Page 1

REGIO PROVINCIE ANTWERPEN

100 % EXPO Otobong Nkanga's blik op de wereld Viva Bruegel Hefbomen van stad en haven Wilfried Pas Collages in vele gedaanten Cool Japan

N°28

Driemaandelijks magazine september - november 2019


REGIO PROVINCIE ANTWERPEN

100 % EXPO 04 Wilfried Pas

100 % EXPO thuis in de bus?

Mail je naam en adres naar expo@100procentcultuur.be voor een gratis abonnement op dit driemaandelijkse tijdschrift van Prospekta. Abonnees buiten BelgiĂŤ betalen portokosten.

47 van stad en haven 42 Hefbomen Lara Gasparotto C O LO F O N Hoofdredactie: Annik Klaes Eindredactie: Walden Art Stories Grafische vormgeving: Anne Van De Genachte Cover: Otobong Nkanga, Extraction, 2019, acryl op papier, 42 x 29,7 cm, zie ook pagina 8 Advertenties: Viviane Spiessens, 03 338 95 75 viviane.spiessens@prospekta.be Prospekta - centrum voor kunstcommunicatie, Hofstraat 17, 2000 Antwerpen 03 338 95 56 - expo@100procentcultuur.be v.u.: Prospekta, Hofstraat 17, 2000 Antwerpen Errata: 100% EXPO #26, pagina 28, Zaalzicht uit expo Le Silence met werk van Raoul De Keyser en Roeland Tweelinckx

14 Cool Japan


04 08 14 16 17

Terugblik Wilfried Pas Interview Otobong Nkanga Beeldcultuur Cool Japan Kanttekening Virginie Bailly Parels uit vaste collecties Het zotte geweld

24 Carole Vanderlinden

18 24 27

Expo Auschwitz.camp Presentatie Carole Vanderlinden 3 x Collage Katrien De Blauwer, Roger Ballen en Belgian Contemporary Collages 30 Special Viva Bruegel 40 Interview Frank Demaegd - Zeno X Gallery

17 Rik Wouters

43 44 47

Woord verklaard Zwart De galerieĂŤngalerij Tommy Simoens Gallery Open Monumentendag Gilbert van Schoonbeke, Nieuwstad en de havenkranen 51 Update Agendatips voor de herfst 54 Speel en win

30 Bruegel


PAS

HET STILLE WERK VAN WILFRIED

Wilfried Pas, atelier © Ludo Geysels

- 4-


Wilfried Pas, Engel in gebed, 1985, diverse materialen, 50 x 48 x 17cm

De Antwerpse kunstruimte Behind Bars opent het seizoen met een terugblik op het vroege werk van Wilfried Pas. Het gaat om sculpturen die zijn ontstaan in de periode die voorafging aan zijn eerste grote schrijversbeeld, dat van Willem Elsschot op het Mechelseplein in Antwerpen, dat in 1994 werd ingehuldigd.

Kort na Elsschot kregen ook Pas’ interpretaties van Paul van Ostaijen en Gerard Walschap een plaatsje in de stadskern. Over het concept van zulke monumenten kan men kritisch zijn en zich afvragen of een cultus van grote lokale figuren nog wel van deze tijd is. Maar je ziet wel vaak hoe het publiek deze werken veel aandacht schenkt, en de beelden van Rubens, Van Dyck en Jordaens voorbijloopt.

planken. Die vormt een mooie metafoor voor de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog en de vaak chaotische creaties van dada en het expressionisme, waarvan Van Ostaijen in Vlaanderen de exponent was. Als model voor de lichaamshouding koos Pas met zijn scherpe blik op de mensen de dandyeske auteur Luc Boudens, die vervolgens in het Antwerpse enige tijd werd aangeduid als ‘het onderstuk van Van Ostaijen’.

Pas maakt het verschil door veel van de persoonlijkheid uit te drukken in houding en details. Zijn Elsschot troont aartsvaderlijk, terwijl Van Ostaijen – ‘de dandy in het machtig grauwe Antwerpen’, zoals Maurice Gilliams hem noemde – in een ongemakkelijke houding vooroverhangend leunt tegen een verzakte opeenhoping van balken en

PANTERFIGUREN Wilfried Pas (1940-2017), afkomstig uit Londerzeel, werd in 1959 student in de beeldhouwkunst aan de Antwerpse academie, waar hij in 1969 ook docent werd. In 1972 kwam hij bij De Zwarte Panter, om er samen met Jan Cox, Walter Goossens en Fred Bervoets de kerngroep van de galerie te vormen. Een en

- 5-

PAUL ILEGEMS: ‘LIEVER TEN ONDER GAAN ONDER EIGEN VLAG DAN MEEZWALPEN OP DE GOLVEN VAN DE TIJD’


Wilfried Pas, Repulsion I, 1985, diverse materialen, 50 x 40 x 25 cm

PAUL ILEGEMS: ‘PAS’ STILSTAND IN DE TIJD IS ABSOLUUT. HET MELODRAMA IN ZIJN WERK IS AL EEUWEN ACHTER DE RUG’ ander werd in 1975 geconsacreerd met een gezamenlijke tentoonstelling in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten. Enkele jaren later verlieten Pas en Goossens de galerie om hun geluk elders te beproeven. Dat hield evenwel geen stijlverandering in. Zij bleven typische Panterfiguren, die eigenzinnig hun weg vervolgden zonder aansluiting te zoeken bij de dominante artistieke stromingen van hun tijd. Hun plaats werd ingenomen door Frank Maieu, die de Pantermix verrijkte met een satirische dimensie in de lijn van de Franse cartoonist Topor en Charlie Hebdo, en de niet minder satirische Pjeroo Roobjee,

die het klaarspeelde om tot op de dag van vandaag het enfant terrible van de galerie te blijven.

DESPERADOMENTALITEIT Tegendraadsheid en strijdlust zitten in het DNA van De Zwarte Panter, en zijn boegbeeld Fred Bervoets staat op voet van oorlog met de hele wereld. Galerist Adriaan Raemdonck praat dan ook graag over zijn initiatief als een galerie de combat. De Zwarte Panter is een levenshouding, en in die zin ook een filosofie – al hoef je er geen gesprek te beginnen over de Frankfurter Schule, Baudrillard of Derrida, gesteld dat je zo’n gesprek zou willen voeren. Evenmin is de Panter ooit een ruimte geweest voor performances, installaties of videokunst, want er heerste een onuitgesproken verbod op technologie. Maar achterlijk waren ze niet, zoals Bervoets niet ophoudt te benadrukken. Ze wisten wat er gebeurde, maar zagen daarin geen reden om uit te vallen tegen de conceptuele kunst, zoals in die jaren meerdere critici die een af-

- 6-

keer hadden van Jan Hoet. Dat lag niet op hun weg. Overigens koesterden de kunstenaars van De Zwarte Panter een gezonde achterdocht jegens kunstcritici in het algemeen. Ondertussen bleven ze wel met zijn allen underdogs, en behept met de desperadomentaliteit die daarmee samenhangt. Liever ten onder gaan onder eigen vlag dan meezwalpen op de golven van de tijd. Zo bleef De Zwarte Panter meer dan een halve eeuw een bande-àpart die eigenlijk nauwelijks evolueerde en waarvan de geschiedenis haast even goed van achteren naar voren kan worden gelezen.

VOLUIT GAAN De ‘uitgetreden’ Wilfried Pas bleef een Panterfiguur extra muros, wat lastiger bleek dan begroot. Hij zette zijn werk in stilte voort, ook in de tijd van zijn bronzen portretsculpturen, zonder ooit van sfeer te veranderen of nieuwe werkwijzen te gebruiken. De sculpturen en reliëfs in


Behind Bars

Behind Bars geven een uitstekend beeld van zijn methodes en thematiek. Hij bouwde zijn composities op met in gips gedrenkte amorfe vormen en aan elkaar geknoopte takjes en wortelhout, waaruit hij wezenloos starende kopjes liet tevoorschijn komen met naar alle kanten uitschietende sprieten, als scheuten uit een verdorde patat. Voor gevoelige zielen is het even schrikken, en dat is ongetwijfeld ook de bedoeling. Het is alsof je op een vermolmde zolder opeens een akelige ontdekking doet in een al honderd jaar vergeten kist. Een kundig cineast zou hier snel inzoomen en met een schrille klank erbij de hele zaal doen gillen. Titels als De waanzinnige Suzanna met stervend kind lijken speciaal bedoeld om de horror nog te versterken. Pas durfde voluit te gaan, al onderhield hij geen banden met de filmindustrie. Gruwel en sentiment staan gewoonlijk in een ongunstig licht. We zijn sinds lang vertrouwd met noodkreetkunst, keldergatkunst, dodepaardenkunst en

dijk-van-Knokkekunst, en zouden ook het werk van Pas daar gemakshalve toe kunnen rekenen. Maar dan zien we niet hoeveel afstand hij neemt. Hij presenteert zijn sculpturen als een feitelijke toestand, wetenschappelijk haast, als goedmoedige mummies in een archeologisch museum. Zijn stilstand in de tijd is absoluut. Hij dringt geen emoties op, verlangt geen tranen. Het melodrama in zijn werk is al eeuwen achter de rug. In Behind Bars, een hypercleane galerie die zich wat verdoken ophoudt in een zijstraatje van de Meir, komt zijn werk optimaal tot zijn recht. Eigenaars Ronald De Preter en zijn echtgenote Anne-Marie Volders, beiden ook kunstenaars, waren sinds lang met Pas bevriend. Hij bezocht hun ruimte geregeld, maar hield een tentoonstelling af met: ‘Doe dat maar als ik er niet meer ben.’ Zoals geschiedde. | Paul Ilegems

- 7-

Wilfried Pas, Poëet in wording, 1982, diverse materialen, 30 x 36 x 15 cm

WILFRIED PAS (1940-2017) 08.09-26.10.2019 Behind Bars – ruimte voor kunst Otto Veniusstraat 18, Antwerpen www.sites.google.com/site/behindthebarsruimtevoorkunst


EEN WIJDE BLIK OP DE WERELD

Otobong Nkanga

Otobong Nkanga © Guido Van den Bogaert

- 8-


Otobong Nkanga, Social Consequences II – Choices we make, 2010

Op dit moment is ze met werk vertegenwoordigd op acht tentoonstellingen in binnen- en buitenland. De laatste twee jaar is ze bekroond met vier onderscheidingen: de Belgian Art Prize in 2017, de Ultima voor Beeldende Kunst van de Vlaamse Gemeenschap in 2018, en dit jaar een prijs op de veertiende Sharjah Biënnale in de Verenigde Arabische Emiraten én een speciale vermelding op de Biënnale van Venetië. Daar toont ze een 26 meter lang meanderend kunstwerk in marmer en glaspasta. Otobong Nkanga (°1974) is afkomstig uit Nigeria, maar woont en werkt al meer dan tien jaar in Antwerpen. In september opent een solotentoonstelling van haar in Tate St Ives in Cornwall, in november één in Kaapstad.

OTOBONG NKANGA: ‘DE WERELD BESTAAT UIT MEERDERE LAGEN. JE MOET DIE COMPLEXE WERKELIJKHEID TRACHTEN TE BEGRIJPEN VANUIT MEERDERE INVALSHOEKEN’ Je werk is niet vast te klikken aan één artistieke discipline of één materiaal. Je combineert fotografie, installatie-, video- en performancekunst. In hoeverre vloeit die multidisciplinaire praktijk voort uit de manier waarop je de werkelijkheid ervaart? Otobong Nkanga: ‘Ik denk niet een-

dimensioneel of eenlagig. Daarvoor is de wereld veel te complex. Ik geef graag het voorbeeld van een boom. Kan je een boom uitbeelden zonder dat je het hebt over de zon en de wind, het water en de grond waarop hij groeit? Ik geef mijn ideeën en emoties

- 9-

gestalte via verschillende media. Daarbij zoek ik telkens naar de krachtigste combinatie. Een geschreven tekst werkt anders dan een gezongen tekst. Als je pijn of liefde wil overbrengen, is zingen waarschijnlijk de beste optie. Ze kunnen ook samen werken: tekst en stem, in combinatie met instrument, architectuur en ruimte. Ik bouw mijn werken op vanuit een emotionele toestand. Dat mondt uit in een veelvoud van artistieke vormen. Meestal valt alles samen. Zo observeer ik de verbanden tussen de dingen.’ Zie je jezelf op dit moment als beeldend kunstenaar, of toch vooral als performer? Nkanga: ‘Ik ben in de eerste plaats

een performer, maar beide interfereren met elkaar en zijn niet te scheiden: een installatie, het lichaam, de architectuur en de ruimte waarin iets plaatsheeft, vormen een geheel. Ik ben me ook (lees verder op pagina 12)


- 10-


OTOBONG NKANGA: ‘IK OBSERVEER: HOE HET LICHAAM ZICH TOT DE RUIMTE VERHOUDT EN HOE DE DINGEN DIE ONS OMRINGEN, ONS CONDITIONEREN’

INFINITE YIELD

Een indrukwekkende lijst van internationale musea heeft werk van Otobong Nkanga in de permanente collectie. Ook het M HKA bezit een werk van haar.

Nkanga maakte het wandtapijt Infinite Yield in het kader van de tentoonstelling IN SITU: Otobong Nkanga – Kneuzingen en Glans in 2016. Ze vertrok daarbij van eerdere tekeningen, die ze opnieuw vorm gaf op grote schaal. Het werk thematiseert de natuurlijke rijkdom van de aarde en de ontginning ervan onder invloed van vraag en aanbod in een geglobaliseerde wereld. Nkanga over Infinite Yield: ‘Het kernwoord van dit werk is oneindigheid: de oneindigheid van de natuurlijke rijkdom van de aarde. In het midden staat de mens als een God die alles kan doen wat hij wil met het landschap.’ Otobong Nkanga wil de relaties blootleggen tussen het landschap, de mens en arbeid. Ze kaart niet alleen situaties aan, maar doet ook actief voorstellen om over hedendaagse problemen na te denken. Zo onderzoekt ze de mogelijkheid om verlaten mijnen te herinterpreteren als ondergrondse monumenten.

Veins Aligned, 2019, Arsenale Venetië

VEINS ALIGNED Otobong Nkanga omschrijft het landschap als een lichaam, dat voedt en schenkt, maar dat ook wordt geplunderd, gehavend en vergiftigd. In Veins Aligned is de ader in kwestie bijna 26 meter lang. Hij wordt gevormd door vleeskleurig glas en marmer. Hij herinnert zowel aan een lange, met de hand getekende lijn als aan een rivier. De wolken die door de marmer lijken te jagen, suggereren chemische vervuiling. Beide materialen zijn onttrokken aan het lichaam van de aarde: marmer dat uit een berg is gekapt, glas dat is gesmolten uit woestijnzand. Naast de koloniale en postkoloniale exploitatie van natuurlijke rijkdommen, vindt Nkanga in de mijnbouw ook een metafoor voor een verkenning van de grote, cyclische tabula rasa die de tijd is: ‘Het voelt alsof de geschiedenis een gat is dat we blijven graven, uitgraven en bebouwen – en dan stort het opnieuw in en begint er iets nieuws.’

