__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

79

BOTsing Blad aan ouders met tieners

PB- PP 

BELGIE(N) - BELGIQUE

Afgiftekantoor Gent X - Troonstraat 125 - 1050 Brussel // Erkenningsnummer: P608189

Driemaandelijks > januari, februari, maart 2019

MAG IK? Bekende Moeder Barbara Dex Mag mijn puber aan sexting doen? 1


Inhoud

Colofon

BOTsing - Blad aan ouders met tieners is een uitgave van de Gezinsbond vzw

Briefwisseling

BOTsing, Troonstraat 125, 1050 Brussel T 02-507.89.50 E botsing@gezinsbond.be

6 Mag ik met de fiets naar school?

14 Bekende Moeder Barbara Dex

20 Mag ik sexting verbieden? 2 3

Inhoud en redactioneel Mag ik iets vragen? Een babbel met Awel en de Opvoedingslijn 6 Mag ik met de fiets naar school? Onze redactie vat post aan de schoolpoort 10 Mag ik eens heel eerlijk zijn? Kaat Schaubroeck over scheidingen

22 Achter ‘t gat 14 Bekende Moeder Barbara Dex Over grenzen bewaken en loslaten 17 Straatpraat Wat mag en wat mag niet in Gent? 20 Mag ik sexting verbieden? Sarah Van Gysegem over Digitaal Ontmaagd. 22 Achter ‘t gat Een anoniem rondje achterklap

Abonnementen

T 02-507.88.88 E ledendienst@gezinsbond.be BOTsing verschijnt vier keer per jaar en is gratis voor leden van de Gezinsbond met kinderen tussen 12 en 17 jaar. Andere leden betalen € 1,50 per nummer of € 5 voor een jaarabonnement. Niet-leden betalen € 2,50 per nummer of € 8 voor een jaarabonnement. Nog verkrijgbare oude nummers vind je via de website: www.gezinsbond.be/botsing. Ze kosten € 1. Alle betalingen via storting op reknr. IBAN: BE66-4350-3052-2243 / BIC: KREDBEBB

Redactie

Sarah Van Gysegem (coördinatie), Sarah Saelens

Hoofdredacteur Helga Basteleurs

Werkte mee aan dit nummer Els Crassaerts, Veroniek de Visser

Foto’s

Kristof Ghyselinck, Adobe stock

Ontwerp lay-out

die Keure, Graphic Design Isabelle De Clerck

Realisatie & druk

die Keure nv (Brugge)

Verzending

Redactioneel De puberteit is naast een turbulente ook een troebele tijd. Wat mag je tiener en wat niet? Grenzen bepalen blijkt niet altijd even makkelijk. En jij? Weet je wat jij mag doen? Even heerlijk niets. Gewoon rustig dit blad lezen en genieten van een serie boeiende artikels over tieners en hun opvoeding. We wensen je een warme winter zonder botsingen! Team Sarah PS: Ons volgende nummer heeft als titel: ‘Tijd’. We willen het hebben over te veel en te weinig tijd, werktijd en vrije tijd, toekomstige en verleden tijd. Om er weer een boeiende BOTsing van te brouwen, kunnen we jouw input best gebruiken. Bezorg ons dus gerust jouw verhaal of idee via botsing@gezinsbond.be of via de Facebookpagina Tijdschrift BOTsing. Alvast een dikke dankjewel!

Tijdschrift BOTsing

die Keure nv (Brugge)

Publiciteit

Publicarto - T 053-82.60.80

Redactiecomité

Helga Basteleurs, Els Crassaerts, Ilse De Block, Sibille Declercq, Herwig Deconinck, Elke Depourcq, Hannah De Smet, Annelies Follaets, Lieven Goethals, Mia Pollet, Sarah Saelens, Hilde Timmermans, Ine Van Elskens, Tina Van Eyken, Sarah Van Gysegem, Alix Vermeire

Uitgever

Anneke Blanckaert

Verantwoordelijke Uitgever Bart De Cokere Troonstraat 125, 1050 Brussel

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze ook zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers


Mag ik iets vragen?

Awel en de Opvoedingslijn. Twee lichtpuntjes in lastige tijden. Awel geeft tieners met troubles een luisterend oor. De Opvoedingslijn bezorgt ouders met vragen een passend advies. Twee puike instanties dus. Ze worden geleid door twee geweldige vrouwen: Sibille Declercq en Ilse De Block. Bij elk BOTsingnummer staan Sibille en Ilse ons bij, al ontelbaar veel jaren. Met raad en daad, met ideeën en input. En dat doen ze ontzettend goed. We zetten hen samen voor een babbel (met koffie en chocolaatjes), stellen niet te veel vragen maar laten hen honderduit vertellen. Geniet van drie bladzijden heerlijk oprecht enthousiasme en pure opvoedingswijsheid!

Buikgevoel vs. onzekerheid Mag ik vragen welke ‘mag ik’ ­ vragen jullie zoal krijgen? Ilse: ‘Mag ik tegen mijn tiener van veertien zeggen dat die smartphone ‘s avonds beneden moet blijven?’ Die vraag springt meteen in mijn hoofd omdat we ze heel regelmatig horen. Veel ouders worstelen met het stellen van grenzen rond smartphones en sociale media. Sibille: En ik kan onmiddellijk JA antwoorden op die vraag. Want wij krijgen weinig oproepen van tieners die grenzen krijgen. Niet dat ze het altijd even leuk vinden, maar grenzen geven wel duidelijkheid. Betrouwbaarheid en heldere afspraken, dat zijn dingen waar pubers wel mee om kunnen: zoveel zakgeld krijg ik, op deze momenten

Door Sarah Van Gysegem

“Grenzen geven niet alleen duidelijkheid, maar ook een gevoel van veiligheid”

mag ik online, op dit uur word ik thuis verwacht … Ilse: Klopt! Ouders van vandaag willen hun kinderen niet ongelukkig zien, ze willen hen graag te vriend houden, en worden onzeker over de positie die ze moeten innemen. ‘Mag ik ‘nee’ zeggen tegen mijn zoon? Want die gaat daar echt niet blij mee zijn!’ Natuurlijk mag je grenzen stellen en nee zeggen! Grenzen geven niet alleen duidelijkheid, maar ook een gevoel van veiligheid. En oké, die tiener zal daar misschien niet altijd even content mee zijn, maar wat vind jij als ouder belangrijk? Wat zegt je buikgevoel? Durf dat te volgen! Waar komt die onzekerheid van ouders vandaan? Ilse: Onze samenleving is complexer, ruimer en rijker geworden: we krijgen meer prikkels binnen en er is ontzettend veel kennis. Heel boeiend allemaal, maar door dat grote aanbod wordt het wat minder duidelijk waar je je moet aan houden. Vroeger waren de waarden en normen heel helder, je woonde in een dorp waar iedereen elkaar kende en alle mensen min of meer op dezelfde manier leefden.

3


Sibille: We hebben ook minder tijd. In de meeste gezinnen werken beide partners buitenshuis en zitten de agenda’s propvol. Wanneer ik vroeger om vier uur thuiskwam van school, stond mijn moeder klaar met mijn boterhammetjes. Ze had tijd voor mij. (glimlacht) Nu ben ik als moeder al blij wanneer ik erin slaag om tegen zes uur achter mijn kookpotten te staan en vandaaruit een kwartier met mijn dochters te praten. Ik snap perfect dat ouders die hun tieners niet veel zien, geen zin hebben om in die schaarse tijd dan ook nog eens de strenge uit te hangen. Ilse: De weinige momenten die we met elkaar doorbrengen MOETEN nu ingevuld worden als qualitytime. Een echtscheiding versterkt dit gevoel nog: het is niet makkelijk om stevig op je strepen te staan als je je tiener maar de helft van de tijd bij jou hebt. En al zeker niet als je het gevoel hebt dat je ex en zijn of haar nieuwe partner voortdurend over je schouder meekijken. Sibille: Wij horen heel vaak jongeren die in twee gezinnen wonen. Ze vinden het soms ingewikkeld: ‘Naar wie moet ik nu luisteren? Mag mijn plusmama dingen beslissen waar mijn echte mama niet mee akkoord gaat?’ Het is niet altijd evident om elke week een andere set regels te moeten volgen. Ilse: Als er goeie afspraken zijn en als die afspraken duidelijk gemaakt worden aan de tieners, kunnen ze dat best aan. Maar voor ouders is het inderdaad een serieuze opdracht om los te laten wat er in dat andere gezin gebeurt en daar geen energie in te stoppen. Sibille: Weet je wat echt kan helpen? Probeer een verschil te maken tussen opvoedregels en huisregels. De opvoeding is de verantwoordelijkheid van de ouders, van de vader en moeder, ook al wonen die niet meer samen. Plusouders hebben daar eigenlijk niets mee te maken. Op welke leeftijd tieners een smartphone krijgen en naar welke school ze gaan: daar beslissen de echte ouders over. Maar plusouders spelen wél een rol als het over het huishouden en het samenleven gaat. Mag die smartphone mee naar boven? Moeten de schoenen uit voor je de trap opgaat? Wie maakt de vaatwasser leeg? Zulke dingen kunnen plusouders mee bepalen, want dat zijn huisregels. Uiteraard zal er regelmatig onenigheid zijn, maar ook in een kerngezin ben je het niet altijd eens. Het is niet omdat je in een gebroken gezin leeft, dat het allemaal zoveel erger is. Discussies horen nu eenmaal bij de puberteit. 4

Ilse: Bij de Opvoedingslijn merken we dat ouders het probleem inderdaad soms groter maken uit schuldgevoel om die scheiding. ‘Ik wil niet dat het liefje van mijn twaalfjarige dochter hier al blijft slapen. Is het wel oké dat ik dat verbied?’ Die twijfel is begrijpelijk hoor, een paar dagen later gaat dat meisje naar de andere ouder die er misschien een andere mening op na houdt. Wij raden dan aan: ‘Stel nu dat die andere ouder niet over je schouder meekijkt, wat zou je dan doen?’ Ouders weer wat op zichzelf en op hun buikgevoel leren vertrouwen, is een groot stuk van onze opdracht.

