Page 1

Het Van Harte archief W.J.I. van der Gulden


Inhoud

1 Eerste verkenning .Hoe het archief in ons bezit kwam en welke informatie het bevat.

4 Winkelpanden Twee verbouwingen uit de dertig jaren en twee naoorlogse nieuwbouw panden.

9 Woonhuizen en villa’s Veertien projecten van verschillende omvang tussen 1912 en 1951.

20 Openbare bouwwerken De Sallandsche Bank, de Gemeente Spaarbank, het Groote en Voorster Gasthuis, het Eerste Deventer Bioscope Theater, het Go Ahead Stadion. 27 Fabrieken en bedrijfspanden Ontwerpen vanaf 1901 voor Ankersmit, Olieslagerij ten Hove, Grutterij Holterman & ten Hove, de Zwarte Silo, Senzora, Zandhuis en Zwart, Trip Bouwmaterialen. 52 Verantwoording


EER STE V ER K EN NING Sinds voorjaar 2011 zijn we in het bezit van Het Van Harte Archief. Het is een stapeltje van 288 bouwtekeningen en een bestek-boekje. De inhoud: wat er is en wat er niet is Op de tekeningen staat altijd een opdrachtnummer, meestal een titel: de opdrachtgever of een adres en een datum, vaak de hand­ tekening ‘M. van Harte’. Er zijn meer tekeningen met het zelfde nummer: zij horen bij dezelfde opdracht en zitten bij elkaar in een mapje. Er zijn 98 van zulke mapjes, elk met een tot tien tekeningen. Sommige opdrach­ ten waren zo omvangrijk dat daaraan verschillende nummers en dus ook verschillende mapjes met tekeningen zijn gewijd. Het archief gaat over ongeveer 90 verschillende opdrachten. Daar­ mee is het maar een klein restant van wat het er ooit is geweest. Er is selectief bewaard. De Jugendstil panden, maar ook het Land­ bouwmuseum, het kerkje van Okkenbroek om maar en­ke­le pro­ minente ontwerpen te noemen, zijn er niet. Van de Sal­­landsche Bank is alleen de kopie van één tekening over, van de Eerste Deventer Bioscoop ontbreekt de detailtekening van de voor­gevel, van de villa de Molenenk is er alleen het plan voor de riolering. Kennelijk hebben de interessantste en mooiste tekeningen ooit ‘een andere bestemming gekregen’. Hebben tekenaars (van opa) zich er liefdevol over ontfermd en ze mee naar huis genomen? De herkomst Natuurlijk is het bijzonder dat er ruim 55 jaar na opa’s dood über­ haupt nog tekeningen zijn.

De heer Janleo van de Laar van de Deventer Monumenten Dienst bracht ons op het spoor van de architect A.J. Roeterdink. Die was als laatste vennoot van Architectenbureau Postma-Roeterdink be­zig met het ontmantelen van het totale bedrijfsarchief, dat sinds opa’s toetreden in 1942 bij Postma ook het archief Van Harte omvatte. Sinds ons contact heeft de heer Roeterdink de tekeningen van onze grootvader die hij tegenkwam voor ons op zij gelegd. We zijn ze voorjaar 2011 samen met Peter gaan halen. Het was een leuke ontmoeting met hem en zijn vrouw thuis. Postma–van Harte: verwante opvattingen Later stuurde Roeterdink ons informatie die een interessant beeld geeft van Jan D. Postma. De twintig jaar jongere collega waar opa zich bij voegde, wordt daarin beschreven als een mar­ kante persoonlijkheid die in Deventer, in Nederland maar ook in het buitenland bouwde. Hij had een veelzijdig repertoire: huizen, landhuizen, woonwij­ ken, kantoren, bedrijfs-gebouwen en graansilo’s staan op zijn naam. ‘In zijn ontwerpen stond het doel van het gebouw voorop. De functie van een gebouw moest vooral duidelijk zijn. Een fabriek was een fabriek, een huis was een huis en bij een repre­ sentatief gebouw moet die functie direct zichtbaar zijn.’ Dat doet me denken aan de termen ‘gebruikersfunctie’ en ‘bood­ schapperfunctie’ waarmee ik zelf het werk van opa omschreef in mijn lezing voor de Studierichting Stedenbouwkundig Ontwerpen’ van de Saxion hogeschool. Het ‘Overzicht van de geschiedenis van Architectenbureau Postma’ geeft een aardig inzicht in de verhouding tussen Postma 1


en opa, maar zegt ook veel over opa zelf: ‘1942 Overname bureau van Harte. De Heer van Harte was een bekend en degelijk architect in Deventer en omstreken. Hij was zeer bevriend met J.D. Postma Sr. Door zijn bureau tijdig over te doen aan Postma, wilde hij voorkomen dat zijn opdrachtgevers na zijn dood bij collega’s terecht zouden komen, waar hij, zacht uitgedrukt, geen enkel respect voor had. Hij heeft tot zijn overlijden in 1954 nog aan de gezamelijke bureaus gewerkt.’ Postma zelf heeft in 1960 bij zijn 70ste verjaardag een korte beschouwing gegeven van de geschiedenis van het architecten­ beroep. Voor de oorlog werd dat beschouwd als een eenmans job. Na de oorlog is het werk van de architect uitgegroeid tot team­ work waarin de verschillende onderdelen door specialisten wor­ den behandeld. De aannemers willen de werkzaamheden van de architect beperken tot het maken van plannen. Zij willen zelf de overeenkomst met de opdrachtgevers sluiten, zonder inmenging van de architect. Dat zal des te gemakkelijker gaan nu jonge col­ lega’s meer aandacht schenken van de aesthetische eisen en zich weinig bekommeren om constructie en kostprijs. De tekeningen uit het ‘Van Harte Archief’ maken duidelijk hoe opa als architect van de oude stempel te werk ging. Opdrachten van voor 1910, na 1930 en buiten Deventer Ondanks zijn beperktheid voegt het archief boeiende informatie toe aan wat al over onze grootvader bekend is. Allereerst is natuurlijk interessant dat er tekeningen zijn van de periode tussen 1901 en 1910 en van 1930 tot 1954. Het gaat om 23 opdrachten waarvan twee van buiten Deventer. Het meeste van wat tot nu toe bekend was betrof de tijd van 1910 tot 1930 en ging alleen over het Deventer van voor de annexaties.

Het is goed om bij die jaartallen ook naar de leeftijd van onze grootvader te kijken: in 1930 was hij 62 en toen na de oorlog in 1946 de eerste opdrachten weer kwamen, was hij de inmiddels 78. Hij was vier jaar daarvoor ingetreden bij architectenbureau Postma. Opdrachten van voor 1910, na 1930 en van buiten Deventer: 1762 (1901) *) Ververij Ankersmit 1801 (1903) woning Ankersmit 1769 (1905) Weverij Ankersmit 1743-1761 (1908-1934) Olieslagerij ten Hove 1429 (1929) Villa/woonhuis in Twello 1688 (1934) verbouwing winkel Stroomarkt Ons Belang 1761 (1934) olieslagerij 1730-1736 (1935) Go Ahead 1477 (1936) Verbouwing gemeente Spaarbank 1482 (1937) Verbouwing Onder de Linden 3 1639 (1939) Villa de Molenenk 1409 (1946) kantoor kalkbranderij en bouwmaterialenhandel J. Trip Colmschate 2002 (1946) Verbouwing katoenmagazijn tot Cantine Ankersmit 2004 (1947) garage boxen Ankersmit 1529 (1947) woonhuis Diepenveenseweg 2002 (1948) Centrale Verwarming huisje Cantine Ankersmit *) archiefnummer (jaartal) 2


2059 (1948) twee winkels, ieder met woonhuis Zwolseweg 2057 (1949) Herbouw winkels en woonhuizen Boxbergerweg 2067 (1949) herbouw woonhuis Graaf van Burenstraat 4 2088 (1950) twee woonhuizen Radstakeweg i.o.v. Ankersmit 2090 (1950) verbouwing woning Leusensteeg 3 2089 (1951) verbouw wazemkap Assenstraat 65 1435 (1954) verbouw keuken Groote en Voorster Gasthuis Het zal wel geen toeval zijn dat de eerste naoorlogse opdrachten afkomstig waren van Ankersmit, de firma waarvoor hij al vanaf 1901 zoveel had ontworpen. De Ankersmitten hadden hem al eerder geholpen: toen hij de studiekosten van zijn zoon niet kon dragen, leenden ze hem het benodigde bedrag. Een andere opdrachtgever die zijn vaste architect tot aan diens einde trouw bleef, was het Groote en Voorster Gasthuis. Die opdrachten zullen overigens, net als de overdracht van zijn architectenbureau aan Postma, wel geen overbodige luxe zijn geweest: voor architecten was er ook destijds geen pensioenregeling Informatie over opa als architect We kennen het werk van opa van de buitenkant van kant en klare gevels Hij is voor ons ontwerper. De tekeningen uit het archief laten ook andere kanten van zijn werkzaamheden zien. De verschillende ontwerpen voor een

zelfde pand, maken duidelijk dat er soepel overleg met opdracht­ gevers moest worden gevoerd en veel vindingrijkheid nodig was om tot een bevredigend eindontwerp te komen. Een heel andere kant die uit het archief naar voren komt, is over hoeveel technisch inzicht hij als architect beschikte. Vooral de detailtekeningen laten de materiaalkennis zien waarover het architectenbureau beschikte. In die details is bovendien de dui­ delijke opdracht aan de aannemer en zijn vaklui vastgelegd: ‘zo moet het’; en daarmee de verantwoordelijkheid die hij als architect draagt. Zo maken de tekeningen duidelijk dat er voor opa en zijn teke­ naars veel kwam kijken voor een opdracht rond was. Voor opa was ook de zorg voor de kwaliteit van de tekenkamer van wezen­ lijk belang. Hij was een ondernemer met een veelzijdig werk­ pakket. Vier stapeltjes tekeningen Om het bekijken van het totale archief te vergemakkelijken, is het handig om de tekeningen zo bij elkaar te leggen dat er vier kleinere stapeltjes ontstaan met als onderwerpen woonhuizen en villa’s, winkelpanden, fabrieken, en panden met een maatschap­ pelijke functie. Nu zijn de eerste tekeningen uit 1901, 1903, 1905 en 1908 en dus meer dan een eeuw oud. Hun kwetsbaarheid, maar ook die van de andere tekeningen, heeft tot gevolg dat ze behoedzaam zoveel mogelijk met rust gelaten moeten worden. Het is daarom fijn dat Peter uit tekeningen de meest illustratieve en representatieve stukken heeft gekopieerd. 3


WINKELPANDEN – 18 tekeningen 1442 (1930)*) verbouwing winkelwoonhuis Lange Bisschopstraat 45 1688 (1934) winkel Stroomarkt Ons Belang 2059 (1948) twee winkels, ieder met woonhuis Zwolseweg 2057 (1949) Herbouw winkels en woonhuizen Boxbergerweg De vier winkel-woonhuizen laten elk een aspect van opa’s werk in het bijzonder zien. Variaties voorstellen — 1442 Op de hoek van twee winkelstraten – de Lange Bisschopstraat en de Broederenstraat in het hart van de oude binnenstad – staan twee panden. Hun bovengevels stammen uit de 19e eeuw, de panden zelf zijn wellicht nog ouder. Onze grootvader krijgt de opdracht om de begane grond van de twee huizen samen te voegen tot een winkel en daarvoor een moderne winkelpui te ontwerpen met etalages die op beide stra­ ten uitkijken. In mei 1929 worden twee tekeningen gemaakt. Op de ene staat plan 1, op de andere de plannen 2 en 3. Ze laten diverse moge­ lijkheden zien voor de plaats van de winkelingang. Die kan in Boven: Lange Bisschopstraat 45, plan 1 Onder: Lange Bisschopstraat 45, plan 2 *) archiefnummer (jaartal) 4


een portiek komen midden tussen twee etalages aan de Lange Bisschopstraat. Of wil de eigenaar het portiek liever op de hoek met de Broederenstraat? De voorstellen betreffen ook de etalages aan de Broederenstraat. Daar kan de ruimte tot aan de deur van de bovenwoningen wor足 den gebruikt voor twee grote of drie kleinere etalages. Kennelijk wil de eigenaar wil meer etalageruimte. In februari 1930 is er namelijk weer een tekening klaar. De gevel aan de Lange Bisschopstraat is als in plan 1, maar voor de

