Page 1

HIPEC operatie Afdeling heelkunde


Deze patiĂŤnteninformatiemap die voor u ligt is een eerste versie. Reacties op de vormgeving en inhoud zijn dan ook zeer welkom. Voor reacties kunt u terecht bij Casemanagers Heelkunde: Marjolein olde Hartman-Hofste Marjolein.oldeHartman-Hofste@radboudumc.nl Jacques Peters Jacques.Peters@radboudumc.nl Karin van Meerten Karin.vanMeerten-vandenBelt@radboudumc.nl


Persoonlijke gegevens

Deze patiĂŤnteninformatiemap is eigendom van:

Naam: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon:

Bij verlies wordt de vinder vriendelijk verzocht contact op te nemen met de eigenaar van deze map.


Inhoud

Persoonlijke gegevens 1 1.Inleiding 1 Belangrijke adressen, telefoon- en routenummers 2.Diagnose 3 3. Polikliniek Heelkunde 5 4. Onderzoeken 7 5. Opname in het ziekenhuis 8 6. Ontslag 17 Checklist opname 18 7. Vervolg bezoeken polikliniek 19 8. Uw vragen 20 9. Bijlagen 22

□ Behandeling of onderzoek onder anesthesie □ Wegwijzer bij opname □ Rechten en plichten patiënt □ Geneesmiddelenoverzicht voor ziekenhuisopname □ Zorg na ziekenhuisopname

2


1.Inleiding Informatie is belangrijk om uw ziekte te kunnen begrijpen en er mee te leren omgaan. Veel mensen vinden het prettig om actief betrokken te zijn bij hun behandeling. Daarom biedt de afdeling Heelkunde u deze PatiĂŤnten Informatie Map, kortweg PIM aan. Hierin vindt u informatie over bijvoorbeeld de gang van zaken op de polikliniek en op de verpleegafdeling. Maar u leest hier ook over mogelijke behandelingen, de operatie en de nabehandeling. In de bijlagen vindt u specifieke informatie over onderzoeken en behandeling(en). Heeft u de bijlagen niet ontvangen? Vraag die dan op bij de casemanager. Deze PIM is uw eigendom. U kunt hierin ook aantekeningen maken, bijvoorbeeld als voorbereiding op een gesprek. Breng de PIM mee naar elk bezoek aan het Radboudumc om er zoveel mogelijk profijt van te hebben. Ook kunt u de map meenemen naar een bezoek aan andere hulpverleners, zoals de huisarts of een specialist. Vragen? Uit ervaring weten we dat veel informatie in gespannen situaties verloren gaat. Zijn bepaalde zaken niet duidelijk of niet voldoende aan de orde geweest? Vraag dan gerust om nadere informatie. Met uw vragen kunt u altijd terecht bij de casemanager, de arts of verpleegkundige.

1


Belangrijke adressen, telefoon- en routenummers

Naam van uw behandelend arts:.......................................

Telefoonnummers Radboudumc, algemeen

024 - 361 11 11

Polikliniek Heelkunde/casemanagers Route 725, poliplein C0

024 - 361 38 08

Opnamebureau Heelkunde Voor vragen over de wachtlijst Op werkdagen van 9.00-10.00 uur

