Page 1

Innovatie & Ondernemen AkkerbouwActueel.nl

Deze krant is een speciale uitgave van Prosu Media Producties voor akkerbouwers in Nederland.

# 1 - maart 2016

Uit de startblokken

IN DEZE EDITIE O.A.

STUDIEGROEP

CONTROLLED TRAFFIC FARMING:

“Ongestoord groeien, betere sortering en hogere opbrengsten” DOSSIER:

CONTINUÏTEIT De gedachten om vanaf het rijpad te boeren komt voort uit de drang om de kwaliteit van de teelt te verbeteren: “Kwaliteit en opbrengst zorgen voor betere bedrijfsresultaten. Als akkerbouwer wil je continuiteit realiseren. Elk jaar een stabiel inkomen. Om dit te bereiken moeten de planten ongestoord groeien, is een betere sortering nodig en goede opbrengsten. Het rendement van maximaliseren van de opbrengst is laag. Grond en basisbemesting moeten sowieso goed zijn. Constante meerwaarde bereik je alleen door efficiënter te werken, maar vooral door te kijken naar wat de plant nodig heeft. In de biologisch landbouw moeten we veel vaker door

het gewas heen; denk aan eggen en schoffelen. Controlled Traffic Farming zorgt ervoor dat de groei van het gewas niet verstoord wordt.” “LANDBOUW IS GEEN SCHEIKUNDE, MAAR BIOLOGIE” Bakker benadert de landbouw anders: “Ons beroep wordt door veel mensen gezien als scheikunde, in mijn optiek is landbouw vooral biologie.” Een totaal andere denkwijze waarvan Controlled Traffic Farming een onderdeel is. “Het rijspoor waarvoor wij gekozen hebben is 3 meter 20. Dit is voor ons de best werkbare afstand. Ten eerste moest de trekker, daarvoor natuurlijk verbreed worden. De mechanisatie was al afgestemd op 3 meter, zoals

TEELTTECHNIEK RUGOPBOUW WITLOF, PAG. 4

BEMESTING FOSFAATGRANULAAT, PAG. 6 ACTUELE AKKERVRAAG, PAG. 8 MESTBEHANDELING, PAG. 12 POOTGOEDTEELT, PAG. 18

DUURZAAM ONDERNEMEN

BODEMMANAGEMENT Jan Willem Bakker heeft een biologisch landbouwbedrijf in het Friese Munnekezijl. Vanwege het biologisch karakter werkt hij al jaren met Niet-kerende grondbewerking. Sinds een paar jaar is daar Controlled Traffic Farming bijgekomen. “Kort gezegd houdt dat in dat we elk jaar vanaf hetzelfde rijspoor werken”, aldus Jan Willem Bakker.

VELDLEEUWERIK, PAG. 2 LANDELIJKE POOTAARDAPPELDAG, PAG. 21

op de meeste Nederlandse akkerbouwbedrijven, daar hoefde weinig aan aangepast te worden. Een mechanisatiebedrijf hier uit de buurt heeft mij daarmee prima geholpen.” INVESTERINGEN Eenmaal de mechanisatie op de juiste afstand kwam Bakker voor een volgende uitdaging te staan: “We hadden allereerst te maken met het wegtransport. We hebben twee locaties en de machine moet nou eenmaal weleens van A naar B. Het pad naar de boerderij moest wel breder, dus ook dat was een extra investering.” Omdat ze bij Bakker meerdere werkgangen combineren

“HET BRANDSTOF­ VERBRUIK IS 30% MINDER” tot één werkgang moest er ook een nieuwe trekker komen. Dit is echter geen investering die per definitie gedaan moet worden. De kosten hoeven dus niet heel erg hoog op te lopen: “Sterker nog het brandstofverbruik is 30 procent minder geworden doordat Controlled Traffic Farming ervoor zorgt dat we de percelen niet meer hoeven los te trekken of te frezen. Al die investeringen doen natuurlijk de vraag opkomen of het overstappen naar een dergelijk systeem voor de gemiddelde akkerbouwer wel rendabel is. Bakker is daarover heel duidelijk: “Elke investering in de bodem verdient zichzelf terug. Ik was eerst ook sceptisch vanwege de

kosten, maar achteraf vallen die best mee. Zeker als je bedenkt dat je een betere sortering krijgt en stabielere opbrengsten. Dan besef je dat het al snel rendabel is, zelfs voor kleinere akkerbouwers heeft dit systeem zin. Het zorgt voor een stuk bedrijfszekerheid. Vooraf is het moeilijk uit te rekenen hoeveel het oplevert, maar achteraf zegt iedereen: had ik dit maar eerder gedaan.”

DUURZAME GEWASBESCHERMING, PAG. 10 AGRAFIEK AWARD, PAG. 14

NOODZAAK Schaalvergroting en het naar Nederland halen van meststoffen heeft lange tijd de noodzaak om naar dergelijke oplossingen te kijken verbloemd, zo stelt Bakker. “Als je ruim 60 jaar lang alle zestig spoorelementen die een plant nodig heeft vergeet aan te vullen (lees: kunstmestgebruik), dan is het natuurlijk niet gek als dat een keer op raakt. Planten kunnen geen sporenelementen meer opnemen, hetgeen ook geldt voor het microen macro-bodemleven. Het leven rondom de plant is uitgeleefd. We telen - naast pootgoed - hoofdzakelijk bloemkool en knolselderij. Bij het telen van bloemkool moet het 100 procent goed zijn. De basisvoorwaarden vooraf moeten perfect zijn. Het bereiken van die ideale voorwaarden lukt ons goed, met vaste mest als enige bemesting. Alleen als het bodemleven in balans is, kan ik kwaliteit en opbrengst garanderen. Gemiddeld zorgt het werken vanaf permanente of seizoenrijpaden voor zeven procent meeropbrengst. Daarmee wordt een groot deel van onze inspanningen beloond.”

RTK GPS-SYSTEEM, PAG. 23

Bakker beseft dat overstappen naar een totaal ander systeem niet

MECHANISATIE SRI TARGET INJECTOR, PAG. 13 MIEDEMA CONVEYOR, PAG. 16

PRECISIE LANDBOUW

Een bodemmonster vanaf de winterakker bij BakkerBio laat zien hoe vruchtbaar de grond is zomaar over één nacht ijs gaat: “Als je al een paar jaar niet veel verdient, dan is overstappen lastig. Dat begrijp ik heel goed. De overstap naar Niet-kerende grondbewerking was voor ons vele malen groter dan naar Controlled Traffic Farming, maar beide beslissingen hebben ons bedrijfszekerheid, continuïteit en een betere kwaliteit opgeleverd.” MEER INFORMATIE? Bakker Bio VOF T 0594 688 677 www.bakkerbio.nl @BakkerBio

Jan Willem Bakker wijst aan waar de trekker is verbreed

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 1

01-03-16 16:32


2 Innovatie & Ondernemen

VOORWOORD Begin van een nieuw tijdperk De akkerbouwsector is de afgelopen jaren behoorlijk veranderd en het einde hiervan is nog lang niet in zicht. Precisielandbouw, GPS, Big-data, drones, weeg- en meetinstallaties en strengere normeringen hebben grote impact op de dagelijkse gang van zaken op de akkers. Innovaties zijn in tijden van verandering onontbeerlijk. Akkerbouwers worden steeds meer ondernemer, manager van een landbouwbedrijf. Innovatie & Ondernemen schetst een beeld van actuele ontwikkelingen in uw sector. Waar zijn uw collega’s mee bezig en wie durft zijn nek uit te steken? Welke initiatieven zouden ook voor uw bedrijf rendabel kunnen zijn en welke hulpmiddelen zijn er beschikbaar om dit alles praktisch uit te voeren? Tijd en geld, gecombineerd met kennis en vakmanschap. Er zijn diverse initiatieven waar kennis met elkaar gedeeld wordt, zowel on- als offline. Tegelijkertijd zijn er ook een flink aantal akkerbouwers die in alle stilte en bescheidenheid bezig zijn met het verhogen van het rendement, bodem- en gewasgezondheid, verantwoord ondernemen, efficiënt werken, toekomstgericht denken en het optimaliseren van de opbrengst per hectare. Al deze mensen dragen bij aan een vruchtbare toekomst van de akkerbouwsector in Nederland.

#1

STICHTING VELDLEEUWERIK:

DOSSIER:

STUDIEGROEP De akkerbouwers die zijn aangesloten bij Stichting Veldleeuwerik hebben allemaal dezelfde doelen voor ogen: kennis delen over een duurzame bedrijfsvoering, met vakgenoten actuele vraagstukken bespreken en lastbut-not-least de gezelligheid. De kern van de Veldleeuwerik systematiek bestaat uit vaste regiogroepen, bestaande uit 10 tot 12 ondernemers die hun kennis en ervaringen op regelmatige basis met elkaar delen. Afgelopen maand verzamelden twee van deze groepen zich aan de Kubbeweg in Biddinghuizen voor een bijeenkomst over erfemissie. WATERSCHAP Het goed gevulde zaaltje naast de opslagschuur bij Veldleeuwerik-teler Sam de Visser kreeg een tweetal presentaties voorgeschoteld. Bert van den Bosch opende namens Waterschap Zuiderzeeland de themamiddag. Als handhaver van het waterschap komt Van den Bosch bij veel akkerbouwers op het erf. Hij controleert daar de situaties op en rond het erf op emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater. Het waterschap controleert vooral in de grotere watergangen of er concentraties van norm-overschrijdende stoffen

Vakkennis delen in een ontspannen sfeer worden gevonden. Er zijn bij de meest recente controles in Flevoland geen (overmatige) overschrijdingen geconstateerd die specifiek door de akkerbouw veroorzaakt zijn. Landelijk gezien worden de toegestane normen opgesteld door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en vastgesteld op basis van de effecten op de waterkwaliteit. Van den Bosch controleert bij zijn rondgang op een aantal vaste hoofdpunten: (inwendig) reinigingswater van veldspuiten, inweekwater bij bloembollentelers en kistenwassers. “Ik heb in 2015 zeven bedrijven bezocht en het reinigingswater bemonsterd en met name bij het reinigingswater van de veldspuit werden extreem hoge waardes gemeten van genormeerde stoffen.

Soms zelfs van stoffen die allang uit de handel zijn. Ook in het reinigingswater van de kistenwassers troffen we hoge concentraties aan, maar daar ben ik niet zo van geschrokken als de getallen bij de spuit.” DUURZAAMHEID Sam de Visser herkent het verhaal van de handhaver. Een paar jaar geleden werd hij door Van den Bosch al eens op de vingers getikt: “De spoelplaats voor mijn veldspuit zat direct naast de sloot waardoor het reinigingswater niet op het perceel terecht kwam, maar in het oppervlaktewater. Inmiddels heb ik dit aangepast en reinig ik mijn spuit achter de schuur en verdwijnt het water in een septic tank.” Het bezoek van het waterschap heeft

hem destijds wel wakker geschud: “Ik ben nu een kleine vier jaar lid van Stichting Veldleeuwerik omdat ik duurzaamheid heel belangrijk vind. Het is een soort studieclub waarbij je ontzettend veel van elkaar leert. Elke bijeenkomst heeft een ander thema, waarbij milieuvriendelijkheid vaak aan de orde komt. Toch had ik mijn spoelplaats op de verkeerde locatie, pas nadat het waterschap mij daarop had gewezen heb ik actie ondernomen.” Het thema erfemissie spreekt De Visser dan ook heel erg aan: “Ook vandaag heb ik weer veel bijgeleerd. Veel dingen weet je natuurlijk al, maar Van den Bosch heeft ons duidelijk uitgelegd wat er wettelijk nou wel en niet mag. Dat was erg leerzaam. Bovendien heb ik, door met een aantal collega’s door

Innovatie & Ondernemen geeft deze voorlopers in de markt niet alleen een platform en een gezicht, maar is er vooral op gericht om ook andere akkerbouwers een handvat te bieden waarmee ze verder komen in hun bedrijfs­voering. Inspireren en motiveren is ons doel. Beslissingen op managementniveau ondersteunen door voorbeelden en praktijkervaringen te beschrijven en te tonen. Er zijn altijd meerdere wegen die naar Rome leiden. Niemand heeft de wijsheid in pacht, maar wellicht dat het u op ideeën brengt, sturing kan geven aan uw toekomstvisie of werkwijze. In alle gevallen hopen wij dat Innovatie & Ondernemen inzicht geeft in de huidige ontwikkelingen in de branche waar wij allemaal zo ontzettend trots op zijn.

