Page 1

Brieven aan

Jonge Ouders Maandelijks • 2018 • Jaargang 36

P508750 - Afgiftekantoor Gent X - Troonstraat 125 - 1050 Brussel

1 maand

Oh, waarom huil je zo? Couveusekindjes Babyfoto’s

PB- PP 

BELGIE(N) - BELGIQUE


VOORWOORD Beste ouder, Van harte proficiat! Je bent pas mama of papa geworden van een zoon of dochter, een ronduit schitterende gebeurtenis. De geboorte van een kind verandert veel in een gezin, in jouw leven. Het zorgt voor veel fijne momenten en doet je dromen over jouw toekomst en die van je gezin. Als kersverse ouder word je echter ook geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, zoals: “Hoe combineer ik mijn nieuwe gezinssituatie met mijn job?” Getuigenissen en antwoorden van andere ouders die met dezelfde uitdagingen kampen, kunnen dan soelaas brengen. Een kind opvoeden is niet enkel de hemel op aarde. Af en toe moet je klippen overwinnen. Besef dan dat je er nooit alleen voor staat. Familie, vrienden, kennissen of buren? Iedereen kan een klankbord zijn en een helpende hand bieden. Ook professionele organisaties staan met raad en daad voor je klaar. Voor laagdrempelige opvoedingsondersteuning kun je in jouw gemeente terecht bij het ‘Huis van het Kind’. Ook ‘Brieven aan Jonge Ouders’, dit tijdschrift van de Gezinsbond, draagt een steentje bij en geeft je een extra steuntje in de rug. In elk nummer lees je info over de ontwikkeling van jonge kinderen, praktische tips en verhalen uit het dagelijkse leven van andere jonge ouders. Geniet bovenal van de vele prachtige momenten met je zoon of dochter! Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Beste mama, beste papa, Een héél dikke proficiat met de geboorte van je zoon of dochter! Vanaf nu ziet alles er een tikkeltje anders uit. Anders, nieuw en ook spannend! Daarom krijg je nu ‘Brieven aan Jonge Ouders’. In dit tijdschrift van de Gezinsbond willen we je antwoorden geven op de vele vragen en twijfels waar je nu ongetwijfeld mee zit. Het blad staat niet alleen boordevol weetjes over de ontwikkeling, verzorging en opvoeding van je kindje. We brengen ook herkenbare verhalen over dat ongelooflijk bijzondere gevoel om mama of papa te zijn. De volledige reeks ‘Brieven aan Jonge Ouders’ bestaat uit 20 nummers: een zwangerschapsnummer, 12 (maandelijkse) nummers voor het eerste levensjaar, 6 (tweemaandelijkse) nummers voor het tweede levensjaar, en tot slot nog een kleuternummer. Of het nu je eerste kindje is of je tweede, derde, vierde ... of je hebt er eentje geadopteerd: deze hele reeks wordt je zomaar gratis toegestuurd. Dat is ons cadeautje voor jou! Bovendien kan je, naar aanleiding van de geboorte van je eerste kind, een gratis lidkaart van de Gezinsbond aanvragen. Nóg een extraatje! Heb je zin om ons te mailen of te schrijven met vragen, tips, suggesties en ervaringen? Eén adres: bjo@gezinsbond.be. Hou je vooral niet in, want we gebruiken graag jouw ervaring om dit blad springlevend en up-to-date te houden. We wensen jou en je baby alle geluk van de wereld toe! De redactie

Inhoud

P.S. Hoe zit het met jouw privacy? Gezinsbond vzw verzamelde je gegevens met als doel je de ‘Brieven aan Jonge Ouders’ te bezorgen. Deze persoonsgegevens werden verzameld via lokale overheden in het kader van een project van de overheid om iedereen toegankelijke info te bezorgen en via de Gezinsbond-website waar je je kan registreren om dit magazine te krijgen. Je beschikt over een wettelijk recht op inzage, schrapping en eventuele correctie van je persoonsgegevens. Dit kan via ledendienst@gezinsbond.be of T. 02-507.88.88. Lees ons volledige privacybeleid op www.gezinsbond.be/privacy.

DAGBOEK Lex

VOEDING 3

Aan de borst Aan de fles

4 5

OUDERSCHAP

ONTWIKKELING Mijn 1ste maand Actiever dan je denkt

Oh, waarom huil je zo? Een tweeling Couveusekindjes Draagdoeken

GEZONDHEID 6-7-8 9

Maak reflux je het leven zuur?

12-13

EIGEN KWEEK 10-11 14-15 16-17 19

Babyfoto’s

18


Dagboek Lex, 1ste maand Twee uur na het verlossende telefoontje komen onze ouders, zussen, broers en kleine neefjes enthousiast ons pasgeboren mirakel bewonderen. Als iedereen weg is, leg ik Lex voor een tweede maal aan de borst. Hoewel ik genoeg melk produceer, hapt hij niet altijd genoeg aan. Soms valt hij na enkele slokken al in slaap. Borstvoeding blijkt een kwestie van zoeken, ontdekken, doorzetten en leren. Niet alleen voor mij, maar ook voor Lex. Als mijn man een paar uur later naar huis vertrekt, zit ik daar alleen met een kleine baby. Ik voel me ineens erg onbeholpen en onzeker: “Zit zijn pamper niet te strak? Moet zijn mutsje uit? Heeft hij schrik voor die grote ballonnen in de kamer?” Het is helaas erg druk op de dienst materniteit en ik durf de vroedvrouwen nauwelijks bellen voor hulp. Jammer, bedenk ik me achteraf. Na een paar dagen ziekenhuis mogen we eindelijk naar huis. Maar eerst: minstens dertien keer controleren of Lex wel goed in zijn autozitje is vastgemaakt. We zijn intussen vijf dagen verder en het lijkt wel alsof ik heb meegedaan aan een make-over programma van één of andere vrouwenzender. Door de stuwing zijn mijn borsten bijna twee maten groter. Omdat ze precies op ontploffen staan, doen we een beroep op de vroedvrouw aan huis. Een echte aanrader! Ook voor andere vragen, zoals: “Hoe geven we hem die vitaminedruppeltjes?” of “Zit hij goed in zijn draagzak?” Een week na de bevalling krijg ik last van die befaamde babyblues. Ik moet nog wennen aan de onderbroken nachten en de nieuwe rol in mijn leven. Dat zorgt ervoor dat ik begin te snikken als ik besef dat we de vuilniszakken vergaten. Zodra ik bedenk dat we daarmee ook de ophaling van papier en karton hebben gemist, kan ik de hormonale tranen niet meer bedwingen. Ik pink ook elke avond een dikke traan weg wanneer ik Lex in zijn wiegje leg: “Hij staat nu zo ver van mij!” Gelukkig zijn die tranen maar tijdelijk en stap ik op de eerstkomende roze wolk die exact op tijd voorbij drijft. Op aanraden van onze pediater leggen we Lex elke dag even op zijn buikje. Als we zien dat hij zijn hoofdje al enkele tellen optilt, juichen we: “Ons kind is een genie!” Later blijkt dat echter perfect normaal volgens de babyboeken. Maar ook dat is meteen reden tot fierheid: “Zo mooi op schema! Hij zit exact op de curve.” Bij elke vooruitgang of verwezenlijking zijn we ontzettend trots. We supporteren bij elke luide boer of volle pamper: “Wauw Lex, zo flink!” Al tijdens deze eerste maand ontdek ik dat het moederschap bepaalde principes aan de kant schuift.

Hoewel we op voorhand hadden gezworen om nooit verkleinwoordjes en brabbeltaal te gebruiken, hoor ik mezelf deze gevreesde woorden zeggen: “Zwaai eens dada, Lexje!” Als kersverse mama voel ik me verplicht om regelmatig clichés te gebruiken, zoals: “De tijd gaat veel te snel!” Na een paar weken gaat mijn man terug aan het werk en hoewel hij regelmatig snipperdagen inplant, sta ik er overdag meestal alleen voor. Het is dus even zoeken naar een nieuw ritme met ons tweeën. Gelukkig is Lex een vrolijk ventje dat amper last heeft van huilbuien. Ook de borstvoeding gaat steeds beter. Fijn, want dat geeft me de kans om regelmatig buiten te komen. Al hou ik af en toe ook een Netflix-marathon met Lex in mijn armen. Hij valt dan heerlijk in slaap met zijn buikje op de mijne. Genieten! Want ach, ze worden zo rap groot! Clichés, ik waarschuwde je al ...

