Page 1

Akkerbouwkrant INNOVATIE & ONDERNEMEN

AkkerbouwActueel.nl

Deze krant is een speciale uitgave van Prosu Media Producties voor akkerbouwers in Nederland.

Uit de startblokken

DOSSIER:

PRECISIELANDBOUW In 2000 bezocht akkerbouwer Derk Gesink uit het NoordGroningse Mensingeweer een rozenkweker in Almere. Samen met een groep agrarische jongeren keek hij zijn ogen uit vanwege de vergaande automatisering in de tuinbouw. De Groningse landbouwpionier denkt dat de pootgoedsector de komende jaren ook die kant op moet gaan. Mede daarom sloot Gesink zich in 2014 aan bij het 5G-veldlab. “Eigenlijk zijn wij vollegronds tuinders, maar dan met een groter areaal. Samenwerking zoeken met tuinders voor verdere automatsering zou voor de akkerbouwsector weleens goed kunnen uitpakken. Met het 5G-veldlab wordt een eerste stap gezet richting het efficienter verwerken van boven- en ondergrondse data.” AGROFUTURE Tijdens het bezoek aan de rozen­ kweker werd feitelijk de basis gelegd voor de huidige samen­ werkingsstructuur waarin Gesink momenteel werkt. Samen met vijf collega­akkerbouwbedrijven en een agronoom (voor de theoreti­ sche ondersteuning) is Gesink in 2014 begonnen met aGroFuture, een samenwerkingsverband met als doel: duurzame productie van akkerbouwgewassen. Het nieuwste project is het 5G­veldlab: direct vanaf het perceel met hoge snelheid grote hoeveelheden data verstu­ ren. Dankzij de integratie met het LoraWan­netwerk kan dit energie­ zuinig en zonder simkaart. Eén van de voorwaarden voor precisie­land­ bouw op het platteland is dat we goede verbindingen krijgen, zowel vast als mobiel. Vast is belangrijk voor echt grote data (vanuit huis), maar 5G zorgt ervoor dat er ook veel en snel data via het mobiele netwerk verzonden kan gaan wor­ den. Snelheid is enorm belangrijk in de ontwikkeling van zelfrijdende tractoren, die moeten direct reage­ ren om de veiligheid te garanderen.” De 5G­standaard moet nog worden vastgesteld, dus de Groningse akkerbouwer kan op dit moment alleen nog maar pilotprojecten uitvoeren: “We zijn vorige maand begonnen met het testen van een soort ‘elektronische aardappel’ voor ondergrondse data. Er zijn drie sensortypes geplaatst op het perceel tegenover mijn bedrijf: een accu, batterij en antennesensor. Komende tijd wordt onderzocht welke data er vanuit de grond ver­

# 1 - februari 2017

DERK GESINK TEST 5G-VELDLAB:

“Ik ben door dit project heel anders naar het bemestingsproces gaan kijken”

IN DEZE EDITIE O.A. BEMESTING BODEMVERBETERAARS PAG. 2 LAGE BODEMVRUCHTBAARHEID PAG. 6

GEWAS­ BESCHERMING ONKRUIDBESTRIJDING UIEN PAG. 4 NACONTROLERESULTATEN PAG. 22

MECHANISATIE zonden kan worden. Soms ben je bezig je product te verknallen zon­ der dat je het weet en dat proberen we op deze manier te voorkomen. Dit soort sensoren kunnen ook ge­ bruikt worden om valschokken tij­ dens het rooien, temperatuur, vocht en bemesting te meten. Ze kunnen je dingen vertellen die je nu nog niet merkt. Eigenlijk zou gedurende het gehele productieproces met sensorgegeven gewerkt moeten worden. Ook tijdens de bewaring kan de sensor waardevolle informa­ tie geven over een pootgoed dat te nat heeft gelegen.” Voor het binnenhalen van boven­ grondse (gewas)data wordt gebruikgemaakt van een drone. Dit kan niet via LoraWan, dus worden er nieuw ontwikkelde antennes ge­ plaatst. De hoge bandbreedte van 5G wordt hierbij benut. De verza­ melde gegevens moeten nu nog na afloop van de dronevlucht verwerkt

“JE BENT SOMS JE PRODUCT AAN HET VERKNALLEN ZONDER DAT JE HET WEET”

worden. Het doel van Gesink is om dat in de toekomst real­time te doen: “We halen nu het datakaartje eruit. Dan moeten we wachten op onze ‘koperdraadverbinding’. Als die connectie er eenmaal is, duurt het uren voordat het volledige databestand is overgezet. Als deze gegevens tijdens de dronevlucht via ontvangers (sensoren) direct verzonden wordt, dan heb je veel eerder data beschikbaar. Nu duurt het soms anderhalve dag voordat de gegevens binnen zijn en in de akkerbouw komen we steeds vaker situaties tegen waarin snel ingrijpen vereist is. Door real­time data binnen te halen kan er direct actie ondernomen worden op de geconstateerde teeltproblemen.” FOCUS OP BEMESTING Het steeds grilliger klimaat in Nederland zorgt ervoor dat alle werkbare dagen optimaal benut moeten worden. In de landbouw is het principe ‘tijd is geld’ dan ook zeer actueel. Efficiency en meer opbrengst per hectare lijken de toverwoorden voor de komende jaren. Bemesting vormt daarin een belangrijke schakel, zo stelt de Groningse pootgoedteler: “Wij geloven er heel erg in dat de poter naar een hoger plan getild kan worden door aan het begin de

stikstofafgifte te matigen en dan gedurende het seizoen bij te be­ mesten. De cruciale vraag hierbij is: wanneer moet je bijsturen? Met te veel mest steken aardappelplanten meer energie in het ontwikkelen van loof dan van knollen. Dan krijg je waterige aardappelen. Te weinig mest daarentegen veroorzaakt weer tekorten van cruciale elementen.”

OP PAD MET VOLLEBREGT PAG. 10 OPBRENGST BEGINT IN VOORJAAR PAG. 14 DRUKWISSELSYSTEEM PAG. 16

TEELTMANAGEMENT DELPHY'S ACTUELE AKKERVRAAG PAG. 8 UNIEK STREEKPRODUCT PAG. 20 AKKERBOUWERS OVER BODEMBEHEER PAG. 26

“KALI OVER DE VORST IS WEGGEGOOID GELD” “Ik ben door dit project op een heel andere manier naar het bemes­ tingsproces gaan kijken. Vier jaar geleden gooide ik nog ‘gewoon’ kali over de vorst. Maar sinds we de effecten kunnen meten, ben ik erachter gekomen dat die kali weg­ gegooid geld is. Zeker op lichtere grond komt die kali niet tot zijn recht. Nu voegen we kali gedu­ rende het teeltseizoen toe en dan heeft kali strooien wél effect. Onze visie: in het begin van de gewas­ groei geven we een kleine basisgift om de aardappels aan de gang te krijgen. In de tweede fase van de teelt bekijken we het knolaantal en de opbrengstpotentie. En op basis daarvan bepalen we hoeveel er bijbemest moet worden. Als dat proces geoptimaliseerd wordt, dan valt er veel winst te behalen in de opbrengst, maar ook de kwaliteit van het pootgoed gaat omhoog. Het mes snijdt aan twee kanten: want door efficiënter te bemesten wordt er ook op de kosten voor meststoffen bespaard.”

belangrijk dat wij in Nederland gebruikmaken van de nieuwste technieken. We hebben een aantal handicaps, omdat we in ons kikkerlandje met relatief kleine oppervlaktes moeten werken. Onze kracht zit hem in de kennis en in­ novatie. We moeten voorop blijven lopen, om die positie te behouden. Daar draag ik graag aan bij. Er is nog een lange weg te gaan, maar halverwege ons project kunnen we stellen dat we op de goede weg zijn. Omdat we eerder dingen in het veld zien, zijn we veel bewuster bezig. Dat vertaalt zich in constant hogere opbrengsten. Als wij dank­ zij het 5G­project straks live data kunnen versturen, dan worden die voordelen alleen maar groter.”

HOGERE OPBRENGSTEN Momenteel kost het project de akkerbouwer alleen maar geld, dat is echter geen reden om ermee te stoppen. Sterker nog: Gesink wil komende jaren de activiteiten van aGroFuture uitbreiden: “Voor de landbouw is het ontzettend

MEER INFORMATIE OVER HET 5G­FIELDLAB? Peter Rake - Economic Board Groningen (EBGN) Programmamanager 5G Tel. 050 – 2111668 E-mail: prake@ebgn.nl Website: www.5groningen.nl

PRECISIELANDBOUW AAN TAFEL BIJ WESTERHOF PAG. 18

BEWARING MECHANISCHE KOELING PAG. 24

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 1

06-02-17 11:42


2 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

VOORWOORD Het groeiseizoen 2017 staat voor de deur. Dit betekent nieuwe kansen en uitdagingen voor u als teler, maar ook moeilijke keuzes maken. Wel of niet (over) bemesten? Wel of niet kiezen voor precisiebemesting? Wat gaat er gebeuren met MH en hoe gaan we om met de steeds groeiende onkruid- en ziektedruk? Dit zijn slechts enkele voorbeelden van beslissingen die effect hebben op het bedrijfseconomisch resultaat: de opbrengst per hectare. In deze editie van de Akkerbouwkrant kijken we naar innovaties die hieraan bij kunnen dragen. Collegatelers vertellen over hun ervaringen en overwegingen. Met alle extremen die 2016 ons gebracht heeft in het achterhoofd gaat ‘de schop weer de grond in’ en staan we straks weer massaal in het veld. Wetgeving en beleid bepalen voor een deel welke mogelijkheden de sector heeft om de teelt te optimaliseren. Akkerbouwers hebben in het verleden al bewezen hier heel creatief mee om te kunnen gaan. In deze editie spreken we onder anderen met enkele pioniers op het gebied van precisie-­ landbouw, gaan we op bezoek bij proefboerderij De Rusthoeve en schuiven we aan bij een teler die al zijn percelen heeft laten opmeten om efficiënter te kunnen werken. In de nieuwe rubriek ‘Op pad met’ maken we kennis met Nico Vollebregt. Deze zelfstandig mechanisch monteur heeft menig akkerbouwer uit de brand geholpen door á la minute storingen in het veld te verhelpen en in de afgelopen wintermaanden bij diverse akkerbouwbedrijven het onderhoud te verzorgen. Uiteraard ontbreekt de Delphy Actuele Akkervraag niet en schuiven we aan bij een willekeurig akkerbouwbedrijf in de rubriek ‘Aan tafel bij’. De Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen bestaat ook deze keer uit diverse dossiers. Het centrale thema van deze editie is bemesting. Onderaan elk artikel staan contactgegevens vermeld waar u meer informatie kunt opvragen over het beschreven onderwerp. De redactie van de Akkerbouwkrant wenst u een groeizaam teeltseizoen en tussen alle werkzaam­ heden door veel leesplezier.

DOSSIER:

BEMESTING

#1

Focus op plantversterkers en bodemverbeteraars CZAV-PROEVEN:

WAT ZIJN NORMALE OMSTANDIGHEDEN? Afgelopen maand vond bij proefboerderij AIKC Rusthoeve overleg plaats tussen CZAV en Eelco Boot (hoofd bedrijfs­ voering van De Rusthoeve). Doel van het gesprek bij het Agrarisch Innovatie en Kenniscentrum: bepalen welke proeven er dit jaar worden uitgezet, welke proefvelden er tijdens de jaarlijkse open dag in juni moeten liggen en waarop de focus dit jaar komt te liggen. Ton Hendrickx (CZAV): “De accenten komen steeds meer te liggen op bemesten dichterbij de knol of het zaadje. Specifieker werken ingegeven door regelgeving en resultaten uit eerdere proeven.”

Bram de Visser is als verkoopleider, maar ook als coördinator van de open dag, bij het gesprek aanwe­ zig: “In dit overleg bekijken we: wat kunnen we doen aan onderzoek en wat de plannen voor 2017 zijn. We doen als CZAV al jaren onderzoek naar ontwikkelingen in bemesting, zoals plantversterkers. Dat onder­ zoek zal dit jaar verder uitgebreid worden. Vanuit onze coöperatieve gedachten zijn we altijd op zoek naar rendement voor onze klanten: hogere opbrengsten met zo laag mogelijke kosten en dat moet ook nog allemaal passen binnen de continu veranderende wetgeving. We proberen daarbij onze klanten altijd een stapje voor te zijn. Je moet inschatten wat de vragen van de toekomst gaan zijn.” EXTRA BUDGET VOOR PLANTVERSTERKERS EN BODEMVERBETERAARS Ton Hendrickx (productmanager meststoffen Crop Solutions) – zit bij het overleg als budgetbeheer­ der van het CZAV. “Vanuit onze budgetten hebben we een idee wat de grote lijn gaat worden. De focus zal dit jaar komen te liggen op plantversterkers en bodemverbe­ teraars. Voor het eerst is een deel van ons budget gereserveerd voor onderzoek naar plantweerbaarheid. Wij verwachten dat in de nabije toekomst de markt van plant­ versterkers en bodemverbeteraars enorm zal groeien. Ten eerste van­ wege regelgeving op het gebied van benutting van meststoffen. Dat betekent dat we de plant moeten

stimuleren om zijn eigen weer­ baarheid tegen aaltjes, insecten en schimmels te verhogen. Daar is de laatste jaren veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar met name in Zuid-Europa. Daar worden dit soort methoden al langer toe­ gepast, maar daar is de stress ook veel heftiger omdat de gewassen daar groeien onder hogere tempe­ raturen en ze te maken hebben met langere droogteperioden.” Tijdens het gesprek worden meerdere beslissingen genomen. Zo wordt er uitvoerig gesproken over welke stoffen er ingezet kunnen worden om de weerbaar­ heid van de plant te verhogen. Daarbij gaat het de onderzoekers vooral om stressmanagement. De centrale vraag is: hoe doen stress-­ reducerende stoffen het onder Nederlandse omstandigheden? Hier stijgt de stress ook elk jaar

door extreme droogte en neerslag. Boot: “De laatste jaren vinden we ieder jaar een gek jaar. April en mei zijn de laatste jaren extreem koud en droog, dus om de boel vlot te trekken zitten de omstandigheden al niet mee. Dan krijgt het in juni een plens regen over zich heen. In 2015 was er tijdens de oogst extre­ me regenval, dat is natuurlijk nog gekker. Wij houden al sinds 1970 de millimeter per jaar bij. In 1970 viel er 700 mm per jaar en nu zit­ ten we standaard op 850 en meer, dus er verandert wel degelijk iets. De laatste vijf jaar roepen we wel steeds dat het een extreem jaar is, maar je kan je zo langzamerhand afvragen of die extremen niet als normaal gezien moeten worden? We moeten bij onze onderzoe­ ken uitgaan van de kracht van de bodem en daar de juiste producten bij zoeken.” WORTELVORMING STIMULEREN In het verlengde daarvan onthult Hendrickx dat beworteling ook een belangrijk onderzoekaspect is: “We kijken naar producten die de wortelvorming stimuleren. We zien dat de laatste tientallen jaren in het kweekwerk is gefocust op opbrengst en bovengrondse massa. Dat is ten kosten gegaan van de beworteling. De tarweplant uit 2016 produceert meer dan een tarweplant in 1950, maar doordat er minder wortels onder zitten is de

plant van nu gevoeliger voor stress. De wortels zitten meestal op vijftig centimeter, terwijl dat voorheen tachtig tot negentig centimeter was. Dat gaat allemaal goed als de neerslag en meststofhoeveel­ heden goed zijn. Maar in perioden van lange droogte of als je teelt op zandgronden is worteldiepte wel van belang. Dat betekent dat je stikstof uit diepere lagen kan weghalen en er minder stikstof uitspoeling is. We kijken naar stof­ fen die wortelvorming stimuleren.

