Page 1

75.

BOTSING BRIEVEN AAN OUDERS MET TIENERS

Afgiftekantoor Gent X // Erkenningsnummer: P608189

DRIEMAANDELIJKS > JANUARI, FEBRUARI, MAART 2018

BIJZONDER

PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE

Troonstraat 125 1050 Brussel


INHOUD

COLOFON BOTsing - Brieven aan Ouders met Tieners is een uitgave van de Gezinsbond vzw

Briefwisseling

06 FATIMA

10 SABINE

18 BEKENDE MOEDER EN VADER

22 ACHTERKLAP

BOTsing, Troonstraat 125, 1050 Brussel T 02-507.89.50 E botsing@gezinsbond.be

Abonnementen T 02-507.88.88 E ledendienst@gezinsbond.be BOTsing verschijnt vier keer per jaar en is gratis voor leden van de Gezinsbond met kinderen tussen 12 en 17 jaar. Andere leden betalen € 1,50 per nummer of € 5 voor een jaarabonnement. Niet-leden betalen € 2,50 per nummer of € 8 voor een jaarabonnement. Nog verkrijgbare oude nummers vind je via de website: www.gezinsbond.be/botsing. Ze kosten € 1. Alle betalingen via storting op reknr. IBAN: BE66-4350-3052-2243 / BIC: KREDBEBB

Redactie Sarah Van Gysegem (coördinatie), Sarah Saelens

Werkte mee aan dit nummer 03 Het gezin Koole-Guns The Swedish Connection.

06 Fatima, mama van een Syriëstrijder Verdriet dat geloof en grenzen overschrijdt.

10 Sabine, mama van Monnik Giel Onvoorwaardelijk graag zien en moeiteloos loslaten.

13 Straatpraat Kortrijkzanen over de pieken en bijzonderheden van hun puberteit.

18 Bekende Moeder en Vader Petra De Pauw, Herman Verbruggen, pretparken en puberale momenten.

22 Achterklap Gentse Steinerscholieren over onmisbare vrienden en onvervangbare ouders.

Kirstin Vanlierde

Redactiesecretaris Jef Bergmans

Hoofdredacteur Helga Basteleurs

Foto’s Kristof Ghyselinck, Koole, Foubert

Ontwerp lay-out die Keure, Graphic Design Isabelle De Clerck

Realisatie & druk die Keure nv (Brugge)

Verzending die Keure nv (Brugge)

Publiciteit Publicarto - T 05-382.60.80

Redactiecomité

REDACTIONEEL BOTsing presenteert deze winter graag een specialleke. We verzamelden grote en kleine verhalen en portretten die allesbehalve alledaags zijn. Soms aangrijpend, soms grappig, maar altijd weer bijzonder. En laat dát nu net de titel zijn van dit nummer! We wensen je een bijzonder warme winter en weinig botsingen. Team Sarah

Tijdschrift BOTsing

Helga Basteleurs, Jef Bergmans, Peter Jan Bogaert, Daniël Bruyninckx (voorzitter), Ilse De Block, Sibille Declercq, Elke Depourcq, Hannah De Smet, Evelien Luts, Sarah Saelens, Hilde Timmermans, Tina Van Eyken, Sarah Van Gysegem, Alix Vermeire

Verantwoordelijke Uitgever Anneke Blanckaert, Troonstraat 125, 1050 Brussel Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze ook zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers


HET GEZIN KOOLE, LIVE VANUIT ZWEDEN Drie jaar geleden zetten Joke en Han (beiden 46) een bijzondere stap. Ze verhuisden met hun gezin naar Zweden. Deze babbel met BOTsing verloopt dus via Skype. We hebben het over houthakken en iemand uit een wak in het ijs leren halen, over tien jaar op de wachtlijst staan voor een kamer in de stad en over een gezin zijn met pubers, in the middle of nowhere. ‘De puberteit? Oh, wat een heerlijk onderwerp…’ zucht Joke. Echtgenoot Han, zonen Nathan (18) en Moseo (11) en dochter Yun (16) proesten het uit. Het is krap in het bureau van Joke en Han. Yun staat langs de zijlijn het gesprek met één oog mee te volgen. Van Nathan zien we alleen de brede torso. ‘Ik ben veel te lang voor dat ding.’ Mama en papa stellen de camera bij tot iedereen ongeveer in beeld is.

Nathan: Ik zat in het tweede middelbaar toen we verhuisd zijn uit België. Ik was vijftien. Joke: En Yun was dertien. Zij zat toen al volop in de puberteit, hij nog niet. Nathan is nu achttien en zit er middenin. Ze kiezen hun moment, ja. Moseo: Ik heb beloofd dat ik pas ga puberen als die twee daar (kijkt veelbetekenend naar Nathan en Yun) klaar zijn. Han en Joke leerden elkaar kennen in Leuven, waar hij, van oorsprong Nederlander, kwam studeren. Ze woonden eerst in Nederland. Daar kwamen ze er na de geboorte van Nathan algauw achter dat hij autisme had. Hun Chinese adoptiedochter Yun sloten ze in de armen toen ze tien maanden was, en zes jaar later maakte Moseo uit Ethiopië het gezin compleet. Al woonden ze op dat moment toch weer in België. En toen was er die droom van Zweden.

Huilen tot voorbij de brug Joke: Ik heb me in België nooit helemaal gelukkig gevoeld en altijd gezocht naar een soort van vrijheid die ik hier veel meer vond. Dat we precies in Björköby (spreek uit: Bjurkebuu, red.) beland zijn, komt omdat we oorspronkelijk een vakantiehuis zochten. En we wilden rust, dus niks in de stad … Het eerste wat we zagen, was dit. We zijn gezamenlijk overstag gegaan. Han: Ik kon me eerst niet voorstellen om in Zweden een nieuw leven op te bouwen. Tot we hier een eigen huis hadden, regelmatiger kwamen en mensen leerden kennen. In het begin vond ik de leegte en de omvang van het land heel overweldigend. Dat je altijd op een zekere afstand van andere mensen zit, beklemde mij een beetje. Maar stilaan heb ik dat leren waarderen. Toen dachten we: misschien moeten we toch echt de stap zetten om hier te gaan wonen. Joke: De jongens waren dol op Zweden. Nathan was telkens enorm overstuur als we op het einde van de vakantie terug naar België moesten. Dan loeide hij in de auto tot we de Öresundbrug tussen

3


Zweden en Denemarken over waren. Moseo: We namen altijd een Zweedse botervloot mee naar België om daar als koekjesdoos te gebruiken. Als herinnering. Joke: Alles om een stukje Zweden mee te nemen naar België. Dus de jongens waren wel blij om te verhuizen. Er kwam eigenlijk maar één tegenstem, van Yun. In België zat ze ook echt niet goed in haar vel, dus het was zeker niet zo dat we een gelukkig kind uit haar omgeving weghaalden. Het is jammer dat ze nog steeds haar plek niet helemaal gevonden heeft. Nathan: Ik vond het heel leuk dat we naar een dorp verhuisden. Het is hier rustig. Er is eigenlijk niks dat ik echt mis uit België, behalve de vrienden van mijn oude klas. Nu kan ik ook wel goed opschieten met de meeste klasgenoten. Ik ben van België én van Zweden, maar meer van Zweden, vind ik.

Foto’s: © Kristof Ghyselinck

Nathan, lukt dat zo’n beetje met die puberteit? Nathan: (kijkt zijn moeder aan, grijnst, aarzelt een paar seconden te lang) Ja, hoor. Joke: (lacht) Wil je dat we je even alleen laten Skypen?

4

Wat voor een tiener ben je, vind je zelf? Nathan: Ik denk dat ik soms een moeilijke puber ben … (blik naar mama en papa), toch? Joke: Onze eerste puber is lief, maar lui. Als je hem niks vraagt, is er niks aan de hand. Als je hem wel iets vraagt, hoor je het tot in België. Han: Hij gedraagt zich wat opstandiger dan vroeger. Joke: Nu hij achttien is, vindt hij dat we hem niets meer te zeggen hebben. Maar zolang we onder hetzelfde dak wonen, moeten onze kinderen luisteren. Dus dat botst wel eens. Moseo: (kijkt op naar zijn broer van één meter negentig) Ik vind vooral dat hij groter is geworden. Nathan: Ik vind de puberteit extra moeilijk omwille van mijn autisme. Vind jij de puberteit ook moeilijk, Yun? Yun: (schokschoudert) Ik weet niet of de dingen waar ik het lastig mee heb, met mijn puberteit te maken hebben. Joke: Wat Nathan juist zo leuk vond aan de verhuis naar Zweden vond Yun níet leuk. Zij is echt een stadskind. Ze houdt niet van het dorpsleven.

Dan ga jij later wel weer in de stad wonen? Yun: Waarschijnlijk. Han en Joke, wat heeft jullie eigenlijk bezield om naar Zweden te gaan wonen, en dan nog in een afgelegen dorp? Yun: Dat vraag ik mij ook af! (hilariteit) Joke: Voilà. Zie daar onze tweede puber … Moseo: En puber drie is nog niet begonnen! (nog meer gelach) Joke (aan BOTsing): Wil je er misschien een paar te leen?

Gat in de boter Hoe zit het met de Zweedse schoolcarrières? Joke: Yun zat in België in de Latijnse. Maar hier heb je lagere school tot en met het negende leerjaar, dus toen ze hier aankwam, moest ze ‘terug’ naar het lager, het zevende. Zij kreeg wiskunde die ze al had gehad. Door die voorsprong heeft ze wel de tijd gekregen om heel goed de taal te leren, ze spreekt Zweeds als een Zweed. En op dit moment zit ze in het


eerste jaar van drie jaren gymnasium, in de hoogste richting, met heel veel wetenschappen. Maar voor een kind dat heel hoog scoort, is het misschien niet evident om op die manier in te stromen. Nathan is dan weer met zijn gat in de boter gevallen. (Moseo, verrast door een uitdrukking die hij niet kent, barst in lachen uit.) Hij begon in een klas met maar zes leerlingen, met een leerkracht en twee of drie leerlingassistenten. Zo’n intensieve begeleiding was voor hem niet nodig, maar het heeft hem wel de kans gegeven om snel te ontwikkelen en door te groeien naar het gymnasium van het bijzonder onderwijs. Daar worden leerlingen voorbereid op een mogelijke job in het normale leven of op een begeleide job. Nathan: Ik volg handel en administratie. Maar we hebben wel lessen samen met het gewoon onderwijs van de handelsrichting. Ik vind de lessen best leuk. Joke: Gewoon en bijzonder onderwijs zitten op dezelfde school, en we merken ook aan de leerlingen dat ze het heel normaal vinden om met de ‘speciallekes’ samen te zitten. Inclusie is hier tamelijk gewoon. De leerkracht van het buitengewoon zit dan achteraan in het lokaal, en als haar leerlingen nood hebben aan extra hulp, springt zij bij. Ik vind dat een heel prettig systeem. We denken spontaan aan Pippi Langkous … Mogen kinderen meer in Zweden? Joke: Absoluut. Het kind wordt centraal gezet. Op een oudercontact zit je er als ouder wel bij, maar het is vooral een gesprek tussen de leerkracht en je kind. Het kind wordt gevraagd het gesprek in te leiden en zijn mening te geven. En pas daarna mogen wij misschien nog iets zeggen. Ik vind dat knap. Han: Het welbevinden komt altijd eerst, en dan pas de schoolresultaten. Dat vinden ze hier zo belangrijk, dat ik me soms wel een beetje zorgen maak over Nathan. Wanneer hij binnenkort begint te werken, zal hij soms ook taken moeten doen waar hij géén zin in heeft. Anderzijds worden kinderen in Zweden al heel vroeg verondersteld om zelfstandig te zijn. Het is een enorm land waar je ver van iedereen af zit, dus je moet vaak voor jezelf zorgen, ook in noodsituaties. Dat wordt hier aan kinderen heel vroeg meegegeven. Moseo heeft al herhaaldelijk les gehad in hoe je iemand redt uit een ijswak zonder dat je er zelf invalt. Joke: Hij kwam terug van scoutskamp met de mededeling dat hij hout gehakt had! ‘Geen paniek, mama. Ik heb geleerd dat ik bij de uitzwaai goed mijn benen moet opendoen!’ Hallo! En dan zie ik op dat kamp met welke grote bijl hij gewerkt heeft … Maar dan zegt Han me: ‘We hebben beslist om hier te wonen en dit is hoe Zweden hun kinderen opvoeden, dus in dit soort dingen gaan we gewoon mee, punt.’ Dat is voor mij een beetje loslaten, maar voor de kinderen is het niet slecht.