Rechts: etalages Broederenstraat, plan 1 Linksonder: etalages Broederenstraat, plan 2 Rechtsonder: etalages Broederenstraat, plan 3

5


Broederen­straat is er een nieuw plan. De deur voor de boven­ woningen wordt verplaatst, al maakt dat ook een inpandige verbouwing nodig. Nu is er ruimte, niet voor drie maar voor vijf etalages. Eigentijds zijn ze door de strook glas in lood raampjes aan de bovenkant. Modern is dat ze slechts van elkaar worden geschei­ den door de smalle stalen kolommen die de muren op de begane grond vervangen. De eigenaar is tevreden: in maart 1930 wordt de definitieve bestek­tekening door opa ondertekend en in april verlenen burge­ meester en wethouders hun toestemming. Veelzijdigheid — 1688 (1934) In het mapje ‘Uitbreiding schoenenwinkel Stroomarkt’ zitten 9 tekeningen. De winkel is van de Coöperatie Ons Belang. Dat is voor opa een bekende opdrachtgever. Hij ontwierp in de loop van de jaren veel voor de Coöperatie. Daar komt bij dat hij het pand aan de Stroomarkt kent. De voorgevel ervan is namelijk al in 1926 door hem verbouwd tot twee winkels met woningen en bovenwoningen. Nu gaat het om een van de twee winkels. De overzichtstekening met de gevels en de plattegronden van de begane grond (1: 100) van voor en na de verbouwing laat zien wat deze verbouwing behelst. Het tuintje achter het pand wordt bij de winkel ingelijfd. En inpandig worden de keuken en de bergplaats samen tot kantoor. Echt architecten werk dus. De andere acht tekeningen maken duidelijk dat opa zich niet

Boven: etalages Broederenstraat, definitieve uitvoering Links- en rechtsonder: details schoenenwinkel Stroomarkt 6


alleen bemoeide met de binnen- en buitenmuren. Hij trad ook op als binnenhuisarchitect. De betreffende tekeningen gaan over de details en zijn dus 1: 10. Er is er een van het onderaanzicht van het plafond in de nieuwe winkelruimte. Opa’s werk betreft ech­ ter ook andere aspecten. Er waren namelijk geen bouwmarkten waar kant en klare producten konden worden aangekocht. Dus zijn er tekeningen die in detail aangeven hoe de tochtdeur van moulmain teak moet worden gemaakt. Op ware grootte wordt aangegeven hoe het kozijn met geleiderail voor een schuifdeur moet worden geconstrueerd. Maar ook is er een tekening van de stellingen voor de dozen met schoenen : ook daar kwam dus geen ‘winkelinrichter’ aan te pas. Aanpassen — 2059 Van het te bouwen winkelwoonhuis aan de Zwolseweg voor meneer Bredenoord is op 5 oktober 1948 een ontwerp gemaakt. Twee dagen later – op 7 oktober dus – is een tweede tekening klaar, weer met voorgevel, dwarsdoorsnede, begane grond, eer­ ste etage en zolder. Wat op de nieuwe tekening opvalt, zijn de veranderingen in de voorgevel. Die is wat smaller geworden; de ramen zijn anders er hij mist de voordeur voor de bovenwoning. Nu moet je door de winkel om in het woonhuis boven te komen. Maar het gangetje rechts van het pand is breder geworden. Dat was kennelijk voor de opdrachtgever van groter belang dan die aparte opgang: nu kom je gemakkelijker bij zijn werkplaats achter de zaak.

Boven: Zwolseweg, tekening d.d. 5 oktober 1948 Onder: Zwolseweg, tekening d.d. 7 oktober 1948 7


Die nieuwe versie staat ook op de derde tekening met als dag­ tekening juli 1949. Op deze tekening staat ook het buurpand; het winkelwoonhuis voor H. van de Wal. Is die in de voorgaande maanden net als Bredenoord verschillen­ de keren bij architect van Harte geweest om over aanpassingen in het ontwerp te praten? Ontwerpen — 2057 (1949) De drie winkelwoonhuizen aan de Boxbergerweg zijn een naoor­ logs herbouwproject van panden die in 1944 zijn getroffen door een Engelse bom die bedoeld was voor de spoorbrug zo’n viervijfhonderd meter verder. De drie winkelwoonhuizen hebben elk een eigen indeling, toch vormen ze samen een pand. Het is in de sobere stijl van na de oorlog opgetrokken, maar het is een fraaie

gevel geworden. Het dak van de twee rechter woon-winkels loopt evenwijdig met de straat. Het linker derde deel geeft het pand accent door zijn puntgevel. Het vlak van de zijgevel wordt onderbroken door het naar voren stekende rechthoekige erkerraam. M. van Harte kon ook toen hij 81 was, mooie evenwichtige ont­ werpen maken.

Boven: Zwolseweg, tekening d.d. juli 1949 Links: Boxbergerweg 8


Woonhuizen en villa’s – 48 tekeningen 1931-1939 (1912) *) 1801 (1913) 1805 (1914) 1814 (1918) 1815 (1918) 1409 (1927, 1928) 1429 (1929) 1482 (1937) 1639 (1939) 1529 (1947) 2067 (1949) 2088 (1950) 1742, 2090 (1950) 2089 (1951)

huizen Zwolseweg en Ceintuur­baan, VerzekeringsMij Dordrecht woning Ankersmit woning Ankersmit huis Ankersmit Zandweerdsweg huis Ankersmit Zandweerdsweg twee woningen Zandhuis en Zwart woonhuis in Twello Verbouwing Onder de Linden 3 Villa de Molenenk (Ankersmit) woonhuis Diepenveenseweg herbouw woonhuis Graaf van Buren­straat 4 twee woonhuizen Radstakeweg in opdracht van erven Ankersmit verbouwing woning Leusensteeg 3 Groote en Voorster Gasthuis verbouwing verdieping Assenstraat 65

Ankersmit, verzekeringsmaatschappij Dordrecht en het Groote en Voorster Gasthuis. En dan zijn er in het lijstje ook enkele verbouwingen. Samen weerspiegelen de tekeningen met hun kleine en grote verschillen een breed scala aan ontwerpen. Herenhuizen — 1931-1939 In het voorjaar van 1912 worden door onze grootvader voor de Dordtse Verzekeringsmij tegelijkertijd twee huizenblokken ont­ worpen. Ze komen in de stads-uitbreidingen aan de Zwolseweg en Alexander Hegiusstraat en aan de Ceintuurbaan met daarach­ ter de Duymaer van Twiststraat: beide terreinen liggen ‘aan de andere kant van het spoor’. De bouwtekeningen uit opa’s archief kregen een waardevolle

De tekeningen van woonhuizen en villa’s stammen uit een lange periode van bijna 40 jaren tussen 1912 en 1951. Die vormen een afwisseling van dure en eenvoudige behuizingen. Bovendien gaat het om ontwerpen voor particulieren en ook voor grote opdrachtgevers: de Deventer Katoen Maatschappij Rechts: Zwolseweg *) archiefnummer–jaartal 9


aanvulling met kopieën van tekeningen en een scriptie die door bewoners van ‘A. Hegius’ verzameld zijn voor het eeuwfeest dat hun straat wil gaan vieren. De set maakt duidelijk hoe veelzijdig het project is. Dat omvat 8 keer twee-woningen-onder-een-kap en 2 straatlange gevelrijen, een van 13 en een van 6 aaneengeslo­ ten woningen; het zijn 35 stuk voor stuk chique herenhuizen. Allereerst vallen de dubbele woningen op. Die hebben op de begane grond naast de voordeur een (kleine) spreekkamer, boven een studeerkamer, een badkamer en twee slaapkamers. Op de verdieping daarboven is een logeerkamer en een kamer voor de dienstboden (!) terwijl de overige ruimte als zolder dient. Voor welke categorie bewoners zijn zulke naast elkaar liggende pan­ den, ieder met een spreekkamer, bedoeld? Op de doorsneden zijn de mooie kamerdeuren, betimmeringen en trappen getekend. De woningen die samen een aaneengesloten rij vormen, zijn iets eenvoudiger: ze hebben geen spreekkamer, wel een studeerka­ mer, de twee vertrekken op de bovenste verdieping heten ‘kamer’. Er worden kennelijk geen inwonende dienstboden verwacht. De 35 huizen zijn niet alleen chique, ze zijn ook mooi. Boeiend zijn daarbij de overeenkomsten en de verschillen die onze groot­ vader in de gevels tot stand bracht. Dat geldt allereerst voor de twee onder een kap woningen. De indeling van de gevels, de vorm van daken en van dakkapellen verschillen van pand tot pand, Zelfs de schoorstenen zijn prachtig en doen denken aan het paleis van de Pasja van Bagdad. Bovendien kregen de eerste en de laat­ ste woning aan hun zijgevel een ronde of rechthoekige erker. Ook de woningen in de twee straten met aaneengesloten gevelrij­ Boven: dwarsdoorsnede Zwolseweg Onder: bekapping dubbelwoonhuis Ceintuurbaan 10


en tonen naast overeenkomsten verschillen. Die straten zijn stijl­ vol door hun symmetrische opbouw en het ritme van voordeuren, erkers, balkons, geveltoppen en dakkapellen. De mooi gedetailleerde tekeningen van de tuinhekken laten zien dat zelfs die met aandacht zijn ontworpen. Vier woningen voor de Deventer Katoen Maatschappij — 1801, 1805, 1814, 1815 (1913, 1914, 1918) Opa ontwierp niet alleen dure herenhuizen voor de ‘Dordtse’ maar ook eenvoudige woningen voor de medewerkers van Anker­ smit, al hebben er twee (1801 en 1805) ook van die mooie schoor­ steenkappen. Maar de wc is bij alle vier arbeidershuizen onderge­ bracht in de berging achter de keuken en een badkamer hebben ze niet. Hoewel het om eenvoudige huizen gaat, verschillen ze toch onder­ ling van elkaar. Drie ervan zijn hoekhuizen. Ze hebben een blinde gevel zonder vensters of deuren, zodat er een rijtjeshuis naast kan worden gebouwd. Een ervan (1805) valt op door zijn smalle voorgevel, niet met een voordeur maar met boven elkaar drie ramen, een op de begane grond, de andere op de eerste verdieping en de zolder. De vrije zijgevel van dat pand is de belangrijkste. Daarin zijn de voordeur en verdeeld over de begane grond en de etage in totaal 8 ramen. Alle vertrekken liggen in een lange rij naast elkaar tegen de andere, de blinde zijgevel: de twee kamers en suite, de entree met trap, de keuken, de berging met wc. Boven liggen ook de slaap­kamers zo naast elkaar. Boven: ijzeren hekken Zwolseweg en Ceintuurbaan Onder: eenvoudige woningen voor Ankersmit 11


Van het hoekhuis 1814 en het er tegen aanliggende pand 1815 zijn de gevels wel elkaars spiegelbeeld, maar hun indeling is verschil­ lend; het hoekhuis heeft twee kamers en suite, een kleine keuken en boven twee slaapkamers. Het buurhuis heeft maar een kamer, daarentegen een grote keuken en drie slaapkamers. Al zijn de vier panden dus niet identiek, ze zijn echter wel ‘van een familie’. Ze zijn even hoog en de zadeldaken hebben dezelfde vorm. Dat geldt ook voor de vensters. Gelijke woningen voor twee compagnons — 1409 Zandhuis laat in 1927 tegelijk met zijn smederij tegen een zij­muur daarvan ook zijn woning optrekken. Werkplaats en woon­huis staan dan ook samen op dezelfde bestektekening. Van het woon­ huis zijn net als van de smederij ook werktekeningen. Van het huis betreffen die de voor- en achtergevel, de erker, de trappen, het keukenblok, verscheidene deuren, en vaak op ware grootte: houtverbindingen en profielen van raamkozijnen. Ze maken dui­ delijk hoeveel aandacht ook aan de woning is besteed. Het huis heeft beneden twee kamers en suite. De voorkamer heeft een erker. De achterkamer is groter en wordt aangeduid als woon­kamer. Het is een sobere woning: de wc is in de bijkeu­ ken. Boven is geen badkamer, maar er zijn wel vier slaapkamers, twee voor en twee achter. Daartussen is de overloop; die heeft op­val­lend genoeg geen ramen. Het daglicht komt er binnen door een grote rechthoekige koepel in het platte dak. Wat bijzonder: tijdens heldere nachten is door die koepel de sterrenhemel zicht­ baar.

