Page 1

Gewijzigde ANTWOORDSLEUTEL INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE (iVTG) - SEPTEMBER 2018 Vervallen vragen (n=3): 22, 32, 119; sleutelwijzigingen (n=5): 9, 44, 75, 115, 126. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

Antwoord B 16. A B 17. A B 18. C B 19. C C 20. B B 21. C D 22. A A 23. D A 24. C A 25. A D 26. C B 27. B B 28. D B 29. B C 30. D

Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

Literatuurreferentie en/of feedback voor studenten Clinical Neurology (9th ed. 2015) Aminoff M. e.a., chapter 10 Textbook of biochemistry with clinical correlations (7th ed. 2010/2011) Devlin T. e.a., blz. 1071 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 591 Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., blz. 311 Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., blz. 488 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 115 Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 149-150 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Acute rhinosinusitis Current medical diagnosis & treatment (56th ed. 2017) Papadakis M. e.a., blz. Blood Disorders Leerboek klinische neurologie (18e herz.dr. 2016) Kuks J. e.a., hfdst. 8 Psychology (9th ed. 2011/2012) Bernstein D. e.a., blz. 619-625 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. 47 Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 489-495 FEEDBACK: de blaas ligt ventraal van de vagina (A fout), de uterus op de top (C fout), het rectum dorsaal (B juist). Verwarring zou kunnen bestaan met de enterokèle, maar dit alternatief is daarom niet geboden. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., hfdst. Hartziekten NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Het soa-consult Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 238-239 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 1016 Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., hfdst. 2.4 Harrison's Principles of Internal Medicine, Online, blz. the metabolic syndrome FEEDBACK: Vetembolieën manifesteren zich in de long omdat deze zich verspreiden via de veneuze zijde van de grote circulatie. Ze lopen vervolgens vast in het longvaatbed (C juist), niet in organen van de grote circulatie. (A en C fout). Ziekten in de huisartspraktijk (5e herz. dr. 2008) Lisdonk van de E. e.a., blz. 37 Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 272 Rang and Dale's pharmacology (7th ed. 2011/2012) Rang H. e.a., blz. 438 FEEDBACK: Raloxifeen is een SERM (selectieve estrogeen receptor modulator) die osteoblasten stimuleert en osteoclasten remt. Alendroninezuur is een bisfosfonaat, dat osteoclasten inactiveert. Denosumab is een antilichaam tegen RANK ligand, dat osteoclastvorming remt. Teriparatide is synthetisch parathyroïdhormoon. Rang and Dale's pharmacology (7th ed. 2011/2012) Rang H. e.a., blz. 243 FEEDBACK: De patiënte zal een poor metaboliser van CYP2D6 zijn. Na toediening heeft tramadol/de actievere metaboliet weinig effect, hetgeen zich uit in ernstige pijn. Er is weinig O-desmethyltramadol in het plasma aanwezig. tramadol wordt dus niet gemetaboliseerd door CYP2D6. Medische psychologie (2e herz. dr. 2010) Kaptein A. e.a., blz. 45 FEEDBACK: Shaping = nieuw en complex gedrag aanleren door het gewenste gedrag op te knippen in stukjes en steeds die stukjes te oefenen en te belonen. Ad A. de eerste fase van sociaal leren (opnemen van modelgedrag). Ad B. het af en toe bekrachtigen van gedrag door variabele beloningen. Ad C. Hopen dat het gewenste gedrag zich voordoet en het dan belonen. Rubin's pathology: clinicopathologic foundations of medicine (6e ed. 2011/2012) Rubin R. e.a., blz. 1228 Medical statistics at a glance (3rd ed. 2009) Petrie A. e.a., blz. 102 Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. Ziekte van Crohn Psychology (9th ed. 2011/2012) Bernstein D. e.a., blz. 203, 207 Histology: a text and atlas with correlated cell and molecular biology (6th upd. and exp. ed. 2011) Ross M. e.a., blz. 419 Rang and Dale's pharmacology (8th ed. 2015/2016) Rang H. e.a., blz. 363 Medical genetics (4th ed. 2010) Jorde L. e.a. blz. 7 Clinical epidemiology: how to do clinical practice research (3e ed. 2006) Haynes R. e.a., blz. 361-362 Volksgezondheid en gezondheidszorg (6e geh. herz. dr. 2012) Mackenbach J. e.a., blz. 309 Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., hfdst. 23

15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24.

25.

26.

27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36.

31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45.

D B C D A A B A C A B D D B A

46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60.

C A C D C A C A D C D D B C C

61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

C C A B A B B B B B A C A A A

76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90.

A C A B A B C A C D A A A B D

91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105.

A C A A C D C C D C A B A C B

106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120.

D C B C A D C D A B C C B A A

121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135.

B A B D C C B D B B A B A A D

136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150.

B D C A C B B B B D A A C A A

151. 152. 153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165.

C C C A B A D A D B A C C C B

166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180.

A B C B D A B A B A D B B A B

181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195.

D A B C C A A B C D A B B B D

196. 197. 198. 199. 200.

A A A C B

© Alle rechten voorbehouden


37. 38. 39. 40.

41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65.

66. 67.

68.

69. 70. 71.

72.