“HOGE OPBRENG­ STEN MET ZO LAAG MOGELIJK KOSTEN” Fosfaat is er één van, maar fosfaat staat in de regelgeving behoorlijk onder druk. We kijken dus ook naar fosfaatvrije wortelstimulatoren. Een plant heeft altijd de keuze: steek ik mijn energie in loof of wortels? En zeker in de jeugdgroeifase kun je dat sturen met planthormonen. Dat soort stoffen onderzoeken we nu. Dan hebben we over granula­ ten, zoals bijvoorbeeld physiostart. Daarin zit een stof die gewonnen wordt uit zeewier. In de combinatie van fosfaat en een wortelstimulator zien we echt toekomst, vooral bij

Hoofd bedrijfsvoering Eelco Boot (links) met Bram de Visser (midden) en Ton Hendrikx (rechts) van het CZAV in overleg over de proefvelden voor 2017

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 2

06-02-17 11:42


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 3

februari 2017

gewassen met bollen of knollen. In aardappelen zijn echt goede effec­ ten zichtbaar.” Hendrickx vervolgt: “We kijken ook naar de werkzame stoffen van humus. Die kunnen vocht en mineralen binden. Ze kunnen het bodemleven voeden (bacteriën en schimmels) en spelen een grote rol van wortelvorming en opname­ capaciteit.” AFWEERSYSTEEM Ook zijn er proeven gepland die ervoor zorgen dat er wat later in de teelt bijgestuurd kan worden, zo vertelt Hendrickx: “Je hebt biotisch stress en abiotische stress. Biotisch stress wordt veroorzaakt door een schimmel, insect of aaltje. Een plant gaat dan van zichzelf het afweer­ systeem inschakelen. Maar je hebt ook stress door temperatuur, UV en droogte. Daar hebben gewassen meer moeite mee. Als bekend is dat er een lange droge periode aan­ komt, dan zou je al heel vroeg de afweersystemen van een plant in kunnen schakelen door de inzet van aminozuren en zeewier­extracten. Hierdoor wordt de weerbaarheid van planten versterkt. Stoffen die in West-Europa nog geen plek hebben gekregen in de landbouw, maar die nu wel steeds meer in beeld komen.” AANTOONBARE TERUGLOOP BODEMBUFFERS Boot legt uit waarom De Rusthoeve juist nu de focus legt op deze zaken: “Een aantal natuurlijke elementen lopen terug: de mine­ ralen en organische stofbalans en spoorelementen. Als je dan iets kunt toevoegen, zie je sneller effect en dat is nu harder nodig dan pak hem beet vijf jaar gele­ den. Aantoonbare terugloop van bodembuffers als zink, borium, calcium en zwavel. Dat komt om­ dat we minder kunnen inbrengen, maar ook omdat we meer onttrek­ ken. Als je kijkt naar de bietenteelt. Daar is de opbrengst van zestig naar negentig ton gegaan. Dat be­ tekent ook een hogere onttrekking uit de bodem. Dat gaat zich een keer wreken.”

PRAKTISCHE TOEPASBAARHEID Die kennis was er vijf jaar geleden ook wel, maar het draait volgens Boot om de praktische toepasbaar­ heid. “Hoe, waar en wanneer pas je deze stoffen toe. Waar hebben ze meerwaarde en waar hebben ze nauwelijks effect. Hoe kun je een combinatie maken met gewas­ beschermingsmiddelen en mest­ stoffen. Daar focust ons onderzoek zich de komende jaren op.”

“HOOGSTE KWALITEIT EN OPBRENGST REALISEREN” De Visser vult hem aan: “Het mooi­ ste is als je zonder gewasbescher­ mingsmiddel kan telen, maar als er ineens gele roest de kop opsteekt dan wil je die toch kunnen bestrij­ den. Dan is de vraag: doe je met een plantversterker al die gewas­ beschermingseffecten teniet of ga je het juist versterken? Of kun je die gele roest misschien wel voor zijn door plantversterkers als preventief middel toe te passen. Dat soort vraagstukken zijn dit jaar de rode draad van de proeven die we gaan uitzetten op De Rusthoeve.” OPBRENGSTPOTENTIEEL VERGROTEN De focus ligt dit jaar voor een deel op jeugdgroeibevorderaars, maar ook wordt onderzocht hoe het gewas tot het eind van de teelt productief gehouden kan wor­ den. Hendrickx: “Als je praat over aard­appelen en tarwe dan zit de opbrengst vaak in de laatste maand. Als we kijken naar bemestings­ onderzoek dan zijn er een aantal aardappelrassen waarvan we zeggen: die gaan iets te vroeg dood. Dat kan zijn door Alternaria alternata of door stikstoftekorten, maar dat kan ook zijn door magnesiumgebrek. Dat laatste zien we de laatste jaren steeds vaker. Door tijdig magnesium te strooien, kunnen we de knol een week langer aan de praat houden.

Het agrarisch innovatie en kenniscentrum is een belangrijke plaats voor het CZAV om gewas-specifieke kenmerken te testen Door dat extra zetje vergroot je het opbrengst­potentieel enorm.”

VERGETEN ELEMENTEN In de huidige tarweproeven komen calcium en zwavel steeds vaker terug: de zogeheten vergeten elementen. Hendrickx: “Tien jaar geleden had niemand het over cal­ cium of zwavel. Maar toen gaven ze in Noord-Groningen al wat zwavel mee en we hebben een paar jaar later dat hier ook eens geprobeerd. En we zagen al vrij snel een zwavel­ effect en nu is het gemeengoed geworden. In de aardappelteelt zien we dat de magnesiumbe­ mesting enorm in opkomst is. Uit proeven die in de afgelopen vijf jaar zijn uitgevoerd op De Rusthoeve en Westmaas zien we bij alle proeven acht procent meeropbrengst door magnesium mee te geven.” Bij De Rusthoeve worden alle proeven ondersteund door weten­ schappelijk onderzoek. Alleen op die manier kunnen er betrouwbare conclusies worden getrokken, zo verklaart De Visser deze keuze: “De

uitdaging is: op de lange termijn de hoogste kwaliteit en opbrengst realiseren. Mangaan en magnesi­ umbemesting in de aardappelteelt is ook vanuit dat oogpunt gestart. We hebben een groot aantal proe­ ven gedaan en inmiddels wordt het op grote schaal toegepast. Hendrickx: “Er is al heel veel onder­ zoek gedaan in de afgelopen jaren hier op De Rusthoeve, maar ook op Westmaas en PPO Lelystad. Als het daar werkt, dan werkt het eigenlijk overal.”

OPEN DAG PROEFBOERDERIJ DE RUSTHOEVE: Datum: woensdag 21 juni Locatie: Noordlangeweg 42 in Colijnsplaat MEER INFORMATIE? www.proefboerderij-rusthoeve.nl of www.czav.nl

Bespreking locatie voor de proefvelden, rekening houdend met onder meer de rondgang en andere proefvelden

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 3

06-02-17 11:42


4 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

Onkruidbestrijding uien vergt aandacht Tejon en Peter de Regt hebben samen een akkerbouwbedrijf genaamd Den Ouden Heuvel, wat refereert aan hun vorige boerderij in de Biesbosch. Die stond op een soort van terp en werd daarom Den Oude Heuvel genoemd. Tegenwoordig telen de broers in Flevoland. Het bouwplan voor 2017 bestaat uit pootgoed, consumptieaardappelen, graan, graszaad, rodekool, wortels, pastinaak, knolselderij en zaaiuien. In dat brede bouwplan nemen uien een belangrijke plaats in: 1 op 6. Het is voor het bedrijf dan ook erg belangrijk dat de twintig hectare uien elk groeiseizoen maximaal rendeert. Voor de onkruidbestrijding gebruiken ze sinds vorig jaar een nieuw middel genaamd Wing P. “Dat heeft een veel bredere werking dan vergelijkbare stoffen en is een prima aanvulling op Stomp.” Onkruidbestrijding in uien vraagt veel aandacht over een langere periode, omdat de ui een traag gewas is dat vooral in de jeugdfase een geringe loofproductie heeft. Bij het toepassen van bodemherbicide is het daarom vooral een kwes­ tie van de juiste timing. Doordat Wing­P een bredere werking heeft dan vergelijkbare stoffen kunnen uientelers de onkruiddruk beter de baas: “We hebben vorig jaar in twee fases gezaaid. We hebben heel vroeg gezaaid en heel laat en dat had alles te maken met het weer. Bij beide hebben wij Wing P gebruikt. Wat we vroeg gezaaid hebben dat stond op redelijk lichte grond met een hoog onkruiddruk. Daar merkte we wel verschil met het jaar daarvoor: we konden het onkruid veel beter de baas blijven. We hadden het gevoel dat het middel wat langer werkt. Dat heb­

“ALLE ZEILEN BIJZETTEN OM HET ONKRUID ONDER DE DUIM TE HOUDEN”

ben we hier op de gediepploegde gronden wel nodig, want daar kan zelfs op het laatst nog wel wat onkruid doorkomen. Dit middel is net iets sterker en de duurwerking is ook beter. Hierdoor konden we de laatste moeilijke weken richting de oogst – waarin het onkruid vaak weer gaat kiemen ­ gemakkelijker overbruggen.” De Flevolandse telers hebben vooral te kampen met kruiskruid, grassen en kroontjeskruid. Wing P werkt juist op die hardnekkige soorten het beste, zo constateer­ de De Regt: “Kruiskruid is echt wel een lastige. Het gebeurt nog weleens dat het hele perceel op het laatst eronder schiet. Bij uien blijf je het hele jaar zwarte grond zien. Dat verstikt het onkruid niet, daardoor hou je altijd een poten­ tieel zaaibed voor onkruid en als de omstandigheden gunstig zijn voor onkruidvorming, dan komt het gewoon. Wing­P is natuurlijk geen wondermiddel. Ik vind wel dat het product sterker is dan de Stomp. Dat staat voor mij wel vast. Zonder Stomp kun je ook niet. Het is niet zo dat je nu helemaal geen Stomp meer gebruikt. Het is een aanvul­ ling. Je moet nog steeds alle zeilen

AKKERBOUWER DE REGT:

bijzetten om het onkruid bij de uien onder de duim te houden.” GROENE PRUIK Net als bij andere middelen die ge­ bruikt worden voor onkruidbestrij­ ding werkt het nieuwe product van BASF­Agro het beste in een vochti­ ge omgeving. De Regt gaat met zijn 39 meter getrokken Amazone­spuit in de vroege uurtjes (of net na een buitje) het land op. De machine heeft dertien gps­gestuurde secties en er zijn 95 procent driftredu­ cerende doppen gemonteerd om contaminatie van het oppervlakte­ water zoveel mogelijk te vermijden. Het dop­type moet ook weer niet te fijn zijn, omdat er dan te veel middel op de uien komt. “Soms moet je dan een keer langzamer rijden. Ik rijd ook weleens met drie of vier kilometer per uur over het land als ik denk dat ik daar een betere bedekking mee krijg.” Vanwege de lage doseringen moeten uientelers elk groeiseizoen minimaal acht keer tegen onkruid spuiten. De zoge­ noemde ‘groene pruik’ over het uienperceel blijft daardoor uit. SNEL SCHAKELEN Het toelatingsproces van Wing P verliep stroef, terwijl het product

Eén van de vele proefvelden waarop in de afgelopen jaren herbicide Wing P is beproefd

in andere landen al jaren zonder problemen wordt toegepast (met name in de maïsteelt). Pas in de zomer van 2015 kreeg BASF groen licht voor de distributie van het be­ strijdingsmiddel en dat terwijl het bedrijf al sinds 2008 bezig is met de ontwikkeling van het product.

“DIT MIDDEL IS OVERAL INZET­ BAAR EN HEEFT VOOR ELKE TELER MEERWAARDE” Ook daarvan gaan bij De Regt de wenkbrauwen fronzen: “Als onder­ nemer wil je graag snel schakelen. Als vandaag gezegd wordt dat iets beter werkt dan wil je het morgen al toepassen, maar je weet dat dat met de overheid niet mogelijk is en in die zin is dat er niet gemakkelij­ ker op geworden in Europa.” ONDERZOEK BASF­Agro heeft in die jaren echter niet stilgezeten: er werd ontzettend veel onderzoek gedaan naar de

“Wing P vormt waardevolle aanvulling op Stomp”

beste dosering in zaaiuien. Daaruit is gebleken dat er een liter in het kramstadium en twee liter in het eerste echte pijpstadium zorgt voor de beste effectiviteit en werking. Henco Bouma (BASF­Agro): “Als je er wat achter blijft zitten dan schie­ ten er al wat kiemende onkruiden door waar je later last van gaat krijgen. Als je aan het begin wat laat liggen, dan moet je dat aan het eind corrigeren met contactmidde­ len en dat kan negatieve effecten hebben op de uien.” De Regt her­ kent zich in die analyse: “Door de Wing P hadden we afgelopen jaar aan het einde van het groeiseizoen minder contactmiddel nodig, al kan dat ook een jaareffect zijn geweest. Afgelopen voorjaar was eigenlijk ideaal qua onkruidbestrij­ ding: regelmatig een buitje, zorgde ervoor dat we optimaal konden werken met bodemherbiciden. Daardoor hoefden we minder te corrigeren met contactherbiciden.” Dankzij de langdurige bredere werking en de combinatie van twee actieve stoffen (pendimethalin en dimethenamide­P) kan De Regt niet alleen de onkruiddruk beter de baas. Het zorgt ook voor een beter bedrijfseconomisch resultaat: “Je probeert altijd zo koste efficiënt mogelijk zoveel mogelijk onkruid kwijt te raken natuurlijk. Door de juiste bodemherbiciden op het juiste moment aan te brengen heb ik het idee dat je meer opbrengst verkrijgt, dan wanneer je contact­ middelen inzet. Dus daar valt dan ook een stukje winst uit te halen. Ook het feit dat je onkruid op tijd weg is en er minder snel nakiemers zijn, komt allemaal ten goede aan de opbrengst. Ik zie eigenlijk geen nadelige effecten. Het is een middel dat overal inzetbaar is en voor elke uienteler meerwaarde heeft.” MEER INFORMATIE OVER DE INZET VAN WING P? Lees voor het gebruik het etiket over de toepassingsmogelijkheden. Vraag uw gewasbeschermingsadviseur voor een advies op maat. Voor meer informatie over de producten van BASF-Agro: www.agro.basf.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 4

06-02-17 11:42


Perfect schoon

 Krachtig en breedwerkend bodemherbicide  Effectief tegen melde en kruiskruid De juiste chemie voor een perfect schoon perceel

BASF Nederland B.V. Divisie Agro | Postbus 1019 | 6801 MC Arnhem | Telefoon (026) 371 72 71 | www.agro.basf.nl | Twitter: @BASFagronl Lees voor gebruik eerst het etiket en vraag uw leverancier om een op maat gesneden advies.

BASF-7008.indd 1

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 5

24-01-17 11:36

06-02-17 11:42


6 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEMESTING

“Onbegrijpelijk dat akkerbouwers blij zijn met een lage bodemvruchtbaarheid” Er is in de afgelopen decennia ontzettend veel kennis over bemesting verloren gegaan. Dat concludeert zelfstandig landbouwadviseur Anna Zwijnenburg. De adviseur baseert zich op documentatie van vlak na de Tweede Wereldoorlog, het huidige onderwijsmateriaal en bemestingsleer uit de tussenliggende periode. Namens OCI Agro, producent van onder andere Nutramon-KAS, geeft Zwijnenburg daarom regelmatig gastlessen om de ondernemers van de toekomst vitale informatie bij te brengen over het opstellen van een bemestingsplan en het uitvoeren ervan: “Het is niet zo dat er onvoldoende basiskennis is, maar er wordt te weinig mee gedaan.”

BODEM­ EN GEWASVOEDING Begin januari heeft Zwijnenburg een gastles verzorgd voor di­ verse derdejaars Teelt & Groene Technologie (Akkerbouw) stu­ denten om de MAS­leerlingen kennis bij te brengen over bemes­ ting. In het Centrum Innovatief Vakmanschap Agri&Food (CIV) werken bedrijven en scholen samen om praktijkkennis over te dragen op leerlingen. Sinds 2016 vult OCI Agro gastlessen in over de basisprincipes van het maken van een bemestingsplan en over het goed strooien van kunstmest en kunstmestkwaliteit. Volgens de landbouwadviseur zijn deze lessen noodzakelijk om in de komende jaren het basisniveau van bemes­ tingsleer weer op een acceptabel niveau te krijgen: “Er zijn in de bemestingsleer heel veel vuistre­ gels, dat is een hele goede leidraad, maar het seizoen en de grondsoort zijn heel bepalend. Er zijn ontzet­ tend veel beslissingsmomenten. De basis van je plan is de bodem. Je teelt aardappelen anders op kleigrond, dan op zandgrond. Dat weten akkerbouwers allemaal wel, maar de bodemanalyse speelt nog niet altijd een rol in het opstellen

Anna Zwijnenburg tijdens een gastcollege aan derdejaars MASstudenten over het bemestingsplan

van het bemestingsplan. Daarin zijn ontzettend veel variabelen van belang. Niet alleen het advies per gewas, per grondsoort is anders, maar ook weersinvloeden spelen een rol. Bodembeheer speelt daar als rode draad doorheen. We heb­ ben het dan ook over bodem­ en gewasvoeding. Twee verschillende dingen die wel veel met elkaar te maken hebben en die ook beide in het bemestingsplan opgenomen moeten worden. Als het over zulke belangrijke zaken gaat is het nood­ zakelijk om te blijven herhalen waar de kansen en gevaren liggen.” CONSEQUENTIES Het op maat bemesten kan namelijk verstrekkende gevolgen hebben, die door de boeren zelf niet altijd direct erkend en herkend worden: “Het is best wel complexe materie en na één keer uitleggen kun je dat heel moeilijk direct je eigen maken. Het belangrijkste gevolg bij onvoldoende aandacht voor het juiste bemestingsplan is uiteraard minder kilo’s. Oftewel: minder opbrengst per hectare. Maar een bemestingsplan heeft ook effect op de kwaliteit. Zo zorgt te veel stikstofbemesting voor een laag onderwatergewicht (bij aardappelen) of een lager suiker­ gehalte (bij suikerbieten). Op maat bemesten heeft ook heel veel te maken met kwaliteit. Door te inves­

teren in het voeden van de bodem door onder andere het toevoegen van organische stof dan zal je zien dat met minder input eenzelfde of hogere opbrengst valt te behalen.