Han: Ik juich dat heel erg toe. Joke: Ik ben nogal overbeschermend opgevoed, en dat zit er heel diep in. Ik ben bang voor alles en niks, terwijl Han een vrijere opvoeding heeft gehad. (kijkt haar man lief aan) Af en toe rem ik hem af – ‘Dat is echt niet verantwoord!’ – maar hij zegt mij ook: ‘Nu zijn ze oud genoeg en doen ze dat gewoon.’ Ik ben heel dankbaar dat we dat evenwicht hebben.

Zondag Skypedag Ooit gedacht: ‘Zaten we maar terug in België?’ Nathan en Joke: Nooit. Han: België was voor mij ooit ook een buitenland, en daar ben ik evengoed thuis gekomen. Datzelfde gevoel heb ik hier in die mate nog niet gehad. Maar het begint wel vorm te krijgen, na drie jaar. Ik wist dat ik hier met mijn diploma niet zo gemakkelijk werk zou vinden, dus ik ben me gaan heroriënteren. Toen ik in de zorgsector terechtkwam, bleek dat echt een ontdekking. Ik studeer nu voor mijn diploma verpleger-assistent in de thuiszorg. Joke: Een vriendin expat zegt: pas in de loop van het derde jaar begin je thuis te komen. Han: Voor mij lijkt dat alvast te kloppen. Waar denken jullie dat jullie over vijf jaar staan? Joke: (stellig) Hier in Björköby! Echt waar. In België had ik elke september al het gevoel: waar gaan we volgende zomer naartoe? Maar hier heb ik grote moeite om me los te rukken van huis. Han: Wat de toekomst betreft, denk ik

verder vooral aan onze kinderen. Nathan is net officieel volwassen geworden en over twee jaar is zijn schoolleven echt gedaan. En wat dan? Dat is voor hem en ons de grote vraag. Yun wil natuurlijk verder studeren, op een of andere manier, maar wat of hoe is nog niet duidelijk. Joke: Ze heeft nog twee jaar gymna­ sium te doen, en dan moeten er keuzes gemaakt worden. Wordt het België, Nederland, Engeland, Zweden? Studeren in Stockholm zegt haar alvast wel wat. Maar hier is een groot gebrek aan woonruimte in de steden. Er zijn wachtlijsten van acht of tien jaar voor mensen die in Stockholm willen wonen. Wij hebben de tip gekregen om nu al op de wachtlijst te gaan staan voor een studentenkamer. Spreken jullie Nederlands onder elkaar? Joke: Ja. Moseo heeft het soms wat moeilijk. Als hij iets aan het vertellen is, gaat hij heel makkelijk op Zweeds over. (Moseo geeft een – voor BOTsing onverstaanbare – demonstratie) Wordt er veel geskypet met België? Joke: Elke zondag, al zolang we hier wonen. Dat had ik mijn ouders beloofd. Mijn ouders hadden gezegd dat ze nooit zouden afkomen, maar ze zijn hier ondertussen toch al drie zomers geweest en na de eerste zeiden ze: ‘Nu verstaan we het, kind.’ Ze tellen elke keer weer af naar de volgende zomer. Moseo: En als ze weg moeten, huilen ze. Joke: Tot aan de brug. Dus dat zit wel goed. (lacht)

(Kirstin Vanlierde)

5


Foto’s: © Kristof Ghyselinck

FATIMA, MAMA VAN EEN SYRIËSTRIJDER 6


‘Wanneer iemand me vraagt hoeveel kinderen ik heb, blokkeer ik soms even. Maar dan herpak ik me en antwoord ik dat ik mama ben van drie. Ze zijn nu 22, 14 en 12. Mijn oudste zoon heb ik al vier jaar niet meer gezien. De dag na zijn achttiende verjaardag is hij vertrokken naar Syrië.‘ Fatima vertelt aan BOTsing het bijzondere verhaal van haar zoon A. We hebben het over zijn kinderjaren, zijn plotse vertrek en de immense onzekerheid waarmee Fatima sinds die dag leeft. Dit verhaal gaat niet over godsdienst, extremisme of politiek, maar wel over het verdriet van een moeder. Een verdriet dat geloof en grenzen overstijgt.

Leven zoals iedereen

Brief in de bus

Toen A. een jaar of zes was, ben ik gescheiden van zijn papa. We beslisten dat hij bij mij zou blijven wonen. Ik gaf hem een heel gewone opvoeding, een mengelmoes van de Arabische en de westerse cultuur. Omdat we moslims zijn, hielden we ons aan het gebed en aan de vasten, maar we trokken op met iedereen en leefden een leven zoals de meeste mensen hier in België. Af en toe naar de cinema, regelmatig iets gaan drinken, twee keer naar Disneyland Parijs … we kwamen niets te kort. A. was een heel gewoon kind, maar wel nogal druk en snel afgeleid. Rond zijn zevende verjaardag werd vastgesteld dat hij ADHD heeft. Hij heeft dan jaren Rilatine genomen, waardoor hij veel beter begon te studeren. Hoe ouder hij werd, hoe kalmer. Toen hij in zijn puberteit kwam, was hij eigenlijk een vrij rustige jongen. Een goeie student, behulpzaam, lief voor zijn halfbroer en halfzus. Het enige probleem was dat het niet klikte met mijn tweede echtgenoot. A. vond ons te streng en wou bij zijn echte vader gaan wonen omdat hij daar meer vrijheid zou krijgen. Hij smeekte mij om hem te laten gaan, maar ik had het er ontzettend moeilijk mee. Ik heb uiteindelijk toegestemd omdat ik voelde dat hij bij ons ongelukkig werd. Hij beloofde dat hij mij nooit zou vergeten en vaak langs zou komen, en dat deed hij ook. Ik schuif de schuld zeker niet in zijn vaders schoenen, maar vanaf dan is het eigenlijk allemaal begonnen. Na een tijd merkte ik dat zijn kledij veranderd was: hij droeg ineens van die lange kleren. Hij begon ook iets meer te bidden. Toch maakte ik me geen zorgen, ik dacht dat het met zijn puberteit te maken had. Hij sprong nog altijd regelmatig bij ons binnen, zat niet aan de drugs en kwam nooit in aanraking met het gerecht. Zoals ze bij de federale politie later opmerkten: A. was echt een brave jongen. En toch is hij naar Syrië vertrokken.

De dag van zijn achttiende verjaardag was hij zoals elke week zijn broertje komen halen om samen iets leuks te doen. Ik keerde net terug van mijn werk toen ze thuiskwamen van hun wandeling. A. zag er goed uit: hij droeg een short, een pet en een T-shirt. ‘Oef, hij heeft zich herpakt’, dacht ik. Toen ik hem wou knuffelen, moest hij ineens weg. Ik zei: ‘Komaan A., ik heb je achttien jaar geleden op de wereld gezet! Dit is een speciale leeftijd en een speciale dag!’ Maar hij kon me niet aankijken, was gehaast, wou gaan studeren voor zijn examens. ‘Nee mama, ik moet weg.’ En hij vertrok. Ik had hem amper vijf minuten gezien. Op zaterdag belde zijn vader mij op. Of hij onze zoon kon spreken. A. had hem blijkbaar wijsgemaakt dat hij bij ons bleef slapen. Eerst ging ik er gewoon van uit dat hij zijn verjaardag gevierd had en zwaar blijven plakken was met zijn vrienden. Tot ik de dag erop die brief vond in mijn bus.

Toen ik die brief las, stortte mijn wereld in.

‘Liefste mama, bedankt voor alles en sorry voor alles. Jij bent degene die ik het liefste zie. Ik ben naar Syrië getrokken om de moslims daar te helpen. Moslims die vernederd, verkracht en vermoord worden. Mensen zoals jij en ik. Ik kon het niet meer aanzien. Ik doe dit ook voor Allah. Geef mijn broer en zus een dikke knuffel en zeg ‘dank u’ aan mijn stiefvader. Vertel niets aan de politie en neem het mijn papa niet kwalijk.’

Daarnaast schreef hij ook nog dat het zijn eigen beslissing was, dat niemand hem gebrainwasht had. Toen ik die brief las, stortte mijn wereld in. Ik was hysterisch. Hoewel ik eerst twijfelde, ben ik met die brief toch naar de politie gegaan … en voelde ik mij de verrader van mijn eigen kind. De eerste agent aan wie ik mijn verhaal deed, reageerde heel cru: ‘Je weet wat Bart De Wever heeft gezegd, hé. Wie vertrokken is, moet niet meer terugkomen.’ Ik antwoordde: ‘Ik ben hier niet voor Bart De Wever maar voor mijn zoon.’ De mensen van de federale politie reageerden wél op een meelevende manier. Ze kwamen naar mijn huis om een PV op te maken, wat dan werd doorgegeven aan het parket. We waren allemaal in shock. Ik leefde in een waas. Zijn broer en zus … hun grote vriend was weg. Hij had niemand van ons op de hoogte gebracht. Ook zijn papa wist niet van zijn plannen af.

