Page 1

ANTWOORDSLEUTEL INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE (iVTG) - DECEMBER 2019 Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

Antwoord B 16. C A 17. B B 18. C C 19. A A 20. A C 21. A C 22. C B 23. D A 24. A C 25. A D 26. A E 27. C A 28. A D 29. B B 30. D

31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45.

B A A B B B A B A D A C C C A

46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60.

A C A D A D B A C B A C A B D

61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75.

D A B B D A A A B C C D A A C

76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90.

C A D D D C D A D C B B A D A

91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105.

C C A C A D A C A A A B A B A

106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120.

C B A B C D B C C A C C B A B

121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135.

D A B D C A B B A B B C A C B

136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150.

B D B B C D A C B D C C C B D

151. 152. 153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165.

C B B C D B C B B C D B A A A

166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180.

B B B B C D C D D C A B C D D

181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195.

C B B A B A B D A B C D D C B

196. 197. 198. 199. 200.

B D D A C

Vragen worden niet alleen voorzien van een literatuurreferentie en/of feedback, maar steeds vaker ook van een zogenaamde FEEDBACKPROMPT. Dit is een korte frase waarin wordt aangegeven waarover de vraag gaat. Bijv. "bloedvaten in het been". Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

15. 16. 17.

18. 19. 20. 21.

Literatuurreferentie en/of feedback voor studenten Biochemistry (8th ed. 2015) Berg J. e.a., blz. 623 FEEDBACKPROMPT: glycogeenstapelingsziekten, biochemisch mechanisme. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 668 FEEDBACKPROMPT: pathologische anatomie van de platvoet. Rubin's pathology: clinicopathologic foundations of medicine (7th ed. 2014) Strayer S. e.a., hfdst. 18 FEEDBACKPROMPT: pathologische kenmerken ARDS. Ziekten in de huisartspraktijk (5e herz. dr. 2008) Lisdonk van de E. e.a., blz. 133 FEEDBACKPROMPT: geslachtsverdeling enuresis nocturna bij kinderen. Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., hfdst. Nierziekten, hypertensie en elektrolytstoornissen FEEDBACKPROMPT: Laboratorium-afwijkingen passend bij hemolytisch uremisch syndroom (HUS). Volksgezondheid en gezondheidszorg (8e geh.herz. dr. 2016) Mackenbach J. e.a., hfdst. 4: Primaire preventie FEEDBACKPROMPT: preventieparadox. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 36-47 FEEDBACKPROMPT: Psychiatrische diagnostiek en classificatie, onderzoek status mentalis. Harrison's Principles of Internal Medicine, Online, blz. http://www.accessmedicine.com/content.aspx?aID=2879778&searchStr=purpura%2c+thrombocytopenic%2c+idiopathic#2879778. Hfdst. 109 FEEDBACKPROMPT: behandeling ITP. Anamnese en lichamelijk onderzoek (8e dr. 2016) Meer van der J. e.a., hfdst. 12 FEEDBACKPROMPT: palpatie van perifere pulsaties. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., hfdst. 3 FEEDBACKPROMPT: begrippenkader freudiaanse theorie. Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 353 FEEDBACKPROMPT: aansturing van een fysiologisch hartritme. Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 922 Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., hfdst. Endocrinologie FEEDBACKPROMPT: symptomatologie hypocalciëmie. Rang & Dale's pharmacology (8th ed. 2015/2016) Rang H. e.a., blz. 364 FEEDBACK: Triamtereen is een kaliumsparend diureticum dat werkt in de corticale verzamelbuis. Thiazidediuretica werken in de distale tubulus, Lisdiuretica in de Lis van Henle en osmotische diuretica in de proximale tubulus. FEEDBACKPROMPT: werkingsmechanisme triamtereen. Inleiding in evidence-based medicine: klinisch handelen gebaseerd op bewijsmateriaal (4e herz.dr. 2014) Scholten R. e.a., blz. 90 FEEDBACKPROMPT: bronnen van bias bij beoordeling van bevolkingsonderzoek. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 501 FEEDBACKPROMPT: oorzaken pancreatitis. Neurologie (7e ongew. dr. 2016) Hijdra A. e.a., hfdst. 23 FEEDBACK: De ziekte van Parkinson is een hypokinetische bewegingsstoornis, daarbij staan hypokinesie, bradykinesie en rigiditeit op de voorgrond. FEEDBACKPROMPT: tonus bij M parkinson. Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 10-26 Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., hfdst. 10.2 FEEDBACKPROMPT: medicamenteuze oorzaken van staar. Psychology (9th ed. 2011/2012) Bernstein D. e.a., hfdst. 11 FEEDBACKPROMPT: fasen van het transtheoretisch model. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 71

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29.

30. 31. 32.

33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52.

FEEDBACKPROMPT: voorkomen van neurotransmitters in centrale zenuwstelsel. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 281 FEEDBACKPROMPT: verwekkers impetigo. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 188-189 FEEDBACKPROMPT: interacties met psychofarmaca. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 188 FEEDBACKPROMPT: bijwerkingen psychofarmaca. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., hfdst. 9: Preconceptiezorg FEEDBACKPROMPT: foetaal alcoholsyndroom. Rubin's pathology: clinicopathologic foundations of medicine (6e ed. 2011/2012) Rubin R. e.a., blz. 1285 FEEDBACKPROMPT: pathofysiologisch mechanisme van myasthenia gravis. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. chapter 3, 363 FEEDBACKPROMPT: niveau nierbekken op dwarse doorsnede. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/standaarden/samenvatting/enkelbandletsel FEEDBACKPROMPT: klinische diagnostiek bij enkelfractuur. FEEDBACK: Bij de luxatie wordt het kapsel van het gewricht verscheurd, dit is een bedreiging van de vitaliteit van de heupkop (B juist). Artrose is een te langzaam proces om deze ernstige verschijnselen op deze termijn te verklaren (A fout). Osteoporose is kalkverlies, sclerose is het omgekeerde (C onjuist). FEEDBACKPROMPT: femurkopnecrose, mechanisme van ontstaan. Dermatologie en venereologie (3e herz. dr. 2000, 2e opl. 2003) Vloten van W., blz. 94 FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld vitiligo. Robbins basic pathology (9e ed. 2013) Kumar V. e.a., blz. 691 FEEDBACKPROMPT: hormonale aansturing proliferatiefase. Leerboek Keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie (2e herz. dr. 2013) Vries de N., blz. 310 FEEDBACK: Bij een coniotomie wordt de ademweg geopend waar deze het dichtst aan de oppervlakte ligt. De ademweg wordt geopend onder het niveau van de stembanden en boven de goed gevasculariseerde schildklier. FEEDBACKPROMPT: techniek coniotomie. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 135 FEEDBACKPROMPT: functie van diverse hartkleppen. Medical statistics at a glance (3rd ed. 2009) Petrie A. e.a., blz. 94 en 133 FEEDBACKPROMPT: mediane overleving. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 23 FEEDBACKPROMPT: interpretatie van pathologische hartgeruisen. Medical physiology (3rd ed. 2016/2017) Boron W. e.a., blz. 429 FEEDBACKPROMPT: nefrotisch syndroom, diagnostiek. FEEDBACK: bij epidurale analgesie wordt het analgeticum dus buiten de dura gedeponeerd. Het is goed effectief, dus zal zich wel op de juiste plaats bevinden (C en D onzin). Hematoomvorming ter plaatse leidt tot lokale pijn en eventueel pijn/uitval naar distaal. (D onjuist). Het verhaal is kenmerkend (houdingsafhankelijk) voor liquorhypotensie door liquorlekkage (A juist). Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/hydrochloorthiazide FEEDBACKPROMPT: hyponatriemie bij hypertensiebehandeling. Handboek diagnostische verrichtingen in de huisartsenpraktijk (1e dr. 2012) Veld in 't C. e.a., blz. 17 The Big Picture: Gross Anatomy (1st 2011) Morton D. e.a., blz. Chapter 5. Superior and Posterior Mediastina FEEDBACKPROMPT: anatomische verhoudingen rond de arcus aortae. Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., blz. 159-161 FEEDBACKPROMPT: definitie lead time. Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 1184 FEEDBACKPROMPT: hemodynamiek tijdens de zwangerschap. Clinical surgery (3e ed. 2012) Henry M. e.a., blz. 428 FEEDBACKPROMPT: differentiaaldiagnose van Paget’s disease of the nipple. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Acute diarree FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld rotavirus. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 539 FEEDBACKPROMPT: raynaudfenomeen als uiting van sclerodermie. Leerboek epidemiologie (7e herz. dr. 2016) Bouter L. e.a., blz. 75-79 FEEDBACKPROMPT: opzet patiënt-controleonderzoek. Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 146 FEEDBACKPROMPT: interpretatie visusklachten. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. 227 FEEDBACKPROMPT: presentatie meralgia paresthetica. Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 1026 Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 179-211 FEEDBACKPROMPT: ionentransport bij depolarisatie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Diep Veneuze trombose en longembolie FEEDBACKPROMPT: Diep Veneuze trombose en longembolie. Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 233 FEEDBACK: serologische screeningtests, met name bepaling van IgA, anti-endomysium antistoffen (EmA) en anti-tissue-transglutaminase antistoffen (aTGA) zijn zeer sensitief en specifiek voor de ziekte. Alleen indien de antistoftiter van de aTGA antistoffen meer dan 10 x de nor-

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63.

64. 65.

66. 67. 68. 69. 70. 71. 72.