Robbins basic pathology (9e ed. 2013) Kumar V. e.a., blz. 692 Anamnese en lichamelijk onderzoek (7e dr. 2014) Meer van der J. e.a., blz. 189 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 580 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 249-253 FEEDBACK: Bij optie C worden het jejunum en het ileum in plaats van het colon ascendens gemobiliseerd, bovendien worden alle bloedvaten van het mesenterium doorgesneden. Bij optie A wordt alleen de embryologisch ontstane verkleving tussen (meso)colon ascendens en pariëtaal peritoneum losgemaakt, terwijl de bloedvaten van het colon ascendens die zich in het mesocolon ascendens bevinden, onaangeraakt blijven. Bij optie B wordt het mesocolon ascendens met de bloedvaten erin doorgenomen. Dit kan niet eens stomp preparerend. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 1225-1226 Pathophysiology of disease: an introduction to clinical medicine (7th ed. 2014) McPhee S. e.a., blz. 468 FEEDBACK: Fosfaat kan bij een acute nierinsufficiëntie tevens verhoogd zij. D.m.v. antwoord a en c kan geen onderscheid gemaakt worden tussen een acute en chronische nierinsufficiëntie. Antwoord D duidt zeker op een chronische oorzaak. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/, blz. inleidendeteksten/i/inl%20prostaglandinesynthetaseremmers.asp#nsaid%27s Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/, blz. Opioïden NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Anticonceptie M02 Rubin's pathology: clinicopathologic foundations of medicine (6e ed. 2011/2012) Rubin R. e.a., blz. 543 Oncologie (8e herz. dr. 2011) Velde van de C. e.a., blz. 521 Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/, blz. lisdiuretica Guyton and Hall Textbook of medical physiology (12e ed. 2010/2011) Hall J. e.a., chapter 45 Clinical respiratory medicine (4e ed. 2012) Spiro S. e.a., chapter 44 Current Diagnosis & Treatment Rheumatology (3th ed. 2013) Imboden J. e.a., chapter 1. Physical Examination of the Musculoskeletal System Schwartz's principles of surgery (10th ed. 2015) Brunicardi F. e.a., chapter 10 Prometheus Anatomische Atlas 2. Inwendige organen (2e bew. en uitgebr. dr. 2010) Schünke M., blz. 96. Thorax Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., chapter 3, 362 Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., hfdst. 5 Spoedeisende hulp in de huisartsenpraktijk (2e herz. dr. 2008) Keeman J. e.a., blz. 33-35 NHG-Standaarden voor de huisarts (2015) deel 1 en 2, blz. 1580 Human physiology: from cells to systems (9th ed. 2016) Sherwood L., chapter 20: The reproductive system Textbook of biochemistry with clinical correlations (7th ed. 2010/2011) Devlin T. e.a., blz. 1045 Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 784 Leerboek epidemiologie (7e herz. dr. 2016) Bouter L. e.a., blz. 27 NHG-standaarden voor de huisarts (2012) deel 1. Boukes F. e.a., blz. Maagklachten M36 Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 663 Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 758 Vander's human physiology: the mechanisms of body function (12th ed. 2011) Widmaier E. e.a., blz. 353-431 FEEDBACK: er ontstaat hypertensie. Een niet compliante kunststofprothese van de aortaboog wijzigt de arteriële impedantie door verlies van windketelfunctie. Hierdoor stijgt de systolische bloeddruk en daarmee de wandspanning van de gehele aortawand. Door de kunststofprothese van de aortaboog vermindert de functie van de baroreceptoren van de arcus aortae. Een aantal, dat van de baroreceptoren naar het cardiovasculaire medulla centrum gaan geeft geen signalen meer af. Fysiologisch gezien wordt dit verwerkt als een daling in de bloeddruk. Het medullaire cardiovasculaire centrum reageert hierop door de bloeddruk te verhogen. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 614 Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 931 FEEDBACK: Bij een acute jichtaanval kunnen NSAID’s voorgeschreven worden of 1 dd 30-50 mg prednisolon gedurende 5-10 dagen. Bij een uitblijvend effect van deze middelen na 3-5 dagen wordt colchicine voorgeschreven. Colchicine is bewezen effectief bij de behandeling van een jichtaanval. Allopurinol verlaagt het serumurinezuurgehalte en zal in een later stadium voorgeschreven worden. Morfine is in het algemeen de laatste stap bij pijnbestrijding. Methotrexaat wordt ingezet bij auto-immuunziekten, het heeft geen plaats in de behandeling van jicht. Bekende risicofactoren voor jicht (alcohol en overgewicht) dienen te worden bestreden. Deze preventie is ook op de lange termijn van belang om volgende jichtaanvallen te voorkomen. Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 233 FEEDBACK: Serologische screeningtests, met name bepaling van IgA anti-endomysium antistoffen (EmA) en anti-tissue-transglutaminase antistoffen (aTGA) zijn zeer sensitief en specifiek voor de ziekte. Alleen indien de antistoftiter van de aTGA antistoffen meer dan 10 x de normaalwaarde is, en bovendien EMA en HLA DQ2 of DQ8 typering positief is, en er sprake is van typische symptomen van coeliakie, kan volgens de nieuwe richtlijn een dunnedarmbiopt achterwege gelaten worden. Alleen als aan al deze voorwaarden is voldaan kan een dunnedarmbiopt achterwege gelaten worden. Om te beoordelen of er sprake is van typische symptomatologie passend bij coeliakie, wordt aanbevolen te overleggen met de kinderarts-MDL. H2 ademtest en 24 uurs-vetbalansbepaling in de ontlasting zijn geen onderzoeken die de diagnose coeliakie kunnen bevestigen. Hazzard's geriatric medicine and gerontology (7th ed. 2016/2017) Halter J. e.a., blz. content.aspx?bookid=1923&sectionid=144525099. Accessed October 07, 2017 Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 316 FEEDBACK: De overheid (minister van VWS) beslist over de inhoud en omvang van het basispakket van de ziektekostenverzekering op advies van het Zorginstituut Nederland. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 986, tabel 19.29 FEEDBACK: Door endotoxine (LPS) van meningokokken treedt zeer sterke inflammatie op, waardoor vasodilatatie (shock) en diffuse intravasculaire stolling optreedt. Door verbruikscoagulopathie treden bloedingen op, wanneer deze in de bijnieren optreden ontstaat het beeld van primaire bijnierschorsinsufficiëntie met diepe shock die niet goed op vulling reageert maar waarbij suppletie van glucocorticosteroïden zinvol kan zijn. Volksgezondheid en gezondheidszorg (6e geh. herz. dr. 2012) Mackenbach J. e.a., blz. 84-86

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


73. 74.

75. 76. 77. 78. 79.

80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89.

90. 91. 92. 93.

94.

95.

FEEDBACK: Een overlijdensverklaring bestaat uit twee delen: het A-formulier, waarop de arts die het overlijden heeft vastgesteld, verklaart er van overtuigd te zijn dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden en het B-formulier, waarop de arts de oorzaak van het overlijden invult, maar waarop de naam van de overleden niet voorkomt. Deze vraag gaat over het invullen van het B-formulier. Bij een juiste invulling van het formulier komt in de regel de aandoening die onder 1c vermeld staat, in de statistiek van doodsoorzaken terecht. Alle doodsoorzaakverklaringen in Nederland worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bewerkt. Bij het invullen van dit formulier gaat het er om dat men vanuit de rechtstreekse oorzaak van het overlijden (1a) terug redeneert naar de ‘eerste’ oorzaak (1c) in de keten van oorzakelijke factoren. Voorbeelden van oorzakelijke factoren zijn MS, COPD, maagcarcinoom. Bij 1a gaat het dan om de relatief oppervlakkige kenmerken van de situatie vlak voor het overlijden (bijv. sepsis, ademstilstand, leverinsufficiëntie). Medische psychologie (2e herz. dr. 2010) Kaptein A. e.a., blz. 117 Essential clinical anatomy (5th ed. 2014/2015) Moore K. e.a., blz. 356 FEEDBACK: De M. gastrocnemius hecht distaal aan de calcaneus, dit pezige gedeelte is de achillespees. Deze spier zorgt voornamelijk voor plantaire flexie. De M. plantaris en M. tibialis posterior hebben wel een rol bij plantaire flexie en hebben een relatie met de achillespees, maar deze zijn moeilijk geïsoleerd te palperen (met name de diepere M. tibialis posterior). Ook de M. popliteus is niet palpeerbaar. Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 103 FEEDBACK: Alleen colorectale carcinomen zijn een indicatie voor curatieve metastasectomieën. Mammacarcinomen, melanomen van de huid (m.u.v. van de retina), pancreascarcinomen of pancreascarcinoïden zijn dat niet omdat het hier eigenlijk altijd gaat over hematogene metastasering die zich het eerst openbaart in de lever maar daartoe niet beperkt is. Leerboek kindergeneeskunde: een interactieve benadering in woord en beeld (2e dr. 2011) Brande van den J. e.a., blz. 229 NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Fractuurpreventie Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 277-278 FEEDBACK: Jonge kinderen maken gemiddeld zo’n 6-8 respiratoire infecties door. De meest zijn ongecompliceerd en genezen vanzelf. In deze casus wordt een ongecompliceerde neusverkoudheid beschreven die geen aanvullende behandeling nodig heeft. Gezien er tussen de episodes door geen klachten zijn is de kans op een anatomische afwijking op corpus alienum klein. Het snelle genezingsproces van 5 dagen alsook de beperkte klachten pleiten tegen een bacteriële superinfectie. Een neusverkoudheid bij kinderen kan gepaard gaan met koorts en dit is normaal. Er wordt doorverwezen bij: Kinderen jonger dan 1 maand met koorts binnen enkele uren naar de kinderarts, ongeacht de aanwezigheid van een rhinitis (of rinosinusitis); Kinderen tussen 1-3 maanden met rinosinusitis en koorts indien zij een zieke indruk maken binnen enkele uren naar de kinderarts; Kinderen met tekenen van ernstig algemeen ziek zijn, zoals dehydratie, sufheid of apathie (vooral bij kinderen jonger dan 1 jaar), direct naar de kinderarts; Patiënten met alarmsymptomen direct naar de kno-arts, kinderarts of neuroloog. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 873 Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 1098-1103 Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (3e herz. dr. 2011) Jongh de T. e.a., blz. 819-828 Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 424 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 204-210 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 406 Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/, blz. GEEN OPGAVE Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 338 Anamnese en lichamelijk onderzoek (7e dr. 2014) Meer van der J. e.a., blz. 39 Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 8-11, 35-39 FEEDBACK: Bij een normaal trommelvlies wordt bij otoscopie de lichtreflex in het vooronderkwadrant gezien. Dit omdat het trommelvlies op die plaats loodrecht op de invallende stralenbundel staat. Dit is echter alleen het geval bij een normale stand en consistentie van het trommelvlies. Een lichtreflex elders dan in het vooronderkwadrant (doorgaans ter plaatse van de pars flaccida) duidt op een ingetrokken trommelvlies. Als de ligamenten mallei anterius en posterius zijn geaccentueerd duidt dat ook op een ingetrokken trommelvlies. Echter, dit is niet in de casus beschreven. De chorda tympani is een tak van de nervus facialis die door het middenoor loopt. Deze structuur is (afhankelijk van de helderheid van het trommelvlies) te zien bij otoscopie. Myringosclerose is littekenvorming op het trommelvlies, een restverschijnsel van otitiden. Het trommelvlies staat in de normale toestand schuin in de gehoorgang (van dorsolateraal naar ventromediaal). Bij de normale stand van het trommelvlies is het achteronderkwadrant het dichtst bij en het vooronderkwadrant het verst verwijderd van de onderzoeker. Human molecular genetics (4th ed. 2010/2011) Strachan T. e.a., blz. 50 Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 328 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 542-543 FEEDBACK: In tegenstelling tot de overige diagnoses is alleen bij PMR de BSE verhoogd en er is een snelle reactie op prednison in de aangegeven dosering. Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., blz. 111-114 FEEDBACK: Sensitiviteit is de proportie positieven onder de zieken, de ‘terecht positieven’, ofwel de proportie van de groep personen met de onderzochte ziekte die met de indextest (diagnostische test waarvan de diagnostische eigenschappen worden onderzocht) terecht als ziek geclassificeerd wordt. Specificiteit is de proportie negatieven onder de niet-zieken, de ‘terecht negatieven’, ofwel de proportie van een groep personen zonder de onderzochte ziekte die met de indextest terecht als niet-ziek geclassificeerd worden. In de casus wil de sensitiviteit van 89100% dus zeggen dat 89-100% een (terecht) positieve test heeft. De rest (0-11%) heeft dus een (fout) negatieve test: in werkelijkheid een ruptuur, maar geen ruptuur zichtbaar op de echo. Fysische diagnostiek: uitvoering en betekenis van het lichamelijk onderzoek (2e herz. dr. 2015) Jongh de T. e.a., blz. 315 FEEDBACK: De proef van Bragard: bij het passief heffen van het gestrekte been tot net onder het niveau waar de pijn geluxeerd wordt, veroorzaakt dorsoflexie van de voet een toename van de uitstraling in het been. De proef van Kemp: in staande houding wordt de patiënt achterovergebogen en vervolgens in de richting van de aangedane zijde. Bij een positieve testuitslag geeft de patiënt pijn aan in de rug, uitstralend naar het been. De proef van Lasègue: bij een positieve testuitslag luxeert passief heffen van het gestrekte been uitstralende pijn langs de zijkant of achterkant van het aangedane been. De hoek waaronder pijn ontstaat, wordt aangegeven. De proef van Naffziger: de vv jugulares worden gecomprimeerd. De druk op beide vv jugulares veroorzaakt toename van pijn in het aangedane been door verhoging van de intraspinale liquordruk (bij een positieve testuitslag). Robbins basic pathology (9e ed. 2013) Kumar V. e.a., blz. 1281-1286,1301