“ER IS IN DE LOOP DER JAREN VEEL BASISKENNIS VERLOREN GEGAAN” Als de bodem op orde is zal de akkerbouwer met een goede basis­ bemesting uit de voeten kunnen.” Toch worden de bodemanalyses nog te vaak direct in een la gelegd. Volgens Zwijnenburg komt dat doordat het voor akkerbouwers erg lastig is om het opstellen en uitvoeren van een bemestingsplan te implementeren in de dagelijkse bedrijfsvoering. Er bestaat namelijk geen standaard plan en dat zorgt ervoor dat een bemestingsplan een dynamisch document wordt waar­ aan gedurende het hele jaar aan­ dacht aan besteed moet worden: “Je stelt in de winter een richtlijn voor komend jaar. Welk gewas ga ik telen en hoe zou ik op basis van bodemanalyses/ervaringen het bemestingsplan invulling geven.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 6

06-02-17 11:42


Trans-SPACE

Drakkar

Euroliner www.joskin.com

EEN BREED GAMMA PRODUCTEN!

Daarna moet er nog steeds continu naar het gewas gekeken worden. Als er stagnerende groei geconsta­ teerd wordt, dan zal je misschien een keer een kuil moeten graven om te kijken wat er aan de hand is. Alleen dan kan je tijdig corrigeren. Een bemestingsplan is enkel een richtlijn, de echte meerwaarde zit hem in de uitvoering en monitoring door de teler.” En daarvoor is volgens Zwijnenburg kennis vanuit het verleden nodig, want er wordt tegenwoordig zo breed opgeleid dat veel belang­ rijke details in de loop der jaren verloren zijn gegaan: “Ik denk dat het bemestingsniveau van de oudere boer (pensioengerechtigd) goed is. Ik ben in het bezit van landbouwboekjes van vlak na de oorlog en daar staat veel meer in dan nu in de lesboeken staat. Dat

komt waarschijnlijk omdat stu­ denten tegenwoordig veel breder worden opgeleid om hun ook voor te bereiden op een baan in de periferie. ‘Vroeger’ was de scholing gericht op het worden van boer en was er logischerwijs meer diepgang in bemesting, bodem en teelt. Er is daardoor veel basiskennis verloren gegaan. Dat is geen diskwalifica­ tie van het onderwijs, maar dat is een consequentie van de huidige onderwijsstructuur.” BODEMVRUCHTBAARHEID Tijdens de gastlessen die OCI Agro door het hele land geeft, blijkt ook vaak dat bemesting vaak te veel in de hoek van het beleid zit en voor veel akkerbouwers daarom als last wordt gezien in plaats van als een mogelijkheid om de opbrengst per hectare te vergroten. “Het is een wens/droom dat ik hoop dat

Tel: +32 43 77 35 45

akkerbouwers bemesting leuk en interessanter gaan vinden. Het mestbeleid heeft een heel nega­ tieve uitwerking over hoe boeren met het onderwerp bezig zijn. Ik vind het zo jammer: dan komt er een bodemanalyse binnen en dan

“BODEMANALYSE VERTALEN NAAR SIMPELE ACTIES” juichen we bij een lage Pw­waarde, want dan kan er meer fosfaat aangevoerd worden. Dan denk ik gekscherend wel eens: wees maar blij met je lage bodemvruchtbaar­ heid. En dat terwijl er veel meer uit een dergelijke analyse gehaald kan worden: waar liggen voor mijn ka­

vel kansen, waar moet ik rekening mee houden en waar zet ik op in?” En toch gebeurt het nauwelijks, zo stelt Zwijnenburg: “Het is best inge­ wikkeld al die informatie en hoe je die analyse moet vertalen naar de praktijk. Bij OCI Agro hebben we op de kenniswebsite NutriNorm voor akkerbouwers uitgelegd hoe je een bodemanalyse leest. Daar wordt per element uitleg gegeven op basale vragen als: wat is het en wat kan ik ermee.” VRAGEN LEREN STELLEN De boodschap tijdens de gastlessen is duidelijk: het bemestingsplan is nog onvoldoende benut, er is nog onvoldoende besef dat een bemes­ tingsplan leidt tot hogere opbreng­ sten en er moet meer kennis met elkaar gedeeld worden. “Men moet blijven werken aan de basiskennis van bemesting, omdat je dan de juis­

te vragen op het juiste moment kunt stellen. Akkerbouwers hoeven echt geen bemestingskundige te worden. Ik denk dat een bemestingsplan veel beter wordt als je kunt klankborden met iemand. Dat kan een collega, buurman of een adviseur zijn. Sparren is belangrijk, daar ben ik van overtuigd. Het doel is dat akker­ bouwers vragen leren stellen over het gegeven advies en dat vertalen naar problemen waarmee hij in de praktijk worstelt. Pas dan wordt een bemestingsplan voor de bodem en het gewas echt waardevol.”

MEER INFORMATIE? Op NutriNorm is de gratis online Bemestingsplanner beschikbaar: www.nutrinorm.nl Hier kan op basis van de bodemanalyse een bemestingsplan voor plant en bodem worden gemaakt.

“AKKERBOUWERS HOEVEN GEEN BEMESTINGS­ KUNDIGE TE WORDEN”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 7

06-02-17 11:42


8 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

Actuele akkervraag: In 2014 is Delphy begonnen met het onderzoeken naar de mogelijkheden om druppelirrigatie toe te passen in één­ jarige teelten. Klimaatverandering gaat volgens het kennis­ instituut zorgen voor een tekort aan water tijdens droge en hete zomers. Druppelirrigatie zou een mogelijke oplossing kunnen zijn voor toekomstige watertekorten.

Volgens Jacob Dogterom (project­ leider van het kennisnetwerk druppelirrigatie in éénjarige open teelten) is het enorm belangrijk om te werken aan een klimaat­ bestendige landbouw. Met die gedachten werden afgelopen tijd diverse initiatieven samengevoegd tot een pilot, waarbij druppel­ irrigatie in verschillende gewassen is toegepast. Er moeten nog wel wat slagen gemaakt worden om het systeem als waardig alterna­ tief te bestempelen, maar volgens Dogterom heeft druppelirrigatie zeker toekomst. De methode is niet nieuw: in Zuid-Europa wordt al langer op deze wijze gewerkt, maar de Nederlandse telers gebruiken het nog maar nauwelijks. Dogterom legt daarom nog even kort uit hoe het systeem werkt: “Bij druppel­ irrigatie wordt er een slang dicht langs de plantjes geplaatst. Bij aardappelen is dat vlak naast of op de rug, bij prei wordt de slang net onder de worteltjes (40 centimeter diep) gelegd. In die 350 strekken­ de meter slang zitten om de 40 centimeter piepkleine gaatjes; een soort labyrintjes. Die structuur zorgt ervoor dat wanneer er druk op de slang wordt gezet er overal evenveel water uitkomt. Ook als het perceel hellend op- of afloopt.” MINDER STRESSFACTOREN Uiteraard levert het een besparing op het verbruik van water op en ga je veel effectiever om met water, maar ook teelt-technisch heeft deze methode voordelen, zo legt Dogterom uit: “Je geeft continu water en je zorgt dat je grond­ spanning op het niveau is waar de plant het meest bij gebaat is waardoor die rustig kan groeien. In tegenstelling tot het gebruik van een haspel – waarbij je in één keer een plens water over de plant gooit – zijn er geen stressfactoren die de plant parten spelen. Een stabiele watertoevoer heeft een positief effect op de groeiontwikkeling en dus ook op de opbrengst.” INVESTERING Om nu al te zeggen dat drip een goed en duurzaam alternatief is voor de bestaande irrigatiemetho­ des is het nog te vroeg. Dogterom: “Om daadwerkelijk te kunnen zeg­ gen dat drip een goed alternatief is, moeten we nog een paar slagen ma­ ken. Met name als het gaat om de kostprijs en het rendement. Het is

duurder dan een haspel. Daarnaast hebben akkerbouwers al een haspel in huis en moet die investering worden ingeruild voor deze nieuwe methode. Dat is voor veel bedrijven toch wel een hele stap.” Het systeem is in meerdere opzichten duurzaam te noemen, erkent ook Dogterom. Delphy heeft afgelopen jaar in Drenthe zelfs proeven gedaan met een off-grid systeem, dat werkt op zonnepane­ len. Daarmee wordt de duurzaam­ heidsfactor nogmaals onderstreept. “De percelen liggen vaak ver van allerlei voorzieningen. Dus als je de pomp aan de gang wilt houden moet je met een (diesel)generator aan de slag. Dat is lastig omdat de tank steeds bijgevuld moet worden. Dat zijn allemaal zaken die heel makkelijk vergeten worden in irrigatievraagstukken. Dit jaar hebben we een proef gedaan met 21 zonnecollectoren en dat werkte heel goed: er was continu elek­ triciteit en de pomp draaide op momenten dat hij moest draaien.

“DRUPPEL­ IRRIGATIE OOK BRUIKBAAR VOOR NACHTVORST­ BESTRIJDING”

Is druppelirrigatie een passend duurzaam teeltsysteem? Helaas zitten er wel nadelen aan: er is een hoek nodig waar de panelen neergelegd moeten worden. Voor de lelietelers is er nog een extra na­ deel. Druppelirrigatie wordt bij die teelt ook gebruikt voor nachtvorst­ bestrijding en in de nacht schijnt de zon natuurlijk niet, dus dan is een off-grid systeem met zonne-­ energie minder interessant.” Toenemende interesse vanuit teler Dogterom ziet de vraag naar drup­ pelirrigatie ook dit jaar weer verder stijgen: “We zijn met een Brabantse teler bezig die op zandgrond teelt. Dat stuk grond bewerkt hij dit jaar voor het eerst. Hij heeft dus nog geen haspel en wil graag met drup­ pelirrigatie aan de gang gaan. Dus er is zeker vraag naar. Aan de ande­ re kant zijn er ook telers die zeggen: ik ben gewend om mijn haspel over mijn grote vierkante perceel te trekken en dat blijf ik doen. Voor akkerbouwers die op incourante percelen hun gewassen verbouwen is dat een stuk lastiger en is drup­ pelirrigatie zeker een interessante ontwikkeling. In de lelieteelt is de vraag momenteel het grootst, poot­ goedtelers aarzelen, aspergestelers staan er ook steeds meer open voor en onder de consumptietelers zijn

er slechts enkelingen die nu al de stap durven te zetten.” GEWASBESCHERMINGS­ TOEPASSING Dit jaar gaat Delphy de proeven verder intensiveren en ook onder­ zoek doen naar mogelijkheden om het in te zetten bij gewasbescher­ ming. Onlangs werd al gevraagd naar de mogelijkheden om mid­ dels drip­irrigatie phytophthora te bestrijden: “Persoonlijk denk ik dat het systeem kansen gaat bieden om de kwaliteit van de gewassen te vergroten. Omdat je heel nauwkeu­ rig verschillende mineralen kunt toedienen via de slang. Ook zie ik mogelijkheden om het systeem te gebruiken bij gewasbescherming. Vorige week zei een aardappelteler nog tegen mij: stel nu dat je een phytophthora-­middel via de slang systemisch opgenomen zou kunnen worden door de knol. Dan hoef je niet tien tot twaalf keer met de spuit over het perceel.” De ontwikkeling daarvan is van diverse factoren afhankelijk en staat nog in de kinderschoenen. Dogterom gelooft echter wel in de kansen van druppelirrigatie en blijft zich daar ook komende tijd

sterk voor maken: “Delphy heeft een voortrekkersrol in dit project. Daar blijven we ook in investeren, zodat ondernemers bij ons terecht kunnen voor advies als ze hiermee aan de slag willen. We zijn al vanaf 2014 met dit pilotproject bezig en we hebben inmiddels behoorlijk wat kennis en ervaring opgebouwd.

“HET IS EEN ANDER TEELT­ SYSTEEM, DUS DAT HEEFT TIJD NODIG” Ondernemers gaan steeds meer over dit irrigatie-alternatief nadenken. Het is een heel ander teeltsysteem, dus dat heeft gewoon even tijd no­ dig. Maar er is zeker belangstelling voor en als Delphy zijnde willen wij daar in het kader van kennis ont­ wikkelen en implementeren blijvend inhoud aan geven.” MEER INFORMATIE? Jacob Dogterom, Tel. 06 53389507 E-mail: j.dogterom@delphy.nl

Broere beregening B.V. uit Waddinxveen - hier bezig met de aanleg van een irrigatiesysteem - is één van de bedrijven in Nederland die zich intensief bezighoudt met druppelirrigatie

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 8

06-02-17 11:42


SPITMACHINES VOOR HET BETERE SPITWERK

Farmax LRP Profi

Farmax KRG Diepspitter

De nieuwe generatie Farmax spitmachines gemaakt in de fabriek uit Denekamp (NL) en zijn ontwikkeld voor de professionele akkerbouwer en loonwerker. De Farmax spitmachines zijn leverbaar in diverse werkbreedtes en uitvoeringen. Farmax SRP Farmax DRP-Perfect Farmax LRP Profi Farmax Rapide 2 Farmax LRG Diepspitter Farmax KRG Diepspitter

vanaf 30 Pk. vanaf 80 Pk. vanaf 120 Pk. vanaf 140 Pk. 0.50 – 1.00 mtr. 0.85 – 1.30 mtr.

Voor informatie en folders:

Wasse B.V. Oranjekanaal zz. 17, 9415 PR Hijken Tel: + 31 (0)593-52406 • www.wasse.nl Verkoop: Gerry Wasse + 31 (0)653428536

TOPDEALS OP VOORRAADMACHINES Galvaniweg 10 NL- 6101 XH ECHT T. 0475 48 70 21

excl. kooirol

Achterklep Aftakas slipkoppeling Glijsloffen

ZWARE GRONDFREES F4C-280

€ 5.250,-

50% Pakkerwals Aftakas slipkoppeling Sporenwissers

KORTING OP 3-PUNTS HEFINRICHTING

ROTORKOPEG F132-300

€ 7.650,-

Hans Biemans 06 23 91 79 11 Prijzen zijn excl. 21% BTW en € 240,- vracht. Actie geldig zolang de voorraad strekt.

IMPORTEUR

sinds 2016

EEN UITGEBREID ASSORTIMENT VOOR ZAND EN KLEI. Zowel kerende als niet kerende grondbewerking. • (Diep) ploeg • Woel • Cultivator • Schijveneg Demo machine op aanvraag.

Trek kers & Landbouw werktuigen

50

Burgerweg 53, 1754 KD Burgerbrug

Telefoon: +31 (0)226 381481 E-mail: info@wnkramer.nl

J A A R 1961-2011 Trekkers & Landbouw w erktuigen

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 9

Kijk voor meer informatie op: www.wnkramer.nl 1

06-02-17 11:42


10 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

DOSSIER:

MECHANISATIE

OP PAD MET NICO VOLLEBREGT:

Nico Vollebregt (55 jaar) werkt sinds 2011 als mechanisch monteur voor landbouw en industrie. “Ik zit voor 80 procent bij de boer in de schuur, op zijn eigen locatie. Als er draadjes aan te pas komen, haak ik af. Maar mechanisch is natuurlijk heel breed. Het reviseren van trekkers, landbouwmachines, aardappelrooiers noem maar op. Dat doe ik met mijn eigen spullen die ik meeneem in mijn bus.” Vollebregt is een boerenzoon die al sinds zijn zestiende aan land­ bouwmachines sleutelt. Eerst de (cross)auto’s en motoren bij huis en later als monteur bij diverse mechanisatiebedrijven. Na een periode van circa vijftien jaar in de verkoop kwam hij bij Vormec in Steenwijk terecht. Hij was daar ver­ antwoordelijk voor het dealerschip van Lemken. Echter toen in april 2009 het Duitse merk aankondig­ de voortaan zelf de Nederlandse markt te regelen, kwam Vollebregt zonder werk te zitten. AKKERBOUWERS KIEZEN EERDER VOOR ONDERHOUD, DAN VERVANGING Geluk bij een ongeluk voor Vollebregt is dat er te weinig jonge aanwas is in de techniek. De focus ligt op ICT, maar er zijn te weinig gewone monteurs in de landbouwsector. Ook de focus op kostenbesparingen werkt in het voordeel van de ZZP’er: “Mensen kiezen eerder voor onderhoud, dan vervanging. Als je oude trekkers naar een mechanisatiebedrijf brengt, dan betaal je je scheel. Maar die hebben vaak wel emotio­

#1

“Akkerbouwers vertrouwen blind op mij”

nele waarde. Laatst heb ik nog een MF­135 uit elkaar gehaald waarvan de versnellingsbak kapot was. Dat was zo verholpen, maar omdat ik hem toch los had liggen, heb ik ook gelijk de rest nagekeken en daar kwam nog behoorlijk wat uit. Nu draait die trekker voor relatief weinig geld technisch weer hon­ derd procent mee op het akker­ bouwbedrijf.” MACHINEPARK REVISEREN Vollebregt rijdt letterlijk stad en land af om telers te helpen. Ook buiten de landbouwsector (scho­ len, bouw en bosbouw) is hij actief, maar het merendeel van zijn werkzaamheden bestaat uit het ondersteunen van de akkerbou­ wers. Op dit moment is hij bezig om het machinepark van een ak­ kerbouwbedrijf met 140 bunder in eigen bewerking te reviseren. Daar is hij dan een kleine drie weken zoet

“DE SCHUREN STAAN VOL MET MACHINES DIE NOG ONDER DE BAGGER ZITTEN” mee: “Nu ben ik met de bieten­ lader bezig. Als ik hiermee klaar ben, dan loop ik nog twee trekkers helemaal na: filters vervangen, olie verversen, verlichting nakijken, de standaard dingen doorsmeren en alle andere onderdelen controleren. Van de kiepers haal ik de remmen en kijk ik of er geen speling op de wiellagers zit. Bij de aardappel­ rooiers halen we de matten er even vanaf, dan kunnen we alle rollers goed controleren.”