Rechts: woningen Zandhuis: trap. 12


In de tuin is een schuurtje: ‘kolenopslag’ wordt het genoemd. De woning beviel kennelijk goed: het huis voor compagnon Zwart wordt in 1928 ongewijzigd in spiegelbeeld tegen dat van Zandhuis aangebouwd. Het nieuwe pand wordt op de tekeningen aangeduid als ‘burgerwoonhuis’. Twello: woonhuis met garage (en kippenloop) — 1429 Wat jammer dat het ‘schetsontwerp van een villa’ het niet gehaald heeft. Op de definitieve projecttekening heet het pand ‘woon­ huis’. Vond de opdrachtgever de villa te modern en was hij bang om van buitensporigheid te worden beschuldigd? De verschillen zitten in de balustrades van de balkons aan de voor- en aan de zijgevel, in de raamindeling en die twee kleine puntjes op de nok die allemaal samen het pand iets extra’s gaven, in een mooi even­

wicht brachten en minder gewoon maakten. Andere kenmerken van het pand veranderden niet. Gebleven zijn de drie terrassen bereikbaar via openslaande deuren vanuit de voorkamer, de eetkamer en de serre. Ook de aparte ingang voor het personeel in de zijgevel vlak bij de keuken is gehandhaafd, en zelfs hun eigen wc. Sympathiek is dat achter de garage (wie had er in 1929 trouwens een auto?) onder architectuur een ‘kippenloop’ is gebouwd; met een loopplankje omhoog naar het nachthok nog wel.

Linksonder: villa Twello, schetsontwerp Rechtsonder: woonhuis Twello, definitief omtwerp

13


Moderniseren — 1482 Wat bijzonder: het grote herenhuis aan Onder de Linden 3 is ont­ worpen door opa’s grootvader Maarten. In 1937 is er een nieuwe tekening van gemaakt. Kleinzoon Maarten brengt dan het pand weer bij de tijd door er sanitaire voorzieningen (was­tafels, badka­ mers, wc’s) voor te ontwerpen. Villa de Molenenk: riolen en andere leidingen — 1639 Er zijn maar twee tekeningen van dit pand in het archief achter­ gebleven. Een situatie schets geeft de ligging aan van de gasbuis, de waterleiding en de rioolleiding tussen de openbare weg en de villa. Op de revisietekening zijn rond de fundamenten van de villa de leidingen ingetekend voor afvoer, hemelwater, de tuin­ waterleiding, de vulleiding, benevens de controleputten, een stankvrije put, een vulput, een regenput, een tank en diverse kranen. Het is dan wel verrassend om te zien dat onze grootvader niet alleen met ontwerpen bezig was, maar het zou toch ook wel aardig zijn geweest als er nog tekeningen van de villa zelf waren geweest. Woonhuis of villa? — 1529 Het pand aan de Diepenveenseweg is van 1947, maar is het wel van na de oorlog? In 1941 was er een projecttekening, maar van bouw is het toen door de oorlog niet meer gekomen. November 1946 was die tekening uitgangspunt voor een nieuw schets­

Boven: Onder de Linden 3, badkamer, toilet, wastafels Onder: Villa de Molenenk, gasbuis, water- en rioolleiding 14


ontwerp. Juni 1948 was het nieuwe project klaar. En vervolgens: is het pand echt een ‘gewoon’ woonhuis of toch eerder een villa? Het gaat om een vrijstaande woning, met een loggia boven de voordeur. En de woonkamer heeft bij de voor­ gevel een extra hoekje, dat met ‘zitje’ wordt aangeduid. De twee naoorlogse tekeningen zijn bewaard gebleven. Ze ver­ schil­len maar op een punt: De achteruitbouw met de keuken en daarboven de badkamer was in het ontwerp van november ’47 een rechthoekig blok met een plat dak. In het definitieve ont­ werp uit 1948 is de badkamer kleiner zodat hij onder het schuine pannen­dak past. Boven de keuken is nu een balkon dat vanuit de badkamer toegankelijk is. Dat zo’n beperkte ingreep een huis zo veel mooier kan maken! Herbouw — 2067 (1949) Dat het huis aan de Graaf van Burenstraat onmiskenbaar een na­oorlogse herinnering is aan wat ongeveer vijf jaar eerder ver­ woest was, dankt het aan de belendende percelen en aan het compromisloze ontwerp van opa. Het gaat om herbouw van een woning uit het eind van de 19e eeuw. Inderdaad is het nieuwe pand op de oude fundamenten opgetrokken en heeft het daar­ door zijn vroegere breedte. Maar zijn etages halen met 3.10 en 2.85 meter niet hun vroegere hoogte. Het pand is daardoor een stuk lager geworden; de nok reikt nu slechts tot de dakgoot van de ernaast liggende woningen.

Boven: Diepenveenseweg, 1947 Onder: Diepenveenseweg, 1948 15


Er is geen poging gedaan om de gevel iets terug te geven van zijn oude karakter en dat van zijn buren. Die is juist onmiskenbaar naoorlogs geworden, mede dankzij de hardstenen omlijsting van de voordeur. Het interieur van de woning heeft wel zijn oude luxe behouden: de schuifdeuren tussen de voor en achterkamer, de badkamer met ligbad en wc, de vaste wastafel in een nis van de voorslaap­ kamer, de vaste trap naar de vliering. En dan natuurlijk de ramen in de zijgevel die voor lichtinval zorgen in de hal, op de trap en de overloop. Vervangen — 2088 (1950) De twee woningen aan de Radstakeweg 12 en 14 zijn een stuk simpeler. Ze zijn de laatste twee van een rij arbeidershuisjes die rond 1900 voor textielarbeiders van de Ankersmit fabrieken waren gebouwd. Nu was de opdracht van de Erven Ankersmit om op de plaats van drie oude woningen twee bredere te ontwerpen. Die hebben de oorspronkelijke hoogte behouden: de slaapkamers en douche (!) zijn ondergebracht onder het schuine dak dat voor en achter een dakkapel heeft gekregen. De voorgevels – en dus ook de binnenhuis indeling – van de twee panden zijn gespiegeld. De voordeuren liggen naast elkaar. Er boven hebben zij een smal, naar boven wat wijder uitlopend raampje met een hardstenen kozijntje, dat het naoorlogse karak­ ter accentueert.

Boven: Graaf van Burenstraat Onder: Radstakeweg 12 en 14, voorgevel 16


Een tweede opdracht voor onze grootvader moet zijn geweest om waar mogelijk bestaande materialen te hergebruiken. Zo is het fundament en een stukje buitenmuur van het schuurtje opgeno­ men in de nieuwe berging. Het hergebruik van oude kozijnen ver­ klaart waarom de openslaande tuindeuren van de achterkamers verschillen. Opmerkelijk is dat het nieuwe bredere kozijn, met als extra de smalle raampjes naast de deuren, hetzelfde is als dat wat in de Graaf van Burenstraat is geplaatst. Dat nummer 14, het hoek­ huis, het met smallere kozijn moet doen, is te billijken: er valt extra licht naar binnen door het huiskamerraam in de zijgevel. Echt verrassend is dat de twee Radstake woningen dezelfde, opvallende keukeninrichting hebben als het dure pand aan de Graaf van Burenstraat. Aanpassen — 2090, 1742 Project 2090 gaat over de verbouwing van Leusensteeg 3/5, aan de achterkant van het Stappen Convent, onderdeel van het Groote en Voorster Gasthuis. Daarvan is een hoekje bestemd om er een dienstwoning te bouwen. Zes bouwtekeningen laten zien dat alle mogelijkheden zijn onderzocht: moet er één lage woning komen, of een hoger pand met een beneden- en een bovenhuis? De uitvoering met twee woningen, plan 1, 3 en 4, heeft vervolgens twee varianten waar het de toegang betreft: één met een gemeen­ schappelijke hal achter een gemeenschappelijke en extra brede voordeur (plan 3), en de andere twee met twee voordeuren van

Boven: Radstakeweg 14 en 12 achtergevel Onder: Leusensteeg 3 17


normale breedte, een in de voorgevel en een in de zijgevel. Maar ook beide etages kunnen op verschillende manieren worden inge足 richt. De eethoek kan bij de woonkamer worden getrokken, de ene slaapkamer wordt dan groter, de andere kleiner. De keuken en de douchecel kunnen op verschillende plaatsen komen. Natuurlijk krijgt ook de gang telkens een andere vorm. Uiteindelijk komen er twee definitieve tekeningen; die voor de twee gezinswoning op 2 september 1950 en bijna twee maanden later (op 28 oktober) de versie met alleen een begane grond.

Rechtsboven, Leusensteeg 3 en 5, plan 1 Linksonder: Leusensteeg 3 en 5, plan 3 Rechtsonder: Leusensteeg 3 en 5, plan 4

18


Project 1742 over hetzelfde pand heeft drie tekeningen. Een ervan heet ‘blad 6, fundering achtergevel detail’. De twee andere zijn binnenarchitectuur. Een schoorsteenmantel is in twee varanten getekend, met vierkante tegeltjes en met baksteentjes. De derde is een interieurtekening en een plattegrond met een gaskachel bij een tegelvensterbank. Wat er met al die plannen is gebeurd, kun je niet meer zien; er staat nu op die plek niet een woonhuis met een naoorlogse gevel maar de blinde muur van een groot gebouw van later datum. Wazemkap — 2089 Dat is de titel die de tekening in 1951 meekreeg van M.W. Hutten, de tekenaar die de laatste jaren voor opa werkte. Het is blad 5 van het project; er is dus meer aan de orde gekomen bij ‘het plan tot verbouw gedeelte verdieping perceel 65 Assenstraat’. De kap is 1:10 in voor- en zijaanzicht getekend; zeven genum­ merde details staan 1:1 op hetzelfde blad. De kap heeft de vorm van een schouw zoals die van oudsher boven het fornuis werd aangebracht.

Boven: onderhoek op bouwtekening 2089 getiteld ‘wazemkap’.