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


96. 97. 98. 99. 100. 101. 102.

103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110.

111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118.

119.

120. 121. 122.

123.

124.

FEEDBACK: Neurodegeneratie van de voorhoorncellen is het onderliggende mechanisme bij amyotrofische lateraal sclerose en bevinden zich in het myelum, niet in de hersenen. Bij multiple sclerose is er sprake van demyelinisatie van de witte stof waardoor de zenuwgeleiding blokkeert waardoor uitvals- en prikkelingsverschijnselen optreden. Bij de ziekte van Alzheimer is er sprake van bèta-amyloïd en tau-proteïne depositie, de zogenoemde seniele plaques en neurofibrillaire kluwens. Spongiforme transformatie van de cortex ontstaat bij de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 589-596 FEEDBACK: Bij centrale pubertas praecox is er toename testisvolume. Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 344-352 FEEDBACK: Om de combinatie van stem- en slikklachten te kunnen verklaren na manipulatie in het mediastinum komt alleen de n. laryngeus inferior (= n. recurrens) hiervoor in aanmerking. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 157 Leerboek urologie (3e herz. dr. 2013) Bangma C., blz. GEEN OPGAVE Rang and Dale's pharmacology (7th ed. 2011/2012) Rang H. e.a., blz. 258 Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. content.aspx?bookid=1130&Sectionid=79724617. Accessed November 23, 2015 Neurologie (6e herz. dr. 2015) Hijdra A. e.a., blz. 386 FEEDBACK: Het beschreven aangedane gebied van pink en laterale zijde van de ringvinger wordt geïnnerveerd door de n. ulnaris. De N. medianus bestrijkt het gebied van de distale delen van de ringvinger, middelvinger, wijsvinger en duim. De n. radialis heeft uitlopers in o.a. de onderarm, proximale delen van de 3 vingers aan de duimzijde en duim en in de hand aan de duimzijde. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Subfertiliteit 2010 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. GEEN OPGAVE Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., blz. 87 Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., hfdst. 12, Reumatische aandoeningen, blz. 360 Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., hfdst. 31, blz. 581 Handboek gezondheidsrecht (6e dr. 2014) Leenen H. e.a., blz. 251-254 Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 235-236 FEEDBACK: Deze neurotoxinen binden en remmen het acetylcholinesterase enzym. Acetylcholine wordt niet afgebroken en de postsynaptische receptor blijft actief, doordat deze continu verzadigd blijft. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 910-914 FEEDBACK: Chirurgische debulking wordt uitgevoerd bij ovariumcarcinomen waarbij de ziekte niet beperkt is tot de genitalia interna. De voordelen van chirurgische debulking zijn: vermindering van gastro-intestinale klachten bij een groot tumorvolume en daarmee verbetering van algemene conditie; verhoging van de effectiviteit van cytostatica onder andere door betere doorbloeding van kleine tumorpartikels die overblijven; verbetering van de mogelijkheden tot immuunrespons van de patiënt zelf tegen de tumor. Anamnese en lichamelijk onderzoek (7e dr. 2014) Meer van der J. e.a., blz. 133-151 Clinical surgery (3e ed. 2012) Henry M. e.a., blz. 236-237 Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., blz. GEEN OPGAVE Leerboek orthopedie (3e herz. dr. 2013) Verhaar J. e.a., blz. GEEN OPGAVE Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. GEEN OPGAVE Essential surgery: problems, diagnosis and management (5th ed. 2014) Quick C. e.a., blz. GEEN OPGAVE Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. 383: Sjögren's Syndrome Leerboek urologie (3e herz. dr. 2013) Bangma C., blz. 29 FEEDBACK: Bij een uretero-ileocutaneostomie volgens Bricker wordt na de verwijdering van de blaas een stukje dunne darm uit de continuïteit geïsoleerd, het orale uiteinde gesloten en worden hierop de ureters ingehecht. Het aborale einde wordt als een stoma in de buikwand gehecht. De urine loopt continu in een opvangzakje, want het stukje darm heeft geen reservoirfunctie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Anemie FEEDBACK: IJzergebrekanemie bij een vrouw ouder dan 50 jaar zonder hevig menstrueel bloedverlies is een reden voor een coloscopie. Alleen starten met ferrofumaraat is niet afdoende. Als de coloscopie geen afwijkingen laat zien, is een gastroscopie geïndiceerd. Afhankelijk van de uitslag kan hierna met een internist overlegd worden. Er is nu geen indicatie om naar een hematoloog te verwijzen. Bij een overig gezonde patiënte overweegt de huisarts pas bij een Hb < 5 mmol/L een verwijzing voor bloedtransfusie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Zwangerschap en kraamperiode RIVM. LCI-Richtlijnen. http://www.rivm.nl, blz. /Documenten_en_publicaties/Professioneel_Praktisch/Richtlijnen/Infectieziekten/LCI_richtlijnen/LCI_richtlijn_Zesde_ziekte Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., blz. 289-290 FEEDBACK: Continue capillairen hebben een ononderbroken endotheellaag en een lamina basalis. Deze capillairen worden onder andere gevonden in het zenuwstelsel en vormen onderdeel van de bloed-hersenbarrière. Gefenestreerde capillairen met diafragma wordt gevonden in de endocriene klieren en het darmkanaal. Gefenestreerde capillairen zonder diafragma komen voor in de nierglomerulus. Discontinue capillairen komen voor in hemopoëtische organen, zoals het beenmerg en de milt. Robbins basic pathology (9e ed. 2013) Kumar V. e.a., blz. 613 FEEDBACK: Het zien van één Auerse staaf geeft direct richting aan de classificatie van een hematologische aandoening: een blast met een Auerse staaf is altijd maligne; de Auerse staaf is daarnaast een onherroepelijk bewijs voor de myeloïde afkomst van een hematologische maligniteit zoals de acute myeloïde leukemie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. COPD (3e herziening). NHG-Werkgroep Astma bij volwassenen en COPD. Huisarts Wet 2015;58(4):198-211 FEEDBACK: Salbutamol is een SABA (short-acting-bèta-2-agonist) en ipratropium is een SAMA (short acting muscarinic antagonist). Wanneer de behandeldoelen niet behaald worden (aanhoudend klachten van dyspneu, exacerbaties, nachtelijke klachten en bij patiënten met (matig) ernstige luchtwegobstructie (FEV1 < 80% van voorspeld), wordt overgestapt op een onderhoudsbehandeling met een langwerkende luchtwegverwijder: een LABA (long acting bèta-2-agonist) zoals formoterol of salmeterol of; een LAMA (long acting muscarinic antagonist) zoals tiotropium. Overweeg het toevoegen van inhalatiecorticosteroïden (o.a. fluticasonpropionaat) gedurende één jaar alleen bij patiënten met frequente ernstige exacerbaties (twee of meer kuren prednisolon of een antibioticum of ziekenhuisopname in verband met COPD per jaar),

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


125. 126. 127.