De mechanisch monteur is vooral in Flevoland en omgeving actief, maar rijdt ook regelmatig naar Friesland, Overijssel, Drenthe en Noord­ Holland om ondernemers uit de brand te helpen. Vollebregt komt daarbij de meest uiteenlopende dingen tegen. “Ik loop al vanaf mijn zestiende aan landbouwmachines te sleutelen, dus ik heb al behoorlijk wat ervaring opgedaan. Daarnaast maak ik foto’s van de machines voordat ik ze uit elkaar ga halen. Dan kan ik altijd kijken hoe zat dat ook al weer. Je moet natuurlijk niet hebben, dat je aandrijvingen en kettingen uit elkaar haalt en vervolgens niet meer weet hoe dat in elkaar gezet moet worden. Er is een hoop documentatie en internet helpt natuurlijk ook heel erg, maar zoals in elk beroep geldt ook hier: een goede voorbereiding is het halve werk.” De wintermaanden zijn traditio­ neel drukke tijden als het gaat om onderhoud en reparaties. “Eind oktober, half november zetten de

akkerbouwers het spul binnen. Dan zijn de schuren vol en de machines staan – bij wijze van spreken – nog onder de bagger, terwijl de boer het even voor bekeken houdt. In januari komt iedereen – populair gezegd – weer uit de winterslaap. Dus het eerste jaar had ik daar een beetje angst voor: hoe ga ik dat in de rustige maanden redden? Maar ik had het geluk dat ik wat leuke klusjes op Sint­Maarten en een biomassa­project in Brazilië kreeg waardoor ik het hele jaar rond on­

“BINNEN EEN UUR KONDEN ZE WEER VERDER MET OOGSTEN” der de pannen was. De hoofdzaak blijft sleutelen aan landbouwmachi­ nes, maar dat soort buitenlandse uitjes maakt dit werk extra leuk en gevarieerd.” De meeste voldoening haalt hij echter uit de ad­hoc klussen. Op momenten dat de boer met de handen in het haar in het veld staat, springt Vollebregt direct in zijn bus om de storing te verhelpen: “Ja, dan maak ik echt verschil. Ik herinner mij een belletje over een defecte combine. Het oogstseizoen was net begonnen en de volgende ochtend wilde deze teler weer aan de gang met het oogsten van de tarwe. Maar vrijwel direct liep de motor vast. Ze konden dus niets meer doen. Ik ben toen meteen die kant op gereden en heb de combi­ ne grondig doorzocht. De storing was zo verholpen, maar er stond ook water op de zuiger. De boer

wist op dat moment zelf nog niet eens dat hij water lekkage had. Met wat kunstgrepen konden ze na een uurtje weer draaien. Die akkerbou­ wer was uiteraard heel blij met mijn hulp, want het was ideaal oogst­ weer en door mijn snelle ingrijpen kon hij optimaal gebruikmaken van de werkbare dagen.” MEDEWERKING MECHANISATIE­ BEDRIJVEN EN DEALERS CRUCIAAL Zijn nieuwe leven als zelfstandig ondernemer bevalt hem prima: “Het is de vrijheid die het extra mooi maakt om dit werk te mogen doen. Ik gooi op maandagmor­ gen de bus vol en draai 40 tot 50 uur per week. Je krijgt telefoon: kom even langs. Klanten vertrou­ wen blind op mij. Meestal ben ik gewoon in mijn eentje in de schuur aan het werk. Ze moeten er dan ook wel vanuit kunnen gaan dat ik doorwerk.” Ook bij het ver­ krijgen van zijn materialen werkt Vollebregt op basis van vertrou­ wen: “Universele spullen heb ik in de bus liggen. Andere onderdelen haal ik bij de mechanisatiebedrij­ ven in de buurt. Ik kan bij iedereen zo binnenkomen. Ze weten dat ik alles op tijd en netjes betaal, dus die verhouding is gelukkig goed. Anders zou dit werk wel een stuk moeilijker worden. Ik moet snel kunnen schakelen, daar ligt mij kracht. Ik kan er een goede boter­ ham mee verdienen en heb er schik van. Dat is het belangrijkste!” MEER INFORMATIE? Nico Vollebregt Mechanisch monteur voor landbouw en industrie Tel. 06 – 4966 7896 n.vollebregt@tele2.nl

Vollebregt in actie tijdens het reviseren van de bietenlader

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 10

06-02-17 11:42


advertorial

Physiostart verhoogt fosfaatefficiëntie in aardappel

I

n de aardappelteelt geeft toediening van fosfaat in de rij meer tonnen en meer knollen. Officiële proeven van de afgelopen jaren van de Noordelijke en Zuidelijke Pootaardappelacademie en Wage-

ningen Plant Research locatie Westmaas geven een vast beeld over de werking van microgranulaat Physiostart

in zowel consumptieaardappelen als pootgoed. De exacte aanwending van een microgranulaire startmeststof direct onder de knol in de pootkouter zorgt voor een aanzienlijke efficiëntieverhoging van het voedingselement fosfaat. Ultralokalisatie in combinatie met wortelactieve component Physio+ ontwikkelt een wortelgestel die in staat is tot meer knollen en hogere opname van nutriënten en vocht. Meer wortelharen in de rug geeft een betere droogteresistentie en stressbestendigheid.

Microgranulaat Volgens onderzoekster Marian Vlaswinkel van Wageningen Plant Research locatie Westmaas geeft Physiostart een helder beeld van de mogelijkheden van ultralokalisatie in aardappel over een periode van drie jaar. “Op Wageningen Plant Research locatie Westmaas hebben de afgelopen drie jaar officiële proeven met Physiostart in aardappelen gelegen. Hiervoor is het ras Innovator gebruikt. Innovator is een middenvroeg ras. Het heeft 110 groeidagen en kan dus vroeg geoogst worden, maar is wel gevoelig voor droogte. In 2014 bijvoorbeeld bleek al bij gebruik van Physiostart de opkomst echt

Verschil in wortelontwikkeling zonder (links) en mét Physiostart 8-28 (rechts)

sneller te zijn en de grondbedekking met groen loof

Herwonnen fosfaat

eerder. Ook bleek door gebruik van Physiostart de oogst

De meest recente ontwikkeling op het gebied van

vroeger te zijn. De beste resultaten werden behaald bij

microgranulaire startbemesting is een formule met

30 kg Physiostart onder de knol en een kleine aanvul-

herwonnen fosfaat: Physiostart P Plus. Deze circulaire

ling met breedwerpige fosfaat. Dit laatste is afhanke-

fosfaat komt uit een reststroom van de aardappelver-

lijk van de fosfaattoestand van het perceel. Bij gebruik

werkende industrie in Nederland. ‘Van aardappel voor

van Physiostart worden meer knollen aangelegd die

aardappel’.

tot ontwikkeling zijn gekomen”, aldus Marian. Na een voorbewerking en integratie in het eindproduct is er een innovatieve meststof ontwikkelt die aansluit bij de kringloopgedachte. Uit de veld –en kasproeven in mais en aardappel is gebleken dat Physiostart P Plus gelijkwaardig is aan de bestaande Physiostart 8-28. Het product met herwonnen fosfaat is ook toegelaten voor de derogatie veehouderij.

Meeropbrengst in de leverbare maat

Physiostart is een productlijn van Timac Agro, voorloper op het gebied van precisiebemesting. Physiostart 8-28 met zwavel en zink is uitgerust met een bioactieve component geëxtraheerd uit speciaal geteelde bruinwier Fucus vesiculosus. Deze biostimulator vergroot de vorming van wortelharen en stimuleert de vorming van extra stelonen. Physiostart is veilig voor de kiem door de lage zoutconcentratie. Dosering in aardappel is 30 kilogram per hectare. Nieuwste ontwikkeling is microgranulaat met herwonnen fosfaat: Physiostart P Plus. De fosfaatvorm in alle Physiostart formules zijn gegarandeerd beschikbaar voor het gewas in de jeugdfase Bruinwier Fucus vesiculosus als grondstof voor biostimulant Physio+

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 11

omdat het niet kan fixeren in de bodem. In tegenstelling tot wateroplosbare fosfaat.

06-02-17 11:43


12 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

Best gelezen! “CONDENS DROGING GEEFT IN MOEILIJKE TEELTJAREN EEN DUIDELIJKE PLUS” Deze week geeft adviseur Laurens Persoon van Delphy toelichting op het onderwerp bewaring. Een thema dat door de telers zelf is aangedragen en dat is volgens Persoon niet zo vreemd: “Het bewaarproces heeft grote invloed op het knolaantal. Daarnaast is bewaring een belangrijke factor in de te leveren kwaliteit.” ZILVERSCHURFT Zilverschurft is de laatste jaren een groeiend probleem voor poot­

goedtelers. Het kan voorkomen worden door goed te drogen, maar er kan ook gekozen worden voor een chemische behandeling. Echter sinds vorig jaar is de regelgeving op dat vlak behoorlijk aange­ scherpt, hierdoor zijn een aantal telers gestopt met behandelen. Het drogen is daarom nog belangrijker geworden.” NIEUWE ONTWIKKELING Normaal gesproken drogen telers altijd met buitenlucht. Die voer je in en je voert de lucht uit het pro­ duct weer af. De buitenluchtcondi­ ties bepalen de circulatie. Heeft het

#1

Via AkkerbouwActueel.nl houden wij agrariërs dagelijks op de hoogte van het laatste nieuws, marktprijzen en ontwikkelingen in de markt. Zo bent u altijd op de hoogte van de actuele gebeurtenissen in de Nederlandse akkerbouw­sector. De redactie speurt iedere week naar de meest interessante verhalen van agrariërs en leveranciers.

een hoge of juiste lage RV? Is het een warme of koude lucht? Condens drogen is een nieuwe me­ thode die ervoor zorgt dat je ook kunt drogen als de buitenluchtcon­ dities niet ideaal zijn: “We hebben bij de pootaardappelacademie de afgelopen jaren proeven gedaan met condens drogen. Hieruit bleek dat je onder moeilijke omstandig­ heden veel sneller kunt drogen. Die bevindingen hebben erin geresul­ teerd dat telers allemaal aange­ geven hebben hier mee verder te willen gaan.” CONDENSVORMING Dit jaar valt de nattigheid tijdens de oogst mee, maar dit seizoen zijn er weer andere aandachtspun­ ten: “Wat nu een aandachtspunt is, is condensvorming. Dat lijkt op condens drogen, maar is echt wat anders. Condensvorming komt door sterk wisselende temperatu­ ren. Condens is een vochtlaag die een uitbreiding (extra kieming) van zilverschurft kan veroorzaken...

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

QUADPLANTEN ZORGT VOOR MEER TAL PER HECTARE Paul Hooijman van Delphy aan het woord over pootsystemen. “We hebben goed gekeken naar plantdieptes en plant­ afstanden.” PLANTDIEPTE De pootaardappelacademie ont­ dekte tijdens de proeven dat beide zaken erg veel invloed kunnen hebben op het eindresultaat van een pootgoedseizoen: “Het is erg lastig om te bepalen wat de ideale plantdiepte is. Dat klinkt misschien raar, maar omdat de rugopbouw na het poten heel verschillend is, wordt het heel lastig om te bepa­ len hoe diep de poter ligt. Hierover is nog heel veel onduidelijk, vooral als het gaat over vraagstukken als: op welke grondsoort moet de rug wat vaster worden gedrukt en op welke grond juist heel weinig? Of in welk jaar had er veel grond op moeten liggen en in welk seizoen minder.” Een nieuwe ontwikke­

ling die niet alleen gunstig kan uitpakken voor de plant, maar ook voor de kwaliteit van de rug: “Als je de rug tijdens het planten in één keer opbouwt, dan wordt de rug mooier en blijft langer intact. Ook onder slechte weersomstan­ digheden. In theorie is het direct opbouwen van ruggen optimaler, dan het gebruikelijke frezen na twee weken.” Deze methode kent nog wel enkele praktische nadelen: “Je hebt voldoende droge grond nodig. In het voorjaar is de grond soms maar net aan droog genoeg om te poten en onderin nog te nat om direct aan rugopbouw te doen. Het lijkt dus optimaler, maar er zitten ook nadelen aan. De praktijk zal leren of de bezwaren weggeno­ men kunnen worden.”

De voor- en nadelen op een rijtje zettend, zorgt voor de hamvraag: hoe kansrijk is dit nieuwe systeem? “Je moet het zien als een klein stapje vooruit. Vorige week tijdens onze bijeenkomst hebben we hier ook over gesproken en kwamen we tot de conclusie dat ook dit een kleine verbeteringsstap is. Het is niet dat pootgoedtelers de be­ staande apparatuur direct moeten gaan vervangen, maar als je op het punt staat om nieuw apparatuur te gaan aanschaffen dan is dit...

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

“TE DIEP PLANTEN HEEFT ONGUNSTIG EFFECT OP KNOL”

GESLAAGDE STUDIE­DAG BODEM- EN GROND­BEWERKING TOONT MOGELIJK­ HEDEN STRIP TILL Ruim honderd geïnteresseerde akkerbouwers trokken naar de Meeuwenhoeve in Lelystad voor de studiedag ‘Naar een klimaatbestendige bodem’. Aan de hand van diverse (buitenlandse) sprekers en enkele veldbezoeken probeerde de organisatie inzicht te geven in de mogelijkheden om de bodembelasting te reduceren en werd nogmaals benadrukt dat de landbouwgronden het steeds moeilijker krijgen om de (extreme) weersomstandigheden het hoofd te bieden. Sander Bernaerts (Naturim) was één van de initiatiefnemers voor deze studiedag: “We hebben erg veel goede reacties gehad en dat er behoefte is aan informatie bleek wel uit de diepgang van de gesprekken over de diverse onder­ werpen.” Het hoge bezoekersaantal en de positieve reacties stemmen de organisatie dan ook zeer tevreden. Het programma was voornamelijk afgestemd op de mogelijkheden die niet-kerende grondbewerking biedt. Zo werd er gesproken over conserverende landbouw, omgaan met gewasresten, de voordelen van plantendiversiteit, het ploegloos en maximaal gebruik van groen­ bedekkers op rijpaden en strip till in de suikerbietteelt. De Engelsman George Sly nam dit laatste onder­ werp voor zijn rekening. Bernaerts legt in het kort uit wat deze zaai­ methode inhoudt: “Strip till is een grondbewerkings­methode waarbij alleen de grond wordt bewerkt in de strook waar gezaaid wordt. Vooral in de suikerbieten, maïs en koolzaad wordt met deze relatieve methode de laatste tijd veel proe­ ven gedaan. De voordelen hiervan zijn in theorie enorm: het scheelt

snel tientallen liters diesel en veel bewerkingskosten en tijd. Ook blijft de structuur beter intact omdat de bodem niet over de gehele breedte wordt losgemaakt. De grond be­ houdt dus ook zijn draagkracht.” Bernaerts legt zijn uitspraken uit aan de hand van een praktijk­ voorbeeld: “Als je bijvoorbeeld na wintertarwe een stoppelbewerking doet plus een groenbemester zaait, daarna ploegt, vervolgens een zaaibedbereiding (op zware

“ER ZIJN EEN AANTAL TELERS DIE BUITEN­ GEWOON GOED RESULTATEN BEHALEN” grond bestaat die stap vaak uit twee bewerkingen) en dan kun je pas gaan zaaien. Doe je wintertar­ we plus stoppelbewerking en een groenbemester, dan volstaat twee keer strip till met vijftien kilometer per uur en slechts 10 liter diesel per hectare.” Strip till komt als systeem zeer dicht bij de idealen van NKG aan, maar vergt uiteraard wel een extra investering. Momenteel wordt de methode dan ook vooral gebruikt op erosiegevoelige gronden, hetgeen samenhangt met de min of meer verplichting om nietkerende grondbewerking toe te passen op erosiegevoelige grond...

