Page 1

PUM Netherlands senior experts

HERFST 2016

CASE

INTERVIEW

BIJGEBLEVEN

PUM’s koffiekenner

Van onderzoeks­ journalistiek tot hekserij

Lodge online in Zambia

PUMmagazine

SPECIAL

MVO in de PUM-praktijk


INHOUD De coverfoto is gemaakt door PUM-expert Anneke Verbraeken tijdens haar missie in Benin.

15

SPECIAL

MVO in de PUM-praktijk

INTERVIEW

Van onderzoeksjournalistiek tot hekserij

PUM Netherlands senior experts Bezuidenhoutseweg 12 2594 AV Den Haag T 070 349 05 55 F 070 349 05 90 info@pum.nl www.pum.nl

2 PUMmagazine  HERFST 2016

8

20

DAGBOEK

Duivelse dilemma’s in Dhaka

PUMmagazine is een uitgave van PUM Netherlands senior experts. PUM is sinds zijn oprichting in 1978 uitgegroeid tot Europa’s grootste ‘uitzendbureau’ voor de inzet van professionele vrijwilligers, met het motto ‘ondernemers voor ondernemers’. PUMmagazine heeft een oplage van 4.500 exemplaren en wordt verspreid onder experts, stafvrijwilligers en relaties van PUM. Hieronder vallen donoren, Nederlandse ambassades, bedrijfsleven, media en andere geïnteresseerden.

Productie  PUM Communicatie * Redactieadres  communications­@pum.nl *  Hoofdredacteur  Ingrid Goethart *  Redactie  Dénise ten Bokum, Hans Geleynse, Lia van Lieshout, Nori Messchaert, Karin Overtoom, Frank Steverink, Ans Tromp, Froukje Wattel * Ontwerp en illustratie  Ontwerpwerk, Den Haag *  Fotografie  Dénise ten Bokum, Anneke Verbraeken, Jeroen Poortvliet, privébezit experts, Thinkstock * Druk  Ando, Den Haag * PUMmagazine v ­ erschijnt vier keer per jaar. TIPS Heeft u ideeën of suggesties om PUMmagazine nog interessanter te maken? Laat het ons weten via communications@pum.nl Alles gelezen? Geef dit magazine dan door, of deel de online versie via www.pum.nl.

Volg ons


VOORWOORD

Keuzes

TESTIMONIAL

BIJGEBLEVEN

14

10

Ik was het bijna vergeten: de combinatie van lichte opwinding, verwondering en verwarring bij het aantreden in een nieuwe functie. Een cadeautje. Niets is vanzelfsprekend en tegelijkertijd resoneert een register van jarenlange bestuurservaring mee op de achtergrond. Eerste indrukken moet je koesteren. Ze komen niet meer terug. En je bespeurt bij al even nieuwsgierige collega’s ook een verwachtingspatroon dat een frisse blik van buiten tot de nodige veranderingen zal leiden. Door mijn oogharen zie ik veel goeds en tegelijkertijd ook kansen om nog beter voor de dag te komen. Het mag van mij allemaal wat minder ambtelijk. Ik zou veel missies graag zien in een breder programmatisch kader en het komt mij voor dat wij wel actief zijn in heel veel sectoren. Getalsmatig telt zelfs een groot aantal missies in een veelheid van sectoren in een land niet per se op tot impact. Als wij het verschil willen maken, dan moeten wij wellicht scherpere keuzes durven maken, zowel in de sector- als in de landenbenadering en nog nadrukkelijker de synergie opzoeken met slimme partners. Wij gaan dit najaar samen met de Boston Consulting Group het besturingsmodel eens goed tegen het licht houden. We streven naar een concrete betrokkenheid van PUM bij de uitvoering van de eerste IMVO-convenanten. We maken een begin met integraal rapporteren. En we werken aan het beschikbaar maken van een helder dashboard in ons cliënt-informatiesysteem.

ONDERTUSSEN IN...

PUM IN HET KORT UPDATE IN CIJFERS RONDETAFELGESPREK COLUMN LANDENFOCUS SECTOR UITGELICHT

4 7 11 19 25 28

24

Echte verandering komt natuurlijk niet van mij, maar van ons allemaal. Als we er voor open staan zullen we gezamenlijk vast geïnspireerde antwoorden weten te vinden op een sterk veranderende omgeving. Ik moet daarbij denken aan een beroemd geworden inzicht van Charles Darwin: het zijn niet de sterkste organismen die floreren, maar de meest adaptieve.

Johan van de Gronden CEO PUM

DE ERVARING LEERT

26 PUMmagazine  HERFST 2016  3


IN HET KORT BERICHTEN

IMVO-convenanten voor 13 sectoren Nederlandse bedrijven ondervinden geregeld maatschappelijke kritiek vanwege problemen in hun waardeketens: kinderarbeid, te lange werkuren, schenden van arbeidsrechten, milieuvervuiling etc. Om die reden besteedt de Nederlandse overheid steeds meer aandacht aan internationale MVO-risico’s van bedrijven. Zij stimuleert daarom dertien Nederlandse sectoren om afspraken te maken over een gezamenlijke aanpak van MVO-risico’s in de keten. Deze afspraken worden IMVOConvenanten genoemd. De convenanten hebben een tweeledig doel: • Binnen een termijn van 3-5 jaar op speci­ fieke risico’s substantiële verbetering bereiken voor groepen die negatieve effecten ervaren van de activiteiten van de sector. • Een collectieve oplossing bieden voor problemen die bedrijven zelf niet (geheel) op kunnen lossen. Door middel van een IMVO-convenant hebben bedrijven in sectorverband de kans om samen met de overheid en diverse ­(particuliere) organisaties afspraken te maken over de aanpak van complexe IMVOrisico’s. Zij zetten zich in om tastbare resultaten te halen die gebaseerd zijn op de OESO-richtlijnen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP).

4 PUMmagazine  HERFST 2016

Nog twaalf sectoren op de agenda Het eerste IMVO-convenant, voor de sector Kleding en Textiel, is inmiddels een feit. Ondertekend door een brede coalitie van brancheorganisaties, vakbonden, maatschappelijke organisaties en de Rijksoverheid. Het is tot stand gekomen onder de leiding van de Sociaal-Economische Raad (SER). De betrokken partijen bundelen op deze wijze hun krachten om concrete verbetering en verduurzaming van de internationale kleding- en textielproductie­ keten te realiseren. Op de agenda staat onder meer de aanpak van gevaarlijke werkomstandigheden en het terugdringen van milieuvervuiling. De overige twaalf sectoren waar wordt gewerkt aan de totstandkoming van een IMVO convenant, zijn: bouw, chemie, detailhandel, energie, financiële sector, groothandel, hout en papier, land- en tuinbouw, metaal, elektronica, olie & gas en voedingsmiddelen.

Argidius en PUM zetten samenwerking voort De succesvolle samen­ werking tussen de Argidius Foundation en PUM Netherlands senior experts in Guatemala, Honduras en Nicaragua heeft geleid tot de voortzetting ervan. Nieuw is dat PUM naast MKBbedrijven, ook veelbelovende microbedrijven gaat adviseren. Het doel is om hen binnen drie jaar naar MKB niveau te brengen. De Argidius Foundation levert een belangrijke financiële bijdrage aan dit driejarige programma, wat naar verwachting bestaat uit 76 missies bij 37 MKBondernemingen en 15 microbedrijven.

Rol voor PUM

Over de Argidius Foundation

Bouwe Taverne (Coördinator MVO PUM) onderzoekt, samen met Johan van de Gronden (CEO PUM), welke rol PUM kan spelen in de totstandkoming en uitvoering van de IMVO-convenanten, met name bij bedrijven in ontwikkelingslanden die leveren aan Nederlandse ondernemingen. Nicole Klaver (PUM-expert en MVO-coach voor de PUM-sector Textile Industry and Consumer Products), zet zich hiervoor in vanuit haar brede kennis over deze sector.

De Argidius Foundation, opgericht door de familie Brenninckmeijer, zet zich in voor de duurzame groei van MKB-ondernemingen in ontwik­kelingslanden om het inkomen, en daarmee het leven, van armen in deze landen te verbeteren. De Zwitserse stichting bereikt dit onder andere door deze onder­ nemingen toegang te verschaffen tot financiële middelen en hen in staat te stellen investeringen te doen.

