Page 1

nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:57

Pagina 1

G.F .F.S.V .S.V.. P HARMACIAE S ACRUM U NIVERSITAIR C ENTRUM V OOR FARMACIE

Foliolum

J AARGANG XIX E DITIE II D ECEMBER 2005

Dii ess Themaa n ummer

Obesitas


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:57

Pagina 2


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:58

Pagina 3

G.F.S.V. Pharmaciae Sacrum in samenwerking met het Universitair Centrum voor Farmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen

Foliolum Jaargang XIX Editie II December 2005 foliolum@fmnsedu.rug.nl

Farmacon: Obesitas 18

Groningen Expertise Centrum voor Kinderen met Overgewicht Erien Liem en Carianne L’Abée

21

Obesitas – een complexe problematiek Drs. H. Niessink, Nederlandse Obesitas Vereniging

26

De neurobiologie van overgewicht Prof. Dr. A.J.W. Scheurink; Neuroendocrinologie RU Groningen

32

Behandeling van overgewicht en obesitas Dr. Pierre M.J. Zelissen, internist-endocrinoloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Redactie:

Jacomijn Dijksterhuis, Marika Sommen, Rory Habich, Karin Beld, Roelof Oosterhof en Sietse Aukema

Vul/Bindmiddel: 4 5 6 6 7 10 12 14 37 39 41 42 44 47 50

Redactioneel Praesespraat Promoties PS-agenda Kwaliteitszorg in het farmacieonderwijs Verslag Evaluatie commissie AIO-onderzoek belicht Een dag in de apotheek Duik in het archief EIK-intro weekend Student en sport Student in het buitenland Ontgroening door het foliolum; de DIES Commissiepraat Achterkrant

Copyright 2005: niets mag van deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm,of welke andere wijze dan ook zonder toestemming van de Redactiecommissie der Foliolum.

Ab-actiaat: M. Sommen email: foliolum@fmnsedu.rug.nl

Drukkerij: Weisserbach BV, Sneek oplage 1100 stuks


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:59

Pagina 4

e v i S S E R P im Geachte lezer, Vraatzucht, één van de zeven zonden met als mogelijk gevolg Obesitas. Het thema van de Dies dit jaar is zeer actueel te noemen. Soms vraag ik mij of vraatzucht nog wel als een zonde wordt gezien en niet gewoon als een mooi tijdverdrijf. Zo zag ik laatst op een welbekende jongeren muziek zender vier grote kerels en een niet minder forse dame zoveel mogelijk meters sushi naar binnen werken. Dit alles onder luid gejuich van het waanzinnig enthousiaste publiek. Op een zender even verderop was er een strijd gaande tussen brugklassers die als high potentials van de toekomstige maatschappij worden gezien. Op de vraag wat een twaalfjarige jongen later wilde worden antwoordde hij: 'nationaal kampioen schnitzel eten'.

Eén op de vier Amerikanen is te dik. Goed voor ongeveer 7% van de kosten voor de gezondheidszorg. Nederland is ook in dit opzicht volgzaam. De overheid probeert het groeiende probleem op allerlei manieren te voorkomen; o.a. door dansende BN-ers die op de t.v. voordoen hoe te bewegen. Dansende BN-ers of niet; het is een feit, Nederland wordt dikker. En wij als toekomstige apothekers kunnen onze ogen hier dientengevolge dan ook niet voor sluiten. Om onze ogen voor dit probleem te openen hebben we ook voor dit nummer weer een aantal schrijvers bereid gevonden om een bijdrage te leveren. Prof. Scheurink geeft ons een inleiding in de neurobiologie van het overgewicht. Dat overgewicht een groeiend probleem is, zeker ook voor kinderen, laten Eryn Liem en Carrianne L'Abee ons zien. Naast onderzoek en epidemiologie is er zeker ook aandacht voor de behandeling van overgewicht in de vorm van een artikel van Dr. Pierre Zelissen. Omdat obesitas niet alleen een medisch probleem is, maar ook zeker een maatschappelijk en persoonlijk, vertelt Hanneke Niesink over het werk van de Nederlandse Obesitas Vereniging. Naast deze 'zware' lectuur zijn er natuurlijk ook nog andere zonden in dit blad te vinden. De Dies commissie was maar al te gretig om zich te laten interviewen door onze redactie. Hiervan is uiteraard een mooi verslag gemaakt. Ik kan u tevens aanraden de bijdrage van ons zeer gewaardeerde P.S. erelid Prof. Dr. J.H.G. Jonkman te lezen. Hij is zo vriendelijk geweest met ons in de tijd terug te gaan naar de wellustige praktijken van de farmaciestudent van zo'n kleine veertig jaar geleden. En hoe anders zag een bestuursjaar er in die tijd uit! De commissiepraat in dit nummer is iets anders vorm gegeven dan normaal gesproken. Om in de Sinterklaas sfeer te blijven kunt u in rijmvorm lezen hoe het de huidige commissies van P.S. momenteel vergaat. U kunt verder nog genieten van het verslag van een farmaceute abroad; Dieuwerke die de bloemetjes buiten zet in Curaçao.

Redactioneel

Wanneer deze editie van het Foliolum u onder ogen komt is de Dies Natalis van "Pharmaciae Sacrum" in volle gang. Tijdens het symposium wordt vraatzucht behandeld. Ik ben er van overtuigt dat in de rest van de week de andere zonden ten overvloede aan bod zullen komen. De vraag is natuurlijk of deze zonden, die door de Diescommissie worden aangestipt, een gedragsverandering teweeg zullen brengen of dat zijn ons deze dagen juist ten volle de gelegenheid geven ons te verliezen in de zonde.

4

Ad Fundum op de Dies! Jacomijn Dijksterhuis h.t. praeses Redactiecommissie '05-'06

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

Geachte leden,

14:59

Pagina 5

Scheper

s

De decembermaand is al weer aangebroken, de dagen worden korter en iedere dag weer droog op de faculteit aankomen begint steeds lastiger te worden. Dat wij in een 'kikkerlandje' leven hoef ik jullie natuurlijk niet uit te leggen en de consequenties daarvan zijn bij een ieder ook wel bekend. Toch kijk ik, als praeses van Pharmaciae Sacrum, al enige tijd uit naar deze koude, natte maand. De reden hiervoor zal voor jullie geen geheim zijn, want op de 12e van de 12e wordt onze mooie vereniging weer een jaartje ouder. Een heugelijk feit waar menig P.S.er trots op is. Dat blijkt wel uit het grote enthousiasme waarmee de Dies onthullingsborrel bezocht is. En zoals ieder jaar zal het ook deze Dies geen probleem zijn om de verschillende activiteiten vol te krijgen. Terecht dus ook dat de Redactiecommissie besloten heeft om het thema van deze Foliolum te wijden aan de Dies. Vandaar dat deze editie over obesitas, of wel vraatzucht gaat. Niet een onderwerp om licht over te denken, het probleem wordt namelijk wereldwijd steeds groter. Vooral de co-morbiditeit die optreedt is steeds vaker zichtbaar in de maatschappij. Diabetes, hart/vaatziekten en gewrichtsaandoeningen zal een ieder van ons wel uit zijn nabije omgeving kennen. Goed dus om dat al bij de apothekers in spĂŠ aan de orde te brengen. Daarnaast zullen er hopelijk een aantal reeds werkende apothekers in de zaal zitten zodat ook de praktijk ervaringen niet zullen ontbreken. De Diescommissie heeft een interessant arsenaal aan sprekers gevraagd voor deze dag, een informatieve dag zal het dus zeker worden. Ook de culturele avond belooft erg leuk te worden, met als klapper op de vuurpijl natuurlijk de onthulling van de 20e almanak. Als afsluiting kan een ieder lid vervolgens helemaal uit zijn dak gaan op het Gala. Al met al belooft het dus ook dit jaar weer een spetterende Dies te worden waar ik een ieder van jullie hopelijk begroeten mag. Naast de Dies zijn er uiteraard de nodige borrels gepland. Zo zal op 6 december de Sinterklaasborrel zijn waar wij hopelijk weer de goed heiligman welkom mogen heten. Het is toch altijd weer spannend wat er dit jaar allemaal in het grote boek geschreven staat over de (meestal zo zoete) P.S'ers. En uiteraard zal het nieuwe jaar gezellig geopend worden tijdens de nieuwjaarsborrel van 10 januari. Voor nu wens ik je veel plezier met het lezen van dit 'imPRESSive' foliolum. Namens het 124e bestuur der G.F.S.V. "Pharmaciae Sacrum" Met vriendelijke groet, Emiel Schepers h.t. praeses

Praesespraat

Foliolum Ed. II december 2005

5


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:59

Pagina 6

Promovendi

FWN

Professioneel pillendraaien: voorspellen wat er in de snelkneder gebeurt blijft lastig In de industrie, en met name de famaceutische industrie, wordt veel met poeders gewerkt. Vaak is het handig ze om te werken tot 'granules', grotere bolletjes die gemaakt worden door aan het poeder een bindmiddel toe te voegen. Granules hebben verschillende voordelen, bijvoorbeeld bij het verpakken en opslaan van het product. Dat gaat het beste als de granules mooi rond en glad zijn. In de farmacie is het ook heel belangrijk om te weten hoe granules weer uiteen vallen. Voor het maken van granules wordt een soort professionele keukenmachine gebruikt: de high shear mixer ofwel snelkneder. Het hele proces luistert nogal nauw; er zijn veel factoren die het uiteindelijke resultaat beïnvloeden. Zo maakt het verschil of een glazen danwel roestvrijstalen kuip wordt gebruikt of eentje van plexiglas. Ook de randhoek van de mengkom en de snelheid waarmee de verschillende ingrediënten worden toegevoegd zijn van invloed. Farmaceute Anneke Bouwman onderzocht welke materiaaleigenschappen verantwoordelijk zijn voor de vorm van de uiteindelijke granules. Zij voerde daarvoor veel praktische proeven en metingen uit met de high shear mixer, vooral met poeders die in de farmaceutische industrie gebruikt worden als hulpstof om medicijnen toe te dienen. Twee nieuwe methoden om de sterkte en interne structuur van de granules te onderzoeken werden daarbij met succes ingezet. Helaas bleek het niet mogelijk om de krachten na te bootsen die een natte granule ondervindt in de mixer. Anneke Bouwman (Linschoten, 1975) studeerde technische farmacie in Groningen. Het onderzoek werd uitgevoerd bij de vakgroep Farmaceutische Technologie en Biofarmacie. Bouwman werkt momenteel als scientist in de farmaceutische industrie.

Datum en tijd maandag 14 november 2005, 14.45 uur Promovendus mw. A.M. Bouwman Proefschrift Form, formation, and deformation. The influence of material properties and process conditi ons on the shape of granules produced by high shear granulation Promotor prof.dr. H.W. Frijlink en prof.ir. J.A. Wesselingh Faculteit wiskunde en natuurwetenschappen Plaats Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen Informatie mw. A.M. Bouwman, tel. (0522) 23 54 40 (werk), tel. (050) 360 01 55, e-mail edwin_anneke@wanadoo.nl (privé)

6

gend

d

Promovendi

P.S. -a

em ec

5. STOF-vergadering 11. P.S. - Borrel 6. P.S.-borrel 25. ALV 7. t/m 9 Dies Natalis 29. AV KNPSV 8. Almanakonthulling ari u n r 15. Real Life Game ja be

Foliolum Ed. II december 2005

februari

1. P.S. - Borrel & Bec onthulling 3. EJC-feest 8. LSK-lezing

a


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:59

Pagina 7

Kwaliteitszorg in het farmacieonderwijs Onze universiteit heeft de ambitie om de kwaliteit van haar onderwijs voortdurend te verbeteren. In 2004 zijn zowel binnen onze faculteit (de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen (FWN)) als RuG-breed commissies ingesteld die zich bezighouden met het kwaliteitsbeleid voor het onderwijs. Farmacie participeert actief in deze commissies. Het farmacieonderwijs aan de RuG is bij de vorige visitatie (2000) goed beoordeeld. Ook uit andere bronnen buiten de opleiding (zoals Elsevier, Bètawijzer, Keuzegids voor Hoger Onderwijs, Beroepengids) blijkt dat studenten en afgestudeerden steeds een positief beeld hebben van de opleiding (kwaliteit en betrokkenheid van de onderwijsgevers). Ons beleid is erop gericht de huidige kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te verbeteren. Begin 2006 vindt er weer een visitatie van ons onderwijs plaats. De uitkomst hiervan is belangrijk voor de toekomst van onze opleidingen. Kwaliteitszorg is een van de criteria waarop beoordeeld zal worden. Kwaliteitszorg is een cyclisch proces, waarin achtereenvolgens de vier componenten van de zogenaamde Demingcyclus (Plan, Do, Check, Act) worden doorlopen. Kwaliteitszorg vindt plaats op twee niveaus: die van het curriculum als geheel en die van de individuele cursussen. Bij de interne kwaliteitszorg voor het farmacieonderwijs (bachelor- en masteropleiding Farmacie, bacheloropleiding Farmaceutische Wetenschappen) zijn vier commissies betrokken: de Evaluatiecommissie, de Examencommissie, de Opleidingscommissie en de Raad van Advies. Deze commissies vergaderen maandelijks. In de afgelopen jaren is een groot aantal cursussen aanzienlijk van inhoud veranderd en zijn er nieuwe geïntroduceerd. Voorbeelden hiervan zijn: Introductie Apotheek, Oriëntatie Geneesmiddelonderzoek, Bioanalyse, Communicatie en Oriëntatie, Genetica, Geneesmiddelproductie en Onderzoek, GIMMICS. Momenteel wordt veel aandacht besteed aan het verbeteren van het stageonderwijs. Het effect van veranderingen en vernieuwingen (verbetering?) dient zorgvuldig in kaart te worden gebracht. De Evaluatiecommissie speelt steeds een belangrijke rol bij de kwaliteitsbewaking en -controle. Zij onderwerpt de cursussen aan een periodieke evaluatie door middel van goed omschreven procedures. Voor de studenten is de Evaluatiecommissie waarschijnlijk het meest zichtbare facet van het hele kwaliteitszorgsysteem. De Opleidingscommissie evalueert het onderwijs op curriculumniveau. Verbeteringen in het onderwijs worden ondermeer aangebracht op grond van kritiek uit de Evaluatiecommissie en uit de Opleidingscommissie. In dit artikel worden de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende commissies besproken.

Evaluatiecommissie De Evaluatiecommissie is een uitvoerende commissie en is sinds 1994 belast met de periodieke evaluatie van het farmacieonderwijs. Zij geeft feedback aan de verantwoordelijke docenten en adviseert de Opleidingscommissie en de portefeuillehouder Farmacie van het Opleidingsinstituut Levenswetenschappen(1). De Evaluatiecommissie evalueert alle cursorisch gegeven studieonderdelen met behulp van enquêteformulieren, ontwikkeld door het UOCG (Universitair Onderwijs Centrum Groningen)(2). In de Evaluatiecommissie hebben zitting: de studieadviseur, uit elk vakgebied een docent en minimaal vier studenten. De portefeuillehouder Farmacie en de beleidsmedewerker onderwijs wonen de vergaderingen van de Evaluatiecommissie bij. De Evaluatiecommissie verzorgt een jaarverslag. De Evaluatiecommissie wordt ondersteund door het secretariaat van het Bureau Onderwijs.

1) 2)

Kwaliteitszorg

Alle cursussen van het farmacieonderwijs worden periodiek geëvalueerd. Daarbij wordt de volgende systematiek gehanteerd: · Alle propedeusecursussen worden ieder jaar geëvalueerd. · De vakken uit de postpropedeusefase van de bacheloropleidingen en uit de masteropleiding zijn geclusterd in drie groepen. Ieder jaar worden de cursussen uit één cluster geëvalueerd, waardoor al het onderwijs tenminste eenmaal per drie jaar door de Evaluatiecommissie wordt behandeld.

Zie kader over Tripos-structuur. Tot 2005 het COWOG (Centrum voor Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek Groningen).

Foliolum Ed. II december 2005

7


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:59

Pagina 8

· Cursussen waarbij een nieuwe docent het onderwijs verzorgt en cursussen waarvan de inhoud sterk is veranderd worden geëvalueerd. · Cursussen waarop relatief veel kritiek is geuit worden in het volgende cursusjaar wederom geëvalueerd. Wanneer daartoe aanleiding is kan een cursus op verzoek van docenten of studenten ook buiten dit stramien om geëvalueerd worden. Bij het afsluiten van een cursus wordt iedere student gevraagd een standaardevaluatieformulier -met vooral meerkeuzevragen- in te vullen. Deze formulieren worden per cursus geanalyseerd door het UOCG. De resultaten van de geëvalueerde cursussen worden vervolgens vertrouwelijk besproken in de Evaluatiecommissie. Er wordt door middel van een brief verslag gedaan aan de verantwoordelijke docent(en). Als er commentaar is op een cursus, nodigt de Evaluatiecommissie de docent(en) uit voor een gesprek. Gezamenlijk wordt gezocht naar haalbare oplossingen om de cursus te verbeteren. Ruim voor aanvang van de volgende cursus wordt nagegaan in hoeverre de aanbevelingen zijn gerealiseerd. Kopieën van verslagen van de Evaluatiecommissie worden naar de voorzitters van de basiseenheden gestuurd en zijn bespreekpunt tijdens functioneringsgesprekken met de docenten. Van elke geëvalueerde cursus wordt een korte samenvatting "openbaar" gemaakt en gepubliceerd in Foliolum. Een belangrijke doelstelling van cursusevaluaties is uiteindelijk het aantal "probleemcursussen", waarbij gesprekken tussen docenten en Evaluatiecommissie plaatsvinden, tot nul te reduceren. In de postpropedeutische fase is dit reeds gerealiseerd; de propedeuse laat een wisselend beeld zien. Over de cursussen Statistiek, PC-gebruik, Celbiologie (practicum) en Fysische Farmacie zijn er de laatste jaren geen gesprekken meer geweest. Analytische Chemie (theorie en practicum) is een moeilijk vak. Mede door de komst van een nieuwe hoogleraar is daar recent een aanzienlijke kwaliteitsverbetering gerealiseerd. De kwaliteit van Inleiding Technische Farmacie lijkt te verbeteren op basis van punten die door de Evaluatiecommissie werden aangedragen. Wiskunde blijft een probleemvak, maar heeft nu een andere docent. De aandacht voor het onderwijs door middel van cursusevaluaties heeft door de jaren heen tot aanzienlijke verbeteringen geleid, maar met name in de propedeuse blijft een aantal knelpunten bestaan. Een punt van zorg is dat de aansluiting tussen VWO en WO de laatste jaren lijkt te verslechteren. Om het huidige niveau van onze opleidingen te handhaven, zonder concessies te doen aan de eindtermen, wordt overwogen om voor een aantal vakken "bijspijkercursussen" te organiseren die voorafgaan aan de "normale" cursussen. Daarnaast heeft de propedeuse een selecterende functie voor het vervolg van de opleidingen en zal er altijd een zeker percentage aan studenten afvallen omdat zij minder geschikt of ongemotiveerd zijn.