Mama Anke DAGBOEK

3


ONTWIKKELING

___ Mijn 1ste maand ___ Op één van de eerste pagina’s van elke ‘Brief aan Jonge Ouders’ vind je een beknopt overzicht van wat een gemiddelde baby op die bepaalde leeftijd zoal kan en doet. Het boekje dat je nu in handen hebt, beschrijft de eerste levensmaand. De periode die begint vlak na de geboorte tot je baby één maand wordt. De ontwikkelingen die je op deze pagina leest, mag je in de loop van die eerste maand verwachten. Het gewicht en de lengte zijn de gemiddelde cijfers voor een baby die één maand oud is. Beweging

• Als ik op mijn buik lig, kan ik mijn hoofdje al drie seconden oprichten. Het wiebelt wel nog heen en weer. Als je mij optrekt tot ik zit, valt mijn hoofdje achterover. Lig ik op mijn rug, dan kan ik mijn hoofdje al beter in het midden houden. Het rolt niet meer de hele tijd naar één kant. • Mijn handjes zijn meestal tot vuistjes samengebald. • Veel van mijn bewegingen zijn reflexen. Ik maak ze dus nog niet bewust, het zijn automatische reacties op een aanraking.

Gewicht

Jongen: 3.500-5.500 g Meisje: 3.100-5.000 g

Lengte

Jongen: 51-59 cm Meisje: 50-57,5 cm

Geen paniek!

Alle info op deze pagina heeft het over de ‘gemiddelde’ baby, maar die bestaat uiteraard niet echt. Hij is geen kind van vlees en bloed, maar werd afgeleid uit cijfers en statistieken. Hij werd niet geboren, maar berekend door wetenschappers. Gevolg: er is geen reden tot ongerustheid als jouw baby sommige dingen nog niet kan of doet. Elk kindje is nu eenmaal uniek. Zijn er signalen die kunnen wijzen op problemen in de ontwikkeling, dan melden we die ook.

4

Zintuigen

• Ik zie scherp op een afstand van 20 centimeter. Wat dichterbij of verderaf is, blijft nog wazig. • Ik schrik van fel licht en harde geluiden. • Lage, ritmische geluiden maken mij rustig. Ik luister graag naar vertrouwde stemmen. Die van mijn mama ken ik het best.

Sociaal leven

• Ik slaap 16 tot 20 uur per dag. Ik maak nog geen onderscheid tussen dag en nacht. • Terwijl ik bij je drink, kijk ik je aan en geniet ik intens van je warmte en het contact met je huid. • Huilen is mijn enige manier om je iets te vertellen. Ik ween heftig en aanhoudend als ik honger heb en met korte, schrille kreten als ik pijn heb. Als ik moe ben of mij verveel, klinkt het eerder zeurderig.


Actiever dan je denkt Er werd lang gedacht dat een pasgeboren baby bijna niets kan en dat zijn mogelijkheden dus erg beperkt zijn. Dat blijkt niet juist! Je baby kan al heel wat: hij ziet, hoort, ruikt, doet en voelt meer dan je zou denken. Hij beweegt

Jouw kindje beweegt zich nog niet bewust, maar met reflexen. Dat zijn de bewegingen die hij maakt omdat hij onbewust reageert op bepaalde prikkels. Je kunt het zien als overlevingstrucjes van Moeder Natuur. Al deze reflexen verdwijnen in de loop van de eerste drie maanden. Daarna gaan baby’s steeds bewuster bewegen. • De zoekreflex: als je zijn wang en mondje aanraakt, draait hij zijn hoofdje automatisch in de richting van jouw aanraking. • De grijpreflex: wanneer hij iets voelt in zijn handje maakt hij een vuistje. Zo kan hij bijvoorbeeld je vinger heel stevig vastgrijpen. • De stapreflex: hij tilt automatisch zijn been op en doet een stapje, als je de voorkant van zijn been aanraakt.

• De loopreflex: je baby zet enkele pasjes als je hem rechtop boven een vlakke ondergrond houdt.

Hij ziet

Al van in de baarmoeder kan je baby licht en donker onderscheiden. Een pasgeborene ziet wel, maar niet zoals wij. Omdat de vorm van onze ooglenzen zich automatisch aanpast aan de juiste afstand, zien wij scherp. Bij een baby gebeurt dat nog niet. Wat zich op een afstand van ongeveer 20 centimeter bevindt, ziet hij duidelijk. Wanneer hij bij jou drinkt, krijgt hij jouw gezicht dus perfect in beeld. Alles wat dichterbij of verderaf is, blijft wazig. Is er fel licht? Dan fronst hij zijn wenkbrauwen, knippert met zijn ogen en beweegt zijn armen en benen heftig. Hij kan zelfs beginnen wenen.

Hij hoort

Al voor zijn geboorte ving jouw baby geluiden op. Een pasgeborene reageert geprikkeld op harde geluiden. Hij wordt rustig van lage, ritmische tonen en van de meeste menselijke stemmen. Hij reageert vlugger op de stem van zijn mama dan op die van vreemden omdat hij haar nog herkent van in de baarmoeder. Hoge geluiden trekken sneller zijn aandacht.

Hij ruikt

Een pasgeborene reageert ontevreden op scherpe, chemische geuren. Al enkele dagen na de geboorte herkent een baby de geur van zijn moeder, of van wie hem het meest verzorgt. Hij verkiest deze geur boven die van andere personen.

Hij proeft

Van de vier basissmaken valt enkel zoet in de smaak bij jouw baby. Proeft hij zoet, dan begint hij heftig te zuigen. Bij een andere smaak (zuur, zout of bitter) trekt hij een grimas, probeert hij zijn hoofd af te wenden of begint hij zelfs te wenen.

Hij voelt

Je kindje voelt warmte en koude, hij voelt of iets zacht is of hard. En hij heeft uiteraard een duidelijke voorkeur voor zachte en warme dingen. Hij is ook extra gevoelig voor aanrakingen, want via zijn huid doet hij veel indrukken op. Voeding en verzorging (denk maar aan het badje) zijn de momenten bij uitstek om hem te laten genieten van huidcontact. Je baby voelt ook beweging. Van in de moederschoot is hij gewend aan heerlijk, zacht schommelen. Gewiegd worden vindt hij dan ook zaliger en rustgevender dan stilliggen in zijn bedje.

ONTWIKKELING

5


VOEDING

Aan de borst De medische wereld is het erover eens: exclusieve borstvoeding gedurende de eerste zes levensmaanden is aanbevolen voor alle baby’s. Moedermelk is namelijk de beste en natuurlijkste voeding voor een pasgeborene. Vraag raad

Als je voor de eerste keer borstvoeding wil geven, weet je niet zo goed hoe dat precies in zijn werk gaat. Waarschijnlijk komen er allerlei vragen in je op en misschien heb je zelfs wat last van ongemakken (te veel of te weinig melk, stuwing, pijnlijke tepels). Dan kan je terecht bij je arts, vroedvrouw, verpleegkundige van Kind en Gezin of bij een lactatiekundige.

Hoe vaak en hoe lang?

Leg je baby aan wanneer hij erom vraagt. Zo oefent hij zijn drinktechniek en krijgt hij alle voedingsstoffen binnen die hij nodig heeft. De eerste dagen heeft hij acht tot twaalf voedingen per dag nodig, maar dat kunnen er zeker ook meer zijn. Voeden op verzoek hoort bij borstvoeding. Dat wil zeggen dat je baby eten krijgt als hij erom vraagt. Let op, dat is niet hetzelfde als: eten geven als hij huilt. Huilen is een (te) laat signaal van honger. Kleine zuig- en smakbewegingen, tongetje uitsteken en een handje in de mond stoppen: het zijn bij een baby allemaal tekenen van honger. Als je dus aandachtig observeert en luistert, leer je je kindje snel goed kennen. Net daarom wordt aangeraden om je baby altijd dicht in je buurt te houden.

6

Gulzig

Moedermelk is licht en makkelijk verteerbaar, dus het is normaal dat baby’s de eerste weken om de twee à drie uur een voeding vragen. Na enkele weken drinken de meeste kinderen gemiddeld zes tot acht keer per dag, maar dat kan zeker ook meer zijn. Sommige baby’s drinken minder vaak, anderen blijven vaker drinken: dat is allemaal normaal, zolang je kindje maar vlot groeit en bijkomt in gewicht! Ook in de duur van een voeding kan veel verschil zitten. Elke baby drinkt namelijk in zijn eigen tempo en volgens zijn eigen behoeften. Laat hem drinken tot hij verzadigd is en spontaan loslaat. Heel lange voedingen kunnen wijzen op een probleem. Misschien is zijn drinktechniek dan (nog) niet optimaal.