024 - 361 47 87

Verpleegafdeling Heelkunde Route 751, Zone C5

024 - 361 34 38

Polikliniek Oncologie (Post Rood) Route 431

024 - 361 44 55

Polikliniek Radiotherapie Route 875

024 - 361 4505

Polikliniek Anesthesie Route 725, poliplein C0

024 - 361 04 39

Afdeling Diëtetiek Route 725

024 - 361 39 91

Nucleaire Geneeskunde Route 757, zone D-1

024 - 361 45 10

Afdeling Radiologie Route 780, zone D0

024 - 361 45 29

2


2.Diagnose U heeft deze PIM omdat u een HIPEC-operatie krijgt. HIPEC is de afkorting van Hypertherme lntra Peritoneale Chemotherapie. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg tumorweefsel uit de buikholte en spoelt daarna uw buik met verwarmde cytostatica. Dit zijn medicijnen die eventueel achtergebleven tumorcellen bestrijden. Een HIPEC-operatie wordt toegepast bij kankersoorten die uitzaaien naar het buikvlies zoals dikke darmkanker of een slijmvormende tumor (pseudomyxoma peritonei) die ontstaat in de blinde darm of de eierstokken. De HIPEC-operatie is alleen zinvol als er geen (of alleen beperkte) uitzaaiingen in de lever of longen aanwezig zijn Daarom krijgt u vooraf diverse onderzoeken om te bepalen of de operatie in uw geval zinvol is. Aan het begin van de operatie volgt een tweede beslissingsmoment. De chirurg bekijkt hoeveel organen en weefsels in de buik door het tumorweefsel zijn aangetast en beslist of het mogelijk en/of zinvol is om verder te opereren. Meerdere zorgverleners spelen een rol bij de zorg voor patiĂŤnten die in aanmerking komen voor een HIPEC-operatie Tijdens de bezoeken aan ons ziekenhuis krijgt u met meerdere zorgverleners te maken. Omdat u in een universitair centrum wordt behandeld zijn er ook meerdere artsen in opleiding door wie u gezien kan worden. Onderstaande behandelaars zijn de vaste leden van het HIPEC team en zijn verantwoordelijk voor uw behandeling. Chirurgen: Dr. A.J.A. Bremers Prof. Dr. J.H.W. de Wilt Oncoloog: Dr. S. Radema DiĂŤtist: R. Vehof

3


Casemanager Heelkunde Oncologie De casemanager Heelkunde Oncologie begeleidt patiĂŤnten met oncologische aandoeningen. De casemanager zorgt ervoor dat onderzoeken en afspraken volgens protocol verlopen en is daarnaast uw aanspreekpunt bij vragen en problemen. U maakt kennis met de casemanager tijdens uw eerste bezoek aan de polikliniek Heelkunde. Komt u in aanmerking voor wetenschappelijk onderzoek ?Dan informeert de casemanager u hierover. De casemanager heelkunde is van maandag tot en met vrijdag bereikbaar van 08.30-17.00 uur op telefoonnummer 024 - 361 38 08. Casemanagers Heelkunde Oncologie Karin van Meerten Marjolein Olde Hartman Jacques Peters

4


3. Polikliniek Heelkunde U bent door uw behandelend arts doorverwezen naar de polikliniek Heelkunde van het Radboudumc De polikliniek is bereikbaar via de hoofdingang (RadboudumcCentraal), via route 725, poliplein C0. Het is prettig als u iemand meeneemt. Specialistisch team Als er mogelijkheden zijn voor een HIPEC-operatie, dan stuurt uw behandelend arts uw medische gegevens door naar het Radboudumc. Elke vrijdagmiddag bespreekt het gespecialiseerde team alle nieuwepatiënten in een multidisciplinair overleg. Het overleg bestaat uit een chirurg, radioloog, nucleair geneeskundige, medisch oncoloog, radiotherapeut, patholoog, maag-darm-leverarts en de casemanager. U bent zelf niet bij deze bespreking aanwezig, maar de medisch specialist bespreekt dit met u tijdens uw bezoek aan de polikliniek. Als er aanvullend onderzoek nodig is, zorgt het specialistische team dat dit op korte termijn kan plaatsvinden. Op basis van alle onderzoeken stelt het specialistische team een behandelplan op, dat de chirurg met u bespreekt. Uw polikliniekbezoek Op de polikliniek Heelkunde maakt u kennis met een medisch specialist (chirurg). Hij of zij bespreekt de volgende onderwerpen met u: Uw ziektegeschiedenis en uw medische gegevens. Bevindingen lichamelijk onderzoek. Bevindingen multidisciplinair overleg. Eventueel aanvullend onderzoek. Uitleg voorgestelde behandelplan. Medicijngebruik. De gevolgen van ziekte en behandeling op lichamelijk gebied. Deelname wetenschappelijk onderzoek. Bloedprikken.

