Page 1

LANDERD IN BALANS naar een krachtige en duurzame gemeente

coalitieprogramma 2010 - 2014


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

LANDERD IN BALANS De gemeente Landerd heeft enorme kwaliteiten. Een fijn leef-, woon- en werkklimaat, een fraai buitengebied met ruimte voor natuur en activiteit, sfeervolle dorpen voor boodschappen en recreatie, plek voor iedereen om zich thuis te voelen, een bruisend verenigingsleven en goed sociaal beleid. Dit zijn allemaal waardevolle elementen voor een plattelandsgemeente welke het waard maken om ons voor in te zetten. Het programma van de coalitiepartijen Progressief Landerd, CDA en DS97 staat voor een krachtige gemeente die zelfstandig maar in goede samenwerking met anderen borg staat voor een goede uitvoering van de gemeentelijke taken en functies. Zo dragen wij mede zorg voor behoud van de voorzieningen, zetten we ons met hen in voor onze inwoners en werken we samen aan een Landerd waar het goed en plezierig wonen, werken en leven blijft. Op veel terreinen liggen belangrijke vraagstukken die opgepakt moeten worden. Wij zullen daarbij telkens kiezen voor oplossingen die duurzaam zijn. Juist wanneer dit niet gemakkelijk is. Onder duurzaam verstaan we dat oplossingen gekozen worden die op lange termijn het gewenste resultaat garanderen, maar ook waarmee we recht doen aan generaties na ons. Dit is de rode draad in ons programma; investeren in die zaken die verder bijdragen aan die krachtige gemeente en zorg dragen voor duurzame oplossingen. Voor de gemeente ligt de opdracht om ook in tijden waarin steeds meer van gemeenten verwacht wordt en tegelijkertijd de beschikbare financiële middelen afnemen, al deze kwaliteiten goed in te zetten. „Landerd in balans‟ zet nu vooral in op een juiste wijze van uitvoering van de in gang gezette projecten en zet slechts minimaal in op nieuw beleid. We kunnen en willen ons in deze financieel onzekere tijd geen grote extra uitgaven permitteren, ook de gemeente Landerd zal niet ontkomen aan zeer ingrijpende bezuinigingen. Deze coalitie zal hiervoor haar verantwoordelijkheid niet ontlopen en verantwoorde keuzes maken. Desalniettemin is de coalitie groot in haar ambities om in de komende periode de projecten op een goede manier te volbrengen, rust en stabiliteit te brengen en de toekomst van het gewenste voorzieningenniveau voor onze burgers te garanderen. Het nieuwe college wordt hierbij uitgenodigd om dit coalitieprogramma op te pakken en uit te werken en de raad op de hoogte te houden van de vorderingen daarvan en hier jaarlijks verantwoording over af te leggen. Landerd heeft behoefte aan rust en stabiliteit om de gemeente in balans te krijgen. De juiste balans tussen bestuur, ambtelijke organisatie, raad en burgers, balans in de gemeentelijke financiën, balans tussen economie en natuur, balans tussen een kritisch oog en burgerparticipatie. In de volste overtuiging dat deze balans gevonden wordt kijken we met groot vertrouwen naar de toekomst en zullen we werken aan een krachtige en duurzame gemeente.

Landerd, april 2010

PROGRESSIEF LANDERD

CDA

DS 97

2


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

Het coalitieprogramma „Landerd in balans‟ is opgebouwd uit 7 belangrijke thema‟s. Elk thema gaat in op een belangrijk taakveld voor de gemeente voor de komende periode. Waar geen verandering van beleid wordt voorgestaan is ook niets opgenomen, tenzij de coalitie het belang ervan extra wil onderstrepen. De thema‟s: 1. TOEKOMST LANDERD BESTUURSCULTUUR EN –STRUCTUUR FINANCIËN

4 5

2. DORPSINRICHTING CENTRUM ZEELAND CENTRUM SCHAIJK

7 8

3. BUITENGEBIED

10

4. DUURZAAM LANDERD

12

5. WONEN

13

6. SOCIALE ZAKEN, WELZIJN, ZORG EN VERENIGINGEN

16

7. BEREIKBAARHEID EN VEILIGHEID VERKEER EN VERVOER VEILIGHEID

20 20

3


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

1.

TOEKOMST LANDERD

Onze gemeente zal de komende periode nadrukkelijk stil moeten staan bij de vraag hoe we alle wettelijke en maatschappelijke opgaven kunnen blijven uitvoeren en hoe het door ons gewenste voorzieningenniveau gewaarborgd kan worden. We willen een dienstverlening bieden van behoorlijk niveau en kwalitatief goed bestuur garanderen welke voldoet aan onze wensen en de eisen van deze tijd. Om verantwoorde keuzes te maken hoe we met deze actuele vraagstukken om moeten gaan zal de gemeente een brede discussie en uitgebreid onderzoek moeten houden naar het toekomstbeeld van Landerd. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door raad en college, mogelijk met ondersteuning. Essentieel is antwoord te krijgen op welke wijze het gewenste voorzieningenniveau en de belangen van onze inwoners het best gediend kunnen worden. Samenwerkingsopties zullen hierin een prominente rol spelen. Onderdeel van dit onderzoek vormt het opstellen van een sterkte-/zwakteanalyse over onze gemeentelijke taakvelden.