73. 74.

maalwaarde is, en bovendien EMA en HLA DQ2 of DQ8 typering positief is, en er sprake is van typische symptomen van coeliakie, kan volgens de nieuwe richtlijn een dunnedarmbiopt achterwege gelaten worden. Om te beoordelen of er sprake is van typische symptomatologie passend bij coeliakie, wordt aanbevolen te overleggen met de kinderarts-MDL. H2 ademtest en 24 uurs-vetbalansbepaling in de ontlasting zijn geen onderzoeken die de diagnose coeliakie kunnen bevestigen. FEEDBACKPROMPT: differentiaaldiagnostische onderzoeken bij verdenking coeliakie. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 857-864 FEEDBACKPROMPT: klierstadiëring bij longkanker, techniek. Human molecular genetics (4th ed. 2010/2011) Strachan T. e.a., blz. 68 FEEDBACKPROMPT: stamboomonderzoek bij mitochondriële genetische aandoening. Junqueira's functionele histologie (15e dr. 2016) Mescher A., hfdst. 10 FEEDBACKPROMPT: genezing spierletsel. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/inleidendeteksten/i/inl%20ace%20remmers.asp FEEDBACKPROMPT: angio-oedeem bij antihypertensieve medicatie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/M11 Acute keelpijn FEEDBACK: Opiaten waaronder oxycodon geven via mu-receptoren in de darmwand obstipatie. Om ernstige problemen te voorkomen dient er meteen gestart te worden met een laxans en niet gewacht te worden totdat er al obstipatie is opgetreden. FEEDBACKPROMPT: preventie van obstipatie bij opiaten. Leerboek reumatologie en klinische immunologie (2013) Bijlsma J., blz. 107 FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld jicht. Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 69 FEEDBACKPROMPT; oorzaak presbyopie. Medical physiology: a cellular and molecular approach (2nd upd. ed. 2012) Boron W. e.a., blz. 431-446 FEEDBACKPROMPT: parameters bij laminaire flow. Leerboek reumatologie en klinische immunologie (2013) Bijlsma J., blz. 118 FEEDBACKPROMPT: behandeling Lyme disease. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., blz. 838 FEEDBACK: Bij hyperparathyreoïdie, een te grote productie van parathormoon door de bijschildklieren, vindt een te grote botafbraak plaats. Hierdoor is het aantal botbalkjes verminderd en een verminderde dichtheid van het skelet. Naast osteopenie zijn er andere radiologische kenmerken: het bot krijgt een meer vezelige structuur en het onderscheid tussen cortex en het merg van het bot vermindert. In de schedel is vaak een ‘peper en zout’-structuur te zien. De botafbraak is met name goed zichtbaar in de handen, waar de uiteinden van de eindkootjes geresorbeerd worden en de zogenaamde subperiostale botresorptie aan de radiaire zijde in de falangen zichtbaar wordt. Osteosclerose is zichtbaar bij de ziekte van Paget. Osteonecrose, ook wel ischemische, avasculaire of aseptische botnecrose genoemd, wordt veroorzaakt door een circulatiestoornis in het bot. De osteonecrose is op conventioneel onderzoek alleen in een gevorderd stadium zichtbaar. De reparatiereactie vanuit het omliggende vitale bot is dan uiteindelijk zichtbaar. Dit is een combinatie van osteolyse en sclerose. FEEDBACKPROMPT: effecten van hyperparathyreoïdie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/1315 FEEDBACKPROMPT: vruchtbare deel van de menstruatiecyclus. Neurologie (5e dr. 2013, 2e opl. 2013) Hijdra A. e.a., blz. 345-348, 355 FEEDBACK: Het geschetste klinische beeld past bij het syndroom van Guillain-Barré: acuut ontstaan van de klachten (binnen 4 weken), gevoelsstoornissen, progressieve spierzwakte van proximaal naar distaal en afwezige reflexen. Polyneuropathie door vasculitis kan ook acuut ontstaan, echter polyneuropathie door vitamine-B12-deficiëntie ontstaat geleidelijk. Het alternatief myositis is fout omdat de reflexen afwezig zijn en de sensibiliteit gestoord is. Ook het alternatief myelitis transversa is onjuist. Bij myelitis transversa kenmerkt de kliniek zich doorgaans door paraparese, waarbij de benen aangedaan zijn en de armen intact blijven. Overigens is myelitis transversa een zeldzaam ziektebeeld. FEEDBACKPROMPT: differentiaaldiagnostiek bij Guillain-Barré. Leerboek medische genetica (7e herz. dr. 2005) Bijlsma E. e.a., blz. 140-147 FEEDBACKPROMPT: syndromen bij trisomieën. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 159 FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld basaalcelcarcinoom. Leerboek kindergeneeskunde: een interactieve benadering in woord en beeld (2e dr. 2011/2012) Brande van den J. e.a., blz. 248 FEEDBACKPROMPT: interpretatie van groeicurve en botleeftijd. Textbook of biochemistry with clinical correlations (7th ed. 2010/2011) Devlin T. e.a., blz. 1087-1088 FEEDBACKPROMPT: resorptie van ijzer. Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 241 FEEDBACKPROMPT: nomenclatuur menstruatiestoornissen. Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 463 FEEDBACKPROMPT: conservatieve behandeling bij perifeer vaatlijden. Robbins basic pathology (9e ed. 2013) Kumar V. e.a., blz. 1281-1286,1301 FEEDBACK: Bij de ziekte van Alzheimer is er sprake van bèta-amyloïd en tau-proteïne depositie, de zogenoemde seniele plaques en neurofibrillaire kluwens. Bij multiple sclerose is er sprake van demyelinisatie van de witte stof waardoor de zenuwgeleiding blokkeert waardoor uitvals- en prikkelingsverschijnselen optreden. Neurodegeneratie van de voorhoorncellen is het onderliggende mechanisme bij amyotrofische lateraal sclerose en bevinden zich in het myelum, niet in de hersenen. Spongiforme transformatie van de cortex ontstaat bij de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. FEEDBACKPROMPT: pathologie van Alzheimer. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 1015 FEEDBACK: Door centrale adaptatie in de hersenen worden de hypoglykemieën niet meer opgemerkt. FEEDBACKPROMPT: gewenning aan hypoglykemieën bij diabetesbehandeling. Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 193 FEEDBACKPROMPT: blindheid en arteriitis temporalis presentatie.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


75. 76. 77. 78. 79. 80. 81.

82. 83.

84. 85. 86. 87. 88.

89. 90. 91. 92. 93. 94.

95. 96. 97.

Medical physiology (3rd ed. 2016/2017) Boron W. e.a., hfdst. 56 FEEDBACKPROMPT: hormonen en instandhouding zwangerschap. Neurologie (6e herz. dr. 2015) Hijdra A. e.a., blz. 119 FEEDBACKPROMPT: discrepantie tussen niveau wervel en niveau ruggenmerg/radix. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/M87 Seksuele Klachten 2015 Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 127 FEEDBACKPROMPT: oorzaken longembolie. Cell Biology and Histology (7th ed. 2015) Gartner L. e.a., blz. 173 FEEDBACKPROMPT: functie van Von Willebrandfactor. Clinical epidemiology: the essentials (5e ed. 2013/2014) Fletcher R. e.a., blz. 184 FEEDBACKPROMPT: betrouwbaarheidsinterval en significantie. Medische psychologie (2e herz. dr. 2010) Kaptein A. e.a., blz. 84 FEEDBACK: Type-D-gedrag kenmerkt zich door de neiging om negatieve emoties te ervaren in combinatie met de neiging om zich niet te uiten in sociale situaties. Alleen persoon C voldoet aan beide kenmerken. FEEDBACKPROMPT: persoonlijkheidsprofielen en gezondheid. Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., hfdst. 13 infectieziekten, blz. 402 FEEDBACKPROMPT: differentiaaldiagnose kinderziekten. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 930 FEEDBACK: Het beeld beschreven in de casus past het beste bij een polyarticulaire vorm van artrose. Deze tast vooral de distale interfalangeale (DIP-) gewrichten (noduli van Heberden) en proximale interfalangeale (PIP-) gewrichten (noduli van Bouchard) van de handen aan, soms ook in het eerste carpometacarpale gewricht. Deze vorm komt frequent voor bij vrouwen van middelbare leeftijd. In de casus is geen sprake van (pseudo)jicht. (Pseudo)jicht treedt aanvalsgewijs op. Jicht wordt gekenmerkt door het acute ontstaan van pijn, zwelling, roodheid en warmte van meestal één gewricht. Binnen enkele uren ontstaan zeer hevige pijn en zwelling in het gewricht, soms gepaard gaand met koorts. Ongeveer 50% van de eerste jichtaanvallen en ongeveer 70% van alle aanvallen betreffen het eerste metatarsofalangeale gewricht (MTP-I), de zogenoemde podagra. Andere vaak aangedane gewrichten zijn enkel, knie, metatarsale gewrichten, kleine handgewrichten, pols en elleboog. Pseudojicht ontstaat voornamelijk in knieën, polsen, ellebogen en schouders. Aangezien het klinische beeld niet gedomineerd wordt door ontsteking (er is geen sprake van roodheid), is de diagnose reumatoïde artritis niet aannemelijk. Bij reumatoïde artritis worden in de handen doorgaans de metacarpale gewrichten en PIP-gewrichten als eerste aangetast. FEEDBACKPROMPT: handafwijkingen bij artrose. Essential surgery: problems, diagnosis and management (5th ed. 2014) Quick C. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACKPROMPT: acuut scrotum en torsio testis. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 9 FEEDBACKPROMPT: interpretatie van bewegingsbeperkingen gewrichten in praktische beperkingen. Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACKPROMPT: klinische verschijnselen bij spanningspneumothorax. Essential surgery: problems, diagnosis and management (5th ed. 2014) Quick C. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACKPROMPT: bloedoverdraagbare aandoeningen en chirurgie. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Acuut hoesten M78. Actualisering standaardnkaartje 2013: herzien t.o.v. versie 2011 FEEDBACK: In deze casus is er sprake van een milde pseudokroep. Een milde pseudokroep, waarbij geen sprake is van ernstige benauwdheid, neemt zonder speciale maatregelen over het algemeen binnen enkele uren af. De effectiviteit van stomen bij pseudokroep is niet aangetoond. Bij milde pseudokroep is een afwachtend beleid verantwoord. Geef bij matig-ernstige pseudokroep eenmalig dexamethason. Amoxicilline wordt gegeven wanneer er sprake is van een pneumonie. FEEDBACKPROMPT: presentatie laryngitis subglottica. Medical biochemistry (4th ed. 2014) Baynes J. e.a., blz. 310 FEEDBACKPROMPT: DNA-metabolisme. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 17 FEEDBACKPROMPT: pathologie van psoriasis. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., blz. Visuele systeem FEEDBACKPROMPT: gezichtsvelduitval en oorzaak. Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 337 FEEDBACKPROMPT: factoren die de GFR bepalen. Leerboek kindergeneeskunde: een interactieve benadering in woord en beeld (2e dr. 2011/2012) Brande van den J. e.a., blz. 437-438 FEEDBACKPROMPT: laboratoriumonderzoek bij dehydratie. Leerboek urologie (3e herz. dr. 2013) Bangma C., blz. 108-110 FEEDBACK: Bij een meatusstenose is de meatus externus urethrae vernauwd. Dit leidt tot een afwijkende straal (sproeien). Dit kan aangeboren zijn, maar is meestal verworven op basis van infectie (balanitis). Een urethrastrictuur leidt tot een slechte straal en soms tot een urineretentie. Bij een traumatische beschadiging is er in het begin meestal sprake van een korte gelokaliseerde strictuur, terwijl bij ontstekingen meestal een langer traject stenotisch is. Een bekende oorzaak van stricturen waarbij de urethra het aspect van een ‘kralensnoer’ kan krijgen op het retrograde urethrogram, is de gonorroïsche urethritis. Een blaashalssclerose ontstaat op basis van een fibromusculaire hyperplasie ter hoogte van de blaashals. Vaak wordt blaashalssclerose gezien na een open prostatectomie of na een transurethrale resectie van een kleine prostaat met chronische ontsteking. Een acute prostatitis gaat gepaard met pijnlijke en frequente mictie in combinatie met pijn in de perianale regio en koorts. Een chronische ontsteking geeft dezelfde, maar minder uitgesproken klachten zonder koorts. FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld meatusstenose. Neurologie (6e herz. dr. 2015) Hijdra A. e.a., blz. 311 FEEDBACKPROMPT: verschillen in klinisch beeld typen dementie. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/inleidingen/inl-geneesmiddelen-bij-ouderen FEEDBACKPROMPT: veranderde farmacokinetiek bij ouderen. Neurologie (7e ongew. dr. 2016) Hijdra A. e.a., hfdst. Bewegingsstoornissen