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

AANMELDEN VOOR DE AKKERBOUWACTUEEL? GA NAAR WWW.AKKERBOUWACTUEEL.NL Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 12

06-02-17 11:43


Wij verkopen geen meststoffen, wij verkopen resultaat… …bijvoorbeeld met onze Powerstart meststoffen. • Powerstart Granulaat in aardappelen • Powerstart Food in uien

Met minimale input van fosfaat, een maximaal resultaat!

Meer informatie over onze meststoffen vindt u op onze website: www.iperen.com

dé specialist voor land- en tuinbouw

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 13

06-02-17 11:43


14 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

DOSSIER:

MECHANISATIE

#1

“Zoveel mogelijk opbrengst per hectare begint al in het voorjaar”

Opbrengstverhoging is niet langer een teelt technische kwestie, ook de mechanisatie draagt bij aan een positief bedrijfsresultaat. Telers maken volgens Pim van Eijzeren van VSS Machinebouw in Zeeland massaal de switch van zware, zeer intensieve brede machines naar licht en compact: “Er is steeds meer aandacht voor bodemdruk en structuurbehoud en dat merken wij zeker.”

MODULAIR BOUWEN Uiteraard mag de zorg voor de bodem niet ten koste gaan van de machinecapaciteit en daar ligt voor VSS wel een flinke uitdaging. Immers korter, lichter en compac­ ter geeft de Zeeuwse machine­ bouwer minder ruimte om alle componenten een plek te geven: “Het moderne mechanisatiepark van een akkerbouwer bevat veel technische snufjes. Om aan de wens van onze klanten te blijven voldoen hebben wij fulltime drie engineers aan het werk. Klant­ specifiek werken heeft er altijd al voor gezorgd dat wij bestaans­ recht hebben en met de huidige aandacht voor precisie­landbouw wordt onze rol in de markt alleen maar groter. Klant­specifiek houdt eigenlijk in dat wij een standaard machine zo modulair mogelijk opbouwen, zodat we heel veel verschillende soorten machines uit één en hetzelfde frame kun­ nen bouwen. Die maatwerkvraag wordt steeds meer en meer. Iedere akkerbouwer heeft zijn eigen wensen en zijn eigen gedachten en daar proberen wij als Nederlandse machinebouwer op in te spelen.”

“EEN MACHINE IS HET MEEST GESCHIKT VOOR HET LAND WAAR DIE GEMAAKT IS”

“ALS DEZE MACHINE WERKELIJK DOET WAT JE ZEGT, DAN KOPPEL IK HEM NOOIT MEER AF” Tijdens de open dagen in janu­ ari spreken we een akkerbou­ wer uit het nabijgelegen dorpje ’s Gravenpolder. Deze klant heeft een behoorlijk areaal volledig in eigen bewerking. Voor hem is het heel belangrijk dat zijn machi­ nes betrouwbaar zijn en het land intact houden: “Ik ben een jaar of vijf geleden in contact gekomen met VSS toen ik mijn uienland aan het klaarmaken was. Ik kende het bedrijf al van een beurs en daar

ontdekte ik dat ze net een nieu­ we zaaibedcombinatie hadden gebouwd waarmee het land in één keer klaargelegd kan worden. Op dat moment had ik problemen om de grond te verkruimelen en zocht naar een doeltreffende oplossing. Volgens de vertegenwoordiger van VSS kon daarmee het land in één keer klaargelegd worden. Ik zei toen: ‘Als hij werkelijk doet wat je zegt, dan koppel ik hem niet meer af.’ Nu ik een paar jaar verder ben durf ik zonder meer te stellen dat de machine onder alle omstandig­ heden perfect werkt. Juist ook als ik met hoge snelheid rij.” “JE WIL NIET DAT JE TREKKER TOT AAN DE CHINEZEN DE GROND INZAKT” Volgens de Zeeuwse akkerbouwer is de opbrengst per hectare ook hoger geworden sinds hij met de zaaibed­ combinatie van VSS Agro werkt: “Dat denk ik wel. Als de grondver­ kruimeling goed is, dan werkt dat positief. We hebben bewust voor deze machine gekozen omdat die compact en licht is. Je wilt natuur­ lijk niet dat wanneer je over de kopakker rijdt, je trekker tot aan de Chinezen erin zakt. Zeker met de sectierolletjes voorin draagt deze machine bij aan het voorkomen van bodemverdichting en insporing.”

Pim van Eijzeren bij één van de VSS Agro-machines voor een optimale zaaibedbereiding

GRONDSOORT BEPALEND Van Eijzeren hoort vaker dit soort verhalen: “Die vragen komen

vooral uit problemen waar de klant mee komt. ‘Ik heb iets waarin ik in de standaardmarkt niet mee vooruit kan en hebben jullie daar een oplossing voor.’ Verkooptechnisch zetten we dan het een en het ander op papier: Wat theoretisch mogelijk is en wat praktisch haalbaar is. De agressieve verkruimelroller waar deze klant het over heeft, werkt perfect op de zware kleigronden die je hier in Zeeland (en andere gebieden met zware gronden) vindt, maar daarmee kun je op zandgronden niet uit de voeten. Daar moet je dus weer een andere oplossing voor zoeken en kiezen we voor een meer dragende rol. Die blijft altijd bovenop lopen en gaat niet de grond in, zoals dat hier op klei gebeurt.”

VSS AMAC Uienlader: “Een com­ pacte machine met veel capaciteit” Naast VSS Agro verkoopt het voor­ aanstaande machinebouwbedrijf ook oogstmachines (VSS Amac) en grondbewerkingsmachines voor het najaarswerk (VSS Cappon). “Omdat de zaaibedcombinatie goed beviel, ben ik voor mijn uienlader ook naar VSS gegaan. Dat heb ik eerst met een andere aardappelrooier geprobeerd, maar daar miste ik de capaciteit en flexibiliteit om de machine voor beide gewassen te gebruiken. Als je een aardappelrooier ombouwt naar een uienmachine, dan heb je twee valhoogtes van je eerste naar je tweede band. Daar kunnen je uien kaal van worden. Het is een compacte machine waar veel capaciteit in zit.”

VERSCHILLENDE WERKBREEDTES Door de opkomst van GPS bij zowel het ploegen als de zaad­ bedbereiding in het voorjaar houden akkerbouwers volgens Van Eijzeren steeds meer rekening met de plekken waar ze met de trekker rijden en wordt er in een vroeg stadium al bepaald waar gezaaid wordt. “Vanwege de verschillende werkbreedtes die daardoor ontstaan zijn, is er nu steeds meer vraag naar maat­ werkmachines die in staat zijn om met afwijkende rijwerkbreedtes toch de maximaal capaciteit te behalen.

De Zeeuwse akkerbouwer verkoos bij de aanschaf van de uienlader kwaliteit boven prijs, maar er was – naast snelheid en capaciteit ­ nog een belangrijke reden om voor VSS is te kiezen: “Een machine die in Nederland gemaakt is, is ook het meest geschikt voor het Nederlandse akkerland.“ MEER INFORMATIE OVER DE MACHINES VAN VSS? VSS Machinebouw B.V. Pim van Eijzeren Tel. 0113 – 567 050 pim@vssmachinebouw.com www.vssmachinebouw.com

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 14

06-02-17 11:43


dat levert onder de streep meer op! Duurzame akkerbouw met hoger rendement AgriMestMix® is een natuurlijk mineralenmengsel dat in drijfmest belangrijke biochemische processen op gang brengt en na toepassing de akkerbouw diverse voordelen biedt. Zo kweekt AgriMestMix® ondermeer de nuttige bodemschimmel Mycorrhizana en activeert deze vervolgens om uitbunding door te groeien in de bodem. Daarmee verbetert de natuurlijke groei, vitaliteit en ziekteresistentie van gewassen. Duurzame bodemverbetering, gezondere gewassen, hogere gewasopbrengst...

Scan de QR code en maak kennis met alle unieke voordelen van AgriMestMix® op www.rinagro.nl

AgriMestMix® is een product van:

Rinagro Smart Farming

Piaam, Tel. 0515-232724 | www.rinagro.nl

Landbouwmachines maken, dát is ons terrein. VSS Machinebouw is een Nederlandse fabrikant van landbouwmachines. Van ontwikkelen tot productie, van ploegen tot oogsten. Ieder seizoen verdient nu eenmaal zijn specifieke aandacht. Onder de merknamen VSS Agro, VSS Amac en VSS Cappon bieden wij u het meest complete programma aan op het gebied van landbouwmachines.

VSS AGRO

Voorjaarsbewerking Onkruidbestrijding Aardappelselectie Werktuigdragers

VSS

MACHINEBOUW

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 15

VSS

AMAC

Uienteelt Aardappelteelt Spare parts Amac machines

VSS

Ovezandseweg 6a MACHINEBOUW 4436 RE Oudelande ENGINEERING T. +31 (0)113 - 56 70 50 CONSTRUCTIE F. +31 (0)113 - 56 39 39 TECHNISCHEHANDEL E. info@vssmachinebouw.com

CAPPON

Ploegen Vorendrukkers Cultivatoren Woelers

Voor ons complete programma zie:

www.vssmachinebouw.com Volg ons ook via:

06-02-17 11:43


16 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

gebruiksvriendelijkheid. Het moet wel een beetje snel gaan als je de bandenspanning van alle wielen wilt aanpassen. Anders gebruik je zoiets niet snel in de praktijk.”

DOSSIER:

MECHANISATIE

“Steeds meer mensen worden zich ervan bewust dat we voorzichtiger met de bodem moeten omspringen” Akkerbouwbedrijf Nieuwenhuis in Boesingheliede (vlak naast Schiphol) probeert altijd mee te doen met de nieuwste ontwikkelingen en certificeringstrajecten. Een kleine tien jaar geleden stapte Gijs Nieuwenhuis en zijn zoon Wilbert over op niet-kerende grondbewerking (NKG). Zes jaar geleden trok de Veldleeuwerikteler de ‘ploegstekker’ er definitief uit. Geen biologische landbouw, maar wel focussen op het gezond houden van de biologie van de grond. Dat als grote voordeel heeft dat de draagkracht van de bodem verbeterd wordt. Alles met als doel de draagkracht van de bodem vergroten. Nieuwenhuis: “Omdat we nu een grotere combine hebben, moesten we op zoek naar andere machines. We zeiden toen tegen elkaar: laten we het dan gelijk goed doen. Dus gingen we op zoek naar een drukwisselsysteem, zodat de bodem zoveel mogelijk gespaard wordt.”

Een drukwisselsysteem is een eenvoudige en betaalbare oplos­ sing om machine en banden onder alle omstandigheden op elkaar af te stemmen. Denk hierbij aan het overbrengen van vermogen in het veld, maar ook behoud van stabiliteit en comfort tijdens transportwerkzaamheden. Telers kiezen meestal voor een gemiddel­ de spanning om bandenslijtage te sparen en toch wat tractie in het veld te hebben. Maar dit heeft – zeker op de lange termijn – volgens Dirk Paridaans, eigenaar van het bedrijf waar Nieuwenhuis het druk­ wisselsysteem aanschafte, nadelige gevolgen voor de bodem: “Door de steeds zwaardere en grotere machine die de afgelopen tientallen jaren over de akkers hebben ge­ reden wordt de bodem langzaam verdicht. Hierdoor zakt het water bij extreme regenbuien niet meer weg. Als de bodem wel intact is,

dan is de regen twee dagen eerder weg en is de capillaire werking een stuk beter. Een optimale vochthuis­ houding maakt het oogsten een stuk simpeler. Daarnaast zou de hoge bacterie­ en virusdruk van de afgelopen seizoenen ook best hier­

mee te maken kunnen hebben. De conditie van de grond is belangrijk, want als wij mensen niet fit zijn is onze weerstand ook lager.” GEBRUIKSVRIENDELIJK Na een korte zoektocht voor het ideale systeem op zijn nieuwe machines kwam Nieuwenhuis uit bij Paridaans bandendruksystemen en agrotechniek uit het Brabantse Reusel. “We hebben bewust gezocht naar een Nederlandse pro­ ducent, want je kunt natuurlijk ook naar een Franse producent, maar ik vind het belangrijk om onze eigen economie zoveel mogelijk te stimuleren.” Uiteraard was dit niet de enige reden om voor Paridaans te kiezen. Doorslaggevend waren de producteigenschappen: minder structuurbederf van de bodem, minder wielspin en insporing en het voorkomen van bodemver­ dichting. Ook de effecten op de gewasgroei vormden onderdeel van het besluit. Het rijden met

lagere bandendruk zorgt in de spin­off van de eerdergenoem­ de voordelen voor een betere beworteling en waterhuishouding op de akkers. Gijs Nieuwenhuis onderkent al deze belangen en wilde dan ook niet beknibbelen op deze investering: “Om de positieve

“WE KUNNEN BINNEN DERTIG SECONDEN DE BANDENDRUK VERLAGEN” effecten optimaal te benutten is het drukwisselsysteem zowel op de kipper als de trekker gemonteerd. Daarnaast hebben we bewust ge­ kozen voor de zwaarste luchtcom­ pressor. Dit is wel de duurste optie, maar het zorgt ook voor een stuk

Dankzij de compressor gaat dat supersnel. Precies hetgeen dat de Noord­Hollandse teler zocht: “Als we de akkers oprijden kunnen we binnen dertig seconden de banden­ druk verlagen. Als de wagen vol is en we moeten weer de weg op dan is het drukwisselsysteem in staat om in tweeën halve minuut van een half atmosfeer 1,0 naar 3,5 bar te gaan. Een aantal jaar geleden duurde dat gemiddeld een minuut of acht. Tijdens het uienladen doe je meer dan twintig wagens op een dag. Dan zou je de helft van de tijd op knopjes zitten drukken: dat werkt natuurlijk niet. Als ik nu met dit systeem van Paridaans op de wielen het kopeind nader, dan druk ik de compressor aan. Het laatste stukje rij ik dan iets rustiger dan is de band precies op de juiste span­ ning als ik bij het kopeind ben.” Hoewel de krachtige compressor ervoor zorgt dat de wielen in no­ time op de juiste spanning zijn en het brandstofverbruik hierdoor sig­ nificant omlaag gaat, zijn dat voor Nieuwenhuis geen beweegredenen geweest om voor dit systeem te kiezen: “Het gaat ons niet om be­ sparingen en gemak, maar om het principe dat we de bodem willen sparen. Verduurzaming is onze drijfveer!” “EEN KIPPER ZIT VOL ALS HIJ DE AKKER VERLAAT, DE BANDEN MOETEN DUS METEEN OP DRUK ZIJN” Kipwagens en tractoren vereisen heel andere specificaties dan mestwagens waar drukwissel­ systemen al jaren gemeengoed zijn, zo vertelt Dirk Paridaans: “Bij mestwagens is het geen probleem als de bandenspanning iets te laag is, want die rijdt leeg het veld af. Een kipper zit vol als hij de akker verlaat, de banden moeten dus meteen op druk zijn. De compres­ sor die Nieuwenhuis gebruikt kan tot vijfenhalf kuub per minuut (vijfenhalf duizend liter per minuut) leveren. Als je dan kijkt hoeveel lucht er in drie minuten rondgaat, dan kan je dat bijvoorbeeld nooit in ketels opslaan. Als je dit systeem snel wilt toepassen op zowel de kipper als op de trekker, dan heb je een dergelijk zware compressor

Dankzij het digitale bedieningspaneel kan de bandenspanning vanuit de cabine geregeld worden, rechts de ultrasterke compressor die Nieuwenhuis gebruikt

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 16

06-02-17 11:43


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 17

februari 2017

gewoon echt nodig.” Als we terugkijken is het niet zo gek dat er momenteel op veel plekken sprake is van bodemver­ dichting, zo analyseert Paridaans: “In de jaren ’80 werkte ze met een driescharenploeg en een trekker van 100 pk. Anno 2016 werken we met een vijfscharenploeg en een trekker van 250 pk ervoor. Als je per schaar gaat rekenen, dan heb je dus veel meer trekkracht nodig om die ploeg te kunnen trekken. Dat heeft ermee te maken dat de bodem in elkaar gedrukt is en de weerstand in de grond is opgelo­ pen. Dat is natuurlijk niet van van­ daag of morgen, maar dat proces is al jaren aan de gang.”

de aardappelteelt, omdat het echt niet meer kon. En wij zijn echt niet de enige daarin. Als je het rooipro­ ces ook analyseert: twee trekkers voor elkaar en twee trekkers voor de kipwagen en dat als standaard verheffen omdat we het altijd al zo doen. Dan is er echt iets mis.”