BESTUURSCULTUUR EN -STRUCTUUR Het is van het grootste belang dat Landerd een stabiel gemeentebestuur krijgt waarmee toekomstige processen doorlopen kunnen worden om de uitdagingen van deze tijd aan te gaan. Daarbij vormen samenwerking, collegialiteit, wederzijds vertrouwen en respect de sleutelwoorden. Alle betrokkenen (college, raad en organisatie) zullen hier in gezamenlijkheid naar streven. Raad Als hoogste bestuursorgaan bepaalt de gemeenteraad de kaders en het krediet. De processen om deze rol optimaal uit te kunnen voeren worden transparant en open gevolgd. Wijzigingen op genomen raadsbesluiten worden ter besluitvorming gebracht, de termijnkalender wordt formeel door de raad vastgesteld en raadsvoorstellen worden volgens een helder format opgesteld, zodat ze compleet en rijp voor behandeling zijn. Bij complexe onderwerpen wordt een vooraf vastgesteld stappenplan gevolgd, waarbij eenieders rol, bevoegdheid en de daarbij horende beslismomenten en tijdstippen duidelijk zijn. De raad heeft het recht om altijd alle beschikbare informatie te krijgen, welke door het college tijdig verstrekt wordt, vanuit eigen initiatief of desgevraagd. De gemeenteraad moet als hoogste bestuursorgaan discussies naar zich toe trekken en serieus kunnen voeren. Bij elk onderwerp wordt bekeken op welke wijze de behandeling het beste kan geschieden, waarbij ook niet geëffende paden bewandeld kunnen worden en bekeken wordt of en hoe burgers en organisaties hierbij te betrekken zijn. College Het college draagt als team verantwoordelijkheid voor uitvoering van het beleid. Als betrouwbaar bestuursorgaan draagt het college in gezamenlijkheid het beleid uit. Portefeuillehouders zijn verantwoordelijk voor hun eigen beleidsterrein, maar voeren binnen het college wel openlijk de discussie en betrekken elkaar bij het te ontwikkelen beleid. Er wordt open en transparant naar elkaar, de raad en naar burgers of andere betrokkenen gecommuniceerd. In een goed personeelsbeleid vinden functioneringsgesprekken plaats, wordt een medewerkerstevredenheidsonderzoek gehouden en wordt de Ondernemingsraad betrokken. Respect voor en groot vertrouwen in de ambtenaren is onontbeerlijk. Planmatige aanpak geeft de beste garantie op een goede en tijdige uitvoering van het voorgestane beleid. Uitvoering van het programma dient realistisch te zijn en zoveel mogelijk door de vaste medewerkers te geschieden. Medewerkers moeten zich met plezier aan de gemeente Landerd binden en zullen zo tot optimale inzet komen. Inhuur van externen zal

4


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

daardoor zo geminimaliseerd kunnen worden waardoor de kennis binnen de eigen organisatie blijft. De coalitie is overeengekomen dat 3 wethouders het dagelijks bestuur van Landerd vormen, naast de burgemeester en secretaris. Zij worden alle drie voor een deeltijdfactor van 0,75 fte aangesteld. RO en financiën zullen niet onder één verantwoordelijk wethouder behoren, ook RO en handhaving worden gesplitst. Burgerparticipatie De coalitie vindt het belangrijk om burgers actief te betrekken bij het vormgeven van hun eigen omgeving. Gemeentelijk beleid moet zo dicht mogelijk bij de burger worden uitgevoerd zodat de burger invloed hierop kan hebben maar zich hier ook verantwoordelijk voor voelt. De inspraak moet erop gericht zijn dat burgers op voorhand mee kunnen denken, waarna het college en de raad de inbreng betrekken bij de besluitvorming en toelichten op welke wijze deze meegenomen is. Dit kan ook betekenen dat uitgelegd moet worden waarom inbreng niet meegenomen is, dat maakt onderdeel van het serieus nemen van de burger. Burgerparticipatie is niet alleen een recht, maar het zal ook steeds meer als plichtsbesef opgepakt moeten worden. De gemeente kan het niet alleen. Gelukkig dragen de vele verenigingen, vrijwilligers en mantelzorgers in grote mate bij aan onze gemeente met haar voorzieningen. Hierin zullen we echter nog een stap verder in moeten gaan door burgers en buurtverenigingen aan te sporen verantwoordelijkheid te nemen voor hun leefomgeving.

FINANCIËN De gemeente Landerd heeft een goed voorzieningenniveau: een sociaal minimabeleid, een uitstekende infrastructuur, een fraai buitengebied, prachtige natuur, leefbare kernen, recreatie en ruimte voor ondernemerschap en vooral een bruisend verenigingsleven. Dat is het allemaal meer dan waard om behoud van de gemeente na te streven. Helaas treft de wereldwijde crisis ook ons land. Tijdens het opstellen van het coalitieprogramma werd eens temeer duidelijk dat ook Nederland hier niet aan voorbij kan gaan maar gigabezuinigingen moet doorvoeren. Aangezien het zo is dat gemeenten met de rijksoverheid de „trap op en af loopt‟ zullen ook gemeenten mee moeten gaan in deze bezuinigingsronde. Ook Landerd ontkomt niet aan zeer forse bezuinigingen (zie tabel).

Totaal tekort (€)

2010 - 32.000

2011 208.000

2012 973.000

2013 1.644.000

2014 2.069.000

2015 2.494.000

Tabel: de te verwachte tekorten na verwerking van de vermoedelijke jaarlijkse daling (€ 425.000) uit het gemeentefonds.

Zoals gezegd heeft Landerd een voorzieningenniveau om trots op te zijn. Toch is er nu de noodzaak om het aantal taken dat de gemeente voor haar rekening neemt te beperken. Landerd zal meer de handen van bepaalde taken af moeten halen. Uiteraard staat de gemeente te allen tijde positief tegenover initiatieven vanuit de samenleving, en zullen deze op hun merites beoordeeld worden, waarbij opgemerkt moet worden dat de vanzelfsprekendheid dat waardering gekoppeld wordt aan een financiële bijdrage niet past in deze tijd. Op basis van dit vooruitzicht zal een ambtelijke projectgroep, vergezeld door een delegatie raadsleden, binnen de gemeentelijke begroting zoeken naar een groot aantal mogelijkheden om de bezuiniging door te kunnen voeren. Deze inventarisatie dient in juli 2010 voorgelegd

5


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

te worden aan het college, zodat het college daar bij het samenstellen van de begroting rekening mee kan houden. Op deze manier gaat geen jaar verloren en is de kans groter dat de beoogde bezuinigingen op het juiste moment geëffectueerd kunnen worden. Om te voorkomen dat we wederom in een onhaalbare exercitie als de kerntakendiscussie dreigen te verzanden biedt dit coalitieprogramma enkele handvatten voor deze bezuinigingsslag: Het belangrijkste uitgangspunt is dat de gemeente de meest essentiële basisvoorzieningen en het niveau hieraan gekoppeld dient te handhaven. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan behoud van het sociale minimabeleid en het zoveel mogelijk ontzien van het verenigingsleven voor jeugd en jongeren. Aan de andere kant neemt de coalitie genoegen met een „redelijk‟ tot „voldoende‟ niveau voor onderhoud aan wegen, groen en gebouwen. Als blijkt dat naast bezuinigingen lastenverzwaring onvermijdbaar is, kiest deze coalitie voor het principe „de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten‟ en wordt gekozen voor een OZB-verhoging. Van het totaalbedrag wat als tekort staat in de meerjarenbegroting mag echter maximaal éénderde gedekt worden uit lastenverzwaring. Verdere gedachtegangen zijn: versobering van regels en de uitvoering daarvan; versoberen van kwaliteit en beheer; afzien van automatische actualisatie van notities; scherper begroten; afschaffen of versoberen van niet-verplichte taken; genereren van subsidies; samenwerking indien dit tot kostenreductie of kwaliteitswinst leidt; (nagenoeg) geen nieuw beleid initiëren; temporiseren bestaand beleid; efficiencyslag op alle onderdelen, geen automatische vervanging van materieel e.d. op basis van boekhoudkundige afschrijving maar op basis van technische afschrijving. Bezuinigingen zullen percentueel worden doorvertaald op bijdragen aan samenwerkende partners en gemeenschappelijke regelingen (GGD, regionale brandweer, etc.). Nadien dient op een begrijpelijke en inzichtelijke wijze de meerjarenbegroting opgesteld te worden. Daarbij wordt uitgegaan van: - een sluitende meerjarenbegroting. - reguliere bedrijfsvoering uit reguliere inkomsten (bijdrage rijk en belastingen). - diepte-investeringen (zoals scholen, gemeenschapshuizen en centrumplannen) zoveel mogelijk financieren uit meevallers, overschotten en opbrengsten grondexploitaties. - tarieven voor gemeentelijke diensten moeten kostendekkend zijn. Verenigingen worden gecompenseerd voor kosten van leges en vergunningen.