Hongerdagen

Heeft je baby zijn ritme gevonden, dan is het best mogelijk dat hij ineens (vaak rond zes weken) dat hele schema weer in de war stuurt. Na een uur begint hij te huilen alsof hij rammelt van de honger. Dat zijn de ‘hongerdagen’ die veroorzaakt worden door een groeispurt. Je baby geeft aan dat hij groeit en meer voeding nodig heeft, dus laat hem dan ook vaker drinken. Je borsten zullen vanzelf ook meer melk produceren. Na enkele dagen zal je baby opnieuw een gewoon ritme hernemen. Die hongerdagen kunnen best vermoeiend zijn, maar duren gelukkig nooit lang.


VOEDING

Vlotjes

Eenmaal die overgangsperiode overwonnen, verloopt borstvoeding meestal vlotjes. Je baby wordt wakker, heeft honger en kan meteen aangelegd worden. De melk is altijd beschikbaar en op de juiste temperatuur, wat vooral ‘s nachts makkelijk is. Als mama ga je er rustig voor zitten of liggen. De hormonen die vrijkomen bij het voeden, geven je een ontspannen, loom gevoel. Je lichaam zorgt ervoor dat je even kunt rusten. Het is heel belangrijk om voldoende rust te nemen, maar probeer jezelf ook niet op te sluiten. Durf ook eens een wandelingetje te maken of spring even binnen bij een vriend of vriendin voor een babbeltje. Zo voel je je wat minder geïsoleerd.

Jouw menu

Vroeger werd beweerd dat borstvoedende mama’s beter geen uien, look of scherpe kruiden eten: “Pas op, dat geeft krampjes!” Maar zolang jij gezond en gevarieerd eet, kan je in principe gewoon alles blijven eten. Alleen als blijkt dat je kindje van een bepaalde soort voeding last krijgt, kun je in samenspraak met de dokter jouw voeding aanpassen.

In tegenstelling tot een kindje dat kunstvoeding krijgt, wordt een borstbaby al vroeg geconfronteerd met verschillende smaken. Dat blijkt later vaak een voordeel als ze voor het eerst groenten en fruit proberen.

Allergie

Lijd jij en/of je partner aan een allergie? Dan wordt extra aangeraden om tot zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Daarnaast kan je ook nog andere maatregelen nemen om te voorkomen dat je baby een allergie ontwikkelt. Zit je met vragen? Surf naar www.astma-en-allergiekoepel.be of bel het gratis nummer 0800-843.21.

Opwarm-alarm

Afgekolfde moedermelk mag niet te fel opgewarmd worden. Boven 50°C worden de antistoffen en de voedingsstoffen afgebroken: verwarm dus langzaam tot 37 °C in een pan met warm water (au bain-marie) of in een flessenverwarmer. Gebruik geen microgolfoven, want ook hierdoor kunnen antistoffen en eiwitten vernietigd worden.

PROFESSIONELE PRODUCTEN voor jouw borstvoeding Medela steunt je in je keuze om borstvoeding te geven en is er voor je met hoogwaardige producten, maar ook met kennis, tips en adviezen van onze deskundigen. Medela is de borstvoedingspartner van ziekenhuizen, deskundigen en apotheken.

Wist je dat: wij al meer dan 50 jaar wetenschappelijk onderzoek doen naar borstvoeding en moedermelk. onze borstkolven en andere borstvoedingsproducten ontwikkeld zijn op basis van dit onderzoek. onze kolven het natuurlijke drinkgedrag van je baby imiteren door de Medela 2-Phase Expression technologie. je meer melk in minder tijd kolft wanneer je dubbelzijdig afkolft. Je melk is bovendien vetter en bevat meer calorieën. wij niet alleen professionele borstkolven hebben, maar ook kleine, persoonlijke kolven met dezelfde hoogwaardige technologie.

Kijk voor meer informatie op medela.be of op

medelabenelux

Onze app MyMedela helpt je 24/7 met advies van deskundigen. Ook kun je er alle gegevens van je baby en je borstvoedings- en kolfsessies in bijhouden.

Download de app nu gratis op mymedela.be


VOEDING

Meer lezen?

• Op www.wegwijsborstvoeding.be vind je alle info over borstvoeding terug. • BOONEN, Eva & BOONEN, Martine, 100 meest gestelde vragen over borstvoeding, Lannoo, €17,99 (ISBN 9789401441674). Twee mama’s, die zelf met vallen en opstaan borstvoeding gaven, leggen álle mogelijke vragen voor aan lactatiekundigen en bundelen de antwoorden op een vrolijke, eerlijke en correcte manier. • LA LECHE LEAGUE, Borstvoeding: compleet handboek voor ouders, Veltman Uitgevers, 2016, € 24,50 (ISBN 9789048314744). Dit boek geeft antwoord op alle vragen rondom borstvoeding, gebaseerd op recent wetenschappelijk onderzoek en ervaringen van moeders wereldwijd. • MOHRBACHER, Nancy & KENDALL-TACKETT, Kathleen, Borstvoeding: natuurlijk eenvoudig, Garant Uitgevers, 2009, € 27,90 (ISBN 9789044125092). Borstvoeding lijkt soms een hele uitdaging. Dit boek helpt borstvoeding eenvoudiger maken.

Meer vragen?

Zit je nog met vragen over jouw rechten als jonge ouder? Als lid van de Gezinsbond kun je bij de dienst Sociaal-Juridisch advies terecht met vragen en problemen die jouw gezin aanbelangen. Ze staan voor je klaar via T.02-507.88.66 of sjd@gezinsbond.be.

Meer weten?

Bij twijfels en vragen kun je altijd terecht bij je arts, vroedvrouw, de verpleegkundige van Kind en Gezin of een lactatiekundige. • De vroedvrouw aan huis Na je bevalling heb je recht op een aantal huisbezoeken van een zelfstandige vroedvrouw. Zij komt bij jou aan huis op eenvoudige vraag, dus zonder voorschrift van een arts. Aarzel nooit om de hulp van een vroedvrouw in te roepen. Zij kan je helpen bij problemen met de borstvoeding, bij de verzorging van je baby of bij de opvang van een premature baby. Op www.vroedvrouwen.be vind je alle info terug en krijg je ook een overzichtje van de vroedvrouwen in jouw regio. • Kind en Gezin Mama’s worden ook begeleid door de verpleegkundige van Kind en Gezin, die op haar beurt ondersteund wordt door de lactatiekundige van haar team. Lees zeker ook de brochure ‘Borstvoeding’ en neem een kijkje op www.kindengezin.be (>Voeding en beweging >Borstvoeding). Je vindt er uitgebreide informatie over borstvoeding, maar ook over moeilijkheden zoals spruw en borstontsteking. De Kind en Gezin-Lijn is er voor al je vragen, elke werkdag van 8 tot 20 uur op T. 078-15.01.00. • Belgische Vereniging van Lactatiekundigen Lactatiekundigen zijn opgeleid om alle mogelijke moeilijkheden met borstvoeding aan te pakken. Via www.bvl-borstvoeding.be vind je een specialist(e) in je buurt.