“Als ouder moet je voldoen aan de drie B’s: Betrouwbaar, Betrokken en Beschikbaar”

BBB Het toponderwerp bij Awel: de ouder­kindrelatie. Vooral de vraag ‘Hoe praat ik met mijn ouders?’ blijkt heel vaak terug te komen. Oeps, schieten we als ouders dan tekort wat betreft het babbelen met onze pubers? Sibille: Tieners zijn van nature nogal onzeker, en vaak onterecht bang om iets aan te kaarten bij hun ouders. Door de puberteit en het typische zwart-witdenken dat daar komt bij kijken, schatten ze de reactie van hun ouders veel te zwaar in. Want veel ouders wíllen heus wel praten met hun pubers! Voor jongeren komt het erop aan dat hun ma of pa voldoet aan de drie B’s: Betrouwbaar, Betrokken en Beschikbaar. En die beschikbaarheid, daar durft het nogal eens wringen. Vaak dénk je wel dat je luistert, maar in je hoofd ben je nog met tien andere dingen bezig. Het klinkt intussen als een gigantisch cliché, maar écht tijd


maken, écht luisteren, daar schiet het vaak bij in. Ilse: ‘Probeer om eerst goed en rustig te luisteren’, geven wij altijd als tip aan ouders. Want vanuit je bezorgdheid begin je misschien automatisch wat te preken en te dicteren wat je pubers beter wel en niet zouden doen. Daar heb ik mezelf ook vaak schuldig aan gemaakt. Vroeger werkte dat misschien, toen zegden ouders: ‘Kijk. Zo moet je het doen en daarmee uit.’ Nu pakt dat niet meer, onze jongeren zijn veel mondiger geworden. Sibille: Ze worden gehoord en hebben nu ook een andere positie in de maatschappij. Maar wat nog altijd hetzelfde is als vroeger: het feit dat pubers gaan experimenteren, dat ze af en toe wel eens tegen de lamp zullen lopen en dat jij als ouder intussen hun veilige haven bent. Ook al maken ze fouten, thuis blijven ze altijd welkom. Ilse: Voilà. Fouten mogen maken: héél belangrijk! Ook voor ouders, trouwens! We leven in een prestatiemaatschappij: mensen streven perfectie na en willen op alle vlakken zo goed mogelijk presteren. Dus ook op het vlak van opvoeding. En ja, als ouder kun je héél veel doen, maar het is een grote misvatting dat je alles kunt voorkomen. Zowel jij als je pubers zullen fouten maken, dat hoort bij het leven. Aanvaard dat gewoon. Opvoeden is nu eenmaal voortdurend zoeken naar evenwicht. En als je het gevonden hebt, moet je het jaar daarop misschien weer een nieuw evenwicht zoeken want je kind en de omstandigheden veranderen

voortdurend. En ook jijzelf! Vraag gerust aandacht voor jezelf als ouder. Want ook dát is opvoeding: je leert je tieners samenleven met anderen, en in de eerste plaats met jou. Kleine irritante kantjes inbegrepen. (lacht) Zet jezelf dus niet altijd opzij voor je kroost maar zeg ook eens: ‘Nee, het past nu niet dat je hier vrienden ontvangt, ik wou vanavond eens op mijn gemak tv kijken.’

“Het pesten is nog nooit zo erg geweest als nu” ‘Ik maak het uit’ Ilse vertelde eerder dat heel wat ouders worstelen met het stellen van grenzen in verband met smart­ phones. Zijn de vragen die Awel krijgt fel veranderd sinds de op­ komst van sociale media? Sibille: De grote thema’s zijn nog dezelfde als dertig jaar geleden, met het verschil dat sociale media daar nu compleet in vervlochten zitten. Tieners gebruiken sociale media voor álles en sturen via die weg dus ook boodschappen die je eigenlijk beter in een gewoon gesprek overbrengt. ‘Ik maak het uit’, bijvoorbeeld. Onze vrijwilligers moeten soms echt morele richtlijnen meegeven aan jongeren: ‘Een relatie stopzetten via sms en dan verder geen uitleg willen geven, dat doe je niet. Over zulke dingen

moet je face to face babbelen.’ Ik zie zeker het positieve aspect van sociale media, want ze zorgen voor nabijheid en maken moeilijke thema’s bespreekbaar. Via de chat durven tieners bijvoorbeeld vertellen dat ze met zelfmoordgedachten zitten of dat ze zichzelf verwonden. Maar aan de andere kant merk ik dat we bij Awel moeten inzetten op bepaalde sociale vaardigheden, op écht praten met elkaar. Het pesten is nog nooit zo erg geweest als nu. Sinds het ook online gebeurt, komt het dubbel zo hard binnen. Vlieg als veertienjarige maar eens als enige uit de chatgroep van de klas. Iets ergers bestaat er niet. Maar ouders beseffen dat niet omdat het meestal onzichtbaar blijft. Hun tieners komen niet met een blauw oog of een kapotte boekentas thuis. Daarom is mediawijsheid zo belangrijk. Wanneer kan iemand zich gekwetst voelen? Hoe anders komt iets over wanneer je het zwart op wit ziet staan? Waarom worden woorden soms fout geïnterpreteerd? Dat zijn dingen die je als ouder aan je tieners kunt leren. Ilse: Besef ook dat je een voorbeeld bent voor je tieners. Eerst online luidkeels van je oren zitten maken en een hoop verwijten de wereld insturen, maar dan wel je puberzoon straffen omdat hij brutaal is? Logisch is dat niet. Het draait uiteindelijk allemaal om omgangsregels. Ook al gebeurt het online, je gaat nog altijd met ménsen om. Voor de rest is het ook aan ouders om ervoor te zorgen dat het allemaal wat leefbaar blijft en dat hun tieners ook nog aan andere dingen toekomen, los van die smartphone. Maar ook daarbij geldt: LUISTER eerst eens naar je tieners voordat je grenzen gaat stellen. Praat erover. Bij oudere tieners zie je vaak dat ze zichzelf gaan begrenzen: ze merken dat die smartphone hen afleidt tijdens het studeren, dus nemen ze hem tijdens de blok gewoon niet mee naar hun kamer. Tieners zijn soms wijzer dan je denkt, onderschat hen niet! Dat zullen ze graag horen! En wij knopen het in onze oren. C

5


Foto’s: © Kristof Ghyselinck

Mag ik met de fiets naar school? Je kroost die met de fiets naar school vertrekt. Jij die je hart vasthoudt. Als hen maar niets overkomt. Op donkere winterdagen ben je dubbel zo bezorgd. ‘Voorzichtig hé!’ Zet je helm op! Doe je fluohesje aan!’ Maar die boodschap dringt zelden door tot een puberbrein. Op het College Hagelstein in Sint-Katelijne-Waver delen ze die bezorgdheid. Want ze zien hun leerlingen graag. Letterlijk en figuurlijk. Dus sparen ze kosten noch moeite om die tieners te overtuigen voortaan veilig én fluorescerend de baan op te gaan. Door Sarah Saelens en Sarah Van Gysegem

Wij zien onze leerlingen graag!

Ingeborg (directeur communicatie): We zoeken echt naar het ultieme middel om AL onze leerlingen te overhalen om een fietshelm en iets van fluo te dragen. Tot nu toe is dat nog niet gelukt. We boeken wel wat resultaat, maar we zijn er nog lang niet. 6

Leen (werkgroep Veilig Verkeer): In het eerste jaar secundair krijgt elke leerling een fluo boekentas-hoes cadeau van de ouderraad. Tieners vinden dat toch al iets cooler dan zo’n hesje. Ingeborg: Onze eerste- en tweedejaars

maken volop gebruik van die hoes, maar in de volgende jaren neemt het enthousiasme af … tot het uiteindelijk helemaal weg is. Bij de leerlingen uit het vijfde en zesde dragen alleen een paar enkelingen nog iets van fluo. En de helm vinden ze sowieso not done. Dat verschil in enthousiasme merken we ook bij onze fluo-actie tussen de herfst- en krokusvakantie. De oudste leerlingen zijn nauwelijks of niet te motiveren, ook al werken we nu met beloningen op onverwachte momenten. Een ontbijtkoek, een lotje om kans te maken op filmtickets, een gadget … Leen: Zelfs de gratis maaltijd met frietjes maakt op de laatstejaarsstudenten geen indruk! Toch laten we het niet los: we blijven hen aansporen, organiseren sessies over veilig verkeer en zoeken naar nieuwe manieren om hen over de streep te trekken. Wat we nog in onze mouw hebben zitten en misschien goed zou kunnen werken, is een bonuspunt om in te zetten bij een toets naar keuze. Wordt dus zeker vervolgd!


Niet dat we het niet geloven, maar bij BOTsing zien we het graag met onze eigen ogen. Dus vatten we op een winterse woensdagochtend post aan de schoolpoort van het Hagelsteincollege. We beginnen aan de voorkant van de school, waar de jongste leerlingen aankomen. En jawel, het is overwegend fluorescerend jong volk dat ons tegemoet komt gefietst. Zo zien we ze graag! Paulien (12): Ik draag altijd een fluohesje en ik hang ook extra lichtjes aan mijn rugzak. En als het echt glad ligt, draag ik een helm. Waarom niet elke dag? Euh, ik weet niet, ik kan niet meteen een uitvlucht bedenken.

Willem (13): Die fluohoes over mijn boekentas: geen probleem! Maar een helm … pfft! Mijn haar ligt dan meteen slecht. Ik draag dat ding dus vooral omdat het moet van mijn mama, ze vindt het veiliger. En ik begrijp haar wel, hoor! Als ouder wil je natuurlijk niet dat je kind iets overkomt.

Kaylie (12): Ik kies er zelf voor om een helm en een hesje te dragen. Heel bewust zelfs. Mijn broer heeft een tijdje geleden een ongeluk gehad en zonder helm had hij het niet overleefd. Lena (12): Ik doe het toch vooral omdat het moet van mama. Lien (12): Momenteel draag ik enkel een fluohesje. Vroeger moest ik ook een helm dragen, maar dat doe ik nu niet meer. Ik vergeet altijd waar ik dat ding gelegd heb, en ‘s morgens heb ik gewoon geen tijd om te zoeken.

