BOTSing

Page 1

Afgiftekantoor Gent X - Arduinkaai 16 - 1000 Brussel // Erkenningsnummer: P608189

BOTsing Blad voor ouders met tieners

Driemaandelijks > januari, februari, maart 2022 > nummer 91

SPORT Cas: ‘Vallen en opstaan ­hoort bij skaten’ Van kleine kwetsuren tot grote podiumdromen Ironman Luc Van Lierde

PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE


Scoor nu de stoerste outfits uit onze tienercollectie met toffe kleuren en catchy prints.

Jouw voordeel:

5%

spaarkorting bij JBC!

Echt? 2 euro korting? Kinepolis is ‘Happy to see you (again)’. Geniet van de échte magie van film. In een échte bioscoopzetel, met échte kraakverse popcorn, voor een écht bioscoopscherm en met échte topfilms. Als lid van de Gezinsbond ontvang je maar liefst 2 euro spaarkorting per aangekochte voucher.

Kinepo lis de ultie , m filmerv e aring

Koop je Kinepolis-vouchers via de Gezinsbond-webshop: www.gezinsbond.be/cinema of scan de QR-code. Ook bij de Gezinsbondvrijwilligers in jouw buurt kan je Kinepolis-vouchers met korting kopen.


Inhoud

Colofon

BOTsing - Blad voor ouders met tieners is een uitgave van de Gezinsbond vzw

Algemene vragen

8 Luc Van Lierde

12

T 02-507.88.88 contact@gezinsbond.be

Redactie BOTsing

Arduinkaai 16, 1000 Brussel botsing@gezinsbond.be

Noa & co

BOTsing verschijnt vier keer per jaar en is gratis voor leden van de Gezinsbond met kinderen tussen 12 en 17 jaar. Andere leden betalen € 1,50 per nummer of € 5 voor een jaarabonnement. Niet-leden betalen € 2,50 per nummer of € 8 voor een jaarabonnement. Meer info via contact@gezinsbond.be.

16 Skateparkpraat

20 Maxime

Coördinatie & redactie

Sarah Van Gysegem, Sarah Saelens

Werkten mee aan dit nummer

Els Craessaerts, Kristina Rybouchkina, Wim Schotsmans, Veroniek de Visser en Elise Vanhecke

Foto’s

Kristof Ghyselinck

4 Sporten is gezond, maar… Van kleine kwetsuren tot grote podiumdromen 8 Luc Van Lierde Vlaamse Ironman over vaderschap 11 Column Wim wandelt wat af

12 Lieve, Jan, Noa en Finn Over schermsport en schermtijd

Coverfoto

16 Skateparkpraat Hard vallen en dapper recht­ krabbelen

die Keure, Graphic Design Isabelle De Clerck

20 Maxime Wereldkampioen in spe

Redactioneel Lieve lezers, we heten jullie van harte welkom op het eerste echte BOTsing-event van dit jaar! Onze redactionele top­ atleten hebben het beste van zichzelf gegeven en na maanden­ lange intensieve training deze puike prestatie neergezet: een blad dat sowieso een podiumplaats waard is. Oké, het is misschien lichtjes overdreven. Maar we zijn best trots op deze atletische editie, want ze zorgt voor een spannende wedstrijd die vierentwintig bladzijden zal duren. Bereid je voor op heel wat interessante info over pubers met een passie voor sport. En hoewel dat in de eerste plaats plezant en gezond is, kan de impact op je gezin en je agenda best pittig zijn. Klaar om te lezen? Op uw plaatsen! Start!

Kristof Ghyselinck

Ontwerp lay-out

Realisatie & druk

die Keure nv (Brugge)

Verzending

die Keure nv (Brugge)

Publiciteit

Publicarto - T 053-82.60.80

Redactiecomité

Helga Basteleurs, Els Craessaerts, Ilse De Block, Sofie Devarwaere, Sofie Eerlings, Lieven Goethals, Mia Pollet, Marijke Polspoel, Sarah Saelens, Wim Schotsmans, Hilde Timmermans, Sarah Van Gysegem, Alix Vermeire, Nele Wouters

Dienstchef Redactie Helga Basteleurs

Uitgever

Anneke Blanckaert

Verantwoordelijke Uitgever

Bart De Cokere Arduinkaai 16, 1000 Brussel

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze ook zonder schrifte­ lijke toestemming van de uitgever.

We wensen je een fitte winter zonder botsingen, Team Sarah

Tijdschrift BOTsing 3


Sporten is gezond, maar wat als... Van kleine kwetsuren tot grote podiumdromen Of je nu hun rolmodel, taxichauffeur of grootste supporter bent, als ouder speel je sowieso een belangrijke rol in het sportleven van je kinderen. Stel, je hebt een getalenteerde en sportieve tiener in huis die traint, scoort en persoonlijke records breekt. Hoe bespreek je competities dan aan de keukentafel, zonder al te veel druk te leggen? En hoe zorg je ervoor dat tieners niet alleen goed in hun vel zitten maar ook fit in hun hoofd blijven? Wat als sport hun leven domineert en hoe reageer je als de motivatie toch een diepe duik neemt? Twee sportieve coaches geven tips langs de zijlijn. Door Elise Vanhecke

Onze coaches

Leen Haerens is hoofddocent aan de vakgroep bewegings- en sport­wetenschappen van UGent. Ze is auteur van ‘Motiverend coachen in de sport’, en is in haar vrije tijd zelf ook basketbalcoach.

Gunther Geerinckx is leerkracht lichamelijke opvoeding in het secundair onderwijs. Hij is papa van twee tieners met een goed­gevulde sportagenda. In zijn vrije tijd is hij voetbaltrainer.

4

Geen tijd om op te warmen. Meteen een rake opener! Hoe belangrijk is de rol van ouders in het sportleven van tieners? Leen Haerens: Enorm belangrijk blijkt uit ons onderzoek. Ouders hebben vooral impact op de druk die hun kinderen ervaren. Ben je als ouder heel prestatiegericht, pols je vaak naar de resultaten van een wedstrijd of zeg je zaken als: ‘Vandaag moet je winnen, hé!’, dan zal dat een invloed hebben op hun zelfvertrouwen en motivatie. Kijk naar Hanne Maudens, de topatlete die het verhaal deelde over haar burn-out. In een open brief sprak ze toen ook alle ouders aan, net omdat ze vindt dat die, vaak goedbedoeld, te veel druk opleggen. Zij stond aan de top maar kon niet meer, en voelde zich toen geweldig schuldig naar haar ouders toe, omdat het gezin zoveel had opgeofferd voor haar sport. Gunther Geerinckx: Sportouder zijn is hoe dan ook een opgave. Je stopt er niet alleen tijd, maar ook geld en energie in. Onze kinderen voetballen op provinciaal niveau, en op een bepaald moment waren zes van de zeven dagen ingevuld met trainingen en wedstrijden. Dat weegt op het gezin. Mijn vrouw en ik staan allebei in het onderwijs en hebben het geluk dat we veel thuis zijn met de kinderen. Geen idee hoe je dat anders geregeld krijgt. Over het inschrijvingsgeld zijn we altijd heel duidelijk geweest: het seizoen waarvoor wij betalen, werken ze af.


Blessures Krachttraining & ­sportshakes Wat als… je tiener heel erg gefocust is op het lichaam en bijna geobsedeerd bezig lijkt met krachttraining en voeding? Gunther Geerinckx: De focus op het veranderende lichaam is eigen aan de leeftijd. Ik merk dat nu ook bij mijn zoon. Hij mag aan krachttraining doen, maar wel op een gezonde manier: met mate en met zo weinig mogelijk gewichten. Leen Haerens: Krachttraining kan zeker, mits de juiste begeleiding en met behulp van het eigen lichaamsgewicht. Denk dan aan: pompen, planken of sit-ups. Doorgedreven krachttraining met gewichten wordt voor de groeispurt inderdaad afgeraden. Dat kan namelijk hun gewrichten overbelasten. Als je merkt dat er aan tafel erg gefocust wordt op voeding, is de belangrijkste vraag: wordt dit professio­neel begeleid of niet? Merk je dat er los van deskundige begeleiding naar sportshakes gegrepen wordt of extreem gefocust wordt op maaltijden, dan vind ik dat zeker een alarmsignaal. Misschien maakte de coach een opmerking of kwam er een reactie uit het publiek? Heel erg focussen op voeding kan voor een sporter onder druk een manier zijn om meer controle te krijgen over een situatie. Gunther Geerinckx: Op dat vlak hebben wij geluk met onze tieners. Voetballers moeten niet op de weegschaal en er ligt geen focus op gewicht. Maar ik besef zeker dat het risico op eetstoornissen in de sportwereld achter het hoekje loert. En ik vrees dat dit nog altijd gevoeliger ligt bij meisjes dan bij jongens…

Wat als… blessures je tiener op de bank houden? Gunther Geerinckx: Veel tieners zitten volop in de groei en zijn daardoor gevoeliger voor blessures. Het skelet groeit namelijk nog en de spieren groeien niet snel genoeg mee. Ik weet als trainer en leerkracht lichamelijke opvoeding hoe belangrijk het is om te stretchen om die blessures te voorkomen. Alleen… doen doorsnee tieners dat niet graag op die leeftijd omdat je er geen rechtstreeks resultaat van ziet. Dat merk ik bij onze kinderen ook: vooraf en nadien stretchen blijft een hele opgave voor hen.