19


openbare bouwwerken – 113 tekeningen 1235 (1912) *)

Sallandsche Bank

Groote en Voorster Gasthuis (GVG): – 1737 (1921) Electra – 1739 ? Situatietekening – 1741 (1925) Plan voor 12 kamers – 1740 (1924, 1946) Zaal voor Hulpbehoevenden – 1737 (1940) Sint Elisabeth Verpleeginrichting – 1742, 2090 (1950) Leusensteeg 3 en 5 – 1435 (1954) Herbouw keuken 1326 (1926) 1730-1736 (1935) 1477, 2089 (1936, 1951)

Daarnaast komt in andere tekeningen de dienstbaarheid van onze grootvader tot uiting aan de eerbiedwaardige panden van het Groote en Voorster Gasthuis. Tot slot zijn er ook ontwerpen voor kleinere inwendige aanpas­ sing­en van de Gemeente Spaarbank. Sallandse Bank — 1235 (1912) De enige tekening van de Bank is een kopie met een zestal afbeel­ dingen: de achtergevel, de bekapping en vier doorsneden. Gelukkig dus andere afbeeldingen dan de voorgevel die al in ‘Maarten van Harte, architect’ en ook in het supplement ‘De Van Harte(n) architecten’ is afgebeeld. Vooral de ‘doorsneden’ zijn fraai door hun tot in de details gete­ ken­de trappen, deuren, lambriseringen en tegelwanden. Op de

Bioscooptheater EDB Go Ahead Verbouwing Gemeente Spaarbank

Dit hoofdstuk gaat over projecten die bijdroegen aan het aan­ zien van Deventer als stad en die van betekenis waren (en zijn) voor zijn bewoners: een groot bankgebouw, een bioscoop, een voetbalstadion. Het is boeiend de tekeningen ervan te bekijken en te zien hoe opa’s ontwerpen die bouwwerken (tot in detail) ieder hun eigen aan­zien en karakter geven.

Rechts: Sallandse Bank *) archiefnummer (jaartal) 20


tekening is ook de ligging aangegeven van de kluizen; maar ja, die zullen wel leeg zijn nu er geen bank meer in het pand huist. Groote en Voorster Gasthuis (GVG) — 1737 (2x), 1739, 1740 (2x), 1741, 1742, 2090, 1435 (van 1921-1954) De Van Hartens waren door de loop van de jaren de vaste archi­ tecten voor het Gasthuis. Dat geldt ook voor onze grootvader Maarten van Harte. De teke­nin­gen die vanaf 1921 tot aan het einde van zijn loopbaan in 1954 voor het GVG zijn gemaakt (en vervolgens ook nog zijn bewaard!), laten niet alleen zien wat voor grote en vooral kleine opdrach­ten hij kreeg. Ze maken daarmee duidelijk wat het bete­ kende om als architect betrokken te zijn bij de zorg voor een gebouwen­complex. Daarnaast zijn de tekeningen boeiend omdat ze ook de bestaan­ de, door zijn grootvader en vader ontworpen gebouwen in beeld brengen, waarvoor hij op zijn beurt de veranderingen en uit­brei­ dingen ontwierp. Voor opa en zijn tekenaars/opzichters waren al die panden met hun verschillende namen, vertrouwd terrein.

gebouw aan de Smedenstraat met talrijke slaapkamertjes, een ‘waschkamer’ en daaraan grenzend de ‘lijkenkamer’. Er is ook een ‘Oude Vrouwen Huis’. Het gaat bij alle percelen om het elektrisch net. In de bouw­ tekeningen van de begane grond, de eerste verdieping en de zol­ der zijn in dunne strakke lijnen de elektrische leidingen aange­ geven. Op de onderrand van het tekenvel staat hoeveel aansluit­ punten zijn aangelegd. Voor elk vertrek is slechts een licht­punt gepland. (Van de eerdere gas- of olielampen zullen er vast niet meer zijn geweest.) Het was in opa’s tijd kennelijk werk voor een architect om de elektrische installatie te ontwerpen. Of om die in het archief vast te leggen.

Electra — 1737 Elf tekeningen uit 1921 betreffen negen Gasthuis-panden. Een tekening van de ‘Algemene Situatie’ laat de ligging ervan zien: op een kluitje bij- en tegen- elkaar in het hart van Deventer. Een van de percelen is het Stappenconvent op de hoek van de Bagijnenstraat en de Kuiperstraat; opa’s grootvader Maarten van Harten heeft het ontworpen. Een ander is het U-vormig hoofd­

Rechts: lijkenkamer en waschkamer van het Stappenconvent.. 21


Situatietekening — 1739 Een plattegrond van het Sint Juriën Gasthuis Zaal voor Hulpbehoevenden in de Verenigde Gestichten — 1740 (1924) In de tekening zijn de geplande wc’s, urinoirs en de benodigde riolering aangegeven. Plan voor het maken van 12 kamers van het GVG — 1741 (1925) Op de plattegrond is in de open ruimte tussen twee bestaande vleugels, nieuwbouw getekend met op de begane grond en op de eerste verdieping elk 6 kamers. Mooi is de tekening met de gevel aan de Hagesteeg en die aan de tuinzijde. Hij geeft weer hoe zorgvuldig die gevels door opa in de stijl van de bestaande vleugels zijn ontworpen zodat een harmo­ nisch geheel is ontstaan. Er is ook een tekening van het stratenplan met daarin de ligging van de panden van de Gasthuizen. En een met details van een bergplaats. Verbouwing woning Leusensteeg 3/5 — 1742, 2090 (1950) Aan de achterkant van het Stappen Convent is een hoekje bestemd voor de bouw van een dienstwoning. De negen bouwte­ keningen komen bij Woonhuizen en Villa’s aan de orde.

Boven: Zaal voor Hulpbehoevenden: wc’s en urinoir. Onder: gevel tuinzijde GVG in stijl van de bestaande vleugels. 22


Sint Elisabeth Verpleeginrichting — 1737 Deze tekening uit 1940 gaat over de verbouwing van de onder­ verdieping: daar is onder meer een fietsenkelder gepland. Zaal voor Hulpbehoevenden in de Verenigde Gestichten — 1740 (1946) ‘plan tot verbouwing’, blad 1: Per ruimte is de bestaande toestand aangegeven. In vrijwel alle ruimtes ontbreken plafonds en/of delen van de vloer. Wat is er onder of direct na de oorlog met het gebouw gebeurd? (De overige bladen ontbreken.) Herbouw keuken Groote en Voorster Gasthuis — 1435 (1954) Deze tekening is een kopie met als titel ‘herbouw van keuken’ Het is in verschillende opzichten een bijzonder stuk. Allereerst vanwege het onderschrift: ‘Architectenbureau Postma en van Harte Deventer, Assenstr. 6’. Het gezamenlijke bureau had dus als een van zijn vestigingsadressen opa’s eigen huis en teken­ kamer. En dan zijn er de vermelde data: de eerste versie van het ont­ werp is van 24–2–1954, de kopie betreft een revisietekening van 1–11–1954. Die dateringen zijn opmerkelijk: opa is immers op 19–05–1954 overleden. Hij is dus kort daarvoor – op zijn 85-ste – nog met het project bezig geweest. Het siert zijn compagnon Postma dat hij het met vermelding van opa’s naam heeft afgerond. Bioscooptheater EDB Smedenstraat — 1326 (1926) Het mapje ‘ontwerp voor een Bioscope theater a/d Smedenstraat te Deventer’ bevat een bestekboekje en 7 tekeningen.

De bouw van de bioscoop werd vooraf gegaan door de sloop van twee panden. Het bestekboekje geeft aan dat bij het amoveren daarvan de kelders moesten worden gespaard en dat de goede oude stenen konden worden gebruikt als onderlaag van betonnen vloeren. Via 5 tekeningen is de nieuwbouw op de voet te volgen vanaf de riolering, het funderingsplan met peilers en boog­vormige onder­ steuningen van de muren en vervolgens de beton­bewape­ning van de trap, de toegang en de vloeren van het balkon en de cabine. Opvallend is dat de betontekeningen als opschrift hebben: ‘Groninger Betonbouw’. Is het ontwerp of de fabricage van deze

Boven: herbouw keuken GVG, onderhoek. 23


constructies aan hen uitbesteed? Dan komen de twee interessantste tekeningen. Heel bijzonder is het grote blad met de voorgevel; de achtergevel, en plattegronden van de begane grond met entree, hall en zaal en van de eerste ver­ dieping met het balcon. Er zijn dwarsdoorsneden van de entree, de hall en de zaal; de laatste toont de omlijsting van het toneel/ het filmdoek. Het mooist is wel de lengtedoorsnede: hij geeft je een beeld van het interieur van de bioscoop en vooral van de zaal, de plaats waarom het toch allemaal draait. Tegen de zijmuren van de zaal staat, in hetzelfde ritme als de peilers van de fundering, een rij

Boven: EDB: lengtedoorsnede.

pilasters. De accolade-vormige bogen boven de muurvlakken tus­ sen die platte zuilen lijken net als de grote boog boven het toneel een gestileerde variant van de vensters uit een Moors paleis. Het moet mogelijk zijn om de bioscoopzaal op schaal in een schoe­ nendoos na te bouwen. De laatste overzichtstekening met het aanzicht van het toneel in detail maakt duidelijk dat zo’n tekening van de voorgevel ont­ breekt. Dat is jammer want daarop was nog duidelijker te zien geweest hoe fraai die gevel en het interieur accorderen. Go Ahead — 1730-1736 (1931-1936) Wat opmerkelijk dat van het hele archief nu net van het voetbal­ stadion de dikste stapel is bewaard : zo’n 75 tekeningen! Daarbij komen nog een stuk of wat stukken tekenpapier waarop met pot­ 24


lood of met pen en inkt berekeningen en schetsjes zijn gemaakt. Ze gunnen je een kijk achter de schermen van hoeveel werk op het architectenbureau werd verzet. Het meest bijzonder zijn de zes blocnote grote pagina’s die opa uit een vel tekenpapier heeft afgesneden. Daarop geeft hij in 1931 bij de aanvang van het hele project met de pen de constructiebereke­ ning van de vrije overkapping voor de tribune. Het is een verant­ woording voor wat het hart is van de uitbreiding van de tribune; en daarmee van de hele renovatie van het stadion. Midden op de eerste pagina heeft opa een dwarsdoorsnede getekend waarop alle krachten zijn aangegeven die door hem met elkaar in balans zijn gebracht. De technische tekeningen maken vervolgens duidelijk dat tus­ sen 1931 en 1936 alles is aangepakt wat in een stadion van belang is. Er is een ontwerp van de kassa’s: bakstenen huisjes met een betonnen koepeldak waarop de clubvlag aan een vlaggenstok kan wapperen. Ze flankeren de ingang in de lange muur waarvan de bovenrand in siermetselwerk is opgetrokken. Vlaggen wapperen ook op de mooie tekening uit 1934. Daarop is de nieuwe tribune van alle kanten afgebeeld. Inderdaad een bouwwerk om trots op te zijn. De overige tekeningen – zo’n 60 stuks – geven veelal in detail aan hoe het allemaal moet worden : de terreinafscheiding, de toegangshekjes voor de controle, de reclameschutting, de afras­ tering van het speelveld, de betonschutting rijwielbewaarplaats. Er is ook een ontwerp voor de twaalf lichtmasten. Voor het tribunegebouw zelf zijn er de radioruimte, toiletten met

Rechts: lamp bestuurskamer Go.Ahead. 25


wasbakken en urinoirs, en meer in details: de kapstokken met haken in de restauratie en zelfs de plafondlamp voor de bestuurs­ kamer. De echte technische details betreffen trappen, een grondwerende muur, houten deuren, stalen kozijnen, glaswanden, poeren en funderingen, betonvloeren onder de zitplaatsen, betonplaten boven de ingang en het restaurant, beugels en hoekijzers voor de banken. En uiteraard de constructie van de overkapping! Bij de afronding in 1937 werden de centrale verwarming met bui­ zennet, radiatoren en het bijbehorend ketelhuis ontworpen. Als de technische details op de tekeningen je te ver gaan, dan blijft het mooie lettertype van de bijschriften in jaren ’30 stijl iets om van te genieten. Verbouwing Gemeente Spaarbank — 1477, 2089 (1936, 1951) Op een blad zijn de plattegronden getekend met de bestaande situatie van de begane grond en de kelderverdieping. Daarnaast zijn die plattegronden nog eens getekend maar nu met de verbou­ wingsplannen. De kluis moet worden overgebracht van de bega­ ne grond naar de kelder. Dat vergt ook aanpassingen in onder meer de toegankelijkheid: er komt een trap naar beneden. Opdracht 2089 uit 1951 betreft de ‘verbouw deel etage Gemeente Spaarbank (wazemkap) Assenstraat 65’. Gaat het om een woon­ gedeelte boven de spaarbank? Hoe dan ook: de tekening wordt nader besproken bij ‘Woonhuizen en villa’s’.