Lana (12): Ik zou dit ook dragen mocht ik geen beloning krijgen, want het is gewoon veiliger om goed zichtbaar te zijn in het verkeer. Maar dat ik vandaag kans maak op een filmticket, is wel supertof!

Kiandro (12): Ik vind het heel belangrijk om op te vallen in het verkeer, want in de donkere maanden loop je veel kans om aangereden te worden. Het feit dat we er iets mee kunnen winnen, stimuleert me niet. Ik draag het echt voor de veiligheid. Of ik dat ook nog zal dragen op mijn vijftien? Ik denk het niet. Als ik wat ouder ben, ga ik toch vooral cool willen zijn.

Fran (12): Ik draag geen hesje, maar er hangt wel zo’n fluo dingetje aan mijn stuur. En ik heb elke dag mijn helm op. Omdat ik moet van mijn mama. Ze heeft gezegd dat ik anders niet meer met de fiets naar school mag. Dan gaat ze mij voeren en heel gênant doen in de buurt van de schoolpoort. En dat wil ik echt vermijden.

Sam (15): Goed hé, deze actie! Mijn mama is vorig jaar aangereden door een auto en heeft toen een letsel opgelopen aan haar hoofd. Sindsdien moet niemand mij nog aansporen om een helm en een fluohesje te dragen. Ik doe dat spontaan. 7


We verplaatsen ons werkterrein naar de achterkant van de school, waar de oudere leerlingen toekomen. Heuse schatjes, heel beleefd, maar de meesten zijn zwaar gebuisd op zichtbaarheid. Bij het zoeken naar uitvluchten halen ze wél hoge scores: een dikke tien voor creativiteit!

Siebe (16): Ik weet dat ik een fluohesje moet aandoen, iederéén weet dat. Maar als je zestien bent, is dat sociaal niet echt aanvaard. Je valt uit de toon als je het toch doet. Mocht iedereen consequent zo’n hesje dragen, dan zou ik er geen probleem mee hebben. Best confronterend dat je mij daarover aanspreekt: tot vorig jaar droeg ik wél nog fluo en heb ik hier zelfs nog geholpen om bonnetjes uit te delen.

Jochem (17): Ik draag niets om extra op te vallen in het verkeer. Waarom niet? Goeie vraag! (denkt lang na) Geef toe, echt mooi ziet dat er niet uit, toch? Van mama moet ik een hesje dragen, maar dan zeg ik ‘nee’ en vertrek ik gewoon. Mijn zus draagt het wel, omdat ze graag iets wint met de fluo-actie van de school.

Xander (16): Normaal draag ik echt wel een fluohesje, maar ik ben het vandaag toevallig vergeten. Nu ja, dat gebeurt af en toe wel eens. Meestal vertrek ik wat te nipt om dat allemaal nog bijeen te zoeken. En ik wil liever niet te laat komen op school.

Lisa (17): Ik vind het niet donker genoeg om iets van fluo aan te trekken. Vorig jaar droeg ik wel nog een fluohesje, maar het werd gepikt. Ik heb geen zin om een nieuw hesje te kopen en dat opnieuw te laten stelen. Een helm? Dat is volgens mij echt niet meer van deze tijd. NIEMAND draagt dat nog!

8

Sofie (16): Mijn fluohesje zit in mijn fietstas. Ik heb het niet aan omdat ik me deze ochtend veel te hard moest haasten. Er was gewoon geen tijd voor. Een helm draag ik sowieso niet, omdat ik niet graag iets op mijn hoofd heb. Ook geen muts of zo. Jessie (15): Ik ben mijn hesje kwijt. Niet dat ik dat erg vind! (lacht) Thuis doen ze daar ook niet moeilijk over. Zo’n fluo-actie op school helpt misschien een beetje, maar ik denk niet dat iets of iemand me zou kunnen overtuigen om altijd een helm en een hesje te dragen.

Dahlia (18): Soms draag ik een hesje, maar vandaag niet omdat ik al zo slechtgezind was omdat ik er door de regen niet goed zou uitzien. Met zo’n stom hesje zou ik er nóg slechter uitzien. Ik heb nog een helm van vroeger maar ik zet die nooit meer op. Wat me zou kunnen overtuigen? Een designhelm van een toffe ontwerper misschien …


Haal het maximum uit je lidmaatschap! www.gezinsbond.be/ledenvoordelen

Ontdek de vernieuwde website • al jouw voordelen thematisch gegroepeerd • zoekfunctie voor alle kortingen bij jou in de buurt • speciale acties extra in de kijker Surf snel naar www.gezinsbond.be/ledenvoordelen en registreer je voor de exclusieve nieuwsbrief. Je ontvangt dan alle voordelen én kortingen op uitstapjes, activiteiten of aankopen rechtstreeks in je mailbox.

9


Foto’s: © Kristof Ghyselinck

‘Mag ik eens heel eerlijk zijn?’ Kaat Schaubroek over scheidingen

10


Een heerlijk eerlijk gesprek. Zo kunnen we onze boeiende babbel met journaliste Kaat Schaubroeck best samenvatten. Kaat is het een beetje beu, de manier waarop tegenwoordig over scheidingen gepraat en bericht wordt. ‘Mensen die scheiden zijn echt het los­lopend wild van onze maatschappij. En dat moet maar eens gedaan zijn.’

worstelen. Met die ex, met die nieuwe situatie, met het feit dat ze de kinderen plots minder vaak zien, met het feit dat ze iets gedaan hebben wat ze niet van plan waren … Conflicten en verdriet horen bij een echtscheiding. Punt uit.

Door Sarah Van Gysegem

Achter een muurtje

Gelukkig (en liefst stralend) Gescheiden Met haar boek ‘Gelukkig Gescheiden’ wil Kaat de scheidende medemens helpen om de pijn te verwerken en het conflict te vermijden. Geen evidente opdracht, maar dankzij de hulp van een aantal uitstekende experts én dankzij Kaats verfrissen­ de stijl, helder en nuchter maar tegelijk luchtig, slaagde ze met vlag en wimpel. Kaat: Ik wou vooral een heel duidelijk boek schrijven, weg van de therapeuten­taal. Want als je kwaad of verdrietig bent, heb je de energie niet om je doorheen moeilijke literatuur te worstelen. Je vertelde me eerder hoe belang­ rijk je het vindt om een realistisch beeld op te hangen van echt­ scheidingen. Kaat: Klopt! Als je vandaag ergens een verhaal over een echtscheiding leest, is het ofwel een relaas propvol drama, ofwel krijg je het ideaalbeeld voorgeschoteld van het koppel uit de middenklasse dat erin geslaagd is om alles mooi en fijn te regelen. Een vader en moeder die het ondanks hun scheiding nog goed kunnen vinden, regelmatig overleggen en samen met de kinderen perfect hun draai vinden in het verblijfsco-ouderschap. De Vitelma-reclame van de scheidingen eigenlijk, ze lopen nog net niet met een hond door de weide, breed glimlachend en stralend gescheiden. En af en toe drinken ze samen een glas wijn onder de olijfboom. (lacht) Maar de realiteit is anders? Kaat: Zeventig procent van de gescheiden ouders praat nauwelijks met elkaar, ze zitten hooguit een paar keer per jaar aan tafel om het over de kinderen te hebben. Gaan we die mensen allemaal verketteren of stigmatiseren? Nee toch? Dit is nu eenmaal wat er gebeurt in werkelijkheid, en het is niet gezegd dat dit sowieso slecht is voor de kinderen. Nog een tweede realiteit die we vaak

negeren: het feit dat heel wat plus­ ouders een fijne band opbouwen met hun pluskinderen en een belangrijke rol spelen in het leven van die kinderen. Tot zover het cliché van de boze feeks die de kinderen in het bos achterlaat met wat kruimels. We zitten dus met twee dingen die niet gezien worden omdat we vasthouden aan het beeld van de ideale scheiding. En dát is wat ik met dit boek wou meegeven: er zijn nog heel wat andere manieren om ‘goed’ te scheiden.

Het beest ‘Als je wil scheiden, ga dan in godsnaam aan tafel zitten en praat het uit als volwassen mensen. In het belang van je kinderen.’ Het is een bood­ schap die heel wat ex-koppels te slikken krijgen. Kaat: Alsof ouders die daar niet in slagen, hun kinderen niet graag zien. Tuurlijk wel, maar praten lukt soms gewoonweg niet. Hoe komt dat mensen die jaren een koppel waren, er niet in slagen om met elkaar te praten? Kaat: In het begin zit je allebei volop in een rouwproces, je moet afscheid nemen van je leven zoals het was. Niemand stapt in een relatie en krijgt kinderen met het idee: ‘We zien wel wat het geeft, als binnen een paar jaar blijkt dat het niet werkt, kunnen we nog altijd scheiden.’ We hebben veel te lang onderschat wat dit rouwproces doet met mensen. Je kunt het vergelijken met een beest dat in jou zit, een beest dat kwaad is, ontgoocheld en gekwetst, en dat begint te razen wanneer je die ex onder ogen krijgt. Maar als je kinderen hebt, kun je niet zeggen: ‘Ik ben weg en ik ga je nu een jaar ontwijken tot ik je kop weer kan zien, tot ik er weer mee kan leven dat je voor mijn deur staat of door mijn straat loopt.’ Nee, je moet onmiddellijk alles beginnen te regelen, daar kun je niet onderuit. Ik vind dat we ouders moeten vertellen dat het doodnormaal is dat ze daarmee

De meeste koppels kunnen na twee of drie jaar wel weer samen door een deur, ook al is het wat wringen. Maar er is ook een groep bij wie de conflicten blijven duren. Voor hen werd dat lelijke woord ‘vechtschei­ ding’ bedacht. Kaat: De cijfers variëren: bij tien tot twintig procent van de scheidingen zou het conflict na twee à drie jaar nog in alle hevigheid woeden. Stel dat het ‘maar’ tien procent is: dat zijn nog altijd een heleboel mensen die er niet uit geraken! Mensen die hun leven moeten doorbrengen in een wereld van advocaten en van procedures die telkens opnieuw opgestart worden. En niemand snelt hen te hulp, het enige antwoord dat ze krijgen is het voorbeeld van de Vitelma-scheiding. Is er iets wat mensen in een vecht­ scheiding kan helpen? Kaat: Als twee mensen niet meer in staat zijn om te communiceren zonder dat het meteen escaleert naar de grofste verwijten, als de ene het ouderschap van de andere niet meer kan verdragen, moeten we tegen ouders kunnen zeggen: ‘Voor jou is het momenteel beter dat je niet meer met je ex communiceert. Neem afstand. Jij probeert in jouw week een zo goed mogelijke ouder te zijn, je aanvaardt dat je kind om de week achter een muurtje verdwijnt en dat je ex dan op zijn beurt probeert om een zo goed mogelijke ouder te zijn.’ Op termijn kunnen die mensen in dat muurtje misschien een raampje zagen. En ooit kan het muurtje misschien weer weg. Voor veel mensen helpt het ook als ze de weg vinden naar hulp en begeleiding - het liefst zo snel mogelijk, voor alles escaleert. Alleen blijkt dat er wel veel hulp is, maar dat mensen vaak de weg niet vinden, of van het kastje naar de muur gestuurd worden.