Kwaliteitszorg

Examencommissie

8

De Examencommissie bewaakt de orde en de voortgang van de examens. Ze behandelt voornamelijk bezwaren, afwijkingen in studieprogramma's, regelingen en richtlijnen van de examens, etc. Deze commissie heeft de volgende verantwoordelijkheden: · Afnemen van examens en de organisatie en coördinatie van tentamens. · Aanwijzen van examinatoren en extramurale deskundigen, die belast zijn met de tentaminering en de examinering. · Vaststellen van Regels en Richtlijnen met betrekking tot tentamens en examens, behorende tot de bachelor- en masteropleiding Farmacie, de bacheloropleiding Farmaceutische Wetenschappen en de ongedeelde doctoraalopleiding Farmacie (inclusief de postdoctorale apothekersopleiding), en controle op handhaving van deze regels. · Advisering over wijzigingen van het onderwijsprogramma en de uitvoering daarvan. · Goedkeuren van afwijkingen van het studieprogramma, extramurale onderzoeksprojecten en vrijstellingen, voor zover dit in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) voor de opleiding is geregeld. De Examencommissie heeft ook richtlijnen gegeven voor de beoordeling van onderzoeksprojecten. De Examencommissie bestaat uit alle leden van het vaste wetenschappelijk personeel, die bij het onderwijs van de opleiding betrokken zijn. Voor de dagelijkse gang van zaken heeft de Examencommissie een dagelijks bestuur. In deze commissie zijn studenten niet vertegenwoordigd. De onderwijscoördinator en de studieadviseur zijn als adviseurs aan het dagelijks bestuur van deze commissie toegevoegd.

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

14:59

Pagina 9

Opleidingscommissie De Opleidingscommissie heeft een belangrijke rol bij de vormgeving en evaluatie van het onderwijsprogramma van de opleiding. Zij spreken zich uit over roosterzaken, exameneisen, studieprogramma's, etc. De commissie heeft de volgende taken: · Overleg met de portefeuillehouder Farmacie over het programma en de OER van de opleidingen. · Adviseren van het faculteitsbestuur over het programma van de opleidingen en de OERen van de opleidingen. De Opleidingscommissies bestaan voor de helft uit studenten en voor de helft uit medewerkers. Over het cursusjaar 2004-2005 zal de Opleidingscommissie voor het eerst een jaarverslag produceren.

Raad van Advies De Raad van Advies bestaat uit de portefeuillehouder Farmacie, twee personeelsleden (docenten) en een student. Toegevoegd aan deze commissie zijn de onderwijscoördinator en de beleidsmedewerker onderwijs. De Raad van Advies adviseert de portefeuillehouder Farmacie over de uitvoering van de opleidingsprogramma's. Om een indruk te krijgen hoe de eerstejaars studenten de overgang VWO-WO hebben ervaren organiseert de Raad van Advies jaarlijks, in mei of juni, een gesprek met een delegatie van het betrokken jaar. De Raad van Advies vergadert maandelijks.

Andere aspecten Een aantal andere aspecten en maatregelen, buiten de genoemde commissies om, is belangrijk bij het handhaven van kwalitatief goed onderwijs. Relevant in dit kader zijn: · Voor de registratie en de evaluatie van de studieresultaten van alle studenten aan de RuG wordt ProgRESS-www gebruikt. Voor de farmacieopleidingen wordt ProgRESS tevens gebruikt voor de controle van de studievoortgang van cohorten studenten. Het systeem biedt de mogelijkheid om knelpunten en probleemgevallen te signaleren. · Alle nieuw aangestelde docenten moeten de cursus Basisvaardigheden te volgen, die door het UOCG wordt aangeboden. Hierbij wordt een op maat gesneden docentprofessionaliseringsplan opgesteld. Na het volgen van deze cursus voldoen docenten aan de eisen die het College van Bestuur (CvB) stelt aan de didactische voorbereiding van nieuwe docenten (inclusief het verzorgen van Engelstalig onderwijs). · De opleidingsdirecteur of de betreffende portefeuillehouder voert jaarlijks functioneringsgesprekken met de hoogleraren die voorzitter zijn van een basiseenheid. De voorzitters van de basiseenheden voeren de functioneringsgesprekken met de overige wetenschappelijke stafleden binnen hun basiseenheid. Het onderwijs en docentprofessionalisering zijn hierbij onderwerp van gesprek. Indien nodig wordt zittend personeel (aanvullend) didactisch geschoold. · Zittend personeel neemt deel aan activiteiten die gericht zijn op docentprofessionalisering. Het volgen van didactische cursussen, bijvoorbeeld de cursus Basisvaardigheden, behoort tot de mogelijkheden. · Jaarlijks wordt binnen de afdeling Farmacie een onderwijsmiddag gehouden, waaraan de vaste stafleden zoveel mogelijk een actieve bijdrage leveren. · Student-assistenten volgen een verplichte didactische cursus van twee dagdelen. · In het kader van het kwaliteitsbeleid van de FWN wordt een formeel systeem van kwaliteitsbeoordeling van docenten ingevoerd, DOCES genaamd. · Invoering van de klapper Communicatieve Vaardigheden en de ontwikkeling van een leerlijn communicatieve vaardigheden door gehele curriculum heen.

Besluit

Met dank aan prof.dr. Jan Piet Franke (directeur Opleidingsinstituut voor Levenswetenschappen) en dr. Bert Schoonen (portefeuillehouder Farmacie) voor hun waardevolle suggesties. Dr. Herman Woerdenbag Beleidmedewerker onderwijs Farmacie

Foliolum Ed. II december 2005

Kwaliteitszorg

Een onderwijsprogramma met de daarbij behorende faciliteiten kan alleen up-to-date worden gehouden als er ook van studentenzijde continue aandacht voor is. Docenten en studenten vormen een community (aldus staatssecretaris Mark Rutte). Hier slaat hij ons inziens de spijker op de kop. Bij het universitaire onderwijs ligt de nadruk op de vorming en ontplooiing van de student tot een kritisch lid van de academische gemeenschap.

9


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:00

Pagina 10


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:00

Pagina 11

Tripos-structuur Sinds september 2004 telt de FWN drie opleidingsinstituten: het Opleidingsinstituut voor Levenswetenschappen (OLw), het Opleidingsinstituut voor Natuurwetenschappen en Technologie (ONT) en het Opleidingsinstituut voor Informatiewetenschappen (OI). Deze drie opleidingsinstituten worden elk geleid door een opleidingsdirecteur, die tevens voorzitter is van het bestuur van het opleidingsinstituut. Directeur van het OLw is prof.dr. J.P. (Jan Piet) Franke. De opleidingen Farmacie (bachelor en master; opleiding tot apotheker) en Farmaceutische Wetenschappen (bachelor) zijn ondergebracht in het OLw. De portefeuillehouder Farmacie van het bestuur van het OLw, dr. A.J.M. (Bert) Schoonen, is verantwoordelijk voor deze opleidingen.

EVALUATIES CURSUSSEN STUDIEJAAR 2004/2005

Celbiologie practium, februari 2005 (groep 1 en 2) Best een pittig practicum, maar over de opzet, inhoud, en organisatie van de cursus in het algemeen is men dik tevreden (brief 2 + aanbeveling uitleg geven aan student-assistenten waarom er verschillen zijn wat betreft voorschriften ACI prac en Celbiologie prac.). Organische Chemie 1A+B, juni 2005 Het vak heeft een nieuwe opzet gekregen waarop veel kritiek is. Er is vooral behoefte aan meer hoor- en werkcolleges (brief 3). Gesprek met de docent moet nog plaatsvinden. Immunologie, juni 2005 Als geheel krijgt de cursus een positieve waardering. Er is vooral vooruitgang geboekt ten aanzien van een oefententamen, de dictaten en van het tentamen. De colleges moeten nog wel beter op elkaar aansluiten (brief 1). Pathofysiologie, juli 2005 De cursus wordt in het algemeen als goed beoordeeld. De kritiek richt zich voornamelijk op de grote hoeveelheid stof en de moeilijkheid van het tentamen (brief 1). Fysiologie I, juli 2005 Het vak wordt positief beoordeeld met goede en zinvolle werkcolleges (brief 1) Fysische Farmacie, juli 2005 De cursus blijft relatief zwaar, en het tentamen moeilijk. Toch is de algemene waardering voor de cursus goed, en er is een duidelijke verbetering van de cursus waarneembaar over de laatste paar jaren (brief 1 + met de opmerking ontbreken relevantie vak met de aanbeveling meer een link proberen te leggen met Farmacie).

Diabetes, juni 2005 Leuke en interessante cursus (brief 1). Genetica, juli 2005 Over het algemeen een goede, niet te zware cursus (brief 1 met verzoek oefententamen beschikbaar te stellen).

Foliolum Ed. II december 2005

Evaluatiecommissie

Organische Chemie practicum, februari / maart 2005 Deze cursus is heel goed geĂŤvalueerd complimenten voor de docent (brief 1).

11


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:00

Pagina 12

Kynurenic acid en schizofrenie Ulrike Dijkman, Farmacochemie, RuG Schizofrenie is een stoornis die in Nederland bij ongeveer 100.000 mensen voorkomt. Jaarlijks komen daar zo'n 1600 nieuwe patiënten bij. Tien procent van de patiënten sterft door suïcide, het percentage schizofreniepatiënten met suïcidale neigingen ligt tussen de 40 en 50% [1]. Afgezien van de verhoudingsgewijs hoge prevalentie van schizofrenie, is de sociale impact van de ziekte op de betroffen persoon (en familieleden) een groot probleem. Schizofrenie uit zich in de meeste gevallen bij jong volwassenen. De patiënten zitten in een zeer bepalende levensfase, waar doorgaans beslissingen worden genomen die het verdere leven beïnvloeden. De symptomen van schizofrenie zijn ruwweg te verdelen in positieve symptomen (hallucinaties, wanen, verwardheid, soms gepaard met angst, depressie, agressiviteit), negatieve symptomen (apathie, vertraging, mentale uitputting) en cognitieve stoornissen. Het precieze mechanisme achter de ziekte blijft tot vandaag onopgehelderd. Aanvankelijk werd een verhoogde spiegel dopamine in de hersenen gezien als de oorzaak van de symptomen. Later verfijnde men deze hypothese en stelde, dat de dopamine-afgifte in de hersenen uit balans is. In sommige hersendelen zou de concentratie verhoogd, in andere verlaagd zijn. Tegenwoordig is men ervan overtuigd, dat de oorsprong van de ziekte niet uitsluitend gezocht moet worden in het dopaminerge systeem, maar dat een heel netwerk van neurotransmitters betrokken is, waardoor uiteindelijk ook de dopaminespiegels uit balans geraken.

Recentelijk is gebleken, dat bij patiënten met schizofrenie een verhoogde concentratie kynurenic acid (KYNA) in de hersenen aanwezig is.[2,3] KYNA is een product uit het tryptofaan metabolisme en blokkeert de glycine coagonist site van de NMDA receptor (een ionotrope glutamaat receptor). In hogere concentraties antagoneert het alle ionotrope glutamaat receptoren via de glutamaat bindingsplaats, met wel een voorkeur voor de NMDA receptor. Een betwiste werking van KYNA is verder de blokkade van de a7* nicotine ACh receptor. De KYNA-hypothese over schizofrenie stelt, dat een verhoogde KYNA spiegel de werking van de exitatoire neurotransmitter glutamaat beïnvloedt, waardoor de regulatie van activiteit van dopamine neuronen wordt verstoord. Enzym remmers

Onderzoek belicht

Om deze hypothese te testen, zijn manieren nodig om de KYNA spiegels in de hersenen te beïnvloeden. Zoals eerder vermeld, is KYNA een product uit het tryptofaan metabolisme (fig.1). De directe precursor van KYNA is kynurenine, omzetting vindt plaats door het enzym kynurenine aminotransferase (KAT). Door dit enzym nu te remmen, kan de aanmaak van KYNA geremd worden, waardoor KYNA spiegels zullen dalen. Echter zijn er geen goede remmers voor dit enzym beschikbaar. Het doel nu van dit onderzoek is het vinden van selectieve KAT-remmer teneinde de effecten van verlaging van KYNA op symptomen van schizofrenie te kunnen onderzoeken.

12

Dit probleem is van twee kanten benaderd. Ten eerste is gekeken naar het enzym, zijn structuur en daarmee samenhangend werkingsmechanisme. Met molecular modeling zijn 4 computermodellen van het enzym gebouwd, die op dit moment worden vergeleken en gevalideerd. Ook zijn aan een van de modellen molecular dynamics studies uitgevoerd, waarbij de modellen voor een fractie van een seconde worden 'losgelaten' en hun gedrag in waterige oplossing als functie van ruimte en tijd wordt bestudeerd. Verder zullen het substraat en later ook remmers in het enzym 'gedockt' worden om te bestuderen wat er nodig is voor binding en/of omzetting.

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:00

Pagina 13

Daarnaast is gekeken naar het substraat van het enzym, kynurenine. Door chemische modificaties aan te brengen in de structuur wordt gestreefd naar een structuur die wel past in de active site van het enzym, maar niet wordt omgezet. Hierdoor treedt idealiter competitieve remming van het enzym op. Er is een set verbindingen gesynthetiseerd en deze is getest in een enzymassay, waarbij de omzetting van kynurenine in kynurenic acid is gemeten in aan- en afwezigheid van de verbindingen. De meest actieve verbinding is getest in vivo, met microdialyse en ook is er een electrofysiologisch experiment uitgevoerd. De verbinding bleek niet selectief op kynurenine aminotransferase te werken. Op moment van schrijven wordt een tweede generatie remmers gesynthetiseerd, en wordt gekeken naar de selectiviteit van de remmers voor kynurenine aminotransferase ten opzichte van kynurenine 3-hydroxylase, een enzym dat eveneens kynurenine als substraat heeft en daardoor direct in verband staat met de voor KAT beschikbare hoeveelheid kynurenine. Als een selectieve remmer is gevonden, staan verschillende dierproeven ter beschikking om het effect van deze remmer op KYNA-spiegels en daarmee gepaard gaande effecten op de symptomen van schizofrenie te testen.

tryptophan

O

5-HT

melatonin

COOH NH2

OH

kynurenine aminotransferase

NH2

N

kynurenine

COOH

kynurenic acid

xanthurenic acid quinolinic acid

NAD

Fig. 1 Het tryptofaan metabolisme en de plaats van kynurenic acid binnen deze metabole route.

Foliolum Ed. II december 2005

Onderzoek belicht

1. Multidisciplinaire richtlijn Schizofrenie - Richtlijn voor de diagnostiek, zorgorganisatie en behandeling van volwassen cliĂŤnten met schizofrenie. GGZ 2005 2. Schwarcz, R.; Rassoulpour, A.; Wu, H. Q.; Medoff, D.; Tamminga, C. A.; Roberts, R. C. Increased cortical kynurenate content in schizophrenia. Biol. Psychiatry 2001, 50, 521-530. 3. Erhardt, S.; Blennow, K.; Nordin, C.; Skogh, E.; Lindstrom, L. H.; Engberg, G. Kynurenic acid levels are elevated in the cerebrospinal fluid of patients with schizophrenia. Neurosci. Lett. 2001, 313, 96-98.

13


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:01

Pagina 14


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:01

Pagina 15

De 'to-do list' van een apotheker...

Toen ik gevraagd werd door de redactie van Foliolum om een stukje te schrijven over mijn dagelijkse werk en de reden waarom ik apotheker ben geworden, moest ik even lachen, want het is geen alledaags verhaal. Na mijn doctoraal was ik er namelijk van overtuigd dat er veel leukere banen in het leven waren dan die van apotheker, en daarom had ik ook besloten om het onderzoek in te gaan, liever dat dan de apothekersopleiding. Als AiO heb ik mij 4 en een half jaar bezig gehouden met een diermodel voor chronisch allergisch astma bij de vakgroep Moleculaire Farmacologie (dat heet nu basiseenheid geloof ik), en eigenlijk wel met heel veel plezier. Dat wil zeggen, de eerste drie jaren had ik heel veel lol aan het bedenken, opzetten, plannen en uitvoeren van de experimenten, en het verwerken van de resultaten. Spannend was dat, vooral als mensen van buiten de vakgroep interesse toonden in de behaalde resultaten, en het onderzoek heel waardevol vonden. Daarna werd het voor mij een stuk moeilijker; het schrijven bleek voor mij een crime. Wat had ik een moeite met het stilzitten achter een bureau, het geconcentreerd lezen van artikelen en de juiste dingen eruit filteren om die dan ook nog eens op een goede manier op papier te krijgen! En wat waren er veel dingen die als excuus konden dienen om maar niet achter dat bureau te hoeven zitten! Het moeilijkst was misschien nog wel dat ik er niet goed mee om kon gaan dat ik voor mijn eigen gevoel aan het eind van de dag niets concreets 'geproduceerd' had. En dat samen zorgde ervoor dat ik toch nog eens heel goed ben gaan nadenken over mijn toekomst; voor mezelf was ik er al uit dat ik toch niet een goede onderzoeker zou worden, en een matige wilde ik niet zijn. Bij apotheek Zuidhorn mocht ik een dagje in het team meedraaien onder leiding van apotheker C. Hollenga, gewoon om eens te kijken hoe een dag er in de apotheek eruit ziet, en aan het eind van die dag wist ik het zeker; ik had mij eerder hopeloos vergist, en ik wilde nog maar ĂŠĂŠn ding, en dat was apotheker worden...De dynamiek van de apotheek en het gevoel dat je aan het eind van de dag iets gedaan hebt maakten het vak voor mij ineens heel aantrekkelijk! Het gevolg was dat ik weer de studiebanken ben ingedoken voor de apothekersopleiding, die ik in het voorjaar van 2002 heb afgerond. Op mijn eerste stagedag in de openbare apotheek stond ik trouwens meteen voor een flinke uitdaging: een klein kereltje van een jaar of vijf en zijn papa stonden aan de balie, met de vraag of de apotheek ook catheterstoppen had voor de catheter van Junior. Samen met een van de assistentes hebben we Junior toen op een stoel neergezet, de papa ernaast, we hebben een la opengetrokken en we hebben gekeken wat er paste, net zo lang tot we de oplossing hadden gevonden. Aan dat jongetje denk ik nog regelmatig terug, want terwijl mijn benen veranderd waren in pap bij het zien van zijn catheter, las ik in zijn ogen een grenzeloos vertrouwen. Trots en opgelucht was ik die dag, omdat hij niet teleurgesteld naar huis ging.