Lees het volledige bericht op pum.nl/nl/argidius


INGEZONDEN MEDEDELING

WORKSHOP IN OEGANDA Hospitality-expert Sasha Jacobs ging voor PUM naar een hotel in Kampala. Het hotel wilde adviezen voor een betere bedrijfsvoering. Onderdeel van zijn missie was een interactieve workshop over hospitality voor de staf van het hotel, om hen te leren kijken door de bril van de toerist. Enkele passages uit zijn verslag: ‘Dit keer logeer ik twee weken in een twee­ sterren hotel in de hoofdstad Kampala. Het is hartje zomer en pal op de evenaar, maar toch is het aangenaam weer met overdag een temperatuur die schommelt tussen 25 en 30 °C. Dit gastvrijheidbedrijf – dat ik adviseer en waar ik verblijf – is in 2007 op z’n Oegandees gebouwd en ingericht. De gevolgen daarvan zijn in en rond alle 45 kamers en openbare ruimtes desastreus en duidelijk zichtbaar: schimmel aan de muren, losse en afgebroken betegeling, afgebladderde verf… Maar mij hoor je niet klagen. We zitten tenslotte in de ‘parel van Afrika’ en dan moet je zoiets incalculeren. …Drie dagen voor de ochtend van de voor de staf ‘verplichte’ sessie, hangt her en der een nette, doch dringende aankondiging van mijn circa drie uur durende interactieve bijeenkomst in de conferentieruimte. Gezien mijn ervaringen elders heb ik op deze uitnodiging wel even laten toevoegen, dat men vooral strictly on time om 10.00 uur aanwezig dient te zijn. In verband met mijn PowerPointpresentatie vraag ik mijn begeleider ook tijdig hoe het met de techniek staat, maar daar hoef ik mij geen zorgen over te maken…

…En inderdaad, zoals verwacht, zaterdagavond hebben ze nog geen werkende projector, zijn de verbindingskabels niet de juiste, is de enig aanwezige laptop eigenlijk al lang geleden gecrasht, maar heeft niemand dat bij het management durven melden, en is het bovendien niet mogelijk om de ruimte zo donker te maken dat de dia’s enigszins zichtbaar op het verkreukelde scherm komen. Voor mijzelf voelt het bijna als een triomf van gelijk hebben, maar ik realiseer me dat uiting daarvan zinloos is… …Ondanks mijn verzoek tijdens de workshop vooral niet in of uit te lopen, zijn – na ongeveer tien minuten – twee ‘deelnemers’ al weer geruisloos verdwenen. De CEO en zijn vrouw heb ik helemaal niet gezien. Het valt me moeilijk om me helemaal te geven, zeker als er nauwelijks respons komt op mijn vele interactieve momenten… Er is wel veel lol als ze zichzelf op de dia’s terugzien, maar als ik werkelijk iets geestigs vertel, kijken ze vol ongeloof naar me. Om stipt 13.00 uur sluit ik af. Luid applaus en een groepsfoto later kijk ik mezelf vol van datzelfde ongeloof in de spiegel aan…  

Het hele verhaal, inclusief hoe de missie verder verliep en de geboekte resultaten, kunt u lezen op: pum.nl/nl/workshopoeganda

PUMmagazine  HERFST 2016  5


PUM-evaluatie positief Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam in de arm genomen om het PUM-programma te evalueren over de periode 2012-2015. Deze evaluatie sluit de subsidieperiode af. Op basis van de evaluatie staat het kabinet positief ten opzichte van ondersteuning van PUM in de komende jaren, veronderstellend dat PUM de aanbevelingen uit de evaluatie overneemt.

Proces Zes maanden lang is PUM doorgelicht. Vier landen zijn bezocht: Ghana, Indonesië, Tanzania en Colombia, waar 100 klanten en tientallen PUM-vertegenwoordigers zijn gesproken. Daarnaast gesprekken gevoerd met stafvrij­willigers, experts, partners en andere stake­holders. Tot slot zijn vele door PUM en PRIME1 verzamelde gegevens geanalyseerd.

Conclusies De evaluatoren concludeerden dat PUM-advisering heeft bijgedragen tot verbeteringen van prestaties van middenen kleinbedrijven in ontwikkelingslanden. Een meerderheid van de bedrijven geeft aan dat er door het PUM-advies sprake is van een verhoogd kennisniveau. Missies naar lage inkomenslanden kennen meer risico’s maar leveren ook een significant hogere bijdrage aan kennistoename en verbetering van bedrijfsprestaties. Ook is geconstateerd dat samenwerking met uitvoeringsorganisaties van andere private sector ontwikkelingprogramma’s

6 PUMmagazine  HERFST 2016

de effectiviteit van PUM kan vergroten. Business Links – gericht op het bevorderen van relaties met Nederlandse bedrijven – leiden vooralsnog zelden tot handelsrelaties, aldus de evaluatoren.

Aanbevelingen Advies is onder meer om samenwerking met Nederlandse bedrijven verder uit te breiden, alsmede de uitbreiding van de expertpool met (jongere) professionals die nog werkzaam zijn. Aangezien de armoede-impact het hoogst is in minst ontwikkelde landen en arme regio’s in (laag) middeninkomstenlanden, is daar sterke focus van PUM aanbevolen. Tevens is de verwachting uitgesproken dat PUM haar activiteiten zal opschalen op vrouwelijk ondernemerschap, jeugd­ werkgelegenheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

De aanvraag is gestoeld op de strategie 2017-2021. Hierin is de suite of services gedefinieerd welke nauw aansluit bij de aanbevelingen van de evaluatoren. De implementatie ervan zal de komende maanden zijn beslag nemen en een nieuwe periode voor PUM zal aanbreken. Met PRIME verzekeren we ons ervan dat onze activiteiten continue worden gemonitord. Dit maakt aanscherping en bijsturing op onze strategie mogelijk.

Strategie 2017-2021 De subsidieaanvraag voor de komende vijf jaar is ingediend. In het najaar van 2016 verwachten we uitsluitsel over de toe­kenning en hoogte van de subsidie.

1

PRIME: Gezamenlijke aanpak impactmeting ­bedrijfsadvies in ontwikkelingslanden


‘Overall, PUM is considered an efficient organisation. Beneficiaries are satisfied with the communication and speed of handling in the application stage.’

5 JAAR CYCLUS

Realiseren corporate strategie en doelstellingen

Activiteiten ontplooiien en uitvoeren op basis van strategie

Evaluatie ministerie Buitenlandse Zaken Evaluatie aan het einde van de subsidieperiode om advies te geven over voortzetting

Subsidieaanvraag

Ministerie BuZa

PUM

Ministerie BuZa

PRIME Continue optimalisatie Monitoren » Evalueren » Bijsturen »

PRIME Pioneering Real-Time Impact Monitoring and Evaluation in small and medium sized enterprises is opgericht door PUM, het Centrum voor ­Bevordering van Import uit Ontwikkelingslanden (CBI) en de kennis­ instituten Wageningen Economic Research, voor­ heen LEI Wageningen UR, en Erasmus School of Economics. Samen hebben zij een aanpak gerealiseerd waarmee de impact van advies­ trajecten bij organisaties in ontwikkelingslanden te meten is. Er zijn methodes ontwikkeld en geïmplementeerd, waarmee continue ­monitoring mogelijk is. Het eerste rapport is recent verschenen en dat is tevens de basis geweest voor de evaluatie die in opdracht van het mini­ sterie van Buitenlandse Zaken is uitgevoerd.

PUM Meer informatie over PRIME: primepartnership.nl PUMmagazine  HERFST 2016  7


INTERVIEW

HEKSERIJ IN BENIN

Onderzoeksjournalistiek naar tovenarij

Anneke Verbraeken, sinds 25 jaar journalist, wordt gedreven door ‘onblusbare nieuws­ gierigheid’ zegt ze zelf. Ze stuit in haar onderzoek regelmatig op misstanden in landen als Rwanda, Burundi, Ivoorkust en Congo. In Benin deed ze meerdere missies als PUM-expert bij twee kranten1, waar ze haar Afrikaanse collega’s iets leerde over onderzoeksjournalistiek.

8 PUMmagazine  HERFST 2016


‘Er werken jonge mensen bij GKF & Fils ­Communication,’ vertelt ze, ‘goed opgeleid en men had goede apparatuur, maar ze wilden graag een kleurenpers.’ Verbraeken gaf adviezen om het bedrijfsproces effectiever te later verlopen en probeerde een Business Link te organiseren. Maar de ondernemer in Benin kreeg tot twee keer toe geen visum. Via e-mail heeft ze hem nu aan een Nederlands bedrijf gekoppeld en er wordt onderhandeld over een pers. In de andere missies heeft ze journalisten van twee kranten getraind in de grondbeginselen van de journalistiek. Verbraeken: ‘In de aanvraag ging het steeds om een cursus onderzoeksjournalistiek, maar dat bleek ter plekke veel te ambitieus, want veel journalisten hadden moeite met de basisvaardigheden. De training gaat het beste als iedereen aan de slag gaat in een praktijkproject, dat is heel erg leuk. Zij leren van mij, maar ik leer zeker ook van hen. Zo’n project is heel geschikt om veel ­instituties te bevragen, met mensen te praten, te onderzoeken hoe het werkt.’ Ze ging ook voor PUM naar Oost-Congo. Daar adviseerde ze een kopieerbedrijf annex krant, Baraka Enterprises, dat hun krant wilde professionaliseren. Alleen bleek bij aankomst de krant nog niet echt te bestaan…

Wat bleek? Het was een promotiefilm van een mevrouw die een sekte had gesticht. De meisjes in kwestie waren al twee jaar van huis en gehersenspoeld. Ze waren zogenaamd ‘gered’ door de sekteleidster. Dankzij een subsidie van een EU-fonds heeft Verbraeken met collega’s uit Nigeria, Benin en Kameroen professioneel onderzoek kunnen doen naar de gevolgen van hekserij voor de maatschappij en is er dus een artikel uit voortgekomen. Intussen leerde ze ook dat de Nederlandse directe aanpak, het op de man of vrouw af vragen, niet werkt in Afrika. Wat wel kan, is na een eerste vraaggesprek alles de revue laten passeren en je afvragen wat niet klopt. In een tweede gesprek kun je dan nog eens rustig navragen; hoe zat dit, hoe zat dat? Dat is een aanpak, tweetrapsraket noemt ze het, die in Afrika vaak wel werkt.

Drijfveer Hoewel de adviezen aan de lokale kranten in Benin vanuit PUM in eerste instantie bedoeld zijn om de bedrijven vooruit te helpen, heeft Anneke Verbraeken haar eigen drijfveer. Behalve de eerder genoemde onblusbare nieuwsgierigheid, wil ze haar expertise delen met mensen in kwetsbare gebieden. ‘Ik kom uit een katholieke familie, die achtergrond van paters en missio­ narissen, daar is bij mij toch iets van blijven hangen.’