___ Aan de fles ___ Een flesje klaarmaken voor je kindje voelt in het begin misschien wat onwennig aan. Je hebt het gevoel dat je terug in de chemieles zit: poeder netjes afwegen, water nauwkeurig afmeten en alles goed mengen. Wees gerust, na een tijdje doe je dit nagenoeg zonder nadenken en als een pro. Geef jezelf gewoon wat oefentijd. Om het allemaal nóg vlotter te laten verlopen, zetten we de meest gestelde vragen op een rijtje. Waarom geven we geen gewone koemelk? Gewone koemelk is niet geschikt voor baby’s. Ook andere soorten melk zoals karne-, maïzena-, rijst-, paarden-, geiten- of notenmelk bevatten onvoldoende voedingsstoffen voor pasgeborenen. Als je flesjes geeft, start je meestal met standaard melkvoeding (eersteleeftijdsmelk), in poedervorm of vloeibaar. Die is te koop in de apotheek of in sommige warenhuizen. Er zijn veel verschillende soorten kunstvoeding op de markt. De (kinder)arts, je vroedvrouw of de verpleegkundige van Kind en Gezin helpt je graag bij je keuze. Hoeveel melk heeft mijn kindje nodig? Dat is sterk afhankelijk van zijn gewicht en groeisnelheid. Denk je dat jouw kindje te veel of te weinig drinkt? Het belangrijkste is dat hij voldoende groeit en bijkomt, volgens zijn groeicurve. Pin je dus niet vast op voedingsschema’s en uurroosters, maar luister in de eerste plaats naar wat je kindje wil. De personen die jouw baby na de geboorte nauwgezet opvolgen, houden dit zeker in de gaten. Waarop moet ik letten als ik een flesje bereid? Het is belangrijk dat je kunstvoeding zorgvuldig bereidt. Enkele aandachtspunten: • Lees altijd de uitleg op de verpakking! Bij elke soort kunstvoeding hoort een specifieke bereidingswijze. Soms is het bijvoorbeeld belangrijk om het water eerst op te warmen, bij andere soorten mag het op kamertemperatuur (niet rechtstreeks uit de koelkast!) zijn. • Vul een propere, gesteriliseerde zuigfles met de juiste hoeveelheid water.

• Afhankelijk van de bereidingswijze of de melk gebruik je water op kamertemperatuur of warm je het op tot 37 à 40° C. • Voeg het aanbevolen aantal maatschepjes poeder toe: één maatschepje per 30 milliliter water. Gebruik enkel het bijgeleverde maatschepje. Haal het door het poeder en strijk het af met de rug van een proper mes zonder daarbij het melkpoeder aan te drukken. • Voeg geen extra schepje melkpoeder toe en ook geen extraatjes zoals meel of graanvlokken. • Sluit de fles met de sluitdop. Afhankelijk van de bereidingswijze rol je de fles eerst al dan niet tussen de handen voor je ze schudt tot het poeder is opgelost. • Let extra op hygiëne. • Maak het flesje klaar net voor gebruik. Als je de melk (lang) vooraf bereidt, kunnen bacteriën zich gemakkelijk vermenigvuldigen en je kindje ziek maken. • Voel ALTIJD of de melk in de fles niet te warm is vooraleer je jouw baby laat drinken. Welk soort water mag ik gebruiken? Gebruik niet-bruisend flessenwater of leidingwater. Het is aan te raden water te gebruiken met de vermelding ‘geschikt voor de bereiding van babyvoeding’. Je mag ook leidingwater gebruiken, al gelden dan wel enkele voorwaarden: • Bevat het leidingwater in jouw regio meer dan 10 mg nitraat per liter, gebruik het dan niet. Vraag deze info op bij je watermaatschappij. • Het water mag ook niet uit loden leidingen komen. • Gebruik geen waterfilters of ontsmettingsmiddelen. • Gebruik enkel koud water, rechtstreeks uit de kraan. • Laat het water even uit de kraan stromen voor je het gebruikt. Kan ik de microgolfoven gebruiken? Warm je de fles op, dan kan dit au bain-marie, met de flesverwarmer of in de microgolf. Lees altijd de instructies op de verpakking. Sommige toevoegingen in kunstvoeding (zoals probiotica) verdragen geen opwarmbeurt. Dan warm je best eerst alleen het water op en bereid je de fles nadien verder. Mag het wel? Onthoud dan: • Zet de fles in de microgolf zonder dop of speen. • Laat het flesje na het verwarmen eerst een minuut rusten, want het verwarmingsproces gaat nog even door. • Schud de fles zodat de warmte zich gelijkmatig verdeelt. • Controleer de temperatuur van de melk ALTIJD op de binnenkant van je pols. Het flesje kan nog koud aanvoelen terwijl de melk erg heet is.

VOEDING

9


OUDERSCHAP

Oh, waarom huil je zo? Als wij ons niet lekker voelen, kunnen we dat gewoon aan iemand vertellen of misschien verpakken in een sms’je of chatbericht. Voor een baby is huilen dé manier om te communiceren, om te laten merken dat hij iemand nodig heeft. Aanpassen

Geboren worden betekent voor zo’n kleine baby een enorme verandering: van ‘visje in het water’ is hij nu een ‘landdiertje’ geworden. Een wezentje dat moet ademen en eten om te overleven. De baarmoeder was zo’n gezellige, dempende en veilige omgeving, maar nu komt die harde buitenwereld ongefilterd op hem af. Eigenlijk is het nauwelijks te geloven dat baby’s zo rustig kunnen slapen. Ze beschikken blijkbaar over een geweldig aanpassingsmechanisme!

Zachtjes aan

Deze eerste weken is het jouw voornaamste taak om dat kersverse kindje te helpen wennen aan het leven in onze wereld. Hoe doe je dat? Probeer het ‘baarmoedergevoel’ nog even na te bootsen. Als je hem optilt, ondersteun je zijn hoofdje met één hand en zijn bekken met je andere hand. Je vermijdt plotse en hevige indrukken, bewegingen, geluiden en lichtinval. Je haalt hem rustig uit zijn wiegje, dropt hem niet onverwacht in de armen van iemand anders. Eigenlijk verloopt alles een beetje zoals in een vertraagde film. Als je hem bijvoorbeeld aan het verzorgen bent, dan trek je heel zachtjes het kleeflint van de luier los en niet zomaar met een ruk. Je legt hem niet onder een felle lamp. Kortom, je baby verdient rust en respect.

10

Normaal?

Sommige baby’s hebben één hevig huilmoment per dag en anderen lijken wel de hele dag door te wenen. Wat normaal is en wat niet valt moeilijk in cijfers te vatten. Vier tot vijf uur gehuil per dag is nogal uitzonderlijk, maar zeker niet onmogelijk.

Verwennen

Als je baby huilt, moet hij getroost worden. Nu lopen er in je buurt vast mensen rond die daarover van mening verschillen en je waarschuwen voor verwennerij. Wees gerust, daarover hoef je je deze eerste maanden nog geen zorgen te maken. Een baby kan je nu nog niet verwennen. Als je hem systematisch negeert, gaat hij inderdaad minder wenen. Als je bij een huilbui niet gaat kijken en hem op geen enkele manier probeert te troosten, geeft hij het gewoon op en deelt hij zijn ongemakken niet langer met jou. Als je hem daarentegen telkens troost, leert hij dat er altijd iemand voor hem is en voelt hij zich veilig. Dat is belangrijk voor zijn hechting.

Wat als hij huilt?

Als je kind weent, dan ga je kijken of je hem kan helpen. De oorzaak is soms makkelijk te vinden: hij heeft gewoon honger of een vieze luier, hij heeft zich blootgewoeld of ligt zich wat te vervelen. Soms is er geen aanwijsbare reden voor zijn gejengel en dan wordt het allemaal wat minder duidelijk. Maar naarmate jij je baby beter leert kennen, ga je zijn gehuil juister inschatten. Je kan hem op allerlei manieren troosten: hem vasthouden of wiegen in je armen werkt vrijwel altijd. Je kan hem ook strelen, of hem met geluidjes tot rust proberen brengen: zachte liedjes, lieve woordjes of kalme muziek.

Volhouden

Een huilend kind kan je geduld en uithoudingsvermogen serieus op de proef stellen. Als wanhopige ouder ben je dan geneigd om álle registers open te trekken en eender wat te proberen om hem tot bedaren te brengen. Als je echter te snel van aanpak wisselt, raakt je baby nog meer van de wijs. Het is dus beter om de gekozen tactiek even vol te houden. Je zoon of dochter moet de tijd krijgen om tot rust te komen. Dat kan wel een half uurtje duren. Als je intussen zelf kalm blijft, draag je die rust over. Is hij getroost, leg hem dan niet meteen terug in zijn bedje, want dan begint hij bij de eerste snik opnieuw te huilen.

Wat je wel kan doen

• Heeft je baby last van gerommel in zijn buik? Een lichte druk op zijn buikje kan helpen. Je legt hem met zijn rug tegen jouw buik, zijn hoofdje in je elleboogholte, jouw hand op zijn buik en je drukt hem lichtjes tegen je aan. Of leg hem op zijn buik op je schoot. Ook fietsen met de beentjes kan helpen. • Rijd hem rond in de kinderwagen. • Schommel je kindje zachtjes in je armen. • Laat hem tot rust komen in een draagdoek.