“KANSEN DANKZIJ TECHNOLOGI­ SCHE ONTWIK­ KELINGEN”

KLIMAATVERANDERINGEN Daarnaast denken Gijs en Wilbert Nieuwenhuis beiden dat de toe­ name van extreme weersomstan­ digheden de nut en noodzaak van aangepaste bandendruk tijdens het berijden van de akkers vergroot. Wilbert: “Door alle extreme zijn er geen standaardomstandigheden meer waarin we werken. Alle aan­ wijzingen dat het klimaat veran­ dert, zijn aanwezig.” Gijs vult zijn zoon aan: “Daarnaast zijn we als akkerbouwsector door schade en schande wijs geworden. Het najaar is in de afgelopen tien jaar een sei­ zoen geworden waarin het op han­ gen en wurgen gebeuren moet. Wij zijn een tijdje geleden gestopt met

Volgens Nieuwenhuis is dit druk­ wisselsysteem nog maar het begin van een reeks aanpassingen om de akkerbouwteelt weer op niveau te krijgen: “Wij blijven altijd zoeken naar verbeteringen. Dat gaat altijd met vallen en opstaan. We zijn er nog lang niet. In de toekomst willen we wellicht naar vaste rijpaden. Als wij op dit moment gaan bewerken volgens NKG, dan doen we dat onder een hoek. Om het land niet ongelijk te laten worden doen we de tweede bewerking onder een tegenovergestelde hoek. Dit sys­ teem is echter lastig te combineren met vaste rijpaden. Maar er is zeker nog veel winst te behalen door dit soort dingen te gaan doen: als je ziet hoeveel de opbrengsten van suikerbieten toeneemt, doordat de

Wilbert (links) en Gijs Nieuwenhuis bij de kipwagen waar het drukwisselsysteem ‘in het wiel’ gemonteerd is kwekers moeiteloos inspelen op de vraag van meer en beter, dan moet dat toch ook in andere gewassen kunnen? Als je precisielandbouw en taakkaarten kunnen met de huidige machines prima gedaan worden: combines met opbrengstmeting, spuitmachines die met taakkaarten op de zandkop minder herbicide spuiten, dan op de zwaardere delen. Daar bespaar je – in eerste instantie ­ geen geld mee, maar je strooit wel alles op de goede plek. Je spuit de zandkop niet meer kapot en het vuil op de zwaardere plekken gaat wél dood. Daar vallen dingen te halen,

ook uit milieuoogpunt, want anders gaat het bestrijdingsmiddel op de zandkop de sloot in. Alles bij elkaar hebben deze ontwikkelingen wel onze aandacht.” BODEMSCHADE BEPERKEN Het is niet voor niets dat Gijs en Wilbert Nieuwenhuis hebben geko­ zen om het drukwisselsysteem van Paridaans te implementeren. Het is weliswaar een hele investering, maar de bodem is de basis voor goede opbrengsten en hoge kwali­ teitsproducten: “Voor een gezonde boven­ en onderlaag zijn ontwik­

kelingen als het drukwisselsysteem heel erg belangrijk. Door meer aandacht te besteden aan zaken als bandendruk kunnen we de bodem­ schade beperken en daardoor is dit in mijn ogen een zeer belangrijke investering in de toekomst.” MEER INFORMATIE OVER HET DRUKWISSELSYSTEEM? Paridaans bandendruksystemen en Agrotechniek Dirk Paridaans Tel. 0497 – 22 90 10 E-mail: dirk@bandendruksysteem.nl www.bandendruksysteem.nl

Grote capaciteit en altijd maximaal logistiek voordeel. BT 1600 kistenleger

Mechatec BOXmaster kisten Op en Afstapelsysteem, uitgevoerd met een kistenvuller, draaier, leger of wasser

KK3000 kistenkantelaar

Nu ook leverbaar via uw lokale Grimme dealer

Bel voor meer info!

Mechatec BV. Het Revier 1 8309 BE TOLLEBEEK Tel +31 (0)527-760100

WWW.MECHATEC.NL

Boxer kistenleger

Boxer met bunker

Flowmaster dubbel

1.5 Ton bunker

Vario Fill kistenvuller

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 17

06-02-17 11:43


18 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

PRECISIELANDBOUW

Aan tafel bij: Het is één van de koudste dagen in januari. Reden voor Arjan Hadderingh om naar het noorden van Groningen af te reizen, niet om te schaatsen, maar om met zijn John Deere Gator over de harde ondergronden te rijden en percelen in kaart te brengen. Hadderingh onderneemt de trip naar het Groningse Woldendorp om bij het akkerbouwbedrijf van Wouter Westerhof de percelen op te meten. De Akkerbouwkrant schuift aan bij dit gesprek in onze vaste rubriek: Aan tafel bij. Westerhof nodigde Hadderingh Agro Support uit om hem te helpen bij het efficiënter werken. De Noord-Groningse teler nam de stap om zijn percelen door Hadderingh in kaart te laten brengen vanwege tegenvallende gewasopbrengsten: “Mijn ouders zeiden altijd: ons land is mooi egaal, maar als je inzoomt op mijn percelen dan zie je allemaal slootjes en paadjes van vroeger.

Ik denk dat er nog heel veel winst te behalen valt door variabel te bemesten.” Waar die winst dan exact vandaan moet komen is Westerhof ook nog niet duidelijk, maar zijn filosofie: als je niets doet, verandert er sowieso niks: “Een klein voorbeeld waar we in de graanacademie momen­ teel over discussiëren: moet er op slechte plekken in akkers meer of

Akkerbouwer Wouter Westerhof minder bemest worden? Over deze simpele vraag kan je uren discussi­ ëren. Ik zeg dan altijd: jongens we moeten het gewoon uitproberen. De techniek is aanwezig om ons verder te helpen en meer op­ brengst per hectare te realiseren. Neem bijvoorbeeld de graanteelt. Normaal zitten we altijd rond de tien ton opbrengst, maar afgelo­ pen jaar kwamen we niet verder dan negen, maximaal 9,5 ton. Toch hebben we er alles aan gedaan om een goede oogst verkrijgen. Als dat dan niet lukt, dan stelt dat ons teleur. Bij bieten lukte het ons wel om van zestig naar negentig ton te stijgen, waarom lukt dat in de tarweteelt nou niet? Juist om daar antwoord op te krijgen zijn we begonnen met het in kaart brengen van onze percelen. De hoofdzaak is

meer opbrengst per hectare, want we hebben te maken met bedrijfs­ vergrotingen, mogelijk stijgende (rente)lasten en de investeringen in de dure GPS-systemen moeten terugverdiend worden.” PERCELEN INMETEN Westerhof kwam met Hadderingh Agro Support in contact nadat hij gps-problemen had. Alle GPSsystemen draaide op de techniek van het tractormerk en Westerhof had zijn eigen radiopaal op de schuur staan. Het was de bedoeling om het SBG-signaal van de spuit te laten communiceren met die paal, maar dat lukte niet. Hadderingh werd ingeschakeld om dat knelpunt op te lossen. Westerhof: “Doordat er dankzij Hadderingh een ander gps-signaal geïntroduceerd werd

op dit bedrijf, kwamen we ook aan de praat over de veldstructuur. Die hield namelijk nogal te wensen over.” Hadderingh kwam dus precies op het juiste moment langs bij Westerhof. “Je eigen perceel in de machine zetten is het moeilijkste. Maar juist daardoor behaal je het maximale rendement uit het GPSsysteem. Als je het alleen maar gebruikt voor het recht rijden, dan benut je de mogelijkheden niet optimaal. Nu heb ik alle perceel­ grenzen in kaart. Als de spuitboom buiten het perceel komt, worden die secties automatisch afgeslo­ ten.” Hadderingh vult aan: “Naast het inmeten van de totale perceel­ oppervlakte leggen we ook even­ wijdig aan iedere zijde een A-B-lijn

Akkerbouwer Westerhof (rechts) heeft al zijn percelen door Hadderingh (links) laten inmeten om efficiënter te kunnen werken

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 18

06-02-17 11:43


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 19

februari 2017

(of curve). Stel dat je een stuk braakland hebt waar helemaal geen sporen in zitten, dan kun je met een spuit van 45 meter breed helemaal rondrijden als je het eerste spoor op 22,5 zet.” Westerhof is ontzettend blij met de praktische en technische hulp die hij krijgt van Hadderingh Agro Support: “Er zijn heel veel akker­ bouwers die dit willen, maar perceel­grenzen doet bijna niemand. Een mannetje als Arjan Hadderingh heb je niet veel. Ik was al heel lang op zoek naar passende oplossin­ gen en heb dat bij hem eindelijk gevonden.” GRONDMONSTERS Hadderingh werkt met een over­ dekte quad voor het meten van de percelen. De Gator is sinds kort ook uitgerust met een grondbemonste­ ringsapparaat. Een unicum in de akkerbouwsector: “Het vormt een mooie aanvulling op het percelen in kaart-verhaal. We zijn afgelopen jaar gestart met de automatische grondbemonsteringen en het werkt fantastisch: het werkt snel en om­ dat de machine is ingesteld op een vaste diepte ook uiterst precies.” Hadderingh vervolgt: “We werken momenteel aan de hand van de Veris-scans en willen in de toe­ komst ook met hoogtekaarten gaan werken. De GPS-systemen maken die kaarten uit zichzelf al, maar

van die beschikbare data wordt nog (te) weinig gebruik gemaakt. Wij zetten deze data om naar taakkaarten, zodat de teler kan kiezen waarop die wil sturen. Als je bijvoorbeeld pH belangrijk vindt, dan kun je dankzij dit systeem daar heel gericht op sturen.” LAAG INSTAPNIVEAU Hadderingh Agro Support biedt deze dienst aan onder de naam ‘Perceleninkaart.nl’. Alle apparatuur wordt zorgvuldig voorbereidt om met de GPS-systemen van SBG, Trimble, Topcon, John Deere en AgLeader te kunnen werken. Hierbij hoort uiteraard ook het verwerken van de gegenereerde data voor de verschillende toepassingen in het veld. Zoals voor zoveel akkerbou­ wers is precisielandbouw middels het in kaart brengen van zijn percelen voor Westerhof ook een manier om zijn bedrijfseconomisch resultaat omhoog te krijgen. “Alles draait om efficiency tegenwoor­ dig”, zegt Westerhof stellig. Hadderingh merkt dat veel akker­ bouwers juist om die reden bij hem aankloppen: “Als je het eerste ver­ val in de plant op tijd kunt signa­ leren, dan ben je problemen altijd een stap voor. Daarom willen wij de bodem op een zo goed mogelijke manier in kaart brengen, maar wel op een laag instapniveau. We kijken samen met de klant naar opties om met lage kosten te beginnen met

precisielandbouw en taakkaarten. Op heel veel bedrijven zijn de sys­ temen al aanwezig, alleen worden ze nog niet (volledig) gebruikt. Wij faciliteren om efficiënt met de gps-spullen om te gaan. Er wordt heel veel in geïnvesteerd, dus dan wil je daar ook rendement uit halen. Wat wij doen is de teler deel­ genoot maken van dat proces. De akkerbouwers weten precies waar de bieten goed hebben gestaan en waar ze minder hebben gestaan.

“MET DE SPUIT HET LAND OPGAAN, KOST MIJ NU VEEL MINDER ENERGIE” Hij kent zijn land. Dus die informa­ tie moet je ook gebruiken om de bodem goed in kaart te brengen en dat is dus niet altijd techniek. Dit soort gesprekken aan de keuken­ tafel gaan dan ook meer leven. Als je dan een taakkaart laat zien, dan herkent de teler zich daarin.” PRAKTISCHE OPLOSSINGEN De extra mogelijkheden die het percelen in kaartsysteem biedt zorgen volgens Westerhof ook voor andere vragen tijdens het teeltproces: “Er moet nog heel veel ontdekt worden: hoe meer je op tafel legt, hoe meer vragen

er komen. Praktisch gezien lopen we nog weleens tegen dingen aan met de GPS-systemen. Als je een vierkant perceel hebt, dan heb je voor elke lijn een speciaal woordje. Ik rij via het ‘betonpad’ de hoek naar het ‘kanaal’ en dan draai ik naar het ‘bos’. Bij elke draai moet je weer gaan zoeken naar de bijbe­ horende gegevens van de lijn. Dat betekent dat je moet gaan scrollen en dan roept mijn vader alweer dat het vroeger allemaal veel makke­ lijker was. Ik heb toen tegen Arjan gezegd: er moet eigenlijk een skiptoets komen zodat het GPSsysteem al weet welke lijn hij moet tonen. Dat zijn van die praktische dingen waar wij als gebruiker tegenaanlopen.” Hadderingh ging gelijk met die feedback aan de slag en inmid­ dels wordt er aan een oplossing gewerkt: “Ik heb goede contacten bij SBG en vertaal de vraag van Westerhof naar de gegevens die de ontwikkeling nodig heeft om daarmee aan de slag te gaan. Zij hebben dat naar aanleiding van deze praktijkervaring hoog op het prioriteitenlijstje gezet, omdat ze denken dat deze vraag bij veel meer akkerbouwers leeft.” Vlak na dit interview kreeg Hadderingh het bericht dat deze optie dankzij de vraag van Westerhof is verwerkt in de software. “Dit geeft dus aan hoe snel dingen opgepakt kunnen wor­ den en vragen vanuit de praktijk

verwerkt kunnen worden”, reageer Hadderingh verheugd. De Groningse teler spreekt van de beste beslissing uit zijn leven en wil absoluut niet meer terug naar de situatie zoals het was voordat de percelen in kaart gebracht waren: “Het heeft bij mij geresul­ teerd in veel meer werkvreugde. Eigenlijk rijd je nu het perceel over, ik klap de spuitboom uit en ik zie wat ik doe. Het kost mij ook veel minder energie. Het bedrijf groeit in areaal en dan wil je ook meer doen met die kennis. Ik heb wel die opbrengstkaarten, maar als je aan het spuiten bent weet je niet exact waar meer of minder moet. Optisch zie je dat in het veld wel, maar dan ben je al te laat. Dit jaar heb ik voor het eerst variabel bemest en dat was een lust voor het oog. De spuitmachine pakte die techniek mooi op. We hebben er veel geld aan uitgegeven en het functioneert nu ook eindelijk. Het heeft even geduurd, maar we hebben het nu voor elkaar.”

MEER INFORMATIE OVER PERCELEN IN KAART BRENGEN? Hadderingh Agro Support Arjan Hadderingh Tel. 06 24205335 E-mail: info@agro-support.nl Website: www.agro-support.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 19

06-02-17 11:43


20 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

Uniek streekproduct door samenwerking akkerbouwers, melkveehouder en molenaar

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

De Drentsche Aa gevuld en de dubbel Drentsche rogge zijn het resultaat van een unieke samenwerking tussen enkele akkerbouwbedrijven, de agrarische natuurvereniging, een molenaar en een zevental lokale bakkers verspreid over heel Drenthe. Sinds begin dit jaar liggen de broodjes in de winkel onder de naam Drentsche Aa Streekproducten en de plaatselijke bevolking smult letterlijk en figuurlijk van de lokaal geproduceerde producten. Akkerbouwer Harm van Rhee is één van de vier graantelers die participeren in dit samenwerkingsproject. Hij is blij dat zijn bedrijf op deze manier aan zijn directe omgeving kan laten zien dat hij op een verantwoorde manier granen teelt: “Ik vind het harstikke mooi om zo iets terug te doen voor de samenleving.”

MILIEUVRIENDELIJKE TEELT Belangrijk speerpunt bij de teelt van deze streekproducten is het milieuvriendelijk verbouwen van gewassen. Jan Reinder Smeenge (ANV): “We telen op een zo natuur­ vriendelijk mogelijke manier. Dat komt tot uiting doordat we onder andere gebruikmaken van akker­ randen om de biodiversiteit en natuurlijke plaagbestrijding te be­ vorderen.” Volgens Van Rhee draait het allemaal om de balans tussen milieuvriendelijk en verantwoord teeltmanagement: “Als de dose­ ring omlaag kan, dan doen we dat natuurlijk ook. Aan de andere kant: als ik niet ga spuiten en de teelt mislukt, dan heb ik helemaal niks.