Foliolum Ed. II december 2005

Een dag in de apotheek

Nu, bijna 4 jaar later ben ik beherend apotheker in apotheek A-Straat in Groningen, en ik heb nog steeds geen dag spijt gehad van mijn besluit om het roer drastisch om te gooien. Als openbaar apotheker ben je namelijk zoveel meer dan alleen maar apotheker; je bent tegelijkertijd probleemoplosser, personeelsmanager, vraagbaak voor patient en arts, vormgever van je bedrijf, geneesmiddelenproducent, en ook nog eens computerexpert en (soms) uitsmijter. Dat vraag wel enige flexibiliteit en je moet je hoofd koel kunnen houden als er teveel dingen ineens gebeuren, maar de uitdaging zit in het vinden van de goede oplossingen, zowel voor je team als voor je patienten. Zo zijn wij bijvoorbeeld vorige week overgestapt op een ander computersysteem, waar de assistenten heel weinig ervaring mee hadden. De eerste dag leidde dat tot behoorlijke vertraging aan de balie, en rijen clienten die tot op de stoep stonden. De kunst is dan om toch een glimlach te houden, iedereen de aandacht te geven die hij of zij vraagt, een kopje koffie en wat uitleg te bieden aan de clienten, en de file zo vlot en zo goed mogelijk weg te werken. We hebben geen boze client gehad. De dames zuchtten wel 'Oeffff!' aan het eind van de dag, maar konden ook nog lachen en waren ervan overtuigd dat het de volgende dag vlotter zou gaan. Als zo'n dag voorbij is, en het is goed gegaan, dan weegt de voldoening huizenhoog op tegen de vermoeidheid die wel toeslaat na een 10-urige werkdag.

15


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 16

Hoe mijn standaard werkdag eruit ziet in de apotheek? Die is er niet! Er gebeuren hier standaard zoveel gekke dingen, dat de standaard werkdag niet bestaat. Als het niet al te druk is, probeer ik 's morgens meestal wat administratie te doen, FTO voor te bereiden (zoals vandaag) en protocollen te schrijven voor capsules of cassettes die gemaakt moeten worden, vandaag zijn het hydrocortisoncapsules. Eén blik op mijn 'to-do list' van deze week leert dat ik ook nog een beleidsplan moet schrijven (ik doe een cursus bedrijfsmanagement), een handleiding voor onze nieuwe kassa, en één voor het nieuwe semi-automatische bestelsysteem, een gebruiksaanwijzing voor de babyweegschaal schrijven, uitzoeken hoe ik niet-taxe artikelen in ons nieuwe apotheeksysteem kan invoeren, een stapel 'gekke' recepten nakijken, want die zijn niet goed ingevoerd, een folder nakijken op leesbaarheid voor het ouderenproject in de stad (daarin zit ik als adviseur), een stageverslag nakijken van mijn laatste stagiare, nakijken of alle machtigingen voor hulpmiddelen alweer goed zijn ingevoerd in het nieuwe computersysteem (die waren niet meegekomen in de omzetting van het ene naar het andere systeem), een handleiding schrijven voor de elektronische receptkoppeling met de huisartsen voor mijn assistenten (dat hebben wij sinds vorige week) en de huisartsen van Groningen een e-mail sturen dat het inderdaad werkt. Daarnaast moet ik nog een werkrooster maken voor de maand December, een nieuwe update van het apotheeksysteem laden, een aantal details regelen voor het arbeidscontract van degene die mij gaat vervangen tijdens mijn zwangerschapsverlof, de leverancier van mijn computersysteem achter de broek zitten, want die moet nog een aantal kleine dingen komen instellen, en dat laatste moet allemaal beslist vandaag. Ook heb ik nog een vraag liggen van een van mijn patienten, die een probleem heeft met één van zijn medicijnen (Ropirinol (;tegen restless legs) hoe kan het dat het soms heel snel werkt, en soms helemaal niet, heeft dat iets te maken met iets dat ik eet?) die ik eigenlijk vandaag wil uitzoeken. O, daar gaat 'ie weer; er moet voor een huisarts in Stad even worden uitgezocht hoeveel morfine en haldol in een cassette moet voor een patient die al oraal tramadol, oxycontin en haldol gebruikte, maar ernstige slikproblemen heeft. Daarna moet de cassette eigenlijk aan het eind van de middag nog even bezorgd worden. Als ik al een planning had, dan ligt hij nu weer in de soep (heerlijk!!!). Die 'to-do list' blijft er wel voorlopig. Groeten,

Een dag in de apotheek

Fiona Westerhof-Humblot, apotheker

16

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 17


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 18

Groningen Expertise Centrum voor Kinderen met Overgewicht Eryn Liem en Carianne L'Abée Het aantal mensen met obesitas neemt sterk toe. Dit geldt zowel voor volwassenen als kinderen. Doordat obesitas gepaard gaat met aanzienlijke ziekte en zelfs sterfte, zullen wereldwijd de gevolgen van ondervoeding op korte termijn, die van overvoeding overstijgen. De epidemie van obesitas startte in de jaren ’70 in de Verenigde Staten, verspreidde zich over Europa en Australië en vervolgens naar de Aziatische landen. Meer recent stijgt de prevalentie van obesitas ook in de ontwikkelingslanden.

Eryn Liem en Carianne L’Abée

Obesitas geeft bij volwassenen aanleiding tot belangrijke gezondheidsproblemen: er is een duidelijk verband tussen obesitas en het ontstaan van suikerziekte, hart- en vaatziekten, progressief nierfalen, kanker, astma en afgenomen fertiliteit. Jong volwassenen met obesitas hebben een vijf tot vijftien jaar kortere levensverwachting. De term metabool syndroom – ook wel syndroom X genoemd, omschrijft obesitas en de hieraan geassocieerde metabole afwijkingen, zoals suikerziekte en hoog cholesterol.

18

Obesitas wordt door de World Health Organization (WHO) gedefinieerd als een abnormale of excessieve stapeling van vet in weefsels resulterend in risico’s voor de gezondheid. Een gangbare en ook bruikbare manier om overgewicht en obesitas vast te stellen is de Body Mass Index (BMI). De BMI wordt gedefinieerd als het gewicht (in kilogrammen) gedeeld door het kwadraat van de lengte (in meters). Overgewicht bij volwassenen wordt gedefinieerd als een BMI groter dan 25 kg/m2 en obesitas als een BMI groter dan 30 kg/m2. Bij kinderen is de BMI sterk afhankelijk van de Hoewel de meeste aan leeftijd en het geslacht. Overgewicht op de kinderleeftijd obesitas gerelateerde ziekDaarom zijn voor kinderen ten zich pas op de volwas- is geassocieerd met een afgenomen criteria voor overgewicht en sen leeftijd voordoen, obesitas gedefinieerd naar psychosociale gezondheid heeft obesitas op de kinleeftijd en geslacht. derleeftijd reeds belangrijke gevolgen. Overgewicht op de kinderleeftijd is namelijk geassocieerd met Op grond van de bovenstaande definities komt overgeeen afgenomen psychosociale gezondheid. Verder wicht op dit moment in de Verenigen Staten voor bij kan ernstige obesitas al op de kinderleeftijd leiden ongeveer zestig procent van de volwassenen, twintig tot te zware belasting van de botten en de ontwikkeprocent van hen is obesitas. Voor de Nederlandse situaling van bepaalde aspecten van het metabool syntie zijn de getallen iets lager, maar stijgen snel: ongedroom. De belangrijkste consequentie van obesitas veer een derde van de volwassenen kampt met overgeop de kinderleeftijd is echter de ‘tracking’ naar de wicht en tien procent met obesitas. volwassen leeftijd: meer dan twee derde van de kinderen met obesitas zal ook als volwassene obees zijn. Andersom had een kwart van de obese volwassenen reeds overgewicht op de kinderleeftijd. Daar komt bij, dat obesitas die vanaf de kinderleeftijd persisteert naar de volwassen leeftijd, vaak ernstiger is en ook geassocieerd lijkt te zijn met meer gezondheidsproblemen. Naast de gevolgen voor het individu, heeft de epidemie van obesitas ook voor de maatschappij grote gevolgen. De aan obesitas gerelateerde ziekten leiden tot meer Percentage overgewicht naar leeftijd in 1980 en 1997. Naar de Derde medische consumptie en genereren zo en Vierde Landelijke Groeistudie, Hirasing et al. 2001 hoge kosten voor de gezondheidszorg.

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 19

Foliolum Ed. II december 2005

Eryn Liem en Carianne L’Abée

Ook het aantal kinderen in Nederland met overgewicht en obesitas neemt snel toe. Alarmerend is het feit dat overgewicht op steeds jongere leeftijd ontstaat, en ook ernstiger is. Voor kinderen ligt de prevalentie rond de vijftien procent voor overgewicht, en rond de twee procent voor obesitas. Overgewicht is een resultante van genetische en omgevingsfactoren (levensstijl) zoals eetgewoonten en bewegingspatroon. Bij slechts een zeer klein percentage van kinderen met obesitas is er sprake van een onderliggende Percentage kinderen met overgewicht op de leeftijd van 6, 10, 14 en hormonale of syndromale aandoening. 19 jaar in 1980 en 1997. Naar de Derde en Vierde Landelijke In de overgrote meerderheid gaat het Groeistudie, Hirasing et al. 2001 dus om een samenspel tussen genen en levensstijl. Door het vele onderzoek een dergelijk behandelingsprogramma zijn het verwordt de genetische achtergrond van obesitas steeds groten van kennis over voeding en beweging, stimuverder ontrafeld. Verder zijn er steeds meer aanwijzinleren van lichamelijke activiteit en het inzichtelijk gen dat omgevingsfactoren in het vroege leven (voor maken van familiare gewoonten met betrekking tot de geboorte en in de eerste levensmaanden) de effecten voeding en beweging. Behandeling op jeugdige van het erfelijk materiaal kunnen beïnvloeden. leeftijd blijkt succesvoller dan op de volwassen Hierdoor kan het individu in het latere leven meer of leeftijd. Omdat de behandeling op volwassen leefminder gevoeliger worden voor het ontwikkelen van tijd zo veel moeilijker is, is het voorkómen van obesitas en de complicaties daarvan. overgewicht op latere leeftijd van groot belang. Dit kan ofwel door middel van preventie van overgeUiteindelijk is gewichtstoename het resultaat van een, wicht op de kinderleeftijd, of door middel van vaak jarenlange, subtiele verstoring tussen energie behandeling van kinderen met overgewicht. inname en energieverbruik. Energieverbruik is opgebouwd uit het energieverbruik in rust (zestig tot zevenPrimaire preventie houdt in dat informatie en educatig procent), verbranding gerelateerd aan de voeding tie aan hele bevolkingsgroepen wordt gegeven. (tien tot vijftien procent) en lichamelijke activiteit. Bij Omdat dit grootschalig is, is dit minder kosteneffeckinderen moet nog rekening gehouden worden met het tief. Secundaire preventie, waarbij interventie energieverbruik voor groei. De eerste twee zijn relatief plaatsvindt bij personen met een verhoogd risico, constante factoren welke bepaald worden door genetilijkt effectiever ter voorkoming van overgewicht. sche invloeden. Veranderingen in het totale energieverDaarom is het belangrijk risicogroepen te identificebruik hangen daarom in belangrijke mate af van de ren en hierbij het juiste interventieprogramma te hoeveelheid lichamelijke activiteit. De verandering van starten. levensstijl, waarbij we Behandeling op jeugdige leeftijd blijkt vaak meer sedentaire activiteiten verrichten, succesvoller dan op de volwassen leeftijd Zoals eerder beschreven neemt de prevaspeelt in de ontwikkelentie en de medische consequenties van overgeling van overgewicht een rol. Men kan daarbij bijvoorwicht sterk toe. Omdat overgewicht een groeiend en beeld denken aan het spelen van computerspelletjes en ernstig probleem is, heeft de Beatrix Kinderkliniek het met de auto naar het werk gaan. Er zijn studies van het Universitair Medisch Centrum te gedaan die een duidelijk verband tonen tussen de hoogGroningen, het Groningen Expertise Centrum voor te van de BMI en het aantal uren dat iemand TV kijkt. Kinderen met Overgewicht (GECKO) opgezet. In Ook onze eetgewoonten zijn sterk veranderd in de dit centrum wordt onderzoek gedaan naar de oorzaafgelopen decennia. Minder maaltijden thuis worden ken en gevolgen van overgewicht. Er vinden een bereid, het ontbijt wordt vaak overgeslagen en we eten aantal klinische onderzoeken plaats. Daarnaast meer tussendoortjes. Ook junkfood en frisdranken blijbestaat er een fundamentele tak binnen het GECKO ken een rol te spelen. waarbinnen een aantal laboratoriumonderzoeken verricht worden. Behandeling van obesitas bij kinderen dient gericht te In dit artikel gaan wij in op de vier klinische onderzijn op verandering van levensstijl. Dit gebeurt vaak in zoeken die binnen het GECKO verricht worden. een multidisciplinair team. Aandachtspunten binnen

19


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 20

Eryn Liem en Carianne L’Abée

Allereerst de Drentse GECKO (onder leiding van Carianne L’Abée):

20

sen leeftijd. Hoe langer overgewicht bestaat, hoe groter de kans is dat het persisteert. Het behandelen van mensen met overgewicht blijkt erg Het doel van deze studie is het ontrafelen van de moeilijk te zijn. Men komt er vaak achter dat een therarisicofactoren voor het ontwikkelen van overgewicht pie niet aanslaat. En als het wel lukt om af te vallen, op de kinderleeftijd. Er zal worden gekeken naar dat veel mensen toch weer terugvallen in hun oude zowel biologisch en sociale risicofactoren, als naar gewoontes en vervolgens na een geslaagde afvalpoging risicofactoren met betrekking tot voeding en omgetoch weer aankomen. vingsfactoren. Daarom lijkt het op vroege leeftijd behandelen van kinAlle kinderen die tussen April 2006 tot April 2007 deren met overgewicht nuttig. De leefgewoontes zijn geboren worden en woonachtig zijn in de provincie dan nog veranderbaar. De nieuwe levensstijl wordt dan Drenthe mogen deelnemen aan de studie. Het aantal de normale dagelijkse routine, en daardoor makkelijker deelnemers wordt geschat op 5500 kinderen. Door vol te houden. Toch blijkt uit de literatuur dat het middel van vragenlijsten, lichaamsmetingen en behandelen van kinderen ook niet makkelijk is. Ook bloedafname wordt verwachten we dat het bekeken of we kunnen Het programma bestaat uit gymles voorkomen van overgevoorspellen welke kinwicht op volwassen leeftijd vier keer per week en daarnaast ook deren overgewicht afneemt, als je de kinderen ontwikkelen en welke nog de gelegenheid om op woensdagop jonge leeftijd behandelt. niet. Naast het ontrafeOp de GECKO POLI middag sportactiviteiten te beoefenen len van deze risicofacwordt onderzoek gedaan toren, zullen wij bij een subgroep van deze kinderen naar de behandeling van kinderen met obesitas. (subgroep van honderd kinderen, met tevens een Een behandelingsprogramma van drie maanden wordt controlegroep van honderd kinderen) een multidisciaangeboden aan kinderen tussen de vier en zes jaar met plinair interventieprogramma starten om de effectiextreme overgewicht. Dit programma zal multidiscipliviteit van dit programma te testen. Een effectief nair zijn en zich richten op het veranderen van de leefinterventieprogramma is erg belangrijk om, juist bij gewoontes op lange termijn. Na de behandeling wordt die kinderen met een zowel gekeken naar zowel de korte als de lange termijn verhoogd risico op effecten. overgewicht, te kunOm deze effecten te evalueren zal worden gekeken nen voorkomen dat naar het gewichtsverlies, naar de lichaamssamenstelzij dik worden. Bij ling, en dan met name de vetverdeling, naar de algemeeen andere subgroep ne fitheid, fysieke activiteiten niveau en bepaalde doen wij extra metinbloedbepalingen, zoals cholesterol en suiker. gen om zo de Het derde onderzoek is de evaluatie van het GROlichaamssamenstelNINGER SPORT MODEL (onder leiding van ling en vetverdeling Hinke Haisma). te meten. Ook deze groep zal bestaan uit ongeveer honderd Hinke Haisma doet onderzoek bij het Centrum voor kinderen. Door midMaatschappelijke Ontwikkeling. Dit onderzoek is ook del van bepaalde verbonden aan het GECKO. meettechnieken gaan Al enkele jaren is het Groninger Sport Model op een wij bekijken of de lichaamssamenstelling en vetveraantal basisscholen aan klassen aangeboden. Het prodeling, of de verandering daarvan in de loop der gramma bestaat uit gymles vier keer per week en daartijd, een voorspellende waarde kan hebben voor het naast ook nog de gelegenheid om op woensdagmiddag ontwikkelen van overgewicht. sportactiviteiten te beoefenen. Het doel van dit programma was om overgewicht en obesitas te voorkomen Het tweede onderzoek is de GECKO POLI door het stimuleren van fysieke activiteit van school(onder leiding van Hiltje Oude Luttikhuis) gaande kinderen. Het programma is echter nog nooit geëvalueerd en dat is wat wij nu gaan doen. Er is een alarmerende stijging van overgewicht en Driehonderd kinderen die deel hebben genomen aan dit obesitas bij kinderen in Nederland. Vooral bij de programma worden vergeleken met driehonderd kindekinderen tussen de vier en zes jaar zien wij een ren die hier niet aan hebben deelgenomen (de controleenorme stijging. Het is belangrijk om overgewicht groep). De twee groepen worden vergeleken wat betreft te voorkomen, omdat overgewicht op de kinderleefhun gewicht, bloedbepalingen, kwaliteit van leven, tijd een risicofactor is van overgewicht op volwasmotivatie ten opzichte van sport, leerniveau en gedrag.

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 21

Het vierde onderzoek is GECKO TRAILS (onder leiding van Eryn Liem).