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


98. 99. 100.

101. 102. 103. 104. 105.

106. 107. 108. 109. 110. 111.

112. 113. 114.

115.

116.

FEEDBACKPROMPT: differentiaaldiagnostiek bij tremoren. DeGowin’s Diagnostic Examination (10th ed. 2015) LeBlond R. e.a., blz. chapter 13 FEEDBACKPROMPT: lichamelijk onderzoek van meniscus. Current diagnosis & treatment in family medicine (4th ed. 2015) South-Paul J. e.a., blz. chapter 39 FEEDBACKPROMPT: dislocatie bij collesfractuur. Illustrated textbook of paediatrics (4th ed. 2012) Lissauer T. e.a., blz. 369-370 FEEDBACK: Acute lymfatische leukemie (ALL) is de meest voorkomende vorm van leukemie bij kinderen (80%). De piekleeftijd ligt tussen de 2 en 5 jaar. Bij ALL ontstaat een woekering van lymfoblasten in het beenmerg. Dit zorgt voor onderdrukking van de normale aanmaak van erytrocyten en trombocyten. Klinisch presenteert de ziekte zich door algehele malaise, bleekheid, toegenomen vatbaarheid voor infecties, blauwe plekken of petechiën, botpijn en hepatosplenomegalie. In het bloedbeeld is spraken van anemie, trombocytopenie en een toename van lymfoblastcellen. Acute myeloïde leukemie is een aandoening die op de volwassen leeftijd voorkomt. De klinische presentatie is vrijwel gelijk aan die van ALL. Chronische lymfatische leukemie en chronische myeloïde leukemie komen niet voor op de kinderleeftijd en zijn daarmee uitgesloten als antwoord optie. FEEDBACKPROMPT: hematologische aandoeningen bij kinderen. Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 809 FEEDBACKPROMPT: functie amylase. Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., blz. 249 FEEDBACKPROMPT: toepassing fluoresceïne in de oogheelkunde. Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., hfdst. 12 FEEDBACKPROMPT: pathofysiologische verschijnselen bij peritonitis. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 2 FEEDBACKPROMPT: bijwerkingen geneesmiddelengroepen bij ouderen. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 309-315 FEEDBACK: Cardiotocografie (CTG) is de gelijktijdige registratie van het patroon van de moederlijke uterusactiviteit en het foetale hartfrequentiepatroon en heeft ten doel de foetale conditie tijdens de zwangerschap en/of de bevalling te beoordelen. Indicaties voor CTG tijdens de zwangerschap ontstaan wanneer een risicofactor voor foetale nood aanwezig is. Dit kan zijn vanwege maternale factoren, foetale factoren (bijv. vermindering foetale bewegingen) of problemen met de placenta. Echografisch onderzoek is niet eerste keus bij het voelen van minder leven. Het wordt vooral gebruikt om de hoeveelheid vruchtwater te beoordelen. Een schedelelektrode is een vorm van inwendige registratie. Hierbij wordt een elektrode in de hoofdhuid van de foetus bevestigd. Dit kan echter pas wanneer de vliezen gebroken zijn en er 1-2 cm ontsluiting is. In een laagrisicopopulatie (eerste lijn) heeft intermitterend doptone-onderzoek de voorkeur. Bij twijfel dient overgegaan te worden tot registratie van de foetale hartfrequentie door middel van een CTG. CBO-richtlijnen. http://www.cbo.nl/thema/Richtlijnen/Overzicht-richtlijnen/opvang van patiënten met licht traumatisch hoofd/hersenletsel. 2010. http://www.nvk.nl/Portals/0/richtlijnen/licht%20traumatisch%20hoofd-%20en%20hersenletsel/hoofd-or-hersenletsel-licht-traumatisch.pdf FEEDBACKPROMPT: beleid traumatisch schedelhersenletsel bij kind. Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. chapter Disorders of lipoprotein metabolism, FH FEEDBACK: Overstimulatie van de afbraak van de receptor zal tot een verhoogd LDL-gehalte in het bloed leiden. FEEDBACKPROMPT: regulatie LDL-gehalte. Emery's elements of medical genetics (14e ed. 2012) Turnpenny P. e.a., blz. 157 Rang & Dale's pharmacology (7th ed. 2011/2012) Rang H. e.a., blz. chapter 10 Pharmacokinetics FEEDBACKPROMPT: effecten van metabolisme op kinetiek en dynamiek. Handboek gezondheidsrecht (6e dr. 2014) Leenen H. e.a., hfdst. 3.2.3 FEEDBACKPROMPT: criteria voor gedwongen opname. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/Alendroninezuur FEEDBACK: Alle bisfosfonaten, waaronder alendroninezuur, hebben specifieke eisen wat betreft de inname van de medicatie. Om de kans op oesofageale irritatie of bijwerkingen te verminderen wordt geadviseerd om het geneesmiddel zittend in te nemen en minimaal 30 minuten na inname niet te gaan liggen. Na dit half uur wordt geadviseerd eerst iets te eten alvorens te gaan liggen. FEEDBACKPROMPT: specifieke innameadviezen bij bifosfanaten. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 612-613 FEEDBACKPROMPT: gametogenese. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 136-137 FEEDBACKPROMPT: staken van zinloze behandeling. Inleiding in evidence-based medicine: klinisch handelen gebaseerd op bewijsmateriaal (4e herz.dr. 2014) Scholten R. e.a., blz. 66 FEEDBACK: NNT is 1 gedeeld door het absolute risicoverschil (0,8-0,3=0,5). De NN is 1/0,5 = 2. De afleiders zijn o.a. het relatieve risico (0.8/0.3) of de inverse van het RR (0,3/0,8). FEEDBACKPROMPT: berekening number needed to treat. Farmacotherapeutisch Kompas. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/antipsychotica FEEDBACK: Een omgekeerd dag- en nachtritme en onrustig/plukkerig gedrag passen bij een delier. In deze casus is er waarschijnlijk sprake van een delier op basis van een longontsteking. Het eerste keus medicament ter bestrijding van symptomen bij een delier is normaliter haloperidol, een klassiek antipsychoticum. Echter, dit middel is gecontra-indiceerd bij de ziekte van Parkinson. Haloperidol is een dopamine-antagonist. Bij de ziekte van Parkinson, waarbij reeds sprake is van een dopamine tekort, zal dit middel de klinische symptomen doen verergeren. Daarom wordt bij deze patiënten gekozen voor een atypisch antipsychoticum, zoals clozapine. Fluoxetine is een antidepressivum (SSRI) dat, ook bij de behandeling van een depressie, bij patiënten met de ziekte van Parkinson niet de voorkeur heeft vanwege de lange werkingsduur in combinatie met de kans op extrapiramidale bijwerkingen. Omdat levodopa (een antiparkinsonmiddel) aanleiding kan geven tot een delier, zou in afwezigheid van aanwijzingen voor andere oorzaken van het delier, op proef de dosis levodopa verlaagd kunnen worden. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., hfdst. Oncologie FEEDBACK: BRCA-2 mutatie geeft een verhoogde kans op mammacarcinoom en op ovariumcarcinoom. Een verhoogde kans op endometriumcarcinoom bestaat in het kader van lynchsyndroom. Cervixcarcinoom is vooral viraal gerelateerd. FEEDBACKPROMPT: oorzaken genetische tumoren.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