“MEER BOEREN BETREKKEN BIJ DUURZAME GRAANTEELT” Als er te veel schimmel in komt, dan wordt het afgekeurd. Dan moet je dubbel zoveel gaan telen en hopen dat de helft lukt, maar dat is natuurlijk niet de manier.” Voor de geboren en getogen Drent is het duurzaamheidsaspect natuurlijk wel belangrijk, maar het vormt zeker niet de voornaam­ ste reden om zijn medewerking toe te zeggen aan dit regionaal

initiatief: “Het belangrijkste vind ik dat ik weet waar mijn produc­ ten blijven en wat ermee gedaan wordt. Meestal verdwijnt het op de grote hoop, maar nu kan ik het hele proces van boer tot bord volgen.” Smeenge onderstreept dit doelstel­ ling: “Het uitgangspunt is om meer binding te krijgen met de lokale bevolking en op die manier steeds meer boeren te betrekken bij het duurzaam telen van graan.” EIGEN GRAANOPSLAG De telers werken binnen het project geheel zelfstandig, alleen de opslag is centraal geregeld. De graansilo’s werden door de Agrarische Natuurvereniging op de kop getikt. De Drent is als deel­ nemer verbonden aan het project. Smeenge heeft een bedrijf met zoog­en vleeskoeien, verbrede landbouwactiviteiten, maar is ook als bestuurder verbonden aan het ANV. “Er komt een hoop bij kijken om dit te realiseren. Het klinkt simpel als ik zeg dat we goede (prijs)afspraken hebben gemaakt, maar dat is een traject van jaren geweest. Gedurende het proces ko­ men er steeds weer nieuwe dingen om de hoek. Bijvoorbeeld: als je – zoals wij ­ ervoor kiest om granen in eigen opslag te bewaren, dan moet je wel over de juiste certifice­ ring beschikken. Je hebt namelijk wel te maken met voedselveilig­ heid en hygiëne. Daar zijn we ons terdege van bewust, maar dat zijn wel dingen waar je in de aanloop­

fase niet direct over nadenkt.” Van Rhee: “Ik heb er meer werk van, dan wanneer ik het gewoon bij de coöperatie af zou leveren. Daar doe je de kipper omhoog en wordt alles voor je gedroogd. De graanopslag waar we met dit project gebruik van maken heeft geen drogerij, dus als het niet droog is moeten we dat zelf doen. Daarnaast hadden we afgelopen jaar een eiwittekort in de tarwe. Hierdoor kan de molenaar er geen meel van maken. Dat is dan wel even een tegenvaller natuurlijk. Het gaat allemaal niet vanzelf, maar het is hartstikke mooi om voor je eigen regio te telen.” OPVOLGER Van Rhee is een echte Drent, opgegroeid op een akkerbouw­ bedrijf, maar toch was het eigenlijk niet zijn bedoeling om boer te worden. “Ik zag geen toekomst als bedrijfseigenaar, maar meer

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 20

06-02-17 11:43


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 21

februari 2017

als medewerker op een ander akkerbouwbedrijf. Ik was niet de beoogde opvolger. Mijn vrouw komt echter ook van het platte­ land en uiteindelijk hebben we het akkerbouwbedrijf van haar ouders overgenomen, dus nu ben ik toch akkerbouwer geworden. Inmiddels doe ik dit alweer ruim dertig jaar.

“MOLENAAR ONMISBARE SCHAKEL” Zoiets komt – net als dit project – op je pad en dan ga je ervoor.” Het streekbrodenproject bevalt de teler zo goed dat hij er komende jaren zeker mee doorgaat: “De graan­ zaden voor komend groeiseizoen zitten alweer in de grond. In totaal verbouw ik dit jaar elf hectare voor dit streekproductenproject: drie hectare spelt en tarwe en vijf hectare rogge.” Het project is mede tot stand geko­ men op inspraak van de provincie Drenthe. Zij wilden dolgraag de oude graangewassen terug op de Essen. Gewassen als spelt en rogge, een typisch Drents gewas, is de af­ gelopen jaren uit beeld verdwenen, omdat het te weinig rendement oplevert voor de telers. Dankzij een prijsgarantie van molenaar Jan Mulder Pot is het de initiatief­

nemers toch weer gelukt om enkele akkerbouwers warm te maken voor het herintroduceren van oude graangewassen. Smeenge: “De molenaar is een onmisbare schakel in het verhaal. De telers ontvangen voor rogge bijvoorbeeld twintig procent bovenop de hui­ dige tarweprijs. Ook voor spelt en tarwe zijn prijsafspraken gemaakt. Normaal werd de tarwe afgevoerd als voergraan en nu wordt het weer gebruikt als baktarwe.” AREAAL VERGROTEN Volgens Smeenge is het funda­ ment gelegd, doet de sector wat het moet doen en is het nu aan de retailers in Drenthe om het project grootschalig op te pakken: “De vraag of het areaal kan groeien is afhankelijk van de bakkers. Wij hebben het voorwerk gedaan door spelt, rogge en tarwe te gaan verbouwen. Het is nu aan de bakkers om dit brood pontificaal in de schappen te leggen. We hebben daarom een Retail­deskundige aan dit project toegevoegd. En zijn er plannen om dit jaar een soort graanfietsroute samen te stellen. Als mensen dan bij een pannen­ koekenrestaurant gaan eten, moet dat in onze ogen ook van meel gebakken worden dat in Drenthe is verbouwd.” BINDMIDDEL Door ook het toerisme te betrek­ ken brengt dit project de akker­ bouwsector weer dichter bij de

consument, zo stelt Smeenge: “Agrarisch natuurbeheer is een bindmiddel om boeren en burgers bij elkaar te brengen. Dit soort projecten bevordert dat natuurlijk nog extra. Landbouw is belangrijk, want ik ben zelf ook boer, maar je moet ook rekening houden met de natuur. Met dit project zoeken we een samenhang tussen toeris­ me en akkerbouw.” LANDELIJKE INTERESSE Inmiddels hebben ook andere landbouwregio’s bij het ANV aangeklopt om dit Drentse project ook in de rest van Nederland navolging te kunnen geven. “Er is veel interesse uit het hele land. Wij hebben vanmorgen een club uit het rivierenland gehad en die willen ook met dit soort dingen gaan

beginnen. We hebben een presen­ tatie gegeven over dit project en gaan nu brainstormen hoe ze daar in Gelderland ook invulling aan zouden kunnen geven.”

“BEVORDEREN VAN DE KORTE KETEN IS VOOR EEN HOOP TELERS ZEER WENSELIJK” Volgens Smeenge is dit de weg die de landbouw de komende jaren op moet gaan: “Het zal niet voor iedereen weggelegd zijn, maar het bevorderen van de korte keten is

voor een hoop telers wel wense­ lijk. Iedereen moet daar dan wel zijn steentje aan bijdragen. Zoals gezegd: de bakkers moeten nu gas geven. Het moet niet blijven bij de ‘weekendbroodjes’, maar ook het standaardbrood zal vanuit dezelf­ de visie aangeboden moeten wor­ den met een herkenbaar logo van de Drentsche Aa­streekproducten. Pas dan kunnen we echt stappen maken en het interessant maken voor de akkerbouwbedrijven in Drenthe om aan dit project mee te doen.”

MEER INFORMATIE Agrarische Natuurvereniging Drenthe (ANV) Website: www.anvdrenthe.nl E-mail: info@anvdrenthe.nl

“VRAAG NAAR LOKAAL GETEELDE PRODUCTEN STIJGT”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 21

06-02-17 11:43


22 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

“Nog nooit zulke goede nacontroleresultaten gehad” Pootgoedteler Almar de Bont uit Bant heeft afgelopen groei­seizoen geen spoor van phytophthora in zijn pootgoed gezien en dat terwijl het voorjaar van 2016 zich kenmerkte door een hoge phytophthora-druk. De Bont schrijft dit voor een deel toe aan het vervangen van minerale oliën door hulpstof Prolong XP aan de fungiciden en insecticiden: “Ik heb het hele jaar geen phytophthora gezien.”

De Bont begon vijf jaar geleden met eigen opbouw van pootgoed uit knollen. Hierdoor is de kwali­ teit en de virusdruk stelselmatig verlaagd. Dankzij het gebruik van Prolong XP heeft de Flevolandse teler afgelopen seizoen weer een stap kunnen zetten. “De nacontro­ le uitslagen laat betere resultaten zien, dan in de voorgaande jaren.

“GOEDE VIRUS­ BESTRIJDING EN VERLAGING MIDDELEN­ GEBRUIK” Ik weet niet of dat allemaal aan Prolong XP is toe te schrijven, want ik doe sinds vijf jaar aan ei­ gen opbouw uit knollen. Dat is dus allemaal hoogwaardig materiaal. Maar ik heb zeker het idee dat Prolong XP helpt. Het verbetert de opname van de andere middelen ook nog eens.”

MINDER GROEIREMMING Naast beheersing van virus­ overdracht zorgt het middel van Holland Fyto indirect ook voor minder groeiremming bij het pootgoed: “Dat hoop ik er wel mee te bereiken inderdaad, want olie heeft een opbrengstdrukkend effect. Daarnaast selecteert het ook gewoon een stuk makkelijker omdat het gewas minder lang nat blijft dan bij het gebruik van minerale olie.” ONAFHANKELIJKE PROEVEN Prolong XP wordt ingezet door telers die bij voorkeur een mi­ nerale olie willen gebruiken in verband met gewasveiligheid en beperkte selectie-mogelijkheden. Deze telers voegen Prolong XP toe aan pyrethroïden en luis­ doders waardoor de effectiviteit wordt vergroot. De Bont kwam het middel op het spoor nadat hij via zijn adviseur van Profytodsd te horen kreeg dat er meerdere jaren succesvolle proeven met Prolong XP waren gedaan. In die onafhankelijke proeven -

die op verzoek van Holland Fyto werden uitgevoerd - kwam telkens naar voren dat de objecten waar Prolong XP aan toegevoegd was, er een lager viruspercentage werd geconstateerd dan in de objec­ ten waar géén Prolong XP was gebruikt. En in het vergelijk met de toevoeging van een volle mep minerale olie leverde het toevoe­ gen van Prolong XP ieder jaar vergelijkbare viruscijfers op. Ook heeft De Bont bij collega’s om zich heen gevraagd naar hun ervarin­ gen. Ook die waren stuk voor stuk enthousiast. De Bont: “Ik ga het middel ook dit jaar weer toepas­ sen en hoop dezelfde resultaten te bewerkstelligen als afgelopen jaar: goede bestrijding van virussen

en verlaging van het middelen­ gebruik tegen Phytophthora, doordat ik minder heb hoeven corrigeren. Ik heb nog nooit zulke goede nacontroleresultaten ge­ had. Ons uitgangsmateriaal is ook beter op orde en in combinatie met het gebruik van Prolong XP zorgt dat naar mijn idee voor deze goede resultaten.” KOSTENREDUCTIE Naast de effecten op de teelt ervaart De Bont ook dat hij minder kwijt is aan betrijding van virussen en heeft hij in 2016 een kostenreductie weten te realise­ ren: “Ik heb de exacte kosten niet in kaart gebracht, maar als we kijken naar de olieprijs dan zal ik ongetwijfeld kosten bespaard hebben qua middelengebruik. Wel kan ik met zekerheid zeggen dat ik bespaard heb op mijn waterverbruik waardoor ik meer hectares met een volle tank kon spuiten.” De Bont teelt een aantal vrije rassen en heeft daarnaast meer­ dere pootgoedrassen van HZPC en Averis staan. In totaal heeft hij honderdzestig bunder in bewer­ king, daarvan is tachtig hectare vrijgemaakt voor het telen van pootgoed. Doordat hij werkt met vaste rijpaden, brede banden en zijn eigen opbouw uit knollen laten zijn opbrengsten per hectare jaarlijks een stijgende lijn zien. Door Prolong XP te implemente­ ren zijn die getallen volgens De Bont alleen nog maar positiever geworden. Tel daar de resultaten

van de nacontrole en het gemak tijdens selectie bij op en het plaatje is compleet: “Ik ga niet bij elk nieuw ding keihard roepen: dit is het! Dat leer je in de loop der jaren wel af. Ik hoef geen voor­ loper te wezen. Tegenwoordig

“EEN NIEUW MIDDEL MOET ZICH ALTIJD EERST IN DE PRAKTIJK BEWIJZEN” komen er tientallen middelen op de markt waarvan gezegd wordt dat het een wondermiddel is en dat geloof ik allang niet meer. Dit is vijf jaar lang getest en dan zijn de jaareffecten wel gefilterd. Een nieuw middel moet zich altijd eerst in de praktijk bewijzen. Je moet er gewoon mee aan de gang gaan. Als je dan hoort dat een middel als Prolong XP meerdere jaren goed werkt, dan ga ik het ook proberen. Tot nog toe heb ik daar absoluut geen spijt van.” MEER INFORMATIE OVER PROLONG XP? Holland Fyto Gerbert Barneveld (Productmanager) Tel. 0527 – 63 15 00 g.barneveld@hollandfyto.nl www.hollandfyto.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 22

06-02-17 11:43


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 23

februari 2017

Reken af met verzakkingen in uw bewaarloods met het innovatieve vloerlift-systeem van Fagro! Voor het stabiliseren en liften van verzakte vloeren door schuimbeton-injecties. Meer informatie? Bel met 06-20390415 of kijk op www.vloerliften.nl

Fagro BV • Productieweg 52 • 2382 PD Zoeterwoude • Telefoon 0514-533174 • info@vloerliften.nl • www.vloerliften.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 23

06-02-17 11:43


24 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEWARING

Mechanische koeling verhoogt het bewaarrendement Een mooi product lang bewaren blijft een vak apart, zeker als je kiest voor optimale kwaliteit en het beperken van gewichtsverliezen. Gelukkig zijn er tegenwoordig voldoende (technische) hulpmiddelen: klimaatcomputers, ventilatoren en mechanische koeling zijn bij uitstek geschikt voor het optimaliseren van de klimaatbeheersing.

Perioden met wisselende klimaat­ omstandigheden hebben dan geen negatieve invloed meer op de kwaliteit van het te bewaren product. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de nieuwe mogelijkheden op het gebied van mechanische koeling. Deze metho­ de zorgt voor meer rendement uit de bewaring. ONTWIKKELING IN KOELSYSTEMEN De laatste vijf jaar is er veel ont­ wikkeling geweest op het gebied van koelsystemen. Ingegeven door aangescherpte milieueisen en nieu­ we technologische ontwikkelingen zijn er koelinstallaties op de markt gekomen die een aantal voordelen hebben voor het product. Tot een aantal jaren geleden waren mecha­ nische koelsystemen voornamelijk directe systemen (één koelkring­ loop met koudemiddel direct in

de luchtkoeler bij het product verdampen) met een vast tempe­ ratuurverschil over de luchtkoeler. Dit had als nadeel dat er eigenlijk maar één type product (aardappel of uien) onder optimale omstan­ digheden bewaard kon worden. Voor een andersoortig product was die koelinstallatie niet geschikt, omdat er te weinig koelvermogen beschikbaar was of juist te veel uitgedroogd werd. TWEE KRINGLOPEN De nieuwe koelsystemen bevatten indirecte systemen en die bestaan uit twee kringlopen. In de eerste kringloop buiten de bewaarplaats wordt een kleine hoeveelheid koudemiddel (propaan of NH3) ge­ bruikt die verdampt in een warmte­ wisselaar. Hierdoor wordt de kou­ dedrager (bijvoorbeeld glycol of CO2) uit de tweede koelkringloop afgekoeld. Die wordt vervolgens

naar de luchtkoeler in de bewaring gepompt en neemt warmte op uit het product. Door de volume­ stroom en/of de temperatuur van de koudedrager te variëren kan het koelvermogen en de ontvochtiging aangepast worden aan de eisen die het product stelt. Hiermee wordt het uiteindelijke bewaarrende­ ment verhoogd en is het mogelijk verschillende soorten producten te bewaren. Vergelijkende praktijk­ proeven in wortels en aardappels hebben aangetoond dat gebruik van een indirecte koelinstallatie het gewichtsverlies met dertig procent kan verminderen. Hierbij werd er slechts twee procent gewichts­ verlies gemeten over een bewaar­ periode van zeven maanden bij het indirecte koelsysteem en drie procent bij het directe koelsysteem. Door het opsplitsen van de koel­ kringloop in twee delen komen andere koudemiddelen in beeld

die goede koeltechnische eigen­ schappen hebben en tevens minder milieubelastend zijn. Dit is in lijn met de internationale eisen in de internationale koeltechniek­ wetgeving. KOELSYSTEMEN VERGELIJKEN EN ONTWERPEN Het is niet eenvoudig een koel­ systeem kwalitatief te beoordelen op basis van slechts het koel­ vermogen. Een koelsysteem kan veel koelvermogen hebben, maar daardoor tegelijk veel vocht aan het product onttrekken. Door bijvoorbeeld meer luchtkoelers te installeren en te werken met een kleiner temperatuurverschil is hetzelfde koelvermogen beschik­ baar die minder gewichtsverlies oplevert. Om een koelsysteem goed te kunnen beoordelen zijn een aantal hoofdkenmerken van belang: koelvermogen per ton

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 24

06-02-17 11:43


Drie innovaties in bewaartechniek die er écht toe doen

Vision Control

De Vision Control is de intelligente bewaarcomputer die temperatuur, relatieve luchtvochtigheid en CO2-gehalte regelt door het slim aansturen van ventilatoren, luiken, kachels en mechanische koeling.

Gratis demonstratie

Bewaren op basis van weersverwachting

NIEUW!

Optimale afstemming van energievraag en -aanbod

Weer in Control combineert de instellingen van de Vision Control met een 10-daags weersvooruitzicht en stemt daar de ventilatie- en koelacties op af. b Automatisch aanpassen van instellingen op basis van weersverwachting b Kwaliteitsbehoud van uw product door minder temperatuurschommelingen

NIEUW!

YOU (Yield Observation Unit) De YOU meet het gewicht van aardappelen en kan meekijken d.m.v. een camera in de bulkbewaring.

