Health Sciences (RIHS) concentreert zich op de ontwikkeling en toepassing van nieuwe onderzoeksmethoden voor populatieonderzoek binnen de medische wetenschappen. Het instituut heeft tot doel nieuwe ontdekkingen, ook vanuit de moleculaire levenswetenschappen en kliniek, te vertalen naar de klinische praktijk en public health. Het richt zich daarbij op belang-


Jaardocument 2013 Radboudumc

rijke ziekten zoals kanker, hart- en vaatziekten, longziekten, reumatische ziekten, neurologische en psychiatrische aandoeningen en orthopedische aandoeningen. • Het Radboud Institute for Molecular Life Sciences (RIMLS) is een toonaangevend multidisciplinair onderzoeksinstituut binnen het domein van de levenswetenschappen, in het bijzonder op cellulair en moleculair niveau. De missie is om meer inzicht in de complexiteit van levende cellen te verkrijgen zowel in normale en als in pathologische processen. RIMLS wil innovatie bevorderen in translationeel onderzoek, gebaseerd op de integratie van diverse gebieden van wetenschappelijke expertise binnen de moleculaire en medische wetenschappen. De researchmaster Molecular Mechanisms of Disease gevolgd door het PhD-programma van de RIMLS graduate school weerspiegelt de multidisciplinaire aanpak.

3.4.3

Onderwijs en opleiding

Het Radboudumc verzorgt vrijwel alle erkende medische opleidingen in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), het ROC regio Nijmegen en Fontys Hogeschool in Eindhoven. Het gaat hierbij om: • universitair onderwijs in de Geneeskunde, Tandheelkunde, Biomedische Wetenschappen en Moleculaire Levenswetenschappen; • vervolgopleidingen tot huisarts, bedrijfsarts, verpleeghuisarts en sociaal geneeskundige; • vrijwel alle medisch-specialistische opleidingen; • postacademisch en post-hbo-onderwijs; • verpleegkundige en paramedische opleidingen; • verpleegkundige vervolgopleidingen.

11


12

Jaardocument 2013 Radboudumc

4 Vooruitblik 2014

De gezondheidszorg staat onverminderd in de belangstelling van politiek, media en maatschappij. Het gaat daarbij vooral over kostenbeheersing en betaalbaarheid, de kwaliteit van zorg (en de variatie daarin), nieuwe diagnoses en behandelingen, transparantie en de rol van patiënt en zorgverzekeraars. Dat zal in 2014 niet anders zijn. Het Radboudumc wil voorop lopen in de ontwikkeling van een innovatieve, duurzame en betaalbare gezondheidszorg en zal dan ook in bovenstaande ontwikkeling en discussie zijn rol pakken. In 2014 zal onze focus vooral liggen op het zetten van de volgende stappen in het realiseren van onze missie en strategie. Daarvoor zijn zowel umc-breed als op het niveau van afdelingen concrete, op de strategie geënte, jaarplannen gemaakt. Enkele belangrijke punten daaruit: • We gaan door met het publiceren van uitkomsten van zorg. • We blijven verbeteren op basis van de CQ-index patiëntervaringen. • We gaan verder met het ontwikkelen en implementeren van het nieuwe curriculum in de opleiding en Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen. • E -health concepten, die het de patiënt en zorgverlener makkelijker maken met elkaar te communiceren, diagnoses te stellen en behandelingen uit te voeren, gaan we verder ontwikkelen en in gebruik nemen. • We gaan de patiënt de mogelijkheid bieden om zijn rol als lid van zijn eigen behandelteam goed te nemen (shared decision making). Onder andere door het stimuleren van het online raadplegen van medische gegevens. • We stellen Principal Clinicans aan. Dat is een predicaat voor zorgverleners die vooroplopen in het vernieuwen van de patiëntenzorg en daarmee het voortouw nemen in de ontwikkeling en realisatie van de Radboudvisie. • We gaan onze onderzoeksthema’s verder inrichten. • We gaan stuurinformatie verder optimaliseren. • We optimaliseren Epic, het elektronische patiëntenregistratiesysteem dat sinds 27 oktober 2013 in gebruik is. • We gaan (virtuele) netwerken met andere ziekenhuizen en zorgverleners ontwikkelen, inrichten en versterken. • We versterken de netwerken op het gebied van onderwijs en onderzoek. • Wij gaan door met het integreren van het duurzame gedachtegoed binnen bestaande processen. Bovenstaande vereist dat de strategie bij medewerkers en studenten bekend is en dat er naar gehandeld wordt. Daarom is er veel aandacht voor het intern delen van de strategie, de goede voorbeelden daarvan en het daarbij behorende resultaat en gedrag. De strategie is gedragsmatig vertaald in De Radboud Manier van Werken. Belangrijk daarbij is het realiseren van een prettig werkklimaat waarin medewerkers verantwoordelijkheid nemen, elkaar aanspreken en elkaar de ruimte geven. Daarnaast is een solide financiële positie van groot belang. In een krachtenveld van inkoopdruk van zorgverzekeraars, korting van de academische component, competitie in het verwerven van onderzoeksmiddelen en toename van het gebruik van (dure) geneesmiddelen is het belangrijk goed op de productie en kosten te blijven sturen.


Jaardocument 2013 Radboudumc

5

Inspanningen en prestaties 2013

5.1

Inspanningen en prestaties Zorg

5.1.1

Aantoonbaar onderscheidende kwaliteit in de patiëntenzorg

De afdelingshoofden stonden aan de basis van het strategische speerpunt ‘Aantoonbaar onder­ scheidende kwaliteit’ en geven er op de eigen afdeling uitvoering aan. Commissies en teams binnen het Radboudumc ontwikkelen beleid voor specifieke terreinen dat ook door de afdelingsleiding wordt geïmplementeerd. Het spreekt vanzelf dat het voldoen aan wet- en regelgeving, inclusief werkafspraken tussen de veldpartijen, onderdeel is van het beleid voor kwaliteit en veiligheid. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) intensiveert de laatste jaren het toezicht op de zorginstellingen, en ook voor Radboudumc leidt dit concreet tot frequente deelname aan schriftelijke onderzoeken en (on-)aangekondigde inspectiebezoeken wat betreft thema’s en afdelingen. Daarnaast wil Radboudumc zich in kwaliteit en veiligheid op vele terreinen onderscheiden van andere zorgaanbieders. Afdelingshoofden en bedrijfsleiders spreken in het kader van de planning- en controlcyclus regelmatig met de raad van bestuur over plannen voor kwaliteit en veiligheid en de realisatie daarvan. Afdelingen werken steeds meer samen in afdelingsoverstijgende ketens. Ook werkt het Radboudumc in toenemende mate samen met andere ziekenhuizen.

Toonaangevende voorbeelden van kwaliteitsverbeteringen in de patiëntenzorg zijn de toepassing van Google Glass bij kaakoperaties (testfases), de inzet van social media bij consulten en netwerken van patiënten, de inzet van crew resource management (afkomstig uit de luchtvaart) en de trans­ parante publicatie van de uitkomsten van zorg voor patiënten met oncologische aandoeningen.

5.1.1.1 Concentratie van zorg Met name voor hoogcomplexe, laagvolume zorg is het Radboudumc een voorstander van de concentratie van zorg. Voor bijvoorbeeld oncologische zorg is dit een relevant thema in verband met de oplevering van de SONCOS-normering en de in 2012 gepubliceerde uitkomsten hiervan. Een aantal ziekenhuizen stopt hierdoor met het verlenen van bepaalde oncologische zorg. Het Radboudumc scoort daarentegen bovengemiddeld hoog op deze SONCOS-normen. Voor minder complexe zorg pleit het Radboudumc voor het zo dicht mogelijk bij de patiënt organiseren van zorg. Dit kan bijvoorbeeld door intensieve samenwerking tussen UMC’s en regionale ziekenhuizen. Radboudumc richt zich op het opzetten van dergelijke duurzame netwerken. 5.1.1.2 Principal Clinicians (PC) Met het predicaat Principal Clinician maakt het Radboudumc duidelijk wie boegbeelden in de patiëntenzorg zijn. Eind 2013 zijn de eerste zeven aangesteld. Ze zijn innovatief, onderhouden duurzame netwerken en zien de patiënt als partner. Het zijn de zorgverleners die het voortouw nemen in het realiseren van de Radboudumc-visie.

Principal Clinicians worden voor drie jaar benoemd. Gedurende deze periode maken zij deel uit van een intern kennisplatform voor innovatieve patiëntenzorg. Daar bespreken zij nieuwe ontwikkelingen en ondersteunen innovaties. Ook kunnen ze de raad van bestuur adviseren over hoe innovaties in de patiëntenzorg umc-breed ingevoerd kunnen worden. Om hun plannen voor de komende jaren te realiseren, ontvangen ze ieder 80.000 euro per jaar.

13


14

Jaardocument 2013 Radboudumc

5.1.1.3 Zorgverzekeraars In de lente van 2013 heeft het Radboudumc met de zorgverzekeraars een onderhandelingsresultaat voor 2013 bereikt. Na het afronden van de prijslijsten is het Radboudumc voor deze zorgverzekeraars na de zomer gestart met de facturatie. Met de invoering van Epic -eind oktober - zijn de bestaande EPDen ZIS-systemen (zorgregistratie) vervangen door één nieuw elektronisch patiëntenregistratiesysteem. Alle informatie rond de zorg van de patiënt wordt vastgelegd in één digitaal dossier; vanaf de inschrijving en eerste behandelstappen tot aan de DBC’s (DOT) en facturatie. Na de ingebruikname van Epic is de facturatie weer vlot opgestart. De NZa heeft het toezicht op correct declareren vanaf 2013 geïntensiveerd en zorgverzekeraars hebben de materiële controles aangescherpt. Het Radboudumc heeft daarom de declaratiesystematiek en interne organisatie tegen het licht gehouden. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar paragraaf 5.4.3. 5.1.1.4 Kwaliteitsprogramma’s In 2013 liepen er binnen het Radboudumc drie programma’s met betrekking tot kwaliteit en veiligheid: • patiëntveiligheidsbeleid 2013-2015; • beter Registreren / Kwaliteit in de Etalage; • verbeteren in de Versnelling. Patiëntveiligheidsbeleid Het Patiëntveiligheidsprogramma 2013-2015 onder het motto ‘Iedere patiënt altijd veilig’ omvat de landelijke veiligheidsthema’s die grotendeels geïmplementeerd en verankerd zijn op de afdelingen. In 2013 is een aantal nieuwe thema’s toegevoegd: veiligheid in avond-, nacht- en weekenduren, sterfteanalyse, medische technologie, procedurele analgesie en sedatie buiten de OK, voeding en handdesinfectie. Naast de inhoudelijke thema’s zijn er generieke thema’s, zoals het uitvoeren van prospectieve risico-inventarisaties op processen en scholing voor medewerkers. In navolging van het Convenant Medische Hulpmiddelen worden op medische apparatuur prospectieve risico-inventarisaties uitgevoerd. Zowel bij de aankoop als bij de ingebruikname op de werkvloer. Ook op de patiënten­ processen vinden dergelijke analyses plaats. Bij iedere belangrijke wijziging van een product of proces dient de inventarisatie geüpdatet te worden. Bij het thema handdesinfectie is de implementatie inmiddels vergevorderd en zijn goede meetgegevens bekend. Op nagenoeg alle verankerde thema’s is in 2013 op afdelingsniveau en organisatiebreed stuurinformatie beschikbaar in de kwaliteitsmonitor.

In de ‘Week van de Patiëntveiligheid’ is de jaarlijkse, interne ‘patiëntveiligheidsprijs’ door de raad van bestuur uitgereikt aan de afdeling Nierziekten. Het winnende project laat zien dat groepen patiënten, ondanks omvangrijk en complex medicatiegebruik, met goede ondersteuning van de zorgverleners goed in staat zijn zelfstandig hun medicatie te beheren. Zowel tijdens de opname als na ontslag. De afdeling Intensive Care won de landelijke ‘IGZ Zorg Veilig Prijs’. Zij toonden met wetenschappelijke onderbouwing in de praktijk aan dat de zorg voor patiënten veiliger is geworden door de toepassing van Crew Resource Management.

Beter registreren/Kwaliteit in de etalage Het programma ‘Beter registreren/Kwaliteit in de etalage’ heeft als doel de resultaten van ketens in de patiëntenzorg inzichtelijk te maken en de uitkomsten zowel intern als extern te delen. Het Radboudumc wil de patiënt voor zijn eigen zorg deel laten uitmaken van het behandelteam. Door de patiënt uitkomstmaten te presenteren, kan hij deze rol beter vervullen. Daarnaast leidt het openbaar maken van uitkomsten van zorg bij de zorgprofessionals tot een discussie over de cijfers. Deze discussie leidt tot een groeiend kwaliteitsbewustzijn en een verhoogde drive tot verbetering. In september 2013 zijn de uitkomsten van zorg online gezet. Dit zijn de organisatiebrede uitkomsten en uitkomsten van specifieke ziektebeelden of behandelingen, zoals gynaecologische kanker en longkanker. Bij de publicatie van de uitkomsten is toegezegd dat de uitkomsten van de andere oncologie-


Jaardocument 2013 Radboudumc

soorten openbaar worden gemaakt op Wereld Kanker Dag in februari 2014. Daarnaast is in de kaderbrief voor 2014 de doelstelling benoemd dat alle afdelingen vijf uitkomstmaten beschikbaar en openbaar moeten maken. Het project ‘Beter Registreren’ ondersteunt de afdelingen bij het invullen van deze doelstelling. Eind 2014 zal de informatie op de Radboudumc-homepage sterk uitgebreid zijn. Verbeteren in de Versnelling In 2013 namen acht afdelingen deel aan het traject Verbeteren in de Versnelling. Dit zijn de afdelingen Mond-Kaak-Aangezichtschirurgie, Interne Geneeskunde, Kindergeneeskunde, Longziekten, MaagDarm-Leverziekten, Neurochirurgie, Plastische Chirurgie en Spoedeisende Hulp. Verbeterprojecten op het gebied kwaliteit en veiligheid zijn gerealiseerd naar aanleiding van een interne audit of herbezoek, en vaak werd afdelingsgebonden stuurinformatie gefaciliteerd. Voor 2014 is het kwaliteitsprogramma ‘Verbeteren in de Versnelling’ grotendeels gericht op het doorvoeren van verbeteringen en innovaties op het gebied van patiëntenparticipatie. Nadat de kwaliteitsprojecten op afdelingen hebben plaatsgevonden, worden borgingsmaatregelen vastgesteld, zoals het vastleggen van richtlijnen en protocollen in het documentbeheersysteem KWINT, het voeren van dagelijks en periodiek overleg, en het meten van proces- en uitkomstindicatoren. Alle geïmplementeerde thema’s worden opgenomen in de interne auditstructuur.

5.1.2

Projecten ‘Persoonsgerichte zorg’

Het Radboudumc wil de patiëntenparticipatie en de patiënttevredenheid aantoonbaar versterken en doet dat op verschillende manieren. Van E-health concepten tot het meten van patiënten-ervaringen. 5.1.2.1 E-health E-health concepten maken het voor patiënt en zorgverlener makkelijker om met elkaar te communiceren, diagnoses te stellen en behandelingen uit te voeren. In 2013 hebben we onder andere ingezet op de verdere ontwikkeling en implementatie van FaceTalk, een beveiligde videoverbinding voor de patiënt en zijn zorgverleners. Daarnaast is het nieuwe concept Hereismydata ontwikkeld. Hereismydata is vooral een uitgebreid e-health systeem, waarin de patiënt bepaalt met wie hij/zij zijn data deelt.

Safari De Radboud Zorgacademie organiseerde een studiedag in de vorm van een ‘safari’ om verpleegkundigen (in opleiding) te inspireren en te ondersteunen bij het vormgeven van hun partnerschap met patiënten.

5.1.2.2 Voeding Voeding is een belangrijke factor voor gezond blijven en gezond worden. Gezonde voeding verkleint het risico op ondervoeding, obesitas, hart- en vaatziekten, kanker, hoge bloeddruk, diabetes en maagen darmklachten. Gezonde voeding leidt tot betere prestaties, een betere conditie en betere weerstand. We streven ernaar dat de patiënt zich bewust is van het belang van voeding en dat hij/zij de juiste voeding krijgt, op de juiste plaats, van de juiste medewerker, op het juiste moment, tegen de juiste financiering en volgens het juiste protocol.

“Door goed te luisteren leggen we de basis voor de beste zorg.” Gidi van Neerven, manager kliniek en polikliniek KNO

15


16

Jaardocument 2013 Radboudumc

5.1.2.3 Patiëntervaringen gemeten - Consumer Quality Index Het Radboudumc heeft als eerste academisch ziekenhuis de Consumer Quality Index (CQ-Index) omarmd. Sturen op patiëntenervaringen geeft concrete mogelijkheden tot verbeteren in vergelijking met metingen die zijn gebaseerd op patiënttevredenheid. In het voorjaar van 2013 is de tweede organisatiebrede meting van patiëntervaringen uitgevoerd. Deze tweede meting is bij alle UMC’s tegelijkertijd uitgevoerd. Dit maakt onderlinge vergelijking mogelijk wat betreft ervaringen met poliklinische en klinische zorg. De CQ-index is uitgevoerd bij patiënten die in het eerste kwartaal van 2013 zorg ontvingen in het Radboudumc. In totaal vulden 2.880 van de 7.598 patiënten de deelvragenlijst ‘ziekenhuisopname’ in (38%). Daarnaast vulden 2.876 van de 7.980 patiënten de vragenlijst ‘poliklinische zorg’ in (36%). Het Radboudumc kreeg van alle UMC’s de hoogste respons. De uitkomsten laten een verbetering zien ten opzichte van de eerste meting. Gemiddeld geven patiënten de klinische zorg een 8,28 (schaal 1 tot 10) en de poliklinische zorg een 8,38. Het Radboudumc behaalde op vijf van de negen thema’s van de vragenlijst ‘ziekenhuisopname’ de hoogste score voor communicatie met de verpleegkundigen, communicatie met de artsen, de eigen inbreng, de uitleg over de behandeling en voor het pijnbeleid. Er is nog verbetering mogelijk bij de inhoud van het opnamegesprek, de communicatie rondom medicatie, de eigen inbreng en de informatievoorziening bij ontslag. Op vier van de vijf thema’s van de vragenlijst ‘poliklinische zorg’ scoort het Radboudumc bovengemiddeld: ontvangst, bejegening door de arts, communicatie door de arts, nazorg en informatie over medicatie. De inspraak door de patiënt, de nazorg en informatie over medicatie, en de inrichting en wachttijd van de polikliniek kunnen nog worden verbeterd. Naast de twee UMC-brede vragenlijsten zijn opnieuw alle aandoeningsspecifieke CQ-index-vragenlijsten bij de patiënten uitgezet. Ten slotte zijn er afdelingen waar nog een (aanvullend) patiënttevredenheidsonderzoek wordt gehouden. Via de website gaven patiënten hun vragen en opmerkingen door. In 2013 kwamen 2.434 vragen en opmerkingen binnen. In 2012 waren dat er nog 2.278. Het aantal mondelinge vragen nam ook toe van 3.158 vragen in 2012 naar 3.227 vragen in 2013. Hiermee steeg het totaal vragen aan het Voorlichtingscentrum van 6.724 in 2012 naar 7.446 in 2013. 5.1.2.4 Proces en uitkomstindicatoren Het Radboudumc werkt met de indicatorensets van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), Zichtbare Zorg en het VMS Veiligheidsprogramma. Daarnaast hanteren afdelingen indicatorensets voor specifieke patiëntengroepen. Bij de overgang naar het nieuwe elektronische patiëntenregistratie­ systeem (Epic) is een trendbreuk ontstaan in de beschikbare kwaliteitsinformatie. De bestaande kwaliteitsmonitor wordt niet meer gevuld, maar operationele kwaliteitsinformatie is nu beschikbaar in Epic-rapportages. Daarnaast wordt gebouwd aan een dashboard dat op het gebied van kwaliteit en veiligheid stuurinformatie beschikbaar stelt op een overzichtelijke en analyseerbare manier. Dit dashboard wordt gevuld met kwaliteitsinformatie die nodig is voor externe verantwoording en interne sturing. 5.1.2.5 Incidenten patiëntenzorg Radboudumc heeft een systeem van Decentraal Incidenten Melden (DIM) waarin medewerkers incidenten en bijna-incidenten in de patiëntenzorg digitaal melden. Ook ‘gevaarlijke situaties’ - zonder betrokkenheid van een patiënt - kunnen worden ingevoerd. De meldingen worden afgehandeld door decentrale en multidisciplinaire DIM-commissies op de patiëntgebonden afdelingen. In 2013 zijn in het Radboudumc 68 DIM-commissies actief voor 133 meldlocaties. Er is gewerkt aan het vormgeven een nieuwe structuur voor het signaleren van meldingen en trends op UMC-niveau. De daadwerkelijke realisatie van een nieuwe structuur vindt plaats in 2014. In 2013 zijn 7.898 DIM-meldingen gedaan. Dit is een daling ten opzichte van 2012 (9.968). In 2011 werden 9.241 meldingen gedaan. Met name in het laatste kwartaal van 2013 zijn minder meldingen


Jaardocument 2013 Radboudumc

geregistreerd. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de invoering van het nieuwe patiëntenregistratie­ systeem (Epic). Tijdens de start van het implementatietraject zijn veel Epic-gerelateerde meldingen via de speciaal daarvoor ingerichte servicedesk gedaan. Hierdoor konden verbeteringen direct in gang worden gezet. De meeste meldingen in 2013 (57,5%) betroffen een feitelijk incident; 26,2% van de meldingen ging over een gevaarlijke situatie (niet gerelateerd aan een specifieke patiënt) en 16,1% was een bijna-incident. Ten opzichte van 2012 zijn er enkele verschuivingen in de onderverdeling van meldingen naar categorie. Er is een opvallende daling in het aantal meldingen rond de laboratoria. Bij de groep Behandeling en Verzorging zien we een duidelijke stijging. Uit een nadere analyse blijkt dat een wijziging in de indeling van het meldsysteem tot deze verschuivingen heeft geleid. Type Incident Behandeling en verzorging Bloedproducten Communicatie en administratie Diagnostisch onderzoek Laboratoria (alleen medewerkers laboratoria) Materialen en apparatuur Medicatie Overig Parenterale voeding Psychiatrisch probleem Radiotherapeutische behandeling Val Voeding

2013 16,0% 2,0% 23,1% 10,3% 9,6% 7,8% 17,3% 7,2% 0,8% 0,2% 1,4% 2,2% 2,1%

2012 10,9% 1,7% 24,4% 10,4% 13,5% 7,3% 17,0% 8,4% 0,6% 0,2% 1,3% 2,1% 2,2%

De afdelingen namen naar aanleiding van de ontvangen meldingen diverse maatregelen. Zoals het maken van afdelingsoverstijgende werkafspraken, aanpassingen in protocollen, instructies en werkafspraken, extra instructiebijeenkomsten over nieuw te gebruiken materiaal en het verhelderen van verantwoordelijkheden tussen diverse disciplines. Ook zijn organisatiebreed verbeteringen ingezet, zoals assortimentswijzigingen, het herijken van apparatuur en het aanschaffen van nieuw materiaal. 5.1.2.6 Klachten Patiënten die ontevreden zijn over de zorg en/of dienstverlening kunnen een klacht indienen bij de klachtenbemiddelaars of bij de Klachtencommissie. De afhandeling van klachten gebeurt in de regel door bemiddeling. Als een klager expliciet de voorkeur heeft voor behandeling van zijn klacht door de Klachtencommissie, doet deze commissie uitspraak over de vraag of de klacht gegrond is. Sommige klagers richten zich bij uitzondering ook wel direct tot de raad van bestuur. Vanzelfsprekend bespreekt de raad van bestuur jaarlijks een klachtenoverzicht en analyse met de Concernstaf Kwaliteit en Veiligheid. Daarnaast gebruikt de raad van bestuur gedurende het jaar de klachten als extra informatiebron gerelateerd aan actuele thema’s. Klachtenbemiddeling In 2013 kwamen 611 klachten bij de klachtenbemiddelaars binnen. In 2012 waren dat er 602. De klachten zijn in onderstaande tabel naar categorie ingedeeld. Klachten per categorie Zorgverlening/methodisch technisch handelen Communicatie Coördinatie/organisatie Faciliteiten/Materialen Overige

2013 32,4% 29,1% 32,2% 1,3% 5,0%

2012 30,6% 26,2% 28,5% 8,6% 6,1%

17


18

Jaardocument 2013 Radboudumc

Het streven is om de binnengekomen klachten binnen drie maanden, of zoveel eerder als mogelijk, af te handelen. Snelheid van afhandelen Binnen 90 dagen Langer dan 90 dagen

2013 86,1% 13,9%

2012 79,2% 20,8%

Uit de 611 klachten kwamen 69 verbetermaatregelen voort. Klachten en Klachtencommissie De Klachtencommissie van het Radboudumc is ingesteld op basis van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz). In 2013 zijn 19 klachten bij de Klachtencommissie ingediend. Daarnaast behandelde de Klachtencommissie in 2013 nog vier klachten uit 2012. In 14 van de in totaal 23 klachten gaf de Klachtencommissie een inhoudelijk oordeel. In vier zaken is de klachtenbehandeling op andere wijze afgesloten. Vijf klachten worden in 2014 afgerond. Om tot een uitspraak te komen is voor alle 14 zaken een mondelinge zitting gehouden. De 14 inhoudelijk behandelde klachten hebben betrekking op dertien verschillende afdelingen van het Radboudumc. Dit zijn klachten over (medisch) inhoudelijke aspecten van de zorg, de communicatie tussen zorgverleners of tussen zorgverleners en patiënt en de organisatorische aspecten van de zorg.

5.1.3

Doelmatigheid in de patiëntenzorg

In 2012 is onderzocht hoe binnen het Radboudumc nog doelmatiger gewerkt kan worden. De toen op alle afdelingen uitgevoerde ‘quick scan’ is in 2013 herhaald. De focus is hierbij enigszins verschoven van puur financiële kengetallen naar een meer procesmatige analyse. De resultaten zijn met alle afdelingen besproken en, waar relevant, ook in de kwartaalgesprekken met de raad van bestuur benoemd. Een aantal, in 2012 gestarte, doelmatigheidsprojecten kregen een vervolg in 2013. Het doelmatigheidspotentieel is verwerkt in de begroting en taakstellingen van 2013. De belangrijkste projecten in 2013 zijn: • personele inzet in de zorg; • inzet van medisch specialisten; • verhogen benutting OK; • optimalisatie opnameplanning en oprichting acute opnameafdeling; • optimalisatie ligduur; • inkoop en Logistiek; • doelmatigheid polikliniek R-gebouw. 5.1.3.1 Wacht- en toegangstijden Radboudumc hanteert het begrip toegangstijden voor het eerste consult op een polikliniek en wachttijden voor diagnostisch onderzoek of een behandeling. Maandelijks worden de wacht- en toegangstijden bijgehouden en gepubliceerd op de website www.radboudumc.nl en via Zorgdomein. Patiënten en verwijzende huisartsen worden daar geïnformeerd over de beschikbaarheid van een medisch consult, onderzoek of behandeling. De wacht- en toegangstijden worden zo veel mogelijk maandelijks geactualiseerd. Daarvoor wordt - conform de landelijke regeling - uitgegaan van de derde vrije plaats in de agenda van het poliklinisch spreekuur en voorgeschreven diagnostisch onderzoek of de behandeling. In 2013 kenden de gemiddelde wacht- en toegangstijden een wisselend verloop. De gemiddelde toegangstijd in december 2013 was 27 dagen. Een stijging van vijf dagen ten opzichte van december 2012. De gemiddelde wachttijd steeg tussen december 2012 en juni 2013 tot 37 dagen, waarna het daalde tot 28 dagen in december 2013. Waarschijnlijk heeft de implementatie van Epic de registratie van wacht- en toegangstijden in de laatste maanden van 2013 beïnvloed.


Jaardocument 2013 Radboudumc

5.2

Inspanningen en prestaties Onderzoek & Onderwijs

De kengetallen op het gebied van Onderzoek & Onderwijs van het Radboudumc weerspiegelen de ambitie om tot de top te behoren. Het rendement en de kwaliteit van het onderwijs zijn uitstekend. En ook de resultaten in onderzoek laten opnieuw een forse groei zien. Zo waren er 2013 21 promoties meer dan in 2012 en was het aantal verworven prestigieuze persoonsgebonden subsidies hoog. Het bachelorrendement ligt ver boven de gestelde norm. Prestaties in getal • het bachelorrendement 81,3 % (na 4 jaar, cohort 2009/2010); • meer dan 50% van de studenten brengt een deel van de studie door in het buitenland; • 3229 ingeschreven studenten, waarvan 66% vrouwen; • 456 getuigschriften; • 76,6% van de docenten heeft een Basis Kwalificatie Onderwijs; • vidi’s, 4 Vici’s, 2 ERC Starting Grants, 1 ERC Advanced Grant, 3 ERC Consolidator Grants; • 186 promoties, waarvan 10 cum laude; • 3.396 peer reviewed publicaties; • verhouding in euro’s van overige geldstromen ten opzichte van 1e geldstroom in onderzoek is 0,94; • er zijn 86 AIOS gestart met hun opleiding in het Radboudumc; • 98 AIOS hebben hun opleiding met succes afgerond; • gedurende het jaar zijn er gemiddeld 350 AIOS in opleiding.