117. Volksgezondheid en gezondheidszorg (8e geh.herz. dr. 2016) Mackenbach J. e.a., blz. 101-104 FEEDBACK: Bij toenemende prevalentie zal de positief voorspellende waarde van de test toenemen. FEEDBACKPROMPT: incidentie en ppv. 118. Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., hfdst. 13. Neuro-oftalmologie FEEDBACKPROMPT: oorzaken neuritis optica. 119. Leerboek chirurgie (2e geh.herz. dr. 2012) Gooszen H. e.a., blz. 212 FEEDBACK: Door de distale lokalisatie van de tumor betreft het waarschijnlijk een adenocarcinoom ontstaan uit het cilindrische epitheel welke de distale oesofagus en de maag bekleedt. Het mannelijke geslacht en de obesitas zijn bij deze patiënt ook een risicofactor voor dit type tumor. Het plaveiselcelcarcinoom vindt zijn oorsprong in het plaveiselepitheel (proximale oesofagus). Bekende risicofactoren voor het plaveiselcelcarcinoom zijn nicotine- en alcoholgebruik. FEEDBACKPROMPT: histologische types van oesofaguscarcinoom en risicofactoren. 120. Fysische diagnostiek: uitvoering en betekenis van het lichamelijk onderzoek (2e herz. dr. 2015) Jongh de T. e.a., blz. 315 FEEDBACK: De proef van Lasègue heeft een relatief hoge sensitiviteit (78-98%) en een lage specificiteit (40%). Deze test is dus beter in het uitsluiten van hernia als oorzaak (bij een negatieve bevinding). De gekruiste Lasègue heeft een relatief hoge specificiteit (90-97%) maar een lage sensitiviteit (25%). De gekruiste Lasègue is dus beter in het aantonen van een HNP als oorzaak van de klachten (bij een positieve uitslag). FEEDBACKPROMPT: praktische toepassing sensitiviteit en specificiteit op proef van Lasègue. 121. NHG-standaarden voor de huisarts. https://www.nhg.org/Eczeem. FEEDBACK: Eczeem dat bij chronische veneuze insufficiëntie aan de onderbenen kan ontstaan, noemt met hypostatisch eczeem. Het is niet geheel duidelijk waarom een been met hydrostatische druk leidt tot eczeem; secundaire zaken als krabben en contactallergie spelen mogelijk een rol. Klinisch kan het soms lastig te onderscheiden zijn van asteatotisch eczeem, dat ontstaat ten gevolgen van een zeer droge huid als gevolg van stijgende leeftijd, eventueel atopische constitutie en uitwendige factoren zoals een droge omgevingslucht bij centrale verwarming in de winter en frequent wassen met water en zeep. Met name de lokalisatie van het eczeem in deze casus pleit voor hypostatisch eczeem. De vena saphena magna verloopt mediaal op het onderbeen. Oedeem hoort typisch bij chronische veneuze insufficiëntie en niet zo zeer bij asteatotisch eczeem – bovendien is de rest van de huid niet afwijkend. Constitutioneel en acrovesiculeus eczeem gaan gepaard met een ander klinisch beeld. FEEDBACKPROMPT: klinische beeld van hypostatisch eczeem. 122. Adams and Victor's principles of neurology (10th ed. 2014) Ropper A. e.a., blz. http://accessmedicine.mhmedical.com.ezproxy.ub.unimaas.nl/content.aspx?bookid=690&sectionid=50910885 123. Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 988 FEEDBACKPROMPT: insuline en vetmetabolisme. 124. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 490 FEEDBACKPROMPT: langetermijneffect hypertensie op de nier. 125. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 163 FEEDBACKPROMPT: effecten van virale hepatitis. 126. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 381 FEEDBACK: sterilisatie bij de man vindt plaats door middel van een vasectomie. Hierbij wordt onder lokale anesthesie beiderzijds halverwege de testis en annulus inguinalis de ductus deferens gekliefd. De ductus deferens (ook wel vas deferens) zorgt voor transport van de semenvloeistof tijdens de ejaculatie. De ductus deferens loopt vanaf de cauda van de epididymis langs de dorsale zijde van de testis naar craniaal. Bij de bovenpool van de testis komt de ductus deferens in de funiculus spermaticus te liggen. Deze streng bestaat naast de ductus deferens uit bloed- en lymfevaten. De ampullae van de ductus deferens en van de vesiculae seminales ontmoeten elkaar net buiten de prostaat en vormen een gezamenlijke ductus ejaculatorius. De ductus ejaculatorius mondt uit in de urethra. De funiculus dorsalis bevinden zich in een heel ander deel van het lichaam. Deze achterstrengen zijn deel van de witte stof van het ruggenmerg. FEEDBACKPROMPT: interventie vasectomie. 127. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 638, 712 FEEDBACK: LH wordt geproduceerd in de voorkwab van de hypofyse. De productie en afgifte van LH wordt gestimuleerd door het in de hypothalamus geproduceerde en pulsatiel afgegeven gonadotrophin-releasing hormoon (GnRH). FEEDBACKPROMPT: hypothalamus-hypofyse-ovaria as. 128. Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., blz. Longen en luchtwegen – longweefsel FEEDBACK: macrofagen in de long kunnen voorkomen in de capillairen, in het interstitium en in de alveolaire ruimte. Het zijn grote polymorfe cellen met een uitgebreid lysosomaal apparaat. In de alveolaire ruimte fagocyteren ze stofdeeltjes en bacteriën. Deze ‘beladen’ macrofagen worden door luchtbewegingen (ademen of hoesten) naar het geleidende deel van de luchtwegen afgevoerd. Bij rokers fagocyteren de macrofagen onder andere ook de teer en silica uit de sigarettenrook. Endotheelcellen zijn niet in staat om stoffen uit de omgeving op te nemen. Pneumocyten type II zorgen voor de productie van surfactant. Mestcellen spelen een rol in de afweerrespons. FEEDBACKPROMPT: functie macrofagen. 129. RIVM. LCI-Richtlijnen. http://www.rivm.nl, blz. tuberculose FEEDBACK: Bij de diagnostiek naar tuberculose moet er onderscheid gemaakt worden tussen de diagnostiek van een latente infectie en de diagnostiek van actieve ziekte. Een (sputum)kweek is de gouden standaard voor de diagnose actieve tuberculose en bovendien ook noodzakelijk voor de bepaling van de fenotypische gevoeligheid voor tuberculostatica. Echter, diagnostiek middels een sputumkweek duurt lang (tot 6 weken). Gezien de ernst van de klachten is snellere diagnostiek (binnen enkele uren) noodzakelijk. De goudenstandaard hiervoor is microscopisch onderzoek met een auraminekleuring. Ongeacht de uitslag van de auraminekleuring, wordt er ook speeksel op kweek gezet. Een IGRA en tuberculinehuidtest kunnen alleen een doorgemaakte infectie met de TBC-bacterie aantonen en geven dus geen zekerheid over een actieve infectie. Beide methoden worden met name gebruikt bij contactonderzoek naar een mogelijke besmetting. Ook een thoraxfoto dient alleen ter ondersteuning van de diagnose. FEEDBACKPROMPT: diagnostiek bij verdenking tuberculose. 130. Mims' medical microbiology (5th ed. 2013) Goering R. e.a., blz. 385 FEEDBACK: Ebola hemorragische koorts, zoals de ziekte voluit wordt genoemd, wordt veroorzaakt door een filovirus en komt uitsluitend in Afrika voor. Ebola is erg besmettelijk. Besmetting kan plaats vinden door contact met bloed, ontlasting, urine, sperma, braaksel en zweet. De Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


131.

132.

133. 134.

135. 136. 137. 138. 139. 140. 141.

142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150. 151. 152. 153.

tijd tussen besmetting en ziekte bedraagt gemiddeld een week. Een patiënt is besmettelijk als er klachten ontstaan zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. In een later stadium ontwikkelen patiënten ernstige bloedingen en is intravasaal de stolling verhoogd. Dengue, malaria en gele koorts veroorzaken vergelijkbare klachten. Besmetting vindt alleen plaats via de beet van een mug. Besmetting van mens op mens kan echter niet plaatsvinden. FEEDBACKPROMPT: beeld van Dengue. Interne geneeskunde (14e geh. herz. dr. 2010/2011) Meer van der J. en Stehouwer C. e.a., blz. 410-415 FEEDBACK: Hyperkaliëmie is een vaak voorkomende bijwerking van ACE-remmers, vooral bij een verminderde nierfunctie of in een combinatie met andere middelen die op het RAAS-systeem aangrijpen of kaliumsparende diuretica. Hydrochloorthiazide staat erom bekend dat het juist een hypokaliëmie kan geven terwijl nifedipine en atenolol geen invloed op de serumelektrolyten hebben. FEEDBACKPROMPT: bijwerkingen van antihypertensiva. Klinische neurologie (17e herz. dr. 2012) Kuks J. e.a., hfdst. 17 FEEDBACK: Het meest waarschijnlijk was er sprake van een doorbloedingsstoornis in het stroomgebied van de rechter arteria cerebri media van waaruit de contralaterale, linker, lichaamshelft motorisch en sensibel verzorgd wordt. Het gezichtsveld defect zal een homonieme hemianopsie geweest zijn. Het probleem zou ook gelegen kunnen zijn in de a. carotis interna dextra – dit is echter minder waarschijnlijk op basis van epidemiologie en patroon van uitval. FEEDBACKPROMPT: neurologisch beeld in samenhang met arteriele anatomie. Kumar & Clark's clinical medicine (8th ed. 2012) Kumar P. e.a., blz. 298-301 FEEDBACKPROMPT: pijnanamnese bij appendicitis acuta. Hacker and Moore's essentials of obstetrics & gynecology (6th ed. 2016) Hacker F. e.a., blz. 330-332, 390 FEEDBACK: Gezien haar BMI en haar voorgeschiedenis met clomifeencitraat, heeft zij waarschijnlijk PCOS. PCOS geeft een secundaire amenorroe/oligomenorroe waardoor endometriumhyperplasie kan ontstaan. Er wordt dus een vorm van anticonceptie aangeraden met hormonen (i.v.m. onttrekkingsbloeding of atrofie). Patiënte heeft daarbij een hoge bloeddruk waardoor orale anticonceptiva en de NuvaRing gecontra-indiceerd zijn. The Big Picture: Gross Anatomy (1st 2011) Morton D. e.a., blz. chapter 3 FEEDBACKPROMPT: opbouw thoraxwand. Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., blz. hfdst 21: Psychische problemen en psychiatrische stoornissen FEEDBACKPROMPT: posttraumatisch stress syndroom bij kinderen. Farmacotherapeutisch Kompas 2017. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/Inleidendeteksten/I/inl%20orale%20bloedglucoseverlagende%20middelen.asp#http://www.fk.cvz.nl/Inleidendeteksten/I/inl%20middelen%20bij%20enuresis%20nocturna.asp# FEEDBACKPROMPT: eerstelijns behandeling bij type-2-diabetes. Statistics at square one (11th ed. 2009) Campbell M. e.a., blz. 71-74 Nelson essentials of pediatrics (7th ed. 2014/2015) Marcdante K. e.a., blz. 94 FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld kwashiorkor. Smith and Tanagho's General Urology (18th ed. 2013) McAninch J. e.a., Chapter 23. Neoplasms of the Prostate Gland FEEDBACKPROMPT: behandeling benigne prostaathypertrofie. Medical physiology (3rd ed. 2016/2017) Boron W. e.a., blz. 351 FEEDBACK: Een ‘second order Horner’s syndrome’ geeft een ptosis, miosis, anhidrosis en enophthalmus aan de zijde van de ‘pancoasttumor’ (dit is de meest waarschijnlijke diagnose). FEEDBACKPROMPT: syndroom van Horner. Wetten Overheid NL. Wet- en regelgeving. http://wetten.overheid.nl/hfdst. 6 FEEDBACKPROMPT: salaris en arbeidsongeschiktheid. Essential medical statistics (2nd rev. ed. 2003) Kirkwood B. e.a., blz. chapter 26 Survival analysis, blz. 272-286 FEEDBACKPROMPT: statistische significantie. Clinical respiratory medicine (4e ed. 2012) Spiro S. e.a., blz. 765 FEEDBACKPROMPT: ademhalingsproblematiek bij ALS. Rook's Textbook of Dermatology (9th ed. 2016) Griffiths C. e.a., blz. volume 4, chapter 142 Squamous Cell Carcinoma and its Precursors FEEDBACKPROMPT: klinische presentatie en antecedenten bij plaveiselcelcarcinoom. Harrison's principles of internal medicine (19th ed. 2015) Kasper D. e.a., blz. Multiple Sclerosis and Other Demyelinating Diseases FEEDBACKPROMPT: samenstelling infiltraten bij MS. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 558 en 757 FEEDBACKPROMPT: oorzaken Barrett metaplasie. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van de mens (7e geh.herz.dr. 2012) Heineman M. e.a., blz. 591 FEEDBACKPROMPT: bronnen van oestrogenen. Leerboek kindergeneeskunde (2e geh. herz. dr. 2015) Heymans H. e.a., hfdst. 11, blz. 336. Tabel 11-19. Jonescriteria voor de diagnose van een eerste aanval van acuut reuma FEEDBACKPROMPT: diagnostische criteria acuut reuma. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 247-249 FEEDBACKPROMPT: herpessimplexreservoir. Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., blz. 620 en 621 fig. 5.74 FEEDBACKPROMPT: Aangedane bloedvaten bij spataderen. Leerboek geriatrie. Probleemgeoriënteerd werken met ouderen (3e dr. 2017) Iersel van M. e.a., hfdst. 1. Veroudering Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 452 FEEDBACK: Criteria voor een eetbuistoornis zijn: het in een afzonderlijke tijdsperiode een hoeveelheid voedsel eten die beslist groter is dan de meeste mensen binnen dezelfde tijd onder vergelijkbare omstandigheden zouden eten. Daarnaast hebben zij het gevoel tijdens de episode geen controle te hebben over het eten. De eetbui-episoden hangen samen met 3 (of meer) van de volgende kenmerken. Veel sneller eten dan normaal, dooreten ondanks dat er een onaangenaam gevoel ontstaat, grote hoeveelheden voedsel nuttigen zonder lichamelijke trek, alleen eten (uit schaamte over de hoeveelheid), achteraf van zichzelf walgen, zich somber of erg schuldig voelen. De eetbuien komen gedurende