Infinite Yield, 2015, textiel, Collectie M HKA, Antwerpen / Collectie Vlaamse Gemeenschap

- 11-


Reconciliation, 2018, acryl en potlood op papier, 42 × 29,7 cm

bewust van de ruimte tussen mij en de toeschouwer, tussen het object en het lichaam. Het lichaam is er steeds bij betrokken. Zelfs het lichaam van de toeschouwer maakt deel uit van het artistieke proces. In Venetië plaats ik een 26 meter lang sculpturaal project in het midden van de ruimte. Iedere bezoeker kiest langs welke zijde hij het kunstwerk passeert. Je kan het beschouwen als een landschap met water en grenzen. Het boeit mij hoe mensen reageren op het werk. Dat zegt iets over wat ik “the performing body” noem. Hoe begeven wij ons in een landschap? Hoe wandelen wij op straat? Eigenlijk zijn we allemaal “performers”. En niets is toevallig. Als kunstenaar-performer observeer ik: hoe het lichaam zich tot de ruimte verhoudt en hoe de dingen die ons omringen, ons conditioneren.’ Veel van je werk is sterk maatschappelijk. Spreekt daaruit een zekere ‘boosheid’ of een gevoel van onvrede over wat er zich in de wereld afspeelt? Nkanga: ‘Het is zeker geen kwestie

Masterplan, 2018, acryl en potlood op papier, 42 × 29,7 cm

kunstenaar wil ik inzicht krijgen in een aantal verbanden en connecties. De wereld bestaat uit meerdere lagen. Je moet die complexe werkelijkheid trachten te begrijpen vanuit meerdere invalshoeken. In een kunstwerk breng ik die verschillende invalshoeken samen. Los daarvan heb ik natuurlijk ook een persoonlijke visie of een emotie. Maar emoties als basis van een werk kunnen je verlammen, zodat je uiteindelijk niets realiseert. Een meer beredeneerde manier van werken is meestal efficiënter. Als je de vraag stelt naar het waarom van de structuren van macht, is het beter je emoties even aan de kant te laten. Die kunnen wel terug opduiken bij een performance. In mijn werk vraagt bijvoorbeeld een “leeg” mijnlandschap niet om boosheid over de uitbuiting van mensen en de uitputting van de aarde. Het vraagt om herstel. Daarmee bedoel ik in de eerste plaats niet het fysieke herstel van het landschap, maar een soort van emotioneel of spiritueel herstel van ruimte en mens.’

van boosheid. Ik wil systemen en structuren van macht blootleggen. Als

- 12-

Extraction, 2019, Acrylic on paper, 42 x 29,7 cm

OTOBONG NKANGA: ‘HET VOELT ALSOF DE GESCHIEDENIS EEN GAT IS DAT WE BLIJVEN GRAVEN, UITGRAVEN EN BEBOUWEN – EN DAN STORT HET OPNIEUW IN EN BEGINT ER IETS NIEUWS’ Je hebt een klassieke kunstopleiding gekregen in Parijs en Amsterdam. Toch lijk je vandaag soms meer bezig met wetenschappelijk onderzoek naar minerale grondstoffen, aarde en rotsen, of met reflecties over globale politiek en economie. Nkanga: ‘Ik heb een brede interesse,

maar er is voor mij ook geen tegenstelling tussen dat alles. Als je de verschillende periodes in de kunstgeschiedenis beschouwt, zie je dat technologie en kunst nooit losstaan van elkaar. Welke pigmenten gebruikten kunstenaars in de renaissance? Dat is pure chemie. In de tijd van Leonardo da Vinci was er minder afstand tussen kunst en wetenschap en beïnvloedden beide elkaar sterk. Er bestond toen ook een “migratie” van materialen en technieken, van kennis en technologie van het ene land naar het andere. Vandaag wordt alles


Countdown, 2019, acryl en potlood op papier, 42 × 29,7 cm

Verdict, 2018, acryl en potlood op papier, 42 × 29,7 cm

The Apparatus, 2015, acryl en potlood op papier, 179 x 126 cm

in vakjes gestopt: je hebt de wereld van de kunst en daarnaast de wereld van de wetenschap. Ook in het onderwijs leer je eerst de dingen mooi op te splitsen. Alles heeft echter met alles te maken. Ik ben niet geïnteresseerd in onderscheiden categorieën of domeinen. Ik wil weten hoe dingen functioneren. Daarom stel ik vragen aan de materialen die ik in mijn kunstobjecten gebruik en doe ik vaak research. Ik kan de kleur van een lavendelbloem mooi vinden, maar ik wil ook weten hoe ik die kleur kan bestendigen, zodat ze niet verkleurt. Maar ook: welke materialen tref je lokaal aan, vanwaar komen ze, welk verhaal zit erachter? En welke materialen gebruik je als kunstenaar?’ Heb je het dan vooral over de bodemrijkdom van het Afrikaanse continent en de wedren om die grondstoffen en mineralen te ontginnen? Nkanga: ‘Je mag die problematiek

niet reduceren tot Afrika. Het is een wereldwijd fenomeen: je hebt ook zeer grote mijngebieden in Brazilië, Canada of Australië. Het is dus geen probleem tussen het Westen en Afrika. Bovendien vertrekt mijn artistiek handelen niet vanuit de kleur van

mijn huid of de plaats vanwaar ik afkomstig ben. De veranderingen die plaatshebben in de wereld en die mij bezighouden – klimaat, migratie, onstabiele economie … – reiken verder dan de grenzen van dat continent. Chinezen zijn bijvoorbeeld overal op zoek naar grondstoffen en doen met iedereen zaken. Het maakt voor hen niet uit of je wit of zwart bent: “The color is money”.’ Je bent afkomstig uit Nigeria, maar je werkt en woont al meer dan tien jaar in Antwerpen. Nkanga: ‘Het was een zeer ratione-

le beslissing die ik samen met mijn Nederlandse man heb genomen. Ik kwam uit Lagos, een stad van twintig miljoen mensen. Ik studeerde in Parijs en later in Amsterdam. Antwerpen lag net tussen de twee, op enkele uren sporen. Antwerpen heeft misschien de allure van een grootstad als het gaat over het architecturaal patrimonium, maar heeft toch eerder de mentaliteit van een middelgrote stad. Het is aangenaam om hier in alle luwte te werken tussen twee verschillende culturen, een ten noorden en een ten zuiden.’ | Guido

Van den Bogaert - 13-

M HKA Leuvenstraat 32, Antwerpen www.muhka.be 58STE BIËNNALE VAN VENETIË Nog tot 24.11.2019 Centraal paviljoen/Arsenaal, Venetië (Italië) www.labiennale.org OTOBONG NKANGA 20.09.2019-05.01.2020 Tate St Ives Porthmeor Beach, St Ives Cornwall (Verenigd Koninkrijk) www.tate.org.uk OTOBONG NKANGA 19.11.2019-21.02.2020 Zeitz Museum of Contemporary Art Africa Kaapstad (Zuid-Afrika) www.zeitzmocaa.museum


De expo Cool Japan werpt een blik op de Japanse populaire beeldcultuur en zijn wereldwijde invloed. De voorliefde voor al wat het land te bieden heeft, is niet nieuw. In 1854 maakte een handelsverdrag tussen de Verenigde Staten en Japan een einde aan de eeuwenlange afzondering van de Japanse cultuur. Allerhande kunstobjecten, zoals houtblokdrukken (ukiyo-e), porselein en waaiers, bereikten Europa en werden een bron van inspiratie voor onder andere het impressionisme.

Ook vandaag enthousiasmeert Japan. Die populariteit vertaalt zich wereldwijd in het lezen van manga en het bekijken van anime. We halen alle knutselvaardigheden uit de kast voor cosplay of griezelen met yõkai. Wat dit alles betekent? Een klein woordenboek over wat we mogen verwachten van de tentoonstelling in het MAS.

ANIME: ‘In Japan omvat de term alle teken- en animatiefilms, zowel binnen- als buitenlandse producties. In het buitenland staat anime voor het Japanse genre. Een hond van Vlaanderen (Furandãsu no Inu) is een populaire Japanse animaserie uit 1975 die ruim veertig jaar later nog altijd mee verantwoordelijk is voor het grote aantal Japanse toeristen in Antwerpen, misschien ook wel voor het standbeeld van Nello en Patrasche voor de kathedraal.

Matsuura Hiroyuki, Uki-Uki, acryl en bladgoud op doek, 2012, bruikleen van de kunstenaar en Tokyo Gallery

JAPA N S E B E E L D CU LT U U R E N M ASSE

VAN

ANIME TOT YÕKAI - 14-


ANTWERPEN: Eind negentiende eeuw legden Antwerpse verzamelaars mooie collecties van Japanse objecten en kunstwerken aan. Dichter en pionier-verzamelaar Max Elskamp (1862-1931) was daar één van. Hij kocht de eeuwenoude boeddhistische schilderingenreeks De negen overdenkingen over de onreinheid van het lichaam aan, het topstuk van de Japanse collectie van het MAS.

van toewijding aan de strijd en trouw aan hun heer. De figuur komt vaak in herwerkte vorm terug in anime, manga en videogames. En wist je dat er ook onna-bugeisha, vrouwelijke strijders, waren?

WABI-SABI: Een grondbeginsel van de Japanse esthetiek dat staat voor het aanvaarden en omarmen van de vergankelijkheid en de imperfectie. In de tentoonstelling verklaren enkele bruiklenen uit het ModeMuseum de term. Ontwerpen van Japanse avant-gardisten zoals Yohji Yamamoto en Comme des Garçons staan in dezelfde ruimte als mode van Ann Demeulemeester. Daar mag de zoom wat asymmetrisch zijn, de materialen wat ruwer en het ontwerp genderneutraal.

COOL JAPAN: De titel van de tentoonstelling knipoogt naar een gelijknamige pr-campagne van de Japanse overheid om via het uitdragen van de Japanse cultuur meer internationale contacten te leggen en de economie te stimuleren.

KAWAII: Alles roze en pluizig, net zoals Hello Kitty. Kawaii is de benaming voor de schattigheidscultuur, maar er zit meer achter. In de jaren 80 ontstond er een rebellie tegen het keurslijf van de Japanse businesscultuur. Jonge meisjes wilden ontkomen aan het rigoureuze werkpatroon en verzetten zich door zich kinderlijk en liefelijk te kleden. Deze zware onderliggende lading wordt vaak vergeten in commerciële tijden, maar in de kunst is dat niet het geval. De installatie van kunstenaar Sebastian Masuda toont panelen bezet met speelgoed, met unheimliche muziek op de achtergrond. Op het eerste gezicht liefelijk, doch doordrongen van een wrang gevoel. MANGA: Stripboeken of graphic novels die in Japan gemaakt worden of in de Japanse taal zijn. Er staat geen leeftijdsgrens op manga. Tussen de vele genres is er voor ieder wat wils.

YÕKAI: Een verzamelnaam voor een groot aantal bovennatuurlijke wezens, zoals monsters, geesten en demonen. Ze duiken met velen op in de Japanse mythologie en folklore. Wie ooit de films Ringu (1998), Dark Water (2002) of een van de hollywoodiaanse remakes zag, weet dat Japan horror nog altijd kan smaken.| Silke Rochtus

Haider Ackermann © Collectie ModeMuseum Antwerpen © Stany Dederen

OTAKU: Hardcorefans van de Japanse

tuums voeren ze performance art uit, ook wel cosplay genoemd. Tijdens conventies is de wedstrijd voor beste cosplay vaak het hoofdevenement. In het MAS krijg je de kostuums van enkele cosplayers te zien.

popcultuur. Overal ter wereld ontmoeten de fans gelijkgestemden op conventies (bijeenkomsten). Daar vinden ze elkaar in hun liefde voor personages uit manga, anime of videogames. Met hun zelfgemaakte kos-

SAMOERAI: Japanse ridders in dienst van een daimio of landheer, tussen de twaalfde en late negentiende eeuw. Ze beschikten over superieure vechttechnieken en waren toonbeelden - 15-

COOL JAPAN 18.10.2019-19.04.2020 MAS Hanzestedenplaats 1, Antwerpen www.mas.be In het kader van de tentoonstelling worden ook workshops, rondleidingen en andere activiteiten georganiseerd. Elke zondag is er een instaprondleiding. Reserveren kan via de website.


A SEDIMENTATION OF THE MIND

KANTTEKENING OVER HET WERK VAN VIRGINIE BAILLY

Peter Benoy was van 1991 tot 2005 directeur van Theater Zuidpool. Hij schildert en schrijft over beeldende kunst en theater.

Het werk van Virginie Bailly (°1976, Brussel) situeert zich hoofdzakelijk op de as constructie/deconstructie en rond de spanning tussen beide. Aan de ene kant realiseert ze omvangrijke installaties in een landschappelijk kader, strakke donkere bouwwerken met gangen en trappen die leiden naar een uitkijkraam. Ze belichamen zowel haar fascinatie voor constructies als een verwijzing naar de betekenis die zij hecht aan de waarneming. In sommige tentoonstellingen plaatst ze zo’n kijkdoos – zoals zij deze installaties noemt – als een toegang, een overgang tussen de buitenwereld en haar schilderijen. Voor Le Mont Analogue (De Garage, Mechelen, 2015) bouwde ze bijvoorbeeld op het voetpad een indrukwekkende gang die tegen de façade klom en zich aan de binnenkant van de galerie in spiegelbeeld herhaalde.

Daarnaast zijn er haar schilderijen, waarin Bailly met de krachtige gestiek van haar zeer persoonlijk schildersvocabularium en met een rijk kleurenpalet ruimtelijke waarnemingen en ervaringen vertaalt naar

vrijwel abstracte vormen. Ingestorte gebouwen, puinhopen en catastrofes inspireren haar. Soms heb je het gevoel dat je een tussenfase ziet: een werveling van gefragmenteerde elementen die spoedig in een ruïneuze chaos tot rust zullen komen. In uitgebreide reeksen, zoals Vide-Plein, Troubler les lointains, Impromptu of Interpuncties, toont Bailly diverse fasen en facetten van een thematisch onderzoek. Poëtische bewogenheid (de poëzie van Piranesi’s overwoekerde ruïnes?), maar ook relativering en humor schuilen dikwijls achter haar strakke penseelstreken.