Slecht rapport Wat als… je tiener beter scoort op het veld dan in de klas? Gunther Geerinckx: Omdat onze kinderen allebei veel tijd in hun sport steken, kozen we bewust voor een middelbare school in de buurt waar de lessen al vrij vroeg stoppen. Bij ons is de regel dat het schoolwerk gedaan wordt voor het avondeten. Daarna is er training. Dat werkt eigenlijk behoorlijk goed. Onze kinderen zijn heel plichtsbewust. Doordat ze veel trainingen en wedstrijden hebben, leren ze ook goed plannen en vooruitkijken. Leen Haerens: Heel wat sporters zijn vaak bijzonder voorbeeldige studenten. Sport zorgt voor een mentale frisheid en het brengt hen ook discipline bij: ‘Door hard te werken of te studeren, kan ik iets bereiken’. Dat is een mooie mindset. Gunther Geerinckx: Als ouder en als trainer zal ik bij slechte school­resultaten niet snel de tip geven om een training te laten vallen. Zijn de punten niet super, praat dan eerst met je tiener en probeer te achterhalen hoe dat komt. Bij ons heeft het bijvoorbeeld meer effect om tijdens het studeren de smartphone beneden te laten liggen, dan om een training van anderhalf uur te skippen. 5


Topsport

Prestatiedruk

Wat als… je tiener de nieuwe Nina Derwael wil worden en droomt van een leven als topsporter? Leen Haerens: Ik zie er geen problemen in dat tieners dromen van een sportcarrière en zich daar ook willen voor engageren. Sport is gezond en brengt hen nog zoveel andere dingen bij. Al is er voor mij wel een belangrijke voorwaarde: let erop dat ze geen identiteit ontwikkelen die enkel en alleen gekoppeld is aan sport. Stel dat tieners alle andere interesses, zoals die voor muziek of de jeugdbeweging, volledig aan de kant schuiven dan bestaat de kans dat ze zich nogal eenzijdig ontwikkelen. Dat kan een valkuil zijn, want bijvoorbeeld bij een zware blessure valt ineens ALLES weg, zelfs het sociale leven. Komt de sportcarrière uiteindelijk toch niet van de grond, dan voelen ze zich misschien geweldig gefaald. Ik geef ouders en tieners daarom altijd de tip om zolang mogelijk in te zetten op verschillende interesses. Combineren jongeren meerdere sporten, dan hebben ze trouwens meer kans om door te stoten naar topniveau. Veel topsporters zijn gestart in een andere sport dan die waar ze uiteindelijk hun topniveau bereiken. Gunther Geerinckx: Onze kinderen zijn op jonge leeftijd beginnen voetballen, maar we hebben hen ook meteen ingeschreven voor tennislessen. Mijn zoon beseft nu dat hij een goede voetballer kan worden, maar dat hij niet moet dromen van de top. Die motivatie is dus een beetje weggeëbd. Ik merk nu trouwens dat hij ook plezier vindt in andere dingen. Zo kijkt hij bijvoorbeeld graag naar wielrennen op tv en fietsen we sinds de lockdown regelmatig samen. Ik zie het als een zoektocht die je samen aflegt en waarbij je leert dat er altijd mogelijkheden zijn. Je wil je kinderen wel laten dromen, maar je moet tegelijk realistisch blijven, want de kans dat ze doorstoten naar de top is bijzonder klein.

Wat als… de druk om te presteren ondraaglijk wordt? Gunther Geerinckx: Of we nu sporters, trainers of ouders zijn, we moeten allemaal meer leren relativeren. Op élk niveau. Ik begrijp dat iedereen wil streven naar de hoogste scores en de beste prestaties, maar probeer dat toch in een ruimer perspectief te plaatsen. Tieners die ontzettend hard trainen om in België op een zeker niveau te spelen, staan plots in internationale tornooien en worden daar geconfronteerd met zoveel andere talentvolle spelers. Heel wat jongens dromen ervan om topvoetballer te worden. Maar zelfs bij U15, de nationale jeugdploeg, zitten veel spelers die nooit in eerste klasse geraken. De kans om bij de nationale ploeg te voetballen is duizend keer groter voor mijn dochter dan voor mijn zoon, gewoon omdat er zoveel meer jongens voetballen. Dat inzicht, dat het aantal topsporters in ons land miniem is, probeer ik door te geven aan mijn kinderen. Wat voor mij een pak belangrijker is: dat ze plezier beleven aan hun sport. Met de vriendengroep die je daar hebt opgebouwd later nog diezelfde passie kunnen uitoefenen, is ook bijzonder waardevol. Daar moet misschien nog meer naartoe gewerkt worden. Leen Haerens: Vooral bij ‘talentjes’ zie je bij de overgang van junior naar senior problemen opduiken. Dan staan ze inderdaad ineens naast zoveel andere talentvolle spelers en zijn ze plots niet meer de beste. Sommigen hebben op dat moment niet geleerd dat ze door harder te werken mooie resultaten kunnen neerzetten. Nee, zij hebben alleen maar het gevoel dat ze falen als ze een slechter resultaat halen. Een quote die je vaak hoort in de sport is: ‘Hard work beats talent if talent doesn’t work hard!’ Het omgaan met druk kan je gelukkig trainen. Ons mentale brein kan je namelijk vergelijken met een spier. In een ideale wereld komt ook dit mentale aspect intensief aan bod tijdens de trainingen. Coaches worden hierin steeds beter opgeleid. En ook met de hulp van een sportpsycholoog kan je mentale technieken oefenen om beter om te gaan met druk die bij sport komt kijken.

6


Slechte verliezers

Minder motivatie

Wat als… verlies moeilijk verteerd wordt? Leen Haerens: Graag willen winnen, daar is uiteraard niks mis mee. Alleen… is het geen goed idee om aan de winst of het verlies van een wedstrijd af te meten of je wel of niet goed bezig bent als sporter. Want die eenzijdige focus op winnen verhoogt de druk ook weer. Het is daarom belangrijk om als ouder samen met de coach in kaart te brengen welke waarden je tiener wil uitdragen, waar de doelstellingen liggen en hoe het pad daar naartoe loopt. Op die manier teken je een proces uit. Hoe wil je naar voor komen in een wedstrijd? Wat zijn persoonlijke werkpunten? Op welke termijn wil je die verschillende punten verder ontwikkelen? Hoeveel moeite wil je daarvoor doen? Op die manier wordt één grote doelstelling op lange termijn opgesplitst in kortere processen en is elke wedstrijd een evaluatiemoment. Hoe ging de wedstrijd? Heb je je vooropgestelde doelen bereikt? Had je stress? De focus ligt op die manier niet meer op het resultaat alleen, maar vooral op de weg ernaartoe. Zo wordt elke wedstrijd automatisch in het juiste perspectief geplaatst. Gunther Geerinckx: Het is geen goed idee om je tiener voortdurend de hemel in te prijzen, maar je mag ook niet té kritisch zijn. Het is als ouder niet altijd gemakkelijk om daar een mooi evenwicht in te vinden. Als het over hun sportieve prestaties gaat, zou je voor elk negatief punt dat je aanhaalt, twee positieve moeten geven. Leen Haerens: Weet je wat trouwens een goed idee is? Gebruik rolmodellen zoals Michael Jordan om aan te tonen dat de weg naar succes niet altijd van een leien dakje loopt. Je ziet of hoort vaak alleen de succesverhalen, maar als je kijkt naar het traject van een topsporter dan zitten daar sowieso ook faalervaringen bij. Over zo’n dingen mag regelmatig gepraat worden aan de keukentafel, vind ik.

Wat als… je merkt dat de motivatie een serieuze deuk krijgt? Leen Haerens: Ga in gesprek met je tiener en probeer te achterhalen hoe het komt. Misschien heeft de coach iets gezegd of zit er iets scheef in het team? In hoeverre is het een momentopname of een dip die blijft aanslepen? Misschien zijn er andere interesses die langzaam de bovenhand krijgen in het leven van je tiener? Gunther Geerinckx: Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om als ouder te luisteren naar je kinderen. Zowel naar de moeilijkheden waar ze op botsen als naar hun motivatie: ‘Wat wil je eigenlijk zelf?’ Sommige ouders – meestal zij die dezelfde sport deden – leggen gewoonweg te veel druk op hun kinderen. Zeggen tieners op een bepaald moment dat voetbal of tennis hen niet meer interesseert, dan doet dat diep vanbinnen misschien pijn, maar het blijft wel hun wens. Wij hebben bijvoorbeeld veel gefietst tijdens de lockdown en voor de kinderen allebei een koersfiets gekocht. Mijn dochter was eerst enthousiast, maar dat vuur doofde vrij snel uit. Dan moet je als ouder kunnen zeggen: ‘Oké, we verkopen die fiets weer.’ Een tiener forceren, werkt sowieso niet. Leen Haerens: Durf op dat moment als ouder ook naar jezelf te kijken. Want ouders die te hard focussen op het resultaat en uitspraken doen als: ‘Vandaag moet je echt kunnen winnen’, zijn nefast voor de motivatie op lange termijn. Net als ouders die hun kinderen voortdurend vergelijken met andere spelers of hen een schuldgevoel aanpraten: ‘Wij doen er anders ook genoeg moeite voor, hoor!’ Wanneer ouders hoge verwachtingen uiten, zetten tieners zichzelf te veel onder druk. Na een training kun je dus beter vragen: ‘Was het leuk? Waarop heb je geoefend?’ En voor een wedstrijd kan je de druk verminderen met een ­simpele: ‘Probeer er vooral van te genieten, hè!’ Gunther Geerinckx: Zelfs hoe je je tijdens de wedstrijd gedraagt, heeft een invloed. Sta je als een gek te brullen aan de zijlijn? Sport zou voor iedereen in de eerste plaats een plezant, energiek en ontspannend moment moeten zijn. Meer lezen? Op goedgezind.be vind je onder de zoekterm ‘sport’ nog meer boeiende artikels.