Mannen omgetoverd in geiten Een van haar missies leverde een – internationaal – spraakmakend verhaal op. In Nederland werd het verhaal gepubliceerd in de Groene Amsterdammer.2 Er was een video op YouTube waarin zes meisjes beweerden heks te zijn. Ze hadden mannen betoverd, hen in geiten veranderd en ­vervolgens opgegeten. ‘Dit kan niet waar zijn,’ dacht Verbraeken, maar haar studenten dachten daar anders over. Na een uur ­discussie verdeelde ze de groep in tweeën, de ene helft ging op zoek naar bewijzen dat hekserij bestond en de andere helft zocht naar bewijzen voor het tegendeel.

1 2

3

Journal le Canard du Nord; GKF & Fils Communication https://www.groene.nl/artikel/vrouw-baart-vis (eerste deel gratis) De ochtend nadat de uitslagen van de presidents­ verkiezingen bekend waren gemaakt, kreeg ze een tip dat een vrouw was doodgeschoten. Ze begaf zich naar het grote ziekenhuis van Kinshasa omdat ze informatie wilde over het aantal doden en gewonden; daar werd ze gearresteerd.

VIJAND VAN HET VOLK Anneke Verbraeken is freelance onderzoeksjournalist. In 1991 begon ze aan een journalistieke deeltijdopleiding in Tilburg. Ze schreef jarenlang voor de krant van de Haagse Kamer van Koophandel, de ‘kurk’ die het haar financieel mogelijk maakte om zich later verder te bekwamen in onderzoeksjournalistiek. Ze kan van het werk leven, omdat ze materieel geen hoge eisen stelt; ze zou het niet anders meer willen. Anneke probeert tijdens haar ­missies bij kranten kwaliteit van inhoud en vorm te verbeteren. Geen sinecure in Afrika, waar journalisten vaak ‘presentiegeld’ ontvangen, wat kritische journalistiek in de weg staat. ‘Redacties zijn vaak slecht georganiseerd en de opleidingen journalistiek in Benin zijn niet van hoog niveau. Ik vind het belangrijk voor een jonge democratie, dat journalisten kritisch onderzoek doen en op basis van feiten hun verhalen vertellen. Niet op basis van geruchten.’ De missies die ze voor PUM gedaan heeft in Benin zijn ‘relatief veilige uitstapjes’, dat is in andere Afrikaanse landen soms anders. Zo wordt ze door Rwanda ‘vijand van het volk’ genoemd vanwege contact met een regime-critica en mag ze het land niet meer in. In Oost-Congo werd ze tijdens haar werk opgepakt en belandde ze korte tijd in de gevangenis3. Onrecht maakt haar niet alleen moreel ­verontwaardigd, het maakt haar kwaad!

PUMmagazine  HERFST 2016  9


BIJGEBLEVEN Een online boost

KOFFIE EN TOURS VOOR DE OKAVANGO LODGE TEKST  NORI MESSCHAERT FOTOGRAFIE  HUGO LINGEMAN

PUM-expert Hugo Lingeman reisde in juni naar Livingstone, Zambia om de Okavango Lodge een online boost te geven. Wat scheelde er? De lodge had een lage bezettingsgraad (20%). Er kwamen voornamelijk gasten uit Zambia en Zuidelijk Afrika en online boekingen waren niet aan de orde. Dat was echter niet wat de enthousiaste eigenaresse en gastvrouw, Nambizi Syamujulu, voor ogen had toen ze met de lodge begon. Haar wens: toegang tot de online – en dus internationale – markt. Hugo Lingeman: ‘Samen met de eigenaresse schreef ik een internet sales- en marketingplan en zetten we de lodge online met een website, een Facebookpagina en vermeldingen op internationale en Afrikaanse boekingssites. Omdat bij online boekingen de reviews van eerdere gasten zwaar meetellen, hebben we ook besloten om het service­ concept onder de loep te nemen. Zo worden gasten nu na een druk dagje uit, opgewacht met een lekker kopje koffie of thee. Het personeel en de gasten kunnen op die manier nader tot elkaar komen en samen even gezellig kletsen. Daarnaast zag ik dat er veel tours in de omgeving worden georganiseerd, waar extra inkomsten uit kunnen voortkomen. We werkten daarom ook wat ideeën uit voor het organiseren van tours voor de gasten.’ Een mooi moment: toen de adviezen van Hugo Lingeman al tijdens de missie hun vruchten afwierpen. Hugo Lingeman: ‘Op een ochtend stond de eigenaresse springend en juichend voor mijn deur, de eerste online boekingen waren een feit! Nog voor mijn vertrek arriveerden die gasten al. Zij waren ook meteen de proef­konijnen voor de eerste georganiseerde tour naar een nabijgelegen nationaal park (zie foto). De eerste online reviews die binnenkwamen waren zeer positief. De eigenaresse kijkt al uit naar een follow-up missie om verder te optimaliseren. Mede op basis van de feedback van gasten.’ 10 PUMmagazine  HERFST 2016


RONDETAFELGESPREK Duurzaamheid in de PUM-praktijk

‘MVO moet Chefsache zijn!’ Veranderende internationale ontwikkelingen brengen nieuwe uitdagingen én nieuwe kansen voor PUM mee. PUM wil wereldwijd kennis delen, voor een krachtig bedrijfsleven en een beter leven voor iedereen. De thema’s en speerpunten van haar beleid komen op tafel in een serie gesprekken.

Nicole Klaver MVO-coach & Fashion Management Expert

Alexandra van Selm Programmadirecteur internationale MVO bij de Sociaal Economische Raad (SER)

Eerste prioriteit van het MKB is financiële overleving. MVO is dan een luxe. Een MVO-missie van PUM is dus een utopie, haar klanten zien dat als een westerse gril. Stelling 1:

MVO op de kaart zetten bij het MKB in ruim 70 landen is een utopie. Volgens Johan moet MVO Chefsache worden bij PUM. Alexandra is het daarmee eens. ‘We zullen wel moeten. MVO is geen keuze. Het raakt de kern van hoe je onderneemt, hoe je je geld verdient; van je langetermijnvisie op mensen en milieu. MVO is géén luxe maar onvermijdelijk.’ Nicole geeft aan dat MVO in ontwikkelingslanden vaak wel als een luxe wordt gezien. ‘Op den duur is het daar ook geen keuze meer.’ aldus Kirsten. Zij vervolgt ‘Je moet natuurlijk ondernemen en geld verdienen, maar wel op een fatsoenlijke manier.’ Alexandra licht de ­onvermijdelijkheid verder toe. ‘Als je wilt leveren in internationale ketens, dan kom je die MVO-vraag tegen, want die ketens zijn aan het veranderen. Dan moet je wel. Zit je niet in die ketens, dan kun je vragen: welk soort ondernemer wil je zijn.’ ‘Het probleem is dat het zo breed is, dat maakt het complex om experts mee te geven waar zij op missie op moeten focussen.’ Uit ervaring onderstreept zij dat het een proces is om MVO in ontwikkelingslanden op de kaart te zetten. ‘Je hebt verschillende ingangen nodig, zoals kwaliteitsverbetering, grondstofgebruik, kosten/baten. Maar ook arbeidsomstandigheden, milieu en veiligheid.’ Met andere woorden, hoewel lastiger, het overtuigen aan de sociale kant kan ook gerelateerd worden aan bedrijfsverbetering en uiteindelijk kosten/baten.

Kirsten Kossen Senior Beleidsmedewerker CSR, ministerie van Buitenlandse Zaken

Johan van de Gronden CEO PUM

Gespreksleider Bouwe Taverne Coördinator MVO PUM

› PUMmagazine  HERFST 2016  11


Bouwe vertaalt een veelgehoorde zorg. ‘Experts merken vaak dat MVO moeilijk uit te leggen is zonder opgeheven vingertje.’ Johan erkent dit. ‘Ik ben allergisch voor dat vingertje, maar we hebben geen keuze, want we hebben samen maar één aardbol. Het oude charitasmodel is voorbij. Het is neo­kolonialisme om te zeggen: eerst vervuilen we de ontwikkelingslanden en later ruimen we wel op. We moeten ons schamen als we kennis zouden overbrengen die hier niet meer geaccepteerd is. Het goede nieuws is dat we MVO door onze open exporteconomie en handelsbevordering – ook via PUM – goed kunnen uitdragen. We zijn onderdeel van het probleem, maar kunnen daardoor ook bij de oplossing een rol spelen.’

PUM moedigt het MKB aan en ondersteunt op allerlei niveaus. Sterke bedrijven, zowel groot als klein, zorgen voor meer economische groei, voor meer banen en meer koopkracht. Het MKB is de ruggengraat voor een financieel stabiele economie; pas als die er is, kan er aandacht zijn voor sociale en ecologische doelstellingen voor de bedrijven. Stelling 2

Een duurzame onderneming begint van onderop Nicole reageert direct op deze stelling met een voorbeeld ‘Laatst, op missie in Suriname, zag ik dat ze verf door de gootsteen weggooiden. De ondernemer begreep mij wel toen ik erover begon, maar hij had geen andere oplossing. Hij kan chemische stoffen nergens inleveren!’ ‘Ja, als je kunt aantonen dat je met afbreekbare verpakkingen een ton per jaar bespaart, is het makkelijker adviseren. Maar wat als je je chemische stoffen niet kwijt kunt?’ Bouwe heeft nog een voorbeeld ‘Of denk aan de leg­ batterijen die in Europa verboden zijn. Daar kunnen boeren in ontwikkelingslanden heel goedkoop mee werken. Verbieden we dat? Hoe helpen we ze dan?’ Johan reageert fel ‘Hier krijg ik dus uitslag van. Verouderde technieken daar wel gebruiken omdat zij nog niet zover zijn. Dan predik je twee verschillende standaarden!’ Hoewel Nicole het eens is dat er niet twee standaarden gepredikt kunnen worden, benadrukt zij de noodzaak dat er wel een oplossing geboden moet worden. En ook op dit gebied kan PUM haar invloed aanwenden volgens Kirsten. Bouwe vraagt: ‘Wat is beter: de één op één-band met de ondernemer hiervoor gebruiken, of het collectief aanpakken?’