Apendix P01, 2019, olie en gemengde technieken op doek, 90 x 115 cm

INDRINGENDE WAARNEMINGEN De vraag of haar doeken al dan niet abstract zijn, is voor de schilderes niet relevant; aan de basis ligt altijd een indringende waarneming of een persoonlijke ervaring. Zo lag een droom, of eerder een nachtmerrie, aan de basis van Daphne's Request, een reeks werken die ze vorig jaar toonde in galerie Straihammer und Seidenschwann in Wenen. Bailly had gedroomd dat haar ene been plots wortel schoot en dat de huid ervan veranderde in schors. In paniek verzette ze haar andere been om

zich los te trekken, maar daardoor spleet krakend het houterig wordende been onder een hevige pijn. Toen ontwaakte ze. De overeenkomst met Daphne en Apollo, een van de Metamorfosen van Ovidius (ooit geschilderd door Tiepolo en Veronese), intrigeerde haar: om te ontsnappen aan de avances van Apollo smeekt Daphne de goden om haar te veranderen in een boom. De hallucinante droom en het mythologisch verhaal schuiven in Bailly’s interpretatie over elkaar. In haar landschappelijke wereld is geen plaats voor menselijke figuren, maar – o ironie – een mens die in een boom is veranderd, vindt er wel een plaats. De destructieve kracht van een storm in Venetië, die brokstukken uit de gesculpteerde façades van oude palazzo’s rukte, inspireerde haar voor de tentoonstelling A Sedimentation of the Mind. In deze cyclus valt op dat ze meer vrijheid heeft genomen dan voorheen, meer beweeglijke lijnen gebruikt en hier en daar figuratieve flarden, als citaten, in haar doeken toelaat. Dat is wat de evolutie van Virginie Bailly zo boeiend maakt: ze tast voortdurend de grenzen af van de door haar ingeslagen weg en durft ze doorbreken of verleggen. Maar de risico’s die ze daarbij neemt, worden gecoverd door de authenticiteit van haar onderzoek. | Peter Benoy

VIRGINIE BAILLY. A SEDIMENTATION OF THE MIND Nog tot 29.09.2019 Galerie Transit Zandpoortvest 10, Mechelen www.transit.be


Parels uit vaste collecties

HET

ZOTTE GEWELD RIK WOUTERS - 17-


Het zotte geweld van Rik Wouters staat op een prominente plaats vlak bij de ingang van het Middelheimmuseum. Op een weemoedige dag of als er zich misschien zelfs enige neerslachtigheid manifesteert, kan je gewoon even binnenspringen om het beeld – bij wijze van spreken – een knuffel te geven. De sensualiteit en de tactiele gevoeligheid, alsof het van ‘vlees en bloed’ is, maken van Het zotte geweld een van de meest iconische en populaire werken van het beeldenpark.

Hoe sterk contrasteert deze uitbundige sculptuur van Rik Wouters met de talrijke standbeelden die in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw her en der in de stad werden neergeplant. Dat waren academische, meestal statische beelden met een historische of morele boodschap. Volksverheffing en heldenstatus. Beeldhouwkunst is geen goedkope discipline en een beeld in brons gieten gebeurde dan ook vaak in opdracht van machthebbers. Tot meerdere eer en glorie …

ISADORA DUNCAN Rik wouters neemt zijn vrouw Nel als model. Samen met haar had hij in Brussel een voorstelling bijgewoond van de legendarische Amerikaanse danseres Isadora Duncan, die hem van zijn sokken had geblazen. De danskunst stond in die tijd nog niet even hoog aangeschreven als andere kunstuitingen. Ook de ballerina’s hadden een lagere status en werden net niet aanzien als prostituees. Mede onder invloed van de Ballets Russes van Sergej Djagilev in Parijs kwam daar verandering in. En ook Duncan bracht met haar simpele en natuurlijke bewegingselementen een omwenteling teweeg. Ze wordt aanzien als een van de grondleggers van de moderne dans en was niet alleen een superster, maar ook een inspiratiebron voor verschillende kunstenaars. Nel Wouters zou later beschrijven hoe ze van haar man een pose moest aannemen die symbool zou staan voor de bewegingen van deze magische danseres. De zoektocht naar de juiste houding ging bijna letterlijk gepaard met vallen en opstaan. De finale pose

werd als bij toeval gevonden in een labiel evenwicht. Danseressen zijn het er vandaag over eens dat deze positie niet aan te houden is. Het lichaam is helemaal uit balans en steunt slechts op één voet. Hierdoor krijgt het beeld een bijzonder krachtige dynamiek van diagonalen en ‘bijna’ vallende lijnen. Het valt op hoe Rik Wouters de ruimte rond het beeld in de compositie betrok door de beide armen wild te laten uitslaan. De krachtige dijbeweging en de vooruitgestoken knie vormen dan weer het contragewicht van deze dansbeweging.

DANS MEE Het zotte geweld is een sprekend voorbeeld van een ruimteomschrijvend beeld en vormde als dusdanig een schril contrast met de ruimte-innemende beelden die in die tijd bij de vleet werden afgeleverd. Af en toe werd wel eens een arm uitgestoken, maar deze uitgelaten uitbundigheid kwam je niet tegen. De twee benen waren meestal stevig verankerd, weliswaar soms met een knik in de heup: de bekende contraposthouding. Dat soort academische beelden beantwoordde bovendien aan een klassiek schoonheidsideaal. Ook hier ging Rik Wouters resoluut een nieuwe richting uit. Zijn vrouw was geen ‘klassiek’ model met een ideale verhouding van taille en buste. Hij polijstte haar ook niet glad naar die eeuwenoude schoonheidscanon. Integendeel, de huid van het beeld is een en al impressionistische textuur, met sporen van ruw aangebrachte stroken klei die de steeds wisselende lichtinval weerkaatsen. Blijf om die reden zeker

- 18-

niet stokstijf voor het beeld staan en draai (of dans) mee op zoek naar de pose die je het boeiendste vindt. Een beeld als dit vanuit één perspectief bekijken, doet het tekort. Deze derde dimensie is niet te vatten in een tweedimensionale afbeelding. Kijk ook even naar het gelaat van de ‘uitzinnige’ Nel, hoog op de sokkel. Ze heeft geen fijne gelaatstrekken, maar een gulle, dyonisische lach, bijna hoorbaar in het stille park.

DWAZE MAAGD Toen het beeld op 16 maart 1912 voor het eerst werd tentoongesteld in de Brusselse Galerie Georges Giroux, kreeg het ook een tweede titel: De dwaze maagd. Een naakte, genietende vrouw uitbeelden kon blijkbaar nog niet zonder een moraliserend vingertje op te heffen. In de Bijbel is er sprake van wijze en dwaze maagden. Maar het zijn natuurlijk de wijze maagden die de hemel verdienen, terwijl het voor de dwaze maagden met hun lichtzinnig vertier slecht afloopt. Op de sokkel in het Middelheimmuseum heeft men deze tweede titel niet vermeld … | Guido

Van den Bogaert MIDDELHEIMMUSEUM Middelheimlaan 61, Antwerpen www.middelheimmuseum.be

foto's: Rik Wouters, Het zotte geweld, 1912, brons, 200 x 120 cm x 135 cm, bruikleen van het KMSKA aan Middelheimmuseum sinds 1950 © Guido Van den Bogaert


- 19-


HOE RECHT WAS DE LIJN VAN KOLONIAAL AFRIKA NAAR AUSCHWITZ?

AUSCHWITZ. CAMP


Op 27 januari 2020 is het 75 jaar geleden dat het naziconcentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau werd bevrijd. Ter gelegenheid daarvan opent Kazerne Dossin eind oktober de expo Auschwitz.camp. De nadruk ligt op het militair-industrieel-koloniale complex achter het kamp dat voor het Derde Rijk dé leverancier was van synthetische grondstoffen en producten. ‘Auschwitz was een moordmachine, maar de dynamiek erachter was erg gelaagd.’

De Mechelse Dossinkazerne werd vooral berucht om zijn functie als SS-doorgangskamp van waaruit 25 484 Joden en 352 zigeuners tijdens 26 konvooien gedeporteerd werden naar Auschwitz-Birkenau. Kazerne Dossin: Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten houdt sinds 2012 de herinnering levend. ‘Met Auschwitz. camp willen we het complete verhaal achter Auschwitz vertellen’, zegt museumdirecteur en cocurator van de expo Christophe Busch. ‘In 1940 veranderde een Poolse legerkazerne in het dorp Oświęcim in een concentratiekamp voor Poolse gevangenen. Tegelijk lieten de nazi’s een begerig oog vallen op de industriële mogelijkheden van de regio. Je moet weten: sinds het Verdrag van Versailles was Duitsland zijn kolonies kwijt en daarmee ook de toegang tot industriële grondstoffen zoals rubber. Ten tweede waren sommige regio’s in het Oosten historisch gezien Duits. De koloniale logica van de nazi’s richtte zich dus vanzelfsprekend op de nieuw veroverde gebieden.’

CHRISTOPHE BUSCH: ‘HADDEN DE NAZI’S DE OORLOG GEWONNEN, DAN ZOU AUSCHWITZ EEN BELANGRIJKE METROPOOL GEWORDEN ZIJN’

In 1941 richt het chemisch concern IG Farben een fabriek voor synthetische rubber op in Auschwitz – de Buna-Werke. Busch: ‘In het gebied Oświęcim-Brzezinka waren er kolen en kalk, voldoende water en een groot vlak terrein. Razendsnel stampte men er ook werkkampen uit de grond. Het hele Interessengebiet besloeg maar liefst veertig vierkante kilometer, met de kampen Auschwitz, Birkenau en Monowitz van waaruit IG Farben mankracht geleverd kreeg voor de Buna-Werke. Op het hoogtepunt werden er zo'n 83 000 gevangenen afgebeuld. IG Farben had een akkoord met de SS om die tegen betaling in te zetten in de fabriek.’

HERERO VERSUS HERRENVOLK Eind 1941 wordt het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau geïnstalleerd. ‘Maar eigenlijk maakte dat maar één procent uit van de totale oppervlakte van het Interessengebiet Auschwitz-Birkenau-Monowitz’, benadrukt Busch. ‘Vele honderdduizenden die er naartoe werden gebracht, hadden vooral een utilitair doel. Hadden de nazi’s de oorlog gewonnen, dan zou Auschwitz een belangrijke metropool geworden zijn, een Germaanse modelgemeenschap met de Buna-Werke als ruggengraat. Daartoe was het gebied al meteen na de bezetting van Polen ontvolkt en eingedeutscht.’ De eerste publicaties over de link tussen het koloniale gedachtegoed van Duitsland en de concentratiekampen dateren pas van na 2000, zoals het boek Von Windhuk nach Auschwitz, dat de verhouding tussen kolonialisme en de Holocaust tegen het licht houdt. ‘Sommige genocidespecialisten zien een rechte lijn van de koloniale ge-

- 21-

nocide op het Namibische Hererovolk in 1904 naar de vernietigingskampen’, zegt Busch. ‘De vader van Göring was een bewindvoerder in Duits Zuidwest-Afrika. Zulke links zijn er volop.’

MIERENKOLONIE De expo wordt mede gecureerd door de Nederlandse Auschwitz-expert Robert Jan van Pelt en door beeldend kunstenaar Hans Citroen, de kleinzoon van een Auschwitz-slachtoffer. Diens Poolse echtgenote Barbara Starzyńska is afkomstig uit Oświęcim. Citroen heeft veertig jaar lang foto’s gemaakt van de omgeving. Busch: ‘In zijn boek Auschwitz-Oświęcim, Oświęcim-Auschwitz uit 2011 zie je de tegenstellingen en niet-gememorialiseerde plekken, zoals de Judenrampe. Daar kwamen honderdduizenden transporten aan. Ze werden er gedirigeerd naar twee oude boerderijen – Bunker 1 en Bunker 2, het rode en het witte huis – waarin de eerste gaskamers waren geïnstalleerd, nog voor de bouw dus van de crematoria en gaskamers in 1943. Het beruchte centrale perron in Birkenau, met zijn duistere spoorwegpoort, werd pas in gebruik genomen in 1944.’ Enkele stukken komen uit de privécollectie van Christophe Busch. ‘Ik ben al lang bezig met Auschwitz en daderonderzoek. Je krijgt luchtfoto’s uit de opeenvolgende jaren te zien die tonen wat er veranderde, een detailkaart van IG Farben, foto’s, wandkaarten, het bedrijfsmagazine Von Werk zu Werk … In het Höcker Album, een fotoboek dat ik publiceerde met Robert Jan van Pelt, stap je de vrolijke wereld van de daders in, gezien door de lens van de adjudant van de kampcommandant.’


CHRISTOPHE BUSCH: ‘IN SE WAREN DIE INGENIEURS NIET KWAADAARDIG, WEL VOLKOMEN AMOREEL’

TOPOVENS ‘We zoeken voor deze expo ook naar een originele beeldtaal’, zegt de curator. ‘Je krijgt er zelfs een formicarium te zien, een mierenkolonie. Het is een metafoor voor de individualiteit die zich ondergeschikt moet maken aan de Volksgemeinschaft en de staat. Een mierenkolonie kan ook razendsnel een heel landschap hertekenen – net wat er in Oświęcim gebeurde. Enkele stukken komen uit

Polen: huisraad van gedeporteerden, een wielkar, een kamppaal, plakkaatjes afkomstig van Belgische treinen gevonden in de omgeving van de Judenrampe, bouwplannen van de architecten van IG Farben. Daarnaast voorzagen het Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau en de United States Holocaust Memorial Museum of Yad Vashem zeer veel fotomateriaal.’

- 22-

De conclusie beklijft: de industrieel-economische ratio achter Auschwitz is soms adembenemend cynisch. Busch: ‘Topf & Söhne was een eerbiedwaardig ingenieursbureau dat de beste ovens van de wereld wilde bouwen. Ze leverden aan alle vernietigingskampen samen 28 installaties waarin in totaal 87 verbrandingsovens gemonteerd zaten. In se waren die ingenieurs niet kwaadaardig, wel volkomen amoreel.


Dat is de rode draad bij alle leveranciers en exploitanten van Auschwitz. Ook van bedrijven als BMW en Krupp, die draaiden op dwangarbeid. Denk daarbij ook maar aan “onze” wapens van FN Herstal die in Jemen terechtkomen: daar geldt precies hetzelfde amorele, opportunistische mechanisme.’| Wieland

AUSCHWITZ.CAMP 25.10.19-10.05.2020 Kazerne Dossin Goswin de Stassartstraat 153, Mechelen www.kazernedossin.eu

De Hoon

- 23-


Emboiter, olie op doek, 2017, 140 x 100 cm © Vincent Everarts

LE BÉNÉFICE DU DOUTE

VANDERLINDEN CAROLE

- 24-


BIO Carole Vanderlinden (°1973, Sint-Joost-ten-Node) studeerde aan het KASK en Sint-Lucas, Gent. Ze woont en werkt in Brussel. Carole Vanderlinden in haar atelier © Vincent Everarts

Carole Vanderlinden tekent en schildert. Ze doet dat met veel kleur en energieke gebaren, op de grens tussen figuratie en abstractie. Haar werk zit vol verwijzingen naar andere schilders, folklore en de natuur, maar heeft toch een heel herkenbare eigen stijl. Vanderlindens schilderijen representeren niets, maar zijn fysieke getuigen van een proces en van een leven tussen de kunst. De Warande presenteert een keur van vroegere en nieuwe schilderijen door elkaar, samen met een ruime selectie tekeningen.