• • • • • • • • •

5


Gesprek casemanager Na het gesprek met de chirurg geeft de Casemanager aanvullende informatie. Ook is er ruimte om vragen te stellen. Als er geen verder onderzoek nodig is worden er vervolgafspraken gemaakt bij de: Anesthesist om te praten over de narcose en pijnbestrijding. Diëtist voor voedingsadviezen voorafgaande en na de operatie. Verpleegkundig specialist voor informatie over de operatie en het ziekenhuisverblijf. Als u een stoma krijgt, geeft de verpleegkundig specialist u hier ook uitleg over. Oncoloog om medicatie voor de HIPEC procedure voor te schrijven en alvast vooruit te kijken met het oog op eventuele aanvullende chemotherapie na de operatie.

• • • •

6


4. Onderzoeken Na aanleiding van het multidisciplinair overleg is het soms aanvullend onderzoek nodig. De onderstaande onderzoeken geven de chirurg belangrijke informatie voor tijdens de operatie.

CT-scan met röntgenstraling wordt een dwarsdoorsnede van een lichaamsdeel gemaakt. Hierbij kunnen de organen in de buik worden beoordeeld. Ook wordt er gekeken of er uitzaaiingen of andere afwijkingen zijn aan organen buiten de buik, zoals bijvoorbeeld de longen.

MRI-scan: met magnetische golven worden afwijkingen in weefsels (bot- en weke delen) driedimensionaal in beeld gebracht. De MRI wordt vrijwel alleen gemaakt voor specifieke afwijkingen in het bekken of de lever.

PET-CT scan: Een PET scan geeft informatie over de glucose (=suiker) stofwisseling en een CT scan geeft gedetailleerde anatomische informatie. De radioactieve vloeistof toont eventuele plaatsen in het lichaam waar een verhoogde omzetting van glucose is in het lichaam. Dit kan wijzen op uitzaaiingen.

Geen van de onderzoeken is echter in staat om heel kleine afwijkingen zichtbaar te maken. Daardoor blijft er altijd enige onzekerheid over wat de operateur tijdens de operatie precies zal aantreffen.

7


5. Opname in het ziekenhuis De opname op de afdeling Ongeveer een week voor de opname geven we telefonisch de datum en het tijdstip aan u door. Een dag voor de opname krijgt u hier een telefonische bevestiging van. Opname op de verpleegafdeling Heelkunde U vindt de afdeling Heelkunde op route 751. Als uw operatie op maandag is, wordt u op vrijdag opgenomen, waarna u tot zondag verlof krijgt. Voor andere operatiedagen geldt dat uw één voor de operatie wordt opgenomen. Op die manier kunnen eventuele onderzoeken op tijd worden uitgevoerd. Verpleegafdeling Heelkunde Als uw wordt opgenomen op de afdeling Heelkunde ontvangt u informatie over het Radboudumc.. Uw artsen en verpleegkundigen geven informatie over de behandeling en verzorging tijdens uw verblijf op de afdeling. Met vragen en problemen kunt u altijd bij hen terecht. U kunt alles nalezen in de folders ‘Wegwijzer bij opname’ en ‘Verpleegafdeling Heelkunde’. Adresgegevens afdeling Heelkunde Bezoekadres Postadres Verpleegafdeling Heelkunde Afdeling Heelkunde, 751 RadboudUMC Postbus 9101 Geert Grooteplein 10, route 751 6500 HB Nijmegen Zone C5 6525 GA Nijmegen Telefoonnummer: 024 - 361 34 38 De opnamedag Op de opnamedag wordt u verwacht tussen 10:30 en 13:30 uur. U kunt zich melden bij de secretaresse om uw persoonlijke gegevens door te nemen. Gebruikt u thuis medicatie? Neem deze dan samen met een actueel overzicht van uw

8


apotheek mee naar het ziekenhuis. De medicatieverpleegkundige van de afdeling neemt tijdens de opnamedag de medicatie met u door. Daarna volgt het opnamegesprek waarin het volgende aan bod komt: Verloop van opname. Operatie en procedure. Zorg op de afdeling Uw verwachtingen.