Eryn Liem en Carianne L’Abée

vens. Er wordt bijvoorbeeld ook bloed afgenomen voor DNA-onderzoek. We meten in het bloed verder onder andere cholesterol en suiker, wat met het Zoals eerder besproken, brengt het hebben van overgemetabool syndroom te maken heeft. wicht veel gevaren met zich mee. Deze GECKO TRAILS groep bestaat uit ongeveer Het metabool syndroom is één van deze gevaren. 2200 kinderen. Bij al deze kinderen zullen, naast de Onder het metabool syndroom bloedafname, vragenlijsten wordt obesitas verstaan, in com- Metabole complicaties zoals worden afgenomen. binatie met haar metabole comzal de lichaamssahoog cholesterol, suikerziekte Bovendien plicaties zoals hoog cholesterol, menstelling op verschillende suikerziekte en verhoogde bloed- en verhoogde bloeddruk manieren worden gemeten. druk. Dit onderzoek is reeds begonnen en de deelnemende Hopelijk geven deze korte beschrijvingen van de kinderen zijn veertien tot zestien jaar. Van deze kindeklinische onderzoeken een goed beeld van wat er in ren is al veel informatie bekend, namelijk gegevens het Groningen Expertise Centrum van Kinderen met met betrekking tot de zwangerschap, het geboortegeOvergewicht gedaan wordt. wicht en de ziekten die in de familie voorkomen. Bovendien werden zij binnen een ander onderzoek al Voor vragen en/ of opmerkingen kunt u twee keer eerder gemeten en gewogen vanaf hun tiende altijd bij één van de arts onderzoekers jaar, telkens met tussenpozen van twee jaar. Deze gegevan het GECKO terecht, via de website vens mogen wij ook gebruiken voor GECKO TRAILS. van de RUG. Met deze gegevens gaan wij bekijken of het mogelijk is om te voorspellen wie van de kinderen te dik wordt en wie er uiteindelijk het metabool syndroom ontwikkelt en wie niet. Daarbij kijken we naar zowel psychologische als lichamelijke kenmerken en familiegege-

Obesitas – een complexe problematiek Drs. H. Niessink Nederlandse Obesitas Vereniging

Dit aantal is inmiddels zo groot geworden dat er termen worden gebezigd als ‘epidemie’ en ‘bedreiging voor de volksgezon dheid’. Men wijst op te verwachten problemen in de gezondheidszorg en de steeds maar stijgende medische kosten die een gevolg zijn van het toenemende overgewicht van de bevolking. Echter, de maatregelen die getroffen worden om het tij te keren, gaan meestal niet verder dan het verstrekken van informatie over gezonde voeding en voldoende beweging. Daarbij wordt niet of nauwelijks aandacht besteed aan het zeer grote psychologisch en sociaal-maatschappelijk effect dat dik zijn heeft en de grote gevolgen daarvan op de geestelijke en lichamelijke gezondheid van het individu. Natuurlijk is er een groep mensen met licht tot matig overgewicht die gebaat is bij goede voorlichting over gezond eten en voldoende beweging. Voor de meeste dikke mensen is dit echter lang niet voldoende. Dit zijn mensen die vaak al jaren, zo niet hun hele leven, met voeding en diëten bezig zijn geweest en op allerlei

manieren intensief hebben geprobeerd hun gewicht te verminderen. Vaak weten zij evenveel van calorieën en voedingswaarden af als hun diëtiste. Maar in plaats van blijvend gewichtsverlies te bewerkstelligen, hebben al die diëten hen alleen maar dikker gemaakt. De oorzaak van hun dikte is niet dat ze

Foliolum Ed. II december 2005

21


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 22

geen discipline hebben of lui zijn of heel slecht eten, maar het feit dat ze dik-makende genen hebben geërfd van hun ouders. Bovendien is hun stofwisseling grondig verpest door allerlei crash-diëten die ze hebben gevolgd en alle pillen, poeders en preparaten die ze hebben gebruikt in de hoop een beetje slanker te worden, met averechts resultaat (het beruchte jojo-plus effect). Vaak hebben deze diëten alleen maar eetstoornissen in de hand gewerkt en zijn deze mensen door zelfverwijt en een te laag zelfbeeld in diepe geestelijke en emotionele problemen geraakt.

Drs. H. Niessink

Veel dikke mensen, vooral vrouwen, worden zo wanhopig van hun hoge gewicht dat ze zelfs extreme operatieve maatregelen nemen om kilos kwijt te raken en aan het slankheidsideaal te voldoen (maagbandje, maagballon, maagbypass). Deze operaties hebben aan sommigen van hen het leven gekost en anderen blijvend invalide gemaakt, terwijl bij maar een heel klein percentage van al deze gevaarlijke en ingrijpende operaties een blijvend resultaat wordt behaald. Sterker nog: op langere termijn treden er vaak complicaties op en in veel gevallen worden de problemen alleen nog maar vergroot door deze operatieve ingrepen.

22

Voor al deze mensen is voorlichting over gezonde voeding volstrekt onvoldoende. Hier spelen hele andere problemen die een andere en veel uitgebreidere aanpak vereisen. Naast een goede basisvoorlichting over gezonde eet- en beweegpatronen is het essentieel om een dik persoon te sterken in de overtuiging dat hij/zij net zoveel recht heeft op een volwaardig bestaan als een slank persoon en dat hij/zij ook voor dat recht mag en moet opkomen. Zo heeft een dikkerd het volste recht om bij vervelende opmerkingen of een scheldpartij boos of verdrietig te worden en dit ook te laten blijken. Hij/zij hoeft niet in zijn/haar schulp te kruipen of zich te verstoppen maar mag laten blijken gekwetst en boos te zijn. Iemand die dik is, heeft net zoveel recht als een slank persoon om lekker in een restaurant te eten, in een zwembad te zwemmen of naar een sportschool te gaan zonder uitgescholden te worden of met onbeleefde vragen/opmerkingen te worden belaagd. Maar meestal is de drempel zo hoog en de angst voor scheldpartijen zo diep, dat veel dikke mensen zich absoluut niet in een zwembad, fitness centrum of sportschool durven te vertonen en er liever van af zien om in een restaurant uit eten te gaan.

Een dik persoon heeft bovendien net zoveel recht op een goede, respectvolle behandeling door huisartsen, ziekenhuizen en hulpverleners als slanke personen, maar ook daar ontbreekt het nog wel eens aan, en door schuldgevoel en een laag zelfbeeld durven veel dikke mensen ook bij artsen en specialisten niet genoeg voor zichzelf op te komen. Als een dik persoon bij de dokter Hoewel dikke mensen er zelf weinig aan kunnen komt vanwege keelpijn, en de dokter zegt dat hij/zij doen dat ze dik zijn, leggen ze toch vaak de schuld eerst maar eens af moet vallen, dan hoeft een dikkerd volledig bij zichzelf. Velen van hen hebben bovendat niet te accepteren, maar hij/zij doet dat vaak wel. dien een hele lage dunk van zichzelf omdat ze hun Het is van groot belang om dikke mensen van hun hele leven al horen dat ze “tweederangs” zijn vanrechten en het belang daarvan te overtuigen en hen te wege hun dikte. Ze helpen een gevoel van Voor al deze mensen is voorlichting over schamen zich heel eigenwaarde te ontwikerg voor hun uitergezonde voeding volstrekt onvoldoende. kelen. Als deze dikke lijk, durven bijvoormensen erin slagen om beeld niet op een terrasje te gaan zitten en halen het zelfvertrouwen op te bouwen zodat ze zich niet langer al helemaal niet in hun hoofd om in het openbaar letterlijk en figuurlijk voor de buitenwereld hoeven te een ijsje te eten, veel te bang voor de afkeurende verstoppen, zal dat zowel hun geestelijke als hun lichaopmerkingen die ze te horen zullen krijgen. Vaak melijke gezondheid sterk ten goede komen. durven ze zelfs niet meer in een restaurant te eten Dikke kinderen uit angst voor commentaar of scheldpartijen en durven ze nauwelijks meer over straat te lopen. De schaamte die veel dikke mensen voelen kan zulke Dikke kinderen zijn een doelgroep apart. Zij zijn, voorextreme vormen aannemen dat een aantal van hen al in de pubertijd, extra gevoelig voor de reacties van amper hun huis nog uit durven, thuis op de bank zithun omgeving; scheldpartijen en afwijzingen komen ten met de luxaflex naar beneden en zo steeds verextra hard aan omdat ze een leeftijd hebben waarop ze der wegzakken in hun isolement. Uit ellende en eenop zoek zijn naar hun identiteit en hun plaats in de zaamheid grijpen ze dan juist vaak weer naar voedwereld. Als ouders en de school er niet alert genoeg op sel om daar nog enige troost uit te putten, en zo zijn, kan het gebeuren dat een dik kind een groot deel komen ze steeds meer in een neerwaartse spiraal van zijn/haar schoolperiode (dat is dus 10 tot 12 jaar terecht. lang!) het constante, vaak dagelijkse mikpunt is van scheldpartijen en kleinerende opmerkingen van school-

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 23

Foliolum Ed. II december 2005

Drs. H. Niessink

en klasgenoten. In een aantal gevallen blijft het zelfs Naast dit soort kindervakantiekampen die het zelfniet bij schelden en moet het dikke kind ook fysieke vertrouwen kunnen vergroten is het noodzakelijk agressie, geweld en bedreigingen ondergaan. Het is dan dat er veel meer voorlichting komt op scholen en ook geen wonder dat veel dikke kinderen een extreem dat er intensief aandacht wordt besteed aan het laag zelfbeeld hebben, zich vaak heel ongelukkig voevoorkomen van pesten van dikke kinderen. Vooral len en sommigen de gymnastiekleHet is dan ook geen wonder dat veel dikke kin- raren spelen een zelfs af en toe tot regelmatig aan deren een extreem laag zelfbeeld hebben, zich belangrijke rol in zelfmoord denken. het leven van vaak heel ongelukkig voelen en sommigen zelfs dikke kinderen Dit minderwaardigheidscomplex af en toe tot regelmatig aan zelfmoord denken. en hun plezierbeblijft op volwassen leving aan leeftijd niet zonder gevolgen. Ook dan voelt de persoon lichaamsbeweging. Als dikke kinderen tijdens de in kwestie zich vaak verstrikt in een onnodig laag zelfgymnastiekles niet met respect behandeld worden, beeld en een groot gebrek aan zelfvertrouwen, met alle maar in plaats daarvan worden uitgelachen en nadelige gevolgen van dien voor het geestelijke en bespot (en dit gebeurt helaas nog steeds heel veel), fysieke welzijn. zal dit voor de rest van hun leven van invloed zijn op de hoeveelheid sport en beweging die zij als Sinds een paar jaar worden er in de zomer zogenaamde kind en volwassene beoefenen. Deze dikke kinderen Victory camps georganiseerd, waar dikke kinderen met zullen zodanig nare herinneringen overhouden aan elkaar in contact worden gebracht en waar spelenderde gymnastieklessen dat dit hen als volwassene wijs wordt gewerkt aan het verbeteren van hun lichaervan zal weerhouden zich bij een sportvereniging melijke conditie en het vergroten van hun zelfvertrouof zwemclub aan te sluiten. Gymnastiek en wen. Dit wordt gedaan d.m.v. sport en spel in een veililichaamsbeweging zijn dan zodanig geassocieerd ge omgeving zonder kleinerende opmerkingen of met schaamte, verdriet en minderwaardigheidsgescheldpartijen, door gesprekken met elkaar, maar voorvoel dat de drempel te hoog wordt om als volwasseal door de kinderen onbekommerd plezier te laten belene nog iets aan lichaamsbeweging te doen. De gymven. Door dergelijke kinderkampen kan het zelfbeeld nastiekleraar speelt dus een belangrijke rol in de van het kind sterk worden verbeterd en kan het kind uit huidige, maar juist ook de toekomstige hoeveelheid zijn/haar isolement worden gehaald. Als het kind eenlichaamsbeweging van dikke kinderen en moet zich maal “aan den lijve” heeft ondervonden hoe het voelt van deze verantwoordelijkheid terdege bewust zijn. om bij de groep te horen en gewaardeerd te worden, zal Meer dan een kwestie van minder eten het kind minder geneigd zijn weer in zijn/haar schulp te kruipen. Hierdoor zal ook de behoefte aan “troostvoedsel” afnemen en het risico op eetstoornissen verAls men alle bovengenoemde aspecten van de obeminderd worden. sitas-problematiek goed in ogenschouw neemt, moet men concluderen dat er bij veel dikke mensen veel Om dikke kinderen conmeer aan de hand is dan “een kwestie van minder structief en langdurig te eten en meer bewegen”, net zoals er bijvoorbeeld helpen moet dus niet uitbij anorexia patiënten meer aan de hand is dan simsluitend gekeken worden pelweg “een kwestie van meer eten”. Daarom is het naar diëten en bewegeven van voorlichting over voeding en beweging gingsprogramma’s om absoluut onvoldoende voor mensen die al heel lang het kind gewicht te laten (morbide) obesitas hebben. Maar dat betekent niet verliezen. Het is veeleer dat deze bevolkingsgroep dus maar moet worden belangrijker om het zelf“opgegeven” omdat ze “niet te helpen” zouden zijn. beeld van het kind te Wat deze groep mensen mijns inziens wel helpt is het bevorderen van hun geestelijke, emotionele en verbeteren en het kind maatschappelijke welzijn door een multidisciplinaimeer zelfvertrouwen te re aanpak. geven. Daardoor zal het kind meer voor zichzelf en voor zijn eigen belang Een aspect dat we bovendien niet uit het oog mogen opkomen, wat zeer bevorderlijk is voor de algehele verliezen is het feit dat dikke mensen niet per defigezondheid van het kind. Dit zal ook zeer zeker zijn nitie ongezond hoeven te zijn. Toegegeven, zij doorwerking hebben in het latere leven van het dikke lopen een hoger risico op het krijgen van een aantal kind. ziektes, maar het is geen vast gegeven dat elk dik mens die ziektes ook zal krijgen. Er zijn genoeg

23


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:02

Pagina 24

Drs. H. Niessink

dikke mensen die volledig gezond zijn en zo gezond mogelijk proberen te leven, net zoals er legio dunne mensen zijn die ongezond zijn omdat ze heel ongezond leven. Deze laatste groep heeft alleen het twijfelachtige voordeel dat hun ongezonde levensstijl hen niet dik maakt. Dikke mensen zouden daarom niet moeten streven naar het kwijtraken van zoveel mogelijk kilo’s lichaamsgewicht, maar naar het verkrijgen en behouden van een goede gezondheid. Maar in een maatschappij waar alles is gericht op afvallen en slank zijn en waar je – als je de media moet geloven – alleen maar meetelt als je maatje 36 hebt, is het moeilijk om gezondheid en geluk niet te verwarren met dat maatje 36. Veel dikke mensen denken daarom dat ze alleen maar gelukkig zullen worden als ze eenmaal hun kilo’s zijn kwijtgeraakt. In hun wanhopige pogingen om af te vallen, verliezen ze vaak hun gezondheid volledig uit het oog door onverantwoorde diëten te volgen en allerlei pillen en preparaten van zeer twijfelachtige samenstelling te slikken. Het is echter ook heel goed mogelijk om gezond en gelukkig te zijn met flink wat maatjes meer, maar voor veel dikke mensen is het moeilijk, zo niet onmogelijk om tot dat inzicht te komen. Daar hebben ze hulp bij nodig.

24

melijke gezondheid. Dit hoeft niet te betekenen dat ze tientallen kilo’s moeten gaan afvallen, maar wel dat ze zichzelf genoeg gaan waarderen om zo gezond mogelijk te eten, een gezond beweegpatroon te creëren en te ervaren hoe het is om zich lichamelijk fitter te voelen. En dat zou een enorme winst zijn. Obesitas-steunpunt Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat er meer en betere hulpverlening komt voor dikke kinderen en mensen met (morbide) obesitas en dat de voorlichting over de problematiek wordt verbeterd? Om dit te bewerkstelligen pleit ik voor een algemeen obesitas-steunpunt per regio. Hier kunnen mensen met (morbide) obesitas tijdens spreekuren hun verhaal kwijt aan een ervaringsdeskundige die begrip heeft voor en ruime kennis van de problematiek. Dikke mensen kunnen hier de juiste (doorverwijzing naar) hulpverlening krijgen en ze kunnen in contact worden gebracht met lotgenoten. Lotgenotencontact is juist voor deze doelgroep erg belangrijk omdat het een mogelijkheid biedt vereenzaamde dikke mensen uit hun isolement te halen en hen met anderen te laten praten die in dezelfde situatie verkeren. Het is voor de betrokkenen vaak een enorme opluchting om te ontdekken dat ze niet de enige zijn met dit probleem. Ze kunnen eindelijk praten met iemand die aan een half woord al genoeg heeft om het probleem te begrijpen. Lotgenotencontact is een belangrijk middel op weg naar zelfacceptatie en verbetering van het zelfbeeld.

Het steunpunt kan ook zorgen voor doorverwijzingen Als dikke mensen zichzelf en hun lichaam gaan naar goede hulpverlening die in de obesitas-problemaaccepteren zoals ze zijn, zullen ze zich ook meer tiek is gespecialiseerd. Dit hoeft lang niet altijd een geaccepteerd gaan voelen door hun omgeving en diëtiste te zijn. Sterker nog, als het probleem ergens door de maatschappij. Ze zullen niet langer het anders ligt (op het emotioneel-psychische vlak), dan is gevoel hebben dat ze tweederangs burgers zijn die een diëtiste juist een heel verkeerde keuze. Zo heb ik elk moment uitgescholden mogen worden en voor zelf meerdere keren meegemaakt dat een diëtiste zich schut mogen worden gezet, maar in plaats daarvan opstelde als psycholoog, maar juist door haar psycholozullen ze voor zichzelf en hun belangen opkomen. gische onkunde meer kwaad deed dan goed en het proAls ze bovendien het gevoel hebben dat hun problebleem alleen maar verergerde. Hulpverleners die in men ten volle worden erkend en onderkend, zal dat deze gevallen wel veel goeds zouden kunnen doen zijn hun zelfbeeld nog meer verbeteren en zullen ze psychologen, haptonomen, maatschappelijk werkers langzamerhand uit etc., maar op voorwaarde hun emotionele en Dit hoeft niet te betekenen dat ze tiental- dat ze respect hebben voor maatschappelijke hun dikke cliënt, oprecht len kilo’s moeten gaan afvallen, maar isolement komen. en onbevooroordeeld in Ze zullen veel min- wel dat ze zichzelf genoeg gaan waardehen zijn geïnteresseerd en der de neiging heb- ren om zo gezond mogelijk te eten zich in de problematiek ben om naar troosthebben verdiept. voedsel te grijpen, zich niet meer schamen om aan sportactiviteiten deel te nemen en gewoon naar het Het obesitas-steunpunt kan ervoor ijveren om extra zwembad durven om baantjes te trekken. mogelijkheden en faciliteiten te creëren waardoor dikke Uiteindelijk zal dan een verbeterd geestelijk en mensen kunnen gaan bewegen zonder dat ze zich door emotioneel welzijn leiden tot een verbeterde lichaschaamtegevoel hoeven te laten weerhouden. Dit kan

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 25

o.a. gerealiseerd worden door speciale zwemuren voor dikke mensen in te stellen (zoals er bijv. ook zwemuren voor zwangere vrouwen zijn) en door andere sportfaciliteiten op speciale uren alleen voor dikke mensen open te stellen. Dit verlaagt de drempel voor de dikke mensen en het stelt hen in staat om in het gezelschap van lotgenoten te genieten van het bewegen zonder het gevoel te hebben dat ze het ‘niet bij kunnen benen’ of worden uitgelachen. De Nederlandse Obesitas Vereniging is op dit gebied al jaren actief en organiseert in het hele land zwemclubs voor dikke mensen. Hier wordt veel gebruik van gemaakt, maar de mogelijkheden zouden nog veel meer kunnen worden uitgebreid.

de hoogte zijn van de lichamelijke mogelijkheden en beperkingen van dikke kinderen. Ook moeten ze – zoals eerder vermeld – doordrongen zijn van de extra verantwoordelijkheid die ze dragen m.b.t. het bewegingsgedrag van het kind op jonge leeftijd en later als volwassene. Het steunpunt kan nauw samenwerken met artsen en huisartsen en hen voorlichting geven over de specifieke lichamelijke en geestelijke problematiek van obese patiënten. Bovendien moet er meer aandacht komen voor aangepaste hulpmiddelen voor dikke mensen, bijvoorbeeld in de thuiszorg en het ziekenhuis: bredere rollators, bredere ziekenhuisbedden, aangepaste rolstoelen etc. (Zo is het nu nog steeds heel normaal op bijna alle afdelingen waar maagbypass- en maagbandoperaties worden gedaan – afdelingen waar dus ALLE patiënten extreem

Helaas gebeurt het nog veel te vaak dat dikkerds op straat of in openbare gelegenheden worden bespot en/of uitgescholden. Ook hier kan het steunpunt een belangrijke rol vervullen. Het publiek moet er meer van doordron- hechte samenwerking met haptonomen, maatgen raken dat niet alle dikke menschappelijk werkers, psychologen en psychiaters sen dik zijn omdat ze ongedisciplineerd en lui zijn en te veel eten, maar dat er veel meer overgewicht hebben – dat de bedden te smal zijn, de aan de hand is. Via voorlichtingscampagnes en informatrassen te dun, de ziekenhuisjasjes niet groter dan matieverstrekking kunnen vooroordelen worden tegenmaat 44-46 en de (rol)stoelen te smal en met armgegaan en kan het publiek bewust worden gemaakt van leuningen, zodat de patiënt er niet in kan zitten. Het de gecompliceerdheid van de problematiek. Natuurlijk ligt voor de hand dat de dikke patiënten, die toch al heb ik niet de illusie dat we vooroordelen en wangeangstig en zenuwachtig zijn voor de operatie, zich drag ooit volledig zullen kunnen uitbannen, maar er door deze “te krappe” omgeving nog veel ongemakzou op z’n minst een poging kunnen worden gedaan kelijker en oncomfortabeler voelen en zich nog om de beeldvorming over dikke mensen te verbeteren. meer schamen.) Naast bovengenoemde contacten met medici is een Het steunpunt kan ook zorgen voor hulp aan dikke kinhechte samenwerking met haptonomen, maatschapderen door spreekuren te houden op scholen en er pelijk werkers, psychologen en psychiaters van voorlichting te geven over obesitas. Er is op scholen groot belang. Er moet meer psychologisch onderniet alleen voorlichting aan leerlingen nodig om begrip zoek worden gedaan naar de psychische en emotiote kweken voor dikke kinderen en om het pesten van nele problemen die specifiek en kenmerkend zijn dikke kinderen tegen te gaan, maar er moet ook speciavoor obese mensen. Bovendien moet nauw worden le voorlichting komen voor leraren en vooral voor samengewerkt met organisaties die streven naar vergymnastiekleraren. Gymnastiekleraren moeten goed op gelijkbare doelen en waar kennis en expertise over het onderwerp ruimschoots aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Obesitas Vereniging, de Bond van Formaat, de Stichting Obistat, de Nederlandse Obesitaskliniek en de Nederlandse Hartstichting.