128. 129. 130. 131.

132. 133. 134.

135.

136.

137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146.

147.

148. 149.

ondanks onderhoudsbehandeling met een langwerkende luchtwegverwijder. Omdat matig tot ernstig zieke patiënten het meeste baat hebben bij antibiotica, wordt aanbevolen de behandeling van een exacerbatie met antibiotica te reserveren voor patiënten met ernstig COPD of voor patiënten met klinische infectieverschijnselen (temperatuur > 38 graden Celsius of algemeen ziekzijn). Voor de medicamenteuze behandeling van een ernstige exacerbatie zonder alarmsymptomen. Wacht het effect van de luchtwegverwijders bij een ernstige exacerbatie ter plaatse af; in minder ernstige gevallen kan een controle binnen enkele uren worden afgesproken. Bij verbetering geef een orale kuur prednisolon. Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 424 Essentials of clinical geriatrics (7th upd. ed. 2013) Kane R., chapter 7. Diagnosis and Management of Depression Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 892-893 FEEDBACK: Bij deze patiënt met een minimale GCS moet eerst geïntubeerd en geventileerd worden. Dit om hypoxie en hypercapnie te voorkomen hetgeen de cerebrale perfusie en intracraniële druk kan verhogen. Daarna kan aanvullend onderzoek worden verricht naar de onderliggende oorzaak van de GCS-daling. Human physiology: from cells to systems (9th ed. 2016) Sherwood L., blz. 141 Probleemgeoriënteerd denken in de geriatrie: een praktijkboek voor de opleiding en de kliniek (2e herz. dr. 2012) Olde Rikkert M. e.a., blz. 302 Oncologie (8e herz. dr. 2011) Velde van de C. e.a., hfdst. longcarcinoom FEEDBACK: Een typische of enkelvoudige koortsconvulsie treedt op bij kinderen tussen 6 maanden en 4 jaar oud, bij een temperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius, is gegeneraliseerd van karakter en duurt niet langer dan 10 tot 15 minuten. Een asymmetrisch (begin van een) insult wijst op gelokaliseerde epilepsie, hetgeen niet past bij een koortsconvulsie. Dit vereist aanvullend onderzoek in de vorm van een EEG en eventueel beeldvorming. Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 504 CURRENT Diagnosis & Treatment Physical Medicine & Rehabilitation (2015) Maitin I. e.a., chapter 30 Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 371 FEEDBACK: De twee voor schildklierchirurgie specifieke complicaties zijn persisterende hypocalciëmie (1-3% van de gevallen door hypo- of aparathyreoïdie ten gevolge van beschadiging of ischemie van de bijschildklieren) en heesheid (in 0,5-2% van de gevallen door stembandstilstand ten gevolge van beschadiging van de nervus recurrens). Postoperatieve hypocalciëmie is in het algemeen van voorbijgaande aard en wordt op geleide van de symptomen behandeld met orale calciumsuppletie en vitamine D. Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 298 FEEDBACK: De ziekte van Von Willebrand is een stollingsstoornis. Door een tekort aan het stollingseiwit Von Willebrand factor (vWF), stolt het bloed moeilijker en zullen bloedingen langer aanhouden. Type 1 (60-80%) is de meest voorkomende vorm en wordt bij meisjes vaak pas tijdens de pubertijd gediagnosticeerd op het moment dat zij beginnen te menstrueren. Veel patiënten ondervinden weinig last van de aandoening, echter bij ernstig letsel of chirurgische ingrepen dient men waakzaam te zijn. Klinische symptomen zijn slijmvliesbloedingen, blauwe plekken en menorragie. Bij Factor V Leiden is de stolling juist verhoogd. Dit geeft meer kans op trombose vorming in de vaten. De verhoogde bloedingsneiging zoals in de casus is beschreven past hier niet bij. Bètathalassemie zorgt voor aantasting van het hemoglobinemolecuul en geeft klachten van anemie. Het heeft verder geen effect op de bloedstolling. Hemofilie is een X-gebonden recessieve aandoening en komt zodoende alleen bij mannen voor waardoor deze diagnose direct afvalt. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 71 FEEDBACK: Een rechterlijke machtiging op eigen verzoek is vooral relevant voor verslaafden die in het beginsel bereid zijn een behandeling te ondergaan, maar bang zijn dat deze bereidheid tijdens die behandeling komt te ontbreken. Het verzoek moet vergezeld worden door een behandelplan, dat samen met een psychiater is gemaakt. De voorwaarden van deze RM op eigen verzoek is dat er sprake moet zijn van een geestelijke stoornis en van gevaar. De duur van de machtiging is minimaal 6 maanden en maximaal een jaar. Een machtiging tot voortgezet verblijf kan worden aangevraagd na afloop van een reguliere voorlopige machtiging. Een voorwaardelijke machtiging is juist bedoeld om patiënten niet in een instelling te laten belanden door hen in de thuissituatie een behandeling te laten ondergaan (medicatie) onder sterke drang. Zelfbinding is voor patiënten met wisselende perioden, waarbij in een slechte periode tijdig tot opname kan worden overgegaan zonder dat zij op dat moment al direct een gevaar vormen. Hierover worden exacte afspraken gemaakt wanneer zij in een ‘goede’ periode verkeren. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 799 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., hfdst. 64 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., hfdst. 26 How to read a paper: the basics of evidence-based medicine (5th ed. 2014) Greenhalgh T., hfdst. 3 en 4 Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., hfdst. 12 Medical microbiology (8th ed. 2016) Murray P. e.a., hfdst. hepatitis etc. Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., hfdst. 21: Psychische problemen en psychiatrische stoornissen Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 20 NHG-Standaarden voor de huisarts (2015) deel 1 en 2, blz. 1069 Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 466-467 FEEDBACK: Cystische fibrose is een erfelijke aandoening waarbij de epitheliale chloridekanalen defect zijn. De diagnose CF kan gesteld worden met behulp van een zweettest. De chloridekanalen in de huid kunnen door dit defect geen chloride en natrium terug resorberen uit het zweet waardoor de concentratie van beide ionen in het zweet verhoogd is en het zweet veel zouter is dan bij gezonde mensen. Het omgekeerde wordt gezien in het slijm van de luchtwegen. Daar zorgt het defect er juist voor dat er te veel chloride en natrium geresorbeerd wordt waardoor het slijm taai wordt. Neurologie (5e dr. 2013, 2e opl. 2013) Hijdra A. e.a., blz. 416-417 FEEDBACK: Frontotemporale dementie begint met corticale degeneratie in de frontaalkwabben, zodat in de beginfase veranderingen in de persoonlijkheid en gedragsstoornissen op de voorgrond staan. Het gaat om typische frontale stoornissen: asociaal gedrag met agressieve en seksuele ontremming. Later ontstaan stoornissen van geheugen en taal. Zowel Lewy-body dementie als de ziekte van Alzheimer heeft een ander klinisch beloop. Voor een vasculaire dementie heeft deze patiënt onvoldoende aanwijzingen in de voorgeschiedenis en het geleidelijk ontstaan van de symptomen past hier niet bij. The immune system (4th ed. 2014/2015) Parham P., blz. 483-484 Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 334-335 FEEDBACK: Wanneer de placenta nog in het corpus van de uterus ligt zal de hangreep van Küstner negatief zijn: de navelstreng wordt mee naar binnen getrokken. Als de placenta geheel of gedeeltelijk los ligt, drijven de nageboorteweeën de placenta in het onderste uterussegment.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


150. 151. 152.

