Page 1

Akkerbouwkrant INNOVATIE & ONDERNEMEN

AkkerbouwActueel.nl

Deze krant is een speciale uitgave van Prosu Media Producties voor akkerbouwers in Nederland.

Investeren & bedrijfsontwikkeling

DOSSIER:

MECHANISATIE Geen alledaags beeld: een rooicombinatie waarbij aan de voorkant aardappelen worden gerooid. Gert-Jan Grimme uit Almere is zelfs de enige akkerbouwer in Flevoland die met dit systeem werkt. Drie jaar geleden kwam hij via internet bij de Tolmac-frontrooier uit. Een machine die in NoordoostNederland nog weleens wordt waargenomen op de akkers, maar op de zwaardere (klei) gronden nauwelijks aftrek vind. “Onbekend maakt on­ bemind”, aldus Grimme.

BLIJVERTJE De akkerbouwer bekeek de machine tijdens een aardappel-demodag in Westmaas en liet zich hier overtuigen van deze techniek. Grimme verwacht dat het frontrooi-systeem een blijvende plek gaat veroveren in de akkerbouwmarkt: “Ik denk voor een bepaalde categorie mensen wel ja. Akkerbouwers die wat meer capaciteit zoeken en waarvoor een echte vierrijder te duur is, kunnen met deze combinatie prima uit de voeten. Vooral omdat je het systeem kunt combineren met een bestaande rooier die al op het bedrijf aanwezig is. Dan kun je met een enigszins geringe investering toch die capaciteiten halen.” STRUCTUURBEHOUD Toch wil Grimme de frontrooier geen prijsvechter noemen. “Nee dat denk ik niet. Ik denk dat het voordeel van deze machine ten opzichte van een conventionele getrokken vierrijer is dat je met een trekker met brede banden kunt rijden en daardoor minder insporing

“DEZE VIERRIJ­ COMBINATIE ZORGT VOOR EEN STUKJE ZEKERHEID”

# 3 - november 2016

IN DEZE EDITIE O.A. BEWARING GERT-JAN GRIMME OVER DE FRONTROOIER:

BUITENSILO'S, PAG. 2 DUURZAAM BOUWEN, PAG. 22 BEWARINGSTIPS, PAG. 24

“Slagvaardiger, minder insporing en meer oogstzekerheid”

BEDRIJFSPORTRET

hebt, de ruggen minder aandrukt dan je met smalle wielen zal doen.” Structuurbehoud en meer rooicapaciteit zijn voor Grimme redenen geweest om voor de frontrooier te kiezen: “Als je de grond niet in elkaar drukt, dan hoef je ze later ook niet meer uit elkaar te werken met de rooimachine”, licht hij zijn keuze toe. “Zoals iedereen weet, was de herfst vorig jaar erg nat. Dan heb je bij de invoer meer last van stroperij en een taaie loop. Dan ben je met deze rooimachine toch wat slagvaardiger. Ondanks dat je wat langzamer rijdt, pak je wel vier rijen tegelijk.” UITDAGENDE MACHINE Grimme werkt inmiddels drie jaar met de machine en heeft de werkwijze ondertussen behoorlijk onder de knie. “In het begin wat aanloopproblemen gehad met de afstelling en het transport van het geoogste product naar het midden van de rug. Maar de machine zit natuurlijk nog steeds in de ontwikkelingsfase omdat de echte groei nog moet komen. Mijn visie is: je kan een machine alleen maar verbeteren door het in de praktijk toe te passen, de

gebruikservaringen aan te horen en daar wat mee te doen. De fabrikant heeft mij zeer goed geholpen in dat proces en inmiddels behoren die problemen tot het verleden.” EXTRA WERKGANG SLECHTS KLEIN NADEEL Volgens de aardappelteler moet het systeem nog wel het vertrouwen van de akkerbouwers winnen. “Mensen zijn aanvankelijk een bee tje terughoudend om dat ze bang zijn voor kwaliteitsverlies ontstaan door valschade als het product vanuit de frontrooier wordt klaargelegd voor de rooicombinatie achter de trekker. Wij hebben niets gemerkt van kwaliteitsverlies: de aardappelen zijn zeker niet slechter. Wel is het belangrijk om een ervaren chauffeur op de machine te zetten om de aardappel tijdens het proces zo min mogelijk te belasten. Af en toe moet er gecorrigeerd worden door de schudders meer of minder intensief in te stellen. Je kunt alles vanuit de cabine bedienen, maar dan moet je wel goed opletten wat je doet. Het enige verschil met een tweerijer is dat we voorheen altijd rooiden we met een loofklapper

voorop. Dat moeten we nu tijdens een extra werkgang doen. Dat zou dan het enige nadeel kunnen zijn. De voor- en nadelen bij elkaar optellend is de capaciteit zeer behoorlijk. In zes uur tijd werken we 3,5 hectare weg en dat terwijl we maar 2,5 kilometer per uur konden rijden. Als je de grond wil zeven, dan kun je met deze machine een behoorlijke capaciteit halen. Je haalt niet de capaciteit van een echte (zelfrijdende) vierrijer, maar die zijn dan ook een stukje duurder.

“PIONIER ZIJN HEEFT WELEENS NADELEN, MAAR DIT IS EEN WEL­ OVERWOGEN BESLUIT” De beperking zit hem qua capaciteit vooral in de 2-rijige machine die erachter hangt want die moet vier rijen tegelijk verwerken.” De Almeerse akkerbouwer heeft dan ook op geen enkel moment overwogen om een conventionele vierrijder aan te schaffen: “Omdat het prijstechnisch helemaal niet interessant is. Ik heb samen met mijn zwager 50 hectare aardappelen staan. Pas vanaf 100 hectare of meer wordt een vierrijder interessant. In principe kunnen we onze 50 hectare ook met een tweerijder doen, maar als je zo’n jaar hebt als vorig jaar dan heb je deze capaciteit hard nodig op de werkbare dagen

BEWAARKISTEN, PAG. 4 BOER BEWUST, PAG. 6 QTRAC, PAG. 14 AAN TAFEL BIJ, PAG. 18

BODEMMANAGEMENT NIEUWE PLOEG, PAG. 5 SPITTEN VOOR MOOI EGAAL ZAAIBED, PAG. 12 DIEPPLOEGEN IN 2017, PAG. 16 DRAINAGEONDERHOUD, PAG. 19

MECHANISATIE LOOFKLAPPER, PAG. 28 KUNSTMESTSTROOIERS, PAG. 28 BIETENOOGST, PAG. 31

TEELTMANAGEMENT DELPHY’S ACTUELE AKKERVRAAG, PAG. 8 BAKTARWE-PROJECT, PAG. 10 OMSCHAKELING NAAR BIOLOGISCH, PAG. 20 VISIE BIETENTEELT, PAG. 26 DRIP-IRRIGATIE, PAG. 30

die er zijn. Het is toch een stukje zekerheid die we hebben binnengehaald met deze vierrijcombinatie.” Grimme ervaart ook dit jaar – onder betere oogstomstandigheden – de voordelen: “Er loopt geen diabolo over de aardappelruggen heen, maar tussen de rijen door en die bepaalt – samen met de cilinders de diepte. De snelheid van de zeefketting kun je hydraulisch traploos regelen vanuit de cabine, net als de intensiteit van de schudders . En de dwarsachterbandjes, tussen de twee middelste rijen, kun je ook qua snelheid instellen. Het zijn aangedreven schijven, waardoor het niet zo snel stroopt tijdens het rooiproces. Je moet wel een bepaald vertrouwen hebben in de machine, daarom heb ik deze stap gemaakt. Pionier zijn heeft weleens nadelen, dat klopt, maar we hebben dit besluit weloverwogen genomen.” MEER INFORMATIE OVER DE FRONTROOIER VAN TOLMAC? Tol Mechanisatie, Slochteren Tel. 0592 – 421 714 www.tolmechanisatie.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


2 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

VOORWOORD De oogst 2016 is (grotendeels) achter de rug. Een grillig jaar, met wisselende resultaten. Heel lang om daar bij stil te staan er is echter niet. De komende maanden staan in het teken van uitrusten, maar vooral ook het maken van strategische bedrijfseconomische beslissingen voor het komend teeltseizoen. In die periode is vanzelfsprekend veel aandacht voor mechanisatie, maar ook voor bodembeheer, onderhoud en de rassenkeuzes bij de diverse akkerbouwteelten. In deze editie wordt dan ook op deze onderwerpen ingezoomd. De Interpombeurs in Kortrijk werpt voor een deel van de akkerbouwers zijn schaduw vooruit: nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar snel en dat terwijl bestaande innovaties – zoals de frontrooier - nog ontdekt moeten worden. Uiteraard treft u in deze editie ook weer de rubriek Actuele Akkervraag aan. Daarin gaat een Delphyadviseur in op een actueel vraagstuk. Dit keer behandelen we de Top-5 meest kansrijke teeltalternatieven. In deze wintereditie introduceren we ook een nieuwe rubriek: Aan tafel bij. Hierin bezoeken we een willekeurig akkerbouw­bedrijf en tekenen zijn of haar verhaal op. Uiteraard is er aandacht voor de bewaring van de geoogste producten. Tolsma-Grisnich gaat hier in haar vaste bijdrage dieper op in en we bezoeken een betonnen bewaarschuur bij akkerbouwbedrijf Teutelink. De buitensilo’s voor graanopslag schieten in Groningen als paddenstoelen uit de grond, dus gingen wij op zoek naar het verhaal achter deze trend. Hoewel we allemaal nog maar nauwelijks bekomen zijn van alle uitdagingen die teeltseizoen 2016 met zich mee bracht, is er alweer voldoende stof tot nadenken om de wintermaanden mee door te komen. De redactie ontvangt graag tips over onderwerpen die u bezighouden. Dit nemen we dan weer mee in onze volgende editie (begin 2017) of plaatsen uw verhaal op ons online portal: Akkerbouw Actueel.

Samen op weg naar Oogst 2017!

#3

DOSSIER:

BEWARING

BUITENSILO’S VOOR GRAANOPSLAG:

Nieuwe ‘blikvanger’ in agrarisch landschap De 47-jarige Bert Veerman uit het Noord-Groningse Meedhuizen heeft een gemengd bedrijf bestaande uit pluim- en melkvee en een gedeelte akkerbouw. Op de in de totaal 200 hectare grond verbouwt hij voornamelijk granen. Dit jaar koos hij voor de rassen Benchmark, Graham en Bergamo. Voornamelijk gebaseerd op de hoge opbrengstverwachtingen van deze graansoorten. Hoewel pluimvee de hoofdtak is van het landbouwbedrijf besloot Veerman een flinke investering te doen voor opslag van zijn graan. Hij liet in samenwerking met Jansen & Heuning twee buitensilo’s met een totale capaciteit van 1400 ton bouwen.

“IK WAS ER HELEMAAL KLAAR MEE” De komst van de silo’s viel samen met een totale vernieuwing van de erfindeling, een uitbreiding van het pluimveedeel en het opknappen van de schuur. Aanpassingen aan het bestemmingsplan vertraagde het bouwproces behoorlijk, waardoor de voorgenomen plannen uiteindelijk samenvielen met een noodzakelijke vervanging van de kippenstal: “We hebben toen maar besloten alles in één keer te doen”, aldus Veerman die maar wat blij is dat de werkzaamheden inmiddels zijn afgerond: “Graanopslag in de schuur is één stofdrama, daar was ik helemaal klaar mee. Je kon nog geen fiets of trekker parkeren en het zat onder het stof. Als het nat en vochtig werd kon je er helemaal niks meer mee. Ongedierte was ook echt een probleem in de schuur. In een silo kan geen vogel of muis bij het graan komen.” Er zijn ook boeren die kiezen om de graanopslag in een nieuwe loods te verweven, maar volgens Veerman wordt hiermee het stofprobleem niet opgelost. De mogelijkheid om een loods naast de bestaande bebouwing te plaatsen was er wel, maar die optie werd door Veerman vrijwel direct afgewezen: “Als je een loods neerzet, dan doe je er eerst graan in en als die halfleeg is, dan gaat er toch weer een trekker in. Dus dan zit je weer met stof. Dit werkt zo mooi: de chauffeurs komen, ik geef ze een afstandsbediening en vertel ze welke knop ze moeten gebruiken voor het vollopen en welke knop ze moeten indrukken om te stoppen. Die mensen redden zich prima. Soms moet ik weleens vragen of ze wel een vracht hebben opgehaald of niet”, zegt Veerman met een knipoog. MEERDERE OPTIES MOGELIJK Bart Klimp (Jansen & Heuning) ondersteunde Veerman in het realisatieproces van de graansilo’s. Ook zijn roots liggen in de akkerbouw en dat maakte het adviesgesprek

met Veerman een stuk gemakkelijker: “Als je de boel kan combineren: een deel opslag en een ander deel van de schuur wordt voor andere doeleinden gebruikt, dan kan een loods prima uit. Maar als je een compleet ingerichte loods gaat bouwen puur voor graanopslag, dan ben je duurder uit dan met een silo. Ten eerste is de oppervlakte van een loods groter, terwijl je bij een silo meer de hoogte in gaat. Een ander voordeel van de silo is dat er een roersysteem in geplaatst kan worden voor het drogen. In een loods kan dat in principe ook wel, maar normaal gesproken zet je er dan nog een aparte droger bij. Dus dat kost ook weer ruimte en geld.” Veerman vult aan: “Met het leeghalen bespaar je een hoop tijd, want in een loods moet je scheppen. Dat was voor mij wel een belangrijk issue. En daarbij in een loods heb je spanten en balken waar ook weer stof op komt te liggen. Als je alles schoon en zuiver wilt houden heb je daar behoorlijk veel werk aan.” Volgens Klimp weten de meeste klanten vooraf al welke mogelijkheid het beste bij ze past, maar Jansen & Heuning geeft wel altijd alle opties ter overweging mee: “Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld een graanopslag in de loods gerealiseerd bij iemand die de andere helft van de loods gebruikte voor stro-opslag. In zo’n geval kun je een prima combinatie maken. Daarnaast heb je ook te maken met een stukje beleving: sommige mensen vinden een grote buitensilo helemaal niet mooi.” DUURZAAMHEID Over smaak valt niet te twisten, maar de van oorsprong Drentse

“ALS PADDEN­ STOELEN UIT DE GROND”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

akkerbouwer had natuurlijk wel te maken met ruimtelijke ordeningsaspecten alsmede vergunningen. Veerman: “In het bestemmingsplan staat: een gebouw dat op het achtererf staat, is niet vergunning-plichtig. Uiteindelijk heeft de gemeente alsnog een manier gevonden om ons vergunning-plichtig te stellen. Dat traject duurde helaas erg lang, maar goed dat hoort er allemaal bij.” Veerman had daarnaast zelf ook nog één belangrijke eis bij Jansen & Heuning op tafel gelegd: “Duurzaamheid staat bij mij hoog in het vaandel. Ik wil over tien jaar niet van die roestige dingen op mijn erf hebben. Deze silo’s zijn

van gegalvaniseerd materiaal, dus die zouden lang mee moeten gaan. Ook op het leeghaalsysteem heb ik niet willen besparen: er zijn systemen die kunnen de silo net niet helemaal schoon krijgen en dan moet je toch weer gaan scheppen. Dat wilde ik allemaal niet meer. Ik was toch al geld aan het uitgeven, dus dan moet het ook goed gebeuren.” HOOG VOCHTPERCENTAGE Kosten noch moeite werden dus gespaard. Veerman dacht daarbij niet eens aan de terugverdientijd, maar stiekem maakte hij al wel een rekensommetje: “Als je het graan laat opslaan kost het 13 euro per ton


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 3

november 2016

en dan reken ik de transportkosten om alles naar het pakhuis te brengen nog niet eens mee”, aldus Veerman. “Iedereen wil het dichtbij huis hebben, dan kun je snel oogsten en dan sta je niet in de file bij het pakhuis. We zitten hier middenin een graangebied. Als iedereen tegelijk graan wegbrengt, dan werkt dat niet. Bovendien is het vochtpercentage dat we hier in Noord-Groningen hebben iets hoger dan in de rest van Nederland. Dus dan lopen de droogkosten ook behoorlijk op.” Klimp erkent desalniettemin dat de investeringskosten soms een struikelblok vormen: “Puur economisch kan het niet altijd uit, maar het is puur gemak. We hebben hier niet de grond waar je na elke regenbui zo weer op kunt rijden; het is gewoon zware klei. Als het zover is, moet je erbij zijn. De tarweoogstperiode is heel kort en met de klimaatveranderingen lijkt het erop alsof er steeds minder werkbare oogstdagen komen.” Veerman: “Vorig jaar hadden we maar weinig geschikte dagen waarop we konden oogsten. Dit jaar iets meer,

maar dat was in het begin ook erg moeilijk waardoor er veel natte tarwe is geoogst.” Ondanks dat de graanprijzen op dit moment onder druk staan, is een buitensilo volgens Veerman wel een logische investering: “Ja, ik denk het wel. Over het algemeen is de tarwe tijdens de oogstperiode goedkoper, hoewel dat vorig jaar anders was. Toen heb ik het met een prijs van 170 euro erin gedaan en is het voor 153 euro eruit gegaan. Maar meestal loopt de prijs in de winter op en dan gaat de opslag renderen.” Klimp: “De silo kan op drie manieren worden terugverdient: het eerste is moeilijk te berekenen (maar wel erg belangrijk) een stukje gemak, een tweede voordeel is dat je niet hoeft te betalen voor de opslag bij iemand anders en tenslotte kun je speculeren met het product.” WINTERMAANDEN IDEAAL BESLISMOMENT Gemiddeld duurt het proces van aanvraag tot realisatie ruim een half jaar. De aanvragen die Jansen & Heuning nu binnenkrijgt zijn

nog ruim voor de oogstperiode van 2017 gerealiseerd. “Ik adviseer altijd: begin zo vroeg mogelijk en dat is rond deze periode: november/december. Het begint altijd met een adviesgesprek over de wensen van de klant. Samen kijken we naar mogelijkheden binnen het bestemmingsplan en daarna maken we een offerte. Als we dan groen licht krijgen, dan moet in de meeste gevallen een vergunning aangevraagd worden. Als die binnen is, dan wordt het definitieve tekenwerk gedaan. De besturing van de silosystemen vergt een stukje klant-specifieke begeleiding. Op dat punt nemen we een stuk communicatie weg bij de klant, omdat we beschikken over een eigen elektroafdeling. De aanleg van de fundering kan de klant ook laten regelen door Jansen & Heuning. Daarmee ontzorgen we de boer in het complete aanvraagproces. Meestal vergt het totale traject van aanvraag tot realisatie een maand of vier. Maar het kan ook veel sneller gaan: vorig jaar hebben we in extremis nog een silo vlak voor oogst opgeleverd, terwijl we de definitieve opdracht in mei kregen. Daarnaast geven we advies over hoe ze dingen kunnen oplossen. Denk hierbij aan: opstelling, plek, waar wil je lossen met je kiepwagen, hoe kun je vrachtwagens vullen, wil je kunnen drogen of niet, vulsnelheden. Er zijn tig dingen die we met de klant langslopen.” ROERSYSTEEM Veerman, vader van drie kinderen (Jettie, Helma en bedrijfsopvolger Henri) koos voor Jansen & Heuning omdat het een bekend en betrouwbaar bedrijf is dat in de regio al veel buitensilo’s succesvol heeft