6


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

2.

DORPSINRICHTING

Bij de inrichting van onze dorpen wordt over onze generatie heen gekeken. Niet voor de korte termijn deeloplossingen realiseren, maar zoveel mogelijk de actuele problemen aanpakken door een lange termijn oplossing te zoeken. De centrumplannen voor Zeeland en Schaijk zijn daar de beste voorbeelden van: we moeten over pakweg 15 jaar nog kunnen concluderen dat de gekozen richting de goede is geweest. Juist daarom zullen we de dorpse karakters moeten behouden voor het nageslacht en karakteristieke kwaliteiten combineren met slimme, innovatieve toevoegingen.

CENTRUM ZEELAND Brede school annex multifunctioneel centrum Het project van de brede school annex multifunctioneel centrum is door het vorig college in ontwikkeling gebracht en inmiddels is krediet (10,5 miljoen exclusief gekapitaliseerde huur Brabant Zorg; totaal 12,3 miljoen) vastgesteld. De coalitiepartijen zijn overeen gekomen dat het nieuwe college de plannen snel uitwerkt en uiterlijk in september 2010 of zoveel te eerder een compleet voorstel aan de gemeenteraad presenteert, waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre het plan brede school/MFC voldoet aan de volgende randvoorwaarden: - De functionaliteit van het plan en het draagvlak onder de partners dient overeind te blijven, ondanks de eerder doorgevoerde bezuinigingen op o.a. de programma‟s van eisen. - De ruimtelijke invulling en het ontwerp moeten passen bij het dorpse karakter van Zeeland. Dus niet één kolossaal gebouw dat rondom is dichtgebouwd met woningen, maar een samenhangend geheel dat bestaat uit kleinere eenheden met daaromheen voldoende ruimte en groen. Karakteristieke panden (Kerkstraat 42, 44, drie-eenheid Hap & Stap, parochiehuis/bibliotheek en Van Dongen (52-56) alsmede pastorie en bondsgebouw) dienen behouden te blijven en optimaal tot hun recht te komen. Zij mogen evt. wel een andere functie krijgen. - De bereikbaarheid en het parkeren dienen goed geregeld te zijn. - Uit het op te stellen beheersplan en exploitatieopzet dient helder te worden dat deze sluitend is, waarbij verenigingen vergelijkbare huurtarieven betalen en de gemeente dezelfde subsidie verleent als nu het geval is. - Er dient volstrekt duidelijk te zijn wat we voor het geld terug krijgen. Het geheel moet een aantoonbare kwaliteitsverbetering voor Zeeland opleveren, zowel in functioneel als in ruimtelijke opzicht. - Bij de uitvoering moeten de scholen absolute prioriteit krijgen, zo mogelijk als eerste gebouwd worden (gefaseerd uit te voeren). Om te voorkomen dat extra vertraging optreedt indien in september vastgesteld moet worden dat het plan brede school/MFC niet aan de randvoorwaarden kan voldoen, wordt er kennis genomen van de alternatieven van derden, parallel aan de gemeentelijke doorontwikkeling van het plan brede school/MFC. Bij het uitwerken van een alternatief plan dient te worden uitgegaan van het beschikbare budget. Ook daarvoor geldt dat moet worden voldaan aan de randvoorwaarden. Externe partijen kunnen gebruik maken van alle beschikbare gegevens (uitkomsten synergieslag, plannen van eisen, ruimtebehoefte, parkeer- en verkeeranalyses, etc.). In september 2010 beslist de gemeenteraad op welke wijze het project brede school/MFC definitief uitgewerkt gaat worden. Tot dat moment worden er onomkeerbare voorbereidingen

7


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

getroffen zoals architectkeuze en afsluiten contracten. Daarbij is voor de coalitiepartijen van belang op welke wijze de grootste kwaliteitsslag in Zeeland gemaakt kan worden, in hoeverre aan de randvoorwaarden kan worden voldaan en ten slotte of de plannen financieel realistisch zijn. Indien dan blijkt dat geen van de plannen haalbaar is of niet op redelijke wijze voldoet aan de gestelde randvoorwaarden, dan wordt zo snel mogelijk een brede school gerealiseerd zonder MFC. Daarbij kan afgeweken worden van de locatie Kerkstraat-oost. In dit scenario wordt de mogelijkheid om een grote zaal toe te voegen aan de Garf bekeken. Locatie Morgenzon Op de locatie Morgenzon zal het voorste deel van het perceel niet bebouwd worden. Dit blijft open om zicht op bondsgebouw, kerk en pastorie te behouden en wordt voorzien van het nodige groen. Het achterdeel van het perceel kan bebouwd worden. Hier kunnen woningen, appartementen, en/of commerciële ruimten gerealiseerd worden. Er zal ruim aandacht besteed worden aan het parkeren.