5.2.1

Aantoonbaar onderscheidende kwaliteit in Onderzoek & Onderwijs

5.2.1.1 Leerstoelen Eind 2013 heeft het college van bestuur goedkeuring gegeven aan de initiatieven voor 17 nieuwe leerstoelen in het Radboudumc leerstoelenplan 2013 – 2016. Hiermee krijgt vooral de gekozen focus in het onderzoek een krachtige impuls. 5.2.1.2 Vrouwelijke hoogleraren Het Radboudumc streeft naar een hoger aandeel vrouwelijke hoogleraren. Eind 2013 had het Radboudumc 144 hoogleraren in dienst, waarvan 24 vrouwen. Dat is 16% van het totaal. Het Radboudumc zet de Valkhof leerstoel in om wetenschappelijke ontwikkelingen te stimuleren en strategische relevante ontwikkelingen te verkennen voor het Radboudumc. Voor de leerstoel komen vrouwelijke kandidaten in aanmerking die internationaal erkend en toonaangevend zijn op hun vakgebied. De Valkhofleerstoel werd in 2013 toegewezen aan professor Kay Dickersin. Zij is hoogleraar aan de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health in Baltimore. Zij houdt zich vooral bezig met ‘patient empowerment’. 5.2.1.3 Principal Investigators (PI) Een belangrijk strategisch uitgangspunt is onderscheidende kwaliteit. In het onderzoek is het PI-beleid bij uitstek een middel om kwaliteit te stimuleren. Na een evaluatie van het PI-beleid en op advies van de Onderzoeksraad besloot het Radboudumc in 2012 de criteria aan te passen. Met het criterium ‘publicatie-output’ is zwaarder ingezet op het genereren van meer publicaties in het topsegment. Het criterium voor wervend vermogen is aangepast om samenwerking nog verder te bevorderen. Deze nieuwe criteria gelden voor PI-aanvragen voor de periode 2015 – 2017. De aanvragen voor deze ronde worden begin 2014 behandeld. In de ronde 2013 zijn 18 PI’s en 16 junior PI’s aangewezen voor de periode 2014-2016 waarmee er met ingang van 1 januari 2014 in totaal 104 PI’s en 41 junior PI’s zijn. Het aantal junior PI’s ten opzichte van PI’s blijft nog achter, ondanks de bemoedigende score in 2013. Het Radboudumc stimuleert afdelingen zich te richten op het werven van talenten die het junior PI-predicaat kunnen verkrijgen.

19


20

Jaardocument 2013 Radboudumc

5.2.1.4 Principal Lecturers (PL) In 2013 is een evaluatie uitgevoerd van de sinds enkele jaren bestaande systematiek om Principal Lecturers te erkennen en docenten de kans te geven intern subsidie te verwerven voor onderwijs­ innovaties. De evaluatie is eind 2013 nog niet helemaal afgerond. Maar de eerste resultaten wijzen erop dat docenten beide systemen als stimulerend ervaren. Die positieve effecten zien we bij docenten die succesvol waren en bij hun collega’s in de afdelingen. 5.2.1.5 Radboudumc Technology Platforms Erg belangrijk voor de ondersteuning van onderzoek zijn de Radboudumc Technology Platforms. Dit zijn state-of-the-art technologische faciliteiten die de proactieve ondersteuning van onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg tot hun taak mogen rekenen. Een technology platform is in de regel een combinatie van één of meerdere apparaten of een databank met een expertisecentrum. Uit een medio 2013 gemaakte inventarisatie blijkt dat het Radboudumc beschikt over een aantal kwalitatief sterke en goed functionerende technology platforms en een aantal minder sterke platforms, waar overigens wel veel behoefte aan is. De platforms geven een divers beeld. Soms is het platform een servicefaciliteit. Van andere platforms kan alleen in een samenwerkingsverband gebruik gemaakt worden. Ook in de bedrijfsvoering en de benadering van klanten onderscheiden de platforms zich van elkaar. In vervolg op de besluitvorming over focus en organisatie van onderzoek is het ook opportuun om een helder kader te scheppen voor de technology platforms. Het Radboudumc heeft besloten het bestaande aanbod aan technology platforms te verbeteren met als uitgangspunten: • Kwalitatief hoogwaardig en perfect aansluitend op de behoeften van onderzoekthema’s van molecule-to-man-to-population. • Goed zichtbaar en toegankelijk voor Radboudumc, externe onderzoekers en het bedrijfsleven. • Efficiënt en doelmatig in beheer. 5.2.1.6 Ontwikkeling impactscores De huidige gangbare meetwijze van onderzoekprestaties is in groeiende mate onderhevig aan kritiek. Deze zou te veel kwantitatief zijn en voorbijgaan aan de echte vooruitgang in de wetenschap. In deze kritiek schuilt een grond van waarheid. Bovendien is het in zijn algemeenheid altijd zinvol om van tijd tot tijd de eigen beoordelingmethodiek tegen het licht te houden. Voor het objectief meten van wetenschappelijke kwaliteit is nog niet een echt goed toepasbaar alternatief gevonden. De gedachte om meer via beoordelingsgroepen te werken is ook niet altijd objectief. Dat is bovendien erg tijdrovend. Het Radboudumc blijft deze discussie volgen. Het belang van het meten van de societal impact van onderzoek neemt toe. In het kader van de prestatieafspraken met OC&W Prestaties, profiel en ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, zijn ook voor het Radboudumc enkele indicatoren geïdentificeerd waarop in de toekomst zal worden gerapporteerd. 5.2.1.7 Honours programma De belangstelling voor deelname aan het honours programma is stabiel: rond de veertig sollicitaties per jaar met een uitschieter naar boven in 2012. In de meeste jaren zijn uiteindelijk meer studenten toegelaten dan het vooraf gestelde maximum van 25. De uitval is klein. Docenten en studenten zijn in het algemeen zeer tevreden. Dat geldt ook voor begeleiders van de onderzoekstages in de buitenlandse partnerinstituten.

“Van molecuul tot mens tot populatie.” Dr. Allesandra Cambi, onderzoeksleider nano-immunologie


Jaardocument 2013 Radboudumc

5.2.2

Persoonsgerichte zorg in Onderzoek & Onderwijs

5.2.2.1 Focus en organisatie van onderzoek Voor het bereiken van een sterkere nationale en internationale profilering is gekozen om focus aan te brengen in het onderzoeksdomein. In dit kader zijn ziektegerelateerde onderzoekthema’s geïdentificeerd die het gehele spectrum van molecuul tot mens tot populatie bestrijken. Hiernaast zijn twee aanvullende generieke thema’s geïdentificeerd (healthcare improvement science en nanomedicine) die sterk voedend zijn voor de andere thema’s. MMP-research thema’s Alzheimers disease Cancer development and immune defence Disorders of movement Infectious diseases and host response Inflammatory diseases Mitochondrial diseases Neurodevelopmental disorders Poverty-related diseases Rare cancers Reconstructive and regenerative medicine Renal disorders Sensory disorders Stress-related disorders Tumours of the digestive tract Urological cancers Vascular damage Women’s cancers

Generieke thema’s Nanomedicine Healthcare improvement science

Bij de invulling van de nieuwe themastructuur is bepaald dat: • De thema’s het onderzoeksprofiel van het Radboudumc vormen; zij bepalen het gezicht van het onderzoek naar buiten. • Iedere onderzoeker deel uitmaakt van slechts één onderzoeksthema. Daarbinnen vindt de belangrijke interactie tussen onderzoekers plaats. • Themaleiders verantwoordelijk zijn voor de wetenschappelijke kwaliteit van het thema. • De themaleiders gezamenlijk met de directeuren van de wetenschappelijke instituten de Research Council vormen met een belangrijke stem in de voorbereiding van onderzoeksbeleid. • De thema’s elke drie jaar extern worden geëvalueerd. Getoetst wordt op wetenschappelijke excellentie en in het bijzonder ook op: o De kritische massa van de onderzoeksgroep; o De aansluiting van het onderzoek op de topreferente patiëntzorg; o De integraliteit van het thema in het continuüm molecule – man – population; o De integraliteit van de drie kerntaken; o Of het thema bewust optreedt gelet op zijn marktpositie. De thema’s worden ondergebracht in drie nieuwe onderzoeksinstituten: • Donders Center for Neuroscience (DCN); • Radboud Institute for Health Sciences (RIHS); • Radboud Institute for Molecular Life Sciences (RIMLS). 5.2.2.2 Nieuwe bachelor Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen Het Radboudumc heeft besloten tot een nieuw curriculum voor het bacheloronderwijs van Biomedische Wetenschappen en Geneeskunde en wil dit doen met een actieve betrokkenheid van patiënten, studenten, docenten, zorgprofessionals, onderzoekers en onderwijsadviseurs. Het nieuwe curriculum

21


22

Jaardocument 2013 Radboudumc

moet studenten opleiden tot professionals van de 21ste eeuw. Zij moeten kunnen omgaan met de dynamische ontwikkelingen in het professionele domein en daar mede richting aan geven. De competenties die behoren bij het ten uitvoer leggen van personalized healthcare vormen mede de leidraad.

5.2.3

Doelmatigheid in Onderzoek & Onderwijs

5.2.3.1 Schakeljaar Landelijk speelt de discussie over de duur van het medische opleidingscontinuüm: van bacheloropleiding tot en met de specialisatie. Om die opleidingsduur te verkorten wordt geëxperimenteerd met een schakeljaar waarbij de vervolgopleiding feitelijk start tijdens het laatste jaar van de masteropleiding Geneeskunde. Het Radboudumc heeft hierin een voortrekkersrol.

5.3

Inspanningen HR en Duurzaamheid

5.3.1 HR 5.3.1.1 Radboud Manier van Werken De Radboud Manier van Werken raakt steeds meer ingebed in onze organisatie. Sfeer en omgang zijn bepalende elementen in onze cultuur. In 2013 zijn we actief aan de slag gegaan om de juiste context te creëren om met plezier en succes aan het werk te zijn. En op steeds meer afdelingen wordt de Radboud Werkomgeving geïmplementeerd. Deze omgeving stelt de medewerker en zijn activiteiten centraal. Een werkomgeving die openheid stimuleert en uitnodigt tot samenwerking. Bricks (huisvesting), ICT (werkplek 2.0) en behaviour (uitgangspunten Radboud Manier van Werken) spelen een belangrijke rol. 5.3.1.2 Persoonlijk leiderschap Het HR-beleid van Radboudumc richt zich op (persoonlijk) leiderschap. Dit beleid kreeg in 2013 op verschillende manieren vorm met: • Aandacht voor de bemensing van de top en hun ontwikkeling via Management Development(MD)-reviews. • Leer- en ontwikkeltrajecten voor leidinggevenden en professionals die een sleutelrol vervullen bij het realiseren van onze strategische ambities. Dat zijn bijvoorbeeld hoofdverpleegkundigen, bedrijfsleiders, medisch specialisten en AIOS. • De oprichting van een Management Development Comité voor bedrijfsleiders en intervisie voor bedrijfsleiders.

“Ik word hier uitgedaagd het beste uit mezelf te halen.” Annemiek te Dorsthorst, kinderverpleegkundige

Teams en medewerkers die met deze strategie aan de slag gaan, worden ondersteund door HR. Het traject ‘Energie in Verandering’ draagt bij aan participatie van medisch specialisten en AIOS in de nieuwe Radboudkoers met werkplezier, nu en in de toekomst. In samenwerking met medisch specialisten en AIOS is dit traject in 2013 verder ontwikkeld. Ook is een begin gemaakt met de ontwikkeling van initiatieven op het gebied van duurzame inzetbaarheid voor laboratoriumanalisten en verpleegkundigen.

Zelf roosteren Op de Neonatologie Intensive Care Unit van de afdeling Kindergeneeskunde loopt tot eind 2014 een pilot ‘zelf roosteren’. De IC-medewerkers kiezen zelf hun diensten en roosteren deze in. Uiteraard in goed overleg met elkaar. De verwachting is dat de medewerkers door deze verantwoordelijkheid over hun eigen werktijden meer grip krijgen op de balans werk/privé en daardoor met meer energie aan het bed van de patiënt staan.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Mijn Radboud Op de intranetpagina ‘Mijn Radboud’ vinden medewerkers instrumenten die hen ondersteunen bij het nemen van verantwoordelijkheid voor eigen ontwikkeling, afspraken en inzetbaarheid: Mijn Ontwikkeling, Mijn Kompas, Mijn Tijd en de digitale loonstrook. In 2013 deden de medewerkers veel ervaring op met deze instrumenten.

5.3.1.3 Strategisch Talentmanagement Strategisch Talent Management richt zich op het vinden en binden van jonge talenten op PhD- en Postdocniveau. In 2013 maakte het Strategisch Talent Management onder leiding van de Talent Board een grote groei door. In februari zijn de eerste twee edities met excellente promovendi en postdocs gestart: de Da Vinci Challenge en de Galilei Track. Deze talenten hebben de ambitie, de moed en de energie om grenzen te verleggen in interactie met hun omgeving. De eerste groep talenten van de Da Vinci Challenge hebben het programma eind 2013 succesvol afgerond. Ook is een programma ontwikkeld dat als doel heeft getalenteerde onderzoekers te vormen tot onderzoekleiders. Dit programma heeft de naam Hypatia Track. Daarnaast is gestart met het werven van extern talent via www.radboudumc.nl/talent. En is de scouting van jong talent geprofessionaliseerd. 5.3.1.4 Onderwijskwalificaties Het Radboudumc voert een actief docentprofessionaliseringsbeleid. In september 2013 is elke afdeling gevraagd een overzicht te verstrekken van hun wetenschappelijke stafleden in vaste dienst met meer dan incidentele onderwijstaken (richtlijn: een onderwijstaak van gemiddeld > 0,1 dagtaak). Hierbij wordt ook vermeld in welk curriculum onderwijs wordt gegeven en op welke manier: theorie geven, als stagebegeleider of als begeleider in coschappen. Dit overzicht is door het Instituut voor Wetenschappelijk Onderwijs en Opleidingen gevalideerd en ingevoerd in BasHR. Tegelijkertijd zijn ook alle docentkwalificaties in BasHR ingevoerd. Op 14 februari 2014 is het aantal docenten in het initieel wetenschappelijk onderwijs met minimaal een Basis Kwalificatie Onderwijs bij het Radboudumc 76.6 % . Voortaan wordt eenmaal per jaar het overzicht docenten in BasHR geactualiseerd. Docentkwalificaties worden ingevoerd op moment van verwerving. 5.3.1.5 Arbeidsmarktbeleid De pilot ‘strategische sourcing’ die in 2012 is opgestart, blijkt succesvol. Strategische sourcing is een structurele benadering voor het invullen van proceskritische functies. Een wervingsaanpak die zich nadrukkelijk richt op doelgroepen en die niet stopt als er tijdelijk geen vacatures zijn. Het is een werkwijze die HR ondersteunt, maar die zich voor een groot gedeelte afspeelt op de afdeling waar de bewuste doelgroep werkt. In 2013 is deze aanpak organisch verder geïntroduceerd als recruitmentaanpak voor proceskritische functies.

“Het werk bij UMC vind ik erg leuk, een van de leukste dingen is om op looproute te gaan, hierdoor ken ik het UMC heel goed!” Jeroen van Lith, Medewerker Postkamer (Plurijn)

5.3.1.6 Maatschappelijke betrokkenheid Het Radboudumc is van mening dat het de normaalste zaak van de wereld moet zijn om te werken met mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Het personeelsbestand is bij voorkeur een afspiegeling van de samenleving en bestaat dus uit personen met verschillende achtergronden en levenswijzen. Ook mensen met een mentale of fysieke handicap horen hierbij. In 2013 werkten circa vijftien personen bij het Radboudumc vanuit Pluryn en Breed. Het Radboudumc houdt geen registratie bij van ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’. In 2014 wordt dit onderwerp projectmatig opgepakt.

23


24

Jaardocument 2013 Radboudumc

5.3.1.7 Veilig en gezond werken Het Radboudumc streeft naar een zo veilige en gezond mogelijke werkomgeving. Onder andere door systematisch de risico’s op de werksituaties te inventariseren, deze aan te pakken door middel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie en de kennis hierover te borgen op de afdelingen. In samenwerking met de andere UMC’s is voor de belangrijkste arbeidsrisico’s een Arbocatalogus opgesteld. Hierin zijn richtlijnen en maatregelen opgesteld op het gebied van veilig werken, bijvoorbeeld fysieke belasting, RSI en gevaarlijke stoffen. Aanvullend heeft het Radboudumc expertisegroepen ingesteld. Dit zijn afdelingsoverstijgende werkgroepen met specifieke deskundigheid die het (inter)nationale beleid vertalen naar onze praktijksituatie en hier richtlijnen voor opstellen. In 2013 zijn de expertisegroepen biologische agentia en cytostatica opgericht. 5.3.1.8 Vervoer In 2013 is betaald parkeren voor medewerkers ingevoerd. Dat maakt het minder aantrekkelijk om met de auto naar het werk te reizen. Met name medewerkers die dichtbij wonen (minder dan 7,5 km) worden gestimuleerd om met de fiets te komen door de hogere parkeerkosten: €5,- per dag.

5.3.2 Duurzaamheid In 2013 is het eerste integrale beleidsplan ‘Duurzaamheid in de genen’ vastgesteld, met een positief advies van de Ondernemingsraad. Het Radboudumc wil ook op het gebied van duurzame gezondheidszorg aantoonbaar onderscheidend zijn. Dit betekent toegankelijke en betaalbare zorg, rekening houdend met het klimaat, de schaarste van grondstoffen en het creëren van waarde voor de medemens. Dit reikt over de volle breedte van onze kerntaken: patiëntenzorg, onderzoek, onderwijs en opleiding. We hanteren een organische benadering bij de invulling van ons beleid. In het beleidsplan beschrijven we hoe een duurzaam Radboudumc er in de toekomst uitziet. Dit toekomstbeeld hebben we vertaald naar concrete doelstellingen zoals toegelicht in de resultatenparagraaf. 5.3.2.1 Stakeholders We hechten veel waarde aan de dialoog met onze stakeholders, onze belanghebbenden. Bij de totstandkoming van het beleidsplan is de focus gelegd op de interne stakeholders. Op basis van de dialoog met onze stakeholders hebben we besloten ons te richten op de volgende vierdeling: onze patiënten, onze mensen, onze bedrijfsvoering en onze passie. Een brede vertegenwoordiging vanuit facilitair, vastgoed, HR, communicatie, ondernemingsraad en zorg-, onderwijs- en onderzoeksafdelingen hebben hun input gegeven en bijgedragen aan de visievorming en uitwerking. Ook is de Patiëntadviesraad betrokken bij de totstandkoming van het plan. Gezamenlijk is in kaart gebracht waar we nu staan en waar we naar toe willen. De dialoog met de externe stakeholders, zoals patiënten, banken, zorgverzekeraars, overheidsinstanties, toeleveranciers en andere zorginstellingen, vindt momenteel plaats vanuit diverse disciplines in de organisatie. Wij zien de dialoog als een continu ontwikkelproces. 5.3.2.2 Transparantie en relevantie Om inzicht te geven in onze prestaties op het gebied van duurzaamheid in de brede zin van het woord, is gekozen voor verslaglegging met behulp van de internationale richtlijnen GRI (Global Reporting Initiative). GRI bevat een generieke set indicatoren die - overigens - niet zorgspecifiek zijn. Het bepalen van de materialiteit vond plaats aan de hand van de resultaten van de interne stakeholderdialoog. Over de meest relevante en significante onderwerpen wordt in dit jaardocument gerapporteerd. In de GRI-index 2013, die te vinden is op de website van het Radboudumc, leggen we verantwoording af over overige duurzaamheidsonderwerpen. Aansluitend bij onze ambitie om duurzaamheid te integreren in alle bedrijfsprocessen, is gekozen voor een integraal verslag waarbij we verantwoording afleggen over de financiële en maatschappelijke aspecten. De resultaten staan samengevoegd in één tabel.


Jaardocument 2013 Radboudumc

5.3.2.3

Resultaten en vooruitblik

Onze patiënten Thema Voeding Voeding is een belangrijke factor bij gezond blijven en gezond worden. We streven ernaar dat iedere patiënt van het Radboudumc de juiste voeding krijgt, toegesneden op haar of zijn behoeften en wensen.

Resultaat 2013 Plan 2014 Start project Duurzaam Gezond. Vervolg project Samenwerkingsproject met partners. Duurzaam Gezond Doel is verbeteren van de maaltijden en het terugdringen van derving in het totale voedingsproces. Na afloop kunnen ook andere zorginstellingen in Nederland en Duitsland gebruik maken van de opgedane kennis. Zorg thuis Zorg thuis. Patiënten met hematologiZorg dichtbij de patiënt draagt bij aan sche aandoening PNH kunnen vanaf de kwaliteit van leven van de patiënt 2013 thuis hun medicatie toegediend en leidt tot minder vervoersbeweginkrijgen. Voorheen waren patiënten uit gen. het hele land genoodzaakt hiervoor naar het Radboudumc te komen. E-health Verdere ontwikkeling en implemenVerder ontwikkelen Innovatieve ICT-technologie draagt bij tatie FaceTalk E-health concepten aan duurzame zorg. Door elektronische gezondheidszorg (e-health), zoals FaceTalk kunnen patiënten vanuit huis in een virtuele spreekkamer overleggen met één of meerdere zorgverleners. Preventie Preventie wondinfecties Duurzaamheid inteOnderwijs en opleiding greren in herziene curricula Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen Onze mensen Duurzame inzetbaarheid - pilot zelf roosteren bij Neonatologie Voortzetting Intensive Care; trajecten: - v ervolgtraject ‘Energie in verandering’ - Smell of the place voor medisch specialisten en AIOS; - E nergie in veran- start traject ‘duurzame inzetbaardering heid verpleegkundigen en laborato- - Hot spots riumanalisten’. -p  roject ‘mensen Maatschappelijke betrokkenheid - bij de outsourcing van de horeca met een afstand - inclusiviteit; heeft het Radboudumc de eis tot de arbeids- vrijwilligerswerk. gesteld dat al het personeel, dus markt’; ook de medewerkers die een -b  ijdragen leveren afstand hebben tot de arbeidsaan ontwikkelen markt, worden overgenomen; van tolerantiescan - in diverse aanbestedingstrajecten voor ziekenhuizen zijn eisen gesteld op het gebied van in het kader van social return on investment; roze zorg en het - o riëntatie op seksueel diversiteitsbeleid i.s.m. COC Nederland (‘Roze loper’); behalen van de - in het Radboudumc zijn circa 250 ‘Roze loper’. vrijwilligers actief. - voortzetting jaarlijkse scholing van Oprichten expertise­ Veilig en gezond werken groep gevaarlijke Het Radboudumc streeft naar een onze 300 preventiemedewerkers stoffen veilige en gezonde werkomgeving arbo en milieu (PAM’ers); - o prichting expertisegroep cytostatica; - oprichting expertisegroep biologische agentia; - voortzetting van de in 2012 opgerichte expertisegroep laserveiligheid.

25


26

Jaardocument 2013 Radboudumc

Vervoer Het Radboudumc stimuleert duurzame vervoerswijzen voor woonwerkverkeer en dienstreizen

- in 2013 introductie betaald parkeren - e valuatie bereikmedewerkers; baarheidsbeleid - aanschaf e-bike en bamboefiets - oplaadpunten voor dienstreizen; elektrische auto’s - voortzetten bestaande faciliteiten - campagne fiets voor fietsers, zoals fietsenstallingen Heyendaal (deel overdekt en bewaakt) en fietsregeling korting NS-jaarkaart voor medewerkers.

Onze bedrijfsvoering Energie Het Radboudumc zet zich in om in 2030 energieneutraal te zijn. Korte­ termijndoelstelling is energiereductie 2% per jaar

- symposium routekaart UMC’s in Radboudumc; - energiebesparende maatregelen aan verlichting, ventilatie en zuinigere apparatuur; - onderzoek duurzame energiebronnen. - voortzetting project BAS, Bewust Afval Het voorkomen van afval heeft de voorAfval Scheiden; keur. Afval dat vrijkomt wordt zo optimaal - pilot gescheiden inzamelen plastic. mogelijk gescheiden, waarbij hergebruik en recycling de voorkeur hebben (Afval)water Het Radboudumc heeft waterbesparingsplan opgesteld Inkoop Het gedachtegoed van de circulaire economie hanteren wij als grondslag. Hergebruik van producten en grondstoffen maximaliseren en waardevernietiging minimaliseren. Bouw Optimaliseren bestaande bouw heeft de voorkeur, mits de structuur van het gebouw voldoet. Bij ver- en nieuwbouw wordt per project de duurzaamheidambitie bepaald.

Onze passie Stakeholders Stimuleren betrokkenheid en bewustzijn medewerkers, zodat duurzaamheid in de genen komt van alle medewerkers

- implementatie waterbesparingsplan; - structureel periodiek onderzoek kwaliteit afvalwater. - revisie aantal bestaande bedden - milieueisen en sociale eisen in diverse aanbestedingstrajecten; - in steeds meer trajecten worden leveranciers uitgenodigd met innovatieve oplossingen te komen. - renovatie monumentaal A-gebouw heeft geresulteerd in energielabel A. Vóór de renovatie had het gebouw energielabel F/G; - quick scan BREEAM nieuwbouw S-gebouw heeft plaatsgevonden. (BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method). - diverse activiteiten op Dag van de duurzaamheid, 10 oktober 2013, zoals duurzame lunch met inspirerende ervaringen door en voor medewerkers, aanschaf e-bike en bamboefiets voor dienstreizen, fietsmarkt; - workshop met ondernemingsraad over duurzaamheid; - intranetsite duurzaamheid gelanceerd; - yammer (intern sociaal netwerk) groep duurzaamheid gecreëerd. Is reeds uitgegroeid tot 100 leden.

Reductie energie­ gebruik 2% in 2014 ten opzichte van 2013 - uitbreiding scheiding plastic naar A-gebouw - stimuleren hergebruik goederen (medische marktplaats)

Duurzaam inkoop structureel inbedden in processen

Ambitie nieuwbouw gebouw S BREEAM niveau excellent

- deelname aan landelijke Expeditie duurzame zorg; - samenwerkingsverband Provincie versterken; - uitvoeren 0-meting; - verbinding leggen stakeholders met diverse middelen, zoals yammer, intranet, workshops, dag van de duurzaamheid.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Planning- & controlcyclus

- 1e integrale beleidsplan ‘Duurzaamheid in de genen’ vastgesteld; - 1e verslag waarbij de internationale duurzaamheidrichtlijn GRI is gebruikt voor verslaglegging; - alle afdelingen zijn gevraagd duurzaamheiddoelstellingen op te nemen in hun jaarplan 2014. Externe adviesraad duurzame gezond- Benoeming voorzitter externe heidszorg Radboudumc. adviesraad Deze raad adviseert de raad van bestuur, gevraagd en ongevraagd, over het duurzaamheidbeleid. Board Sustainability Inrichting Board Sustainability De interne regiegroep Board Sustainability, onder leiding van lid raad van bestuur met duurzaamheid in de portefeuille, geeft richting aan het duurzaamheidbeleid.

