Issuu on Google+

G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum� Universitair Centrum voor Farmacie

Foliolum

Lifestyle diseases

De effecten van een welvarende maatschappij op de gezondheid van de mens Help, ik heb Facebook! Stress als gevolg van social media

Overal straling

Je bent wat je eet

De rol van voeding bij welvaartsziekten

Leven met stralingsallergie Jaargang 27

#2 | Januari 2014


Mr. J. Heuker G.M. Ronner Mr. R.A. Veening FB

Betrokken en deskundig


Foliolum Editie 2

Januari 2014

Redactioneel

Jaargang 27

G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum” in samenwerking met het Universitair Centrum voor Farmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen

De zin en onzin over koolhydraten Je bent wat je eet, p. 7

Redactioneel

5 Praesides 6 Dies Natalis 7 Je bent wat je eet: de rol van voeding bij welvaartsziekten 12 Help, ik heb Facebook: stress als gevolg van social media 14 Overal straling: leven met stralingsallergie 16 Kort wetenschappelijk 18 Vijf vragen over... Alli 20 Hedy’s Historische Hoekje

Smartphone als infectiebron Kort wetenschappelijk, p. 16

Afvallen na de feestdagen? Vijf vragen over... Alli, p. 18

Facultair

21 Student in het Buitenland 24 Onderzoek & onderwijs 26 PhD & Student 28 Alumnus RUG 29 Afgestudeerden

Pharmaciae Sacrum

30 Fotopagina 32 P.S.-Activiteiten 35 Commissies 38 Eten met... de Diescommissie & de MMC 41 Activiteitenagenda 42 Puzzel

Lifestyle diseases

3


Bestel je boeken dus goedkoop en snel via www.psgroningen.nl


Praesides Kijk eens om je heen in de gemiddelde collegezaal, vergaderruimte of treincoupé en tel het aantal mensen dat met een smartphone of tablet bezig is. Welkom in de 21e eeuw: waar je ook bent, wanneer je ook gaat, je bent altijd en overal bereikbaar. Lang leve de moderne technologie! Alhoewel… Socialbesitas is het dwangmatig en daardoor overmatig gebruik van sociale media. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit bij jongeren ernstige stress kan veroorzaken, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn dingen te missen. En wat te denken van die foto’s van dat ene heftige feestje, om je je vervolgens te laat te realiseren dat je ook je ouders op Facebook hebt? Altijd en overal bereikbaar kunnen zijn, betekent ook altijd en overal straling. Sommige mensen ervaren gezondheidsklachten dankzij deze zogeheten elektrosmog. Of deze klachten daadwerkelijk door elektromagnetische straling veroorzaakt worden, en zo ja, hoe, is nog steeds een raadsel, maar ze worden wel degelijk erkend door onder meer het RIVM. Kortom, moderne technologie kan best lastig zijn. Terug naar de oertijd dan maar? Het toenmalige dieet schijnt in ieder geval een stuk beter voor de mens te zijn dan het huidige, koolhydraatrijke voedsel. Allemaal leren vissen dus! Alhoewel… Give a person a fish and you feed him for a day. Teach him to fish and he´ll sit in a boat drinking beer all day. Namens de 27e Redactiecommisse ‘Getikt’, Boy van Basten h.t. praeses

Knibbel knabbel knuisje, wie knabbelt er aan mijn huisje? “De wind, de wind, dat hemelse kind!”

Redactioneel

Give a person a fish and you feed him for a day. Teach him to use the Internet and he won’t bother you for weeks.

Hans en Grietje konden de verleiding van al dat lekkers niet weerstaan en bleven van het snoepjeshuis genieten. Uiteindelijk moesten ze hun onstilbare honger bekopen met een gevangenschap waaruit ze later gelukkig ontsnapten. In de westerse wereld is er tegenwoordig steeds vaker sprake van overconsumptie met als oorzaak een onstilbare honger. De maand december, altijd goed voor de welbekende decemberkilo’s, is inmiddels achter de rug. Nu zullen we op TellSell weer geconfronteerd worden met alle mogelijke afvalmethodes en zitten we op de bank met het schaamrood op onze kaken, wanneer we terugkijken op alle diners. De commercials zijn voornamelijk gericht op mensen met obesitas en dat is slim! Op dit moment is namelijk 1 op de 8 kinderen te dik. ‘Westerse’ welvaartsziekten, zoals diabetes, obesitas en hypertensie, komen steeds vaker voor op jongere leeftijd. Niet infectieziekten, maar chronische ziekten bepalen tegenwoordig het gemiddelde ziektebeeld. In dit Foliolum zal er daarom aandacht worden besteed aan lifestyle diseases en ik hoop dat u zult genieten van dit leuke onderwerp en het nieuwe Foliolum! Grietje schudde haar schortje uit, zodat de parels en edelstenen de kamer in rolden, en Hans wierp de ene handvol na de andere erbij. Toen was er een eind aan alle zorgen gekomen en ze leefden vol blijdschap samen. Namens het 132e bestuur der G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum”, Rik Beernink h.t. praeses

Lifestyle diseases

5


Dies Natalis Redactioneel

Geachte lezer, Nog enkele dagen wachten en dan zal de viering van de 132e Dies Natalis van start gaan. Voor de tweede keer zal de Dies in februari gevierd worden. Dit heeft tot enkele aanpassingen in het programma van de Dies geleid ten opzichte van de viering in december. Zo is het thema ‘Carpe Dies’ op 11-12-’13 onthuld op het gecombineerde Almanak/Dies- onthullingsfeest, kortweg ALDI-feest. In de Dies-week is de Buitendag naar zaterdag verplaatst, net als het Galadiner en het Galabal. Toch zijn er ook dingen hetzelfde gebleven. Traditiegetrouw heeft het Foliolum hetzelfde thema als het Dies-symposium en dat is dit jaar gelukkig niet anders. Met ons thema ‘Carpe Dies’ verwijzen wij naar het goede leven. Tijdens de viering van de 132e Dies zullen de termen gezelligheid en genieten centraal staan. Uiteraard laten wij dit terugkomen in onze activiteiten. Het goede leven heeft natuurlijk ook een keerzijde en deze zal tijdens het symposium worden belicht. Op woensdag 5 februari zal de 132e Dies officieel worden geopend op het symposium, met als thema: ‘Lifestyle diseases; de gevolgen van een welvarende maatschappij op de gezondheid van de mens’. Tijdens het symposium zullen verschillende onderwerpen omtrent welvaart aan bod komen. Zowel de gevolgen als de oorzaken zullen worden belicht. Eerst zal dr. A.P. van Beek uitleg geven over de gastric bypass bij morbide obesitas. Dr. E. Nederhof zal ingaan op stress en de gevolgen daarvan. Na de lunch zal prof. dr. R.F. Witkamp u uitleg geven over verschillende geneesmiddelen voor gewichtsbeheersing, welke uiteen lopen van eetlustremmers tot bewegingspillen. Aangezien de huidige maatschappij steeds meer een 24-uursmaatschappij wordt, zal dr. P. Meerlo u bijpraten over de gevolgen van slaaptekort. Tot slot zal prof. dr. A.J.M. Loonen zijn visie geven op de huidige maatschappij en hierover met u in discussie gaan. Ook in dit Foliolum zullen verschillende onderwerpen omtrent het thema worden behandeld. Na het symposium kunnen genodigden tijdens de receptie het huidige bestuur feliciteren met de 132e Dies door samen met hen een glas jenever te heffen. Vervolgens is er een mogelijkheid om een felicitatie in het receptieboek te schrijven. De eerste Dies-dag zal worden afgesloten met het openingsfeest, met als thema: ‘DIESign your own life; van zwerver tot zakenman’. Iedereen is van harte welkom om er een machtig mooie avond van te maken. Op 6 februari zal de culturele avond plaatsvinden. Hier zult u les krijgen in de kunst van het graffitispuiten. Na een korte introductie kunt u de kunstenaar in uzelf naar boven halen en een eigen kunstwerk creëren. Na een dag rust zal 8 februari de Dies worden afgesloten. ’s Middags zal er een golfclinic plaatsvinden, waar u een introductie kunt krijgen in de golfsport. ’s Avonds zal de Dies feestelijk worden afgesloten met het Galadiner en Galabal. Ook dit jaar heeft P.S. een website voor de Dies Natalis: www.dies.psgroningen.nl. Hier is het mogelijk om alle informatie na te lezen en natuurlijk kunt u zich hier ook inschrijven. Ik wens u veel leesplezier toe en ik hoop u te mogen begroeten tijdens de 132e Dies Natalis. Namens de 132e Diescommissie der G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum”, Quincy de Hoog h.t. praeses

6

Foliolum januari 2014


Je bent wat je eet De meesten zullen zich er wel bewust van zijn dat lifestyle een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van allerlei ziektes. Eén onderdeel van lifestyle bleef tot nu toe echter relatief onderbelicht: voeding. Tegenwoordig bestaat van veel ziektes die in de westerse wereld voorkomen het vermoeden dat ze onder andere veroorzaakt worden door verkeerde voeding. Prof. dr. Frits Muskiet trok hierover in 2005 al aan de bel in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde. Hoe denkt hij, acht jaar na publicatie van zijn artikel, bijvoorbeeld over de huidige discussie rondom koolhydraten? Een interview over de rol van voeding bij welvaartsziektes, en hoe dit zo heeft kunnen gebeuren. Wanneer men denkt aan de rol van voeding in het ontstaan van ziektes, dan denkt men al snel aan ziektes en aandoeningen als diabetes mellitus type 2, hypertensie/hypercholesterolemie en dergelijke. Bij welke ziektes en ziektebeelden speelt voeding nog meer een (tot nu toe onderbelichte) rol? Dit zijn eigenlijk alle typisch westerse ziektes, die uitgaan van het metabool syndroom. Zelf geef ik de voorkeur aan de benaming insulineresistentiesyndroom – hoewel ook dit niet helemaal volledig is, omdat insulineresistentie slechts een deel van het probleem is. Hierbij praat je over een aantal in de westerse wereld veel voorkomende ziektes die in traditioneel levende volkeren niet of nauwelijks voorkomen. De belangrijkste daarvan is diabetes mellitus type 2, een goede tweede is hart- en vaatziekte. Deze ziektes zijn sterk aan elkaar gerelateerd: als je bijvoorbeeld hart- en vaatziekte hebt, krijg je vaak ook een nieraandoening, en als je diabetes mellitus hebt, dan heb je ook vaak een hartaandoening en nierproblemen. Verder zijn bepaalde soorten kanker sterk gerelateerd aan het leven in de westerse maatschappij, zoals colonkanker, borstkanker en pancreaskanker, waarbij die laatste een hele slechte prognose heeft. Ook psychiatrische ziektes zijn sterk onderhevig aan lifestyle. Zeer prominent hierbij staat depressie. Depressie is tegenwoordig in de westerse wereld de derde chronische ziekte (na kanker en hart- en vaatziekte). Dit moet je zien als een ernstige situatie. Mensen overlijden er niet aan en leven er dus lang mee. Als je kijkt naar de Disability Adjusted Life Years (DALY),

Redactioneel

De rol van voeding bij welvaartsziekten

Prof. dr. Frits Muskiet (1950) is klinisch chemicus in het UMCG en hoogleraar pathofysiologie en klinisch chemische analyse aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2005 verscheen zijn artikel ‘U bent wat u eet maar u moet weer worden wat u at’ in het Nederlands tijdschrift voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde. Hierin betoogde hij dat nabootsing van paleolithische leefomstandigheden, waaronder ‘oervoeding’, geplaatst in een moderne context, bijdraagt aan de primaire en secundaire preventie van een breed scala aan chronische ziektes. dan wordt depressie zwaar onderschat. Ook dit is weer gelinkt aan hart- en vaatziekte: mensen die depressief zijn, krijgen vaak hart- en vaatziekte en mensen met hart- en vaatziekte kunnen depressie ontwikkelen. Ook ziektes die bijvoorbeeld voortkomen uit de ontwikkelingsneurologie, zoals autisme en schizofrenie, kun je tenminste deels scharen onder de lifestyleziektes. Het zijn ziektes die zich niet direct bij de geboorte, maar pas op latere leeftijd manifesteren. In eerste instantie lijkt er in deze ziektes een sterke genetische component te zitten, maar de epigenetica leert ons dat de omgeving hierbij een belangrijkere rol speelt. Primair genetische ziektes vormen minder dan 5% van al onze ziektes, dus nurture is in deze veel belangrijker dan nature. Bij het metabool syndroom wordt vaak het gebrek aan eigenwaarde vergeten. Vanwege hun overgewicht worden deze mensen niet zelden gediscrimineerd, waardoor hun zelfvertrouwen vermindert. Daarnaast hebben we nog te maken met een aantal ziektes die specifiek zijn voor de vrouw, en dan vooral tijdens de zwangerschap. Denk hierbij aan zwangerschapsdiabetes en de late vorm van pre-eclampsie (de combinatie

Lifestyle diseases

7


Redactioneel

van een te hoge bloeddruk en eiwitverlies in de urine). Deze beide hebben sterk te maken met insulineresistentie. Verder praat je nog over een aantal vormen van infertiliteit, met name het polycysteus-ovariumsyndroom. Hierbij zijn vrouwen meestal te dik en worden ze weer vruchtbaar als ze afvallen. Momenteel staan koolhydraten volop ter discussie: er verschijnen continu boeken, (opiniërende) artikelen in kranten en tijdschriften of tv-reportages over koolhydraten. De boodschap lijkt, kort gezegd: ‘koolhydraten zijn slecht’. Is dit volledig waar of moeten we dit met een korrel zout nemen? Dit moet je zeer nuanceren, want we moeten echt af van het spreken over voeding, of het nu over macro- of micronutriënten gaat, in de vorm van ‘goed’ of ‘slecht’. Er bestaan in principe geen goede of slechte natuurlijke voedingsmiddelen voor de mens. De media spreken graag in soundbites, kort, kort, kort! Hooguit bestaat er een disbalans tussen de verschillende nutriënten. In de westerse wereld is vaak sprake van overnutrition, maar ook van malnutrition, hetgeen inhoudt dat we voeding hebben die alle benodigde nutriënten bevat, maar dat de verhouding tussen de verschillende nutriënten abnormaal is. Deze abnormale verhouding, niet het gehalte aan een enkele component, veroorzaakt ziekte, dat wordt steeds duidelijker. Koolhydraten horen daarbij. Ook hiervoor geldt de bekende uitspraak van Paracelsus: ‘It’s the dose that makes the poison’. Je kunt van één enkel nutriënt te veel of te weinig eten en dit noemen we dan slecht, maar eigenlijk is er dan sprake van malnutrition. Koolhydraten bestaan in zeer veel verschillende vormen, van het simpele glucose tot het complexere zetmeel en vezels. Zetmeel zit onder meer in granen en daar gaat de huidige discussie onder andere over. Vanuit de evolutie geredeneerd zijn we niet goed aangepast aan het eten van granen. Hiervoor zijn veel bewijzen, zoals de gluten (eiwitten in granen) waarvan sommige mensen coeliakie krijgen. Het betreft personen met bepaalde HLA-types bij wie een auto-immuunreactie optreedt, waarbij gluten een hoofdrol spelen. Dit komt omdat delen van deze eiwitten lijken op eiwitten die wij zelf in ons lichaam