153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165. 166.

167.

168.

169.

170. 171.

172. 173. 174.

Als de placenta los ligt in het onderste uterussegment, komt de navelstreng bij de handgreep van Küstner naar buiten (Küstner positief) of verandert niet van plaats. Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., blz. 649 FEEDBACK: Immunoglobuline A (IgA) is een belangrijk bestanddeel van moedermelk. Deze IgA is gericht tegen antigenen van de darmflora van de moeder en zal de zuigeling dus immunologische bescherming bieden tegen darminfecties door middel van passieve immunisatie. FEEDBACK: A is onjuist omdat ook een sterftereductie binnen 2 jaar relevant is. B is onjuist omdat er een significant verschil is op het relevante eindpunt. C is juist omdat je geen informatie hebt over initiële verschillen tussen de groepen in ernst van de ziekte. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. 265-268 FEEDBACK: Een subarachnoïdale bloeding is een levensbedreigende situatie waarbij sprake is van een bloeding binnen de subarachnoïdale (liquor)ruimten, meestal (80%) vanuit een geruptureerd aneurysma, soms (10%) vanuit een arterioveneuze malformatie. De klachten hebben een karakteristiek begin met peracute hoofdpijn (vaak optredend na het voelen van een ‘knapje’) meestal tijdens inspanning. Doorgaans gaat de hoofdpijn gepaard met nekstijfheid en braken en in een aantal gevallen met een passagère of blijvend bewustzijnsverlies of verwardheid. Een epiduraal of subduraal hematoom ontstaat meestal als gevolg van een trauma capitis. Intracerebrale bloedingen kunnen ontstaan na een trauma capitis of in het kader van een bloedig CVA. Kenmerkend zijn dan de neurologische uitvalsverschijnselen. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 35 Leerboek medische ethiek (4e herz.dr. 2013) Have ten J. e.a., hfdst. 3 Leerboek epidemiologie (7e herz. dr. 2016) Bouter L. e.a., blz. 197-199 Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., blz. 254 Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., blz. 321 Clinical respiratory medicine (4e ed. 2012) Spiro S. e.a., blz. 299 Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 970 Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 978 Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 740 Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 714 FEEDBACK: alle drie zijn segmentale zenuwen die in de omgeving van het lieskanaal lopen. De nervus ilioinguinalis loopt met de funiculus door het lieskanaal en wordt daarom het frequentst beschadigd. De andere twee zijn door hun ligging veel minder ‘at risk’. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 33 Fitzpatrick's dermatology in general medicine (8e ed. 2012) Goldsmith L. e.a., chapter 66: Dermal Hypertrophies and Benign Fibroblastic/myofibroblastic tumors Vander's human physiology: the mechanisms of body function (12th ed. 2011) Widmaier E. e.a., blz. 329 FEEDBACK: Plasma cortisolspiegels zijn verhoogd door de hormoonproducerende tumor. Dit resulteert in verlaagde spiegels van ACTH en CRH in het bloed, vanwege het negatieve feedbacksysteem. Door de lage spiegels ACTH wordt er minder cortisol geproduceerd door de rechter bijnierschors. Deze zal op den duur atrofiëren. ACTH wordt door de hypofyse geproduceerd, CRH door de hypothalamus en cortisol door de bijnierschors. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Lichen sclerosus FEEDBACK: Lichen sclerosus wordt in eerste instantie gekenmerkt door vaak jeukende, witte parelmoerachtige, soms vooral aan de rand wat erythemateuze maculae, papels en plaques. Dit wordt gevolgd door een atrofische fase die veelal gepaard gaat met verlittekening en schrompeling van de huid, ook treden in de laesies snel hematomen op. De voorkeurslokalisatie is de regio anogenitalis waar de afwijkingen kunnen leiden tot dyspareunie. Vitiligo kent eveneens het anogenitale gebied als voorkeurslokalisatie, echter is hierbij doorgaans geen sprake van jeuk/pijn en is er klinisch alleen sprake van gedepigmenteerde maculae. De witte maculae passen niet bij postmenopauzale atrofie of candidiasis. Fysische diagnostiek: uitvoering en betekenis van het lichamelijk onderzoek (2e herz. dr. 2015) Jongh de T. e.a., blz. 177 FEEDBACK: De urethra bevindt zich ventraal in de penis. Bij verdenking op een urethrastrictuur kan ventraal de urethra worden gepalpeerd op de aanwezigheid van een fibrotisch traject. Urethrastricturen zijn de meest voorkomende oorzaak van geobstrueerde mictie bij jonge mannen. Bij jonge mannen is de oorzaak veelal idiopathisch, terwijl bij oudere mannen iatrogene oorzaken op de voorgrond staan. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. diverticulitis FEEDBACK: Diverticulitis is een ontsteking van één of meer divertikels in het colon. Diverticulitis recidiveert regelmatig en geeft verschijnselen als pijn met name links onder in de buik, dyspeptische klachten, defecatieverandering, misselijkheid, braken en koorts. Laboratoriumonderzoek toont verhoogde ontstekingsparameters. De leeftijd van de vrouw (45 jaar) is atypisch, diverticulose neemt toe vanaf de leeftijd van 50 jaar. Een appendicitis acuta is gezien de lokalisatie van de pijn minder waarschijnlijk. Deze presenteert zich meestal met pijn rechts onder in de buik. Morbus Crohn is een chronische aandoen van het maag- darmstelsel. Een eerste presentatie op 45-jarige leeftijd is erg onwaarschijnlijk. Er zijn geen aanwijzingen voor salpingitis aangezien er bij vaginaal toucher geen opstoot- of slingerpijn aanwezig is. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 331 Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 197 FEEDBACK: Dermatitis perioralis is een uit erytheem en pustels bestaande eruptie rond de mond en soms rond neus en ogen. Veelal ziet men een vrije zone rond het lippenrood. Corticosteroïden kunnen aanvankelijk een verbetering geven doordat de lokale ontsteking wordt onderdrukt, maar zorgen uiteindelijk voor instandhouding of zelfs verergering van de klachten. De behandeling bestaat dan ook (onder andere) uit het staken van corticosteroïden. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/, blz. geneeskundige tekst solifenacine NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Acute diarree FEEDBACK: De dagdosering is 20 (kg) x 20 (mg) = 400 mg. In 1 ml suspensie zit 40 mg metronidazol. Per dag is dit 10 ml. Dit wordt verdeeld in 3 doses, elk 3,33 ml. Afgerond in hele getallen is dit 3 ml per gift. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 417-431 FEEDBACK: Het nefrotisch syndroom wordt gekenmerkt door een verlies van plasma-eiwitten in de urine door een verhoogde doorlaatbaarheid van de glomeruli. De kernsymptomen van het nefrotisch syndroom zijn sterke proteïnurie (> 3.5g/dag), hypoproteïnemie (serumalbumineconcentratie <25-30 g/l) en oedeem. De oedemen zijn gelokaliseerd op de plaatsen waar de hoogste hydrostatische druk voorkomt: na bedrust in het gelaat en de handen en na lopen aan de benen. Ook is er vaak sprake van hyperlipoproteïnemie, die zich vooral uit in een verhoogd serumcholesterol- en serumtriglyceridengehalte. Bij zowel het acuut nefritisch syndroom als chronische glomerulonefritis staan hematurie en hypertensie meer op de voorgrond.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


175. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. 394 FEEDBACK: een dystonie is een langzaam draaiende, wringende beweging van spieren. Vaak zijn de contraherende spiergroepen elkaars antagonisten, waardoor deze draai- en wringbewegingen ontstaan. De dystonie kan in alle spiergroepen optreden, maar komt voornamelijk voor in het hoofdhalsgebied. In deze casus gaat het om een bekende, maar vaak gemiste, bijwerking van metoclopramide. Acute dystonie ontstaat vrijwel altijd kort na het starten van het middel of na een dosisverhoging. Door een parenteraal toegediend anticholinergicum verdwijnt dit verschijnsel meestal snel. 176. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. anemie 177. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 927-929 178. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., hfdst. 2 179. Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., chapter 300: Deep Venous Thrombosis and Pulmonary Thromboembolism FEEDBACK: Bij geringe verdenking: eerst D-dimeren. Bij hoge verdenking direct Echo. 180. Vander's human physiology: the mechanisms of body function (12th ed. 2011) Widmaier E. e.a., blz. 312-318 FEEDBACK: cortisol is een hormoon dat geproduceerd wordt in de bijnierschors. Andere hormonen die ook geproduceerd worden in de bijnierschors zijn androgeen en aldosteron. Het bijniermerg zorgt voor de productie van epinefrine en norepinefrine. In de nieren wordt erytropoëtine en 1,25-hydroxyvitamine D geproduceerd. 181. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 607-611 FEEDBACK: Tuberculose is een infectieziekte en komt meestal voor in de longen (55%). De symptomen bestaan uit hoesten, hemoptoë, koorts, nachtzweten, vermoeidheid en vermagering. Deze verschijnselen zijn niet erg specifiek. Kenmerkende bevinding op een thoraxfoto bij tuberculose is holtevorming (cavernen), met name in de bovenkwabben. De ziekte komt vooral voor in situaties waarin mensen dicht op elkaar wonen, zoals in asielzoekerscentra. Aspergillose wordt voornamelijk gevonden in pre-existente holten als gevolg van bijvoorbeeld tuberculose, sarcoïdose of bronchiëctasieën en bij patiënten in neutropenie. De klachten kunnen lijken op de klachten bij tuberculose, echter de afwijkingen op de thoraxfoto zijn anders. Op een HR-CT is in de vroege fase een zogenaamd ‘halo-sign’ en in de late fase een ‘crescent-sign’ te zien. Een bronchuscarcinoom is hier minder waarschijnlijk. De afwijkingen op de thoraxfoto passen hier niet bij. Ook is de man nog vrij jong voor het ontwikkelen van een maligniteit. Sarcoïdose is een systeemziekte en wordt gekenmerkt door granuloomvorming en verhoogde T-celactiviteit. De combinatie van sarcoïdose en HIV is zeer zeldzaam gezien de verminderde hoeveelheid T-cellen bij HIV patiënten. De klachten gaan ook vaak samen met erythema nodosum. 182. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 408-411 FEEDBACK: Bij een aanpassingsstoornis is er sprake van ontwikkeling van emotionele en/of gedragsmatige symptomen als reactie op een aanwijsbare stressor die optreden binnen drie maanden na het begin van de stressor. Zodra de stressor of de gevolgen daarvan zijn verdwenen, persisteren de symptomen niet langer dan nog eens zes maanden. Patiënten met een aanpassingsstoornis zijn de controle over de situatie verloren. De coping schiet tekort en de patiënt komt daarmee in een crisis terecht: de reactie is sterker dan op grond van blootstelling aan die stressor verwacht mag worden, of leidt tot een aanzienlijke beperking in sociaal of beroepsmatig functioneren. In tegenstelling tot een acute stress stoornis waarbij het om een reactie gaat op een psychotraumatische gebeurtenis die buiten het bereik van de normale adaptatie valt (bijv. gewelddadige overval, misbruik). In deze casus lijkt er geen sprake van een sombere stemming en ook het plezier bij het op zijn kleinzoon passen pleit tegen een depressieve stoornis. 183. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 368 FEEDBACK: Bij het voorschrijven van SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmer: zoals citalopram in deze casus), is het belangrijk om de medicatie langzaam op te hogen tot de streefdosering om de kans op bijwerkingen in de beginfase te verminderen. Patiënten met een paniekstoornis zijn erg gevoelig voor serotonerge bijwerkingen in het begin van de behandeling. Men moet bij behandeling rekening houden dat in de eerste weken het angstniveau en de paniekaanvallen in ernst en frequentie kunnen toenemen. Er kan dan op ‘zo nodig’ basis kortdurend een benzodiazepine aan de medicatie worden toegevoegd. 184. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 252-259 FEEDBACK: Zowel foliumzuurdeficiëntie als vitamine-B12-deficiëntie kunnen het gevolg zijn van een deficiëntie in het dieet en geven een macrocytaire anemie waarbij vermoeidheid optreed. Een vitamine-B12-deficiëntie zorgt echter ook voor een demyelinisatie van de perifere zenuwen waardoor er paresthesieën kunnen ontstaan. 185. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. het rode oog FEEDBACK: Iridocyclitis (uveïtis anterior) is een ontsteking van de iris en het corpus ciliaire. Het treedt relatief frequent op bij mensen met een reumatologische aandoening. Bij het typische beeld ontstaat er een ciliare roodheid, lichtschuwheid, pijn en een vernauwde pupil die slecht reageert op licht. Daarentegen ontstaat er bij acuut glaucoom juist een lichtstijve wijde pupil. Een conjunctivitis en een keratitis geven in principe geen gestoorde pupilreacties. 186. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. /Samenvattingskaartje-NHGStandaard/M60_svk.htm 187. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/, blz. Zwangerschap en kraamperiode FEEDBACK: Bij deze patiënte moet pre-eclampsie uitgesloten worden. In eerste instantie moet de bloeddruk worden gemeten. 188. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 63-64 FEEDBACK: In de geschetste casus is er sprake van een noodsituatie waarbij de patiënt een gevaar is voor zichzelf en zijn omgeving en er sprake is van een (vermoeden op) een psychiatrische stoornis. Er is bovendien geen mogelijkheid om het gevaar op andere wijze af te wenden. In deze situatie is direct ingrijpen gerechtvaardigd waarvoor de spoedprocedure ‘de inbewaringstelling’ in het leven is geroepen. Is er geen sprake van een acuut gevaar, wel van een vastgestelde psychiatrische stoornis en niet van een mogelijkheid om het gevaar op andere wijze af te wenden, dan volgt een procedure ter verkrijging van een rechterlijke machtiging. Een artikel 60 procedure is een regeling voor opname zonder rechtelijke tussenkomt in een zorginstelling en een verpleeginstelling voor patiënten met een verstandelijke beperking respectievelijk psychogeriatrische patiënten die niet in staat zijn bereidheid tot opneming te tonen dan wel zich tegen opneming te verzetten. De inbewaringstelling, rechtelijke machtiging en de artikel 60 procedure vallen onder de wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen. De WGBO is niet bedoeld voor vrijheidsbeperking, behalve als het gaat om het herstel van een somatische ingreep waardoor ‘tijdelijk’ vrijheidsbeperking aan de orde kan zijn. Een gedwongen behandeling op grond van de WGBO kan alleen onder de volgende voorwaarden: patiënt is wilsonbekwaam en verzet zich tegen de behandeling, de vertegenwoordiger stemt in met de behandeling en ernstig nadeel kan door de behandeling worden voorkomen voor patiënt. 189. Sobotta: Atlas of Human Anatomy. Volume 2: Internal Organs (15th rev. ed. 2013) Paulsen F. e.a., blz. GEEN OPGAVE 190. Essential cell biology (4th ed. 2013/2014) Alberts B. e.a., blz. 433 Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


191. 192. 193. 194. 195. 196.

197. 198. 199. 200.

How to read a paper: the basics of evidence-based medicine (5th ed. 2014) Greenhalgh T., blz. 83-84 ? Farmacotherapeutisch Kompas 2017. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/, blz. 910 Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 167 Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 264 Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 783 Marks' basic medical biochemistry: a clinical approach (4e ed. 2013) Lieberman e.a., blz. 698 FEEDBACK: Alfa-1-antitrypsine voorkomt normaliter de destructie van longcellen door elastase afkomstig uit neutrofielen. Wanneer dit tekort schiet (t.g.v. een mutatie) kan er op jonge leeftijd onder andere longemfyseem ontstaan. Antiplasmine deficiëntie is een aangeboren (erfelijke) stollingsstoornis waarbij er een tekort bestaat van de fibrinolyseremmer alfa-2-antiplasmine. Mensen met antiplasmine deficiëntie hebben een verhoogde bloedingsneiging. Het eiwit ceruloplasmine bindt koper. Het overtollige koper wordt door binding aan ceruloplasmine via het gal uitgescheiden. Bij de ziekte van Wilson is dit meestal niet goed mogelijk. Het koperbindend eiwit ceruloplasmine is dan ook meestal verlaagd en bevat nauwelijks koper. Phenylalanine is een essentieel aminozuur dat nodig is voor diverse biochemische processen, maar phenylalanine is geen eiwit. Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., blz. blz. 131, 809 Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 374 en 567 Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 249 Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 775. Kidney and urinary tract disease

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


CASUS OPGENOMEN IN DE INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE - SEPTEMBER 2018 - Gesorteerd op vraagnummer in de toets 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75.