5.4

- In 2016 beschikt het Radboudumc over een verslag dat voldoet aan GRI

Installatie externe adviesraad

Bijeenkomsten Board sustainability, dialoog intern

Inspanningen en prestaties overig

5.4.1 Financieel 5.4.1.1 Algemeen Deze paragraaf geeft een analyse van de financiële ontwikkelingen gedurende het boekjaar op basis van de enkelvoudige jaarcijfers. Vanaf dit jaar is gekozen om meer toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening te geven, waar dit voorheen vooral bij de geconsolideerde jaarrekening gebeurde. De overweging hierbij is dat de enkelvoudige jaarrekening ten grondslag ligt aan afspraken met financiers en dat het kapitaalbelang van Radboudumc in derden beperkt is ten opzichte van het eigen vermogen. 5.4.1.2 Opbrengsten De totale opbrengsten zijn met 7,8% gestegen tot € 958 miljoen ten opzichte van 2012 (€ 889 miljoen). Deze groei wordt voor de helft bepaald door de landelijke overheveling van geneesmiddelen naar de ziekenhuisbekostiging. De aanscherping van het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord, waarin de afspraak tussen overheid, zorg­ verzekeraars en zorgverleners over uitgavengroei wordt vastgelegd, zet meer druk op de opbrengsten patiëntenzorg. In 2013 is het groeipercentage van 2,5% verlaagd naar 1,5% voor 2014, en naar 1% voor de jaren daarna. Met alle verzekeraars zijn afspraken op basis van plafonds gemaakt. Met twee verzekeraars bleek de geleverde zorg niet binnen het contract te passen en zijn nadere afspraken gemaakt over een aanvullende vergoeding. De middelen voor de financiering van de Onderwijs & Onderzoeksactiviteiten zijn met 5% gestegen tot € 282 miljoen ten opzichte van 2012 (€ 269 miljoen). De stijging wordt vooral verklaard door een toename van de academische component waarin vanaf 2013 een exploitatievergoeding voor investeringen is ondergebracht. Deze vergoeding werd voorheen vanuit het budget voor patiëntenzorg betaald. 5.4.1.3 Resultaat Het resultaat over 2013 van € 18 miljoen is gestegen ten opzichte van 2012 (€ 13 miljoen). Een structurele resultaatverbetering is nodig om voldoende solvabiliteit op te bouwen. Zo blijven de financierbaarheid en continuïteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd.

27


28

Jaardocument 2013 Radboudumc

De resultaten over 2012 en 2013 worden voor een belangrijk deel beïnvloed door de transitieregeling. Volgens deze regeling worden verschillen tussen budgetbekostiging en prestatiebekostiging geleidelijk over de jaren verwerkt. In 2012 werd rekening gehouden met een terugbetaling van € 12 miljoen aan het transitiefonds. In 2013 is gebleken dat deze terugbetaling is gereduceerd tot € 3 miljoen, omdat meer zorg in 2013 is geleverd dan oorspronkelijk werd ingeschat. Dit heeft een vrijval van € 9 miljoen in het resultaat 2013 tot gevolg gehad. In 2013 is een afboeking op materiële vaste activa van totaal € 14 miljoen ten laste van het resultaat gebracht. 5.4.1.4 Personeel De personeelskosten van € 546 miljoen zijn met 3,2% gestegen ten opzichte van 2012 (€ 529 miljoen). Het gemiddeld aantal personeelsleden (in fte) in 2013 bedroeg 7.584 en nam met 66 af ten opzichte van 2012. Vanuit de CAO 2013-2015 ontvingen de medewerkers vanaf 1 april 2013 een structurele loonsverhoging van 1%. In 2014 is door de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU) overleg gevoerd over het principe akkoord uit 2013 inzake de pensioenovergang van UMC’s van het ABP naar het pensioenfonds PFZW. Inmiddels is bekend dat de vakcentrales en DNB geen goedkeuring hebben gegeven aan de overgang. 5.4.1.5 Investeringen De investeringen in 2013 bedroegen totaal € 84 miljoen. Naast de reguliere instandhouding is de nieuwe ICT structuur, met als kern het nieuwe EPD, gerealiseerd. 5.4.1.6 Kasstromen en financiering In het derde kwartaal van 2013 zijn de contracten met de verzekeraars rondgekomen. Hierdoor konden pas vanaf eind 2013 declaraties worden ingediend. Voor het liquiditeitstekort dat hierdoor is ontstaan heeft het Radboudumc de kredietfaciliteit bij de banken volledig moeten benutten. Vanaf 2014 wordt verwacht dat tijdig kan worden gefactureerd en een beperkte aanspraak op bancair krediet moet worden gedaan. De totale rentekosten over 2013 bedroegen € 26 miljoen en liggen in lijn met 2012. Begin 2013 vond een renteherziening op een bedrag van € 350 miljoen van de consortiumfinanciering plaats. Hierbij is de risico-opslag met 0,2% verhoogd voor een periode van drie jaar als gevolg van de toenemende sectorrisico’s in de zorg. In juni 2013 is de rente van een langlopende lening van € 33 miljoen herzien voor een periode van één jaar. De rente voor deze lening is daarmee met 2% gedaald. 5.4.1.7 Derivaten Het Radboudumc heeft in 2011 een aantal renteswaps afgesloten waarmee de variabele rente op de langlopende consortiumfinanciering wordt geruild tegen een vaste rente. Hiermee is het renterisico op de financiering volledig afgedekt. Een renteswap is een apart contract dat zelfstandig een marktwaarde ontwikkelt. Deze marktwaarde is het verschil tussen de vaste rente die wordt betaald en de variabele rente die wordt ontvangen. Op het moment dat de vaste rente hoger is dan de variabele rente heeft het contract een negatieve marktwaarde. De derivaten van het Radboudumc hebben een negatieve marktwaarde van € 51 miljoen (2012: € 83 miljoen) omdat de variabele rente na het afsluiten van de contracten in 2011 verder is gedaald. Het Radboudumc heeft de renteswaps afgesloten om het renterisico op de financiering af te dekken. Hiertoe is een zogenaamde hedge-relatie aangegaan tussen lening en derivaat. Deze relatie is in formele documentatie vastgelegd. De derivaten moeten dan ook altijd in combinatie met de leningen worden beschouwd. De negatieve waarde van de derivaten is als het ware de boeterente die zou moeten worden betaald als de leningen vroegtijdig worden afgewikkeld. Daar is geen sprake van. Voor een nadere toelichting op de derivaten wordt verwezen naar noot 13 in de enkelvoudige jaarrekening.


Jaardocument 2013 Radboudumc

5.4.1.8 Financiële risico’s De belangrijkste risico’s die op dit moment worden gesignaleerd zijn: • D  e huidige systeem- en regelcomplexiteit in de bekostiging van ziekenhuizen die ertoe heeft geleid dat accountants sectorbreed geen goedkeuring bij de jaarrekeningen kunnen afgeven. De impact hiervan op het Radboudumc wordt als beperkt ingeschat. De jaarrekening bevat nog voldoende buffers om eventuele onduidelijkheden en correcties in declaraties op te kunnen vangen (de voorziening hiervoor bedraagt ultimo 2013 € 45 miljoen). Niettemin kan de huidige complexiteit in bekostiging een mogelijke belemmering vormen voor toekomstige financieringsafspraken. • Voor de komende jaren zal vanuit de overheid en verzekeraars een toenemende druk op het beperken van zorguitgaven worden gelegd. Dit vraagt om nadere keuzes over positionering van het Radboudumc waarbij een groei op alle zorggebieden niet meer mogelijk zal zijn. • Vanaf 2015 zal de overheid naar verwachting een korting opleggen op de vergoeding voor de academische component. Momenteel wordt vanuit het NFU-project ROBIJN een nieuw model ontwikkeld voor een transparante verdeling van middelen over de verschillende centra. Het Radboudumc is nauw betrokken bij deze ontwikkeling. • Banken zijn zich aan het heroriënteren op hun rol binnen de maatschappij en hebben te kennen gegeven dat zij hun aandeel in de financiering van ziekenhuizen in de toekomst willen afbouwen. Het Radboudumc heeft een omvangrijke financiering bij de banken uitstaan die over ongeveer tien tot vijftien jaar afloopt. Vanaf 2013 is het Radboudumc gestart met de eerste voorbereidingen voor de herfinanciering op lange termijn en vanaf 2014 zal dit traject verder worden onderzocht. Bovenstaande risico’s krijgen passende aandacht van de raad van bestuur en worden periodiek besproken met de auditcommissie en de externe accountant.

5.4.2 ICT ICT binnen het Radboudumc is opgedeeld in vier domeinen: 1. Beter 2.0 2. Radboud 2.0 3. Infra 2.0 4. Stuurinformatie 2.0. 5.4.2.1 Beter 2.0 Het belangrijkste onderdeel van 2013 is de invoering van een nieuw elektronisch patiëntenregistratiesysteem Epic. Dit is in oktober 2013 in gebruik genomen. Met Epic is er één centraal systeem waarin alle belangrijke gegevens rond de patiëntenzorg worden vastgelegd: patiëntinschrijving, bezoek­ afspraken, preventieve screening, behandelstappen, medicatie en DBC-registratie. Epic vervangt 45 oude systemen. Het werken met één geïntegreerd systeem komt de patiëntveiligheid ten goede. Ruim 6.000 medewerkers van het Radboudumc zijn bijgeschoold om met het systeem te werken. In het programma is ook aandacht voor een nieuwe infrastructuur, doorontwikkeling naar aanleiding van de eerste ervaringen, het vormgeven van stuurinformatie en tal van andere ICT-projecten. mijnRadboud mijnRadboud geeft patiënten inzage in hun eigen medisch dossier. Ze kunnen bezoekafspraken inplannen of annuleren en herhaalrecepten bestellen. Patiënten kunnen via mijnRadboud ook met leden van hun behandelteam communiceren en hun persoonlijke gegevens (adres, zorgverzekeraar) aanpassen. Bovendien kunnen intakeformulieren en/of vragenlijsten voorafgaand aan het bezoek aan het ziekenhuis digitaal worden ingevuld. Scannen van patiëntenpolsbandje en medicijnen Verpleegkundigen scannen sinds 2013 de barcode van het polsbandje van de patiënt en aansluitend de barcode van het medicijn. Hierdoor krijgt de patiënt altijd het juiste geneesmiddel op het juiste tijdstip. Epic geeft een foutmelding als er iets niet klopt.

29


30

Jaardocument 2013 Radboudumc

Centrale Inschrijfbalie Patiënten schrijven zich sinds de start van Epic in bij een Centrale Inschrijfbalie. Dat doen ze dus niet langer op de afdeling zelf. Bij de Centrale Inschrijfbalie worden de gegevens van nieuwe patiënten gecontroleerd, waaronder het Burgerservicenummer (BSN). Ook wordt er gecontroleerd op het verzekeringsrecht. 5.4.2.2 Radboud 2.0. Het domein Radboud 2.0 omvat alle projecten die gericht zijn op de zorgapplicaties buiten Epic, op het terrein van bedrijfsvoering, onderwijs en onderzoek. In 2013 lag de focus op de verdere digitalisering en centralisering van die drie terreinen. Voor patiëntenzorg zijn in oktober de projecten Beeld 2.0 en Spraak 2.0 live gegaan. Beeld 2.0 maakt het mogelijk dat we beelden ziekenhuisbreed kunnen distribueren en –archiveren. Bij Spraak 2.0 is gestart met de geïntegreerde spraakherkenning voor Radiologie en Pathologie en is met 25 andere medisch specialisten een pilot gestart om de meerwaarde van spraakherkenning in combinatie met Epic Smarttools te onderzoeken. En is ook de digitale verwijzing van de Huisartsenpost naar de Spoed Eisende Hulp Radboudumc live gegaan. Sinds 2013 werkt de eerste groep onderzoekers van het Radboudumc inmiddels met Panama voor het beheren en sturen van onderzoeksprojecten. Ook zijn we gestart met het implementeren van het elektronisch dierendossier voor het Centraal Dieren Laboratorium. Dit project ligt op schema om begin 2014 live te gaan. Met de Commissie Mensgebonden Onderzoek is het traject voor digitaliseren van haar archief in gang gezet. In 2013 is ook de digitale loonstrook voor alle medewerkers van het Radboudumc ingevoerd. En wordt er met een pilot met presence tool ‘Lync’ en de inrichting van Sharepoint 2013 en PPM gewerkt aan betere ondersteuning van het projectenportfolio. 5.4.2.3 Infra 2.0. Het domein Infra 2.0 houdt zich bezig met de benodigde infrastructuur voor het uitvoeren van het dagelijks werk. In 2013 zijn de techniek en de tarieven voor dataopslag ingrijpend veranderd, zodat we een enorme groei van de centrale opslagcapaciteit hebben kunnen realiseren. En met de Radboud Universiteit zijn we een vijfjarig contract aangegaan om gebruik te maken van hun datacenter als ons tweede datacenter. Voor de werkplekken heeft het Radboudumc een nieuw afdrukbeleid vastgesteld. Het draadloos IPnetwerk is aanbesteed en uitgerold in alle zorggebouwen en Werkplek 2.0 wordt verder uitgerold. Dat laatste houdt in dat alle gebruikers (meer dan 13.000) via zeroclients toegang hebben tot ruim vierhonderd applicaties en via standaard PC’s tot circa veertig applicaties. Met project Communicatie 2.0 zijn we gestart met het invoeren van nieuw beleid voor telefonie. De belangrijkste componenten hierin zijn de uitrol van IP-telefonie en de aanleg van een DAS voor dekking van gsm-telefonie in gebouwen, C2000 bereikbaarheid en private gsm voor gegarandeerde interne bereikbaarheid en vervanging van oproepseinen op termijn. 5.4.2.4 Stuurinformatie 2.0. De opdracht voor domein Stuurinformatie 2.0 in 2013 was drieledig: houd tenminste de huidige stuur­ informatie in de lucht direct na het in gebruik nemen van Epic, moderniseer de stuurinformatie naar een 2.0 versie en professionaliseer de beheerorganisatie. Tegelijk met Epic is ook Stuurinformatie 2.0 van start gegaan. Het nieuwe ontwerp betreft de domeinen kwaliteit & veiligheid, doelmatigheid & financiën, HR, en de markt (patiënten, verwijzers, zorgverzekeraars, studenten). Binnen Epic is een nieuwe rapportageomgeving beschikbaar gekomen. De werkgroep reporting heeft in deze omgeving direct meer dan 150 - veelal operationele - rapporten over de patiëntenzorg beschikbaar gesteld aan de organisatie.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Net na de ingebruikname van Stuurinformatie 2.0 is managementinformatie beschikbaar gesteld gericht op de kwaliteit van registratie. Ten aanzien van geaggregeerde informatie over kwaliteit heeft het Radboudumc tijdelijk ingeleverd vergeleken met de situatie voor de implementatie van Epic. Daar staat tegenover dat de rapporten binnen Epic weer nieuwe en relevante operationele informatie geven over de patiëntenzorg.

5.4.3

Correct declareren

Het Radboudumc besteedt veel aandacht aan het ontwikkelen van leiderschap en aan de manier waarop van medewerkers wordt verwacht dat ze uiting geven aan de ‘Radboud manier van werken’. Integer gedrag speelt hierbij een belangrijke rol. De Raad van Bestuur heeft een voorbeeldrol bij de bewustwording van gedrag dat wel en niet getolereerd wordt en draagt dit uit. In 2013 hebben de landelijke ontwikkelingen rondom onrechtmatig declareren (waaronder de casus Antonius) nadere aandacht gekregen van de raad van bestuur. Het interne registratie- en beheersingsysteem is aangescherpt om tijdig declaratiefouten te signaleren en op te volgen. Een aparte afdeling AO/ IB is ingericht om de interne controle op declaraties uit te voeren. Daarnaast heeft de zorgadministratie in samenwerking met de unit Audit&Control een nadere beoordeling uitgevoerd op een aantal specifieke declaratierichtlijnen van de NZa en in kaart gebracht welke onzekerheden zich daarin voordoen. Op dit moment worden enkel onzekerheden geconstateerd in relatie tot landelijke open normen in declaratierichtlijnen. Er zijn geen materiële fouten geconstateerd die aanleiding geven tot een vermoeden van onrechtmatig declareren. In 2014 zal een verdere verbetering van het fraudebeleid worden ingezet, waarbij met name aandacht wordt gegeven aan een centrale informatievoorziening aan de raad van bestuur inzake rechtmatig declareren.

5.4.4 Calamiteiten Het crisis- en calamiteitenplan van het Radboudumc beschrijft de organisatie van het crisismanagement en de bedrijfshulpverlening, de slachtofferopvang bij rampen en de continuïteit van vitale en essentiële processen. Vanuit de Acute Zorgregio Oost heeft het Radboudumc ondersteuning van een coördinator voor opleiding, training en oefening van de rampenopvang. Ontwikkelingen In 2013 heeft het Radboudumc het crisis- en calamiteitenplan geactualiseerd. Het is in overeenstemming met de werkwijzen en procedures van de overheidshulpdiensten en de Radboud Universiteit Nijmegen. Het nieuwe calamiteitenplan zal geoefend worden. Hiervoor zijn in 2013 de voorbereidingen getroffen. Samen met netwerkpartners is gewerkt aan innovatieve trainingstools om medewerkers in het Radboudumc te trainen, zodat zij weten wat te doen bij een calamiteit. Met drie ziekenhuizen in de regio is een e-learning ontwikkeld. Dit wordt komend jaar breed ingezet. Daarnaast zijn er trainers klaar­ gestoomd voor de simulatietraining ISEE voor opgeschaalde geneeskundige hulpverlening. Het Radboudumc voerde in 2013 belangrijke kwaliteitsverbeteringen door, waaronder: • Ingebruikname van een professioneel alarmeringssysteem in de meldkamer. • Kwaliteitscertificering ISO 9001 van het organisatieonderdeel Servicebedrijf Calamiteiten. Deze serviceorganisatie bezoekt elke afdeling in het Radboudumc om ter plaatse de voorbereiding op calamiteiten te helpen optimaliseren. • Benoeming van twee extra calamiteitencoördinatoren. Per 1 januari 2014 is hun beschikbaarheid en bereikbaarheid 24/7 geborgd. Met deze ontwikkelingen en verbeteringen werken we continu aan de realisatie van het landelijk kwaliteitskader ‘crisisorganisaties in de zorg’.

31


32

Jaardocument 2013 Radboudumc

Oefenen In het kader van de opvang bij rampen is in juli 2013 een alarmerings- en opkomstoefening uitgevoerd met zorgmedewerkers, ondersteunende diensten en het crisismanagement. De oefening vond plaats in nauwe samenwerking met de Meldkamer Ambulancevoorziening. De calamiteitencoördinatoren van het Radboudumc hebben een formele training gevolgd om hun rol goed te kunnen vervullen. In april 2013 vond een ontmoeting plaats tussen de Algemeen Commandanten Geneeskundige Zorg (ACGZ) van de veiligheidregio en de coördinatoren en het crisismanagement in het Radboudumc om kennis uit te wisselen.

5.4.5 Samenwerkingsrelaties Het Radboudumc werkte ook in 2013 samen met uiteenlopende relaties. Deze relaties zijn respectievelijk direct betrokkenen, collega-professionals , -organisaties en -instellingen. Direct betrokkenen • patiënten en patiëntenorganisaties, familie en vrienden van patiënten; • studenten en hun ouders/verzorgers; • financiers en partners van de onderwijs-, onderzoek- en zorgprogramma’s (zoals ministeries, KNAW, NWO en zorgverzekeraars). Collega-professionals • (inter)nationale verwijzers (zoals huisartsen en medisch specialisten in andere ziekenhuizen); • (inter)nationale onderzoekers; • (inter)nationale peers. Organisaties en instellingen • Radboud Universiteit en andere universiteiten; • universitaire medische centra (nationaal en internationaal); • lokale, regionale, provinciale en landelijke overheden; • ziekenhuizen en andere zorginstellingen; • patiëntenorganisaties; • Nederlandse Consumenten en Patiëntenfederatie (NPCF); • opleidingsinstellingen (HAN, MRSC); • thematische samenwerking (zoals Health Valley, VMS-veiligheidsprogramma, congresorganisaties, debatcentra); • MVO Nederland; • koepelorganisaties (NFU, VSNU); • zorgverzekeraars; • brancheorganisaties (NVZ, Zorgverzekeraars Nederland, STZ); • beroepsorganisaties (zoals de Orde van Medisch Specialisten; • subsidieorganen; • certificatie- en accreditatie-instellingen (zoals NIAZ, CCKL); • industrie; • financiële instellingen (banken); • accountants; • werving- en selectiebureaus, projectontwikkelaars. 5.4.5.1 Strategische samenwerkingsrelaties Het opbouwen van duurzame netwerken, waarin ieders expertise en ambitie wordt gerespecteerd, is van groot belang. Hierbij is de toegevoegde waarde voor de patiënt altijd het uitgangspunt.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Het Radboudumc heeft de afgelopen jaren een aantal belangrijke strategische samenwerkingsrelaties met diverse zorginstellingen opgebouwd. De samenwerkingsovereenkomst met het Jeroen Bosch Ziekenhuis is daar een belangrijk voorbeeld van. Deze overeenkomst werd op 25 september 2013 ondertekend door prof. dr. Melvin Samsom (voorzitter raad van bestuur Radboudumc) en prof. dr. Willy Spaan (voorzitter raad van bestuur Jeroen Bosch Ziekenhuis). De netwerksamenwerking past in de missie en visie van beide huizen en moet leiden tot onderscheidende kwaliteit van zorg en innovatie in patiëntenzorg en daarmee tot meerwaarde voor patiënten. Voorbeelden van samenwerking zijn: het ontwikkelen van gezamenlijke zorgpaden, opleidingsactiviteiten, wetenschappelijk onderzoek, activiteiten op het gebied van kwaliteit en veiligheid, het uitwisselen van artsen, onderzoekers en verpleegkundigen. Daarnaast heeft het Radboudumc een samenwerkingsovereenkomst met Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer. We beogen de oncologische zorgverlening in beide huizen volgens dezelfde protocollen en zorgpaden te laten verlopen. Met een gezamenlijk multidisciplinair overleg, zodat patiënten binnen het netwerk altijd dezelfde zorg met dezelfde hoge kwaliteit ontvangen. Ongeacht waar ze op dat moment in behandeling zijn. De oncologie in Boxmeer krijgt vorm onder de vlag van het Radboud Universitair Centrum voor Oncologie (RUCO). Ook in 2013 zetten we deze intensieve samenwerking voort. Met het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen wordt eveneens op veel gebieden en door veel specialismen samengewerkt. Deze samenwerking kreeg in 2012 een nieuwe dimensie door de opening van een dependance van de afdeling radiotherapie in het CWZ. Hiermee wordt een volgende stap gezet naar het versterken van de verbinding tussen beide ziekenhuizen. In 2013 is deze verbinding onverminderd voortgezet. Met het Maastricht Universitair Medisch Centrum wordt al enige jaren intensief samengewerkt binnen de gezamenlijke apotheek en de kinderchirurgie. Met dit laatste beogen beide UMC’s voor de regio Zuid-Oost Nederland het volledige palet aan specialistische kinderchirurgie op hoog kwalitatief niveau aan te kunnen blijven bieden. Op het gebied van de kinderreumatologie werken we bij het Radboudumc samen met de Sint Maartenskliniek in Nijmegen. In de Sint Maartenskliniek hebben we alle poliklinische zorg (dagbehandeling) voor kinderen met een reumatische aandoening ondergebracht. Dit ziekenhuis is volledig gespecialiseerd in houding en beweging. In het Radboudumc zorgen we voor kinderen die worden opgenomen (klinische zorg) en voor kinderen met systemische auto-immuunziekten. Dit zijn ziekten waarbij niet alleen de gewrichten, maar meerdere organen betrokken zijn. Deze kinderen hebben de zorg nodig van meerdere kindergeneeskundige deelspecialisten. Het Radboudumc is lid van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). De NFU is onderhandelingspartner voor de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Daarnaast ontwikkelt zij gemeenschappelijke beleidsvisies en standpunten over onderwerpen die alle UMC’s aangaan. De NFU onderhoudt daarover contact met de landelijke overheden en koepelorganisaties.

5.4.6 Milieu 5.4.6.1 Energie Het Radboudumc zet zich in om in 2030 energieneutraal te zijn. Dat betekent dat alle benodigde elektriciteit, warmte en koeling opgewekt wordt uit duurzame energiebronnen. Er zijn twee hoofdrichtingen voor het verwezenlijken van deze ambitie. In de eerste plaats door de energievraag te verlagen door technische- en gedragsmaatregelen in de bestaande bouw uit te voeren en nieuwbouw zo energiezuinig mogelijk te realiseren. In de tweede plaats door in de resterende energievraag te voorzien met behulp van duurzame bronnen. Met beschikbare duurzame bronnen op de campus - wind, zon en bodemwarmte in combinatie met de huidige technieken - lijkt het er op dat het niet gaat lukken om zelf al die duurzame energie te winnen. Het Radboudumc wacht niet tot er nieuwe technieken zijn, maar zet zich daadwerkelijk in om meer duurzame energie buiten de campus op te wekken. We beperken ons daarbij niet alleen tot het kopen van groencertificaten.

33


Jaardocument 2013 Radboudumc

In 2013 zijn diverse besparingsmaatregelen getroffen in verlichting, ventilatie en zuinigere apparatuur. Verder is onderzocht wat de mogelijkheden zijn van het gebruik van duurzame energie. Een aantal voorgenomen energiebesparende maatregelen is doorgeschoven naar 2014. Uit het onderzoek naar duurzame energiebronnen blijkt dat het gebruik van diepe aardwarmte is afgevallen. Er is niet voldoende warmte beschikbaar op de gangbare diepte van twee tot vier kilometer. Met de gemeente Nijmegen en netbeheerder Liander wordt onderzocht of het Radboudumc aangesloten kan worden op een uitbreiding van het warmtenet dat gevoed wordt door restwarmte van de afvalverbranding. In 2013 heeft het Radboudumc 1,5% energie efficiencywinst behaald, in plaats van de gewenste 2%. Dit is nog geen reden voor bezorgdheid. Die 2% is een streefgemiddelde en er zijn duidelijke oorzaken aan te wijzen voor het niet halen van het gestelde doel. Zo benutten we bijvoorbeeld nog altijd meer vloeroppervlak dan voor de ingebruikname van de nieuwbouw, omdat de volledige verhuizing en sloop veel tijd vergen. Gas Het gasverbruik voor het Radboudumc was ruim 10 miljoen kubieke meter. Dat is een stijging van 1,5% ten opzichte van 2012. Gelet op de koude en lange winter van begin 2013 zou een stijging van 6% reëler zijn. Deze gerealiseerde ‘besparing’ is het gevolg van het daadwerkelijk buiten gebruik stellen van een aantal gebouwen en ook besparingsactiviteiten op het vlak van de regeling van verwarming en ventilatie.

Miljoenen

Gasverbruik in milj. m3 Radboudumc 13 12,1

12 11,0

11 10

10,0

10,0

2007

2008

9,8

9,9

10,0

2011

2012

2013

9 8 7 6 5

2009

2010

Elektriciteit Het elektriciteitsverbruik is met 2% gedaald. Een stijging van 2 tot 3% per jaar is in de gezondheidszorg meer gangbaar. Het Radboudumc wekt een zeer klein deel van de elektriciteit op met zonnecellen en heeft 35% van haar elektriciteitsgebruik ‘vergroend’. Een deel van deze groene elektriciteit is opgewekt met biomassa in Nederland en een deel door wind- en zonne-energie in diverse Europese landen. Elektriciteitsverbruik in milj. kWh Radboudumc Miljoenen

34

58

56,6

56

55,6

54,4 54 52 50

51,5

51,8

2009

2010

49,7 49,1

48 46 44 42 40

2007

2008

2011

2012

2013


Jaardocument 2013 Radboudumc

35

5.4.6.2 Afval De ontwikkelingen van de belangrijkste afvalstromen zijn weergegeven in onderstaande grafieken. In verband met de leesbaarheid van de grafiek, is het restafval buiten beschouwing gelaten. Deze cijfers zijn wel meegenomen in onderstaande tabel. In de GRI-index is detailinformatie over afval opgenomen. Deze GRI-index is te vinden op de website van het Radboudumc. 400.000

Papier Glas Swill Elektronica afval Grof afval SZA Gevaarlijk afval

350.000

Kilogrammen

300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0

2009

2010

2011

2012

2013

Jaren

Figuur: afvalstromen van Radboudumc 2013 in kg, met uitzondering van restafval Afvalstroom in kg Restafval* Papier* Glas* Swill Elektronica Grof afval* Gedecontamineerd afval Specifiek ziekenhuisafval Gevaarlijk afval Plastic Vertrouwelijke media TOTAAL*

2009 2010 2011 2012 2013 1.568.920 1.562.920 1.566.840 1.444.278 1.343.820 253.011 289.470 295.050 370.760 328.760 36.385 33.836 29.312 32.576 36.989 51.986 51.277 42.075 33.099 18.860 40.421 38.210 40.859 24.331 23.731 90.360 70.930 54.355 31.420 25.680 14.660 16.860 37.280 2920 580 132.332 141.490 145.710 151.910 157.650 75.553 60.343 63.445 52.962 47.928 0 0 0 0 3600 onbekend onbekend onbekend onbekend 980 2.263.628 2.265.336 2.274.912 2.144.256 1.987.948

% 2013 t.o.v. 2012 -7%. -11,3% 13,5% -43,0% -2,5% -18,3% -80,1% 3,8% -10,7%

*De afvalstroom bestaat uit deelstromen, met ieder een eigen verwerkingsmethode. Zie de GRI-index op www.radboudumc.nl/jaardocument voor gedetailleerde informatie.