• • • •

Controles De verpleegkundige verricht controles en neemt bloed bij u af. Vervolgens neemt de coassistent het gesprek over en neemt een medische anamnese af en verricht lichamelijk onderzoek. Hierna wordt u naar uw kamer gebracht waar de zorghulp uitleg geeft over de afdeling en kamer. Op de opnamedag is het belangrijk dat u op de afdeling blijft. Wilt u de afdeling verlaten? Overleg dan met de verpleegkundige. Neem zo min mogelijk sieraden en waardevolle spullen mee. Voorbereiding op de operatie Scheren Het is belangrijk dat u vijf dagen voor de geplande ingreep het gedeelte van het lichaam waar u wordt geopereerd niet scheert. Dit vermindert het risico op een infectie. Als de chirurg het nodig vindt om te scheren, gebeurt dit op de operatiekamer. Crème Maak op de dag van de operatie geen gebruik van vette crème. Daardoor kan het te opereren gebied niet goed gedesinfecteerd worden. Sieraden, piercings, etc. U mag geen nagellak, make-up, contactlenzen, bril, gebitsprotheses en sieraden of piercings dragen tijdens de operatie. Verwijder acryl- of gelnagels vóór de operatie van alle vingers.

9


Voorbereiding op de dag voor de operatie Fysiotherapeut Op de dag voor de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs om ademhalingsoefeningen met u doen die u na de operatie kunt toepassen. Goed kunnen hoesten en ademhalen is belangrijk om longontsteking te voorkomen. Ook krijgt u een kussentje om na de operatie uw buik te ondersteunen. Markeringen In de loop van de dag wordt uw buik gemarkeerd met een stift. Zo weet het operatieteam dat u wordt geopereerd in uw buik. De kans bestaat dat tijdens de operatie een stoma wordt aangelegd. Dat is een kunstmatige uitgang voor ontlasting. De stomaverpleegkundige komt voor de operatie bij u langs om op uw buik de plaats van de mogelijke stoma te markeren. Trombose Om trombose te voorkomen krijgt u een injectie met antistollingsmiddel. Na de operatie krijgt u deze elke avond totdat u naar huis gaat. Als u thuis bloedverdunners gebruikt, blijft u onder controle van de trombosedienst. Ook krijgt u steunkousen aangemeten. Antibiotica Gedurende de dag wordt krijgt u een infuus met operatieantibiotica om bacteriĂŤn te bestrijden. Tevens krijgt u een drankje om infecties door schimmels in de mond of darmen te voorkomen. Om er voor te zorgen dat er tijdens de operatie geen ontlasting zit in het laatste deel van uw darm krijgt u de avond voor en de ochtend van de operatie via de anus een klysma toegediend. Ook krijgt u tabletten om de stoelgang te versnellen. Nuchter Vanaf middernacht voor de operatie mag u geen vast voedsel meer nuttigen (dit geldt ook wanneer u sondevoeding gebruikt). De avond voor en ochtend van de operatie zult u PreOp drankjes krijgen. Dit zijn energierijke koolhydraatdrankjes die extra energie geven. Vanaf twee uur voor de operatie moet u helemaal nuchter

