Page 1


Taal is van iedereen!

Voorwoord ...................................................................................................... p. 2 Van vraag tot Staten Generaal .................................................................. p. 3 “Taal is van iedereen” – voortrajecten 13, 14 15 september 2011 ... p. 6 Voortraject 13 september namiddag .................................................. p. 6 Voortraject 13 september avond ......................................................... p. 9 Voortraject 14 september namiddag .................................................. p. 11 Voortraject 14 september avond ......................................................... p. 13 Voortraject 15 september namiddag .................................................. p. 15 Voortraject 15 september avond ......................................................... p. 18 “Taal is van iedereen” – Staten-Generaal 20 oktober 2011 .............. p. 19 Programma ............................................................................................... p. 19 Inleiding door Koen Jaspaert ................................................................ p. 21 Impressies worldcafé ............................................................................... p. 23 Impressies denktafels .............................................................................. p. 28 Taal en werk ...................................................................................... p. 28 Taal, onderwijs en opleiding ........................................................... p. 32 Taal en opvoeding ............................................................................ p. 36 Taal en vrije tijd ................................................................................ p. 44 Impressies doewinkels ............................................................................. p. 52 Taal en werk ...................................................................................... p. 52 Taal, onderwijs en opleiding ........................................................... p. 54 Taal en opvoeding ............................................................................ p. 55 Deelnemers....................................................................................................... p. 62 Voortrajecten ............................................................................................ p. 62 Staten-Generaal ...................................................................................... p. 64

1


Taal is van iedereen!

VOORWOORD Beste Op 20 oktober 2011 heeft de provincie voor het eerst een Staten-Generaal „Taal is van iedereen!‟ georganiseerd. Samen met anderstalige Limburgers, onderwijs, Kind&Gezin, het Huis van het Nederlands, vrijetijds- en werkgeversorganisaties, gemeentes en andere mogelijke partners gingen we op zoek naar hoe we onze provincie taalvaardiger kunnen maken. Uitgangspunt daarbij was dat taal, participatie en integratie onlosmakelijk verbonden zijn en enkel in harmonie met elkaar kunnen groeien. Taallessen alleen volstaan niet om het Nederlands onder de knie te krijgen. Een taal leer je pas echt door ze veelvuldig te gebruiken in natuurlijke contacten in gevarieerde contexten. Zowel in opvoeding, onderwijs, vrije tijd als werk liggen kansen verscholen om bewust(er) om te gaan met de ontwikkeling van taalvaardigheid. De eerste Staten-Generaal was een waar succes! Er is geluisterd, gediscussieerd, ingeoefend en bijgeleerd. Mensen hebben elkaar geïnspireerd. Banden zijn gesmeed. Ideeën zijn gegroeid en hebben vorm gekregen in onderling overleg. Kortom, de basis voor massale actie vanuit eenzelfde gedragen visie werd gelegd. In het voorjaar van 2012 organiseert de provincie een tweede Staten-Generaal „Taal is van iedereen‟. Alle Limburgse gemeenten, organisaties en verenigingen worden uitgenodigd mee hun schouders te zetten onder ons plan en die dag te tonen welke actie zij concreet (zullen) ondernemen om de kennis van het Nederlands in onze provincie te vergroten. Dit rapport is een bloemlezing van de waardevolle uitwisseling die op 20 oktober plaatsvond. We verspreiden het ruim in de hoop dat alle Limburgers zich betrokken voelen en inspiratie opdoen om zelf actie(s) te ondernemen. Ik kijk alvast uit naar het voorjaar. Hopelijk komen er originele ideeën uit de bus die verder verspreid kunnen worden en een blijvend positief elan geven aan de participatie/integratie én de kennis van het Nederlands van alle Limburgers.

Hartelijke groet

Frank Smeets Gedeputeerde van Onderwijs

2


Taal is van iedereen!

3

VAN VRAAG TOT STATEN GENERAAL Eind 2009 stelde Jo Vandeurzen de vraag een initiatief te nemen rond taalbevordering in Limburg vanuit een grote bekommernis: -

Te veel kinderen en jongeren kunnen hun talenten niet optimaal ontwikkelen omdat hun taal niet rijk genoeg is. Ze missen aansluiting in het onderwijs en opleidingskansen.

-

Te veel mensen kunnen niet ten volle deelnemen aan de samenleving omdat of blijven noodgedwongen aan de zijlijn staan omdat hun taal niet rijk genoeg is.

Besluit: de kloof tussen schoolse vaardigheden van autochtone en allochtone leerlingen is kleiner geworden, maar blijft, ondanks alle inspanningen, ontstellend groot! Eén van de oorzaken is de thuistaal. Wie thuis de onderwijstaal spreekt, haalt vaak betere resultaten dan wie deze niet spreekt Het Steunpunt onderwijs ontwikkelde een eerste visietekst die stelt dat taalontwikkeling een natuurlijk proces is. Taallessen volstaan niet om een taal onder de knie te krijgen, je moet ook de kans krijgen samen dingen te doen en daarbij een rijke taal te gebruiken in vele, gevarieerde contexten. Dat kan in de levensdomeinen opvoedingsmilieu, buurt/vrije tijd, onderwijs/opleiding en werk. Om taal te kunnen leren, moet je niet alleen kansen krijgen, maar ook gemotiveerd zijn om de taal te leren. Mensen zijn gemotiveerd om een taal te leren als ze elkaar willen begrijpen, als ze hun leven willen delen, samen dingen willen doen, elkaar iets te vertellen hebben. Om dit alles mogelijk te maken zijn er acties nodig op verschillende niveau‟s: -

Microniveau: van mens tot mens (bvb een gesprek aanknopen met je buurman)

-

Mesoniveau: begeleiding en omkadering (bvb een project als vriend en taal coördineren)

-

Macroniveau: context en samenleving (bvb regelgeving)

In lijn met deze visie werd gestart met verschillende overlegplatforms. Het aantal en de samenstelling zal nog verder evolueren en groeien. -

Een beleidsgroep met vertegenwoordigers uit de verschillende beleidsniveau‟s en sectoren (Vlaams, provinciaal en lokaal – Onderwijs, Welzijn, Armoede) + K&G als belangrijke partner : bepaalt de koers, neemt de beslissingen

Een wereld zonder taal: we kunnen het ons moeilijk voorstellen. Vandaar ook het belang van taalontwikkeling: ieder kind moet de mogelijkheid krijgen om een taal te spreken en via taal kansen te creëren en uitsluiting tegen te gaan. De thuistaal staat daarbij centraal en verdient een volwaardige plaats, omdat ze kinderen taalgevoelig maakt. Ze ontwikkelen er immers noodzakelijke taalvaardigheden door. En het aanleren van een tweede of derde taal verloopt ook vlotter. Niet onbelangrijk als de thuistaal niet het Nederlands is. Want Nederlands spreken in Vlaanderen is essentieel, zeker voor kinderen, die de wereld van morgen nog vóór zich hebben. Taal, opvoeding, onderwijs: een drievuldige eenheid als fundament voor een hoopvolle toekomst. Minister van welzijn, Jo Vandeurzen


Taal is van iedereen!

-

De werkgroep van de beleidsgroep: doet voorstellen aan de beleidsgroep en doet voorbereidend + uitvoerend werk

-

De werkgroep onderwijs: vertegenwoordigers vanuit verschillende netten reflecteren samen over hoe we taalvaardigheid kunnen verhogen

-

De werkgroep taal en vrije tijd: medewerkers van diensten SOW en gemeentelijke onderwijsdiensten wisselen ervaringen uit en leren van elkaar

-

De interne werkgroep provinciale diensten: medewerkers vanuit verschillende provinciale diensten zoeken naar afstemming

Begin dit jaar opperde de gouverneur dat het tijd was voor actie. Hij stelde voor een Staten-Generaal te organiseren en iedereen op te roepen samen werk van te maken van meer taalvaardigheid in Limburg. De Staten-Generaal “Taal is van iedereen” kwam er nadat duidelijk was dat er in onze provincie heel wat problemen zijn op vlak van taalvaardigheid en talenkennis. De bedoeling van de Staten-Generaal was allereerst om een boodschap uit te dragen van gezamenlijk engagement. Naast de brede maatschappelijke analyse en een goede omschrijving van het probleem stond tijdens de Staten-Generaal de uitwisseling van enkele “best practices” geagendeerd die alle deelnemers moest motiveren om tot actie over te gaan. Deze Staten-Generaal mag dan een succes genoemd worden, maar het mag geen einddoel zijn. Daarvoor is het thema voor Limburg te cruciaal. Taalachterstand (kennis van het Nederlands) bij tal van groepen in onze samenleving is één van de belangrijkste oorzaken van de moeilijke doorstroming in het onderwijs. Er moet daarom een breed draagvlak worden gecreëerd dat een collectief maatschappelijk project rond taal en taalvaardigheid wil dragen. Een totaalaanpak die mensen en middelen wil mobiliseren vanuit alle maatschappelijke domeinen, van onderwijs over jeugdwerk tot de verschillende leefgemeenschappen zelf. Tegelijk moet een beleidsproces worden gestart dat daadwerkelijk sturing geeft aan alle initiatieven. Novembertoespraak 2011, Gouverneur Herman Reynders

De werkgroep heeft de opdracht op zich genomen deze dag te organiseren. Vanuit onze visie op ontwikkeling van taalvaardigheid, is het een dag voor iedereen geworden. Een dag waarop we alle Limburgers, alle Limburgse organisaties en gemeentes vanuit de 4 levensdomeinen uitnodigen om na te denken hoe we samen voor zoveel mogelijk kansen kunnen zorgen om taal te leren. We doen dat aan de hand van denktafels en doewinkels over de 4 levensdomeinen en een world-café waar iedereen vanuit eigen ervaring van gedachten wisselt.

VOORTRAJECTEN

Een bijzondere rol is weggelegd voor zij die zelf dagelijks op taalgrenzen botsen. Want nadenken over hoe we de taalvaardigheid in Limburg kunnen verhogen, heeft natuurlijk geen zin zonder hen. Om deze mensen intens te kunnen beluisteren én betrekken hebben we hen op voorhand al eens uitgenodigd. Op 13, 14 en 15 september waren er gesprekken met vertegenwoordigers van alle mogelijke gemeenschappen in Limburg: het multiculturele verenigingsleven, de woonwagenbewoners, het internationaal comité, groep intro, de Lop‟s, de vakbonden, de hogescholen.

4


Taal is van iedereen!

5

WE STAAN ER NIET ALLEEN VOOR!

Taal staat niet alleen in Limburg in de belangstelling. Iedereen is meer en meer overtuigd van het belang van een goede taalvaardigheid én het belang van meertaligheid. Kind & Gezin is vanaf het begin betrokken bij onze beleidsgroep. Zij waren toen ook bezig met het ontwikkelen van een nieuwe visietekst. Eind 2010 werd hun tekst ‘Taalstimulering en Meertaligheid‟ voorgesteld. We waren verheugd vast te stellen dat onze visies erg gelijklopend zijn. Hun uitgangspunt formuleren ze zelf als volgt: „Taalstimulering werkt het best als het al doende, natuurlijk, leuk en ongedwongen gebeurt, inspeelt op wat de kinderen zelf aanbrengen en voldoende concreet is, de thuistaal respecteert en rekening houdt met de diversiteit van de kinderen.‟ Ook zij benadrukken dat de thuistaal geen obstructie vormt, meer de basis is waarop gebouwd wordt. Minister Smet spreekt in zijn talennota ‘Samen taalgrenzen verleggen’ over het belang van een goede/rijke kennis van het Standaardnederlands én over het belang van meertaligheid. Net als ons 

heeft hij ook oog voor het informeel taalleren in gezin en vrije tijd

stelt dat taal niet alleen een voorwaarde is voor participatie, maar ook het resultaat ervan

stelt hij dat anderstalige ouders beter een rijke thuistaal gebruiken dan een arm Nederlands

vraagt hij een positief engagement tav de onderwijstaal, naast positieve aandacht voor thuistaal (incl dialect)

Daarnaast stelt de minister voor om extra taallessen buiten de gewone lesuren te organiseren voor kinderen (en hun ouders) die onvoldoende taalvaardig zijn om de lessen te begrijpen. In zijn talennota stelt de minister dat hij vanaf september 2012 een aantal concentratiescholen gedurende 5 schooljaren extra subsidies wil geven om hen in staat te stellen methodieken uit te werken die ervoor zorgen dat kinderen hun leerachterstand kunnen inhalen. Die methodieken zouden dan in een latere fase ook in andere concentratiescholen ingezet kunnen worden. Hij heeft het daarbij over 9 scholen verdeeld over Brussel, Antwerpen en Gent. Vanuit Limburg willen we ervoor pleiten ook 3 Limburgse scholen in het project op te nemen.

Talenkennis is dus essentieel. Met die vaststelling wordt gepleit voor een krachtige strategie die voldoende middelen mobiliseert om aan de basis, in de thuisomgeving en het kleuter- en lager onderwijs de talenkennis dringend te verbeteren. Taal is de toeleiding tot opleiding, kennis, werk, integratie en ontwikkeling. Door taal te versterken vergroten wij bovendien de kansen op de juiste, meest passende, studiekeuze en op een succesvolle schoolloopbaan. Kinderen, vooral uit de zogenaamde kansengroepen moeten gestimuleerd worden om goed Nederlands te kennen en vooral te studeren. Het is belangrijk voor henzelf willen ze hier later een goed leven kunnen uitbouwen. Maar het is evenzeer belangrijk voor de Limburgse samenleving, want anders blijft er een potentiële groep van mensen (met hun competenties en talenten) onbenut. Novembertoespraak 2011, Gouverneur Herman Reynders


Taal is van iedereen!

“TAAL IS VAN IEDEREEN” VOORTRAJECTEN: 13, 14 EN 15 OKTOBER 2011 VOORTRAJECT 13 SEPTEMBER - NAMIDDAG

1 Hoe leeft het thema taal? Iedereen heeft een eigen verhaal. -

Als je hier pas bent, heb je een job nodig om iets te kunnen huren. Als je de taal niet spreekt, is het moeilijk om je weg te vinden. Het is dubbel: taal heb je nodig om aan werk te geraken, werk heb je nodig om aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Taal biedt kansen, maar om kansen te kunnen krijgen, heb je ook een job, geld nodig.

-

Iemand uit een Pools gezin dat pas hier is, wil Nederlandse les volgen. De lessen zijn gedaan om 21u, maar dan zijn er geen bussen meer om thuis te geraken. Veel praktische problemen doen zich voor.

-

Een jongere merkt op dat kinderen op school niet graag talen leren, ook Frans en Engels boeit hen niet. Hij wijt dat aan internet. Daar is sinds kort veel meer in het Nederlands beschikbaar, dus doen 12-13-jarigen niet veel moeite meer om andere talen te leren. Anderzijds merkt Luciano op dat onze jongeren juist wel taalvaardiger zijn in het Engels en het Frans dan andere jongeren, dat blijkt uit internationale jongerenbijeenkomsten waar zij soms als tolk optreden omdat ze meer talen beheersen.

-

Een Sikh huisvrouw die hier is sinds 1992, vertelt. Je moet de taal leren van het land waar je heen gaat. Dit om te kunnen communiceren met de mensen van de streek waar je woont. Dit leidt tot een beter leven, tot deelnemen aan de maatschappij, anders zit je thuis vast! Zij is iemand die zelf graag met mensen praat en is zelf op zoek gegaan, heeft zelf haar weg gevonden. Het doet ook veel als je Belgische vrienden hebt die je kunnen helpen.

-

Een belangrijk en niet te vergeten element: de persoonlijkheid van eenieder die de taal wil/moet leren. Sommige mensen zijn heel open en communicatief, ondernemend, andere mensen zijn dat minder. Er is voor allemaal de noodzaak om taal te leren, maar de weg daar naartoe zal verschillend zijn.

-

Welke taal spreek je met je kinderen en welke invloed heeft dat? Luciano heeft met oudste zoon altijd enkel Italiaans gesproken tot 3jr. Daarna met tweede zoon Nederlands en Italiaans, want oudste zoon sprak Nederlands met broer. Oudste broer sprak beter Italiaans, tweede zoon heeft Italiaans ingehaald via lessen Latijn. Özlem sprak ook Turks tot 3 jaar. Was zelf geïnteresseerd in het leren van andere talen. Het is belangrijk om kinderen van jongsaf aan te prikkelen voor het leren van andere talen. Op die leeftijd staan ze er ook het meest voor open. In het onderwijs moet dat vroeger aan bod komen.

6


Taal is van iedereen!

2 Enkele thema’s die naar boven komen: werk, onderwijs -

Een probleem dat heel vaak voorkomt: mensen die hier aankomen volgen snel een cursus om een beetje Nederlands te leren, maar moeten in de eerste plaats aan een inkomen denken. Eens ze de basis hebben, maar eigenlijk nog niet voldoende Nederlands kennen, gaan ze werken en dan vinden ze vaak niet meer de tijd en energie om nog extra lessen te volgen. Overleven staat op de eerste plaats. De AIF steekt heel veel energie in deze bewustmaking, zowel bij de nieuwkomers die ze stimuleren om verder lessen te blijven volgen, als bij de werkgevers om meer te doen aan „Nederlands op de werkvloer‟.

-

Taal is heel belangrijk in elk land, maar we staan niet altijd even goed stil bij het belang ervan. Op school wordt er soms te weinig belang gehecht aan de groepssamenstelling: kleinere groepen zijn belangrijk om een taal goed te leren beheersen. De klassen zijn vaak te groot.

-

In scholen zijn er vaak grote niveauverschillen tussen taalvaaridgheidsniveau van kinderen. Er zijn kinderen die zich vervelen, en kinderen die niet voldoende aanbod krijgen.

-

Het taalaanbod is ook volwassenen die Nederlands willen leren niet altijd aangepast. Er zijn vaak heel grote niveauverschillen en vandaar verschillende behoeften aan taalleren. In het onderwijs moeten leerkrachten zich daar bewust van worden. Het taalaanbod is heel belangrijk. Er zijn ook mensen die op verschillende manieren taal willen leren. Anderstaligen lopen vaak van het ene naar het andere centrum omdat ze als taalleerder niet voldoende aan hun trekken komen. „Leer ik voldoende het functioneel Nederlands dat ik nodig heb?‟ is vaak de frustratie.

-

Het taalonderwijs moet op verschillende manieren aangepakt worden: meer functioneel en rekening houdend met verschillende „soorten‟ talen in verschillende situaties. Welke taal spreek je in welke situatie? Aanvaarden dat er in verschillende situaties verschillende talen gesproken worden.