Boven: Go Ahead: de constructie van de spanten van de tribune. Onder: Kelder Gemeente Spaarbank: nieuwe trap en kluis. 26


Fabrieken en bedrijfspanden – 109 tekeningen 1743-1761 (1908-1935) 1) 1323 (1919) 1375 (1923) 1405, 1423 (1927, 1928) 1409 (1927)

15 projecten voor Olieslagerij ten Hove Grutterij Holterman & ten Hove de Zwarte Silo fa Lamers Senzora Zandhuis en Zwart smederij

22 projecten met 25 opdrachten van Deventer Katoen Maatschappij Ankersmit: – 1762 (1901) ververij – 1762 (jaar?) kolommen v/d timmerwerkplaats – 1765 (1901) uitbreiding weverij – 1769 (1905) weverij – 1802 (1913) terrein en gevel – 1804 (1915) situatie – 1806 (1914) lantaarn ‘bazenkamer’ details kap machinekamer gevel ververij – 1808 (1914) verbouwing weverij – 1809 (1914) gevel ververij – 1810 (1914) plattegrond der kolk – 1811 (1914) plattegrond ververij – 1813 (1914) gevel wasserij – 1816 (1916) bestaande toestand machinekamer – 1817 (1919) nieuwe toestand magazijn

– 1818 (1919) – 1820 (1922) – 1829 (1923) (1926) – 1830 (1923) – 2002 (1946) – 2004 (1947) (1948)

uitbreiding drukkerij berekeningen ijzeren kappen blekerij drooginrichting plan herbouw drukkerij Verbouwing katoenmagazijn tot Cantine garage boxen C V huisje cantine

1409 (1946) kantoor kalkbranderij en bouwmaterialenhandel J. Trip Colmschate Er zijn tekeningen van kantoren, een kantine en een garage. Maar ook van magazijnen, fabrieken en de Zwarte Silo: die laten een bijzondere kant van opa’s werk zien: het ontwerpen van ruimten waar de benodigde specifieke machinerieën kunnen worden opgesteld en voldoende vloeroppervlak beschikbaar is voor materialen en het bedienend personeel. Essentieel daarbij zijn de dragende constructies van onder meer etagevloeren en daken. 2) Volgens mijn moeder had haar vader zijn hart (ook) verpand aan het uitvoeren van de berekeningen die voor zulke bouw1. archiefnummer (jaartal) 2. De ontwerpen voor fabriekshallen maken duidelijk dat de vrije overkapping van het voetbalstadion niet alleen voor Go Ahead en voor Deventer een prestige project was, maar ook voor onze grootvader zelf. 27


werken nodig zijn. Zij heeft me nooit verteld over de bijzondere gebouwen die hij had ontworpen, maar wel dat ze trots was hoe hij voor fabrieken de berekeningen maakte van vorm, materiaaldikte en belastbaarheid van kolommen en binten. Van hem leerde ze liefde voor wiskunde. Bedrijfsgebouwen hebben door hun aard vaak een korte levensduur. Er bestaan dan ook nog maar een paar van zulke bouwwerken van onze grootvader. Dat maakt de archieftekeningen ervan extra waardevol. Stoomolieslagerij Gebr. ten Hove — 1743-1761 (1908-1935) Er is uit de periode van 27 jaar dat onze grootvader voor de ten Hove’s ontwierp, een serie van 22 tekeningen bewaard. Er waren

er meer; aan de nummering te zien ontbreken er zes. Nummer 1 is van 1908. Toen in 1935 de laatste werd gemaakt heette de firma inmiddels ‘vh Gebr ten Hove’. Het eerste ontwerp is 1743 uit 1908 en betreft een kantoorge­ bouw aan de Bergpoortstraat. Dat is een rechthoekig pand met een plat dak, een gemetseld boogpatroon langs de bovenrand van de voor- en zijgevel en een fries van siermetselwerk tussen de bovenramen. Het is echt een bedrijfspand. Op de plattegrond zie je achter de voorramen het privé kantoor, (voor de Gebroeders zelf?).In een

Kantoorgebouw Gebr. ten Hove: links voorgevel met gemetseld boogpatroon; rechts doorsnede met betegelde lambrisering.

28


hoek daarvan is een wc-groot kamertje met de telefoon. Achter hun kantoor is het bediendenkantoor met kluis en balie. Daar werden zaterdags de loonzakjes uitgereikt aan het personeel en wellicht rekeningen betaald door afnemers. Boven zijn nog eens drie kantoorruimtes en een spreekkamer. Dat de ten Hove’s goed te voorschijn wilden komen met hun kan­ toor, laten de doorsneden met al hun mooi getekende details zien. Neem alleen de vestibule al met de Jugendstil-achtige deuren naar de gang. Ook daar hadden deuren, kozijnen en betegelde lambriseringen een fraai aanzien. Het houtwerk in de verschil­ lende kantoorruimtes is al even fraai: een chique pand dus. De volgende opdracht 1747 in 1910 betreft de bouw van een pak­ huis, echte utiliteitsbouw. Een enorm pand, slechts een verdie­ ping hoog, maar van liefst 32 bij 21 meter. In die hele ruimte zijn geen binnenmuren, er staan alleen vier rijen van elk 3 slanke ijze­ ren kolommen. Op die 12 palen en op de 6 ijzeren kolommen in de zijmuren steunt het hele dak via licht omhoog gebogen metalen spanten, die elk een lengte van 10 meter overspannen. Op dwars­ doorsneden zijn de overspanningen getekend. De hele construc­ tie is – al is het op een andere manier dan het interieur van het kantoorgebouw – ook mooi. Er was trouwens nog een bouwkundig probleem die deze opdracht bijzonder maakte. Om het pakhuis zo groot te maken, moest de achtermuur vlak langs de erachter liggende gracht komen. Op een tekening is aangegeven waar ter ondersteuning de hei­palen moesten worden aangebracht. De heren ten Hove zullen hun bezoekers niet alleen hun kan­ torengebouw maar ook het magazijn met gepaste trots hebben laten zien.

Pakhuis Gebr. ten Hove: gracht, heipalen en achtermuur. 29


Of ze daarbij ook het gebouwtje met de Privaten hebben bezocht? Dat werd tegelijk met het pakhuis ontworpen. Met de vier wc’s en de ene wasbak, werd dat toch als te klein ervaren. Er kwam een ‘gewijzigd plan privaten’ (1748) met een extra wc en wasbak. De volgende zes tekeningen, plattegronden en doorsneden, zijn van 1915. Ze gaan over verbouwingen en van diverse delen van het hele ten Hove-complex en laten de bestaande en de nieuwe toestand er van zien. Informatief is de plattegrond (1753) waar voor verschillende ruimten is ingetekend hoe machinerieën er kunnen worden opgesteld: het ketelhuis met zijn rookkanaal naar de hoge schoorsteen (het gaat om een stoomolieslagerij!); het pomphuis, de machinekamer met accumulatoren en dynamo, de fabriekshal met snijbank, roerketel, persen, rollergangen en walsmachine. Ook het kleine pakhuis met kuiperij en timmerwerkplaats wordt in 1915 verbouwd (1753). Daarbij wordt halverwege muurhoogte een vloer aangebracht. Beneden wordt de kolenbergplaats, boven komen twee ruimtes voor het personeel: een ‘waschlokaal’ met in het midden wasbakken en langs de wanden kleedkastjes. De andere ruimte wordt schaftlokaal. (wie in de pauze naar de wc wil, moet via de buitentrap naar het Privatengebouwtje). De gevels krijgen de nodige aanpassingen. Behalve om de trap naar de nieuwe deur van de bovenverdieping in de zijgevel en de grote dubbele deur naar de kolenvoorraad, gaat het ook om de ramen: die worden naar het niveau van de bovenverdieping verplaatst.

Doorsnedes van de machinekamer (boven en linksonder) en het pomphuis (boven en rechtsonder). 30


Van verscheidene tekeningen is het papier op de vouwen zo bros, dat het niet raadzaam is ze meer dan een beetje open te leggen: net genoeg om een jaartal, de titel, soms de bestemming van een ruimte te achterhalen, maar altijd te weinig om te zien wat er ver­ bouwd of bijgebouwd is. Zo betreffen tekening 14 (1755) en 15 (1756) uit 1920 de bestaande en nieuwe toestand van een fabriekshal waar persen hun werk gaan verrichten. De tekeningen 16 tot 18 uit 1924 (1757– 1758– 1759) gaan over een nieuw magazijn, over een lokaal voor zaad­ reiniging en een voor pletwalsen. Bij de opdracht uit 1925 hoort tekening 19 (1760) met de afmetingen van een ‘te bebouwen ter­ rein aan de Bergpoort- straat’; tekening 20 (1760) is er een met voor-, achter-, zijgevel en doorsneden van een magazijn. Op de plattegrond is ook een paardenstal getekend. De laatste tekeningen (1761) zijn uit 1934 en ’35. Het zijn details, een brandmuur en een dakconstructie van een ‘nieuwe fabriek’. Plattegronden geven de situatie van een groot deel van het totale complex weer zonder dat zo maar duidelijk is om welke gebou­ wen het gaat.

ren, koppel- en voetplaten. Hoe belangrijk die zijn, blijkt vooral uit de dwarsdoorsneden van het gebouw: de voetplaten dragen de kolommen van de begane grond, en de daar weer op steunende kolommen van de 1e en 2e verdieping, Het is goed te zien hoe die samen met de gebinten van de plafonds het skelet van de hele fabriek vormen. Natuurlijk moeten die voetplaten niet alleen het skelet dragen maar ook de productie- apparatuur. In weer een volgende teke­ ning wordt dan ook weergegeven met welke machinerieën onze grootvader bij zijn ontwerp rekening moest houden. Op platte­ gronden van de verschillende verdiepingen staan de contouren van een, maar doorgaans twee of meer walsen, van maalstenen, mengwerk, drooginrichting, koekbreker, kaar’s, borstelmachine, buil- en, builmengmachine, zeeften. Kortom alles wat nodig is in

Grutterij Holterman & ten Hove — 1323 (1919) Zeven tekeningen geven het hele bouwproces weer, te beginnen bij de situatieschets van het terrein aan het Hartenaasje. vlak langs het kanaal. De volgende fase is ook bij dit pand de tekening van het rioleringsplan. Het echte bouwen komt in de volgende tekening aan de orde: die van de ijzeren kolommen, met prachtige details van bouten, moe­

Holterman & ten Hove: detail van met bouten en klinknagels. 31


een grutterij, meel- en veevoederfabriek. Prachtig getekende dwarsdoorsnedes tonen bovendien trechters, drijfriemen en vliegwielen. In buizen die onder de plafonds han­ gen, worden door een ‘schroefdraad’ producten van de bovenlig­ gende etages voor (verdere) bewerking naar de diverse machines vervoerd. Alle apparaten hebben elektromotoren: de heren Holterman en ten Hove gaan met hun tijd mee! Er is dan ook een transforma­ torhuisje tegen de fabriek aan gebouwd. De begane grond van het pand is verdeeld in drie fabrieksruim­ ten; de eerste en tweede verdieping hebben dezelfde indeling. Het kantoor is in een afgescheiden stuk van een fabrieksruimte op de beneden verdieping, aan de raamkant en naast de voordeur. Op de betreffende dwarsdoorsnede zijn de lambriseringen getekend waarmee het bediendenkantoor en het ‘privékantoor’ moesten worden voorzien. In de voor- en achtergevel en de twee zijgevels hebben alle ramen op de begane grond en de eerste etage, maar niet die van de kantoren, ijzeren kozijnen met zestien ruitjes zoals ze decennia lang de standaard waren voor bedrijfsruimten. De ramen van de bovenste verdieping zijn kleiner en hebben geen spijlen: dat komt de gevel ten goede. De voorgevel heeft een extra accent. Hij is door kolommen in drie vakken verdeeld. Het middelste deel heeft drie boven elkaar geplaatste dubbele deuren met daarboven als bekroning een recht­hoekige opbouw op het platte dak met een overkapte hijsbalk.