7


Bekende vader

Luc Van Lierde Wil je verrassende verhalen over straffe tienerstoten en puberale experimenten? Dan ben je bij Ironman Luc Van Lierde (52) aan het foute adres. Zijn jonge jaren stonden volledig in het teken van de sport, en zijn iets minder jonge jaren eigenlijk ook. ‘Uitgaan en topsport, het zijn twee dingen die je nu eenmaal niet kan combineren.’ We zwemmen, fietsen en rennen richting Brugge voor een fijne babbel over leven, liefde en vaderschap.

Foto’s: © Kristof Ghyselinck

Door Sarah Van Gysegem

8


Actief ventje We schieten uit de startblokken met een terugblik op de kleine Van Lierde. Zat het sporten er toen al in? Luc: Zeker weten. Ik was van jongs af aan een heel actief ventje, dus sporten was voor mij ideaal om wat energie kwijt te raken. Van mijn vijf tot mijn tien jaar heb ik verschillende sporten uitgeprobeerd, maar het was allemaal van korte duur. Tot ik op mijn tiende in de Brugse zwemclub terechtkwam en aan een zwemcarrière begon die uiteindelijk tien jaar geduurd heeft. In 1987 deed ik mijn legerdienst en proefde ik op het militair kampioenschap van triatlon. En ja, dat was het, dat wou ik doen! Wat voor opvoeding kreeg je van je ouders? Luc: Mijn ouders waren zeker niet streng, ze gaven mij en mijn twee zussen veel aandacht en liefde. Maar van mijn veertien tot mijn achttien jaar werd ik vooral door andere mensen opgevoed: ik woonde in die periode bij pleeggezinnen, dicht bij de zwemclub van Sint-Martens-Latem. Daar verbleef ik van zondagavond tot zaterdagmiddag. In het begin was dat een beetje aanpassen, maar mijn herinneringen aan die tijd zijn alleen maar positief. Ik heb er samen­ geleefd met drie pleegzussen en een pleegbroer, met wie ik nog af en toe contact heb. Je was maar anderhalve dag per week thuis bij je gezin, dus je had wel heel veel over voor je sport… Luc: Goh ja, sport was van kleins af aan mijn leven en ik zwom gewoon ontzettend graag. Vanaf mijn vijftien jaar stond alles in het teken van het zwemmen: ik trainde vóór school en na school. Na het avondeten studeerde ik en daarna kroop ik meteen in bed want de volgende dag moest ik alweer vroeg op. Mijn sport zorgde automatisch voor een strakke discipline. Bleef er nog tijd over om de puber uit te hangen en te experimenteren? Luc: Nee, daar was geen tijd voor. Of geen interesse. Maar ik heb er nooit spijt van gehad. Wat betreft meisjes ben ik het letterlijk en figuurlijk niet ver gaan zoeken. Katrien was mijn overbuur en mijn eerste echte lief, we zijn nu eenendertig jaar getrouwd. En qua uitgaan… toen ik twintig was, konden een paar vrienden mij voor het eerst overtuigen om met hen mee uit te gaan op de Eiermarkt in Brugge. Dus oké, op zaterdag maakte ik me helemaal klaar en trok ik mijn nieuwe witte jeans aan – dat was mode in die tijd. Om half zeven stond ik al aan café Ambiorix. Véél te vroeg natuurlijk, de stoelen stonden nog op de tafels! (lacht) De uitbater raadde me aan om rond half tien nog eens terug te komen. Om mijn tijd te doden, besloot ik naar de cinema te gaan, maar de film was nog niet goed begonnen of ik viel als een blok in slaap. Toen ik uit de cinema kwam, voelde ik me zo moe dat ik meteen de bus naar huis nam… maar doordat ik er moest rechtstaan en oververmoeid was, viel ik flauw en besmeurde ik mijn nieuwe witte broek. (lacht) Tot daar het straffe verhaal van de eerste en laatste keer dat ik uitging. Ik was al om half elf thuis.

Maar je ging wél knock-out, dat kan tellen! Luc: (lacht) Klopt! Weet je, het feit dat ik niet puberde of experimenteerde is niet zo uitzonderlijk hoor, bij de meeste topsporters verlopen hun tienerjaren op die manier. Als je volledig voor je sport wil gaan, moet je nu eenmaal opofferingen doen. En je moet het vooral gráág doen: als het tegen je zin is, lukt het niet. Je ziet vaak dat tieners rond hun zestien-zeventien jaar stoppen met het sporten op hoog niveau. Ze beginnen op die leeftijd te proeven van het uitgaansleven en dat valt simpelweg niet te combineren. Ze moeten dan echt een keuze maken.

Beetje ouderwets Over naar de liefde: je vertelde net dat je getrouwd bent met je eerste lief… Luc: Klopt. Ik ken Katrien al van toen ik nog maar elf jaar was en zij negen. We werden een koppel in 1989. Ze kwam naar één van mijn eerste triatlonwedstrijden kijken en anderhalf jaar later zijn we getrouwd. We waren toen eenentwintig en negentien. Vrij jong, maar we waren er klaar voor. Je moet rekenen dat ik al een paar jaar mijn plan trok, ik leefde sinds mijn tienerjaren niet echt meer onder ‘ouderlijk gezag’. In pleeggezinnen word je natuurlijk wel opgevoed, maar je bent er toch zelfstandiger dan bij je vader of moeder. En daarna zat ik heel vaak in het buitenland voor de triatlon. Zodra we getrouwd waren, trok Katrien altijd met mij mee naar het buitenland. Op dat vlak ben ik misschien een beetje ouderwets: ik wou heel graag dat mijn vrouw met me meeging om daar voor mij te zorgen, en gelukkig deed zij dat met veel plezier. Het is ook dankzij haar dat mijn carrière zo succesvol was. Jullie kregen een zoon en een dochter, Andrew (28) en Emma (17). Wat vonden en vinden jullie belangrijk in de opvoeding? Luc: We hebben onze kinderen tamelijk veel vrijheid gegeven. En ze mochten altijd hun mening geven, zolang ze het maar op een beleefde manier deden. Daarnaast hebben Katrien en ik een aantal waarden die wij ontzettend belangrijk vinden en die we Andrew en Emma van kleins af aan duidelijk maakten: je beloftes nakomen, respect hebben en niet liegen. En dat werkte bijzonder goed, want ook als de kinderen iets verkeerds gedaan hadden, kwamen ze het ons vertellen. Gewoon omdat ze wisten dat wij eerlijkheid hoog in het vaandel dragen. We hebben een heel open en goeie band met de kinderen. Je was door je sportcarrière vaak in het buitenland. Heb je het gevoel dat je daardoor veel gemist hebt van je kinderen? Luc: Ik heb als triatleet een mooie carrière gehad en heb daar zeker geen spijt van. Maar grof gezegd heb ik daardoor mijn kinderen soms verwaarloosd. Ik heb veel moeten missen van Andrews kinderjaren. Toen Emma twaalf jaar na Andrew geboren werd, nam ik me voor om het anders aan te pakken… maar ja, toen werd ik coach en was ik toch weer vaak weg. Om het wat te compenseren probeerde ik vooral

9


om er écht voor hen te zijn wanneer ik thuis was. Hen extra aandacht geven, samen spelletjes spelen, dat is meer waard dan dure cadeaus meebrengen.