Foliolum Ed. II december 2005

Drs. H. Niessink

Als er per regio een dergelijk steunpunt komt dat alle bovengenoemde taken kan uitvoeren, zou dat een enorme verbetering betekenen in de hulpverlening aan mensen met (morbide) obesitas. De regionale obesitas-steunpunten kunnen helpen bij het kweken van meer begrip en verdraagzaamheid voor de dikkere mens en ze kunnen veel bijdragen aan zelfacceptatie en een verbetering van de geestelijke en lichamelijke gezondheid van mensen met obesitas. En gezien de omvang van het probleem is uiteindelijk de hele maatschappij daarmee gebaat.

25


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 26

De neurobiologie van overgewicht Prof. Dr. A.J.W. Scheurink Neuroendocrinologie RU Groningen

Prof. Dr. A.J.W. Scheurink

Het lichaamsgewicht wordt zeer nauwkeurig gereguleerd. Dat wat er gegeten wordt, wordt verbrand of uitgescheiden en dat wat er verbruikt wordt, wordt aangevuld. Ofwel de wet van de energiebalans: voedselopname = energieverbruik. Een simpel principe maar ongeloofwaardig in het licht van de schrikbarende toename van overgewicht in Nederland en erbuiten.

26

Anno 2005 lijdt zo’n 50% van de volwassenen in de westerse wereld aan overgewicht. Op zich is dat geen probleem, ware het niet dat overgewicht een belangrijke risicofactor is voor onder andere hart- en vaatziekten, hyperlipidemie en type 2 Diabetes (een ziekte die tegenwoordig epidemische proporties aanneemt), etc. Er worden gigantische bedragen besteed aan de voorkoming en bestrijding van overgewicht en de medische en maatschappelijke gevolgen ervan. Mensen zijn bereid tot de meest ingrijpende operaties zoals maagverkleining, verwijdering van stukken darm danwel het vastzetten van de kaken, alleen maar omdat ze (veel) te zwaar zijn. Hoe durf ik dan te beweren dat het lichaamsgewicht nauwkeurig gereguleerd wordt? Wellicht wordt dit duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld. Stel je bent gek op chocola en besluit om vanaf vandaag 1 stuk Mars per dag extra te eten. Een stuk Mars weegt 100 gram, over 1 jaar is dat 36500 gram dus je zou eigenlijk binnen een jaar 36,5 kilo in gewicht moeten toenemen. Dat gebeurt dus niet. Een alternatieve berekening gaat op basis van de energie-inhoud: volgens de verpakking bevat een stuk Mars 449 kcal, extra opgenomen energie wordt opgeslagen als vet en 1 gram vet bevat ~9 kcal. Dus dat betekent dat je per dag 50 gram vet aan zult maken, per jaar is dat een toename van 18 kilo aan vetweefsel. Of het nu 36 kilo lichaamsgewicht of 18 kilo vet is: het zal niet gebeuren. Dat ene stuk Mars per dag zal hoogstens tot een gewichtstoename van 1 of 2 kilo per jaar leiden maar dan houdt het ook op. Het lichaamsgewicht wordt dus wel degelijk gereguleerd. Nu komen er twee vragen op. Ten eerste: als er zo’n nauwkeurige regulatie van het lichaamsgewicht plaatsvindt, waarom hebben we dan zoveel problemen met overgewicht? En in de tweede plaats: hoe komt de regulatie van het lichaamsgewicht tot stand? De eerste vraag staat centraal tijdens het symposium ‘Obesitas: zonde of ziekte?’ tijdens de 124e Dies Natalis op 7 december 2005 en op deze vraag zal in onderstaand verhaal worden ingegaan.

Foliolum Ed. II december 2005

Regulatie van de energiebalans De voedselopname en het energieverbruik worden gereguleerd door een zeer complex netwerk van feedback en feedforward mechanismen tussen verschillende gebieden in de hersenen en allerlei organen in de periferie waaronder de lever, het maagdarmkanaal, de pancreas en het vetweefsel. Heel langzaam beginnen we als onderzoekers greep op dit netwerk te krijgen. We weten intussen dat er vele delen van het lichaam betrokken zijn bij de regulatie van de voedselopname en het lichaamsgewicht. Het regulatieproces begint bijvoorbeeld al voordat er ook nog maar een hap gegeten is. Alleen al de gedachte aan eten, het ruiken van eten, of het feit dat de klok aangeeft dat het etenstijd is, is voldoende om de zogenaamde cephalische reflex op gang te brengen. De cephalische reflex is, zoals het woord aangeeft, een door de hersenen gestuurde voorbereiding op de te verwachten maaltijd. Bij deze anticipatoire respons op een maaltijd wordt de maagsapsecretie alvast geactiveerd, de peristaltiek van de darmen neemt toe en er wordt insuline afgegeven door de pancreas (zie fig 1). Dit gebeurt allemaal voordat er ook maar één brok voedsel is gegeten. Het lichaam anticipeert dus eigenlijk op de verwachting dat er op korte termijn een hoeveelheid voedsel binnenkomt die dan zo Figuur 1: De cephalische reflex: snel mogelijk het plasma insuline gehalte (open moet worden rondjes) stijgt voordat er glucose afgevoerd naar (dichte rondjes) in de bloedbaan het komt. Uit: Strubbe en Woods.


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 27

vooraadweefsel. Dit fenomeen is makkelijk te begrijpen als je een maaltijd beschouwt als een ongewenste verstoring van de homeostase van de glucose en vetzuurgehaltes in het bloed. Eten moet dus worden gezien is als een fysiologische vorm van stress waar het lichaam zich op dient voor te bereiden (The eating paradox: how we tolerate food en The timing of meals). Signalen uit het maagdarmkanaal

Vagale afferentie Informatie uit de maag wordt doorgegeven via de afferente takken van de nervus vagus. Ter informatie: de nervus vagus is de belangrijkste zenuw van het parasympathisch zenuwstelsel en we weten tegenwoordig dat meer dan 80% van de neuronen van de parasympathicus een afferente functie heeft, m.a.w. het signaal komt vanuit de periferie en informeert de hersenen. Figuren 2 en 3 komen uit het promotie-onderzoek van Esther van de Wall. Esther keek (in ratten)naar de

Figuur 2: Korte termijn regulatie: capsaicin behandeling leidt tot verhoging van de sucrose opname. Uit Van der Wall et al. effecten van capsaicine behandeling bij de regulatie van de voedselopname en het lichaamsgewicht. Capsaicine is de actieve ingrediĂŤnt van spaanse peper en vernietigt selectief afferente neuronen. De hersenen krijgen na capsaicine behandeling dus geen informatie meer uit de periferie. Figuur 2 laat zien wat er dan gebeurt: in de vehicle dieren leidt het vullen van de maag met 2 of 5 ml water tot acti-

Foliolum Ed. II december 2005

Prof. Dr. A.J.W. Scheurink

Er is dus zoiets als een anticipatoire respons op eten. De overige mechanismen die betrokken zijn bij de regulatie van de voedselopname en het lichaamsgewicht zijn voornamelijk gebaseerd op het geven van feedback: er wordt gemeten wat er binnenkomt en die informatie wordt op een of andere manier doorgegeven aan de hersenen. Veel van deze feedback signalen komen uit het maagdarmkanaal, de plaats waar het voedsel binnenkomt en verteerd wordt. Het regulatiesysteem begint al in de mond waar de tong speciale sensoren voor glucose bevat. De hersenen krijgen dus al meteen informatie over de hoeveelheid koolhydraten in de zojuist genoten maaltijd. Maar de meeste informatie is afkomstig uit de wat lagere delen van het maagdarmkanaal, met name de maag en de duodenum. De maag geeft vooral informatie over de hoeveelheid voedsel die binnengekomen is. Er bevinden zich mechanoreceptoren in de maagwand die aangeven hoever de maag is uitgerekt. Deze mechanoreceptoren spelen o.a. een rol bij de secretie van maagsap, bij de maaglediging en bij de regulatie van de enzymsecretie door de exocriene pancreas. Maar de mate van uitrekking van de maag wordt ook via afferente neuronen van de nervus vagus doorgegeven aan het centrale zenuwstelsel. Deze informatie komt de hersenen binnen op het niveau van de hersenstam. Het peptide cholecystokinine (CCK) speelt hierbij een belangrijke rol. Maaguitrekking verhoogt CCK gehaltes in de periferie en hersenen en deze verhoogde CCK gehaltes leiden uiteindelijk tot een remming van de voedselopname. Een prachtig feedbackmechanisme: een volle maag zorgt via de afgifte van CCK dat er gestopt wordt met eten.

27


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 28

Figuur 3: Vagale afferentie: capsaicin behandeling voorkomt de activatie van c-fos positieve neuronen in de hersenstam na injectie van CCK of infusie van 2 en 5 ml water in de maag. Uit: Van der Wall et al.

vatie van c-fos neuronen in de hersenstam. Intraperitoneale injectie van CCK doet precies hetzelfde. In capsaicine behandelde dieren is de c-fos expressie sterk gereduceerd hetgeen betekent dat zowel de uitrekking van de maag als een injectie van CCK leidt tot de activatie van specifieke hersengebieden en dat er bij dit proces afferente neuronen betrokken zijn. Figuur 3 laat vervolgens zien waar dit toe zal leiden: capsaicine behandelde dieren eten veel meer van een aangeboden sucrose oplossing, verzadigingssignalen uit de maag worden namelijk niet doorgegeven.

Prof. Dr. A.J.W. Scheurink

Korte termijn regulatie door signalen uit het maagdarmkanaal

28

Naast CCK zijn er intussen veel meer voedselopname-regulerende factoren uit het maagdarmkanaal geïdentificeerd. Enterostatine bijvoorbeeld is een peptide dat wordt afgegeven door de dunne darm als er vet voedsel in de darmen verschijnt. Vet leidt tot de afgifte van het enzym co-lipase en enterostatine is niets anders dan een combinatie van 2 co-lipase moleculen. Enterostatine fungeert ondermeer als een verzadigingshormoon, toediening van enterostatine leidt tot de remming van de voedselopname en met name de vetopname (een selectief en commercieel interessant feedback mechanisme voor vet). Daarnaast spelen ook glucagon-like peptide 1 (GLP1, een zeer interessante verzadigingsfactor omdat GLP-1 tevens insuline afgifte stimuleert, GLP-1 is hot in type-2 diabetes onderzoek), APO E4 en ghreline een rol. Ghreline is overigens geen verzadigingsfactor: het wordt afgegeven door de lege maag en stimuleert juist de voedselopname. Nu ligt het voor de hand om agonisten voor CCK,

Foliolum Ed. II december 2005

GLP-1 of enterostatine danwel een antagonist voor ghreline op de markt te brengen ter bestrijding van het overgewicht. Maar helaas is dat niet reëel. Al in 1984 liet David West in een vernunftig experiment zien dat CCK als regulator van het lichaamsgewicht zijn beperkingen heeft. West had ratten in een automatische voedselregistratie-opstelling voorzien van een chronische canule in de bloedbaan. Elke keer als de rat begon te eten van de ruif werd er automatisch een injectie van CCK gegeven. Het resultaat: toediening van CCK leidde tot een snelle beëindiging van de maaltijd en een forse vermindering van de maaltijdgrootte, precies wat verwacht (en gehoopt) was. Echter, het aantal maaltijden per dag nam dramatisch toe met als gevolg dat er netto nauwelijks een effect op de totale 24 uurs voedselopname gevonden werd. Conclusie: factoren uit het maagdarmkanaal, waaronder CCK, zorgen alleen voor de korte termijn regulatie van de voedselopname maar zijn niet betrokken bij de lange termijn regulatie van het lichaamsgewicht. Dit blijkt ook uit de capsaicine behandelde dieren van Esther van de Wall: deze zijn even zwaar als de controles (figuur 4). Een zelfde korte termijn regulatieproces zie je ook bij de regulatie van de voedselopname op basis van de hoeveelheid beschikbare energie in de bloedbaan. In de periferie, en met name in de lever en de poortader, bevinden zich sensoren voor glucose, vetzuren en mogelijk zelfs aminozuren. Deze sensoren, waarvan nog maar verrassend weinig van bekend is, geven informatie over de heersende gehaltes (en dus beschikbaarheid) van de verschillende energiesubstraten in het bloed. Ook deze informatie wordt neuronaal doorgegeven aan het centrale zenuwstelsel, wederom via de afferente takken van de nervus vagus. En ook dit regelsysteem beïnvloedt voornamelijk de korte termijn

Figuur 4: Capsaicin behandeling heeft geen effect op de lange termin regulatie van het lichaamsgewicht. Uit: Van der Wall et al.


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 29

regulatie van de voedselopname. Tegenwoordig weet men overigens dat de afferentie zich niet meer beperkt tot het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel; ook de sympathische afferentie lijkt informatie over de nutritionele status van het lichaam door te kunnen geven aan de hersenen. Insuline in de hersenen

extreem vetzuchtige ob/ob muis (Figuur 5). Of beter gezegd, de ob/ob muis kon het ob-gene product juist niet maken. Het ob-gene product kreeg kort daarna de wat aantrekkelijker klinkende naam leptine, naar leptos, het Griekse eiland waar alle vrouwen slank zijn. Leptine is een cytokine die wordt vrijgemaakt in het witte vetweefsel en het dringt, net als insuline, via een receptor gemedieërd proces door in de hersenen en remt daar de voedselopname en het lichaamsgewicht. Heel belangrijk was de ontdekking dat centraal toegediende leptine niet alleen de voedselopname maar ook de lichaamstemperatuur en de activiteit beïnvloedde. Leptine pakt dus beide

Foliolum Ed. II december 2005

Prof. Dr. A.J.W. Scheurink

We moeten dus verder op zoek naar een lange termijn regulator van het lichaamsgewicht. Nu wordt vrijwel alle beschikbare energie in het lichaam opgeslagen in de vorm van vet, dit is energetisch effectiever dan opslag in de vorm van glucose of glycogeen. Jarenlang zocht men naar een factor, afkomstig uit het vetweefsel zelf, die als informatiebron over de hoeveelheid opgeslagen vet zou kunnen dienen. Maar helaas was het vetweefsel tot 1994 niet meer dan een hoop celkernen met bolletjes vet eromheen en men kwam niet verder dan een kandidaat signaalfunctie voor insuline, het hormoon uit de endocriene pancreas. Basale insuline gehaltes zijn namelijk zeer goed gecorreleerd met de hoeveelheid vet in het lichaam. Duursporters hebben Figuur 5: De vetzuchtige ob/ob muis (links) en zijn leptine bevattende broerweinig vet en lage plasma insulitje. Bron onbekend ne gehaltes en overgewicht gaat gepaard met insuline resistentie en hoge gehaltes van insuline in het bloed. armen van de energiebalans; het remt de opname Het werd pas echt interessant toen onderzoek, onder van energie en stimuleert tegelijkertijd het verbruik meer uit ons eigen lab, liet zien dat insuline via een ervan. Vanaf dat moment ging het snel met het receptor gemedieërd proces toegang had tot hersengeonderzoek naar leptine. Een selectie: er zijn ‘regiobieden waarvan men wist dat ze betrokken waren bij de nale’ verschillen in de leptine productie (subcutaan regulatie van het lichaamsgewicht. De hoeveelheid vet bevat meer leptine dan visceraal vet), vrouwen insuline in de hersenen bleek veel beter te correleren hebben meer leptine dan mannen en peervormige met de hoeveelheid lichaamsvet dan de plasma insuline mensen hebben meer leptine (maar minder insuline) gehaltes. In ratten en apen werd aangetoond dat infusie dan mensen met een appelvorm. Men weet echter van insuline in de hersenen leidde tot een langdurige nog weinig over het afgiftemechanisme van leptine verlaging van de voedselopname en het lichaamsgeen helaas blijkt leptine ook niet het gewenste wonwicht. Jan Strubbe liet in ons lab zien dat het wegvandermiddel tegen overgewicht te zijn. Want de stangen van insuline in de hersenen (door centrale toediedaard vetzuchtige mens is namelijk leptine-resistent ning van insuline-antilichamen) een verhoging van de en leptine behandeling is dus zinloos. Wel bleken voedselopname en het lichaamsgewicht tot gevolg had. een aantal extreem vetzuchtige kinderen uit een De conclusie was duidelijk: insuline in de hersenen Pakistaanse familie in Londen gebaat bij de ontdekfungeert als een verzadigingssignaal en is betrokken bij king van leptine, zij waren een soort menselijk equide lange termijnregulatie van het lichaamsgewicht. valent van de ob/ob muis en normaliseerden hun gewicht na behandeling. Leptine Het leptine signaling systeem in de hersenen Insuline was dé lange termijn regulator. Tot 1994. Want toen ontdekte de groep van Jeffrey Friedman en Rudy In de zoektocht naar een medicijn tegen overgeLeibel het ob-gene product in het vetweefsel van een wicht moeten we wederom hogerop, naar processen