10


zijn. Dit betekent dat u niets meer mag eten en drinken. De verpleegkundige zal u daarvan op de hoogte stellen. Dag van de operatie Als u de eerste patiënt op het operatieprogramma bent, wordt u om 5.30 uur gewekt door de verpleegkundige. U krijgt twee pakjes PreOp te drinken voor 6.00 uur. Ook krijgt u een klysma. Daarna kunt u zich douchen en naar het toilet terwijl uw bed wordt opgemaakt. U draagt alleen een operatiejasje en geen ondergoed. Als u in bed ligt, geeft de verpleegkundige u de medicijnen die met de anesthesist zijn afgesproken. Vaak is dit paracetamol en soms krijgt u een rustgevend middel. Deze medicijnen mag u met een slokje water innemen. Voordat u vertrekt van de afdeling stelt de verpleegkundige een aantal vragen die belangrijk zijn voor de veiligheid van de operatie. Deze vragen worden u ook op het OK complex gesteld. Rond 7.45 uur gaat u naar de operatiekamers, soms gebeurt dit al vroeger omdat er meerdere patiënten van dezelfde afdeling op hetzelfde tijdstip op de operatiekamers moeten zijn. Voor de operatie U wordt ontvangen in een ruimte waar meerdere patiënten worden voorbereid op de operatie. Twee operatieassistenten ontvangen u en geven u een mutsje op uw hoofd en een warme deken. Ook krijgt u hier een tweede infuus. Lijnen Tijdens de operatie worden er meerdere lijnen ingebracht met verschillende doelen. Dit verschilt per operatie en patiënt. Maaghevel: Dit slangetje wordt via uw neus ingebracht tot in uw maag en voert overtollige maagsappen af. De maaghevel voorkomt misselijkheid en braken. Zuurstofslangetje: Dit slangetje bevindt zich in uw neus en hierdoor krijgt u extra zuurstof toegediend. Infuus: Dit is een buisje in uw bloedvat, meestal in uw arm. Via dit slangetje krijgt u vocht en medicijnen.

• • •

11


• • • •

Centrale lijn: Dit is een slangetje in een halsslagader. Via de centrale lijn krijgt u voeding binnen. Wonddrain: Tijdens de operatie worden vier slangetjes (wonddrains) achtergelaten in het operatiegebied. Deze wonddrains voeren het wondvocht af. Suprapubische katheter: Dit slangetje wordt boven het schaambeen ingebracht tot in de blaas. Dit voert de urine af. Epidurale katheter: Dit slangetje wordt door middel van een prik in de rug onder de huid in de buurt van de zenuwbanen geplaatst. Het slangetje zorgt voor pijnbestrijding tijdens en na de operatie.

De operatie De chirurg maakt een snede in de lengterichting van de buik om alle organen in de buik goed te kunnen bekijken en te zien of deze door de tumor zijn aangetast. Op dat moment neemt de chirurg een beslissing om wel of niet verder te opereren. Als er te veel organen aangetast zijn, kan hij besluiten om niet verder meer te opereren. Als verwijdering van het tumorweefsel wel mogelijk is, verwijdert de chirurg al het zichtbare kanker- en/of slijmweefsel uit de buik. Afhankelijk van de plaats en de hoeveelheid verwijdert hij ook delen van de darm of andere organen (zoals milt, galblaas, maag, vetschort, baarmoeder en/of eierstokken). Als het nodig is, legt de chirurg een tijdelijke of blijvende stoma aan. De wond wordt gesloten met nietjes die minimaal twee weken blijven zitten. Dit wordt afgedekt met een verband. Na de operatie Tijdens de spoeling met chemotherapie belt de chirurg uw eerste contactpersoon om het verloop van de operatie te bespreken. De operatie is dan nog niet afgerond maar het verdere verloop van de ingreep is al wel goed voorspelbaar. Na de operatie wordt u wakker op de afdeling Intensive Care. U brengt de nacht door op deze bewaakte afdeling. Als u net wakker bent, voelt u zich waarschijnlijk nog wat suf en misschien ook misselijk. Dit komt door de anesthesie (narcose) en pijnstillers. De meeste mensen hebben een droge mond na de operatie.