Een poging om een beginnend oeuvre dat geen etiketten verdraagt, te omschrijven. Om te beginnen de olieverf in kleuren uit het hele spectrum, aangebracht in zowel stevige streken als fijne toetsjes en in vele, gulle lagen. Denk Ensor, Duccio, El Greco, Cézanne, Gauguin en Picabia, indruk-

ken van oude meesters, middeleeuwse, Afrikaanse, Navajo- en tapijtkunst, folklore en Russische kinderboeken. Er zijn portretten, mensfiguren, bouwwerken en planten. Abstracte vormen die als mineralen en kristallen gegroeid lijken, een eigen natuurlijke logica volgend. Er zijn veel driehoeken, soms tandig, soms feestelijk als vaantjes. Veel oppervlakken vol geheimen ook. De schilderijen, tekeningen, gouaches en schetsboeken hebben iets terloops en pretentieloos, zonder daarmee aan zeggingskracht of noodzaak in te boeten. Ze zijn als iets dat tussen het leven door gebeurt, of misschien juist als het leven zelf: donker met een vrolijke noot, zorgeloos met een donderwolk erboven, omlijnd en onvoorspelbaar, beweeglijk en vol gapende leegtes.

BOKSEN EN TWIJFELEN Vanderlinden trekt zich niets aan van genre of thema. Ze schildert om te

- 25-

schilderen, op zoek naar de beste manier om iets met verf uit te drukken. Werk en praktijk zijn met elkaar verweven, beaamt Vanderlinden op een heldere dag in haar Brusselse atelier: ‘Uiteindelijk vertrekt het altijd vanuit dezelfde problematiek, de problematiek van het schilderen. Een mélange des genres. En mijn voorkeur voor le bénéfice du doute is óók een stijl. Twijfel opent mogelijkheden. Als je zeker bent, sluit je veel uit.’ Twijfel toelaten, is sporten. De titel van de tentoonstelling, Uppercut, verwijst ook naar Vanderlindens werkwijze: schilderen als bokswedstrijd, wachtend op het juiste moment om uit te halen. Vanderlinden: ‘Dat moment herkennen is het moeilijkste. Ik ben niet de ganse dag aan het wachten. Je moet iets doen, blijven schilderen, tekenen, lezen. Een sleutelmoment komt altijd onverwacht, soms pas als de werkdag erop zit.’


Ik stel me de bekende vraag voor wie de schilder eigenlijk schildert. ‘Het is een nood, een plezier. Een vréémd plezier. Niet dat ik voortdurend sta te lachen in mijn atelier’, grinnikt Vanderlinden. ‘Ik maak mijn werk in eerste instantie voor mijzelf, maar als ik mijn werk niet zou tonen, weet ik niet of het wel zou bestaan.’ Ze komt nog even terug op het zoeken van betekenis: ‘Misschien gaat de toeschouwer op zoek omdat hij meer wil zien en is dat het moment dat hij gaat zoeken naar referenties. Of hij denkt: oninteressant, en passeert. Ik heb er geen controle over en ik ben daarin ook niet geïnteresseerd. Een idee opdringen is eigen aan een dictatuur, toch?’ | Lise Lotte ten Voorde

Offrandes, 2019, olie op doek, 140 x 201 cm © Vincent Everarts

Toch is wachten een essentieel onderdeel van haar praktijk. Of liever: tijd. Vanderlinden: ‘Het is belangrijk dat werken blijven hangen en dat ik tijd heb om ze opnieuw te bekijken. Er is geen wet. Ik reageer op wat ik heb gemaakt. De schilderijen tonen me wat ik moet doen, waarnaar ik op zoek ben. De enige tactiek is om elke dag naar mijn atelier te gaan en daar het denken te durven laten vallen. Het is echt zoals Wittgenstein schreef: “Ik denk werkelijk met de pen, want mijn hoofd weet vaak niets van hetgeen mijn hand schrijft.” De eerste beperking ben je zelf, dat maakt het schilderen moeilijk.’

PRATEN OVER KUNST Vanderlinden is duidelijk een kunstenaar met veel inspiratiebronnen. Vanderlinden: ‘Ik werk niet in reeksen en zonder concept, maar ideeën zijn er wel. Ik heb geen meester in de klassieke zin, maar heb geleerd van talrijke mensen en bronnen.’ En ja, daar verwijst ze royaal naar. Twee citaten duiken steeds opnieuw op in teksten over Vanderlindens werk. Dat van Wittgenstein en een ander over inhoud, van Madame de Staël: ‘Zij die niet echt van schilderkunst houden, hechten veel belang aan de betekenis van schilderijen.’

‘We leren mensen aan dat ze iets moeten begrijpen. Het zit in onze cultuur: alles moet onder controle zijn en geëvalueerd worden.’ Gevoel is te vaag, denk ik hardop. ‘Dat is supertriest’, reageert Vanderlinden, ‘en daarom is de uitspraak van De Staël grappig én heel juist. Het is niet de taak van de schilder zelf om na het gedane werk iets uit te leggen. Mensen zoeken betekenis en zekerheid, maar zoals het schilderij mij toont wat ik moet doen, toont het de toeschouwer waarnaar hij op zoek is.’

DE WARE AARD Vanderlindens schilderijen zijn even gul als gesloten als het om handvatten voor de kijker gaat. ‘Elk schilderij draagt een geschiedenis in zich, een geschiedenis van acties, invallen, accidenten …’, tekende Eric Rinckhout op in een essay voor de catalogus die bij Uppercut verschijnt. ‘Die onderste lagen zijn privé!’, reageert Vanderlinden op haar eigen uitspraak. ‘Wat ik niet wil laten zien, bestaat gewoon niet. Ik zie het oppervlak van het schilderij als de ontmoeting tussen mij en de toeschouwer.’ Maar wat zal de zeer nieuwsgierige toeschouwer, die graag laagje voor laagje zou afkrabben om dichter bij de ware aard van het schilderij te komen, vinden? Vanderlinden: ‘De ware aard is nergens anders te vinden dan in het proces zelf.’

- 26-

LES AMOUREUX, 2018, olie op doek, 83 x 56 cm © Vincent Everarts

CAROLE VANDERLINDEN UPPERCUT 14.09-17.11.2019 de Warande, Expozaal Warandestraat 42, Turnhout www.dewarande.be ON E PIECE AT A TIME 05.09-28.09.2019 Gallery Sofie Van de Velde (Groen Kwartier) Lange Leemstraat 262, Antwerpen www.sofievandevelde.be


Katrien De Blauwer. Cheveux longs … cheveux courts

3 x Collage

De collage in haar vele gedaanten De collage is terug van nooit weggeweest. Dit najaar staat deze kunstvorm centraal in drie tentoonstellingen. Katrien De Blauwer stelt haar jongste, sensuele fotocollages tentoon in Gallery Fifty One. De Amerikaanse, al lang in Zuid-Afrika wonende fotograaf Roger Ballen presenteert bij Galerie Stieglitz 19, in een samenwerking met de Deen Asger Carlsen, een reeks duistere en verontrustende werken. Daarnaast is de Verbeke Foundation in Kemzeke een absoluut buitenbeentje: uit haar collectie van zo’n vierduizend collages van de grootste namen uit de Belgische kunstwereld toont de stichting steevast een keuze. Tegelijk geeft eigenaar Geert Verbeke aan Coupée Collage Collective de ruimte om jonge collagekunstenaars voor te stellen.

- 27-


De collage is een kunstvorm die we allemaal kennen: wie heeft er immers niet op school geknipt en geplakt om met die knipsels uit magazines en kranten – al dan niet aangevuld met linten, knopen en gekleurde stroken papier – een grappige, fantasierijke en eigenzinnige wereld op te bouwen? De collage bestaat als kunstvorm al lang. De vroegste collages dateren van de tweede eeuw voor onze tijdrekening, toen in China het eerste papier werd gemaakt. Maar de eerste ‘echte’ collages ontstaan pas eind negentiende eeuw, gek genoeg om het waarheidsgetrouwe karakter van de fotografie – een toen recente uitvinding – ter discussie te stellen. De victoriaanse Lady Mary Georgina Filmer stelde bijvoorbeeld imaginaire gezelschappen samen, waarin ze uitgeknipte foto’s van zichzelf naast die van de Prince of Wales kleefde.

Dat was nog maar het begin. Een van de grootmeesters van de collage was de Duitse kunstenaar Kurt Schwitters. Vanaf 1919 maakte hij opmerkelijke collages, waarvoor hij behalve krantenknipsels ook materiaal gebruikte zoals papier, karton, kippengaas en prikkeldraad. Hij maakte zelfs gigantische collages verspreid over meerdere verdiepingen van zijn woonhuis in Hannover: voorlopers van de assemblage- en installatiekunst.

Wereldoorlog in Zürich in het neutrale Zwitserland was ontstaan. De meeste dada-kunstenaars bekritiseerden de politiek en de moraal, die – volgens hen – regelrecht tot de oorlog hadden geleid. Orde en beschaving waren voor hen dan ook holle begrippen. In hun aanval op de burgerlijke samenleving gebruikten ze improvisatie en lieten ze het toeval een grote rol spelen: collage, assemblage en fotomontage waren daarom hun geliefkoosde kunstuitingen.

HELEMAAL DADA

In België was, in diezelfde periode, Paul Joostens met soortgelijke strategieën bezig. Veel van zijn collages en ruimtelijke assemblages zijn puur

Schwitters werkte helemaal in de sfeer van dada, een artistieke beweging die tijdens de Eerste

HOUTPAPIER

Verbeke Foundation, Belgian Contemporary Collages @Verbeke Foundation

Kunsthistorici gaan ervan uit dat de eerste ‘artistieke’ collage in 1912 werd gemaakt door Georges Braque, compagnon de route van Pablo Picasso en mede-uitvinder van het kubisme. In zijn werk Fruitschaal en glas – een verbrokkeld stilleven met druiventros en peer, dat grotendeels in houtskool is uitgevoerd – plakte Braque enkele strookjes papier. In een winkel in Avignon had hij een rol papier gekocht met een motief van imitatiehout. De kunstenaar was vertrouwd met de trompe-l’oeil: hij was gevelschilder geweest en getraind in het schilderen van namaakmarmer en imitatiehout. Het opgeplakte houtpapier is een echt object en is nep. Tegelijk wil Braque er enerzijds een tafelblad mee suggereren, anderzijds een lade in vooraanzicht. Hoe dan ook: met de inbreng van het houtpapier verstoorde Braque samenhang en perspectief, en bracht hij een stukje werkelijkheid in het kunstwerk naar binnen.

- 28-


VERWONDERDE BLIK Doordat in de collage de meest uiteenlopende elementen en beelden kunnen worden samengebracht, is ze altijd erg geliefd geweest bij de surrealisten. Een kunstenaar als – de vaak veronachtzaamde – Marcel Mariën gebruikte de collagetechniek om een bizar en bevreemdend universum te creëren, vaak rond en met het vrouwelijk lichaam. Helemaal anders ging Henri Matisse te werk. Nadat de Franse grootmeester in 1941 op zijn 72ste een zware operatie voor darmkanker had ondergaan, was hij vaak aan zijn bed of rolstoel gekluisterd. Schilderen ging nog maar moeizaam. Daarom zette hij zich aan het uitknippen van beschilderd papier, waarmee hij minimalistische collages maakte. Ongetwijfeld greep hij daarmee terug naar de beginjaren van het kubisme, maar tegelijk liet hij zien hoezeer hij zijn verwonderde blik op de wereld had kunnen bewaren. Hij maakte in 1947 het boek Jazz – een improvisatie met gekleurd papier – maar gebruikte evenzeer de muren van zijn hele atelier in Nice om er de monumentale collage De parkiet en de zeemeermin op aan te brengen: 3,5 bij 8 meter.

hij sloopmateriaal uit zijn geliefde Rupelstreek om er eenvoudige schoonheid mee te maken. Katrien De Blauwer (°1969) gaat helemaal anders te werk: ze staat intussen bekend als ‘de fotograaf zonder camera’. Ze verknipt magazines uit de jaren 1920 tot de jaren 1960 om eenvoudige, maar krachtige ‘film noir’-achtige composities te creëren. Steeds vaker knipt ze informatie weg, bewerkt ze haar materiaal met potlood en penseel, en voegt ze gekleurde vlakken toe waardoor ze het mysterie in haar beelden vergroot. Roger Ballen (°1950) en Asger Carlsen (°1973) onderzoeken beiden dan weer de duistere kanten van het onderbewustzijn. Ook zij knippen en plakken tot er chaotische, bevreemdende en soms nachtmerrie-achtige fotocollages ontstaan. Ze werken samen, maar zijn nooit samen in dezelfde studio geweest: alles gebeurde online tussen Johannesburg en New York. De collage heeft – inderdaad – zeer veel verschillende verschijningsvormen en is, zo te zien, nog een lang leven beschoren. | Eric Rinckhout

Roger Ballen

abstract, hoewel hij ook fotomontages maakte met de vrouwen die hij verheerlijkte: filmdiva's zoals Marlene Dietrich, Greta Garbo en Asta Nielsen. Misschien zijn Joostens’ collages van en met vrouwenlichamen wel van belang geweest voor een hedendaagse kunstenares als Anne-Mie Van Kerckhoven.