GRAANSILO VOLGENS BERT VEERMAN “EEN LOGISCHE INVESTERING” gerealiseerd. Het was voor mij heel helder: er moest een buitenopslag komen. De opslag achter de schuur was ook te klein: daar konden we 700 ton kwijt en nu 1400 ton. De ene silo kan iets meer aan, omdat de tweede silo het roersysteem bovenin heeft hangen. Dat systeem wilde ik er per se in hebben, want het zorgt ervoor dat de graankwaliteit optimaal blijft.” In het gebied waar het akkerbouwbedrijf van Veerman staat zijn de laatste jaren opvallend veel buitensilo’s geplaatst. “Eerder dacht ik ook altijd: die buitensilo’s is echt iets voor Amerika, maar dan zie je ze hier en daar opduiken en dan ga je nadenken. We zijn ook bij een andere akkerbouwer geweest om te kijken hoe het daar werkt. Vooral de arbeidsvermindering sprak mij enorm aan.” Klimp: “Dat is ook het grootste voordeel van een buitensilo. Ze gaan lang mee en het mooie van een silo is dat alles vrij makkelijk te vervangen is. Er is ook geen kwaliteitsverlies: de conditionering zit standaard in de silo ingebouwd, maar natuurlijk moet de akkerbouwer zelf het product wel goed in de gaten blijven houden.” Veerman controleert dan ook regelmatig, maar ervaart dat als minder stressvol vergeleken met de vorige situatie: “Je hebt maar twee silo’s, dus je hebt maar twee dingen

te controleren. Een schuur heeft allemaal vakken, daar moet je altijd bij langs ook met vullen. Een silo is veel gemakkelijker in dat opzicht. Het risico als er iets mis is, is misschien wel iets groter, omdat dan gelijk de halve partij is aangetast.” Klimp: “Je heb ook iets meer kans op condens, omdat je alleen de buitenkant als bescherming hebt en te maken hebt met grote temperatuurverschillen buiten. Maar dat probleem is heel gemakkelijk te voorkomen, door met de seizoentemperatuur mee te ventileren.” HOGE VERWACHTINGEN GRAANOOGST 2017 Dit jaar viel de oogst wat minder uit en dus zitten de silo’s niet tot aan de nok vol: “We zaten natuurlijk vorig najaar met de bouwactiviteiten bij het achterhuis, dus dat was lastig. De inzaai was moeilijk vanwege het natte najaar, vervolgens natte winter en koud voorjaar eroverheen en zeker in vergelijking tot voorgaande jaren veel natte plekken in de grond. Bovendien hadden we een koud voorjaar met slechte stoeling. Het groeiseizoen kwam ook laat op gang, iedereen heeft minder dit jaar, maar wij zeker.” De buitensilo’s zitten dan ook niet vol op dit moment, maar gelukkig zijn de vooruitzichten voor komend jaar wel goed: “We hebben het nog nooit zo goed gehad als nu: alles ligt er perfect bij. Dat komt ook door het mooie najaar, dus het begin richting oogst 2017 is in elk geval heel goed.” MEER INFO Jansen & Heuning Bulk Handling Systems Bart Klimp (bk@jh.nl) E-mail: sales@jh.nl website: www.jh.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


4 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

BEDRIJFSPORTRET

MECHATEC TOLLEBEEK:

“Out of the box denken bij bewaarkisten” “We zijn een stabiel innovatief bedrijf met een agrarische achtergrond. Door te luisteren naar de markt lukt het ons keer op keer om bestaande technieken te vernieuwen en verder te optimaliseren. We hebben het geluk gehad dat veel van onze klanten ook behoren tot de vernieuwers in de sector en door goed te luisteren naar onze klanten dragen de producten van Mechatec bij aan het simpeler en doeltreffender werken met bewaarkisten. Wij durven ‘out of the box’ te denken en niet alleen te innoveren binnen de bekende systemen”, aldus eigenaar Henk Petter. BIG BAG-VULLER EN KISTENDRAAIER Het eerste eigen product dat het bedrijf uit Tollebeek (Noordoost­ polder) op de markt bracht was de Big Bag-vuller: “Een simpel product, met een hoge capaciteit”, zo verklaart Petter het succes. “In 2008 kwam daar de kistendraaier bij. Het kiemingsproces in volle kisten stimuleren door middel van draaien, is met name bij pootgoed nog steeds enorm in trek. Immers dankzij de kiemingsstimulans levert de moederknol meer product op. Sindsdien zijn we continu bezig met het perfectioneren van de

water terecht komt. Daarmee is de druk om te werken met een gesloten systeem voor een groot deel wegnomen. Onze focus ligt nu vooral op de automatische op- en afstapelsystemen. Een techniek die

“BIJ VEEL AKKER­BOUW­ systemen en dat doen we ook weer BEDRIJVEN door middel van het implementeWORDT NOG MET ren van de klantervaringen en onze eigen inzichten.” EEN HEFTRUCK GEWERKT, Naast deze box handling-producten heeft het bedrijf sinds de start TER­WIJL DIT in 2004 ook naam gemaakt met de kistenwassers en het automaVEEL SNELLER EN tisch op- en afstapelsysteem. “Het EFFICIËNTER KAN” wassen van kisten leek lange tijd een grote groeimarkt voor ons te zijn. Maar recent hebben de waterschappen te kennen gegeven dat het lozen van waswater ook op het veld mag plaatsvinden, zolang het maar niet in het oppervlakte­

inmiddels wel bekend veronderstelt mag worden, maar waarmee nog altijd te weinig wordt gewerkt. Bij veel akkerbouwbedrijven wordt

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

dit nog steeds met de heftruck gedaan, terwijl het veel sneller, effectiever en dus ook goedkoper kan met onze automatische systemen. Komende tijd gaan we dit product nog meer in de markt zetten en daarvoor nieuwe markten aanboren. Denk daarbij aan export naar Duitsland, maar ook buiten de landbouw. Immers de visie op kisten is binnen de industriële sector op dit moment heel anders dan in de akkerbouw.” TECHNISCHE ERVARING Dat ook steeds meer akkerbouwers de weg naar Mechatec weten te vinden, verbaasd Petter niet: “Hoewel ik ben opgegroeid als boerenzoon op een veehouderij in Drenthe, heb ik inmiddels veel ervaring opgedaan in de akkerbouw. Ik heb jarenlang als techneut gewerkt bij de firma Naaktgeboren en toen deze werd overgenomen door Van Arendonk heb ik een jaar later mijn eigen bedrijf opgericht. Ook dat richtte zich al op het wassen van kisten en vanwege het

netwerk dat ik had opgebouwd groeide dat bescheiden opgezette V.O.F.-je al snel uit zijn jas. Toen ben ik in 2004 zelfstandig doorgegaan als Mechatec en ook dat bericht ging als een lopend vuurtje door mijn netwerk.” INTERPOM-BEURS: PLATFORM VOOR VERNIEUWING Petter beseft dat het allemaal ook heel anders kan, immers de markt waarop het bedrijf zich richt is redelijk conventioneel en terughoudend: “Ik heb het geluk gehad, dat ik altijd voldoende werk heb gehad. Dat gaf mij ook de ruimte om te blijven innoveren en vernieuwen. Dankzij mijn technische achtergrond kan ik tot op de dag van vandaag werken aan een stabiele degelijke box-handling voor de akkerbouwsector. Zo zal ik tijdens de komende Interpom-beurs in Kortrijk onze nieuwe kistenvuller introduceren. Deze werkt nog sneller, is wellicht wel iets arbeidsintensiever, maar omdat de capaciteit groter is en de arbeidstijd wordt verkort


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 5

november 2016

is de klant per saldo voordeliger uit. De exacte technische specificaties geef ik nu nog niet vrij, dat zal ik ook niet tijdens de Interpom doen. De machine is daar niet te zien, maar ik zal de bezoekers door middel van videomateriaal tonen wat de kistenvuller voor hun bedrijf kan betekenen. Ik heb door de jaren heen geleerd om niet te snel dingen prijs te geven, want dan kan er misbruik van gemaakt worden. Tijdens de beurs kan iedereen onze bestaande technieken bekijken, alsmede de kistenwastechniek

met desinfectie. Maar zaken als besturing en engineering geef ik niet gauw meer uit handen en toon ik pas als alle papieren volledig op orde zijn.” DENKPROCES VERANDEREN Petter adviseert akkerbouwers die nadenken over het bouwen, renoveren of herinrichten van de (bewaar)schuur ook de mogelijkheden van box-handling mee te nemen in het ontwikkelingsproces: “Bij veel akkerbouwers staan de mogelijkheden die ze hebben om

het gemak en de efficiency te vergroten nog niet op het netvlies, maar eigenlijk zijn onze producten voor iedereen die te maken heeft met akkerbouwproducten die ‘erin en/of eruit’ gaan interessant. Niet alleen vanwege het gemak, maar het kan ook een flinke besparing opleveren dankzij de tijdwinst, capaciteitsverhoging en uiteindelijk een kwalitatief beter product dat hoger gewaardeerd wordt door de afnemers. Het is dus niet alleen een kwestie van omdenken in de mechanisatie rondom de

bewaarkisten, het is vooral ook het analyseren van de voordelen in het verwerkings- en vervolgproces. Iedere akkerbouwer moet zelf de afweging maken tussen snelheid, gemak en investeringen. Sommige boeren vinden het eng om met iets nieuws te beginnen, maar wij zijn als innovatieve organisatie voortdurend bezig met vernieuwing. Omdat wij de ruimte en de financiële mogelijkheden hebben en bovendien niet opgeven, hoeven onze klanten nooit bang te zijn dat zij als pionier de kinderziektes eruit

moeten werken. Alle producten van Mechatec zijn uitvoerig getest vanuit onze agrarische en technische knowhow, waardoor je zeker weet dat de investering zorgt voor een simpeler en doeltreffender werkproces.”

MEER INFORMATIE? Mechatec B.V. Het Revier 1 8309 BE Tollebeek Tel: 0527 – 760100 www.mechatec.nl

DOSSIER:

BODEMMANAGEMENT

ERMO-ploeg gaat concurrentie aan met Lemken en Rumptstad Een betrouwbare, robuuste ploeg die voldoet aan de verwachtingen van telers op de zandgronden. Daar zocht Jeffrey Mak (vertegenwoordiger bij WN Kramer in Burgerbrug) naar, nadat hij in gesprek raakte met enkele bloembollentelers: “In de bloembollenteelt moeten de 40 tot 45 centimeter grond altijd worden omgekeerd voordat de bloembollen worden geplant. Sinds het merk Panter is gestopt met het produceren van ploegen, is er voor deze telers eigenlijk geen kwalitatief alternatief meer. Met dat in mijn achterhoofd ben ik vorig jaar tijdens de Agritechnica op zoek gegaan naar een ploeg die dat gat kan opvullen. Al snel kwam ik de ERMOstand tegen. Ik heb toen contact met ze opgenomen en ze bleken net op het punt te staan om meer aan export te gaan. Na een bezoek aan de fabriek in het Italiaanse Casalbuttano was ik overtuigd: aan deze ploeg gaan we in Nederland nog veel plezier beleven.” ITALIAANSE POVLAKTE Mak was direct overtuigd, maar eenmaal terug in Noord-Holland besefte hij dat de eindgebruiker ook overtuigd moet worden. De robuuste machine werd direct bij diverse demo’s ingezet en kreeg

De Kramer-ERMO in actie tijdens de proef op 85 procent afslibbare grond onlangs zelfs een flinke uitdaging te verwerken op een proefveld nabij Beverwijk. De Kramer-ERMO moest 85 procent afslibbare grond bewerken en wist ook die test glansrijk te doorstaan. “De ERMO-ploegen werken al jaren op het Noord-Italiaanse Povlakte. Dit gebied staat bekend om zijn zware robuuste grond en vraagt om een goede constructie met hoge staalkwaliteit voor de ploeg.

“ZIEN IS GELOVEN” In tegenstelling tot andere bekende ploegmerken breekt deze daar niet in twee delen. De ploegen worden namelijk gemaakt van klasse 700 staal en heeft balkenmaat 120 x 120, 150 x 120 en 200 x 120. Aan de ploegbalk wordt niet gelast en er worden geen gaten in geboord. De montage vindt alleen plaats

door middel van borgplaten van 15 millimeter. Deze ploeg heeft de scharen op het midden van de balk. Hierdoor heb je minder zijwaartse krachten. Dat heeft geen effect om de manier van ploegen, maar wel op de levensduur van de ploeg zelf. Hij gaat daardoor veel langer mee dan zijn soortgenoten en heeft veel minder torsie. De ploegscharen zijn gemaakt van diverse materialen en in verschillende maten verkrijgbaar. Naast de reguliere ploegmaten worden ook eco-ploegen, onland en diepploegen van bijvoorbeeld 1.20 meter diep gebouwd.” Naast de ploeg produceert ERMO ook woelers, schijveneggen en cultivatoren. DOELSTELLING WN Kramer heeft de laatste jaren naam gemaakt met de hoge kwaliteit spitmachine. Directeur Irene Kramer liet zich daarom goed informeren over de kwaliteit van

de ERMO-machine: “We willen een ploeg die het instelgemak heeft van een Lemken heeft en de keerkwaliteit van een Rumptstad. We gaan – net als bij onze spitmachines - voor de hoogste kwaliteit, want er zijn al genoeg middenklassers op de markt.” Volgens Kramer zijn veel akkerbouwers geïnteresseerd in het verhaal van ERMO: “Bij de keuze voor een nieuwe ploeg kom je vaak uit bij het geijkte rijtje van vijf aanbieders. Als er dan een keer iets nieuws op de markt komt willen akkerbouwers wel luisteren naar je verhaal. Ons voordeel is natuurlijk dat wij al bij de boeren aan tafel zitten voor onze spitmachines en tegenwoordig brengen we de ERMO-ploeg dan ook ter sprake. Vooral akkerbouwers, die op zoek zijn naar professionele grondbewerkingsapparatuur, dat goed is voor zijn land en product, komen bij ons uit. Deze ploeg wordt ingezet op de Povlakte en als men beseft hoe verschrikkelijk zwaar die grond daar is, dan snap je meteen dat deze ploeg oer- en oersterk moet zijn. Kramer heeft duidelijke doelen voor ogen met het Italiaanse merk: “Het draait nu nog vooral om bewustwording. Het imago van ‘topmerk’ bouw je langzaam op. We zijn nu net gestart, maar hopen op termijn een significant verschil te maken voor de ploegmogelijkheden in de akkerbouwsector” Ook Mak erkent dat er nog een hoop werk verricht moet worden om de scherpe doel-

stellingen te realiseren. “In beginsel hebben akkerbouwers vaak hun bedenkingen, omdat Italiaanse landbouwmachines niet altijd bekend staan om de hoogste kwaliteit qua constructie en gebruik van hoogwaardig staal. Als we dan vertellen onder welke omstandigheden de Italiaanse boeren moeten werken op de Povlakte en dat ze daarom wel gedwongen worden om de sterkste ploegen te bouwen, dan wordt die beeldvorming snel anders. We merken wel dat de Nederlandse akkerbouwer nog echt overtuigd moet worden en dat doen we dan meestal door middel van een demo of beurs, want zien is geloven.”

MEER INFORMATIE OVER DE KRAMER-ERMO? WN Kramer B.V. Burgerweg 53, 1754 KD Burgerbrug Tel: 0226 – 381481 E-mail: info@wnkramer.nl www.kramer-ermo.nl Of bezoek de stand tijdens de Inter­ pom-beurs in Kortrijk: stand 5102

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


6 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

“GANGBARE LANDBOUW IS IN EEN AANTAL OPZICHTEN VEEL DUURZAMER DAN DE MENSEN VERWACHTEN”

DOSSIER:

BEDRIJFSPORTRET

‘Boer Bewust’

het verhaal van de uitmuntende gangbare sector Johan Leenders (links) en Peter van Damme (rechts) waar het allemaal begon: aan de Kokkelweg in Biddinghuizen

Het kan de oplettende boer nauwelijks ontgaan zijn: de borden van ‘Boer Bewust’ of de campagnes op de sociale media via Facebook en Twitter. De mannen achter deze expliciete uitingen zijn akkerbouwers Peter van Damme, Jan Blitterswijk en Kees Maas. Johan Leenders completeerde even later het kwartet. De boodschap is helder: juist ook de gangbare boeren zijn bewust met hun vak bezig. Maar wie zijn ze nou eigenlijk? Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen zocht twee drijvende krachten achter deze groeiende beweging op en kwam tot een verrassende conclusie: “Boer Bewust is ontstaan voor de gangbare land- en tuinbouw een sector waar Nederland trots op moet zijn. En daarbij houden we ons zo min mogelijk bezig met de biologische sector”, vertelt Peter van Damme. EIGEN GELUID Geen tegenbeweging dus, maar waarom dan al die aandacht en commotie rondom het ‘bewust boeren’? Peter van Damme: “Er is zoveel aandacht voor de bio­ logische teelt, dat men denkt dat de gangbare producten giftig of

“ER IS EEN VERKEERD BEELD ONTSTAAN OVER DE GANGBARE LAND- EN TUIN­ BOUW” ongezond zijn. Dat is pertinent onwaar en daarom vonden wij dat er een geluid vanuit de gangbare landbouw te horen moest zijn. We zijn absoluut geen tegenbeweging voor biologische landbouw, maar ontdekten wel dat de marketing

van onze biologische vrienden veel verder is dan de promotie voor gangbare teelten. Hierdoor gebeurt het regelmatig dat de gangbare sector te negatief wordt afgeschilderd. Daarom zijn we begonnen met het initiatief ‘Boer Bewust.’ Zodat niet alleen het buitenland weet, maar ook de burgers dat wij in Nederland een gezond en kwalitatief hoogwaardig product leveren. De hype die daaruit ontstaan is, geeft aan dat er veel boeren zijn die er net zo over denken.” Van Damme stoorde zich al langere tijd aan negatieve berichtgeving over de gangbare sector, maar dacht dat iemand anders wel een keer de handschoen zou oppakken. Toen dat niet gebeurde startte hij de initiatiefgroep. “We hadden direct al 25 bedrijven uit de buurt die ook een bord wilde en daarmee uit willen dragen dat ze met overtuiging en op een uiterst duurzaam verantwoorde manier boeren. Zij zijn zich er ook van bewust dat er iets moest gebeuren om te laten zien, dat wij ook duurzaam en milieubewust bezig zijn.” Johan Leenders: “Je wordt soms op een manier neergezet door organisaties die totaal geen idee hebben van landbouw. Veelal op basis van halve of hele leugens, waardoor er in de samenleving een compleet verkeerd beeld over de landbouw ontstaat. In de sector weten we wel hoe goed we zijn, helemaal verge-

leken met de rest van de wereld, zijn onze producten milieuvriendelijker, veiliger en duurzamer. Het is niet voor niets dat wij met veel producten tot de top van de wereld behoren. Het is nu tijd dat de rest van Nederland dit verhaal ook weer eens hoort. Van Damme teelt in een gebied met veel biologische boeren. Die reageerden aanvankelijk enigszins verbaasd op zijn actie: “Maar als je dan het verhaal uitlegt dan zeggen hun ook: dit hadden jullie eerder moeten doen. Boer Bewust gaat juist uit van eigen kracht. We beseffen dat het gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd kan worden, maar onze boodschap is positief over ons werk en we willen voorkomen dat we polarisatie in de sector krijgen.” Van Damme: “We zijn allemaal ondernemers en doen het allemaal op onze eigen manier. De werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen zijn de laatste tien jaar enorm

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

gedaald. Op andere vlakken ontwikkelen wij ons. Mensen uit landen over de hele wereld komen kijken naar onze gangbare landbouw om te zien hoe zij hun landbouw kunnen verbeteren. Wereldwijd zijn wij koploper op allerlei aspecten van land- en tuinbouw. Of het dan gaat over tuinbouw, veehouderij, akkerbouw of een andere sector, maakt niet uit. Die positie van de land- en tuinbouw moet weer erkend worden.“ GANGBAAR: KWALITATIEF GOED EN VERANTWOORD Mensen hoeven geen lid te worden van ‘Boer Bewust’ om te mogen deelnemen. Wel wordt van hun verwacht dat zij het verhaal ook helpen verspreiden op de sociale media. Boeren die nog meer uiting willen geven aan hun steun voor Boer Bewust, kunnen kiezen uit twee professionele informatie­ borden met hun eigen bedrijfsnaam. Deze worden tegen kostprijs

gemaakt. Boer Bewust wil door het hele land zichtbaar zijn, door deel te nemen aan activiteiten, zowel in de stad als op het land. Leenders hoopt ook de mensen buiten de sector te raken: “De consument koopt wel gewoon gangbare producten, maar wat wij jammer vinden is dat er vaak gekozen wordt voor gangbaar omdat het ‘goed­koper’ is en niet omdat het kwalitatief ook goed en verantwoord geteeld is. Dus we willen met deze actie ook vooral de mensen buiten de sector bereiken. De verkeerde informatie - die ze jarenlang hebben gehad - moet er uit. Zodat mensen in de winkel bewust kunnen kiezen voor een product, omdat ze weten dat gangbaar gezond en hoogwaardig is.” VOOROORDELEN WEGHALEN, IMAGO VERBETEREN Boer Bewust gaat zich niet bezighouden met wetgevingsvraagstukken of beleid. Van Damme: “Dat laten we over aan instanties die daarvoor in het leven geroepen zijn. Wel richt Boer Bewust zich op het weghalen van vooroordelen en onjuistheden die over de gangbare landbouw verspreid worden. Boer Bewust hoopt dat door het geven en verspreiden van feitelijke informatie er in de toekomst minder besluiten op basis van emotie genomen zullen worden en meer gebaseerd zijn op basis van de praktijk. We reageren altijd wel eerlijk en open. Het heeft geen zin om ongefundeerde reacties de wereld in te slingeren, want er wordt al genoeg onzin verspreid. Ons doel? Vooroordelen weghalen en het imago van gangbare landbouw verbeteren. We willen bijeenkomsten gaan organiseren waar een gezamenlijke lijn wordt bepaald, maar verder zullen we niet actief ‘de boer op gaan’, want we zijn zelf ook vooral akkerbouwer en hebben gewoonweg geen tijd voor die dingen. We hopen dan ook dat de mensen die zich bij Boer Bewust aansluiten zelf het verhaal achter dit initiatief doorvertellen.” MEER INFO Boer Bewust Twitter: @boerbewust Facebook: boerbewust Tel. 06 1404 4517


ALTIJD DE

TRENDSETTER GPS-Switch

Automatische sectieschakeling

5%

Besparing van gewasbeschermingsmiddel

AmaSelect/ AmaSwitch Elektrische dopschakeling

NIEUW! Tot 85 % minder overlapping door 50 centimeter secties!