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


drie maanden gemiddeld minstens eenmaal per week voor. Bij de eetbuistoornis worden de steeds terugkerende eetbuien niet gecompenseerd, niet door braken noch door vasten. Bij boulimia nervosa is er sprake van recidiverend inadequaat compensatoir gedrag om gewichtstoename tegen te gaan. Het kenmerkende gedragspatroon resulteert bij boulimia nervosa meestal in een normaal tot licht overgewicht; bij de eetbuistoornis stijgt het gewicht, omdat er geen compensatie is. FEEDBACKPROMPT: differentiaaldiagnose eetstoornissen. 154. Fysische diagnostiek: uitvoering en betekenis van het lichamelijk onderzoek (2e herz. dr. 2015) Jongh de T. e.a., hfdst. 6 Buik FEEDBACK: Om met percussie ascites op te sporen, wordt de patiënt meestal in rugligging onderzocht, waarbij het vocht naar de flanken uitzakt. Rond de navel is meestal sprake van een tympanitische percussietoon, omdat zich hier de gashoudende darmen bevinden. Door vanaf het hoogst liggende punt naar beneden en lateraal te percuteren, kan de overgang naar de ascites worden afgegrensd. Vervolgens draait de patiënt zich op de rechter- of linkerzijde, waardoor de ascites naar de laagst liggende buikhelft zakt en de percussietoon van de bovenliggende buikhelft van gedempt in tympanitisch verandert. Deze verandering van toon wordt verschuivende demping (shifting dullness) genoemd. FEEDBACKPROMPT: shifting dullness. 155. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 196-197 FEEDBACK: Rosacea is een huidaandoening die zich kenmerkt door roodheid van met name de wangen en neus (centrofaciaal), maar ook voorhoofd en kin. Daarnaast zijn er teleangiëctasieën en soms pustels te zien. Acne vulgaris wordt ook gekenmerkt door roodheid en papulopustels, echter met de aanwezigheid van comedonen. Psoriasis pustulosa is een aandoening die zich kenmerkt door de aanwezigheid van pustels op de voetzolen en/of handpalmen. Erysipelas is een acute bacteriële infectie van de dermis en oppervlakkige subcutis die zich kenmerkt als een scherp begrensde roodheid. Tevens gaat dit gepaard met systemische klachten als koorts, koude rillingen, algemene malaise hoofdpijn en braken. Seborroïsch eczeem is een erythematosquameuze eruptie die vooral voorkomt op plaatsen waar veel talgproductie is zoals de nasolabiale plooi. FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld rosacea. 156. Farmacologie (6e ong.dr. 2017) Sitsen J. e.a., blz. 395 FEEDBACK: bèta-2-adrenoreceptor-agonisten werken door stimulering van bèta-adrenoreceptoren en behoren tot het autonome sympathische zenuwstelsel. In de luchtwegen hebben bèta-2-adrenoreceptor-agonisten de volgende farmacologische effecten: bronchodilatatie, remming van de afgifte van mediatoren uit mestcellen en het bevorderen van het mucociliair transport door een toename van de beweeglijkheid van de cilia van het trilhaardragend epitheel. FEEDBACKPROMPT: Werkingsmechanisme van inhalatiemedicatie. 157. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACK: Bij een eerstegraads AV-blok is er alleen PQ-verlenging (PQ > 0,20 sec.). Iedere P-top wordt gevolgd door een QRS-complex. Een eerstegraads AV-blok komt voor bij 16% van de 90-plussers en is meestal het gevolg van degeneratie/veroudering van het geleidingssysteem. Bij een tweedegraads AV-blok type I verlengt het PQ-interval bij iedere slag, totdat er een QRS-complex uitvalt. Kenmerken van dit Wenckebach-blok zijn: Er is sprake van groepsvorming (bijvoorbeeld 5:4-blok, of 4:3-blok; De PQ-tijd neemt toe bij iedere volgende slag; De PQ-tijd die volgt op een uitgevallen slag is het kortst. Bij een tweedegraads AV-blok type II (Mobitz II) is er onregelmatige uitval van het QRScomplex. Bij een derdegraads AV-blok is er sprake van een totaal blok: er is helemaal geen AV-geleiding meer. Daardoor is er ook geen verband tussen de P-toppen en de QRS-complexen. Er is sprake van AV-dissociatie. Het escaperitme kan hetzij in de AV-knoop ontspringen, hetzij in de ventrikel. FEEDBACKPROMPT: ecg beoordeling geleidingsstoornissen. 158. Sherris medical microbiology (6th ed. 2014) Ryan K. e.a., blz. 400-401 FEEDBACKPROMPT: voedselvergiftiging: toxines en infectie. 159. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 246 FEEDBACKPROMPT: Etiologie van delirium. 160. Functionele histologie (14e herz. dr. 2014) Junqueira L. e.a., hfdst. 18, blz. 522-523 FEEDBACKPROMPT: functie niertubuli. 161. NHG-standaarden voor de huisarts (2018), blz. standaard Fluor vaginalis FEEDBACKPROMPT: fluor vaginalis, SOA. 162. Leerboek medische ethiek (4e herz.dr. 2013) Have ten J. e.a., hfdst. dwang/drang maatregelen FEEDBACKPROMPT: vrijheidsbeperkende maatregelen dwang. 163. Sobotta: Atlas of human anatomy. Volume 1: General anatomy and musculoskeletal system (15e ed. 2011) Paulsen F. e.a., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACK: Het beschreven beeld past zeer goed bij een tendineuze mallet finger. Hierbij is de pees van de extensor digitorum beschadigd. De m. extensor pollicis longus is de strekpees van de duim. De pezen van de m. flexor digitorum superficialis en de m. flexor digitorum profundus zijn de buigpezen van de vingers. FEEDBACKPROMPT: pathologische anatomie van de mallet finger. 164. Leerboek oogheelkunde (2013) Tan H. e.a., blz. 155 FEEDBACK: De klachten die de patiënt heeft, passen bij een scheur in de retina of een loslating van de retina. Dit is een indicatie om de patient door te sturen naar de oogarts. Chlooramfenicoloogdruppels worden gebruikt bij ontstekingen van het oog of de oogleden. Bimatoprost is een oogdruk verlagend middel en wordt gebruikt bij glaucoom. FEEDBACKPROMPT: klinisch beeld netvliesloslating. 165. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., hfdst. 10: oncologie FEEDBACK: De meest waarschijnlijke diagnose is fibroadenoom: Het fibroadenoom is de meest voorkomende oorzaak van palpabele goedaardige afwijkingen in de mammae van jonge vrouwen, met name onder de leeftijd van 30 jaar. Fibroadenomen zijn kleine, solide, niet-maligne massa’s die zich over het algemeen presenteren als een pijnloze, vast aanvoelende, maar mobiele zwelling in de mamma. Omdat een fibroadenoom hormoongevoelig is kan de grootte veranderen. Dit is afhankelijk van de menstruatie, en zij kunnen vóór de menstruatie extra gevoelig worden. Geen opties Lipoom: in de casus zijn er geen aanwijzingen voor een lipoom. Een lipoom is een goedaardige woekering van vetcellen. Het gezwel ligt in het onderhuidse weefsel, vlak onder de huid en voelt vrij zacht aan. Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


166. 167. 168.