1 2

KATRIEN DE BLAUWER. CHEVEUX LONGS … CHEVEUX COURTS 10.09-26.10.2019 Gallery Fifty One Zirkstraat 20, Antwerpen www.gallery51.com

ROGER BALLEN – ASGER CARLSEN. NO JOKE ROGER BALLEN. WORKS FROM ASYLUM OF THE BIRDS, OH RATS, DIE ANTWOORD 08.09-19.10.2019 Stieglitz 19 Klapdorp 2, Antwerpen www.stieglitz19.be

BBC#1 - BELGIAN CONTEMPORARY COLLAGES @VERBEKE FOUNDATION (met werk van Wim Maes, David Boon, Jesse Willems, Eva Vermeiren, Thijs Van der Linden, Annelies Vanoost, Frederic Castiau, Jolien De Roo, Dirk Van) Nog tot 11.2019 (aansluitend BBC#2 tot 04.2020) Verbeke Foundation Westakker z/n (voor GPS nr. 1), Kemzeke www.verbekefoundation.com/collagesassemblages/

3

COLLAGE NU En de rol van de collage is niet uitgespeeld: kijk maar hoe een kunstenaar als Camiel Van Breedam (°1936) al zijn hele carrière nagenoeg minimalistische werkjes componeert met oud papier, een boekomslag, lapjes stof en plafonneerlatjes. Vaak gebruikt

- 29-


Bruegelspecial

Bruegel VIVA

TWAALF SPREUKEN

In 1899, vijf jaar nadat Fritz Mayer van den Bergh met Dulle Griet de koop van zijn leven had gedaan, kon de Antwerpse verzamelaar een tweede topstuk van Pieter Bruegel de Oude op de kop tikken: Twaalf spreuken op borden (1558). De twaalf afzonderlijke medaillons werden achteraf op één paneel samengebracht. Stuk voor stuk zijn het pareltjes die getuigen van Bruegels humoristische verbeelding van volkse zegswijzen. Met oneliners als ‘Ik pis tegen de maan’ kan je – 461 jaar na datum – nog altijd thuiskomen. Pieter Bruegel, Twaalf spreuken op borden,1558, 74.5 cm x 98.4 cm, collectie van Museum Mayer van den Bergh

- 30-


- 31-


Bruegel de Oude PIETER

De ster van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1526/30-1569) schittert 450 jaar na zijn overlijden als nooit tevoren aan het firmament van de westerse kunstgeschiedenis. Het oeuvre van deze buitengewone en veelzijdige oude meester kon de voorbije decennia niet alleen in onze contreien op veel aandacht rekenen. Recent nog spaarde men in Wenen moeite noch middelen voor een ravissante retrospectieve. Viva Bruegel dus. Nu ook in Antwerpen, en de rest van Vlaanderen.

Ooit was het anders gesteld met die wereldwijde aandacht voor de Vlaamse meester. In de achttiende en negentiende eeuw bijvoorbeeld was Pieter Paul Rubens veel meer en vogue bij kunstminnende verzamelaars. Pas op het einde van de lange negentiende eeuw – toen de kunstgeschiedenis een radicale omwenteling doormaakte – werd Pieter Bruegel de Oude herontdekt.

EEN KOOPJE Een van die herontdekkers was de Antwerpse kunstverzamelaar Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901). In het najaar van 1894 ontving hij een brief waarin de jonge kunstcriticus Max Friedländer hem wees op een bijzonder schilderij dat in Keulen geveild zou worden. De Antwerpse collectioneur kocht het werk aan en toen het in de Scheldestad aankwam, wist hij meteen dat hij een onwaarschijnlijk koopje had gedaan. Mayer van den Bergh had immers het Schilder-boeck van Karel van Mander (1548-1606) gelezen, die spreekt over

- 32-


‘een dulle Griet, die een roof door de Hel doet’. De (onder)aardse waanzin van Dulle Griet dialogeert de komende maanden met de verheven, welhaast buitenaardse schoonheid van een kleurrijke, maar even bizarre parel uit een voormalige Antwerpse privéverzameling: de Madonna van Jean Fouquet (ca. 1415/20-ca.1480). Deze Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen werd destijds in een Parijse kunsthandel aangekocht door ridder Florent van Ertborn (1784-1840). Bij zijn overlijden schonk de voormalige Antwerpse burgemeester het schilderij samen met andere werken uit

JEROEN OLYSLAEGERS: ‘BRUEGEL ZET ONS ALLEMAAL Pieter Bruegel de Oude, Landschap met de val van OPolieverf SCHERP’ Icarus, 1595-1600, op doek, 73,5 × 112 cm, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

zijn verzameling aan zijn stad. Van Ertborns legaat maakt een belangrijk deel uit van de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Waarom u moet gaan kijken naar deze twee topstukken (en andere duo's) uit het Antwerpse kunstpatrimonium, en in het bijzonder naar Dulle Griet, die na haar restauratie en Weense uitleenbeurt eindelijk opnieuw is thuisgekomen? ‘Bruegel zet ons allemaal op scherp’, schreef Jeroen Olyslaegers in mei 2019 in Ons Erfdeel. De oude meester, aldus Olyslaegers, prikkelt de verbeelding van een kind van tien, maar ook de zoekende geest van een volwassene.

BRUEGEL EN DE VLAAMSE IDENTITEIT Niet dat alle volwassenen op dezelfde manier betekenis geven aan het eigenzinnige oeuvre van Pieter Bruegel. De één herkent in de landschappen en de bruiloften het wezen van een Vlaamse identiteit. De ander gaat in de meer groteske werken op zoek naar het universele, naar Bruegels tijdloze bezinning op de verhouding tussen mens en natuur. Doorgaans was de avant-garde van de voorbije eeuw vooral gefascineerd door dat laatste aspect, door het groteske dat soms tragikomische proporties aanneemt. Zo wees de dichter W. H. Auden erop hoe in Bruegels Icarus alles zich vrij kalm afwendt van het drama. Terwijl Icarus op de achtergrond de zee instort, lijkt de wereld inderdaad achteloos verder te draaien. De boer bijvoorbeeld ploegt rustig voort. Dat laatste beeld mag je overigens gerust in het achterhoofd houden wanneer je er de discussies op naleest die in de loop van de twintigste eeuw in Vlaanderen over Bruegel werden gevoerd, als rolmodel voor onze identiteit.

- 33-

WANNES VAN DE VELDE: ‘ZIJN PENSELEN BOORDEN GATEN IN DE TIJD’

VOLKSFIGUUR OF BUITENGEWOON OBSERVATOR? Schrijver Felix Timmermans, zelf de geestelijke vader van een Vlaamse vitalist (Pallieter), herkende in Bruegel een zelfbewuste Vlaming. Hij zette zich af tegen een doorgedreven geïdealiseerd schoonheidsideaal dat typerend was voor de Italiaanse renaissance, en in de zestiende eeuw ook in onze contreien salonfähig werd. Timmermans oordeelde dat die mode voorbijging aan het ‘echte’ of ‘eigene’ van ‘de Vlaming’. Dichter en kunstcriticus Paul van Ostaijen van zijn kant vond dat Timmermans er een benepen wereldbeeld op nahield. De Antwerpse avant-gardist en internationalist wilde de Vlaamse oude meester niet reduceren tot een ‘wezenlijk Vlaams’ landschapsschilder. Tot boerenbruiloften en rijstvlaaien. Waar de breugeliaanse rijstvlaaien voor de Lierse auteur een wezenlijk deel waren van een landelijk-idyllische volkscultuur, waren diezelfde vlaaien voor Van Ostaijen volstrekt zonder belang. Van Ostaijen vond Bruegel een buitengewoon observator van een tragikomische mensensoort: ‘Breugel hoort zelf niet thuis in zijn schilderijen. Timmermans staat middenin de handel van zijn Pallieter. Breugel eet niet mee van de rijstevlaaien, maar Timmermans doet waarachtig zijn uiterste best door overdreven meezwelgen zich populair te maken. (lees verder op pagina 36)


Pieter Bruegel de Oude, Dulle Griet, 1562, olieverf op doek, 117,4 cm Ă— 162 cm, Museum Mayer van den Bergh

- 35-


Jean Fouquet, Maria met kind, ca. 1420-1477/81, tempera op paneel, 117,4 cm × 162 cm, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Timmermans aanvaardt de wereld van Pallieter. Breugel verwerpt zijn wereld niet, noch aanvaardt hij ze; hij noteert ze.’

GATEN IN DE TIJD Ook de Antwerpse schilder, muzikant en tekstschrijver Wannes Van de Velde was enkele decennia na Timmermans en Van Ostaijen een groot bewonderaar. Van de Velde wijdde

PAUL VAN OSTAIJEN: ‘BREUGEL VERWERPT ZIJN WERELD NIET, NOCH AANVAARDT HIJ ZE; HIJ NOTEERT ZE’

twee liedjes aan le vieux maître. Daarin verzoent hij twee uiteenlopende betekenissen die Bruegels oeuvre de voorbije eeuw werden toegedicht. In ‘Pieter Breughel de Oude’ laat hij de oude meester opstaan uit zijn graf. Bruegel verbaast er zich over dat hij aan de toog in ‘zijn’ Brabant – na jarenlange Spaanse onderdrukking – nu in het Frans een geus moet bestellen. Bedroefd borstelt de schilder op het einde van het lied het geestelijk portret van de Vlaming: ‘En daarop stond geschilderd / Een Vlaming in 't gevang / Het gevang van zijn complexen / De sleutel ligt erbij aan zijn zij / Doe open maakt hem vrij.’ In ‘Café Bruegel’, dat andere breugellied, verdiept Van de Velde zich minder in de zoektocht naar de eigen

- 36-

Detail Dulle Griet

IN DE LOOP VAN DE TWINTIGSTE EEUW WERD PIETER BRUEGEL MEERMAALS OPGEVOERD ALS ROLMODEL VOOR DE VLAAMSE IDENTITEIT identiteit, maar verklaart hij in een halve zin waarom ‘meester Bruegel’ tot ver buiten de landsgrenzen blijft verbazen. ‘Zijn penselen boorden gaten in de tijd’, luidt het. En daarom blijft Bruegel in 2019 even relevant als in de zestiende eeuw. Daarom hertaalt installatiekunstenaar Guillaume Bijl een breugeliaans feest naar onze tijd. En daarom kan je de komende maanden maar best meevieren met ons allen! | Walden Art Stories


griet DULLE

Na meer dan 450 jaar blijven tal van thema’s in het schilderij Dulle Griet actueel en inspirerend. In Dulle Griet: rebellie – provocatie – wanhoop – feminisme toont LLS Paleis kunstwerken waarin de ambiguïteit van de vrouwelijke protagonist centraal staat.

Dulle Griet heeft meerdere raadselachtige betekenislagen. Het gaat ongetwijfeld om een vrouw, maar ze heeft mannelijke trekken en een mannelijke uitstraling. Dit heeft aanleiding gegeven tot verschillende interpretaties en raakt bijvoorbeeld ook aan het thema van de transgender. Uit de ‘lege’ blik van Dulle Griet, die mentale afwezigheid oproept, kan bijvoorbeeld schizofrenie, leven met een trauma of het gevolg van psychische agressie afgeleid worden. Meerdere (oudere) interpretaties omschrijven haar als een rovende, zelfs de hel niet vrezende, wilde vrouw.

MADONNA ONTMOET DULLE GRIET. VERZAMELAARS IN TOPSTUKKEN GEVAT 05.10.2019-31.12.2020 Museum Mayer van den Bergh Lange Gasthuisstraat 19, Antwerpen www.museummayervandenbergh.be

Vanuit die invalshoek nodigt LLS Paleis verschillende hedendaagse kunstenaars uit binnen- en buitenland uit: Kasper De Vos (°1988, BE), Kati Heck (°1979, DE), Laure Prouvost (°1978, FR), Tracey Rose (°1974, ZA), Pipilotti Rist (°1962, CH), Anne-Mie Van Kerckhoven (°1951, BE) en Erik Van Lieshout (°1968, NL).

EIGENZINNIGE INTERPRETATIES

HET PROGRAMMA VAN 'ANTWERPEN VIERT BRUEGEL' VIND JE OP WWW.MUSEUMMAYERVANDENBERGH.BE. HET VOLLEDIGE PROGRAMMA VAN 'BRUEGEL 2019' STAAT OP WWW.VISITFLANDERS.COM.

De deelnemende kunstenaars gebruiken in hun oeuvre breugeliaanse elementen, zoals aandacht voor ledematen of onopvallende details, volle taferelen en specifieke stemmingen. Zij tonen vrouwen, met de focus op hun kracht en durf, en op de aspecten van overleving en vrijheid, al dan

- 37-

niet gewapenderhand afgedwongen. Naast combattieve elementen is er echter ook aandacht voor angst, boosheid en wanhoop, tot waanzin toe. Met deze tentoonstelling, vormgegeven door beeldend kunstenaar Karl Philips en Sietske Van Aerde, vestigen de organisatoren de aandacht op politieke moed, verzet, activisme en kunstenaars die emancipatie tot uitdrukking brengen. | Yves Joris

DULLE GRIET: REBELLIE – PROVOCATIE – WANHOOP – FEMINISME 05.10-08.12.2019 De tentoonstelling is gespreid over drie locaties: • LLS Paleis Paleisstraat 140, Antwerpen • Antwerp Art Pavilion Hanzestedenplaats 15, Antwerpen • M aagdenhuis Lange Gasthuisstraat 33, Antwerpen www.llspaleis.be


Brueghel JAN

Terwijl de schilderijen van Pieter Bruegel de Oude brede bekendheid genieten, was het wachten tot nu op een grondige presentatie van de tekenkunst van zijn zoon, Jan Brueghel de Oudere (1568-1625). Dit najaar organiseert het Snijders&Rockoxhuis een overzichtstentoonstelling die volledig gewijd is aan de tekeningen van de meest getalenteerde nazaat uit de roemrijke dynastie. Ongeveer vijftig tekeningen en enkele schilderijen worden tentoongesteld, waaronder bruiklenen uit het Louvre, het Rijksmuseum en het British Museum.

Jan Brueghel I de Oudere, broer van Pieter Brueghel II de Jongere, was rond 1600 een van de meest prominente en succesvolle Vlaamse kunstenaars. Als innovatief en creatief denker moderniseerde hij de artistieke weergave van het landschap in de Nederlanden. Hij putte daarbij vooral uit tekeningen, latere schilderijen en prentkunst van zijn vader, Pieter Bruegel. Die had de basis gelegd voor totaal nieuwe kunstvormen – het landschap en het genrestuk – die in de volgende eeuwen steeds meer aan belang zouden winnen.

se kunst en vond ze ook weerklank bij Duitse en Franse kunstenaars. Bovenal leerde Jan van zijn vader dat de leefwereld van de eenvoudige man – het landschap van de Lage Landen, de steden en de dorpen – het best te vatten is in een eenvoudige en duidelijke compositie.

NIEUWE LANDSCHAPPEN Jan Brueghels vruchtbare verblijf in Italië leidde tot de ontwikkeling van landschapstypes zoals bosrijke vergezichten, topografisch correcte stadslandschappen, zeegezichten en stadsdetails. Hij bestudeerde er onder andere de werken

van zijn tijdgenoten Matthijs en Paul Bril en Girolamo Muziano. Onder hun invloed experimenteerde Jan Brueghel met overvolle, nauwelijks te ontwarren laatmaniëristische composities, maar dat was slechts een overgangsfase in zijn artistieke ontwikkeling. Ook belangrijk tijdens die Italiaanse jaren waren zijn vaders tekeningen van boslandschappen en de inspiratie die hij putte uit de observatie van het dagelijkse leven in en rond Rome en Tivoli.