De totale hoeveelheid afval (1988 ton) is in 2013 afgenomen met 7,3% ten opzichte van 2012. De hoeveelheid restafval is gedaald met 7%. De afgelopen twee jaren hebben we stevig ingezet op het verbeteren van de afvalscheiding met het project BAS: ‘Bewust Afval Scheiden’. In 2012 waren de resultaten duidelijk zichtbaar: een stijging van de recyclebare afvalstromen glas en papier door verbeterde scheiding (verplaatsing van de recyclebare afvalstroom uit het restafval naar de deelstroom). In 2013 is deze stijging op het gebied van papier weer gedaald met 11,2%. Vanuit milieu- en veiligheidsoverwegingen hebben de gevaarlijke afvalstromen - met name specifiek ziekenhuisafval (s.z.a.) - onze speciale aandacht. De hoeveelheid s.z.a. is met 3.8% gestegen. Dit is te verklaren door een wijziging in het beleid van de verwerking van genetisch gemodificeerd afval. In 2013 is besloten om een deel van dit afval niet meer te autoclaveren, maar vanuit veiligheidsoverwegingen direct af te voeren als s.z.a. De dalende trend van swill (keukenafval) heeft zich ook in 2013 doorgezet. Dit is gedeeltelijk te danken aan projecten voor het tegengaan van voedselverspilling (betere afstemming van voedingsaanbod op de wensen van de patiënt).

-7,3%


Jaardocument 2013 Radboudumc

5.4.6.3 Water Het waterverbruik lijkt in 2013 toegenomen te zijn ten opzichte van 2012. Er waren in 2012 problemen met de watermeting. Daardoor nemen we aan dat die metingen niet correct zijn. We zitten in 2013 iets onder het verbruik van 2011. De belangrijkste waterbesparende maatregel in 2013 betrof het verminderen van het waterverbruik in de koeltorens van de koelmachines. Deze techniek zal ook worden toegepast in andere koelcentrales. Op verzoek van gebruikers zijn op diverse plaatsen waterbesparende maatregelen aan wastafelkranen getroffen.

Duizenden

36

400

Watergebruik in m3 Radboudumc 383

350

367

345

336 288

300

273

250 200 150 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

5.4.6.4 Inkoop De circulaire economie draagt bij aan innovatie doordat, in tegenstelling tot de lineaire economie waarin grondstoffen worden omgezet in producten die na verbruik worden vernietigd, het eigenaarschap van de producten bij de leverancier blijft. Het is onmogelijk om als Radboudumc, veelal een kleine schakel in de hele productieketen, een circulaire economie tot stand te brengen. In steeds meer aanbestedingstrajecten dagen wij de leverancier uit om te komen met innovatieve oplossingen die tegemoetkomen aan de circulaire economie. Daarnaast stimuleren wij leveranciers tot het leveren van duurzame producten en diensten door standaardisatie, slimme logistiek, digitaal en lean werken en daarbij eisen te stellen op het gebied van milieu en sociale aspecten. In 2013 zijn resultaten behaald bij de aanbestedingstrajecten horeca, multifunctionals, schoonmaak, kantoormeubilair en vriezers. Bij het aanbestedingsproces van de horeca is onder andere geëist: overname van het personeel van Pluryn en ‘feelgood’-producten, zoals appeltaart van Droom en kruiden uit de kruidentuin in Osdorp waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken. Uitsluitend die kruiden worden gebruikt in de maaltijden van het restaurant. Het traject van de multifunctionals heeft geleid tot een reductie van 2.000 printers tot 700 printers en van 140 modellen naar zeven modellen. Door de introductie van het zogenaamde ‘follow-me-printing’ en het standaard dubbelzijdig printen, neem naar verwachting het papierverbruik met 20% af. In 2014 gaan we onderzoeken hoe we duurzaam inkopen structureel kunnen inbedden in onze processen. 5.4.6.5 Nieuwbouw Bij voorkeur worden bestaande gebouwen hergebruikt als ze goed van structuur zijn. Daardoor hoeven we minder nieuw te bouwen. In de nieuwbouwplannen zetten we in op ‘de groene campus’ en leggen we de lat hoger dan de standaard. We hebben de ambitie om het nieuwe gebouw S te bouwen conform BREEAM niveau excellent. In 2013 heeft de renovatie van het monumentale A-gebouw geleid tot een energielabel A. 5.4.6.6 Incidenten In het Radboudumc onderzoeken we loze brandmeldingen en treffen we maatregelen om loze meldingen te voorkomen. Dit draagt bij aan de overheidsdoelstelling om ongewenste brandmeldingen te beperken. Het aantal brandmeldingen in 2013 (98) nam ten opzichte van 2012 (129) fors af. Dit heeft te maken met een technische aanpassing in de liften van de nieuwbouw, interne brandveiligheidsinspecties en meer aandacht voor het voorkomen van meldingen op de Psychiatrische afdelingen van het Radboudumc en Pro Persona.


Jaardocument 2013 Radboudumc

In 2013 zijn 455 incidenten gemeld bij de meldkamer via de brandmeldinstallatie en/of het alarmnummer 55555. Dit aantal is gelijk aan voorgaande jaren. De meest voorkomende meldingen zijn (loze) brandmeldingen (98), onwelwordingen met ondersteuning van het reanimatieteam (92) en brandlucht- of stankklachten (90). In 2013 was er één kortstondige openbare stroomstoring in het Radboudumc. De noodstroomvoorzieningen hebben hierbij goed gefunctioneerd. Op de afdelingen leidde de stroomuitval tot hinder. De patiëntenzorg is niet in gevaar geweest. In 2013 heeft het Radboudumc twee keer de lozingsnormen voor kwik in het afvalwater overschreden. Na diepgaand onderzoek is de oorzaak waarschijnlijk achterhaald en zijn maatregelen genomen. De resultaten van de laatste twee afvalwater-meetweken lieten geen overschrijdingen zien. Het Radboudumc voert vier afvalwater-meetweken per jaar uit.

37


38

Jaardocument 2013 Radboudumc

6

Bestuur

6.1

Zorgbrede Governancecode

Het Radboudumc is gebonden aan de zorgbrede Governancecode. Hierop zijn enkele uitzonderingen door wettelijke bepalingen over academische ziekenhuizen en de bijzondere taakstelling van de UMC’s. Sinds 2008 is er een eigen governancecode voor de UMC’s die is afgeleid van de zorgbrede governancecode. Het bestuur Stichting Katholieke Universiteit (SKU), als toezichthouder, en de raad van bestuur voeren regulier overleg met elkaar. Aan het begin van het jaar wordt in gezamenlijk overleg een planning gemaakt en vastgesteld. In het kader van informatieoverdracht wordt vastgesteld welke onderwerpen in welke vergadering worden besproken en welke informatie daarvoor beschikbaar is. Het Stichtingsbestuur heeft twee leden met specifieke aandacht voor kwaliteit en veiligheid en twee leden met specifieke aandacht voor de financiële verslaglegging en de interne risico- en beheersingssystemen. Voor beide onderwerpen zijn commissies ingesteld die meer in detail op de materie kunnen ingaan. De regels inzake het bestuur en de inrichting van het Radboudumc en de relatie met de Radboud Universiteit zijn vastgelegd in een zogenoemde structuurregeling. Deze regeling is in 2010 voor het laatst gewijzigd. Een bestuursreglement dat het bestuur en de inrichting van het Radboudumc nader uitwerkt, is in de afrondende fase.

6.2

Cultuur, omgangsvormen en value statement

Good Governance heeft niet alleen betrekking op de verhouding tussen het toezicht, het bestuur Stichting Katholieke Universiteit (SKU) en de raad van bestuur. Het gaat vooral ook over een cultuur die onderlinge toetsbaarheid accepteert en mogelijk maakt. In de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) zijn bepalingen opgenomen die daarop inhaken. Daarnaast zijn er aanvullende regelingen. Bijvoorbeeld de regeling conflicterende belangen om belangenverstrengeling te voorkomen. Ongewenste belangenverstrengeling wordt ook tegengegaan via regelingen rond de UMC St Radboud Holding bv en de afdelings-bv’s, en de regelingen voor commercialiseerbare uitvindingen door medewerkers. Daarnaast is er een klokkenluidersregeling en een regeling voor ongewenste omgangvormen. Verder is beleid en een richtlijn rondom alcohol- en drugsgebruik door medewerkers ingevoerd. Voor het melden van medische kwaliteitsproblemen en dreigende calamiteiten geldt een specifieke regeling. Tot slot is er een gedragsregel rondom het gebruik van internet en e-mail op het werk in een gedragscode (value statement) voor medewerkers van kracht. Deze code is een vertaling van de kernwaarden en competenties die gelden voor medewerkers van het Radboudumc naar richtlijnen voor houding en gedrag.

6.3

Raad van bestuur

Het bestuur Stichting Katholieke Universiteit (SKU) benoemt de leden van de raad van bestuur voor bepaalde tijd. Het college van bestuur benoemt de vicevoorzitter bovendien voor vier jaar tot decaan. Prof. dr. Melvin Samsom is voorzitter van de raad van bestuur. Prof. dr. Paul A.B.M. Smits is decaan en vice-voorzitter. De overige twee leden van de raad van bestuur zijn drs. Cathy C. van Beek MCM -met Patiëntenzorg, Kwaliteit & Veiligheid en (Vervolg)opleidingen in haar portefeuille- en Cees J.H. Buren MBA RC voor Bedrijfsvoering & Financiën. De raad van bestuur overlegt in ieder geval ieder kwartaal met de afdelingshoofden en directeuren afzonderlijk. De voorzitter van de raad van bestuur heeft periodiek overleg met de ondernemingsraad. De voltallige raad van bestuur overlegt maandelijks met het bestuur Stafconvent. De voorzitter van


Jaardocument 2013 Radboudumc

het Stafconvent voert regelmatig bilateraal overleg met het lid van de raad van bestuur dat Kwaliteit & Veiligheid in haar portefeuille heeft. Het overleg met de UMC-Raad wordt in eerste instantie gevoerd door de decaan, omdat dit vooral over onderwijs, opleiding en onderzoek gaat. Het overleg met de Adviesraad Verpleegkundigen & Paramedici (VAR) en met de Patiënten Adviesraad vindt plaats met het lid patiëntenzorg binnen de raad van bestuur.

6.4 Toezicht Stichting Katholieke Universiteit (SKU) Het bestuur Stichting Katholieke Universiteit (SKU) is het toezichthoudend orgaan voor de Radboud Universiteit en het Radboudumc. Het bestuur van de SKU bestaat uit leden met ruime ervaring en deskundigheid in patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs, en financiële bedrijfsvoering. De bijlage van dit jaarverslag biedt een overzicht van de bestuursleden van de SKU en hun andere functies.

6.5 Bedrijfsvoering Binnen het bedrijfsmodel van het Radboudumc legt de afdelingsleiding directe verantwoording af aan de raad van bestuur over de prestaties en resultaten van de afdeling. Dit gebeurt via een jaarlijks Planning & Controlproces. De interne informatie- en rapportagestromen binnen dit proces zien er als volgt uit: • Medio het jaar presenteert de raad van bestuur zijn beleidsvoornemens en het financiële kader voor het komende jaar aan de afdelingen in de kaderbrief. • De afdelingen stellen jaarlijks een strategisch jaarplan op en nemen hierin de kaders van de raad van bestuur op. • Nieuw dit jaar is dat afdelingen hun jaarplan presenteren aan de raad van bestuur en aan andere afdelingen. • Aan het einde van het jaar wordt de begroting door de raad van bestuur vastgesteld en door het bestuur van de SKU goedgekeurd. • Periodiek rapporteren afdelingen aan de raad van bestuur over de werkelijke gang van zaken in relatie tot de begroting. De periodiciteit hiervan is in 2013 gewijzigd. Afdelingen rapporteren maandelijks waar dit voorheen per kwartaal gebeurde. • Vanaf 2013 wordt per trimester een concernrapportage opgesteld. Dit gebeurde voorheen per kwartaal. De concernrapportages worden besproken met het bestuur van de SKU, de banken en met de medezeggenschapsorganen. De externe accountant voert een controle uit op de administratieve processen en het interne beheersingssysteem voor zijn onderzoek naar de jaarrekening. Zijn bevindingen rapporteert hij aan de raad van bestuur en aan het bestuur van de SKU. De interne afdeling Audit&Control voert periodieke controles uit op de kwaliteit van de interne beheersing en doet aanbevelingen ter verbetering. De rapportages van Audit&Control worden besproken met de raad van bestuur.

6.6

Ondernemingsraad (OR)

In 2013 was de ondernemingsraad (OR) nauw betrokken bij de implementatie van Epic en de gevolgen daarvan voor de organisatie en de medewerkers in het Radboudumc . De implementatie is succesvol verlopen, maar het proces is nog lang niet klaar. Na de implementatie is met man en macht gewerkt om voor de patiënten en de medewerkers een veilige omgeving te creëren. Ook in 2014 zal IT-beleid een belangrijk gespreksonderwerp blijven tussen de raad van bestuur en de ondernemingsraad. Verder zijn in 2013 het herpositioneren van de AMD en de samenwerkingsverbanden met UMC Maastricht en het Jeroen Bosch Ziekenhuis in de OR aan de orde geweest.

39


40

Jaardocument 2013 Radboudumc

In 2013 heeft de OR ook enkele initiatiefvoorstellen aan de raad van bestuur aangeboden rond de thema’s ‘duurzaamheid’ en ‘Het Nieuwe Werken’. Beide onderwerpen worden samen met werkgroepen uit de organisatie in 2014 verder ontwikkeld. Ook start de OR in het nieuwe jaar met het evalueren van het Bereikbaarheidsbeleid.

6.7 Stafconvent Het Stafconvent draagt bij aan het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van zorg, waarbij de focus ligt op de kwaliteit en de doelmatigheid van het medisch handelen van de medisch specialisten. Het Stafconvent is een belangrijke gesprekspartner op bestuurlijk niveau en geeft de raad van bestuur - gevraagd en ongevraagd - advies over uiteenlopende onderwerpen. In 2013 adviseerde het Stafconvent onder andere over: • de transmurale samenwerking met de eerste lijn; • het beoordelen van diverse ziekenhuisbreed geldende patiëntenzorggerelateerde documenten; • strategische netwerkvorming met het Jeroen Bosch Ziekenhuis; • het predicaat Principal Clinician; • centralisatie van de opnameplanning en het oprichten van een acute opnameafdeling; • handdesinfectie; • medicatieverificatie bij electieve opnames; • herziening procedure critical audit; • auditrapporten naar aanleiding van audits op afdelingen en thema audits. Het Stafconvent was ook nauw betrokken bij de voorbereiding en invoering van Epic.

6.8 VAR De strategische beleidspunten van het Radboudumc zijn voor de VAR uitgangspunten voor haar adviezen (adviesagenda) aan onder andere de raad van bestuur en de verschillende concernstaven. Deze lijn is medio 2013 ingezet en loopt tot in 2014. In haar adviezen focust de VAR op patiëntveiligheid en professionele deskundigheid. In periodieke overleggen met deze stakeholders gebruikt de VAR de adviesagenda als leidraad voor het toetsen van ontwikkelingen en het geven van informeel advies. Daarnaast hebben VAR-leden (of gedelegeerden) zitting in diverse ziekenhuisbrede commissies. In het begin van 2013 was de NIAZ-accreditatie een belangrijk aandachtspunt met betrekking tot de voorbehouden en risicovolle handelingen. Andere onderwerpen waarover de VAR in 2013 heeft geadviseerd zijn: • Signalering dat de nieuwe financiering niet altijd optimale zorg garandeert door beperking inzet paramedici of verpleegkundig consulenten/specialisten (CS Strategie en RvB). • Advies over aanpassing Auditkader (CS K&V/IWKV). • Ondersteuning beleid rondom Griepvaccinatie. • Vraag voor oriëntatie op beroepsprofielen V&V 2020 en deskundigheid (CS HR en Radboud Zorgacademie). • Vraag voor positionering (FUWAVAZ) en uitvoeringskaders (KWINT) verpleegkundig specialisten (CS HR). • Vraag voor temporisering/afstemming (en beperking omvang) Patiëntveiligheidsbeleid i.v.m. werkdruk en ontwikkeling/implementatie Epic (CS K&V). • Vraag voor (voortgang) aanschaf Learning Management systeem en e-learning (CS K&V en Radboud Zorgacademie).

6.9 UMC-Raad In 2013 adviseerde de UMC-Raad onder andere over de herinrichting van de onderzoeksinstituten, de herziening van de bachelorfase Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen, de wachttijd van studenten na afronding van de bachelor Geneeskunde, de decentrale selectie Biomedische Wetenschappen,


Jaardocument 2013 Radboudumc

de toetsingsservice (als belangrijke voorziening voor de verdere verbetering van kwaliteit van onderwijs), de internationalisering, de Code Conflicterende Belangen, de medische bibliotheek en de begroting. Ook adviseerde de UMC-Raad in 2013 over acht structuurrapporten en onderbouwingen voor leerstoelen en zes voordrachten voor benoemingen van hoogleraren. De UMC-Raad wordt ondersteund door een dagelijks bestuur: de Agendacommissie. Vanuit de Agendacommissie is in 2013 aandacht besteed aan het papierloos werken. Ook in de komende jaren blijft dit een belangrijk aandachtspunt.

6.10 CRAZ In 2013 heeft de CRAZ positief geadviseerd over de netwerksamenwerking met het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, de samenwerking tussen de afdelingen Nucleaire Geneeskunde en Radiologie, en de overdracht van het voordrachtsrecht voor de Klachtencommissie aan de Patiëntenadviesraad Radboudumc (PAR). Door de deelname van beide CRAZ-aandachtspersonen aan de vergaderingen van de PAR zijn medezeggenschap en participatie zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.

6.11 PAR 2013 was het eerste jaar waarin de in 2012 opgerichte Patiëntenadviesraad (PAR) actief was als adviesorgaan van de raad van bestuur. De PAR gaf in 2013 vijf gevraagde en twee ongevraagde adviezen aan de raad van bestuur. Deze waren gericht op beleidsontwikkeling en -implementatie voor persoons­ gerichte zorg, onder andere op het terrein van patiënteninformatie en gebruik van de mogelijkheden van Epic. In 2013 bestond de PAR uit een voorzitter en zeven leden, ondersteund door een ambtelijk secretaris. Ook namen de aandachtspersonen vanuit de CRAZ deel aan de vergaderingen van de PAR.

6.12

Commissie Ethiek

De Commissie Ethiek adviseert de raad van bestuur, gevraagd en ongevraagd, over ethische kwesties. De commissie geeft uitvoerig schriftelijk advies over actuele morele vragen. Ook geeft zij – meestal op aanvraag – kort advies aan verschillende afdelingen in het ziekenhuis. Daarnaast draagt de commissie bij aan het ethisch debat in het Radboudumc. Dat doet ze onder andere door het organiseren van conferenties met een landelijke uitstraling over maatschappelijk relevante ethisch onderwerpen rond gezondheidszorg. In de commissie zitten mensen uit de praktijk, zoals medisch specialisten en verpleegkundigen. Maar bijvoorbeeld ook ethici, juristen en een pastor. In 2013 adviseerde de commissie Ethiek over de volgende activiteiten: • Morele vragen rond prenatale diagnostiek naar aanleiding van concrete casuïstiek in de voort­ plantingsgeneeskunde. • Morele knelpunten rondom risicovoorspellende DNA-diagnostiek en de ontwikkeling en invoering van Non-Invasieve Prenatale Diagnostiek (NIPD). • Recente ontwikkelingen rond actieve levensbeëindiging en de daarmee verbonden morele kwesties; • Media-optredens van zorgverleners in dienst van het Radboudumc. • De plek en verantwoordelijkheid van de Commissie Ethiek zelf en andere structuren en processen van morele deliberatie in de instelling. • Ethische kwesties rond individuele patiënten in verhouding to instellingsverantwoordelijkheid; • Voorbereiding van een landelijke conferentie – in het najaar van 2014 – over de vraag ‘Wie durft er grenzen te stellen in de zorg?’ In 2013 is de Commissie Ethiek gestart met een vernieuwingsproces op weg naar een proactief ethiekbeleid en haar eigen bijdrage hieraan in het Radboudumc. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt met de raad van bestuur. Daarnaast zijn leden van de commissie begonnen met de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek en de betekenis daarvan voor de morele veerkracht van ziekenhuismedewerkers.

41


42

Jaardocument 2013 Radboudumc

7

Verslag toezichthouder

Verslag van het Bestuur Stichting Katholieke Universiteit over het jaar 2013 voor zover betrekking hebbend op zijn toezichthoudende taak op het bestuur van het Radboud universitair medisch centrum Het Bestuur Stichting Katholieke Universiteit is het toezichthoudend orgaan van het Radboudumc. Het Stichtingsbestuur vergaderde in 2013 zes keer met de raad van bestuur. Voor die vergaderingen werd tevens de voorzitter van het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen uitgenodigd. De jaarrekening 2012, het jaarverslag 2012 en de begroting 2014 werden besproken in aanwezigheid van de externe accountant, evenals het Auditplan en de Managementletter. Het Stichtingsbestuur werd geïnformeerd over het complexe traject voor het vaststellen van de jaarrekening en de controle als gevolg van wijziging in de bekostigingssystematiek en de invoering van de DOT. Na kennisname van een aanvullende toelichting, noodzakelijk naar aanleiding van het verplicht vaktechnisch consult van de accountants, heeft het stichtingsbestuur de jaarrekening en het jaardocument goedgekeurd op basis van een positief advies van de Auditcommissie. Met waardering nam het Stichtingsbestuur kennis van de jaarrekening 2012 en de opnieuw verbeterde vermogenspositie van het Radboudumc. Het Stichtingsbestuur blijft niettemin onverminderd met de raad van bestuur van mening dat een verdere versterking van de vermogenspositie en een structurele verbetering van het exploitatieresultaat in de komende jaren geboden is. Het Auditplan 2013 en de opdrachtverstrekking aan de externe accountant werden goedgekeurd op basis van een positief advies van de Auditcommissie. De Managementletter van de externe accountant werd uitvoerig besproken in de Auditcommissie, waar ook de Managementletter van de unit Audit & Control aan de orde was. Gelet op de in 2012 gemaakte afspraken over wijziging van de externe accountant is in 2013 een nieuwe senior partner verwelkomd. Door het Stichtingsbestuur werden tevens de 4- en 8-maandsrapportages besproken. Het Stichtingsbestuur heeft zich ervan vergewist dat bij het Radboudumc een adequaat intern controle- en beheersingssysteem is ingericht. In alle ontmoetingen van het Stichtingsbestuur met de raad van bestuur is de implementatie van het elektronisch patiëntenregistratiesysteem Epic aan de orde geweest. Gesproken werd over de gevolgde werkwijze, de recentste ontwikkelingen, de knelpunten en de oplossingen, waarbij tevens aandacht werd besteed aan de continuïteit van de onderneming, de patiëntveiligheid en de kosten van het totale project. Het Stichtingsbestuur werd periodiek geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen met de zorgverzekeraars, culminerend in het temporiseren van de patiënteninstroom van één specifieke verzekeraar. De in het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord afgesproken maximale groei van 2,5% bleek niet toereikend, omdat het Radboudumc een stijging van het marktaandeel kent. Gezamenlijk werd geconstateerd dat de afspraken met de zorgverzekeraars niet werden gebaseerd op het criterium ‘kwaliteit’. Het Stichtingsbestuur heeft zich bezorgd getoond over het proces dat zou kunnen leiden naar de pensioenovergang van de UMC’s van het ABP naar het Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Het Stichtings­ bestuur heeft besloten dat een voorgenomen besluit van de raad van bestuur op dit punt aan hem ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Behoud van de solide vermogenspositie van het Radboudumc op korte en middellange termijn zal daarbij een belangrijk beoordelingscriterium zijn.


Jaardocument 2013 Radboudumc

43

Naar aanleiding van de toelichting van de raad van bestuur op de herijking van het bouwprogramma en de achtergronden daarvan, is gesproken over de gewijzigde visie van de raad van bestuur op hergebruik van bestaande gebouwen en de inrichting van patiëntenstromen. De herijking leidt tot minder nieuwbouw en een lager investeringskader. De raad van bestuur informeerde het Stichtingsbestuur over knelpunten in de organisatie. Het Stichtings­ bestuur heeft de raad van bestuur met regelmaat bevraagd over de voortgang en ontwikkeling van kwetsbare afdelingen en daarbij geadviseerd over oplossingsrichtingen. De ambities van de raad van bestuur op het gebied van netwerkvorming zijn onveranderd groot. De raad van bestuur heeft het Stichtingsbestuur op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen op het gebied van samenwerking met ziekenhuizen in de regio. Het Stichtingsbestuur verleende goedkeuring aan de samenwerking van het Radboudumc met het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Met belangstelling nam het Stichtingsbestuur kennis van de nieuwe onderzoeksprofilering, die is ingezet door herstructurering van onderzoeksthema’s en onderzoeksinstituten, waarbij de afdelingoverstijgende technology platforms en thema’s elkaar via kruisbestuiving zullen stimuleren. De raad van bestuur verzorgde met enige regelmaat presentaties over actuele onderwerpen: de medische vervolgopleidingen, het patiëntveiligheidsprogramma, het merkenbeleid van het Radboudumc naar aanleiding van de naamswijziging per 1 oktober 2013 en het transparant maken van uitkomsten van zorg. Een delegatie van het Stichtingsbestuur woonde in de juli-vergadering de bespreking bij van de algemene gang van zaken door de raad van bestuur met de ondernemingsraad. In overleg tussen de raad van bestuur, de Ondernemingsraad en het Stichtingsbestuur is besloten tot een nieuwe aanpak van dit – normaliter - halfjaarlijks gesprek, teneinde de dialoog aan diepgang te laten winnen. Voorts heeft een delegatie van het Stichtingsbestuur gesproken met het bestuur van het Stafconvent en met een afvaardiging van de VAR en de PAR. Het gehele Stichtingsbestuur heeft deelgenomen aan een informele bijeenkomst met vertegenwoordigingen van de Ondernemingsraad, de UMC-Raad, het Stafconvent, de PAR en de VAR. In deze door alle partijen positief gewaardeerde bijeenkomst werd aan de hand van een thema nader met elkaar kennisgemaakt en van gedachten gewisseld. Governance, samenstelling Stichtingsbestuur en commissies Het Bestuur Stichting Katholieke Universiteit bestaat uit zeven leden, die worden benoemd door de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Per 1 januari 2013 werd prof.dr. J.C. Stoof benoemd tot lid van het Bestuur Stichting Katholieke Universiteit. Met het oog op het einde van de benoemingstermijn van mw. dr. C.M. Hooymans en de heer dr. W.M. van den Goorbergh per november 2014, zijn in het verslagjaar procedures opgestart teneinde te voorzien in de opvolging van beide leden. In verband met vervroegde terugtreding van de heer dr. Van den Goorbergh als gevolg van bepalingen van de Wet Bestuur & Toezicht, is de heer drs. G.B. Paulides per 4 maart 2014 benoemd tot lid van het bestuur van de Stichting Katholieke Universiteit. De samenstelling van het Stichtingsbestuur en de overige functies van de leden per 31 december 2013 zijn opgenomen in bijlage 9.4 van dit jaardocument. Naar het oordeel van het Stichtingsbestuur wordt middels de samenstelling van het bestuur de in de Governance Code UMC’s vereiste onafhankelijkheid geëerbiedigd. Er bestaat geen belangenverstrengeling tussen de overige activiteiten van de bestuursleden en het bestuurslidmaatschap van de SKU. Geen van de overige activiteiten van de Stichtingsbestuursleden interfereert met de toezichthoudende taken voortvloeiend uit het bestuurslidmaatschap SKU.