12


Monitoren Op uw lichaam zitten een aantal plakkers waaraan kabeltjes zitten om het hartritme te beoordelen. Om uw arm zit een band om de bloeddruk te meten. Aan uw vinger zit een soort knijpertje. Hiermee wordt het zuurstofgehalte in het bloed gemeten. Conditie Als uw conditie het toelaat helpt de verpleegkundige of fysiotherapeut u bij het rechtop zitten. Chemotherapie Afhankelijk van het gebruikte chemotherapeutische middel tijdens de operatie is er gedurende twee tot zeven dagen chemotherapie aanwezig in uw urine, ontlasting, maaginhoud en transpiratievocht. Dat kan schadelijk voor mensen in uw omgeving. Uw verpleegkundigen dragen handschoenen, een schort, mondkapje en soms een spatbril omdat zij dagelijks met lichaamsvloeistoffen (wondvocht, urine, bloed) in contact komen die chemotherapie bevatten. Voor uw bezoek gelden deze maatregelen daarom niet. Eerste dag na de operatie Is uw situatie stabiel en uw pijn onder controle? Dan wordt u overgeplaatst van de intensive care naar de verpleegafdeling Heelkunde. Een verpleegkundige controleert regelmatig hoe u zich voelt en controleert uw pols, bloeddruk, temperatuur, wond, pijnscore, ademhaling en beweging. Afhankelijk van de pijnscore die u geeft, kan de arts in overleg met het pijnteam uw pijnmedicatie aanpassen. Ook wordt er bloed afgenomen op dag 3, 5, en 7 na de operatie. Voeding Na de operatie krijgt u volledige voeding via het slangetje in uw hals. Het verschilt van patiĂŤnt tot patiĂŤnt na hoeveel dagen de maag en darmen hun werk weer kunnen doen. Zodra dat weer het geval is, krijgt u normale voeding aangeboden. In overleg met de arts wordt dan de voeding via het slangetje in uw hals afgebouwd en het antibiotische drankje gestopt.

13


Hoesten Op deze dag komt u direct uit bed op de stoel. Dit is belangrijk voor uw longen. Bewegen zorgt er ook voor dat de maag en darmen op gang komen. Het kan voorkomen dat u na de operatie last heeft van slijm- of speekselvorming waardoor u regelmatig moet hoesten. Ter ondersteuning van uw buik kunt u het kussentje gebruiken dat u voor de operatie hebt gekregen. De fysiotherapeut of verpleegkundige geeft hier uitleg over. Tweede dag na de operatie tot aan ontslag De afdelingsarts komt dagelijks langs om de wondgenezing te beoordelen, het voedingsbeleid te evalueren en kijken hoe het met u gaat. U kunt dan ook vragen stellen over uw ziekte en behandeling. Maag Door de operatie functioneert uw maag tijdelijk niet goed. Dit kan enkele dagen tot weken duren. Afhankelijk van de snelheid waarmee de maag en darmen zich herstellen en de ontlasting op gang komt, mag de maaghevel eruit. Het op gang komen van de darmen kan gepaard gaan met krampen. Stoma Als u een stoma heeft, krijgt u daar instructies over. U krijgt informatie over het verzorgen van de stoma en u wordt voorbereid op uw ontslag. Tijdens deze instructies beoordeelt de verpleegkundige van de afdeling, eventueel samen met de transfer verpleegkundige en samen met u, of thuiszorg nodig is. Bewegen en pijnstilling De fysiotherapeut komt dagelijks langs om ademhalings- en bewegingsoefeningen met u te doen. Voldoende bewegen is belangrijk na de operatie. Het mobiliseren kan in het begin nog pijnlijk zijn, daarom is ook in deze periode pijnstilling belangrijk. Als de pijn acceptabel is, wordt de epidurale katheter verwijderd. Dit gebeurt uiterlijk de vierde dag na de operatie. U krijgt daarna pijnstillers in de vorm van tabletten of zetpillen. Zodra u goed kunt rondlopen, mogen de steunkousen uit.