CENTRUM SCHAIJK Uitvoeren concentratiemodel Voor het centrum van Schaijk staat de coalitie duidelijk voor het concentratiemodel van voorzieningen. Door winkels en andere voorzieningen in het dorp te concentreren wordt de regionale functie van boodschappendorp voor Schaijk versterkt en kan een sfeervol dorpshart gecreëerd worden. De gemeente behoudt wel te allen tijde de regie over de ontwikkelingen. Met de belangrijkste initiatiefnemer zal worden bekeken hoe dit concentratiemodel het best vorm gegeven kan worden. Overige particuliere initiatieven zullen, indien ze als losstaand onderdeel in te passen zijn, het concentratiemodel niet belemmeren en kwaliteitswinst opleveren, positief benaderd en op hun merites beoordeeld worden. Het uitgangspunt is, gelet op de financiële situatie van de gemeente Landerd, dat het gewenste model budgettair neutraal uitgevoerd kan worden. Daarbij wordt ruim aandacht gegeven aan: -

-

-

Woningbouw naar behoefte en prioriteit: betaalbare startersappartementen en woningen waaraan een zorgaanbod gekoppeld kan worden zodat het voor mensen mogelijk wordt om langer zelfstandig in het dorp te kunnen blijven wonen. Geen directe verdringing of oneigenlijke concurrentie van winkels in de periferie. Een goede ontsluiting en doorstroming van het verkeer door het centrum. Handhaven van voldoende parkeervoorzieningen. Toevoegen van groen(e ruimte). Herinrichting Past. Van Winkelstraat van de „driehoek‟ tot huidige plangrens met mogelijkheid tot tijdelijke afsluiting zodat er ruime mogelijkheden ontstaan voor evenementen in het dorpshart van Schaijk (markt, kermis en carnaval). Fasering van uitvoering.

Het college zal op korte termijn (1 juli 2010) de raad het stappenplan voorleggen om te komen tot een goede invulling van het centrum van Schaijk. Het totaalplan zal in 2014 volop in ontwikkeling of zelfs in de afrondende fase zijn. Voor planvorming en –sturing is in de gemeentebegroting 2010 reeds € 100.000 opgenomen.

8


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

MONUMENTEN De sfeer van de dorpen wordt voor een deel bepaald door de aanwezige karakteristieke panden en bomen(groepen). Hieronder worden niet alleen benoemde monumenten verstaan, maar ook karakteristieke panden die (nog) geen monument zijn. Bouwsels en groene elementen kunnen zich ontwikkelen tot zeer prominente onderdelen die de dorpen en hun omgeving het juiste karakter geven. Daar moet met het juiste gevoel en beleid mee om gegaan worden. Voor de coalitie is het Uitgangspunt: behouden, tenzij het niet anders kan. Het monumentenbeleid en bomenbeheersplan bieden al goede handvatten.

9


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

3.

BUITENGEBIED

Het buitengebied biedt ruimte aan landbouw en veehouderij, natuur en recreatie. Daar is een plattelandsgemeente als Landerd op gebouwd. Voor de toekomst dient voor alle manieren van gebruik ruimte en mogelijkheden te bestaan.

Bestemmingsplan Buitengebied De nota voor uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied‟ is in de voorbereidende raadsvergadering van 30 september 2009 besproken. Deze nota dient, met de daaraan gekoppelde gedane toezeggingen in acht nemende, uitgewerkt te worden tot een helder bestemmingsplan buitengebied, voorzien van duidelijke definities en mogelijkheden. Dit bestemmingsplan past uiteraard binnen de provinciale kaders en besteedt specifieke aandacht aan omgevingskwaliteit (beeldkwaliteitsplannen, landschappelijke inpassing, maatvoering) en duurzame locaties, etc. Het voorontwerp bestemmingsplan wordt, conform toezeggingen, besproken in de voorbereidende vergadering (uiterlijk september 2010) en raadsvergadering alvorens het de inspraak in gaat. De datum voor het vaststellen van het bestemmingsplan buitengebied is een bikkelharde deadline: 1 juli 2013. Het college stelt de planning op waarmee dit gehaald wordt. LOG Graspeel De gemeente Landerd is voornemens om, nadat de provincie de „nota ruimte‟ heeft vastgesteld en overleg heeft plaats gevonden, binnen een jaar een bestemmingsplan voor het LOG ter inzage te leggen waarin rekening gehouden wordt met het voorbereidingsbesluit dat PS op 19 maart genomen hebben. In dit bestemmingsplan wordt ruim aandacht besteed aan de maximale perceelsgrootte van 2,5 ha. (incl. woning, infrastructuur en beplanting) en landschappelijke inpassing. Er wordt in opgenomen dat bij elke bedrijfslocatie een bedrijfswoning behoort, om zo uit te dragen dat het LOG bestemd is voor gezinsbedrijven en niet voor industriële sublocaties van regionale megabedrijven. Wat betreft het aantal bedrijfslocaties wordt uitgegaan van datgene wat conform provinciaal beleid wordt opgenomen. De 22 oorspronkelijke locaties blijft evenwel het absolute maximumaantal. Eventuele financiële consequenties als gevolg van het besluit dat Provinciale Staten heeft genomen op 19 maart j.l. zullen bij de provincie neergelegd worden. Wel bouwt de gemeente voorbehouden in met betrekking tot de resultaten naar de gevolgen van de intensieve veehouderij voor de volksgezondheid. De resultaten van dit onderzoek worden betrokken bij het beleid wat gevoerd gaat worden. Reconstructie Projecten die binnen het reconstructieplan vallen worden verder uitgevoerd. Hoewel de gemeente bereid is om planologisch en facilitair mee te werken aan een recreatieve poort zullen hieraan op geen enkele manier kosten voor de gemeente Landerd aan verbonden mogen zijn. Kosten van een dergelijke poort zijn derhalve voor rekening van de initiatiefnemers en/of de provincie. Klankbordgroep Er zal een klankbordgroep voor het buitengebied/de reconstructie ingesteld worden welke betrokken wordt bij alles wat er speelt binnen het buitengebied. Op deze manier wordt feeling gehouden en draagvlak gecreëerd. Ook de raad dient intensiever betrokken te worden bij kaderstellende beleidsregels.

BIO Het college zal aanvragen voor BIO-woningen beoordelen en beargumenteren volgens de

10


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

structuurvisie Buitengebied in Ontwikkeling. De uitvoering hiervan wordt in het najaar van 2011 geëvalueerd om te beoordelen of daadwerkelijk in de geest van de visie gehandeld wordt. De opbrengsten van de BIO-woningen worden gestort in een fonds, waarvan 75 % uitgegeven wordt aan reconstructiedoelen, met name de ontwikkeling van het LOG, en parallel daaraan 25 % wordt gereserveerd voor natuurprojecten, die zowel binnen als buiten de reconstructie vallen. Recreatiedoelen worden niet uit deze opbrengsten gefinancierd. Natuur en landschap In het kader van bezuinigingen zijn de nodige projecten op gebied van natuur en milieu op de lange baan geschoven of zelfs geschrapt. Ook met beperkte mogelijkheden willen wordt ingezet op het ontwikkelen van natuurprojecten. Budget hiervoor kan gevormd worden uit de bijdrage van BIO-woningen. Daarnaast zal meegewerkt worden aan bijv. blauw-groene diensten. In de tweede helft van 2010 zal in beeld gebracht worden welke projecten nog uitgevoerd dienen te worden en of daar middelen voor te vinden zijn bijv. door middel van subsidies. Geurverordening De geurverordening wordt snel geëvalueerd. Het aantal geurgehinderden moet, zoals vastgesteld in het reconstructieplan, afnemen ten opzichte van het moment van vaststelling van dit plan. Bedrijventerreinen Ook voor bedrijfsterreinen geldt dat datgene gerealiseerd moet worden waar behoefte aan is. De daadwerkelijke behoefte naar percelen wordt daarom geconcretiseerd. Ook de Ruimteplanner vormt een instrument bij het ontwikkelen van bedrijfsterreinen. Eerst dient mogelijke revitalisering (herschikking) van bestaande bedrijfsterreinen nauwkeurig geïnventariseerd te zijn, voordat nieuwe bedrijfsterreinen ontwikkeld worden. Bedrijventerrein Voederheil zal snel opgepakt worden om geleidelijk te ontwikkelen en uitgegeven worden. De ruimteplanner en behoefte aan bedrijfspercelen zullen hierbij leidend zijn. De ontwikkeling van dit bedrijventerrein beperkt zich tot de 12 ha. op Voederheil. Het plangebied zal niet uitgebreid worden. Voor Reek-Zuid zal de concrete belangstelling gepeild worden. Indien deze er is zal het plan met de nodige voortgang ontwikkeld worden tot bedrijventerrein voor huisgebonden bedrijven. Indien er onvoldoende belangstelling is om het tot een rendabel project af te ronden zal, om de rentelasten niet nog verder te doen oplopen, bekeken worden op welke manier het terrein in te vullen is. Het plangebied Reek-Zuid zal zich beperken tot de gronden die reeds aangekocht zijn.

11


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

4.

DUURZAAM LANDERD

Het woord ‘duurzaam’ wordt te pas en te onpas gebruikt. Het heeft immers ook meerdere betekenissen. In dit coalitieprogramma vormt het de rode draad bij het maken van duurzame keuzes, welke generaties kunnen overleven. Bij ‘duurzaamheid’ wordt ook gedoeld op beleid wat generaties na ons niet belast, welke getuigt van goed rentmeesterschap. Een duurzame gemeente voorziet in de behoefte en wensen van de bewoners, zonder daarmee de behoeften en wensen voor onze kinderen en kleinkinderen in gevaar te brengen. Duurzaamheid hoort zich dan ook niet te beperken tot het klimaat en milieu. Bij alle besluiten die genomen worden, ook financiële, moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor de lange termijn, voor de generaties na ons. Dit specifieke thema zal ingebed worden in de ambtelijke organisatie en in de besluiten die worden genomen. Naast financieel en beleidsmatig, ook ecologisch en ruimtelijk duurzaam.

Duurzaamheid De coalitie vindt het van groot belang dat de gemeente Landerd serieus aan de slag gaat met duurzaamheidsbeleid. Hierbij is het „inbedden in de organisatie‟ van duurzaamheid een basis voor het slagen van dit speerpunt. Permanente aandacht dient hier aan gegeven te worden. De gemeente geeft het goede voorbeeld, bijvoorbeeld door duurzaam in te kopen, maar stimuleert ook burgers om duurzaam te handelen. Concreet maakt de coalitie daarvoor de volgende afspraken: 1. Duurzaamheidsbeleid wordt een apart portefeuilleonderdeel en er wordt geborgd dat er ook in de ambtelijke organisatie blijvende aandacht is voor dit onderwerp. 2. Het college stelt – met input van de raadswerkgroep duurzaamheid – omstreeks eind 2010 een actieplan duurzaamheid op, en legt dit ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. 3. In het actieplan duurzaamheid wordt uiteen gezet welke ambities Landerd, op zowel korte als lange termijn, heeft t.a.v. duurzaamheid. Daarin wordt in elk geval aandacht besteed aan: duurzaam inkoopbeleid, stimulerende maatregelen vanuit de gemeente middels een fonds (te vormen en aan te vullen bij vaststelling jaarrekening), duurzaam bouwen, binnenhalen subsidies, inzetten led-technologie, betrekken burgers bijvoorbeeld d.m.v. oprichten duurzaamheidsplatform, opnemen van een duurzaamheidstoets in alle voorstellen, etc. 4. Landerd sluit zich aan bij het klimaatverbond (www.klimaatverbond.nl) en probeert door het actieplan duurzaamheid te realiseren - een zo hoog mogelijke status te behalen. Landschap en bomen De in Landerd aanwezige natuur-, landschap- en recreatiegebieden moeten volgens het landschapsbeleidsplan worden beschermd en ontwikkeld. Groene monumenten worden in stand gehouden en in aantal liever nog uitgebreid. Rijen lindebomen, kleine bosjes en solitaire bomen in een weiland, hagen en groensingels, karakteristieke bomen in de centrums van Landerd, ze bepalen mede het karakter van onze gemeente en moeten worden behouden. Een nieuw aan te leggen wijk of projectgebied dient als het even kan uit te gaan van de bestaande groenstructuur en zich daar omheen te vormen.

12


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

5.

WONEN

De bevolking van Landerd zal gaan krimpen met 14 % in 2030, waarbij het aandeel 65-plussers wel blijft groeien. De bevolking vergrijst, maar ouderen mensen worden wel steeds vitaler. De verwachting is dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen huis en zeker in hun eigen omgeving willen blijven wonen. Gemeente, woningbouwstichtingen en zorgaanbieders zullen hier op in moeten spelen. Met het oog op fluctuaties in doelgroepen in de toekomst zullen zoveel mogelijk woningen generatiebestendig moeten zijn (transformeerbaar van de ene doelgroep naar de andere en vice versa). De coalitie wil de beschikbare locaties optimaal inzetten voor onze Landerdse inwoners. Hierop sturen we door middel van beleid en een toegespitst woningbouwprogramma. Momenteel beschikt Landerd over meerdere locaties voor woningbouw. Om de rentelasten te drukken zullen eerst de gronden in eigendom in ontwikkeling gebracht worden alvorens weer grondposities verworven zullen worden. Het beleid is erop gericht dat er betaalbare starterswoningen, huurwoningen en appartementen (voor zowel jongeren als senioren) op goedkope grond gebouwd kunnen worden. Bij de ontwikkeling van woningen wordt gestreefd naar het bouwen van zo duurzame woningen en appartementen welke een lange levensduur hebben en eenvoudig door meerdere doelgroepen bewoonbaar (te maken) zijn en blijven. Voor de inrichting van de straten en wijken mag verwacht worden dat burgers mee willen denken en zich ook actief in willen zetten. Betrokkenheid is de beste garantie voor de leefbaarheid. Initiatieven van onderop worden uitermate gewaardeerd en zullen gestimuleerd worden.

Woningbehoefte De woningmarktanalyse, welke eind 2010 uitgevoerd wordt, geeft duidelijkheid over de behoefte naar bepaalde type woningen. Het woningbouwprogramma wordt hierop concreet en per project afgestemd. Deze analyse wordt gecombineerd met nieuwe prestatieafspraken met de woningbouwstichting(en). Grondprijs Om een objectieve en actieve sturing te geven aan de grondpolitiek word praktische instrumenten onderzocht en gehanteerd. Dit kan zijn „erfpacht‟ of „gedifferentieerde grondprijs‟. Eén van de varianten die hierin meegenomen wordt is de zogenaamde trapsgewijze vierkante meterprijs. Hierbij zijn de eerste meters van een kavel beduidend goedkoper dan de extra meters. De kleinere kavels worden daarmee aanmerkelijk goedkoper, terwijl de grotere kavels duurder worden. Hierdoor kunnen starters- en huurwoningen goedkoper gebouwd worden. Ook wordt zuinig ruimtegebruik bijvoorbeeld door zelfbouwers gestimuleerd en wordt collectieve projectontwikkeling positief benaderd. Inbreiding Dankzij de beschikbare bouwgrond aan de randen van de dorpen is inbreiding niet meer noodzakelijk. Er zal geen voorrang gegeven worden aan inbreiding, uitgezonderd herontwikkelingslocaties.

Duurzaam Landerd gaat voorop lopen bij „duurzaam bouwen‟. Het ondertekende convenant is slechts

13


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

een begin. Bij het voorbespreken van bouwvergunningen wordt standaard advies gegeven mbt. duurzaam bouwen, bijvoorbeeld aan de hand van een lijst met acties, en zo mogelijk afgedwongen worden. Ook worden adviezen gegeven over aangepast bouwen met het oog op het levensloopbestendig en transformeerbaar bouwen (generatiebestendig). Beeldkwaliteit Voor nieuwbouwwijken en –projecten dient een leidend beeldkwaliteitplan opgesteld te worden waaraan de bouwers en de gemeente zich dienen te houden. Dit beeldkwaliteitplan is, naast het bestemmingsplan, leidend voor alle ontwikkelingen in dat gebied en kan dus niet aan de kant geschoven worden als het de gemeente of derden uitkomt. Welstandeisen zullen integraal opgenomen worden in het bestemmingsplan zodat heldere criteria gelden. Wel wordt een discussie geopend over de vraag of bepaalde gebieden in de gemeente mogelijk vrij van welstand worden. Bouwprogramma Voor toekomstige woningbouw zal de gemeente zich concentreren op: · huurwoningen, vooral ook voor alleenstaanden (jongeren en ouderen) · betaalbare starterswoningen op kavels van beperkte omvang (échte starterwoningen) · kavels voor zelfbouwers · seniorenwoningen (generatiebestendig) Starterswoningen Het begrip „starter‟ wordt verder ingekaderd door inkomensgrens, vermogenspositie, maximale grootte van de starterswoning en kavel en een maximale bouwprijs op te nemen. Alleen zo kan de ècht betaalbare starterswoning ook daadwerkelijk voor starters, die anders geen woningen zouden kunnen krijgen, behouden worden. Starterswoningen dienen een verkoopprijs te hebben v.a. € 140.000. Deze goedkoopste categorie wordt ook altijd behouden voor de doelgroep „starters‟. Deze woningen hebben slechts twee slaapkamers en worden middels een overeenkomst beperkt in prijsstijging. Doelstelling is deze woningen ongeveer om de 5 jaar te laten rouleren naar nieuwe starters. (categorie 1 starterswoningen) De verkoopprijs van overige starterswoningen hoort flink onder het drempelbedrag van de startersregeling te liggen. Starterswoningen zouden tot € 190.000 mogen kosten. Deze startersregeling wordt ruim onder de aandacht gebracht. (categorie 2 starterswoningen) Locatie Den Omgang De gemeente is eigenaar van de voormalige schoollocatie Den Omgang. Hier kan de gemeente via de grondprijs randvoorwaarden scheppen om echt betaalbare woningen te realiseren. Op deze locatie zullen starterswoningen in een gunstige prijsklasse (prijs ongeveer € 150.000) gerealiseerd worden. Belangrijk onderdeel van de locatie is dat woningbouw gepaard gaat met een flinke component groen, liefst openbaar toegankelijk. Via een prijsvraag kunnen ontwikkelaars inschrijven op dit project, nadat de kaders vastgesteld zijn. Mogelijk dat naast starterswoningen ook huur- en seniorenwoningen of –appartementen, of een combinatie hiervan, aan het project toegevoegd kunnen worden.

Speel(leer)tuin Binnen de kernen moet ruim voldoende ruimte zijn voor kinderen om zich te spelenderwijs te

14


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

vermaken. Initiatieven om te komen tot meer speel(leer)tuinen worden van harte ondersteund, zeker als deze van onderop komen en er sprake is van zelfwerkzaamheid. Zo zal actief bekeken worden of de zandopslag aan ‟t Oliemeulen omgezet kan worden in een speelleertuin voor de gehele wijk, zoals buurtvereniging Waterrijk geopperd heeft. In nieuwe wijken dient minimaal 3 % van de ruimte ingericht te worden als speeltuin cq. speelweide. In het verlengde hiervan zal de gemeente medewerking verlenen om snel inzetbare schaatsbaantjes voor jeugdigen aan te leggen in Schaijk, en het multifunctioneel terreintje aan de Rekelhof dient dusdanig aangepakt te worden dat deze direct als schaatbaan ingezet kan worden. Ook hier wordt zelfwerkzaamheid toegejuicht.

15


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

6.

SOCIALE ZAKEN, WELZIJN, ZORG EN VERENIGINGEN

Op dit gebied liggen grote opgaven. Het bestaande beleid met name op het gebied van welzijn en zorg zal niet meer toekomstbestendig zijn. Afname van financiële middelen, een grote stijging van de vraag met name bij ouderen (omdat de grootte van die groep sterk toeneemt) en een versobering van de Awbz . De gemeente kan een leidende rol spelen om duurzame oplossingen te vinden. Zowel door de inzet van de middelen op het gebied van welzijn en sociale dienstverlening als door regie te voeren om tot die oplossingen te komen. Wij gaan ervan uit dat alle burgers en de diverse maatschappelijke organisaties de verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen om, met steun van de gemeente, zelf inhoud en vorm te geven aan duurzame welzijn en zorg. Het college zal in de periode 2010/2011 initiatief nemen om, met een combinatie van middelen (bv. WMO, AWBZ), organisaties (welzijn, zorg, woningbouw) uit te dagen om een programma op te stellen wat een meerwaarde heeft voor onze inwoners. In dit programma zijn de WMO- en AWBZ-doelen uitgangspunt en worden als pilot gerealiseerd in 1 kerkdorp. Organisaties wordt voorgesteld een plan van aanpak te maken wat in de periode 2013/2014, binnen de gestelde budgetten en doelen van AWBZ en WMO, geëffectueerd kan worden.

Sociale zaken Voor de gemeente Landerd geldt dat meedoen (participatie) in de samenleving belangrijk is. Participatie door middel van werk heeft de voorkeur, ook voor mensen die niet in staat zijn op eigen kracht hun salaris voor een werkgever terug te verdienen of op een andere manier te participeren. Betaald werk draagt bij aan zelfstandigheid, eigen waarde, emancipatie en integratie. Niet iedereen is echter in staat op eigen kracht een baan te vinden en te behouden. Betaald werk is de meest effectieve en duurzame manier om armoede te bestrijden. Daarom wordt er ondersteuning geboden via bemiddeling en reintegratiedienstverlening. Participatie wordt mede mogelijk gemaakt door ons arbeidsmarktbeleid, de Wet Werk en Bijstand, de sociale werkvoorziening en ons minimabeleid. De gemeente Landerd werkt daarbij, waar mogelijk en zinvol, samen in de regio. Eind 2008 was er in Landerd van een historisch laag bijstandsbestand (55 klanten). De financiële crisis is niet aan Landerd voorbijgegaan. Eind 2009 is het WWB bestand gestegen naar 68 klanten (ruim 20%). Dit levert meerkosten op. Hier is in de huidige begroting rekening mee gehouden. Ons beleid is er op gericht dat iedereen die kan werken moet werken en wij zullen alle mogelijkheden benutten om cliënten in de WWB weer terug te laten keren naar de reguliere arbeidsmarkt en op deze manier het WWB bestand te verlagen. Minimabeleid Landerd Voor burgers die tijdelijk nog geen werk hebben bestaat in Landerd een ruimhartig minimabeleid. Veel burgers (181 unieke aanvragen in 2009) maken gebruik van de Landerdse regelingen (declaratiefonds, pc-regeling, schoolkostenregeling, langdurigheidstoeslag, schuldhulpverlening, regeling chronisch zieken, gehandicapten en ouderen). Dit minimabeleid wordt in de komende jaren ongewijzigd gecontinueerd!

De wet sociale werkvoorziening (Wsw)

16


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

Wij zijn verantwoordelijk voor het realiseren van passende arbeidsplaatsen voor Wsw‟ers. De voorkeur gaat uit naar een Wsw-dienstbetrekking bij een reguliere werkgever met begeleiding op de werkplek en aanpassingen van de werkplek. Het betreft een gemeenschappelijke regeling (13 gemeenten uit Brabant Noordoost zijn vertegenwoordigd in het Werkvoorzieningschap). De uitvoeringsorganisatie is IBN in Uden. Ruim 110 Landerdse burgers maken gebruik van deze regeling. Wij nemen ook diensten af bij IBN (bijvoorbeeld sporthalbeheer, facilitaire dienst gemeentehuis, groenvoorziening, e.d.). Bestuurlijk is onze gemeente vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur en in het portefeuillehouderoverleg arbeidsmarktactivering. Ons beleid is erop gericht om iedere burger, ook al is hij niet in staat om het minimumloon te verdienen, zoveel mogelijk een plek te geven op de arbeidsmarkt. Iedere bijdrage in werk is het waard om te benutten. WMO Met de invoering van de WMO is de stap gemaakt van „verzorging‟ naar „ondersteuning om te kunnen participeren‟. Gemeenten moeten beperkingen van burgers compenseren. Dit houdt in dat de gemeente oplossingen moeten bieden aan burgers met beperkingen via het treffen van voorzieningen, het aanbieden van diensten en het geven van advies die hen in staat stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Hoe de gemeenten compensatie vorm moeten geven, is beleidsvrijheid, dus de gemeente kan daar zelf invulling aan geven (individuele voorzieningen dan wel collectieve voorzieningen). De toekomst van de WMO: Het compensatiebeginsel vergt van de gemeente en onze burgers een andere “gekantelde” benadering. - Optimaliseren van het inzetten en mobiliseren van de eigen kracht van burgers en hun maatschappelijke steunsystemen, zoals mantelzorg, buurtcontacten, organisaties en verenigingen en vrijwilligers - Optimaliseren van de inzet van professionele ondersteuning, daar waar echt geen alternatief voor handen is; - Rechtvaardige verdeling van de schaarse WMO-middelen, zodat burgers die echt professionele ondersteuning nodig hebben, dat nu en in de toekomst kunnen (blijven) ontvangen; - Meedenken met de cliënt in plaats van aanbieden van individuele voorzieningen. - Mogelijk met een toename in verwijzing naar producten en diensten in de reguliere markt tot gevolg (bijvoorbeeld door mensen te adviseren gebruik te maken van een glazenwasser of postorderbedrijf). Maar ook meer maatwerk voor met name het mogelijk maken van sociale contacten. - Verdere kanteling van de WMO leidt tot een nieuwe modelverordening. Deze is eind 2010 gereed en de gemeente Landerd zal in 2011 zijn nieuwe, hierop gebaseerde, verordening vaststellen. Het beleid van de gemeente Landerd wordt getoetst aan de acht resultaten, zoals beschreven in het document „Denken in resultaten‟ van VNG.

Ouderen Gezien de toenemende (dubbele) vergrijzing wat blijkt uit het onlangs verschenen PON

17


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

rapport zal deze doelgroep de komende jaren extra aandacht verdienen. Een ambtelijke projectgroep zal deze rapportage integraal uitwerken en komen met voorstellen betreffende wonen, zorg en welzijn. De actiepunten uit de notitie „lokaal ouderenbeleid‟ worden opgepakt om uit te voeren. De inbreng van KBO‟s en BOL is hierbij essentieel om draagvlak te behouden. Financiële steun voor stichting BOL zal in overweging genomen worden op basis van te maken afspraken om gemeentelijk beleid invulling te geven. Vrijwilligers De gemeente zal onze vrijwilligers en mantelzorger altijd koesteren en ondersteunen. Daar zullen we blijvend oog voor hebben. De vrijwilligersdag en mantelzorgdag zijn als jaarlijks terugkerend evenement de gelegenheden om waardering uit te spreken voor hun inzet. Met name het vrijwilligerswerk voor- en door jongeren en ouderen wordt gestimuleerd. Een herziening van de nota vrijwilligersbeleid (2002) is gewenst aangezien de vrijwilliger en het speelveld sindsdien veranderd zijn. Onderwijshuisvesting scholen Reek Er mag vanuit gegaan worden dat de nieuwbouw van de Kreek‟l op 1 juli 2013 gereed is. Het budget is beschikbaar gesteld en daarmee taakstellend. DAW/EMOS Voor herontwikkeling van sportcomplex D‟n Heuvel (DAW) is krediet (€ 2,78 miljoen) beschikbaar gesteld. De gemeente is in overleg met DAW een samenwerkingsovereenkomst aan het ontwikkelen. De raad moet hiermee nog instemmen voordat tot herontwikkeling overgegaan kan worden. In het overleg wordt heel nadrukkelijk een variant ingebracht waarbij de ingang van het sportcomplex verplaatst wordt en aangesloten op de parkeerplaats bij Sporthal De Eeght. In dat geval kunnen kantine en kleedlokalen verplaatst worden naar het centrum van het sportcomplex, waarbij zicht over nagenoeg alle velden ontstaat. Tevens kan dan gebouwd worden zonder eerst de huidige kleedlokalen te moeten slopen. De locatie van de huidige parkeerplaatsen en kantine/kleedlokalen kan ingezet worden als woningbouwlocatie. Met de opbrengst hiervan kan de financiële dekking vergroot worden om het tweede kunstgrasveld te bekostigen, wanneer dit volgens de NOC/NSF-normen noodzakelijk is. Het college brengt deze variant nadrukkelijk in en komt met een goed beargumenteerd voorstel terug naar de raad. Rekening houdend met deze te onderzoeken variant zal het kunstgrasveld direct aangelegd worden zodat deze in het nieuwe voetbalseizoen in gebruik genomen kan worden. Bij de herontwikkeling van het sportcomplex wordt de afwatering van het korfbalveld (EMOS) integraal meegenomen. Buitensportaccommodaties Het college zal maatregelen voorstellen welke de verenigingen moeten prikkelen om zoveel mogelijk het onderhoud in eigen beheer uit te voeren. Cultuur: Om locale cultuurprojecten binnen de gemeente Landerd te stimuleren willen we een fonds van € 5.000,- instellen om initiatieven te ondersteunen.

Evenemententerrein Doordat de sportvelden niet verplaatst worden is een nieuw evenemententerrein aldaar niet

18


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

meer de orde. Het bestaande evenemententerrein aan De Louwstraat wordt als zodanig voorzien van de noodzakelijke voorzieningen (elektriciteit, waterleiding, riool, etc.). Bouwloods jeugdcarnaval De bouwloods voor jeugdcarnaval heeft tijdelijk haar plek gevonden aan de Waterstraat. Met de carnavalsstichting wordt actief gezocht naar een permanente locatie hiervoor. Mogelijk dat ook een nieuw karhok hieraan gekoppeld kan worden. Q-koorts Landerd zal blijvend aandacht vestigen op het aantal met Q-koorts besmette inwoners van Landerd, en alle gevolgen daarvan voor de inwoners van Landerd.

19


LANDERD IN BALANS – coalitieprogramma 2010 – 2014

7.

BEREIKBAARHEID EN VEILIGHEID

VERKEER EN VERVOER Rotondes Op de kruising N324-Schutsboomstraat-Zeelandsedreef wordt in het kader van de reconstructie N324 een rotonde aangelegd. Aangezien de rotonde twee aansluitingen heeft op Landerdse wegen dient de gemeente 50 % van de kosten bij te dragen. Alle andere mogelijke ingrepen aan deze provinciale weg vormen geen noodzaak voor de gemeente en daarvoor zullen, mede gelet op de financiële situatie van de gemeente, geen middelen gevoteerd worden. De rotonde aan de Bergmaas is vooralsnog niet nodig, aangezien het plangebied Repelakker verkleind is en ontsloten kan worden o.a. via de Kerkstraat. Hiervoor wordt dan ook geen budget opgenomen. Wandel- en fietsroutes Bij bestratingen wordt meer rekening gehouden met de zwakkere verkeersdeelnemers, met name rolstoelen, rollators en slechtzienden. Het ontwikkelen van wandel- en fietsroutes is een goede zaak, maar het initiatief hiertoe ligt vooral bij organisatie als het platform toerisme, heemkundeverenigingen en natuur en milieu en vrijwilligers. Het kan in deze tijd geen primaire taak van de gemeente zijn, wat niet weg neemt dat de ontwikkeling ervan van harte ondersteund wordt, ook in faciliterende zin. Openbaar Vervoer Het college zal het initiatief nemen om samen met omliggende gemeenten het Openbaar Vervoer onder de loep te nemen. Doel hiervan is om proactief het OV te verbeteren: frequent busvervoer tussen steden en grotere dorpen, goede aansluitingen vanuit dorpen op deze lijnen en een fijnmazig netwerk vanuit kleine kernen (o.a. via collectief vervoer). Het openbaar vervoer mag zich niet nog verder van de burgers vervreemden, de burgers moeten hier juist van op aan kunnen en er vertrouwd mee raken. Voor Landerd moet het doel zijn dat elke kern aansluiting heeft op een plaats met een treinstation. Bij de meest gebruikte bushaltes moeten meer overdekte fietsstallingen komen.

VEILIGHEID BOA De BOA vervult met zijn aanwezigheid een rol in het bestrijden van overlast en hufterig gedrag. De aanwezigheid van de BOA dient een preventieve uitwerking te hebben, het beboeten van overtreders en overlast veroorzakende burgers is secundair en dient derhalve niet als uitgangspunt gehanteerd te worden. Handhaving Handhaving wordt als taakveld losgekoppeld van de andere portefeuilles. Uitvoering van het handhavingsbeleid is lastig binnen de huidige bezetting en budgetten. Daarom zal er met taken geschoven moeten worden of prioriteitswijzigingen doorgevoerd moeten worden om het gemeentelijk handhavingniveau tot een hoger plan te tillen. Het college zal de prioriteiten en het wenselijke niveau voor handhaving aangeven.

20

Coalitieprogramma "Landerd in balans"  

"Landerd in balans, naar een krachtige en duurzame gemeente" is het coaltitieprogramma 2010-2014 van Progressief Landerd, CDA en DS97:

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you