11


Supporters & hooligans De omgeving van een scheidend koppel speelt een bijzonder belang­ rijke rol. Familie en vrienden kunnen steun geven, maar ze zorgen er soms ook voor dat een conflict nog escaleert … Kaat: Mijn ultieme tip voor de familie en vrienden van een scheidend koppel: probeer die mensen keihard te steunen, maar ga niet mee in het conflict. Pas op, ik snap bepaalde reacties wel. Je wil een goeie vriend of vriendin zijn, dus je zegt: ‘Je hebt gelijk! Dat was echt een smeerlap, ik heb het altijd al geweten. Zie maar dat je je niet laat doen!’ Ook ouders reageren dikwijls zo, zeker als er eigendommen mee gemoeid zijn. ‘Die grond was wel van ons he!’ Ik raad echt aan om dat niet te doen. Word geen hooligan, maar blijf een supporter. Je bewijst niemand een dienst door olie op het vuur te gooien en het conflict te doen escaleren. Wanneer de ex-partners bevestigd worden in het idee dat ze verkeerd behandeld worden, krijg je echt twee kanten en kampen, en op den duur durven ze dat kamp niet meer verlaten omdat ze loyaal willen zijn aan hun achterban. Er zijn natuurlijk ook mensen die een heel mooie rol kunnen spelen bij een echtscheiding. Zeker de grootouders. Die zijn vaak goud waard voor hun kleinkinderen, gewoon doordat ze er zijn. Want hoe je het ook draait of keert, een scheiding is niet niks voor kinderen, ook zij moeten door een rouwproces van twee à drie jaar. Als ze in tussentijd bij hun grootouders terechtkunnen, als ze hun hart mogen luchten en af en toe op hen mogen leunen … dat helpt kinderen er echt door.

Co­ouderschap & schuld­ gevoel ‘En wat doen we met de kinderen?’ Bij een scheiding wordt verblijfs­ co­ouderschap vaak als ideale oplossing naar voor geschoven. Kaat: Als de twee ex-partners overeenkomen, nog kunnen praten en niet te ver uit elkaar wonen, kan co-ouderschap inderdaad ideaal zijn. Maar zie je, er hangen meteen al voorwaarden aan vast. Veel ouders denken dat ze verblijfsco-ouderschap móeten vragen, dat ze anders geen goeie ouders zijn. Maar voor mensen die bijvoorbeeld elke dag tot ‘s avonds laat moeten werken of vaak in het buitenland verblijven, is het allesbehalve handig. Intussen krijgen ze 12

wel constant te horen dat verblijfsco-ouderschap de beste oplossing is en gaan ze zich schuldig voelen. Dat deden ze sowieso al omdat ze niet voldoen aan het beeld van het perfecte gezin dat iedereen nog altijd nastreeft. Maar daarnaast worden ze ook nog eens regelmatig beschuldigd van slecht ouderschap. ‘Kunnen ze in het belang van hun kinderen niet wat beter hun best doen?’ Echt waar, gescheiden ouders zijn het loslopend wild van onze samenleving, samen met de tieners. Die twee groepen worden heel dikwijls geviseerd. Uit puur emotioneel standpunt zou ik verblijfsco­ouderschap ook als ideaal voorstellen. Elke ouder wil zijn kinderen toch zo veel mogelijk bij zich hebben? Kaat: Voor ouders is het inderdaad enorm pijnlijk om je kinderen weinig te zien, en voor die kinderen in het begin ook. Maar je kunt ook een goeie ouder zijn als de kinderen NIET de helft van de tijd bij jou zijn. Het komt erop aan om te focussen op de ‘best mogelijke’ oplossing. Want perfect zal het nooit zijn. Het is misschien niet ideaal als je je kinderen op veertien dagen maar vijf dagen ziet, maar als het op die manier leefbaar is voor alle partijen, kan het een goeie oplossing zijn. Ik denk dat we dringend moeten leren om op een soepele en milde manier naar die dingen te kijken. Wanneer gekozen wordt voor een andere verblijfsregeling, heeft dat trouwens heel vaak te maken met louter praktische redenen. Kinderen die dichter bij hun vrienden, school of sportclub willen wonen, bijvoorbeeld. Zeven kilometer is voor iemand zonder rijbewijs al heel ver hé. Daarom is het ook zo belangrijk dat je als ouder goed luistert naar wat je kinderen te zeggen hebben en niet meteen denkt: ‘Ah kijk! Ze willen meer bij mama hun zijn, ze zal hen weer opgestookt hebben!’ Je zal bij een regeling nooit aan al de wensen van je kinderen kunnen voldoen, en ook daar hoef je je niet schuldig om te voelen. Ik pleit zeker niet voor de ouder die zich helemaal wegcijfert. Zorg dat je zelf ook op adem komt, anders kun je er niet zijn voor je kinderen.

Scheiden met pubers in huis Als de kinderen nog jong zijn? Wanneer ze in de lagere school zitten? Zodra ze op eigen benen staan? Volgens Kaat is er eigenlijk nooit een ‘goed’ moment om te scheiden. Kaat: Voor kinderen blijft het altijd hard om hun ouders, die een eenheid waren, uit elkaar te zien gaan. Tegelijk denk ik ook dat het een opluchting kan zijn, zeker wanneer die ouders veel ruzie maken. Mijn pleidooi is: niemand moet zich verplicht voelen om de rit uit te zitten. ‘Samenblijven voor de kinderen’ is geen goed idee. Kinderen kunnen heel veel hebben, maar het wisselen van huis blijven ze vaak lastig vinden. Niet zozeer omdat ze zich altijd aan nieuwe regels moeten aanpassen maar gewoon omdat het moeilijk is om altijd afscheid te nemen. Is het extra lastig als je kinderen in de puberteit zitten? Kaat: Pubers willen eigenlijk niet bezig zijn met hun ouders, die willen bezig zijn met zichzelf en met hun vrienden. Wanneer er thuis gedoe is, werkt dat serieus op hun zenuwen. De kans is groot dat een tiener op een bepaald moment zegt: ‘Ik ben het beu om altijd mijn valies te moeten pakken!’ Als ouder moet je daar oren naar hebben en er met je pubers een volwassen gesprek over voeren. ‘Hoe gaan we dit regelen om het voor iedereen zo vlot mogelijk te laten verlopen?’

Wees wat lief alsjeblief Of er nog iets is wat onze lezers zeker moeten weten. Dat is de vraag die ik elke keer stel op het einde van een interview. En ja, Kaat wil nog iets kwijt. Kaat: Ik pleit voor meer mildheid ten opzichte van mensen die scheiden. ‘Pfff. Alsof het ergens anders beter is. Vroeger bleven mensen gewoon bij elkaar’, zeggen ouderen wel eens. En dat klopt: tot en met de jaren zeventig was scheiden gewoonweg not done. Het huwelijk draaide vooral om stabiliteit, veiligheid en financiële zekerheid. Dat was het maatschappelijk ideaal. Vandaag verwachten we meer van een relatie, we willen ook liefde en een springplank om onszelf te kunnen ontplooien. Maar als iemand beweert dat koppels vandaag te snel en te makkelijk uit elkaar gaan, word ik lastig.


Een scheiding is ALTIJD verdriet, pijn en conflict. Zowel voor jezelf, voor je ex als voor je kinderen. Niemand zoekt zulke dingen met plezier op. En toch hoor je uitspraken als: ‘Zo is het makkelijk hé, ze zitten dan een week zonder kinderen en ze kunnen zich amuseren met hun nieuw lief!’ Wel, ik ken ze niet, die ouders die feestend door het leven gaan wanneer ze scheiden. Ik ken wél ouders die hun eigen goeie reden hebben om weg te gaan van hun partner. Je weet als buitenstaander nooit helemaal wat er écht speelt, dus hou je commentaar liever voor jezelf. Het is een fabeltje dat mensen tegenwoordig voor het minste uit elkaar gaan. Net zoals het een fabeltje is dat we intussen open-minded naar scheidingen kijken. Dat is niet zo. We denken nog altijd in modelletjes: op deze manier hoor je te scheiden, en niet anders. Maar er IS geen pasklaar model of een altijd werkend recept. Het zou makkelijk zijn als je kon zeggen: ‘Neem deze ingrediënten en het komt allemaal in orde met je scheiding.’ Zoals bij een cake. Nee, zo werkt het niet. Want soms is er gewoon geen bloem meer. Dus wat ik heel graag wil meegeven aan mensen die scheiden: ik snap dat je pijn hebt, het is doodnormaal dat je nu afziet. En aan de omstaanders: laat die mensen hun verhaal eens doen. En wees een beetje lief alsjeblief.