Games & smartphones Hoe verliep het met de puberteit onder jullie dak? Hebben Andrew en Emma meer geëxperimenteerd dan hun vader? Luc: Het ging niet verder dan een beetje pubergedrag en wat tegenspreken. Ze houden geen van beiden van uitgaan, en alcohol drinken ze quasi nooit. Zware problemen zijn ons dus bespaard gebleven, maar op een bepaald moment was het gamegedrag van Andrew wel problematisch. Ik vond zelfs dat het naar een verslaving neigde. Wanneer we zeiden dat hij moest stoppen, kon hij heel heftig reageren. Ik wou het rustig aanpakken, hem eerst wat grenzen opleggen, een verwittiging geven en een compromis zoeken, maar Katrien was kordater. Wanneer het te veel werd, sloot ze gewoon het internet af. Achteraf bekeken was het goed dat ze zo heeft ingegrepen, want een gameverslaving is niet niks. Emma gamet niet, maar is vergroeid met haar smartphone. Je ziet haar bijna nooit zonder dat ding. Hebben jullie met haar ooit afspraken gemaakt over schermtijd en zo? Luc: Nee, toch niet. We hebben de kinderen zo opgevoed dat ze altijd met ons kunnen argumenteren, dus wanneer Emma ons verzekert dat ze het onder controle heeft, gaan wij niet principieel vasthouden aan ons idee en toch ingrijpen. Haar punten op school zijn oké, dus we hebben geen been om op te staan. Maar eerlijk, ik heb die smart­ phones al meer dan eens vervloekt. Voor mijn coaching ben ik een beetje verplicht om een Instagramaccount te hebben, maar voor de rest ben ik totaal niet bezig met sociale media. Wanneer ik iets wil posten, vraag ik aan Emma om mij te helpen. Zij kiest of bewerkt een foto, maakt het tekstje en post het voor mij. Mocht ik het zelf doen, zou ik daar een half uur mee bezig zijn… en dan nog zou Emma het niet oké vinden. ‘Allez papa, heb jij wel eens goed naar die foto gekeken?’ (lacht)

Scheidsrechter Jijzelf werkt als triatloncoach, dus sport maakt nog altijd een groot deel uit van je leven. Maar hoe belangrijk is sport voor de rest van je gezin? Luc: Andrew heeft drie jaar topsportschool gedaan in Antwerpen, en is daarna begonnen aan de opleiding ‘sport en beweging’. Maar toen hij tijdens het eerste jaar van zijn opleiding in het ziekenhuis belandde met een acute appendicitis en daar zag welk waardevol werk mensen er doen, besliste hij om verpleegkundige te worden. Hij werkt nu op de intensive care en heeft door de coronapandemie al loodzware tijden achter de rug, maar in zijn vrije tijd sport hij nog veel. Mijn vrouw en dochter zijn fanatieke voetbalfans, Katrien supportert voor Cercle Brugge en Emma voor Club. Dus wanneer Cercle en Club tegen elkaar spelen, ben ik thuis de scheidsrechter.

10

‘De eerste keer dat ik uitging, was ik al om half elf thuis’ Vind je dat elke tiener moet sporten? Luc: Nee, maar elke tiener moet wel bewegen. Niet iedereen ziet het zitten om heel zware inspanningen te doen of in competitie te gaan met anderen. Dat hoeft ook niet. Maar bewegen is natuurlijk wel een goed idee, het is ook gewoon nodig om gezond te blijven. En dat kan evengoed op een rustige manier, zoals mijn dochter het aanpakt: zij gaat regelmatig eens wandelen met haar mama, zo blijft ze ondanks haar pijnlijke knie toch wat in beweging.

Van twee kanten Welke toekomstdroom heb je voor je kinderen? Luc: Dat ze een gelukkige relatie hebben die blijft duren, dat staat bij mij op één. Hoe moeilijk het soms ook is, want het is altijd een beetje geven en nemen en je moet er blijven aan werken. Dat heb ik mijn kinderen meer dan eens verteld, ze beseffen dat niets vanzelf komt in het leven. En wat wens je jezelf toe? Luc: Katrien en ik dromen ervan om ooit naar Lanzarote te verhuizen. Ik heb de wereld rondgereisd en veel mooie plaatsen gezien, maar Lanzarote staat op nummer één. Dus hopelijk komt het er ooit van… al zal het bijzonder moeilijk worden om mijn vrouw en dochter een beetje van elkaar te scheiden. Die twee zijn niet gewoon moeder en dochter, het zijn echt vriendinnen.

Babbelkousen Wanneer Andrew en Emma terugblikken op hun jeugd, wat denk je dan dat ze zullen vertellen over jou? Luc: ‘Papa was veel weg!’ (lacht) Maar daarnaast zullen ze hopelijk terugdenken aan de fijne band die we hebben. Ik vind het echt belangrijk om als ouder een heel nauw contact te hebben met je kinderen, en dat krijg je alleen door vaak met hen te praten. Wanneer ik van in mijn bureau hoor dat Emma thuiskomt van school, klap ik mijn pc dicht, neem ik een koffietje en ga ik bij haar zitten zodat ze kan vertellen over haar dag. Ik besef dat niet elke ouder die luxe heeft, maar als je veel praat met je kinderen, kan je sneller merken wanneer het fout gaat. Al durven mijn vrouw en dochter wel eens te overdrijven: die twee babbelen wat af, hele dagen soms! (lacht) Nee serieus, ik vind het geweldig om te zien hoe goed ons gezin nog altijd aan elkaar hangt, zelfs nu Andrew samenwoont met zijn vriendin. Er gaat geen dag voorbij dat we hem niet horen of zien. Zalig toch? Dat maakt mij als vader oprecht gelukkig.


COLUMN

‘Komaan, papa! Zo moeilijk is dat toch niet, lopen?’

Intussen zijn we een jaar verder en liep ondergetekende al verschillende halve marathons, zelfs een keer dertig

‘Zeg aan tieners niet vooraf hoe ver jullie gaan wandelen, want dan schakelen ze hun stappenteller in’ Waarom ik op die bewuste najaarsdag mijn loopschoenen aantrok? Omdat het me stoorde dat zij zoveel stilzaten en uren op een scherm keken. Maar vooral omdat ik mezelf daarin te hard herkende. Oké, ik wandel veel voor mijn werk, maar dat ervaar ik niet als een echte sport. En omdat we allemaal weten dat trekken en sleuren meestal een averechts effect heeft op pubers, liet ik het grommelen en zagen achterwege. Nee, ik ben gewoon zelf beginnen te sporten. En voorwaar, voorwaar, ik zeg u: ‘Dat heeft gewerkt!’ Geregeld klinkt er nu door het huis: ‘Papa ik ga lopen, hé!’ Of galmt er door de gang: ‘Ik ga snel een toer fietsen!’ Hun gevoel voor timing is niet altijd even scherp, maar steeds weer glimlach ik – met slecht verborgen zelftrots – en zeg: ‘Is goed, voorzichtig zijn en geniet ervan!’

van de wereld. De telefoon diep in de zak – tenzij voor die ‘levensbelangrijke’ post op social media – en tijd voor elkaar. Nee ze staan niet klaar bij de eerste doe-je-schoenen-aan, maar ik krijg hen wel nog steeds mee. Sterke argumenten helpen, zoals: een pannenkoek onderweg en extra tijd op de tablet achteraf. Oh ja, nog een gouden tip: zeg aan tieners niet vooraf hoe ver jullie gaan wandelen. Want dan schakelen ze hun stappenteller in en hoor je op een bepaald moment: ‘Allez, we zitten al aan kilometer elf van de acht!’ Maar… sinds vorig jaar heb ik mijn antwoord klaar als ze zeggen dat ze moe worden: ‘Komaan, kinderen! Zo moeilijk is dat toch niet, wandelen?’

Wim Schotsmans me

Ik denk terug aan die lang vervlogen tijden toen de kinderen nog alles bewonderden wat hun vader deed. Dan zou ik nu volop applaus en blikken vol adoratie oogsten. Realitycheck? Die dagen zijn duidelijk voorbij. Ik hoor alleen: ‘Ah nee papa, ga jij zo naar buiten? Wat gaan de mensen zeggen?’ Er volgt nog wat stiekem gefluister en gegiechel, maar dan… Besluiten ze zowaar om mee te gaan, want: ‘Komaan, papa die loopt, dat willen we toch zien?’ Tot zover mijn hoop op een discreet eerste loopje na meer dan tien jaar looppauze. Sommigen springen op de fiets: ‘Zo kunnen we hulp halen als je hart het begeeft, papa!’ De anderen trekken zelf hun loopschoenen aan. En weg zijn we! Traag maar gestaag bereik ik de Nete, mijn steun en toeverlaat in moeilijke en mooie tijden. De fietsende jeugd vindt het duidelijk veel te traag gaan: ‘We vallen bijna om!’ Ze trekken dan maar wat sprintjes op de heerlijk rustige dijk. Ook de lopende vrolijkerds vervelen zich duidelijk en zoeken wat variatie op het loopthema. Ze lopen mij in bijtrekpas voorbij of blijven wat hangen en halen me dan achteruitlopend voorbij. Met een grote glimlach nemen ze weer afstand: ‘Komaan, papa! Zo moeilijk is dat toch niet, lopen?’

kilometer. Daarmee oogstte ik toch regelmatig wat verbaasde en bewonderende blikken van de jeugd in huis. Dat zij onwaarschijnlijk veel sneller blijven, daar heb ik me bij neergelegd. Meestal dan toch.

Foto: © Celien Van Dam

Stel je even volgende setting voor: een mooie najaarsdag in oktober en deze vader beslist – out of the blue – om nog eens te gaan sporten. Ik blaas het stof van mijn loopschoenen, hoop dat de rekker van mijn loopshort nog niet verduurd is en zoek een T-shirt uit dat niet uitschreeuwt: ‘Amateur!’ Oh ja, nog even een loop-app installeren en dan ben ik er echt helemaal klaar voor.

Toch sleep ik hen ook nog regelmatig mee op een wandeling, want dan kan je zo fijn praten. Tijdens het lopen kom ik vaak niet verder dan een hijgend compliment voor hun tempo of een gehoeste aansporing. Maar wandelen, dat is anders. Dat is even echt samen weg 11


Het gezellige gezin van Lieve en Jan telt twee fervente schermers. Noa (17) staat wekelijks meer dan twaalf uur op de piste, degen in de aanslag. Finn (15) houdt het vooral bij FIFA op zijn beeldscherm, en daar ziet Lieve wel het voordeel van in: ‘Het komt goed uit dat Finn niet zo sportief is. Mochten ze allebei zo intensief sporten, het zou moeilijk te combineren zijn.’

Foto’s: © Kristof Ghyselinck

Door Sarah Van Gysegem

12


‘Schermen is heel stresserend om naar te kijken’ Ja, vertel eens: hoe zit het met de sportieve activiteiten van de familie De Clerck? Finn (14): Over mij zijn we snel uitverteld: ik sport niet. (glimlacht) Intensief bewegen doe ik eigenlijk alleen tijdens de les lichamelijke opvoeding. Ik heb vroeger nog aikido gedaan, maar ik ben ermee gestopt omdat mijn vrienden en onze trainer er ook mee stopten. Papa Jan: We hebben Finn altijd de kans gegeven om te sporten: hij is begonnen met zwemmen en heeft daarna een jaar of vier aan atletiek gedaan. Het waren vooral de wedstrijden waar Finn op afknapte, hij bleek niet zo competitief ingesteld. Dus toen we hoorden dat aikido een sport is zonder competitie, lieten we hem dat eens proberen. Hij heeft het uiteindelijk toch een jaar of vijf volgehouden. Toen hij ermee stopte, zijn we op zoek gegaan naar een alternatief, maar die zoektocht is niet zo succesvol verlopen. Het heeft weinig zin om zulke dingen te pushen, je kan het alleen maar vragen of aanbieden. Ik herken trouwens veel van mezelf in Finn. Mijn vader was sportleerkracht dus hij deed heel wat pogingen om mij op sportief vlak te stimuleren… maar tevergeefs. Het is nooit echt gelukt. Mama Lieve: Het probleem is dat je voor tieners niet makkelijk iets vindt wat puur recreatief is, er komt altijd competitie bij kijken.

Wauweffect En hoe zit het met jouw competitiegeest, Noa? Noa (17): Prima, dankjewel! Ik ben zowel bij de zwemclub als de schermclub. Vooral schermen is mijn sport, daar ben ik per week meer dan twaalf uur mee bezig. Papa Jan: En ik ben haar taxichauffeur! Ik voer Noa naar de trainingen en competities, en dat zijn er nogal wat. Zelf doe ik niet echt aan sport, vorige lente ben ik opnieuw wat beginnen te lopen. Maar dat was eerder strompelen. (gelach) Mama Lieve: Die schermcompetities zijn dikwijls in het buitenland, dus Noa en Jan zijn heel vaak samen op stap. Papa Jan: Klopt, maar ik vind dat absoluut niet erg. Het schermen boeit mij echt, het is intussen ook mijn hobby. Vanwaar komt jullie interesse voor het schermen? Noa: Mijn opa, de papa van mijn papa, heeft vroeger ook nog geschermd. Op een bepaald moment informeerde papa bij de club of het misschien iets zou zijn voor Finn, maar hij was toen nog te jong om eraan te beginnen. Ik had dat opgevangen en wou het eens proberen. Dus ik ging naar een proefles… en ik ben er nooit meer mee gestopt. Papa Jan: Die bewuste proefles zal ik niet snel vergeten. Op het einde zei de trainster: ‘Wie van jullie zou er graag beginnen met schermen? Je hebt dan een degen nodig en die kost zeventig euro.’ En ja, er stond daar een meisje heel enthousiast en kordaat met haar vingertje in de lucht. We zijn dan meteen geld gaan afhalen en hebben die avond nog

haar eerste degen gekocht. En zo is het begonnen. Noa: Ik denk dat ik het toen vooral leuk vond omdat ik iets nieuws kreeg. Een degen dan nog: zo cool! Schermen was bovendien iets wat niemand van mijn vrienden deed, en dat was in het begin echt wel een motivatie. Als ik dat ergens vertelde, reageerde iedereen met: ‘Oh wauw!’ Ik doe het intussen negen jaar, en nu is het helemaal mijn sport. De competities zijn vaak in het buitenland, dus dankzij het schermen kom ik op plaatsen die ik anders nooit te zien zou krijgen. Ik heb in de schermwereld ook al heel wat vrienden, en wanneer we samen op stage zijn, voelt dat ondanks de harde trainingen toch als vakantie.

Degen vs. sabel: 1-0 Over naar de financiële kant van de zaak: is schermen een dure sport? Mama Lieve: Qua inschrijvingsgeld kan je het vergelijken met andere sporten, maar het materiaal kost vrij veel. Papa Jan: Zeker toen Noa nog volop aan het groeien was, we moesten toen vaak een nieuw pak kopen. Mama Lieve: Nu zijn het vooral de internationale competities die het duur maken. We moeten al die tripjes naar het buitenland zelf bekostigen. Papa Jan: Klopt. In het schermen heb je drie wapens: degen, sabel en floret. Noa schermt met de degen. In Wallonië is er erkenning voor de drie wapens, maar in Vlaanderen wordt alleen het schermen met de sabel erkend als topsport. Dus jonge sabreurs kunnen naar een topsportschool gaan, worden gesubsidieerd en krijgen bij internationale competities een deel van de reiskosten betaald. De degenschermers in Vlaanderen krijgen veel minder ondersteuning en moeten bijna alles zelf betalen. Het is misschien een domme vraag, maar waarom switch je dan niet naar de sabel? Noa: Er zijn in België relatief weinig vrouwelijke sabelschermers, terwijl we bij de degenschermers toch met een twintigtal ‘dames’ zijn. En om nu ineens sabel te gaan doen terwijl ik al zo lang met de degen vecht… nee, merci. Het is ook echt een andere sport met andere raakvlakken. Papa Jan: Een sabel is een slagwapen en een degen is een steekwapen. Ikzelf vind het sabelen minder mooi om naar te kijken. Het degenschermen is voor het publiek bovendien makkelijker om te volgen: er gaan lampjes branden als iemand geraakt wordt. Wat zijn zoal de vaardigheden van een goeie schermer? Waar moet je op trainen? Noa: Vooral op techniek. Maar eigenlijk ook op conditie. En lenigheid komt ook wel van pas. Papa Jan: Ja, de techniek is heel belangrijk, maar ook de snelheid waarmee je die techniek toepast. 13


Noa: Ik vind het een enorm uitdagende sport want ik blijf voortdurend bijleren. Ik ontdek nog regelmatig totaal nieuwe dingen, terwijl ik het toch al negen jaar doe. Echt straf!

Familie-agenda Jan en Noa, jullie zijn dikwijls samen onderweg, en vaak voor een paar dagen. Hoe zit het met de verstandhouding tussen vader en dochter? Noa: Dat gaat eigenlijk erg vlot. Ik heb er absoluut geen probleem mee om een kamer te delen met mijn vader, maar wel liefst één met aparte bedden. Want papa snurkt. Heel hard. Ik gebruik oordoppen en een koptelefoon en dan nog hoor ik het. Maar voor de rest: geen klachten! Papa Jan: We zijn jaarlijks meer dan zes weekends weg van huis, los van alle binnenlandse trainingen en competities. Het schermen heeft dan toch een serieuze impact op jullie agenda? Papa Jan: Mja, en soms krijgen we eens onder ons voeten… Mama Lieve: Vooral omdat ze het niet goed invullen op de familieagenda! Dan maak ik afspraken met vrienden of familie en moet ik lastminute bellen: ‘Sorry, Jan en Noa zullen er niet bij zijn.’ Papa Jan: Ik weet dat het lastig is, maar wij zitten soms zodanig in die vibe… Noa: Ja, papa en ik bespreken veel dingen wanneer we 14

onderweg zijn naar trainingen en soms vergeten we dan eens iets te melden aan jullie. Finn, snap je dat je papa en Noa zo opgaan in het ­schermen? Finn: Ja hoor, ik heb daar totaal geen probleem mee. Ik vind dat Noa haar dromen achterna moet gaan. Papa Jan: In het begin zei Finn eens lachend dat hij zich achteruitgestoken voelde. Maar we proberen daar echt op te letten. Mama Lieve: En we hebben hem intussen uitgeroepen tot onze favoriete zoon! (gelach) Papa Jan: Als Noa een nieuw stuk uitrusting krijgt, valt hij ook in de prijzen. Op die manier proberen we het wat in evenwicht te houden. Mama Lieve: En in de weekends dat Noa en Jan op pad zijn voor het schermen, doen Finn en ik wel eens een uitstapje. Het is niet dat we zitten te treuren en te wachten tot ze weer thuis zijn. Dan trekken we bijvoorbeeld een weekendje naar zee. En binnenkort gaan we naar de zoo, gewoon omdat het lang geleden is en we daar allebei zin in hebben. Noa: Ah, tiens! Heb jij dat in de agenda gezet? Ik weet van niets! (gelach) Papa Jan: Aangezien gamen Finns hobby is, denk ik niet dat hij het echt erg vindt om af en toe alleen te zitten. Finn: (glimlacht) Klopt, zolang ik mijn PlayStation heb, is alles in orde.


Vloeken in ‘t Engels Et voilà. Het woord is gevallen: PlayStation. Er zijn heel wat ouders die zich zorgen maken over het gamen, ze vinden dat hun tieners te veel voor een scherm zitten en niet genoeg bewegen. Hoe zit het bij jou, Finn, kan je het zelf een beetje doseren? Finn: Euh, nee. (gelach) Mama Lieve: Finn heeft nog maar sinds een jaar een eigen scherm op z’n kamer. Tot dan moest hij hier in de woon­ kamer gamen, via de tv. Toen bleef het wel beter binnen de perken dan nu. Maar op zich vind ik dat het best meevalt: hij doet altijd eerst zijn schoolwerk. Dankzij dat gamen kon hij tijdens de lockdown verbonden blijven met zijn vrienden. Het is een goeie manier om contact te houden en dat is toch echt iets positiefs, iets waar vaak geen rekening mee gehouden wordt. Veel mensen kijken vooral naar het verslavende aspect. En ja, dat bestaat uiteraard, maar wat Finn betreft maak ik me daar geen zorgen om. Het is niet dat hij opstaat om te gamen. Noa: Toen hij zijn scherm pas had, vond ik dat hij soms te veel lawaai maakte. Zeker wanneer ik zat te studeren en ineens een oerschreeuw hoorde vanuit zijn kamer. Finn: Ik heb vaak niet door hoe luid ik praat omdat ik een hoofdtelefoon opheb. En ja, ik durf wel eens roepen wanneer ik boos ben… Mama Lieve: Of stampen met je voeten of met je vuist op je bureau kloppen! (glimlacht) We merken inderdaad snel wanneer het spel wat tegenzit. Papa Jan: Vroeger, toen we nog geen gamer in huis hadden, dachten wij dat onze buurjongen het syndroom van Gilles de la Tourette had. Omdat we hem zo vaak luid hoorden vloeken en mensen verwensen. Maar een paar jaar later werden we hier met hetzelfde fenomeen geconfronteerd: dat is gewoon hoe die gasten communiceren. Mama Lieve: Finn kan zelfs vloeken in het Engels!

Satéstokje Lieve, jij had het daarnet over Finn die zijn huiswerk voorrang geeft. Hoe zit dat bij jou, Noa? Lukt het om al dat sporten te combineren met je laatste jaar secundair en met je sociale leven? Noa: Het komt er vooral op aan om heel goed te plannen en niets te laten liggen tot het laatste moment. En op de dagen dat ik niet met schermen bezig ben, stop ik zoveel mogelijk tijd in mijn vrienden. Tijdens vakanties lukt dat wel, maar in oktober was het zo druk dat ik mijn vrienden buiten de schooluren simpelweg niet gezien heb. Ze begrijpen dat hoor, de meesten hebben ook veel hobby’s en volle agenda’s. Mama Lieve: Noa haalt ook een aantal voordelen uit het schermen: doordat ze vaak in Frankrijk moet vechten, is haar Frans heel goed. Noa: Ik probeer elk vrij moment te benutten. Wanneer op een wedstrijd de jongens aan de beurt zijn, maak ik intussen samen met de meisjes mijn huiswerk. Zorgen schermwedstrijden ook voor stress? Papa Jan: Toen Noa jonger was, had ze daar totaal geen last van. Wanneer andere meisjes verloren, volgde er vaak een groot drama met heel veel tranen, maar bij Noa ging het

leven meteen verder. Dat is de laatste jaren wel wat om­ geslagen. Noa: Klopt. Toen het tornooi in Gent dit jaar tegenviel, had ik nadien zelfs een tijdje een serieuze dip. Wanneer ik verlies, moet ik soms eventjes bleiten, maar ik doe dat altijd op het toilet. Zodat niemand het ziet. Da’s de stress en de ontgoocheling die ik kwijt moet. Papa Jan: Het is ook intensief hé, soms rijden we vierhonderd kilometer om deel te nemen aan een wedstrijd. Wanneer het dan tegenvalt, is de frustratie nog zo groot. Noa: Ik ken meisjes die in de uren voor een wedstrijd geen hap door hun keel krijgen, maar daar heb ik geen last van. Papa Jan: We hebben het nog niet gehad over de zenuwen van de entourage: schermen is een héél stresserende sport om naar te kijken! Noa: Jij kan er nog goed mee om, mama kon het soms echt niet aanzien. Mama Lieve: Oh, ik vond dat verschrikkelijk stresserend! Vandaar dat ik er niet zo mee inzit dat Jan haar nu altijd begeleidt. Papa Jan: Ik heb me ooit één keer weggestopt omdat ik het niet meer aankon van de spanning. Ik heb toen hard op mijn donder gekregen van de coach en heb het sindsdien nooit meer gedaan… Noa: Ik had nog nooit tegen dat meisje gewonnen, en ineens stond het 14-14. Nog één puntje te gaan dus. Ik stond letterlijk te trillen op mijn benen, ik kijk om naar papa… en hij was weg! Maar toen ik het punt maakte, dook hij ineens weer op, juichend en mega enthousiast. (gelach) Mama Lieve: Ik herinner mij haar allereerste wedstrijd, in Hasselt. Negen jaar was ze, heel klein en tenger. Hoe ze daar stond met dat degentje… mijn hart! Ze moest vechten tegen een meisje dat ontzettend heftig stond te steken. Alsof ze een stukje vlees op een satéstokje wou duwen. Vreselijk!

Olympisch Waar liggen je ambities, Noa? Hoever wil je geraken in het schermen? Noa: Dit jaar wil ik genoeg punten halen om naar het EK te gaan. Maar eerst misschien nog een groot internationaal tornooi, zodat ik kan zien hoever ik sta. Geen olympische droom? Noa: Goh, vanuit België is dat redelijk onmogelijk. Je moet je plaatsen als ploeg, en om in één generatie vier goeie schermers te vinden… niet evident. Papa Jan: Je kan je ook individueel plaatsen hoor, kijk maar naar Seppe Van Holsbeke! Finn, een grote internationale gamewedstrijd, zou dat niets voor jou zijn? Dan kan je met je mama ook eens naar het buitenland! Finn: Goh, niet direct… Mama Lieve: (knipoogt) Dat soort ‘scherm’-wedstrijden zou nochtans véél meer opbrengen! Papa Jan: Klopt! Misschien is dan nu het moment gekomen om een warme oproep te doen naar mensen die onze buitenlandse trips willen sponsoren? (tegen de dictafoon) De redactie heeft alle gegevens, neem gerust contact op! Noa: Maar niet allemaal tegelijk, hé! 15


Skatepark PRAAT Foto’s: © Kristof Ghyselinck

Vallen en opstaan. En nog eens vallen en opstaan. Het hoort bij jong zijn, en duidelijk ook bij skaten. Nooit zagen we meer tieners tegen de grond gaan en dapper rechtkrabbelen dan die middag in het skatepark aan de Gentse Blaarmeersen. Aan een drop-in of een grind wagen we ons niet, wel aan een aantal gesprekken met dappere doorbijters. Want skaten is topsport! Door Sarah Van Gysegem

STUNTSTEPPERS Dzhemal (12): Vroeger heb ik geskatet, maar ik ben ermee gestopt omdat ik het saai vond. Stuntsteppen is veel spannender omdat je ook echt kan sturen, er zit meer variatie in. Ik ben beginnen steppen toen ik hier kwam wonen: het was in de eerste plaats handig om mee naar school te gaan, maar beetje bij beetje ontdekte ik dat je ook trucjes kan doen met die step. Ik vind het vooral leuk om hoog te springen en dan ver te glijden. Best vermoeiend want ik zweet er heel vaak van! Horion (14): Ik ben nu een maand of vijf aan het stuntsteppen. Nu ja, ik was er al eerder mee begonnen maar ik heb een paar maanden niet kunnen sporten omdat ik mijn arm gebroken had. Ik deed vijf keer een truc en het ging perfect, bij de zesde keer vroeg ik iemand om het te filmen… en toen viel ik en brak ik mijn arm. Typisch. Sinds die val is mama nogal bezorgd en wil ze dat ik een helm draag. Ik vind dat niet erg, ik snap haar wel.

16

RESPECT Gilles (30): Ik ben hier aan de slag als jongerenwerker en ben de brug­ figuur tussen de skateboardgemeenschap en de stad Gent. Ik ontvang van beide kanten signalen en probeer daar zo goed mogelijk op in te spelen. Het was voor deze job geen must om te kunnen skaten, maar het is natuurlijk wel handig. Doordat ik regelmatig meerol met de skaters, heb ik geloofwaardigheid. Ze kennen en vertrouwen mij. Camille (26): Het is jammer dat skaten bij veel mensen een slecht imago heeft, er leven nog altijd heel wat vooroordelen. Ik merk dat regelmatig: autobestuurders beginnen vaak wild te claxonneren wanneer ik een stukje van ‘hun’ straat inneem, terwijl ik even snel ga als een fietser. Gilles: Het is al iets beter dan vroeger, maar er bestaan inderdaad nog altijd vooroordelen. De skatesport is ontstaan uit een subcultuur van de jaren negentig, het is geëvolueerd naar een echte hoofdcultuur en sinds dit jaar wordt het zelfs erkend als olympische sport. Toch zijn we in de ogen van veel burgers nog altijd een bende marginalen die alleen maar rondhangen, blowen en dingen kapotmaken. Uiteraard is dat niet zo. Ik nodig iedereen uit om een keer een kijkje te nemen in een skatepark of om eens écht te babbelen met een groepje skaters. Dan zal je zien dat het gewoon jongeren zijn die superveel vallen en opstaan. Letterlijk en figuurlijk. Want om als skater één en ander goed onder de knie te krijgen, moet je beschikken over een flinke dosis doorzettingsvermogen. Bij het skaten zijn er ook geen echte voorschriften, je mag je eigen ding doen. Eigenlijk zijn het dus stuk voor stuk kunstenaars. Heel wat skaters zitten trouwens effectief in de kunstwereld: zowel in de fotografie, de film, de muziek… het zijn straffe mensen! Het lijkt me op fysiek vlak best zwaar… Gilles: Klopt! Daarom is skaten een ideale uitlaatklep. Camille: Als je jezelf wil verbeteren, moet je enorm focussen en kan je intussen aan niets anders denken. Het is dus ideaal om je hoofd leeg te maken. Gilles: En wat skateboarden extra mooi maakt: het maakt totaal niet uit wie je bent, van waar je komt, welk geslacht je hebt of naar welke muziek je luistert. Als je een plank onder je voeten hebt, hoor je er automatisch bij. Camille: Ik kan niet goed skaten, maar toch voel ik me hier welkom. Of je nu een pro bent of een beginner, je moet je alleen een beetje aan de voorrangsregels houden. Er niet tussenkomen als iemand een bepaalde bocht of lijn wil doen, want anders bots je. Gilles: Gewoon rekening houden met de andere. En respect geven, dan krijg je respect terug. Camille: Voilà. Zo gaat het in de maatschappij ook.