INNOVATIE & ONDERNEMEN: BOUW AAN AKKERBOUW! Met agrarische tekstgroeten, Richard Bender – Eindredacteur Bert van den Bosch (Waterschap Zuiderzeeland) legt aan de hand van de praktijksituatie uit waar de knelpunten liggen

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 2

01-03-16 16:32


Innovatie & Ondernemen 3

maart 2016

Bert van den Bosch geeft uitleg over de erfemissie metingen in Flevoland

“IK DENK CON­ STANT NA OVER MANIEREN OM DE BODEM­ STRUCTUUR TE VERBETEREN” te praten over dit onderwerp, ook weer een aantal dingen opgestoken.” Het waterschap en De Visser zijn het na afloop over één ding direct roerend eens: “Erfemissie is een groter probleem dan drift. Het is hard nodig om als sector dit probleem aan te pakken.” De Visser bewerkt in totaal 200 hectare, grotendeels grenzend aan zijn erf. Een kwart van zijn percelen is bestemd voor aardappelen. De overige percelen worden gevuld met uien, bieten en snackpeen. Een zesde deel van het bouwplan wordt ingezaaid met tarwe, speciaal voor de vruchtwisseling. “Dankzij dit soort middagen ga je een stuk bewuster werken. Ook aan het bouwplan en de afzonderlijke teelten. Sinds ik bij Stichting Veldleeuwerik ben aangesloten ga ik veel bewuster met de bodem om. Ik denk constant na over manieren om de structuur te verbeteren en strooi compost gecombineerd met vaste mest. Ook ben ik sinds enkele jaren heel bewust begonnen met minder diep ploegen.” BEWUSTWORDING Het woord is gevallen: bewust. In alles komt dit terug. De verhalen van het waterschap en de antwoorden van De Visser. “Bewustwording is de sleutel voor elke verandering”, vertelt De Visser. “Het is heel belangrijk dat je op de hoogte bent van de wet- en regelgeving. Wat mag wel

en wat mag niet. Ook de PR richting de consument wordt dan beter, want die communicatie moet echt verbeteren. Dit is volgens mij nog onvoldoende prioriteit binnen de akkerbouwsector”, pleit De Visser. “Ik heb kennissen in het westen van Nederland en die weten totaal niet wat hier allemaal gebeurt, maar als er in het nieuws komt dat de akkerbouw regels heeft overtreden of Europese normen overschrijdt dan hebben ze wel een mening. Puur omdat ze niet weten wat zich op het land afspeelt.” KENNIS DELEN Alle ondernemers hebben veel vakkennis door jarenlange ervaringen, diverse proeven en investeringen en maatregelen die ze gedaan hebben. Akkerbouwers hebben soms moeite om kennis en ervaringen met elkaar te delen. De Visser herkent zichzelf daar niet in: “Samenwerken is een prima manier om verder te komen. Onlangs zijn we met Veldleeuwerik op bezoek geweest bij een regiogroep van ons in Drenthe. Daar hebben ze natuurlijk hele andere gronden dan hier in Flevoland. Dat betekent ook dat ze te maken hebben met heel andere problemen en uitdagingen. Door te praten en onze ervaringen te delen, kwamen we erachter dat er bij het oplossen van zaken als bodemverdichting, bemesting, gewasbescherming en de effecten van extreme weersomstandigheden ook veel overeenkomsten zijn. Dat was heel mooi om te zien. Overigens is mijn ervaring dat in Veldleeuwerik akkerbouwers helemaal niet bang zijn om kennis te delen. Boeren leren vooral van boeren, elke ondernemer komt kennis halen en kennis brengen in zijn of haar regiogroep. Daarnaast heeft elke groep een budget om externe expertise in te huren. Er is best veel onderling overleg in de sector en dat vind ik een zeer goede zaak. Bovendien zijn

Leden regiogroepen Stichting Veldleeuwerik bijeen in Biddinghuizen deze gezamenlijke regiobijeenkomsten nog heel gezellig ook.” De steeds extremere weersomstandigheden in Nederland behoort dus tot één van gemene delers voor de Nederlandse akkerbouwer. Hoewel de proporties en het moment waarop de akkerbouwer getroffen wordt, enorm variëren: “Ik kan erover meepraten. Drie jaar geleden zorgde een hagelbui ervoor dat mijn hele uienoogst in één klap werd verwoest. Dat was een hele dure bui, want dat heeft mij toch al snel 100.000 euro gekost. Als er op dat moment iemand van het waterschap was langsgekomen dan had ik ook niet opengestaan om te investeren in een nieuwe spoelplaats. Ik snap dan ook heel goed dat een handhaver van het waterschap nog vaak bij akkerbouwbedrijven komt die de erfemissie nog niet onder controle hebben. Het is vaak een kwestie van een gebrek aan tijd en geld.” Het stopt dus niet bij bewustwording. Vele (externe) factoren spelen een rol bij het duurzaam ondernemerschap. Volgens De Visser zijn er voor veel van die factoren vaak wel

creatieve oplossingen voor handen: “We leven toch vaak in de waan van de dag. Momenteel wacht ik af tot het droog genoeg is om met de kunstmeststrooier het land op te gaan. Afgelopen weken heb ik voor-

“EEN HAGELBUI VERWOESTTE IN EEN KLAP MIJN HELE UIENOOGST” namelijk gekeken naar de cijfertjes van afgelopen jaar. Op dat soort momenten moet je eigenlijk ook eens een erfemissiescan doen, maar meestal komt dat er niet van.” EMISSIESCAN Hans Ardon van Heijboer sluit als tweede spreker de bijeenkomst van Stichting Veldleeuwerik af. Samen met alle aanwezige akkerbouwers vult hij online een erfemissiescan in. Deze bestaat uit een vragenlijst over inwendig reinigen (van de

Sam de Visser (rechts) veldspuit), de erfsituatie, het vullen van de veldspuit, het schoonmaken van de machines en de stalling. Omdat De Visser zijn spoelplaats heeft veranderd geeft het systeem geen waarschuwing bij de vraag of er restvloeistof van het erf van De Visser kan afspoelen. Het waterschap benadrukt tijdens het invullen van de scan dat: de restvloeistof gelijkmatig verspreid en verdund over het perceel waar de middelen zijn toegepast moet worden verdeeld. En dus niet (zoals nog regelmatig gebeurt) op de kopakker. “Dat is nou zo mooi aan Veld­ leeuwerik. Er wordt niet alleen gepraat over de problematiek, maar we kijken ook direct naar de mogelijkheden om de oorzaken inzichtelijk te maken en manieren om dingen te verbeteren. Het invullen van een emissiescan is een goede eerste stap naar het terugdringen van erfemissie”, aldus De Visser. MEER INFORMATIE? Stichting Veldleeuwerik T 06-51423828 www.veldleeuwerik.nl @stVeldleeuwerik

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 3

01-03-16 16:32


4 Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

TEELTTECHNIEK

WITLOFTEELT:

Bredere ruggen zorgt voor meer rendement Bij De Vries Witlof B.V. in Espel hebben ze een nieuwe techniek ontwikkeld om meer rendement te verkrijgen uit de teelt van witlofpennen. Een teelt waar de marges continu onder druk staan, is volgens mede-initiatiefnemer Lucas Bramer toe aan opbrengst verhogende innovaties: “De methode zorgt voor een gemiddelde rendementsverhoging van vijf procent per groeiseizoen.”

grond grof weg. Dit ondiep bewerken zorgt ervoor dat de minder bruikbare onderlaag niet naar boven wordt gehaald. De grovere grondstructuur op de rug zorgt er ook voor dat er minder grond meegaat tijdens het rooien. Gevolg: minder grondtransport, lagere ziektedruk en dankzij de grovere structuur wil de grond makkelijker zeven.”

TWEE WERKDIEPTES Structuurschade, lagere draagkracht en een arbeidsintensief (voor)bewerkingsproces. Deze zaken waren een doorn in het oog van Lucas Bramer. Samen met machinebouwer Struik ontwikkelde hij een uitklapbare 6 meter freesmachine. Het bijzondere hieraan is dat de twee freesassen een afzonderlijke be-

BREDERE RUGGEN Naast de dubbele freesassen vormen de bredere ruggen een belangrijk onderdeel van deze methode. “De twee rijtjes op de rug hebben een gezamenlijke afstand van 37,5cm. Daartussen is genoeg ruimte om mechanisch te schoffelen en er is tijdens het rooien genoeg ruimte om de rooibek en klapper soepel over het perceel te laten lopen. Dit is niet alleen bevorderlijk voor de vochthuishouding, maar het geeft de plant voldoende ruimte om door te groeien. Al deze facetten zorgen ervoor dat de teler een kwaliteits- en opbrengstverbetering kan realiseren.

“BINNEN VIJF JAAR INVESTERING TERUGVERDIEND” werkingsdiepte hebben. “Voorheen moest de grond twee keer bewerkt worden. Kopeggen van het geploegde land en ruggen trekken. Het fijn maken van de grond haalt ook de

draagkracht eruit, de tweede werkgang zorgde voor bodemverdichting in de onderlaag vanwege de zware trekker die de ruggen trekt. Hierdoor kan structuurschade in de rijsporen ontstaan. Die schade kan oplopen tot 30 procent opbrengstderving in de beschadigde rijen.” Bramer zocht drie jaar lang naar een oplossing voor dit verlies in opbrengst: “Deze freesmachine voorkomt opbrengstderving omdat hij twee werkdieptes in één werkgang doet: de bovenkant moet een fijne structuur hebben, maar middenin mogen best wat kluiten zitten. In de rugvormer zit een extra haak die vanuit een ‘slakkenhuisje’ voor de tweede werkdiepte zorgt. Het gaat om een werkdiepte van 4 cm. De hoofdas bewerkt de grond op circa 12cm diepte voor en legt de

AANPASSINGEN Vorig jaar hebben we extra steunwielen moeten monteren, maar dit jaar keren de markeurs weer terug op de machine. Ook zaten er stuurschijven links en rechts van de

Lucas Bramer

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 4

01-03-16 16:32


Innovatie & Ondernemen 5

maart 2016

De pendelwielen hebben een afstand van 20cm. Hierdoor worden de oneffenheden van het ploegerwerk dwars op de werkrichting netjes opgevangen en blijft de (op zichzelf lopende) machine mooi stabiel.

De hoofdas bewerkt de grond op circa 12cm diepte en vormt de rug. Als de grond stil ligt, bewerkt de extra hydraulisch aangedreven freesas met een werkdiepte van circa 4cm de toplaag. Daarna drukt de diabolorol alles weer aan.

loopwielen, de arm is eraf gehaald en vervangen door fuseebesturing en het metalen slakkenhuis is nu van multileen. Dat is een stuk lichter dan metaal”, zo licht Bramer de aanpassingen na één teeltjaar toe. Doordat de afstand tussen de ruggen ruimer is geworden, moesten de banden ook een stuk breder. De

“DE RUGGEN OGEN STUK VOOR STUK FRIS” gebruikelijke cultuurbanden van 23 centimeter werden vervangen door banden van 30 centimeter breed (12,4 inch). Bijkomend voordeel is dat die bredere banden ervoor zorgen dat het draagvermogen van de grond een stuk stabieler blijft. ERVARINGEN De teeltresultaten van het eerste groeiseizoen zijn veelbelovend: “Op alle percelen valt op dat de ruggen stuk voor stuk fris en groen ogen. De witlof komt nu uit de opslag en zijn kwalitatief allemaal van zeer goede kwaliteit. Bovendien hebben

de telers minder kosten hoeven maken. Na één keer beregenen zag je de plantjes al goed opkomen en doordat je geen voorbewerking hoeft te doen bespaar je direct op de kostprijs. Een ander voordeel is dat vanwege het ontbreken van de voorbewerking de grond minder intensief wordt bewerkt.” Ondanks de voordelen zijn er nog maar weinig akkerbouwers die interesse hebben getoond in de methode: “Men is afwachtend. We hebben ook nog maar een jaar volgens deze methode gewerkt. Dit wordt pas het tweede groeiseizoen waarin we telen met deze manier van ruggenbouw. De meeste telers vragen zich af of de kosten er wel uitgehaald kunnen worden. De totale investering ligt rond de 100.000 euro. Dat is veel, maar als je bedenkt dat alleen al het voorbewerken van een perceel op jaarbasis gemiddeld 20.000 euro kost, dan heb je binnen vijf jaar de investering al terugverdiend. Dat is dan nog buiten de opbrengstverhoging gerekend.” Het is een duur systeem. Daarnaast is het nadeel dat de frees minder afvlakkend werkt. Hierdoor wordt het ploegen, voor de telers die van deze machine gebruik gaan maken, nog belangrijker.

OOK GESCHIKT VOOR PEEN­RUGGEN Voor aardappeltelers lijkt deze methode weinig kans van slagen te hebben. In verhouding levert deze werkwijze bij die teelt te weinig rendement op. Bovendien moeten de ruggen bij aardappelen gewoon een fijne structuur hebben. Een ander verhaal wordt het bij peen. Daar kan deze methode prima worden toegepast: “Peen wordt ook breedwerpig gezaaid en met een pluktand gerooid. Daarnaast hoeft peen ook niet per se een fijne grondstructuur te hebben. Er is inmiddels ook een machine voor ruggen van 75 centimeter verkocht aan een peenteler. We borduren dus continu voort op het basisidee en proberen van daaruit de sector te voorzien van bruikbare ideeën.”

MEER INFORMATIE? De Vries Witlof B.V. T 0527 271 375 www.flevolof.nl @MrWitloof

Bramer Agro Het innovatievirus heeft - mede dankzij het ruggenbouwproject dusdanig vat gekregen op Lucas Bramer, dat hij sinds een paar maanden een agrarisch adviesbureau heeft: BramerAgro. “Er is ontzettend veel kennis in de sector, maar het loopt vaak spaak op het moment dat die kennis praktisch moet worden toegepast. Bovendien ontbreekt het de telers aan tijd om bepaalde ideeën uit te werken. Daarin gaan wij ondersteuning bieden”, aldus Bramer. Na jarenlang voor De Vries Witlof te hebben gewerkt, gaat Bramer dus zelfstandig verder. Het hele ontwikkelingsproces van de freesmachine voor de witlofteelt heeft hem aan het denken gezet: “Ik ben tijdens dat proces gaan nadenken hoe ik verder wil gaan. Door deze stap te zetten kan ik mijn visie en kennis met meerdere bedrijven delen en telers ondersteunen waar dat nodig is. Door ervaringen te

delen krijg je altijd weer waardevolle informatie terug. BramerAgro richt zich dan ook voornamelijk op advisering en dienstverlening in de agrarische sector, met als specialisatie de witlofteelt.” INNOVATIES Volgens Bramer is er behoefte aan intensieve persoonlijke teeltbegeleiding, om op die manier de witlofteelt naar een hoger niveau te tillen: “Na een mooi project van de ruggentrekker en het teeltsysteem zie ik naar de toekomst toe weer een nieuwe uitdagingen liggen op gebied van (teelt)innovaties. Hopelijk worden die ideeën binnen een paar jaar werkelijkheid en kan de sector daardoor weer iets doorgroeien.”

www.linkedin.com/in/lucas-bramer-0a084691

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 5

01-03-16 16:33


6 Innovatie & Ondernemen

#1

Granulaat DOSSIER:

BEMESTING

Akkerbouwers hebben sinds 2006 te maken met het stelsel van de gebruikersnormen voor stikstof en fosfaat in meststoffen. Van Iperen is dat jaar gelijk aan de slag gegaan met het doorontwikkelen van meststoffen. De hoeveelheid fosfaat die mag worden aangevoerd is sindsdien voornamelijk gebaseerd op het Pw-getal. Volgens Henk de Vlieger, product­ manager bij Van Iperen, is het efficiënter bemesten van fosfaat en stikstof de beste manier om ruimte te creëren voor de aanvoer van organische stof. BEDJE VAN FOSFAAT IN DE POOTVOOR Uitgangspunt bij het onderzoek dat Van Iperen BV heeft gedaan was het optimaal benutten van fosfaat. Dit houdt concreet in dat je de meststof zo dicht mogelijk bij de wortelzone wil plaatsen, want dan behaal je het meeste effect. Het probleem daarbij is echter dat wanneer veel meststoffen te dicht bij de knol (of het uienzaad) worden geplaatst dan zorgt het zout in de meststoffen voor verbranding. Van Iperen moest dus ook de meststofformulering zelf aanpassen, zodat het een EC krijgt die acceptabel is voor de plant. De Vlieger: “Daarom hebben we een granulaat ontwikkeld. Er wordt een bedje van fosfaat gemaakt in de pootvoor. Het granulaat wordt tijdens het poten toegediend doormiddel van een granulaatstrooier die doseert in het aardappelkouter. Ter illustratie: in een kilogram product zit één miljoen granulaten, dat komt neer op 30 miljoen granulaat per hectare. Het granulaat is 100% beschikbaar op de plek waar de aardappel gepoot wordt. Die positie is voor het gewas de beste plaats, want zodra hij gaat wortelschieten kan de plant direct over het toegevoegde fosfaat beschikken.” METHODE AFKOMSTIG UIT UIENTEELT Vanuit de ervaringen met vloeibare meststoffen in de tuinbouw levert het bedrijf al jaren een volledig pakket van vloeibare meststoffen aan de akkerbouw, waaronder Powerline

zorgt voor meer ruimte in de aanvoer van organische stof meststoffen. In 2004 is Van Iperen in de uienteelt gestart met de vloeibare meststof Powerstart. Door een betere formulering en plaatsing van de meststoffen gaf dat duidelijk betere resultaten bij de uientelers. Deze truc probeerde Van Iperen 1-op-1 over te zetten naar de aardappelteelt. Omdat de aardappel met zijn beworteling alle kanten op schiet, lukte dat niet direct. “Een aardappelgewas onttrekt gemiddeld 90 kilogram fosfaat en we mogen (gebaseerd op een gemiddelde Pw-getal, red.) 50 kilogram aanvoeren. In eerste instantie gingen we vloeibare mest

“FOSFAAT IS EEN WORTEL­ ONTWIKKELAAR” injecteren rondom de aardappel. Gemiddeld vijf centimeter naast en vijf centimeter onder de knol. Dit vormde al een hele besparing, maar met die 50 kg in gedachten moesten we nog verder gaan.” Het belang om direct vanaf de eerste groei de plantgezondheid te stimuleren is juist in de aardappelteelt enorm groot: “We weten allemaal dat fosfaat een wortelontwikkelaar is. De Powerstart meststof zorgt ervoor dat de aardappel zijn eerste

ontwikkelingsfase goed doorkomt. Als de bodemgetallen (Pw, P-Al en PPAE) ook goed zijn, dan is fosfaatgranulaat toedienen voldoende. Op fosfaatarme gronden met een Pw <25 is het een ander verhaal. Daar mag je tot wel 120 kilogram aanvoeren en zal je dus kunstmestmineraal moeten bijgeven.” COATING OVER HET GRANULAAT Van Iperen is met dit experiment begonnen in 2011. Toen nog op proefveldniveau. Een jaar later werd de methode bij enkele akkerbouwers geïmplementeerd. Daarna is het snel gegaan. “Ook wij hebben in de beginfase fouten gemaakt. Zo gaat dat bij innovaties. De eerste denkfout was om zomaar de vloeibare fosfaat in één streep bij de aardappels te plaatsen. We misten daardoor voldoende contactoppervlakte van het fosfaat voor een goede en vlotte opname van de aardappel. Vervolgens hebben we diverse granulaten getest: op kleibasis, gipsbasis en op klei-humusbasis (verzuring waar wortel graag groeit, red.). Uiteindelijk hebben we de ideale samenstelling gevonden. Die bevat ook een soort van coating over het granulaat. Hierdoor blijft de fosfaat drie maanden beschikbaar, omdat hij zich niet bindt aan calcium. Stel dat er in het voorjaar een koude periode van 7 weken is, dan nog blijft de meststof beschikbaar tot het moment dat de plant het nodig

heeft: in de eerste doorgroeifase.” RUIMTE MAKEN VOOR AANVOER ORGANISCHE STOF Ruimte maken voor organische stof is volgens De Vlieger de spil geweest in het ontwikkelingsproces. “De voordelen van vloeibare mest bij de aardappel zijn voornamelijk op het stikstofvlak. Vloeibare meststoffen zorgen niet in iedere situatie voor voldoende ruimte op de fosfaatbalans om meer organische stof te mogen aanvoeren. Terwijl daar juist de meeste winst valt te behalen. We hebben daarom afgelopen jaren veel testen gedaan en met granulaat komen we nu uit op 12 kilogram zuiver in de rij. Dit geldt voor gronden met een goede fosfaatvoorziening. Bij een lagere

Pw-waarde zal er kunstmest worden toegevoegd of zal er een vloeibare meststof ingezet worden. Als er een hogere Pw-waarde wordt gemeten is alleen toevoegen van fosfaatgranulaat in principe voldoende. Grondonderzoek is in dit proces heel belangrijk. Alleen dan kun je de beschikbare fosfaat op topniveau brengen en zorgen dat de aardappel goed op de wortel staat.” ANTICIPEREN OP WET- EN REGELGEVING Met de huidige wetgeving kunnen we theoretisch de onttrekking van fosfaat bijmesten. Ruimte om voldoende organische fosfaat aan te voeren is er niet. De fosfaatcijfers dalen hierdoor overal, daar zal dus op geanticipeerd moeten worden.

Powerstart granulaat 64,7

68,0

Kunstmest korrel P 58,7

62,7

59,6 54,7 48,8

2012 HLB

2013 STRIJEN

2013 KERKWERVE

52,8

55,1

48,0

2014 WESTMAAS

GEMIDDELDE

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 6

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 7

maart 2016

Tussen 2012 en 2015 heeft Van Iperen diverse proeven gedaan met granulaat en het blijkt dat de methode gemiddeld vijf procent meer opbrengst genereert. “De kosten van de teelt blijven op hetzelfde niveau omdat een granulaatstrooier op de pootmachine wordt gezet. Er is dus geen extra werkgang nodig. Per hectare neem je dertig kilogram mee. De enige investering die de akkerbouwer moet doen is het aanschaffen van een granulaatstrooier. Deze is echter vrij snel terugverdient. Vijf procent meer opbrengst per jaar is bij een oogst van 55 ton aardappelen een verhoging van grofweg 2,5 ton op jaarbasis. Bovendien bespaar je op de mineraaltoegift. Dat is het primaire doel. De meeropbrengst is slechts een leuke bijkomstigheid”, aldus De Vlieger. INTERPRETEREN GRONDMONSTER IS BASIS Het grootste nadeel van de methode is dus de investering voor de granulaatstrooier, maar met alleen investeren in de mechanisatie is de teler er volgens De Vlieger nog niet: “Het lezen en goed kunnen interpreteren van een grondmonster is de basis. Telers moeten zich nog meer verdiepen in de materie. Te vaak worden onderzoeken alleen maar gelezen voor de fosfaattoestand (Pw-waarde), terwijl grondonderzoek veel meer informatie oplevert als je alle getallen goed leest.”

De Vlieger beseft dat dit voor de gemiddelde akkerbouwer te complex en te tijdrovend is: “Van Iperen doet daarom veel aan begeleiding en sturing richting de akkerbouwbedrijven. Vanuit het onderzoek die we de afgelopen jaren hebben gedaan hebben wij veel datagegevens opgebouwd. Het is cruciaal om eerst te weten welke vormen van fosfaat er in die grond zitten en dan pas kan je daarop gaan sturen. Dit is bij elke grondsoort weer anders: kleiof zandgronden hebben vaak een enorm Pw-verschil. We kunnen dan ook geen generiek advies geven, want we moeten rekening houden met de telerwensen, de grondsoort en de getallen op een specifiek perceel.” Het sturen op de juiste verhouding in de bodem verhoogt volgens De Vlieger de bodemweerbaarheid en ook de nalevering van mineralen wordt veel beter. “We houden in onze adviezen altijd rekening met het bodemleven en de bodemvruchtbaarheid. Organische stof is de sleutel. Door het huidige mestbeleid zijn we gedwongen ons te focussen op een bezuiniging van de kunstmestgiften niet op het terugdringen van organische stof aanvoer. Op dat vlak is nog veel te winnen. Dat is een langdurig proces, dat begint bij een stukje bewustwording. Het jaar van de bodem (2015, red.) heeft daar wel iets aan bijgedragen, maar we zijn er nog lang niet.

“BEMESTING WORDT GEWAS­ BESCHERMING” Bij de akkerbouwbedrijven wordt de methode, die Van Iperen ontwikkelde om in de aardappelteelt met granulaatbedden te werken, momenteel langzaam maar zeker geïntroduceerd. Het bedrijf zelf is alweer een stap verder en kijkt naar de mogelijkheden voor de verdere toekomst: “Wij verwachten dat er steeds meer hulpstoffen op de markt zullen komen die wortelstelsels en fosfaatopname stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld ook vanuit de biologie zijn. Zelf zijn wij druk bezig om proeven uit te voeren met bacteriën, schimmels en andere natuurlijke micro-organismen die de opname van mineralen bevorderen. Er gaat de komende jaren nog veel gebeuren. Bij Van Iperen zeggen we vaak: bemesting wordt gewasbescherming. Als je ziet wat er afgelopen tijd in de gewasbeschermingswereld gebeurd is, gaat dat volgens ons ook in de meststofwereld gebeuren.” OVERTUIGEN VIA VELDPROEVEN De methode is volgens de proeven die Van Iperen heeft gedaan dus zeer effectief, toch zijn veel akkerbouwers nog sceptisch: “Je bent voorloper in de markt. Toen we begonnen in de uien werd er ook enorm tegenaan geschopt. Van 2010 tot en met 2012 zijn er zes proeven gedaan op verschillende

locaties door het Productschap Akkerbouw. De resultaten daarvan zijn terug te vinden via Kennisakker. Wij waren tijdens die proefperiode het beste jongetje van de klas en daarna was ineens iedereen om. Diegene die er aanvankelijk het hardste tegenaan schopte, werden toen wel enthousiast.”

“EFFECTEN VAN BEMESTING LATEN ZIEN KOST VEEL TIJD, AANDACHT EN GEDULD” De Vlieger vervolgt: “Je moet vooruit durven kijken en je niet te snel uit het veld laten slaan. Een groot voordeel bij een bedrijf als Van Iperen is, dat we dit sector-breed kunnen doen. We behouden onze voorsprong in kennis en meststofstrategie doordat dit geënt is op jarenlang onderzoek en de durf om te experimenteren. Door eerst af te kijken bij de mannen die onder het glas werken, kunnen we sneller een goed proefprotocol neerleggen. Uiteraard is niet alles één op één te vertalen naar de akkerbouw, maar er zijn voldoende overeenkomsten om sneller tot succes te komen.”

“HOE DIEPER WE ERIN DUIKEN, HOE COMPLEXER HET WORDT” Toch duurt het vaak erg lang alvorens een dergelijk nieuwe methode (vanuit bijvoorbeeld de tuinbouw) echt voet aan de grond krijgt in de aardappelsector. “Dat is ook wel logisch, want visueel zie je er weinig van. Een aardappel toont bovengronds niet snel. De meeropbrengst zit hem ondergronds in de hoeveelheid poters. Op den duur krijg je meer knollen, maar die moet je ook gaan voeden. Het is dan ook goed om in het seizoen de rug is op te breken en tellen hoeveel knollen er per meter onder zitten. Zijn er veertig of zestig knollen per meter? Op basis daarvan wordt de stikstofbemesting aangepast. Gelukkig zijn akkerbouwers zich hiervan steeds meer bewust. De hedendaagse akkerbouwer wil persoonlijk betrokken worden bij het totaalproces. Natuurlijk kost het veel tijd, aandacht en geduld om de effecten van bemesting te laten zien. Het is voor ons ook een leertraject en daarin nemen we onze klanten graag mee. Ook wij leren elke dag nog. Sterker nog: hoe verder we erin duiken, hoe complexer het wordt. Maar dat is juist de uitdaging waar we voor staan en daarin lopen onze tuinbouwcollega’s (nog) voorop.” MEER INFORMATIE? Van Iperen B.V. T 0186-578888 @iperen_nl

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 7

01-03-16 16:33


8 Innovatie & Ondernemen

DOSSIER:

BEMESTING In elke editie van Innovatie & Ondernemen besteden wij aandacht aan een actuele akkerbouwkwestie. Deze kwestie wordt voorgelegd aan een deskundige. De actuele akkervraag van deze keer komt van Laurens Broekx uit Maaseik. HIJ VRAAGT ZICH HET VOLGENDE AF: Zorgt gips voor betere opname van spoorelementen? Op sommige percelen vermoed ik dat ik een tekort heb aan Mn en Mg, ondanks de gunstige pH-waarde. En omdat mijn pH gunstig is wil ik zoveel mogelijk uit mijn bodem halen. Het gaat hierbij over een zandleemgrond. De pH-streefwaardes liggen hier tussen de 5.8 - 6.2, waarbij de pH van mijn bodem 6 - 6.1 scoort. We verbouwen voornamelijk conservengroenten met daartussen de teelt van granen met groenbemester en korrelmaïs om het humusgehalte op peil te houden. Het antwoord komt van Joris Broekhuis (bodemdeskundige bij Triferto). “Er zijn twee zaken die duidelijk gescheiden moeten worden: Als de pH-waarde op peil is, dan is het bij bemesten van calcium een

“HET IS AF TE RADEN GIPS TE GEBRUIKEN BIJ EEN TE LAGE PH-WAARDE” prima manier om eventuele bodemgebreken op te heffen. Echter als het gaat om de hoeveelheid basis- en spoorelementen die opneembaar zijn, dan is mijn advies om enkel die specifieke elementen bij te bemesten. De pH-waarde van de grond is van grote invloed op de beschikbaarheid en de opname van voedingsstoffen en spoorelementen. De ideale

#1

Actuele Akkervraag pH-waarde ligt tussen 5.5 en 6.0. Over het algemeen is het zo dat de meststoffen en spoorelementen slechter worden opgenomen naar mate de pH-waarde hoger is. Het is af te raden om gips te gebruiken bij een te lage pH-waarde. Bij een pH van boven de 6,2 is het zeker zaak om de beschikbaarheid van mangaan in de gaten te houden. Bladbemesting van mangaan is zeer effectief en kan ook gecombineerd worden met magnesium via EPSO Microtop. In bepaalde gevallen gebeurt het weleens dat gewassen, ondanks een goede pH-waarde, behoefte hebben aan extra calcium. Calciumsulfaten (gips) zijn snel oplosbaar daardoor snel beschikbaar voor de plant en kunnen daardoor de hoeveelheid calcium verhogen. Calciumsulfaat verhoogt niet de pH in tegenstelling tot calciumcarbonaat. “GIPS HEEFT GEEN PH VERHOGEND EFFECT” Gips (=CaSO3), heeft door de snelle aanvangswerking direct effect op de structuur van de bodem. Het houdt de kleiplaatjes op voldoende afstaan, echter heeft gips geen pH verhogend effect, omdat het geen carbonaten bevat. Op percelen met een lage magnesiumtoestand is het af te raden veel gips te gebruiken. Calcium hecht zich sterker aan het klei-humuscomplex en kan daarmee magnesium van het complex af “jagen”. Vloeibare gips bevat naast calcium ook magnesium. Dat maakt het uitermate geschikt voor percelen met een lage magnesiumbezetting aan het klei-humus complex (CEC). Het is verstandig om de vloeibare gips ruim voor het ploegen toe te voegen. Zodoende kan het gips nog

inspoelen in de bovenlaag van de grond. De calciumtoevoer die door middel van gips wordt bewerkstelligd heeft als bijkomend voordeel dat het bijdraagt aan stevige celwanden. Een versterkte celwand leidt tot minder waterverlies tijdens opslag van het product omdat de celwand de membranen van de cel stabiliseert. Hierdoor is het gewas ook beter bestand tegen schurft. Het is echter wel opletten geblazen. In het toevoegen van calcium schuilt het gevaar dat er meer borium uit de bodem onttrokken wordt. Dit is een veel gekend verschijnsel in de akkerbouw. “TOEGIFT STARTEN VIA BODEM EN VOORTZETTEN VIA BLADMESTSTOF” Als uit de grondanalyse van Broekx blijkt dat het magnesium aan het CEC te laag is, dan kan er een correctie-bemesting in de basis nodig zijn om de balans te verbeteren. Het gebeurt regelmatig dat akkerbouwers die in dezelfde situatie zitten als Laurens Broekx ervoor kiezen om

toch te bemesten met gips in plaats van kalk, omdat de pH op peil is. Ons advies is om dan ook via de bodem extra magnesium te geven bijv. in de vorm van magnesiumsulfaat (kieseriet) en dit daarna eventueel voort te zetten via bladmeststof als het gewas naar verwachting toch te weinig op neemt.

bemesting in de basis de beschikbaarheid direct verhogen en de bezetting aan het kleihumuscomplex

“VEEL AKKER­ BOUWERS DENKEN NA OVER Bij Triferto krijgen we momenteel HET VERBETEREN veel vragen over de beschikbaarheid VAN DE BODEM­ van elementen aan het klei-humus complex. Veel akkerbouwers VRUCHTBAAR­ denken na over het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. Over het HEID” algemeen kan gesteld worden dat hoe hoger de CEC, hoe vruchtbaarder de grond. Vooral de toevoeging van humuszuren aan het kleihumuszuren is populair bij akkerbouwers die de uitwisselcapaciteit van hun bodem willen verbeteren. Broekx werkt op zandleemgronden, daar is van nature de uitwisselcapaciteit beperkt. Daar adviseren wij om gericht aan de slag te gaan met calciumbronnen om de pH-waarde van de bodem niet onnodig te verhogen. Bovendien kan een magnesium-

verbeteren. Om de uitwisselcapaciteit van de bodem nog extra te verhogen is een humuszurenbemesting zeker een overweging waard. Begin echter met een goede bodemanalyse voor aanvang van de teelt. MEER INFORMATIE? Triferto B.V. T 0314-374000 www.triferto.eu @Gervelman

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 8

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 9

maart 2016

W U O B D AN L D E I M S I O C T E E PR H IS K J I L E K ZO MAK

E G O H R E V E T E I T N E E FFICIE

N

Geavanceerde intelligente systemen voor de landbouw van DEUTZ-FAHR. Verhoog uw efficiëntie met DEUTZ-FAHR, de leider in het uitrusten van trekkers en maaidorsers met geavanceerde precisielandbouwsystemen. Het automatische betrouwbare stuursysteem met één van de hoogste ISOBUS en TIM standaards op de markt verkrijgbaar. De volledig automatisch werkende DEUTZ-FAHR precisielandbouwsystemen leiden niet alleen tot meer efficiency maar ook tot meer werkcomfort. Voor meer precisie, bezoek uw DEUTZ-FAHR dealer of onze website deutz-fahr.com.

Alle DEUTZ-FAHR precisielandbouwsystemen worden bediend met 1 monitor. Dit is uniek.

DEUTZ-FAHR is een merk van

ADV_Precision_Farming_220x297_NL_fiera.indd 1

10/11/15 11.02

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 9

01-03-16 16:33


10 Innovatie & Ondernemen

#1

Bayer CropScience DOSSIER:

DUURZAAM ONDERNEMEN

Duurzame landbouw als speerpunt van een technische, innovatieve firma die bekend staat als primair producent van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Op het oog een wat vreemde combinatie, maar het hierboven geschetste beeld is behoorlijk achterhaald, zo vertelt manager duurzame landbouw Joris Roskam: “Wij willen op een proactieve manier deelnemen aan de maatschappelijke discussie en willen juist onze nek uitsteken om uitbreiding van dwingende regelgeving op het gebied van gewasbescherming te voorkomen.” FORWARD FARMING Om hun visie kracht bij te zetten is het bedrijf wereldwijd gestart met Forward Farming. Bayer hoopt daarmee mensen in beweging te krijgen om hun bedrijfsvoering te richten op de maatschappij van de toekomst. Door diverse duurzaamheidsinitiatieven uit te zetten bij een bestaand akkerbouwbedrijf probeert het inzicht te verkrijgen in welke innovaties reëel zijn en welke niet. “Forward Farming is een wereldwijd

platform gebaseerd op de ervaringen van de boer zelf, gerealiseerd door samen te werken met individuele boeren en op de boerderij te toetsen welke aanpak geschikt is om verder mee aan de slag te gaan.” “DOLGRAAG MEEWERKEN AAN EEN DUURZAME TOEKOMST” Jasper Roubos is altijd al bezig geweest om zo duurzaam mogelijk te werken. Toen Bayer zich bij zijn akkerbouwbedrijf melde voor deelname aan Forward Farming hoefde hij dan ook niet lang na te denken: “Voor mezelf is dit een unieke kans om veel kennis op te doen. De samenwerking met Bayer zorgt er bovendien voor dat de ideeën waar ik mee rondliep nu ook gemakkelijker te realiseren zijn.” Het feit dat Roubos direct zijn medewerking heeft toegezegd aan dit project lijkt misschien logisch, maar veel collega’s reageerden aanvankelijk zeer sceptisch: “Er zullen altijd mensen zijn die roepen dat je hiermee slapende honden wakker (in Den Haag, red.) maakt, maar de meeste beseffen heel goed dat we niet onze hakken in het zand moeten zetten. De akkerbouwers die langs zijn geweest om te kijken wat we hier doen vinden het allemaal zeer interessant. Het is nog nieuw, dus er valt nog niet

wil open discussie over duurzame gewasbescherming zo heel veel over te zeggen, maar we kunnen denk ik wel stellen dat de overheid niet meer precies weet wat er op het land gebeurt. We lopen dus het risico dat als we doorgaan

“ALS WE NIKS DOEN, GAAN WE HET SOWIESO NIET REDDEN” zoals we de afgelopen jaren hebben gedaan, dat de overheid bijvoorbeeld nog strengere fosfaat- en stikstofregels gaat hanteren. We moeten dus zelf proactief op zoek gaan naar middelen en toepassingen om binnen de wet- en regelgeving stappen te zetten om alleen te gebruiken wat de plant en de bodem nodig heeft.

Als we als sector niks doen, niet meebewegen met de (milieu)eisen en normeringen, dan gaan we het als akkerbouwers sowieso niet redden. Als we niet uit onszelf duurzamer gaan produceren, dan zal de overheid ons dusdanig beteugelen dat we wel moeten. Hoe de toekomst eruit gaat zien is voor mij ook koffiedik kijken. Ik heb geen boek met een handleiding die ik kan volgen. Maar één ding weet ik zeker: we moeten aan de slag. Gegevens verzamelen en dingen uitproberen met als doel een duurzame toekomst. Daar wil ik dolgraag aan meewerken.” “INVESTEREN IN DUURZAAMHEID BETAALD ZICH OP DEN DUUR ALTIJD UIT” Voor Roubos is de filosofie achter het Bayer-initiatief dus het allerbelangrijkste. Financieel levert het hem vooralsnog nauwelijks iets op. “Ik ga

hier niet direct netto geld mee verdienen, maar als we allemaal duurzamer gaan werken levert dat veel meer op: een gezondere bodem, vitalere gewassen, hogere kwaliteit en minder uitval door gewasziekten. Dat is niet in geld uit te drukken. Investeren in duurzaamheid betaald zich op den duur altijd uit.” Het project loopt nog maar heel kort en toch kan Roubos nu al zeggen dat het experiment al veel gebracht heeft: “Het heeft ten eerste ontzettend veel kennis over de mogelijkheden om verantwoord en duurzaam te kunnen werken. Vaak zijn dat details, maar soms ook drastische maatregelen die direct bijdragen aan het verduurzamen van de sector. Een voorbeeld hiervan is de Phytobac die wij sinds kort op het erf hebben staan. Deze is gekoppeld aan een combi-spoelplaats.

Has-studenten aan de slag op de boerderij van Japser Roubos.

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 10

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 11

maart 2016

“IK BEN EEN AKKERBOUWER DIE QUA VISIE PRECIES TUSSEN GANGBARE EN BIOLOGISCHE LANDBOUW INZIT”

V.l.n.r. Joris Roskam – Albert van Kooten – Jasper Roubos Hierdoor kan ik op een veilige en verantwoorde manier restmiddelen opvangen en verwerken. Een ander mooi voorbeeld: laatst hadden wij studenten op het bedrijf toen er luis in de aardappelen ontdekt werd. Gezamenlijk hebben we toen besloten niet nog langer te wachten met spuiten en de luis te lijf te gaan met een middel wat zijn natuurlijke vijanden laat leven. Dat bleek achteraf de beste keuze, want na één keer spuiten waren alle luizen verdwenen. Bij direct ingrijpen met een niet-selectief middel die natuurlijke vijanden ook bestrijdt (wat vaak nog een logische eerste reactie is) hadden we misschien wel drie keer moeten spuiten. Dat is ook een stuk verduurzaming. Onze buren hadden hetzelfde probleem en hebben wel drie keer moeten spuiten met een zogeheten ‘allesdoder’. Ik wil niet zeggen dat wij het beter doen dan anderen, maar het belangrijkste is dat dit soort dingen door iemand uitgeprobeerd worden. Ik haal de voldoening uit het feit dat ik alles in het werk stel om de wereld niet te beschadigen.” SPEERPUNTEN Die visie sluit perfect aan bij de doelstellingen van Bayer. Het bedrijf heeft binnen het Forward Farming concept drie speerpunten geformuleerd, verantwoord gebruik van gewasbescherming, biodiversiteit en innovaties. Dit jaar ligt de focus vooral op bewustwording en het terugdringen van emissie. “Het project wordt door Bayer gedragen, maar is volledig onafhankelijk. We willen graag dat andere organisa-

ties, concurrenten en leveranciers zich aansluiten bij dit initiatief. Onze speerpunten zijn het terugdringen van emissie op het erf en het land, biodiversiteit en innovaties. Binnen die drie kaders is ontzettend veel mogelijk en kunnen vrijwel alle bedrijven in de sector zich aansluiten. Wij vinden ook dat de akkerbouwer centraal moet staan in alle dingen die we ondernemen. De bewustwording moet worden omgezet in het

“FORWARD FARMING HEEFT MIJ NU AL ONTZETTEND VEEL KENNIS OPGELEVERD”

Jasper zijn bedrijf willen wij laten zien dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld het erf op een verantwoorde manier emissiearm te krijgen. We laten tegelijkertijd ook zien dat wij als Bayer CropScience openstaan voor de discussie over duurzame landbouw. Dat is zelfs het hoofddoel van dit project: een plek creëren waar ruimte is om open en eerlijk te discussiëren. Roubos: “Ik ben een akkerbouw die qua visie precies tussen gangbare en biologische landbouw inzit. Biologische landbouw is gewoon niet voor iedereen weggelegd, maar doorgaan op de manier zoals

we altijd hebben gedaan daarover zijn we het allemaal eens: dat kan ook niet. Forward Farming is voor iedereen toegankelijk. Ik wil graag de discussie hierover voeren, burgers betrekken bij het project en de politiek duidelijk maken dat we niet meer in de jaren ’80 leven. Mijn ding is het organiseren van dingen en verbreding zoeken. Soms kunnen kleine aanpassingen zorgen voor grote veranderingen. Dat is duurzaam denken!” UITBREIDING Er zijn door Bayer nu enkele vergelijkbare initiatieven opgestart

in de wereld. Dankzij de ervaring van mensen zoals Jasper moet dat aantal de komende jaren uitgroeien naar enkele tientallen. Roskam: “Dat zou geweldig zijn, maar als we ervoor kunnen zorgen dat een breed publiek wordt meegenomen in deze maatschappelijke discussie ben ik al dik tevreden.”

MEER INFORMATIE? Bayer CropScience SA-NV T 0297- 280666 www.agro.bayer.nl @JorisRoskam @jasperroubos

ondernemen van actie. Afgelopen jaren concentreerde de discussie rondom emissiereductie zich vooral rondom drift. Dit is na vele effectieve maatregelen nu nog maar een klein deel van het probleem. Puntemissie veroorzaakt vijftig procent van de problemen, maar ook afspoeling veroorzaakt veel problemen die tot nu toe onderbelicht zijn gebleven omdat het lastiger in beeld te brengen is. We gaan hard mee aan de slag om praktische maatregelen uit te werken om deze emissie route te verkleinen. Door politici, beleidsmakers en akkerbouwers mee te nemen naar

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 11

01-03-16 16:33


12 Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEMESTING Rinze Joustra begon ruim vijf jaar geleden met het doorontwikkelen van de processen en samenstellingen in AgriMestMix. De gedachte dat er voldoende lucht in de bodem moet zitten zorgde ervoor dat hij alle afzonderlijke delen in de mest ging onderzoeken. Conclusie: aerobe micro-processen in de bodem bevorderen de beworteling. Mede daardoor heeft het product een aantoonbaar betere stikstofwerking en een blijvend positief effect op de hoeveelheid energie die beschikbaar is voor het bodemleven, zo stelt Joustra. MESTPROCES BINNENSTE BUITEN GEKEERD Het onderzoek naar de ideale samenstelling voor de AgriMestMix kreeg een plotselinge wending toen de vloeibare variant werd uitgetest. Joustra: “Dat was min of meer bij toeval en er werd ook zeer sceptisch op gereageerd. Het totale mestproces wordt er 180 graden anders van. AgriMestMix richt zich juist op de aerobe kant. Hiermee wordt de natuur op de meest natuurlijke manier nagebootst. Bij bemesting gericht op het anaerobe-deel blijft de organisch gebonden stikstof lang in de mest en heeft gemiddeld een half jaar nodig voor mineralisatie. Als die mest op het land komt dan moeten de mineralen nog in bodem worden omgezet. AgriMestMix haalt de werking naar voren. Het product is dusdanig samengesteld dat het in symbiose werkt met de beworteling van planten. Hierdoor krijg je niet alleen een gezondere plant, maar ook een hogere gewasopbrengst. Dit kan zelfs oplopen tot tien procent.” HOGERE BEMESTINGSWAARDE AgriMestMix is een natuurlijk mineralenmengsel. Het stimuleert de groei van aerobe bacteriën die organisch gebonden stikstof omzetten in ammonium stikstof. “Ammonium stikstof

AGRIMESTMIX VAN RINAGRO:

“Mestvloeistof voor blijvende stimulans bodemleven” Rinze Joustra: “Agrimestmix werkt productie verhogend en kostenbesparend.” komt gelijkmatiger beschikbaar voor het gewas. Hierdoor heeft het een hogere bemestingswaarde. De aerobe micro-organismen in de mest helpen om fosfaatvrij te maken en hebben minder geur- en ammoniakemissie. Varkens-, rundvee- en pluimvee(drijf)mest, die behandeld is met ons product, is hierdoor uitstekend geschikt voor alle akkerbouwteelten.” PROEVEN Voordat het product op de markt werd gebracht deed Joustra diverse proeven met de AgriMestMix. Al snel werd duidelijk dat de huidige samenstelling de oorspronkelijke bodemsituatie het dichtst bena-

dert. “Het heeft direct effect. Veel percelen hebben jarenlang te lijden gehad van slechte drijfmest of overmatig gebruik van kunstmest. De consequenties hiervan zijn inmiddels bekend: mineralenverliezen, onbalans in bodemvruchtbaarheid, veel zuurstof en energieverlies en last but not least: lagere kwaliteit van het geteelde product. Behandeld drijfmest hertstelt het bodemleven in de bouwvoor van akkerbouwers. Doordat de stikstofbinding effectiever is, en behouden blijft, is er ook nog eens een aanzienlijke vermindering van de kunstmestgift mogelijk.” De eerste proeven met het RinAgroproduct werden gedaan bij melkveebedrijven, maar al snel kwam er interesse vanuit de akkerbouw. “Gemengde bedrijven met melkvee en akkerbouw zagen vrijwel direct in dat de AgriMestMix ook voordelen heeft op hun akkers. Deze gebruikers zijn inmiddels echte ambassadeurs van het product geworden.” Eén van die ambassadeurs is Harm Terpstra uit het Friese Peins: “Percelen die over meerdere jaren tijdens een natte herfst verreden zijn, hebben sneller hun bodem-

AKKERBOUWER TERPSTRA: “RULLE BODEMSTRUCTUUR IS BETER VOOR DE BEWORTELING”

structuur weer op orde. Toen ik vroeger onbehandelde drijfmest gebruikte kwam twee jaar na het omploegen het oude grasland gewoon weer naar boven. Met de behandelde drijfmest wordt de graszode nu direct omgezet door het actieve bodemleven. Er ontstaat een rulle bodemstructuur met als gevolg een betere beworteling van mijn gewassen”. Het akkerbouwbedrijf van Terpstra heeft 80 hectare zeeklei (van 25 tot 30 procent afslibbaar) in bewerking en is sterk gericht op de pootaardappelteelt. Joustra vult Terpstra aan: “Voor akkerbouwers heeft deze werkwijze tal van voordelen. Er gaan geen kostbare mineralen verloren vanwege het geleidelijk vrijkomen van stikstof uit de mest. Hierdoor heeft het gewas een uitgebalanceerde groeicurve, is hij minder ziektegevoelig en sterker.” KOSTEN EN BATEN De mest van RinAgro kan zowel tijdens de opslag in de silo worden behandeld als net voor het uitrijden van de mest. De dosering is gebaseerd op het principe van “twee liter per hectare”. De kosten voor een hectare zijn volgens Joustra ongeveer 40 euro. “Dit verdient zich op verschillende manieren terug: allereerst natuurlijk de verbeterde drijfmest dankzij het op gang brengen van biochemische processen in de bodem en behoud van stikstof. Daarnaast zorgt de ontstane stikstof voor een sterke beworteling en bevordering van de groei. Vanwege

een lagere ziektedruk zien we bij de gebruikers van het middel een sterke daling van bestrijdingsmiddelen. Tot slot is er minder kunstmest nodig en dat is met het huidige mestplafond geen overbodige luxe. Ook voor vaste mest of compost is een product ontwikkeld.” DIRECT ZICHTBAAR RESULTAAT Joustra lijkt met zijn AgriMestMix het ‘Ei van Columbus’ te hebben ontdekt, maar zijn er dan helemaal geen nadelen? “Ik kan geen nadelen verzinnen”, aldus Joustra. “Er is niet voor niets veel interesse in het product. Ook vanuit landen als Denemarken en Canada stromen de bestelling binnen.” Joustra heeft wel een verklaring voor het plotselinge succes van dit RinAgro-product: “Het is een relatief goedkope toepassing, toegankelijk voor vrijwel elke akkerbouwer; groot of klein. En het levert direct zichtbaar resultaat op. Akkerbouwers kunnen door dit product te gebruiken geld verdienen. Door behandelde mest aan te voeren of door in hun mestopslag de mest te behandelen. De mest is homogener, voorspelbaar en dus meer geld waard. Samengevat werkt het middel productie verhogend, kostenbesparend en kan het zelfs zorgen voor meer financiële armslag.”

MEER INFORMATIE? Rinagro BV T 0515-232724 M 06-52373719 www.rinagro.nl

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 12

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 13

maart 2016

Engels bemestings­systeem pakt aaltjes­problematiek aan spuitgaten”, zo vertelt Bosscher. “Er is in Engeland een proef gedaan met het aardappelras Markies. Deze methode zorgde voor bijna 15 procent meer opbrengst dan dit ras gemiddeld haalt. Het perceel had een veel betere knolzetting en celstructuur. Doordat het calcium rechtstreeks werd geïnjecteerd vormde er zich een vlies rondom de knol. De methode geeft ook nauwelijks beschadiging aan het gewas. Al deze zaken verhogen de weerbaarheid van de plant, maar zorgt er ook voor dat er 35 procent minder bestrijdingsmiddel nodig is.”

DOSSIER:

MECHANISATIE Dankzij Bosscher Precision Farming (BPF) en Mijno van Dijk Mechanisatie konden de Nederlandse akkerbouwers vorige maand fysiek kennismaken met de SRi Target Injector, een precisiebemestingssysteem die ontwikkeld is in het Verenigd Koninkrijk: “Naast een substantiële meeropbrengst heeft het systeem ook in de terugdringing van aaltjes zeer interessante resultaten opgeleverd”, aldus Tom Bosscher van BPF. MEEROPBRENGST De hogere opbrengsten worden met name gerealiseerd doordat er tijdens het groeiseizoen in de rug kan worden bemest: “Dat is uniek en is mogelijk omdat de machine onder druk (gemiddeld 8 bar)

onder en om de aardappel spuit. De SRi kan zeer precies strooien omdat er exact afgesteld kan worden hoe de kleppen over de rug rijden. Daarnaast zitten verschillende gaten in de injector en kan de akkerbouwer kiezen voor twee of vier

AALTJESPROBLEMATIEK Wie nu deze machine wil gebruiken, zal naar Engeland moeten afreizen want de SRi target injector is nog niet in Nederland verkrijgbaar: “Wij denken er serieus over na om de machine aan ons assortiment toe te voegen, maar hebben daarover nog geen besluit genomen.” Akkerbouwers die met het bemestingssysteem willen werken zullen sowieso geduld moeten hebben, want als de machine gebruikt gaat worden vergt dit eerst diverse aanpassingen in het bemestingsplan. De bemesting zal namelijk twee of drie

BREED inzetbaar!

keer herhaald moeten worden. Toch is er nu al voor interesse voor het systeem: “Dat komt vooral omdat het de uitbreiding van aaltjes kan tegengaan.” De aaltjesproblematiek is momenteel een hot-item, mede omdat Vydate in 2016 niet beschikbaar is. “De bemestingsmethode zorgt ervoor dat de knol een soort biologisch schild ontwikkeld. Hierdoor kan de aaltjescyste zich niet tegen wortel hechten. De standaard afgifte instellingen zorgen ervoor dat de teler zelf precies kan instellen welke doseringen hij wil hanteren. Zodoende wordt de concentratie bij de wortel precies goed verspreid. Deze precisiebemesting zorgt ervoor dat aan problemen als aardappelmoeheid en aaltjes het hoofd geboden kan worden.” GOUDEN MEDAILLES De werking van machine is reeds onderkent door de resultaten in de proefvelden, maar kreeg ook onlangs erkenning door het binnenslepen van de ‘British Potato’ en de ‘Best Innovation Award’ op de LAMMA Show. “Desondanks zijn er ook in Engeland pas drie van verkocht. Het is een High-end product voor de toplaag van de markt en vanwege

de hoge investering alleen rendabel voor de grotere akkerbouw­ bedrijven”, zo besluit Bosscher. MEER INFORMATIE? Bosscher Precision Farming T 06-13300100 www.bpfarming.nl @BpFarming

TOT WEL 3,20 METER BREED

LMB Geertsema b.v. heeft al meerdere trekkers verbreed naar 3 tot wel 3,20 meter breed. Wij kunnen in overleg uw bestaande trekker aanpassen of een compleet nieuwe trekker leveren. De trekkers zijn op eenvoudige wijze terug te bouwen naar normale spoorbreedte zodat de trekker BREED inzetbaar blijft.

Landbouwmechanisatiebedrijf Geertsema B.V. Olde Borchweg 32, 9853 TC, Munnekezijl Tel. 0594 - 688 356, info@lmbgeertsema.nl

www.lmbgeertsema.nl

VOORJAARSACTIE Galvaniweg 10 NL- 6101 XH ECHT T. 0475 48 70 21

excl. kooirol

GRONDFREES F4C-280

ACTIEPRIJS

€ 6.350,-

ROTORKOPEG F132-300

ACTIEPRIJS

€ 9.400,-

Hans Biemans 06 23 91 79 11 Prijzen zijn excl. 21% BTW en € 240,- vracht. Actie geldig tot 30 - 4 - 2016. Levering via dealer naar keuze.

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 13

01-03-16 16:33


14 Innovatie & Ondernemen

#1

Agrafiek Award:

DOSSIER:

DUURZAAM ONDERNEMEN

bevestiging om met innovaties door te gaan Innovaties zorgen ervoor dat de branche zich blijft ontwikkelen. Akkerbouwers die zich profileren door een innovatieve werk- of denkwijze worden komende zomer extra in het zonnetje gezet. Tijdens de ATH-beurs in Biddinghuizen ontvangt het meest innovatieve akkerbouwbedrijf de prestigieuze Agrafiek Award.

en ook de mogelijkheid om in de periode van het jaar waarin het erop aankomt, door te kunnen werken. Werkt samen met verschillende andere partners. Is actief betrokken/ initiatiefnemer van een proef waar verschillende mogelijkheden voor NKG worden uitgeprobeerd. Een punt van aandacht is de vleeskuikentak die een cruciale rol speelt binnen het bedrijf en waarvan het imago op dit moment sterk onder druk staat in de publieke opinie. De jury heeft een ondernemer gezien die bewust bezig is met zijn bedrijf en binnen de mogelijkheden van het bedrijf actief op zoek is naar vernieuwing en realiseren van duurzaamheid in verschillende aspecten binnen zijn bedrijf.

Het is alweer de tweede maal dat deze unieke prijs wordt toegekend. Naast een blijvende herinnering in de vorm van een fraaie award, kan de winnaar ook rekenen op enkele mooie prijzen die het bedrijf ondersteunen bij het blijven uitvoeren van innovaties. Pieter van der Burg uit het Groningse Oldambt kreeg in 2014 de allereerste Agrafiek Award uitgereikt. Het juryrapport over dit prachtige landbouwbedrijf in NoordNederland spreekt voor zich: JURYRAPPORTAGE AGRAFIEK AWARD 2014: Pieter van der Burg is een onder-

nemer die veel in eigen hand wil houden en een belangrijke drijfveer lijkt onafhankelijkheid te zijn. Dit betekent echter niet dat hij zich afsluit, maar hij is juist actief in het samenwerken met anderen en deze betrekken bij zijn bedrijf. Zoveel mogelijk producten van het bedrijf afzetten binnen het eigen

bedrijf (graan voor de vleeskuikens, stro voor de kachel voor verwarming van de vleeskuikenstallen, mest voor de teelt van verschillende gewassen) waardoor het bedrijf minder afhankelijk is van prijsschommelingen van verschillende producten. Pieter van der Burg is een ondernemer die op verschillende fronten

vernieuwend bezig is. Vernieuwend met bemesting; grond leent zich niet goed voor direct onderwerken vaste mest; hij heeft een methode gevonden hoe het wel goed kan en heeft toestemming van de NVWA om het op die manier te doen. GPS om efficiënter te kunnen werken door het preciezer te kunnen sturen

NOMINATIES DOORGEVEN Alle winnaars van 2014 geven aan dat het ontvangen van de prijs vanuit de branche waarin ze werkzaam zijn - een bevestiging is voor hun innovatieve manier van werken. Ook dit jaar zullen er tijdens de ATHbeurs weer Agrafiek Awards worden uitgereikt. Loonwerkers, melkveehouders en akkerbouwers kunnen vanaf nu genomineerd worden voor deze prestigieuze onderscheiding.

Agrafiek Award 2016 Meld uzelf of collega nu aan!

Wij zoeken akkerbouwers waar de sector trots op is!

Wordt u de opvolger van Pieter van der Burg?

Innovaties zorgen ervoor dat de branche

De Agrafiek Awards zijn de Oscars

zich blijft ontwikkelen. Akkerbouwers die

van de landbouw en belonen en

zich profileren door een innovatieve werk-

stimuleren agrarische ondernemers

of denkwijze worden komende zomer

met een waarderingsprijs voor hun

extra in het zonnetje gezet. Tijdens de

ondernemerschap. De Agrafiek Award wil

ATH-beurs in Biddinghuizen ontvangt het

met deze prijs ook een positieve bijdrage

meest innovatieve akkerbouwbedrijf de

leveren aan het imago/maatschappelijk

prestigieuze Agrafiek Award.

aanzien van de agrarische sector.

Meld u aan via www.agrafiek.nl/deelnemen of mail naar eline.kortes@prosu.nl

IEK AWARD AGRAFSECTOR AKKERBOUW 2016 De Agrafiek Award akkerbouw wordt dit jaar mede mogelijk gemaakt door:

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 14

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 15

maart 2016

Wij verkopen geen meststoffen, wij verkopen resultaat… …bijvoorbeeld met Powerstart Granulaat in aardappelen. Deze ultieme vorm van rijenbemesting garandeert een snelle en egale start van de aardappelplant. Met minimale input van fosfaat, een maximaal resultaat!

Meer informatie over onze meststoffen vindt u op onze website: www.iperen.com

dé specialist voor land- en tuinbouw

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 15

01-03-16 16:33


16 Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

MECHANISATIE

Miedema lanceert nieuwe generatie enkele en duo­banden Miedema, specialist op gebied van poot-, inschuur- en sorteertechnologie, zet een nieuwe generatie van de MCreeks (Miedema Conveyor), enkele en duo-banden, op de markt. Marketingdirecteur Guido Magnus: “Dankzij zijn innovatieve oplossingen is de MC-reeks meer dan een gewone transportband. De stevige en duurzame constructie maakt van deze transportbanden de meest betrouwbare en productvriendelijke reeks in de markt.” KWALITEIT De 80 cm brede trogband heeft een hoge economische capaciteit van meer dan 130 ton/u bij een bandsnelheid van 40 m/min. Magnus: “Doordat de band bovenop het frame ligt, wordt de kwaliteit van het te transporteren product maximaal gegarandeerd. Dankzij zijn smalle bouw en de optionele geïntegreerde vlakstelset, die met een simpele beweging in of uit werk gezet kan worden, kunnen de transportbanden ook dienstdoen als leesband. Bovenop de transportband kan gekozen worden voor een af-fabriek geleverde verlichting om het uitlezen van het product te vergemak-

kelijken.” De MC duo-band maakt gebruik van een brede en stevige energieketting en wordt gekenmerkt door de nauwkeurige afwerking. Alle kabels zijn in het frame weggewerkt. MULTIFUNCTIONEEL INZETBAAR Uitgangspunten bij de ontwikkeling van de MC-reeks waren: gebruiksgemak en multifunctionaliteit. “De transportbanden zijn uitgerust met een sterk en eenvoudig uitschuifmechanisme. De dissel kan op 2 posities bevestigd worden, waardoor de transportband steeds met de heftruck verplaatst kan worden. De centraal geplaatste schakelkast voorziet van een gemakkelijke bediening via beide zijden. Doordat de afgiftehoogte meer dan 190 cm is, kunnen de transportbanden multifunctioneel ingezet worden voor het vullen van bijvoorbeeld de MB-33 en MB-55 kistenvullers. Bovendien zijn alle MC-machines standaard uitgerust met Start-Control (centraal starten en stoppen van alle gekoppelde machines). RIJK SCALA AAN OPTIES Magnus speelt met de lancering van de nieuwe generatie enkel- en duo-banden in op de vraag vanuit de markt: “De MC-reeks stemt optimaal af op de behoefte van de eindgebruiker. Zo zijn de enkele banden beschikbaar met een lengte van 6,5, 8,5 en 10 meter. De duo-banden

zijn verkrijgbaar met een lengte van 13, 17 en 20 meter. Bij elke machine kan gekozen worden voor 2 vaste snelheden óf voor een variabele bandsnelheid, telkens met trommelmotoren. Bij intensief gebruik draagt een rijk scala aan opties bij tot een op klantwens uitgeruste machine. Zo kunnen bij een duo-band het inuit schuiven, het verplaatsen van de

“WEEGINRICHTING MET EEN NAUW­ KEURINGHEID VAN 1%” machine en het sturen van de wielen aan de afstortzijde elektrisch/ hydraulisch gebeuren. De nieuwe MC is ook uit te rusten met een weeginrichting met een nauwkeurigheid van 1%. De optionele 1-zijige verstelling van de instorthoogte met een geïntegreerde transportzekering garandeert een ongeëvenaard gebruiksgemak tussen de verschillende transportbanden.”

MEER INFORMATIE? Miedema Landbouwwerktuigenfabriek BV T 0517-239800 www.miedema.com @MiedemaXp

De nieuwe generatie uit de MC-reeks is steviger en duurzamer dan zijn voorgangers

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 16

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 17

maart 2016

De toekomst begint vandaag:

duurzame bodemverbetering

door AgriMestMix®

Profiteer ook van de vele voordelen van verbeterde drijfmest AgriMestMix® is een natuurlijk mineralenmengsel dat in drijfmest belangrijke biochemische processen op gang brengt en de groei van bacteriën -die organische stikstof omzetten in ammoniumstikstofstimuleert. Deze stikstof komt voor het gewas eerder en gelijkmatiger vrij en werkt effectiever. Dit zorgt voor een sterkere beworteling en bevordering van de groei van de plant. Toepassing van met AgriMestMix® behandelde drijfmest herstelt en verbetert op een duuzame manier de bodem en het bodemleven. Dit maakt een aanzienlijke vermindering van de kunstmestgift mogelijk. Scan de QR code en lees er alles over op www.rinagro.nl.

AgriMestMix® is een product van:

Rinagro

Smart Farming

Tel. 0515-232724 | www.rinagro.nl

VLAMING Agri

SPITMACHINES VOOR HET BETERE SPITWERK

Bekijk de vernieuwde Soucy Track S -Tech 612!

Verlaagd de bodemdruk met 300% in vergelijking tot cultuurbanden.

Verkrijgbaar in 30 cm en 40 cm rupsen.

Verstelbaar in spoorbreedte van 1.500 mm tot 2.250 mm.

Farmax LRP Profi

Farmax KRG Diepspitter

De nieuwe generatie Farmax spitmachines gemaakt in de fabriek uit Denekamp (NL) en zijn ontwikkeld voor de professionele akkerbouwer en loonwerker. De Farmax spitmachines zijn leverbaar in diverse werkbreedtes en uitvoeringen. Farmax SRP Farmax DRP-Perfect Farmax LRP Profi Farmax Rapide 2 Farmax LRG Diepspitter Farmax KRG Diepspitter

vanaf 30 Pk. vanaf 80 Pk. vanaf 120 Pk. vanaf 140 Pk. 0.50 – 1.00 mtr. 0.85 – 1.30 mtr.

Voor informatie en folders:

T: +31 (0)228-565011 Internet: www.vlaming-groep.nl

Wasse B.V. Oranjekanaal zz. 17, 9415 PR Hijken Tel: + 31 (0)593-52406 • www.wasse.nl Verkoop: Gerry Wasse + 31 (0)653428536

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 17

01-03-16 16:33


18 Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEMESTING

Kwaliteit en wetgeving dwingt pootgoedtelers tot actie “De bodem is het centrale middelpunt van de totale akkerbouw­ cyclus”, zo stelt Marco van Gurp van N-xt Fertilizers. “Een gezonde bodem zorgt voor een vruchtbaar resultaat. Daarom bevatten de meststoffen van N-xt geen zouten, maar organische zuren. Deze zuren werken het bodemproces niet tegen, maar zorgen wel voor kwaliteitsverbetering van het pootgoed.”

KWALITEIT ALS UITGANGSPUNT In de zoektocht naar passende bemestingsstrategieën zoeken veel akkerbouwers naar een product dat het gewas voedt. Marco van Gurp neemt niet de voeding van de aardappelplant als uitgangspunt, maar het voeden van de bodem is in zijn optiek het allerbelangrijkste: “De bodem is het huis van de biologie. Een goede bodemanalyse is dan ook een belangrijk vertrekpunt en deze moet als een bouwtekening voor de grond dienen.”

“WE WILLEN VOLLEDIG OVERGAAN OP VLOEIBAAR” Nico Gebbink heeft een akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder. Hij is als jarenlange gebruiker steeds meer overtuigd geraakt van het effect dat N-xt heeft op zijn teelt: “We zijn begonnen met blokken van 3,5 bunder en nu doen we alle gewassen met N-xt. Sinds we dat gebruiken zien we meer bodemleven. Er zitten duidelijk meer pieren in de grond. We willen dan ook volledig overgaan op vloeibare mest.” Gebbink gebruikt de meststof in combinatie met compost en andere bodemverbeteraars. “Op die manier kunnen we veel beter sturen op stikstof. We moeten zien waar we dit jaar op uitkomen, maar na enkele jaren zoeken naar de juiste verhoudingen hebben we de laatste aardappeloogsten een mooiere verdeling, minder slemp, een betere knolzetting en meer knollen per plant. We gebruiken het product niet zozeer voor de opbrengst, maar vooral voor een kwaliteitsverbetering

van het gewas en de bodem. De hogere eisen aan de kwaliteit van het product en de stengere wetgeving op het gebruik van meststoffen dwingen ons tot acties gericht op het verbeteren van de bodemgezondheid.” “BELANG CALCIUM NOG STEEDS ONDERSCHAT” Naast de bodemmeststof maakt Gebbink ook gebruik van de kwaliteitsmeststof N-xt Calcium. Een meststof die mede door Van Gurp is ontwikkeld om calcium beter beschikbaar te maken voor de aardappel: “Calcium is een lastig mineraal in de bodem, maar tegelijkertijd ook essentieel voor de plant.” Voldoende calcium voorkomt een blokkade van voedingsstoffen, maar de opname is van veel factoren afhankelijk: wortelzones, groeiomstandigheden, verdringing en verdamping spelen allemaal een belangrijke rol: “Het belang en de effecten van dit mineraal worden nog steeds onderschat. Hoge concentraties als natrium en chloor werken de calciumopname tegen. Te veel nitraatstikstof zet de groei boven de grond aan, dit gaat automatisch ten koste van de wortelgroei en dus de calciumopname.” Calcium is cruciaal bij de knolzetting, vanwege de rol die het heeft bij de opbouw van celwanden, membranen, maar ook bij de aansturing van enzymen en een goede celdeling en -strekking. De aardappel neemt de meeste calcium op in het begin van het groeiseizoen. “Het optimale toedienmoment voor deze kwaliteitsmeststof is dan ook na het poten en voor het frezen. “Dit is tevens een hele praktische toepassing met de veldspuit. Zodra de jonge haarworteltjes gaan zetten is er voldoende opneembare calcium

beschikbaar. Calciummeststof in de pootgoedteelt loont direct wanneer schurft en schilkwaliteit een probleem zijn”, aldus Van Gurp. OPTIMALE BENUTTING De meststoffen van N-xt hebben als belangrijkste eigenschap dat ze ammonium (stikstof) en opneembare fosfaat op een natuurlijke manier voor langere tijd beschikbaar maken voor het gewas: “De mineralen hechten zich binnen 24 uur aan het kleihumuscomplex en spoelen niet uit. De omzetting naar nitraat wordt op een natuurlijke manier voorkomen, waardoor er geen chemie nodig is die inspeelt op het bodemleven. Mede hierdoor worden het fosfaat en de spoorelementen uit de meststof optimaal benut.” De focus ligt dus nadrukkelijk op het creëren van een natuurlijke bodembalans voor de plant. “Vanuit de bodem begint dit bij een optimale chemische balans. Dit zorgt voor een optimale structuur (fysische balans), wat een voorwaarde is voor een gezonde biologie in de bodem.” Van Gurp hecht daarbij veel waarde aan het gebruik van organisch materiaal: “Bij al onze meststoffen gebruiken we ureum als basis om andere mineralen op natuurlijke basis te binden. Het is plant-aardig en milieu-vriendelijk.” KINSEY-ALBRECHT ANALYSE Nico Gebbink geeft wel toe dat er veel geduld voor nodig is om met deze producten te werken: “Dit moet je meerdere jaren doen en dan kun je pas echt verschillen gaan meten. Men zegt weleens ‘meten is weten’, maar je kan in mijn optiek ook te veel weten. Met dit soort dingen is het vooral een kwestie van doen, uitproberen en je steeds afvragen wat is bruikbaar? Het werken met vloeibare meststoffen zoals N-xt vergt een andere denkwijze en rekenmodule. Daarin leren wij ook nog elke dag. Een goed voorbeeld is het toepassen van bladmeststof voor een verbeterde knolzetting. Dit kan je te vroeg doen, maar je moet ook oppassen dat je het niet te laat toedient. Het ideale moment varieert

Meerjarig onderzoek laat bij diverse rassen een duidelijke verbetering zien in de schilkwaliteit. Bovenaan de onbehandelde aardappelen, onderaan de behandelde aardappelen van hetzelfde ras