29


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 30

Deze POMC neuronen geven in de zenuwuiteinden alphaMSH af, een neuropeptide die de melanocortine-4 (MC-4) recep toren activeert. In ons lab heeft Koert de Vries in zijn promotieonderzoek laten zien dat remming van de MC-4 receptor met de non-selectieve MC3,4-antagonist

Prof. Dr. A.J.W. Scheurink

SHU9119 de voedselopname stimuleert, het energieverbruik remt (er treedt een verlaging op van zowel de locomotie activiteit als van de lichaamstemperatuur). Als gevolg daarvan leidt SHU9119 toediening tot een

30

sterke verhoging van het lichaamsgewicht (figuur 6 en 7). Stimulatie van de MC-4 receptor met alpha-MSH geeft het tegenovergestelde effect: verzadiging, toegenomen energieverbruik en afname van het lichaamsgewicht. Om het nog complexer te maken maakt de hypothalamus naast de agonist alpha-MSH ook een endogene antagonist voor de MC-4 receptor, een neuroFiguur 6 en 7: Effecten van de non selectieve MC3,4-antagonist SHU9119 peptide AgRP (Agouti Related op de voedselopname, het lichaamsgewicht, de lichaamstemperatuur en de locoProtein), die werkt als inverse motor activiteit. Uit Adage et al. agonist. Op dit moment is de farmaceutische industrie naarstig op zoek naar selectieve, oraal opneembare antagonisten voor AgRP en agonisdie zich op hersenniveau, maar stroomafwaarts van ten voor de MC-4 receptor. leptine, afspelen. Leptine (en ook insuline) grijpt Ons meest recente werk richt zich vooral op MCH aan op de Nucleus Arcuatus, een hersengebiedje op (Melanine Concentrating Hormone). MCH producerende bodem van de hypothalamus. Vervolgens modude neuronen bevinden zich in de laterale hypothalamus, leert leptine de aanmaak en afgifte van een groot een gebied dat de verbinding vormt tussen het leptin aantal neuropeptiden in de hypothalamus (het zogesignaling systeem en de dopaminerge reward systemen naamde leptin signaling system). Grofweg gezegd in de hersenen. We gaan uit van de werkhypothese dat activeert leptine alle neuropeptiden waarvan bekend MCH vooral de hedonische maar niet de homeostatiis dat ze een verzadigende en energieverspillende sche kanten van de voedselopname vertegenwoordigt. werking hebben (zoals ?-MSH, CART en CRH) en In simpel Nederlands: MCH laat je overeten als het remt leptine alle neuropeptiden die de voedselopnaeten lekker is. Inderdaad we hebben onlangs gevonden me stimuleren (zoals neuropeptide Y en AgRP). dat een selectieve MCH-antagonist zeer effectief werkt Het feit dat er zoveel neuropeptiden betrokken zijn als we ratten een erg lekkere maaltijd van gecondenbij de effecten van leptine vergroot het aantal mogeseerde melk met ma誰skiemolie aanbieden maar dat de lijke therapeutische targets voor de bestrijding van antagonist ineffectief is bij het gewone droge koolhyovergewicht. Hierbij is het melanocortine systeem draatrijke rattenvoer (chow). Een MCH-antagonist lijkt in de hersenen wellicht een van de meest interessandaarom de ideale target om de luxus- of overconsumpte targets. In de Nucleus Arcuatus bevinden zich tie van de Westerse mens te verlagen zonder in te grijPOMC (pre-opiomelanocortine) bevattende pen op zijn basale behoeften. Prachtig, niet? neuronen die gestimuleerd worden door leptine.

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 31

Epiloog

Gebruikte literatuur:

Figuur 8 (uit een Nature artikel van Michael Schwartz, University of Washington, Seattle) vat het voorgaande perfect samen. Er bestaan korte termijn verzadigingssignalen (satiety signals) uit de omgeving van de lever en het maagdarmkanaal die hun boodschap via afferente neuronen van het autonome zenuwstelsel doorgeven aan de hersenstam (de nucleus tractus solitarius ofwel NTS). Daarnaast geven insuline en leptine, de zogenaamde adiposity signals, informatie over de hoeveelheid vet in het lichaam. Insuline en leptine bereiken de hersenen via hormonale weg en beĂŻnvloeden zowel de voedselopname als het energieverbruik. De adiposity signals zorgen dus voor de lange termijn regulatie van het lichaamsgewicht. In de hersenen vindt integratie plaats tussen de korte en lange termijn signalen, hierbij spelen onder meer de neuropeptiden alpha-MSH, AgRP en MCH een rol. Uiteindelijk leidt de optelsom van deze factoren tot een honger- of verzadigingsgevoel, het wel of niet optreden van (eet)gedrag en een centraal nerveuze sturing van allerlei fysiologische processen.

- Adage, T, AJW Scheurink, SF de Boer, K de Vries, JP Konsman, F Kuipers, RAH Adan and G van Dijk. Hypothalamic, metabolic and behavioral responses to pharmacological inhibition of CNS melanocortin signaling in rats. Journal of Neuroscience 21(10): 3639-3645, 2001 (Figuur 6 en 7). - Morens C, P Nørregaard, J-M Receveur, G van Dijk and AJW Scheurink. Effects of MCH and a MCH1receptor antagonist on (palatable) food and water intake. Brain Research, 2005. - Strubbe JH and SC Woods. The timing of meals. Psychol Rev. 111(1):128-141, 2004 (Figuur 1). - Schwartz MW, SC Woods, D Porte Jr, RJ Seeley and DG Baskin DG. Central nervous system control of food intake. Nature 404(6778): 661-671, 2000 (Figuur 8). - Van de Wall, EHEM, ER Pomp, JH Strubbe, AJW Scheurink and JM Koolhaas. Deafferentation affects short-term but not long-term control of food intake. Physiol Behav. 31: 84(4): 659-667, 2005 (Figuur 2, 3 en 4). - Van Dijk G, K de Vries, C Nyakas, B Buwalda, T Adage, F Kuipers, M Kas, RAH Adan, CC Wilkinson, TE Thiele and AJW Scheurink. Anorexigenic effects of leptin, but not of down-stream melanocortin receptor activation predicts proneness for diet-induced obesity in rats. Endocrinology. 146(12):5247-5256, 2005. -West DB, D Fey D and SC Woods. Cholecystokinin persistently suppresses meal size but not food intake in free-feeding rats. Am J Physiol. 246(5): R776-787, 1984. - Woods SC. The Eating Paradox: how we tolerate food, Psychological Review 98: 488-505, 1991.

Foliolum Ed. II december 2005

Prof. Dr. A.J.W. Scheurink

Figuur 8: De rol van de hersenen bij de korte termijn en lange termijn regulatie van de voedselopname. Uit Schwartz et al.

31


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 32

Behandeling van overgewicht en obesitas Dr. Pierre M.J. Zelissen, internist-endocrinoloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht In Nederland komt overgewicht (een "body mass index" (BMI) > 25 kg/m2) voor bij ongeveer 40% van de volwassen bevolking en circa 10% lijdt aan ernstig overgewicht (obesitas, BMI > 30 kg/m2). In de afgelopen jaren is de prevalentie van overgewicht en obesitas ongeveer verdubbeld. Obesitas is een belangrijke risicofactor voor de ontwikkeling van een aantal secundaire ziekten (Tabel 1) en leidt zo tot meer ongezonde levensjaren, een lagere levenskwaliteit (mede door psychosociale problematiek), een groter gebruik van allerlei gezondheidsvoorzieningen en tot een verhoogde sterfte. Vet in de buikholte (grote tailleomvang) levert een groter gezondheidsrisico op dan subcutaan vet vooral als dat laatste zich rond heupen en bovenbenen bevindt.

Tabel 1. Relatief risico (RR) van met obesitas geassocieerde ziekten Sterk verhoogd (RR >> 3) Matig verhoogd (RR 2-3) Licht verhoogd (RR 1-2) Diabetes mellitus type 2

Hart- en vaatziekten

Bepaalde kankervormen

Galstenen

Hypertensie

Lage rugklachten

Dyslipidemie

Artrose (vooral knieĂŤn)

Menstruatiestoornissen

Slaap-apnoesyndroom

Jicht

Vruchtbaarheidsstoornissen

Dr. Pierre M.J. Zelissen

Overgewicht en obesitas zijn het resultaat van een gedurende langere tijd verstoorde energiebalans, waarbij de energieopname groter is (of is geweest) dan het energieverbruik. Genetische aanleg speelt zeker een rol, maar de toename van de prevalentie gedurende de laatste jaren is ongetwijfeld het resultaat van onze "obesogene" omgeving met een overmaat aan energierijk voedsel en een afname van fysieke activiteit en daardoor van ons energiegebruik.

Figuur 1. Vormen van succes bij obesitasbehandeling

32

Foliolum Ed. II december 2005

Uitgangspunten bij obesitasbehandeling Behandeling van obesitas wordt vaak als lastig, frustrerend en als weinig succesvol beschouwd. Dit is begrijpelijk omdat de resultaten op lange termijn van (nietchirurgische) obesitasbehandeling teleurstellend zijn: gewichtsnormalisatie (BMI < 25) wordt op lange termijn bij minder dan 10% van de mensen bereikt. Een belangrijke vraag is echter of we obesitasbehandeling alleen succesvol kunnen noemen als langdurige gewichtsnormalisatie is bereikt. Dit is geenszins het geval: succes bij de behandeling van obesitas kan veel genuanceerder worden gezien (Figuur 1).


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 33

Bij het bereiken van een matige gewichtsreductie van circa 10% van het oorspronkelijk lichaamsgewicht kan zeker van succes worden gesproken omdat aangetoond is dat dit tot een significante verbetering leidt van cardiovasculaire risicofactoren zoals van o.a. bloeddruk, lipiden, insulinegevoeligheid). Aangezien het ideale behandelresultaat, nl. langdurige gewichtsnormalisatie, slechts zelden behaald wordt is het voor de meeste mensen met obesitas wenselijker om te streven naar deze matige gewichtsreductie en deze langdurig te behouden. Vóór de start van een gewichtsreducerende therapie dient men de patiënt goede voorlichting te geven over deze uitgangspunten, een concreet behandeldoel af te spreken en zich te vergewissen van zijn of haar motivatie om leefstijlveranderingen door te voeren. De pijlers waar iedere obesitasbehandeling op rust zijn: adequate voedingsadviezen en verantwoorde bewegingsadviezen. Een of andere vorm van gedragstherapie is vaak belangrijk om deze leefstijlverandering te bereiken. Daarnaast (en zeker niet in plaats van) kan soms voor geselecteerde patiënten farmacotherapie en zelfs bariatrische (gewichtsverminderende) chirurgie als adjuvante behandelmodaliteit worden ingezet.

Bewegingsadviezen Extra lichamelijke activiteit als enige therapeutische interventie om gewichtsreductie te bereiken is niet erg effectief, maar in combinatie met een dieet geeft extra lichaamsbeweging betere resultaten, met name qua gewichtshandhaving op langere termijn. Lichaamsbeweging verhoogt het dagelijkse energieverbruik direct en op termijn ook indirect, door een toename van de ruststofwisseling ten gevolge van een grotere en actievere spiermassa. Ook zorgt dit voor gunstige effecten op o.a. bloedlipiden, insulinegevoeligheid, cardiovasculair risico, fysieke fitheid en psychologisch welbevinden. Eenvoudige aanpassingen in het dagelijkse leefpatroon zoals trappen lopen i.p.v. de lift nemen, bepaalde werkzaamheden staande i.p.v. zittende verrichten en dagelijks een wandeling van 30-60 minuten maken, dragen al in belangrijke mate bij om bovenstaande gunstige effecten te bewerkstelligen. Sportactiviteiten moeten langzaam opgebouwd worden ter vermijding van blessures. Het uiteindelijk doel is blijvende integratie van beweging in het leefpatroon, zodat de gewichtsafname gehandhaafd blijft.

Het energiebeperkte dieet is de meest toegepaste behandeling voor overgewicht en obesitas

Voedingsadviezen Gedragsadviezen Het primaire doel van gedragscorrigerende maatregelen is het verbeteren van voedingsgewoontes en het verhogen van het niveau van lichamelijke activiteit. Voor patiënten die de neiging hebben om allerlei onlust- en stressgevoelens "weg te eten" kan hierop gerichte therapie van groot nut zijn. Tenslotte is het van belang om aandacht te besteden aan het zelfbeeld van de obesitaspatiënt; vaak is er sprake van weinig zelfvertrouwen en schaamtegevoelens over het uiterlijk waardoor de patiënt in een neergaande spiraal komt die vaak bijdraagt aan de instandhouding van het gewichtsprobleem.

Foliolum Ed. II december 2005

Dr. Pierre M.J. Zelissen

Het energiebeperkte dieet is de meest toegepaste behandeling voor overgewicht en obesitas. Adviezen en begeleiding van een toegewijd en deskundig diëtist zijn daarbij onontbeerlijk. Het is belangrijk dat uitgezocht wordt welk caloriearm dieet binnen de smaak en leefstijl van de patiënt past. In grote lijnen onderscheiden we conventionele hypocalorische diëten en (zeer) laag calorische diëten in de vorm van maaltijdvervangers. Beide hebben hun voor- en nadelen. Als er eenmaal voldoende gewichtsreductie is bereikt, wordt van een hypocalorisch dieet overgeschakeld naar een eucalorisch dieet teneinde het lagere gewicht in stand te houden. Van groot belang is het feit dat men zich moet realiseren dat de ruststofwisseling is gedaald ten gevolge van de gewichtsreductie en dat de energieopname hieraan aangepast moet worden en dus blijvend lager moet zijn dan vóór de gewichtsdaling, anders is nieuwe gewichtsstijging onontkoombaar. Modieuze hype-diëten (bijvoorbeeld Montignac, Atkins) hebben op langere termijn geen enkele aangetoonde meerwaarde.

33


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 34

Farmacotherapie

Dr. Pierre M.J. Zelissen

Farmacotherapie van obesitas heeft slechts een plaats bij het ondersteunen van leefstijlveranderingen en is, met de huidig beschikbare geneesmiddelen, vrij zinloos als het niet in combinatie met begeleide leefstijladviezen wordt gegeven. Een "ideaal' geneesmiddel voor obesitas heeft een aangetoond gunstig effect op de hoeveelheid lichaamsvet (liefst vooral op het intra-abdominaal vet) en op de hiermee samenhangende co-morbiditeit, acceptabele en/of tijdelijke bijwerkingen, veiligheid en blijvende effectiviteit bij langdurig gebruik, een bekend werkingsmechanisme en een acceptabele prijs. Helaas beschikken we niet over een dergelijk middel. In Nederland zijn momenteel twee geneesmiddelen geregistreerd voor aanvullende behandeling van patiĂŤnten met obesitas indien ze aan bepaalde criteria voldoen: orlistat en sibutramine; in 2006 of 2007 komt zeer waarschijnlijk een nieuw middel op de Nederlandse markt: rimonabant. Belangrijk is om zich te realiseren dat deze farmaca niet in staat zijn om obesitas te genezen; ze werken slechts zolang ze gebruikt worden, na het staken vindt vaak opnieuw gewichtstoename plaats.

34

Orlistat is een remmer van lipase-activiteit in het maagdarmkanaal waardoor de vetresorptie met zo'n 30% afneemt. Deze niet geresorbeerde vetten worden met de ontlasting uitgescheiden en zorgen dus voor milde vetdiarree; de ernst hiervan is evenredig met de hoeveelheid geconsumeerd vet en kan soms hinderlijke vormen aannemen. Orlistat wordt nauwelijks geresorbeerd en systemische bijwerkingen zijn er dus ook niet. De effectiviteit qua gewichtsverlies is niet erg indrukwekkend: uit een meta-analyse blijkt dat orlistat na een jaar behandeling voor 3 kg extra gewichtsverlies zorgt in vergelijking met placebo. Orlistat is ook in staat om het bereikte gewichtsverlies significant beter te handhaven dan placebo. In lijn met het grotere gewichtsverlies zorgt orlistat ook voor een grotere verbetering van een aantal cardiovasculaire risicofactoren (LDLcholesterol, bloeddruk, insulinegevoeligheid) en uit een vier jaar durende studie bleek orlistat tevens de kans op het ontstaan van type 2 diabetes bij obese mensen met een gestoorde glucosetolerantie met 37% te verlagen.

Foliolum Ed. II december 2005

Het centraal werkende middel sibutramine is een selectieve heropnameremmer van de neurotransmitters serotonine en noradrenaline en door deze versterkte neurotransmissie wordt het hongergevoel geremd en het verzadigingsgevoel bevorderd. Tevens verhoogt sibutramine in geringe mate het energiegebruik. De belangrijkste bijwerkingen zijn: droge mond, obstipatie en slapeloosheid. De verhoogde noradrenerge activiteit veroorzaakt wel een lichte verhoging van de hartslag en van de bloeddruk. Uit een meta-analyse lijkt sibutramine iets effectiever te zijn dan orlistat: 4,5 kg meer gewichtsverlies dan placebo na een jaar therapie. Ook sibutramine kan een gunstige rol spelen bij het behoud van eenmaal bereikt gewichtsverlies en het middel zorgt ook voor een grotere verbetering van bekende risicofactoren (behoudens de bloeddruk). De inzetbaarheid van beide middelen wordt in Nederland ernstig beperkt door het feit dat de meeste zorgverzekeraars deze middelen niet vergoeden terwijl de prijs hoog is (circa 80 euro per maand). Rimonabant is een nieuw middel dat in naar verwachting in 2006/2007 op de Nederlandse markt zal komen. Het blokkeert de CB-1 receptor van het endocannabinoĂŻd systeem. Dit systeem heeft gunstige effecten op energiebalans, eetgedrag, alsook glucose- en lipidestofwisseling via zowel centrale als perifere beĂŻnvloeding. Tevens heeft het een gunstige invloed bij het stoppen van roken. Het middel is inmiddels bij ongeveer 6000 mensen getest met ongecompliceerde of gecompliceerde (type 2 diabetes, lidestoornissen) obesitas. Het verschil in gewichtsreductie na een jaar behandeling tussen rimonabant en placebo is ongeveer 5 kg en het middel geeft een significant grotere verbetering van een aantal cardiovasculaire risicofactoren (HDL-cholesterol, triglyceriden, insulinegevoeligheid) die deels onafhankelijk van het gewichtsverlies zijn. De bijwerkingen (vooral misselijkheid, duizeligheid, gewrichtspijnen en diarree) lijken acceptabel te zijn.