12 PUMmagazine  HERFST 2016

Alexandra is stellig ‘Beide!’ Maar Kirsten geeft aan: ‘Enthousiaste individuele ondernemers zijn belangrijk, bijvoorbeeld als een brancheorganisatie niet beweegt. Maar andersom kan ook werken.’ Met een voorbeeld laat Johan zien dat hij het hiermee eens is ‘Met duurzaam gevangen vis ging het eerst ook moeizaam, nu moet je aan de standaarden voldoen om in de schappen te komen. Wachten op wetgeving hoeft niet altijd, NGOs kunnen samen met het bedrijfsleven veel doen. De kracht van PUM ligt bij één op één, dat willen we behouden. Tegelijkertijd is werken in veel sectoren in 70 landen eigenlijk schieten met hagel. Misschien moeten we kiezen voor bepaalde convenanten en sectoren en kijken hoe je daar verschil kunt maken. Alexandra ziet hier ook kansen, met het behoud van één op één-relaties. Johan benadrukt dat PUM vraaggestuurd èn waardegedreven is. ‘Het eerste mag het tweede nooit vervangen! Ook niet in de acquisitie.’ Alexandra reageert betrokken ‘Dat is dus jullie due diligence: opletten dat je geen hulp levert op een manier die niet meer kan. Niet met twee maten meten en je verhaal goed uitdenken, expliciet maken en uitdragen voor je experts op pad stuurt.’ Dat is ook de reden waarom we met meerdere mensen keuzes aan het maken zijn en een landen- en sectorfocus aanbrengen. Zo kunnen we


‘Ik zie bij PUM een verbluffend potentieel. Enerzijds is MVO belangrijk in al ons werk, anderzijds moeten we ook focus aanbrengen. Maar ik heb wel haast.’ Johan van de Gronden

maar je hebt er vaak weinig invloed op.’ Nicole ziet ook hier dilemma’s. ‘Ik heb er soms emotioneel moeite mee. Ondernemers willen vaak wel, maar als we te veel MVO-eisen stellen, worden de producten duurder. Wij willen dat niet betalen, dus komen hun fabrieken leeg te staan.’ Alexandra herkent dit en vertelt dan ook enthousiast over de afnameverplichting die is afgesproken met Bangladesh. ‘Een prikkel voor verandering.’ De uitdaging blijft om veranderingen te bewerkstelligen zodat van investeringen geprofiteerd wordt. Dit moeten we blijven afstemmen. integer adviseren. ‘Analyseren waar PUM zit, wat ze kan doen, een sectorfocus kiezen gebaseerd op wat per land belangrijk is. Ook dat is due diligence.’, aldus Alexandra.

De toegenomen aandacht voor MVO-risico’s in supply chains brengt Nederlandse bedrijven ertoe eisen te stellen aan leveranciers. Hen trainen, is daarom een nuttige activiteit, in het belang van zowel leverancier als afnemer. Om echt bij te dragen aan een duurzame samenleving is verantwoord handelen onmisbaar. PUM moet er passende ­programma’s voor ontwikkelen. Stelling 3

Het MKB kan pas leverancier zijn van Nederlandse bedrijven, als ze werk maken van MVO. Johan onderkent dat MKB-bedrijven aan hoge ­standaarden moeten voldoen binnen internationale MVO-convenanten en dat PUM daar een belangrijke rol in kan spelen. ‘We moeten synergie creëren. Krachten bundelen en slagkracht realiseren om samen standaarden te bereiken voor het MKB. Vooralsnog hebben zij te weinig invloed op de supply chain. Je wordt wel een verantwoordelijkheid toegedicht,

Johan benadrukt dat PUM geen MVO-specialist is. ‘We moeten bij onze leest blijven, de rol spelen die ons past tot het niveau dat ons past. Dat betekent dat we tegemoetkomen aan nieuwe verwachtingen. Wat kun je verwachten van je vrijwilligers? Ik ben verbluft over de bereidheid van onze achterban om zoveel tijd in PUM te steken. Daar zit een enorme maatschappelijke kracht. Niet alleen de lokale bakker helpen, maar ­verkennen wat we met convenanten in diverse sectoren kunnen doen.’

Welslagen We kijken tevreden terug op het eerste rondetafel­ gesprek. In het vervolg zullen diverse prominenten en betrokkenen gevraagd worden deel te nemen, om te discussiëren over uiteenlopende stellingen in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Altijd aansluitend bij de strategische ambities en de kernkwaliteiten van PUM en inspelend op actualiteit. Heeft u een stelling, commentaar of een vraag, laat het ons weten: communications@pum.nl.  Informatie over MVO bij PUM, de speerpunten en handvatten, zijn eenvoudige te verkrijgen via PUMnet.

PUMmagazine  HERFST 2016  13


TESTIMONIAL

‘Tienvoudige productie tegen 10% van geplande investering…’ F M Agro Complex Ltd. schrijft: ‘We consider it to be a great privilege to express our heartfelt gratitude for the support ­rendered by Mr. Henk van den Berkmortel. His idea and expertise was an eye opener for us and we are immensely benefitted to take a concrete decision for formulation of our future plan. Mr. Henk van den Berkmortel was very co-operative and gave sincere effort to find out our strength and weaknesses and suggested an elaborate work plan to shape our future effort. We’re touched by his personal standing. We hope to work with him in more close cooperation in future.’ BANGLADESH, RANGPUR, FEBRUARY 22, 2016

PUM-expert Henk van den Berkmortel licht toe: ‘Het bedrijf F M Agro Complex Ltd. kweekt vis (tilapia, karper en meerval) in aangelegde visvijvers. Uitbreiding van het bedrijf zou worden beperkt door het gebrek aan voedingwater1. Ze zochten de oplossing in een waterrecirculatiesysteem: RAS, Recirculating Aquaculture System. De klant verzocht PUM’s hulp inzake de watervoorziening, beoordeling van de uitbreidings­ plannen en hulp bij de financiering hiervan. Na analyse van de situatie heb ik geconcludeerd en ook met berekeningen aangetoond dat van waterschaarste geen sprake is. Door het beluchten van de 1

Het aan de zuiveringsinstallatie toe te voegen water

14 PUMmagazine  HERFST 2016

bestaande visvijvers en het toevoegen van extra voedsel kunnen ze de productie bijna vertienvoudigen. Het noodzakelijke voedings­ water kunnen ze verkrijgen door het boren van een aantal diep­ waterbronnen. De hiervoor noodzakelijke investering bedraagt slechts tien procent van de oorspronkelijk geplande investering van een recirculatie­systeem. Het bedrijf heeft inmiddels uit eigen middelen de noodzakelijke elektriciteitsvoorzieningen aangelegd en een diepe waterbron laten boren. De klant houdt me op de hoogte van de uitbreiding.’


SPECIAL

MVO in de PUM-praktijk

SCHERPERE FOCUS OP SPEERPUNTEN


MVO, maatschappelijk verantwoord ondernemen, is voor grote bedrijven al lang niet meer een ‘nice to have’ maar een ‘must have’. De maatschappij verlangt het, de consument eist het. Ook voor het MKB, en niet alleen in het westen, is duurzaamheid een integraal onderdeel van het ondernemen geworden. Over MVO is de laatste jaren veel gesproken bij PUM en gepubliceerd in PUMmagazine. De nieuwe rondetafelgesprekken met algemeen directeur Johan van de Gronden (zie pagina 11-13) zullen de komende magazines op een inspirerende wijze de arena vormen voor scherpe discussies hierover, aan de hand van prikkelende stellingen. PUM-experts kijken al jaren tijdens hun missies naar MVO-aspecten op de werkvloer van onze klanten. Denk bijvoorbeeld aan arbeids­ omstandigheden, kinderarbeid (lees het verhaal op pagina 22-23), milieu en energie. Ze proberen onder­ nemers te laten inzien dat MVO ook kan helpen om innovatie te bewerkstelligen en de winst te vergroten. In deze Special twee praktijk­ voorbeelden: synergie in Senegal en grote zorgen om de gezondheid van de medewerkers in Ghana.

Kernthema’s MVO bij PUM: • behoorlijk bestuur • mensenrechten • arbeidsomstandigheden • milieu & energie • eerlijk zaken doen • consumentenaangelegenheden • maatschappelijke betrokkenheid & ontwikkeling

16 PUMmagazine  HERFST 2016

Win-win in Senegal

Kunststof recyclingmissie zorgt voor werk én handel Proplast begon als sociale onderneming in Dakar, opgezet om kansarme vrouwen werk en een bestaan te bieden. Het plastic­ recyclingbedrijf is in acht jaar uitgegroeid tot het grootste in de branche in Senegal. Men heeft ideële doelstellingen, zoals door recycling bijdragen aan de circulaire economie en werk­ gelegenheid creëren, met name voor vrouwen. Een echte ‘gazelle’ dus, een ambitieuze groeier die PUM graag als klant heeft. Proplast riep in eerste instantie de hulp in van PUM om het bedrijfsproces te stroomlijnen en dat lukte.