Duurzame energieverbruikers en -opwekkers (zonnepanelen, windmolens, bewaring, koeling, sorteerinstallatie, etc.) komen samen in ‘Energiemanagement’.

b Het gewichtsverlies wordt online weergeven b De meetgegevens zijn zichtbaar in de Vision Control

b Energie opwekking en verbruik automatisch op elkaar afstemmen

b Extra analyses in een online omgeving

b Lagere piekbelasting energieaansluiting

b Energiebesparing

b Nu ook koppeling met dagprijzen energiemarkt APX

Schrijf u vandaag nog in voor een gratis workshop.

Mogen wij uw voordeel uitrekenen?

Meld u aan als gebruiker en maak een jaar gratis gebruik van de ondersteunende Tolsma-YOU software. Neem hiervoor contact op met uw bewaaradviseur.

www.tolsmagrisnich.com

product bij een bepaalde bewaar­ temperatuur en buitentemperatuur, ontvochtiging per uur, opgenomen elektrisch vermogen in verhouding tot het afgegeven koelvermogen en de mogelijkheid tot het (automa­ tisch) aanpassen van het koelver­ mogen naar de behoefte van het product. Een koelinstallatie met een bepaald koelvermogen kan op een aantal manieren ontworpen worden. Hierbij wordt door het kiezen van specifieke componenten een installatie ontworpen die valt in een categorie als: minimale aan­ schafprijs, energiezuinig, minimale ontvochtiging, flexibel inzetbaar. Door meer of minder aandacht te besteden aan deze categorieën komen er moeilijk vergelijkbare in­ stallaties naast elkaar te staan met allemaal dezelfde koelcapaciteit. Mechanische koeling is hiermee een sterk specialistisch vakgebied, waarbij in het ontwerptraject veel

kennis uitgewisseld moet worden tussen bewaarspecialist en akker­ bouwer. MODERNE KLIMAATREGELING Naast de koelinstallatie zelf is de regeling van de gehele installatie ook een belangrijke factor in het uiteindelijke bewaarrendement. Omdat moderne klimaatcomputers voorzien zijn van grote touch­ screenschermen en met internet verbonden zijn, kan het functione­

ren en presteren van de installatie op een overzichtelijkere manier aan de gebruiker gepresenteerd worden. Dit geeft ook de mogelijk­ heid om snel te signaleren wanneer er instellingen aangepast moeten worden. Op basis van de getoonde informatie (temperaturen en druk­ ken) kan er ook op technisch vlak eenvoudiger geanalyseerd worden hoe de installatie presteert. Een geïntegreerde besturing van het (buitenlucht) ventilatiesysteem

en de mechanische koelinstallatie door één klimaatcomputer zorgt voor een optimale samenwerking die het bewaarrendement verder verbetert. Een nieuwe interessante regeltechnische mogelijkheid is om het koelvermogen automatisch aan te passen aan de eisen die het product stelt. Zo kan er automa­ tisch veel koelvermogen geleverd worden tijdens het inkoeltraject en met dezelfde installatie minimale ontvochtiging bereikt worden

tijdens de bewaarfase. In de toe­ komst zal het zelfs mogelijk zijn om met nieuwe sensortechnologie de installatie te laten regelen en sturen op de productkwaliteit.

MEER INFORMATIE OVER BEWARING? Tolsma Techniek Emmeloord B.V. Website: www.tolsmagrisnich.com/nl E-mail: info@tolsma.nl Tel. 0527-636465

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 25

06-02-17 11:43


26 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

Akkerbouwers aan het woord:

#1

Wat doet u aan bodembeheer?

Er is de laatste jaren een groeiende aandacht voor de bodem. Verscheidene grondbewerkings­methoden, zaaibedbereidingen en bemestings­strategieën worden toegepast om het rendement van de bodem te optimaliseren. Zoveel telers, zoveel verhalen.

“GRASZADEN ZOALS RIETZWENK ZIJN GOEDE INVESTERING BINNEN HET TOTALE BODEMBEHEER” Akkerbouwer Mark Verhage uit het West Zeeuws-Vlaamse Oostburg kiest voor een combinatie van diverse technieken. Verhage ziet het als vanzelfsprekend dat elke akker­ bouwer kijkt naar zaken als tractor­ gewicht, brede banden en lage druk­ banden om de bodem te ontzien. Maar daar houdt het volgens hem niet op. Ook de grondbewerking vormt een belangrijk onderdeel van het totale bodem­beheer op akker­ bouwbedrijf Verhage: “Het meeste areaal ploegen we. Met name de percelen waar groenbemesters staan worden geploegd, zodat we zo vlug mogelijk na de tarweoogst groenbe­ mesters kunnen inzaaien. Na de tien weken gaat direct de ploeg erin. Dan doen we ook nog een deel met de spitmachine, maar dat ligt heel erg aan het weer en het land dat vrij is.

COLOFON De Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen is een special interest uitgave dat deel uitmaakt van het kennis- en communicatiepodium www.akkerbouwactueel.nl. Uitgever van het kennisplatform is Prosu Media Producties. Bladmanagement: Jan Geert Vedelaar (06 - 51 26 87 55) jangeert.vedelaar@prosu.nl Adverteren: Henk Stoel (06 - 10 42 77 26) henk.stoel@prosu.nl Jay Smit (06 - 10 21 27 51) jay.smit@prosu.nl Jan Geert Vedelaar (06 - 51 26 87 55) jangeert.vedelaar@prosu.nl Oplage: 5.750 exemplaren Doelgroep: Professionele akkerbouwers Frequentie: Vijf keer per jaar Redactie: Richard Bender, Ruben Lijzenga Fotografie: Geraldine Nikkels, industrie Vormgeving: uNiek-Design.nl Drukwerk: GBU Media

GRASZAAD GEEFT BODEM RUST De ruim twintig hectare graszaad moet de bodem de nodige rust geven: “We hebben gekozen voor rietzwenk omdat dit type graszaad heel diep wortelt en dat heeft een positieve werking op het bodem­ leven. Uiteraard is de opbrengst van het graszaad ook mooi meege­ nomen, maar als je gaat ploegen op het land waar de rietzwenk gestaan heeft, dan merk je gewoon dat het er altijd netjes bij ligt. De bodem moet je wat rust geven en daarom is graszaad voor ons wel een be­ langrijke teelt. Het is niet voor niets dat er, de laatste jaren, een opmars zichtbaar is in het gebruik van graszaad. Men ziet dat de kwaliteit van de bodem achteruitgaat en dan is dit een goede investering binnen het totale bodembeheer.”

AKKERBOUWER ZWIERS ZOEKT HET VOORAL IN DE VRUCHT­WISSELING De Drentse akkerbouwer Marcel Zwiers heeft een heel ander doel voor ogen: bladrammenas telen ter voorkoming voor Chitwoodi-aaltjes. Het land van Zwiers is op conventi­ onele diepte van 25 centimeter ge­ ploegd door een 4 schaar Lemkenploeg, maar de beste stimulans voor het bodemleven en het verbeteren van de bodemstructuur is volgens de Drentse akkerbouwer het aanpassen van vruchtwisseling: “Het liefste plannen we het zo dat aardappelen opgevolgd worden door gras. Dat perceel dan een paar jaar gras houden, door te ruilen met een veehouder en dan halen we het weer terug. In de tussentijd is de grond goed uitgerust en het bodemleven kan mooi aangaan. Zo krijg je volgens mij het beste gewas en het beste rendement.” Om het effect te meten worden er elk voorjaar bodemmonster geno­ men. Tot nu toe zien de gronden rondom het akkerbouwbedrijf in het Drentse Wijster er nog aardig goed uit: “Maar het wordt wel steeds minder”, vertelt Zwiers. “Vooral het

bemesters is uitgereden. Die ruimte hadden we vroeger niet, maar van­ wege de rijenbemesting hadden we nog marge op de fosfaatbalans.”

Akkerbouwer Verhage ging afgelopen najaar na de aardappeloogst direct het land op met de spitmachine

kaligehalte wordt minder, waardoor we steeds meer kali moeten toevoe­ gen. Dat brengt extra kosten met zich mee, dus dat monitoren van de grond wordt steeds belangrijker voor ons. Ik verwacht dat dit pro­ bleem zich de komende jaren nog meer gaat uitbreiden en dat vormt een reëel gevaar voor de bodem­ vruchtbaarheid. De regelgeving, ook vanuit de veehouderij over de bemesting, helpt niet mee om dit te verbeteren.” CHITWOODI-AALTJE Zwiers ruilt en huurt veel grond, dus de groenbemesters worden vooral gezaaid voor de teler die achter hem aankomt. “Ik zeg altijd: de kwaliteit die je inruilt, moet je ook weer terugkrijgen. Tot op heden is dat nog altijd het geval en mochten er toch een keer wat probleempjes zijn dan worden die altijd in goed overleg opgelost.”

“ELKE VIERKANTE METER OPTIMAAL BENUTTEN” De groenbemester blijft tot het voorjaar staan en vervolgens komt het erop aan om het bodembeheer uit de wintermaanden een goed ver­ volg te geven tijdens het groeisei­ zoen. Daarvoor heeft Zwiers al zijn percelen voorzien van drainage en worden alle akkers geëgali­ seerd. “Elke vierkante meter moet optimaal benut worden, want de opbrengst per hectare is en blijft het belangrijkste voor een akkerbouw­ bedrijf. We proberen een zo goed mogelijk bouwplan te maken, maar

door allerlei regelgeving en het feit dat wij regelmatig grond ruilen blijft het lastig om zaken zoals Chitwoodi volledig uit te bannen.”

“VIA RIJENBEMESTING MEER FOSFAATRUIMTE CREËREN” Op het Zeeuwse akkerbouwer­ bedrijf van Ivo Haartsen is bodem­ beheer leidend in alles wat ze doen: “Alles wat je gedurende het jaar doet, heeft effect op de bodem­ kwaliteit. Bij het loon- en akker­ bouwbedrijf Dekker-Haartsen in Biervliet zijn ze de afgelopen jaren druk bezig geweest om met een pakket aan maatregelen de bodem­ vitaliteit te verhogen en daarmee ook de opbrengsten per hectare te optimaliseren: “Wij zoeken het voornamelijk in rijenbemesting met vloeibare kunstmest. Hierdoor creëren we meer fosfaatruimte en daar kunnen we dan vervolgens dierlijke mest voor aanwenden om zodoende extra organische stof en spoorelementen aan de bodem toe te voegen.” Haartsen verklaart zijn keuze: “Bij rijenbemesting heb je veel minder kilo’s zuivere kunstmest per hectare nodig om hetzelfde resultaat te behalen. Voorheen werkten we met korrelkunstmest. Met kouters en spuitdoppen geven we nu rijen­ bemesting in de rij, vloeibaar, waar­ door het zich in de grond vastlegt. Daardoor hebben we minder verlies en optimale benutting van elke kilo. Vorig jaar augustus hebben we onder mooie omstandigheden nog wat extra dierlijke mest van vee­ houders uit de buurt laten komen. Wat op onze percelen met groen­

INVESTERINGEN De teeltoptimalisatiemaatregelen die Haartsen heeft toegepast vergde wel een aantal flinke inves­ teringen in de mechanisatie: “We hebben afgelopen jaren twee do­ seerunits voor vloeibare kunstmest zelf ontwikkeld. Dit voorjaar hebben we weer één machine aangepast. We hadden al de speciale kouter rijenbemester waarmee we de aardappelruggen injecteerde. Maar het calcium moest juist bovenop de moederknol - voor goede opname door de haarwortels - en dat vergde weer een aanpassing met spuit­ leiding en kunstmestdoppen. De afgelopen jaren zijn er systematisch ook verschillende zaaimachines uit­ gerust met de specifieke apparatuur voor deze werkwijze. Inmiddels zijn de uien-planter en zaai­machines, de wortelzaaier, de bruine bonenzaaier en de aardappelpoter (acht stuks) allemaal voorzien van de juiste apparatuur.”

“CONSTANT OP ZOEK NAAR RUIMTE BINNEN DE WETGEVING” Voor Haartsen staat één ding als een paal boven water: als het gaat om bodembeheer dan hebben alle maateregelen effect op elkaar: “Ja, dat zien we duidelijk. We doen ook loonwerk waardoor we gemak­ kelijk kunnen vergelijken. Als de groeiomstandigheden moeilijker worden, dan zie je dat de percelen waarop jarenlang dierlijke meststof is gegaan, dat die producten een betere kwaliteit hebben. Dan heb ik het niet over varkensdrijfmest, want dat verslechtert de bodem­ kwaliteit op klei juist. Ik doel dan op rundveedrijf-, vaste kippen- of geitenmest. De spoorelementen en organische stof die in de dierlijke mest zit hebben we hard nodig. In het huidige beleid mogen we bijna niks meer, dus we zijn constant op zoek naar de ruimte binnen de wetgeving.”

AkkerbouwActueel is een uitgave van

Prosu Media Producties Postbus 283, 8250 AG Dronten T 0320 286939 | F 0320 286985 akkerbouwactueel@prosu.nl

www.prosumediaproducties.nl

Akkerbouwers besteden steeds meer aandacht aan bodembeheer, op de rechterfoto is Ivo Haartsen bezig met het injecteren van vloeibare kunstmest in het pootgoed

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2017

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 26

06-02-17 11:43


AB Brabant, vakwerk in personeel! Op zoek naar een echte aanpakker? Bent u als ondernemer op zoek naar gemotiveerd personeel voor een korte of lange periode? AB Brabant biedt flexibele en gespecialiseerde arbeidskrachten in onder andere de akkerbouwsector. Voor meer informatie kunt u een kijkje nemen op www.abbrabant.nl of contact opnemen met één van onze regiokantoren. Wij hebben uitdagend werk AB Brabant heeft volop werk in diverse sectoren. Ben je een echte aanpakker? Meld je dan aan bij AB Brabant via www.abbrabant.nl of kom naar één van onze regiokantoren.

eit? t ï u in Cont voor Kies nt! a b a r AB B

De beste partner voor een groeiend bedrijf Bedrijfsverzorging | Uitzenden | Detachering | Pay-roll Service teams

Servicemelker

|

|

Klauwverzorging

Hoofdkantoor Best | Bezoekadres: De Ronde 4, 5683 CZ Best T. (0411) 612080 E. info@abbrabant.nl Regiokantoor Hoogeloon | Bezoekadres: Dominépad 6a, 5528 NC Hoogeloon T. (0497) 684808 E. infohoogeloon@abbrabant.nl Regiokantoor Deurne | Bezoekadres: Dr. Huub van Doorneweg 1, 5753 PM Deurne T. (0493) 350510 E. infodeurne@abbrabant.nl Regiokantoor Uden | Bezoekadres: Losplaats 10a, 5404 NJ Uden T. (0413) 760670 E. infouden@abbrabant.nl Regiokantoor Etten-Leur | Bezoekadres: Pottenbakkerstraat 8a, 4871 EP Etten-Leur T. (076) 2059110 E. infoettenleur@abbrabant.nl

www.abbrabant.nl

Graanopslag Complete levering en montage van: * Ronde buitensilo’s

* Keerwanden

* Droogsystemen in buitensilo’s

* Vulinstallaties

* Ronde binnensilo’s

* Graandrogers

droogsysteem in silo

keerwanden

* Besturingssystemen

Kijk op de website:

www.jh.nl Duinkerkenstraat 11, 9723 BN Groningen (NL), tel +31-(0)50-3126448, fax +31-(0)50-3138018, e-mail info@jh.nl

ronde buitensilo’s

GELE UI: MIKA - JULIA - SASKIA - DONNA - HOZA • RODE UI: ROLEIN - ROMY

HOZA ZADEN

VOOR EEN OPTIMAAL RENDEMENT

Telefoon 0031 (0)181 46 14 51 - E-mail info@hoza-uienzaad.nl - www.hoza-uienzaad.nl

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 27

06-02-17 11:43


ALTIJD WEER

SLAGVAARDIG

Cayros gedragen wentelploeg de krachtige wentelploeg voor ieder bedrijf!

Compleet assortiment gedragen wentelploegen van 3 t/m 6 scharen Eenvoudige instelling en comfortabele bediening Verschillende steenbeveiligingen: mechanisch, semi-automatisch, vol automatisch Maximale levensduur door robuuste bouw en Šplus slijtdelen vervaardigd door uniek hardingsproces

WXH400

WL430

WST430 strokenrister

WXL430

WXH400

for Innovation | www.amazone.de

www.kampsdewild.nl

amz_r5_17_K011_j260x395_4c_nl.indd 1

J01-024 Akkerbouwkrant IenO #01 DEF.indd 28

27.01.17 12:41

06-02-17 11:43

Akkerbouwkrant februari 2017  

n deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake: Bemesting, Gewasbescherming, Mechanisatie, Teeltmanagement, Precisie Landbouw en Bewa...

Akkerbouwkrant februari 2017  

n deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake: Bemesting, Gewasbescherming, Mechanisatie, Teeltmanagement, Precisie Landbouw en Bewa...

Advertisement