-

In het onderwijs zelf zijn een aantal zaken belangrijk: o De groepen moeten kleiner zijn als je meer wil inzetten op een goede taalvaardigheid o In de lagere school al meer kansen bieden om andere talen te leren, om met andere talen in contact te komen. o Er moeten eisen gesteld worden door leerkrachten. Niet tevreden zijn met boodschappen die je eigenlijk maar half begrijpt, maar als goede verstaander toch wil begrijpen. Je moet de moeilijke luisteraar spelen en aangeven dat je het niet begrijpt, tot de boodschap goed is weergegeven. De lat hoog blijven leggen is de boodschap! Sommige mensen klagen dat ze te weinig voorbereid waren op hogere studies omdat de lat te laag gelegd werd omwille van hun anderstaligheid. o Soms zijn er heel verschillende niveaus van taalleerders in 1 groep: hooggeschoolden en analfabeten. Werken aan een aangepaster en doelgerichter taalaanbod is belangrijk. Zoeken naar „juiste‟ taallessen

7


Taal is van iedereen!

die passen bij personen. Rekening houden dus met verschillende doelgroepen. Dat komt ten goede aan motivatie van taalleerders. 3 Kan je als persoon zelf ook iets doen? -

Mensen in je omgeving bewust maken van het belang van het goed Nederlands leren en mensen daarin proberen te helpen in dagdagelijks leven. Bijvoorbeeld geen Turks maar Nederlands spreken met mensen van wie je weet dat ze Nederlands leren en het moeten oefenen.

-

Schotelantennes verbieden. Veel mensen kijken alleen naar tv in hun eigen taal. Dat is op zich niet slecht, maar voor kinderen is een aanbod in het Nederlands ook noodzakelijk, als je wil dat ze van jongsaf aan een goed en voldoende groot aanbod krijgen.

-

Daniela spreekt uit eigen ervaring hoe moeilijk het was om in het eerste leerjaar terecht te komen zonder een woord Nederlands te spreken. Mensen aanmoedigen dus om kinderen vroeg met Nederlands in contact te brengen en het belang daarvan te onderstrepen voor sociale interactie van kinderen met omgeving, met vriendjes, met de buurt, met vrije tijd‌

-

Les geven in eigen taal aan analfabeten vooraleer ze Nederlands gaan leren.

-

Als je zelf het traject meegemaakt hebt van als anderstalige Nederlands te moeten leren, kan je gemakkelijker andere mensen helpen die hetzelfde meemaken. Mensen die uit dezelfde taalgroep komen, kunnen de mensen die Nederlands moeten leren, ook gemakkelijker helpen met problemen die ze tegenkomen.

4 Wat wil je als boodschap meegeven? -

Kleinere klassen op school

-

Mensen laten begeleiden door mensen van dezelfde taal die het traject van het Nederlands leren al doorlopen hebben.

-

Kinderen moeten al in het lager onderwijs meer kansen krijgen om met andere talen kennis te maken. Kinderen heel jong al prikkelen, motiveren voor andere talen.

-

Taal zo gedifferentieerd mogelijk brengen, afhankelijk van wie voor je zit.

-

Lessen aanpassen aan doelgroepen in het volwassenenonderwijs. Rekening houden met achtergrond van de mensen die voor je zitten.

-

Meertaligheid op een andere manier bekijken in onderwijs. Waarderen dat kinderen verschillende talen spreken (ook als is het geen Frans of Engels) en rekening houden met: in welke situatie spreek je welke taal? Geen waardeoordeel over verschillende talen uitspreken.

-

Spelenderwijs de ervaring van verschillende talen aanbrengen op jonge leeftijd.

8


Taal is van iedereen!

5 Wie wil mee verder in het natraject betrokken blijven en hoe? -

belangrijk om in kaart te brengen wat er allemaal is. Wat zijn de noden? Hebben we antwoorden op de verschillende noden? Wat gaat goed? Wat ontbreekt? Een goede samenhang tussen al de verschillende antwoorden is nodig.

-

Een visie rond een goed taalbeleid is nodig. Verzamel de ideeën en initiatieven, kom tot een duidelijke visie en ga dan kijken waar je de aanwezige expertise op een goede manier kan uitzetten.

-

Geen blablabla. Eerst zaadjes zaaien, dan zien of ze uitkomen en onkruid wieden. Werken van onderuit is belangrijk.

-

Xios wil zich ook blijven engageren. Gaat ook studenden aanspreken om zich mee te engageren.

-

De Poolse vereniging en die van de Sikhs zijn ook bereid om zich verder te engageren.

Een opmerking die belangrijk is: een donderdag is voor veel werkende mensen een moeilijke dag. Volgende keer op een zaterdag??? Moderator: Kristel Biesmans Locatie: Rondpunt 26 in Genk Verslag: Mieke Vandenbroucke

VOORTRAJECT 13 SEPTEMBER – AVOND

Enkele ervaringen m.b.t taalverwerving en taal in het dagelijkse leven 

Mensen denken in hun moedertaal, ze moeten hun gedachten omzetten naar het Nederlands, dat gaat niet steeds even vlot.

Voor de uitdrukking van emoties, nuances in taal grijpen mensen terug naar hun moedertaal, ook al spreken ze perfect Nederlands.

Een taal leren hangt vaak samen met bepaalde kenmerken van het individu. Men heeft er veel wilskracht voor nodig, lef om te durven spreken, om fouten te durven maken. Niet iedereen vindt daar de kracht voor.

Wederzijds begrip is zeer belangrijk in communicatie met elkaar.

Het spreken van het Nederlands, het oefenen is noodzakelijk om een taal goed te kunnen leren. Daarvoor zijn sociale contacten nodig, via werk, vrije tijd, onderwijs,… zoveel mogelijk.

Ook voor kinderen met een andere moedertaal is het belangrijk om het Nederlands te ervaren in verschillende contexten: op school, in de sportclub, met vriendjes, door het lezen van boeken,… Er worden namelijk zeer veel verschillende soorten Nederlands gesproken.

9


Taal is van iedereen!

Je spreekt thuis met je kind best de taal die je het beste kent. Een taalrijke opvoeding is belangrijker dan een opvoeding in het Nederlands.

Anderstaligen hebben zeer veel moeite met het verstaan van Nederlandse dialecten.

Acceptatie is een voorwaarde om een taal te leren. Wanneer mensen zich niet goed voelen in hun situatie, verloopt de taalverwerving veel moeizamer.

Concentratiewijken en –scholen dragen bij tot taalachterstanden.

Taalachterstand van kinderen is een gedeelde verantwoordelijkheid en heeft vele aspecten: het beleid (concentratiewijken), de ouders zelf (meer positief staan t.o.v Nederlands, kinderen stimuleren om ook Nederlands te spreken), de autochtonen (die hun kinderen weghalen uit scholen met veel allochtonen zodat het concentratiescholen worden).

We zitten met een aantal hardnekkige systemen binnen het onderwijs, binnen tewerkstelling,… die invloed hebben op de taalverwerving van nieuwkomers. Het is een complexe problematiek.

Nieuwkomers worden te snel afgeschreven op hun kennis van de taal bij het zoeken naar werk. Er is te weinig aandacht voor de competenties van mensen. Er moet meer flexibiliteit zijn in het matchen van mensen met bepaalde capaciteiten en vaardigheden aan een passende job.

Een taal leren vergt veel geduld!

Dat jongeren van allochtone afkomst die hier geboren zijn en die hier 15 jaar school gelopen hebben bij hun aankomst in het hoger onderwijs struikelen omdat ze taalarm zijn is onaanvaardbaar. Dan zit er ergens iets duidelijk scheef.

10

Enkele dingen die de groep wil meegeven aan de organisatoren van de Staten Generaal: 

Niet iedereen heeft dezelfde kracht om snel een taal te leren. Er zijn verschillende voorwaarden nodig. Belangrijk daarin zijn acceptatie van de nieuwe samenleving en “zich goed voelen” . Met begrip voor het individu en zijn/haar situatie komt men al een eind ver.

Nederlands leren via een lesgever die dezelfde moedertaal spreekt, lijkt de groep een goed voorstel. De lesgever voelt beter aan wat mogelijke struikelblokken zijn en kan daar op een efficiënte manier aandacht aan besteden.

Ook het voorstel van minister Smet om aan ouders samen met hun kinderen op school taal aan te bieden, lijkt de groep een nuttig voorstel.

Aandacht voor de gelijkwaardigheid van talen is belangrijk. Nederlands is niet belangrijker dan de moedertaal, ze kunnen perfect naast elkaar staan.

Moderator: Kristel Biesmans Locatie: Rondpunt 26 in Genk Verslag: Katrien Vandenrijt


Taal is van iedereen!

VOORTRAJECT 14 SEPTEMBER - NAMIDDAG Ervaringsuitwisseling m.b.t taalverwerving en taal in het dagelijkse leven

Niet enkel de taal is belangrijk, maar ook de omgeving. Mensen moeten met je „willen‟ spreken! Ik heb geluk gehad toen ik hier 26 jaar geleden kwam. Ik kwam in een goed bedrijf terecht met vriendelijke mensen die een open blik hadden. Ik klap dicht als mensen nors tegen me zijn, zelfs al spreken ze mijn eigen taal. We moeten zoeken naar wat we gemeenschappelijk hebben en hard meewerken aan een open maatschappij. Motivatie krijg je door vriendelijkheid. Integreren gebeurt van twee kanten, breed leren kijken, met een open blik.

Er is angst om met een Nederlandstalige buurman of –vrouw te spreken. Uit angst zoek je mensen op die je eigen taal spreken. Angst is een drempel om een andere taal te leren spreken, we moeten daar begrip voor hebben.

Ik bekijk het vanuit het perspectief „werk‟. Zonder de kennis van het Nederlands heb je minder kans op werk. Als er veel Turkse mensen samen zijn op de werkplek, verleren ze het Nederlands omdat ze Turks spreken met elkaar. Soms is er ook een bewuste strategie van de werkgever om mensen aan te werven die de taal niet kennen, zo kunnen ze niet met elkaar praten.

Het onderricht op school volstaat niet. De klassen zijn te groot, daarom een oproep om kleinere klassen te maken.

De laatste tijd zijn er twee nieuwe problemen. Er zijn veel nieuwkomers die nog geen Nederlands kennen en er zijn veel jongeren die met taalachterstand en vaak zonder diploma de school verlaten.

Er zijn mensen die hier zijn opgegroeid, Nederlands hebben geleerd op school en toch en het toch niet met hun kinderen spreken. De moeder kon wel Nederlands en haar kind niet meer…  Meertaligheid geeft een voorsprong. Je goed kunnen uitdrukken in je eigen taal is belangrijk om een tweede taal te kunnen leren. Je moedertaal is een gevoelstaal, daarin kun je jouw gevoelens beter uitdrukken.

Taal is nodig, taal is mijn gereedschap, maar het moet doenbaar zijn. Ik moet het nut van die taal in de praktijk kunnen ervaren. We moeten een omgeving maken waar mensen zich vrij en veilig voelen om de taal te leren.

De omgeving moet open staan voor anderstaligen én van de andere kant moeten anderstalige mensen bereid zijn om Nederlands te leren.

11


Taal is van iedereen!

Ik leerde het Nederlands op latere leeftijd, dat is niet gemakkelijk! Als je de taal niet beheerst word je snel als „dom‟ bestempeld. Daarbij kwam ik naar België als vluchteling. Ik had heel veel problemen en die moesten eerst worden opgelost. Ik heb ervaren dat sommige mensen wel Nederlands praten, maar niet vriendelijk zijn. Taal is niet enkel praten, het is ook luisteren, expressie! Taal kan niet zonder respect en liefde. Dat inzicht zijn we hier in onze Westerse maatschappij verloren.

Niet iedereen kan vlug een taal leren. Er is geduld nodig en we dienen op lange termijn te denken, over verschillende generaties heen.

Ik spreek vanuit het perspectief „onderwijs‟, geef les aan een middelbare school aan leerlingen van de eerste graad en ik merk dat de taalachterstand steeds groter wordt. De leerlingen van de

B - stroom zijn heel zwak, ik maak me zorgen waar ze later terecht zullen komen. De houding van de ouders is belangrijk. Ze dienen hun kinderen te stimuleren om Nederlands te leren en om te integreren in de maatschappij  De GOK -uren volstaan niet om Nederlands te leren. Kleinere klassen zijn nodig. Een negatieve beeldvorming helpt niet om je te integreren. Als je niet goed Nederlands kunt spreken word je algauw als dom bestempeld. Taalachterstand leidt echter ook naar een algemene achterstand.  Maar ouders willen het beste voor hun kind. Ze zijn ook niet gelukkig als hun kinderen niet mee kunnen op school.

Hoe doen ze het in Nederland? Waarom leert men daar vlugger Nederlands dan bij ons in België? Waarom leert men in Duitsland vlugger Duits?

Je moet de taal leren met de wortel. Taal = communicatie =respect =ontmoeting = liefde.De taal leer je niet alleen om te werken en om geld te verdienen. En als je geld verdient… en dan? Ben je dan gelukkig?

Vader en moeder bedoelen het goed, maar als de kinderen de deur uitgaan vergeten ze hun opvoeding, er is geen sociale controle. De vrije tijd, het verenigingsleven zijn daarom heel belangrijk voor onze kinderen. Juist daarom dienen de gemeenten hierin te investeren. Dat gebeurt nu te weinig: onze voetbalvereniging krijgt bijv. geen subsidies van de gemeente. Er worden bloempotten geplaatst in de straat, maar niet aan de moskee. Dat is niet eerlijk.

Als je een huis koopt, koop je een buur.

Besluit

Stel, jij bent de gouverneur van Limburg… Wat zou je zeker meenemen uit wat je hier hebt gehoord? Wat zou je willen meegeven aan de organisatoren van de Staten - Generaal? 

Taal = luisteren = respect = communicatie. Begrip hebben voor elkaar situatie, je vrij en veilig voelen is een belangrijke voorwaarde om een nieuwe taal te leren.

Taal = ook om te werken = nodig om te integreren op de werkplek.

12


Taal is van iedereen!

Ouders ondersteunen bij de begeleiding van hun kinderen. Integratie van ouders bevorderen en hen op hun gemak stellen. Als zij zich goed voelen, kunnen ze hun kinderen beter helpen.

Ouderorganisaties die bezig zijn rond taal meer op elkaar afstemmen en focussen op het gemeenschappelijke doel.

Integratie vraagt inspanningen van beide kanten en een open houding van allochtonen en autochtonen. Ontvang de nieuwkomers met warmte en begrip. Laat hen eerst „thuiskomen‟, dram niet met Nederlands. Omring hen met mensen die HUN taal spreken en al wat ingeburgerd zijn  concept inburgering herbekijken, rijker invullen.

Meer middelen voor het lager onderwijs zodat men kleinere klassen kan maken en intensief IN de klas Nederlands kan leren. Taal is van iedereen! Samen zorg dragen voor taal. Alle talen zijn evenwaardig en meertaligheid is een pluspunt voor iedereen. Geduld opbrengen voor het proces van taalleren.

Moderator: Heidi Frederix Locatie: Rondpunt 26 in Genk Verslag: Hilde Vandormael

VOORTRAJECT 14 SEPTEMBER - AVOND

* Staten Generaal -

het initiatief wordt als zeer zinvol en waardevol bevonden

-

duidelijke vraagtekens bij timing; houdt men rekening met deze doelgroep; past dit niet eerder in agenda van professionelen

-

de voortrajecten zijn een goed idée; er werd ingespeeld op de mogelijkheden ; iedereen lijkt te kunnen /willen komen; graag ook die 'gevoeligheid' als men verder nieuwe groepen Limburgers wil betrekken

-

graag fluistertolking voorzien als men bepaalde groepen die zouden willen komen over de drempel wil halen

-

beetje toch ervaring van dat dit ' meer van hetzelfde ' is; al veel geweest van dit soort gespreksavonden; wat verandert het ten gronde ?

-

hoe zien jullie de opvolging van dit soort gesprekken ?

-

vraag naar wat er gaat gebeuren met de gesignaleerde knelpunten

-

angst voor politieke profilering van provincie en lokale besturen (': wij hebben ons ding gedaan '; onze verantwoordelijkheid opgenomen) en dat het daarbij blijft

-

men is het eens dat de e SG gaat over sensibilisatie over het belang van een degelijke kennis van de taal maar vindt dat een even elementaire boodschap

13


Taal is van iedereen!

deze is van het belang van kansen tot taalleren(rol daarin), belang van toenadering tussen nieuwkomers en Nederlandssprekenden; belang van een open, communicatieve houding van Limburgers -

men vraagt duidelijke oplossingen voor structurele knelpunten zoals kansen op tewerkstelling; de mogelijkheid om via inschakeling in de arbeidsmarkt de taal te leren

* Taalaanbod -

wordt als voldoende uitgebouwd beschouwd

-

is een noodzakelijke basis voor taalleren maar zeker niet voldoende (cfr Vlamingen en hun Frans)

-

plicht helpt (zeker ifv kansarme groepen)

* Mee-doen in de samenleving/Participatie. -

voor bepaalde groepen ex-nieuwkomers waren er in het verleden zeker (meer) belemmeringen bv. voor moeders met kinderen

-

men wijst op de rol van de contexten en op het gegeven dat de bredere samenleving vroeger nog niet zo investeerde in taalonderwijs voor volwassen nieuwkomers

-

de rol van culturele factoren oa naar allochtone vrouwen valt niet weg te cijferen ( ' opdat haar ogen niet zouden opengaan ' )

-

er was een andere andere beleidscontext

-

men wijst op de stijgende segregatie ( wie nodigt op verjaardagsfeestjes ? het stichten van eigen veilige clubs...)

-

wat ben je met of hoe verder werken aan je (algemeen) Nederlands als er nog zoveel informeel/dialect taalgebruik is?

-

ben je pas echt erbij (wil men dat wel ?) als men ook dialect kan spreken

-

voor de derde generatie is het in een bepaalde opzicht makkelijker (gelet op de inzichten en rol van ouders) maar in bepaalde opzichten ook weer niet (de tijdsgeest en de verharde relaties)

-

er wordt zo vaak gewezen op de rol van taal ; op ons 'tekort' en we worden er/voelen er ons op 'gepakt'

wie

uit

* Wederzijdse integratie -

in dit verband niet zonder betekenis : racisme en vooroordelen zitten aan beide zijden ; zeker ook bij de nieuwkomers

-

men wijst op bepaalde vernederende ervaringen bv. bij interim kantoren , bij beroepen die een huisbezoek veronderstellen (en hoe je dan ontvangen wordt)

-

er is veel/een stijgende bekrompenheid bij vele Limburgers

14


Taal is van iedereen!

-

wij kunnen ons voorkomen; onze huidskleur ondanks alle inspanningen - alle tijdsverloop niet veranderen en die speelt zeker nog een rol

-

vaak gehoord : wanneer zal het goed genoeg zijn ? wie mag dat bepalen ? tot waar moeten wij gaan

-

vaak de ervaring van koude , afwachtende en soms terugdeinzende 'Belgen'

-

Zijn Belgen zich wel bewust van hun rol als hulpbron ? als taalleerder ? ze willen wel dat we de taal leren maar hoe zouden we dat anders kunnen dan in interactie?