44

Jaardocument 2013 Radboudumc

Bestuurlijk

Juridisch

Financieel

Hermans

Van den Goorbergh

Gonçalves

Henneman

Holland

Hooymans

Stoof

Paulides

Onderwijs & Onderzoek

Gezondheidszorgbeleid

∙ ∙

Sociaal beleid ∙

Publicpolicy/ Communicatiebeleid ∙ ∙

∙ ∙

∙ ∙ ∙

Competentiematrix

Toezichtvisie Het Stichtingsbestuur heeft in 2012 een Toezichtvisie geformuleerd, die na bespreking met de raad van bestuur is vastgesteld en op de website is gepubliceerd. Op basis van dit document is ook een Informatieprotocol vastgesteld. In de Toezichtvisie is vastgelegd dat de Profielschets van het Stichtingsbestuur op de website wordt gepubliceerd. De bestuurs- en organisatiestructuur van het Radboudumc voldoen aan de Governancecode UMC’s. Het Stichtingsbestuur kent een Auditcommissie, bestaande uit twee leden met financiële expertise, dr. W. M. van den Goorbergh (oud-plv. voorzitter raad van bestuur Rabobank) en drs. P.C.H.M. Holland (oud-voorzitter KNMG). De Auditcommissie vergaderde in het verslagjaar driemaal, ter voorbereiding van en advisering over de behandeling van de financiële documenten: jaarrekening 2012, de begroting 2014, de kwartaalcijfers en de managementletter van EY. Het Stichtingsbestuur kent een Commissie Kwaliteit & Veiligheid, bestaande uit twee leden: drs. P.C.H.M. Holland (voorzitter) en prof.dr. J.C. Stoof. De commissie bespreekt een breed scala van onderwerpen zoals de NIAZ- en IGZ-rapportages, patiëntveiligheidsprogramma’s, opleidingsvisitaties en calamiteitenmeldingen. Het totaal overzicht van te bespreken documenten is vastgelegd in het informatieprotocol. De Remuneratiecommissie, bestaande uit drs. L.H.L.M.A. Hermans en drs. M.L. Henneman die beiden sociaal beleid in hun portefeuille hebben, voerde de jaargesprekken met de vier leden van de raad van bestuur en rapporteerde daarover aan het Stichtingsbestuur. Voor het bezoldigingsbeleid sluit het Stichtingsbestuur – gelet op de overgangsperiode van de WNT - nog aan bij de Beloningscode voor Bestuurders in de Zorg (BBZ). Omvang en complexiteit van de organisatie zijn leidend voor het niveau waarop de leden van de raad van bestuur worden gehonoreerd. Het Stichtingsbestuur evalueerde zijn eigen functioneren. De resultaten van deze evaluatie zijn besproken met de raad van bestuur. De leden van het Stichtingsbestuur zijn aangesloten bij de NVTZ en de VTOI. Zij nemen op individuele basis deel aan conferenties en workshops op het terrein van good governance.


Jaardocument 2013 Radboudumc

SKU vergaderingen Hermans

5/6

Van den Goorbergh

4/6

Gonรงalves

5/6

Henneman

6/6

Holland

6/6

Hooymans

6/6

Stoof

5/6

Auditcommissie

OR vergadering

3/3

1/1

K&V

1/1 2/3

5/5 5/5

Aanwezigheid bestuursleden bij vergaderingen (Afwezige leden brengen tevoren hun opmerkingen ter kennis van de voorzitter en de secretaris)

Jaarrekening 2013 Radboudumc In zijn vergadering van 23 mei 2014 heeft het Stichtingsbestuur de concept jaarcijfers 2013 van het Radboudumc besproken, mede aan de hand van de rapportage van de Auditcommissie. Op grond van de uitkomsten van landelijk overleg was het voor de externe accountant op dat moment niet mogelijk een goedkeurende verklaring af te geven. De raad van bestuur heeft daarom besloten de vaststelling van de definitieve jaarcijfers uit te stellen. Voortgezet landelijk overleg resulteerde in het uitvoeren van een specifiek assessment, teneinde meer zekerheid te genereren over de omzet 2013. De termijn van dit onderzoek loopt tot uiterlijk 15 december 2014. Op basis van eigen specifieke controles heeft de organisatie van het Radboudumc geconcludeerd dat de mogelijke uitkomsten van het aanvullende onderzoek geen diepgaande invloed hebben op de jaarrekening 2013. Op 4 juli heeft het Stichtingsbestuur, kennis genomen hebbende van de bevindingen van de externe accountant en de raad van bestuur en het jaardocument, goedkeuring verleend aan het jaardocument 2013 van het Radboudumc. Slotwoord De inzet van allen heeft ertoe bijgedragen dat het Radboudumc zich verder goed heeft kunnen ontwikkelen in 2013. Het Stichtingsbestuur dankt de raad van bestuur en de medewerkers van het Radboudumc hiervoor.

45


46

Jaardocument 2013 Radboudumc

8 Jaarrekening 8.1.1 Enkelvoudige balans per 31 december ACTIVA

noot

Vaste activa

31 dec 2013

31 dec 2012

€ x 1.000

€ x 1.000

Immateriële vaste activa

1

41.820

13.819

Materiële vaste activa

2

621.356

644.785

Financiële vaste activa

3

Totaal vaste activa

10.802

8.182

673.978

666.786

12.972

Vlottende activa Voorraden

4

13.047

Onderhanden werk DBC’s

5

8.020

82.084

Vorderingen uit hoofde van bekostiging

6

13.917

13.261

Overige vorderingen

7

344.622

182.643

Liquide middelen

8

11.455

11.117

391.061

302.077

1.065.039

968.863

Totaal vlottende activa Totaal activa PASSIVA Eigen vermogen

9

Kapitaal Collectief gefinancierd gebonden vermogen Niet-collectief gefinancierd vrij vermogen Totaal eigen vermogen

4.430

4.430

139.763

121.412

28.658

28.658

172.851

154.500

Voorzieningen

10

26.598

28.316

Langlopende schulden

11

553.531

596.480

Kortlopende schulden Schulden uit hoofde van bekostiging

6

3.127

12.068

Overige kortlopende schulden

12

308.932

177.499

1.065.039

968.863

Totaal passiva


Jaardocument 2013 Radboudumc

47

8.1.2 Enkelvoudige resultatenrekening noot BEDRIJFSOPBRENGSTEN

2013

2012

€ x 1.000

€ x 1.000

Opbrengsten uit gebudgetteerde zorgprestaties

15

7.689

16.514

Niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC's)

16

8.754

9.050

Omzet DBC's B-segment

17

259.566

75.425

Omzet DBC's A-segment

17

220.600

363.736

Opbrengsten uit hoofde van transitieregeling

6

8.941

-12.068

Subsidies

18

282.547

269.095

Overige bedrijfsopbrengsten

19

169.904

167.012

958.001

888.764

546.057

528.530

Som der bedrijfsopbrengsten BEDRIJFSLASTEN Personeelskosten

20

Afschrijvingen incl. bijzondere waardeverminderingen

21

80.775

57.421

Overige bedrijfskosten

22

288.497

265.284

915.329

851.235

42.672

37.529

-24.321

-24.405

18.351

13.124

Som der bedrijfslasten Bedrijfsresultaat Financiële baten en lasten RESULTAAT BOEKJAAR

23


48

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.1.3 Enkelvoudig kasstroomoverzicht

KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN: Bedrijfsresultaat

2013

2012

€ x 1.000

€ x 1.000

42.672

37.529

80.775

57.421

Aanpassingen voor: Afschrijvingen en waardeverminderingen Mutatie voorraden Mutatie onderhanden werk DBC’s Mutatie vorderingen

-75

-983

104.064

-14.385

-161.979

17.049

Mutatie voorzieningen

-1.718

6.805

Mutatie kortlopende schulden

92.492

-112.019

113.559

-46.122

603

731

-26.521

-24.766

Ontvangen rente Betaalde rente Ontvangen dividend

423

-

-25.495

-24.035

130.736

-32.618

(Des)investeringen in immateriële vaste activa

-24.851

-13.819

(Des)investeringen in materiële vaste activa

-54.947

-50.120

(Des)investeringen in financiële vaste activa

-2.373

18

-82.171

-63.921

-

127.000

Kasstroom uit operationele activiteiten KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN:

Kasstroom uit investeringsactiviteiten KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN: Opnamen langlopende leningen Aflossing langlopende leningen

-48.227

-19.363

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

-48.227

107.637

338

11.098

MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN


Jaardocument 2013 Radboudumc

49

8.1.4 Toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening Grondslagen voor financiële verslaggeving

Algemeen Het Radboudumc is een centrum voor patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek en is gevestigd te Nijmegen. Het Radboudumc is samen met de Radboud Universiteit Nijmegen onderdeel van de Stichting Katholieke Universiteit te Nijmegen. Het Radboudumc heeft geen eigen rechts­persoonlijkheid, maar stelt als zorginstelling op basis van artikel 7 lid 3 van de Regeling verslaggeving WTZi een jaarrekening op. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi, waaronder de richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en in het bijzonder hoofdstuk 655 van deze richtlijnen. De jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling. Het opstellen van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van de grondslagen van waardering en resultaatbepaling. De schattingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schattingen worden herzien en in de toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Alle bedragen zijn in € x 1.000, tenzij anders vermeld.

Grondslagen van waardering van activa en passiva

Algemeen De basis voor het opstellen van de jaarrekening is historische kostprijs. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. Toelichtingen op posten in de balans, de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd. Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa worden verantwoord tegen historische kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Geactiveerde ontwikkelkosten van software worden lineair in 7 jaar afgeschreven. Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden verantwoord tegen historische kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Op de materiële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van geschatte economische gebruiksduur. De gebruiksduur is: • Bedrijfsgebouwen en terreinen • Machines en installaties • Andere vaste bedrijfsmiddelen

40-50 jaar, 20 jaar en 10 jaar 20 jaar 20 jaar, 10 jaar en 5 jaar

A fonds perdu subsidies worden in mindering gebracht op de investeringen. Kosten van groot onderhoud worden verwerkt in de boekwaarde van de materiële vaste activa indien wordt voldaan aan de criteria voor verwerking in de balans. Indien niet wordt voldaan aan de criteria worden deze kosten direct ten laste van het resultaat gebracht.


50

Jaardocument 2013 Radboudumc

Financiële vaste activa Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd op netto-vermogenswaarde volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de grondslagen van het Radboudumc. Indien deze gegevens onvoldoende beschikbaar zijn, worden de deelnemingen tegen het zichtbare eigen vermogen gewaardeerd. Overige financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Bijzondere waardeverminderingen vaste activa Op balansdatum wordt de boekwaarde van de vaste activa beoordeeld op aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen. Indien een dergelijke aanwijzing aanwezig is wordt de realiseerbare waarde bepaald op basis van een berekening van de bedrijfswaarde. Op het moment dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde van de vaste activa wordt een waardevermindering als verlies in de resultatenrekening verantwoord. Waardeverminderingen uit voorgaande jaren worden teruggenomen indien deze niet meer bestaan of verminderd zijn. Voorraden Ingekochte voorraden worden gewaardeerd tegen de laatst betaalde inkoopprijs onder aftrek van een voorziening voor incourantheid. Zelfvervaardigde geneesmiddelen worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs. De vervaardigingsprijs wordt bepaald door de inkoopprijs van grond- en hulpstoffen en de direct toerekenbare productiekosten. Onderhanden werk DBC’s Het onderhanden werk DBC’s wordt gewaardeerd tegen de opbrengstwaarde van de afgeleide DBC op basis van de uitgevoerde verrichtingen per balansdatum. Ontvangen voorschotten van de zorgverzekeraars en verwachte verliezen worden hierop in mindering gebracht. Onderhanden werk contractonderzoek Het onderhanden werk met betrekking tot onderzoeksprojecten wordt gewaardeerd tegen de gerealiseerde projectkosten onder aftrek van de ontvangen subsidiegelden en eigen projectbijdragen. De eigen projectbijdragen worden naar rato van de gemaakte subsidiabele projectkosten in de resultatenrekening verantwoord. Verwachte verliezen, anders dan de begrote eigen projectbijdragen, worden direct in de resultatenrekening verantwoord. Financiële instrumenten Primaire financiële instrumenten omvatten vorderingen, effecten, liquide middelen, leningen en overige schulden. Deze financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Afgeleide financiële instrumenten omvatten rentederivaten. De rentederivaten zijn direct gekoppeld aan de onderliggende leningen. Er is sprake van een volledig effectieve hedge-relatie. De rentederivaten worden volgens de methode van kostprijshedge-accounting verwerkt. Volgens deze methode worden tussentijdse ontwikkelingen in marktwaarden van derivaten niet in het resultaat verwerkt. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen per balansdatum waarvan de omvang of het moment van afwikkelen onzeker is, maar op een betrouwbare wijze kunnen worden geschat. Voorzieningen inzake personeelsbeloningen, zoals jubileumuitkeringen, worden gewaardeerd tegen contante waarde van de uitgaven die volgens de beste schatting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichting per balansdatum af te wikkelen. Overige voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde van de uitgaven die volgens de beste schatting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichting per balansdatum af te wikkelen.


Jaardocument 2013 Radboudumc

51

Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen Baten en lasten worden verwerkt wanneer zij zich voordoen en worden verwerkt in de periode waarop zij betrekking hebben. Bij de toerekening van baten en lasten wordt voorzichtigheid betracht. Dat wil zeggen dat winsten worden opgenomen voor zover zij verwezenlijkt zijn en verliezen worden verwerkt wanneer zij bekend zijn. Baten en lasten uit voorgaande jaren worden verantwoord in de eerstvolgende jaarrekening die na het moment van constateren wordt opgemaakt. Pensioenen De aan het pensioenfonds verschuldigde premies worden als last in de resultatenrekening verantwoord. Voor zover nog premies dienen te worden betaald of premies reeds zijn vooruit betaald, wordt hiervoor respectievelijk een schuld of overlopend actief in de balans opgenomen. Het Radboudumc heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Het Radboudumc is aangesloten bij het pensioenfonds ABP. De opbouw van pensioen gebeurt op basis van een middelloonregeling. De indexatie van pensioenen is voorwaardelijk. De dekkingsgraad van het pensioenfonds per jaareinde 2013 bedroeg 105,9% en voldeed aan de minimale eis van DNB van 105%. In 2014 is door de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU) overleg gevoerd over het principe akkoord uit 2013 inzake de pensioenovergang van UMC’s van het ABP naar het pensioenfonds PFZW met een mogelijke afkoopsom tot gevolg. De vakcentrales en DNB hebben geen goedkeuring gegeven aan de overgang, waardoor per ultimo 2013 geen verplichting bestond ten aanzien van een eventuele afkoop.

Grondslagen van segmentering

Het Radboudumc heeft in afwijking van richtlijn RJ 655.342 de resultatenrekening niet gesegmenteerd naar operationele segmenten, omdat in de inrichting van het bedrijf een hoge mate van verbondenheid bestaat tussen de kernactiviteiten: patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.


52

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.1.5 Toelichting op de enkelvoudige balans 1. Immateriële vaste activa 2013

2012

Stand per 1 januari

13.819

-

Investeringen

30.035

13.819

Afschrijvingen en waardeverminderingen

-2.034

-

Totaal immateriële vaste activa

41.820

13.819

Vanaf 2012 worden de ontwikkelkosten voor de nieuwe ICT infrastructuur geactiveerd. In het laatste kwartaal van 2013 is het nieuwe EPD in gebruikgenomen. De cumulatieve afschrijvingen bedragen € 2 miljoen.

2. Materiële vaste activa bedrijfsgebouwen en -terreinen €

machines en installaties €

andere vaste bedrijfsmiddelen €

in uitvoering en vooruitbetalingen €

totaal

428.660

247.476

481.053

27.351

1.184.540

Stand per 1 januari: Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Boekwaarde

-122.599

-106.743

-278.919

306.061

140.733

202.134

27.351

-508.261 676.279

Af: investeringssubsidie

-31.494

Boekwaarde per 1 januari

644.785

Mutaties 2013: Investeringen

2.498

2.208

30.015

Afschrijvingen incl. bijzondere waarde­ verminderingen

20.225

54.946

-19.270

-10.468

-51.319

-

-81.057

Saldo mutaties

-16.772

-8.260

-21.304

20.225

-26.111

Stand per 31 december: Aanschafwaarde cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Boekwaarde

428.654

237.900

377.915

47.576

1.092.045

-139.365

-105.427

-197.085

-

-441.877

289.289

132.473

180.830

47.576

650.168

Af: investeringssubsidie

-28.812

Boekwaarde per 31 december

621.356

In 2013 is de administratie van de vaste activa beoordeeld en opgeschoond voor volledig afgeschreven activa. Voor een specificatie van de uitsplitsing van de materiële vaste activa op basis van de bekostigingsregels wordt verwezen naar het aparte mutatieoverzicht dat in hoofdstuk 8.3.1 is opgenomen. In 2013 is een bedrag van € 8,5 miljoen afgeboekt op gebouwen die in 2014 en 2015 gesloopt worden in verband met nieuwbouw. Daarnaast is een bedrag van € 5,2 miljoen afgeboekt op bedrijfsmiddelen waarvan is ingeschat dat deze onvoldoende toekomstig economisch voordeel opleveren.


Jaardocument 2013 Radboudumc

53

3. Financiële vaste activa deelneming in groepsmaatschappijen

vorderingen op groepsmaatschappijen

totaal

Stand per 1 januari:

6.353

1.829

8.182

Resultaat

1.493

-

1.493

Dividenduitkering

-423

-

-423

Kapitaalstorting

2.373

-

2.373

Aflossing lening

-

-823

-823

9.796

1.006

10.802

Stand per 31 december

De kapitaalstortingen bestaan voornamelijk uit een subsidie die is ingebracht in dochtermaatschappij RTM B.V. waar de gesubsidieerde investering is ondergebracht en uit een vordering op de Holding B.V. die in 2013 is omgezet in een kapitaalstorting. De overige vordering bestaat uit een rentevrije achtergestelde lening aan Centrum voor chronische ziekten Dekkerswald B.V. De achterstelling loopt tot jaareinde 2015.

4. Voorraden 2013

2012

12.651

12.436

Overige voorraden

396

536

Totaal voorraden

13.047

12.972

2013

2012

Medische middelen

5. Onderhanden werk DBC’s

Onderhanden werk DBC's A-segment

32.015

120.793

Onderhanden werk DBC's B-segment

71.968

29.000

Onderhanden werk GGZ

3.990

4.181

Af: ontvangen voorschotten

-85.307

-62.669

Af: voorziening onderhanden werk

-14.646

-9.221

Totaal onderhanden werk DBC’s

8.020

82.084

Voorschotten De structurele voorschotten van verzekeraars zijn in mindering gebracht op het onderhanden werk DBC’s. Daarnaast zijn incidentele voorschotten ontvangen voor het niet tijdig kunnen declareren vanwege het ontbreken van tarieven en vanwege systeemproblemen in de facturering. Deze incidentele voorschotten bedragen € 88 miljoen en zijn als kortlopende schulden gepresenteerd. Voorziening onderhanden werk De voorziening onderhanden werk betreft de verwachte overschrijding op de plafondafspraken met verzekeraars. Zorgtrajecten kennen een doorlooptijd van enkele maanden tot een jaar. Om te bepalen of de totale zorglevering binnen de plafondafspraken blijft dient een inschatting te worden gemaakt van de nog te leveren zorg van trajecten die in het volgende boekjaar doorlopen. Bij een verwachte overschrijding wordt per jaareinde een voorziening gevormd.


54

Jaardocument 2013 Radboudumc

6. Vorderingen en schulden uit hoofde van bekostiging Specificatie vorderingen uit hoofde van financieringstekort t/m 2010

2011

2012

2013

636

11.226

1.399

-

13.261 2.396

Stand per 1 januari: Financieringsverschil boekjaar

totaal

-

-

-

2.396

-134

-

-20

-

-154

Betalingen/ontvangsten

-

-1.586

-

-

-1.586

Saldo per 31 december

502

9.640

1.379

2.396

13.917

Correcties voorgaande jaren

Het financieringsverschil boekjaar heeft voor € 1,9 miljoen betrekking op GGZ en voor € 0,5 miljoen op het centrum voor bijzondere tandheelkunde. Specificatie schulden uit hoofde van transitieregeling

2013

2012

357.096

357.096

Af: A omzet (inclusief overloop, OVP en Add-on)

-157.010

-212.006

Af: B nieuw (binnen transitiemodel = B-2013) honorariumomzet loondienst met vergoeding in schaduwbudget in B nieuw

-201.981

-157.792

-1.895

-12.702

95% van de berekening over 2012

-1.800

-12.068

70% van de berekening over 2013

-1.327

-

Schuld uit hoofde van transitieregeling

-3.127

-12.068

Schaduwbudget (op basis van afspraken met verzekeraars)

Transitiebedrag Waarvan gepresenteerd als:

De transitieregeling is ingevoerd om een geleidelijke overgang van budgetbekostiging naar prestatiebekostiging mogelijk te maken. Hiertoe is voor boekjaar 2012 het verschil berekend tussen het budget op basis van oude parameters en de DBC-omzet op basis van prestatieafspraken met verzekeraars. Het verschil wordt voor 95% in 2012 en voor 70% in 2013 verrekend met het transitiefonds. De voorlopige berekening uit de jaarrekening 2012 kende een aantal onzekerheden waarvoor een schatting is opgenomen. Dit betrof vooral de toerekening van de plafondafspraken aan boekjaar 2012 en aan het gereguleerde segment. De voorlopige berekening resulteerde in een verwachte terugbetaling aan het transitiefonds van € 12 miljoen. De berekening is in 2014 opnieuw uitgevoerd op basis van de gerealiseerde omzetgegevens over 2012. Hieruit blijkt dat het verschil tussen de gerealiseerde omzet en het oude budget beperkter is dan in eerste instantie werd ingeschat, waardoor de uiteindelijke terugbetaling aan het transitiefonds € 3 miljoen bedraagt. Conform de huidige richtlijnen wordt het transitiebedrag ultimo 2014 door de NZa definitief vastgesteld.


Jaardocument 2013 Radboudumc

55

7. Overige vorderingen 2013

2012

66.584

31.600

253.849

123.707

Vorderingen op groepsmaatschappijen

5.487

15.471

Vooruitbetaalde bedragen

4.790

3.847

13.912

8.018

344.622

182.643

Debiteuren Nog te factureren omzet DBC's

Overige vorderingen Totaal overige vorderingen

Op de debiteuren is een voorziening voor oninbaarheid van € 0,7 miljoen in mindering gebracht (2012: € 0,7 miljoen). De stijging van de post nog te factureren omzet wordt vooral verklaard door de invoering van het nieuwe EPD waardoor tijdelijk niet kon worden gefactureerd.

8. Liquide middelen 2013 Bankrekeningen Kassen Totaal liquide middelen

De liquide middelen zijn direct opeisbaar.

2012

11.406

11.083

49

34

11.455

11.117


56

Jaardocument 2013 Radboudumc

9. Eigen vermogen Saldo per 1 jan 2013 €

Resultaatbestemming €

Overige mutaties €

Saldo per 31 dec 2013 €

4.430

-

-

4.430

Reserve aanvaardbare kosten Patiëntenzorg

21.806

16.848

-

38.654

Reserve aanvaardbare kosten Onderzoek&Onderwijs

11.230

-1.517

-

9.713

Bestemmingsreserve kapitaalslasten OC&W

73.881

2.849

-

76.730

Kapitaal Collectief gefinancierd gebonden vermogen:

Bestemmingsreserve afschrijvingen

14.494

171

-

14.665

121.411

18.351

-

139.762

Algemene reserve Patiëntenzorg

15.094

-

-

15.094

Algemene reserve Onderzoek&Onderwijs

13.565

-

-

13.565

Saldo niet-collectief gefinancierd vrij vermogen

28.659

-

-

28.659

154.500

18.351

-

172.851

Saldo collectief gefinancierd gebonden vermogen Niet-collectief gefinancierd vrij vermogen:

Totaal eigen vermogen

Het resultaat boekjaar is verwerkt als voorstel tot resultaatbestemming. De besluitvorming omtrent de definitieve bestemming vindt plaats nadat de jaarrekening is opgemaakt. De onderverdeling van het resultaat naar de segmenten Patiëntenzorg en Onderzoek& Onderwijs vindt plaats op basis van een interne verdeelsleutel die in samenspraak tussen het Radboudumc en de Radboud Universiteit Nijmegen is opgesteld. Specificatie aansluiting eigen vermogen met groepsvermogen Saldo per 1 jan 2013 €

Resultaat €

Saldo per 31 dec 2013 €

154.500

18.351

172.851

Stichting Klinisch Genetisch Centrum Nijmegen en omstreken

4.675

2.419

7.094

Stichting Prenatale Screening regio Nijmegen

1.116

-24

1.092

260

11

271

2

-2

-

-42

20

-22

-

402

402

160.511

21.177

181.688

Eigen vermogen

Stichting Stamceldonorbank Europdonor Nijmegen Stichting Patiënten Fonds Stichting Universitair Gezondheidscentrum Heyendael Stichting Parkinsonnet Groepsvermogen

Het verschil tussen het eigen vermogen en resultaat volgens de enkelvoudige jaarrekening en het groepsvermogen en resultaat (exclusief aandeel derden) volgens de geconsolideerde jaarekening wordt verklaard door de stichtingen die in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen.


Jaardocument 2013 Radboudumc

57

10. Voorzieningen Saldo per 1 jan 2013 €

Dotatie €

Saldo per 31 dec 2013 €

14.190

17.322

11.485

553

19.474

Onverzekerde aansprakelijkheid

2.745

561

211

-

3.095

Reorganisatie

3.648

1.278

3.144

-

1.782

Materiële controles

7.437

162

7.437

-

162

296

2.085

-

296

2.085

28.316

21.408

22.277

849

26.598

Personele voorzieningen

Juridische geschillen Totaal voorzieningen

Onttrekking

Vrijval

looptijd minder dan 1 jaar

4.000

looptijd tussen 1 en 5 jaar

19.000

looptijd langer dan 5 jaar

3.000

De personele voorzieningen hebben betrekking op het eigen (en bovenwettelijke) risico WW van € 11 miljoen, het persoonlijk budget van € 6,0 miljoen, jubileumuitkeringen van € 2,2 miljoen en de seniorenregeling van € 0,3 miljoen. De voorziening eigen risico WW is met € 5,7 miljoen toegenomen als gevolg van een aanpassing van de parameters voor de verwachte uitstroom en de hogere verwachte pensioenleeftijd. De voorziening onverzekerde aansprakelijkheid heeft betrekking op het eigen risico op medische claims van € 3,1 miljoen. De reorganisatievoorziening heeft betrekking op trajecten uit het verleden waarvan de afwikkeling momenteel plaatsvindt. De dotatie in 2013 heeft betrekking op een aantal organisatieaanpassingen binnen het servicebedrijf ten aanzien van vastgoed en ICT. Vanaf 2013 wordt niet langer een voorziening voor materiële controles opgenomen zolang wij verwachten dat de overschrijding op de productieafspraken met verzekeraars hoger is dan het verwachte te corrigeren bedrag aan materiële controles. De voorziening per balansdatum 2012 is gerubriceerd onder het onderhanden werk DBC’s (noot 5). De voorziening per jaareinde 2013 heeft betrekking op de GGZ. Aan de voorziening juridische geschillen is een bedrag van € 2 miljoen gedoteerd in verband met een aantal lopende procedures.


58

Jaardocument 2013 Radboudumc

11. Langlopende schulden consortium

overig

475.950

120.530

596.480

Bij: nieuwe leningen

-

3.589

3.589

Af: aflossingen

-

-729

-729

Af: aflossingen komend boekjaar

-

-6.455

-6.455

Stand per 1 januari

Bij: amortisatie transactiekosten

totaal

105

-

105

Herclassificatie

-27.000

-12.459

-39.459

Stand per 31 december

449.055

104.476

553.531

looptijd minder dan 1 jaar

-

6.455

6.455

looptijd tussen 1 en 5 jaar

-

25.820

25.820

449.055

72.201

521.256

looptijd langer dan 5 jaar

Op de leningen met het bankenconsortium wordt niet tussentijds afgelost (zogenaamde bullets). De overige financiering betreffen lineair aflossende leningen. De nieuwe lening heeft betrekking op de betalingsverplichting voor de licentiekosten van het nieuwe EPD. De overeenkomst met het consortium stelt minimumeisen aan de solvabiliteit en aan de capaciteit om aan de renteverplichting te kunnen voldoen. Per balansdatum is aan deze eisen voldaan. De effectieve rente op de leningen in 2013 bedroeg 4,7% (2012: 4,7%). Voor een toelichting op het renterisico verwijzen wij naar de toelichting op de financiële risico’s (noot 13). De aflossingen voor komend boekjaar worden onder de kortlopende schulden gepresenteerd. De herclassificatie heeft betrekking op een kasgeldfaciliteit die onder de kortlopende schulden is gepresenteerd en een bankrekening voor investeringsuitgaven die onder de liquide middelen is opgenomen. De controleverklaring bij de jaarrekening bevat een beperking als gevolg van de landelijke onzekerheden in de omzetverantwoording. Het Radboudumc voldoet hierdoor niet aan de contractbepaling van het consortium dat de jaarrekening een goedkeurende verklaring bevat. Het consortium heeft een formele acceptatie verstrekt van het niet nakomen van deze bepaling voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015 (een zogenaamde waiver). Hiermee blijft de continuïteit van de financiering gewaarborgd.

Specificatie overige bankfaciliteiten limiet faciliteit

2013

90.000

-

29.891

Kasgeld

100.000

18.000

27.000

Totaal

190.000

18.000

56.891

Rekening-courant

2012

Binnen de overeenkomst met het consortium heeft het Radboudumc de beschikking over een faciliteit van € 90 miljoen voor financiering van werkkapitaal en een faciliteit van € 100 miljoen voor voorfinanciering van investeringen. Opgenomen bedragen per balansdatum worden gepresenteerd onder de kortlopende schulden.