DE ERFENIS VAN PIETER BRUEGHEL DE OUDE Tijdens zijn verblijf in Italië, van 1591 tot 1596, maakte Jan Brueghel I zich de verworvenheden van de buitenlandse kunst eigen. Toch was het de artistieke erfenis van zijn vader die voor zijn ontwikkeling als kunstenaar het belangrijkst was: ze bleef doorwerken in zowel zijn artistieke benadering als zijn uitvoeringstechniek. Jan Brueghel I (1568-1625). Een uitmuntend tekenaar maakt die invloed van het werk van vader Pieter Bruegel – met name de intieme blik op de realiteit – zeer aanschouwelijk. Later, in de zeventiende eeuw, werd die benadering typisch voor de Vlaamse en Holland-

Jan Brueghel, Landschap met molen aan een rivieroever, tekening, Amsterdam, Rijksmuseum © Rijksmuseum, Legaat De Bruijn-van der Leeuw, Muri, Zwitserland, Amsterdam

- 38-


HELDER EN SUGGESTIEF In Antwerpen experimenteerde Jan Brueghel in het eerste decennium van de zeventiende eeuw met verschillende manieren om ruimtewerking weer te geven: orthogonale en diagonale composities van rivieroevers, dorpsscènes en boswegen. Deze experimenten vormden een totaal nieuw vertrekpunt voor de landschapsweergave. In die periode duiken er in zijn oeuvre ook heuvelachtige en vlakke landschappen op.

Jan Brueghel, Harbor with Tower, Graphische Sammlung im Städelschen Kunstinstitut Frankfurt, Duitsland

Jan Brueghel, Een koets aan de rand van het bos © The Trustees of the British Museum, Londen

Jan Brueghels nieuwe compositiemethodes vergroten de afgebeelde ruimte en maken zijn composities helderder en meer suggestief. Hij houdt zijn tekeningen levendig door er mensen en dieren in te integreren. Al krijgen ze in zijn artistieke productie niet de nadruk, toch zijn ze duidelijk meer dan stoffering. De tentoonstelling focust op de herinneringen aan Jan Brueghels tijd in Italië, de rivier- en dorpsgezichten – ware ansichtkaarten avant la lettre – wegen en reizigers, bossen, zeeën en kustscènes. Deze nieuwe kijk op Jan Brueghel is gecureerd door specialisten in de Zuid-Nederlandse tekenkunst, de Hongaarse Dr. Terez Gerszi en de Amerikaanse Dr. Louisa Wood Ruby. | Yves Joris

JAN BRUEGHEL I (1568-1625). EEN UITMUNTEND TEKENAAR 05.10.2019-26.01.2020 Snijders&Rockoxhuis Keizerstraat 10-12, Antwerpen www.snijdersrockoxhuis.be

Jan Brueghel, Zicht op Rome, Hessisches Landesmuseum, Darmstadt, Duitsland

- 39-


Frank Demaegd en Luc Tuymans © Illias Teirlinck

'DIEP IN M'N HART HIELD IK VAN SCHILDERKUNST'

Frank Demaegd

ZENO X GALLERY


FRANK DEMAEGD: ‘EEN ECHTE GALERIE IS GEEN GEWONE WINKEL, MAAR H E E F T A L S TA A K O M K U N S T E N A A R S VA N H I E R B E K E N D H E I D TE GEVEN IN HET BUITENLAND’ Frank Demaegd werkte aanvankelijk als stedenbouwkundige, maar we kennen hem anno 2019 vooral als galerist. Zijn Zeno X Gallery herbergt al enkele decennia de fine fleur van de hedendaagse Belgische kunst. Van Raoul De Keyser, Luc Tuymans en Michaël Borremans tot Dirk Braeckman. Van die laatste opent op 18 september een nieuwe tentoonstelling in Borgerhout. Voldoende stof voor een wervelend gesprek met de sterke man achter dit succesverhaal.

Na een tocht door de galerieruimtes in Borgerhout ontvangt Frank Demaegd me tussen de kunstboeken. Keurig geïnventariseerd en uitgestald in rekken die tot aan het plafond reiken, heeft zich een bibliotheek gevormd rond wat deze man de voorbije 38 jaar met zijn galerie heeft verwezenlijkt. ‘Alleen al deze twee rekken zijn gevuld met publicaties over Luc (Tuymans, red.)’, wijst Demaegd. Zonder meer indrukwekkend, maar we beginnen het gesprek toch bij het begin: bij het ontstaan van zijn interesse voor de beeldende kunst.

ONDER DE STOLP VAN DE CONCEPTUELE KUNST Frank Demaegd: ‘Van thuis

uit was die interesse er alleszins niet. Maar toen ik veertien was, trok ik een tijdlang naar de academie. Eerst in Aalst, nadien in Roeselare. Zelfs toen

- 41-

ik in 1980 een pand kocht op het Antwerpse Zuid – een buurt die toen nog in verval was – en er kwam wonen, heb ik nog een tijdje aan portret- en figuurtekenen gedaan. Als ik erop terugkijk, is dat grappig, want mijn liefde voor het metier strookt helemaal niet met de programmatie tijdens de beginjaren van Zeno X.’ Hoe bedoel je? Demaegd: ‘Het pand op de

Leopold de Waelplaats – gelegen recht tegenover het KMSKA – was te groot voor ons en dus besloot ik in 1981 om van het gelijkvloers een galerie te maken. Maar schilderkunst werd in die jaren in de kunst- en galeriewereld gepercipieerd als oubollig. Je moet dat in zijn tijdsgeest plaatsen. We zaten toen met een dominante modernistische visie. De invloed van de conceptuele kunst was enorm. Eigenlijk heel dom, maar het is ongelooflijk hoe algemeen dat doorwerkte. Diep in m'n hart hield ik van schilderkunst, maar dat kon of mocht bij wijze van spreken niet meer. Vandaar dat Zeno X tot ongeveer 1987 vooral installaties en concepten toonde, van onder meer Luc Deleu, Guy Rombouts, Guillaume Bijl, maar ook van de architect Rem Koolhaas. Die had toen net zijn boek Delirious New York geschreven, maar had nog niet eens een woning gebouwd.’


RAOUL DE KEYSER, EEN VERKENNER Berust de naam en faam van Zeno X echter niet vooral op de succesvolle verankering van enkele Belgische schilders binnen de internationale ‘terugkeer naar de schilderkunst’ in de late jaren 80 en vroege jaren 90? Demaegd: ‘Klopt. Een aantal mo-

menten zijn daar ontzettend belangrijk in geweest. In 1987 kwam Raoul De Keyser – toen al een schilder met een verdienstelijk parcours – bij me aankloppen met de vraag om een studiobezoek. Vreemd eigenlijk, want De Keyser – schilder pur sang – had net een tentoonstelling gehad in de Kunsthalle in Bern met allemaal niet-schilders zoals Jan Vercruysse, Lili Dujourie en Kasper König. Maar goed, ik was bezig met een al met al nog jonge galerie en ik was vereerd. Ik zag daarin een kans om de galerie op een nieuw spoor te krijgen, maar vroeg ook aan De Keyser wat ik voor hem kon betekenen. In 1988 heb ik een eerste show met hem gedaan en in 1990 ben ik met Tuymans begonnen. Ook dat was niet vanzelfsprekend. Ik herinner me dat ik de directeur van de Kunsthalle in Bern heb moeten overtuigen van het werk van “die gast met z'n kleine, figuratieve schilderijtjes”. (lacht) Nadien was er uiteraard de documenta van Jan Hoet in 1992. Maar het echte kantelmoment kwam er pas in 1993-1994, toen Kasper König in de tentoonstelling The Broken Mirror werken van Luc Tuymans en Raoul De Keyser plaatste tussen het werk van internationale gangmakers. Het is eigenaardig dat het zo'n gevecht is geweest om de schilderkunst opnieuw op de kaart te zetten. Want als je daar staat voor een blanco doek, moet je nadenken: wat ga ik schilderen? Dus dat ís al conceptueel.’

DE STER VAN TUYMANS De naam van het Antwerpse goudhaantje van Zeno X is bij dezen gevallen. Luc Tuymans verwierf de voorbije decennia status tot ver buiten de landsgrenzen. Nu loopt

er een tentoonstelling in Museum De Pont (Tilburg) en in het wondermooie Palazzo Grassi in Venetië. Markeerde de tentoonstelling bij Kasper Koenig meteen ook het begin van de grote doorbraak voor Luc Tuymans? Demaegd: ‘Ik denk het wel. Luc vond

al enkele jaren eerder, in 1990, aansluiting bij de galerie. Ook hij was een kind van zijn tijd en had tussen 1980 en 1985 niet geschilderd, maar geëxperimenteerd met andere media, vooral film. In de tweede helft van jaren 80 begon hij opnieuw te schilderen. Maar het is inderdaad de expo bij König in 1993-1994 die de “terugkeer naar de schilderkunst” internationaal op de kaart zette. Schilderen mocht weer en Luc was één van de voortrekkers. Ik ben in die periode met hem naar New York gereisd om alle mogelijkheden te onderzoeken van galeries die bereid waren tot samenwerking. De grootste naam en kandidaat was ongetwijfeld Barbara Gladstone. Maar in die mondiale topgalerie zou Luc misschien een kleine vis in een groot aquarium geweest zijn. En dus kozen we er uiteindelijk voor om een meer duurzame samenwerking met David Zwirner uit te bouwen.’

DE MARKT EN NIETS DAN DE MARKT In de marge van het succesverhaal van Tuymans en andere kunstenaars uit je galerie heb je in de loop van de jaren ook kennis gemaakt met de secundaire markt. Met de soms bizarre economische dynamiek van de kunstmarkt. Demaegd: ‘Ik ben vrij naïef begon-

nen en kende weinig van de kunstmarkt. Ik vond het mijn taak als galerist om mensen van hier, mensen die je kan volgen en verdedigen, een internationaal platform te bieden. Over de secundaire markt heb ik geleidelijk aan moeten leren. Ik was daar aanvankelijk erg gefrustreerd over en soms nogal fundamentalistisch. Ik kon me kwaad maken wanneer ik moest vaststellen dat een koper een werk na

- 42-

enkele jaren al op de markt gooide. Ik was boos omdat die secundaire markt soms haaks staat op wat een goede galerie kan of moet betekenen voor zijn kunstenaars. Een echte galerie is geen gewone winkel, maar heeft volgens mij als taak om kunstenaars van hier bekendheid te geven in het buitenland, bij verzamelaars, galeristen en museale instellingen.’ Antwerpen is uiteraard niet het toneel van die internationale kunsthandel. Toch bleef Antwerpen de uitvalsbasis voor je galerie. Hoe komt dat? Demaegd: ‘Voor ons is het interes-

santer om hier te zitten dan in New York. Als ik zie hoe sommige spelers van mijn niveau daar moeten vechten om te overleven omwille van het loodzware kostenplaatje dat ze maandelijks moeten ophoesten, ben ik heel blij om van hieruit te kunnen werken. Met mensen van hier.’ |Dennis Van Mol

DIRK BRAECKMAN. DEAR DEER 18.09-19.10.2019 HYUN-SOOK SONG 30.10-14.12.2019 ZENO X GALLERY Godtsstraat 15, Borgerhout www.zeno-x.com LUC TUYMANS. THE RETURN Tot 19.11.2019 Museum De Pont Wilhelminapark 1, Tilburg (NL) www.depont.nl


Woord verklaard zwart (zn, het -, zwarten) 1 de kleur waarbij geen enkele lichtstraal wordt teruggekaatst (de zuivere tegenstelling van wit, waaraan echter geen enkel materieel oppervlak ooit voldoet; vandaar het onderscheiden van verschillende soorten zwart, met verschillende mate van benadering tot het echte of absolute zwart) 2 (g. mv.; metonymisch; schaken en dammen) (degene die speelt met) de zwarte stukken of schijven 3 (g. mv.; verzamelnaam; metonymisch) zwarte kleren 4 (stofnaam) zwarte kleur- of verfstof

De geur van zwart is me dierbaar. Ik koester hem in vele gedaanten. Het meest nog wanneer hij me onverhoeds tegemoetkomt, uit mijn eigenste verre of nog verdere verleden, als een dampende herinnering. Maar vaak is hij het ook die me staande en gaande houdt, kop na kop, zoals nu terwijl ik dit artikel schrijf. En soms, of eigenlijk altijd, maar dat weet hij verduiveld goed te verbergen, houdt hij me gaande door zich grijnzend voor me uit te strekken. Mijn verlangen naar hem laat zich niet stillen, zijn meest duistere kant laat zich niet door mij benoemen. Hoezeer ik dat ook zou willen kunnen. Door te vallen en weer recht te kruipen, heb ik geleerd hem met mate op te schenken. Want hoe vaker ik hem in al zijn zwarte zwaarte tot mij neem, hoe dichter ik al ben gekomen bij de rand van een onpeilbaar donker gat waarin geen lust meer is, geen slaap, alleen nog droogte. Vanaf het moment dat ik mijn melktandjes had ingeruild voor exemplaren die ik zelf mijn koffietanden doopte, werd zwart stilaan een genot en het genot stilaan een verslaving. De geur van versgemalen bonen, onder negen bar van kokend water doordrongen, bood van langsom meer troost. In het bijzonder de bitterste soorten bleken bevorderlijk voor het bijeenschrijven van dagelijkse beslommeringen en het voeren van bourgondische gesprekken. Zwart werd een trouwe vazal in de strijd tegen de gespannen verwachtingen van de tijd. Met de jaren werd het zwart minder en minder aangelengd. Tegelijk kwamen onvermoede schakeringen aan het licht, werden herinneringen sterker gebrand en werd scherper en scherper wat donker is, en onbewust.

Zwart kreeg meer en meer betekenis. Het werd een ritueel in Wenen, waar ik in zijn favoriete koffiehuis gretig de bitterheid van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard slurpte. Kop per kop probeerde ik te vatten hoe hij met elke herhaling steeds een ander fragment belicht van wat één lijkt, maar in werkelijkheid duizendvoudig gebroken is. En hoe hij zo dichter komt bij hetgeen donker, onuitgesproken en onzegbaar blijft.

Dat is het probleem met zwart. In de kunst is het niet anders. Ook daar koester ik zwart in de vele gedaanten waarin het zich toont, in houtsnede, zwart-witfoto of schilderij. Het is de essentie die zichtbaar wordt doordat het overtollige is weggesneden, het is wat onbelicht blijft en de tegenpool voor elk levendig verlangen naar licht en kleur. In de kunst komen we dichter bij het onzegbare en onmetelijke. Maar als het zwart overheersend wordt, zwelt tot een absoluut monochroom vlak, zoals in de laatste fase van Mark Rothko’s color field painting, is er geen leven meer mogelijk. Uit zwarte gaten kan geen licht ontsnappen. Zelfs niet de geur van koffie.

| Ewald Peters Op een terras tussen de Via delle Botteghe Oscure en de Campo de’ Fiori in Rome dwong A. F. Th. van der Heijden me tot latte macchiato’s om zijn rouw te kunnen lezen en de pyrrusoverwinning te vieren van de literatuur op het onuitsprekelijke en onontkoombare van een kind dat is gestorven. Bevend zette ik ooit shot na shot om te kunnen volharden in een bedrijf waar de omgang met werknemers en de algemene strategie inktzwart waren als de kleren van de directrice.Zwart als de nacht daarentegen, maar even krachtig en aangenaam uitdijend, zijn telkens de ristretto’s na het luide en gulle avondeten bij vrienden die de kunst verstaan waarmee een Italiaanse barista is grootgebracht. De geur van zwart is me dierbaar. Melk gebruik ik zelden, maar een glas water mag niet ontbreken. Want alleen maar zwart droogt uit. Dan blijft uiteindelijk enkel nog het beven voor de afgrond.

- 43-

BACK TO BLACK Is zwart altijd zwart of zijn er nuances? Wat is het verschil tussen roetzwart, pekzwart en gitzwart? En waarom noemen wij deze schakeringen zo? De expo Back to black , die deel uitmaakt van de vaste opstelling van het Hof van Busleyden, gaat op zoek naar de kunsthistorische betekenissen van zwart en onderzoekt onze huidige beleving van Bourgondisch zwart. In de status van de Bourgondische machthebbers speelde kleur namelijk een belangrijke rol. Zwart riep bijvoorbeeld uitgesproken associaties op als ‘voornaamheid’ of ‘rouw’. Van die historische kleurenkennis is echter weinig overgeleverd. Wat we wel weten, is dat kleur voor zestiende-eeuwse stedelingen veel meer was dan alleen een visueel fenomeen. In de expo ligt de focus op zwart. Vertrekkende van historische receptenboeken en Bourgondische portretten wordt de vraag gesteld wat er zou gebeuren als we de Bourgondische kleuren vandaag opnieuw zouden vervaardigen en beleven zoals eeuwen geleden. Tot 21.06.2021 Hof van Busleyden Frederik de Merodestraat 65, 2800 Mechelen www.hofvanbusleyden.be


De galerieëngalerij

TOMMY SIMOENS ART GALLERY Rirkrit Tiravanija, Antwerp Roast

Tommy Simoens Art Gallery op het Antwerpse Zuid is de jongste galerie ooit die werd geselecteerd voor Art Basel, de prestigieuze beurs voor hedendaagse kunst. Simoens wijt het snelle succes aan een mix van goede energie, een hoop geluk en de tijd die rijp is voor het soort nieuwe, ambitieuze projecten waarvoor hij zich engageert.

Tommy Simoens: ‘Wij kiezen niet voor het model waarin de kunstenaar in zijn atelier tien werken maakt om ze dan bij ons aan de muur te hangen. We werken heel nauw samen met onze kunstenaars. Zij maken projecten en tentoonstellingen speciaal voor ons en samen met ons. Die zijn bovendien altijd zinvol voor de

kunstenaar op een bepaald moment in zijn carrière. We zijn op dat vlak geen uitzondering, maar laat ons zeggen dat we er nogal extreem in gaan.’ Simoens is overtuigd van het belang van een fysieke plek waar kunstenaars, mensen uit de museumwereld, collectioneurs en bezoekers elkaar

- 44-

ontmoeten. Vanaf het begin in 2016 was het de bedoeling om een zeer breed spectrum aan te bieden, met werk van heel bekende, maar ook van heel jonge kunstenaars, werk dat letterlijk voor iedereen toegankelijk is om te verzamelen.


De samenwerking moet voor Simoens wel zinvol zijn. Hij kiest projecten op basis van hun pertinentie. Simoens: ‘Het werk van Yutaka Sone

gaat over de globalisering en de internationale economische stromen. Hij werkt samen met jonge Mexicaanse vlechters, die hij betaalt naargelang de waarde van zijn kunstwerk op de westerse kunstmarkt. Rirkrit Tiravanija heeft voeling met ecologie, duurzaamheid en ook economie. Gert Robijns focust op ons emotioneel erfgoed, op wat we meenemen naar de toekomst en wat we moeten opkuisen. Het zijn allemaal complementaire en relevante standpunten.’ Opmerkelijk was onder meer de tentoonstelling van Sone, waarbij medewerkers uit diens studio’s in China en Mexico betrokken waren. Simoens: ‘Ondanks de taalbarrière

zijn die twee crews met elkaar in contact getreden. Daaruit is iets heel speciaals voortgekomen: de Mexicanen ontwierpen tekeningen en maquettes, waarna de Chinezen met dat materiaal aan de slag gingen. Het resultaat was een marmeren kopie van Sone’s studio in Mexico.’ Rirkrit Tiravanija was vorig jaar te gast. Hij liet radicaal alle ramen en deuren van de galerie dichtmetselen. Simoens: ‘Voor een jonge galerie

TOMMY SIMOENS: ‘DIE GESCHIEDENIS VAN GALERIEPROJECTEN MAG WORDEN GEREFLECTEERD IN DE COLLECTIES VAN MUSEA. DAT GEBEURT HIER NOG TE WEINIG’

is het best wel hevig om drie maanden gesloten te zijn. Buren waren in paniek, personeel kreeg telefoon van bezorgde ouders. In diezelfde periode ontaardde een betoging van de gele hesjes in Parijs. Dan creëert zo’n project, dat toch heel lang wordt voorbereid, plots een eigen momentum.’ Kunstenaars reageren op de projecten die de galerie tot nu toe heeft gerealiseerd: ze zien het als een uitdaging om binnen de context die langzaamaan groeit, een project te beginnen. Daar is ruimte voor.

- 45-

Simoens: ‘De kunstenaar krijgt altijd voorrang. Sone bijvoorbeeld heeft opgevangen dat de marmergroeve van het Naamse Mazy, een van de laatste in België, het zwartste marmer ter wereld bevat. Dat fascineert hem enorm. Hij zal daar meerdere weken werken, overtuigd dat die ervaring hem naar de volgende stap zal leiden. Het is prachtig om met een kunstenaar zeventig meter onder de grond te gaan in de mijn waar zich het zwartste marmer ter wereld bevindt. Gaan we dat documenteren? Hoogstwaarschijnlijk. En op het juiste moment, over een half jaar of over twee jaar, ontstaan de sculpturen.’ Commerciële winst is nooit een doel op zich, al verkoopt een goed project uiteindelijk altijd. Simoens: ‘De Renault 204 uit ’68

die Tiravanija in de dichtgemetselde galerie plaatste, gaat in september naar Glenstone, een museum met een extreem goede collectie. Van de palmbomen van Sone is er één verkocht in China, de andere gaan naar Dubai. Wij hebben ook de eerste Europese solotentoonstelling gemaakt met werk van Eduardo Sarabia, een jonge kunstenaar die Damien Hirst onder zijn fans mag rekenen. Dat werd opgepikt door de galeries Fer Francés in Madrid en Maureen Paley in Londen.’ De galerie van de toekomst engageert zich volgens Simoens voor werk dat ook een plek heeft in musea. Simoens: ‘De afgelopen jaren heb-

ben heel wat galeries interessante tentoonstellingen gerealiseerd en fantastische kunstenaars naar België gehaald, maar achteraf vind je daar bijzonder weinig van terug. Die geschiedenis van galerieprojecten mag worden gereflecteerd in de collecties van musea. Dat gebeurt hier nog te weinig. Het Museum Dhondt-Dhaenens is in mijn ogen het enige dat daar op een zeer productieve manier mee omgaat.’


Yutaka Sone, Michoacán Report

Wat mogen we in het najaar verwachten? Simoens: ‘Op 6 oktober, vanaf 13

TOMMY SIMOENS: ‘ZO’N PROJECT CREËERT PLOTS EEN EIGEN MOMENTUM’

uur organiseren we samen met Gert Robijns het event Wake Make Up / hoe maakt u het in Resethome in Borgloon. Resethome was een van de eerste projecten die de galerie in de kijker gezet heeft drie jaar geleden. Nu nodigen we een heel aantal van onze kunstenaars, bevriende collectioneurs, galeristen en andere mensen uit de sector uit om het artistieke jaar in te zetten. Iedereen is welkom. In het voorjaar gaan we ook voor een tweede project met Tiravanija, Sone en Gert Robijns, waarin hun grote thema’s

- 46-

samenkomen. En dan is er nog de eerste feature movie van de Quay Brothers, die we in de kunstwereld zullen introduceren. Daar horen een groot aantal sculpturen bij. Die expo zal ook plaatsvinden in het voorjaar van 2020, op een heel prestigieuze locatie.’ | Nadia De Leyn

TOMMY SIMOENS ART GALLERY Waalsekaai 31, Antwerpen www.tommysimoens.com Gert Robijns Resethome 06.10.2019 Sint Truidersteenweg 135, Borgloon www.resethome.be


Open Monumentendag 2019

HEFBOMEN VAN STAD EN HAVEN

GILBERT VAN SCHOONBEKE, NIEUWSTAD EN DE HAVENKRANEN - 47-


Op zondag 8 september kan je tijdens Open Monumentendag even terugkeren naar de Gouden Eeuw en Antwerpen bekijken door de ogen van Gilbert Van Schoonbeke (1519-1556). Wij zoomen in dit artikel in op de geschiedenis van Nieuwstad, de wijk rond het huidige Eilandje die deze urbanist, grondspeculant en ondernemer als eerste ontwikkelde. Daarnaast stellen we scherp op de havenkranen aan het MAS. Zij waren de hardwerkende getuigen van hoe deze buurt later zou uitgroeien tot een bruisende havenwijk en Antwerpen tot een wereldhaven.

Tijdens de zestiende eeuw maakt Antwerpen zowel op economisch als demografisch vlak een enorme ontwikkeling door. Het bevolkingsaantal neemt toe van 47 000 in 1496 tot meer dan 100 000 in 1568. Daarna neemt de bevolking terug af en in 1591 is het inwonersaantal terug gehalveerd. De economische bloei en de bevolkingstoename geven een sterke impuls aan de bouwsector en grondspeculatie. Rond 1600 telt Antwerpen binnen de omwalling 217 straten, waarvan bijna veertig percent is aangelegd in de loop van de voorgaande eeuw. Vooral de jaren 1540 zijn een periode van hoogconjunctuur en enorme bouwactiviteit, met onder andere de aanleg van een nieuwe stadsomwalling en de oprichting van talloze woningen.

SPECULANT Gilbert van Schoonbeke is een van de grondspeculanten die op deze situatie inspeelt. Hij maakt ontzaglijke winsten met het opkopen en verkavelen van raamhoven, blekerijen, boomgaarden en andere onbebouwde percelen in de stad. In tien jaar tijd realiseert hij een derde van alle straten die in de zestiende eeuw zijn aangelegd. Voor de aanleg van nieuwe wijken hanteert Van Schoonbeke een voor

die tijd unieke werkwijze. Hij is de eerste speculant die zijn gronden valoriseert door er een economische functie te voorzien als motor voor de verdere ontwikkeling. Bij de inplanting houdt hij ook rekening met de ligging ten opzichte van bewonerskernen en de aansluiting op bestaande verkeersassen. De succesvolle grondspeculaties van Van Schoonbeke vallen ook de overheid op. Hij wordt door het noodlijdende stadsbestuur en de centrale regering geconsulteerd over onder meer de afwerking van de nieuwe stadsomwalling (ter hoogte van de huidige Leien, red.), de urbanisatie van de Nieuwstad en de verkoop van stadseigendommen. Door de trage vordering van de werken neemt Van Schoonbeke uiteindelijk ook de uitvoering van alle grote openbare projecten op zich.

MOERASLAND Om een eventuele stadsuitbreiding mogelijk te maken, wordt bij de aanleg van de nieuwe omwalling in 1542 zesentwintig hectare moerasland in het noorden van de stad mee ommuurd. De valorisatie en verkoop van die gronden kan volgens Van Schoonbeke helpen om de hoog oplopende kosten van de nieuwe omwalling te dekken. In 1548 stelt hij daarom aan het stadsbestuur voor op deze plaats een havenkwartier met vier parallelle vlieten, binnenhavens, loodrecht op de Schelde te creëren. De bestaande haven is onvoldoende uitgerust om het toenemende scheepvaartverkeer op te vangen. Van Schoonbekes project is de eerste globale visie voor de verbetering en uitbreiding van de Antwerpse haven. De vier vlieten worden wegens geldgebrek naar drie herleid. Voor de aanleg van het eerste kanaal wordt de bestaande stadsgracht tussen de oude stad en de Nieuwstad verbreed en verdiept. De werken starten in juni 1549, maar een jaar later zijn nog niet

- 48-

de helft van de eerste en amper een derde van de tweede vliet voltooid. Van Schoonbeke neemt de verdere uitvoering van de werken op zich. Na nauwelijks zes maanden zijn de eerste twee vlieten afgewerkt. Voor de realisatie van het derde kanaal moeten gronden onteigend worden. De discussies en processen daaromtrent slepen lang aan, zodat de werken pas in 1555 kunnen starten. Door de crisis van de jaren 1550 raken de gronden in de Nieuwstad niet verkocht. Van Schoonbeke stelt daarom voor tussen de eerste en de tweede vliet een aantal brouwerijen op te richten. Hij sluit een contract af met de magistraat voor de aankoop van gronden in de Nieuwstad en met dertien brouwers uit de oude stad die bereid zijn zich daar te vestigen. Om hen zo ver te krijgen, bouwt Van Schoonbeke voor elk van hen een brouwerij met ruime kelders en zolders en belooft hij om hen van voldoende zuiver water te voorzien.

KRIJGSMARINEBASIS Ondanks de bouw van het Hanzahuis in 1562-65 tussen de tweede en de derde vliet en de verplaatsing van de Zeeuwse Korenmarkt in 1561-62 en de Fruitmarkt naar het huidige Van Schoonbekeplein, groeit de Nieuwstad tijdens het ancien régime niet uit tot een bruisende havenwijk. Pas in de negentiende eeuw verandert dat. In 1803 beslist Napoleon Antwerpen uit te bouwen tot een krijgsmarinebasis. Hij laat de tweede en derde vliet omvormen tot het huidige Bonaparte- en Willemdok. Errond verschijnen onder andere houten afdaken, pakhuizen en infrastructuur voor havenarbeiders.

Op de kaart van Virgilius Bononiensis zijn de vernieuwingen van Van Schoonbeke duidelijk te zien. Naast de Spaanse omwalling (vandaag de Leien) is rechts de Nieuwstad (Eilandje) te herkennen. foto's © Guido Van den Bogaert


- 49-


In de loop van de negentiende en twintigste eeuw schuift de haven steeds verder op in noordelijke richting, wat gepaard gaat met een stelselmatige schaalvergroting. De Brouwersvliet wordt omstreeks 1880 gedempt en in de bedding worden in 1931 de Anker- en de Oude Leeuwenrui en de Imalsotunnel (de Waaslandtunnel, red.) aangelegd. Het gebied rond de dokken verloedert tot het in de jaren 1990 wordt opgenomen in het project ‘stad aan de stroom’, waarbij het Zuid, de Scheldekaaien én het Eilandje een facelift ondergaan. Het stadsarchief wordt ondergebracht in het oude Sint-Felixpakhuis en in andere pakhuizen komen lofts en kantoren. Het MAS wordt gebouwd, het Willemdok omgevormd tot jachthaven en in het Bonapartedok wordt het varend erfgoed in de kijker gezet.