-

ook tijdens dit gesprek een uitwisseling rond (inclusief/exclusief) taalgebruik (allochtoon/autochtoon- Belgen en Limburgers)

-

er mogen structurele factoren zijn maar men wijst op de inzet van de nieuwkomer: als men wil ; als men zijn stuur zelf in handen neemt, is er veel mogelijk

* Middenveld -

kan een duidelijke rol doelstellingen van de SG

spelen

wb

de

Moderator: Johan Boucneau Locatie: Rondpunt 26 in Genk

-

waar is het Belgische middenveld ? worden zij geappelleerd ? welke rol zullen zij spelen ?

Verslag: Johan Boucneau

VOORTRAJECT 15 SEPTEMBER - NAMIDDAG

1 Hoe leeft het thema taal? Iedereen heeft een eigen verhaal. -

Leen spreekt uit ervaring van woonwagenbewoners. Een aantal zaken zijn belangrijk. Zij ervoer vroeger zelf dat haar kind op school niet werd begrepen omdat ze een andere taal (eigen dialect) sprak. Toen is ze met haar kinderen „op de letterâ€&#x; gaan spreken, of algemeen Nederlands omdat ze dat heel belangrijk vond dat de communicatie met school en met de vriendjes goed zou verlopen. Ze heeft ook andere mensen in haar omgeving aangespoord om dat te doen.

-

Maria sprak niet goed Frans (is naar Franstalig gedeelte gaan wonen en werken) maar had het geluk van op de werkvloer goed Frans te kunnen leren.

-

Ervaring vanuit lerarenopleiding. Vaststelling dat leerlingen die beginnen aan de lerarenopleiding niet over voldoende Nederlandse taalvaardigheid beschikken om de opleiding goed te kunnen volgen. Een tendens die sterker geworden is de afgelopen jaren. Na 15 jaar onderwijs hebben jongeren extra hulp nodig op vlak van taalvaardigheid! Dit is niet allen een probleem van sommige allochtone leerlingen, maar ook van Vlaamse leerlingen. Daar wordt over nagedacht en er worden stappen gezet om dit probleem op te vangen.

-

Houssein is na lang in de wijk te zijn gebleven toch met vrouw en kinderen weggetrokken uit de wijk om kinderen meer kansen te kunnen geven. Ze spreken

15


Taal is van iedereen!

heel goed Nederlands, maar dat is dankzij een grote investering vanwege de ouders. Aangezien alles verweven is met elkaar: buurt, school, vrije tijd, wijk, gaan de kinderen nog voetballen in de wijk, maar ze begrijpen de taal die er gesproken wordt, niet meer zo goed. -

Ayten heeft haar kinderen niet van de concentratieschool weggehaald, maar investeert zelf heel veel in vrijetijdsactiviteiten voor de kinderen. Een aantal Nederlandstalige activiteiten zoals voetbal tekenacademie en tennis, maar ook Turkstalige activiteiten zoals Koran-school. Thuis wordt er consequent in twee talen gesproken met de kinderen. Ervaring is: het Nederlands van thuis is anders dan het Nederlands dat op school gesproken wordt. Beide moeten geoefend worden.

2 Enkele thema’s die naar boven komen: wijkproblemen in Genk, onderwijs, is taal van iedereen?, vrije tijd -

Problemen in de wijken in Genk zorgen ervoor dat de taalvaardigheid van de kinderen en jongeren achteruitgaat ipv vooruit. Houssein zelf is opgegroeid tussen verschillende culturen. Hij sprak Nederlands omdat dat de voertaal was om elkaar te kunnen begrijpen. Nu zijn er minder verschillende groepen, wel veel Turken en Marokkanen. Dat is een evolutie van de laatste jaren. Het taalgebruik van de jongeren is veranderd: meer scheldwoorden, meer geluiden, vroeger was de woordenschat nog veel rijker. Nu is het moeilijker geworden om de jongeren te begrijpen. Leerkrachten hebben het daar heel moeilijk mee.

-

Belangrijk dat ouders bewust gemaakt worden van het feit dat hun kinderen niet goed Nederlands spreken. Belangrijk om oefenplaatsen te creĂŤren om goed Nederlands te spreken. Hoe doen we dat?

-

Leerkrachten moeten zich ook bewust worden van de eigen rol die ze spelen binnen de problematiek. Ze moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Hoe kan onderwijs samenwerken anderen?

-

Een belangrijk punt wordt aangehaald. Is taal wel van iedereen? Als wij de jongerentaal niet begrijpen, is taal niet van iedereen. Taal is meer dan alleen maar gesproken taal. Taal is communicatie. Communicatie is wat belangrijk is. Ook non-verbale taal komt erbij kijken. Het is belangrijk dat we zoeken naar manieren om elkaar te begrijpen.

-

Wie onthoudt men meestal als leerkracht? Diegene die iets belangrijks te vertellen had en die een manier gevonden had om dat in begrijpelijke taal om te zetten en om jongeren te raken. Het gaat niet alleen om woorden. Vraag: hoe kan je dit stimuleren? Hoe kan je die verbinding bewerkstelligen?

-

Belangrijk is het dat we de lat voor het begrijpen van taal hoog leggen in het onderwijs. We moeten terug naar een bepaalde norm gaan, willen we het niveau van taalvaardigheid in het onderwijs hoger krijgen. In de hogeschool worden er bepaalde competenties verwacht bij het instappen in de opleiding.

16


Taal is van iedereen!

-

Hoe kunnen leerkrachten leerlingen beter begrijpen? Belangrijk is niet zozeer te gaan kijken naar de verschillen, maar naar de gelijkenissen. Gaan kijken naar de wijken en zien dat er meer gelijkenissen zijn dan verschillen. Interesse tonen voor bijvoorbeeld de moskee, voor wat bij mensen, bij jongeren leeft opent deuren om in de leefwereld van jongeren binnen te komen en om communicatie op gang te brengen. Samen met mensen dingen doen brengt mensen dichter bij elkaar, want schept het vertrouwen dat nodig is om tot echte communicatie te komen. Het kader waarbinnen je dat probeert te bereiken moet laagdrempelig zijn.

-

Zo kan je bijvoorbeeld nadenken over hoe een oudercontact zo te organiseren dat je echt met ouders kan communiceren. Wat leeft er bij ouders die zogezegd niet „willen‟ (of is het kunnen) komen naar oudercontacten? Hoe stelt een school zich op bij het organiseren van oudercontacten? Hoe breng je boodschappen naar ouders over? Hoe toon je interesse? Het is heel belangrijk oog te hebben voor het ouderpubliek. Ken je ouders, probeer een band te scheppen, zoek naar mogelijkheden voor communicatie. Voorbeeld: zeg niet: „waar was je? Je was niet op het oudercontact.‟ Maar: „We hebben je gemist.‟

-

Belangrijk meer verbinding te maken tussen verschillende instanties. Samen nadenken over taalbeleid: onderwijs, vrije tijd, arbeid.

-

Bedrijven moeten een beter taalbeleid voeren, want Nederlands op de werkvloer blijft belangrijk. Werkgevers zouden meer moeten investeren in het Nederlands. Sommige bedrijven nemen met opzet minder taalvaardige krachten aan, want dat is voor hen voordeliger. Het willen/kunnen organiseren van een heus taalbeleid hangt dan weer af van subsidies. Niet veel bedrijven zijn daar heel bewust mee bezig. Het is niet hun core-business.

17

Moderator: Heidi Frederix Locatie: Rondpunt 26 in Genk Verslag: Mieke Vandenbroucke


Taal is van iedereen!

VOORTRAJECT 15 SEPTEMBER – AVOND

-

er is een consensus pro verplichte inburgering ; voorheen had men daar wel desnoods persoonlijke twijfels over, maar voor de zwakkeren van de nieuwkomers is dit een maatschappelijk goed

-

men wijst op het belang van de persoonlijke basishouding om een taal te willen leren, om actief te willen participeren in de nieuwe samenleving

-

dialectdiscussie : men merkt op dat velen in Limburg een dialect of een accent praten ; wijst op de moeilijkheid van dat te vatten ; dat te kunnen leren ; van het bewust of onbewust uitsluitingsmechanisme

-

moedertaal vs dialect : men vraagt zich af -vooral onze Turkse vrienden- waar de gelijkheid is ; de één mag zijn moedertaal wel onder elkaar praten (en zo anderen 'wegduwen') en de andere niet (wordt als bedreigend ervaren)

-

ook weer vraagtekens bij tijdstip staten generaal

-

vinden gespreksavond zeer zinvol maar vragen naar opvolging

Moderator: Johan Boucneau Locatie: Rondpunt 26 in Genk Verslag: Johan Boucneau

18


Taal is van iedereen!

“TAAL IS VAN IEDEREEN” STATEN-GENERAAL 20 OKTOBER PROGRAMMA 8.45 u 9.15 u

Ontvangst met koffie

9.15 u 9.30 u

Welkom door Frank Smeets, gedeputeerde van Onderwijs

9.30 u 10.15 u

Inleiding door Koen Jaspaert, hoofddocent Faculteit Letteren, KULeuven

10.15 u 12.00 u

Keuze uit World Café, denktafel of doewinkel

12.00 u 13.15 u

Lunch met broodjes

13.15 u 14.45 u

Keuze uit World Café, denktafel of doewinkel

14.45 u 15.15 u

Salongesprek met Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Herman Reynders, gouverneur en Frank Smeets, gedeputeerde van Onderwijs

15.15 u 16.00 u

Receptie

Gastheer van de dag: Frank Smeets, gedeputeerde van Onderwijs Dagvoorzitter: Marcel Kerff, afdelingshoofd NT2, CBE, Open School Leuven-Hageland

19


Taal is van iedereen!

Denktafel

Thema

Doewinkel

Taal en Werk

door Etienne Jammaers (VDAB)

door Eva Delbeke (Huis van het Nederlands Limburg)

Taal, Onderwijs en Opleiding

door Ivan Van de Cloot (hoofdeconoom onafhankelijke denktank Itinera Institute)

door Farida Barki (redactrice Wablieft)

Taal en Opvoeding

door Griet Ramaut (Centrum voor Taal en onderwijs)

door Hieke Van Til (directeur Stichting Taalvorming NL)

Taal en Vrije tijd

-

Taal is van iedereen

voormiddag door Koen Jaspaert, (hoofddocent Faculteit Letteren van KULeuven) namiddag door Majo De Saedeleer (directeur Stichting Lezen)

door Inge Huybrechts (medewerker Villa Basta)

World CafĂŠ door Julie Arts (procesbegeleider en actie onderzoeker, wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven)

20


Taal is van iedereen!

INLEIDING DOOR KOEN JASPAERT

Koen Jaspaert verwijst voor een samenvatting van zijn inleiding naar de blog van Bart Derwael op http://www.panenka.be

Taal is onkruid, een ijsberg en een Cocker Spaniel en moet groeien als een boom (niet als een huis) Blogwise Geplaatst door Bart vr, oktober 21, 2011 15:30 Zelden zo een metafoorsalvo opgetekend als uit de mond van de bevlogen Koen Jaspaert, hoofddocent aan de Faculteit Letteren van de KU Leuven, tijdens zijn inleiding van de Staten-Generaal „Taal is van iedereen!‟ (20/10 in Hasselt). En dat allemaal om duidelijk te maken waarom taal zo belangrijk is in ons dagelijks bestaan en tegelijk hoe relatief. Want we moeten ons net minder zorgen maken om taal, aldus Jaspaert. [Oef!] En als het enigszins kan, moeten we lief zijn voor onze „tegenstanders‟ die mensen die „onze‟ taal niet spreken dom, lui of zelfingenomen noemen. [Mag ik daar nog even over nadenken?] Taal moet niet worden opgebouwd zoals een huis, vindt Jaspaert. Geen rigide plannen, industriële materialen en gestandaardiseerde maten waarbij elke technische afwijking onherstelbare schade aanricht aan onze toekomstige fermette. En laat dit nu net de methode zijn waarmee er vandaag in (vele van) onze scholen taal (Nederlands, Frans, Engels, …) wordt aangeleerd. Als een getrapt systeem, een juiste combinatie van woorden en spellingsregels zonder meer. Met de drilboor. Als een vorm van wiskunde. Tegenwoordig al van in de kleuterklas. En met bedroevend resultaat. Volgens Jaspaert moet taal kunnen groeien als een boom op het ritme van en in interactie met zijn natuurlijke omgeving. Taal ontstaat vanzelf en overal, als onkruid. Taal is een Cocker Spaniel. Behandel hem/haar met respect en geduld en hij/zij volgt je (uiteindelijk) wel. Omarm dus bijvoorbeeld ook het gesproken cité-Genks (“sjik”, “sjnel”, “die meisje”, …)* , als een volwaardig communicatiemiddel in plaats van het te versmachten met „correct‟ en „superieur‟ Algemeen Nederlands. Gebruik het. Ga ermee aan de slag in de klas. De top van de ijsberg kan maar boven het wateroppervlak uittornen, wanneer er voldoende ijs onder de zeespiegel is gevormd. Het hoge woord is eruit: respect. Respect voor de taal van een ander. Of beter: voor de keuze die een ander maakt om de taal te spreken waar hij/zij zich goed en gelukkig bij voelt. Vanuit het onderwijs en vanuit de publieke opinie wordt er steeds meer druk uitgeoefend op ouders om thuis met hun kinderen de taal van de school (Algemeen Nederlands) te spreken, dus geen Arabisch, Turks, Frans, enz… (en dus ook geen dialect). Uit onderzoek zou immers blijken dat dit een positief effect heeft op de schoolresultaten van de desbetreffende leerlingen. En wie kan daar nu tegen zijn?

Toch geven professionals binnen verschillende domeinen (armoedebestrijding, pedagogie, psychologie, welzijnswerk, zorg, …) een aantal redenen waarom het misschien toch geen slecht idee is om thuis gewoon de moedertaal van de ouders te

21


Taal is van iedereen!

spreken. Of beter, de taal die in het gezin als het „rijkst‟ ervaren wordt. Je kan je immers de vraag stellen of kinderen erbij gebaat zijn een soort Nederlands te spreken dat door de ouders zelf maar in beperkte mate wordt beheerst. Waar ze zich onzeker over voelen. Waarin ze moeilijk hun emoties kunnen leggen. Zet dit de ouderkindrelatie niet onder druk? En wat met de band met de anderstalige grootouders? Als kinderen ook in een thuissituatie niet meer de taal van oorsprong mogen spreken, op welke manier kunnen ze dan nog communiceren met hun grootouders en andere familieleden die de Nederlandse taal niet machtig zijn? Wat doet dit met hun identiteit? Moeten kinderen hun (familie)verleden doorknippen om voor zichzelf een beloftevolle toekomst na te streven? Is dat de prijs voor een succesvol (professioneel) leven? Maar is het dan net geen rijkdom om als kind op jonge leeftijd op een heel natuurlijke manier meerdere talen te absorberen? En haalt in deze geglobaliseerde wereld het kind hier later dan geen voordeel uit, bij het zoeken naar of het uitoefenen van een job? Verschillende talen mogen niet in concurrentie met elkaar staan maar kunnen best naast elkaar in verschillende contexten gedijen. Jaspaert roept dan ook op om geen schooltje te spelen in de vrije tijd van de kinderen maar om net meer vrije tijd in de scholen binnen te brengen. We moeten stoppen met kolonisator spelen. En wat dan met de integratie van deze anderstalige ouders en hun kinderen, hoor ik u (en wellicht velen met u) al even denken? Hoe kunnen ze zich integreren als ze geen Nederlands spreken of verstaan? Volgens Jaspaert willen alle mensen, ongeacht hun leeftijd of hun afkomst behoren tot en communiceren met de sociale groepen uit hun omgeving. Ze willen aanvaard worden. Ze willen zich welkom, veilig en geborgen voelen en als dat het geval is, zullen ze wel degelijk de taal van die gemeenschap spreken. Het is maar als de angst regeert, dat mensen zich terugtrekken in de veilige cocon van wat ze kennen en herkennen. Dat geldt net zo hard voor de bange Vlaming als voor de bange anderstalige. Integratie is met andere woorden een voorwaarde voor taal, niet andersom. Voor wie wil weten wat dat precies in de praktijk kan betekenen, raad ik de documentaire „Het verhaal van taal: uitdagend Nederlands in een meertalige omgeving‟ (VGC i.s.m. VBJK) aan. A wonderful experience.

Bart Derwael *PS: Voor een snelcursus Algemeen Cités, zie volgende link: http://www.meertens.knaw.nl/profielwerkstukken/cites.pdf

22


Taal is van iedereen!

IMPRESSIES WORLDCAFÉ

Begeleiding: Julie Arts (procesbegeleider en actieonderzoeker, wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven) Host en verslag: Heidi Frederix

Hoe kan taal kansen creëren? Wat kan ik doen? Om taal kansen te laten creëren zijn er een aantal belangrijke (rand)voorwaarden: Kijk door de taal! en motiveer -

Schep een veilige omgeving waar mensen kunnen en mogen spreken in hun eigen soort Nederlands, al dan niet krom.

-

Waar mensen op een respectvolle manier met elkaar omgaan

-

Waar mensen gestimuleerd en uitgenodigd worden om te participeren aan allerlei settings, vrije tijd, jeugdbeweging, dictielessen,…

-

Schep een werksituatie waar mensen gestimuleerd worden tot het bijschaven van hun Nederlands

Waar mensen bewust zijn van hun eigen valkuilen: -

Niet te vlug denken dat we mensen begrijpen

23


Taal is van iedereen!

-

Niet denken dat iemand die krom praat ook dom is

-

Mensen niet continu „oppernieuw‟ verbeteren

-

Ook meertalige Limburgers kunnen zingen in het Limburgs zonder accentje van de andere thuistaal

Taal is sociaal middel -

Je hoort er precies meer bij

-

Je kan je gevoelens uitdrukken

-

Je kan in communicatie treden met anderen

-

Je kan leren van en door anderen

-

Je bent samen

Wat heb ik nodig? En van wie? -

Als nieuwkomer heb je tijd nodig om de taal te leren. Het onthaal in dit land kan veel warmer, met meer aandacht voor de mens achter de nieuwkomer, meer kansen tot ontmoeting met landgenoten-nieuwkomers, meer aandacht voor het goed doorverwijzen van en toeleiden naar …

-

Hiervoor is er een mentaliteitswijziging nodig bij de Vlamingen. Zij moeten de nieuwkomers tijd gunnen om de taal te leren vanuit een respectvolle houding én mensen helpen hij het leren van de taal, hen helpen hun weg te vinden. Van de lokale en provinciale overheid en van de taalleerder zelf hebben we gezamenlijke inspanningen nodig opdat mensen elkaar leren kennen, ontmoeten. De overheden moeten dit niet allemaal zelf doen maar wel kansen geven, mensen ondersteunen om dit zelf te kunnen doen.