Na de eerste missie van expert Johannes (Han) Stiphout, volgde na vijf maanden een nieuwe aanvraag. Het ging zo veel beter dat men nu behoefte had aan meer afnemers en inzicht in de markt van gerecyclede kunststoffen. De expert ging op onderzoek en zorgde voor het volgende succes. Proplast heeft ongeveer 150 vrouwen in dienst, allemaal van boven de dertig. Dankzij het werk verdienen ze dagelijks

misschien wel € 5, naar lokale maatstaven een alleszins redelijk inkomen. Misschien wel even belangrijk: waar ze anders wellicht eenzaam zouden zijn, zaten ze nu gezellig in groepen van twintig te werken, maar ook te praten en te lachen. Er heerst een goede sfeer. De vrouwen sorteren kunststof afval en maken het schoon. Daarna wordt het vermalen. De werk­ neemsters dragen kleding van het bedrijf en hebben als groep 50 procent van de aandelen van het bedrijf in handen! Toch kon er van alles verbeterd worden, zo bleek toen de expert op het gebied van kunststofrecycling en ecologie eenmaal ter plaatse was. De logistiek bijvoorbeeld: hoe het materiaal door de fabriek gaat. En arbeidsomstandigheden: de maal­ molens en de extruders die de gemalen kunststof smelten en er korreltjes van maken, konden veiliger. En het zou goed zijn als men meer inzicht had: welke materialen werken het beste? De adviezen vielen in vruchtbare aarde, zelfs de ­kritische noten naar de directie, die liever investeerde in imponerende kantoorruimtes en bewaking dan in machines.


Direct Dutch De directie liet zich niet afschrikken door de kritische no-nonsense direct Dutch approach, met respect voor de lokale cultuur en normen. Vijf maanden later lag er een nieuwe aanvraag voor de expert om terug te komen. Het ging goed, men produceerde meer materiaal, maar nu was er een probleem met de afzet. Proplast kon het op de lokale markt niet meer kwijt. Een aantal stromen kunststof, zwart en donker bijvoorbeeld, was lokaal toch al niet verkoopbaar. Vanuit Dakar boorde Han Stiphout al zijn contacten in Europa aan. Hij keek niet alleen naar potentiële afnemers, hij zocht ook maatschappelijk verantwoordelijke ondernemers die handel met dit mooie, duurzame bedrijf in Senegal met trots in hun jaar­ verslag zouden opnemen. En dan het liefst de triple A’s, de Philipsen en Ikea’s van

deze wereld, die in een uur de productie van een maand verwerken en gewoon de marktprijs betalen.

Synergie De eerste twee containers met elk 25.000 kilo gerecyclede kunststof zijn nu onderweg en worden met zo min mogelijk CO2-belasting verscheept. Eerst naar Antwerpen en dan na overslag op een binnenvaartschip, naar Born, Limburg. Maar dat is niet alles. De volgende vier containers staan inmiddels alweer gereed in Dakar en binnen nu en een half jaar wil Proplast een verkoopkantoor in Europa hebben, met een Senegalees en een Nederlander. Nu het balletje eenmaal is gaan rollen, werd Han Stiphout geattendeerd op een soortgelijk afvalverwerkend bedrijf in Guinee, dat ook kunststof wil

gaan inzamelen. Dit bedrijf is opgezet door twee Nederlanders en een Guinees die in Nederland studeerde. Nu vegen circa ­honderd straatvegers de straten van de hoofdstad en houden ze een universiteit schoon. Ze willen ook daar kunststof gaan recyclen. De PUM-expert heeft augustus jongstleden de eerste stappen namens PUM gezet in Conakry, de hoofdstad van Guinee, om ook dat bedrijf verder te helpen met kennis en afzetmarkten.

Alleen winnaars, geen verliezers Niet alleen het bedrijf in Senegal is tevreden over de verworven kennis en de praktische toepassingsmogelijkheden ervan. Maar ook de werkneemsters, wier baan een stuk zekerder is geworden. Bovendien wint ook het milieu erbij, want waar meer kunststof afval wordt hergebruikt, is er minder belasting. En het bedrijfsleven in Europa, dat MVO in de praktijk kan brengen en de PUM-expert die iets terug kan doen, als succesvol ondernemer. Wat je noemt een echte win-win operatie.

Kijk voor een vervolg van dit verhaal op PUM.nl, waar u meer leest en ziet over de aankomst van de eerste container in Nederland: pum.nl/nl/ hoe-we-werken/verhalen

PUMmagazine  HERFST 2016  17


Tikkende tijdbom in Afrika bestrijdingsmiddel bedreigt gezondheid Een distributeur van herbicides-1 en insecticides in Ghana, Jakess Company, vroeg advies om het bedrijf effectiever en efficiënter te exploiteren. Chemiespecialist en PUM-expert Lucas Laumans (61) ging er voor PUM naar toe. Er viel daar inderdaad het een en ander te verbeteren, maar de expert schrok echt toen hij zag hoe het bedrijf tekort schoot qua arbeidsomstandigheden en veiligheid voor de medewerkers. ‘Voor ons elementaire voorzieningen, zoals douches voor het geval er bedrijfsongevallen gebeuren, ontbraken,’ constateerde Lucas Laumans. Laumans werkt als consultant en sinds zes jaar als PUM-vrijwilliger, waarvoor hij twaalf missies deed, onder meer naar Rusland, Armenië, Turkije, Vietnam, Egypte, Nepal, Oekraïne. Laumans probeerde op diplomatieke wijze zijn punt bij de directeur aan te kaarten, maar hij kreeg niet de indruk dat de directeur dit echt een prioriteit vond. Het aanstellen van een chemicus om de bedrijfsprocessen te begeleiden zou een eerste vereiste zijn om de veiligheid van medewerkers te helpen bewerkstelligen. Maar ook hier kreeg Laumans de indruk dat er alleen aanbevelingen worden overgenomen die geld opleveren, niet aanbevelingen die geld gaan kosten.

Groter probleem De Ghanese ondernemer importeert uit China het zeer effectieve, maar tegelijkertijd omstreden bestrijdingsmiddel glyfosaat, beter bekend onder de Monsanto-merknaam Roundup. Lucas Laumans: ‘Probleem is dat de gebruikers vaak analfabete boeren zijn, die de gebruiksinstructies niet kunnen lezen en vaak te veel spuiten – hoe meer, hoe beter, is de gedachte – en daarbij het middel inademen.’ Het middel is omstreden omdat het kankerverwekkend zou zijn en verantwoordelijk gehouden wordt voor de recente bijensterfte.

18 PUMmagazine  HERFST 2016

‘Ghana is een van de best georganiseerde landen in Afrika,’ zegt Lucas Laumans. ‘Je moet vrezen dat de situatie in minder ontwikkelde, armere Afrikaanse landen nog veel ernstiger is.’ PUM’s landencoördinator (en voedingstechnoloog) Pieter Jansen vult aan: ‘Het probleem zit hem niet alleen in het ongewild inademen van de verdelger, het middel komt ook in het ecosysteem en is aangetroffen in voedsel en in de urine van mensen. De toxiciteit hangt uiteraard af van de hoeveelheid die mensen binnenkrijgen, maar het ondeskundige gebruik in Ghana is op zijn minst zorgelijk te noemen.’

de voortgang bespreken. Door de adviezen van Luc Laumans kan het bedrijf efficiënter gaan werken, maar er valt dus op MVO-­ gebied veel te verbeteren. Het probleem is groter dan alleen hier bij dit bedrijf, zegt hij: ‘Het zou mooi zijn als deze missie een aanzet is voor een structurele aanpak in alle (sub)-tropische ontwikkelingslanden. Wellicht kunnen we samen met de sector ‘Energy, water, waste & environment/CSR’ gaan overleggen wat we kunnen doen.’ 

1

onkruidverdelgers

Biologisch alternatief Lucas Laumans stuitte tijdens zijn verblijf in Ghana op een biologisch alternatief: bamboe-azijn. Bamboe is lokaal in ruime mate voorhanden en via een eenvoudig proces tegen geringe kosten te fabriceren. Voor de Ghanese ondernemer is dit echter geen alternatief voor glyfosaat, want dat kan hij met een winstmarge van 400 procent doorverkopen aan zijn afnemers. Lucas Laumans: ‘De kleinschalige boeren in de coöperaties krijgen tijdens sales seminars gratis monsters en zien dat glyfosaat heel effectief is. Bamboe-azijn is minder ­effectief, maar kent niet de risico’s van ­glyfosaat. En de Chinese producent van Monsanto gaat hen dat ook niet vertellen.’ Landencoördinator Pieter Jansen zal met de ondernemer tijdens een volgend bezoek

Bouwe Taverne is stafvrijwilliger en verantwoordelijk om MVO bij PUM concreet te maken en onder de aandacht te brengen. Doel is dat MVOdenken en -handelen nog beter ingebed wordt bij ons en de klanten die we adviseren. ‘Er is de laatste jaren al veel werk verzet. Zo hebben we per sector MVO-coaches en MVO-sectorsheets. We willen een bijdrage leveren bij het tot stand komen van de zogeheten sector­ convenanten.