HIGH FIVE Simen (13): Wij wonen in Den Bosch. Omdat ik een paar dagen vakantie heb en graag wat wou skaten, combineren mama en ik een citytrip in Gent met een paar bezoekjes aan dit skatepark. Noelle (51): Gent is heel mooi, maar de aanleiding om naar hier te komen was echt wel het skatepark. Simen: Klopt! Ik skate nu anderhalf jaar en probeer elke dag te oefenen, op die manier voel ik mezelf beter worden. Nieuwe trucjes uitproberen, af en toe naar andere skateparken gaan… het is ontzettend fijn om te doen. Is skaten ook gevaarlijk? Simen: Het is zeker niet zonder gevaar: ik heb mijn enkel al eens gekneusd en ben al een paar keer keihard op mijn heup gevallen. Maar dat maakt niet uit, het hoort erbij en het maakt me sterker. Na een tijdje doet het ook minder pijn omdat je leert hoe je het best kan vallen, wegrollen en glijden. Noelle: Ondanks die blessures ben ik blij met zijn skatehobby: hij beweegt, hij is vaak buiten én hij kan het samen met zijn vrienden doen. Tien keer beter dan online gamen! En terwijl Simen hier aan het rollen is, doe ik op mijn inlineskates wat rondjes in de omgeving – van die ramps blijf ik liever weg. Hij heeft vroeger nog gevoetbald, en toen ging ik tijdens zijn trainingen ook altijd hardlopen of wandelen. Omdat er in heel wat steden echt leuke skateparken zijn, hebben we nu altijd een aanleiding om ergens naartoe te rijden. En tot nu toe vindt Simen het nog altijd niet vervelend om zijn moeder in de buurt te hebben. (lacht) En hoe zit het met de skate-outfit? Zijn daar bepaalde vereisten voor? Noelle: Kijk maar eens naar zijn schoenen: die slijten ontzettend snel, hij moet ze regelmatig lijmen. Simen: De meeste skaters dragen graag losse kleding die zo’n beetje rond de heupen hangt en die je niet voelt zitten. Je skate best met een lange broek, zeker als het op asfalt is. Anders kan je bij het glijden grote vleeswonden oplopen. Hoe goed zou je willen worden? Simen: Goh, een professional worden en competitie doen, dat hoeft niet voor mij. Onder vrienden elkaar wat uitdagen om als eerste ergens te springen of een bepaald trucje te doen, vind ik al voldoende. En als iemand het beter of eerder kan dan ik: geen probleem. Niet geïrriteerd raken maar elkaar gewoon een high five geven. Zo blijft het leuk en gezellig.

17


VRIJHEID Sara (38): Een beetje lezen terwijl mijn twee zonen sporten, zo ziet een doorsnee woensdagnamiddag eruit voor mij. De ene zit in de klimzaal en de andere leeft zich hier intussen uit in het skatepark. Dat muurklimmen is voor mijn jongste zoon een ideale sport. Hij heeft enorm veel energie en kracht, dus we zochten iets waarbij hij dat kon gebruiken zónder in een team te moeten zitten. Hij doet het nu al vier jaar en hij geniet er enorm van. Als je goed naar je kinderen kijkt, kan je echt wel een sport vinden die bij hen past. De oudste vindt het leuk om te skaten omdat het iets is wat hij met vrienden kan doen. Ik ken er niets van maar het is mooi om naar te kijken: hoe ze die balans zoeken, het gevoel van vrijheid dat je van hun gezicht kan aflezen… heerlijk!

VALLEN EN KNALLEN Cas (12): Ik skate hier ongeveer vier uur per week. Het gevoel van nieuwe dingen te kunnen nadat ik daar eerst een tijd voor gestreden heb… ongelooflijk. Daar doe ik het voor. Ik heb hier al veel mensen héél vaak zien vallen, is dat niet frustrerend? Cas: Nee, dat is skaten hé, je moet dat aanvaarden. Een maand geleden heb ik een beentje in mijn voet gebroken, ik ben nog maar net uit het gips. Mijn ouders hebben me gevraagd om nog wat voorzichtig te zijn en vooral niet te zot te doen, maar ja… ik wil toch zo snel mogelijk weer knallen. Volgens de dokter mocht ik de eerste drie weken nog niet skaten maar dat is onmogelijk. Het is mijn passie. En een passie hou je niet tegen.

18


STRAFFE JEUGDSKIWEEK!

1-9 april 2021

Breng je vriend

en mee... !

...en laat je ouders thuis

All- in

formule

Zoek & Boek

www.aanbod.gezinssportvlaanderen.be


Voetballen tijdens de middagpauze, met vrienden gaan fietsen of even skaten na school: voor de meeste jongeren is zo’n dagelijkse portie lichaamsbeweging evident. Maar wat als je in een rolstoel zit en sportieve ambities hebt? Maxime Decrock (15) laat zich alvast niet tegenhouden door zijn fysieke beperking: ‘Als corona er geen stokje voor steekt, neem ik deze zomer deel aan het WK powerchairhockey.’

Foto: © Kristof Ghyselinck

Door Kristina Rybouchkina

20


‘Ik droom ervan om wereldkampioen te worden met onze ploeg’ Sinds de Red Lions ons een gouden medaille hebben bezorgd op de Olympische Spelen is de hockeyploeg alom gekend in België. Maar weinigen weten dat we ook een fantastische powerchairhockeyploeg hebben. Als een van de beste achte teams ter wereld strijden zij deze zomer in Zwitserland voor de wereldtitel. Maxime is een van de spelers die de kleuren van ons land zullen verdedigen. Zelf is hij als kleuter in de wereld van powerchairhockey euhm… gerold. Maxime: Ik heb spinale spieratrofie type 2, een ziekte waardoor mijn spieren steeds zwakker worden. Dat is aangeboren, dus de symptomen treden al op jonge leeftijd op. Toen ik drie jaar was kwamen mijn ouders toevallig in contact met mijn trainer. Die nodigde me uit om eens te komen proberen en… ik ben nooit meer gestopt.

Allemaal vrienden Wat vind je zo leuk aan de sport? Maxime: De snelheid! We spelen in speciale sportrolstoelen, waarmee we tot achttien kilometer per uur kunnen halen. Maar dat doe je natuurlijk niet vanaf dag één. Ik ben lang geleden begonnen in mijn gewone rolwagen, waar ik elke dag in zat. Het eerste wat je moet leren, is er goed mee rijden en draaien. Je moet behendig worden. Pas later oefen je ook met een bal op een groter veld. Hoe zit het spel precies ineen? Maxime: Elk team bestaat uit een keeper en vier spelers. Je speelt dus vijf tegen vijf. Afhankelijk van hoe sterk elke speler fysiek is, krijgt die een cijfer tussen 0,5 en 4,5. Zelf ben ik 0,5 omdat ik door mijn beperking erg weinig kan. Een vriend van mij kan stappen, dus hij is bijvoorbeeld een 4. In totaal mogen beide ploegen niet hoger zijn dan 12, zodat het eerlijk blijft. Vaak gaat het er heel spannend aan toe. Want zelfs al moet je uitkomen tegen een ploeg die fysiek iets sterker is, toch kan je winnen als je het slim aanpakt en goed samenspeelt. Ook die tactische kant maakt powerchairhockey zo’n leuke sport. Dat, én het hele teamgebeuren. Heb je een hechte band met je ploeggenoten? Maxime: Ja, we komen heel goed overeen. We spelen met verschillende leeftijden door elkaar: de meeste leden bij ons in de club zijn in de twintig, anderen zijn wat jonger dan ik. Maar dat verandert niets aan de sfeer. We horen elkaar veel, ook naast de trainingen, en we spreken regelmatig af om naar de film te gaan of zo. Eigenlijk bouw je zelfs met je tegenstanders op den duur een goede band op, want het is een klein wereldje. Je komt steeds dezelfde mensen tegen op tornooien. We zijn competitief, maar naast het veld zijn we allemaal vrienden.