-

Een open mind van alle partijen met veel goodwil is fundamenteel.

-

In Limburg hebben we niet zozeer extra middelen nodig maar wel meer infodoorstroming en afstemming, minder hokjes denken maar wel meer verbindingen maken. Het is belangrijk dat we samen aan hetzelfde werken en elkaar „voeding‟ geven. Dit betekent met plezier in je werk staan, enthousiasme uitstralen, geloven in de kracht van de leerkrachten en jongerenwerkers, continu blijven zoeken naar alternatieve werkwijzen, creatieve oplossingen, en tot slot het eigen aanbod bijsturen op basis van de noden in Limburg.

24


Taal is van iedereen!

Begeleiding: Julie Arts (procesbegeleider en actieonderzoeker, wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven) Host en verslag: Kristel Biesmans

Hoe kan taal kansen creĂŤren? -

Stap naar het hoger onderwijs Zelfredzaamheid Toegang tot cultuur Helpt bij taalverwerving meerdere talen Sociaal contact Respect voor de ander Relativeren Kansen vergroten Bruggen te bouwen, ontmoeten Persoonlijke ontwikkeling

Wat kan ik doen? -

Mensen wegwijs maken. Mensen oefenkansen bieden. Met een open geest de ander benaderen In lespraktijk concrete situaties oefenen Contacten buiten professionele context verder zetten

Wat heb ik daarvoor nodig? -

FinanciĂŤle ondersteuning om projecten te realiseren Tijd en ruimte om projecten op te zetten en te continueren Kansen om anderstalige te ontmoeten Sensibilisering van de samenleving Nood aan wederzijds respect Mentale klik

25


Taal is van iedereen!

Begeleiding: Julie Arts (procesbegeleider en actieonderzoeker, wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven) Host en verslag: Riet Bertels

Vraag 1: hoe kan taal kansen creëren? (groep 1: iedereen uit onderwijs, vandaar enkel reactie over onderwijs) Onderwijs: -

Taal is de sleutel tot onderwijs Gevolg: taalarm is risico op minder goede sociale ontwikkeling

-

NT2 aan ouders aanbieden van kinderen met Nederlands als NT2

-

Eigen taal op school: stimuleren of niet?

-

Goede basistaal van kind is basis voor goede taal NT2

Algemene vakken: -

Meer bereidheid hierin voor helpen bij taalproblemen

-

Werken rond „schooltaalwoorden‟

Belang van Nederlandstalige netwerken en ook opvangsystemen (thuis, buurt, opvang) voor gezinnen met andere thuistaal

26


Taal is van iedereen!

Vraag 2: wat kan ik doen? (groep 2: onderwijs & sociale sector) Thuisomgeving: -

Laten we thuistaal stimuleren thuis

Werk- en schoolomgeving -

Laten we met respect omgaan naar mensen die moeilijk NT2 spreken/schrijven (ze zijn niet dom omdat ze een accent hebben!)

-

Collega‟s kunnen elkaar helpen en ondersteunen

-

Leerlingen stimuleren om NT2 te zien als ontspanning en als leuk om te doen

Vraag 3: wat heb ik hiervoor nodig? (groep 3: onderwijs & sociale sector) GELD (sociale sector) Het wordt TIJD dat we een duidelijke keuze gaan maken Onderwijs: -

Realiteit in de klas brengen in plaats van theorie uit leerboeken

-

Meer tijd en aandacht voor de ouders

-

Goodwill van directies (zij moeten meewillen)

-

Opstarten taalproject (klasdoorbrekend)

-

Enthousiaste leerkrachten en collega‟s

Werk: Eerst NT2; dan pas werk Afsluiting: Ik ga … doen en dat vraagt om…. (Wat neem ik van deze gesprekken mee in mijn werk/leven? ) Ik ga: -

zoeken naar verbinding en onderscheid

-

bruggen bouwen

-

samenwerking stimuleren

-

wederzijds respect tonen

-

nog meer luisteren naar de verhalen en noden van mensen

en dat vraagt om: -

respect

--

gedrevenheid

27


Taal is van iedereen!

IMPRESSIES DENKTAFELS TAAL EN WERK VERSLAG 1

Inleiding

Inleider: Etienne Jammaers – VDAB Moderator: Roger Huisman

De VDAB ondersteunt mensen in hun zoektocht naar werk. De consulenten van de werkwinkels Verslag: Michel Coune en Kristien Kerkhofs besteden speciale aandacht aan kansengroepen, laaggeschoolden, allochtonen, 50+-ers,‌ Eind augustus 2011 waren er 6 000 vacatures en 31 000 werkzoekenden (hiervan waren 6 000 werkzoekenden van allochtone origine en 2 000 personen kwamen uit niet-EU landen). 6% Van de werkzoekenden kampt met taalachterstand. Langdurig werklozen geraken moeilijker uit de werkloosheid.

Aanpak taalachterstand De VDAB wil voor alle werkzoekenden een gepast traject voorzien, rekening houdend met hun specifieke profiel en de eventueel aanwezige problemen die een job in de weg kunnen staan zoals geen of onvoldoende kennis van de Nederlandse taal. Hiervoor heeft de VDAB een goede samenwerking met het Huis van het Nederlands voor taalniveaubepaling opgezet. Het Huis van het Nederlands verwijst de werkzoekende verder naar een geschikt aanbod aan taalonderwijs. Werk is een belangrijke stap in het integratieproces!

Knelpunten Volgens VDAB zijn er volgende knelpunten op te merken : -

Te weinig instapmomenten: klassieke instap in het taalonderwijs slechts in september en januari mogelijk

-

Nood aan betere communicatie vanuit het onderwijs naar de VDAB wanneer mensen niet komen opdagen in de taallessen

-

Slechte aansluiting bij de vraag naar taalonderwijs op de werkvloer : nachtarbeid, ploegenarbeid, ed. bemoeilijken het volgen van taalopleidingen

-

Niveau 1.1 wordt behaald, maar dit is te weinig om goed te functioneren op de werkvloer

-

Weinig initiatieven vanuit het onderwijs

-

Taalopleiding op de werkvloer is bestaand, maar er is nood aan meer ondersteuning

28


Taal is van iedereen!

Discussie Er moet een verschil gemaakt worden tussen nieuwkomers en mensen die langer dan 5 jaar in België zijn (ouderkomers) wat taal en integratie betreft. Limburg als grensprovincie heeft een grote groep mensen die niet verplicht zijn tot inburgering (vb. gehuwd met een Nederlander). Zij komen in België wonen omdat men in Nederland verplicht is Nederlands te kennen. Trend: het taalkennisniveau in het onderwijs daalt! We zien ook een verschillend taalniveau binnen de lesgroepen. Taalondersteuning op de werkvloer De VDAB biedt taalondersteuning voor anderstaligen die snel werk willen vinden en geen tijd hebben om uitgebreid Nederlands te leren. Dit kan door taalondersteuning tijdens werkstages of taalondersteuning tijdens de werkuren. Dit wordt de IBO (Individuele BeroepsOpleiding) genoemd. De ervaring leert dat deze taalondersteuning op de werkvloer zeer goed rendeert doordat men de taal van elke dag gebruikt. Toch is dit aanbod zeer moeilijk verkoopbaar bij de werkgevers. Het is een gratis aanbod maar het aantal taalIBO‟s blijft zeer laag. Hier is een taak voor de werkgeversorganisaties weggelegd om dit bij hun achterban verder te promoten! Te weinig instapmomenten in het taalonderwijs -

De CVO‟s (Centra voor Volwassenenonderwijs), CBE‟s (Centra BasisEducatie),… hebben slechts instapmomenten in september en januari waardoor er lange wachttijden ontstaan voor de mensen die Nederlands willen leren.

-

Het CVO Noord Limburg heeft 5 instapmomenten waardoor de wachttijd aanzienlijk afneemt.

-

CBE‟s en CVO‟s zijn verplicht hun leerplan te volgen.

-

Voor midden-geschoolden is het vaak geen probleem om de doelstellingen van het leerplan te behalen. Voor laaggeschoolden is het een ander verhaal.

De vraag werd ook gesteld waarom mensen niet meer gebruik maken van de verschillende sociale situaties waar je taal kan leren om de wachttijden in te vullen? Dit vanuit de gedachte dat je taal toch ook kan leren niet enkel in taalbaden maar ook in de vrije tijd, organisaties, buurtwerking, sport,… In de discussie hierover kunnen wij volgende bemerkingen onthouden : De grootste zorg van nieuwkomers is in de eerste plaats om werk te vinden en zo brood op de plank krijgen. Men mag geen vergelijking maken tussen het leven van nieuwkomers met hun specifieke doelstellingen en de “gewone” Vlaming met eigen interesses en behoeften. Men moet uitgaan van de eigen cultuur en het moet een zinvolle invulling voor de mensen zijn. Vrijetijdsbesteding is zinvol voor mensen die al een tijd in ons land zijn, niet voor nieuwkomers die als prioriteit “eten op de plank” hebben.

29


Taal is van iedereen!

Ook de stelling „Werkgevers willen geen tijd steken in opleiding‟ werd in de discussie gebracht. In de discussie hierover werd gesteld, dat deze stelling niet mag veralgemeend worden. Er zijn wel degelijk werkgevers die dit belangrijk vinden en hierin investeren. Besluit Taal moet vanuit de buik komen omdat ik: -

Wil werken

-

Wil praten met mijn collega‟s

-

Mijn kinderen Nederlandstalig wil opvoeden

-

Een goed huwelijk tussen “huis” en “boom” (zie visie Koen Jaspaert) is een absolute voorwaarde.

VERSLAG 2 Inleider: Etienne Jammaers – VDAB Moderator: Roger Huisman

Verslag: Karel Schiepers Eerst werden een aantal statistieken geprojecteerd ivm werkloosheid. Hieruit bleek dat er een link is tussen werkloosheid en taal vooral in de mijngemeenten en bij de langdurig werklozen

Tijdens de discussie werden volgende punten naar voren gebracht: o Stelling: moet de taalopleiding meer zijn dan 17u om job te kunnen doen? 

Antwoorden:

Er moet worden nagedacht hoe er beter kan worden samengewerkt om taalachterstand weg te werken

Er is een gebrek aan taalkennis maar ook een gebrek aan competenties

Hoger opgeleide nieuwkomers vinden geen werk op hun niveau. Heeft niet enkel iets met taal te maken, maar ook, met erkenning van diploma.

Er is nood aan taalopleidingen op universitair niveau voor universitair geschoolde nieuwkomers

o Stelling: na 1000u les nog geen niveau Frans (Efficiëntie van taalonderricht in scholen)

30


Taal is van iedereen!

Er is een probleem met het niveau van het Nederlands (zowel zinsbouw, spelling als iets verwoorden. Dit lijkt erger te worden. Redenen 

Afkomst is maar deel van het probleem

Leerlingen voelen niet de behoefte tot correct taalgebruik

Het aanzien van het Frans is gedaald

Volgens VDAB: correct taalgebruik is zeer belangrijk/werkgevers selecteren eerst op cv/cv‟s en brieven met krom taalgebruik gaan er onmiddellijk uit

Oplossing: uitnodigen van mensen uit bedrijfsleven in scholen om belang van correct taalgebruik aan te tonen

o Stelling: waar motivatie halen/hoe stimuleren? 

Onderwijs moet meer inzetten op competenties en er op hameren dat taal wel belangrijk is

Opnieuw sturing nodig in overvloed aan info en een correct beeld schetsen van verwachtingen

Stage is geen motivatie voor correct gebruik van het Nederlands. Als er een anderstalige stage wordt gelopen (bijvoorbeeld in Luik) kan dit wel een grotere motivatie opleveren voor het aanleren van vreemde talen

31


Taal is van iedereen!

TAAL, ONDERWIJS EN OPLEIDING

VERSLAG 1 Inleider: Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom Itinera Institute

Dit verslag is geen weergave van het hele verloop van de denktafel, wel een samenvatting aan de hand van een zestal conclusies.

Moderator: Patrick Martens Verslag: Koen Snyers Verslag: Michel Coune en Kristien Kerkhofs

1 | Een dt-fout mag!? Taal wordt nog al te vaak gezien als een losstaand iets. Terwijl taal vooral functioneel is en een instrument is. De lat moet niet altijd en voor iedereen even hoog gelegd worden, als het op taal aankomt. Een dt-fout mag, bij wijze van spreken. We moeten daarom leren om na te denken wat de functie is van taal in een bepaalde context. Zo moet de lat hoger liggen voor iemand die voorbereid wordt op een job in het onderwijs dan voor pakweg een elektricien in wording. 2 | Standaard-Nederlands de norm voor leerkrachten Ook al hoeft de lat niet altijd en voor iedereen even hoog gelegd te worden als het op taal aankomt, voor leerkrachten moet de lat wel hoog blijven liggen. Voor een leerkracht is en blijft standaard-Nederlands de norm. Bovendien is dit niet alleen een zaak van de individuele leerkracht. De lat hoog leggen op het vlak van taal kan en moet ook een teamaangelegenheid zijn van een schoolteam. Noem het "taal als teamsport". 3 | Ouders hebben een belangrijke rol In de talige ontwikkeling van kinderen spelen ouders een belangrijke rol. In een taalrijke gezinsomgeving – niet noodzakelijk een gezin waar Nederlands de thuistaal is – zal de taalontwikkeling van een kind meer gestimuleerd worden dan in een taalarm gezin. Ook is er een rol voor ouders om hun kinderen in contact te brengen met een taalstimulerende omgeving in de vrije tijd van de kinderen. 4 | Taal is slechts één factor voor zwakkere onderwijskansen Niet alleen de taal, maar ook en vooral de sociaal-economische positie van ouders ligt aan de basis van de ongelijkheid van onderwijskansen voor kinderen. Met het oplossen van het taalprobleem, lossen we dus zeker niet de sociale ongelijkheid van onderwijskansen op. In die val mogen we niet trappen.

32


Taal is van iedereen!

5 | Het idee van de brede school als mogelijke hefboom Als kinderen in contact komen met een rijk en gevarieerd aanbod in hun vrije tijd, stimuleert hen dat in hun ontwikkeling, niet alleen maar ook op het vlak van taal. Een mogelijke hefboom ligt in het idee van de brede school: de school die zich opnieuw inschakelt in het maatschappelijk buurtleven en het verenigingsleven binnenhaalt binnen de schoolmuren. Dat biedt ook kansen aan kinderen om buiten de schooluren (taal)stimulansen te krijgen. 6 | Respect als belangrijke hefboom Respect voor mekaar, hoe goed mensen een taal ook kennen: dat is de basis van alles.

33


Taal is van iedereen!

REFLECTIE VAN DE INLEIDER

Bijdrage van Ivan Van de Cloot Hoofdeconoom Itinera Institute, een onafhankelijke denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming

Staten Generaal Taal en Kansen in Limburg Van Koen Jaspaert leerden we dat we lief moeten zijn voor mensen met andere opvattingen over taal. Ook economen hebben hun eigen manier om naar taal te kijken waarbij ze uiteraard erkennen dat taal intrinsiek verbonden is met de identiteit van elkeen maar ze ook benadrukken dat taal een essentiële rol speelt in het economische leven waar gezinnen elk dag hun brood verdienen. Wereldwijd zijn er 6912 levende talen en de meeste landen worden als linguïstiek divers beschouwd. Slechts een klein aantal eilandjes zoals de Falkland Islands en Pitcairn zijn eentalig. De laatste talentelling door de Europese Commissie leverde voor België 28 gehanteerde talen op maar ondertussen ligt dat aantal misschien al dichter bij de 69 getelde talen bij onze Duitse Oosterbuur. Terwijl 39% van de Europese bevolking tenminste één buitenlandse taal spreekt, worden slechts 2% van de EUburgers als meertalig aangeduid. Deze groep kan dan ook niet anders beschouwd worden als een grote troef voor het land dat ze mag herbergen. Economisch gezien worden de communicatieve baten van de taal gezien als behorende tot de meest waardevolle aspecten van het menselijk kapitaal. Belangrijk hierbij is dat er een belangrijke extern effect optreedt wat impliceert dat de baat van het faciliteren van communicatie door de extra talenkennis niet alleen diegene ten goede komt die de taal verwerft maar ook de bredere gemeenschap. Dit is het basisargument om het verwerven van talen te ondersteunen vanuit de overheid. Een goed talenbeleid houdt rekening met een heel aantal feitelijke gegevens. Zo weten we dat jongeren gemakkelijker talen verwerven en dat de neiging om talen te leren daalt met de leeftijd maar opnieuw toeneemt bij pensioen. Karakteristieken zoals scholing, een zelfstandig beroep en een stedelijke omgeving hangen allemaal positief samen met het leren van talen. Internationaal onderzoek toont aan dat talenkennis positieve implicaties heeft voor diverse economische transacties of het nu gaat over de werking van de arbeidsmarkt, internationale handel, investeringen, migratie of economische groei. Hoewel er veel kantlijnen bij dergelijk statistisch onderzoek te plaatsen zijn, is het boeiend om te zien dat de economische return van een tweede taal erg afhankelijk is van de desbetreffende taal en de context. Het beheersen van het Engels is vandaag de dag zowat overal een erg waardevolle stukje gereedschap maar het beheersen van Frans moet in veel Europese landen daar niet voor onder doen. Meer en meer wordt ook het verwerven van het Duits als een erg waardevolle investering gezien maar in de provincie Limburg is dat uiteraard een open deur instampen.

34


Taal is van iedereen!

Als we dan naar bevindingen kijken uit de literatuur wat onze eigen regio betreft, merken we op dat in gezaghebbende studies (Hofman, et al) de taalbeheersing van minderheden als een pijnpunt in Vlaanderen naar voren komt. De interdependentie hypothese stelt dan wel dat een goede beheersing van de moedertaal cruciaal is voor het verwerven van bijkomende talen, maar een goede toegang tot de instructietaal is evengoed vitaal voor onderwijskansen. Zoals vaak is ook bij meertalige kinderen de vroege identificatie van moeilijkheden essentieel om de kans op uitval te reduceren. In dat geval blijkt de kans op een positief verhaal met eigen karakteristieken erg groot. Vanuit de praktijk blijkt het belang van de betrokkenheid van de ouders en het concept van de brede school is een poging om de aansluiting tussen school en omgeving effectief te maken. Kinderen hebben vooral behoefte aan voldoende oefenmomenten. Voor leerkrachten is het belangrijk om stil te staan bij de implicaties van het zwakke socio-economische milieu waaruit kinderen soms komen. Discussies met leerkrachten leren dat vandaag veel meer stilgestaan wordt bij de vraag wat eigenlijk de doelstelling is van het onderwijs en dat dit een andere houding oplevert tegenover fenomenen zoals taalachterstand dan vroeger. In plaats van een veroordelende houding richt men zich dan ook veeleer op het creĂŤren van leervermogen.

35


Taal is van iedereen!