Ik was zelfs kwaad op God, ik verweet Hem dat Hij mijn zoon had afgepakt. Hemel vs. hel Een paar dagen na zijn vertrek belde A. mij op. Ik was in alle staten en gilde: ‘Wat heb je mij aangedaan?!’ Hij antwoordde: ‘Ik heb dat voor jou gedaan, mama. Als ik hier sterf, kan ik zoveel mensen meenemen naar de hemel, en jij bent de eerste.’ Ik riep dat ik hem naar de hel zou brengen: ‘Je brengt me zoveel verdriet! Ik wil jouw hemel niet!’ Op dat moment was ik zelfs kwaad op God, ik verweet Hem dat Hij mijn zoon had afgepakt. Later heb ik daarvoor wel vergiffenis gevraagd, ik kwam tot het besef dat het niet God was die me mijn zoon had afgepakt, het zijn ménsen die dat op hun geweten hebben. En op die mensen was en ben ik nog altijd woedend. Het feit dat A. in zijn brief expliciet vermeldde dat hij niet gebrainwasht was, bewijst dat het wél zo is. Dat is achteraf ook duidelijk gebleken. A. was één van de eerste jonge gasten die - vooral online geronseld werden om naar Syrië te trekken. Ik heb nadien in de krant gelezen dat die ronselaars geld kregen per jongere die ze naar daar konden sturen. Mijn zoon is verkocht voor een bedrag tussen drieduizend en negenduizend euro ... Aanvankelijk werd hij ingezet als ‘wachter’ voor het Vrije Syrische Leger, daarna voor IS. In het begin ging het er bij mij echt niet in: hoe had mij zomaar kunnen verlaten? Maar toen ik ontdekte wat voor

7


mechanisme achter zo’n brainwash zit, kon ik het begrijpen. Ze overspoelen die jongeren met beelden van Syrië, van zwaar onrecht dat mensen daar wordt aangedaan. Aan de telefoon zei hij: ‘Als België in oorlog is, zou je toch graag hulp willen, mama?’ Wat ik ook zei, ik drong niet tot hem door. Hij klonk als een robot en citeerde verzen uit de Koran. Ik merkte ook dat er iemand bij hem stond, één van de ‘broeders’ die hem instrueerde wat hij mocht zeggen en wat niet. Hij leeft daar in een totaal andere wereld en is op een totaal andere manier beginnen te denken. ‘Als ik hier sneuvel, tja, dan ga ik naar de hemel.’ Een mensenleven is er niets waard. Via-via kwam ik te weten dat hij in het begin spijt had dat hij vertrokken was. Hij wou zelfs terugkomen maar de broeders hebben hem tegengehouden. Ze hebben hem wijsgemaakt dat hij hier niet meer aanvaard zou worden en dat hij naar Guantánamo zou gestuurd sturen. En de broeders liegen niet volgens hem, die hebben altijd gelijk …

Je kind met een Kalasjnikov in zijn handen … het is gewoonweg niet te vatten. Extra zieltje In het begin was ik echt geobsedeerd door het nieuws, ik kocht alle kranten en ik dacht hem overal te zien. Zijn foto heeft in verschillende kranten gestaan. Je kind met een Kalasjnikov in zijn handen … het is gewoonweg niet te vatten. Hij had die foto zelf op zijn Facebook gepost, de kranten hebben dat beeld overgenomen en er een heel verhaal rond gemaakt. A. is door de media ook al drie keer dood verklaard. Met naam en toenaam. De eerste keer geloofden we het en hing hier de sfeer van een begrafenis. Omdat ik zekerheid wou, stuurde ik hem een bericht via WhatsApp: ‘Ik heb vernomen dat je overleden bent maar ik kan het niet geloven. Kun je a.u.b. iets laten horen?’ Een dag later stuurde hij: ‘Hahaha, ik leef nog.’ Ik antwoordde dat ik zijn stem wou horen en toen heeft hij een berichtje ingesproken. Iets later dook weer zo’n verhaal op. En toen nog een derde keer. Op den duur lachte ik ermee: ‘Is hij nu alweer dood?’ Zijn laatste bericht dateert van 31 december 2015. Daarna heeft hij alle contact met mij verbroken, waarschijnlijk omdat ik met mijn verhaal naar de media gestapt ben. Enkele bronnen brengen me wel af en toe op de hoogte van wat

8

er met hem gebeurt. Zo weet ik dat hij intussen papa geworden is. (stil) Ik ben dus grootmoeder … Toen ik vernam dat hij zijn zoontje naar zijn broer heeft genoemd, kon ik niet stoppen met huilen.

De eerste twee jaar heb ik elke dag gehuild. De tranen bleven maar komen. Twee jaar huilen Die onzekerheid, elke dag opstaan met de vraag ‘Zou hij nog leven?’, dat is het ergste wat je als moeder kunt meemaken. Erger dan dat hij dood zou zijn. Voor mij voelt het alsof ze mijn kind ontvoerd hebben, psychisch dan toch. En sinds ik weet dat ik oma ben, heb ik nog een extra zieltje om wie ik me zorgen maak. De eerste twee jaar heb ik elke dag gehuild. De tranen bleven maar komen. Mijn man wou mij steunen, maar ik slingerde hem alleen maar verwijten naar het hoofd. Want het had niet geklikt tussen hem en A, en zo was alle ellende begonnen. Ik riep: ‘JOUW kind is niet weggegaan hé, dat van mij wel!’ Terwijl we samen ook twee kinderen hebben, natuurlijk. Gedurende die twee jaar was ik eigenlijk alleen nog mama van A., van degene die er niet meer was. Ik kon alleen maar aan hem denken, alleen maar van hem dromen. Mijn buurvrouw hoorde mij schreeuwen in mijn nachtmerries. Ik huilde continu en overal. Op straat, op feesten ... Een trouwfeest was voor mij de hel, want ik besefte dat ik dat met A. nooit zou meemaken. Iemand zei eens tegen mij: ‘Je moet nu niet huilen, dat past niet.’ Maar verdriet heb je niet onder controle, zo werkt dat niet. Dat is mijn hart, dat is mijn kind. Ik ga dit verdriet altijd met me meedragen, maar het is niet meer zo zwaar als in het begin. Die eerste twee jaar had ik geen leven, nu wel. Er zijn nog altijd dagen dat ik zit te huilen hoor, het gaat met ups en downs. Als ik het moeilijk heb, bel ik naar iemand van de familie of kijk ik naar mijn twee andere kinderen. Zij maken me blij, maar ik zal nooit honderd procent gelukkig zijn. Zonder A. zijn we

gewoonweg niet compleet. We zullen hem altijd blijven missen en er zal altijd een schaduw boven ons geluk hangen. Soms wou ik dat ik hem gewoon uit mijn systeem kon bannen. Dat ik kon denken dat ik maar twee kinderen heb. Maar dat lukt niet, je kunt een hart en een hoofd niet resetten.

Paranoia Heel deze toestand heeft ervoor gezorgd dat ik voor mijn twee jongste kinderen een heel andere moeder ben geworden. Ten opzichte van mijn zoon van twaalf ben ik ontzettend alert. Paranoïde eigenlijk. Ik val vaak onverwachts zijn kamer binnen om te zien waarmee hij bezig is. Ik check zijn surfgeschiedenis en heb op een bepaald moment zelfs al zijn games én zijn pc weggenomen. Hij speelde vooral Minecraft, en ik dacht dat dat een oorlogsspel was. Pas achteraf vernam ik dat het iets onschuldigs is. Vechtspelletjes, speelgoedwapens … ik haat het en het komt bij ons niet binnen. Zelfs een waterpistool koop ik met gemengde gevoelens. Het botst soms met mijn zoon omdat ik zo bang en bezorgd om hem ben. Ik wou graag dat hij de Koran leerde kennen, maar hij mocht van mij geen les krijgen van een man. Hij volgt nu Arabisch bij een vriendin van mij. Daarnaast gaat hij in zijn vrije tijd ook naar de School van Vrede die katholiek is van oorsprong. Je kunt het vergelijken met de Chiro: ze doen vrijwilligerswerk, organiseren leuke activiteiten en gaan op kamp. Een tijd geleden nam hij daar iemand in vertrouwen en zei: ‘Mijn broer blijft mijn broer, ik zal altijd van hem houden. Maar mijn broer heeft gekozen voor de oorlog en ik kies voor de vrede.’ Daardoor ben ik nu wel wat geruster. Mijn dochter van veertien maakt een typische meisjespuberteit door. Ze is een grote fan van Millie Bobby Brown, is heel erg bezig met haar uiterlijk en met schmink en wil graag naar Amerika om daar te studeren. Mijn nicht zei: ‘Allez, één naar Syrië en daarna één naar Hollywood!’ (glimlacht) Tja, op den duur lach je met alles een beetje.

Vechtspelletjes en speelgoedwapens, ze komen bij ons niet binnen. Zelfs een waterpistool koop ik met gemengde gevoelens.


Jihad van de moeders Ik heb de voorbije jaren heel veel negatieve reacties gekregen. Mensen vroegen me bijvoorbeeld waarom ik hem naar daar had ‘gestuurd’. Alsof ik dan zo ongelukkig zou zijn … Bij heel wat mensen moet ik niet op begrip of medeleven rekenen. Voor hen ben ik simpelweg de moeder van een Syriëstrijder en dus ook schuldig. Ze denken dat het alleen de zwakkeren of criminelen zijn die vertrekken, maar het kan echt iedereen kan overkomen. Geradicaliseerde jongeren hebben geen ‘profiel’, ik hoop dat mijn verhaal dat duidelijk maakt. Ik wens het alleszins niemand toe. Want het is de hel. Gelukkig heb ik ook heel wat steun gekregen: mijn collega’s, familie en vrienden stonden altijd voor me klaar. Via de stad Antwerpen zijn de kinderen en ik naar een therapeut kunnen gaan die ons hielp om het te verwerken. Samen met een andere mama, een lotgenote, heb ik een vereniging opgericht: Jihad van de moeders. Wij helpen getroffen mama’s maar doen ook aan preventie, in samenwerking met een psychiater. Want bij radicalisering kun je alle hulp gebruiken, het is ontzettend moeilijk om een jongere daaruit te halen. Bij Jihad van de moeders krijgen we ronduit schrijnende verhalen te horen: een mama van wie haar drie zonen vertrokken én gesneuveld zijn, jongens die daar zitten en terug willen komen maar niet kunnen … het is vreselijk. Ik doe dit voor alle moeders die in dezelfde situatie zitten, voor vrouwen die er letterlijk ziek door geworden zijn. Mijn geloof helpt me daarbij, het is zelfs sterker dan vroeger. Ik vind steun door te bidden en te huilen tot God.

Voor altijd Er is gewoonweg geen positieve afloop mogelijk voor dit verhaal. Ik heb onlangs vernomen dat A. zwaargewond is. Als hij zou overlijden, kan ik afscheid nemen, dat is waar. Maar geen enkele moeder wil haar kind dood. Als hij terugkomt naar hier, wat ik nog altijd hoop, staat hem ook veel ellende te wachten. Maar die ellende zal nog altijd beter zijn dan wat hij daar nu in die hel meemaakt. Hier zou ik hem tenminste kunnen zien en hem de nodige hulp laten geven. Ik blijf zijn moeder, dat verandert nooit. Mocht hij nu voor mij staan, ik zou hem zeggen dat ik altijd van hem zal houden en er altijd voor hem zal zijn.