Nationale selectie Ben je zelf dan ook zo competitief? Maxime: Ik win graag, ja. (lacht) Ik kijk steeds met een gezonde spanning uit naar een wedstrijd en tijdens een match ga ik er altijd volledig voor. Maar als we verliezen, lig ik er ook niet van wakker. Uit je fouten kan je namelijk leren. Mijn doel is vooral om beter te worden. Daarom ben ik zo blij dat ik in de nationale ploeg mag spelen, zo kan ik nog meer groeien als speler. Heb jij een vaste positie in het team? Maxime: Spelers die genoeg kracht hebben om een stick vast te houden, hebben een floorball stick en gaan er vooral mee aanvallen. Ik kan mijn armen minder goed bewegen, dus ik heb een T-stick die bevestigd is aan mijn powerchair. Dat is eerder verdedigend. Mijn precieze rol is voornamelijk om spelers van de andere ploeg tegen te houden, zodat mijn teamgenoot die de bal heeft, kan passeren en scoren. Zonder tegen de andere spelers te botsen, natuurlijk. Dat mag niet, het zou veel te gevaarlijk zijn. Er zit bescherming rond onze stoelen, maar ik heb al gezien hoe spelers na een botsing omvervielen. Een sportrolstoel weegt al snel 120 kilo, dus er moeten dan verschillende mensen komen helpen om die persoon terug recht te krijgen. Bovendien hoop je dan vooral dat hij of zij niets gebroken heeft. Mijn ouders vinden het om die reden soms best eng om te kijken. (glimlacht) Wat moet je eigenlijk doen om het nationale team te halen? Maxime: Je moet geselecteerd worden, een beetje zoals in het voetbal. Je moet dus echt goed zijn in de sport. Ik mocht eind 2019 starten, maar niet veel later kwam corona… Heel vaak hebben we dus nog niet samengespeeld, jammer genoeg. De tornooien zijn nu trouwens weer allemaal geannuleerd. Gelukkig mogen we wel nog trainen. Hoeveel keer speel je per week? Maxime: Op woensdagen train ik bij mijn gewone club in Antwerpen. Ik zit daar op internaat, op een school die regulier onderwijs aanbiedt voor mensen met een beperking. Eigenlijk ben ik van Hasselt, maar toen ik moest starten in het middelbaar hadden ze die optie nog niet bij ons in de buurt. Op zich komt het niet slecht uit: de sporthal is op een kilometer van het internaat, dus ik ga er zelf naartoe met mijn rolwagen. Mijn weekends zijn voorbehouden voor de competitie in België en in Nederland, want daar speel ik ook. Als er eens geen competitie is, neem ik deel aan tornooien. In september heb ik samen met een vriend zelfs een eigen tornooi georganiseerd. Dat was heel tof om te doen, en het was een echt succes. Er waren veertien ploegen aanwezig, wat meer dan oké is voor een eerste editie. 21


Foto: © Decrock

Is het belangrijk om ook in je vrije tijd te trainen om nog beter te worden? Maxime: Sommige spelers kunnen dat, maar voor mij is dat fysiek niet haalbaar. Door mijn spierziekte kan ik mijn spieren niet trainen. Sowieso moet je ook voldoende rusten tussendoor. We zitten misschien in een rolstoel, maar zo’n toernooi is écht vermoeiend. Als je aan achttien kilometer per uur rijdt en bochten neemt, moet je je hele lichaam opspannen om die bewegingen op te vangen. Wat ik wel vaak doe in mijn vrije tijd: mijn tactisch inzicht oefenen door vorige matchen te herbekijken. Soms alleen, soms met mijn teamgenoten. We analyseren dan welke fouten we hebben gemaakt en wat we anders kunnen aanpakken. We bestuderen onze tegenstanders trouwens ook, zodat we hun manier van spelen kennen.

Geen prijzengeld Je speelt bijna ieder weekend een toernooi. Heb je dan al een mooi potje prijzengeld bijeengespaard? Maxime: Nee, er zijn geen geldprijzen bij powerchairhockey. We spelen voor de eer of voor een medaille. Als een team kampioen speelt, wordt dat uiteraad gevierd, met een barbecue. Maar verder valt er niet echt iets te winnen, het gaat vooral om de ervaring. Eigenlijk kóst de sport vooral geld. Het begint bij het materiaal. Sommige spelers gebruiken een sportrolstoel van de club, maar als je op hoog niveau speelt, moet je er speciaal een laten maken. Daarvoor betaal 22

je rond de 15.000 euro. Destijds heeft mijn hele familie meebetaald via een crowdfunding, anders was dat veel te duur. Het WK in Zwitserland zal mij 800 euro kosten. Je mag niet vergeten: voor een tornooi heb je ook een begeleider nodig die je helpt om in je stoel te raken en bij het aankleden en eten. Bij mij is dat meestal gewoon een van mijn ouders, maar dat betekent dat we twee keer dat bedrag moeten betalen. Ook naar de tornooien in het weekend gaat er geld: vaak zijn die op enkele uren rijden, dus daarna boeken we een hotel om in de buurt te overnachten. Ik vind het ontzettend jammer dat powerchairhockey zo duur is, maar voor mij is het sowieso elke cent waard. Heb je tot slot nog een droom die je graag wil waarmaken? Maxime: Ik droom ervan om met onze ploeg wereld­ kampioen te worden. En voor mezelf persoonlijk: een zo goed mogelijk niveau halen in mijn positie. Daarnaast is het mijn doel om powerchairhockey bekender te maken. Sommige mensen weten niet eens dat onze sport bestaat, en dat is echt zonde. Als je een beperking hebt waardoor je in een elektrische rolstoel zit, zijn G-sporten als rolstoelbasketbal of -rugby niet haalbaar. Maar powerchairhockey kan dus wel. Die boodschap wil ik zo veel mogelijk verspreiden. Voor mij is die sport namelijk ontzettend belangrijk in mijn leven. Het geeft me de kans om aan topsport te doen op het hoogste niveau. Dat vind ik super. Meer weten? parantee-psylos.be


Nieuwe ledenvoordelen

In de kijker exclusief koffieproefpakket 5% spaarkorting

NIEUW

Ray & Jules koffie Ray & Jules. Dat is ’s werelds eerste traag geroosterde koffie op zonne-energie. Biologisch en fair trade. Afkomstig van een lokale Leuvense start-up met een missie: samen met jou de koffiesector 100 % eerlijk en 100 % CO2-vrij maken.

JBC

Mee met elke familie

Exclusief Gezinsbond koffieproefpakket (6 x 250 gr): zes zongeroosterde koffies (bonen of gemalen) uit Afrika, Centraal- en Zuid-Amerika • Voordeelprijs: 39,75 euro (ipv 43,20 euro) • Je ontvangt bovendien 10 euro spaarkorting • Gratis levering aan huis

JBC brengt kwalitatieve en betaalbare kleding in een trendy, modebewust jasje. Voor eender welke gelegenheid of leeftijd en voor eender welke stijl. Shop nu stoere outfits uit de tienercollectie met toffe kleuren en catchy prints en ontvang 5 % spaarkorting. Be happy, zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant. Voel je mooi en straal!

MEER INFO: gezinsbond.be/koffie

MEER INFO: gezinsbond.be/jbc

tot 10 % spaarkorting

STANDAARD BOEKHANDEL

Houd je goede voornemens in stand Goede voornemens voor het nieuwe jaar, bewust of onbewust maakten we ze allemaal. Misschien kruip je dit jaar graag nog wat vaker in de zetel met een goed boek? Standaard Boekhandel geeft je alvast een extra duwtje in de rug met 5 % spaarkorting op boeken, multimedia en wenskaarten. Op papier- en schrijfwaren, bureaumateriaal, klassement, agenda’s en kalenders krijg je maar liefst 10 % spaarkorting. MEER INFO: gezinsbond.be/standaardboekhandel

Blijf op de hoogte van al jouw voordelen als lid van de Gezinsbond! Surf naar www.gezinsbond.be/ledenvoordelen en schrijf je in voor de maandelijkse voordelennieuwsbrief.


JOUW VO O R D E E L v ia de Gezinsbo nd

PROEF DE ZON IN JE KOFFIE (h)eerlijk duurzame koffie, 100% op zonne-energie

€ 10 RA

EXT g a sp arkortin

CADEAU TOT EIND MA ART: een reep chocolade va n Tony’s Chocolonely bij elk Ge zinsbond koffiepakket!

JOUW GEZINSBOND KOFFIE-PROEFPAKKETVO Biologische fairtrade koffie, vers geroosterd 100% op zonne-energie voor een lekkere, verfijnde smaak 6 zongeroosterde koffies uit Afrika, Centraal en Zuid-Amerika (6 x 250 g) met € 10 EXTRA spaarkorting, zo betaal je uiteindelijk € 43,20 € 29,75 bonen of gemalen naar keuze & gratis levering aan huis

BESTEL online: ray-jules.com/gezinsbond Korting geldig bij bestelling van het Gezinsbond Proefpakket, via deze link op de Ray & Jules webshop. Geef je lidnummer door bij bestelling. Bij meerdere proefpakketten, ontvang je de korting voor ieder besteld pakket (max. 3 per bestelling). De korting wordt uiterlijk 1 maand na de betaling op de lidkaart geplaatst.

nu m

et Jouw voordeel via Gezinsbond € 18 k o rt ing www.ray-jules.com/gezinsbond + gra tis levering