Grutterij Holterman & ten Hove. Boven: dwarsdoorsnede met trechters, drijfriemen en vliegwielen; onder voorgevel. 32


En dan is er nog de omheining van het fabrieksterrein. Dat een architect in die tijd bemoeienis had met alles laat het ontwerp zien van het hekwerk, dat een villa niet zou misstaan. Het gaat niet alleen om het inrijhek, maar betreft de hele terreinafschei­ ding langs de weg van Zutphen naar Deventer, de Nieuweweg en aan de Kanaalzijde. Elk hek weegt 70 kg, allemaal samen 1400 kg. Op de gedetailleerde tekeningen staan – ten behoeve van de smid – zowel het voor- als van het zijaanzicht van het hek. Voor de metselaar is er van de muurtjes onder het hek ook nog een bovenaanzicht. Er is dus niets aan het toeval is overgelaten. Jammer: het pand is afgebrand op 25 oktober 1942. Firma Ankersmit De tekeningen van ontwerpen voor de Deventer Katoen Maat­ schappij Ankersmit zijn van een bijzondere betekenis. Niet alleen omdat die firma tussen 1901 en 1948 goed was voor zo’n 60 opdrachten. Maar vooral omdat er van al die bouwwerken niets meer bestaat: alle fabriekspanden van dat bedrijf zijn in de jaren ’60 gesloopt. De luchtfoto op pagina 54 in ‘Maarten van Harte, architect’ geeft een indruk van de omvang die het bedrijf ooit had. In het archief zijn 32 tekeningen van 25 grotere en kleinere pro­ jecten. De eerste gebouwen van de firma Ankersmit stammen al van 1865. Daardoor is het onduidelijk of de verbouwingen en bij­ bouwen waarbij onze grootvader betrokken was, plaats vonden in en aan panden die hijzelf of die een voorganger had ontworpen. Van een aantal bouwwerken zijn ook de gevels afgebeeld. Er blij­

Rechts: Grutterij Holterman & ten Hove: situatieschets hekwerk.

ken verschillende types van te bestaan. Het is jammer dat er niet een maquette is van het fabrieksterrein. Of – nog mooier – een videofilm zodat je tussen de decors met opa mee kunt wandelen als hij een van zijn vele projecten ging controleren. Ververij DK M 3) — 1762 (1901) Van de katoen-ververij zijn drie tekeningen; twee met ‘kelder­ grond’ 4), ‘plattegrond’ en ‘kapgrond’ en diverse doorsneden. Aan de kopse kant van het gebouw vormen ketelhuis, machinekamer, 3. Deventer Katoen Maatschappij Ankersmit 4. Kelder- , platte- en kapgrond zijn termen voor wat wij de plat­ tegronden zouden noemen van de kelder, de begane grond en het platte dak. 33


werkplaats en toiletten samen een voorbouw. Het grootste stuk, ruim 600 vierkante meter, is de eigenlijke ververij. De doorsneden laten stukken van de gevels zien in de traditionele fabriekspanden stijl. Het hele gebouw heeft een plat dak. Dat van de ververij is 20 x 31 meter. Het rust op 15 ijzeren kolommen die in 3 rijen zijn opge­ steld, elke kolom staat 5 meter van een andere of van een muur. Aan de kolommen is een eigen tekening gewijd. Ze moesten spe­ ciaal gegoten worden met drie verschillende type bovenkant voor de bevestiging van de liggende plafondbalken: 8 stuks van type A, 4 keer type B en tenslotte 3 maal type C. De plattegrond laat zien dat er tussen de rijen zuilen in de verve­ rij plaats is voor 7 verf-machines; hun onderkant is verzonken in de werkvloer. Ze staan elk op een eigen fundament dat in de kel­ der is aangebracht. Verder is er ruimte voor een spoelmachine en twee droogmachines. Map 1762 bevat ook een tekening ‘Kolommen v/d Timmer­ werkplaats’ met de plattegrond van een rechthoekig gebouw­ tje dat wel de timmerwerkplaats zal zijn en 8 bij 16 meter groot is. Op de middenas ervan staan twee kolommen. Er is tevens een ‘staat van ijzeren balken’: 7 stuks van drie lengtes tussen 355 en 600 cm. Nieuwe ververij DK M — 1808, 1811 (1918) Tegen de bestaande ververij uit 1901 wordt een nieuwe gebouwd: een veel groter pand van 48 bij 12.5 meter, met over de hele lengte

Rechts: Ververij DK M: kolomtype C. 34


een etage en een plat dak. De bovenverdieping heeft 18 ramen, beneden zijn er 16; aan beide einden van de gevel is een brede dubbele deur. Ramen en deuren hebben boogvormige bovenko­ zijnen. Elk raam heeft 16 ruitjes. Met zijn sobere herhalingen een imponerende gevel. Binnen staat zowel beneden als boven op de etage in het midden van de ruimte, in de lengterichting van het gebouw een rij van 6 kolommen, telkens 8 meter van elkaar. Ze dragen een zware balk: de ‘moerbint’ staat er op de tekening bij. De lichtere dwarsbalken worden aangeduid als ‘kinderbinten’. Op de tekening herken je op de begane grond de in de werk­ vloer verzonken verfmachines. Er is plaats voor 6 stuks, die elk bestaan uit 5 compartimenten. Ze staan tussen de eerste drie kolommen met hun kopse kant tegen de voorgevel. Voor de ande­ re helft van de beneden verdieping en de hele eerste etage zijn geen bijzondere bouwkundige voorzieningen aangebracht: welke werkzaamheden daar worden verricht, blijft dus onduidelijk. Uitbreidingen van de Weverij DK M — 1765 (1901), 1769 (1905), 1808 (1914) Lantaarn bazenkamer — 1806 (1914) Uitbreiding 1765 uit 1901 betreft de overkapping van een open ruimte tussen twee naast elkaar staande twee vrijwel even grote gebouwen. Die hebben allebei een vierkante zaal: de weverij waar dus de weefgetouwen staan. Het linker van die twee gebouwen

Boven: nieuwe Ververij DK M, doorsnede met vijf in de vloer verzonken compartimeneten. Onder: Uitbreiding Weverij DKM, gevel met stiepelteken. 35


zal wel de oudste zijn: daar liggen rondom de weverij kleinere lokalen voor opslag, voorbereiding en afwerking. Daar is ook het bazenkamertje. Het andere gebouw heeft behalve de weverij als nevenvertrekken een magazijn, een zaal voor de ontvangst van goederen, een schaftlokaal en toiletten. De te bouwen overkapping zorgt er voor dat mensen en goederen zonder last van regen vanuit het ene gebouw het andere kun­ nen bereiken. Het gaat om een plat dak van 8 bij 40 meter. Aan de voor- en achterkant sluit een gevel de ruimte af. Die aan de straatkant krijgt het aanzien van een aantrekkelijk woonhuis met een puntgevel. Naast de voordeur zijn twee ramen en daarboven

Onder: uitbreiding Weverij DK M, gevel met zaagtand.

een sierlijke houten daklijst met in de top een stiepelteken dat doet denken aan een Saksische boerderij. Wat een opvallende oplossing, een ‘woonhuis’ tussen links en rechts een fabrieksge­ vel met zaagtand-profiel! Was deze uitbreiding een klein project, omvangrijker is bijbouw 1769 in 1905. Dan wordt aan de weverij-ruimte in het jongste gebouw een stuk toegevoegd van 20 bij 47 meter. Het dak boven die ruimte wordt ondersteund door zuilen en balken, waarvan de draagkracht en belasting moesten worden berekend. De voorgevel van het pand ligt langs de Lange Zandstraat. Hij volgt met zijn zaagtand bovenrand het ‘sheddak’ met zijn tentvor­ mige bovenlichten, en lijkt dus op alle (textiel)-fabrieken.

36


En dan is er nog de verbouwing 1808 in 1914. Midden op het dak van een ‘nevenvertrek’ komt een rechthoekige opbouw van 4.00 bij 4.70 meter en 7.50 meter hoog. Het lijkt op een kerktorentje met zijn zadeldak; op de plaats van een wijzerplaat is een venster op zo’n hoogte getekend dat het uitzicht biedt over de ‘sheds’, de lange tentvormige bovenlichten die in rijen op het omliggende platte dak staan. Zou het een ‘lantaarn’ – een bovenlicht – zijn. Hij lijkt op de lan­ taarn voor de bazenkamer op tekening 1806, al is hij groter.

Boven: Plan tot verbouwing van de Weverij der Deventer Katoenmaatschappij, links de oude situatie, rechts het ‘geplande kerktorentje’. Onder: Lantaarn bazenkamer.

Verbouwing waschlokaal no 55 5) DK M — 1813 (1914) Niet de verbouwing van de ruimte met wc’s en wasbakken maakt deze tekening zo interessant, dat doen de rechthoekige gevels van het ‘waschlokaal’ zelf en van de panden waartussen het is inge­ klemd. Het waschgebouw is twee verdiepingen hoog en grenst aan de ene kant aan de weverij, die alleen een begane grond heeft, en aan de andere aan de vier verdiepingen hoge katoendrukkerij. Die gebouwen zijn alle drie in de zelfde stijl opgetrokken als de Nieuwe ververij (1808) die ook van 1914 is: de brede dubbele

5. Orgineel nummer dat door de tekenkamer bij de oorspronke­ lijke archivering is gebruikt 37


deuren hebben net als de ramen boogvormige bovenkozijnen. Ook nu heeft elk raam 16 ruitjes. Bestaande toestand machinekamer no 58 DK M — 1816 (1916) Het is prettig dat op de tekening de voorgevel, de plattegrond en een doorsnede staan. Samen geven ze een beeld van het gebouw, waarmee onze opa van doen had. Achter de rechter dubbele deur ligt de machinekamer. Op de plat­ tegrond zijn daarin de contouren van twee grote machines gete­ kend. In een hoek van deze ruimte staat een dynamo. De linker dubbele deur is van het gaslokaal: daar staan volgens de tekening vijf forse cilinders. Om welke gassen zou het gaan? De voorgevel heeft een boeiende indeling met een heel ander karakter dan de nieuwe ververij (1808) en het waschlokaal (1813). Tussen de beide deuren zijn vier ramen. Opvallend is dat boven de deuren vensters zijn aangebracht; en dat hetzelfde boven de (beneden)ramen is gedaan. De verdeling van de ramen in grotere en kleine vierkanten geeft hun een extra accent. Nieuwe toestand magazijn no 59 DK M — 1817 (1919) Behalve de gevel zijn ook een lengtedoorsnee, twee bintlagen en de ligging van het pand weergegeven. Maar wat de inbreng van onze grootvader is in de nieuwe toestand, dat is niet te beoorde­ len, want er is geen tekening van de oude situatie. Het gaat om een echt magazijn: het pand heeft drie dubbele