*www.jihadvandemoeders.com *Wie bezorgd is over de mogelijke radicalisering van zijn kind(eren) kan terecht bij de Opvoedingslijn via 078-15.00.10 of opvoedingslijn@groeimee.be. Meer info op groeimee.be/opvoedingslijn.

9


Foto: © Kristof Ghyselinck

SABINE, MAMA VAN MONNIK GIEL 10


‘Giel heeft mensen altijd heel goed aangevoeld. Soms begon hij te huilen van ontroering en zei hij: ‘Die mens is door en door goed, mama.’ Omgekeerd wou hij van sommige mensen meteen weglopen omdat hij aanvoelde dat ze slecht waren.’ Alleenstaande mama Sabine vertelt aan BOTsing het bijzondere verhaal van haar zoon Giel. We hebben het over zijn opvoeding, over karma en de leer van Boeddha en over Giels keuze om monnik te worden in India. Dit verhaal gaat over de liefde van een moeder voor haar zoon. Over onvoorwaardelijk graag zien en je toch niet hechten. ‘Ik heb hem nog geen seconde gemist.’

Terug naar de natuur Ik heb twee zonen, Erik en Giel. Ze verschillen zeventien jaar in leeftijd. Erik heb ik opgevoed zoals ik zelf opgevoed ben. Zonder er veel over na te denken, heel klassiek en conservatief. Bij Giel heb ik het totaal anders aangepakt. Al van voor zijn geboorte begon ik me grondig te informeren. Zo ontdekte ik de publicaties van Aletha Solter, een Zwitserse psychologe. Eén van haar uitgangspunten is: baby’s weten wat ze willen en geven perfect aan wat ze nodig hebben, dus luister naar hen. Daarnaast stelt Solter ook dat het de kinderen zijn die zich moeten losmaken van de moeder, en niet omgekeerd. Als een kind zijn eigen tempo mag volgen, krijgt het veel meer zelfvertrouwen. In het westen zijn we ver verwijderd geraakt van de natuurlijke gang van zaken, we zouden beter een voorbeeld nemen aan hoe andere zoogdieren het aanpakken. Door al die dingen uit te pluizen, wist ik heel goed hoe ik Giel wou opvoeden. Hij heeft borstvoeding gekregen tot zijn zes jaar en is ook pas rond die leeftijd naar school beginnen te gaan, toen hij er helemaal klaar voor was. Giel was op veel vlakken een traag kind, maar ik liet hem zijn eigen tempo volgen. Als je ziet dat de meeste kinderen nog vóór hun derde verjaardag naar school gestuurd worden … dat is toch veel te jong? Ik heb Giel ook

heel veel op mijn lichaam gedragen en we hebben lang in hetzelfde bed geslapen, ook al had hij een eigen kamer en bed. Heerlijk was dat. Door al die dingen hebben we nu nog altijd zo’n sterke band. Natuurlijk heb ik bakken commentaar gekregen op mijn manier van opvoeden. Maar als ik iets beslis, ga ik door.

Twaalf jaar hel Ik heb me heel intensief kunnen bezig houden met de opvoeding van Giel omdat ik niet moest gaan werken. Door ziekte en door een ongeval ben ik het grootste deel van Giels jeugd thuis moeten blijven. Ik heb ontzettend veel pijn gehad, maar aan de andere kant kon ik me zo wel volledig focussen op hem. Wij deden echt àlles samen. Kinderen doen niets liever dan je na-apen, ze willen je helpen. Volwassenen negeren dat vaak of zeggen dan snel: ‘Je bent daar nog te klein voor!’ Maar kinderen kunnen veel meer aan dan wij denken! Giel was nog maar een jaar of drie toen ik hem met een scherp mes groenten liet snijden. Als je niet constant roept: ‘Oei, oei en pas op!’, lukt dat perfect. Hij kon al heel jong koken en poetsen en had alle huishoudelijke taken perfect onder de knie. Op het vlak van tv-programma’s en spelletjes heb ik lang geselecteerd wat kon en wat niet. Ik praatte ook veel met Giel, wees hem op de belangrijke dingen in het leven, leerde hem om kritisch te denken en niet zomaar mee te lopen met de massa. Wij waren quasi altijd bij elkaar. Niet alleen omdat ik door mijn wankele gezondheid niet echt op stap kon gaan, maar ook omdat ik niet wou dat mijn manier van opvoeden ‘verknoeid’ zou worden door babysitters.

Op school wou het niet echt lukken met Giel. Hij voelde zich totaal niet verbonden met de materie die hij daar voorgeschoteld kreeg. In het eerste leerjaar keek hij in zijn boeken en zei: ‘Dat is niets voor mij, ik moet dat niet kennen.’ Man, man, ik zag meteen twaalf jaar hel voor mij opdoemen! (lacht) Hij is hoogbegaafd, hij kon het eigenlijk aan op één been, maar het boeide hem gewoonweg niet. Ik moest constant trekken en sleuren om hem te doen studeren, heel lastig en vermoeiend. Hij is naar verschillende scholen gegaan maar hield het nergens lang uit. Telkens weer werd hij gepest. Giel is een heel zachtaardig type, hij was al in shock wanneer klasgenoten een insect doodtrapten. Daarnaast kleedde hij zich ook nogal speciaal. Hij wou alleen effen T-shirts dragen zonder print, met daaronder nog een shirt in een andere kleur. Pestkoppen pikten hem er altijd uit als slachtoffer, hij sloeg toch nooit terug. Halfweg de vijfde klas werd de situatie onhoudbaar en is hij gestopt met school. Hij deed examen voor de Examencommissie en was meteen geslaagd voor het vijfde én het zesde jaar.

Het boeddhisme gaf me antwoorden op de vragen die ik me al zo lang stelde.

Ik heb bakken commentaar gekregen op mijn manier van opvoeden. Maar als ik iets beslis, ga ik door. 11


Klik & karma Toen Giel een jaar of zeven was, zag ik bij de bakker een foldertje liggen: de aankondiging van een lezing door een boeddhistische leraar. Ik ging er naartoe en nam Giel uiteraard mee. Het boeide hem enorm. Hij voelde meteen een klik, ook al was hij nog maar een kind. Ook ik was gefascineerd. Ik ontdekte dat het allemaal draait rond het nemen van je verantwoordelijkheid. Jijzelf bent verantwoordelijk voor je daden. Niet God, niet iemand anders. Waw, zo eenvoudig maar zo geweldig, die filosofie. Als iedereen in de wereld gewoon zijn verantwoordelijkheden opneemt, is het gedaan met de problemen. Niet dat het er zo snel zal van komen, maar soit. Ik begon meer en meer naar bijeenkomsten te gaan, verdiepte mij in het boeddhisme en vond er antwoorden op de vragen die ik mij al zo lang stelde. Het boeddhisme heeft voor alles een uitleg, en dat doet ongelooflijk veel deugd. Ook

al is het misschien niet dé waarheid, als het rust creëert in je geest en je doet er niemand kwaad mee, waarom zou je die manier van denken dan niet volgen? Ik kreeg er ook een uitleg voor mijn slechte gezondheid: een leraar vertelde mij dat mijn ziekte puur karma is, ze is dus veroorzaakt in vorige levens. Daardoor kon ik erin berusten, kon ik die ziekte aanvaarden en kreeg ze ook een positieve kant: ooit gaat mijn karma gezuiverd raken en ga ik niet ziek meer zijn. Misschien niet in dit leven, maar ooit. En die gedachte is sindsdien mijn houvast geweest.

You can go Het boeddhisme heeft ons leven enorm veranderd. Vooral het mijne, want bij Giel leek het alsof het altijd al in hem zat. Hij was acht toen hij ‘The Cup’ zag, een film over een Tibetaans klooster. Hij wou toen per se een pij, en even daarna begon hij te zeggen dat hij naar het

klooster wou. Hij vroeg dat ook regelmatig aan twee van onze leraars maar die zeiden dat hij hier eerst zijn studies moest afmaken. Toen Giel vijftien was en het op school echt niet meer lukte, ging hij nog eens aan onze leraar vragen of hij mocht vertrekken. Die leraar zei: ‘What if I say no?’ Er volgde een lange pijnlijke stilte, en toen antwoordde Giel, met een piepstemmetje: ‘Dan weet ik het niet meer…’ En de leraar zei: ‘YES! You can go.’ Giel had de motivatie gegeven die de leraar wou horen. Nu ik al twee keer in het klooster ben geweest, snap ik dat. Je moet het héél hard willen om het vol te houden.

Heisa in de media Toen bekend werd dat Giel zou vertrekken naar het Jonangklooster in India, zijn heel veel mensen geschrokken. Heel wat mensen uit mijn vriendenkring wisten zelfs niet dat wij boeddhisme praktiseerden. Je doet dat uiteindelijk voor jezelf, je loopt daar niet mee te koop. Dus wie hier niet over de vloer komt, weet dat niet. De reactie van de media was wel hevig, dat had ik zo niet ingeschat. Maar omdat ik intussen geleerd had om niet mee te gaan in zulke negatieve emoties, raakte het mij niet. Ook Giel bleef er kalm bij. Op een bepaald moment zat hij in een tv-programma waar Marcel Vanthilt hem een beetje zat uit te lachen, maar Giel ging daar heel vlot door. Op een rustige manier en met een ongelooflijke wijsheid. Ik keek naar hem en dacht alleen maar: ‘Waw.’ Door heel die heisa is hij pas drie maanden later kunnen vertrekken, wat onpraktisch was omdat we zijn vliegtuigticket al geboekt hadden. Maar zonder al die media-aandacht zat jij hier nu niet. Giel heeft heel veel mensen kunnen bereiken en inspireren en daardoor kon het Jonang Kalachakra Centrum in België ontstaan. Zie je, ook uit negatieve toestanden komen mooie dingen voort! Zelfs het feit dat Giel zo zwaar gepest werd op school, gaat een positief gevolg hebben. Want later gaat hij kinderen die ook in die situatie zitten, heel goed kunnen begrijpen én helpen.

Misschien heb ik wel wat overdreven met dat kritisch opvoeden. De perfecte man Voor mij was het emotioneel heel makkelijk om Giel naar India te laten vertrekken. De meeste mensen hier hebben het moeilijk met loslaten omdat we er in het westen op getraind zijn om ons te hechten. Maar in het boeddhisme leer je om je

12


niet te hechten. Je leert om onvoorwaardelijk lief te hebben, grote diepe liefde te voelen, zonder te ‘pakken’ en te ‘hebben’, want dan komt er sowieso pijn bij kijken. Ik heb Giel nog geen seconde gemist … behalve op praktisch vlak! (lacht) Er viel voor mij een grote steun weg, want hij is een droom in het huishouden. Ah ja, ik heb hem getraind hé, van kleins af aan moest hij opruimen wat hij vuil maakte. Hij is eigenlijk de perfecte man, maar helaas … monnik! (lacht) Bij de Jonang school waar hij studeert, mag je niet trouwen en een gezin beginnen, want dan zou er minder ruimte overblijven voor de studie. Nu ja, ik denk ook niet dat dat erin zit bij hem. Ik heb hem zó kritisch opgevoed … misschien heb ik wel wat overdreven. Nu ik erover nadenk: de oudste zoon is ook nog vrijgezel, volgens mij heb ik mijn jongens gewoonweg bang gemaakt! (lacht) Tijdens het gesprek krijgt Sabine ineens een WhatsApp-berichtje van Giel. Oh, vind je het erg als ik dit eerst beantwoord? Ik heb hem de laatste tijd nog niet vaak gehoord omdat hij heel veel moet studeren. Zalig toch, die sociale media! Was dit twintig jaar geleden gebeurd, dan zouden we echt weinig contact kunnen hebben.

De monniken dachten dat Giel het daar niet zou uithouden.

Monnik zijn heeft vooral een praktische reden: het klooster zorgt voor hem zodat hij zich niets moet aantrekken en tijd heeft om te studeren. Die pij en dat kale hoofd, dat zijn reminders. Ze herinneren hem eraan dat hij zich moet focussen op de leer van Boeddha en op niets anders.

Connectie Basic Giel woont intussen al vier jaar in India. Hij is in het klooster nu aan een universitaire opleiding begonnen die tien tot vijftien jaar kan duren. Hij had hier alles maar heeft dat allemaal achtergelaten. Daar leeft hij in een totaal andere cultuur en bezit hij quasi niets. De winters zijn barkoud want hij zit op 2.400 meter hoogte, maar toch moet hij het stellen met een klein elektrisch vuurtje dat af en toe ontploft, met dunne raampjes en een gat onder de deur. Douchen doet hij buiten in een hokje, met een simpele emmer water. Maar hij neemt dat er allemaal bij en beklaagt het zich niet. Andere monniken vertelden mij dat ze ervan uitgingen dat Giel het geen jaar zou uithouden. Ze kenden hem niet, maar geloofden niet dat een westerling erin zou slagen omdat het zo ontzettend zwaar is.

Giel komt ooit terug naar België, maar ik heb geen idee wanneer dat zal zijn. Als hij afgestudeerd is, heeft hij een diploma dat gelijkstaat aan dat van doctor. In Amerika wordt dat diploma erkend en kun je dan les gaan geven, misschien komt dat ook nog in Europa. Zelfs als hij hier gewoon op een lezing aanwezig is, komt er een hoop volk op hem af, dus ik denk niet dat hij werkloos zal zijn. Ik hoor mensen regelmatig zeggen dat ze op spiritueel vlak een connectie voelen met Giel. ‘Toen ik hem zag, voelde ik iets in mijn hart en begon ik te huilen.’ Waw. Een jongen van negentien die overal respect krijgt, het is echt bijzonder om dat mee te maken.

Meer info over Giel vind je op www.jonang.be

kom jij je mee uitleven?

.be gezinsbond @ ya af a vi n aa 18 20 ing re hu rm oc vo br n fu er at w ks ic tk or sp vraag nu jouwdiergrenatis kaspmp al ta avontuur vanaf januari orvatlten deze dan bij jou in de bus. 13


STRAAT PRAAT Foto’s: © Kristof Ghyselinck

Onze redactie kuiert op een grijze zaterdag goedgezind door de gezellige straten van Kortrijk. We peilen er bij tieners en ex-tieners naar de pieken en bijzonderheden van hun puberteit.

SCHAAMTE Eloïse (16): Het ergste wat mijn ouders meemaken? Ik ben een supervoorbeeldige tiener, maar ik reageer af en toe tamelijk onbeleefd. Hoewel ze daar soms kwaad om zijn, heb ik nog nooit een zware straf gekregen. Ik zorg dat het nooit zover komt door me te houden aan andere zaken die ze belangrijk vinden, zoals op tijd thuiskomen na school. Hannah (19): Ik was sowieso een rustige puber. Als ik boos werd, ging ik gewoon een beetje op mijn kamer zitten. Heftige ruzies, geroep of geschreeuw kan ik mij niet herinneren. Misschien omdat mijn ouders me nogal vrij hebben opgevoed? Daardoor heb ik nooit moeten rebelleren en kon ik alles eerlijk vertellen. Ik heb dus geen dingen achter hun rug gedaan. Janna (16): Mijn ouders vinden mijn puberteit toch lastig, denk ik. Niks extreems of zo, ik heb gewoon niet altijd overal zin in. Zij vinden mij dan tegendraads, maar ik wil mezelf zijn en me bezighouden met dingen die mij interesseren. Daar wordt thuis af en toe over gediscussieerd. Op zich is dat natuurlijk geen ramp, als ouders maar luisteren naar de standpunten van hun kinderen, want anders heeft zo’n discussie totaal geen zin. Margot (16): Ik ben zeker niet de makkelijkste. Als iemand iets zegt, kan ik daar vreselijk hevig tegenin gaan. Achteraf heb ik meestal door dat ik te fel heb gereageerd, maar dan is het natuurlijk te laat. Dan heb ik al met een deur gesmeten en kwaad geroepen. Soms schrik ik van mijn eigen gedrag, dat is echt raar. Michelle (19): Ik heb als tiener wel eens te veel gedronken en dingen gedaan waar ik me nu misschien voor schaam, maar dat hoort ook bij de puberteit, hè? Op je zestiende geniet je ervan om de grenzen af te tasten. Doordat ik nu verpleegkunde studeer, besef ik dat we met z’n allen té normaal doen over alcoholgebruik en -misbruik. Daarom hou ik mijn KSA-gasten altijd extra in de gaten op fuiven. Ik zou niet willen dat hen iets overkomt.

BEETJE GEK Mama Maryam: Mijn puberteit? Braaf en rustig. Ik was zeker geen rebel. Het gekste dat ik ooit gedaan heb: mijn heel lange haren ineens ultrakort laten knippen, met van die rode blessen erdoor. Nu zou ik dat absoluut niet meer doen, wat een flater! Mijn ouders hebben er rustig op gereageerd en ikzelf had er al snel spijt van. En nu heb ik zelf bijna een puber … Anaïs is nog maar negen, maar af en toe word ik toch al een klein beetje gek van haar. Niet te geloven hoe hard ze aan die smartphone plakt! Anaïs (9): Ik zit vooral op Musical.ly. Ik neem graag filmpjes op, en soms chat ik met vriendinnen. Mama Maryam: Ze mag maximum een uur per dag op haar smartphone. En als ze gestraft is, nemen we hem af. Onze discussies gaan tegenwoordig vooral over kleren. Gisteren wou ze per se haar sneakers aandoen, terwijl het daar veel te koud voor was. Ja, dat begint dus nu al!

14

BUITEN WESTEN Kurt: Mijn jongste zoon durft stevig te drinken wanneer hij uitgaat. Hij is nogal schuchter, overwint op die manier zijn angsten, maar gaat er veel te ver in. Het laatste jaar heeft hij zichzelf al een paar keer bijna buiten westen gedronken. Ik heb hem toen gefilmd en ermee gedreigd om het online te zetten als hij zo verder deed. Hij mág alcohol drinken maar het moet binnen de perken blijven. Voor de rest vind ik mijn tieners eigenlijk extreem braaf. Op het vlak van seksualiteit zijn ze bijvoorbeeld véél braver dan wij vroeger! Soms moedig ik hen zelfs aan: ‘Allez komaan, pak nu eens iemand!’ (lacht)


EXTREEM HAPPY Anaëlle (14): Ik heb enorm veel last van mijn humeur. Mensen vragen me dan wat er scheelt, maar ik kan alleen antwoorden: ‘Niets.’ Het heeft gewoon geen oorzaak. Meestal gaat het over door naar muziek te luisteren of chocoladekoekjes te eten. Jody (14): Ik heb eigenlijk alleen last van extreem happy buien. Nu ja, dat is gewoon mijn karakter, dat heeft waarschijnlijk niets te maken met mijn puberteit. Voor de rest doe ik geen extreme of rare dingen. Anaëlle: Jij bent ALTIJD raar! Maar wel beirelief! Het domste wat ikzelf al gedaan heb: sigaretten roken, gewoon om erbij te horen. Dat doe ik nu niet meer! Ik ben een heel gewoon meisje, ik pas totaal niet in een magazine over bijzondere mensen of bijzondere tienerjaren!

GÊNE STRAATLOPERS Emmy (16): Vind je mijn piercings bijzonder? Mijn moeder was er nochtans bij toen ik ze liet zetten. Ze redeneerde: ‘Het heeft geen zin om nee te zeggen, want dan doe je ‘t toch als je zestien bent.’ Op andere vlakken is mijn moeder minder chill. Ze zaagt dat mijn kamer er vuil bij ligt, dat ik nooit thuis ben en constant op straat rondtjol. Ze heeft schrik dat ik hier dingen doe die niet mogen, maar ik vind het gewoon veel toffer om in de stad rond te hangen met mijn maten dan alleen thuis te zitten. Arne (12): Ik ben een héél brave tiener, zeker in vergelijking met Emmy. (lacht) Eén keer heb ik straf gehad, omdat ik een paar keer te laat kwam op school. Mijn ouders hebben mij dan onder mijn voeten gegeven en mijn gsm afgenomen. Emmy: Die van mij geven geen straf meer, omdat ze merken dat het geen zin heeft. Het werkt toch niet. Of dat een goede aanpak is? Voor mij is het natuurlijk leuk dat ik zoveel mag, maar tegenover mijn ouders is het eigenlijk niet eerlijk. Ik besef dat de situatie voor hen niet tof is. Mijn tip voor ouders van tieners: niet té streng zijn, maar ook niet te laks. Middelmatig streng!

Ann-Julie (21): Ik heb eigenlijk geen extreme dingen uitgehaald in mijn puberteit. Ik zat heel vaak thuis boeken te lezen en zo. Wanneer ik ergens naartoe wou, vroeg ik het aan mijn vader en moeder en dan maakten we daar afspraken rond. Tieners die door hun ouders constant gecontroleerd worden, zullen het wel nodig hebben om af en toe uit te breken, maar bij mij was daar geen nood aan. Jacoba (21): Ik was vooral op verbaal vlak nogal hevig. Als ik iets niet mocht, protesteerde ik, en soms ging ik daar heel ver in. Niemand keek er op den duur nog van op wanneer ik weer eens begon te schelden. Op de periode tussen mijn 17 en 19 jaar kijk ik met heel wat gêne terug. Ik voelde me toen echt niet goed in mijn vel, wou absoluut niet studeren … gelukkig hebben mijn ouders toen aangedrongen, anders had ik nooit mijn diploma gehaald van het secundair onderwijs. Ann-Julie: Of ons gezin een bijzonder kantje heeft? Totaal niet! Ik denk dat ik in het meest vanilla gezin woon dat er bestaat! Jacoba: Goh, wij zijn ook niet zo speciaal hoor. Buiten misschien het feit dat we nogal excentrieke hobby’s hebben. Ikzelf ontwerp bijvoorbeeld graag kleren die een beetje euh… raar zijn.

15


BUIEN

ZONDER HANDLEIDING Mama Cindy: De puberteit is zeker een bijzondere periode, met veel hoogtes en laagtes. Sommige dagen gaat het goed, maar op andere momenten laat ik Anouk beter met rust. Anouk (13): Ik kan nogal uitvliegen tegen mijn ouders. Zoals een echte puber, zeker? Mama Cindy: Haar opvliegende karakter valt inderdaad op. Ze kan ook grof reageren. Toch probeer ik dan niet kwaad te worden, want ik heb het gevoel dat Anouk daar weinig aan kan doen. Anouk: Ik schrik soms van mezelf. Dan loop ik naar mijn kamer en smijt de deur dicht. Mama weet intussen goed dat ze me dan best wat laat afkoelen. Mama Cindy: Pas als ze helemaal is gekalmeerd, spreek ik haar aan op haar gedrag. Ik vind het bijvoorbeeld echt niet kunnen dat ze wegloopt van tafel terwijl wij nog zitten te eten. Het gedrag van één persoon mag de sfeer thuis niet verpesten, dat gaat er voor mij over. Bij een puber zit helaas geen handleiding en de ene dag lukt het mij beter om daar rustig op te reageren dan de andere. Opvoeden blijft een leerproces en wij zijn ook maar mensen.

STOM Ebrem (19): In mijn puberteit had ik totaal geen geduld en werd ik heel snel boos … maar toch was ik ervan overtuigd dat het aan de anderen lag en niet aan mij. Het is pas achteraf doorgedrongen dat ik het fout had. Wat ik allemaal uitspookte! Ik heb het ooit eens gepresteerd om met vrienden op stap te gaan en pas twee dagen later weer thuis te komen. Hoe stom kun je zijn? Ghazar (17): Ik heb echt niet zo hard gepuberd. Bij jongere vrienden denk ik soms wel: ‘Jep, die zit er middenin.’ Roken en zo… echt niet slim. Ebrem: Extremen zijn nooit gezond. Iedereen mag van mij doen wat hij wil, maar ik vind wel dat je je moet aanpassen aan de maatschappij waarin je leeft. Zelfs al ben je heel erg gelovig, toon gewoon respect voor iedereen. Ook voor mensen die niet geloven of een ander geloof hebben. Ghazar: Ik ben gelovig, maar dat speelt zich vooral in mijn hoofd af: ik val anderen er niet mee lastig.

16

Mama Lindsay: Waar Renée opvallend veel last van heeft: stemmingswisselingen. Het ene moment is alles oké en vijf minuten later zit het helemaal mis. Renée (12): Niet waar! Mama heeft zelf veel meer van die buien dan ik. Mama Lindsay: (tegen haar dochter) Maar je bent nu toch sneller boos dan vroeger? Renée: (windt zich op) Totáál niet! Mama Lindsay: Ze is nog maar twaalf hè, dus echt extreme dingen hebben we nog niet meegemaakt. Er wordt wel eens met een deur gegooid en luid geroepen, maar ik weet dat dat erbij hoort. Ik doe dan mijn best om kalm te blijven, maar soms kan ik me niet inhouden en ga ik ook roepen. Renée: (rolt met haar ogen) Mama reageert nóóit rustig. Wat ze vooral niet mag doen als ik kwaad ben: mijn gsm afnemen. Ouders beseffen niet hoe belangrijk zo’n gsm is voor ons en hoe verschrikkelijk het is om die te moeten missen. Mama Lindsay: Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Het lijkt nu misschien niet zo, maar we beleven ook mooie moeder-dochtermomentjes en zijn vaak twee handen op één buik. Waarschijnlijk omdat ik als puber juist dezelfde was: ik kon ook ontzettend ongelukkig of vreselijk kwaad worden om de kleinste dingen. Daardoor verstaan we elkaar goed.


- publireportage -

Wie beschermt u als u online koopt? n a v e i t n rte e v d a n hier ee to? r a c i l b u P

“Ik kocht op het web een leuke lamp met de garantie dat ik die mocht terugsturen als ze mij niet beviel. Drie weken later is er niets geleverd en krijg ik geen antwoord meer van de webshop.” Oplichters zijn moeilijk te spotten voor wie online zaken doet. Onze experts staan u daarom bij en

Bescherm de digitale rechten van uw gezin met eProtect De rechtsbijstandsverzekering eProtect biedt bescherming tegen problemen op het internet, voor u én die van uw gezin. De polis dekt onder meer de juridische bijstand bij: ✓ aantasting van uw e-reputatie bijvoorbeeld via e-mail, op sociale media of op een discussieforum

maken frauduleuze aankopen én de bijhorende

✓ online frauduleus gebruik van uw betaalmiddelen, zoals uw kredietkaart

kosten voor u ongedaan. Lukt dit niet, dan stellen we

✓ online identiteitsdiefstal

een advocaat aan om de schade terug te vorderen

✓ een strafrechtelijke vervolging van de gezinsleden

via de rechtbank. Voor leden van de Gezinsbond

✓ een geschil in verband met uw online aankopen

geldt deze bescherming ook voor het gebruik van

✓ enkel voor leden van de Gezinsbond: geschillen bij het gebruik van onlineveilingsites

onlineveilingsites.

Extra voordelig dankzij het ledenvoordeel De rechtsbijstandsverzekering eProtect biedt juridische FSMA 013334A

bescherming voor uw eigen online identiteit én die van uw gezin. Als lid van de Gezinsbond betaalt u 99 euro per jaar en u ontvangt hierop € 24 spaarkorting.

Ontdek de voordelen op www.gezinsbond.be/eprotect

17


Foto’s: © Kristof Ghyselinck

BEKENDE MOEDER EN VADER

18


Je hebt schattige koppels, je hebt súperschattige koppels, en dan heb je Petra (38) en Herman (54). Zij is journalist en auteur van verschillende boeken, hij wordt overal aangesproken als MarcskevandeKampioenen. De heer en mevrouw Verbruggen – De Pauw bouwden in Borgerhout een bijzonder tof nest voor hun dochters Roos (13) en Billie (11), en hanteren voor de puberteit van hun kroost een heel eigen aanpak. ‘Als Roos met haar ogen draait, imiteren wij dat. Of we kijken mee naar boven en ik zeg: ‘Ja Roos, ik weet het, het plafond moet geschilderd worden.’ BOTsing babbelt met Petra en Herman over hun eigen puberjaren, over persoonlijke paradijzen, pretparken en piekmomenten.

Friet op het voetpad Petra vertelt vol warmte over haar eenvoudige en zorgeloze kindertijd. Ze groeit op in Mere, in een doorsnee klassiek gezin: mama, papa en een zus die twee jaar jonger is. Petra: Mijn zus en ik speelden heel veel buiten en gingen vaak sporten met twee jongens uit onze straat, dikwijls tot ‘s avonds laat. Mijn moeder bakte dan frietjes en deed die in een koffiefilter zodat we ze op het voetpad konden opeten. Zalig vonden we dat. Tot mijn achttien jaar ging ik gewoon naar de school in ons dorp. Ik was heel braaf, kwam altijd meteen naar huis en had geen interesse in jongens of in stoere dingen zoals sigaretten. Rebelleren of dingen uitspoken achter de rug van mijn ouders, ik heb het nooit gedaan. Het enige wat ik soms deed, was stiekem tv kijken op mijn kamer terwijl ik eigenlijk moest slapen. Stoer hé! (lacht) Onze ouders gaven een vrije opvoeding. In verband met roken zeiden ze bijvoorbeeld: ‘Probeer het een keer uit’, waardoor er voor ons niets spannends meer aan was. Ze vertelden er uiteraard ook bij wat de gevaren waren. Ik vind dat best een goeie aanpak, ik doe het nu bij Roos en Billie ook zo. Vanaf zestien jaar mocht ik uitgaan. Ik heb het een paar keer gedaan maar vond het absoluut niet leuk. Ik stond daar maar te staan met een cola in mijn hand, voortdurend aan het opletten dat ze er geen drugs ingooiden: stress! Je kon ook met niemand babbelen in zo’n discotheek, je moest roepen om elkaar te verstaan. Herman: En trouwens, tegen wie moest je babbelen? Je kende mij nog niet! Petra: Toch wel, van op tv hé! (lacht) Ik had gewoon geen zin om daar op een verhoog te staan dansen … en ook niet om lang op te blijven. Zelfs toen ik in Gent studeerde, ging ik bijna nooit uit. Tijdens mijn eerste week op kot dacht ik: ‘Als ik hier nu val, gaat niemand mij oprapen. Want ik ken hier geen kat.’ (gelach) Ik kan over mijn jeugd echt niets negatiefs verzinnen. Wat misschien jammer is, wie weet wat voor boeken ik anders zou kunnen schrijven! Grapje hoor, ik ben daar echt heel blij om!

De rijkswacht die bij ons kwam aanbellen, was het ergste wat mijn moeder kon overkomen. Busje van de rijkswacht Ook Herman beleeft leuke jonge jaren. Hij slijt zijn kinderbroeken in de buurt van Kapellen. Met een stel fijne ouders, een zeven jaar oudere broer en een paradijs op wandelafstand. Herman: Mijn broer en ik hadden een goeie band, maar op het moment dat hij begon te puberen, was ik echt nog een kind. Dus automatisch kwam er tijdelijk wat afstand tussen ons. Vanaf mijn twaalfde ging ik naar het internaat. Niet om opvoedkundige maar om sociale redenen: ik had het nodig om tussen de andere jonge gasten te zitten. Net als Petra kreeg ik thuis heel wat vertrouwen. Onze ouders verboden eigenlijk niet veel. Volgens mij zagen die mensen in dat de verboden vruchten net de interessantste zijn. Ik had een goeie band met mijn ouders en voelde geen behoefte om zwaar te rebelleren. Waarschijnlijk was ik van nature geen al te moeilijke puber, maar mijn vader en moeder hebben het door hun manier van opvoeden echt wel binnen de perken kunnen houden. Op een bepaald moment hebben mijn ouders op 250 meter van ons huis een stuk grond gekocht met een vijver. Die plek werd een beetje mijn persoonlijk paradijs. Ik had de sleutel van het poortje, met de afspraak dat ik mijn verantwoordelijkheid zou nemen wanneer er vrienden langskwamen. En ja, het is daar een paar keer serieus fout gelopen. Het strafste wat we ooit gedaan hebben tijdens onze nachtelijke tochtjes was een bak bier pikken van een plaatselijke voetbalploeg. Daar heb ik nog altijd geen spijt van. (Herpakt zich, gespeeld) Of toch wel. Ik heb spijt. Echt héél véél spijt. De rijkswacht is toen bij ons komen aanbellen: voor mijn moeder het ergste wat haar kon overkomen. Dat buske dat

ineens voor de deur stond! Schande! Ik had hun vertrouwen misbruikt, en dat heb ik mogen voelen. Maar als je het over opvoeding hebt, zijn dat wel de dingen waaruit ik lessen heb getrokken en waarvoor ik het leven nu dankbaar ben. Naast die straffe verhalen was ik echt een brave jongen. Zolang ik thuis woonde, kwam ik altijd vóór twaalf uur naar huis omdat ik wist dat mama anders wakker lag. Ik ging als puber zelfs nog naar de kerk, puur om mijn ouders een plezier te doen! Al kwam het grote moment voor mij altijd NA de mis: het babbeltje met de vrienden. Ik bereidde zelfs heuse acts voor die ik daar kon testen voor mijn live publiek!

Pretparklief We polsen bij Petra en Herman ook naar hun hormonenpeil tijdens de puberjaren. Petra: Liefjes en zo? Totaal geen interesse! Herman: Ik heel veel interesse! Petra: Mijn eerste vriendje had ik pas op mijn twintigste. Ik dacht altijd: ‘Pfff, dat blijft toch niet duren.’ Ik was heel rationeel in die dingen en zei dat ook tegen mijn moeder: ‘Ik moet geen lief hebben met wie ik naar een pretpark kan gaan.’ En kijk, het is uitgekomen: door zijn bekendheid kan ik met Herman nooit naar een pretpark. We raken in geen enkele attractie! (lacht) Herman: Bij mij was dat anders, ik voelde toch dat de natuur riep. Het heeft wel eventjes geduurd voor ik een lief had: de scouts waren niet gemengd, de school was niet gemengd, het internaat ook al niet… jammer dat ik geen homo was want dan zou ik in de hemel geleefd hebben! Een chance dat de meisjes op wie ik verliefd werd verstandig genoeg waren om het allemaal niet te ver te laten komen. Er werd nooit echt gecopuleerd. En gelukkig maar. Bij deze zeg ik merci aan al die vrouwen vóór Petra, echt waar. Want als je zo’n jong gastje laat begaan: natúúrlijk wil hij het doen! De natuur zit gewoonweg zo in elkaar, die roept in ons oor: ‘Komaan jongen, hop, hop, gaan, gaan!’ Het klinkt misschien alsof ik me zit te verdedigen, maar het is voor ons mannen supermoeilijk om daar voortdurend tegen te vechten. Het gevoel van

De natuur zit gewoonweg zo in elkaar, die roept in ons oor: ‘Komaan jongen, hop, hop, gaan, gaan!’ 19


te moeten ademen en niet mogen, maar dan tussen je benen. Petra: (knipoogt) Ik zou met zulke uitspraken tegenwoordig toch maar wat oppassen, Herman. Zeker in de media. Herman: Ik probeer het maar te ontleden, hé. Maar serieus, al die onbeantwoorde verliefdheden en de moeite die het kost om dat te aanvaarden: wat een ellende. En die ellende is blijven duren tot ik Petra leerde kennen. Jammer dat je dat niet op voorhand weet. Wij geven alleszins mee aan onze dochters dat ze niet te rap content moeten zijn. Want als je de ideale partner vindt … dat is fantastisch en allesoverheersend. Dan weet je dat het klopt. En het móet ook kloppen. Als je niet de dag na de ontmoeting wil gaan samenwonen en trouwen en kinderen krijgen, dan zit het niet goed. Punt uit. Petra: Wij kunnen hen wel informeren, maar uiteindelijk moeten ze daar hun eigen weg in zoeken. Herman: Klopt, je kunt maar leren door het te ervaren. Je moet één keer in je vinger snijden om te weten hoe scherp het mes is. En het is te hopen dat je je vinger er die eerste keer niet afsnijdt …

Proberen te achterhalen wie je kind echt is: dat is de kunst. Goeie kameraad Petra en Herman zijn nu zeventien jaar samen. Ze leerden elkaar kennen toen zij hem kwam interviewen als voorbereiding op een nieuw tv-programma. Herman: Ik dacht direct: ‘Hé, dat ziet er een toffe uit!’ Petra: (glimlacht) Ik mocht toen alleen de cassetterecorder aan- en uitzetten en nadien ons gesprek uittikken. Dus op zich zat ik er gewoon te zitten. Het enige wat ik toen dacht over jou was: ‘Amai die mens rookt veel, de ene sigaret na de andere!’ Herman: Ik hoopte van harte dat die Petra De Pauw er tijdens de opnames opnieuw bij zou zijn. En ze was erbij. We hebben toen wat staan praten en lachen en ik voelde direct dat er een klik was. Toen ik thuiskwam, heb ik meteen een mail gestuurd: ‘Als je wil, neem ik nu mijn jas en gaan we op een bank in een park een Jupiler drinken.’ Petra: Dus ik dacht: ‘Oei, hij heeft een alcoholprobleem ook!’ (gelach) Herman: Maar er kwam wel snel reactie! Petra: Ja, ik had na die opnames echt wel het gevoel dat jij een goeie kameraad kon worden. En dat is gebleken, hé. (glimlacht)

20

Gezien het leeftijdsverschil beslisten we om niet te lang te wachten met kinderen krijgen. We wilden ook niet dat ze Herman ‘opa’ zouden noemen aan de schoolpoort. Roos is nu dertien en Billie elf. Herman: Ik vind dat mooi, twee kinderen. Als je het allemaal een beetje goed wil doen, is dat toch direct een mini-kmo. De eerste jaren komt het er vooral op aan hen in leven houden, vanaf twee jaar wordt het anders. Petra: Vanaf dan kun je echt commu-

niceren, waardoor het een pak leuker wordt. Qua opvoeding merk ik dat ik veel doorgeef van wat ik thuis heb meegekregen. Gezond verstand, logisch nadenken, zulke dingen. Als mensen tegen mij zeggen: ‘Wat een brave meisjes, jij doet dat echt keigoed’, denk ik altijd dat het misschien gewoon aan die kinderen en aan hun karakter ligt. Ik informeer me wel, maar vaak doe ik eigenlijk maar wat … Herman: Ik snap dat mensen soms met vragen zitten over de opvoeding van hun kinderen. Maar aan de andere kant:


zo fout kan het leven toch niet in elkaar zitten, dat je dat niet uit jezelf weet? In principe zou dat toch automatisch moeten gaan? Opvoedboeken lijken ervan uit te gaan dat een kind als een lege doos is waarvan je de inhoud mag bepalen door er van alles in te steken. Maar zo werkt het toch niet? Elk kind heeft zijn eigenheid dus je begint sowieso niet vanaf nul. Als je kind een 4x4 met een trekhaak is, maak je er geen mini’tje van en omgekeerd. Je kunt er winterbanden opsteken, een spoiler aanhangen … maar aan het model zelf kun je weinig veranderen. Petra: En dat is de kunst: proberen te achterhalen wie je kind echt is en dan zien wat er werkt en wat niet. De eerste kan op een bepaalde aanpak namelijk heel anders reageren dan de tweede.

Ik heb nog altijd het gevoel dat ze au fond een tevreden en blij meisje is. Puberpiekmoment Over naar de tieners ten huize Verbruggen. Even checken of er al wat ge-oogrold, geërgerd en gepuberd wordt door de dochters… Petra: Billie is echt nog een kindje, maar bij Roos merk ik toch dat de puberteit begonnen is. Vooral op het vlak van kleren kun je dat zien. Herman: Ze weet het ook altijd beter. Wij zeggen dan: ‘We snappen dat jij vindt dat je het beter weet. Maar wij weten dat het niet zo is.’ De puberale momenten die ze soms heeft, ik kijk daarnaar en denk: ‘Dit is Roos niet, dit klopt van geen kanten.’ Mocht ze hele dagen een dergelijk gedrag vertonen, zou ik echt vrezen dat er iets fout zit. Gelukkig heb ik nog altijd het gevoel dat ze au fond een tevreden en blij meisje is, dat is voor mij een belangrijke indicator. Petra en ik gaan met dat tienergedoe op een rustige manier om. We lachen hen vaak zelfs een beetje uit, wat het natuurlijk nog erger maakt. ‘Oké, als jij even moeilijk wil doen, ga je gang, maar ik moet eerst nog een mail sturen.’ (lacht) Dat uitlachen, wij kunnen het niet helpen. We deden dat eigenlijk al van toen ze nog klein waren. Petra: Als ze met haar ogen draait, imiteren wij dat. Herman: Of we kijken mee naar boven en ik zeg: ‘Ja Roos, ik weet het, het plafond moet geschilderd worden.’ En dan wordt ze zot. Maar na tien minuten is dat over. Het ambetante is dat die opstoten van puberteit heel erg sfeerbepalend zijn. Je

kunt daar als ouder een hoop heisa rond maken en haar naar haar kamer sturen, maar dat doen we niet. Petra: In het begin ging ik daar wel wat ‘hysterischer’ mee om, maar nu denk ik: ‘Ach, het gaat wel weer voorbij.’ Een pak gezonder dan mijn eigen bloeddruk de hoogte in te jagen. Herman: Het valt dit jaar alleszins beter mee dan vorig jaar. Petra: Ja, toen zaten we hier echt met een puberpiekmoment. De overgang naar het eerste middelbaar had veel impact: nieuwe school, nieuwe leerkrachten en vriendinnen … niet niks. De rust is nu grotendeels teruggekeerd.

Iedereen online Heel wat ouders ergeren zich groen en blauw aan het smartphonegebruik van hun kroost. Bij de Verbruggens blijkt dat best mee te vallen. Petra: Ik vind het helemaal niet erg dat ze eens op hun gsm zitten. Bij Roos blijft het trouwens goed binnen de perken. De enige afspraak die we hier gemaakt hebben, is dat ze hem ‘s avonds niet mogen meenemen naar hun kamer. Je moet als ouder ook een beetje het goeie voorbeeld geven, natuurlijk. Tijdens het eten leg ik mijn smartphone altijd opzij. Herman: Als we vinden dat ze overdrijven, vragen we gewoon om dat ding weg te stoppen. Ik merk dat Billie veel op Instagram zit en vaak chat met meisjes van de klas. Als ze ‘s morgens wakker wordt, móet en zál ze eerst iets sturen naar haar vriendinnen. Petra: Ze mag dat allemaal doen van mij, maar ik heb haar gezegd dat ik het recht heb om het te controleren. Uiteindelijk is ze nog maar elf. Bijgevolg wist ze nu al haar conversaties. (lacht) Herman: De aantrekkingskracht van die sociale media, volgens mij kun je daar heel weinig aan doen. Wanneer er bij ons in de straat acht op tien kinderen buiten speelden, ging ik ook naar buiten. Nu is dat net hetzelfde: als iedereen online is, wil je daar ook zijn. Petra: Klopt. Het is nu gewoon ànders dan vroeger. Elke tijd heeft zijn eigen nieuwigheden, het komt er simpelweg op aan om de gulden middenweg te vinden. Ik maak me niet echt zorgen, maar ik informeer hen wel over de gevaren van cyberpesten en sexting en zo. Herman: Ik zou me zorgen maken mocht ik merken dat ze verslaafd raken en op sociaal vlak niet goed meer functio­neren. Maar bij onze dochters zie ik echt geen probleem.