De Gezinsbond is er voor jou. • De Gezinsbond is voorstander van het Ouderschapsplan, je leest er meer over op www.gezinsbond.be/ouderschapsplan. Ook op ons online platform www.goedgezind.be vind je heel wat artikels over scheiding en ouderschap. • Als lid van de Gezinsbond heb je recht op gratis sociaal en juridisch advies. Je kan ons bereiken via tel. 02-507.88.66 of sjd@gezinsbond.be. Vermeld altijd je naam, adres en lidnummer. Wie lid is, krijgt bovendien ook korting bij Pareto, ook wel bekend als de scheidingsconsulenten. Meer info op www.gezinsbond.be/ ledenvoordelen/bemiddeling en www.scheidingsconsulenten.be.

Kaat Schaubroeck, Gelukkig Gescheiden, Manteau 13


Bekende moeder

Barbara Dex

14

Foto’s: © Kristof Ghyselinck


‘Kleine kindjes, kleine zorgen. Grote kinderen, grote zorgen. Die spreuk klopt als een bus! Weet je wanneer het pas echt moeilijk wordt? Zodra ze een smartphone hebben. Dan moet je constant grenzen stellen.’ Grenswachter van dienst: zangeres Barbara Dex. Ook al vindt ze opvoeden niet evident en rollen Wout (17) en Kobe (14) regelmatig met hun ogen, toch zou ze hen het liefst van al lekker dichtbij houden. Door Sarah Saelens Barbara Dex als tiener, dat was vooral … Uitgaan en van het leven genieten! Anderen hoor ik soms klagen over hun puberteit, maar ik vond het een geweldige tijd. Het leven was één groot feest en kattenkwaad uithalen hoorde daarbij. Ik ging graag naar school, maar vooral omdat ik er kon kletsen met mijn vrienden en vriendinnen. Studeren? Dat was bijzaak. In het vijfde en zesde middelbaar heb ik zelfs een paar keer gespijbeld. Tijdens het weekend wilde ik alleen maar uitgaan en plezier maken. Op dat vlak heb ik het mijn ouders niet gemakkelijk gemaakt. Als ik niet naar een fuif mocht, deed ik het meestal toch achter hun rug. Anders zou ik misschien een legendarische avond missen, stel je voor! Mijn zus en ik sliepen op dezelfde kamer en als ik ‘s nachts stiekem wou ontsnappen, schakelde ik haar in. Kortom, ik was niet de meest voorbeeldige dochter. Kreeg je dan een strenge opvoeding? Streng is een groot woord. Als tiener vond ik mijn ouders uiteraard véél te streng, maar nu heb ik het gevoel dat ik eigenlijk erg correct werd opgevoed. Mijn ouders gaven ons duidelijke grenzen en de nodige structuur. Als ik werd betrapt tijdens een van mijn fameuze ontsnappingspogingen, kreeg ik daar uitvoerig straf voor. Huisarrest meestal. Wat mij vooral is bijgebleven? Dat mijn ouders bijzonder veel belang hechtten aan babbelen met elkaar. Als wij ergens mee zaten of het moeilijk hadden, motiveerden ze ons om daarover te praten. Hoe druk ze ‘t ook hadden, voor een goed gesprek werd altijd tijd gemaakt. Hecht je daar zelf als moeder evenveel belang aan? Ik hoop uit de grond van mijn hart dat

de hechte band tussen mij en mijn zonen blijft bestaan. Dat ze weten dat ze altijd bij mij terechtkunnen, ook als het over liefjes gaat en zo. Mijn hart zou breken, mocht ik via iemand anders ontdekken dat ze ergens mee worstelen. Ik besef dat het niet evident is, zeker met puberjongens, maar ik heb het gevoel dat ze me toch in vertrouwen nemen. Duimen maar dat het zo blijft.

F.C. De Kampioenen Kun je opvoeden vandaag nog vergelijken met vroeger? Er is veel veranderd, hè? Het valt me vooral op dat tieners tegenwoordig zo snel volwassen lijken. Terwijl ik op mijn dertiende nog met barbiepoppen speelde, zie ik tienermeisjes nu volledig opgetut rondhangen aan het station. Ze maken selfies en delen die massaal op Instagram en Snapchat. Dat is natuurlijk een groot verschil met vroeger: de opkomst en populariteit van smartphones en sociale media. Ik maak me daar zorgen om, want tieners zijn nog zo kwetsbaar als ze voor het eerst inloggen op Facebook of wat dan ook. Die enorme focus op hun uiterlijk, dat kan toch niet gezond zijn? Worstelen jullie thuis met die nieuwe media? Mijn taak als moeder is alleszins een pak lastiger geworden sinds mijn zonen een smartphone hebben. Ineens moet je echt gaan begrenzen: ‘Nee, nu niet! Leg die gsm weg.’ We proberen het dus een beetje te beperken en in de gaten te houden. Als ze iets posten dat niet oké is, spreek ik hen daarop aan: ‘Die foto is waarschijnlijk cool voor je maten, maar moeten tante Lie en nonkel Tom die ook zien?’ En als ze een nieuwe game willen kopen of downloaden, moeten ze dat altijd eerst bij ons checken. Aan tafel blijven die moderne snufjes sowieso weg. Meestal, want het gebeurt dat we tijdens het eten met z’n allen naar een aflevering van F.C. De Kampioenen kijken. Plezant natuurlijk, maar het geeft toch een andere beleving dan vroeger, toen er minder toestellen waren. Daarom zeg ik nu af en toe: ‘Kom, vandaag gaan we gewoon praten. Hoe gaat het op school? Alles oké met je vrienden?’ Hoe zit het met de puberteit bij jullie thuis? Wout wordt binnenkort achttien en ik merk regelmatig dat we niet meer op dezelfde golflengte zitten qua mening.

Op een bepaalde manier is dat natuurlijk boeiend, maar voorlopig maakt dat vooral dat hij constant met zijn ogen draait: ‘Mama, wat zeg jij nu?’ Voor de rest kan ik eigenlijk niet klagen. Het grootste discussiepunt momenteel: gamen. Het is geweldig moeilijk om hen van de PlayStation en aan hun schoolboeken te krijgen. Je kunt het eens verbieden, maar de volgende dag staan ze daar weer met dezelfde vraag. Hoewel we al van alles probeerden, hebben we tot nu toe nog geen aanpak gevonden die werkt. Volledig verbieden vind ik geen goed idee, want ze groeien ermee op en moeten er dus mee leren omgaan. Vooral tijdens de examens wordt het gamen serieus aan banden gelegd.

Chips! Is er iets wat je beter zou kunnen doen als mama? Veel! (lacht) Ik vind het fantastisch om moeder te zijn, mijn zonen zijn het belangrijkste in mijn leven, maar het is ook een zeer grote verantwoordelijkheid. Het is zeker niet evident. Consequent blijven bijvoorbeeld, hoe doe je dat? Daar is hun vader veel beter in dan ik. Als ik ‘nee’ zeg, kunnen ze me vaak toch nog overtuigen en dat hebben Wout en Kobe intussen door. En al zijn ze het zo gewend, soms krijg ik helaas het gevoel dat ik er niet genoeg ben voor hen. Ik ben uiteraard niet de enige moeder met een drukke job, maar ik moet vaak optreden op momenten dat andere ouders gewoon thuis zijn. Dat knaagt. De jongste zegt wel eens: ‘Ben je nu weer weg?’ Terwijl de oudste daar geen graten in ziet: ‘Doe maar! Have fun! Haal zoveel mogelijk uit het leven.’ Op dat vlak lijkt hij heel erg op mij. Confronterend, hoor! Waar hou je je hart voor vast? Alcohol sowieso. ‘Voordrinken’ is een heel grote trend. En dat doen tieners niet met mazout of Kriek zoals wij, maar met sterke drank. Als ze vertrekken naar een fuif hebben ze meestal al flink wat op. De oudste had op dat vlak al een paar onaangename ervaringen, maar heeft daardoor wel zijn lesje geleerd. Ook omdat wij daar toen met hem over gebabbeld hebben en duidelijke afspraken hebben gemaakt. Niet dat hij geen pintje meer mag drinken, want ik weet dat je zoiets niet kunt verbieden. We hebben het vooral gehad over het effect van alcohol op de veiligheid in het verkeer. Want dronken op de fiets kruipen is nooit een goed idee. 15


Ben je nog mee met wat leeft bij de jeugd? Ik weet dat Wout en Kobe mij een hippe moeder vinden en ik dacht dat ik goed kon volgen, maar van Snapchat en zo ken ik helemaal niks. En al zeker niet van hun on- en offline taalgebruik, want daar krijg ik af en toe de kriebels van. Als ik jongeren onderling hoor praten, wordt er soms meer gevloekt dan wat anders. Van mij mogen ze thuis niet vloeken en daarom zeggen ze nu altijd ‘chips’ in plaats van ‘shit’. Super creatief! (lacht) Ook hun muziekkeuze kan ik totáál niet volgen. De hits die ze op de radio spelen en tijdens het uitgaan … voor mij is dat geen muziek.

