Akkerbouwkrant oktober 2021

Page 1

Akkerbouwkrant INNOVATIE & ONDERNEMEN

Akkerbouwbedrijf.nl

Deze krant is een speciale uitgave van Prosu Media Producties voor akkerbouwers in Nederland en België.

# 5 - oktober 2021

Teeltresultaten

IN DEZE EDITIE AAN TAFEL BIJ Brian Salomé P.2

INNOVATIE Delphy's Actuele Akkervraag over robots P.4 Autonome aardappelrooier P.6 Nieuwe Vervaet Beet Eater P.38

DE NIEUWE NEW HOLLAND CR8.80

Axiaaldorser sluit seizoen af met perceel Hexham Gehuld in stofwolken knipte de New Holland CR8.80 een blok van vijftien hectare Hexam-wintertarwe weg bij akkerbouwer Peter van Dorsser in Swifterbant. Het eerste dorsseizoen zit er daarmee op voor de nieuwe combine van Loonbedrijf Vedelaar uit Nagele. Met een capaciteit van vijftig ton per uur heeft de combine het blok binnen drie uur gedorst. Tekst en beeld: Jan Geert Vedelaar

Chauffeur Lucas Bramer bevestigt het gebruiksgemak van de machine, op het IntelliSense systeem staat de zomertarwe modus ingesteld. Met de rijhendel onderbreekt hij soms handmatig de automatische maaibord hoogte instelling en haspelsnelheid omdat de Hexham wat legerig is. Daardoor moet hij de snijhoogte en haspelsnelheid regelmatig aanpassen om het graan mooi midden voor de invoervijzel te laten vallen. Verstoppingen of ander oponthoud zijn er dit seizoen niet geweest, laat Bramer weten. Peter van Dorsser legt uit dat hij één keer met halmverkorter heeft gespoten. “Voor het mooie was twee keer beter geweest.”

BEREGENEN Kennisbundeling in druppelirrigatie P.8

PLANTGEZONDHEID Spuittechnieken onder de loep P.10 Ervaringen met Squall P.12 Veelzijdigheid Polysulphate P.16

MECHANISATIE Rauch precisiebemesting P.14 Vegniek looftrekken P.18

Hij zocht een robuust ras om niet te hoeven spuiten tegen schimmels. De opbrengst van desondanks dik negen ton met een vochtpercentage van 13,7 procent stemt hem tevreden. De axiaaldorser is volgens Joop Vedelaar een mooie aanvulling binnen het loonbedrijf. “Met twee schudderdorsers dorsen we de kleinere percelen voor onze klanten”, legt hij uit. “De capaciteit hoeft ook niet groter. Anders kun je het toch niet bijbenen met het kipper transport. We lossen zo’n negen ton per keer uit de bunker en dan heb je de kipper van twintig ton al vol gedraaid.” Het maaibord is zeven-meterdertig breed. Ook dat is volgens Vedelaar groot genoeg. “Met een bord van tien of twaalf meter leg

je anders een behoorlijk zwad voor stro klanten neer. Als dat nat wordt heb je het ook niet zomaar omgekeerd, dat kan voor de stroafvoer problemen geven. Deze combine heeft een grote capaciteit maar is toch nog compact. Met de rupsen op tachtig centimeter breedte blijven we toch binnen de drie-en-halve meter. Zo hebben we geen gedoe op de weg, maar wel een mooi draagvermogen voor een combine van deze omvang.” Het bedieningsgemak en de dorskwaliteit zijn ook redenen voor de aankoop geweest, geeft Vedelaar aan. “De automatische rij- en dorsinstellingen die op maximale capaciteit worden ingesteld, ontlasten de chauffeur. Na het ingeven van het toegestane dorsverlies stelt de machine

zelf de invoer, rotor, zeven- en windinstelling af die daarop gebaseerd zijn. Een camera registreert ook korrelbreuk en stro in de tank en stelt daarop desgewenst rijsnelheid, rotor en zeefsnelheid bij. Die kwaliteit zie je terug op de kipper. Met de opbrengstmeter op GPS die continu registreert is ook waardevolle teeltinformatie terug te koppelen aan de klant.” Voor stroklanten rukt Vedelaar overigens liever met de schudderdorsers uit. “Vanwege de extra invoer- en rotorcapaciteit van deze machine vergt het afstellen van het toerental van trommel en rotors extra aandacht om strobreuk te vermijden bij erg rijpe percelen met oud stro.” •

Dezeure hooglosser P.30 Beyne Anaconda P.32 Zelfbouw zaaimachine P.34 CEMOS-besturing getest P.36

BODEM Rijpaden in beddenteelt P.15 Groenbemesters serieuze teelt P.24

UIENTEELT Uiendag Colijnsplaat 2021 P.26

PEENTEELT Peenmanifestatie Rutten P.28

BEURSKATERN Interpom P.19

Uitgelichte artikelen...

Meer spuitbare uren dankzij Squall

Aardappelwereld ontmoet elkaar op Interpom

Gewasbescherming heet hangijzer

Plantgezondheid 11

Beurspagina’s vanaf 19

Uienteelt 26

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


2 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

AAN TAFEL BIJ

AKKERBOUWER BRIAN SALOMÉ GEEFT GEWASSEN OPTIMALE START MET HEALTHY SOIL

Precisieteelt in een optimale bodem “Voed de bodem, want de bodem voedt de plant.” Akkerbouwer Brian Salomé uit het Zeeuwse IJzendijke werkt volgens het systeem van Healthy Soil. Het concept zet in op een gezonde bodem als basis. “Want zonder een gezonde bodem heb je ook geen gezonde planten.” Tekorten worden aangevuld met bodem- en bladvoeding. Door de laatste jaren niet meer te ploegen en in te zetten op bodemverbeterende maatregelen lukt het Salomé zo om bijvoorbeeld uien met minder gewasbeschermingsmiddelen te telen. Tekst en beeld: Martin de Vries

In de schuur verklaart Brian Salomé zijn werkwijze.

Salomé is zo’n vijf jaar geleden gestart met Healthy Soil in aardappelen. Door de traditionele kunstmestgift te vervangen door gerichte blad- en bodemvoeding is de kwaliteit van het gewas flink verbeterd. De akkerbouwer start met een fosfaatgift bij het planten. Net voor het frezen zet hij calcium in, tijdens het frezen de stikstof. Bij de knolzetting zet hij de plantvoeding van Healthy Soil in. “Eerst deden we een proef. Bij de proefrooiingen hebben we kwaliteitsmonsters afgenomen en toen bleek dat we behoorlijke stappen vooruit hadden gezet. Vooral als je kijkt naar blauwgevoeligheid.” De goede resultaten met Healthy Soil deden Salomé bewegen om een te investeren in een spuitset voor de pootmachine. Ook kocht hij een rijenbemester aan, waar hij deze werkzaamheden eerst aan een loonwerker uitbesteedde. “In opbrengst zijn we zeker niet achteruit gegaan. Met de kwaliteit gaan we vooruit. Jaar op jaar, ook onder de moeilijkere teeltomstandigheden, leverden we driemaal A-kwaliteit af.”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

PIONIEREN De positieve uitkomsten, die werden getoond op een open dag van een proefboerderij, waren voor Salomé reden om het eerste contact met Healthy Soil te leggen. “Op ons bedrijf begon als het ware het pionieren in de praktijk.” De teler had meerdere beweegredenen om te pionieren met Healthy Soil. “Zo zochten wij ook naar een oplossing om stikstof te besparen. We zaten iets boven de norm. We wilden graag terug naar een kleine twee honderd kilo stikstof per hectare, om zo meer mestruimte te creëren. Die zetten we nu in, in het najaar om het organische stof gehalte te verhogen. We voeren duizend ton vaste organische mest aan, terwijl we stro afzetten. Het stro komt weer terug in de vorm van rundveestalmest en zo hebben we de kringloop rond.” Door alleen startfosfaat in het voorjaar in te zetten en geen drijfmest meer te gebruiken, houdt je volgens Salomé veel over. “De mogelijkheden zijn al beperkt, dus zoek je een meststof met veel fosfaat. Zo zijn we bij

de gescheiden varkensmest uitgekomen. Daar zit meer dan twintig procent fosfaat in en zo’n acht tot tien procent stikstof.” NIET-KERENDE GRONDBEWERKING De inzet van Healthy Soil viel bij Salomé samen met de overgang op niet-kerende grondbewerking. “De aardappelen bleven qua opbrengst achter. Collega’s haalden vijftig tot zestig ton van het land, terwijl wij op dertig tot veertig ton bleven steken.” Het familiebedrijf uit IJzendijke zit op zavelachtige klei, vijftien tot veertig procent afslibbaar. Salomé besloot om van Bintje over te stappen op Innovator, van Nedato. “Ook geen makkelijk ras omdat die niet zonder water kan en gevoelig is voor gebreksziekten. Toch gedijt het ras hier goed, ook zonder beregening. De eerste jaren hebben we veel geleerd.” De ploeg ging de schuur in. Door middel van woelen wordt een optimaal zaaibed gecreëerd. Door de inzet van overwinterende groenbemesters en inzet van Healthy Soil lukt het Salomé


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 3

oktober 2021

Poten in de klei

Begin oktober komen de winterzaaiuien van veredelaar Takii op, die eind augustus zijn gezaaid.

nu om ook in droge jaren een opbrengst van zestig ton per hectare van het land te halen. “Vijftig ton is nu de ondergrens. Misschien zal onze werkwijze niet op iedere grondsoort een oplossing zijn, maar bij ons pakt het bijzonder goed uit. In het kader van de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (nppl) is op het Zeeuwse akkerbouwbedrijf ook een proef met een Horsch Avatar 3.16 SD geweest, waarbij graszaad door de tarwestoppel is gezaaid. “Dit is nog weer stap verder als het gaat om geen grondbewerking. De eerste resultaten zijn best goed. Ook voor uien heb ik een stukje groenbemester gezaaid. De uien zager er mooier uit. De opbrengsten op het proefstrookje lagen ook nog eens vijf tot tien ton hoger.” VAN AARDAPPELEN NAAR UIEN Voor Salomé zijn de uien inmiddels een ander belangrijk speerpunt. De maatschap heeft een areaal van tachtig hectare. In het traditionele bouwplan zitten aardappelen, uien, wintergerst, graszaad, bieten, wintertarwe en een nateelt bruine bonen. Op 6,5 hectare worden uien geteeld. “Voor het tweede jaar hebben we winterzaaiuien via veredelaar Takii. In eerste instantie vanwege de oogstspreiding. De opbrengsten waren niet super en het zaaizaad is vrij duur. Uitwintering vormt met neerslag wel een risico, bij het gebruik van bodemherbiciden. Het is natuurlijk een vrij onbekende teelt. Ik hoop en verwacht dat

er wel een markt voor is. Met winterzaaiuien ben je wel de eerste die kan leveren. Aan de andere kant is de uienmarkt wel onvoorspelbaar.” Met uien probeert Salomé een rotatie van één op zes aan te houden. “De laatste jaren zijn we met uien qua oppervlakte wel wat geminderd. Droogte en trips waren hier aanzienlijk. Afgelopen jaar zaten we met meeldauw. Omdat de beschikbaarheid van actieve stoffen onder druk staat, wordt het ook steeds lastiger om een goede kwaliteit af te leveren. Twintig of dertig ton is veel te weinig.” Door ook in uien het concept van Healthy Soil toe te passen, hoopt Salomé weer een stap in de goede richting te maken. Hij start met N-xt FertiPhos voor een egale beginontwikkeling en opkomst. Door het toepassen van de formules met sporenelementen is gebleken dat met de toediening van deze meststof hetzelfde resultaat met minder fosfaat bereikt wordt. Het gaat om een formule die fosfaat stabiel en opneembaar houdt voor de plant en zelfs efficiënter kan werken als het wordt toegepast in een vroeg stadium. FertiPhos heeft direct effect op de wortelvorming, zorgt voor een goede stoloonvorming bij aardappelen en betere bolontwikkeling bij uien. Met de grondmonsters en aanbevelingen van Healthy Soil probeert Salomé te ontdekken of de positieve effecten bij aardappelen, ook bij uien zichtbaar worden. Daarnaast krijgt hij zo zicht op het effect van

De gerooide uien van in totaal 6,5 hectare liggen in opslag.

niet-kerende grondbewerking. “De resultaten vormen weer de parameters bij het magnesium strooien. We zetten in op Kieseriet. Ook zijn we gestopt met chloorkali en gebruiken daarvoor kalisulfaat als alternatief. Daar zit veel minder chloor is. Dat werkt positief op het bodemleven en de bodemwaarden.” Volgens Salomé zit de kracht van Healthy Soil in de blik op het totaalplaatje. “Van het najaar tot het eind van de oogst. Je kijk wat de bodem nodig heeft. De bodem voedt de plant en wij voeden de bodem. Dat is de tactiek. Als de bodem niet gezond is, kun de plant ook niet voeden. Je geeft het gewas alleen een boost doormiddel van een bladmeststof.” COMBINATIES ZOEKEN Resultaat is dat de groei van het gewas de afgelopen twee jaren naar behoren waren. Ziektebestrijding in uien is volledig teruggeschroefd. “Maar eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat we het eerste jaar geen druk hadden van meeldauw. Dus heb je ook geen nulmeting. Nu hebben we extreme meeldauw en dan merk je wel dat je het net niet redt met alleen bodem- en bladvoeding. Dan zou een combinatie met een chemie uitkomst bieden. Alleen hebben we nu wel twee jaren met complete uitersten gehad. Mijn conclusie is dat het met veel minder chemie mogelijk is. Dat is gunstig met het oog op de beperkte en duurder wordende middelen. Eigenlijk zijn er in uien nog maar twee

werkzame stoffen beschikbaar. Dat betekent dat we binnen een paar jaar waarschijnlijk resistentie hebben. Daarmee word ik gesterkt in de gedachte dat we een combinatie tussen een gezonde bodem en blad- en plantvoeding nodig hebben, maar dat we gewasbeschermingsmiddelen achter de hand moeten hebben voor het geval het echt uit de hand loopt.” Ook groenbemesters spelen in de ogen van Salomé een belangrijke rol. Hij zoekt nog altijd naar de juiste samenstelling van de mengsels. Klepelen en onderwerken met Lemken Karat doet hij in één werkgang. “Niet volledig onderploegen, dan ben je eigenlijk aan het inkuilen. Je ziet dat de wortels van de uien daar niet doorheen komt. Dus moet je meer gaan mengen.” Of er volgend jaar voor uien weer groenbemesters worden gezaaid, weet de teler nog niet. Van het algemene nut is hij echter wel overtuigd. “Uiteindelijk moet je zorgen dat je een perceel jaarrond groen houd. Ook in de winter moet er gewas op staan. Als je ploegt zorg je er namelijk voor dat het bodemleven een half jaar niet beschikt over eten, terwijl die wel honger heeft. Een lagere populatie bodemleven betekent een zwakke start voor het gewas.”

De Nederlandse taal is rijk aan prachtige uitdrukkingen en gezegden. Vele woordkunstenaars lieten zich inspireren door de landbouw. Sommigen uitdrukkingen zijn inmiddels tot cliché verheven. Daar is ‘met de poten in de klei’ of ‘met de laarzen in de modder’ één van. Politici laten het maar al te graag vallen en optekenen om te laten zien dat ze affiniteit hebben met de praktijk. Met de mensen die met de poten in de klei staan. De eerste keer dat deze beeldspraak werd gebruik zou in 1970 door pater Walter Goddijn zijn geweest. De kloosterling, godsdienstsocioloog en publicist zei in de Nederlandse krant Het Parool: ‘Ik vind: je moet met je poten in de modder durven te gaan staan’ en bedoelde daarmee het vuile werk doen. Bijzonder dat zo’n beeldspraak in de loop van de tijd een andere betekenis heeft gekregen. Van vuil werk naar dichtbij de praktijk. Eigenlijk van zwarte grond naar een oogstbaar gewas. Deze editie van de Akkerbouwkrant, waar we extra focus leggen op de internationale aardappelbeurs Interpom in Kortrijk, hebben we het thema ‘Teeltresultaten’ meegegeven. Er staan allerlei verhalen die we uit de klei hebben getrokken. Verhalen uit de praktijk. De telers zijn inmiddels op het punt in het seizoen aanbeland waar de gewassen van het land zijn of worden gehaald en richting verwerking of de bewaring gaan. Nu worden de opbrengsten bepaald. Wat is het teeltresultaat? Nu gaan we zien wat alle inspanningen door het seizoen heen hebben opgeleverd. Tegelijkertijd worden de groenbemesters ingezaaid, wordt de grond bewerkt of misschien gaan wintertarwe of ultravroege zaaiuien al de grond in. Die moeten we op een goede manier de winter door krijgen. Telers staan dus eigenlijk het hele jaar met hun poten in de klei. Laat ons het vuile werk maar opknappen.

Martin de Vries

Hoofdredacteur Akkerbouwkrant

Voor volgend seizoen wil de teler ook een stap maken met Healthy Soil in suikerbieten. “Ja, ik ben enthousiast. De toekomst is toch precisieteelt in een optimale bodem.” •

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


4 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

INNOVATIE

DELPHY’S ACTUELE AKKERVRAAG

Wat is er mogelijk met robots in mechanische onkruidbestrijding? Robotisering wordt in de akkerbouw nog niet grote schaal toegepast. Sterker nog, de technieken lopen vooral op proefboerderijen en de ontwikkeling staat daarmee nog in de kinderschoenen. Toch gebeurt er wel degelijk het één en het ander. Vraagstukken op het gebied van bodem en een tekort aan personeel kunnen robotisering weleens in de hand werken. Op een speciale demonstratiedag kon Delphy Akkerbouw Zuidoost machines in werking tonen in slateelt en in jong maisgewas. Tekst en beeld: Martin de Vries

BODEMVRAAGSTUKKEN Met het project ‘Perceelemissie Noord-Brabant’ willen samenwerkende partijen akkerbouwers, vollegrondsgroentetelers en houtig klein fruittelers op zand handvatten geven om emissies naar grond- en oppervlaktewater te beperken. Het moet gaan om technische, praktische en haalbare maatregelen. Op verzoek van de provincie wordt er ook nadrukkelijk gekeken naar innovaties en de toepassing ervan te bevorderen. De blik op lichte autonome voertuigen is daarbij logisch. WELKE ROBOTS RIJP VOOR DE PRAKTIJK? De Dino van Naïo en de Agbot van AgXeed zijn inmiddels praktijkrijp, al moet er op bepaalde nog wel werden worden geoptimaliseerd.

De Dino van Naïo, die door Abemec naar Nederland wordt gehaald, zit op een werktijd van acht uren. De robot schoffelt tussen de rijen op basis van de cameratechniek van Garford. “Onder de Dino hangt een schoffelbalk om te ‘sideshiften’. De werkbreedtes 1,50, 1,70 en 2,25 meter zijn mogelijk. De robot werkt op basis van ingevoerde ab-punten”, legt Jan Loeffen van Abemec uit. Volgend voorjaar wordt de Dino uitgevoerd met de InRow-tool van Garford. De prijs van de Dino als werktuigdrager is 125.000 euro, met de InRowtechniek komt daar nog 25.000 euro bovenop. De techniek van Garford herkent de planten niet, maar plaatst een raster tussen de rijen de planten, zodat de computer weet waar die het gewas kan verwachten. Dit kan tot acht millimeter nauwkeurig. Dat gaat

dan met groen en blauwe kruisjes. Hoe beter er geplant of gezaaid is, hoe beter het resultaat. Het zaaien heeft uiteindelijk grote invloed op het schoffelresultaat, stellen de deskundigen van importeur Homburg. De AgBot van AgXeed was een ware publiekstrekker heeft een elektrische aandrijflijn. “Honderd kilowatt op basis van zevenhonderd Volt”, vertelt Philipp Kamps van AgXeed. De robot staat op 620 millimeter brede rupsen van Zuidberg. Het hefvermogen aan de voorkant is driehonderd kilo, de achterhef zit op achthonderd kilo. Voor de demonstratie is de Agbot uitgevoerd met een rotorkopeg van Amazone. In de configuratie moeten de veldgrenzen worden ingemeten. “Met stekende bochten is het te allen tijde mogelijk om de waarden te overrulen als de hef te

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

De Dino van Naïo.


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 5

oktober 2021

De RobotOne van Pixelfarming Robotics. laag hangt of dat het te snel gaat.” De Farmdroid FD20 is een zaaien schoffeltechniek met een werkbreedte van drie meter op basis van gps, die in Europa op al zo’n honderd plekken voor een behoorlijke besparing in handarbeid. De robot wordt elektrisch aangedreven met behulp van een accu, die wordt gevoed door een zonnepaneel. De machine

zaait suikerbieten in een vooraf vastgesteld rasterpatroon. Tot dusver zit de crux nog in stabiel weer en de beperkte werksnelheid. De kosten liggen op ongeveer 75.000 euro. WAT HANGT ER VERDER NOG IN DE LUCHT? Een aantal technieken nadert inmiddels praktische uitrol.

Pixelfarming Robotics is inmiddels bezig met de ontwikkeling van een tweede robot. De ontwikkeling van deze ‘RobotOne’ hangt samen met de wens voor een chemievrije onkruidbestrijder. Volgens Arend Koekkoek van ontwikkelaar Idea-X kan de robot vijf personen op een wiedbed vervangen, door gebruik te maken van autonoom bewegende armen. “De robot is uitgevoerd met tien armen met een maaikop, die heel nauwkeurig kunnen maaien en zowel horizontaal als verticaal beweging. Door middel van camera’s kun je de robot alles leren, maar je zal het hem echt moeten uitleggen.” Deeplearning is uiteindelijk de clue. “Maar met robots ontkom je ook niet met het werken met een drone”, constateert Koekkoek. “Wij zijn ook bezig met het opbouwen van een data bank, maar een teler kan met een telefoon ook al heel veel.” De robot heeft een werkbreedte van 3,20 meter en kans dus op vaste rijpaden. De werksnelheid is één hectare per uur. “De toepassing is in row, of er dicht langs. De maaikop is ook uitgevoerd met een opvangbak voor het maaisel.” Het gewicht van de robot van Pixelfarming Robotics is vijftien honderd kilo. De prijs is ongeveer 185.000 euro.