5%

Extra besparing van gewasbeschermingsmiddel

Voor meer informatie kunt u terecht bij uw AMAZONE dealer. for Innovation | www.amazone.de

www.kampsdewild.nl

amz_r2_16_K037_j260x194_4c_nl_160811.indd 1

Niet oogsten, maar filmen Het akkerbouwbedrijf van Johan Barendregt in het Noord-Hollandse Schermerhorn is eerder dit jaar omgetoverd tot filmset. Normaal gesproken rijden de aardappel- en bietenrooiers in deze periode af en aan, maar deze week stond het erf van Barendregt twee dagen lang vol met dure auto’s van filmsterren en regisseurs. “Eigenlijk mag ik er niets over zeggen, maar nu de cameraploegen vertrokken zijn kan ik wel vertellen dat het een hele poppenkast was!” BOLLYWOOD-PRODUCTIE Het erf van Barendregt werd vooral gebruikt als uitvalsbasis, opslag- en parkeerplaats. De filmopnames zelf vonden plaats bij drie nabijgelegen molens. “Gelukkig hebben we veel percelen verderop liggen”, vertelt Barendregt die voor de zekerheid zo weinig mogelijk rond het huis heeft gewerkt. “Als je eenmaal van het erf bent met de oogstmachines heb je er ook geen last meer van.”

De opnames werden in opdracht van een grote Indische filmmaatschappij uit ‘Bollywood’ verricht. In de Indische tegenhanger van Hollywood gaat zo mogelijk nog meer geld om, dus kosten noch moeite werden gespaard om de filmset in Schermerhorn van de buitenwereld af te sluiten: “Toen ik over mijn erf liep kwam ik één van de hoofdrolspelers tegen. Ik mag geen namen noemen, maar het gaat hier om één van de bestbetaalde acteurs ter wereld. Foto’s nemen mocht absoluut niet, want dan springt er direct iemand tussen die zegt dat dat niet mag vanwege copyright en

privacy. De acteurs worden allemaal enorm goed afgeschermd bij een dergelijke mega-productie. Er stonden dagelijks tussen de 50 en 100 auto’s op het erf en er liepen elke dag meer dan 150 mensen over het bedrijfsterrein. Het was behoorlijk druk hier deze week.” OOGSTPLANNING OMGEGOOID De filmcrew paste prima in de oogstplanning door de makkelijke omstandigheden dit jaar. Desondanks werd het schema iets omgegooid, want het was natuurlijk niet de bedoeling dat de akkerbouwer met zijn trekker ineens door

het beeld zou rijden: “Gelukkig hebben we hier een hoop ruimte, maar het was soms wel lastig ja. We hadden daar vooraf keurige afspraken over gemaakt met de producers en uiteindelijk verliep dat prima.” ORDE VAN DE DAG Nu de rook van de glitter en glamour-dagen is opgetrokken, gaat Barendregt weer over tot de orde van de dag: het oogsten. “Ik heb me poters eruit en de consumptieaardappelen staat nog ‘groen’. We beginnen nu met bietenrooien.” Barendregt is hoopvol over

27.10.16 15:05

de aanstaande bietencampagne: “De suikerbieten staan er over het algemeen goed op. Het wordt geen topjaar, maar wel een redelijk goed seizoen. We hebben onze bieten pas eind april kunnen zaaien, dus dan krijg je eigenlijk nooit een mega-opbrengst. Het groeiseizoen heeft wel een hoop goedgemaakt. Hier in Noord-Holland zijn we bespaard gebleven van extreme weersomstandigheden, dus ik verwacht ondanks het late zaaien een gemiddelde bieten opbrengt. De aardappeloogst valt ondanks het positieve groeiseizoen wel erg tegen.”

DIT ARTIKEL IS EERDER VERSCHENEN OP WWW.AKKERBOUWACTUEEL.NL Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


8 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

Veel akkerbouwers vragen zich af wat er in een kalenderjaar allemaal gebeurt bij Delphy. Daarom richt de actuele akkervraag zich deze keer op de onafhankelijke onderzoeken die dit kennisinstituut jaarlijks uitvoert. Voor Delphy is het onafhankelijk uitvoeren van praktijkproeven jarenlang een goede basis geweest om - in belang van de telers - veranderingen en innovaties te toetsen. Zodat de telers zelf kunnen inschatten wat voor hun bedrijf een goede verandering is. Delphy steekt dit praktische onderzoek in een nieuw jasje en geeft telers de kans om ook komend jaar hieraan deel te nemen. TELERS WEER EEN STEM GEVEN De onderzoeksgebieden waarop men zich richt zijn met name uien, peen en aardappelteelt. Delphyadviseur Geert Steenhuis: “We merken dat veel van deze telers door de bomen het bos niet meer zien. Elke leverancier komt met oplossingen (wondermiddelen), maar voor de teler is lastig inzichtelijk te krijgen wat wel werkt en wat niets toevoegt. Delphy kan niemand een kennisvoorsprong beloven, maar door deel te nemen aan onafhankelijke onderzoeken krijgen telers zelf weer een stem in wat ze onderzocht willen hebben.” De speerpunten van Delphy zijn hierbij praktische onderzoeken, tijdens het seizoen open dagen organiseren op de proefvelden en kennisbijeenkomsten waar ideeën van telers naar voren worden gebracht en resultaten worden beoordeeld. Steenhuis: “Deelnemers ervaren als voordeel dat de kennis binnen de regio waarin ze actief zijn toeneemt. Doordat de teler zelf beschikt over de uitkomsten en resultaten kan hij naar aanleiding daarvan oordelen over de nut en noodzaak. Kortom: de akkerbouwer bepaald zelf welk onderzoek, waar wordt uitgevoerd. Dat is de meerwaarde van Delphy.”

Delphy’s Actuele akkervraag KORT OVERZICHT VAN DE DIVERSE PROEVEN DIE DELPHY IN 2016 HEEFT UITGEVOERD: QUALITY CARROTS – VERSCHILLENDE BEMESTINGSSTRATEGIEËN Met onder andere Yara, AleOMenno, Crehumus, N-XT, Plantcoaching, Plant Health Cure en verbetering vochtvoorziening met Zeba in de peen. Daarbij is ook het ras Priam van Hazera uitgezaaid, welke als alternatief wordt gezien van de Nerac (veruit grootste ras in de B-peen). Deze strategieën zijn uitgevoerd in overleg met de leveranciers. Zij betalen hier ook voor. Doel van deze proeven is om te kijken of we nog efficiënter kunnen werken met nutriënten en of we de kwaliteit van peen nog verder omhoog kunnen brengen, zodat telers nog meer opbrengst kunnen halen uit deze teelt. QUALITY CARROTS – DEMONSTRATIE SPUIT­ TECHNIEKEN Tijdens de open dag van Quality Carrots is een demonstratie

geweest met daarbij de proefveldspuit van Delphy met daarop de vier verschillende technieken voor het optimaliseren van de bespuitingen die een teler uitvoert. De vier technieken betreffen: • Conventioneel • WingsSprayer • Luchtondersteuning • Lucht-vloeistofsysteem Elk systeem heeft zijn eigen vooren nadelen. Delphy adviseert de telers, die op zoek zijn naar de optimale spuittechniek voor hun akkerbouwbedrijf, graag over de bevindingen van onze leden met de diverse spuittechnieken. QUALITY CARROTS – ZAADFRACTIES IN NERAC In deze proef hebben we zaaizaad van Nerac gefractioneerd in gewicht. Daarmee willen we kijken of het verschil uitmaakt hoe zwaar het zaad is. QUALITY CARROTS – PAPIERZAAIEN BIO Hier is zaad “gelijmd” op papier en kan zo heel precies in rijtjes gezaaid worden. Op deze manier is het voor bijvoorbeeld biologische telers mogelijk om heel precies te schoffelen en aan te aarden. (Doordat de peen op rijtjes

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

staat in plaats van breder gezaaid op de rug.) QUALITY CARROTS – LOOFSNIJDEN Hierbij is gedurende het groeiseizoen het loof aan de zijkant van de rug afgesneden. Het idee hierachter is dat het oude loof wordt afgesneden, waardoor deze niet de kans heeft om op de rug te gaan liggen en te gaan smetten, waardoor gezond loof weer wordt aangetast. Verder houd je het gewas open en luchtig waardoor schimmels en bacteriën minder kans hebben. UIKC – OPKOMST IN UIEN Om de opkomst van uien te bevorderen zijn proeven in zowel de NOP, als oostelijk Flevoland en op twee plekken in Groningen gedaan. Daarbij is gekeken of de zaadvorm verschil uitmaakt bij zowel opkomst als opbrengst. Dit jaar is gekeken naar licht zaad (met een laag duizendkorrelgewicht), zwaar zaad, geprimed zaad (dit zaad is geprimed, wat wil zeggen dat het zaad bij het zaadbedrijf al “wakker” gemaakt is, zodat deze eerder kiemt zodra het in aanraking komt met vocht.) en gepilleerd zaad (hierbij is er een coating om het zaad gebracht, net als bij bijvoorbeeld bietenzaad).

AARDAPPELEN – VOCHTVOORZIENING IN DE RUG Laatste jaren zijn er verschillende producten op de markt verschenen welke ervoor zouden zorgen dat het vocht in de aardappelrug beter beschikbaar zou zijn voor de knollen. In deze proef hebben we drie van deze producten naast elkaar gelegd betreffende: Transformer, ZEBA en Baltisch Witveen. In de komende maanden worden alle onderzoeksresultaten uitgewerkt en vervolgens zullen onze bevindingen tijdens de diverse bijeenkomsten worden gedeeld met de leden van Delphy. Steenhuis: “Komende tijd zullen de rapportages over de diverse proeven openbaar gemaakt worden. Met de informatie die we daarin geven proberen wij de telers een leidraad te geven om in 2017 de teelt nog verder te optimaliseren. Het exacte onderzoeksprogramma voor komend jaar zal komende tijd worden vastgesteld.”

Telers die willen meedoen aan de praktijkproeven of die een concrete onderzoeksvraag hebben kunnen zich melden bij Delphyadviseur Geert Steenhuis: g.steenhuis@delphy.nl.


IMPORTEUR

sinds 2016

EEN UITGEBREID ASSORTIMENT VOOR ZAND EN KLEI. Zowel kerende als niet kerende grondbewerking. • (Diep) ploeg • Woel • Cultivator • Schijveneg Demo machine op aanvraag.

Trek kers & Landbouw werktuigen

50

Burgerweg 53, 1754 KD Burgerbrug

Kijk voor meer informatie op: www.wnkramer.nl 1

Telefoon: +31 (0)226 381481 E-mail: info@wnkramer.nl

J A A R 1961-2011 Trekkers & Landbouw w erktuigen

J A A R

50

stand

600

1961-2011 Trekkers & Landbouw w erktuigen

50

R .K

AM

E R B . V. B U R G

ER

BR UG

W .N

Uw product is bij ons in goede handen

1961 2011 -

Graanopslag Complete levering en montage van: * Ronde buitensilo’s

* Keerwanden

* Droogsystemen in buitensilo’s

* Vulinstallaties

* Ronde binnensilo’s

* Graandrogers

droogsysteem in silo

keerwanden

* Besturingssystemen

Kijk op de website:

www.jh.nl Duinkerkenstraat 11, 9723 BN Groningen (NL), tel +31-(0)50-3126448, fax +31-(0)50-3138018, e-mail info@jh.nl

ronde buitensilo’s


10 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

Baktarwe-project is investering in duurzame toekomst Met een driejarig project hebben Koopmans Meelfabrieken en Hoogland BV een flinke impuls gegeven aan de teelt van bakwaardige tarwe in Noord- en Midden-Nederland. “Zoveel mogelijk grondstof uit de eigen regio gebruiken past goed in ons streven naar een duurzame keten”, zegt Camiel Hoogland van handels­ onderneming Hoogland BV uit Ferwerd stellig. “Ik ben de vijfde generatie in dit familie­ bedrijf. Er komt alleen een zesde als ik vol inzet op duurzaamheid.” Vanuit die overtuiging ging hij in 2012 in gesprek met Bauke Wierda van Koopmans Meelfabrieken om te kijken of dit bedrijf meer bakwaardige tarwe uit NoordNederland kon verwerken. “Er ging af en toe weleens een partijtje als vultarwe naar Koopmans, maar volgens mij zat er meer in.” Zijn ideeën vielen in vruchtbare aarde. “Koopmans Meel heeft als familiebedrijf een langetermijnstrategie”, vertelt inkoper Bauke Wierda, “Werken aan duurzame regionale ketens past daar prima bij.” Koopmans nam in z’n doelstellingen op dat ‘het een belangrijk deel

van de melanges wil laten bestaan uit duurzaam geteelde tarwe van regionale oorsprong.’ STREEKBROOD FRYSKE BÔLE De initiatiefnemers hielden er flink de vaart in. Hoogland BV organiseerde samen met zaadveredelaar Van Dinther Semo en de SPNA (Noordelijke proefboerderijen) een serie rassen- en praktijkproeven bij zowel de SPNA-locaties als akkerbouwers om de meest geschikte tarwerassen te vinden. Koopmans testte de rassen op bakwaardigheid. De resultaten werden door Hoogland gebruikt in de advisering van de telers. Koopmans Meel BV werd ketenpartner van Stichting Veldleeuwerik (Hoogland BV was al aangesloten) en kwam zo in contact met Friese akkerbouwers die meededen aan dit duurzaamheidsinitiatief. Ook dacht Veldleeuwerik mee over het inrichten van de keten. Direct in oogstjaar 2013 werd een partij bakwaardige tarwe van een deelnemer gebruikt voor de productie van een nieuw streekbrood: Fryske Bôle. Alle activiteiten voor de duurzame baktarweketen werden in 2014 onder het project “Pure Oorsprong” geschaard. De rassen- en praktijkproeven werden voortgezet en van 48 partijen werd de bakwaardigheid onderzocht.

AFZET ZOEKEN Voor de marketing van de regionale baktarwe heeft Koopmans Meel BV diverse activiteiten ondernomen. Aan hun “Natuurkracht” lijn van circa 60 meelmelanges werden drie “Puur Lokaal” melanges en het “Molenmeel Veldleeuwerik” toegevoegd. Op de Bakkers Vakbeurs werden deze melanges in het Koopmans Proeflokaal gepromoot. “Er was veel belangstelling voor”, meldt Wierda. “Tegelijkertijd merk je dat de bakkers het lastig vinden om het verhaal bij het meel over te brengen. Daar helpen wij ze mee.” Koopmans richtte in Leeuwarden ook het KIEM-ontwikkelcentrum in waar onderzoek wordt gedaan naar nieuwe meelmelanges en hun toepassingen. In 2015 groeide de aanvoer van duurzaam geteelde regionale bakwaardige tarwe met circa vijftig procent. Ook de ras- en

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

veldproeven werden voortgezet en de uitkomsten werden gedeeld met de telers. “Op zich is de teelt van bakwaardige tarwe niet zo moeilijk”, vertelt Camiel Hoogland. “Met de juiste rassenkeuze en de goede bemesting ben je al een heel eind. Wel verdienen aarziekten extra aandacht schimmelaantasting te voorkomen.” Ook bij de oogst is extra oplettendheid nodig, vertelt Hoogland. “Wij zien nogal eens dat mensen wachten met maai­ dorsen vanwege het vochtgehalte. Maar als je te lang wacht, vliegt

het hectolitergewicht achteruit en daarmee automatisch ook de bakkwaliteit. In de praktijk kost dat meer geld dan je bespaart op droogkosten.” De premie die telers krijgen voor bakwaardige tarwe varieert meestal tussen de vier en acht euro per ton. Voor graan van Veldleeuwerik-telers komt daar nog een plusje bij. MEERWAARDE IN ELKE SCHAKEL In april 2016 is het Pure Oorsprong project beëindigd, maar Hoogland BV en Koopmans Meel zetten de


dat levert onder de streep meer op! Duurzame akkerbouw met hoger rendement AgriMestMix® is een natuurlijk mineralenmengsel dat in drijfmest belangrijke biochemische processen op gang brengt en na toepassing de akkerbouw diverse voordelen biedt. Zo kweekt AgriMestMix® ondermeer de nuttige bodemschimmel Mycorrhizana en activeert deze vervolgens om uitbunding door te groeien in de bodem. Daarmee verbetert de natuurlijke groei, vitaliteit en ziekteresistentie van gewassen. Duurzame bodemverbetering, gezondere gewassen, hogere gewasopbrengst...

Scan de QR code en maak kennis met alle unieke voordelen van AgriMestMix® op www.rinagro.nl

AgriMestMix® is een product van:

baktarwe-activiteiten door. Er is dit jaar ook bakwaardige tarwe gecollecteerd in Flevoland. Dat is gedaan

“GEZOND GENIETEN, REGIONALE PRODUCTEN PASSEN DAARBIJ” met het oog op toekomstige groei en gebeurt via Agrifirm. In beide teeltgebieden samen beslaat de

Rinagro Smart Farming

teelt nu circa 1000 hectare. De afzet heeft helaas nog niet de vlucht genomen die de partners hadden gehoopt. “In de Puur Lokaal meelmelanges gaat nu nog te weinig om”, vertelt Bauke Wierda. “Naast vele tientallen ambachtelijke bakkers die deze meelsoorten gebruiken, is het wachten op een grote partij om echt massa te kunnen draaien.” Overigens krijgen de bakwaardige inlandse partijen wel degelijk een hoogwaardige bestemming, maar dan in andere melanges.