Boven: v.l.n.r.: weverij, waschlokaal, katoendrukkerij. Onder: Machinekamer, voorgevel. 38


deuren, de middelste over de hele hoogte van de begane grond en meteen daarop aansluitend over de eerste verdieping tot vlak onder de als een luifel uitstekende rand van het platte dak. Consequent is dat de ramen al zijn ze minder hoog, toch zo zijn geplaatst dat de bovenrand van de beneden vensters naadloos aansluit bij de onderrand van die van de etage. Die indeling geeft de gevels van het magazijn en van de machinekamer (1816) een grote gelijkenis. Uitbreiding drukkerij no 71 DK M — 1818 (1919) Deze tekening zou saai zijn als die niet duidelijk zou maken met welke opstellingen onze grootvader bij zijn ontwerp rekening moest houden, Het pand staat keurig in het gelid met de bestaande weverij

die aan de andere kant van een 4 mater brede straat ligt: Beide gebouwen zijn precies even lang: 51 meter. De blekerij is een rechthoekige hal, 8.50 meter breed, zonder kolommen, met een sheddak. De gevel langs de 4 meter brede straat is een lange rechte muur met enkele deuren maar zonder ramen. De muren aan de beide korte kanten hebben twee driehoekige punten als afsluiting van de beide sheds. Ook die muren hebben geen ramen. Midden tegen de lange achterkant van dat gebouw staat een klei­ nere rechthoekige voorruimte – 16 bij 4.5 meter om volledig te

Boven: Magazijn no 59 DK M, voorgevel. Onder: Drukkerij no 71 DK M, detail plattegrond. 39


zijn – met een plat dak. De gevel daarvan is wat levendiger; er zijn twee deuren en daartussen twee ramen. Interessant is dat de plattegrond voor alle ruimten de contouren en de naam vermeldt van de op te stellen apparaten. In het kleine gebouw is een ruimte voor de opslag van chemicaliën, in die daarnaast vindt chloorbereiding plaats met een zuurvat en een bak met chloorkalkoplosser. Ook is er een bazenkamer(tje). In de zengruimte in het grote gebouw staat het zengapparaat: daarin wordt gesponnen draad snel door een gasvlam geleid, zodat losse vezeltjes wegschroeien. Er staat ook een weekmachi­ ne. De overige ruimte is bestemd voor de ‘blekerij’. Daar is plaats ontworpen voor spoel-bakken, een wringmachine, kookketels, een chloor- en een zuurmachine, strengwasmachines en een waterkalander: een soort mangel. Plan herbouw drukkerij no 72 DK M — 1830 (1923) De drukkerij is door zijn afmetingen en door de architectuur een opzienbarend gebouw: 47 meter lang, 18 meter hoog, 4 verdie­ pingen met elk 16 ramen, allemaal hetzelfde met 25 ruitjes, alle ramen in een strak ritme naast en boven elkaar. Het strikte van dat patroon wordt geaccentueerd doordat op de begane grond twee smalle deuren, elk aan een uiteinde van de gevel, de plaats van een raam innemen. Een bijzonder effect heeft de betonnen dakrand op zijn negen betonnen kolommen. Het lijkt wel of er een tafel met negen poten over de bovenste etage staat.

Boven: drukkerij no. 72 DK M, zijgevel met trappenhuis; tafelpoten met tafelblad. 40


In feite dragen de ‘poten’ als een betonnen skelet het platte dak. Is deze constructie bedacht omdat zo de muren van de bovenste verdieping minder zwaar kunnen zijn? Het trappenhuis aan een einde van het gebouw is de toegang naar alle etages, maar ook de enige vluchtweg. Dat zoiets mocht! Er is nog een heel andere vraag: ‘plan herbouw’, wil dat zeggen dat er al een drukkerij is geweest en dat die in de vernieling is geraakt? En was dat wellicht de katoendrukkerij die op tekening 1813 uit 1914 (pagina 39) naast het ‘waschlokaal’ staat? Ook dat

Onder: drooginrichting DK M, links doorsnede, rechts voorgevel.

gebouw telt vier verdiepingen en het trappenhuis daarvan is in een zelfde uitbouw als bij de ‘herbouwde drukkerij’. Bovendien hebben beide gebouwen dezelfde raamindeling. Maar een beton­ skelet voor de bovenste verdieping, dat was er in 1914 niet. Drooginrichting DK M — 1829, 1899? (1923) Een huisje dat op een boerenerf, misschien wel als kippenschuur, zou kunnen staan: 10 bij 6 meter, met een puntdak. Midden in de voorgevel is een deur, daarboven zijn drie aaneengesloten ramen, en daar weer boven is de nok geaccentueerd door tegen de gevel aangebrachte verticale planken. Boven in een van de zijmuren zijn vier raamvorige ventilatieopeningen aangebracht. Ook in de nok van het dak zijn ventilatieopeningen. In het gebouw is zowel tegen de zijwanden als in het midden ruimte voor stellingen.

41


Verbouwing Katoenmagazijn tot Cantine DK M — 2002 (1946-1947) Centrale Verwarmingshuisje Cantine — 2002 (1948) De drie tekeningen zijn zo’ n 20 jaar later gemaakt dan de vorige: ze zijn van na de oorlog. Ze laten zien dat ook bij een concern de besluitvorming in fasen verloopt, zelfs als het om een eenvoudig project gaat als de verbouwing van een bestaande ruimte tot een te verwarmen kantine. De tekening uit december 1946 is van een unit van 10 bij 10 meter op een hoek van het katoenmagazijn. Plan is om de nieuw te bou­

Onder: verbouwing Katoenmagazijn tot Cantine DK M, links de kantine met een vloeroppervlak van 80 m2 , rechts 200 m2.

wen entree, garderobe, wc’s en het buffet deels binnen en deels buiten die magazijnruimte te realiseren, zodat voor de restau­ rantbezoekers 10 maal 8 meter ter beschikking komt. Kennelijk wordt besloten dat dit te weinig is. In januari 1947 wordt namelijk een nieuwe tekening gemaakt. Hierop is het blok met de nieuwbouw 2 meter opgeschoven zodat het helemaal bui­ ten het bestaande magazijn komt. De ruimte voor de bezoekers wordt daardoor 200 vierkante meter groter. Het is jammer dat vervolgens het besluit over de aanleg van cen­ trale verwarming pas in juni 1948 afkwam, waardoor de bouw van het Verwarmingshuisje niet in de eerdere plannen kon wor­ den opgenomen. Nu staat dat huisje pal naast de ingang van de kantine. Het is een rechthoekig schuurtje, met een deur, een paar ramen en binnen ruimte voor een ketel en opslag van kolen. Op

42


het platte dak ervan staat een opvallend grote vierkante schoor­ steen, 3.50 meter hoog en dat terwijl het huisje niet hoger is dan 2.80 meter. Garage DK M — 2004 (1947) Dit is als afsluiting van de Ankersmit-serie wel een heel simpele opdracht. Een rechthoekig gebouwtje, met een gezamenlijke bin­ nenruimte, drie dubbele houten deuren, plat dak, raam in de zij­ muren, de achterkant tegen een fabriekspand aangebouwd. Toch is er iets opvallends: waarom duikt de achterste 1.5 meter van het dak onder een hoek van 45 graden naar beneden, zodat de achtermuur half zo hoog is als de rest van de garage? De ‘Zwarte’ silo met pakhuis fa Lamers — 1375 (1923) Op twee bestektekeningen van Lamers bedrijf, een met het vooren de andere met het zijaanzicht, staat een opvallend en bijzonder bouwwerk: de silo – een kolos van 18 bij 12 meter – die domine­ rend boven de omgevende bebouwing uitsteekt. De nok van zijn spitse dak is zo’n 23 meter hoog, terwijl de rest van het bedrijfspand alleen een begane grond heeft en door zijn platte dak nog lager lijkt. Het robuuste van het uiterlijk van de silo wordt nog versterkt door de ribben die op de zijkanten over de hele hoogte van boven naar beneden naar voren uitsteken. Aan de achterzijde, waar schepen kunnen aanleggen om hun lading te lossen, is in de middelste strook een lange reeks boven elkaar liggende vensters; helemaal bovenaan is een torentje dat door een zeskantig dak wordt bekroond. Rechts boven: Centrale Verwarmingshuisje Cantine DK M; onder: Garage DK M, zijgevel. 43


De derde bestektekening geeft duidelijkheid over het waarom van die stroken, ribben en vensters; en over de indeling van de laagbouw. Op die tekening staan namelijk de plattegrond, twee verticale doorsneden van het hele gebouw en bovendien een hori­ zontale door de silo. Het uiterlijk van de silo blijkt logisch voort te vloeien uit het inwendige ervan: dat is namelijk niet zomaar een grote, holle ruimte. In de silo zijn op de dwarsdoorsnede als in een soort honingraat cellen: 15 brede zeskantige en daartussen 16 nauwere vierkante. De buitenmuren van de silo volgen de oppervlakken van de cellen. 14 van de zeskantige cellen hebben onderaan een taps toelopend aftappunt. De 15e is aan de bovenkant langer en loopt door tot hij als een zeskantig torentje net uitsteekt boven de nok van het spitse dak. Deze cel aan de achterkant van het gebouw, waar een vrachtschip kan aanleggen, is een technische ruimte; een smalle wenteltrap loopt tot aan de ruimte onder het puntdak die boven de cellen ligt. Door de reeks boven elkaar gelegen ramen in het midden van de achtergevel krijgt de wenteltrap zijn daglicht. In de kern van deze technische cel ligt de stijgbuis die de uit een schip opgezogen lading helemaal naar de top van het torentje blaast, naar het buizensysteem dat op de zolderetage naar de bovenkant van de verschillende voorraad-cellen loopt. De vierde tekening met een ‘Entwurf einer Schiffselevatoranlage 2. Vorschlag. Pneumatische Schiffslöschanlage’ van een firma uit Braunschweig, laat zien voor welke buizen en machinerieën

Rechts: Zwarte Silo, doorsnede korte zijde. 44


boven en onder de cellen plaats moet zijn. Twee andere teke­ ningen geven technische details van de regelapparatuur. (Onze grootvader had de sterkteberekeningen voor de betonconstruc­ tie van de silo uitbesteed aan ir. N. Kranenburg van de NV. Internationale Gewapend Betonbouw te Breda.) De tekening van de havenbodem met talud laat zien dat de silo met zijn achterkant aan de rand van het water staat. Ook zijn de hoogste en laagste waterstanden aangegeven in relatie met het niveau van de bedrijfsvloeren. Het bedrijfsgedeelte in de laagbouw is eenvoudig. Het herbergt aan de voorzijde het privé kantoor, nog een kantoorruimte en de garderobe met de toiletten. Achter de kantoren liggen het pak­ huis, het zoutpakhuis, de garage en een paardenstal met plaats voor vier paarden. Uitbreiding Senzora — 1405, 1423 De uitbreidingsplannen van Senzora in 1927, 1928 geven in 20 tekeningen een beeld van de werkzaamheden van Architecten­ bureau Van Harte. Er wordt door onze grootvader en zijn teke­ naars gelijktijdig gewerkt aan de bouw van een extra verdieping op een deel van een bestaand pand en aan de bouw van een nieuw fabrieksgebouw. De data op de tekeningen maken het mogelijk om de werkzaam­ heden op een rij te krijgen. – Eind mei 1927 loopt opa samen met de opdrachtgever, de heer Rechts: Zwarte Silo, horizontale doorsnede. 45


Schoenmaker, over een nog open stuk grond naast diens fabriek. Ze overleggen hoe dat terrein kan worden benut voor nieuwe fabrief. Een paar dagen loopt opa er weer, nu geeft hij zijn opzich­ ter/tekenaar aanwijzingen over de uit te voeren meting van het terrein. Vervolgens verschijnt de opzichter opnieuw, vergezeld van een tekenaar. Samen gaan ze aan de slag met piketpaaltjes, meetlint en hoogtemeter. In juni is de tekening ‘terrein’ klaar. – Opa heeft intussen een schets gemaakt hoe de extra verdieping op de bestaande fabriek moet komen. ‘Senzora’ en ‘juni 1927’ zet de tekenkamer vervolgens op de door hen uitgewerkte tekening van het fabriekspand zoals het er in zijn geheel uit zal gaan zien: plattegronden en doorsneden van souterrain, begane grond, ver­ dieping, en de nieuwe 2e verdieping.