Aardappelteler Arnold van Woerkom (links) met Marco van Gurp. Van Woerkom gebruikt al 16 jaar meststoffen van N-xt en levert sinds kort zelfs W16 aardappelen aan ziekenhuizen. Belangrijkste reden voor de ziekenhuizen om te kiezen voor de aardappelen van Van Woerkom: ze bevatten 30 procent meer mineralen. enorm en is zelfs per aardappelras verschillend. Om hier meer inzicht in te krijgen hebben we afgelopen jaar bodemonderzoek laten doen volgens de Kinsey-Albrecht-methode. Zodra de resultaten hiervan binnen zijn gaan we ons bemestingsplan hierop aanpassen.” De Kinsey-Albrecht methode, van N-xt Soil Services, gaat om het balanceren van de mineralen op het CEC (het kleihumuscomplex), zodat de plant toegang heeft tot alle spoorelementen. Deze methode kijkt naar zowel de minimaal benodigde hoeveelheid als de maximaal gewenste hoeveelheid, terwijl de meeste grondonderzoeken zich beperken tot het analyseren van de minimaal benodigde hoeveelheid. Marco van Gurp: “De producten van N-xt Fertilizers en Soil Services (bodemadvies en begeleiding) worden ook volgens deze methode ontwikkeld. We kijken naar de effecten die meststoffen hebben op de grond voor de lange termijn. Meer van hetzelfde leidt niet altijd tot een beter resultaat, dus moet je kijken naar andere input. Ik vergelijk het weleens met fastfood: het vult wel, maar het voedt niet. N-xt richt zich op het verhogen van de kwaliteit in zijn totaliteit. Alleen op die manier is het mogelijk om continuïteit in de opbrengst te realiseren.” CONTINU DYNAMISCH PROCES N-xt is in het huidige beschikbare spectrum één van de weinige meststoffen die het bodemproces niet verstoort en zelfs op langere termijn kan bijdragen aan het herstel van de bodemgezondheid. “Dat begint dus met een bodemanalyse. Vervolgens kom je in een soort van overgangsfase. De meststof wordt toegediend voor één teeltseizoen, maar daarna is het zaak om kritisch te kijken naar oorzaken van het gebrek van bijvoorbeeld: opneembare calcium in de bodem. We gaan dan samen met de akkerbouwer inzichtelijk proberen te maken welke verhouding aan

calcium en magnesium er aanwezig is. En kijken we waar de cyclus moet worden aangevuld.” Van Gurp vervolgt: “Dit doen we altijd door een gezonde bodem centraal te stellen. Dit bereik je door goede chemie, fysiologie en biologie. Dat zorgt voor een betere weerbaarheid, hogere kwaliteit en meer opbrengst. Om dat te optimaliseren worden er bodemanalyses uitgevoerd, bodem-, kwaliteits- en bladmeststof toegevoegd. Ook geven we advies en blijven we monitoren. Een gezonde bodem en een vruchtbaar resultaat is een continu dynamisch proces waar voortdurend aan gewerkt moet worden. Het gewas is daarbij je grootste

“WE KIJKEN NAAR DE EFFECTEN DIE MESTSTOFFEN HEBBEN OP DE LANGE TERMIJN” en belangrijkste gereedschap. De bodem zien wij als het huis van de biologie, waarna het geheel de plant kan voeden. Dit moet dus goed onderhouden worden en een stevig fundering hebben. Aan de basis staat dus een bouwtekening van je grond en dat is precies waar de KinseyAlbrecht analyse zich onderscheidt ten opzichte van de andere bodemanalyses”, aldus Van Gurp. Gebbink: “De bodem is de motor van mijn bedrijf. Daar moet het resultaat uit voortkomen, dus daar wil ik graag wat extra’s energie in steken. Met N-xt meststoffen investeer ik in de bodem en het gewas voor de prijs van één.” MEER INFORMATIE? N-xt Fertilizers T 088-3425600 www.n-xt.com @NxtFertilizers

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 18

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 19

maart 2016

Unieke meststoffen en praktisch bodemadvies

N-xt Fertilizers levert bodem- en bladmeststoffen die in de aardappelteelt succesvol worden ingezet. De producten zorgen voor een betere opbrengst, een gunstige maatsortering en een hoge productkwaliteit. Ook verbeteren de N-xt producten de weerbaarheid van het gewas tegen ziekten en plagen.

N-xt Bodemmeststoffen • Efficiënte fosfaat toepassing met FertiPhos op de knol • Complete meststoffen met ammonium, fosfaat en sporenelementen in de rij naast de knol

N-xt Calcium • Stimuleert de knolontwikkeling • Vermindert de kans op aantasting door schurft • Bevat goed opneembaar Calcium, Borium en ammoniumstikstof

N-xt bladmeststoffen

TO

WE

NG S

S LTIE

RE

ER

B

ME

R

T

AN

FYSIOLO GIE

A LY

O SE A D VIES M

1. Bodemanalyse volgens de Kinsey-Albrecht methode Kijkt naar de uitwisselingscapaciteit van de bodem waarin de hoeveelheid calcium, magnesium en kalium een belangrijke rol speelt.

2. Analyse en uitbreiding van het actieve bodemleven Wat zit er aan schimmels, aaltjes, wormen en bacteriën in de bodem. Een actief bodemleven zorgt voor een goede afbraak van organische stof uit mest, compost en gewasresten, waardoor mineralen en spoorelementen beter beschikbaar komen.

3. Verwijderen van eventuele verdichte lagen in de bodem Op veel percelen zijn verdichte lagen aanwezig die de bodemvruchtbaarheid tegen werken. Ze zorgen in droge tijden voor een slechte vochtvoorziening en in natte periodes voor een slechte ontwatering. Met een Penetrometer zijn de lagen te meten en met een graslandwoeler te verhelpen.

4. Vergroten hoeveelheid organische stof Via groenbemesters, dierlijke mest, compost en vruchtwisseling de hoeveelheid organische stof op peil brengen en de humusomzetting stimuleren.

Het Kinsey-Albrecht rapport geeft haarfijn aan welke sporenelementen aangevuld moeten worden om de processen in de bodem optimaal te laten verlopen. Uiteraard hoort daar een koppeling naar de gewasbehoefte bij.

6. Bemesten naar gewasbehoefte

G

RIN

G

DE

M

TO

CH

LO

BO

IE

N-xt Soil Services zet voor u de stappen op een rij om te komen tot een betere bodemvruchtbaarheid. De laatste twee stappen horen altijd in dienst te staan van de eerste vier. Een vruchtbare bodem is immers de beste basis voor een gezond en weerbaar gewas, een hoge gewaskwaliteit en de beste opbrengst.

Op basis van de gewasbehoeften wordt stikstof, fosfaat, kalium, magnesium en zwavel bemest. Als de bodem op orde is, zal dit minimaal hoeven te worden aangestuurd.

IE

BODEM

EM

BIO

GEZONDE

Een gezonde en vruchtbare bodem is van levensbelang voor een goede opbrengst en hoge kwaliteit van uw product.

5. Bijsturen hoeveelheid sporenelementen

S C IA

AA

KWALIT EI HE ID

PB

BODE M

ST

M B L AD E S T S T OF F O

PE

ST

N-xt bladmeststoffen worden toegepast vanaf de knolzetting. Hiermee kan, door de juiste stikstofvorm, heel nauwkeurig de doorgroei van gezette knollen worden bevorderd.

Stap voor stap naar een vruchtbare bodem

NI

Meer weten? Op www.vruchtbarebodem.nl vindt u volop kennis en inspiratie om te komen tot een gezonde bodem met een vruchtbaar resultaat!

www.n-xt.com

T +31 (0)6 105 542 38

www.vruchtbarebodem.nl

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 19

01-03-16 16:33


20 Innovatie & Ondernemen

#1

100 tractoren & machines op voorraad! www.koopvanderwal.com

Best gelezen! IVO HAARTSEN: “DEMOPLOEG RUMPTSTAD OPTIMUS GOED BEVALLEN”

Ivo Haartsen is één van de akkerbouwers die deel uitmaakt van DH-Agro (Dekker en Haartsen). Het bedrijf is gevestigd in Biervliet. Daarnaast voert hij een maatschap met zijn ouders in Waterlandkerkje. “De vaste 3-scharige ploeg daar is aan vervanging toe. Onze dealer had als een van de eersten de nieuwe Rumptstad Steketee Optimus beschikbaar, dus dat viel goed samen. Tussen Kerst en nieuwjaar hebben we de ploeg getest op ons bedrijf te Biervliet op lichtere grond. Zo konden we hem goed vergelijken met onze Rumptstad 4-schaar RPV 140480 daar. We waren immers al klaar

AKKERBOUWER KORT WAST AARDAPPELS VOOR AFLEVERING

De aardappeloogst is binnen voor dit jaar en dus ligt de focus nu op bewaring en verlading. De uiteindelijke opbrengst hangt mede af van het uitvalpercentage bij de aardappelen die vanuit de schuur naar de fabriek gaan. “Bepaalde aardappelen spoel en was ik nog even voordat ze naar de fabriek gaan”, verklapt akkerbouwer Robert Kort uit Kudelstaart.

met het ploegen op de zwaardere grond. Het lage eigen gewicht heeft ons positief verrast.” ZWAARDERE GROND Afgelopen jaren werkte Ivo Haartsen met een 3-scharige vaste ploeg. “Die begint te verslijten en is eigenlijk aan vervanging toe”. Vanaf dit jaar willen

Via AkkerbouwActueel.nl houden wij agrariërs dagelijks op de hoogte van het laatste nieuws, marktprijzen en ontwikkelingen in de markt. Zo bent u altijd op de hoogte van de actuele gebeurtenissen in de Nederlandse akkerbouwsector. De redactie speurt iedere week naar de meest interessante verhalen van agrariërs en leveranciers. ze op beide locaties gaan werken met een RTK-GPS gestuurde varioploeg: “De locatie in Waterlandkerkje heeft zwaardere grond dan het perceel in Biervliet. De manier waarop de Rumptstad ploegt is mij altijd goed bevallen. Ik heb ook nog even gekeken naar een vergelijkbare ploeg van Lemken en Kverneland, maar het gevoel bij Rumptstad is gewoon heel goed. Bovendien is de Optimus een heel knappe ploeg waarmee je dankzij het brede voorrister meer plaats hebt om je werkzaamheden uit te oefenen.

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

GROOTMOEDERSTIJD Het idee om de aardappelen nog even een flinke spoelbeurt te geven, voordat ze naar de fabriek gaan, is afkomstig van een principe uit grootmoederstijd: “Vroeger werden de aardappelen ook altijd een tijdje in het water gezet, voordat ze gekookt werden. Dat keukenprincipe passen wij ook toe. De aardappelen gaan goed nat de wagen in en liggen dan vervolgens lekker nat een uur tot anderhalf uur in de vrachtwagen.” De reacties vanuit de fabriek

DEN HARTOGH: “IK KOOP ALLEEN MAAR TREKKERS DIE KAPOT ZIJN”

“Het begon allemaal met een D430 uit eind jaren 50. Op die trekker heb ik zelf leren trekker rijden en sindsdien ben ik helemaal verzot op de oudere types van Case International”, aldus Jan Pieter den Hartogh uit het Friese Driezum. Jan Pieter den Hartogh (57 jaar) werkt sinds kort voor mechanisatiebedrijf Veenma in Dokkum. Zijn grote passie: trekkers kopen die kapot zijn. Inmiddels heeft Den Hartogh een flinke verzameling bijeen geklust: “De oudste van allemaal - de D430 - heb ik na dertig jaar weer terug kunnen brengen in de familie. Hij was in staat van ontbinding toen ik hem kocht. Deze trekker staat nu op een speciaal plekje op het erf,

wat ik ons museum noem. Daarnaast heb ik een tweewiel aangedreven 845XL uit 1988 en ben ik momenteel bezig met eenzelfde type trekker uit 1985 op te knappen. Er staat hier ook nog een prachtige McCormick 824 uit 1970 en een 6-cilinder Case International 956XLA. Het pronkstuk van mijn bescheiden verzameling is de Case International 845XLA uit 1988. Die heb ik helemaal gereviseerd en met die trekker ga ik het liefste op pad. In totaal draait deze nog zeker 200 uur per jaar mee op het land. Dat ding start altijd direct en bewijst nog wekelijks zijn waarde.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

op deze bijzondere werkwijze zijn louter positief. “Er wordt weleens raar naar gekeken, maar ik doe dit nu al een jaar of tien en het werkt prima. Uiteraard kan het niet bij alle aardappelen en het is ook niet toe te passen als er veel klei op zit, maar over het algemeen kan het prima.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

AANMELDEN VOOR DE AKKERBOUWACTUEEL? GA NAAR WWW.AKKERBOUWACTUEEL.NL Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 20

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 21

maart 2016

DOSSIER:

STUDIEGROEP

LANDELIJKE POOTAARDAPPELDAG:

“Zoeken naar verbindingen voor

kwaliteitsverbetering”

De pootaardappelacademie kijkt tevreden terug op de eerste landelijke poot­aardappel­dag. Een kleine 250 akkerbouwers waren naar Emmeloord afgereisd om te luisteren naar diverse sprekers en het bijwonen van kennissessies. De akkerbouwers vertegenwoordigen de vijf regio’s waar een academie is opgericht en kwamen bij elkaar onder het motto: “Telers leren van telers”.

KWALITEIT: EEN BLIJVENDE UITDAGING De themadag voor de pootgoed­ sector stond in het teken van kwaliteit. “Nederland produceert goede kwaliteit, maar de concurrentie (buitenland) staat niet stil”, zo waarschuwde akkerbouwer Kees Gommeren bij de opening van de pootaardappeldag. “Samenwerking is cruciaal voor kwaliteitsverbetering. Alleen door samen te blijven werken, goed te controleren kunnen we de concurrentie uit Frankrijk, Schotland, Denemarken en Canada voorblijven. Bedreigingen zoals het

“TECHNIEK IS SLECHTS HULPMIDDEL” niet beschikbaar zijn van Vydate, hogere areaaldruk en weerinvloeden kunnen worden omgezet naar kansen. Positieve ontwikkelingen zoals nieuwe markten in Azië en Afrika dragen hieraan bij, evenals innovaties op het gebied van pre-

cisielandbouw, big-data, robotisering, verbeteringen in onderzoeken kweekwerk, schaalvergroting waar de akkerbouwer langzaam maar zeker wordt omgeturnd tot manager en uiteraard verduurzaming versterken de noodzaak tot samenwerking. Investeringen op deze vlakken kunnen immers niet door de individuele akkerbouwer gedragen worden.” GEZAMENLIJKE KENNIS “De focus op kwaliteit is cruciaal voor de Nederlandse pootgoedteler”, aldus analist Cindy van Rijswick (Rabobank Food & Agri). Aan de hand van diverse data liet ze zien dat Nederland er goed voor staat als pootgoednatie. Het beschikbare areaal pootaardappelen is zelfs twee keer groter dan het totale areaal van Frankrijk en Duitsland samen. Qua export is ons land nog altijd koploper in de wereld: 57 procent van de geëxporteerde pootaardappelen komt uit Nederland. De gezondheid van de bodem en het gewas vormen bedreigingen voor die leidende positie. Meer aandacht voor rassen met een hoge ziekteresistentie, aandacht voor

de voedingswaarde en het onder controle houden van de grondprijzen zijn volgens de Rabobank andere belangrijke speerpunten voor de sector. “Samenwerking op het gebied van technologie en het nog efficiënter werken, maken het behalen van die doelen gemakkelijker”, zo pleitte Van Rijkwick. Die oproep past naadloos bij de filosofie van Leon Noordam. Als één van de initiatiefnemers van Novifarm gelooft hij ook in een sector waarbij samenwerking en het delen van kennis de basis zijn voor het verbeteren van de kwaliteit: “We zijn in de eerste plaats met Novifarm begonnen om het werkplezier te vergroten, maar ook om onze gezamenlijke kennis toe te passen bij alle deelnemende bedrijven. Zo profiteert iedereen van elkaars expertise.” De vernieuwingen die bij Novifarm zijn doorgevoerd lijken gewaagd, maar volgens Noordam is alles gebaseerd op reeds bestaande inzichten: “Zoals onze opa’s vroeger op een klein perceel met de schop kon voelen wanneer hij te maken had met lichte of zware grond. Zo moeten wij ook weer gaan denken. Hierbij komt vakmanschap om de hoek kijken. De techniek is een prachtig hulpmiddel bij het uitoefenen van ons beroep. De indicaties van het stikstofgehalte in het gewas, die mijn Fritzmeier-plantsensor toont, zijn lastig te interpreteren zonder kennis, ervaring en het durven experimenteren.”

De focus op het stengelaantal per hectare is een werkwijze die ook als experiment is begonnen, maar inmiddels volledig is doorgevoerd in de bedrijfsvoering van Novifarm: “Het stengelaantal per hectare is leidend voor bemesting. Daarnaast is die informatie nodig om als consumptieteler pootgoed te kunnen prepareren voor de teelt. Inzicht krijgen in de inwendige kwaliteit van de poter is bepalend voor de uiteindelijke pootafstand en dus het aantal te bestellen stuks per hectare.” BELANGRIJKE ROL VOOR DELPHY De themadag werd mede georganiseerd en gedragen door Delphy (voorheen DLV Plant). Johnny Remijn sprak tijdens de plenaire bijeenkomsten namens Delphy de wens uit voor een meerjarige vergelijking tussen rassen en handelshuizen. De akkerbouwers in zijn regio (Zeeuws-Vlaanderen) zouden daar meerdere malen bij hem op hebben aangedrongen. Ook blijkt condens – in de bewaring – een steeds groter discussiepunt te worden, vooral als veroorzaker van zilverschurft. Paul Hooijman, eveneens Delphy, sprak tijdens de deelsessies over een aantal praktische zaken die naar voren zijn gekomen dankzij de Pootaardappelacademie. Hooijman: “Het gebruik van dierlijke mest in het voorjaar op pootaardappelen beïnvloedt het tal niet

negatief. Rundveemest in beperkte mate - circa 25 kuub per hectare - lijkt het meest geschikt hiervoor. Voorwaarden zijn uiteraard wel dat de mest goed homogeen moet zijn, dus goed gemixed uit één silo, en dat het toepassingsapparatuur goed is. Bandenspanning moet goed aangepast kunnen worden aan de omstandigheden, de grond moet droog genoeg zijn. Dat kan dus betekenen dat je even moet wachten in het voorjaar, en goede afspraken moet maken met de loonwerker. Met de inzet van drijfmest in het voorjaar worden de bemestingskosten flink

“WATER IS EEN BELANGRIJK MIDDEL OM SCHURFT TE BEPERKEN” gedrukt. De inzet van vaste mest raden we af.” Daarnaast is een belangrijk punt de ‘plantafstand van de poters’. Hooijman: “Dit is uiteraard per ras, maat en grondsoort verschillend, maar 15 tot 17 centimeter pootafstand is voor veel situaties het meest geschikt. Wijder planten resulteert meestal in minder knollen per hectare. Nauwer planten levert daarentegen niet automatisch meer knollen op. Nadeel hiervan is dat er meer materiaal de grond in gaat.” >>

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 21

01-03-16 16:33


22 Innovatie & Ondernemen

Hooijman: “Ook het direct aan­ aarden bij het poten is een veel besproken issue binnen de academie. Soms moet je even een dag langer wachten in het voorjaar om met dit systeem te kunnen werken, omdat er wat meer grond nodig is voor de rugopbouw. Groot voordeel is dat je klaar bent op het perceel, zodra er gepoot is. Bijkomend voordeel is dat de rugopbouw beter is. Dat komt doordat de gehele rug met dezelfde grond (en gelijk vochtgehalte) wordt opgebouwd.

Hierdoor scheurt de rug minder in en werken de bodemherbiciden wat beter. Daarnaast kan er moeilijker zuurstof de rug in (schurft).” Schurftbeperking is sowieso een veel besproken onderwerp bij de akkerbouwers die aangesloten zijn bij de pootaardappelacademie. Vanuit Delphy is hier veel aandacht aan besteed, zo vertelde Hooijman tijdens zijn sessies in het Voorhuys te Emmeloord: “Water is het belangrijkste middel om

#1

schurft te beperken, dat weten we allemaal. Met een toepassing van N-xt Calcium (zie pagina … voor meer informatie hierover) voor het frezen, kan schurft sterk beperkt worden. Duidelijk is wel dat wanneer je dit toepast en er weinig regen valt - of je kunt niet beregenen - het dan ook niet lukt. Maar water in combinatie met dit product reduceert de schurftkans tot wel vijftig procent. Pas het wel correct toe: spuit het met veel water, kort voor het frezen. Hoe sneller het is ingewerkt, hoe beter het werkt”, zo besluit Hooijman. “DE KUNST IS OM VAN EEN RICHTING, EEN KOERS TE MAKEN” Organisator Jacob Dogterom van Delphy en medeorganisator Harrie Vreman van LTO Noord kijken terug

op een geslaagde eerste landelijke pootaardappeldag. Dogterom: “We zijn heel tevreden. Een goeie opkomst en interessante gespreksonderwerpen zijn de revue gepasseerd. Ruim 25 procent van de bezoekers heeft het evaluatieformulier ingevuld en daarop staan alleen maar positieve commentaren en voldoendes, de kans is dus groot dat dit initiatief volgend jaar een vervolg krijgt.” De pootgoedacademie wordt ook steeds meer een serieuze gesprekspartner binnen de diverse agroclusters die verbonden zijn aan de akkerbouwsector: “Ons doel is om verbindingen te zoeken, daar waar een gezamenlijke winst te behalen valt. Samenwerking is nodig om verder te kunnen komen. De kunst

is om elkaar van een richting, een koers te maken. Die koers moeten we dan wel wetenschappelijk onderbouwen en aantonen door over de gehele sector kwaliteitsverbetering als basisvoorwaarde te hanteren”, aldus Harrie Vreman.

MEER INFORMATIE? Secretariaat Pootaardappel­ academie T 088-8886677 www.pootaardappelacademie.nl @pootaardappelac Delphy T 0317-491578 www.delphy.nl @akkerbouwNOost @DelphyNoordwest @DelphiAkkerbZW

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 22

01-03-16 16:33


Innovatie & Ondernemen 23

maart 2016

SBG PRECISION FARMING:

“Met de armen over elkaar bieten zaaien of kunstmest strooien” DOSSIER:

wers die dit systeem aanschaffen straks met de ‘armen over elkaar’ bieten zaaien of kunstmest strooien.”

PRECISIELANDBOUW De SBG Precision Farming Geostar 200 is een RTK-systeem van een Nederlandse makelaardij. De nuchtere boerenlogica van de akkerbouwers in ons land zie je volgens Menko Oosterhuis (Van Arendonk Mechanisatie) dan ook terug in het ontwerp en gebruik van dit GPSsysteem: “In feite kunnen akkerbou-

STUURHULP SBG is een systeem dat helpt om op de centimeter nauwkeurig te werken. Dit betekent dat scheeftrekken, structuurbederf op de kopakker en steken voorkomen kunnen worden. Daarnaast is het ook goed te gebruiken om een perceel uit te meten, maar ondanks al deze praktische

toepassingen en voordelen gebruikt het merendeel van de akkerbouwers het systeem maar voor één ding: “Recht rijden. In 95 procent van de gevallen worden GPS-systemen gebruikt als stuurhulp. En dat terwijl er nog veel meer mogelijk is. In algemene zin kunnen we stellen dat er momenteel veel data, maar weinig kennis is. Het gebruik van bodemkaarten, -scans en drones is gemeengoed, maar de vertaalslag naar de praktijk is vaak nog lastig.” COMPATIBLE MET ELKE HYDRAULISCHE TREKKER OF ZELFRIJDER Een groot voordeel van deze precisielandbouw-machine is volgens Oosterhuis de flexibiliteit van het systeem: “Het is gemakkelijk uitwisselbaar van trekker naar trekker. Het past op werkelijk elke hydraulische trekker en bijvoorbeeld ook op een zelfrijdende aardappelrooier of veldspuit. Vanwege de dubbele besturing met één terminal op twee plekken kan een zaaimachine of schoffelmachine achter de trekker apart bestuurd worden. Dat is vooral in de biologische teelt een pluspunt:

“LIEFST NOG VOOR HET BEGIN VAN HET GROEISEIZOEN REGELEN”

COLOFON je kunt zo nog nauwkeuriger zaaien en schoffelen. Daarmee bespaar je veel handwerk. De akkerbouwer werkt effectiever, bespaard tijd en is meer uitgerust omdat hij niet de hele dag hoeft te turen. Het systeem is zeer gemakkelijk in gebruik. Als je een smartphone snapt, dan snap je dit ook.” De maanden februari en maart zijn volgens Oosterhuis de ideale maand om jong gebruikte GPS-systemen aan te bieden: “De akkerbouwers die een nieuw GPS-systeem willen kopen hebben dat besluit al in november of december genomen. Akkerbouwers die dit nog niet gedaan hebben maar toch nog wat willen, die regelen dit het liefst nog voor het begin van het seizoen. Die groep is nu op zoek naar de laatste aanvullingen. Wij kiezen er bewust voor om jong gebruikte systemen aan te bieden, want de kosten voor een nieuw systeem zijn voor deze groep vaak net een brug te ver. De gebruikte systemen die wij nu aanbieden zijn meestal nog met fiscale voordelen ingeruild en dus goedkoper te verkopen.” MEER INFORMATIE? Van Arendonk Zeewolde T 036-5221441 www.vanarendonk.eu @ArendonkMechani

Innovatie & Ondernemen is een special interest uitgave dat deel uitmaakt van het kennis- en communicatiepodium www. akkerbouwactueel.nl. Uitgever van het kennisplatform is Prosu Media Producties. Oplage:

5.000 exemplaren

Doelgroep:

Professionele akkerbouwers

Frequentie:

Drie keer per jaar

Redactie:

Richard Bender

Adverteren: Jan Geert Vedelaar (06-51268755), Henk Stoel (06-10427726) Fotografie:

Geraldine Nikkels, Delphy

Vormgeving: uNiek-Design.nl Drukwerk:

Van Liere Media

AkkerbouwActueel is een uitgave van

Prosu Media Producties Postbus 283, 8250 AG Dronten T 0320 286939 | F 0320 286985 www.prosumediaproducties.nl

STRUIK TWINROTOR EFFICIËNTER IN ZAAIBEDBEREIDING

Tempo TPV precisiezaaimachines

honderden euro’s opbrengstverschil per ha.!

GEBRUIK VAN HET TWINROTOR SYSTEEM BETEKEND: • MINDER STRUCTUURSCHADE • OPTIMALE VERKRUIMELING • BETERE WATERHUISHOUDING Gratis

bodywa rmer bij aan koop Väders tad Tempo Struik Wieringermeer BV / Struik Export BV, Schelphorst 67 / 32, Bedrijventerrein Robbenplaat 5000-6000 1771 SM Wieringerwerf, The Netherlands, +31(0) 227603144, +31(0) 227603588

www.struikholland.nl

Tel. +31 (0)58 257 15 55 www.homburg-holland.com

Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2016

I01-012 I&O DEF.indd 23

01-03-16 16:33


WWW.RTH.NL

Ga uw eigen weg en kies EMC. Het alternatief voor weegtechniek!

NIEU W!

EMC dosering, duidelijke voordelen EMC regelt in tegenstelling tot strooiers met weegcellen de linkerzijde apart van de rechter

OptiPoint, nauwkeurig en comfortabel OptiPoint berekent voor elke kunstmestsoort en werkbreedte de bijbehorende schakelpunten voor het openen en sluiten van doseerschuiven op de kopakker

VariSpread dynamic, automatische aanpassing VariSpread dynamic past de werkbreedte en strooihoeveelheid volledig automatisch en traploos aan

EMC dosering

Reesink Technische Handel B.V. Woudhuizermark 79, NL-7325 AC Apeldoorn T +31 (0)575 59 94 69

OptiPoint

VariSpread dynamic

Bel of mail voor een passend advies met ĂŠĂŠn van onze specialisten, zij staan u graag te woord.

E info@rth.reesink.nl W rth.nl

kemp_7913_Adv_RTH_Rauch_265x397_Nieuwe_Oogst_03.indd 1

I01-012 I&O DEF.indd 24

3-2-2016 14:08:33

01-03-16 16:33

Akkerbouwkrant maart 2016  

In deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake. Studiegroep, Teelttechniek, Bemesting, Duurzaam ondernemen, Mechanisatie en Precisie...

Akkerbouwkrant maart 2016  

In deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake. Studiegroep, Teelttechniek, Bemesting, Duurzaam ondernemen, Mechanisatie en Precisie...

Advertisement