De driewielige eTrac van Farmertronics draait inmiddels al met een Eco Clipper in de fruitteelt. Dit is een elektrisch maaidek met een breedte van twee meter die door zes 400 VAC motoren wordt aangedreven. “De eTrac hebben we ontwikkelt voor schoffelen, maaien en zaaien. De accu gaat tot een werktijd van acht uren op een vier kiloWatt motor. Dat moet zes kiloWatt

worden”, vertelt Thieu Berkers van Farmertronics. Voor de demonstratiedag is de eTrac uitgevoerd met een elektrostatisch spuitsysteem van KWH Holland met pulserende doppen. “We laten zien dat het kan. De vraag is: wat mag er wettelijk gezien? Onbemand moet natuurlijk ook wennen. In mijn ogen moeten we kijken wat wel kan en niet wat er niet kan.” •

De Farmdroid.

ADVERTENTIE

AFS RTK+ DE GEPASTE OPLOSSING VOOR EEN OPTIMALE DEKKING, OVERAL IN EUROPA

Het AFS RTK+ netwerk van Case IH biedt een optimale dekking, zowel in Nederland als in de buurlanden, en dit zonder bijkomende afstellingen. Case IH biedt een efficiënt antwoord, zowel voor Case IHen Steyr-gebruikers als voor klanten die voor een ander tractormerk kozen. Een niet te missen oplossing dus! “Met de gewassen die we telen, is RTK-correctie voor automatische geleiding van onschatbare waarde voor zowel het minimaliseren van overlappingen bij de voorbereiding van zaaibedden tot het garanderen van een gelijkmatige verdeling tijdens het spuiten en het nauwkeurig oprapen van gewassen tijdens de oogst. Gebruik van AFS RTK+ betekent dat we automatisch een RTKcorrectiesignaal ontvangen, ongeacht onze locatie. Daardoor kan de Puma 240 CVX overal met het volste vertrouwen worden bestuurd.” “AccuGuide RTK helpt ons de efficiëntie van gewasinvoeren te maximaliseren en overlappingen te minimaliseren, maar het bezorgt de bestuurder ook een heldere geest en gemoedsrust, waardoor langer kan worden doorgewerkt indien nodig. En AFS RTK+ doet dit op betrouwbare en consistente wijze, ongeacht onze locatie.”

“Het systeem werkt gewoon perfect met de hoogste nauwkeurigheid,

zelfs over de grens en het signaal valt bijna nooit weg. Voor ons vormt dit echt een grote troef, zeker bij het zaaien van groenten. Het systeem

moet probleemloos werken als we het nodig hebben. Dat was niet altijd het geval voor ik met Case IH in zee ging. Een andere troef van het AFS RTK+ netwerk is de kwaliteit van de service. Moest er een probleem zijn hebben we rechtstreeks iemand aan de lijn, weten we wat er gebeurt en krijgen we ook een oplossing aangereikt. Voor mij is het heel belangrijk om te weten dat er ook mensen achter het systeem staan en dat ze terdege weten waarover het gaat. Ik kan het AFS RTK+ systeem alleen maar aanraden aan alle landbouwers en loonwerkers!” - Marc Deroo (RTK klant) -

- Bart Cocquyt (Case IH én RTK klant) -

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


6 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

INNOVATIE

SLOOTS AGRI WERKT MET HARVEY.ONE VAN SCHMIEDE.ONE

Eerste autonome aardappelrooier draait op Groninger akkers ’s Werelds eerste autonome aardappelrooier, de Harvey.One genaamd, is knalrood, heeft een rupsonderstel en rijdt geheel zelfstandig met op het sorteerplatform twee medewerkers die de afstandsbediening hanteren stilletjes over het Groningse land. Ondertussen worden de aardappelen opgeraapt en gesorteerd in kisten. “Wij zijn er erg blij mee en heel enthousiast over wat de Harvey.One tot nu toe gerooid heeft. Na het eerste testseizoen in 2020 hebben wij een aantal wensen neergelegd bij de ontwikkelaar”, vertelt Roelof Sloots van aardappelvermeerderingsbedrijf Sloots Agri. “Deze aanpassingen zoals verbeteringen waaronder de plaatsing van de motor, hydrauliek en koeling liggen nu separaat van elkaar. Dat is beter voor de gewichtsverdeling. Ook is de besturing nauwkeuriger geworden”. Tekst en beeld: Annelies Bakker

Tot 2020 liet Sloots Agri in de zomer altijd ongeveer twaalf scholieren opdraven die drie weken lang handmatig aardappelen rooiden. Dat gebeurde in Eenrum (Groningen). Daar heeft Sloots Agri 210 hectares in beheer waar pootaardappelen, suikerbieten, zaaiuien en wintertarwe worden verbouwd. “Maar de scholieren deden het werk niet altijd naar wens. Ze lieten de goede aardappelen dikwijls liggen. Bovendien konden wij steeds moeilijker medewerkers vinden die drie weken lang met hun knieën in de klei willen zitten om onder goede maar ook slechte weersomstandigheden de aardappelen rooiden. Graag willen wij zelf beslissen en de aardappelen controleren voordat ze gesorteerd worden.” Schmiede.One is de ontwikkelaar van de Harvey.One en is een zusterbedrijf van de Grimme group. De software engineers bij het ontwikkelbedrijf denken vooral ‘out of the box’. Op Agritechnica 2019 werd het eerste model getoond. Toen vooral gericht op de oogst van

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

zoete aardappelen, een teelt die in opkomst is. Sloot Agri nam hierna contact op mechanisatiebedrijf Van der Maar Mechanisatie om te onderzoeken of het testen van deze machine mogelijk was. Samen met Grimme, ASA-LIFT, Schmiede.One is het studiemodel in slechts twee jaar tijd doorontwikkeld naar een autonome rooier die praktijk klaar is. ZUINIG OP DE VRUCHTBARE BODEM Sloots Agri is zeer zuinig op de kostbare bodem waar ’s werelds beste pootaardappelen worden verbouwd. “We hebben hier te maken met achttien procent afslipbare zavelbodem die we niet willen bederven. De grond dient mooi los en rooibaar te blijven voor een goede opbrengst en hoge kwaliteit aardappelen”. Sloots Agri heeft ook de wens om het kweekbedrijf uit te breiden en wil meer aantallen uitgangsplanten toetsen. Dat moet zorgen voor de ontwikkeling van nieuwe aardappelrassen. “Jaarlijks beginnen we met zestigduizend nieuwe genetisch verschillende


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 7

oktober 2021

TECHNISCHE DETAILS Eenrijige semi-autonome rooier, ontwikkeld in 2018 door een samenwerking tussen ASA-LIFT en Schmiede.one. Verbeteringen zijn doorgevoerd na uitgebreide testen in het veld onder meer onder meer bij Sloots Agri. - Rupsbanden (Caterpillar) 1994 mm lengte, voor lage bodemdruk (1994 mm lengte) - Voorzien van een stuurautomaat - Programmeerbare stoppunten - Automatische diepteregeling - Instelbare functies - Afstandsbediening en touchscreen bedieningsterminal - 90 l brandstoftank - 41 kw @2600 rpm Doosan dieselmotor - configureerbare sorteerbanden en laadopties voor grote kisten of groentetrays (max. 1.000 kg) - sorteer platform voor maximaal vier personen - breedte 2350 mm, lengte 7100 mm - draaicirkel: 6 m Prijs: vanaf 100.000 euro planten die we in ongeveer vijf jaar willen reduceren tot een procent. Ik denk dat we met het gebruik van deze autonome rooier de uitbreiding die we gepland hebben ook praktisch ingevuld gaan krijgen. De Harvey. One biedt rust in het werk en is een flinke vermindering in werkkapitaal. Nu hebben wij de controle wat ik in het verleden met tijdelijke arbeidskrachten moest delen. De rooisnelheid van de Harvey.One is afhankelijk van de rooiomstandigheden en grootte van de partijen. Nu zijn we bezig

met vermeerderingen waar ook de moederknollen aan zitten. Ik denk dat we op een gemiddelde snelheid van twee kilometer per uur zitten. Wanneer het loof van de aardappelen dood is, kun je sneller rooien,” zegt Sloots. GESCHIKT VOOR AARDAPPELEN MAAR OOK GROENTES “Telers hebben steeds vaker de voorkeur voor lichte machines en houden meer rekening met de bodemgesteldheid. In eerste instantie dachten we dat de autonome rooier alleen geschikt

is voor de oogst van zoete aardappelen. Echter na twee testseizoenen ontdekten we dat deze voor zowel zoete en pootaardappelen als ook voor diverse groentes geschikt is”, aldus Jan Bouma (vertegenwoordiger bij Grimme). Camera’s detecteren of ze op het veld zijn of op de kopeinde. Tevens zijn de camera’s in staat om de aardappelen te herkennen. We doen daar nu nog niks mee maar we willen toewerken naar een 3D-camera die de aardappel herkent. Deze kan dan door de omtrent het

Geschikt voor de oogst van onder andere zoete en pootaardappelen, uien, rapen, wortelen. Een 75 centimeter brede rooikanaal samen met rupsonderstel en verschillende mogelijkheden maakt de machine mogelijk voor het oogsten van verschillende gewassen.

gewicht berekenen en vervolgens de opbrengst gaan meten. Zo lang de juiste opbrengstmeting nog ontbreekt, kunnen we tevens nog niet de juiste hoeveelheid kunstmest strooien en gewasbeschermingsmiddelen toepassen. Een pootgoedteler is geïnteresseerd in het aantal knollen

en maatsortering. Camera’s kunnen in de toekomst ook ingezet worden met robotarmen om kluiten of verkeerde aardappelen te sorteren. We verwachten circa drie tot vijf stuks per jaar van de Harvey. one in de Benelux te kunnen vermarkten”. •

ADVERTENTIE

Vari-Quick 1500 mm

Verstelbare wielen

Eén set wielen Snel, veilig en eenvoudig wisselen van spoorbreedte Niet meer nameten Geen montagefouten

Master in Wheels

2250 mm

Gruva Techniek b.v. Mariastraat 40 4506 AE Cadzand (NL) Tel. 0031 (0)117-391294 info@gruva.com

www.gruva.com

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


8 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

BEREGENING

BUNDELING VAN KENNIS OVER DRIPTAPE OM TELER VOLLEDIG TE ONTZORGEN

“Druppelirrigatie in open teelten naar hoger plan tillen” Met de uitdagingen waar de akkerbouw voor staat, worden precisietechnieken in de teelt op alle fronten in verhoogd tempo realiteit. Druppelirrigatie past naadloos in die ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat water in de juiste hoeveelheid op het juiste moment op de juiste plek wordt toegediend. Eventueel met toevoeging van meststoffen. De kennis op het gebied van water in de sector is nog beperkt, merken de partijen die werken met Aqua-Traxx. Dit is de driptape van de fabrikant Toro. Daarom steken zij de koppen samen om te laten zien dat er een efficiënter en duurzamer alternatief is voor dehaspel, die in tijdens van droogte uit de schuur wordt gehaald. “We willen proberen de teler volledig te ontzorgen. Van het aanleggen van de driptape tot het recyclen van het materiaal na gebruik.” Tekst: Martin de Vries • Beeld: VeHa Plastics en Flevodrip

We zitten aan tafel met De beschikbaarheid van water was het afgelopen teeltseizoen misschien niet ‘top of mind’. Die conclusie trekken Edward Nijk van Flevodrip, Boike Damhuis van VeHa plastics en Gerard Schoot Uiterkamp van Jean Heybroek BV. Toch bewijst druppelirrigatie ook nu zijn meerwaarde. In het voorjaar werden de telers met droogte geconfronteerd. Uien die met driptape zijn beregend kenden een voorsprong. Voor snijmais geldt dat het nog wachten is op de kuilanalyse, maar de verwachting is dat de verschillen in opbrengst significant zijn. “En dan hebben we het nog niet eens over de uitdagingen van telers die te maken hebben met het onttrekken van water door aanliggende Natura2000-terreinen of waterwingebieden. Bovendien zagen we ook in een relatief nat jaar beregeningsverboden. De beschikbaarheid van schoon water is gewoon een ding. Door te druppelen, het liefst

in de wortelzone, zorg je ook met deze uitdagingen voor opbrengstverhoging in ieder gewas. Nog niet te spreken over de enorme waterbesparing die je krijgt ten opzichte van grote haspels”, geeft specialist Boike Damhuis van Veha Plastics uit Oldenzaal aan. “Vaak worden de kosten als tegenargument aangehaald. ‘Een haspel heb ik toch al staan’. Maar reken het maar eens uit wat dat alleen al kost aan arbeid en de enorme hoeveelheid water dat je verspilt. Bovendien staat zo’n gevaarte in de schuur altijd in de weg. Dan moet die weer aan de kant omdat je de ploeg nodig hebt of iets dergelijks. Dat merk ik thuis op ons eigen bedrijf ook. Je zit zomaar op tien keer per jaar dat je de haspel moet verplaatsen. En moet je een haspel daadwerkelijk inzetten, gebruik je weer een enorme hoeveelheid brandstof voor het transport en het oppompen van water. En dan krijg je het water niet eens op de plek waar je het vocht eigenlijk wilt hebben.”

KENNISOVERDRACHT Druppelirrigatie is de toekomst. De ontwikkelingen op dit gebied gaan enorm snel en in mechanisatie zullen nog verdere stappen gemaakt worden om de techniek nog verder te optimaliseren. Denk aan zelflerende toepassingen, waarbij op basis van bodemvocht het irrigatiesysteem een advies aan de teler geeft of misschien zelf al aanpassingen doet. De gebruiker krijgt dan alleen een melding op zijn telefoon en kan eventueel nog een aanpassing doorvoeren. Ook op het gebied van fertigatie, het toevoegen van meststoffen aan de beregening, worden stappen gemaakt. Dat geldt ook voor de recycling van het materiaal. De partijen in het dealernetwerk van Toro AquaTraxx druppelirrigatiesysteem hebben hiervoor de koppen bij elkaar gestoken. Importeur Jean Heybroek en dealers VeHa Plastics en FlevoDrip zetten vol in op kennisoverdracht. “Want we moeten de telers wel leren fietsen.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

Ik wil jou best een fiets verkopen en niet uitleggen hoe je moet fietsen. Wij vinden echter dat we een totaalplaatje moeten bieden. Het hoe, wat en waarom moet wel duidelijk zijn, anders schiet het niet op”, verklaart Boike Damhuis. “We merken dat de kennis op het gebied van water nog beperkt is”, steekt Edward Nijk van FlevoDrip uit Dronten van wal. Het afgelopen seizoen heeft het bedrijf vol in gezet op acquisitie. Er is samen met SUTech uit Lelystad een machine ontwikkeld om de Toro driptape aan te leggen. Dat gebeurt nu volop in onder andere uien, aardappelen en bloembollen. De kennis van Veha Plastics op het gebied van pompen en koppelingen wordt volop benut. Andersom is FlevoDrip ook in de Achterhoek actief om te ondersteunen op de praktische kijk rond de aanleg. “In Flevoland liggen de percelen mooi en liggen de waterpunten gunstig. Dat is in andere gebieden wel anders. Het inleggen van de

driptape is dan wel een puzzel. Het mooiste is in de rug. Met klei moet je dan weer rekening houden met grondwerking. In onze optiek moet je de tape altijd iets toedekken. Dat kost een beetje meer grondbewerking, maar dan krijg je het water wel precies op de plek waar je het wilt. We doen ook proeven in peen. Dat is dan weer lastiger omdat de wortels er omheen groeien. Om dan de trekband na het seizoen met een wortelrooier of klembandrooier er uit te trekken is moeilijk. Daar zijn nog wel innovaties nodig.” In uien is volgens Nijk direct winst te halen ten opzichte van bovengronds beregenen. “Door het opspatten van water groeit de kans op fusarium. Als de huid van het bolgewas barst komt de schimmel met het water binnen. Met drip heb je dat niet. Een ui groeit dan rustig door en ontwikkeltzich tot een goed product. In negen van de tien gevallen zie je dit als een groot voordeel van druppelirrigatie. Het gewas groeit harder en daar heb je


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 9

oktober 2021

de rest van het seizoen profijt van.” Ondanks dat de beschikbaarheid van schoon water in Flevoland tot dusver niet een urgent probleem is geweest, liggen ook daar in de nabije toekomst uitdagingen. Zo is verzilting in delen van de polder aan de orde. “En in Zeewolde worden de ontheffingen voor het gebruik van pulsbronnen in getrokken. Waar haal je dan je water vandaan?”. Flevodrip kan als loonwerker de druppelirrigatie in de percelen aanleggen. “We willen de telers van A tot Z ontzorgen.” VOORDELEN OOK IN NAT JAAR VeHa Plastics is anderhalf jaar bezig om de druppelirrigatie van Toro aan de man te krijgen en dat lukt boven verwachting goed. Daarbij hielp een ‘zoommeeting’ waarin Boike Damhuis voor honderdtwintig agrariërs over de voordelen van de techniek heeft gesproken. Op de hogere zandgronden in het oosten van Nederland is droogte aan de orde van de dag. Gesteund met een provinciale subsidie zijn verschillende projecten gestart. In aardappelen, maar ook in een laagsalderend gewas als snijmais zijn de voordelen ook in het natte jaar 2021 significant. “We adviseren om de driptape op een diepte van zes of zeven centimeter te leggen, om schade door wild te voorkomen. Om de rij, met een onderlinge afstand van anderhalve meter, is de tape gelegd. In een proefperceel, waarbij de pompen met zonne-energie werden aangedreven, zagen we in het voorjaar al zestien of zeventien ringen in de snijmaiskolven. Op vergelijkbare percelen zonder driptape was dit maximaal

Het binnenhalen van de driptape.

dertien. Dat bekent dat de plant een behoorlijke voorsprong had. Dit voorjaar, de periode waarin snijmais kiemt en de eerste aanzet krijgt, hadden we natuurlijk te maken met nachtvorst en daarna was het behoorlijk droog. Voor de kolfzetting, de tweede cruciale groeifase voor mais, was het nat genoeg. Toch waren de verschillen op de rij af te zien. Nu is het wachten op de kuilanalyse om te bepalen of er ook verschil is geweest qua droge stof gehalte.” Samen met Flevodrip zijn er vanwege de beperkte stroomvoorziening op één locatie zeven pompsets geïnstalleerd, waarbij twee op zonne-energie en vijf op brandstof liepen. “Het mooiste zou natuurlijk zijn dat je de loonwerker kunt vragen om in één werkgang te zaaien en gelijktijdig tape kunt inleggen. Zo steken de uiteinden van de druppelirrigatie op de kopakker boven de grond uit en kan de teler op een voor hem gunstig moment de watervoorziening aansluiten.” Edward Nijk haakt hier op in. Hij denkt dat vanwege de capaciteit dit een lastig punt is. “Als een loonwerker nog tweehonderd hectare moet zaaien, dan zal dat niet werken. Maar als je op gps eerst de tape aanlegt en daarna zaait dan heb je dat voordeel ook te pakken.” RECYCLING Het cirkeltje is helemaal rond als de tape na gebruik ook nog kan worden ingezameld voor recycling. “Wij zijn ons daar wel op aan het oriënteren. Punt is wel dat je voor de verwerking zuiver spul moet hebben. De tape moet gecertificeerd zijn. Met Toro zit

Druppelirrigatie in de ruggen. dat wel goed, alleen wil je meer inzamelen dan is dat nog niet zo makkelijk. Volume heb je wel nodig. Dus moeten we een verzamelpunt van behoorlijke opvang worden. Vooralsnog hebben wij nog geen afzet. De partijen eisen vooral dezelfde kleur en materialen voordat het kan worden gecomprimeerd en geshredderd.” Ook is het van belang dat de druppelslangen van binnen schoon zijn. Hoe kun je dat garanderen als er ook meststoffen door de irrigatie gaat. Flevodrip voert in ieder geval gesprekken met verwerkende partijen en kijkt ook met interesse naar OIdenzaal. VeHa Plastics is namelijk al een stap verder. Boike Damhuis: “Wij halen de Aqua-Traxx bij onze klanten terug door ze bigbags aan te bieden waar ze de rollen

driptape in kunnen doen. Zo is het goed te transporteren. Dit gaat uiteindelijk naar een verwerkingsbedrijf waar het materiaal wordt gewassen om het te ontdoen van bijvoorbeeld zand en ijzerroest. Het wordt vervolgens geshredderd, verhit en tot regranulaat vermalen. Omdat zij ook drainagebuizen maken, kan het zijn dat een klant drainage krijgt gemaakt van het de gerecyclede driptape dat vorig seizoen in zijn akker lag.” Volgens Damhuis gaat het om behoorlijke aantallen. “Per hectare mais gaat het zomaar om drie tot zes rollen driptape keer dertig kilo per stuk. Komende maanden zullen de eerste bigbags worden opgehaald.” NOODZAKELIJKE VERNIEUWING Gerard Schoot Uiterkamp van

Toro-importeur Jean Heybroek is blij met de ontwikkelingen. Van zijn kennis als specialist op het gebied van irrigatie en de producten van Toro maken VeHa Plastics en Flevodrip gretig gebruik. “In de kennisdeling en -bundeling ligt kracht”, stipt Schoot Uiterkamp aan. “Het enige nadeel dat druppelirrigatie heeft, ligt op het gebied van arbeid. De aanleg en het verwijderen vinden namelijk plaats op een ongunstig moment, namelijk tijdens de drukte met het zaaien in het voorjaar en de drukte met het oogsten in het najaar. Daar gaan we echter een oplossing voor vinden.” De ontwikkelingen die Boike Damhuis en Edward Nijk schetsen zijn volgens Schoot Uiterkamp nodig om de drempel naar driptape te verlagen. “We zorgen er voor dat de uitdagingen op het gebied van arbeid, energie en recycling geregeld zijn. Bijkomstig voordeel is dat we in een sector zitten met hoogopgeleide ondernemers, die openstaan voor noodzakelijke vernieuwingen. Daar ligt uiteindelijk de sleutel. Ik ben er van overtuigd dat er over tien jaar geen akkerbouwer is, die nog een haspel heeft. Het toedienen van voedingsstoffen is een volgende stap. Want in het verleden is al gebleken dat wat in een kas kan, ook in open teelten mogelijk is. Het vraagt misschien een andere manier van telen, maar we zullen wel moeten als je kijkt naar de uitdagingen waar we voor staan. Niet onbelangrijk in dit verhaal zijn de kosten. Of beter: Wat levert het mij als teler onder de streep op? Dan is niet alleen de meeropbrengst belangrijk maar ook het antwoord op de vraag ‘Welke besparingen heb ik op gebied van water, arbeid, meststoffen en brandstof als ik driptape preventief in de akker leg?’. Daarom bundelen wij de kennis om de teler te adviseren en te begeleiden. Uiteindelijk kan dan de conclusie niet anders zijn dan dat de haspel plaats moet maken voor druppelirrigatie, dit is de toekomst.” •

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


10 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

PLANTGEZONDHEID

De Amazone Pantera kan met de AmaSelect en deze dophouders op 12,5 centimenter spuiten.

SPUITDAG DRONTEN TOONT NIEUWE ONTWIKKELINGEN

Van pulseren tot magnetisch spuiten Welke mogelijkheden bieden moderne elektronica als het gaat om vollevelds bespuitingen. In opdracht van Brancheorganisatie (BO) Akkerbouw organiseerde Delphy een themadag over driftreducerende en innovatieve spuittechnieken in Dronten. Het accent ligt bij meerdere fabrikanten op het plantspecifiek spuiten met behulp van het ‘Pulse Wide Modulation’-systeem. Ook de werking en effecten van magnetisch spuiten, de gepatenteerde techniek van MagGrow, trok de aandacht. Tekst en beeld: Hendrik Begeman

“Het is echter niet enkel de techniek, voor bepaalde bespuitingen ben je gebonden aan de hoeveelheid water”, zo zegt Johan Wander van Delphy. “Bij loofdoding van pootaardappelen moet je minimaal vier- tot zeshonderd liter water gebruiken voor een goede werking, het spuitsysteem maakt dan niet zoveel uit, de spuithoeveelheid is essentieel en is afhankelijk van de weersomstandigheden. Bij lds bespuitingen in suikerbieten wordt het lastiger, voor grasachtigen gaat de voorkeur uit naar 350 liter en voor perzikkruid en varkensgras, de zogenoemde dicoltylen of tweezaadlobbigen lijkt 200 liter per hectare het beste.” PULSERENDE BESPUITING Meerdere fabrikanten hadden veel aandacht voor PWM, dat staat voor Pulse Wide Modulation, (PWM) dit is een pulserende techniek voor plantspecifiek spuiten. Een er van was de zelfrijdende Agrifac Condor, Agrifac heeft het PWM systeem al ongeveer vijf jaar in haar programma onder de naam

Agrifac StrictSprayPlus. Ze maken hierbij gebruik van de conventionele kamerspleetdoppen Lechler AD90-04C doppen. Vanwege het ongestoorde nauwkeurige spuitbeeld zijn de meeste venturispleetdoppen, die lucht aanzuigen minder geschikt. Eveneens voor de nauwkeurigheid maakt het merk bij haar windzaktechniek gebruik van meerdere ventilatoren die op de boom zijn gemonteerd zodat de luchtuitstroom over heel de boombreedte zo gelijk mogelijk is. Deze spuit heeft tevens als eigenschap dat de twee helften van de spuitboom onafhankelijk van elkaar worden gesteund waardoor het horizontaal zwiepen wordt gereduceerd. Een andere techniek werd gedemonstreerd is dat de afgifte van de doppen in de bochten zodanig wordt gestuurd dat de doppen in de buitenbocht evenredig meer vloeistof afgeven dan die in de binnenbocht. SPUITEN OP PLANTNIVEAU Een andere fabrikant die zich daar mee bezig houdt is BBLeap. Ed Ampt gaat dieper in op de PWM techniek en legt uit: “Onze

visie is spuiten op plantniveau. Het spuiten is ooit begonnen op veldniveau waarbij je in het veld ging kijken hoe het gewas er voor stond en dan spoot je zoals het er gemiddeld voor stond. Later kwam het precisie spuiten, je ging kijken naar de goede en de slechte plekken en gingen we variërend spuiten op boomniveau, dat vonden we al goed genoeg. Op boomniveau heb je nog veel variatie en daarop hebben wij een systeem ontwikkeld dat op plantniveau spuit, daarmee kunnen we met PWM techniek variabel per dop doseren.” En hij legt uit dat er daarbij een constante druk in de leidingen staat waarbij door middel van een elektrisch aangestuurd klepje dat snel tot honderd keer per seconde de doppen opent en sluit. Het is belangrijk dat de dop nooit half open is, een dop die half open is geeft namelijk geen volledige spuitkegel. Het enige wat de bestuurder hoeft te doen is zorgen voor een taakkaart en het aangeven van de liters per hectare. Camera stuurt doppen aan Importeur Homburg presenteerde een spotsprayer van het Engelse

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

De Delvano Hydrotrac was uitgerust met het MagGrow-systeem met magnetisch spuiten.

De Agrifac Condor spuit met het PWM systeem. De spuit gaf een demonstratie van snelheid gerelateerde afgifte van de doppen in de bocht.


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 11

oktober 2021

Garford. Deze machine is een prototype en spuit alles op plantniveau wat buiten de rij staat. De doppen worden aangestuurd door een camera. Deze wordt voor op de trekker bevestigd en wordt aan de voorkant gedragen door twee meesturende dieptewielen. Daarachter bevinden zich twee kleinere wielen om de rijsnelheid te meten zodat de doppen op exact het goede moment hun werk doen. Wat men bij aanvang moet doen is de rijafstand instellen en de breedte van de planten in de rij die niet bespoten mogen worden. Garford verwacht deze machines te gaan bouwen in werkbreedtes van drie en zes meter. MAGNETISCH SPUITEN Naast spotspraying toonde The Irish MagGrow het ‘magnetisch’ spuiten op een zelfrijdende Delvano spuit. Het is een installatie die op een spuit wordt geplaatst. Maar Jan Thijms van MacGrow wil eerst een misverstand hierover uit de weg ruimen. "Veel mensen denken dat het elektrisch geladen water is dat tussen plus en min werkt op basis van de aantrekkingskracht. Dat is absoluut niet het geval.

De technologie is zeer eenvoudig te gebruiken en kan achteraf worden gemonteerd op bestaande sproeiers of worden geïnstalleerd op nieuwe sproeiers. De wetenschap erachter is echter vrij complex en maakt deel uit van ons Intellectueel Eigendom.” “Wat we kunnen zeggen is dat de MagGrow-technologie een tweecomponentensysteem is dat bestaat uit een reeks magnetische inzetstukken. Vloeistof op waterbasis, inclusief pesticidenoplossingen, passeert de bijbehorende magnetische velden - in de Manifolds en de spuitleiding - onder de juiste stroomomstandigheden. Hierdoor worden de fysieke eigenschappen van de vloeistof gewijzigd, wat resulteert in de spuitkenmerken en druppelprofielen die verantwoordelijk zijn voor het MagGrow-effect.” Thijms heeft voorbeelden waarbij al tot 30 procent minder water en gewasbeschermingsmiddel wordt gebruikt. “Wij zien superieure driftreductie en gewasdekking. Mechanistische kenmerken staan om commerciële redenen niet open voor verdere openbaarmaking.” •

De Dubex Wave was uitgerust met het BBLeap-systeem en tevens een Wave-sleepdoek.

Homburg presenteerde een prototype van een spotsprayer van de Engelse fabrikant Garford.

ADVERTENTIE

ALLES VOOR JOUW IDEALE WERKPLEK

KRAMP CABINEONDERDELEN & ACCESSOIRES

U brengt ontelbaar veel uren door in de cabine en daarom verdient u een comfortabele en functionele werkplek. U kunt vertrouwen op de dealers van Kramp voor alle cabineonderdelen en accessoires, en voor het juiste advies en expertise. Kijk op: www.kramp.com/cabine-onderdelen

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


12 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

PLANTGEZONDHEID

MINDER DRIFT EN EFFECTIEVER SPUITEN DANKZIJ ‘KLEEFMIDDEL’ SQUALL

“De grootste winst is dat je meer spuitbare uren hebt” Als akkerbouwer wil je dat iedere bespuiting effectief is en wil je het land op wanneer je maar kunt. Het additief Squall draagt hier een behoorlijk steentje aan bij. Met een dosering van slechts 1:200, oftewel 0,5 liter op 100 liter spuitvloeistof is het mogelijk om in nagenoeg alle omstandigheden te spuiten met een beter resultaat. Tekst: Ruben Lijzenga • Beeld: Victor Video

AkkerbouwKrant ging met Maarten Klein van Squallontwikkelaar en producent GreenA de polder in om met een drietal akkerbouwers te spreken over het additief. Eén ding stond bij alle betrokkenen als een paal boven water: Om problemen te voorkomen wil je altijd, op ieder gewenst moment, het land in om de bespuiting uit te voeren. En dat

is precies wat Squall doet. Omdat het additief tevens officieel is aangemerkt als driftreducerende techniek, sla je bovendien twee vliegen in één klap. MINDER DRIFT, MEER KLEVEN “Squall is een hulpstof voor de gewasbescherming, een oplossing van een langdradig polymeer molecuul. Deze oplossing zorgt

ervoor dat de druppels minder snel verwaaien en dat de druppels aan het blad blijven kleven. Deze unieke combinatie zorgt voor een betere gewasbescherming en vermindering van de drift”, zo vertelt Klein tussen de sla van akkerbouwer Jim Knibbe nabij Wieringerwerf. Bij hem op het bedrijf vindt de bespuiting plaats met de hagelnieuwe

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

Amazone Pantera. De toevoeging van Squall zorgt bij hem voor een stukje bedrijfszekerheid. “Je zorgt ervoor dat je eigenlijk altijd het land op kunt en je bent tegelijkertijd verzekerd van een goede werking van het gewasbeschermingsmiddel dat je spuit. Op een gegeven moment hebben we met windkracht vier moeten spuiten en zelfs toen

hadden we evengoed een prima bedekking, dat bleek toen we tussen de planten doorliepen om de resultaten met en zonder Squall met elkaar te vergelijken. Er is een duidelijk verschil.” 95 PROCENT DRIFTREDUCTIE Hij vervolgt: “Door middel van dit systeem, door de combinatie van een verlaagde


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 13

oktober 2021

zijn van automatische dosering, waarbij per minuut gelogd wordt hoeveel spuitvloeistof verspoten is, en hoeveel Squall daar aan toegevoegd is. Deze gegevens moeten eenvoudig van een scherm afleesbaar zijn voor de toezichthouder vanaf het begin van de spuitbeurt worden bewaard. Daarnaast moet het systeem vanuit de cabine kunnen worden bediend.

Akkerbouwer Jim Knibbe: “Je zorgt ervoor dat je eigenlijk altijd het land op kunt en je bent tegelijkertijd verzekerd van een goede werking van het gewasbeschermingsmiddel dat je spuit.”

Raven verkoper Robert Sleutel: “Het Raven Side Kick pro injectiesysteem is op iedere veldspuit op te bouwen. Dat maakt het ook voor kleine telers interessant.” boom, driftreducerende doppen om de 25 centimeter en het injectiesysteem dat Squall voor de boom automatisch injecteert, zitten we op een driftreductie van 95 procent.” De hulpstof kan op twee manieren worden toegepast. Het is mogelijk om deze handmatig te mengen in de spuitmix, maar precisielandbouwspecialist Raven

biedt een opbouwinjector die dit werk uit handen neemt. Het Raven Side Kick pro injectiesysteem logt de spuit- en injectiehoeveelheid. Het handmatig toevoegen van Squall aan de spuitvloeistof kan ook, maar daarmee wordt niet voldaan aan de eisen die de wetgever aan de toelating voor een hogere driftreductieklasse stelt. Het systeem moet voorzien

AUTOMATISCH INJECTIESYSTEEM Robert Sleutel, verkoper bij Raven en tevens akkerbouwer, gebruikt het injectiesysteem in combinatie met Squall op een wat oudere getrokken Vicon veldspuit. “Dat toont wel aan dat het injectiesysteem interessant is voor zowel de middelgrote als kleine akkerbouwer of fruitteler. Het automatisch injectiesysteem is namelijk op iedere veldspuit te monteren.” Naast de voordelen die het systeem van Raven biedt, is het ook nog eens aantrekkelijk geprijsd. “De aanschaf van dit middeleninjectiesysteem is, ten opzichte van de andere systemen, minstens de helft goedkoper. Met de control unit is het ook altijd mogelijk om het middeleninjectiesysteem uit te schakelen wanneer gebruik hiervan niet nodig is.” Driftreductie start natuurlijk bij de spuitdoppen. Echter, spuitdoppen die in een hoge driftreductie categorie vallen, geven een grof spuitbeeld. Oftewel: deze doppen produceren grotere druppels die eenvoudig van het blad springen en daardoor zorgen voor een mindere bedekking. Dit heeft invloed op de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen. En dat is waar Squall om de hoek komt kijken. Met behulp

van Squall springen de druppels niet van het blad af. Daarnaast bevordert de hulpstof ook de regenvastheid en is het middel voorzien van speciale plantvriendelijke zepen waardoor het een lichte uitvloei heeft. Bovendien is Squall biologisch afbreekbaar. Tom Moors, akkerbouwer en vollegrondsteler in Wieringerwerf, gebruikt Squall ook met het middeleninjectiesysteem van Raven omdat het hem de zekerheid geeft dat ook bij mindere omstandigheden de drift wordt gereduceerd. “Als je begint te spuiten en je zet de middeleninjectie aan, dan zie je de spuitwaas gewoon bijna recht naar beneden gaan als je Squall erbij hebt. De grootste winst is dat je gewoon meer spuitbare uren hebt. Dat komt omdat je minder afhankelijk van de wind bent.” IN DE PRAKTIJK Op de proefvelden toont Squall zijn meerwaarde aan. Zo wordt in de uienteelt de valse meeldauw

beter bestreden. Duits onderzoek toont aan dat de werking van het middel Acrobat Plus, wat in Nederland overigens niet is toegestaan, beduidend beter was. Door de toevoeging van het hulpmiddel werd 25 procent minder planten aangetast en zakte de meeldauw per plant van 33,7 naar 18,4 procent aantasting. Uiteindelijk bleek er een opbrengstwinst van 5,6 ton per hectare. En dat is precies hetgeen wat Squall moet bewerkstelligen, stelt Klein. “Het is de meest toegepaste hulpstof in Nederland omdat het doet wat het belooft: Het antidriftmiddel zorgt voor een betere hechting en uitvloeiing op het blad. De regenvastheid wordt verbeterd en omdat het biologisch afbreekbaar is en geen chemische werking heeft op het gewas is het ook volledig veilig voor zowel akkerbouwer als gewas.” •

Meer weten? www.squall.nl

Volgens Maarten Klein van Squall ontwikkelaar GreenA over Squall: “Het is de meest toegepaste hulpstof in Nederland omdat het doet wat het belooft.”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


14 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

MECHANISATIE

DUITSE FABRIKANT INTRODUCEERT NIEUWE MODELLEN BIJ HONDERDJARIG BESTAAN

Rauch viert eeuwfeest met innovatieve bemestingstechnieken Met de introductie van nieuwe kunstmeststrooiers viert de Duitse machinefabrikant Rauch haar honderdste verjaardag. Met name de terugkeer van de pneumaat, waar met name in Nederland al 25 jaar op wordt gewacht, is bijzonder. Tekst en beeld: Martin de Vries

Voor de Nederlandse markt zijn met name de lancering en productie van de pneumatische precisiekunstmeststrooier Aero 32.1 en de DeePot 25.1 interessant. De laatstgenoemde wordt door Rauch omschreven als een machine voor diepe bemesting. “Het lijkt wel op een zaaimachine”, stelt exportmanager Jens Hille van Rauch. Met injectiescharen of kouters wordt de kunstmest op de juiste plek in de grond gebracht. “De korrel kan tot 25 centimeter diepte in de grond worden gebracht. Uit de testen die we de laatste zeven jaar hebben uitgevoerd, blijkt overigens dat de ideale diepte twintig centimeter is. Vervolgens wordt de grond weer aangedrukt zodat het geheel luchtdicht is.” Rauch claimt met de DeePot 25.1 dat er meer wortelmassa ontstaat. “We kunnen de emissies die relevant zijn voor het klimaat met negentig procent verminderen, ten opzichte van een oppervlaktetoepassing. De benodigde hoeveelheid stikstof neemt met twintig procent af, terwijl wij een opbrengstverhoging van drie tot vijf procent in een zesjarig gemiddelde zien.” Hille stipt de voordelen aan. “Er is geen sprake van uitspoeling. Bovendien is één bemesting voor het hele seizoen voldoende.” De bemester heeft een werksnelheid van tien kilometer per uur, is hydraulisch aangedreven, kan worden

uitgevoerd met een tank met een inhoud van drie ton kunstmest en heeft een maximale werkbreedte van negen meter. Rauch gaat de DeePot op de Agritechnica, eind februari 2022, aan het grote publiek tonen. “Met alle vraagstukken rond het milieu verwachten we dat deze techniek een grote toekomst heeft.” De bemester zal in eerste instantie alleen voor mais, suikerbieten en koolzaad beschikbaar worden. Volgens Christiaan Borkus, productmanager akkerbouw bij importeur Reesink Agri, is de DeePot zeker interessant voor de Nederlandse markt. “Ik denk dat ze bij Wageningen Universiteit hier wel warm voor lopen. Vooral in combinatie met een zaaitechniek in de fronthef zie ik hier veel potentie voor.” TERUGKEER VAN DE PNEUMAAT Met de introductie van de Aero 32.1 is de pneumatische kunstmeststrooier weer terug in het gamma van Rauch. Vanwege een beperkte mondiale vraag naar pneumaten is de Duitse fabrikant in 2008 gestopt met de productie. Op de Agritechnica van 2019 lichtte Rauch al een tipje van de sluier op. De productstudie leverde zoveel interesse op dat er in 2021 een doorontwikkeling heeft plaatsgevonden van vijf prototypes. Inmiddels is een serieproductie gestart. “In Nederland is de vraag naar pneumatische kunstmeststrooiers

nooit weg geweest”, vertelt Borkus. Met name vanuit de bollenteelt, waar precisiestrooien een grote meerwaarde heeft. Maar ook op akkerbouwbedrijven, die te maken hebben met wind, of bij grote loonwerkbedrijven die veel grasland strooien in de rundveehouderij, heeft pneumatisch kunstmeststrooien meerwaarde. “We verwachten daarom nog voor de Agritechnica in februari dat de eerste Aero 32.1-strooiers in Nederland draaien. Er worden in ieder geval acht of negen uitgeleverd.”

De terugkeer komt volgens bedrijfsleider Volker Rathmer van Rauch niet geheel uit de lucht vallen. “We zijn natuurlijk altijd bezig met het ontwikkelen van uiterst nauwkeurige machines, die voldoen aan de toenemende eisen op het gebied van milieu en plantvoeding”, zegt hij. “Toch kan ik me voorstellen dat deze pneumaat een verrassing is.” Met het MultiRate-doseersysteem voor de Aero 32.1, met drie bevestigingspunten en een werkbreedte van achttien tot dertig meter, wordt een

volgende stap gezet richting het variabel bemesten. Elk doseersysteem bestaat uit een compacte nokkenwielset. De strooihoeveelheid en werkbreedte worden in een raster van zes meter, op basis van taakkaarten precies tot de randen van het perceel aangebracht. “De meststoffen worden efficiënt verspreid dankzij de nauwkeurige zijdelingse verdeling. Overbemesting komt eigenlijk nooit voor en er is een ideale aansluiting op de kopakker.” •

Precisiebemester Deepot 25.1 ook voor Nederlandse akkerbouwers interessant.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 15

oktober 2021

BODEM

VOORLOZE PLOEG ALS OPLOSSING OM TE PLOEGEN BIJ STROKENTEELT MET VASTE RIJPADEN

“ Grond omkeren is het moeilijkste wat er is”

Onderzoekers van de WUR (Wageningen University & Research) zijn al jaren aan de slag met precisielandbouwtechnieken, onder andere via het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL). Tijdens een demodag op de Boerderij van de Toekomst in Lelystad werd er veel aandacht besteed aan het tegengaan van bodemverdichting door het toepassen van strokenteelt met vaste rijpaden. Tekst en beeld: Seppe Deckx

Volgens Bram Veldhuizen, onderzoeker precisielandbouw en robotica aan de WUR, kan je bodemverdichting vermijden door te werken met lichte machines en alleen het land op te gaan als het goed weer is. “Maar in de praktijk brengen kleine trekkers extra arbeid met zich mee, robots zullen de eerste jaren nog niet breed ingezet worden en enkel werken bij mooi weer is niet realistisch.” Op de Boerderij van de Toekomst werken ze al jarenlang met teeltbedden van 250 meter lang, drie meter breed en vaste rijpaden. Veldhuizen: “Dan concentreer je alle je bodemverdichting op die rijpaden. Vanaf het voorjaar tot aan de oogst wordt alles gedaan vanop de rijpaden maar tijdens de oogst, als de bodem heel kwetsbaar is, wordt er wel gebruik gemaakt van gewone machines. Toch genereert dit zo’n twee tot vier procent opbrengstverbetering. Onderzoek uit de jaren tachtig leerde echter dat je bij een volledig onbereden systeem tot tien procent extra opbrengst kan verkrijgen. De vraag is hoe je dit met de huidige mechanisatie gaat doen.” AARDAPPELROOIER OP VASTE RIJPADEN De onderzoekers wilden een aardappelrooier om met vaste rijpaden te kunnen werken. Ze kwamen op het idee

om twee rijen in de ene richting te rooien en de overige twee rijen in de andere richting. Ze vonden bij een dealer een kleine bunkerrooier met axiaalset van zo’n 9,5 ton. “De as werd verbreed en omdat onze trekker al op rupsen stond, hebben we beslist om de rooier ook op rupsen te zetten om dit project het meeste kans op slagen te geven. De as heeft ook nog een hydraulische hulpaandrijving om de rooier op het pad te houden. Nadeel is dat je moeilijk met de trekker op de weg kan en het kost veel geld. Maar als je kan bewijzen dat het werkt, kan je misschien wel fabrikanten meekrijgen.” Uiteindelijk rijdt de machine vier keer door hetzelfde spoor. In dat spoor is de grond erg verdicht waardoor je nooit weg zakt. En het teeltbed blijft altijd onbereden waardoor er daar minder bodemverdichting is met als gevolg dat wortels beter groeien. Veldhuizen: “Als het veel regent, zakt het water makkelijker weg en als het lang droog is, komt het grondwater door de capillaire werking beter omhoog. Als we nu kunnen aantonen dat onze opbrengt effectief veel hoger is, heeft deze manier van werken misschien wel potentieel.”

Tollebeek is al enkele jaren bezig met de ontwikkeling van een voorloze ploeg voor rijpadensystemen. “Je wil het netto teeltbed ploegen en de rijpaden intact laten maar dit kan niet met de klassieke ploegen omdat die nu eenmaal een voor achterlaten. Onze machine is vanuit het midden gezien symmetrisch om de krachtlijn in het midden te krijgen. Hierdoor trekt de ploeg heel recht zodat je niet van de rijpaden glijdt. Aan de voorzijde van de machine wordt in het midden de breedte van twee voren uit de grond gehaald. Deze grond wordt omgekeerd en via transportbanden naar links en naar rechts geleid. Dan heb je een dubbele voor in het midden en die wordt dicht geploegd door een rister links en rechts. Er volgen dan nog twee risters per kant. Aan het eind houd je twee voren over en daar komt de omgekeerde grond in terecht zodat je voorloos eindigt. De ploeg kan gecombineerd worden met een

vorenpakker of zaaimachine en weegt zo’n twaalfhonderd kilogram.” NOG STEEDS IN ONTWIKKELING “We zijn nog steeds bezig met de ontwikkeling. Zeker in zware grond en met een trekker van 110 pk loopt het moeilijker. Het zou kunnen helpen als we de steunwieltjes vervangen door grotere wielen die helpen bij het trekken. We zijn nu vier jaar bezig en grond omkeren is het moeilijkste wat er is omdat er zoveel verschillende soorten en omstandigheden zijn. Op lichte grond staat de ploeg wel min of meer op punt.” Kritische vraag is natuurlijk of je nog wil ploegen als je op bedden teelt. Steverink hoort alleszins vaak dat de onkruiddruk na een aantal jaren te hoog wordt en gelooft dat ploegen met deze voorloze ploeg dan de oplossing kan zijn. •

ADVERTENTIE

VOLLEDIG GAMMA LANDBOUWSPUITEN 600-6000L / 15-45M

VOORLOZE PLOEG Ontwikkelaar Wim Steverink uit

GECKO PLK

Gedragen • • • • •

Bram Veldhuizen gaf een uiteenzetting over aardappelen rooien met vaste rijpaden.

PYTHON

Getrokken

A ANACOND

Zelfrijdend

REEDS 45 JAAR ERVARING (SINDS 1974) OP MAAT VAN DE KLANT KWALITEIT & DUURZAAMHEID VERSCHILLENDE SPUITCOMPUTERS (MÜLLER ELEKTRONIK) AUTOMATISCHE SECTIE-AFSLAG, DISTANCE-CONTROL, AUTOMATISCHE STURING, LUCHTAFSLUITBARE DOPPEN, TOP-CONTROL, VARIO SELECT, MAGGROW, ...

BEYNE NV | Industriestraat 27, B-8480 Ichtegem Tel.: +32(0)51/58.85.34 | Email: info@beyne.be | Web: www.beyne.com Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


16 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

PLANTGEZONDHEID

POLYSULPHATE IS ENIGE KALIMESTSTOF MET KALIUM, MAGNESIUM, ZWAVEL ÉN CALCIUM

Breed inzetbaar mineraal zorgt voor robuust teeltsysteem Steeds meer akkerbouwers, maar ook veehouders, zien de voordelen van Polyhaliet (vermarkt onder de merknaam Polysulphate®). De meststof bevat naast kalium, magnesium en zwavel ook calcium en dat is uniek. Leverancier ICL benadrukt dat het product onder andere hierdoor breder inzetbaar en veelzijdiger is. Een mooie aanvulling aan de kwalitatieve bovenkant van de huidige kalimarkt. “Het is zeg maar het volkorenbrood in het broodschap.” Tekst: Martin de Vries • Beeld: ICL

Polysulphate is een uniek natuurlijk voorkomend mineraal. In Nederland is deze meststof al behoorlijk ingeburgerd. “In België is Polysulphate nog wat onbekender, maar ook bezig aan een opmars”, vertelt specialist Frank Duijzer van ICL. De natuurlijke kalimeststof Polysulphate, ook toegelaten in de biologische sector, wordt gewonnen onder de Noordzee, op een diepte van twaalfhonderd meter aan de kust bij het Verenigd Koninkrijk. Het ruwe materiaal wordt in brokken gedolven en vervolgens in de goede fractie gebroken, zodat het goed verstrooibaar is op de akker. “Het wordt gedolven, gemalen, gezeefd en opgezakt zonder chemische bewerking of andere industriële processen”, benadrukt Duijzer. ICL is de partij die Polysulphate in het pakket heeft. “Dat het mineraal zowel kalium, magnesium,

zwavel en calcium bevat maakt het uniek. Meer dan met iedere andere kali-meststof geef je met bijvoorbeeld honderd eenheden kalium veel meer voeding aan de bodem. Calcium wordt vaak in een aparte werkgang uit een andere bron als gips of bladvoeding toegediend.” Roel Bloemert vult zijn collega aan. “Calcium ligt met Polysulphate goed verdeeld rond de wortels. De meeste knol- of bolgewassen kunnen met tachtig tot honderd kilogram per hectare plantopneembaar calcium goed toe. Met Polysulphate wordt bij een gift van honderd kilogram kalium deze behoefte voor calcium al ruimschoots ingevuld.” Frank Duijzer benadrukt dat daar het grote voordeel in zit. “Je krijgt meer mineralen voor je geld. De prijsvoering van Polysulphate is grotendeel afgestemd op de kali-inbreng van het product. Vergelijken we het met

vergelijkbare producten zonder calcium, dan blijkt dat calcium zo heel voordelig meekomt. En het hoeft niet apart gestrooid te worden. En niet alle voeding komt in één keer vrij. Wij noemen dit de ‘verlengde beschikbaarheid’ van Polysulphate en zal ongeveer vijftig tot zestig dagen duren. Dit zorgt voor een lage zoutlast voor het gewas en een minimale kans op uitspoeling van mineralen.” Vanwege het lage chloride-gehalte en het feit dat de voeding over een verlengde periode beschikbaar komt, heeft Polysulphate een extra voordeel voor fijnzadige gewassen als wortelen, uien en groenten. “Doordat Polysulphate over een langere tijd beschikbaar komt, is het veilig voor kiemplanten”, stipt Bloemert aan. Duijzer: “Daardoor is één keer toepassen voldoende, ook voor aardappelen uit. Advies is om vanwege de verlengde beschikbaarheid

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

ruim voor het zaaien of poten te strooien. Het liefst inwerken in de aardappelrug of tijdens de grondbewerking voor het zaaibed. Om deze reden past Polysulphate minder goed als bijmestgift tijdens het groeiseizoen. Dat is wel een aandachtspunt.” Eventueel kan er in het seizoen nog worden bijgestrooid met een gecombineerde stikstof- of kalimeststof. “Echter, voor de meeste gewassen is één keer strooien met Polysulphate voldoende voor de kalivoorziening van het gewas.” De verstrooibaarheid is volgens de deskundigen van ICL perfect. De korrels hebben een grootte van twee tot vier millimeter. Afhankelijk van de instellingen van de machine, aan de hand van de beschikbare strooitabellen, is Polysulphate altijd geschikt om vanuit rijpaden te strooien. “De hoge dichtheid (hoog soortelijk

gewicht) maakt dat het product over een grote breedte te verstrooien is. Zowel in Nederland als België mag Polysulphate toegepast worden in de biologische landbouw. Vanwege de genoemde voordelen ziet ICL inmiddels een sterke groei van Polysulphate. De reacties uit het veld zijn in ieder geval goed. Gewastechnisch presteert Polysulphate naar behoren. Dat je meteen een calciumgift meegeeft, zorgt ook voor een stuk gemak.” Bloemert merkt op dat op een veilige manier de gehele basisbemesting gegeven kan worden. Uit onderzoeken blijkt dat je met één keer toediening van Polysulphate dezelfde opbrengsten binnenhaalt als met andere meststoffen, met nu als voordeel dat je in één keer klaar bent omdat je meteen een vierde nutriënt meegeeft en niet meer hoeft bij te strooien


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 17

oktober 2021

VERGELIJKING POLYSULPHATE Product­ samen­stelling (%)

Poly­sulphate

Kalium­sulfaat

Kalium­ chloride

K2O

14

50

60

CaO

17

0

0

MgO

6

0

0

SO3

48

45

0

Cl

<3

<3

47

Poly­sulphate

Kalium­sulfaat

Kalium­ chloride

K2O

100

100

100

MgO

43

0

0

SO3

343

90

0

CaO

121

0

0

Zoutindex (Jacksonmethodiek)

52

100

138

Aantal nutriënten

4

2

1

Mineralen­ inbreng bij 100 K2O

Inhoud van Polysulphate ten opzichte van andere kalimeststoffen

De chloorarme Polysulphate kan een toegevoegde waarde hebben bij kwaliteitsgevoelige producten zoals wortelen.

in het seizoen.” Duijzer knikt instemmend. “We vergelijken het wel met een boterham. Met één mineraal heb je als het ware een plak witbrood. Voeg je daar nog drie mineralen aan toe dan kom je op een volkoren. Polysulphate is als het ware een volkorenboterham, waarmee je met één plak veel meer inhoud hebt. Je krijgt met deze meststof samen met kali, behoorlijke hoeveelheden magnesium, zwavel en calcium bij de plant. Dit zorgt voor een robuustere bemesting én een beter gevoede plant.” Veehouders, zowel biologische als gangbare bedrijven, gebruiken Polysulphate voornamelijk als goede en goedkope zwavelbron voor de eerste snede grasland. “De extra kalium, magnesium en calcium die dan tevens toegediend wordt, maakt Polysulphate tot een gewaardeerde veelzijdige meststof.” •

Uniek aspect Polysulphate:

Van belang voor:

Calciuminbreng

Wortel- en knolgewassen / Bladgewassen / Vollegrondsgroenten

Lage zoutindex

Fijnzadige gewassen, gevoelig voor kiemplantverbranding / bodemgezondheid

Verlengde beschikbaarheid voeding

Gewassen gevoelig voor (blad)schade bij overbemesting

Goede verstrooibaarheid

Spuitpaden breder dan 33 meter

Hoge zwavelinbreng

Grasachtigen / Koolachtigen / Granen / Suikerbieten

De eigenschappen van Polysulphate

Ook in sluitkool (rode kool) is calciumbemesting, maar ook de hoge zwavelinbreng, een pluspunt.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


18 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

MECHANISATIE

Vegniek zet streep door oude reputatie van looftrekken Door het verbod op Reglone (Diquat) worden aardappeltelers gedwongen om na te denken over alternatieven op het gebied van loofdoding. Looftrekken is één van die alternatieven, maar is voor veel boeren nog relatief onbekend. Veel aardappeltelers zijn in eerste instantie bang voor de gevolgen van looftrekken. Looftrekken staat er van oudsher namelijk om bekend dat de kans groot is dat veel aardappelen bloot komen te liggen (groene aardappelen) en dat de rug te los wordt en niet meer bestand is tegen neerslag. In 2020 is Vegniek met een nieuwe looftrekker op de markt gekomen. Door dit nieuwe principe van looftrekken kan een streep worden gezet door de oude reputatie en kunnen aardappeltelers naar de voordelen van looftrekken gaan kijken. Veel aardappeltelers zijn zich er nog niet van bewust welke voordelen looftrekken voor hun kan hebben. Als je je verdiept in de voordelen van looftrekken komt al gauw naar voren dat het op rhizoctonia gevoelige gronden gebruikt wordt om besmetting van de knollen te voorkomen. Van oudsher is dit een reden geweest voor aardappeltelers om op dit soort gronden het trekken van loof toe te passen. Dit was ook de voornaamste reden voor pootgoedteler Bert Lassche (48 jaar) uit Luttelgeest om de looftrekker van Vegniek uit te proberen. Lassche teelt in totaal 48 hectare pootgoed op gronden variërend van zand tot lichte klei. “Toen ik hoorde dat mijn buurman een looftrekker van Vegniek had gekocht heb ik hem vijf hectare loof laten trekken om te testen of ik de rhizoctonia besmettingen kon beperken.” Om te kijken hoeveel effect het trekken van loof heeft, legde Lassche een controle proef aan waarbij vier rijen geklapt en gespoten werden. In deze

Kijk voor meer informatie over de DiscMaster op: www.vegniek.nl/nl/ Of bezoek Vegniek op stand nr 307 tijdens INTERPOM 2021 op 28, 29 en 30 november in Kortrijk. CONTACT NEDERLAND: B. Naaktgeboren B.V. www.naaktgeboren.com/ of Matthijs Jansen op 06 - 13 566 180 CONTACT BELGIË: Vegniek B.V. www.vegniek.nl/nl/ of +31 (0)527 - 231 099

proef kwam in beide gevallen geen rhizoctonia besmetting tot uiting. “Wat opviel was dat de geklapte en gespoten aardappelen aanzienlijk grover waren geworden dan waarbij loof getrokken was. Hierdoor was een deel van de aardappelen uit de maat gegroeid. Door middel van looftrekken kan je dus heel precies het stoppen van de groei bepalen. Dit is voor mij als pootgoedteler een groot voordeel. Daarnaast stierven de moederknollen sneller af en waren de aardappelen sneller huidvast waardoor ik eerder kon rooien.” REDUCTIE RHIZOCTONIA BESMETTINGEN Naar aanleiding van de positieve resultaten van het eerste jaar besloot Lassche om dit jaar de helft van zijn pootgoed areaal loof te laten trekken. “Vorig jaar kwam niet uit de proef naar voren dat door middel van looftrekken rhizoctonia besmetting beperkt kan worden. Om die reden heb ik dit jaar twee proeven aangelegd in de Mozarts en in de Carlita’s. Toen kwam duidelijk naar voren dat door middel van looftrekken, rhizoctonia besmetting tegengegaan kan worden.” “Afgelopen jaar heb ik voor mezelf de bevestiging gevonden dat looftrekken een heel goede alternatieve loofdodingsmethode voor mij is! Ik heb in twee situaties heel duidelijk gezien dat rhizoctonia besmetting beperkt wordt en dat ik veel nauwkeuriger kan bepalen wanneer de aardappelen stoppen met groeien. Daarnaast is de werking van deze machine gewoon heel goed. Vrijwel geen

groene aardappelen, alle percelen zijn 100% afgestorven zonder te spuiten en de ruggen blijven bestand tegen weersinvloeden. Door omstandigheden ben ik er nog niet aan toe gekomen om alle loofgetrokken percelen te rooien. Eén van die percelen is al vier weken geleden loofgetrokken, maar de ruggen en de aardappelen zijn nog steeds van goede kwaliteit!” NIET BANG VOOR BACTERIE Het trekken van loof gebeurt in één werkgang in combinatie met loofklappen. Bij het klappen van loof komt het verspreiden van bacterie ook weer ter sprake. Na het verbod op Reglone zijn veel boeren weer loofklappers gaan gebruiken om de werking van de overgebleven middelen te verbeteren. Lassche hierover: “Reglone werkte altijd super snel en je was gegarandeerd met twee bespuitingen klaar. De werking van de overgebleven middelen is afhankelijk van veel factoren. Om de werking van deze middelen te verbeteren ben ik ook weer meer gaan loofklappen. Hierbij ontstaat bij mij toch wel de angst op het verspreiden van bacterie door het perceel. Bij het trekken van loof ben ik hier helemaal niet bang voor. Hierbij trek je, na het klappen, de plant los van de knol waardoor bacteriën geen kans krijgen om de knol binnen te dringen.” De meeste ziekten en plagen brengen schade aan via de plant. Na het trekken van loof zijn de knollen los van de plant waardoor deze ingang voor ziekten en plagen wegvalt en liggen de knollen goed beschermd in de grond.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

VEEL VOORDELEN Het trekken van loof door de loonwerker levert in eerste instantie geen financieel voordeel op voor Lassche. “Ik denk dat klappen en spuiten goedkoper voor mij is. Door middel van looftrekken kan ik echter de rhizoctonia besmettingen en het percentage bovenmaat naar beneden brengen. Op papier is het moeilijk om aan te tonen

maar ik ben er van overtuigd dat looftrekken me geld oplevert. In mijn omgeving hoorde ik vaak niet de meest positieve verhalen over looftrekken. Ik ben blij dat ik me niet heb laten beïnvloeden door de oude reputatie. Looftrekken heeft alleen maar voordelen voor mijn bedrijf. Ik ben aan het kijken naar de mogelijkheden om zelf een Vegniek DiscMaster aan te schaffen.” •

Het verschil tussen de loofgetrokken aardappelen en de gespoten aardappelen in combinatie met klappen. Aan de rechterkant liggen de gespoten/geklapte aardappelen. Hier kom je regelmatig een besmette knol tegen. Aan de linkerkant liggen de loofgetrokken aardappelen. Hier zijn vrijwel geen besmette knollen te vinden.

Bert Lassche in het perceel dat loofgetrokken is en dat al vier weken bestand is tegen alle weersinvloeden.


Aardappelwereld ontmoet elkaar weer op INTERPOM Na meer dan twee jaar vindt eindelijk het eerste grote internationale ontmoetingsplatform voor de aardappelketen plaats. Op zondag 28, maandag 29 en dinsdag 30 november 2021 opent INTERPOM namelijk haar deuren in Kortrijk Xpo. INTERPOM is de meest gespecialiseerde indoor vakbeurs in Europa voor de hele aardappelketen, van teelt tot verwerking en vermarkting. Onder het beursthema ‘Let’s reconnect the potato chain’ zullen 315 exposanten uit 15 landen hun nieuwste machines, producten, diensten, digitale technologieën en toekomstgerichte oplossingen live presenteren. Alle segmenten zijn sterk vertegenwoordigd, met opvallend méér machinefabrikanten voor de aardappelverwerkende industrie, méér aanbieders met oplossingen voor de bewaring van aardappelen, en een groeiend aanbod van nieuwe digitale technologieën. “Onze exposanten kijken er dit jaar extra naar uit om, als trouwe partners van de aardappelprofessionals, hun klanten en contacten te mogen verwelkomen op hun stand”, constateert ceo Christophe Vermeulen van organisator Belgapom. “We hebben elkaar gemist. Na anderhalf jaar ‘zoomen’ en ‘teamsen’ biedt INTERPOM ons de uitgelezen kans om elkaar weer écht te ontmoeten. In onze sector is dat fysiek contact écht belangrijk. Het deelnemersveld en het programma ogen indrukwekkend en uit de eerste reacties blijkt vooral dat mensen er ongelofelijk veel zin in hebben. Het werd ook tijd, want de uitdagingen zijn niet gering. Uitzonderlijke weersomstandigheden, de gevolgen van de CIPC-ban, de Green deal... op INTERPOM zal er zeker genoeg stof zijn om over bij te praten. Ik verwacht een top-editie.” Aardappelinnovators uit de hele keten in de snelgroeiende aardappelsector vormen innovaties de rode draad om efficiënt, competitief en duurzaam te blijven groeien. Een onafhankelijke expertgroep maakt deze maand een selectie van de meest relevante innovaties in de keten, die een duidelijke meerwaarde betekenen voor de gebruiker en voor de verdere verduurzaming en professionalisering van

de aardappelbranche. Deze ‘must-see’ innovaties worden in november bekend gemaakt en zullen op de beurs uitgelicht worden via een parcours – de INNOVATION TOUR - alsook via digitale kanalen. SEMINARS: BRANDEND THEMA’S EN BOEIENDE INNOVATIES INTERPOM zet met haar uitgebreide programma aan seminars in op het delen van kennis met een non-stop programma waarin zowel brandend actuele thema’s als boeiende innovatieve projecten aan bod komen. Een greep uit het programma dat samengesteld werd door Belgapom: kiemremming in het post CIPC tijdperk (Inagro), Europa’s ambities in de Farm to Fork strategie: wat betekent het voor de aardappelsector (ILVO), de impact van de pandemie op de globale handel van aardappelen (World Potato Markets), een groen vaccin tegen de aardappelplaag (UGent), afzetkanalen voor aardappelstromen (ILVO & VLAIO), Alternaria sneller opsporen dankzij sensoren, drones en AI (ILVO), hoe ziekten en plagen in aardappelen bestrijden (ILVO), een nieuw waarschuwingsmodel voor Alternaria (PCA & CARAH), resultaten van drie jaar proeven met biologische robuuste aardappelen (CRA-W), Restaarde (tarragrond) contaminatievrij terug naar de akker – onderzoek naar geschikte hittebehandelingsprocessen (Flanders Food) enz… Romain Cools zal als Belgapom Advisor dit programma coördineren en modereren. INTERPOM 2021 geeft hiermee de nodige nieuwe impulsen naar een sterke, dynamische en duurzame Belgische en Europese aardappelketen. Alles seminars worden gestreamd en zullen ook na de beurs beschikbaar zijn op de website.

ONLINE BEZOEKERSREGISTRATIE EN TICKETVERKOOP GESTART Bezoekers dienen zich vooraf online te registreren om hun toegangsticket te kopen (tien euro per persoon voor een dagticket). Ook de houders van een gratis- of vijftigprocent-reductiecode dienen zich vooraf te registreren via de code vermeld op de uitnodiging. Pas na registratie (en betaling indien van toepassing) ontvangt de bezoeker een toegangsbewijs. De tickets kunnen nu reeds online aangekocht worden op www.interpom.be. VEILIG EN ZONDER MONDMASKER NAAR INTERPOM De beurs vindt veilig en in zijn vertrouwde vorm plaats mét gebruik van het Covid Safe Ticket systeem. Net zoals bij de meeste evenementen of beurzen in binnen- en buitenland, dient elke bezoeker aan de ingang dus een geldig Covid Safe Ticket te tonen (QR-code in de CovidSafeBE app of op papier) om toegang te krijgen tot INTERPOM. Zorg dus dat u uw vaccinatiebewijs of herstelcertificaat met QR code mee hebt, of een bewijs van een recente negatieve PCRtest. Zo zijn mondmaskers niet nodig op de beursvloer. En doordat er geen beperkingen zijn op het aantal bezoekers, kunt u de beurs veilig bezoeken met partners en met collega’s. Op www.interpom.be vindt u steeds de meest actuele informatie. Blijf op de hoopte van het volledige programma en de laatste nieuwtjes over INTERPOM via Linkedin, Twitter of Facebook. INTERPOM is een initiatief van Belgapom, de erkende beroepsvereniging van de Belgische aardappelhandel en -verwerking. De praktische organisatie is in de handen van Kortrijk Xpo.


SEMINARS

HAL 6 - MODERATOR / MODÉRATEUR: Romain Cools, Belgapom Advisor

HAL 4

IN/OUT ZUID

HAL 3 HAL 2

HAL 1


De seminars zijn gratis voor bezoekers, geen voorinschrijving vereist Les séminaires sont gratuits pour les visiteurs, aucune préinscription nécessaire.

HAL 5

IN/OUT NOORD

HAL 6

603 AARDAPPELWERELD 108 AB TEXEL GROUP 600A ABS - ALGEMEEN BOERENSYNDICAAT 577B ACTISOL 426 AERTS RAPIDE 335 AGF PRIMEUR 176 AGRICO 250 AGRICULT 208 AGRIFAC MACHINERY B.V. 194 AGRISTO 141 AGRITYRE 349 AGRIVAUX 507 AGRO-BELTS 322 AGRODUST 472 AGROMETIUS 346 AGRONOMIC R82 AGROVISION 404 ALLROUND VEGETABLE PROCESSING 646 ALPEGO 301 ALTEZ R65 AMMERAAL BELTECH R72 ANCI 159 ANSQUIN SOCKEEL R63 AP TECHNICS 600E APAQ-W 505 AQUANTIS 248 ARTEC PULVERISATION 578 ATELIERS WEYNE 109 ATM MACHINERY 202/220 AVIKO POTATO 608 AVR 307 B. NAAKTGEBOREN BV 347 BARBARIE PALOX 692 BARIAS - FOOD CO-PACKER R37 BASCULES ROBBE 250 BASELIER 265 BASF BELGIUM CRD. CENTER COMMV. 162 BAYER CROPSCIENCE 401 BD-TECHNIX 269 BEAUCARNE 457 BEEUWSAERT CONSTRUCT 4145 BEJO BENELUX 667 BELCHIM CROP PROTECTION 600A BELGISCHE BOERENBOND 170 BETON R. DOBBELAERE-BONTE 482 BEYNE 6103 BIJLSMA HERCULES 186 BINST BREEDING & SELECTION 4122 BIO ARMOR BELGIUM R1A BIO3G 584 BIOFRESH GROUP 246 BLUEPRINT AUTOMATION 600B BODEMKUNDIGE DIENST VAN BELGIE R52 BORMS 4112 BRESTON 6105 BRIGHTEYE 564 BROEKEMA E.A. 476 BROSON 411 BULCKE 446 BURG MACHINEFABRIEK 224 CABKA R24 CAP PLANTS 5102 CBB MONTAGE 134 CERTIS EUROPE 104 CHIORINO BENELUX 4120 CHRISTIAENS-VOLCKE 644 CLAMAHORT R16/R22 CLAREBOUT 541 CLIFTON RUBBER 242 CLIMANOVA R11 CML SAALTO 412 COBEFA 311 COFABEL 410 CONSTRUCTIE BRUYNOOGHE R20 CONSTRUCTIE MITTENAERE 577A CRE-AGRI 6101 DACOM FARM INTELLIGENCE 4110 DANNEELS 281 DE AARDAPPELHOEVE 550 DE AKKERBOUWKRANT / LE JOURNAL GRANDES CULTURES R0B DE SLIJPMOBIEL 693 DE VRIES & WESTERMANN BV R40A DEBBIE 275 DECAM KOELTECHNIEK 4111 DEJONGHE TECHNIEK 670 DELVANO 225 DEMA-C 460 DEN HARTIGH 425 D-ENSO 600A DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ 118 DEPREZ CONSTRUCT 4123 DEROO CONSTRUCTIE 4100 DESCHOUT POTATOES 205 DESPIERRES AUTOSEM 4107 DEVA FYTO 252 DEWAELE-BRICHE 254 DEWAGTERE ENGINEERING 413/414 DEWULF 416 DEZEURE R10 DK TRANSPORTBAAND APS 103 DKR REFRIGERATIONS 424 DOWNS 111 DUTCH TECSOURCE B.V. 136 EILLERT FOOD PROCESSING MACHINERY 471 ELEA GMBH R54 ELPRESS 193 EQUANS (VOORHEEN ENGIE REFRIGERATION)

606 ESCAFFRE MATAGRI R1B ETAP LIGHTING INTERNATIONAL R6 ETS COMPAGNAUD 676 EUROPLANT AARDAPPEL BV 199 FAM 533 FARM FRITES INTERNATIONAL 306 FERUCOM R5A FINEPOLIS 136 FINIS FOODPROCESSING EQUIPMENT 600E FIWAP 273 FLAUW SAS 130 FOODEQ ENGINEERING B.V. 469 FORREZ 562 FPS FOOD PROCESS SOLUTIONS EUROPE B.V. 4107A FRANS VEUGEN BEDRIJFSHYGIËNE R30 FRAXINUS R30 FRAXINUS 499 GAIAGO 320 GEA BELGIUM 645B GEJO GRADING SERVICES B.V. 696 GESQUIERE GEERT LM BV R44 GH ULMA 588 GPI DE GOUWE B.V. 259 GPK R5 GRONDDEPOT 250 GROUPE EURO-DIRECT 4147 GRUVA TECHNIEK 600E GWPPPDT-UPR R18 HABASIT BELGIUM 4105 HANS VANDEPUTTE 4152 HAZERA SEEDS 582 HEAT AND CONTROL 507 HESSELS ZEEFBANDEN 554 HEUSDENS - SCHAFFER 109A HEVEL VACUUM B.V. 158 HILAIRE VAN DER HAEGHE - HH AGRI 565 HOBON 509 HORSCH 500 HTECH CZ S.R.O. 226 HUMIGATORDFS.COM - JEBE 138 HZPC HOLLAND R34 ICOMET GROUP / ALPIDO 600A ILVO - T&V - AT 698 ILVO - VITO REMOTE SENSING 174 INSORT GMBH 600C INTEC R1 INTER AGRA 600F INTERPROVINCIAAL PROEFCENTRUM VOOR DE AARDAPPELTEELT (PCA) VZW 280 INTERSEED POTATOES R15 ISAGRI 454 JAAR 467 JAN VAN DAM MACHINE TRANSPORT 404 JONGEJANS DUST COLLECTORS 188 JOS DE BRUYNE 257 KEY TECHNOLOGY 222 KEYMOLEN AGRI 191 KIREMKO B.V. 115 KLIM'TOP CONTROLS 474 KLOPPENBURG MACHINEBOUW 315 KMK 642 KPMB 100 KRONEN R13 KWS BENELUX 447 LALLEMAND PLANT CARE 418 LAMBWESTON / MEIJER 400 LANDBOUWLEVEN 5101 LE CASIER FRANÇAIS 310 LECHLER 4152 LIMAGRAIN BELGIUM 422 LUTOSA 615 MACHINEFABRIEK DT DIJKSTRA 232 MAHIEU CONSTRUCT 478 MANTER INTERNATIONAL R21 MARC SERU AARDAPPELHANDEL 106 MARCELISSEN VENLO B.V. R39 MAREL FURTHER PROCESSING 401 MATTHYS CONSTRUCT 218 MC CAIN FOODS EUROPE 536 MECHATEC BOX HANDLING SYSTEMS 4141 MECONAF AFZUIGING 448 MEIJER POTATO 536 MENNO CHEMIE-VERTRIEB 470 MONSEU ETS SA 179 MOOIJ AGRO 1127 MURRE TECHNOLOGIES 1119 MYDIBEL 4157 MYLDES 183 MYLLE H. 614 NECAP PALLETS & KISTEN 308 NOBLE 613 OMNIVENT TECHNIEK 132 OPTIMUM SORTING 1122 OPTISERVE 1124 PALLETBEDRIJF VAN DER POL 506 PALLETCENTRALE GROEP 334 PETECH MACHINERY 259 PGS RDB PALLETS 4105 PHILIPPE HOORNAERT 474 PIM-MACHINERY 420 PIP INNOVATIONS 305 PLUIMERS ISOLATIE 538 POLTRAC 311 POMAGRO 642 POMUNI 206 POUCHAIN

R39 PROFENCO ENERGY & PROCESS TECHNOLOGY 549 PROTEC SORTING EQUIPMENT 461 PYPE PRODUCTS BV 169 RAES CONSTRUCT 300 RAYTEC VISION 6102 RECTICEL INSULATION 484 REGNERUS R29 REKO INDUSTRIAL EQUIPMENT BV 669 RESTRAIN COMPANY LTD 586 RITS DRAINAGE 517 RMA TECHNIEK 556 ROOSJEN 317 ROPA FRANCE 164 ROSENQVISTS 303 ROUSSEL AGRI 559 ROVA - ROVASAC 140 ROVEMA BENELUX 4158 RTL PATAT 276 SAELENS BV R8 SALCO R14 SALEENCO INDUSTRIES 489 SCAM 690 SCANSTONE 346 SCHOUTEN AGRI SORTING SOLUTIONS R74 SCOTTS PRECISION MANUFACTURING R25 SENCROP 311 SERVAGRI 618 SESVANDERHAVE 308 SIMON GROUP R9 SOIL BEST 4135 SOILTECH 585 SOLIDS & AIR 478 SOLIDTEC BV 695 SORMA BENELUX 165 SORMAC BV 518 SORPAC 511 SPIESSENS 480 SPINNEKOP NV 604 STEENVOORDEN MACHINES 152 STET 601 STOLLER R35 STRUBE BELGIUM 199 STUMABO INTERNATIONAL 259 SYLVATEK 100 SYNERGY SYSTEMS 600D SYNGENTA CROP PROTECTION 6104 TACK TECHNICS 640 TANECO 110 TEK-DRY SYSTEMS LTD 1127 THE HAITH GROUP R18A THERMAL PROCESS SYSTEMS 602 TIBO AFZUIGTECHNIEK 445 TMCE 112 TOLSMA-GRISNICH B.V. 116 TOMRA SORTING 101 TONG ENGINEERING 404 TOSCA 686 TRADECORP 694A TRANSPORTBANDEN BRUYNOOGHE 501 TRIAS - BELGAPOM - VTI TORHOUT 184 TUMMERS FOOD PROCESSING SOLUTIONS 339 UPL BENELUX 259 UPTRACE 1106 URSCHEL B.V. 551A UTICON 473 V3 - MANUPAL 694 VAM WATERTECH R2 VAN DAMME 5103 VAN DER PEET 146 VAN REMOORTEL R69 VAN RIJN FRANCE 222 VANDAELE MACHINERY 210 VANDENBULCKE F. 179 VANDOORNE INSTALLATIEBEDRIJF 167 VANHEMENS 314 VANHOUTTE 150 VDH CONCEPT R33 VECOTEC 307 VEGNIEK 4107AA VENDAVID 504 VENTRI TECHNIEK 4143 VERDUYN 576A VEREINIGTE HAGEL WEERSVERZEKERINGEN 204 VERHELST-COPPENS AGRI R32 VERMO - SANDSTRA 1125 VERVAEKE AARDAPPELHANDEL 688 VHM MACHINERY R75 VISAR SORTING 179 VISSER 600A VLAAMS VERBOND VAN POOTGOEDTELERS 600A VLAM 200 VLTRACBOHEZ R50 VOS TECHNICS 514 VSS MACHINEBOUW 502 W.N. KRAMER 278 WARNEZ 283 WDM 4155 WECXSTEEN GROUPE 309 WELLWAIJ BELTING - YONGLI BELTING 334 WEVANO MACHINERY 4117 WIFO-ANEMA BV 561 WIJNEN MACHINES 402 WILLY NAESSENS GROUP


BEURSNIEUWS | TOLSMA-GRISNICH

BEURSNIEUWS | AVR

STAND

STAND

608

AVR heeft met Spirit 7200 verstekrooier doorontwikkeld De nieuwe Spirit 7200 vult de AVR Spiritfamilie aan met een getrokken, tweerijige verstekaardappelrooier. In essentie is het een fikse doorontwikkeling van de Spirit 6200. De Interpom wordt aangegrepen om de belangstellenden kennis te laten maken met deze nieuwe zeventonsbunker verstekrooier met extra loofscheidingssysteem. Inmiddels draaien er tien in de praktijk. Nu chemische loofdoding meer en meer verboden wordt, en mechanisch loofklappen aan de orde is, was één van de uitdagingen hoe om te gaan met deze omstandigheden op een loofmatmachine. De Spirit 7200 speelt hierop in door de integratie van een extra loofscheidingssysteem in de vorm van een loofrol net voor de langsegelband. Ook zorgt een terugvoerband onder de loofmat ervoor dat aardappelen die pas laat ‘vallen’, in de machine blijven en dat het eventuele loof dat nog door de loofmat valt, wordt afgevoerd. Verdere features zitten in de grote bandenmaten, mogelijkheid tot dubbellucht, egelbandunit, bunker en aansturing van de machine (ISOBUS). REINIGINGSMODULES Na opname door de rooibek gebeurt de eerste zeving op de graafmat (breedte 1650 millimeter). Hierin zitten hydraulisch aangedreven excenterschudders. Daarna is er een combinatie van loofmat en zeefmat. Doordat deze dicht

op elkaar lopen is de valhoogte van graafmat naar zeefmat minimaal gehouden. Bij de overgang van de zeefmat naar de egelband zorgt een loofrol voor extra loofscheiding. De loofrol is makkelijk te verstellen in intensiteit door ze meer of minder onder de zeefmat te plaatsen. Een aardappelvriendelijke overgang is verzekerd doordat de loofrol gevolgd wordt door een zachte egelband. Op de langsegelband worden de aardappelen afgeleid door een driedubbele afstrijkrolunit naar de dwarsegelband. Indien gewenst kan deze meer of minder onder hoek geplaatst worden. Een hoogteverstelling vanop de leestafel biedt de mogelijkheid om vlot de reinigingscapaciteit bij te stellen. Voor de dwarsegelband zijn verschillende modules beschikbaar: De eenvoudigste variant is een verkorte egelband met dubbele afstrijkrol. Meer weten over de Spirit 7200? Kom naar de stand en de vertegenwoordigers van AVR praten u bij.

BEURSNIEUWS | GEOHOBEL

112

Tolsma-Grisnich zet nieuwe klimaatunits (Air, Cool, Dry) in de markt De nieuwe Tolsma-Grisnich klimaatunits zorgen voor een optimaal klimaat in iedere fase van de bewaring. Ventileren, koelen en drogen met behoud van productkwaliteit. De klimaatunits zijn stekkerklaar en modulair inzetbaar in de bewaarplaats. Hierdoor zijn er besparingen mogelijk op installatie- en bouwkosten. Deze units kunnen ingezet worden voor ruimteventilatie (koeling) en geforceerde ventilatie in combinatie met een zuigwand voor producten in kisten. Door de verschillende units te combineren kunnen de luchthoeveelheid en het koel- en droogvermogen aan de bewaarplaats en het product aangepast worden. De units zijn duurzaam door het gebruik van energiezuinige ventilatoren en natuurlijk koudemiddel. Het koeltechnisch ontwerp zorgt voor minimaal gewichtsverlies tijdens de bewaarperiode en verhoogt zo het bewaarrendement. De plug and play-uitvoering met condensdroogfunctie is uniek in zijn soort. Eén unit die in alle situaties zorgt dat het product zo snel mogelijk gedroogd wordt om schimmelen bacteriegroei te voorkomen. Drogen en opwarmen met buitenlucht wanneer het kan en weersonafhankelijk intern condensdrogen wanneer de buitenomstandigheden niet geschikt zijn. Er zijn drie verschillende klimaatunits leverbaar: Tolsma Air 50 – ventileren, Tolsma Cool 50 – ventileren en koelen, Tolsma Dry 50 – ventileren, koelen, opwarmen en condens drogen.

BEURSNIEUWS | BASELIER STAND

250 STAND

502 Geohobel: De machine voor ‘minimale grondbewerking’ Uit een analyse van handbediende tuingereedschappen is door Geohobel een speciaal gevormd, actief aangedreven ‘schaafmes’ ontwikkeld. Dit gepatenteerde gereedschap kan grote hoeveelheden groene mest verpletteren terwijl het wordt gemengd met de bovenste, zuurstofrijke en biologisch actieve bodemlaag. De organische stoffen zijn dus direct beschikbaar voor het bodemleven als voedsel. Een verscheidenheid aan andere voordelen vloeit voort uit deze verwerking. De schaafmessen zorgen voor een rechtlijnige, volledige verwerkingshorizon - er is geen ploeg of smeerlaag - de waterbalans wordt niet verstoord, waardoor meststoffen en mineralen optimaal kunnen worden gebruikt. Tegelijkertijd kan de zaaimachine worden gebruikt om de volgende vrucht te zaaien - om in één keer van de ene vrucht naar de andere te veranderen. Dankzij deze speciale grondbewerking worden de planten vitaler, resistenter en voedzamer. Bodemanalyses tonen aan dat na een korte tijd alle belangrijke parameters zoals kalium, calcium, fosfor, ph-waarde en dergelijke zich op een consistent positieve manier ontwikkelen. Met dit relatief eenvoudige systeem kunnen we onze bodem activeren, de basis van ons dieet, humus opbouwen en erosie voorkomen Voordeel hiervan is dat met minder inspanningen meer bodemvruchtbaarheid is en dus vitalere culturen te

produceren. Duurzaam verbeteren van de bodemstructuur door gerichte promotie van het bodemleven. Organisch materiaal, zoals founding of harvest-residuen worden gebruikt in het biogene ingebouwde bodemlaag - hier wordt het aerobisch ontbonden door het bodemleven en omgezet in plantaardig beschikbare voedingsstoffen. Het bestaande wortelsysteem blijft in zijn positie en blijft vocht van diepere lagen naar boven bevorderen. De mulchlaag beschermt tegen erosie, humus wordt opgebouwd, Co2 wordt opgeslagen, de waterbalans wordt gereguleerd. Tegelijkertijd kan het volgende gewas worden ingezaaid in de mulchlaag met de zaaimachine geïnstalleerd. Kramer staat naast deze machine met de GRAMEGNA spitmachine, KRAMER ECO ploeg, KRAMER ERMO ploeg en MINOS rijenfrees.

BASELIER Frees-Pootcombinatie met Agricult LvS gps op Interpom Gewicht en arbeid besparen zijn belangrijke voordelen van een Baselier Frees-Pootcombinatie. Dankzij de LvS gps laagvolume strooitechniek van Agricult kan men nu ook met slechts vijftien liter water per hectare de rhizoctonia middelen toedienen tijdens het poten. Hierdoor blijft de combinatie licht (kleine tank) en hoeft men toch maar één keer per dag te tanken. Door de eigen gps wordt nauwkeurig rijsnelheidsafhankelijk gedoseerd. Dit geldt ook voor de rijenbemesting, die als optie meegeleverd kan worden. De voordelen sluiten goed aan bij de eigenschappen van de Baselier Frees-Pootcombinaties. Een laag eigengewicht en kosten besparen op arbeid door alles in één werkgang te doen: de grond egaal aandrukken, frezen, poten en aanaarden. Baselier ontwerpt en produceert volveldfrezen, rijenfrezen, pootmachines en loofklappers voor grondbewerking, aardappel- en vollegrondsgroenteteelt. Agricult is al ruim 25 jaar gespecialiseerd in laagvolume verdeeltechnieken voor onkruid-, ziekte- en plaagbestrijding. www.baselier.com www.agricult.nl


STANDNR:

669 RESTRAIN STOPT KIEMEN ETHYLEEN GAS SYSTEEM VOOR AARDAPPELS

MATHIEU VERHAEGHE Boezinge (België)

“Er zitten maar 4 knopjes op, dus het is niet moeilijk” SCAN QR-CODE VOOR DE VIDEO!

Geschikt in alle opslagruimte

Gebruikersvriendelijk

Uitstekende bakkleuren in proeven

Contact: Wim Vanderstraeten, Tel.: +32 477 56 86 76

Kosteneffectief

RESTRAIN.EU.COM


24 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

BODEM

MAISSTOPPELBEWERKING EN INZAAIEN MENGSELS OP FRIESE KLEI

Groenbemester steeds meer ‘serieuze teelt’ Organische stof bepaalt voor een groot deel de productiviteit van de bodem. Al jaren wordt er onderzoek gedaan naar het effect van het inwerken en gewasresten, voor het omzetten van opneembare nutriënten. De inzet van groenbemesters in de winter moet vervolgens de bodemstructuur verbeteren en wellicht stikstof afleggen in het zaaibed van de vervolgteelt. Welke technieken hebben het meeste effect als het gaat om stoppelbewerking en het inzaaien van groenbemesters? Vanuit de projecten Spaarbodem en Slim Landgebruik werd op de proefboerderij Kollumerwaard in Munnekezijl het effect van verschillende grondbewerkingen op de groenbemesterteelt getoond. Tekst en beeld: Martin de Vries

Bij de demo werd met zes technieken maisstoppel ingewerkt. Vervolgens is met twee zaaimachines in het bewerkte land de groenbemestermengsels ingezaaid. “Het idee van stoppelploeg is dat de stoppel diep genoeg zit om de gewenste mineralisatie aan te jagen. Met ondiep werken moet je er wel voor zorgen dat de stop diep genoeg de grond zit voor de vertering”, legt Christoffel den Herder van Ceres Horti Advice uit. Het project Spaarbodem richt

zich op akkerbouwers die nog meer inzicht willen krijgen in het belang van goed bodembeheer voor de opbrengst van hun perceel. Vanuit Slim Landgebruik wordt gekeken naar de gewasresten die achterblijven op het land. Die dragen in ruime mate bij in de opbouw van organische stof en daarmee aan het vastleggen van koolstof. Hoeveel dit is hangt samen met het gewas, zo laat graan meer gewasresten

na dan aardappels. Deze maatregel hangt daarmee direct samen met verbeteren van de gewasrotatie, hoe meer graan of andere rustgewassen in het bouwplan zijn opgenomen, hoe meer gewasresten er achter blijven. Voor de proeven op de Kollumerwaard is gekeken naar maisstoppel. GROENBEMESTERS STEEDS SERIEUZER GENOMEN Voor het meeste gunstige effect van het inzaaien van de

groenbemestermengsels is dwarsover ingezaaid. “We zien met de groenbemesters wel echt een verandering ontstaan. Van ‘een beetje aanmodderen’ zie je dat telers aan de groenbemesters net zoveel aandacht schenken als aan uien of aardappelen. Dat is in mijn ogen ook terecht.” Ook de zaaimengsels worden volgens Christoffel den Herder steeds beter. “Voorheen zaaide je acht, tien of vijftien soorten met het idee dat er dan altijd wel één

opkwam. Nu richten we ons er steeds meer op het effect van allemaal.” Bij de demopercelen bij de Kollumerwaard is gewerkt met Solarigol van DSV, waar veertig kilo per hectare van gezaaid wordt. Op de proefvelden wordt er vervolgens nauwlettend gekeken naar het effect van de verschillende grondbewerkingen in combinatie met de zaaitechniek. We zetten de getoonde technieken hieronder op een rij. •

OVLAC ECO-JK ECOPLOEG De ECO-JK van de Spaanse fabrikant Ovlac heeft een schaar, die door Christoffel den Herder als ‘een miniatuur van de traditionele ploegschaar’ wordt omschreven. Die werkt smaller en ondieper. “Eigenlijk is het de ploegverhouding twee-op-één. De ecoploeg ploegt breed voor zijn diepte. Het nieuwe JK-rister is kerende gebouwd, om ook op zwaardere gronden de kerende werking te houden.” Bram op’t Hof van importeur Koeckhoven.net stelt dat door het langere rister het omkeren beter werkt. De achtschaars variant van de ecoploeg is de meest verkochte variant. Die heeft een werkdiepte van acht centimeter. Voor de demo is voor de trekker een drie meter brede Moreni-rotorkopeg in de front gehangen. De voorbewerking wordt uitgevoerd met drie tanden per rotor. Den Herder: “Deze combinatie blijkt echt effectief, al bepaalt de mate van verdichting wel hoe diep je moet werken. Met de ploeg en rotorkopeg zorg je er voor dat de grond echt openbreekt en de stoppel goed wordt vermengd.”

PÖTTINGER SYNKRO 3030 Het Oostenrijkse Pöttinger is als machinefabrikant een bekende naam, maar relatief nieuw in de akkerbouw. De Synkro 3030-cultivator heeft drie balken voor zowel vlakke als voor diepe bodembewerking. “Deze stoppelcultivator heeft elf stijve tanden, die de grond mooi openbreken. Een driebalksmachine houdt gelijkmatiger de rij. De vleugelscharen hebben een vrij lange beitel. Dit zorgt voor vlak werk, terwijl het wel nodig is om wel in de grond te gaan. Dit is aan te passen door de hoek van de scharen te verstellen. Het geheel is parallel gevoerd, waardoor je de rol en schrijven direct mee instelt”, aldus Christoffel den Herder. Volgens Wilco Elkink van de Nederlandse importeur Duport kan de Synkro 3030, met een werkdiepte van acht centimeter, goed voor het stoppelzaaien worden benut. “De beitels zitten over de volledige breedte. De open rol wordt schoongehouden door een glijslof tussen de ringen. Je kunt eventueel de vleugels nog schuinover zetten voor een tweede effect.”

LEMKEN KARAT 9 De Lemken Karat is inmiddels een bekende cultivator al het gaat om proeven met maisstoppelbewerking of het inwerken van groenbemesters. De Karat 9 is een driebalksmachine. Christoffel den Herder: “De cultivator is dieper gebouwd, heeft elftanden, uitgevoerd met vleugelscharen. Dus: cultiveren met schijven en gelijktrekken. De messenringwals drukt de kluiten aan en verkleint die. De messen voorkomen dat de wals volloopt.” Hans Hoogland vertelt dat de Karat is uitgevoerd met een snelspansysteem voor de scharen, zodat je makkelijk kunt wisselen. “Bij heel ondiep werken en vlak afsnijden is het mogelijk om steun- of dieptewielen te installeren. In de bio wil men natuurlijk zo ondiep mogelijk. Om exact twee tot vier centimeter aan te houden zijn die wielen van grote meerwaarde. Ik adviseer ook nog wel om schuinover te rijden om het werkeffect, vanwege de sporen mooier te maken.”

EUM VIBROCAT De EuM zet met haar Vibrocat-cultivator in op een milde maar allround bewerking. Dit doet de Duitse fabrikant van grondbewerkingsmachines door in plaats van vaste tanden, veertanden te gebruiken. “Die passen zich aan, aan de grond”, legt Christoffel den Herder uit. “De bewegende tand vibreert als het ware waardoor je de grond mooi verkruimeld en lost. De sterrol achterop vergroot dit effect. Ook in het voorjaar bij plantgewassen is deze machine ideaal om lucht in de grond te krijgen en die te mineraliseren.” Het raamwerk hangt op drie balken en heeft elftanden met vleugelscharen. De beitels hebben een overlap van ongeveer drie centimeter. Twee rollen zorgen voor de diepte-instelling. De EuM heeft ook een Sternkracker-wals die in de front kan, voor de zware grond. “Sinds kort is er ook een model met vaste tanden om ook als het echt zwaar wordt een egaal snijbeeld te krijgen”, aldus Matthijs Boomkamp van importeur Kruse. De Vibrocat is volgens hem “een relatief simpele machine”, die “meer voor de biokant is ontwikkeld.”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 25

oktober 2021

KELLY DIAMOND HARROW De demonstratie van de ‘Australische’ Kelly Diamond Harrow-kettingschijfeg was een primeur in Nederland, maar een interessant ontwikkeling. Door gebruik te maken van ketting, waaraan de schijven hangen, is het totaal goed bodemvolgend. Door de gehanteerde hoek trek hij mooi door de grond. De werklengte van de ruitvormige kettingschijfeg is vier meter. “De voorste schijven staan scherper om beter door de grond te dringen”, vertelt Martin Heerema van Agri Bio Solutions uit Groningen. De diepte van de schijven wordt afgestemd op de bodemomstandigheden. De zware grond in Friesland vroeg om een dubbele bewerking. De beperkte werkdiepte, 2,5 centimeter diepte, liet met een snelheid van ongeveer acht kilometer per uur desalniettemin een mooi resultaat zien. Een snelheid van vijftien kilometer per uur is echter goed mogelijk, waardoor een noodzakelijke tweede werkgang wordt gecompenseerd. De schijven worden aangedreven door de voorwaartse beweging van de trekker. De schijvenketting schilt als het ware de bovenste laag los. Met de snijkant van de schijven, de getande schijf en de doornketting wordt de grond verder verkruimeld. Kijk op Akkerbouwbedrijf.nl voor een filmpje van de werking van de kettingschijfeg.

KOECKHOVEN FLEX SEEDER De naam Flex Seeder geeft eigenlijk het doel van de zaaimachine al aan. Dankzijn twee verdelers kan er op verschillende afstand en verschillende dieptes worden gezaaid. Op de tweede balk zit meer ruimte zodat ook gras breedwerpig kan worden in gezet. Volgens eigenaar Frans Koeckhoven is de mogelijkheid om drie verschillende zaaimogelijkheden toe te passen een noviteit in zaaiwereld. De uitvinding heeft een traploze breedteverstelling van de kouters, vanaf vier centimeter schijfafstand. De demo in Munnekezijl kwam net te vroeg, maar volgens Koeckhoven zal de doorontwikkelde Flex Seeder snel worden ingezet.

ADVERTENTIE

laagvolume strooitechniek

1 TANK = 1 DAG M I L I E U B E W U S T E V E R D E E LT E C H N I E K

LEMKEN ZIRKON-KOPEG MET SPARHYR 9 De techniek, die Lemken toonde, heeft een Zirkon-kopeg en de Sparhyr 9-zaaimachine. ‘Luxe’ schijven zorgen dat het zaad op voldoende op diepte komt. Het zaaien tussen twee schijfkouters maakt de techniek speciaal. “Met één spindel wordt het zaad nauwkeurig op dezelfde diepte gelegd. Een trapeziumrol loopt precies in het spoor en drukt het zaad aan”, analyseert Den Herder. Hans Hoogland van Lemken stelt dat de zaaitechniek veel preciezer is. “Je gebruikt misschien wat minder zaad, maar de opkomst is beter.” Met de cameratechnieken van Steketee, onderdeel van Lemken, kan wellicht ook een nauwkeurige schoffelafstand ook volleveld interessant zijn.

!

Voor elke aardappelteelt, op alle grondsoorten Rhizoctonia bestrijding + optie rijenbemesting

GESLEEP MET WATER VOORBIJ...

GOED GETEST!

te gif

af

G

gps

el

n

W AK

rs

BE

ntr -co o

vo o

*

IN

DRI

IK OO OP

250 r lle

AR FT

STR

STAND NR. M

MORENI MOD. 3000 Koeckhoven.net zet voor het zaaien van de groenbemesters de Moreni Mod.3000 in. “Mijn ervaring is dat breed zaaien een positieve werking heeft op het kiemen en snel dichtgroeien van het gewas”, vertelt Den Herder. De basis van de machine is een kopeg met crusherrollen die ook op zwaar land de kluiten goed verkleinen en met kammen aandrukt. Met de drie tanden per rotor met twee strips werkt het in stoppels ook goed. Op een egalisatieplaat zitten de slangen, die er voor zorgen dat het zaad precies op de juiste plek komt. Door dubbele aanvoeren kan eventueel in twee stromen op verschillende diepten worden gezaaid.

he

id s a f a n k e li h

jk

e

met snelheidsafhankelijke dosering

BEL: (0499) 490 714 - WWW.AGRICULT.NL

VERDEEL EN BEHEER

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


26 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

UIENTEELT

UIENDAG: KIJKEN NAAR EFFICIËNT MIDDELGEBRUIK OF EEN WEERBAARDER GEWAS?

Gewasbescherming heet hangijzer in uienteelt

De gesprekken op de Uiendag werden eind augustus gedomineerd door de uitdagingen waar de sector voor staat. Vooral het morrelen aan het beschikbare middelenpakket leidt tot kopzorgen over de toekomstbestendigheid van de uienteelt. Zo’n 750 belangstellenden togen daarom naar de proefvelden in het Zeeuwse Colijnsplaat om zich bij te laten praten en werden op gezette tijden langs de actuele onderwerpen geleid. Tekst en beeld: Martin de Vries

Wageningen Universiteit, Uien Innovatie en Kennis Centrum (UIKC) en Delphy leggen de focus vooral op de weerbaarheid van het gewas. Hoe kunnen we de teelt zo inrichten dat de ui beter bestand is tegen ziekten en plagen? “We kijken ook naar hoe bijvoorbeeld de traditionele beddenteelt zich verhoudt ten opzichte van teelt op ruggen. Het idee is dat met ruggen de wind er makkelijker doorheen kan, waardoor je minder valse meeldauw hebt”, vertelt onderzoek Bert Evenhuis. Ook zijn er geprimede en niet-geprimede uien vergeleken in traditionele bedden, verhoogde bedden en ruggen. Met een wortelzaaimachine zijn de uien in ruggen gelegd. “We zagen dat de verhoogde bedden over het algemeen later waren. Dat de geprimede uien op traditionele bedden als eerste opkwamen is niet zo verrassend. In de ruggen zagen we eigenlijk geen verschil tussen geprimed en niet-geprimed. We zagen wel dat ruggen veel eerder droog waren. Dat is in een nat jaar wel een voordeel. We hopen voor de proef nu ook op een droger jaar.”

middelpakket steeds verder onder druk komt te staan. Een ritnaald vreet zich een weg door de stengel met als gevolg dat het uienplantje afsterft. De bedreiging wordt versterkt door het wegvallen van de neonicotinoïden in de bietenteelt. “De kniptor legt eitjes en dat kan tot vijf jaar als ritnaald uitgroeien. We monitoren momenteel in graangewassen de effecten van een chemische lokstoffen. Uiteindelijk wil je de kniptorren vangen, om het ritnaalden probleem beheersbaar te maken.” Van Maldegem stelt dat zolang pyretroïden beschikbaar zijn, we daar vooral zuinig op moeten zijn. Alternatieven zijn wat hem betreft niet afdoende. “Een paar jaar geleden zagen we het effect in zaaiuien. In een paar dagen tijd was er nog maar tien procent over van het gewas. Ritnaalden maakten korte metten, vrijwel alles was weg.” Ook het afgelopen seizoen heeft de ritnaald voor behoorlijke uitdunning gezorgd op percelen met snijmais, suikerbieten en ook aardappelen. Volgens Van Maldegem lijkt ook een ruimere rotatie geen soelaas te bieden.

DREIGING VAN RITNAALDEN Ritnaalden is een probleem dat ook in uien steeds urgenter wordt. Volgens akkerbouwadviseur Ronnie van Maldegem van groeispecialist Van Iperen is dit één van de grootste bedreigingen, nu het

ONKRUIDBESTRIJDING Ook onkruidbestrijding is een aandachtspunt. “Met het wegvallen van Bromotril en Emblem wordt de keuze in contactherbiciden ook steeds kleiner. Spuiten in uien kan nog, maar omdat we

afhankelijk zijn van het weer wordt de flexibiliteit door het pesten met etiketteksten ontzettend ingeperkt.” Met de noodzaak om in toenemende mate variabel te doseren met bodemherbiciden groeien de kansen om precisielandbouw naar een hoger plan te tillen. Van Maldegem wijst op het totaalconcept Precisieteelt Plus, dat door Van Iperen is ontwikkeld. Hij ziet mogelijkheden om, vooral op lichtere koppen, met vijf stappen maximalisatie van het teeltrendement te bewerkstelligen. Doel in om teeltbeslissingen af te stemmen op de plaatsspecifieke variatie in de bodem en gewasgroei. “Eigenlijk is Precisieteelt Plus een rekenprogramma. We brengen de bodem kaart, we passen gewasbescherming of grondbewerking variabel toe, we monitoren het gewas, bepalen wat er nodig is in bijbemesting en bepalen vervolgens de opbrengst. Het afgelopen seizoen zagen we in het proefveld dat er vijftien procent meer uienplanten stonden op de variabel gespoten deel. We zagen bovendien een winst van 200 tot 320 liter door variabel te spuiten, afhankelijk van de spuit.” ALTERNATIEF VOOR MANCOZEB Naast onkruid blijft ook ziektebestrijding een punt van zorg na het wegvallen van Mancozeb. “Over het algemeen

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

kun je vooral zeggen dat het voor de portemonnee een slechte zaak is. Het grootste probleem is echter, kunnen we het met de etiketten wel rond breiden. Hoe minder toelatingen we hebben hoe lastiger het resistentiemanagement bovendien wordt. Het is een behoorlijke puzzel en ook één met een flink kostenplaatje. Simpelweg kunnen we zeven keer spuiten, terwijl we er eigenlijk negen nodig hebben.” Syngenta stelt met OrondisPlus, in combinatie met Amistar, wel een breedwerkende fungicide in het pakket te hebben, die

uiterst effectief blijkt tegen valse meeldauw en bladvlekkenziekte. Wat cropadvisor Philip Buijck van Syngenta betreft hét alternatief voor Mancozeb. Orondis Plus werkt op basis van de nieuwe werkzame stof oxathiapiprolin. In combinatie met azoxystrobin (Amistar) is er een breed werkingsspectrum. “We passen deze combinatie nu voor het tweede jaar toe, waarbij de toepassing als vervanger van Mancozeg dit seizoen breed is geweest. Telers staan onder zware druk en hebben moeite om de schema’s gevuld te krijgen. Dus dan is het mooi dat we zo’n goed

De ‘Spectacam’ van de proefboerderij in Colijnsplaat werd als demonstratie in de proeven met traditionele bedden, verhoogde bedden en ruggen geplaatst.


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 27

oktober 2021

alternatief hebben liggen.” Buijck stipt meerdere voordelen van het ‘combipack’ aan. “Je kunt het vroeg inzetten voor de preventieve werking en heeft een gunstige prijs-kwaliteitverhouding. Het betreft twee vloeibare producten, die zonder toevoegstoffen voor een goede opname in het gewas zorgen. Het nadeel van Mancozeb was altijd dat je vaak meer nodig had, gedurende het seizoen. Dit zijn systemische producten, waarmee je ook delen kunt beschermen. Door de opwaardse werking belemmert het ook niet nieuwe groei.” Het afgelopen seizoen was Syngenta ondanks de ruime voorraad uitverkocht, wat duidt op een grote mate van interesse. “Maar het heeft ook met de ziektedruk te maken.” STIMULEREN VAN GROEI Agricult, specialist in milieubewuste verdeeltechnieken, greep de Uiendag aan om Codacide onder de aandacht te brengen. “Dit is een sterke, speciaal geformuleerde all-in-one hulpstof, die we dit seizoen flink aan het uitbreiden zijn. Codacide verbetert de werking en het rendement van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. Het is een speciale olie, ook toegestaan met biologische middelen, die met de menging zorgt voor een sluitende laag voor de insecticiden. Dit jaar hebben we Codacide in een biologisch schema met Tracer gezet. Wat is de plus? Vorig jaar was het echt heet en was er volop

sprake van trips. De veldjes zagen er toen vitaler uit dan gemiddeld. Dit jaar hadden we een hoge dosering om te kijken naar de extremen. Nu hadden we nagenoeg geen trips en hadden we rustig terug gekund.” Plant Health Cure (PHC) zet volop in natuurlijke meststoffen voor zaaiuien. Fulvic is biologisch gecertificeerd, maar wordt voor het leeuwendeel gangbaar ingezet om het bodemleven te stimuleren. Het gaat volgens teeltadviseur Johan Middelkamp van PHC om de inzet als basis – en plantbemesting. “De aminozuren helpen het gewas ontstressen. In de hitteperiode hebben ze dan iets extra’s.” PHC heeft in proeven Fulvic gecombineerd met ProAct. Dit is een oplosbare biostimulant, die verschillende plantprocessen op een natuurlijke wijze tot betere ontwikkeling stimuleert. Naast een eenduidigere afrijping en goede nutriëntopname, is een bijzondere eigenschap van een ProAct-toepassing dat er meer calcium in de celwanden terecht komt. “De plant denkt als het ware dat die wordt aangevallen en gaat in de verdedigingsmodus. Vooral op het moment dat die gaat bollen en strijken is dat gunstig. Er ontstaan sterkere knollen, die ook de bewaring beter doorstaan. Uit proeven blijkt dat er een toename van 26 procent meer calcium in de knol heel normaal is. In extreme gevallen zelfs meer dan dertig procent. De netto-opbrengsten

lagen ten opzichte van het gemiddelde zeven procent hoger en er werd een grovere sortering waargenomen. KOPROT Uireka heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de verschillende methoden in teelt en droogrigime om koprot in te perken. “De belangrijkste conclusie is dat een korte veldperiode en een grote snelheid van indrogen na inschuren van belang is”, vertelt akkerbouwexpert Jeroen Willemse van Delphy. Volgens hem begint de strijd tegen koprot al bij aandacht bij het loofklappen. “Klap het loof net boven de splitsing van het blad. Korter klappen betekent meer risico op koprot. Start direct na een korte veldperiode met drogen. Neem daarin zelf de regie. Kies je voor een modulerende gaskachel en zorg dan voor een goede RVmeter. Dat mis ik toch heel veel in de praktijk.” Advies is om de eerste vier tot zeven dagen tot een producttemperatuur van maximaal 20 tot 21 graden te drogen. De inblaas temperatuur moet daarbij op maximaal twee tot drie graden boven de producttemperatuur worden gehouden. “Zodra de RV van de partij naar 75 tot tachtig procent daalt, warm dan de partij versneld verder naar dertig graden. De uien worden sneller droog, waardoor je minder koprot krijgt en de ventilatie-uren verlaagd. Uiteindelijk ligt de sleutel in de

Zo’n 750 belangstellenden werden in groepen van twaalf personen langs de objecten geleid.

UIREKA KRIJGT DERDE ONDERZOEKSLOCATIE Het rassenonderzoek van het publiek private samenwerkingsverband Uireka en projectuitvoerder UIKC krijgt een derde locatie. In het Drentse Schoonloo is het onderzoek op met zand uitgebreid. “Traditioneel zit het rassenonderzoek op kleigrond, met de locaties in Colijnsplaat en Biddinghuizen. We zien echter dat de uienteelt op zand groeit. Omdat wij met uien de enige teelt hebben, waarin dergelijk onderzoek ketenbreed wordt opgepakt en gefinancierd wil Uireka hierin mee. Om de teelt vooruit te helpen”, legt woordvoerder Ronald Spigt van Uireka uit. Het onderzoek wordt op dit moment volgens een protocol uitgevoerd waar verwerkers, telers en zaadhuizen continu bij betrokken waren. Elk ras lag per locatie in drie herhalingen. Het rassenonderzoek in Drenthe is dit jaar opgestart. Cijfers hiervan komen volgens het protocol beschikbaar vanaf augustus 2023, voor de rassenlijst van 2024.

gevaarlijk ‘koprottemperatuurzone’ van 22 tot 25 graden. Daar moet je sneller doorheen. Zet eventueel de luiken op een kier. Houd deze temperatuur minimaal drie tot vier dagen vol. Zodra de RV naar 65 tot 70 procent daalt, verlaag de temperatuur weer door de gevarenzone richting de twintig graden. Dit betekent overigens wel dat het droogproces langer duurt en de kans op koprot weer groter wordt.” Met het hanteren van een ruime nadroogfase wordt ook veel voorkomen. “Als de uien bovenin droog aanvoelen, is het zaak om na te drogen. De halzen van de uien mogen niet meer rollen tussen de vingers. Bij het openpellen

van de hals voelt u geen vocht mee. Probeer om de RV van de partij op 65 tot 75 procent te houden. Ventileer meerdere keren per dag, bij voorkeur nog steeds met kachelondersteuning en verlaag de temperatuur zeer langzaam, maximaal één tot twee graden in twee weken tijd. Voor kwalitatief goede uien kom je dan op minimaal dertig drogende ventilatieuren per week.” •

Noot: De tekst is geschreven naar Nederlandse toelating. Het kan zijn dat in België een andere voorwaarden van toepassing zijn.

Grote belangstelling voor de Uiendag in Colijnsplaat.

ADVERTENTIE

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


28 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

PEENTEELT

Het peenras Cariana van Carosem.

GEVARIEERD PROGRAMMA EN EEN POSITIEVE SFEER OP LANDELIJKE DAG BEWAARPEEN IN RUTTEN

Zoektocht naar weerbare peenteelt

Inzet biostimulanten, dripirrigatie, kalium- en stikstofbemesting, LDS-onkruidbestrijding, rassenvergelijking en het gebruik van zaailint. Dit scala aan onderwerpen met uitgebreide toelichting kregen bezoekers aan de landelijke dag voor bewaarpeen in Rutten tot zich tijdens een anderhalf uur durende rondgang langs de diverse proefvelden. In kleine groepjes werden zij rondgeleid. “Een prima formule voor ons om in een goede sfeer gericht ons verhaal te vertellen aan geïnteresseerde bezoekers”, aldus één van de proefveldhouders. Een aantal opvallende zaken uit de rondgang. Tekst en beeld: Kaj Poldermeer Tekstproducties

Op het vlak van nieuwe rassen konden de bezoekers de ontwikkelingen zien van twee ‘nieuwe’ spelers op de peenmarkt: Takii en Carosem. Takii is al wel langer actief op de peenmarkt maar dan vooral met rassen van het conische kuroda-type. Het bedrijf heeft nu twee rassen ontwikkeld, Gladius en Rapier, waarbij veel meer eigenschappen van het cilindrische Nantestype zijn ingekruist. Zowel Chris Matthijsse als Paul Leenheer van Takii zijn enthousiast over beide nieuwe rassen. “Ze doen het goed in het veld, zijn sterk tegen Alternaria en Cavityspot, hebben een mooie kleur en smaak en vooral Rapier is goed bestand tegen warmte”, vertelt Matthijsse. Collega Leenheer wijst op de potentiële lage breukgevoeligheid

van beide rassen. Komende oogst en bewaring zal dit verder moeten onderschrijven. Zoals het er nu naar uitziet zijn beide rassen vanaf teeltseizoen 2023 voor alle peentelers beschikbaar. Het andere ‘nieuwe’ zaadbedrijf in het rondje langs de proefvelden was Carosem. Dit kleine zaadbedrijf met het grote Duitse Agri Saaten als een van de aandeelhouders, is internationaal al langer actief, maar op de Nederlands peenmarkt pas een paar jaar. Carosem had deze editie van de B-peen dag ingestoken met drie rassen: Calindor, Cariana en Carocal. Volgens vertegenwoordiger Bart Hesen zijn dit drie prima rassen voor de versmarkt die onderling onder andere verschillen in lengte;

Carocal is relatief kort en Cariana relatief lang. Calindor en Cariana hebben beiden ook potentie voor de bewaring, maar dit moet nog verder worden onderzocht. De eerste proeven hiervoor vinden komende winter plaats. BIOSTIMULANTEN HEBBEN POTENTIE PEEN WEERBAARDER TE MAKEN Net als in veel andere gewassen wordt ook in de peenteelt het gewasbeschermings­ middelenpakket steeds beperkter. Met de middelen die nog beschikbaar zijn moet, zeker in het kader van resistentiemanagement, zuinig worden omgegaan. Om het gewas weerbaarder te maken tegen ziekten en plagen, is de inzet van biostimulanten een potentiële

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

nieuwe optie. Teeltadviseur Rics Maris van PlantoSys biostimulants licht toe: “Met onze producten op natuurlijke basis, die systemisch door het gewas worden opgenomen, verminderen we stressreacties door bijvoorbeeld weersinvloeden of andere abiotische factoren. Ook bevorderen we met de producten de capaciteit om voedingsstoffen uit de bodem op te nemen, de groei, het zelfherstellend vermogen en de vitaliteit. Al deze aspecten moeten peen weerbaarder maken tegen bijvoorbeeld een aantasting als echte meeldauw.” Om de potentie van biostimulanten in de peen te onderstrepen heeft Maris een proef aan laten leggen met een paar producten. In deze proef wordt biostimulant ArgicinPlus

solo toegepast en wordt het toegepast in twee verschillende IPM-strategieën waarbij wordt aangevuld met chemie. Maris: “De keuze voor ArgicinPlus komt vanuit onze ervaringen in de glastuinbouw waar dit product goede resultaten laat zien in verhoogde plantweerbaarheid tegen meeldauw.” Als derde object liet Maris een combinatiestrategie aanleggen waarin de biostimulant Nutricin (met onder andere wilgenbastextract en silicium; staat ook op de SKAL-inputlijst) en een nieuw product op basis micro-zink werd toegepast. Met name dit laatste object heeft zowel Maris als de onderzoekers in positieve zin verrast. “Er is een heel duidelijk verschil te zien met de onbehandelde veldjes, maar nog mooier is dat er maar weinig


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 29

oktober 2021

verschil in meeldauwaantasting zichtbaar was met de veldjes waarin volledig standaardchemie was toegepast”, aldus Maris. Dit toont in zijn optiek aan wat er met deze biostimulanten mogelijk is. “Als we hiermee minder afhankelijk worden van chemie en zeker van bepaalde middelen, dan betekent dit zelfs extra afzetmogelijkheden naar een aantal landen”, zo hield Maris zijn toehoorders voor. ZAAILINT CREËERT VOOR ELK ZAAD ZELFDE GROEIMILIEU Een ontwikkeling die ook te scharen is onder het weerbaarder maken van de teelt is de introductie van het zaailint. Volkstuinders kennen dit fenomeen al langer, maar binnen de professionele landbouw is het vrij nieuw. Het bedrijf S+dB uit Weert heeft nu voor het tweede jaar een proef op het B-peen dag proefveld liggen. Met een zaailint, gemaakt op basis van houtpulp, wordt het mogelijk de beginvoorwaarden voor een succesvolle teelt te maximaliseren. Op het lint van zo’n 6 cm breed wordt het zaad exact gepositioneerd en kunnen bijvoorbeeld voedingsstoffen, biostimulanten en gewasbeschermingsmiddelen worden toegevoegd. Frans Tetteroo namens S+dB: “Elke

zaadje krijgt hiermee bij aanvang eenzelfde groeimilieu. Voorwaarde daarbij is dat we de beschikking moeten hebben over hoogwaardig zaad; elk zaadje moet kiemen.” In een deel van de zaailintproef zijn de ruggen voorzien van druppelirrigatie. “Wij zien op dit moment hiervan een duidelijke meerwaarde in groei en stand van het gewas. Of het uiteindelijk ook leidt tot een hogere opbrengst en een meer uniform product kan ik op dit moment nog niet te zeggen”, aldus Tetteroo. “Beiden zijn wel nodig om de ingeschatte meerkosten van zo’n vijftienhonderd tot tweeduizend euro per hectare te compenseren.” Op dit moment is het zaailint nog niet commercieel beschikbaar. Een succesvolle introductie zal mede afhangen of het lint bijvoorbeeld machinaal kan worden gelegd. Daaraan wordt nu achter de schermen hard gewerkt. Milieutechnisch zijn er verder ook geen problemen te verwachten; het lint wordt gemaakt met natuurlijke grondstoffen en verteert in acht tot twaalf weken volledig. Tetteroo: “Samengevat geloven we sterk in de mogelijkheden van het zaailint, maar er zijn nog wel een paar vragen op te lossen.” •

Belangstellenden bekijken zaailint in het veld.

Rapier is een nieuw ras van Takii.

ADVERTENTIE

NIEUW: Spirit 7200 Interp om 28-30 /11 Kortr ijk

“ GPS voor trekker EN werktuig”

*ISOBUS-besturing *2-rijige getrokken verstekrooier met 7-tonsbunker *Uniek, extra loofscheidingssysteem in de vorm van een loofrol *AVR Connect: breng uw veld- en machinedata samen in één online platform

www.avr.be Ontdek alle mogelijkheden, wij helpen u graag: Noord-Nederland Zuid-Nederland geertjanduisterwinkel@avr.be josdenboer@avr.be 06 53 84 74 10 06 51 40 40 63 Vind uw dichtsbijzijnde dealer op www.avr.be

SmartSTEER werktuigbesturing is er voor o.a. Ag Leader, Fendt, MF, Valtra, John Deere, CNH, Trimble, Topcon

Meer info? www.homburg-holland.com Telnr. 058 257 1555

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


30 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

MECHANISATIE

AKKERBOUWER APPELSCHA KIEST MET DEZEURE HOOGLOSSER VOOR CAPACITEIT

‘Black Beast’ spil in aardappeloogst Akkerbouwbedrijf Mesken uit Appelscha zet met een Dezeure TransMax in op capaciteit, zodat in vijf jaar flink kan worden gegroeid. De op drie assen aangedreven hooglosser, met een technisch laadvermogen van dertig ton, moet in de oogsttijd een capaciteit van een vrachtwagen vol aardappelen per uur realiseren. “De hooglosser is de schakel tussen de rooimachine en het transport.” Tekst en beeld: Martin de Vries

Drie assen volledig hydraulisch aangedreven.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

De stoere zwartgekleurde Dezeure staat klaar op het erf van René Mesken om op korte termijn in actie te komen voor het rooien van vroege consumptieaardappelen. Het akkerbouwbedrijf in Appelscha heeft op dit moment een areaal met tweehonderd hectare aardappelen, vijftig hectare uien en twintig hectare mais. De ambitie is om in vijf jaar te groeien naar duizend hectare. “Daarom investeren we veel in werkmaterieel.” De hooglossers van Dezeure staan al geruime tijd op het netvlies van Mesken. “Vooral vanwege de kwaliteit van de Dezeure HD Drive-aandrijving. In mijn optiek kan niet niemand daar aan tippen.” Vorig jaar heeft Mesken de knoop doorgehakt en de Belgische fabrikant bezocht. Uiteindelijk mondde de rondleiding uit in de aanschaf via de Nederlandse importeur DNL Machines & Equipment. Vorig jaar heeft er een tijdelijke machine op het

bedrijf gedraaid. Mesken prijst de ondersteuning vanuit DNL in de oogsttijd. De Dezeure TransMax heeft met twaalf meter lengte, vier meter hoogte en drie meter breedte de maximale afmetingen die binnen de grenzen van de Wegenverkeerswet mogelijk zijn. De bakinhoud (water) is ongeveer 35 kubieke meter en de hooglosser heeft een eigen gewicht van 18 ton. “Ook vooral met het oog op de toekomst als er veel hectares bij komen. De insteek is om met twee mensen ieder uur een vrachtwagen te vullen.” Mesken investeerde ook in vrachtwagens en een vierrijige Dewulf Kwatro-rooimachine, waardoor een capaciteit van vijfhonderd hectare in oogsttijd realistisch wordt. “Het ziet er allemaal groot uit, maar het verleden heeft laten zien, dat wat vandaag niet kan, is over vijf jaar de standaard. Met deze hooglosser zitten we tegen de grens van de


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 31

oktober 2021

Capaciteit voor het aardappelrooien met de Dezeure en vierrijige Dewulf Kwatro.

“Tijdens het lossen is het wel even opletten, maar alles vanuit de cabine goed in beeld.”

capaciteit qua wegtransport aan, groter kan niet.” De drie assen van de zwartkleurige hooglosser, die daar zijn bijnaam Black Beast aan ontleent, zijn volledig mechanisch aangedreven en hebben een hydraulisch in- en uitschakelbare slipkoppeling. “Daarmee moet ook in de meest lastige situaties de aardappelen van het land kunnen. Vorig jaar heb ik zonder aandrijving gereden. Ik weet nu zeker dat deze hooglosser nooit opgeeft.” De Dezeure van Mesken is uitgevoerd met een TurboCleanerset. Dit is een aanbouwbare module voor het reinigen van de producten tijdens het overladen. De aardappelen rollen straks over dertien rollen van polyurethaan. Grond wordt er zo uit gezeefd, komt terecht in een grondbak en kan weer terug het land op. De TurboCleaner is standaard uitgerust met automatische vlakstelling. De reinigingsset is binnen twintig minuten af te

koppelen zodat de hooglosser ook als ‘kieper’ of overlaadwagen ingezet kan worden. “Alles op de hooglosser wordt volledig digitaal aangestuurd. Het is zelf zo gemaakt dat in samenspraak met de monteur er een modem aangekoppeld kan worden. Is er een sensor kapot, dan kan ook altijd handmatig worden bediend, zodat je altijd door kan. Dat moet ook, want de hooglosser wordt de spil in het oogstverhaal. Staat deze machine stil, dan staat alles stil.” Om eventuele overlaadschade te beperken zijn de zijpanelen hydraulisch opklapbaar neerklapbaar waardoor de valhoogte kan worden beperkt. De hooglosser staat op zes Alliance Flotation 331 banden van 710/50 R30,5. De machine wordt getrokken door een New Holland T7 290 van ongeveer 300 pk. “Die is in ‘Blue Power’-uitvoering. Een prachtig plaatje.” •

De hooglosser heeft een bakinhoud (water) van 35 kubieke meter.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


32 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

MECHANISATIE

Steve Vierstrate is mede-zaakvoerder en technisch directeur.

BEYNE ANACONDA 2000 ZELFRIJDENDE VELDSPUIT

Compact maar toch veel inhoud De firma Beyne uit Ichtegem (West-Vlaanderen) is vooral bekend om zijn getrokken en gedragen spuitmachines. Omdat Beyne het volledige gamma wil aanbieden aan zijn klanten, beschikt de firma ook over zelfrijdende veldspuiten. Het topmodel, de Anaconda 2000, loopt sinds dit voorjaar bij akkerbouwbedrijf De Geeter. Steve Vierstraete, mede-eigenaar en technische directeur bij Beyne bekeek samen met Akkerbouwkrant de belangrijkste troeven van deze machine. Tekst en beeld: Seppe Deckx

De firma Beyne startte als een familiebedrijf maar werd in 2010 overgenomen door de gebroeders Vierstraete en Joris Ide. Sven doet de commerciële zaken, Steve is technisch directeur. In 2016 volgde een gedeeltelijke overname van Vogel en Noot, Dit

verklaart meteen ook waarom Beyne naast de spuitmachines ook schijveneggen en rotoreggen produceert. EERSTE ZELFRIJDER De Anaconda 2000 kwam dit jaar nieuw op het bedrijf van

Frederick en Pieter De Geeter. “We hadden voordien al een getrokken spuit van Beyne en een zelfrijder betekent een heel verschil, zeker als je er nog nooit mee gereden hebt. Het comfort is gewoon veel hoger. We hebben op een zestal weken zo’n

David Moore en zijn collega controleren eerst iedere dop om zeker te zijn dat hun test betrouwbaar is.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

zestienhonderd hectare gespoten, wat overeenkomt met driehonderd draaiuren. Op jaarbasis zal deze zelfrijder vermoedelijk zo’n 800 uren gaan draaien. We spuiten per jaar verschillende teelten waaronder aardappelen, vlas, tarwe en erwten. In drukke periodes zetten we de getrokken spuit in naast de nieuwe zelfrijder. Dat is ook de reden waarom we een spuitboom van 39 meter wilden: beide spuiten zijn nu even breed. De spuitboom met hoogtesensoren werkt wonderbaarlijk goed. De stabiliteit is enorm.” COMPACT MAAR TOCH VEEL INHOUD “De reden waarom we voor een zelfrijder van Beyne kozen is simpel”, vertelt De Geeter. “We hadden al die getrokken spuit en waren heel tevreden over de service en het feit dat de firma dichtbij zit. De keuze voor Beyne werd mee bepaald door het feit dat de machine erg compact is

maar toch zesduizend liter kan meenemen.” Steve Vierstraete noemt dit ook een grote troef van hun zelfrijders. “Het zijn grote machines met tanks van vier- tot zesduizend liter maar ze zijn toch compact qua bouw en grootte. De Anaconda beschikt over een luchtgeveerde achteras en een vooras met laadcompensatie, hetgeen ervoor zorgt dat de machine zich aanpast aan het gewicht dat in de tank zit.” De Geeter vult aan: “Het complete spuitgedeelte is bovendien heel gemakkelijk eraf te halen en op poten te zetten.” Ingekocht bij Knight De hoofdmarkt van Beyne zijn de gedragen en getrokken machines. Vierstraete vertelt dat ze wel het ganse gamma willen aanbieden. “De markt van de zelfrijders is natuurlijk beperkt. En iemand die al bij een bepaald merkt zit, verandert moeilijk.” Daarom koopt Beyne het onderstel voor de zelfrijders in bij Knight, een fabrikant van spuitmachines in het Verenigd Koninkrijk, waarmee


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 33

oktober 2021

ze sinds 2018 samenwerken. De machine komt toe zonder spuitboom en dan plaatst Beyne er zijn boom en spuittechniek op. TAAKKAARTEN De Anaconda is voorzien van Vario-select. Vierstraete: “Dit betekent dat de dophouder is voorzien van vier doppen. Vanuit de cabine kan de bestuurder kiezen welke druk - tussen drie en vijf bar – hij wenst. Dan neemt de machine de ideale dop volgens de snelheid zodat je nooit met te weinig of te veel druk spuit. Deze klant maakt ook gebruik van taakkaarten waardoor je het product aan de hand van deze doppen om de drie meter variabel kan doseren.” De Geeter gaat verder: “Via Vario-select is het werken met taakkaarten heel eenvoudig. Wij gingen deze optie eerst niet nemen maar nu zouden we ze niet meer kunnen missen. Daarnaast kan je door dit systeem ook heel vlot vertrekken in de hoeken.” Het systeem neemt dan een kleinere dop om toch voldoende druk te creëren en bovendien is er het Jumpstart-systeem. Vierstraete: “Dit betekent dat er bij traag rijden in de eerste vijf seconden een simulatiesnelheid wordt genomen, bijvoorbeeld zes kilometer per uur. Rijd je na drie seconden sneller dan die zes kilometer per uur, dan neemt het systeem de reële snelheid over.” FULL OPTION Volgens De Geeter stond de machine snel op punt. “We kozen voor grote wielen en daarom moesten we wel de spatborden aanpassen omdat

er in de kleigrond voldoende ruimte nodig is tussen de wielen en het spatbord. De machine is zo goed als full option. We overwegen wel nog om in de winter een drukwisselsysteem te laten installeren. De automatische smering is onmisbaar. Verder is de verlichting erg goed met blauwe lampen. De bediening is heel eenvoudig, ook omdat het min of meer hetzelfde werkt als de getrokken spuit. VERBETERPUNTEN Minpunten van de machine zijn volgens De Geeter dat de dieseltank redelijk hoog staat, wat bij het vullen vervelend is, en dat je in achteruit maximaal vijf kilometer per uur kan rijden. “Dat zou iets meer mogen zijn. Een laatste minpunt is dat je weinig middelen kan meenemen. Onder de cabine zit wel een laadplatform en aan de zijkant kan je ook nog iets leggen. Anderzijds mag je in de meeste landen zelfs niets meenemen. Het is voor ons de eerste zelfrijder en ik zou die stap nooit gezet hebben als ik geen vertrouwen had in de firma Beyne. Maar we zijn al twintig jaar klant en weten dat ze bij Beyne altijd bereikbaar zijn. Bovendien denken ze mee met jou als klant. Daarom hebben we ook samen besloten om het MagGrow-systeem te laten installeren.” MAGGROW Tijdens ons bezoek zijn er ook twee ingenieurs van het Ierse bedrijf MagGrow aanwezig. David Moore, medeoprichter van het bedrijf, geeft meer toelichting bij hun systeem dat op de sproeier geïnstalleerd is. “Uit de

spuitdoppen komen kleine, grote en middelmatige druppels. De kleinste hebben geen snelheid omdat ze geen gewicht hebben en vliegen dus weg. Dat is wat we omschrijven als drift. De grootste hebben teveel snelheid. Je wil dus die in het midden. Ons systeem zorgt ervoor dat er meer van de goede druppels zijn.” Vierstraete vult aan: “Een gekend probleem bij spuiten is drift. Om dit te voorkomen, kiest men vaker doppen met grovere druppels. Dan heb je minder druppels maar ook minder bedekking want het product loopt gewoon af van het blad. Dus je hebt wel minder drift maar minder op de juiste plaats toegediend en minder werking. Voor een landbouwer is een fijne druppel dus beter want dan heb je de beste bedekking. Maar dus ook drift. Daarom is het de bedoeling om de druppelgrootte zoveel mogelijk naar het midden te brengen. Hierdoor heb je minder product nodig wat je dient je product toe op de juiste plaats.” Moore: "De MagGrow-technologie is een tweecomponentensysteem dat bestaat uit een reeks magnetische inzetstukken. Vloeistof op waterbasis, inclusief pesticidenoplossingen, passeert de bijbehorende magnetische velden - in de Manifolds en de spuitleiding - onder de juiste stroomomstandigheden. Hierdoor wijzigen de fysieke eigenschappen van de vloeistof, wat resulteert in de spuitkenmerken en druppelprofielen, die verantwoordelijk zijn voor driftreductie en gewasdekking. Mechanistische kenmerken staan om commerciële redenen niet open voor verdere openbaarmaking." •

David Moore van het Ierse MagGrow was ter plaatse voor enkele testen.

De Anaconda is ondanks zijn capaciteit van zesduizend liter toch compact.

De Anaconda 2000 in actie onder een stralende hemel.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


34 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

MECHANISATIE

Steve Vierstrate is mede-zaakvoerder en technisch directeur.

LOONWERKER UIT ENS BOUWT ZELF AAN OPLOSSING VOOR EGAAL ZAAIBEELD MET GRASZAAD

Sleutelen aan perfectie

Loonwerker Gerard de Lange uit Ens is altijd op zoek naar hoe iets beter kan. Inmiddels heeft hij voor het zaaien van graszaad zijn John Deere 6145R uitgevoerd met een neuswiel voor het aandrukken van de grond en een verbeterde zaaiegcombinatie voor het mooiste zaaibeeld. “Uit ervaring bedenk ik waar nog verbetering mogelijk is. Ik bereken vervolgens niets, maar ga gewoon op het oog aan de slag. Op zoek naar een oplossing die werkt.” Tekst en beeld: Martin de Vries

Een strak zaaibeeld is het streven. Een egaal oppervlak ligt er achter de trekker van Gerard de Lange, als hij voor een melkveehouder net buiten Ens bezig is om graszaad te zaaien. Ook voor andere teelten, ziet hij de zaaiegcombinatie als een oplossing. Een vlak resultaat, daar is het de loonwerker uit Ens altijd om te doen. Geen ruggetjes en strak langs de randen gezaaid. In de fronthef van de John Deere heeft De Lange een neuswiel zitten, speciaal voor het aandrukken van de grond ‘tussen de wielen’. “Dat doe ik inmiddels al zo’n 25 jaar. Neuswielen bestonden in die tijd wel, maar niet voor dit doel. Vollevelds druk je zo de grond mooi egaal aan.” De draaikrans is origineel aangekocht. De rest heeft De Lange zelf geconstrueerd. Het ijzer heeft hij in zijn werkplaats gesneden. “Het idee heb ik toentertijd samen met een akkerbouwer uitgedacht, voor het zaaien in het voorjaar. Uitgangspunt was dat de besturing van de voorwielen van de trekker uitgeschakeld wordt en doorschakelt naar het

neuswiel. Ik ben toen begonnen met goochelen. De popmeter, die de positie van de voorwielen opneemt, moest ook op het neuswiel. Met ondersteuning van GroeNoord ben ik aan de oplossing gaan sleutelen.” Het resultaat is een neuswiel, die je binnen twee minuten kunt afkoppelen. “Het is een kwestie van twee draaikoppelingen en wat draden losmaken en dan kun je weer op de trekker rijden. Het kost geen tijd.” Een aantal jaren geleden heeft De Lange het neuswiel nog een beetje aangepast. “Eerst had ik het neuswiel in de lift, daarna in de fronthef. De trekkers zijn natuurlijk in al die jaren ook zwaarder geworden.” DIEPTEREGELING Het neuswiel fungeert inmiddels ook als diepteregeling voor de eg. “Dat ontdekte ik per toeval, maar door die iets optrekken, duikt de kopeg wat. Zo zorg ik voor dat ik altijd genoeg grond voor de kopeg heb. Alles blijft enorm vlak.” Met gekleurde plakbandjes kan De Lange vanuit de cabine de juiste hoogte bepalen.

Inmiddels heeft De Lange het neuswiel ook op gps uitgevoerd. “De stuursensor was nog wel een dingetje, maar dat is uiteindelijk gelukt.” De werkzaamheden werden voorheen op de spiegels uitgevoerd. Die heeft De Lange daarvoor ook eigenhandig op lengte gebracht. “Ik dacht altijd dat ik daardoor wel zonder gps zou kunnen. Achteraf ben ik wel

ontzettend wijs met de overstap. Ik word er veel minder vermoeid door. Ik zet de gps aan en kan ook rustig achterom kijken. De trekker houdt zijn lijn wel. Na een lange werkdag stap ik nog altijd fris uit de trekker. Ik vind dat de investering wel waard.” De ‘verlengde’ spiegels gebruikt De Lange nu om te kijken of de zaaicombinatie precies goed zit.

Speciaal neuswiel voor het aandrukken van de grond.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

“De gps hoeft minder te zoeken. Door de combinatie van gps en de spiegels kan ik bijvoorbeeld op een paar centimeter lang afrastering rijden. Pure winst voor de klant.” SAMEX-TWINSEEDER De basis van de zaaimachine is een Samex-TwinSeeder met rotorkopeg. De Lange heeft de


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 35

oktober 2021

Met een keukenweegschaal en een maatbeker bepaalt Gerard de Lange het brutogewicht graszaad per hectare. egalisatiebalk voor de ringenrollen aan de zijplaats vastgemaakt. “Wat je vaak ziet, is dat op de scheiding een ruggetje grond ontstaat. De ruggetjes moet je vervolgens weer aanrijden, om te voorkomen dat er grond in de kuil komt. Door de egalisatiebalk zo uit te voeren, voorkom je dat.” De rollen zijn normaliter in het midden gelagerd. “Nu heb ik de ringen op één lange buis gemonteerd. Dit zijn overigens al een tweede stel ringen. Ik werk veel op zand en je ziet dat dit behoorlijk aanvreet.” VERKRUIMELROLLEN Opvallend zijn de verkruimelrollen die aan beide zijden uitsteken en opklapbaar zijn als de combinatie over de weg rijdt. De Lange laat ze uitsteken om te zorgen dat de aarde die aan de zijkanten van de zaaimachine valt, ook netjes afgevlakt. De Lange ziet door de veertig jaar ervaring in het loonwerk dergelijke oplossingen. “Tegenwoordig zie je de opklapbare delen meer, maar destijds bestond het gewoon niet. Daarom ben ik zelf met de oplossing aan de slag gegaan. Ik zet het niet op papier, maar ga in de winter in de werkplaats sleutelen.” De combinatie is voorzien van een pneumatische zaaimachine. Basis is een veertig jaar oude Accord-zaaibak, die werkloos bij een boer in de windsingel stond. De Lange heeft die overgenomen, alle onderdelen losgehaald en gangbaar gemaakt. “En dat werkt, ook met een leeftijd van veertig jaar, prima. Je hoort enkel het geluid van het blazen, maar in een dichte cabine maakt dat toch niet uit.”

De verkruimelrollen, die aan beide zijden uitsteken, zijn opklapbaar.

De verstelling van de pneumatische zaaimachine gebeurt rechtevenredig. “Ik draai nooit zelf af. Voor het wegen van het zaad maak ik gebruik van een tabel, die ook ooit van een zzp’er kreeg. Met een keukenweegschaal en een maatbeker bepaal ik het brutogewicht per hectare. Ik zaai tot een kilo leeg. Dat werkt ontzettend goed.” EXCENTRIEK BALK Speciaal voor het vollevelds zaaien van graszaad heeft De Lange de zaaimachine voorzien van een excentriek balk waar alle pijpen aan zitten. “De doorlopende as is op de aftakas aangedreven. De pijpen gaan zes centimeter heen en weer, waardoor het zaad vollevelds valt. Dat wordt vervolgens aangedrukt door de Samexrollen.” Aan de zaaiegcombinatie is alleen de kopeg origineel. De rest heeft De Lange er zelf op gemaakt. Het resultaat is heel vlak land. “De veehouders maaien ook met een snelheid van vijftien tot twintig kilometer per uur. Dan moet het land ook echt vlak zijn.” De loonwerker uit Ens houdt zich naast het zaaien bezig met bemesting, planten, poten en een klein beetje grondwerk. Dit geeft hem de mogelijkheid om in de winter in de werkplaats ideeën, die in het veld ontstaan, tot uitvoering te brengen. “Uiteindelijk ben je constant bezig met hoe iets nog beter kan om tot het perfecte resultaat te komen.” •

Zijplaat voorkomt opspattend grond.

Met de spiegels heeft De Lange goed zicht op de zijkant.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


36 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

MECHANISATIE

Het peenras Cariana van Carosem.

CEMOS BESTUURDERS-OPTIMALISATIE-SYSTEEM

De actief meedenkende bijrijder Importeur Kamps de Wild brengt het bestuurders assisterende systeem Cemos op de Claas-trekkers in de praktijk. Het is een software dat helpt bij het optimaliseren van de diverse functies. Redacteur Hendrik Begeman kreeg de kans om Cemos uitgebreid te testen. Tekst en beeld: Hendrik Begeman

Cemos is een software van Claas dat op de Lexion-maaidorsers al sinds 2012 op de markt is. Het systeem wordt bediend via de Cebis-terminal en optimaliseert bij de Lexion het dorsen. Het kan

automatisch diverse instellingen naar behoefte optimaliseren, zoals bijvoorbeeld het trommeltoerental en de hoeveelheid wind. Wat je bij aanvang vanuit het menu moet invoeren is het te dorsen gewas?

Claas heeft het Cemos-programma nu ter hand genomen en doorontwikkeld voor toepassing op haar trekkers. Dat is snel gezegd, maar om het in de praktijk te brengen komt er het een en

Simon Zieverink past de bandenspanning met 0,2 bar aan op advies van Cemos.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021

ander om de hoek kijken. Bij een maaidorser heb je vaste punten, die gecontroleerd worden en als het eenmaal geïnstalleerd is ben je voor de rest van de tijd gesetteld. VERSCHILLENDE FACTOREN VAN INVLOED Bij een trekker is het een ander verhaal en zijn er veel meer factoren die invloed hebben op het efficiënt laten draaien van een trekker plus werktuig. Denk hierbij niet alleen aan de verschillende werktuigen, maar ook aan de weersomstandigheden, bodemomstandigheden, juiste ballastering, bandenspanning, afstelling van het werktuig en de diverse instellingen van de trekker. Volgens importeur Kamps de Wild is Claas momenteel de enige die een dergelijk systeem op de trekker heeft. Hier gaat het niet alleen om de trekker maar vooral ook om de wisselende machines die er aan worden gekoppeld. Per machine moeten de gegevens in de software worden opgeslagen en daarvoor heeft Claas van de meest actuele machines en merken de gegevens achter de hand. En

omdat er jaarlijks nieuwe machines op de markt komen, worden deze gegevens door de fabrikant bijgehouden. Wie eenmaal een Cemos op de trekker heeft, krijgt bij een volgende beurt bij de dealer automatisch een update van de nieuwe machines. WERKTUIGEN Getrokken bodembewerkingswerktuigen zoals ploegen, schijveneggen en cultivatoren zitten in het systeem. Greenland maaiers zijn er de laatste update bij gekomen en aan andere werkzaamheden wordt nog gewerkt. Tijdens de presentatie, waarbij journalisten werden uitgedaagd om met het besturingssysteem aan de slag te gaan, waren er twee Claas-trekkers in actie met een Amazone Catros schijveneg op een droge rivierklei. Een 295 pk Axion 870 CMatic Cebis met een vijf meter Amazone XL 5003-2 en een 205 pk Arion 660 CMatic Cebis met een drie meter brede Amazone Catros 3003 XL. De opdracht was om de grond tien centimeter diep te bewerken.


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 37

oktober 2021

DE TEST Om te beginnen vraagt Cemos aan de chauffeur de gegevens in te voeren van de machine die is aangekoppeld en van welk merk en wat voor werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Vervolgens wordt de journalisten gevraagd zelf een inschatting te maken over de verschillende afstellingen, zoals de gewenste bandenspanning en het gewicht van het frontgewicht en dergelijke. Achteraf zaten ze aardig in de goede richting, maar Simon Zieverink van Kamps de Wild gaf in zijn presentatie aan dat Cemos de efficiëntie al snel tien tot zestien procent weet te verhogen ten opzichte van ervaren chauffeurs. Bij het opstarten van het systeem zijn de gegevens van de trekker al opgeslagen, zoals bandenmaten en dergelijke. Vervolgens moeten de gegevens van de machine en de te verrichten arbeid worden ingevoerd. De instellingen welke door de journalisten is aangedragen wordt bij Cemos opgeslagen en er wordt een rondje gereden. HET DIALOOG Daarna begint de dialoog met Cemos met tekst, illustraties en dialoogoptimalisatie via de Cebis touch terminal in de trekker. Er zijn twee keuzes, optimaliseren op vermogen/capaciteit of op efficiëntie/brandstofverbruik. Met het frontgewicht zaten we als journalisten aardig in de richting en de bandenspanning wordt met 0,2 bar verhoogd.

Tijdens het rijden meet Cemos wat er gebeurt en toont ons twee grafiekbalkjes waarin met groene of rode vlakjes wordt aangegeven wat verbeterd is of wat juist een negatief effect heeft, op basis waarvan we kunnen bijstellen. Hierbij kan de chauffeur aangeven of hij het resultaat al dan niet accepteert. Met de afstelling volgens de journalisten, dus zonder Cemos, is het resultaat: Frontballast 600 kilogram, bandenspanning voor 0,8 bar, achter 0,8 bar, oppervlakte per uur: 2,9 hectare per uur met een brandstofverbruik per hectare van 7,8 liter per hectare. 'CEMOS GAAT ZIJN GANG' Daarna vraagt Cemos of we op vermogen willen optimaliseren. Natuurlijk willen we dat en Cemos gaat zijn gang. Met de afstelling van de machine van Cemos op vermogen wordt het resultaat: Frontballast 600 kilogram, bandenspanning voor 0,8 bar, achter 1,0 bar, bewerkte oppervlakte per uur is 3,6 hectare per uur bij een brandstofverbruik per hectare van 8,0 liter per hectare. Hier heeft Cemos geadviseerd om het motortoerental op te voeren van 1600 naar 1900 toeren. En bij de derde werkgang vraagt Cemos de machine op efficiëntie in te stellen, met als resultaat: Frontballast 600 kilogram, bandenspanning voor 0,8 bar, achter 1,0 bar, oppervlakte per uur: 3,3 per uur. Brandstofverbruik: 7,7 liter

Het dialoogvenster van Cemos geeft in de verticale balkjes het resultaat weer. Daaronder kan de bestuurder zijn reactie op het resultaat aangeven.

per hectare. Na afloop van elke handeling vraagt het systeem of we tevreden zijn. Maar bij wisselende weers- of bodemomstandigheden kunnen de instellingen eenvoudig weer geoptimaliseerd worden zodat er altijd optimaal wordt gewerkt. Het ligt voor de hand dat je voor efficiëntie gaat kiezen, maar er kunnen omstandigheden zijn, bijvoorbeeld als de loonwerker al onderweg is of dat het weer dreigt, in dat geval kun je voor de optimale capaciteit kiezen om het

werk zo snel mogelijk gefikst te krijgen. Cemos dwingt je nergens toe en maakt elke stap in overleg met de chauffeur, het is letterlijk een adviserende bijrijder. Cemos is vast gekoppeld aan de trekker en is niet uitwisselbaar met andere trekkers. CONCLUSIE Na een eerste kennismaking kunnen we stellen dat het idee van Cemos heel doordacht is. Met de ervaring, die Claas al met de maaidorsers heeft, was er al een

basiskennis in huis en daar is op doorontwikkeld. Het mooie is dat na een bijstelling op advies van Cemos het systeem ook al snel het resultaat en/ of effect toont en vraagt of dit voldoende resultaat is. Voor een serieuze beoordeling was deze presentatie uiteraard te kort, daarvoor moet je je het systeem meer eigen gemaakt hebben om er vlot mee te kunnen werken. En in zo’n geval lijkt de investering van 3950 euro een serieuze overweging waard. •

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


38 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#5

INNOVATIE

NIEUWE BEET EATER MET ROLLENBEDREINIGER VERMINDERT BIETVERLIEZEN

“Kilo biet brengt drie keer zoveel op als kilo grond”

Robin de Bruijne, als zzp-er een van de vaste chauffeurs bij akkerbouw- en loonbedrijf Vedelaar uit Nagele, heeft een primeur. Hij bestuurt de eerste Vervaet Beet Eater in Nederland, die is uitgerust met een rollenbedreiniger. De set vervangt de eerste twee reinigingszonnen. Dit levert minder puntbreuk en bietbeschadiging op. Bovendien blijft het bouwland vlakker achter. Belangrijk voor telers, die met niet-kerende grondbewerking (nkg) telen en zo mooi mogelijk willen inzaaien na de oogst. Tekst en beeld: Jan Geert Vedelaar

De Beet Eater 625 is voor dit rooiseizoen nieuw aangeschaft als vervanging voor de derde Grimme Maxtron, waarvan er nu nog twee op het bedrijf operationeel zijn. “Omdat de Maxtrons niet meer gemaakt worden, zijn we op zoek gegaan naar vervanging”, geeft Joop Vedelaar aan. “Qua rooikwaliteit en reinigingscapaciteit plus de lage bodemdruk zijn we bij de BE 625 uitgekomen. De Maxtrons scoren heel goed op minimale bietverliezen door puntbreuk en hele bieten. Met de keuze voor een rollenreiniger op de BE 625 willen wij ook de bietverliezen verder minimaliseren.” Vedelaar heeft de focus in de rooiaanpak altijd op bietbehoud. “Bij een bietenprijs van 35 euro per ton en een tarrabijdrage van 12,50 euro per ton, brengt een kilo biet drie keer zoveel op als een kilo grond. Dus of het nu nat is of droog; ga voor zo min mogelijk beschadiging. Bovendien kunnen ‘veel beschadigde’ bieten ten opzichte van ‘licht beschadigde’ bieten wel

De rollensetreinigingsunit vervangt de traditionele eerste twee reinigingszonnen als bieteninvoer.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 39

oktober 2021

honderd vijftig tot tweehonderd gram suiker per ton per dag meer verliezen. Als je de bieten zes weken hebt liggen kunnen die verliezen oplopen tot wel vijf procent suikerverlies, veroorzaakt door ongeveer een half procent verlies aan suikergehalte.” Vedelaar, zelf ook overgestapt op NKG, ziet nog twee voordelen aan deze machine. De zes banden op negentig centimeter (Michelin CerexBib2 VF 900/60 R38 CFO) geven een zeer lage bodemdruk, ondanks de bunkercapaciteit van 25 kuub. Daarnaast valt de rooigrond nu mooi gelijkmatig door de rollenset naar beneden, waardoor het land vlak achterblijft wat de grondbewerking bij inzaai vergemakkelijkt. REINIGING De rollenset draait (onkruid) kluiten en harde stengelresten direct weg. De rollen reinigen wel minder grond van de bieten zelf af waardoor die meer ‘bekleed’ de machine ingaan. Levert dat geen problemen op onder nattere omstandigheden? Daar is Vedelaar niet bang voor. “Deze machine is gebouwd als negenrijer dus de machine heeft genoeg reinigingscapaciteit als zesrijer. Dat het met het reinigende vermogen van de BE 625 wel goed zit is tijdens Beet Europe 2010 al bewezen. Het onderste deel van de veerrekken rondom de vierde en de vijfde reinigingszonnen, die het snelst draaien, hebben we afgezet met een dichte plaat van circa twintig centimeter hoog om ook hier bietbeschadiging te voorkomen.” AFSTELLING Bij inbedrijfstelling bleek al snel dat de wokkeling van de eerste rollen te weinig drang naar voren veroorzaakten. Hierdoor bleven kleinere bieten teveel hangen voor de rooischaar, dreven af naar de buitenkant en tuimelden van de rollenset af. Na het aanpassen van de ‘spoed’ op de rollen naar de juiste ‘drang’ naar voren op de rollen is dat verholpen. Vedelaar wil vanaf begin oktober, als het ‘natte seizoen’ begint, experimenteren met een rollenset met grotere rollen en wokkels om de bieten meer omhoog te laten springen zodat er meer reiniging op de rollen ontstaat. Daarnaast wordt het rollenbed als geheel nog wat omhoog gezet, zodat het loof er beter onderdoor kan. TRANSPORT OP MAAT Om snel te lossen heeft Vedelaar in samenspraak met Bart Agro Mechanisatie de laadbak van de VGM EV 30 met dertig centimeter laten verbreden. Hierdoor past de bunkerinhoud van een regulier rondje in de Flevopolder (twee keer driehonderd meter) er makkelijk in. Ook bij stijgende opbrengsten in de toekomst. Met de hydraulische vering kan de kipper aan één zijde omhoog gelift worden. Bij het lossen van de bunker heeft de chauffeur op de rooier zo perfect zicht op de kipper inhoud wat het lossen ook bespoedigt. Veel klanten kiezen ervoor om de T7 en de kipper in te schakelen voor het bietentransport. •

De rollenset laat relatief ‘vlak’ land achter. Let op de geringe insporing en er is weinig tot geen puntbreuk waar te nemen.

Robin de Bruijne is met zijn ervaring de aangewezen operator om de nieuwe combinatie aan de tand te voelen en om de afstelling te optimaliseren.

COLOFON De Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen is een special interest uitgave dat deel uitmaakt van het kennis- en communicatiepodium www.akkerbouwbedrijf.nl en in België www.akkerbouwbedrijf.be Uitgever van het kennisplatform is Prosu Media Producties. Bladmanagement: Jan Geert Vedelaar (06 - 51268755) jangeert.vedelaar@prosu.nl Adverteren: Lisanne Andeweg (06 - 51430780) lisanne.andeweg@prosu.nl Jan Geert Vedelaar (06 - 51268755) jangeert.vedelaar@prosu.nl Stefan Zwaneveld (06 - 22086790) stefan.zwaneveld@prosu.nl

Met een gemiddelde snelheid van 5,6 kilometer per uur heeft hij er al 5,06 hectare op zitten bij een verbruik van 32,7 liter per hectare. De capaciteit op dit blok bieten is 1,56 hectare rooisnelheid waarvan netto 1,0 hectare per uur overblijft met aftrek van de lostijd. De reiniging op de zonnen heeft nog meer dan genoeg capaciteit over.

Oplage: 8.800 exemplaren Doelgroep: Akkerbouwers 30ha+ en akkerbouwmatige loonwerkers in Nederland en Vlaanderen Frequentie: Zes keer per jaar Redactie: Martin de Vries, Ruben Lijzenga, Annelies Bakker, Jan Geert Vedelaar, Seppe Deckx en Hendrik Begeman. Fotografie: Martin de Vries en diverse toeleveranciers Vormgeving: MixCom digital & print creatives, Zwolle Lammert Jan van den Beld (vormgever) Martijn Eilander (art director) Drukwerk: Hoekstra Krantendruk

Akkerbouwbedrijf is een uitgave van

Prosu Media Producties Postbus 283, 8250 AG Dronten T 0320 286939 | F 0320 286985 akkerbouwactueel@prosu.nl

De bieten worden gelift door de onafhankelijk roterende bewegende rooischaren.

www.prosumediaproducties.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwbedrijf.nl | no. 5 | 2021


DLG BANDENSLIJTAGE TEST RESULTATEN

•50% LANGERE LEVENSDUUR •BESPAAR € 1 PER DRAAIUUR LEES ALLES OVER DE TESTRESULTATEN

7000 6000

6934

5000 4000 3000

3463 Achteras

Referentie

Vooras

1000

4589

Achteras

2000

0

2021_A4_adv_DLG_NL-1-260x395.indd 1

6464

Vooras

MEER UREN ALTIJD

Levensduur in draaiuren (h)

OP VREDESTEIN.NL/MEERUREN

8000

Vredestein Traxion XXL

16/08/2021 10:14