– In juli is ook de ontwerptekening klaar van het nieuwe fabrieks­gebouw. ‘Niet uitgevoerd’ is er later met potlood bij geschreven. – Een maand later (augustus) wordt de ‘ Situatie Senzora’ vast­ gelegd. Op hetzelfde vel papier staat zowel de plattegrond van de nieuwe fabriek als de doorsnede van het bestaande andere pand met de te realiseren tweede verdieping. – De eerste definitieve bestektekening (blad 1) met zwarte inkt op zwaarder papier is van september 1927. Daarop staat de lange voorgevel van het nieuwbouw pand waarvan de vier bedrijfson­ derdelen elk een eigen typerende gevel hebben. Onder: Senzora, dwarsdoorsnede bedrijfsgebouw met opslag, ziederij, blikmagazijn en kantoor.

Het hart van het hele bedrijf vormt het fabrieksgebouw dat met een verdieping en het puntdak boven de andere uitsteekt: daar vindt in de ziederij de productie van de schoonmaakmiddelen plaats. Achter de twee gevels rechts ervan – ook met puntgevels – komen de ondersteunende diensten: in het eerste het blikmagazijn, in het pand daar weer naast dat oogt als een woonhuis is het labo­ra­ torium en het kantoor. Links ligt tegen het hoge fabrieksgebouw de goederenloods met vier schuifdeuren in een zaagtand gevel; de daklijn ervan wordt bepaald door de vier sheds op het dak. In de loods worden grond­ stoffen aangevoerd en liggen producten klaar voor verzending. – Blad 2 is klaar in oktober: met achtergevel, doorsnede en bekapping. 46


In november is er een bestektekening met plattegrond en door­ snede van de bekapping. – Intussen heeft de tekenkamer ook 13 werktekeningen gemaakt, deels in detail. Ze zijn van de verschillende schuifdeuren voor de ziederij, het blikmagazijn en de goederenhal. Ook zijn er de ontwerpen van 5 typen binnendeuren; van een type moeten twee exemplaren worden vervaardigd, van de andere slechts een! Voor al die deuren zijn ook kozijnen getekend. Er zijn ook tekeningen van een ijzeren trap, een ijzeren hek, ijze­ ren binten en ‘kolommen onder de muur hoogbouw’, een ijzeren raamwerk en jukken onder reservoir. Een tekening heeft als titel ‘gewapend beton fundering’, een andere ‘gewapend beton latei boven ijzeren ramen ziederij’. – De bestektekening van de uitbreiding van het bestaande Senzora pand wordt in november 1928 afgerond. Deze fabriek uit 1916 heeft een heel ander uiterlijk dan de nieuwe fabriek uit 1927. Het is een rechthoekig gebouw met plat dak en twee rijen ramen, elk met 16 ruitjes: een klassiek industrieel pand dus. Wat de tekening extra boeiend maakt is de bestemming die in de verschillende ruimten is aangegeven; zo wordt duidelijk voor welk bedrijf onze grootvader een passend onderkomen ontwierp. Op de begane grond is het kantoor en het privé kantoor, en ook de werkplaats met verfmolens en een vulmachine; er is de zie­ derij met zeepketels, en er is de koffiebranderij met magazijn en koffie­zeef. Op de eerste verdieping is de afdeling voor de fabricage van peper­munt-hartjes; die heeft een meng- en een kneedmachine en

Rechts: Senzora, binnendeur voor het ketelhuis, oplage 1. 47


een droogkamer. Op dezelfde verdieping is ook het magazijn met een schroefkaar en een ruimte met twee spaltkuipen en – even­ eens twee – glycerine/water -kuipen. En dan is er boven de kuipenruimte de nieuwgebouwde 2e ver­ dieping met reservoirs en een luchtpomp. Natuurlijk was het architectenbureau van Harte in 1927 niet alleen met de twee Senzora fabrieken bezig: er waren 10 andere opdrachten waaraan ook gewerkt werd. Daarvan is er een voor alweer Senzora, 3 zijn voor Ankersmit, 4 verbouwingen hebben verschillende opdrachtgevers, de bouw van een magazijn is voor de Twentse Oliehandel en de bouw van woonhuis met magazijn voor Zandhuis & Zwart.

spiegelbeeld tegen dat van Zandhuis aangebouwd. Het wordt op de tekeningen aangeduid als ‘burgerwoonhuis’. De smederij was tot 1927 gehuisvest in een pand met bovenwo­ ning in de binnenstad. De bedrijfsruimte daar wordt in 1928 in gebruik genomen als garage. Tekening 1419 laat de voorgevel ervan voor en na de verbouwing zien. De dubbele deuren worden vervangen door bredere, wat betekent dat ook de beneden gevel moet worden aangepast. Van de deuren is een werktekening schaal 1à 10 gemaakt met details op ware grootte. De nieuwe smederij heeft een strakke zakelijke gevel. De recht­ hoekige ramen ogen modern dankzij de inkadering door een betonnen latei en dito vensterbank. Boven elk groot raam van de

Zandhuis en Zwart ­— 1709, 1719 (1927, 1928) De smederij met eerst een en een jaar later twee woonhuizen, is een betrekkelijk eenvoudig project. Op de bestektekening staan de plattegrond, voor- en zijaanzicht van smederij en woonhuis. De smederij is een vrijwel vierkante hal van 12 bij 17 meter met in een hoek een klein kantoor; in de achteruitbouw zijn twee kleine ruimtes, een voor de acetyleeninrichting en een voor de wc. Het magazijn ligt boven op een stuk van de smederij en is dan ook van daar uit via een binnentrap bereikbaar. Tegen een zijmuur van de smederij wordt de woning voor Zandhuis opgetrokken. Het huis voor compagnon Zwart wordt in 1928 in

Zandhuis en Zwart: oude smederij in een pand met boven­ woning. Links de originele dubbele deuren, rechts de bredere deuren. 48


smederij op de begane grond zijn twee kleinere ramen van het magazijn. De afstanden binnen en tussen de drie raampartijen geven de voorgevel een mooi ritme. Ook de zijgevel is dankzij de plaatsing van ramen en deuren in een mooi evenwicht. De gevels van de woonhuizen geven door hun bescheidenheid aan dat het de smederij is waarom het allemaal draait. Dertig werktekeningen maken niet alleen duidelijk hoeveel zorg, tijd en vakmanschap opa’s architectenbureau aan het project besteedde, maar ook hoeveel deskundigheid er op alle terreinen ter beschikking was. De serie begint met de opmeting van de nieuwe locatie aan de Veenweg. Er zijn plattegronden 1:20 van de begane grond en de 1ste etage inclusief de balklaag van het platte dak van zowel de smederij als het woonhuis. Een staat deelt de 12 ijzeren balken en 2 kolommen voor de sme­ derij in naar type en lengte. Een andere lijst vermeldt de verdeling van de 30 ijzeren ramen over de 8 getekende typen, waarvan alleen de afmetingen ver­ schillen. Van het woonhuis zijn de voor- en achtergevel maar ook de wapening van keldervloer en -plafond gedetailleerd vastgelegd. Buitendeur, erker, kozijnen van verschillende ramen zijn ver­ volgens afzonderlijk afgebeeld, net als de drie wc-raampjes en het ene voor de kelder. Een blad is bestemd voor zes gewone bin­

Zandhuis en Zwart. Boven de voorgevel van de nieuwe smederij, onder de opmeting van de locatie aan de Veenweg. 49


nendeuren, een dubbele deur en een complete ‘porte brisee’ met zijn schuifdeuren en de flankerende kastdeuren. Op een andere tekening staan de keldertrap, de trap naar de etage en het keu­ kenblok. De tekenkamer is kennelijk tegelijk bezig is geweest met de sme­ derij en het woonhuis. Zo staan de lichtkap boven de overloop van het woonhuis en de luchtkap boven de acetyleeninrichting van de fabriek op hetzelfde blad. Verbazingwekkend zijn de tekeningen op ware grootte van door­ sneden van kozijnen en allerlei houtverbindingen: mooi om de manier waarop de voorwerpen en profielen in strakke potloodlij­ nen zijn vastgelegd. Mooi ook door de bladindeling: de plaatsing van al die detailtekeningen ten opzichte van elkaar. Zelfs de rich­ ting van de houtnerven is weergegeven. Het is alsof het om een leerboek voor de timmerman gaat. Ook aan de terreinafscheiding zijn bladen gewijd: een ontwerpte­ kening, een plattegrond, vervolgens uitgewerkte tekeningen van het ijzeren hek en van de daarbij behorende scharnieren en een van het siermetselwerk van de manshoge muur. Kantoor kalkbranderij en bouwmaterialenhandel J. Trip Colmschate ­— 1409 (1946) De twee tekeningen – de eerste van 7 februari de tweede van 20 juni – zijn om verschillende redenen interessant. Allereerst om de lokatie Colmschate, buiten Deventer dus – al ligt het hemels­ breed maar 5 kilometer van opa’s huis aan de Assenstraat.

Boven: Zandhuis en Zwart: doorsneden van kozijnen. Onder: J. Trip: loods met daarvoor een kantoorruimte. 50


Vervolgens is het leuk om al kijkend te vinden waar de tweede tekening afwijkt van het eerste ontwerp. Het kantoor ligt aan de kopse kant van een loods; de entree en een kantoorruimte in de loods en een tweede kantoor in een uitbouw daar voor tegen aan. In de entree is een loket; daar kunnen de klanten van de bouw足 markt hun aankopen betalen. In het tweede ontwerp is de uitbouw vergroot. Hij heeft nu niet twee maar drie ramen; mooie trouwens door de latei die tussen het onder- en het bovenraam is aangebracht. De dakpannen op de gevelrand vlak boven de ramen, zijn daar vast op voorstel van de eigenaar van de bouwmarkt aangebracht. Op een doorsnede van het kantoor is een huiselijke schoorsteen足 mantel in kleine baksteentjes getekend, met rechts daarnaast aan hoge kast en links een zitbank onder een smal venster. De verbreding van de uitbouw maakt op zijn beurt enkele andere aanpassingen nodig, waaronder de verplaatsing van de voordeur. Een architect moet vindingrijk zijn.

Rechts: J. Trip: doorsnede kantoor met huiselijke schoorsteenmantel. 51


Verantwoording Om het Maarten van Harte Archief inzichtelijk te maken, is van alle projecten beschreven welke informatie de tekeningen bieden. Tevens zijn per project een of meer delen van tekeningen afge足 beeld. Tekst: W.J.I. van der Gulden, w.vandergulden@gmail.com Ontwerp en beeldredactie: Peter van der Gulden , Przewalski Ontwerpers Nijmegen / Arnhem 2012 Links: Berekeningen IJzeren Kappen Dev Kantoenmij, 1920

52

Profile for Przewalski Ontwerpers, Arnhem

Het Van Harte archief  

Een inventarisatie in woord en beeld van de resterende bouwtekeningen van de Deventer architect Maarten van Harte (1868-1954) door W.J.I van...

Het Van Harte archief  

Een inventarisatie in woord en beeld van de resterende bouwtekeningen van de Deventer architect Maarten van Harte (1868-1954) door W.J.I van...

Profile for przewalki
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded