Page 1

MAGAZINE STUDIEVERENIGING VOOR A C C O U N TA N C Y & C O N T R O L L I N G

9e jaargang - Nummer 1 - December 2012

Interview: Theo Dijkstra (Gemeente Groningen)

Interview: Sybren Kalkman (Auteur Struikelbank)

Interview: Erik Roelofs (Partner KroeseWevers)

Een bakje koffie met...: Jaap van Manen (Commissaris DNB)

Column: Dennis Vink (Professor Nyenrode)

Column: Henk Nijboer (Financieel woordvoerder PvdA)


Weten wat je kan, begint met weten waar je naartoe wilt.

Inge Tjeerdsma Senior Staff Audit

Een succesvolle carrièrestart is meer dan een goede cijferlijst. Het begint met karakter en inzicht in jezelf. Ontdekken wie je bent, weten waar je naartoe wilt groeien Ên hoe je dat voor elkaar krijgt staat altijd aan de basis. Ernst & Young coacht jou actief op weg naar jouw succes. We bieden je volop kansen in de wereld van assurance, tax, transaction en advisory. Ontdek ze op ey.nl/carriere


Voorwoord

Beste lezer, Met zekere trots presenteer ik u, namens de redactie 2012//2013, de eerste editie van de negende jaargang van het Pro Memorie Magazine. Het eerste blok van het collegejaar ligt alweer ver achter ons en de cijfers van de eerste tentamens zijn bekend. Terwijl Nederlands grootste kindervriend Sinterklaas weer in het land is, kunt u onder het genot van een schaaltje pepernoten het Magazine lezen. Binnen Pro Memorie is er sinds medio september weer een frisse wind gaan waaien. Voor het eerst sinds de oprichting van de vereniging is er geen vier, maar een vijfkoppig bestuur. Op de Algemene Leden Vergadering presenteerden zij het beleidsplan met de slogan “To the Next Level’’. Inmiddels zijn de eerste activiteiten achter de rug en hierop kijkt het bestuur genoeglijk terug. Ook zijn de commissies weer druk bezig om hun steentje bij te dragen aan de vereniging. De verkiezingen hebben een tijdje terug plaatsgevonden en de ministers zijn een maand geleden gepresenteerd. Dit was aanleiding voor ons om het onderwerp ‘politiek’ te kiezen voor dit magazine. Jan Modaal wordt hard aangepakt door de nieuwe bezuinigingen, maar ook de accountancywereld staat voor ingrijpende veranderingen. Nederland kan als voorloper in de Europese Unie scheiding tussen advies en controle bij OOB-cliënten invoeren. Velen, waaronder voormalig minster van Financiën, Jan Kees de Jager, hebben hier kritiek op geuit. Zullen de amendementen van minster Plasterk het halen in de Eerste Kamer? In dit magazine komen verscheidene personen aan het woord, ieder vanuit zijn eigen bedrijfstak en vanuit een ander oogpunt.We hebben in ‘ons’ Groningen gesproken met Theo Dijkstra, concerncontroller bij de gemeente Groningen. De andere twee geïnterviewden zijn Erik Roelofs, partner bij Kroesewevers, en Sybren Kalkman. Laatstgenoemde werkte jaren als partner voor KPMG en schreef aan de hand van zijn praktijkervaringen een boek met in de hoofdrol een gepensioneerde accountant. Wegens het feit dat er een wisseling van de wacht is geweest betreffende de invulling van de redactie, zijn er maar liefst vier nieuwe rubrieken tot stand gekomen ten opzichte van vorig jaar. De volgende rubrieken willen wij graag aan u introduceren: ‘Een bakje koffie met’, ‘Column’, ‘Het is nu actuali-tijd’ en ‘Etiquette’. Vervangen zijn de rubrieken: ‘Autotest’, ‘Soft Skills’, ‘Starten in’ en ‘Even voorstellen’. De oude, vertrouwde rubrieken zoals de commissie-interviews en de verslagen van de activiteiten zijn ook dit jaar weer te bewonderen in ons Pro Memorie Magazine. Namens de gehele Redactie wens ik u veel leesplezier. Joost Zweers Hoofdredacteur Pro Memorie Magazine 2012//2013

3 | Pro Memorie Magazine


Inhoudsopgave

Inhoud

06 Interview

Theo Dijkstra Concerncontroller gemeente Groningen

Colofon Uitgever Studievereniging Pro Memorie Postbus 1600 9701 BP Groningen www.pro-memorie.com 4 | Pro Memorie Magazine

14

24

Interview

Interview

Sybren Kalkman Auteur van Struikelbank

Erik Roelofs Partner KroeseWevers

Pro Memorie Magazine

Redactie

Eindredactie

9e jaargang - Nummer 1 December 2012

Aniek Bossink Hasan G端rkan Aron Jansen Dian Miedema

Robert Wakker

Hoofdredacteur Joost Zweers

Lay-out Johannes Kroes Jos Pothof


Agenda

Agenda Voorwoord 03 Interview Theo Dijkstra 06 Etiquette 09 Aan het werk 10 Column Dennis Vink 12 Interview Sybren Kalkman

14

Artikel Accountancynieuws

16

Verslag Thema-avond 18 Verslag Jongerejaarsactiviteit

18

Interview Bestuur 20 Het is nu Actuali-tijd

22

Interview Erik Roelofs

24

Verslag Inhousedagen Utrecht

28

Column Henk Nijboer

29

December:

07 Alumniborrel 2 17 Tentamentraining Belastingrecht 2 25/26 Kerst 31 Oudejaarsdag

Januari:

01 10 14

Februari: 02 04 09 14 26

Nieuwjaarsdag Thema-avond 2 Aanvang tentamens

Vertrek Wintersport Aanvang blok 2.1 Terugkomst Wintersport Aftertentamenborrel 2 MAK symposium

Interview Redactie 30 Een bakje koffie met...

32

Soft Skills Seminar 33 Stelling 34 Fotopagina 35

Oplage 580 stuks

Druk NetzoDruk

Alle rechten voorbehouden. Overnemen of nadrukken uit het Pro Memorie Magazine is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever. Aan publicaties in dit magazine kunnen geen rechten worden ontleend.

5 | Pro Memorie Magazine


Interview Theo Dijkstra

Controller I

n dit interview met dhr. Dijkstra bespreken we zijn functie als directeur Middelen/Concerncontroller bij de gemeente, zijn invloed op de politiek en in welke mate de bezuinigingen van invloed zijn op zijn werkzaamheden bij de gemeente. Daarnaast geeft hij zijn visie op eventuele veranderingen in het accountantsberoep en zijn ervaringen hiermee. Tekst: Dian Miedema en Robert Wakker

Theo Dijkstra

Directeur Middelen/Concerncontroller gemeente Groningen Theo Dijkstra (1972) is als ambtenaar en bestuurskundige werkzaam bij de gemeente Groningen. In 1994 heeft hij zijn opleiding financieel overheidsmanagement afgerond aan deThorbecke Academie in Leeuwarden, waarna hij een functie aangeboden kreeg op de financiële afdeling van de gemeente Groningen. Later vervulde dhr. Dijkstra meerdere functies bij dienst Sociale Zaken & Werk, waaronder directeur Middelen en Control. Tussen 2000 en 2003 heeft hij een universitaire studie bestuurskunde gevolgd aan de universiteit Twente. Tegenwoordig is dhr. Dijkstra directeur Middelen/Concerncontroller, waar hij verantwoordelijk is voor de directieleiding aan de afdelingen Concernfinanciën, Concern P&O, Concern I&A en Bestuurlijk Juridische Zaken. Daarnaast is hij sinds 2008 voorzitter van het Bestuurlijk kennisnetwerk in Zorg en Welzijn.

6 | Pro Memorie Magazine

Wat houdt uw functie Concerncontroller bij de gemeente Groningen in? De gemeente Groningen is nu nog georganiseerd in acht gemeentelijke diensten, waarvan dit de bestuursdienst is. De bestuursdienst is bedoeld om te coördineren tussen die acht gemeentelijke diensten. Iedere ambtelijke dienst heeft zijn eigen bedrijfsvoering. Hier, bij het concern, proberen we die verschillende bedrijfsvoeringsonderdelen op dezelfde manier te laten functioneren, zodat met het financiële beleid op dezelfde manier wordt omgegaan als met bijvoorbeeld het personeelsbeleid. De richtlijnen daarvoor worden hier samengesteld. Op dit moment willen we binnen de gemeente meer naar een organisatie als een geheel toe werken. Die acht gemeentelijke diensten werken natuurlijk prima in hun eigen gebied, maar gemeentelijke vraagstukken hebben steeds meer te maken met meer dan één gemeentelijke dienst. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de inrichting van de stad, dan kijk je ook naar hoe je omgaat met verschillende groepen mensen in die stad. Het één kan niet los worden gezien van het andere. Ik ben sinds januari concerncontroller. Ik richt me daarbij op vragen als “Hoe doen we het?”, “Hoe zit het met risicomanagement?”, “Is de informatievoorziening op orde?” en “Hoe is het financieel perspectief van de gemeente?”. U werkt al vanaf 1994 aaneengesloten bij de gemeente Groningen.Wat motiveert u het meeste in uw functie? De kern is denk ik de zaak op orde krijgen, dat je een deugdelijke bedrijfsvoering hebt. Een persoonlijke drijfveer is dat ik me ook wil blijven ontwikkelen in dit vak. De rol van control bij gemeenten is nog niet uitgekristalliseerd. Bij bedrijven heb je bijvoorbeeld een CFO. Die rol staat daar al veel meer vast dan bij gemeenten. Het is nog een erg jong vakgebied. Ik vind het boeiend om daarin te werken en mee te helpen ontwikkelen. Daarbij is het zo dat ook de gemeente in financieel moeilijke tijden zit. Inmiddels is het coalitieakkoord van Rutte II tot stand gekomen. Daar zitten weer 16 miljard aan bezuinigingen in, waar we als gemeente veel mee te maken hebben. De financiële positie van de gemeente verandert en dat leidt er toe dat er een heel ander soort debat op gang moet komen. Dat is een heel boeiend proces. Wat zijn volgens u de grootste verschillen tussen een controller werkzaam bij de overheid en een controller werkzaam in het bedrijfsleven? Er zijn veel verschillen. De ‘new public management’ gedachte uit de beginjaren `90 van de vorige eeuw speelt hierbij een belangrijke rol. De overheid moest gestuurd worden als een bedrijf, er moesten SMART-doelstellingen worden geformuleerd. Ik denk dat het een jaar of vijftien zo heeft gewerkt. Dit bleek een lastige taak. Datgene wat je als gemeente doet, is vaak moeilijk te meten in


bij de overheid termen van effectiviteit of output. Niet in de laatste plaats, omdat politiek ook veel te maken heeft met bestuurlijk gevoel. De vraag is dan natuurlijk: “Hoe kom je naar analyses?”. Natuurlijk moet je als raadslid en politieke partij ook nadenken over hoe die wens van de burger eruit ziet en hoe je die vervolgens vertaalt naar praktische handelingen voor een gemeente. Daar heb je enquêtes, analyses en gesprekken voor. Je moet als controller ook een beetje met een bestuur kunnen meedenken. Ben je ergens niet zeker over, dan moet je in ieder geval de risico’s goed in beeld brengen en ook goed aan kunnen geven welke maatregelen je moet nemen om die risico’s te beheersen. Dat is dan de rol die je als concerncontroller vervult.

“Je moet als controller ook een beetje met het bestuur kunnen meedenken.” Eerder sprak u over de bezuinigingen van het nieuwe kabinet. In hoeverre beïnvloeden deze bezuinigingen uw werkzaamheden? Het college van B&W heeft in krappe financiële tijden veel minder speelruimte dan in ruime financiële tijden. De discussie over welke investeringen we wel of niet doen en welk rendement we daarvan verwachten, wordt nu veel scherper gevoerd. Een aardig voorbeeld is het plan te stoppen met de regiotram. Als je veel geld te besteden hebt, dan wordt de discussie over de regiotram anders gevoerd. Je bent geneigd dan meer naar de voordelen te kijken. In krappe financiële tijden wordt de discussie scherper gevoerd. Het geld dat we nu in de regiotram steken, kunnen we nu ook ergens anders voor gebruiken. Je kunt heel veel geld steken in armoedebestrijding, maar ook heel veel in de economische ontwikkeling van de stad. Beide kunnen hetzelfde doel hebben, maar de effectiviteit kan verschillen. Ik moet er kien op zijn dat de informatie naar het college duidelijk maakt waarom het ene voorstel beter is dan het andere. In hoeverre krijgt u te maken met de (landelijke) politiek? Ik heb net het coalitieakkoord ‘Bruggen slaan’ uitgedraaid. De invloed van het Rijk, in de zin van Rijksfinanciën op de gemeente, is vrij groot. De gemeentes zijn voor 70 procent afhankelijk van geld van het Rijk. Alles wat zich daarin beweegt, heeft direct consequenties voor de financiële posities van gemeenten. Decentralisatie is op dit moment een belangrijk onderwerp. Je kunt hierbij denken aan de jeugdzorg die naar de gemeente toegaat, maar ook de sociale werkvoorzieningen en de AWBZ. Dat heeft een

financiële kant in zich, maar het heeft ook nogal wat implicaties voor de werkzaamheden van de gemeente zelf. Er komt een heel nieuw taakgebied naar je toe. De manier waarop het programma vervolgens handen en voeten krijgt, hoe je straks omgaat met de nieuwe beleidstaken, welke risico’s daarin zitten en hoe je die beheerst, dat komt ook hier allemaal weer langs. We worden in toenemende mate het uitvoeringsbedrijf van het Rijk. Andersom is dat veel minder het geval. De invloed die de vier grootste gemeenten (Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam) hebben op het kabinet, is vele malen groter dan de invloed die wij hebben. Het hangt er erg vanaf hoe de Rijksoverheid open staat voor contacten met gemeenten. Immers, in de grote steden in het westen zijn de problemen ook groter. De invloed van wethouders daar op het beleid van het Rijk, is daarom vele malen groter.

“We worden in toenemende mate het uitvoeringsbedrijf van het Rijk.”

Hoe zou u uw ervaringen met controlerende accountants willen omschrijven? Merkt u een verandering in de loop der jaren? Die ervaring is goed. We hebben natuurlijk voor een deel ook hetzelfde belang. Nu doelt de accountant vooral op rechtmatigheid. Sinds het dualistische stelsel is de accountant aangesteld in opdracht van de gemeenteraad. De accountant kijkt dus vooral vanuit de positie van de gemeenteraad of een gemeente netjes werkt en handelt. Ik kijk wat dat betreft meer vanuit de positie van het college. We hebben er natuurlijk allebei belang bij dat het netjes, rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is. Daar hebben we onderling veel contact over. Hoe staat de organisatie ervoor? Hoe is de financiële positie? Als je daar een beetje dezelfde soort opvattingen over hebt, dan kun je veel aan elkaar hebben. Onze controlerende accountant heeft goed inzicht in de materie en is met advies handig om in de buurt te hebben. Overleg is belangrijk en dat gaat op dit moment heel plezierig. We zitten op dit moment midden in de interim-bevindingen, dus in het najaar komt de accountant langs om een eerste controle te doen, opgevolgd door de jaarrekeningcontrole. Dat is een aardig pakket geworden waarin de accountant ook iets zegt over hoe hij aankijkt tegen de organisatie van de gemeente als geheel en waar de risico’s zitten. Dat is een mooi proces en het houdt je scherp. Als organisatie heb je veel aan een kritische buitenstaander die in opdracht van de raad handelt. 7 | Pro Memorie Magazine


Moeten accountants meer verstand hebben van bestuurskunde? Ik heb vooral behoefte aan een kritische accountant die van de zaken weet waar hij van moet weten en dat hij dat bestuurlijk kan vertalen.We hebben wel eens een discussie met onze accountant van: “Ga je niet eens te ver in jouw oordeel over hoe we ervoor staan?”. Allerlei organisatieontwikkelingen hebben ook invloed op rechtmatigheid en efficiency, maar het is wel een wat afgeleid vakgebied. Het is ook iets van ‘schoenmaker, hou je bij je leest’. Je ziet bij alle grotere kantoren dat de overheidskant een aparte taak is. Het is immers ook een heel ander speelveld met eigen wet en regelgeving en dus met een eigen bestuurlijke kant daaraan. Als het één ten koste gaat van het ander, dan zou ik het liever niet hebben.

“Het bestuurlijke gevoel geeft vaak de doorslag.” Hoe is het proces van accountantsroulatie geregeld bij de gemeente? Er is net in opdracht van de Raad een onderzoek geweest naar de onafhankelijkheid van onze accountant. Dat had twee elementen in zich. Ten eerste vragen wij af en toe advies aan onze accountant. Het staat natuurlijk altijd een beetje op gespannen voet met de controlerende rol van de accountant in opdracht van de raad. De adviesvragen van het college aan de accountant moeten dan ook altijd gemeld worden aan de gemeenteraad. Deze moet daar dan zijn fiat voor geven voordat een accountant daarmee aan de slag kan. De gemeenteraad moet natuurlijk kunnen vertrouwen op de objectiviteit van de accountant. Het andere element is de relatie. Als je wat langer in een organisatie zit, word je dan niet een beetje blind voor zaken die niet goed gaan? Ben je dan nog wel objectief en scherp genoeg? Volgens mij is hier de afspraak gemaakt dat eens in de vier jaar gerouleerd wordt van accountant. De opdracht van het college moet dus altijd via een pre-approval procedure naar de raad toe. Heeft u liever dat er roulatie plaatsvindt van de kantoren of van de accountants op zich? Roulatie van kantoren maakt voor mij niet veel uit. Het zijn allemaal accountants met eenzelfde opleiding. Af en toe wisselen van accountant is volgens mij wel een goed idee. Zes jaar vind ik het maximum, ook naar onszelf toe. Ik zei al dat ik het goed kan vinden met onze accountant en dat maakt het natuurlijk ook wel gemakkelijk. Ik heb liever een goede relatie met mijn accountant, zodat ik hem of haar bij wijze van spreken ook nog ’s avonds kan bellen. Dat is natuurlijk plezierig, maar ook iets van gemak. Het moet wel een beetje blijven schuren vind ik.

8 | Pro Memorie Magazine

Moeten volgens u alle controlerende accountants in dienst komen van de overheid? Als het gaat om de onafhankelijkheid, dan wel. Daarentegen moet een accountant ook gewoon zijn geld verdienen. Hij is in opdracht van de raad en deze betaalt hem ook, dat bepaalt dan vast wel iets hoe je omgaat met de controlerende rol. Je controleert degene die je betaalt, daar zit een zekere spanning. Dat ondervang je door iedereen in rijksdienst te nemen. Je wordt gewoon betaald of je nou wel of niet het genoegen van jouw opdrachtgever hebt. Je bent gewoon een kritische accountant. Of ik helemaal voorstander ben, weet ik eerlijk gezegd niet. Ik ben niet iemand die beweert dat onder overheidsdienst alles beter wordt, verre van dat. Daar zitten ook weer vervelende kanten aan. In het bedrijfsleven word je toch sneller afgerekend op: “Ben je goed?”, “Heb je jouw kennis op orde?” en “Zit je goed in de wereld van accountancy?”. Ik hou mijn hart een beetje vast als je dat allemaal in overheidsdienst doet. Heb je dan nog steeds dezelfde drive om de beste te worden? Om je marktaandeel te vergroten doordat je goed werk levert? Dat weet ik niet. De markt is toch een enorme stimulator om de beste te willen zijn en dat vertaalt zich naar marktaandeel. Hoe ziet u de toekomst van de accountant/controller? Zou u veranderingen willen zien? Ja, in de controlling zeker. Ik zie een overstap van ‘meten is weten’ naar ‘meten én weten’. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Je moet af en toe ook op je gevoel kunnen afgaan. Ik denk dat het vak van controlling ook verrijkt in de zin dat je niet alleen kijkt naar cijfers en SMART-doelstellingen, maar ook mee kunt in vraagstukken die wat minder vast staan en wat meer toekomstperspectief vragen. Ik denk dat accountancy binnenkort toch wat meer, in ieder geval hier, op een kruispunt komt te staan. Gaan we nu, net als in het bedrijfsleven, wat meer richting zakelijke controle/boekhouding of gaan we juist wat meer door in die advieskant? Ik denk dat die twee zich weer wat afsplitsen. Zodra het om advies gaat, je toch in een andere tak van sport terechtkomt. Deze scheiding zal zich in de loop van de jaren wat meer doorzetten. Heeft u nog een gouden tip voor de lezer? Snel afstuderen en jezelf blijven ontwikkelen. De wereld wordt toch in toenemende mate complex en minder stabiel dan dat die was. Kennis is belangrijk. Je moet scherp blijven op nieuwe ideeën en instrumenten. Ervaring en kennis, meer heb je niet nodig.


Etiquette

Formele mannen- en vrouwenkleding

D

e manier waarop je je kleedt, spreekt boekdelen over wie je bent als persoon. Het is belangrijk dat je als accountant

een netjes, gepast en representatief voorkomen hebt. Er goed uitzien betekent dat je meer zelfvertrouwen, kracht en energie uitstraalt. Hieronder volgen enkele algemene tips wat betreft de aankoop van formele kleding, waarna we de formele kleding voor mannen en vrouwen gescheiden zullen bespreken. Tekst: Aniek Bossink en Aron Jansen

De aankoop Ten eerste, ga voorbereid op pad.Wees ervan bewust dat een verkoper een andere smaak heeft dan jij. Bovendien heeft hij andere belangen bij de aankoop dus zal het outfit al snel goedkeuren. Bereid je daarom goed voor, zoek op internet en in magazines naar pakken of mantelpakken die jij mooi vindt en let dan ook op de lichaamsbouw van de personen op de foto’s. Welk pak past goed bij jouw figuur? Ten tweede, kies een geschikte winkel. Koop nooit formele kleding via een catalogus of webshop. Vooral pakken voor mannen verschillen sterk qua verhoudingen. Ga daarom naar een winkel om het pak te kunnen passen. Kies een winkel met een groot assortiment en deskundig personeel.

Mannen Allereerst bespreken we de gepaste broek voor mannen. Een veel gemaakte fout is het dragen van een te grote broek. Een pantalon is gemaakt van een andere stof dan een spijkerbroek, dus draag hem niet zo ‘baggy’ als je misschien jouw spijkerbroek wel zult dragen. Wanneer de broek goed zit, zal hij lichtjes op de schoenen rusten. Ten tweede de colbert. Wanneer je jouw armen langs jouw lichaam laat hangen, moet je de onderkant van de colbert kunnen vastpakken. Zorg ervoor dat de naden aan de uiteinden van jouw schouders zitten en de mouw precies begint op het punt waar jouw schouder overgaat op jouw arm. Het kan voorkomen dat de split van je nieuwe colbert is vastgezet met een grove steek. Vergeet niet om deze los te maken voor je hem gaat dragen. Een dichtgeknoopt jasje zal een kreukel geven, dat hoort erbij, maar zorg ervoor dat de knoop niet te strak staat. Je speelt het op safe als je voor een colbertje met twee knopen gaat.

“Verwaarloos de eerste indruk niet, hij is de goede, vooral wanneer hij slecht is.” Denk eraan dat je alleen tijdens een begrafenis ook de onderste knoop sluit, verder hoeft alleen de bovenste knoop gesloten te worden tijdens het dragen. Ten slotte een aantal handige tips betreffende de stropdas. Voor het knopen van een stropdas zijn er meerdere technieken. Met behulp van filmpjes op YouTube is het heel gemakkelijk om een stropdas te knopen alsof je het dagelijks doet. Zoek daarom eens op de volgende zoektermen: ‘Windsor’ en de ‘four-in-hand’.

Vrouwen Het is voor vrouwen in het accountantsberoep gepast dat ze een mantelpak of broekpak dragen. De kleuren donkerblauw en zwart worden geprefereerd. Ten eerste enige kennisgeving over het mantelpak. De stof bepaalt de stijl van een mantelpak. Voor zakelijke doeleinden zijn stoffen die decent overkomen, zoals katoen en wol, geschikt. Mouwen tot de pols maken een conservatieve indruk, terwijl een blazer met driekwart lengte mouwen een jeugdig beeld geeft. Een blazer met twee rijen knopen maakt van een mantelpak een heel serieuze outfit. Het is erg belangrijk dat je de handen van een persoon ziet. Als je een lange blouse onder de blazer draagt, is het van belang dat de blazermouw tot op de helft van het polsbot komt en de blousemouw circa zes cm daarboven valt. Wanneer je geen lange blouse onder de blazer aan hebt, dient de blazermouw zich tot het einde van het polsgewricht uit te strekken. Omgekeerd moet de mouw van het jasje iets korter zijn als deze Franse, dubbele of grote manchetten bevat, om de manchetten beter weer te geven. De keuze aan rokken onderscheidt zich door de meest uiteenlopende snitten. In klassieke A-lijn flatteert hij elk figuur. Een wikkelrok en volant komen speels en meisjesachtig over, die kun je dus beter niet dragen als accountant. Een rok behoort twee à drie cm boven je knieën te zitten. De beenbekleding onder een rok bestaat uit een huidkleurige panty of een zwarte panty (niet meer dan 60 dernier geprefereerd). Omtrent het broekpak geldt voor de blazer uiteraard dezelfde etiquette als bij een mantelpak. De broekspijpen van het broekpak dienen tot de toppen van de schoenen te reiken. Andere belangrijke aspecten van uiterlijke presentatie voor vrouwen zijn o.a. de accessoires. Sobere accessoires genieten de voorkeur.Wat betreft de schoenen zijn simpele pumps met gesloten neuzen en een maximale hakhoogte van zes cm gepast. Het liefst in een eenvoudige kleur, zoals zwart. Ten slotte de make-up. Natuurlijke en onopvallende cosmetica die de ogen en mond accentueren, hebben de voorkeur.

9 | Pro Memorie Magazine


Aan het werk

De week van Gera Kiewiet bij Ernst & Young te Amsterdam

Naam: Gera Kiewiet Leeftijd: 25 jaar Woonplaats: Amsterdam In dienst per: september 2012 Studie: Executive Master of Accountancy

Inmiddels ben ik een kleine drie maanden in dienst bij Ernst & Young Amsterdam. Voor mij was dit echter niet helemaal nieuw, omdat ik vorig jaar al mijn masterscriptie bij E&Y heb geschreven. Ik schreef van februari tot en met juli drie dagen in de week mijn thesis op kantoor. Dit was de ideale manier voor mij om kennis te maken met Ernst & Young. Door het schrijven van een masterthesis op kantoor had ik niet alleen toegang tot meer databases, maar leerde ik tevens al veel van mijn potentiÍle collega’s kennen. Tijdens mijn scriptiestage heb ik voor de eerste keer een weekje meegelopen bij de klant. Op deze manier kon ik zien welke werkzaamheden een accountant nou echt in de praktijk verricht. Ik merkte dat het erg leuk was om na jaren van theorie, de kennis eindelijk ook in de praktijk te kunnen brengen. Aan het einde van mijn scriptiestage kreeg ik te horen dat ik mocht blijven. Mede door de opgedane contacten kon ik alvast wat leuke klanten en teams regelen voor dit jaar. Vanaf september begon het werken voor mij pas echt. Om mij klaar te stomen voor de werkzaamheden bij de klant, vond er eerst een cursus van twee weken plaats. De eerste week bestond uit een introductiecursus op kantoor waar we voornamelijk de theorie leerden die we daarna moesten gaan toepassen. De tweede week van de cursus vond plaats in Turkije, hier leerden we vooral om het met digitale auditprogramma te werken. Daarnaast stond natuurlijk het leren kennen van de nieuwe jaarlaag centraal en moest er ook nog even worden genoten van de heerlijke Turkse zon. De maandag na de cursus kon ik meteen al met een team mee naar de klant. Ik werk op de afdeling Audit Services Amsterdam. Dit is de afdeling waar naast de grote internationale klanten ook de nationale klanten worden bediend. Ik vond het belangrijk om een zo gevarieerd mogelijk pakket te krijgen. Dit is gelukkig goed gelukt. Zo heb ik onder andere een aantal grote internationale klanten, een productiebedrijf, een energieleverancier, een waterleidingsbedrijf, maar ook een hotel. Juist deze variatie maakt het leuk om erachter te komen welke klanten ik nou echt leuk vind en waar ik mij in de toekomst wellicht meer in wil gaan specialiseren. Daarnaast zit er veel verschil in de werkzaamheden die per klant moeten worden verricht.

10 | Pro Memorie Magazine


Bij de grotere klanten houd ik mij voornamelijk bezig met het aansluiten van de verschillende balansen en resultatenrekeningen van dochterondernemingen en met het aansluiten van de individuele posten, zoals Cash en Debiteuren. Bij de wat kleinere klanten krijg je vaak meteen meer verantwoordelijkheid en zo heb ik inmiddels ook al zelfstandig interviews afgenomen. Juist deze variatie in het klantenpakket maken je werkzaamheden interessant. Daarnaast is het grote voordeel van het accountancyvak dat je bij veel verschillende bedrijven een kijkje in de keuken kunt nemen. Je doet zo niet alleen veel kennis op van verschillende typen ondernemingen, maar je creĂŤert tevens een groot netwerk binnen het bedrijfsleven.

kantoor.

t or Maandag Gezamenlijk ontbijtr aining vo het 7:45-8:00 tot cadamy,

0 Audit A etrekking 8:00-10:0 edewerkers met b m alle staff van controles. n ntrole bij verrichte Interim co sportmerk). 0 :3 2 -1 0 nt ( 10:0 s. Gesprek onale kla oop-proce op. k in et internati h g inko oles van Lijncontr ofd van de afdelin o . h n et le h el st et m op . chrijving het team Procesbes unch met evindingen met L 0 :0 3 -1 12:30 ken b n de :00 Bespre ocumenteren va . 13:00-17 gramma .D ro er p id it le d le u o a tr e n n li co n e te o d rs gen in het lanning Event, ee omt bevindin menk eam P sa T 0 m :3 a 8 te -1 e 17:00 et hel e klant te waarbij h ole van d meeting ner) om de contr rt (incl. pa mijn . koken met bespreken ekker eten L 0 :3 9 -1 18:45 ken. en, tv kij vriend. tje drink n ij W 0 :0 19:30-24 tionale ij interna Dinsdag :00 Interim controleenb hoofd HR samen Gesprekk 08:30-11 ortmerk). prek. klant (sp troleleider. otulen ges n en van n ele team. met de co k er w it U eh :30 n met het g 11:00-12 ntrole va :00 Lunch ten van de lijnco 12:30-13 ch :30 Verri 13:00-17 l. din. s personee en met een vrien ce ro p et h et je p a H :30 g. 18:00-20 altrainin :30 Korfb 20:30-22 ntrole gen lijnco WoensdagBespreken bevindiner . 8:30-9:30 et de controleleid stleggen m ren en va rogramma. te inkopen en m cu p o it D d 0 u :3 a 9:30-12 online ole in het tr n co jn li . :00 Lunch 12:30-13

Omdat ik wekelijks bij andere klanten zit, is eigenlijk geen enkele week hetzelfde. Bij elke klant spelen weer andere dingen, dus moet je de controlestrategie aanpassen aan de klant. Naast mijn werkzaamheden volg ik op vrijdag nog een post-master opleiding aan de Rijksuniversiteit in Groningen. In het begin was het even wennen om een baan met studie goed te kunnen combineren.Vanwege het feit dat je tegelijkertijd praktijkervaring opdoet, merk ik dat de studie makkelijker te volgen is. In het begin is de combinatie van een baan en studie misschien even doorzetten. Ik heb echter geen spijt van mijn keuze en vind tot nu toe de afwisseling binnen de werkzaamheden bij E&Y en de extra mogelijkheden die de opleiding biedt, het dubbel en dwars waard.

sten or de te te maken vo mentatie bij de ie ct le Se ocu :30 van de d 13:00-17 g met de opvragen Besprekin vering controls, volgende weken. le p o r nt wat de la k e klant voo d . ider en de weken controlele n voor de komen ĂŠĂŠn van ij team van z et te h t n et m die e tj n te E :30 18:30-21 tel). nten (ho mijn kla amheden ag m werkza en interi Donderd:0 d n o fr A 0 08:30-12 or. bij klant. . ar kanto :30 Lunch ngen dossiers na troleleider 12:00-12 n re met co :00 Wegb pnemen 12:30-13 Contact o 0 :3 3 -1 0 13:0 k. heden ende wee eiden werkzaam van volg iebedrijf). orber ct o u V d 0 ro :3 p 7 13:30-1 de week ( jaar, aanmaken le n volgen o g klant va r van vori maken van contr ie ss o d Inlezen in ier mappen, aan programma. oss it nieuwe d het digitale aud stappen in Lekker eten. :00 raining. 17:30-20 0 Korfbalt :3 2 -2 0 :3 20 Control Vrijdag :30 Colleges Interna.l dinnen, 09:00-16 en en Auditing 3 met vrien g in en ss k a n ri ep To es d :00 Wijntj 16:30-23 . uit eten en, odschapp Zaterdag , korfbalwedstrijd, buois schoonmaken. Uitslapen enoten, h et teamg stappen m ken),

a d, Zondag , studeren (casus m met vrien rt o en vo p d a n sl Za Uit in drinken . drankje vriendin g in rm a housew


Column Dennis Vink

Politieke daadkracht geëist in de door fraude geteisterde woningbouwsector kennis had gehad en de jaarrekening van een gedegen verklaring had voorzien? Natuurlijk niet. Dit had niets verandert aan de gebreken in de governance structuur met betrekking tot de toezichthouders. Ik vraag mij hierbij ernstig af in hoeverre de betrokken minister en de toezichthouders inzien dat zij gefaald hebben bij het houden van toezicht op Vestia en in hoeverre de huidige governance structuur voorziet in corrigerende maatregelen voor wat betreft falende bestuurders en toezichthouders. Waren we al niet eerder gewaarschuwd door financiële incompentie bij: Rochdale, Servatius, Rentree en SGBB? En Woonbron, die een schip aankocht?

prof. dr. Dennis Vink Professor of Finance and Investment Nyenrode Visiting Professor of Finance Moscow State University http://www.dennisvink.nl

Ronald Plasterk (PvdA) was er de laatste jaren maar druk mee, het aanscherpen van de regelgeving ten aanzien van de accountants. Vanuit verschillende hoeken werd het accountantsberoep onder de loep genomen. Zo wordt er gediscussieerd over verschillende onderwerpen waar de politiek bij betrokken is, variërend van de scheiding van boekencontrole en overige diensten tot de rol van financiële toezichthouders bij de uitoefening van het accountantsberoep. Het is alleen naïef te veronderstellen dat de bovengenoemde discussies over de rol van de accountant in het politiek debat en daaruit voortvloeiende maatregelen afdoende zijn om het geschonden vertrouwen van de burger en belastingbetaler terug te winnen. De Vestia-affaire bewijst eens temeer dat hele andere zaken ertoe doen, zoals een accountant die voldoende kennis heeft op het gebied van financiële risico’s.Wie vervolgens denkt dat dit alleen geldt voor de accountant die financiële instellingen controleert, heeft het mis. Dergelijke kennis is ook nodig voor de MKB-accountant omdat financiële producten ook gebruikt worden door niet-financiële bedrijven. De strengere kapitaalseisen die nu voor banken worden geformuleerd (‘Basel III’) zullen dat gebruik alleen maar doen toenemen, omdat bedrijven financieringsvormen zullen zoeken buiten de traditionele bancaire sector. Meer over Vestia en de rol van de accountant. Had de accountant de Vestia-affaire kunnen voorkomen indien hij voldoende financiële 12 | Pro Memorie Magazine

Het is daarbij interessant om de brief van de minister te lezen (Nr. 253) over de overeenkomst op hoofdlijnen die Vestia op 18 juni 2012 heeft gesloten met negen banken over de afkoop van de derivatenportefeuille en over de vervolgstappen in dit traject. Hierin staat te lezen dat het aandeel in het verlies dat Vestia voor haar rekening neemt ongeveer 1,3 miljard euro bedraagt. Over de governance structuur staat in het stuk te lezen dat het bestuur en de raad van commissarissen worden uitgebreid. Nergens wordt er met een woord gerept over falende toezichthouders ondanks dat er 1,3 miljard euro aan verlies is geleden en de kosten wederom door de burger moeten worden betaald.

“Gelukkig hebben we minister Plasterk nog als nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Rutte II.” Gelukkig hebben we minister Plasterk nog als nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Rutte II. Op nu.nl staat dat hij op 12 november 2012 gezegd zou hebben: “we moeten ons land op onderdelen stevig verbouwen.” Hij kan gelijk doen wat hij beloofd heeft en de door fraude geteisterde woningbouwcorporaties en het falen van toezicht op zijn lijstje meenemen. Zo kan hij eindelijk eens effectief werken aan het vertrouwen van de burger en belastingbetaler. Dan kan de accountant ook weer beter functioneren in deze sector.


Mazars is ontstaan uit een fusie tussen Mazars en Paardekooper&Hoffman

⎥ ⎦ W. we∼ kΨn bij mΕz ars . ⇔←

Ga verder met Mazars.

13 | Pro Memorie Magazine


Interview Sybren Kalkman

Struikelbank I

n alle vroegte pakken wij de trein vanuit het hoge noorden richting de polder. De reden is een afspraak in Lelystad met Sybren Kalkman RA. Sinds 1 januari 2005 is Sybren met pensioen. Daarna schreef hij onder andere het boek ‘Struikelbank’ met in de hoofdrol, hoe kan het ook anders, een gepensioneerde accountant. Tekst: Jos Pothof en Joost Zweers

Sybren Kalkman Auteur “Struikelbank”

Sybren Kalkman is sinds 2005 gepensioneerd en vanaf dat moment is hij fulltime bezig met schrijven, onderzoek, bestuurswerk, vrienden, de zorg voor zijn vrouw en het huishouden. Sybren was vanaf 1961 werkzaam in de accountancybranche. Hij was tot 2005 partner bij KPMG, gespecialiseerd in de financiële sector (verzekeringsmaatschappijen). Sybren heeft werk verricht in Human Resources voor KPMG en voor het NIVRA, de beroepsorganisatie van registeraccountants, zowel in Nederland als internationaal. Tegenwoordig schrijft hij boeken met in de hoofdrol accountants, gebaseerd op eigen ervaringen.

Zou je kort iets kunnen vertellen over je verleden binnen de accountancybranche? Ik heb in 1970 de accountancystudie afgerond bij het NIVRA, en werkte intussen bij Elles en Hamelberg. Dit kantoor ging in 1980 op in KPMG. Ik begon dus bij een kantoor met veertig man en eindigde bij een kantoor met wereldwijd vijftig à zestigduizend man, ik ben nooit bij mijn werkgever weggegaan. Dat je bij dezelfde werkgever blijft, wil niet zeggen dat je steeds hetzelfde trucje kan gebruiken. Je moet constant nieuwe trucjes uitvinden. Ik heb veel werk gedaan in de financiële sector. Al die specialisaties die er nu zijn, zoals fraudeonderzoek, waren er toen nog niet. Dus je was toentertijd heel breed georiënteerd en je had een groot takenpakket. Ook had je vroeger meer het gevoel dat je het met z’n allen deed. Het was gezelliger en soms ging je eens lekker eten met z’n allen. Nu is alles competitiever. Wat verder is veranderd, is dat ik in het begin een halve administrateur was.Tegenwoordig is de controle erg uitgebalanceerd. Staat de accountancy nu meer onder druk dan vroeger? Ik denk dat de accountant altijd wel enigszins onder druk heeft gestaan. In 1971 was ik betrokken bij het rapport ‘De accountant, morgen?’, waarin alle factoren aan bod kwamen die nu ook spelen. Het beroep staat nu zo onder druk, omdat we niet voor alles een goede oplossing hebben. Het onafhankelijkheidsprobleem bijvoorbeeld, dat momenteel weer erg onder de aandacht is, is ook niet goed op te lossen. Is het misschien een idee om de controlerende accountants onder te brengen bij de overheid? Dat verbreekt de gouden koorden, maar geeft weer andere problemen. Punt is dat er in een vrij beroep een grote druk is ‘to get the job done’. Natuurlijk is inkomen en omzet belangrijk, maar wat veel belangrijker is, is dat je als accountant op tijd je werk aflevert. Als een beursgenoteerde onderneming heeft vastgesteld dat de jaarvergadering plaatsvindt op 28 maart, dan moet er half maart een accountantsverklaring liggen. Daar ga je voor, daar haal je soms een nacht voor door, en soms, als je niet helemaal op tijd klaar bent, geef je een verklaring af terwijl er formeel nog het een en ander moet gebeuren. Iemand in dienst van de overheid neemt geen risico en wil formeel volledig zijn afgedekt. Als die zegt dat hij nog een weekje nodig heeft moet de klant zijn jaarvergadering uitstellen en wat denk je dat zoiets doet met de beurskoers? Dat is ook mijn probleem. Bij de overheid krijg je risico-ontwijkend gedrag ook als dat aanvaardbaar risico is. Je ziet hoe lang de doorlooptijden daar soms zijn. Geen enkele oplossing werkt in mijn ogen dus echt, de wereld moet gewoon aanvaarden dat er risico is. Je schrijft boeken over accountants en de financiële wereld, waaronder ‘Struikelbank’. Kun je voor onze lezers kort beschrijven waar het boek over gaat? Het is een spannend boek, leuk om te lezen, dat staat voorop. Een gepensioneerde accountant gaat op onderzoek naar een denkbeeldige Nederlandse bank, met als achtergrond de kredietcrisis. Er gebeuren dingen die hij onacceptabel vindt en niet

14 | Pro Memorie Magazine


begrijpt. Dat is onder andere een beleggingsproduct dat veel meer risico’s met zich meebrengt, dan aan de beleggers is verteld. Het product is eigenlijk niet bedoeld voor doorsnee beleggers en is toch aan hen verkocht. Ten tweede heeft die bank een bestuursvoorzitter die zijn laatste jaar wil afsluiten met een Big Bang, oftewel een recordwinst en daar moet hij een trucje voor verzinnen. Het derde onderdeel van het boek is dat er bij de recent verkregen Russische dochteronderneming van een Nederlands bedrijf van alles aan de hand is en fraude wordt gepleegd. De vraag is wat de rol is van de bank. Sluit het boek ook echt aan op je ervaringen in de praktijk? Ja, de drie gevallen die ik net noemde heb ik aan de praktijk ontleend, waarbij ik het wel crimineler en heftiger heb gemaakt. Zo ben ik betrokken geweest bij deals waarbij banken een eigen probleem oplosten zonder oog voor het effect op de klanten. Het boek is dus ook geschreven uit een zekere boosheid. Dat banken sommige dingen zo gemakkelijk doen, schept ook veel verbazing. Je hebt het boek dus min of meer uit woede geschreven? Ook, maar vooral uit nieuwsgierigheid. Bankmensen zijn vaak aardig en beslist geen boeven. Hoe komt het dan dat ze toch dingen doen die achteraf gezien niet kunnen? Zo was ik ook verbaasd dat de onroerendgoedfraude zo’n omvang kon nemen. Honderden mensen die er zelf niet aan meededen, moeten ervan op de hoogte zijn geweest zonder dat ze in actie kwamen. Waar komt dat door? Ik denk dat de echte integriteit terug moet komen. Mensen met kennis hebben economische macht en kunnen andere mensen in een deal meetrekken, maar er wel voor zorgen dat zij zelf aan de goede kant zitten. Als er dan iets aan het licht komt, gaan mensen goedpraten wat ze hebben gedaan. Dit is iets wat banken nu op te grote schaal doen. Ze kijken niet met de ogen van de klant. Economische macht is op zich niet fout en bijna onontkoombaar, maar mensen met macht moeten zich realiseren dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop ze die macht gebruiken. Dus je wordt geprikkeld door een situatie en dan denk je: “dat wil ik uitzoeken en dat ga ik opschrijven”? Ja. Daarom doe ik ook veel research. Ik denk dat de problemen in de accountancywereld niets anders zijn dan een reflectie van de buitenwereld. Ik word geprikkeld door mensen die niet nadenken, maar zich liever de normen en waarden van hun werkgever eigen maken, ook al raken ze daarmee weg van wat klanten willen en verwachten. Enerzijds begrijp ik dat wel, maar anderzijds is het gevaarlijk en daar wil ik mensen tegen wapenen, met name ook studenten zoals jullie. In je boek gaat het ook over fraude. Hoe speurde je fraude op? Was dat puur op gevoel? Deels wel. Maar stel: je hebt net een flatje gekocht in Amstelveen en je ziet bij een verzekeringsmaatschappij dat onroerend goed wordt verkocht net boven de boekwaarde, terwijl jij het dubbele moet betalen in Amstelveen. Dan denk je natuurlijk bij jezelf: waarom kan ik niet zo’n flat kopen? Dan kun je je omkeren en je aan je controleprogramma houden, maar je kunt ook wat extra kadastrale recherche plegen. Wat zie je? Het onroerend goed wordt binnen een paar uur nog twee keer verkocht, steeds tegen een flink hogere prijs. Daar

moet je iets mee. Vanuit risicobeheer denk ik dan ook dat je van boven naar beneden moet kijken, want uit de controle van onder naar boven komt vaak weinig. Dus begrijp het model van je klant en vraag je af: waar kan het probleem zitten? En ga daar eerst kijken. Wat ook belangrijk is bij de audit, is dat je eerst de moeilijke dingen doet en daarna pas de gemakkelijke. De reden hiervoor is dat de problemen juist in de moeilijke dingen zitten. Wat je vaak ziet, is dat de ervaren mensen aan het einde van de controle pas gaan kijken en er dan achter komen dat hun minder ervaren collega’s met de gemakkelijke dingen zijn begonnen. Ze hadden er juist aan het begin moeten zijn om richting te geven aan het onderzoek.

“Bij de overheid krijg je risicoontwijkend gedrag.” Wat vind je van de ontwikkeling dat de overheid, zowel op Europees als op landelijk niveau, zich steeds meer bemoeit met de accountancy? Dat de politiek zich met de accountancy bemoeit is lastig, maar niet verkeerd. Het is ook een teken dat de accountantsfunctie belangrijk is. Ik begrijp het wetsvoorstel van Plasterk over de verplichte roulatie van een accountant wel, maar ik denk dat het te weinig oplost en eenvoudigweg te duur is. Niet alleen omdat de nieuwe accountant zich moet heroriënteren, maar ook omdat het de klant veel geld kost en meer risico oplevert. Je onderzoek is in het eerste jaar risicovol, omdat je gewoon nog te weinig weet van de klant. Dus: wissel de top, stel vast dat ook daaronder voldoende wisseling is om mensen alert te houden, maar wissel niet het hele team, zorg ook voor continuïteit. Een oplossing die ik wel eens heb voorgesteld, maar die kennelijk impopulair is, is om te kopiëren wat er in de Scandinavische landen gebeurt. Daar wordt een bank door twee kantoren gecontroleerd en één daarvan is benoemd door de overheid. Je zou hier in Nederland ook een partner van een ander kantoor, benoemd door toezichthouder en/of overheid naast het controleteam kunnen zetten, puur om tussentijds te ‘reviewen’, mee te kijken en meteen in te grijpen. Dan is hij dus aanwezig bij echt belangrijke besprekingen en afwegingen met als rol de objectiviteit te waarborgen. Dat is naar mijn gevoel veel effectiever dan al die reviews achteraf. Kantoorroulatie is een stap te ver. En partnerroulatie, het wisselen van de top, is al goed geregeld. Waarom moeten studenten jouw boek lezen? Het gaat over afwegingen in de praktijk. Je krijgt er gezonde argwaan van en het leert je naar de beweegredenen van anderen te kijken. Het beschrijft het financiële wereldje zoals je dat vermoedelijk niet uit de studieboeken haalt. En mensen zeggen dat het een leuk en spannend boek is. Heb je nog iets wat je mee wilt geven aan de A&C studenten? Wees kritisch op wat je doet en bouw tegenspel in. Houd een open mind. Steek je kop niet in het zand, maar steek hem uit boven het maaiveld. 15 | Pro Memorie Magazine


Artikel Accountancynieuws

Politiek en accountant S

inds het begin van de financiële crisis - nu al weer bijna vijf jaar geleden - is er in de samenleving en in de politiek niet heel veel vertrouwen in de financiële wereld. Hoe kon het allemaal fout gaan met die rommelhypotheken? Hoe komt het dat het nog steeds fout gaat met derivaten bij woningstichtingen en onderwijsinstellingen? En iedere keer wordt er dan gekeken en de vraag gesteld: “Maar een accountant heeft toch zijn handtekening gezet?”. Tekst: Frans Heitling, hoofdredacteur Accountancynieuws

Dit is het probleem in een notendop. Het vertrouwen in de financiële sector is weg en het vertrouwen in accountants krijgt een deuk. Over deze diagnose bestaat nauwelijks dispuut. Er moet dus wat gebeuren. Accountants zelf zijn niet altijd handig in het presenteren van oplossingen. Misschien komt dat door gebrek aan mediatraining, door gebrek aan empatisch vermogen of omdat zij het probleem niet zien. Of misschien wel al die factoren tegelijk. Een prachtig voorbeeld daarvan maakte ik zo’n krappe twee jaar geleden zelf mee. Ik interviewde toen Jeremy Newmann, toen nog de grote baas van de internationale tak van BDO. Ik vroeg hem naar de rol van accountants bij de waardering van Amerikaanse rommelhypotheken en of accountants daar hun verantwoordelijkheid niet een beetje waren misgelopen? Hij reageerde bijna boos: “The accountant is not to tell that the market is wrong!” Hij riep

16 | Pro Memorie Magazine

dit met een heel groot uitroepteken. Academisch gezien kan ik zo’n redenering wel volgen. Wanneer de gek het er voor geeft, is dat blijkbaar de waarde van iets. Maar hij snapt natuurlijk ook wel dat onder de waarde van een hypotheek verwachte rente- en terugbetalingen liggen. En bij een NINJA-hypotheek – No Income, No Job, no Assets – is dat geen moeilijke som. Newmann weigerde dat verband te leggen. Dat snapt niemand en ook de politiek niet. Dan ontstaat al snel het moment dat de politiek zich ermee gaat bemoeien. In dit geval: eigen schuld. En dan krijg je maatregelen. Scheiding van controle en adviestaken, verplichte kantoorroulatie bij grote opdrachten. Maatregelen die ingrijpen in de markt van accountantsdiensten. Ik krijg


is geen goed huwelijk altijd het idee dat dergelijke maatregelen een beetje vanuit een gevoel van machteloosheid en dadendrang worden genomen. De maatregelen zijn zichtbaar, de maatregelen zijn technisch mogelijk, politici ondernemen daadwerkelijk actie en dat is wel een verhaal waar de samenleving om vraagt.

“The accountant is not to tell that the market is wrong!” Effectiviteit van maatregelen is een ander verhaal. Ik geloof niet in de voorstellen om de accountantsmarkt op deze wijze te reorganiseren. Ik geloof wel in iets anders, maar dat is wel lastiger. Het begint in het onderwijs. Accountancystudenten zouden doordrongen moeten worden van de maatschappelijke functie en verantwoordelijkheid van een accountant. Dat betekent een discussie over de waarden en normen van dat beroep. Geen activa waardering gericht op het pleasen van de ondernemingsleiding of de aandeelhouder, wel een waardering waarbij onderliggende risico’s geduid worden. Zo’n discussie over waarden en normen moet vervolgens

omgezet worden in gedrag binnen de beroepsgroep. Dat gedrag moet zowel van binnen als van buiten – dus door de beroepsgroep zelf als door externe toezichthouders – worden gecontroleerd. Accountants hebben in dit toezicht een echte eigen verantwoordelijkheid. Een goede slager keurt zijn eigen vlees. Dat is het begin van kwaliteitsbeheersing. Daarnaast staat hij open voor extern toezicht. Als het dan fout gaat, echt fout gaat, mag het best pijn doen, echt pijn doen. Eigenlijk is het dus niet moeilijk. Accountants moeten zich aan hun – eigen – regels houden. Dat moeten ze ook van harte doen. Dat moeten ze zelf toetsen en door anderen laten toetsen. Wanneer het fout gaat? Uiteraard eerst herstellen. Is het echter een grote en laakbare fout, dan krijgt het kantoor een ferme tik. Aauw! Zo stevig dat zo’n accountant zich wel bedenkt en dat zijn collega’s zien dat sommige fouten niet kunnen en fikse gevolgen kunnen hebben. Soms is zo’n discussie over accountants en politiek helemaal niet moeilijk. Het is gewoon een rijtje: waarden, normen, gedrag, toetsen van gedrag, pakkans en sanctie.

17 | Pro Memorie Magazine


Verslag Thema-avond

Verslag Jongerejaarsactiviteit

Thema-avond

Jongerejaarsactiviteit

D

O

e eerste Pro Memorie Thema-avond van het jaar 2012//2013 is een feit. Op donderdagavond 18 oktober werd deze, in samenwerking met de SRA, georganiseerd door de Pro Memorie Support commissie. Het evenement vond plaats in El Txoko, waar Fou-Khan Tsang de spreker was voor deze avond. Tekst: Robert Wakker Nadat alle Pro Memorie leden na 20:00 waren binnengedruppeld, kon de eerste Thema-avond 2012//2013 van start gaan. De avond begon met een korte presentatie over de SRA zelf. Hierin werd uitgelegd wat de SRA precies inhoudt en welke werkzaamheden het omspant. Vervolgens nam FouKhan Tsang, voorzitter van de Raad van Bestuur van Alfa Accountants en bestuurslid van de SRA, het stokje over van zijn collega. ‘De accountant van de toekomst’ luidde het thema. Fou-Khan Tsang begon met de waarschuwing dat het geen opbeurend verhaal zou worden, maar dat we de toekomst als accountant niet te negatief moesten inzien. Het eerste deel van zijn waarschuwing kwam hij direct na. De sheets vertoonden negatieve krantenstukken ten opzichte van accountants en dalende omzetcijfers voor de kantoren. Daarnaast werd de verwachtingskloof tussen de maatschappij en de accountant aangehaald. De maatschappij verwacht (te) veel van de accountant, terwijl deze zelf geketend is aan wetten en regels, de realiteit. Na een uur was het informatieve deel van de avond ten einde en werd de tap geopend. We kunnen terugkijken op een geslaagde Thema-avond met een goede spreker. Fou-Khan Tsang sloot dan ook gepast af met de woorden: “maar ondanks alles, blijft accountancy toch het mooiste beroep.”

18 | Pro Memorie Magazine

ok dit jaar was er weer de mogelijkheid voor nieuwe leden om met elkaar en met Pro Memorie kennis te maken tijdens de jongerejaarsactiviteit. Deze vond plaats op dinsdag 11 september jl. Tekst: Aniek Bossink en Dian Miedema

Vanaf half vijf werden we welkom geheten bij Bowlingcentrum Groningen. De opkomst was groot, dus het beloofde een gezellige avond te worden. Na een eerste kennismaking kreeg iedereen een baan toegewezen en was het tijd om elkaar te imponeren met de bowlingkunsten. Ook het bestuur had zich over de groepjes verdeeld. Onder het genot van een drankje werd de ene na de andere strike gegooid. De jongens deden niet onder voor het hoge niveau van de meiden. Na een uur fanatiek bowlen, werd de activiteit voortgezet in café ‘Het Feest’, waar tijdens een heerlijke maaltijd werd nagepraat over de vertoonde bowlingkunsten. Ook werden er prijzen uitgedeeld. Voor de winnaars van het bowlen was er de exclusieve Pro Memorie ovenwant en de Pro Memorie agenda. Het laatste deel van de activiteit vond plaats in ‘Bar Players’ met een pubquiz. Ook hier kreeg iedereen een team toegewezen, waarna de quiz kon beginnen. De kennisvragen waren pittig evenals de foto’s van de kapitein-beroemdheden, maar door de diversiteit van de vragen kon iedereen wat inbrengen. Het ging er fanatiek aan toe en er was flink wat concurrentie tussen de groepen. Het was een nek-aan-nekrace maar uiteindelijk wisten ‘De Tukkers’ de eerste prijs in de wacht te slepen, die ook dit keer bestond uit een Pro Memorie ovenwant en een Pro Memorie agenda. De avond werd afgesloten in de stad waar iedereen proostte op een geslaagde jongerejaarsactiviteit!


Benut digitaal drukwerk optimaal. ONLiNE BEsTELLEN pERsONaLisEREN cROss mEDia Ontdek de kostenbesparende en rendementsverhogende voordelen!

Onze vestigingen zijn een levende etalage van passie en betrokkenheid. Die inzet ziet u terug in uw drukwerk. VERLENGDE HEREWEG 61 | 9721 AG GRONINGEN TELEFOON 050 525 22 03 | GRONINGEN@NETZODRUK.NL

volg ons: @netzodruk vind ons:

Netzo snel & flexibel

19 | Pro Memorie Magazine

WWW.NETZODRUK.NL


Interview Bestuur V.l.n.r. Matthijs Polstra, Silke Kroeze, Jasper Landstra, Henk van den Top en Kees Wouters

S

inds de Algemene Leden Vergadering afgelopen september heeft Pro Memorie voor het eerst een vijfkoppig bestuur. Het is hoog tijd om kennis te maken met Jasper Landstra, Silke Kroeze, Henk van den Top, Matthijs Polstra en Kees Wouters. Tekst: Joost Zweers en Jos Pothof

Waar gaan jullie het komende jaar in uitblinken? Na enkele seconden greep voorzitter Jasper de kans deze eerste vraag te beantwoorden en vertelde: “In het kader van onze slogan ‘To the Next Level’, willen wij Pro Memorie naar een volgend niveau tillen. Dat zie je ook terug in onze speerpunten: de binding vergroten onder onze leden, vergroting van de bewustwording van de actualiteit en het doorontwikkelen van de professionaliteit.” Waarom zijn jullie de geschikte personen om deze vereniging te leiden? Kees: “We hebben een leuke groep met allemaal verschillende persoonlijkheden die elkaar aanvullen.” Jasper vult Kees aan en zegt: “We kunnen inhoudelijk goed bezig zijn, maar we hebben het ook op een informele wijze gezellig met elkaar. Dit is denk ik wel een goede basis voor het succes van een bestuursjaar.” Wat zijn jullie bezigheden naast de studie? Kees: “Ik werk bij de Albert Heijn to go, dat is echt leuk. Daarnaast voetbal ik vrij hoog bij TKB team 1.7.” Matthijs: “Beetje fitnessen, beetje voetballen… haha. Nee, mijn sportieve bezigheden staan even op een laag pitje. Ik loop één keer per week een rondje stadspark, lekker met een mutsje op. Ik ben gestopt met werken bij de Media Markt, want ik doe twee masters en doe naast mijn studie nog dit bestuur. Daarnaast organiseer ik ook nog het Consulting Event bij de EBF, dus ik heb genoeg te doen.” Silke: “Ik voetbal ook bij The Knickerbockers, in dames 7. Daarnaast ga ik als fanatieke supporter naar elke thuiswedstrijd van FC Twente.” Henk: “Ik deed veel aan voetbal, maar ik was te laat met de overschrijving dit jaar. Ik werk één volle dag in de week. Dan rijd ik in een auto rond en vul ik van die automaten aan die op het station staan. Wat betreft de over-

20 | Pro Memorie Magazine

schrijving voor het voetbal, tja… mijn zaakwaarnemer was helaas te laat.” Jasper beweert dat hij Kees af en toe les geeft in een potje squash. “Ik laat hem vaak even dichtbij komen en dan geef ik weer even gas”, zegt hij al knipogend. “Verder tennis ik bij de TAM.” Geef een korte omschrijving van je bestuursgenoten. Over Jasper: Kees: “Ik vind Jasper altijd erg rustig. Chill, relaxt.” Matthijs: “Gedreven.” Silke: “Ik vind Jasper uitgebalanceerd en nee, ik heb me niet voorbereid op deze vraag.” Henk: “Ik vind Jasper een enthousiast persoon.” Over Kees: Jasper: “Keesie, oh jongens. In eerste instantie erg gezellig, laat ik ‘m op humoristisch houden.” Silke: “Kees is erg sportief.” Henk: “Ik vind Kees sociaal.” Jasper: “Kees kan veel dingen combineren, hij kan multitasken.” Matthijs: “Ik sluit me graag aan bij de rest.” Over Matthijs: Silke: “Ik vind Matthijs ijdel.” Jasper: “Haha, dat wou ik zeggen joh.” Kees: “Ik denk dat iedereen dat wel wou zeggen over Matthijs, dus ik zeg: ijdel.” Jasper: “IJdel.” Silke: “IJdel.” En Henk: “IJdel.” Matthijs glimlacht een keer en zegt: “Jammer dit jongens.” Over Silke: Matthijs: “Silke is een doorgedraaide Twente-fan.” Henk: “Haha, ja. Silke is echt een doorgedraaide Twente-fan.” Jasper: “Ze houdt van een biertje.” Kees: “Ik wou net hetzelfde zeggen, ze houdt wel van een feestje.” Over Henk: Silke: “Henk kiest altijd mooie woorden uit om zijn verhaal te onderbouwen.” Kees: “Mag ik daar een kleine aanvulling


Interview Bestuur

op geven? Ze zijn niet altijd juist.” Jasper: “Een weloverwogen woordkeuze, hij gebruikt zijn vocabulaire. Als het even kan, gooit hij zoveel mogelijk mooie woorden in een zin.” Silke: “En Henk is heel goed met LinkedIn.” Net zoals bij Kees, lijkt Matthijs even drukker met zijn mobiel dan met Henk. Als je zou mogen kiezen, met wie zou je een dag willen ruilen? Kees: “Het lijkt mij wel een keer lachen om zo’n grote sporter te zijn en een sportwedstrijd voor een enorm publiek te spelen. Het maakt me niet zoveel uit wie het dan is, maar een wedstrijdje bij Real Madrid spelen lijkt me wel super vet.” Matthijs: “Ik zou wel eens een dag van positie willen wisselen met een CEO van een multinational, bijvoorbeeld van Google. Of juist met de CEO van een onderneming die dan al een beetje op de schop zit, dat jij dan eigenlijk die zooi moet opknappen.” Silke: “Ik met Wout Brama. Midden in het veld staan bij FC Twente en dan wil ik het liefst van Ajax winnen.” Henk: “Ik zou ook wel, net als Matthijs, willen dat je ergens echt van toegevoegde waarde bent. Bijvoorbeeld, de CEO van Akzo Nobel is overspannen. Dan zou ik wel een keer zijn taken willen oppakken, zodat de beurskoers weer omhoog gaat. Jasper: “Ik zou wel een dag Roger Federer willen zijn. In het middelpunt van de belangstelling staan, de beste aller tijden zijn en uitblinken. De finale van Wimbledon spelen zou dan leuk zijn.”

“Op een vlotte wijze professioneel zijn.”

Wat is het voornaamste wat je nu al hebt geleerd in dit bestuursjaar? Kees: “Ik denk dat je professioneel moet blijven, maar tegelijkertijd ook gezellig moet zijn en daar een balans in zien te vinden. Als je bijvoorbeeld met recruiters praat, dan moet je niet de saaie doos gaan uithangen, maar je moet ook niet zeggen dat je tot zeven uur ‘s ochtends in de kroeg stond.” Jasper: “Haha. Ja, je moet op een vlotte wijze professioneel zijn.” Matthijs: “Ik heb vooral geleerd dat je effectiever moet plannen. Als je een keer tijd over hebt, dat je dan wel weer wat gaat doen. Anders kom je gewoon niet uit met de tijd.” Silke: “Ja, ik wou ook zeggen: plannen, plannen als een malle.” Henk: “Uitstellen is zo’n dooddoener, dat moet je gewoon niet doen, daar komt afstel van. Als je het echt druk hebt, kun je gewoon veel te weinig slapen. Tot slot vind ik het ook belangrijk om de balans te zoeken tussen informeel en formeel. Jasper: “Ik sluit me eigenlijk wel bij de rest aan. Genieten en plannen! Je moet ook echt genieten als je een keer vrij bent. Als dat zich dan een keer voordoet, is het echt een heerlijk gevoel. Beentjes omhoog, mobiel aan de kant en gewoon even een keer helemaal niks. Dat heb je af en toe wel nodig.”

Wat zijn de specifieke taken van het vijfde bestuurslid, de vicevoorzitter? Kees: “Ik denk dat je in het bestuur zo’n 60 á 70 procent van de taken samen moet doen. Er zijn natuurlijk altijd een paar specifieke taken. Wat ik nu doe? De alumni, daarbij ook de oprichting van de alumnivereniging en daarnaast ben ik verantwoordelijk voor de social media. Het studiepakket hoort er trouwens ook nog bij.”

“To the Next Level” Wat vinden jullie de leukste rubriek van het magazine? Matthijs: “Het eerste waar ik altijd naar kijk, zijn de stellingen.” Silke: “Ik vond altijd ‘Starten in’ heel erg leuk, maar nu vind ik de rubriek ‘Aan het werk’ het leukste. De bijbehorende agenda vind ik dan altijd leuk, dan kijk ik altijd of men nog een beetje vrije tijd heeft.” Matthijs: “Haha, toch word ik daar altijd wel een beetje bang van.” Henk: “Wat ik leuk vind zijn de drie inhoudelijke interviews. Wat de personen over het onderwerp zeggen, vind ik altijd heel interessant.” Jasper: “Ja, ik kan wel zeggen het voorwoord, maar ik sluit me toch graag aan bij het verhaal van Silke.” Kees: “Ik vind het persoonlijk leuk om dingen te lezen over mensen die je kent, dus interviews met de commissies en de stelling lees ik graag.” Met wie zou je wel eens een beschuitje willen eten? Silke: “Met Alexander Pettyfer.” Matthijs: “Met Lieke van Lexmond.” Kees: “Met Ana Ivanovic.” Jasper: “Lekker cliché, met Doutzen Kroes.” Henk: “Ook een tennisster, met Maria Sharapova.” Wat zou je ooit nog eens willen doen? Matthijs: “Als ik er later tijd voor heb, wil ik een prominente plek innemen in een vrijwilligersorganisatie of zoiets. Het is leuk en het staat zeer goed op je CV.” De rest valt van de stoel van het lachen en neemt Matthijs niet meer serieus. Silke: “Ik wil graag, oprecht, duikinstructeur worden.” Henk: “Ik wil graag een wereldreis maken.” Jasper: “Ik wil graag in het buitenland wonen en werken.” Kees: “Bij mij staat een wereldreis ook wel hoog in het vaandel.” Matthijs sluit het interview af met de slogan: “To the Next Level”.

21 | Pro Memorie Magazine


Het is nu Actuali-tijd

Het is nu Actuali-tijd Tekst: Dian Wiedema en Joost Zweers ‘Mannelijke accountants blijven ambitieuzer’ Uit onderzoek van Accountant en Alterim blijkt dat er een groot verschil is tussen de ambities van mannelijke en vrouwelijke accountants om de top in hun kantoor te halen. In het Accountancy Beloningsonderzoek 2012 komt naar voren dat 40,8 procent van de mannen op termijn de ambitie heeft om partner of director te worden. Bij de vrouwen is dit 23,8 procent. Daarnaast is er ook een verschil tussen AA’s en RA’s. 50 procent van de RA’s heeft de ambitie om de top te bereiken, tegenover 27 procent van de AA’s. Dit verschil is nog sterker aanwezig bij de vrouwen. Bij de minder ambitieuze collega’s, zowel mannen als vrouwen, worden de redenen “Ik stel andere prioriteiten” en “Ik ambieer geen functies die me teveel tijd gaan kosten” vaak genoemd. Er is wel een groot verschil tussen mannen en vrouwen bij het antwoord dat “privéomstandigheden dit niet toelaten”. In 2011 gaf 27 procent van de vrouwen dit als reden, bij de mannen was dit 12,8 procent. ‘Hoogleraren:Tilburg beste accountancyopleiding’ Tilburg University wordt op drie van de vier punten als beste beoordeeld in de Elsevier Faculty Rating accountancy. Deze rating is onderdeel van een jaarlijks onderzoek naar de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland, uitgevoerd door Elsevier en ResearchNed. Hoogleraren en universitaire hoofddocenten uit eigen vakgebied hebben zes bachelor- en masteropleidingen beoordeeld. Zij mochten daarbij niet op hun eigen opleiding stemmen. Het aanbod van masterprogramma’s, de kwaliteit van de docenten en de kwaliteit van de wetenschappelijke publicaties worden bij de Tilburg University als beste beoordeeld. Alleen op de kwaliteit van het bachelorprogramma wint de Erasmus Universiteit Rotterdam het van Tilburg. Rotterdam eindigt daarmee op een tweede plaats. Rijksuniversiteit Groningen is op de vijfde plaats geëindigd. ‘Peiling: Accountant betaaldvoetbalorganisatie zou geen sponsor moeten zijn’ In een peiling op de website van accountancynieuws kan gereageerd worden op de stelling: ‘De controlerend accountant van een BVO mag niet tegelijkertijd sponsor zijn van diezelfde club’. Het komt namelijk voor dat een accountantskantoor controlerend accountant is van een BVO en tegelijkertijd sponsor van die club. Wat vindt men van deze combinatie? Is de onafhankelijkheid van de accountant gewaarborgd? In ‘Prikkels voor kwaliteit accountantscontrole’ stelt de AFM dat de sponsoring van controlecliënten niet verboden is. De externe accountant en de accountantsorganisatie moeten een onafhankelijkheidsbeoordeling uitvoeren, waarin zij in feite zelf beoordelen of zij onafhankelijk zijn. In de peiling komt naar voren dat een ruime meerderheid het eens is met stelling.

22 | Pro Memorie Magazine


‘Oplossingen voor omzetdaling’ De gevolgen van de economische recessie bij accountantskantoren zijn behoorlijk voelbaar merkt de SRA op. Uit de nieuwste monitor van de SRA van eind september blijkt dat 23% van de accountantskantoren een omzetdaling heeft. Ruim een half jaar eerder was dit nog maar 14% van de kantoren. Snijden in de kosten, investeren in ICT en specialisatie op het gebied van branches moet ervoor zorgen dat er een keerpunt wordt bereikt. Wat betreft het laatste punt kan de lancering van SRA Branche in Zicht een belangrijke rol vervullen. SRA-accountantskantoren kunnen door middel van data financiële bedrijfsgegevens van ondernemers afzetten tegen branchegemiddelden. Zo kan men met een gering aantal muisklikken zien of een onderneming verschilt ten opzichte van branchegenoten. De onderscheiding ten aanzien van andere brancheonderzoeken is dat het gaat om actuele cijfers. Zo kan er ook een waardeoordeel worden gevormd over bijvoorbeeld personeels- en huisvestingskosten. ‘PE-regeling accountants wijzigt in 2013’ Het volgende kalenderjaar wordt de regelgeving omtrent Permanente Educatie voor zowel Registeraccountants (RA) als Accountants-administratieconsulenten (AA) veranderd. De projectgroep PE-evaluatie kwam met een ontwerp, de Nadere Voorschriften Permanente Educatie (NVPE), die door de besturen zijn vastgesteld. De meest ingrijpende wijziging hierin is dat ook de AA’s vanaf 2013 hun PE moeten registreren in het online registratiesysteem op www.mijnnba.nl. Een aantal veranderingen in de PEregeling zijn: het verplicht volgen van twintig cursussen per jaar bij erkende PE-instellingen, de PE-activiteiten voor de accountants in business worden beperkt tot 20 uren per jaar en de Registeraccountant is verplicht van alle activiteiten gedurende ten minste zes jaar bewijsmateriaal te bewaren.

‘Ondernemingen hebben niet veel zin om hun strategie te communiceren’ Uit onderzoek van de Hogeschool Leiden blijkt dat er grote verschillen zijn tussen Nederlandse beursgenoteerde bedrijven wat betreft de communicatie over hun strategie. Het is een keuze om transparanter te zijn dan de regelgeving vereist, maar uit dit onderzoek blijkt dat de meeste ondernemingen niet veel zin hebben om hun strategie naar de buitenwereld toe te communiceren. Het meest gehoorde argument om het niet vrij te geven, is dat de concurrenten hier hun voordeel mee kunnen doen. Er is ook een keerzijde. Het prijsgeven van de strategie is namelijk bevorderlijk voor de handel in de aandelen van de onderneming. Daar komt bij dat voor belanghebbenden en voor het bedrijfsleven een strategie veel toegevoegde waarde oplevert. De tendens over het algemeen is dat grotere bedrijven zoals AkzoNobel en DSM meer communiceren dan de kleinere bedrijven. De kleinere beursgenoteerde bedrijven kunnen of willen meestal minder vertellen.

23 | Pro Memorie Magazine


Interview Erik Roelofs

Partnerschap bij J

e hebt mensen met meer en mensen met minder ambitie. Een ambitieus doel voor een accountant kan het partnerschap bij een accountantskantoor zijn. Maar hoe is het nu om partner te zijn? Heeft het ook nadelen? Wat is het verschil tussen het partnerschap bij een Big Four-kantoor en een MKB-kantoor? En welke rol speelt de politiek in die functie? Wie kan deze vraagstukken nou beter beantwoorden dan Erik Roelofs. Hij is 14 jaar partner bij Deloitte geweest en is onlangs overgestapt naar KroeseWevers, waar hij eveneens partner werd. We gingen bij hem op bezoek. Tekst: Aniek Bossink en Johannes Kroes

Erik Roelofs Partner KroeseWevers

Erik Roelofs (1967) heeft in 1989 de opleiding Bedrijfseconomie aan de Rijksuniversiteit Groningen afgerond. Aan deze universiteit behaalde hij twee jaar later ook zijn postdoctoraal Accountancy. Destijds was hij de jongst ingeschreven registeraccountant. Nadat dhr. Roelofs in 1989 was afgestudeerd, begon hij als assistent accountant bij TRN/ Nederlandse Accountants Maatschap de Tombe (rechtsvoorganger Deloitte). Hij doorliep het carrièrepad van controleleider, manager en senior manager binnen Deloitte, waarna hij op 1 januari 1998 partner van Deloitte Accountants werd. Hij was in deze functie vaktechnisch eindverantwoordelijke voor de regio Noord en marktleider van de kantoren in Overijssel. Vanaf 1 januari 2012 is dhr. Roelofs partner van KroeseWevers BV. Naast zijn carrière als accountant, vervulde hij de rol als docent en corrector op de Rijksuniversiteit Groningen in de vakken Administratieve Organisatie en Controleleer. Daarnaast was hij lid van de branchegroep van de landelijke organisatie Real Estate.

24 | Pro Memorie Magazine

Had u altijd al de ambitie om partner bij een accountantskantoor te worden? Eerlijk gezegd heb ik nooit een carrière gepland. Dat ik nu partner ben, is me ook niet overkomen. Ik heb de kansen gegrepen die ik kreeg. Ik heb geluk gehad op bepaalde momenten: functies die vrijvielen of opvolgingsproblemen. Zodoende kwam mijn carrière in een stroomversnelling terecht. Daarnaast heb ik veel plezier in en affiniteit met mijn werk. Derhalve is mijn carrière een natuurlijk proces geworden in plaats van een realisatie van geforceerde doelstellingen. Natuurlijk heb je beoordelingsgesprekken en zet je kernpaaltjes: dit wil ik doen en daar wil ik meer aandacht aan besteden, maar ik heb nooit gezegd: “in 1998 wil ik partner worden.” Ik zie in de praktijk voorbeelden dat dit leidt tot veel teleurstellingen. Als je alleen maar dat als doel hebt en het lukt niet, dan gaat het wringen. Niet vanwege het vak, maar meer omdat het doel er is. Dat is soms jammer, want ik denk dat je nooit te oud bent om te leren. Misschien kan het dan wel op een andere manier. Waarom heeft u de overstap gemaakt van een Big Four-kantoor (Deloitte) naar een MKB-kantoor (KroeseWevers)? Naar mijn mening vindt er bij de Big Four-kantoren een opschaling van klanten plaats. Hierdoor dien je steeds meer tijd in de auditfunctie van grotere klanten te steken en kom je minder toe aan de natuurlijke adviesfunctie van de accountant. Eerder had ik in mijn portefeuille veel familiebedrijven, maar ook ik kreeg de laatste jaren bij Deloitte steeds grotere ondernemingen toegewezen. Hierdoor was ik veel bezig om alleen maar een verklaring af te geven en had ik geen tijd om tussentijds eens te praten met de klant over bijvoorbeeld automatisering of financiering. Dat vond ik een verschraling van mijn werkzaamheden. Ik voorzie dat deze ontwikkeling alleen maar toe zal nemen bij de Big Four. Om die reden ben ik op zoek gegaan naar een functie waar ik de combinatie van controle en advies wel kan maken, zodat ik meer voldoening uit mijn werkzaamheden kan halen. Wat is volgens u het grootste verschil tussen het werken binnen een Big Four-kantoor en een middelgroot kantoor? Ik zie in de huidige marktontwikkeling dat de Big Four-kantoren gaan clusteren. Deze ontwikkeling is nu zo’n twee jaar aan de gang. Er zijn nog maar tien of twaalf vestigingen per kantoor in Nederland. Dit betekent dat je regionale praktijken steeds verder van huis gaat bedienen. Die afstand is voor hele grote


een MKB kantoor partijen geen punt, het gaat bij hen puur om de compliance, het afgeven van de controleverklaring. Door deze marktontwikkeling bedienen de Big Four-kantoren de kleinere regionale ondernemingen op een steeds grotere afstand.Voor deze klanten maakt het wél wat uit waar je als accountant zit. Dergelijke ondernemingen zijn meer regionaal gebonden. Als je uit dezelfde omgeving komt, heb je sneller een klik met mensen, denk aan eventuele cultuurverschillen. Waar middelgrote kantoren zich dus vooral op deze regionale ondernemingen richten, bedienen de Big Four steeds meer de landelijke accounts. De oorzaak van de tendens van het clusteren van de Big Four-kantoren heeft vooral te maken met een veranderende economie voor de accountancy: er is minder advieswerk, meer regelgeving, de rol van de AFM neemt toe en derhalve is er steeds meer focus op interne processen. Het antwoord van de grotere kantoren is opschaling van kantoren om de kwaliteit te garanderen, hierdoor gaan zij zich steeds meer op de auditfunctie richten. Voor de hand ligt, om je dan alleen op de grotere klanten te richten. Bij de middelgrote accountantskantoren werk je vooral voor regionale bedrijven en je zet dan net een stap verder dan alleen de cijferkant. Het gaat daar ook om praten over de visie van een organisatie. Wat zijn de leuke en minder leuke kanten van het partnerschap? Een mooie kant van het partnerschap is de veelzijdigheid. Je bent naast accountant ook verantwoordelijk voor je mensen, het kantoor en de klantenportefeuille. Je bent een ondernemer, je moet kansen en ontwikkelingen zien. Een nadeel van het partnerschap is de drukte en stress. Het is geen acht-tot-vijf-baan. Het komt meerdere malen per week voor dat je ’s avonds ook nog een vergadering of bijeenkomst hebt. Soms is het woekeren met tijd. Daar moet niet alleen jij tegen kunnen, maar ook je gezin. Soms weet je ’s ochtends nog niet waar je ’s avonds bent. Dat maakt het dus onvoorspelbaar en vereist flexibiliteit. Een veelgehoorde veronderstelling is dat je voor de echte uitdaging naar de Randstad moet gaan. Klopt dat? Dat zou suggereren dat er geen uitdagingen in bijvoorbeeld Emmen en Groningen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke prikkels bij zowel mijn kleinste als bij mijn grootste klanten constant aanwezig zijn. Uiteraard wel op een ander niveau qua omvang en tijdsbesteding, maar ze zijn er. Hier is evenveel hectiek als bijvoorbeeld in de Randstad, alleen zijn wij in het uiten hiervan nuchter en bescheiden. Wij praten daar niet uitgebreid over. Ik was eens bij een collega-kantoor in Amsterdam en de mensen daar hadden grootse verhalen over hun klantenportefeuille. Echter, toen ik hun klantenportefeuille bekeek, zag ik dat wij vergelijkbare klanten hebben met gelijksoortige uitdagingen om op te lossen.

Voor welke mensen heeft u bewondering? Ik heb bewondering voor mensen die meer uit andere mensen kunnen halen. Dus een leidinggevende die jullie, de aankomende accountants, kan laten groeien. Deze moet motiveren, stimuleren en triggeren. Zodat degene het beste uit zichzelf kan halen. Er moet je constant een soort spiegel voor worden gehouden. En dat gaat verder dan alleen de vaktechnische vragen. Na een presentatie kun je dan vragen krijgen zoals: “Wat ging er goed?”, “Wat ging er niet goed?”, “Hoe kom je nu over?” en “Was jouw bedoeling helder?”. De lat moet namelijk wel steeds hoger worden gelegd. Binnen organisaties in de accountancy is dit veelal wel helder vastgelegd. Een soort stramien om door te groeien en te beginnen als assistent, dan seniorassistent, manager en verder. Maar het gaat erom: hoe doe je dat dan? Hoe ga je verder? Welke verbeterpunten zijn er voor mij van belang? Iedereen doorloopt dat pad dus anders, omdat gelukkig iedereen andere kwaliteiten en verbeterpunten heeft.

“De rol van de accountant is om de ondernemer verder te helpen.” Waar liggen volgens u de grootste kansen voor accountants om zichzelf te verbeteren binnen het beroep? De grootste kans bij de accountants is dat ze meer moeten communiceren met het maatschappelijk verkeer over wat ze doen en wat ze juist niet doen. We moeten duidelijk aangeven waar onze verantwoordelijkheid ophoudt. Als er tegenwoordig een incident gebeurd, verzinnen we nieuwe regels.Vindt er dan nog een incident plaats, dan passen we de regels of de tekst van de controleverklaring weer aan. Zodoende gaat het maatschappelijk verkeer denken: “Het is ook altijd wat met de accountants”. De verwachtingskloof die er altijd al was, daar moeten we als beroepsgroep met zowel de politiek als de kranten over communiceren. Roep maar dat de directie verantwoordelijk is voor de jaarrekening en wij die slechts toetsen. Daarnaast moeten we duidelijk maken dat we geen frauderechercheurs zijn. Echter schieten we als accountants te vaak in een verdedigende houding als er een incident plaatsvindt. Dit doen we, omdat we denk ik te bang zijn geworden door die incidenten. Daardoor krijg je een ‘selffulfilling prophecy’. Er zijn vaak geluiden dat de wetgeving te vaak en te snel verandert. Hoe ervaart u dat? En is dit bij te houden? Ongeacht de hoeveelheid regelgeving, ben ik van mening dat je als accountant altijd up-to-date moet zijn. Hoeveel het ook is, dat is

25 | Pro Memorie Magazine


het hart van je bestaan en dat moet je nooit verloochenen. Sommige accountants klagen bijvoorbeeld over de PE-punten en dat vind ik onzin. Je moet voldoen aan de wet- en regelgeving. Je dient je gereedschapskist op orde te hebben. Het up-to-date blijven vergt wel veel tijd. Zo zijn er veel vaktechnische bijeenkomsten. Bovendien is het waar dat de regelgeving is toegenomen. Dat is de laatste vijf jaar harder gegaan dan die vijftien jaar daarvoor. Helaas hebben incidenten als Enron, Ahold, en Parmalat ervoor gezorgd dat in eerste instantie vanuit Amerika een andere wind komt. Hierdoor krijgen we veel wetgeving om ‘het dicht te timmeren’. Persoonlijk vind ik dat geen goede ontwikkeling. Je krijgt dan meer een ‘check-theboxes’-idee. Ik geloof meer in de principle-based benadering. Om dat te realiseren moeten accountants met elkaar discussiëren, elkaar scherper maken en dat is ook iets wat vanuit de NBA gestimuleerd wordt. Dat is veel belangijker dan nog een wetboek en uitgebreide regelgeving over iedereen uitstorten. Los van de toegenomen kosten, geloof ik niet in deze ontwikkeling. Dat houdt een keer op.

“Ik lever waarde aan de klant en de klant wil daarvoor betalen; dat is de jus van ons werk.” Wat vind u van het feit dat de politiek zich steeds meer gaat bemoeien met de accountantcymarkt? Het is jammer dat de politiek zich steeds meer gaat bemoeien met onze markt, maar dat is iets wat we volledig aan onszelf te wijten hebben. Jarenlang dachten we dat we het zelf konden, maar gezien de incidenten binnen de accountancy kun je zeggen dat ons toezicht onvoldoende is geweest. Door alle negatieve publiciteit en het dalende vertrouwen van het maatschappelijk verkeer in de accountant is het niet meer dan logisch dat de politiek zich meer met het beroep is gaan bemoeien. In wezen zouden we zelf in staat moeten zijn om dat regelen. Wat zou u ervan vinden als alle accountants in dienst komen van de overheid? Ik vind het geen goed idee dat alle accountants in dienst van de overheid komen. Ik denk dat de ondernemers, onze cliënten, daar niet bij gebaat zijn. Het zal leiden tot verplichte nering en de klant gaat de accountantsverklaring als een ‘moetje’ zien, net zoals ze een vergunning nodig hebben. De accountant komt in een andere positie en kan worden gezien als een soort tegenstander, terwijl dat het niet moet zijn. We worden een soort Belastingdienst, maar ons vak is veel breder dan het uitvoeren van de wettelijke taak. Bovendien zal niet het beste uit 26 | Pro Memorie Magazine

de accountants gehaald worden als alle accountants in dienst van de overheid komen. Er zijn geen marktprikkels om efficiënt te controleren en hieruit efficiënt de natuurlijke adviesfunctie in te vullen voor de client. Ik ben van mening dat de markt het efficiënter kan oplossen dan de overheid. De cliënt zal andere partijen moeten gaan betrekken met alle kosten tot gevolg. De rol van de overheid is om te toetsen of wij ons werk goed doen, daar moet het bij blijven. Ik heb zelf ook nooit overwogen om aan de slag te gaan als overheidsaccountant. De prikkel om wat extra’s te presteren ontbreekt daar. Nu heb ik een uurtarief en beperkingen in tijd of middelen. Dat vind ik nou juist de jus van ons werk, om te kunnen zeggen: “ik heb waarde geleverd voor jou als cliënt en daar wil jij voor betalen.” Dat heeft de overheidaccountant helemaal niet nodig, die komt slechts om zijn controletaak uit te voeren. Zou u het accountantsberoep op den duur willen verlaten? Zo ja, wat voor functie zou u dan willen bekleden? Ik heb bij een aantal ondernemingen de mogelijkheid gehad om financieel directeur te worden, maar ieder aanbod heb ik bewust afgewezen. Ik denk dat je in een dergelijke functie de eerste twee jaar best veel uitdagingen zal hebben om verbeteringen aan te brengen, maar ik ben bang dat je daarna passief wordt. Dat is mij momenteel te eenzijdig. Ik houd van de afwisseling in mijn beroep. Dus we kunnen zeker veronderstellen dat ik de komende jaren partner blijf. Heeft u nog tips voor het vinden van een accountantskantoor dat goed bij je past, zodat er eventueel een langdurige samenwerking kan plaatsvinden? Ga op zoek naar een organisatie waar je het beste tot ontplooiing komt en ervaring kunt opdoen. Probeer een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van wat er allemaal in de accountancywereld te koop is, waardoor je kunt nagaan wat je echt aanspreekt binnen de vele kantoren. Zoek een organisatie die kwaliteit hoog in het vaandel heeft staan. Bewandel daarnaast niet het vaste pad als je eenmaal binnen een organisatie bent, maar wees proactief, wees gretig. Welke ontwikkelingen zijn er bijvoorbeeld allemaal gaande en wat betekent dit voor je eigen ontwikkeling? Stel jezelf altijd de vraag of je dat leuk vindt of blijft vinden. Plezier in het werk is echt belangrijk. Zelf heb ik in eerste instantie gekozen voor een Big Four-kantoor, omdat je mag stellen dat deze kantoren over het algemeen hun kwaliteit op orde hebben. Als je bij zo’n kantoor aan de slag wilt gaan, is het vooral van belang of de cultuur bij je aansluit als persoon en als accountant. Ga op zoek naar een omgeving die bij je past, waar je je veilig voelt en waar je tot je recht komt. Om daarachter te komen moet je vooral zoveel mogelijk gesprekken aangaan met mensen uit die verschillende omgevingen.


w w w.g A A A n . n u

Naam Leeftijd Studie Pro Memorie

A n d e r h A l f u u r v o o r d e e i n d b e s p r e k i n g vA n d e j A A r r e k e n i n g vA n e e n g r o o t r e c l A m e b u r e A u

27 | Pro Memorie Magazine Š 2011 KPMG N.V., alle rechten voorbehouden.


Verslag Inhousedagen Utrecht

Inhousedagen Utrecht O

p een stralende, maar toch enigszins koude, dinsdagochtend was het dan eindelijk zover: de Inhousedagen Utrecht 2012//2013. Dit mooie weer hield de 9e, 10e en 11e oktober gelukkig aan.Tijdens deze dagen mochten we een kijkje nemen bij de kantoren of klanten van PwC, Blömer, KPMG en BDO in Utrecht en omgeving. Tekst: Johannes Kroes

Met een groep van 26 participanten kwamen we dinsdagochtend 9 oktober aan in Utrecht. Na een korte stop bij het hotel was het tijd voor de eerste activiteit. Wij gingen naar een klant van PwC, bioscoop Pathé, waar het kantoor haar activiteit had georganiseerd. Na een korte kennismaking en rondleiding door Pathé, was het tijd voor de case. Onder het genot van een bak popcorn werkten we in groepjes van vier aan een case waar we de risico’s van Filmrol Bioscopen BV in kaart hebben gebracht. Daarna hebben we een cijferanalyse van de omzet uitgevoerd en de bevindingen met de controller besproken in een rollenspel. In de derde opdracht werd nader op de kascontrole ingegaan. De dag met PwC werd afgesloten met een diner in het restaurant Keuken. Na het diner stond nog één ding op het programma, namelijk het uitgaansleven van Utrecht verkennen. Dit werd gerealiseerd in Club Poema. De volgende dag hebben we Blömer te Nieuwegein bezocht. Het bezoek begon met een presentatie over het belang van cultuur binnen accountancy. Daarna mochten we in vier groepen het kantoor verkennen en werknemers vragen stellen over onder andere de cultuur binnen Blömer. Na afloop werd dit gepresenteerd, waarna het bezoek aan Blömer werd afgesloten met een lunch.Vijf van de participanten zijn na de lunch afgereisd naar Amstelveen om te solliciteren voor de KPMG Business Course. De overige deelnemers zijn naar KPMG De Meern te Utrecht gegaan. Na een korte introductie van KPMG werd een case behandeld welke bestond uit drie opdrachten. Bij de eerste opdracht was het de

28 | Pro Memorie Magazine

bedoeling dat men een naam, visie, doel en logo van een nieuw op te zetten raceteam verzon. Bovendien moest er een begroting gemaakt worden binnen de 10 miljoen euro. In de tweede opdracht vervulden de teams de rol van een accountantsorganisatie en was het de bedoeling dat men een ‘pitch’ ging houden om een klant binnen te halen. In de derde opdracht was het de bedoeling dat we uit een grote hoeveelheid aan gegevens bepaalde rapporten gingen maken. Na de case hebben we geluncht in het Aziatisch restaurant LE:EN. Daar schoven de vijf sollicitanten uit Amstelveen weer aan. Die avond zijn we op stap geweest in het studentencafé ‘t Pakhuis. De laatste dag zijn we naar BDO gegaan. Na een korte presentatie over BDO zijn we bezig geweest met een case over een stichting die culturele trips in Utrecht organiseert. In groepjes van vier werden uit de case attentiepunten gehaald voor de jaarrekeningcontrole. In een rollenspel mochten we deze risico’s onder woorden brengen bij de directeur van de stichting. Na de case hebben we een groepsfoto gemaakt op het kantoorgebouw van BDO en zijn we per bus afgereisd naar het theehuis Rhijnauwen, waar we geluncht hebben. Daarna was het tijd om onze spullen te pakken en terug te reizen naar Groningen. Al met al kunnen we terug kijken op drie geslaagde Inhousedagen in Utrecht en willen we de kantoren heel hartelijk bedanken voor de organisatie.


Column Henk Nijboer

Hervorming financiële sector noodzakelijk en gewenst PvdA de zorgplicht wettelijk verankeren. Mijn tweede doel is dus dat financiële instellingen alleen degelijke producten (mogen) verkopen die voldoen aan een behoefte.

“Banken en verzekeraars hebben teveel rommel verkocht.”

drs. Henk Nijboer Financieel woordvoerder voor de PvdA in de Tweede Kamer Studeerde algemene economie (cum laude) aan de RuG

Met de val van het Amerikaanse Lehman Brothers in 2008 werd pijnlijk zichtbaar dat de financiële sector te lang haar gang kon gaan en zo een grote dreiging vormt voor de gehele economie. Ook na vier jaar is er nog heel veel nodig om de financiële sector niet meer het schuurpapier, maar het smeermiddel te laten zijn van de economie. Ten aanzien van de financiële sector streef ik de komende jaren, twee op het oog eenvoudige, doelen na. In de eerste plaats wil de PvdA de risico’s voor de economie en overheid van een nieuwe financiële crisis beperken. Na de val van Lehman Brothers werd de Nederlandse overheid gedwongen tot majeure reddingsoperaties om de pensioenen en het spaargeld van mensen te beschermen. De kosten daarvan liepen in de vele miljarden. De kans op een dergelijke gebeurtenis moeten we in de toekomst verkleinen, de potentiële schadelast beperken. Door middel van het versneld verhogen van kapitaaleisen, het naar voren halen van buffers voor systeemrelevante banken, een vernieuwd depositogarantiestelsel (het stelsel dat de spaartegoeden tot 100.000 euro van mensen garandeert), door Europees bankentoezicht en door de discussie aan te gaan over het scheiden van nuts- en zakenbankieren. Banken en verzekeraars hebben teveel rommel verkocht. Weg met de woekerpolissen. En stoppen met de verkoop van derivaten aan (semi-)publieke instellingen die risico’s verhogen in plaats van afdekken. Financiële instellingen moeten de omslag maken van productgedreven verkoop naar dienstbare financieel adviseurs. Daarom wil de

Bonussen worden wettelijk gemaximeerd op 20 procent van de vaste beloning. Torenhoge beloningen zijn oneerlijk, zeker in deze tijden waar vele mensen worden ontslagen. Zeker zo belangrijk is dat het beperken van bonussen helpt bij het realiseren van de twee genoemde doelen. Het verleden heeft geleerd dat bonussen op basis van verkoop leiden tot productpush en daarmee de risico’s voor de reële economie vergroten. Het belang van de klant werd bijvoorbeeld volledig uit het oog verloren bij de hypotheekverkopen in de Verenigde Staten en de zeven miljoen woekerpolissen die in Nederland zijn verkocht. Het probleem met bonussen is dat die altijd op basis van criteria worden uitgekeerd en die zijn van tevoren nooit goed vast te stellen. De wereld is immers complex. Kortom, een beperkte bonus mag als beloning voor hard werken. Een hoge bonus op basis van criteria leidt tot verkeerd gedrag. Bij alle noodzakelijke hervormingen geldt als randvoorwaarde dat de nutsfunctie van banken, kredietverlening aan consumenten en bedrijven, niet in het gedrang komt. De Tweede Kamer organiseert daar op initiatief van de VVD, PvdA, D66 en CDA dan ook binnenkort een hoorzitting over met wetenschappers, bedrijfsleven en de financiële sector. Tot slot nog een opmerking over de wettelijke verankering van de bankierseed. Daarmee worden heel gewone zaken beloofd, zoals het integer en zorgvuldig uitoefenen van de functie; het maken van een zorgvuldige afweging tussen belangen van partijen; het centraal stellen van het belang van de klant en het naleven van wetten, reglementen en gedragscodes. Er is in de media kritiek geuit op de symbolische waarde ervan. Op 20 september legde ik als gekozen volksvertegenwoordiger zelf de eed af en verklaarde ik trouw aan onze grondwet. Een indrukwekkende gebeurtenis. Ik zal het niet in mijn hoofd halen iets te doen of na te laten wat het ambt zal schaden. Sterker, ik zal de komende jaren alles proberen te doen om een goed volksvertegenwoordiger te zijn. Een van de beloftes die ik doe is dat ik me in het parlement zal inzetten voor een gezondere en meer dienstbare financiële sector. Dat verklaar en beloof ik. 29 | Pro Memorie Magazine


Interview Redactie V.l.n.r. Aron Jansen, Aniek Bossink, Robert Wakker, Johannes Kroes, Joost Zweers, Hasan Gürkan, Jos Pothof, Dian Miedema

N

a de wekelijkse vergadering van onze enthousiaste en gemotiveerde redactiecommissie 2012//2013 heeft oudredactielid Silke Kroeze deze commissie geïnterviewd. Ondanks dat op de achtergrond de zwaar interessante voetbalwedstrijd Ajax - Manchester City aan de gang was, zijn tijdens dit interview zaken besproken die wij u niet willen onthouden. Wilt u weten wie de personen achter dit Magazine zijn? Dan moet u zeker verder lezen. Tekst: Hasan Gürkan en Johannes Kroes

Waarom heb je voor de studie accountancy en controlling (A&C) gekozen? Na wat aarzeling uit de groep beet Joost de spits af bij het beantwoorden van deze eerste vraag. Hij heeft op basis van gevoel gekozen voor de opleiding A&C. Jos heeft voor de opleiding gekozen, omdat hij in de vooropleiding het vak Management en Organisatie (M&O) leuk vond. Aron, omdat het beroep de gelegenheid biedt om een kijkje te nemen in de keuken bij meerdere organisaties. Dat maakt volgens hem het beroep afwisselend en leuk. Omdat je gelijk weet wat je wordt, was de beweegreden voor Robert, anders had hij wel bedrijfskunde gedaan. Hasan vond het functioneren van financiële markten interessant en vond via accountancy een mooie manier om zich hierin te verdiepen. Johannes vindt dat de opleiding een waardevolle toevoeging op zijn vooropleiding (HBO bedrijfseconomie) is. Dian heeft ook op basis van gevoel gekozen voor de opleiding en je hebt zekerheid wat je gaat worden. Aniek vindt het leuk om met cijfers te werken. Wie is de grappigste in de commissie? Bijna in koor werd “Jos” geroepen, maar ook Robert zijn naam werd meerdere malen genoemd. Waarom Jos het meest grappigste is, werd toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Tijdens een vergadering op Aron zijn kamer vroeg Aniek aan Aron hoe het licht in de wc aan moest, waarop Jos prompt zei: “Als je hard genoeg plast, gaat het licht vanzelf aan.”

30 | Pro Memorie Magazine

Met wie zou jij een beschuitje willen eten? Hasan: Daphne Bunskoek. Jos: Chantal Janzen. Robert: Sylvie van der Vaart. Joost: Gigi Ravelli. Aron: Julius Jaspers (de wat stevigere man uit Topchefs). Dian: John Mayer. Johannes: Doutzen Kroes. Aniek: Ruud Feltkamp. Wie van de commissieleden gaat het het verst schoppen in zijn/haar carrière? Bijna unaniem wordt voor Hasan gekozen. Volgens Jos zal Hasan het vooral ver schoppen buiten de accountancy, namelijk in de politiek. Ondanks zijn sociaaldemocratische visie op het politieke bestel, kan Hasan wellicht op de stem van Aniek rekenen. Hasan kiest zelf voor Joost en Jos. Joost en Robert denken dat, naast Hasan, Jos het ook ver zal schoppen. Wat wil je sowieso een keer gedaan hebben in je leven? Joost zegt gekscherend dat hij wel een keer met Aron in een auto een sloot in wil rijden. Aniek lijkt het leuk om van een brug af te plassen. Robert zou graag een keer een rondreis door Amerika willen ondernemen, maar ook parachute springen is iets wat hij graag gedaan zou willen hebben. Hasan ziet het wel zitten om voor één dag president van Amerika te zijn. Aron wil graag een keer driften. Dian en Johannes willen graag een keer een rondreis/survival door Afrika ondernemen en/of daar vrijwilligerswerk willen doen. Aniek ziet dit ook wel zitten. Ze wil graag wat voor die mensen daar kunnen betekenen. Bovendien kan ze dan allemaal met kleine negertjes knuffelen, want die zijn volgens haar heel lief; denk maar aan hun óógjes!


Interview Redactie

Lijdt de relatie met jouw vriendin ook onder al het werk wat je voor de redactie moet doen? Degenen die een relatie hebben (Joost, Jos en Aron) konden deze vraag ontkennend beantwoorden. Op basis van de gegeven antwoorden, vroeg de interviewer zich af of de commissie wel druk genoeg is. Unaniem werd beargumenteerd dat de commissie druk genoeg is. Wat is jouw gekste hobby? Ieder commissielid vindt zijn of haar hobby niet echt gek. Zo houdt Robert van sporten en pokeren. Het omgaan met Aron zou een gekke hobby van hem kunnen zijn. Johannes doet ondermeer aan stijldansen (onder andere met twee Duitse dames) en salsa. Aron houdt van motor rijden. Dian vindt het doen van boodschappen en het koken daarna erg leuk. Joost houdt enorm van voetbal. Waar mogen mensen jou ’s nachts voor wakker maken? Aron: lekker en veel eten (zoals lasagne). Joost: voetbalwedstrijd van Ajax in de Champions League. Robert: kippenboutje of een concert van de Esperando’s. Jos: kebab van een bepaalde zaak in Assen. Hasan: vliegticket voor een half jaar naar Istanbul of New York. Aniek: uitverkoop bij de H&M of de Bijenkorf, maar carnaval is ook goed. Johannes: een spontane vakantie naar een warm land of een mooie stad. Dian: live concert van een goede artiest.

“Tijdens het eten is het gezellig; tijdens de vergadering serieus.” Hoe verloopt de gemiddelde vergadering bij de redactie? Volgens Joost is de sfeer tijdens een vergadering goed en er zit structuur in. Meestal wordt er eerst gezellig samen gegeten. Tijdens de vergadering is het serieuzer, ook al dwaalt men soms af. Iedereen beaamt dit. Volgens Dian wordt het tegen het einde van de vergadering wat rumoeriger. Wat verwacht je van de redactie te leren? Dian en Aniek willen graag hun interviewtechnieken verbeteren en het geeft de mogelijkheid om wat meer over accountancy te weten te komen. Hasan wil kijken of journalistiek wat voor hem is. Joost kan door zijn functie in de commissie leren om leiding te geven. Jos en Johannes willen door hun rol het programma Adobe InDesign beter leren kennen. Robert wil als eindredacteur eerst goed Nederlands leren schrijven en daarna goed Nederlands leren praten. Aron heeft volgens zichzelf alles eigenlijk wel geleerd, maar hij wil wel beter leren opletten. Wat zou je doen als je nog een maand te leven had? Aron zou dan gaan motorcrossen en parachute gaan springen. Aniek gaat dan in ieder geval leuke dingen doen met vriendinnen,

zoals naar de sauna gaan en een massage. Een massage spreekt Robert ook wel aan, ook al is het zonder een happy ending. Daarnaast zou hij feest gaan vieren met al zijn vrienden die hij heeft. Joost kiest om, al dan niet alleen, op vakantie te gaan naar een warm land en daar al niets doende doodgaan. Jos zou naar New York gaan. Johannes gaat Joost achterna; op vakantie naar een warm land! Dian kiest voor een wereldreis om alles nog een beetje te gaan zien. Hasan is wel genegen om met Dian mee te gaan en blijft dan in Turkije hangen. Wat zou je graag anders willen zien aan jezelf? Johannes wil graag sneller beslissingen nemen in plaats van lang erover na te denken. Jos en Dian beamen dit. Aniek wil graag van haar Twents accent af. Joost wil graag meer discipline, bijvoorbeeld met studeren. Welke rubriek vind je het leukst? Hasan vindt de columns het meest leuke, omdat hij nu al weet dat de commissie twee hele goede mensen heeft die vanuit verschillende invalshoeken iets schrijven. Aniek beaamt dit. Dian en Aron kiezen voor ‘Een Bakje koffie met’, vanwege het informele karakter. Johannes denkt dat ‘Etiquette’ en ‘Het is nu actualit-tijd’ goede toevoegingen zijn. Robert en Jos kiezen voor de interviews, omwille het verdiepend karakter. Joost noemt ‘Aan het werk’. Waarom is dit blad beter dan ooit tevoren? Volgens Joost heeft dit ermee te maken dat de huidige commissie beter weet wat mensen willen, zoals de columns en ‘Het is nu actualit-tijd’. De doelgroep zal dit vermoedelijk met meer interesse lezen dan zoiets als ‘Soft Skills’. Denk ook aan de ‘Autotest’; voor de Redactie zelf is het natuurlijk wel leuk, maar de toegevoegde waarde voor de lezers is er niet echt. De rest is het hier mee eens. Wie zou je wel eens willen interviewen? Jos: Mark Rutte. Aniek: Barack Obama. Johannes: Koningin Beatrix. Robert: René van der Gijp en Johan Derksen. Dian en Joost: Jan Kees de Jager. Aron: Jimmy Carr. Hasan: Wouter Bos.

“Wij weten wat de lezers willen.” Beschrijf als commissie een commissiegenoot in drie woorden. Johannes: bescheiden, harde werker, integer Robert: goede kerel, droge humor, werkt nauwkeurig Joost: fanatiek, enthousiast, gedreven Jos: humoristisch, nauwkeurig, intelligent Hasan: communicatief, heeft humor, kritisch Aniek: open, sociaal, behulpzaam Dian: serieus, gedisciplineerd, heeft oog voor de ander Aron: praatjesmaker, bourgondisch, gezellig

31 | Pro Memorie Magazine


Een bakje koffie met...

Een bakje koffie met...

prof. dr. Jaap van Manen

N

a enige tijd in Brussel en Parijs te hebben gewoond, is Jaap van Manen economie gaan studeren aan de RuG en gepromoveerd in de economische wetenschappen. In zijn glansrijke carrière is hij 34 jaar werkzaam geweest als accountant bij PWC, waarvan 26 jaar als partner. Momenteel is hij partner bij het Strategic Management Centre (SMC), commissaris bij DNB, lid van de Monitoring Commissie Corporate Governance en hoogleraar aan de RuG. Tekst: Hasan Gürkan en Aron Jansen het me is gelukt om het vertrouwen van de ondernemer te winnen en zo bij te dragen aan zijn succes. Wat zijn volgens u de grootste verschillen tussen toen en nu? In mijn tijd hadden partners van accountantskantoren meer autonomie in hun besluitvorming. Tegenwoordig nemen partners vaker via overleg hun beslissingen, dus zijn er meer betrokkenen. Wat dat betreft is het makkelijker geworden. De hedendaagse mediadruk en internationalisering binnen de accountantsbranche vormen echter een grotere uitdaging.

Om luchtig te beginnen, wat zijn uw hobby’s? In mijn vrije tijd fiets ik graag. Wanneer het mooi weer is en ik per trein naar Groningen reis, huur ik een fiets om naar de universiteit te fietsen. Ook op kantoor bij SMC heb ik een fiets staan die ik in mijn vrije uurtjes graag gebruik. Tijdens het fietsen verwerkt je onderbewustzijn van alles, waardoor je daarna weer effectief aan het werk kunt gaan. Door uw stijl weet u gevoelige materie bespreekbaar te maken, aldus een collega. Hoe omschrijft u uw stijl? Ik luister naar wat mensen vertellen en communiceer direct, maar op een positieve manier. Met een vriendelijke stem kan je commentaar leveren. Bovendien heb ik mijn leeftijd mee, van een 62-jarige accepteert men meer dan van een 22-jarige. Toen u partner was, was u nog jonger.Wat was toen uw stijl? Ik was 34 jaar toen ik partner werd bij PWC. In de eerste jaren was het lastig, omdat je vanaf dat moment alles zelf moet doen en er geen persoon hogerop is die je onder zijn hoede neemt. Ook had ik in het begin moeite met het loslaten van zaken. De ervaring leert mij ook dat het belangrijk is om als accountant een kritische houding aan te nemen. Wat is uw persoonlijke hoogtepunt in uw carrière? In het begin van mijn loopbaan als accountant controleerde en adviseerde ik een onderneming die in financiële problemen was geraakt. Het werd geleid door een directeur met wie ik goed kon opschieten. Ik heb bijgedragen aan de wederopbouw van het bedrijf en het is uitgebloeid tot een goedlopende onderneming. Ik ben er trots op dat 32 | Pro Memorie Magazine

Hoe kijkt u aan tegen de politieke bemoeienis op het accountantsberoep? Het valt mij tegen dat de politiek niet kijkt naar de eisen van de accountant. De discussie gaat voorbij aan de essentie. Het is goed dat er na een crisis wordt gekeken naar verschillende factoren, waaronder de verslaggeving. Maar “Een huis verbouw je niet als het regent.”

“De ergste fout, is de fout die je in je ééntje maakt.” Hoe moet corporate governance bij accountantskantoren toegepast worden? Niet alle accountantskantoren zijn in staat hun bestuur zodanig in te richten dat zij de rotte appels eruit halen. Partners worden soms in bescherming genomen. Een goed motto is: “De ergste fout, is de fout die je in je eentje maakt.” Die fout kan bijna altijd vermeden worden. Collega’s kunnen immers worden geraadpleegd. Bij zo’n fout zou je moeten overgaan tot afscheid nemen. Uiteraard is een structureel patroon van fouten ook een indicatie voor afscheid, maar in dit geval vanwege gebrek aan kunde. Moeten accountants sterker vertegenwoordigd zijn in de politiek? Niet zozeer in de politiek, maar in de samenleving, zodat je begrijpt wat er in de samenleving speelt. Wordt lid van verenigingen en doe activiteiten naast het beroep. Bij PWC heb ik activiteiten naast mijn baan gedaan en hierdoor heb ik meer voor de maatschappij kunnen betekenen.


Soft Skills Seminar

I

Soft Skills Seminar

n je carrière is alleen kennis niet voldoende. Uitstraling, overtuigingskracht en sociale vaardigheden zijn daarbij onmisbaar. Donderdag 15 november kon er gewerkt worden aan de ontwikkeling van onze soft skills. Tijdens het seminar werden interactieve workshops gegeven door KPMG, BDO en de Belastingdienst. De activiteit werd afgesloten met een gezellige borrel. Tekst: Aniek Bossink en Hasan Gürkan

We werden rond het middaguur verwacht in Ni Hao Stadsparkpaviljoen, waar de activiteit begon met een heerlijke businesslunch. Iedereen was voor deze lunch ingedeeld bij een van de organisaties die vertegenwoordigd waren bij deze activiteit: KPMG, BDO en de Belastingdienst. De informele gesprekken kwamen tijdens de lunch goed op gang en waren interessant. Iedereen kon voorafgaand aan de activiteit zijn of haar voorkeur aangeven wat betreft de workshops. De workshop van KPMG ging over interviewtechnieken. Eerst werd de theoretische achtergrond van het interviewproces besproken. Onder andere kwamen de structuur van het interviewprotocol, de voorbereiding van een interview, het openen van een interview en de rol van de interviewer aan bod. Elk van deze aspecten werd toegelicht met een voorbeeld uit de praktijk.Vervolgens vond er in drietallen een rollenspel plaats. We kregen een case waarbij een persoon de rol van de observant vervulde, een persoon de interviewer was en de derde persoon geïnterviewd werd. Aandachtspunten bij deze opdracht waren: goed luisteren is de basis voor een goed gesprek, wat voor soort vragen zijn gepast en hoe moet je de antwoorden van de geïnterviewde samenvatten gedurende het interview. Verder kwam in deze workshop duidelijk naar voren dat afstemming op je gesprekspartner erg belangrijk is. Je moet inschatten of de geïnterviewde zich bij jou op zijn gemak voelt. Zo niet, dan kan je door middel van spiegelen en leiden de ander op zijn gemak stellen. Bij de workshop van BDO werd ingegaan op het belang van zakelijk flirten. Het was een workshop met veel interactie. Grappige en kenmerkende voorbeelden uit de praktijk werden gebruikt om

de studenten te laten zien waar je op moet letten bij een sollicitatiegesprek. Wat moet je doen om een goede indruk te maken en wat zijn de absolute afknappers. Daarnaast was een belangrijk aspect van de workshop het gebruik van social media. In welke mate worden sollicitanten beoordeeld op basis van hun social media-accounts? Deze vraag stond centraal in dit onderwerp. De discussies over kleding, uitstraling en lichaamshouding kwamen goed op gang. De les van deze workshop was dat non-verbale communicatie een grotere impact heeft dan je denkt. Ook met niets zeggen, zeg je iets. De workshop solliciteren werd gegeven door de Belastingdienst. Deze workshop maakte duidelijk waar de Belastingdienst waarde aan hecht bij sollicitaties en wat je wel en niet in je cv of brief moet zetten. De Belastingdienst is op dit moment een populaire werkgever en kan zich hierdoor permitteren om strenge eisen te stellen aan toekomstige medewerkers. Dit kwam het meest naar voren in hun eis dat accountants bij de Belastingdienst, naast hun reguliere studie, ook een fiscale studie moeten volgen. Deze workshop maakte ook duidelijk dat goede zelfkennis essentieel is tijdens een sollicitatie. Wees concreet over je goede en zwakke punten en vermijdt algemene antwoorden. Aan het einde van de middag werden er onder het genot van een hapje en een drankje nog nuttige tips en aanbevelingen uitgewisseld. Het was een interessante, maar vooral zinvolle middag. We hebben ons verder kunnen ontwikkelen op onze soft skills en daarmee is het doel van deze activiteit bereikt.

33 | Pro Memorie Magazine


Stelling

Naar mijn mening zullen accountants niet onafhankelijker opereren wanneer ze in dienst van de overheid zijn. Een voordeel is wel dat de prijzen van de accountants niet meer sterk veranderen doordat de concurrentie verdwenen is. Desondanks zal het gezegde ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’ nu nog meer van toepassing zijn. De accountant zal luisteren naar zijn werkgever, namelijk de overheid. Het werk van de accountant zal nu gestandaardiseerd plaatsvinden en de accountant zal niet meer zijn eigen weg kunnen gaan.

Als de accountant voor de overheid gaat werken, verwacht ik dat accountants strenger gaan controleren. In de huidige situatie is het maar de vraag of je de klant wilt wijzen op het feit dat er iets niet klopt, omdat je de klant niet wilt verliezen. Wanneer de accountant in dienst is van de overheid zal de onafhankelijkheid toenemen, want de correctheid van de jaarrekening is nu het kerndoel in plaats van zo veel mogelijk winst maken en jezelf te onderscheiden van anderen.

Maxime Appeldoorn (tweedejaars A&C)

Fokke Gorter (derdejaars A&C)

“Controlerende accountants moeten in dienst van de overheid komen.” De accountant is de vertrouwenspersoon van het maatschappelijk en economisch verkeer. Echter, door de economische crisis is het vertrouwen in de accountant gedaald naar een dieptepunt. Regelmatig wordt er getwijfeld aan de onafhankelijkheid van accountants. ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’, luidt het gezegde. Is het daarom noodzakelijk dat alle controlerende accountants in dienst komen van de overheid?

Ik ben deels voor deze stelling. Het probleem met betrekking tot de onafhankelijkheid van én het vertrouwen in de accountant wordt hierdoor nog niet opgelost, maar het is zeker een stap in de goede richting. Daarnaast zou ik voorstellen om de prijs van de audit te laten samenhangen met verschillende factoren zoals omzet, winst en activa. Bij het hanteren van deze vaste factorafhankelijke prijs en een overheid gereguleerde manier van auditen, zal de samenleving meer vertrouwen krijgen in de gepercipieerde onafhankelijkheid.

Job Nauta (master Accountancy)

34 | Pro Memorie Magazine

Oneens. Indien de overheid een goed werkend systeem wil opzetten, zullen de kosten hiervoor te groot zijn. Bovendien bestaat de kans op kennisuitstroom, omdat het beloningssysteem bij de overheid naar verwachting lager zal zijn. Overigens is er geen garantie dat de onafhankelijkheid hierdoor zal stijgen. Betere oplossingen om het vertrouwen annex onafhankelijkheid te laten stijgen, zijn: betere samenwerking tussen accountants en regelgevers, meer toezicht op de accountants door toezichthoudende instanties en zwaardere straffen bij overtreding van de regels.

Kerim Kat (master Accountancy)


Fotopagina

Algemene Leden Vergadering - 06 september 2012

Jongerejaarsactiviteit - 11 september 2012

Inhousedagen Utrecht - 09 t/m 11 oktober 2012

Aftertentamenborrel - 15 november 2012

35 | Pro Memorie Magazine


www.werkenbijpwc.nl

Soms ben je tevreden

Soms drijf je jezelf tot het uiterste Je hebt tijdens je studie alle mogelijke kennis opgedaan. En nu wil je aan de slag. Op een plek waar je al je ambities kwijt kunt. Waar de lat hoog ligt en waar je samenwerkt met professionals. Je start je carrière vliegend en gaat recht op je doel af. Dat is: het beste in jezelf naar boven halen.

Kom verder op werkenbijpwc.nl

Neem voor meer informatie contact op met een recruiter: 088 792 87 77 werkenbijpwc@nl.pwc.com www.werkenbijpwc.nl/contact Volg werkenbijpwc op Facebook en Twitter

Š 2012 PricewaterhouseCoopers B.V. (KvK 3412089) Alle rechten voorbehouden.


Pro Memorie Magazine jaargang 8 nr. 1  

Pro Memorie Magazine jaargang 9 nr 1

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you