Op kot Wat vind je momenteel de aller­ grootste uitdaging? Zonder twijfel: loslaten. Als ze na een nachtje uit bij hun vrienden blijven slapen, krijg ik het al moeilijk. Wout studeert dit jaar af en gaat dan naar het hoger onderwijs … weer een stap verder! Een stap die je als moeder enkel passief kunt ondergaan. Blijft hij in de buurt of gaat hij op kot? Zie ik hem dan alleen in het weekend? Daar mag ik nog niet aan denken, want het is veel te beangstigend. Terwijl mijn jongens altijd maar groter worden, heb ik niet het gevoel dat ik zelf ouder word. Raar, hè? Ik denk regelmatig terug aan hoe ik vroeger bij hen in bed ging liggen. Als dat plots niet meer kan, weet je dat het nooit meer terugkomt. Hoe ga je daarmee om? Ik probeer vooral jong van geest te blijven en mij zoveel mogelijk in hun wereld te verplaatsen. Dat vind ik trouwens een goede tip voor andere ouders. Durf terug te gaan in de tijd en te denken: ‘Hoe was ik zelf op die leeftijd? Hoe belangrijk waren mijn vrienden voor mij?’ Op die manier kun je alles in perspectief plaatsen en begrijp je beter dat je als ouder soms op de tweede plaats komt. Eerlijk? (denkt na) Stiekem zou ik hen graag zo lang mogelijk dicht bij mij willen houden. Ik besef dat ze op een dag op eigen benen zullen staan en daarom geniet ik nu extra hard van alles wat we samen doen. Die momenten grijp ik met beide handen …

16


Straat Foto’s: © Kristof Ghyselinck

PRAAT

Wat mogen onze tieners en wat niet? En wat vinden ze daarvan? Staat vrijheid voor blijheid? Onze redactie trekt de straat op in Gent en vraagt het aan de lokale jeugd. Door Sarah Saelens en Sarah Van Gysegem

MAG IK GAAN SKATEN? Klaas (9): Of ik chips mag eten, dat vraag ik vaak. En of ik mag gaan skaten. Meestal is dat oké, wij hebben niet zo’n strenge ouders. Merlijn is mijn grote broer en als hij erbij is, maken ze er nooit een probleem van. We moeten dan wel samen met de bus gaan, om zes uur thuis zijn én zorg dragen voor elkaar. Merlijn (12): Omdat mijn broer nog geen gsm heeft, moet ik af en toe laten weten waar we zitten. Ik vind het helemaal niet erg om mijn broertje mee te nemen, tenzij hij irritant doet natuurlijk. (lacht) Warre (11): Omdat mijn grote broer ook een skater is, vinden mijn ouders het oké dat ik hier kom skaten met mijn vrienden. Ze willen alleen weten waar ik ben en wanneer ik thuiskom. Als ik ergens anders naartoe ga, moet ik altijd een sms’je sturen. Louic (11): Mijn ouders zijn absoluut niet streng, want ik mag veel alleen doen en zo. Ik moet wel redelijk vroeg thuis zijn. Vandaag is dat om vijf uur, omdat ze willen dat ik voor het donker thuis ben. In de zomer mag ik langer blijven. Ewout (13): Ik moet om zes uur terug zijn. Daar hou ik me aan, ja. Het is de enige afspraak die we hebben: op tijd thuis zijn. Ik mag veel van mijn ouders. Als ik het vraag, mag ik bijvoorbeeld met de trein naar een ander skatepark. Dat is tof! Warre: Ik vraag regelmatig of ik mag gamen. Over de computer hebben we thuis niet echt regels, ik mag gewoon niet de hele dag YouTube kijken. Dat is normaal, zeker?

MAG IK WAT VRIJHEID? Phoebe (15): Wat ik de laatste tijd vaak vraag: ‘Mag ik een sweet sixteen feestje geven?’ Voor mijn mama kan het, maar ze is nu hard aan het werken voor de centjes. Jessy (15): Ik mag meestal alles doen wat ik wil. Tenzij we er het geld niet voor hebben. Daar heb ik dan uiteraard alle begrip voor. Phoebe: Sommige mama’s kunnen hun tieners moeilijk loslaten, maar ik mag best veel. Ik moet mijn mama dus niet de hele tijd sms’en om te laten weten waar ik ben. Als ik bij een vriendin blijf slapen, stuur ik wel zelf een berichtje om te zeggen hoe het gaat en om slaapwel te zeggen. Dat vind ik niet meer dan normaal, ik zou niet willen dat ze zich zorgen maakt. Jessy: Ik denk dat je als ouder best redelijk streng bent. Maar vanaf een bepaalde leeftijd moet je je tieners meer vrijheid geven zodat ze kunnen afspreken met hun vrienden.

17


MAG IK WAT VERTROUWEN?

MAG IK THUISBLIJVEN? Elise (19): Toen ik tien was, vroeg ik vooral of ik mocht buitenspelen met vrienden. Ik kreeg een uur waarop ik thuis moest zijn, maar hield me daar niet altijd aan. De beste uitvlucht: ‘Mijn horloge was kapot!’ Ja, toen hadden we nog geen gsm, hè! (lacht) Nu gaan de vragen vooral over weggaan. Op mijn vijftiende mocht ik voor het eerst een avondje uit. Mijn ouders hebben mij toen netjes gebracht en zijn me komen halen. Ze vroegen me ook om voorzichtig te zijn. Nu ga ik eigenlijk bijna nooit meer op stap. Zo weinig zelfs dat mijn ouders me pushen om meer uit te gaan. Een beetje de omgekeerde wereld! Mikaela (22): Ik woon al sinds mijn achttiende alleen en moet dus aan niemand vragen wat ik wel of niet mag. Dat wil niet zeggen dat ik constant mijn goesting doe. Ik heb heel wat vrijheid, maar natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Een tip voor ouders van tieners: luister naar je kinderen en naar wat ze nodig hebben. Probeer niet overbezorgd te zijn, want dat werkt alleen maar averechts. Elise: Mijn ouders zijn niet streng, maar vooral rechtvaardig. Zelf zijn ze veel strenger opgevoed. In die tijd mochten tieners bijna niks. Zo erg! Dat zou ik echt niet zien zitten.

18

Meunir (16): Ik heb eigenlijk behoorlijk strenge ouders. Als ik bijvoorbeeld te laat thuiskom, weet ik dat ze kwaad zullen zijn. Zeker in vergelijking met Belgische ouders zijn de mijne streng. En veel sneller boos. Niet dat ik daar een probleem mee heb, ik ben het zo gewend. Er is bij ons bovendien een groot verschil tussen jongens en meisjes. Ik heb vijf zussen en zij worden nóg strenger opgevoed dan ik. Eerlijk? Ik vind dat normaal. Een vrouw hoort om negen uur ‘s avonds niet meer rond te hangen op straat. Nelson (16): Ook ik krijg een strenge opvoeding, maar dat heb ik vooral aan mezelf te danken. Ik heb vroeger fouten gemaakt waar mijn moeder helemaal niet gelukkig mee was. Daarom is ze nu strenger en probeert ze me meer thuis te houden. Ik moet nu vroeger thuis zijn en mag niet meer bij vrienden blijven slapen. En ze belt me regelmatig op om te horen waar ik zit. Echt tof vind ik dat niet, maar ik begrijp haar. Ik weet dat ze zo streng is omdat ze het beste voor me wil en ik besef dat het tijdelijk is. Tot ze weer vertrouwen in me heeft.

MAG IK FUIVEN? Ines (13): Ik vind wel dat ik genoeg vrijheid krijg van mijn ouders. Zo mag ik bijvoorbeeld zelf beslissen hoe vaak en hoe lang ik op mijn smartphone zit, en ik mag hem ook meenemen naar mijn kamer. Sommige tieners worden te snel afgeleid als dat toestel naast hen ligt, maar ik heb daar geen last van. Charlotte (13): Bij mij zijn ze wel wat strikter op het vlak van de smartphone. Tijdens een schoolweek moet ik hem om negen uur ‘s avonds uitzetten. Ik vind dat niet echt leuk maar ik snap het wel. Anders zou ik véél te laat in bed kruipen. Mijn zus is zestien en zij mag al heel wat dingen die ik ook zou willen: naar fuiven gaan bijvoorbeeld. Ines: Ik mag dat wel al! Zolang ik met iemand kan meerijden, tenminste. Als ik in mijn eentje met de fiets op weg ben, willen ze dat ik voor tien uur thuiskom. Charlotte: Jongens mogen op dat vlak meer dan meisjes. Omdat ze zich zogezegd beter kunnen verdedigen.


MAG IK OP MIJN GSM? Zita (13): De vraag die ik het meest stel aan mijn mama, is: ‘Mag ik op mijn gsm?’ Het is niet zo heel strikt geregeld bij ons thuis, maar ik mag mijn smartphone niet mee naar boven nemen. En als ze vinden dat het genoeg geweest is, vragen ze om hem weg te leggen. Ik vind dat wel oké zo. Birgit (42): We hebben daar met Zita inderdaad niet zoveel afspraken rond. Zulke dingen zijn afhankelijk van kind tot kind, en ik voel dat Zita verantwoordelijk genoeg is om daar zelf wat grenzen in te trekken. Zita: Ik vind dat ik genoeg vrijheid krijg. Meer dan genoeg zelfs. Het is een beetje de omgekeerde wereld bij ons: mama spoort me vaak aan om wat meer buiten te komen! Birgit: Ik overleg heel veel met de kinderen, het zit gewoon niet in mijn natuur om zomaar dingen te bepalen en grenzen te trekken. Ook streng zijn ligt me niet, ik zet liever in op verantwoordelijkheid geven. Ik laat mijn kinderen hun eigen keuzes maken en praat daar dan met hen over. Mijn partner is daar soms wel iets strikter in, maar dat is oké. Zo houden we elkaar in evenwicht. Zita: Ik zal dan ook sneller iets aan mama vragen dan aan papa! (lacht) Mijn jongere zus krijgt wel wat strengere regels dan ik omdat zij anders in elkaar zit. Birgit: Klopt, bij haar zus moeten we bepaalde limieten expliciet opleggen die Zita uit zichzelf aanvoelt.

MAG IK TEGENSPREKEN? MAG IK EEN COMPLIMENTJE GEVEN? Rutger (18): Ik heb mij nooit opgesloten gevoeld, ik kreeg genoeg vrijheid thuis. Nu ik op kot zit, heb ik alle vrijheid, maar ik doe geen gekke dingen. Met dank aan mijn moeder en de opvoeding die ze mij heeft gegeven. Thibo (18): Hetzelfde bij mij. Ik moest wel altijd zeggen waar ik naartoe ging en hoe laat ik zou thuiskomen, maar ik heb nooit iets achter de rug gedaan. Ik drink niet, ik rook niet: ik ben de ideale schoonzoon! (lacht) Ik denk dat meisjes wat korter gehouden worden omdat ze kwetsbaarder zijn. Door al die verhalen over verkrachtingen worden ouders bang. Rutger: Ik moet geen schrik hebben om hier ‘s nachts aan de Zuid in mijn eentje rond te lopen, maar als meisje doe je dat beter niet. Totaal oneerlijk, maar het is een realiteit waar je rekening moet mee houden. Weet je waar ik op het vlak van ‘mag ik’ wel mee worstel? Wat mag je als jongen nog zeggen tegen een meisje? Mag ik nog een complimentje geven? Door de #metoo-verhalen ben ik alleszins voorzichtiger geworden, ik zou niet graag fout overkomen!