Wat je niet moet doen

Als je zelf gestresseerd bent, wordt het moeilijk om je baby te troosten. Je bewegingen worden dan wat hoekiger, je stem klinkt net iets luider, je armen voelen niet zacht en soepel aan maar hard door de spierspanning. Voel je dat je helemaal gespannen bent? Dat is het moment om iemand anders te laten overnemen of je gewoon even terug te trekken en eerst tot rust te komen.


Rust en regelmaat

Denk niet automatisch dat je je kindje moet ‘animeren’ als hij aan het zeuren slaat. Baby’s hebben vooral rust en regelmaat nodig. Eigenlijk zijn veel huilende en ontevreden baby’s gewoon moe en overprikkeld. Het klinkt misschien wat overdreven, maar bij de eerste tekenen van vermoeidheid (zeuren, jengelen, wenen, in de oogjes wrijven, geeuwen) leg je je kindje best wakker (!) in zijn bedje. Niet zomaar, nee, leg hem altijd op dezelfde plaats te slapen en zorgt voor zo weinig mogelijk prikkels. Stop je kindje lekker strak onder een laken en deken, tot aan zijn kin. Het geeft hem een geruststellend gevoel wanneer hij niet in een ‘open ruimte’ trappelt.

Spanning afreageren

Huilen heeft vaak een dubbele functie. In de eerste plaats is het een vraag om hulp. Maar tegelijk is het ook een middel om spanningen af te reageren. Dat is ook zo bij volwassenen.

Een flinke huilbui lucht op. Dat heeft een fysieke oorsprong: tranen van pijn of verdriet hebben een andere samenstelling dan de tranen die in je ogen komen door de kou of door een vuiltje. In tranen van verdriet zitten stoffen die een invloed hebben op stress. Door te huilen worden die stressstoffen afgevoerd. Vandaar de opluchting na een huilbui.

Tutjes

Een fopspeen kan je kindje troosten, maar best mogelijk dat het ook zonder tutje lukt! Grijp dus niet te snel naar een fopspeen, en probeer het gebruik sowieso te beperken tot troost- en inslaapmomenten. Steriliseer de fopspeen regelmatig en stop hem nooit in je eigen mond om hem proper te maken. Controleer af en toe of er geen scheurtjes of gaatjes in zitten. Zo ja, gooi hem dan weg. Gebruik zeker geen touwtje om het tutje vast te maken, want je kindje kan erin verstrikt raken.

Is er iets mis?

Als je kleintje ontroostbaar weent, hoeft dat echt niet te betekenen dat er iets verschrikkelijk mis is met hem. Nee, het kan best zijn dat hij er gewoon behoefte aan heeft eens flink uit te huilen. Misschien is hij gevoelig aan verandering en stress? Maar ... er kan ook iets niet in de haak zijn. Het ís mogelijk dat je baby een ziekte onder de leden heeft of door een verborgen stoornis pijn lijdt. Daarom wordt een kind dat vaak en lang weent best door de dokter onderzocht.

Opgelet!

Schud je baby NOOIT door elkaar, ook niet als je helemaal wanhopig wordt van zijn gehuil. Hoe moeilijk het ook is, laat hem liever huilen en ga de kamer uit tot je weer rustig bent. Of laat iemand anders het even overnemen. Ga wel altijd checken als het snikken gestopt is.

OUDERSCHAP

11


GEZONDHEID

Maakt reflux je het leven zuur? Na de voeding hoort het hele huis je kleintje krijsen. Zodra hij in zijn bedje ligt, kan hij alleen maar kronkelen en huilen. Herkenbaar? Een baby die ontroostbaar weent, krijgt al snel de stempel ‘refluxbaby’ opgekleefd. Reflux is hot. Tegenwoordig lijkt het wel alsof bijna ieder kind er last van heeft. Prof. Dr. Yvan Vandenplas, een autoriteit op vlak van reflux, maakt meteen enkele kanttekeningen: “Mag ik eerst even moeilijk doen? We kunnen niet over reflux spreken zonder goed te weten waarover het eigenlijk gaat. De begrippen ‘reflux’, ‘teruggeven’ en ‘braken’ kan je bijvoorbeeld niet over één kam scheren. Wat is het verschil? Reflux is alles wat van de maag terug in de slokdarm loopt. Als je baby teruggeeft komt de reflux zonder kracht tot in de mond. Bij braken komt de melk met kracht uit de mond. Natuurlijk is er een grijze zone tussen die drie. Waarvan je kindje precies last heeft, is niet altijd even duidelijk.”

Emmer loopt over

Waar ligt de grens dan tussen normaal en abnormaal? Prof. Vandenplas: “Ook die overgang ligt in een grijze zone. Reflux, zoals hierboven beschreven, is in principe normaal. Dat heeft bijna elke baby. Braken daarentegen is abnormaal. Teruggeven zit daar ergens tussenin. Zeven op de tien baby’s geven een keer per dag wat voeding terug. Dat is dus de meerderheid! Gelukkig lost het fenomeen zichzelf meestal op. Zeker vanaf zes maanden, als baby’s vaker rechtop zitten en vaste voeding krijgen, wordt het minder lastig.”

Draagdoek

Eline huilde heel veel en was ontzettend onrustig. Na een kort slaapje werd ze elke keer kronkelend en huilend wakker. De draagdoek was dan de enige manier om haar te kalmeren. Letterlijk na een paar minuten werd ze opnieuw rustig. Ik zag haar gezichtje helemaal ontspannen en opklaren. Ook ’s nachts heb ik haar regelmatig zo rondgedragen. Was het de houding of het huidcontact met mama? Ik zal het waarschijnlijk nooit weten, maar het blijft een feit dat die draagdoek mij door de eerste moeilijke weken heeft geholpen. – KAREN

12


Wanneer moet je je dan wel zorgen maken? Prof. Vandenplas: “Dat je met een gelukkige baby die drie keer per dag een koffielepeltje melk teruggeeft niet naar de dokter loopt, lijkt me logisch. Maar wat als het veel vaker voorkomt? Wat als je kleintje constant huilt en ongelukkig lijkt? We merken dat nogal wat ouders zich zorgen maken over reflux en bij de dokter aankloppen. Dat hangt vaak samen met de draagkracht van de ouders. Wanneer lukt het voor hen niet meer? Wanneer kunnen zij het niet meer aan?” Wordt er bij de dokter dan meteen medicatie opgestart? Prof. Vandenplas: “Ik mag hopen van niet! We proberen de ouders in de eerste plaats gerust te stellen. Ikzelf leg telkens uit wat normaal is en wat niet. Die eerste stap is erg belangrijk, maar wordt vaak over het hoofd gezien. Daarna analyseren we samen de voedingen. Want vaak heeft reflux te maken met overvoeding. Sommige ouders willen het aantal voedingen zo snel mogelijk afbouwen en gaan dus grotere volumes in één keer geven. Hun baby krijgt zo op korte tijd heel veel melk te slikken. Een voorbeeldje: een baby van vijf kilo die tweehonderd milliliter melk drinkt, kun je vergelijken met een vrouw van vijftig kilo die twee liter water drinkt. Op een kwartiertje! Logisch dus dat er wel eens wat terugvloeit, want als de emmer vol is ... loopt hij over. Bovendien is de slokdarm van een baby minder lang dan die van een volwassene. De reflux legt dus een kortere weg af om boven te komen.”

Ingedikte voeding

Volstaat die uitleg dan of is er vaak ook een behandeling nodig? Prof. Vandenplas: “Goh, zo’n uitleg is absoluut zinnig om de ouders gerust te stellen, maar dikwijls is er meer nodig. Zelfs dan moeten we niet meteen naar medicatie grijpen. Een draagdoek kan bijvoorbeeld wonderen doen. Want door de baby rechtop te dragen, vloeit er minder voedsel terug naar boven. Of je kunt kiezen voor een andere slaaphouding. Denk maar aan het anti-refluxbed: een bedje met een (indrukwekkende) hellingsgraad. Je baby ligt schuin en de zwaartekracht houdt de maaginhoud beneden.” Ook ingedikte voeding blijkt vaak een uitstekende oplossing? Prof. Vandenplas: “Als je indikkingsmiddel toevoegt aan afgekolfde of kunstmelk, blijft die beter in de maag. Het hoofdbestanddeel van die indikkingsmiddelen is meestal johannesbroodpitmeel. Toch wil ik ouders afraden om dat meel zelf aan de melk toe te voegen; het is veel te moeilijk om de verhouding goed te krijgen. Zelf experimenteren met aangepaste voeding is trouwens nooit een goed idee. Ik krijg de kriebels van ouders die, zonder overleg, overschakelen op botermelk of karnemelk. Dat mag je echt niet doen! Oké, die melksoorten verteren sneller en je kleintje krijgt er misschien minder last van, maar ze hebben amper voedingswaarde. Met dat soort melk krijgt je kindje dus te weinig voedingsstoffen binnen.”

Niet experimenteren!

Experimenteer nooit zelf met ingedikte of aangepaste voeding. Vraag altijd raad aan je arts.

Medicatie voorschrijven is dus de allerlaatste stap. Hebt u het gevoel dat dat te snel gebeurt? Prof. Vandenplas: “Eigenlijk wel. Als je weet dat amper één procent van de baby’s last heeft van ernstige reflux, vraag ik mij af waarom al die zuigelingen massaal aan de zuurremmende medicatie zitten. Huilen wordt te snel gelijkgesteld met reflux en medicatie. En als het ene medicijn niet aanslaat, wordt er overgeschakeld op een hogere dosis of een sterker middel. Dat is vreselijk fout! Vergeet niet dat aan elk medicijn bijwerkingen vasthangen. Daarom vind ik het belangrijk om ouders in de eerste plaats gerust te stellen. In negen van de tien gevallen is dat teruggeven heel normaal en van voorbijgaande aard. Bij die baby’s kunnen we wonderen verrichten door samen aan de slaaphouding en/of de voeding te sleutelen.”

Meer lezen?

BOUCKENAERE, Caroline, S.O.S. Reflux: het persoonlijke verhaal van een mama, Linkeroever Uitgevers, 2011, €16,90 (ISBN 9789057204487). De drie zonen van Caroline hadden problemen met reflux. Ze vertelt op een heel herkenbare manier over haar bezorgdheid, vermoeidheid en het onbegrip in haar omgeving. Naast haar eigen ervaringen schept de auteur in een toegankelijke taal meer duidelijkheid over reflux. Er wordt afgesloten met tips en tricks.

Radeloos

Het lastigste aan de reflux van Simon? De emotionele rollercoaster: af en toe een stapje vooruit en dan terug naar de gekende huilbuien en dutjes van maximum een kwartiertje. Ik voelde me machteloos en twijfelde over onze aanpak. Goedbedoelde adviezen brachten me alleen maar in de war. Ik kon helemaal niet van mijn zoontje genieten en dat maakte me niet alleen boos, maar ook bang. Ik had schrik dat ik Simon nooit zo graag zou zien als zijn grote zus. Omdat hij alle aandacht opeiste, voelde ik me bovendien schuldig tegenover zijn grote zus. Ook voor onze relatie was het zwaar: we konden alleen maar over die reflux praten, sliepen een paar maanden apart en moesten elkaar voortdurend oppeppen. De vele slapeloze nachten en het gekrijs eisten hun tol: we zaten allebei op ons tandvlees. Ik werk zelf als hulpverlener en heb nooit begrepen hoe ouders hun kind iets kunnen aandoen: hoe kun je zo radeloos en wanhopig zijn? Maar zonder de steun van al die fantastische mensen om ons heen, was het bij ons misschien ook zo ver gekomen. Van familie tot kraamhulp en pediater, allemaal stonden ze voor ons klaar. En nu? Simon is bijna vijf maanden en na flink wat trial-and-error vonden we een aanpak die het grootste ongemak bij hem wegnam. Langzaam zagen we ons zoontje wat vaker lachen. Nu weet ik zeker: ik ben even verliefd op Simon als op zijn grote zus. Gelukkig! – KAREN

GEZONDHEID

13


OUDERSCHAP

“Het slaaptekort halen we later wel in” Toen Veerle zwanger was van een tweeling, spookten er veel vragen door haar hoofd. Nu, enkele maanden na de bevalling, vertelt ze ons hoe het loopt en geeft ze haalbare tips aan andere ouders.

ziekenhuizen over goedbedoelde verhalen in magazines tot aanbevelingen voor moedermelk op de doos kunstvoeding ... het is elke keer weer een steek door mijn hart. Ik, de welwillende, maar falende borstvoedingsmama, word voortdurend met het vingertje gewezen. Of zo voelt het toch.”

“Tijdens mijn zwangerschap vroeg ik me af hoe we het in hemelsnaam zouden klaarspelen met een peuter én tweeling in huis. Ik dacht toen nog dat we gewoon even op de tanden moesten bijten en het slaaptekort later konden inhalen. Maar ... zo eenvoudig blijkt het niet.”

“Toen Raf weer aan het werk ging, hield een ‘melkschema’ me staande. Ik verzamelde de gegevens van alle mensen die me tijdens of na mijn zwangerschap zeiden dat ze wilden helpen, creëerde het WhatsAppgroepje ‘SOS Twins’, en zorgde ervoor dat er elke voor- en namiddag iemand langskwam die me even bijstond bij het melk geven. En dat werkte. Geen huilende baby’s meer tijdens de voeding, en vooral: een ontspannen Veerle die weer kon lachen en genieten. Is een tweeling hebben zwaar? Absoluut! Maar het scheelt een hele hoop als je je goed laat omringen. De eerste drie maanden kwam ook iemand van kraamzorg twee halve dagen per week een handje toesteken. Zij kookte (voor drie dagen), deed de was, stopte de meisjes in bad en gaf hen een flesje. Intussen ging ik slaap inhalen. Met oordopjes. Want zoals elke mama hoor ik elk kreetje. Dankzij kraamzorg kon ik af en toe onze zoon van school halen zonder een volksverhuis te moeten inplannen. Een halfuurtje voor ons twee. Zalig! De belangrijke momenten proberen we als koppel samen te beleven: zo gingen Raf en ik bijvoorbeeld samen naar het eerste oudercontact van onze zoon. Ook de nachten doen we met twee. Ik hoor moeders vaak zeggen: “Ik sta elke nacht alleen op, want mijn man moet werken.” Maar een hele dag thuis zijn met de kindjes is toch ook zwaar?

Voeden: een uitdaging

“Meteen na mijn thuiskomst moest ik terug naar het ziekenhuis met een gigantische borstontsteking. Ik werd er een nacht opgenomen. Daar stond ik dan. In een ziekenhuiskleedje, alleen in de kamer. Mijn hormonen draaiden overuren. Wenend en met veel pijn bracht ik die nacht door, zonder mijn kindjes. Ons zoontje brachten we naar zijn meter, de meisjes werden opgevangen door papa Raf en schoonbroer Jan. Twee mannen en twee baby’s. Ik was die nacht graag een vlieg op de muur geweest. De meisjes voeden was een heuse uitdaging. Voor borstvoeding moest ik deze keer passen, om bovenstaande reden. Borstontstekingen gooiden bij mijn eerste zwangerschap ook al roet in het eten: als borstvoedingstrauma’s bestaan, heb ik er toen zeker eentje opgelopen. Ik ben echt jaloers op wie zonder veel problemen de borst kan geven en heb een hekel aan het schuldgevoel waarmee je wordt opgezadeld als je geen borstvoeding geeft. Van folders en affiches in

14

Hulp vragen: een must


OUDERSCHAP

Misschien zelfs zwaarder. Als mama heb je bijvoorbeeld niet de luxe om tijdens de middag eens met collega’s te lunchen. Ik ben al blij als ik tegen de middag gedoucht raak, laat staan dat ik een (gezonde?) maaltijd naar binnen kan werken.”

Eén ritme: een aanrader

“Dat tweelingen het liefst samen zijn, werd meteen duidelijk. In onze kamer wachtten twee aparte co-sleepers op heerlijk slapende meiden. Maar daar dachten zij zelf anders over. Dus na een paar lege nachten stonden die wiegjes al te blinken op een tweedehandssite. De meisjes verhuisden naar de box beneden en Raf en ik hielden afwisselend de wacht naast hen. Na een maandje slapen op de zetel (zeer aan te raden voor de rug ... NOT!) verhuisden we onze meiden naar de slaapkamer. Daar legden we hen samen dwars in één spijlenbed. Een opgerold handdoekje tussen hen in zorgde voor wat afstand, zodat ze met hun vlijmscherpe nageltjes geen tekeningen op elkaars gezicht konden maken. Om het voor onszelf leefbaar te houden, gaven we de meisjes van in het begin ook eenzelfde ritme. Overdag voedden we hen strikt om de vier uur.

’s Nachts lieten we dat strakke schema los, maar wie eerst wakker was, bepaalde wel meteen het ritme voor de ander. Het is misschien wat zielig om op die manier telkens één van beiden te moeten wekken, maar liever dat dan non-stop te moeten voeden. En het loonde: na veertien weken sliepen onze meisjes door. Een laatste flesje om elf uur, en hop, ze hielden het uit tot zeven uur de volgende ochtend. Eindelijk was het tijd om te recupereren, want stilzitten doe je met een tweeling NOOIT. Een dure work-out in de fitness heb ik niet nodig. Twee baby’s volstaan om dagelijks minstens evenveel calorieën te verbranden.”

Driedubbel genieten: een fijne verrassing

“Wanneer ik vroeger aan mijn toekomst dacht, zag die er ietwat anders uit. Maar een leven laat zich niet plannen, dat weet ik nu. Waar een gezin met twee kindjes me ideaal leek, besliste moeder natuur dat ik driedubbel mag genieten. Eigenlijk toch fijn dat er nog verrassingen bestaan. Anders had ik dit wondermooie avontuur nooit meegemaakt.”

Mama Veerle

DE VAKANTIEPLEK VOOR JONGE GEZINNEN! DICHTBIJ EN VEILIG OP VAKANTIE

Ideaal voor eerste vakantie samen SPECIALE FACILITEITEN VOOR BABY’S EN PEUTERS

Gratis reisbedjes, kinderstoelen,… SPEELMOGELIJKHEDEN BINNEN EN BUITEN

VAKANTIECENTRUM REIGERSNEST Genieten aan zee en duinen Koksijde

VAKANTIECENTRUM DE BOSBERG Genieten in de Limburgse natuur Houthalen

WWW.GEZINSVAKANTIE.BE


OUDERSCHAP

Couveusekindjes Je pasgeboren kindje dat in de couveuse moet ... zoiets kan bijzonder hard aankomen. Geen kinderbedje op de kamer. Geen onbezorgde trots. Niet urenlang kijken naar en genieten van je kersverse baby. Je bent bezorgd en durft amper blij te zijn met je kindje. Misschien ben je zelfs bang om het even vast te houden. Duizend vragen spoken door je hoofd. Waarom? Wat nu? Hoe moet het verder? Een band met je baby

Het belangrijkste is dat jij toch bij je baby kunt zijn en zoveel mogelijk mag helpen bij de verzorging. Misschien zie je dat niet helemaal zitten, ben je bang voor wat je te zien en te horen krijgt. Probeer dat even uit je hoofd te zetten en ga toch maar, want zo kun je de band met je kindje versterken. Laat je dus niet afschrikken door draden en apparatuur, maar kijk naar hem. Vraag om je baby te mogen aanraken en praat tegen hem. Probeer zoveel mogelijk te weten te komen over zijn gezondheid, zijn gewoonten, zijn kansen. Zo blijf je betrokken bij alles wat er met hem gebeurt.

Loodzwaar

Ik heb drie kindjes: Fluppe (5), Rosie (3) en Nolleke (2). Ze kwamen alle drie ter wereld met een spoedkeizersnede, en de twee meisjes werden ook veel te vroeg geboren. Rosie op negenentwintig weken en Nolleke op zesentwintig weken. Nolleke lag in totaal zes maanden in het ziekenhuis en kreeg tot negen maanden extra zuurstof. Het was een loodzware en onzekere tijd, we wisten niet hoe het ging aflopen, maar we hebben het gehaald. Ik hoop dat ik met deze foto’s alle ouders van prematuurtjes een hart onder de riem kan steken. Onze kindjes doen het uitstekend nu, en daar prijzen we ons elke dag gelukkig om. – BIEKE

Borstvoeding

Ook nu kan je borstvoeding geven. Prematuurtjes hebben immers veel baat bij de antistoffen en de speciale vetzuren uit moedermelk: ze beschermen hen tegen infecties en dragen bij tot een gezonde groei en ontwikkeling. Borstvoeding vraagt wat extra inzet als je baby nog niet zelf kan zuigen. Om de melkproductie goed op gang te krijgen en te houden moet je zes tot acht keer per dag afkolven, liefst ook een keertje ‘s nachts. De afgekolfde melk kan je aan het ziekenhuis bezorgen of invriezen en bewaren voor een volgende voeding.

Zijden draadje

Ons zoontje Gabriël werd geboren op zesentwintig weken en zes dagen. De periode op neonatologie zal ons natuurlijk eeuwig bijblijven, maar toch besef je achteraf pas hoe lastig het allemaal was. Vooral op mentaal vlak kregen we het zwaar te verduren: je blijft maar hopen dat er zich geen complicaties voordoen en dat je kindje goed ontwikkelt. Eenmaal thuis gingen we van de ene zware nacht naar de volgende. We werden ontelbare keren gewekt door het apparaatje dat de hartslag van Gabriël in de gaten hield. Ook het feit dat ik veel vroeger dan verwacht moest stoppen met borstvoeding was een zware klap. Een tijdje later werd Gabriël ernstig ziek. Zijn luchtpijp zat bijna helemaal dicht en hij werd in het ziekenhuis in een diepe slaap gehouden om te herstellen. De grond zakte weg onder onze voeten: hij had het altijd zo goed gedaan en nu ... Die hele toestand legde een enorme druk op onze relatie, maar we zijn er goed doorheen gekomen. Oef! Vorig week werd Gabriël één jaar oud, maar zijn gecorrigeerde leeftijd is negen maanden. Uiteraard zullen we die moeilijke tijd nooit vergeten, maar we proberen ook de leuke momenten te koesteren. De eerste keer dat we hem mochten helpen wassen bijvoorbeeld, want dat was ook de eerste keer dat we zijn gezichtje konden zien zonder slangetjes en buisjes. Of het moment dat Gabriël toch reageerde op geluiden, ondanks de vrees dat ons zoontje doof zou zijn. En zeker: zijn eerste glimlach en het eerste teken van herkenning. Gewoonweg zalig! Aan ouders met een prematuur kindje heb ik één boodschap: blijf erin geloven, want zo’n kleine baby is echt tot veel in staat! – JASMIJN

Moederschapsverlof

Moederschapsverlof kan verlengd worden met elke dag dat je baby opgenomen blijft ná de eerste week volgend op de bevalling (blijft je kind bijvoorbeeld tot 18 dagen na zijn geboorte in het ziekenhuis, dan kan je moederschapsverlof verlengd worden met 11 dagen). Wil je gebruikmaken van deze verlenging, meld dit dan aan je werkgever en je mutualiteit vóór het einde van de nabevallingsrust (postnatale rust) met het getuigschrift van hospitalisatie van jouw kindje. 16


Geboortekaartjes

Vaak wordt het versturen van geboortekaartjes nog even uitgesteld, tot de levenskansen van je baby voldoende gestegen zijn of zelfs tot hij naar huis mag. Je kunt natuurlijk ook meteen kaartjes sturen. Het is dan verstandig om uit de tekst te laten blijken dat je kind in de couveuse ligt. Daarmee voorkom je ongewild pijnlijke reacties van nietsvermoedende vrienden of kennissen.

Lichtgewichtje

Mijn dochtertje Laure werd maar twee weken te vroeg geboren maar was met haar 43,5 cm en 2,140 kg een echt lichtgewichtje en moest dus even in de couveuse. – STEPHANIE

Volhouden

Janne werd geboren met een spoedkeizersnede na 36 weken zwangerschap. De volgende dag begon ik meteen melk af te kolven. Fier bracht ik elk potje afgekolfde melk naar neonatologie. Na een week mocht ik haar voor het eerst aanleggen. Al gauw bleek ze een echt borstvoedingskindje dat gretig van de borst dronk. Maar omdat ze nog niet sterk genoeg was, lukt dat maar één keer per dag. Dat bleef ook na onze thuiskomst nog even het geval. Toch bleef ik afkolven, flesjes geven en steriliseren. Ik wilde niet zomaar opgeven, hoe vermoeiend en ontgoochelend het ook was. Gelukkig, want toen Janne één maand oud was, had ze eindelijk voldoende kracht om elke voeding van de borst te drinken. Van de ene dag op de andere. Mijn inspanningen werden eindelijk beloond! – SIGRID

Meer weten?

En later?

Hoe je kindje zal ontwikkelen en evolueren, valt nu moeilijk te voorspellen. Er kunnen beperkingen optreden, maar de kans bestaat ook dat je kind heel normaal ontwikkelt en z’n leeftijdgenoten later vlotjes kan volgen. Over het algemeen geldt: hoe ouder en groter je baby bij de geboorte, hoe minder kans op verwikkelingen. Een goede professionele begeleiding en jouw warme zorgen zullen je kindje helpen om binnen zijn mogelijkheden maximaal te ontwikkelen.

• De Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen is er voor alle ouders die een vroeggeboorte meemaken. De vereniging biedt niet alleen (praktische) info, maar ook emotionele steun en brengt je in contact met lotgenoten. Meer info op www.vvoc.be. • Ook op de website van Kind en Gezin lees je heel wat interessante info over vroeggeboorte. Via www.kindengezin.be (>Zwangerschap en geboorte >Anders dan verwacht >Vroeggeboorte) kan je ook het groeiboekje downloaden voor ouders van een te vroeg geboren baby. • Verliep de bevalling anders dan verwacht? Zie je ‘t zitten om jouw verhaal te delen met onze lezers? Laat het ons weten op bjo@gezinsbond.be.

OUDERSCHAP

17


kweek EIGEN

Lou

Kiyomi

Awen

Marie

Theo

Tuur

Liam

Inaya

Camille

Stuur zelf je leukste foto’s (niet meer dan 3) naar kinderkiekjes@gezinsbond.be Vermeld zeker ook je volledige naam, adres (straat, huisnummer, postcode) en de naam en leeftijd (in maanden) van het kindje op de foto. Kijk ook eens op onze Facebookpagina

18

van Brieven aan Jonge Ouders.


OUDERSCHAP Colofon ABONNEMENTEN

T 02-507.88.88 F 02-507.88.50 E abonnementen@gezinsbond.be Ga je verhuizen? Geef dan zo snel mogelijk je adreswijziging door.

REDACTIE EN BRIEFWISSELING Troonstraat 125 1050 Brussel T 02-507.89.50 E bjo@gezinsbond.be

DE REEKS BRIEVEN AAN JONGE OUDERS BESTAAT UIT Gratis verwachtingsnummer 12 nummers eerste levensjaar 6 nummers tweede levensjaar Kleuternummer

“Eindelijk rust!” Jouw kindje genoot zo’n negen maanden van het zachte wiegen in die veilige buik. Geen wonder dus dat hij heel veel nood heeft aan lichaamscontact. Een draagdoek kan dan het perfecte hulpmiddeltje zijn om die ‘huidhonger’ te stillen. Mama Kim vertelt ons waarom ze zo’n fan is. “Mijn man en ik zijn allebei enorme fans van draagdoeken. Want op het moment dat geen enkele dokter of osteopaat ons kon helpen met het onophoudelijke gehuil van ons dochtertje, bood zo’n draagdoek eindelijk de nodige rust. Toen Nora pas geboren was, weende ze héél veel. Eigenlijk leek ze alleen gelukkig wanneer ze op mijn buik lag of op onze arm mocht zitten. De eerste dagen is dat niet zo’n probleem: je bent pas bevallen, geeft borstvoeding en rust zelf nog veel. Maar ooit komt helaas het moment dat je wat in het huishouden moet doen en dan is zo’n ontroostbare baby eerder een belemmering. Het was mijn man die met onze eerste draagdoek kwam aandraven. Ik wou het wel een kans geven omdat het mij handig leek, maar ik stond er toch een tikkeltje twijfelachtig tegenover. Het ding leek mij zelfs een beetje gevaarlijk. We namen de handleiding dan ook grondig door. Gelukkig gaven we die draagdoek een kans, want het effect op Nora was wonderbaarlijk: zodra ze in de doek zat, stopte ze met huilen. Wat een verademing voor iedereen!

Bovendien is zo’n draagdoek ontzettend goed voor de band met je kindje. Ik geef borstvoeding, dus ik kon al vaak lekker knus bij mijn meisje zijn. Dankzij de draagdoek kreeg ook mijn man al vroeg de kans om op een fijne manier een band op te bouwen met Nora. Het laatste voordeel? Die draagdoek is geweldig praktisch. Voor ons geen gesleur met een draagmand of gevecht met zo’n gigantische buggy. Gewoon die doek knopen of de drager dichtklikken en we zijn weg!”

Meer weten?

Er bestaan veel verschillende draagsystemen. Hoe je daaruit een keuze maakt? Stel jezelf eerst een paar vragen. Zie je ’t zitten om zo’n doek volledig zelf te knopen of wil je liever een kant-en-klaar kliksysteem? Hoe lang wil je het systeem blijven gebruiken? Wil je je kindje ook op je rug of op je heupen dragen? Met die criteria in je achterhoofd geraak je er meestal wel uit. Koop niet zomaar een lap stof zonder te weten wat je ermee moet aanvangen, want zo’n draagdoek moet je secuur knopen. Kunnen de verkopers je niet helpen, twijfel dan niet om aan te kloppen bij iemand met kennis van zaken (zoals een draagconsulente). Zij leert je stap voor stap hoe je zo’n doek goed knoopt.

Ouders met een pasgeboren of geadopteerd kind ontvangen alle Brieven gratis Andere geïnteresseerden krijgen de Brieven toegestuurd mits betaling Los nummer � 1 Eerste levensjaar (12 nummers) � 10 Tweede levensjaar (6 nummers) � 5 Op reknr. BE 77-4350-3052-2142 van Gezinsbond Brieven aan Jonge Ouders met vermelding van de reden van betaling.

REDACTIECOMITE

Christian Lagrange (voorzitter), Helga Basteleurs, Jef Bergmans, Relinde Bingé, Anneke Blanckaert, An Debyser, Martine Deheyder, Els Demol, Elke De Pourcq, Maryse Ide, Koen Lannau, An Lebacq, Isabelle Matthijs, Sarah Saelens, Sarah Van Gysegem, Liesbet Vanneuville.

EEN UITGAVE VAN DE GEZINSBOND MET MEDEWERKING VAN

Kind en Gezin Wetenschappelijke vereniging van Vlaamse Huisartsen Vlaamse Vereniging voor Logopedisten Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde Vlaamse Werkgroep voor Gezonde Tanden Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen Federatie van Ambulante Revalidatiecentra

REDACTIE

Sarah Saelens (coördinatie), Sarah Van Gysegem

FOTOGRAFIE

Bieke Denaeyer, Stephanie Tarras, Anke van Os, Veerle Weeck, Adobe Stock

REDACTIESECRETARIAAT Jef Bergmans

HOOFDREDACTEUR Helga Basteleurs

ONTWERP

Tine Deriemaeker

LAY-OUT / DRUK

Tine Deriemaeker, Die Keure – Brugge

PUBLICITEIT

Publicarto T 053.82.60.80

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Anneke Blanckaert Troonstraat 125 1050 Brussel Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de uitgever. Je adresgegevens worden door de Gezinsbond vzw opgenomen in een bestand met het oog op het toesturen van de Brieven aan Jonge Ouders. Overeenkomstig de wet van 8 december 1992 heb je recht op inzage en correctie van deze gegevens of kan je hen uit het bestand laten verwijderen. Lees ons privacybeleid op www.gezinsbond.be/privacy. De getuigenissen in de reeks Brieven aan Jonge Ouders zijn persoonlijke ervaringen, die dus niet altijd en voor iedereen gelden. ISSN 1376-0416

Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat afkomstig is uit verantwoord beheerde bossen. Deze uitgave is dan ook gedrukt op papier dat het FSC®-label draagt. Dat is het keurmerk van de Forest Stewardship Council®.


JE BENT NOOIT HELEMAAL VOORBEREID OPÂ KINDEREN

Niemand begrijpt jonge ouders beter dan Skoebidoe

Voor welke verrassing je ook komt te staan, Skoebidoe is er om je te ondersteunen. We zorgen o.a. voor een thuisoppas als je kindje ziek is, gratis workshops en een gratis peuterpakket wanneer je kindje zes maanden wordt.

Kijk voor meer info op www.cm.be/skoebidoe of download de Skoebidoe-app via de App Store of Google Play.

Brieven aan jonge ouders  

Brieven aan jonge ouders

Brieven aan jonge ouders  

Brieven aan jonge ouders

Advertisement