Issuu on Google+

c

o

l

u

m

n

Eefje Blankevoort

Grensverleggend ‘N

Eefje Blankevoort is schrijfster van onder andere het boek ‘Stiekem kan hier alles’ over Iran. www.prospektor.nl

ee, dit is geen grens.’ De douanebeambte kijkt onverbiddelijk. Achter hem doemt een enorme poort op. ‘Well Come in the Islamic Republic Iran’ staat er in grote letters op, met aan weerzijden afbeeldingen van ayatollah Khomeini en ayatollah Khamenei, de voormalige en huidige geestelijke leiders van Iran. Het is zomer 2006, bepakt met zware rugzakken staan we te zweten in de zon op de grens tussen Irak en Iran. Meestal is er wel iets te regelen met dit soort mannetjes. Door op de absurditeit van de situatie te wijzen: 'Maar als dit geen grens is, wat doen die poort en jij hier dan?' Te smeken: 'Asjeblieft, we hebben net een lange, gevaarlijke reis achter de rug.' Of met een grapje: ‘Geef ons een stempeltje, anders blijven we de hele dag bij je thee drinken!’ Maar dit exemplaar houdt voet bij stuk. ‘Dat is jullie probleem,’ gromt de bureaucraat. Grenzen – getrokken langs natuurlijke barrières of met een pennenstreek langs de lineaal op de kaart gezet – hebben me altijd gefascineerd. Grensdisputen zijn de oorzaak van hoogoplopende conflicten, wereldoorlogen. Ze zijn bedoeld om mensen buiten of juist binnen te houden, onderscheid te maken tussen de haves en havenots. Grenzen hebben de wereld verdeeld in overzichtelijke natiestaten, maar ook in rommelige enclaves (Nagorno-Karabach) en exclaves (Baarle-Nassau), verdeelde landen (Noord- en Zuid-Korea) en door grenzen verdeelde volkeren (de Koerden). Vooral de fysieke grens boeit me mateloos. In Europa zijn er nog maar weinig tastbare grenzen. Soms zie je in een flits langs de snelweg nog een ruïne van een oude grenspost, verder herinnert alleen het knalblauwe EU-bord met sterren aan de overgang tussen territoria. In grote delen van de wereld zijn grenzen nog onontkoombaar. Bij de Libanees-Israëlische grens vormt een uitgestrekt niemandsland de buffer tussen de zwaarbewaakte grensposten aan weerszijden. Alleen met een verrekijker is ‘de ander’ in de verte te ontwaren. ‘Sjews, Sjews!’ riep een Libanese gids opgewonden toen we aan de andere kant een Hummer zagen rijden. De kilometers lange grensafbakening tussen Georgië en Azerbeidzjan is juist weinig indrukwekkend. Het stalen hekje dat het ongerepte landschap als een litteken ontsiert, reikt niet hoger dan de knie. Met een simpel sprongetje hops je heen en weer tussen de twee landen. Het is waarschijnlijk een overblijfsel uit de Sovjettijd toen grenzen tussen de deelrepublieken slechts symbolisch waren. Soms blijken grenzen onneembaar. De douanebeambte zachtjes vervloekend lopen we terug naar het Iraanse-Iraakse niemandsland, waar theezetters, kruiers, geldwisselaars en duistere ondernemers zich ophouden. ‘Iran niet ingekomen? Loop maar met mij mee,’ fluistert een mannetje. Hij wijst op een muurtje dat langs de Iraanse grenspost loopt. Even twijfelen we, het ziet er zo makkelijk uit. Maar moeten wij het risico – een verblijf in een Iraanse cel wegens poging tot spionage – nemen? Wij kiezen eieren voor ons geld en aanvaarden de terugtocht. Avontuur heeft ook zijn grenzen.

61


SOS international - Grensverleggend