Jaardocument 2013 Radboudumc

59

12. Overige kortlopende schulden 2013

2012

Schulden aan banken

18.007

17.434

Incidentele voorschotten verzekeraars

88.131

-

Crediteuren

34.024

28.126

Terugbetaling plafondoverschrijding 2012

30.000

-

7.946

6.351

28.276

31.289

Aflossingsverplichtingen langlopende leningen Belastingen en sociale premies Schulden terzake pensioenen

8.429

7.752

Reservering vakantiegeld

16.703

16.509

Reservering vakantiedagen

14.801

12.687

Onderhanden werk contractonderzoek

29.235

28.098

Vooruitontvangen bedragen

15.522

15.127

Overige schulden

17.858

14.126

308.932

177.499

Totaal overige kortlopende schulden

Vanaf 2013 worden incidentele voorschotten van verzekeraars onder de kortlopende schulden gepresenteerd. In 2012 werden deze in mindering gebracht op de vorderingen. De gerealiseerde overschrijding op de afspraken met verzekeraars over 2012 wordt naar verwachting in de loop van 2014 terugbetaald. Specificatie onderhanden werk contractonderzoek gerealiseerde projectkosten €

Af: eigen bijdrage €

Af: verwerkte verliezen €

Af: gedeclareerde termijnen €

totaal

projecten met een creditsaldo

-130.774

11.998

3.094

170.617

54.935

projecten met een debetsaldo

-119.191

9.508

2.864

81.119

-25.700

Saldo per 31 december

-249.965

21.506

5.958

251.736

29.235


60

Jaardocument 2013 Radboudumc

13. Financieel risicomanagement

Risicomanagement In de dagelijkse bedrijfsactiviteiten wordt het Radboudumc blootgesteld aan financiële risico’s. De belangrijkste hiervan zijn het renterisico en het liquiditeitsrisico. De treasury activiteiten van het Radboudumc zijn erop gericht om deze risico’s te beheersen. Renterisico Het renterisico doet zich vooral voor op de rentedragende langlopende leningen. Het risico van een variabele rente is voor een groot deel afgedekt met renteswaps. De modaliteiten van deze derivaten sluiten exact aan bij de afgedekte leningen, zodat er sprake is van een volledig effectieve hedge-relatie. Op dit moment genereren de derivaten een negatieve kasstroom omdat de huidige marktrente lager is dan op het moment toen de rente met de swaps werd vastgezet. Hierdoor hebben de renteswaps een negatieve marktwaarde van € 51 miljoen (2012: € 83 miljoen negatief). In onderstaande tabel zijn de derivaten nader gespecificeerd: Specificatie derivaten

hoofdsom

te ontvangen rente

te betalen rente

einddatum contract

marktwaarde per 31 dec 13

Renteswap faciliteit A

150.000

3M Euribor

3,54%

31-12-23

-22.149

Renteswap faciliteit B

100.000

3M Euribor

3,66%

31-12-25

-16.132

Renteswap faciliteit C

100.000

3M Euribor

3,73%

31-12-27

-17.178

Renteswap faciliteit D

100.000

3M Euribor

2,24%

31-12-30

4.122 -51.337

Er is geen bijstortverplichting op derivaten met een negatieve marktwaarde (zogenaamde margin calls). De derivaten bevatten break clausules die een kasstroomrisico met zich meebrengen. De clausules geven de banken het recht om de renteswaps op vastgestelde datums tussentijds af te wikkelen. Dit kan tot een betalingsverplichting leiden. Het eerstvolgende moment is april 2016. Met de banken hebben wij een contractuele plicht om de leningen met renteswaps af te dekken. Het risico dat de banken de break clausules zullen effectueren achten wij daarom laag. Liquiditeitsrisico De contracten 2013 met de verzekeraars zijn aan het einde van het derde kwartaal rondgekomen. Als gevolg hiervan heeft het Radboudumc over de eerste drie kwartalen geen declaraties over 2013 kunnen indienen. Het financieringstekort dat hierdoor is ontstaan is met incidentele voorschotten van verzekeraars en met kredietfaciliteiten van de banken opgevangen. Voor 2014 worden tijdig contracten met verzekeraars gesloten. Er wordt dan ook een beperkt liquiditeitsrisico voor 2014 verwacht.


Jaardocument 2013 Radboudumc

61

14. Niet in de balans opgenomen regelingen

Het Radboudumc heeft in het verleden vanuit de DHAZ regeling een recht opgebouwd om investeringen te doen. Dit recht bedraagt per balansdatum € 257 miljoen (waarvan € 13 miljoen voor instandhouding). Met de overgang naar de prestatiebekostiging is het DHAZ kader komen te vervallen. In hoeverre het opgebouwde recht in de toekomst gegarandeerd blijft is onzeker. De overgangsregelingen kapitaallasten voor UMC’s zijn op dit moment nog in behandeling. De contractuele meerjarige financiële verplichtingen hebben per balansdatum een omvang van € 17 miljoen (2012: € 18 miljoen). Hiervan heeft ongeveer de helft een looptijd langer dan een jaar. De meerjaren verplichtingen hebben vooral betrekking op bouw en logistieke diensten. Het macrobeheersingsinstrument is een maatregel waarmee de minister van VWS overschrijdingen op het budgettaire kader ziekenhuizen (BKZ) met terugwerkende kracht kan terugvorderen. Op dit moment bestaat geen inzicht in hoeverre het budgettaire kader is overschreden en of hieruit een toekomstige verplichting voortvloeit. Het bankenconsortium heeft hypotheekrecht tot een bedrag van € 600 miljoen op het onroerend goed. Daarnaast heeft het consortium pandrecht op vorderingen en roerende zaken gevestigd. Het Radboudumc heeft uit hoofde van de Stichting Katholieke Universiteit voor een totaalbedrag van € 3,7 miljoen aan zekerheid gesteld in de vorm van garantstellingen en achtergestelde leningen aan dochtermaatschappijen. Het Radboudumc vormt een fiscale eenheid met de aan de Stichting Katholieke Universiteit verbonden dochtermaatschappijen. Alle rechtspersonen binnen deze eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor elkaars omzetbelastingschulden.


62

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.1.6 Toelichting op de enkelvoudige resultatenrekening 15. Opbrengsten uit gebudgetteerde zorgprestaties 2013

2012

Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Zvw-zorg

1.847

10.451

Beschikbaarheidsbijdragen

5.842

6.063

Totaal

7.689

16.514

Vanaf 2013 is het wettelijk budget voor de GGZ van € 7,8 miljoen overgeheveld naar de prestatiebekostiging. Het resterende wettelijk budget heeft betrekking op het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde.

16. Niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC’s) 2013

2012

Opbrengsten in opdracht van andere instellingen

7.343

7.257

Overige niet-gebudgetteerde zorgprestaties

1.411

1.793

Totaal

8.754

9.050

2013

2012

17. Omzet DBC’s

Gefactureerde omzet DBC's B-segment

276.689

19.111

Mutatie onderhanden werk DBC’s B-segment

-17.123

56.314

Totaal

259.566

75.425

2013

2012

Gefactureerde omzet DBC's A-segment

96.525

188.528

Mutatie onderhanden werk DBC's A-segment

-7.800

159.676

111.942

7.030

19.933

8.502

220.600

363.736

Binnen het B-segment vindt volledig vrije prijsvorming plaats.

Gefactureerde omzet add-on Gefactureerde omzet zorgproducten OVP Totaal

Binnen het A-segment worden maximale tarieven door de NZa vastgesteld.

Toelichting landelijke onzekerheden omzetverantwoording 2013 Handreiking omzetverantwoording: systeemcomplexiteit leidt tot generieke onzekerheden Bij het bepalen van de DBC-omzet 2013 en de opbrengsten uit hoofde van transitieregeling heeft het Radboudumc de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling gevolgd zoals deze in hoofdstuk 8.1.4 zijn beschreven. Tevens zijn de handreikingen omzetverantwoording die over 2013 door het ministerie van VWS zijn vastgesteld toegepast. Evenals in 2012 is door de systeemcomplexiteit en landelijke problematiek sprake van onzekerheden in de omzetverantwoording 2013 van alle algemene ziekenhuizen en UMC’s. Een groot deel van deze problematiek heeft betrekking op normonduidelijkheid in registratie- en declaratieregels.


Jaardocument 2013 Radboudumc

63

De onzekerheden waarvan sinds 2012 sprake is worden veroorzaakt door de gelijktijdige invoering van prestatiebekostiging, DOTproductstructuur en nieuwe wijze van contracteren met zorgverzekeraars. Diverse van de in 2012 gesignaleerde problemen rond de omzetverantwoording gelden nog steeds, werken door of zijn doorontwikkeld in 2013 en geven aanleiding tot nieuwe of gecontinueerde onzekerheden in de verantwoording en in de interne controle over 2013. Deze onzekerheden doen zich voor in combinatie met deels open normen voor registratie en facturering die gedurende en na afloop van het boekjaar met terugwerkende kracht nader zijn geduid door de regelgever en intensivering van formele en materiële controles over 2013 en voorgaande jaren door de betrokken zorgverzekeraars. Het met terugwerkende kracht volledig voldoen aan achteraf vastgestelde nadere duidingen is praktisch niet mogelijk en de consequenties zijn niet in alle gevallen betrouwbaar in te schatten. Deze onzekerheden in de opbrengstverantwoording worden, in tegenstelling tot vorig jaar, in belangrijke mate niet meer gedempt door de werking van het transitiesysteem, aanneemsommen en het ruim overschrijden van plafonds. Vanuit bovenstaande zijn diverse risico’s en onzekerheden geïdentificeerd. De Raad van Bestuur heeft naar beste weten schattingen opgesteld, maar constateert dat het risico van de omzetbepaling door de landelijke situatie inherent voor 2013 een hoger risico kent dan normaal, hetgeen kan leiden tot bijstellingen van de omzet in 2014 of later met mogelijke nagekomen baten en lasten en/of verschuivingen in omzetcategorieën tot gevolg. Dit geldt temeer daar zorgverzekeraars en NZa niet reeds voor de vaststelling van de jaarrekening 2013 zekerheid hebben gegeven over het transitiebudget, hetgeen mede impact heeft op de transitiebekostiging zoals verwerkt in de jaarrekening 2012 voor een bedrag van negatief € 12 miljoen en herrekend en verwerkt in de jaarrekening voor een bedrag van € 9 miljoen positief. Een nadere toelichting op het transitiebedrag is in noot 6 bij de enkelvoudige balans opgenomen. Definitieve vaststelling van de transitiebekostiging zal conform de landelijke procedures (naar verwachting) in 2014 plaatsvinden. Vertaling van de landelijke onzekerheden naar de jaarrekening 2013 van het Radboudumc Het Radboudumc heeft de landelijke onzekerheden vertaald naar de eigen jaarrekening en waar mogelijk het risico gekwantificeerd. a)

Terugwerkende kracht aanpassingen c.q. aanscherpingen door nadere duidingen NZa en normonduidelijkheid over registratie- en declaratieregels.

De registratiebepalingen bevatten diverse open normen, die gedurende en na afloop van het boekjaar nader zijn geduid door de regelgever/toezichthouder (‘verboden/toegestaan combinatielijst’ d.d. juni 2013) en ‘Toelichting regelgeving MSZ’ door de NZa d.d. 21 februari 2014 (kenmerk: CI/14/3c). Het met terugwerkende kracht volledig voldoen aan achteraf vastgestelde nadere duidingen is in veel gevallen onmogelijk omdat de interne organisatie hierop niet was ingericht. Waar herstel mogelijk was, is dit gecorrigeerd en verwerkt in de jaarrekening 2013. Waar herstel niet mogelijk is, heeft het Radboudumc een inschatting gemaakt voor de gevolgen van het niet (kunnen) voldoen aan de registratie- en declaratieregels. Deze inschatting is vooral gebaseerd op de juistheidcontrole van het verantwoordingsdocument Gefactureerde DBC Zorgproducten en overige zorgproducten 2013 en een door de zorgadministratie uitgevoerde impactanalyse Totaal impactanalyse circulaire CI-14-3c en Boetebesluit, waarin een risicoanalyse is uitgevoerd op de nadere duidingen die voortkomen uit de circulaire van de NZa en het rapport Eindrapportage commissie Bruggeman en Voetelink inzake het boetebesluit St. Antonius ziekenhuis. De risicoanalyse kwantificeert de risico’s tot een totaalbedrag van maximaal € 4 miljoen. b)

Inschatting effecten materiële controles.

Het Radboudumc heeft in de jaarrekening voor een totaalbedrag van € 45 miljoen voorzieningen getroffen als gevolg van de gerealiseerde en verwachte overschrijdingen op de afgesproken omzetplafonds met verzekeraars. Een bedrag van € 15 miljoen heeft betrekking op de contracten 2013 en is in mindering gebracht op het onderhanden werk DBC’s (noot 5). Een bedrag van € 30 miljoen heeft betrekking op de contracten 2012 en is opgenomen onder de kortlopende schulden (noot 12). De getroffen voorzieningen gelden als buffers om effecten van materiële controles op te vangen. c)

Transitiemodel en de onzekerheden die hierin zitten door de onzekerheden in de voorlopige vaststelling, beoordeling door ZN commissie en voorbehouden op zowel het schaduwbudget als de dekking van het schaduwbudget.

Volgens het transitiemodel wordt een transitiebedrag berekend als het verschil tussen het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging (exclusief de omzet uit het oude B-segment) over 2012. Het transitiebedrag wordt voor 95% over 2012 verrekend en voor 70% over 2013.


64

Jaardocument 2013 Radboudumc

Het Radboudumc heeft een transitiebedrag van - € 1,9 miljoen berekend (noot 6). De transitie in het bekostigingsstelsel heeft een beperkt effect op de omzetontwikkeling van het Radboudumc gehad. De NZa heeft begin 2014 de voorlopige vaststelling van de transitiebedragen afgerond en heeft zich daarbij enkel gericht op de ingediende schaduwbudgetten. De beoordeling van de omzet uit prestatiebekostiging heeft de NZa uitgesteld, zodat ziekenhuizen meer tijd hebben gekregen voor het afronden van de declaraties over de omzet 2012 en controles die verzekeraars daarop uitvoeren. Naar verwachting zal het transitiebedrag in de tweede helft van 2014 definitief worden vastgesteld. Het Radboudumc heeft in de voorlopige vaststelling van het transitiebedrag geen goedkeuring gekregen over het ingediende schaduwbudget. Met de NZa bestaat een verschil van inzicht over een bedrag van € 4,7 miljoen dat wordt toegeschreven aan de mutatie afschrijvingslasten over 2012. Het Radboudumc stelt zich op het standpunt dat de berekening van het schaduwbudget voldoet aan de geldende regels en beoordeelt deze derhalve als volwaardig.   d) Schadelastprognoses zorgcontractering 2013 die inherent onzekerheden bevatten Voor de omzetverantwoording in het boekjaar dient het Radboudumc een inschatting te maken van de totale schadelast over 2013. Op het moment dat de verwachte schadelast hoger is dan de plafonds die met verzekeraars zijn afgesproken wordt hiervoor een voorziening gevormd. Het prognosticeren van de schadelast vraagt om een stabiele set aan historische data. Op dit moment is de onderliggende landelijke DOT productstructuur nog aan aanpassingen onderhevig. Daarnaast is de dataset met de invoering van de prestatiefinanciering pas vanaf 2012 opgebouwd. e)

De afwikkeling van vorderingen en schulden uit het oude FB-tijdperk, waarvoor de landelijke procedure nog altijd niet is uitgewerkt. Dit kan onzekerheden inhouden omtrent de balanspost nog in tarieven te verrekenen financieringsverschil.

Over de afwikkeling van het FB systeem wordt momenteel landelijk overleg gevoerd dat door het Radboudumc nauwlettend wordt gevolgd. Per balansdatum heeft het Radboudumc een vordering van € 14 miljoen openstaan uit hoofde van een financieringstekort (noot 6). f)

De garantieregeling kapitaallasten

Het Radboudumc heeft in de jaarrekening 2013 geen opbrengsten verwerkt die voortkomen uit aanspraken vanuit de garantieregelingen. Op basis van de hierboven beschreven risicoanalyse is de Raad van Bestuur van mening dat de impact van de landelijke onzekerheden op de jaarrekening 2013 in voldoende mate zijn geduid. Aanvullend onderzoek naar declaraties 2012 en 2013 De minister van VWS heeft met de kamerbrief Aanpak verantwoording en jaarrekeningen medisch specialistische zorg d.d. 24 mei 2014 een gezamenlijke aanpak voorgesteld om de hierboven beschreven landelijke problematiek ten aanzien van de DBC-omzet 2013 en het transitiebedrag weg te nemen. De kern van de oplossing is dat instellingen en verzekeraars gezamenlijk een controle-en onderzoeksprotocol opstellen op basis waarvan een gedegen aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd naar de declaraties over 2012 en 2013. De NZa zal hiertoe vooraf een eenduidige norm stellen op de punten waar momenteel nog onduidelijkheid over is. De Raad van Bestuur staat achter de voorgestelde aanpak van de minister en wenst mee te doen aan het aanvullende onderzoek naar de declaraties over 2012 en 2013. Het Radboudumc zal hiervoor de voorgestelde doorlooptijd tot 15 december, zoals opgenomen in de kamerbrief, volgen om dit onderzoek uit te voeren en af te ronden.


Jaardocument 2013 Radboudumc

65

18. Subsidies 2013

2012

Rijskbijdrage werkplaatsfunctie (OC&W)

74.663

72.928

Rijksbijdrage medische faculteit (OC&W)

62.340

61.395

Rijksbijdrage opleidingfonds (VWS)

46.186

42.997

Rijksbijdrage academische component (VWS)

95.038

87.811

4.320

3.964

282.547

269.095

Rijksbijdrage fonds ziekenhuisopleidingen (VWS) Totaal

Vanaf 2013 is de investeringsregeling DHAZ komen te vervallen. In plaats daarvan wordt jaarlijks in de rijksbijdrage academische component een exploitatiesubsidie ontvangen. Voor 2013 bedraagt deze subsidie € 5,3 miljoen.

19. Overige bedrijfsopbrengsten 2013

2012

Gefactureerd contractonderzoek derden (o.a EU subsidiegelden)

74.439

73.699

Mutatie onderhanden werk contractonderzoek

-1.137

-36

Diensten en verrichtingen berekend aan derden

4.090

4.128

Cursussen, vervolgopleidingen en educatieve voorzieningen

4.510

6.549

Tandheelkunde

4.565

6.758

22.056

19.204

7.084

6.275

54.297

50.435

169.904

167.012

2013

2012

Servicevergoeding apotheek Detachering personeel Diversen Totaal

20. Personeelskosten

372.940

371.443

Sociale lasten

71.189

68.840

Pensioenpremies

60.844

55.753

Overige personeelskosten

20.838

13.440

Personeel niet in loondienst

14.641

14.259

5.605

4.795

546.057

528.530

Lonen en salarissen

Dotatie en vrijval personele voorzieningen Totaal

In de sociale lasten is een bedrag van € 26,3 miljoen aan vakantiegeld opgenomen (2012: € 26,6 miljoen). Per 1 april 2013 zijn de lonen vanuit de cao structureel met 1% verhoogd. De werkgeverspremie voor pensioenen is in 2013 verhoogd van 16,78% naar 17,78%. Specificatie gemiddeld aantal personeelsleden

2013

2012

FTE

FTE

Patiëntgebonden functies

2841

2799

Wetenschappelijke en onderzoeksfuncties

1871

1889

Overige functies

2872

2962

Totaal

7584

7650


66

Jaardocument 2013 Radboudumc

21. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 2013

2012

Nacalculeerbare afschrijvingen

31.628

28.017

Overige afschrijvingen

38.054

31.430

Bijzondere waardeverminderingen

14.352

-

Mutatie investeringssubsidies

-3.259

-2.026

Totaal

80.775

57.421

De bijzondere waardeverminderingen hebben betrekking op een afboeking op materiële vaste activa. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de enkelvoudige balans. Specificatie nacalculeerbare afschrijvingen WTZi-vergunningsplichtige vaste activa

2013

2012

16.080

15.378

WTZi-meldingsplichtige vaste activa

1.284

1.176

WMG-gefinancierde vaste activa

1.509

933

DHAZ-gefinancierde vaste activa

12.755

10.530

Totaal

31.628

28.017

2013

2012

22. Overige bedrijfskosten

Patiëntgebonden kosten Geneesmiddelen

75.064

71.342

111.798

81.973

Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten

17.186

17.820

Onderhouds- en energiekosten

25.236

27.908

Algemene kosten

48.245

56.650

Huur en lease

7.874

8.883

Dotaties en vrijval voorzieningen

3.094

708

288.497

265.284

Totaal

De kosten van geneesmiddelen zijn gestegen als gevolg van de landelijke overheveling van geneesmiddelen naar het ziekenhuisbudget. De algemene kosten zijn gedaald als gevolg van minder inkoop van diensten door derden en door een eenmalige vrijval van de BTW integratie­heffing van € 3 miljoen.

23. Financiële baten en lasten 2013

2012

Rentebaten

603

731

Rentelasten

-26.417

-26.362

1.493

1.226

-24.321

-24.405

Resultaat deelnemingen Totaal


Jaardocument 2013 Radboudumc

67

24. Bezoldiging bestuurders en toezichthouders Bezoldiging bestuurders (in €) Naam

de heer prof. dr. M. Samsom

de heer prof. dr. P.A.B.M. Smits

mevrouw drs. C.C. van Beek MCM

de heer C.J.H. Buren MBA RC

Vanaf welke datum is de persoon als bestuurder werkzaam in uw organisatie?

01-08-2007

01-01-2012

01-09-2011

01-07-2011

2 Maakt de persoon op dit moment nog steeds deel uit van het bestuur?

ja

ja

ja

ja

onbepaalde tijd

onbepaalde tijd

bepaalde tijd

bepaalde tijd

BBZ

BBZ

BBZ

BBZ

100%

100%

100%

100%

240.331

225.213

215.518

201.958

188

-

-

-

-

9.659

15.896

13.848

1

5 Wat is de aard van de (arbeids)overeenkomst? 6 Welke salarisregeling is toegepast? 7 Wat is de deeltijdfactor? (percentage) 8

Beloning (incl. salaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en andere vaste toelagen) a. Waarvan: verkoop verlofuren b. Waarvan: nabetalingen voorgaande jaren

9

Wat is de totale som van de eventuele vergoedingen in natura (o.a. huisvesting, auto (mede) voor privégebruik, etc.)?

10 Belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen

854

-

-

101

7.042

7.042

7.042

7.042

48.446

42.136

39.835

36.218

13 Winstdelingen en bonusbetalingen

-

-

-

-

14 Uitkeringen in verband met beëindiging van het dienst verband

-

-

-

-

296.673

284.050

278.291

259.167

11 Werkgeversbijdrage sociale verzekeringspremie 12

Voorzieningen ten behoeve van beloning betaalbaar op termijn (o.a. werkgeversbijdrage pensioen, VUT, FPU, sabbatical, aanvulling sociale uitkering, arbeidsongeschikt heidsuitkering, etc.)

15 Totaal bezoldiging (8 t/m 14, excl. 8a en b)

Voor bestuurders die een auto van de zaak tevens privé gebruiken is de fiscale bijtelling bij categorie 9 opgenomen. In de totale bezoldiging van bestuurders over 2013 is een bedrag van € 37 duizend opgenomen aan eenmalige crisisheffing dat het Radboudumc aan de belastingdienst verschuldigd is. Dit bedrag is niet in bovenstaand overzicht verwerkt. Bezoldiging toezichthouders (in €) 2013

2012

De heer drs. L.M.L.H.A. Hermans, voorzitter

13.500

13.500

De heer dr. W.M. van den Goorbergh, vice-voorzitter

11.250

11.250

Mevrouw dr. C.M. Hooymans, lid

9.000

9.000

De heer drs. P.C.H.M. Holland, lid

9.000

9.000

Mevrouw mr. L.Y. Gonçalves- Ho Kang You, lid

9.000

9.000

Mevrouw drs. M.L. Henneman, lid

9.000

9.000

De heer prof. dr. J.C. Stoof, lid

9.000

-

69.750

60.750

De vergoedingen voor de toezichthoudende taken van het stichtingsbestuur worden evenredig verdeeld naar het Radboudumc en de Radboud Universiteit. De vergoedingen zijn exclusief omzetbelasting toegelicht. De toelichting op de beloningen in het kader van de Wet Normering bezoldiging Topinkomens (WNT) is opgenomen in hoofdstuk 8.3.2.

25. Honoraria accountant (in €)

2013

2012

Controle van de jaarrekening

412.733

363.678

Overige controlewerkzaamheden (w.o. Regeling AO/IC en Nacalculatie)

161.029

166.604

Fiscale advisering

104.285

172.530

42.337

86.314

720.384

789.126

Niet-controlediensten


68

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.2.1 Geconsolideerde balans per 31 december ACTIVA

noot

Vaste activa

31 dec 2013

31 dec 2012

€ x 1.000

€ x 1.000

Immateriële vaste activa

1

42.350

14.165

Materiële vaste activa

2

639.872

670.195

Financiële vaste activa Totaal vaste activa

1.247

1.092

683.469

685.452

17.276

16.051

Vlottende activa Voorraden

3

Onderhanden werk DBC’s

4

1.696

77.560

Vorderingen uit hoofde van bekostiging

5

13.357

12.646

Overige vorderingen

6

367.149

192.737

Effecten Liquide middelen

7

Totaal vlottende activa Totaal activa

56

61

16.216

11.370

415.750

310.425

1.099.219

995.877

PASSIVA Groepsvermogen

8

Kapitaal Collectief gefinancierd gebonden vermogen Niet-collectief gefinancierd vrij vermogen Aandeel derden Totaal groepsvermogen

4.430

4.430

146.856

126.086

30.402

29.995

1

4

181.689

160.515

Voorzieningen

9

27.319

28.627

Langlopende schulden

10

555.397

598.084

Kortlopende schulden Schulden uit hoofde van bekostiging

5

661

10.702

Overige kortlopende schulden

11

334.153

197.949

1.099.219

995.877

Totaal passiva


Jaardocument 2013 Radboudumc

69

8.2.2 Geconsolideerde resultatenrekening noot BEDRIJFSOPBRENGSTEN

2013

2012

€ x 1.000

€ x 1.000

7.685

28.528 17.955

Opbrengsten uit gebudgetteerde zorgprestaties

13

Niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC's)

14

19.663

Omzet DBC's B-segment

15

259.566

75.425

Omzet DBC's A-segment

15

262.359

391.077

10.041

-10.702

Subsidies

16

282.998

269.573

Overige bedrijfsopbrengsten

17

179.639

178.723

1.021.951

950.579

578.212

562.343

Opbrengsten uit hoofde van transitieregeling

Som der bedrijfsopbrengsten BEDRIJFSLASTEN Personeelskosten

18

Afschrijvingen incl. bijzondere waardeverminderingen

19

85.161

61.135

Overige bedrijfskosten

20

311.230

287.104

974.603

910.582

47.348

39.997

-25.892

-26.086

-283

-77

2

8

21.175

13.842

Som der bedrijfslasten Bedrijfsresultaat Financiële baten en lasten Belastingen Resultaat aandeel derden RESULTAAT BOEKJAAR

21


70

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.2.3 Geconsolideerd kasstroomoverzicht KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN:

2013

2012

€ x 1.000

€ x 1.000

47.348

39.997

Afschrijvingen en waardeverminderingen

85.161

61.135

Mutatie voorraden

-1.225

-2.157

Bedrijfsresultaat Aanpassingen voor:

Mutatie onderhanden werk DBC’s Mutatie vorderingen Mutatie voorzieningen Mutatie kortlopende schulden

Ontvangen rente Betaalde rente Ontvangen dividend

105.864

-8.440

-174.412

13.541

1.308

7.028

94.568

-111.617

111.264

-40.510

545

571

-26.576

-26.703

-283

-

-26.314

-26.132

132.298

-26.645

(Des)investeringen in immateriële vaste activa

-24.970

-14.165

(Des)investeringen in materiële vaste activa

-52.398

-54.625

(Des)investeringen in financiële vaste activa

-219

-

-77.587

-68.790

-

127.000

Kasstroom uit operationele activiteiten

KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN:

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN: Opnamen langlopende leningen Aflossing langlopende leningen

-49.865

-19.829

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

-49.865

107.171

4.846

11.736

MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN


Jaardocument 2013 Radboudumc

71

8.2.4 Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Grondslagen voor financiële verslaggeving

Algemeen De grondslagen van waardering van activa en passiva en resultaatbepaling van de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk aan die van de enkelvoudige jaarrekening. Voor een beschrijving van deze grondslagen wordt verwezen naar de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening vormt een onlosmakelijk geheel met de enkelvoudige jaarrekening van Radboudumc. Voor een nadere toelichting op de posten in de balans en resultatenrekening wordt tevens verwezen naar de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening. Consolidatie Groepsmaatschappijen zijn die ondernemingen waarin het Radboudumc direct en/of indirect overwegende zeggenschap heeft. De financiële gegevens van groepsmaatschappijen zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum waarop voor het eerst sprake is van zeggenschap tot aan de datum waarop deze eindigt. Minderheidsbelangen in het groepsresultaat en het eigen vermogen van de groep worden afzonderlijk vermeld. In de geconsolideerde jaarrekening zijn de financiële gegevens opgenomen van stichtingen waarover het Radboudumc overheersende zeggenschap heeft. Omdat geen kapitaalbelangen in stichtingen kunnen worden aangehouden wijkt het geconsolideerde vermogen af van het enkelvoudige vermogen. Het verschil hiertussen is uiteengezet in de toelichting bij het eigen vermogen van de enkelvoudige jaarrekening. Ingevolge art. 7 van de Regeling verslaggeving WTZi zijn de financiële gegevens van steunstichtingen niet opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. In hoofdstuk 8.3.3 is een overzicht opgenomen van ondernemingen waarin het Radboudumc een kapitaalbelang en/of zeggenschap heeft. Eliminatie van transacties bij consolidatie Balansposities tussen geconsolideerde rechtspersonen, transacties tussen deze rechtspersonen en niet gerealiseerde resultaten op deze transacties worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening. Goodwill Geactiveerde goodwill wordt lineair in 5 jaar afgeschreven. Winstbelasting Belastingen naar de winst omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen. Deze belastingen worden in de resultatenrekening verantwoord.