Ciko (19): Of ik genoeg mag? Thuis wel. In onze relatie ligt dat soms wat moeilijk. Ik mag niet naar buiten zonder Maité’s toestemming, ze wil altijd weten waar ik naartoe ga, met wie, én hoe laat ik naar huis ga komen. Maité (17): Klopt. Ik ben heel ongerust en wil altijd alles weten … Ciko: Ik snap het wel hoor, Maité zit in een instelling en heeft dus minder vrijheid dan ik. Maité: Ik mag op zaterdag en zondag wel buiten maar moet altijd om acht uur binnen zijn. Als ik naar school ga en ik ben te laat terug, mag ik in het weekend minder lang weg. Wanneer ik wil uitgaan, moet ik dat drie weken op voorhand vragen aan de jeugdrechter en moet ik laten weten met wie, met welk transportmiddel en hoe lang ik weg zal zijn… We moeten ons aan de uren houden en onze taken doen, maar voor de rest valt het wel mee in de instelling. Wat mij betreft zouden ze best wat strenger mogen zijn, vooral op het vlak van gedrag. Ik heb nog altijd een grote mond, ik spreek nog altijd tegen en wil nog altijd mijn eigen zin doen. Precies de dingen waardoor het thuis ook fout liep met mij.

19


Mag ik mijn puber verbieden om aan sexting te doen? Voor haar nieuwe boek ‘Digitaal ontmaagd’ dook journaliste én collega Sarah Van Gysegem onder in de wondere wereld van de bloemetjes, bijtjes en dickpics. Want wie pubers in huis heeft, weet: die spannende ontdekkingstocht speelt zich nu grotendeels online af. Toch hoef je als ouder niet te panikeren, stelt de schrijfster ons gerust: “Eigenlijk is er niet zoveel veranderd. Wat je vroeger stiekem in de fietsenstalling deed, gebeurt nu gewoon grotendeels online. Seks is seks en pubers blijven pubers.” Door Sarah Saelens

BOTsing: Heb je zelf veel bijgeleerd? Sarah: Eigenlijk wel! Toen ik aan mijn research begon en wat dieper ging doorvragen bij mijn eigen tieners, ben ik af en toe serieus geschrokken. Vooral over hoe vroeg en hoe makkelijk jonge kinderen met porno worden geconfronteerd bijvoorbeeld. Of hoe vaak pikante en persoonlijke foto’s zomaar worden doorgestuurd. Die verhalen hebben me een stuk alerter gemaakt.

Andere planeet BOTsing: Toch is de toon in je boek vooral geruststellend. Panikeren is niet nodig? Sarah: Als ouder voel je je misschien machteloos omdat je minder op de hoogte bent van al die nieuwe media, maar je moet jezelf niet onderschatten. Want als het over verliefdheid, relaties en seksualiteit gaat, mag je jezelf gerust een expert noemen. Die opwinding die bij verliefdheid hoort, heb jij toch ook meegemaakt? Je kinderen weten waarschijnlijk perfect hoe al die apps werken, maar ze krijgen voor het eerst te maken met een dolverliefd of gebroken hart. Die dingen zijn allemaal hetzelfde gebleven, dus vertrouw daarbij gerust op je eigen levenservaring. Verliefdheid blaast je nog altijd even hard van je sokken en liefdesverdriet doet nog altijd verschrikkelijk veel zeer. Het grote verschil: die hele ontdekkingstocht speelt zich vandaag ook in een andere kamer af. Of eerder: op een andere planeet.

20


BOTsing: Op die andere planeet zijn wel meer risico’s. Daar moet je tieners toch voor waarschuwen? Sarah: Wij konden alleen in de fietsenstalling een tikkeltje te veel bloot tonen aan ons toenmalig lief. Dat was dan leuk voor die jongen of dat meisje, maar that’s it. Bij sexting blijven die beelden bestaan en kunnen ze inderdaad in verkeerde handen vallen. Het is een goed idee om je tiener daarvan bewust te maken: ‘Misschien gaan jullie aan sexting doen, dat begrijp ik. Maar wat als het uitraakt tussen jullie? Blijven die foto’s dan privé?’ Het is niet leuk om hun romantische bubbel te doorprikken, maar zodra er na een liefdesbreuk een beetje wrevel is, wordt zo’n pikante foto echt snel doorgestuurd. BOTsing: Toch ben je er geen voor­ stander van om sexting te ver­ bieden? Sarah: Het fenomeen bestaat en is opwindend, dus tieners zullen er sowieso mee experimenteren. Het is een beter idee om hen ermee te leren omgaan en wat veiligheidstips mee te geven, zoals: een pikante foto stuur je alleen naar iemand die je honderd procent vertrouwt, spreek af dat het privé blijft, maak jezelf en je omgeving onherkenbaar en zet je gezicht nooit op de foto. Wat ik ook belangrijk vind: bespreek met je kinderen wat ze doen met doorgestuurde foto’s die niet voor hun ogen bedoeld zijn. Geef hen de verantwoordelijkheid dat het bij hen stopt en dat zij die beelden dus niet verder verspreiden, ook al maak je je daar waarschijnlijk niet populair mee.

Gênant BOTsing: Wat kun je als ouder nog meer doen? Sarah: Terwijl onze kinderen in die digitale wereld opgroeien, hebben wij dat veel minder in onze genen. We trekken onze plan, maar wat extra bijles zou niet slecht zijn. Ik raad ouders daarom aan om elke app te installeren die hun kinderen ook gebruiken. Ik heb dus Whatsapp staan en krijg daar – hoe zielig ben ik? – nooit een bericht, maar ik weet wel ongeveer hoe het werkt, wat de mogelijkheden zijn en waar de risico’s zitten. Interesse tonen en jezelf informeren, daar draait het om. Want zo is er meer kans dat je tieners jou in vertrouwen nemen als ze ergens mee zitten.

BOTsing: Pubers die spontaan met hun ouders over hun online liefdes­ leven praten, echt? Sarah: Ouders zijn meestal niet de eerste personen bij wie tieners aankloppen, dat is een feit. Maar als je toont dat je ervoor openstaat en er ook iets vanaf weet, kan het echt. Een expert bij Child Focus verwoordde het treffend: ‘Als je met een platte band zit, ga je daarmee naar de garagist en niet naar een bakker.’ Dus als jij als ouder voortdurend verkondigt dat alle sociale media idioot zijn en dat je niks begrijpt van al die apps, dan snap ik ook dat tieners eerder bij iemand anders aankloppen. BOTsing: Heb je ook tips om praten over seks minder gênant te maken? Sarah: Maak er vooral geen officieel gesprek van aan de keukentafel: ‘Kom, we gaan het over seks hebben.’ Probeer er gewoon in het dagelijkse leven open over te praten. Grijp de dingen aan die je hoort in het nieuws, een reportage of jullie favoriete serie. Pols dan eens: ‘Ken je iemand die daar al mee te maken kreeg?’ Eerst naar iemand anders vragen, dat maakt het gesprek veiliger. Wil je iets bespreken, doe dat dan in de auto. Zo hoeven jullie geen oogcontact te maken en worden beladen babbels een pak makkelijker. BOTsing: Zie je ook voordelen aan die online wereld? Sarah: Tuurlijk! Het heeft veel dingen gemakkelijker gemaakt. Wij moesten hemel en aarde bewegen om ergens iets over seks te zien of te lezen, nu kunnen

tieners gewoon een paar letters intikken op Google. Pas op, hiermee wil ik absoluut niet zeggen dat je op het internet mag vertrouwen om je kinderen te informeren over seks. Want als ze niet weten waar ze best hun informatie halen, komen ze al snel terecht op porno of andere misleidende websites. Er is gelukkig ook veel degelijke informatie te vinden. De website www.allesoverseks.be is zo goed dat de link in het groot op onze frigo hangt. Ja, dat werd door mijn tieners op oogrollen onthaald, maar zo weten ze tenminste waar ze moeten zijn als ze iets willen weten. En met algemene vragen over het digitale leven kunnen tieners én hun ouders terecht op www.veiligonline.be. BOTsing: Wat is voor jou tot slot de ultieme tip voor ouders van tieners? Sarah: Denk regelmatig terug aan hoe je zelf was op die leeftijd. Veel ouders denken: ‘Ze moeten dat online gewoon niet doen!’ Maar hoe was je zelf geweest als dit allemaal had bestaan? Wij waren al blij als we eens een ondeugend boek in huis ontdekten. Beeld je gewoon in dat je nu zou opgroeien, in deze tijd, maar met alle vragen en bezorgdheden waar je toen mee zat. Dat kan veel ouders helpen om het allemaal een beetje normaler te vinden. Pubers zijn pubers, seks is seks en nieuwsgierigheid blijft nieuwsgierigheid.

Meer info Op www.veiligonline.be en www.sexting.be lees je meer tips over dit onderwerp.

Ledenvoordeel Zin om meer te lezen over dit onderwerp? Ga dan vóór 01/03/2019 langs bij Standaard Boekhandel! Je krijgt er op vertoon van je lidkaart 10% spaarkorting op het boek ‘Digitaal Ontmaagd’ van Sarah Van Gysegem.