8

Foliolum januari 2014

hebben, wat men molecular mimicry noemt. Coeliakie komt relatief vaak voor: ongeveer 1% van de bevolking heeft het. In perspectief: dat is in dezelfde orde van grootte als het percentage mensen dat momenteel kanker heeft. Bij coeliakie weet echter maar 1 op de 6 à 8 patiënten dat ze de ziekte hebben. De rest heeft ‘gewoon’ elke dag gerommel in de buik en zoekt daar niks achter. Veel patiënten met het prikkelbaredarmsyndroom hebben last van coeliakie of een ander probleem met gluten of granen zonder dat ze dat weten. Als deze mensen stoppen met het eten van granen en dus onder andere geen gluten meer binnenkrijgen, verbetert de situatie. Waar komt deze intolerantie voor gluten vandaan? Planten kunnen niet wegrennen en verdedigen zich tegen hun belagers door middel van gif. De smerigste giffen komen dan ook uit het plantenrijk. Dit gif zit voornamelijk in de delen van de plant waar die groeit en die belangrijk zijn voor het vormen van nageslacht, zoals de zaden. Vergeet niet dat die granen er geen enkel voordeel van hebben om door ons te worden opgegeten. Evolutionair moet je altijd denken tegen de achtergrond van de battle between species. De gedachte is dat tarwe een complex van giffen vormt, waarvan gluten, of onderdelen daarvan, er één is. Uit de splitsing van gluten komen peptiden voort die ons gedrag beïnvloeden als ze de bloedhersenbarrière passeren. Gluten zijn echter maar een deel van hun verdediging. Zo zijn er ook amylase- en trypsineremmers. Hiervan is recent aangetoond dat ze een inflammatoire reactie kunnen veroorzaken in de darm. Mensen kunnen dus overgevoelig zijn voor gluten, amylase- en trypsineremmers en voor granen in zijn totaliteit. Naar een huidige schatting heeft 6 tot 8% van de bevolking een intolerantie voor granen die niet gebaseerd is op een auto-immuunreactie. Het eten van granen op grote schaal doen we sinds de landbouwrevolutie en die begon pas zo’n 10.000 jaar geleden in Mesopotamië. Als een diersoort nieuwe voedingsmiddelen gaat eten, zie je dat degenen die er tegen kunnen voor meer nageslacht kunnen zorgen dan degenen die er niet tegen kunnen. Er vindt dan positieve selectie plaats. De botten


Glycemische index en glycemische last

Redactioneel

De glycemische index is een maat voor de snelheid waarmee koolhydraten de bloedsuikerspiegel kunnen laten stijgen na consumptie. Koolhydraten die snel worden afgebroken en snel glucose aan de bloedbaan afgeven, hebben een hogere glycemische index dan koolhydraten die geleidelijk aan worden afgebroken. De glycemische index (GI) wordt volgens het Voedingscentrum als volgt berekend: “de stijging van het bloedsuikergehalte na het eten van 50 gram koolhydraten van een product (A) wordt vergeleken met de stijging van bloedsuikergehalte na het eten van witbrood of glucose (B) door dezelfde persoon. De stijging van het bloedsuikergehalte wordt gedurende 2 uur gevolgd. Vervolgens worden de metingen van A en B met elkaar vergeleken. De verhouding tussen deze 2 metingen bepaalt de GI-waarde ((A/B)*100).” Hierbij is de GI van suiker 100. Wanneer de GI rond de 70 of hoger ligt, dan heeft een product een hoge glycemische index. Wanneer de GI 55 of lager is, spreekt men van een lage glycemische index. De glycemische index is geen praktisch toepasbare maat. Daarom is de glycemische last (GL) bedacht: deze houdt niet alleen rekening met de GI van de koolhydraten in een product, maar ook van de hoeveelheid koolhydraten in het product en de omvang van één portie. Zo kan een product een hoge glycemische index hebben, maar een lage glycemische last, omdat het aandeel koolhydraten in het product laag is. In onderstaande tabel staan de GI en GL van enkele koolhydraatrijke producten. Koolhydraten (g/100g)

GI

Portie (g)

GL

Bron: Voedingscentrum

van mensen die 10.000 jaar geleden begonnen zijn met het eten van granen tonen aan dat het ze geen goed heeft gedaan. Er waren echter ook veel voordelen, omdat je met het aanleggen van voorraden hongersnoden kon bestrijden. Als je maar lang genoeg wacht, zie je dat de hele soort bestand wordt tegen het nieuwe voedsel. Mogelijk zijn de mensen die last hebben van een graanintolerantie diegenen die evolutionair nog niet aangepast zijn. Er is uiteraard geen keihard bewijs dat dit bij de mens ook zo gegaan is, maar er zijn wel sterke aanwijzingen uit andere voedingsmiddelen. Zo zie je dat vele volwassenen in de westerse wereld melk kunnen drinken, maar dat geldt eigenlijk alleen maar voor de blanke bevolking en een aantal volkeren in o.a. Afrika. Het drinken van melk op volwassen leeftijd is opgekomen met het houden van dieren, hetgeen weer samenging met het bedrijven van landbouw. 160.000 jaar geleden, bij het ontstaan van homo sapiens, konden volwassenen daar niet tegen, omdat na het spenen het lactase-gen in onze darmen uitgeschakeld werd. Het lactase in onze darm splitst de melksuiker lactose in glucose en galactose. Splits je het niet, dan neem je het niet

op en vieren de bacteriën in je dikke darm daarmee feest. Het uitschakelmechanisme van het lactase-gen is in de evolutie gemuteerd, waardoor deze mensen op latere leeftijd ook melk kunnen drinken. In bijvoorbeeld Azië zijn ze geen melk gaan drinken. Daar was een mutatie in het lactase-gen dus ook geen voordeel en de Aziaten zijn dan ook nagenoeg allemaal lactose-intolerant. Daarnaast is het zo dat de koolhydraten in granen zeer compact zijn opgeborgen. Dit betekent dat ze lastig te verteren zijn in hun originele, ongeraffineerde vorm. Als ze niet verteerd worden in de dunne darm, dan gebeurt dit evenals bij de bovengenoemde lactose door de bacteriën in de dikke darm. Deze bacteriën gaan dan zuren en gassen produceren, waardoor je aan de diarree raakt. De uitdroging die daarop volgt, was vroeger de belangrijkste oorzaak van overlijden aan diarree. Koolhydraten in onze voeding vormen een probleem als ze niet verteerd kunnen worden in de dunne darm. Om ze beter verteerbaar te maken worden de koolhydraten geraffineerd en gekookt. Bij het koken maken

Lifestyle diseases

9


Redactioneel 10

we ook de zogenaamde ‘lectines’ (grotendeels) kapot. Lectines zijn eiwitten die aan koolhydraten hechten en die een desastreuze invloed kunnen hebben in onze darmen, waarbij het eindresultaat is dat onze darmen gaan ‘lekken’. We noemen dit een leaky gut. Hierdoor kunnen de peptiden uit gluten weer makkelijker naar binnen, maar bijvoorbeeld ook bacteriën. Lectines zijn dus waarschijnlijk onderdeel van het complexe verdedigingsmechanisme van granen tegen hun belagers. Door het kookproces maken we het zetmeel eveneens toegankelijker, waardoor enzymen er beter op aan kunnen grijpen en de koolhydraten sneller verteerd worden. Het raffineren en bewerken wordt bij wit brood dusdanig ver doorgevoerd dat de koolhydraten hierdoor net zulke ‘snelle koolhydraten’ worden als glucose. Het zetmeel in wit brood heeft een glycemische index die net zo hoog is als die van glucose. Dit houdt in dat de glucose hieruit net zo snel als pure glucose wordt opgenomen in de darm. Daarom wordt gezegd dat we beter complexe koolhydraten kunnen eten uit zo min mogelijk geraffineerde koolhydraten en vezels. In farmaceutische terminologie: slow release. Veel bruin brood is echter gewoon geverfd wit brood en heeft daarmee dus dezelfde glycemische index. Hoewel lager, is ook de glycemische index van volkorenbrood tamelijk hoog.

slechts ten dele, waardoor je toch een lichte vorm van hypoglycemie krijgt (postprandiale hypoglycemie). Als je een lage bloedglucose hebt, krijg je onder andere honger en ga je iets zoeken om te eten. Dit is een natuurlijke reactie. Je hebt dus eerst een enorme hoeveelheid energie binnengekregen in de vorm van snelle koolhydraten en vervolgens eindig je met honger. De snelle koolhydraten stillen de honger dus niet. Er is geen onderdrukking van het verzadigingsgevoel, integendeel. Daarnaast nuttigen veel mensen per dag ook nog enkele tussendoortjes met veel suiker. De insulinespiegels zijn dus over de gehele dag veel te hoog. Dit is sterk gerelateerd aan hart- en vaatziekte en diabetes mellitus type 2. Koolhydraten zijn veel verdachter dan vetten, ook verzadigd vet, in het ontstaan van het metabool syndroom en de daaraan gerelateerde ziektes. Het eten van snelle koolhydraten of veel koolhydraten is vooral geen goed idee voor mensen die reeds insulineresistent zijn, omdat ze deze preferentieel omzetten in vet. Hieruit kan het zogeheten non-alcoholic fatty liver disease (NAFLD) ontstaan. Dit is de hepatische manifestatie van het metabool sydroom die voorkomt bij naar schatting 20% van de westerse bevolking. Bij deze mensen is het vet dat zich in de lever stapelt voor zo’n 25% gemaakt uit (snelle) koolhydraten.

Wat is het probleem van koolhydraten met een hoge glycemische index? Bij het eten van koolhydraten met een hoge glycemische index op de nuchtere maag gebeurt het volgende. Het zetmeel wordt heel snel afgebroken tot glucose door de overmaat aan amylase uit de speekselklieren en pancreas. Vervolgens komt er een enorme hoeveelheid glucose in één keer in het bloed, waardoor de pancreas grote hoeveelheden insuline moet uitstorten om de glucose uit het bloed weg te werken. Op het moment dat alle glucose uit de darm is opgenomen, stopt plotseling de glucose-influx. De insulinespiegel moet dan ook heel snel omlaag, omdat je anders een hypoglycemie krijgt. Dat lukt

Koolhydraten zijn dus niet ‘slecht’, want het gaat altijd om de vorm en de hoeveelheid en wat je daarnaast nog meer eet. Bovendien gaat het om je fysiologische uitgangssituatie: een wielrenner in de Tour de France mag koolhydraten eten wat hij wil. In Kitava (bij Nieuw-Guinea) eten ze zich ongans aan yams, maar ze zijn zo gezond als een vis. Als je geen koolhydraten uit granen, aardappels, rijst en dergelijke eet, dus uitsluitend groente, fruit, vlees en vis, dan haal je toch al snel zo’n 40 energieprocent aan koolhydraten, waaronder suiker, uit groente en fruit. Dit heeft als voordeel dat je een veel beter verzadigingsgevoel krijgt, omdat deze voedingssamenstelling meer eiwitten bevat. Een hoog eiwitgehalte zorgt

Foliolum januari 2014


Wat is, kijkend naar de rol van voeding, op dit moment problematischer voor het ontstaan van allerhande aandoeningen: het type voeding of de hoeveelheid die tegenwoordig geconsumeerd wordt? Eigenlijk beide, want het type voeding kan maken dat je meer gaan eten of drinken. De commercie heeft er geen belang bij dat er minder gegeten of gedronken wordt. Het hoge zoutgehalte van je pizza maakt dat je meer gaat drinken en vooral in die drank zit de winst van het bedrijf. Wie weet nu wat ‘gehydrogeneerde meervoudig onverzadigde’ vetten zijn? Ik kan me goed voorstellen dat je hieruit alleen maar het onderdeel ‘meervoudig onverzadigde’ haalt, en dat was toch ‘goed’? Ondertussen eet je industriële transvetzuren, die nu in de gehele VS en al lang in Denemarken verboden zijn. We weten tegenwoordig eigenlijk niet meer wat we eten. Datgene wat op de verpakking staat, is zwaar onder de maat. In de VS is de warenwet veel beter. Als je daar een etiket kunt lezen, dan kun je beter beslissen wat je wel en niet wilt kopen. Dat is hier in Nederland een stuk primitiever. Je wordt echter overal belazerd, want de fabrikant gaat heus niet vertellen of iets bijvoorbeeld genetisch gemodificeerd is als dat niet hoeft. Je moet vooral zoeken naar wat er niet op staat en vooral oudere mensen hebben een vergrootglas nodig. De enige oplossing hiervoor is betere educatie: mensen moeten beter weten wat er gebeurt met hun voeding. De consument moet zich gaan verzetten tegen de industrie en laten blijken dat ze hun ongezonde producten, met of zonder een van de vele keurmerken, niet meer willen eten. Een groot probleem is echter dat de voeding dan waarschijnlijk duurder wordt. Massaproductie is nou eenmaal goedkoop. Het is niet te begrijpen dat dokters en apothekers geen enkele opleiding krijgen op het gebied van voeding en leefstijl in het algemeen. Dokters en apothekers hebben ‘medicijnen’ gestudeerd en dat is precies wat ze bedrijven. En dan maar klagen over de kosten in de gezondheidszorg en vooral die dure medicijnen. Voor een gezonder leven, en dat geldt zowel voor primaire als secundaire preventie, moeten we niet

alleen de voeding veranderen. Lifestyle bestaat namelijk uit zes componenten: voeding, beweging, chronische stress, darmflora, milieu en slaap. Al deze componenten zijn met elkaar verbonden: je moet aan alles tegelijkertijd werken voor een gezonder leven. Je kan een ongezond leven niet compenseren door een beetje visolie te gaan slikken.

Redactioneel

voor een sterker verzadigingsgevoel. Iedereen valt af als je de bulk koolhydraten in de voeding vervangt door eiwitten en dat is dan ook het succes van zoveel diëten die daarop zijn gebaseerd. Het probleem is echter om dat vol te houden. Vaak hoor je dat geen enkele voedingssamenstelling helpt tegen afvallen, omdat ‘ze na een jaar toch weer net zo dik zijn, of zelfs nog dikker’. Ik vind dat onredelijk, want dat kan je het dieet (ik spreek liever over voeding) niet kwalijk nemen. Het vereist discipline en verandering van je totale leefstijl, waarbij voeding maar een van de vele factoren is.

Tot slot: uw artikel stamt alweer uit 2005. Heeft u al verbetering gezien sinds die tijd en hoe zou u graag zien dat dit in de toekomst nog verandert? Het gaat nu anno 2013 plotseling hartstikke snel. In 2005 werd het kijken naar gezondheid en ziekte vanuit een evolutionair perspectief door velen nog als tamelijk belachelijk beschouwd. Het merkwaardige is, zoals ik merk in lezingen, dat de leken er meer van lijken te begrijpen dan de wetenschappers. Veel wetenschappers zitten nog steeds gevangen in hun detaillistisch denken en hebben de holistische blik van onze ‘niets-wetende’” voorvaders op de natuur ingeleverd voor het reductionisme dat hoort bij hetgeen men heeft gemaakt van Evidence Based Medicine. De manier waarop EBM nu wordt bedreven, vooral in de voedingswetenschap, is door de bedenkers van EBM nooit bedoeld en het is onthutsend hoe massaal men dit nieuwe paradigma in de medische wetenschappen en voedingswetenschappen heeft omarmd. Lifestyle is inmiddels steeds belangrijker geworden voor medici. Dit komt enerzijds doordat behandeling van ziektes met medicijnen niet meer te betalen is, maar ook omdat de laatste tijd te veel nieuwe geneesmiddelen uiteindelijk te sterke of onverwachte bijwerkingen bleken te hebben en van de markt moesten worden gehaald. Onlangs zijn de tot voor kort strakke richtlijnen voor cholesterol, hypertensie en diabetes-leefstijladviezen allemaal versoepeld en mag men nu weer kijken naar het individu. De volgende richtlijn die eraan gaat is het gebruik van zout. De gemiddelde Nederlander leeft bijna zijn halve leven met een chronische ziekte en voor bijna alles is wel een of ander geneesmiddel beschikbaar. Het publiek gelooft niet alles meer, internet is een rijke bron van informatie en men gaat steeds indringender vragen stellen aan de overheid en haar deskundigen. Deze zouden wat vaker mogen zeggen ‘we weten het eigenlijk niet, maar gezien (…) adviseren we voorlopig dit en dat’. De natuur zit ongelooflijk complex en prachtig in elkaar en ons past vooral bescheidenheid over wat we denken te weten. Ik wens jullie als nieuwe generatie toe dat jullie veel leermeesters zullen hebben die dit uitdragen en dat jullie het totaalbeeld meer in de praktijk zullen brengen. Het hele interview - met daarin onder meer waarom sporten overdreven is en de zin en onzin van calcium - is na te lezen via tinyurl.com/jebentwatjeeet.

Lifestyle diseases

11


Redactioneel

Help, ik heb Facebook! Stress als gevolg van social media In maart 2012 verscheen er een korte film op het internet. Binnen een half jaar tijd was deze film bijna 100 miljoen keer bekeken op YouTube. Nee, het gaat hier niet om de videoclip van PSY’s Gangnam Style of Call Me Maybe van Carly Rae Jepsen. De film in kwestie was KONY 2012: een korte documentaire over de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony en zijn rebellenleger The Lord’s Resistance Army. Het doel? Bekendheid geven aan de campagne ‘Stop Kony’, opdat Kony eind 2012 eindelijk gearresteerd zou worden. Nog geen twee weken later werd de regisseur van KONY 2012, Jason Russell, in San Diego opgepakt: hij rende naakt rond op straat en hield het verkeer op, onsamenhangend schreeuwend. Hij werd gediagnosticeerd met een korte reactieve psychose, veroorzaakt door vermoeidheid en stress. De reden van deze stress? Social media. Daar waar hij eerst nauwelijks gebruik maakte van zaken als Facebook en Twitter, werd hij nu op diezelfde sites overspoeld met reacties. Positieve reacties, maar zeker ook negatieve reacties. Voor iemand die nauwelijks omgang met social media gewend was, was dit te veel van het goede.

Fear of missing out Uit het onderzoek van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij, dat uitgevoerd is onder jongeren tussen de 13 en 18 jaar, komen enkele oorzaken naar voren die deze social-mediastress veroorzaken. Zo geeft het merendeel van de jongeren aan dat ze zich onrustig voelen wanneer ze hun telefoon niet bij zich hebben, of wanneer ze niet direct een bericht of reactie kunnen bekijken. Wanneer dit gevoel ernstige vormen aanneemt, kan dit leiden tot fear of missing out (FOMO). Dit houdt in dat jongeren bang zijn om zaken als nieuwtjes en activiteiten te missen wanneer ze niet continu de social media in de gaten houden. Dit kan vérstrekkende gevolgen hebben voor iemands gemoedstoestand: zo heeft meer dan de helft van de ondervraagde jongeren aangegeven zich wel eens buitengesloten te voelen, als ze op social media gezien hebben dat vrienden iets ondernomen hebben waarbij ze zelf niet aanwezig waren.

Social media zijn niet meer uit ons leven weg te denken. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakten in 2012 7 op de 10 Nederlanders gebruik van social media. Sociale netwerken, zoals Facebook en Twitter, zijn het populairst, gevolgd door instant messaging, waaronder MSN en Skype, en het plaatsen van berichten op chatsites en internetfora. Verder behoort Nederland, samen met Zweden en Denemarken, tot de Europese top 3 als het aankomt op social-mediagebruik. Een goed moment om eens kritisch naar social media te kijken. Wat er met Jason Russell gebeurd is, is natuurlijk een extreem voorbeeld, maar het geeft wel aan dat het niet alleen maar rozengeur en maneschijn is wanneer het social media betreft. Ook wanneer je ‘normaal’ gebruik maakt van social media, kun je hier last van hebben. Dat is dan ook het geval: volgens de Nationale Academie voor Media & Maatschappij lijden jongeren door de alomtegenwoordigheid van social media tegenwoordig aan een ernstige vorm van ‘social-mediastress’.

12

Foliolum januari 2014

Onderzoek suggereert dat FOMO een menselijke eigenschap is die altijd al aanwezig is geweest, maar dat het gebruik van social media dit alleen maar in de hand heeft gewerkt. FOMO kan ook leiden tot lichamelijke klachten, zoals zweten, een verhoogde hartslag en nervositeit, wanneer iemand niet direct kan reageren op een binnengekomen bericht. Uiteindelijk kan FOMO zelf leiden tot een verminderde eigenwaarde en een negatief zelfbeeld.


Mobiele technologie In 2012 publiceerde het tijdschrift Time een onderzoek naar de rol van mobiele technologie in het leven van bewoners van zes verschillende landen: de VS, het Verenigd Koninkrijk, India, China, Zuid-Korea en BraziliĂŤ. De resultaten zijn op zijn zachtst gezegd interessant: zo checkt meer dan een kwart van de ondervraagde zijn of haar telefoon elk half uur. Hieronder vind je een deel van de infographic met resultaten. Benieuwd naar het de hele infographic? Ga dan naar tinyurl.com/ foliolum.

Redactioneel

Peer pressure Een andere belangrijke oorzaak van het ontstaan van social-mediastress is peer pressure, oftewel groepsdruk. Dit kent twee kanten. Enerzijds is er de zogeheten social obligation: de verplichting die jongeren voelen om te reageren op berichtjes. Zo geeft meer dan een derde van de ondervraagden aan bang te zijn dat hun vriendengroep hen het kwalijk zou nemen als ze niet direct reageren op een bericht. Anderzijds is er de sociale vergelijking: jongeren gebruiken social media om zich te spiegelen aan hun vrienden, maar bijvoorbeeld ook aan beroemdheden. Deze continue vergelijking heeft als gevolg dat jongeren druk voelen om zich op social media beter voor te doen: maar liefst driekwart van hen geeft aan dat ze het in zekere mate belangrijk vinden om een bepaalde indruk te maken. Ook deze druk kan weer leiden tot onzekerheid en een lager zelfbeeld. Depressie Social-mediastress is dus ernstiger dan de meesten tot nu toe gedacht zullen hebben. En wellicht denk je nog steeds dat het allemaal wel meevalt. Twee decennia geleden zou je de wetenschap aan je kant hebben gehad: een in 1998 gepubliceerd onderzoek, dat een link legde tussen onderzoek tussen internetgebruik en depressie, angst en spanning, werd destijds als belachelijk gezien. Inmiddels is men daarop teruggekomen: het onderzoek is meerdere malen herhaald, telkens met vergelijkbare uitkomsten. Zo hebben meerdere onderzoeken aangetoond dat er een verband bestaat tussen (zwaar) internet- en social-mediagebruik enerzijds, en depressies, stress en zelfs suĂŻcidale gedachten anderzijds. De meest verstokte internetgebruikers blijken in dergelijke studies ook het meest depressief te zijn. Tijd voor een tegenoffensief dus. De Nationale Academie voor Media & Maatschappij pleit voor meer bewustwording onder jongeren over het gebruik van social media. De gedachte hierbij is dat jongeren beter in staat zijn hun gebruik en gedachten hierbij te relativeren, wanneer deze bespreekbaar worden gemaakt. Ook hebben ze een set aanbevelingen opgesteld, zowel voor de jongeren zelf, als voor hun omgeving. De belangrijkste? Leg je telefoon eens weg, en ga in real life iets met vrienden doen! Dit artikel is gebaseerd op het onderzoek Jongeren lijden aan Social Media Stress en het artikel Paniek. Depressie. Psychose. Hoe internetverslaving ons brein beĂŻnvloedt van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij en het rapport Gebruik en gebruikers van sociale media van het CBS (2013). Meer weten over internetverslaving en social-mediastress? Kijk dan op ikbenoffline.org.

Lifestyle diseases

13


Redactioneel

Overal straling Leven met stralingsallergie Je zit achter je pc, YouTube-video’s kijkend via een snelle wifi-verbinding. Op de achtergrond klinkt de radio, terwijl de magnetron je avondeten opwarmt. Intussen krijg je een sms’je. Het moge duidelijk zijn: straling is overal. Aan de meeste mensen zal deze straling ongemerkt voorbij gaan. Gelukkig maar, want straling is niet meer uit ons leven weg te denken. Helaas geldt dit niet voor iedereen: een klein aantal mensen beweert lichamelijke klachten te krijgen van elektromagnetische straling. Dit is het verhaal van Martin, een van hen. Martin, vader van twee kinderen van 16 en 18, heeft sinds 2007 last van hoogfrequentieallergie, oftewel elektrohypersensitiviteit (EHS). Het is begonnen toen hij kantoor aan huis startte. Er werd een router geïnstalleerd, een wifi-netwerk aangelegd en een draadloze telefoon aangeschaft. Alle ingrediënten voor het creëren van een bedrijfssituatie én een elektromagnetisch veld. Alleen was hij daar toen nog helemaal niet mee bezig. Ongeveer vanaf dat moment begon hij last te krijgen van de symptomen. Geen concentratie, heel erg moe, last van oorsuizen, spierpijn en spraakproblemen. Martin geeft aan dat het voelt alsof je hersenen het niet meer doen. Op een dag moest hij een nummer opschrijven dat iemand doorgaf per telefoon en dat lukte simpelweg niet: hij kreeg de nummers niet op papier. Op dat moment denk je dat er iets heel erg mis is in je hoofd. Vooral de vermoeidheid is een groot probleem: er zijn tijden geweest dat hij alleen maar kon slapen, zelfs 48 uur achter elkaar. Na veel onderzoek van de huisarts en in het ziekenhuis kwamen de artsen met hun conclusies: het is een depressie of een burn-out, waarschijnlijk door teveel werken. Er werden antidepressiva voorgeschreven. Een burn-out lijkt Martin zelf echter erg onwaarschijnlijk. Hij had zijn eigen bedrijf en deed alleen dingen die hij leuk vond. Daar kan volgens hem geen stress

14

Foliolum januari 2014

van komen. Door het uitblijven van een verklaring en oplossing voor zijn problemen, is hij zijn eigen onderzoek gestart, op internet. De eerste aanwijzingen voor zijn stralingsallergie kwamen van het feit dat hij veel last had van elektrische ladingen. Hij was erg statisch: bij dingen die hij aanpakte sprong er een vonkje over. Ook voelde hij constant druk op zijn oren, zoals je dit ook in de bergen kunt merken. Door veel googelen kwam hij terecht op de website van de stichting EHS, waarna voor hem de puzzelstukjes op hun plaats begonnen te vallen. De periode van aanhoudende onverklaarbare klachten heeft in totaal vijf jaar geduurd. Sinds Martin weet dat hij allergisch is voor straling van hoge frequentie is er veel veranderd. Hij heeft voor zichzelf een thuissituatie gecreëerd die voor hem leefbaar is. Zijn hele huis is geïsoleerd met aluminium en bevat zonwerende ramen met een laagje folie ertussen, om zo een grote kooi van Faraday te creëren. Alles in huis maakt gebruik van draad. De router staat er nog wel, maar zendt geen signaal meer uit, er wordt weer gebruik gemaakt van een vaste telefoon en op de voordeur hangt een bordje met ‘mobiele telefoons uit!’. Ook zijn nieuw aangelegde vloerverwarming staat uit en zijn er weer radiatoren in huis gekomen. Bij vloerverwarming wordt het water met een elektrische pomp onder de vloer rondgepompt om deze te verwarmen. Door de geleidbaarheid van water wordt echter een elektromagnetisch veld gecreëerd, waar Martin ziek van wordt. Normaal werken, zoals hij vroeger deed, zit er niet meer in. Zodra hij op een plek komt waar wifi of mobiele telefoons aanwezig zijn, kan hij bij wijze van spreken na twee minuten ziek naar huis. Daarna moet hij ongeveer 48 uur herstellen in een stralingsvrije omgeving. Ook verjaardagen en sociale gelegenheden zijn haast onmogelijk. Er is vrijwel altijd straling door bijvoorbeeld een router of telefoon. Is het niet van de jarige, dan wel van de buren. Als hij dus het huis niet uit hoeft, dan gaat hij ook liever niet.


Elektrohypersensitiviteit

- Hoogfrequente elektromagnetische velden: zendmasten, mobieltjes, wifi; - Laagfrequente elektromagnetische velden: elektriciteitskabels, motoren, keukenapparatuur; - Laagfrequente elektrische velden: TL-lampen, het elektriciteitsnet, lamparmaturen. De klachten die personen met elektrohypersensitiviteit melden, lopen sterk uiteen en verschillen per persoon. Vaak genoemde klachten zijn onder andere ernstige vermoeidheid, slaperigheid, duizeligheid, slapeloosheid, een grieperig gevoel, hoofdpijn of migraineklachten, agressiviteit, depressiviteit, oorsuizingen, jeuk en huidproblemen en spier- en gewrichtspijn. Vaak gaan de klachten met elkaar gepaard. Veelal worden deze klachten aangezien voor het chronisch vermoeidheidssyndroom of een burn-out.