815 3509 11325 12368 12579 12776 13001 13692 14303 14518 14554 14697 14962 15630 15974 16000 16045 16427 16701 16922 16975 17092 17222 17387 17400 17457 17541 17796 17941 17960 18006 18036 18235 18282 18570 21534 21544 21827 21860 21989 22052 22082 22363 22370 22465 22583 22591 22685 22792 22819 22833 22985 23017 23930 23939 23989 24005 24087 24111 24155 24158 24397 24440 24515 24581 24673 24712 24717 24733 24981 24989 25022 25194 25253 25306

NEU BCG ANA BCG KG ANA DOK HG INT NEU PS HG FY GYN INT HG PS ANA DOK BCG CHI HG DOK FAR FAR PS PA EMS INT PS ANA FAR BCG MET SG HG PA KG PA CHI PA INT FAR NEU GYN PA CHI FAR BCG ANA INT CHI ANA ANA DOK HG DOK FY BCG HG EMS HG HG INT FY GYN INT KG GER SG INT SG PS ANA DOK

/11 /06 /02 /10 /10 /01 /08 /01 /05 /11 /03 /05 /05 /12 /05 /10 /03 /11 /11 /06 /02 /08 /07 /02 /12 /08 /02 /05 /09 /08 /05 /10 /12 /08 /08 /11 /04 /12 /05 /09 /07 /10 /09 /11 /04 /01 /05 /05 /11 /01 /02 /07 /05 /10 /11 /12 /07 /04 /09 /12 /12 /09 /12 /09 /05 /06 /02 /09 /05 /08 /06 /08 /03 /02 /11

UM FHML-G UM FHML-G UMCN UMCN UMCN UMCN UM FHML-G UMCN UM FHML-G UMCG UMCG UMCG LUMC UMCN UMCN UMCN LUMC LUMC UMCG LUMC UMCN UMCN LUMC LUMC LUMC LUMC UMCN LUMC UMCG UMCG LUMC LUMC UMCG UMCG UM FHML-G UMCG UMCG LUMC LUMC LUMC LUMC LUMC UMCN UMCN UMCN UMCN UMCN UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UMCN UM FHML-G UMCG UMCN UM FHML-G UMCG UM FHML-G UM FHML-G UMCN UMCN VUmc UM FHML-G VUmc VUmc UM FHML-G LUMC LUMC VUmc UMCN VUmc LUMC

76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135. 136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150.

25318 25364 25384 25422 25433 25441 25487 25528 25533 25534 25551 25559 25584 25609 25688 25796 25902 25915 25921 25931 25957 26039 26191 26319 26351 26372 26411 26428 26442 26513 26598 26604 26607 26644 26646 26690 26699 26709 26794 26882 26918 26940 26983 27001 27098 27129 27169 27183 27184 27211 27230 27303 27370 27400 27434 27456 27488 27514 27553 27567 27575 27610 27616 27618 27622 27625 27631 27653 27655 27660 27670 27696 27844 27859 27892

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

CHI KG GER KG INT FY HG INT FY FY GER INT HG HG BCG GER INT EMS HG PA KG DOK DOK CHI FAR INT NEU HG INT EMS KG KG MET BCG GYN INT CHI ANA CHI ANA CHI INT CHI HG INT HG BCG PA FAR FY GER INT FY GER CHI NEU BCG CHI CHI KG MET PA BCG BCG EMS FY INT KG INT HG FY GER INT GYN BCG

/09 /06 /08 /01 /12 /02 /08 /10 /05 /06 /01 /09 /12 /12 /04 /07 /02 /02 /02 /11 /04 /01 /07 /10 /05 /12 /11 /04 /05 /03 /05 /08 /03 /11 /04 /12 /12 /09 /02 /11 /05 /07 /10 /05 /06 /07 /05 /05 /01 /10 /03 /12 /11 /03 /01 /12 /05 /02 /06 /05 /03 /09 /09 /10 /10 /09 /08 /03 /10 /03 /01 /03 /05 /12 /04

UMCN UMCN UMCN VUmc UMCN LUMC LUMC UMCN UM FHML-G UM FHML-G UMCG LUMC LUMC VUmc UM FHML-G UMCN LUMC VUmc VUmc VUmc LUMC LUMC UMCN UMCG UMCN UM FHML-G LUMC UM FHML-G UMCG UMCN UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G LUMC LUMC LUMC LUMC UMCG UMCG UMCG UMCG UM FHML-G VUmc VUmc UMCN LUMC VUmc VUmc VUmc UMCG LUMC VUmc UMCN UM FHML-G LUMC UMCN LUMC UM FHML-G VUmc VUmc VUmc UM FHML-G UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UMCN UMCG UMCG VUmc VUmc LUMC VUmc VUmc

151. 152. 153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165. 166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180. 181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195. 196. 197. 198. 199. 200.

27911 27921 27982 28000 28029 28032 28036 28061 28092 28093 28157 28167 28169 28195 28240 28283 28291 28297 28346 28356 28371 28383 28385 28399 28402 28530 28546 28601 28608 28622 28633 28637 28640 28647 28653 28742 28759 28780 28814 28828 28838 28868 28891 28907 28985 29036 29097 29117 29230 29254

EMS NEU PS MET EMS BCG BCG INT DOK DOK GYN PS CHI MET DOK FY HG ANA CHI PS DOK CHI FAR INT NEU HG PA PS DOK ANA INT PS PS INT DOK HG GYN PS ANA BCG EMS FAR KG CHI PA BCG KG BCG INT GER

/04 /11 /08 /08 /09 /02 /05 /01 /07 /12 /04 /03 /11 /08 /07 /06 /07 /04 /09 /03 /07 /10 /12 /10 /02 /05 /10 /03 /12 /06 /01 /03 /03 /05 /11 /02 /06 /08 /05 /02 /12 /06 /06 /12 /09 /01 /11 /08 /12 /09

UMCN VUmc UM FHML-G UMCN UM FHML-G UMCN UMCN UM FHML-G UMCG UMCG UMCG LUMC UMCN LUMC UM FHML-G VUmc VUmc VUmc VUmc UM FHML-G VUmc UM FHML-G VUmc VUmc VUmc UM FHML-G UM FHML-G UMCN UM FHML-G VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc LUMC LUMC VUmc UMCG UMCG UMCG UMCG UMCG UM FHML-G UMCG VUmc UM FHML-G UMCG UMCG UMCG

De casuscode is als volgt opgebouwd: - het volgnummer van de casus in de toets - het systeemnummer van de casus - de discipline waartoe de casus behoort - de categorie waarin de casus behoort - de eigenaar/producent van de casus.

Disciplines: ANA Anatomie BCG Biochemie/genetica/histologie/moleculaire celbiologie CHI Chirurgie DOK Dermatologie/KNO/oog EMS Epidemiologie/statistiek FAR Farmacologie FY Fysiologie GER Geriatrie GYN Gynaecologie/verloskunde HG Huisartsgeneeskunde INT Interne Geneeskunde KG Kindergeneeskunde MET Metamedica NEU Neurologie PA Patho-, immuno- en microbiologie PS Psychiatrie/psychologie SG Sociale geneeskunde Categorieën 01 Ademhalingsstelsel 02 Spier- en skeletstelsel 03 Geestelijke gezondheidszorg 04 Voortplantingsstelsel 05 Bloed-, lymf- en vaatstelsel, hart 06 Hormonen en metabolisme 07 Huid en bindweefsel 08 Persoonlijke en maatschappelijke aspecten, preventie 09 Spijsverteringsstelsel 10 Nieren en urinewegen 11 Zenuwstelsel en zintuigen 12 Kennis over vaardigheden

© Alle rechten voorbehouden


CASUS OPGENOMEN IN DE INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE - SEPTEMBER 2018 - Gesorteerd op categorie en discipline 3. 6. 18. 31. 50. 53. 54. 74. 113. 115. 168. 180. 189.

11325 12776 16427 18006 22819 23017 23930 25253 26709 26882 28297 28622 28814

ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA ANA

/02 /01 /11 /05 /01 /05 /10 /02 /09 /11 /04 /06 /05

2. 4. 20. 33. 49. 59. 90. 109. 122. 132. 138. 139. 150. 156. 157. 190. 196. 198.

3509 12368 16922 18235 22792 24111 25688 26644 27169 27488 27616 27618 27892 28032 28036 28828 29036 29117

BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG BCG

/06 /10 /06 /12 /11 /09 /04 /11 /05 /05 /09 /10 /04 /02 /05 /02 /01 /08

21. 40. 47. 52. 76. 99. 112. 114. 116. 118. 130. 133. 134. 163. 169. 172. 194.

16975 21989 22591 22985 25318 26319 26699 26794 26918 26983 27434 27514 27553 28169 28346 28383 28907

CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI CHI

/02 /09 /05 /07 /09 /10 /12 /02 /05 /10 /01 /02 /06 /11 /09 /10 /12

7. 19. 23. 55. 57. 75. 97. 98. 159. 160. 165. 171. 179. 185.

13001 16701 17222 23939 24005 25306 26039 26191 28092 28093 28240 28371 28608 28653

DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK DOK

/08 /11 /07 /11 /07 /11 /01 /07 /07 /12 /07 /07 /12 /11

28. 61. 93. 105. 140. 151. 155. 191.

17796 24158 25915 26513 27622 27911 28029 28838

EMS EMS EMS EMS EMS EMS EMS EMS

/05 /12 /02 /03 /10 /04 /09 /12

24. 25. 32. 43.

17387 17400 18036 22363

FAR FAR FAR FAR

/02 /12 /10 /09

UMCN UMCN LUMC LUMC UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G VUmc UMCG UMCG VUmc VUmc UMCG

48. 100. 124. 173. 192.

22685 26351 27184 28385 28868

FAR FAR FAR FAR FAR

/05 /05 /01 /12 /06

13. 58. 65. 81. 84. 85. 125. 128. UM FHML-G 141. UMCN 146. LUMC 166. UMCG UM FHML-G 69. UM FHML-G 78. UM FHML-G 86. LUMC 91. VUmc 126. LUMC 129. UMCG 147. UMCG 200. VUmc UMCN 14. UMCN 45. UMCG 66. VUmc 110. UMCG 149. 161. UMCN 187. LUMC UMCN 8. UM FHML-G 12. UMCN 16. UMCG 22. LUMC 36. UMCG 56. UMCG 60. VUmc 62. LUMC 63. UM FHML-G 82. VUmc 88. UMCN 89. VUmc 94. UM FHML-G 103. UM FHML-G 119. 121. UM FHML-G 145. UMCG 167. LUMC 176. UMCN 186. UMCG LUMC 9. LUMC 15. UMCN 29. UMCG 42. UMCG 51. UM FHML-G 64. VUmc 67. UM FHML-G 71. VUmc 80. 83. LUMC 87. UM FHML-G 92. VUmc 101. UMCN 104. UMCG 111. UMCN 117. UM FHML-G 120. UMCG 127. 142. LUMC 144. LUMC 148. LUMC 158. UMCN 174.

14962 24087 24581 25441 25533 25534 27211 27370 27625 27670 28283

FY FY FY FY FY FY FY FY FY FY FY

/05 /04 /05 /02 /05 /06 /10 /11 /09 /01 /06

24733 25384 25551 25796 27230 27400 27696 29254

GER GER GER GER GER GER GER GER

/05 /08 /01 /07 /03 /03 /03 /09

15630 22465 24673 26646 27859 28157 28759

GYN GYN GYN GYN GYN GYN GYN

/12 /04 /06 /04 /12 /04 /06

13692 14697 16000 17092 21534 23989 24155 24397 24440 25487 25584 25609 25921 26428 27001 27129 27660 28291 28530 28742

HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG HG

/01 /05 /10 /08 /11 /12 /12 /09 /12 /08 /12 /12 /02 /04 /05 /07 /03 /07 /05 /02

14303 15974 17941 22082 22833 24515 24712 24989 25433 25528 25559 25902 26372 26442 26690 26940 27098 27303 27631 27655 27844 28061 28399

INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT INT

/05 /05 /09 /10 /02 /09 /02 /06 /12 /10 /09 /02 /12 /05 /12 /07 /06 /12 /08 /10 /05 /01 /10

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

UM FHML-G UMCN VUmc VUmc UMCG

181. 184. 199.

28633 28647 29230

INT INT INT

/01 /05 /12

VUmc VUmc UMCG

5. 38. LUMC 68. UMCN 77. VUmc 79. LUMC 96. UM FHML-G 106. UM FHML-G 107. UMCG 135. UMCN 143. UMCG 193. VUmc 197. VUmc 34. UM FHML-G 108. UMCN 136. UMCG 154. UMCN 164. LUMC UM FHML-G 1. VUmc 10. UMCG 44. 102. UMCN 131. UMCN 152. UM FHML-G 175. LUMC VUmc 27. UMCG 37. LUMC 39. 41. UMCN 46. UMCG 95. UMCN 123. UMCN 137. UMCG 177. UM FHML-G 195. UMCG UM FHML-G 11. UMCN 17. LUMC 26. LUMC 30. VUmc 73. VUmc 153. UM FHML-G 162. VUmc 170. LUMC 178. UMCG 182. VUmc 183. UM FHML-G 188. LUMC 35. UM FHML-G 70. UMCN 72. UMCG LUMC UM FHML-G UMCN VUmc LUMC UMCN UMCN LUMC LUMC UM FHML-G UMCG LUMC UM FHML-G UMCN VUmc UMCG UMCG LUMC UM FHML-G VUmc

12579 21827 24717 25364 25422 25957 26598 26604 27567 27653 28891 29097

KG KG KG KG KG KG KG KG KG KG KG KG

/10 /12 /09 /06 /01 /04 /05 /08 /05 /03 /06 /11

UMCN LUMC VUmc UMCN VUmc LUMC UM FHML-G UM FHML-G VUmc UMCN UMCG UM FHML-G

18282 26607 27575 28000 28195

MET MET MET MET MET

/08 /03 /03 /08 /08

UMCG UM FHML-G VUmc UMCN LUMC

815 14518 22370 26411 27456 27921 28402

NEU NEU NEU NEU NEU NEU NEU

/11 /11 /11 /11 /12 /11 /02

UM FHML-G UMCG UMCN LUMC UMCN VUmc VUmc

17541 21544 21860 22052 22583 25931 27183 27610 28546 28985

PA PA PA PA PA PA PA PA PA PA

/02 /04 /05 /07 /01 /11 /05 /09 /10 /09

UMCN UMCG LUMC LUMC UMCN VUmc VUmc UM FHML-G UM FHML-G UMCG

14554 16045 17457 17960 25194 27982 28167 28356 28601 28637 28640 28780

PS PS PS PS PS PS PS PS PS PS PS PS

/03 /03 /08 /08 /03 /08 /03 /03 /03 /03 /03 /08

UMCG LUMC LUMC UMCG UMCN UM FHML-G LUMC UM FHML-G UMCN VUmc VUmc VUmc

18570 24981 25022

SG SG SG

/08 /08 /08

UM FHML-G LUMC VUmc

De casuscode is als volgt opgebouwd: - het volgnummer van de casus in de toets - het systeemnummer van de casus - de discipline waartoe de casus behoort - de categorie waarin de casus behoort - de eigenaar/producent van de casus.

Disciplines: ANA Anatomie BCG Biochemie/genetica/histologie/moleculaire celbiologie CHI Chirurgie DOK Dermatologie/KNO/oog EMS Epidemiologie/statistiek FAR Farmacologie FY Fysiologie GER Geriatrie GYN Gynaecologie/verloskunde HG Huisartsgeneeskunde INT Interne Geneeskunde KG Kindergeneeskunde MET Metamedica NEU Neurologie PA Patho-, immuno- en microbiologie PS Psychiatrie/psychologie SG Sociale geneeskunde

Categorieën 01 Ademhalingsstelsel 02 Spier- en skeletstelsel 03 Geestelijke gezondheidszorg 04 Voortplantingsstelsel 05 Bloed-, lymf- en vaatstelsel, hart 06 Hormonen en metabolisme 07 Huid en bindweefsel 08 Persoonlijke en maatschappelijke aspecten, preventie 09 Spijsverteringsstelsel 10 Nieren en urinewegen 11 Zenuwstelsel en zintuigen 12 Kennis over vaardigheden

Alle rechten voorbehouden

Antwoordsleutel VT 1 SEP 1819  
Antwoordsleutel VT 1 SEP 1819