14


Trainen van de blaas Na het verwijderen van de epidurale katheter wordt de suprapubische katheter afgedopt. U kunt zo de blaas trainen om weer te urineren via de plasbuis. Nadat u geplast heeft, wordt er een zakje aan de suprapubisch katheter gehangen om te kijken of er nog urine is achtergebleven in de blaas. Gaat het trainen van de blaas goed en blijft er weinig urine achter in uw blaas na het urineren? Dan wordt de suprabische katheter verwijderd. Wond en hechtingen De wonddrains worden na enkele dagen verwijderd of als er weinig tot geen vocht meer uitkomt. De hechtingen worden na 14 tot 21 dagen na de operatie verwijderd. Complicaties HIPEC is een zware behandeling met kans op complicaties. Dat is afhankelijk van de grootte van de ingreep en het stadium van de ziekte. Mogelijke complicaties zijn: Longontsteking: Mensen die geopereerd zijn in de bovenbuik ademen slechter door dan gebruikelijk. Door een oppervlakkige ademhaling worden de longen niet goed geventileerd en kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en een longontsteking veroorzaken. Mocht u een longontsteking krijgen dan wordt u hiervoor behandeld met antibiotica. Slecht doorademen kan veroorzaakt worden door de pijn. Ondanks de pijnstilling kan een operatiewond in de bovenbuik zeer gevoelig zijn bij het ademen. Patiënten ademen ook oppervlakkiger doordat ze in bed liggen. Daarom is het belangrijk dat u zo snel mogelijk na de operatie gaat mobiliseren. Niet op gang komen van maag en darmen: Na een operatie komen vaak de maag en/of darmen vaak traag op gang. Nabloeding: Zoals elke operatie, heeft ook een HIPEC operatie een risico op een nabloeding. Wondinfectie: Bacteriën kunnen zich in de operatiewond nestelen, waardoor er een infectie kan ontstaan. Meestal is het dan nodig om een gedeelte van de wond open te maken om ontstekingsweefsel weg te halen en de wond te spoelen. Bij elke operatie is er een risico op wondinfectie.

• • •

15


• • •

Naadlekkage: Hierbij lekken darmsappen naar de buikholte op de plaats waar twee delen van de darm aan elkaar gehecht zijn. Als dit ontstaat, moeten patiënten meestal opnieuw geopereerd worden. Dit komt bij ongeveer 5% van de patiënten voor. Trombose: Omdat de operatie lang duurt en u veel ligt, is er kans op trombose. U krijgt daarom dagelijks een spuitje met bloedverdunners en elastische kousen. U kunt zelf de kans op trombose verkleinen door veel te bewegen. Verhoogde infectiegevoeligheid: maar bij een klein deel van de patiënten wordt door de spoeling tijdens de operatie het beenmerg tijdelijk aangetast. Bij deze mensen daalt het aantal witte bloedlichaampjes waardoor zij minder weerstand hebben. Infecties na de HIPEC procedure komen niet vaker voor dan na andere grote operaties.

16


6. Ontslag Een HIPEC-operatie is ingrijpend. Naast de lichamelijke gevolgen kunnen u en uw naasten ook last hebben van gevoelens van angst en onzekerheid. Hoever moet u hersteld zijn om met ontslag te kunnen? Uiteraard moet de pijn met veilige medicatie in de thuissituatie hanteerbaar zijn. U moet voldoende voeding en vocht binnen kunnen krijgen om thuis verder te kunnen herstellen. Verder moet u voldoende kunnen bewegen om veilig thuis te zijn. Een belangrijk deel van het herstel vindt echter thuis plaats. Verwacht dus niet dat u thuis direct weer al uw taken zelf kunt vervullen. Ondersteuning Bij voorspoedig herstel kunt u ongeveer tien tot veertien dagen na de operatie naar huis, bij een enkeling is het zelfs al eerder mogelijk. Heeft u thuis ondersteuning nodig? Dan vraagt de verpleegkundige dit voor u aan bij het transferpunt zorg van het ziekenhuis. Het transferpunt zorg regelt thuiszorg, hulpmiddelen en/ of verblijf in een instelling na een opname. Ontslaggesprek De dag voordat u met ontslag gaat, heeft u een ontslaggesprek met de zaalarts en verpleegkundige. U krijgt dan uitleg en instructies over de periode thuis. Bijvoorbeeld over wat u wel en niet kunt doen, over de verzorging van uw wond en over uw medicijnen. Tijdens dit gesprek is ook ruimte voor vragen en opmerkingen over uw opname. Vervolgafspraken Afspraken voor poliklinische controle en eventuele vervolgonderzoeken maakt de secretaresse. U kunt naar huis als alle afspraken zijn gemaakt en eventuele recepten zijn overhandigd. De ontslagtijd is tussen 10.00 en 10.30 uur. Kort na ontslag stuurt de zaalarts een brief naar uw huisarts om hem of haar op de hoogte te brengen van uw ziekenhuisbehandeling.

17


Checklist opname Dag van opname Opnamegesprek met arts en verpleegkundige Medicatieverificatie Wegen Bloedprikken Plaats stoma aftekenen (links en rechts) Steunkousen aanmeten Fysiotherapie: ademhalingsoefeningen Voor 18.00 uur Thrombose profylaxe (spuitje) Klysma Infuus inbrengen met antibiotica/antischimmel drankje 18.00 tot 20.00 uur vier pakjes PreOp Evt. bezoek van anesthesist

           

Operatie dag 05.30 tot 06.00 uur twee pakjes PreOp 6.00 uur klysma Douchen (geen bodylotion gebruiken) Nogmaals naar toilet, uitplassen Steunkousen aan voor OK Preoperatieve medicatie Alle losse voorwerpen, zoals gebit en sieraden uitdoen Alle kleding uit en alleen operatiejas aan

       

18


7. Vervolg bezoeken polikliniek Ongeveer twee weken na uw ontslag uit het ziekenhuis komt u op de polikliniek bij de chirurg voor controle. Hij of zij bespreekt met u de uitslag van het weefselonderzoek. Weefselonderzoek Het weefsel dat de chirurg tijdens de operatie weghaalt, wordt voor verder onderzoek naar de afdeling Pathologie gestuurd. Hier bekijkt een van onze pathologen het weefsel. Uit dit onderzoek blijkt of alle kankercellen verwijderd zijn. Dit onderzoek duurt ĂŠĂŠn tot twee weken. Dit wordt besproken in het multidisciplinair overleg en daarna met u besproken op de afdeling of op de polikliniek. Aanvullende behandelingen Afhankelijk van uw conditie en de uitslag van het weefselonderzoek kiezen we samen voor een aanvullende behandeling na de operatie. Meestal bestaat de aanvullende behandeling uit chemotherapie. De chirurg bespreekt de opties uitvoerig met u tijdens uw bezoek aan de polikliniek.

19


8. Uw vragen U kunt dit formulier gebruiken als hulpmiddel bij het voorbereiden van gesprekken met specialisten en verpleegkundigen. Denk aan vragen over: De behandeling Opname in het ziekenhuis Operatie De thuissituatie, bijvoorbeeld als u een tijdje niet voor uzelf kunt zorgen Pijn en pijnstillers

□ □ □ □ □

20


Ruimte voor uw notities


9. Bijlagen

22


10-2016-6775

Adres Polikliniek Heelkunde Hoofdingang Geert Grooteplein-Zuid 10, route 725, Poliplein C0 6525 GA Nijmegen Contact 024 - 361 38 08

Radboud universitair medisch centrum Š Radboudumc Overname van (gedeelten van) deze tekst is uitsluitend mogelijk na toestemming.

Profile for Radboudumc

6775 folder hipec operatie  

6775 folder hipec operatie