Redactioneel

Naar schatting is ongeveer 1,5% van de bevolking in de huidige westerse samenleving in meer of mindere mate overgevoelig voor straling van bepaalde elektromagnetische velden. Deze velden worden gegenereerd door voorwerpen waar stroom doorheen loopt of waar een elektrische spanning op staat. Met name digitale apparatuur schijnt overgevoeligheidsklachten te kunnen veroorzaken. Er zijn drie soorten velden die vaak klachten geven:

Last van bovenstaande klachten? De volgende tips over mobiel bellen zouden kunnen helpen: - ‘s Nachts je mobieltje uitzetten en niet aan laten staan en onder je kussen leggen; - Bel zo min mogelijk in een afgesloten ruimte, zoals de auto of trein; - Draag je mobiele telefoon in een aparte tas en niet in je broek- of borstzak; - Stuur liever een sms dan te bellen. Moet je toch bellen, houd het dan kort en gebruik een headset. Bron: Stichting EHS

Vooral in ruimtes waar geen bereik, maar wel een ontvanger is, wordt Martin ziek. Zo werken bijvoorbeeld een lift of auto als een kooi van Faraday die geen straling doorlaat. Zodra in zo’n ruimte een telefoon aanwezig is die verbinding zoekt, gaat deze extra straling uitzenden om zo toch een signaal op te pikken. Toch heeft hij zelf wel een telefoon, een oude. Met een stralingsmeter laat hij zien dat deze ten opzichte van een moderne telefoon met 3G of 4G veel minder straling afgeeft. Er is in Nederland weinig aandacht voor stralingsgevaar. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, waar een zogeheten toelaatbare elektromagnetische belasting geldt. In België is wifi op scholen verboden. Martin heeft geprobeerd dokters te overtuigen van zijn allergie, maar dit was tevergeefs. Daarom doet hij zijn eigen onderzoek. Hij heeft onder andere een microscoop aangeschaft om zijn eigen bloed te onderzoeken. Zodra hij last krijgt van de stralingsallergie kun je in zijn bloed zien dat de bloedplaatjes verkleven. Er zijn dus wel degelijk aantoonbare veranderingen opgetreden in zijn lichaam. Martin heeft voorgesteld om dit in het ziekenhuis te onderzoeken met zichzelf als proefpersoon, maar hier weigeren wetenschappers aan mee te werken. Waarom? Dat is hem een raadsel. In het ziekenhuis komt hij niet

meer. “Ik kan mij niet voorstellen dat mensen daar makkelijk beter worden. Het ziekenhuis is één grote magnetron en ik word daar ziek.” In zijn medisch dossier kan EHS niet worden opgenomen. Het is niet erkend en er is domweg geen medische code voor. De grote vraag is waarom de een veel en de ander bijna geen last heeft van de hoogfrequente straling. Hier heeft Martin geen verklaring voor. Wat hij wel weet, is dat er veel mensen zijn die er onbewust last van hebben. Hij wil vooral meegeven voorzichtig te zijn met alle straling die altijd en overal is. Slaap bijvoorbeeld niet naast je telefoon en zet het draadloos netwerk eens uit. Als huis-, tuin- en keukenonderzoek stelt hij voor je werkende smartphone eens 24 uur in aluminiumfolie in te pakken. Als je daarna het folie tegen het licht houdt, zie je volgens hem allemaal kleine gaatjes. Denk je dan nog steeds dat straling onschuldig is? Disclaimer: dit artikel is een persoonlijke ervaring en staat los van de huidige wetenschappelijke opvattingen aangaande stralingsallergie. Zie voor meer informatie: www.stichtingehs.nl.

Lifestyle diseases

15


Redactioneel

Kort wetenschappelijk Hartritmestoornissen

Onderzoekers van het UMCG hebben een nieuw geneesmiddel tegen hartritmestoornissen ontwikkeld met behulp van fruitvliegharten. De werking van het medicijn werd getest door de hartjes in een elektrisch veld te plaatsen, waarmee boezemfibrilleren, de meest voorkomende vorm van hartritmestoornissen, nagebootst kon worden. De schade die de hartcellen van een fruitvliegje hierbij oplopen, lijkt op wat bij de mens bij boezemfibrilleren gebeurt.

Bruisende medicijnen

Volgens een groep Britse onderzoekers, die 24 verschillende bruisende medicijnen bestudeerden, kan veelvuldig gebruik van oplosbare pijnstillers een gezondheidsrisico vormen. Het zout dat nodig is om het medicijn op te laten lossen is meer dan aanbevolen wanneer men de maximum dagelijkse dosis pijnstiller zou gebruiken. Omdat veel mensen met hun voeding al te veel zout binnenkrijgen, verhoogt dit het risico op een te hoge bloeddruk.

Smartphone arts bron van ziekenhuisinfecties Smartphones van artsen zijn een bron van ziekenhuisinfecties. Volgens een literatuurstudie kunnen deze de ziekenhuisbacterie MRSA bevatten of andere ziekteverwekkers verspreiden. Tachtig procent van de artsen hebben een smartphone; 57% gebruikt deze ook daadwerkelijk tijdens patiëntencontact. “De smartphone wordt overal mee naartoe genomen en komt ook op plaatsen met een slechte hygiëne. Hij wordt daarna niet gedesinfecteerd en kan dus een bron van bacteriën vormen,” aldus een van de onderzoekers. Afhankelijk van het onderzoek bleek 42% tot 94,7% van de smartphones uit het ziekenhuis afkomstige bacteriën te hebben. In vijf studies werden antibioticaresistente bacteriën aangetroffen op de telefoons. Tussen de 2,8% en maar liefst 31,3% van de telefoons bleek hiermee besmet te zijn. De onderzoekers pleiten voor richtlijnen rondom het gebruik van smartphones, zoals na fysiek patiëntencontact handen wassen alvorens een smartphone te raadplegen.

16

Foliolum januari 2014


Protonentherapie wordt al enige tijd in het buitenland toegepast, maar tot nog toe niet in Nederland. Hierin komt binnenkort verandering: zowel het UMCG als een samenwerkingsverband van het Erasmus MC, het LUMC en de TU Delft mogen deze therapie gaan toepassen. Bij protonentherapie wordt een tumor bestraald met protonen. Deze geven nagenoeg hun volledige energie precies op de juiste plaats in de tumor af, waardoor er minder schade aan de omringende weefsels wordt toegebracht. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft een vergunning afgegeven om deze nieuwe vorm van radiotherapie voor specifieke vormen van kanker toe te passen. De vergunninghouders moeten nu aan de slag om de financiering rond te krijgen, opdat ze de protonentherapie daadwerkelijk kunnen gaan aanbieden. Het CVZ heeft al eerder bepaald dat deze nieuwe behandeling voor bepaalde aandoeningen in het basispakket van de zorgverzekering komt.

Viagra bij menstruatie

Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat Viagra in de vagina menstruatiepijn tegengaat. Hoe Viagra deze pijn bestrijdt, is echter nog onbekend. Wel is bekend dat Viagra geen bijwerkingen geeft, in tegenstelling tot ibuprofen of een extra zware anticonceptiepil. Het onderzoek was echter te kleinschalig om definitieve conclusies te trekken: de onderzoekers hopen het onderzoek met een grotere populatie te kunnen herhalen.

Redactioneel

Vergunningen protonentherapie afgegeven

Biologische klok maag

De biologische klok van de maag regelt de voedselinname. Dit bevestigen de maagzenuwen van muizen, die in de kleine uurtjes 70% gevoeliger blijken te zijn dan overdag. Er kan op de actieve momenten van de dag dus veel meer gegeten worden tot je ‘vol’ zit dan ‘s avonds laat. Deze variatie in sensitiviteit herhaalt zich elke 24 uur en zou wel eens de verklaring voor onder andere overgewicht bij mensen met nachtdiensten kunnen zijn.

Lifestyle diseases

17


Redactioneel

Vijf vragen over... De decembermaanden zijn weer achter de rug. Na alle chocoladeletters, de uitgebreide kerstmaaltijden, de oliebollen en al het andere lekkers wordt het tijd voor een moment van bezinning. Tijd voor een balansmaand. Guess again: de Dies staat voor de deur, met onder meer het ongetwijfeld luxueuze Galadiner. En vergeet de nodige alcoholconsumptie niet: met slechts drie biertjes zit je al over de 250 kilocalorieën. Daar gaan je dieetplannen. Laat er nu net afslankpil in de apotheek liggen… Afslankpil? Jazeker, het afslankmiddel Alli. De werkzame stof orlistat voorkomt dat vetten in de darmen worden opgenomen. Dit komt doordat het de lipasen (vetafbrekende enzymen) in de maag en darmen reversibel remt. De vetten uit het voedsel kunnen hierdoor niet worden omgezet in absorbeerbare vrije vetzuren en monoglyceriden. Mensen die Alli gebruiken, vallen in combinatie met een vetarm dieet tot 50% meer af dan wanneer ze alleen het dieet zouden volgen. Helemaal vanzelf gaat het afvallen dus niet. Helaas kleven er aan dit geneesmiddel ook een aantal bijwerkingen. Zo zal er meer vet in de darmen achterblijven omdat dit niet wordt opgenomen. Dit zorgt ervoor dat de ontlasting vettiger wordt en dat er soms ongewild verlies van ontlasting kan optreden. Daarnaast kun je door het extra vet in de darmen ook een onaangenaam gevoel krijgen in de buik. Oké, dat kan handig zijn om de overtollige kerstkilo’s kwijt te raken. Waar kan ik Alli krijgen? In principe in de apotheek. Alli is een zogeheten UA-middel. Dat betekent dat je dit middel zonder recept kunt krijgen, maar uitsluitend in een apotheek. Voor sommige middelen is hiertoe besloten omdat er vanuit de apotheek aanvullend advies nodig is om een juist en veilig gebruik te kunnen garanderen, bijvoorbeeld aangaande belangrijke interacties met andere geneesmiddelen. Overigens geldt dit alleen voor de orlistat 60 mg; voor de sterkte 120 mg is een recept van de arts nodig. Mocht je na de decembermaanden hopen met Alli weer op gewicht te komen, dan heb je waarschijnlijk pech. Eén van de belangrijkste voorwaarden voor het meekrijgen van Alli is een ‘juist’ BMI. Alli

18

Alli

Foliolum januari 2014

is geregistreerd voor gewichtsverlies bij volwassenen met een BMI gelijk aan of hoger dan 28. Is je BMI lager dan 28, dan mag het middel in principe niet worden afgeleverd. En zoveel ben je waarschijnlijk niet aangekomen in de kerstvakantie. Ter illustratie: stel, je bent 1.75 m lang. Vóór de decembermaanden woog je 75 kg. Om dan na de kerstvakantie een BMI van 28 te hebben, zou je meer dan 10 kg aangekomen moeten zijn. Dat zijn een hoop oliebollen… Afgezien van het BMI zijn er enkele andere voorwaarden aan het gebruik van Alli. Zo mag het middel niet meegegeven worden wanneer je last hebt van nieraandoeningen, een gestoorde absorptie van voedingsstoffen of wanneer je levothyroxine gebruikt. En dames, wat handig kan zijn om te weten, is dat Alli een vrij grote kans geeft op diarree, met als gevolg dat de werking van de pil kan verminderen. Hmm, oké. Andere middelen die ik kan proberen? In Europa was voorheen ook rimonabant op de markt. De werking hiervan berustte op het blokkeren van het enodocannabinoïd-systeem. Hierdoor vermindert het hongergevoel, met als gevolg dat je dus minder gaat eten. In 2008 heeft de European Medicines Agency (EMA) echter geadviseerd dit middel van de markt te halen, omdat de gezondheidsrisico’s groter waren dan de voordelen: met name het flink toegenomen risico om zelfmoord te plegen speelde hierbij een rol. Om deze reden is rimobabant ook nooit op de Amerikaanse markt toegelaten.


En wat zou de toekomst nog kunnen brengen? Ondanks alle mislukkingen zit de farmaceutische industrie niet stil als het aankomt op het vinden van dé afslankpil. In 2012 keurde de Amerikaanse FDA de toelating van Qsymia op de markt goed: een combinatie van fentermine en topiramaat. Ook dit was niet het wondermiddel waar men naar op zoek was. Een van de bestanddelen, topiramaat, is teratogeen: het kan het risico op een gespleten lip of open gehemelte vergroten. Gebruik tijdens de zwangerschap is dan ook niet toegestaan. Daarnaast is bekend dat fentermine de hartslag kan verhogen, maar de gevolgen op lange termijn hiervan zijn nog onbekend. Om onder meer deze redenen heeft de EMA tot nu toe simpelweg geweigerd het middel toe te laten op de markt, net zo lang tot er aanvullend onderzoek gedaan is. Een ander middel, Belviq, lijkt vooralsnog eenzelfde lot beschoren. Het werkzame bestanddeel, lorcaserine, zou gewichtsverlies weten te bewerkstelligen door een gevoel van verzadiging te veroorzaken. Het duurde even voordat dit middel door de FDA goedgekeurd werd: het werd in verband gebracht met tumorvorming in ratten. In 2012 is Belviq alsnog goedgekeurd in de VS, maar hier in Europa moeten we er nog op wachten: in mei 2013 trok de fabrikant zelf de aanvraag voor toelating tot de Europese markt in, omdat het niet op tijd adequaat kon reageren op alle vragen en zorgen van de Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van de EMA. Kortom, we hoeven voorlopig niet te verwachten dat de huidige middelen uit de VS op de Europese markt worden toegelaten. Biedt de toekomst dan hoop? Wellicht: met het nieuwe middel beloranib zou je naar verluid meer dan 10 kilo kwijt kunnen raken. Ook hier hoef je echter niet op te rekenen om de decemberkilo’s kwijt te raken: het middel heeft net pas de fase II-studie achter de rug.

ker-dieet. Dit is een methode die uitgaat van drie hoofdmaaltijden en drie gezonde tussendoortjes per dag. Deze hoofdmaaltijden bevatten weinig calorieën, waardoor de menu’s op een calorie-inname van 1000 tot 1200 kcal per dag komen. Dit is aanzienlijk minder dan de geadviseerde 2000 (voor vrouwen) of 2500 (voor mannen). Door deze beperkte calorie-inname zul je dus afvallen. Er is ook een aantal koolhydraatarme diëten, waaronder het Atkins-dieet. Bij dit dieet worden veel vetten en eiwitten gegeten, zoals vlees, kaas en eieren, en nauwelijks koolhydraten, dus geen brood, rijst en pasta. Door de verhoogde inname van vetten en eiwitten vermindert het hongergevoel en eet je dus minder. Een nadeel van deze methode is dat de vetzuren niet meer volledig kunnen worden verbrand door het tekort aan koolhydraten. De restanten van de vetzuren komen vrij in de bloedbaan (ketose) en verlaten het lichaam via de urine en de adem. Hierdoor ga je naar aceton ruiken. Ook is er nog het Dr. Frank-dieet. Dit dieet richt zich op eiwitrijk voedsel en een beperking van de hoeveelheid vetten en koolhydraten. De vele eiwitten zorgen ervoor dat er relatief weinig spiermassa verloren gaat tijdens het afvallen. Op de lange termijn is dit dieet echter niet aan te raden: je krijgt dan te weinig fruit, vezels en calcium binnen.

Redactioneel

Naast rimonabant was er ook nog sibutramine. Dit middel remt de heropname van neurotransmitters, waardoor je sneller een gevoel van verzadiging krijgt. Dit middel is echter in 2010 van de markt gehaald wegens de ernstige cardiovasculaire bijwerkingen. Vooralsnog is Alli dus het enige verkrijgbare vermageringsmiddel in Nederland.

Als tegenhanger van de diëten met vaste weekmenu’s zijn er ook diëten op basis van een puntensysteem, zoals Weight Watchers. Het idee hiervan is dat alle voedingsmiddelen een aantal punten krijgen, op basis van de hoeveelheid vet, koolhydraten, eiwitten en vezels. Elke dag mag er dan voor een bepaald aantal punten gegeten worden. Voordeel hiervan is dat je in principe kunt eten wat je maar wilt, zolang je je maar aan het maximaal aantal punten houdt. Je moet echter wel continu punten tellen en dus altijd een puntenlijst bij de hand hebben. Of je zou de hele lijst uit je hoofd moeten leren… Nog een koekje?

Dan maar gewoon op dieet. Nog suggesties? Er zijn diëten in vele vormen en maten. Van gezonde menu’s die weinig calorieën bevatten en meer bewegen, tot leven op repen en shakes. Er is voor iedereen wel wat wils in dieetland. Eén van de bekendere diëten is het Sonja Bak-

Lifestyle diseases

19


Redactioneel

Hedy’s Historische Hoekje De Nederlandse taal kan erg moeilijk zijn. Dat blijkt elk jaar weer tijdens het Groot Nederlands Dictee. Ook daarbuiten worden echter met enige regelmaat taalfouten gemaakt. Prof. Dr. D.A. Doornbos, toenmalig docent Analytische Chemie, heeft de taalfouten gemaakt tijdens een tentamen bijgehouden en vervolgens afgeleverd bij het Foliolum. Het betreffende artikel, uit juni 1991, is hieronder te lezen. Dus studenten, leer van de fouten van anderen, en maak ze zelf niet. Docenten, aan u het verzoek: heeft u nog juweeltjes van fouten in tentamens of verslagen, ze zijn van harte welkom bij het Foliolum!

Hoe goed beheersen onze eerstejaars de Nederlandse taal? Van de VWO-abiturent mag een goede taalbeheersing worden verwacht. Dat hieraan nog wel wat schort bleek mij bij het nakijken van de tentamens Analytische Chemie I. Bij 65 tentamens viel mij het volgende op (letterlijk geciteerd, elke regel bij een andere student!): - Barrometer - Het gehalte dat jij bepaald - Je verwaarloosd... - Thermodinamisch - Wanneer de protolyse verwaarloost mag worden... - Onvermeidelijke fouten - De stof die je in overmaat toevoegd - Een stof die van kleur veranderd als... - Het ionendepressie-effekt* betekend... - Waardoor deze geen complex vormd... - Waardoor de titratie verstoort wordt... - Complexometrische titraties zijn altijd gebuffert... - Als je meer ionen A toevoegd... - Je titreerd Ag+ met CNS- De oplossing word zuurder... - Is een kleurstof dat met... - Is het effekt* dat optreed... - Het vrije indicator - Een atoomgroep dat... - Wanneer je stof A toevoegd... - Het waarnemingsvermogen van de indifidu - Dit is een oplosmiddel die nog zuur nog basisch reageerd... Weliswaar moet ik bij de cijfergeving de geleverde prestatie inhoudelijk beoordelen, maar toch... het bovenstaande geeft te denken over de taalkundige gaven van onze toekomstige intellectuelen. w.g. Prof. Dr. D.A. Doornbos * Noot van de redactie: tot 1995 was ‘effekt’, met een ‘k’ dus, een correcte spellingswijze, en zelfs de spellingswijze van voorkeur!

20

Foliolum januari 2014


Student in het buitenland Emma Veldman Veel mensen verklaarden mij voor gek dat ik de winter had uitgekozen om mijn masterproject in Zweden te gaan doen. De horrorverhalen over de barre kou en het depressiefmakend weinig aantal uren zon per dag hebben mij echter niet kunnen weerhouden om naar het noorden te vertrekken! Eind augustus vertrok ik voor mijn onderzoeksproject naar Stockholm. Het trok mij al heel lang om een tijdje in het buitenland te wonen, uit nieuwsgierigheid naar het leven buiten ons kikkerlandje, om mensen te leren kennen uit verschillende culturen en om een kijkje te nemen bij een internationale werkomgeving. Het masterproject leek me een geschikt moment voor deze buitenlandervaring.

Het Karolinska Institutet is een vooraanstaande medische universiteit die verbonden is aan het ziekenhuis waar ik mijn onderzoek doe. De vakgroep waarbij ik mijn project loop zit in het PET-centrum van het ziekenhuis en is ook zeker niet mis: sinds de jaren ’80 is deze groep een belangrijke speler op het gebied van moleculaire CNS-imaging. In dertig jaar tijd hebben ze ongeveer 150 PET-radioliganden ontwikkeld voor verschillende neurotransmittersystemen, waarvan ongeveer 15% succesvol is toegepast in mensen. De onderzoeksgroep bestaat uit zo’n zestig man en ik heb nu zo’n beetje iedereen leren kennen: zowel op het lab als bij een aantal activiteiten buiten het werk om, zoals dinertjes en een voetbalcompetitie tussen de labs. Toen het gelukt was om dit project te krijgen, ben ik snel begonnen met de voorbereidingen. Ik heb voor dit project subsidie geregeld via het GUF, het Erasmusfonds, het KNMP Stipendiafonds en het Alzheimerfonds. Wel fijn, want alles is in Zweden net een tikkeltje duurder dan in Nederland.

Lifestyle diseases

Facultair

Na een aantal gesprekken te hebben gehad bij verschillende vakgroepen, heb ik via Hendrikus Boersma (Ziekenhuisfarmacie) gekozen voor een project in het Karolinska Institutet te Stockholm. Voor dit project kijk ik naar een nieuwe tracer voor β-amyloïde, een eiwit dat zich opstapelt in de hersenen bij de ziekte van Alzheimer en voor neurodegeneratie zorgt. Ik maak gebruik van autoradiografie: post mortem weefsel wordt geïncubeerd met een radioactief gelabelde tracer die bindt aan β-amyloïde,

waarna ik het radioactief verval meet. Vervolgens kijk ik naar de kinetiek van de binding om de geschiktheid van de tracer te kunnen bepalen.

21


Facultair

Daarnaast ben ik alvast via internet op huizenjacht gegaan, aangezien ik had gehoord dat het erg lastig is om hier een kamer te vinden. Dat bleek geen leugen te zijn: je kunt beter niet te kieskeurig zijn en je moet echt oppassen voor oplichters. Omdat de vraag zoveel hoger is dan het aanbod, zijn er veel Stockholmers die een klein vies kamertje in hun huis voor een veel te hoge prijs aan arme wanhopige studenten verhuren. Uiteindelijk heb ik gelukkig een kamer gevonden via de universiteit. Mijn kamer zit in een gang met allemaal internationale master-/PhD-studenten en postdocs. Ik heb misschien geluk gehad met mijn medebewoners, maar het is hier altijd erg gezellig. Er zit altijd wel iemand om mee te kletsen in de gemeenschappelijke ruimtes en zowel thuis als buitenshuis doen we leuke dingen samen. Aan het begin van mijn tijd hier heb ik een aantal taallessen gevolgd. Voor een Nederlander is het niet heel moeilijk om Zweeds te leren en het is toch leuk als je je een klein beetje wegwijs kan maken met deze mooie zangerige taal en om af een toe een beetje Stockholm slang te kunnen gebruiken. Het meest vreemde ‘woord’ dat ik hier geleerd heb, is wat in het noorden gebruikt wordt als instemming: het met je mond kort en krachtig opzuigen van lucht. Verder zijn de belangrijkste woorden hier fika, een werkwoord en zelfstandig naamwoord voor koffie drinken met iets lekkers, en lagom, een heilig woord voor de Zweden, wat zoiets als ‘precies goed, niet te veel en niet te weinig’ of ‘in balans’ betekent. Beide woorden geven een goed beeld van de kalme Zweedse cultuur. Mensen willen hier niet graag met kop en

22

Foliolum januari 2014

schouders boven de rest uitsteken, zullen nooit opscheppen en maken zich niet druk als bijvoorbeeld de trein te laat is (waardoor je je als niet-Zweed juist nog drukker gaat maken). Daarnaast hebben ze eindeloos veel geduld en maken ze overal een rij voor, zelfs bij het wachten voor de bus! Veel buitenlanders hebben dat niet door (ik in het begin ook niet), maar natuurlijk geen Zweed die zijn mond open durft te trekken om je te vertellen dat je aan het voorkruipen bent. Verder verschilt de Zweedse cultuur niet heel veel van de onze. Mensen zijn hier net zo blond als in Nederland, eten misschien iets meer knäckebröd dan wij en halen natuurlijk ook hun meubels bij de Ikea. Zoals we van de echte Grunners al kennen, zijn de noorderlingen een beetje stug, afstandelijk en in zichzelf gekeerd. In het begin moest ik er best wel aan wennen en kwam dit op mij soms zelfs een beetje asociaal over. Zo vinden Zweden het bijzonder attent als ik de buschauffeur begroet of opsta voor oude mensen, en kijken ze het liefst naar de grond of naar hun mobieltje. Praten tegen onbekenden is maar raar en wordt bijna alleen gedaan door dronken mensen. Wat dat betreft is het maar goed dat mensen hier wel van een borrel houden! Doordeweeks houden de Zweden zich braaf, maar in het weekend gaat iedereen helemaal los. Het was voor mij best vreemd om te zien dat dan ook in de sjieke buurten de meest opgedofte mensen lallend over straat lopen. De regering probeert de Zweedse bevolking in toom te houden door alcohol, naast in de horeca, alleen te laten verkopen in de zogeheten ‘Systembolaget’, een


staatswinkel die, met name in het weekend, slechts beperkte openingstijden heeft. Je zou denken dat mensen daardoor minder gaan drinken, maar niets is minder waar! Stockholm trekt veel internationale studenten en daar wordt dan ook veel voor georganiseerd. Ik ben hier lid geworden van de medische studievereniging ‘Medicinska Föreningen’ en heb daar ontzettend veel leuke mensen ontmoet. Een paar puntjes waar P.S. wel jaloers op kan zijn: ze hebben hier elke week een borrel, ze zitten in een groot verenigingshuis en ze lijken een onbegrensd budget te hebben. Daarnaast hebben ze net buiten Stockholm een vakantiehuisje in de prachtige natuur (met sauna!), waar je als lid van de vereniging gebruik van kunt maken. Perfecte feestlocatie, kan ik uit eigen ervaring vertellen!

Aan de hoeveelheid groen die je in de stad tegenkomt, zie je dat de Zweden erg veel om natuur geven. Ze zijn er trots op en ik geef ze geen ongelijk. Binnen in de stad is het al mooi, maar als je even buiten Stockholm komt, kun je genieten van uitgestrekte prachtige natuur zonder ook maar iemand tegen te komen. Wat ook niet gek is, want in Zweden wonen de helft minder mensen dan in Nederland, terwijl het elf keer zo groot is! Op moment van schrijven heb ik alweer meer dan de helft van mijn tijd hier erop zitten. Ik heb hier ontzettend veel geleerd: natuurlijk van mijn onderzoek en hoe het er aan toe gaat in de onderzoeksgroep waar ik zit, maar ook bij andere groepen, doordat je met zoveel onderzoekers in contact komt. Daarnaast leer je natuurlijk veel van de vele culturen waar je mee te maken krijgt. Ik ben dan ook erg blij dat ik deze keuze gemaakt heb en raad iedereen aan om een tijd van hun studie in het buitenland te verblijven. De barre Zweedse winter moet ik nog tegemoet zien en ik heb nog geen sneeuw gezien, maar ik kan tot nu toe zeker ook aanraden om een bezoek te brengen aan Stockholm! Hej då! Emma

Lifestyle diseases

Facultair

Maar voor het echte uitgaansleven kun je natuurlijk beter in Stockholm zelf blijven. Er is hier echt voor ieder wat wils: er zijn veel gezellige kroegjes en grote uitgaansgelegenheden in de binnenstad. Voor de hippe tenten ga je naar het zuidelijke eiland ‘Södermalm’, maar als je wat meer luxe zoekt naar het oostelijk gelegen ‘Östermalm’. Als je blut bent zijn er gelukkig altijd wel mensen die een huisfeest organiseren. Ook op cultureel gebied kun je je hier eindeloos vermaken: er is hier elke dag wel een leuk concert en er zijn erg veel leuke musea. Daarnaast is het al heerlijk om in deze mooie stad gewoon rond te lopen. Van luxe buurten met hoogstaand design naar hippe buurten met leuke koffietentjes en vintage winkeltjes. Natuurlijk heb je hier ook een oude binnenstad, ‘Gamla Stan’ (wat letterlijk ‘oude stad’ betekent), die

erg mooi, maar wel verschrikkelijk toeristisch is. Om de drukte te ontvluchten kun je naar verschillende eilanden midden in de stad toe, met groots uitgestrekte parken en bossen waar je echt even vergeet dat je je in een miljoenenstad bevindt.

23


Onderzoek & onderwijs

Facultair

Op de unit FarmacoEpidemiologie & FarmacoEconomie (FE2) heeft Eelko Hak, tenure track hoogleraar Klinische Farmaco-epidemiologie, recentelijk een combinatietraject onderzoek en onderwijs opgestart voor een klein aantal farmaciestudenten. De studenten liepen reeds keuzevakken bij de unit, haalden excellente cijfers op hun masterproject en konden instappen in eerdere onderzoekstrajecten of nieuw gesubsidieerd onderzoek. Het traject houdt in dat tijdens de master Farmacie vakken en het masteronderzoek in het kader van een zelfde thema worden uitgevoerd. Daarnaast wordt buiten de studieperioden om 12 maanden verder gegaan met dit wetenschappelijk onderzoek. Het laatste studiejaar duurt voor hen dus twee jaar, in plaats van één. Na het afronden van de opleiding is er subsidie aanwezig om het onderzoekstraject verder af te ronden richting een eventuele promotie. Naast het onderzoek wordt de academische vorming vorm gegeven door een trainingsprogramma van de onderzoeksschool SHARE. Vorig jaar zijn Bianca Mulder, Dianna de Vries en Pieter de Boer met dit bijzondere traject gestart. Hieronder vertellen zij het een en ander over hun onderzoek en ervaringen met dit traject. Bianca Mulder Ik kwam voor het eerst in aanraking met de unit FE2 tijdens het keuzevak Pharmacoepidemiology in Practice. Tijdens dit vak voer je samen met een medestudent een epidemiologisch onderzoek uit, vaak met de apothekersdatabase IADB.nl. Deze manier van onderzoek doen sprak mij wel aan, waardoor ik ervoor koos om mijn masteronderzoek bij dezelfde unit te doen. In dit onderzoek heb ik de relatie tussen het gebruik van maagzuurremmers tijdens de zwangerschap en de ontwikkeling van astma in het kind onderzocht. Na afloop bleek meer onderzoek nodig te zijn naar het gebruik van medicatie tijdens de zwangerschap en de ontwikkeling van allergische aandoeningen in kinderen en ben ik gestart met het combinatietraject. Samen met professor Hak heb ik ervoor gekozen om mastervakken en onderzoek ieder blok af te wisselen. Zo wissel ik elke 10 weken onderzoek af met stages en zesdejaars vakken. Deze afwisseling is voor mij ideaal, hoewel ik moet zeggen dat ik tijdens mijn mastervakken ook nog wel eens bezig ben met het onderzoek. Samen met de kinder-

24

Foliolum januari 2014

FarmacoEpidemiologie & FarmacoEconomie

arts, dr. Tjalling de Vries uit het MCL, heb ik bijvoorbeeld in het kader van de projectstage een onderzoek opgestart onder zwangere vrouwen in het MCL. Ik heb er nu anderhalf jaar opzitten, waarvan bijna een jaar aan onderzoek en een half jaar aan vakken voor mijn zesde jaar. Tijdens deze anderhalf jaar heb ik verschillende onderzoeken afgerond en gepubliceerd, heb ik het Erasmus Summer Programme mogen volgen in Rotterdam en heb ik mijn resultaten op verschillende congressen mogen presenteren. Het hoogtepunt van dit onderzoeksjaar was toch wel het bezoeken van hét internationale congres op het gebied van farmaco-epidemiologie (ICPE) in Montréal deze zomer. Middels een posterpresentatie en een mondelinge voordracht heb ik tijdens dit congres mijn bevindingen mogen presenteren. Dit congres was een leuke manier om wat meer over het vakgebied te weten te komen en om andere onderzoekers te ontmoeten. Aangezien ik voor het congres toch al in Canada was, moest er natuurlijk ook wat meer van het land gezien worden. Zo ben ik


oog in oog komen te staan met wilde, zwarte beren, heb ik met een rubberboot zestien meter lange bultruggen van heel dichtbij gezien, een thuiswedstrijd ‘Canadian football’ van de Toronto Argonauts bijgewoond en de o zo toeristische Niagara Falls bezocht.

Facultair

Dianna de Vries Ook ik heb mijn masterproject gedaan bij professor Hak. Aangezien ik geïnteresseerd was in zowel de epidemiologie als economie heb ik onderzoek uitgevoerd waarin beide aspecten aan de orde kwam. Dit project ging over de effecten en kosten van statines voor de primaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen in diabetespatiënten. Hierbij is vooral vernieuwend dat ik rekening heb gehouden met het real world effect van therapieontrouw, die bij statinetherapie vaak een probleem vormt. Ik werk ook samen met professor Postma van de unit FE2 en dr. Petra Denig van de afdeling Klinische Farmacologie van het UMCG. Door deze samenwerking is het mogelijk om met de GIANTT databank te werken. Deze databank bevat huisartsgegevens van meer dan 20.000 patiënten met type 2 diabetes. Tijdens dit masterproject heb ik twee artikelen geschreven. Sinds februari 2013 ben ik begonnen aan mijn combinatietraject. Het eerste jaar zal ik me volledig met het onderzoek bezig houden, waarna ik mijn studie farmacie zal afmaken. Tijdens het onderzoekstraject krijg je de mogelijkheid om verschillende cursussen te volgen. Zo ben ik naar Manchester geweest voor een cursus en heb ik net als Bianca afgelopen zomer mee mogen doen aan de Erasmus Summer Programme in Rotterdam.

Ik ervaar het combinatietraject als goed te doen, omdat je in de periode van onderzoek je volledig in het onderwerp kunt storten in plaats van dit in de avonduren na je studie/stages te moeten doen. Daarnaast bevalt de afwisseling van onderzoek en praktijkstages mij. Voor het behalen van je SHARE-certificaat behoor je tijdens je onderzoeksperiode cursussen te doen om jezelf verder te ontwikkelen. Hier krijg je ook de tijd voor en dit helpt je echt om onderzoeken beter te begrijpen. De krenten in de pap zijn echter natuurlijk de bezoeken aan internationale congressen. Op het moment van schrijven ben ik net terug van een congres in Kaapstad om mijn resultaten van een kosteneffectiviteitstudie van het griepvaccin te presenteren. Naast interessante presentaties te hebben gezien over de laatste ontwikkelingen op dit terrein en het bespreken van mijn resultaten met geïnteresseerde internationale collega’s, was dit ook een uitgelezen kans om dit congres met mijn vakantie te combineren. Hoe onderzoek naar een griepvaccin kan leiden tot het beklimmen van de Tafelberg, het spotten van de Big Five en het doen van de hoogste bungeejump ter wereld. Als je dus geïnteresseerd bent in het doen van onderzoek, het samenwerken met gemotiveerde collega’s en het bespreken van je werk op internationale congressen, dan zou dit traject een uitgelezen kans zijn om hier al vroeg mee te starten. Daarnaast biedt het ook mogelijkheden om iets van de wereld te zien. Jammer dat het aantal mogelijkheden hiertoe nog zeer beperkt is.

Pieter de Boer Toen ik in het derde jaar farmacie mijn bachelorproject moest kiezen, had ik nog geen idee welke kant ik op wilde. Omdat ik niet veel interesse had voor labwerk, heb ik voor een project bij de unit FE2 van professor Maarten Postma gekozen. Dit project betrof een studie naar de kosteneffectiviteit van een herpes zoster-vaccin voor ouderen. Omdat het werk en de samenwerking met prof. Postma goed bevielen, heb ik deze analyse gedurende mijn masterproject afgerond met een publicatie en benaderde hij mij voor het combinatietraject. Hierbij wissel ik in mijn zesde jaar steeds een half jaar vakken af met een half jaar onderzoek. Ik spreid mijn laatste jaar dus over twee jaren uit. Projecten waar ik nu mee bezig ben, zijn onder andere een kosteneffectiviteitstudie van een nieuw griepvaccin voor de Verenigde Staten, een kosteneffectiviteitstudie van een waterpokkenvaccin voor Nederlandse kinderen en een project waarbij ik de ziektelast van waterpokken in de 1e en 2e lijn in kaart breng voor de regio Almere.

Lifestyle diseases

25


PhD & student Moleculaire Farmacologie

Facultair

Hello, I am Bing. I am a PhD student in the Department of Molecular Pharmacology, Centre of Pharmacy, GRIP, University of Groningen. I already saw part of the beauty of Groningen through Skype when I was applying for my current PhD position from my university in China. At that time I saw the ‘symbol’ of Groningen, the Martini Tower, for the first time. Yes, through the window of my supervisor’s office during our first Skype session. In fact, I kept this image in a rather impressive manner in my mind. Funny enough, it was the Martini Tower that allowed me to easily recognise my daily supervisor’s office when I arrived in Groningen.

26

Up from the start, for me, being homesick was, is and most likely will always be a problem. In the first months after I arrived it was very hard for me. I missed my family, friends, and even the crowded streets in China. Although the kindness and hospitality of the Dutch people could easily compensate for my lonely feeling, nothing can compare to the relations with the family. But things started to change at the end of 2012. My supervisor, prof. dr. Martina Schmidt was willing to offer a master position to my girlfriend, Haoxiao, who is also interested in the molecular pathway in the field of life sciences. After she came, we became the science couple in the lab. This is our first international experience, and we are really enjoying it now!

Foliolum januari 2014

During our time in the Department of Molecular Pharmacology, we mainly study the molecular mechanism of the pathophysiology of pulmonary diseases. More specifically, our work is related to the compartmentalization of cyclic AMP. We all know that molecular mechanisms leading to the development and progression of asthma are very complex, and there are many to study. Is there any sense to focus on cAMP compartmentalization? If we look closer into the papers dealing with the molecular mechanisms of diseases, we can easily recognise that similar molecules or pathways seem to act differently or even conversely in the same cell. What is the mechanism behind those molecules or pathways, which allows them having so many different functions without any dysfunction? The secret may lie in the compartmentalized control of signalling (e.g. the cAMP pathway). In the end, it seems to be all about letting the molecules or pathways doing the right thing at the right place and time in the cells. Just think about the word ‘compartmentalization’: you can imagine studying this is not easy. But luckily, we are in a good lab. Before we came here, Haoxiao and I were more involved in in vivo studies. Many in vitro and ex vivo techniques had still to be learned if we intended to make progress. Thanks to our colleagues here, our training went very smooth.


In China, there are a lot of famous universities and research institutes. But, considering we wanted to broaden our mind and enjoy foreign culture, Haoxiao and I thought it would be very nice to have an overseas study experience. Moreover, a good university can not only provide advanced equipment and new methods, but also new insights into scientific frontiers. Those are very important aspects for the development of young investigators like us. Unlike the noisy concrete city in China, Groningen is a very peaceful and quiet city with a rich history. We both think this is a very nice place for research or living. We especially like the Dutch transport

style, which is very close to nature. People here choose a more environmentally friendly way to travel, by bicycle, which is good for the air, but also good for the health. The infrastructure for bicycles is also well established. We have parking areas and special traffic lights for bicycles. All of these seem to indicate that the designers of this city encourage people to live in a more nature and health friendly way. As foreigners, we think people here are very kind. I’ve had this feeling since I made my first steps on this land. I still remember the day I arrived. I had neither a phone nor a map with me, and I was still suffering from a jetlag. I never would have found the UMCG, if not for the help from local people here. What surprised us was that many people would help, even you didn’t ask for it. It’s just like one of my colleagues said, “you do not have to give a gift for my help, because your happiness is the best gift”. Social activities are a very important and essential part of life here. Each Friday, after 17:00, everyone in our lab likes to go to the Pintelier to have a drink and a nice chat, which gives me a lot of inspiration for my study and life.

Facultair

Of course, the fact that training went well doesn’t mean there are always good results. Actually, we’ve got a lot of strange results. There is an article called ‘On my way to being a scientist’, written by Thomas M. Schofield, a postdoc in neuroscience at the University of New York. In this article, he claimed that “the best scientific theory is not the one that reveals the truth — that is impossible. It is the one that explains what we already know about the world in the simplest way possible, and that makes useful predictions about the future.” We also believe that. For us, those strange results are perfect motivation to keep on going and make progress. Just like Martina always said to me, “there are no problems, only challenges”. I think that is also why we need 4 years to finish a PhD program. After all, the most valuable things don’t come easily.

At the end of this year, Haoxiao will finish her internship in Groningen and go back to China to complete her master program. Fortunately, she successfully applied for a PhD position in our lab. Next year, she will become a PhD student, just like me, and our families are very proud of that. It seems that our story in Groningen will be continued.

Lifestyle diseases

27


Alumnus RUG Yael Benjamins

Facultair

Ik ben Yael Benjamins en ik ben in augustus 1998 afgestudeerd als apotheker. Het laatste jaar voor mijn afstuderen was ik al in deeltijd werkzaam als studieadviseur bij de opleiding Farmacie. In de andere helft van de week voltooide ik de stages. Eigenlijk wist ik al een tijdje dat ik geen praktiserend apotheker wilde worden. De stages bevestigden het beeld dat ik had van de praktijk. Wat ik miste, was langduriger contact met cliënten en meer continuïteit in de begeleiding. Als studieadviseur was dat er wel. Na enkele jaren maakte ik de overstap naar het onderwijs, de opleiding voor apothekersassistenten bij het Alfa-college in Hoogeveen. Hier heb ik het erg naar mijn zin gehad. In het begin was ik vooral docent (geneesmiddelkennis, balietraining en recepteerkunde) en stagebegeleider, later ook stagecoördinator. Elk jaar kreeg ik een aantal eerstejaars leerlingen onder mijn hoede, die ik volgde en begeleidde tot ze hun diploma in ontvangst konden nemen. Ontzettend leuk om te zien en te mogen meemaken hoe zij zich ontwikkelden tot volleerde apothekersassistenten. In deze functie is mijn interesse gewekt voor coaching. Bij sommige leerlingen ging het studeren niet van een leien dakje, vaak vanwege privéproblemen, en ik had niet altijd het idee dat ik ze goed kon ondersteunen. Als apotheker had ik indertijd weinig geleerd over gespreksvoering. Na zeven jaar was het tijd voor een volgende stap en had ik eigenlijk erg veel zin om terug te keren naar de RUG. Zo kwam het dat ik solliciteerde naar de functie van stagecoördinator en terecht kwam in de kamer met het mooie uitzicht op Groningen-stad. Al snel kreeg ik de mogelijkheid om de post-HBO-opleiding tot ‘professioneel coach’ te gaan doen. Tijdens deze opleiding heb ik ontzettend veel geleerd over reflecteren en gespreksvoering: luisteren, (kritische) vragen stellen, doorvragen, analyseren, maar ook over verschillende methodes en modellen die je kunt inzetten tijdens coaching. Coaching betekent dat je iemand kunt ondersteunen in een veranderingsproces. Daarvoor is het van belang dat die ander zelfinzicht heeft, of krijgt, en bereid

28

Foliolum januari 2014

is om in beweging te komen. Naast de organisatie van de stages ben ik nu ook werkzaam als coach en ondersteun ik studenten in dit proces. Hierbij nemen we de professionele vaardigheden die je als apotheker zou moeten bezitten als uitgangspunt. De studenten formuleren zelf een ‘coachvraag’ en samen formuleren we de daaruit voortkomende leerdoelen en een plan van aanpak. In de gesprekken die daarop volgen reflecteert de student op situaties waarin hij of zij het nieuwe gedrag heeft toegepast. Ik probeer zo goed mogelijk af te stemmen op de behoeften van de student en we ronden de coaching af als de student tevreden is met de behaalde resultaten. Naast deze individuele coaching ben ik ook teamcoach bij de apotheekgame GIMMICS. Hier staan groepsprocessen, zoals samenwerking, meer centraal. Al met al ervaar ik coaching als een zinvolle en plezierige toevoeging aan mijn werkzaamheden!


Afgestudeerden FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Bernard Huijbers

Farmaceutische Technologie & Biofarmacie

Gwenny Verstappen

Farmacokinetiek, Toxicologie en Targeting

Inez te Velde

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Ingrid Bakkeren

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Jerrit de Graaf

Farmaceutische Biologie

Johan Kolthof

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Klaas van Dijk

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Luca Emmer

Farmaceutische Technologie & Biofarmacie

Maaike de Lange

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Maartje Jacobs

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Manon Snels

Laboratoriumgeneeskunde

Marc Postma

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Marieke Boerema

Farmaceutische Technologie & Biofarmacie

Maurits Vissers

Farmaceutische Analyse

Remy Verheijen

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Rhianne Molenaar

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Sanneke Gertsen

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Sezgi Sönmez

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Sjoerd van Olffen

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Stefan Ottenbros

Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg

Suzanne Jansen

Farmaceutische Technologie & Biofarmacie

Sven de Krou

Farmaceutische Genmodulatie

Wendy de Vries

FarmacoEpidemiologie en FarmacoEconomie

Facultair

Anke Kylstra

Gefeliciteerd met het behalen van jullie bul! Lifestyle diseases

29


Pharmaciae Sacrum

Fotopagina

30

Foliolum januari 2014


Pharmaciae Sacrum Lifestyle diseases

31


P.S.-activiteiten Eerstejaars Introductiekamp Maike Tromp

Het is stiekem toch wel een beetje spannend om mee te gaan op introductiekamp. Het zijn altijd dezelfde dingen die door je hoofd schieten: moet je nou echt alles meenemen wat op de paklijst staat? Eieren, vla, halve perziken, oude kleren? En mijn outfits voor de feestjes: Babycrash? Foxkids vs. Cartoon Network? En vooral: wat doet de rest? Wie is ‘de rest’ eigenlijk?

Pharmaciae Sacrum

Vrijdagmiddag ben ik dan toch redelijk ongemakkelijk naast iemand in de bus gaan zitten en een gesprek begonnen. Na een gezellig ritje, mede dankzij mijn nieuwe busvriend, zijn we uitgestapt bij de locatie van het EIK, die er meteen al prima uitzag. Na het in beslag nemen van het beste bed op de beste kamer kon het diner en het kennismaken beginnen. Meerdere rondjes speeddaten zorgden ervoor dat ik wat namen en gezichten kon plaatsen en door het zingen van het P.S.-lied zat de feeststemming er al goed in. Na het levend Stratego in het donker op de hei werden de luiers, flesjes, slabbetjes, spenen en rammelaars uit de weekendtassen getrokken om geheel in stijl op het ‘Babycrash’-themafeest te verschijnen. Fusten werden opengetrokken en er werd een leuk feestje gebouwd. De rest is geschiedenis…

32

Na een wat gebroken nacht stond de zaterdag in het teken van buitenspelletjes. Het uitgebreide ontbijt deed mijn maag goed, de stormbaan iets minder. Fanatiek werd er gesjoeld met perziken, gegooid met waterballonnen en gerend met sponzen. De grijze zaterdagmiddag eindigde met een lange rij voor de douches, waarna het tijd was voor de drankspelletjes oftewel de commissierondjes. Het avondmaal zorgde wederom voor een goede bodem voor het avondprogramma. Gehuld in mijn Pokémon-pak ging het feest tot in de kleine uurtjes door. Extra credits voor de broodjes knakworst rond een uur of twee. Na zowaar uitslapen en het bekend maken van de EJC 2013 werden we weer gedropt op station Groningen. Kon ik thuis meteen beginnen met het lezen van de Playboy uit de goodiebag.

Foliolum januari 2014


P.S.-activiteiten Ziekenhuisfarmacieavond

Tamira Jansman en Marcelina Stel

De ziekenhuisfarmacieavond vond plaats op 19 november. Vanaf zes uur stonden er heerlijke broodjes voor ons klaar met koffie en thee. Om zeven uur startte de eerste spreker. Dit was professor Touw, een ziekenhuisapotheker binnen het UMCG. Aan de hand van een overzichtelijk diagram werd uitgelegd hoe de ziekenhuisapotheker bij elke stap van de patiëntenzorg in het ziekenhuis betrokken is. Er werd duidelijk gemaakt wat de ziekenhuisapotheker doet vanaf de opname van de patiënt tot het ontslag van de patiënt. Hierbij werd onder andere stilgestaan bij de moeizame informatieoverdracht tussen de ziekenhuisapotheek en de openbare apotheek. De taken van de ziekenhuisapotheker bestaan onder andere uit onderzoek, verificatie van het geneesmiddelgebruik van de patiënt, logistiek, overleg met andere zorgprofessionals en het medicatiebeleid na het ontslag van de patiënt. Hiernaast is de ziekenhuisapotheker verantwoordelijk voor het vaststellen van vergiftigingen en de behandeling hiervan. Vervolgens kwam de heer Boersma aan het woord. Boersma is ziekenhuisapotheker gespecialiseerd in de radiofarmacie. Radiofarmaca worden vaak gebruikt in diagnoses. De ziekenhuisapotheek is verantwoordelijk voor inkoop, bereiding, kwaliteits-

controle en medicatiebewaking van deze radiofarmaca. Boersma heeft aan de hand van een paar voorbeelden uitgelegd welke verbindingen vooral gebruikt worden. Aan de hand van veel foto’s heeft hij laten zien hoe en waar de radiofarmaca geproduceerd worden. Hierbij is veel aandacht gevestigd op de veiligheid van de bereider.

Al met al was het een leuke avond waarbij veel geleerd kon worden over het werk van de ziekenhuisapotheker en wat de opleiding tot ziekenhuisapotheker inhoudt.

Lifestyle diseases

Pharmaciae Sacrum

Ten slotte kwam Manon Schuls aan het woord. Zij is ziekenhuisapotheker in opleiding en heeft de inhoud van de vierjarige opleiding tot ziekenhuisapotheker belicht. Er zijn maar weinig plekken voor deze opleiding in het land. Je maakt meer kans op een plek wanneer je een paar jaar ervaring hebt opgedaan als projectapotheker of wanneer je gepromoveerd bent. Schuls was goed in staat om praktische vragen over deze vervolgopleiding te beantwoorden en kon alle aspecten van de opleiding uitleggen.

33


P.S.-activiteiten Mediq Workshopavond

Beroepenmiddag

Op 24 oktober vond de Mediq Workshopavond plaats. Na een broodmaaltijd te hebben gegeten in Het Heerenhuis namen we plaats in een andere zaal voor de workshop. Het thema van deze workshop was ‘management in de farmacie’, waarbij de nadruk op de openbare apotheek lag. Na een korte introductie konden we in groepen meteen interactief aan de slag. Van ons werd gevraagd wat wij zouden doen bij aankomst in een nieuwe apotheek waar je gaat werken op het gebied van management en communicatie met je (voor jou net nieuwe) personeel: de do’s en don’ts wanneer je net begint als apotheker in een apotheek. Hierna werd kort overlegd over wat iedereen had opgeschreven, en waarom ze dit hadden opgeschreven. Vervolgens moest er worden nagedacht over wat de kwaliteiten zijn van een goed functionerend apotheekteam. Ook dit werd weer opgeschreven, vergeleken en van commentaar voorzien door de presentatoren.

Woensdag 18 september was het tijd voor de beroepenmiddag voor de eerstejaars farmaceuten. Verschillende sprekers kwamen aan bod, allen met hun eigen vakgebied binnen de farmacie. Het woord was eerst aan Dhr. Bolhuis, ziekenhuisapotheker in het UMCG. Bolhuis typeert zijn werkzaamheden als divers: het werken in een team van meerdere apothekers geeft de mogelijkheid om je naast je kerntaken te richten op een specifiek gebied.

Koen Hilgerink

De kern van de workshop was dat een goed management altijd via vier bepaalde stappen verloopt, en dat je van jezelf moet weten in welk ‘managementsprofiel’ je valt. Vanuit hier kun je je eigenschappen op de andere vlakken verbeteren, iets waar ze je bij Mediq verder mee kunnen helpen.

Jaren van onderzoek, zo vertelde professor Frijlink, op zoek naar dat ene molecuul, kan leiden tot de uitvinding van dat ene medicijn: ”Het is een enorme kick die je er van krijgt.” Vervolgens reis je de hele wereld over om als CEO jouw product en/of bedrijf te vertegenwoordigen. Er is enorm veel potentieel, helemaal nu steeds meer landen toegang tot betere zorg, en dus ook medicatie, krijgen. Ben je avonturistisch ingesteld, dan kun je na het afronden van je opleiding tot apotheker ook bij de landmacht gaan. Militair apotheker Johan van der Veen vertelde op boeiende wijze hoe het er bij de krijgsmacht aan toe gaat. Ook daar maken ze immers gebruik van medicatie. Je kunt je voorstellen dat bij missies ver in het buitenland bijvoorbeeld tropische ziekten of specifieke hulpvragen voorkomen. Wil je het na je studie toch dichter bij huis zoeken? Je bent creatief en weet de niches van de markt te vinden? Dit zijn de vragen die regenboogapotheker Paul Harder aan de eerstejaarsstudenten stelde. Hij ontdekte dat er vraag was naar bepaalde reeds bestaande medicatie in andere toedieningsvormen, en is deze gaan produceren. Een geweldige niche die Paul ontdekte, was dat er in de haven van Rotterdam veel vraag bleek te zijn naar zogenaamde medicatierantsoenpakketten die schepen verplicht aan boord dienen te hebben in geval van nood.

Pharmaciae Sacrum 34

Niels Portena

Ik heb de middag als zeer interessant ervaren. Alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderzoek en nieuwe vormen van medicatie zijn een enorm prikkelende en inspirerende drijfveer om je bezig te houden binnen de wereld van de farmacie. Een enorme uitdaging ligt voor ons in het verschiet.

Foliolum januari 2014


Commissies De Diescommissie

*De Redactiecommissie is het hier vanzelfsprekend niet mee eens, maar iedereen heeft recht op een eigen mening, hoe onjuist deze ook is.

Wij, de MMC, zorgen voor jouw ultieme profielfoto’s. Op elk feestje en activiteit zijn wij van de partij om kekke shots te schieten. Dit laten we jullie ver van tevoren weten met onze semiprofessionele posters. Myrthe: louter rare geluiden maken, meeehhh! Onze praeses-feut. Niet vies van een drankje of wat. Op een mooie avond drijft onze praeses weg bij de Golfbrekers. Haar opmerkingen zijn een perfect opzetje voor Lotte’s gemoedstoestand. Specialiteit: braakje leggen. Annelies: a.k.a. Anneloes, Anneluke, Annemiek. Met een hart zo vurig als haar haar lacht ze als een geit tijdens de commissieavonden. Met ijzeren vuist houdt ze haar leerlingen in het gareel. Specialiteit: Duitsers. Lotte: met haar strakke dansbips krijgt zij menig jongen gek. Haar seksueel getinte opmerkingen zorgen elke commissieavond weer voor een dieptepunt qua niveau. Maakt geregeld ruzie met haar onderburen. Specialiteit: boerenkool maken. Timo: de prominente pik met z’n snerpende hertjes. Met zijn scherpe sarcastische opmerkingen weet hij iedereen een minderwaardigheidscomplex aan te praten. Wel zijn we hem dankbaar voor het drankje bonkers, met name Annelies. Specialiteit: brallen. Quinten: eigenlijk bestaat onze commissie uit 7 personen. Quinten draagt een gesegmenteerde metgezel met zich mee: Linten (zijn lintworm). Met zijn sterke verhalen doet hij ons keer op keer verbazen. Hij is wel onze Photoshopking. Specialiteit: minderjarige meisjes. Luke: je lach is niet veilig in de omgeving van deze jongen. Je lach wordt aan alle kanten belachelijk gemaakt. Deze assessor III moet het woord verdienen, zonder toestemming heeft hij te zwijgen. Specialiteit: smooth moves.

Lifestyle diseases

Pharmaciae Sacrum

De leukste commissie binnen P.S.!* Deze commissie organiseert namelijk een hele week vol feestelijke activiteiten vanwege de verjaardag van de vereniging. Quincy, onze praeses, rood of wit. Volgens Quincy is een commissieavond niet compleet zonder de benodigde brandstof. Snackytime is een begrip geïntroduceerd door Quincy: feestjes eindigen dan ook niet zonder dit fenomeen. Karen. Gelukkig kan Karen het hardst drinken van iedereen en eindigt ze nooit op de grond. Richard, de sportiefste binnen de Diescommissie en een echte kattenman. Bovendien is hij de oppas van Mike, de Diescalatievogel. Op sommige avondjes verandert deze jongeman in dhr. Lamtink. Loes. Met Loes kan je altijd lachen. Deze Twentenaar is het beste in mensen omschrijven, zodat iedereen meteen begrijpt wie ze bedoelt. Gydo, de stille kracht binnen onze commissie, altijd in voor een feestje. Soms vraag je je af of deze jongen ooit eens slaapt of eet, maar op commissieweekend hebben we gemerkt dat Gydo toch wel van een broodje knakworst houdt! Maartje. Een favoriete uitspraak van Maartje is “tot 1 kan iedereen”. Alleen escaleert het nogal eens bij Maartje, waardoor ze weer eens pas om 4 uur thuis is. Gelukkig hebben we dan wel vaak moeilijk veel beeldmateriaal.

De MMC

35


Commissies De EJC Wij zijn EJC Partycularis 2013-2014. Wij zijn na een heftige campagne op het introkamp gekozen om voor komend jaar mooie feesten te organiseren. Daarom willen we ons even voorstellen: Praeses: Koen Koen is een aardige, spontane jongeman, die niet bang is om zijn mening te geven over mensen. Hij gaat graag uit en houdt van knoflooksaus in zijn eten. Naast zijn liefde voor knoflooksaus, uitgaan en vrouwen, is hij ook erg close met z’n vrienden. Hij zegt zelf: een beetje gay is oké. Ab-actis: Amber Onze ab-actis en Victoria’s Secret Angel in spe: met haar prachtige glimlach absoluut het boegbeeld van onze commissie. De manier waarop ze de ‘EJC-move’ uitvoert, is echt een genot voor het oog. Amber is ontzettend gezellig, lief en zorgzaam. Ze is ook altijd zeer aanwezig, helemaal na een paar wijntjes. Tevens maakt ze de op een na lekkerste lasagne van Nederland. Quaestor: Bas Bas of Basje is onze lieve krullenbol. Na ongeveer een maandje in een hostel te hebben gewoond kreeg deze jongen eindelijk ook een kamer. Verder is Bas altijd in voor een feestje. Deze eindigen vaak goed, maar het kan ook gebeuren dat je wakker wordt in het ziekenhuis met een gescheurde milt. Assessor I: Lotte Lotte is, met haar 17 levensjaren, de feut van de commissie, al is dit niet overduidelijk merkbaar. Ze at namelijk menig ander commissielid eruit en is ook zeker niet op haar mondje gevallen. Vanaf januari/februari mag ze zich ook een echte Stadjer-student noemen. Dat zal vast even wennen zijn, want ze komt uit een heel gezellig en groot gezin dat wij als commissie ook hebben mogen ontmoeten.

Pharmaciae Sacrum

Assessor II: Felix Felix de kat is een playboy met een goed hart. Als je een plek om te slapen nodig hebt, is hij je man. Felix heeft een mooi charmant Haags accentje. Ook ontbreekt knoflooksaus bijna nooit aan zijn maaltijden. Zijn motto tijdens feesten: een feest zonder shirt uit is een feest niet beleefd. Ook al is hij soms een beetje een balletje, het is toch echt een schatje met een goed hart.

36

Assessor III: Marisca Marisca, onze meest gezellige pechvogel en tevens Appie III. Is Marisca aanwezig, dan hoef je in ieder geval niet bang te zijn dat het saai wordt. Ze is lief, leuk, raar en gek en laten we vooral ‘ongemaaaaakkelijk’ niet vergeten. Deze chick zal je zo hard laten lachen dat je pruik ervan afzakt. Men zegt wel dat Marisca ‘het zusje van’ de bekende voetballer Willie Overtoom is. Als je haar echter eenmaal kent, dan weet je dat hij de broer van is. Absoluut.

Foliolum januari 2014


Commissies De LOS-commissie 2013-2014: Een nieuw jaar waarin STERCe sporters en LIFe harten zijn samengekomen tot de LOS. Liefdadigheid, ontspanning en sport. En dan onze naam: LØSTIG. Als commissie moet je het goede voorbeeld geven en daarom is onze naam niet meer dan logisch. Met de twee hoogblonde schoonheden zijn we goed genoeg Zweeds vertegenwoordigd. Verder zijn we lustig naar sport, bier, feestjes, gezelligheid en liefde voor de ander. Tamarah over Aukje: Aukje – Aukie – Auk – Blondje – Blondie – Blond. Deze namen kloppen aardig, maar blondje zeker niet. Misschien d’r geweldige haarbos, maar met 20 jaren jong doet ze het supergoed bij farmacie. Ook als ab-actis weet ze de anderen te motiveren voor het verzinnen van leuke activiteiten, maar dat alles wel het liefst onder het genot van een sigaretje en een heerlijk hardstyle nummertje. Ze mag er misschien heel lief uit zien, feesten kan Brabander Auk als de beste. Aukje over Marc: M: Mooie feestjes. A: Aardig. R: Reuzegezellig. C: Chemicus in hart en nieren. Maar vergeet ook zeker niet de vrouwen. Als quaestor van de commissie beheert Marc het geld, maar dit vertrouwen we hem ook meer dan toe. Wat wil je ook met een jaar bestuur achter je, die glimlach en zeker die ogen. Die overigens de bril wel hard nodig hebben, zeker bij een kater. Marc over Valliant: Valliant is briljant! Hij mag dan wel uit Leiden komen, kapsones heeft hij zeker niet. Na een jaartje onze zuiderburen te hebben vergezeld, was het voor Valliant tijd om verstandig te worden en voor de mooiste stad van Nederland te kiezen. Doucht overigens altijd wel om kwart voor. Onze enige echte assessor I! Valliant over Bruno de beer: Bruno is zonder twijfel de meest charismatische assessor II van Groningen met zijn zachte babyface verborgen onder een flinke dos baardhaar. Deze knappe jongen is wekelijks te vinden in het Vaatje voor de commissieborrel. Natuurlijk moet hij wel in vorm blijven. Daarom is hij meerdere keren per week achter een hockeybal aan het aanrennen, waarna hij natuurlijk altijd te bewonderen is tijdens de derde helft. Al met al is Bruno een bewonderenswaardige beer.

Lifestyle diseases

Pharmaciae Sacrum

Bruno over Tamarah “het Mokkeltje” Mossel: De altijd weer vriendelijke glimlach van Tamarah maakt je dag meteen weer goed. Deze spontane jongedame doet je hart sneller kloppen, vooral bij vergaderingen, als ze weer een lekker gerechtje heeft bedacht. Ze is de persoon die de commissie maakt en iedereen meeneemt. Hiermee is ze in mijn ogen de perfecte praeses. Gezellig een drankje doen met haar is hartstikke leuk, want zoals ze zelf zegt: “Tam is heel snel foetsie”.

37


Eten met... De Diescommissie Op Sint Maarten werd de Redactiecommissie verwelkomd bij de Dies-commissie. Helaas niet met snoep (we hadden dan ook geen liedje gezongen), wel met een heerlijke Mexicaanse ovenschotel. Na het eten en de uitleg van het Getikt Rollenspel, werd via steen-papier-schaar besloten welke praeses mocht beginnen. Quincy verloor, volgens hem door de gebrekkige coaching van Gydo, en Boy mocht het eerste rolletje pakken. Zijn geluk was van korte duur: het werd ‘Pechvogel’. Om te voorkomen dat de Redactie meteen op achterstand zou komen, moest ze binnen een minuut een koningsadje opdrinken. Niet gehinderd door de grauwe, grijze en ronduit gruwelijke aanblik werd het brouwsel gretig opgedronken door Hedy, Anouschka en Evert Jan. De eer was gered en de avond was begonnen. Quincy trok de opdracht ‘Op een been’, waarna beide commissies hinkend over straat gingen. De Redactie bleek mank, de Dies won en kwam zo op gelijkspel. De volgende opdracht was ‘Dronkenlap’, waarbij beide commissies wederom op één been mochten gaan staan. De Redactie bleek nog steeds mank, en de Dies-commissie won glorieus.

Pharmaciae Sacrum

Daarna werd het tijd voor de ‘Blindeman exprestrein’. Treintje Karen mocht geblinddoekt onder de poortjes door van de Redactie. Er ligt een glansrijke

38

Foliolum januari 2014

carrière bij de NS voor haar in het verschiet, want ze arriveerde met de nodige vertraging. Een punt voor de Redactie. Daarop volgde de ‘Operazanger’: luidkeels een melodie nablèren. Hoewel dit gebeurt door zo lang mogelijk ‘Aaaah’ te zingen, waren enkele personen alsnog bang de tekst kwijt te raken. Als ware Pavarotti’s sleepte de Redactie de winst binnen. Hierna kwam het ‘Spreekwoordenboek’, met een blackout van Hedy en een overwinning voor de Dies. Het volgende spel, ‘Associëren’, gaf een interessant kijkje in de gedachtegang van bepaalde personen, met associaties als ‘chocodip’ – ‘softijs’ – ‘anaal’. De Redactie bleek beter te associëren en kreeg een punt erbij. Daarna mocht ‘Speurhond’ Loes raden wie ze aan het besnuffelen was, hetgeen ze op goed geluk gokte. Evert Jan mocht vervolgens zijn lichaam in de strijd gooien om Pfizer, Vioxx en andere farmaceutische woorden te spellen en zo weer een overwinning in de wacht te slepen. Het werd tijd voor ‘Vragenvuur’, waarbij niet alleen op de eigen vraag, maar ook op alle voorgaande vragen antwoord moest worden gegeven. Boy stelde Gydo’s topografische kennis zwaar op de proef en bleek vervolgens moeiteloos in staat om Quincy’s random reeks aan getallen te reproduceren. Nog een punt erbij voor de Redactie.


De MMC Commissies, opgelet! Als er een prijs zou zijn voor het beste commissiediner, dan staat de MMC vooralsnog met stip op 1. We werden op maandag 25 november ontvangen met een heerlijke pasta carbonara met een frisse salade, en als toetje was er keuze uit maar liefst vier verschillende soorten vla! We verwachten nu natuurlijk dat alle overige commissies die we dit studiejaar nog gaan bezoeken, dit proberen te overtreffen…

De avond vorderderde: tijd voor serieuze zaken met ‘Waar of niet waar’. De Redactiecommissie speelde subtiele spelletjes, terwijl de Dies-commissie haar hele ziel en zaligheid op tafel gooide. Zo weten we nu dat Loes een konijn had dat weg moest nadat het een gat in een trui had gebeten, Richard nog nooit in Rotterdam is geweest en Gydo voor het eerst dronken werd in een keet. Ook deze opdracht wist de Dies niet te winnen, waardoor de avond eindigde met een flinke overwinning voor de Redactie-commissie. Dit kon de gezelligheid en pret niet drukken en de avond eindigde dan ook pas vele uurtjes later bij de Besturenbattle…

De sfeer zat er al goed in voordat het spel begon, mede dankzij Annelies en een mysterieuze uitnodiging van haar ‘alter ego’ voor een passievol vuurfeest. Helaas bleek het minder spannend te zijn dan het klonk: na een belletje was ze er al snel achter dat het haar oom betrof. Boy begon het spel, en was deze keer meteen een ‘Bofkont’: hij mocht maar liefst twee opdrachten pakken. De eerste was ‘Kruip’, inmiddels welbekend, en met zijn lenige danslichaam bracht Boy de eerste overwinning voor de Redactiecommissie. De tweede opdracht was ‘Vragenvuur’, en dankzij een aantal slim gekozen onderwerpen (het Eurovisie Songfestival en bier) resulteerde dit in nog een overwinning voor de Redactie. Myrthe trok volgens ‘Oh, wat een pech’, en tenzij er iemand in hun commissie zat met schoenmaat 44 of hoger, kregen ze geen rolletje. Timo bleek, zonder het zelf te weten, toch schoenmaat 44 te hebben, waardoor Myrthe een nieuwe opdracht mocht uitzoeken. Dit werd de ‘Dronkelap’, en na een gelijkspel

Pharmaciae Sacrum Lifestyle diseases

39


trok ‘Als blikken konden doden’, waarbij staarduels werden gehouden. Na heel wat zwoele blikken en foute opmerkingen en een gelijkspel, werd het spel uiteindelijk beslist in het voordeel van de Redactie. Hierbij eindigde ook het officiële deel, en de Redactiecommissie lijkt de ‘Vloek van het Commissiespel’** langzaam maar zeker te doorbreken: de eindoverwinning was (alweer) voor Getikt. De avond was echter nog jong, en gezien we zoveel plezier hadden met het spel, zijn we nog even doorgegaan. De hoogtepunten? Antwoorden als ‘tieten, tieten, Albert, ja, bloempot, chocoladevla’, de ongegeneerde striptease-act om een paspop aan te kleden* en het doorgegeven van een papiertje (“… alsof het cholera is!”), al dan niet met tong, met enkele tedere, doch homo-erotische momenten tot gevolg. Al met al weer een Getikte avond! *Beeldmateriaal is op aanvraag beschikbaar bij de Redactiecommissie. ** Noot van de redactie: de ‘Vloek van het Commissiespel’ is een vloek die al enige tijd op de Redactiecommissie lijkt te rusten. Al enkele jaren op rij weten Redactiecommissies hun - nota bene zelf bedachte commissiespel niet of nauwelijks te winnen. Sinds dit studiejaar lijkt hierin eindelijk verandering te komen: de huidige Redactiecommissie heeft haar eigen commissiespel tot nu toe niet verloren.

Pharmaciae Sacrum

Denk je dat jij met jouw commissie ons wél kunt verslaan? Laat het ons dan weten, en wie weet komen we de volgende editie bij jullie eten!

40

werd na een epic showdown (inclusief epic achtergrondmuziek) de MMC een rolletje rijker. Hedy had vervolgens de pech het koningsadje te pakken, maar dit werd zonder al te veel moeite (schijnbaar smaakt een ‘piña colada-geurkaars’ met sambuca erg lekker) naar binnen gewerkt. Hierna mocht ‘Speurhond’ Annelies in actie komen en na veel gesnuffel raadde ze Evert Jan goed. Anouschka kreeg de twijfelachtige eer om in hondensferen te blijven en moest vijf popliedjes blaffen. Ondanks enthousiaste aanmoediging (“Kom op Lassie, je kunt het!”) lukte haar dit helaas niet. Nog een punt voor de MMC dus. Het volgende slachtoffer was Timo, die met zijn ‘Lekkere kontje’ farmaceutische woorden mocht gaan spellen.* Helaas geen punt voor de MMC, wel een hoop hilariteit. Hierna vond de ‘Spreekwoordenboek’-battle plaats. Hedy had nog iets recht te zetten van de vorige keer, maar deze keer was het Annelies die helaas een blackout kreeg. Als laatste was Quinten aan de beurt. Hij

Foliolum januari 2014


Activiteitenagenda Januari 28

ALV P.S.

Februari

Pharmaciae Sacrum

03 STOF-vergadering 04 P.S.-borrel 05 Dies Symposium 05 Dies Openingsfeest 06 Dies Culturele Avond 08 Dies Buitendag 08 Dies Galadiner 08 Dies Galabal 18 Commissie Informatie Avond 26 Sportdag 28 SSS Eerstejaarssymposium

Maart

03 STOF-vergadering 04 P.S.-borrel 05 Biercantus 13 Masteruitreiking 13 Carrièredag 18 EJC-feest 25 ALV P.S.

Lifestyle diseases

41


Puzzel

Pharmaciae Sacrum

Streep alle woorden weg. De weg te strepen woorden zijn echter weergegeven als een omschrijving, zoals bij een kruiswoordraadsel. Alle omschrijvingen staan op alfabetische volgorde van de weg te strepen woorden. Het getal tussen haakjes geeft aan hoe lang het weg te strepen woord is. Cursieve omschrijvingen zijn cryptisch. Wanneer alle woorden weggestreept zijn, vormen de overgebleven letters de oplossing. Argwanend (13) Orgaan (12) Na het bidden in bad gaan (5) Nederlandse oud-premier (10) Afgenomen in temperatuur of temperament (7) Anemie (12) Reptiel in vuur en vlam (10) Noemer (5) Regenachtig (9) Sprekende gelijkenis (9) Het gebabbel van eenden (6) Verachtelijk, slecht (6) Inwoonster van Ierland (5) Deze vliegen eraan in december (5) Dekseltje (6) Om in te pakken of in te duiken (6) Zo kan iemand met zaagsel in het hoofd (niet) genoemd worden (9) Heeft een kat negen van (6) Hoofdstad van Slovenië (9) Vind je in de Haagse wandelgangen (8)

Bos en …, wijk in Amsterdam (6) Dier dat niets uitvoert (7) Nachtdier (6) Rivier in de Verenigde Staten (11) Niet positief (8) Variabele (9) Bemoeizuchtig familielid (9) Spielberg of Tarantino (9) De outfit voor mannen bij ‘white tie’ (10) Fietsonderdeel (8) Nauwelijks voorkomend (10) Voert het woord (7) Typografisch teken (5) Intoxicatie (12) Door ondiep water lopen (5) Een van de drie machten uit de Trias Politica (9) Bij deze financiële instelling kun je rekenen op een vruchtbare samenwerking (8) Bij een platina huwelijk ben je zoveel jaar getrouwd (8)

Oplossing puzzel Foliolum oktober 2013: 1. Autopsie; 2. Stoelgang; 3. American; 4. Berichten; 5. Prachtig; 6. Roestvast; 7. Randstad; 8. Slingeren; 9. Begeerte; 10. Lichtjaar; 11. Opperste; 12. Sprookjes; 13. Spreuken; 14. Leeuwerik. Eindoplossing: Plichtsgetrouw.

42

Foliolum januari 2014


Colofon Redactiecommissie Boy van Basten Hedy Maessen Anouschka Wolf Britt van Maanen Evert Jan Breman Maike Tromp

Ab-actiaat

Hedy Maessen Paramaribostraat 10 9715 RP Groningen Tel.: 06-23394550 foliolum@rug.nl

Drukkerij

Smeets & Hagenbeck

Oplage

1200 stuks Copyright 2014 Redactiecommissie Foliolum ‘Getikt’ der G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum”. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van schrift, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteurs. Gebruikt bronnenmateriaal is op te vragen bij de Redactiecommissie.



Januari2014