169. 170.

171.

172. 173.

174. 175. 176.

177.

178. 179. 180. 181. 182. 183.

Mammacarcinoom: er zijn geen aanwijzingen voor een maligniteit bij deze jonge patiënte. De kans dat het gaat om borstkanker is afhankelijk van de leeftijd. Bij de meeste vrouwen jonger dan dertig jaar is een knobbel in de borst goedaardig. Ook bestaat er geen belaste familieanamnese voor mammacarcinoom. Er bestaat doorgaans een vermoeden op mammacarcinoom bij persisterende klachten (drie maanden) van een lokale palpabele, niet-pijnlijke afwijking die gepaard gaat met huidveranderingen (met name intrekkingen of roodheid), tepelverandering (met name intrekking) en vergrote en verharde okselklieren. Mastopathische cyste: een cyste is evenals een fibroom een goedaardige afwijking. Een cyste kan ontstaan door een verstopping in een uitvoergang van de melkklieren. Het gaat om een kleine met vocht gevulde holte. Een cyste is voelbaar als een ronde, stevige knobbel. Een cyste is niet hormoongevoelig en heeft geen relatie met de menstruatie. FEEDBACKPROMPT: kenmerken fibroadenoom. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., hfdst.11 angststoornissen FEEDBACKPROMPT: cognitieve gedragstherapie. Anamnese en lichamelijk onderzoek (8e dr. 2016) Meer van der J. e.a., blz. 150 FEEDBACKPROMPT: symptomen van ascites herkennen. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., blz. 306-307 FEEDBACK: Lymfoom is een veel voorkomende tumor in het voorste mediastinum. Meestal betreft het de ziekte van Hodgkin. Het Hodgkinlymfoom wordt pathologisch gekenmerkt door de aanwezigheid van Reed-Sternberg cellen. FEEDBACKPROMPT: Histologie van het lymfoom. Het neurologisch onderzoek (2012) Vaardigheden In de Geneeskunde. Zonneveld B., blz. GEEN OPGAVE FEEDBACKPROMPT: Psychomotorische ontwikkeling van het jonge kind. Leerboek urologie (3e herz. dr. 2013) Bangma C., blz. 117 FEEDBACK: Azoöspermie wordt ingedeeld in een obstructieve en niet-obstructieve vorm. Bij een obstructieve azoöspermie onderscheidt men congenitale en verworven vormen. Aangeboren obstructies zijn relatief zeldzaam, verworven obstructies zijn meestal het gevolg van chirurgische interventies of infectieuze processen. Bij een niet-obstructieve azoöspermie onderscheidt men ook een congenitale en verworven vorm. Kenmerkend voor een niet-obstructieve azoöspermie is een klein volume testes en een verhoogd FSH. FEEDBACKPROMPT: Oorzaken azoöspermie. Vander's human physiology: the mechanisms of body function (14th ed. 2016) Widmaier E. e.a., blz. 439 FEEDBACK: Door de ontspanning van de borstspieren en diafragma (passief) wordt de intrapleurale druk groter. Als dit gebeurt wordt de alveolaire druk groter vergeleken met de atmosferische druk en kan de lucht naar buiten stromen. FEEDBACKPROMPT: fysiologie van de ademhaling. NHG-standaarden voor de huisarts (2018), blz. 1668, standaard COPD FEEDBACKPROMPT: diagnose kortademigheid en interpretatie spirometrie. Leerboek gezondheidsrecht (3e herz. dr. 2013) Engberts D. e.a., blz. 96 FEEDBACK: Als een persoon met een verstandelijke beperking wilsonbekwaam wordt beschouwd inzake deze beslissing, kan een vertegenwoordiger op grond van de WGBO toestemming geven voor sterilisatie. Verzet de verstandelijk beperkte zich tegen de ingreep, dan is sterilisatie slechts toegestaan nadat andere vormen van anticonceptie niet in aanmerking komen en als deze behandeling nodig is om een ernstig nadeel voor de verstandelijk beperkte te voorkomen. FEEDBACKPROMPT: De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Clinically oriented anatomy (7th ed. 2013/2014) Moore K. e.a., hfdst. Thorax FEEDBACKPROMPT: Anatomie thoraxfoto. Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology (13th ed. 2016) Hall J., blz. 89 FEEDBACKPROMPT: aansturing skeletspieren. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., blz. 247-254 FEEDBACK: Microcytaire anemie is een vorm van een bloedarmoede waarbij de rode bloedcellen kleiner zijn dan normaal. Een veel voorkomende oorzaak is een ijzergebrekanemie. IJzergebrekanemie is de meest voorkomende vorm van bloedarmoede. Meestal ontstaat deze vorm van bloedarmoede sluipend. De belangrijkste oorzaak is chronisch bloedverlies. Er ontstaat een microcytaire anemie omdat het ijzer tijdens het aanmaken van rode bloedcellen (erytrocyten) wordt gebonden aan het hemoglobine van de erytrocyt. Door een ijzergebrekanemie wordt er minder hemoglobine gebonden. Dit zorgt ervoor dat er minder hemoglobine aanwezig is in de erytrocyt en daardoor is de erytrocyt kleiner. FEEDBACKPROMPT: Soorten anemie. RIVM. LCI-Richtlijnen. http://www.rivm.nl, blz. Tetanus FEEDBACK: De jongen is volledig gevaccineerd volgens het Rijksvaccinatieprogramma. Dat betekent dat hij tot de leeftijd van 20 jaar beschermd is tegen tetanus en er nu dus geen nieuwe vaccinatie of immunoglobuline gegeven hoeft te worden. Een éénmalige tetanusvaccinatie wordt gegeven indien iemand wel volledig volgens het Rijksvaccinatieprogramma is gevaccineerd maar ouder is dan 20 jaar en de laatste injectie langer dan 10 jaar geleden heeft gehad. Indien iemand niet of onvolledig is gevaccineerd geef je eenmalig tetanusimmunoglobuline met daarbij het volledige tetanusvaccinatieschema of de ontbrekende vaccinaties. FEEDBACKPROMPT: Tetanusvaccinatie. Essential clinical anatomy (5th ed. 2014/2015) Moore K. e.a., blz. 573, fig. 7.77 FEEDBACKPROMPT: Anatomie en fysiologie gehoororgaan. Essential clinical anatomy (5th ed. 2014/2015) Moore K. e.a., blz. 143, 155 FEEDBACKPROMPT: anatomie buik, peritoneale ligamenten. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 16 macrocytic anaemias FEEDBACKPROMPT: opnamemechanisme van vitamine B12. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 16 FEEDBACKPROMPT: oorzaken opsporen van anemie. Dermatovenereologie voor de eerste lijn: een systematische introductie (9e geh.herz. dr. 2014) Sillevis Smitt J.H. e.a., blz. 290 FEEDBACK: De karakteristieke beschrijving van mollusca contagiosa. FEEDBACKPROMPT: diagnostiek huiduitslag bij kinderen. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 1342 FEEDBACKPROMPT: huidinfecties kenmerken.

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


184. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., blz. 1359 FEEDBACKPROMPT: kenmerk acne. 185. Leerboek geriatrie. Probleemgeoriënteerd werken met ouderen (3e dr. 2017) Iersel van M. e.a., blz. 225, hfdst. 3 par. 1 FEEDBACKPROMPT: Dehydratie bij ouderen. 186. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 20 FEEDBACKPROMPT: Nierinsufficiëntie. 187. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., hfdst. 11 angststoornissen FEEDBACK: Gegeneraliseerde angststoornis met een paniekaanval is in deze casus de meest waarschijnlijke diagnose. Symptomen die dit het meest waarschijnlijk maken zijn de sinds zes maanden bestaande angst, de angst duurt langer dan een paniekaanval, het piekeren, de klachten beperken haar in het functioneren. Niet waarschijnlijk: Paniekstoornis: bij een paniekstoornis zijn er recidiverende paniekaanvallen of er bestaat angst hiervoor. Dat staat niet duidelijk in de casus aangegeven. Aanpassingsstoornis met een paniekaanval: er is geen stressverhogende factor. FEEDBACKPROMPT: angstoornissen en paniekaanval. 188. Teaching Rounds: A Visual Aid to Teaching Internal Medicine Pearls on the Wards (2016) Kumar N. e.a., blz. http://accessmedicine.mhmedical.com/content.aspx?bookid=1856&sectionid=130945155 FEEDBACKPROMPT: DD van autoimmuunziekten. 189. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., hfdst. Ziekten van lever en galwegen FEEDBACKPROMPT: Diagnose echinococcuscyste. 190. FEEDBACK: In de fertiele levensfase is bij vrouwen de DD van appendicitis klinisch moeilijk te maken en is de klinische diagnose vaak onjuist. M.n. bij adnexitis moet niet verder chirurgisch worden ingegrepen. Derhalve is B juist. De ligduur zal niet verschillen, want patiënten krijgen nog een aantal dagen intraveneus antibiotica en de ingreep verschilt niet veel in omvang. Bij een geperforeerde appendicitis zouden meer abcessen optreden bij laparoscopische benadering, ondanks het feit dat je bij laparoscopie de buik grondiger kunt spoelen dan bij een wisselsnede. FEEDBACKPROMPT: Behandeling appendicitis bij vrouw in fertiele levensfase. 191. Vander's human physiology: the mechanisms of body function (13th ed. 2014 3rd printing) Widmaier E. e.a., hfdst. 14 FEEDBACK: De toename in vasopressine zorgt voor maximale waterreabsorptie. Het urinevolume is laag (antidiurese) en de urine-osmolariteit is hoog. De voortdurende waterreabsorptie zorgt voor een afname van de plasmanatriumconcentratie (hyponatriëmie) door de verdunning van het natrium. Hieruit volgt dat het plasma een heel lage osmolariteit zal hebben. De afgenomen plasmaosmolariteit zorgt niet dat de vasopressinesecretie afneemt, omdat de tumor niet gecontroleerd wordt door hypothalame osmoreceptoren. Dit wordt het ‘syndrome of inappropriate antidiuretic hormone’ (SIADH) genoemd en is een van de mogelijke oorzaken van hyponatriëmie bij mensen. FEEDBACKPROMPT: werking vasopressine. 192. Diagnostiek van alledaagse klachten: bouwstenen voor rationeel probleemoplossen (4e dr. 2016) Jongh de T. e.a., hfdst. 53 : rugpijn, lage FEEDBACK: De meest waarschijnlijke diagnose is spondylitis ankylopoetica: Rugpijn en ochtendstijfheid op jonge leeftijd maken de diagnose spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew) waarschijnlijker dan de rest. M. Bechterew komt vaker bij mannen voor en begint meestal tussen het 15de en 35ste jaar. Bij m. Bechterew wordt ook een verhoogde bezinking (BSE) gezien door de onderliggende ervelontsteking. Geen optie: Lumbosacraal radiculair syndroom: wel lage rugpijn, MAAR geen rugpijn in combinatie met uitstraling in een been tot voorbij de knie, er is geen sprake van toename van pijn bij drukverhogende momenten, er zijn geen sensibiliteitsstoornissen en geen motorische stoornissen (bijvoorbeeld een klapvoet). Reumatoïde artritis: vooral de (distale) gewrichten van de extremiteiten zijn symmetrisch aangedaan bij reumatoïde artritis. Reactieve artritis: Bij reactieve artritis is er sprake van een acuut beeld, geïnitieerd door infectie. De patiënt in de casus heeft al maanden klachten en er zijn in de casus geen aanwijzingen gegeven voor het bestaan van een infectie. FEEDBACKPROMPT: DD lage rugpijn. 193. Leerboek interne geneeskunde (15e geh.herz. dr. 2017) Stehouwer C. e.a., blz. 984 FEEDBACKPROMPT: Klinische symptomen van shock. 194. Leerboek geriatrie. Probleemgeoriënteerd werken met ouderen (3e dr. 2017) Iersel van M. e.a., blz. 144 FEEDBACKPROMPT: Geriatrische syndromen. 195. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 721 FEEDBACKPROMPT: Psychiatrisch onderzoek. 196. Leerboek psychiatrie (3e dr. 2016) Hengeveld M. e.a., blz. 44 FEEDBACKPROMPT: Psychiatrisch onderzoek: conatieve functies. 197. Robbins and Cotran pathologic basis of disease (9th ed. 2014/2015) Kumar V. e.a., blz. 495 FEEDBACK: Door middel van leefstijlaanpassingen (o.a. voeding) kan het cardiovasculair risico verlaagd worden. Dit komt met name door het verlagen van totaalcholesterol, verlagen LDL-cholesterol en verhogen HDL-cholesterol. FEEDBACKPROMPT: dieetadviezen m.b.t. cholesterol. 198. Junqueira's Basic Histology: Text and Atlas (15th ed. 2018) Mescher L. e.a., hfdst. 14 blz. 296-297 FEEDBACK: Tussen beide lagen (circulair en longitudinaal) glad spierweefsel in de muscularis externa in het colon liggen ganglia (zenuwweefsel) die onderdeel uitmaken van de plexus myentericus (plexus van Auerbach). Deze ganglia behoren tot het enterisch zenuwstelsel en zorgen voor innervatie van het gladde spierweefsel. Door een aangeboren afwijking zijn bij de ziekte van Hirschsprung deze ganglia niet aangelegd en wat de oorzaak is van de motiliteitsproblemen. FEEDBACKPROMPT: celbiologische afwijkingen bij Hirschsprung. 199. Kumar & Clark's clinical medicine (9th ed. 2016/2017) Kumar P. e.a., hfdst. 16 FEEDBACKPROMPT: hematologische ziekten bij ouderen. 200. Medical physiology (3rd ed. 2016/2017) Boron W. e.a., blz. 243-244 FEEDBACK: De gap junctions zorgen ervoor dat de gladde spiercellen als één geheel samentrekken. De overige structuren hebben wel te maken met het verband tussen naast elkaar gelegen cellen, maar spelen geen rol bij het als één geheel samentrekken van alle gladde spieren in de blaaswand. FEEDBACKPROMPT: structuren bij intercellulaire communicatie. Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

© Alle rechten voorbehouden


CASUS OPGENOMEN IN DE INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE - DECEMBER 2019 - Gesorteerd op vraagnummer in de toets -

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75.

4261 8593 11657 11934 12588 13243 13427 13624 14277 14571 14801 14855 15480 15778 15793 15878 16227 16407 16567 16790 17288 17371 17439 17445 17562 17639 17658 17815 17992 18132 21543 21733 21908 21941 22058 22103 22114 22388 22462 22668 22734 22767 23053 23132 23764 23893 23908 24121 24178 24342 24375 24494 24775 24805 25034 25083 25108 25158 25227 25308 25496 25501 25524 25574 25589 25747 25801 25831 25854 25856 25865 25932 26018 26259 26353

BCG ANA PA HG KG HG PS INT INT PS HG HG INT FAR MET INT NEU ANA DOK PS BCG DOK PS PS GYN PA ANA HG CHI DOK PA DOK ANA EMS INT INT CHI INT HG ANA EMS FY CHI HG INT EMS DOK HG HG BCG HG KG CHI BCG BCG FAR HG FAR INT DOK FY FAR FY HG NEU BCG GER KG BCG KG CHI PA INT DOK FY

/06 /02 /01 /10 /10 /08 /03 /05 /12 /08 /05 /12 /06 /10 /08 /09 /12 /11 /11 /03 /11 /07 /03 /03 /04 /02 /10 /02 /02 /07 /04 /01 /05 /05 /05 /10 /11 /10 /12 /05 /09 /05 /07 /09 /07 /12 /12 /11 /03 /11 /05 /09 /01 /04 /02 /05 /01 /09 /02 /11 /05 /02 /06 /08 /02 /04 /07 /06 /09 /04 /05 /11 /06 /08 /04

UM FHML-G UMCN UMCN UMCN UMCN UMCN UM FHML-G UMCN UMCN UMCG UMCG UMCG UMCN LUMC UMCN LUMC UMCN LUMC UMCG UMCG LUMC UMCN LUMC LUMC UMCN UMCN UM FHML-G LUMC UMCN LUMC UMCG LUMC LUMC LUMC LUMC LUMC UMCN UMCN UMCN UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UMCG UMCG UM FHML-G UM FHML-G VUmc LUMC VUmc UMCN UMCN UMCN UMCN LUMC LUMC LUMC LUMC VUmc LUMC VUmc UM FHML-G UMCN UMCN UM FHML-G LUMC UMCN VUmc LUMC UM FHML-G UMCN

76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135. 136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150.

26410 26426 26455 26501 26514 26563 26601 26737 26799 26804 26895 26925 27016 27087 27142 27167 27174 27249 27288 27410 27440 27452 27513 27519 27537 27614 27621 27624 27654 27671 27690 27746 27747 27800 27839 27855 27877 27889 28008 28101 28181 28216 28328 28366 28375 28396 28527 28534 28551 28557 28621 28623 28624 28634 28636 28650 28681 28731 28758 28773 28783 28839 28850 28886 28914 28961 28978 29051 29060 29061 29090 29125 29215 29352 29365

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

NEU HG PA BCG EMS PS KG INT CHI CHI CHI CHI KG BCG PA NEU FY KG CHI GER FAR NEU CHI CHI KG BCG DOK FY INT GYN KG BCG BCG FAR MET FAR GYN MET EMS GER GYN SG DOK CHI EMS HG NEU FY PA PA ANA ANA BCG INT PA INT NEU CHI GYN ANA KG FAR EMS KG CHI FY SG EMS INT DOK INT PA GYN KG INT

/11 /04 /05 /05 /04 /08 /05 /02 /10 /12 /02 /05 /01 /10 /07 /11 /10 /12 /10 /03 /12 /11 /12 /02 /05 /09 /12 /09 /08 /12 /11 /06 /05 /05 /03 /12 /04 /08 /03 /03 /12 /08 /11 /09 /02 /07 /11 /06 /10 /09 /04 /06 /01 /01 /05 /10 /11 /09 /06 /01 /03 /06 /12 /06 /10 /11 /08 /10 /01 /07 /12 /09 /06 /08 /12

LUMC UM FHML-G LUMC UMCN UMCN LUMC UM FHML-G VUmc UMCG LUMC UMCG UMCG VUmc UMCN LUMC UMCG UMCG LUMC VUmc LUMC LUMC UMCN UM FHML-G UM FHML-G VUmc UMCG UMCG UMCG UMCG VUmc UM FHML-G LUMC LUMC UM FHML-G UM FHML-G VUmc LUMC LUMC UMCN VUmc UMCN LUMC UMCN VUmc VUmc VUmc UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc LUMC LUMC UM FHML-G UMCN UMCG UMCG UMCG UM FHML-G UMCN UM FHML-G UMCG UM FHML-G UM FHML-G UM FHML-G UMCG UM FHML-G UM FHML-G UMCG

151. 152. 153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165. 166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180. 181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195. 196. 197. 198. 199. 200.

29381 29423 29462 29476 29482 29486 29489 29516 29519 29526 29581 29597 29613 29617 29623 29633 29650 29662 29671 29690 29708 29717 29803 29851 29860 29947 29966 29972 29973 29977 29982 29986 29994 29995 30098 30104 30116 30171 30177 30197 30240 30265 30399 30430 30478 30481 30499 30500 30537 30569

ANA GER PS INT DOK FAR INT INT PS BCG GYN MET ANA DOK HG PS HG BCG HG CHI FY GER MET ANA BCG HG SG ANA ANA INT INT HG DOK DOK GER INT PS INT INT CHI FY HG INT GER PS PS BCG BCG GER FY

/05 /08 /03 /12 /07 /01 /05 /12 /08 /10 /04 /08 /02 /11 /12 /03 /12 /05 /12 /06 /01 /01 /03 /01 /02 /05 /08 /11 /09 /05 /09 /07 /07 /07 /09 /10 /08 /02 /09 /09 /05 /02 /05 /03 /03 /03 /08 /12 /05 /02

UMCG UMCN VUmc VUmc VUmc VUmc VUmc LUMC UM FHML-G UMCG UMCG UMCG VUmc VUmc VUmc VUmc LUMC VUmc UM FHML-G VUmc VUmc UMCG VUmc UMCN UMCG VUmc VUmc UMCG UMCG UMCG UMCG LUMC UMCG UMCG UMCG UMCG VUmc UM FHML-G UMCN UMCN VUmc VUmc UM FHML-G UM FHML-G UMCN UMCN UMCG UMCG UMCG LUMC

De casuscode is als volgt opgebouwd: - het volgnummer van de casus in de toets - het systeemnummer van de casus - de discipline waartoe de casus behoort - de categorie waarin de casus behoort - de eigenaar/producent van de casus.