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:03

Pagina 35

Bariatrische chirurgie

Conclusie

Bariatrische chirurgie heeft tot doel het ingrijpend en langdurig verlagen van het lichaamsgewicht van een geselecteerde groep patiënten met ernstige obesitas (BMI > 35 of 40 kg/m2). Drie soorten operaties kunnen worden onderscheiden: restrictieve operaties waarbij de reservoirfunctie van de maag wordt verkleind (bijvoorbeeld via een verstelbaar maagbandje), malabsorptieve operaties waarbij voedingsmiddelen minder worden geresorbeerd en een combinatie van beide principes (maagbypass-operatie). De effectiviteit qua gewichtsreductie en gewichtshandhaving is beter dan met welke andere conservatieve methode ook (20-40 kg gewichtsverlies, afname van BMI met 10-15 kg/m2). Ook wordt er een indrukwekkende verbetering van de kwaliteit van leven en verlaging van co-morbiditeit zoals type 2 diabetes mellitus, hypertensie en dyslipidemie waargenomen. De operatiemortaliteit is bij ervaren bariatrisch chirurgen kleiner dan 1%.

Behandeling van obesitas dient gericht te zijn op matige gewichtsreductie (circa 10%), op gewichtshandhaving op lange termijn en op behandeling van comorbiditeit. Leefstijlveranderingen door goede voedingsadviezen en verantwoorde bewegingsadviezen zijn de noodzakelijke basis van de behandeling. Bij geselecteerde patiënten kan adjuvante farmacotherapie en/of bariatrische chirurgie toegepast worden. Multidisciplinaire behandeling (arts, diëtist, eventueel bewegings- en gedragstherapeut) door een ervaren en toegewijd team dat een empathische houding tegenover obesitaspatiënten heeft en er voldoende tijd en aandacht in kan investeren, vergroot de kansen op een succesvolle behandeling.

Dr. Pierre M.J. Zelissen

Foliolum Ed. II december 2005

35


ONDERWERP

nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:04

Pagina 36


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:04

Pagina 37

Duik in het archief: Met Prof. dr. J.H.G. Jonkman Op 15 oktober jl. vond het oudbesturen diner 2005 plaats. Voor het bestuur 1967-1968 een fantastische gelegenheid om oude herinneringen op te halen en om de situatie betreffende Pharmaciae Sacrum (P.S.) anno 2005 met die van zo'n kleine 40 jaar geleden te vergelijken. Van de toenmalige bestuursleden waren er vier aanwezig op het diner, te weten ondergetekende (preases), Gerrie Verdenius (ab-actis), Jaap Jedema (quaestor) en Stieneke Haas (assessor II). De voormalige assessor I, Enno van der Veur, woont tegenwoordig in Florida (V.S.) en liet zich excuseren. Uiteraard zijn er veel verschillen tussen 2005 en 1967, zowel wat studie betreft, als wat de vereniging zelf betreft. Wat de studie betreft kunnen we vaststellen dat het accent in 1967 sterk lag op zelfbereiding (receptuur) en kwaliteitscontrole (analytische chemie) van geneesmiddelen. We studeerden gemiddeld acht jaar en werden overspoeld met informatie op het gebied van natuur- en scheikunde o.a. farmaceutische en analytische chemie (Prof.Dr. J.S. Faber) en ook biologie (met name ook farmacognosie, kennis van geneeskrachtige planten, Prof.Dr. F.H.L. van Os). Dus sterk gericht op natuurwetenschappen en relatief weinig aandacht voor medische zaken. Er was een cursus dierfysiologie en deze vormde de basis voor kennis die later verkregen kon worden op het gebeid van farmacologie. Nog weinig farmacotherapie, maar Prof.Dr. T. Huizinga probeerde (met toenemende mate van succes) terrein te winnen ten koste van bovengenoemde collegae. De 'pil' stond centraal, niet de patiĂŤnt of diens ziekte. Wat de vereniging betreft, waren er ook veel verschillen. De bestuursfunctie was veel minder zwaar dan momenteel. Zeker geen fulltime functie, maar ook geen studiecompensatie zoals momenteel. Goede, maar competitieve contacten met het 'buitenland': Utrecht, Amsterdam (!) en Leiden (!). Tot 1984 was er in vier universiteitssteden een opleiding tot apotheker. Vrijwel iedereen was lid van PS en daarnaast ook lid van een algemene studentenvereniging: gemengd zoals Albertus (katholiek), Vera (gereformeerd) en Unitas (algemeen). Vindicat was alleen voor mannen, Magna Pete voor de vrouwen. In grote lijnen was het jaarprogramma hetzelfde als tegenwoordig: een stuk of vier maal ALV's, dies natalis (1 dag), buitenland excursie etc. Ons bestuursjaar was in het beruchtste jaar (1968) van de 'roaring sixties': een periode van studentendemonstraties, oproeren (Maagdenhuis bezetting in Amsterdam) over de hele wereld. Maar vooral in West Europa protesteerden we tegen alles en nog wat: de wereld moest verbeterd worden, een schoner milieu (Rapport van Rome), minder oorlogsdreiging (Koude Oorlog, geen kruisraketten) etc. Uiteraard moest het studieprogramma ook veranderd worden (wat ook is gebeurd). Veel rellen, ook (maar in geringe mate) in Groningen, waarbij de politie met waterkanonnen en traangas de menigte (vaak studenten) uit elkaar moest drijven.

Helaas was het mooie PS lied toen diep verborgen in het archief. We kenden het niet en zongen het nooit. Het is een geweldige aanwinst dat het weer boven water is gekomen en nu regelmatig gezongen wordt.

Foliolum Ed. II december 2005 Foliolum Ed II december 2005

ONDEREWERP Bestuursjaar 1967-1968

Gelukkig vonden we nog wat tijd om te studeren en mee te doen aan de activiteiten van P.S. P.S. was natuurlijk veel kleiner dan nu (voor zover ik me herinner ongeveer 100 leden). De ALV's, (met bestuur in spijkerbroek en T-shirt) werden aanzienlijk minder belangrijk geacht dan nu, hoewel er toen ook geweldig ge-OH-d werd. De praeses werd beoordeeld op zijn vaardigheid de vergadering snel af te ronden, bij voorkeur binnen een half uur. Een grote zorg voor de praeses was in ons jaar een aantal leden die protesteerden tegen de hoge contributie (ik geloof F 25,- / 12 Euro, dus ongeveer net zoals nu!): dus door de voorzitter geschorst werden, maar de zaal niet wilden verlaten etc. etc. Bij de volgende ALV herhaalde dit spel zich dan.

37


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:04

Pagina 38

Het bestuurswerk werd dus 'even' naast de studie gedaan. Dat kon omdat het studieregime veel minder strak was dan nu. Sommige collegecycli duurden 3 of 4 jaar (1 uur per week), sommige practica duurden een heel jaar(hele dagen). Je kon er gemakkelijk een paar weken tussenuit (bijvoorbeeld voor een tijdelijk baantje of vakantie) en het merendeel van de practicanten verscheen (al of niet met kater) pas rond koffietijd. Feest op de practicumzaal was het wanneer er weer een 'poep-ouderejaars' zijn of haar 12 ½ jaar studiejubileum vierde. Dan werd in de droogstoof op de practicumzaal een heerlijke cake gebakken en werd een drankje gemaakt van ethanol 96% v/v met jenever essence of berenburg essence, dat gemengd werd met cola. Soms werd zelfs een draagbare radio meegenomen voor een feestelijk muziekje. Hierbij herinner ik me nog een flamingodans door een practicante op de laboratoriumtafel. Er werd so wie so veel gezongen (uit volle borst) tijdens de practica. Aan het eind van het practicum Receptuur werd de kwaliteit van de vaginaal zetpillen op basis van gelatine beoordeeld door ze tegen het plafond van de practicumzaal te gooien en te tellen hoe lang ze bleven hangen. Voor zover ik me herinner, kreeg je een voldoende van de practicumassistent als ze tenminste 10 seconden bleven hangen. Na afloop van dit avondpracticum (van 19:00 - 21:30 uur) was het tijd voor wat ontspanning en zo werd door enkele P.S. bestuursleden 'en passant' binnen Vindicat een farmaceutische vereniging 'De Pil' opgericht. Eén en ander bewijst dat er toen sterk behoefte was aan gezelligheidsaspecten naast hetgeen P.S. te bieden had. Vandaag de dag ligt het accent binnen P.S. veel meer op gezelligheid en worden er veel meer activiteiten (ook vormende) georganiseerd. Een zeer goede zaak. Een prachtige gelegenheid om elkaar beter te leren kennen binnen de, inmiddels sterk gegroeide, vereniging. Als erelid heb ik het genoegen gehad de ontwikkelingen binnen PS de afgelopen 10 jaar van dichtbij te volgen en ik moet zeggen dat ik grote bewondering heb voor de manier waarop de vereniging groeit en bloeit. J.H.G. Jonkman. Wist je dat in het bestuursjaar 1967-1968

Bestuursjaar 1967-1968 ONDERWERP

ciae Pharma 1 19 Sacrum e. ld leden te

38 38

Het sym posium v de dies ging ov an er: “het ve rpa geneesm kte iddel”. gen idaat te d n a k n otege nengek t n i Er een b s a stor w lijk nie de quae uiteinde t e h e z e men. D en. rd o w is ge

Foliolum Ed. II december 2005 Foliolum Ed. II december 2005

Er een aut door de orally gemeen te Roden is geho uden.


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:04

Pagina 39

EIK intro weekend

Foliolum Ed. II december 2005

EIK ONDEREWERP introweekend

Na 2 geweldige introdagen op 31 augustus en 1 september verzorgd door de EIK-commissie begonnen we ons collegejaar met PC-gebruik. Na een week dit oh zo moeilijke vak gevolgd te hebben, begonnen we aan celbiologie. Tijdens dit vak werden we al helemaal klaargestoomd voor het EIK introweekend dat plaats zou vinden in het weekend van 30 september bij boer Wouda te Appelscha. Met smart zaten 60 eerstejaars te wachten op de dag dat het introweekend zou beginnen. Vrijdag 30 september was het eindelijk zover, we gingen naar Appelscha. Om 5 uur moesten we ons verzamelen bij het Centraal Station. Toen we daar waren was het nog een hele klus om de goede bus te vinden. Vele geruchten over haltes deden de ronde, maar helemaal niemand wist de bus te vinden. Toen de bus er eindelijk aan kwam renden we met z'n allen naar de bus. Het regende. Tegen half 6 reden we weg. In de bus werd er heftig gesproken over de beruchte drankspelletjes van alle commissies die zaterdag zouden plaatsvinden. Eenmaal aangekomen bij boer Wouda werd er om de slaapzalen gevochten. Toen iedereen zich gesetteld had, begonnen we aan het avondmaal in Amerikaanse stijl. Oftewel een hamburger met gebakken aardappels. Dit vanwege het thema: F.B.EIK. Na het eten was het tijd voor de afwas. Na alles weer schoon gemaakt te hebben gingen we vanwege het slechte weer spelletjes van de EJC doen. We deden Hints, Lullenpotten, Twister, Negerzoenen en een hindernisbaan met eieren. Deze spelletjes waren vooral bedoeld om alle studiegenoten beter te leren kennen. Dit was zeer succesvol. Vervolgens was het tijd voor een feestje met de nodige biertjes. Vooral tijdens het gratis fust werd er menig bier geschonken. Na een tijdje stond iedereen al vrolijk te swingen op de goed gekozen muziek van de dj. Tegen een uurtje of 3 lagen de meeste mensen toch al plat, maar de echte diehards gingen door tot in de vroege uurtjes. Het was al met al een zeer geslaagde eerste avond. De volgende morgen werden we alweer vroeg het bed uit geschreeuwd, om vervolgens in je slaapoutfit rondjes te moeten rennen over het natte veld. De zon scheen. Daarna mochten we ons gelukkig even opfrissen en lekker ontbijten. Na het ontbijt en de nodige afwas natuurlijk, gingen we buitenspelen. Lekker schommelen, wipwappen en van de glijbaan glijden. Heerlijk ontspannend. Na deze ontspanning gingen we door met de actieve spellen van de EIK commissie. Deze waren blind volleyballen, rugbyen, trefbal en voetballen als een paard. Dat laatste spel was heel erg grappig, omdat je niet zag waar de bal was en het veld zeer nat was waardoor menig eerstejaars nat werden. Daarna was het vooral wachten totdat alle commissies zouden arriveren. Toen alle commissies er waren werd het tijd om kennis te maken met de commissies. We moesten liedjes zingen, ananas sjoelen, toetsenborden in elkaar zetten etc. etc. Dit onder genot van de nodige drank. Het nut van deze kennismakingsronde was dat je nu weet welke commissies er zijn en wat voor functie ze hebben. Veel eerstejaars hebben zich dus ook aangemeld om in een commissie plaats te nemen. Na deze kennismakingsronde was het tijd om je date te zoeken voor de avond. Iedereen was heftig aan het zoeken.

39


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 40

Ken zocht Barbie, Fokke zocht Sukke, Belle zocht het Beest en Jim zocht Jamai. Leuke combinaties waren het gevolg. Toen was het tijd om je om te kleden voor het intieme 5-gangendiner. Veel eerstejaars droegen hun PS-das of hun PS-string en hun PS-pin, die ze eerder die middag konden kopen bij PS. Het 5-gangendiner was zeer geslaagd. Iedereen kon zijn of haar buikje helemaal vol eten aan bami, pizza, soep, satĂŠ en pannenkoeken met ijs. Het was echt heel lekker. Hierbij nog de complimenten aan de COKE-squad. Na het diner was het weer tijd voor de afwas, daarna mocht iedereen zich omkleden. Er was ons gevraagd om voor themakleding te zorgen. Veel eerstejaars hadden geprobeerd zich hier aan te houden. Je zag veel boevenpetjes, nette pakken en vooral veel zonnebrillen. Ook de K.N.P.S.V. heeft zich goed aan het thema gehouden. Ze kwamen als aboriginal, met bongo's en al, naar binnen. Dit mocht de pret niet drukken en zo werden ook deze avond vele biertjes, vooral door het gratis fust, mix drankjes en voor de liefhebbers fris geschonken. De muziek was deze avond ook weer helemaal top, waardoor menig voetjes van de vloer gingen. Dit feest ging tot in de late uurtjes door, maar tegen half 6 vond de EIK het toch tijd worden om te gaan dweilen, waardoor iedereen zijn of haar bed maar opzocht. Hier werd nog even de avond na besproken maar al snel lag iedereen te slapen. Op zondag morgen werden we weer om half 10 uit bed geschreeuwd. Dit keer hoefden we gelukkig geen rondjes te rennen om het veld, dus konden we ons meteen opfrissen en klaarmaken voor het ontbijt. Tijdens het ontbijt zag je vooral luie eerstejaars die langzaam een broodje naar binnen werkten. Ook de commissies die de nacht hadden en doorgebracht bij boer Wouda zaten aan de ontbijttafel. Hoogtepunt bij dit ontbijt waren de donuts die gretig aftrek vonden. Na het ontbijt was het tijd om de EJC van het jaar '05/'06 te kiezen, omdat er maar 1 kandidaat EJC was, brak er geen spannende strijd los. Daarna was het tijd om de slaapkamers, badkamers en grote zaal schoon te maken. Hier had niet iedereen even zin in en werd niet alles helemaal goed schoon gemaakt. Ook kon je brood, vla en alles wat over was van de picknicktafels afhalen en mee naar huis te nemen. Erg actieve dingen werden deze dag niet meer gedaan omdat veel mensen moe waren. Veel mensen gingen nog even in het zonnetje zitten of genieten van een taart die opeens op tafel stond. Andere mensen gingen weer kaarten. Toen om half 2 de bussen er waren zat het introweekend erop. We kijken er met heel plezier naar terug en willen hierbij iedereen nog bedanken!

EIK introweekend ONDERWERP

RenĂŠe Kollen

40

Foliolum Ed. II december 2005

Linda Labberton

Joost Masselink


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 41

Squash en Farmacie Wat is de beste manier om je opgekropte frustraties na een lange, zware practicumdag af te reageren? Voor mij is dat duidelijk op de squashbaan! Zo hard je kan, die bal alle hoeken van de baan laten zien, heerlijk. Dus toen ik zag dat ik er in Groningen een studenten squashvereniging bestond, was ik meteen verkocht. September 2004 ben ik lid geworden bij de Groningse Studenten Squash Vereniging Squadraat en ik kon gelijk beginnen met trainen. Vooraf kon ik me niet echt een voorstelling maken wat een squashtraining zou inhouden. Jarenlang heb ik gevolleybald, maar die trainingen zijn toch wat anders aangezien volleybal een teamsport is en squash een individuele sport. Een beetje ballen naar elkaar overspelen was het enige wat ik me erbij kon voorstellen, geen idee dat er allerlei verschillende soorten slagtechnieken bestonden, zoals de boast, dropshot en killerball... Naast de training ĂŠĂŠn keer per week, zijn er ook twee toss-avonden, waarop iedereen kan komen squashen. Het leuke daaraan is dat je ook eens tegen andere mensen dan je trainingsgroepleden komt te spelen, wat er voor mij op neerkomt dat ik ook met veel betere spelers op de baan kom te staan, erg leerzaam! Naast een sportvereniging, is Squadraat ook een gezelligheidsvereniging. Regelmatig worden er borrels en toernooien georganiseerd, maar ook andere activiteiten zoals beachvolleybal, een barbecue, schaatsen en een weekendje weg. Vorig jaar bestond Squadraat twintig jaar, ter gelegenheid waarvan een mooi lustrumweekend in elkaar is gezet. Het eerste Squadraatfeest was een feit en zal komend jaar zeker herhaald gaan worden!

Mocht je na dit relaas ook eens je farmaciefrustraties op de baan willen uitleven, kom gerust een keer langs, neem een kijkje op de website, www.squadraat.nl, of stuur een mailtje naar bestuur@squadraat.nl. Marika Sommen

Foliolum Ed. II december 2005

ONDEREWERP Squash en Farmacie

Eind januari dit jaar raakte ik helaas geblesseerd en moest ik stoppen met trainen. Om toch de band met de vereniging te behouden besloot ik actief te worden en ik kwam in de toernooicommissie terecht. En tja, als je eenmaal in de vaste, actieve kern terechtkomt, kom je er ook niet meer zo snel uit... vandaar dat ik dit jaar, naast de redactie van het Foliolum, ook in het bestuur van Squadraat ben gestapt. Ik vervul de functie van interne commissaris, wat inhoudt dat ik de trainingsgroepenindeling maak en dat alle leden zich bij mij moeten afmelden als ze niet kunnen komen trainen. Soms een intensief werkje, als veel mensen zich afmelden en ik vervangers voor de trainingen moet regelen. Maar voor mij geldt vooralsnog, hoe drukker ik het heb, hoe beter ik presteer, op alle fronten!

41


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 42

E indelijk zat ik dan in het vliegtuig en ik kon echt niet wachten op mijn aankomst op Curaçao. Ik had er maanden naar uitgekeken en super veel zin in. Het was een opluchting dat het afscheid nemen voorbij was en goed bedoelde adviezen kon ik niet meer aanhoren. Toen ik rond zes uur aankwam was ik erg blij met de temperatuur, dat ik overdag helemaal nat van het zweet was na een paar meter lopen, wist ik toen nog niet. Bij mijn huis aangekomen was ik verbaasd hoe mooi het was. Het is een oud oranje huis gerestaureerd door de monumentenzorg, het is erg mooi en ruim. Er wonen ongeveer 20 studenten. In het begin had ik vooral mannelijke huisgenoten, hartstikke relaxed was het toen.