Piaam, Tel. 0515-232724 | www.rinagro.nl

Wierda en Hoogland blijven geloven in het concept en zien meerwaarde voor elke schakel. “Regionaal geteelde baktarwe heeft een gunstiger carbon footprint dan geïmporteerd graan”, stelt Hoogland. “En die kant moeten we op.” Het is daarom volgens Hoogland van groot belang dat akkerbouwers ervaring opdoen met de teelt. Wierda sluit zich daarbij aan. “Duurzaam werken is noodzakelijk voor je voortbestaan.” En ook aan de consumentenkant ziet hij lichtpuntjes. “Mensen zijn steeds

meer bezig met gezond genieten en willen daar een plezierig geweten bij hebben. Regionale producten passen daarbij.” Hoogland BV heeft recentelijk een extra stap gezet om de regionale kringloop verder te sluiten. De tarwe­gries, dat is het restproduct na het maalproces, wordt als grondstof gebruikt voor de productie van de zogenaamde Pre­mixen (diervoeders) die de handelsorganisatie levert aan melkveebedrijven. Omdat Hoogland BV

ook bemiddelt bij de afzet van rundveemest naar akkerbouwers is zo een regionale kringloop gesloten. Hoogland bouwt momenteel een mengvoerfabriek die voor vrijwel 100% draait op regionale grondstoffen; de benodigde energie wordt met zonnepanelen opgewekt. Hoogland besluit: “We bouwen gewoon verder.” MEER INFORMATIE OVER HET PROJECT ‘PURE OORSPRONG’? Stichting Veldleeuwerik www.veldleeuwerik.nl

Veldleeuwerik is een erkend en uniek kennisplatform waarbinnen professionals samen werken aan een toekomst­ bestendige en gezonde voedselproductie. Rent­meester­ schap en het bewust omgaan met natuur, bodem, lucht, water en leefomgeving staan daarbij centraal.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


12 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

Best gelezen! GROENBEMESTERSDEMO LAAT ONDERGRONDSE EN BOVENGRONDSE EFFECTEN OP DE BODEM ZIEN Een twintigtal geïnteresseerde akkerbouwers hebben van de gelegenheid gebruikgemaakt om de groenbemesters demodag bij akkerbouwbedrijf Bastiaanssen in Espel te bezoeken. Jan Bastiaanssen heeft diverse mengsels ingezaaid op zijn percelen. Op de demovelden liggen de volgende objecten: Gele mosterd, Bladrammenas, Japanse haver, Engels raaigras en een mengsel van vijf groenbemesters van Terralife BetaSola. Dit mengsel bestaat uit Alexandrijnse klaver, Bladrammenas, Niger, Japanse haver en Zomerwikken. De demovelden zijn door Delphy aangelegd om op verschillende tijdstippen te gaan klepelen en dan te kijken wat het ondergrondse effect is. PLANTEN ‘PESTEN’ Bastiaanssen is blij met de demovelden: “Ze staan er allemaal mooi bij en ik vind het ook een heel mooi gezicht. We zijn heel benieuwd wat de verschillende soorten met de bodem doen. Het

#3 Via AkkerbouwActueel.nl houden wij agrariërs dagelijks op de hoogte van het laatste nieuws, marktprijzen en ontwikkelingen in de markt. Zo bent u altijd op de hoogte van de actuele gebeurtenissen in de Nederlandse akkerbouw­sector. De redactie speurt iedere week naar de meest interessante verhalen van agrariërs en leveranciers. nieren de groenbemester kunnen onderwerken. Daarbij gaan we een vergelijking maken met klepelen en onderploegen, schijfeggen en direct onderploegen.”

is nu al te zien dat de beworteling zijn werk doet. De percelen waar de groenbemesters staan hebben een mooie bodemstructuur.” Geert Steenhuis was namens Delphy ook aanwezig op de demodag in de Noordoostpolder: “Het idee is doordat je de groenbemester bovengronds “pest” de plant stimuleert om ondergronds aan de gang te gaan oftewel stimulering van de wortelgroei. We weten alleen niet precies wat het goede tijdstip is, vandaar de verschillende tijdstippen. Verder klepelen we het gewas op verschillende hoogtes om te kijken of dat nog verschil uitmaakt. Je kan de plant ook te veel pesten waardoor deze het loodje legt”, vertelt Steenhuis tijdens de rondgang bij Bastiaanssen. “Verder willen we in het voorjaar nog gaan kijken of we op verschillende ma-

ZAAITIJDSTIP CRUCIAAL De algehele regel voor het inzaaien van groenbemesters is dat het voor de tweede week september in de grond moet zitten, daarna wordt het volgens Steenhuis kritisch. Bastiaanssen zaaide deze demovelden op 18 augustus al in: “Twee weken maakt al heel veel verschil, zeker met de steeds korter wordende dagen. Wordt het heel snel minder.” De demodag vond plaats onder zeer natte omstandigheden, waardoor een groot deel van de bijeenkomst in de schuur bij Bastiaanssen plaatsvond. Maar het was op de meeste dagen zeer groeizaam weer voor de groenbemesters: “We hebben nu een ideaal najaar, dus dan vallen de effecten mee, maar normaal gezien komt het zaaitijdstip behoorlijk nauw.”

EERSTE SOJABONEN ‘ZEEUWSE SOJA’ GEOOGST BIJ AKKERBOUWER KUIJPERS

Bij de eerste van de vier telers die meedoen aan het project ‘Zeeuwse soja’ zijn de bonen inmiddels geoogst. Frank Kuijpers uit Kuitaart heeft de soja van het land en is behoorlijk tevreden over zijn allereerste sojaoogst: “De eerste indruk is goed, maar eerst maar eens afwachten wat de kilo’s gaan worden.” GARANTIES Het project werd vorig jaar opgestart omdat de CZAV een proef wilde gaan houden om sojabonen voor menselijke consumptie te

Scan de qr-code

telen. Agrifirm deed al veel voor de veevoederindustrie en met dit project wordt dat nu uitgebreid met het verwerken van soja in brood. Toen Kuijpers gevraagd werd om mee te doen aan het experiment, hoefde de teler niet lang na te denken: “Ik hou wel van nieuwigheden, dus ik had er direct oren naar. Omdat de CZAV vooraf mooie garanties kon afgeven waren de risico’s voor mij ook beperkt.” MEERWAARDE OP TARWESALDO Ferdie Maljaars (CZAV): “We hebben een project opgesteld samen met Dutchsoy en de provincie Zeeland. We hebben in dit project gekozen voor vier telers, die elk vier hectare sojabonen telen. We gaan daarbij kijken wat de opbrengsten zijn, maar ook wat de meerwaarde op het tarwesaldo kan zijn. Dat is wat we willen: een goed saldo voor telers met gewassen die goed op de Zeeuwse akkers passen.

Scan de qr-code

en lees het hele

en lees het hele

verhaal op

verhaal op

akkerbouwactueel.nl

akkerbouwactueel.nl

AANMELDEN VOOR DE AKKERBOUWACTUEEL? GA NAAR WWW.AKKERBOUWACTUEEL.NL

DOSSIER:

BODEMMANAGEMENT Een jaar of dertig geleden maakte de roterende spitmachine een enorme opmars door. Onderzoek naar granulaatinwerking bij aardappelen (eind jaren ’80) wees uit dat granulaten het best ingewerkt kunnen worden door middel van een roterende spitmachine. Beter zelfs dan met een ploeg of cultivator. Bij het akkerbouw- en bloembollenbedrijf van Gert Veninga uit Hijken wordt de spitmachine van Farmax Metaaltechniek al jaren gebruikt en niet alleen voor het onderwerken van granulaten: “De spitmachine wordt bij ons gebruikt als hoofdgrondbewerkingsmachine, zowel bij de tulpen, lelies als suikerbieten.”

“Spitten zorgt voor een mooi egaal zaaibed” variant en de aftakas-spitmachine van Farmax: “Vroeger had je het, als het over een spitmachine ging, altijd over een krukas-systeem. Die waren vooral geschikt voor kleigronden, maar deze roterende spitmachine kan ook prima op de lichtere gronden worden ingezet. Doordat het een aftakas-aangedreven machine is, heeft hij nauwelijks trekkracht. Hierdoor wordt versmering van de grond voorkomen. De Farmax is bovendien behoorlijk robuust: hij kan wel tegen een stootje. Daarnaast zit de dealer – Wasse Mechanisatie uit Hijken - om de hoek en die hebben een geweldig goede service, dus dat komt er ook nog een keer bij.”

wordt door de spitmachine direct ongedaan gemaakt. “Het gaat om het aandrukken, dat het niet te los ligt. Wij hebben een eggenrol en daarachter een nog grotere rol om het perceel weer gesloten neer te leggen. Ik durf hardop te zeggen dat deze spitmachine bijdraagt aan het verbeteren van de grondstructuur. De machines mengen organisch

“DEZE SPIT­ MACHINE DRAAGT BIJ AAN HET VERBETEREN Farmax spitmachines bewerken de VAN DE GROND­ grond achter de tractor. Verdichting STRUCTUUR” van de grond door de tractorbanden

ROBUUST Voorafgaand aan de beslissing om met een roterende spitmachine te gaan werken werden er heel wat strategische bedrijfseconomische afwegingen gemaakt. In de bloembollenteelt worden regelmatig granulaten ingezet voor aaltjesbestrijding en om dat goed te doen had Veninga eigenlijk maar keuze uit twee systemen: de Italiaanse kruk­as

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

materiaal in de biologische meest actieve, zuurstofrijke laag. Microorganismen hebben hierdoor het organisch materiaal direct als voedsel ter beschikking. Daarnaast zorgt de spitas-techniek voor een egaal zaaiof zandbed in één werkgang.” En dat merkt Veninga ieder jaar opnieuw, met name bij de suikerbietenteelt: “Als de grond mooi vlak is gelegd, dan kun je egaal en op diepte planten. Als de grond bovenop nog wat kluiterig is, dan is dat veel moeilijker.” BIOFUMIGATIE Voor grondontsmetting maakt Veninga gebruik van biofumigatie. Hierbij worden gewassen fijn gehakseld en ingewerkt in de bodem. Daarna wordt de bodem afgedicht door de grond aan te rollen. En ook daarbij speelt de spitmachine weer een belangrijke rol: “Bij de Afrikaantjes gebruiken we de spitmachine, omdat een mooi vlak zaaibed daarvoor extra belangrijk is. De Tagetes moeten namelijk ondiep ingezaaid worden. We planten de Tagetes puur tegen wortellesieaaltjes en vullen deze teelt aan biofumigatie. En ook daarbij maken we gebruik van de spitmachine. Ik werk zelf het liefste met Sareptamosterd vanwege het hoge glucosinolaten-gehalte. De sareptamosterd gaat op vrijwel hetzelfde moment de grond in als

groenbemesters. Veninga kiest ervoor om dit in het vroege voorjaar te doen, zodat de Afrikaantjes er direct achter geteeld kunnen worden: “Wij zaaien in het vroege voorjaar de sareptamosterd, dat laten we zeven/acht weken staan. Als de eerste bloei een beetje komt, dan gaan we het klepelen, spitten en dichtrollen. Dat laten we veertien dagen liggen, dan trekken we het los ‘zodat het laatste gas eruit gaat’ en daarna zaaien we nog Tagetes. Serepta werkt ook op de wortellesieaaltjes, maar wordt vooral gebruikt als algemene bodemontsmetter: bacteriën en schimmels. De Afrikaantjes komen er achteraan om puur de wortellesieaaltjes te bestrijden, maar daarmee pakken we slechts één aaltjessoort aan. De overige hopen we door middel van biofumigatie de baas te kunnen. Dat kost me een compleet teeltjaar voor dat perceel, maar met name in de lelieteelt kunnen wortellesieaaltjes behoorlijk veel schade aanrichten. In mijn ogen is het dus wel verantwoord om daar een oogstjaar voor op te offeren.” MEER INFORMATIE OVER DE FARMAX SPITMACHINE? WASSE Mechanisatiebedrijf B.V. Gerry Wasse Tel. 06 – 53428536 www.wasse.nl


DEUTZ-FAHR BELOONT VROEGE BESLISSERS!

SPITMACHINES VOOR HET BETERE SPITWERK

Nu beslissen om u te verzekeren van de nieuwste generatie dorstechniek. Grijp uw kans, bestel tot en met 30.12.2016 uw DEUTZ-FAHR maaidorser uit de C6000, C7000 of C9000 serie en maak gebruik van het DEUTZ-FAHR vroege beslisser pakket.

Farmax LRP Profi

Farmax KRG Diepspitter

De C6000, ontworpen voor middelgrote landbouwbedrijven die onafhankelijk oogsten willen. Nu uitgerust met nieuwe cabine voor noch meer bedieningscomfort en zekerheid. Voor maximale productiviteit en grootste veelzijdigheid: C9000 en C7000, nu met nieuwe bedieningshendel “Commanderstick” nieuwe bedieningsmonitor “Combine Control Monitor” nieuwe T4F motoren en een nieuw design.

De nieuwe generatie Farmax spitmachines gemaakt in de fabriek uit Denekamp (NL) en zijn ontwikkeld voor de professionele akkerbouwer en loonwerker. De Farmax spitmachines zijn leverbaar in diverse werkbreedtes en uitvoeringen. Farmax SRP Farmax DRP-Perfect Farmax LRP Profi Farmax Rapide 2 Farmax LRG Diepspitter Farmax KRG Diepspitter

vanaf 30 Pk. vanaf 80 Pk. vanaf 120 Pk. vanaf 140 Pk. 0.50 – 1.00 mtr. 0.85 – 1.30 mtr.

Voor informatie en folders:

Wasse B.V. Oranjekanaal zz. 17, 9415 PR Hijken Tel: + 31 (0)593-52406 • www.wasse.nl Verkoop: Gerry Wasse + 31 (0)653428536

Met de Commanderstick en de Combine Control Monitor laten alle instellingen van de maaidorser zich eenvoudig en Intuïtief uitvoeren.


14 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

BEDRIJFSPORTRET

“Over vijf jaar zal Kubota ook op de Nederlandse akker een bekende verschijning zijn” Kubota is een naam die op de Nederlandse akker nog maar weinig wordt gesignaleerd. Volgens Mijno van Dijk - medeoprichter van Qtrac en regiodealer van Kubota - is dat slechts een kwestie van tijd. Kubota heeft de ambitie om ook in de Europese Food en Agrosector een serieuze rol van betekenis te gaan vervullen. “Waar Kubota wereldwijd al een grote speler is, is Europa nog een duidelijke groeimarkt. In de compact-sector en grondverzet hebben ze een toonaangevende positie en de verwachting is dat dit binnen enkele jaren ook in de landbouw zal gaan gebeuren.” DRIE PIJLERS Mijno van Dijk - die samen met zijn compagnon Remco Swart hard werkt aan een stukje merkprofilering - onderscheidt drie belangrijke kenmerken. In eerste plaats is er een heldere strategie. Van Dijk: “Bij Kubota weten ze waar ze naar toe willen. Een voorbeeld is de overname van machinebouwer Kverneland in 2012. De eigenlijke bewerkingen in het veld worden uitgevoerd door de machines. In landbouwkundig opzicht is dat een belangrijkste factor. Een trekker is noodzakelijk, maar ‘slechts’ een middel om een machine aan te drijven. Met de overname van Kverneland als grootste Europese machinebouwer, heeft Kubota een eerste, maar doelbewuste stap gezet en zich weten te verankeren binnen de Europese landbouw. Het tweede aspect is de financiële slagkracht. Met een positie van meer dan een miljard USD aan vrije middelen is het een van de sterkste organisaties in de agrosector. Het blijft dus niet bij praten alleen, maar er is een enorme ‘force’ om plannen ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. En tot slot misschien wel de meest belangrijke factor: tijd. Bij veel fabrikanten van ‘de gevestigde orde’

zie je in de huidige teruglopende markt paniek ontstaan om aantallen op peil te houden. Ze willen ten koste van alles hun productieapparaat aan het draaien houden. Met betrekking tot marktaandeel en verkoopaantallen hebben ze bij Kubota een duidelijk doel voor ogen, maar focussen daarbij niet op de korte termijn. Daar nemen ze een aantal jaren de tijd voor. Dat zorgt voor rust rondom het merk en die toekomstbestendigheid spreekt niet alleen onze klanten, maar ook onze collega’s aan.” ONTWIKKELINGEN RICHTING AKKERBOUW Komende jaren verwacht Mijno van Dijk dat akkerbouwers wel meer te maken gaan krijgen met mechanisatie van Kubota: “In 2015 is er een nieuwe middenklasse trekker-serie op de markt gebracht (130/170 pk) die gebouwd wordt in het Franse Duinkerken. Deze serie bevat veel Europese en kwalitatief hoogwaardige componenten, waar ook ander fabrikanten gebruik van maken.” De compact-versie van de M5serie is een paar weken geleden geïntroduceerd en ik verwacht dat er binnen twee jaar een trekker-serie bijkomt van boven de 170 pk.

Dit zal dan, net als nu het geval is, zeker weer gaan zorgen voor een flinke impuls binnen de organisatie. Daarnaast is natuurlijk het hele landbouwprogramma gericht op onder andere de akkerbouwmachines. In drie fases start Kubota met het - onder eigen label - op de markt te brengen van machines van dochter Kverneland. De eerste fase is inmiddels afgerond, de tweede fase is volop aan de gang en in 2017 zullen ook de laatste zogenaamde “high involvement” machines voor Kubota beschikbaar komen. Dit zijn onder meer de spuittechniek, ploegen, zaaitechniek en strooitechniek. Qua marktpositie zal de Kubota-groep binnen nu en vijf jaar bij de grote vijf gaan behoren.” Volgens Van Dijk levert dit zeker mogelijkheden op voor de Nederlandse akkerbouwer: “Het is een merk waarvan je zeker weet dat het er over tientallen jaren nog zal zijn. En dat is tegenwoordig lang niet altijd meer zeker.” QTRAC Parallel aan Kubota lopen de recente ontwikkelingen van zijn bedrijf Qtrac. Enkele jaren geleden kwam van Dijk in contact met Kubota en werd hij benaderd of een dealerschip interessant zou kunnen zijn. “We deden altijd John Deere, maar de overgang in 2011 naar een andere dealerstructuur zette die samenwerking een beetje op losse schroeven. Je denkt na over de toekomst van je bedrijf en hoe je als klein bedrijf een bijdrage zou kunnen leveren aan de marktontwikkeling van een zo groot merk als Kubota. Ik ben mij

“EEN TREKKER IS ‘SLECHTS’ EEN MIDDEL OM EEN MACHINE AAN TE DRIJVEN”

gaan afvragen of een merk als Kubota wel zit te wachten op een regiment aan kleinere dealers, die in een straal van 25-30 km rondom de dorpskerk hun rondjes draaien. Of dat ze meer gebaat zouden zijn bij organisatie die in een wat groter rayon de kar trekt. Kijkend naar de huidige ontwikkelingen in onze sector heb ik - samen met twee hbo-studenten, waaronder mijn huidige compagnon Remco Swart een businessplan gemaakt om provincie-overstijgend te gaan werken.

Daardoor zijn we beter in staat om de noodzakelijke kennis op te doen en te verankeren in je bedrijf.” SAMENWERKING De grote vraag voor Van Dijk en zijn compagnon was: Hoe krijgen we dat als kleine mechanisatie­ ondernemer voor elkaar? “Wij hebben het gezocht in een samenwerking met kleinere gelijkgestemde ondernemers die ook de noodzaak zien om te clusteren en samen op te trekken. Qtrac koppelt een grotere inkoop- en verkooporganisatie aan authentiek ondernemerschap en laagdrempeligheid van kleine regionale servicebedrijven, die ‘s avonds nog gewoon de deur voor een klant opendoen. “Hier willen we het verschil maken met grote filiaalbedrijven. “Ons gezamenlijk doel is de beste service verlenen, die de klant van ons vraagt en de fabrikant van ons verwacht.” Daarin wijken wij duidelijk af van de gebruikelijke ‘van bovenaf naar beneden’ marktwerking. Wij draaien het om: van onderaf hebben wij een verkooporganisatie opgezet die vanuit vrij ondernemerschap gedragen wordt. Ondernemers die in de avonduren om tien uur nog gewoon de telefoon opnemen en werken vanuit de passie en drive om de klant te willen helpen.” MEER INFORMATIE Qtrac B.V. www.qtrac.nl info@qtrac.nl Telefoon: 06 - 10 117 462

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


DEUTZ-FAHR BELOONT VROEGE BESLISSERS!

BESTEL NU, OOGST GRATIS IN 2017* *BETALING VOOR NOVEMBER 2017.

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

Voorlichting gewas­beschermings­middelen

De toeleveranciers van de Nederlandse land- en tuinbouwsector erkennen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen risico’s met zich mee kan brengen voor mens en milieu. Mede om deze risico’s te minimaliseren hebben zij een certificatieschema ontwikkeld waarin nadere regels worden gegeven voor de handel en distributie van professionele gewasbeschermings­ middelen in Nederland. Alle bedrijven die deze activiteiten ondernemen moeten voldoen aan de eisen uit het CDG-schema. Het schema voldoet aan de voorschriften van de Raad voor de Accreditatie en kent onafhankelijke audits. Het CDG-schema eist onder andere dat distributeurs aan afnemers voorlichting geven over het gebruik, de risico’s en de veilig-

heidsinstructies voor gewasbeschermingsmiddelen. Op deze manier wordt gezorgd voor voldoende kennis bij afnemers en blijven de afnemers op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Zo draagt de Nederlandse distributiesector bij aan veilig en zorgvuldig middelengebruik in Nederland. In de vorige editie van Innovatie en Ondernemen geeft de firma Spuitmiddel.nl aan dat het de verkoop van gewasbeschermingsmiddelen wil loskoppelen van advies. Daarmee zou het bedrijf het CDG-schema overtreden. Stichting CDG is de aangewezen partij om toezicht te houden op de naleving van het schema en onderzoekt daarom de werkwijze van Spuitmiddel.nl. Voor vragen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de aangewezen contactpersoon binnen het CDG: Willem van Lanschot. Hij is te bereiken via info@stichtingcdg.nl.

DEUTZ-FAHR met meer dan 100 jaar dorservaring kent specifieke produkteigenschappen waardoor DEUTZFAHR maaidorsers tot de top behoren qua capaciteit en kwaliteit van het eindproduct. Een aantal specifieke oplossingen zijn: • Dubbelzijdige aandrijving vanaf de motor voor een eenvoudige overzichtelijke opbouw van de machine • Laag brandstofverbruik door efficiente opbouw van de aandrijving • uitwisselbare segmenten in dorskorf voor nog betere afstemming op de oogstomstandigheden • DGR nadorsen zonder belasting van de dorstrommel Dit is slechts een greep uit vele unieke produkteigenschappen van de DEUTZ-FAHR maaidorser. Laat u overtuigen en bezoek uw DEUTZ-FAHR dealer of bezoek onze website www.deutz-fahr.nl


16 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

BODEMMANAGEMENT

Diepploegen in 2017

“Zo hoop ik dat de grond voor toekomstige generaties goed te gebruiken blijft” Robert Stokman is een nuchtere akkerbouwer in het Flevolandse Biddinghuizen. Een echte vakman die alle werkzaamheden op zijn akkerbouwbedrijf weloverwogen uitvoert. “Maar we moeten er ook geen hogere wiskunde van maken”, laat hij direct weten. “In de polder is de afgelopen tien jaar minder gediepploegd. Ik neem (net als mijn collega’s) waar wat de gevolgen zijn van het diepploegen van 25-10 jaar geleden. Maar ik zie ook dat mijn gronden die door mijn voorganger gediepploegd zijn - bepaalde eigenschappen hebben. En dat is met name een betere bewerkbaarheid en in het geval van pootaardappelen een hogere zetting en daarmee een beter saldo. Ook zijn teelten mogelijk die anders niet zouden kunnen, denk hierbij aan vroege wortelen. En dus heb ik deze zomer besloten om één perceel te gaan diepploegen en heb daarbij de hulp ingeschakeld van Delphy en Van Werven Infra. Want voor diepploegen geldt: Je hebt maar één kans, dus dan moet het wel goed gebeuren”, vertelt Stokman. OPMARS De diepploegmethode lijkt in de polder aan een bescheiden opmars bezig. Mede ingegeven door een aantal collega’s die recent ook de stap hebben gezet, gaat bij Stokman volgend jaar dus ook de diepploeg de grond in: “De opbrengsten zijn zeker niet hoger en de kwaliteit is over het algemeen minder. Maar door de reeds gediepploegde percelen nu te mengspitten hoop ik de grond egaler en iets zwaarder te krijgen waardoor ik een goed compromis krijg tussen bewerkbaarheid, op-

brengsten en kwaliteit. Uiteindelijk hoop ik rond de 25 procent afslibbaar uit te komen. Dat is buiten de gevarenzone wat betreft diverse vrijlevende aaltjes en dan is er ook geen gevaar op stuifschade in het voorjaar.” PROCES Delphy-adviseur Laurens Persoon schoof aan bij Stokman en besprak met hem de voor- en nadelen van het diepploegen. Ook de gewenste ploegdiepte werd besproken, maar daarvoor moest Persoon eerst het land op: “We hebben op de akkers van Stokman een viertal gaten gegraven. Aan de hand van monsters en metingen zijn de grondlagen geanalyseerd. De kleigrond gaat langzaam over in een dunne humeuze laag, waarna er op ongeveer 100 cm diepte een laag middel-grof zand begint. Die derde laag wordt tijdens het diepploegen omhoog geploegd. Er moet echter niet te veel zand naar boven komen, maar ook niet te weinig. Tijdens het diepploegen zal de definitieve diepte worden bepaald. Op dit moment kiest Stokman voor een ploegdiepte van 1 meter 20, dat moet voldoende zijn voor het voldoende verlichten van de bouwvoor”, zo verklaart Persoon. “Met het diep-

ploegen wordt ook de humeuze laag omhooggehaald en vermengd in de bovenste teelt laag.” Naast de bodemanalyse, het bespreken van de voor- en nadelen en het bepalen van de ploegdiepte wordt er ook naar het financiële plaatje gekeken. Persoon: “Er is geen echte kosten-batenanalyse gemaakt. Maar door verlichting van de grond gaat de pootgoedopbrengst wel omhoog. Dat is financieel een belangrijk gewas voor dit bedrijf. Ook zijn er meer hoogrenderende teelten

“EEN GOEDE KOSTEN-­BATEN­ ANALYSE IS NIET EENVOUDIG EN BLIJFT VOORAL EEN GEVOELS­ KWESTIE” mogelijk. Stokman vult aan: “Een goede kosten-batenanalyse is niet eenvoudig en blijft vooral een gevoelskwestie. De eerste investering is zo’n € 1500,- per hectare, maar daar komt het bewerken van de kopakkers nog bij. Ook dalen de gehaltes aan mineralen, maar daar staat wat extra mestaanvoerruimte tegenover. Verder zullen de opbrengsten de eerste jaren wat achter blijven verwacht ik. Op het geheel van het bedrijf is zo’n bedrag geen reden om het

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

niet te doen. Investeringen horen er nu eenmaal bij. Ik zeg weleens gekscherend: een grote reparatie aan een trekker kan een veelvoud van dat bedrag kosten. Daar komt bij dat de grondbewerking straks minder tijd en dieselolie dan nu kost. Bovendien neemt de oogstzekerheid toe. Geld speelt in het gehele proces uiteraard wel een rol. Alleen ik laat mij door de aanvangskosten niet weerhouden, omdat ik het idee heb dat diepploegen het geldbedrag waard is.”

LEREN VAN HET VERLEDEN De reden dat diepploegen voor veel akkerbouwers lange tijd taboe is geweest is dat er in het verleden weleens wat mis is gegaan. Stokman kan de voorbeelden uit zijn omgeving zo opnoemen: “Even verderop is men te diep gegaan en daar zie je ieder groeiseizoen dat het stuift. Ook de andere kant op – richting Harderwijk – is in het verre verleden weleens gediepploegd terwijl de omstandigheden niet goed genoeg waren. Ook dat levert nu


DE AFLEVERING NIEUWE SUPER 2000 LANDBOUWKIPPER VOOR WESTRA UIT FRANEKER Westra uit Franeker is een familiebedrijf dat zich richt op dienstverlening, inzetbaar op elk terrein. Zij beschikken over een uitgebreid assortiment van machines voor de verhuur aan akkerbouwers, veehouders, aannemers en particulieren. Door de jaren heen hebben Westra en Beco een goede relatie opgebouwd. Westra is erg actief met de grondverzetkipper van Beco, de Maxxim. Op 29 september 2016 heeft Beco dealer

Franeker

Mechanisatie Franeker de nieuwe Super 2000 landbouwkipper aan Westra geleverd. Voor de nieuwe bietenrooier heeft Westra gekozen voor een nieuwe landbouwkipper met een groot volume (31,3 m³) en speciale lage drukbanden (Mitas 750/60 R30,5). Wij wensen Westra veel werkplezier met de nieuwe Beco!

CONTACT Theo Kik (Area Manager Transport) 0347-323100 of 06-51957969 t.kik@beco-vianen.nl www.beco-vianen.nl

tien jaar liep dit als een trein. Daarna is er op een aantal percelen (te) veel zand naar boven gehaald. Wat achteraf niet de juiste keuze bleek. Helaas zijn die verhalen bij veel akkerbouwers blijven hangen. Bij Van Werven hebben we erg lang moeten opboksen tegen die angst. We zijn echter altijd blijven geloven in deze methode en hebben dan ook veel tijd en energie gestopt in het doorontwikkelen van de ploegen. Ik ben ervan overtuigd dat steeds meer akkerbouwers in dit gebied zullen gaan diepploegen.”

nog de nodige problemen op. Maar laten we eerlijk zijn: van fouten leer je. Tegenwoordig zijn er heel vakbekwame mensen die op de tractor zitten. Die kennen de klappen van de zweep en geven tijdig aan of er een andere ploegdiepte aangehouden moeten worden.” Cor van Werven van Van Werven Infra gaat volgend jaar de ploegwerkzaamheden bij Stokman uitvoeren. Hij herkent zich volledig in dit verhaal: “In het verleden zijn

hier weleens verkeerde keuzes in gemaakt, waardoor deze grondbewerkingsmethode een negatieve lading heeft gekregen. Met name aaltjesziektes en verstuivingen waren hier de oorzaak van. Maar dankzij jarenlange ervaring met diepploegen weten we nu exact wat we wel en niet moeten doen. Het is dan ook heel belangrijk om na het diepploegen de grond terug te ploegen om de optimale vermenging van de diverse grondlagen te realiseren. Daarna is het

zaak om het bouwplan in de eerste drie jaar zorgvuldig af te stemmen met de bodemcondities. Daarna ga je het verschil echt merken en stijgen de opbrengsten per hectare structureel naar hogere waarden, waarbij de bodemgesteldheid voor tientallen jaren gewaarborgd blijft.” Cor van Werven krijgt de laatste tijd ook steeds vaker het verzoek om te komen diepploegen: “Mijn vader is al in 1990 begonnen met het diepploegen van akkerbouwgronden in Flevoland. De eerste

VOORBEREIDINGEN Voor Stokman is het de komende maanden vooral zaak de grond goed voor te bereiden op de diepploeg. “Ik plan voor het diepploegen een vroeg gewas in. Na het diepploegen kan ik dan goed een groenbemester inzaaien om alvast wat bodemleven op te bouwen. Daarna ga ik gewoon door met mijn reguliere bouwplan. Daar is mijn bedrijf nu eenmaal op ingesteld. Dat de grond de eerste jaren nog moet herstellen neem ik voor lief. Of het verstandig is om bij deze diepploegactiviteiten een adviseur te schakelen, laat ik aan mijn collega’s over. Ik vind zelf dat de kosten van een adviseur in geen verhouding staan tot de kosten van het gehele project en ik heb graag dat een onafhankelijk iemand met me mee kijkt. Zo hoop ik dat deze grond voor toekomstige generaties

goed te gebruiken blijft.” Stokman gaat dus niet over één nacht ijs. Diepploegen werkt immers alleen als alle randvoorwaarden goed zijn, zo stelt hij: “Als het volgend jaar niet goed voelt doordat het bijvoorbeeld een extreem nat seizoen is, dan zal ik het project zonder twijfel uitstellen. Diepploegen kan goed werken, maar dan moet wel alles goed samen komen: goede diepere lagen, goede omstandigheden,

“IK BEN ERVAN OVERTUIGD DAT STEEDS MEER AKKERBOUWERS ZULLEN GAAN DIEPPLOEGEN” de juiste voorbereiding, de juiste machine met de juiste man en het juiste na-traject. Alleen dan mag je verwachten dat het eindresultaat duidelijk beter is dan de huidige situatie. Bij twijfel niet inhalen, zei mijn rijinstructeur vroeger.” MEER INFORMATIE Van Werven BV www.vanwerven.nl info@vanwerven.nl 0525-631441

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


18 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

BEDRIJFSPORTRET

Aan tafel bij:

Peter Cuelenaere samenwerking bevalt prima. Mijn zoon heeft net zijn diploma gehaald op de landbouwschool. Hij gaat nog wel doorleren, maar hij zit al een jaar in de maatschap. Daar doet hij ook echt zijn best voor, dus hij neemt het akkerbouwdeel langzaam maar zeker over. Zo kan ik mij meer en meer richten op ‘Boerderijmachines’. Ik laat hem wel zijn eigen werkwijze ontwikkelen: ik heb het op mijn manier gedaan en hij moet het op zijn wijze doen.

In de rubriek ‘Aan tafel bij’ schuiven we aan bij een willekeurig akkerbouwbedrijf. Met de eigenaren wordt besproken welke werkzaamheden, uitdagingen en toekomstplannen er op dit moment spelen op het bedrijf. Ook worden strategische bedrijfsbeslissingen toegelicht en wordt er dieper ingegaan op de diverse teelten. In deze eerste aflevering nemen we plaats bij akkerbouwer Peter Cuelenaere uit Biddinghuizen. ONZE AANDACHT WERD GETROKKEN DOOR EEN GROOT BORD VOOR DE BOERDERIJ MET DAAROP BOERDERIJMACHINES: CUELENAERE AGRICULTURAL EQUIPMENT. WAT HOUDT DAT PRECIES IN? Ik ben nu een jaar of drie actief bezig met de inkoop van inschuurlijnen van het Belgische merk Spinnekop. In het verleden ben ik begonnen met gebruikte machines, inmiddels ben ik ook zeer actief in het verhuren van inschuurlijnen, dus transportbanden, stortbakken en duo-banden. En van de zomer ben ik met zaaimachines van Irtem begonnen. DE IRTEM ZAAIMACHINE IS DE NIEUWSTE AANWINST. VERTEL DAAR EENS WAT MEER OVER. De Irtem-vertegenwoordiger kwam

ik tegen op een beurs in Hannover (Agritechnica 2015, red.) en mijn oog viel direct op de zaaimachine. Ik was aan het rondkijken: waar is markt voor? En Irtem trok meteen mijn aandacht: een eenvoudige machine. Toen ik ben gaan kijken kreeg ik ook gelijk een goed gevoel bij die fabriek. We hebben een afspraak met elkaar gemaakt om naar de fabriek in Turkije te gaan. Het gesprek met die man en de sfeer van het merk passen bij mij. Het zit gewoon goed in elkaar; het is bij mij altijd een gevoelskwestie. Ik ben er dit jaar zelf mee gaan werken en heb ook anderen ernaar laten kijken. Ook heb ik op de ATH-beurs gestaan met de Irtem-zaaimachines. Overal waren de reacties positief. Zo positief zelfs dat we ze nu aan het testen zijn met graan- en maïszaaimachines. Die laatste gaan we komend voorjaar uitproberen. Dit seizoen heb ik vooral getest met groen­ bemesters: bladrammenas, Japanse haver en heb ik ruim 28 hectare wintergerst voor vermeerdering gezaaid. Vorig jaar hebben we ook een Amazone getest. Dat was een heel goede machine, maar ik denk niet dat Irtem ervoor onder doet. Het is wel lastig dat het een Turks merk is, want dan moet je nog altijd iets meer uitleggen. In het Oostblok is het merk al heel groot en ze produceren onderdelen voor Türk Traktör, een bedrijf in Turkije dat New Holland en Case tractors produceert en verkoopt via 500 dealers. Dat zegt genoeg.

Ik ben ervan overtuigd dat deze machine voet aan de grond gaat krijgen in Nederland. De machines zijn gewoon goed en concurrerend. De mond-tot-mond reclame van toekomstige gebruikers gaat akkerbouwers zeker overtuigen. DAT KLINKT AL ALS EEN FULLTIME BEZIGHEID, MAAR DAARNAAST HEB JE OOK NOG DE NODIGE AKKERBOUWGROND IN EIGEN BEWERKING. HOE IS HET AFGELOPEN TEELTSEIZOEN VOOR JULLIE VERLOPEN? Het seizoen is heel goed verlopen, maar het heeft allemaal met planning te maken natuurlijk. Ik heb eigenlijk weinig tijd om nog echt akkerbouwer te zijn. Maar ik heb altijd gezegd: als ik meer werk krijg, ga ik dingen uitbesteden. Ik heb nu bijvoorbeeld een goede monteur gevonden. Hij is ZZP-er en waar dat nodig is, kan hij mij ondersteunen. Als ik ideeën heb over de schakelingen op transportbanden, dan denkt hij ook met mij mee. Dus die

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

WELKE UITDAGINGEN BEN JE TEGENGEKOMEN? Mijn zoon en ik zijn nogal bezig met de bodemstructuur en we willen minder gaan spuiten. Ik zeg niet dat we nu gaan overschakelen op biologisch, maar ik zeg ook niet dat het binnenkort niet gaat gebeuren. Ik ben al dertig procent minder chemie gaan gebruiken. We zijn er al een jaar of zeven mee bezig, maar mijn zoon komt ook steeds met ideeën uit die richting. We zijn natuurlijk over-gemechaniseerd hier omdat ik in die handel zit. Normaal maak je kiepers vol met uien bijvoorbeeld, maar mijn zoon Tom heeft er mede op aangedrongen dat we één werkgang rijden en dan over de weg weer naar huis om weer leeg van voren te beginnen. Dat is wel iets arbeidsintensiever natuurlijk, maar onze visie is: dan maar iets meer personeel erop. Ieder spoortje vind je terug op de percelen, nu met ploegen zagen we dat ook weer. Naast onze persoonlijke uitdagingen: structuurbehoud en minder spuiten, was er hier in de buurt afgelopen zomer veel paniek rondom phytophthora. Heel veel mensen die spoten in paniek om de twee à drie dagen. Ik heb toen met mijn vrouw Ineke en mijn zoon Tom uitvoerig gepraat. Wij spuiten met algenextracten en ondanks alle paniek heb ik toen vastgehouden aan de achtdagen-cyclus. We hebben

het gered en geen phytophthora gehad. Uiteindelijk hebben we dus wel gelijk gekregen. Dat is ook onze visie: Als we een weg inslaan, dan gaan we daar ook volledig voor. WAAR LIGGEN DE KANSEN VOOR EEN HOGER RENDEMENT DE KOMENDE JAREN? WAAROVER WORDT DE KOMENDE TIJD VEEL GESPROKEN AAN DEZE TAFEL? Daar ben ik ook wel uit: je moet voor kwaliteit gaat. Je heb ook mensen die hebben de gave om veel goed te doen, maar je moet doen wat bij je past. Volgens mij liggen de kansen vooral in het verlagen van de kosten. Er wordt veel te veel met dure machines gewerkt. Kijk maar naar de Irtemzaaimachine. Er zijn veel akkerbouwers die willen alleen maar luxe, met luchtdruk en alles. Ik praat natuurlijk ook vanuit mijn importeurschap, maar de graanzaai­ machine is een nokkenrad (de rest is wel pneumatisch overigens). Ik denk dat we in de akkerbouw veel kunnen besparen door te kiezen voor goede machines, maar niet het duurste van het duurste. Wel goed natuurlijk, want we moeten met weinig mensen veel werk verzetten. Je kan niet alles in geld uitdrukken, maar door slim te werken valt er nog een hoop te winnen. Zo zit ik ook met de machinehandel in elkaar: ik hoef niet groot te worden. Gebruik je verstand maar: ik wil gewoon tevreden klanten. HOE ZIET HET AKKERBOUW­ BEDRIJF VAN PETER CUELE­ NAERE ER OVER 10 JAAR UIT? Ik ben ervan overtuigd dat wij het met onze denkwijze gaan redden. Daarnaast hoop ik dat het akkerbouwbedrijf en boerderijmachines een aparte locatie hebben. Dan kan Tom lekker met dit bedrijf verder en staan de machines elders. Of Tom over tien jaar biologisch is? Dat durf ik niet te zeggen. Ik breng wel die chemie naar beneden, waardoor we wel toewerken naar een situatie waarin we makkelijk kunnen omschakelen. Hij zal uiteindelijk de beslissing moeten nemen. Ik laat de keuze aan de opvolger. MEER INFORMATIE OVER DE IRTEM ZAAIMACHINE? Peter Cuelenaere ‘Boerderijmachines’ Bremerbergweg 4 8256 PW Biddinghuizen Tel: 0321- 333088 E-mail: info@boerderijmachines.nl www.boerderijmachines.nl


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 19

november 2016

DOSSIER:

BODEMMANAGEMENT Veel akkerbouwers in Nederland hebben al geïnvesteerd in de waterhuishouding door een drainagesysteem aan te leggen. Door het veranderende klimaat wordt het steeds belangrijker hier goed over na te denken, niet in de minste plaats omdat de regenval steeds heftiger en extremer wordt. “Als je het drainage­ systeem niet goed hebt schoongemaakt, dan zie je dat pas als het misgaat. En dat is meestal tijdens die beruchte hoosbuien”, aldus Siegerproductspecialist Martijn Geerdink. Qua prioriteit staat het onderhoud aan het drainagesysteem nog steeds veel te laag, zo merkt Geerdink als hij namens Sieger in gesprek gaat met de telers: “Ik probeer ze bewust te maken van de risico’s. Een goed werkend drainagesysteem zorgt ervoor dat je akker altijd goed begaanbaar is. Doe je dat niet, dan loop je kans dat het land zowel tijdens het bewerken als het groeiseizoen lange tijd onder water staat. De kans op verrotting van gewassen is daardoor ook groter. Waterhuishouding is een noodzakelijke ingreep, om de gewasopbrengst per hectare op peil te houden. Nu investeren in een goed en begaanbare akker tijdens de teelt en oogstperiode van 2017 betekent automatisch een efficiencyverhoging van de gewasopbrengst. Dat lijkt misschien wat kort door de bocht, maar iedere boer die weleens te maken heeft gehad met wateroverlast op zijn percelen zal dit beamen.” VISUELE INSPECTIES NA ELK TEELTSEIZOEN Vanwege het droge najaar verdwijnt de aandacht voor onderhoud aan de waterhuishouding langzaam maar zeker weer en dat terwijl Geerdink meent dat Sieger juist in deze periode veel voor akkerbouwers kan betekenen: “In

DRAINAGEONDERHOUD:

Efficiencyverhoging van de gewasopbrengst de zomermaanden is men natuurlijk met de oogst druk en speelt vooral de ‘waan van de dag’. Wij adviseren om direct na elk teeltseizoen de drainagereiniger visueel te inspecteren. Daarbij dient vooral op de aandrijfwielen gelet te worden, want die zijn redelijk slijtgevoelig. Verder is het een vrij onderhoudsarme machine. In verband met het kapotvriezen is het wel aan te raden, om het schoonmaken te doen voordat de vorst invalt. De maanden november, december zijn in dat opzicht vaak zeer geschikt om deze werkzaamheden uit te voeren.” INTERNETVERKOOP Voor de producten van Sieger geldt ‘vandaag besteld, morgen in huis’: “Wij hebben geen direct dealernetwerk, maar verkopen via internet rechtstreeks aan de eindgebruiker.

“NU INVESTEREN IN EEN GOED BEGAANBARE AKKER” Dit heeft voor de akkerbouwer als belangrijkste voordeel dat de prijs een stuk lager ligt dan bij de dealer. Wij leveren de producten en de eindgebruiker voert de werkzaamheden uit. Sieger heeft er bewust voor gekozen om een eenvoudige te bedienen machine ‘zonder fratsen’ op de markt te brengen, want alleen dan kan de akkerbouwer zonder al te veel kennis zelf de reinigingsmachine bedienen.” Op de website krijgen klanten

onder meer uitleg over het reinigen met de juiste druk, een overzicht van mogelijkheden, oorzaken van een verstopping en de keuze van de spuitkop: “Klanten kunnen kiezen uit drie modellen: Drain-Jet S, Drain-Jet HS en Drain-Jet WR. Alle systemen hebben hun eigen specifieke kenmerken, maar zijn alle drie standaard uitgerust met een 500 meter lange spoelslang. Daarnaast hebben de Siegermachines allemaal een bijzonder krachtige waterpomp en aandrijving met hydromotoren. Hierdoor hebben alle systemen een enorme reinigingscapaciteit.” MARKTLEIDER Doelstelling van het bedrijf uit Haaksbergen is om op korte termijn marktleider te worden. Ambitieus, maar realistisch aldus Geerdink: “We zijn anderhalf jaar geleden gestart met het verkopen via internet. Hierdoor pakken we het totaal anders aan dan onze concurrenten. De markt voor onlineverkoop van drainagereinigers is zo groot, dat we zelfs sneller groeien dan we zelf hadden verwacht. We leveren in heel Europa inmiddels, maar daarmee hebben we ons plafond nog lang niet bereikt. Sieger zal blijven innoveren. Zo zijn we nu druk bezig met het ontwikkelen van een

nieuwe spuitkop voor nog efficiëntere reiniging. Parallel zijn we ook alternatieven aan het onderzoeken voor drainagereinigingssystemen van sportvelden.”

MEER INFORMATIE Sieger Machinery www.sieger-machinery.com info@sieger-machinery.com 053-3031265

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


20 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

Omschakeling gangbaar naar biologisch:

“voorbereiding bepaalt succes” Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 21

november 2016

Maatschap Klein-Swormink Stegeman is in de afgelopen jaren geleidelijk doorgegroeid naar een akkerbouwbedrijf dat klaar is om te schakelen van gangbare landbouw naar biologische teelt. Het akkerbouwbedrijf focust zich al sinds de oprichting op bodemverbetering: bewerkbaarheid en versterking bodemleven met alle bijkomende voordelen, zoals opbouw organische stof en bodemweerbaarheid. Zeven jaar geleden werd mede daarom overgestapt op Niet-Kerende Grondbewerking (NKG). Dit jaar zet de maatschap weer een belangrijke stap in de bedrijfsontwikkeling: “Wij denken dat onze grond klaar is voor de omschakeling naar biologisch”, aldus Wim Stegeman.

TEELT EN AFZETMOGELIJKHEDEN De switch naar biologisch is mede ingegeven door de toekomstverwachtingen van Stegeman: “We hebben een betrekkelijk klein bedrijf, 55 hectare. Biologisch is in dat opzicht toekomstbestendiger, omdat je bij biologische producties meer in de hand hebt welke producten je voor welke prijs gaat telen. Qua marges zit die markt iets beter in elkaar, al moet je natuurlijk wel nog steeds een goed product telen”, zo vertelt Stegeman. “Er spelen altijd twee dingen mee: de teelt zelf en de afzetmogelijkheden. Dat laatste is voor ons de drijfveer om op biologisch over te gaan. Natuurlijk zal de teelt ook heel interessant worden en een nieuwe uitdaging vormen, maar de drive is het verdienmodel.”

“WANNEER GA JE PLOEGEN?” Het traject richting een biologisch akkerbouwbedrijf begon dus al bijna tien jaar geleden. Destijds keken de bedrijven in de omgeving wel een beetje op van de keuzes die Stegeman maakte: “We zijn gestart met NKG op zware klei in een periode dat nog niemand dat hier in de omgeving deed. De eerste reactie was vaak: wanneer ga je weer ploegen, want je bent zo laat dit jaar?”, vertelt Stegeman lachend. “Als ik dan vertelde dat ik niet meer ging ploegen, moest ik dat wel even uitleggen, ja. Aan de andere kant zijn het van mij ook wel gewend geworden. Ik was bijvoorbeeld ook in de omgeving één van de eerste telers die begon met akkerranden. Daarmee wek ik wel de aandacht en interesse op van de mensen om mij heen.” Stegeman volgde vorige winter een cursus ‘Omschakelen naar biologisch’. “Tijdens die bijeenkomsten komen allerlei partijen vertellen over zaken die gerela-

teerd zijn aan het biologisch telen. Zo kregen we informatie over de bodem, onkruidbestrijding en hoe je moet omgaan met ziektes. Veel akkerbouwers gebruikten de cursus ter oriëntatie, maar voor mij was het vooral interessant om te horen waar je rekening mee moet houden bij het samenstellen van je machinepark.” MEERJARENPLAN Stegeman doorloopt het proces van gangbaar naar biologisch samen met een collega akkerbouwer en melkveehouder uit de buurt. De bedoeling is ook om gezamenlijk machines aan te schaffen. Tot nu toe is er alleen een eg gekocht, maar het is ook de bedoeling dat de rest van het machinepark in de komende tijd gezamenlijk zal worden samengesteld. Bij het bepalen van de juiste mechanisatie komt een hoop kijken. Vooral omdat Stegeman voortaan wil gaan werken met vaste rijpaden. Omdat hij meer ‘op de rand’ gaat rijden, moeten er ook lichtere trekkers komen. Al bij al flinke investeringen: “Daarom is de omschakeling ook een meerjarenplan. Dat geeft je de tijd om te investeren. Hoeveel die omschakeling kost kan ik niet vertellen: we hebben de keuze gemaakt om naar biologisch om te schakelen, dus dan moet je er binnen de economisch acceptabele grenzen ook helemaal voor gaan. We hebben er wel bewust voor gekozen om uien en bieten nog drie jaar gangbaar te telen. Die keuze moet geld opbrengen en van daaruit financieren we voor een groot deel deze overgang. Als je – net als wij – toekomst ziet in deze vorm van akkerbouw, dan moet je tijdens de overbruggingsperiode een dip accepteren. Ik zie dat als een investering voor de toekomst.” PERSONEEL GROOTSTE UITDAGING Niet de investeringen, maar het aannemen van personeel tijdens

drukke periodes leverden de meeste gespreksstof op in huize Stegeman: “Dat aspect hebben we als gezin wel even goed doorgesproken, ja. Je wordt wat minder flexibel, omdat je met veel meer met vreemde mensen moet gaan werken. Zeker tijdens de onkruidbestrijdingsperiode krijg je veel meer mensen op het bedrijf, dus dan moet je er wel met zijn allen achter staan. Ik doe tot nu toe alles alleen en kan mijn tijd zelf indelen. Straks komen er momenten waarop er geschoffeld moet worden en dan moet er in drie uur tijd van alles gebeuren. Dat heeft natuurlijk ook voor ons privéleven consequenties, maar dat vormde voor ons als gezin geen struikelblok.” Wel heeft Stegeman behoorlijk moeten puzzelen bij het samenstellen van het juiste bouwplan. “Ik ben geprobeerd scherp te krijgen welke gewassen ik wil gaan telen. Vorige winter is het bouwplan bepaald: dit jaar zijn er twee percelen aangemeld voor omschakeling. Ik ga zeker grasklaver doen, omdat ik ga samenwerken met een melkveehouder die ook naar biologisch omschakelt en ik ga samenwerken met een andere akkerbouwer uit de buurt die in de omschakeling zit. Wij willen samen een soort kringloop creëren: wij krijgen mest van de melkveehouder, hij teelt grasklaver bij ons en mogelijk kunnen wij weer gewassen bij hem telen. Mijn collega akkerbouwer heeft ook pluimvee. Hij overweegt om met zijn kippen ook naar biologisch over te stappen. We zitten regelmatig bij elkaar op de koffie om alles door te spreken. De overgangsgewassen zijn bekend en in 2018 ga ik op het eerste perceel biologisch telen. Dat is allemaal uitgedacht in de afgelopen winter: zodoende weet ik nu zeker dat mijn teeltrotatie aansluit vanuit gangbaar naar biologisch en dat je in die overbruggingsfase ook nog wat verdient. Het bepalen van de juiste gewassen en het

meest gunstige rotatiesysteem heeft mij veel tijd gekost. Ik wil de gewassen niet naast elkaar hebben staan. Een perceel rode bieten, komt dus nooit naast een perceel waar dit jaar rode bieten hebben gestaan. Het moet goed verspringen. De moeilijkste vraag die ik in dat traject moest beantwoorden was: Waar moet je beginnen?

“BEPALEN VAN MEEST GUNSTIGE OVERGANGS­ ROTATIE HEEFT MIJ VEEL TIJD GEKOST” Bepaalde gewassen, zoals uien, wil ik blijven telen. Maar ik mag uien niet gangbaar en biologisch telen op hetzelfde moment. Ik moest dus een manier vinden om uien en bieten te kunnen telen en vervolgens een goede volgorde hebben richting biologisch. Voor volgend jaar heb ik in ieder geval een vogelakker en grasklaver. Die komen in de plaats van aardappels en tarwe. Er blijven nog twee blokken tarwe over en dan nog een blok bieten en een blok uien. Ik heb nu dus vier rustgewassen van de zes. Dat komt toevallig zo uit. We hebben in het biologische bouwplan voorlopig geen aardappels opgenomen en dat blijft zo totdat er meer geschikte rassen beschikbaar komen, die phytophthora resistent zijn. Ik weet waar ik naartoe wil. Dat is leidend, want dit is onze toekomst.” NIET INTENSIEVER TELEN Stegeman vervolgt: “Tot nu toe bestond de helft van ons bouwplan uit graan. Veel akkerbouwers die omschakelen van gangbaar naar biologisch besluiten voor intensievere teelten. Dat gaan wij niet

doen: wij proberen vanuit de bodem te denken en houden dan ook de niet-kerende werkwijze in stand. Veel collega’s vragen aan mij: ga je nu wel weer ploegen? Ook dat doe ik niet, want met NKG is de bodem juist beter geworden en daar wil ik juist nu van gaan profiteren.” MARKTVERKENNING ESSENTIEEL Stegeman houdt niet van in hokjes denken, dus wil zeker niet spreken van een overgang van ‘slecht naar goed’. Sterker nog: de redenatie dat biologische boeren meer aandacht aan de grond besteden wuift hij van de hand. “Gemiddeld zal een bio-boer meer aandacht aan de grond geven, maar er zijn genoeg gangbare boeren die zuiniger op hun grond zijn dan bio-boeren. Je moet goed weten waar je aan begint. De voorbereiding bepaalt je succes. Het is belangrijk om goed na te denken over welke gewassen je gaat telen en weten wat de markt vraagt. Zo ben ik nu al bezig met de afzetmogelijkheden voor 2018. Een goede marktverkenning is essentieel, dat is juist de kracht van de biologische sector. Het bepalen van je afzetgebied is in mijn ogen cruciaal. De teelt kun je in principe voortzetten zoals je dat als gangbare akkerbouwer al deed, maar dan zonder kunstmest en (synthetische) gewasbeschermingsmiddelen. En dat vraagt natuurlijk wel een andere manier van denken en werken. Een misverstand is dat biologisch de oplossing is voor de (financiële) problemen die ze wellicht in de gangbare teelt ervaren. Als je het voor de omschakeling al moeilijk had, is het maar de vraag of dat daarna verandert. De drijfveer moet in mijn ogen dan ook niet financieel zijn, want succesvol biologisch telen gaat ook niet vanzelf.” MEER INFORMATIE? Nautilus Organic www.nautilusorganic.nl info@nautilusorganic.nl 0321-328040

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


22 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

“BEWUST GEKOZEN VOOR PARTIJ DIE ERVARING HEEFT MET BETONBOUW”

DOSSIER:

BEWARING Bert en Herman Teutelink

“Als je duurzaam wilt bouwen, moet je voor beton kiezen” Begin 2014 besloten Bert (46) en Herman (49) Teutelink uit Zeewolde om een nieuwe bewaarschuur te bouwen. Maatschap Teutelink is van oorsprong een melkveebedrijf dat later uitgebreid is met een akkerbouwtak. Bij dat akkerbouwbedrijf is een gloednieuwe betonnen bewaarschuur gerealiseerd. De oude gebouwen waren bij (totaal vier geschakelde schuren), dat jaar was asbestsanering fiscaal aantrekkelijk en eigenlijk moest de erfverharding ook worden aangepakt. De broers Teutelink besloten alles in één keer aan te pakken en schakelde Altez in om een nieuwe schuur te realiseren: “We zijn nu weer klaar voor de toekomst”, vertellen de broers trots.

KWALITEIT VOOROP Tijdens de eerste oriënterende gesprekken kwam ook een gedeeltelijke renovatie ter sprake, maar dat zagen de broers niet zitten. Bert: “Wat je bespaart met het laten staan van een gedeelte van het gebouw, dat ben je later kwijt aan ergernissen. Je houdt een spant­ ondersteuning die in de weg staat, je zit met je daklijnen die verkeerd staan. En onze oude schuur had een hele hoge nokhoogte van twaalf meter. Die hoogte was voor ons niet nodig, omdat we voor bulkbewaring gaan.” Kistenbewaring is nooit een optie geweest en dat komt vooral omdat Teutelink-broers voornamelijk veehouder zijn: “Als je zelf akkerbouwer bent, dan heb je in elk geval meer tijd om in de bewaarschuur aan de slag te gaan. We hebben deze bewaarschuur gebouwd, zodat anderen hun producten hier kunnen opslaan en dan kies je niet zo snel voor kistenbewaring. Wel hebben we de maten zo gekozen dat we zo kunnen overgaan op kistenbewaring. We hebben die keuze met oog op de toekomst gemaakt, want voor het areaal dat we hebben is deze bewaring eigenlijk te klein. Door een maat te kiezen die voor zowel bulkals kist­bewaring geschikt is, houden

we wel alle opties open.” In februari 2014 werd begonnen met slopen, de bouw startte twee maanden later. De vloer werd vlak voor de bouwvak gestort, dus in het najaar van 2014 konden de eerste producten er al in. Bert: “Omdat we toch in de eerste plaats melkveehouder zijn en (nog) geen akkerbouwer, hebben we bewust gekozen voor een partij die ervaring heeft. Altez is niet de goedkoopste, maar de strakke planning voor het realiseren van deze nieuwe bewaarschuur hebben ze wel gehaald.”

OVERSTAP OP AKKERBOUW De opslag is nog steeds goed bruikbaar als de broers zich in de toekomst volledig op de akkerbouw zouden gaan richten, maar qua opslagcapaciteit is hij dan te klein voor hun areaal. Twee cellen worden op dit moment gebruikt voor aardappelopslag door derden. De andere twee - met uien - zijn voor eigen rekening en risico. Herman: “We hebben nu 3000 ton op kunnen slaan, dat is wel een behoorlijke capaciteit. Echter als je

“OVER ELK HOEKJE EN GAATJE IS GOED NAGEDACHT” dat deelt door vijftig ton aardappelen (wat niet eens een heel hoge opbrengst is) dan hebben we hier zestig bunder in opslag. Exclusief het weidebedrijf aan de Wulpweg hebben wij 200 bunder aan grond, dus dan kom je al snel tekort. Daarnaast is het natuurlijk de

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

vraag: wat gaan we komende tijd doen? We worden ook niet jonger, dus misschien gaan we wel volledig overstappen op akkerbouw. Dan hebben we het dus niet over grond dat we in deelbouw beheren, maar dan gaan we het zelf doen. Immers per gewerkt uur verdient een akkerbouwer veel meer dan een melkveehouder, zeker gezien de lage melkprijs van dit moment. Met die ontwikkeling hebben we ook rekening gehouden met de bouw van de bewaarschuur.” LANGERE BEWAARTIJD En dan de bouw van de schuur zelf. Dat is meestal een heikel punt, maar Teutelink had vrijwel direct helder wat ze wilden. Bert: “Als je echt iets duurzaams wilt bouwen, dan kom je al snel uit op beton. We zagen het niet zitten om een schuur te bouwen van sandwichpanelen. Het kostenplaatje van beton in combinatie met een traditioneel dak (golfplaten met onderdoor isolatie) ligt wel hoger: acht tot tien procent meer dan de kosten voor een relatief eenvoudige bewaring met dezelfde afmetingen. Die meerprijs bracht ons niet aan het twijfelen,

ook al is het veel geld. Zeker niet als je die (extra) investering afzet tegen de lage rente van dit moment. Ik denk dat de kwaliteit van het product beter is dan bij traditionele bewaarschuren. Het was dus ook een kwaliteitsoverweging.” Herman vult zijn broer aan: “Beton is van nature ook kouder. Daardoor begin je al met gunstigere bewaartemperaturen. De praktijk is dat we door aan al deze details te denken langer kunnen bewaren. De aardappels die we nu in bewaring hebben kunnen hier tot medio augustus 2017 zonder kwaliteitsverlies blijven liggen.” Teutelink koos bij de bouw voor het onderdoor isoleren, waardoor er een soort kooiconstructie ontstaat. Die dichte schil zou beter zijn voor temperatuur- en lichtdoorlating. Herman: “We zaten eerst te denken aan een constructie om op elke schuur apart een dak te maken. Toen kwamen we in gesprek en bleek één dak efficiënter.” Maar dat is niet het enige voordeel van de constructie waarvoor de broers gekozen hebben. Bert: “Over elk hoekje en gaatje is goed nagedacht. Een betonnen muur kan iemand vrij snel neerzetten, maar het gaat erom: hoe hou je de schil intact? Hoe denk je over isolatie aan de onderkant? Gaat dat de grond in? En aan de bovenkant: hoe sluit je het dak aan? Allemaal belangrijke vragen die je jezelf moet stellen voordat je aan een dergelijk project begint. De kennis van Altez met name op het gebied van geïsoleerde betonpanelen met gepatenteerde wapening en kunststofhouders in verband met kou-overdracht heeft ons daarbij heel goed geholpen, want zij bouwen al jaren betonnen bewaarschuren. Kijk maar in België, daar bouwen ze allemaal met beton. De gedachten waar we eerst mee zaten: aparte cellen bouwen was ook bedacht met oog op de toekomst. Als je wilt uitbreiden zet je er gemakkelijk één of twee naast. Dat is nu iets moeilijker geworden, maar zover zijn we ook nog lang niet. Deze schuur staat er nu net twee jaar, dus voorlopig kunnen we weer even vooruit.” MEER INFORMATIE Altez N.V. www.altez.be info@altez.be 0032-51259999


DĂŠ specialist in het bouwen van bewaarloodsen

www.altez.eu +32 (0) 51259999


24 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

Bewaringstips

na een bijzonder groei- en oogstseizoen

DOSSIER:

BEWARING De oogst- en weersomstandigheden zijn tijdens de oogst­ periode behoorlijk wisselend geweest. Van niet kunnen rooien door de droogte tot uien laden in de ochtend omdat het in de middag te warm en te droog was. Hierdoor zijn diverse partijen met sterk uiteenlopende temperaturen de bewaring in gekomen. Telers die - doordat ze intern ventileren - ervoor gezorgd hebben dat de temperatuurverschillen in de partij snel verdwenen zijn, hebben een goede start gemaakt met de bewaring. In dit artikel geven we enkele tips voor het instellen van de bewaarcomputer waardoor het rendement van de bewaring wordt verhoogd. We beginnen met de instellingen voor aardappelen, om via de bewaartips voor uien te eindigen bij de wortelen.

AARDAPPEL BEWAARTIPS RUSTIG INKOELEN Zijn de aardappelen droog en is de wondhelingsfase voorbij? Ga dan verder met inkoelen. Koude nachten zijn hiervoor uitermate geschikt. Let wel op dat te snel inkoelen invloed kan hebben op het gehalte reducerende suikers en daarmee de bakkwaliteit. Voorkom dit door de maximale

afkoeling per dag te begrenzen tot 0,6 °C per dag. Regelmatig verversen met de buitenlucht houdt het CO2 gehalte op een gemiddeld laag niveau (3000 ppm). Hierdoor ontstaat er - door de vorming van reducerende suikers - geen verslechtering van de bakkwaliteit. PARTIJEN MET ROT In situaties waar toch nog rot aanwezig is, kan tijdens koude

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

nachten met behulp van een kachel uitstekend gedroogd worden. Laat de bewaarcomputer dan op de fase ‘drogen’ staan. Door iedere dag bijvoorbeeld één uur te drogen met een kachel is het alleen een kwestie van ‘bijhouden’. Ook wordt hiermee voorkomen dat lekvocht uit bijvoorbeeld phytophthora of nat-rotknollen de andere gezonde knollen aantast. Het is belangrijk dergelijke partijen niet te ver in te koelen om voldoende mogelijk­

heden te houden om met koudere buitenlucht te kunnen drogen. Let hiervoor goed op de verwachte minimumtemperaturen en stel de minimumkanaaltemperatuur 2 °C hoger in dan de laagst verwachte temperatuur. CONDENSVORMING BIJ WINTERSE OMSTANDIGHEDEN Wanneer de buitentemperaturen lager worden, kan er bij een slecht geïsoleerde bewaarplaats


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 25

november 2016

condensvorming ontstaan tijdens perioden met vorst. De relatieve luchtvochtigheid in een aardappelbewaarplaats is hoog (± 95%) en hierdoor ontstaat bij een temperatuurdaling van iets meer dan 1 °C al condensvorming. Dit treedt vaak als eerste op bij luiken of stalen spanten. Voorkom dit door te zorgen voor circulatie boven het product en verwarm de lucht een beetje bij tot de lucht weer de temperatuur van de aardappels bereikt heeft.

UIEN BEWAARTIPS DROOG BELANGRIJKER DAN KOUD De uienoogst heeft in veel gevallen bij prachtig warm weer plaatsgevonden. Het opwarmen met kachels kon in een aantal gevallen hierdoor achterwege blijven. Zodra ook de nek van de uien droog is, kan het aantal draaiuren van de ventilatoren beperkt worden en kan (bij gezonde partijen) overgeschakeld worden naar de fase bewaren. Voorkom een te lage relatieve luchtvochtigheid waardoor er kans bestaat op het ontstaan van ‘kale uien’. Als het inkoelen beperkt wordt door een erg lage relatieve luchtvochtigheid, dan is het soms noodzakelijk om met kleinere temperatuurverschillen in

te koelen dan normaal. De uiteindelijke bewaartemperatuur van de uien moet zo gekozen worden dat de uien op een constante temperatuur bewaard blijven. Een constante bewaar­ temperatuur (± 6 – 8 °C) die net boven de nachttemperaturen ligt, resulteert in een constant laag vochtgehalte van rond de 75-80%. Bij dit bewaarklimaat groeien eventueel aanwezige schimmels en bacteriën niet verder.

WORTEL BEWAARTIPS LUCHTCIRCULATIE Ook bij wortelen is voldoende luchtcirculatie belangrijk voor een goede start van het bewaarseizoen. Een zorgvuldige stapeling van de kisten met voldoende ruimte tussen de kistenstapels is hiervoor een absoluut vereiste. Begin met snel inkoelen tot ± 6 °C wanneer het product warm binnen-

komt. Vertraag daarna het inkoelen tot de uiteindelijke bewaartemperatuur. Dit geeft de wortel rust en zo kan er ook nog wondheling plaats­vinden. HOUD CO2 IN DE GATEN Afhankelijk van de producttemperatuur bij het inschuren is het ook van belang om het CO2-gehalte niet te hoog te laten oplopen: hoge producttemperaturen zorgen voor een enorme CO2 productie ten

U gaat toch ook voor het hoogste rendement?

Hoger bewaarrendement met Weer in Control

Improving your agribusiness in an intelligent way www.tolsmagrisnich.com

opzichte van product in rust bij 1 °C. Als er geen verversingsventilatoren aanwezig zijn, kan het ook een oplossing zijn om tijdens het inkoelen een deur op een kiertje te zetten. MEER INFORMATIE OVER BEWARING? Tolsma Techniek Emmeloord B.V. www.tolsmagrisnich.com/nl/ info@tolsma.nl 0527-636465

Interpom 27-29 november Kortrijk, België

Stenen- en kluitenscheiders


26 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

“Een suikerbiet liegt niet” Anjo Kuiper verhuisde acht jaar geleden, na een vrijwillige bedrijfsverplaatsing (Hunzeproject), naar zijn huidige locatie in het Drentse Buinen. Opgegroeid op een boerenbedrijf was het voor Kuiper al snel duidelijk dat hier zijn toekomst lag. Eén van de hoofdteelten van de akkerbouwer is de suikerbiet. Een gewas dat volgens Kuiper zorgt voor bedrijfszekerheid en zeker op de Drentse gronden een grote uitdaging vormt: “Als je het niet goed doet, zie je dat direct aan het gewas. Een suikerbiet liegt niet”, aldus Kuiper.

BIETEN OPNEMEN IN DE TEELTWISSELING Naast suikerbieten teelt Kuiper fabrieksaardappelen, granen en zit hij in het Cluster-Buinen voor agrarisch natuurbeheer. Ook is Kuiper nog ‘groene stroom producent’ en heeft hij gras voor paardenhouderijen. Maar het akkerbouwbedrijf is zijn voornaamste inkomstenbron en dat is mede te danken aan een succesvolle suikerbietenteelt: “Een suikerbiet is voor de grond en de teeltwisseling in het bouwplan erg belangrijk. Mijn streven is altijd om de granen voor de suikerbiet te telen. Granen hebben namelijk de beste voorvrucht voor de suikerbiet

en de suikerbiet is één van de beste voorvruchten voor de aardappelen. Het is sowieso een leuk gewas en als je een wat groter areaal hebt, dan kun je ook het machinepark goed onderhouden. Dit jaar heb ik zestien hectare suikerbieten gezaaid, waarop ik twee soorten rassen teel: Hannibal en Isabella.” Zijn raskeuze wordt verder door twee elementen bepaald: “De rassenkeuze heeft in eerste instantie te maken met de grondsoort.” RASSENKEUZE Het bietenteeltseizoen 2016 was een heel specifiek teeltjaar. Overmatige neerslag en een hoge

ziektedruk leverde menig teler slapeloze nachten op. Voor 2017 zijn er 20,7 procent extra leveringsrechten (LLB’s) uitgegeven. De uitdaging wordt dus komend seizoen nog groter en zal waarschijnlijk resulteren in een langere bietencampagne. Bij een late inzaai is het basissuikergehalte nog belangrijker. Dit element speelt in de rassenkeuze dan ook een steeds grotere rol. Kuiper let daarnaast ook nog op andere raskenmerken: “Rassenkeuze heeft in eerste instantie te maken met de grondsoort. Maar ik vind vooral bladmassa erg belangrijk. Blad heeft drie hoofddoelen:

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

fotosynthese voor de groei, onkruidonderdrukking en hoe meer blad er achter blijft, hoe beter de kalibemesting voor het volgende gewas; in dit geval aardappelen. We moeten het toch hebben van organische stof als stimulans van het bodemleven. Zodoende kwam ik uit op het ras Hannibal van Strube-zaden. Een ijzersterk ras, dat ook dit jaar weer heeft getoond een substantiële bijdrage aan het bedrijfsresultaat te leveren. Hannibal is in alle opzichten een bedrijfszeker ras.” HOOG SUIKERGEHALTE BELANGRIJKER DAN TONNEN Naast de eerdergenoemde elementen heeft Kuiper uiteraard ook te maken met de weerseffecten op de Drentse gronden: “Nattigheid en droogte zijn bepalend. Droogte kun je met beregenen – mits je al die voorzieningen hebt – nog wat aan doen, maar meestal kun je de tonnen er niet meer bij krijgen. Als

je een biet neemt met een hoog suikergehalte dan is de schade beperkter bij een slecht weer scenario (weinig tonnen, hoog suiker). Dus dat neem ik mee in mijn beslissing. Dit jaar was een teeltseizoen met veel ziektedruk en toch zien we dat een ras dat vroeg suiker geeft er heel goed uitkomt.”

“DE KUNST IS OM NIET TE VEEL IN DE GROND TE ROEREN” GEWASBESCHERMING Het afgelopen teeltseizoen, dat gekenmerkt werd door blad- en wortelziektes, laat grote verschillen zien tussen groene bieten die produceren en bieten die afsterven als gevolg van bladziekten. Er is dit seizoen door enkele bieten-


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 27

november 2016

telers zelfs vier keer gespoten. Kuiper: “Een jaar of tien geleden is de trend om bieten te spuiten ontstaan. Ik heb het eerste jaar een deel wel en een deel niet bespoten. Daaruit bleek dat er 0,7 procent suikerverschil was ontstaan, dus spuiten kan zeker uit. Vervolgens bouw je dat uit naar twee, drie en sommige collega’s hebben dit jaar al vier keer bespoten. Gezien de prijsstelling van bieten waarbij de prijs per ton naar beneden gaat, is het niet gewenst dat de vaste kosten omhooggaan. Eén bespuiting extra drukt dus behoorlijk op het nettoresultaat.” De bietenteler heeft een duidelijke visie op het optimaliseren van dat netto bedrijfsresultaat: “De kunst is om niet te veel in de grond te roeren, want dan doe je mijns inziens de gewasbeschermingsmaatregelen weer teniet. Alleen in extreme gevallen als de grond is dicht geslagen ga ik de grond in. Dat is voor vier jaar geleden voor het laatst gebeurd, maar normaal gesproken kom ik er niet meer in.” AGRARISCH NATUURBEHEER HEEFT POSITIEF EFFECT OP BIETENTEELT Van het voorjaar is de akkerbouwer een verplichting van zes jaar aangegaan voor agrarisch natuurbe-

heer. Kuiper heeft hiervoor vanuit het ANV Drenthe samen met een collega veertig hectare ingeruimd op land dat oorspronkelijk gebruikt werd voor graan. Uiteraard krijgt de teler hiervoor een vergoeding, maar het natuurbeheer heeft ook al zichtbaar resultaat opgeleverd: de patrijspopulatie is behoorlijk gestegen in Drenthe. “Los daarvan heeft het ook voordelen voor de bietenteelt”, vertelt Kuiper. “Je hebt bij bieten ook altijd te maken met muizenschade. Maar sinds ik aan agrarisch natuurbeheer doe heb ik daar minder last van, want de muizen vinden de gewassen op de natuurstrook kennelijk lekkerder en laten de bieten met rust.” LAAT INZAAIMOMENT Het motto van Kuiper bij het bieten zaaien: Vandaag spitten, morgen inzaaien. “Dat vind ik heel belangrijk. Het bietenzaadje is zo klein, de kieming is heel belangrijk. Aardappels en graan kunnen iets meer lijden, maar bij bieten komt het heel nauw. De bovengrond moet goed aangedrukt zijn en de ondergrond lekker los.” De uitdaging in dit teeltseizoen zat hem met name in het late zaaimoment. Ook daar had Kuiper dus mee te maken: “Ik heb het eerste deel 15 maart en het tweede deel pas 15 mei ingezaaid

en dat is voor je gevoel heel laat en dan wil je ze wel de grond uitkijken. Gedurende het seizoen zag je de biet zich toch goed ontwikkelen. Qua beregenen heb ik niets hoeven doen. Wel heb ik op één perceel naar aanleiding van een mestanalyse een klein beetje bij bemest, maar voor de rest heb ik er eigenlijk niets aan hoeven bijsturen. Wel ben ik tijdig met de ziektebestrijding begonnen. Hiervoor gebruik ik altijd Retengo Plus, Sphere en EC/Borgi.

Voor de rest moest moeder natuur het doen.” Het geduld van de bietentelers in Nederland werd dit jaar flink op de proef gesteld, maar uiteindelijk voerde moeder natuur haar taak goed uit. “Een suikerbiet liegt niet. Als je iets niet goed doet, zie je dat direct terug in de opbrengsten. Ondanks dat er wel individuele verschillen zichtbaar zijn, heb ik een goed gevoel bij teeltseizoen 2016.”

MEER INFORMATIE? Bart van der Weijden - Strube Nederland B.V. Escudo 6, 8305 BM Emmeloord Tel: 06 – 23975363 info@strube-zaden.nl www.strube-zaden.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


28 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#3

pen tegelijk in combinatie met een verstekrooier. De LK-Shift loofklapper zit voorop de trekker gemonteerd en de verstekrooier zit achter de trekker bevestigd. Het grote voordeel van dit systeem is dat er in één werkgang zowel (zetmeel) aardappels geklapt als gerooid worden, wat de capaciteit aanzienlijk vergroot en arbeid bespaart.

DOSSIER:

MECHANISATIE

Struik VariX Twinrotor Struik blijft volop innoveren en komt met een speciale uitbreiding van het assortiment. Nieuw in het productgamma is de Struik VariX Twinrotor. Deze machine is in samenwerking met een aantal vooruitstrevende akkerbouwers ontwikkeld en geproduceerd. Het unieke aan de Twinrotor zijn de twee rotorassen die allebei een verschillende werkdiepte hebben. De hoofdrotor bewerkt de grond diep en zorgt voor voldoende losse grond om de bedden of ruggen te vormen. De rug wordt vervolgens gevormd in de aanaardkap, waar aansluitend een Twinrotor, die over top draait, de bovenste laag van de rug nogmaals bewerkt. Zo wordt een

perfect zaaibed gecreëerd. Het resultaat is duidelijk te zien wanneer de structuur in de rug wordt bekeken, dan is goed te zien hoe de Twinrotor de grond optimaal verkruimelt om in te zaaien. Een diabolorol drukt vervolgens de rug licht aan. INSTELLINGEN De Twinrotor kan zowel mechanisch als hydraulisch aangedreven worden. De mechanische versie is met verschillende vaste toerentallen leverbaar. Met de hydraulische aandrijving kunnen de toerentallen traploos versteld worden door middel van een bedieningskast in de trekker. Het toerental is instelbaar van 500 tot 1100 tpm om op alle grondsoorten een goede verkruimeling te behalen. De maximumwerkdiepte van de VariX frees ligt op 25 centimeter. De werkdiepte van

de Twinrotor is maximaal vier á vijf centimeter. De machine is hiermee zeer geschikt om bedden en ruggen te trekken voor allerlei groenten zoals wortelen, witlof, peen, sla, spinazie, prei en andijvie. Maar is ook geschikt voor diverse knolgewassen, zoals uien, sjalotten en kool. De Struik Twinrotor heeft een solide constructie, voorzien van duurzame materialen, dit betekent in de praktijk: storingsvrij werken, optimale verkruimeling, grote volumineuze ruggen/bedden, een gering aandrijfvermogen en veel opties leverbaar. STRUIK LOOFKLAPPER IN VERSTEK LKB-SHIFT 150 De Struik loofklappers zijn gebouwd voor intensief gebruik: compact en solide. Het bedrijf heeft een loofklapper ontwikkeld die geschikt is voor het rooien en klap-

AANDRIJVING Door de sideshift op de loofklapper is de machine 1,70 meter naar rechts te verplaatsen en klapt twee ruggen van 75 centimeter naast de trekker in verstek. Dankzij de slimme schuifconstructie wordt de machine met slechts één aftakas aangedreven. Door de betrouwbare en onderhoudsvrije aandrijving in combinatie met een efficiënt toerental is het benodigde aandrijfvermogen zeer klein. Doordat de LK-Shift loofklapper is uitgevoerd met een bandafvoer wordt het loof afgevoerd naar de zijkant. Het loof komt niet in de rooimachine, waardoor de capaciteit van de rooimachine hoger is. De bandafvoer is traploos te regelen, waardoor met elke gewenste snelheid tot twaalf kilometer per uur gewerkt kan worden. Doordat de afvoerband horizontaal ligt, heeft deze een zeer grote afvoercapaciteit. Omdat de machine in het werk op zijn eigen zwenkwielen rijdt, worden zowel de vooras en de fronthef van de trekker ontlast. In transportstand hangt de klapper recht voor de trekker, zodat

er aan de wettelijke verkeersregels wordt voldaan. Dankzij de vorm van het frame in combinatie met de speciaal gevormde geharde klepels, welke de contouren van de ruggen exact volgen, genereert de loofklapper extra veel zuigkracht met een beter klepelwerk tot gevolg. De LK-Shift is standaard met extra zuigklepels uitgerust, deze zorgen samen met de optionele loofgeleiders voor een extra zuigende werking, waarmee zelfs op de grond liggend loof goed wordt geklepeld. KLEPELS Een van de belangrijkste onderdelen van een loofklapper zijn de klepels. Bij alle typen loofklappers zijn de klepels uit één stuk vervaardigd en van gehard slijtvast staal. Door de verschillen in lengte en vorm volgen de klepels de rug optimaal. De klepels zijn in een speciale spiraalvorm gemonteerd zodat de rotoras perfect in balans is zonder gebruik van gewichten. Alle klepels zijn onafhankelijk van elkaar gemonteerd en volgen de ruggen hierdoor exact. De Struik LK-Shift klapper vraagt door deze goede eigenschappen minder vermogen, loopt rustiger, stiller en klapt hierdoor beter. MEER INFORMATIE? Struik Holland B.V. Tel. 0227 603144 struik@struikholland.nl www.struikholland.nl

DOSSIER:

MECHANISATIE

‘Croissantjes’ strooien met de Sulky Econov X40+ en X50+ Sinds de introductie van de X40+/X50+ kunstmeststrooiers werkt Sulky continu aan verbetering van de nauwkeurigheid en bedieningsgemak van deze kunstmeststrooiers. Bij de nieuwe ontwikkelingen staat precisielandbouw centraal. De X40+/X50+ zijn leverbaar tot maximale werkbreedtes van respectievelijk 44 meter en 50 meter. Hierbij wordt gebruikgemaakt van het gepatenteerde Epsilonsysteem waarbij het valpunt van de kunstmest op de schotel bepalend is voor de werkbreedte. Het Epsilon-systeem heeft een capaciteit van 520 kg/min en er kan hierdoor met hoge rijsnelheid een hoge dosering gestrooid worden. ONAFHANKELIJKE SECTIES Chris van de Lindeloof, zelf ook akkerbouwer en productspecialist bij Farmstore, de importeur van de Sulky-strooiers: “Deze machines zijn uniek omdat ze strooien in twaalf onafhankelijke secties, te gebruiken in alle mogelijke combinaties. Vaak zie je op kopakkers een overbe-

mesting, omdat je snel de neiging hebt om te vroeg op te zetten en te laat dicht te zetten. Concullega’s schakelen de secties alsof het een veldspuit is: een rechte lijn. Een kunstmeststrooier rijdt nooit rechtlijnig, zeker niet bij een werkbreedte van vijftig meter. De Fransen hebben daar een mooi woord voor: ‘de croissant’. De Sulky opent van buiten naar binnen en als je verder het spuitspoor in gaat, dan komen de binnenste secties erbij. Als je uit het spoor rijdt, dan gaat hij van buiten naar binnen dicht.” VALPUNT Sectie-controle op de Sulky is gebaseerd op het valpunt van de kunstmest op de schotel. Hierdoor wordt het mogelijk om alleen de buitenste sectie te strooien. Het onafhankelijke moduleren van de dosering aan de rechter- en linkerzijde via GPS is noodzakelijk voor degene die voorop lopen met precisielandbouw. Deze optie maakt het mogelijk om de afgifte van kunstmest beter te controleren in de overgangsgebieden, de gebieden waar de afgifte verandert. Het grote voordeel is dat nu per halve werkbreedte de dosering via een taakkaart met GPS aangestuurd kan worden. Zeker voor strooiers met een grote werkbreedte is dit een groot voordeel. Van de

tweede TRIBORD aan de linkerzijde (ISOBUS). Dit biedt de gebruiker de mogelijkheid om zonder uit de tractor te komen zowel naar de rechterals linkerzijde naar de kant toe te strooien vanuit het spuitspoor.

Lindeloof: “Als je 25 meter breed strooit, dan is dat misschien niet direct een issue. Maar als je 40/50 meter gaat strooien, dan strooi je op een baan van vijftig meter dezelfde afgifte. Dan ben je leuk bezig met taakkaarten en alles, maar dan doe je eigenlijk alles weer teniet.” NIEUWE OPTIES SULKY is de eerste fabrikant die deze oplossing biedt via haar ISOBUS QUARTZ 800 scherm of het John Deere Green Star 2630 ISOBUS-scherm. Er is ook een gloednieuw afdekzeil beschikbaar en men kan kiezen uit handbediend of hydraulische bediening vanuit de

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

cabine. Het nieuwe afdekzeil heeft als voordeel dat het volledig open gaat en geen beperkingen geeft bij het vullen. De derde nieuwe optie is de centrale, hydraulisch bediende kantstrooiplaat. Deze kantstrooiplaat kan gebruikt worden bij het van de kant af strooien, zowel links als rechts. De X-serie is standaard uitgevoerd met een TRIBORD 3D kantstrooi-inrichting waarbij naar de kant toe gestrooid wordt vanuit het spuitspoor. Standaard is het TRIBORD gemonteerd aan de rechterzijde van de strooier. Optioneel kan de strooier uitgevoerd worden met een

SULKY XT-SERIE Tot slot de getrokken strooiers, de XT-serie: Deze getrokken XT-serie met een maximaal laadvermogen van 10.000, 12.000 en 15.900 kilogram is ook leverbaar in de ECONOV-uitvoering. De XT-ECONOV is een CANBUS-uitvoering waarmee zes verschillende secties in een curve aangestuurd kunnen worden. De XT ECONOV is standaard uitgevoerd met een VISION-strooicomputer. Met de VISION-computer kan standaard de strooi-afgifte van XT-strooier variabel aangestuurd worden via GPS. “De Sulky kunstmeststrooiers zijn in alle opzichten gebruiksvriendelijk en efficiënt. Dat was al zo, maar door deze nieuwe opties is dat alleen nog maar versterkt”, aldus van de Lindeloof. MEER INFORMATIE OVER DE SULKY KUNSTMESTSTROOIERS? Farmstore BV Chris van de Lindeloof Tel. 06 – 5124 5799 vdlindeloof@farmstore.nl www.farmstore.nl


WIJ HETEN U HARTELIJK WELKOM OP ONZE STAND TIJDENS INTERPOM

INNOVATIEF ECONOMISCH BETROUWBAAR PLEZIERIG

Kubota Regiodealer Noord Nederland

www.qtrac.nl

Servicepartners:

Giethoorn 0521-361352

St.Annaparochie 0518-402215

Hoogersmilde 0592-459082

Spijkerboor 0598-491775

Nagele 06-14917431

De meest nauwkeurige sectiestrooier De meest nauwkeurige sectiestrooier 12 secties, alle mogelijke combinaties 12 secties, in alleinmogelijke combinaties Aansturing van secties in “croissant” Aansturing van secties in “croissant” vorm,vorm, de enige strooiwerkelijkheid de enige strooiwerkelijkheid Modulatie van strooihoeveelheid via GPS, Modulatie van strooihoeveelheid via GPS, en rechts onafhankelijk links links en rechts onafhankelijk ISOBUS, te koppelen met andere merken ISOBUS, te koppelen met andere merken schermen schermen Werkbreedte tot maximaal 50 meter Werkbreedte tot maximaal 50 meter

www.farmstore.nl www.farmstore.nl

Otd Sky! Otd Sky!

OIERS ESTSTRO KUNSTM OIERS ESTSTRO KUNSTM

ACTIE: al vanaf €155/mnd* in secties ACTIE: StrooiStrooi nu al nu vanaf €155/mnd* in secties *Informeer de uitvoering en actievoorwaarden *Informeer naar denaar uitvoering en actievoorwaarden

Tel. 0184 Tel. 0184 69 2769 3227 32


30 Blik vooruit

#3

DOSSIER:

TEELTMANAGEMENT

“Drip-irrigatie is de toekomst van de akkerbouw” Een zeer nauwkeurige toegift van water en eventueel meststoffen maakt het gewas sterker en levert een hogere opbrengst per hectare. Door gebruik van duurzame oplossingen als zonne-­energie kan een irrigatiesysteem vrijwel “standalone” opereren. Een speciaal ontworpen pomp en besturing past zich perfect aan, aan de hoeveelheid energie die de zonnepanelen opwekken.

COLOFON De Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen is een special interest uitgave dat deel uitmaakt van het kennis- en communicatiepodium www.akkerbouwactueel.nl. Uitgever van het kennisplatform is Prosu Media Producties. Oplage: 5.750 exemplaren Doelgroep: Professionele akkerbouwers Frequentie: Vijf keer per jaar Redactie: Richard Bender, Ruben Lijzenga Bladmanagement: Jan Geert Vedelaar (06-51268755) Adverteren: Henk Stoel (06-10427726), Jay Smit (06-10212751) Fotografie: Geraldine Nikkels, industrie Vormgeving: uNiek-Design.nl Drukwerk: GBU Media

Dit systeem kan ook worden voorzien van een dieselaggregaat, maar dit heeft als nadeel dat deze duurder in aanschaf is en er ook nog eens brandstofkosten aan vast zitten. Hiernaast kan het vergeten van bijtanken de dagelijkse continuïteit negatief beïnvloeden, een probleem wat een systeem op zonne-energie niet kent. Naast het gebruik van duurzame energie wordt er ook duurzaam gebruikgemaakt van water. Zo is drip-irrigatie op zichzelf al zeer efficiënt omdat het water direct op de grond, dicht bij de wortels, wordt toegediend, hierdoor kan er weinig water verdampen in tegenstelling tot traditionele sproeikanonnen. Tevens kan er overtollig water in natte perioden worden opgevangen, geselecteerd op bruikbaarheid aan de hand van EC- en pH-waar-

den en opgeslagen worden. Door dit water in droge perioden te gebruiken heeft u de hele teelt lang een sterk en gezond gewas. Opslaan kan op een aantal manieren; zo kan het worden opgeslagen in een silo of bassin, maar het kan ook worden opgeslagen in een bron. Door het water in een bron op te slaan kan de grond die anders gebruikt moest worden voor een silo of bassin nu alsnog gebruikt worden om op te telen. In gebieden waar het grondwater te zilt is om te telen kan er een zoetwaterlens gecreëerd worden om deze gebieden alsnog geschikt te maken voor akkerbouw. Door het opgeslagen water uit de natte perioden te gebruiken om van onderuit de drainage buizen vol te laten lopen met zoetwater kan worden voorkomen dat in droge perioden het zoute water naar de wortels van de planten trekt. TEELTROTATIE Omdat akkerbouwteelten vaak roulerende teelten zijn, zijn de pompunits hierop aangepast. Zo zijn er verschillende soorten en maten die aansluiten bij de teelt en energievoorziening. De pompunits worden ofwel geplaatst in een con-

AkkerbouwActueel is een uitgave van

Prosu Media Producties Postbus 283, 8250 AG Dronten T 0320 286939 | F 0320 286985

www.prosumediaproducties.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016

tainer of in een container gebouwd om het systeem te beschermen tegen weer en wind en te dienen als opslagruimte. De containers zijn na de teelt eenvoudig te verplaatsen met een heftruck, voorlader, of verreiker naar het veld waarop de teelt het volgende jaar zal plaatsvinden. In de grotere container (2,2 x 2,2 x 2,2m) kan de pompunit aan de binnenwanden van de container worden gebouwd met het bedieningspaneel aan de wand voor eenvoudige bediening of kan er een standaardmodel unit in het midden van de container worden geplaatst. In de kleinere container (1,4 x 1,4 x 1,4m) zit de computer op de unit gemonteerd. Beide modellen zijn ook voorzien van een computer die

vanaf afstand te bedienen is via het 4G netwerk. Dit maakt bediening nog eenvoudiger en bespaart u de moeite om het veld in te gaan om kleine aanpassingen te doen. DRIP-LINES De drip-lines kunnen op verschillende manieren in het veld worden gelegd. Deze manieren verschillen per teelt. Zo kunnen de slangen in de rug, tussen de rug of op de rug worden geplaatst. De slangen die worden gelegd verschillen ook nog van levensduur. Zo zijn er slangen die tot wel tien seizoenen gebruikt kunnen worden en erg robuust zijn, slangen die drie tot vijf seizoenen gebruikt kunnen worden en slangen die slechts één seizoen kunnen worden gebruikt. De keuze drip-lines hangt af van meerdere factoren en zal dus per situatie verschillen. Voor het af- en oprollen van druppelslangen heeft Broere Beregening speciale machines die dit proces zo snel mogelijk kunnen voltooien. Zo kan er tot wel 10ha aan drip-line per dag worden afgerold en 5ha per dag worden opgerold.” MEER INFORMATIE OVER DRIP-IRRIGATIE? Arie-Jan Broere - Broere Beregening B.V. Bloemendaalseweg 4a 2741 LE Waddinxveen Tel. 0182 – 394 496 www.broereberegening.nl


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 31

november 2016

DOSSIER:

MECHANISATIE

Grimme Rootster

‘nieuwe rage tijdens bietenoogst’ “DE ROOTSTER GEEFT MIJ DE MOGELIJKHEID OM DE MOOISTE OOGST­DAGEN OP TE ZOEKEN” Op het akkerbouwbedrijf van Jos Steggink in het Overijsselse Kloosterhaar werken ze al vier jaar met de Grimme Rootster. Steggink was de eerste akkerbouwer in Nederland die de machine aankocht: “Wij hadden een zelfrijder en daar waren de slijtdelen aan vervanging toe. Omdat ik op onze losse veengronden liever werk met wielen in plaats van scharen kwam ik al snel bij de Grimme machine uit.” Steggink heeft gekozen voor een ontbladeraar met poetseras op de Rootster. “Zo kan ik mooier kopwerk leveren. Hierdoor heb ik jaarlijks twee tot drie ton minder bietverlies dan met andere ontbladersystemen.” Al deze kenmerken vormden voor ons de belangrijkste redenen om voor de Rootster 604 te kiezen.”

“VAN ZESTIG NAAR NEGENTIG TON” Voordat Steggink Akkerbouw B.V. de overstap maakte hadden ze een zes-rijer met negentons bunker: “We zijn er qua capaciteit duidelijk op vooruitgegaan. De vorige machine was ook al uit de jaren ’90 en hard aan vervanging toe. Vanaf

2010 tot aan nu is onze bietenopbrengst jaarlijkse doorgestegen van zestig naar negentig ton. De nieuwe Grimme zes-rijer heeft daar zeker in belangrijk aandeel in.” PIONIERSRISICO Ondanks het feit dat Steggink de eerste Nederlandse gebruiker was van de Rootster hebben ze in Kloosterhaar geen moment getwijfeld over de aanschaf van rooier: “We hebben al ruimschoots ervaring met Grimme. Toen we hem zagen draaien op een proefboerderij beviel de Rootster mij direct. In Frankrijk en het Oostblok had de machine ook al volop gedraaid, dus het zogeheten pioniersrisico was te verwaarlozen.”

“HIJ ROOIT SUPER SCHOON” Landbouwbedrijf Buijs in Emmer-Compascuum was ook één van de eerste Rootstergebruikers in Nederland. Volgens Patrick Buijs is bewust gekozen voor een zes-rijer, omdat daarmee de capaciteit vergroot kon worden. Bij Buijs gebruiken ze de rooier voor het oogsten voor cichorei en suikerbieten. Buijs: “Hier op de veenkoloniale gronden rijdt hij super. Elk jaar zitten wij lager in de tarra dan gemiddeld. Het is een vrij korte machine, daar-

MEER INFORMATIE OVER DE ROOTSTER? Piet de Jong - Grimme Nederland, www.grimme.com Tel. 06 – 3465 8636, E-mail: p.dejong@grimme.de

door zou je kunnen denken dat hij niet zo goed zeeft. Maar hij zeeft misschien wel beter dan elke andere rooimachine. Hij rijdt super schoon. We hebben er extra brede banden opgezet en er loopt maar een klein trekkertje voor. De rooiwielen trekken het product mooi schoon de grond uit.” Een ander belangrijk voordeel is volgens Buijs het gewicht van de machine: “Het is een lichte machine en dat hebben wij hier nodig omdat we vrij natte gronden hebben. De rooimachine moet erboven

blijven, ook als het nat is. Hierdoor kunnen we het werk zelf doen. We kunnen op plaatsen rooien waar anderen niet meer kunnen komen.” In de afgelopen seizoenen merkte ze bij Buijs dat de rooier ook slijtvast is en zorgt voor een stukje bedrijfszekerheid: “Er gaat niet snel iets kapot en dat is wel prettig, vooral als je even lekker door wilt. Hij loopt perfect hier in Drenthe. Het is een zeer gebruiksvriendelijke machine die financieel rendabel is voor ons bedrijf.”

Steggink is dan ook vanaf dag één blij met zijn keuze voor de Grimme Rootster 604: “Hij rooit mooi. Zeker over grotere percelen is het heel gemakkelijk rooien. Als het mooi loopt, dan kun je een bunder per uur binnenhalen. We rijden over de spuitpaden en onder normale omstandigheden pak ik zo’n tien hectare per dag.” Steggink begon dit seizoen iets later met bietenrooien vanwege de wateroverlast, eerder dit jaar. Begin oktober heeft hij zestienhonderd ton afgeleverd en de tweede partij is net de deur uit. Er zullen nog twee leveringen volgen alvorens zijn complete areaal van tachtig hectare geoogst is: “Doordat we meer hectare op een dag kunnen verwerken, heb ik de mogelijkheid om de mooie dagen op te zoeken. De machine geeft ons bovendien een stuk bedrijfszekerheid, omdat het risico dat er iets stuk gaat klein is. Ook bespaar ik flink op het brandstofverbruik: met de Rootster verbruik ik rond de 25 liter diesel, terwijl ik eerder gemakkelijk veertig liter verbruikte.”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 3 | 2016


WWW.RTH.NL

Ga uw eigen weg en kies EMC. Het alternatief voor weegtechniek!

NIEU W!

EMC dosering, duidelijke voordelen EMC regelt in tegenstelling tot strooiers met weegcellen de linkerzijde apart van de rechter

OptiPoint, nauwkeurig en comfortabel OptiPoint berekent voor elke kunstmestsoort en werkbreedte de bijbehorende schakelpunten voor het openen en sluiten van doseerschuiven op de kopakker

VariSpread dynamic, automatische aanpassing VariSpread dynamic past de werkbreedte en strooihoeveelheid volledig automatisch en traploos aan

EMC dosering

Reesink Technische Handel B.V. Woudhuizermark 79, NL-7325 AC Apeldoorn T +31 (0)575 59 94 69

OptiPoint

VariSpread dynamic

Bel of mail voor een passend advies met ĂŠĂŠn van onze specialisten, zij staan u graag te woord.

E info@rth.reesink.nl W rth.nl

kemp_7913_Adv_RTH_Rauch_265x397_Nieuwe_Oogst_03.indd 1

3-2-2016 14:08:33

Akkerbouwkrant november 2016  

n deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake: Bewaring, Bedrijfsportret, Bodemmanagement, Mechanisatie en Teeltmanagement.

Akkerbouwkrant november 2016  

n deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake: Bewaring, Bedrijfsportret, Bodemmanagement, Mechanisatie en Teeltmanagement.

Advertisement