36

TAAL EN OPVOEDING

VERSLAG 1

Voorstel tot aanpak 1. Welke taal spreekt men thuis het best met de kinderen. Wat geeft de kinderen het meest kansen?

Inleider: Griet Ramout, Centrum voor Taal en Onderwijs Moderator: Marcel Kerff Verslag: Heidi Frederix

2. Hoe kunnen ouders de ontwikkelingskansen: taalontwikkeling van hun kinderen het meest stimuleren. Wat kunnen we van ouders verwachten. 3. Hoe kan een professional een professionele ondersteuning, begeleiding opzetten? Wat is wezenlijk, wat niet? 4. Hoe kan je zelf die taalontwikkeling ondersteunen, al dan niet in een rechtstreekse relatie met het kind?

Inleiding : Een stukje film uit “Het verhaal van taal”, DVD 'Het verhaal van taal. Uitdagend Nederlands in een meertalige omgeving.', VBJK 2009, te bestellen bij www.vbjk.be

1. Welke taal spreekt men thuis het best met de kinderen? Wat geeft de kinderen het meest kansen? Iedereen heeft de vrije keuze om zijn of haar kind op te voeden in de taal van de eigen keuze. Onderzoek heeft aangetoond dat -

Ouders hun kinderen het best opvoeden in de taal die ze zelf het best beheersen (dialect, andere taal, …)

-

Ouders die kinderen hebben opgevoed in standaardnederlands, terwijl zij zich niet thuis voelen in deze taal, blijken thuis minder te communiceren met hun kinderen. De kinderen spreken een eerder krakkemikkig Nederlands en het taalgebruik is minder rijk.

-

De sociale druk om thuis standaardnederlands te praten is erg hoog.

Uitwisseling -

Een aanvullend argument om kinderen op te voeden in 1 taal is het relationele aspect. Wanneer een ouder opeens verandert van een rijk dialect naar een taalarmer Nederlands, verandert ook de relatie tussen ouder en kind. Dit heeft gevolgen op hoe een kind of ouder een relatie kan uitbouwen met de school, de leerkracht enz.


Taal is van iedereen!

-

Meertaligheid in een gezin kan positief zijn. De Limburgse realiteit laat zien dat men niet meer kan spreken van 1 thuistaal: ouders spreken bv Turks onder elkaar, de kinderen Nederlands met elkaar, en dan Turks met vader en Nederlands met moeder. In tal van Limburgse gezinnen stellen we helaas vast dat er geen sprake is van een rijk taalgebruik, hetzij in het dialect, hetzij in een andere taal, hetzij in standaardnederlands. Limburg staat hier voor een grote uitdaging. Onderzoek bij taalarme kinderen tussen 8 en 15 jaar toont aan dat deze kinderen een aantal woorden en begrippen niet kennen.

Besluit: De overlegtafel is het met elkaar eens dat ouders hun kinderen het best opvoeden in de eigen taal. De rijkheid van deze taal bepaalt in grote mate de kansen van de kinderen.

2. Hoe kunnen ouders de ontwikkelingskansen en de taalontwikkeling van hun kinderen het meest stimuleren? Wat kunnen we van ouders verwachten? Het taalleren is en blijft een genuanceerd verhaal dat niet los gezien kan worden van de algemene ontwikkelingskansen. Een aantal elementen zijn -

De rijkdom van taal is sterk afhankelijk van de context waarbinnen je leeft (kansarmoede, kenmerken buurt, maatschappelijke kwetsbaarheid,‌) Het is aan de ouder te bepalen hoe zwaar je inzet op het leren van je eigen taal en/of het leren van Nederlands. Het is de uitdaging bewust om te gaan met meertaligheid in het gezin en daarin te zoeken hoe de relatie met de familie kan behouden worden. Onderzoek toont aan dat taalverwerving een natuurlijk proces is. Naarmate kinderen ouder worden, wordt het aanbod Nederlands groter. Het Nederlands gaat dan ook domineren. Het is niet evident voor ouders de aandacht voor de eigen taal in die fase te kunnen behouden. Bv opgroeiende pubers die niet met grootouders kunnen, willen praten, grootouders die niet meer met hun kleinkinderen kunnen praten.

-

Leeftijd van kind: we spreken van de kritische leeftijd van kinderen. Hoe vroeger je begint een taal te leren, hoe beter. Volwassenen leren minder makkelijk een andere taal.

-

In principe is elk kind bekwaam om taal of verschillende talen te leren. De vraag is echter of er voldoende mogelijkheden zijn waar een kind kan leren. Zowel ouder als kind moeten voldoende competent zijn.

Uitwisseling -

Er is een verschil tussen theorie en praktijk. In bepaalde vluchtelingengezinnen wordt zwaar ingezet op het Nederlands en vrijwel niet op de eigen taal omwille van sociale druk, denken dat het zo hoort,‌

-

Limburg kent heel wat dialectsprekenden. Voor deze mensen is Nederlands de tweede taal. Een aantal mensen aan de tafel zijn zelf opgegroeid in de tijd dat met de pastoor ABN werd gesproken, met de familie de thuistaal (het dialect). In de school kregen leerlingen op een speelse, plezante manier het

37


Taal is van iedereen!

standaardnederlands aangeleerd, aangepast aan hun leeftijd. Voor tal van mensen verliep dit proces dan ook op een natuurlijke wijze. -

We staan nog te weinig stil bij de wijze waarop kinderen taal leren. Het begint al met de klanken bv voordoen, nadoen, gewoon verschillende klanken horen,… Het geven van deze prikkels aan de kinderen zit in de leefwereld van de meeste “modale” burgers. Voor een aantal mensen uit andere culturen is dit niet zo evident.

-

Een veel gehoorde bedenking is dat in gezinnen met een andere taal teveel naar de eigen zenders gekeken wordt. Hoe moeten ouders hiermee omgaan? Onderzoek heeft aangetoond dat het mediagebruik in meertalige gezinnen veel gemengder is dan men denkt. De invloed van oudere brussen is hiervan een element. Ook het al dan niet stimuleren van lezen in de eigen taal past in deze context.

-

Deze vaststelling behoeft een genuanceerd antwoord. -

Lezen, tv-kijken in een andere taal levert een bijdrage aan het verhogen van de taalrijkdom, het verbreden van de wereld.

-

Het advies aan ouders is diversifiëren: verschillende talen binnenbrengen in huis, kinderen in de vrije tijd in contact brengen met het Nederlands. Het te sterk binnenbrengen van het Nederlands in een gezin kent een aantal gevaren maar het nauwelijks binnenbrengen van Nederlands bij kleine kinderen idem dito. Deze discussie blijft moeilijk als we naar de meest kwetsbare gezinnen kijken omdat een rijke thuistaal sterk samenhangt met kansarmoede. De uitdaging is hier hoe we als professional onderwijsstimulerend gedrag door ouders het best kunnen binnenbrengen in deze gezinnen.

-

Het is een raar fenomeen dat het taalniveau in een aantal gezinnen niet vooruitgaat terwijl er net veel meer talige prikkels binnenkomen via de moderne media. Onderzoek heeft vastgesteld dat ook in modale gezinnen minder prikkels binnenkomen. Een verklaring kan gezocht worden dat mensen zich overgeïnformeerd voelen en daardoor angstig geworden zijn. De kloof tussen meedoen of op een andere manier durven kijken/leven is groter geworden. Anderzijds moeten we ons ook niet te zeer focussen op de media. Je kan je enerzijds ergeren aan het binnensluipen van het Engels in de serie Bob de Bouwer. Anderzijds leren kinderen op deze natuurlijke weg ook andere talen. En geeft dit aan dat het Engels duidelijk een andere status heeft dan Turks,…

3. Hoe kan een professional een professionele ondersteuning, begeleiding opzetten? Wat is wezenlijk, wat niet? Als beroepskracht is het eerst en vooral van belang dat je respect toont voor de taal van het kind en de ouder. Daarnaast zullen we moeten leren om op een creatieve manier om te gaan met het aanleren van het Nederlands. -

Een mooi voorbeeld hiervan is een GOK-leerkracht die de vraagstukken eerst vertaalde in het cités om daarna de vertaling naar het standaardnederlands

38


Taal is van iedereen!

te maken. De leerkracht gaf aan dat zij deze citétaal als tussenstap nodig heeft en dat op deze manier het leerproces vlotter verliep. -

In het onderzoek van Greet Ramaut in Gent blijkt ook dat leerkrachten die het Turks, via de leerlingen, inzetten in de klas, soms sneller tot oplossingen komen.

Respect tonen en zoeken naar creatieve oplossingen kan enkel indien heel wat beroepsmensen hun eigen waardeoordelen opzij zetten en op een andere manier leren kijken naar taal en communicatie. Belangrijke begrippen zijn: gelijkwaardigheid van de verschillende talen, gedifferentieerd kunnen kijken, openstaan voor nieuwe dingen en zelfkennis en reflectie. Uitwisseling -

In het werkveld zien we beroepskrachten die erg terughoudend zijn om andere talen in te zetten en dit vanuit een soort streven naar behoud van de eigen cultuur. Dit geeft aanleiding tot een verkrampt gedrag waardoor we onzeker worden en vlugger terugvallen op het standaardnederlands vanuit het clichédenken: “standaardnederlands is altijd beter, is altijd goed”.

-

Als beroepskrachten moeten we ervoor waken dat de taal binnen de organisatie niet verarmt omdat we zelf geen creatieve oplossingen zoeken en blijven inzetten op de traditionele manieren. Heel wat jonge collega‟s kunnen niet meer terugvallen op het dialect.

-

Momenteel wordt in de hulpverlening, vertrouwenscentra enkel gebruik gemaakt van tolken als het echt nodig is en niet anders kan. Men proeft een zekere weerstand om met tolken te werken. Deze weerstand is normaal. Het is in onze samenleving ingebakken: de meeste beroepskrachten zijn eentalig opgevoed en voelen zich dus minder thuis in een meertalige context. Hierdoor krijgen we al snel het gevoel controle te verliezen.

-

Door in te zetten op de relatie gezin/buurt en school kan een school de meertalige context van de gezinnen leren kennen. Het werken aan schoolouderbetrokkenheid kent in Limburg diverse vormen. Greet Ramaut onderstreept dat in het kader van schoolouderbetrokkenheid het belangrijk is dat je als school heel duidelijk definieert wat je verwacht van de ouders. Zeker rond het thema huiswerk zien we in de praktijk nog vele onduidelijkheden en misvattingen.

Uitwisseling thema huiswerk -

Heel wat gezinnen in armoede kunnen geen prioriteit geven aan huiswerk omdat ze in eerste instantie bezig zijn met overleven. Dit wordt helaas nog te veel gezien als het niet betrokken zijn met de schoolloopbaan van de kinderen.Ook anderstalige ouders begrijpen niet altijd het huiswerk van kinderen en kunnen hun kinderen dan ook niet helpen. Het kan niet de bedoeling zijn dat kinderen gestraft worden voor een nietkunnen van de ouders.

39


Taal is van iedereen!

-

Het geven en maken van huiswerk kan gezien worden als een soort afspraak tussen de leerkracht en de leerling. Van ouders wordt verwacht dat zij belangstelling tonen, bewaken dat hun kind het huiswerk maakt, helpen plannen wanneer ze het huiswerk maken enz. Dit kan in de eigen taal. Ouders hebben geen begeleidende rol tav hun kinderen.

-

Indien de invulling van het huiswerk goed zit, kan het huiswerk ook ingezet worden als middel om ouders te betrekken bij het leerproces van hun kind. Ook kan huiswerk gegeven worden om extra oefeningen te maken, het leerproces van zelfstandig leren werken te ondersteunen

Besluit Het is een grote uitdaging voor onderwijs om verder na te denken over de zin en onzin van huiswerk. Welk huiswerk? Kunnen alle ouders hier op de correcte wijze mee omgaan? Is digitaal huiswerk haalbaar voor alle gezinnen? Tot slot verwijst Griet nog even naar een website waar je terecht kan voor meer achtergrondinformatie www.meertaligheid.be.

40


Taal is van iedereen!

41

VERSLAG 2

Inleider van dienst was Griet Ramout van het Centrum voor Taal en Onderwijs. Ze viel in voor Kris Van den Branden.

Inleider: Griet Ramout, Centrum voor Taal en Onderwijs

Inleiding

Moderator: Marcel Kerff

Griet Ramout vertelt dat ze bezig is met de Verslag: Dirk Janssen wetenschappelijke evaluatie van een project in Gent waar geëxperimenteerd wordt met de positieve input van de thuistalen van kinderen. Uniek aan dit onderzoek is dat het niet gaat over meertaligheid in het algemeen maar wel over de specifieke situatie in Vlaamse klassen. Vooralsnog kan ze echter geen resultaten bekend maken, de primeur daarvan is voorbehouden aan de opdrachtgever. Het onderzoek loopt in samenwerking met de universiteit Gent. Ze wil haar inleiding kort houden, wat leeft bij de deelnemers rond de tafel moet immers vooral naar boven komen. Dat wil ze doen aan de hand van de volgende vragen. 

Welke taal wordt het best thuis gesproken? Welke taal geeft het meeste toekomstkansen?

Hoe kunnen ouders de taalontwikkeling van hun kinderen stimuleren? Met name anderstalige ouders en laagopgeleide ouders.

Hoe kunnen wij als professionals ouders begeleiden en versterken? Welke boodschap geven wij best?

Wat kunnen professionals, actief in het onderwijs en in de vrije tijd, doen om de taalontwikkeling te stimuleren?

Vervolgens werd de DVD „Het verhaal van taal‟ vertoond. De DVD gaat over een Nederlandstalig kinderdagverblijf met veel anderstalige kinderen in Brussel. De DVD is een productie van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het VBJK, expertisecentrum voor opvoeding en kinderopvang. Griet Ramout noemt een aantal sterke praktijken uit dit kinderdagverblijf: 

De opvoedsters werken met digitale foto‟s om zo de ouders te laten zien wat hun kinderen op de opvang gedaan hebben en hoe die activiteiten kaderen in hun ontwikkeling.

Sommige ouders komen voor de groep een liedje zingen in hun eigen taal.

Er zijn prentenboeken aanwezig in elke taal die zich aandient in het kinderdagverblijf.


Taal is van iedereen!

Discussie De discussie start met het beantwoorden van de vraag: welke taal wordt best thuis gesproken? Taal is communiceren, en dat doe je best in de taal die je het beste beheerst, de taal waar je jezelf het meest in thuis voelt, de taal waarmee je het beste je gevoelens en gedachten uitdrukt. Dat wordt dan ook het advies waarmee de denktafel globaal kan instemmen: spreek de taal waar je jezelf het sterkst in voelt. Toch is er veel druk uit de omgeving, met name van de school, om toch te kiezen voor het Nederlands. Een deelneemster aan de denktafel: “Het blijft moeilijk om leerkrachten te overtuigen. Ze zien het als een teken dat ouders niet willen integreren in dit land. ” Anderen treden haar bij: de vijandigheid tussen verschillende talen zou moeten weggehaald worden. Een deelnemer van Turkse herkomst, getrouwd met een Vlaamse, vertelt uit eigen ervaring. Hij sprak Turks met zijn zoon maar heeft het opgegeven. Zijn zoon luisterde niet en bleef afwezig als hij er Turks mee sprak. “Ik wil perse mijn kind dicht bij me en dat vond ik belangrijker dan dat hij Turks zou leren. Daarom spreek ik er nu Nederlands mee. Ik kan zelf ook die keuze maken, mijn Nederlands is even sterk als mijn Turks. Als het krakkemikkig Nederlands was, zou ik het beter niet doen. Ik vind het wel jammer voor mijn moeder, ze kan als oma niet met haar kleinkind spreken.” Een andere deelneemster, ook van Turkse origine, heeft hier een verklaring voor. “Moeders geven de doorslag. Ze hebben het meest contact met de kinderen. Eén van mijn broers is ook met een Vlaamse getrouwd en ook daar primeert het Nederlands.” Misschien speelt nog een ander aspect: Turks heeft minder prestige. “Mijn zoon is op school de enige van Turkse herkomst en Turk zijn wordt er geassocieerd met slecht zijn, Turk is er onder de kinderen een scheldwoord. Hij wil geen Turk meer zijn, hoogstens een halve.” De volgende deelneemster kent en gebruikt citétaal maar toch liever niet thuis. Tegen haar kinderen zegt ze : “Dat is voor op de straat, hier thuis wordt er fatsoenlijk Nederlands gesproken.” De vader van Turkse herkomst komt met een verhaal uit zijn eigen jeugd. Hij is opgegroeid in de Genkse wijk Kolderbos en elke dag moest hij van zijn vader een stuk voorlezen uit de Turkse krant. “Toen vond ik dat erg vervelend, ik wilde met andere kinderen buiten spelen. Maar uiteindelijk heeft het mij een uitgebreide woordenschat opgeleverd en daardoor kon ik naar het college gaan. Daar was ik pas de derde Turkse leerling ooit. Ik had er vooral moeite met spreekwoorden, die zijn typisch voor schooltaal. Toen een leraar zei dat het pijpenstelen regende, keek ik vol spanning naar buiten: nu gaat het gebeuren.” Een lerares met anderstalige leerlingen in de klas laat die kinderen vertellen over hun herkomstland. Met resultaat: hun spreekangst valt weg, het geeft vertrouwen en respect. Griet Ramout sluit hierbij aan: anderstalige kinderen worden inderdaad veel meer geconfronteerd met dingen die ze niet kunnen , daarom zijn dingen die ze wel kunnen des te belangrijker.

42


Taal is van iedereen!

Een kleuterleidster die werkt met de kleinste kinderen, 2,5 jarigen, getuigt over de problemen van kleuters die nog geen Nederlands kennen. “Ze hebben behoefte aan een veilige opvang. We kunnen er niet mee communiceren en dat leidt er toe dat de kinderen angstig zijn. De kloof tussen gezin en school is te groot. In een Lommelse school loste ze dat op door een Turkse juf in te schakelen. Maar dat is niet mogelijk voor alle nationaliteiten.” Ramout geeft enkele praktische tips mee voor dit soort problemen. 

De Vlaamse juf kan een aantal troostwoordjes in de eigen taal van de kinderen leren en ze zo op hun gemak stellen.

Oudere kinderen, die al wel Nederlands kennen, kunnen ingeschakeld worden. Die kunnen bijvoorbeeld de kleintjes leren waar ze hun jas op moeten hangen.

Hoe de ouders stimuleren? Een leerkracht actief in het buitengewoon onderwijs: “Veel ouders komen van ver. Als er één boek in huis is, is dat al veel. Wat kan je dan nog met ouders?“

Drie tips kwamen tijdens het gesprek naar boven. 