Disciplines: ANA Anatomie BCG Biochemie/genetica/histologie/moleculaire celbiologie CHI Chirurgie DOK Dermatologie/KNO/oog EMS Epidemiologie/statistiek FAR Farmacologie FY Fysiologie GER Geriatrie GYN Gynaecologie/verloskunde HG Huisartsgeneeskunde INT Interne Geneeskunde KG Kindergeneeskunde MET Metamedica NEU Neurologie PA Patho-, immuno- en microbiologie PS Psychiatrie/psychologie SG Sociale geneeskunde Categorieën 01 Ademhalingsstelsel 02 Spier- en skeletstelsel 03 Geestelijke gezondheidszorg 04 Voortplantingsstelsel 05 Bloed-, lymf- en vaatstelsel, hart 06 Hormonen en metabolisme 07 Huid en bindweefsel 08 Persoonlijke en maatschappelijke aspecten, preventie 09 Spijsverteringsstelsel 10 Nieren en urinewegen 11 Zenuwstelsel en zintuigen 12 Kennis over vaardigheden

© Alle rechten voorbehouden


CASUS OPGENOMEN IN DE INTERUNIVERSITAIRE VOORTGANGSTOETS GENEESKUNDE - DECEMBER 2019 - Gesorteerd op categorie en discipline -

191. 199. 11. 51. 176. 8. 35. 157. 180. 193. 82. 100. 78. 130.

30240 30537 14801 24375 29947 13624 22058 29489 29977 30399 26601 27537 26455 28636

FY GER HG HG HG INT INT INT INT INT KG KG PA PA

/05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05

127. 1. 107. 170. 137. 63. 123. 134. 148. 13. 73. 68. 139.

28623 4261 27746 29690 28839 25524 28534 28758 29215 15480 26018 25831 28886

ANA BCG BCG CHI FAR FY FY GYN GYN INT INT KG KG

/06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06 /06

43. 22. 30. 145. UMCN 155. LUMC 183. VUmc UM FHML-G 184. 67. UMCG 121. UMCN UM FHML-G 182. 45. VUmc UM FHML-G 90. UMCG 197. LUMC 74. LUMC 152. VUmc 6. VUmc 64. UMCN 104. UMCN 149. 15. VUmc 113. VUmc UM FHML-G 162. 10. UMCN 81. UMCN 159. UMCN 187. LUMC 117. UMCG UM FHML-G 142. 177. LUMC UMCG 179. LUMC 69. UM FHML-G 101. UMCG 119. UMCN 133. LUMC 190. 41. VUmc 58. UMCN 103. UMCG 185. LUMC 44. UMCN UM FHML-G 16. UM FHML-G 181. 189. LUMC

23053 17371 18132 29061 29482 29994 29995 25801 28396 29986 23764 27142

CHI DOK DOK DOK DOK DOK DOK GER HG HG INT PA

/07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07 /07

30499 26259 29423 13243 25574 27654 29352 15793 27889 29597 14571 26563 29519 30116 28216 28978 29966

BCG DOK GER HG HG INT KG MET MET MET PS PS PS PS SG SG SG

/08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08 /08

29973 25854 27614 28366 28731 30197 22734 25158 27624 30098 23132 15878 29982 30177

ANA BCG BCG CHI CHI CHI EMS FAR FY GER HG INT INT INT

/09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09 /09

135. 174. 128. 53. 32. 156. 171. 172. 57. 129. 144. 88. 3.

28773 29851 28624 24775 21733 29486 29708 29717 25108 28634 29060 27016 11657

ANA ANA BCG CHI DOK FAR FY GER HG INT INT KG PA

/01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01 /01

UM FHML-G UMCN VUmc LUMC LUMC VUmc VUmc UMCG UMCN VUmc UM FHML-G VUmc UMCN

2. 163. 55. 175. 29. 86. 99. 120. 62. 200. 28. 192. 59. 83. 188. 65. 26.

8593 29613 25034 29860 17992 26895 27519 28375 25501 30569 17815 30265 25227 26737 30171 25589 17639

ANA ANA BCG BCG CHI CHI CHI EMS FAR FY HG HG INT INT INT NEU PA

/02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02 /02

UMCN VUmc UMCN UMCG UMCN UMCG UM FHML-G VUmc LUMC LUMC LUMC VUmc LUMC VUmc UM FHML-G VUmc UMCN

114. 95. 115. 194. 49. 136. 110. 173. 7. 20. 23. 24. 153. 166. 195. 196.

28008 27410 28101 30430 24178 28783 27839 29803 13427 16790 17439 17445 29462 29633 30478 30481

EMS GER GER GER HG KG MET MET PS PS PS PS PS PS PS PS

/03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03 /03

126. 54. 66. 80. 75. 25. 112. 161. 77. 70. 31.

28621 24805 25747 26514 26353 17562 27877 29581 26426 25856 21543

ANA BCG BCG EMS FY GYN GYN GYN HG KG PA

/04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04 /04

33. 40. 151. 79. 108. 168. 71. 87. 34. 56. 109. 42. 61.

21908 22668 29381 26501 27747 29662 25865 26925 21941 25083 27800 22767 25496

ANA ANA ANA BCG BCG BCG CHI CHI EMS FAR FAR FY FY

/05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05 /05

Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

52. 125. 147.

24494 28557 29125

KG PA PA

/09 /09 /09

VUmc UM FHML-G UMCG

27. 89. 160. 84. 94. 140. 143. 14. 92. 4. 36. 38. VUmc UM FHML-G 131. 186. LUMC 5. VUmc UMCG 124. VUmc UM FHML-G 18. LUMC 178. UM FHML-G 21. UMCN 50. 37. LUMC 19. UMCN 60. UMCG 118. UM FHML-G 164. 141. UMCN 48. LUMC UM FHML-G 106. 76. VUmc 91. UMCG 97. UMCG 122. UMCN 132. VUmc 72. LUMC UM FHML-G 198. LUMC 85. 98. UMCG UM FHML-G 47. 102. UMCN 46. UMCN 138. LUMC 96. UMCG UM FHML-G 111. 105. UMCN 116. LUMC 12. UMCG 39. UMCG LUMC 165. UM FHML-G 167. VUmc 169. LUMC 9. UM FHML-G 146. VUmc 150. 154. 158. UMCG UM FHML-G 93. 17. UMCG VUmc LUMC UMCN UM FHML-G UMCN UMCG UMCG UM FHML-G LUMC UMCG UMCN

17658 27087 29526 26799 27288 28914 29051 15778 27174 11934 22103 22388 28650 30104 12588 28551

ANA BCG BCG CHI CHI CHI EMS FAR FY HG INT INT INT INT KG PA

/10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10 /10

UM FHML-G UMCN UMCG UMCG VUmc UM FHML-G UMCG LUMC UMCG UMCN LUMC UMCN VUmc UMCG UMCN UM FHML-G

16407 29972 17288 24342 22114 16567 25308 28328 29617 28961 24121 27690 26410 27167 27452 28527 28681 25932

ANA ANA BCG BCG CHI DOK DOK DOK DOK FY HG KG NEU NEU NEU NEU NEU PA

/11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11 /11

30500 26804 27513 23908 27621 23893 28850 27440 27855 27671 28181 14855 22462 29623 29650 29671 14277 29090 29365 29476 29516 27249 16227

BCG CHI CHI DOK DOK EMS EMS FAR FAR GYN GYN HG HG HG HG HG INT INT INT INT INT KG NEU

/12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12 /12

VUmc UMCG UMCG UM FHML-G VUmc UMCN LUMC VUmc UMCG UM FHML-G UM FHML-G VUmc LUMC VUmc

De casuscode is als volgt opgebouwd: - het volgnummer van de casus in de toets - het systeemnummer van de casus - de discipline waartoe de casus behoort - de categorie waarin de casus behoort - de eigenaar/producent van de casus.

Disciplines: ANA Anatomie BCG Biochemie/genetica/histologie/moleculaire celbiologie CHI Chirurgie DOK Dermatologie/KNO/oog EMS Epidemiologie/statistiek FAR Farmacologie FY Fysiologie GER Geriatrie GYN Gynaecologie/verloskunde HG Huisartsgeneeskunde LUMC INT Interne Geneeskunde UMCG KG Kindergeneeskunde LUMC UM FHML-G MET Metamedica NEU Neurologie UMCN PA Patho-, immuno- en microbiologie UMCG PS Psychiatrie/psychologie LUMC SG Sociale geneeskunde UMCN VUmc UMCN UMCG UM FHML-G Categorieën LUMC 01 Ademhalingsstelsel UMCG 02 Spier- en skeletstelsel UMCN UM FHML-G 03 Geestelijke gezondheidszorg 04 Voortplantingsstelsel VUmc 05 Bloed-, lymf- en vaatstelsel, hart VUmc 06 Hormonen en metabolisme 07 Huid en bindweefsel UMCG 08 Persoonlijke en maatschappelijke asLUMC pecten, preventie UM FHML-G UM FHML-G 09 Spijsverteringsstelsel 10 Nieren en urinewegen UMCG UM FHML-G 11 Zenuwstelsel en zintuigen 12 Kennis over vaardigheden UMCG LUMC VUmc VUmc UMCN UMCG UMCN VUmc LUMC UM FHML-G UMCN UM FHML-G UMCG VUmc LUMC LUMC UMCN

Alle rechten voorbehouden


Interuniversitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG)

Alle rechten voorbehouden

Profile for Radboudumc

Antwoordsleutel VT 2 dec 1920  

Antwoordsleutel VT 2 dec 1920