HYDRAULISCHE KRANEN In 1548 zijn er in de Antwerpse haven maar twee kranen. Dat is te weinig voor een efficiënte afhandeling van de trafiek. Om van de Nieuwstad een goed uitgeruste haven te maken, krijgt Gilbert Van Schoonbeke van het stadsbestuur het recht om langs de vlieten vier kranen op te richten. Een derde van de opbrengst is voor de stad, de rest voor de ondernemer, die ook moet instaan voor de onderhoudskosten. Kranen ondergaan ingrijpende technische veranderingen met de industriële revolutie. IJzeren kranen vervangen de houten exemplaren. Aanvankelijk zijn het nog handkranen, maar al snel worden die op hun beurt vervangen door stoomkranen, waterperskranen en uiteindelijk elektrische exemplaren. Doordat op stoomschepen minder bemanning aanwezig is dan op zeilschepen worden kranen nog belangrijker. Dat vormt een belangrijke stimulans voor de ontwikkeling van de technologie. Tussen 1880, toen de stoomschepen opkwamen, en 1912, toen de zeilschepen hun belang vrijwel volledig hadden verloren, stijgt het

aantal hijswerktuigen in de Antwerpse haven van 17 tot 300. In 1931 staan er in Antwerpen al 595 kranen opgesteld, waarvan de helft elektrisch wordt aangedreven. Stoomkranen worden al vroeg ingezet, maar vergen gespecialiseerd personeel en brengen brandgevaar met zich mee. Vanaf 1878-1879 wordt in Antwerpen een hydraulisch systeem in gebruik genomen waarbij grote stoommachines water onder druk brengen en via een kilometers lang netwerk van ondergrondse leidingen naar overal in de haven voeren voor de aandrijving van onder andere hijswerktuigen. In 1878 wordt het Noorderpershuis in gebruik genomen en een jaar later koopt het stadsbestuur de eerste hydraulische kraan aan. In 1883 wordt het Zuiderpershuis in werking gesteld, zodat de waterdruk in heel de haven op gelijk niveau zit. De laatste hydraulische kranen in de Antwerpse haven worden in 1975 buiten bedrijf gesteld. Op 5 juli 1974 beslist het College van Burgemeester en Schepenen van Antwerpen om bij de verschroting van de uit dienst genomen stedelijke havenkranen minstens één representatief exemplaar per reeks te behouden en over te dragen aan het Nationaal Scheepvaart Museum, vandaag ondergebracht in het MAS. De collectie van het MAS bevat nu achttien historische havenkranen en is daarmee de grootste en meest diverse verzameling ter wereld.

OPEN MONUMENTENDAG 08.09.2019 De activiteiten rond Gilbert van Schoonbeke, de havenkranen en alle andere deelnemende locaties in Antwerpen zijn te vinden op www.openmonumentendag.be. HAVENKRANEN MAS Rijnkaai 31, Antwerpen Vrij toegankelijk van 10.00 tot 18.00 uur

- 50-

ARTS WITH BENEFITS

Nel Maertens ontwierp de collectie Arts with Benefits in het kader van haar masteropleiding aan de Antwerpse Modeacademie. Voor deze collectie stelde ze zich de vraag of mode ook beeldende kunst is, en op welke manier. Ze zocht niet naar een sluitend antwoord, maar wilde kledij maken waarin beide werelden elkaar ontmoeten. Hiervoor werkte ze samen met het kunstenaarsduo Flexboj & L.A. Geïnspireerd door de geschiedenis van de schilderkunst, creëerden ze geschilderde, geweven, gebreide en getekende prints in een visuele taal die grenst aan parodie. Een deel van de collectie is opgenomen in de expositie van masterstudenten van de Antwerpse Modeacademie. THANK YOU, COME AGAIN Nog tot 26.09.2019 Hopland 14, Antwerpen


UPDATE AGENDATIPS VOOR DE HERFST


REBEL LIVES. PHOTOGRAPHS FROM INSIDE THE LORD'S RESISTANCE ARMY

M HKA, Amberes: Jimmie Durham, Resurrection, 1995, Courtesy of Stella Lohaus, Antwerpen

AMBERES. ROBERTO BOLAÑO’S ANTWERPEN ‘In Antwerpen werd een man gedood toen zijn auto werd overreden door een vrachtwagen vol varkens.’ Met die schijnbaar willekeurige anekdote opent hoofdstuk 49 van de vroege experimentele novelle Amberes van de Chileense schrijver en dichter Roberto Bolaño (1953-2003). Amberes is een sterk gefragmenteerd detectiveverhaal dat de vorm van de traditionele roman grotendeels naast zich neerlegt. Het verhaal ontwikkelt zich via een veelheid aan perspectieven, beelden, scenario’s en personages, die telkens in verschillende vormen worden opgeroepen. Het geheel blijft ongrijpbaar, net als de relatie met Antwerpen. Tegelijk resoneert de innovatieve manier van schrijven met de kenmerken van de visuele kunst in, of geïnspireerd door, een stad. In die zin leverde het boek ook de inspiratie om in de expo Amberes na te denken over de stad en de manier waarop kunstenaars hun ervaringen met de stad in verschillende vormen vertalen.

Nog tot 15.09.2019 M HKA Leuvenstraat 32, Antwerpen www.muhka.be

CAMIEL VAN BREEDAM – ASSEMBLAGES Camiel Van Breedam (°1936, Boom) maakte deel uit van de Antwerpse

nieuwlichters rond de Groep 58. In die vroege jaren schilderde hij nog, maar in de daaropvolgende decennia werd hij vooral bekend om zijn assemblages, reliëfs, collages, objecten en environments. Van Breedams inspiratiebronnen – van de zee of Parijs over jazz en literatuur tot de indianen en de teloorgang van de industrie in de Rupelstreek, zijn geboortegrond – zijn even uiteenlopend als de stijlen en materialen die hij hanteert. Die laatste zijn vaak gerecupereerd, gered van de consumptiedrang. Ze hebben de patina van een eerder leven. Wat ogenschijnlijk onverenigbaar is, brengt Van Breedam samen in delicate relaties, waardoor de oorspronkelijke betekenis van vertrouwde elementen wordt versterkt of overstegen. In deze poëtische ontmoetingen tussen zeer verschillende werelden vol suggesties van zowel hoop als wanhoop verglijden traditionele verhoudingen. Wat mensenhanden hebben gevormd en gekleurd en wat de menselijke hoogmoed heeft verbeurd, geeft Van Breedam een ultieme kans op verzoening. En door er de echo’s van ruimte en tijd in te laten weerklinken, redt hij hun gekwetste schoonheid.

Nog tot 29.09.2019 elimart – elim, centrum voor psychotherapie Jagersdreef 100, Kapellen www.elimart.be - 52-

The Lord’s Resistance Army (LRA), een Ugandese rebellenbeweging onder leiding van Joseph Kony, ontstaat in de jaren tachtig. De LRA is vooral berucht om massale ontvoeringen van burgers, van wie meer dan de helft kinderen zijn. Door het extreme geweld is weinig geweten over het leven in de groepering. Rebel Lives vertelt een visueel verhaal over deze rebellenbeweging en de mensen die er deel van uitmaken. Centraal staat een reeks recent ontdekte foto’s die door de generaals van de LRA zelf zijn genomen. Kristof Titeca (°1978, BE), expert in conflictstudies, contextualiseert dit materiaal met tekeningen, video’s en documenten. Samen met fotograaf George Senga (°1983, DRC) reisde hij ook naar Uganda om de afgebeelde mensen opnieuw op te zoeken. De expo biedt inzicht in dit gelaagde stukje geschiedenis, waar de grens tussen daders en slachtoffers steeds vager wordt.

Nog tot 06.10.2019 FOMU – Fotomuseum Antwerpen Waalsekaai 47, Antwerpen www.fotomuseum.be

ARCHITECTUUR I.S.M. Architectuur i.s.m. toont recente realisaties uit Vlaanderen en Brussel waarbij het sociaal engagement van de gebruiker of de opdrachtgever cruciaal is voor het ontwerp. De focus ligt op mensen of organisaties die bepaalde gemeenschappen steunen, of die op een specifieke plaats een verbinding maken tussen groepen in de samenleving. Dit engagement leidt tot uitdagende architecturale opdrachten. Vaak heeft men welomschreven doelgroepen met bijzondere ruimtelijke wensen voor ogen, of moet het nieuwe gebouw een sociale context ondersteunen of versterken. De opdracht staat nooit los van de ruimtelijke context en de beschikbare middelen zijn dikwijls beperkt. Toch slagen architecten erin om betekenisvolle ruimtes


te ontwerpen. De specificiteit van de vraag en het engagement van de opdrachtgever vormen immers ook een voedingsbodem voor doordachte architecturale keuzes.

16.10-24.11.2019 deSingel Internationale Kunstcampus (Vlaams Architectuurinstuut (VAi)) Desguinlei 25, Antwerpen www.vai.be

milie’ nog om over deze complexe en dynamische vormen van relaties na te denken? Met werk van åyr, Lucy Beech, Gluklya, Kalup Linzy, Valérie Mannaerts, Sophie Nys, Alice Wong & Aryan Javaherian.

14.09-18.12.2019 Kunsthal Extra City Eikelstraat 25-31, Berchem www.extracitykunsthal.org

WONDERKAMER II: WOUTERS & HENDRIX

VAi, Architectuur i.s.m.

Het Antwerpse ontwerpersduo Wouters & Hendrix volgt Axel Vervoordt op als gastcurator in DIVA. Vanuit hun 35-jarige carrière als juweelontwerpers onderzoeken Katrin Wouters en Karen Hendrix wat hen verwondert en inspireert. Hun fascinatie voor opmerkelijke verhalen en de edele metalen zilver en goud vormen de leidraad voor het ten-

Kunsthal Extra City, åyr, Family Fictions

FAMILY FICTIONS Bijna de helft van de westerse gezinnen bestaat uit één persoon. Het andere deel wordt steeds heterogener. We worden in de stad van vandaag teruggeworpen op onszelf en op de spontane banden die we met elkaar aangaan. Familie, wat ooit beschouwd werd als hoeksteen van de samenleving en bouwsteen van onze identiteit, wordt steeds meer een product van onze eigen verbeelding. De groepstentoonstelling Family Fictions bekijkt hoe media, architectuur en technologie onze visie op deze al dan niet tijdelijke samensmeltingen beïnvloeden. Volstaat het begrip ‘fa-

DIVA, Wonderkamer II - Wouters & Hendrix

- 53-

toonstellingsconcept. In hun interpretatie van een zeventiende-eeuwse wonderkamer brengen ze juwelen uit hun oeuvre samen met pareltjes uit de DIVA-collectie, hedendaagse kunst en curiosa. Precieuze objecten en alledaagse vondsten krijgen betekenis in persoonlijke composities. De unieke assemblages die eigen zijn aan het werk van Wouters & Hendrix, zorgen voor een explosie aan vormen en kleuren. Ook het Antwerpse vakmanschap dat centraal staat in de collectie van DIVA, krijgt een belangrijke plek.

13.09.2019-16.02.2020 DIVA, Antwerp Home of Diamonds Suikerrui 17-19, Antwerpen www.divaantwerp.be


SPEEL EN WIN 1 2 3 4 5 6

7 8 9 10

1 2 3 4 5 6

Japanse verzamelnaam voor bovennatuurlijke wezens zoals monsters en geesten Boksterm met betrekking tot Carole Vanderlinden Nieuwe wijk die Gilbert van Schoonbeke ontwikkelde Figuur uit de Griekse mythologie die Virginie Bailly inspireerde Stelt tentoon in Zeno X Gallery Werk van Otobong Nkanga op de Biënnale van Venetië

7

Voornaam van de Amerikaanse danseres die Rik Wouters van zijn sokken blies 8 Product dat de firma Topf & Söhne aan Duitse vernietigingskampen leverde 9 Kunstcriticus die Fritz Mayer van den Bergh op het spoor van Dulle Griet bracht 10 Kunstenaar die de eerste artistieke collage maakte

WEDSTRIJD 100% EXPO # 27 Oplossing: DEADLY AFFAIRS Winnaars: Cindy Mertens Antwerpen, Bob Desmet - Bellegem (Kortrijk), Hugo Visterin - Antwerpen, Jan Ecran - Deurne, Hilde Slosse Ranst. Zij ontvingen een duoticket voor Museumnacht 2019.

Mail het woord dat we zoeken vóór 1 december 2019 naar expo@100procentcultuur.be en maak kans op 1 van de 5 cadeaubonnen ter waarde van 20 euro van Info Cultuur

MEER TIPS VOOR CULTUUR OP WWW.INFOCULTUUR.BE - 54-


r a a n d n e k e ? e n w e t p i r D ntwe A Kom vanaf 20 september op vrijdag en zaterdag naar de Last Minute Ticket Shop en koop jouw ticket voor theater, dans of een concert tegen halve prijs. van 12.00 tot 17.00 uur: in de Last Minute Ticket Shop

NIEUW ) TICKET SHOP

- 55-

vanaf 13.00 uur: telefonisch op +32 3 338 95 85, betalen met creditcard en afhalen in de Last Minute Ticket Shop Wisselstraat 12 (hoek Grote Markt) 2000 Antwerpen


NIEUW

OPERA SEIZOEN

OPERA

19/20

IN DE CINEMA

12/10/2019 26/10/2019 09/11/2019 23/11/2019 07/12/2019

TURANDOT Giacomo Puccini MANON Jules Massenet MADAMA BUTTERFLY Giacomo Puccini AKHNATEN Philip Glass THE MAGIC FLUTE (REPRISE) Wolfgang Amadeus Mozart

11/01/2020 01/02/2020 29/02/2020 14/03/2020 11/04/2020 09/05/2020

WOZZECK Alban Berg THE GERSHWIN’S PORGY AND BESS George Gershwin AGRIPPINA Georg Friedrich Händel DER FLIEGENDE HOLLÄNDER Richard Wagner TOSCA Giacomo Puccini MARIA STUARDA Gaetano Donizetti

Voor het 15e seizoen op rij brengt Kinepolis u 11 spraakmakende opera’s in high definition op groot scherm, terwijl ze live worden opgevoerd in de New York Metropolitan Opera. Hierdoor krijgt u een unieke kans om de beroemdste en meest getalenteerde stemmen uit de operawereld live en in optimale omstandigheden aan het werk te zien.

Meer info & tickets op kinepolis.be/opera

Profile for Info Cultuur

100% EXPO #28  

100% EXPO #28  

Advertisement