COLUMN

DUURZAME WINST Duurzame winst, dat is in mijn woorden de eigentijdse term voor MVO. Bedrijven kunnen daarin het verschil maken. Omdat ze lenig zijn, flexibel, anticiperen, ofwel ondernemen. De koplopers zijn al jaren aan de slag met duurzaam ondernemen. Klimaat, energie, afval, biodiversiteit, armoede, de thema’s van 2016 en verder zijn dringend. De nieuwe ondernemers pakken uitdagingen op om het verschil te maken. Maar het gaat te langzaam. Alle bedrijven moeten duurzaam ondernemen. Veel bedrijven willen wel, maar weten niet altijd hoe hun MVO-beleid handen en voeten te geven. En het is noodzaak. De consument van de ­toekomst gaat zijn keuze baseren op meer elementen. Eerlijke handel en verduurzaming van de keten is een must, om je klanten te houden. De keuze van de consument bepaalt de impact op je kinderen, op de wereld. De bewustwording over de impact ­beïnvloedt keuzes. Ondernemers kunnen niet achterblijven, niet in Nederland, niet in de rest van de wereld. Als je weet wat de impact op de wereld en jouw kinderen is, neem je andere beslissingen. Ook in je bedrijfsvoering. En een MVO-beleid is mogelijk, ook in elk MKB-bedrijf. Ondanks de beperking van beschikbare middelen in vergelijking met grote concerns. Want je hoeft het niet alleen te doen. De overtuiging dat MKB-bedrijven een belangrijke bijdrage kunnen en moeten leveren aan het behalen van ontwikkelingsdoelen, wordt gesteund door Minister Ploumen. De coalities van MKB-bedrijven die MVO Nederland heeft gevormd, dragen bij aan de verduurzaming van de productketens. Gekeken wordt naar transparantie: wie produceert wat en waar, onder welke omstandigheden? Maar ook: hoe kun je zoveel mogelijk grondstoffen hergebruiken? Voor iedere sector zijn de knelpunten geïnven­tariseerd en gekeken met welke coalities je de gestelde veranderdoelen het best kunt realiseren. Want je hoeft het niet alleen te doen. MVO Nederland streeft ernaar gezamenlijk op te trekken en een duurzame samenwerking te realiseren. De diversiteit aan expertise binnen PUM gecombineerd met de vrijwillige inzet, biedt kansen. Het inzetten van ervaring en talent om een bedrijf verder te helpen, is duurzaam in zichzelf. Het Nederlandse MKB maakt stappen richting een duurzame wereld, u – als PUM-expert – draagt bij aan de stappen die het MKB in ontwikkelingslanden maakt. En daar is nog veel winst te behalen. Duurzame winst, daar gaan we voor. Maria van der Heijden Co-founder Women on Wings – www.womenonwings.com Directeur-bestuurder MVO Nederland – www.mvonederland.nl

PUMmagazine  HERFST 2016  19


DAGBOEK

KINDERARBEID IN MEUBELFABRIEK

Duivelse dilemma’s in Dhaka TEKST & FOTOGRAFIE  WILLY PEETERS

Willy Peeters is zakenman in ruste en een van de weinige Belgen die ingeschreven staat bij PUM. Hij adviseerde een meubelfabriek in de hoofdstad van Bangladesh. Een relatief groot bedrijf, memoreert hij en het zag er goed georganiseerd en strak uit. ‘Niet echt een typisch derdewereldland-bedrijf, als u begrijpt wat ik bedoel.’ Het bedrijf wilde advies over beter organiseren, zodat men effectiever, kosten­ besparend, kan opereren. Dit is zijn verhaal in dagboekfragmenten.

‘Ik ben in Dhaka bij de klant. Het eerste wat je doet als expert die komt adviseren mei bij een bedrijf, is rondkijken. Hoe is de boel georganiseerd? Wat is de eerste indruk? En meteen bij die eerste kennismaking is het eigenlijk al mis. Ik zie allerlei jonge mannekes rondlopen, van twaalf tot zestien jaar. Het zijn er niet een paar, ik schat dat 20 procent van de 400 medewerkers kind is.’

20

‘Terug in het hotel pak ik de PUM-brochure ‘Leidraad voor experts’ waarin PUM’s mei gedragscode staat. Hier staat dat PUM niet actief is voor bedrijven die zich schuldig maken aan bijvoorbeeld geld verdienen met prostitutie, oorlogstuig­ productie of kinderarbeid. Ik bel naar mijn landencoördinator. Wat moet ik doen? Ik mag meteen terugkomen, maar misschien kan ik toch nog iets bereiken, nu ik er ­eenmaal ben? Kan ik ze overtuigen dat de kinderen ten minste een halve dag in de week onderwijs krijgen, echt onderwijs, rekenen, schrijven, niet het bedienen van machines? Met die gedachte zou het bedrijf in het straatarme Bangladesh

21

20 PUMmagazine  HERFST 2016

ook nog publicitair kunnen scoren. Een boost krijgen, zoals wij dat in het Vlaams verwoorden.’ ‘Ik kaart het onderwerp aan bij enkele medewerkers. Het wordt gebaga­ mei telliseerd. De kinderen hoeven niet echt te werken, hooguit meehelpen door iets vast te houden. Toch lijken de werkomstandigheden niet ongevaarlijk, zeker voor kinderen. De confrontatie zorgt voor een andere sfeer. Drie dagen lang is er duidelijk iets van kilte in de lucht.’

bedrijf, goed georganiseerd en kom dan met mijn boodschap. Ik zie veel kinderen aan het werk, zeg ik, en zonder deze kinderen zou deze fabriek, als het wat efficiënter georganiseerd is, net zo ­productief kunnen werken. Zolang er kinderarbeid is, kan hij export naar Europa vergeten. De directeur hoort wat ik zeg, maar is duidelijk niet onder de indruk. ‘Dan exporteren we voorlopig niet naar Europa,’ zegt hij. Ik opper de kinderen ten minste een dagdeel in de week onderwijs te laten krijgen, op kosten van de fabriek. De directeur reageert niet echt. Denkt hij erover na?’

‘Ik sta met een medewerker op de brug in de fabriek. Als ik denk dat mei het niet al te zeer opvalt, neem ik discreet een paar foto’s van kinderen aan het werk. Hebben ze het gezien? Ik hoop van niet, ik voel me opgelaten en tegelijkertijd denk ik toch dat ik er goed aan doe dit vast te leggen. We lopen door naar het kantoorgedeelte waar de fabrieksdirecteur zijn kamer heeft. Voorzichtig leid ik mijn verhaal in met mijn eerste observaties: modern

‘Ik ben weer terug in Antwerpen en heb mijn rapport geschreven. Het juni is een missie vol duivelse dilemma’s. De zakenman in me zegt dat ze er gemakkelijk met 100 man minder toekunnen. Maar die zitten dan zonder inkomen. Wat heb ik uiteindelijk geadviseerd? Behalve het pleidooi voor een halve dag onderwijs per week voor ­minderjarigen in het bedrijf, was dat toch voor efficiëntieverbetering: ‘Als je het aantal machines niet uitbreidt, heeft

23

27

5


meer mensen aanstellen geen zin, daar gaat het bedrijf niet meer van produceren. Nu werken er meer mensen dan strikt nodig. Als men serieus wil groeien, moet men zich aanpassen aan de moderne realiteit.’ ‘Wat mij natuurlijk het meest interesseert, is of ze de kinderen nu les geven in de juli fabriek of niet. Tot nu toe is er niets veranderd! Ik blijf met het bedrijf in contact om onder de aandacht te blijven brengen dat het belangrijk is dat de kinderen onderwijs krijgen.’

11

Ethische commissie Begin 2016 heeft het PUM bestuur het principiële besluit genomen een ethische commissie in het leven te roepen. Momenteel wordt een voorstel uitgewerkt waarin de samenstelling, het mandaat en de systematiek worden beschreven. De commissie heeft als doel op een eenduidige wijze jurisprudentie op te bouwen. Zo worden de bevindingen van experts ter plaatse gestructu­ reerd en kan in de toekomst adequaat en eenduidig advies worden gegeven over de diverse dilemma’s waarmee experts geconfronteerd worden tijdens hun missie.

Geen kinderarbeid PUM assisteert geen bedrijven waar sprake is van kinderarbeid of dwang­ arbeid. Kinderen van 12 jaar en ouder mogen werken, mits aan een aantal regels wordt voldaan. Deze zijn veelal moeilijk te beoordelen. Ofwel, kinderarbeid is op verschillende manieren te interpreteren. Een veelgebruikte definitie is die van het verdrag 182 van de Inter­nationale Arbeidsorganisatie ILO (zie pum.nl/nl/kinderarbeid). Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de PUM-vertegenwoordiger ter plaatse om hierop te controleren. Soms echter, glipt er toch een bedrijf doorheen, zoals in het geval van expert

Willy Peeters. Dan ligt het genuanceerder. In overleg met de landencoördinator kan besloten worden de missie toch door te laten gaan. In dialoog met de ondernemer kan de expert werken aan bewustwording en misschien ook een beter bedrijfsbeleid op dit gebied. Op basis van deze overweging is de keuze gemaakt de missie te completeren. Willy Peeters zal het bedrijf blijven wijzen op de kansen die export naar Europa biedt, maar dat het bedrijf dan wel af moet zien van kinderarbeid. Het is overigens niet ongebruikelijk dat er zes tot acht maanden overheen gaan voordat aanbevelingen worden geïmplementeerd.

Dilemma’s? U kunt uw eigen casus inbrengen of respons geven op het dilemma zoals hier geschetst: bouwe.taverne@pum.nl.

Meer informatie pum.nl/nl/kinderarbeid

PUMmagazine  HERFST 2016  21


CASE: De kunst van ‘cupping’ voor coöperaties in Peru

PUM’s koffiekenner Sipke de Schiffart is koffiekenner en kan goed proeven. Om in vaktermen te spreken: hij is een expert in sensorische analyse. Twee koffiecoöperaties1 in Peru wilden weten hoe hun koffie zich qua smaak, kwaliteit en vooral prijs, verhoudt tot de koffie in de rest van de wereld.

22 PUMmagazine  HERFST 2016


Cupping Daarnaast wilde men graag eigen mensen opgeleid zien in het proeven. De PUM-­ expert gaf een seminar om de kennis over te dragen die kleine boeren de kans biedt meer te verdienen met hun koffie. Het begin van de missie verliep verre van vlekkeloos. Toen Sipke vanuit Lima naar de plaats van bestemming dacht te vliegen, keerde het vliegtuig spoorslags terug naar de plek van herkomst. De piloot kon niet landen vanwege slecht zicht en de enige beschikbare ‘technologie’ was zijn pilotenbril. Omdat de expert niet wilde afwachten of het vliegtuig de volgende dag misschien wel zou arriveren, besloot hij de bus te nemen, een reis van 16 uur. En toen was hij er nog niet, want er volgde nog een autoreis van zeven uur over ‘de meest gevaarlijke kleine wegen ter wereld,’ naar de coöperatie van de circa 350 Peruaanse boeren in de bergen.

Iedereen heeft een mening Sipke de Schiffart: ‘Mensen aanleren om deskundig koffie te proeven, lukt nooit binnen anderhalve week. Bedenk dat alleen al 20 procent van de wereldbevolking nagenoeg niet kan proeven (maar wel een mening heeft). En dat 60 procent wel kan proeven en een mening heeft, maar dat je die groep niet ‘deskundig’ kunt noemen. Alleen de laatste 20 procent heeft het in zich, maar om die te vinden, is geen sinecure. Er waren natuurlijk al proevers aan het werk daar, die heb ik verder kunnen trainen. Een ander aspect was beoordelen hoe hun koffie zich verhoudt tot die in de rest van de wereld. Dat is belangrijk om te weten, want dan weet je wat de koffie waard is op de wereldmarkt en hoe je de com­modity qua marketing moet verkopen.’ Tijdens dezelfde PUM-missie bezocht Sipke nog een andere koffiecoöperatie in Peru, waarbij zo’n 900 boeren aangesloten

zijn. Wat kon hij binnen de beperkte tijd van twee weken bereiken? Sipke: ‘Ik heb aangegeven wat ze kunnen doen om de kwaliteit van de landbouw te verbeteren – snoeien, bemesten – en hoe men de afzet kan verbeteren, met name wat betreft ­kwaliteit van de koffiebonen. Dat zit hem vooral in het proces van roosteren, denk dan aan de temperatuur/tijdcurve van het branden. Dat is een vrij technisch verhaal, maar uiteindelijk kun je met die kennis een beter product creëren.’

40 jaar koffie is een hoop Sipke de Schiffart was bij Kanis & Gunnink eerst inkoper, later werd hij hoofd kwaliteitsdienst. Na omzwervingen in onder meer een fabriek van Douwe Egberts in Frankrijk, keerde hij terug naar Nederland, waar hij zich ging bezighouden met de ontwikkeling van producten. Zo was hij betrokken bij de introductie van Senseo. Later zwierf hij uit naar de VS en Brazilië. De afgelopen veertig jaar was hij verantwoordelijk voor de ‘sensorische kwaliteit’ van alle Douwe Egberts koffieproducten wereldwijd. ‘Dat was een hoop koffie, een hoop mensen, en een hoop fabrieken.’ Zijn opleiding lag overigens op het gebied van de landbouw, op de universiteit van Guelph (Canada). Hij kwam er pas later achter dat hij goed kon proeven, toen ze hem vroegen zich hierop te laten testen. Hij heeft voor PUM inmiddels zo’n kleine dertig missies gedaan. De combinatie van zijn sensorisch talent en zijn landbouw­ expertise is zeldzaam.

1

Cooperative Agraria Cafetalera Valle de Incahuasi en Mateo Pumacahua LTDA 185.

Cupping is het proeven en beoordelen van koffiebonen en de koffie. Dat begint bij de groene koffieboon en eindigt bij het beoordelen van de geur- en smaaksensatie van gezette koffie. Cuppen van koffie moet zo objectief mogelijk gebeuren, maar smaak speelt natuurlijk altijd een rol. Bij een cupping spelen de volgende elementen en karakterisering een rol bij de beoordeling: Smaak: krachtig, rond, bitter, zuur, zoet, zacht, pittig, neutraal, nasmaak. Aroma: chocoladeachtig, houtachtig, nootachtig, tabakachtig, rokerig, bloemachtig, fruitig, kruidig, ranzig, grondachtig, pittig. Volheid: vluchtig, vol, blijvende smaak. Algemeen: pittig, scherp, krachtig. Versheid: oud, vers.

Wereldkoffiemarkt Koffie is – na olie – de belangrijkste commodity (koopwaar) wereldwijd. Net als bij olie, is de prijs van koffie onderhevig aan sterke schommelingen op de wereldmarkt. Voor koffiecoöperaties is toegang tot kennis over product en marktvraag essentieel om constante kwaliteit te leveren en verzekerd te zijn van stabiele inkomsten. PUM kan coöperaties die geen directe toegang tot die kennis hebben, helpen door laagdrempelig expertise te delen.

PUMmagazine  HERFST 2016  23


ONDERTUSSEN IN...

GAUTENG, ZUID-AFRIKA

Lex van der Mey is sinds 2007 PUM-vertegenwoordiger in de regio Gauteng, Zuid-Afrika. Hij studeerde wiskunde en sterrenkunde in Nederland, maar door de ontmoeting met zijn vrouw verhuisde hij in 1982 naar Zuid-Afrika. Hier specialiseerde hij zich binnen de mijnbouw. In juni vond er een drukbezochte conferentie plaats bij PUM in Den Haag, met als special guest: Lex. Op initiatief van landencoördinator Gert Jan Kooij waren sectorcoördinatoren uitgenodigd om kennis te maken, van gedachten te wisselen en mogelijk nieuwe initiatieven te starten. Lex: ‘Volgens mij komt het niet zo vaak voor dat een representative naar PUM in Den Haag afreist. Dit was een mooie gelegenheid voor mij om het gesprek met sectorcoördinatoren aan te gaan. Het feit dat ik Nederlands spreek, maakt het gesprek natuurlijk ook makkelijker’.

Verrijking Lex: ‘Ik vind het een verrijking om PUM-experts met al hun verschillende kennis­gebieden en specialiteiten te ontmoeten. In mijn normale dagelijkse leven zou ik deze mensen nooit tegenkomen. Dat is een van de dingen die mijn werk als vertegenwoordiger zo bijzonder maakt. En om die reden probeer ik ook om alle experts persoonlijk te ontmoeten wanneer zij naar Zuid-Afrika komen.” Een voorbeeld: onlangs was er een sla-boer die planten had die allemaal op mysterieuze wijze doodgingen. Het was al door een aantal deskundigen uit de regio onderzocht, maar niemand kon zijn vinger erop leggen waar dit door kwam. PUM werd ingeschakeld en de expert kwam erachter dat het te maken had met een virus. Dit was typisch zo’n expert met fenomenale kennis op zijn vakgebied, dat vind ik dus echt geweldig.’

Tip aan andere vertegenwoordigers ‘Als je de kans krijgt om naar Nederland te gaan, maak hier dan gebruik van. Zorg er bijvoorbeeld voor dat een kennismakingsbijeenkomst georganiseerd wordt of plan samen met je project officer een country team meeting. Het is zo ontzettend belangrijk om de mensen met wie je werkt persoonlijk te leren kennen. Dit komt de samenwerking en communicatie echt ten goede.’

Resultaat Een concreet resultaat van de conferentie in juni is dat Paul Dielissen (oudsector­coördinator metaal) in oktober naar Zuid-Afrika reist om daar samen met Lex acquisitie te doen voor de metaal sector. ‘Met de vakinhoudelijke kennis van Paul en mijn kennis van de regio en cultuur, verwacht ik dat we een aantal metaalbedrijven ‘binnen kunnen halen’,’ aldus Lex.

24 PUMmagazine  HERFST 2016


Landen­coördinator

LANDENFOCUS

Libanon Coen van Haeringen

PUM is actief in Libanon sinds 2016

Libanon is de laatste tijd veel in het nieuws omdat het bijna evenveel vluchtelingen opvangt als de complete EU. De werkloosheid is er enorm. De aanwezigheid van de vluchtelingen legt een grote druk op de economie, bijvoorbeeld op handel, afvalverwerking, energie en scholing. Aan de andere kant biedt de situatie ook mogelijkheden voor bedrijven: er is een toenemende vraag naar levensmiddelen en ­consumptiegoederen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken vroeg PUM daarom haar activiteiten te starten in dit bijzondere land. PUM-landencoördinator Coen van Haeringen sprak in Libanon de afgelopen maanden met verschillende autoriteiten, het bedrijfsleven en faciliterende organisaties om te achterhalen in welke sectoren PUM een rol kan spelen. Coen van Haeringen: ‘In eerste instantie hoorde ik dat er veel vraag was naar expertise op het gebied van landbouw, tuinbouw en zuivel. Tijdens mijn bezoeken merkte ik echter dat veel bedrijven uit uiteenlopende sectoren staan te springen om PUM-advies. Zo lopen er momenteel aanvragen voor een aardappelverwerkingsbedrijf, maar ook voor een supermarkt en een bedrijf dat zich specialiseert in beveiligings­ installaties. Een eerste missie zal plaatsvinden voor een kleine bakkerij van glutenvrij brood en -koek. PUM kan dus meteen van start!’ De complexe achtergrond van het land zorgt wel voor obstakels. ‘Libanon is een land van enorme contrasten. De bevolking bestaat uit diverse Libanese bevolkingsgroepen: Sjiieten, Soennieten, Alawieten, Druzen, verschillende ­Christelijke gezindten en Palestijnseen Syrische vluchtelingen. Voornamelijk in de minder welvarende regio’s speelt

religie een grote rol en dat heeft invloed op de denkwijze van de betreffende ­bevolking. Hamvraag is natuurlijk hoe je daarmee omgaat. Daarnaast is het een flinke uit­daging om de bedrijven te ­traceren die het advies van PUM het hardst nodig hebben. We zijn daarom druk bezig om in kaart te brengen waar PUM aan de slag moet gaan,’ aldus Coen van Haeringen.

OPPERVLAKTE 10.452 km² (ongeveer een kwart van Nederland)

BEVOLKINGSDICHTHEID 591,7/ km² (2015)

INWONERS 6.184.701 (2015)

BNP – PER HOOFD VAN DE BEVOLKING – GDP PER CAPITA US$ 8.050 (2015)

Het motiveert de landencoördinator in elk geval om te zien dat de Libanese bevolking zo open staat voor PUM en haar werkwijze. ‘De Libanezen zijn echte ondernemers, de handelsgeest leeft enorm. De twee officiële talen zijn Arabisch en Frans, maar als derde taal wordt Engels steeds belangrijker en ze hechten veel waarde aan goede scholing. Ondanks de politieke en economische problemen waar het land mee kampt, blijft het enthousiasme en de vriendelijkheid van de mensen exemplarisch. Je kunt zien dat men niet bij de pakken neerzit en ernaar uitkijkt om aan de slag te gaan.’

LEVENSVERWACHTING 79 jaar (2014) Bron: Wikipedia en Wereldbank PUMmagazine  HERFST 2016  25


DE ERVARING LEERT

VROUWELIJKE ONDERNEMERS IN TANZANIA KRIJGEN MARKETING MAKE-OVER

African design with a European touch Henk Oost bezocht de Tanzanian Gatsby Trust. Deze in 1923 opgerichte charitatieve organisatie (nu NGO) ondersteunt het MKB om de arme bevolking van werk en inkomen te voorzien. Een PUM avant la lettre, ­zogezegd.

Er zijn circa 500 voornamelijk vrouwelijke ondernemers in de sectoren landbouw, katoen en pluimveehouderij, en een grote groep vrouwen die sieraden, zeep, wijn, inmaakproducten en bedrukt textiel (batik) produceert. Voor 60 ondernemers van die laatste groep organiseerde Henk een workshop over marketing, presentatie en het creëren van een eigen huisstijl en label. Daarnaast bezocht hij de bedrijven van de onderneemsters. Dat leidde al met al tot een flink aantal aanbevelingen.

Kwaliteitsslag Henk Oost: ‘Behalve in de marketing, was er ook een behoorlijke kwaliteitsslag te maken bij de producten zelf. Dat lag vooral aan het feit dat men geen beschikking had over elektrische naaimachines. Maar ook het bedrukken van de stoffen gebeurt in mijn ogen nogal amateuristisch, met de hand. Een betere kwaliteit van de 26 PUMmagazine  HERFST 2016


producten en meer kennis van de smaak van Europese toeristen, zou de onderneemsters veel meer afzet kunnen bezorgen. Dar es Salaam ligt centraal in een gebied waar veel internationale (safari)-toeristen komen en die zijn bij uitstek doelgroep voor deze koopwaar.’ Henk gaf ook advies over hoe de organisatie effectiever en efficiënter zou kunnen opereren en vooral: hoe de producten beter en aantrekkelijk gepresenteerd kunnen worden.

Bijvangst Het is voor PUM-experts niet ongebruikelijk dat ze tijdens of aan het einde van hun missie een bezoek brengen aan de Nederlandse ambassade of het consulaat in het land waar ze ondernemersadvies uitbrengen. Henk Oost werd vriendelijk ontvangen door Eugene Gies, eerste secretaris van de ambassade in Dar es Salaam. Hij vertelde over zijn missie en de uit­ daging waar de vrouwen voor stonden. Kon de ambassade misschien op een of andere manier een helpende hand bieden? Er bleek inderdaad een mogelijkheid deze groep financieel te ondersteunen en als gevolg daarvan is er nu een budget van € 20.000 waarmee de vrouwen de presentatie van hun producten naar een hoger plan kunnen tillen. Daar bleef het niet bij. Eenmaal terug in Nederland ging hij op zoek naar tweedehands elektrische naaimachines. In Emmen bleek er een ‘Werkgroep Tanzania’ die twintig elektrische naaimachines te doneren had. Het Hans Blankert Fonds van PUM stelde € 1.050 ter beschikking voor de transportkosten.

Vlisco en Gered Gereedschap Het verhaal stopt ook hier nog niet. Henk ging op bezoek bij Vlisco, een Nederlands bedrijf dat (sinds 1846!) op de batik­ techniek gebaseerd textiel ontwerpt en vervaardigt voor de Afrikaanse consument.

Henk Oost en Tanzania landencoördinator Samuel Goldfinger zijn in gesprek met Joop Martens, een gepensioneerde Vlisco-medewerker en PUM-expert. Hij kan adviezen geven op het gebied van design aan de vrouwen in Tanzania. Netwerker Henk Oost kwam en passant ook nog in gesprek met Gered Gereedschap, divisie Amsterdam. Deze organisatie verzamelt sinds 1982 gereedschap voor startende ondernemers in ontwik­ kelingslanden. In Amsterdam staan 500 gereviseerde naaimachines klaar voor verzending. Van een vorige missie kende Henk de voorzitter van een textielclub in Vietnam. Er zijn daar veel ateliers die werken met mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Oost is voort­ varend aan de slag gegaan om te onderzoeken of het mogelijk is de gereviseerde naaimachines op transport te krijgen naar deze ateliers in Vietnam. Zo leidt een missie naar Tanzania hopelijk ook nog tot resultaat in Vietnam.

Samenwerking en synergie De missie van Henk Oost is een mooi voorbeeld van samenwerking met externe partijen en hoe dat kan leiden tot synergie. In het strategisch plan voor 2017-2021 dat onlangs is verschenen, staat beschreven hoe PUM samenwerking met andere partijen structureel verder vorm gaat geven. Het rapport is beschikbaar via pum.nl/nl/strategic-plan-2017-2021.

Gemotiveerd door duurzaamheid én winst­ gevendheid Vrouwelijke ondernemers Vrouwelijk ondernemerschap is, naast MVO en duurzaamheid, één van de speerpunten bij PUM. Het gaat daarbij niet alleen om het verkleinen van de zogenoemde gender gap. Vrouwen verdienen slechts tien procent van het inkomen wereldwijd en bezitten slechts één procent in aandelen, aldus CARE, een van ’s werelds grootste NGOs. ‘Vrouwen ondernemen veel duurzamer en veel verstandiger,’ zei minister Ploumen (ontwikkelings­samenwerking en buitenlandse handel) tijdens een ­bijeenkomst van CARE. CARE: ‘In de wereld zijn het vrouwen en meisjes die onevenredig getroffen worden door armoede en discriminatie, terwijl zij tegelijkertijd een onmisbare schakel vormen als het gaat om armoedebestrijding. Wanneer vrouwen een inkomen ­verdienen, investeren ze de meerderheid hiervan in hun families. En daarvan profiteert iedereen.’

PUMmagazine  HERFST 2016  27


UITGELICHT: IT

IT VERBETERT BUSINESS PERFORMANCE OP NAAR MÉÉR IT-MISSIES Henny van Vliet is sinds 1 mei van dit jaar sectorcoördinator IT Business Consultancy. Zijn uitdaging is: meer IT-projectaanvragen binnen krijgen. Inclusief sectoroverstijgende aanvragen waren er in 2015 slechts dertig IT-missies. En dat terwijl in de PUM-landen de ontwikkeling op dit gebied net zo stormachtig is als bij ons. Waarom dan toch zo weinig aanvragen?

‘De informatie die wij aanbieden is voor veel van onze PUM-vertegenwoordigers blijkbaar te abstract,’ aldus Henny van Vliet. ‘Om de klanten, lokale vertegenwoordigers en landencoördinatoren over herkenbare situaties te informeren, zijn we bezig om case studies1 te publiceren die vertellen hoe het advies van een IT-specialist in de praktijk vorm krijgt. Ook kunnen we in overleg met de landen­ coördinator een fact-finding missie ­organiseren, al dan niet aansluitend op een IT-missie. Tijdens een fact-finding missie wordt met overkoepelende organi­ saties en potentiële nieuwe klanten gesproken. Een dergelijke missie hebben we onlangs succesvol afgerond in de Palestijnse gebieden, resulterend in zeker vijf nieuwe klanten.’

Sectoroverstijgende IT-missies De sector IT Business Consultancy adviseert niet alleen ondernemingen die zelf actief zijn op IT-gebied, álle bedrijven die gebruikmaken van informatietechnologie kunnen advies

aanvragen. Henny van Vliet: ‘Tegenwoordig maakt iedere ondernemer gebruik van computers, daarom denk ik dat het lage aantal aanvragen in onze sector te maken heeft met onbekendheid van het aanbod. We hebben genoeg goede verhalen, maar we hebben die nog niet effectief genoeg wereldkundig gemaakt. Een voorbeeld: in Vietnam zijn we samen met de sector Agriculture een project gestart om telers via een app te informeren. De telers werken op het platteland waar geen computers beschikbaar zijn. Maar ze hebben tegenwoordig wel allemaal een smartphone. Het gaat hier om informatie op het gebied van teelt­ voorbereiding, teeltbegeleiding, ziekte/ ongediertebestrijding, marktprijzen e.d. Dit alles om de bedrijfsvoering ­aanmerkelijk te kunnen verbeteren. Klein beginnen en daarmee vertrouwen winnen is hierbij een belangrijke strategische keuze. Het systeem wordt open van opzet en in samenwerking met een lokale universiteit en een lokaal IT-bedrijf gerealiseerd.’

85

EXPERTS WERKZAAM IN IT

5 80

30

MISSIES (INCL. MISSIES VOOR ANDERE SECTOREN) IN 2015

Europa 4 Azië Afrika

13 10

Zuid-Amerika 3

1

Log in op PUMnet en ga naar de library van de sectorcommunity Business Consultancy: ICT om de diverse case studies te lezen.

Volg ons op Twitter, Facebook, LinkedIn en YouTube

PUMmagazine herfst 2016  

PUMmagazine is een uitgave van PUM Netherlands senior experts.

Advertisement