Relatief cool Over naar de (herhalingen van de) Kampioenen. Herman vertolkte vijfentwintig jaar de rol van Marcske. De slungel die door heel Vlaanderen in het hart werd gesloten. Een personage dat intussen zowat tot ons cultureel erfgoed behoort. Wat doet dat met een gezin, zo’n bekende papa? Petra: Op momenten dat we als gezin iets willen doen, vinden de meisjes het niet altijd leuk. Onze tijd samen wordt vaak voor een stuk ‘afgepakt’ door mensen die selfies willen en zo. Roos en Billie vinden ook dat mensen veel vriendelijker zijn als Herman erbij is. Dat ligt niet aan mij hoor, al kan ik wel eens onvriendelijk zijn. (lacht) Maar het valt inderdaad keihard op dat mensen anders zijn als Herman in de buurt is. Ik vind dat iets heel raar. Herman: Ik heb daar geen probleem mee, maar Vlaamse trekpleisters zoals de zee en de attractieparken zullen we als gezin wel mijden. Anders wordt het voor mij gewoon een werkdag. Voor de rest denk ik dat Roos en Billie er goed mee om kunnen. Ze vinden wat ik doe nog relatief cool. Ah ja, hun klasgenoten zijn allemaal klanten van mij! (lacht)

Hart vasthouden We besluiten onze babbel met een miniportie pedagogie à la Petra en Herman. Wat vinden zij het allerbelangrijkste om hun dochters mee te geven in de opvoeding? Herman: Zoals ik het daarnet al zei: ze zullen het meest leren door ervaring, door bepaalde dingen eens mee te maken. Als ouder hou je natuurlijk je hart vast. Dat is het grote gevolg van kinderen te hebben: die angst die je voor de rest van je dagen voelt. Angst dat hen iets gaat overkomen. Maar kijk, ikzelf heb ook het meest geleerd uit de stoten die ik tegenkwam. Sinds een motor mij bijna overhoop reed, weet ik dat het belangrijk is om altijd de voorrang van rechts te respecteren. Petra: Er echt zijn voor je kinderen, met hen babbelen en laten weten dat ze met alles bij jou terechtkunnen, dat is volgens mij al een prima start. En hen een stevige basis geven en een warm nest. Als je daarnaast gewoon je gevoel durft volgen en laat zien dat je als ouder ook niet perfect bent … Herman: … dan komt het helemaal goed en mag je hen af en toe stevig uitlachen! (gelach)

Het valt keihard op dat mensen anders zijn als Herman in de buurt is. 21


Foto: © Kristof Ghyselinck

ACHTERKLAP

Ons opzet: BOTsing babbelt met vijf tieners en vraagt hen naar de meest bijzondere personen in hun leven. Het resultaat: een heerlijk hartverwarmend gesprek over ontzettend onmisbare vrienden en absoluut onvervangbare ouders. Een zachte pleister op de wonde voor alle ouders die denken dat ze niks meer betekenen in het leven van hun tiener.

22

Verwarmende vriendschappen Kunnen jullie omschrijven welke personen een bijzondere plek innemen in jullie leven? Sara: Ik heb een heel hechte band met mijn zus. Toen ze nog bij ons op school zat, beschouwde ik haar meer als een vriendin dan als een zus. Nu ze in Frankrijk woont, mis ik haar enorm en zitten we dus constant te chatten. Er zijn zoveel momenten waarop ik haar raad nodig heb of gewoon even met haar wil babbelen. Hanne: Ik kom goed overeen met mijn broer, maar mijn vriendinnen zijn nog net iets belangrijker. Als ik met één van hen ruzie heb, zit ik daar zo hard mee in mijn maag dat ik niet kan slapen. Ik wil het dan zo snel mogelijk bijleggen. Hoewel ik een paar topvriendinnen heb, springt eentje er toch uit. Mijn beste vriendin ken ik al elf jaar en aan haar kan ik zonder overdrijven alles vertellen. Ze hoort intussen zelfs een

beetje bij onze familie. Moira: Zo’n mooie vriendschap ken ik ook. Ik vind het zalig om bij mijn beste vriendin te zijn en kan amper omschrijven hoeveel liefde ik voor haar voel. Lenore: Als tiener kun je niet zonder vrienden, zo simpel is het. Voor hen ga je door het vuur en offer je jezelf op. Ik zou eraan kapot gaan mocht één van hen iets overkomen … Hanne: Je vrienden zijn een veilige haven en staan altijd voor je klaar, op élk moment van de dag en in élke situatie. Amber: Het is eigen aan onze leeftijd dat zij het hoogtepunt zijn van ons leven. Moira: Onze prioriteiten liggen bij onze vrienden omdat zij in dezelfde leefwereld opgroeien en dezelfde dingen meemaken als wij. Niemand die ons beter begrijpt!

Onmisbare ouders Hebben jullie ook zulke mooie woorden over voor jullie ouders? Iedereen: (in koor) Uiteraard!


hobby’s te brengen, ons te helpen bij schoolwerk en dan ook nog eens het huishouden te doen. Als ik zoveel zou moeten regelen, ligt mijn huis er gegarandeerd bij als een puinhoop! (lacht) Sara: Waar mijn ouders erg goed in zijn: loslaten! Ik mag gaan en staan waar ik wil in mijn leven. Daar bewonder ik hen enorm voor. Moira: Mijn ouders zijn gescheiden. Het klinkt misschien raar, maar eigenlijk ben ik hen daar dankbaar voor. Toen ze nog bij elkaar woonden, was de sfeer niet meer te houden. Nu voel ik me goed bij hen allebei en vind ik het fijn om mijn ouders los van elkaar te leren kennen.

Hanne: Hoe meer je tieners loslaat, hoe zelfstandiger ze worden en hoe meer ze openbloeien. Moira: Wow, ik zou het niet beter kunnen verwoorden! Ik ben zelf nogal vrij opgevoed en zal mijn ouders altijd dankbaar blijven omdat ik daardoor mocht worden wie ik echt ben. Amber: Als je zulke dingen zelf mag ontdekken, worstel je later veel minder met de vraag: ‘Wie ben ik en wat wil ik worden?’ Nee, dan heb je dat al ontdekt tijdens je puberteit.

Bijzondere boodschap

En wat zou je graag aan tieners van jullie leeftijd vertellen? Sara: Leef je leven en wees niet bang om jezelf te zijn! Amber: Verbreed je horizon … Hanne: … en spring eruit! Durf na te denken over de wereld en alles wat er rondom jou gebeurt. Neem dingen niet zomaar aan, maar kijk ernaar met een kritische blik: ‘Ga ik hiermee akkoord? Is dit iets voor mij?’ Moira: Zorg dat je niet verzeild raakt in die verschrikkelijke dagelijkse sleur. Lenore: Juist! Er wordt vaak gezegd dat school op de eerste plaats komt, maar dat is niet zo. Durf jezelf op de eerste plaats te zetten! Zorg dat je goed in je vel zit, voor je weer verdergaat. Kom regelmatig op adem en neem voldoende tijd voor jezelf.

Willen jullie graag nog iets kwijt aan ouders van tieners? Lenore: Ik wil graag dat ze beseffen hoe belangrijk het is om tieners langzaam los te laten. Ik begrijp zeker dat het niet eenvoudig is, want ze zien hun kind natuurlijk enorm graag … Amber: … maar ze kunnen ons niet overal tegen beschermen! Lenore: Precies! Ouders moeten ons de kans geven om sommige dingen zelf te ontdekken. En natuurlijk lopen we daarbij wel eens met onze kop tegen de muur, maar dat hoort er toch ook bij? Sara: Je mag fouten maken. Wat zeg ik? Je móet fouten maken, want dat is de beste manier om bij te leren.

Tip voor tieners

Bijzondere school Hanne (17), Sara (17), Lenore (17), Amber (17) en Moira (16).

Lenore: Ik vrees dat ouders vaak vergeten dat wij hen ook graag zien. Mama’s en papa’s, knoop dus goed in jullie oren: het is niet omdat onze vrienden nu zo belangrijk worden of omdat we af en toe rebelleren, dat jullie er niet meer toe doen. Geen paniek, jullie betekenen nog altijd ongelooflijk veel voor ons. Moira: Onze ouders blijven altijd onze ouders en we houden zielsveel van hen. Amber: Ik heb sowieso een bijzondere band met mijn mama. Omdat ze nog zo jong is, verstaan wij elkaar geweldig goed. Ze is mijn grote voorbeeld en mijn fanatiekste supporter. Ze heeft me geleerd om van mezelf te houden. En van mijn papa heb ik megamooie talenten meegekregen. Hoe ouder ik word, hoe meer ik van hem herken in mezelf. Hanne: Weet je wat ik niet begrijp? Hoe mijn ouders het allemaal klaarspelen! We zijn met vier kinderen thuis en mijn ouders hebben allebei een drukke job waarvoor mijn vader vaak in het buitenland verblijft. Toch zien ze ‘t zitten om ons naar onze

Jullie zitten allemaal op een Steinerschool. Kunnen jullie ons wat meer uitleg geven over dat aparte systeem? Sara: Mensen kijken meestal vreemd op als ik vertel dat ik naast Frans, Nederlands en wiskunde ook vakken krijg als mandenvlechten, koperslaan, weven en boekbinden. Amber: Ze begrijpen ook niet waarom wij geen examenweek hebben. Omdat we hier les krijgen in periodes, hebben we drie weken aan een stuk hetzelfde vak. Daarna volgt er ook een soort van evaluatie. Moira: Voor mij werkt dat systeem heel goed omdat je dan intensief wordt ondergedompeld in één bepaald vak. Je kunt je drie weken focussen op één ding en daarna is er weer iets anders. Hanne: De zaligste periode: toneel! Dan werk je met iedereen superintensief samen aan een stuk. Je leeft met z’n allen naar die opvoering toe en als het dan eindelijk zover is, moet je met je hele klas tonen dat je er ook effectief staat. Lenore: Hetzelfde gevoel krijg ik bij ons koor. Dan staan we met tweehonderd leerlingen op een podium om daar samen het beste van onszelf te geven. Het is echt machtig om die verbondenheid te voelen. Moira: Het allergrootste pluspunt: je volgt een algemene ASO opleiding, maar krijgt toch een hoop kunstvakken. Het is een fijne combinatie van allebei. Sara: Vergeet de zalige sfeer niet! Doordat we op een kleine school zitten, voelen we ons allemaal verbonden met elkaar. Iedereen praat met iedereen, los van je leeftijd of je klas. Amber: Bovendien mag je hier écht jezelf zijn. Dat is op andere scholen zeker niet zo evident. Meer lezen over school? Het volgende nummer van BOTsing wordt een themanummer over onderwijs. Vanaf eind april in jullie brievenbus!

Een dikke dankjewel aan de Steinerschool in Gent omdat we deze bijzonder lieve leerlingen heel even mochten lenen!

23


LEER EN ONTDEK DE WERELD op een andere manier!

Taalreizen • Vakantieprogramma’s • Begeleide groepsreizen Uitwisselingen middelbaar & hoger onderwijs • Vrijwilligerswerk Professionele ervaringen • Stages …

wep.be

Meer dan 60 bestemmingen Learn & discover the world! Learn & wereldwijd discover•the world! 02 534 53 36 • contact@wep.be • Jetselaan 26, 1081 Brussel

BOTSing  

BOTsing

BOTSing  

BOTsing

Advertisement