72

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.2.5 Toelichting op de geconsolideerde balans 1. Immateriële vaste activa

Het verschil tussen de geconsolideerde en enkelvoudige immateriële vaste activa bedraagt € 0,5 miljoen en wordt verklaard door geactiveerde goodwill bij de Holding B.V.

2. Materiële vaste activa bedrijfsgebouwen en -terreinen

machines en installaties

andere vaste bedrijfsmiddelen

in uitvoering en vooruitbetalingen

totaal

Stand per 1 januari: Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Boekwaarde

443.018

249.328

521.601

27.446

1.241.393

-127.162

-107.349

-305.193

-

-539.704

315.856

141.979

216.408

27.446

701.689

Af: investeringssubsidie

-31.494

Boekwaarde per 1 januari

670.195

Mutaties 2013: Investeringen

2.526

2.180

30.914

20.200

55.820

Afschrijvingen incl. bijzondere waardeverminderingen Desinvesteringen

-19.947

-10.585

-54.870

-

-85.402

-2.458

-819

-79

-67

-3.423

Saldo mutaties

-19.879

-9.224

-24.035

20.133

-33.005

439.688

238.442

419.203

47.579

1.144.912

-143.711

-105.687

-226.830

-

-476.228

295.977

132.755

192.373

47.579

668.684

Stand per 31 december: Aanschafwaarde cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Boekwaarde Af: investeringssubsidie

-28.812

Boekwaarde per 31 december

639.872

Het verschil tussen de geconsolideerde en enkelvoudige materiële vaste activa bedraagt € 19 miljoen en wordt grotendeels verklaard door de huisvesting van het Centrum voor Chronische Ziekten Dekkerswald B.V. van € 5 miljoen, de apparatuur van Stichting Klinisch Genetisch Centrum Nijmegen en omstreken van € 7 miljoen en de parkeergarage van de Radboud Vastgoed B.V. van € 6 miljoen.

3. Voorraden 2013

2012

16.880

15.484

Overige voorraden

396

567

Totaal voorraden

17.276

16.051

Medische middelen


Jaardocument 2013 Radboudumc

73

4. Onderhanden werk DBC’s 2013

2012

Onderhanden werk DBC's A-segment

38.934

127.398

Onderhanden werk DBC's B-segment

71.968

29.625

Onderhanden werk GGZ

3.989

4.181

Af: ontvangen voorschotten

-92.664

-69.744

Af: voorziening onderhanden werk

-20.531

-13.900

Totaal onderhanden werk DBC’s

1.696

77.560

In de voorziening onderhanden werk is een bedrag van € 4,5 miljoen opgenomen dat betrekking heeft op de plafondoverschrijding bij het Centrum voor Chronische Ziekten Dekkerswald B.V.

5. Vorderingen uit hoofde van bekostiging Specificatie vorderingen uit hoofde van financieringstekort

Stand per 1 januari: Financieringsverschil boekjaar

t/m 2010

2011

2012

2013

totaal €

-1.335

10.700

3.281

-

12.646 2.472

-

-

-20

2.492

Correcties voorgaande jaren

-134

-4

472

-70

264

Betalingen/ontvangsten

-167

-1.858

-

-

-2.025

Saldo per 31 december

-1.636

8.838

3.733

2.422

13.357

Schulden uit hoofde van bekostiging

Het verschil tussen de geconsolideerde en enkelvoudige schulden uit hoofde van bekostiging bedraagt € 2,5 miljoen (2012: € 1,4 miljoen) en wordt verklaard door de transitievordering van het Centrum voor Chronische Ziekten Dekkerswald B.V.

6. Overige vorderingen 2013 Debiteuren Nog te factureren omzet DBC's Vooruitbetaalde bedragen Overige vorderingen Totaal overige vorderingen

2012

77.282

44.707

269.745

135.370

5.061

4.208

15.061

8.452

367.149

192.737

2013

2012

7. Liquide middelen

Bankrekeningen Kassen Totaal liquide middelen

De liquide middelen zijn direct opeisbaar.

16.163

11.332

53

38

16.216

11.370


74

Jaardocument 2013 Radboudumc

8. Groepsvermogen

Voor de aansluiting tussen het groepsvermogen en het eigen vermogen wordt verwezen naar noot 9 in de toelichting op de enkelvoudige balans.

9. Voorzieningen

Het verschil tussen de geconsolideerde en enkelvoudige voorzieningen bedraagt € 0,7 miljoen en wordt verklaard door de personele voorzieningen van het Centrum voor Chronische Ziekten Dekkerswald B.V.

10. Langlopende schulden

Het verschil tussen de geconsolideerde en enkelvoudige langlopende schulden bedraagt € 1,9 miljoen en wordt verklaard door de banklening van het Centrum voor Chronische Ziekten Dekkerswald B.V.

11. Overige kortlopende schulden 2013

2012

Schulden aan banken

18.007

16.650

Incidentele voorschotten verzekeraars

88.131

-

Crediteuren

48.322

38.982

8.413

6.818

Aflossingsverplichtingen langlopende leningen Terugbetaling plafondoverschrijding 2012

30.000

-

Belastingen en sociale premies

28.345

31.329

Schulden terzake pensioenen

8.471

7.771

Reservering vakantiegeld

16.816

16.626

Reservering vakantiedagen

14.940

12.835

Onderhanden werk contractonderzoek

29.245

30.767

Vooruitontvangen bedragen

18.403

15.383

Overige schulden

25.060

20.788

334.153

197.949

Totaal overige kortlopende schulden

12. Niet in de balans opgenomen regelingen

Hieronder zijn de regelingen opgenomen die voor de geconsolideerde jaarrekening aanvullend gelden ten opzichte van de regelingen die in de enkelvoudige jaarrekening zijn toegelicht. De Radboud Vastgoed B.V. heeft een hypotheek tot € 6,8 miljoen op de parkeergarage aan de bank verstrekt. Daarnaast heeft de bank het pandrecht op de stallingsovereenkomsten met het Radboudumc. De huurovereenkomst van het Centrum voor Chronische Ziekten Dekkerswald B.V. met ZZG Groep voor de huisvesting en voorzieningen loopt tot en met 2018. De jaarlijkse huurverplichting bedraagt € 0,2 miljoen.


Jaardocument 2013 Radboudumc

75

8.2.6 Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 13. Opbrengsten uit gebudgetteerde zorgprestaties 2013

2012

Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Zvw-zorg

1.843

22.465

Beschikbaarheidsbijdragen

5.842

6.063

Totaal

7.685

28.528

2013

2012

10.350

9.862

9.313

8.093

19.663

17.955

2013

2012

14. Niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC’s)

Opbrengsten in opdracht van andere instellingen Overige niet-gebudgetteerde zorgprestaties Totaal

15. Omzet DBC’s

Gefactureerde omzet DBC's B-segment

276.689

19.111

Mutatie onderhanden werk DBC’s B-segment

-17.123

56.314

Totaal

259.566

75.425

2013

2012

115.607

192.006

Mutatie onderhanden werk DBC's A-segment

-11.209

160.976

Gefactureerde omzet add-on

111.942

8.502

46.019

29.593

262.359

391.077

Gefactureerde omzet DBC's A-segment

Gefactureerde omzet zorgproducten OVP Totaal

Voor een toelichting op de landelijke onzekerheden ten aanzien van de DBC-omzet wordt verwezen naar noot 17 in de enkelvoudige resultatenrekening.

16. Subsidies 2013

2012

Rijskbijdrage werkplaatsfunctie (OC&W)

74.663

72.928

Rijksbijdrage medische faculteit (OC&W)

62.340

61.395

Rijksbijdrage opleidingfonds (VWS)

46.637

43.475

Rijksbijdrage academische component (VWS)

95.038

87.811

4.320

3.964

282.998

269.573

Rijksbijdrage fonds ziekenhuisopleidingen (VWS) Totaal


76

Jaardocument 2013 Radboudumc

17. Overige bedrijfsopbrengsten 2013

2012

79.625

78.994

Mutatie onderhanden werk contractonderzoek

-616

723

Diensten en verrichtingen berekend aan derden

6.812

7.585

Cursussen, vervolgopleidingen en educatieve voorzieningen

4.579

6.582

Tandheelkunde

4.565

6.758

22.056

19.204

Gefactureerd contractonderzoek derden (o.a EU subsidiegelden)

Servicevergoeding apotheek Detachering personeel

7.225

6.548

55.393

52.329

179.639

178.723

Diversen Totaal

18. Personeelskosten 2013

2012

393.068

392.675

Sociale lasten

74.724

72.285

Pensioenpremies

63.923

58.851

Overige personeelskosten

21.415

14.112

Personeel niet in loondienst

19.477

19.625

5.605

4.795

578.212

562.343

Lonen en salarissen

Dotatie en vrijval personele voorzieningen Totaal personeelskosten

In de sociale lasten is een bedrag van € 27,7 miljoen aan vakantiegeld opgenomen (2012: € 28,0 miljoen). Over 2013 bedroeg het gemiddeld aantal geconsolideerde FTE 8.285 (2012: 8.337 FTE).

19. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 2013

2012

Nacalculeerbare afschrijvingen

34.656

30.493

Overige afschrijvingen

39.412

32.668

Bijzondere waardeverminderingen

14.352

-

Mutatie investeringssubsidies

-3.259

-2.026

Totaal

85.161

61.135


Jaardocument 2013 Radboudumc

77

20. Overige bedrijfskosten 2013

2012

86.998

83.095

111.798

81.973

Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten

18.666

19.228

Onderhouds- en energiekosten

25.848

28.515

Algemene kosten

53.802

62.152

Huur en lease

10.718

11.252

3.400

889

311.230

287.104

2013

2012

Patiëntgebonden kosten Geneesmiddelen

Dotaties en vrijval voorzieningen Totaal

21. Financiële baten en lasten

Rentebaten

543

576

Rentelasten

-26.588

-26.703

153

41

-25.892

-26.086

Resultaat deelnemingen Totaal


78

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.3.1 Enkelvoudig mutatieoverzicht materiële vaste activa op basis van bekostigingsregels (art. 5a Regeling verslaggeving WTZi) WTZi-vergunningplichtige vaste activa NZa-IVA

Grond Terreinvoor­­zieningen

Gebouwen Semi perm. gebouwen

Verbouwingen

Installaties

OnderSubtotaal handen vergunning Projecten

Totaal

20.963

-

7.233

282.606

-

23.915

168.590

4.354

507.660

1.184.539

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

20.963

-

2.911

44.897

-

22.888

53.100

-

144.758

508.261

-

-

4.322

237.709

-

1.027

115.490

4.354

362.902

676.278

- investeringen

-

-

1.566

1.627

-

-

1.081

-4.006

268

54.947

- herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

- afschrijvingen

-

-

423

6.507

-

476

8.674

-

16.080

67.356

- extra afschrijvingen NZagoedgekeurd

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

aanschafwaarde

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.aanschafwaarde

-

-

347

408

-

14.404

10.704

-

25.862

147.441

.cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve afschrijvingen

-

-

347

408

-

14.404

10.704

-

25.862

147.441

per saldo

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.143

-4.881

-

-476

-7.592

-4.006

-15.812

-12.410

20.963

-

8.452

283.825

-

9.511

158.968

348

482.066

1.092.045

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

20.963

-

2.987

50.996

-

8.960

51.070

-

134.976

428.176

-

-

5.465

232.829

-

551

107.898

348

347.090

663.868

10,0% 5,0-10,0%

5,0%

0,0%

Stand per 1 januari 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 1 januari 2013 Mutaties in het boekjaar

- t erugname geheel afgeschreven activa

- desinvesteringen

Mutaties in boekwaarde (per saldo) Stand per 31 december 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 31 december 2013 Afschrijvingspercentage

0,0%

5,0% 2,0-2,5-5,0% 10,0%

De boekwaarde volgens het bekostigingsoverzicht is € 13,7 miljoen hoger dan de boekwaarde in noot 2 van de toelichting op de enkelvoudige balans. Dit wordt verklaard door de bedrijfseconomische afwaardering van € 13,7 miljoen op materiële vaste activa die niet in de bekostigingsregels wordt meegenomen.


Jaardocument 2013 Radboudumc

79

WTZi-meldingsplichtige vaste activa Trekkingsrechten

Onderhanden Projecten

Subtotaal

Instand­ houding

Onderhanden projecten

Subtotaal

Subtotaal meldingsplichtige activa € €

Stand per 1 januari 2013 - aanschafwaarde

-

-

-

23.335

-

23.335

- cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

23.335 -

- cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

14.409

-

14.409

14.409

Boekwaarde per 1 januari 2013

-

-

-

8.926

-

8.926

8.926

Mutaties in het boekjaar - investeringen

-

-

-

-

-

-

-

- herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

- afschrijvingen

-

-

-

1.284

-

1.284

1.284

- terugname geheel afgeschreven activa

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

1.699

- desinvesteringen aanschafwaarde

-

-

-

1.699

-

1.699

cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

1.699

-

1.699

1.699

per saldo

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-1.284

-

-1.284

-1.284

Mutaties in boekwaarde (per saldo) Stand per 31 december 2013 - aanschafwaarde

-

-

-

21.637

-

21.637

21.637

- cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

- cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

13.994

-

13.994

13.994

Boekwaarde per 31 december 2013

-

-

-

7.642

-

7.642

7.642

5,0%

0,0%

5,0%

0,0%

Afschrijvingspercentage


80

Jaardocument 2013 Radboudumc

WMG-gefinancierde vaste activa Terreinvoor­­zieningen

Gebouwen

Semi perm. gebouwen

Verbouw­ ingen

Installaties

Inventaris

Vervoermiddelen

Automatisering

Subtotaal WMB

2.266

55.445

99

2.751

50.233

13.236

-

-

124.031

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2.266

41.451

99

2.498

50.233

13.236

-

-

109.784

-

13.994

-

253

-

-

-

-

14.247

- investeringen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

- herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

- afschrijvingen

-

1.473

-

37

-

-

-

-

1.509

.aanschafwaarde

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

aanschafwaarde

-

-

-

-

-

-

-

-

-

cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

per saldo

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-1.473

-

-37

-

-

-

-

-1.509

2.266

55.445

99

2.751

50.233

13.236

-

-

124.031

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2.266

42.924

99

2.535

50.233

13.236

-

-

111.293

-

12.521

-

217

-

-

-

-

12.738

5,0%

2,0-2,5-5,0%

10,0%

5,0-10,0%

5,0%

5,0%

Stand per 1 januari 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 1 januari 2013 Mutaties in het boekjaar

- t erugname geheel afgeschreven activa

- desinvesteringen

Mutaties in boekwaarde (per saldo) Stand per 31 december 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 31 december 2013 Afschrijvingspercentage

10,0%


Jaardocument 2013 Radboudumc

81

DHAZ-gefinancierde vaste activa (Universitair medische centra) Nieuwbouw gebouwen

Nieuwbouw Nieuwbouw terreinen installaties

Nieuwbouw verbouw

Onder­ handen Projecten

Verbouwingen/ renovaties

Kleine werken/LTO

Onder­ handen projecten

Subtotaal DHAZ

24.584

516

27.101

727

6.958

32.847

66.363

11.901

170.997

-

-

-

-

-

-

-

-

-

637

66

2.375

218

-

9.980

19.218

-

32.495

23.947

451

24.726

509

6.958

22.867

47.144

11.901

138.502

-728

-

1.127

-

22.649

3.234

9.969

-4.512

31.740

-

-

-

-

-

-

-

-

-

790

26

1.714

73

-

1.572

8.580

-

12.756

.aanschafwaarde

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

302

-

377

-

-

-

6.241

-

6.920

-

-

-

-

-

-

-

-

-

302

-

377

-

-

4.335

1.906

-

6.920

-

-

-

-

-

-4.335

4.335

-

-

-1.518

-26

-587

-73

22.649

5.997

-2.946

-3.860

18.984

23.555

516

27.851

727

29.607

36.081

70.090

7.389

195.817

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.125

92

3.712

291

-

7.218

25.892

-

38.330

22.429

425

24.139

436

29.607

28.863

44.198

7.389

157.487

5,0-10,0%

2,0-2,5-5,0%

5,0-10,0%

0,0%

0,0%

5,0%

10,0%

0,0%

Stand per 1 januari 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 1 januari 2013 Mutaties in het boekjaar - investeringen - herwaarderingen - afschrijvingen - t erugname geheel afgeschreven activa

- desinvesteringen aanschafwaarde cumulatieve herwaarderingen cumulatieve afschrijvingen per saldo Mutaties in boekwaarde (per saldo) Stand per 31 december 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 31 december 2013 Afschrijvingspercentage


82

Jaardocument 2013 Radboudumc

Niet WTZi/WMG gefinancierde activa Terreinvoorzieningen

Gebouwen

Verbouwingen

Installaties

Inventaris

Vervoer-

Automati­ sering

Onder­ handen projecten

Subtotaal overigen

63

34.885

10.461

1.551

259.579

1.086

46.754

4.138

358.516

Stand per 1 januari 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 1 januari 2013

-

-

-

-

-

-

-

-

-

58

9.252

7.743

1.034

165.199

563

22.965

-

206.815

5

25.633

2.718

517

94.379

522

23.789

4.138

151.701

52.755

Mutaties in het boekjaar - investeringen

-

33

1.646

-

9.737

81

5.348

6.094

- herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

- afschrijvingen

1

1.550

706

80

19.461

170

13.760

-

35.728

- t erugname geheel afgeschreven activa .aanschafwaarde

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve herwaarderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

.cumulatieve afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

37

1.410

6.957

703

100.932

330

2.590

-

112.959

-

-

-

-

-

-

-

-

-

37

1.410

6.957

703

100.932

330

2.590

-

112.959

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-1

-1.516

940

-80

-9.724

-89

-8.412

6.094

17.027

26

33.508

5.149

848

168.384

837

49.511

10.231

268.495

-

-

-

-

-

-

-

-

-

22

9.392

1.492

412

83.728

404

34.135

-

129.583

4

24.117

3.658

436

84.655

433

15.376

10.231

138.912

5,0%

2,0-2,55,0%

5,0-10,0%

5,0%

5,0-10,0%

20,0%

10,0-20,0%

0,0%

- desinvesteringen aanschafwaarde cumulatieve herwaarderingen cumulatieve afschrijvingen per saldo Mutaties in boekwaarde (per saldo) Stand per 31 december 2013 - aanschafwaarde - cumulatieve herwaarderingen - cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 31 december 2013 Afschrijvingspercentage


Jaardocument 2013 Radboudumc

83

8.3.2 Toelichting beloningen in het kader van de Wet Normering Topinkomens Topfunctionarissen Beloning

werkgeversdeel van de sociale verzekeringspremies €

Samsom, M.

240.331

6.957

854

48.850

1,00

nee

Smits, P.A.B.M.

234.872

6.957

-

42.489

1,00

nee

Beek, C.C. van

231.414

6.957

-

40.170

1,00

nee

Buren, C.J.H.

215.806

6.957

101

36.524

1,00

nee

Naam

belastbare vaste en variabele vergoedingen €

werkgeversbijdrage van beloningen betaalbaar op termijn €

factor duur en omvang dienst

interim

De aanstelling van de bestuurders is aangegaan voor de inwerkingtreding van de WNT (zie noot 24 in de toelichting op de enkelvoudige resultatenrekening). In 2013 zijn geen uitkeringen gedaan wegens beeindiging van het dienstverband aan (gewezen) topfunctionarissen die in het kader van artikel 4.1. lid 3 van de wet dienen te worden toegelicht. De toelichting op de bezoldiging van de toezichthouders volgens de WNT verschilt niet van de toelichting zoals opgenomen in de toelichting op de enkelvoudige resultatenrekening. Hiervoor wordt verwezen naar noot 24.

Overige functionarissen Beloning werkgeversdeel van de sociale verzekeringspremies Functie

Hoogleraar

295.605

6.957

Hoogleraar

298.314

6.957

Hoogleraar

286.097

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

273.077

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

267.496

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

266.395

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

265.209

6.957

belastbare vaste en variabele vergoedingen €

werkgevers­ bijdrage van beloningen betaalbaar op termijn € 54.715

0,92

nee

288

56.842

1,00

nee

54.049

1,00

nee

85

51.522

1,00

nee

52.310

1,00

nee

282

factor duur en omvang dienst

interim

49.353

1,00

nee

49.875

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

261.047

6.957

49.192

1,00

nee

Academisch Medisch Specialist

217.673

6.957

40.261

0,80

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

241.800

4.946

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

250.215

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

248.217

6.957

Chef de (poli)clinique / AMS

201.830

6.957

424

10.028

1,00

nee

46.948

1,00

nee

46.186

1,00

nee

37.078

0,80

nee

Hoogleraar / AMS

182.286

6.957

32.051

0,70

nee

Academisch Medisch Specialist

234.241

6.957

281

44.767

1,00

nee

Academisch Medisch Specialist

228.152

6.957

150

44.767

1,00

nee

Strategisch manager

123.654

2.899

13.596

0,41

nee

Hoogleraar / AMS

134.466

6.957

22.204

0,50

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

205.437

6.957

389

41.094

0,90

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

225.762

6.957

75

40.918

1,00

nee

Academisch medisch specialist/afdelingshoofd

223.345

6.957

464

42.555

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

204.831

6.957

37.892

0,90

nee

Academisch Medisch Specialist

203.596

6.957

37.644

0,90

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

223.585

6.957

Academisch Medisch Specialist

221.612

6.957

178

39.618

1,00

nee

40.649

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

219.945

6.957

150

40.260

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

219.131

6.957

544

40.668

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

218.984

6.957

40.918

1,00

nee

Universitair Hoofd Docent / AMS

218.632

6.957

127

40.649

1,00

nee

Chef de (poli)clinique / AMS

220.372

6.957

108

38.881

1,00

nee


84

Jaardocument 2013 Radboudumc

Beloning

werkgeversdeel van de sociale verzekeringspremies €

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

219.005

6.957

Hoogleraar / AMS

218.799

6.957

Functie

belastbare vaste en variabele vergoedingen

181

werkgeversbijdrage van beloningen betaalbaar op termijn €

factor duur en omvang dienst

interim

39.994

1,00

nee

39.894

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd/AMS

217.242

6.957

173

40.603

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

216.909

6.957

457

40.344

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

222.025

6.957

35.674

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

177.292

6.957

32.535

0,80

nee

Hoogleraar / AMS

214.803

6.957

Hoogleraar / AMS

213.459

4.592

Chef de (poli)clinique / AMS

195.967

6.957

Strategisch manager

213.855

6.957

Academisch Medisch Specialist

182.899

6.957

Ziekenhuisapotheker afdelingshoofd

210.523

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

211.852

6.957

39.684

1,00

nee

330

39.744

1,00

nee

34.456

0,90

nee

4.375

33.051

1,00

nee

22.080

0,80

nee

772

39.133

1,00

nee

38.474

1,00

nee

Chef de (poli)clinique / AMS

191.928

4.592

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

208.492

6.957

294 125

Hoogleraar / AMS

208.276

4.592

Academisch Medisch Specialist

208.531

6.957

Academisch Medisch Specialist

208.173

6.957

Hoogleraar / AMS

208.223

6.957

568

34.512

0,90

nee

38.834

1,00

nee

38.826

1,00

nee

38.633

1,00

nee

38.633

1,00

nee

37.829

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

208.022

6.957

38.474

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

207.860

6.957

38.474

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

208.347

6.957

37.905

1,00

nee

Chef de (poli)clinique / AMS

207.397

6.957

121

38.633

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

206.814

6.957

109

38.474

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

207.014

4.592

1.057

37.252

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd

207.222

6.957

466

36.368

1,00

nee

38.474

1,00

nee

247

45.255

1,00

nee

36.889

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

200.481

6.957

Hoogleraar / AMS

193.239

6.957

Academisch Medisch Specialist

201.231

4.592

Chef de (poli)clinique / AMS

181.217

6.957

32.974

0,90

nee

Hoogleraar / AMS

202.786

6.957

32.073

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

198.737

6.957

15

36.030

1,00

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd

196.484

4.592

833

37.223

1,00

nee

Strategisch manager

196.319

6.957

4.375

33.698

1,00

nee

Strategisch manager

195.126

6.957

4.375

32.947

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

195.786

6.957

36.062

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

176.045

6.957

32.781

0,90

nee

Academisch Medisch Specialist

194.344

6.957

36.074

1,00

nee

Academisch Medisch Specialist

194.567

6.957

36.152

1,00

nee

Hoogleraar / AMS

156.184

6.957

27.887

0,80

nee

Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

193.758

6.957

Hoogleraar /afdelingshoofd/AMS

166.423

5.714

312

36.030

1,00

nee

91

22.641

0,83

nee

Hoogleraar

60.257

1.488

4.676

0,26

nee

Tactisch manager

40.142

1.186

22

3.119

0,17

nee

Operationeel manager

22.283

580

2

729

0,08

nee

Wetenschappelijk onderzoeker

6.767

580

99

0,01

nee

Analist

3.315

456

118

0,01

nee

Projectleider

2.726

364

127

0,01

nee

De beloningen zijn conform de cao voor universitair medische centra vastgesteld. De beloningen voor de strategisch managers zijn passend bij de zwaarte van de functie en marktconform vastgesteld


Jaardocument 2013 Radboudumc

Functie Strategisch manager Hoogleraar /afdelingshoofd / AMS

uitkering wegens beĂŤindiging dienstverband

jaar van beĂŤindiging dienstverband

44.086

2013

479.264

85

2008 eindarrest gerechtshof

Ten aanzien van interim-functionarissen die geen topfunctie vervullen heeft het Radboudumc gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de kamerbrief d.d. 27 februari 2014 van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties biedt inzake de volledige openbaarmaking van deze functionarissen. Op basis van deze brief kan en hoeft Radboudumc niet volledig te voldoen aan de verplichting voor openbaarmaking van deze interim-functionarissen zoals voorgeschreven in artikel 4.2 lid 2c van de Aanpassingswet WNT.