21


Foto: © Kristof Ghyselinck

Achter ’t gat

Vijf achttienplussers verklappen wat ze als tiener niet mochten, maar toch stiekem deden. Volledig anoniem en met zelfverzonnen schuilnamen. Niet omdat deze lieverdjes het zo bont hebben gemaakt, wel omdat wij houden van op-en-top eerlijke gesprekken. Een hilarische babbel over condooms in de pennenzak, fietshelmen aan het stuur en joints onder de kerstboom. Door Sarah Saelens Hebben jullie veel achter ‘t gat gedaan? Lizette (18): Mijn ouders waren niet superstreng, dan moet je weinig stiekem doen. Mariette (18): Ik mocht meestal ook alles wat ik vroeg. Uiteraard omdat ik me altijd zo voorbeeldig gedraag. (gelach) Warre (20): Met strenge ouders doe je sowieso meer achter de rug, want de verleidingen zijn groter. Lizette: Als je dan wél eens op stap mag, ga je er meteen over. Een vriendin van mij heeft erg strenge ouders en zij was op haar eerste fuif mega zat. Alsof ze ineens alles moest inhalen. 22

Oscar (19): Vergelijk het met chips! Als je dat thuis nooit mag eten en plots staat er een grote kom chips voor je neus … dan eet je je ziek. Youri (19): Een goede band met je ouders maakt veel uit. Als je open met elkaar kunt praten, moet je niet liegen. Mijn ouders deden dat perfect, bedenk ik nu. Eigenlijk jammer dat dit interview anoniem is, ik zou nogal punten scoren! (lacht) Oscar: Hier ook geen klachten. Mijn ouders hebben me beperkt in de juiste dingen en mij voldoende vrijheid gegeven in andere. Alles had zijn tijd en dat is fijn. Mariette: Stel je voor dat je alles meteen mag, dat is toch niet leuk? Het moet een beetje spannend blijven …

Liefjes & liegen Dus euhm … niemand die ooit iets stiekem heeft gedaan? Youri: Natuurlijk wel! Kleine dingetjes. Toch weggaan als mijn ouders een weekend weg waren bijvoorbeeld, terwijl ik eigenlijk had beloofd om thuis te blijven. Oscar: Nooit grote of gevaarlijke dingen. Op café gaan zonder dat ze ‘t wisten. Of stiekem met een meisje afspreken. Waarom ik dat verzweeg?

Omdat ik geen zin had in onnozelheid aan tafel: ‘Ooooh, heeft mijnheer een lief?’ Ik ken dat! Mariette: Toen ik nog maar net samen was met mijn lief, heb ik daar ook over gelogen. Ik ging zogezegd met een vriendin shoppen, maar kwam nooit met nieuwe kleren thuis. Nadien gaf mijn moeder toe dat ze al lang iets in de gaten had. (lacht) Lizette: Ouders hebben zulke dingen meestal veel sneller door dan je denkt. Is er iemand ooit betrapt? Warre: Dat is dus waarom ik liever niks achter de rug deed. De fun is eraf als je de hele tijd loopt te denken: ‘Hopelijk ziet niemand mij hier!’ Lizette: Stel je voor dat er iets gebeurt terwijl je ouders niet weten waar je zit. Niet oké! Youri: Bij mij hebben ze eens een broek gevonden die stonk naar het bier, terwijl ik zogezegd niet op café was geweest. Straf heb ik toen niet gekregen, maar ze waren toch niet goedgezind. Ach ja, boos-zijn hoort natuurlijk een beetje bij ouder-zijn. Oscar: Ik heb het gevoel dat ouders soms alleen kwaad worden om te tonen wie de baas is. Die van mij zag ik af en toe stiekem denken: ‘Ach, in onze tijd deden we dat ook!’


Broers & zussen Liegen over uitgaan, dat lijkt een topper? Youri: Klopt! Het begon al bij het uur waarop je thuis moest zijn. Met allerlei uitvluchten en smekende sms’jes lukte het soms om dat een halfuurtje te rekken … Mariette: Ik beweerde altijd dat iederéén zo lang mocht blijven, maar uiteindelijk ging dat over maximum twee mensen uit mijn klas. Oscar: Mijn ouders waren nogal principieel op dat vlak. De enige manier om langer te fuiven, was: bij iemand blijven slapen met minder strenge ouders. Youri: Thuis zeg je dan: ‘Ik blijf wel slapen, dan moeten jullie ‘s nachts niet rijden.’ De perfecte truc! Merken jullie dat ouders op dat vlak strenger zijn voor meisjes? Lizette: Die van mij deden vooral moeilijk over ergens alleen naartoe fietsen. Mijn broer mocht rijden waar hij wou, maar ik moest ‘s nachts een omweg maken omdat ik een bepaald, donker wegje niet alleen in mocht. Soms deed ik dat stiekem toch, omdat ik anders te laat thuis was. Mariette: Ik merk vooral een verschil met mijn broer die twee jaar jonger is. Hij doet op zijn zestiende al véél meer dan ik mocht op die leeftijd. Als we nu samen uitgaan, mag hij zelfs blijven tot ik naar huis moet. Dat vind ik eerlijk gezegd te laat voor iemand van zijn leeftijd. Warre: Herkenbaar! Mijn jongere broer mag ook veel vlugger bepaalde dingen doen. Oscar: Onze ouders zijn nu minder ongerust omdat wij allemaal zo voorbeeldig waren. (gelach) De eersten moeten het pad aftasten en vrijmaken voor de volgenden. Weet je, ik hou altijd een oogje in het zeil wanneer ik met mijn jongere broer op stap ben. Als ik zie dat hij te veel drinkt, breng ik hem zelfs een watertje.

Drank & drugs Te veel drinken, wordt dat thuis verzwegen? Lizette: Wanneer ik ‘s nachts te veel lawaai maakte, vroegen ze ‘s morgens altijd of ik had gedronken. Eigenlijk was ik daar nooit eerlijk in … Youri: Ik zei altijd dat ik twee pintjes had gedronken terwijl dat totaal

ongeloofwaardig was. Vaak had ik veel meer op. Oscar: Mijn moeder was meestal nog wakker als ik thuiskwam. De beste tactiek om haar niet te laten merken hoeveel ik gedronken had: zo weinig mogelijk spreken. Soms negeerde ik haar zelfs, gewoon om geen woord te moeten zeggen. Lizette: Ik probeerde altijd superhard om zo normaal mogelijk te doen … Warre: Maar hoe harder je je daarop concentreert, hoe vreemder je begint te doen. Dan valt het net nog meer op! Heeft er iemand stiekem gerookt? Oscar: Ik heb ooit een pakje sigaretten gekocht, maar ik ben nooit een roker geweest. Youri: Toen ik eens een sigaret had gerookt, heb ik dat niet verteld. Dat zou raar zijn: ‘Mama, vandaag heb ik gerookt!’ Ze hebben daar thuis ook nooit vragen over gesteld. Mariette: Als je rookt, kun je dat onmogelijk verbergen voor je ouders. Die geur kruipt overal in. Dan helpt zelfs een sjiek en wat parfum niet meer. Youri: Naar joints hebben ze wel ooit gevraagd. Omdat ze hadden opgevangen dat dat nogal populair was bij tieners. Ze dachten ineens dat iedereen constant weed smoorde tijdens het uitgaan. Toen ik hen opbiechtte dat ik het eens had geprobeerd, maar dat het bij ons absoluut niet de gewoonte was, waren ze gerustgesteld.

Mariette: Ik heb één keer van een joint getrokken … Warre: Idem! Lizette: Ik wil het ooit proberen, maar heb het nog nooit gedaan. Oscar: Daar had ik vooral schrik voor: dat ze thuis gingen merken wanneer ik een joint had gerookt. Intussen maken ze er geen punt meer van dat ik af en toe iets rook. Straffer nog, ik heb mijn vader vorig jaar voor Nieuwjaar drie joints cadeau gedaan. Omdat hij zo nieuwsgierig was en ernaar bleef vragen. Die mens zit duidelijk in zijn midlifecrisis. (lacht) En condooms, werden die achter de rug gekocht? Youri: Vroeger wel. Terwijl dat onnozel is, want ik weet zeker dat ik het ook gewoon had kunnen vragen. Ik verstopte die dan angstvallig in mijn bureau. Warre: Onder mijn bed! Oscar: In een oude pennenzak ergens in mijn kleerkast. Grote paniek dus toen mijn moeder vertelde dat ze mijn oude pennenzak had doorgegeven aan mijn zus. (hilariteit) Youri: Denk je dat ouders echt op zoek gaan naar zulke dingen in je kamer? Die van mij niet, denk ik. Mariette: Misschien kunnen we dat eens vragen aan ouders: wat deden jullie achter ‘t gat van jullie tieners? Dat wordt zeker een boeiend artikel. Doen!

Vrijwillig fluo Op pagina 6-8 gelezen hoe tieners over helmen en fluohesjes denken? Ongerust over hun eerder lakse houding? Geen paniek, ook nu blijkt: het is een fase en het verstand komt met de jaren. Want zo denken onze achttienplussers erover: Youri: Als tiener vertrok ik thuis met mijn fietshelm, maar twee straten verder hing die al aan mijn stuur. Ik haatte het om dat ding op te zetten! Lizette: Zodra ik in de buurt van onze school kwam, deed ik mijn fluohesje en helm uit. Mariette: Dat deed ik ook en daar is toen serieus ruzie over geweest thuis. Warre: Maar als ik nu in Gent fiets, zou ik spontaan een helm dragen! Lizette: Niet normaal hoe onveilig ik me hier voel in het verkeer. Zeker in het donker. Oscar: Deze week heb ik zelfs voor het eerst in mijn leven helemaal vrijwillig een fluoband gedragen. Youri: Nu zijn we wijzer, hè! Maar als puber … (hilariteit) Warre: Toen zag je die helm en dacht je: ‘Zo lelijk! Iedereen gaat lachen!’ Mariette: ‘En mijn haar gaat slecht liggen!’ Beetje stom als je dat nu bedenkt. 23


Mama, ik heb gedaan

Papa, ik heb iets gedaan

Mama, het is gedaan

Mama, we hebben het gedaan

Papa, we hebben iets gedaan

Mama, wat hebben we nu toch gedaan

Als ouder heb je nooit gedaan… Daarom wil de Gezinsbond je steunen met advies en diensten op maat. Met activiteiten en voordelen voor alle leeftijden. We zijn er voor jou, in elke levensfase van je kind. Want klein of groot, jij wil het beste voor je kinderen.

Hernieuw je lidmaatschap en blijf genieten van alle ledenvoordelen.

Profile for Publicarto

BOTSing  

BOTsing

BOTSing  

BOTsing

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded