Page 1

Erfgoedverkenning Drenthe Een ontdekkingstocht langs plekken, mensen en verhalen

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

p r o j e c tnummer 

2 6 3 


Gedicht

Achter oen ogen Marga Kool

Achter oen ogen giet veule verborgen oen zorgen geef ie niet pries um van oen liefde mar niet te praoten Dreints is een taal van onbespreuken loaten de dingen die van binnen raakt een Dreintse tonge wordt strenge bewaakt de zachte woorden beware wij veur ‘t duuster ogenblikkie opgespaard gefluuster wat het Dreints ok dan niet aover zien lippen kan kriegen dat raod ik dan mar in oen haanden oen zwiegen

voorkant omslag: Broken Circle and Spiral Hill, een uit twee delen bestaand land art-project van de Amerikaanse kunstenaar Robert Smithson, Emmen 1971 Gedurende de werkzaamheden voor Broken Circle om het terrein uit te vlakken, stootte Smithson op een enorm rotsblok uit de ijstijd, een zogenaamde ijstijdmegaliet. In eerste instantie wilde hij dit laten verwijderen, want hij beschouwde de rots als een ongewenste aandachtstrekker. De bouwonder­ neming achtte dit praktisch onuitvoerbaar en Smithson besloot het rotsblok te laten staan. Dit rotsblok geeft aan het (oorspronkelijk) tijdelijke karakter van het kunstwerk een speciale betekenis, gezien het feit dat zulke oerstenen reeds werden gebruikt voor het bouwen van de hunebedden. Smithson trok een cirkel op de grens van water en land met aan de ene helft door weggraving van het zand een landtong met de kei en in het water de andere helft met een landtong van zand. nl.wikipedia.org/wiki/Broken_Circle_and_Spiral_Hill


Erfgoedverkenning Drenthe Een ontdekkingstocht langs plekken, mensen en verhalen

3

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


4

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Inhoud

7 Inleiding en 13 Het rijk en

verantwoording

131 Bijzondere

­Nieuw-Dordrecht

erfgoed

133 Impressie 17 Favoriete plekken 19 De provincie 29 Gemeenten 51 Musea aan

burgerkracht ­dorpscoöperatie

van provinciemedewerkers

aan het woord

aan het woord

mystery guests: twee Drentse

vriendinnen door Drenthe 135 Erfgoedprojecten

van gemeenten

en ­provincie

het woord

63 Culturele instellingen

aan het woord

139 Impressie

mystery guest: een ­Braziliaanse

cultureel antropoloog in het Gevangenis 71 Impressie

mystery guests: tweedaagse

ontdekkingstocht door Drenthe 75 Telefonisch

museum 143 De Landskeuken

van Mensinge, Roden

gesprek Anja Schuring

met Rob van Gijzel

145 Aanbevelingen 153 Bijlagen: overzicht

77 Historische

verenigingen aan het woord

85 Hoeders van

het cultuurlandschap

­partijen en ingestuurde vragenlijsten, ­overzicht gasten rondetafels, tabellen gemeenten

97 De Berkenhof,

een innovatief woon­concept

in de gemeente De Wolden 98 Drentse tradities 104 Archeologie 113 Erfgoed in

en Drentse gerechten

in Drenthe: een impressie

Drenthe op z’n breedst:

drie rondetafelgesprekken

5

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

van aangeschreven


Inleiding en verantwoording

Drentse mensen: Gerben Lensen (16) en Jorian Oortwijn (16), Hoogeveen (DVHN)

6

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Inleiding en verantwoording Een ontdekkingstocht langs ­plekken, mensen en verhalen

7

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Inleiding en verantwoording

Een ontdekkingstocht langs mensen, plekken en verhalen Erfgoedverkenning Drenthe

Reinhart Dozy

‘Aan de Drenthen, zooals aan alle lieden van ’t Noorden, kan men terdege bemerken, dat zij nooit overheerscht zijn geworden, noch door adel noch door een kerk. Dat heeft een waardig, zelfbewust en zelfstandig denkend ras gevormd, afkeerig van slaafsche vormen, en met een hun speciaal eigen gevoelsleven, dat ik zeer hoog stel, een ras daarbij vol latente kracht en dat niet gedesoriënteerd is door al hetgeen de moderne tijd al voor veranderingen heeft medegebracht.’ Kunstschilder Reinhart Dozy in het tijdschrift Drenthe, 1930

8

In opdracht van de provincie Drenthe en de twaalf Drentse gemeenten heeft het team van SteenhuisMeurs met veel plezier gewerkt aan de Erfgoedverkenning Drenthe. Een bijzonder ­project, waarbij naast het bevoegd gezag zo’n tachtig partijen werkzaam in het Drentse erfgoedveld via vragenlijsten en gesprekken hun kennis hebben gedeeld en successen en ­verbeterpunten hebben aangegeven. Erfgoed is zoveel meer dan gebouwde monumenten en musea, het is de kern van de eigenheid en mentaliteit van een gebied. (Inter)nationale en regionale studies wijzen uit dat erfgoed een bijdrage levert aan de economie en het sociaal maatschappelijk bewustzijn en de bereidheid tot het doen van vrijwilligerswerk verhoogt. We komen uit een traditie waarin erfgoed, ruimtelijke ordening en ruimtelijke kwaliteit, recreatie en cultuur als sectorale domeinen werden benaderd. Sinds ongeveer tien jaar is samenwerking het devies, maar blijkt ook dat er binnen organisaties verschillende talen worden gesproken. Dit project biedt de kans om verder te werken aan een narratief, een verhaal dat bestaande clichés van Drenthe onderdeel kan maken van een rijk en breed palet, met vele aanknopingspunten voor bovengenoemde beleidsvelden en serieuze en efficiënte benutting van de grote energie, kennis en bereidheid die bij burgers aanwezig is. Dat laatste is momenteel overal in het land de opgave: hoe kan de relatie tussen overheid en burger opnieuw gedefinieerd worden, ‘faciliteren en dereguleren’ zijn de nieuwe toverwoorden. Maar kaders en verantwoordelijkheden blijven nodig, en daarin moet de overheid een betrouwbare en meedenkende partner zijn. Tegelijkertijd, zo was de verwachting, valt er op het terrein van samenwerken, kennisdelen, gebiedsontwikkeling en monumentenzorg nog veel te bereiken. En zou er wel eens een kans kunnen liggen om Drents erfgoed sterker te verankeren in het beeld dat over Drenthe bestaat. Want de rol van erfgoed in de samenleving verandert, zowel van binnenuit als van buitenaf. Het gaat over lokaal én

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

globaal, we vinden het allemaal heerlijk om vast te zitten aan de grote wereld, en tegelijkertijd in het dorp actief te zijn en van het landschap te genieten, als burger of als boer. De Malevich-­ tentoonstelling te zien en op dezelfde middag verwondering en tijdsdiepte te voelen over de oudste boot van de wereld. De Erfgoedverkenning Drenthe komt als project voort uit de hoofddoelen van de Cultuurnota ‘Oude wereld nieuwe mindset’: 1. Herkenbare en onderscheidende identiteit door behoud en ontwikkeling van het materiële en immateriële erfgoed, 2. ­Versterken van ruimtelijke kwaliteit door cultuurhistorie, archeologie en artistieke visie een plaats te geven in ruimtelijke planvorming en gebiedsontwikkeling en 3. Versterken van het vestigingsklimaat en de vrijetijdseconomie door inzet van kunst en cultuur. Daarnaast ligt er voor provincie en gemeenten de vraag een antwoord te formuleren op de hervorming van de monumentenzorg zoals ingezet door het Rijk. In het Rijks­ programma ’Modernisering Monumentenzorg’, voor een meer gebieds- en ontwikkelingsgerichte aanpak van erfgoed, onderschreven door VNG, IPO en OCW zijn hier de bakens voor uitgezet. Identiteit, ruimtelijke kwaliteit en vestigingsklimaat, modernisering van de monumentenzorg: daar kan niemand tegen zijn. Maar hoe krijgen deze onderwerpen inhoud en slagkracht, in een tijd waarin er zoveel extra taken en tegelijkertijd bezuinigingen voor gemeenten bijkomen? Om die koers te kunnen uitzetten, zowel inhoudelijk als procedureel, is het van belang eerst te weten wat er is aan erfgoed, hoe het gaat met de uitvoering van erfgoedtaken, waar sprake is van kennis- of competentiehiaten en vooral: waar de kansen op meer efficiëntie en synergie liggen – zonder de eigen identiteit van gemeente of organisatie uit het oog te verliezen. In nauwe samenwerking met de twaalf Drentse gemeenten is de uitvraag voor dit onderzoek – een nulmeting van het Drentse erfgoed – geformuleerd. Wat is er aan Drents erfgoed, wat valt er allemaal onder, van monumenten tot en met streekgerechten, van taal tot en met theatergroepen. De opdracht was om ‘op te halen’, te bevragen en te inventariseren. In oktober 2014 konden we aan de slag, en werkten mede omwille van de snelheid met uitgebreide vragenlijsten, waarbij naast de gemeenten een


Inleiding en verantwoording

breed scala aan erfgoedpartijen is bestookt. Het is ongelofelijk met hoeveel zorg en precisie de lijsten over het algemeen zijn ingevuld. Drents erfgoed leeft – en er zit veel ambitie bij al die Drentse burgers en professionals die er dagelijks aan werken. Alle twaalf gemeenten zijn vervolgens door Marinke Steenhuis en Marloes Fransen bezocht, om met de verantwoordelijk ­wethouder en ambtenaren door te praten over tendensen en kansen, ambities en verbeterpunten. De resultaten vindt u terug in het gemeentelijke hoofdstuk met in de bijlage de tabellen. Vervolgens kregen we de antwoorden retour van zo’n 70 andere erfgoedpartijen: historische verenigingen, musea, particuliere ­erfgoedcollecties, amateurarcheologen, organisaties voor ­landschapsbeheer, bibliotheek en taalgenootschappen. De resultaten vindt u in de desbetreffende hoofdstukken. Half januari nodigden we zo’n dertig vertegenwoordigers van genoemde partijen, Jan-Albert Westenbrink van Marketing Drenthe en een aantal externe deskundigen uit voor drie rondetafelgesprekken, om thema’s en opgaven scherp te krijgen. U leest het in de verslagen in dit rapport. Daarnaast waren we ook benieuwd naar de onbevangen mening van bezoekers van Drents erfgoed, reden waarom u drie reportages van onze ­‘mystery guests’ in dit rapport ziet opgenomen. Aan het onderwerp archeologie is een apart hoofdstuk gewijd. De vele erfgoedgerelateerde projecten en websites die gemeenten en provincie hebben geïnitieerd én hun wensen hieromtrent staan achterin dit rapport. Het geheel wordt hier en daar onderbroken door een ‘special’, een opmerkelijk initiatief, zoals de Landskeuken van Mensinge, waarin heden en verleden, ambacht en locatie op sublieme wijze samenkomen. Op 5 maart 2015 zijn de ­resultaten en aanbevelingen uit dit onderzoek gedeeld met alle gemeentelijk bestuurders en gedeputeerde en alle bij het onderzoek betrokken mensen en organisaties. De grens tussen inventariseren en interpreteren is natuurlijk lastig te trekken. Ons onderzoeksteam kwam patronen en gedeelde wensen op het spoor. Tegelijkertijd was de opdracht om met dit onderzoek een nulmeting te maken die de basis zou kunnen vormen voor een eventuele vervolgstap, en is het primair aan gemeenten en provincie om die vervolgstap te formuleren en te definiëren. Dat er kansen liggen die het verdienen nader

9

uitgewerkt te worden in erfgoed-, marketing- en recreatieve projecten, is zonneklaar. Ook voor de inzet van erfgoed in gebiedsontwikkeling is animo, nu de nieuwbouwopgave in het hele land grotendeels is omgeslagen in een verbouwopgave. Elders in het land zijn er gemeenten die het verhaal over hun ontwikkelingsgeschiedenis en erfgoed gebruikten als basis voor de structuurvisie, de welstandsnota en bestemmingsplannen buitengebied. Waarmee de complementariteit, efficiëntie en bovenal de bezieling van het ruimtelijk, toeristisch en sociaal­ economisch beleid enorm aan kracht won. Er zijn kortom, vele keuzen te maken. Voordat we de belangrijkste aanbevelingen hier aan u presenteren, willen we u de kaart ‘Stereotypes of the Netherlands’ niet onthouden. De kaart werd in de zomer van 2014 gemaakt door de Groningse student Victor van Werkhooven. De kaart werd binnen een paar dagen miljoenen keren bekeken. Drenthe wordt in de toelichting door Van Werkhooven getypeerd als ‘Wait, people live here?’: Drenthe. Back when the Dutch called themselves the Republic of the Seven United Netherlands, Drenthe was actually province number eight. Since they were dirt poor, however, no one bothered to count them in (or give them voting rights in the senate, for that matter). Great place for a compulsory holiday with your parents. They’ve got ancient rocks, and... yeah, no, that’s it. They’ve got rocks. Oh, and a Nazi camp. So they’ve got that going for them, which is nice.’ Vervolgens ontspon zich een discussie op internet waarin mensen reageerden. Een greep: ‘Because there’s basically nothing there, we put a radio telescope of some significance there. Also LOFAR, that is the telescope from de Ontdekking van de hemel/The discovery of heaven for you book readers out there. That book is regarded as one of the masterpieces of Dutch literature.’ ‘Drenthe was mainly used to ship out poor folks and dig up peat for Holland to keep the economic boom going. While the Seven Provinces did not consider it a state allowed to have a seat in senate, they did have self governance.’ Armoede, uitsluiting van de machtsstructuren, wingewest voor Holland, zelfbestuur en leegte, dat is het beeld dat uit deze conversatie tussen jongeren naar boven komt. Als Drenthe een

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

personage was, dan zou het aardig wat trauma’s hebben – maar ook trots, omdat het – indachtig de kunstschilder Dozy in zijn woorden aan het begin van deze inleiding – de regie altijd zelf in handen heeft gehouden. En laat het daar nu juist om gaan in de nieuwe doe-democratie, participatiesamenleving, co-creatiemaatschappij en bottom-up samenwerkingen. Drenthe is een goed bewaard geheim, hoorden we steeds weer tijdens de interviews. Dat is een prachtige kwaliteit, maar wel een met een keerzijde. Het eeuwenlange geografische isolement en de Drentse zelfregie kunnen omslaan in naar binnen gekeerdheid, zelfgenoegzaamheid en berusting. De urgente maatschappelijke opgaven vragen om duidelijke keuzen: wil je een goed bewaard geheim blijven – met als consequentie mogelijk een afkalvend welvaarts- en voorzieningenpeil? Of kies je voor innovatie vanuit eigen kracht? Dat laatste vraagt om een krachtdadige aanpak en het leggen van verbanden over de traditionele grenzen heen. Is er een Drentse aanpak denkbaar voor de uitdagingen om ­jongeren vast te houden, nieuwe economische verdienmodellen te ontwikkelen, de voorzieningen op peil te houden en binnen de globale werkelijkheid de Drentse trots en identiteit als ­concurrentiekracht in te zetten?

Aanbevelingen op hoofdlijnen Uit de vragenlijsten en gesprekken hebben we aanbevelingen geformuleerd, en die vervolgens gerangschikt naar type. Het zijn bezoek en beleving, kennis en competenties, participatie en concrete aanbevelingen voor het herstel of veranderen van gebieden en structuren. De belangrijkste aanbevelingen op een rij (kijk achterin dit rapport voor de gehele lijst).

Allereerst drie randvoorwaarden: Je kunt nog zulke mooie plannen en initiatieven bedenken, als het internet in Drenthe zo onbetrouwbaar blijft als het nu is, komt er geen mens, en zeker geen jongere, naar Drenthe om zich te vestigen of langdurig te verblijven. Leg provinciebreed glasvezel aan – glasvezel is voor de 21e eeuw wat het ­Rijkswegenplan voor de 20e eeuw was, en zou dus een Rijkstaak moeten zijn. Zo kan de netwerksamenleving daad­ werkelijk gestalte krijgen.


Inleiding en verantwoording

Werk klantgericht bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld voor erfgoedtoerisme. We weten goed wat we hebben, maar weten we ook waar onze doelgroepen op zitten te wachten? Op basis van het gedrag en de voorkeuren van bezoekers van Drenthe is met behulp van data-analyse veel te ontdekken over hun motieven en voorkeuren. Die kennis kan worden gebruikt om een aanbod te genereren dat aansluit op de vraag van buiten. Neem hierbij een voorbeeld aan de manier waarop Tripadvisor ‘recensies’ van musea en locaties genereert. Laat mensen zelf hun Drenthe-uitje op het web samenstellen, zoals de expedities die Geopark-de-Hondsrug op haar eigen website al aanbiedt. Het verhaal van Drenthe wordt nu op verschillende plekken, op locaties en in websites verteld. Het is niet makkelijk om daar een vaste koers in te vinden, en de veelheid aan verhalen en interfaces maakt het beeld schimmig. Juist dit grotere geheel, de metabetekenis van Drenthe, kan en moet sterker, en zou als ‘basso continuo’ onder alle erfgoedgerelateerde activiteiten, projecten en campagnes moeten weerklinken. Dit betekent niet dat alles opnieuw moet, integendeel. Het gaat over een vrolijk proces waarin overeenstemming gezocht wordt in thema’s en verhaallijn, waarbij bestaande geformuleerde kernwaarden (van bijvoorbeeld Marketing Drenthe, of de Kernkwaliteiten van de provincie) kunnen worden verdiept en aangescherpt. Is het bijvoorbeeld denkbaar dat de provincie de verhaallijn ondersteunt met een fonds waarin partijen projecten kunnen indienen die lokaal van opzet zijn, maar altijd het grotere geheel versterken?

Bezoek en beleving Faciliteren van Drenthe-arrangementen, het liefst door mensen ze zelf te laten samenstellen (blader naar de reportages van de panels en lees hoe geweldig en veelzijdig een dagje uit door duizenden jaren Drentse geschiedenis kan zijn). De enorme kracht van Drentse personages. Een docudrama van TV Drenthe over de archeologen Van Giffen (de hunebedden-­ opgraver) en Vermaning (de vervalser en nog steeds zeer omstreden in archeologische kringen). Breng de (verouderde) recreatiesector in kaart: welke parken zijn aan herbestemming of een upgrade toe, hoe kan hier ruimte

10

ontstaan voor meer kwaliteit en comfort, of voor belevings­ parken à la Archeon, waar daadwerkelijk een weekend in de prehistorie doorgebracht kan worden?

Kennis en competenties Organiseer erfgoedsalons (voor ambtenaren en belangstellenden, vanuit het Steunpunt?) rond bepaalde thema’s: over economisch nut van erfgoed (prof. Rouwendal), over het verwerken van ­cultuurhistorie in provinciale- en bestemmingsplannen, over best practices van erfgoed en herontwikkeling elders in het land, over de vertaling van archeologische vondsten naar ­zichtbaarheid in het landschap… Breng de volgende tijdlaag, zo belangrijk voor het aanzien van Drenthe, in kaart: het naoorlogse (ruilverkavelde) landschap. Wat voor landschapsbeleving heeft deze periode opgeleverd, welke verhalen zijn hierover te vertellen, hoe kijken agrariërs er nu tegen aan? Is er een ‘gereedschapskist’ te maken van landschapselementen die nu juist dat buitengebied z’n kleur en karakter geven? Verrijk bestaande verhalen met provinciebrede thematische lijnen die het verhaal van Drenthe fysiek tastbaar maken en ­erfgoed, mentaliteit en eigenheid combineren en herkenbaar maken. Voorbeelden: de tegenstelling zand-veen en alles waar dat voor staat, waterwegen (beekdalen turfvaarten, kanalen), landgoederen, het mystieke Drenthe (hunebedden, ongeroerde grond, donker, legenden, schapen, eiken), pioniers (kolonisten, veenarbeiders, Molukkers), Koude Oorlog, Blues en motoren. Ontwikkel een op de Drentse erfgoedpraktijk toegesneden cursusprogramma voor gemeenteambtenaren zodat zij beter in staat zijn om erfgoed integraal en gebiedsgericht te kunnen inzetten.

Participatie Blijf alert op de boermarke-organisaties, waarvan er nog vele bestaan. Hoe kan dit systeem van zelfbeschikking in gezamenlijk grondeigendom een voedingsbodem zijn voor het opnieuw uitvinden van de verhouding tussen overheid en burger? Maak een pool waarin vrijwilligers met tijd, kennis en vaardigheden (het brein van het noorden) bijeen worden gebracht

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

rond projecten. Gemeenten geven aan hier zeer het nut van in te zien, maar er geen tijd en geld voor te hebben. Bevorder de uitwisseling en samenwerking tussen professionals en ­vrijwilligers. Kijk over de provinciegrens. In Westerveld is samenwerking met Overijssel aan de orde van de dag, in Tynaarlo is Groningen een vaste gesprekspartner. Emmen en Coevorden werken voor een banenplan samen met Duitsland. Er zijn meer dossiers waarop dit denkbaar is, en het versterkt het verhaal. Erfgoed trekt zich niet veel aan van administratieve grenzen.

Fysieke projecten De herbestemmingsopgave: hoe kunnen gemeenten hierin ondersteund worden. Wat komt er allemaal vrij? Eerst weten wat er is, dan prioriteren en faciliteren met flexibiliteit in bijv. functie, het vinden van gebruikers/doelgroepen of het ondersteunen met kennis en netwerk. In verschillende gemeenten wordt gewerkt aan ‘organische’, ‘autarkische’ of ‘ecologische’ woningbouwprojecten, met ruimte voor eigen initiatief van kopers. Is er een aanleiding om breder te kijken naar mogelijkheden voor een nieuw Drentse occupatiepatroon, vanuit de vele studies (dorps DNA bijvoorbeeld) die er liggen? Hoe kunnen genoemde initiatieven aan (nieuwe) marktpartijen gekoppeld worden? Moedig de categorie ‘mooie initiatieven op onverwachte plekken’ (café de Amer, locatietheater van de Peergroup, pauper­opera, lokale voorstellingen en festivals) aan. Kijk tot welk niveau er regels nodig zijn, maar wees flexibel en schiet niet in de risicomijdende reflex. Drenthe heeft dit soort ­initiatieven­ nodig. SteenhuisMeurs, mei 2015


Inleiding en verantwoording

Glasvezel is het Rijkswegenplan van 21e eeuw

Projectteam  Marinke Steenhuis (projectleider), Marloes Fransen en Paul Meurs (SteenhuisMeurs), Marga Scholma (Beukers Scholma), Marc Kocken (MARC erfgoed adviseurs) Begeleidingsgroep  Alexandra Mars, Saskia van Dijk en Jelle Langeland (provincie Drenthe), Bernard Stikfort (gemeente Westerveld), Marijke Nieuwenhuis (Westerveld en Meppel), Marjo Montforts (BorgerOdoorn, Aa en Hunze), Janet Bosma-Heun en Michiel Huisman (gemeente Tynaarlo), Jacqueline Muffels (gemeente Emmen). Wij danken de provincie Drenthe en de Drentse gemeenten voor hun professionele opdracht­ geverschap. Ook danken wij Bettina Lenders (provincie Drenthe) voor haar organisatorische ondersteuning. Stereotypenkaart

11

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Het rijk en erfgoed

Rijksdienst Cultureel Erfgoed

12

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Het rijk en erfgoed

13

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Het rijk en erfgoed

De afgelopen jaren zijn het erfgoedbeleid en het ruimtelijk beleid in Nederland naar elkaar toe gegroeid. Dit kreeg zijn beslag in de beleidsbrief ‘Modernisering van de Monumentenzorg’ (2009) en de beleidsvisie ‘Koersen op Karakter, Visie Erfgoed en Ruimte’ (2011). Het doel is om het gebouwde ­erfgoed sterker te laten bijdragen aan waarde-creatie, ­duurzaamheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Het is bovendien de bedoeling dat het beleid duidelijk en eenvoudig zal worden, uitgaande van een efficiënte samenwerking van overheden. In lijn met de bredere ontwikkeling in de ruimtelijke ordening wordt het aan provincies en gemeenten over­ gelaten om vorm en inhoud te geven aan dit nieuwe beleid. Prioriteiten van rijksbelang zijn werelderfgoed, eigenheid & veiligheid (water, kust, rivieren), herbestemming als gebiedsopgave, levend landschap en wederopbouw. Momenteel is zowel een nieuwe Erfgoedwet als een Omgevingswet in de maak.

Drenthe en het rijk (erfgoedmonitor) 1291 31 90 545 1 3 1

Rijksmonumenten Beschermde stads- en dorpsgezichten Archeologische monumenten Archeologische complexen Nationaal Landschap (Drentsche Aa) Nationale Parken (Drentsche Aa, Dwingelderveld, Drents-Friese Wold) Werelderfgoed in voorbereiding (Koloniën van Weldadigheid; 2 locaties in Drenthe)

Monumentenwet (1988) De Monumentenwet 1988 regelt onder andere de aanwijzing en bescherming van rijksmonumenten en beschermde stadsen dorpsgezichten die van landelijke betekenis zijn. In Drenthe zijn 1291 rijksmonumenten (RCE) en 31 beschermde stads- en dorpsgezichten (lijst RCE). Het behoud van de rijksmonumenten is door hun aanwijzing geborgd. Op grond van de Wabo is ook een omgevingsvergunning nodig voor het slopen van ­niet-­monumenten binnen het beschermd dorpsgezicht.

14

De vergunningplicht biedt dus de mogelijkheid om te kunnen sturen op behoud van de niet-monumentale bebouwing binnen de beschermde gezichten. De juridische borging van de aangewezen waarden uit de beschermde gezichten is geregeld in de diverse bestemmingsplannen. Op basis van de Monumentenwet hebben de gemeenten sinds 2007 een zorgplicht voor het archeologisch bodemarchief. Beschermende maatregelen, dan wel borging van archeologische verplichtingen bij bodemingrepen, zijn grotendeels gedecentraliseerd naar de gemeenten, met bestemmingsplannen, archeologische verplichtingen in WABO-vergunningen en aanlegvergunningen als belangrijkste instrumenten. Archeologie is sinds 2007 wettelijk een gemeentelijke kerntaak. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een ­landelijke rol ten opzichte van kennisdeling, maar heeft geen rol in de onderlinge kennisdeling over het Drentse erfgoed. Wel schuift de RCE aan bij voor het Rijk belangrijke gebieden en ontwikkelingen (bijvoorbeeld werelderfgoed). Op het gebied van archeologie is het wel een relevant kenniscentrum. Thema’s waar de provincie zelf onvoldoende capaciteit voor heeft kunnen bij de RCE worden gelegd. De RCE is een onafhankelijke partij bij second-opinions inzake onderzoeksgeschillen. Het integraal erfgoedoverleg tussen de afdeling Noordoost van de RCE en de provincie is net opnieuw opgepakt.

UNESCO Werelderfgoed Nederland heeft de World Heritage Convention uit 1972 in 1992 geratificeerd. Sindsdien kan ook Nederland nominaties indienen. Inmiddels zijn er 10 Nederlandse werelderfgoederen, geen enkele in Drenthe. De nominatie van de Koloniën van Weldadigheid is in voorbereiding. Hier horen Veenhuizen (Noordenveld) en ­Frederiksoord-Wilhelminaoord-Boschoord (Westenveld) bij.

Nationale Landschappen en Nationale Parken Nederland kent twintig Nationale Landschappen en evenveel Nationale Parken. De Nationale Landschappen zijn aangewezen door de minister van VROM, in de Nota Ruimte (2006). Deze

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

gebieden hebben een unieke combinatie van agrarisch gebied, natuur en cultuurhistorie. Het doel is om het landschap te behouden en te ‘ontwikkelen met kwaliteit’. Binnen een Nationaal Landschap is ruimte voor sociaaleconomische ontwikkelingen, mits de bijzondere kwaliteiten van het gebied behouden blijven of worden versterkt. Drenthe heeft één Nationaal Landschap: de Drentsche Aa. Sinds 2011 voelt het rijk zich niet meer verantwoordelijk voor de Nationale Landschappen en is het aan de provincies of andere partijen om de regie te nemen. In de Nationale Parken staat het natuurbehoud voorop. De meeste parken zijn door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen. Het betreft grote gebieden, van meer dan 1000 hectare elk. In het Nederlandse natuurbeleid worden alle parken als één samenhangend stelsel gezien. In Drenthe zijn drie Nationale Parken: het nationale beeken esdorpenlandschap Drentsche Aa, het Drents-Friese Wold en het Dwingelderveld.

Besluit ruimtelijke ordening (2012) Cultuurhistorie moet onderdeel uitmaken van bestemmingsplannen; gemeenten zijn verplicht om de cultuurhistorische waarden te inventariseren en aan te geven hoe er in het beleid mee wordt omgegaan. Hiermee is een tweede spoor ontstaan om erfgoed te borgen: naast het aanwijzen van monumenten (in allerlei soorten en maten) kan ‘planologisch’ worden geborgd. De inmiddels gebruikelijke manier om dat te doen is in het bestemmingsplan, waar cultuurhistorische waarde als ‘dubbelbestemming’ kan worden vastgelegd. De discussie over hoe gedetailleerd het behoud van cultuurhistorische waarde in een bestemmingsplan kan worden geregeld (met dubbelbestemmingen en planregels) is nog niet afgerond.

Erfgoedwet (2016) Doel van de Erfgoedwet is om verschillende bestaande wetten voor de bescherming van (on)roerend erfgoed samen te bundelen, te uniformeren en te vereenvoudigen. Concreet gaat het daarbij om: 1. Monumentenwet 1988; 2. Wet Verzelfstandiging Rijksmuseale Diensten; 3. Wet tot behoud van cultuurbezit;


Het rijk en erfgoed

4. Wet tot Teruggave Cultuurgoederen uit Bezet Gebied 5. Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970; 6. Regeling materieel beheer museale voorwerpen. De Erfgoedwet zal gedeeltelijk worden opgenomen in de omgevingswet – waarmee de integratie van erfgoed in het ruimtelijk beleid wordt voltooid.

Omgevingswet (in voorbereiding) De Omgevingswet heeft tot doel om de regels voor ruimtelijke plannen te vereenvoudigen en te bundelen. Deze wet zal van groot belang zijn voor het erfgoed (vergunningen, procedures, ruimtelijke plannen). De richting van de veranderingen is al duidelijk en biedt zowel kansen als bedreigingen voor het erfgoed. Er zal meer ruimte zijn voor maatwerk binnen de beleidsregels voor ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Dat betekent dat een gemeente bijvoorbeeld zelf kan bepalen hoe precies óf hoe algemeen zij de kwaliteit van zijn gebouwd erfgoed borgt. ­Tegelijk lijkt het erop dat er geen minimumeisen aan de borging van de ruimtelijke kwaliteit worden opgenomen. De mogelijk­ heden om vergunningsvrij te mogen bouwen zullen toenemen, dit komt op gespannen voet te staan met belangen van het ­cultureel erfgoed, bijvoorbeeld in beschermde stads- en dorpsgezichten of bijzondere landschappen.

Echten

Blijdenstein

15

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

­Drent-Friese Wold


Favoriete plekken van ­p rovinciemedewerkers

Hunebed D45

Het Balloërveld

De mens in relatie tot het erfgoed

Anne de Jong

Ane Anema

Jelle Langeland

Anne de Jong is zoals hij zegt ‘geboren onder een hunebed’ in de Emmerdennen. Zijn roots liggen in Emmermeer. Jarenlang was dit een verschrikkelijke buurt, maar nu is het mooi opgeknapt. De afbeelding laat hunebed D45 zien, dat centraal stond in de jeugd van Anne de Jong.

Ane vindt het Balloërveld één van de mooiste plekken van ­Drenthe. Met name de zichtlijn richting de toren van Rolde, deze is speciaal als men bedenkt dat er in al die tijd nooit iets in deze zichtlijn is gebouwd. Op het Balloërveld ervaar je de spanning van de weidsheid, de tijdsdiepte en de cultuur van Drenthe.

Jelle bewondert de mens in relatie tot het erfgoed. Iedereen die zich in Drenthe inzet op het gebied van erfgoed geeft hiermee een positieve bijdrage aan het Drentse erfgoed.

16

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Favoriete plekken van ­p rovinciemedewerkers

Op de Zuides van Gieten

De Jufferen Lunsingh (Westervelde en omstreken)

Subtiele hoogteverschillen in het Drentse landschap

Alexandra Mars

Evelien Alkema

Saskia van Dijk

De favoriete plek van Alexandra bevindt zich aan de oostkant van Gieten. Het hoogteverschil van meer dan 15 meter tussen de Hondsrug en de laagte van het Hunzedal is hier op zijn ­allermooist. Het bankje dat hier staat is op het dorp gericht. Het prachtige, verstilde uitzicht waar het hier juist om draait, is precies de andere kant op, recht de veenkoloniën in.

Evelien heeft twee favoriete plekken in Drenthe. De Drentsche Aa ziet ze als een gebied vol potentie. Elke keer als ze door dit gebied loopt denkt ze aan de Kano van Pesse. Deze kano is de oudste ontdekte boot ter wereld, gevonden aan de zuidkant van het dorp Pesse. Het lijkt Evelien fantastisch om de Drentsche Aa per kano te kunnen verkennen. Daarnaast is de omgeving bij De Jufferen Lunsingh (Westervelde en omstreken) een bijzondere plek om te komen. In dit gebied ervaar je nog dat er in Drenthe veel oude families en grootgrondbezitters zijn geweest. Daarnaast zijn er in deze omgeving ook veel grafheuvels, landgoederen en havezaten. Door deze kwaliteiten te gaan koppelen in de toekomst zou je een nieuw thema in Drenthe kunnen uitzetten.

Om Drenthe te leren kennen is Saskia met Greet Bierema van het Oversticht een dag op pad gegaan. Vanaf Assen zijn ze in een auto naar het oosten gereden. Pas tijdens deze autorit ontdekte Saskia de kleine, subtiele hoogteverschillen in het landschap. Het feit dat in Drenthe het landschap nog zo goed leesbaar is, is één van de krachten van het Drentse landschap.

17

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De provincie aan het woord

Provincie Drenthe

18

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De provincie aan het woord

19

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De provincie aan het woord

Voor de provincie Drenthe is cultuur een kerntaak en daar maakt erfgoed deel van uit. Sinds de wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in 2008 hebben de provincies nieuwe bevoegdheden op het gebied van de ruimtelijke inrichting. Het Provinciaal belang cultuurhistorie en archeologie is ­verankerd in de Omgevingsvisie Drenthe en in de Provinciale Omgevingsverordening. Daarnaast worden alle gemeentelijke bestemmingsplannen in vooroverleg beoordeeld op de doorwerking van cultuurhistorie en archeologie en het provinciaal belang. Voor ruimtelijke kwaliteit, erfgoed en archeologie zijn in Drenthe verschillende sturings- en inspiratiedocumenten gemaakt. Voortkomend uit de Omgevingsvisie Drenthe (de opvolger van het vroegere streekplan) zijn zogenaamde kernkwaliteiten geformuleerd, met als doel deze te verbinden aan (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen. De kernkwaliteiten zijn landschap, rust, natuur, cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden (http://www.provincie.drenthe.nl/ kernkwaliteiten). Er zijn ook provinciale initiatieven met een raakvlak met erfgoed. Bijvoorbeeld: Herbestemming Karakteristiek in Drenthe 2013-2016, Kreatief met Krimp, de Culturele Alliantie 2009-12/14, het Verhaal van Drenthe (met het Drents Archief en burgerparticipatie) en het Uitvoeringsprogramma Koloniën van Weldadigheid. Erfgoed is een onderdeel van een project over cultuureducatie: beeldende kunst in ruimtelijke plannen. Maar het meest wordt erfgoed ingezet bij ­projecten voor integrale gebiedsontwikkeling, zoals Geopark de Hondsrug en de gebiedsontwikkeling van Veenhuizen. Dit hoofdstuk is een bewerking van de antwoorden op de ­vragenlijst over het Drentse erfgoed, ingevuld door de ­Provincie Drenthe, aangevuld met een vraaggesprek met ­provinciale medewerkers, gehouden op 10 december 2014. Aanwezig bij dit gesprek waren Ane Anema, Anne de Jong, Jelle Langeland, Wendy Schutte, Alexandra Mars, Saskia van Dijk, Karin Tap, Evelien Alkema, Henk van de Horst, Marinke Steenhuis en Marloes Fransen.

20

Drents erfgoed De unieke kwaliteit van Drenthe zit in de samenhang van het erfgoed met het landschap. Kenmerkend zijn bijvoorbeeld de Koloniën van Weldadigheid, Kamp Westerbork en de ongeschonden cultuurlandschappen. Dit zijn stuk voor stuk plekken waar je buitenlandse vrienden mee naar toe wilt nemen. Wie Drenthe beter bekijkt, ontdekt nog veel meer: brinkdorpen, schaapskuddes, heidevelden, boermarken, de Drentsche Aa, de archeologiecollectie, de essen, voormalige Rijksluchtvaartschool Eelde, de landgoederen, de Veenkoloniën en Geopark de Hondsrug. Als het aan de Provincie Drenthe ligt, is dit slechts het begin van een lijst met pareltjes. Drenthe heeft bijzonder ­erfgoed, dat gaat van de prehistorie tot achter in de 20e eeuw. Alle tijdlagen zijn vertegenwoordigd en zichtbaar. Ook op het gebied volksfeesten, tradities, gebruiken en verhalen biedt Drenthe diversiteit, van de Zuidlaardermarkt tot de TT en van het Bloemencorso Eelde tot Ellert en Brammer aan toe. Voeg daar de kniepertjes, bruine bonen, turfjes en vele andere gerechten en spijzen aan toe, en het beeld van Drenthe als een provincie met een zeer eigen signatuur is compleet. Al dit erfgoed leent zich volgens de provincie zeer goed voor recreatie en toerisme. Denk hierbij aan wandelen, fietsen, varen, vliegen, evenementen, podiumkunsten, museumbezoek, arrangementen en excursies. Aan Marketing Drenthe de taak om het merk Drenthe over het voetlicht te brengen – en daarbij ook de koppeling te leggen tussen erfgoed en recreatie. Marketing Drenthe straalt een positief Drenthe-gevoel uit, waarbinnen ­erfgoed en authenticiteit een plek hebben. Over de vraag of het beeld van Drenthe specifiek genoeg is en het erfgoed afdoende aan bod komt, lopen de meningen uiteen. Gemeenten zouden meer kunnen samenwerken met Marketing Drenthe, waardoor gezamenlijkheid gecreëerd wordt: één ­verhaal en één koers waarbinnen gemeenten hun onderwerpen een plek geven. Marketing Drenthe heeft momenteel deze weg al met het Recreatieschap ingeslagen. Een integrale visie is belangrijk, iets waarbij ook de gemeenten baat kunnen hebben. Erfgoed is immers ook een economisch goed. Marketing Drenthe

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

onderkent het belang van cultuur voor het imago van Drenthe, maar de indruk bestaat dat zij de invulling graag overlaat aan andere partijen. Het zou interessant zijn wanneer Marketing Drenthe een plan maakt hoe cultuur in het imago van Drenthe kan worden benadrukt – het is er immers één van de hoofd­ dragers van. Ook op het gebied van erfgoededucatie zijn er kansen voor ­verbetering. Erfgoededucatie is cruciaal om draagvlak van ­volgende generaties te creëren. Inhoudelijk kan dat door het verhaal over de geschiedenis van Drenthe te vertellen aan de hand van aansprekende persoonlijke verhalen. Draagvlak is echter niet genoeg. Ook de kennis over de instandhouding van het erfgoed moet worden doorgegeven aan volgende ­generaties. Hiervoor zou bouwbreed onderwijs ontwikkeld ­moeten worden. Op beleidsmatig gebied is het van belang om consequent en langjarig te investeren in erfgoededucatie, inclusief het ondersteunen van docenten. Erfgoed hoort een vaste plek in het onderwijs te hebben. Al deze ontwikkelingen vinden plaats in een context van enerzijds krimp en anderzijds een aantrekkende economie. De krimp vraagt van de provincie en de gemeenten om een andere manier van denken. Dit denkproces is nu gestart. De provincie richt zich op het toevoegen en waarborgen van kwaliteit aan het proces. Ook op financieel vlak kan de provincie bijdragen. Doel is om verbindingen te leggen, allianties te smeden, kennis te vergroten en vaardigheden te verbeteren. Soms wordt de rol van de provincie door de buitenwereld als bedreigend ervaren, terwijl de provincie graag wil helpen. Het is de uitdaging om de samenwerking op te bouwen vanuit ideeën en inhoud. De aantrekkende economie kan hierbij stimulerend werken. Er zijn enkele maatschappelijke en beleidsmatige trends, die gevolgen zullen hebben voor het erfgoed. Zo zal er door de overheid minder op regels en handhaving worden ingezet, en meer op overtuigingskracht en vertrouwen. Erfgoed en natuurbehoud worden allengs meer integraal benaderd – het gaat daarbij om de kwaliteit van het cultuurlandschap


De provincie aan het woord

(met belangrijke cultuur- en natuurwaarden). Herbestemming wint verder aan belang. In het toerisme en de recreatie komen authenticiteit en het unieke en eerlijke verhaal steeds meer ­centraal te staan – hiermee kan Drenthe zich goed profileren. De Europese veranderingen in de landbouw (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, opheffing melkquota), digitalisering, glokalisering (het koppelen van globale en lokale netwerken) bieden stuk voor stuk kansen om nieuwe verbindingen tussen de oude en de nieuwe wereld te leggen en daar investeringen voor te vinden.

Provinciale taken en beleid Erfgoed is binnen het provinciaal apparaat breed aanwezig. ­Feitelijk houden alle teams zich met het onderwerp bezig. Team Cultuur Maatschappij & Vrijetijdseconomie (CMV) en Team Ruimte hebben de meeste verantwoordelijkheden. Team CMV houdt zich bezig met de Cultuurnota en het Cultuurhistorisch Kompas. Team Ruimte gaat over de Omgevingsvisie Drenthe, de verordeningen, het Kernkwaliteitenteam en de website. Organisatorisch is het erfgoed ingebed bij de teams CMV en Subsidies. Zij zijn verantwoordelijk voor de provinciale taken, zowel de wettelijke als de autonome. Ook het Steunpunt Cultureel Erfgoed en de Provinciale Monumenten vallen hieronder. Momenteel wordt het Drentse erfgoed in allerlei programma’s en projecten opgenomen. Het belangrijkst zijn projecten van integrale gebiedsontwikkeling, zoals Geopark de Hondsrug en de gebiedsontwikkeling van Veenhuizen. Verder zijn er projecten die zich specifiek op cultuur richten, bijvoorbeeld Herbestemming Karakteristiek in Drenthe 2013-2016 en Kreatief met Krimp. Erfgoed wordt meegenomen in een project over cultuureducatie genaamd Beeldende kunst in ruimtelijke plannen. Er zijn ook voorbeelden van sectorale programma’s van de provincie waarin Drents erfgoed is opgenomen, zoals de Culturele ­Alliantie 2009-12/14 en het Uitvoeringsprogramma Koloniën van Weldadigheid. Erfgoed wordt ook meegenomen in het thema Beeldende Kunst en Ruimtelijke Planvorming Deze voorbeelden zijn slechts een greep uit alle projecten waarin de provincie bezig is met Drents erfgoed. De provincie

21

heeft hier zelf 5,7 fte aan manuren1 en 17,58 miljoen euro vanuit de Cultuurnota2 voor beschikbaar. Vanuit deze Cultuurnota, maar ook vanuit het Rijk zijn er diverse financiële middelen beschikbaar voor het Drentse erfgoed: VER-gelden (Visie Erfgoed en Ruimte), financiering Herbestemming Karakteristiek bezit in Drenthe 2013-2016, financiering Instandhouding Provinciale Monumenten, financiering vanuit het Drents Monumentenfonds, draaipremie molens en cofinanciering (naast het Rijk) voor het Steunpunt Monumentenzorg en Archeologie. Deze middelen worden aangevuld met instrumenten en taken zoals het Kenniscentrum Herbestemming Noord voor advies en begeleiding, het RO-instrumentarium, het generieke instrumentarium ­Interbestuurlijk Toezicht, de WRO, de Provinciale Omgevingsverordening en de Provinciale Monumentenverordening. Over het algemeen worden deze middelen als passend en ­adequaat beschouwd door de provincie, al is er ook ruimte voor ­verbetering. Daarnaast ligt voor de provincie de nadruk op relatie­beheer, liefst al in een vroeg stadium van een project of initiatief. Veel projecten lopen vast op geld. Dit veroorzaakt een spanningsveld met andere partijen. De gemeenten hebben geld nodig om kennis in huis te halen of in te huren, maar het geldgebrek is een lastige factor. Ook om ‘MoMo-proof’ te ­worden is kennis en geld nodig. De provincie heeft bijgedragen aan de financiering van gemeentelijke archeologische en ­cultuurhistorische waardekaarten via de culturele allianties. Ze begeleidt de gemeenten ook in het opdracht- en uitvoeringsproces daarvan. De provincie maakt gebruik van de gemeentelijke archeo­ logische, de cultuurhistorische waardenkaart en Archis, de nationale archeologische databank. Alle middelen binnen de taken en de cultuurnota worden ingezet om de verbinding van erfgoed met andere sectoren (natuur, landschap, toerisme & recreatie, kunst & cultuur, stedenbouw, water en milieu) te verbeteren. Dit vindt plaats in projecten op diverse schaalniveaus, zoals sectorale visies als de beekdalvisie of de bodemvisie, herbestemming op casusniveau en het Verhaal van ­Drenthe waarin onderscheidend erfgoed wordt geclusterd en gekoppeld aan een locatie.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Over het erfgoed wordt intensief gecommuniceerd tussen de provincie en de gemeenten. Het contact met de gemeenten voor Erfgoed en Ruimte wordt onderhouden door structureel ambtelijk overleg, Steunpunt werkoverleg, Koepeloverleg en VDG cultuur & ruimte. De jaarlijkse A&O-dag (Actualiteiten en Ontwikkelingen) vindt plaats in de provincies en wordt mede georganiseerd door de RCE en het Restauratiefonds. Aan de provinciale staten wordt verantwoording afgelegd via Statenbrieven en tussentijdse rapportages over de Cultuurnota. Met de burger houdt de provincie contact via de provinciale website, de Drenthe Dichtbij pagina en met thematische ­voorlichtingsbijeenkomsten voor eigenaren van monumenten. Daarnaast worden burgers ook gevraagd deel te nemen aan burgerparticipatie, om zo ook de communicatie met het publiek te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is het project Verhaal van Drenthe, met het Drents Archief als centraal punt, waarbij burgers participeren in projectgroepen, testgroepen en klankbordgroepen. De provincie vindt dat groepsgewijze participatie het beste bij de inwoners van Drenthe past. Al met al streeft de provincie er naar om erfgoed zo veel mogelijk onderdeel te maken van de ontwikkelingen in de leefomgeving. Het belang van erfgoed wordt hierbij steeds vaker ingezien, maar soms nog onvoldoende. Er is beperkt tijd, geld en kennis om kansen te verzilveren. Dit geldt zowel voor de provincie als de in Drenthe actieve organisaties. De betrokkenheid komt vaak nog te laat in de processen of is onvoldoende aanwezig. Door te weinig capaciteit in combinatie met een ad hoc belangstelling van andere partijen is de provincie nog vaak te laat aanwezig in het proces.


De provincie aan het woord

Drents erfgoed .. immobiel erfgoed: gebouwde monumenten, archeologie in situ (archeologische monumenten), cultuurlandschap, ­historische geografie .. mobiel erfgoed: (pre)historische museumcollecties/presen­ taties, archeologie ex situ (zoals het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis), archiefcollecties (overheden, erfgoedvereniging, kerken, Maatschappij van Weldadigheid), digitaal erfgoed .. immaterieel erfgoed: tradities, zoals feestdagen, evenementen, streektaal, volkstradities en gebruiken (Naoborschap), verhalen, streekgerechten, lekkernijen en dranken.

Provincie en immobiel erfgoed Drenthe heeft provinciale gebouwde monumenten. Hiervoor geldt de Provinciale Monumentenverordening. Voor de instandhouding van deze provinciale monumenten kan een laag­ rentende lening worden aangevraagd voor zowel restauratie, onderhoud als verduurzaming. Voor niet-vanuit het rijk beschermde objecten zijn de gemeenten primair verantwoordelijk voor de planologische verankering. De provincie faciliteert dit door in het vooroverleg kennis in te brengen, maar ook door het initiatief tot inventarisaties te nemen. Ook de gemeentelijke cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten zijn gefaciliteerd door de provincie. Het provinciaal belang cultuurhistorie en archeologie is verankerd in de Omgevingsvisie Drenthe en in de Provinciale Omgevingsverordening. Daarnaast worden alle gemeentelijke bestemmingsplannen in vooroverleg beoordeeld op de doorwerking van cultuurhistorie en archeologie en het provinciaal belang. Op het gebied van archeologie is het provinciale beleid erop gericht de archeologische monumenten in situ te behouden. Indien dit niet mogelijk is wordt er gekozen voor ex situ (opgraven en conserveren). Daarnaast is de provincie actief bezig met draagvlakverbreding en publieksontsluiting. De Provinciale

22

Archeologische Hoofdstructuur is verankerd als kernkwaliteit archeologie (= provinciaal belang archeologie) in de Provinciale Omgevingsvisie en Verordening en werkt daarin direct door naar de gemeenten. Er worden procesafspraken gemaakt over de gewenste uitvoering van het provinciaal beleid. De provincie faciliteert de gemeenten bij de uitvoering van hun archeologisch beleid indien het provinciaal belang aan de orde is. De toekomst brengt grote opgaven (leegstand, herbestemming) voor de scholen en de boerderijen, in mindere mate geldt dit ook voor de kerken. De gemeenten hebben hier momenteel nog geen specifiek beleid voor, maar worden zich er wel steeds meer van bewust. Het erfgoed van de Koude Oorlog zou een thema voor de toekomst kunnen zijn. In het Cultuurhistorisch Kompas is al gesignaleerd dat er onvoldoende kennis is over zowel de Drentse zogenaamde jonge ontginningen als de ruilverkavelingen en het naoorlogse landschap. De inventarisaties voor de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaarten lijken dit te bevestigen. De provincie heeft inmiddels opdracht gegeven voor een vooronderzoek naar dit onderwerp: de uitkomst hiervan kan een leidraad vormen voor het invullen van deze kennisleemte

Provincie en mobiel erfgoed Momenteel bestaat de collectie mobiel erfgoed van de ­Provincie Drenthe uit verschillende onderdelen. Samen met de provincies Groningen en Friesland beheert de provincie de archeologie­collectie in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis. Er bestaat ook een provinciale collectie historisch bouwmateriaal, dat tijdelijk wordt opgeslagen bij de Monumentenwacht Drenthe. De collectie die door het Drents Museum wordt beheerd is een provinciaal bezit. Ook is er nog een collectie provinciale archiefbestanden, overgebracht naar het Drents Archief. Het beheer hiervan door het Drents Archief is vastgelegd in een dienstverleningscontract met bijbehorende prestatie-­ indicatoren. De ontsluiting van de archieven gebeurt via het ­Verhaal van Drenthe en de Cultuurnota. In diezelfde Cultuurnota komen, naast het Drents Museum, vier musea van provinciale betekenis in aanmerking voor een meerjarige subsidie.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Het ­Herinneringscentrum Kamp Westerbork krijgt via de ­Cultuurnota een vierjarige instandhoudingssubsidie. Overige musea en erfgoedinstellingen kunnen zich beroepen op ­mogelijkheden Uitvoeringsbesluit Cultuurnota. De particuliere collecties binnen het mobiel erfgoed krijgen i­ncidenteel aandacht van de Provincie Drenthe. De Collectie Brands is daar een voorbeeld van, net als de inventarisatie van vuursteencollecties uit het Drentsche Aa-gebied van amateur­ archeologen.

Provincie en immaterieel erfgoed In de Cultuurnota is een doelstelling opgenomen voor herkenbare en onderscheidende culturele identiteit. Dit beleid voor lokale verenigingen en andere organisaties voor immaterieel ­erfgoed wordt uitgewerkt in subsidiemogelijkheden en het ­Verhaal van Drenthe. Los van de Cultuurnota is er ook het ­project Dorpsinitiatieven bij Vitaal Platteland. Tevens heeft de Provincie Drenthe beleid voor verhalen en streektaal. Dit behelst onder andere subsidie aan het Huus van de Taol. De provincie zet zich ook in om het Nedersaksisch (waar het Drents toe behoort) een hogere status in het ­Nederlandse en het Europese taalbeleid te laten verkrijgen. De provincie stimuleert meertaligheid in de taalontwikkeling van kinderen en (jong)volwassenen. Dit vanuit zowel culturele als economische overwegingen.

Kijk op de provinciale taken De bescherming, documentatie en ruimtelijke ontwikkeling van het erfgoed in Drenthe is sterk afhankelijk van het type erfgoed. De provincie ondersteunt met name de musea van provinciale betekenis; de ondersteuning van lokale musea beschouwt zij als een gemeentelijke taak. De lokale musea zijn gemiddeld genomen vaak vrijwilligersorganisaties met een sterk vergrijsde bemensing. Verder moet de kennisontwikkeling en digitalisering worden verbeterd. Wat betreft de archieven: naast de provinciale wettelijke taken op dat gebied is het provinciale beleid gericht op ‘het Drentse’ archief en hoe je dat op aantrekkelijke manier


De provincie aan het woord

Marie Sassen-Doyer, in 1971 naar Drenthe gekomen

23

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De provincie aan het woord

kan benutten voor het publiek. Dit wordt verbonden aan locaties en aan voor Drenthe onderscheidende onderwerpen. Bij de archieven ligt het accent op kennisontwikkeling en borging. De indruk is dat gemeenten niet altijd overtuigd zijn van de potentie van archieven als cultuurbeleving. Archeologie is over het algemeen goed geborgd in gemeentelijke plannen. Het is mogelijk om het archeologische verhaal van Drenthe beter uit te dragen, door onvoldoende capaciteit is dit momenteel echter nauwelijks mogelijk. De bescherming van de cultuurhistorie staat er in het algemeen redelijk goed voor, echter de provincie is afhankelijk van het beleid van de gemeenten. De cultuurhistorische waardenkaarten hebben niet in elke gemeente tot hetzelfde beleid geleid. Verder kan op het gebied van kennisontwikkeling nog een grote stap worden gemaakt, hiervoor is momenteel geen budget beschikbaar. Het onderhoud en de restauratie van provinciale monumenten in eigen bezit wordt naar behoren behandeld. Voor de monumenten in particulier bezit zijn de tijden aan het veranderen. De particuliere eigenaar heeft van de overheid meer nodig dan alleen maar geld. Voor het behoud en de ontwikkeling van monumentaal erfgoed wordt steeds vaker gebruikt gemaakt van andere maatschappelijke initiatieven (zoals scholings- en werkgelegenheidstrajecten) en dit vraagt om een andere aanpak door de overheid. Toch zou de provincie wel graag zien dat er meer geld vrijkomt voor subsidieverstrekking aan eigenaren, om deze zo te ondersteunen in het behoud of de ontwikkeling van hun erfgoed. Nationaal Monument Westerbork, Ralph Prins

24

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

De provincie is gematigd tevreden over de afhandeling van ­vergunningsaanvragen voor werkzaamheden aan erfgoed en de vergunningverlening daarvan. Op het gebied van het gebouwde erfgoed zijn er geen klachten. Op het gebied van archeologie en gemeentelijke vergunningen wordt er niet altijd tijdig en voldoende archeologische kennis ingeschakeld, dit geldt ook voor de interne afhandeling binnen het Provinciehuis. Op het gebied van ontgrondingen en saneringen lopen de processen naar tevredenheid, ook wat betreft handhaving. Doorgaans is er niet of nauwelijks toezicht en handhaving in relatie tot het erfgoed,


De provincie aan het woord

zowel bij de gemeenten als de provincie. Er liggen nergens sancties op, maar er zijn ook geen aanwijzingen. De partijen gaan altijd in gesprek en dan komt men er wel uit. Belangrijk voor de toekomst is dat er grenzen worden gesteld, anders ­kunnen projecten eeuwig doorlopen – of kan het belang van ­erfgoed onverantwoord worden geschaad. De provincie is van mening dat het niet tot stand komen van een Drents model met regio-archeologen een gemiste kans is om ook bij dit aspect deskundige kennis in te brengen. Het beheer, gebruik en de exploitatie van het erfgoed gaat gemiddeld gezien goed. Maar wanneer het Rijk haar bezit in Veenhuizen gaat afstoten komt er een grote opgave aan. De vraag is hierbij: hoe hiermee om te gaan? De beleidsvorming, het bestuurlijk draagvlak en de juridische ondersteuning van het Drents erfgoed zijn op orde. De beleidsvorming is onderdeel van het Cultuurbeleid en van het ruimtelijk beleid. Bestuurlijk draagvlak komt zowel vanuit GS als PS, maar er lijkt weinig ­kennis te zijn over het erfgoedbeleid en wat de uitvoering daarvan inhoudt in de praktijk. In het bredere Cultuurbeleid sneeuwt erfgoed wat onder. De publiekstoegankelijkheid en de zichtbaarheid van het Drents erfgoed is volgens de provincie niet voldoende. Op het gebied van archeologie wordt er momenteel te veel gefocust op het bekende, maar er is nog zoveel meer. Op het gebied van het gebouwd erfgoed zijn het Steunpunt en het Drents Archief momenteel aan het onderzoeken hoe het Drentse erfgoed beter ontsloten kan worden. Drents Landschap is de grootste eigenaar van het gebouwde erfgoed. Samen met de provincie streeft Drents Landschap naar een trustmodel. De archeologie heeft zich in de afgelopen jaren positief ontwikkeld; de expertise wordt tegenwoordig tijdig ingeschakeld. Het maatschappelijk draagvlak van erfgoed is vaak niet heel groot. Ondanks de vele actieve historische verenigingen, speelt het onderwerp niet wezenlijk in de samenleving. De afdeling Drenthe van het Heemschut komt af en toe in het geweer, maar treedt niet vaak naar buiten. De BOKD zorgt er voor dat bij het ontwikkelen van dorpsvisies het erfgoed wordt meegenomen. De Drentse amateur-archeologie bestaat vooral uit individuen

25

die actief en goed veldwerk verrichten. Wat betreft draagvlak wijkt Drenthe niet echt af van het landelijke beeld. De provincie streeft ernaar het gevoel van ‘mentaal eigenaarschap’ van het erfgoed bij burgers en maatschappelijke organisaties te ­versterken. Wanneer het om nieuwe ruimtelijke opgaven gaat, speelt erfgoed steeds vaker een volwaardige rol in afwegingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische hoofdstructuur; een combinatie van een beleidskaart en een inhoudelijke kaart. Daarnaast is via het geoportaal cultuurhistorische informatie beschikbaar in GIS. Wanneer het archeologie betreft wordt gebruik gemaakt van de Beleidskaart en de inhoudelijke kaart Archeologie, beide in de Provinciale Omgevingsvisie. Ook worden de gemeentelijke archeologische waardenkaarten gebruikt en het landelijke ARCHIS-systeem. Daarnaast worden er in het kader van nieuwe opgaven nieuwe kaarten gemaakt. De successen van de provincie met betrekking tot het Drentse erfgoed zijn onder meer alledrenten.nl, het convenant archeo­ logie met LTO Noord, gemeentelijke archeologische kaarten, koepeloverleg en daarnaast inrichtingen van bijvoorbeeld Strubben-Kniphorstbos en de herbestemming Veenhuizen. Inspiratie haalt de provincie zowel op nationaal als op interna­ tionaal niveau. Internationaal wordt vooral naar Groot Brittannië gekeken, vanwege publieksparticipatie en maatschappelijk draagvlak. Nationaal is de Provincie Utrecht voorbeeldig, wat betreft haar buitenplaatsen- en landgoederenbeleid. De Provincie Noord-Brabant heeft inspirerende erfgoedprogramma’s. Inspirerende voorbeelden op projectniveau zijn DomUnder in Utrecht, de ‘archeologische’ parkeergarage in Woerden en projecten van de waterschappen in Noord-Brabant. Taken waar de provincie niet aan toekomt op het gebied van archeologie zijn de uitwerking van oud pre-Malta onderzoek in Nuis; inspiratieprojecten voor de ruimtelijke verbeelding van archeologie; het uitdragen van het Drentse archeologie-verhaal en het opzetten van een meerjarig kennislacune programma.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Voor cultuurhistorie bestaan kennislacunes over jonge ontginningen en ruilverkavelingen en het de ruimtelijk-historisch structuur van de landgoederen. Feitelijk kent elke archeologische periode een aantal kennislacunes. Zo zijn er uit Drenthe bijvoorbeeld nog geen huisplattegronden van de Trechterbekercultuur (hunebedbouwers) bekend, is aanvullend onderzoek naar beekdalen en het midden-Paleolithicum gewenst en is er nog weinig gedaan aan het jonge archeologisch erfgoed (bijvoorbeeld in de Koloniën van Weldadigheid en modern oorlogserfgoed). Andere verbeterpunten in het erfgoedbeleid zijn: het relatiebeheer om het belang van erfgoed te versterken; ontsluiting en participatie, kennis en draagvlak bij gemeenten, samenwerking, internationale financiering en kennisuitwisseling met Europa, de advisering door het Kernkwaliteitenteam (er is te weinig tijd voor beschikbaar) en het ruimtelijk verbinden van erfgoed, verhalen en andere erfgoedvormen. Verbeteringen zijn ook mogelijk op het gebied van een betere integraliteit in provinciale middelen en beleid. Voor het gebouwde erfgoed heeft de provincie weinig restauratiegelden ter beschikking; hierdoor wordt specifiek ingezet op restauratie in combinatie met herbestemming. Daardoor komen de restauraties van kerken en orgels in de gevarenzone voor goede instandhouding door gebrek aan financiering. Daarnaast wil de provincie bereiken dat ruimtelijk erfgoed als een volwaardige afweging wordt meegenomen en wordt gezien als inspiratiefactor. Erfgoed moet meer tussen de oren van mensen gaan komen.

Het erfgoedveld Niet alleen de provincie is op provinciaal niveau actief op het gebied van erfgoed (o.a. Noordelijk Archeologisch Depot), er zijn vele andere organisaties zoals Landschapsbeheer Drenthe, het Drentse Landschap (ook Steunpunt Monumentenzorg en Archeologie), Staatsbosbeheer en Vereniging Natuurmonumenten en de Drents (Pre)historische vereniging. De provincie heeft in de Cultuurnota opgenomen welke organisaties van provinciaal belang zijn. Het gaat hier onder andere om: het Drents Museum, Het Drents Archief, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het Gevangenismuseum, het Hunebedcentrum, Museum de Buitenplaats en Kunst en Cultuur Drenthe (erfgoededucatie).


De provincie aan het woord

Samenwerking op het gebied van erfgoed Vanuit de provincie wordt voortdurend samenwerking gezocht met andere partijen op het gebied van erfgoed. Voor archeo­ logie wordt samengewerkt met terreinbeherende instanties, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de waterschappen, plus alle ruimtelijke beleidsvelden binnen het provinciehuis. Dit gebeurt met concrete projecten, ontwikkelingen of opdrachten. Ditzelfde geldt voor cultuurhistorie. Voor de kunsten is er een incidentele samenwerking tussen kunstgezelschappen en ­erfgoedinstellingen zoals PeerGrouP met Huus van de Taol of CBK met het Drents Archief. Voor het gebouwd erfgoed wordt samengewerkt in projecten, overlegstructuren, bestuurlijke afspraken en samenwerkingsovereenkomsten. Deze bestaan uit het rijksbeleid VER-herbestemming, bestuurlijke afspraak OC&W / IPO decentralisatie restauratiegelden, samenwerkingsovereenkomst met het Restauratiefonds en relatiebeheer met Drents Landschap en de Maatschappij van Weldadigheid. ­Daarnaast werkt de Provincie Drenthe ook incidenteel samen met andere provincies bijvoorbeeld in een UNESCO-traject of bij grens overstijgende gebiedsontwikkelingen zoals het Drents-Friese Wold. Via de Culturele Allianties hebben de gemeenten, met financiële en inhoudelijke ondersteuning van de provincie, archeologische en cultuurhistorische beleids- en waardenkaarten ontwikkeld. Daarnaast is alledrenten.nl ontstaan, alsmede de digitale ontsluiting van collecties van musea. Naast de Culturele Alliantie hebben de provincie en de gemeenten ook op allerlei andere vlakken met elkaar te maken. De gemeenten vertalen het kaderstellend beleid van de provincie door in hun eigen structuurvisies, bestemmingsplannen en cultuurnota’s. Er zijn ambtelijk korte ­lijnen met de gemeenten om de samenwerking goed te houden. Op het gebied van Kreatief met Krimp en de cultuureducatie is de samenwerking met de gemeenten goed en intensief. Toch blijft er een punt van aandacht op het verschil tussen de midden- en uitvoerende laag: gemeenten hebben vaak te weinig capaciteit en (inhoudelijke) kennis, vragen vanuit de provincie wordt dan wel eens als druk ervaren. Dit erfgoedproces zou hier ten goede aan moeten bijdragen. Er blijkt vaak een verkeerde verwachting bij andere partijen te zitten over wat de rolopvatting

26

van de overheid zou moeten zijn. Veel partijen hebben het gevoel dat de provincie twijfelt aan hun professionaliteit. Juist door deze houding richting de provincie te hebben wordt dat gevoel ook gevoed. Het verschil zit hem in de werkwijze. De provincie heeft behoefte aan samenwerking in de vorm van: kennisopbouw en -delen, beleidsmatige afstemming en de voorbereiding van gebiedsgerichte projecten waar erfgoed van belang is. Kansen zijn er om via dit erfgoedproces samen tot een hoger niveau te komen. Projecten moeten worden los­ getrokken van de economische spin-off en erfgoed moet zich meer met toerisme en recreatie verbinden. Mogelijke belemmeringen hierin zijn de politieke aspiraties die wisselen met de verkiezingen en het te ver doorschieten in de wens om de burger leidend laten zijn. De balans vinden tussen burgerparticipatie en een verantwoorde omgang met erfgoed blijft hierbij een ambitie.

Kennis en kennis delen Volgens de provincie is er genoeg kennis en kunde aanwezig binnen het provinciaal orgaan, maar zijn er niet voldoende fte beschikbaar. De mogelijkheden om deze kennis binnen de ­provincie te vergroten zit hem in het volgen van vakinhoudelijke opleidingen. Deze zijn er wel en kunnen ook zelf voorgesteld of aangedragen worden. Toch wordt dit niet zozeer gestimuleerd. Interne opleidingen zijn vooral proces- en competentiegericht en niet inhoudelijk. Overige vormen van kennisdeling vinden plaats bij de inter­ provinciale kennisuitwisseling Cultuurhistorie, RCE-platforms, de Erfgoed Academie, cursus RUG Noord Nederlandse Landschappen, het Steunpunt, Koepeloverleg, A&O-dagen, themabijeenkomsten, vakberaad provinciaal archeologen, de Reuvensdagen en bijeenkomsten via IPO/IWC. De basistaak van het Steunpunt is met name de voorlichting en uitwisseling van ­kennis tussen gemeenten. Daarnaast is het Steunpunt belangrijk in het contact tussen gemeentelijke overheid en eigenaren en burgers, door het spreekuur dat hiervoor georganiseerd wordt. De RCE heeft een landelijke rol ten opzichte van kennisdeling en heeft geen rol in de onderlinge kennisdeling over de Drentse

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

cultuurhistorie. Wel schuift de RCE aan bij voor het Rijk belangrijke gebieden en ontwikkelingen. Op het gebied van archeologie is het wel een relevant kenniscentrum. Thema’s waar de provincie zelf onvoldoende capaciteit voor heeft kunnen bij de RCE worden gelegd. De RCE is een onafhankelijke partij bij second-opinion inzake onderzoeksgeschillen. Het integraal erfgoedoverleg tussen de afdeling Noordoost van de RCE en de provincie is net opnieuw opgepakt.

De toekomst van het Drents erfgoed Actuele ontwikkelingen in het rijksbeleid betreffen de decentra­ lisatie van de rijksoverheid, omgang met wind- en zonne-­ energie, restauratiekwaliteit, het voortzetten van de provinciale Steunpunten voor cultureel erfgoed, de volgordebepaling wereld­erfgoed, digitalisering en de evaluatie van het Bestuurs­ akkoord over de afspraak voor Regionale Historische Centra. Daarnaast spelen andere ontwikkelingen: decentralisatie, ­participatie, het loslaten van welstand, de inzet van erfgoed als vestigingsfactor, meer gebiedsgericht en multidisciplinair werken en minder objectbescherming. Directe gevolgen van al deze ontwikkelingen zijn de Natuurvisie van de Provincie Drenthe, maar ook de bezuinigingen van gemeenten op cultuur. Daarnaast wordt de inkoop van archeologische deskundigheid steeds minder. De provincie werkt toe naar behoud door ­vermaatschappelijking en is op zoek naar nieuwe vormen van financiering. Momenteel kijkt de provincie afwachtend naar de ontwikkeling van de Omgevingswet, via het IPO en de RCE wordt hier direct over meegepraat. De uitwerking hiervan is ­cruciaal; de nieuwe wet biedt veel kansen, maar ook veel ruimte voor loslaten- die niet altijd in lijn is met het erfgoed­ belang. Er komen meer bestuurlijke mogelijkheden tot het ­afwijken van de regels. Kansen voor de toekomst zitten in de omslag van sectoraal naar integraal denken en doen. Daarbij moet worden geschakeld van objectgericht naar gebiedsgericht en van subsidies naar financiering. Bedreigingen zitten in de belangenafwegingen waar erfgoed soms het onderspit delft, door een korte termijn afweging en wellicht te weinig inzet vaan expertise. Of het feit


De provincie aan het woord

dat het economisch belang boven alles gaat. Daarnaast vormen krimp en leegstand ook bedreigingen voor het karakteristiek bezit en de financiën van gemeenten. De provincie speelt hier intern op in door steeds integraler te gaan werken, verbindingen te maken en te anticiperen op ontwikkelingen. Extern wordt hier op ingespeeld door in gesprek te gaan met de erfgoedsector, zelf initiatieven te nemen, te sturen op projectplannen en te experimenteren bij het behoud en/of herbestemming van gebouwd erfgoed. Over 10 jaar zal het erfgoed nog steeds een belangrijke rol ­spelen in Drenthe, de trustgedachte zal meer vorm hebben gekregen en de professionalisering van het Drentse Landschap is verder doorgezet. Digitalisering biedt meer mogelijkheden, ook voor burgerparticipatie. De beleving van erfgoed staat meer op de kaart en kent bijzondere uitwerkingen. Somber wordt naar de kennisontwikkeling gekeken; deze zal teruglopen en zelfs bijna stil komen te staan. Wel zullen nieuwe particuliere erfgoedorganisaties ontstaan. De gemeenten en provincie delen kennis snel en digitaal en er is een pool van erfgoedexperts in Noord Nederland inzetbaar voor opgaven bij gemeenten en provincies. Er wordt slimmer gebruik gemaakt van kennis en draagvlak bij inwoners en deze krijgen meer verantwoordelijkheid bij initiatieven van plannen. 10% van het huidige erfgoed zal verdwijnen, maar 90% zal beter zijn ontsloten en vermarkt. Op archeologisch gebied zal de oogst van Malta 2007 worden geëvalueerd en herijkt. De Nationale onderzoeksagenda zal worden omgezet in een Europese onderzoeksagenda met regio­nale speerpunten. Het archeologiebeleid in de gemeenten en provincies functioneren redelijk en het Rijk heeft een kostenregeling in het leven geroepen voor Europees-Nationaal archeologisch erfgoed. Al met al zal cultuur een verbindende factor zijn in de samenleving en het maatschappelijk belang van innovatie en creativiteit zal groeien.

27

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

TT-circuit, Assen

1  Deze fte zijn als volgt verdeeld: 5 fte voor erfgoed (cultuurhistorie, archeologie, gebouwde monumentenzorg) en 0,7 fte voor musea, archieven en bibliotheken. In de 5 fte voor erfgoed zit ook 0,6 fte voor Archeologisch Depot Nuis.

2  Voor de bedragen die zijn opgenomen, zie Oude Wereld, nieuwe mindset, cultuurbeleid 2013-2016, pagina 48.


Gemeenten aan het woord

Gemeentehuis Aa en Hunze

Gemeentehuis Assen

Gemeentehuis Borger-Odoorn

Gemeentehuis Coevorden

Gemeentehuis De Wolden

Gemeentehuis Emmen

Gemeentehuis Hoogeveen

Gemeentehuis Meppel

Gemeentehuis Midden-Drenthe

Gemeentehuis Noordenveld

Gemeentehuis Tynaarlo

Gemeentehuis Westerveld

28

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord­

Het erfgoed en het erfgoedbeleid in de twaalf Drentse gemeenten worden in dit hoofdstuk uitgebreid in beeld gebracht, aan de hand van door de gemeenten ingevulde enquêtes en interviews. Veel uitkomsten spreken voor zich. Het algemene beeld dat uit de tabellen tevoorschijn komt is dat gemeenten, bestuurders en ambtenaren passie voor het Drents erfgoed hebben en vol bezieling werken aan de projecten die het erfgoed ten goede komen. Op een aantal punten zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet, bijvoorbeeld bij het opstellen van waardenkaarten en het doorvertalen van de uitkomsten in de bestemmingsplannen. Over sommige uitwerkingspunten en keuzen die daarbij zijn gemaakt, kan van mening worden verschild – maar Drenthe loopt met zijn aanpak beslist voorop. Op andere punten is de situatie evenwel zorgelijk. Zo zijn bij de gemeenten (net als bij de provincie) te weinig mensen voor het erfgoed beschikbaar (in fte), gegeven alle taken en ambities die er zijn. Voeg daarbij de vergrijzing van het ambtenarenapparaat (veel mensen zullen de komende jaren met pensioen gaan) en het wordt duidelijk dat de continuïteit van kennis en kunde op het gebied van erfgoed bij de overheid een urgent probleem wordt. Tenslotte valt op hoeveel verschillende projecten er gelijktijdig lopen. Het gevaar van versnippering van aandacht, middelen en bereik dreigt. Als conclusie is daar wellicht aan te verbinden dat het goed zou zijn om te streven naar continuïteit van hetgeen goed gaat en dit te laten prevaleren boven het steeds opnieuw opstarten van nieuwe projecten.

29

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de vragenlijsten over het Drentse erfgoed, ingevuld door twaalf gemeenten en ­aangevuld met een interview met de verantwoordelijk bestuurder en ambtenaren. De vragenlijsten zijn opgesteld door SteenhuisMeurs op basis van input van de begeleidingsgroep van dit project. De vragenlijsten zijn door elke gemeente afzonderlijk ingevuld. De interpretatie van de vragen en dus ook de antwoorden daarop zijn niet altijd even eenduidig. Dit betekent dat voorzichtigheid is geboden bij het onderling vergelijken van de vragenlijsten. Deze zijn niet volledig en geven slechts een momentopname weer. Volledigheid is nooit het streven geweest; gezocht is naar een bruikbare kapstok die door elke gemeente zelf aangevuld kan worden en die geschikt is om als basis te dienen voor het verkennen van mogelijkheden voor samenwerking of gezamenlijke projecten. Dit hoofdstuk is opgedeeld in verschillende thema’s die elk een ander onderdeel van het gemeentelijk erfgoed belichten. In de eerste pagina’s wordt de context beschreven waarin de gemeenten zich momenteel bevinden. Het aantal fte’s per gemeente, het aantal gemeentelijke monumenten per gemeente, maar ook de tendensen in de gemeenten komen aan bod. Vervolgens wordt telkens een onderdeel van het gemeentelijk erfgoed behandeld. De thema’s zijn: taken en beleid, immobiel erfgoed, mobiel erfgoed, immaterieel erfgoed, gemeentelijke taken, het erfgoedveld, samenwerking op het gebied van ­erfgoed, kennis en kennis delen en de toekomst van het Drents erfgoed. De conclusies en aanbevelingen van deze gemeentelijke inventarisatie zijn aan het eind van dit rapport gebundeld.

30

Gemeenten in cijfers

Gemeenten in cijfers Sommige gemeenten hebben de personeelskosten mee­ gerekend in het budget, andere gemeenten deden dat niet. Daarnaast is ook het beeld van de verdeling van fte’s ietwat ­vertekend. Bij vrijwel alle gemeenten zijn de fte’s voor erfgoed verdeeld over verschillende afdelingen, bijvoorbeeld bij ­archeologie, vergunningen, beleid etc. In de meeste gevallen is er geen specifieke ambtenaar voor erfgoed, maar worden de erfgoedtaken door drie of meer personen ­ingevuld. Dit zorgt ervoor dat de kennis over het erfgoed ook versnipperd is over verschillende afdelingen.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Tendensen

Tendensen Om een algemeen beeld te schetsen van de stand en context van het Drentse erfgoed, is de gemeenten gevraagd een ­overzicht te geven van de tendensen anno 2015. Deze zijn niet voor alle gemeenten eenduidig, waardoor het belang van cultuurhistorie, erfgoed en archeologie soms wel, maar soms ook niet hoog op de politieke agenda staat.

Tynaarlo Noordenveld

Assen

Aa en Hunze

Borger-Odoorn

Midden-Drenthe Westerveld

Emmen Coevorden Hoogeveen

Meppel De Wolden

Een aantal gemeenten in Drenthe heeft te maken met krimp, waarbij een onderverdeling is te maken tussen zand en veen. In de veengebieden krimpt de bevolking sneller dan in de ­zandgebieden. Niet voor iedere gemeente is krimp een trend: in Assen is het inwonertal al drie jaar lang onveranderd. Toch is de gemeente hoopvol en verwacht dat dit duidt op uitgestelde groei. De gemeenten De Wolden, Meppel, Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld geven eveneens aan geen krimp­ gemeente te zijn. Wel is er ook in deze gemeenten sprake van ontgroening en vergrijzing, net zoals in de overige gemeenten. Hoogeveen is echter een uitzondering op deze en veel andere trends. Er is in deze gemeente geen sprake van ontgroening, maar er zijn juist bovengemiddeld veel kinderen in vergelijking met andere gemeenten in Drenthe. De sociaaleconomische ­problematiek staat hoog op de politieke agenda in Hoogeveen, waardoor cultuurhistorie, erfgoed en archeologie soms het onderspit moeten delven. Deze problemen tekenen zich ook in de erfgoedvoorraad van de gemeente. Er is veel gesloopt onder het motto ‘nieuw is beter’, want men wilde de armoede van de ontveningen achter zich laten. Ook in Emmen staat de sociaal­ economische problematiek hoog op de agenda. Veel aandacht gaat maar participatie, werkgelegenheid, industrialisatie en innovatie. Industrie en zorg zijn de grootste werkgever. In Emmen ontstaan nieuwe vormen van burgerparticipatie. Erfgoed speelt hierin wisselend een rol. In de overige gemeenten is de meeste werkgelegenheid te ­vinden in de agrarische en toeristische sector. Doorgaans is de agrarische sector het grootst. Trends die hier spelen zijn schaalvergroting en automatisering. De recreatie is deels afhankelijk

31

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

van de landbouw; omdat beiden zich in het landschap afspelen en de landbouw producten levert aan de recreatiesector. De landbouw staat soms mede in dienst van de toerist. Qua werkgelegenheid gaat het in de gemeente Aa en Hunze goed: slechts 300 van de 25.000 burgers zit in de bijstand. Er is veel werkgelegenheid, vaak hebben mensen ook nog een webwinkel als tweede inkomen. Qua forenzen is De Hondsrug populair, er komen hier veel mensen wonen van buiten de provincie. Men merkt dat deze ‘import’ over het algemeen veel interesse heeft in de historie van de gemeente of het pand waarin ze wonen. Ook komen veel mensen na gestudeerd te hebben ­buiten Drenthe weer terug naar hun oude woonomgeving. Al met al merken de gemeenten dat de samenleving aan het veranderen is. De maakbare samenleving is langzaam aan het verdwijnen in Nederland; de overheid maakt de switch van hangmat naar vangnet. Deze veranderingen geven kansen om de positie van het Drents erfgoed opnieuw op de kaart te zetten en nieuwe vormen van burgerparticipatie te ontwikkelen. De inventarisatie in dit rapport kan hier een mogelijke start van zijn.


Gemeenten aan het woord

Imago van Drenthe

Imago van Drenthe

Drenthemomenten van Ellen ten Damme (Marketing Drenthe)

32

In de vragenlijst en in de interviews hebben we de gemeenten gevraagd om hun visie te geven op Marketing Drenthe. Wordt het Drentse erfgoed genoeg benut en klopt het beeld van Drenthe dat wordt uitgedragen door Marketing Drenthe. Het algemene beeld is dat de gemeenten (steeds meer) tevreden zijn over Marketing Drenthe, maar dat verbetering mogelijk is: ‘Het mag wel iets swingender allemaal’. De gemeenten zien een positieve kanteling in het gebruik van erfgoed, waarin Marketing Drenthe steeds meer de koppeling maakt tussen wonen, werken en erfgoed. Het merk Drenthe wordt als sterk ervaren en langzaam worden hier andere dingen aan toegevoegd, waardoor het merk ook diverser wordt gemaakt. Daarnaast onderkennen de gemeenten dat door de komst van het Geopark het Drentse erfgoed meer wordt benut. Toch zouden ze graag zien dat Marketing Drenthe zich op een bredere doelgroep richt en bijdraagt om het erfgoedimago fris en eigentijds te maken. Momenteel zijn de doelgroepen voornamelijk gezinnen en ouderen, terwijl wandelaars en weekendmensen ook geschikte doelgroepen voor Drenthe zouden zijn. Graag zien de gemeenten dat intensiever wordt samengewerkt, om die doelgroepen ook daadwerkelijk aan te trekken. Zo kan een duidelijk beeld naar de toerist worden uitgedragen. Over het algemeen vinden gemeenten het belangrijker dat de toerist naar Drenthe komt, dan naar een specifieke gemeente. Vervolgens zijn gemeenten zelf verantwoordelijk om te laten zien hoe mooi Drenthe is. De uitdaging is om over de oude grenzen heen te kijken; de gemiddelde toerist komt niet voor een bepaalde gemeente, maar voor Drenthe als provincie. De gemeenten zouden graag een soort opsplitsing zien ­waarbij Marketing Drenthe de promotie buiten de provincie doet en de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de promotie binnen de provincie.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Drenthe zou meer vanuit de eigen kracht kunnen werken. ­Bijvoorbeeld door de verhalen (zowel historische als fictieve verhalen) die bij Drenthe horen meer te vertellen. Hierdoor kunnen meerdere erfgoed-onderdelen zich ontwikkelen en wordt de beleving gestimuleerd. ook multimediale presentatie hoort hierbij. Door verhalen te koppelen aan routes of deelgebieden kunnen mensen langer aan Drenthe worden gebonden.


Gemeenten aan het woord

Pottenbakker Albert Jonkers in Ruinerwold (2011)

33

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Taken en beleid


Gemeenten aan het woord

Taken en Beleid Dit thema gaat over de gemeentelijke organisatie en de manier waarop erfgoed in het gemeentelijk beleid is opgenomen. Door inzicht te krijgen in zaken als het beleid dat gemeenten hebben ontwikkeld, de regelingen en middelen voor erfgoed die beschikbaar zijn en de communicatie over erfgoedbeleid wordt duidelijk waar aanbevelingen, wensen en behoeften voor de toekomst liggen. Aan het eind van deze paragraaf wordt ook de koppeling naar de burger gemaakt, door vragen als: ‘Welke type participatie past volgens u het beste bij de inwoners van uw gemeente?’

Taken en beleid

Erfgoed in de gemeentelijke organisatie De gemeenten is gevraagd een overzicht te geven van hoe ­erfgoed zowel beleidsmatig als organisatorisch ingebed is in de gemeentelijke organisatie. Zoals de tabel aantoont is bij de meeste gemeenten erfgoed versnipperd over verschillende afdelingen. Dit heeft als voordeel dat veel mensen het belang van erfgoed meedragen, maar als nadeel dat er niet een duidelijke persoon of afdelingen is, die staat voor het erfgoedbelang. Opvallend zijn de verschillen tussen de afdelingen. De ene gemeente heeft erfgoed grotendeels ondergebracht bij afde­ lingen die zich bezighouden met ruimtelijke ontwikkeling, de andere bij maatschappelijke ontwikkeling.

Erfgoed in gemeentelijke beleidsstukken De tabellen in de bijlage geven een overzicht van de beleidsstukken die betrekking hebben op het erfgoed van iedere gemeente. In alle gemeenten is archeologie een onderdeel van het beleid, dit in tegenstelling tot overige erfgoed-onderdelen. Het erfgoed wordt in de meeste gemeenten meegenomen in de algemene Cultuurnota of Toekomstvisie. De gemeenten Tynaarlo en ­Westerveld vormen een uitzondering door erfgoed in meerdere visies en plannen een duidelijke rol te laten spelen. Wel blijkt dat er bij veel gemeenten nog plannen in de maak zijn om het erfgoed nog beter in het gemeentelijk beleid in te bedden. Zo zijn enkele gemeenten bezig met het opstellen van hun cultuur­ historische waardenkaart en werkt gemeente Meppel aan een integraal beleidsplan voor groen, natuur, landschap en water. Gemeente Coevorden voert sinds februari 2013 een door de raad vastgesteld integraal erfgoedbeleid.

Regelingen, instrumenten en middelen De gemeenten hebben zowel structurele als tijdelijke regelingen beschikbaar voor het erfgoed in hun gemeente. Slechts de gemeente Hoogeveen en Midden-Drenthe ondersteunen het erfgoed in hun gemeenten niet op deze manier. De regelingen zijn vanuit allerlei overheidsniveaus afkomstig. Zo maakt bijvoorbeeld de gemeente Tynaarlo gebruik van nationale en provinciale regelingen, terwijl de gemeente Emmen juist gemeentelijke regelingen inzet. Daarnaast zijn er ook nog gemeenten zoals

34

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Emmen, die gebruik maken van tijdelijke regelingen. De gemeente De Wolden profileert zich als de ‘kraamkamer van de regionale economie’, door haar regeling voor het vergunningsvrij bijbouwen binnen het VAB-beleid.

Instrumenten vergunning, toezicht en ­handhaving De instrumenten die de gemeenten inzetten op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving betreffen met name externe adviezen op zowel gemeentelijk, regionaal als nationaal niveau. Het gaat hierbij om gemeentelijke commissies, adviesbureaus als Libau en Het Oversticht (regionale schaal), maar ook de RCE (nationale schaal). Slechts enkele gemeenten ­noemen instrumenten als de monumentenwet, omgevingsvergunning of bestemmingsplan. Gemeente De Wolden is kritisch op deze instrumenten, omdat handhaving in de praktijk lage ­prioriteit heeft.

Verbinding van erfgoed Er is aan de gemeenten gevraagd of zij erfgoed proberen te ­verbinden met natuur, landschap, toerisme & recreatie, kunst & cultuur, stedenbouw, water en milieu. De respons blijkt twee­ ledig; er is een groep gemeenten waar er niet op deze integrale verbinding wordt gestuurd en er slechts sporadisch de verbinding wordt opgezocht. Daarnaast is er een groep gemeenten waar de integrale aanpak juist voorop staat. De gemeente Emmen geeft aan dat bij bewoners-inlopen het erfgoed meer aandacht zou mogen krijgen.

Communicatie over erfgoedbeleid Bijna alle gemeenten communiceren over hun erfgoedbeleid en leggen hier verantwoording over af. De manier waarop dit wordt gedaan loopt nogal uiteen. Er zijn gemeenten waarbij de communicatie en verantwoording hoofdzakelijk intern gebeurt; voorbeeld hiervan is de gemeente Aa en Hunze; alleen op het gebied van cijfers, prestaties en voortgang wordt gecommuniceerd. Verder zijn er ook gemeenten die ­breder communiceren over het gemeentelijke erfgoedbeleid. De gemeente Borger-­Odoorn doet dit via een website en lokale krant,


Gemeenten aan het woord

de gemeente Noordenveld houdt informatiebijeen­komsten over dit onderwerp.

Erfgoed en de leefomgeving Erfgoed is een factor die in allerlei typen ontwikkelingen een rol kan spelen, maar vaak wordt de kracht die het erfgoed kan spelen bij ruimtelijke projecten nog niet (genoeg) onderkend. Enerzijds geven veel gemeenten aan dat de erkenning niet of niet afdoende aanwezig is bij ruimtelijke ontwikkelingen, sommige zien al wel verbetering met een vroegere situatie. De gemeente Emmen heeft enkele specifieke en sectorale beleidskaders en werkt nu aan een integrale erfgoednota.

Erfgoedprojecten en het publiek In alle gemeenten bestaan vormen van participatie. De manier waarop de bevolking bij erfgoedprojecten wordt betrokken, loopt uiteen. Er zijn gemeenten waarbij de bevolking alleen inspraak heeft bij de vorming van nieuw beleid. Soms gaat de participatie verder, door samenwerking te zoeken bij het opstellen van de cultuurhistorische of archeologische waardenkaart en de Open Monumentendag. Sommige gemeenten zetten ook amateurarcheologen in.

Beste type participatie Over het algemeen geven de gemeenten aan dat het ‘beste type participatie’ niet bestaat, maar dat dit afhankelijk is van het onderwerp (en het gebied). Er zijn gemeenten met uitersten; de gemeente De Wolden legt bijna volledige verantwoordelijkheid bij de burger, de gemeente Assen doet bijna het tegenover­ gestelde. In De Wolden maakt elk dorp haar eigen dorpsvisie.

35

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Taken en beleid


Gemeenten aan het woord

Immobiel erfgoed Alle gemeenten van Drenthe zijn actief met het immobiele ­erfgoed. We hebben ze onder meer gevraagd of ze gemeentelijke monumenten hebben, of cultuurhistorie meespeelt bij gebiedsontwikkeling en of er grote opgaven zijn op gebied van leegstand of herbestemming. Gemeenten blijken op dit gebied zeer uiteenlopende keuzes te maken, die zichtbaar worden in deze paragraaf.

Immobiel erfgoed

Cultuurhistorische en archeologische ­waarden Archeologische waarden zijn in alle gemeenten goed beschermd middels de beleidsadvieskaart en het bestemmingsplan. Op het gebied van cultuurhistorie is dit echter niet overal het geval. De meeste gemeenten zijn bezig met of hebben inmiddels een cultuurhistorische waardenkaart, maar deze is lang niet altijd doorgewerkt naar het bestemmingsplan. In het geval van de gemeente Westerveld heeft de cultuurhistorische waardenkaart geleid tot een gemeentelijke monumentenlijst. Andere gemeenten kozen juist de optie van de regeling voor karakteristieke objecten, geborgd via het bestemmingsplan.

Cultuurhistorie in gebiedsontwikkeling en bestemmingsplannen Cultuurhistorie is bij veel gemeenten al onderdeel van gebiedsontwikkeling; deels komt dit voort vanuit het bestemmingsplan, deels wordt cultuurhistorie daadwerkelijk als inspiratiebron gezien bij nieuwe projecten. Gemeenten als Coevorden, Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld dragen cultuurhistorie actief aan bij gebiedsontwikkeling. De gemeente Noordenveld heeft een c ­ ultuurhistorische toets; een nieuw instrument waarmee ­cultuurhistorie in gebiedsontwikkeling kan worden geborgd. Toch ontstaat er na de toets vaak een vacuüm, de gemeente zou hierbij graag hulp willen van de provincie.

Leegstand en herbestemming Gemeenten als Borger-Odoorn, Meppel en De Wolden kennen geen grote leegstand- of herbestemmingsopgaven op het gebied van cultureel erfgoed. Dit in tegenstelling tot de overige gemeenten die dit verschijnsel wel herkennen uit de gemeentelijke praktijk. Wat opvalt is dat de meeste gemeenten deze opgaven vanuit de proceskant benaderen; ze nemen een actieve houding in, treden op als intermediair of gaan samenwerken met andere organisaties. Slechts de gemeente Noordenveld noemt een samenwerking met provincie en Rijk om leegstand en herbestemming in Veenhuizen te bestrijden.

36

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Beschermde gezichten en/of landschappen Bijna geen enkele gemeenten heeft gemeentelijke beschermde gezichten en/of landschappen. Dit staat dus los van de rijks­ beschermde gezichten. De gemeenten Coevorden en Meppel hebben wel de mogelijkheid van gemeentelijke gezichten. In de erfgoednota van Coevorden zijn beschermde gezichten en landschappen opgenomen. Meppel heeft een gemeentelijk beschermd stadsgezicht, namelijk de stationsomgeving met het Wilhelminapark. De gemeente De Wolden laat het initiatief aan de bewoners; zij zijn verantwoordelijk voor het behoud en de kwaliteit van het cultureel erfgoed.

Beleid archeologie en bodem De meeste gemeenten hebben hun archeologische monumenten via een archeologisch verwachtings- en beleidskaart geborgd in het bestemmingsplan met een dubbelbestemming voor archeologie. De gemeenten gaan niet specifiek op het onderwerp bodemarchief in. Wel sluit het meeste gemeentelijk beleid aan op het provinciaal beleid zoals is vastgesteld in het provinciaal belang. De gemeente Meppel heeft geen archeologische monumenten, maar het beleid biedt wel de mogelijkheid hiertoe.


Gemeenten aan het woord

Veenpark, Barger-Compascuum

37

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Immobiel erfgoed


Gemeenten aan het woord

Mobiel erfgoed Niet alle gemeenten in Drenthe hebben een eigen collectie mobiel erfgoed, wat ervoor zorgt dat sommige gemeenten slechts enkele vragen hebben beantwoord in deze paragraaf. Er werd gevraagd waar de collectie mobiel erfgoed uit bestond, wat voor een beleid ervoor was en of er ook aandacht werd besteed aan particuliere collecties.

Mobiel erfgoed

Collectie mobiel erfgoed De gemeenten Hoogeveen, Meppel, Noordenveld, en Tynaarlo hebben een eigen collectie mobiel erfgoed (kunst, voorwerpen). Toch hebben al deze gemeenten geen beleid voor deze mobiele erfgoedcollectie.

Beleid archieven Net zoals bij de vorige vraag geven ook hier de gemeenten aan geen beleid te hebben, ditmaal op het gebied van het beheer en ontsluiting van archieven en archivering. Uitzondering hierop is gemeente Noordenveld, hier is beleid ontwikkeld, met name op het gebied van genealogie.

Beleid musea en andere erfgoedinstellingen Geen enkele gemeente heeft specifiek beleid voor musea of andere erfgoedinstellingen, bovendien is dat ook niet in ­ontwikkeling. De gemeente Assen gaf in het interview aan dat er Drenthe-breed wel wordt onderzocht of alle kunstinstellingen samen kunnen gaan werken. Het ontwikkelen van beleid zou hierbij ook kunnen worden meegenomen.

Particuliere collecties De gemeenten Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo besteden aandacht aan particuliere collecties in hun gemeenten. Zo heeft Midden-Drenthe dit onderwerp meegenomen in de Cultuurnota. De gemeente Noordenveld ondersteunt particuliere collecties financieel en de gemeente Tynaarlo neemt enkele particuliere collecties in beheer. Aa en Hunze, Borger­Odoorn en Hoogeveen zijn hier niet mee bezig. De overige gemeenten hebben deze vraag niet ingevuld. De gemeente Emmen ondersteunt incidenteel met menskracht en het fonds museale voorzieningen.

38

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Immaterieel erfgoed Net zoals bij het mobiele erfgoed, zijn ook niet alle gemeenten actief op het gebied van immaterieel erfgoed. De vragen in deze paragraaf hebben met name betrekking op het beleid dat is ontwikkeld voor het immateriële erfgoed; op het gebied van lokale verenigingen, evenementen en tradities en in relatie tot verhalen en streektaal. Aandacht voor dit type erfgoed is er wel vanuit de gemeenten, maar dit is in veel gevallen niet omgezet naar beleid.

Immaterieel erfgoed

Beleid lokale verenigingen en andere ­erfgoedinstellingen Twee gemeenten hebben beleid ontwikkeld voor lokale ­verenigingen en andere erfgoedinstellingen, waarbij Coevorden dit jaar stopt met subsidieverstrekking maar niet met de samenwerking met historische verenigingen. Daarnaast onder­steunen de gemeenten Borger-Odoorn en De Wolden hun lokale ­verenigingen op financiële wijze. De gemeenten Aa en Hunze, Hoogeveen, en Tynaarlo geven aan hier geen beleid voor te hebben ontwikkeld.

Beleid evenementen en tradities Alleen in de gemeente Noordenveld is er sprake van beleid voor evenementen en tradities, dat maakt deel uit van het brede ­cultuurbeleid. De gemeente Tynaarlo is van plan beleid voor immaterieel erfgoed te ontwikkelen. De overige gemeenten hebben geen specifiek beleid voor dit onderdeel van hun ­erfgoed of hebben de vraag niet ingevuld.

Beleid verhalen en streektaal De gemeenten Noordenveld en Tynaarlo zijn de enige gemeenten die in het beleid verhalen en streektaal hebben opgenomen. Bij Noordenveld maakt het onderdeel uit van het brede ­cultuurbeleid, bij Tynaarlo van de structuurvisie cultuurhistorie. In Tynaarlo bleek echter dat er in de periode 2010-2014 geen enkel project op dit gebied is geweest. Andere gemeenten als Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Hoogeveen, Midden-Drenthe en De Wolden geven op een andere manier wel aandacht aan verhalen en streektaal; bijvoorbeeld door financiële ondersteuning van het Huus van de Taol of door eigen gemeentelijke projecten. Bij de overige gemeenten is er geen aandacht voor dit onderwerp of is de vraag niet ingevuld.

39

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeentelijke taken Dit thema gaat over de uitvoering van de gemeentelijke taken. Hoe kijken de gemeenten aan tegen de resultaten en wat vinden zij van de staat waarin het erfgoed verkeert? Verschillende onderwerpen komen hierbij aan de orde, zoals vergunningen, toezicht en handhaving, bestuurlijk draagvlak en erfgoed­ educatie. Ook wordt er gevraagd naar hiaten, successen en knelpunten van het Drentse erfgoedbeleid. Aan welke landen, provincies of gemeenten kan een voorbeeld worden genomen of welke dienen als inspiratiebron. Deze paragraaf begint met een evaluatie van het eigen gemeentelijke erfgoedapparaat, om vervolgens te eindigen met een blik naar buiten.

40

Gemeentelijke taken

Bescherming, documentatie en ruimtelijke ontwikkeling De kwaliteit van de bescherming, documentatie en ruimtelijke ontwikkeling verschilt sterk per gemeente. Waar gemeente De Wolden alleen voldoet aan de wettelijke eisen, denkt de gemeente Tynaarlo na over verbeteringen. Zij gaven het ­volgende aan: ‘veel bekende vindplaatsen zijn gedefinieerd aan de hand van de huidige perceelgrenzen en nooit inhoudelijk begrensd. Daarnaast bevat de categorie natte landschaps­ elementen een mengeling van pingoruïnes, vennetjes, laagten en dobbes, waarvan de exacte aard en de archeologische relevantie nog niet daadwerkelijk is aangetoond. Een inventarisatie van deze plekken zou kunnen leiden tot het verminderen van ruimtelijke regeldruk (schrappen van een deel van de objecten, aanpassen van het regime op anderen).’ De gemeente Aa en Hunze constateert dat de afhankelijkheid van ingehuurde krachten veel coördinatie, begeleiding en overleg vergt. Sommige gemeenten zijn nog bezig met het opstellen van een cultuur­ historische waardenkaart en het borgen van de resultaten in de bestemmingsplannen.

van Zuidlaren. Voor deze locaties wordt momenteel een nul­ meting uitgevoerd door Erfgoedbeheer, hetgeen moet leiden tot een (aangepast) meerjarig beheersplan en eventueel een aanvraag voor BRIM-subsidie voor dit beheer.

Aanwezigheid immaterieel erfgoed Het verschilt per gemeente of er kan worden gesproken van de aanwezigheid van immaterieel erfgoed. Zo geven de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Hoogeveen en Westerveld aan dat er geen sprake is van dit erfgoed in de gemeente, of dat het ‘levend’ houden hiervan moeilijk is. Dit in tegenstelling tot een gemeente als Tynaarlo waar het Bloemencorso is aangemeld voor de ­Nationale inventaris Immaterieel erfgoed en ook de Zuidlaardermarkt nog steeds floreert. Maar ook andere gemeenten als ­Borger- Odoorn, Coevorden, Midden-Drenthe en Noordenveld zijn actief op het gebied van immaterieel erfgoed. De gemeente Assen hoopt dat met de vernieuwing van het Drents Archief de aanwezigheid en de levendigheid van het immaterieel erfgoed gaat verbeteren.

Onderhoud en restauratie

Vergunningsaanvraag en vergunningverlening voor werkzaamheden

Over het algemeen worden de monumenten die gemeenten zelf in bezit hebben redelijk tot goed onderhouden. De gemeente Aa en Hunze geeft bijvoorbeeld aan dat er structureel overleg plaats vindt tussen de bouwkundemedewerkers en de erfgoedmedewerkers, waardoor de kwaliteit van de rijksmonumenten gewaarborgd blijft. Daarnaast is er voor rijksmonumenten ook de BRIM-regeling waarop gemeenten aanspraak kunnen maken. Op het gebied van de particuliere monumenten zijn er bij veel gemeenten nog problemen. Zo geeft gemeente De Wolden aan te weinig kennis in huis te hebben voor adequaat onderhoud en restauratie. Verder geven veel gemeenten aan een inventarisatie van de onderhoudssituatie te missen, waardoor gemeenten geen weet hebben van de staat van de particuliere monumenten. Reden hiervoor is vaak een gebrek aan middelen en tijd. De gemeente Tynaarlo is momenteel bezig een project voor twee archeologische rijksmonumenten. Het betreft de waterburcht te Eelde en een groep grafheuvels ten zuidoosten

Bij de meeste gemeenten heerst er tevredenheid over de procedures rondom bouwaanvragen. De gemeenten Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Tynaarlo en De Wolden geven wel op verschillende punten aan dat er nog verbetering kan worden behaald. Zo speelt bij de gemeente Hoogeveen het probleem dat de kennis hierover slechts bij één persoon aanwezig is. Dit maakt de gemeente kwetsbaar en bovendien is er ook de behoefte om aanvullende cursussen te volgen. Maar de hoeveelheid vragen en initiatieven zorgt er voor dat er zich niet meer mensen met dit onderwerp bezig kunnen houden. Ditzelfde geldt voor de archeologie. De gemeente Tynaarlo geeft aan dat op het gebied van archeologie er nog wel eens wat mis gaat doordat er pas relatief laat in de procedure aan de monumentale status wordt gedacht. Dit speelt met name in de gebieden waar nog een ouder, niet digitaal bestemmingsplan geldt. Onbekend is of bovenstaande problemen bij meer gemeenten aanwezig zijn.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Toezicht en handhaving Op de gemeente Westerveld na worstelen alle gemeenten met toezicht en handhaving met betrekking tot het cultureel ­erfgoed. Gemeente Aa en Hunze geeft hiervoor als reden dat de ­handhaving de prioriteit bij gevaar en hinder ligt. Er is vooral deskundigheid op milieutechnische- en brandveiligheids­ aspecten en bouwveiligheid. Gemeente Tynaarlo geeft aan dat er onvoldoende tijd is voor adequaat toezicht en handhaving bij de monumenten. Er is geen vaste werkwijze, geen afstemming en aandacht. Als er iets wordt opgemerkt zijn het toevalstreffers en wat betreft gebouwde monumenten zijn er nauwelijks klachten of worden geconstateerde zaken niet gemeld. Er zijn geen aanschrijvingen. Wat betreft de archeologie houdt Tynaarlo een passieve handhaving aan: een handhavingsprocedure wordt gestart wanneer er klachten en/of meldingen binnen komen. Wanneer dit het geval is, wordt dit naar eigen zeggen goed opgepikt door de gemeentelijke archeoloog. In 2014 kwam dit slechts één maal voorgekomen. Overige gemeenten geven geen toelichting op het tekortschieten van toezicht en hand­ having. Er wordt met name genoemd dat erfgoed geen prioriteit heeft en dat er te weinig tijd en kennis in huis is.

Afstemming erfgoed en ruimte De meeste gemeenten geven aan dat ruimte en erfgoed goed op elkaar worden afgestemd. De gemeente Noordenveld geeft hierin als voorbeeld de rol van de planoloog in de gemeente. Deze is zowel inhoudelijk betrokken bij het opstellen en actua­ liseren van de bestemmingsplannen als mede trekker van de cultuurhistorische waardenkaart en de opsteller van de cultuurhistorische planbeoordeling en -advisering. Toch zijn er ook gemeenten die aangeven dat er nog verbetering mogelijk is op dit gebied. De gemeente Aa en Hunze beschouwt archeologie niet als een kans voor ontwikkeling. De gemeente Tynaarlo kwam in het verleden archeologische ‘verrassingen’ tegen bij ruimtelijke ontwikkelingen (Midlaren- De Bloemert, Eelde Grote Veen). Maar door het gebruik van de gemeentelijke beleidskaart zouden deze verrassingen nu niet meer voor moeten komen. Daarnaast is er nog te winnen op het gebied van de ruimtelijke inpassing van elementen en het beter laten aansluiten van ruimte-

41

Gemeentelijke taken

lijke ontwerpen op de historische structuur van het landschap. Overigens is het interessant deze antwoorden te vergelijken met de tabel Taken en Beleid/Erfgoed en Leefomgeving.

ze tekort schieten en gemeente Meppel geeft de grote onbekendheid ervan aan. De gemeente Coevorden is wel content met het functioneren van de rietdakenregeling.

Overige opmerkingen m.b.t. uitvoering van wettelijke taken

Publiekstoegankelijkheid en zichtbaarheid

Zowel de gemeente Borger-Odoorn als de gemeente Tynaarlo noemt de onzekerheid voor gemeenten die de nieuwe erfgoedwet met zich mee gaat brengen. Onduidelijk is welke taken de gemeenten er precies bij zullen krijgen.

Beheer, gebruik en exploitatie De staat van het beheer, gebruik en exploitatie van het erfgoed verschilt per gemeente. Duidelijk is wel dat erfgoed als molens, kerken en boerderijen in de toekomst een steeds groter probleem gaat worden, vanwege de hoge onderhoudskosten en moeilijke exploitatie. Voor de overige monumenten is de staat redelijk op orde. Gemeente Tynaarlo noemt nog specifiek zijn archeologische monumenten; hierbij is de hoofdbestemming leidend en wordt de dubbelbestemming als hindermacht gezien. Slechts de hunebedden en de Waterburcht in Eelde hebben een primair archeologisch gebruik en beheer. Laatste wordt beheerd door de gemeente en verpacht aan de uitbater van het zalencentrum De Waterburcht, om er bijvoorbeeld in de zomer buitenfeesten te houden.

Subsidies en goedkope leningen Bijna alle gemeenten geven aan dat er verbetering mogelijk is op het gebied van subsidies en goedkope leningen. Gemeenten als Assen, Hoogeveen, Meppel en Noordenveld ondervinden problemen bij gemeentelijke subsidies of goedkope leningen. Er wordt te weinig gebruik van gemaakt, terwijl bij grotere ­projecten de middelen juist tekort schieten. Dit laatste zal in de toekomst vaker voorkomen bij het groeiend aantal leegstaande molens, kerken en boerderijen. Daarnaast is er een grote ­onbekendheid over de subsidies bij zowel burgers als binnen de gemeente. Ook noemen een paar gemeenten de provinciale regelingen. Gemeente Tynaarlo geeft aan dat deze niet werken, door het gebruik van drempels. Gemeente Noordenveld vindt

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Veel gemeenten zien dit onderwerp als een aandachtspunt en zijn bezig met verbeteringen. Met name op het gebied van ontsluiting worden stappen gemaakt, bij de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Noordenveld. De gemeente Borger-Odoorn verwacht dat op het gebied van de onzichtbare archeologie nog wat winst te behalen is, daarnaast zou ook Open Monumentendag beter benut kunnen worden. De gemeente Noordenveld geeft aan dat er meer bereikt kan worden op het vlak van de informatievoorziening. Ook deze gemeente noemt het zichtbaar en beleefbaar maken van het archeologisch erfgoed een opgave.

Beleidsvorming, bestuurlijk draagvlak en juridische ondersteuning De gemeenten Coevorden, Noordenveld en Westerveld lopen op het gebied van beleidsvorming, bestuurlijk draagvlak en juridische ondersteuning voorop in Drenthe. Bij overige gemeenten zijn er op verschillende vlakken verbeterpunten mogelijk. De gemeente Aa en Hunze geeft bijvoorbeeld aan dat de beleidsontwikkeling stroef verloopt door weinig budget en menskracht. Daarnaast overweegt men de Monumentenverordering 2004 om te zetten naar een brede erfgoedverordening. De gemeente Tynaarlo noemt het feit dat er de laatste jaren ook bestuurlijk meer besef aanwezig is dat een deel van de aantrekkingskracht van de gemeente met het cultuurhistorisch erfgoed van doen heeft en dat men hier dus zuinig op moet zijn.

Educatie en maatschappelijk draagvlak Bijna alle gemeenten zijn actief bezig met cultuureducatie en daarnaast is er bij veel gemeenten ook sprake van maatschappelijk draagvlak. Veel gemeenten werken samen met scholen om cultuureducatie mogelijk te maken. In de gemeente Aa en Hunze hebben de scholen een werkmiddag bij de historische vereniging van Eext. Hiermee bereikt men 400 kinderen per jaar.


Gemeenten aan het woord

Juist de koppeling van cultuureducatie, scholen en de historische vereniging kan ook weer een positieve bijdrage hebben voor maatschappelijk draagvlak. De gemeente Tynaarlo loopt momenteel nog wat achter op het gebied van cultuureducatie, doordat de focus de afgelopen jaren elders lag. Maar momenteel staat cultuureducatie als apart punt genoemd in het collegeakkoord en krijgt in de komende periode meer aandacht. Zo gaat de bibliotheek in samenwerking met de scholen in Eelde-­ Paterswolde de Canon van Tynaarlo maken.

Rol van erfgoed in nieuwe opgaven Op gemeentelijk niveau is de stand van zaken op het gebied van erfgoed wisselend. Gemeenten als Coevorden, Midden-­ Drenthe en Noordenveld slagen erin erfgoed een volwaardige rol te laten spelen bij nieuwe opgaven. Een gemeente als ­Meppel heeft hier meer moeite mee, de huidige economische tijden zorgen ervoor dat het economisch belang vaak prevaleert boven cultuurhistorie. De gemeente Tynaarlo lukt het ten dele om erfgoed een rol te laten spelen; op het gebied van infrastructuur, bedrijventerreinen en waterbeheersing is er nog wat te winnen. De gemeente Aa en Hunze noemt het voorbeeld van Staatsbosbeheer, dat de prioriteitsvolgorde voor De Strubben­Kniphorstbos als volgt heeft gemaakt: cultuurhistorie, natuur en recreatie. Hier wordt dus een duidelijk keuze voor cultuur­ historie gemaakt.

Gebruik cultuurhistorische waardenkaart De gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld en De Wolden hebben een cultuurhistorische waardenkaart. Deze gemeenten maken er ook ­allemaal gebruik van. De gemeente Tynaarlo is wel kritisch; ze geeft aan dat het proces zich nog moet ontwikkelen en dat nieuwe opgaven schaars zijn sinds de financiële crisis. De overige gemeenten beschikken nog niet over een cultuurhistorische waardenkaart en zijn bezig met de ontwikkeling of de vast­ stelling ervan. Zij geven wel aan dat wanneer dit eenmaal is gebeurd, de waardenkaart zal worden ingezet bij het ontwik­ kelen van nieuwe ruimtelijke opgaven.

42

Gemeentelijke taken

Hiaten in Drents erfgoed Er zijn twee antwoorden die er heel duidelijk uit springen bij deze vraag. Allereerst is er sprake van een hiaat wanneer het gaat om kennis over naoorlogs erfgoed, vooral wat betreft bebouwing en ruilverkavelingen. Daarnaast zijn de private ­collecties een hiaat voor de gemeenten. Veel gemeenten zijn niet op de hoogte van de stand van de private collecties binnen hun gemeenten, dit geldt ook voor de particuliere archeologische collecties. Aanvullend hierop noemt de gemeente Tynaarlo het actief toezicht op de archeologische terreinen (ook die in particulier bezit) en de actieve voorlichting voor monument­ eigenaren.

Successen op het gebied van Drents erfgoed Coevorden en Westerveld behaalden op landelijke schaal ­successen; Coevorden door haar nominatie voor beste erfgoed­ gemeenten van Nederland (2014), en Westerveld voor het ­winnen ervan in 2011. Daarnaast zijn de gemeenten Westerveld en Noordenveld, samen met de provincie, partij in de UNESCO­nominatie voor de Koloniën van Weldadigheid. In de gemeente De Wolden was de samenwerking met archeologischeen ­historische verenigingen bij de totstandkoming van de ­cultuurhistorische en archeologische beleidskaart succesvol. ­Gemeenten als Aa en Hunze en Meppel beschrijven hun ­successen meer projectmatig. De gemeente Emmen noemt het succes van de sector zelf: een goed lokaal netwerk van ­erfgoedinstellingen.

Knelpunten De knelpunten met het erfgoed zijn divers. De bescherming van de karakteristieke gebouwen is een probleem; deze is ontoe­ reikend waardoor gebouwen prooi zijn van sloop. Gemeente Aa en Hunze handhaaft alleen na het ontvangen van een melding, waardoor waarden verloren kunnen gaan. De gemeente Noordenveld onderstreept dit probleem, maar noemt daarnaast ook verduurzaming, die ten koste van de monumentale waarde in de karakteristieke voorraad kan gaan. De gemeente Westerveld staat stil bij het ontbreken van een provinciaal erfgoedhuis. Zij noemen de optie dat Drenthe zich aansluit bij een Cultuurfonds

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

zodat ook inwoners van beschermde gezichten kunnen profiteren van laagrentende leningen en subsidies. De gemeente Emmen benoemt het feit dat erfgoedinstellingen enkel uit vrijwilligers bestaan. Deze instellingen zijn niet altijd krachtig of creatief genoeg om hun waarde optimaal te benutten.

Onuitgevoerde taken Meerdere gemeenten geven aan zich te focussen op de wettelijke taken. Andere gemeenten geven juist aan dat ze graag nog andere dingen zouden willen naast deze wettelijke taken, maar dat hier geen gelegenheid voor is. In gesprek gaan met eige­ naren en erfgoedpartners, voorlichting, advisering, maar ook de ontsluiting van cultureel erfgoed blijven hierdoor liggen. De gemeente Border-Odoorn komt zelfs niet toe aan de vertaling van de cultuurhistorische waardenkaart in beleid. De gemeente Westerveld zegt van onuitgevoerde taken geen last te hebben.

Voorbeeld Diverse malen wordt Groot Brittannië als voorbeeld genoemd, met name om haar organisatie van cultuurhistorie en landschap. Voor archeologie zijn Ierland en Frankrijk interessante voorbeelden, waar in het kader van het verdrag van Malta grootschalige inventarisaties hebben plaatsgevonden. Hierdoor hoeven niet langer de archeologische verwachtingen meege­ nomen te worden in ruimtelijke plannen, maar zijn de daad­ werkelijke vindplaatsen (grotendeels) bekend. Dat leidt tot een betere sturing op archeologie en een fors lagere regeldruk. De gemeente De Wolden vindt dat Drenthe ook wat meer naar zichzelf mag kijken; het oorspronkelijke karakter van Drenthe is nog steeds zichtbaar. Dit een kwaliteit die behouden moet blijven en die niet in het gevaar mag komen door toerisme en recreatie. Veel gemeenten zouden ook graag een fulltime ­erfgoedambtenaar hebben en kijken hierbij specifiek naar de gemeente Westerveld.

Voorbeelden van samenwerking Hierbij wordt verwezen naar projecten als Klooster Helpen, De Hollandse Waterlinie, De Limes, Via Belgica en de Staats Spaanse Linies.


Gemeenten aan het woord

Gemeentelijke en provinciale ambities Het belang van erfgoed wordt over het algemeen steeds meer onderkend en beter afgestemd – al kan dat nog steeds beter worden. Het toegenomen belang uit zich echter niet in een toename van de middelen. Enkele gemeenten geven aan geen ambitie te hebben en zich slechts te willen beperken tot de wettelijke verplichtingen. Gemeente De Wolden onderstreept het belang van cultureel erfgoed voor een provincie als Drenthe. Door mensen kennis te laten maken met Drenthe via haar ­culturele erfgoed, kan Drenthe nieuwe mensen binden.

43

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Gemeentelijke taken


Gemeenten aan het woord

Het erfgoedveld In deze korte paragraaf wordt er een inventarisatie gemaakt van het erfgoedveld waarin de gemeenten zich bevinden. Welke partijen op het niveau van de overheid, semioverheid, maar ook andere organisaties zijn actief in de gemeente op het gebied van erfgoed? Wie daarvan zijn de smaakmakers en de ambassadeurs?

44

Het erfgoedveld

Smaakmakers Veel gemeenten noemen hun historische verenigingen wanneer het om de smaakmakers van het Drents Erfgoed gaat. Ze maken ook gebruik van de kennis en kunde van deze verenigingen, ­bijvoorbeeld door regulier contact of gezamenlijke projecten. Zo heeft de gemeente Aa en Hunze sinds 2010 een tweejaarlijks overleg met alle historische verenigingen in de gemeente. Als andere smaakmakers worden individuele vrijwilligers en organisaties als het Drents museum of Stichting Drents Landschap genoemd.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Samenwerking op het gebied van erfgoed In de vorige paragraaf is een overzicht gegeven van de partijen die deel uit maken van het erfgoedveld van de gemeenten. Vaak werken de gemeenten met deze organisaties samen, zoals wordt gespecificeerd in de tabel. Daarnaast wordt er in deze paragraaf stilgestaan bij de Culturele Alliantie en de samenwerking tussen gemeente en provincie.

Samenwerking op het gebied van erfgoed

Samenwerking met andere gemeenten De meeste gemeenten werken alleen samen met andere gemeenten in gezamenlijke projecten of werkgroepen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij Geopark de Hondsrug, de Agenda Platteland en de Koloniën van Weldadigheid. Één op één samenwerking komt weinig voor bij de gemeenten. Gemeente Westerveld en Meppel werken wel concreet samen, op het gebied van beleid en uitvoering. Coevorden werkt samen met buurgemeenten en op internationaal niveau met vergelijkbare (vesting)steden. Emmen werkt samen met buurgemeenten ­Coevorden en Borger Odoorn bij de afstemming van erfgoeden ruimtelijke plannen.

Culturele Alliantie De Culturele Alliantie heeft voor bijna alle betrokken gemeenten inmiddels geresulteerd in het opstellen van zowel de archeo­ logische als de cultuurhistorische waardenkaart. Daarnaast worden er nog andere resultaten genoemd zoals de Culturele Gemeente van Drenthe (2009) door de gemeente Westerveld en het project Digitaal loket bewoningsgeschiedenis door de gemeente Meppel.

Samenwerking tussen gemeente en provincie De meeste gemeenten zijn (op onderdelen) kritisch over de samenwerking tussen gemeente en provincie. Op het gebied van de archeologie is de samenwerking overwegend prima, maar op de overige gebieden is nog wel een verbeterslag te maken. Zo geeft de gemeente Aa en Hunze aan dat de samenwerking op het gebied van monumentenzorg beperkt is na het verdwijnen van het Drents Plateau. Hierdoor is het traject aanwijzing provinciale monumenten in de slotfase niet goed verlopen. Ook op het gebied van afspraken omtrent de uitvoering van provinciaal beleid is de gemeente teleurgesteld. Bij het opstellen van nieuwe regelingen zijn ze bovendien niet betrokken. De gemeente Tynaarlo noemt het schaalverschil tussen gemeente en provincie. De schaal waarop de provincie werkt gaat soms voorbij aan die van de gemeente. Daarnaast is er ook verschil in werktempo. Al deze verschillen zorgen voor verwachtingen

45

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

die niet worden waargemaakt. Men zou hierover meer met elkaar in gesprek moeten gaan om gezamenlijke haalbare ­doelen te stellen.

Faciliterende rol van de provincie Gemeenten als Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Hoogeveen en Noordenveld zijn over het algemeen zeer tevreden over de faciliterende rol van de provincie. Ze prijzen het initiatief voor het erfgoedproces en de stimulans achter de archeologische en cultuurhistorische waardenkaarten. Gemeente Hoogeveen vindt dat het Steunpunt werkoverleg voldoet aan de behoeften op het gebied van informatievoorziening, kennisoverdracht en advies. Overige gemeenten zijn wat kritischer en komen met verbeterpunten. Zo noemt de gemeente Meppel het verschil in belevings­ wereld op het gebied van landschap en cultuurhistorie, maar vindt wel dat de relatie is verbeterd sinds de Samenwerkings­ agenda. Provincie en gemeenten beschouwen elkaar nu als gelijkwaardige partners. Het grote verschil ligt, volgens gemeente Tynaarlo, in het feit dat de provincie zich meer bezighoudt met thema’s zoals erfgoed, werkgelegenheid en toerisme, terwijl het bij de gemeenten vooral om de relatie met de burgers gaat.

Kansen, ambities en mogelijke ­belemmeringen Belemmeringen die de gemeenten noemen liggen met name op het vlak van financiën, decentralisatie en verschillen en tegenstrijdigheden in het overheidsbeleid als geheel. De gemeente Emmen geeft als specifieke belemmering de lage organisatie­ graad in de toeristische sector; de erfgoedinstellingen zijn vaak stichtingen die hun werk met vrijwilligers doen. Dit maakt het werk kwetsbaar. Betere samenwerking zou een kans kunnen bieden op verbetering. De gemeente Tynaarlo heeft een duidelijke ambitie om haar archeologisch erfgoed beter beleefbaar te maken en het onderdeel te laten worden van het cultuurhistorisch toerisme. Gemeente De Wolden noemt de kansen die nog te behalen zijn op een cultuurhistorische leerlijn binnen het cultuuronderwijs. De gemeente Borger-Odoorn vindt dat erfgoed een kans biedt om verbanden tussen zand en veen te leggen.


Gemeenten aan het woord

Kennis en kennis delen Kennisdeling in het erfgoedveld kan belangrijk zijn: wat is de rol van het Steunpunt? Is er sprake van onderlinge kennis­ deling met andere gemeenten? Ook werd de gemeenten gevraagd naar de mogelijkheden voor een gemeenschappelijk GIS-systeem; een digitale mogelijkheid van kennisdeling.

Kennis en kennis delen

Kennis en kunde De gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn en De Wolden geven aan te weinig kennis in huis te hebben om hun basis­ taken te kunnen uitvoeren. De gemeente Borger-Odoorn lost dit op door externe kennis in te huren op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Overige gemeenten geven aan wel genoeg kennis in huis te hebben, maar geven ook hun zwakke punten aan. Zo geeft de gemeente Emmen aan dat er eigenlijk te weinig formatie is voor archeologie. Dit terwijl de gemeente Tynaarlo aangeeft dat de provinciale inzet het hoogste is van de drie noordelijke provincies. De gemeente Meppel meldt dat de kennis en kunde verdeeld is over diverse personen en dat een specialist op het gebied van cultuurhistorie ontbreekt.

Gemeenschappelijk GIS-systeem Voor veel gemeenten is een gemeenschappelijk GIS-systeem niet nodig. Soms omdat ze hierin zelf al hebben geïnvesteerd of omdat ze het niet haalbaar achten. De gemeente Tynaarlo geeft aan dat er momenteel al wordt gewerkt aan het beschikbaar maken van de gemeentelijke archeologische kaarten via het geoportaal van de provincie. Vanuit de archeologie is een cultuurhistorisch GIS-systeem niet wenselijk omdat de aansluiting op landelijke systemen problemen zal gaan geven. Gemeenten die voorzichtig positief zijn over het idee voor een gemeenschappelijke GIS-systeem benadrukken dat het aan de Drentse maat moet voldoen en er concrete afspraken hierover gemaakt moeten worden. Bovendien zou het een gebruiksvriendelijk ­systeem moeten zijn.

Onderlinge kennisdeling De meeste gemeenten wisselen onderlinge kennis uit bij het Steunpunt en het Koepeloverleg. Daarnaast hebben verschillende gemeenten samenwerkingsprojecten met andere gemeenten. Elke gemeente doet in ieder geval op een bepaald gebied aan onderlinge kennisdeling met andere gemeenten.

Rol van het Steunpunt De rol van het Steunpunt wordt vooral gezien op het gebied van kennisdeling, ondersteuning en themabijeenkomsten.

46

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

De gemeenten Aa en Hunze vindt de werking van het Steunpunt momenteel prima en geeft aan dat het zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld als schakelpunt tussen overheidslagen. De gemeenten Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld zijn kritischer, met name sinds dit is ondergebracht bij het Libau. De rol en de taken van het Steunpunt zijn niet altijd duidelijk. Men vreest ook voor de concurrentie van adviesbureaus. Op het gebied van archeologie is de rol van het Steunpunt vrij beperkt volgens gemeente Tynaarlo. Daarnaast geeft de gemeente Westerveld aan dat de informatie via het Steunpunt vaak achterhaald is en dat het al op andere manieren is verspreid.

RCE De rol van de RCE ten aanzien van de kennisdeling wordt door alle gemeenten anders ervaren. De gemeente Westerveld beschouwt de RCE als hoofdregisseur op het gebied van kennis­ deling. Terwijl De Wolden het steunpunt belangrijker acht dan de RCE. Gemeente Hoogeveen is kritisch en geeft aan dat de RCE teveel op afstand staat en zich ook steeds verder terug trekt. Tynaarlo vult hier bij aan dat de RCE sneller zou moeten anticiperen op trends. Daarnaast voelt deze gemeenten bij de RCE ook een afstand tot de praktijk. De gemeente geeft aan dat op het gebied van archeologie van Drenthe geen specifiek aanbod van de RCE bestaat. Maar in de praktijk hebben de gemeenten de RCE ook nodig, zoals verwoord oor de Gemeente Aa en Hunze “Wij steunen op de Rijksdienst, want we hebben maar 0,5 fte”. De vraag is of de gemeenten er in de toekomst meer zelf voor komen te staan en hoe ze daar mee omgaan. Emmen maakt gebruikt van de faciliteiten bij opgaven in de wederopbouwwijken.


Gemeenten aan het woord

Zandverstuiving, Zeegse

47

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Kennis en kennis delen


Gemeenten aan het woord

De toekomst van het Drents ­erfgoed In deze laatste paragraaf van dit hoofdstuk wordt de opinie over de toekomst van het Drents erfgoed gevraagd. Hoe zien de gemeenten de actuele ontwikkelingen en kunnen deze van invloed zijn op het gemeentelijke erfgoedbeleid.

De toekomst van het Drents erfgoed

Actuele ontwikkelingen rijksbeleid Er zijn verschillende ontwikkelingen die door meerdere ­gemeenten worden genoemd. Als eerste is dat de verruiming van het vergunningsvrij bouwen. Zowel voor monumenten als archeologische vindplaatsen kan dit slecht uitpakken, projecten hoeven immers niet meer gemeld te worden. Door onwetendheid of juist moedwillig kunnen waarden verstoord worden. ­Verder is het maar afwachten in hoeverre de gemeenten hun beleid zullen aanpassen als gevolg van een terugtrekkende overheid en voortgaande bezuinigingen op erfgoed en ­landschap. Anderzijds dienen nieuwe opgaven zich aan zoals in Emmen de nominatie van drie naoorlogse wijken voor aanwijzing als wijken van nationaal belang voor de Wederopbouwperiode.

Ontwikkelingen gemeentelijk en provinciaal beleid Al met al zijn de trends in gemeentelijk en provinciaal beleid niet positief voor het erfgoed te noemen. Gemeenten spreken over de bezuinigingen die (zullen) leiden tot minder onderhoud of het sluiten van voorzieningen. Ook wordt de krimp genoemd, die kan leiden tot leegstand. De herbestemmingsopgave zal in de toekomst toenemen en zal in samenhang met het zoeken naar meer duurzaamheid moeten worden opgelost. De gemeente Tynaarlo spreekt over de ambities op het gebied van erfgoed. Erfgoed wordt altijd ten dienste van iets anders gezien, maar door de crisis zijn er weinig nieuwe projecten, waardoor ook op deze manier aandacht krijgen voor erfgoed steeds lastiger is geworden. Gemeente De Wolden ziet juist kansen voor het erfgoed, bijvoorbeeld in de gebiedsmarketing van Drenthe en De Wolden.

Impact rijks- en provinciaal beleid Ook bij deze vraag wordt de verruiming van het vergunningsvrij bouwen, de bezuinigingen, verduurzaming en de terugtrekkende overheid genoemd door de gemeenten. Gemeente Noordenveld ziet hierin een direct gevaar voor de instandhouding van ­Veenhuizen. De gemeente vreest dat het commitment van het Rijk met Veenhuizen zal afnemen. Ook noemt Noordenveld de

48

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

tekortschietende subsidies voor molens en kerken. Hierdoor kunnen deze soorten erfgoed serieus bedreigd worden. Al met al vrezen de gemeenten ervoor dat ze meer taken in minder tijd en met minder geld moeten zien te vervullen.

Kansen en bedreigingen Vaak genoemde kans is het vergroten van het draagvlak voor cultuurhistorie. Door het economisch nut van erfgoed beter te kwantificeren, kan het een vanzelfsprekend onderdeel worden van het toeristische pakket. Dit versterkt de positie van cultuurhistorie wanneer er politieke keuzes gemaakt moeten worden. Een andere kans ligt op het gebied van samenwerking. Door burgers en de gemeenten met elkaar te laten samenwerken kan het erfgoed beter gewaardeerd worden en kan worden voor­ komen dat het verloren gaat. Hiervoor is wel een toenemend besef nodig dat het erfgoed van iedereen is. Als bedreiging voor het erfgoed worden met name de bezuinigingen genoemd.

Agrarische sector en erfgoed Mogelijkheden voor de agrarische sector en het erfgoed liggen op het gebied van een verdere samenwerking. Momenteel is de erfgoedsector al in gesprek met het LTO en wordt samen­ gewerkt aan een archeologisch convenant. Gemeente Tynaarlo geeft aan dat kennisuitwisseling belangrijk kan zijn vanwege de sterke verbondenheid die agrariërs met hun land hebben. Vaak zijn ze geïnteresseerd in de geschiedenis van hun land. De gemeente Westerveld werkt momenteel al samen met verschillende boermarken, dit kan een voorbeeld zijn voor andere gemeenten.

Erfgoedveld over 10 jaar Al met al kijken de meeste gemeenten positief naar de komende tien jaar. De gemeente Noordenveld gaat er van uit dat Veenhuizen dan op de werelderfgoedlijst staat. Daarnaast kan er dan een groter maatschappelijk draagvlak bestaan en een groter bewustzijn over de economische waarde van ­erfgoed. Erfgoed is een belangrijke vestigingsfactor en een ­cruciale drager voor het erfgoedtoerisme. Zowel de gemeente Tynaarlo als Westerveld ziet de rol van de burger steeds groter


Gemeenten aan het woord

worden. De gemeenten zullen steeds meer op afstand functioneren, waardoor inwoners meer actief bezig zullen zijn met hun erfgoed en omgeving. Hierbij zal altijd samenwerking met de gemeente en met experts nodig blijven.

49

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

De toekomst van het Drents erfgoed


Musea aan het woord

Stedelijk Museum Coevorden

50

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Toonzalen (z)onder dak Musea aan het woord

51

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Musea aan het woord

Dit hoofdstuk is gebaseerd op enquêtes ingevuld door: Dorpsmuseum De Kluis Eext DKE DM Drents Museum DE Drukkerijmuseum Meppel GV Gevangenismuseum HC Hunebedcentrum HK Herinneringskamp Westerbork Harmonium museum HM KA Keramisch museum Meringa museum MM N Nabershof NS Noordelijk Scheepvaartmuseum OB Oudheidkamer Beilen Scheepstra Kabinet, Stichting De Oude SK Scheepstraschool S Smalspoormuseum SMC Stedelijk Museum Coevorden

De hiernaast genoemde museale instellingen hebben een ­vragenlijst teruggestuurd. Het Hunebedcentrum, Herinneringskamp Westerbork en het Gevangenismuseum vulden geen vragenlijst in Wel was er een gesprek op 17 februari 2015 met de directeuren van deze instellingen. Een kort ­verslag van dit gesprek is onderaan dit stuk opgenomen. Helaas was directeur Douwe Huizing van het Drents Archief door ziekte verhinderd aan dit gesprek deel te nemen. ­Algemeen bekend is de enorme kwaliteitssprong in kennis­deling en publieks­ bereik en -educatie die het Drents Archief de afgelopen jaren heeft gemaakt. Het Drents Archief is ­partner in verschillende projecten, waaronder de website en app annodrenthe.nu (i.s.m. Milieufederatie, Drentse Landschap en Drentse Aa) en het Verhaal van Drenthe, dat momenteel in samenwerking met de provincie Drenthe wordt opgesteld. Het Verhaal van Drenthe heeft grote raakvlakken met het ‘interpretative narrative’ waarover in de inleiding en aanbe­velingen van dit rapport wordt geschreven.

Drents Erfgoed in museale collecties Op vele plekken in Drenthe wordt Drents erfgoed getoond en beleefbaar gemaakt. Vaak is er een vaste opstelling, die aan­ gevuld wordt met wisselende thematentoonstellingen. Drenthe lijkt uit te blinken in het ‘in situ’ beleefbaar maken van erfgoed. Dat kan buiten en interactief zijn, in het landschap, zoals bij het Hunebedcentrum, het Herinneringskamp Westerbork en het Gevangenismuseum, maar ook binnen zoals in het 18e-eeuwse Ontvangershuis van het Drents Museum, de oude Scheepstra­ school in Roden, het Smalspoormuseum, Meringa Museum en boerderij Nabershof. Dit nabij brengen van de historische ervaring is een sterke troef om het publiek daadwerkelijk te raken via erfgoed. Erfgoed wordt niet alleen in zijn materiële gedaante getoond, maar ook immaterieel; zo programmeerde het Drents Museum onlangs de keuze van Daniel Lohues (2014) en staat een tentoonstelling over Harry Muskee / Cuby + Blizzards voor 2016 op het programma. Het verhaal van Drenthe komt ook via de vroegere industrieën van Drenthe tot het publiek. Zo toont het Keramisch Museum de keramische productie van de

52

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

­ ardewerkfabriek Royal Goedewaagen in Nieuw Buinen en laat a het Drukkerijmuseum in Meppel deze belangrijke industrietak zien.

Groei en krimp van bezoekersaantallen Musea die over menskracht, verbeeldingskracht en budgetten beschikken om continu te innoveren in hun programmering en presentatie groeien in bezoekersaantallen. Het Drents Museum is de absolute koploper met 230.589 bezoekers in 2013. Herinneringskamp Westerbork is een goede tweede met 133.000 bezoekers in dat jaar, het Gevangenismuseum staat op plaats drie met 112.000 bezoekers. Dan is er is een middenmoot met het Drukkerijmuseum Meppel (41.000 bezoekers), het Noordelijk Scheepvaartmuseum (26.000) en Smalspoormuseum (8.000). Kleinere lokale musea zoals De Kluis in Eext (gevestigd in een oude diepvrieskluis) en Nabershof trokken 1200 bezoekers, maar bereiken via het educatieve programma voor groep 5/6 heel gericht veel kinderen. Juist de mix van lokaal en nationaal gerichte musea maakt het palet gevarieerd. Toch is de indruk dat er door samen­ werking met andere instellingen winst behaald kan worden. Nabershof is hier in het kader van het Geopark actief mee bezig. Hier zou een kans kunnen liggen voor bijvoorbeeld het Keramisch Museum (4500 bezoekers), en het Scheepstrakabinet (1700), omdat hun unieke verhaal in een groter verhaal van de Drentse ontwikkelingsgeschiedenis past. Dit geldt ook voor het Smalspoormuseum, dat met zijn ruim tachtig locomotieven, tientallen wagons, een historische turfstrooiselfabriek en remise (beide rijksmonument), kilometers veldspoor, en duizenden objecten het verhaal van de vervening in Zuidoost Drenthe ­vertelt. Een opvallende stijging vertoont het Stedelijk Museum Coevorden, dat sinds medio 2013 geprivatiseerd is en sterk gemoderniseerd. In 2013 trok het 4983 bezoekers, terwijl er voor de nieuwe opstelling al jaren sprake was van krimp.


Musea aan het woord

Topstukken Om een indruk te geven van de topstukken die de musea in hun vragenlijsten hebben ingevuld volgt hieronder een impressie.

Drents Museum: Kano van Pesse. Medio augustus 1955 werd bij Pesse, ongeveer 4 km ten noorden van Hoogeveen, bij de aanleg van de A28 op een diepte van 2 tot 2,5 meter een horizontaal liggende boomstam gevonden. Met enige moeite lukte het een van de werkmannen om de boomstam naar boven te halen en op een kar te deponeren. Door toeval bleef de boomstam, de oudste boot ter wereld, bewaard en vormt nu een van de pronkstukken van het Drents Museum. De 3 meter lange en 45 cm brede kano is gemaakt van de stam van een grove den. Al vrij snel na de ontdekking kon de ouderdom van de boomstam bij benadering worden vastgesteld. Meer zekerheid over de datering kwam een aantal weken later. Omgerekend in kalenderjaren weten we nu dat de boot ergens tussen 8040 en 7510 jaar voor Chr. moet zijn vervaardigd. Noordelijk Scheepvaartmuseum: een rolpaal uit Kloosterveen, waarlangs het touw werd geleid bij het jagen van schepen die door het water werden getrokken. Scheepstrakabinet: het boek van Ot en Sien en de leesplank. Houten schooltassen en oude schoolplaten.

Drukkerijmuseum Meppel

Stedelijk Museum Coevorden: De twee avondmaalsbekers van Mijndert van der Thijnen, koster en schoolmeester die in het rampjaar 1672 een cruciale rol speelde bij het ontzet van de stad Coevorden. Drents Museum: het meisje van Yde. De twee arbeiders die op een warme meidag in 1897 vlakbij het Drentse dorp Yde veen baggerden, schrokken zich een ongeluk toen ze een ‘volledig menschengeraamte’ vonden. Het veenlijk van Yde – waarvan we nu weten dat het om een meisje gaat – vormt een van de topstukken van het Drents Museum. Ze is niet veel ouder

53

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

geworden dan 16 jaar en is op gewelddadige wijze aan haar eind gekomen. Het wollen bandje, waarmee ze is gewurgd, zit nog om haar hals. Boven haar linker sleutelbeen is nog de wond van een messteek te zien. Ze is waarschijnlijk als offer aan de goden in het veen neergelegd. Onderzoek heeft ­uitgewezen dat het meisje van Yde oorspronkelijk blond haar had. Opvallend is verder de kromming in haar wervelkolom, een afwijking die bekend staat als scoliose. Bij het meisje zijn resten gevonden van een grote, geweven mantel. Deze mantel is nu bijna egaal bruin, maar was oorspronkelijk oranje met kleurige banen. Het meisje van Yde leefde waarschijnlijk in de eerste eeuw na Chr. In 1993 is een gezichtsreconstructie van haar gemaakt. Oudheidkamer Beilen: schilderijen en aquarellen van Van Drielst (‘de Drentse Hobbema’), Hijken (1809); Roessingh ­(zandverstuiving en terugkeer van de markt); Stengelin (Molen op de Scheid – Hooghalen) en Dozy (Stefanuskerk Beilen 1918) Drents Museum: Vincent van Gogh (1883), De Turfschuit: Op 11 september 18883 reisde Van Gogh vanuit Den Haag naar Hoogeveen. In Drenthe hoopte hij een nieuwe stap te zetten in zijn kunstenaarschap: hij zou voor het eerst met olieverf gaan schilderen. Begin oktober 1883 reisde Van Gogh met een trekschuit naar het ontginningsdorp Veenoord. Aan zijn broer Theo schreef hij: ‘Overal stapels turf en telkens vaart men schuiten met turf of lisch uit de moerassen voorbij’. Enkele weken later stuurde hij Theo een brief met twee schetsen, waarvan een met de voorstelling van De turfschuit. Op het schilderij zien we een schippersechtpaar dat bezig is een aangemeerde boot te laden. De voorovergebogen vrouw stapelt de turven op een schuit. Op de wal komt de schipper met de volgende kruiwagen de loopplank op. In de verte tekenen de silhouetten van twee turfhopen zich af tegen de lucht. Een plaggenkeet wordt rechts door de rand van het doek afgesneden. Drents Museum: Max Liebermann (1847-1935), Studie voor Het grote Bleekveld in Zweeloo: Max Liebermann werkte tussen 1872 en 1914 bijna elke zomer in Nederland. Hij noemde ons


Musea aan het woord

Kano van Pesse, Drents Museum

land zijn ‘artistieke vaderland’. In kleine vissersdorpjes en ­plattelandsdorpen vond hij de motieven die hem inspireerden. Hij raakte bevriend met veel Nederlandse kunstenaars, zoals de stichter van de Haagse School Jozef Israëls, die hem adviseerde een paar maanden naar Drenthe te gaan. Drenthe was in die tijd een heel dunbevolkt gebied met grote stukken ongerepte natuur en kleine boerendorpen: een schildersparadijs. In 1882 schilderde Liebermann witte lakens die in de zon te bleken lagen in een boomgaard in Zweeloo. Het zou een van zijn bekendste werken worden, dat zich nu bevindt in het Wallraf-­ Richartz museum in Keulen. Het schilderij in het Drents Museum is de studie voor het definitieve werk in Keulen. Voor Vincent van Gogh was Het grote Bleekveld de reden om ook in Zweeloo te gaan schilderen, in dezelfde boomgaard.

Verlanglijstje We hebben de musea gevraagd naar hun verlanglijstje: welke stukken zouden zij graag nog verwerven en toevoegen aan hun collectie? En welke tentoonstellingen met en over Drents Erfgoed willen zij graag maken?

Meisje van Yde, Drents Museum

Drents Museum: een keuze uit de Drentse stukken van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden; Drentse schilderijen van Vincent van Gogh; een keuze uit de Drentse stukken van het Openluchtmuseum te Arnhem; diverse prijsbekers en helmen van zilver; Dutch TT; kerkelijk kunstbezit. Noordelijk Scheepvaartmuseum: enkele objecten uit het Drents museum als bruikleen. Oudheidkamer Beilen: de goudschat van Beilen, die in1955 werd gevonden en bestaat uit 400 onderdelen, waaronder een armband, halsringen en 22 Romeinse gouden munten. De vondst is nu in het Drents Museum in Assen te bezichtigen. Scheepstrakabinet: een documentaire over Hindericus Scheepstra zou een grote wens zijn. Momenteel is een ­expositie in de maak over het onderwijzersdriemanschap: Scheepstra,

Vincent van Gogh (1883), De Turfschuit, Drents Museum

54

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Ligthart en Jetses. (in samenwerking met het Nationaal ­Onderwijsmuseum te Dordrecht, de Jetsesstichting en het Ligthart­genootschap). Smalspoormuseum: transportmiddelen uit Drenthe Stedelijk Museum Coevorden: het schilderij de bestorming van Coevorden in 1672 van Pieter Wouwerman, dat in het bezit is van het Rijksmuseum in Amsterdam. Dromen voor tentoonstellingen: Drents Museum: schatvondsten uit Drenthe met het accent op muntvondsten. Keramiekmuseum Goedewaagen: expositie en publicatie over de nieuwste productie van de aardewerkfabriek Royal Goedewaagen. Stedelijk Museum Coevorden: expositie over het Strafrecht in Coevorden

Immaterieel erfgoed (verhalen en tradities) Drents Erfgoed is meer dan gebouwen, vondsten en museale collecties: het bevat ook de landschappen van Drenthe en uiteraard de verhalen, rituelen en tradities die soms doorlopen tot op de dag van vandaag. Denk aan de Zuidlaardermarkt of de Etstoel in Anloo. We vroegen de musea of en zo ja hoe zij aandacht besteden aan de overdracht van dit zogenaamde immateriële erfgoed. Drents Museum: het Grootste Poppenhuis van Nederland ­vertelt het verhaal over de 18de-eeuwse Drentse geschiedenis op de authentieke plek. Bij de inrichting zijn de oude Drentse families betrokken geweest. Ze hebben hun verhalen over de geschiedenis van Drenthe gedeeld, objecten toegevoegd aan het poppenhuis en sommige families hebben financieel ­bijgedragen. Bij openingen en presentaties wordt de vereniging Oud Oranje betrokken, die in kleding uit de tijd een bijdrage levert aan diverse presentaties.


Musea aan het woord

Oudheidkamer Beilen: er worden verhalen voorgelezen in de streektaal, geschreven door onze overleden plaatsgenoot Roel Reijntjes.

Ook zijn er lezingen, symposia, boekpresentaties, kinder­ activiteiten (bijv. Oktobermaand Kindermaand, Opa & Oma-­ dagen)

Het Smalspoormuseum besteedt aandacht aan verhalen van veenarbeiders.

Het Keramiekmuseum Goedewaagen verzorgt rondleidingen in museum en fabrieksateliers; het museum verzorgt daarnaast schilderworkshops en organiseert symposia; tevens is een reeks lesprojecten ontwikkeld met daaraan gerelateerde lesbrieven.

Het Stedelijk Museum Coevorden organiseerde in 2013 een tentoonstelling over de Ganzenmarkt in Coevorden, met ­bijbehorend Ganzendiner en een workshop Gans bereiden.

Educatie Avondmaalsbekers van Mijndert van der Thijnen

Gouden oorijzers

Kopie helm van Rabenhaupt

Drentse musea doen veel aan educatie, voor scholieren maar ook volwassenen. De meeste musea doen dit niet alleen, maar maken dankbaar gebruik van vrijwilligers, zoals de samenwerking van boerderij Nabershof in Emmen met het Erfgoednetwerk Emmen (zie onder). Het Dorpsmuseum de Kluis in Eext draait een project voor groep 5 en 6 van de basisschool: ‘Op stap met Geessie en Geert’. Dit is een ­educatief programma waarvoor de basis is gelegd door het Drents Plateau. Het is op maat gemaakt voor de scholen in, globaal genomen, de gemeente Aa en Hunze. “Op stap met Geessie en Geert” speelt zich zowel op school als in het museum af. Het verhaal vormt de rode draad in dit project. In vier voorbereidingslessen maken leerlingen kennis met hun leeftijdsgenootjes uit 1910 en daarna is er een bezoek aan museum de Kluis. Hoogtepunt van het museumbezoek is het activiteitencircuit. Leerlingen zien en gebruiken voorwerpen die in het verhaal voorkomen. Zo gaan de leerlingen, klompen schuren, luiers wassen, bonen sorteren, hoepelen, steltlopen, sokken stoppen en schoonschrijven met griffel en lei. Vrijwilligers van de historische vereniging Eext helpen hierbij. Dit aspect van ‘re-enactment’ (zelf het jaar 1910 ervaren) is zeer succesvol en kan een voorbeeld zijn voor andere musea. Het Drents Museum heeft verschillende rondleidingen: Drentse Toppers, familierondleidingen, arrangementen bij Het Grootste Poppenhuis van Nederland, een historische ontmoeting met…

Diverse archeologische vondsten, Stedelijk museum Coevorden

55

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Nabershof: sinds enkele jaren worden basisschoolleerlingen ontvangen op de Nabershof om van daaruit naar het langgraf te gaan, samenwerkingsproject met het ErfgoedNetwerk Emmen. Het Scheepstrakabinet ontvangt vele groepen en basisscholen. Zij zoeken contact met PABO’s. Het Stedelijk Museum Coevorden organiseert kinderworkshops en geeft kinderen een verhalenboek mee met drie verhalen over historische figuren uit de geschiedenis van Coevorden. Aan de hand van hun verhaal, puzzels en raadsels worden ­kinderen op een leuke manier door de presentatie heen geleid. Ook heeft dit museum het ArcheoLAB, waarin kinderen samen met hun ouders het verhaal ontdekken achter één van de archeologische objecten uit het museum.

Digitalisering In programma’s als MuseainDrenthe.nl, MuseumPlus, AdLibLite (intern) en DiMCoN van de Rijksdienst voor het ­Cultureel Erfgoed houden musea hun collecties bij. Via Partage­Plus kunnen internationale musea de database van de belangrijkste objecten (ruim 2.000) uit de Art Nouveau en Art Deco periode van het Drents Museum bekijken en bruik­lenen aanvragen.

Bedreigingen Als grootste bedreigingen zien musea de volgende zaken: –  het al dan niet hebben van mensen die er tijd en energie in willen steken (DKE)


Musea aan het woord

Noordelijk Scheepvaartmuseum

–  het algemeen gebrek aan interesse voor geschiedenis. De collectie Drents Erfgoed trekt op zichzelf geen aandacht; slechts in context geplaatst komt er een groot publiek op af. Deze constatering in combinatie met een kwantitatief target voor bezoekersaantallen is een bedreiging. Evenals het gebrek aan een doorlopend budget voor restauratie en “diepte” o ­ nderhoud. (DM) –  de twee Drentse archeologen zijn bijna aan de pensioen­ gerechtigde leeftijd. Ze hebben samen 80 jaar erfgoedervaring. Er is geen mogelijkheid (financieel) om een conservator in ­opleiding de komende 3 jaar hiernaast te zetten om informatieen kennisoverdracht te organiseren. Dit betekent een gevaar voor de toekomst van het Drents Erfgoed. (DM) –  doorontwikkelen van Nabershof tot expeditiepoort: een ­centrum voor erfgoededucatie, met als hoofdaccent het ‘boeren door de eeuwen heen’.Dreiging: expeditiepoort gaat niet door. –  de bedreigingen zijn vooral dat de gemeente zijn jaarlijkse subsidie stopzet. Dit is helaas al bij veel verenigingen en ­stichtingen in de gemeente gebeurd. Dan is het onmogelijk om het museum verder te exploiteren. De kansen liggen bij het vinden van veel grote sponsoren die een museum jaarlijks substantieel willen steunen. Dan zijn we wat minder afhankelijk van de gemeente. Het Drents Erfgoed in ons museum is eigendom van de gemeente, dus wat dat betreft is het voortbestaan gewaarborgd (SMC).

Onderscheidendheid Dorpsmuseum De Kluis Eext: bij ons is het een thuiskomen in een nog herkenbare verleden tijd. Keramisch museum

Drents Museum: internationale uitstraling en een préséance in heel Europa. Het is een samenwerkingspartner voor inter­ nationale collega’s en toonaangevend in innovatie op tentoonstellingen gebied. De tentoonstellingsmakelaardij is uniek voor Nederland. Het Drents Museum beheert, onderhoudt en ontsluit de grootste collectie Drents Erfgoed.

56

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Drukkerijmuseum Meppel: we zijn een ‘levend museum’ d.w.z. vrijwilligers laten oude ambachten zien en oude machines draaien: zetten, drukken, boekbinden enz. Harmoniummuseum: we zijn uniek op de wereld. Keramiekmuseum: specifieke thematische kennis en activiteiten voor keramiek en glas. Oudheidkamer Beilen: een brede collectie in een beperkte ruimte. Scheepstrakabinet: kleinschalig, slechts één klaslokaal in een monument, dat de naam draagt van Hindericus Scheepstra; persoonlijke aandacht voor de bezoeker en we vertellen vele verhalen en horen ook weer verhalen van de bezoekers. Smalspoormuseum: wij zijn het enige smalspoormuseum in Noord Nederland en het enige museum in Nederland dat de geschiedenis van de winning en productie van turfstrooisel laat zien; een product dat heden ten dage nog steeds bij de Welkoop wordt verkocht. Aan de brandturf, die iedereen wel kent, ­besteden we in tegenstelling tot de vele veenmusea, nauwelijks aandacht. Stedelijk Museum Coevorden: Coevorden is de enige vestingstad met een kasteel in Drenthe. De vaste tentoonstelling gaat voornamelijk over de geschiedenis van de vestingstad Coevorden en het kasteel.

Hoeveel van het Drentse erfgoed bevindt zich in depot? Dorpsmuseum De Kluis Eext: 20% Drents Museum: 94%, in de vaste opstellingen Archeologie en in het Ontvangershuis staan objecten Drents erfgoed opgesteld. De overige objecten bevinden zich in het depot of in bruikleen bij collega instellingen.


Musea aan het woord

Drukkerijmuseum Meppel: circa 5%

Drukkerijmuseum Meppel: samenwerking in het werven van sponsorgelden.

Smalspoormuseum: 3 kubieke meter Stedelijk Museum Coevorden: ¾ van het Drents Erfgoed ligt in het depot.

Over welk Drents Erfgoed buiten uw museum, bent u zelf enthousiast?

Harmonium museum

Meringa museum

– ‘Het Cuby + Blizzard Museum te Grolloo; hoe een klein ­initiatief over een grote Drent tot een unieke presentatie kan leiden.’ – ‘De charme van de georganiseerde veelheid, enthousiasme en laagdrempeligheid van Meringa (­ landbouwmuseum Zandpol).’ – ‘Landschap, gebouwen, schriftelijke bronnen in het Drents Archief’’ – ‘Veenhuizen’ – ‘De archeologische vondsten in het Drents Museum en natuurlijk de veenlijken.’ – ‘Het Veenpark, geeft goed beeld van werken/leven/­ ontwikkelingen in het veengebied.’ – ‘Het Huus van de Taol als promotor van de Drentse taal’ – ‘De Havezate Mensinge, de Landskeuken, Speelgoed­ museum Kinderwereld, De Catharina Kerk en het ­Scheepstra Kabinet. Veenhuizen en Cultuurcentrum K38, de bibliotheek.

Kansen voor samenwerking Drents Museum: samenwerken kan alleen als beide instellingen er iets aan hebben. Er is behoefte aan een vrije keuze om tot samenwerken te komen. Samenwerken is een middel om doelstellingen voor beide partijen te bereiken. Het is belangrijk om de verschillende samenwerkingsvormen in kaart te brengen alvorens er richting aan te willen geven.

57

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Keramiekmuseum: er kan niet genoeg PR worden gemaakt buiten Drenthe en daartoe zijn bijvoorbeeld ladder-advertenties in de grote landelijke dagbladen een goed vehikel. Voor de ­kleinere Drents musea, waartoe wij ook behoren, is dat een stap te ver (vrijwel het gehele, provinciale cultuurbudget gaat immers naar het Drents Museum.) Scheepstrakabinet: samen een entreebewijs voor de diverse musea; samenwerking met horeca enz; een dagkaart of een meerdaagse aanbieding.

De toekomst van het Drents Erfgoed Drents Museum: in zijn algemeenheid geldt dat mensen ­significant gelukkiger zijn als ze participeren in cultuur en ­daardoor hun eigen leefomgeving beter gaan begrijpen. Een kennis­making met lokaal en regionaal erfgoed kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Om deze kennismaking succesvol te laten verlopen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: 1.  de beleving van ‘het echte’ is vele malen effectiever als wordt gewerkt met authentieke objecten, 2.  voor een effectieve overdracht van kennis over het erfgoed zijn didactische vaardigheden vereist, 3.  producten op het gebied van erfgoededucatie moeten ­aansluiten bij de interesse, het (denk)niveau en de leerstijl van de doelgroep (en in het geval van het onderwijs bij: kerndoelen, leerlijnen en -methoden), 4.  producten moeten de verwachtingen van de doelgroep ­tenminste waarmaken, maar nog liever overtreffen. Kortom, het gaat niet om kwantiteit, maar om kwaliteit! We zien vele kansen en mogelijkheden en zijn als Drents Museum bezig met de invulling van de programmering in 2017. Dat is ver ­vooruit en brengt een risico met zich mee; het is onbekend hoe de wereld er dan uitziet. Met kansen op toerisme, vestigings­


Musea aan het woord

klimaat en aantrekkende economie zien wij de toekomst met vertrouwen tegemoet. Drenthe is de bakermat van de Nederlandse cultuur; de vroegste objecten en oudste vondsten ter wereld komen hier vandaan. Een belemmering kan zijn dat de trots hierop vanuit de Drenten niet wordt uitgedragen. Nabershof: het laten zien van de eenvoud van het Drents erfgoed in alle geledingen zou benadrukt mogen worden, maar is misschien niet echt spectaculair in de ogen van iedereen. Leer de Drent trots te zijn op zijn afkomst/provincie, begin daarmee met de jeugd, maar betrek ouderen daar actief bij.

Nabershof

Oudheidkamer Beilen

Over tien jaar … Drents Museum: over tien jaar heeft het Drents Museum zijn positie in Nederland geconsolideerd. De bezoekersaantallen zullen dan nog rond de 150.000 gemiddeld per jaar zijn. Alleen een uitzonderlijke tentoonstelling kan voor een incidentele groei zorgen. De samenwerking zal met name met buitenlandse collega­-instellingen geïntensiveerd zijn, waardoor de programmering ook een duidelijk internationaal karakter zal hebben. De collectie zal niet explosief gegroeid zijn. Nadruk zal liggen op kwaliteitsverhoging en –verbetering. Het is lastig om in te schatten hoe het er over 10 jaar voor kan staan. Dit is afhankelijk van meerdere zaken zoals de normen van de provincie waaraan als museum voldaan moet worden, de smaakmakende tentoonstellingen en de samenwerkingsverbanden die we wellicht zullen (moeten) aangaan. Ten aanzien van de collectie: over 10 jaar zal dankzij de technische voorzieningen en de goede zorgen van het personeel de staat van de collectie gewaarborgd zijn. Er zullen aanwinsten bijgekomen zijn en ook objecten ontzameld zijn die de collectie verrijkt hebben. De digitale registratie en afbeeldingen zijn verder gevorderd en een groter deel van de collectie zal online te vinden zijn. Herinneringskamp: Hoe gaan we om met de betekenis van Westerbork. De maatschappij verandert, door de digitale ­middelen, het opnieuw opkomend antisemitisme. Welke rol moeten/willen we erin spelen. We werken aan een gelaagde

58

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

beleving van de boswachterij Hooghalen, waarin het herinneringskamp één van de lagen is, naast de telescopen, de sporen in het bos, hunebedden en karresporen. Het gebied wordt door alle betrokkenen gezien als een waardevol gebied vanuit één visie. Deelnemers zijn Staatsbosbeheer, gemeente Midden-­ Drenthe, Astron, Waterschap e.a. Lastig is het vergunningen­ traject. Daar zou meer hulp welkom zijn. Er wordt gedroomd van een integrale gebiedsvisie, waarbij bestuurders met lef nodig zijn, die keuzes maken. Nu is er strijd met uitvoerders, boswachters, bewakers. Hunebedcentrum: We willen dat het publiek zich de hune­ bedden toe-eigent, door de magische kant ervan, de rituelen te versterken. Wij gaan over de verhalen, en ervaren daar een spanningsveld met de wetenschappelijke benadering van de provincie. Je moet de fictie durven toelaten. Gevangenismuseum: Als je door de eeuwen heen kijkt, dan reageert de samenleving altijd op negatief gedrag in. Deels ­vanuit een constante maatschappelijke veroordeling (moord), deels tijdgebonden. Bijvoorbeeld de NVSH in de jaren zestig, die propageerde kinderen bij seksualiteit te betrekken. Dat is nu taboe. De samenleving is dus steeds onderhevig aan een wisselend normatief raamwerk over straf, verlichting en her­ opvoeding. Dat zou een droom zijn: een project over de cultuur van omgaan met normafwijkend gedrag door de eeuwen heen. (NB Museum het Dolhuys in Haarlem over de geschiedenis van de psychiatrie kan hier inspiratie voor zijn). Daarnaast zijn er nog twee aspecten belangrijk. Het voyeurisme: het betreden van een verboden wereld, de spanning van de boeven die er opgesloten zitten. En het noorden als wingewest, waar de Randstad paupers, joden en vuilnis naar toe stuurde. En wat het noorden aan rijkdommen had; de turf, de houtvoorraden; dat ging naar de Randstad.


Musea aan het woord

Hoe binden we volgende generaties aan het Drents Erfgoed?

Scheepstra Kabinet, Stichting De Oude Scheepstraschool

Drents Museum: Door events te organiseren voor families met kinderen in een laagdrempelige omgeving. –  Het binden van volgende generaties aan het Drents erfgoed is geen kwestie van ‘meer’ -educatie (zie 41), maar van: –  Het familievriendelijk maken van musea, zodat kinderen al op een zo jong mogelijke leeftijd op een prettige manier kennismaken met kunst, cultuur & geschiedenis. –  Het overtreffen van de verwachtingen / verrassen van de doelgroep. –  Het verbinden van lokaal, regionaal, nationaal en inter­ nationaal erfgoed. –  Het zorgen voor kwalitatief goede producten. –  Het actualiseren van het erfgoed, d.w.z. verbindingen ­leggen tussen cultuur van toen met cultuur van nu, ­hedendaagse verschijnselen verklaren aan de hand van het ­verleden, inspelen op herkenbare emoties, enz. Dorpsmuseum De Kluis Eext

Nabershof: Basis leggen bij basisonderwijs en vervolg­ onderwijs. Ouders betrekken bij activiteiten, zodat gericht geoogst kan worden (in vrijwilligers) als er tijd komt als de ­kinderen uit huis zijn en na pensionering/minder werken. Oudheidkamer Beilen: Daar zouden we in het verband van musea­-in-Drenthe best eens een studiemiddag aan kunnen w ­ ijden!

Smalspoormuseum

59

Stedelijk Museum Coevorden: Vooral door de kinderen op de basisscholen en middelbare scholen educatieve lessen en workshops aan te bieden. Dit doen we samen met de bibliotheek, het toeristisch informatiepunt TIP en de historische ­vereniging. Wij zitten met 4 gebruikers in het Arsenaal en ­werken daardoor veel samen.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Musea aan het woord

Instellingen van provinciaal belang – the big five Er zijn in Drenthe vijf musea van provinciaal belang: het Drents Museum, de Buitenplaats, Herinneringskamp Westerbork, het Hunebedcentrum, het Gevangenismuseum. Met de directeuren van de drie laatstgenoemde instellingen is een gesprek gevoerd op 17 februari 2015. Daaruit komt naar voren dat er een wat moeizame verhouding met de provincie is gegroeid de laatste paar jaar. Dit heeft te maken met de Cultuurnota 2013-2016, waarin o.a. de subsidiëring is veranderd, en waarmee via gerichte projectaanvragen financiële ondersteuning mogelijk is. Dat is wennen maar wordt op zich begrepen en geaccepteerd. Echter de werkwijze hiermee levert wrijving op. Hierover zijn provincie en genoemde instellingen met elkaar in gesprek. –  Er is behoefte aan een duidelijker definitie van het begrip ‘provinciaal belang.’ Wat is een museum van provinciaal belang, en wat wordt er over en weer verwacht? –  In Friesland zijn coördinatoren aangesteld die regie voeren op de Europese regionale fondsen. Dat zou ook in Drenthe ­fantastisch zijn. –  Er wordt verlangd naar hulp bij vergunningentrajecten. Overal in het land bestaan voorbeelden van gemeenten of ­provincies die werken met een contactpersoon (of ‘loods’), die het centrale aanspreekpunt is voor bijvoorbeeld vergunningen. Zo was de Verkadefabriek in Zaandam ooit blij verrast om te ontdekken dat de gemeente de ontwikkeling hielp aanjagen, in plaats van op te houden. –  Wat archeologie betreft, kunnen tentoonstellingen en edu­ catieve projecten fictie gebruiken als waardevolle toevoeging om mensen sterk met erfgoed te verbinden. –  Marketing Drenthe is met het aantreden van Jan Albert ­Westenbrink erg verbeterd, de organisatie staat niet meer met Drents Museum

60

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

de rug naar Drenthe toe. Nu is de kans om het merk Drenthe meer inhoud te geven. –  In de provinciale adviescommissie moet een erfgoed-lid ­toegevoegd worden zodat de voorstellen niet louter vanuit de kunst-hoek worden gewogen. – Positief ervaren is het recreatie-expert team (dat voor ­campings bestond) ook bij het Hunebedcentrum langs is geweest. Het aanbod voor een coach voor 40 uur is dankbaar aangenomen, het wordt gebruikt om de winkel te upgraden.


Musea aan het woord

Drents Museum

61

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Culturele instellingen aan het woord

Centrum Beeldende Kunst Drenthe, Marjolijn Mandersloot

62

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Culturele instellingen aan het woord Kijken, lezen, spelen en verwonderen

63

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Culturele instellingen aan het woord

Drents erfgoed BD Biblionet Drenthe CBK Centrum Beeldende Kunst Drenthe MCB Museum Collectie Brands (deze instelling heeft per abuis van de provincie de niet-museale lijst gekregen, de antwoorden zijn dermate relevant dat ze in dit hoofdstuk zijn gehandhaafd) R Roodpaleis –

= niet ingevuld

Onderscheidend erfgoed – Hunebedden, veen (BD) – Stads- en dorpsgezichten, de variatie aan landschappen en natuurgebieden (CBK) – Nationale landschappen en niet-urbane overig landschap met rurale nederzettingen en infra, zoals esdorpen ­landschappen en de diverse (veen)koloniën. Landschapskarakteris­tieken, die aanleiding en inspiratiebron zijn voor veel ­kunstenaars (CBK) – Een cultureel verschil tussen Noord- en Zuid-Drenthe. Het gaat om een uniek gebied met zijn unieke cultuur en natuur. Met name uit de invloed van de natuur en de ­aan­wezigheid van de Hondsrug als hoger gelegen natuurlijk verbindingselement en het natuurlijke erfgoed in combinatie met de aanwezige unieke objecten (MCB) Immaterieel erfgoed – Drentse taal, literatuur en geschiedenis; foto’s, kranten, enz. (BD) – Het verhaal van Drenthe (MCB) – Mondelinge overlevering van verhalen / oral history (R) Volksfeesten en traditionele gebeurtenissen – Verhalen over het veen, witte wieven, Ellert & Brammert, ­Veenhuizen, Cuby & the Blizzards, het meisje van Yde, e.d. (BD) – Zuidlaarder en Rodermarkt, Ganzenmarkt, Corso Eelde en TT. De Etstoel, openluchtspel Diever; Carbid schieten, ­kniepertjes bakken, Ellert en Brammert, geschiedenis ­ Vervening en Koloniën van Weldadigheid (CBK) – Het belichten van de gebruiken in algemene zin. De ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling tot nu (naar een moderne maatschappij) (MCB) – Alle persoonlijke verhalen van de oudste generatie zijn ­belangrijk. Ze geven een geheel eigen perspectief op het ­verleden (R)

64

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Marketing Drenthe – Kan beter gebundeld worden, zoals concept van Drenthe.nl en pauperparadijs (BD) – Erfgoed speelt geen expliciete rol in de marketing en dat is wel een gemiste kans – mits met mate gebracht en het niet een “oubollig karakter” neerzet (CBK) – De vraag belangrijk waaraan denkt de toerist denkt als hij/zij aan Drenthe denkt. Vooral natuurschoon en de ­fietspaden. En enkele grote bezienswaardigheden. Maar Drenthe is in onze optiek meer. (MCB) Onderbelicht erfgoed – Muziekhistorie (BD) – De kleine unieke musea (MCB) Smaakmakers van het Drentse erfgoed – Drents Archief en voorheen Drents Plateau: erg jammer dat zij verdwenen zijn (BD) – Drents Museum, Asser Historische vereniging (CBK) – Betsy Torenbos (R) Organisaties die (volgens de geënquêteerden) ook belangrijk zijn voor het Drents Erfgoed: – Drents archief: richt zich meer op publiek, staat open voor ­vernieuwende (digitale) vormen van dienstverlening en Huus van de Taol: idem (BD) – Drents Museum, timmert aan de weg, internationaal ­opererend (CBK) Inspiratie van buiten Drenthe – De Waag; zie hun site, Zeeland: Zeeuwse Ankers (BD)


Culturele instellingen aan het woord

Biblionet Drenthe

Cultureel centrum De Kolk, Assen

65

Centrum Beeldende Kunst Drenthe, Ronald van der Meijs

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Centrum Beeldende Kunst Drenthe


Culturele instellingen aan het woord

Museum Collectie Brands

66

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Culturele instellingen aan het woord

De culturele instellingen Biblionet Drenthe (BD) Doel: het verhaal van Drenthe, verbindingen tussen landschap, historische personen en gebeurtenissen. Doelgroep: iedereen, er is sprake van krimp. BD is deel van het landelijk bibliotheek bestel en afhankelijk van subsidies. Totaal bezit 920.00 banden, waaronder Drenthecollectie: duizenden Drentse boeken, ­tijdschriftmaterialen en artikelen. De Collectie is sinds enkele jaren bij het Drents archief ondergebracht. In het verleden werd er voor gezorgd dat van alle specifieke Drentse materialen die aangeschaft werden tenminste één exemplaar voor de Drenthe­ collectie behouden blijft. Of het Drenst archief dat beleid nu ook nog heeft is niet bekend. BD richt zich op lezen, leren, informatie, cultuur en ontmoeting: bibliotheekwerk. Tamelijk verbonden aan erfgoed: een laagdrempelige publieksinstelling die een (bescheiden) rol kan spelen in de beschikbaarstelling. Dat gebeurt bijvoorbeeld met lezingen in de bibliotheken. Toekomst: dat is aan het Drents archief. Er bestaan ambities om erfgoed (Drentse taal- en letterkunde) digitaal te ontsluiten en van ­context te voorzien. Centrum Beeldende Kunst Drenthe (CBK) Het CBK vertelt de geschiedenis van de Kunst in de Openbare Ruimte. Drenthe is het aandachtgebied. Het aanwezige erfgoed is de basis waarop verder wordt gebouwd, Drents erfgoed is belangrijk bij KOR. Doelgroep: 50+ en scholieren (groei). Het CBK is deel van een landelijke organisatie en afhankelijk van subsidies. Er zijn 5,7 vaste medewerkers, 25 vrijwilligers. De collectie bestaat (per 9-12-2014) uit: 4254 werken waarvan 2364 in eigendom. Hiertoe behoren werken van A. Hafkenscheid, Berend O. Groen, Jan van Loon en vele andere kunstenaars afkomstig uit en/of werkend in Drenthe. Alles is beschikbaar voor uitleen. De eigen collectie is in website van het CBK ­Drenthe digitaal ontsloten. Er wordt gewerkt aan digitale opslag en borging van de gegevens van de collectie kunst in de openbare ruimte in Drenthe. Voor de collectie van de kunstuitleen wordt onderdak gezocht buiten het CBK Drenthe. Het CBK organiseert tentoonstellingen over hedendaagse kunst,

67

­ lsmede educatieve projecten en activiteiten met andere parta ners, het samenstellen van routes en ontwikkelingsprojecten “kunst in de Openbare Ruimte, Kunstuitleen”. Museum Collectie Brands (MCB) Het MCB vertelt over Drenthe tijdens de 18e, 19e en 20e eeuw, aan de hand van objecten en vooral boeken uit de collectie van Jan Brands. Het gaat om duizenden objecten, voor ongeveer de helft Drents erfgoed (de collectie is voor de helft te zien). De doelgroep is vooral jeugd en 50-80, totaal 5500 bezoekers per jaar. Bij MCB werken 45 vrijwilligers en geen betaalde krachten. Tot voor kort was MCB afhankelijk van subsidies en bijdragen van particulieren. De Collectie Brands voelt zich verbonden met Drenthe en vooral Zuidoost Drenthe. Roodpaleis (R) Roodpaleis kwam in 2009 voort uit Be-Wonder, een stichting die in 2002 werd opgericht. Het is een kleine, flexibele productiekern rondom theatermaker, choreograaf, danser en filmer Betsy Torenbos. Torenbos is hart en ziel van Roodpaleis. Zij produceert multidisciplinaire kunstprojecten, altijd vanuit sociale betrokkenheid. Drama, dans, live muziek, installaties, multimedia versmelten tot één geheel. De performances staan nooit op zichzelf. Ze vinden hun oorsprong in de mondelinge overlevering van de verhalen van ouderen ook wel oral history genoemd. Torenbos: ‘Zijn oude mensen oud? Ik beweer het tegendeel! Hun lichaam is oud, ja, dat klopt, maar hun ziel heeft me door de jaren heen keer op keer verbaasd. Persoonlijke ­kennis, nieuwe inzichten en humor hebben ze om door te geven aan jongere generaties! Doel van de producties van Roodpaleis is om startend vanuit de geschiedenis, vanuit het persoonlijke en herkenbare levensverhaal andermans vaak bewogen ver­ leden tot de eigen, actuele ervaring van de toeschouwer te maken. Centrale thematiek in de producties is het onderzoek naar universeel geldende taboes die in een lokale en particuliere setting aan scherpte en zeggingskracht winnen. Doelstelling is om de levensverhalen van de ouderen juist voor jongeren weer actueel te maken, om ze te verdiepen. Roodpaleis betrekt ­jongeren actief bij het verzamelen van materiaal voor projecten,

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

door jongeren zelf interviews (vastgelegd op film) te laten ­houden met ouderen uit de eigen omgeving. De ouderen en de professionele crew gaan vervolgens met deze persoonlijke ­verhalen aan de slag. Roodpaleis trekt 2500 bezoekers per jaar, afhankelijk van subsidies. De doelgroep: 10-100 jaar. Deskundigen bij de culturele instellingen – Betsy Torenbos, Homme Wedman (R) Initiatieven van de culturele instellingen – Taal en verhalen voor zover vastgelegd in boeken, ­tijdschriften e.d. (BD) – Speciale onderdelen van de boekencollectie belichten D ­ renthe (MCB) – Samenwerking met bv Huus vd taol / Jan Fabricius zijn toneeltekst – UNNER IEN DAK / Onder een dak (2014) (R) Hoe binden wij generaties aan het erfgoed? – Scholing, erfgoededucatie in de vorm van projecten, waarin de bibliotheek ook een rol kan spelen zie Hoogeveen, plan H en erfgoedcanons in het basisonderwijs (BD) – Door duidelijk te maken wat de waardevolle karakteristieken van Drenthe betekenen voor het (dagelijks) welbevinden van bewoners en bezoekers (CBK) – Door de unieke elementen van Drenthe te belichten en verder te verdiepen. Maar ook behoud speelt daarin een rol. (MCB) – Via verhalen, interviews en educatieve trajecten (R) Successen – Gedetailleerde ontsluiting van Drentse boeken, tijdschriften e.d., websites rondom erfgoedcanons, zoals in Noordenveld (BD) – De totale collectie in samenhang met de aanwezige o ­ bjecten (MCB) – In Hoogeveen: Anno Drenthe (2002), in Assen: Memento en Memento Edu (2009, 2010), De ruimte tussen ons (2011), De Bouwvakkers en het meisje (2011), Opening De Nieuwe Kolk (2012), De oude man en de Ifee, Onder een dak (2014), In Ter Apel: Vergeet mie nait (2013) (R)


Culturele instellingen aan het woord

Roodpaleis

68

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Culturele instellingen aan het woord

Erfgoed en toerisme/recreatie – Bruikbare elementen: Documenten uit erfgoedcollecties: boeken, tijdschriften, foto’s, filmpjes, enz. (BD), kunst in de openbare ruimte (CBK), natuurlijke rijkdom, de unieke objecten en de b ­ oekencollectie (MCB). Als huisgezelschap van De Nieuwe Kolk (DNK) is het belangrijk naast vermaak ook meer inhoudelijke stukken aan te bieden. Dit maakt Assen en DNK aantrekke­lijker… (R) – Doelgroepen toerisme: in cultuur geïnteresseerde toeristen (BD), natuur- en cultuurliefhebbers die musea bezoeken, of (al dan niet geleid via fiets- wandel- of andere routes) kunst in de openbare ruimte gelegen in steden, dorpen en landschappen (CBK).

Culturele instellingen en samenwerking Belangrijke partners – Gemeenten, provincie en erfgoedorganisatie als Drents archief, historische verenigingen (BD) – Partners uit het culturele hart van Assen (CBK) – Organisaties in Zuidoost Drenthe (MCB) – Drents archief, De Nieuwe Kolk Assen, De Bibliotheek Assen, Warenhuis Vanderveen, Huus vd Taol, Drents Archief… (R) Urgentie voor verdere samenwerking – Om digitale erfgoedcanons en andere vormen van digitale dienstverlening te realiseren (BD) – Algehele samenwerking(promotie en PR) met behoud van eigen collectie en karakter. Ik zie kansen bij een gezamenlijke regionale ontwikkeling (MCB) – Coproduceren bij projecten (R)

Centrum Beeldende Kunst Drenthe

69

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Trends en ontwikkelingen Digitalisering en internet – Digitale toegankelijkheid is reeds bereikt (BD) of er wordt aan gewerkt (CBK), – Het fysieke deel van de collectie krimpt, het digitale domein groeit (BD) Kansen en bedreigingen – Digitaal kan ‘alles’ aan elkaar geknoopt worden. Dus samenwerking met erfgoedpartners zou i.c.m. het publieke karakter van de openbare bibliotheken tot mooie dingen moeten kunnen leiden. Bedreiging: bezuinigingen (BD) – Samenwerking met andere culturele instellingen Drents Archief om collectie zichtbaar en toegankelijk te maken. Borging gegevens collectie kunst in de openbare ruimte in museale databank die beheerd wordt door Drents Archief. Bedreiging: continuïteit van de organisatie, door onzekerheid over de financiële mogelijkheden (CBK) – Bedreigingen: een terugtredende overheid vooral in de vorm van het niet meer verstrekken van bijdragen en het gebrek aan financiële middelen. Bovendien: de kleine unieke musea krijgen te weinig aandacht. Aandacht is te veel gericht op de grote collecties. Kans: de uniekheid van de collectie biedt kansen voor verbreding (MCB) – Er zijn grote kansen op het gebied van immaterieel erfgoed, mede door de toenemende vergrijzing. Belemmeringen – bezuinigingen op kunst en cultuur (R) Immaterieel erfgoed – Verbinding leggen tussen verschillende disciplines, bijv. Geopark. Ook over de (Duitse) grenzen heen. Het gaat (ook) om het verhaal en het in een context plaatsen. Denk ook aan Pauper-paradijs (BD) – Verhalen vastleggen van oudere generaties en dit tot ritueel maken (R)


Mystery guests

Gasopslag Langelo

70

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Mystery guests

Impressie mystery guests: tweedaagse ontdekkingstocht door Drenthe

‘Wacht, ik zoek even op waar dit hunebed / het museum / de gasopslag ligt. Oh, er is weer geen bereik.’ ‘Welkom op de Drentse Hooglanden’. Serieus? Bij veel projecten staan informatieborden van allerlei verschillende partijen. Dit komt merkwaardig over, alsof verschillende partijen het niet eens konden worden of niet hebben overlegd en dus maar allemaal zelf een bord hebben neergezet. Waarom niet één merk voor al het erfgoed in Drenthe met een duidelijk herkenbare huisstijl.

Poort Holtingerveld en hunebedden D53 en D54 ‘Wat een hoop gedoe zeg’, is het eerste wat we denken als we het recent ingericht entreeterrein tot Holtingerveld zien. Bij de entree worden we overdonderd door heel veel schanskorven,

71

en we zien ook nog continentaal en halverharde slingerpaadjes. De vormgeving van het entreeterrein vinden we hier niet passen, de vormgeving en de functie lijken ons meer iets voor in een stad. Het wordt niet duidelijk wat het is, wat is hier nou eigenlijk te zien? En voor wie is dit nou bedoeld? Is het voor bewoners, is het voor groepen? Gaat hier ooit iemand in het gras zitten? Waarom is dit grote hoogteverschil hier? En was dat er al, of is dat aangelegd? Het gebied laat niets van de kwaliteiten zien van het landschap dat erachter ligt. Het wordt ook niet direct duidelijk waar die ­landingsbaan die hier ooit was precies lag. Minder kunstwerken graag: we zien bewerkte keien, een houten bok (denken we), een beeld van eens schroef en dan ook nog een houten spaarpot in de vorm van een schaap. Het is alle­ maal nogal veel, en het wordt ook niet duidelijk wat al die kunstwerken nou betekenen. Behalve de spaarpot, dat is glashelder.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Het entreegebied probeert ook wel heel veel functies en tijdslagen aan elkaar te koppelen: hunebedden, een schaapskooi, een landschap, een verdwenen vliegveld en dan zit er ook nog een kas met vlinders naast. Hunebedden en vlinders zijn een merkwaardige combinatie. De schaapskooi is erg leuk, en heel mooi dat je naar binnen kan kijken en dat je over het erf kunt lopen. De routing is fijn; het pad leidt je vanaf de schaapskooi rustig en helder richting de hunebedden. Het is een mooie afwisselende route: soms hei, soms bos, soms zich, soms niet. We komen mooi van bovenaf aan, goed zicht op landschap en hunebedden. In het hele gebied staan wel erg veel verschillende soorten borden, er is geen vaste huisstijl of iets. Elk bord ziet er weer totaal anders uit. We vragen ons af van wie dit gebied is en wie het beheert?


Mystery guests

Museumdorp Orvelte Mooi! De keienverharding, de beukenhagen rond de rustige ­tuinen, de rietgedekte kappen en rieten ornamenten op de gevel, de grillige verkaveling rond de brink, de afwezigheid van auto’s. En dan kan je er ook nog lekker eten en drinken en kaas en glaswerk kopen. In tegenstelling tot Poort Holtingerveld vinden we dit heel aantrekkelijk, juist omdat het zo anders is dan wat we kennen in de Randstad. En waarom zit er hier een Apple museum?

Westerbork Pfff dit valt tegen. We bekijken eerst het museum. We kennen de beelden, maar die blijven indruk maken. De expositie heeft een goede afwisseling tussen persoonlijke verhalen en de grote schaal van de Jodenvervolging. Er staat een mooie, grote maquette van het terrein, waarop goed te zien is hoe de barakken stonden. Wel vinden we het wat raar dat er een souvenirshop is waar je kettingen met davidssterren of een traan aan een ketting kan kopen. Beetje op het randje. Met de bus gaan we naar het voormalige terrein. Het eerste wat je ziet is een voormalige officierswoning onder een glazen stolp. Het lijkt helemaal nieuw, het terrein eromheen is nog niet aangelegd. Dit maakt indruk, het straalt uit dat hier met veel zorg omgegaan wordt met de historie en lading van de plek. We lopen tussen de hekken door het terrein op en dat is compleet anders dan verwacht. We hadden barakken verwacht, maar het is alleen een groot grasveld met daarnaast gigantische schotelantennes. De inrichting komt schraal over; we kunnen niet over de paden lopen, deze zijn helemaal ondergelopen met water, we lopen door het natte gras ernaast. Het kunstwerk met rode ­stenen ziet er rommelig uit, het feit dat het op een landkaart staat voegt niets toe, velen zullen het niet zien. En zegt het ­aantal stenen nou iets over het aantal Joden in die provincie? En maakt dat eigenlijk uit? De foto’s op stokjes tussen de stenen

72

lijken er later tussen gezet om toch nog een indruk te maken. Op het gras staan af en toe schermen van steigerpijpen met grote foto’s, een vorm die we vooral kennen van reclames voor kroegen of strandtenten. Sommige van de borden zijn omge­ vallen en liggen op het gras. Het voelt raar om kritiek te hebben om zo’n beladen plek, maar het maakt geen indruk, en belangrijker, het straalt geen zorg uit. Het terrein staat zo in schril contrast met de officierswoning. We menen dit terug te zien in de reacties van de bezoekers; mensen komen binnen, lopen naar het kunstwerk met de ­om­gebogen sporen en weer terug. Mensen lopen rokend over het ­terrein, hardop lachend. Geen beladen sfeer, geen bedrukte gezichten. Het maakt geen indruk. Waarom niet op een subtiele manier de bebouwing drie­ dimensionaal zichtbaar maken, dat een bezoeker kan voelen hoe groot een gebouw was, hoe vol het hier was (of niet)? De verhogingen in het gras die nu de positie van de barakken duidelijk maken, vallen in het niet bij de schaal en indrukwekkendheid van het zenderpark. Er staan nieuwe (dat denken we) luisterpalen. Die zijn mooi rustig, van cortenstaal. We vragen ons af waarom het museum eigenlijk drie kilo­ meter verderop staat? We stappen uit de bus en horen een vrouw tegen haar man zeggen: ‘Nu moeten we zeker nog het museum in?’ Een Belgische vrouw maakt bij de entree met een selfiestick een foto van zichzelf en haar man. In de bus horen we haar ­zeggen: ‘Er zitten heel goede foto’s bij.’ Andere vrouw zegt tegen haar man: ‘nu moeten we zeker nog het museum in’

Gasopslag Langelo We zijn in de beschrijving lekker gemaakt met een uitzicht-­ piramide. We zien een heuvel en klimmen erop, vol verwachting over het industriële landschap van een gasopslag dat we zullen gaan zien. Eenmaal boven, niks te zien. Heesters zetten het

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

zicht totaal dicht, is dit de bedoeling, of is het dichtgegroeid? We dwalen wat rond, en vinden een smal pad uitgespaard tussen de bomen, op het eind hebben we zicht op een van de gebouwen van de gasopslag. Dit is wel indrukwekkend, en voelt ook een beetje als een ontdekking: ’hier voelt het wel een beetje alsof je hier niet mag zijn.’ We lopen terug naar de auto, de aanleg doet ons vooral denken aan een recreatiegebied tussen Delft en Rotterdam. Net als bij Poort Holtingerveld vragen we ons af wie dit nou gebruikt, is het voor bewoners? Of is het een hangplek? Of ligt het er vooral ongebruikt bij?

Veenbruggen Totaal niet aangeduid. We moeten driftig zoeken, leuk! Uitein­ delijk vinden we de bruggen in een bosje. Het zijn mooie lijnen in het landschap, maar ook wat verweesd: ‘ja, dit hebben we ook nog gevonden, en we dachten het dan maar te laten zien.’ Ook hier twee verschillende borden over hetzelfde onderwerp, en zelfs twee verschillende banken; is hier een soort organisatorische strijd geweest? Of een miskende historische vereniging? Jammer dat de bruggen nergens meer heen lopen en geen onderdeel zijn van een route.

Vindplaats meisje van Yde Uiteraard een indrukwekkend verhaal, maar het kunstwerk maakt geen indruk. Wat hebben die stenen met het onderwerp te maken? En die gebroken cirkel is niet te herkennen. Het hele kunstwerk komt ook een beetje over alsof iemand een hoop stenen over had en er iets mee moest. Waarom niet een mooi simpel kistje of iets, het is nogal veel en nogal druk. Ook hier is de informatie weer op een heel andere manier vormgegeven dan we in andere projecten zagen.

Taarlo Een mooie brink, met een waterplas (dobbe) die prachtig het licht weerspiegelt. De plek is in een klap te overzien: een restau-


Mystery guests

rant, verder woningen, voorzover we kunnen zien. Aan twee zijden van de brink ligt asfalt, dat is jammer, de zijde met klinkers ziet er een stuk fraaier uit.

Strubben – Kniphorstbos Prachtig. Een mooi geaccidenteerd landschap, met afwisselend heide en bos. We zien veel fietsers en wandelaars en ruiters en hondenuitlaters en dat gaat allemaal prima door elkaar. Fijn dat er geen officiële paden zijn ingericht, maar dat je door het zand loopt en je eigen pad kan kiezen. We lopen toevallig tegen twee grafheuvels aan, een heel mooie manier, niet alles hoeft aangeduid met pijlen en borden, we kunnen het ook wel zelf ontdekken. En we weten niet wat we niet hebben gezien, dus dat missen we ook niet.

Stedelijk Museum Coevorden Ik had niet gedacht geïnteresseerd te zijn in zeventiende­eeuwse oorlogspropaganda rond Coevorden – het thema van de tentoonstelling – maar het zijn prachtige tekeningen, op aantrekkelijke manier gepresenteerd. Ook de vaste tentoonstelling is heel fraai vormgegeven. Coevorden heeft het nogal te verduren gehad. Tegenover het museum is een gigantisch gebouw gebouwd, dat een bestaand gebouw praktisch opslokt. Het gebouw sluit qua schaal totaal niet aan op de overige bebouwing en vanaf de markt is het kasteeltje van Coevorden niet te zien.

Valthe

Stedelijk Museum Coevorden

‘Volgens mij zijn we er.’ ‘Hmm, ik zie eigenlijk niks, ga eens naar rechts hier.’ ‘Nou dat wordt er niet mooier op.’ ‘Alle huizen hebben hier nieuwe pannen.’ ‘En als we hier naar links gaan.’ ‘Wat een rommelig ingericht plein.’ ‘Het uitzicht op het landschap is wel ok.’ ‘Bij dit restaurant ga ik echt geen koffie drinken.’ ‘Nou, laten we maar doorrijden.’

Collectie Brands Leuk! De privé collectie van Jans Brands die zijn hele leven allerhande boeken en objecten heeft verzameld en die nu in categorieën geordend is en toegankelijk gemaakt voor publiek. Het is heel indrukwekkend dat een mens dit verzameld heeft en het wordt aantrekkelijk gepresenteerd. We krijgen van meneer Pomp, die met Brands in de klas zat, een rondleiding door diens tjokvolle huis. We zien varkensfoetussen, klokken, borduursels, boeken, gifbekers en veel servies. Elk object heeft een verhaal, en meneer Pomp lijkt ze allemaal te weten. Collectie Brands

73

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Vindplaats meisje van Yde


Intermezzo

Plaggenhut, Veenpark, Barger-Compascuum

74

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Intermezzo

Telefonisch gesprek Anja Schuring met Rob van Gijzel 6 februari 2015

Aanleiding was het optreden van Rob in het programma tegenlicht van de VPRO over de macht aan de steden (september 2014) over een andere manier om Nederland in te delen in bestuurs-regio’s. Meer uitgaande van ieders sterke kanten, allemaal even sterk en ook allemaal verschillend. Eindhoven ­bijvoorbeeld heeft bewust gekozen voor technologie en design, Groningen heeft veel medische kwaliteiten en energie, ­Wageningen landbouw en duurzaam, Twente technologie, Amsterdam, Rotterdam et cetera. Ongeveer 40 regio’s in heel Nederland. Is er niet het gevaar dat er een aantal zwakke platte­ lands­regio’s overblijven? Nee, er zíjn in dit model geen zwakke regio’s: neem nou Drenthe, dat heeft ook héél veel kwaliteit… en toen werd Rob onderbroken door de interviewer. De insteek van het telefoongesprek was; wat had je op dat moment willen zeggen. We hebben het gesprek tevens gevoerd rond de vijf G’s van marketing Drenthe: geborgenheid, geluk, gezondheid, gedrevenheid en gastvrijheid.

75

Van Gijzel: ‘Ik zou gaan voor geluk, gezondheid, groen en geschiedenis. Vooral van groen en geschiedenis, daarvan hebben jullie zo veel. Die thema’s moet je wel uitbouwen. Het is niet zo dat als je het maar vaak genoeg zegt, mensen het ook gaan geloven, dat ze dan vanzelf inhoud krijgen. Maar neem nou een thema als gezondheid. Daar hoort onthaasting bij. Jullie kunnen het de mensen gewoon aan den lijve laten ondervinden, hoeven ze alleen maar een week bij jullie in Drenthe te zijn. Zelf merkte ik dat als ik in Eindhoven uit de trein stapte, iedereen met me opliep, terwijl in Amsterdam liepen de mensen me allemaal voorbij. Of maak reclame voor je Drentse kwartiertje, maak je hoofd leeg op de heide, heb een tijdje geen bereik met je mobiel. Drenthe moet dat verder uitbouwen – focussen op de kwaliteit van leven. Je moet kracht vinden in wat je al hebt en daar zelf ook van genieten. Dan kun je het ook aan anderen laten zien. Het thema geschiedenis: Drenthe heeft zoveel geschiedenis die je nu nog kunt zien: de prehistorie, de verve-

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

ning, er zijn musea maar ook in het landschap kun je zien wat er gebeurd is. Focus op binnenlands toerisme. Maak een cluster van historie, cultuur en natuur. Maak Drenthe de place to be als het gaat om genieten en gezondheid. Tilburg afficheert zichzelf als leisure-area. Zoiets gebeurt met Drenthe veel te weinig. In allerlei overleggen waar ik in zit wordt Drenthe nooit genoemd. Drenthe moet zich daartussen vechten met zijn eigen dingen. En dan niet met zoiets nietszeggends als bijvoorbeeld “er gaat niets boven Groningen”, dat heeft geen inhoud. De marketing moet echt zijn. Zorg dat je weer verliefd wordt op je eigen ­provincie, dan kun je er iets moois van maken. Focus op de beleving van Drenthe. Haal congressen, schoolreisjes, spirituele clubs, zen naar Drenthe.’


Historische verenigingen aan het woord

Midwinterhornblazers

76

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Historische verenigingen aan het woord

77

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Historische verenigingen aan het woord

De enquête werden ingevuld door: –  Nederlandse Genealogische Vereniging, afd. Drenthe en Noordwest-Overijssel –  Historische vereniging ’t Fledder Kerspel –  Stichting Streekeigen Sleen –  Stichting Schultehuus Diever / Archeologisch Centrum west-Drenthe –  Historische Vereniging gemeente ­Zuidlaren –  Stichting Historie Anderen –  Stichting Culturele Kring Roden –  Stichting Historie Ruinerwold –  Historische Vereniging Zweeloo –  Historische Vereniging Ol Eel / Stichting Ol Eel –  Historische Vereniging Diever

Wat maakt het Drents erfgoed uniek? Afgaande op de reacties van Drentse (historische) verenigingen onderscheidt Drenthe zich met zijn erfgoed vooral door het landschap en de tradities. Het gaat over de interactie ­tussen de mens en het cultuurlandschap – dat redelijk gaaf bewaard is gebleven en met zijn kleinschaligheid, variatie en tijdsdiepte uniek is in Nederland. Uiteraard zijn er in dat cultuurlandschap dorpsgezichten en monumenten te vinden, zoals de es- en brinkdorpen, boerderijen en molens. Kerken zijn er wel, maar relatief weinig – omdat vroeger de gemeenten (kerspelen) maar één kerk hadden. Een greep uit de input van de historische verenigingen: Plekken en gebieden Essen, de Hondsrug, Celticfields, heidelandschappen, boermarken, veenkoloniën, het Drents Plateau, het noordoostelijk ruggenlandschap, Nationaal landschapspark Drentsche Aa, Fochteloërveen, Dwingelderveld, de Koloniën van Weldadigheid, Reestdal, slagenlandschap Ruinerwold, Onlanden, Drents-Friese Wold, Amsterdamsche Veld, Veenpark Bargercompascuum, Sleenerzand, Galgenberg, Landgoederengordel Eelde-Paterswolde, de es- en brinkdorpen, Orvelte, onder­ duikershutten en –holen, vliegpark Eelde. Objecten Archeologie vanaf de steentijd, hunebedden, grafheuvels, urnenvelden, pingo’s, molens, kerken, lijkenhuisjes, hallenhuis- en dwarshuisboerderijen, Saksische boerderijen met baanderdeuren, havezaten, het meisje van Yde, damberen (jenever­bessen), huishoudelijke voorwerpen en agrarisch gerief. Archief­collecties (Drents Archief), museumcollecties (Drents Museum). Immaterieel Drentse Toal, veldnamen, naoberschap, 87 boermarken, volksverhalen en legenden (Berend Botje, Ellert en Brammert, Bartje, verhalen van dr. Picard, witte wieven, Dolle Pieter van Zweel, het wonder van Rheebruggen, de Breukenbomen van Yde,

78

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

de moord op de kapelaan in Eelde, de kapper van Een, Vrouw Lebbe, De drie podagristen, Martha – ’t zwien in de hof, ­moordliederen), korenschoven (mijten), Cuby and the Blizzards (museum), schapenscheren, hanenkraaien, klootschieten, blokgooien, ‘Mijn Drenthe’ (volkslied), Törf, Drents senioren orkest, Skik/Daniël Lohues. Volksfeesten en traditionele gebeurtenissen Jaarmarkten (te herkennen aan een paard op het koor of op de toren van de kerk), palmpasen, paasbulten, notenschieten (pasen), oogstfeesten, zomerkermissen, midzomerfeest, Sint Maarten, midwinterhoornblazen, oudejaarsslepen en nieuwjaarafwinnen, carbid schieten, fietsvierdaagse, landbouwtentoonstellingen Oostermoer en Zuidenveld, schapenscheren, hanenkraaien, Zuidlaardermarkt (al 814 keer), Eelder bloemencorso, TT Assen, etstoel in Anloo, Rodermarkt (parade), ganzenmarkt Coevorden, Truckfestival Assen, perenpluk Ruinerwold, ­donderdag Meppeldag, Pulledagen in Hogeveen, Gerechten Proemenkreuze, watergruwel, wentelteefjes, droge worst, bruine bonen, kniepertjes en rollegies, nieuwjaarskoeken (slappe kniepertjes), boerenjongens en meisjes, rozienen op brandewijn (Oud en Nieuw), bloedworst, kruidenbitters, Uffelter plassies, de Zuidlaarderbol, Paterswoldse Meertjes, Eelder scheuvelwaoter, stamppot snijbonen en boerenjongens, ­krentjebrij (pasen), Drentse Keespunties. Geertje Enting uit Anderen is bezig met een boekje met Drentse recepten die ze verzamelt bij mensen uit de omgeving. Minder geslaagd erfgoed – Natuurhistorisch Museum Drouwenerzand, Drouwen ­(‘kitscherig’) – Reconstructie Waterburcht Huis ter Borch, Eelde ­(‘kitscherig’) Onderbelicht erfgoed – Essen – Es- en brinkdorpen – Bijzondere boerderijen


Historische verenigingen aan het woord

– Immaterieel erfgoed – Funerair erfgoed – Veldnamen – Authentieke Drentse dorpjes en dorpsgezichten, ­landschappen, hunebedden – Erfgoed uit de Koude Oorlog Smaakmakers van het Drentse erfgoed – De inwoners van Drenthe – De leden van verenigingen en erfgoedorganisaties – Het archeologisch centrum – De gezamenlijke stichting van historische verenigingen – Drents Museum / Drents Archief – Daniel Lohues – Huus van de Toal / Stichting Drentse Toal – Drents Museum en Hunebedcentrum – Etstoel Anloo Organisaties die (volgens de geënquêteerden) ook belangrijk zijn voor het Drents Erfgoed: – Drentse Prehistorische Vereniging, Assen – Stichting Toen en Nu Festival Roden, – Stichting Scheepstrakabinet – Historische Vereniging Roon – Stichting Mensingacomplex – Stichting tot behoud van het Hinszorgel, Roden – Stichting Veenhuizen Cultuur en Toerisme – Stichting Het Drentse Boek, Zuidwolde (volksverhalen) – Stichting Dorp vol Verhalen, Eelde Websites – www.nogv.nl/wwwDRE – www.fledderkerspel.nl – www.streekeigensleen.nl – www.archeologie-westdrenthe.nl – www.hvg.nl – www.culturelekringroden.nl – www.havezatemensinge.nl – www.historieruinerwold.nl

– www.historischeverenigingzweeloo.org – www.oleel.nl – www.gemeentediever.nl – www.annodrenthe.nu – www.hisgis.nl – www.regiocanons.nl/drenthe – www.volkscultuur.nl/nationale-inventaris 40.html – www.drentsmuseum.nl – www.drentsarchief.nl – www.annodrenthe.nu – www.encyclopediedrenthe.nl – www.museaindrenthe.nl Inspiratie van buiten Drenthe Tresoar, schatkamer van Friesland (www.tresoar.nl/Pages/ Default.aspx); dit is een samenwerking van het Fries archief, het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, alsmede de Friese historische verenigingen. Ze organiseren gezamenlijke activiteiten, zitten onder een dak. Dat is heel overzichtelijk.

Ellert en Brammert

De historische verenigingen De historische verenigingen in Drenthe zijn relatief jong – meest gesticht in de jaren tachtig, negentig of later. Ze vormen de ‘consulaten’ van het Drentse erfgoed in de dorpen. Met hulp van vrijwilligers wordt het erfgoed ontsloten, bewaard, gepresenteerd en onder de mensen gebracht. Bij Ol Eel (Eelde) zijn bijvoorbeeld 70 vrijwilligers actief in het bestuur en de vele werkgroepen die deze verenigingen telt. De verenigingen doen onderzoek, verzorgen publicaties, geven tijdschriften uit, organiseren tentoonstellingen en bijzondere manifestaties. Daarbij kan van vereniging tot vereniging de nadruk verschillen – bijvoorbeeld op familiegeschiedenis en genealogie, volksverhalen, monumenten of bepaalde historische periodes. Veel verenigingen beheren eigen collecties van oude foto’s en objecten. De meeste verenigingen ontvangen geen structurele subsidies, maar worden wel ondersteund – bijvoorbeeld met huisvesting of projectsubsidies. De verenigingen organiseren met regelmatig evenementen (lezingen), tentoonstellingen en excursies. In toenemende mate wordt de kennis via het internet toegankelijk gemaakt.

De Handsrug

Hunebed Borger

79

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Historische verenigingen aan het woord

Het beschavingsoffensief in naoorlogs Drenthe (Archief DETI, Drents Archief)

80

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Historische verenigingen aan het woord

‘We willen het verhaal vertellen van de ontwikkeling van het landschap en de bewoners vanaf de eerste bewoning.’ (Stichting Schultehuus Diever / Archeologisch Centrum west-Drenthe) De verenigingen klagen zelf over de versnippering door de veelheid aan instanties en organisaties. Een algemeen overzicht ontbreekt. De vereniging bereiken vooral ouderen (50+) en ­worden meest gerund door gepensioneerden. Hoe jongeren voor het Drents erfgoed kunnen worden gewonnen, wordt ­algemeen als een (moeilijke) opgave onderkend. Deskundigen bij de historische verenigingen Slechts enkele verengingen geven specifiek aan welke ­deskundigen zij in huis hebben: – Geert Arends, ITC en genealogie (Ol Eel) – Marchien Arends-Luinge, landgoederen (Ol Eel) – Ynze de Boer, poelen, dobben en bomen (Ol Eel) – Mies Boerema-Bruins, kleding (Ol Eel) – Trijntje Domenie-Verdenius, landgoederen (Ol Eel) – Niklaas Harms, beheer (Ol Eel) – Caroline de Jong: immaterieel erfgoed, oral history ­(Stichting Historie Anderen) – Gerrit Jan ten Pas, landgoederen en genealogie (Ol Eel) – Cathrinus Schaafsma, agrarische en historische geografie, streekgeschiedenis (Ol Eel) – Jan Albert Smid, grafmonumenten en begraafplaatsen (Ol Eel) – Age Stiksma: genealogie, veldnamen, funerair erfgoed (Stichting Historie Anderen) – Alte Trox, bioloog (Ol Eel) – Klaas Jan Westerhof, museoloog (Ol Eel) – Nico Winkel, documentaire informatie (Ol Eel) Initiatieven van de historische verenigingen – Tijdschrift voor de leden – Lezingen en tentoonstellingen – Organisatie / bijdragen Open Monumentendag – Lesbrieven voor basisscholen

81

– Opzetten/ondersteunen digitale beeldbank – Uitgave van (foto)boeken – Bijdragen aan de Kadastrale Atlas van Drenthe, – Historische boekenmarkt – Genealogische CD o.a. over de Joodse begraafplaats te Assen. (Nederlandse Genealogische Vereniging, afd. ­Drenthe en Noordwest-Overijssel) – Drents dictee (Stichting Streekeigen Sleen) – Dikke Verhalen (Historische vereniging ‘t Fledder Kerspel) – Behoud lijkenhuisjes op de begraafplaats Vledder ­(Historische vereniging ‘t Fledder Kerspel) – Jaarlijkse Vondstendag (stichting Schultehuus Diever / archeologisch centrum west-Drenthe) – Kwartetspel Anderen (Stichting Historie Anderen) – Behoud houtzagerij en timmerwerkplaats (Historische ­Vereniging Zweeloo) – Inventarisaties van boerderijen, stookhutten en bijnamen (Ol Eel) – Oprichting Klompenmuseum Eelde (Ol Eel) – Dorp vol verhalen (met QR-codes, Ol Eel) Historische verenigingen en educatie In de dorpen zijn de historische vereniging een vanzelf­ sprekende partij om bij te dragen aan educatie en historisch bewustzijn bij de scholieren. Het gaat dan bijvoorbeeld over de geschiedenis van dorpen en sterken, de familiegeschiedenis, volksverhalen en het leven in vroeger tijd. Op verschillende manieren wordt hier vorm aangegeven: met lesbrieven, gastlessen, assistentie bij schoolprojecten, klassikaal bezoek aan een tentoonstelling of museum, muziekles, Drentse taalcursussen en toneelvoorstellingen. De verenigingen zijn wisselend te spreken over erfgoededu­ catie. De klacht van sommige verenigingen is dat scholen te weinig ruimte hebben in hun volgeplande roosters. Ook wordt gesteld dat erfgoededucatie structureler zou moeten worden aangepakt in het onderwijs, vooral met het doel om nieuwe generaties aan het Drentse erfgoed te binden.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Historische verenigingen en toerisme Het erfgoedtoerisme wordt actief ondersteund door de historische verenigingen. Heel direct gebeurt dat door informatie aan te bieden via de websites en het ontwikkelen van wandel- of fietstochten: knapzakroutes, dorpsommetjes, oerwandelingen, landschapstochten en erfgoedroutes. Daarnaast zijn ook de tentoonstellingen en plaatselijke musea gericht op de toerist. In hoeverre (potentiële) toeristen de voor hen relevante informatie en kennis kunnen vinden (bijvoorbeeld via www.drenthe.nl) wordt uit de enquête niet duidelijk.

Historische verenigingen en samenwerking De historische verenigingen kennen vele vormen van (onderlinge) samenwerking en afstemming. Plaatselijk gebeurt dat ­bijvoorbeeld met de bibliotheek, waar sommige verenigingen inwonen. De samenwerking geschiedt op verschillende niveaus: Netwerk per gemeente Veel verenigingen opereren op de schaal van een dorp of een vroegere gemeente – waardoor er nu vaak meerdere historische verenigingen in dezelfde gemeente bestaan. In veel gemeenten is een platform voor overleg en samenwerking tussen (historische) verenigingen in het leven geroepen. Hier gaat het over bijvoorbeeld subsidies, gemeentelijk ruimtelijk en erfgoedbeleid, ­evenementen en publicaties. Netwerk per specialisme De historische verenigingen werken vaak samen met profes­ sionele instellingen of landelijke verenigingen op specialistische onderwerpen, zoals genealogie, archief- en collectiebeheer, zoals: – Drents Museum, Assen – Drents Archief, Assen en gemeentelijke archieven – Drentse Historische Vereniging, Assen – RUG, Groningen – Nederlands Centrum voor Volkscultuur (NCV, VIE), Utrecht – Nederlandse Genealogische Vereniging, Weesp – Huus van de Toal, Beilen


Historische verenigingen aan het woord

– Drents Landschap – IVN – Archeologisch depot in Nuis Netwerk in streek en provincie Contact op een hoger schaalniveau dan de gemeente of het vakgebied vindt (op bescheiden schaal) plaats. Hier gaat het om afstemming en uitwisseling op provinciaal niveau – bijvoorbeeld voor de culturele agenda (gebeurt -deels- al via www. drenthe.nl) of de digitale ontsluiting van (kennis over) het erfgoed. ‘We zijn te klein als dorp om bepaalde dingen te doen of op te zetten (lezingen, etc.).’ (Stichting Historie Anderen) ‘Om te overleven zullen de verenigingen meer moeten ­samenwerken. Dat zal wel gevolgen hebben voor de inzet van ­vrijwilligers’ (Historische vereniging ‘t Fledder Kerspel) Urgentie voor verdere samenwerking Voor de meeste verenigingen is het duidelijk dat er nog een wereld te winnen is op het gebied van samenwerking. Dat geldt vooral voor onderwerpen die de geografische, financiële of organisatorische reikwijdte van de afzonderlijke verenigingen overstijgen. – Meer bereiken, met minder budget (subsidies staan onder druk) – Effectieve inzet van de (beperkt beschikbare) vrijwilligers – Bundelen van krachten op het gebied van communicatie, ICT en educatie – Afstemming en uitwisseling op het gebied van cultuurtoerisme – Bundeling en stroomlijnen van informatie online (bijvoorbeeld door dezelfde applicatie (ZCBS) te gebruiken voor de beeldbanken).

Trends en ontwikkelingen ‘Veel meer inzet van middelen om de werkgelegenheid te behouden en uit te breiden. Zolang dat niet gebeurt, loopt het platteland leeg. Uiteindelijk zal de Drentse cultuur alleen te vinden zijn op websites en boeken.’ (Historische vereniging ’t Fledder Kerspel).

82

Digitalisering en internet Het internet maakt het mogelijk om kennis over het erfgoed bereikbaar te maken voor een (in potentie) wereldwijd publiek. Dat speelt bijvoorbeeld sterk bij de Genealogische Werkgroep, die de familiegeschiedenis van Drenthe via het internet ­ontsluit. De mogelijke keerzijde van het virtuele Drenthe is het afkalven van de belangstelling voor locale bijeenkomsten en activiteiten, zoals geconstateerd door de afdeling Drenthe en Noordwest Overijssel van de Nederlandse Genealogische Vereniging. Vergrijzing en ontgroening Het ledenbestand van de meeste historische verenigingen bestaat voornamelijk uit 50plussers, veel actieve vrijwilligers zijn aanzienlijk ouder. Vergrijzing en ontgroening (de trek van jongeren naar andere delen van het land) wordt door veel historische verenigen als een zorgelijk trend gesignaleerd – omdat in de toekomst het ledental mogelijk onder druk komt te staan en het moeilijk zal zijn vrijwilligers te vinden. Deze trend wordt versterkt door de toegenomen individualisering – het is de vraag of de volgende generatie gepensioneerden (de babyboomers) ervoor voelt om zich als vrijwilliger voor het erfgoed in te zetten. Relatie met gemeenten Het beschikbare geld voor erfgoed is minimaal bij gemeenten en staat onder druk. Verenigingen die in gemeentelijke panden zijn gehuisvest maken zich zorgen of zij daar kunnen blijven. Tegelijk hebben de gemeenten wel ambities met het erfgoed en doen zij in toenemende mate een beroep op de kennis en menskracht van historische verenigingen (waardenkaarten, publicaties, rondleidingen, klankbordgroepen). De verenigingen willen graag betrokken worden door gemeenten en provincies, tegelijk voelen ze zich soms overvraagd (waar het gaat om het leveren van kennis en informatie). ‘Evenwicht zoeken tussen financiering incidentele ­ ega­projecten en plaatselijke culturele activiteiten.’ m (Stichting Culturele Kring Roden)

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Immaterieel erfgoed Het levend houden van de Drentse Toal is een lastige opgave. De taal komt steeds verder onder druk te staan. Educatie – Goede voorlichting op scholen. – Privacy wetgeving (oude schoolfoto’s)

Agenda voor de toekomst – Krachtenbundeling van vrijwilligers, financiën, ontsluiting van archieven, projecten – Zoeken naar leden, vrijwilligers – Communicatie en erfgoededucatie – Ruimte voor het (lokale) erfgoed in het onderwijs creëren – Fondsenwerving en waarborgen adequate huisvesting – Doorontwikkelen ICT (slimme apps voor wandelingen, ­databanken, portals en platforms) – Meer openstelling van havezaten, borgen, landhuizen en villa’s


Historische verenigingen aan het woord

Hunebed in Borger

83

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap

Kibbelkoele

84

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap Groene partijen aan het woord

85

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap

Het beheer van het Drentse cultuurlandschap gebeurt steeds meer integraal: de belangen van natuurbehoud, landschapsontwikkeling, erfgoed, economie en bewoners worden in samenhang gezien. Zo krijgt de slogan ‘behoud door ontwikkeling’ een haast vanzelfsprekende invulling. In het cultuurlandschap komt het erfgoed van Drenthe samen: immobiel (landschap, bouwwerken), mobiel (flora en fauna) en immaterieel (verhaal van de identiteit). De verhalen van de monumenten maken de bewonersgeschiedenis tastbaar. In het landschap is het ontstaan van het gebied nog steeds afleesbaar. De volksverhalen, legendes en mythes getuigen van de eeuwenlange verbinding tussen de mens en het landschap. (G5) De kijk van organisaties die zich inzetten voor het beheer en de ontwikkeling van het cultuurlandschap sluit goed aan op die van de historische verenigingen, soms in iets andere woorden. De professionele organisaties zijn meer gericht op trends en ontwikkelingen die spelen op de langere termijn, en met de keuzen, kansen en risico’s die daar mee samenhangen. Dat maakt dat dit hoofdstuk afsluit met een flinke lijst aanbevelingen voor toekomstig erfgoedbeleid.

Dit hoofdstuk is gebaseerd op enquêtes ingevuld door: Landschapsbeheer Drenthe G1 G2 Stichting Geopark de Hondsrug G3 Nationaal Park & Nationaal Landschap Drentsche Aa (‘Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa’) IVN Drenthe G4 G5 Steunpunt Cultureel Erfgoed Libau Stichting Schaapskudde Exloo G6 G7 Stuurgroep Regionaal Landschap Drents-Friese Gresstreek (inclusief nationale parken Dwingelderveld en Drents-Friese Wold, alsmede het Holtingerveld) G8 Molenstichting Drenthe Waterschap Vechtstromen G9 Waterschap Hunze en Aa’s G10 Recreatieschap Drenthe G11

86

Wat maakt het Drents erfgoed uniek? In Drenthe wordt het beeld bepaald door hoe de mens met de natuur en de ondergrond (geologie) is omgegaan. Wij hebben het cultuurlandschap ingericht en ontlenen daar onze identiteit aan. (G1) In die zin is heel Drenthe een cultuurlandschap en heeft betekenis als erfgoed. (G5) Het Drents erfgoed is oud. Bodemschatten vertellen van ­menselijke aanwezigheid tot in de tijd van de Neanderthalers. De zichtbare herinneringen aan de prehistorie vertellen het ­verhaal van onze voorouders tot meer dan 5000 jaar terug in de tijd. De hunebedden zijn uniek in Nederland, Drenthe kent bovendien veel grafheuvels, oude offervenen, een prachtig ­middeleeuws heidelandschap, een uniek en bijzonder esdorpenlandschap en de bijzondere en goed bewaard gebleven kronkelende beken van het stroomdal van de Drentsche Aa. De archeo­logische laag ligt in Drenthe op een aantal plekken direct onder de oppervlakte. Ook dat is uniek. (G5) Het cultuurlandschap van Drenthe is niet eenvormig, maar gevarieerd. Er zijn verschillende landschapstypen, met elk hun kenmerkende ­landschapselementen. In het landschap is de archeologie prominent aanwezig ­(hunebedden, grafheuvels, veenlijken). Het ontleent er een grote tijdsdiepte aan en maakt verbindingen tussen heden, toekomst en het verre verleden op een haast terloops wijze mogelijk. De sporen in het landschap verwijzen naar de prehistorie, naar vroege occupatie, oorlogen en de boerencultuur (inclusief ­stokoude karrensporen), die op veel plaatsen doorloopt tot het heden.

Plekken, gebieden en objecten De drie nationale parken van Drenthe (het Drents-Friese Wold, Dwingelderveld en Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa) zijn de parels van het Drentse cultuurlandschap. Het Drents-Friese Wold is één van de grootste natuurgebieden van Nederland (ruim 6000 ha). Het bestaat uit stuifzand, heide, bos en grasland. Het Dwingelderveld is het grootste natte ­heidegebied van West-Europa. De Drentsche Aa is samen met

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Zuid-Limburg als enige 5-sterrenlandschap erkend door ­Stichting Natuur & Milieu (2009). Het gebied is uniek voor West-Europa: een gaaf landschap met zeer hoge natuurwaarden, waarin wordt gewoond en gewerkt.(G4) Hier ligt de historie van Drenthe en Nederland in het landschap opgeslagen als een ­cultuurhistorisch archief. Het eerste en enige archeologisch reservaat van het land is niet voor niets hier te vinden. Denk verder aan markenstenen, hunebedden, grafheuvels, boerderijen, esdorpen met brinken, heidegebieden, strubbenbosjes en ­houtwallen. Dit landschap is gevormd tijdens de ijstijden en ingevuld door de mens. 5000 jaar landbouwgeschiedenis heeft een prachtig esdorpenlandschap opgeleverd met hoge natuur­ waarden. (G4) Ander bijzonder erfgoed in Drenthe – De rivierenlandschappen van de Hunze en de Runde ­(herstel beekstelstel) – Veenkoloniën, met hun waterstructuur van kanalen, diepen, monden en wijken. – Landschappen van de Maatschappij van Weldadigheid ­(Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen). – De boermarken: fenomeen van gezamenlijk eigendom en beheer dat vrijwel overal in Nederland is verdwenen, behalve in Drenthe. Er worden zelfs nieuwe bewoners­ collectieven op dit model geënt. (G1) – De Hondsrug, essen, beekdalen, heidevelden (inclusief schaapskuddes met bijzondere rassen als de Schoone­ beker en het Drents Heideschaap). – Dorpsgezichten, brinkdorpen, esdorpen. – Houtwallen, hakhoutbosjes, oude vaarwegen, poelen, vennen, heideterreintjes, (monumentale) bomen, hunebedden, grafheuvels, offervenen, – Buitenplaatsen, molens, hunebedden, armenhuizen, ­Saksische boerderijen, gemalen, bruggen, stuwen, sluizen, wachtershuisjes. – Bargerveen, Orvelte, Strubben Kniphorst bos (archeologisch reservaat), het Hunzebos bij Exloo (ijstijden archeologie en bosaanleg), Veenpark.


Hoeders van het cultuurlandschap

‘Het landschap is de basis onder al het andere erfgoed. De beeldbepalende elementen van ons cultuurlandschap zijn als geheel, maar daarmee ook individueel ons erfgoed.’ (G1)

Immaterieel erfgoed Zelfs in het immaterieel erfgoed is de link naar het cultuur­ landschap gemakkelijk gelegd. Het levert een decor voor de volksverhalen en is soms meer – een personage. Het landschap is ook een verhalenverteller: we spreken over een leesbaar landschap. Het zou goed zijn om meer bewoners te leren hoe hun landschap te lezen. En wat nodig is om de leestekens niet te verliezen. (G1) – Het dialect – De boerencultuur en de kunstenaars die Drenthe vroeger bezochten. – De sporen van strijd (rond Coevorden met name). – De verhalen van de reuzen in relatie tot de Hunebedden; de witte wieven, de mysteries van het Reestdal, Ellert en Brammert. – Verhalen van Max Douwes, Hans Heiting, Joh. Hidding – De geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid en andere werkkampen, strafkampen, opvoedingsoorden of utopische gemeenschappen. – Het beroep van molenaar. Zaterdags zijn de meeste molens geopend en vaak in bedrijf. Volksfeesten en tradities Naoberschap, Sint Maarten, Palmpasen (Haantie op een stokkie), paasvuur, zomerfeesten (zoals in Loon), Oud en nieuw, carbid schieten, midwinterhoorn, boerhorn, bloemencorso, TT, jaarmarkten (zoals de Zuidlaarder- en Roldermarkt), Oostermoer en Zuidenveld feest, Etstoel (3e zaterdag in augustus) in Anloo, Shakespear theater, FestiValderAa (eerste weekend juli) in Schipborg, zomer­ markten (bijv. Loon), perenpluk langs de Larijweg in Meppel (waar al eeuwen lang gezamenlijk peren worden geplukt en verhandeld), natuurwerkdagen, schaapscheerdersfeesten, lammetjesdag (Exloo), op de kloeten, demonstraties schapendrijven, Drentse molendag, open monumentendag, fietsvierdaagse.

87

Gerechten Zuidlaarderbol, jodenkoeken, knieperies, rollechies, kraantjespot, kandijsuiker, anijsmelk, (droge) worst, bloedworst, ­oliebollen in augustus bij de aardappeloogst, Drents nagelhout (Nafgelholt), waggeljan, turfkoek, boekweitpannenkoeken, spekkedikken, bruine bonen, jenever, bier van Maallust, nieuwe streekproducten, foodwalks (tochten met bewoners om gerechten uit het veld te verzamelen en klaar te maken). Onderbelicht erfgoed – Het verhaal van de boeren en de boermarkes. – Het landschap en haar onderhoudsbehoefte. (G1) – Industrieel erfgoed en herbestemming. (G2) – Wederopbouwerfgoed Beeld van Drenthe (in de marketing) In grote lijnen wordt instemmend gereageerd op de manier waarop in de marketing Drenthe wordt ‘neergezet’. Enkele kanttekeningen: – Het landschap wordt teveel als vanzelfsprekend ervaren. Dit wordt versterkt door de verwarring tussen landschap en natuur. De identiteit van Drenthe (het erfgoed) bestaat uit de combinatie en de verwevenheid van (half) natuurlijke gebieden en het ingerichte cultuurlandschap. (G1) – Het erfgoed zou een prominentere rol in de marketing ­moeten krijgen. Er wordt sterk ingezet op wonen en werken; te weinig op wat je in Drenthe kunt beleven. (G2) – De campagne kan nog beter Drenthe-breed; dus geen eigen gemeentelijke acties (zie bijvoorbeeld de gezamenlijke ­folder van de drie Drentse Nationale Parken). (G3) – Beeld klopt deels, maar het lijkt alsof traditie niet goed in het huidige marketingbeeld past. (G4) – Het beeld klopt wel, maar kan beter en diverser gevuld ­worden. (G7) Smaakmakers van het Drentse erfgoed – Drie Drentse Nationale Parken: kwaliteit en een goed ­verhaal.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

– Erfgoednetwerk. – Jeneverbesgilde – Drents Museum, Geopark, hunebedcentrum, koloniehof, gevangenismuseum. – Daniel Lohues, Sis Hoek, Johan Withaar, Jannes Tigelaar, André Dekker, Ton Reuvekamp en Peter Kraan. Organisaties die (volgens de geënquêteerden) ook belangrijk zijn voor het Drents Erfgoed: – BOKD (Brede Overleggroep Kleine Dorpen, Drenthe) – Schaapskooien – Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, – Jaarmarkten – Veenpark en Veenloopcentrum, – Werkgroep boerenerven, – Stichting Oude Drentse Kerken – Erfgoednetwerk gemeente Emmen Websites www.landschapsbeheerdrenthe.nl www.drentslandschap.nl www.geoparkdehondsrug.nl www.geoparkdehondsrug.eu www.drentscheaa.nl www.libau.nl www.np-dwingelderveld.nl, www.schaapskuddeexloo.nl www.Np-drentsfriesewold.nl www.maatschappijvanweldadigheid.nl www.vechtstromen.nl www.hunzeenaas.nl www.molensindrenthe.nl www.provincialemonumentendrenthe.nl www.provincialemonumenten.nl www.kenniscentrumherbestemmingnoord.nl www.kijkeensomlaag.nl www.hunebedcentrum.nl www.hunebedden.nl www.zuidbarge.nl/oudzuidbarge


Hoeders van het cultuurlandschap

www.zuidbarge.nl/molenzeldenrust www.molensindrenthe.nl www.drentsarchief.nl www.drenthe.nl www.pauperkolonie.nl Inspiratie van buiten Drenthe – De aanpak in Gelderland: de spannende geschiedenis. (G2) – Nationaal Landschap Noordoost Twente. (G3) – Werkwijze Nationale Parken en IVN bij natuureducatie. (G4) – Gebiedscoöperatie/samenwerking zoals het Groene hart in Brabant. (G7) – Cultuurhistorische Atlas Overijssel (een CD per gemeente) (G9) – TRUST-organisaties: middels streekbeheer verbindingen leggen tussen bewoners, overheden en andere maatschappelijke organisaties ten aanzien van het erfgoed. (G1) Successen – DVD Dwars door Drenthe (G1 en G2) – Het betrekken van 2500 vrijwilligers (in 175 groepen) bij het landschapsbeheer.(G1) – Het aantal onderhouden landschapselementen.(G1) – Het behalen van de status van Europees en Global Geopark. (G2) – Cursus ambassadeurschap / gastheerschap met ondernemers. Betrekken ondernemers bij het verhaal van het landschap. Laat ze zien wat de waarde van het landschap en inrichting ervan is voor hun bedrijf. (G4) – Provinciale monumentenlijst (tot 1965); herbestemming van panden; cultuurhistorie in ruimtelijke plannen. (G5) – Herstel van het Dwingelderveld door de recente afronding van de herinrichting van de voormalige landbouwenclave Noordenveld. (G7) – Stimuleren en ondersteunen van molenrestauraties. Veel bezoekers op de molendagen. (G8) – Project Geopark Hondsrug uit faillissement Drents Plateau gered. (G11)

88

Voorbeeldorganisaties – Stichting Drents Landschap: goede communicatie, rol in relatie tot erfgoed, actief werken aan de instandhouding en doorontwikkeling van het landschap. – Landschapsbeheer Drenthe: uitstekende beheersorganisatie. – Het Hunebedcentrum, Veenpark, van Goghhuis, Stedelijk museum Coevorden, molens (De Wachter), Nabershof – De Maatschappij van Weldadigheid. – BOKD (Brede Overleggroep Kleine Dorpen): betrekt ­bevolking bij cultureel erfgoed. Deskundigen (genoemd door de organisaties) – Specialisten op gebied van beheer en onderhoud van diverse landschapstypen: soorten, zoals boerenlandvogels; heidebeheer; bos- en houtwallenbeheer; onderhoud ­(monumentale) bomen; alsmede het begeleiden van ­vrijwilligersgroepen. (G1) – Externe adviseurs, zoals Theo Spek, Wijnand van der ­Sanden, Godelieve van der Heide, Michiel Gerding, Enno Bregman, Harrie Huisman etc. (G2) – Archeologen, cultuurhistorici, architecten, bouwkundigen, landschapsdeskundigen, stedenbouwers, het merendeel heeft een wetenschappelijke opleiding. (G5) – J. Tigelaar (molendeskundige), J. Schenkel (biotoop­ specialist). (G8)

Typering van de organisaties Landschapsbeheer Drenthe Is een beheersorganisatie van het landschap, zonder eigen bezit. De organisatie is afhankelijk van overheidsbijdragen; het is een uitvoeringsorganisatie voor een kerntaak van de overheid, om waardevolle landschappen in stand te houden – een taak die op zichzelf niet economisch rendeert. Circa 15 medewerkers begeleiden ca. 2.500 vrijwilligers, die werken aan het beheer van het landschap en bescherming van specifieke soorten. De vrijwilligers worden ondersteund met gereedschap, advies, werkplannen en veiligheid.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Stichting Geopark de Hondsrug Bestaat sinds vier jaar, het Geopark is een onderdeel van een internationaal netwerk. Het Geopark wil het verhaal van het ontstaan van het Hondsruggebied vertellen: de ijstijden, de prehistorie, het veen, de sporen van strijd etc. Er wordt gezocht naar financiering om het boerenverhaal toe te voegen. Geopark is een netwerkorganisatie, die verbindingen legt met o.a. erfgoed­ organisaties, terreinbeheerders en ondernemers. De stichting ontvangt subsidies van provincie en gemeenten. Er werken twee vaste krachten en 18 vrijwilligers. De bezoekers, deelnemers aan activiteiten zijn veelal 40 plus. De uitvoering van activiteiten wordt veel gedaan door studenten van het HBO; voorts wordt een lezingenserie van de Hondsrugacademie ­aangeboden. Nationaal Park & Nationaal Landschap Drentsche Aa (‘Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa’) (G3) Bestaat 12 jaar en draagt een samenhangend verhaal over het Nationaal Landschap Drentsche Aa uit: ontstaansgeschiedenis, cultuurhistorie, landschap, natuurgebruik etc. Hierbij worden vele partijen betrokken, zoals via een bezoekersnetwerk en Drentsche Aa Gastheren & Gastvrouwen. Het gebied wordt door een à twee miljoen bezoekers per jaar bezocht, vooral 55+, gezinnen en jeugd (scholenprojecten). Er is draagvlak bij de bewoners, door het versterken van de identiteit van het landschap en de strategie van behoud door ontwikkeling. De organisatie is onderdeel van samenwerkingsverbanden van nationale parken en nationale landschappen en wordt met subsidies bekostigd. Jaarlijks is (veel) geld nodig voor beheer en onderhoud landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. IVN Drenthe (G4) Het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid is al meer dan 50 jaar oud. Deze landelijke organisatie bezit geen erfgoed maar gebruikt het wel voor cursussen. IVN verzorgt educatieve programma’s voor andere partijen, zoals Drentse Landschap, Staatsbosbeheer en BOKD. Ook wordt de communicatie en educatie voor Nationaal Park & Nationaal Landschap Drentsche Aa verzorgd.


Hoeders van het cultuurlandschap

Via scholennetwerken worden in Drenthe jaarlijks 33.000 leerlingen bereikt. IVN is deels afhankelijk van subsidies en ontvangt een budget van drie ton van de provincie. Steunpunt Cultureel Erfgoed Libau (G5) Libau bestaat al 86 jaar en werd ooit in het leven geroepen om het Groningse erfgoed te bewaren en vitaal te houden. Sinds 2012 heeft Libau een deel van de taken (en mensen) van Drents Plateau overgenomen en is de organisatie ook sterk met het Drents erfgoed verbonden. Het doel van Libau is om de ontstaans- en bewonersgeschiedenis van het Drentse landschap zichtbaar te houden/maken en uit te dragen. Libau omvat het Steunpunt Cultureel Erfgoed Drenthe. Libau houdt zich ook bezig met de ruimtelijke kwaliteit. Erfgoed wordt als basislaag ingebracht voor nieuwe planvorming. Voor het publiek bestaat er het Erfgoed & Groenloket Drenthe. Een deel van de taken, zoals het Steunpunt Cultureel Erfgoed +, wordt uitgevoerd dankzij provinciale of rijksbijdragen. De hele organisatie heeft een formatie van 20 fte (archeologen, cultuurhistorici, architecten, bouwkundigen, landschapsdeskundigen, stedenbouwers). Stichting Schaapskudde Exloo (G6) De schapen van deze kudde waren vroeger eigendom van diverse boeren uit het dorp. Vanwege de hoge exploitatielasten dreigde de kudde in 1960 te verdwijnen, waarop hij door de gemeente werd aangekocht. De kudde telt nu 200 schapen van het ras het Drentse heideschaap. Tijdens de lammertijd verdubbelt dit aantal. De schaapskudde is gehuisvest in de schaapskooi midden in het dorp Exloo. Dit betekent dat de scheper (herder) met z’n kudde altijd dwars door het dorp gaat. De stichting is afhankelijk van subsidies en heeft een herder (1 fte) in dienst, ondersteund door vrijwilligers. Stuurgroep Regionaal Landschap Drents-Friese Grensstreek (inclusief nationale parken Dwingelderveld en Drents-Friese Wold, alsmede het Holtingerveld) (G7) De stuurgroep is eind 2012 door de provincie ingesteld, als bestuursorgaan voor twee nationale parken (Dwingelderveld en Drents-Friese Wold), alsmede het Holtingerveld. De stuurgroep Zeegse

89

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap

heeft onder meer de opdracht om bij te dragen aan het behoud en het voor het voetlicht brengen van zowel natuur als cultuurhistorie in deze landschappen. De vergaderingen van de stuurgroep worden voorbereid door de projectgroep. De projectgroep krijgt op haar beurt weer input van de werkgroepen Recreatie, Communicatie & Educatie en Holtingerveld. Molenstichting Drenthe (G8) De Drentse molens (ongeveer 35 rijksmonumenten) hebben veel verschillende eigenaren, voornamelijk gemeentes en stichtingen. De Molenstichting Drenthe (anno 1974) bezit er zelf twee. Het doel van de stichting is het molenbehoud. Daarbij gaat het om restauratie en onderhoud (zonder subsidies onmogelijk), het opleiden van vrijwillige molenaars en het streven naar een goede molenbiotoop (windvang). Er is een mobiele expositie en een eigen website. Jaarlijks trekken de Drentse molens samen 25.000 bezoekers. Het is een vrijwilligersorganisatie. Waterschap Vechtstromen (G9) Als waterbeheerder van oude kunstwerken in waterlopen, voelt het waterschap zich verbonden met Drents erfgoed voor zover dat watergebonden is (oppervlaktewater en ondiep grondwater). Waterschap Hunze en Aa’s (G10) Op de waterkaart (website) is te zien hoe met het watererfgoed wordt omgegaan. Recreatieschap Drenthe (G11) Het Recreatieschap probeert Drents erfgoed onder de aandacht van recreanten en toeristen te brengen. De organisatie bestaat 30 jaar en draait op bijdragen van gemeentes. Het doel is dat meer toeristen naar Drenthe komen, zij langer blijven en meer besteden. Het recreatieschap is op provinciale schaal betrokken bij de aanleg van recreatieve en toeristische voorzieningen.

Toerisme en recreatie Drenthe is een aantrekkelijke vakantiebestemming. (G11) ­Toerisme en recreatie zijn kleinschalig, gericht op natuurbele-

90

ving, het landschap en erfgoed. Hierbij past: wandelen, fietsen, atb’en (‘all terrain bike-en’), paardrijden, kanovaren, mountainbiken, op pad gaan met een gids, museumbezoek, boeren­ camping – maar ook werkdagen in het landschap. Recreatie en toerisme bieden vaak een verdienmodel onder de herbestemming van monumenten. Die herbestemming biedt andersom kansen voor de versterking van recreatie en toerisme en de economie. Het doel moet zijn dat recreatie bijdraagt aan het duurzaam in stand houden van ons erfgoed (panden en landschappen). (G5) Er zijn veel kansen als de samenwerking op het gebied van ­promotie kan verbeteren en als de musea de ruimte en ­mogelijkheden krijgen om zich eigentijds te ontwikkelen met voldoende financiële middelen. Denk hierbij ook aan andere communicatiemiddelen, zoals apps en websites. Kansen – Speciale activiteiten en evenementen werken als een ­magneet op toeristen: fietsroutes, wandel- en fiets­ vierdaagse, de TT, kolonistendagen (Frederiksoord), ­monumentendagen, etc. – Het verhaal van de vestingstad Coevorden zou nog meer uitstraling kunnen krijgen als er een extra impuls aan het terugbrengen van het centrum in oude stijl zou worden gegeven. (G2) – De verwachting is dat het Geopark de Hondsrug meer ­toeristen zal trekken. (G2) – Het potentiële werelderfgoed van de Koloniën van Weldadigheid levert een grote impuls voor (erfgoed)toerisme.

Communicatie en educatie Communicatie en educatie – daar begint alles mee: het gaat om bewustwording van de wortels, het eigene en de kwaliteit daarvan, de bewustwording van de kwaliteit van het erfgoed en daarmee het kweken van trots op het eigene en de identiteit van de omgeving.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

– Jong beginnen door projecten en excursies op de basisscholen. (G8) – De educatie kan beter. Logische partners zijn Landschap Drenthe, vanuit het perspectief van natuur, en IVN, vanuit de ervaring met scholen. Primair doel is mensen verleiden om daadwerkelijk de handen uit de mouwen te steken en onderhoud met kennis (deskundigheid) uit te voeren. Daarnaast kan worden gewerkt aan het versterken van de toegankelijkheid van het landschap (wandelroutes e.d.) en het zichtbaar maken van de geschiedenis en de cultuurhistorische rijkdom van het landschap. (G1) – De aanpak verschilt sterk per gemeente. Te veel versnip­ pering en te weinig aandacht voor het erfgoed in de eigen omgeving. Weinig contact tussen scholen, musea en organisaties. Er moet een goed educatief pakket worden ontwikkeld, waarbij leerlingen ook op locatie dingen gaan bekijken of doen. We moeten meer gebruik maken van educatieve games. Aandacht voor erfgoed komt met de jaren; maar mensen moeten er wel op geattendeerd worden. (G2) – Educatieve programma’s: er is veel lesmateriaal op het web, gericht op inwoners en op de toerist die in dit gebied is. Wij werken nauw samen met de musea. De ambitie is om het product te verbeteren, de verhaallijn ‘Boeren’ uit te werken en meer bijzondere arrangementen te ontwikkelen (safari’s met een bijzondere beleving, kinderprogramma’s). (G2) – Er is meer aandacht nodig, maar op een nadere manier: educatieve games, die bijv. via facebook worden gedeeld. – Natuureducatie en erfgoededucatie gaan samen. Het een staat niet los van het ander. (G4) – Educatie draagt bij aan de bewustwording van je wortels, de eigenheid van het gebied waarin woont en trots op het eigen ‘land’. Die trots is een belangrijk ‘wapen’ in het behoud van de unieke Drentse kwaliteiten en het eigen erfgoed en zorgt ervoor dat ook onze jeugd de erfenis weer wil doorgeven. Trots op het verleden wordt daarmee de basis voor een trotse eigen toekomst. (G5) – Erfgoededucatie begint door kinderen met de voeten in het veen (letterlijk) te laten ervaren wat Drenthe is en met je doet. (G7)


Hoeders van het cultuurlandschap

– Wij bieden een cursus gastheerschap aan ondernemers rond de Nationale Parken. Daarin wordt natuurinformatie gegeven en ook ingegaan op het ontstaan van het landschap. De bedoeling is dat ondernemers zo in staat zijn om het ­verhaal door te vertellen aan de gasten. Het erfgoed speelt een passieve rol. Wij willen toeristen duidelijk maken dat verleden en heden met elkaar verbonden zijn en dat beide van invloed zijn op de huidige natuur en landschapswaarden. We hebben ook als doel om recreanten het gebied te laten beleven, maar wel met respect voor de aanwezige waarden. Dat betekent dat niet alles overal kan. We proberen ook tieners te bereiken, maar daarbij staat het sportieve beleven meer centraal dan de ‘kennis’ boodschap (G7) – Voorlichtingsmateriaal maken, met moderne media, ­ontsluiten via internet. (G9) – Veel schoolexcursies en deelname aan het project ‘De Molenmuis´ voor groepen 1 en 2. Voornaamste doel is om de leerlingen bewust te maken van de waarde van ons erfgoed. – Educatie is ook: eigentijdse lesmethoden, stages en ­excursies. – Door verhalen over het leven van onze voorouders op te schrijven en te vertellen en door gebruiken, tradities, streekproducten en feesten levend te houden. Door gebouwen en gebieden die iets vertellen over het leven in Drenthe vitaal te houden en te hergebruiken met respect voor authenticiteit. En door (educatieve) producten te ontwikkelen die mensen van alle leeftijden uitnodigen om op pad te gaan, kennis te maken met ons erfgoed en het verhaal dat dit vertelt. (G5) – Via de ‘interpretation methode’, lesprogramma’s en digitale media. (G11)

Trends en ontwikkelingen ‘Dit kabinet wil een ander volk, maar zal daar dan ook in moeten investeren.’ (Landschapsbeheer Drenthe)

Erfgoed (en ruimte) Erfgoed heeft beetje stoffig imago. Het is de hobby van bejaarde heren.

Samenwerking Het Drents cultuurlandschap is omvattend, uitgestrekt, gelaagd en divers. Het beheer, de ontsluiting, promotie en bewust­ wording kan alleen door verstrekkende samenwerking gestalte krijgen. Enkele voorbeelden:

91

– Voor de instandhouding van het landschap zijn veel partners verantwoordelijk: provincies, gemeenten, terreinbeheerders, terreineigenaren, NMFD (Natuur en Milieufederatie Drenthe), IVN (Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid), STAMM (adviesbureau voor de sociale sector), BOKD (Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe), samenwerkende erfgoedorganisaties, vereniging Drentse boermarken, ANV’s (agrarisch natuur- en landschapsbeheer Drenthe). (G1) – De landbouw is een belangrijke partner, om natuurdoelen en deels ook erfgoeddoelen in het agrarisch cultuurlandschap te behalen. (G1) – Het platform burgerkracht (landschapsbeheer Drenthe, STAMM, BOKD, NMFD) beoogt een middel te zijn voor en door bewoners om initiatieven te delen. – Alle vormen van samenwerking. Met overheden, ­organisaties op het gebied van erfgoed, landschap, ­ruimtelijke kwaliteit en ook met de bevolking en plaatselijke organisaties. (G5) – Voor het uitdragen van het verhaal over het Geopark: ­overheid, semi-overheid, andere organisaties, Hondsrug­ gemeenten, provincie, Marketing Drenthe, lokale toeristische informatiecentra, RUG, Stenden Hogeschool, Stichting Drents Landschap, Staatsbosbeheer, Veenpark, IVN, Het Drentsche Aa gebied, Hunebedcentrum, Van Goghhuis, Andere musea etc. (G2)

De aandacht en waardering voor erfgoed nemen toe. Behoud van het eigene en de eigen identiteit worden steeds belangrijker in een wereld van globalisatie. Dat is te merken aan bijvoorbeeld de wettelijke verplichting om cultuurhistorie

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

mee te wegen bij het bestemmingsplan en de totstandkoming van cultuurhistorische waardenkaarten. Bedreigingen – Er zijn veel ruimtelijke ontwikkelingen die de herkenbaarheid van het Drentse erfgoed te niet doen. (G5) – Grootschalige) RO-ontwikkelingen, ontwikkelingen los van de ontstaansgeschiedenis van het landschap, gebrek aan kwaliteit in ontwerp en uitvoering, initiatieven die niet bijdragen aan kwaliteiten van het Drentsche Aa-gebied. (G3) – Vermindering van de onderhoudssubsidies. (G8) – Het laten prevaleren van andere belangen boven die van het erfgoed. (G8) – Welstandvrije trend, minder ambitie om gemeentelijke monumentenlijsten op te stellen, overdracht van gemeentelijke verantwoordelijkheid naar burgers. (G5) – De financiële benutting van het erfgoed staat centraal, het erfgoed is een verdienmodel. (G5) – Het verdwijnen van de POM-status (Professionele Organisatie van Monumentenbehoud) heeft gevolgen voor de inzet van Het Drents Landschap.

De kwaliteit van het cultuurlandschap – Landschap als geheel is van grote waarde, en daar horen alle karakteristieke elementen bij. Gericht en deskundig beheer is cruciaal voor het voortbestaan (bijvoorbeeld houtwallen en andere structuren die geen economische waarde meer hebben). Als het landschap zijn karakteristieke identiteit verliest, is Drenthe Drenthe niet meer. (G1) – Vanuit ecologisch perspectief scoort Drenthe slecht (onderzoek VNC, Nederland van de kaart), omdat veel van de oude verbindende structuren verdwenen zijn of ernstig ­aangetast. Herstel is urgent en noodzakelijk om de kwaliteit van de natuur in grotere natuurgebieden te waarborgen en uitsterven te voorkomen. (G1) – Vanuit cultuurhistorisch perspectief is er de afgelopen decennia veel waardevols verloren gegaan en worden veel landschapselementen nog ernstig bedreigd. De visuele waarde voor bewoners en toeristen is nog steeds aan­


Hoeders van het cultuurlandschap

trekkelijk. Er is voldoende basiskwaliteit om te willen blijven investeren. (G1) Bescherming/conservering is marginaal. Het ontbreekt overheden en bewoners aan gevoel van urgentie, omdat het verlies van landschapskwaliteit een sluipend proces is. Monitoring van de landschapskwaliteit wordt amper gedaan, de parameters staan ter discussie. Het landelijk samenwerkingsverband heeft een meetnet agrarisch landschap ontwikkeld, waarmee het verloop van de landschapskwaliteit langjarig kan worden gevolgd. Dit meetnet zou een onderdeel moeten worden van het Provinciale meetnet. (G1) Hoe wordt vanuit het erfgoedperspectief aangekeken tegen de discussie over het herintroduceren van groot wild in het Drentse landschap? (G3) Het landschap is op sommige plaatsen goed onderhouden, op andere zwaar aangetast door bijvoorbeeld grootschalige landbouw of woningbouw/bedrijven terreinen in het buitengebied. (G7) Er komt meer aandacht vanuit de samenleving voor landschap en cultuurhistorie. Mensen gaan bewuster om met hun omgeving, dus ook met de geschiedenis ervan en ­vinden daar ook wat van. (G7)

Participatie – Er is een verschuiving gaande van burgerparticipatie naar een situatie waarin de burger zelf het initiatief neemt voor zijn (groene) omgeving. Om deze initiatieven te stimuleren en te ondersteunen zijn van de overheid middelen nodig om kennis/ educatie mogelijk te maken: overheidsparticipatie dus. (G1) – Het is een misvatting dat participatie in plaats kan komen van onderhoud door professionals, omdat een belangrijk deel van de werkzaamheden niet door vrijwilligers gedaan kan worden (machinaal heideplaggen bijvoorbeeld). Onderhoud door en met bewoners bespaart deels op de kosten van uitvoering door professionals, echter in de aanloopfase dient geïnvesteerd te worden. Een toename van bewustwording bij bewoners zal leiden tot meer eigen inzet, maar ook tot een vraag aan de overheid om bij te dragen in de kosten van onderhoud, waar zij dat zelf niet kunnen. (G1) Marketing Drenthe in de jaren zestig: gepensioneerden met een neut en een solex

92

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap

– Er is een prachtige kans om natuur en landschap met participatie weer midden in de samenleving te laten staan. Dat kan door bewoners en eigenaren het beheer en onderhoud als eigen verantwoordelijkheid te laten ervaren en deskundig uit te voeren. De Engelse Trust-gedachte is een lonkend perspectief. De bedreiging bestaat vooral uit het terugtrekken van de overheden uit zowel het door professionals laten uitvoeren van beheer en onderhoud, als het niet of onvoldoende verantwoordelijkheid voelen voor het financieren van het proces van betrekken en begeleiden van vrijwilligers/bewoners hier naartoe. (G1) – Bij het landschapsbeheer is inzet van vrijwilligers nodig en daar hoort educatie bij. Het uitdragen van het verhaal is dus naast middel ook een doel, maar dit is niet opgenomen in de SMART doelen en prestatieafspraken met de overheid. (G1) – Het proces om bewoners intensiever bij het landschap te betrekken zou optimaal door een samenwerkingsverband van verschillende maatschappelijke partners kunnen worden vormgegeven. Nog effectiever wordt het programma als landschap wordt toegevoegd aan een breder programma met combinaties van behoud cultureel erfgoed en partici­ patiesamenleving. (G1) – Voor de ‘gewone’ bewoner is er geen verschil tussen ­landschap en natuur. Beleving scoort doorgaans hoger dan de intrinsieke waarde van de natuur. Bij het verschuiven van de verantwoordelijkheid van de overheid naar bewoners ontstaat een risico dat bepaalde soorten verloren zullen gaan. (G1) – De participatiesamenleving biedt kansen, de bedreiging is dat het proces om bewoners te betrekken niet afdoende doorwerking krijgt, en/of dat de uitvoeringsplannen door bewoners vanwege het ontbreken van uitvoeringsbudget niet mogelijk zijn, wat ten koste zal gaan van de motivatie en inzet. – Over 10 jaar is het niet ondenkbaar dat er brede bewonerscollectieven of coöperaties zijn, die zich inzetten voor een leefomgeving, waar landschap en natuur deel van uitmaken, naast zorg, recreatie, economie etc. Overheden hebben

93

dan meer een faciliterende dan een sturende rol. – Wij proberen de dorpen te activeren iets te doen met het verhaal van hun omgeving. Goede voorbeelden zijn de app route in Eext over het verhaal van Van Drielst in relatie tot het dorp en het Kunstenaarscafé in Zweeloo. (G2)

uitdaging is om het erfgoed zo te presenteren dat nieuwe doelgroepen zich erin kunnen vinden – dat kan te maken hebben met een andere benadering van het erfgoed (actief, individueel, evenementen), maar ook met de wijze van communiceren: ­digitaal, met apps, via ‘ambassadeurs’, etc.

Vergrijzing en ontgroening – Vergrijzing is een kans, mensen zijn langer vitaal en zetten zich in voor de samenleving. – Als gevolg van krimp/leegstand is er een risico dat het landschap verpaupert; dit is te voorkomen wanneer bewoners gebiedsgericht gaan denken en samenwerken. (G1) – Het erfgoedaanbod sluit goed aan bij datgene wat veel ouderen interesseert. Ook veel van onze vrijwilligers komen uit deze groep. (G2) – Veel jonge enthousiaste vrijwilligers willen molenaar worden.

Beleid en ambitie overheid – In toenemende mate realiseren gemeentes zich dat de kwaliteit van de leefomgeving nauw samenhangt met het welzijn en welbevinden van de bewoners. Er zijn kansen om mensen met een uitkering of arbeidshandicap op basis van vrijwilligheid een nuttige en gezonde dagbesteding te geven in ­landschap en natuur. De financiering hiervan is echter een serieus knelpunt in relatie tot andere bezuinigingen en taken van de gemeentes. (G1) – Wel is er een bedreiging dat (landschappelijk) erfgoed ­concurrerend wordt met andere maatschappelijke doelen die bij de samenleving worden neergelegd (zorg en energie e.d.). Vanuit kennis en urgentie zal landschap en natuur dan mogelijk lager scoren. (G1) – Hoe het erfgoed er over 10 jaar bij staat, hangt sterk af van de keuzes die nu in de transitie naar de participatiesamenleving worden gemaakt. Als de overheid zich enkel terugtrekt, dan zal dit ten koste gaan van de kwaliteit van het erfgoed. (G1) – Wij zijn zeer gelukkig met een beleidsveld Drents erfgoed. Momenteel is het landschapsbeheer ondergebracht bij Natuur (provincie) of Groen (gemeentes), terwijl wij in feite evenveel met het sociale domein van doen hebben. Inte­ gratie of goede verbindingen van de beleidsvelden erfgoed, groen en het sociale domein is noodzakelijk. (G1) – Ook is het van belang dat er in dit verband goed wordt samengewerkt tussen de provincie en de gemeentes. Er is behoefte aan een gezamenlijk overheidsbeleid en financiering, in de vorm van een langjarige stabiele finan­ ciering die past bij de doelstelling en opdracht. Met een ­stabiele financiering voor een taak is het ook eenvoudiger duurzame verbindingen en samenwerkingsverbanden met andere organisaties aan te gaan. (G1)

Economie – De groei van de vrijetijdseconomie is een doorgaand proces waar het gebied economisch voordeel van moet zien te k ­ rijgen. (G2) – Jaarlijks zo’n 1.100 fte aan werkgelegenheid in het ­Drentsche Aa gebied. (G3) – Kringlooplandbouw biedt perspectieven. Digitalisering en ICT – Annodrenthe.nu moet worden doorontwikkeld en gebruiksvriendelijker worden. (G2) Doelgroepen Zonder gerichte communicatie en educatie laten nieuwe doelgroepen en nieuwe generaties zich niet vangen. Opvallend is dat een deel van het erfgoed heel aantrekkelijk is voor jongeren en andere dan de traditionele doelgroepen (50+), bijvoorbeeld landschapsbeheer, actief cultuurtoerisme of een opleiding tot vrijwillig molenaar. Landschapsbeheer Drenthe heeft 2.500 vrijwilligers. Voor een ander deel van de organisatie op het gebied van erfgoed is het veel moeilijker om vrijwilligers te vinden. De

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap

– Bij provinciale overheid en vooral bij gemeenten is het belang van erfgoedbehoud vaak maar matig aanwezig. (G8)

Agenda voor de toekomst – Het meetnet agrarisch landschap zou een onderdeel ­moeten worden van het Provinciale meetnet, teneinde de kwaliteit van het landschap over langere periode te kunnen monitoren. (G1) – Het zou een goede zaak zijn landschappelijke doelen en objecten wettelijk te beschermen en daarbij ook de rol en financiering van landschappelijke organisaties te verankeren. Er is behoefte aan consistent provinciaal en gemeentelijk beleid en middelen, waar het gaat om achtereenvolgens ons (groene) erfgoed, uitvoeringsbudgetten en het betrekken en faciliteren van bewoners. (G1) Ten aanzien van de financiering zouden provincie en gemeentes voor stabiele en afdoende middelen moeten zorgen, waarbij naast doel­ realisatie bij de uitvoering van onderhoud ook het faciliteren van bewonersnetwerken mogelijk blijft. (G1) – Het zou mooi zijn als de unieke en kwetsbare cultuurlandschappen de status ‘provinciaal beschermd gebied’ zouden krijgen. (G5) – Landschapsbeheer: educatie, voorlichting en het ontsluiten van het landschap (wandelroutes, ommetjes) opnemen als prestatiedoelen. (G1) – Beheer van erfgoed en landschap biedt werkgelegenheid voor mensen met verminderde kansen op de arbeidsmarkt. Probeer hier maximaal op in te zetten. (G1) – De campagne van Marketing Drenthe kan nog beter ­Drenthe-breed; dus geen eigen gemeentelijke acties. (G3) – Ten aanzien van recreatie en toerisme: gezamenlijke ambitie formuleren en elkaar versterken in plaats van beconcurreren. – Er is behoefte aan een groot bewustwordings- en educatieprogramma, gecombineerd met werkdagen in de natuur; gericht op wat ons landschap nu eigenlijk is en welke zorg het nodig heeft. (G1) – Er is een integrale provinciale en gemeentelijke landschapsvisie nodig, naast de natuurvisie (die landschap benoemt

94

vanuit het perspectief van natuur/ecologie en niet vanuit cultuurhistorie). Vanuit zo’n erfgoed- en landschapsvisie zou een programma met bewoners kunnen en moeten worden ontwikkeld. (G1) – Ontwikkel (verder aan) een gebied overstijgende, gebiedsgerichte aanpak en een aanpak van onderop. Zoek naar intergemeentelijke en regionale samenwerking, waarbij een landschap of een thema centraal staat. Samenwerking tussen historische verenigingen hoort hier ook bij, om regionale thema’s te kunnen belichten. – Overheden zullen minder moeten denken in projecten en meer in het faciliteren van een proces. (G1) – Investeer als overheid in de aanloop naar professionalisering van bewonersgroepen t.b.v. landschapsbeheer. (G1) – Investeer in kennisoverdracht en het nog zoeken naar de verbinding met burgers en publiek. Het inzetten van ­stimulerings- en beschermingsmaatregelen is een kans en andersom is het een bedreiging wanneer deze, om welke reden dan ook, verdwijnen. – Bedreiging: bezuinigingen, bijvoorbeeld op het onderhoud van panden.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Hoeders van het cultuurlandschap

Tolhuis in Dickninge, bij de Wijk

95

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De Berkenhof

Meta Kroon (links) en Jacqueline Smit van De Berkenhof 

96

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De Berkenhof

De Berkenhof, een innovatief woon­concept in de gemeente De Wolden

Mini-verzorgingshuizen op de menselijke maat Maandag 17 februari 2014 bracht minister Blok een werk­ bezoek aan woonzorgcentrum De Berkenhof in Kerkenveld. De minister liet zich informeren over het woonzorgconcept door de initiatiefnemers en eigenaresses Meta Kroon en Jacqueline Smit, allebei afkomstig uit de reguliere verzorgingshuiszorg. In Kerkenveld kochten zij met hun echtgenoten een voormalig café, in Ansen voormalige basisschool ’t Veurlaanden. Het viertal bouwde de panden om tot woonzorghuizen waar ouderen omringd door zorg, maar met behoud van de regie over het eigen leven, kunnen wonen. Daarnaast kunnen cliënten uit de omgeving hier hun dagbesteding vinden. Woonzorgcenrum de Berkenhof biedt persoonlijke aandacht, kleinschaligheid,

97

huiselijkheid, zorg op maat, een vast klein team van professionele medewerkers, behoud van eigen identiteit, gerichte dagbesteding en een comfortabele leefruimte in een prachtige omgeving. Voor Drenthe snijdt het mes aan drie kanten: kleinschalige ­voorzieningen voor ouderen in het dorp, zorg op de menselijke maat en met behoud van eigen identiteit en herbestemming van leegstaand karakteristiek vastgoed. Een schoolvoorbeeld van ondernemerschap nieuwe stijl, het koppelen van individuele en maatschappelijke belangen, met gebruik van de budgetten die vrijkomen bij deregulering – een casus waar de erfgoedsector van zou kunnen leren.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Drentse tradities en gerechten

Bruine bonen met spek

Bloedworst met aardappelen

Kruudmoes

98

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Boerenkoolsoep


Drentse tradities en gerechten

Wetergruwel

Knieperties

Boerenkoolsoep

David-eet-lekker

Kruud-Kraomer (Drentse kruidenbitter

Tweibak

99

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Drentse tradities en gerechten

Zuidlaarder Zomerfeest

100

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Drentse tradities en gerechten

Zuidlaarder Zomerfeest

101

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Drentse tradities en gerechten

Classic cars Ruinerwold, Oldtimerdag

Schaapscheerdersfeest Exloo

11 november, Sint Maarten

CH De Wolden, paardenfeesten

Oostermoerfeest

SIVO-Odoorn

102

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Drentse tradities en gerechten

Brinkavonden Ruinen

Havendagen

103

Perenverkoop Ruinerwold

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Boerderijenfietstocht


Archeologie in Drenthe: een impressie

Middeleeuwse karrensporen in het Balloërveld in de gemeente Aa en Hunze 

104

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Marc Kocken

Archeologie in Drenthe: een impressie

105

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Archeologie in Drenthe: een impressie

Deze tekst is gebaseerd op de resultaten van de geretourneerde gemeentelijke vragenlijsten en gesprekken met Michiel Huisman, Alexandra Mars, Marjo Montforts en Wijnand van der Sanden. Wie aan Drenthe denkt, denkt in de eerste plaats aan rust, ruimte en mooie natuur. Drenthe is uitermate geschikt om er te wandelen en te fietsen, vooral voor ouderen. In de commercials van ‘Drenthe doet wat met je’ ligt de nadruk dan ook vooral op de mooie natuur, de rust en ruimte; als plek om te onthaasten, inspiratie op te doen en je liefde te hervinden. Soms krijgt het landschap in de beelden een mystieke lading door de ochtendnevel of een laat zonlicht dat nog net door de bomen schijnt. Laat nou deze mystiek extra opgeladen kunnen worden met de verhalen over de archeologische ­collectie. Op de hunebedden na, ligt het overgrote deel van de rijke historie van Drenthe onder de grond. Het zijn overblijfselen van een bewoningsgeschiedenis die ten minste teruggaat tot de oude Steentijd, toen de Neanderthaler zijn sporen in het Drentse landschap achterliet. Sindsdien is er altijd gewoond en gewerkt en zijn uit alle opeenvolgende perioden vindplaatsen bekend, tot in het recente verleden aan toe. Dit bodemarchief biedt een rijk reservoir aan inspiratie om Drenthe meer onderscheidend op de kaart te zetten.

106

Provinciaal kader In de aanloop naar de Omgevingsvisie heeft de provincie Drenthe haar visie gegeven op het gebied van het cultuurhistorisch erfgoed, verwoord in het Cultuurhistorisch Kompas (2009). Als drijfveer is geformuleerd: ‘Met de cultuurhistorische hoofdstructuur en beleidsvisie versterkt de provincie de ruimtelijke identiteit van Drenthe. Het is een inspirerend kompas dat, vanuit de samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten, partijen kaders en ruimte biedt om verantwoordelijkheid te nemen bij het afwegingsen ontwerpproces bij ruimtelijke ontwikkelingen. Plannenmakers kunnen hierdoor zowel met respect als durf handelen en het wordt mogelijk het verleden in de toekomst te sturen’ (p.13). Vervolgens heeft de provincie Drenthe in de Omgevingsvisie Drenthe (2010, geactualiseerd in 2014) de archeologische kernkwaliteiten gedefinieerd. Een overzicht is vervat in de Informatiekaart Archeologie (kaart 2e). Onder de bekende archeo­ logische waarden die tot het provinciaal belang behoren, vallen onder andere verscheidene schansen, grafheuvelgroepen of grafvelden, de hunebedden, gebieden met karresporen, een aantal veenwegen, offerveentjes, clusters van veenterpen, ­Celtic fields, essen en beekdalen en de historische kernen van Meppel en Coevorden. De gebieden die vanwege hun archeologische verwachting van provinciaal belang zijn, zijn het Drentsche Aa-gebied, de Havelterberg of het Holtingerveld en het tracé van de prehistorische weg over de Hondsrug. In de Omgevingsverordening (2012) worden de kernkwaliteiten als provinciaal belang aangeduid waardoor de gemeenten worden verplicht een zorgvuldige afweging te maken in de omgang met deze kernkwaliteiten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit impliceert: borging in het bestemmingsplan; behoud (van minimaal de informatiewaarde) staat hierbij voorop. Daarnaast dient eventueel archeologische onderzoek adequaat te zijn, wil de provincie het draagvlak voor het archeologisch erfgoed vergroten en de ‘archeologische verhalen van Drenthe’ ontsluiten. Een direct gevolg van de sturingsfilosofie van de provincie is dat zij vroegtijdig in het planproces met initiatiefnemer(s) en/of gemeente aan tafel wil om te adviseren over het onderdeel archeologie. Afstemming leidend tot instemming is daarbij het uitgangspunt.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

In het kader van de Culturele Alliantie 2009-2012/2013 zijn gemeentelijke archeologische beleidskaarten opgesteld waarin het provinciaal belang is geborgd. Ook het vrijstellingenbeleid is hierin per gemeente opgenomen. Generiek geldt voor ontwikkelingen in gebieden met een archeologische verwachting die van provinciaal belang is een onderzoeksvrijstelling tot maximaal 1000 m2. Voor bekende archeologische objecten en terreinen van provinciaal belang geldt geen vrijstellingsgrens (0 m2). Over de gemiddelde dikte van de bouwvoor zijn afspraken gemaakt met de gemeenten en met LTO Noord, vastgelegd in een convenant. De bovenste 30 cm plus 10 cm voor niet-kerend woelen zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

In gesprek met de provincie Vanuit het gezichtspunt van de provincie heeft de samenwerking binnen de Culturele Alliantie een archeologisch succes opgeleverd. Alle Drentse gemeenten hebben een ruimtelijk instrument voor de archeologie voor hun eigen grondgebied: een bronnenkaart, landschaps- en verwachtingenkaart en beleidsadvieskaart, gemeentegrens overschrijdend en qua look en feel op elkaar afgestemd. Vrijstellingsgrenzen zijn ook vrij uniform met enkele kleine lokale afwijkingen. Een succes dat gevierd mag worden! Als uitdaging voor de toekomst wordt nu gezien het samenbrengen van al deze digitale gegevens in een gemeenschappelijk GIS waardoor het eenvoudig wordt om (gemeente)grensoverschrijdend de gegevens te tonen en te delen, en een (kosten) efficiënt systeem te hebben voor aan­ passingen en actualisaties. Een ander provinciaal aandachtspunt is het archeologisch depot (de mobiele collectie). Er ligt nog veel onuitgewerkt onderzoek op de plank en er zijn te weinig basisrapportages. Dit leidt er toe dat deze kennis niet is ontsloten en bijvoorbeeld een verdiepingsslag van de provinciale kernkwaliteiten bemoeilijkt. Het idee leeft om op projectbasis en in samenwerking met de afzonderlijke gemeenten oud onderzoek op te pakken en af te ronden. In lijn met de ambitie om de ‘archeologische verhalen van Drenthe’ te willen vertellen, kan het uitgewerkte onderzoek in een publieksboekje worden uitgegeven om zo een breder publiek te bereiken.


Archeologie in Drenthe: een impressie

Informatiekaart archeologie (2e) provincie Drenthe

107

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Archeologie in Drenthe: een impressie

Heringerichte en gereconstrueerde waterburcht in Eelde

Spieker op de geluidswal N34

108

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Archeologie in Drenthe: een impressie

Een verdiepingsslag van de provinciale kernkwaliteiten wordt overigens wel gewenst door verschillende gemeenten. Zij ervaren het ruimtebeslag van de kernkwaliteiten soms als te knellend, terwijl dit een doorvertaling is van wat wettelijk wordt verlangd: bekende en te verwachten waarden opnemen in structuurvisies en bestemmingsplannen. Een eerste verdiepingslag heeft inmiddels al plaatsgevonden voor de celtic fields, waar de gemeente Aa en Hunze met provinciale ondersteuning aanvullend onderzoek laten doen. Voor andere onderwerpen staat de provincie open. Door enkele gemeenten worden de pingo’s ofwel offerveentjes aangedragen als volgend studieobject. Tot slot ziet de provincie de benutting van het archeologisch ­erfgoed als kans voor het vergroten van het draagvlak en bevorderen van toeristisch-recreatieve activiteiten. De ruimtelijke ­vertaling in gebiedsontwikkeling en het ontwerp van de buitenruimte komt echter maar moeilijk van de grond zodat een ­stimulans op z’n plaats is.

Gemeentelijke vragenlijsten en gesprekken Voor een volledig overzicht van de uitkomsten van de vragenlijsten wordt verwezen naar de tabellen met de beantwoording van de vragen. Hier worden enkele kernpunten aangestipt die om aandacht vragen, dan wel als inspiratie voor andere gemeenten kunnen dienen, of een aanknopingspunt bieden om gezamenlijk op te pakken. Het algemene beeld dat uit de vragenlijsten naar boven komt, is de beperkte personele capaciteit en inzet voor het onderdeel archeologie binnen de Drentse gemeenten. Dit is vooral ingegeven door de beperkte financiële armslag. Alle Drentse gemeenten kopen archeologische expertise en capaciteit extern in (bij Libau, Oversticht of commerciële bureaus) om strak regie te kunnen voeren over de uitgaven. Daar tegenover staat wel dat de archeologie in de basis goed is geregeld met de archeologische beleidskaarten dankzij financiële steun in het kader van de ­Culturele Alliantie. Emmen hecht bijvoorbeeld groot belang aan de rijke en specifieke archeologie. Ook voor het onderwerp

109

cultuurhistorie zijn verschillende gemeenten druk doende om een beleidskaart op te stellen. Enkele gemeenten beschikken hier al over of ronden dit binnenkort af, zoals Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe en Noordenveld. De gemeente Midden-Drenthe laat momenteel een thematische verdiepingsslag en waardering maken voor het Kamp Westerbork, gericht op de periode 1939-’71 (vertrek Molukkers). Dit gebeurt in samenwerking met Herinneringscentrum Kamp Westerbork, de RCE en provincie Drenthe, die een stevige financiële bijdrage levert. Het product vormt straks de basis voor een afgestemd beheer, ontsluiting en ontwikkeling van het gebied. De gemeente Aa en Hunze wil beleid gaan maken voor het funerair erfgoed. Mogelijk bieden deze projecten een inspiratie voor andere ­thematische uitwerkingen. De archeologische beleidskaart vormt voor veel gemeenten de beleidsbasis voor archeologie waarbij de koppeling met de RO en vergunningverlening en daarmee samenhangende onderzoeksverplichting in het oog springen. Enkele gemeenten hebben een aanvullend archeologisch beleidsdocument (zoals Tynaarlo) of het beleid vervat in een structuurvisie of integrale erfgoednota (Coevorden). In deze laatste wordt nadrukkelijk een koppeling gelegd met erfgoededucatie en toerisme & recreatie. Coevorden zet sterk in op haar verleden als vestingstad. In het Stedelijk Museum is een ArcheoLAB voor kinderen ingericht waar de betekenis van een archeologisch object uit de collectie kan worden achterhaald. Op de kaft van de Structuurvisie Archeologie van de gemeente Tynaarlo prijkt de waterburcht van Eelde, echter de koppeling met inrichting, beheer en toe­ ristische ontsluiting heeft in de nota geen aandacht gekregen. De gemeente Westerveld kan voor haar PR op het gebied van archeologie terugvallen op het boek ‘De archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld’ (uitgegeven door het Drents Landschap). Het is een prachtig boek voor de koffietafel, ­schitterende foto’s en toegankelijke teksten. In verlengde van de eerder aangehaalde depotproblematiek, zien enkele gemeenten graag dat er een ruimhartiger bruikleenbeleid wordt gehanteerd. Zo zou bij bijzondere vondsten het

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

publiek tussentijds geïnformeerd en geënthousiasmeerd kunnen worden. Het provinciaal beleid wordt bijvoorbeeld door Coevorden op dit punt als niet publieksvriendelijk ervaren. De inzet van amateur archeologen wordt in veel gemeenten gekoesterd. In de gemeente Aa en Hunze is hiervoor een protocol geschreven om hun inbreng op eenduidige wijze te sturen. De gemaakte afspraken kunnen als voorbeeld dienen voor andere gemeenten. Wat ontbreekt in de meeste gemeenten is de ruimtelijke doorvertaling van archeologie als inspiratiebron bij gebieds- of locatieontwikkeling. Uitzondering vormt de gemeente Hoogeveen die ten behoeve van archeologie en cultuurhistorie als inspiratiebron ‘locatiepaspoorten’ gebruikt om plannenmakers en ­ontwikkelaars op dit punt te informeren en te enthousiasmeren. Een voorbeeld van enkele jaren geleden uit de gemeente Borger-­ Odoorn betreft een nagebouwde spieker op de geluidswal langs de N34 (Borger-West) als verwijzing naar de prehistorische bewoning die tijdens archeologisch onderzoek is aangetroffen. Nu de herontwikkeling van de speeltuin (op initiatief van lokale buurtbewoners!) langs N34 actueel is, wordt echter niet door­ gepakt om een speeltuin te realiseren met een gebiedseigen gezicht en geïnspireerd op de archeologie zoals recentelijk in Wehl (gemeente Doetinchem) is gebeurd. In het project Daalkampen (gemeente Borger-Odoorn) is in samenspraak met de bewoners geprobeerd de archeologische vondsten te verbeelden, maar door de stagnerende projectontwikkeling is dit idee stil gevallen. Een voorbeeld waar historie zichtbaar is gemaakt is in Meppel: in het pand Hoofdstraat 59 zijn twee glazen platen in de vloer aangebracht om een middeleeuwse kelder onder het pand zichtbaar te maken. Aan de gevel hangt een paneel dat informatie geeft over de historie van het pand en de historische kelder. Bij verschillende gemeenten heerst wel het idee dat ­hieraan meer aandacht moet worden geschonken. Vanuit de gemeente Aa en Hunze komt de suggestie om een “Inspiratie Karavaan” met rondetafelbijeenkomsten/workshops door de provincie te laten trekken. Hiermee kunnen gemeenten voorbeelden van benutting/verbeelding van archeologisch erf-


Archeologie in Drenthe: een impressie

goed te presenteren en te bespreken, bij voorkeur gekoppeld aan lopende casussen. Ook is de suggestie gedaan om meer te doen met de prehistorische route die grotendeels over de Hondsrug loopt. Deze route zou diachronisch ontwikkeld moeten worden als ’archeolandschappelijke ontwikkelingsas’, gekoppeld aan de N34 vanaf de prehistorie (gerelateerd aan de ligging van hunebedden en grafheuvels), via de Middeleeuwen (karrensporen, postweg) tot nu aan toe (N34). Dit zou binnen de context van Geopark de Hondsrug opgepakt kunnen worden. Het Geopark de Hondsrug biedt ook andere kansen om meer met landschap en archeologie te doen. Gezien de breedte van onderwerpen die nu, met name vanuit een toeristische invalshoek, wordt aangesproken, dreigt de focus op het unieke karakter van het landschap verloren te gaan. Het gedachtegoed van het Belvedereproject Archeolandschap, indertijd geïnitieerd door Het Drents Plateau, biedt nog steeds aanknopingspunten om de archeologie beter te verweven in de productontwikkeling: meer het ‘mysterie’ en de ‘gelaagdheid’ als vertrekpunt nemen.

van grote waarde. Ze voorzien in een provinciaal raamwerk dat een eenvoudige solide basis vormt voor het gemeentelijk archeologisch beleid. Echter, door het gekozen schaalniveau en het feit dat in de Omgevingsvisie geen ruimte is voor een uitgebreide onderbouwing, komt de bijdrage van de kernkwaliteiten aan het ‘­verhaal van Drenthe’ onvoldoende uit de verf. Hier valt nog winst te behalen, bijvoorbeeld door bij de actualisatie van het Cultuurhistorisch Kompas het onderdeel archeologie verder uit te werken. Archeologie zien als (ontwikkel)kans in plaats van beperking is een blijvend aandachtspunt dat meer manifest moet worden uitgedragen, geïllustreerd met sprekende voorbeelden op een vergelijkbaar schaalniveau.

Communicatie (tussen gemeenten onderling en over en weer met de provincie) blijkt, zoals zo vaak, een lastig onderwerp ­tijdens de gevoerde gesprekken. Het koepeloverleg voorziet in een behoefte van kennisdeling op het gebied van archeologie. De rol van de provincie wordt soms te betuttelend ervaren, terwijl de provinciale medewerkers zichzelf zien als ondersteunend en faciliterend. Er lijkt een cultuurverschil te zijn, tussen de meer academische aanpak van de provincie versus de praktische onder tijds- en financiële druk staande visie en werkwijze van (sommige) gemeenten. Onder druk van voor de gemeente belangrijke thema’s, zo als economische ontwikkeling, krimp, (jeugd)zorg, raakt het bewustzijn over het ultrarijke Drentse bodemarchief op de achtergrond. En dat terwijl (inter)nationale en regionale studies uitwijzen dat erfgoed een bijdrage levert aan de economie en het sociaal maatschappelijk bewustzijn en de bereidheid tot het doen van vrijwilligerswerk verhoogt. Vanuit de positie van beschouwer is de informatie over de Drentse kernkwaliteiten die de gemeenten krijgen aangereikt

110

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Archeologie in Drenthe: een impressie

Strubben-Kniphorstbos (gemeente Aa en Hunze): het enige archeologische reservaat in Nederland

111

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Rondetafelgesprekken

Rondetafel bijeenkomst, 15 januari 2015

112

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Erfgoed in Drenthe op z’n breedst: drie rondetafelgesprekken

113

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Rondetafelgesprekken

Notulen Rondetafelgesprek ­Erfgoedverkenning Drenthe ochtendsessie ‘bibliotheek’ Vennebroek, Paterswolde – 15.01.15

Aanwezig Stijn Arnoldussen, Rijksuniversiteit Groningen, archeologie Saskia Visser, Rijksuniversiteit Groningen, Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie Jan Albert Westenbrink, marketing Drenthe Cathrinus Schaafsma, historische vereniging OlEel Annabelle Birnie, Drents museum Saskia van Dijk, Provincie Drenthe Marinke Steenhuis, SteenhuisMeurs Marga Scholma, Beukers Scholma, projectteam ­SteenhuisMeurs

Voorstelronde Het rondetafelgesprek begint met een voorstelronde waarin de aanwezigen zich kort introduceren en vertellen wat zij zo mooi vinden aan de provincie Drenthe. Stijn Arnoldussen werkt bij de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn interessegebieden liggen met name bij het agrarische ­cultuurlandschap. De favoriete plekken van Stijn zijn de Celtic fields en de plekken waar de prehistorie in het landschap ­herkenbaar is. Saskia Visser werkt bij de faculteit Letteren van de ­Rijksuniversiteit Groningen, in de Wetenschapswinkel Taal, ­Cultuur en Communicatie. Ze doet veel projecten met studenten, o.a. met Huus van de Toal. Het mooie aan Drenthe is volgens Saskia dat de Drentse taal vloeiend wordt afgewisseld met het Nederlands, dit in tegenstelling tot het Fries. Jan Albert Westenbrink is directeur van Marketing Drenthe. Deze organisatie bewaakt de Drentse kernwaarden die worden samengevat door de vijf G’s: Gezondheid, Geluk, Geborgenheid,

114

Gedrevenheid en Gastvrijheid. Jan Albert vindt de onderscheidendheid van het Drentse landschap mooi, het moet alleen bekender worden gemaakt voor de buitenwereld. Saskia van Dijk is adviseur cultuurhistorie en ruimte bij de Provincie Drenthe. Annabelle Birnie is de directeur van het Drents Museum. Het Drents museum waakt over het roerend erfgoed van Drenthe. Drenthe is de bakermat van de Nederlandse cultuur. Volgens Annabelle mogen Drenten dan ook trotser zijn op hun provincie, zonder een ‘maar’. Men is hier nog welkom, gastvrij en warm; een unieke eigenschap van Drenthe. Cathrinus Schaafsma is Eeldenaar, geograaf en historicus. Hij schrijft voor OlEel een rapport over de geschiedenis van Vennebroek en de Braak. Marinke Steenhuis is geboren en getogen in Midlaren en koppelt in haar werk cultuurhistorie aan ruimtelijke ontwikke­ lingen. Ze merkt dat we tegenwoordig sterker dan vroeger hechten aan de identiteit van een plek. Dit is een tendens waar Drenthe beter op zou moeten inspringen, Drenthe zou haar ­verhaal nog beter en sterker kunnen vertellen. Marga Scholma is eigenaar van het ontwerpbureau ­Beukers Scholma. Ze is een naar Haarlem uitgevlogen Drent. Ze heeft haar opleiding aan de Academie Minerva gevolgd in Groningen en ontwerpt veel grafisch werk voor de culturele sector.

Rondetafelgesprek Nadat de aanwezigen zich via de voorstelronde kort hebben leren kennen, wordt er begonnen met het Rondetafelgesprek. Marinke Steenhuis is hierin de gespreksleider en stelt vragen aan de aanwezigen. Ook leidt ze eventuele discussies die ­ontstaan vanuit de vragen. Annabelle memoreert een tv programma van een tijdje geleden waarin Jan Albert optrad. Jan Albert geeft aan dat ideeën over het Drentse erfgoed nog wel omgezet moeten worden in actie. Er zijn veel ideeën en activiteiten maar elke kracht heeft in Drenthe een tegenkracht. Doen en durfkracht blijft hierbij nog liggen. Marinke: ‘Erfgoed is niet vanzelfsprekend prioriteit nummer 1, er komen zoveel taken af op de gemeenten’. Annabelle: ‘Het is

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

maar net welk probleem je aandacht geeft’, men zou een breder kader aan mensen moeten laten zien. Marinke geeft aan dat we momenteel in een fase zitten waarin het maatschappelijk domein aan het omvormen is. Bovendien is er in veel gemeenten sprake van krimp. Volgens Annabelle zouden de gemeenten dit breder moeten positioneren. Jan Albert geeft aan dat de toerist niet komt voor alleen de cultuurhistorische waarden van Drenthe, maar mensen wel komen voor alleen het Drents museum. Annabelle: ‘er zijn instellingen die 5% van de Drents Museum-bezoekers willen hebben. Zij zouden een eigen publiek moeten trekken. Mensen hier naartoe trekken is al minder belangrijk geworden dan ze hier houden – ik zou graag naast al het goede dat er is, meer echte trekkers zien ontstaan.’ Marinke: Uit de gesprekken die wij met de gemeentes voeren blijkt dat de recreatiesector in Drenthe sterk is verouderd. Er is gedroomd over een Archeon-achtig themapark, waar je als gast daadwerkelijk terug in de tijd gaat, tot en met kleding en eten en activiteiten. De kracht van de historische ervaring, dat is wat mensen in een materiële wereld zoeken. Is dat volgens jullie hier denkbaar? Stijn: Ja, maar in Drenthe moet dit geen vluchtig proces worden. De bezoeker moet men naar Drenthe trekken. Momenteel is er sprake van korte financiële impulsen. Maar men zou juist moeten inzetten op de langere lijn. Dit kan men onder meer bereiken door lokale gemeenschappen meer kennis te geven over de eigen omgeving. Oude opgravingen opzoeken en vanuit die plek vertellen. Marinke: Met de oude ambachten erbij. Bij de suggesties van de gemeentes signaleren we vaak verhalen­projecten. Annabelle: Goede voorstellen. Welk onderwerp je ook kiest het zal goed zijn, maar het valt en staat met de kwaliteit van de organisatie die je daar omheen bouwt. Je moet niet zozeer een onderwerp kiezen als wel een organisatie. De uitvoering is belangrijk. Marinke: Gemeentes hebben momenteel behoefte aan trekpleisters. Daarnaast is er de lange lijn van mensen die blijven. In gemeenten horen wij terug dat het internet echt een letterlijk


Rondetafelgesprekken

vertragende factor is. Is glasvezel niet het Rijkswegenplan van de 21e eeuw? Jan Albert: Het belang van communicatieverbindingen is tegenwoordig groot. De kern is verbinding. Annabelle: Ik betreur dat het Drents museum geen App kan aanbieden omdat er geen wifi in het hele museum is. Stijn: En er is vanaf Meppel/Hoogeveen tot Assen geen internetverbinding in de trein. Dit zou tot de basisinfrastructuur moeten horen. Annabelle: Het Drents museum heeft zelf voor € 100.000 euro kabels aangelegd van het museum naar het depot, om intern te kunnen communiceren. In Eelde zijn drie zendmasten nooit geplaatst. KPN heeft van de gemeente Tynaarlo geen vergunning gekregen. Het is een politiek probleem en geen commercieel probleem. Marinke: Dit is niet goed voor het imago van Drenthe. Stijn: Zonder wifi gaan de pubers niet mee naar Drenthe. Je wilt immers niet ontkoppeld zijn van de buitenwereld..

Drentse taal De Drentse taal blijkt verweven met de identiteit van de Drent. Men heeft niet de trots die de Friezen wel bezitten. Kan Drentse taal bijdragen aan de erfgoedsector in Drenthe? Marinke vraagt aan Saskia Visser wat zij signaleert in Drenthe met betrekking tot Drentse taal. Saskia Visser: De taalvaardigheid is geen beleving voor toeristen. In taal is de doelgroep de Drent zelf, dit is vanzelfsprekendheid. De scholen hebben er geen tijd meer voor. Ze merkt verschillen in de provincie. Zo wordt in Emmen wel veel Drents gesproken. Het lastige van taal is dat het in beweging is. Er is een meertalige situatie, het is niet tastbaar. Marinke: Hoe kan de Drentse taal als erfgoedveld bijdragen aan het merk Drenthe? Saskia Visser: Taal is belangrijk voor de identiteit. Hoe ik praat, is hoe ik denk. Taal komt heel dichtbij. Het wordt snel als een persoonlijke aanval ervaren. Drenthe schat niet goed in hoe belangrijk dat is. Stijn: Dit in tegenstelling tot de Friezen, die

115

hebben hun trots. Marinke haalt Marga Kool aan: ‘Drenten ­ ouden hun mond vanuit een gevoel dat hun mening er niet toe h doet’, de drempel over is moeilijk. Jan Albert: Friezen spreken sneller Fries onderling en dat blijven ze ook doen wanneer er in een gesprek meer mensen bijkomen terwijl Drenten overgaan op het Nederlands. Annabelle: Drenten zijn dus gastvrijer. Stijn vindt dat er een kritische massa nodig is om de taal duurzaam te behouden. Annabelle: wij Drenten hoeven ook geen apart land te zijn. Drenthe is gewoon een onderdeel van Nederland.

Drentse eigenheid Drenthe heeft de troefkaarten in handen, maar deze worden niet ondersteund door nieuwe digitale technieken. In Drenthe is er nog sprake van het verschil tussen fysieke gemeenschappen en digitale gemeenschappen. Dit werkt ook door tot in het Drentse erfgoed. Marinke: Als we doordenken over de snelle wereld en de onthaasting en de zoektocht naar verdieping, dan lijkt Drenthe een soort mystieke kracht te hebben, een grote tijdsdiepte en een andere snelheid. Zijn dat goede kaarten? Annabelle: De professionele zoekmachines denken verkeerd. Je moet vaak eerst een land kiezen, in plaats van een omschrijving te geven van de gewenste bestemming. Op dit gebied valt nog een wereld te winnen. Jan Albert: Hoe kun je data zo organiseren dat op basis van jouw vragen en jouw gedrag je van alles aangeboden kan worden? Op die manier kun je gericht berichten. Marinke: Mensen zoeken een bepaalde belevenis in plaats van een plek. Annabelle: Het gaat om de zoektermen. Daarmee moeten de toeristen in Drenthe terechtkomen en niet in Zeeland. Je zou aan Tripadvisor zoektermen moeten vragen om mensen te vinden. Jan Albert: Wat is je doel? Wat willen we? We willen de ­toerist bereiken. Daarop gaan formuleren. Verblijf en vermaak. De gemeente is waar het gebeurt, maar de ondernemer moet het uiteindelijk doen.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Marinke draagt voorbeelden aan als Wijnvoordeel, dat is begonnen in een boerderij, en door z’n groei op een bedrijventerrein terechtgekomen. Daarmee is het onderscheidende van de plek verdwenen. De twee dames van ‘De Berkenhof’, die karakte­ ristieke panden kopen en opknappen om daarin woonzorg arrangementen aan te bieden, combineren erfgoed en de ­maatschappelijke vraag. Zijn dat niet juist de combinaties waar we het in Drenthe van moeten hebben? Jan Albert: Drenthe moet problemen oplossen die in ­Randstad leven. Cathrinus: Men moet erfgoed doorgeven aan de jongere generatie. Annabelle: Er is een onderscheid tussen fysieke communities en digitale communities. In een dorp ga je gewoon naar buiten. Ze geeft een bijzonder voorbeeld met betrekking tot Drents erfgoed: De marke van Zeijen. Hoornblazen is hier een traditie die voorafgaand aan de markevergadering plaatsvindt. De initialen van alle voorzitters staan in de hoorn gekrast. Bij het overgaan van de historische boerderij naar het openluchtmuseum in Arnhem is de boerhoorn, die in de schuur opgeslagen lag, meegegaan. Een buurman verzocht haar om hulp om de hoorn terug te krijgen. Dat is niet gelukt, er wordt nu een nieuwe hoorn gemaakt, zonder de initialen van alle voorgaande voorzitters. Het echte gevoel en de echtheid van de hoorn gaan zo verloren. Zeijen is een klein dorp, het gaat over kleine dingen die tegelijkertijd heel symbolisch en dus groot zijn. Stijn: Dit is bijzonder tekenend voor Drenthe dat de gemeenschap zich roert over een boerhoorn. Annabelle: Het heeft een functie hoe we hier met het land omgaan. Over 100 jaar is dat nog zo. Beseffen dat we kaderscheppend bezig zijn maar dat we er uiteindelijk niet over gáán? Op 24 januari 2015 kwam de boerhoorn voor even terug; http://www.zeijen.nu/nieuws/2492/ eindelijk-na-62-jaar-terug-in-zeijen)

Drenthe als vestigingsplaats Drenthe heeft de kans nieuwe mensen aan zich te binden. De Randstad raakt vol en de twee snelheden van Drenthe ­klinken aanlokkelijk. Maar de echte Drent houdt de grote massa nog l­iever op afstand. Het grote geheim van Drenthe mag niet te bekend worden.


Rondetafelgesprekken

Marinke vraagt of iemand voor Drenthe als vestigingsplaats een gevaar ziet opdoemen of redden de dorpen zichzelf? Annabelle: Het erfgoed is er al jarenlang en iedere keer ­hebben wij er andere termen voor of is er een ander belangrijk speerpunt voor politiek beleid. Het erfgoed moet beter ontsloten worden. Nu is het belangrijk dat er veel mensen naar Drenthe komen. Dat is belangrijker dan dat je ze wat leert. Het zijn ­golfbewegingen en dat zal altijd zo zijn. Stijn: Hierbij is het belangrijk om je op een groep van mensen te richten. Zo kun je bijvoor­beeld 14-jarigen proberen te integreren in het verenigings­ verband van de scouting, waardoor gebiedsbewustzijn wordt aangeleerd. Maar hoe bereik je die nieuwe bewoners? Annabelle: Daar hoef je niet voor te zorgen, dat gaat vanzelf. Op 1 januari komt het hele dorp gewoon langs om te drinken, of je nu wilt of niet. Stijn: Een aantal duurzame structuren zullen wel blijven, maar het is belangrijk om jongere generaties aan te trekken. Cathrinus: De aanwezigheid van deze groep is belangrijk. Marinke: De eigenheid is er gewoon. Maar de vergrijzing speelt een rol. Veen is voormalige woeste grond. Er is een religieus verschil, sommige delen van Drenthe kennen wel dertig ­verschillende kerkgenootschappen. Tussen zand en veen zit van nature een verschil. Het oude landschap van Drenthe versus de turfstreken. Annabelle: Het is belangrijk om tradities voort te laten bestaan. In een dorpsgemeenschap is dit een heikel punt. Marinke haalt een historische kaart van Pijnacker van de muur. Drenthe ligt als een egel opgerold tussen haar venen, zei de ­historicus Gosses al. De economie van toen, het ontvenen van de woeste gronden, koesteren we nu. Stijn: Het zijn kwetsbare landschappen. Wat doen we nu er geen turf meer wordt gestoken? Marinke geeft aan dat sommige gemeenten zeggen: ‘Als Google hier morgen komt en zij willen op de es bouwen dan zeggen wij geen nee.’ Het erfgoedveld moet zich gaan moder­ niseren. Dit is het moment om het merk Drenthe verder uit te diepen en ook verder te verbreden. Het leven in twee snelheden spreekt veel mensen uit de Randstad aan.

116

Annabelle: Ik sprak gisteravond mensen van het Amsterdam Fonds voor de Kunsten. De Randstad kan het achterland worden. Drenten zijn veel meer onderweg, hun actieradius is veel groter dan in verschillende grote steden. Buiten de Randstad is er niets, denken ze daar. Het westen beperkt zich te veel, ze zijn veel te onwelwillend. Saskia Visser: Wij zijn gewend dat er hier geklaagd wordt. Cathrinus: de afstand náár het Noorden wordt groter ervaren dan vanuit het Noorden. Annabelle: Op de lange termijn redden ze het niet in de Randstad. Drenthe moet kijken naar het nabijgelegen Duitsland. Marinke haalt een term van Rem Koolhaas aan: rurbanisation. Hij heeft een leven lang naar de stad gekeken en ziet pas nu hij ouder is de interessante mix van het landschap en een landbouwsector waarin allerlei ­innovatieve dingen gebeuren.

wel alle kennis en kunnen heel goed de basis input leveren. Hoe klein mijn vondst ook is, hier bijvoorbeeld deze graankorrel, hoe meer ik er over vertel en hoe meer beleving ik er inbreng, hoe beter het overkomt. Je moet selectief zijn in je verhalen. Het draagvlak gaan wij niet maken. Jan Albert: We moeten de verhalen uit de studeerkamers halen. Annabelle: Maar we willen geen groot publiek hebben. Laten we daar eerlijk over zijn. Jan Albert: Wanneer we verdubbelen met mensen (bewoners) is er nog niets aan de hand. Mensen in oude boerderijen willen nu weer de stad in, in verband met de verzorging en basis­ aspecten. Stijn: Erfgoed kan helpen om mensen te verankeren aan het landschap. Kennis van de landschappelijke wortels geeft meer embedding.

Jan Albert: Als we met elkaar weten dat we een voorsprong hebben, laten we die dan uitbouwen. Annabelle: Let wel, het is uiteindelijk de intrinsieke wens van de Drent dat hier niemand komt. Men heeft liever niet te veel mensen. In feite willen wij deze provincie aantrekkelijk neerzetten, maar een grote groep wil niet te veel toeristen hebben. Als je Drenthe echt wilt promoten moet je vol aan de bak. We pakken het veel te klein aan. In de beginperiode dat ik in het museum kwam, stuurden we 220 uitnodigingen voor openingen, omdat er ruimte was voor 180 mensen. Nu sturen we 2.000 uitnodigingen en zoeken we naar andere manieren om grotere aantallen te ontvangen. Veel mensen denken te klein.

Trends

Het landschap van Drenthe Kennis over de omgeving en het landschap kan bijdragen aan het verbinden van mensen met Drenthe. Hierbij zijn de verhalen van onschatbare waarde. Marinke staat stil bij de verhalen die het landschap kan vertellen. Hoe kun je het narratieve Drenthe belichten zonder Jip en Janneke te worden? Stijn: Door middel van enthousiasme. Spannende verhalen uitzetten en beleefbaar concreet maken. Er zijn verhalen die beter en breder aanslaan. Archeologen zijn vaak zelf niet geschikt als verhalenvertellers, maar hebben

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Hoe profileer je Drenthe? Moet Drenthe met haar tijd mee gaan? En verdien je hier dan geld mee? Zonder goed ondernemerschap strandt een goed idee al snel. Het is zaak om goede ideeën met goede ondernemers te koppelen. Jan Albert: Ben jij trendsettend in jouw groep door terug te komen naar Drenthe, Marinke? Marinke: Ja. Je moet het lef hebben om je los te snijden. Voor ons is Nederland en Europa onze playground en dit beperkt zich niet tot de Randstad. Annabelle: Ik zie mensen naar Drenthe trekken. Mensen die voorheen met grote, culturele, Randstedelijke projecten bezig zijn geweest. Stijn: Drenthe als alternatief voor de buitenwijk, en dan is het hier nu hip. Saskia Visser: Het is wel belangrijk om het erfgoed levend te houden en niet alleen vast te houden wat er vroeger was. Annabelle: In het museum benaderen we kinderen met: ‘Het Meisje van Yde was 16. Hoe oud ben jij?’. Saskia Visser: Verhalen moeten wel verder verteld worden om ze levend te houden en niet alleen vastleggen en daarmee stilleggen. Marinke: Het poppenhuis in het Drents museum. Wanneer je weer buitenkomt heb je echt iets meegemaakt. En het ís die plek, waar de belastingontvanger woonde, het klopt ook echt.


Rondetafelgesprekken

Dat oprechte is belangrijk. Mensen prikken er anders feilloos doorheen. Annabelle: Het Drents museum biedt Drenthe een blik op de wereld en de wereld een blik op Drenthe. Jan Albert: het model van de wisseling Saskia Visser: De Molukse mensen, wordt daar aan gedacht? Annabelle: Ja, daar gaat het Drents museum iets mee doen. Daar zijn we mee bezig. Saskia Visser: Hierbij ook multicultureel denken. Bijvoorbeeld het AZC in Oranje. Dat is wel een belangrijk iets, Drenthe als vestigingsplaats voor groepen die apart staan in de samenleving, wat in Drenthe steeds terugkomt. Stijn: Gelaagde verhalen met echo’s. In verschillende tijden. Annabelle: Het kan allemaal hoor, maar er komt niemand voor. Daar hebben we veel ervaring mee. Heel leuk, maar uiteindelijk levert het niets op. Stijn: Wat is nou het eigene? Je hebt wel dit soort verhaallijnen nodig. Saskia Visser: Aandacht voor de identiteit van de mensen zelf. Investeringen voor de Drenten zelf. Saskia van Dijk: Men moet erfgoed verbinden met de economie. De provincie heeft allerlei taken. Wij proberen vanuit de sectie erfgoed allerlei partijen bij elkaar brengen. Op veel verschillende schaalniveaus.

Rondetafel bijeenkomst, 15 januari 2015

117

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Rondetafelgesprekken

Notulen Rondetafelgesprek ­Erfgoedverkenning Drenthe ochtendsessie Vennebroek, Paterswolde – 15.01.15

Aanwezig Michiel Huisman, freelance archeoloog, gemeentelijk ­archeoloog bij de gemeente Tynaarlo Andre Brasse, IVN en Nationaal Park Drentse Aa Marc Kocken, archeoloog en zelfstandig adviseur Jan Germs, Huus van de Taol Sis Hoek, erfgoednetwerk Emmen Frank van der Velden, Drents Landschap Jens Hesmeijer, AWN Paul Meurs, SteenhuisMeurs Marloes Fransen, SteenhuisMeurs

Voorstelronde Het rondetafelgesprek begint met een voorstelronde waarin de aanwezigen zich kort introduceren en vertellen wat zij zo mooi vinden aan de provincie Drenthe. Paul Meurs is architect en heeft samen met Marinke ­ teenhuis een cultuurhistorisch bureau. Het mooie van S Drenthe is de mogelijkheid dat je op twee snelheden kan leven; de combinatie van rust en hectiek. Michiel Huisman is freelance archeoloog en werkt daarnaast één dag per week als gemeentelijk archeoloog voor de gemeente Tynaarlo. Het fascinerende aan de gemeente Tynaarlo is de grote landschappelijke en archeologische variëteit. Daarnaast is Drenthe op het gebied van de prehistorie de archeologiehoofdstad van Europa. Andre Brasse werkt bij IVN, waar hij zich bezig houdt met natuur- en milieueducatie. Daarnaast is hij coördinator van het nationaal park Drentsche Aa en traint hij vanuit deze functie ondernemers in dit gebied hoe zij de verhalen van de Drentsche

118

Aa het beste kunnen vertellen en het landschap kunnen lezen. Andre heeft een grote liefde voor het Drentsche Aa gebied, met name om de grote hoeveelheid verhalen die hier nog aanwezig is. Van nature zijn we in Nederland gewend geraakt de natuur te isoleren van de rest. Maar juist in Drenthe gaan natuur, verhalen en cultuurhistorie nog samen. De natuur wordt juist extra uniek door de cultuurhistorische dimensie. Marc Kocken is archeoloog en zelfstandig adviseur, daarnaast is hij werkzaam als regioarcheoloog in de Achterhoek. Juist de gelaagdheid van Drenthe is haar kwaliteit. Jan Germs in werkzaam in het Huus van de Taol en is alle dagen bezig met de streektaal van Drenthe. Drenthe is uniek vanwege haar streektaal, binnen Drenthe herken je meteen waar iemand vandaan komt, zelfs op gemeentelijk niveau. Bij streektaal gaat het niet alleen om namen en veldnamen, maar ook om de combinatie van streektaal met de rest van de cultuur. Jan verbaast zich erover dat de streektaal nog geen plekje heeft gekregen in het Geopark; er ligt hier nog een kans. Hij merkt immers vaak dat de niet-Drentstaligen de streektaal prachtig vinden om te horen. Maar ook het Drents Museum is huiverig om iets met de Drentse taal te doen. Zonde vindt Jan, omdat de Drentse taal over het algemeen goed te verstaan is. UNESCO geeft momenteel aan dat er 6000 talen zijn in de wereld. Slechts de helft zou hier nog van over zijn in 2100. Het is lastig omdat de jeugd niet meedoet in de streektaal. Taal kan juist mensen verbinden met cultuurhistorie en het verhaal; taal kan de schakel zijn tussen de andere lagen. Het is immaterieel erfgoed van Drenthe. Het Huus van de Taol legt zoveel mogelijk de verbindingen met de andere delen van het culturele erfgoed; bijvoorbeeld de combinatie tussen muziek en taal of toneel en taal. De streektaal ligt onder veel dingen die in Drenthe gebeuren. Helaas wordt de taal ook vaak vergeten of niet gewaardeerd. Het Huus van de Taol leest elk jaar aan 25.000 leerlingen op de basisschool voor. De kinderen worden hier rijker van. En mogelijk is de Drentse taal er dan nog in 2100. Sis Hoek is lid van de kerngroep erfgoednetwerk Emmen. Op bestuurlijk niveau is zij actief in allerlei organisaties. Ze is geboren in Emmen en heeft zich verdiept in de historie van Emmen. Dit begon met een interesse voor de ontwikkeling

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

van de kunst in de veenstreken. Op deze manier kwam ze terecht bij historische organisaties. Er is weinig samenwerking tussen historische en erfgoedorganisaties; daarom is het idee ontstaan dit te verbinden in één netwerk. Allereerst kwam dit initiatief van de gemeente Emmen, maar deze aanpak bleek te top-down. Nu zijn er mensen die dit van onderaf proberen op te starten, maar dit blijkt moeizaam. Het is nog steeds onduidelijk of het netwerk er ooit zal komen. De verenigingen hebben een project van buitenaf nodig om samen te kunnen werken. Zo zijn ze begonnen met het openen van een vaarroute, dit sprak aan bij de gemeenschap. Het bleek echter dat de organisaties elkaar niet kenden en het nut van de samenwerking ook niet inzagen. Ze zouden graag gemeentebreed en professionele ondersteuning krijgen. Verder wordt het pionierskarakter van Emmen en Drenthe onderschat. Migratie en pioniers hebben de gemeente ontwikkeld tot wat het nu is. Deze kracht kun je combineren met de hedendaagse allochtonen. Jan Germs: De verschillen tussen de gebieden is de kracht van Drenthe. In de zandgebieden is men meer behoudend, in de veengebieden zit het pit en initiatief. Sis Hoek: de dynamiek is erg belangrijk. Frank van der Velden werkt bij het Drents Landschap. Deze organisatie zet zich al 80 jaar in voor het behoud van landschap en cultuurhistorie. Frank is zelf afkomstig uit Noord-Brabant, maar wil zich in Drenthe vestigen. Het Drents Landschap is ­oorspronkelijk een organisatie die zich inzet voor het eigenaarschap van natuur. Maar in de loop van de tijd zijn er veel agrarische gebouwen bijgekomen. Sinds enkele decennia heeft de organisatie dus veel monumenten of beeldbepalende panden in bezit. Mede hierom is er bij het Drents Landschap een organisatorische verandering aangebracht. Sinds het begin van dit jaar is er een aparte sector erfgoed, deze sector houdt zich bezig met het behoud van het gebouwd erfgoed in eigen beheerd, in het totaal zo’n 260 gebouwen. Daarnaast beheert Drents Landschap een groot aantal hunebedden in de provincie en veel landschappen met een cultuurhistorische component. Paul Meurs: Jullie hebben 175 pools van vrijwilligers, dit moet betekenen dat er een ongelofelijke binding is. Frank van der Velden: Zonder deze vrijwilligers lukt het ook niet, de hele organisatie draait op vrijwilligers. De organisatie heeft 8000 hectare natuur


Rondetafelgesprekken

in beheer, dit wordt grotendeels onderhouden door de vrijwilligers. Drenthe staat voor Frank voor stilte, rust en ruimte, bovendien is er de historische gelaagdheid. Vanuit vroeger is Drenthe een arme provincie met weinig vernieuwing, wat betekent dat er veel behouden is. Vergelijk Drenthe met het Bergkwartier in Deventer, eerst was het een doorn in het oog van de stad, nu is het de parel. Jens Hesmeijer is secretaris van AWN, afdeling Noord. De afdeling Noord is actief in de drie noordelijke provincies en werkt veel samen met andere organisaties. De AWN verzorgt educatie en cursussen op het gebied van landschap, bewoners en verschillende tijdsvakken. Enerzijds op het gebied van de prehistorie, anderzijds op het archeologisch onderzoek in ­Westerbork. Daarnaast werkt AWN samen met de Saxion ­Hogeschool uit Deventer. De archeologie van WO II wordt een nieuw onderzoeks­ gebied, de conflictarcheologie is in opkomst. De provincie zou eigenlijk zijn aandacht moeten richten op de Joodse werkkampen in Drenthe. Paul Meurs: Dit is een thema dat kenmerkend is voor Drenthe, de bannelingen, pioniers en gelukszoekers die uit vrije wil of gedwongen hier aankwamen. Dit thema speelt ook in de veenkoloniën en de Koloniën van Weldadigheid. Jens Hesmeijer: Westerbork is gebouwd door de Joden voor de Joodse vluchtelingen, pas in de oorlog hebben de Duitsers het kamp overgenomen. Zelf is Jens in het veen in Drachten geboren, op vierjarige leeftijd is hij verhuisd naar de Randstad en later is hij teruggekomen naar het noorden. Momenteel woont hij bij de Drentsche Aa in Loon; het enige esdorp van de gemeente Assen. Drenthe heeft nog de rust en de ruimte, je kunt er nog overal de auto kwijt. Mensen uit de Randstad denken dat ­Drenthe ver weg is, maar je bent zo in Amsterdam.

Economische toekomst van Drents erfgoed Doordat in Drenthe nog relatief veel bewaard is gebleven, heeft de provincie troefkaarten in handen. Maar het is zoeken naar het maximale laadvermogen van de gebieden. Paul Meurs: Als we doorgaan op de parallel van het Bergkwartier in Deventer. Hoe zit het met de economische toekomst van

119

het erfgoed? Heeft erfgoed een bestaansrecht? Hoe zit het met het vestigingsklimaat? Als we kijken naar de trends, dan klontert aan de ene kant iedereen samen in de grote steden, terwijl aan de andere kant iedereen overal vandaan zou kunnen werken. Wat is de stip op de horizon voor het erfgoed in Drenthe? Frank van der Velden: er is sprake van verspreide verstedelijking en technologische ontwikkeling. Bedrijven kunnen overal zitten. Daarom is de versnelling van de krimp in Drenthe verbazingwekkend. Veel regio’s in Nederland doen aan regiomarketing, terwijl je juist aan de intrinsieke kwaliteiten moet werken. Niet door, zoals in Limburg, de mensen proberen terug te brengen. Drenthe moet juist haar plattelandseconomie behouden, in de Oldelanden zijn ze hier mee bezig. Daarnaast krijgen de ­agrarische bedrijven ook een recreatieve functie, deze gebouwen worden ook onderdeel van de structurele organisatie van de regio. Paul Meurs: Hoe zit het met het vestigingsklimaat in de Drentsche Aa? Andre Brasse: Er is reden waarom mensen bewust worden tegengehouden om het gebied in te trekken. Voor de mensen die er wonen is het niet prettig om veel toeristen tegen te komen, dan is de rust weg. Bovendien zorgt de Natura2000 er ook voor dat er geen grote evenementen in het gebied gehouden kunnen worden. Paul Meurs: Dit heeft twee kanten, enerzijds heb je te maken met het maximale laadvermogen van een gebied, anderzijds moet je ook mensen trekken, voor de economische basis en om het voorzieningenpeil op niveau te houden. Het is zoeken naar de juiste balans.

golfbeweging in deze tendensen. Frank van der Velden: Over het algemeen heeft Drenthe wel te maken met krimp. Maar dit is ook het effect van de selffulfilling prophecy; iedereen gaat weg omdat iedereen weg gaat. Michiel Huisman: De bestuurlijke reflex is juist andersom, er wordt bezuinigd op de franje (zoals cultuurhistorie) en dat versterkt de krimp. Frank van der Velden: Gemeenten kijken met name naar faciliteiten en voorzieningen als het zwembad en dergelijke. Maar ze moeten ook kijken naar natuur, landschap en cultuurhistorie, want dit zijn ook belangrijke vestigingsfactoren. Jens Hesmeijer: En daarnaast kijken mensen naar wat de vervoersmogelijkheden zijn. Frank van der Velden: Er is dan sprake van concurrentie tussen erfgoed en alle andere voorzieningen. Michiel Huisman: Erfgoed is op de lange termijn een hele belangrijke voorziening voor recreatie, sfeer en vestigingsklimaat. Mensen gaan in Drenthe fietsen omdat het hier mooi is, dit doen ze niet in de IJsselmeerpolders. Maar dit punt is moeilijk om bij bestuurders duidelijk te krijgen. Frank van der Velden: Hoeveel gemeentes houden zich nu actief bezig met erfgoed? Paul Meurs: Er zijn weinig mensen concreet met erfgoed bezig, maar veel mensen zijn een beetje met erfgoed bezig. Dus het is wel een brede sector, veel verschillende ­afdelingen zijn er bij betrokken. Frank van der Velden: er gebeurt veel. Binnen 10 jaar gaan de gemeentes al het vastgoed uit handen geven. De gemeente gaat verder met het afstoten van het vastgoed en private partijen mogen het oplossen. Gemeenten gaan hier ook steeds minder beleid voor maken.

Trends

Educatie

Ontwikkelingen als krimp en het afstoten van vastgoed hebben directe een doorwerking naar het Drentse erfgoed. Gemeenten hebben niet genoeg capaciteit om op alle fronten tegelijk actief te zijn. Vaak is het erfgoed hier de dupe van.

IVN houdt zich bezig met educatie. Niet aan schoolkinderen, maar aan de ondernemers in de eigen regio. Als de ondernemers bewust worden van de kracht van de regio, worden het de ambassadeurs van de verhalen.

Andre Brassen: Ik heb niet het gevoel dat de krimp ook in de zandgebieden speelt. Jens Hesmeijer: Dit ligt ook aan het gebied. Vroeger was er de vergrijzing, nu is er sprake van ­verjonging en hebben we last van hangjongeren. Er zit wel een

Andre Brasse: Wij geloven heel erg in educatie. Men groeit af van het verhaal van het verleden. Het is belangrijk om ondernemers bewust te maken van hun eigen regio. Als ondernemers niet weten dat er een hunebed achter hun pand ligt, dan is dat

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Rondetafelgesprekken

zonde. Als ze zich bewust worden van de regio, dan worden het ambassadeurs van de verhalen. Hierdoor blijven toeristen langer en komen ze ook terug. Het creëren van gevoel voor de regio is belangrijk, daarmee gaan mensen het gebied ook steeds mooier vinden. Zo creëer je een binding tussen ­bezoekers en het gebied. Jan Germs: Er ligt iets heel basaals onder; de ontwikkeling in het onderwijs en in het cognitieve. Momenteel wordt er veel bezuinigd op cultuur en handenarbeid. Vroeger ging men naar buiten. Nu is het belangrijker dat je goed bent in een taal en rekenen. Hierdoor wordt de blik naar buiten steeds minder. Michiel Huisman: Hier moet je vroeg mee ­beginnen. Er is een enorme kennisdrempel voor het beleven van de cultuurhistorische waarden. Het landschap lezen kun je alleen op basis van kennis, dit geldt voor de archeologie nog veel meer. Jan Germs: Maar je kunt het altijd aan mensen vragen, er is bijna altijd iemand in de buurt die het weet. Michiel Huisman: Je hebt ook te maken met de werkdruk. De bezetting is momenteel minimaal, de focus ligt bij de ­wettelijke taken. Paul Meurs: Ik verbaas me erover wat hier allemaal wordt georganiseerd door in de gemeenschappen in vergelijking met de Randstad. Sis Hoek: Scholen moeten gaan beseffen dat erfgoed van belang is. Het erfgoednetwerk Emmen is hier op ingesprongen door met schoolkinderen hunebedden te gaan bezoeken. Het weekend daarop komen ze terug en nemen de kinderen hun ouders mee. Helaas is het systeem van de basisscholen nu veranderd. De scholen moeten nu zelf activiteiten aanvragen bij organisaties. Iedereen biedt hun aanbod dus nu aan bij de basisscholen. Die hebben geen overzicht meer en vergeten de erfgoedorganisaties. Michiel Huisman: Halen jullie als organisatie de breinaald door al dit aanbod heen? Sis Hoek: We zijn bezig met een plan voor het onder de aandacht brengen van het erfgoed van de WO II, maar er is geen interesse vanuit de scholen. De interesse ligt bij de prehistorie, maar dit past niet in het beeld van het erfgoednetwerk. Scholen richten hun aandacht met name op rekenen en taal. Het erfgoednetwerk zou graag zien dat kinderen oog voor hun omgeving krijgen.

120

Streektaal Het Huus van Taol zet zich in de voor de streektaal van Drenthe. Maar in hoeverre heeft het Drents nog toekomst? Wat zijn de ambities van het Huus van de Taol? Organisaties in Drenthe zouden zich meer moeten beseffen dat streektaal als intrinsieke kwaliteit veel kan bijdragen. Paul Meurs vraagt aan Jan Germs iets te vertellen over streektaal als erfgoed. Zie je de vermarkting van cultuurhistorie als een schrikbeeld of reddingsboei? Jan Germs: De taal is in deze zin een ander cultureel aspect. Men kan er niet naar toe. De taal verdwijnt ook niet, mensen verlaten slechts de taal en dan sterft de taal uit. Taal staat dus eigenlijk nooit op zichzelf, maar juist in combinatie met andere culturele dingen. Op het gebied van educatie heb je taal als een taal, maar taal ook in combinatie met andere dingen. Momenteel is het Huus van de Taol in samenwerking met Stenden Hogeschool een project aan het ontwikkelen voor de taal. Men is ook bezig met het voorlezen in het Drents. Kinderen leren hiermee niet de streektaal, maar mogelijk wekt het de interesse en gaan ze daar wat mee doen. Paul Meurs: Hebben jullie ambities op het gebied van taal? ­Willen jullie in 2100 nog bestaan? Jan Germs: Als we ambities zouden hebben, zouden we ook constant frustraties hebben. De organisatie is totaal niet in staat om ervoor te zorgen dat de taal definitief blijft bestaan, maar wel om interesse over te brengen en bewoners te stimuleren. Paul Meurs: Het zou mooi zijn als de streektaal wordt gevoegd bij alle verhalen uit het gebied en wordt gezien als een intrinsieke kwaliteit. Jan Germs: Dit wordt ook wel gedaan. Verhalen worden verteld op ­verschillende typen avonden. Daarnaast wordt de link tussen economie en taal gelegd. Marc Kocken: Wat zou je moeten doen om taal in te zetten als bindmiddel, voor bijvoorbeeld het Geopark of de Hondsrug? Is taal aan het concurreren met andere projecten? Momenteel is het Geopark zo breed bezig met hun thematiek, waarom ­zouden ze niet aanhaken bij de taal, als een bindmiddel? Jan Germs: Volgens mij is het heel gemakkelijk, maar wanneer komt het nou zo ver? Stel je speelt een film af, waarom is er

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

dan geen knopje “Drents” waarop men kan klikken om de Drentse vertaling te horen. Er is wel een knopje voor het Engels en Nederlands. Als het Geopark op deze manier verhalen zou willen vertellen dan vertaalt het Huus van de Taol het en spreekt het in. Dat zou bijna gratis zijn. Het is gewoon jammer dat de streektaal nog zo vaak gepromoot moet worden. Bij het Drents Poppenmuseum is dit wel goed gegaan. Michiel Huisman: Eigenlijk zou de streektaal in het normale aanbod moeten komen. Jan Germs: Je wilt mensen niet verplichten, maar het moet wel onder de aandacht komen. Het is leuk om mensen uit te dagen. Marc Kocken: De streektaal kan ook als een trigger voor het gebied werken.

Archeologie Op het gebied van de archeologie is nog een wereld te winnen. Het beleid voldoet niet altijd aan de vraag. Daarnaast zouden de mogelijkheden voor vrijwilligers verruimd moeten worden, maar hier is nauwelijks beleid voor. Jens Hesmeijer: staat het erfgoed onder economische druk? Marc Kocken: Met name het gebouwde erfgoed staat onder economische druk. Gemeenten hebben bijna alles vastgelegd op kaarten en alles staat goed op papier. Michiel Huisman: Het archeologische onderzoek is daarnaast ook wettelijk verplicht. Frank van der Velden: Je kunt wel beleid maken, maar hoe is de uitvoering ervan? Archeologie wordt vaak als last gezien. Michiel Huisman: Dit zijn de keuzes uit Den Haag, door de ­verantwoordelijkheid te verschuiven naar de gemeenten. Andere landen zie je andere keuzes maken. Paul Meurs: Levert dit problemen op? Michiel Huisman: In het buitenland wordt het betaald door de overheid; archeologische vindplaatsen worden daar beschermd. Dat geeft qua onderzoekslasten een heel ander beeld. In Nederland is het erfgoed van ons allemaal en de vervuiler betaalt. Hier wordt vaak ­tegenin gebracht: als het van ons allemaal is, waarom moet ik dan betalen? Paul Meurs: Het gaat met name fout bij de kleine eigenaren. Alkmaar heeft bijvoorbeeld een ‘postzegelbeleid’ waarbij archeologisch onderzoek tot 250 m² wordt vergoed


Rondetafelgesprekken

door de gemeente. Zitten er in Drenthe ook kansen door de samenwerking op archeologie? Jens Hesmeijer: Kunnen vrijwilligers geen zelfstandig onderzoek doen? Vrijwilligers inzetten kan ten koste van arbeidsplaatsen gaan. Daarnaast is het verschil in werkwijze en werktijden tussen de professional en de vrijwilliger groot. Marc Kocken: Bijna geen enkele gemeente heeft een eigen beleid ontwikkeld op het gebied van archeologie, los van het provinciale beleid. Als je beleid wilt ontwikkelen dan ga je kijken naar thema’s en verbindingen. De gemeenten Coevorden, Tynaarlo en Borger-Odoorn doen wel aanzetten op dit gebied. Is de AWN in samenspraak met de historische verenigingen? Gaan jullie met de gemeenten in gesprek wanneer zo’n beleidskaart wordt gemaakt? Jens Hesmeijer: Door het Verdrag van Malta zijn de mogelijkheden voor vrijwilligers ­minder geworden. Net zoals het contact met de verenigingen van amateurs en het aantal meldingen van vondsten. Michiel Huisman: De kansen voor vrijwilligers in de archeologie liggen bij de grootschalige opgravingen. Daar werken tientallen ­vrij­willigers aan mee. Maar dit zijn bijna allemaal projecten uit de periode voor de crisis. Jens Hesmeijer: Daarnaast veroudert het ledenbestand ook heel erg. Men is ook gewend dat je vrijwilligers overal voor kunt inzetten. Paul Meurs: Hoe ziet de toekomst eruit? Gaan de ­vrijwilligers in samenwerking met de organisatie aan de slag? Michiel Huisman: Het ontbreekt aan tijd om dit soort lijnen uit te gaan zetten. Paul Meurs: Wie zou dit dan moeten oppakken? Michiel Huisman: In het huidige politieke klimaat worden externe initiatieven toegejuicht. Maar de gemeenten hebben volgens de wet wel de verantwoordelijkheid voor het erfgoed. Er moet meer draagvlak gecreëerd worden. Marc Kocken: Kan de provincie Drenthe hier een rol in spelen? Volgens mij is de provincie redelijk streng. Michiel Huisman: De provincie zou een goed netwerk van vrijwilligers kunnen opzetten, ook op het gebied van landschap zou dit goed zijn. Maar de versnippering maakt het lastig. Want er zijn veel projecten waarbij deze vrijwilligers ingezet zouden kunnen worden. Op de combinatie van archeologie en archiefonderzoek is wel veel winst te halen.

121

Samenwerking Het IVN probeert educatie en erfgoed te koppelen, om zo op beide terreinen meer winst te behalen. Maar dit is op papier makkelijker dan in de werkelijkheid. Lang niet altijd gaan zo’n samenwerking goed. Toch zouden veel organisaties op het gebied van samenwerking nog wat kunnen leren van het IVN. Samenwerking wordt immers niet als de norm beschouwd. Paul Meurs: Is er op de koppeling van educatie en erfgoed ook nog winst te halen? Andre Brasse: Ja, er is winst te halen. Door de crisis zie je een terugtrekkende beweging bij de organisaties. Educatie is nu een soort toverwoord. Men denkt hier veel te gemakkelijk over, maar educatie is wel een vak. Dit wordt vaak onderschat. Scholen willen niet meer aan projecten mee doen, omdat ze worden overspoeld in het aanbod. Maar scholen moeten wel meegaan in het verhaal. Drenthe heeft een beetje de eigenschap dat men alles zelf wil doen; hierdoor vindt men het wiel steeds opnieuw uit. Dat geldt ook voor de politiek, die is verdeeld in de provincie. Paul Meurs: Het IVN heeft de ervaring en het netwerk. Cultuur zou in de toekomst kunnen aanhaken op het aanbod van natuureducatie. Er zou samen gekeken kunnen worden naar de verbreding van het lesaanbod. Andre Brasse: Dit is dus wat we doen bij het nationaal park de Drentsche Aa. Dit concept zou je over Drenthe kunnen uitrollen. Dit wordt momenteel ook gedaan, bijvoorbeeld bij het houtwallenproject. Dit is in eerste instantie ontwikkeld voor de Drentsche Aa, maar als het aanslaat gaat het heel Drenthe rond. Alle projecten worden steeds breder, omdat we ze uit de natuurhoek willen trekken. Het hokjesdenken is nog heel sterk aanwezig, je moet rare kronkels maken om je doel te kunnen bereiken. Paul Meurs: Heb je een aanbeveling voor het provinciale beleid? Heeft de provincie een taak hier in? Andre Brasse: De provincie heeft hier wel een taak. Bij het Drents Plateau lukte het niet en nu moet het IVN de ­programma’s maken op het gebied van de educatie. Jaarlijks gebruiken heel veel kinderen het en dus indirect ook de familie van deze kinderen. Educatie wordt altijd onderschat. Je bent bezig met bewustwording, maar dit is niet meetbaar. Bewust-

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

wording en draagvlak zijn altijd moeilijk aan te tonen. Door draagvlak kunnen projecten doorgaan. Bij archeologie is dit ook heel lastig. Michiel Huisman: Maar toch vormt educatie het potentieel, daarom is het belangrijk kinderen zo vroeg mogelijk te betrekken. Andre Brasse: Integraal werken is hier geheim in. Michiel Huisman: Toch begint het intrinsieke gevoel steeds meer te leven en wordt dit steeds groter. Sis Hoek: Waarom werken professionele organisaties niet goed samen? Van onderaf moet men de basis naar voren gooien. Michiel Huisman: Maar bij veel professionele organisaties is dit hetzelfde probleem. Sis Hoek: Het zou verplicht moeten worden om samen te werken. Jan Germs: Dit merk je ook in de praktijk. Het werkt ook niet om met te veel organisaties samen. De natuuren milieueducatie van het IVN is goed. Dit is heel waardevol. Andre Brassen: De mensen die bij ons werken komen uit het onderwijs. Wij trainen de docent in het lesgeven in de klas, ook trainen we docent en ondernemer in het vertellen van het verhaal. Michiel Huisman: Maar hoe worden jullie gefinancierd? Andre Brasse: Nu is het nog postcodeloterijgeld, geld van het nationaal park en daarnaast gemeentelijk en provinciaal geld. Maar deze verschillende potten met geld zijn wel een risico. Als er één wegvalt, heb je als organisatie een groot probleem. Paul Meurs: Educatie is meer dan een lesbrief. Er is zoveel te bereiken als we elkaar kunnen vinden. Maar dit moet niet het doel op zichzelf zijn. Het is een middel om je doel beter te ­bereiken. Sis Hoek: IVN is in wezen een ideaalorganisatie. Waarom zijn deze er ook niet op het gebied van erfgoed? ­Erfgoed is momenteel ‘hot’, waarom geeft dat geen mogelijk­ heden? Andre Brasse: We hebben samengewerkt met het ­Geopark, maar zonder het Drents Plateau was dit niet meer mogelijk. Het netwerk wat we hebben is in principe goed. Michiel Huisman: hebben jullie ambities om jullie veld te ­verbreden? Andre Brasse: Dit hebben we geprobeerd, maar dit sloot niet aan bij de organisatie. De verschillen tussen typen onderwijs zijn te groot. Als je dit niet begrijpt dan werkt het niet. Natuurorganisaties en erfgoedorganisaties begrijpen elkaar nog niet. Op het niveau van het nationale park werkt het wel en


Rondetafelgesprekken

schuiven dingen in elkaar. Michiel Huisman: Wat je uiteindelijk wil bereiken is een vliegwieleffect. Het mogelijk maken om een pilot op te zetten om de educatie-expertise van het IVN te ­koppelen aan de erfgoedexpertise.

Drents Plateau Sinds het Drents Plateau uit elkaar is gevallen is er een gat in de markt ontstaan. Dit is opgevuld door het Libau Groningen, maar in praktijk blijkt dit niet altijd te werken. Is er behoefte aan een nieuw Drents Plateau? Frank van der Velden: Maar het Drents Plateau heeft ook een erfenis. Michiel Huisman: Het Drents Plateau is in vier stukken uiteengevallen; kunst en cultuur, provincie, ruimtelijke kwaliteit (dit is naar Libau gegaan) en voor een deel hield het op. Frank van der Velden: De mensen bij Libau Groningen zijn deskun­ digen maar hebben geen organisatiekwaliteit. Men komt niet samen zoals bij het IVN, hoe komt dit? Sis Hoek: Wij hebben hier ook moeizame ervaringen mee bij projecten. Paul Meurs: Maar is er nu een gat ontstaan dat niet wordt gevuld? Frank van der Velden: Veel gemeenten gaan nu naar Het Oversticht, dus er is vraag naar. Waarom doen we daar niet wat mee in Drenthe? Michiel Huisman: Ja, er is een gat gevallen. Ooit was het idee dat Drenthe drie of vier regioarcheologen zou hebben. Maar dit plan is er nooit gekomen. Als je kijkt naar de schaalgrootte van gemeenten, dan is die te klein om goed te organiseren. Het is dan beter om gemeenten te clusteren. Maar in plaats daarvan huren ze de expertise van buitenaf in. Andre Brasse: Dit valt mee. IVN is wel een landelijke organisatie. Als we een project opzetten dan doen we dit altijd met een partij samen, omdat we geen eigendom hebben. Als verbindingen in elkaar kunnen schuiven is het alleen maar mooi. Het IVN werkt regionaal, we gaan niet het wiel opnieuw uitvinden op verschillende plekken in Nederland. Het draait om een methodiek en daar willen we zoveel mogelijk gebruik van maken. Frank van der Velden: Het Drents Landschap ziet wel wat in samenwerking met het IVN en dan samen een grote speler ­worden op het gebied van landschap en educatie. Het doel

122

hiervan is het behoud van onze eigendommen. Cultuurhistorie is immers van belang voor het behoud van het landschap. Andre Brasse: Dit werkt ook zo bij natuurmonumenten, men heeft de landgoederen nodig om de natuur te kunnen behouden.

Wensenlijst Deze rondetafel wordt afgesloten met het opstellen van een wensenlijst voor de provincie. Verschillende voorstellen komen hierbij aan bod: meer geld, vrijwilligers en het onderhoud van erfgoed. Paul Meurs: Wat is nu jullie wensenlijst voor de provincie en de gemeenten? Glasvezel wordt door veel partijen genoemd, maar bijvoorbeeld ook een verhalenproject in Aa en Hunze of een cursus op het gebied van handhaving. Border-Odoorn gaf aan een Citta Slow project op te willen starten. Er komt vaak terug dat erfgoed aan verschillende dingen gekoppeld kan worden. Hoe denken jullie hier over? En welke plek hoort erfgoed in beleid te krijgen? Frank van der Velden: Het Drents Landschap is een private organisatie met publieke middelen. Als ik kijk naar de toekomst dan trekken publieke organisaties zich steeds verder terug en de private organisaties mogen dit op gaan pakken. Dit is lastig omdat het vaak veel geld kost. Het is belangrijk dat de publieke partijen gaan begrijpen dat als je een verandering inzet er wel ruimte binnen de private organisaties moet blijven om zichzelf te ontwikkelen. Je krijgt veel te maken met een hele moeilijke vergunningsprocedure. Maar geef private organisaties meer de ruimte, geef wat middelen mee en stel hierbij kaders. Gemeenten en provincies die erfgoed afstoten, moeten als wijze van bruidsschat wat financiële middelen meegeven. Michiel Huisman: maar momenteel wordt het afstoten van ­erfgoed als een platte bezuiniging ingestoken. Frank van der Velden: Gemeenten weten vaak ook helemaal niet wat ze aan onderhoud kwijt zijn. Als wij de gemeenten deze spiegel voorhouden, dan schrikken ze en stoten ze het erfgoed af. Maar hier horen ze wel geld bij te geven. Er is vaak sprake van achterstallig onderhoud in de krimpregio’s en dit wordt elke winter

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

erger. De organisatie wil dit wel oppakken, maar er is niet genoeg geld voor. Paul Meurs: Dus onderhoud in het krimp­ gebied is belangrijk. Frank van der Velden: Eigenlijk willen we geld, daar draait alles uiteindelijk om. Met name voor het achterstallig onderhoud. Zonder geld kan namelijk niemand dit doen. Misschien is het een idee om een provinciaal fonds op te zetten. Sis Hoek: Vrijwilligersorganisaties zouden meer ondersteuning moeten krijgen van de gemeente en de provincie. Als zo’n organisatie iets voor elkaar krijgt, dan moet dit ook blijven. Hier zouden we een fonds voor kunnen maken. En als iets werkt, dan moet het ook vervolgd worden met professionals. Van onderaf zet je de kwaliteit op, maar met ondersteuning van professionele partijen. Van bovenaf dit opzetten werkt niet. Paul Meurs: Maar dit is lastig, samenwerking tussen ­vrijwilligers en professionals. Ze verwijten elkaar van alles, ­terwijl je mensen nodig hebt die verbindingen willen leggen. Andre Brasse: Werken met vrijwilligers is gewoon heel lastig. Vrijwilligers worden tegenwoordig ingezet als een toverwoord. Maar er is juist niets zo moeilijk als werken met vrijwilligers. Sis Hoek: Het geheim is gewoon hoe je met de vrijwilligers omgaat. Andre Brasse: Het ondersteunen van vrijwilligers is lastig. Je kunt ze niet dwingen, want dan gaan ze iets anders zoeken. Je moet ze juist ondersteunen en van onderaf werken. Sis Hoek: Als er gewerkt wordt met vrijwilligers, zorg dan dat er middelen zijn om dit goed op te zetten. Paul Meurs: En wat zijn deze middelen dan? Sis Hoek: Expertise en ervaring uit het veld. Michiel Huisman: Veel mensen weten ook van elkaar niet wat ze aan het doen zijn. Wat is de onderliggende motivatie van mensen om vrijwilligerswerk te doen, dat is vaak de lokale schaal. Dit is van bovenaf lastig. Mensen willen het graag verbinden en logica aanbrengen, maar dit werkt in de praktijk niet zo gemakkelijk. Paul Meurs: Maar hoe los je dit op? Michiel Huisman: Door erin te schipperen. Het komt erop neer dat allerlei lokale subclubjes bepalen hoe ze het gaan doen. Af en toe kan een professional hier ondersteuning in bieden. Andre Brasse: Het is fout dat gemeenten denken dat vrijwilligers niets kosten. Er moet ondersteuning en training


Rondetafelgesprekken

komen. Je moet vrijwilligers ook niet willen koppelen, dat werkt in de praktijk vaak niet. Je moet ze in hun waarde laten, je hebt ze ook echt nodig. Maar ze laten zich niet sturen. Sis Hoek: Dit is onzin, ik wil me best laten sturen. Sis Hoek: We hadden vorig jaar een werk- en studiedag met allerlei organisaties. Iedereen gaf aan dat ze graag wilden samenwerken, maar we willen wel onze identiteit bewaren. Maar je moet ook iets loslaten als je gaat samenwerken. Paul Meurs: Bij monumentenorganisaties werkt het als volgt: aan de voorkant zijn we allemaal verschillend, aan de achterkant werken we juist samen. In het contact met de overheid kan je de krachten bundelen, maar in het veld is het ieder voor zich. Michiel Huisman: Een studiedag zou een grote winst zijn. Dan kunnen al die clubs elkaar leren kennen en dan weten ze van elkaar wat ze willen doen. In Noord-Drenthe is dit er nog niet. Sis Hoek: In Emmen werkt dit heel goed, de gemeente is er heel blij mee. Marc Kocken: Het is belangrijk dat vrijwilligerswerk ondersteund en gefaciliteerd wordt. Men moet elkaar stimuleren, maar de initiatieven moeten van onderaf blijven komen. Dit is een wens voor de provincie en de gemeente. Geld is hierbij belangrijk, men moet de gemeente beter bewust laten worden dat vrijwilligers niet gratis zijn. Sis Hoek: Emmen wil culturele gemeente van Drenthe worden. Hiervoor hebben ze vrijwilligers nodig, maar er wordt niet met ze overlegd, ondanks dat ze de helft van het project moeten draaien. Michiel Huisman: Vanuit de provincie is er een Steunpunt, dit is een mooi onderwerp om hier een keer te bespreken. Sis Hoek: Daarnaast zitten er ook grenzen aan vrijwilligers. Er wordt bijvoorbeeld gestreept op koffie en thee voor vrijwilligers, dat kan gewoon niet. Andre Brasse: Vrijwilligers zijn geen onuitputtelijke groep, maar dit denken de gemeenten wel. Jens Hesmeijer: Het zijn steeds dezelfde mensen. Ze worden allemaal ouder en het worden er steeds minder. Andre Brasse: En tegenwoordig maakt de jeugd het ook niet uit waar ze zitten. De jeugd bindt zich niet meer zo snel aan vrijwilligersorganisaties. Men wil de ene dag bij de ene club horen en de andere dag bij de andere club. Sis Hoek: Dit is helemaal niet waar, vrijwilligers gaan ook naar meerdere interessante clubs. Andre Brasse: Dit is ook mooi, maar je moet wel

123

zorgen dat je ze vasthoudt. Want het is geen onuitputtelijke bron. Vaak heb je één vrijwilliger die vier verschillende functies heeft. Voor de gemeenten en de provincies lijken dit dan vier verschillende vrijwilligers. En dit beeld snappen weinig mensen. Jens Hesmeijer: Dit beeld hebben wij ook bij de AWN. Het is heel moeilijk om jonge actieve vrijwilligers te krijgen. Ze zijn ook veel te druk. Paul Meurs: Zijn er nog laatste punten? Andre Brasse: Ik ben getriggerd geraak door de taal. Het Drents wordt te weinig toegepast, dit was nog niet bij mij opgekomen. Natuurlijk werken we met streektaal, maar structureel toepassen doen we het niet. Terwijl het juist zo mooi past bij het landschap.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Rondetafelgesprekken

Boomkroonpad

124

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Rondetafelgesprekken

Notulen Rondetafelgesprek ­Erfgoedverkenning Drenthe middagsessie Vennebroek, Paterswolde – 15.01.15

Aanwezig Joop Bos, AWN Marc Kocken, archeoloog en zelfstandig adviseur Marjo Montforts, Libau Catherine Visser, adviseur ruimte en erfgoed Linda Reinalda, Kunst & Cultuur Drenthe Anja Schuring, Drentse Historische Vereniging, zelfstandig ­uitgever Marga Kool, dijkgraaf Waterschap Reest en Wieden, voorheen gedeputeerde van Drenthe Saskia van Dijk, provincie Drenthe Heilien Tonkens, werkgroep boerenerven Jorie Wolf, Staatsbosbeheer, senior adviseur cultuurhistorie Paul Meurs, SteenhuisMeurs Marinke Steenhuis, SteenhuisMeurs Marga Scholma, Beukers Scholma, projectteam ­SteenhuisMeurs Marloes Fransen, SteenhuisMeurs

Voorstelronde Het rondetafelgesprek begint met een voorstelronde waarin de aanwezigen zich kort introduceren en vertellen wat zij zo mooi vinden aan de provincie Drenthe. Joop Bos heeft lang in Utrecht gewoond, maar is twaalf jaar geleden naar Drenthe toe gekomen. Hij zit in het landsbestuur van het AWN als penningmeester, voor de regio Noord. Hij woont nu in Roden. Het AWN Noord werkt veel samen met de provinciaal archeologen, veel afdelingen houden zich bezig met opgravingen. Hij komt vaak in het archeologisch depot in Nuis,

125

hier houdt AWN bestuursvergaderingen. Er komt nu een cursus waarin veel verenigingen samen werken. De dag van de archeologie hebben ze nu al twee keer georganiseerd. Verder houdt hij zich bezig met het blad Westerheem, waarin hij ook met andere verenigingen samenwerkt. Als lid wordt er van je verwacht dat als er in jouw gemeente iets speelt op het gebied van de archeologie, je dat doorstuurt naar de provinciaal archeoloog. Marc Kocken is archeoloog en zelfstandig adviseur, daarnaast is hij werkzaam als regioarcheoloog in de Achterhoek. Juist de gelaagdheid van Drenthe is haar kwaliteit. Marjo Montforts heeft bij Drents Plateau gewerkt, ze is archeoloog. Ze is geboren en getogen in Zuid-Limburg. Maar ze heef 30 jaar in Utrecht gewoond. En lang bij de Rijksdienst gewerkt. Momenteel woont ze in het Reestdal in Overijssel. Ze werkt nu al 8 jaar in Drenthe, eerst bij het Drents Plateau, nu bij Libau in Groningen. De lange lijnen in het landschap treft haar aan Drenthe. Drentse beekdalen zijn bijzonder in Drenthe, dit is vaak als het onderschoven kindje gezien. Catherine Visser is architect. Ze werkt op het gebied van erfgoed en ruimte in verschillende rollen; als adviseur, maar ze maakt ook visualisaties. Haar verbinding met Drenthe: toen ze 17 was kreeg ze een week veenplaggen in Drenthe cadeau. Het was zwaar werk, maar ontzettend indrukwekkend. Ze ging toen ook op de fiets op bezoek bij mensen die in het veen gewerkt hebben, dit waren ongelofelijk felle, communistische mensen. Dit is een confrontatie die haar bijgebleven is. Linda Reinalda werkt bij Kunst & Cultuur Drenthe. Ze heeft een opleiding in geschiedenis en media. Haar doel is om geschiedenis over te brengen naar het publiek. Erfgoededucatie is onderdeel van haar specialisme binnen Kunst & Cultuur; ­hierbij legt ze verbindingen tussen mensen in de praktijk en het publiek. Kunst & Cultuur organiseert samen met het Drents Archief de Dag van Drentse Geschiedenis. Daarnaast ondersteunt deze organisatie docenten uit het voortgezet onderwijs op erfgoedgebied en historische verenigingen. Er zit vaak heel veel kennis, maar deze kan je op heel veel manieren ontsluiten. Anja Schuring vindt dat de korte lijnen bij Drenthe horen. Ze kent heel veel mensen in Drenthe, dit is heel erg gemakkelijk. Ze is onderwijzer van huis uit, maar werkt nu als zelfstandig

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

­uitgever. Ze is momenteel voorzitter van het bestuur van de Drentse Historische Vereniging. Dit is wat anders dan de Drentse Prehistorische Verenigingen. Er zijn 50 historische vereniging die allemaal doen aan hun lokale geschiedenis, maar deze club houdt zich bezig met de geschiedenis van Drenthe. Eén keer per jaar reikt DHV een prijs uit voor een persoon of vereniging die zich goed inzet voor de geschiedenis. Daarnaast organiseert de vereniging lezingen op locatie, waarbij de locatie moet bijdragen aan de inhoud. Marga Kool is dijkgraaf van Waterschap Reest en Wieden en was in het verleden Gedeputeerde van Drenthe. Ze zit momenteel in het bestuur van het Nationaal Restauratiefonds en helpt daarnaast bij het oprichten van de Stichting Drenthe-­ Boek. Ze is ook bestuurslid geweest van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij. Vanuit hier raakte zij ook bij het watererfgoed Drenthe project betrokken, ze heeft een inven­ tarisatie op dit gebied gemaakt. Het landschap, de natuur en de bebouwing van Drenthe hebben haar hart, maar er is veel verloren gegaan. Drenten zijn te weinig trots, waardoor er veel kwaliteit verloren gaat. Saskia van Dijk is architectuur- en stedenbouwhistoricus. Ze werkt bij de provincie Drenthe. Ze heeft ooit eens een dag lang met landschapsarchitect Greet Bierema door Drenthe gereden. Hierdoor kan ze nu de afwisseling, van kleinschalig, naar planmatig, van Hondsrug naar veenkoloniën waarderen. Het landschap is heel goed te lezen in Drenthe. Paul Meurs is restauratiearchitect. Sinds kort is hij een Drent. Hij is hoogleraar in Delft en bekleedt de leerstoel Heritage and Cultural Value. De verandering van het landschap kan zich negatief uiten, maar kan ook ten goede keren. Het Drenthegevoel is nu de plek waar hij woont. Hij leeft nu in twee snelheden: een werkkring door het hele land en het leven hier. Daarnaast is de fietsbaarheid van het landschap heel mooi. Marga Scholma is ontwerper en komt oorspronkelijk uit Assen. Ze heeft in Haarlem een ontwerpbureau, waarvoor ze veel boeken maken, met name in culturele hoek. Ze is lid van het team SteenhuisMeurs. Heilien Tonkens zit bij de werkgroep boerenerven. Ze is door Jan Tuttel en Harry de Vroome bij de boerenerven


Rondetafelgesprekken

getrokken. Er is landelijk een groot archief gemaakt met allerlei verhalen van boerenerven en dit is nu bij het RCE ondergebracht. De rijksdienst wilde veel wegdoen, terwijl juist heel veel dingen een tijdsbeeld geven. Daarnaast is ze ook fanatiek aan het werk in het groen. Jori Wolf werkt bij Staatsbosbeheer. Ze is adviseur landschap en cultuurhistorie voor de regio noord. Ze zit in de hunebeddenbeheergroep en in de groep nationaal park Drentsche Aa. Ze is afgestudeerd bij Theo Spek op de wildernis en werkt nu veel in het Drentsche Aa gebied. Erfgoed is veel gekoppeld aan natuur en ecologie, maar weinig aan de bebouwing. Ze ­probeert hierin te adviseren; waar laat je de natuur vrij en waar krijgt het erfgoed juist meer de rol. En hierin steeds op zoek naar de balans. Marinke Steenhuis is opgegroeid op de gradiënt van zand en veen, in Midlaren. Pas later besef je dat het een kwaliteit is. Ze heeft aan de VU architectuurgeschiedenis gestudeerd en is daarna gepromoveerd bij Auke van der Woud. Ze heeft een hoofdstuk gemaakt voor de Landschapsbiografie Drentsche Aa. Het mooie aan Drenthe is dat het gebouwde en het natuurlijke samenkomen in één landschap. Het groen en rood is in balans. Drenthe zou daar wel trotser op kunnen zijn, en deze planologische koers uit het verleden vast moeten houden in het belang van het unieke vestigingsklimaat. Dit betekent volstrekt niet dat er niets ontwikkeld kan worden.

Drentse identiteit De Drentse identiteit en het Drentse erfgoed zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch zitten ze lang niet altijd op één lijn voor de buitenwereld. Drenthe wordt wel de provincie van de turf, jenever en achterdocht genoemd, terwijl de 5 G’s van ­Marketing Drenthe iets heel anders uitstralen. Marinke schetst de situatie van de veranderende samenleving. Momenteel zitten we als samenleving in een nieuwe fase; dit kabinet wil een ander volk, was één van de antwoorden in de vragenlijsten. Vanuit de traditie van de boermarkes en de noaberschap zijn hiervoor wel randvoorwaarden aanwezig in Drenthe. Marketing Drenthe heeft een kernslogan: kwaliteit

126

van leven. Daarnaast hebben ze de vijf g’s: gezondheid, geluk, geborgenheid, gedrevenheid en gastvrijheid. Zou het zo kunnen zijn dat Drenthe te weinig trots is? Wat brengen deze woorden als kansen? Heilien Tonkens: Trots is er in Drenthe niet, alles is gewoon. De persoonlijke verhalen zijn niet van belang. Hierdoor ontbreekt het aan trots, er wordt er niet hard genoeg geschreeuwd. Catherine Visser: Het Marketing Drenthe verhaal ontkent de tragiek van Drenthe, die er ook is. Marinke Steenhuis: De tragiek van het verbanningsoord en de armoede in het veen. Catherine Visser: Marketing is altijd de blije boodschap, maar is dit wel het instrument waar je erfgoed mee moet associëren? Paul Meurs: De vijf G’s koppel je ook niet meteen aan de ­provincie Drenthe. Ze zouden evengoed voor andere provincies kunnen gelden. Gulheid en Gewoon missen. Marinke Steenhuis: Er is in Drenthe zoals op veel plaatsen sprake van krimp en ontgroening. Kun je dit sturen? En als het kan, hoe dan? Wat is de rol van erfgoed? De donkere kant van het erfgoed in Drenthe is soms verdrietig, met de gevange­ nissen en oorlogskampen, maar het is soms ook een poging geweest om mensen een goed bestaan te geven: armenkolonie Philadelphia bij Vries bijvoorbeeld. Marjo Montforts: De donkere kant levert vaak heel sterke verhalen en emoties op. Ook het authentieke en mystieke trekt mensen. Marga Kool: Ook het feit dat het in Drenthe nog donker is. Er is ook nog veel behouden gebleven, maar we moeten vechten voor verdere verloedering en voor herstel. Maar Drenthe is nog wel de mooiste provincie van Nederland. Marinke Steenhuis: Is het een goed bewaard geheim? Marga Kool: Ja, het wordt in het westen nog wel gekend, maar in het zuiden juist niet. Er komen heel weinig mensen vanuit het zuiden naar Drenthe. Marinke Steenhuis: Maar de Drentse identiteit is overal te vinden. Catherine Visser: Mijn moeder zei altijd dat Drenten een Saksische achtergrond hebben. Joop Bos: In de slogan van Marketing Drenthe mis ik de ­eigenheden van de streek. In het Omgevingsplan staan kern­ kwaliteiten, maar deze kwaliteiten worden niet doorvertaald naar Marketing Drenthe. Linda Reinalda: Ik vind wel dat het

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

beter wordt. Anja Schuring: Maar de plank wordt ook wel vaak misgeslagen. Heilien Tonkens: Mogen er misschien wat minder borden zijn? Als we het hebben over mystiek, dan hoort er geen bord bij. Mensen komen hierdoor niet meer met elkaar in contact. Jorie Wolf: Ik heb net een project zonder bordjes gedaan, maar mensen kunnen nu geen dingen meer vinden. We moeten hiervoor nieuwe technieken in gaan zetten, maar dan moet je wel bereik hebben op je smartphone! Marinke Steenhuis: Zonder glasvezel kom je er niet. In de globalisering gaat Drenthe nog niet mee. Jorie Wolf: Er zit wel een mooie tegenbeweging in. Mensen vinden elkaar nog echt in de natuur. Catherine Visser: Franse snelwegen hebben borden omdat het nonplekken zijn, die borden worden niet als storend ervaren. Dit is anders langs een lokale weg met uitzicht, dit onderscheid moet je wel maken. Mensen krijgen op de snelweg door een bord wel het gevoel dat ze ergens doorheen rijden. Marga Kool: Plaatsen die mooie dingen hebben laten zich van hun lelijkste kant zien langs de snelweg, waardoor mensen niet de snelweg afgaan om de mooie dingen te zien. Marinke Steenhuis: Dit is de laatste 20 jaar gebeurd. De gemeenten hebben last van de bezuinigingen, ze komen niet toe aan de vraag hoe erfgoed en economie elkaar kunnen versterken. Sommige gemeenten hebben echt andere problemen. Linda Reinalda: Dat is misschien ook de reden dat het niet herkenbaar is voor de gemeenten en de mensen. De eigen omgeving maakt heel gewoon, mensen herkennen niet de kwaliteit van hun eigen omgeving. Als je van oudsher kijkt naar het landschap, zijn veel elementen die we nu mooi vinden, vanuit vroeger financieel noodzakelijk. Men was bezig met vooruitgang en wil nu nog steeds niet herinnerd ­worden aan die tijd. Marinke Steenhuis: Dit begint al bij het woord onland. Heilien Tonkens: Is het niet moeilijk voor de Drent om te horen dat import waardevol is? Eerst moet men energie gaan steken in de oer-Drent, dat daar bewustzijn komt. Dan krijg je het goede verhaal, mensen die van buiten komen nemen nu alles over en de echte Drent trekt zich terug. Marinke Steenhuis: Je moet eraan werken voordat dingen weg zijn. Als het weg is dan ben je de magie kwijt. Maar van de andere kant kun je de import


Rondetafelgesprekken

ook niet missen. Heilien Tonkens: Dit ben ik met je eens. Maar als je wat wilt met het bewustzijn van de Drent, dan moet je daar wel mee. Paul Meurs: Er zit wel een eeuw van museali­ sering en verpretparking overheen. Het authentieke beeld van Drenthe is op veel plekken ook gecommercialiseerd, dit is al heel lang aan de gang. Marga Kool: In Zuidwolde zijn er nu streektaalcurssusen. Het was de bedoeling om streektaal uit het verdomhoekje te halen, want er was het idee dat streektaal er niet was. Het was een eyeopener dat allochtone-Drenten Drents wilden leren. De autochtonen waren in eerste instantie verbaasd, vervolgens was men gefrustreerd dat men dat wilde. En daarna kwam pas de fase van trots over de taal. Het brengt een nieuwe beweging op gang. Dus eerst moet je laten merken dat mensen van buiten wel interesse hebben en dat je daar mee ook aan de gang kan gaan. Je moet mensen enthousiast maken. En niet alleen maar met het oog op de toeristen, want een goed woonlandschap is een eerste basisbehoefte. En dat we daar dan geld aan kunnen verdienen, dat is mooi meegenomen. Marc Kocken: Men denkt ook niet structureel aan de Drentse taal; het wordt als gewoon ervaren, men heeft het niet door. Catherine Visser: Je moet het ook breder zien. Je ziet een soort transitie, een proces dat veel gesloten gemeenschappen doormaken. Dit is hetzelfde als een project in Noord-Engeland over UNESCO, de Muur van Hadrianus. Eerst werd het als vijandig ervaren, daarna sloeg het om in trots. Het werd namelijk gekoppeld aan de ontwikkeling van de ­dorpen en boeren. Het is ook een verhaal van twee snelheden; het grote verhaal van UNESCO werd gekoppeld aan een lokaal verhaal van het dorp. Uiteindelijk is dit dorp nu ook gastvrij geworden. Marjo Montforts: Het besef van cultuurhistorie zit er in Engeland door en door in. Catherine Visser: Maar de Engelsen ervaren dit zelf anders. Uiteindelijk zijn het dezelfde problemen. Saskia van Dijk: Maar zijn er van bovenaf mensen die zich met een cultuurhistorisch belang bezig gaan houden? Catherine ­Visser: Onduidelijk, maar er is wel een trust opgezet. Saskia van Dijk maakt de vergelijking met het Geopark. Die kan de grotere structuur als vliegwiel gaan gebruiken; je maakt er

127

een merk van waar allerlei lokale ontwikkelingen aan vast gehangen kunnen worden. Marinke Steenhuis: Maar het moet wel zijn kernkwaliteiten behouden. De vijf G’s meer specifiek en verhalender laten worden. Drenthe had en heeft de woestenij, dit is een kracht, maar hoe zet je die in? Anja Schuring: De kracht is ook mooi om voor de mensen te gebruiken als kapstok. Misschien is het wel de onzekerheid van mensen die zich afvragen of het echt allemaal zo mooi is als ze zeggen. Paul Meurs: En er is een hele duidelijke verbinding tussen cultuur en natuur. Jorie Wolf: Het tijdsbeeld is ook belangrijk. Kemperbroek is nu 25 jaar een nationaal park, het heeft een verhaal over wildernis. Men had 25 jaar nodig om hun eigen kracht te leren kennen. Het is niet altijd nodig om alles te benoemen en overal borden bij plaatsen. Joop Bos: Het is maar net wat je wilt. De gemiddelde Nederlander gaat op vakantie naar het zuiden, die ziet het noorden nooit. Maar als je ze meeneemt naar het noorden, komt de verbazing. Anja: Mensen zijn ook boos. Waarom vertel je niet over de schoonheid van Drenthe? Heilien Tonkens: Alstublieft niet! Marinke Steenhuis: Drenten zijn heel bang voor de bussen met toeristen. Saskia van Dijk: Dit is wel heel dubbel. Want van de ene kant willen we de mensen weg laten blijven, maar van de andere kant moet er ook geld verdiend worden en daar heb je mensen voor nodig. Marga Kool: Maar we moeten wel oppassen dat we het gouden kalf niet kwijt raken. Paul Meurs: Je kunt je natuurlijk ook richten op exclu­ siviteit. Dat de mensen die komen, meer geld gaan besteden.

Recreatie Hoe wordt erfgoed ingezet op het gebied van recreatie? Wat zijn de hoogtepunten hiervan? En wat kan er beter? Marinke Steenhuis: we zien nu ook dat verschillende gemeenten dezelfde projecten doen. Ze vinden het wiel steeds opnieuw uit. Catherine Visser: Wat zijn de poorten van Drenthe? Marinke Steenhuis: Er zijn letterlijk poorten gemaakt. Paul Meurs: Maar wat zijn de ankers van Drenthe? Jorie Wolf: De hunebedden en de natuur op zich. Joop Bos: Maar waar moet Drenthe de bezoekers vandaan halen? Uit Duitsland? De ankers van Drenthe zijn bos, heide, hunebedden en fietsen. Marga Kool: Maar ook

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

het Drents museum, de dierentuin in Emmen, het Dwingelderveld, de Drentsche Aa, het boomkroonpad, het Reestdal en het Drents-Friesche Wold. Maar alleen bij het Drents museum staan mensen in de rij. Heilien Tonkens: Maar is het niet fantastisch dat je verder niet in rij hoeft te staan? Catherine Visser: Het gaat niet om die rij. Het doel is om dynamiek te krijgen in de bezoekersstroom. Ook voor de duurzaamheid van het netwerk en de organisaties. Daarbij is nadenken over wat je voorzieningen­ aanbod is wel nuttig. Joop Bos: Bij de etstoel in Anloo is het vreselijk druk. Marga Kool: En het schapenscheren is ook heel druk. Ambtenaren willen veel doen voor de toeristen, maar doen tegelijkertijd wel hun eigen bibliotheek dicht. Men moet gaan nadenken waarin je wilt investeren. Hierbij is het wel belangrijk eerst dingen veilig te stellen voor je eigen bevolking. Saskia van Dijk: Het is het klassieke verhaal dat in slechte tijden de cultuur als eerste sneuvelt. De gemeenten zijn zenuwachtig voor de decentralisatie, dus willen ze helemaal niet denken aan investeringen op andere gebieden. Marinke Steenhuis: We zijn alles in economisch waarden gaan uitdrukken. Catherine Visser: Je hebt ook buitenstaanders nodig om te merken dat dingen bijzonder of monumentaal zijn. Marga Kool: Zuidwolde is verloederd door de recreatie, dit is wel een doemscenario. Ik zou aanbevelen dat dorpen nog mooi, oud en historisch herkenbaar moeten blijven om toeristen ­binnen te halen. Jorie Wolf: Wat ik mis is initiatief. Het moet ergens vandaan komen. Je hebt ook economische dragers nodig. Geschiedenis wint vaak, maar je moet mensen er wel naar toe trekken.

Geopark Het Geopark brengt wat discussie in het rondetafelgesprek. Is het mislukt? Of wordt het juist goed opgepakt? De meningen zijn verdeeld. Paul Meurs: Wat zou een nieuw Belvedère project moeten zijn? Marc Kocken: Het archeolandschap Drenthe kan dit zijn. Het is een stille dood gestorven, het was zijn tijd toen te ver vooruit.


Rondetafelgesprekken

Het Geopark heeft dit toen wel overgenomen, maar in de ­veelheid van onderwerpen die wordt aangepakt raakt de focus soms uit beeld. Het beeldmerk Geopark moet veel beter worden neergezet. Marjo Montforts: het Geopark is bezig om het merk te laden met verhalen, maar dit blijkt in de praktijk vrij moeizaam. Het leeft niet bij de mensen in het gebied zelf. Jorie Wolf: Sommige ontwikkelingen hebben ook echt tijd nodig en het Geopark valt hier onder. Linda Reinalda: Het Geopark wordt ook niet als een waarde of ankerpunt genoemd, dit zou wel zo moeten zijn. Catherine Visser: Moet je het dan wel het Geopark noemen? Marc Kocken: Het Geopark doet ook niet veel met streektaal. Saskia van Dijk: Soms heb je het ook nodig om dit soort dingen top-down te organiseren. Als de provincie moet wachten op de bundeling van de kleine organisaties, daar kun je heel lang op wachten. Drenthe is altijd aan het polderen, dus wordt het een slap aftreksel van het oorspronkelijke idee. Paul Meurs: Je hebt gelijk, maar het is ook belangrijk om alle kleine partijen een stem te geven. Het merk moet gedeeld worden als collectiviteit. Iedereen is en kan het geopark zijn.

Staatsbosbeheer Hoe gaan dingen er momenteel aan toe bij Staatsbosbeheer? Deze organisatie heeft veel grond in handen in de provincie Drenthe. Hoe gaat Staatsbosbeheer om met het erfgoed en de bezuinigingen die zij moet uitvoeren? Jorie Wolf: We kijken meer naar schaal, waar liggen de grote gebieden, ook richting de nationale parken, het is een sterk merk. Mensen gaan eerst naar nationale parken. Richting beheer en sturing: wat is nu belangrijk? Doe niet alles overal. Ga na wat het belangrijkst is. Misschien het erfgoed in sommige gebieden opofferen en natuur ontwikkelen. De subsidie wordt ook steeds minder. De basis is wandelen en fietsen en dat moet op orde blijven. Onze gebieden zijn al jarenlang voor 35 procent opengesteld en dit zal ook zo blijven. Marinke Steenhuis: Hoe werk je met de recreatiesector? Is er samenwerking? Jorie Wolf: Ja, met de ondernemers. We zoeken naar ondernemers die passen bij een organisatie als Staatsbosbeheer. Een deel van

128

het beheer willen we bij vrijwilligers neerleggen. Landelijk hebben we 6000 vrijwilligers en maar 900 professionals. De vrijwilligers doen niet alleen aan uitvoering, maar denken mee over de ­toekomst. Een jonge groep studenten heeft meegepraat over Staatsbosbeheer. Die zeiden: eigenlijk is bescherming en beheer een soort basis van Staatsbosbeheer. Maar zoek ook de verbinding met mensen, zorg dat het te beleven is, betrek ze erbij, dan gaan ze er zelf aan bijdragen. Linda Reinalda: Het is ook eigenlijk heel bijzonder. In de natuur mag je overal aanzitten, in musea kan dat niet. Marc Kocken: In Duitsland zijn de hunebedden nog allemaal onderdeel van een mystiek landschap, daar zijn ze niet vrij gelegd. Anja Schuring: Zou je voor de provincie Drenthe niet een wereld­ erfgoed longlist te maken? Paul Meurs: De canon van Drenthe is al geschreven. Anja: Een soort totaal van verhalen, gebonden aan een plek. Marinke Steenhuis: Een soort topperslijstje. Het zou geweldig zijn om serie over Vermaning en Van Giffen uit te zenden. Catherine Visser: De BBC heeft nu een serie ‘farm’. Het thema is voedselvoorziening en landbouw in een bepaalde periode. Dit kan interessant zijn. Marinke Steenhuis: Een serie kan een enorme exposure hebben voor een plek. De kracht van verhalen werkt en die verhalen mag je af en toe ook romantiseren. Er ligt heel veel voor het oprapen. Dit kun je ook koppelen aan muziek. Maar het moet wel financierbaar zijn. Joop Bos: Het pauper­ paradijs wordt nu voor een jaar uitgesteld. Saskia van Dijk: Dit is gestrand op wijziging van bestemmingsplan. Marjo Montforts: Terwijl er geen enkele reden is om het af te wijzen. Maar het is de bevolking die dwarsligt. Paul Meurs: Dus toch weer dat massapubliek dat de mensen niet willen. Joop Bos: Terwijl iedereen het fantastisch vindt, gaat het niet door.

Aanbevelingen Tot slot krijgt iedereen de mogelijkheid ideeën aan te dragen voor de lijst van aanbevelingen die voor de provincie wordt geschreven. Marga Kool: Het is de rol van de gedeputeerde om een programma te maken voor wethouders van Drentse gemeenten om langs te

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

gaan bij best practices in binnen- en buitenland. Zo kun je de wethouders bewustmaken. Marc Kocken: Een soort inspiratiecarrousel. Een aantal plekken in Nederland uitzoeken, bus ­regelen en overal langs rijden. Maar het beklijft niet. Je moet er daarna meer mee doen. Er moet wel nazorg zijn. Marga Kool: Er is inspiratie nodig. Jorie Wolf: Of dag met Theo Spek in de bus. Anja Schuring: Kennis is een heel belangrijk ding. Kennis en kansen doorgeven. Catherine Visser: Wethouders moet je ook erkennen dat ze mee gaan in de vaart der volkeren. Paul Meurs: Daar moet de inspiratiereis op gericht zijn. Jorie Wolf: Water is ook belangrijke factor. Hier is het groots en schoon aanwezig en is het een basiskwaliteit. Marjo Montforts: Er moet een pleidooi komen voor de veen­ koloniën. Er zijn enorme problemen, maar ook enorme kansen voor het gebied waar het om erfgoed gaat.


Rondetafelgesprekken

Koloniën van Weldadigheid

129

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijzondere burgerkracht

Nieuw Dordrecht

130

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijzondere burgerkracht

Bijzondere burgerkracht: ­dorpscoöperatie Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen Weekblad Vrij Nederland wijdde eind november 2014 een groot artikel aan dorpscoöperatie Nieuw-Dordrecht, waar dorpelingen sinds ruim een jaar verregaande taken overnamen van de gemeente Emmen. Zorgtaken, weg- en groenonderhoud doen ze voortaan zelf. Hoewel er ook kritiek is op de ‘dorpsbobo’s’ van de coöperatie, is de organisatievorm in het rond 1850 gestichte veenkoloniale dorp het noemen waard – ook waar het om de zorg voor het erfgoed gaat. In zekere zin is het vergelijkbaar met het woonzorginiatief van de Berkenhof, waar karakteristieke vrijkomende panden door twee echtparen worden verbouwd tot woonzorglocaties. Zelf doen, waardoor een duurdere aannemer niet nodig is. In Nieuw-Dordrecht wonen 1600 mensen. Er zijn meer dan ­vijfentwintig verenigingen actief. Tegelijkertijd is er minder overheidsbudget beschikbaar, is er sprake van verdere vergrijzing en bevolkingskrimp.

131

Ed van den Akker, procesmanager van het leefbaarheids­ programma bij de gemeente Emmen, begeleidde de oprichting van de dorpscoöperatie. Een coöperatie zou kunnen bijdragen aan de sociale samenhang. En de financiële opbrengsten van het verrichte werk konden weer in het dorp worden geïnvesteerd. Een bestuur en een ledenraad van vijftien personen zet de lijnen uit en heeft mandaat om de meeste besluiten te nemen. Minimaal een keer per jaar is er een algemene ledenvergadering. Diverse werkgroepen maken projecten concreet. Zoals het zelf maken van verkeersremmende palen, of het onderhoud van de begraafplaats, in een mix met professionele groenwerkers.

Nieuw-Dordrecht is een regelvrije zone. De dorpscoöperatie doet, met nog negen andere dorpen, mee aan een landelijke proef van Platform 31. Van zaken die bij de gemeente liggen, zoals bouwbesluiten of bestemmingsplannen, worden de regels versoepeld. De dorpscoöperatie wil graag het openbaar groen in eigen beheer hebben. Ook wil zij graag een deel van de OZB-­ gelden krijgen. Die gaan nu nog naar de gemeente. Van de OZB kunnen bijvoorbeeld verbeteringen in het dorp worden betaald. Samen met de gemeente Emmen en het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat de dorpscoöperatie kijken of de bestaande regels kunnen worden opgerekt.

In feite voeren vrijwilligers projecten deels zelfstandig uit, waardoor het effect van de rijksbezuinigingen uitblijft, en er zelfs vaak geld overblijft. Zo moest er in het dorp Zwartemeer een fietspad worden verlegd, de bewoners konden dat uitvoeren voor een kwart van de prijs.

Voor de gemeente Emmen, het bevoegd gezag, is de zoektocht naar de balans tussen dereguleren en kaders stellen een uitdaging. Bijvoorbeeld waar het de gemeentelijke woonvisie betreft. Emmen wil op voorhand geen barrières opwerpen.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Mystery guests

Kunstroute Schoonoord

132

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Mystery guests

Impressie mystery guests: twee Drentse vriendinnen door Drenthe

Op 19 februari 2015 zijn twee vriendinnen (begin vijftig, allebei drie kinderen) uit Eelde een dagje uit geweest. Ze bezochten de Waterburcht in Eelde, het Drents Archief, het Ontvangershuis van het Drents Museum (interactief ­poppenhuis) en het Gevangenismuseum in Veenhuizen. ­Hieronder volgt hun korte impressie.

De Waterburcht Ziet er verzorgd uit, maar er valt weinig te beleven. Idee voor meer bekendheid: een Midzomernachtfeest, catering door De Waterburcht, varken aan ‘t spit, muziek, dans, valkenier, kruisboogschieten. Een minstreel die uitleg geeft over de geschiedenis van De Waterburcht. Dan gaat het leven, als dit tenminste mag in verband met de archeologische waarden.

133

Een ander idee is een kinderfeestjes met gids, uitleg over De Waterburcht, en dan met paard en wagen (verkleed als middeleeuwers), via de kastanjeboom van Anne Frank, de vlindertuin, het onderduikershol en het zwembad naar de midgetgolf.

Drents Archief Ziet er modern en professioneel uit. Op het eerste oog weinig voor de jeugd, saai. Suggestie: voorafgaand aan je bezoek de naam doorgeven van (over)grootouders om dan na uitleg en bezoek een foto te kunnen meenemen van de betreffende grootouder.

Drents Museum Grootste poppenhuis Drents Museum: positief, interactief. Je bent wel gauw uitgekeken.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Gevangenismuseum Veenhuizen Ziet er verzorgd uit, er valt veel te zien. De busrit met de ­gevangenisbus is zeer leuk, met grappige verhalen die verteld worden. Zeer geschikt voor jong en oud, goede prijs/kwaliteitverhouding.

Onze conclusie Om Drenthe goed te promoten zal er uitgebreid actie gevoerd moeten worden om het oubollige karakter van de provincie bij te stellen. Wat ons betreft zijn jongeren een belangrijke nieuwe doelgroep.


Erfgoedprojecten van gemeenten en provincie

Drents Archief, Assen

134

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Erfgoedprojecten van gemeenten en provincie

135

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Erfgoedprojecten van gemeenten en provincie

Informatie over de projecten die in dit hoofdstuk worden genoemd is afkomstig uit de interviews die met de gemeenten en provincie zijn afgenomen en de vragenlijst die de gemeenten en provincie hebben ingevuld. De projecten zijn per gemeente/­provincie geordend. Het beeld dat uit de lijst naar boven komt is veelzijdig, terwijl er tegelijkertijd duidelijk vergelijkbare projecten in ­verschillende gemeenten spelen. Omdat de projecten van alle gemeenten en de provincie in onderstaande lijst staan genoemd, bekruipt de lezer soms ook het gevoel dat zaken gecombineerd kunnen worden of efficiënter kunnen. ­Aanbeveling is om eens een overleg te hebben over verge­ lijkbare projecten, om te zien wat men van elkaar kan leren, bijv. rond het thema herbestemming, uitbreidings­wijken, ­toeristisch-recreatieve programma’s.

Aa en Hunze – Geopark, waarbij cultuurhistorie een belangrijke rol speelt. – Funerair erfgoed, een initiatief vanuit de lokale bevolking. Werkgroepen onderzoeken begraafplaatsen en vertellen de verhalen die hierbij horen. Volgend jaar komt er een vervolg met externe partijen. Annen en Rolde willen het verhaal van grafheuvels tot begraafplaatsen voor toerisme inzetten. – Herbestemming kerk aan het Annerveensekanaal, deze is gekocht door een ondernemer in het dorp. – Programma ‘Ontspannend Aa en Hunze’.

Assen – Bouw van theater de ‘Nieuwe Kolk’, hierin wordt de ­samenwerking gezocht met de bibliotheek en kunstuitleen. Er wordt een verbinding gelegd met het erfgoedkwartier. – Drents Archief – Drents museum – Lodewijk Napoleon – Stadsbos – Aanwezigheid van de kazernes – Havenkwartier – Water naar de stad brengen – Landgoederen – Binnenstedelijke herontwikkeling, in de vorm van een ­stadsbedrijvenpark – Woonlocaties aan de rand. Diepstroeten, het voormalige terrein van de stichting Hendrik van Boeijenoord

Borger-Odoorn – Uitbreidingsplan Daalkampen. – Geopark. – Citta slow; momenteel is dit nog enkel een uithangbord. – Anastasiadorp: doel is hierbij om woningen op te leveren die volledig zelfvoorzienend zijn. Bij deze woningen komt een hectare grond (dit project is mogelijk te combineren met Citta Slow of Koloniën van Weldadigheid). – Herinrichting centrum Borger. – Sloop voormalig gemeentehuis en aanleg ter plekke van een overzicht van alle Drentse landschappen.

136

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

– Herstel voormalige veen-woonwijk. – Herbestemming zwembad Valthermond (op initiatief vanuit de bevolking). – Het Land van Bartje wil zich sterker ontwikkelen als Drents Park. – Herbestemming van de bibliotheek.

Coevorden – Woningenbouw in Dalen, eventueel in combinatie met archeologie – Ontwikkeling stationsgebied Coevorden. De oude stations­ loods ‘Van Gendt & Loos’ wordt hierbij een smartworkcenter. – De stad als Museum – Erfgoedpublicatie ‘t Aangename eener reis door goede wegen (tocht door de geschiedenis van de gemeente ­Coevorden) – Facetbestemmingsplan Karakteristieke objecten – Bentheimerblokje – Geopark de Hondsrug

Emmen – Tien Vensters, onderdeel van het projectplan ‘Van Goede Grond’. – Veenvaart; coöperatie van acht partijen. – Bouwen op de es – Wijk Angelslo opknappen – Erfgoednota (in ontwikkeling) – Silo Nieuw-Amsterdam. – My Placebook; digitaal platform voor de jeugd over de kanalenstructuur in Emmen. Doel is om de jeugd warm te krijgen voor cultuur. – Voetprint van de oude dierentuin meenemen in de ­herinrichting – Geopark de Hondsrug – Centrumvernieuwing met theater, plein en nieuwe ­dierenpark Wildlands Zoo Emmen op de es. – Herinrichting marktplein: oude boomstructuren behouden en historische zichtlijn herstellen – Bargerveen, bufferzones, schaapskooi – Nieuw Amsterdam en dorpscooperatie Nieuw Dordrecht – Woonwijken opknappen


Erfgoedprojecten van gemeenten en provincie

Hoogeveen

Westerveld

– Samenwerking tussen culturele organisaties bevorderen. – Herontwikkeling van het (verkochte) Karmelietenklooster tot zorgcentrum, met woningbouw op het terrein. – Loods van Robaard en De Jonge, deze loods is niet op de locatie te behouden. Gemeente en eigenaar onderzoeken of de loods elders een nieuwe bestemming kan krijgen.

– Ontwikkeling landgoed Batinge. – ‘Poort van Holtingerveld’ in combinatie met het terug­ brengen/behouden van schaapskuddes. – Hoeve Marianne, dit is een moderne ligboxenstal. – Nieuw recreatiepark, wellicht erfgoed-thematisch (prehistorie?).

Meppel

– Toolbox voor het landschap – Uitbreidingen Koekange – Dunningen

– Cultuurhistorie terug de stad inbrengen, bijvoorbeeld door delen van de stadsgracht weer terug te brengen. – Erfgoed meenemen in de evenementenkalender. – Nieuw plan voor plein in het centrum, waar cultuurhistorie en archeologie goed geborgd zijn.

Midden-Drenthe – Project Klein Dennenrode, het in 1922 door de Rotterdamse architect Michiel Brinkman gebouwde bijgebouw op het gelijknamige landgoed. – Organisch bouwen in Beilen Oost, gekoppeld aan natuur en de Beilerstroom. – Herinrichting centrum Westerbork, in samenwerking met een landschapsarchitect.

Noordenveld – Nieuwbouw in Peize en Roden, elk huis krijgt een eigen kavel. – Initiatief vanuit de actieve gemeenschap uit Roderwolde om zelf glasvezel aan te laten leggen. – Batinge in Norg: koe-adoptie, groenonderhoud, energie, glasvezel? – Laagveengordel: verbinding van allerlei meren met elkaar, met een natuurlijke, ecologische en recreatieve inrichting. – Oude en nieuwe landgoederen: Nieuw Roden, Mensinge, Terheijl.

Tynaarlo – Herinrichting Brink Zuidlaren. – Herstel boerenerven Winde-Bunne.

137

De Wolden

Provincie Drenthe – Herbestemming karakteristiek in Drenthe 2013-2016 – Kreatief met Krimp – Beeldende kunst in ruimtelijke plannen: cultuureducatie – Geopark de Hondsrug – Gebiedsontwikkeling Veenhuizen – Culturele Alliantie 2009-12/14 : waarin gezamenlijke gemeentelijke archeologie en cultuurhistorie kaarten zijn / worden gemaakt. – Uitvoeringsprogramma Koloniën van Weldadigheid – Beekdalvisie – Bodemvisie – Het Verhaal van Drenthe: onderscheidend erfgoed wordt geclusterd en gekoppeld aan een locatie en economische waarde. – Cultuurnota – Dorpsinitiatieven als onderdeel van Vitaal Platteland – Samenwerkingsovereenkomst met het Restauratiefonds – Relatiebeheer met Drents Landschap en de Maatschappij van Weldadigheid – Drents-Friese Wold – Archeologie & Ruimte – Gebiedsontwikkeling Frederiksoord – Gebiedsontwikkeling Holtingerveld – Beleidsuitvoering Nationale parken – Vitaal platteland

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

– – – –

Uitvoeringsprogramma’s Omgevingsvisie Kader voor Economische Investeringen Bureauwaardering Celticfields heel Drenthe (2009-2014) Uitwerking oud onderzoek Drentse collectie Noordelijk Archeologisch Depot (i.v.b. nieuwe cultuurnota) – Kunst langs ’N34


Mystery guests

Gevangenismuseum, Veenhuizen

138

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Impressie mystery guest: een ­Braziliaanse cultureel antropoloog in het Gevangenismuseum

139

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Mystery guests

Als je denkt aan Siberië, dan denk je aan de koudste en ­onherbergzaamste plek op aarde. Dat was de bestemming van miljoenen gedeporteerden. Ik was dus op het ergste voorbereid, toen ik hoorde dat ik naar een dorp zou gaan dat bekend staat als Hollands Siberië. In de auto ontdekte ik dat het grootschalige landschap van Veenhuizen niets van Siberië wegheeft. De kolonie lijkt veel meer op andere delen van het Nederlandse platteland, hoewel rationeler van opzet, met veel symmetrie. De orthogonale structuur van het landschap en de gebouwen is goed herkenbaar. En dan zijn er die spreuken op de gevels, die vooral gaan over werk, orde en discipline –daar draaide alles om in deze kolonie vanaf het begin van de 19e eeuw. Het Nationale Gevangenismuseum is gemaakt voor Nederlandse bezoekers. Taal is erg belangrijk in de opstelling – en helaas is dat alleen maar Nederlands. Met de Visitor’s Guide, die voor een euro bij de entree te koop is, werd me in grote lijnen duidelijk wat er voor die Nederlandse bezoeker allemaal te zien en te ontdekken valt. Voor mij bleef het voornamelijk bij observaties over het fenomeen Gevangenismuseum, en die wil ik graag delen. Ik kom uit Brazilië, waar misdaad en straf iets totaal anders is dan in Nederland. Ik had al eerder gehoord dat het aantal gevangenen in Nederland afneemt, en dat werd in het Gevangenismuseum ook bevestigd. Voor hen in de plaats komen gevangenen uit Noorwegen en België hun straf in Nederland uitzitten, als penitentiaire toeristen. De Nederlandse misdaadcijfers zijn naar verhouding laag. In Brazilië, en dan vooral in onze grote metropolen, ligt dat anders. Er worden veel misdaden gepleegd en er is een

Veenhuizen

140

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Mystery guests

schrikbarend groot aantal gedetineerden. Ook in de Verenigde Staten zitten veel mensen vast, maar de gevangenissen zijn daar veel minder bouwvallig en slecht uitgerust als bij ons in Brazilië. De drugshandel is wijdverspreid in de Braziliaanse steden. Voor mensen uit de lagere inkomensgroepen in de periferie is het heel normaal dat een familielid betrokken is bij misdaad (of vastzit vanwege drugsdelicten). De misdaadsyndicaten zijn zeer aanwezig en belangrijk. Ze runnen de drugshandel, maar bestieren ook het sociale leven in de gevangenissen, tot aan het handhaven van de orde aan toe – hoe paradoxaal dat misschien mag klinken. Er zijn verschillende onderzoeken die uitwijzen dat onder de laagst betaalde klassen in de steden de grens tussen legaal en illegaal heel rekbaar is.

De manier waarop in vroeger eeuwen met veroordeelden en gevangen werd omgegaan is heftig en schokkend. Wat krijg je al niet te zien in het museum: martelwerktuigen, openbare opknopingen, bedompte cellen, een koffer waarin epileptici en dronkaards werden weggestopt, een ton die de misdagers bij bepaalde gelegenheden moesten ‘dragen’, beelden van dwang­ arbeid, het panoptische concept van de gevangenissen en de hedendaagse werkelijkheid van de Nederlandse justitie (die om de hoek van het museum nog twee penitentiaire inrichtingen exploiteert). En dan is er het sociale aspect: een lange geschiedenis van verarmde gezinnen, weeskinderen, vondelingen, zwervers, boefjes, criminelen (een aantal hiervan werd diepgaand geanalyseerd door Michel Foucault).

In São Paulo zijn enkele cellen in de Memorial da Resistência opengesteld, dat is een gedenkplaats van het verzet tegen de dictatuur. Hier was ooit de Dops gevestigd, een gevreesde eenheid van de Militaire Politie. De cellen herinneren aan de politieke gevangen die verzet boden tegen het totalitaire regime. Kort geleden heeft de Monumentenzorg van de deelstaat São Paulo een politiepost in de RuaTutoia aangewezen als beschermd monument. Hier werd tijdens de dictatuur met zekerheid gemarteld en werden politieke gevangen geëxecuteerd. Er is dus bij onze ruimte om de herinnering aan de onderdrukking door de politie als erfgoed vast te houden, omdat het iets recents is, dat nog zeer aanwezig is in het dagelijkse leven en groeiende (politieke) tegenstellingen oplevert – voor wat betreft onderzoek, amnestie of vervolging. Aan dat alles moest ik af en toe denken in het Gevangenismuseum in Veenhuizen. Het verschil tussen de wereld waar ik in leef en het verhaal dat in het museum werd gepresenteerd is immens.

Op de plekken waar het museum dichter bij het heden kwam, nam mijn verwondering en verbazing toe. De cellen van de ­huidige generatie Nederlandse delinquenten zijn een stuk ­minder onherbergzaam dan de Braziliaanse, vooral ook omdat de cellen bij ons over het algemeen overbevolkt zijn. In het museum wordt heel systematisch het verhaal verteld van enkele hedendaagse criminelen. Het is duidelijk dat zij dingen deden die niet door de beugel kunnen, maar toch vroeg ik me af wat Brazilianen die dicht bij het criminele milieu leven hiervan ­zouden vinden, als zij de kans kregen het Gevangenismuseum te bezoeken. De merchandising van museumobjecten vind ik altijd ongepast, vooral hier, omdat het om een pijnlijk onderwerp gaat. Maar het hoort bij deze tijd, musea moeten belevenissen bieden en souvenirs verkopen. Ik deed er zelf natuurlijk aan mee, door ansichten te kopen, zodat ik het beeld van het Gevangenismuseum mee naar huis kan nemen en ik me dit bezoek blijf herinneren.

141

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Dit waren wat van mijn indrukken van het bezoek aan het Gevangenismuseum. Het bezoek gaf me een beeld van het ­historische verhaal van het gevangeniswezen, er waren zaken die me aan het denken zetten en ik werd mij bewust van mijn Braziliaanse kijk op de hedendaagse werkelijkheid, zoals getoond in het museum. Mijn bezoek aan Veenhuizen sloot ik af met een tour langs gevangenissen, een verdwenen gesticht, de prachtige begraafplaats, de boerderijen en modderige zandwegen. En zoals elk toeristisch uitje eindigden we ook nu in een goed restaurant. Terwijl de kinderen in hun boevenpakken rondrenden mijmerden wij onder het genot van de heerlijkste streekgerechten nog eens over alle kommer en kwel die deze plaats hebben getekend.


De Landskeuken

Carolina Verhoeven van de Landskeuken

Landskeuken Mensinge

142

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


De Landskeuken

De Landskeuken van Mensinge, Roden

Havezate Mensinge in Roden, daterend van 1381, werd zes eeuwen lang, tot 1985, bewoond. Toen verkocht de familie Kymmel huis en gronden aan de gemeente Roden. Deze ­transactie had niet tot stand kunnen komen zonder betrokken Rodenaren, die in 1980 op initiatief van de Historische Vereniging een actiecomité oprichtten om de transformatie tot luxe hotel te voorkomen. Mede dankzij de brede steun uit de bevolking besloot de gemeenteraad in 1985 in te stemmen met de aankoop van Havezate Mensinge. Na een grondige restauratie werd Mensinge in 1988 opengesteld als museum. In Mensinge krijgen bezoekers door de authentiek ingerichte kamers een goed beeld van het leven in een havezate. Sinds kort kent Mensinge een bijzondere extra attractie. Het is de Landskeuken, dè plek voor kennis over koken. De Landskeuken is een museaal kenniscentrum voor culinair erfgoed en staat in de nationale inventaris van het Cultureel

143

­ rfgoed Nederland. Activiteiten zijn koken door verschillende E generaties, gebruik, herkomst en ontwikkeling van methodieken (zoals wecken en inmaken), de nieuwste kooktrends en het ­historisch perspectief van gerechten, maar ook het actief met elkaar proeven, koken en kennis delen. Carolina Verhoeven en Ate Visser zijn samen met een groep vrijwilligers het gezicht van De Landskeuken. De Landskeuken is voor zowel kookclubs, professionals als recreanten een plek om (actief) kennis te nemen van traditionele (Drentse) eetgewoonten en bereidingswijzen. In het lands­ keuken-museum worden eetgewoonten en tradities in historisch perspectief geplaatst. De bibliotheek bevat kookgeschriften vanaf het begin van de 16e eeuw. In de streekproductenwinkel zijn lekkernijen te koop. De Landskeuken brengt twee aspecten van het Drentse erfgoed bij elkaar: de culinaire tradities en de bewoningsgeschiedenis.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Zo ontstaat een uitje waarin het materiële en immateriële ­ rfgoed op één plek perfect samenkomen en de bezoeker e ook nog eens zelf aan de slag kan.


Aanbevelingen

Hondsrug

144

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Aanbevelingen

145

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Aanbevelingen

Op basis van de enquêtes en gesprekken ontstond een lange lijst van zeer uiteenlopende aanbevelingen. Ze zijn in dit hoofdstuk verzameld en gerangschikt. Op 5 maart 2015 kwamen de wethouders van de Drentse gemeenten samen met gedeputeerde Rein Munniksma bijeen om de uitkomsten en vervolgstappen van deze erfgoedverkenning te bespreken. ‘We staan met zijn dertienen voor het Drentse erfgoed’, is de conclusie die deze bijeenkomst het meest treffend typeert. De belangrijkste punten hebben we hier samengevat, en als ‘kop’ op de aanbevelingen geplaatst. Het rapport wordt zeer gewaardeerd en werkt heel motiverend. Er is lof voor deze provincie-dekkende aanpak, die voor zover bekend nergens anders in het land is uitgevoerd. Erfgoed in Drenthe, daar was iedereen het over eens, overstijgt de gemeentegrenzen. De landschappelijke ondergrond is de verbindende kracht van het Drentse erfgoed; en die trekt zich niets aan van de indeling die Thorbecke in 1848 maakte. De bestuurders willen unaniem op zoek naar het gemeenschappelijk belang in het Drentse erfgoed, om vervolgens te bezien hoe marketing, maar wellicht ook onderdelen van ruimtelijk beleid concreet kunnen stollen in beleid, organisatie en budgeten. ‘De vermarkting moet op Drents niveau plaatsvinden, een toerist zegt niet; ‘Ik ga naar De Wolden’, hij gaat naar Drenthe’, aldus wethouder Jan ten Kate van De Wolden. De observatie dat het aantal uitingen (routes, websites) van (onderdelen van) Drents erfgoed groot is en dientengevolge nogal versnipperd overkomt, vindt brede herkenning en erkenning. Het gemeenschappelijk belang gaat om bundeling en vereenvoudiging van informatie, en vervolgens om het aanbieden in herkenbare ‘arrangementen’. Niet alleen voor de bezoeker of toerist, maar ook voor de inwoners van Drenthe zelf. Een tweede punt gaat over de wijze van aanbieden van informatie. Mensen willen veel weten, maar moeten daarin geholpen worden, met, zoals de Britten het noemen, ‘strategic narratives’ – verhalen die verschillende tijdlagen, cultuur en natuur, met elkaar verbinden tot een logisch geheel dat beleefd kan worden. In Drenthe werken verschillende afzenders met verschillende

146

verhaallijnen, die echter nergens bij elkaar komen en daardoor niet beklijven, geen vaste lijnen worden. Terwijl, zo wordt door alle aanwezigen bevestigd, het verhaal van Drenthe in een vijfof zestal dynamische thema’s enorm aan kracht kan winnen. Drenthe heeft een palet te bieden dat van de prehistorie tot in onze tijd doorloopt – een kapstok met haakjes die telkens toegevoegd kunnen worden. Een denkoefening over een Drens ‘strategic narrative’ kan ruimte bieden aan veelvormige verhalen en initiatieven, terwijl er toch een samenhangend beeld naar buiten wordt geschapen. Het gesprek ging ook over het inzetten van de kracht van een gebied bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, en om het betrekken van bewoners. Dit is een onderwerp dat grote aandacht heeft, omdat het specifieke van Drenthe kan versterken, maar tegelijkertijd nog moeilijk uit de verf komt. Hoe kunnen ontwerpprocessen ontstaan die niet langer top-down georganiseerd zijn, maar dicht rond de inwoners staan, vanuit de intrinsieke motivatie en skills van de Drenten? Wat zijn best practices, vergelijkbare projecten dichtbij maar ook elders in Europa, die van toepassing zijn op de Drentse vraagstukken? Het is goed denkbaar dat gemeenten gezamenlijk op zoek gaan naar Europese financiering om in dit onderwerp een slag te maken. Naast de inhoudelijke aanbevelingen die uitgewerkt kunnen worden, gaat het ook om het ‘slopen van schotten’. Wethouder Henk ten Hulscher van Meppel: ‘Ik praat op verschillende ­plekken over dezelfde onderwerpen, waar is de tafel waar we zaken doen?’ Er is meer samenwerking nodig binnen provinciale en gemeentelijke organisaties, tussen overheden, terreinbeheerders en bewonersinitiatieven. Dat vereist geen blauwdruk, wel een procesaanpak. Ook hier zijn best practices nodig om ondernemersbetrokkenheid te stimuleren, de aanpak in de Drentse Aa kan hier een voorbeeld zijn. De schaal van de opgave is bovengemeentelijk. De ochtend wordt afgesloten. De Drentse bestuurders willen de energie graag snel verder brengen. Dat vereist focus in de aan te pakken aanbevelingen uit het rapport. De ontsnippering van initiatieven wordt unaniem als aandachtspunt gezien. Verdere

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

focus willen de bestuurders zelf graag aanbrengen in een tweetal gesprekken. Vervolgens gaat het om prioritering en keuzes maken. Rein Munniksma geeft aan dat de provincie graag ­gastheer is. Omdat de bestuurders nog drie jaar in functie zijn, is er ook daadwerkelijk zicht op concretisering van de (nog te bepalen) essentiële punten. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen laaghangend fruit en punten die een wat langere uitwerkingstijd nodig hebben. Munniksma sluit af. ‘Hier staan we met z’n dertienen voor, laten we de positieve energie vlot verder brengen, en ons realiseren dat je soms ook dingen moet durven slopen om geld vrij te maken voor nieuwe samenwerkingen. Het merk Drenthe zal er aan herkenbaarheid en reikwijdte door versterkt worden.’

Randvoorwaarden voor het erfgoed Je kunt nog zulke mooie plannen en initiatieven bedenken, als het internet in Drenthe zo onbetrouwbaar blijft als het nu is, komt er geen mens, en zeker geen jongere, naar Drenthe om zich te vestigen of langdurig te verblijven. Leg provinciebreed glasvezel aan – glasvezel is voor de 21e eeuw wat het Rijks­ wegenplan voor de 20e eeuw was, en zou dus een Rijkstaak moeten zijn. Zo kan de netwerksamenleving daadwerkelijk gestalte krijgen. Werk klantgericht bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld voor erfgoedtoerisme. We weten goed wat we hebben, maar weten we ook waar onze doelgroepen op zitten te wachten? Op basis van het gedrag en de voorkeuren van bezoekers van Drenthe is met behulp van data-analyse veel te ontdekken over hun motieven en voorkeuren. Die kennis kan worden gebruikt om een aanbod te genereren dat aansluit op de vraag van buiten. Neem hierbij een voorbeeld aan de manier waarop Tripadvisor ‘recensies’ van musea en locaties genereert. Laat mensen zelf hun Drenthe-uitje op het web samenstellen, zoals de expedities die Geopark-de-Hondsrug op haar eigen website al aanbiedt.


Aanbevelingen

Het verhaal van Drenthe wordt nu op verschillende plekken, op locaties en in websites verteld. Het is niet gemakkelijk om daar een vaste koers in te vinden, en de veelheid aan verhalen en interfaces maakt het beeld schimmig. Juist dit grotere geheel, de metabetekenis van Drenthe, kan en moet sterker, en zou als ‘basso continuo’ onder alle erfgoedgerelateerde activiteiten, projecten en campagnes moeten weerklinken. Dit betekent niet dat alles opnieuw moet, integendeel. Het gaat over een vrolijk proces waarin overeenstemming gezocht wordt in thema’s en verhaallijn, waarbij bestaande geformuleerde kernwaarden (van bijvoorbeeld Marketing Drenthe, of de Kernkwaliteiten van de provincie) kunnen worden verdiept en aangescherpt. Is het bijvoorbeeld denkbaar dat de provincie de verhaallijn ondersteunt met een fonds waarin partijen projecten kunnen indienen die lokaal van opzet zijn, maar altijd het grotere geheel versterken?

Bezoek en beleving Breng de (verouderde) recreatiesector in kaart: welke parken zijn aan herbestemming of een upgrade toe, hoe kan hier ruimte ontstaan voor meer kwaliteit en comfort, of voor belevings­ parken à la Archeon, waar daadwerkelijk een weekend in de prehistorie doorgebracht kan worden? Zoek (toerisme) naar een gezamenlijke ambitie en het elkaar versterken in plaats van beconcurreren. Zorg dat (potentiële) toeristen de voor hen relevante informatie en kennis nog makkelijker en samenhangender kunnen vinden (bijvoorbeeld via www.drenthe.nl).

Ontwikkel de prehistorische route over de Hondsrug loopt; als ‘archeolandschappelijke ontwikkelingsas’, vanaf de prehistorie (gerelateerd aan de ligging van hunebedden en grafheuvels), via Middeleeuwen (karrensporen, postweg) tot nu aan toe (N34). Dit zou binnen de context van Geopark de Hondsrug opgepakt kunnen worden. Zet in op meer evenementen, zij werken als een magneet op toeristen: fietsroutes, wandel- en fietsvierdaagse, de TT, kolonistendagen (Frederiksoord), monumentendagen. Organiseer de dag/het weekend van het Drentse erfgoed ­waarbij een dag/weekend lang zoveel mogelijk facetten van het Drentse erfgoed verspreid over de hele provincie in de “spotlights” staan; Doe dit in het toeristenseizoen en in nauwe samenwerking met erfgoedvrijwilligers, ­ondernemers etc. Bevorder het openstellen van havezaten, borgen, landhuizen en villa’s Ontwikkel het Drentse erfgoedspel ter lering en vermaak van jong en oud! Maak het archeologische verhaal van Drenthe toegankelijk voor een breder publiek. Benut het potentiële werelderfgoed van de Koloniën van ­Weldadigheid bij

Faciliteren van Drenthe-arrangementen, het liefst door mensen ze zelf te laten samenstellen (combi entreebewijs voor de diverse musea; samenwerking met horeca enz; een dagkaart of een meerdaagse aanbieding; Drenthe-pas).

Drents Erfgoed trekt op zichzelf geen aandacht; slechts in context geplaatst komt er een groot publiek. Zorg dus voor de goede inkadering en communicatie.

Ondersteun en faciliteert musea (en andere erfgoedinstellingen) om toekomstige generaties aan het erfgoed te binden (familievriendelijk maken van musea, verbinden van lokaal, regionaal, nationaal en internationaal erfgoed, zorgen voor kwaliteit, ­actualiseren van het erfgoed)

Benut de enorme kracht van Drentse personages. Een docudrama van TV Drenthe over de archeologen Van Giffen (de hunebedden-opgraver) en Vermaning (de vervalser en nog steeds zeer omstreden in archeologische kringen). Ook Hindericus Scheepstra (Ot en Sien) leent zich voor een docudrama.

147

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Kernwaarden en beeldvorming Onderzoek of de bestaande geformuleerde kernwaarden (van bijvoorbeeld Marketing Drenthe, of de Kernkwaliteiten van de provincie) kunnen worden verdiept en aangescherpt. Is het bijvoorbeeld denkbaar dat de provincie de verhaallijn ondersteunt met een fonds waarin partijen projecten kunnen indienen die lokaal van opzet zijn, maar altijd het grotere geheel versterken? Een verdiepingsslag van de provinciale kernkwaliteiten wordt ook gewenst door verschillende gemeenten. Zij ervaren het ruimtebeslag van de kernkwaliteiten soms als te knellend, ­ terwijl dit een doorvertaling is van wat wettelijk wordt verlangd: bekende en te verwachten waarden opnemen in structuurvisies en bestemmingsplannen. De campagne van Marketing Drenthe kan nog beter Drenthe­breed; dus geen eigen gemeentelijke acties. Drenthe marketing: de mystiek van ochtendnevel en avondzon in de commercials van Drenthe kunnen extra opgeladen worden met het Drentse erfgoed van het cultuurlandschap, de verhalen en archeologie. Het zou interessant zijn wanneer Marketing Drenthe een plan maakt hoe cultuur in het imago van Drenthe kan worden benadrukt – het is er immers één van de hoofddragers van. Erfgoed heeft beetje stoffig imago. Gebruik de marketing van Drenthe als om ook jongeren en andere doelgroepen voor het Drents erfgoed te winnen?

Kennis en competenties Verrijk bestaande verhalen met provinciebrede thematische ­lijnen die het verhaal van Drenthe fysiek tastbaar maken en ­erfgoed, mentaliteit en eigenheid combineren en herkenbaar maken. Voorbeelden: de tegenstelling zand-veen en alles waar dat voor staat, waterwegen (beekdalen turfvaarten, kanalen),


Aanbevelingen

Havezate Mensinge

148

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Aanbevelingen

landgoederen, het mystieke Drenthe (hunebedden, ongeroerde grond, donker, legenden, schapen, eiken), pioniers (kolonisten, veenarbeiders, Molukkers), Koude Oorlog, Blues en motoren. Vul de lacunes in de kennis over het Drentse erfgoed, deze ­zitten met name in het onderzoek naar de jonge (heide-)ontginningen en ruilverkavelingen, het ruimtelijk-historisch onderzoek naar de landgoederen, jong archeologisch erfgoed (bijvoorbeeld in de Koloniën van Weldadigheid en modern oorlogserfgoed), onderdelen van het oudere archeologisch erfgoed (beekdalen en midden-Paleolithicum). Feitelijk kent elke archeologische periode een aantal kennislacunes. Zo zijn er uit Drenthe bijvoorbeeld nog geen huisplattegronden van de Trechterbekercultuur ( c.q. de hunebedbouwers) bekend. De toekomst brengt grote opgaven (leegstand, herbestemming) voor de scholen en de boerderijen, in mindere mate geldt dit ook voor de kerken. De gemeenten hebben hier momenteel nog geen specifiek beleid voor, maar worden zich er wel steeds meer van bewust. Het erfgoed van de Koude Oorlog zou een thema voor de toekomst kunnen zijn. In het Cultuurhistorisch Kompas is al gesignaleerd dat er onvoldoende kennis is over zowel de Drentse zogenaamde jonge ontginningen als de ­ruilverkavelingen en het naoorlogse landschap. Stel de cultuurhistorische waardenkaart beschikbaar als ‘open source’. Bundel bronnen (inclusief digitale bronnen) op één website. Ontwikkel een op de Drentse erfgoedpraktijk toegesneden ­cursusprogramma voor gemeenteambtenaren zodat zij beter in staat zijn om erfgoed integraal en gebiedsgericht te kunnen inzetten. Investeer (bij gemeenten en provincie) in vakinhoudelijke ­opleidingen. Interne opleidingen zijn vooral proces- en ­competentiegericht en niet inhoudelijk.

149

Organiseer (vanuit het steunpunt) bijeenkomsten voor ambte­ naren en professionals rond bepaalde thema’s, bijvoorbeeld: erfgoed en economie (prof. Rouwendal), erfgoed en bestemmingsplannen, erfgoed en herontwikkeling (best practises), archeologie en zichtbaarheid in het landschap.

Breng samenhang aan in natuur- en erfgoededucatie. Het een staat niet los van het ander.

Investeer in kennisoverdracht; nog meer de verbinding zoeken met burgers en publiek. Het inzetten van stimulerings- en beschermingsmaatregelen is een kans en andersom is het een bedreiging wanneer deze, om welke reden dan ook, verdwijnen.

Investeer in de kennis en inzicht over erfgoed (als integraal deel van kwaliteit van leefomgeving en troef voor economische ontwikkeling) bij bestuur en beleidsmakers (gemeenten, p ­ rovincie).

Laat een ‘inspiratie Karavaan’ met rondetafelbijeenkomsten/ workshops door de provincie trekken om met gemeenten voorbeelden van benutting/verbeelding van archeologisch erfgoed te presenteren en te bespreken om zo meer bekendheid met het onderwerp te bewerkstelligen. Drents Museum: zorg voor kennisoverdracht: de twee Drentse archeologen zijn bijna aan de pensioengerechtigde leeftijd. Er zou de komende 3 jaar eigenlijk een conservator in opleiding naast moeten staan om informatie- en kennisoverdracht te organiseren. Het meetnet agrarisch landschap zou een onderdeel moeten worden van het Provinciale meetnet, teneinde de kwaliteit van het landschap over langere periode te kunnen monitoren.

Communicatie en educatie Erfgoededucatie zou structureler moeten worden aangepakt in het onderwijs, vooral met het doel om nieuwe generaties aan het Drentse erfgoed te binden. Ontwikkel een groot bewustwordings- en educatieprogramma, gecombineerd met werkdagen; gericht op de wat het Drents erfgoed eigenlijk is en welke zorg het nodig heeft. Ontwikkel nieuwe manieren van communicatie en educatie, ­bijvoorbeeld educatieve games die via facebook e.d. worden gedeeld.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Stimuleer verhalenprojecten, waarbij ouderen hun verhalen aan de jongeren doorgeven (en wellicht ook samen op pad gaan).

Participatie en samenwerking Versterk gevoel van ‘mentaal eigenaarschap’ van het erfgoed bij burgers en maatschappelijke organisaties. Maak een pool waarin vrijwilligers met tijd, kennis en vaardig­ heden (het brein van het noorden) bijeen worden gebracht rond projecten. Gemeenten geven aan hier zeer het nut van in te zien, maar er geen tijd en geld voor te hebben. ­Bevorder de uitwisseling en samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. Investeer in het opzetten van een Drenthe-breed netwerk/­ platform van erfgoedvrijwilligers en professionals om kennis en ervaringen te kunnen delen en om betrokkenheid bij het ­verhaal/de verhalen van Drenthe te vergroten. Er is voor particuliere organisaties een wereld te winnen door nog meer onderling samen te werken: kostenefficiëntie, effectieve inzet van vrijwilligers, krachtenbundeling op het gebied van communicatie, ICT en educatie, ontsluiten van collectie en samenwerken aan projecten. Zorg voor een balans tussen wat gevraagd wordt aan particuliere organisaties en wat er geboden kan worden. In een aantal gemeenten staat de huisvesting van historische verenigingen onder druk, maar worden zij wel (over)gevraagd om kennis en inzet beschikbaar te stellen.


Aanbevelingen

Het Drents cultuurlandschap is omvattend, uitgestrekt, gelaagd en divers. Het beheer, de ontsluiting, promotie en bewustwording kan alleen door verstrekkende samenwerking gestalte krijgen. Er is behoefte aan samenwerking in de vorm van: kennis­ opbouw en -delen, beleidsmatige afstemming en de voorbereiding van gebiedsgerichte projecten waar erfgoed van belang is. Kansen zijn er om via dit erfgoedproces samen tot een hoger niveau te komen. Projecten moeten worden losgetrokken van de economische spin-off en erfgoed moet zich meer met ­toerisme en recreatie verbinden. Samenwerken kan alleen als beide instellingen er iets aan ­hebben. Er is behoefte aan een vrije keuze om tot samenwerken te komen. Samenwerken is een middel om doelstellingen voor beide partijen te bereiken. Het is belangrijk om de verschillende samenwerkingsvormen in kaart te brengen alvorens er richting aan te willen geven

Wettelijke taken en erfgoedbeleid Gemeenten zouden hun erfgoedbeleid, zowel inhoudelijk als procedureel, moeten doorlichten om te zien waar sprake is van kennis- of competentiehiaten en vooral: waar de kansen op meer efficiëntie en synergie liggen – zonder de eigen identiteit van gemeente of organisatie uit het oog te verliezen.

Sta initiatiefnemers bij in de ingewikkelde vergunningentrajecten, zeker bij complexe herbestemmingsopgaven. Zorg voor een contactpersoon (of ‘loods’), die als centraal aanspreekpunt optreedt. Zo was de Verkadefabriek in Zaandam ooit blij verrast om te ontdekken dat de gemeente de ontwikkeling hielp aan­ jagen, in plaats van op te houden.

Toezicht en handhaving zijn minimaal (bij gemeenten en provincie). Belangrijk is wel dat er duidelijke grenzen worden gesteld over wat wel en wat niet toelaatbaar is bij erfgoed.

Investeer in onderzoek: kennishiaten (zie hierboven), uitwerken van opgravingen en vooral in de slag van kennis naar commu­ nicatie en inspiratie.

Betrek archeologie en cultuurhistorie op tijd bij planontwikke­ lingen (gebiedsontwikkeling) en vergunningen – opdat kennis en inspiratie kan worden ingebracht en waar nodig duidelijke richtlijnen vanuit erfgoed tijdig kunnen worden opgesteld.

Verbeteringen zijn nog mogelijk op het gebied van een betere integraliteit in provinciale middelen en beleid.

Op beleidsmatig gebied is het van belang consequent en langjarig te investeren in erfgoededucatie, inclusief het ondersteunen van docenten. Erfgoed hoort een vaste plek in het onderwijs te hebben.

Kijk over de provinciegrens. Erfgoed trekt zich niet veel aan van administratieve grenzen.

Het zou mooi zijn als de unieke en kwetsbare cultuurlandschappen de status ‘provinciaal beschermd gebied’ zouden krijgen.

Blijf alert op de boermarke-organisaties, waarvan er nog vele bestaan. Hoe kan dit systeem van zelfbeschikking in gezamenlijk grondeigendom een voedingsbodem zijn voor het opnieuw uitvinden van de verhouding tussen overheid en burger?

Denk als overheid minder in projecten en meer in het faciliteren van een proces.

Tracht (alsnog) te komen tot een Drents model met regio-­ archeologen om ook bij dit aspect deskundige kennis in te brengen. Er is behoefte aan één duidelijk aanspreekpunt bij de overheden voor particuliere organisaties, musea en dergelijke. De inzet van samenwerking zou een sterke collegialiteit moeten zijn: we staan er met zijn allen voor!

Investeer als overheid in de aanloop naar professionalisering van bewonersgroepen t.b.v. erfgoed- en landschapsbeheer. Voeg een erfgoed-lid toe aan de provinciale adviescommissie (musea) zodat de voorstellen niet louter vanuit de kunst-hoek worden gewogen. Voorkom versnippering van kennis binnen de gemeenten door samen te werken en kennis te delen. Wellicht biedt een erfgoedconsulent en het verminderen van regeldruk soelaas. Zorg voor een duidelijke definitie van het begrip ­‘provinciaal belang.’

150

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Het zou een goede zaak zijn landschappelijke doelen en ­objecten wettelijk te beschermen en daarbij ook de financiering van de rol van landschappelijke organisaties te verankeren. Er is behoefte aan consistent provinciaal en gemeentelijk beleid en middelen ten aanzien van ons (groene) erfgoed, uitvoeringsbudget en betrekken en faciliteren van bewoners daarbij. Ten aanzien van de financiering zouden provincie en gemeentes voor een stabiele en voldoende financiering moeten zorgen, waarbij naast doelrealisatie bij uitvoering onderhoud ook het faciliteren van bewonersnetwerken mogelijk blijft. Verbreed prestatiedoelen landschapsbeheer met educatie, voorlichting en het ontsluiten van het landschap (wandelroutes, ommetjes). Er is onvoldoende capaciteit beschikbaar bij de gemeenten en de provincie om de taken en ambities met het erfgoed in te vullen. Onderzoek mogelijkheden om dit te ondervangen. Bezuinigingen op erfgoed staan haaks op de toegenomen bestuurlijke en maatschappelijke ambities met erfgoed. Zorg dus voor middelen of alternatieve financieringsvormen voor het Drentse erfgoed, in al zijn diversiteit.


Aanbevelingen

Zorg (bijvoorbeeld bij de provincie) voor een centraal punt voor (internationale) fundraising, bijvoorbeeld de Europese regionale fondsen. Investeer ook in gebouwd erfgoed dat zich niet direct leent voor herbestemming, zoals kerken en orgels. Bezuinig niet op onderhoud van panden, dat zal op langere ­termijn de kosten voor instandhouding sterk doen toenemen.

Erfgoed en ruimte Er is een integrale provinciale en gemeentelijke landschapsvisie nodig, naast de natuurvisie (die landschap benoemt vanuit het perspectief van natuur/ecologie en niet vanuit cultuurhistorie). Vanuit zo’n erfgoed- en landschapsvisie zou een programma met bewoners kunnen en moeten worden ontwikkeld. Ontwikkel voor het erfgoed (verder aan) een gebiedsgerichte aanpak, een gebiedsoverstijgende aanpak en een aanpak van onderop. Intergemeentelijke en regionale samenwerkingen waarbij een landschap of een thema centraal staat. Voorkom dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de herkenbaarheid en integriteit van het Drentse erfgoed aantasten. Verbeter waar mogelijk de integrale benadering van erfgoed en ruimte.

het ruimtelijk, toeristisch en sociaal- economisch beleid enorm aan kracht kan winnen.

niet in de risicomijdende reflex. Drenthe heeft dit soort i­ nitiatieven nodig.

Benut het archeologisch erfgoed als kans voor het vergroten van het draagvlak en bevorderen van toeristisch-recreatieve activiteiten. De ruimtelijke vertaling in gebiedsontwikkeling en het ontwerp van de buitenruimte komt echter maar moeilijk van de grond zodat een stimulans op z’n plaats is.

Anticipeer op het mogelijk afstoten van rijksbezit in Veenhuizen.

Behoud en ontwikkeling Het levend houden van de Drentse Toal is een lastige opgave. De taal komt steeds verder onder druk te staan. Recreatie en toerisme bieden vaak een verdienmodel onder de herbestemming van monumenten. Die herbestemming biedt andersom kansen voor de versterking van recreatie en toerisme en de economie. Het doel moet zijn dat recreatie bijdraagt aan het duurzaam in stand houden van ons erfgoed (panden en landschappen). Zet in op herbestemming van erfgoed (gebouwen, gebieden). Eerst weten wat er is, dan prioriteren en faciliteren met flexi­ biliteit in bijv. functie, het vinden van gebruikers/doelgroepen of het ondersteunen met kennis en netwerk. Zet in op project met VER-gelden; ze zijn mogelijk op het gebied van openbare ruimte en de overgangen van openbaar naar privé.

De betrokkenheid van het erfgoedveld komt vaak nog te laat in de processen of is onvoldoende aanwezig. Door te weinig capaciteit in combinatie met een ad hoc belangstelling van andere partijen is de provincie nog vaak te laat aanwezig in het proces.

Onderzoek of nieuwe ontwikkeling inspiratie kunnen vinden op de Drentse, gebiedseigen occupatiepatronen, vanuit de vele studies (dorps DNA bijvoorbeeld) die er liggen? Koppel genoemde initiatieven aan (nieuwe) marktpartijen.

Gebruik het verhaal over de ontwikkelingsgeschiedenis en ­erfgoed van Drenthe als basis voor structuurvisies, welstands­ nota’s en bestemmingsplannen buitengebied. Waarmee de complementariteit, efficiëntie en bovenal de bezieling van

Moedig de categorie ‘mooie initiatieven op onverwachte ­plekken’ (café de Amer, locatietheater van de Peergroup, ­pauperopera, lokale voorstellingen en festivals) aan. Kijk tot welk niveau er regels nodig zijn, maar wees flexibel en schiet

151

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Gericht en deskundig beheer van het cultuurlandschap is ­cruciaal voor het voortbestaan (bijvoorbeeld houtwallen en andere structuren die geen economische waarde meer hebben). Als het landschap zijn karakteristieke identiteit verliest, is Drenthe Drenthe niet meer. Betrek ook het erfgoedperspectief in de discussie over het mogelijk herintroduceren van groot wild in het Drentse ­landschap. Benut beheer van erfgoed en landschap om werkgelegenheid te scheppen voor mensen met verminderde kansen op de arbeidsmarkt.


Bijlagen

Reestdal

152

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijlagen: overzicht van aangeschreven partijen en ingestuurde vragenlijsten, overzicht gasten rondetafels, tabellen gemeenten

153

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijlagen

A Partij heeft contact opgenomen n.a.v. toegestuurde vragenlijst B Vragenlijst ingestuurd

Culturele sector

A

B

Drents Archief Ja

Nee

Centrum Beeldende Kunst Drenthe (CBK) Ja Ja K&C / Expertisecentrum en projectorganisatie kunst en cultuur

Nee

Nee

Kunsthuis Drenthe

Nee

Nee

Kunsthuis Secretarie

Nee

Nee

Oorlogs Informatie Centrum Drenthe

Nee

Nee

AnnoDrenthe.nu

Nee

Nee

CBK Emmen, De Fabriek Ja Ja Molenstichting Drenthe Ja Ja Provinciale Monumentenlijst Drenthe

Nee

Nee

Stichting Industrieel Erfgoed Noord-Nederland

Nee

Nee

Stichting Drents Monument

Nee

Nee

Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen Groningen-Drenthe

Nee

Nee

Monumentenwacht Drenthe

Nee

Nee

Kunstencentrum K38

Nee

Nee

Stichting Culturele Kring Roden Ja Ja Culturele Raad Norg, p/a de Brinkhof

Nee

Nee

Stichting Culturele Driehoek Roderwolde

Nee

Nee

Drentse Activiteiten Peize

Nee

Nee

Verkuno

Nee Nee

Recreatieschap Drenthe Ja Ja Centrum voor de Kunsten Hoogeveen

Nee

Nee

Centrum voor de Kunsten Meppel

Nee

Nee

154

Centrum voor de Kunsten Zuidwolde

Nee

Nee

Centrum voor de kunsten Zuidoost Drenthe, Hof van Coevorden

Nee

Nee

Het Arsenaal Coevorden

Nee

Nee

ICO Centrum voor Kunst & Cultuur Ja

Nee

Paul Gols

Nee

Nee

Cowboy en Indianen Speelreservaat

Nee

Nee

Speel- en IJsboerderij de Drentse Koe

Nee

Nee

Doolhof / Landgoed De Braak

Nee

Nee

Boomkroonpad

Nee Nee

Attractiepark Duinen Zathe

Nee

Nee

Astron – Radiosterrenwacht Nee Nee Erfgoededucatie Nee Nee Attractie- & Vakantiepark Slagharen Erfgoededucatie Kunst & Cultuur Ja Nee Nee Nee Boerderijcamping Commerciële sector Theatergroepen Dierenpark Emmen Nee Nee KunstXilo Nee Nee Prins Bernhard Hoeve Nee Nee Culturele Raad Norg Nee Nee Johan Willem Friso kazerne Nee Nee PeerGrouP Nee Nee Nee Nee De Drentse Hoeve Stichting Openluchtspelen Roderwolde Nee Nee Kloosterhoeve Nee Nee Nee Nee Theaterwerkplaats Het Hek van de Dam Nee Nee Zuidlaardermarkt De Reus, Drents JeugdTheatergezelschap Nee Nee Recreatieparken en speelparken e.d. Nee Loods 13 Ja Sprookjeshof Zuidlaren Nee Nee Theatergroep NiznO Ja Nee Nee Nee Vakantiepark Diana Heide Nee Nee Danstheater ZiRR Landgoed De Berenkuil Nee Nee Stichting Be-wonder / ROODPALEIS Ja Ja Nee Nee Maatschappij van Weldadigheid Theater De Nieuwe Kolk Ja Ja Drouwenerzand Attractiepark Nee Nee Nee Nee HonkN JeugdTheaterSchool Drenthe Nee Nee Kabouterland JOP (Jongeren Op Planken) Nee Nee Park Oikos Nee Nee Nee Nee Theatergroep M/V Plopsa Indoor Coevorden Nee Nee Theater de Schalm, the Namateurs Nee Nee Rijk der Kabouters Nee Nee Biblionet Drenthe Ja Ja Nee Nee Speelstad Oranje Historische Kring Yde/De Punt Nee Nee Verkeerspark Assen Nee Nee Nee Nee Werkgroep Oude Donderen Planetron Nee Nee Apple Museum Ja Nee

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijlagen

Theater de Winsinghhof

Nee

De Tamboer

Nee

Schouwburg Ogterop

Nee Nee

Shakespearetheater Diever Theater De Deel

Nee

Nee Nee Nee Nee Nee

Theater Rotonde

Nee

Nee

Verenigingsgebouw Theater

Nee

Nee

Theater De Muzeval

Nee

Nee

Theaterboerderij de Noorderbak

Nee

Nee

Stelmakerij Sellingen

Nee

Nee

Vereniging Paardentoerisme Drenthe

Nee

Nee

Paard en Erfgoed

Nee

Nee

De Drentse Vereniging ’t Volk van Grada

Nee

Nee

Collectie Brands Ja Ja

Dagblad van het Noorden, Regioredactie Zuidoost-Drenthe

Nee

Nee

Daniël Lohues

Nee

Nee

RUG Dialectologie

Nee

Nee

Language awareness in Drenthe

Nee

Nee

Meertens Institute

Nee

Nee

Drentse Taol, Centrum veur taol en letterkunde

Nee

Nee

Regionaal Landschap Drents-Friese Grensstreek (omvat Nationaal Park Drents-Friese Wold, Nationaal Park Dwingelderveld en Oerlandschap Holtingerveld) Ja Ja

Nee

Natuur en milieufederatie Drenthe

Nee

Landschappelijke en historische organisaties

Schapeninformatiecentrum

Nee Nee

Waterschap Hunze en Aa’s Ja Ja

Stichting Het Drentse Landschap

Nee

Nee

Waterschap Reest en Wieden Ja

Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel e.o.

Nee

Nee

Stichting Stellingwarver Schrieversronte Ja

Nee

Waterschap Vechtstromen Ja Ja Waterschap Noorderzijlvest Ja

Nee

De 12 Landschappen Ja

Nee

Landschapsbeheer Drenthe

Nee

Nee

LTO Noord

Nee

Nee

Libau Ja Ja Nationaal Park & Nationaal Landschap Drentsche Aa Ja Ja

Nee

Stichting Schaapskudde Exloo Ja Ja Stichting natuur- en Milieueducatie

Nee

Nee

Veenpark

Nee Nee

Werkgroep Boerenerven

Nee

Dienst Landelijk Gebied

Nee

Nee

Kenniscentrum Landschap

Nee

Nee

Woest en Ledig Ja Ja

Koninklijke Nederlandse natuurhistorische Vereniging

Nee

Nee

Historische Vereniging Anloo

Nee

Nee

Huus van de Taol Ja Ja

Natuur & Milieu

Nee

Nee

Historische Vereniging Annen

Nee

Nee

Tijdschrift Roet

Nee

Nee

Natuurmonumenten

Nee Nee

Historische Vereniging Eexterveen Ja

Nee

Hendrik Nijkeuter / Drents Archief

Nee

Nee

Planbureau voor de Leefomgeving

Nee

Historische Vereniging Gemeente Gasselte Ja

Nee

Nieuwe Drentse Schrieverskring

Nee

Nee

Staatsbosbeheer

Nee Nee

Brede Overleggroep Kleine Dorpen Ja

Nee

Drentse taal

RTV Drenthe Ja Ja

Stichting Historie Anderen Ja Ja

Nee

Historische Vereniging Gemeente Gieten

Nee

Nee

Vereniging Nederlands Cultuurlandschap Ja

Nee

Collectieve Geheugen van Gieten

Nee

Nee

Nee

Rolder Historisch Gezelschap De Kloetschup

Nee

Nee

Alles Plat

Nee

Nee

WLO

Dagblad van het Noorden

Nee

Nee

Archeologisch Centrum West-Drenthe Ja Ja

Asser Historische Vereniging Ja

Agrarische Natuur Vereniging Drenthe

Dagblad van het Noorden, Regioredactie Noord-Drenthe Dagblad van het Noorden, Regioredactie Zuidwest-Drenthe

155

Nee Nee

Nee Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Stichting Oud Borger

Nee

Nee

Geopark de Hondsrug Ja Ja

Historische Vereniging Nieuw-Buinen/ Buinerveen

Nee

Nee

IVN Drenthe Ja Ja

Stichting Harm Tiesing

Nee

Nee

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijlagen

Historische Vereniging Carpsel Oderen Ja

Nee

Historische Vereniging Stadt en Heerlickheydt Coevorden

Nee

Nee

Stichting Aold Daol’n

Nee

Nee

Historische Vereniging Klenckerheugte

Nee

Nee

Historische Vereniging ‘t Ellertsveld

Nee

Nee

Stichting Streekeigen Sleen Ja Ja Historische Vereniging Zweeloo Ja Ja

Historische Vereniging Tinaarlo

Nee

Keramisch Museum Goedewaagen

Nee

Nee

Historische Vereniging Zuidlaren Ja Ja

Museumhuis Kunstpaviljoen

Nee

Nee

Historische Vereniging Gemeente Diever Ja Ja

Miramar Zeemuseum Ja

Stichting Dwingels Eigen Ja Ja

Molenmuseum De Wachter

Nee

Nee

Historische Vereniging Havelte

Museum De 5000 Morgen

Nee

Nee

Museum De Buitenplaats

Nee

Nee

Museum De Koloniehof

Nee

Nee

Stichting Historie van Ruinen Ja Ja

Museum Havezate Mensinghe

Nee

Nee

Stichting Historie Ruinerwold Ja Ja

Museum Vosbergen – Muziekinstrumenten Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Fledder Kerspel Ja Ja Historische Vereniging De Wijk-Koekange

Nee

Nee

Nee

Historische Vereniging Zuid Oost Drenthe

Nee

Nee

Vereniging Dorpsarchief Nieuw Amsterdam/ Veenoord

Nee

Nee

Stichting Oudheidskamer Zuidwolde

Nee

Nee

Museumboerderij De Karstenhoeve Ja

Nee

Stichting Nieuw Dordrecht Hist. en Cultureel

Nee

Nee

Drents Prehistorische Vereniging

Nee

Nee

Nee

Nee

Werkgroep Historisch Roswinkel

Nee

Nee

NGV afd. Drenthe en NW Overijssel Ja Ja

Museumboerderij Zwaantje Hans-Stokman’s Hof

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Drentse Historische Vereniging

Museums Vledder

Stichting Oudheidskamer De Spiker

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Historische Vereniging Zuidoost Drenthe

Nationaal Gevangenismuseum

Werkgroep Suytberghe

Historische Kring Hoogeveen Ja

Nee

Nederlands Graanmuseum / Musea Olie- en korenmolen Woldzigt

Nee

Nee

Die Luyden van ‘t Hooge Veene

Nee

Nee

Cultuurhistorisch Museum De Wemme

Nee

Stichting Oud Meppel

Nee

Nee

Historische collectie Koninklijke Landmacht Ja

Historische Vereniging Nijeveen Ja

Nee

Museumboerderij De Nabershof Ja Ja

Oudheidkamer Beilen Ja Ja

Historische Vereniging gemeente Beilen

Nee

Dorpsmuseum De Kluis Eext Ja Ja

Speelgoedmuseum Kinderwereld Ja

Historische Vereniging De Smilde Ja Ja

Drents Museum Ja Ja

Stedelijk Museum Coevorden Ja Ja

Historische Vereniging Appelscha

Nee

Nee

Drukkerijmuseum Meppel Ja Ja

Stichting Aold Daol’n Ja

Historische Vereniging Gemeente Westerbork

Nee

Nee

Harmonium Museum Nederland Ja Ja

Stichting de Oude Scheepstraschool Ja Ja

Historische Vereniging Norch

Nee

Nee

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Nee

Nee

Stichting Erfgoed Muskee (Dutch Blues Foundation)

Nee

Nee

Historische Vereniging Pezie-Peize

Nee

Nee

Het Van Gogh Huis

Nee

Nee

Stichting Museum van Knipkunst

Nee

Nee

Historische Vereniging Roon

Nee

Nee

Industrieel Smalspoor Museum Ja Ja

Stoottroepen Museum prins Bernhard Ja

Nee

Historische Vereniging Ol Eel Ja Ja

Informatiepunt Orvelte

Nee

Nee

Streekmuseum Het Dorp van Bartje

Nee

Nee

Stichting Oud Vries

Internationaal Klompenmuseum

Nee

Nee

Tractor en Werktuigen Museum Jan Drenthe

Nee

Nee

156

Nee

Nee

Nee

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Nee

Nederlands Museum voor Glas en Glastechniek

Nee

Nee

Nee

Openluchtmuseum Ellert en Brammert

Nee

Nee

Nee

Nee


Bijlagen

Ergens in Nederland 1939-1945

Nee

Nee

Klokkenmuseum Frederiksoord

Nee

Nee

Klokkengietersmuseum

Nee

Nee

Hunebedcentrum

Nee Nee

ATB’en: All Terrain Bike-en

St.Orvelte Poort

Nee

Nee

BOKD: Brede Overleggroep Kleine Dorpen

Nee

BRIM: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013 ­(subsidieregeling voor rijksmonumenten)

Groninger Museum Ja Universiteitsmuseum Groningen

Nee

Nee

Noordelijk Scheepvaartmuseum Ja Ja Stelmakerij Wever

Nee

Nee

Museumspoorlijn S.T.A.R.

Nee

Nee

Kaasmakerij Kaaslust

Nee

Nee

Accordeonmuseum Harte Meijer Ja

Nee

Steentijdmuseum Terre Merveille

Nee

Nee

Hist. Ver. Avereest/ Streekmuseum De Kalkovens

Nee

Nee

Ambachtentuin Orvelte

Nee

Nee

Museum Meringa Ja Ja

Afkortingen A&O-dag: Actualiteiten en Ontwikkelingen (cursus Erfgoed Academie)

CBK: Centrum Beeldende Kunsten CMV: Team Cultuur Maatschappij & Vrijetijdseconomie (provincie Drenthe) EZ: Ministerie van Economische Zaken GLB: Gemeenschappelijk Landbouw Beleid GS: gedeputeerde staten IPO: Inter Provinciaal Overleg IWC: Interdepartementale Waddenzee Commissie LTO: Land- en Tuinbouworganisatie MoMo: Modernisering van de Monumentenzorg (2009) VIE: Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed

Stichting Cultuurhistorische Waarden in de Drentse Veenkoloniën

Nee

Nee

OC&W: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Museum ’t Olde Striekiezer

Nee

Nee

RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Museum Restauratie Atelier De Poffer

Nee

Nee

RO-instrumentarium: wetten en regels in de ruimtelijke ordening

Stedelijk Museum Assen

Nee

Nee

RUG: Rijksuniversiteit Groningen

De Woonboot van Nelis en Leentje

Nee

Nee

VER: Visie Erfgoed en Ruimte (beleidsnota rijksoverheid)

Stichting molen de Hoop

Nee

Nee

VDG: Vereniging van Drentse Gemeenten

Streekhistorisch Centrum / Villa Huize ter Marse

Nee

Nee

WRO Wet Ruimtelijke Ordening

Landskeuken-Culinair Historisch Museum

Nee

Nee

Herdenkingsmuseum Nieuwlande, een dorp dat zweeg

Nee

Nee

Veenkoloniaal Museum

Nee

Nee

157

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de vragenlijsten over het Drentse erfgoed, ingevuld door twaalf gemeenten en ­aangevuld met een interview met de verantwoordelijk bestuurder en ambtenaren. De vragenlijsten zijn opgesteld door SteenhuisMeurs op basis van input van de begeleidingsgroep van dit project. De vragenlijsten zijn door elke gemeente afzonderlijk ingevuld. De interpretatie van de vragen en dus ook de antwoorden daarop zijn niet altijd even eenduidig. Dit betekent dat voorzichtigheid is geboden bij het onderling vergelijken van de vragenlijsten. Deze zijn niet volledig en geven slechts een momentopname weer. Volledigheid is nooit het streven geweest; gezocht is naar een bruikbare kapstok die door elke gemeente zelf aangevuld kan worden en die geschikt is om als basis te dienen voor het verkennen van mogelijkheden voor samenwerking of gezamenlijke projecten. Dit hoofdstuk is opgedeeld in verschillende thema’s die elk een ander onderdeel van het gemeentelijk erfgoed belichten. In de eerste pagina’s wordt de context beschreven waarin de gemeenten zich momenteel bevinden. Het aantal fte’s per gemeente, het aantal gemeentelijke monumenten per gemeente, maar ook de tendensen in de gemeenten komen aan bod. Vervolgens wordt telkens een onderdeel van het gemeentelijk erfgoed behandeld. De thema’s zijn: taken en beleid, immobiel erfgoed, mobiel erfgoed, immaterieel erfgoed, gemeentelijke taken, het erfgoedveld, samenwerking op het gebied van ­erfgoed, kennis en kennis delen en de toekomst van het Drents erfgoed. De conclusies en aanbevelingen van deze gemeentelijke inventarisatie zijn aan het eind van dit rapport gebundeld.

158

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Gemeenten in cijfers

Gemeenten Aa en Hunze Assen

Budget per jaar 1

Budget per jaar per inwoner 2

1  Gebaseerd op de

€ 64.000 + instandhouding 6 monumenten in gemeentelijk beheer € 123.000

€ 7,42 (13.01.2015)

­beschikbaar voor erfgoed?’.

geen geld beschikbaar

€ 0,00

Borger-Odoorn

€ 111.000

€ 4,33 (01.01.2014)

Coevorden

€ 20.000

€ 0,55 (01.01.2010)

Emmen

€ 130.000

€ 1,20 (2014)

Hoogeveen

geen geld beschikbaar

€ 0,00

Meppel

€0

€ 6,23 (13.04.2013)

Midden-Drenthe

€ 21.500

€ 0,65 (01.01.2015)

Noordenveld

€ 305.000

€ 9,83 (01.01.2013)

Tynaarlo

€ 170.000

€ 5,22 (01.12.2014)

Westerveld

€ 10.000 tbh van publieksinformatie

€ 0,53 (01.01.2014)

De Wolden

€ 16.800

€ 0,71 (01.01.2015)

vraag ‘Hoeveel geld op de begroting is daarnaast 2  Inwonersaantallen via website gemeenten.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten in cijfers

Gemeenten

Aantal Fte’s

Aa en Hunze

0,9 fte beleidsontwikkeling en uitvoering, daarnaast externe inhuur op gebied van gebouwde monumenten en archeologie à € 26.000

Assen

0,2 fte

Borger-Odoorn

0,3 fte

Gemeenten

Coevorden

0,5 fte beleid  /  0,5 fte archief

Emmen

1 fte beleidsontwikkeling  /  0,28 fte archeologie

Hoogeveen

externe uren inzet  /  0,3 fte vergunningen

Meppel

0,3 fte formatief

Midden-Drenthe

0,7 fte cultuur & erfgoed  /  0,4 fte vergunning en handhaving

Noordenveld

1,3 fte

Tynaarlo

0,5 fte beleid  /  0,15 archeologie

Westerveld

1,5 fte

De Wolden

0,7 fte

Gemeenten

Aantal ­g emeentelijke monumenten

Beeldbepalende panden

Onbekend

158

4

116

3

Hoogeveen

27

0

Meppel

89

1

Midden-Drenthe

72

1

Noordenveld

239

2

Tynaarlo

93

4

Aantal ­p rovin­c iale monumenten

Aa en Hunze

22

Assen

28

Borger-Odoorn

19

Coevorden

16

Emmen

25

nee

Hoogeveen

14 41

nee

50

Coevorden Emmen

Gemeenten

Beschermde gezichten of landschappen1

Onbekend

Emmen

2 0

7

240

ja

136 36

4

Assen

0

Assen Borger-Odoorn

184

nee

Coevorden

2

128

ja

ja

103

Westerveld

0

0

Door het rijk beschermde staden dorpsgezichten

De Wolden

Aa en Hunze

Borger-Odoorn

Aa en Hunze

Aantal rijks­ monumenten

nee ja

Gegevens gebaseerd op ingevulde vragenlijsten en interviews 1  Beschermde gezichten of landschappen enkel van­uit de gemeente , beschermd via de gemeentelijke erfgoed­verordening of het bestemmingsplan

Hoogeveen

0

ja

nee

Meppel

Meppel

37

Onbekend

ja

Midden-Drenthe

17 37

Midden-Drenthe

0

ja

nee

Noordenveld

Noordenveld

0

ja

nee

Tynaarlo

35 21 19

Tynaarlo

0

ja

nee

Westerveld

Westerveld

57

Onbekend

ja

De Wolden

De Wolden

0

ja

nee

159

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

bron: http://monumenten­ register.cultureelerfgoed.nl, 2014, geraadpleegd 05.02.2015

bron: http://www.provincialemonumentendrenthe.nl/ monumentenlijst/, geraadpleegd op 05.02.2015


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Erfgoed in de gemeentelijke organisatie Hoe is het erfgoed zowel beleidsmatig als organisatorisch ingebed in de gemeentelijke organisatie?

Aa en Hunze

Functie cultuurhistorie is ondergebracht bij de afdeling Ruimte, waar ook zijn: stedenbouw, landschap, RO, R&T, grondzaken. Daarnaast vergunningverlening. Relatie met Geopark de Hondsrug via agendacommissie.

Assen

Via de afdelingen ruimtelijke ordening, planologie, bouwen, wonen en ondernemen.

Taken en beleid

Gemeenten

Erfgoed in gemeentelijke beleidsstukken

Nog in voorbereiding

In welke gemeentelijke beleidsstukken is erfgoed opgenomen? Aa en Hunze

Strategische toekomstvisie 2020 Aa en Hunze Buitengewoon, De Cultuurnota 2013-2016, Verkennende beleidsnotitie funerair erfgoed 2014, Archeologische beleidsadvieskaart en Protocol inzet amateur-archeologen.

Cultuurhistorische waardenkaart.

Assen

Archeologische beleidsadvieskaart.

Cultuurhistorische waardenkaart.

Borger-Odoorn

Structuurvisie gemeente Border-Odoorn, Cultuurnota, Welstandsnota, Monumentenverordening, Bestemmingsplannen, Archeologische beleidsadvieskaart en Cultuurhistorische waardenkaart.

Borger-Odoorn

Via de afdelingen grondgebiedszaken, klantcontactcentrum en maatschap­ pelijke ontwikkeling.

Coevorden

Via de afdelingen ruimtelijke ordening, toerisme, water en vergunningen.

Coevorden

Emmen

Via de afdelingen beleid, ontwikkeling en directiestaf (OBD); cultuur, recreatie en toerisme; ruimtelijke ontwikkeling en infrastructuur; vergunningen, toezicht en handhaving; dorpen en wijken.

Erfgoednota, Structuurvisie, Bestemmingsplannen, Gemeentelijke Archeologiekaart en Kaart waardevolle gebieden. Beleid toerisme en recreatie

Emmen

Via de afdelingen strategie, beleid en projecten, realisatie, beheer en dienst­ verlening.

Ruimelijke waardenkaart, Archeologisch beleid, Structuurvisie 2020 ‘Veelzijdigheid Troef’, bestemmingsplannen, Cultuurnota 2013-2016 ‘Maak het Mee’, Erfgoedverordening, Gemeentelijke monumentenlijst en Monumentale bomenlijst.

Beleidskader Recreatie en Toerisme.

Hoogeveen Meppel

Via de afdelingen klantencontacten, vastgoed, ontwikkeling en strategie en ondersteuning beelden.

Hoogeveen

Erfgoed in omgevingsplannen.

Midden-Drenthe

Niet ingevuld.

Noordenveld

Via de afdelingen bouw- en woningtoezicht, gebiedsontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw en bijzondere wetgeving.

Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030, Cultuurhistorische inven­ tarisatie-, waarde- en beleidskaarten, Bestemmingsplannen, Welstandsnota, Nota Ruimtelijke Kwaliteit, Beleidskaarten ­archeologie, historische bebouwing en historische geografie.

Meppel

Tynaarlo

Via de afdelingen fysiek beleid, sociaal beleid, vastgoed, groen en vergunningen.

Erfgoedverordening Meppel, Structuurvisie, Landschapsbeleidsplan, Monumentale Bomenlijst, Cultuurhistorische inventarisatie, Bestemmingsplannen en Archeologische beleidskaart.

Integraal beleidsplan voor groen, natuur, landschap en water.

Westerveld

Via de afdeling Dienstverlening, Team Leefomgeving en Team Openbare Werken.

Midden-Drenthe

De Wolden

Via de afdelingen ruimte, interne en externe dienstverlening.

Landschapsbeleidsplan, Archeologische verwachtings-, waarderings- en beleidskaart, Cultuurnota, Welstandsnota, Monumentenverordening, Structuurvisie Midden-Drenthe en Bestemmingsplannen.

Noordenveld

Erfgoedverordening, Archeologische Beleidsadvieskaart, ­Recreatiebeleidsnota en Cultuurnota.

Cultuurhistorische waardenkaart en Omgevingsvisie.

Tynaarlo

Structuurvisie Archeologische gemeente Tynaarlo 2013, Structuur­visie Cultuurhistorie 2014-2024 “Een juweel tussen twee provinciehoofdsteden”, Erfgoedverordening gemeente Tynaarlo 2010, Structuurvisie Landschapsontwikkelingsplan Tynaarlo 2009 en Bestemmingsplannen.

Cultuurhistorie verder uitwerken in bestemmingsplannen.

Westerveld

Erfgoed en Cultuurhistorie is opgenomen in het coalitieakkoord en collegeprogramma 2014-2018.

De Wolden

Archeologische bronnen-, verwachtings- en beleidskaart / Cultuurhistorische waardenkaart / Landschapsontwikkelingskader / Structuurvisie 2011-2030 / Bestemmingsplannen / Monumentale bomenlijst / Monumentenverordening / Welstandsnota

160

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Protocol inzet amateurarcheologen


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Regelingen, instrumenten en middelen Welke structurele en tijdelijke regelingen/instru­ menten/middelen voor erfgoed zijn beschikbaar?

Aa en Hunze

Taken en beleid

Instrumenten vergunning, toezicht en handhaving Welke instrumenten gebruikt de gemeente met betrekking tot de vergunning, toezicht en hand­ having?

Vergoeding eerste inspectie Monumentenwacht en Particulier karakteristiek bezit in overweging. Inhuur Libau vanwege archeologie en gebouwde monumenten voor € 26.000 per jaar. Gemeente verleent regelmatig financiële bijdragen aan publicaties over erfgoed door derden.

Omgevingswet, Monumentenwet, Bouwbesluit, Gemeentelijke Monumenten-verordening 2004, RCE en Gemeentelijke commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie.

Assen

Subsidie gemeentelijke monumenten.

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Assen.

Borger-Odoorn

2014-2016 contract Libau, Subsidie Hunebedc­ entrum en historische verenigingen, Cultuurcoach en Cultuurfonds.

Bestemmingsplan, Omgevingsvergunning en ­Monumentenwet.

Coevorden

Rietdakenregeling en archeologiebudget.

Gemeentelijke monumentencommissie, RCE, WABO, Monumentenwet, Bouwbesluit, Gemeentelijke erfgoedverordening, Libau.

Emmen

Laagrentende lening instandhouding gemeentelijke monumenten en rietdaken, Fonds Museale Voor­ zieningen, Ondersteuning Parels van Drenthe en Subsidie instandhouding vijf molens. Budget Emmen Culturele gemeente Drenthe.

Omgevingsvergunning. WABO, Monumentenwet, Bouwbesluit, Bestemmingsplan, Erfgoedverordening, Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Libau, RCE, Archeologische beleidsadvieskaart, Ruimtelijke waardenkaart, Monumentale bomenlijst.

Hoogeveen

Geen gemeentelijke middelen.

Wabo, RCE en Libau.

Meppel

Gevelverbetering Prinsengracht (tijdelijk) en Regeling voor grondeigenaren met betrekking tot erven en landschapselementen (tijdelijk).

RCE, Libau, Het Oversticht en Steunpunt Monumenten­zorg.

Midden-Drenthe

Geen gemeentelijke middelen.

Wabo, Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe, Libau, RCE.

Noordenveld

Geen gemeentelijke middelen.

Gemeentelijke welstandscommissie, Libau, RCE en Kwaliteitsteam Veenhuizen.

Tynaarlo

BRIM-regeling en Provinciale regelingen.

Niet ingevuld.

Westerveld

Subsidieregeling herbestemming monumenten en Gemeentelijke regeling herbestemmingsopgaven.

Via wettelijke taken: monumentenwet, WRO, WABO. WABO toezichthouder opgeleid voor erfgoedtaken.

De Wolden

Project voor 2015: cultureel erfgoed inzetten voor gebiedsmarketing en vice versa en vergunningsvrij bouwen, voorzover passend binnen het VAB- beleid.

Geen specifieke taken vervangen door wettelijke taken en gemeentelijke commissie ruimtelijke ­kwaliteit.

161

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Gemeenten

Integrale verbinding van erfgoed Probeert uw gemeente erfgoed met natuur, landschap, toerisme & recreatie, kunst & cultuur, stedenbouw, water en milieu te verbinden?

Aa en Hunze

Er wordt niet op gestuurd, slechts een enkele kans wordt aangegrepen.

Assen

Erfgoed wordt geprobeerd te verbinden binnen het beleidskader.

Borger-Odoorn

Er wordt geprobeerd erfgoed te verbinden binnen het beleidskader

Coevorden

De verbinding wordt gemaakt door integraal beleid en deelname aan projecten vanuit verschillende disciplines.

Emmen

Is maatwerk per plan. Erfgoed krijgt vaker een plaats in planvorming en programma’s zoals de Tien vensters van Emmen Culturele gemeente van Drenthe 2015, en biedt samenleving en ondernemers ruimte voor initiatieven. Er wordt op gestuurd in beleidskaders landschap en cultuur.

Hoogeveen

Er is wel aandacht voor, maar geen vastgestelde structuur voor (uitzondering hierop is actieprogramma Recreatie & Toerisme). Erfgoed als wegingkader en inspriratiebron bij planvorming in de ruimtelijke ontwikkeling, zoals bij de lokatiepaspoorten en verder maatwerk per plan.

Meppel

Er wordt niet op gestuurd, slechts projectgebonden, met name in het buiten­ gebied. In de stedelijke omgeving wordt het wel meegenomen bij uitbreidingen, waar het historische landschap wordt benut voor de nieuwe stedelijke structuur.

Midden-Drenthe

In de agenda platteland van de gemeenten in Zuidwest-Drenthe worden de thema’s landschap en cultuurhistorie samen benoemd en behandeld.

Noordenveld

Erfgoed is een belangrijk toetsingskader en inspiratiebron.

Tynaarlo

Intern wordt steeds meer integraal gewerkt en men betrekt elkaar bij ­verschillende projecten.

Westerveld

Erfgoed is peiler in het regiopromotie plan.

De Wolden

In 2015 het verbinden van de cultuurhistorische waardenkaart met recreatie en toerisme.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Communicatie over erfgoedbeleid

Taken en beleid

Gemeenten

Erfgoedprojecten en het publiek

Beste type participatie

In hoeverre betrekt de gemeente het publiek in uw erfgoedprojecten?

Welke type participatie past volgens u het beste bij de inwoners van uw gemeente?

Aa en Hunze

Bij het opstellen van de archeologische beleidsadvieskaart, cultuurhistorische waardenkaart, vormgeven beleid funeraire erfgoed en archeologische onderzoeken die langer dan één dag duren (basisschool wordt dan uitgenodigd). Voor Open Monumentendag is een lokaal comité van vier vrijwilligers uit de bevolking.

Inbreng van kennis en vaardigheden, inspraak, participatie bij beleidsontwikkeling.

Assen

Nieuwe beleidsdocumenten, dit gebeurt via inspraak en overleg.

Informeren en meedenken.

Hoe wordt er over het erfgoedbeleid gecommuniceerd door de gemeente? Wordt er verantwoording afgelegd aan de raad/provinciale staten? Aa en Hunze

Er wordt alleen verantwoording afgelegd in de vorm van cijfers, prestaties en voortgang, beleidsmatig wordt er geen verantwoording afgelegd.

Assen

De provincie is de toetser in dit verband.

Borger-Odoorn

Via gemeentelijke website, week-in-week-uit (krantje), daarnaast wordt de raad geïnformeerd.

Coevorden

Via de website, informatieavonden, historische verenigingen, lokale pers. ­Daarnaast door middel van brieven, gesprekken, overleggen en door samen­ werkingsverbanden met organsaties als Domesta, Natuurmonumenten, Drents Landschap, etc.

Borger-Odoorn

Intern via Steunpunterfgoedagendaoverleg. Extern via het Steunpunt erfgoed Drenthe en het overleg, via inloopbijeenkomsten bij planvorming en participatieprojecten, wanneer erfgoed een rol speelt.

Archeologische- en cultuurhistorische waardenkaarten.

Dit hangt af van het onderwerp.

Emmen

Coevorden

Dit hangt af van het onderwerp.

Dit wordt voor een deel gedaan door het opnemen van de waarde van de cultuurhistorie in de bestemmingsplannen. Beleidsmatige verantwoording door de cultuurhistorische bronnen-, waarden-, en beleidskaarten op het gebied van archeologie, historische geografie en ­historische (steden)bouw.

Het publiek wordt in verschillende erfgoedprojecten betrokken door middel van informatieavonden, samenwerking met de historische verenigingen, brieven, gesprekken en overleggen.

Emmen

Planologische besluiten, totstandkoming van nieuw erfgoedbeleid en bij samenwerkingsprojecten als restauratie sluizen, opknappen hoogveenkerkhof of zelfbeheer openbaar gebied.

Kennisdeling en zelfwerkzaamheid.

Hoogeveen

Niet ingevuld.

Overheidsparticipatie bij tot stand komen van de cultuurhistorische bronnen-, waarden-, en beleidskaarten op het gebied van archeologie, historische geografie en historische (steden)bouw.

Meppel

Landschapsprojecten, nieuw beleid, voortraject en inspraakprocedure.

Dit hangt af van het onderwerp en gebied.

Midden-Drenthe

Cultuurhistorische waardenkaart en Agenda p ­ latteland.

MOEK en Dorpenoverleg; dit verschilt per dorp.

Noordenveld

Eerste inventarisatie voor de selectie van provinciale monumenten, cultuurhistorische waardenkaart, Historisch onderzoek gebied Terheijl en Nieuw cultuurbeleid.

Dit hangt af van het onderwerp.

Tynaarlo

Open Monumentendag en opgravingen.

Onbekend.

Westerveld

Open Monumentendag, amateurarcheologen, ­ aatakkeronderzoek. R

Door en voor inwoners; dit kan in verschillende vormen worden uitgewerkt in de praktijk.

De Wolden

Archeologische- en cultuurhistorische waardenkaart, opgravingen, bouw- en bestemmingsplan­ wijziging en voorlichtingsbijeenkomst monument­ eigenaren.

De gemeente wil de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de burger neerleggen. Van de inwoners wordt verwacht dat zij met (beleids)voorstellen komen en het ambtelijk apparaat werkt de voorstellen (soms)samen met de burgers uit. Een voorbeeld van burgerinitiatief is het beeldambitieplan dubbellint Ruinerwold.

Hoogeveen

Meppel

Meppel communiceert niet over Erfgoedbeleid, ze rapporteren over landschapsprojecten.

Midden-Drenthe

In het kader van de Culturele alliantie is verantwoording afgelegd.

Noordenveld

Er wordt ten aanzien van het fysieke erfgoed geen expliciete verantwoording aan de raad afgelegd, wel over het gevoerde cultuurbeleid via het cultureel ­jaar­verslag. Communicatie is vooral een onderdeel van lopende zaken. Er is dit jaar wel gestart met informatiebijeenkomsten voor monumenteigenaren.

Tynaarlo

Communicatie vindt plaats via het verslag in de voorjaars- en najaarsnota. Voor archeologie wordt een jaarverslag opgesteld voor zowel de raad als de provincie.

Westerveld

Communicatie vindt plaats door middel van informatiebijeenkomsten en overleg met de historische verenigingen. De gemeente neemt een actieve faciliterende rol aan bij publieksevenementen zoals de Open Monumentendag en de ­Erfgoedfair.

De Wolden

In bestemmingsplannen wordt de waarde van cultuurhistorie en archeologie vastgelegd. De gemeente publiceert d.m.v. uitgeven van boeken over het erfgoed. Verder communicatie via website, informatieavonden voor monumenteneigenaren en lokale pers. Verantwoording wordt afgelegd via Inter Bestuurlijk toezicht.

162

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Erfgoed en de leefomgeving

Taken en beleid

Gemeenten

Wordt het belang van erfgoed afdoende onderkend bij ontwikkelingen van de leefomgeving? Aa en Hunze

Nee.

Assen

Daarvoor wordt de cultuurhistorische waardenkaart opgesteld.

Borger-Odoorn

De rol van erfgoed wordt steed belangrijker.

Coevorden

Ja. Erfgoed is bij alle ruimtelijke ontwikkelingen een factor van belang.

Emmen

In voorbereiding: Cultuurhistorische waardenkaart en Erfgoednota Emmen.

Hoogeveen

Heeft niet de hoogste prioriteit.

Meppel

Nee, er is een gebrek aan overkoepelend beleid waardoor de bewaking van erfgoed in het geding komt. Echter, er komt nu wel verbetering in.

Midden-Drenthe

Ja, bij alle ruimtelijke ontwikkelingen is dit een punt van aandacht.

Noordenveld

Erfgoed is steeds meer een inspiratiebron en onderdeel van het afwegingskader.

Tynaarlo

Het belang van cultuurhistorie in het algemeen wordt in toenemende mate erkend. Erfgoed wordt gebruikt als inspiratiebron bij planvorming door een stedenbouwkundige. Bij de archeologie blijft de vertaling naar een betekenisvol en herkenbaar plan lastig.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Ja, door de vaststelling van de cultuurhistorische waardenkaart is erfgoed nu een afwegingskader en inspiratiebron.

163

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Cultuurhistorische en archeologische waarden Wordt er aandacht besteed aan cultuurhistorische- of archeologische waarden van niet-vanuit het Rijk beschermde objecten?

Aa en Hunze

In alle bestemmingsplannen zijn/worden regels opgenomen ter bescherming van archeologische waarden en verwachtingen en ter bescherming van karakteristieke gebouwen.

Assen

Archeologische beleidsadvieskaart en cultuurhistorische waardenkaart gelden als beleidskader voor ­bestemmingsplannen.

Borger-Odoorn

Archeologische (verwachtings)waarden zijn verwerkt in het bestemmingsplan. De cultuurhistorische waarden moet nog in beleid worden ontwikkeld, maar karakteristieke panden zitten veelal al in bestaande bestemmingplan.

Coevorden

Archeologische en cultuurhistorische waarden zijn in de erfgoednota verwerkt en vervolgens in het ­bestemmingsplan.

Emmen

Ja, op basis van archeologisch beleid, ruimtelijke waardenkaart en de Erfgoedverordening.

Hoogeveen

Planologische borging van karakteristieke waardevolle bebouwing, gebieden, archeologie en landschap vindt plaats via het bestemmingsplan. Aanvullende borging gaat plaats vinden in de te ontwikkelen Nota ruimtelijke kwaliteit 2015 (is nu de Welstandsnota).

Meppel

Archeologische waardenkaart is verwerkt in de bestemmingsplanvoorschriften. Daarnaast is er een ­dubbelbestemming van cultuurhistorie en een aanlegvergunningstelsel voor landschapselementen.

Midden-Drenthe

Dit wordt beperkt gedaan. Er zijn enkele provinciale monumenten en er is in de bestemmingsplannen een regeling voor karakteristieke panden.

Noordenveld

De gemeente heeft vele honderden objecten aangewezen als karakteristiek en borgt dit planologisch in de bestemmingsplannen.

Tynaarlo

Structuurvisie cultuurhistorie, archeologische waarden verwerkt in de gemeentelijke archeologische ­beleidskaart. Geborgd via de monumentenverordening en (via strucuurvisie) in het bestemmingsplan.

Westerveld

Dit is in ontwikkeling. RAAP heeft een archeologische inventarisatie uitgevoerd en op basis daarvan een archeologische waardenkaart en beleidskaart opgesteld. Tevens hebben ze een cultuurhistorische kaart gemaakt. De kaarten zijn onderlegger voor bestemmingsplannen en worden gebruikt bij omgevingsvergunningen. De cultuurhistorische kaart heeft geleid tot het opstellen van een gemeentelijke monumentenlijst.

De Wolden

In bestemmingsplannen middels aanlegvergunningen, sloopvergunningen en bescherming van de karakteristieke hoofdvorm. Er is een gemeentelijke archeologische waardenkaart, bij een bestemmingsplanprocedure wordt deze geraadpleegd en betrokken. Wanneer blijkt dat er waarden op het perceel aanwezig zijn, wordt dit geborgd in het bestemmingsplan.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Cultuurhistorie in gebiedsontwikkeling en bestemmingsplannen Wordt er aandacht besteed aan cultuurhistorie bij gebiedsontwikkeling en/of bestemmingsplannen?

Immobiel erfgoed

Gemeenten

Leegstand en herbestemming Zijn er grote opgaven van leegstand/herbestemming van cultureel erfgoed, zo ja welke?

Aa en Hunze

De gemeente stelt zich actief op bij herbestemmingsvraagstukken door voor­ lichting te geven en te verwijzen naar de loketten, maar de gemeente heeft geen beleid of geoormerkt geld.

Assen

Mogelijk dat binnen de binnenstad hier een focus op komt te liggen, maar dit is niet zeker.

Borger-Odoorn

Er zijn geen grote opgaven. De gemeente probeert leegstaand gemeentelijk vastgoed te verkopen en denkt mee over herbestemming van particulier vastgoed.

Via bestemmingsplannen, dit door de wettelijke verplichting. Tevens brengt de gemeente cultuurhistorie ook onder de aandacht bij ontwikkelaars.

Coevorden

Er zijn opgaven, deze worden aangepakt in samenwerking met andere ­organisaties.

Coevorden

Ja. Bij alle ontwikkelingen en bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van het erfgoedbeleid, de waardenkaarten en de lijst met karakteristieke objecten.

Emmen

Emmen

Bij plannen op verschillende schaalniveaus wordt een analyse gemaakt van het gebied en de kenmerken beschreven. Daar waar nodig wordt het geïntegreerd in het ruimtelijke plan, echter gebeurt dit met een sectorale benadering.

Opgaven als meerdere monumentale kerken, woonwijken in de vorm van verrommeling en verpaupering van de woningen, de tuinen en de woon­ omgeving, het gaat vaak over de overgang openbaar-privé.

Hoogeveen

Leegstand en herbestemming van religieus cultureel erfgoed. De gemeente heeft een positieve grondhouding bij nieuwe functies en gebruik van ­vrijkomende gebouwen.

Meppel

Geen grote opgaven, wel incidentele leegstand, vaak gekoppeld aan project­ ontwikkeling. Opgaven die ‘traag en moeizaam’ verlopen zijn Stad en Esch, molens en leegstand van het centrum.

Aa en Hunze

Er is nog weinig notie bij bestuurders en collega’s voor inbreng van cultuur­ historie bij planontwikkeling. Dit wordt vaak als een belemmering gezien. De sector cultuurhistorie is niet betrokken bij nieuwe ontwikkelingen.

Assen

Bij de start van een project worden alle ruimtelijke aspecten, waaronder cultuurhistorie, als aandachtspunt bij de ontwikkelaar onder de aandacht gebracht. Dit los van de wettelijke verplichting op basis van de Modernisering ­Monumentenwet.

Borger-Odoorn

Hoogeveen

In de structuurvisie, bestemmingsplannen en bij ontwikkelgebieden in beeldkwaliteitsplannen en locatiepaspoorten.

Meppel

Deels, dit is persoonsafhankelijk.

Midden-Drenthe

Bij landschapsprogramma’s zoals Veuruutzicht en Oranjekanaal West wordt rekening gehouden met het cultuurlandschap.

Midden-Drenthe

Noordenveld

Los van de wettelijke verplichtingen wordt cultuurhistorie bij planvorming onder de aandacht gebracht, mits de ruimtelijke context daar aanleiding voor geeft. Bij nieuwe plannen is er aandacht voor behoud van zaken als houtwallen, kavelpatronen e.d. De nieuwe bestemmingsplannen krijgen een volwaardige cultuurhistorische paragraaf en er wordt gewerkt met de dubbelbestemming Waarde­Cultuurhistorie. Echter is de doorvertaling naar de praktijk nog een lastige.

Er is beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing en een Ruimte-voor-Ruimte regeling. Daarmee wil men het landschap en de bebouwing verfraaien en/of behouden. Er is geen concreet inzicht in de leegstand of herbestemming van panden die onder cultureel erfgoed vallen. Verwachting is dat niet veel of bijzondere karakteristieke/cultuurhistorische panden hier onder vallen. Voor gemeentelijke gebouwen wordt wel initiatief genomen, voor particuliere niet.

Noordenveld

Tynaarlo

Dit wordt actief uitgedragen. Er wordt van plannenmakers of initiatiefnemers ook gevraagd om aan te tonen in hoeverre zij rekening houden met of voortbouwen op cultuurhistorie.

Grote opgaven met name in Veenhuizen. In samenwerking met het RIjk en de Provincie vervult de gemeente een actieve rol. Bij incidentele gevallen elders in de gemeente is deze een gesprekspartner en er is bestuurlijke bereidheid voor herbestemming zo mogelijk planologisch te faciliteren.

Westerveld

Los van de wettelijke verplichtingen, wordt cultuurhistorie vanuit ruimtelijke perspectief ingezet als kansenmotor en inspiratiebron voor inwoners en ondernemers.

Tynaarlo

Op dit moment is de gemeente actief betrokken bij de voormalige Rijksluchtvaartschool in Eelde, het centrum van Vries en het centrum van Zuidlaren.

Westerveld

De gemeente probeert als intermediair op te treden.

De Wolden

Er zijn geen grote opgaven. In werkgroepverband worden in de ambtelijke organisatie deze opgaven wel besproken. Het gaat dan over leegstaande gebouwen en herbestemming in het algemeen, niet van specifiek cultureel erfgoed. Wel VAB beleid (vrijkomende agrarische bebouwing), dit wordt op diverse manieren kenbaar gemaakt. Benutting van deze vrijkomende agrarische bebouwing is positief te noemen.

De Wolden

164

Bij bestemmingsplannen en gebiedsontwikkeling wordt erfgoed betrokken. De gemeente brengt cultuurhistorie als inspiratiebron.

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Beschermde gezichten en/of landschappen Zijn er door de gemeente zelf aangewezen beschermde gezichten/­ landschappen?

Immobiel erfgoed

Gemeenten

Beleid archeologie en bodem Heeft de gemeente beleid voor archeologische monumenten/bodemarchief?

Aa en Hunze

Gemeentelijk archeologiebeleid is verankerd in archeologische beleidsadvieskaart en is door vertaald in dubbelbestemming archeologie. De gemeente werkt met verschillende onderzoeksverplichtingen gekoppeld aan bekende en te verwachten archeologische waarden.

Assen

De gemeente beschikt over een archeologische beleidsadvieskaart, dit beleid vormt een belangrijk kader bij ruimtelijke ontwikkeling.

Borger-Odoorn

Gemeentelijk archeologiebeleid is verankerd in archeologische beleidsadvieskaart en doorvertaald in dubbelbestemming archeologie. De gemeente werkt met verschillende onderzoeksverplichtingen gekoppeld aan bekende en te verwachten archeologische waarden.

Coevorden

Waarschijnlijk niet, in het landschapsbeleidsplan worden nog wel de weg ­panorama’s genoemd, maar het is onbekend of deze nog bestaan en of deze beschermd worden. Het vermoeden is van niet.

Er is beleid. In de erfgoednota is gemeentelijk archeologisch beleid vastgesteld, waar de gemeentelijke archeologische beleidskaart deel van uitmaakt. Dit beleid wordt vertaald in de bestemmingsplannen, onder andere in het bestemmingsplan buitengebied.

Emmen

De gemeente heeft een eigen archeologie beleid, welke is doorgewerkt in de archeologische waardenkaart en beleidskaart.

Noordenveld

Nee.

Hoogeveen

Tynaarlo

Nee.

Dit is verwerkt in Bodemnota, Bodembeheernota en een Bodemkwaliteitskaart. Archeologische beleidskaart vertaald in het bestemmingsplan.

Westerveld

In ontwikkeling (Lhee).

Meppel

Er zijn geen archeologische monumenten. Rijk, archeologische beleids- en advieskaart en dubbelbestemming archeologie vormen het beleid.

De Wolden

Nee, bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor behoud van kwaliteit en nemen ook die verantwoordelijkheid (Ruinerwold).

Midden-Drenthe

De gemeente beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidskaart en beleid voor archeologische waarden en verwachtingen.

Noordenveld

Beleid is verankerd in de erfgoedverordening en de daaraan gekoppelde archeologische beleidsadvieskaart en doorvertaling in bestemmingplan.

Tynaarlo

Er is beleid, aansluitend op provinciaal beleid en vastgelegd in de structuurvisie. In het bestemmingsplan worden verschillende onderzoeksregimes gekoppeld aan een viertal archeologische dubbelbestemmingen. De daarin opgenomen vrijstellingen variëren van 0 tot 1000 m².

Westerveld

Beleid in de vorm van erfgoedverordening sub. archeologie en publieks­ informatie. Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met het bodem­ archief. Gemeentelijk beleid sluit aan bij het provinciaal beleid.

De Wolden

Het in de archeologische beleidskaart geformuleerde beleid wordt in alle nieuwe ruimtelijke plannen opgenomen.

Aa en Hunze

Nee.

Assen

Binnen de gemeente Assen is een gedeelte van de binnenstad van rijkswege aangewezen als Beschermd Stadsgezicht.

Borger-Odoorn

Nee.

Coevorden

Ja, in de erfgoednota, wordt vertaald in bestemmingsplannen en op den duur in de welstandsnota.

Emmen

Nee, er zijn wel Rijksbeschermde dorpsgezichten zoals Westersebos, ­Oostersebos, Westenesch.

Hoogeveen

Nee, niet anders dan geregeld in bestemmingsplannen.

Meppel

Nee.

Midden-Drenthe

165

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Collectie mobiel erfgoed Is er sprake van een eigen collectie? Is hier beleid voor? Hoe is het beheer en de ontsluiting geregeld?

Aa en Hunze

Geen eigen collectie. In verband met het thema ‘Op reis’ van de Open ­Monumenten Dag 2014 is mobiel erfgoed ingezet rond de open monumenten.

Assen

Geen eigen collectie.

Borger-Odoorn

Geen eigen collectie.

Mobiel erfgoed

Gemeenten

Beleid archieven Is er specifiek beleid voor het beheer en ontsluiting van archieven en a ­ rchivering?

Aa en Hunze

In het gemeentearchief van Aa en Hunze; bij de archiefmedewerkers is een goed besef voor cultuurhistorie aanwezig. De gemeente is bekend met knelpunten bij de archieven van historische verenigingen, echter tot nu toe worden ze niet geholpen.

Assen

Geen beleid aanwezig.

Borger-Odoorn

Niet ingevuld.

Coevorden

Geen beleid aanwezig. Er is een aanzet tot beleid in de vorm van een Archief­ verordening, een Besluit Informatie Beheer en een Visienota (dynamisch ­document). Het gemeentelijk archief heeft een belangrijke taak bij het ontsluiten van het erfgoed.

Emmen

In de Culturele Alliantie met de provincie Drenthe zijn afspraken gemaakt over de ontsluiting van de archieven (digitalisering).

Hoogeveen

Archief van burgerzaken voor genealogie.

Meppel

Oud Meppel boeken oorlog.

Midden-Drenthe

Geen beleid aanwezig.

Coevorden

Geen eigen collectie.

Emmen

Geen eigen collectie.

Hoogeveen

Collectie van museum 5000 morgen. De gemeente is bezig met een nieuw ­registratie- en beheersmodel.

Meppel

Collectie bestaande uit archief, beelden en schilderijen.

Midden-Drenthe

Geen eigen collectie.

Noordenveld

Mensingecollectie, in beheer bij Stichting Mensingecomplex.

Tynaarlo

De gemeente heeft een kunstcollectie, hiervoor is geen beleid gemaakt. Tevens is het beheer onvoldoende geregeld.

Westerveld

Nee.

Noordenveld

De Wolden

De gemeente subsidieert het beheer van de museumboerderijen in handen van de Beheerstichting.

Beleid is aanwezig, met name op het vlak van genealogie. De gemeente heeft geparticipeerd in Drenthebrede digitaliseringsproject.

Tynaarlo

De gemeentelijke archivaris beheert actief het archief van de gemeente.

Westerveld

Nee.

De Wolden

Niet ingevuld.

166

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Beleid musea en andere erfgoedinstellingen Bestaat er beleid voor musea en andere erfgoedinstellingen die mobiel erfgoed verzamelen/beheren/ontsluiten?

Mobiel erfgoed

Gemeenten

Particuliere collecties Wordt er aandacht besteed aan particuliere collecties?

Aa en Hunze

Nee.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Nee, de gemeente richt zich alleen op culturele activiteiten.

Coevorden

Coevorden neemt particuliere collecties op van diverse bedrijven en ­organisaties.

Emmen

Ja.

Hoogeveen

Nee.

Nee.

Meppel

Er is sprake van een fotoarchief.

Meppel

Drukkerijmuseum, de Secretarie

Midden-Drenthe

In de Cultuurnota wordt hier aandacht aan besteed. Momenteel wordt gewerkt aan een actualisatie van de cultuurnota.

Midden-Drenthe

Er is geen beleid.

Noordenveld

Ja, Kinderwereld en Mensinge krijgen een jaarlijkse bijdrage.

Noordenveld

Er is geen beleid, behoudens subsidiebeleid.

Tynaarlo

Tynaarlo

Nee, deze instellingen zijn autonoom in hun keuze.

Westerveld

Nee.

Ja, de gemeente neemt particuliere archieven/collecties in beheer. Familie­ archieven en schoolarchieven worden bewaard en beheerd door de gemeente. Daarnaast is de archivaris aanspreekpunt voor belangstellenden en onder­ zoekers die dossiers willen inzien.

De Wolden

Cultuurhistorische verenigingen en musea worden (financieel) ondersteund en verbindingen worden gelegd met de scholen (cultuuronderwijs).

Westerveld

Ja.

De Wolden

Niet ingevuld.

Aa en Hunze

Nee.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Er is geen beleid. Dit soort vragen worden incidenteel opgepakt.

Coevorden

Er is beleid voor musea en andere erfgoedinstellingen maar niet specifiek gericht op mobiel erfgoed.

Emmen

De regeling voor Museale Voorzieningen biedt ruimte voor publieksinitiatieven en educatie.

Hoogeveen

167

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Beleid lokale verenigingen en andere organisaties Heeft de gemeente beleid voor lokale verenigingen en andere organisaties die zich bezighouden met Drents erfgoed?

Immaterieel erfgoed

Gemeenten

Beleid evenementen en tradities Heeft de gemeente beleid voor evenementen en tradities?

Aa en Hunze

Nee.

De gemeente faciliteert twee contactmomenten per jaar voor de lokale erfgoed organisaties. Incidenteel worden financiële bijdragen voor projecten verleend.

Assen

Niet ingevuld.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Voor evenementen bestaat het cultuurfonds. De gemeente denkt wel na om sommige evenementen structureel te gaan subsidiëren.

Borger-Odoorn

Het Hunebedcentrum ontvangt structureel subsidie, net als historische ­verenigingen. Daarnaast is er een cultuurfonds, voor initiatieven op het gebied van cultuur.

Coevorden

Er is geen specifiek evenementenbeleid, de financiele bijdragen zijn geschrapt.

Emmen

De gemeente ondersteunt recreatie en toerisme door bijvoorbeeld subsidies.

Ja, er is subsidiebeleid voor historische verenigingen, maar dit wordt beëindigd in 2015.

Hoogeveen

Evenementennota (2008), deze wordt in 2016 geactualiseerd.

Meppel

Nee. De gemeente is bezig met het opstellen van beleid voor evenementen (waarschijnlijk maart 2015 in werking).

Midden-Drenthe

De gemeente heeft een festiviteitenverordening. Verder is er specifiek aandacht voor het Huus van de Toal.

Noordenveld

Dit maakt onderdeel uit van het brede cultuurbeleid.

Tynaarlo

Voor de Zuidlaardermarkt is er een draaiboek, mogelijk in de toekomst beleid. Er is een algemeen evenementenbeleid over bijvoorbeeld risicobeleid. Het nieuwe evenementenbeleid gaat wel rekening houden met het cultuurhistorische karakter van evenementen.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Niet ingevuld.

Aa en Hunze

Coevorden Emmen

Het netwerk erfgoed/Parels van Drenthe wordt incidenteel ondersteund, ­bijvoorbeeld bij de subsidiëring van een erfgoedfestival.

Hoogeveen

Nee

Meppel

Nee, dit wordt verzorgd door andere organisaties: Stichting Oud Meppel beheert het gemeentelijk foto archief.

Midden-Drenthe

Er worden geen subsidies verstrekt aan lokale organisaties.

Noordenveld

Dit maakt onderdeel uit van het brede cultuurbeleid.

Tynaarlo

Er is geen concreet beleid voor.

Westerveld

De gemeente woont de gemeenschappelijke vergaderingen van de historische verenigingen bij en faciliteert waar mogelijk.

De Wolden

Cultuurhistorische verenigingen en musea worden (financieel) ondersteund en verbindingen worden gelegd met de scholen (cultuuronderwijs). Dit geldt ook voor storytelling.

168

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Beleid verhalen en streektaal Heeft de gemeente beleid in relatie tot verhalen en streektaal?

Aa en Hunze

Ja, de gemeente subsidieert jaarlijks het Huus van de Taol en ondersteunt daarmee hun werkzaamheden vanwege het behoud van de streektaal.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Er is geen specifiek beleid voor, dit valt onder het cultuurbeleid. De gemeente heeft op dit moment een gemeenteverteller.

Coevorden

Er is geen beleid, in het huidige cultuurbeleid is de aandacht voor de streektaal geschrapt.

Emmen

De gemeente ondersteunt recreatie en toerisme door bijvoorbeeld subsidies.

Hoogeveen

Er is geen beleid, maar particuliere initiatieven/ dorpsinitiatieven, recreatie en toerisme worden gestimuleerd. Zoals de cultuurhistorische wandelroute in en rond Hollandscheveld met verhalenpaal en informatiepanelen.

Meppel

Nee.

Midden-Drenthe

De gemeente heeft hiervoor geen beleid, er is wel specifiek aandacht voor het Huus van de Taol.

Noordenveld

Dit maakt onderdeel uit van het brede cultuurbeleid.

Tynaarlo

In de structuurvisie cultuurhistorie is het belang van verhalen aangegeven, de volgende stap is de uitwerking. Vanuit de Cultuurnota 2010-2014 hecht de gemeente aan de streektaal, het beleid was dat per project werd bekeken of de gemeente kon faciliteren. Uit de evaluatie blijkt dat er geen projecten zijn geweest. Het huidige cultuurbeleid wordt op dit moment ontwikkeld, streektaal wordt opgenomen, maar onduidelijk is hoe.

Westerveld

Niet ingevuld.

De Wolden

Zowel storytelling als streektaol wordt door de gemeente gestimuleerd en ­gefaciliteerd (financieel en waarborging integratie cultuuronderwijs).

169

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Immaterieel erfgoed


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Bescherming, documentatie en ruimtelijke ontwikkeling

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Hoe staat de bescherming, documentatie en ruimtelijke ontwikkeling van het erfgoed in uw gemeente ervoor?

Onderhoud en restauratie Is het onderhoud en restauratie adequaat, zowel van de ‘eigen’ monumenten als van de monumenten in particulier bezit?

Aa en Hunze

De gemeente werkt praktijkgericht en handelt veel ad hoc. Soms gaan cultuurhistorische waarden verloren. Er is voldoende ruimte voor kennisontwikkeling. Bij ruimtelijke ontwikkeling is erfgoed per definitie niet in beeld, in de beleids­ ontwikkeling lopen we achter.

Aa en Hunze

Instandhouding van de rijksmonumenten gaat redelijk goed. De instandhouding van de oudste monumenten in particulier bezit vraagt gemeentelijke aandacht. De jonge monumenten staan er in het algemeen goed bij. Een inventarisatie van de onderhoudssituatie wordt gemist.

Assen

De bescherming is goed geborgd in de gemeentelijke archeologische beleids­ advieskaart en straks in de cultuurhistorische waardenkaart. Deze beide beleidsstukken vormen een belangrijk uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkeling.

Assen

Weinig kennis van staat onderhoud.

Borger-Odoorn

Onbekend, want gemeente heeft geen overzicht.

Borger-Odoorn

Dit kan beter. De gemeente wil geen stolp over erfgoed, maar is voorstander van behoud door ontwikkeling.

Coevorden

In zijn algemeenheid verkeren de Rijks en provinciale monumenten in een ­redelijke staat.

Coevorden

Gaat steeds beter. Door de erfgoednota is meer aandacht voor het erfgoed en bescherming zal in het facetbestemmingsplan voor Karakteristieke objecten geborgd worden.

Emmen

De onderhoudstaat van de andere monumenten wordt niet gemonitord. Dit is dus niet bekend. Vaak geldkwestie, is knelpunt.

Hoogeveen

Onderhoud en restauratie eigen rijksmonumenten is adequaat.

Emmen

Er wordt gewerkt aan een integraal beleidskader erfgoed. Voldoende documentatiekennis, maar nog niet aangewezen erfgoed wordt nog niet voldoende beschermd. De gemeente voldoet aan de wettelijke vereisten.

Meppel

Ja, adequaat. De monumenten in bezit van de gemeente worden door de gemeente beheerd en in stand gehouden.

Hoogeveen

Cultuurhistorisch (geografie en bebouwing). Tussen haakjes toevoegen. Er is een vertaalslag gemaakt in diverse bestemmingsplannen en het fysieke erfgoed wordt straks ook onderdeel van de omgevingsplannen. Aanvullend is de welstandnota van toepassing.

Midden-Drenthe

Het onderhoud van de gemeentelijke monumenten is in goed staat. Een onderhoudsinventarisatie van de particuliere monumenten is niet bekend.

Noordenveld

De eigen monumenten worden goed onderhouden. De gemiddelde onderhoudstaat van de Rijks- en provinciale monumenten is redelijk tot goed.

Tynaarlo

De monumenten staan er over het algemeen goed bij. Er is geen overzicht van de onderhoudsstaat van de monumenten van particuliere eigenaren. Op het beheer van de monumenten in particulier eigendom hebben we weinig zicht.

Westerveld

Ja, rijksmonumenten in eigen bezit via de BRIM regeling.

De Wolden

Onderhoud en restauratie van monumenten in particulier bezit is niet over de gehele linie genomen adequaat. Onderhoud en restauratie van eigen monumenten is goed. Wij hebben een beheerplan gebouwen (Planon) om onze gebouwen in een goede staat te houden.

Meppel

Bescherming landschap redelijk goed geregeld in bestemmingsplan. Risico is wel achteruitgang in kwaliteit van landschap, doordat subsidies voor beheer van landschapselementen voor agrariërs zijn weggevallen. Pakken we nu regionaal op binnen Zuidwest-Drenthe. Landschap is overigens geen wettelijke taak van gemeente.

Midden-Drenthe

De focus ligt op behoud van het erfgoed middels regels in bestemmingsplannen. Er wordt gewerkt aan een cultuurhistorische waardenkaart.

Noordenveld

Qua bescherming is er onvoldoende capaciteit voor handhaving. De documentatie gaat deels via de Rijks- en provinciale omschrijvingen, daarnaast is de beschrijving van de karakteristieke objecten summier. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt zorgvuldig met het erfgoed omgegaan.

Tynaarlo

Op archeologisch gebied zijn we grotendeels ‘bij’: in de bestemmingsplannen is de archeologie vastgelegd conform de structuurvisie. Er zijn nog wel wensen op het gebied van de kennisontwikkeling. Voor cultuurhistorie staat het proces in de steigers. Vanuit de structuurvisie willen we een start maken met het duiden van erfgoed en het doorvertalen naar bestemmingsplannen.

Westerveld

Goed maar kan altijd verbeterd worden.

De Wolden

Alles wat bij wet vereist is, wordt gedaan, mits middelen toereikend zijn. Gemeente maakt zelf geen beleid, tenzij er vragen uit de samenleving komen. Er is geen specifiek beleid op het gebied van erfgoed. Is nog inhaalslag te maken.

170

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Aanwezigheid immaterieel erfgoed

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Is er sprake van het immateriële erfgoed, blijft het ‘levend’? Aa en Hunze

Vergunningaavraag en vergunningverlening voor ­werkzaamheden Gebeurt de afhandeling van vergunningaanvragen voor werkzaamheden aan erfgoed en de vergunningverlening naar tevredenheid?

Een stichting verzorgt elk jaar de Etstoel in Anloo. Diverse dorpen organiseren paasvuren en carbid schieten. Drie keer in de vijf jaar Oostermoertentoonstelling

Aa en Hunze

Ja, ofschoon het veel afstemming kost.

Assen

Naar verwachting zorgt de vernieuwing van het Drents Archief hiervoor.

Assen

Ja.

Borger-Odoorn

Ja, vooral op lokaal niveau.

Borger-Odoorn

Ja, want er zijn geen klachten.

Coevorden

Ja. De historische verenigingen, het Huus van de Taol en vele andere ­organisaties zijn actief met het levend houden van het immateriele erfgoed.

Coevorden

Verloopt tot op heden prima.

Emmen

Ja , de gemeente handelt het conform de regels af.

Er zijn twee volksdansverenigingen in de gemeenten, verder zijn er voor de streektaalmuziek Daniël Lohues en anderen.

Hoogeveen

Ja, vraagt veel afstemming.

Hoogeveen

Geen actief beleid van de gemeente.

Meppel

Over het algemeen wel. De afhandeling gebeurt conform de Wabo. De tevredenheid over de termijnen ingeval van Rijksmonumenten laat te wensen over.

Meppel

Niet ingevuld.

Midden-Drenthe

Midden-Drenthe

Het Huus van de Taol is vrij actief.

Er zou intern meer budget voor beschikbaar gesteld moeten worden voor het behandelen van plannen. Er is eigenlijk weinig of geen monumentenbeleid.

Noordenveld

Ja, maar vooral op initiatief van particulieren.

Noordenveld

Ja.

Tynaarlo

Ja, het Bloemencorso heeft zich aangemeld voor de Nationale inventaris ­Immaterieel erfgoed (UNESCO). Daarnaast is de Zuidlaardermarkt het ­belangrijkste evenement en dit wordt georganiseerd door de gemeente zelf.

Tynaarlo

Voor wat betreft de cultuurhistorie en de monumenten gebeurt dit naar tevredenheid. Op het gebied van de archeologie gaat er nog steeds wel eens iets mis. Maar over het algemeen is de samenwerking met de vergunningsverleners goed.

Westerveld

Moeilijk.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Ja, met Oldtimerdag, schaapskudde Ruinen, perenverkoop Ruinerwold en midwinterhoornblazen in Zuidwolde.

De Wolden

Afhandeling gebeurt volgens de wettelijke regelgeving, als er onvrede is, is dat over de termijnen bij rijksmonumenten.

Emmen

171

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Toezicht en handhaving

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Is er afdoende toezicht en handhaving? Aa en Hunze

De prioriteit voor handhaving ligt bij de aspecten gevaar en hinder. Er is geen kennis van cultuurhistorie, maar er is wel incidenteel oog voor. Voor het toezicht bij gebouwde monumenten is externe deskundigheid beschikbaar.

Assen

Op verzoek.

Borger-Odoorn

Onbekend, want erfgoed heeft hierbij geen prioriteit.

Coevorden

Voor 0,3 fte is er onvoldoende toezicht en handhaving.

Emmen

Onbekend.

Hoogeveen

Omdat er te weinig monumenten zijn, is de kennis en ervaring bij de toezichthouders minimaal.

Meppel

Nee, incidentele specialistische kennis is nodig en moet worden ingehuurd.

Midden-Drenthe

Nee, de capaciteit en de specifieke kennis is daarvoor niet aanwezig.

Noordenveld

Toezicht redelijk, handhaving vindt nauwelijks plaats.

Tynaarlo

Er is voor monumenten onvoldoende tijd voor adequaat uitvoeren van toezicht en handhaving. Op het gebied van archeologie is er hoofdzakelijk sprake van passieve handhaving.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Prioriteit ligt bij gevaar en gezondheid. Specialistische kennis wordt ingehuurd.

172

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Afstemming erfgoed en ruimte Wordt erfgoed en ruimte optimaal afgestemd?

Aa en Hunze

Archeologie wordt als omgevingsfactor / belemmering beschouwd, niet als kans voor ontwikkeling.

Assen

Ja.

Borger-Odoorn

Optimaal is een groot woord, maar wij proberen dit met onze huidige kennis zo goed mogelijk te doen.

Coevorden

Ja. Cultuurhistorie is onderdeel van ruimte en als zodanig ook in de organisatie ingebed.

Emmen

Ja.

Hoogeveen

Ja, afstemming vindt plaats.

Meppel

Ja, inmiddels wel goed in bestemmingsplan Binnenstad en Centrumschil, hierin zijn beide waardekaarten verwerkt in dubbelbestemmingen.

Midden-Drenthe

Ja, het wordt in alle ruimtelijke ontwikkelingen meegenomen. Er wordt met een checklist gewerkt, waarbij erfgoed één van de onderwerpen is.

Noordenveld

Ja, er is bestuurlijk draagvlak en door de integrale verankering van erfgoed in de organisatie vindt de afstemming gemakkelijk plaats.

Tynaarlo

De gemeente staat nog aan het begin van het uitwerken van beleid. Er wordt wel al in de lijn van wetgeving en de Structuurvisie Cultuurhistorie en Archeologie gewerkt. Op het gebied van archeologie is er wel sprake van afstemming, maar deze is nog niet ‘optimaal’, wel naar tevredenheid.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Ja, cultuurhistorie en erfgoed zijn afwegingsfactoren.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Overige opmerkingen m.b.t. uitvoering van wettelijke taken Heeft u andere opmerkingen over de uitvoering van wettelijke taken m.b.t. erfgoed?

Niet ingevuld.

Assen

Niet ingevuld.

Er komt nog meer op het bordje van de gemeenten wanneer de erfgoedwet van kracht wordt.

Borger-Odoorn

Wisselend, soms succesvol, soms niet.

Coevorden

Over het algemeen goed.

Emmen

Er is geen beleid voor het beheer van erfgoed. Het gebruik is via de bestemmings­plannen geregeld, exploitatie is niet van toepassing.

Hoogeveen

Geen specifieke opvatting over erfgoed. Algemene lijn is zo min mogelijk gemeentelijk vastgoed in eigendom en beheer.

Meppel

De gebouwen worden middels een onderhoud-beheersplan beheerd en in stand gehouden. Daarnaast inspecties door de Monumentenwacht.

Nee.

Midden-Drenthe

Dit verkeert in goede staat.

De hoeveelheid werk die de zorg voor cultuurhistorie en erfgoed met zich meebrengt wordt onderschat. Cultuurhistorie zit overal in verweven waardoor het lastig is overzicht te houden op de aanverwante beleidsterreinen. Daarnaast komt mogelijk in het kader van de nieuwe Erfgoedwet de behandeling van archeologische monumentenvergunningen ook bij de gemeente te liggen. Zolang niet duidelijk is wat het exacte takenpakket voor de gemeente wordt en of de bijbehorende middelen ook meekomen, is dit een punt van zorg.

Noordenveld

Met name ten aanzien van de grotere complexen in Veenhuizen is het lastig tot een rendabele herbestemming te komen. Voor het overige zijn de problemen op dat vlak beperkt. Punt van aandacht zijn (incidenteel) grote boerderijen en de ‘onrendabele monumenten’ zoals kerken (kerktorens) en molens.

Tynaarlo

Wij zetten sec in op niet-wettelijke taken om de wettelijke taken mogelijk te maken.

Wat betreft monumenten is dit goed te noemen. Daarnaast is het grootste deel van het archeologisch erfgoed in gebruik en bezit van particulieren en beheersorganisaties als het Drents Landschap en Natuurmonumenten.

Westerveld

Goed.

Nee.

De Wolden

Is niet altijd goed bekend bij de gemeente. De meeste rijksmonumenten en provinciale monumenten zijn voormalige agrarische bedrijven en hebben nu veelal een ander gebruik. De bij de gemeente in eigendom zijnde monumenten zijn functioneel in gebruik.

Assen Borger-Odoorn Coevorden

Nee.

Emmen

Onbekend.

Hoogeveen

Nee.

Meppel

Dit moet onderdeel worden van wettelijke afwegingskaders.

Midden-Drenthe

Nee.

Noordenveld Tynaarlo

173

Beheer, gebruik en exploitatie Hoe staat het met het beheer, gebruik en exploitatie van het erfgoed? Het beheer van archeologische waarden is niet geregeld, er zijn wel ideeën over. De exploitatie van molens en kerktorens is een onmogelijkheid. Bij kerken gaat het goed zolang de eredienst plaats vindt. Zo niet, dan is de exploitatie een probleem.

Bij de gemeentelijke beleidsontwikkeling op basis van landelijke wetgeving lopen we achter. In de nieuwe bestemmingsplannen dient sinds 2012 cultuur­ historie breed gewogen te worden. Dat is nog geen praktijk.

De Wolden

Gemeenten Aa en Hunze

Aa en Hunze

Westerveld

Gemeentelijke taken

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Subsidies en goedkope leningen

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Functioneert het stelsel van subsidies of goedkope leningen naar behoren? Aa en Hunze

Dit zou men aan de eigenaren moeten vragen. Voor de gemeente als eigenaar werkt het niet altijd goed.

Publiekstoegankelijkheid en zichtbaarheid Is er voldoende publiekstoegankelijkheid en zichtbaarheid van het Drents erfgoed in uw gemeente?

Aa en Hunze

Aan de ontsluiting wordt gewerkt. Zowel via het Geopark de Hondsrug als via eigen acties. Beschermd gezicht A’- E’kanaal heeft brochure en informatie­ panelen. Verder jaarlijks Open Monumentendag met een breed en levendig programma.

Assen

Ja, informatieborden bij bijzondere gebieden. Daarnaast vernieuwing van Drents Archief waarmee toegankelijkheid en ontsluiting van erfgoed is verbeterd.

Assen

Gemeentelijke subsidies worden naar alle waarschijnlijkheid in 2015 niet meer verstrekt. Er wordt te weinig gebruik gemaakt van een goedkope lening. Men ontvangt liever daadwerkelijk geld.

Borger-Odoorn

Onbekend.

Coevorden

Ja. De rietdakenregeling (laagrentende lening) functioneert op dit moment naar behoren.

Borger-Odoorn

Dit kan beter. Aandachtspunt is onzichtbare archeologie. Ook Open Monumentendag zou beter benut kunnen worden.

Emmen

Onbekend.

Coevorden

Ja. Hoewel aan toegankelijkheid van archeologie wel meer gedaan kan worden.

Hoogeveen

Aanvragen subsidie eigen monumenten ligt bij afdeling Vastgoed en functioneert goed. Aanvragen subsidie van rijksregelingen voor de inwoners van Hoogeveen kan beter. Het komt weinig voor en vraagt specifieke deskundigheid. Lijkt tussen wal en schip te vallen.

Emmen

Onbekend.

Hoogeveen

Zichtbaarheid is goed. Aan de publiekstoegankelijkheid kan meer bijgedragen worden.

Erg veel onbekendheid binnen de gemeente over provinciale- en overige ­subsidies. Er zijn geen gemeentelijke subsidies. Wel is er voor gevelverbetering Prinsengracht nog een restant krediet (subsidiebedrag) van € 65.000,- beschikbaar, het is de bedoeling het toepassingsgebied van deze regeling uit te breiden. Naast deze goed werkende subsidieregeling kent de gemeente geen “zachte” erfgoedleningen.

Meppel

Niet ingevuld.

Midden-Drenthe

Voor een aantal monumenten eigenaren is gezien de woonfunctie zichtbaarheid en toegankelijkheid niet wenselijk. Voor het overige geen beperking als het bijvoorbeeld gaat over Orvelte, waar de meeste monumenten zijn gevestigd.

Noordenveld

Er kan meer bereikt worden op het vlak van informatievoorziening, die is nu in het algemeen nog heel summier. Aansprekende monumenten kunnen wel bezichtigd worden, zoals de havezathe, kerken en molens. Het zichtbaar en beleefbaar maken van het archeologische erfgoed blijft een lastige opgave. Veenhuizen is goed voor het publiek ontsloten. Verder zijn er de nodige wandelen fietsroutes in en door de gemeente waarbij ook aandacht is voor het erfgoed.

Tynaarlo

Dat kan nog beter, alhoewel er de laatste jaren wel al een en ander is verbeterd.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Kan beter.

Meppel

Midden-Drenthe

Co-financiering voor herbestemming is voor gemeente een belemmering.

Noordenveld

Wij hebben de indruk dat particulieren hun weg goed weten te vinden. Het stelsel schiet toenemend tekort bij de grote en onrendabele objecten zoals molens en kerken. Dat is een onderwerp van grote zorg en wordt op termijn een concrete bedreiging voor de duurzame instandhouding van dit monumentale vastgoed. Provinciale subsidiestelsel schiet tekort, er wordt opvallend weinig gebruik van gemaakt.

Tynaarlo

De provinciale regelingen werken met drempels, dit werkt niet. De BRIM-­regeling werkt wel.

Westerveld

Onbekend.

De Wolden

Onbekend.

174

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Aa en Hunze

Assen

Beleidsvorming, bestuurlijk draagvlak en juridische ­o ndersteuning

Educatie en maatschappelijk draagvlak Hoe staat het met educatie en maatschappelijk draagvlak m.b.t. erfgoed?

Aa en Hunze

De gemeente Aa en Hunze kent een erfgoededucatieprogramma voor het basisonderwijs.

De beleidsontwikkeling loopt stroef omdat er te weinig budget is voor ­uitbesteding. Bestuurlijk is er geen initiatief, men is wel volgend. De juridische ondersteuning bij vergunningverlening is goed.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Educatie gaat via de cultuurcoach. Maatschappelijk draagvlak is aanwezig.

Indien nodig, vindt juridische ondersteuning vanuit Libau dan wel de provincie plaats.

Coevorden

Erfgoed is geaccepteerd onderdeel van cultuureducatie.

Emmen

Er is maatschappelijk draagvlak. Dit blijkt o.a. uit de samenwerking van verschillende maatschappelijke organisaties in het erfgoednetwerk Parels van Emmen. Voorheen was erfgoededucatie een vast onderdeel van het cultuurmenu. Maar nu is het aan de scholen om hier zelf initiatief in te nemen. De ­historische verenigingen nemen deze rol in bijna elk gebied op zich.

Hoogeveen

De doorgaande leerlijn erfgoededucatie voor het basisonderwijs wordt door veel scholen afgenomen. Het voortgezet onderwijs doet minder aan erfgoed­educatie.

Meppel

Dit is nog redelijk onontgonnen, grote kans ook in relatie tot recreatie en toerisme. Cultuureducatie is onderdeel van het Cultuurmenu voor de basisscholen verzorgd door Scala Centrum voor de Kunsten. Scholen zijn tevreden over Cultuurmenu.

Midden-Drenthe

In de gemeente is gezien de ontwikkelingen en de initiatieven van burgers wel draagvlak voor erfgoed. Ook gezien het grote ledenbestand van de historische verenigingen.

Noordenveld

Erfgoed leeft in deze gemeente, er blijkt in het algemeen een breed draagvlak. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de zeer geringe weerstand bij het aanwijzen van karakteristieke panden. Het draagvlak bij de onderwijsinstellingen m.b.t. cultuureducatie is groot.

Tynaarlo

Voor educatie is de afgelopen jaren minder aandacht geweest doordat alle beschikbare capaciteit gericht is geweest op beleidsvorming en de implementatie daarvan in het ruimtelijke proces. Over het maatschappelijk draagvlak voor cultureel erfgoed hebben we geen cijfers.

Er is zeker draagvlak voor erfgoed, maar het ontbreekt de gemeente aan voldoende capaciteit om dit ook in daden om te zetten.

Coevorden

Dit functioneert goed.

Emmen

De juridische ondersteuning op de afdeling VTH is goed, de beleidsvorming is vergevorderd en is op het niveau van de wettelijke vereisten.

Hoogeveen

Binnen diverse beleidsvelden is er wel aandacht voor, maar er is geen ­vastgestelde structuur voor.

Meppel

Geen overkoepelend erfgoedbeleid, dit is echt een manco. Daardoor weinig borging en gelegenheid bestuurlijk onder de aandacht te brengen.

Midden-Drenthe

De gemeente heeft in haar collegeprogramma geen paragraaf specifiek gericht op cultuurhistorie. Het credo is zoveel mogelijk beleidsarm, de intentie om bijvoorbeeld een erfgoednota op te laten stellen was of is niet aanwezig.

Tynaarlo

Gemeenten

Hoe staat het met beleidsvorming, bestuurlijk draagvlak en juridische ­ondersteuning?

Borger-Odoorn

Noordenveld

Gemeentelijke taken

Het bestuurlijk draagvlak voor erfgoed is onverminderd groot in vrijwel de volle breedte van het politieke spectrum. Aan beleidsvorming wordt gewerkt, met de cultuurhistorische waardenkaart wordt weer een belangrijke stap gezet en ­juridische ondersteuning is er voldoende. Beleidsvorming is gedaan, bestuurlijk draagvlak is er ook, juridische onder­ steuning is er wel maar niet met specifieke kennis op het gebied van erfgoed. Voor de archeologie worden de eerste ideeën uitgewerkt voor bijstelling en aanvullingen en verdere wensen. Juridische ondersteuning draait mee in het gewone gemeentelijke apparaat.

Westerveld

Goed.

Westerveld

In ontwikkeling.

De Wolden

Beleidsvorming heeft plaatsgevonden, er is bestuurlijk draagvlak.

De Wolden

Maartschappelijk draagvlak is er meestal, men is zich bewust van de betekenis van het erfgoed voor de eigen identiteit en als trekker van toeristen.

175

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Rol van erfgoed in nieuwe opgaven

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Speelt erfgoed een volwaardige rol in afwegingen met betrekking tot nieuwe opgaven in Drenthe? Aa en Hunze

Gebruik cultuurhistorische waardenkaart Maakt uw gemeente gebruik van cultuurhistorische waardenkaarten bij het ontwerp van nieuwe opgaven?

Voor heel Drenthe kan er geen uitspraak worden gedaan. Bij de herinrichting van De Strubben-Kniphorstbos heeft Staatsbosbeheer gekozen voor drie uitgangspunten in deze prioriteitsvolgorde: cultuurhistorie, natuur en recreatie.

Aa en Hunze

Nee.

Assen

Na vaststelling van de cultuurhistorische waardenkaart zeker wel.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Ja.

Borger-Odoorn

Dit zou wel moeten, maar op provinciaal niveau hebben wij hier onvoldoende zicht op.

Coevorden

Ja.

Emmen

Ja.

Coevorden

Over het algemeen wel.

Hoogeveen

Emmen

Voor wat betreft archeologie wel, voor de andere onderdelen is het onbekend.

Kaarten zijn in ontwikkeling. Vaststelling begin 2015. Cultuurhistorie is een wegingsfactor bij ontwikkelingen en nieuwe opgaven.

Hoogeveen

Ja, erfgoed is een wegingskader bij planontwikkeling, maar is één van de vele.

Meppel

Meppel

Groot risico in huidige economische tijden: economische ontwikkeling lijkt momenteel altijd voor de (cultuurhistorische) kwaliteit en waarden van een gebied te gaan. De rol van erfgoed is afhankelijk van het gebied, maar beperkt.

Er is een inventarisatie gemaakt door een particulier bureau. Afhankelijk van het gebied. Daar waar het geregeld is in het bestemmingsplan gaat het beter. Maar ‘t is lastig om ‘t ‘afdwingbaar’ te maken.

Midden-Drenthe

Nog niet, verwachting is dat medio 2015 de cultuurhistorische waardenkaart wordt vastgesteld.

Noordenveld

De CHW wordt medio 2015 vastgesteld, maar er wordt al wel gebruik gemaakt van het concept.

Midden-Drenthe

Ja, bij alle nieuwe opgaven is dit een punt van aandacht.

Noordenveld

Ja, in die zin dat het één van de afwegingskaders is.

Tynaarlo

Deels, wel in ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van bouwen en natuur­ ontwikkeling, maar duidelijk minder in het geval van infrastructuur, bedrijven­ terreinen en waterbeheersing.

Tynaarlo

Dit proces moet zich nog verder ontwikkelen: de waardenkaarten zijn pas 1,5 jaar en enkele maanden geleden vastgesteld. Door de crisis is het aantal nieuwe ontwikkelingen sindsdien op de vingers van één hand te tellen.

Westerveld

Onbekend.

Westerveld

Ja.

De Wolden

ja, erfgoed is één van de afwegingskaders. Een goed voorbeeld is de Berkenhof.

De Wolden

Ja.

176

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Hiaten in Drents erfgoed

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Zitten er m.b.t. het Drentse erfgoed hiaten in het bovenstaande? Aa en Hunze

Inventarisatie is nog niet afgerond. Het bureau dat de kaart maakt, zal ons over hiaten adviseren. Bij het opstellen van de cultuurhistorische waardenkaart worden recente ontwikkelingen niet meegenomen, omdat deze niet te waarderen zouden zijn. Daarmee ontstaat een gat vanaf 1970 tot heden, bijna vijftig jaar!

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Betekenis en waarde van de verschillende ruilverkavelingen.

Coevorden

Kan altijd beter. Door de erfgoednota, de publieksuitgave van de CHI en erfgoed­educatie zijn de hiaten steeds kleiner.

Emmen

Ja.

Hoogeveen Meppel

Successen op het gebied van Drents erfgoed Wat zijn de grootste successen van uw gemeente m.b.t. Drents erfgoed?

Aa en Hunze

Ontsluiting beschermd gezicht A’- en E’ kanaal met brochure en infopanelen, Protocol inzet amateurarcheologen, Verkennende beleidsnotitie funerair erfgoed. De gemeente is partner van Geopark de Hondsrug.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Aandacht voor de hunebedden door middel van Hunebedcentrum Borger. Gemeente heeft een eigen prehistorisch boerderijtype (type Borger, gevonden bij opgravingen in de wijk Daalkampen).

Coevorden

Opzet van integraal erfgoedbeleid en de nominatie beste erfgoedgemeente van Nederland. Uitgave van de publicatie “’t Aangename eener reis door goede wegen” in 2015.

Niet ingevuld.

Emmen

Ja, naoorlogs erfgoed is (uitgaande van bebouwing) alleen op structuurniveau/ straatniveau geïnventariseerd, dus er is geen goed beeld wat we exact hebben. Wat bekend is staat in de CHIW. Om monument te zijn moet een pand minimaal 50 jaar oud zijn, dus veel naoorlogs erfgoed kan hier niet onder vallen. De gemeente heeft de private collecties niet in beeld. Wel is bekend dat de archeologische vereniging zaken in bezit heeft. Echter onbekend wat en hoeveel.

De gemeentelijke monumentenlijst en de investering in het Smalspoormuseum. Succes vanuit de sector zelf is een goed lokaal netwerk van erfgoedinstellingen, de archeologische beleidsadvieskaart en de ruimtelijke waardenkaart.

Hoogeveen

Meer aandacht voor cultuurhistorie in het algemeen en in het bijzonder in relatie met recreatie en toerisme. Met diverse leuke publicaties. Doorontwikkeling van het museum. Uitschrijven van prijsvragen voor behoud van cultuurhistorisch erfgoed zoals de oude bibliotheek, carmelietenklooster.

Midden-Drenthe

Niet ingevuld.

Meppel

Noordenveld

Ten aanzien van de naoorlogse bouwkunst kan nog wel een slag gemaakt worden, wij hebben geen beeld de kennis van particuliere collecties archeologie, voor het toezicht schiet de capaciteit te kort en handhaving is de achilleshiel, op dat vlak gebeurt weinig.

Tynaarlo

Ja, een volgende stap voor erfgoed is het duiden, waardestellingen van ­thema­tische onderdelen van erfgoed maken, bijvoorbeeld erfgoed en defensie, ­naoorlogse bouwkunst en stedenbouw, funerair erfgoed, infrastructuur, ­groenstructuren etc. Op het gebied van archeologie zijn er ook kennishiaten: particuliere archeologische collecties, inventarisatie natte landschapselementen, vroegste ontginningsgeschiedenis in de Middeleeuwen, nederzettingssysteem in de oude steentijd (Midden en Laat Paleolithicum), nederzettingen uit de TRB-cultuur. Geen actief toezicht op archeologische terreinen (Rijksmonumenten én overige AMK-terreinen), met name die in particuliere bezit. Geen actieve voorlichting eigenaren monumenten.

Dat we voor deze inventarisatie in 2003/2005 een aanzet hebben gegeven met het rapport ‘Het Erfgoed van Meppel’. Daarnaast de uitgevoerde landschapsprojecten in ons buitengebied tussen 2008-2013, met bijvoorbeeld een cultuurhistorische wandelroute. Uitvoering projecten in het Reestdal (gezamenlijk met alle Reestdalpartners), zoals streekeigen erven. Aanwijzing beschermd stads­ gezicht Oud Zuid (2011), CH Inventarisatie en Waardestelling B&C (2012/2014) en Uitbreidingswijken & Buitengebied (2013/…).

Midden-Drenthe

Orvelte, Munitiedepot, Koepelkerk.

Noordenveld

De positieve omslag in het denken over de betekenis van het erfgoed voor onze gemeente sinds de gemeentelijke herindeling. Het draagvlak bestuurlijk en ambtelijk is enorm toegenomen. En daarnaast de ‘redding’ van Veenhuizen.

Tynaarlo

Reconstructie en visualisatie Waterburcht Eelde. Grootschalige archeologische opgravingen Midlaren – De Bloemert en Eelde – Groote Veen. En de Cultuur­ historische Atlas van de gemeente Tynaarlo.

Westerveld

Winnen van de BNG erfgoedprijs 2011 door Westerveld. Nominatie voor de UNESCO status voor de Koloniën van Weldadigheid. Als eerste gemeente in Drenthe in het bezit van een uiterst gedetailleerde en goed onderbouwde archeologische kaarten.

De Wolden

De vaststelling van de cultuurhistorische en archeologische beleidskaart is een succes en zeker een basis voor toekomstige grote successen. Niet zozeer vanwege het vaststellen van de kaarten maar vanwege de samenwerking met de archeologische -en historische verenigingen en ook heel waardevol de informatie en raadgevingen vanuit het beleidsveld recreatie en toerisme.

Westerveld

Ja, onder andere het oorlogserfgoed WWII. Er is geen beeld van particuliere archeologische collecties.

De Wolden

Onbekend.

177

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Knelpunten

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Gaan er zaken mis en zijn er grote knelpunten? Aa en Hunze

De in het bestemmingsplan beschermde karakteristieke gebouwen vallen te vaak ten prooi aan sloop. Het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt gefrustreerd door rijks bemoeienis als vergunningsvrij bouwen.

Onuitgevoerde taken Waar komt u niet aan toe, terwijl dat eigenlijk tot de taken van de gemeente t.a.v. erfgoed zou moeten behoren?

Aa en Hunze

Buiten Open Monumentendag en een enkel bezoek aan een archeologisch onderzoek doet de gemeente nog niets aan ontsluiting van cultureel erfgoed, terwijl het college dat wel héél belangrijk vindt. Een nieuwsbrief is voorlopig een ambtelijke wens.

Assen

Gemeente Assen heeft weinig capaciteit op erfgoed specifiek zitten: geen speerpunt van beleid.

Borger-Odoorn

Vertaling van cultuurhistorische waardenkaart in beleid.

Coevorden

Geen specifieke taak maar wel onvoldoende tijd voor alle taken.

Emmen

Consequent vooraan in ontwikkelprocessen erfgoedbelang formuleren.

De twee tegenstrijdige rijksbeleidsvelden: het vergunningsvrij bouwen ten aanzien van aanwijzing gebieden zoals waardevolle karakteristieke wederopbouwwijken (nog geen monument) en gemeentelijke monumenten. Daarnaast is er inconsistentie in ruimtelijke plannen ten aanzien van erfgoedwaarden in openbare ruimte. Bijvoorbeeld beleidsambities en beheersplannen kunnen strijdig zijn.

Hoogeveen

Er wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen. Bij vergunningverlening is behoefte aan het opstellen van actueel uitvoeringsbeleid, dat ook toepasbaar is voor potentiele initiatiefnemers.

Meppel

Meppel: Voldaan wordt aan de wettelijke verplichtingen. Meppel komt niet toe aan meer zichtbaar en beleefbaar maken van Erfgoed.

Het nieuw-is-beter-principe uit het verleden is lastig te doorbreken. In ­Hoogeveen is bijvoorbeeld eind vorig jaar met vergunning een provinciaal monument in Park Dwingeland gesloopt. Vanuit de provincie zijn er geen vragen of opmerkingen geweest.

Midden-Drenthe

Wij concentreren ons op de wettelijke taken.

Noordenveld

Met name de handhaving, in mindere mate het toezicht. Ook de algemene publiekstaken komen onvoldoende uit de verf.

Meppel

Het ontbreken van een overkoepelend erfgoedbeleid, daardoor weinig borging. Maatschappelijk draagvlak is nog redelijk onontgonnen. Hier is een grote kans ook in relatie tot recreatie en toerisme. Cultuureducatie is onderdeel van het Cultuurmenu voor de basisscholen, verzorgd door Scala centrum voor de kunsten. De scholen zijn tevreden over het keuzemenu. Ook voorgezet onderwijs.

Tynaarlo

Midden-Drenthe

Relatiebeheer is van groot belang.

Inventariseren en waarderen van erfgoed, informatievoorziening en voorlichting, uitvoeringsvereisten voor werkzaamheden aan gebouwd erfgoed, toezicht, handhaving, actieve voorlichting aan burgers en monumenteneigenaren, contacten onderhouden met historische verenigingen en amateurarcheologen, initiëren van specifieke archeologische projecten en uitzoeken van ouder ­onderzoek binnen de gemeente (voor 1980).

Noordenveld

De handhaving is een groot knelpunt. Verder blijft het niet-wettelijk beschermde erfgoed (vgl. karakteristieke panden), wat de hoofdmoot van het erfgoed uitmaakt en ook veelal de drager is van het aantrekkelijke beeld, zeer kwetsbaar. Ook een bedreiging voor dit erfgoed is de druk vanuit verduurzaming. Ook de instandhouding van de grote objecten in Veenhuizen en de terugtrekkende beweging van het Rijk zijn een grote uitdaging. Daarnaast zal de instandhouding van met name de kerken door voortschrijdend functieverlies en een gebrekkig functionerend subsidiestelsel, een steeds grotere zorg worden.

Westerveld

Niet van toepassing.

De Wolden

Onvoldoende toezicht en handhaving.

Tynaarlo

Geen grote knelpunten, al zijn de middelen beperkt.

Westerveld

Ja. Het ontbreken van een provinciaal erfgoedhuis is na het faillissement van Drents Plateau een groot gemis in een provincie die erfgoed zó serieus probeert te nemen. Het beleid aangaande beschermde gezichten schiet ernstig te kort.

De Wolden

Beperkt toezicht en handhaving.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Ja soms komt archeologie aan de oppervlakte te liggen doordat dieper is ontgraven dan volgens de voorwaarden in de omgevingsvergunning. Dit wordt meestal bij toeval ontdekt.

Coevorden

Het gemeentelijk archeologisch beleid en het provinciaal archeologisch beleid komt niet altijd overeen. In het gemeentelijk beleid spelen meerdere ruimtelijke factoren een rol in de belangenafwegingen waardoor de gemeente een ­pragmatische invulling moet geven.

Emmen

Hoogeveen

178

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Voorbeeld

Gemeentelijke taken

Gemeenten

Aan welke gemeenten/provincies/buitenlanden zou u een voorbeeld willen nemen, en om welke aspecten gaat het dan?

Voorbeelden van samenwerking Kent u inspirerende voorbeelden van samenwerking elders in Nederland? Hoe zijn deze georganiseerd, met welke middelen en instrumenten?

Aa en Hunze

Teveel om op te noemen.

Aa en Hunze

Nee.

Assen

Niet ingevuld.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Gemeenten met een fulltime erfgoedambtenaar die coördineert en initieert. Friesland: trots zijn op eigen erfgoed en uitdragen daarvan, Engeland: jeugd krijgt erfgoed met de paplepel ingegoten.

Borger-Odoorn

Via Belgica, Limes, Staat Spaanse Linies, Hollandse Waterlinie.

Coevorden

Niet ingevuld.

Coevorden

Het beleid karakteristieke objecten in Maastricht; beleid in het algemeen voor historische interieurs.

Emmen

Platformbijeenkomsten van het RCE zijn interessant . Kennisuitwisseling ­mogelijk met andere gemeenten. De Hollandse Waterlinie, de Limes e.d.

Emmen

National Trust Groot Brittannië: een organisatie voor cultuurlandschap gebouwen, landerijen natuurgebieden etc, Duitsland met natuurparken en r­ ecreatieve ontsluiting en voorzieningen Natuurpark Moor, Hummling, ­Lunen­burgerheide, eiland Rugen (werelderfgoed).

Hoogeveen

Nee.

Meppel

Alkmaar: goed ingebed in al ‘t ruimtelijk beleid en ruimtelijke processen. Apeldoorn: duidelijke cultuurhistorische inventarisaties per wijk en goed ingebed in ruimtelijke processen.

Hoogeveen

Geen specifiek voorbeeld.

Midden-Drenthe

Niet ingevuld.

Meppel

Alkmaar: goed ingebed in al ‘t ruimtelijk beleid en ruimtelijke processen. Apeldoorn: duidelijke cultuurhistorische inventarisaties per wijk en goed ingebed in ruimtelijke processen.

Noordenveld

Het is heel belangrijk dat de Nationale Monumentenorganisatie (NMO) van de grond komt en zich gaat ontwikkelen tot een volwaardige en maatschappelijk breed gedragen trustorganisatie.

Midden-Drenthe

Aa en Hunze/Westerveld al is het de vraag of dit realistisch is in de huidige tijd. Heeft te maken met budget en fte. Aspect erfgoededucatie en benutting erfgoed in de sector toerisme.

Tynaarlo

Klooster Helpen, boven Haren. Community archaelogy; onderzoek door bureau RAAP samen met lokale bewoners en andere vrijwilligers.

Noordenveld

Engeland, het vanzelfsprekende maatschappelijke draagvlak, minder de neiging bijna dwangmatig te vernieuwen, meer gevoel voor de traditie en breed gedragen trustorganisaties.

Westerveld

Nee.

De Wolden

Nee.

Tynaarlo

Gemeenten met een monumententeam of team erfgoed. Ook Ierland en ­Frankrijk, vanwege hun archeologiebeleid.

Westerveld

Groot Brittannië, met name hoe daar bezoekerscentra zijn ingericht en hoe erfgoed onder de bevolking leeft.

De Wolden

De aanpak van Marketing Groningen met betrekking tot cultureel erfgoed (project ‘Marketing Cultuurtoerisme Groningen’) zien we als een mooi voorbeeld. Punt van aandacht is financiering.

179

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Gemeentelijke en provinciale ambities Hoe typeert u zowel de gemeentelijke als de provinciale ambities met erfgoed voor de korte en lange termijn?

Aa en Hunze

De provinciale en gemeentelijk ambities zijn benoemd in de Cultuurnota’s.

Assen

Behoud en versterking is een goede zaak. Pas op dat het niet te groot wordt.

Borger-Odoorn

Belang van erfgoed wordt steeds meer onderkend.

Coevorden

Zou beter op elkaar afgestemd moeten zijn.

Emmen

Deze worden geformuleerd in te ontwikkelen erfgoedbeleid.

Hoogeveen

We hebben geen ambitie, we voldoen aan onze wettelijke verplichtingen.

Meppel

Gemeentelijke: Iedereen is enthousiast, maar het mag niets kosten. Overigens wordt landschap en bv. het Reestdal wel omarmd en mag ook iets kosten. We hebben hierin ook fors geïnvesteerd de afgelopen jaren. Ambitie is hoog, raad vindt het belangrijk, maar er wordt weinig tegenover gesteld.

Midden-Drenthe

De gemeentelijke ambitie zal beperkt blijven tot de wettelijke verplichtingen, niet teveel regelen en vastleggen. We zijn geen voorloper, kritisch afwegend en beleidsarm.

Noordenveld

Het is zeer positief te zien dat erfgoed steeds meer een zelfstandige en breed erkende waarde vertegenwoordigt. Dat past ook in een groeiende behoefte aan identiteit. Er is geen reden aan te nemen dat deze ambitie op de langere termijn zal afnemen. Wel zorgelijk is de steeds geringere financiële armslag van de ­overheid. Zorg voor erfgoed kost nu eenmaal gemeenschapsgeld.

Tynaarlo

Voor zowel de gemeente als de provincie geldt dat de ambitie iets boven het landelijk gemiddelde ligt. Met name de samenwerking tussen gemeenten ­onderling en provincie is uniek in Nederland.

Westerveld

Te voorzichtig.

De Wolden

Het is goed dat er over nagedacht wordt hoe erfgoed bij de promotie van Drenthe kan worden betrokken.

180

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Gemeentelijke taken


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Organisaties

Het erfgoedveld

Gemeenten

Welke organisaties zijn actief in uw gemeente op het gebied van erfgoed? Aa en Hunze

Het Drents Landschap en Staatsbosbeheer als natuurbeheerders. Diverse ­historische organisaties en individuen: ca. 10 vrijwillige molenaars. Incidenteel: Bond Heemschut, Vereniging Heidemij, Stichting Drents Monument, Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe. Comité Open Monumentendag, Dorpsmuseum de Kluis te Eext.

Smaakmakers Wie zijn in de gemeente de smaakmakers, ambassadeurs van het Drents erfgoed?

Aa en Hunze

De historische organisaties, de Molenaars, onderwijzers basisscholen en ­gastheren en -dames in het toeristisch veld.

Assen

Drents museum en Drents Archief. Hunebedcentrum, Het Drents Landschap en Geopark.

Assen

Asser Historische Vereniging, Bond Heemschut en Drents Archief.

Borger-Odoorn

Borger-Odoorn

Historische verenigingen, Hunebedcentrum, Schapeninfocentrum, Staatsbos­ beheer, Het Drentse Landschap, Landschapsbeheer Drenthe, RCE, Libau, Geopark.

Coevorden

Stedelijk Museum Coevorden, Geopark de Hondsrug, Historische Verenigingen.

Emmen

De ongeveer 60 organisaties, grotendeels verenigd in het netwerk de Parels van Drenthe.

Stedelijk museum, historische verenigingen, SAM, bibliotheek. Molenstichtingen, Toreco, Drents Landschap, Natuurmonumenten, Waterschap, Bond Heemschut etc. etc.

Hoogeveen

Historische Kring Hoogeveen en Museum 5000 Morgen.

Meppel

Leden van Oud Meppel ten aanzien van de stad Meppel en directe omgeving. Het Drentse Landschap ten aanzien van het Reestdal. Ambassadeur van Meppel: Arnoud Olie.

Midden-Drenthe

Historische verenigingen, Orvelte en Stichting Drents Landschap.

Noordenveld

Veenhuizen in het algemeen, de historische verenigingen, Huus van de Taol voor de Drentse taal, Organisatiecomité Open Monumentendag, de historische musea, stichting Woldzigt.

Tynaarlo

Historische vereniging Ol Eel: actief met verschillende werkgroepen. Pieter den Hengst, Midlaren(afgestudeerd archeoloog, actief als onderzoeker op vrijwillige basis. Heeft o.a een belangrijke rol gespeeld in het onderzoek Midlaren – De Bloemert), Harm Assies (ex-wethouder).

Westerveld

Stichting Camras: behoud en onderhoud radio-telescoop, verzorgen ­rond­leidingen, Mij van Weldadigheid en de Historische verenigingen.

De Wolden

De historische verenigingen maar ook de eigenaren en gebruikers van het erfgoed die heel enthousiast vertellen over het erfgoed.

Coevorden

Emmen

Dat zijn er ongeveer 60, te veel om op te noemen. Deze zijn grotendeels verenigd in het netwerk de Parels van Drenthe.

Hoogeveen

Diverse historische vereningen: Kring Hoogeveen, Nieuweroord, Nieuwlande, Die Luyden van ’t Hooge Veene, Historie van Ruinen. Archeologische werkgroep Hoogeveen-Zuidwolde Red Arrow. etc.

Meppel

Historische vereniging Nijeveen, Oud Meppel, Landschapsbeheer Drenthe, Het Drentse landschap, Waterschap Reest en Wieden, Archeologische Vereniging Meppel, Stichting Joods Erfgoed Meppel, Cuijpersgenootschap, B+O, Historie in Perspectief, etc..

Midden-Drenthe

Terreinbeherende organisaties, Landschapsbeheer Drenthe, Libau, Monumenten­ wacht, Monumentenwacht-advies, Huus van de taol, Hist. Verenigingen en de Oudheidskamer.

Noordenveld

Organisatiecommité Open Monumentendag, Historische verenigingen Norg, Peize, Roden, Drents Landschap, Natuurmonumenten, Museum Kinderwereld, Stichting Mensinge, Landelijk Gevangenismuseum;,Scheepstrakabinet Roden (Ot en Sien).

Tynaarlo

Historische verenigingen, belangenorganisaties Heemschut en Brinkbelangen Zuidlaren. Musea: Buitenplaats, Klompenmuseum, Vosbergen, De Wachter; Monumentenwacht, Drents monument. AWN NNL en DPV zijn af en toe actief. Erfgoedbeheer (Roel Brandstichting) voor monitoren arch. Rijksmonumenten in gem. bezit; Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Particulier landgoedbezit, het Drentse landschap.

Westerveld

Diverse musea, Mij van Weldadigheid, vier historische verenigingen, natuur­ monumenten, Drents Landschap, archeologisch centrum Diever.

De Wolden

Drents landschap, Staatsbosbeheer, Historische Vereniging de Wijk –Koekange, Stichting Historie van Ruinen, Stichting Historie Ruinerwold, Stichting Oudheidkamer Zuidwolde, Archeologische werkgroep Hoogeveen/Zuidwolde / Red Arrow, Archeowerkgroep SWARS (regio Staphorst – de Wijk).

181

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Vormen van samenwerking

Samenwerking op het gebied van erfgoed

Gemeenten

Welke vormen van samenwerking bestaan er vanuit de gemeente met andere partijen op het gebied van erfgoed? Aa en Hunze

Recreatieschap, Het Drents Landschap en Staatsbosbeheer binnen Geopark de Hondsrug. Restauratiefonds: in het kader van contacten met eigenaren. Archeo­logische monumentenwacht vanwege het abonnement op hun dienst­ verlening. Gebouwde monumentenwacht vanwege het abonnement op hun dienstverlening en vanwege het stimuleringsprogramma onderhoudstoets. Amateurarcheologen doen veldonderzoek voor de gemeente op vrijgegeven terreinen. In 2014 is samengewerkt met de gemeente Veendam, Pekela en ­Stadskanaal in kader OMD. Comité Open Monumentendag, K&CDrenthe op gebied erfgoededucatie.

Assen

De Asser Historische Vereniging, het Drents Archief en de Bond Heemschut nemen deel aan het comité Open Monumentendag. Eens per kwartaal vindt er een overleg over nieuwe ontwikkelingen plaats met alle gemeenten en het Libau Drenthe. Binnen het project Assen aan de Aa is met alle belangrijke ­partners een gezamenlijk visie en projectenboek opgesteld.

Borger-Odoorn

Vooral samenwerking binnen Geopark en Citta Slow verband.

Coevorden

Provincie, buurgemeenten, waterschappen, Drents Landschap, historische verenigingen, molenstichtingen etc.

Emmen

Onder andere samenwerking met Erfgoed Netwerk Emmen, soms met wijken dorpscoöperaties in het kader van ontwikkelingsprojecten landelijk gebied met provincie, waterschappen, Staatsbosbeheer, de landschappen.

Hoogeveen

Samenwerking op onderdelen. Zoals met het recreatieschap Drenthe, Marketing Drenthe, Monumentenwacht, landschapbeheer Drenthe, Libau, Steunpunt ­werkoverleg enz.

Meppel

Landschapsbeheer Drenthe: samenwerkingsverband voor nieuwe financiering en organisatie landschap. Stichting Oud Meppel beheert het fotoarchief van de gemeente naar behoren. Provincie, waterschap, vijf gemeenten, Zuidwest Drenthe, ANV Drenthe, Reestdalpartners: samenwerking voor natuur, landschap, water en recreatie in het Reestdal.

Midden-Drenthe

Via de Agenda Platteland.

Noordenveld

Rijk: samenwerking in het Ontwikkelingsbureau Veenhuizen. Provincie: samen­ wering in Ontwikkelkingsbureau Veenhuizen, samenwerking in kader werelderfgoedtraject Koloniën van Weldadigheid, regelmatige samenwerking in het kader van Erfgoed (vgl. Culturele Alliantie waaronder archeologische beleidsadvieskaart, cultuurhistorische waardenkaart, advisering op het vlak van erfgoed, contacten bij herbestemmingsproblematiek. Drents Landschap: heeft de eigendom overgenomen van diverse monumenten, gemeente is in gesprek over molens. Monumentenwacht: gemeente heeft contracten, monumentenwacht heeft als deelnemer geparticipeerd in infobijeenkomst voor monumenteneigenaren. NRF: laagdrempelige organisatie, vraagbaak. Heeft als deelnemer geparticipeerd in infobijeenkomst voor monumenteneigenaren.Historische verenigingen: in het algemeen. weinig contact. Hebben wel bijdrage geleverd aan cultuurhistorische waardenkaart. Zijn door gemeente benaderd ten behoeve van de selectie van provinciale monumenten. Bewoners­ organisaties in de vorm van wijkverenigingen en plaatselijke belangen, zijn voor alle gemeentelijke beleid een belangrijk aanspreekpunt. Geen structureel contact met amateurarcheologen. Libau: verzorgt het Steunpunt en verzorgt de monumentencommissie; bij Libau huren we ook archeologische expertise in. Onderwijs: samenwerking op het gebied van cultuureducatie.

Tynaarlo

Gemeenten en Provincie: als ambtenaren overleggen we onderling met elkaar, in kleinere groepjes maar ook in het Steunpunt en het Koepeloverleg. Rijk: overleg monumenten, met betrekking tot kennis en vergunningverlening. Monumentenwacht: de gemeente heeft een abonnement. Contact tussen medewerkers met betrekking tot monumenten (onderhoud en inspecties) in de gemeente. Historische verenigingen: veelal ad hoc contact. Samenwerking voor de Open Monumentendag. Ze zijn ingeschakeld bij de totstandkoming van de structuurvisie Cultuurhistorie. De contacten met waterschappen, natuur- en landschaps­ organisaties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Particulier landgoedbezit, het Drentse landschap) zijn goed. Er vindt regelmatig overleg plaats. In het ­algemeen zitten eigenaren niet direct op contact met gemeenteambtenaren te wachten. Dat is een gemiste kans en hier ligt dan ook een taak voor zowel gemeente als provincie.

Westerveld

Ons in 2012 vastgestelde erfgoedbeleid is in nauwe samenwerking met de vier historische verenigingen opgesteld. Naar aanleiding hiervan is in 2013 de ­geïllustreerde uitgave ‘De Cultuurhistorische Rijkdom van Westerveld’ uitgegeven. We participeren met Drents Archief (kanaal op Drenthe anno nu).

De Wolden

Samenwerking met de erfgoedpartners staat in de kinderschoenen. Toekomstige rol van deze partners is nog niet helemaal helder voor ogen, wel is duidelijk dat deze partijen veel meer betrokken moeten worden in het erfgoedveld. Met name hebben we het dan over de partners uit onze eigen gemeente. Er wordt alleen samengewerkt met de gemeente Hoogeveen op het gebied van toezicht en handhaving. Waterschap: periodiek overleg beleid en beheer. Provincie: periodiek overleg. Staatsbosbeheer/Natuurmonumenten: overleg over raakvlakken en ontwikkelingen vanuit beheer.

Vervolg volgende kolom

182

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Vormen van samenwerking Welke vormen van samenwerking bestaan er vanuit de gemeente met andere partijen op het gebied van erfgoed?


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Samenwerking met andere gemeenten Werkt uw gemeente samen met andere gemeenten aan behoud en benutting van erfgoed?

Samenwerking op het gebied van erfgoed

Gemeenten

Culturele Alliantie Heeft u geparticipeerd in de Culturele Alliantie? Heeft dit resultaten opgeleverd?

Aa en Hunze

De gemeente Aa en Hunze heeft geparticipeerd in de allianties voor de archeo­ logische beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Tevens is een bijdrage in dit kader verkregen voor een nader bureau-onderzoek Celtic fields; de archeologische onderdelen zijn afgerond.

Wij maken deel uit van Geopark de Hondsrug.

Assen

Ja, bij het opstellen van de archeologische en cultuurhistorische waardenkaart.

Coevorden

Samenwerking met buurgemeenten, Geopark de Hondsrug en internationaal in vestingstedenverband.

Borger-Odoorn

Ja, wij hebben samen met de provincie een archeologische en cultuurhistorische waardenkaart gerealiseerd.

Emmen

Gemeente Emmen werkt samen met buurgemeenten Coevorden en Borger Odoorn bij afstemming erfgoed- en ruimtelijke plannen, bijvoorbeeld daar waar cultuurlandschap elkaars grenzen overstijgt.

Coevorden

Ja, de archeologische waardenkaart. De cultuurhistorische waardenkaart hebben we op eigen initiatief als eerste gemeente in Drenthe opgesteld.

Hoogeveen

Samenwerking in zuidwest Drenthe vanuit agenda platteland.

Emmen

Ja, er wordt gewerkt aan een cultuurhistorische waardenkaart en de digitali­ sering van de bewonersgeschiedenis.

Meppel

Reestdalgemeenten (Hardenberg, De Wolden, Staphorst), Zuidwest Drentse gemeenten (Hoogeveen, Westerveld, de Wolden, Midden Drenthe) en Gemeente Westerveld.

Hoogeveen

Ja, momenteel is sectoraal beleid in ontwikkeling met de cultuurhistorische inventarisatie-, waarden- en beleidskaarten voor archeologie, historische ­bebouwing en historische geografie.

Midden-Drenthe

Zie agenda platteland, focus op landschappelijke identiteit.

Meppel

Noordenveld

Met name ten aanzien van Veenhuizen in het kader van het werelderfgoedtraject Koloniën van Weldadigheid.

Tynaarlo

Komt weinig tot niet voor, eigenlijk vooral in het kader van het Geopark de Hondsrug.

Ja. Archiefbeleid: digitaal loket bewoningsgeschiedenis. Cultuurhistorie: ­historische waardenkaart. Het resultaat ten aanzien van het project Digitaal loket bewoningsgeschiedenis betreft de gescande bevolkingsregisters van de gemeente Meppel.

Midden-Drenthe

Westerveld

Steenwijkerland en Weststellingwerf voor wat betreft Koloniën van Weldadigheid, afstemming Meppel voor wat betreft beleid en uitvoering.

Ja, voor de gemeente heeft dit geresulteerd in het opstellen van een ­archeo­logische verwachtingskaart.

Noordenveld

De Wolden

Betreft met name projecten die de gemeentegrenzen overstijgen. Bijvoorbeeld archeologie in het Reestdal

Ja, voor de archeologische beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische ­waardenkaart.

Tynaarlo

Ja. Dit was zeer succesvol en heeft geleid tot de aanstelling van een gemeentelijk archeoloog in deeltijd, het opstellen van gemeentelijke kaarten voor ­archeologie en cultuurhistorie en bijbehorend beleid. Door afstemming binnen het koepeloverleg is er een goede aansluiting op het beleid van de buur­ gemeenten en de provincie.

Westerveld

Ja. Cultuurhistorische waardenkaart en archeologische beleidskaart, ­Culturele Gemeente van Drenthe (2009).

De Wolden

Ja, met als resultaat de archeologische en cultuurhistorische beleidskaart.

Aa en Hunze

Ja, wij maken deel uit van het Geopark de Hondsrug.

Assen

We schuiven sporadisch aan in het intergemeentelijk overleg.

Borger-Odoorn

183

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Samenwerking op het gebied van erfgoed

Samenwerking tussen gemeente en provincie

Gemeenten

Hoe is de samenwerking tussen gemeente en provincie? Wat verwacht uw gemeente van de provincie? Aa en Hunze

De samenwerking op het gebied van archeologie is voortreffelijk. Ik denk daarbij aan de begeleiding van de archeologische kaarten, het convenant met LTO en de inzet van amateurarcheologen. Op het gebied van de monumentenzorg is de samenwerking beperkt. Voor wat betreft het Steunpunt cultureel erfgoed zijn wij zeer positief. Wij maken gebruik van Meldpunt en Kenniscentrum Herbestemming Noord, het monumentenspreekuur en het reguliere werkoverleg. Wij verwachten een blijvende ondersteuning van het Steunpunt.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Samenwerking met de provincie is goed. Zij denken met ons mee.

Coevorden

Samenwerking tussen provincie en gemeente verloopt niet altijd soepel; bij archeologische vraagstukken lopen rollen en bevoegdheden nog wel eens door elkaar heen en bij cultuurhistorisch beleid is het wenselijk om de gemeenten meer en vroeger te betrekken, bijv. bij de opstelling van het Cultuurhistorisch Kompas en de uitvoering van het beleid.

Emmen

Niet ingevuld.

Hoogeveen

Samenwerking in het steunpunt werkoverleg, de provincie heeft een faciliterende rol. Een financiële bijdrage vanuit de culturele alliantie en ondersteuning met kennis van provinciale archeoloog en cultuurhistorica en voor nieuwe financiering (cultuurhistorisch) landschap. Interbestuurlijk toezicht provincie.

Meppel

Samenwerking op gebied van landschap en cultuurhistorie is vormgegeven binnen Samenwerkingsagenda Zuidwest Drenthe. Dus goed (ook bestuurlijk) geborgd. Ambtelijke samenwerking is goed. De samenwerking tussen de gemeente en provincie op het gebied van Erfgoed is minimaal. Voor wat betreft het project Digitaal loket bewoningsgeschiedenis vervulde de Provincie een voortrekkersrol met betrekking tot het verstrekken van de subsidie.

Midden-Drenthe

Wisselvallig. Gelijkwaardige partijen en de rol van de provincie is anders geworden en heeft tijd nodig. Kennisdelen en subsidieverstrekker.

Noordenveld

Op het vlak van erfgoed constructief. Wij verwachten samenwerking op de wettelijke en niet-wettelijke taken, gezamenlijk gedragen en uitgedragen verantwoordelijkheid voor het erfgoed. Goed faciliteren van het ­Steunpunt als kennisnetwerk met ondersteunende taken.

Tynaarlo

Cultuurhistorie en gebouwde monumenten:de samenwerking met de provincie is redelijk te noemen. ­Archeologie: De samenwerking is goed. De afspraak is dat de gemeente in ruimtelijke ontwikkelingen het PBA in de gaten houdt en in voorkomende gevallen de provincie uitnodigt om aan te schuiven bij het des­­betreffende overleg. In ruil daarvoor vindt de registratie van archeologische toevalsvondsten centraal plaats via de provinciaal archeoloog. Van de provincie verwachten we een actieve rol, het initiëren van samen­werking en het houden van overzicht op de grotere, provinciale schaal.

Westerveld

Geen mening.

De Wolden

Zoals het nu gaat met het Steunpunt en het Koepeloverleg is het goed. De gemeente De Wolden zet heel hoog in op burgerparticipatie en draagvlak. Samenwerking met de provincie moet niet uitmonden in meer regelgeving. Kennisuitwisseling, het delen van ervaringen en het leggen en onderhouden van contacten is prima. Een rol van de provincie als aanjager, katalysator van processen past daar prima in. De gemeente moet ruimte krijgen om haar eigen beleid te kunnen ontwikkelen.

184

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Faciliterende rol van de provincie Hoe beleeft uw gemeente de faciliterende rol van de provincie?

Aa en Hunze

Initiatief tot erfgoedproces wordt als positief gezien.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Wij waarderen de faciliterende rol van de provincie. Zonder de stimulans van de provincie waren er zeer waarschijnlijk niet zoveel gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische waardenkaarten opgeleverd.

Coevorden

De faciliterende rol van de provincie kan beter worden ingevuld door vooraf overleg met de gemeenten te plegen. Subsidieregelingen of projecten worden al van te voren ingevuld terwijl er bij de gemeenten andere behoeften bestaan. Meer overleg en afstemming voorafgaand aan faciliterende projecten zal de samenwerking én de resultaten verbeteren.

Emmen

Beleving vanuit ruimtelijke kant: nauwelijks facilitering’. Overige invalshoeken niet ingevuld.

Hoogeveen

Steunpunt werkoverleg voldoet aan behoefte wat betreft informatievoorziening (regelingen, subsidiemogelijkheden), kennisoverdracht en advies.

Meppel

Dit wordt niet tot minimaal beleeft. Voor landschap en cultuurhistorie: is een zoektocht hoe implementatie van provinciaal beleid landt in gemeenten. Website kernkwaliteiten is goed instrument om kennis te delen. Relatie gemeenten en provincie is altijd wat precair geweest.

Midden-Drenthe

Niet ingevuld.

Noordenveld

Die werkt in het algemeen goed, volgens de samenwerking ten behoeve van de archeologische beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Groot voordeel is dat de lijnen naar de medewerkers zeer kort zijn.

Tynaarlo

De vraag is: wat is de faciliterende rol van de provincie? De provincie heeft de focus gericht op eigen doelen en belangen, en houdt te weinig rekening met hoe gemeenten werken of georganiseerd zijn. Elke gemeente is weer anders georganiseerd, heeft een sterke bestuurlijke autonomie en minder mankracht dan de provincie. De culturele alliantie was een goed voorbeeld van hoe de provincie haar faciliterende rol kan invullen.

Westerveld

Geen mening.

De Wolden

Zoals het nu gaat met het Steunpunt en het Koepeloverleg is het goed.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Vormen van samenwerking

Samenwerking op het gebied van erfgoed

Gemeenten

Aan welke vormen van samenwerking is behoefte? Aa en Hunze

De gemeente wil met provincie en andere gemeenten samenwerking op het gebied van kennisvermeerdering en afstemming van beleid.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Continueren van het Koepeloverleg (uitwisseling kennis en ervaring); concrete projecten op basis van uitkomsten erfgoedverkenning.

Coevorden

Samenwerking tussen rijk, provincie, gemeenten, bedrijven, organisaties en particulieren; elke samenwerking die kan leiden tot het uitdragen van de cultuurhistorische waarden in Drenthe.

Emmen

Financiële ondersteuning voor onderzoek en bescherming erfgoed. De samenwerking tussen ondernemers stimuleren. Dit kunnen ook stichtingen zijn die erfgoed beheren en ten toon stellen. Dit alles met als doel de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten. Daarnaast het afstemmen van budgetten voor projecten van bijvoorbeeld Landschapsbeheer, Staatsbosbeheer en het ­Waterschap.

Hoogeveen

Samenwerking die leidt tot synergie en efficiencyvoordeel. Bijvoorbeeld bij het verkrijgen van subsidies provinciaal, bij het rijk en europees.

Meppel

Kansen, ambities en mogelijke belemmeringen Welke kansen, ambities en mogelijke belemmeringen ziet u voor de toekomst?

Aa en Hunze

Onbekend.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Erfgoed als verbindende schakel tussen zand en veen (binnen gemeente). Erfgoed als onderdeel Citta Slow-identiteit.

Coevorden

Kansen in het “Verbindend besturen”: samenwerking met inwoners en onder­ nemers om het erfgoed van de gemeente in te zetten. Belemmeringen door de financiële problemen.

Emmen

De kansen zitten in het project ‘My placebook’, de afstemming van de bugetten, het vergroten van draagvlak voor erfgoed in samenleving, bij partners, het ontwikkelen van een integrale Erfgoednota Emmen, het focussen op thema’s, bijvoorbeeld veen en zand, de verbinding met culturele thema’s: Emmen culturele gemeente van Drenthe 2015-2016, cultuureducatie, toerisme en recreatie, en aandacht vragen voor en meenemen van erfgoed in beheer en ontwikkelingplannen. Bezuinigingen worden gezien als belemmering, daarnaast ook de lage organisatiegraad in de toeristische sector, en het verschillend en tegenstrijdig beleid van het Rijk (vergunningsvrij bouwen versus aanwijzing gebieden in verband met cultuurhistorie).

Huidige samenwerking landschap en cultuurhistorie is goed geborgd.

Hoogeveen

Beperkte financiële middelen.

Midden-Drenthe

Kennisdelen en subsidieverstrekker.

Meppel

Noordenveld

Inhoudelijke ondersteuning, kenniscentrumrol, kan ook (hernieuwd) geconcentreerd worden in Steunpunt. Effectieve inzet van de gedecentraliseerde rijks­ middelen, bestuurlijke samenwerking en het elkaar opzoeken draagt bij aan het draagvlak voor erfgoed. De gezamenlijke trajecten voor de archeologische beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart zijn goede voorbeelden van effectieve samenwerking.

Belemmering: belevingswereld van provincie (waar erfgoed politiek belangrijk is) en gemeente (waar gezonde financiën en sociale opgaven politiek veel belangrijker zijn). Hoe houd je aansluiting, help je elkaar?

Midden-Drenthe

Afhankelijk van de uitkomsten van de cultuurhistorische waardenkaart. Welke prioriteiten en uitvoeringsprogramma’s worden hier neergelegd.

Noordenveld

Brede maatschappelijke draagvlak voor erfgoed en de goede verankering in de ruimtelijke regelgeving biedt veel ruimte voor het erfgoed. Ook de onderkenning van het economisch nut versterkt de positie. Bedreigingen liggen in verdere bezuinigingen, uithollen van de wettelijke bescherming en een te grote mate van decentralisatie van de verantwoordelijkheden.

Tynaarlo

De inzet van cultuurhistorie uitbreiden en uitvoering van de structuurvisie wordt gezien als kans. Belemmeringen zijn er met name op financieel vlak. De ambitie is om archeologisch erfgoed beter beleefbaar maken en mee laten draaien in cultuurhistorisch toerisme, één stap verder dan de geijkte hunebedden en grafheuvels.

Westerveld

Geen mening.

De Wolden

We wachten het resultaat van de erfgoedverkenning af, daar zullen we kansen uit halen. Belemmeringen zullen altijd de ons ter beschikking staande middelen blijven. Kansen liggen op het gebied van cultuurhistorische leerlijn binnen cultuuronderwijs.

Tynaarlo

Voor de archeologie zou het goed zijn als we de samenwerking tussen de gemeenten alsnog laten doorgroeien naar een model met drie voltijds ­regio­-archeologen.

Westerveld

Geen mening.

De Wolden

Zoals het nu gaat met het Steunpunt en het Koepeloverleg is het goed.

185

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Kennis en kunde

Kennis en kennis delen

Gemeenten

Is er voldoende kennis en kunde bij gemeente aanwezig om de taken te kunnen uitvoeren?

Opleidingen Zijn er mogelijkheden om (vakinhoudelijke) opleidingen te volgen en wordt hier ook gebruik van gemaakt?

Aa en Hunze

Bij de gemeente is te weinig kennis en kunde in huis.

Aa en Hunze

Ja en ja.

Assen

Niet ingevuld.

Assen

Nee.

Borger-Odoorn

Nee. Externe kennis (archeologie, cultuurhistorie) wordt ingehuurd.

Borger-Odoorn

Mogelijkheden wel, maar hier wordt geen gebruik van gemaakt.

Coevorden

Ja.

Coevorden

Emmen

Ja. Archeologie is wel er mager qua beschikbare fte.

Er zijn wel mogelijkheden maar door tijdgebrek kan daar weinig gebruik van gemaakt worden.

Hoogeveen

Ja voldoende kennis bij de gemeente aanwezig en anders wordt dit op ­onderdelen uitbesteed bijvoorbeeld archeologieonderzoek.

Emmen

Als daar behoefte aan is wordt hier de mogelijkheid voor geboden. Maar het ligt ook aan opleidingsbudget en keuzes en verdeling hierin voor een heel team. Voor archeologie is dit gering.

Meppel

Zeer verdeeld over diverse personen. Geen specialist cultuurhistorie.

Hoogeveen

Ja.

Midden-Drenthe

Ja, verder overlegstructuren om de kennis te geven en te verkrijgen.

Meppel

Noordenveld

Ja, gegeven het feit dat er op de achterhand voldoende kennis te halen valt (vgl. Steunpunt, RCE).

Tynaarlo

Ja. De provinciale inzet voor archeologie is zowel qua omvang als qua ­kennisniveau het hoogst van de drie noordelijke provincies.

Op zich wel, maar de organisatie vraagt steeds meer generalisten, waar een vakinhoudelijk opleiding niet echt bij past. Bovendien wordt zeer beperkt gebruik van gemaakt. Wel zijn er altijd mogelijkheden in het kader van een persoonlijk opleidingsbudget/-plan, maar de mogelijkheden zijn onbekend.

Midden-Drenthe

Ja.

Westerveld

Bij de gemeente Westerveld voldoende. Heb de indruk dat zich bij de provincie soms teveel mensen met één hetzelfde onderwerp bezig houden.

Noordenveld

In beginsel wel, maar tijdgebrek staat dat in de weg.

Tynaarlo

Ja, maar kan beter.

Ja en indien op specifieke onderdelen kennis ontbreekt, wordt deze ingehuurd.

Westerveld

Ja. Westerveld participeert zelfs in de post HBO opleiding Erfgoed en Ruimte van de Hogeschool Utrecht.

De Wolden

Ja, bijvoorbeeld opleidingen erfgoed en ruimte en monumentenzorg aan de Hogeschool Utrecht en cultuurlandschappen noord Nederland en Historische buitenplaatsen aan de Rijks Universiteit Groningen.

De Wolden

186

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Gemeenschappelijk GIS-systeem

Kennis en kennis delen

Gemeenten

Hoe ziet u de mogelijkheden voor een gemeenschappelijk GIS-systeem? Aa en Hunze

Onbekend.

Assen

De provincie beschikt over kaartmateriaal met een hoog abstractieniveau. De gemeente heeft hierin met haar beleidsstukken (archeologie en cultuur­ historie) een verdieping aan gegeven en stelt deze beleidsstukken beschikbaar via haar eigen GEO-portalen.

Borger-Odoorn

Niet aan beginnen. Gemeente heeft al geïnvesteerd in eigen GIS (Stroomlijn).

Coevorden

Een gemeenschappelijk systeem is wellicht leuk, maar is weer een apart systeem. Simpeler is om de gegevens gewoon in een bestaand systeem in te voegen.

Emmen

Onbekend.

Hoogeveen

Nee, geen voorstander van gemeenschappelijk GIS-systeem.

Meppel

Moeizaam, kijkend naar onze GIS-afdeling. Alleen handig wanneer het gebruiksvriendelijk is. Maar wel goed scheiden wat is verantwoordelijkheid gemeente en provincie. Ook opnemen in gemeente eigen GIS systeem.

Midden-Drenthe

Bij voorbaat niet afwijzend, maar kijk eerst wat er al is en houd het zo simpel mogelijk met een Drentse standaard/maat.

Noordenveld

Ons is niet duidelijk wat hiervan het voordeel zou kunnen zijn.

Tynaarlo

Er zouden voordelen kunnen zijn. Er moeten dan wel concrete afspraken worden gemaakt. Maar er wordt op het moment al gewerkt aan het beschikbaar maken van de gemeentelijke archeologische kaarten via het geoportaal van de provincie, hetgeen een goede ontwikkeling is. Een specifiek cultuurhistorisch GIS-systeem is voor de archeologie niet wenselijk omdat de aansluiting op het bestaande landelijke systeem (Archis en diens opvolger) ongetwijfeld problemen zal geven.

Westerveld

Utopische gedachte.

De Wolden

Is technisch moeilijk uitvoerbaar.

187

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Onderlinge kennisdeling Is er sprake van onderlinge kennisdeling met andere gemeenten?

Aa en Hunze

In het kader opstellen archeologie- en cultuurhistorische kaarten functioneert een Koepeloverleg waaraan alle Drentse gemeenten kunnen meedoen en waarbij de provincie welkom is. Uitwisseling van kennis en ervaring.

Assen

Ja, via de Vereniging van Drentse Gemeenten en Steunpunt werkoverleg.

Borger-Odoorn

Ja, via Koepeloverleg wordt kennis en ervaring op gebied van archeologie en cultuurhistorie gedeeld.

Coevorden

Ja, in Steunpunt en Koepeloverleg.

Emmen

Ja, via het Steunpunt en Koepeloverleg. Soms bij platformbijeenkomsten van het RCE. En via het Recreatieschap Drenthe.

Hoogeveen

Ja, Koepeloverleg (culthistorische waardenkaarten), Steunpunt monumentenzorg, overleg Zuidwest Drenthe agenda platteland.

Meppel

Binnen samenwerkingsprojecten wel. Plus samenwerking Meppel-Westerveld ook op gebied van cultuurhistorie.

Midden-Drenthe

Ja, Koepeloverleg en Steunpunt.

Noordenveld

Ja, men weet elkaar te vinden en de ambtelijke provinciale overleggen ­Steunpunt en Koepeloverleg leggen daarvoor een goed fundament.

Tynaarlo

Ja, via het Koepeloverleg en in voorkomende gevallen met de buurgemeenten op projectbasis (grensoverschrijdende projecten). Het is waardevol maar ook hier loop je toch tegen de verschillen aan.

Westerveld

Ja.

De Wolden

Enigszins via steunpuntoverleg en koepeloverleg en adhoc met collega’s uit het werkveld.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Rol van het Steunpunt

Kennis en kennis delen

Gemeenten

Wat is de rol van het Steunpunt t.a.v. kennisdeling? Aa en Hunze

Het Steunpunt cultuurhistorie heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld als ­schakelpunt tussen rijk / provincie en gemeenten en de gemeenten onderling. Met het organiseren van het reguliere werkoverleg en de thema-bijeenkomsten speelt zij een aanvullende rol bij kennisdeling.

Assen

Organiseren werkoverleg, delen nieuwe ontwikkelingen, vraagbaak.

Borger-Odoorn

Wij maken geen gebruik van het Steunpunt.

Coevorden

Contact en informatie-uitwisseling, initiatieven nemen bij nieuwe ontwikkelingen, inventariseren wensen en behoeften van de gemeenten.

Emmen

Bij uitstek zeer geschikt voor kennisdeling en ondersteuning.

Hoogeveen

Goed.

Meppel

Het Steunpunt werkt als een intergemeentelijk platform.

Midden-Drenthe

Themabijeenkomsten en kennis delen over gezamenlijke projecten en ­ondersteuning bij de uitvoering van taken op gebied van erfgoed.

Noordenveld Tynaarlo

Aa en Hunze

RCE zegt kennisinstituut te zijn. Buiten beperkte deelname aan de jaarlijkse A&O-dag en een tijdschrift is er geen zicht op hoe zij die kennis met ons wenst te delen.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Incidenteel wordt de website van de RCE geraadpleegd.

Coevorden

Voldoet ruimschoots.

Emmen

Bij de afdeling vergunning/toezicht/handhaving maken wij graag gebruik van de brochures/infobladen via de website van de RCE. De rol van het RCE wordt beschouwd als ondersteunend, adviserend en faciliterend. Daarnaast organiseren ze platforms en doen ze cultuurhistorisch onderzoek. Voor wat betreft de archeologie geven ze informatie over beleid en wetgeving, ook via bijeen­ komsten en de website. Faciliterend en ondersteunend bij de opgaven in de wederopbouw wijken.

Hoogeveen

Staat teveel op afstand. En treedt steeds meer terug.

Is nog steeds actief, maar merkbaar is de huidige constructie waarbij het ­Steunpunt ondergebracht is bij Libau het steunpunt niet ten goede komt.

Meppel

Bij wijziging van de beschermde monumenten meedenken in het belang van het rijksbeleid.

Door het verdwijnen van een Steunpunt (fysiek kantoor) in Drenthe is de faciliterende rol afgenomen. Het huidige Steunpunt zou actiever de gemeenten kunnen ondersteunen. De provincie zou meer gebruik moeten maken van het steunpunt als spil en ‘onafhankelijke partij’ voor informatievoorziening. Het Steunpunt moet meer de ruimte krijgen voor actieve ondersteuning van gemeenten in de vorm van kennisdelen en verspreiden, waarbij ook gedacht moet worden aan het hoe en wat er komt kijken bij de zorg voor erfgoed. Inschakelen van de RCE en andere relevante partijen uit de erfgoedwereld.

Midden-Drenthe

Voornamelijk via de website en de platforms die hiervoor zijn ingesteld.

Noordenveld

Die is zowel breed digitaal en door middel van broches, als gemakkelijk toegankelijk via mail en telefoon. Werkt in het algemeen goed. Wij benaderen de RCE regelmatig en tot tevredenheid (met name de bouw- en waardenconsulent).

Tynaarlo

De RCE biedt het aan, gemeenten moeten het actief gaan halen. De RCE zou sneller moeten anticiperen op trends, bijvoorbeeld in relatie tot duurzaamheid bij monumenten. Soms is ook hier de afstand voelbaar tot de praktijk. Voor de RCE is erfgoed het belangrijkste, bij gemeenten spelen veel meer zaken. Er is weinig specifiek aanbod op het gebeid van de archeologie van Drenthe/het Noorden, wel algemeen landelijk via bijvoorbeeld NoaA-lezingen en infobijeenkomsten over bestelveranderingen.

Westerveld

Hoofdregiseur als kennisinstituut.

De Wolden

Een iets minder grote rol dan het steunpunt maar wel een belangrijke rol. ­Technische vraagbaak, zowel in de vorm van brochures in algemene zin als van antwoorden op specifieke vragen. Maar ook in de vorm van bezoeken ter plaatse.

Westerveld

Speelt hier geen rol. Informatie via het Steunpunt is vaak achterhaald als het wordt gedeeld, omdat het via bijvoorbeeld landelijke kanalen en internet al is verspreid.

De Wolden

Behalve een rol van kennisdeling gaat er van het steunpunt ook een stimulerende werking uit en worden gemeenten aangezet tot het uitvoeren van werkzaamheden waar ze alleen wellicht nooit of minder snel zouden beginnen.

188

RCE Wat is de rol van de RCE t.a.v. kennisdeling?

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Actuele ontwikkelingen rijksbeleid

De toekomst van het Drents erfgoed

Gemeenten

Wat voor actuele ontwikkelingen spelen er in het rijksbeleid op het gebied van erfgoed of daarbuiten? Aa en Hunze

Invoering Omgevingswet en Erfgoedwet. Stimulerende nota’s met visie over ruimtelijke kwaliteit worden gemist.

Assen

Onbekend.

Borger-Odoorn

Veranderingen in wetgeving op allerlei terreinen is zodanig omvangrijk dat we al moeite genoeg hebben om dit bij te benen.

Ontwikkelingen gemeentelijk en provinciaal beleid Wat zijn ontwikkelingen in het gemeentelijk/provinciaal beleid die van belang zijn voor het erfgoed?

Aa en Hunze

Er ligt een kans voor de gemeenten, die partner zijn van het Geopark de Hondsrug, om hun duurzaamheids- en gebiedsontwikkelingsbeleid op elkaar af te stemmen.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Bestemmingsplan buitengebied.

Coevorden

Terugtrekkende overheid, af en toe financiële regelingen zoals herbestemmings­ onderzoeken en wind-en-waterdichtregeling.

Coevorden

De bezuinigingen in de gemeente waardoor meer gezocht moet worden naar financiële regelingen bij rijk en provincie.

Emmen

Vergunningsvrij bouwen. Algemene discussie over beperking van Welstand. De nominatie van de wijken Emmermeer, Angelslo en Emmerhout als wijken van nationaal belang voor de Wederopbouwperiode.

Emmen

Hoogeveen

Onbekend.

Meppel

Niet ingevuld.

Gemeentelijke bezuinigingen: minder onderhoud openbaar gebied, sluiten ­voorzieningen etc. Krimp kan leiden tot leegstand. Bedreiging voor monumenten, karakteristieke wijken etc, transformaties in het platteland onder invloed van nieuw landbouwbeleid, industriële bedrijvigheid, duurzame winning energie, etc. Daarnaast ook het nieuwe erfgoedbeleid, dat samen met de sector wordt ontwikkeld.

Midden-Drenthe

Voor landschapsonderhoud (door particulieren) is steeds minder geld beschikbaar. De veranderende rol van de gemeente zal gezien de participatie maatschappij meer vragen van de gemeenschap. Hoe betrekken we de partijen/ stakeholders. Budgetten zijn beperkt voor erfgoed.

Hoogeveen

Herbestemmingsopgave wordt groter. Verduurzaming monumentale gebouwen.

Meppel

Erfgoedverordening Meppel, Structuurvisie, Landschapsbeleidsplan, ­Monumentale Bomenlijst, Cultuurhistorische inventarisatie, Bestemmingsplannen en Archeologische beleidskaart.

Erfgoedwet, een ook t.a.v. het erfgoed steeds verder terugtredende rijksoverheid (vgl. afstoten monumentaal rijksvastgoed), Omgevingswet (vermindering ­regeldruk maar ook: minder sturingsinstrumenten).

Midden-Drenthe

De tendens is dat de gemeente beleidsarmer inzet en meer richt op beheren.

Noordenveld

Naast de erfgoedgebonden regelgeving, met name de Omgevingswet en de grote wijzingen die zich daar voltrekken. En de eventuele privatisering BWT-taken.

Tynaarlo

Politiek gezien is in de huidige tijd behoud van gebouwde monumenten in gemeentelijk eigendom niet het enige doel. Van erfgoed wordt verwacht dat het (indirect) bijdraagt aan economische opbrengsten door inzet voor toerisme en recreatie of vestiging van bedrijven of inwoners. Door de crisis en verschuiving van andere taken van Rijk naar gemeente zijn er weinig nieuwe projecten van enige omvang en staan de budgetten (uren én geldmiddelen) nog meer dan voorheen onder druk. Hierdoor is het nog lastiger geworden om de ambities op het gebied van erfgoed en erfgoedbeleid van de grond te krijgen.

Westerveld

Ruimtelijke structuurvisie, Landschapsontwikkelingsplan, Bestemmingsplannen, Beeldkwaliteitsplan, Regiopromotieplan, Bestemmingsplan Buitengebied, Archeologische beleids- en waardenkaart en Cultuurhistorische waardenkaart.

De Wolden

Vraaggericht werken, verantwoordelijkheid bij de inwoners, gemeente faciliteert. Doorontwikkeling van de gebiedsmarketing van Drenthe en De Wolden. ­Uitbreiding van de rol van erfgoed daarin biedt volop kansen.

Noordenveld

Tynaarlo

Het beleid van afstoten van monumenten is geen goed signaal als het gaat om de waarde en waardering van ons gezamenlijke nationale erfgoed. Wiens verantwoordelijkheid is ons ergoed? Er wordt algemeen belang op het spel gezet met een werkwijze die snel verwordt tot gemeengoed met één doel: bezuiniging voor de overheid. De verruiming van vergunningsvrij bouwen. En de nieuwe eisen van rijkswege aan vergunningbeoordelaars. Vraag is of kleinere gemeenten hieraan kunnen voldoen.

Westerveld

Omgevingswet, nieuwe erfgoedwet, BOR.

De Wolden

Afname van aantal fte’s bij de RCE waardoor dienstverlening naar gemeente toe minder wordt. Op dit moment vergunningvrij bouwen op achtererven in beschermde dorpsgezichten.

189

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Impact rijks- en provinciaal beleid

De toekomst van het Drents erfgoed

Gemeenten

Welke ontwikkelingen van het rijks/provinciaal beleid die van belang zijn voor het erfgoed? Aa en Hunze

Veranderingen wet- en regelgeving Verwacht u veranderingen in de wet- en regelgeving en hoe wordt hierop ­geanticipeerd?

Onregelmatigheden in de financiering van restauraties en rijksmonumenten. Er is geen zicht op de onderhoudssituatie van monumenten. Het vergunningsvrij bouwen frustreert een goed erfgoedbeleid en beleid ruimtelijke kwaliteit op gemeentelijk niveau. De provincie kan bij het opstellen van haar cultuurnota meer rekening houden met de gemeenten.

Aa en Hunze

Niet ingevuld.

Assen

Onbekend.

Borger-Odoorn

Er worden intern voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd: onder andere verruiming vergunningvrij bouwen, omgevingswet etc.

Assen

Onbekend.

Coevorden

Anticiperen in onder andere Steunpunt en Koepeloverleg.

Borger-Odoorn

Plaatsing windmolens. Verenigingsleven komt onder druk te staan door afbouw subsidies ten gevolge van 3 D’s.

Emmen

Coevorden

Bezuinigingen.

Niet voor de gebouwde monumenten. Mogelijke veranderingen in regelgeving Welstand en monumenten door de nieuwe gemeenteraad. Daarnaast ook in de nieuwe Erfgoedwet en Omgevingswet.

Emmen

Vergunningsvrij bouwen en welstandsbeleid. Wederopbouw wijken (aanwijzing) en tegelijk vergunningsvrij bouwen, kost gemeente meer moeite en geld voor mogelijke bescherming. Zoekgebied windmolens versus cultuurhistorisch landschap. Het klimaat beleid zoals waterberging, hier ligt tegelijkertijd ook een kans voor herstel van cultuurlandschap.

Hoogeveen

Niet bekend met verwachtingen in veranderingen bij wet- en regelgeving.

Meppel

Omgevingswet, maar geen idee naar de gevolgen hiervan.

Midden-Drenthe

Erfgoedwet en Omgevingswet. Intern wordt voor de omgevingswet een traject uitgezet. Erfgoedwet nog geen actie.

Hoogeveen

Minder subsidiemogelijkheden.

Noordenveld

Meppel

Uitwerking landschap door de provincie, implementatie natuurvisie (incl. landschap).

Midden-Drenthe

Meer taken, minder budget.

Ja, de terugtrekkende beweging van het Rijk uit monumentaal vastgoed is een bedreiging voor de instandhouding van Veenhuizen. Problematisch is de toe­­ nemend tekort schietende subsidiëring van onrendabel erfgoed als molens en kerken. Ook de mogelijke privatisering van de BTW-taken brengt risico’s met zich mee ten aanzien van de borging van cultuurhistorische waarden bij bouwen verbouwactivitieiten.

Noordenveld

We zien dat de provinciale bestuurslaag in toenemende mate centraal staat in het erfgoedbeleid. Dat pleit voor een duurzame samenwerking. De terugtrekkende beweging van het Rijk uit monumentaal vastgoed is een bedreiging voor de instandhouding van Veenhuizen. Problematisch is de toe­­ nemend tekort schietende subsidiëring van onrendabel erfgoed als molens en kerken. De enorme verruiming ten aanzien van bebouwingsmogelijkheden en vergunningvrij bouwen gaan grote gevolgen hebben voor het erfgoed en met name het niet-beschermde deel ervan. Instandhouding wordt hierdoor ernstig gefrustreerd. Ook de mogelijke privatisering van de BTW-taken brengt risico’s met zich mee ten aanzien van de borging van cultuurhistorische waarden bij bouw- en verbouwactivitieiten.

Tynaarlo

De verruiming van vergunningsvrij bouwen. En de nieuwe eisen van rijkswege aan vergunningbeoordelaars. Vraag is of kleinere gemeenten hieraan kunnen voldoen. Mogelijk komen in het kader van de erfgoedwet ook het toetsen van archeologische monumentenvergunningen en het toezicht op archeologisch veldwerk naar de gemeente. In de huidige opzet is daarvoor niet voldoende capaciteit beschikbaar.

Westerveld

Ja. We laten ons goed informeren en trekken dan een plan.

De Wolden

De omgevingswet, de veranderingen zijn nog niet concreet genoeg om daarop in te spelen.

Tynaarlo

Wettelijke taken vormen de basis voor erfgoedbeleid bij de gemeente. Bij vermindering van wettelijke taken is het gevaar dat aandacht voor en behoud van erfgoed afneemt. Mogelijk komen in het kader van de erfgoedwet ook het toetsen van archeologische monumentenvergunningen en het toezicht op archeologisch veldwerk naar de gemeente. In de huidige opzet is daarvoor niet voldoende capaciteit beschikbaar.

Westerveld

Omgevingswet, nieuwe erfgoedwet, BOR.

De Wolden

Onbekend.

190

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

De toekomst van het Drents erfgoed

Kansen en bedreigingen

Gemeenten

Waar zitten de kansen en wat zijn bedreigingen voor het Drentse erfgoed? Aa en Hunze

Met de provinciale en een aanvullende gemeentelijke regeling voor behoud karakteristiek bezit ligt er een kans voor behoud van karakteristiek gebouwen. Stimulering van behoud biedt kansen voor werkgelegenheid, waarbij vakmanschap (scholing) van belang is. Het erfgoed wordt bedreigd indien er geen aandacht meer voor is, dus houd het in het oog! Schat het op haar waarde.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Erfgoed is van iedereen. Overheid trekt zich steeds meer terug. Veel lokale initiatieven. Versnippering ligt op de loer.

Coevorden

Kansen meer mogelijkheden en nieuwe initiatieven vanuit inwoners. Bedreigingen als gevolg van ­bezuinigingen.

Emmen

Kansen: meer direct contact met monumenteneigenaren om ze te ondersteunen. Bedreigingen: meer afstand tussen burger en overheid, vergunningsvrij bouwen en veel stichtingen die drijven op vrijwilligers.

Hoogeveen

Bedreiging is draagvlak. Ambities worden desgevraagd wel uitgesproken, maar als het erop aankomt gaan persoonlijke belangen boven het Drents erfgoed. Kansen voor cultuurhistorie liggen er op het gebied van marketing en recreatie en toerisme.

Meppel

We spelen in op maatschappelijke trends, zien kansen met een nieuwe werkwijze landschap en cultuur­ historie binnen ZW Drenthe. Mensen zelf de handen uit de mouwen, minder kaders meegeven, combinatie met andere doelen zoeken (natuur, sociaal, landbouw, educatie). Vergrijzing leidt tot vrijwilligersgebrek (molens maal) door verdwijnen VUT. Doordat vrijwilligers later met pensioen gaan, heeft men dan soms niet meer de fysieke sterkte voor het gevraagde vrijwilligerswerk. Dat is een bedreiging. Loslaten betekent ook meer risico op kwaliteitsverlies. Kans is meer draagvlak door het samenwerking. Flexibel gebruik/­ veranderende functies.

Midden-Drenthe

Niet ingevuld.

Noordenveld

De kansen zitten in het nog steeds groeiende draagvlak voor cultuur. De bedreigingen liggen vooral op het vlak van hernieuwde economische groei, waardoor ontwikkeldruk spanning kan veroorzaken met erfgoed. Met name is daarbij het risico dat grootschalig karakteristieke objecten worden gesloopt voor nieuwbouw.

Tynaarlo

Kansen zijn er door de verbinding te zoeken met andere sectoren. Ook kan de breedte en de rijke variatie van het Drentse erfgoed beter worden uitgedragen, waardoor het draagvlak toeneemt en er meer initiatieven komen om iets met het erfgoed te doen. Bedreigingen: met name op het gebied van de gemeentelijke ­bezuinigingen waardoor de erfgoedtaken in de knel kunnen komen, dan wel de kansen niet benut worden.

Westerveld

Door intensief in te steken op het behoud van ons erfgoed en dit duidelijk te maken aan de inwoners kan mogelijk het aftakelen van het erfgoed worden voorkomen. De onwetendheid van de gemeentelijke bestuurders en inwoners is een bedreiging voor het Drentse erfgoed. Bedreigingen: kostenaspect ten aanzien van onderhoud van het erfgoed.

De Wolden

Er is veel kennis buiten de gemeentelijke organisatie aanwezig. Een kans is er om het draagvlak en daarmee betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor erfgoed te verbeteren door meer burgerinitiatieven. Bedreigingen zijn dat de burgers hun individuele belangen laten prevaleren boven het maatschappelijk belang van erfgoed.

191

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Reactie gemeente Hoe speelt uw gemeente hierop in?

Aa en Hunze

Niet ingevuld.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

Nog niet. Alle aandacht gaat momenteel uit naar het maatschappelijk domein met het regelen van de 3 D’s.

Coevorden

Door programma ‘Coevorden verbindt’ en de Erfgoednota.

Emmen

Door het opstellen van een gemeentelijke monumentenlijst, maar dat is lastig als de gemeente op veel vlakken meer taken krijgt en minder middelen. Met het opstellen van een integrale erfgoednota verwacht de gemeente meer focus en samenhang te kunnen ontwikkelen en krachten samenleving en ­overheid te kunnen bundelen.

Hoogeveen

Via samenwerking met Toeristisch informatie punt (TIP), Toeristisch recreactief ondernemers platform (TROP), marketing en recreatieschap Drenthe.

Meppel

Meer flexibeler bestemmen (centrumbestemming).

Midden-Drenthe

Op het moment dat zich dit voordoet zullen we hierop inspelen, vooraf niet.

Noordenveld

Niet ingevuld.

Tynaarlo

We hopen dat deze erfgoedverkenning ons handvatten biedt om hier ­oplossingen voor te vinden.

Westerveld

Door in de uitvoering van projecten het herstellen van het erfgoed mee te nemen.

De Wolden

Verbinden met onze inwoners, erfgoedpartners en toerisme en recreatie.


Gemeenten aan het woord

Gemeenten

Agrarische sector en erfgoed Welke mogelijkheden ziet u voor de toekomst betreffende een samenwerking van de agrarische sector en de erfgoedwereld van Drenthe?

Aa en Hunze

Naast het convenant met LTO ook in gesprek gaan over het behoud van het oorspronkelijk agrarisch bedrijfsgebouw en de inpassing ervan in de moderne bedrijfsvoering.

De toekomst van het Drents erfgoed

Gemeenten

Erfgoedveld over 10 jaar Hoe denkt u dat uw gemeente en het erfgoedveld er over 10 jaar voor staan?

Aa en Hunze

Niet ingevuld.

Assen

Beschermd wat beschermd moet worden.

Borger-Odoorn

Beschermde monumenten zijn er nog steeds. Teruggang in niet-beschermd door grotere afstand en kleiner overheidsapparaat.

Assen

Niet ingevuld.

Borger-Odoorn

In Drenthe is een goede basis gelegd door convenant. Belangrijk om in gesprek te blijven met LTO.

Coevorden

Erfgoedbeleid is opgenomen in bestemmingsplannen, daarmee een zekere mate van behoud geborgd.

Coevorden

Er is al een convenant met LTO voor archeologie, mogelijk ook voor historisch landschap?

Emmen

Meer kennis over het onderwerp, hopelijk beter geborgd in diverse plannen, breed gedragen beleid etc.

Emmen

Geïntegreerd in de landschappelijke waardenkaart en toekomstige cultuur­ historische waardenkaart. Maar ook de samenwerking met LTO versterken bij ruimtelijke planvorming in het agrarisch gebied. Verstoorde bodems samen goed in kaart brengen, dat voorkomt onnuttig onderzoek naar archeologie, en vergroot draagvlak voor nuttig onderzoek.

Hoogeveen

Dit is een politieke vraag, afhankelijk van politieke ambitie.

Meppel

Niet ingevuld.

Midden-Drenthe

Recreatie en toerisme heeft een significante bijdrage geleverd aan het in stand houden van erfgoed.

Hoogeveen

Daar zitten samenwerkingsmogelijkheden, vooral bij instandhouding landschap en eventueel, samen met inwoners.

Noordenveld

Meppel

Streekbeheer, samen met agrariërs collectief in het landschap aan de slag. Daarnaast ook op het gebied van hobbyboeren.

Veenhuizen staat op de werelderfgoedlijst, wat er aan bijdraagt dat het belang van erfgoed een blijvende hoge plek heeft op de bestuurlijke agenda. Het maatschappelijke draagvlak blijft groot en meer dan nu is het besef doorgedrongen dat erfgoed een belangrijke economische waarde vertegenwoordigd.

Midden-Drenthe

Agrarische bedrijven in monumentale gebouwen. Agrariërs die bijdragen aan landschappelijke identiteit. Rol agrariërs bij behouden archeologische waarden.

Tynaarlo

Inwoners zullen actief bezig zijn met hun erfgoed en omgeving in samenwerking met de gemeente en experts. En het erfgoedveld werkt nauw samen aan een toekomstbestendige zorg voor cultuurhistorie en erfgoed.

Noordenveld

Goede samenwerkng bevordert de borging van de cultuurhistorische waarden, omdat beter begrip en oog ontstaat voor elkaars belangen. Volgens het ­convenant dat in Drenthe met de agrarische sector gesloten is over het archeologiebeleid. Dit heeft heilzaam gewerkt!

Westerveld

Tynaarlo

De agrarische sector en de erfgoedwereld zullen elkaar moeten blijven opzoeken om samen bedrijfsvoering en erfgoed te verknopen zodat erfgoed een rol krijgt of wordt ingezet bij die bedrijfsvoering. Het benutten van specifieke kennis (met name landbouwers). Agrariërs hebben over het algemeen een sterke verbondenheid met hun land en blijken – na enige uitleg – zeker geïnteresseerd in de geschiedenis daarvan. Dit kan leiden tot een beter beheer van archeologisch belangrijke terreinen en het instand houden van boomwallen, singels en slotenpatronen.

Als er voldoende financiële middelen beschikbaar komen en enthousiaste ambtenaren bij de gemeente/provincie de belangrijkheid van ons erfgoed ­behartigen dan zal het erfgoed er over 10 jaar goed uit zien. De gemeente gaat meer op afstand functioneren. Door bezuinigingen komt er steeds minder geld beschikbaar voor het beheer en onderhoud van erfgoed. De rol van burgers zal hierbij steeds belangrijker worden, die van de gemeente steeds kleiner. Bewustwording is daarom heel belangrijk. De rol van de gemeente zal faciliterend worden.

De Wolden

Afhankelijk van de economische situatie. In elk geval zal men beter het eigen gebied begrijpen en er dus ook meer voor over hebben om het te behouden en te herstellen. De erfgoedpartners zullen inhoudelijk veel meer betrokken zijn bij beleidsvorming en in de uitvoering taken van de gemeente overnemen.

Westerveld

Heel belangrijk. Werken al samen voor een archeologisch convenant, LTO zit onder andere in een intergemeentelijke klankbordgroep voor de Koloniën van Weldadigheid. Dit gebeurt nu al door samenwerking met de verschillende ­boermarken en agrarische natuurvereniging Drenthe.

De Wolden

Afsluiten van overeenkomsten, convenanten zoals ook op het gebied van archeologie heeft plaatsgevonden.

192

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5


Bijlagen

We hebben gesproken met… Wethouders en ambtenaren Aa en Hunze Henk Heijerman – wethouder Charles Houx – ambtenaar Cultureel Erfgoed Assen Ruud Wiersema – wethouder Sander Akkerman – beleidsadviseur Planologie Marjon Dik – bouwen, wonen, ondernemen. Wabo-specialist. Gebouwde monumenten. Roel Hilberts – stedenbouwkundige Brigit Sijm – beleidspecialist cultuur Borger-Odoorn Albert Trip – wethouder Jan Hermes – ontwikkeling/stedenbouw Marjo Montforts – adviseur archeologie en cultuurhistorie Petra Raayen – beleidsmedewerker onderwijs en cultuur Coevorden Jeroen Huizing – wethouder Ineke den Hollander – beleidsmedewerker cultuurhistorie Henk Gortmaker – beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening Emmen Jisse Otter – wethouder Jacqueline Muffels – Beleidsadviseur Landschap en Natuur Frans Meerhoff – Beleidsadviseur ond./welz/sport/kunst&cultuur Simone Wijnands-Schutte – Senior medewerker monumenten Bernarda Maagd – Beleidsadviseur stedenbouw Robert Riksten – Coördinator dorpen en wijken Marjolijn Snijders – Senior medewerker juridisch RO Hoogeveen Anno Wietze Hiemstra – wethouder Suze Gerritsma – beleidsadviseur, projecttrekker Johan Bisschop – recreatie en toerisme, directeur van het museum 5000 morgen Sandra van Slageren – fysieke domein Meppel Henk ten Hulscher – wethouder Henrieke Bolding – teamleider ontwikkeling en strategie Kees Offringa – ontwikkeling en strategie Desiree Nguyen – ontwikkeling en strategie Marijke Nieuwenhuis – archeologisch adviseur

193

Midden-Drenthe Gert Jan Bent – wethouder Saco van Veen – beleidsmedewerker bodemarcheologie Noordenveld Henk Koster – wethouder Kees Verschoor – beleidsmedewerker Volkshuisvesting Aletta Reinders – planoloog Harry Tappel – BWT, welstand en erfgoed Tynaarlo Miriam Engels – wethouder Janet Bosma – beleidsadviseur Cultuurhistorie en Monumentenzorg Michiel Huisman – Centernet Archeologie Ronald Siesling – vergunningen Jaap Nanninga – natuur en landschap Erik Zijlstra – bestemmingsplan buitengebied Westerveld Erik van Schelven – wethouder Bernard Stikfort – beleidscoördinator Erfgoed en Cultuurhistorie Gerrie Ebbeling – recreatie en toerisme Jans Kamping – ruimtelijke ordening Marijke Nieuwenhuis – Gemeentelijk archeoloog Jac Postma – team Openbare Werken, landschapsdeskundige De Wolden Jan ten Kate – wethouder Mirjam Pauwels – wethouder Jouke Schat – beleidsambtenaar Erfgoed

Rondetafelgasten Stijn Arnoldussen – Rijksuniversiteit Groningen, archeologie Annabelle Birnie – Drents museum Joop Bosch – AWN, vereniging van vrijwilligers in de archeologie Andre Brasse – IVN Saskia van Dijk – provincie Drenthe Jan Germs – Huus van de Taol Jens Hesmeijer – AWN Sis Hoek – erfgoednetwerk Emmen Michiel Huisman – freelance archeoloog, gemeentelijk archeoloog bij de gemeente Tynaarlo Marc Kocken – archeoloog en zelfstandig adviseur Marga Kool – dijkgraaf Waterschap Reest en Wieden, in het verleden ­gedeputeerde van Drenthe Marjo Montforts – Libau Linda Reinalda – Kunst & Cultuur Drenthe Cathrinus Schaafsma – historische vereniging Ol Eel Anja Schuring – Drentse Historische Vereniging, zelfstandig uitgever Heilien Tonkens – werkgroep boerenerven

E r f g o e d v e r k e n n i n g D r e n t h e   |   S T E E N H U I S M E U R S   |   1 7 j uni 2 0 1 5

Frank van der Veld – Drents Landschap Catherine Visser – adviseur ruimte en erfgoed Saskia Visser – Rijksuniversiteit Groningen, Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie Jan Albert Westenbrink – marketing Drenthe Jorie Wolf – Staatsbosbeheer

De vier directeuren Hein Klompmaker, Hunebedcentrum Douwe Huizing, Drents Archief Peter Sluiter, Gevangenismuseum Dirk Mulder, Herinneringscentrum Kamp Westerbork

achterkant omslag, foto links: Marketing Drenthe in de jaren zestig


Profile for Provincie Drenthe

Erfgoedverkenning drenthe 17 06 15 losse paginas kl  

In opdracht van de provincie Drenthe en de 12 Drentse gemeenten heeft Bureau SteenhuisMeurs de ‘Erfgoedverkenning Drenthe’ opgesteld. Ongev...

Erfgoedverkenning drenthe 17 06 15 losse paginas kl  

In opdracht van de provincie Drenthe en de 12 Drentse gemeenten heeft Bureau SteenhuisMeurs de ‘Erfgoedverkenning Drenthe’ opgesteld. Ongev...

Advertisement