86

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.3.3 Groepsmaatschappijen en deelnemingen UMC St Radboud Holding B.V. (100%)

Nijmegen

indirecte belangen via UMC St Radboud Holding B.V.: UMC St Radboud Dermatologie B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Louis Pasteur B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Heelkunde B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Onderzoek Klinische Chemie B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Endocrinologisch Research Center B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud ICOON B.V. (100%)

Nijmegen

Radboud Onderzoek RIM B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Onderzoek Cardio-thoracale Chirurgie (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Anesthesiologie B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Research Nierziekten B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud QM Diagnostices B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud DCCG B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Hartresearch B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Onderzoek Gynaecologie en Obstetrie B.V. (100%)

Nijmegen

UMC st Radboud Onderzoek Neurologie B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Longcentrum B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Orthopedie B.V. (100%)

Nijmegen

MijnZorgnet B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Radiotherapie en Oncologie B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud STIWU B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Research B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Haemomagum B.V. (100%)

Nijmegen

UMC St Radboud Pathologie B.V. (100%)

Nijmegen

Science Meets Business Nijmegen B.V. (100%)

Nijmegen

Radboud Translational Medicine B.V. (100%)

Nijmegen

Kinder Diabetes Centrum Nijmegen B.V. (50%)

Nijmegen

DREAM B.V. (50%)

Nijmegen

TropIQ Health Sciences B.V. (35%)

Nijmegen

Diagram B.V. (50%)

Zwolle

Soteria Medical B.V. (39,6%)

Nijmegen

Pansyth B.V. (40%)

Nijmegen

Oncodrone B.V. (30%)

Nijmegen

Khondrion B.V. (25%)

Beuningen

Radboud Apotheek B.V. (100%) Centrum voor chronische ziekten Dekkerswald B.V. (100%) Radboud Vastgoed B.V. (100%)

Nijmegen Groesbeek Nijmegen

stichtingen waarover het Radboudumc overwegende zeggenschap heeft: Stichting Klinisch Genetisch Centrum Nijmegen en omstreken

Nijmegen

Stichting Prenatale screening regio Nijmegen

Nijmegen

Stichting Stamceldonorbank Europdonor

Nijmegen

Stichting Patiëntenfonds

Nijmegen

Stichting Universitair Gezondheidscentrum Heyendael

Nijmegen

Stichting Parkinsonnet

Nijmegen


Jaardocument 2013 Radboudumc

Nijmegen, 4 juli 2014

Raad van bestuur: prof. dr. M Samsom, voorzitter prof. dr. P.A.B.M Smits, vice-voorzitter drs. C.C. van Beek MCM, lid C.J.H. Buren MBA RC, lid

Het bestuur van de Stichting Katholieke Universiteit: drs. L.M.L.H.A. Hermans, voorzitter mr. L.Y. Gonรงalves- Ho Kang You, vice-voorzitter dr. C.M. Hooymans, lid drs. P.C.H.M. Holland, lid drs. M.L. Henneman, lid prof. dr. J.C. Stoof, lid drs. G.B. Paulides, lid

87


88

Jaardocument 2013 Radboudumc

8.4

Overige gegevens

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het bestuur van Stichting Katholieke Universiteit en de raad van bestuur van Radboudumc Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de jaarrekening 2013 van Radboudumc te Nijmegen gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2013 en de geconsolideerde en enkelvoudige resultatenrekening over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur De Raad van Bestuur van Radboudumc is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met de in Nederland geldende Regeling verslaggeving WTZi en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De Raad van Bestuur is tevens verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die voldoet aan de WNT-eisen van financiële rechtmatigheid, zoals opgenomen in het Controleprotocol WNT van de Beleidsregels toepassing WNT. De Raad van Bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die WNT-eisen van financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en de Beleidsregels toepassing WNT, inclusief het Controleprotocol WNT. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan, alsmede voor de naleving van de WNT-eisen van financiële rechtmatigheid, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risicoinschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van Radboudumc. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte WNT-eisen van financiële rechtmatigheid en van de redelijkheid van de door de Raad van Bestuur van Radboudumc gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel met beperking te bieden. Onderbouwing van het oordeel met beperking In 2012 is voor de curatieve medisch specialistische zorg prestatiebekostiging ingevoerd in de vorm van de DOT-systematiek. Deze bekostiging blijkt zowel in 2012 als in 2013 generieke landelijke risico’s en onduidelijkheden te bevatten, die zich voordoen bij alle instellingen. De risico’s en onduidelijkheden hebben met name betrekking op de registratie- en facturatiebepalingen. Deze bepalingen bevatten diverse open normen, die gedurende en na afloop van het boekjaar nader zijn geduid door de regelgever. Het met terugwerkende kracht volledig voldoen aan achteraf vastgestelde nadere duidingen is onmogelijk en de consequenties zijn niet betrouwbaar in te schatten. Tevens is er sprake van in de NZa circulaire ‘Toelichting regelgeving MSZ’ CI/14/3c en ‘Omzetverantwoording medisch specialistische zorg 2012’, (CI/13/9c), benoemde problematiek op specifieke aspecten en coulance op bepaalde onderdelen. Daarnaast is er sprake van andere landelijke onzekerheden in de bekostiging die onder andere samenhangen met de transitiebedragen voortvloeiend uit de overgang naar prestatiebekostiging en overige inherente beperkingen en schattingsrisico’s die uiteen zijn gezet in de toelichting, zie pagina 62 in de jaarrekening. Als gevolg hiervan hebben wij geen voldoende en geschikte controle-informatie kunnen verkrijgen omtrent deze aangelegenheden. Wij hebben geconcludeerd dat de mogelijke effecten van deze aangelegenheden van materieel belang zijn voor de jaarrekening maar niet van diepgaande invloed.


Jaardocument 2013 Radboudumc

89

Oordeel met beperking betreffende de jaarrekening Naar ons oordeel geeft de jaarrekening, uitgezonderd de mogelijke effecten van de aangelegenheden beschreven in de paragraaf ‘Onderbouwing van het oordeel met beperking’, een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Radboudumc per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi en de Beleidsregels toepassing WNT. Voorts zijn wij van oordeel dat de jaarrekening 2013 in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoet aan de WNT-eisen van financiĂŤle rechtmatigheid, zoals opgenomen in het Controleprotocol WNT van de Beleidsregels toepassing WNT. Verenigbaarheid jaarverslag met jaarrekening Wij vermelden dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening. Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Ingevolge artikel 2 Regeling verslaggeving WTZi juncto artikel 2:393 lid 5 onder e BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd.

Amsterdam, 4 juli 2014 Ernst & Young Accountants LLP w.g. drs. J. Verhagen RA

Resultaatbestemming Het resultaat van Radboudumc is niet uitkeerbaar en wordt volledig toegevoegd aan de reserves binnen het eigen vermogen.


90

Jaardocument 2013 Radboudumc

9 Bijlagen 9.1

De organisatie

9.1.1

Kerngegevens - vijfjarenoverzicht

Concernstaf: • Human resources • Strategieontwikkeling • Financiën • Kwaliteit en Veiligheid (incl. IWKV)

Bestuurlijke en juridische zaken

Medezeggenschap / Advies: • Ondernemingsraad (OR) • Stafconvent • Adviesraad Verpleegkundigen en Paramedici (VAR) • Patiënten Adviesraad (PAR) • Cliëntenraad Academische ziekenhuizen (CRAZ) • UMC Raad

Focus op externe klanten Onderwijs en Opleiding R a a d v a n B e s t u u r

Patiëntenzorg

Wetenschap

Instituut voor wetenschappelijk onderwijs en opleidingen (IWOO)

Patiëntenzorg

Radboud Zorgacademie Primair extern gerichte afdelingen Valorisatie Geestelijke verzorging en pastoraat

Focus op interne klanten

Primair intern gerichte afdelingen

Servicebedrijf

2013

2012

2011

2010

2009

Eerste polikliniekbezoeken

n.n.b.

157.450

156.085

146.389

134.888

Ziekenhuisopnamen

n.n.b.

31.363

32.163

29.080

31.842

Dagbehandeling

n.n.b.

53.087

49.337

45.326

40.150

Bezoeken spoedeisende hulp

n.n.b.

21.672

24.505

27.487

21.856

Operaties (electieve)

n.n.b.

21.481

22.882

19.376

18.237

Verpleegdagen

n.n.b.

197.104

193.949

196.306

206.923

953

953

953

953

953

n.n.b.

61%

63%

63%

65%

6

6

6

7

6

Bedden Bedbezetting Gemiddelde ligduur in dagen Overleden tijdens dagopname

n.n.b.

1

1

2

0

Overleden tijdens klinische opname

n.n.b.

540

595

536

481

Onderwijs Ingeschreven studenten: 2.230

2.293

2.220

2.197

2.218

- biomedische wetenschappen

- geneeskunde

516

503

505

514

499

- tandheelkunde

443

424

406

420

439

40

38

27

28

27

311

242

291

292

239

- molecular mechanisms of disease Diploma's - geneeskunde - biomedische wetenschappen

49

60

80

66

91

- tandheelkunde

79

56

78

72

46

- molecular mechanisms of disease

17

11

15

11

5


Jaardocument 2013 Radboudumc

Onderzoek Proefschriften

186

165

140

135

114

3.396

3.353

3.020

2.624

2.417

Medewerkers

9.931

9.897

10.228

9.973

9.984

Formatieplaatsen (excl. stagiairs)

7.325

7.227

7.354

7.271

7.430

958.001

888.765

840.336

741.902

18.351

13.125

6.891

8.543

Balanstotaal

1.065.039

968.863

953.580

759.092

Budgetratio1

18,0%

17,4%

15,9%

8,2%

Solvabiliteit2

16,2%

15,9%

14,8%

8,0%

Wetenschappelijke publicaties Personeel

Financiën (enkelvoudig en in € x 1.000) Opbrengsten Resultaat

1 2

eigen vermogen/opbrengsten eigen vermogen/balanstotaal

Vanwege de invoering van een nieuw EPD per 27/10 en vanwege afwijkende definities in DOTregistratie ten opzichte van FB-registratie zijn de gegevens patiëntenzorg over 2013 niet opgenomen.

91


92

Jaardocument 2013 Radboudumc

9.1.2

Structuur van het concern

Het Radboudumc is in 1999 ontstaan uit de integratie van het Academisch Ziekenhuis Nijmegen St Radboud en de medische faculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze geïntegreerde organisatie presenteert zich bestuurlijk en maatschappelijk als het Radboudumc en wordt bestuurd door de raad van bestuur. Het Radboudumc is samen met de Radboud Universiteit Nijmegen onderdeel van de Stichting Katholieke Universiteit (SKU). Het bestuur van de SKU fungeert als raad van toezicht van het Radboudumc en benoemt de leden van de raad van bestuur.

9.1.3 Afdelingen Het Radboudumc heeft intern- en extern gerichte afdelingen. Extern gerichte afdelingen richten zich op de externe klant: de patiënt, de student en de wetenschapper. Dat zijn bijvoorbeeld de afdelingen Kindergeneeskunde, Urologie, Heelkunde, Verloskunde en Gynaecologie. Intern gerichte afdelingen bedienen de extern gerichte afdelingen met diensten als diagnostisch onderzoek, anesthesie en de OK-faciliteit. Een afdeling staat onder leiding van een afdelingshoofd met ondersteuning van een bedrijfsleider. De raad van bestuur stuurt de afdelingen aan en stelt de organisatorische, beleidsmatige en bedrijfseconomische kaders. Afdelingen hebben een relatief grote beleidsruimte. Dat stimuleert afdelingen om de dienstverlening beter en sneller af te stemmen op de behoeften van de klant. Servicebedrijf In het Servicebedrijf zijn alle ondersteunende diensten ondergebracht. Het Servicebedrijf ondersteunt afdelingen met ICT, Inkoop, Financiën, Communicatie, Human resources, Logistiek & services, Vastgoed & infrastructuur. In aantal medewerkers is het Servicebedrijf het grootste bedrijfsonderdeel in het Radboudumc. Concernstaf en bestuurlijke en juridische zaken De concernstaf en de afdeling bestuurlijke en juridische zaken ondersteunen de raad van bestuur. Tot de concernstaf behoren de secties Financiën, Human Resources, Strategieontwikkeling en Kwaliteit & Veiligheid. Onderdeel van de sectie Kwaliteit & Veiligheid is het Instituut voor Waarborging van Kwaliteit. Instituut voor Wetenschappelijk Onderwijs en Opleidingen Het Instituut voor Wetenschappelijk Onderwijs en Opleidingen (IWOO) coördineert en initieert het academisch onderwijs binnen het Radboudumc. De onderwijsraad, voorgezeten door de decaan, vervult daarbij een belangrijke rol. Naast de decaan hebben de opleidingsdirecteuren zitting in de onderwijsraad. Zij hebben elk een afgebakende verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de uitvoering van het curriculum.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Radboud Zorgacademie De Radboud Zorgacademie (RZ) wil een toonaangevende opleider in de gezondheidszorg zijn. De Radboud Zorgacademie verzorgt opleidingen en andere deskundigheidsbevorderende activiteiten voor professionals in de (in)directe patiëntenzorg, zoals verpleegkundigen, anesthesiemedewerkers en operatieassistenten. De opleidingsprogramma’s zijn toegankelijk voor medewerkers van het Radboudumc en professionals van andere Nederlandse zorginstellingen. Valorisatie Het verbinden van wetenschappelijke kennis aan maatschappelijke en economische thema’s is één van de maatschappelijke opdrachten van het Radboudumc. De afdeling Valorisatie is daarbij de cruciale schakel. Valorisatie adviseert en faciliteert medewerkers (bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoekers) bij het invullen van deze opdracht. Daarnaast stimuleert Valorisatie de bedrijvigheid en geeft ze ondersteuning bij subsidieverwerving en het vermarkten en beschermen van kennis. Geestelijke Verzorging en Pastoraat In persoonlijke contacten bieden de geestelijk verzorgers van de Dienst Geestelijke Verzorging en Pastoraat ondersteuning aan patiënten en hun naasten. Daarnaast ondersteunen zij medewerkers met ethische en/of zingevingvragen. Medezeggenschap / Advies • H  et Radboudumc heeft een ondernemingsraad met zeven onderdeelcommissies. Deze zijn gekoppeld aan een vaste groep organisatieonderdelen. De taken en bevoegdheden van de ondernemingsraad zijn gebaseerd op de Wet op de ondernemingsraden. • Het Stafconvent, met daarin alle medisch specialisten, adviseert de raad van bestuur en bewaakt en bevordert de kwaliteit en doelmatigheid van: het medisch handelen, de medische beroepsoefenaar, de medisch-ethische standaard en onderwijs en onderzoek bij raakvlakken met patiëntenzorg en/of de medische opleiding. • Geënt op de structuur binnen de Radboud Universiteit heeft het Radboudumc een UMC-Raad. Deze adviseert de raad van bestuur over wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en opleiding. De UMCRaad heeft 24 leden. Dit zijn medewerkers die in hun werk rechtstreeks inhoudelijk betrokken zijn bij het onderzoek en onderwijs in het Radboudumc. Ook studenten hebben zitting in de UMC-Raad. • De Adviesraad Verpleegkundigen & Paramedici (VAR) adviseert de raad van bestuur, het afdelingsmanagement en belanghebbenden in het Radboudumc over de Kwaliteit & Veiligheid van verpleegkundigen en paramedici. • De Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen (CRAZ) is het patiëntenmedezeggenschapsorgaan van de acht UMC’s in Nederland. De CRAZ behartigt de gemeenschappelijke belangen van patiënten en hun familieleden. • De Patiënten Adviesraad (PAR) adviseert de raad van bestuur over patiëntenzorg en patiënten­ service om de zorg en het omgevingsklimaat in het Radboudumc patiëntgericht te maken.

9.2 Mediabeleid De media maken graag gebruik van de kennis, deskundigheid en visie van de zorgprofessionals en onderzoekers van het Radboudumc. Het aantal contacten tussen medewerkers en de media neemt de laatste jaren dan ook sterk toe. Ook zoekt het Radboudumc steeds meer zelf de publiciteit. In 2013 is een team wetenschapscommunicatie geformeerd, dat werkt vanuit één gemeenschappelijke corporate visie op wetenschapscommunicatie.

93


94

Jaardocument 2013 Radboudumc

9.3

Partnership met lokale maatschappelijke organisaties

Thermion In oktober 2012 is Thermion officieel in gebruik genomen. Hiermee komt het Radboudumc weer een stapje dichter bij de patiënt. Het oude Philips fabriekscomplex in Nijmegen-Noord (Lent) is volledig gerenoveerd en verbouwd tot een laagdrempelig academisch gezondheidscentrum midden in een woonwijk. Hierin werkt een groot aantal eerstelijns zorgpraktijken uit de Betuwe nauw samen met het Radboudumc. Het gezondheidscentrum huisvest een huisartsenpraktijk, fysiotherapiepraktijk, praktijk voor oefentherapie Caesar, apotheek, (kinder)psycholoog, logopedist, verloskundigen en thuiszorg. Door vergrijzing, de toenemende zorgvraag en nieuwe zorgmogelijkheden verandert de zorg. Deze zorg wordt in de toekomst dichter bij huis aangeboden met alle mogelijkheden van een academisch centrum. Vanuit Thermion kan een patiënt bijvoorbeeld samen met de huisarts een medisch specialist in het Radboudumc raadplegen via een beveiligde televerbinding, de zogenaamde ‘HealthBridge’. Door invulling te geven aan de door iedereen gewenste zorg in de buurt, ontstaat betere integrale en transmurale zorg. Door vergrijzing, de toenemende zorgvraag en nieuwe zorg­ mogelijkheden verandert de zorg. Deze zorg wordt in de toekomst dichter bij huis aangeboden met alle mogelijkheden van een academisch centrum Economische bijdragen Het Radboudumc ondersteunt op selectieve wijze regionale initiatieven die op korte of langere termijn in het belang van het Radboudumc kunnen zijn of waarin het Radboudumc een maatschappelijke verantwoordelijkheid onderkent. Voorbeelden zijn de Economische Raad Nijmegen (ERN), de realisatie van Novio Tech Campus (NTC) in 2013 met als belangrijke huurder SMB ( Science Meets Business, een spin-off van het Radboudumc), het regionaal ontwikkelingsprogramma van de stadsregio ArnhemNijmegen en de verdere ontwikkeling van het samenwerkingsverband Health Valley. Eén van de topsectoren waar de Nederlandse regering landelijk prioriteit aan geeft is Life Sciences & Health. Ook de provincie Gelderland en de Ontwikkelingsmaatschappij Oost NV beschouwen Life Sciences en Health als een belangrijke motor van de Gelderse economie. Zij hebben dit als speerpunt voor de verdere ontwikkeling van de Gelderse economie hoog op hun prioriteitenlijstje staan. Nijmegen is dan ook met Health Valley erkend als belangrijk regionaal economisch cluster. Dit biedt kansen voor het aantrekken van nieuwe investeringen en daarmee voor de groei van de Nijmeegse economie. Gemeente Nijmegen De samenwerkingsactiviteiten van het Radboudumc met de gemeente Nijmegen zijn divers. Een van de voorbeelden is het gemeentelijke ‘expatplatform’ voor medewerkers uit het buitenland. Het Radboudumc draagt ook bij aan de verdere ontwikkeling van Novio Tech Campus (NTC). Op het NTC zijn laboratoria, cleanrooms, equipment en faciliteiten beschikbaar voor bedrijven die actief zijn in Health en Life Sciences en/of Semiconductors/Hightech sector. Nadrukkelijk wordt getracht crossovers tussen deze sectoren te stimuleren. Deze activiteiten organiseert het Radboudumc vanuit Science Meets Business (SMB). SMB heeft een actieve rol in de verdere ontwikkeling van Novio Tech Campus. Het Radboudumc en SMB stellen faciliteiten beschikbaar voor startende en bestaande bedrijven en voor wetenschappelijke onderzoeksgroepen in de sector Life Sciences & Health op de Radboud Campus. En nu dus ook op de Novio Tech Campus in Nijmegen. De SMB-incubator is een bron van innovatie voor beginnende en bestaande bedrijven. Wetenschappers en ondernemers werken dicht bij elkaar in een inspirerende open-innovatieomgeving. In het najaar van 2013 is Novio Tech Campus definitief in gebruik genomen. Een tiental bedrijven en organisaties heeft zich hier inmiddels gevestigd. De meeste hiervan zijn actief op het gebied van life sciences. Euregio Rijn-Waal Het Radboudumc neemt deel in het Euregionaal werkverband Rijn-Waal. Dit leidde onder meer tot een vruchtbare samenwerking tussen diverse zorgorganisaties aan beide zijden van de Duits-Nederlandse grens. De kerngroep gezondheidszorg van de Euregio Rijn-Waal staat onder voorzitterschap van het Radboudumc. Ook het Traumacentrum van het Radboudumc heeft een grensoverstijgende functie. Zo bedient de traumahelikopter van het Radboudumc ook een deel van de aanpalende Duitse grensregio.


Jaardocument 2013 Radboudumc

Stadsregio Arnhem Nijmegen De stadsregio Arnhem-Nijmegen is onder andere verantwoordelijk voor verkeer en vervoer en regiomarketing. Het project ‘Bereikbaarheid Campus Heijendaal’ is in 2011/2012 afgerond. Zo zijn er enkele rotondes, vrijliggende fietspaden en busbanen aangelegd. Medewerkers, patiënten en bezoekers krijgen via grote displays in de centrale hal ‘real time’ reisinformatie. In 2013 zijn enkele rotondes aangepast waardoor de verkeersveiligheid, voor met name fietsers en voetgangers, verbeterd is. Provincie Gelderland en provincie Overijssel Op initiatief van de commissarissen van de koning in Gelderland en Overijssel is een zogenaamd triangeloverleg gestart tussen Food Valley Wageningen, High Tech Valley Twente en Health Valley Nijmegen. De triangelsamenwerking genereert subsidies die anders voor Oost-Nederland verloren kunnen gaan. De samenwerking met beide provincies, de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NV en het bedrijfsleven leidt tot nieuwe economische activiteiten in stad en regio. Daarnaast zijn er de door het Radboudumc zelfstandig gerealiseerde spin-offs. Dat leidde tot een duidelijkere focus in de Health Valley. De verbonden partijen richten zich op de zogenaamde RedMedTechHighway die van Twente via Nijmegen naar Oss/Eindhoven loopt. Het Radboudumc was actief betrokken bij de doorstart van bedreigde onderdelen van MSD (voorheen Organon). Op een deel van het MSD-complex in Oss is inmiddels het Pivot Park gerealiseerd. Ook hier hebben zich life sciences-bedrijven gevestigd waarmee het Radboudumc en de Radboud Universiteit een zakelijke en wetenschappelijke relatie hebben. Stadsbrug De Oversteek In september 2013 is in Nijmegen de nieuwe verkeersbrug ‘De Oversteek’ over rivier de Waal in gebruik genomen. De naam van de brug verwijst naar de heldhaftige oversteek in september 1944 door soldaten van de 82e All American Airborne divisie. Door de ingebruikname van deze brug is er nog nauwelijks sprake van filevorming voor de oude Waalbrug. Het Radboudumc is hierdoor per auto vanuit het noorden een stuk sneller bereikbaar. Dat is prettig voor bezoekers en voor medewerkers.

9.4 Samenstelling en overige functies Bestuur Stichting Katholieke Universiteit (SKU) en raad van bestuur Het Bestuur Stichting Katholieke Universiteit is als volgt samengesteld: • drs. L.M.L.H.A. Hermans (1951), voorzitter Greenport Holland, voorzitter Adfiz, voorzitter van het Nederlands Uitgeversverbond, voorzitter Platform Hout in Nederland, voorzitter (benoemd tot mei 2017, tweede periode) • dr. W.M. van den Goorbergh (1948), oud-plv. voorzitter van de raad van bestuur van Rabobank Nederland, vicevoorzitter (benoemd tot november 2014, tweede periode) • mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You (1946), Raad van State, Staatsraad (benoemd tot januari 2017, tweede periode) • drs. M.L. Henneman (1956), directeur/eigenaar Maria Henneman Media Management BV, Bureau voor Strategie en Communicatie, directeur/eigenaar Hof van Amstel BV, Dressuur Training (benoemd tot juli 2017, tweede periode) • drs. P.C.H.M. Holland (1943), oud-voorzitter KNMG (benoemd tot juli 2017, tweede periode) • dr. C.M. Hooymans (1951), lid van de raad van bestuur van TNO (tot 01.10.2013) (benoemd tot november 2014, tweede periode) • prof. dr. J.C. Stoof, oud-rector magnificus Universiteit Utrecht (benoemd tot januari 2017) • drs. G.B. Paulides, vice president / Global Head Mergers & Acquisitions and Commercial Finance (Upstream & Downstream),  Royal Dutch Shell (per 4 maart 2014)

95


96

Jaardocument 2013 Radboudumc

Overige functies Bestuur Stichting Katholieke Universiteit per 31/12/2013 drs. L.M.L.H.A. Hermans hoofdfuncties: • voorzitter Greenport Holland • voorzitter Adfiz • voorzitter Nederlands Uitgeversbond • voorzitter Platform Hout in Nederland overige functies: • voorzitter Vrienden van het Nationaal Archief • lid raad van commissarissen Luzac College • voorzitter Toezicht- en Adviescollege CBRE Real Estate Funds • lid bestuur Academie voor Wetgeving • lid bestuur Instituut GAK partijpolitieke functie: • fractievoorzitter VVD Eerste Kamer der Staten-Generaal dr. W.M. van den Goorbergh, oud-plv. voorzitter van de raad van bestuur van Rabobank Nederland overige functies: • voorzitter raad van toezicht Nexus Instituut • voorzitter raad van toezicht KPC Groep • voorzitter raad van commissarissen DELA en Welten Groep Holding • voorzitter raad van commissarissen NIBC Bank • lid raad van commissarissen Bank Nederlandse Gemeenten en Mediq drs. P.C.H.M. Holland, oud-voorzitter KNMG overige functies: • lid raad van toezicht Gelre-ziekenhuizen • jurylid kwaliteitsprijs INK • bestuurslid van ZegelGezond • voorzitter van de stuurgroep Kwaliteit Mondzorg • lid van de adviesraad Kwaliteitsinstituut CVZ • lid onderzoekscommissie Ruwaard van Putten ziekenhuis mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You hoofdfunctie: • Raad van State • Staatsraad overige functies: • bestuurder bij NL Financial Investments • commissaris bij Berenschot Holding • bestuurslid Nederlandse Juristen Vereniging (tot juni 2013) • bestuurslid van Het Koninklijk Kabinet van Schilderijen het Mauritshuis • voorzitter Prins Claus Fonds (tot juni 2013) • lid van de raad van commissarissen Het Concertgebouw NV • voorzitter Stichting Juridische Samenwerking Nederland-Suriname mevrouw drs. M.L. Henneman hoofdfuncties: • directeur/eigenaar Maria Henneman Media Management BV, Bureau voor Strategie en Communicatie • directeur/eigenaar Hof van Amstel BV, Dressuur Training overige functies: • member of the Board of Governors Clingendael Institute • bestuurslid KNHS (Koninklijke Nederlandse Hippische Sport Federatie)


Jaardocument 2013 Radboudumc

• • • • •

lid raad van bestuur Stichting Women Inc. (tot 1 mei 2013) lid raad van advies Anne Frank Stichting bestuurslid Persvrijheidsfonds jurylid Anne Vondelingprijs, parlementaire persprijs jurylid Opzij top 100, meest invloedrijke vrouwen in NL

dr. C.M. Hooymans hoofdfunctie: • lid van de raad van bestuur van TNO (tot 01-10-2013) overige functies: • lid raad van commissarissen Rabobank Vallei en Rijn • lid raad van commissarissen Koninklijke KPN NV • lid Centrale Commissie voor de Statistiek (CCS) • lid bestuur Koning Willem I Stichting (voor selectie tweejaarlijkse ondernemingsprijs) • lid bestuur Avond van Wetenschap en Maatschappij de heer prof. dr. J.C. Stoof, oud-rector magnificus Universiteit Utrecht overige functies: • voorzitter raad van toezicht Toponderzoekschool ISES • lid executive board van het Top Instituut TI Pharma • lid raad van advies CVON • lid curatorium bijzondere leerstoel Moleculaire Biologie van Zenuwweefselregeneratie aan de VU • voorzitter internationale evaluatiecommissie NWO • lid NVAO-commissie voor de instellingsaccreditatie van de RUG Overige functies raad van bestuur (17 april 2014) prof. dr. M. Samsom, voorzitter raad van bestuur • vice-voorzitter Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra • bestuurslid Health Valley en dagelijks bestuur • lid stuurgroep Novio Tech Campus • raadslid Economische Raad Nijmegen prof. dr. P. Smits, vicevoorzitter / decaan raad van bestuur • lid Beraadsgroep Geneeskunde Gezondheidsraad • voorzitter Jury Galenusprijs • voorzitter Dutch Clinical Trial Foundation • lid van het bestuur FC Donders Centre for Cognitive Neuroimaging • lid van het bestuur Centre for Systems Biology • bestuurder Stichting Gelder-Kennis • voorzitter Stichting Fonds Ontwikkelingssamenwerking mevrouw drs. C.C. van Beek MCM, lid raad van bestuur • lid bestuur Stichting Verkiezing Overheidsmanager van het Jaar • lid adviesraad TiasNimbas, Tilburg University • lid raad van advies Hans van Mierlo Stichting C.J.H. Buren, MBA RC, lid raad van bestuur • lid raad van toezicht DBC-Onderhoud (tot 1 januari 2014) • bestuurslid Stichting Dutch Hospital Data De overige functies van de leden van de raad van bestuur genieten de goedkeuring van het Bestuur Stichting Katholieke Universiteit.

97


Radboud universitair medisch centrum

Jaardocument 2013  
Jaardocument 2013