Tip één. Vertrek van het positieve. “We zijn te probleemgericht en letten alleen op wat moeilijk gaat. Ouders krijgen alleen te horen wat niet goed is, wat ze verkeerd doen. Keer die optiek om.” Maar dit is toch geen wondermiddel: voor elke negatieve opmerking heb je er zeven positieve nodig, schijnt het. Ouders zelf hebben ook negatieve ervaringen uit hun eigen schooltijd. “Zou jij naar school komen als je weet dat je alleen slecht nieuws te horen krijgt en naar je voeten gaat krijgen?”

Tip twee. Maak expliciet duidelijk wat je als school verwacht van ouders. Maar ook dan blijft het moeilijk. “We bellen en ze komen nog niet. De groep die het echt nodig heeft, die bereiken we niet.”

Tip drie. Ga zelf naar de ouders toe, op huisbezoek. Dat is de weg en ouders ervaren het ook positief. Maar ook hier is er veel scepsis. “Wij doen het niet meer. Het lukt niet, we zijn niet welkom.”

Aansluitend hierop werd nog een tijdje gediscussieerd of leerkrachten meer inspanningen moeten doen op dit vlak of al genoeg doen en het geen zin heeft om nóg meer te doen. Ten slotte ging het nog even over het al of niet inschakelen van tolken. Voorstanders geven aan dat pas zo communicatie mogelijk wordt. Anderen vonden dat ouders toch een inspanning moeten leveren om Nederlands te leren. Een deelneemster zei: “Ik kan me voorstellen dat leerkrachten het moeilijk hebben met het inschakelen van tolken. „Dit is toch een Nederlandstalige school‟, zeggen ze dan.”

43


Taal is van iedereen!

44

TAAL EN VRIJE TIJD

VERSLAG 1

Tijdens een gesprek tussen de deelnemers aan deze denktafel en Koen Jaspaert met vraag en antwoord en met regelmatige tussenkomst van Hanne Decoutere om te verhelderen kwamen een aantal topics aan bod.

Inleider: Koen Jaspaert (Hoofddocent faculteit Letteren KULeuven) Moderator: Hanne Decoutere Verslag: Mieke Vandenbroucke

1| Hoe kan vrije tijd, een hobby bijdragen aan een verrijking van de taalvaardigheid? Hobby‟s kan je op verschillende manieren uitoefenen. Je kan dat alleen doen, dan is er nog communicatie, maar op een indirecte manier. Je kan het ook in groep doen, samen met anderen. Als je in groep je vrije tijd doorbrengt en daar ga je samen met mensen/kinderen dingen doen waar je Nederlands voor nodig hebt, dan ga je dat Nederlands leren dat je nodig hebt om in die situatie te kunnen functioneren. De taal groeit mee. Als je die vrije tijd gaat invullen zoals op men op school doet, op een schoolse manier, zal het rendement laag blijven, want dan gebeurt het precies zoals op school, waar het rendement niet altijd hoog genoeg gebleken is. Daar moet je bedacht op zijn.

2|Reactie vanuit Brede School: Vrijetijdsactiviteiten aanbieden op school (als locatie), naschools, laagdrempelig, door vrijwilligers, met een leuk en motiverend aanbod aan kinderen die anders niet aan vrije tijd toekomen, wat denk je daarvan? Als het gaat om activiteiten die kinderen heel graag doen, waar (Nederlandse) taalvaardigheid bij nodig is om die activiteiten te kunnen doen, dan kan dit kansen geven aan kinderen om taal te leren, om de taal die bij deze activiteiten als vanzelf aan bod komt, te leren. Taal wordt dan opgezogen in de activiteiten zelf. Dat type activiteiten creëert kansen, maar ook hier moeten we er weer bedacht op zijn om niet te verglijden naar het schoolse leren zodra er zich „problemen‟ voordoen. Waar moet je dan op letten? Ten eerste is het belangrijk dat er een goede en motiverende leeromgeving is voor de kinderen/jongeren. Die moet kinderen uitnodigen om samen actief aan de slag te gaan en moet ook goed en veel Nederlands aanbieden door kinderen de kans te geven om te experimenteren, te doen, te handelen en daarover te communiceren.


Taal is van iedereen!

Een tweede belangrijk gegeven is de relatie die je met de kinderen/jongeren opbouwt. Respect en vertrouwen zijn hier twee belangrijke woorden. Het gaat ook om hoe je in relatie staat met belangrijke personen in de wereld van de kinderen, in de meeste gevallen hun ouders. Als je het vanuit de ogen van de kinderen zelf bekijkt, dan stellen zij zich onbewust de vraag: „ Wie is hier betrouwbaar genoeg om dingen van over te nemen, om van te leren?‟

3|Vraag vanuit Tweedekansonderwijs: Vrije tijd bij veel kinderen en jongeren wordt tegenwoordig opgevuld met tv-kijken, familie bezoekjes, … waar het Nederlands dan vaak heel weinig of niet aan bod komt. Voor velen blijft het aanbod Nederlands beperkt tot de 17u les per week die ze krijgen. Het is dus moeilijk om een bepaalde groep kinderen en jongeren binnen vrije tijdsactiviteiten geëngageerd te krijgen. Vb. Scouts, Chiro, hoe kunnen we hen bereiken? Het is heel belangrijk om hierin je eigen verwachtingen realistisch te formuleren. Als er zich problemen voordoen, gebeurt het dat men zich gaat terugplooien op de eigen groep. Er ontstaan polarisaties. En eerstelijnsactiviteiten ondervinden daar sterkst de gevolgen van. Dit proces zet zich traag in gang, het moet stapje bij beetje vooruit kunnen gaan. Stel je verwachtingen niet te hoog. Belangrijk in dit verhaal is om aan integratie te werken door samenspraak te organiseren en dit langzaam te laten groeien. Het is als een tientonner in gang krijgen, een traag proces waar veel tijd en energie voor nodig is. Iemand geeft een voorbeeld uit Beringen: het informeel-leren-project. Al drie jaar doet men vanuit de Dienst Onderwijs en Gezin inspanningen om aan kinderen en hun ouders het aanbod rond vrije tijd duidelijk te maken en per school 5 kinderen extra aan te sporen om aan deze activiteiten deel te nemen. Dit is in samenspraak met de scholen van Beringen. Dit is een vrij positief verhaal, ook al verloopt de organisatie niet altijd even vlot. De ouders reageren positief, en zijn blij dat ze zicht krijgen op het aanbod. Ze reageren erop en dat komt ook broers en zussen van de geselecteerde kinderen ten goede. Vanuit Dilsen-Stokkem wordt het voorbeeld gegeven van hoe het buurtwerk tewerk gaat: vanuit eigen buurt en met eigen vertrouwenspersoon naar activiteiten in de buurt gaan. Hanne: wat vindt Koen van dergelijke initiatieven? Koen: Dit zijn voorbeelden van situaties waar men kansen creëert om samen te kunnen handelen. Belangrijk hier is de betrokkenheid te verhogen, in dit geval ook van de ouders. Het Nederlands komt er dan als vanzelf bij kijken. Belangrijk in dit opzicht: het respectpunt. Een goede volgorde is:

45


Taal is van iedereen!

1 Zorgen voor een krachtige leeromgeving, waarbij je als aanbodverstrekker ook aandacht hebt voor de positie van de ouders. Hoe worden hier keuzes voor kinderen bepaald? In de ogen van de kinderen zelf ben je ahw gemandateerd door de ouders. 2 Hoe kunnen we dan ook nog zorgen voor een goed taalaanbod?

4| Vanuit Artikel 27 vzw komt er een reactie: ‘ik heb problemen met het ‘inpalmen’ van de vrije tijd van kinderen’. Teveel aanbod in vrije tijd kan veel stress bij kinderen veroorzaken. Er zijn zoveel keuzes die kinderen kunnen/moeten maken. Waarom moeten we die vrije tijd kost wat kost organiseren? Hij geeft enkele voorbeelden van hoe zij vanuit Artikel 27 vzw met kinderen communiceren. Vanuit het perspectief van kunstbeleving (iedereen heeft het recht om te genieten van kunst) wordt er af en toe een aanbod gedaan naar kinderen in Heusden-Zolder. Ze kiezen zelf of ze er al dan niet op ingaan. Als kinderen erop ingaan, doen ze heel veel moeite om te communiceren, omdat ze gemotiveerd zijn om deel te nemen. Er wordt een sfeer gecreëerd waarbij iedereen zich op zijn gemak voelt en waarbij je automatisch ook ouders betrekt omdat de kinderen betrokken zijn. Het Berenboek (Berenhuis) bestaat uit een aantal verhalen bij kunstwerken geschreven in drie verschillende talen. Het aanbod dat in het Berenhuis gedaan wordt, is heel vrijblijvend. Het gaat om het plezier, het nieuwsgierig maken. Het moet niet strikt georganiseerd worden. Daarnaast is er ook een grote communicatie met kinderen via internet. Alle vragen die ze stellen worden beantwoord. Het internet wordt hier aanvullend aan het gebeuren gebruikt om te communiceren. Naar aanleiding van dit verhaal ontstaat een discussie over het organiseren van een werking rond vrije tijd voor kinderen. Wat daaruit onder andere naar voor kwam: het is belangrijk te kijken naar de draagkracht van de verenigingen en naar de persoonlijkheid van de kinderen/mensen aan wie je dingen aanbiedt.

5 |Een moeder van allochtone afkomst reageert. Ik heb bewust gekozen voor een aantal vrije tijdsactiviteiten voor mijn kinderen. Maar mijn voornaamste bekommernis was niet de taal, maar wel de sociale omgang met andere kinderen, het in contact komen met andere situaties en achtergronden. Hun taal is erop vooruitgegaan, maar voor mij was dat bijzaak.

46


Taal is van iedereen!

Koen: Dit toont duidelijk aan hoe integratie een belangrijke voorwaarde is voor taal. Taal moet de belangrijkste bijzaak worden voor opvoeding. Hoe moeten we die integratie bevorderen? Door niet alleen met „probleemgroepen‟ of „doelgroepen‟ te werken, maar met alle groepen! De initiatieven moeten niet alleen op die ene kant gericht zijn. Iedereen moet erbij betrokken worden, de mensen die hier wonen, die deel uitmaken van de maatschappij. Dit wordt beaamd door de mevrouw van de Brede School: Wij doen niet aan doelgroepdenken. Ons aanbod is er voor iedereen. Daarom hebben we ook een heel heterogene groep waar het Nederlands de meest gemeenschappelijke taal is. De mama getuigt ook over het feit dat ze weinig respect ervaart voor de eigen taal van de kinderen. Koen: Om een taal goed te leren heb je tijd nodig. Soms komt het dan tot een competitie tussen 2 talen. Die competitie hoeft er niet te zijn. Laten we ons daar minder zorgen over maken. Laten we vooral bezig zijn met INTEGRATIE. De taal komt als vanzelf mee.

6| Vraag van Danielle Daniels aan Koen Jaspaert: Kan je een aantal concrete voorbeelden geven van ‘dingen die niet werken’? Als je buitenschoolse activiteiten gaat opzetten, moet je erop bedacht zijn dat problemen die zich kunnen voordoen, niet sowieso op taal geprojecteerd worden, want dan ga je je aandacht teveel op taal gaan richten en ga je weer in het schooltje spelen vervallen. Koen stelt zich een vraag bij het project „Boekbaby‟s‟. Hij is dit project heel genegen en zoals een mevrouw in de groep zei: Boekbaby‟s heeft aanvankelijk niets met taalstimulering te maken, het gaat om de band tussen ouders en kind. Je brengt boeken binnen in gezinnen en zij gaan er hun gang mee. Koen stelt zich hier wel vragen bij het implementeren van dit project bij allochtone en/of kansarme ouders. Een dergelijk project is goed en wordt warm onthaald in onze cultuur, maar is het ook goed voor andere culturen? Moeten we ons die vraag niet eerst stellen? Er zijn veel vragen die we overslaan als we direct met ons vrij schools formaat gaan aankomen. Moeten we dit niet eerst gaan onderzoeken? Danielle geeft een mooi voorbeeld vanuit Noorwegen. In een bibliotheek in een klein dorpje vond ze daar prentenboekjes in heel veel verschillende talen. In onze bibliotheken is het heel moeilijk om dergelijke boekjes te vinden. Hoe willen we dan

47


Taal is van iedereen!

die boekjes in de gezinnen krijgen? Dat wordt ook beaamd door de medewerker van Boekbaby‟s. Ook hier weer waarschuwt Koen. Een boek is een cultureel gegeven, en ook een persoonlijk gegeven. Maar het is in onze cultuur ook vooral een schools gegeven. Je moet altijd alert blijven op hoe je ermee omgaat. 7 | Slotbeschouwing van Koen Wat er de afgelopen 20 jaar gebeurd is in verband met het bevorderen van taalvaardigheid heeft ongetwijfeld effect gehad. Vooral in het (basis)onderwijs is er heel wat gebeurd rond taalonderwijs. Er worden methodes gebruikt met meer interactieve werkvormen wat een positieve bijdrage geleverd heeft aan de taalvaardigheid en de sociale vaardigheden van kinderen. Vroeger was er aan het begin van de lagere school een achterstand bij allochtonen en die werd steeds groter. Nu is er nog een achterstand, maar die wordt niet meer groter. De methodes boeken dus succes. Maar dat ligt achter ons. We moeten nu kijken naar wat voor ons ligt. Er moet een goede bodem aangebracht worden, die we goed moeten verzorgen en goed moeten gieten. We moeten op een andere manier met kinderen en met taal omgaan. Hij eindigt met de volgende anekdote: Toen een kleuter die meedoet aan onderzoek rond meertaligheid geïnterviewd werd, kreeg hij de volgende vraag: „Spreek jij ook Nederlands?‟ De kleuter antwoordde: „Neen, ik spreek geen Nederlands.‟ Waarop de interviewer:‟Maar je spreekt nu toch Nederlands met mij?‟ Waarop de kleuter: „Neen, ik spreek normaal.‟

48


Taal is van iedereen!

49

VERSLAG 2

Majo stelt Stichting Lezen voor. De mensen rond de tafel stellen zichzelf kort voor. Majo wil de discussie rond lezen in de vrije tijd voeren aan de hand van een aantal citaten die ze uitdeelt aan de deelnemers. Diegenen met hetzelfde citaat moeten even met elkaar praten en dan wordt er in de grote groep gediscussieerd.

Inleider: Majo De Saedeleer, directeur Stichting Lezen Moderator: Hanne Decoutere Verslag: Mieke Vandenbroucke

Uit het gesprek komen een aantal topics naar voren.

1 | belang van voorlezen Hoe krijg je mensen aan het lezen? Door hen te boeien met verhalen. Het begint bij voorlezen, ook voor volwassenen belangrijk. Het zelf lezen is al een vierde stap in dat verhaal. De drang om zelf te lezen is groter als je gestimuleerd wordt. Stichting Lezen zorgt daarom voor een groot aanbod aan informatie over allerlei soorten verhalen. Op de website is allerlei informatie te vinden ivm leesbevordering, websites, biblitoheken, … . voorbeeld: www.boekenzoeker.org. Als je wil voorlezen, begin bij wat je zelf mooi vindt.

2| leesvoer voor volwassenen? Iemand haalt aan dat er voor de volwassenen die Nederlands willen leren, of moeten opgeleid worden in de vaardigheid lezen in basiseducatie en tweedekansonderwijs te weinig goed leesvoer bestaat dat afgestemd is op de leefwereld van de mensen zelf. Ze moeten het vaak doen met te simpele en oninteressante boekjes en verhalen uit de lagere school. Er bestaat een beperkt aantal nieuwe reeksen die voldoen aan deze vraag (zie www.stichtinglezen.be), zoals een reeks voor basiseducatie; uitgegeven door Averbode: Fahrenheit,…) Majo: het lezen van een boek is een middel, maar er is een hoger doel dat dat. Belangrijk om hier mee te geven is dat je niet alleen toegang tot boeken kan hebben door tekst, maar ook door foto‟s en prenten/tekeningen allerhande en dat dat juist aanleiding kan geven tot echte communicatie. Vb. boek van Shaun Tan: The arrival of De aankomst. Over de tekeningen in dit boek die gaan over emigratie kan gepraat worden met mensen met heel verschillende en gelijkaardige ervaringen.


Taal is van iedereen!

Het eerste doel is dus: communicatie. Niet enkel woorden en teksten „lezen‟.

3| lezen voor iedereen? Lezen moet iedereen leren. Dat is een must. Dan is het belangrijk om dat op een zo uitdagend en motiverend mogelijke manier te brengen. Lezen mag nooit iets van „moeten‟ zijn. Lezen heeft te maken met leeshonger en leesplezier. Sommige kinderen hebben het of lezen gewoon graag en veel en anderen niet. Voor een aantal kinderen moeten we ervoor zorgen dat de leesomgeving rijk, uitnodigend en motiverend is.

4 | Hanne: wat is het verband tussen lezen en taalontwikkeling?

Lezen is een manier om taal onder de knie te krijgen. Majo verwijst naar de opvoedingsprijs die ze ontvangen heeft en verdedigt de stelling: opvoeden is als tuinieren. Je moet investeren in een mooie, goede tuin, je hebt geduld nodig, inzet en vertrouwen, net zoals bij de opvoeding van kinderen. Maar ook niet teveel, want dan gaat het ook niet goed. Leescultuur hoort bij opvoeding. Door dit op te nemen ben je bezig met drie belangrijke zaken:   

kansen bieden/empowerment het ontwikkelen van empathie het ontwikkelen van zin voor het esthetische

De prijs van 60 000 euro die ze ontvangen heeft, zal naar verschillende bestemmingen gaan.   

onderzoek van het project Boekbaby‟s internationale uitwisseling van projecten kinderboeken uit verschillende culturen in Vlaanderen in vertaling brengen en ter beschikking stellen.

Wat het project boekbaby‟s betreft: dit wordt een project van de hele provincie Limburg. De bedoeling is dat meer en meer lokale besturen zich willen engageren om met dit project van start te gaan.

50


Taal is van iedereen!

REFLECTIE VAN DE INLEIDER

Bijdrage van Majo de Saedeleer, Directeur Stichting Lezen

Over lezen, voorlezen en voorgelezen worden

Iemand in Nederland heeft het berekend: als je iedere dag een kwartier zou lezen (of voorlezen of voorgelezen worden) lees je in een jaar tijd 1.000.000 woorden. Daarvan zijn er 1.000 nieuw. Wat een weelde! Als je een nieuwe taal zou leren, krijg je op die manier de hele basiswoordenschat mee. Als het om je eigen taal is het een haast onvoorstelbare uitbreiding van je woordenschat. Nuttig, zo’n dagelijks kwartiertje (voor)lezen. Maar er is meer dan meetbaar nut. Want bovenop de woorden krijg je ook een verhaal. En daar hunkeren we toch allemaal telkens weer naar. Ik noem de meerwaarde van verhalen de 3 E‟s. De E van Empowerment, of die van Emancipatie. Leren lezen, kunnen lezen, graag lezen betekent dat er een wereld voor je opengaat. Teksten vergroten je kansen om de wereld te ontdekken, te begrijpen en er deel aan te hebben. Soms zelfs om de wereld en je eigen leven een nieuwe wending te geven. De tweede E is die van Empathie. Boeken brengen je het verhaal van andere mensen, op andere plaatsen, in andere omstandigheden. Ze zetten je in de schoenen van een ander. Daardoor kijk je verder dan je eigen beleven, je ontdekt dat er meer dan één manier van kijken en doen is. En dat anders niet gek is. De derde E is die van Esthetiek, schoonheid. De originaliteit van de verwoording en de opbouw van een verhaal, de kunstzinnigheid van de illustratie, de zorg van de uitgave. Met waardevolle inhouden en vormen verleid je (jonge) mensen tot lezen. Mooi, zo’n dagelijks kwartiertje (voor)lezen. Een toemaatje: Willem Vermandere, kunstenaar met woorden, muziek en beelden, pleit voor een dagelijks moment met een boek „al was het maar één gedicht, één bladzijde‟. Gevraagd naar zijn inspiratie, zegt hij : „Dagelijks lezen én langzaam lezen zorgt voor een humuslaag in je binnenste. Ik maak geenliedjes, bedenk geen vertelsels. Maar ik leef van de rijke opbrengst uit de humus van volgehouden lectuur.‟ Vruchtbaar, zo’n dagelijks kwartiertje (voor)lezen.

Majo de Saedeleer

51


Taal is van iedereen!

52

IMPRESSIES DOEWINKELS TAAL EN WERK

VERSLAG 1

Deze sessies bestond uit een aantal onderdelen 

Brainstorm over schriftelijk taalgebruik. Hierbij is vooral belangrijk

Expert: Eva Delbeke, Huis van het Nederlands Verslag: Karel Schiepers, Kristien Kerkhofs

o De structuur van de tekst: o Het eigenlijke taalgebruik: korte zinnen, eenvoudige woroden, spreektaal, actieve taal, transparante woorden (=sluiten aan bij vreemde taal, vb accident ipv ongeval) o Vormgeving: beeldmateriaal, lay-out Toegankelijk taalgebruik -

Hoe kunnen wij ons taalgebruik aanpassen om de communicatie met anderstaligen te vergemakkelijken en de taalkloof verkleinen?

-

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de taaldrempel verlagen zodat het Nederlands te begrijpen is?

-

We gaan op een interactieve manier na hoe we ons mondeling en schriftelijk taalgebruik kunnen vereenvoudigen.

Taalniveau anderstaligen Van 1.1 (helft overlevingsniveau), over 1.2 (overlevingniveau) tot 2.1 (basisniveau) Toegankelijk schriftelijk taalgebruik -

Aan de hand van videofragmenten krijgen we zicht op het belang van een duidelijk en toegankelijk schriftelijk taalgebruik.

10 tips: -

Gebruik slanke formuleringen

-

Gebruik transparante woorden

-

Schrijf zoals je vertelt

-

Let op met beeldspraak en woordspelingen en pas op met humor

-

Zorg voor korte alineaâ€&#x;s en korte teksten


Taal is van iedereen!

-

Gebruik illustraties of foto‟s, pictogrammen en symbolen

-

Zorg voor een eenvormige en herkenbare structuur

-

Schrijf actief en vermijd passieve zinnen

-

Maak korte zinnen

-

Spreek lezers aan met “je”

Toegankelijk mondeling taalgebruik -

Aan de hand van videofragmenten krijgen we zicht op het belang van een duidelijk en toegankelijk mondeling taalgebruik.

10 tips: -

Hou je publiek voor ogen en hou rekening met hun voorkennis

-

Hou het simpel maar niet kinderachtig

-

Gebruik veel gebaren en ondersteun je instructies en informatie visueel

-

Vermijd kromtaal

-

Vermijd figuurlijk taalgebruik

-

Gebruik transparante woorden

-

Hou je uitleg kort, wissel af met vragen, instructies…

-

Herhalen

-

Fouten maken mag

-

Gerichte vragen stellen, begrip controleren

Interessante websites: -

www.sclera.be

-

www.napofilm.net

53


Taal is van iedereen!

54

TAAL, ONDERWIJS EN OPLEIDING

VERSLAG 1

Wablieft beschrijft folders, brieven, brochures en geeft tekstadvies. Ze bieden workshops aan. Een trainer kan bij een organisatie op bezoek komen of men kan deelnemen aan een training in de lokalen van Wablieft zelf. Tijdens deze workshops worden tips aangereikt voor een duidelijker structuur in de tekst.

Expert: Farida Barki, Redactrice Wablieft Verslag: Viviane Biesmans

De krant Wablieft is haar 26ste jaargang bezig. De krant wordt vooral gelezen door mensen die gewone kranten te moeilijk vinden. Wablieft is al 3 jaar bezig met een boekeneditie (fictie en non-fictie). Farida reikte in deze workshop 6 tips aan om duidelijkere taal te gebruiken in onze communicatie met mensen. Door een aantal veel gebruikte foutieve zinnen te verbeteren leerde ze beter en correcter te communiceren.

Tip 1: Vorm je een beeld van je lezer (achtergrondkennis, taalniveau …) Tip 2: Schrap overbodige informatie: kill your darlings Tip 3: Schrijf korte zinnen (max. 15 à 20 woorden per zin) Tip 4: Schrijf actieve zinnen Tip 5: Schrijf concrete, geef voorbeelden Tip 6: Gebruik alledaagse woorden en vermijd „stadhuistaal‟: stel jezelf voor dat je lezer voor je aan tafel zit: vertel haar of hem wat je wil vertellen.


Taal is van iedereen!

55

TAAL EN OPVOEDING VERSLAG 1

Centrale gedachte: Taal leer je door taal te gebruiken! De taalronde is een methodiek om zowel in groep als één op één met kinderen te praten en op die manier een rijke talige interactie met hen tot stand te brengen.

Expert: Hieke van Til, directeur Stichting Taalvorming NL. Verslag: Erwin Marcisz

Basisvoorwaarden: -

kies een onderwerp dat aansluit bij de leefwereld van de kinderen en waar ze eigen ervaringen aan kunnen verbinden

-

zorg voor een veilige sfeer zodat kinderen vrijuit kunnen praten maar er ook voor kunnen kiezen om iets niet te zeggen

Begeleidershouding tijdens het gesprek: -

visualiseer waarover kinderen praten en probeer met detailvragen het beeld echt scherp te krijgen. Vragen naar details lokt rijkere taal uit.

-

Wees oprecht nieuwsgierig naar wat het kind vertelt.

-

Vermijd te veel „waarom‟-vragen. Vaak maken die het moeilijk voor het kind. Vb: “Waarom vond je het leuk?” wordt beter vervangen door “Wat vond je leuk?”

-

Geef geen commentaar of doe geen normatieve uitspraken.

Bijschrijfgesprek: Vanaf 5 à 6 jaar kan het verhaal dat het kind verteld ook neergeschreven worden. Dit wordt een bijschrijfgesprek genoemd. De begeleider schrijft op aangeven van het kind stap voor stap het verhaal neer en toetst bij iedere regel of de weergave correct is. De begeleidershouding blijft dezelfde als hierboven reeds omschreven. Bijkomend is belangrijk dat het kind baas blijft over zijn eigen ervaring, zowel in woord als in beeld. Taaltekenen: Vanaf 5 à 6 jaar kan het verhaal door het kind in een soort stripsequentie getekend worden. De begeleider kan dan zorgen voor tekstuele verduidelijking bij de tekeningen. Algemene conclusies: -

Vertrek vanuit ervaringen: wat heb je gezien, gehoord, geproefd, geroken, gedacht, meegemaakt.


Taal is van iedereen!

-

Echte betrokkenheid is een voorwaarde om rijke taal uit te lokken.

-

Blijf geloven in het talig potentieel van kinderen ook al vergt het bij sommige kinderen meer moeite om hen tot een rijke productie te doen komen.

56


Taal is van iedereen!

REFLECTIE VAN DE INLEIDER

Bijdrage van Hieke van Til, Uit: Egoscoop, jaargang 15, nummer 4, juni 2011

EIGEN ERVARINGEN ALS BRON VOOR TAALONDERWIJS

Bij Taalvorming zijn welbevinden, taalontwikkeling en betrokkenheid in één werkproces verbonden. Kinderen vertellen, luisteren, schrijven en lezen vanuit hun eigen ervaringen. Taalbeschouwing zit verweven in elk stap. Ervaringen delen in een taalronde In een taalronde vertellen de kinderen van groep 3 elkaar over een keer dat ze iets deden wat eigenlijk niet mag. Juf Samira begon met vertellen en enkele kinderen hebben hun verhaal ook al verteld. Ayla wil ook heel graag vertellen maar ze praat zachtjes en weet de juiste woorden niet goed te vinden. Daardoor is zij moeilijk te begrijpen. Ze beweegt veel met haar handen terwijl ze praat om duidelijk te maken wat ze bedoelt. Door Ayla vragen te stellen en haar verhaal terug te vertellen in goed lopende zinnen komen de andere kinderen, juf Samira en vooral Ayla uit op het volgende verhaal: Ayla: “Mijn moeder was in de woonkamer bezig. Mijn broertje en ik hadden zin in chocolade. Er lag een reep in de koelkast. We gingen heel zachtjes naar de keuken zodat mijn moeder het niet zou horen. We aten allebei van de chocola. Daarna gingen we naar de kamer. Daar werd mijn moeder heel boos op ons.” Ayla‟s klasgenoten kunnen zich een beeld vormen bij deze gebeurtenis. Maar zij willen nog meer van Ayla weten: Bart: “Waarom ging je het niet aan je moeder vragen?” Ayla: “Omdat het niet mocht.” Remy: “Was je moeder boos omdat je de chocolade had gegeten?” Ayla knikt. “Hoe wist ze dan dat je dat gedaan had?” Ayla kijkt alsof ze het niet begrijpt en haalt haar schouders op. Juf Samira herhaalt de vraag nog eens: “ Ja, hoe kwam dat eigenlijk dat je moeder dat wist?” “Ik weet het niet,” zegt Ayla. Ik zie kinderen nadenken.

57


Taal is van iedereen!

Dan zegt Bouschra: “Ik denk dat je nog een beetje bruin bij je mond had, daardoor zag ze het.” De andere kinderen zuchten: “Jaaaa, dat is het.” Ayla lacht en knikt. Ja, dat zou kunnen. Ze weet het niet zeker maar misschien kwam het daardoor dat haar moeder het gemerkt had…

Elkaar helpen Elkaar helpen om een eigen ervaring onder woorden te brengen, samen proberen te begrijpen hoe iets precies is gebeurd en daar de beste woorden voor vinden: in een taalronde delen de kinderen en de leerkracht hun ervaringen met elkaar. Door dat te doen kijken zij steeds even naar de wereld om zich heen vanuit het perspectief van de ander. Door het delen van elkaars ervaringen leren de kinderen van elkaar hoe zij in de wereld staan, hoe mensen verschillend kunnen reageren op wat er om hen heen gebeurt, welke verschillende emoties da oproept en hoe mensen daar mee omgaan. Vertellen over eigen ervaringen leidt er niet alleen toe dat je de mensen om je heen beter leert begrijpen, het heeft ook een positief effect op de taalvaardigheid van kinderen.

Wat is dat eigenlijk, een eigen ervaring? De term”eigen ervaring” wordt veel gebezigd in het onderwijs. Er blijkt een veelvoud aan definities te bestaan om dit begrip te duiden. De stichting Taalvorming hanteert de volgende definitie: Eigen ervaringen van kinderen zijn het uitgangspunt van elke taalronde. We legitimeren die keuze aan de hand van drie redenen: 1. Het is praktisch: Iedereen heeft eigen ervaringen. Je hebt ze altijd bij de hand. 2. Sociaal-emotionele ontwikkeling: Niemand is deskundiger op jouw eigen ervaringen dan jij zelf, of je nu peuter, kleuter of puber bent. Ook de leerkracht niet. Die zelf beleefde momenten en gebeurtenissen zitten in je hoofd. Daar heb je beelden, geluiden en gevoelens bij. Die rijke bron geeft zoveel houvast bij het vertellen. Eigenlijk hoef je niet meer te doen dan het beeld dat jij in je hoofd hebt zo te vertellen, dat een ander het voor zich kan zien en ook beelden in zijn hoofd krijgt. De leerkracht kan helpen om het verhaal beeldend te vertellen. 3. Taalontwikkeling: Juist omdat je het zelf beleefd hebt, ben je gemotiveerd je verhaal zo te vertellen dat de anderen goed begrijpen hoe het gegaan is. Eventuele taalproblemen worden zo ondergeschikt aan de motivatie om iets te vertellen. Impliciet en expliciet wordt er gewerkt aan woordenschat, zinsbouw, formuleren en taalbeschouwing.

58


Taal is van iedereen!

Eigen ervaringen gebruiken als motor voor taalontwikkeling Het is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan: de ervaringen van kinderen gebruiken voor hun taal- en sociale ontwikkeling. In de praktijk blijken er veel valkuilen te zijn voor leerkrachten. -

De leerkracht blijft zelf teveel aan het woord De leerkracht stelt teveel kennisvragen De leerkracht betrekt de groep niet goed op de individuele ervaringen van een kind

Wij zien voor de leerkracht enkele relevant rollen in de taalronde. Allereerst stimuleert zij de kinderen door het inbrengen van een eigen voorbeeld, een eigen ervaring. Maar wel zo zo‟n manier dat deze ervaring associaties bij de andere kinderen oproept. Vervolgens ondersteunt zij de kinderen door hen de juiste vragen te stellen over hun eigen ervaringen, zodat zij ieder op hun eigen (taal)niveau steeds beter gaan vertellen. Ze wisselt af in de vragen die ze stelt en werkt niet steeds het “wie-, wat-, waar- en wanneerlijstje” af. Pas dan kunnen er levendige gesprekken ontstaan. De leerkracht betrekt de kinderen bij elkaar, door, indien nodig, het vertelde in goed Nederlands, verstaanbaar en gericht aan alle kinderen te herhalen. Verder is het belangrijk dat ze verbindingen legt tussen de verhalen die de kinderen vertellen. En het allerbelangrijkste: ze zorgt voor een veilige sfeer in de groep, waar iedereen kan vertellen zonder dat er geoordeeld wordt. Als het werken met een taalronde goed geïmplementeerd is, dan worden de kinderen zelf eigenaar van sfeer en veiligheid. Dan durven en kunnen ze elkaar bevragen zonder elkaar te beoordelen. Dat heeft een positief effect op het welbevinden van de leerlingen. Ook kunnen zij hun ervaringen werkelijk delen met elkaar en is de taalronde een plek vol taalontwikkeling.

“Ik vind dat er te vaak tram staat, dat is lelijk’ In groep 6 staat een tekst van Steven op het bord. Bij het overschrijven op het bord, heeft meester Robert de spelfouten die er in staan verbeterd omdat hij het niet over spelling maar over de inhoud van de tekst wil hebben. Vorige week is het schrijven van de teksten voorafgegaan door een taalronde over “een keer dat je haast had”. Vandaag gaan ze met elkaar kijken hoe ze Steven kunnen helpen om zijn tekst duidelijker een mooier te maken.

59


Taal is van iedereen!

“Ik ging naar mijn tante en ik moest met de tram. Ik ging hard rennen om op tijd bij de tram te zijn. Ik rende naar de tram en toe zag ik de tram bij de halte staan. Ik ging nog harder rennen. Maar de tram reed weg. Ik werd boos omdat ik de tram had gemist.” Steven leest zijn tekst voor en de kinderen lezen mee. Daarna krijgen zij de opdracht om vragen over deze tekst op te schrijven. Ook mogen ze suggesties noteren om een zin op een andere manier op te schrijven. Dat kunnen andere woorden zijn, een andere zinsopbouw of een andere volgorde van zinnen. Het kan ook leiden tot een voorstel om de tekst nog iets te verlengen, maar ook om juist iets weg te laten. De kinderen kunnen de regels van het spel: ze mogen alles vragen en alles voorstellen, maar Steven blijft de baas over zijn tekst en hij beslist wat er veranderd wordt of wat hetzelfde blijft in zijn tekst. Er komen verschillende vragen: “waar woont je tante?” “Met welke tram moest je?” Steven geeft antwoord en hij bedenkt of die informatie erbij moet in de tekst of dat die er eigenlijk niet toe doet. Dan steekt Esma haar vinger op: “Ik vind dat er te vaak “tram” in de tekst staatn, dat is lelijk”. Robert: “Heb je daar een oplossing voor? Wat zou Steven kunnen veranderen?” Abdel: “Je kan ook andere woorden gebruiken.” Robert: “Wie weet er een ander woord voor tram?” Elena: “Als je nou in de ene zin tram zegt en in de andere zin openbaar vervoer en steeds om de beurt.” Zacht mompelend proberen de kinderen dat uit in de tekst. In de eerste zin mag tram blijven staan van de klas. “Want dan zeg je het pas voor de eerste keer.” Robert leest het voor en vervangt het woord “tram” door “openbaar vervoer” conform Elena‟s voorstel. Steven vindt het geen goed idee: “Het klinkt raar, steeds dat openbaar vervoer.” De klas is dat men hem eens. Jeffrey roept: “Dan zeg je gewoon een keer “bus” of “trein” in plaats van “tram”. Steven: “Maar ik ging helemaal niet met de bus of de trein.” Nee, dat snapt iedereen, dat kan niet. Merel: “Je kunt soms ook “hij” of “die” zeggen.” Robert: “Laat maar een horen hij jij dat zou doen.” Merel leest de tekst met haar suggesties er in. Zo loopt de discussie nog even door. Sommige suggesties worden geaccepteerd, ander worden afgewezen.

60


Taal is van iedereen!

Uiteindelijk is Steven blij met het eindresultaat en hij leest trots voor: “Ik ging naar mijn tante in Amsterdam Zuid en ik moest met het openbaar vervoer. Ik ging hard rennen om op tijd bij de halte van tram 3 te zijn. Ik rende door mijn straat. Toen ik de hoek om kwam zag ik de tram bij de halte staan. Ik ging nog harder rennen. Maar hij reed al weg. Ik werd boos omdat ik hem had gemist.” Ook de klas is tevreden. Steven leefwereld is herkenbaar voor zijn klasgenoten. Alle kinderen herkennen daardoor de situatie die Steven beschrijft en voelen zich betrokken bij het verbeteren van de tekst. Door die betrokkenheid en door de regels van het spel (hij blijft altijd de baas over zijn tekst) voelt hij zich niet gecorrigeerd of aangevallen, maar gesteund door zijn klasgenoten. Het eindresultaat is iets waar hij zelf trots op kan zijn, want hij is immers eigenaar gebleven van zijn tekst. Taalrondes implementeren op je school? Een taalronde bestaat uit een zorgvuldig opgebouwde reeks werkvormen waarin afwisselend In het boek „Taal leren op eigen met de hele groep, individueel en in kleine groepjes kracht” uitgegeven door Van wordt gewerkt. Mondelinge taal is de basis. Alle Gorcu en geschreven door Suzanne taaldomeinen worden op een logische manier aan van Norden vindt u meer elkaar verbonden. Van het een komt het ander. Bij achtergrond en uitleg over de werkwijze van Taalvorming. Op de vertellen hoort luisteren, van vertellen komt schrijven, website www.taalvorming.nl vindt u van schrijven komt lezen en taalbeschouwing loopt er meer informatie over Stichting als een rode draad doorheen. Op scholen die met Taalvorming. taalrondes werken worden eigen ervaringen gebruikt in het taalonderwijs, wordt veel verteld en geschreven en krijgen kinderen veel kansen op succeservaringen met hun eigen taal. De taalopbrengsten en de positieve invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn evident. De werkwijze van de stichting Taalvorming sluit aan bij het taalaanbod van elke school. Stichting Taalvorming ondersteunt individuele leerkrachten en schoolteams bij het implementeren van de werkwijze en maakt voor elke school een programma op maat. De begeleiding wordt bepaald door de vraag van de school, het al aanwezige programma en de specifieke mogelijkheden en wensen.

Hieke van Til, Directeur Taalvorming

61


Taal is van iedereen!

DEELNEMERS VOORTRAJECTEN

Organisatie/dienst

Voornaam + Naam

Internationaal Comité

Aicha

Bahaivereniging

Behzad

Bahaivereniging

Dilshad Najmi

Perspectief vzw

Martin Oluwadiran

Internationaal Comité

Sevinc

Internationaal Comité

Ariana Barku

Wayang

Guler Alacali

Wayang

Gulen Bekaroglu

PRIC

Kristel Biesmans

Stad Genk

Houssein Bouharras

vzw Internationaal Comité

Aga Cholewa

vzw AIF (voortraject)

Luciano Corsini

Xios Hogeschool Limburg

Katrien Daerden

Internationaal Comité

Jef De Vrij

ABVV

Ben den Hollander

Wayang (fluistertolk)

Yasemin Dinc

Farda

Ali Hazara

Xios Hogeschool Limburg

Riet Jeurissen

Diyanet Moskee Maasmechelen

Erdal Kalemkus

Sierra Leone Organisation in Limburg (SOiL)

James Kamara Bibha Kaur

Guru Nanak Sikh Society

Parwinder Kaur

Ons leven

Leen Kuypers

Ons leven

Maria Kuypers

ACV

Hanan Nahas

Kolors

Christopher Nwosu

Universiteit Hasselt

Yalci Ozlem

ACW

Sebila Ozturk

BAHA'I

Maria Papa

Afghaanse Vereniging

Kotcher Popazai

PRIC

Bayram Saatci

Perspectief vzw

Jo Schreurs

Sierra Leone Organisation in Limburg (SOiL)

Theresa Seibureh

Sangat Sahib Gurdwara

Harjinder Sing

Guru Nanak Sikh Society

Simrant Singh

Poolse Culturele Vereniging

Daniella Stanek

62


Taal is van iedereen! Uhasselt

Ă–zlem Yalci

ACLVB

Ayten Yildirim

vzw AIF

Diana Zangari

vzw AIF

1 deelnemer

Turkse Beyazit moskee Kolderbos

3 deelnemers

Latinos del Mundo

2 deelnemers

TGT Turkse Theatergroep Genk

4 deelnemers

Doguz Heusden-Zolder

3 deelnemers

Groep Intro vzw

4 deelnemers

Marokaanse moskee Meulenberg

3 deelnemers 2 Burundezen 2 Afghanen 3 Armenen

Deelnemers uit het multiculturele verenigingsleven met diverse roots zoals Sierre Leone, Turkije, ItaliĂŤ, Rusland, Polen, de Filipijnen, Zuid-Amerika, Afghanistan mensen vanuit professionele invalshoek zoals 2 LOP deskundigen, voormalig studentenbegeleider van de KHLIM

63


Taal is van iedereen!

STATEN GENERAAL 20 OKTOBER 2011

Voornaam + Naam

Organisatie/dienst

Ilse Aerden

Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs

Cathy Aerts

Onthaalbureau Inburgering Limburg

Arif Akgönül

Onderwijs en Gezin/opvoedingswinkel stad Beringen

Guler Alacali

Wayang (voortraject)

Koen Albregts

ACW Limburg

Latifa Amezghal

Uit de Marge vzw

Caroline Antheunis

KCST - CVO Sint-Truiden

Linda Babeliowsky

Vrije Basisschool Klimop

Nuray Bagci

Steunpunt Opvoedingsondersteuning Limburg

Manette Bambust

directeur

Veerle Bammens

CVO de Oranjerie

Ariana Barku

vzw Internationaal Comité

Didier Bataillie

OVSG

Gert Beckers

De Speling

Nadette Beelen

Provinciaal Integratiecentrum

Gulen Bekaroglu

Wayang (voortraject)

Tamara Bellafronte

Vrij CVO Noord-Limburg

Ingrid Berckmans

KCST - CVO Sint-Truiden

Riet Bertels

Provincie Limburg Steunpunt Onderwijs / PLOT

Martin Beutels

Stad Beringen Dienst Onderwijs

Sanghmitra Bhutani

Minderhedenforum vzw

Kristel Biesmans

Provinciaal Integratiecentrum

Viviane Biesmans

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Saliye Bitis

Kind en Gezin

Jeroen Bloemen

VOKA

Rik Bloemen

VCLB

Cindy Boel

Familiehulp

Veerle Boelen

DPB Hasselt

Karine Bogaert

lokale dienst Onki-Stekelbees

Josiane Borgers

Kind en Gezin

Monique Borgs

vzw Gastama

Irène Bosmans

vzw Provinciale Commissie Buitenschoolse Opvang

Johan Boucneau

Stad Genk

Aicha Bouharras

vzw Internationaal Comité

Hilde Boven

DPBBaO

Hilde Brepoels

Autonome Provinciale kleuterschool Sint-Martens-Voeren

Deborah Broos

Kind en Gezin

Jo Brouns

Kabinet Vlaams minister van Welzijn volksgezondheid en Gezin

64


Taal is van iedereen! Jo Brouns

Kabinet Vlaams minister van Welzijn volksgezondheid en Gezin

Sirin Bugol

Fedactio Limburg

Mart Busschots

Middenschool Genk

Guido Cajot

taalcoördinator

Tania Carremans

VBS de Beerring

David Celis

Instapje Opvoedingswinkel Genk

Aga Cholewa

vzw Internationaal Comité (voortraject)

Petra Claes

Gemeente Heusden-Zolder

Myriam Claessen

CVO Lino

Willy Clijsters

Universiteit Hasselt

Luciano Corsini

vzw AIF (voortraject)

Michel Coune

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Sigrid Cox

Kind en Gezin

Els Creemers

Kind en Gezin

Jos Cuypers

KHLim

Anne d'Oultremont

LOP Bilzen Basisonderwijs

Stefan Daemen

VCLB Limburg vzw

Christel Daenen

Kind en Gezin

Marijke Daens

VLO Lino en Welzijnsregio Noord-Limburg

Katrien Daerden

Xios Hogeschool Limburg (voortraject)

Carmen Daniëls

Middenschool 2 Herk-de-Stad

Daniëlle Daniels

Cover Consult Verlinden

Jef De Vrij

Internationaal Comité (voortraject)

Claire Deboutte

BUSO KIDS

Gie Deboutte Hans Deckers

Don Boscocollege Hechtel

Katrien Degrie

docente Nederlands

Ben den Hollander

ABVV (voortraject)

Bart Derwael

Agentschap Jongerenwelzijn preventieteam Limburg

Heidi Desmet

GO

Nancy Dexters

Hotelschool Hasselt

Lief Didden

DPBBaO

Roger Dikoya

Puegis

Yasemin Dinc

Wayang (voortraject) (fluistertolk)

Cindy Dirkx

Stad Dilsen-Stokkem

Isabelle Doorme

Kabinet Gedeputeerde Smeets

Rita Drees

KYA2 Villers

Volkan Duymaz

Dienst Diversiteit gemeente Maasmechelen

Karima El Bassam

Kind en Gezin

Esther Elsen

Vrije Basisschool De Horizon

Valerie Engelen

CMGJ

Sarah Evers

Hotelschool Hasselt

65


Taal is van iedereen! Luc Flipkens Irène Fransaert

Voorrangsbeleid Brussel vzw

Klaar Franssen

Provinciaal Steunpunt Limburgse Bibliotheken

Heidi Frederix

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Hilde Geerts

CDBSO KTA2-Villers

Carlo Gelissen

Stad Maaseik

Hendrik Geurts

Open School Hasselt

Etienne Gielen

Vlaamse Gemeenschap

Joyce Gielen

vzw Provinciale Commissie Buitenschoolse Opvang

Mimi Gielen

Kind en Gezin

Martine Gielkens

VDAB

Stefany Giglio

vzw Internationaal Comité

Romina Giuga

VZW Familia

Marjon Goethals

Diocesane Pedagogische Begeleidingsdienst Hasselt

Sarah Govarts

Onderwijs en Gezin/opvoedingswinkel stad Beringen

Nelly Grevendonck

KDV 't Oogappeltje

Carlo Gysens

basisschool De Schans en De Luchtballon Heusden-Zolder

Hilde Haerden

vzw PAS Opvoedingswinkel Genk

Astrid Hannes

Provincie Limburg

Ali Hazara

Farda (voortraject)

Veerle Heeren

Vlaams Parlement

André Hellofs

schoolbestuur LO Winterslag

Bart Henckaerts

voorzitter

Marc Hendrickx

OVSG

Moelly Henno

Middenschool Mercurius GO!

Dirk Herfs

AgODi

Rik Hermans

Gemeente Heusden-Zolder

Rita Heselmans

OVSG

Ellen Hoefnagels

Kind en Gezin

Karin Hufkens

Gemeentebestuur Houthalen-Helchteren

Johan Hulsbosch

Provinciale Handelsschool Hasselt

Gerda Jacobs

Sint-Jan Berchmanscollege

Jean Jacobs

Pedagogische Begeleidingsdienst SO - Hasselt

Noëlla Jacobs

ACW Limburg

Etienne Jammaers

VDAB

Dirk Janssen

Provinciaal Integratiecentrum

Jos Janssen

KSG De Heide

Veerle Janssen

Stad Hasselt

Hubert Jeunen

Vlaams ministerie van onderwijs en vorming

Riet Jeurissen

Xios Hogeschool Limburg (voortraject)

Bieke Jongen

Provincie Limburg

Iessa Kalaai

Provinciaal Integratiecentrum

66


Taal is van iedereen! James Kamara

Sierra Leone Organisation in Limburg (SOiL) (voortraject)

Katrijn Kelchtermans Kristien Kerkhofs

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Ioanna Kitsinis

VZW De Petteflet

Linda Knaepen

ASO KTA Tongeren - CVO Zuid-Limburg

Hilde Kreemers

School De Berk

Theo Kuppens

Vlaamse Confederatie Ouderverenigingen

Leen Kuypers

Ons leven (voortraject)

Maria Kuypers

Ons leven (voortraject)

Chantal Lachat

Bibliotheek Heusden-Zolder

Jos Lacroix

Vlaams Parlement

Ines Lassoued

Provincie Vlaams-Brabant

Rik Leenen

CVO-STEP afd. Tweedekansonderwijs

Riet Leurs

Integratiedienst Sint-Truiden

JosĂŠe Libens

DPB Hasselt

Marieke Lijnen

Pedagogische Begeleiding

Birgit Logtman

KA Tongeren

Marleen Lombaert

AgODi - Lokale Overlegplatforms

Katty Lowet

groep INTRO vzw

Joke Luts

Kind en Gezin

Kim Luys

CMGJ

Wendy Maesen

Dienst Onderwijs Maasmechelen

Erwin Marcisz

PRIC

Tiziana Marini

Dienst Onderwijs Maasmechelen

Karel Martens

OVSG

Simon Meers

Xios Hogeschool Limburg

Hilde Menten

Provinciaal Onderwijs Vlaanderen

Ana Michielsen

BS de Brug Bocholt GO!

Anne Milkers

Provinciaal Centrum Cultureel Erfgoed

Brigitte Minsen

Stad Hasselt

Yota Mokos

de RegenbOog vzw

Mieke Molemans

WICO Campus Mater Dei

Karolien Mondelaers

Schepen van cultuur, onderwijs, erfgoed en ontmoetingscentra Hasselt

Sven Moons

Elan Languages

Phaedra Moors

Stad Genk

Catherine Mulders

Technisch Instituut Heilig Hart

Hanan Nahas

ACV (voortraject)

Maggy Nelissen

Katholiek Secundair Onderwijs Genk (KASOG)

Carien Neven

ACV-Limburg

Bie Nielandt

Universiteit Hasselt

Paul Nijs

DPB Hasselt

Willemieke Nivelle

VZW KBT Papschool

67


Taal is van iedereen! Ellen Noukens

BUSO KIDS

Herwig Nulens

Art 27 vzw - Het Berenhuis

Christopher Nwosu

Kolors (voortraject?)

Edith Oeyen

voorzitter

Geert Oeyen

KTA2-Villers

Layla Onlen

groep INTRO vzw

Kim Ooms

Stad Hasselt

Yasmien Ousta

CKO De Koepel

Yalci Ozlem

Universiteit Hasselt (voortraject)

Sebila Ozturk

ACW (voortraject)

Kim Panesi

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Maria Papa

BAHA'I (voortraject)

Els Pauels

Kind en Gezin

Roos Peeters

departementshoofd

Thea Pipeleers

Europaschool Genk

Lieve Pollet

Provincie

Kotcher Popazai

Afghaanse Vereniging (voortraject)

Christa Raes

scholengemeenschap 'de Speling'

Veerle Raymaekers

Scholengemeenschap van het Provinciaal en Stedelijk Onderwijs Limburg

René Reggers

Provinciale Basisschool

Hedwig Reweghs

CVO 13 Zuid-Limburg

Dirk Roelandts

CMGJ

Anja Rogiers

Gemeente Heusden-Zolder

E. Bryan Ruyfiri

Afro Club Limburg

Karel Schiepers

Scholengemeenschap Provinciaal en Stedelijk Onderwijs Limburg

Tony Schildermans

Europaschool Genk

Bart Schoenmakers

KCST - CVO Sint-Truiden

Dirk Schoofs

Atheneum Mercurius Lommel

Hanne Schulpé

KHLim

Ann Segers

TA Maaseik

Theresa Seibureh

Sierra Leone Organisation in Limburg (SOiL) (voortraject)

Elke Severy

BS GO Kameleon

Tatjana Simic

Kind en Gezin

Lieve Simkens

student Gezinswetenschappen

Harjinder Sing

Sangat Sahib Gurdwara (voortraject)

Lut Sleurs

Corneliusschool

Marina Sleurs

Corneliusschool

Thomas Smets

KHLim

Marleen Smeyers

Stad Genk

Christine Snoeck

Minderhedenforum vzw

Koen Snyers

Steunpunt Sociale Planning - Provincie Limburg

Kevin Somers

Middenschool 2 Herk-de-Stad

68


Taal is van iedereen! Hamide Sonmez

Dienst Onderwijs Maasmechelen

Marie Soors Dirk Souverijns

Technisch Instituut Heilig Hart

Jos Stalmans

VKW

daniella Stanek

Poolse Culturele Vereniging (voortraject)

Eva Stas

BUSO KIDS

Linda Stijnen

Kind en Gezin

Joel Stockmans

UNIZO

Raymond Stulens

vzw Masala Sint-Truiden

Rita Suy

Stad Genk Schoolbestuur de Genks (of Geuks?)

Dagmar Swennen

MSGO1 Genk

Sofie Swinnen Nazli Tas

Kind en Gezin

Mireille Theelen

Stad Hasselt

Carina Thomis

Agentschap voor onderwijsdiensten

Teresa Ubachs

Stad Genk

Sonja Ulenaers

Vrij CVO Noord-Limburg

Koen Vaesen

Kinderdagverblijven Dol-Fijn

Stijn Valkeneers

KTA2 Villers Hasselt

Tania Van Acker

Stichting Lezen

Helen Van De Wiele

Provinciaal Onderwijs Vlaanderen

Van den HendeEmily

Kinderdagverblijf De Augustientjes

Yolanda Van Eynde

VZW De Petteflet

GabriĂŤlla Van Grootel

Stad Dilsen-Stokkem

Mieke Van Haegendoren

Athena Open Leercentrum

Marty Van Hees

MPI De Luchtballon

Anne-Mie Van Rymersdael Pedagogische begeleidingsdienst Hasselt Ann Van Steertegem

DPB Hasselt

Liesbet Van Tendeloo

Thuishulp vzw - Reddie Teddy

Sarah Van Tilburg

Stichting Lezen

Inge Vandebeek

Stad Hasselt

Peter Vandenbroeck

Provinciale Handelsschool Hasselt

Mieke Vandenbroucke

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Kathleen Vandenput

Gemeente Heusden-Zolder

Riet Vanderleyden Sofie Vanderlinden

Gemeentebestuur Houthalen-Helchteren

Hilde Vandormael

Steunpunt Onderwijs provincie Limburg

Jo Vandueren

VBS Broederschool

Raf Vangeel

basisschool De Schans en De Luchtballon Heusden-Zolder

Michèle Vanhecke

BSGO Freinetschool De Mijlpaal

Leen Vanhees

directies VCLB Zuid-Limburg

Odette Vanlaer

KHLim

69


Taal is van iedereen! Johan Vanroye

de RegenbOog vzw

Patrick Vanspauwen

Coรถrdinator

Lorette Vanvinckenoye

Atheneum Plus

Brenda Vernelen

CDO Provil

Anne Vervondel

PHL

Toon Voorjans

Dienst Onderwijs Maasmechelen

Veerle Vos

VZW KBT Papschool

Mimi Vossen

Kind en Preventie

Lotte Vrancken

Technisch Instituut Heilig Hart

Kristel Vranckx

Kind en Gezin

Josiane Vranken

Vrije Basisschool De Triangel

Myriam Wauters

Federatie Wereldvrouwen vzw

Johny Wijnants

Vormingplus Limburg

Evelien Willems

Middenschool 2 Herk-de-Stad

Sophie Willems

Don Boscocollege Hechtel

Gerd Wils

Gok-lk basisschool De Kievit

Toon Wirix

Scholengroep OLV- Sint-Aloysius Zepperen

Annelies Wouters

CDO Provil

Jos Wouters

Vrije Basisschool De Horizon

Ayten Yildirin

ACLVB (voortraject)

Ozkan Yilmaz

Fedactio Limburg

Diana Zangari

vzw AIF (voortraject)

70

Verslagboek Staten Generaal (20 oktober 2011)  

Verslagboek Staten Generaal over "Taal is van iedereen"