Ik doe onderzoek met zwangere patienten met diabetes en obesitas. In het begin was het erg rustig, ik was vooral bezig met het zoeken naar patiënten die mee konden doen aan het onderzoek. Nu ik ze heb, heb ik het druk met bloedprikken, navelstrengen verzamelen en de bewegingen van de baby's filmen. Het bloed en de navelstreng wordt geanalyseerd op vetzuren. Obesen en diabeten hebben een andere vetzuur samenstelling vergeleken met 'gezonde' mensen. Bepaalde vetzuren zijn belangrijke componenten voor de hersenopbouw in de foetus. Obesen en diabeten hebben mogelijk relatief minder van deze vetzuren, waardoor de neurologische ontwikkeling mogelijk verminderd is. Als de baby's 14 dagen en 3 maanden oud zijn worden ze gefilmd. Er wordt dan gekeken naar de spontane bewegingen (General Movements) van het kind. De kwaliteit van de bewegingen zegt iets over de neurologische ontwikkeling van het kind. Ik kom bij de mensen thuis om de baby's te filmen. Over het algemeen zijn de mensen erg aardig. Door het contact met de patiënten kom ik in aanraking met de Antiliaanse cultuur. De meeste proefpersonen wonen bij hun ouders of schoonouders, of in het huis ernaast. Niet alle Antilianen zijn dol op Nederlanders, maar de meeste hebben geen problemen met ons. Op Curaçao kun je moeilijker rondkomen dan in Nederland. Mensen met een middelbaar beroep hebben het erg krap. Dat komt omdat de lonen al lang niet meer zijn gestegen en de vaste lasten, boodschappen ect. wel. Sommige Curaçaoënaars die in Nederland hebben gewoond hebben daarom heimwee naar Nederland.

i D

w u e

e k r

e

Op

Student in het buitenland ONDERWERP

De mensen hier zijn erg sociaal ze vragen altijd hoe het gaat en maken vaak een praatje. Ik moet mezelf vaak afremmen om niet te snel langs mensen heen te lopen. In Nederland begroet je mensen en loop je door, dat is hier gewoon anders. Ze hebben hier geen haast en zijn minder tijdsgebonden. Dat zorgt ervoor dat ik vaker dan eens een uur moet wachten op een patiënt of dat ze niet komen. Soms is het vervelend, maar ik maak me er helemaal niet meer zo druk om, ik ben gewoon blij met de dingen die wel goed gaan. Op onderzoeksgebied moet ik ook meer improviseren. Veel dingen die in Nederland vanzelfsprekend zijn, zijn het hier niet. Zo was laatst de methanol op en moest ik naar de apotheek om iets precies af te wegen op twee decimalen afgerond.

42

Ik doe hier alles met de auto. Er wordt hier amper gefietst, er zijn ook geen fietspaden. Het openbaar vervoer is hier ook niet zo handig. Daarom heeft bijna iedereen wel een auto. 's Avonds gaan we ook op stap met de auto. Het is niet veilig om in het donker te lopen en alles is ver van elkaar vandaan. De meeste tenten hebben hier een paar happy hours per week. Meestal gaan we naar de happy hours, om goedkoop te drinken en ook omdat er dan veel mensen zijn. Dat maakt dat we iedere week hetzelfde partyschema hebben, nog steeds is het altijd leuk.

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 43

Inmiddels wonen er in ons huis op drie na, alleen maar meisjes. Dat maakt de sfeer natuurlijk heel anders. Over het algemeen is iedereen erg aardig. Het huis is nu wel erg schoon, de afwas is bijna altijd gedaan. Allemaal Nederlanders plus één Belg. We hebben een hele grote achtertuin, waar we vaak met z'n allen barbecuen. Op donderdag hebben we salsales, ook in de achtertuin, bijna alle huisgenoten doen dan mee. Omdat we met allemaal meisjes zijn, neemt de salsaleraar Antiliaanse mannen mee, dat danst natuurlijk veel beter dan Nederlandse mannen. Meestal schijnt hier de zon en is het erg warm. Vooral rond het middaguur ben ik echt liever in de schaduw. Vanaf een uur of vier begin ik het lekker te vinden. Op dit moment is de regenperiode aangebroken. Toen ik hier in juni kwam, zag het landschap er dor en droog uit, nu is alles helemaal groen van de regen. Meestal regent het heel hard en is het zo weer voorbij. Afgelopen week heeft het ontzettend veel geregend. Onze keuken was helemaal ondergelopen en in sommige straten stond ook een dikke laag water. Antilianen houden volgens mij niet erg van regen. Als het kleine druppeltjes regent, gaan ze meteen schuilen. Laatst begon het een beetje te regenen tijdens het uitgaan, binnen een paar minuten zag ik alleen nog maar Nederlandse stagaires. Mijn proefpersonen komen niet opdagen als het regent, het is normaal om thuis te blijven als het regent. Het dak van de jeep lekt waar ik in rijd. Dus als ik ergens aankom als het regent, ben ik helemaal doorweekt. Men heeft dan diep medelijden als ik binnenkom als een verzopen katje. Misschien moet ik toch maar een regenpak kopen ofzo.

Cu ra ca o

In het begin lag ik ieder weekend op het strand. De drang om naar het strand te gaan wordt wel iets minder omdat het zo vanzelfsprekend is. Soms gaan we wat rondrijden, wat dingen bekijken of naar stranden die verder weg zijn. Inmiddels heb ik ook m'n duikbrevet gehaald, dus soms ga ik duiken in het weekend. Het is echt supermooi onderwater, net alsof je in een hele andere wereld bent. De vissen hebben hier alle kleuren van de regenboog. Omdat niemand praat onderwater is het lekker stil en kun je je helemaal op de omgeving concentreren. Ik heb het hier ontzettend naar mijn zin, jammer genoeg gaat de tijd erg snel. Ik heb totaal geen zin om nu naar huis te gaan. Ik probeer er niet aan te denken en gewoon te genieten. Hoewel Curaçao bij Nederland hoort, heb ik een heel andere cultuur leren kennen. Ik heb niet alleen Curaçao leren kennen maar ook Nederland, omdat ik weet dat het allemaal anders kan, zie ik opeens de goede en slechte kanten van Nederland. Ik mis af en toe het goed geregelde van Nederland, maar als ik weer thuis ben zal ik het relaxte van hier missen. Ayo, Dieuwerke

Student inONDEREWERP het buitenland

Foliolum Ed. II december 2005

43 ?


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 44

Ontgroening door het Foliolum:

‘De DIES’ Deze maandag was de Dies commissie door het Foliolum uitgenodigd om, wederom in "the Lazy frog" , te komen borrelen. De redactiecommissie was ruim op tijd aanwezig om nog wat voorbereidingen te treffen. Er was om 10 uur afgesproken. Het is inmiddels kwart over tien en er komt iemand binnen (als er om dit tijdstip iemand de Lazy frog binnenkomt, dan moet het wel iemand van de Dies zijn). Maar helaas, het blijkt de eigenaar te zijn die, Foliolum kennende, alvast de zoute sticks op tafel zet. Dies, Duurt Lang! Wat hebben commissies toch met te laat komen als ze door het Foliolum worden uitgenodigd? Een stukje angst voor onze ontgroening? Daniel is de eerste van de Dies commissie die verschijnt en dat bood ons vast de gelegenheid om hem alvast uit te gaan horen wie zijn Dies date zou worden. Even later komt Anne, de praeses van de Dies binnen: "anders schuif je ff op!". Wat hebben vrouwelijke praesides toch met bitcherig zijn? Als de hele Dies compleet is kan er, wederom onder leiding van Roelof, begonnen worden. Wat gelijk opvalt, is Daniël die met zijn lengte boven zijn commissie genootjes uitsteekt. Daniel krijgt hierdoor geen extra aandacht en ondanks dat hij de langste is hebben de vrouwen volgens Gertruud toch de macht en de overmacht. Daniel antwoord hierop dat ie inderdaad vierkant onder de duim zit.

Ontgroening door het Foliolum ONDERWERP

Wat misschien nog wel het meeste opvalt is dat Maarten veel rustiger is dan normaal. Ook Getruud valt dit op "hij heeft nog nooit zo lang zijn mond gehouden". De rest van de Dies roert zich ook: "blijkbaar kan ie alleen maar over zichzelf praten". Maarten moet namelijk iets over Wai Ping vertellen. Hij vindt haar een lief meisje en een surprise die (alleen in zijn dromen) goed is uitgepakt. Anne vat het allemaal samen: "zijn mond is een reciproque functie van zijn lengte". Anne heeft als praeses alles onder controle maar is, net als Wai Ping, toch wel een beetje een stress kip. Iedereen mag altijd tot heel laat opblijven en is, zeker na een paar biertjes, heel gezellig. Ze vervult ook gelijk een aantal appie twee functies, waaronder de bier functie. Normaal gesproken zou Maarten deze functie moeten vervullen, maar hij trekt ter compensatie af en toe een adje solidair.

44

Net als bij de almanak commissie was het koken op de commissie avonden ook bij de Dies een topic, vooral natuurlijk wie het VETSTE kon koken. Zo kwamen we te weten dat Getruud een goeie pasta kok is, dat Anne zelfs heel lekker kan koken, Wai Ping kookt met champagne (om alvast een voorproefje te nemen op de Dies!?) en dat Maarten gek is op de frituur; "Goed, ik heb een keer patat gehaald". We waren natuurlijk ook benieuwd hoe het met de organisatie van de Dies stond. Er waren wel een aantal stress kippen binnen de commissie ( Anne, Wai Ping), maar gelukkig kan Getruud heel goed tegen stress, is Daniel de ontstresser van Wai Ping en is Maarten heel ijverig en doet hij alles voor…..eeeeuuuhhh…. de Dies. (Of was dat alleen maar om Wai Ping te imponeren????) Ondertussen wordt er druk doorgetekend. Wai Ping tegen Maarten die haar aan het tekenen is: "Ik wil nog wel borsten". Maarten: "Jawel borsten, dat zijn deze dingen". Anne: "deze zijn nog groter dan in het echt, oversext". Wai Ping is wel tevreden over de tekening van Daniel, ze hoopt hem zo op de Dies te zien met al die spieren en de zonnebank kleur. Tenslotte wilden we nog weten wie zich het best aan het Dies thema aanpaste. Gelukkig deed iedereen dat wel een beetje. Anne, Wai Ping, Gertruud, Daniel en Maarten; we hebben er alle vertrouwen in dat het een super mooie Dies gaat worden!!

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 45

Daniël door Wai Ping: ‘Daniel is lief, aardig, sportief, punctueel, redder in nood, agenda-afhankelijk, sjaak afhaak, bomvol en heeft altijd een telefoon aan zijn oor..’

Gertruud door Daniël: ‘Gertruud is moeilijk, snel met celbio proeven (als de DIES maar langer wordt), ze kan heel goed tennissen en goed tegen stress.’

Wai Ping door Maarten: ‘Wai Ping is Ping … DUURT LANG… Stilte… Maarten kan dus wel stil zijn :P Wai Ping = een schat, lief meisje, een surprise die goed uitgepakt is, "kassa, PING, quaestor", leukste meisje dat Maarten kent. Moraal van het verhaal: Pingie is Top!’

Anne door Gertruud: ‘Anne is "de beste praeses die er is", controlefreak/stresskip, de gezelligheid in de commissie en bij haar mogen ze altijd heel lang blijven hangen waar de rest iedereen het huis uit trapt.‘

Foliolum Ed. II december 2005

ONDEREWERP Ontgroening door het Foliolum

Maarten door Anne: ‘Maarten is stiekem verliefd op Wai Ping, heel ijverig, perfectionist, faalangstig, heel erg druk, lief, vrolijk, gezellig maar moet wel onder de duim gehouden worden en hij heeft een mond als reciproke functie van zijn lengte. ...’

45


ONDERWERP

nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:05

Pagina 46


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:06

Pagina 47

Commissiepraat Stof Vaandeldrager

Aanwezig op de borrel: het stof, Ze vinden zichzelf erg tof. Veel nieuwe dingen in de pijplijn, Iedereen moet weten dat ze erg druk bezig zijn. Een nieuwe site om ons op te beklagen, Alles voor het studenten welbehagen. Ook komt er een spiksplinternieuwe nieuwsbrief, Waarvoor onze prullenbak optreedt als mail-dief ;-) Het is duidelijk dat het stof zich over vele zaken buigt, Zodat we allen weten dat het stof niet meer zuigt!

Foliolum Ed. II december 2005

ONDEREWERP Commissiepraat

Arjen met de vaandelstok, Bevindt zich vaak op het hok. Ook in de tap is hij van de partij, En maakt daar niet alleen zichzelf blij. Mooie momenten met evelien, Volgens de vaandelstok "een dikke tien". Deze bevond zich echter in zijn zakje, Lekker op zijn gemakje. Deze vaandeldrager vond dit interview emotioneel, Het werd hem bijna teveel. BEC Is het wel een echte vent? Voor de rest "no comDe BEC was niet zo enthousiast, ment!" Ze waren vast te veel met de BECpack belast. Vincent wist te vertellen dat we stil moesten zijn in de bus, Dusssss… KNPSV Vincent zei pieeeeeep, Die opmerking vond hij echt flut. Op onze borrels is de Toen kwam Job erbij, KNPSV, Hij was erg blij. Altijd zeer tevree. Hij had namelijk geBECt op het EIK-kamp, Ze zijn altijd goed voorzien Dat vond het niet bepaald een grote ramp. van bier, Het BEC-logo verdient enige uitleg, En hebben in het hoge noorden Deze krijgen we wellicht onderweg. altijd veel plezier. We kunnen alvast verklappen, Ze hebben hun aboriginal-pakjes dit Dat de terminator-hand vast goed kan tappen. keer thuis gelaten, Ook de bus is in het logo aanwezig, Zodat ze nu in hun gewone kleren kunKortom de commissie is druk bezig. nen blaten. Waar de reis dit keer heen zal leiden is geheim, Ze voelen zich in het hoge noorden altijd Zorg dus dat je op de onthullingsborrel kunt zijn. heel erg thuis, Want volgens hen is het hier nog wel pluis. Dit omdat alle Groningers nog simpel en eenvoudig zijn, Het lopen in normale kleren vinden ze dan ook erg Eerstejaars commissie fijn. Het EJC is niet zo spraakzaam, Bepaalde dassen worden daarom niet altijd even Eerder waakzaam. goed gewaardeerd, Zodat ze niet zoveel over hun thema hoeven te zeggen, Omdat Erik tot het verkeerde was bekeerd. Die ze ons later dit jaar voor gaan leggen. Rianne vond dit een schandalige actie, Ze beloven ons wel originaliteit, We wachten nog steeds op een reactie. Dit is voor elk EJC een feit. We hopen elke keer op meer dan één gratis fust, Want dat is toch altijd een must. Of twee of drie of vier, Met Voluptas, Want dat betekent nog meer veel plezier. Ben je altijd in je sas!

47


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:06

Pagina 48

Sudoku ONDERWERP

Wie heeft de snelste tijd?

48

Foliolum Ed. II december 2005


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:06

Pagina 49

Almanak

Fotocommissie

De almanak is naar de drukker gegaan, Dat gaf de praeses aan. Over hun aankondiging was ze niet tevree, Want in 2006 doet ze niet meer aan de almanak mee. 2005 dat is hun jaar, En in powerpoint maken ze in ieder gaval niet hun filmpje klaar. De fantasie was ook aanwezig, Want ze zijn met een roze pluche almanak met een spiegeltje bezig. De inbreng van de mannen is dus waarschijnlijk tot 0 gereduceerd, Hoe hebben ze het gepresteerd?

Lustrum Het lustrum is overweldigend in één woord, Dit zei Bart nadat hij onze naam imPRESSive had gehoord. Onze vragen was hij al zat, Maar het lustrum heeft zijn tijd nog niet gehad. Dus daar wil hij nog wel een jaartje mee door, Want dat is 'best gezellig hoor'. Zijn functie bevat meer dan bier drinken en eten, Het is maar dat we het even weten. Barts specialiteit is quaestor zijn Z'n andere activiteiten zijn geheim. Het heeft iets te maken met locaties zoeken, Of wil hij voor iedereen een vakantie naar Turkije boeken? En dan poepbruin op de borrel arriveren, In zijn zonnige Turkije kleren. Lustrum, we wensen jullie succes het komende jaar, Maak het waar!

Kleine mannetjes, daar zit de commissie vol mee, Vandaar ook zoveel foto's van een decolleté. Dit is het nieuwe item dat ze hebben bedacht, Er worden dan ook veel reacties op de site verwacht. Klein mannetje Maarten is weg Voor een nieuwe waren ze druk in overleg.

Inmiddels is Arthur geïnstalleerd, Hij voelt zich vast vereerd. Om zich in dit illustere gezelschap te mogen begeven, Foto's maken, dat is hun leven. Honderden foto's is voor hun nog heel gewoon, Zo zie je maar er is leven na Boon.

Internet

SSS De SSS vergaderingen zijn zwaar, Driedubbel maxxen totdat ze neervallen daar. Vergaderen over een naam gaat daarmee niet in de hand, Want dan krijg je namen als "oog om oog, tand om tand." "Of was het toch in één oog opslag? "We zullen het vast wel eens te weten komen op een SSS-dag. De farmaceutische wetenschappen is hun terrein, dat zul je wel merken als je op één van hun activiteiten aanwezig wilt zijn. We verlangen nu al naar de BBB, Daarom gaan wij met zijn allen gezellig mee.

Foliolum Ed. II december 2005

ONDEREWERP Commissiepraat

Internet is de 2e commissie van Bart, En druk heeft hij het niet, best apart. Ingrijpende plannen hebben ze namelijk niet, Maar toch liggen er mooie dingen in het verschiet. Dit door toedoen van een oud lid, Zelfs in een andere functie is hij nog gefascineerd door de byte en de bit. Bart en Ebian vergaderen vaak, Met een lekker biertje erbij voor de smaak. Op de vraag: 'wat is jullie motto' kon hij geen antwoord geven, Alleen: 'waar is Ebian gebleven?' Blijkbaar is deze twee-eenheid nogal gehecht aan elkaar, Ze nemen het leven dan ook niet al te zwaar.

49


19-12-2005

15:06

Pagina 50

Achterkrant ONDERWERP

W

nummer2geheel.qxp

50

Foliolum Ed. II december 2005

s Wie? i ie


nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:06

Pagina 51

Foliolum Ed. II december 2005

ONDEREWERP Achterkrant

Door Willem Jan Kuik

51


ONDERWERP

nummer2geheel.qxp

19-12-2005

15:07

Pagina 52

http://www.psgroningen.nl/foliolum/december2005  
http://www.psgroningen.nl/foliolum/december2005  

http://www.psgroningen.nl/foliolum/december2005.pdf

Advertisement